Issuu on Google+

ArcheoProjecten

Aalst, Dorpsstraat 1 gem. Zaltbommel rapport 1042


Een middeleeuwse huisterp aan de Dorpsstraat in Aalst, gemeente Zaltbommel Een Archeologische Begeleiding

W. Roessingh Met bijdragen van: N. L. Jaspers C. Nooijen


Colofon ADC Rapport 1042 Een middeleeuwse huisterp aan de Dorpsstraat in Aalst, gemeente Zaltbommel Een Archeologische Begeleiding Auteur: W. Roessingh Met bijdragen van: N.L. Jaspers & C. Nooijen In opdracht van: dhr. M. Maas Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Š ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, januari 2008 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: P. C. de Boer

ISBN 978-90-6836-032-5 ADC ArcheoProjecten Tel 033-299 81 81 Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Fax 033-299 81 80 Email info@archeologie.nl


Inhoudsopgave

Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Vooronderzoek 1.3 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen 1.4 Opzet van het rapport 2 Methoden 3 Resultaten 3.1 Fysisch geografisch onderzoek 3.2 Sporen en structuren Inleiding Sporen en structuren algemeen De terp 4 Vondstmateriaal 4.1 Aardewerk Deventer Systeem Het aardewerk De sporen Conclusie 4.2 Metaal Inleiding Beschrijving van de vondsten Interpretatie 4.3 Natuursteen en keramisch bouwmateriaal 4.4 Archeozoรถlogisch onderzoek 5 Synthese 5.1 Algemeen 5.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen Literatuur Lijst van afbeeldingen, tabellen, figuren en bijlagen

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

5 7 7 9 9 9 10 11 11 13 13 13 17 18 18 18 18 22 23 24 24 24 27 27 28 29 29 31 32 36

Aalst - Dorpsstraat


ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET ONDERZOEKSGEBIED Gelderland Zaltbommel Aalst Dorpsstraat 1 Sectie A, nr. 1499 44F 136760/421755 NW: 136720/421775 NO: 136790/421780 ZO: 136775/421715 ZW: 136725/421700

Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Centrum-coรถrdinaat: Coรถrdinaten:

Projectverantwoordelijke: Bevoegd gezag: Deskundige namens het bevoegd gezag: ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer (CIS-code): ADC-projectcode:

W. Roessingh Gemeente Zaltbommel M. Sanders 23080 4107378

Complex en ABR codering: Periode: Geomorfologische context: NAP hoogte maaiveld: Maximale diepte onderzoek: Uitvoering van het veldwerk: Beheer en plaats documentatie:

Terp (NHT) Late Middeleeuwen Antropogene ophoging op stroomrug 3,30 m +NAP 1,80 m -mv 18 t/m 21 juni 2007 Provinciaal depot voor bodemvondsten provincie Gelderland

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


5

Samenvatting In juni 2007 heeft ADC ArcheoProjecten een archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie van een middeleeuwse huisterp aan de Dorpsstraat in Aalst. Op deze plaats, die in de volksmond bekend staat als ‘De heuvel’, worden twee huizen gebouwd. Tijdens het onderzoek zijn de twee bouwputten uitgegraven (werkput 1 en 2) tot op een diepte van ca. 1,5 m beneden maaiveld. Werkput 1 bevindt zich op de noordelijke flank van de terp. De werkput is in twee vlakken onderzocht en tijdens dit onderzoek zijn een aantal sporen en veel vondsten uit de Middeleeuwen aangetroffen. Er konden drie bewoningsfasen worden herkend; een fase uit de e e e 12 , 13 en derde kwart van de 14 eeuw. De terplagen bevonden zich ook nog op een dieper niveau, maar deze zullen bij de bouwwerkzaamheden niet verstoord worden. De vondst van een mantelspeld (fibula) uit de Romeinse tijd en enkele sporen en vondsten uit de Vroege Middeleeuwen vormen een verdere aanwijzing dat in de diepere ondergrond nog meer oudere e bewoningsfasen aanwezig zijn. De vondsten kunnen tot in het derde kwart van de 14 eeuw e worden gedateerd, wat erop wijst dat de terp in de 15 eeuw is verlaten. e Op de oostelijke flank van de terp is een grote vergraving uit de 19 eeuw aangetroffen. Hieronder bevonden zich enkele dierbegravingen, waarvan de ouderdom door het ontbreken van vondstmateriaal niet duidelijk is. De kern van de terp bevindt zich vermoedelijk op de locatie waar het huidige pand Dorpsstraat 1 staat. Het onderzoek op de huisterp heeft veel informatie over de middeleeuwse geschiedenis van Aalst blootgegeven. Naast de ontwikkeling van de huisterp is op basis van de grote hoeveelheid laat middeleeuwse vondsten veel informatie over de materiele cultuur verkregen. Naast ijzeren messen en scharen zijn ook enkele bijzondere objecten gevonden. Zo duiden de versierde gespjes en een zandstenen vijzel op een zekere welstand van de terpbewoners. Daarnaast zijn een aantal nieuwe vormtypen van grijsbakkend aardewerk aangetroffen. De vondst van een complete ingegraven voorraadpot is ook als zeer bijzonder te bestempelen. Kortom, voor een kortdurend onderzoek heeft het onderzoek in Aalst een schat aan informatie opgeleverd.

Tabel 1. Tijdsduur van de verschillende (pre)historische perioden.

PERIODE Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd Bronstijd Neolithicum (Nieuwe Steentijd) Mesolithicum (Midden Steentijd) Paleolithicum (Oude Steentijd)

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

TIJD IN JAREN 1500 450 12 800 2000 5300 8800 300.000

na Chr. na Chr. voor Chr. voor Chr. voor Chr. voor Chr. voor Chr. voor Chr.

-

heden 1500 450 12 800 2000 4900 8800

na Chr. na Chr. voor Chr. voor Chr. voor Chr. voor Chr. voor Chr.

Aalst - Dorpsstraat


6

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


7

1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van dhr. M. Maas heeft ADC ArcheoProjecten een Archeologische Begeleiding (protocol opgraven) uitgevoerd op twee bouwkavels in Aalst (afb. 1). Beide bouwkavels bevinden zich op de kruising van de Dorpsstraat en de Prins Hendrikstraat (afb. 2). In het onderzoeksgebied worden in de nabije toekomst twee huizen gebouwd, waarbij de ondergrond tot op een diepte van ca. 1,5 m –mv verstoord zal worden. Vooronderzoek (zie §1.2) heeft aangetoond dat beide bouwkavels zich op een huisterp uit de Middeleeuwen bevinden. Deze terp staat in de volksmond bekend als ‘De Heuvel’. SPIJK SPIJK SPIJKGEM GEM GEM GEMLINGEWAAL LINGEWAAL LINGEWAAL LINGEWAAL SPIJK SPIJK SPIJK GEM GEM LINGEWAAL LINGEWAAL

Brakel Brakel Brakel Brakel Brakel

DALEM DALEM DALEM DALEM DALEM DALEM VUREN VUREN VUREN VUREN VUREN VUREN

WAARDENBURG WAARDENBURG WAARDENBURG WAARDENBURG WAARDENBURG WAARDENBURG HELLOUW HELLOUW HELLOUW HELLOUW HELLOUW HELLOUW

HERWIJNEN HERWIJNEN HERWIJNEN HERWIJNEN HERWIJNEN

TUIL TUIL TUIL TUIL

BRAKEL BRAKEL BRAKEL BRAKEL BRAKEL 425000

HAAFTEN HAAFTEN HAAFTEN HAAFTEN HAAFTEN HAAFTEN

Woudrichem Woudrichem Woudrichem Woudrichem Woudrichem Woudrichem

ZUILICHEM ZUILICHEM ZUILICHEM ZUILICHEM ZUILICHEM ZUILICHEM

RIJSWIJK RIJSWIJK NB RIJSWIJK NB RIJSWIJK RIJSWIJKNB NB NB

NIEUWAAL NIEUWAAL NIEUWAAL NIEUWAAL NIEUWAAL

Zaltbommel Aalst-Dorpsstraat

GIESSEN GIESSEN GIESSEN GIESSEN GIESSEN GIESSEN

ZALTBOMMEL ZALTBOMMEL ZALTBOMMEL ZALTBOMMEL ZALTBOMMEL ZALTBOMMEL GAMEREN GAMEREN GAMEREN GAMEREN GAMEREN GAMEREN

POEDEROIJEN POEDEROIJEN POEDEROIJEN POEDEROIJEN POEDEROIJEN POEDEROIJEN

UITWIJK UITWIJK UITWIJK UITWIJK UITWIJK ANDEL ANDEL ANDEL ANDEL ANDEL ANDEL

Zaltbommel Zaltbommel Zaltbommel Zaltbommel Zaltbommel Zaltbommel VEEN VEEN VEEN VEEN VEEN VEEN

WAARDHUIZEN WAARDHUIZEN WAARDHUIZEN WAARDHUIZEN WAARDHUIZEN WAARDHUIZEN

AALST AALST GLD AALST GLD AALST AALSTGLD GLD GLD KERKWIJK KERKWIJK KERKWIJK KERKWIJK KERKWIJK KERKWIJK

420000

DELWIJNEN DELWIJNEN DELWIJNEN DELWIJNEN DELWIJNEN

Wijk Wijk Aalburg Wijk Aalburg Wijk Wijk Aalburg Aalburg Aalburg BERN BERN BERN BERN BERN BERN

N N N N N

MEEUWEN MEEUWEN MEEUWEN MEEUWEN MEEUWEN MEEUWEN 415000

AMMERZODEN AMMERZODEN AMMERZODEN AMMERZODEN AMMERZODEN AMMERZODEN

BABIJLONIENBROEK BABIJLONIENBROEK BABIJLONIENBROEK BABIJLONIENBROEK BABIJLONIENBROEK EETHEN EETHEN EETHEN EETHEN

HEUSDEN HEUSDEN GEM HEUSD HEUSD HEUSDEN GEM HEUSDEN HEUSDENGEM GEM GEMHEUSD HEUSD HEUSD HEUSD

Heusden Heusden Heusden Heusden Heusden DRONGELEN DRONGELEN DRONGELEN DRONGELEN DRONGELEN DRONGELEN

000000

GENDEREN GENDEREN GENDEREN GENDEREN GENDEREN

Hedel Hedel Hedel Hedel Hedel Hedel

10000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m 5000m HAARSTEEG HAARSTEEG HAARSTEEG HAARSTEEG HAARSTEEG HAARSTEEG

130000

135000

140000

145000

Locatie van het plangebied bron: Geodan

WR 26-06-2007

Zaltbommel - Aalst Dorpsstraat

Afb. 01. Locatie van het plangebied in Nederland. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 0,27 ha en is momenteel in gebruik als grasland. Het gebied ligt op de kruising van de Dorpsstraat (zuid) en de Prins Hendrikstraat (west). Ten zuidwesten van het plangebied ligt het pand Dorpsstraat 1. In het noorden en oosten wordt het plangebied ook door woonblokken begrensd. In het plangebied zijn de twee bouwkavels uitgegraven, met een totale oppervlakte van ca. 540 m².

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


8

Het veldwerk is uitgevoerd tussen 18 en 21 juni 2007. In die periode zijn de werkputten aangelegd en onderzocht conform het Programma van Eisen (PvE), dat door B. Hendrikx is 1 opgesteld. Dit ontwerp is goedgekeurd door M. Sanders van de gemeente Zaltbommel. De vondsten en bijbehorende documentatie die tijdens de opgraving zijn verzameld, zijn gedeponeerd in het provinciaal depot voor bodemvondsten van de provincie Gelderland.

421800

Het veldteam bestond uit W. Roessingh (projectverantwoordelijke en veldarcheoloog), J. Morsink (veldtechnicus) en B. Tunker (veldassistent). De kraan werd vakkundig bediend door D. Heijboer van de firma Tuytel uit Alblasserdam. Senior archeoloog was P. de Boer. Het vondstmateriaal is bestudeerd door N.L. Jaspers (aardewerk) en C. Nooijen (metaal). Hun bevindingen zijn in de betreffende deelrapporten beschreven.

