Issuu on Google+

12

Hoofdstuk 12 uit het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting van categorie A-afval in Dessel

Stralingsbescherming

NIROND-TR 2011-12 N Versie 2 – september 2012


NIRAS NIROND-TR 2011-12 N

Categorie A

Versie 2

   Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

 

de


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

 Hoofdstuk 12

Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen NIRAS Kunstlaan 14 1210 Brussel Serie Status NIRAS

rapportnummer Sleutelwoorden

12-ii

Categorie A Vertrouwelijk tot cAtvergunningsaanvraag

NIROND-TR 2011-12 N

Documenttype

NIROND-TR

Publicatiedatum



Revisienummer

Versie 2

Categorie A, stralingsbescherming, operationele veiligheid, ALARA

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

 Versie

Opmerkingen

Nummer Datum 1.0

30/01/2012 Versie voor internationale peer review. Versie ter informatie

2.0

30/09/2012 Initiële

voorgelegd aan het FANC. versie

ingediend

bij

het

FANC

samen

met

de

vergunningsaanvraag tot oprichtings- en exploitatie (A1) van de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A afval te Dessel

De gegevens, resultaten, conclusies en aanbevelingen in dit rapport zijn eigendom van NIRAS. Dit rapport mag worden geciteerd mits bronvermelding. Dit rapport wordt beschikbaar gesteld op voorwaarde dat het niet voor commerciële doeleinden wordt gebruikt. Voor commercieel gebruik ervan, waaronder tevens het vervaardigen van kopieën of heruitgave, is voorafgaande schriftelijke toestemming van NIRAS vereist.

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-iii


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

12-iv

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

  

 12.1



Inleiding en doelstellingen 12.1.1

Inleiding 12-1

12.1.2

Doel en reikwijdte van dit hoofdstuk

12-1 12-1

12.2

Reglementair kader

12-3

12.3

Stralingsbeschermingsprincipes

12-3

12.4

Stralingsbeschermingsbeheer

12-4

12.4.1

Beleid en eisen

12-4

12.4.2

Functies en verantwoordelijkheden

12-4

12.4.3

Organisatie om stralingsbescherming bij het ontwerp in rekening te

12.4.4

Algemene strategische aanpak van stralingsbescherming tijdens

12.5

12.6

12.7

brengen 12-6 exploitatie

12-7

Benadering van operationele stralingsbescherming

12-11

12.5.1

Algemene aanpak

12-11

12.5.2

Radiologische risico's

12-13

12.5.3

ALARA tijdens de bouw

12-14

12.5.4

ALARA tijdens normale exploitatie

12-14

12.5.5

ALARA tijdens de afdichtingswerkzaamheden van de modules 12-17

Ontwerp en praktijken van operationele stralingsbescherming

12-18

12.6.1

Uitrusting en ontwerpkenmerken van de bergingsinstallatie die bijdragen tot het ALARA-principe

12-18

12.6.2

Operationele afschermpraktijken

12-18

12.6.3

Ventilatie

12-19

12.6.4

Zonering en toegang

12-20

12.6.5

Radiologische monitoring

12-26

12.6.6

Afschermingpraktijken

12-29

12.6.7

Organisatorische maatregelen die bijdragen tot het ALARA-principe

12.6.8

Programma om de initiatie van incidenten en ongevallen te

12.6.9

Programma om het begin van incidenten en ongevallen op te sporen12-32

bij een incident of ongeval voorkomen

Doses

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-30 12-32

12-33

12-v


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

12.8

12-vi

12.7.1

Dosisraming tijdens normale exploitatie

12-33

12.7.2

Dosisinschatting bij abnormale exploitatie-omstandigheden

12-44

Referenties

12-45

12.8.1

Lijst van hoofdstukken

12-45

12.8.2

Referenties

12-45

12.8.3

Ondersteunende documenten

12-45

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel









12.1.1 Inleiding Dit hoofdstuk bespreekt de stralingsbeschermingsaspecten van de bergingsinrichting voor

categorie A-afval vanaf het ontwerp en de realisatie van de monolieten en de modules (vóór Fase Ia) tot de nucleaire reglementaire controlefase (fase III). De stralingsbescherming wordt beschouwd op korte en op lange termijn. Dit hoofdstuk beschrijft het stralingsbeschermingsprogramma en de organisatie van de

bergingsinrichting voor categorie A-afval, het ALARA-beleid (As Low As Reasonably

Achievable = zo laag als redelijkerwijze mogelijk) en het ALARA-programma, het ontwerp en de operationele aspecten om de blootstellingen ALARA te houden, de administratieve limieten

en het radiologisch toezicht. Het ALARA-beleid en -programma is gebaseerd op de best beschikbare

technieken,

de

terugkoppeling

van

ervaring

van

buitenlandse

oppervlaktebergingsinstallaties (El Cabril, Centre de l'Aube) en van nationale opslaginstallaties (Belgoprocess). 12.1.2 Doel en reikwijdte van dit hoofdstuk

Het doel van dit hoofdstuk is om de toegepaste maatregelen en de ingezette middelen om de werknemers en de bevolking te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van ioniserende

straling, voor te stellen. Stralingsbescherming omvat een geheel van regels, procedures, preventiemiddelen en controle om de directe of indirecte schadelijke gevolgen van ioniserende straling op mens en milieu te voorkomen en te verminderen. De stralingsbescherming is

gebaseerd op drie fundamentele principes, vastgelegd door de Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP): verantwoording, optimalisering en het principe van individuele dosislimieten. Het optimalisatieprincipe is gebaseerd op het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable). Dit betekent dat stralingsdoses en het vrijkomen van radioactieve

stoffen in het milieu zo laag als redelijkerwijze haalbaar moeten worden gehouden, rekening houdend met sociale en economische overwegingen. Stralingsbescherming kan in twee gebieden worden opgedeeld: • •

de operationele stralingsbescherming, hieronder wordt de bescherming van de werknemers verstaan; de bescherming van de bevolking tegen straling.

De wettelijke voorschriften van de overheid en de wettelijke blootstellingslimieten zijn verschillend voor elk van beide groepen. De belangrijkste zorg voor stralingsbescherming tijdens de operationele fase van de bergingssite is uitwendige blootstelling aan straling, omdat de radionucliden ingekapseld zitten in de monolieten. Uitwendige blootstelling aan straling kan worden beheerst door een combinatie van drie factoren: tijd, afstand en afscherming.

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-1


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Dit hoofdstuk bespreekt de volgende punten: • •

de filosofie en de strategie van de operationele stralingsbescherming; een overzicht van de ontwerpkenmerken van de operationele stralingsbescherming.

De reikwijdte van dit hoofdstuk is beperkt tot de operationele stralingsbescherming en de daarmee samenhangende ontwerp-aspecten, met name de bescherming tegen straling tijdens de bouw, de exploitatie en de perioden na de afsluiting.

De structuur en leesgids van het veiligheidsrapport wordt in Hoofdstuk 1 gegeven [HS-1, § 1.6].

12-2

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel





Het stralingsbeschermingsprogramma wordt opgelegd om, bij blootstelling van werknemers en publiek aan straling en radioactieve stoffen, de naleving van de eisen te waarborgen van de: • •

nationale wettelijke voorschriften en richtlijnen; internationale regelgeving en aanbevelingen.

De relevante richtlijnen werden opgelijst in Hoofdstuk 2 [HS-2], § 2.3. 



De strategische veiligheidsoriëntatie [HS-2] met betrekking tot de stralingsbescherming zijn: • • • • • • •

principes van stralingsbescherming (justificatie, optimalisatie, dosislimieten);

systeemoptimalisatie en best beschikbare technieken;

isolatie en insluiting;

gelaagde bescherming; passieve veiligheid;

robuustheid; iteratieve veiligheidsevaluaties gebaseerd op betrouwbare en robuuste elementen.

Deze oriëntaties, gebaseerd op internationale en nationale aanbevelingen, worden opgelegd om de veiligheidsdoelstellingen te bereiken. De stralingsbeschermingsstrategie (stralingsbeschermingsprincipes en gelaagde bescherming) wordt in detail beschreven in Hoofdstuk 2 van dit veiligheidsrapport [HS-2]. Veiligheid en vertrouwen in de veiligheid worden bereikt door de volgende middelen: •

het opstellen van radiologische risico-analyses om de passende maatregelen te

rekening houden met de operationele terugkoppeling en het uitvoeren van periodieke

voorzien bij normale exploitatie, incidenten en ongevallen;

veiligheidsherbeoordelingen en onafhankelijke evaluaties; toezicht en controle op de bergingsinrichting.

Deze verschillende punten worden besproken in de volgende paragrafen.

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-3


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel





12.4.1 Beleid en eisen De veiligheidsstrategie van NIRAS met betrekking tot de berging van categorie A-afval bevat de elementen van zijn stralingsbeschermingsbeleid. Deze strategie bevat een reeks verplichtingen die opgenomen zijn in referentie [OD-001], [OD-007] en zijn samengevat in Hoofdstuk 3 van het veiligheidsrapport [HS-3]. Deze verplichtingen zijn ingebed in het geïntegreerde beheersysteem dat beveiliging,

gezondheid, kwaliteit, economische aspecten en veiligheid als belangrijkste factor integreert. Dit bevordert een sterke veiligheidscultuur in alle ontwikkelingsstadia van de berging [HS-3]. 12.4.2 Functies en verantwoordelijkheden De algemene functies en verantwoordelijkheden van NIRAS als beheerder van radioactieve

afvalstoffen en uitbater van de berging worden in detail besproken in Hoofdstuk 3 van dit veiligheidsrapport [HS-3]. Deze paragraaf behandelt de aspecten met betrekking tot de stralingsbescherming. 12.4.2.1 De NIRAS directeur-generaal De verantwoordelijkheden van de directeur-generaal van NIRAS staan beschreven in Hoofdstuk 3 [HS-3]. 12.4.2.2 Site manager De algemene beschrijving van de verantwoordelijkheden (inrichtingshoofd) staan opgelijst in Hoofdstuk 3 [HS-3].

van

de

site

manager

Met betrekking tot stralingsbescherming, is de site manager verantwoordelijk voor: • •

de organisatie van de lokale afdeling fysische controle;

verzekeren van een doeltreffende stralingsbescherming op de bergingsinstallatie;

deelnemen bij het bepalen van de ALARA doelen en doelstellingen en ondersteuning

het voorzien van informatie en voldoende specifieke opleiding over de specifieke

leveren aan de dienst fysische controle (DFC) met betrekking tot het ALARA-beleid;

risico's ten gevolge van ioniserende straling voor interne en externe medewerkers en bezoekers;

het geven van toelating aan werknemers of bezoekers om bepaalde plaatsen in de

het ter beschikking stellen van de vereiste informatie aan de bevoegde overheid met

inrichting te betreden;

betrekking tot de personeelsdosimetrie, in het bijzonder voor accidentele blootstelling; •

het implementeren van een radiologisch toezichtsprogramma dat voldoet aan de wettelijke eisen.

12.4.2.3 De Dienst Fysische Controle (DFC) De verantwoordelijkheden en de organisatie van de dienst fysische controle staan beschreven in Hoofdstuk 3 [HS-3].

12-4

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Enkele van de specifieke verantwoordelijkheden van de DFC met betrekking tot de stralingsbescherming zijn: • •

bijhouden van een gecontroleerd register met de vaststellingen en de beslissingen van

de DFC;

het naleven van vergunningen;

leiding geven, trainen, en kwalificeren van het personeel dat instaat voor de

het ontwikkelen en toepassen van de stralingsbescherming, het optimaliseren van de

stralingsbescherming op de site;

veiligheid en ALARA-programma's (plannen, procedures, methoden, onderzoeken)

met naspeurbare resultaten, opvolging en evaluaties, met inbegrip van milieu- en publieke aspecten. Dit omvat onder meer: o o

opleidingsprogramma's;

stralingsbewakingsprogramma's

blootstelling en doses te bewaren;

om

gegevens

met

betrekking

tot

toepassen en onderhouden van een dosimetrieprogramma om externe en interne

verzekeren van goed onderhouden en periodiek gecalibreerde stralingsmeettoestellen

blootstelling aan straling bij het personeel, onderaannemers en bezoekers te bepalen;

en beschermingsmiddelen. Dit geldt ook voor het deelnemen aan inter-laboratoria cross-check proeven voor activiteitsmetingen;

coördineren van de optimalisatie van de veiligheid en de inspanningen in het kader van ALARA-programma's; dit omvat: o

het identificeren van plaatsen, handelingen en omstandigheden die

o

het identificeren van preventieve, toezichts- en herstelmaatregelen;

o •

proactief

mogelijkerwijs kunnen leiden tot significante blootstelling aan straling;

het beoordelen van het voorbereidende werk voor taken waarbij doses worden opgelopen. handelen

in

de

PORC

(Plant

Operational

Review

Committee,

Uitbatingscomité voor de installatie) wat betreft de stralingsbeschermings- &

ALARA-aspecten: beleid, programma's, periodieke evaluaties, opvolging van de toepassing ervan. •

voorbereiding van de rapporten voor het PSAC (Plant Safety Assessment Committe,

deelnemen aan ontwerpbeoordelingen voor inrichtingen en uitrustingen die invloed kunnen hebben op de blootstelling aan straling.

Veiligheidsevaluatiecomité van de installatie).

12.4.2.4 Comités voor stralingsbescherming Op de site zijn er comités actief die betrokken zijn bij de veiligheidsaspecten (zie [HS-3]).

Deze worden hierna beschreven en hun rol op het vlak van stralingsbescherming wordt toegelicht: Het uitbatingscomité voor de installatie (Plant Operational Review Committee; PORC). De opdracht van het uitbatingscomité (PORC) wordt toegelicht in Hoofdstuk 3 [HS-3]. De volgende paragraaf licht de taken van de PORC toe.

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-5


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Het PORC wordt voorgezeten door de site manager. Het vergadert zoals vereist is voor de opvolgingsanalyses van de korte termijn exploitatie. Dit comité heeft tot taak om de

noodzakelijke organisatorische maatregelen te nemen om erover te waken dat de aspecten van

stralingsbescherming, die in rekening werden genomen bij het ontwerp, correct worden toegepast tijdens de exploitatie. ALARA-onderwerpen worden beoordeeld door het PORC dat als een ALARA-comité handelt. Elk jaar maakt het PORC een raming op van de doses van het personeel, gebaseerd op het geplande werk in de gecontroleerde zone (bijvoorbeeld op basis van het aantal monolieten die

getransfereerd zullen worden en hun dosistempo, en onderhouds- en monitoring activiteiten).

De werkelijke doses ontvangen door de medewerkers worden vervolgens beoordeeld door het comité, vooral als maatregelen werden genomen om de blootstelling van het personeel aan straling en radioactieve materialen tot ALARA-niveaus te beperken.

Door dit comité wordt een evaluatie van het "voorkom-monitor-handel" (PMA:PreventMonitor-Act)-paradigma voor alle activiteiten uitgevoerd, met name op het gebied van

stralingsbescherming. Preventieve initiatieven worden genomen door het comité. Afwijkingen

en ongevallen zijn het onderwerp van diepgaande onderzoeken en besprekingen. Dit om herhaling in de toekomst te vermijden. De ALARA-benadering van het PORC valideert de volgende punten: • • • • • • • • •

het bepalen van de doelstellingen in verband met ALARA en veiligheidsoptimalisatie; het bepalen van de nodige middelen om de doelstellingen te behalen;

het toewijzen van de functies en verantwoordelijkheden;

de beschrijving van de rol en de functie van het ALARA-proces;

de beschrijving van de organisatie voor stralingsbescherming; het opleidingsbeleid en -programma's;

de KPI’s (Key Performance Indicator, sleutel prestatie-indicatoren); het inplannen van corrigerende maatregelen;

de operationele beperkingen (voornamelijk wat de doses betreft voor de stralingsbeschermingsaspecten) en het toepassen van KPI’s.

Het veiligheidsevaluatiecomité voor de installatie (Plant Safety Assessment Committee; PSAC)

Het veiligheidsevaluatiecomité voor de installatie (PSAC) evalueert periodiek de veiligheid en stelt de balans en trendanalyses op; deze informatie wordt aangeleverd door de KPI's, waarvan

de geldigheid wordt gecontroleerd (in het bijzonder de stralingsbeschermingsaspecten). De taak van dit comité is om te controleren of de doses van zowel het publiek als beroepshalve

blootgestelde werknemers voldoen aan de ALARA-doelstellingen en of deze doelstellingen nog steeds relevant zijn. 12.4.3 Organisatie om stralingsbescherming bij het ontwerp in rekening te brengen Bij de ontwikkeling van het ontwerp werden de best beschikbare technieken en terugkoppeling

van internationale ervaring gebruikt om het ontwerp te optimaliseren. Optimalisering van het

12-6

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

systeem bij de ontwikkeling van het ontwerp wordt beschreven in Hoofdstuk 2 [HS-2].

Hoofdstuk 8 [HS-8] beschrijft het ontwerp en de constructie. De verdere ontwikkeling (van de stralingsbescherming) van dit ontwerp zal worden gebaseerd op de terugkoppeling van ervaringen en risico-analyss om de blootstelling volgens het ALARA-principe te houden. De evolutie van het ontwerp is onderworpen aan een specifieke procedure die het mogelijk maakt om de verschillende wijzigingen te documenteren en te accepteren (voor de QA procedure met betrekking tot ontwerpwijzigingen, zie [R12-5]).

De stralingsbeschermingsaspecten worden in rekening gebracht bij het ontwerp door middel van: • • •

de QA procedure van NIRAS voor de aanpassing van het ontwerp [R12-5]; de kennis van de stralingsbeschermingsconcepten en technieken; de kennis van de algemene ALARA-principes.

De ontwerpkenmerken moeten, wat blootstelling aan straling betreft, voldoen aan het ALARAprincipe. De QA procedure voor de aanpassing van het ontwerp [R12-5] garandeert dat de ontwerp- en veiligheidsdoelstellingen, met inbegrip van de stralingsbeschermingsaspecten

(optimalisatie), niet in negatieve zin worden gewijzigd wanneer een aanpassing wordt voorgesteld (vanaf T(x-1) tot Tx). Dit betekent dat de personen die verantwoordelijk zijn voor

het ontwerp en de veiligheid instemmen met de wijzigingen via een streng gecontroleerd proces. 12.4.4 Algemene strategische exploitatie

aanpak

van

stralingsbescherming

tijdens

Tijdens de exploitatie wordt rekening gehouden met stralingsbescherming door het respecteren

van verschillende fundamentele aspecten om de blootstelling zo laag als redelijkerwijze mogelijk te houden. Die aspecten zijn gericht om de invloed beter te beheersen van stralingsbescherming, door middel van meer kennis (opleiding & informatie), analyses, tests en strikt geformaliseerde processen. 12.4.4.1 Opleiding in stralingsbescherming

Bij aanvang en periodiek zijn opleidingen in stralingsbescherming noodzakelijk om ervoor te zorgen dat alle personen de algemene en specifieke stralingsrisico's kennen, evenals hun verantwoordelijkheid in de oppervlaktebergingsinrichting en naar het publiek toe voor een veilige behandeling van radioactieve materialen zo is iedereen in staat om de individuele blootstelling aan straling ALARA te houden.

Het doel van de opleiding stralingsbescherming is om de juiste methoden aan te leren om te

werken in een radioactieve omgeving en om te gaan met radioactieve stoffen, om de effecten

van straling te begrijpen, om de risico's van beroepshalve blootstelling te verklaren, en de specifieke gevaren die verband houden met werkzaamheden op de site te identificeren. De opleiding omvat: •

Klassikale opleiding over de volgende onderwerpen: o

informatie over de gezondheidseffecten van ioniserende straling;

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-7


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

o

informatie over de dosistempi in de zones van de exploitatie en andere

o

informatie over het gebruik van individuele beschermingsmiddelen en

werkzaamheden plaatsvinden;

monitoring (dosimeters) en over de procedures voor de toegang en het verlaten van de gecontroleerde zone;

Gedetailleerd overzicht van de procedures die worden toegepast in de gecontroleerde

zone, met inbegrip van de bepaling van de dosisdoelstellingen die voor elke taak

specifiek zijn en bepaald werden op basis van de ALARA-studie, tot het vastleggen

van het traject dat moet worden gevolgd in de gecontroleerde zone door de werknemers, het gebruik van specifieke gereedschappen en/of hulpapparatuur, de te ondernemen acties bij het bereiken van de vooraf vastgestelde limieten en in geval van nood (zie eveneens § 12.4.4.5 – Werkvergunning).

• •

Mock-up training die vereist is voor specifieke (niet-routinematige) taken (onderhoud,

herstelling, ...);

Debriefing in een klaslokaal: bij het afronden van een taak wordt er een debriefing georganiseerd om: o

o o •

de daadwerkelijke blootstelling van de werknemers te beoordelen en deze te

vergelijken met de ALARA-doelstellingen met een periodiciteit die past bij het risico voor overschrijding van de verwachte doses.

de oorzaken van de afwijkingen te analyseren, indien relevant.

aanbevelingen te formuleren met betrekking tot de stralingsbescherming voor

toekomstige activiteiten.

Voor het personeel van de dienst stralingsbescherming opleiding en bij- en nascholing

organiseren over het gebruik van stralingsmonitoringtoestellen, de verificatie van deze

toestellen en een goede beoordeling van de te nemen maatregelen bij de werkvoorbereiding, -opvolging en -evaluaties. 12.4.4.2 Risico-analyse en terugkoppeling van ervaring Risico-analyses worden uitgevoerd om de gevaren voor individuen en het milieu tijdens specifieke werkzaamheden, incidenten en ongevallen te identificeren en te analyseren. De terugkoppeling van ervaring kan risico-identificatie en/of corrigerende maatregelen opleveren om de veiligheid tijdens de exploitatie te verbeteren. De terugkoppeling van ervaring

van een goed uitgebate site of van andere installaties en het risico-analyse proces leveren gegevens voor het vervolg van het stralingsprogramma. Een risico-analyse, met inbegrip van het radiologische risico, wordt uitgevoerd met methoden die geschikt zijn voor de situaties. Een HAZID (Hazard Identification = Risico identificatie)

studie werd uitgevoerd bij het ontwerp [OD-130]. Het resultaat van de HAZID is een lijst van aandachtspunten die beschouwd moeten worden tijdens de verschillende fasen van het project, in het bijzonder om de ALARA-principes te garanderen. Een HAZOP (Hazard and Operability study = risico-analyse) of gelijkwaardig zal worden uitgevoerd voor het begin van de bouw. Tijdens de operationele periode beschouwt de radiologische risico-analyse de maximale potentiële radiologische gevolgen, de impact op de operationele preventieve veiligheid (dat wil

12-8

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

zeggen de beoordeling van de overblijvende niveaus van de gelaagde bescherming, de degeneratie van de SSCs

1

...), de impact op de langetermijnveiligheid (SSCs en

veiligheidsfuncties) en ten slotte de kans op voorkomen. Deze risico-analyse zal rekening

houden met indirecte gebeurtenissen veroorzaakt door de initiële gebeurtenis. Dit moet eveneens uitgevoerd worden met inachtname van het optimaliseringsprincipe. 12.4.4.3 ALARA en PMA briefings De PMA briefings worden gehouden op basis van de risico-analyse. Actieve preventie,

monitoring en bescherming of risicobeheersmaatregelen worden beschouwd als essentieel voor

de beveiliging van de werkplek. Technische werkzaamheden zijn het onderwerp van risicoevaluaties met de bedoeling om mogelijke risico's op voorhand te identificeren, maatregelen te

nemen of werkomstandigheden op te leggen om zo incidenten of ongevallen te voorkomen, degeneratie op te volgen en de gevolgen ervan te beperken. 12.4.4.4 De eerste opstart en testen De bedoeling van de opstarttesten zijn er om te garanderen dat de componenten en de uitrusting op een veilige en betrouwbare wijze kunnen worden bediend en niet direct of indirect

een negatieve invloed kunnen hebben op de gezondheid en de veiligheid van werknemers of het publiek, in het bijzonder de bescherming tegen straling. De zekerheid wordt gegeven dat de constructies, systemen en componenten: • •

op gepaste wijze zijn gebouwd en geïnstalleerd;

hun operationele en veiligheidsfuncties vervullen overeenkomstig hun respectievelijke ontwerp basiseisen, met inbegrip van de warme testen om de stralingsniveaus en bijhorende blootstellingstijden bevestigd te zien;

voldoen aan de regelgeving vergunningsspecificaties.

en

vergunningseisen

en

aan

de

geldende

Bijkomende doelstellingen van de opstart- en testactiviteiten zijn het vertrouwd maken van de operators en het technisch personeel met de werking van de bergingsinrichting en te controleren, voor zover mogelijk, dat de bedrijfs- en noodprocedures toereikend zijn [HS-3]: •

de eerste opstartactiviteiten en testen zijn van toepassing op de radiologische

uitrusting, de ingebruikname bij de start van de exploitatie en voor alle andere

activiteiten, zoals aanpassingen, wijzigingen in de configuratie, die leiden tot controles van de configuratie. •

vooraleer de procedures van kracht worden, worden simulaties of koude testen uitgevoerd wanneer mogelijk.

12.4.4.5 De gelaagde stralingsbescherming van de werkvergunningen De werkvergunningen worden beschreven in Hoofdstuk 3 [HS-3]. Deze bevatten een gedeelte met betrekking tot de stralingsbescherming dat goedgekeurd moet worden door de DFC. Dit door de DFC goed te keuren gedeelte is een technisch document dat:



NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-9


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

de bestaande radiologische voorwaarden, en de controles op de stralingsbescherming die moeten worden uitgevoerd, beschrijft die van toepassing zijn bij het uitvoeren van

specifieke werken die werkelijke of potentiële blootstelling van medewerkers aan ioniserende straling of radioactieve stoffen tot gevolg hebben; •

is opgenomen in de werkvergunning, die preventieve en beschermende veiligheid,

radiologische veiligheid, conventionele veiligheid, milieuveiligheid en beveiliging

omvat. Het identificeert alle nodige voorzorgsmaatregelen, zoals procedures,

voorschriften voor persoonlijke beschermingsmiddelen en alle andere speciale behandelingseisen; •

een registratie van het radiologische werk vereist. Dit houdt een voorevaluatie van de

laat nadien een evaluatie van de prestatie toe met betrekking tot de ALARA-eisen;

prestatie in.

levert een registratie voor toepassing in de toekomstige planning van soortgelijke of dezelfde werkzaamheden.