Wp 2

421700

drikstraat Prins Hen

Wp 1

aat Dorpsstr

N N N N N N

000000

25m 25m 25m 25m 25m 25m

136700

136800

Zaltbommel - Aalst Dorpsstraat Locatie van de werkputten Legenda

Omtrek plangebied Bebouwing

WR 26-06-2007

Werkput met nummer

Afb. 02. Locatie van de werkputten op de topografische kaart.

1

Hendrikx 2007, PvE nummer: 07-162.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


9

1.2 Vooronderzoek Aalst wordt in de geschriften rond 850 na Chr. voor het eerst vermeld als Halosta. In de loop van e de eeuwen verandert de naam geregeld; in de 10 eeuw wordt de plaats aangeduid met Altisi en e e 2 Aloste en in de 11 eeuw als Alaste. Vanaf de 12 eeuw wordt Aalst aangeduid met Aelst. e De plaats Aalst ligt op de rechter oever van de afgedamde Maas die omstreeks de 11 eeuw is ontstaan. Als gevolg van overstromingen vond tussen 1300 en 1330 bedijking plaats. Ook de 3 huidige Maasdijk zal zijn oorsprong in deze periode hebben. In verband met toekomstige ontwikkelingen in het plangebied aan de Dorpsstraat is een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen (karterende fase) 4 uitgevoerd in februari 2007 door BAAC bv. Dit onderzoek concentreerde zich op de bouwkavel in het oostelijk deel van het plangebied. Uit het bureauonderzoek bleek dat het westelijk deel van het plangebied zich volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) binnen de grenzen van AMK-terrein 4285 bevindt. Dit monument betreft een huisterp die vanaf de Late Middeleeuwen bewoond is geweest e (afb. 25). Op basis van kaartmateriaal kon worden geconcludeerd dat vanaf het begin van de 19 eeuw in het plangebied geen ingrijpende veranderingen hebben plaatsgevonden. Tijdens het veldonderzoek zijn rond de oostelijke bouwkavel in totaal acht boringen gezet. Hierin werden de ophogingslagen van een terp uit de Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd waargenomen. De oude woongrond en het vondstmateriaal concentreerden zich in het centrale en westelijke deel van het onderzochte terrein.

1.3 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen De archeologische opgraving heeft tot doel het materiaal van de vindplaats veilig te stellen en de gegevens te documenteren om daarmee informatie te behouden die van belang is voor de kennisvorming over het verleden. In het PvE zijn verschillende onderzoeksvragen gesteld, die in dit rapport worden beantwoord op basis van de resultaten van het onderzoek: - Zijn er begrenzingen van de terp aan te tonen? - Hoeveel faseringen kunnen er in de opbouw van de terp aangetoond worden en welke datering kan er aan deze faseringen gegeven worden? - Zijn er sporen aanwezig in de verschillende ophogingslagen en zo ja wat is hun aard en gesteldheid? - Kunnen er verschillen in het gebruik van de terp aangewezen worden en zo ja, welke? - Bestaat er een verband tussen de stratigrafische lagen van de terp en het omringende gebied wat betreft bodemopbouw? - Zijn er sporen aanwezig buiten de terp en zo ja wat is hun aard en gesteldheid?

1.4 Opzet van het rapport Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 3.1 -specificatie OS15). In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd, waarna de eerste conclusies volgen. Indien nodig kan altijd worden teruggegrepen op de basisgegevens achterin dit rapport. Na de samenvatting en dit inleidende hoofdstuk volgt een omschrijving van de onderzoeksmethoden in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het onderzoek besproken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het vondstmateriaal behandeld. In hoofdstuk 5 wordt tenslotte een synthese gepresenteerd, waarbij de onderzoeksvragen worden beantwoord.

2

www.vierheerlijkheden.nl Nijdam 2006. 4 Den Otter 2007. 3

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


10

2 Methoden Het onderzoek is uitgevoerd conform de KNA 3.1 en het PvE. Tijdens de opgraving zijn twee werkputten aangelegd (afb. 2). Werkput 1 bevindt zich in het westelijk deel van het plangebied en is oost-west georiënteerd. Werkput 2 is noord-zuid georiënteerd en ligt in het zuidoostelijk deel van het plangebied. Beide putten hebben de exacte afmetingen van de uit te graven huiskavels. Werkput 1 is ongeveer rechthoekig en heeft een oppervlakte van ca. 250 m² (ca. 20 x 13 m). Werkput 2 bestaat uit twee rechthoeken met een totale oppervlakte van ca. 290 m². Deze put heeft een maximale lengte van ca. 20 m en een maximale breedte van ca. 20 m. De vlakken zijn machinaal aangelegd, waarbij de laatste centimeters met de schaafbak zijn geschaafd. Tijdens de aanleg van het vlak zijn vondsten per laag of in vakken van 5 x 5 m verzameld. Metalen objecten en andere bijzondere vondsten zijn als puntvondst ingemeten. Grondsporen zijn direct ingekrast. De vlakken en de stort zijn met behulp van een metaaldetector onderzocht. Vervolgens is het vlak en ieder spoor daarin gefotografeerd en getekend (schaal 1:50), waarbij om de 5 m een waterpashoogte is bepaald. Alle aangetroffen grondsporen zijn met de hand gecoupeerd waarbij vondsten zijn verzameld. Vrijwel alle sporen bleken ophogingslagen van de terp te zijn. Van deze lagen is door middel van coupes gekeken in welke richting ze doken. Alle coupes over antropogene sporen zijn getekend (schaal 1:20), waarbij ook een selectie is gefotografeerd. Het restant van de gecoupeerde sporen is vervolgens met de schep of troffel afgewerkt en indien nodig bemonsterd voor archeobotanisch en archeozoölogisch onderzoek. In beide werkputten zijn twee vlakken aangelegd, tot het te verstoren niveau. Het tweede vlak moest in beide werkputten iets geëgaliseerd worden. Tijdens de aanleg van dit ‘derde’ vlak (ongeveer 10 cm onder het tweede vlak) zijn vondsten per spoor of laag verzameld. Tijdens de aanleg van het diepste vlak is in werkput 1 het volledige zuidprofiel getekend (schaal 1:20), beschreven en gefotografeerd. Op dezelfde wijze zijn enkele profielopnames in werkput 1 en 2 gedocumenteerd. Daarnaast zijn aan het begin, halverwege en aan het einde van het zuidprofiel in werkput 1 drie boringen gezet vanaf vlak 2. Een vierde boring is gezet in de noordwestelijke hoek van werkput 1.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


11

3 Resultaten 3.1 Fysisch geografisch onderzoek Het onderzoeksgebied ligt op de grens van twee stroomgordels (Molenveld en Bruchem stroomgordel). De Molenveld stroomgordel was actief van ca. 2870 – 2210 v. Chr. (Neolithicum). De stroomgordel van Bruchem was in de IJzertijd en Romeinse tijd actief (610 v. Chr. – 190 na Chr.). Langs de geulen van de stroomgordels bevinden zich oeverwalafzettingen. Het archeologische niveau uit de IJzertijd-Romeinse tijd wordt verwacht in de top van de 5 oeverafzettingen van de stroomgordel van Bruchem. De locatiekeuze van de terp is dus niet verwonderlijk. De terp is gelegen op een relatief hoog gelegen oeverwallen. Toch waren de terpbewoners in verband met wateroverlast van de overstromingen steeds genoodzaakt de huisplaats op te hogen.

421770

Tijdens het onderzoek op de huisterp is het zuidprofiel van werkput 1 gedocumenteerd. Daarnaast zijn in beide werkputten verschillende kolomopnames gedocumenteerd. Ook is een viertal boringen gezet (afb. 3 en 4). Boring 1, 2 en 3 zijn respectievelijk aan het begin, halverwege en aan het eind van het zuidprofiel gezet. De boringen zijn gezet tot ca. 2,5 m beneden maaiveld (ca. 0,8 m +NAP) en in geen van deze boringen is de natuurlijke ondergrond aangetroffen. Boring 4 bevindt zich in de noordwestelijke hoek van werkput 1, ver van de kern van de terp verwijdert. In deze boring is op een diepte van 90 cm onder vlak 2 (ca. 0,5 m +NAP) blauwgrijze komklei (Ks1) aangetroffen.

421760

421765

4

N N N

3

1

421755

2

000000

2.5m 2.5m 2.5m 2.5m 2.5m

136725

136730

136735

136740

136745

Aalst - Dorpsstraat Locatie zuidprofiel en boringen in werkput 1 Zuidprofiel

boringen

WR 15-11-2007

Legenda

Afb. 03. Locatie van het zuidprofiel en de boringen in werkput 1.

5

Den Otter 2007.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


ADC ArcheoProjecten rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat

Boring 3

1-60

1-39

Legenda

12e eeuw

eerste helft 13e eeuw

Derde kwart 14e eeuw

Zuidprofiel werkput 1. Datering van de lagen aan de hand van het aardewerk

Aalst - Dorpsstraat

2,80 +

Afb. 4 Het zuidprofiel van werkput 1 met daterende lagen.

Bouwvoor en recent

Boring 2

1-60

1-2

Boring 1

1-15

2,80 +

12

WR 13-11-2007


13

3.2 Sporen en structuren Inleiding Tijdens het onderzoek zijn in totaal 139 sporen aangetroffen (tabel 2). Vrijwel alle sporen bestaan uit antropogene ophogingslagen. Daarnaast zijn ook een aantal greppels, kuilen en dierbegravingen aangetroffen. In de onderstaande tabel zijn de aangetroffen sporen per spoorcategorie opgenomen. Deze worden hieronder besproken. Aard spoor

Aantal

Greppel

4

Kuil

27

Antropogene laag

78

Paalkuil

6

Recent

5

Vlek

19

Tabel. 2. Aard spoor en hoeveelheid. Sporen en structuren algemeen Uit tabel 2 komt duidelijk naar voren dat het merendeel van de sporen bestaat uit antropogene ophogingslagen. In de sporenvlakken bevonden zich soms een aantal kuilen of paalkuilen, die na het couperen echter ook aan de antropogene lagen konden worden toegeschreven. Het belangrijkste spoor in het eerste vlak van werkput 1 betreft een greppeltje in de noordwesthoek van de werkput (afb. 5). Deze greppel (spoor 1-5) heeft een diepte van ca. 20 cm en onderscheidde zich van de ondergrond door de donkere vulling en de aanwezigheid van baksteenpuin (afb. 6). De greppel lijkt een rechthoekig gebied van ca. 3 x 4 m af te bakenen. Mogelijk heeft zich hierbinnen een schuurtje bevonden. In het zuidwesten houdt de greppel op en aan de noordzijde is het spoor niet meer teruggevonden. De greppel oversnijdt een diepe kuil (spoor 1-4) met een diepte van 70 cm (afb. 5 & 6). In het noordwesten van werkput 1 is een complete voorraadpot aangetroffen (spoor 1, vnr. 9, afb. 5 & 7). Ter hoogte van de pot is een coupe gezet om de insteek van een ingraafkuil te vinden. Deze was echter in de coupe (en het vlak) niet meer te onderscheiden. De inhoud van de pot is gezeefd over 2mm, maar dat heeft op enkele stukjes verbrande klei en houtskool, geen noemenswaardige vondsten opgeleverd. Vergelijkbare ingegraven potten zijn eerder aangetroffen en zijn door onderzoekers geïnterpreteerd als ‘muizenvangers’, aspotten of 6 ingegraven voorraadpotten. Het ontbreken van archeologische resten in de vulling van de pot hoeft niet te betekenen dat de pot een dergelijke functie niet heeft gehad. De inhoud kan immers geleegd zijn. Ook kunnen – in het geval van een ingegraven voorraadpot – organische resten vergaan zijn. De exacte functie van de ingegraven pot zal door het ontbreken van materiaal in de pot echter een mysterie blijven. Halverwege vlak 1 bevinden zich een aantal donkere lagen die noord-zuid zijn georiënteerd. In eerste instantie werd gedacht dat dit de nazak over een sloot of greppel was. Tijdens het couperen bleken dit ook terplagen te zijn. Deze ‘fase’ van ophoging is ook duidelijk in het profiel te herkennen. In het tweede sporenvlak was de spoordichtheid groter (afb. 8). In het westen bevindt zich een deel van een kuil (spoor 1-43 en 1-47) met een diepte van 40 cm (afb. 9). Opvallend is de relatief grote hoeveelheid vondsten die uit dit spoor afkomstig is (zie hoofdstuk 4). In de zuidoosthoek van de werkput zijn tenslotte nog enkele kuilen aangetroffen, die zich door de lichte kleur onderscheiden van de donkere ondergrond (afb. 8 &10). In deze kuilen was de bovenliggende laag nagezakt. Vondsten zijn tijdens het couperen en het afwerken niet aangetroffen.