Dit door de DFC goed te keuren gedeelte van de vergunning voor gevaarlijk werk is ook een ALARA-document, dat wil zeggen dat het document wordt gebruikt voor het optimaliseren en bewaken van de doses die opgelopen worden bij interventies. De ramingen van de doses van het ALARA-proces houden rekening met de volgende elementen: •

de beschrijving van de activiteiten worden opgenomen in de werkvergunningen (WP,

de identificatie van de zone/ruimte waarin deze werkzaamheden worden verricht (op

een schatting van het aantal manuren die nodig zijn om de activiteiten die onder de

Work Permit);

basis van berekeningen/metingen van het dosisdebiet);

werkvergunning vallen, uit te voeren; een lijst van uitrusting die gebruikt zal worden (klein gereedschap uitgezonderd).

Voor de bergingsinrichting worden twee categorieën van stralingswerkvergunningen afgeleverd (zie eveneens Hoofdstuk 3): •

Een ‘standaard’-categorie voor werkprocedures die reeds zijn goedgekeurd in

dezelfde vorm door de DFC, dat wil zeggen voor routinematige, goed beheerste en ‘licht werk’ activiteiten. De tussenkomst van de DFC beperkt zich gewoonlijk tot een minimale controle. Deze categorie moet het grootste deel van de werkzaamheden omvatten;

Een categorie voor ‘specifiek werk’ dat niet eerder werd goedgekeurd door de DFC, dat wil zeggen: werk dat voor de eerste maal voorkomt, met een bijzonder en/of relatief hoger risico met betrekking tot de stralingsdoses. Deze categorie moet zo weinig mogelijk van de werkzaamheden omvatten.

Bij incidenten/ongevallen wordt alleen de werkvergunning voor ‘specifiek werk’ gebruikt voor interventies. Voor de gecontroleerde zone waar een incident/ongeval optreedt, worden de ‘standaard’ werkvergunningen ingetrokken totdat de situatie terug geëvolueerd is naar normale bedrijfsomstandigheden.

12-10

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel





12.5.1 Algemene aanpak 12.5.1.1 Controles eigen aan het ontwerp Controles eigen aan het ontwerp worden toegepast om de blootstelling ALARA te houden. Gedurende de operationele fase worden de radionucliden ingesloten door een dubbele barrière, aangepast aan het ontwerp van de monoliet: de immobilisatie/vulmortel en de caisson [HS-7].

Het disfunctioneren van de insluiting wordt gedurende de operationele fase uitgesloten door

een correcte aanvaarding van het afval, toezicht en, indien nodig, door het uitvoeren van

herstellingen. Samengevat, de vrijzetting van radionucliden is beperkt tot de verwachte Rnuitstoot van de betonnen bouwmaterialen [OD-218]. Operators worden beschermd tegen straling door de betonnen afschermingsplaten (30 cm), geplaatst boven op de monolieten [OD-166]. Dit is voornamelijk van belang voor technici die

belast zijn met het onderhoud van de rolbrug en voor de bouwvakkers die belast zijn met het storten van beton bovenaan de afschermingsplaten tijdens het afdichten van de modules. Bezoekers aan de bergingsinrichting worden beschermd tegen straling door de afscherming van

de modulewanden en de betonnen afschermingsplaten. Deze betonnen wanden hebben een

dikte van 70 cm en verminderen de straling (bijvoorbeeld voor 60Co) met ongeveer een factor 1000. De stralingsintensiteit buiten de bergingsmodules wordt voornamelijk bepaald door strooistraling (skyshine effect = reflectie van straling tegen een luchtlaag). De bezoekers

worden op een veilige afstand van de bronterm gehouden door de toegang te beperken tot de bewaakte zone. Speciale voorzorgsmaatregelen worden genomen voor bezoekers (voor professionele redenen) van de gecontroleerde zone. Uitgestippelde routes worden vastgelegd binnen de bezoekbare zones.

De bevolking die in de buurt van de bergingsinrichting woont, wordt eveneens tegen straling

beschermd door de afscherming van de modulewanden en de betonnen afschermingsplaten. Het dosistempo aan de rand van de site is eveneens het gevolg van het skyshine effect. De

afstand tot de bergingsinrichting is 70 m ten noorden van de modules en 100 m in de andere richtingen. De perimeter garandeert dat omwonenden van de bergingsinstallatie op een veilige afstand blijven en dat de dosis die ze mogelijks oplopen onder de dosislimiet blijft [OD-093]. 12.5.1.2 Operationele limieten Om het risico van overschrijding van de voorgeschreven wettelijke grenzen te beperken en de

opgelopen doses door individuen te verminderen, worden vrijwillige secundaire limieten, of operationele limieten, die onder de voorgeschreven wettelijke grenzen en beperkingen liggen,

toegepast. Deze beperkingen zijn de "waarschuwingslimieten" die de aandacht vestigen op de evolutie van de operationele omstandigheden en toelaten acties voor te bereiden om de situatie te optimaliseren. Verschillende strategieën worden beschouwd: • •

een effectieve dosis met bijkomende beperking; een maximale weekdosis.

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-11


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

De definitieve waarden voor de bijkomende beperkingen en de daarop volgende maatregelen maken deel uit van de operationele stralingsbeschermingsstrategie. Als onderdeel van het NIRAS engagement met betrekking tot het ALARA-principe werden dosisbeperkingen opgelegd die strikter zijn dan de wettelijke limieten. Dit om de individuele en collectieve stralingsdoses te helpen beperken. Deze dosisbeperkingen worden administratieve

controleniveaus (Administrative Control Levels - ACL) genoemd. Onderstaande tabel bevat de afgeleide waarden: Tabel 12-1: Administratieve controleniveaus opgelegd voor de bergingsinrichting 









 

 

 









De wetgeving met betrekking tot bezoeken aan de gecontroleerde zone wordt toegepast

(ARBIS). Bezoeken aan de gecontroleerde zone worden zoveel mogelijk vermeden. Een systeem van camera's en beeldschermen biedt een volledig overzicht van de activiteiten in real time aan de bezoekers. Bezoekers die omwille van professionele redenen toelating krijgen om de gecontroleerde zone te betreden moeten de volgende bijkomende eisen vervullen: •

toegang tot de gecontroleerde zone is slechts toegelaten voor professionele redenen of

bezoekers van de gecontroleerde zone moeten hun komst voldoende tijdig

voor het uitvoeren van onderhoud;

aankondigen (te bepalen door de exploitant) om de noodzakelijke veiligheidscontroles mogelijk te maken en om het werkprogramma voor te bereiden.

bezoekers aan de gecontroleerde zone moeten geregistreerd worden.

bezoekers aan de gecontroleerde zone moeten uitleg krijgen over de risico's en de

eten, drinken, roken en het gebruik van cosmetica is niet toegestaan in de

bezoekers aan de gecontroleerde zone moeten een wettelijk erkende dosimeter en een elektronische dosimeter met alarm dragen voor real-time opvolging.

veiligheidsmaatregelen. gecontroleerde zone.

Diegenen die ook werkzaamheden verrichten in de gecontroleerde zone worden beschouwd als

beroepshalve blootgestelde personen en dienen aan bovenvermelde voorwaarden te voldoen en daarenboven het wettelijk verplicht medisch onderzoek te ondergaan. 12.5.1.3 Tijd, afstand, afscherming Het optimaliseringsprincipe

moet

worden toegepast

voor

alle

activiteiten op

de

bergingsinrichting gedurende de operationele periode en na de sluiting. De voorgestelde maatregelen in het kader van de strategie van stralingsbescherming zijn: •

het beperken van de interventietijd in een stralingsveld;

de maximalisatie van de afstand tussen de werknemers, het publiek en de radioactieve

12-12

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

bronnen. Dit houdt het gebruik van afstandsbediende uitrusting in;


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

de afscherming tegen straling.

12.5.2 Radiologische risico's De bergingsinrichting bevat potentiële bronnen van blootstelling aan ioniserende straling. Een

radiologische risico-analyse maakt het mogelijk om de inventaris van deze bronnen vast te

stellen. Verschillende ontwerpen en strategieën (zonering, toezichtsprogramma, ...) werden beschouwd om de stralingsbronnen te beperken, om te beschermen tegen ioniserende straling en om de radioactieve stoffen in te sluiten. Tijdens de operationele fase zijn de stralingsbronnen die in rekening moeten worden genomen, de volgende. 12.5.2.1 Uitwendige bestraling Stralingsbronnen worden ingesloten in de monolieten door de betonnen caisson en door de immobilisatie/vulmortel. Sommige instrumenten zijn nuttig om uitwendige stralingsbronnen te detecteren: • • • • •

draagbare meetinstrumenten; laboratoriuminstrumenten;

besmettingsmonitoren voor het personeel;

statische monitoren (luchtbesmettingsmonitoren); stralingsmeters voor het personeel

12.5.2.2 Oppervlaktebesmetting Vooraleer een monoliet in de outputbuffer van de IPM wordt geplaatst, wordt het oppervlak

van de monoliet op oppervlaktebesmetting gecontroleerd. Bijgevolg zullen enkel monolieten vrij van oppervlaktebesmetting naar de berging getransporteerd worden. De niet-gefixeerde besmetting op de buitenoppervlakken van elke monoliet moet zo laag mogelijk gehouden

worden en onder de standaard transportvoorwaarden. De van toepassing zijnde limieten worden in detail besproken in Hoofdstuk 15 [HS-15]. Het ontwerp van de transportcontainer wordt weergegeven in Hoofdstuk 8 [HS-8]. Het ontwerp is zodanig dat aan de transportvoorschriften wordt voldaan: • •

het maximale dosistempo op contact van de transportcontainer overschrijdt de 2 mSv/h niet; het dosistempo op 2 m van de transportcontainer overschrijdt 0,1 mSv/h niet;

Het dosistempo op contact van elke monoliet moet onder 20 mSv/h liggen. 12.5.2.3 Vloeistoffen Het drainagesysteem wordt in detail beschreven in [OD-166]. Het wordt gebruikt om water op

te vangen dat afkomstig is van eventuele defecten aan het stalen dak en condenswater dat mogelijkewijse in contact is geweest met de modules en de monolieten. Het water afkomstig van het drainagesysteem wordt verzameld in twee reservoirs. Het

waterpeil in de reservoirs wordt automatisch opgevolgd en waterstalen worden genomen om eventuele besmetting te detecteren. Na staalname worden de effluenten (radioactief of niet) afgevoerd naar Belgoprocess (BP) voor verwerking. Als Belgoprocess deze vloeistoffen niet

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-13


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

langer zou kunnen opnemen zal NIRAS hiervoor zelf de nodige installaties voorzien of een

contract afsluiten met derden. Er worden geen vloeibare afvalstoffen rechtstreeks geloosd in het milieu. 12.5.2.4 Luchtbesmetting Luchtbesmetting slaat zowel op de aërosolen als de gasvormige lozingen. Aërosolen worden niet verwacht bij normale exploitatie omstandigheden omdat het categorie A-afval werd (post)geconditioneerd in de monolieten. Aërosolen kunnen alleen bij ernstige ongevallen worden aangetroffen, zoals bijvoorbeeld bij een vliegtuigongeluk.

Twaalf radionucliden kunnen in gasvormige toestand vrijkomen uit het afval. Op basis

van gedetailleerde evaluaties en omwille van hun lage impact, worden deze radionucliden uitgescreend voor gasvormige vrijzetting [HS-14, § 14.4.3 en OD-114]. De radon vindt zijn oorsprong eveneens in de betonnen constructiematerialen op de bergingssite. Radon kan dus gevonden worden in de inspectieruimten en de galerij. De

inspectieruimten zijn zodanig ontworpen dat ze niet toegankelijk zijn voor personen. De inspectiegalerijen zijn uitgerust met: • •

een ventilatiesysteem dat indien nodig een lage concentratiegraad aan radon garandeert. een actief meettoestel voor radon

12.5.3 ALARA tijdens de bouw De modules worden gebouwd door een externe aannemer. De bouwvakkers zijn geen beroepshalve aan straling blootgestelde werknemers en daarom worden de nodige

voorzorgsmaatregelen genomen om voldoende afstand te garanderen, een omheining die

afscherming biedt tussen de bouwvakkers en de operationele modules, zodat de door de bouwvakkers opgelopen dosis voldoet aan dezelfde stralingslimieten als de dosis opgelopen door het grote publiek. Het respecteren van de opgelegde dosislimieten voor de bouwvakkers wordt gecontroleerd tijdens de exploitatie van de bergingsinrichting. 12.5.4 ALARA tijdens normale exploitatie 12.5.4.1 ALARA tijdens exploitatie Tijdens de operationele fase wordt een ALARA-aanpak gevolgd om de opgelopen dosis door de aan straling blootgestelde werknemers en het publiek te beperken, dankzij: •

De algemene technieken beschreven in § 12.4 o

o o o

12-14

verplichte opleiding stralingsbescherming voor de betrokken personen, afhankelijk van de behoeften, aangevuld met extra trainingsprogramma’s gebaseerd op risico-analyses en de terugkoppeling van ervaring;

ALARA & PMA briefings;

verplichte eerste opstartactiviteiten en testen;

implementatie van een strikt systeem van werkvergunning;

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

o

de PORC en PSAC evaluaties;

Aanvullende specifieke operationele praktijken worden verder toegepast om de

ALARA-blootstelling te verbeteren: o

een zonering van de bergingsinrichting op basis van de stralingstempi

o

uitvoeren van stralingscontroles;

o o

(bewaakte en gecontroleerde zones);

het opstellen van verslagen en rapporten om alle gegevens, verzameld tijdens het radiologisch toezicht, bij te houden;

een specifieke stralingsprotocol voor bezoekers en de bescherming van het publiek.

Onvoorziene werkzaamheden tijdens de operationele fase zijn ook het onderwerp van ALARA-overwegingen. Dit wordt uitgevoerd volgens systematische geformaliseerde ALARAanalyse procedures die risico-identificatie, analyse en beoordeling, voorspelling van doses en

matigende maatregelingen, toezicht houden op de doses tijdens exploitatie en post-operationele evaluaties, evenals operationele limieten en voorwaarden impliceren. Zonering van de bergingsinrichting De definitie van bewaakte en gecontroleerde zone wordt gegeven door het ARBIS. De zones in de bergingsinstallatie worden gedefinieerd door de bijhorende dosistempi. De zonering wordt verder uitgewerkt in § 12.6.4. Uitvoeren van stralingscontroles De stralingscontrole is in overeenstemming met de controle-eisen van [R12-1]. Stralingscontrole omvat het uitvoeren van dosistempi metingen, radioactieve besmetting, of radioactieve luchtbesmetting, afhankelijk van het gebied of het onderwerp dat wordt

gecontroleerd. De radiologische gegevens die deze stralingscontroles genereren, worden gebruikt bij de planning en de uitvoering van radiologische werken en bij de uitvoering van de

ALARA-principes. Deze controles worden ook gebruikt om de juiste posten, barrières, en werkcontroles te bepalen of te verifiëren en om veranderende radiologische omstandigheden te

documenteren, te bewaken en te traceren. Metingen buiten de bewaakte en gecontroleerde zones worden ook uitgevoerd om de bevestiging te verkrijgen van de afwezigheid van radioactieve besmetting en om de bevestiging te verkrijgen dat de stralingsdoses niet hoger liggen dan de achtergrondstraling of de voorspelde niveaus. Stralingscontroles worden uitgevoerd om de grootte en de omvang van dosistempi te

karakteriseren voor radiologische werkzaamheden in de bergingsinstallatie, voor algemene en

specifieke zones en op materiaal en uitrusting. De karakterisering van de dosistempi omvatten

algemene metingen in een zone, metingen op werkposten, metingen op contact en op bepaalde afstanden van de oppervlakken in functie van de te verrichten werkzaamheden en van de van toepassing zijnde regelgeving.

Bij normale exploitatie is de site besmettingsvrij. In geval van incidenten worden controles op het personeel uitgevoerd om eventuele transferabele besmetting te detecteren en om te vermijden dat de besmetting wordt verspreid naar besmettingsvrije zones.

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-15


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Controles op luchtbesmetting worden uitgevoerd in zones waar er personeel potentieel aan luchtbesmetting kan worden blootgesteld. Radioactieve besmettingscontroles op materialen en uitrusting kunnen uitgevoerd worden in

bepaalde zones, om eventuele radioactieve besmetting te identificeren en om te vermijden dat het wordt verspreid. Verslagen en rapporten Gedurende de gehele levensduur van de bergingsinstallatie zullen alle gegevens afkomstig van het toezicht terug te vinden zijn. Zie Hoofdstuk 3 [HS-3], Hoofdstuk 9 [HS-9] en Hoofdstuk 16 [HS-16] voor verdere details. 12.5.4.2 ALARA tijdens onderhoud en herstelling Inspectie en onderhoud van het wagentje Onderhoud en herstelling van de wagentjes wordt uitgevoerd in de garage, uit de buurt van de

belangrijkste spoorlijnen, waardoor de exploitatie kan worden voortgezet want er is een reservewagentje (en bijbehorende transportcontainer) beschikbaar. Elk wagentje is uitgerust met een automatisch koppelsysteem. Hierdoor kan een defect wagentje (elektrische of mechanische storing) voor herstelling naar een veilige positie worden

getrokken of geduwd door een ander wagentje. Voor elk defect moet nagegaan worden of een ontsporing, als een gevolg van het defect, mogelijk is. Bij ontsporing van een wagentje moeten

interventietechnici het wagentje immers naderen en het herpositioneren op de rails of het verplaatsen naar een veilige positie. Het stralingsrisico voor de interventietechniekers, als

gevolg van de monoliet die zich in het wagentje bevindt, is beperkt dankzij de transportcontainer (bijkomende afscherming). Onderhoudswerkzaamheden aan de rolbrug Onderhoudswerkzaamheden zullen tezelfdertijd aan beide rolbruggen worden uitgevoerd om

het ALARA-principe te respecteren (geen onafgeschermde monolieten nabij personen) en om het vullen van de vier modules synchroon te laten lopen (hetzelfde aantal monolieten in elke module). Tevens moet het onderhoud en de herstelling aan de rolbrug worden uitgevoerd boven de

ontlaadzone, waar de afstand tot beide aanpalende modules maximaal is. Dit om de opgelopen doses door de personen die deze taak uitvoeren, te beperken. Tijdens het uitlijnen van de rolbrug wordt er geen monoliet getransporteerd opdat geen directe blootstelling zou optreden. Inspectie en onderhoud van de grijper worden uitgevoerd. Deze taak kan uitgevoerd worden in de ontlaadzone, op grondniveau tussen de modules, waar de dosistempi beperkt zijn. Onderhoud aan het drainagesysteem Sommige inspectietaken worden uitgevoerd in de inspectiegalerij en in de collector die zich op het einde van de galerij bevindt. Het grootste risico voor de personen die de inspectiegalerij betreden, om onderhoud uit te voeren aan het drainagesysteem, is het inhaleren van de vrijgekomen radon. Radon wordt

12-16

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

afgegeven door de gebruikte constructiematerialen (beton). De radonconcentratie wordt onder controle gehouden door natuurlijke ventilatie van de inspectiegalerij. Een studie toont aan dat

de radonconcentratie in de galerij geen enkel risico oplevert voor de werknemers [OD-218]. Bovendien zijn werkzaamheden in deze zone van de bergingsinstallatie eveneens beperkt. Indien nodig kan de galerij geventileerd worden. Overige geplande onderhouds- en herstelwerkzaamheden Andere onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met specifieke voorgedefinieerde ALARA-procedures die eerder werden goedgekeurd door de DFC. 12.5.5 ALARA tijdens de afdichtingswerkzaamheden van de modules De gevulde modules worden afgedekt door een structurele topplaat. Het dosistempo van een gevulde module, afgedekt met 40 cm beton, is ongeveer een factor 10 lager dan bij een nietafgedekte module [OD-093]. Een evaluatie van de doeltreffendheid van de afscherming wordt uitgevoerd op het einde van de opvulfase van de modules door dosistempo-metingen. Dit om te verzekeren dat de personen,

die als taak hebben om het beton te storten gedurende de afdichtingswerkzaamheden, beschermd worden tegen straling door de afschermingsplaten en door het bepalen van de maximale verblijftijd bovenop de afschermingsplaten.

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-17


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel





12.6.1 Uitrusting en ontwerpkenmerken van de bergingsinstallatie die bijdragen tot het ALARA-principe De ontwerpkenmerken die de blootstelling ALARA houden worden hierna besproken: Maatregelen in de bergingsinstallatie. De bergingszone waarvan de toegang wordt beheerd

om personen te beschermen tegen blootstelling aan straling en/of radioactieve stoffen, wordt geïdentificeerd als gecontroleerde zone. Deze zones zijn doorgaans gescheiden van andere operationele zones door fysieke barrières (bijvoorbeeld deuren, hekwerk en poorten) en tekens

die opvallend zijn geplaatst met ten minste een zichtbaar teken aan elk toegangspunt op de grens van de aangeduide zone. De inspectiegalerij. De inspectiegalerij is gelegen tussen twee rijen modules en is gerealiseerd in gewapend beton. Elke inspectieruimte is voorzien van een passief drainagesysteem en een funderingsplaat met een constante helling naar de centrale inspectiegalerij. Toegangscontrole en personeelstrajecten worden aangeduid in de installatie om de mogelijke verspreiding van besmetting te beperken en om de blootstelling van het personeel aan straling te beperken.

Manutentiewerktuigen voor het afval: Kranen, heftoestellen, enz. die gebruikt worden om monolieten te verplaatsen zijn ontworpen om de kans op een val te beperken die kunnen

resulteren in een radiologische besmetting. Manutentiewerktuigen voor het afval hebben

gladde, reinigbare oppervlakken waarbij spleten en hoeken, waar praktisch mogelijk, worden geminimaliseerd of geëlimineerd. Mechanische manutentiewerktuigen zijn ontworpen om eenvoudig te kunnen worden vervangen, ontsmet en/of hersteld. Instrumenten: Stralingsmonitoringstoestellen en andere apparatuur die zich in zones bevinden met een mogelijk hoger stralingsniveau zijn ontworpen om eenvoudig verwijderd te kunnen

worden om ze naar een zone te verplaatsen met een lagere achtergrondstraling opdat kalibratie of herstelling kan uitgevoerd worden. Andere apparatuur dan de stralingsmonitoringstoestellen,

zoals instrumentatie en bedieningstoestellen voor andere systemen en componenten, worden in de zones geplaatst zo ver mogelijk verwijderd van mogelijke radioactieve stoffen. Ventilatie: De radonconcentratie wordt onder controle gehouden door natuurlijke en/of geforceerde ventilatie van de inspectiegalerij. Afscherming: Categorie A-afval bevat radioactieve gammastraling uitzenden, wat gepaste afscherming vereist.

afvalstoffen

die

hoofdzakelijk

12.6.2 Operationele afschermpraktijken Operationele praktijken die bijdragen aan het ALARA-principe gedurende normale exploitatie worden hierna behandeld: Het gebruik van de monoliet om afval te bergen Het radioactief afval wordt in een caisson geplaatst en gecementeerd om een monoliet te

vormen. Het gebruiken van monolieten heeft het voordeel dat het risico op besmetting beperkt

is. Besmettingsmetingen zullen uitgevoerd worden op de monolieten in de IPM. De monolieten

12-18

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

bezitten ook een verhoogde structurele integriteit waardoor het risico van besmetting bij incidenten verkleint. Verder vermindert het gebruik van betonnen caissons de dosisniveaus. Gebruik van een afgeschermde transportcontainer en afstandsbediening De monolieten, geproduceerd of ontvangen in de IPM, worden vervoerd naar de bergingsmodules

binnen

de

bergingsinrichting

door

middel

van

afgeschermde

transportwagentjes. De transportwagens zijn afstandsbediend: de operatoren blijven in de controlekamer tijdens de exploitatie. De afgeschermde transportcontainers worden voorzien van de nodige apparatuur om geopend te worden via afstandsbediening. Toegang

tot

de

gecontroleerde

zone

is

normaal

enkel

voorbehouden

voor

het

interventiepersoneel. Een waarschuwingslicht in de ruimte of in het gebouw dat toegang biedt tot de gecontroleerde zone geeft aan wanneer monolieten worden vervoerd op de site. Het toepassen van afschermingplaten en afstandsbediening Elke monoliet die in de bergingsmodule van de bergingsinrichting wordt geplaatst, wordt uit de

transportcontainer van het transportwagentje over de modulewand gelicht en in de

voorgedefinieerde doelpositie van de bergingsmodule gebracht. De rolbrug wordt tijdens de exploitatie vanuit de controlekamer afstandsbediend, opdat verzekerd wordt dat de operators op een veilige afstand van de monolieten blijven.

Elke stapel monolieten is afgedekt door een 30 cm betonnen afschermingsplaat, die verwijderd moet worden voor het plaatsen van de monoliet en opnieuw geplaatst moet worden op de

nieuwe monoliet juist nadat deze werd geplaatst. De afschermingsplaten verzekeren dat de stralingsdosisniveaus in de omgeving ALARA blijven. Vanuit stralingsbeschermingsoogpunt zullen de monolieten onmiddellijk geplaatst worden in de voorbestemde module, dit wil zeggen dat de monolieten niet langer dan twaalf minuten boven de module mogen hangen [OD-165]. Zelfafscherming door een specifieke opvulstrategie voor de module Een geschikte opvulstrategie voor de modules is voorzien. De opvulstrategie voor de module draagt bij tot ALARA [HS-9 §9.3.4; OD-047]: •

beperken van het aantal modules dat simultaan wordt gevuld;

de minder stralende monolieten zullen zo snel als mogelijk geplaatst worden rond en

er zullen geen monolieten met hoge dosistempi geplaatst worden in de bovenste laag

plaats de sterkst stralende monolieten in het midden van de modules (niet langs de

• •

de sterkst stralende monolieten worden centraal in de modules geplaatst; zo snel mogelijk na het vullen, wordt de betonnen topplaat geplaatst (per 4 modules).

op de meest stralende monolieten; van de modules [OD-093]; wanden van de modules);

12.6.3 Ventilatie Het natuurlijk voorkomend radium dat in het betonnen materiaal aanwezig is, is een constante

bron van radonproductie. Daarom moet de verspreiding van radon van de bovengrondse

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-19


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

berging binnen een toegelaten limiet zorgvuldig gecontroleerd worden. De voorlopige onderzoeken over verspreiding van natuurlijke radon afkomstig van de oppervlakteberging

werden uitgevoerd [OD-218]. Deze studie toont aan dat de radonconcentratie onder controle

wordt gehouden door natuurlijke ventilatie van de inspectiegalerij. Indien nodig kan het

systeem van gedwongen ventilatie worden gestart om een lage radonconcentratie te waarborgen [HS-8 §8.5; OD-166]. 12.6.4 Zonering en toegang 12.6.4.1 Zonering van de bergingsinrichting De definitie van bewaakte en gecontroleerde zone wordt gegeven door het ARBIS. De zones worden gedefinieerd door dosistempo niveaus: • •

in de bewaakte zone zal de dosis lager zijn dan 6 mSv/jaar; in de gecontroleerde zone kan de dosis hoger zijn dan 6 mSv/jaar.