6

Botman & Kenemans 2001, 97-98.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


14

Complete voorraadpot

Spoor 1-4

421750

Spoor 1-5

Spoor 2-19

N N N N N N

00000

5m 5m 5m 5m 5m 5m

136750

Zaltbommel - Aalst Dorpsstraat 1 Overzicht van grondsporen vlak 1 Greppel / kuil

Recent

Dierbegraving

Terplaag

WR 09-07-2007

Legenda

Afb. 05. Overzicht van de sporen in vlak 1.

Afb. 06. Foto van de greppel (spoor 1-5) en kuil (spoor 1-4).

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


15

Afb. 07. Foto van de voorraadpot in het vlak en de coupe (spoor 1-1, vnr. 9).

Spoor 1-43

Spoor 1-47

421750

Spoor 1-43

N N N N

000000

5m 5m 5m 5m 5m 5m

136750

Zaltbommel - Aalst Dorpsstraat 1 Overzicht van grondsporen vlak 2 Greppel / kuil

Recent

Dierbegraving

Terplaag

WR 09-07-2007

Legenda

Afb. 08. Overzicht van de sporen in vlak 2. De sporen in werkput 2 bestaan uit kuilen, die in veel gevallen als dierbegravingen konden worden geïnterpreteerd (afb. 5 en 8). In één kuil (spoor 2-19) was nog een skelet van een schaap of geit in anatomisch verband aanwezig (afb. 11). In de overige kuilen zijn ook botfragmenten aangetroffen. Mogelijk kan hieruit geconcludeerd worden dat ook deze kuilen bij het begraven van dieren hebben gefunctioneerd, maar mogelijk kan deze laatste groep ook als afvalkuil worden gezien. In $4.4 wordt kort aandacht besteed aan de diersoorten die zijn aangetroffen. e De datering van de kuilen is niet eenvoudig, omdat ze onder een recent (19 eeuws) ophogingspakket tevoorschijn kwamen. Van duidelijk van elkaar te onderscheiden

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


16

(middeleeuwse) ophogingslagen was hier dus geen sprake. Daarnaast is uit de kuilen weinig vondstmateriaal afkomstig. In het tweede sporenvlak dachten we in het midden van de werkput een klein greppeltje te hebben gevonden. Dit bleken echter een antropogene lagen te zijn, die mogelijk in de Nieuwe tijd dateren. In dit vlak is ook weinig (dateerbaar) vondstmateriaal aangetroffen.

Afb. 09. Foto van de kuil (spoor 1-47).

Afb. 10. Foto van de kuil (spoor 1-49).

Afb. 11. Foto van een dierbegraving van een schaap of geit (spoor 2-19).

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


17

De terp In het veld is nog goed zichtbaar dat het plangebied zich op de noordoostelijke flank van een huisterp bevindt (afb. 12). Het hoogste punt van de terp bevindt zich op de plaats waar momenteel het pand Dorpsstraat 1 ligt (ongeveer 4 m +NAP). Zowel de noordelijke en oostelijke flank van de terp (respectievelijk werkput 1 en 2) lopen vrij steil af. Binnen de grenzen van het plangebied zijn de maaiveldhoogtes onderling vergeleken. Het maaiveld ter hoogte van werkput 1 loopt in noordelijke richting af van 3,35 m +NAP naar 2,85 m +NAP. Hetzelfde geldt voor het maaiveld ter hoogte van werkput 2. Van west naar oost loopt het maaiveld hier ook af van 3,35 m +NAP naar 2,85 m +NAP.

Afb. 12. Werkput 1 vanuit het noordoosten gefotografeerd.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


18

4 Vondstmateriaal 4.1 Aardewerk Door N.L. Jaspers Deventer Systeem Om de vondsten die tijdens de opgraving zijn verzameld te kunnen vergelijken met vondsten die elders in ons land tevoorschijn kwamen en nog zullen komen, is het noodzakelijk dat ze typologisch op een standaardwijze worden ingedeeld en beschreven. Om tot een dergelijke 7 standaard te komen, is in 1989 het zogenaamde ‘Deventer Systeem’ geïntroduceerd. De doelstellingen van dit systeem zijn meervoudig. Enerzijds kunnen met behulp van dit instrument op een snelle en eenvoudige wijze laat- en postmiddeleeuwse voorwerpen van glas en keramiek worden ingedeeld en beschreven. Anderzijds ontstaat door deze manier van werken gaandeweg een steeds groter wordende referentiecollectie voor de beschrijving van vondstgroepen uit de genoemde periodes. Daarnaast kan op basis van de aan dit systeem gekoppelde inventarislijsten van de beschreven vondstgroepen statistisch onderzoek worden verricht naar het bij de diverse sociale lagen behorende aardewerken en glazen bestanddeel van het huisraad. Zo kunnen bijvoorbeeld regionale verschillen in kaart worden gebracht. Op dit moment bestaat al een 8 aanzienlijke reeks van aan deze standaard gekoppelde publicaties. Het materiaal dat tijdens het onderhavige onderzoek is aangetroffen is volgens het Deventer-systeem gedetermineerd. De classificatie van aardewerk en glas met behulp van het Deventer Systeem volgt een vast stramien. Eerst worden de keramiek- en glasvondsten per vondstcontext naar de daarin voorkomende baksels/materiaalsoorten uitgesplitst. Vervolgens worden per baksel of materiaalsoort (glas) codes toegekend aan de individuele objecten. Op basis hiervan wordt een tellijst van het Minimum Aantal Exemplaren (MAE) samengesteld of vindt een schatting van het aantal potindividuen plaats op basis van de bewaard gebleven randpercentages (Estimated Vessel Equivalents of kortweg EVE’s). Voor het onderhavige onderzoek is gekozen om de methode van de EVE’s te gebruiken. Het aardewerk Er zijn 208 scherven gedetermineerd met een totaalgewicht van 10.594,4 gram. Dat komt neer op een gemiddeld gewicht van 50.93 gram per scherf, wat er normaliter op wijst dat het materiaal relatief goed geconserveerd is. Toch is het materiaal voor het grootste gedeelte erg gefragmenteerd en konden er weinig vormen uit gereconstrueerd worden. De aanwezigheid van enkele zeer grote en zware fragmenten van grijsbakkende melkteilen, en een grote complete grijsbakkende pot hebben een vertekenende invloed op het gemiddelde gewicht per scherf. Het totaal aan EVE’s komt op 6,05 op basis van 46 randfragmenten. Dit is al een zeer laag aantal EVE´s, en ook dit aantal is beduidend hoger uitgevallen door de aanwezigheid van de complete pot en half-complete melkteilen. De scherven laten qua datering een vrij homogeen beeld zien. In figuur 1 is de verdeling te zien van de opgegraven scherven uit de verschillende periodes. In figuur 2 is de verdeling opgenomen van het totaal aantal opgegraven scherven, verdeeld over de bakselgroepen. In tabel 3 staat een overzicht van de gebruikte perioden weergegeven.

7

Clevis & Kottman 1989. Bartels 1999; Bartels, et al. 1993; Barwasser & Smit 1997; Bastiaan 2004; Benthem 2006; Berg, et al. 2003; Bitter 1995; 1997a; 1997b; Bottelier 2004; Bult 1995; Carmiggelt & Veen 1995; Clazing & Ostkamp 2006; Clevis 2001; 2006; Clevis & Kleij 1990; Clevis & Klomp 2004a; 2004b; Clevis & Kottman 1989; Clevis & Smit 1990; Clevis & Thijssen 1989; Dierendonck 2004; Dijkstra 2003; Dijkstra & Spanjer 2002; Dijkstra, et al. 2006; Goossens 2004; Griffioen & Ostkamp 2006; Groothedde 2003; Groothedde & Bartels 2000; Groothedde & Henkes 2003; Hulst 2006; Jacobs 1994; 1995; 1997; Jacobs, et al. 2000; 2002; Jacobs & Veen 1996; Jaspers & Ostkamp 2006; Kaneda 2006; Kleij 1995; Klomp 2003; 2004; Kottman 1992a; 1992b; 2005; 2006; Krauwer & Snieder 1994; Meijlink & Spanjer 2004; Ostkamp 1998; 1999; 2003; 2005a; 2005b; 2006a; 2006b; 2006c; Ostkamp & Benthem 2004; Ostkamp & e.a. 1998; Ostkamp & Kaneda 2006; Ostkamp, et al. 2001; Ostkamp & Spanjer 2005; Schabbink & Ostkamp 2005; Schrijer & Dijkstra 2004; Thijssen 1991; Verhoeven & Brinkkemper 2001; Vermeulen 2002; Vreenegoor & Kuipers 1996; Weber 2006a; 2006b; Weber & Hulst 2006. 8

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


19

badorf pingsdorf proto-steengoed bijna-steengoed steengoed steengoed met engobe/glazuur kogelpotaardewerk blauwgrijs grijsbakkend roodbakkend witbakkend maaslands wit industrieel rood industrieel wit europees porselein indetermineerbaar

VMED (900-1050) LMEA (1050-1250) LMEA/LMEB (900-1250) LMEB (1250-1500) NTA (1500-1650) NTA/NTB (1500-1850) NTB/NTC (1650-heden) NTC (1850-heden)

Fig. 1: Verdeling fragmenten aardewerk in periodes over totale opgraving (n=208)

Fig. 2: Verdeling fragmenten aardewerk in bakselgroepen over totale opgraving (n=208)

e

e

e

e

De oudste vondsten uit de opgraving dateren uit de 9 /10 en 10 /11 eeuw, Vroege Middeleeuwen D (2%). EĂŠn van de scherven is van Badorfaardewerk en versierd met een radstempelversiering. Een tweede scherf betreft Pingsdorfaardewerk met een lichtgele scherf en is versierd met rode verfstreken. Een derde scherf is afkomstig van een kogelpot van het type kp9 kog-9, een vroegere variant van de kogelpot.

9

Verhoeven 1998.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


20

Tijdsaanduiding

Afkorting

Periode

Middeleeuwen Vroeg

VME

450 – 1050 na Chr.

Middeleeuwen vroeg A

VMEA

450 – 525 na Chr.

Middeleeuwen vroeg B

VMEB

525 – 775 na Chr.

Middeleeuwen vroeg C

VMEC

725 – 900 na Chr.

Middeleeuwen vroeg D

VMED

900 – 1050 na Chr.

Middeleeuwen laat

LME

1050-1500

Middeleeuwen laat A

LMEA

1050-1250

Middeleeuwen laat B

LMEB

1250-1500

Nieuwe tijd

NT

1500-heden

Nieuwe tijd A

NTA

1500-1650

Nieuwe tijd B

NTB

1650-1850

Nieuwe tijd C

NTC

1850-heden

Tabel 3. Overzicht van de periodes. Ongeveer 17% van het totaal aantal scherven dateert in de periode Late Middeleeuwen A. Dit zijn voornamelijk scherven Pingsdorf en blauwgrijs aardewerk, Maaslands wit en enkele scherven proto- en bijna-steengoed. De vormen die bij deze bakselgroepen voorkomen zijn (kogel)potten en kannen. Het aardewerk uit de periode Late Middeleeuwen A/B (9%) betreft in alle gevallen kogelronde kookpotten van kogelpotaardewerk die niet nauwkeuriger te dateren waren dan tussen ca. 1000 en 1350 na. Chr.

Afb. 13. Foto en tekening van een melkteil (vnr. 60). De periode Late Middeleeuwen B is het sterkst vertegenwoordigd (64%). Het grootste deel van e deze scherven dateert uit de 14 eeuw en behoort tot het grijsbakkende aardewerk van lokale of regionale herkomst. Het vormenspectrum van het grijsbakkende aardewerk bestaat uit grote kommen met een schenklip, vermoedelijk gebruikt als melkteilen (cat.nr. 1 in bijlage 1). De melkteilen van dit type zijn nog niet eerder gepubliceerd in het Deventer Systeem en één ervan is daarom getekend en voorzien van een nieuw typenummer (afb.13, g-kom-18). Daarnaast zijn er fragmenten van grote grijsbakkende kannen en potten gevonden. Er is zelfs één pot compleet tevoorschijn gekomen (cat. nr. 2 in bijlage 1). Ook deze pot is getekend en voorzien van een nieuw typenummer (afb. 14, g-pot-11). Het is opvallend dat de hoeveelheid scherven van roodbakkend aardewerk beduidend kleiner is dan die van het grijsbakkend aardewerk. Er zijn delen van een grape, een bord en twee bakpannen onder dit soort aardewerk aanwezig. Tevens zijn er fragmenten van ongeglazuurde steengoed kannen uit Siegburg onder het vondstmateriaal aangetroffen. Wanneer het mogelijk was deze op basis van hun morfologische kenmerken

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


21

e

scherper te dateren, dan viel de datering in het tweede of derde kwart van de 14 eeuw. Ook zijn er fragmenten van geglazuurde steengoedkannen verzameld, voornamelijk uit Langerwehe. Deze zijn ofwel voorzien van een bruinig zoutglazuur ofwel volledig bedekt met een auberginepaarse engobe. Tenslotte zijn er uit de Late Middeleeuwen B nog twee scherven van kannen in bijnasteengoed aanwezig. Aardewerk uit de Nieuwe tijd was wel op het opgegraven terrein aanwezig, maar is een stuk minder sterk vertegenwoordigd (8%). Bovendien betreft het materiaal uit verschillende periodes e e in de Nieuwe tijd, variĂŤrend tussen de 16 en de 20 eeuw.. De bakselgroepen die voorkomen zijn rood- en witbakkend aardewerk, industrieel rood en wit aardewerk en europees porselein.

Afb. 14. Foto en tekening van de voorraadpot (vnr. 9).

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


22

421770

De sporen De sporen die aan de hand van het aardewerk konden worden gedateerd staan op afb. 15 en 16 10 (vlak) en afb. 4 (profiel) weergegeven. Het spoor met het vroegste materiaal uit de opgraving is een kuil in werkput 1 vlak 2 (spoor 1-76). Het uit dit spoor afkomstige materiaal uit de Vroege Middeleeuwen D hoeft niet te wijzen op het begin van de bewoningsgeschiedenis op de 11 opgegraven locatie. Tijdens de opgraving zijn de onderste lagen niet opgegraven omdat deze niet werden bedreigd, waardoor over de beginfase geen informatie beschikbaar is. In elk geval hebben er in de Vroege Middeleeuwen D al activiteiten op het terrein plaatsgevonden.

1-1

1-19

1-5

1-37

1-33

421765

1-4

1-2

1-18

421760

1-10

1-15 1-14

1-39

421755

N N N

00000

2.5m 2.5m 2.5m 2.5m

136725

136730

136735

136740

136745

Aalst - Dorpsstraat Werkput 1 vlak 1. Datering van de sporen aan de hand van het aardewerk 12e eeuw

eerste helft 13e eeuw

WR 13-11-2007

Legenda derde kwart 14e eeuw

Afb. 15. Datering van de sporen in werkput 1, vlak 1. Een aantal sporen dateert op basis van het aanwezige aardewerk relatief vroeg in vergelijking met de bulk van het opgegraven materiaal uit andere sporen, namelijk in de Late Middeleeuwen e A. Deze sporen dateren waarschijnlijk uit de 12 eeuw, en bevatten maaslands wit, Pingsdorfaardewerk en/of kogelpotaardewerk. Het betreft enkele lagen (spoor 1-19, 1-53, 1-58 en 1-60) in werkput 1. Een iets latere datering geldt voor de sporen waarin, naast de zojuist genoemde baksels, ook blauwgrijs aardewerk en protosteengoed aanwezig was. Deze sporen dateren waarschijnlijk in de e eerste helft van de 13 eeuw. In werkput 1 betreft het drie lagen (spoor 1- 33, 1-39 en 1-45) en in werkput 2 betreft het twee kuilen (spoor 2-11 en 2-19). Zoals gezegd is het leeuwendeel van het aardewerk te dateren in de Late Middeleeuwen B. Het meeste aardewerk is afkomstig uit een donkergrijze humeuse ophogingslaag (spoor 1-18). Er komen in totaal 47 fragmenten uit deze laag. De datering van het aardewerk uit de laag is zeer homogeen. Op basis van het materiaal dat nauwkeuriger te dateren is, lijkt een datering in de

10 11

De sporen in werkput 2 zijn niet afgebeeld omdat ze allen vermoedelijk in de Nieuwe tijd dateren. Dit materiaal zou ook opspit kunnen zijn.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


23

e

derde kwart van de 14 eeuw aannemelijk. Eveneens in werkput 1 was, in de kuil in het midden van de put (spoor 1-47), een grotere concentratie scherven aanwezig (twintig stuks). Ook hier dateert het materiaal voornamelijk uit de Late Middeleeuwen B, met twee scherven uit voorgaande periodes. De overige sporen met materiaal uit dezelfde periode zijn allemaal gelegen 12 in werkput 1, en bevatten allemaal kleine hoeveelheden aardewerk.

421770

In de bouwvoor in werkput 1 (spoor 1-1000) bevond zich ook een grotere concentratie scherven (twintig stuks). Deze scherven zijn te dateren tussen ca. 1100 en 1700 na Chr. Het meeste materiaal uit de Nieuwe tijd is afkomstig uit werkput 2 en is bij de aanleg van het vlak verzameld uit de subrecente verstoring. Het materiaal bestaat bijvoorbeeld uit industrieel wit en europees e e e e porselein uit de late 19 of de 20 eeuw. Ook zitten hier enkele scherven uit de 12 of 13 eeuw als e e opspit doorheen gemengd. Ook is bij de aanleg aardewerk verzameld uit de 17 tot 19 eeuw.

Spoor 1-76

421765

Spoor 1-43

Spoor 1-58

Spoor 1-47

421760

Spoor 1-53

N N N

421755

Spoor 1-45

00000

2.5m 2.5m 2.5m 2.5m 2.5m 2.5m

136725

136730

136735

136740

136745

Aalst - Dorpsstraat Werkput 1 vlak 2. Datering van de sporen aan de hand van het aardewerk 10e-11e eeuw

12e eeuw

eerste helft 13e eeuw

derde kwart 14e eeuw

WR 13-11-2007

Legenda

Afb. 16. Datering van de sporen in werkput 1, vlak 2.

Conclusie Het diepst gelegen bewoningsniveau op het onderzochte terrein is niet opgegraven. Het is daardoor niet mogelijk om te zeggen wanneer de bewoning op deze locatie is begonnen. De e vroegste sporen die zijn opgegraven dateren uit de 10 eeuw. De vondsten nemen in aantal toe, e met een piek in de 14 eeuw. De hoeveelheid roodbakkend aardewerk is in verhouding met het grijsbakkende aardewerk zeer gering te noemen. De voorwerpen die scherper zijn te dateren, zijn e vooral in de tweede of derde kwart van de 14 eeuw te plaatsen. Een mogelijke verklaring e e hiervoor is dat de bewoners aan het eind van de 14 of in het begin van de 15 eeuw een nieuwe thuisbasis hebben gezocht en het terrein verlieten. Een andere verklaring kan zijn dat er na het e begin van de 15 eeuw geen bodemingrepen meer hebben plaatsgevonden, waarbij aardewerk in de bodem vermengd raakte.

12

Spoornummers 1-1, 1-2, 1-4, 1-5, 1-10, 1-14, 1-15, 1-16 en 1-37.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


24

4.2 Metaal Door C. Nooijen Inleiding Bij elk archeologisch onderzoek van bewoningsresten uit de Middeleeuwen vinden we metalen voorwerpen. Voorwerpen van metaal waren, net als vandaag de dag, alomtegenwoordig in woonen in werkomgeving. Van dat enorme aantal voorwerpen vinden we helaas maar een zeer klein deel terug. Zo werden voorwerpen, wanneer ze kapotgingen, of uit de mode of genade raakten omgesmolten. Vooral voor het aantreffen van de waardevolle voorwerpen is de archeoloog afhankelijk van ongelukken en toevalligheden. Behalve de manier waarop de voorwerpen in de grond terechtkwamen, heeft de manier waarop ze weer aan het licht komen zijn invloed op het aantal vondsten. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een metaaldetector en de inhoud van grondsporen wordt gezeefd, neemt vooral het aantal kleine vondsten zeer sterk toe. Bij de opgraving aan de Dorpsstraat in Aalst zijn zowel de vlakken als de stort met de hulp van een metaaldetector onderzocht. De voorwerpen die daarbij aan het licht kwamen, zijn als puntvondst ingemeten. Grondsporen zijn handmatig onderzocht op vondsten. Met deze methode zijn 19 metalen voorwerpen gevonden (tabel 4). Ze komen alle, op één vondst na, uit verschillende ophogingslagen. De toestand van de voorwerpen varieert, en dit hangt vooral samen met het gebruikte materiaal. Het ijzer is sterk gecorrodeerd; de koperlegeringen zijn licht tot zeer sterk gecorrodeerd en het lood is in goede conditie. Vijf voorwerpen konden enkel 13 geïdentificeerd worden na röntgenonderzoek. Hieronder zullen de meest interessante vondsten per spoor worden besproken. Beschrijving van de vondsten

Werkput

Vlak

Spoor

Vondst

Object

Materiaal

Context

Datering

1

1

1000

11.1

mes

ijzer

bouwvoor

1

1

18

17.1

plaatje

koperlegering

terplaag

LME LME

1

2

61

31.1

hoefijzer

ijzer

terplaag

LME LME

1

2

47

37.1

knijpschaar

ijzer

kuil

1

2

60

40.1

sleutel

ijzer

terplaag

LME

1

2

60

41.1

netverzwaring

lood

terplaag

LME

1

2

60

42.1

romeinse fibula

koperlegering

terplaag

1e - 2e eeuw

1

2

60

43.1

gesp

ijzer

terplaag

LME

1

2

60

44.1

hoefijzer

ijzer

terplaag

VMED-LMEA

1

2

60

47.1

plaatje

koperlegering

terplaag

LME

2

1

7

50.1

onbekend

lood

kuil

LME LME

1

2

56

56.1

gesp

koperlegering

terplaag

1

2

58

62.1

werktuig/wapen

ijzer

terplaag

LME

1

2

60

63.2

onbekend

ijzer

terplaag

LME

1

2

46

64.1

mes

ijzer

terplaag

LME

1

2

65

65.1

gesp

koperlegering

terplaag

LMEB

1

2

61

63.1

knijpschaar

ijzer

terplaag

LME

1

2

60

67.1

kaarshouder?

ijzer

terplaag

LME

1

2

60

70,1

plaatje

koperlegering

terplaag

LME

Tabel 4. De metalen vondsten van de opgraving.

13

De röntgenafbeeldingen zijn gemaakt door Restaura te Haelen.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


25

Afb. 17. Rรถntgenfoto van de knijpschaar (vnr. 37). Foto restaura. Vondstnummer 37.1 De enige metaalvondst uit deze kuil is een smalle knijpschaar (afb. 17). Hij is bijna compleet; alleen de veer die de beide snijbladen aan elkaar verbindt, is afgebroken. Knijpscharen komen ongewijzigd gedurende een lange periode voor, nog tot in de 20e eeuw en zijn daarom op grond van hun vorm niet te dateren. Vondstnummer 62.1 In een aslaag is een lancetvormig snijblad aan een massieve angel gevonden. Of het om een werktuig of een wapen gaat is niet duidelijk. Vondstnummer 42.1, 44.1 en 43.1 Een opmerkelijke vondst in deze ophogingslaag is een fibula uit de Romeinse tijd (vnr. 42.1, afb. 18). Het betreft een veel voorkomende draadfibula uit de Vroeg-Romeinse tijd. Uit dezelfde laag komt verder enkel Middeleeuws materiaal. Verder zijn er in dit spoor vondsten die wijzen op de aanwezigheid van paarden, namelijk een hoefijzer (vnr. 44.1) en een gesp (vnr. 43.1). Het hoefijzer, waarvan ongeveer de helft is bewaard, heeft een vrij dunne tak. Aan het uiteinde zit een zogenaamde kalkoen, een verdikking die zorgde voor meer grip. Mogelijk is het een hoefijzer van een type dat gedateerd wordt tussen 900 en 1150.14 De gesp heeft een eenvoudige, onversierde D-vorm. Vanwege zijn grote afmetingen, met een binnenopening van 50 mm, wordt hij bij het paardentuig geschaard.