In de bergingsinrichting worden de volgende zones gedefinieerd [OD-096]: •

een vrije zone (witte zone) waar het dosistempo kleiner moet zijn dan 5 µSv/h;

een bewaakte zone (groene zone) waar het dosistempo kleiner moet zijn dan 10

een gecontroleerde zone die onderverdeeld is in stralingszones (gebaseerd op de stralingsrisico's).

µSv/h. Deze zone wordt niet gebruikt voor de opslag of het transport van monolieten;

De gecontroleerde zone bestaat uit drie stralingszones: •

een gele zone waar het dosistempo kleiner moet zijn dan 25 µSv/h. Dit is de zone waar de monolieten tijdelijk langskomen in een transportcontainer of zones zoals de inspectiegalerij;

een oranje zone (dosistempo < 250µSv/h). Deze zone maakt het mogelijk om de

nabijheid van stralingsbronnen te materialiseren voor ALARA-aspecten en bestaat voornamelijk uit de aangrenzende modules van de vier modules die worden gevuld (deze laatste behoren tot de rode zone). Bij normale exploitatie, vinden er geen standaardwerkzaamheden (in de zin van § 12.4.4.5) plaats in de oranje zone;

een rode zone (dosistempo < 250 µSv/h), waar de monolieten worden opgeslagen of een zone die zich potentieel in het directe stralingsveld van de monolieten bevindt.

De schematische zonering van de bergingsinstallatie is als volgt [OD-096]:

12-20

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Figuur 12-1: Operationele en dosislimieten van de verschillende zones van de bergingsinstallatie.

Binnen de bergingsinstallatie worden de oranje en rode zones hoofdzakelijk bepaald door logistieke aspecten. Daar de dosistempi relatief laag zijn, in vergelijking met de limieten opgelegd door het ARBIS, voldoet de voorgestelde zonering volledig aan de ARBIS-eisen. Meer in detail, de site lay-outs zijn verschillend, afhankelijk van de volgende vijf operationele fasen [OD-096] (zie Hoofdstuk 13): • •

in de eerste constructiefase wordt de eerste reeks modules (bijvoorbeeld 8) aangelegd,

evenals het administratief gebouw en de andere bijgebouwen op de site.

in de tweede constructiefase worden de overige modules van de eerste reeks van 20 modules gebouwd, terwijl de exploitatie van de berging reeds kan starten in de eerste

set van 2 x 2 modules2 (eerste operationele fase; zie Figuur 12-3: Zonering van twee modules gedurende de opvulling.Figuur 12-3):

                  

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-21


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Figuur 12-2: 1ste operationele fase (voorbeeld voor 8 modules in de eerste set) [OD-096].

Figuur 12-3: Zonering van twee modules gedurende de opvulling.

Figuur 12-4: Zonering van twee lege modules, aanliggend aan de modules tijdens de opvulling.

Figuur 12-5: Zonering van twee lege modules.

12-22ď&#x20AC;&#x2030;

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

â&#x20AC;˘

in de derde constructiefase worden de eerste modules van de tweede eenheid van 14 modules gebouwd terwijl de exploitatie van de berging verder loopt in de modules van de eerste eenheid van 20 modules (tweede operationele fase):

Figuur 12-6: 2de operationele fase [OD-096].

Figuur 12-7: Zonering van twee gesloten modules, aanliggend aan de modules tijdens de opvulling.

Figuur 12-8: Zonering van twee gesloten modules, aanliggend aan de gesloten modules.

â&#x20AC;˘

in de vierde en laatste constructiefase worden de laatste modules van de tweede

eenheid met 14 modules gebouwd terwijl de exploitatie van de berging verder loopt in de modules van deze tweede eenheid van 14 modules (derde operationele fase);

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012ď&#x20AC;&#x2030;

12-23


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Figuur 12-9: 3de operationele fase (voorbeeld voor de 10 modules in de eerste set van de tweede eenheid) [OD-096].

in de vierde operationele fase loopt de exploitatie van de berging verder in de laatste modules van de tweede eenheid van 2 x 7 modules:

Figuur 12-10: 4de operationele fase [OD-096].

de vijfde operationele fase is de situatie na het aanleggen van de twee tumuli:

Figuur 12-11: 5de operationele fase [OD-096].

12.6.4.2 Toegang tot de verschillende zones Poorten en toegangscontrole zijn op de site voorzien om eventuele ongeoorloofde toegang tot

het terrein te voorkomen. De toegang tot elke zone is mogelijk voor geautoriseerde personen

12-24

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

via het administratief gebouw (gele zone) en voor geautoriseerde voertuigen. Deze voertuigen

rijden rechtstreeks door naar de bewaakte zone (en dan eventueel naar de gecontroleerde zone) na controle van hun toegangsrechten. Beide toegangswegen staan afgebeeld in Figuur 12-12:

Figuur 12-12: De toegang tot de nucleaire zones tijdens de eerste operationele fase gebeurt via het administratief gebouw [OD-168].

Werkzaamheden in de oranje of rode zones (zoals gedefinieerd in [OD-096]) behoeven de

interventie van een stralingsbeschermingsagent (RP agent) die het dosistempo controleert in de werkzone vooraleer de operators beginnen te werken [OD-058]. Het plaatsen van een monoliet in een module gebeurt bij normale operatie op afsand [HS-9 §9.3].

Toegang tot de gecontroleerde zone wordt geregistreerd en gecontroleerd. Binnen de

gecontroleerde zone moeten de werknemers een wettelijk goedgekeurde passieve dosimeter en een elektronische dosimeter met alarm dragen. Het dragen van dosimeters is vereist om beroepshalve blootstelling van werknemers aan externe radioactieve straling te meten. Gepaste kledij moet in deze zones gedragen worden [OD-096]. Het volgende diagram toont de overgangsmodaliteiten tussen de verschillende zones:

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012ď&#x20AC;&#x2030;

12-25


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Figuur 12-13: Overgangsmodaliteiten tussen de verschillende zones in de bergingsinstallatie.

12.6.5 Radiologische monitoring Vanuit radiologisch oogpunt worden drie soorten controles onderscheiden: • • •

individuele monitoring;

operationele monitoring; omgevingstoezicht.

Deze paragraaf heeft alleen betrekking op de ‘Individuele monitoring’. De andere vormen van radiologische controle worden besproken in Hoofdstuk 16 ‘Monitoring’ [HS-16]. Individuele monitoring is het meten van de stralingsdoses ontvangen door individuen tijdens

werkzaamheden of bezoeken aan de bergingsinstallatie. Individuele monitoring kan ook worden gebruikt om de efficiëntie van de stralingscontrole praktijken op de werkplek te

controleren. Het wordt ook gebruikt om veranderingen op de werkplek op te sporen, werkwijzen te identificeren die doses beperken en informatie verstrekken in het geval van blootstelling bij ongevallen. Individuele monitoring omvat zowel de externe als de interne blootstelling.

In normale omstandigheden is de belangrijkste blootstellingsweg externe bestraling (direct of indirect via sky shine = luchtreflectie). De door een individu ontvangen dosis ten gevolge van

12-26

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

uitwendige stralingsbronnen worden meestal gemeten door een daarvoor voorziene persoonlijke dosimeter die door het individu wordt gedragen. Aangenomen wordt dat de

dosimeter een representatieve meting van de straling registreert die door het lichaam van het individu is geabsorbeerd. De dosimeter moet worden gedragen tijdens periodes van mogelijke blootstelling. Dit om de individuele cumulatieve dosis te registreren.

Blootstellingswegen als inhalatie, huidbesmetting en ingestie worden voorkomen door maatregelen met betrekking tot (i) de afvalstoffen en de monoliet (bijv. het vermijden van

besmetting, het vermijden van de uitstoot van radioactieve gassen), (ii) de bergingsinstallatie (bijvoorbeeld het vermijden van besmetting buiten het drainagesysteem, vermijden van radoninhalatie door ventilatie van de inspectiegalerie) en (iii) de bergingssite (bijvoorbeeld de beperkingen van een gecontroleerde zone). Al deze passieve maatregelen verminderen de kans op inwendige blootstelling tot een minimum en er worden geen maatregelen met betrekking tot individuele controle opgelegd.

Specifiek bestaat deze individuele monitoring op de bergingsinstallatie dus uit toestellen die in staat zijn om de individuele externe dosistempi te monitoren. De toestellen, bedoeld om te worden gedragen door een individu voor de beoordeling van de equivalente dosis, zijn: • •

integrerende dosimeters; onmiddellijk afleesbare actieve dosimeters.

Beide dosimeters worden goedgekeurd door de autoriteiten, zodat ze geschikt zijn voor dosimetrische doeleinden. Ook de dienst externe dosimetrie dient te worden goedgekeurd door de autoriteiten en dit in overeenstemming met het Koninklijk Besluit van 01/07/08 "Erkenning Diensten Externe Dosimetrie". De actieve dosimeters zullen worden opgenomen in een dosisopvolgingssysteem. Dit systeem controleert voorafgaand aan de afgifte van de actieve dosimeter of de persoon voldoet aan de

toelatingseisen wat stralingsbescherming betreft. De dosimeter geeft een visuele indicatie van

de geaccumuleerde dosis en is ingesteld om het individu te waarschuwen indien de

cumulatieve dosis of het dosistempo bij het uitvoeren van een taak vooraf bepaalde controleniveaus overschrijdt. Er zal uitrusting beschikbaar zijn om metingen op huidbesmetting uit te voeren bij incidenten of ongevallen: •

een personenbesmettingsmonitor voor het meten van handen (palm en rug), voeten en eventueel kledij van individuen.

Deze apparatuur (voor bijvoorbeeld het meten van doses en huidbesmetting) heeft de vereiste

eigenschappen (detectielimieten, gevoeligheid, meetbereik) om de soorten straling die personen zullen tegenkomen tijdens hun verblijf op de bergingsinstallatie te meten en de apparatuur zal op regelmatige basis gekalibreerd worden.

De toegangsmodaliteiten voor een individu met betrekking tot de individuele monitoring is afhankelijk van (i) de zone waartoe toegang wordt verleend en (ii) hun toegangsstatus.

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-27


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Vier toegangsstatussen worden onderscheiden (zie Tabel 12-1): •

personeel van de bergingsinstallatie: omvat het personeel van de bergingsinstallatie,

maar eveneens het personeel van de (onder)aannemer, dat voortdurend of op regelmatige basis op de bergingsinstallatie wordt tewerkgesteld.

personeel van de (onder)aannemer: omvat het personeel van de aannemer dat op de

bergingssite wordt tewerkgesteld voor specifieke weerkerende of eenmalige werkzaamheden van korte duur, bijvoorbeeld onderhoud van de rolbrug, monitoringswerkzaamheden, ...

personeel van leveranciers: Betreden enkel de bergingssite met het doel om bepaalde

goederen te bevoorraden (laden en lossen). Het principe van leveren en vertrekken wordt gehanteerd.

bezoekers: Bezoekers (bijvoorbeeld begeleid bezoek, technisch bezoek voor leden van

gelijkaardige installaties, ... ) zullen steeds vergezeld zijn van een personeelslid verbonden aan de bergingsinstallatie.

Tabel 12-1: Tabel met de toegangsmodaliteiten voor een individu met betrekking tot individuele monitoring met betrekking tot de zones tot dewelke toegang wordt verschaft en hun toegangsstatus. Toegangsstatus Zone

bergingsinstallatie (Onder)Aannemer

Leverancier

Bezoekers

Personeelsleden

Personeelsleden

Personeelsleden

Witte zone

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Groene zone

ID; AD

ID

n.v.t.

n.a. (*)

Gele zone

ID; AD

ID; AD

AD

AD (**)

Oranje/Rode zone

ID; AD

ID; AD

a.p.

ID; AD

n.v.t.

(Not Applicable) Niet van toepassing

a.p.

(Access Prohibited) Toegang verboden

ID

(Integrating Dosimeter) Integrerende dosimeter

AD

(Direct Reading Active Dosimeter) Onmiddellijk afleesbare dosimeter

(*) De ontvangen dosis van het begeleidend personeelslid van de bergingsinstallatie kan gekoppeld worden aan de bezoekers. (**) Een actieve dosimeter per vijf bezoekers. De ontvangen dosis door de verschillende dosimeters kan gekoppeld worden aan de andere bezoekers. Opmerking 1: Onmiddellijk afleesbare dosimeters of integrerende dosimeters worden ook toegepast wanneer dit vereist is door een werkvergunning. Eveneens vanuit het voorzorgsprincipe is het belangrijk aan de ingang/uitgang van de site een stralingsmeetportiek voor voertuigen te voorzien.