Afb. 18. Foto van de Romeinse fibula (vnr. 42.1).

14

Clark 1995, 85-6, type 1.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


26

Vondstnummer 41.1 Een opgerold loden plaatje heeft gediend als verzwaring van een visnet. Dit type netverzwaringen kwam veel voor in de Volle en de Late Middeleeuwen. Vondstnummer 63.1 Een mes bleek bij het röntgenonderzoek in het bezit te zijn van een ingelegd merkteken, waarschijnlijk van een koperlegering (afb. 19). Het teken bestaat uit vier kleine kruizen, die in een kruisvorm zijn geplaatst.

Afb. 19. Röntgenfoto van het versierde mes (vnr. 63.1). Foto Restaura. Vondstnummer 40.1 Van een flinke sleutel is slechts de baard en de steel bewaard. Vondstnummer 63.1, 44.1 en 56.1 Ook in deze ophogingslaag is een knijpschaar aangetroffen en ditmaal is de helft bewaard (vnr. 63.1). Daarnaast is er een hoefijzer van Clark’s type 2, te dateren tussen 1050 en 1350 (vnr. 44.1).15 Van het ijzer is een tak met kalkoen bewaard. In één van de nagelgaten zit nog een hoefnagel. Een mooie gesp gemaakt van een koperlegering heeft een D-vormige beugel met daaraan een langwerpig versierd riembeslag (vnr. 56.1, afb. 20). De gesp dateert uit de periode 1300-1450.

Afb. 20. Foto van de gesp (vnr. 56.1).

15

Idem, 86.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


27

Vondstnummer 65.1 Dit spoor, ook een ophogingslaag, bevatte eveneens een gesp met langwerpig riembeslag (afb. 21). De vorm van de beugel is ovaal met nokken in de hoeken. Hij dateert tussen 1250 en 1400.

Afb. 21. Foto van de gesp (vnr. 65.1). Vondstnummer 50.1 Uit spoor 7, een kuil, komt een loden voorwerp, waarvan de functie onbekend is. Het bestaat uit een huls met een rechthoekige doorsnede waaraan een scharnier zit. In de huls stak waarschijnlijk een voorwerp zoals een stok. Eén zijde van de huls is afgesloten zodat het voorwerp op deze stok bleef zitten. Interpretatie Opvallend in de assemblage is het relatief grote aantal scharen en messen. Messen en knijpscharen werden bij allerlei activiteiten gebruikt, zowel in het huishouden als bij verschillende ambachten. In het gebruik lijkt er weinig verschil te zijn tussen de knijpschaar en de scharnierschaar die vanaf de late 13e vroege 14e eeuw ook vrij algemeen voorkomt. Helaas kunnen we dus niets zeggen over de activiteiten waar men de scharen en de messen voor gebruikte. De grote hoeveelheid doet wel vermoeden dat we het moeten zoeken bij een ambacht, en gezien de vindplaats zal die in de agrarische sfeer liggen. Zo kunnen de scharen gebruikt zijn bij het scheren van schapen. De twee gespen zijn van een goede kwaliteit. Het materiaal waarvan ze gemaakt zijn, alsmede het afwerkingsniveau en de versiering, wijzen op een zekere welvaart bij de terpbewoners.

4.3 Natuursteen en keramisch bouwmateriaal Er zijn zeven natuursteen fragmenten aangetroffen, waaronder een bijna complete vijzel (mortier). De overige zes fragmenten hebben betrekking op niet-bewerkte natuurstenen en zullen niet nader besproken worden. De vijzel is gemaakt van glimmerhoudend zandsteen, is komvormig en rond (afb. 22).16 De bovenkant en delen van de zijkant zijn afgebroken. De hoogte van de vijzel bedraagt minimaal 9,5 cm. De randdiameter bedraagt minimaal 22,5 cm en de rand is 4 cm dik. De bodem is plat en vierkant (16,5 x 16,5 cm). Op de vier hoeken bevinden zich vanaf de bodem opstaande randen die mogelijk als handgreep en schenktuit kunnen hebben gediend. Helaas is de bovenzijde niet bewaard gebleven. De vijzel is inwendig gepolijst en de ronde buitenzijde is bedekt met kapsporen. Het vierkante blok waaruit de vijzel is gemaakt is gladder afgewerkt. Een vergelijkbare vijzel is aangetroffen tijdens het archeologisch onderzoek van ‘Huis Malburg’ in Kerk-Avezaath.17 Hier is een vrijwel complete vijzel gevonden uit een laat middeleeuwse context (1350-1500). Deze vijzel is vervaardigd van kalksteen en heeft een hoogte van 18,3 cm en een

16 17

Determinatie door C. van Pruissen. Kars 2000, 153-154.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


28

randdiameter van 26 cm. De vijzel is voorzien van twee tegenover elkaar liggende handvatten en waarschijnlijk ook twee tegenover elkaar liggende tuiten die tussen de handvatten in zaten. Andere voorbeelden van natuurstenen vijzels uit laat middeleeuwse context (14e eeuw) vormen enkele vijzels uit Cothen, Schalkwijk en Ridderkerk.18 Ook deze vijzels zijn vervaardigd uit glimmerhoudend zandsteen. Ook uit vroeg middeleeuwse context zijn vergelijkbare vijzels bekend. In Dorestad (het huidige Wijk bij Duurstede) zijn bijvoorbeeld 195 (fragmenten van) vijzels aangetroffen.19 Wat echter opvalt aan deze vijzels is dat ze een open vorm hebben en dat de handvatten en/of tuiten meestal alleen aan de bovenrand zitten.

Afb. 22. Foto van de vijzel (vnr. 46).

4.4 Archeozoรถlogisch onderzoek Het meeste botmateriaal is aangetroffen in werkput 2, in de al eerder genoemde dierbegravingen (tabel 5).20 Wat opvalt aan de begravingen is dat rund domineert. Daarnaast is ook een compleet skelet van een schaap of geit aangetroffen (afb. 11). Tijdens de aanleg van werkput 1 zijn uit de middeleeuwse terplagen een hondenschedel en delen van een schedel van een varken en paard gevonden. Vondst

Diersoort

Context

70 1_60

Spoor

hond

terplaag

49 2_5

rund

kuil

48 2_21

rund

kuil

30 2_7

rund

kuil

10 1_18

varken

terplaag

24 1_18

paard

terplaag

51 2_19

schaap/geit

kuil

Tabel 5. De belangrijkste botvondsten van het onderzoek.

18

Hoekstra 1979. Kars & Broekman 1981. 20 Met dank aan N. Huisman voor het determineren van het botmateriaal. 19

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


29

5 Synthese 5.1 Algemeen Tijdens het archeologisch onderzoek aan de Dorpsstraat in Aalst is een deel van een huisterp uit de Middeleeuwen onderzocht. De huisterp staat in de volksmond bekend als ‘De Heuvel’ en is ook als zodanig zichtbaar in het huidige landschap. De huisterp aan de Dorpsstraat staat niet op zichzelf; in Aalst zijn meerdere huisterpen aanwezig zoals ook te zien is op de Bonnekaart uit de e 19 eeuw (afb. 23). Hierop is ook te zien dat één van de terpen ten oosten van het plangebied is overbouwd. Alleen de oostelijke helft is daarvan op de kaart nog zichtbaar.

Aalst op de Bonnekaart uit 1872 met daarop huisterp 'de heuvel' aangegeven.

Afb. 23. Aalst op de Bonnekaart uit 1872. Een groot voordeel van huisterpen is dat ze de archeologische resten in de ondergrond soms goed behouden. Tijdens het onderzoek werden ophogingen tot op een diepte van 1,5 m beneden maaiveld aangetroffen. In enkele boringen tot 2,5 m beneden maaiveld werden nog steeds archeologische indicatoren aangetroffen. Een nadeel van huisterpen is dat tijdens afgravingen, egalisaties en ophogingen oude woonlagen soms ook volledig verdwenen zijn. De hoogste kop van de terp – wat een vrij egaal terrein moet zijn geweest – heeft hier meestal het meest van te verduren. De woonlagen (afvallagen) van de kop van de terp worden meestal naar de flank geschoven, zodat de terp in de loop van de tijd in omvang en hoogte toeneemt. Soms vinden in latere perioden ook ingrijpende vergravingen plaats. Zo is het westelijk deel van de terp bij de aanleg van de Prins Hendrikstraat volledig verdwenen. De noordelijke rand van de terp is bij de aanleg van deze straat wel intact gelaten. Op de topografische kaarten is goed te zien dat de straat in oostelijke richting om de terp heen buigt (afb. 2, 23 en 24). Ten oosten van de kavel van Dorpsstraat 1 (op de locatie van werkput 2) is de opbouw van de terp tot op een diepte van 1,5 m beneden maaiveld verdwenen. In het recente verleden zal hier e veel grond zijn verwijderd en is het terrein opgehoogd met grond. Dit zal in de 19 eeuw hebben plaatsgevonden, getuige de vondsten uit dit ophogingspakket. Ook was in het veld zichtbaar dat de naastgelegen kavel behoorlijk was geëgaliseerd. Vanaf de perceelsgrens duikt het maaiveld abrupt naar beneden. De opbouw van de terp is op de locatie van werkput 1 wel zeer goed bewaard gebleven. Er zijn e e e grofweg drie hoofdfases te herkennen; 12 eeuw, 13 eeuw en derde kwart 14 eeuw (afb. 4). Enkele vondsten uit de Vroege Middeleeuwen tonen echter aan dat ook in deze periode de terp

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


30

421800

bewoond is geweest. Dit deel is echter nog in de ondergrond aanwezig en zal niet worden aangetast. Een fibula uit de Romeinse tijd die uit een middeleeuwse terplaag afkomstig is, geeft ook aan dat in (of in de directe nabijheid van) het plangebied in de Romeinse tijd activiteiten 21 hebben plaatsgevonden. e De 12 eeuwse fase kenmerkt zich door vrijwel horizontaal gelegen terplagen. Deze lagen zijn in e het oostelijk deel van werkput 1 (vlak 2) aangesneden. De vondsten uit de 13 eeuw zijn in een relatief dikke terplaag aangetroffen. Opmerkelijk is dat deze laag halverwege werkput 1 steil omhoog duikt en verder in oostelijke richting vrij horizontaal verloopt. De vele terplagen die op dit pakket liggen vertonen dezelfde steilheid, bijna tot onder aan de bouwvoor. Dit is een duidelijke aanwijzing dat de huisterp hoger is geweest (50 tot 100 cm). e De laatste fase van de middeleeuwse huisterp dateert in de derde kwart van de 14 eeuw. Hiervan zijn vooral aan de uiterst westelijk gelegen rand sporen en vondsten teruggevonden. Wat opvalt is dat de (in tijd herkenbare) terplagen uit deze periode behoorlijk dik zijn. Van een geleidelijke e e e ophoging die tussen de 13 en de 14 eeuw heeft plaatsgevonden, is in de 14 eeuw dus geen sprake. e Vanaf de 15 eeuw lijkt de huisterp (op de locatie van het plangebied) niet meer bewoond te zijn geweest. Waarschijnlijk is deze vanaf die periode verlaten. Als er elders op de terp bewoning was geweest dan mag worden aangenomen dat hiervan ook in het plangebied de afvallagen zouden e worden aangetroffen. Pas na vijfhonderd jaar wordt er in de 20 eeuw weer op de terp gebouwd.

421700

drikstraat Prins Hen

Wp 1

Wp 2

Dorpsstr

N N N

00000

aat

25m 25m 25m 25m 25m

136700

136800

Zaltbommel - Aalst Dorpsstraat Locatie huisterp en monument Legenda Werkput met nummer

Bebouwing

Omtrek plangebied

Monument 4285

Locatie huisterp op Bonnekaart (schets)

WR 15-11-2007

Wp 1

Afb. 25. Locatie van de huisterp en het monument op de topografische kaart.

21

Tijdens de ruilverkaveling zijn in het ‘Hamblok’ en de ‘Molenpolder’ sporen van een nederzetting uit de Romeinse tijd aangetroffen (www.vierheerlijkheden.nl).

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


31

5.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen De onderzoeksvragen die in het Programma van Eisen zijn gesteld zullen hier worden beantwoord op basis van de bevindingen van het onderzoek. - Zijn er begrenzingen van de terp aan te tonen? Tijdens het onderzoek in beide werkputten zijn in werkput 1 goed geconserveerde terplagen aangesneden. De graafwerkzaamheden bereikten een diepte van 1,5 m beneden maaiveld en ook op dit niveau was de terp in deze werkput nog aanwezig. Met behulp van boringen is getracht de omvang en ‘onderkant’ van de terp vast te stellen. Langs het zuidprofiel van de werkput zijn drie boringen gezet tot ca. 2,5 m beneden maaiveld (0,8 m +NAP). Tot op deze diepte was het terplichaam nog aanwezig. In de noordwesthoek van de werkput is de natuurlijke ondergrond wel vastgesteld. De komklei die in de boring werd waargenomen bevond zich hier op een hoogte van ca. 0,5 m +NAP. Hieruit kunnen we concluderen dat het terplichaam overal in werkput 1 aanwezig is. In noordwestelijke richting is de terp op een hoogte van 0,5 m +NAP niet meer aanwezig. We bevinden ons daar dus op de uiterste flank van de terp. Hoe de terp in de andere richtingen verloopt is niet duidelijk. Op de plek waar werkput 2 is aangelegd zijn geen terplagen e aangesneden. Deze zijn in de 19 eeuw volledig vergraven. De kern van de terp zal zich op de plaats van de huidige bebouwing aan de Dorpsstraat 1 bevinden. In oostelijke richting is de terp dus behoorlijk verstoord. Hoe de terp in noordelijke richting (buiten het plangebied) doorloopt is e niet vastgesteld. Als we kijken naar de wijze waarop het terplichaam op de Bonnekaart uit de 19 eeuw is aangegeven, lijkt deze zich ook in noord(oostelijke) richting uit te strekken (afb. 24). Dit valt goed samen met de Prins Hendrikstraat welke aan de noordzijde om de terp heen buigt. - Hoeveel faseringen kunnen er in de opbouw van de terp aangetoond worden en welke datering kan er aan deze faseringen gegeven worden? Op basis van het onderzoek kunnen drie bewoningsfasen worden vastgesteld. Deze dateren in de e e e 12 , 13 en 14 eeuw. Losse vondsten hebben aangetoond dat in de Vroege Middeleeuwen ook bewoning op de terp is geweest. De Romeinse fibula uit een van de middeleeuwse terplagen is een aanwijzing voor bewoning in de Romeinse periode in of nabij het plangebied. Het is echter niet duidelijk of de fibula afkomstig is van een nederzetting ‘onder’ de terp of dat de fibula met grond van elders op de terp terecht is gekomen. - Zijn er sporen aanwezig in de verschillende ophogingslagen en zo ja wat is hun aard en gesteldheid? Er zijn maar enkele sporen in de terplagen aangetroffen. Aan de hand van het aardewerk kunnen deze sporen – die bestaan uit greppels en kuilen – in de drie bewoningsfases worden ingedeeld (zie afb. 16 en 17). De dierbegravingen in werkput 2 kunnen niet nader gedateerd worden, omdat e de sporen zich direct onder het 19 eeuwse pakket bevinden en geen daterend vondstmateriaal hebben opgeleverd. - Kunnen er verschillen in het gebruik van de terp aangewezen worden en zo ja, welke? Nee. Tijdens het onderzoek zijn alleen ophogingslagen en enkele sporen aangetroffen. De sporen in de noordwesthoek van werkput 1 zijn mogelijk de overblijfselen van een schuurtje dat e omgreppeld is geweest. Het oostelijk deel van de terp (ter hoogte van werkput 2) is in de 19 eeuw volledig vergraven. - Bestaat er een verband tussen de stratigrafische lagen van de terp en het omringende gebied wat betreft bodemopbouw? De terplagen bestaan uit kleiige afzettingen die in de directe omgeving van het plangebied voorkomen. De grond die is gebruikt voor het ophogen van de terp is dus uit de directe omgeving afkomstig. - Zijn er sporen aanwezig buiten de terp en zo ja wat is hun aard en gesteldheid? Beide werkputten bevonden zich op het terplichaam. Buiten de terp is geen onderzoek gedaan.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


32

Literatuur Bartels, M., 1999: Steden in scherven. Vondsten uit beerputten in Deventer, Dordrecht, Nijmegen en Tiel (1250-1900), Zwolle/Amersfoort. Bartels, M., H. Clevis & F.D. Zeiler, 1993: Van huisvuil en huizen in Hasselt. Opgravingen aan het Burg. Royerplein, Kampen. Barwasser, M. & M. Smit, 1997: Acht eeuwen tussen twee stegen. Archeologisch, historisch en bouwhistorisch onderzoek in Kampen, Kampen. Benthem, A. van, 2006: Alkmaar Schelphoek. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. Amersfoort (Rapport 503, Berg, G. van den, S. Ostkamp & M. Veen, 2003: Catalogus van de misbaksels uit de Spaarpotsteeg. In: H. van den Berge (red.), In Gorcum gebakken. Aardewerk, kleipijpen, wandtegels. Rotterdam, 126-144. Bitter, P., 1995: Geworteld in de bodem. Archeologisch en historisch onderzoek van een pottenbakkerij bij de Wortelsteeg in Alkmaar. Zwolle (Publicaties over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie, I). Bitter, P., 1997a: Wonen op Niveau. Archeologisch, bouwhistorisch en historisch onderzoek van twee percelen aan de Langestraat. Alkmaar (Rapporten over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie, 5). Bitter, P., 1997b: Wonen op Niveau. Catalogus van keramiek en glas. Alkmaar (Rapporten over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie, 5a). Botman, A.E. & M.C. Kenemans 2001: Sporen en structuren, in: A.A.A. Verhoeven & O. Brinkkemper (eds.), Archeologie in de Betuweroute: twaalf eeuwen bewoning langs de Linge bij De Stenen Kamer in Kerk-Avezaath, Amersfoort (RAM 85), 59-130. Bottelier, T., 2004: Een glasvondst afkomstig van de NV Glasfabriek Albert in het stadsdeel Schalkwijk (eertijds gemeente Haarlemmerliede). (Haarlems Bodemonderzoek, 37). Bult, E.J., 1995: Delftse theepotten, de tweede generatie. In: H. Clevis (red.), Assembled articles 2. Symposium on medieval and post-medieval ceramics, Antwerpen 25 and 26 january 1995. Antwerpen/Nijmegen, 33-42. Carmiggelt, A. & M.M.A. Van Veen, 1995: Laat- en postmiddeleeuws afval afkomstig uit zes vondstcomplexen te Den Haag. Den Haag (HOP-reeks, 2). Clark, J., 1995: Horseshoes, in: J. Clark (red.), The medieval horse and its equipment c.1150-1450: Medieval Finds from Excavations in London, London, 75-123. Clazing, A. & S. Ostkamp, 2006: Aardewerk. Amersfoort (In de voetsporen van heren (en) boeren. De ontdekking van een Stenen Kamer aan de Lange Steeg te Alblasserdam, 519). Clevis, H., 2001: Zwolle ondergronds. Zeven blikvangers van archeologische vondsten in Zwolle, Zwolle. Clevis, H., 2006: Achter de Broeren 2004. Pottenbakker of potverkoper; 16de-eeuwse misbaksels van keramiek uit Zwolle. Zwolle (Archeologische Rapporten Zwolle, 30). Clevis, H. & J. Kottman, 1989: Weggegooid en teruggevonden. Aardewerk en glas uit Deventer vondstcomplexen 1375-1750, Kampen. Clevis, H. & J. Thijssen, 1989: Kessel huisvuil uit een kasteel, Mededelingenblad Nederlandse Vereniging van Vrienden van de Ceramiek 136, 4-45. Clevis, H. & P. Kleij, 1990: Het Zwolse Celehuisje, de bewoners en hun afval, 1550-1650, Zwols historisch tijdschrift 7-3, 76-93.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


33

Clevis, H. & M. Smit, 1990: Verscholen in vuil. Archeologische vondsten uit Kampen 1375-1925, Kampen. Clevis, H. & M. Klomp, 2004a: Grote Markt 3-5. Zwolle (Archeologische Rapporten Zwolle, 14). Clevis, H. & M. Klomp, 2004b: Melkmarkt 30. Zwolle (Archeologische Rapporten Zwolle, 12). Dierendonck, R.M. van (met medewerking van H. Hendrikse), 2004: Verdronken dorpen in Zeeland (2): op zoek naar Sinte Philipslandt: archeologisch onderzoek in het kader van het project Verdronken Dorpen, Zeeland 13, 45-59. Dijkstra, J., 2003: Archeologisch onderzoek aan de Koningsstraat te Dokkum. Met bijdragen van S. Ostkamp, E. Kars, F.A. van der Chijs en BIAX Consult. Bunschoten (ADC Rapport, 204). Dijkstra, J. & M. Spanjer, 2002: Een Aanvullend Archeologisch Onderzoek aan de Hofstraat te IJsselstein. Met bijdragen van S. Ostkamp, H. van Haaster, L. Kubiak, J.T. Zeiler en D.C. Brinkhuizen. Bunschoten (ADC Rapport, 129). Dijkstra, M., S. Ostkamp, J.F.P. Kottman & L. de Vries (red.), 2006:Vondsten uit een beerput van huis Rosendaal te Lisse (ca. 1590-1630). Een kijkje in de keuken van een VOC beambte. Symposium on medieval and post-medieval ceramics. Zwolle 9 en 10 okt 2003. Zwolle (Assembled Articles, 3). Goossens, T.A., 2004: Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek van het plangebied 'Westflank-Laurentius', gemeente Breda. Met bijdragen van N. Prangsma, S. Ostkamp en A. de Boer. Amersfoort (ADC Rapport, 224). Griffioen, A. & S. Ostkamp (red.), 2006:Een 16de-eeuwse beerput uit de binnenstad van Woerden. Symposium on medieval and post-medieval ceramics. Zwolle 9 en 10 okt 2003. Zwolle (Assembled Articles, 3). Groothedde, M., 2003: Inleiding op twee vondstcomplexen van Zutphen-Stadhuis, vondstnummers 340 en 473. Zutphen (Digitaal rapport gemeente Zutphen, XXXXXXXXXXX). Groothedde, M. & M. Bartels, 2000: Taminiau in Zutphen, archeologie, geschiedenis en producten van een 19de-eeuwse pottenbakkerij. In: A. Bรถring, et al. (red.), Tรถpfer. Kramer. Pottenbakkers. Keramiek tussen IJssel en Berkel. Borken, 173-236. Groothedde, M. & H.E. Henkes, 2003: Zutphens glas zonder glans, Zutphen (CD-rom, gemeente Zutphen). Hendrikx, B., 2007: Programma van Eisen Aalst-Dorpsstraat 1, Amersfoort (PvE-nr. 07-162). Hoekstra, T.J., 1979: Een stolp en enige vijzels, Westerheem 28, 167-172. Hulst, M. (red.), 2006:Glas uit de gracht. Symposium on medieval and post-medieval ceramics. Zwolle 9 en 10 okt 2003. Zwolle (Assembled Articles, 3). Jacobs, E., 1994: Archeologisch onderzoek op een binnenterrein achter de percelen Burgwal 9599 te Haarlem, Haarlems Bodemonderzoek 28, 3-25. Jacobs, E., 1995: De Rode Gravin. Archeologisch onderzoek op het terrein tussen Gravinnensteeg en de Gedempte Oude Gracht te Haarlem, Haarlems Bodemonderzoek 29, 3-72. Jacobs, E., 1997: Begijnhof 6/6a: Prehistorische en laatmiddeleeuwse bewoningssporen, Haarlems Bodemonderzoek 31, 39-77. Jacobs, E. & M.M.A. Van Veen, 1996: Van kerk tot rekenwerk. Laat- en postmiddeleeuwse vondstcomplexen aan het Lange Voorhout. Den Haag (HOP-reeks, 3). Jacobs, E., D. Olthof & A. Pavlovic, 2000: Antoniestraat 6 en 8: potten en putten, Haarlems Bodemonderzoek 34, 3-110. Jacobs, E., M. Poldermans & T. van der Zon (red.), 2002: Spitten aan het Spaarne. Archeologisch onderzoek onder de Gravinnenhof in Haarlem. Haarlem.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