12-28

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Bron: IAEA, Practical Radiation Technical Manual, Individual monitoring, ref. IAEA-PRTM-2 (rev.1) 12.6.6 Afschermingpraktijken Deze paragraaf vat de stralingsbeschermingsmaatregelen (fysische en organisatorische middelen) samen, die genomen worden tijdens de exploitatie van de bergingsinstallatie om de blootstelling ALARA te houden. Onder alle omstandigheden wordt voldaan aan stralingsbeschermingsprogramma door te verzekeren dat:

de

doelstellingen

van

het

Toegangscontrole en signalisatie worden ingezet om rechtstreekse blootstelling aan

Het ontwerp van insluiting en afscherming beperkt de kans op interne en externe

Het personeel volgt opleiding op het vlak van stralingsbescherming, aangepast aan

Toegangs- en uitgangscontrole en radiologisch toezicht worden uitgevoerd op

straling van personeel van de bergingsinstallatie te beperken; blootstelling tijdens normale exploitatie; hun werkzaamheden; personeel

en

uitrusting

om

verspreiding

behandelingsactiviteiten van het afval te vermijden;

Een

ademhalingsbeschermingsprogramma

is

besmetting

bij

de

geïmplementeerd

en

ademhalingsbeschermingsuitrusting zal worden gebruikt gedurende abnormale werkzaamheden

waarbij

personeel

kan

oppervlaktebesmetting en/of luchtbesmetting; •

van

worden

blootgesteld

aan

hoge

Instrumenten en apparatuur om straling of radioactieve stoffen te detecteren, worden geselecteerd zodat nauwkeurige stralings-, besmettings- en luchtbesmettingsmetingen

kunnen worden uitgevoerd. Dit betekent, naast andere aspecten, dat detectielimieten,

gevoeligheid en meetbereik van de instrumentatie geschikt zijn voor de overeenstemmende verwachte waarden in de werkzones;

Radiologische werkprocedures en instructies bevatten een ALARA-toetsing voor

aanvang van de werkzaamheden, voor taken waarvan wordt verwacht dat de straling en/of radioactieve besmetting op de site de limieten zullen overschrijden;

Dosimetrie toestellen worden ter beschikking gesteld van het personeel en zijn

geschikt voor het werk dat wordt verricht. Registratie van stralingsdoses wordt uitgevoerd;

Het management dat verantwoordelijk is voor de stralingsbescherming wordt in

Elke werknemer heeft de bevoegdheid om te stoppen met radiologische werken als er

Operationeel

kennis gesteld van alle ongewone of onverwachte radiologische omstandigheden;

bewijzen zijn dat er roekeloos wordt omgesprongen met radiologische controles; en

omgevingstoezicht

en/of

een

bemonsteringsprogramma

is

operationeel om een uitstoot naar het milieu toe te detecteren, en om te controleren of uitstoot van de installatie tot een minimum beperkt wordt. De detectielimieten en de

operationele procedures voor de instrumenten (spectrometers ...) die gebruikt worden om de verhoogde activiteit in de milieublootstellingswegen te meten, voldoen aan een effectieve dosis van 300 µSv/jaar voor het publiek;

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-29


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Het radiologische controleprogramma wordt uitgevoerd in overeenstemming met de geschreven en goedgekeurde procedures.

De items die belangrijk zijn bij normale uitbating en bij incidenten/accidenten zijn het wagentje, het transport tussen de IPM en de berginginstallatie en de rolbrug. Een HAZOP-studie (Hazard and Operability Study = risico-analyse) of gelijkwaardig zal worden uitgevoerd om de problemen, die risico's kunnen vormen voor het personeel en materieel, of een efficiënte werking verhinderen, te identificeren en te evalueren.

De organisatorische maatregelen die bijdragen tot het ALARA-principe onder normale omstandigheden worden uitgewerkt in de volgende paragrafen. De belangrijkste maatregelen worden hieronder samengevat: • • •

opleiding in stralingsbescherming; werkvergunningen;

een zoneringsstrategie;

monitoring voorafgaand aan toegang (stralingscontrole, individuele dosismonitoring,

• •

toegangs- en dosiscontrole; PMA analyses.

luchtbemonstering en analyse);

12.6.7 Organisatorische maatregelen die bijdragen tot het ALARA-principe bij een incident of ongeval 12.6.7.1 Programma in geval van een incident De organisatorische maatregelen die bijdragen tot het ALARA-principe in geval van een

incident komen overeen met de organisatorische maatregelen tijdens de normale operaties. De bijsturende maatregelen die moeten worden toegepast in geval van een incident worden in detail beschreven in §12.6.7.3 12.6.7.2 Programma in geval van een ongeluk De organisatorische maatregelen die bijdragen tot het ALARA-principe bij een ongeval omvatten het volgende: • • • •

on-site en off-site noodplannen;

monitoring van de interventiewerkers en de effecten van de interventie; toegangs- en dosiscontrole; PMA analyse.

12.6.7.3 Maatregelen om incidenten en ongevallen te voorkomen Acties en de nodige uitrusting voorzien om incidenten en ongevallen te voorkomen: •

12-30

Herstel- en interventie-uitrusting:

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

o

Funderingsplaat en ondersteunende plaat (inspectieruimten). De twee

bodemplaten (de funderingsplaat en de ondersteunde plaat) van een module vormen een controleruimte die alleen toegankelijk is via afstandsbediende

robots. De inspectieruimten vormen een controleruimte die op drie plaatsen verbonden is met de inspectiegalerij. De verbinding bestaat uit kleine openingen voor de doorgang van een inspectierobot. In geval van accidentele

omstandigheden (bijvoorbeeld het lekken van het bufferreservoir), wordt het potentieel aanwezige water op de vloer van de inspectiegalerij en in het

watercollecteergebouw verzameld waardoor controle kan worden uitgevoerd o o

wat resulteert in ofwel vrijgave of verdere behandeling;

Onderhoud en herstelling kunnen worden uitgevoerd in een speciale onderhoudszone uit de buurt van de bergingsmodules;

Gebruik van takels en kabels bij ontsporing van een wagentje. Bij

ontsporing van een wagentje moeten interventietechniekers het wagentje naderen en het herpositioneren op de rails of het verplaatsen naar een veilige positie. De monoliet in het wagentje kan een stralingsrisico inhouden voor de

interventieploeg die het wagentje verplaatst op de rails. Daarom zijn ankerpunten voorzien op het wagentje om de trekinrichting en kabels aan te o

bevestigen zodat het wagentje manueel verplaatst kan worden [OD-165];

Het gebruik van takels en kabels bij defect van de rolbrug.

Overeenkomstig de ALARA-principes wordt de rolbrug manueel verplaatst

bij defect via een trekinrichting en kabels die bevestigd worden aan ankerpunten [OD-165]. Dit wordt uitgevoerd als het om een belangrijk defect

van de rolbrug gaat of als de dosis die door het personeel wordt opgelopen dit oplegt. Storingen kunnen manuele corrigerende maatregelen op het

brugplatform vereisen. Daarom moet de stralingsintensiteit ter hoogte van de

rolbrug beperkt blijven (o.a. door afschermingsplaten, verplaatsing van de o o

rolbrug);

Ademhalingsuitrusting; Brand.

Brandpreventie-

en

brandbestrijdingsmaatregelen

worden

geĂŻmplementeerd om het risico van een ongeval, dat tot de uitstoot van

radioactieve stoffen kan leiden, te beperken. Vlotte toegang voor

brandbestrijdingsmiddelen en de ontwikkeling van specifieke procedures zijn

â&#x20AC;˘

voorzien. Uitvoeren van herstellingen.

De PMA-analyse is erop gericht om incidenten en ongevallen te verhelpen. Bij nonconformiteiten moeten de acties worden opgevolgd. Tijdens de exploitatie worden de uitrusting en de materialen, die van essentieel belang zijn om in te zetten bij incidenten of ongevallen, beschikbaar gehouden. Deze uitrusting en materialen zijn onderworpen aan controles. Ademhalingsbescherming is beschikbaar op de bergingssite en omvat ademhalingsapparatuur

met luchtflessen, integrale beschermpakken met luchttoevoer en gasmaskers met filters die

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012ď&#x20AC;&#x2030;

12-31


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

deeltjes of gassen uitfilteren. Enkel ademhalingsapparatuur met luchtflessen mag worden gebruikt in toxische of zuurstofarme atmosferen. Werknemers voor dewelke de kans bestaat dat ze ademhalingsbescherming moeten dragen,

moeten deelnemen aan een trainingsprogramma voor het kunnen gebruiken van de uitrusting tijdens normale, abnormale en noodsituaties. Deze personen zijn getraind om deze uitrusting te

dragen wanneer vereist en worden onderworpen aan een speciaal medisch onderzoek om erover te waken dat deze personen medisch geschikt zijn voor het dragen van deze toestellen. 12.6.8 Programma om de initiatie van incidenten en ongevallen te voorkomen De organisatorische maatregelen om de initiatie van incidenten en ongevallen te voorkomen zijn de volgende: • •

(Preventieve) onderhoudswerkzaamheden;

radiologische monitoring voorafgaand aan de toegang van werknemers en bezoekers: o o o

stralingstoezicht;

monitoring van het dosistempo; luchtbemonstering en analyse;

toezicht:

klassieke brandpreventiemaatregelen (bijvoorbeeld het beperken van brandbare

• •

implementeren van een zoneringsstrategie; PMA analyses.

o

testen tijdens de bouw van de modules en de productie van de monolieten;

materialen en apparatuur);

12.6.9 Programma om het begin van incidenten en ongevallen op te sporen De organisatorische maatregelen om de initiatie van incidenten en ongevallen op te sporen zijn de volgende: •

controle voor, tijdens en na de toegang van werknemers en bezoekers: o o o

• •

stralingstoezicht;

monitoring van het dosistempo; luchtbemonstering en analyse;

testen, toezicht en monitoring van de SSCs; PMA analyses. 

12-32

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel





12.7.1 Dosisraming tijdens normale exploitatie 12.7.1.1 Methodologie De doses die worden opgelopen door het personeel werden geraamd in [OD-058]. Om de doses die het personeel oploopt te kunnen ramen zijn de volgende gegevens vereist: • •

De dosistempi op de locaties waar de werknemers hun taken zullen uitvoeren;

Een beschrijving van de taken met inbegrip van de frequentie, duurtijd, locatie en het vereiste aantal werknemers.

Op het ogenblik dat deze gegevens zijn verzameld, kan een raming van de dosis worden opgesteld. Een eerste beschrijving van de exploitatieactiviteiten wordt gegeven in Hoofdstuk 9 ([HS-9], § 9.3.) 12.7.1.2 Mapping van de dosistempi Om een waarde voor het dosistempo aan elke locatie van de bergingsinstallatie te koppelen,

wordt een mapping (= het in kaart brengen) van de dosistempi uitgevoerd rond de modules die gevuld zijn met monolieten, en rond een alleenstaande monoliet (zie [OD-058] § 3.1 en 3.2 en respectievelijk bijlage A en B). De berekeningen voor de dosistempi zijn uitgevoerd gebaseerd op een Type I monoliet en met

een dosistempo op contact van 2 mSv/h, afkomstig van een Co-60 bron.. Ervan uitgaande dat alle activiteit afkomstig is van de Co-60 bron, is dit een conservatieve benadering omwille van

de hoog energetische doordringende fotonen. Om meer realistische waarden te beschouwen,

maar toch conservatieve, wordt een scaling factor van 0.05 toegepast. Deze scaling factor is gebasserd op de 70% percentiel of de verdeling van de contatdosistempo van de monolieten die

overeenkomst met een dosistempo van 100µSv/h [OD-058]. Dit is eveneens een conservatieve

benadering omwille van het feit dat de mediaan van de plaatselijke dosistempi op contact van de monoliet geraamd wordt in orde van grootte van 55 µSv/h [OD-093]. In functie van de locatie houdt het dosistempo rekening met ofwel alleen de gevulde modules,

of beide modules en een enkele monoliet (bijvoorbeeld: rekening houden met een nietafgeschermde monoliet die door de rolbrug wordt verplaatst). 12.7.1.3 Specifieke zones m.b.t. de dosistempi De bergingsinstallatie werd ingedeeld in dosistempo zones. Elke zone komt overeen met een specifiek dosistempo niveau (Z0 tot Z9). De zones werden bepaald in functie van de taken die de operators uitvoeren op de site en

komen niet steeds overeen met de zonering van de bergingsinstallatie zoals beschreven in [OD096].

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-33


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Zone Z0 Zone Z0 komt overeen met de bewaakte ‘groene’ zone [OD-096] en hier wordt verondersteld

dat het dosistempo verwaarloosbaar is [OD-058]. Het personeel draagt hier geen dosimeters en er zijn geen voorzieningen om de blootstelling aan straling te controleren.

Figuur 12-14: Bepalingspunt van het dosistempo voor zone Z0

Zone Z1 Zone Z1 komt overeen met de gecontroleerde ‘gele’ zone [OD-096] met uitzondering van de laad- en loszones (Zone Z7).

Er wordt verondersteld dat er geen werkzaamheden bovenaan de modules moeten worden uitgevoerd, waarbij hogere dosistempi aanwezig zijn. Twee verschillende berekeningsgevallen worden beschouwen: •

tijdens het opvullen van 4 modules, waarbij rekening wordt gehouden met dosistempi

van een monoliet die wordt geladen door de rolbrug, een monoliet in een transportcontainer, de 4 modules in exploitatie en de gesloten modules (Zone Z1A).