34

Jaspers, N.L. & S. Ostkamp, 2006: Het aardewerk uit de opgraving. Bodemvondsten uit de Boerenhoek Enkhuizen, opgraving “De Baan�(fase 2). Amersfoort (ADC Rapport, 452). Kaneda, A. (red.), 2006:How to distinguisch Japanese porcelain from Chinese porcelain. Symposium on medieval and post-medieval ceramics. Zwolle 9 en 10 okt 2003. Zwolle (Assembled Articles, 3). Kars, H., & J.A. Broekman 1981 (1983): Early-Medieval Dorestad: An archaeo-petrological study, Part IV: The mortars, the sarcophagi an other limestone objects, Berichten ROB 31, 415-451. Kars, E.A.K., 2000: Natuursteen, in: J.W.M. Oudhof, J. Dijkstra, A.A.A. Verhoeven (eds.), 'Huis Malburg' van spoor tot spoor. Een middeleeuwse nederzetting in Kerk-Avezaath, Amersfoort, (RAM 81), 195. Kleij, P., 1995: Oosterhouts aardewerk. In: H. Clevis (red.), Assembled articles 2. Symposium on medieval and post-medieval ceramics, Antwerpen 25 and 26 january 1995. Antwerpen/Nijmegen, 101-128. Klomp, M., 2003: Het vrouwenhuis. Archeologisch en bouwhistorisch onderzoek op het perceel Melkmarkt 53 / Voorstraat 46, Zwolle. Klomp, M., 2004: Van opgaand hout en eenige perken. Archeologisch onderzoek op het Broerenkerkplein in Zwolle. (Archeologische Rapporten Zwolle, 15). Kottman, J.F.P., 1992a: Glasvondsten uit de beerkelder van Cruydenborgh, Westerheem 41, 210226. Kottman, J.F.P., 1992b: Zeventiende-eeuwse glazen drinkgerei uit het adellijk vrouwenstift van Susteren, Vormen uit vuur 146, 4-15. Kottman, J.F.P., 2005: De glasvondsten. Huis te Vleuten opgegraven. Archeologisch onderzoek in het kader van het project Spoorverbredeing VleuGel / Randstadspoor. (ADC Rapport, 403). Kottman, J.F.P., 2006: De glasvondsten. Archeologisch onderzoek op het terrein van de voormalige Berhuijskazerne te Middelburg. Amersfoort (ADC Rapport, 595). Krauwer, M. & F. Snieder (red.), 1994:Nering en vermaak. De opgraving van een veertiendeeeuwse markt in Amersfoort. Utrecht. Meijlink, B. & M. Spanjer, 2004: Archeologisch onderzoek in het centrum van Sassenheim. Proefsleuven rondom de Nederlands Hervormde Kerk. Met bijdragen van F. Zuidhof en S. Ostkamp. Amersfoort (ADC Rapport, 296). Nijdam, L.C., 2006: Maasdijk tegenover nr. 47 te Aalst (gem. Zaltbommel) (ADC-rapport 794), Amersfoort. Ostkamp, S., 1998: Vleuten, de vondsten. In: (red.), Archeologisch onderzoek Vleuten de Meern, Plangebied Veldhuizen. Rijksstraatweg. Veldhuizen A. Amersfoort (Rapportage archeologische monumentenzorg, 60), Ostkamp, S., 1999: De opgraving van het St. Agnesklooster in Oldenzaal. Amersfoort (Rapportage Archeologische Monumentenzorg, 50). Ostkamp, S., 2003: Een boedel op de schop. 16de-eeuwse vondsten uit Oldenzaalse waterput, Overijssels erfgoed. Archeologische en bouwhistorische kroniek 2002, 71-112. Ostkamp, S., 2005a: Het vondstmateriaal. Purmerend Westerstraat. Een definitief archeologisch onderzoek. Amersfoort (ADC Rapport, 454). Ostkamp, S., 2005b: Het vondstmateriaal. De opgraving Purmerend Padjedijk. Amersfoort (ADC Rapport, 341).

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


35

Ostkamp, S., 2006a: Catalogus: Aardewerk uit een waterput van pottenbakkerij ‘De Hoop' (18421858) Alkmaar Schelphoek. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. Amersfoort (ADC Rapport, 503). Ostkamp, S. (red.), 2006b:Faience uit de werkplaats van Quirijn Aldertsz en zijn vrouw Engeltje Kleijnoven (1655-1693). Vondsten uit een beerput op het voormalige bedrijfsterrein van ‘De Porceleyne Fles’ in Delft. Symposium on medieval and post-medieval ceramics. Zwolle 9 en 10 okt 2003. Zwolle (Assembled Articles, 3). Ostkamp, S., 2006c: Vondsten, Oudewater Marktstraat 37. Een archeologische begeleiding. Amersfoort (ADC Rapport, 617). Ostkamp, S. & e.a., 1998: Van gorters, brouwers en een hospitaal. Archeologisch onderzoek aan het Wortelsteegplein. Alkmaar (Rapporten over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie, 6). Ostkamp, S. & A. van Benthem, 2004: Goes ‘Prins van Oranje’. Een archeologische begeleiding. Amersfoort (ADC Rapport, 307). Ostkamp, S. & M. Spanjer, 2005: De opgraving Purmerend Padjedijk. Amersfoort (ADC Rapport, 341). Ostkamp, S. & A. Kaneda, 2006: Het aardewerk uit de opgraving. Archeologisch onderzoek op het terrein van de voormalige Berhuijskazerne te Middelburg. Amersfoort (ADC Rapport, 595). Ostkamp, S., R. Roedema & R. van Wilgen, 2001: Gebruikt en gebroken. Archeologisch onderzoek naar drie vondstlocaties in het oostelijk stadsdeel. Alkmaar (Rapporten over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie, 10). Otter, Y. den, 2007: Zaltbommel Dorpsstraat 1 te Aalst. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek, karterende fase, ‘s Hertogenbosch (BAAC-rapport 07.0006). Schabbink, M. & S. Ostkamp, 2005: Het aardewerk van Huis te Vleuten. Huis te Vleuten opgegraven. Archeologisch onderzoek in het kader van het project Spoorverbredeing VleuGel / Randstadspoor. Amersfoort (ADC Rapport, 403). Schrijer, E. & J. Dijkstra, 2004: Leeuwarden Stadhuis - Archeologische Begeleiding en Definitief Archeologisch Onderzoek. Met bijdragen van S. Ostkamp en K. Hänninen (BIAX Consult). Bunschoten (ADC Rapport, 218). Thijssen, J. (red.), 1991:Tot de bodem uitgezocht. Glas en ceramiek uit een beerput van de ‘Hof van Batenburg’ te Nijmegen 1375-1850. Nijmegen. Verhoeven, A.A.A., 1998: Middeleeuws gebruiksaardewerk in Nederland (8ste - 13de eeuw), Amsterdam (Amsterdam Archaeological Studies 3). Verhoeven, A.A.A. & O. Brinkkemper, 2001: Archeologie in de Betuweroute: Twaalf eeuwen bewoning langs de Linge bij De Stenen Kamer in Kerk-Avezaath. Amersfoort (Rapportage Archeologische Monumentenzorg, 85). Vermeulen, B., 2002: Het middeleeuwse tolhuis en de middeleeuwse landweer aan de Snipperlingsdijk te Deventer. Deventer (Rapportage Archeologie Deventer, 10). Vreenegoor, E. & J. Kuipers, 1996: Vondsten in Veere. Middeleeuwse voorwerpen uit een beerput van het huis ‘In den Struys’, Abcoude/Amersfoort. Weber, E. (red.), 2006a:Gebroken keramiek uit een middeleeuwse waterput van kasteel Daelenbroeck. Symposium on medieval and post-medieval ceramics. Zwolle 9 en 10 okt 2003. Zwolle (Assembled Articles, 3). Weber, E. (red.), 2006b:Wonen en werken op het kasteel. Onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van kasteel Daelenbroeck op basis van het huishoudelijk afval. Symposium on medieval and post-medieval ceramics. Zwolle 9 en 10 okt 2003. Zwolle (Assembled Articles, 3).

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


36

Weber, E. & M. Hulst (red.), 2006:Middeleeuwse vondsten uit de beerput van de Beverwijkse woontoren. Symposium on medieval and post-medieval ceramics. Zwolle 9 en 10 okt 2003. Zwolle (Assembled Articles, 3).

Lijst van afbeeldingen, tabellen, figuren en bijlagen Afb. 01. Locatie van het plangebied in Nederland. Afb. 02. Locatie van de werkputten op de topografische kaart. Afb. 03. Locatie van het zuidprofiel en de boringen in werkput 1. Afb. 04. zuidprofiel van werkput 1 met daterende lagen. Afb. 05. Overzicht van de sporen in vlak 1. Afb. 06. Foto van de greppel (spoor 1-5) en kuil (spoor 1-4). Afb. 07. Foto van de voorraadpot in het vlak (spoor 1-1, vnr. 9). Afb. 08. Overzicht van de sporen in vlak 2. Afb. 09. Foto van de kuil (spoor 1-47). Afb. 10. Foto van de kuil (spoor 1-49). Afb. 11. Foto van een dierbegraving met compleet skelet (spoor 2-19). Afb. 12 Werkput 1 vanuit het noordoosten gefotografeerd. Afb. 13. Foto en tekening van een melkteil (vnr. 60). Afb. 14. Foto en tekening van de voorraadpot (vnr. 9). Afb. 15. Datering van de sporen in werkput 1, vlak 1. Afb. 16. Datering van de sporen in werkput 1, vlak 2. Afb. 17. Rรถntgenfoto van de knijpschaar (vnr. 37). Foto Restaura. Afb. 18. Foto van de Romeinse fibula (vnr. 42.1). Afb. 19. Rรถntgenfoto van het versierde mes (vnr. 63.1). Foto Restaura. Afb. 20. Foto van de gesp (vnr. 56.1). Afb. 21. Foto van de gesp (vnr. 65.1). Afb. 22. Foto van de vijzel (vnr. 46). Afb. 23. Aalst op de Bonnekaart uit 1872. Afb. 24. Locatie van de huisterp en het monument op de topografische kaart. Tabel 1. Tijdsduur van de verschillende (pre)historische perioden. Tabel 2. Aard spoor en hoeveelheid. Tabel 3. Overzicht van de periodes. Tabel 4. De metalen vondsten van de opgraving. Tabel 5. De belangrijkste botvondsten van het onderzoek. Figuur 1. Verdeling fragmenten aardewerk in bakselgroepen over totale opgraving (n=208). Figuur 2. Verdeling fragmenten aardewerk in periodes over totale opgraving (n=208). Bijlage 1. Nieuwe aardewerktypen van de opgraving. Bijlage 2. Catalogus aardewerk van de opgraving Aalst-Dorpsstraat. Bijlage 3. Splitslijst.

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


37

Bijlage 1 Catalogus: Nieuwe aardewerktypen uit de opgraving te Zaltbommel, Aalst, Plangebied Dorpstraat 1 N.L. Jaspers

Opbouw van de catalogusblokjes

Cat.

1

Cat.