Het totale dosistempo voor de zone wordt geschat op 0,15 µSv/h [OD-058]. De

ingang van de ontlaadzones wordt gekozen voor het bepalen van het dosistempo (Zie het purperen punt in Figuur 12-15); •

als er geen exploitatieactiviteiten van de modules plaatsvinden, waarbij rekening

wordt gehouden met dositempi van de laatste 4 gevulde modules en van de gesloten

modules (Zone 1B). Dit om een conservatieve raming te garanderen. Het totale dosistempo voor de zone wordt geschat op 0,058 µSv/h [OD-058].

Figuur 12-15: Bepalingspunt van het dosistempo voor zone Z1

Zone Z2

12-34

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Zone Z2 komt overeen met de loopbruggen boven de modules in de gecontroleerde ‘gele’ zone

[OD-096]. Er wordt verondersteld volledige opgevuld modules voor het bepalen van de dosistempo. Twee verschillende berekeningsgevallen worden beschouwen: •

tijdens het opvullen van 4 modules, waarbij rekening wordt gehouden met dosistempi

van een monoliet die wordt geladen door de rolbrug, een monoliet in een transportcontainer, de 4 modules in exploitatie en de gesloten modules (Zone Z2A).

Het totale dosistempo voor de zone wordt geschat op 0,052 µSv/h [OD-058]. Zie het purperen punt in Figuur 12-16 voor het bepalen van het dosistempo; •

als er geen exploitatieactiviteiten van de modules plaatsvinden, waarbij rekening

wordt gehouden met dositempi van de laatste 4 gevulde modules en van de gesloten modules (Zone 1B, Zie Figuur 12-17). Dit om een conservatieve raming te

garanderen. Het totale dosistempo voor de zone wordt geschat op 0,007 µSv/h [OD058].

Figuur 12-16: Bepalingspunt van het dosistempo voor zone Z2A

Figuur 12-17: Bepalingspunt van het dosistempo voor zone Z2B

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-35


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Zone Z3 Zone Z3 komt overeen met de loopbruggen boven de modules in de gecontroleerde ‘oranje’ zone [OD-096]. Er worden volledige opgevuld modules verondersteld voor het bepalen van het

dosistempo. Er wordt rekening houden met de dositempi van een monoliet in een transportcontainer, de 4 modules in exploitatie en de gesloten modules. Wanneer er personeel

aanwezig is in deze zone worden er geen monolieten gemanipuleerd door de kraan. Hierdoor wordt het dosistempo van een monoliet die wordt geladen door de rolbrug niet in rekening

gebracht voor de berekening van het dosistempo. Het totale dosistempo voor de zone wordt geschat op 0,45 µSv/h [OD-058]. Zie het purperen punt in Figuur 12-18 voor het bepalen van het dosistempo.

Figuur 12-18: Bepalingspunt van het dosistempo voor zone Z3

Zone Z4 Zone Z4 komt overeen met de loopbruggen boven de modules in de gecontroleerde ‘rode’ zone

[OD-096]. Er worden volledige opgevuld modules verondersteld voor het bepalen van het dosistempo. Er wordt rekening houden met de dositempi van de 4 modules in exploitatie en de

gesloten modules. Het totale dosistempo voor de zone wordt geschat op 2,2 µSv/h [OD-058]. Zie het purperen punt in Figuur 12-19 voor het bepalen van het dosistempo.

Figuur 12-19: Bepalingspunt van het dosistempo voor zone Z4

12-36

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Zone Z5 Zone Z5 komt overeen met de onderhoudszone van de rolbrug. Omdat de rolbaan beperkt is in lengte, kan de kraan niet boven niet-gevulde modules geplaatst worden voor onderhoud, maar

zal boven de ontlaadzone geplaatst worden. De kraan zal gepositioneerd worden boven de ontlaadzone, waar de dosistempi de laagst mogelijke zijn. Het referentiepunt voor de berekening van het dosistempo is de centrale positie voor de kraan

boven de ontlaadzone (Figuur 12-20). De bijdrage van een niet-afgeschermde monoliet wordt uitgesloten, omdat verondersteld wordt dat de kraan buiten dienst is, tijdens het onderhoud. Het berekende dosistempo bedraagt 1.99 µSv/h [OD-058].

Figuur 12-20: Bepalingspunt voor het dosistempo voor Zone Z5

Zone Z6 Zone Z6 komt overeen met het wandelpad dat de bouwvakkers zullen gebruiken wanneer ze de modules afsluiten na het opvullen en het plaatsen van de betonnen platen, zoals aangeduid in Figuur 12-21. Zoals bepaald in de opvulstrategie [OD-047] zullen de monolieten met de laagste dosistempi (<

70µSv/h) bovenaan geplaatst worden. Dit om de opgelopen dosis door de bouwvakkers te beperken. Het berekende dosistempo via simulatie bedraagt 2,72 µSv/h (zie [OD-058] § 4.4.3).

Figuur 12-21: Bepalingspunt voor het dosistempo voor Zone Z6

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-37


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Zone Z7 Zone Z7 komt overeen met de laad- en loszones. Twee verschillende berekeningsgevallen worden beschouwen: •

tijdens het opvullen van 4 modules, waarbij rekening wordt gehouden met dosistempi

van de 4 modules in exploitatie (Zone Z7A). Het totale dosistempo voor de zone Z7A wordt geschat op 0,092 µSv/h [OD-058]. Zie het purperen punt in Figuur 12-22;

als er geen exploitatieactiviteiten van de modules plaatsvinden, waarbij rekening

wordt gehouden met de dositempi van de laatste 4 gevulde modules en van de

gesloten modules (Zone Z7B). Zie het purperen punt in Figuur 12-23. Het totale dosistempo voor de zone Z7B wordt geschat op 0,004 µSv/h [OD-058].

Figuur 12-22: Bepalingspunt voor het dosistempo voor Zone Z7A

Figuur 12-23: Bepalingspunt voor het dosistempo voor Zone Z7B

12-38

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

Zone Z8 Zone Z8 komt overeen met de inspectie gallerij, waarbij rekening wordt gehouden met de dosistempi van de modules en van een monoliet. Het totale dosistempo voor de zone Z8 wordt geschat op 0,059 µSv/h [OD-058]. Zone Z9 Zone Z9 komt overeen met de stalen dakstructuur (de bovenkant van het dak valt in de 'gele'

zone), waarbij rekening wordt gehouden met de dosistempi van de modules en van een monoliet (Zie Figuur 12-24). Het totale dosistempo voor de zone Z9 wordt geschat op 1,39 µSv/h [OD-058].

Figuur 12-24: Bepalingspunt voor het dosistempo voor Zone Z9

12.7.1.4 Ontvangen dosis per taak De werkzaamheden worden opgedeeld in twee klassen: werkzaamheden die worden uitgevoerd

tijdens normale exploitatie (~ opvullen van de modules) en werkzaamheden die worden uitgevoerd tijdens het sluiten van de modules. Andere werkzaamheden na het sluiten van de modules werden niet in rekening gebracht omdat de afscherming van de kunstmatige barrières zodanig is dat het residuele dosistempo verwaarloosbaar is (lager dan 0,3 µSv/h). Werkzaamheden uitgevoerd tijden normale exploitatie De volgende taken werden beschouwd: • • • • • •

het aflezen van piëzometers; topografische metingen;

begrinden van de spoorlijnen;

inspectie van de galerij en de inspectieruimte; inspectie van de stalen structuur; inspectie van de spoorlijnen: o o

normale inspectie;

uitvoerige inspectie;

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012

12-39


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

• •

hekwerk, poorten, CCTV inspectie; werkzaamheden aan de rolbrug: o o o

• • • • • •

onderhoud van de rolbrug; uitlijnen van de rolbrug;

onderhoud aan de grijper;

toezicht op de site;

uitlezen van de dosimeters; groenonderhoud;

onderhoud aan de dakstructuur;

manipulatie van inspectierobot; inspectie van de getuigenstructuren.

Werkzaamheden uitgevoerd tijdens het sluiten van de modules De volgende taken werden beschouwd: • • • • • • • • •

plaatsen van de veiligheidsbarrière om het valgevaar te beperken; opvullen met grind;

plaatsen van PVC-folie;

het storten van mager beton; het plaatsen van wapening;

het storten van de structurele topplaat; overbrengen van de rolbrug;

verplaatsen van de elektriciteitskasten; het opvullen van eventuele scheuren in de zand-cement ophoging.

Samenvatting van de bevindingen Tabel 12-2 geeft een beschrijving van elke taak met een schatting van het aantal arbeidsuren per categorie werknemer en per zone.

Op basis van de verdeling van het aantal benodigde uren per taak en van de dosistempi in de

verschillende zones, kan de totale dosis per werknemer berekend worden voor elke taak. De

dagelijkse dosis per werknemer wordt eveneens berekend. De geschatte maximale individuele dagdosis bedrag 16µSv tijdens exploitatie en 22µSv tijdens het afdichten van de modules (eens om de 4 jaar). Het aantal werknemers dat vereist is voor elke taak is gekend. Hieruit wordt de collectieve

dosis voor elke taak berekend. De frequentie op jaarbasis voor elke taak is gekend, waaruit een gemiddelde collectieve dosis per taak per jaar wordt berekend.

12-40

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

onderhoud aan de dakstructuur

4,0

2,0

2,0 2,0

0,5

Worker

12

18,0 0,5 0,5

0,5

7,2 7,2

16,0 1,0 80,0

0,5

RP agent

7,0 8,0

365

Worker

groenonderhoud

1,0 1,0

manipulatie van inspectierobot inspectie van de getuigenstructuren

uitlezen van de dosimeters

1,0 1,0

Worker

toezicht op de site

Worker

2,0 2,0

7,0

RP agent

onderhoud aan de grijper

1,8

RP agent

uitlijnen van de rolbrug

16,0

Worker

5,5

RP agent

1

Worker

onderhoud van de rolbrug

26

RP agent

52

Worker

hekwerk, poorten, CCTV inspectie

365

Worker

1

RP agent

uitvoerige inspectie van de spoorlijnen

2

Worker

1

RP agent

normale inspectie van de spoorlijnen

12

Worker

inspectie van de stalen structuur

1

RP agent

52

Worker

Worker

begrinden van de spoorlijnen inspectie van de galerij en de inspectieruimte

topografische metingen

Worker

RP agent

2

4,0

0,3

0,5

1,0

0,5 0,5

5,0

0,5

40,0

2,5

1,0

0,5

40,0

2,0

8,0 3,6

Aantal werknemers Aantal uren per werknemer Dosis per werknemer [µSv] Dosis per werknemer en per dag [µSv] Jaarlijkse dosis per werknemer [µSv]

1 4,0 0,0 0,0 0,0

Collectieve dosis per taak [man.µSv] Jaarlijkse collectieve dosis [man.µSv]

NIROND-TR 2011-12 N, Versie 2, 30 september 2012

52

RP agent

0,000 0,150 0,058 0,052 0,007 0,450 2,200 1,990 2,720 0,092 0,004 0,059 1,390

1

Worker

Z0 Z1A Z1B Z2A Z2B Z3 Z4 Z5 Z6 Z7A Z7B Z8 Z9

12

Worker

Totale dosistempo [µSv/h]

12

Worker

Frequentie (aantal taken per jaar)

aflezen van piëzometers

Tabel 12-2: Samenvatting van de doses

1 1 8,0 1,0 5,3 1,1 5,3 1,1 63,3 13,8

3 16,0 2,4 1,2 2,4

1 2 2,0 8,0 0,1 5,5 0,1 5,5 6,1 11,0

1 1 1,0 2,0 1,3 0,3 1,3 0,3 2,7 14,8

1 0,5 0,0 0,0 2,4

1 8,0 1,1 1,1 1,1

1 0,5 0,0 0,0 0,0

1 2 1 2 4,0 80,0 5,0 16,0 0,3 159,2 10,0 35,2 0,3 15,9 1,0 17,6 3,6 159,2 10,0 70,4

1 1,0 2,2 1,1 4,4

2 40,0 3,7 0,7 3,7

0,0

6,4

7,2

0,1

12,3

0,3

1,2

0,3

328,4

72,6

7,6

0,0

77,0

7,2

6,1

24,7

17,2

1,2

3,6

328,4

145,2

7,6

1 2,5 0,2 0,0 0,2

2 2,0 0,2 0,2 54,8

1 2 1 1 2,0 16,0 0,5 36,0 0,2 1,3 0,0 25,0 0,2 0,6 0,0 5,6 7,8 33,6 1,2 25,0

0,3

0,2

109,5 7,8

12-41

1 2 1,0 8,0 1,3 0,5 1,3 0,5 1,3 172,3

2,6

25,0

68,4

25,0

0,9

1 40,0 3,7 0,7 44,2 3,7

344,6 44,2


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming

2,720 48,0

Z7A

0,092

Z7B

0,004

Z8

0,059

Z9

1,390

het opvullen van eventuele scheuren in zand-cement ophoging

158,0

1,0

1,0 31,0

Worker

Relocation of turntables

2,0

Handling Machine Op.

2,0

Worker

verplaatsen van de elektriciteitskasten

1,0

Worker

1,0

Handling Machine Op.

overbrengen van de rolbrug

1,0

Crane Op.

2,0

Worker

het storten van de structurele topplaat

2,0

RP agent

2,0

RP agent

het plaatsen van wapening RP agent

het storten van mager beton Truck driver

Truck driver

1,990

Z6

Crane Op.

2,200

Z5

Worker

Z4

8,0

Truck driver

0,450

1,0 31,0

Crane Op.

0,007

Z3

1,0

Worker

Z2B

1,0

Crane Op.

1,0 31,0

1,0

Worker

1,0

1,0

RP agent

plaatsen van PVC-folie

56,0

Truck driver

8,0

0,052

Crane Op.

8,0

0,058

Worker

1,0

RP agent

1,0

RP agent

opvullen met grind

0,3

Truck driver

0,25

Crane Op.

0,125

Worker

0,25

Truck Driver

0,25

1,0

Z2A

32,0 32,0 16,0 80,0 80,0

48,0

4,0 30,0 30,0

2,0 30,0 30,0

2,0

8,0

8,0

0,5 156,0 156,0

10,0 30,0 30,0

2,0 80,0

2 64,0

1

1

1

1

1

1

1

3

1

1

1

64,0 64,0 4,0 32,0 32,0 32,0 2,0 32,0 32,0 32,0 2,0

131,0 131,0 3,2 10,9 81,7 81,7 1,8

1

1

1

8,0

8,0

8,0

1

3

1

1

1

1

1

1

1

4

1

80,0

2

1

2

1

2

0,5 160,0 160,0 160,0 10,0 32,0 32,0 32,0 2,0

80,0 80,0 80,0

80,0 32,0 32,0 16,0

5,4 81,7 81,7 1,8

5,4

21,8 21,8 0,5

1,4 424,4 424,4

9,2

27,2 81,7 81,7 1,8

5,4

0,6

0,6

0,3

0,3

1,9

1,9

0,9

Dosis per werknemer en per dag [µSv]

16,4

16,4

0,4

1,4 20,4 20,4 0,4

1,4 20,4 20,4 0,4

1,4

21,8 21,8 0,5

1,4

21,2

0,5

1,4 20,4 20,4 0,4

1,4

0,1

0,1

0,0

0,0

0,5

0,5

0,5

Jaarlijkse dosis per werknemer [µSv]

32,8

32,8

0,8

2,7 20,4 20,4 0,4

1,4 20,4 20,4 0,4

1,4

5,4

0,3 106,1 106,1

2,3

6,8 20,4 20,4 0,4

1,4

0,1

0,1

0,0

0,0

0,5

0,5

0,2

5,4

0,1

21,2

Collectieve dosis per taak [man.µSv]

407,2

170,6

333,9

45,3

1734,1

170,6

2,8

1,0

5,6

1,9

Jaarlijkse collectieve dosis [man.µSv]

101,8

42,6

83,5

11,3

433,5

42,6

0,7

0,1

1,4

0,5

Totale jaarlijkse collectieve dosis [man.mSv] Maximale totale jaarlijkse collectieve dosis [man.mSv]

12-42

0,25

8,0

Z1B

Dosis per werknemer [µSv]

0,25

8,0

0,000 0,150

Aantal uren per werknemer

0,25

8,0

Z0 Z1A

Aantal werknemers

0,25

Crane Op.

Total dose rate [µSv/h]

0,25

Worker

Frequentie (aantal taken per jaar)

plaatsen van de veiligheidsbarrière om het valgevaar te beperken

Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

1,9 4,1

NIROND-TR 2011-12 N, versie 2, 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

12.7.1.5 Collectieve dosis voor de werknemers De dosis die opgelopen wordt door de operators en de externe aannemers die op de site werken tijdens de exploitatie van de categorie A-afval bergingsinstallatie, werd geschat in functie van de verschillende werkzaamheden en de zones waar deze werkzaamheden worden uitgevoerd.

Op basis van de verdeling van de werkuren per taak en op conservatieve basis van de hoogste

dosistempi in de verschillende zones, kan de totale dosis per werknemer berekend worden voor elke taak. Op basis van het aantal vereiste werknemers voor elke taak, wordt de collectieve dosis voor elke taak berekend. Op basis van de frequentie per jaar voor elke taak, die in detail worden beschreven in

Hoofdstuk 9, wordt een gemiddelde jaarlijkse collectieve dosis per taak berekend. De

gemiddelde jaarlijkse collectieve dosis is ongeveer 2 man.mSv. Afhankelijk van de werkzaamheden zal de jaarlijkse collectieve dosis fluctueren. De berekende maximale jaarlijkse collectieve dosis bedraagt 4.1 man.mSv. Later, tijdens de exploitatie van de bergingsinstallatie, worden de reële opgelopen doses van de

werknemers gemeten en geregistreerd in een gegevensbank. Deze waarden worden vervolgens

vergeleken met de theoretische waarden en indien mogelijk - nadat een taak verschillende keren werd uitgevoerd - worden de theoretische blootstellingswaarden aangepast. Het doorvoeren van deze aanpassing heeft twee redenen: vooreerst maakt dit mogelijk om in de

toekomst realistischere voorspellingen voor de blootstellingsdoses te maken. Ten tweede, om de prestatie van de stralingsbescherming steeds te verbeteren (en dus de opgelopen doses te verminderen) op de site. 12.7.1.6 Dosis voor de leden van het publiek Voor de leden van het publiek werd een zeer conservatieve benadering gevolgd om de

maximale blootstelling aan straling te berekenen. Verondersteld werd dat een persoon op een afstand van ongeveer 70 m verblijft van het midden van een bijna volledig gevulde module gedurende 2000 uren. Opdat de verwachte radiologische blootstelling van dit kritisch individu

0,3 mSv/jaar zou bedragen op perimeterafstand [OD-093], moet men een spot dosistempo van de monolieten van 801µSv/h veronderstellen. De berekende spot dosistempo mediaan bedraagt

slechts ~55 µSv/h. De radiologische blootstelling zal bijgevolg significant lager zijn dan 0,3 mSv/jaar. In de studie [OD-058] werd de potentiële externe blootstelling van personen van het publiek ter

hoogte van een aantal plaatsen in de nabije omgeving van de bergingsinstallatie in kaart gebracht. Onder sterk conservatieve voorwaarden (maximale spot dosis van 2 mSv/h voor alle

monolieten), bedraagt de bijkomende stralingsbelasting maximaal 1.3 µSv/jaar in de nabije omgeving. Hierbij werd rekening houden met een blootstelling gedurende een volledig jaar (8760 uren). Voor het bezoekparcours bekomt men 19µSv/jaar, rekening houdend met een jaarlijkse blootstellingduur van 720 uur.

NIROND-TR 2011-12 N, Versie 2, 30 september 2012

12-43


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

12.7.2 Dosisinschatting bij abnormale exploitatie-omstandigheden 12.7.2.1 Doses voor werknemers Een gedetailleerde lijst van gebeurtenissen van externe en interne aard wordt voorgesteld in Hoofdstuk 13. Uit de lijst met gebeurtenissen van interne en externe oorsprong kwam geen

gebeurtenis naar voren, die aanleiding kan geven tot een overschrijding van de dosislimieten voor beroepshalve blootgestelde personen, zoals opgelegd door artikel 20.1.3 van het ARBIS, op voorwaarde dat de gebeurtenis voldoende snel werd opgemerkt.

Indien abnormale exploitatie-omstandigheden een interventie vereisen, worden deze interventies uitgevoerd in overeenstemming met artikel 20.2.2 van het ARBIS: •

een interventie wordt alleen uitgevoerd indien het inperken van de oorspronkelijke

radiologische schade voldoende groot is om schade en kosten, met inbegrip van de sociale kosten, te rechtvaardigen;

de vorm, omvang en duurtijd van de interventie kan worden geoptimaliseerd zodat het voordeel van het beperken van de gezondheidsschade, na aftrek van de gezondheid gerelateerde schade, zo groot mogelijk is;

12.7.2.2 Dosis voor de leden van het publiek Uit de lijst met gebeurtenissen van interne en externe oorsprong kwamen geen gebeurtenissen

naar voren, die aanleiding konden geven tot onaanvaardbare doses voor leden van het publiek [HS-13]. NIRAS heeft een nucleair noodplan voor het beheersen van noodsituaties. Het nucleaire

noodplan reikt (naast andere) maatregelen aan om de doses waaraan leden van het publiek worden blootgesteld, te beperken.

12-44

NIROND-TR 2011-12 N, Versie , 30 september 2012


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport betreffende de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel

12.8

Referenties

12.8.1 Lijst van hoofdstukken [HS-2]

ONDRAF/NIRAS, Hoofdstuk 2: Veiligheidsbeleid, veiligheidsstrategie en veiligheidsconcept, NIROND-TR 2011-02 N V2, 30 september 2012

[HS-3]

ONDRAF/NIRAS, Hoofdstuk 3: Beheersysteem, NIROND-TR 2011-03 N V1, 30 september 2012

[HS-8]

ONDRAF/NIRAS, Hoofdstuk 8: Ontwerp en constructie van de berging, NIROND-TR 2011-08 N V2, 30 september 2012

[HS-9] [HS-15]

ONDRAF/NIRAS, Hoofdstuk 9: Uitbating, NIROND-TR 2011-09 N V1, 30 september 2012 ONDRAF/NIRAS, Hoofdstuk 15: Conformiteitscriteria voor bergingscolli, NIROND-TR 2011-15 N V2, 30 september 2012

[HS-16]

ONDRAF/NIRAS, Hoofdstuk 16: Monitoring, NIROND-TR 2011-16 N V2, 30 september 2012

12.8.2 Referenties [R12-1]

Koninklijk besluit van 20 juli 2001 omvat de algemene regels voor de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, Belgisch Staatsblad, 30 augustus 2001.

[R12-2]

IAEA, Regelgeving voor het veilig vervoer van radioactieve stoffen (2009 Edition), TS-R-1, 2009.

[R12-3]

FANC Decreet van 17 oktober 2003, Interventierichtwaarden voor ra-dio-lo-gi-sche noodsituaties

[R12-4]

USNRC, A Performance Assessment Methodology for Low-Level Radioactive Waste Disposal Facilities – Aanbevelingen van de NRC’s Performance Assessment werkgroep, NUREG-1573, US-NRC, oktober 2000.

[R12-5]

NIRAS, Procedure voor het aanpassen van het Categorie A-ontwerpproces (DCA100E), W. Bastiaens, 24/09/2010.

12.8.3 Ondersteunende documenten [OD-001] ONDRAF/NIRAS, Development of the safety concept and status mid-2011 of the disposal facility design, NIROND-TR 2007-03 E V3 (30/10/2011) [OD-007] ONDRAF/NIRAS, The ONDRAF/NIRAS safety approach and safety strategy for near surface disposal of category A waste at Dessel Version 2, NIROND-TR 2007-06 E V2 (24/06/2011) [OD-047] ONDRAF/NIRAS, Strategie voor het opvullen van de modules met monolieten, Nota 2009-0289 Rev. 0 (27/08/2009) [OD-058] TRACTEBEL, ALARA-study: Doses calculations for operations on the Cat. A waste disposal facility, TIERSDI/4NT/7040/000/01 (20/10/2011) [OD-068] ONDRAF/NIRAS, Monitoring and surveillance, NIROND-TR 2010-21 E V1 (27/03/2012)

NIROND-TR 2011-12 N, Versie 2, 30 september 2012

12-45


Hoofdstuk 12: Stralingsbescherming Technische basis van het veiligheidsrapport voor de oppervlaktebergingsinrichting voor categorie A-afval te Dessel [OD-093] ONDRAF/NIRAS, Elementary radiation dose calculations for modelling the impact of the LLW surface disposal facility, Nota 2009-2386 Rev. 1 (22/06/2011) [OD-094] ONDRAF/NIRAS, Shielding of monolith transport container, Nota 2009-1013 Rev. 0 (15/05/2009) [OD-096] ONDRAF/NIRAS, Zoning of the disposal site, NIROND-TR 2011-81 E V1 (27/06/2012) [OD-114] ONDRAF/NIRAS, Radionuclide screening, NIROND-TR 2009-11 E V1 (04/10/2011) [OD-132] ONDRAF/NIRAS, Site-specific groundwater monitoring, NIROND-TR 2010-17 E V1 (06/03/2012) [OD-165] ONDRAF/NIRAS, Detailed design – Layout, NIROND-TR 2011-60 E V1 (06/11/2012) [OD-166] ONDRAF/NIRAS, Detailed design – Modules, NIROND-TR 2011-55 E V2 (28/11/2012) [OD-168] ONDRAF/NIRAS, Detailed design – Handling Equipment, NIROND-TR 2011-62 E V1 (23/05/2011) [OD-182] ONDRAF/NIRAS, Indicative cumulative distribution of the monolith contact dose rates and important shielding calculations related radionuclides for Version 1 of the 2008 source term for category A waste, Nota 2010-2246 Rev. 0 (05/11/2010) [OD-218] ONDRAF/NIRAS, Assessment of radon release from concrete components in the Dessel low-level waste near surface disposal facility, NIROND-TR 2011-52 E V1 (30/11/2011)

12-46

NIROND-TR 2011-12 N, Versie , 30 september 2012


                                


HS 12 stralingsbesch NIROND-TR 2011-12 N V2