2

1a 1b 2 3 4a

1a 1b 2 3 4a 4b

ZALL-07-60-2 kuil of greppel (1350-1450) g-kom-18 1350-1450 34/bolle kom met manchetrand, op lobvoeten grijsbakkend aardewerk

1a 1b 2 3 4a 4b

ZALL-07-9-1 ingegraven in NW-hoek put 1, vlak 1 g-pot-11 1350-1400 28/24,5 bolle voorraadpot met hoge schouder, zonder hals, met driehoekig verdikte rand en dekselgeul, op lobvoeten grijsbakkend aardewerk

4b 5a 5b 5c 5d 6a 6b 6c 7 8 9

vondstnummer vondstcontext (complexdatering) code van het type objectdatering maten in centimeters (grootste diameter / hoogte) beschrijving van het type baksel kleur / glazuur beschrijving van de decoratie diversen bodem oor / steel compleetheid functie productiecentrum literatuur

(alle afbeeldingen in deze catalogus zijn schaal 1:4)

5a 5b 5c 5d 6a 6b 6c 7 8 9

schenklip fragment, gereconstrueerd proďŹ el melkteil lokaal of regionaal

5a 5b 5c 5d 6a 6b 6c 7 8 9

standlobben compleet pot lokaal of regionaal


38

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


39

OPMERKINGEN

EINDDAT

33

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 50

14 50

1

1

2

10 00

1

5

steengoed met glazuur

s2

bodem ontbreekt

zoutglazuur: ijzerengobe

Langerwe he

13 00

13 paars 50 oppervlak

1

1

3

10 00

1

30

roodbakkend aardewerk

r

bo r

bord

lokaal of regionaal

15 00

15 slibversiering, 50 sikkels

1

1

4

10 00

1

61

roodbakkend aardewerk

r

bo r

bord

lokaal of regionaal

14 00

15 uitwendig 50 beroet

1

1

5

10 00

1

54

steengoed met glazuur

s2

ka n

kan

Frechen

16 00

uitwendig 16 bruin 50 oppervlak met pantermotief

1

1

6

10 00

1

5

steengoed met glazuur

s2

Westerwal d

16 00

18 00

1

2

1

5

1

26

indetermineer baar

10 00

handgevormd, 13 mogelijk 50 verweerde kogelpot

1

2

2

5

4

21 6

grijsbakkend aardewerk

1

2

3

5

3

12 9

1

3

1

20 00

1

1

3

2

20 00

1

3

3

1

4

1

0,1

BODEM standlobben

1

bodem ontbreekt

loodglazuur: inwendig (uitwendig -) loodglazuur: inwendig (uitwendig -)

HERKOMST

3

NAAM

BEGINDAT

OPPERVLAK

10 00

TYPENR

GEWICHT

VORMCODE

AANTAL

1

BAKSEL

SPOORNR

1

EVE

VOLGNR

1

DIAMETER

PUTNR

VONDSTNR

BAKSELCODE

Bijlage 2

bodem ontbreekt

zoutglazuur: ijzerengobe

bodem ontbreekt

zoutglazuur: uitwendig (inwendig -)

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

g

standlobben

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

5

steengoed

s1

bodem ontbreekt

zoutglazuur: uitwendig spaarzaam (uitwendig -)

Siegburg

13 25

14 50

1

7

steengoed met glazuur

s2

bodem ontbreekt

zoutglazuur

Duitse Rijnland

14 00

15 50

20 00

3

87

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 worstoor 50

1

10 00

1

60

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

ko m

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kom

lokaal of regionaal

13 25

13 75

4

2

10 00

1

13 0

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

ka n

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kan

lokaal of regionaal

13 50

14 verticaal 50 bandoor

1

4

3

10 00

1

9

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

4

4

10 00

1

15

blauwgrijs aardewerk

bg

standring

ongeglazuurd

Duitse Rijnland

11 00

12 50

1

4

5

10 00

1

97

roodbakkend aardewerk

r

bo r

bodem ontbreekt

loodglazuur: inwendig geheel, uitwendig spaarzaam

lokaal of regionaal

15 25

16 00

3

18

steengoed met glazuur

s2

ka n

bodem ontbreekt

zoutglazuur: uitwendig (inwendig -)

Langerwe he

13 50

randje met inkervingen 14 over schouder, 50 kruisende haaltjes

Langerwe he

13 50

14 50

0,1

ka n

6

bord

1

5

1

10 00

1

5

2

10 00

1

41

steengoed met glazuur

s2

ka n

geknepen voet

zoutglazuur: uitwendig (inwendig -)

1

6

1

2

1

7

kogelpotaard ewerk

kp

ko g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kogelp ot

lokaal of regionaal

10 00

13 50

1

7

1

10

1

18

steengoed

s1

ka n

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kan

Siegburg

13 25

13 50

1

7

2

10

3

19

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

8

1

16

1

3

steengoed met glazuur

s2

ka n

bodem ontbreekt

zoutglazuur: uitwendig met ijzerengobe (inwendig -)

kan

Langerwe he

14 00

14 lichtbruin 50 oppervlak

1

9

1

1

1

21 12

grijsbakkend aardewerk

g

po t

ongeglazuurd

pot

lokaal of regionaal

13 50

14 Nieuw DS-type 00

1

11 standlobben

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Aalst - Dorpsstraat


18

1

46

roodbakkend aardewerk

r

1

1 0

2

18

1

14 8

steengoed met glazuur

s2

ka n

geknepen voet

1

1 0

3

18

1

55

steengoed met glazuur

s2

ka n

bodem ontbreekt

1

1 0

4

18

1

55

steengoed met glazuur

s2

ka n

bodem ontbreekt

1

1 0

5

18

1

62

0,1

roodbakkend aardewerk

r

ba k

1

1 0

6

18

1

55

0,2

grijsbakkend aardewerk

1

1 0

7

18

1

21

0,1

1

1 0

8

18

1

11 2

4 0

1

1 0

9

18

1

13 2

1

1 0

1 0

18

1

45

1

1 0

1 1

18

1

45

1

1 0

1 2

18

1

45

1

1 0

1 3

18

1

18

1

1 0

1 4

18

3 3

1

1 3

1

33

1

1 3

2

1

1 4

1

EINDDAT

kan

Langerwe he

13 25

14 50

kan

Langerwe he

13 25

13 verticaal 50 bandoor

zoutglazuur: uitwendig met ijzerengobe (inwendig -)

kan

Langerwe he

13 00

verticaal bandoor, 13 uitwendig 50 auberginekleur ig oppervlak

bodem ontbreekt

loodglazuur: inwendig spaarzaam (uitwendig -)

bakpan

lokaal of regionaal

13 00

14 50

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 25

13 75

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 25

13 75

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

ko m

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kom

lokaal of regionaal

13 25

13 75

3 3

0,2

grijsbakkend aardewerk

g

ko m

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kom

lokaal of regionaal

13 50

14 00

1 5

0,2

grijsbakkend aardewerk

g

po t

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

pot

lokaal of regionaal

13 50

14 dekselgeul 50

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 50

14 50

0,3

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 50

14 schenklip 50

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 50

14 50

11 50

grijsbakkend aardewerk

g

ka n

standlobben

ongeglazuurd

kachel pan

lokaal of regionaal

13 50

14 verticale 50 worstoren

1

39

protosteengoed

s5

ka n

geknepen voet

ongeglazuurd

kan

Duitse Rijnland

12 00

13 00

33

2

8

blauwgrijs aardewerk

bg

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Duitse Rijnland

11 00

12 50

1

39

2

29

blauwgrijs aardewerk

bg

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Duitse Rijnland

11 00

12 50

1 5

1

19

5

22 4

blauwgrijs aardewerk

bg

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Duitse Rijnland

11 50

twee 12 ranscherven, 00 overig wandscherven

1

1 6

1

10 00

1

7

steengoed met glazuur

s2

bodem ontbreekt

zoutglazuur: ijzerengobe

Langerwe he

13 00

13 auberginekleur 50 ig oppervlak

1

1 6

2

10 00

1

11

steengoed met glazuur

s2

bodem ontbreekt

zoutglazuur: ijzerengobe

Langerwe he

13 00

uitwendig 14 caramelkleurig 50 oppervlak

1

1 6

3

10 00

1

11

indetermineer baar

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

onbekend

10 00

13 00

1

2 1

1

10

1

29

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

ko m

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kom

lokaal of regionaal

13 25

13 75

1

2 1

2

10

1

22

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

ko m

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kom

lokaal of regionaal

13 25

13 uitwendig 75 beroet

1

2 2

1

2

1

12 7

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

ko m

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kom

lokaal of regionaal

13 50

14 50

1

2 3

3

52 6

g

ko m

bodem 18 ontbreekt

kom

lokaal of regionaal

13 50

zelfde nieuwe type als de g14 kom-NIEUW 00 die getekend wordt

1

15

3 0

1 5

1 7

4 0

0,2

grijsbakkend 0,3 aardewerk

BODEM bodem ontbreekt

ka n

po t

ka n

1

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

loodglazuur: inwendig geheel, uitwendig spaarzaam zoutglazuur: uitwendig (inwendig -) zoutglazuur: uitwendig (inwendig -)

ongeglazuurd

NAAM

16 uitwendig 50 beroet

TYPENR

14 00

BAKSEL

lokaal of regionaal

EVE

BEGINDAT

OPMERKINGEN

GEWICHT

1

HERKOMST

AANTAL

1 0

OPPERVLAK

SPOORNR

VORMCODE

VOLGNR

1

DIAMETER

PUTNR

VONDSTNR

BAKSELCODE

40

kan

voorraa dpot

Aalst - Dorpsstraat


s1

roodbakkend aardewerk

r

0,1

roodbakkend aardewerk

r

gr a

bodem ontbreekt

loodglazuur op rand

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

ka n

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

ongeglazuurd

BODEM

OPMERKINGEN

steengoed

bodem ontbreekt bodem ontbreekt

EINDDAT

20

15

BEGINDAT

ka n

HERKOMST

s1

13 25 13 50

13 Jacobakannetj 75 e 14 00

lokaal of regionaal

13 50

15 50

grape

lokaal of regionaal

13 50

15 50

kan

lokaal of regionaal

13 50

14 50

NAAM

0,5 steengoed

OPPERVLAK

6

TYPENR

1

VORMCODE

4

BAKSELCODE

1

69

BAKSEL

1

EVE

18

GEWICHT

AANTAL

1

DIAMETER

SPOORNR

1

2 4 2 5

VOLGNR

PUTNR 1

VONDSTNR

41

kan

ongeglazuurd met rode blos loodglazuur: inwendig (uitwendig -)

Siegburg Siegburg

1

2 5

2

4

1

46

1

2 5

3

4

1

25

1

2 9

1

14

1

26 6

1

2 9

2

14

7

11 0

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

3 2

1

61

3

67

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

3 2

2

61

1

5

grijsbakkend aardewerk

g

ka n

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kan

lokaal of regionaal

13 25

14 50

1

3 2

3

61

1

5

steengoed met glazuur

s2

be k

bodem ontbreekt

zoutglazuur: ijzerengobe

beker

Langerwe he

13 25

uitwendig 13 caramelkleurig 75 oppervlak

1

3 3

1

61

1

88

grijsbakkend aardewerk

g

ka n

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kan

lokaal of regionaal

13 50

14 verticaal 50 worstoor

1

3 3

2

61

1

44

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

3 4

1

44

1

23

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 50

14 50

1

3 4

2

44

1

24

roodbakkend aardewerk

r

ba k

bodem ontbreekt

loodglazuur: inwendig spaarzaam (uitwendig -)

lokaal of regionaal

13 50

15 00

1

3 4

3

44

1

9

steengoed met glazuur

s2

ka n

bodem ontbreekt

engobe: uitwendig (inwendig -)

Langerwe he

13 25

14 50

1

3 4

4

44

1

14

bijnasteengoed

s4

ka n

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Duitse Rijnland

12 75

13 25

1

3 5

1

40

2

39

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

3 6

1

47

1

17 0

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 50

14 verticaal 50 worstoor

1

3 6

2

47

1

54

grijsbakkend aardewerk

g

standlobben

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 50

14 50

1

3 6

3

47

1

25

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

3 7

1

37

1

18

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

3 7

2

37

1

28

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

3 7

3

37

1

8

0,1

grijsbakkend aardewerk

g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

1

3 8

1

60

3

6

pingsdorfaardewerk

pi

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Pingsdorf

10 00

uitwendig 12 donkerrode 00 verfstreken

1

3 8

2

60

1

13

maaslands wit

w m

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Maasland

10 00

12 50

1

4 5

1

45

1

45 2

kogelpotaard ewerk

kp

po t

standring

ongeglazuurd

pot

lokaal of regionaal

12 00

13 50

2

45

1

91

protosteengoed

s5

ka n

ongeglazuurd

kan

Duitse Rijnland

3

45

1

7

maaslands wit

w m

12 00 10 00

1

47

1

65

steengoed met glazuur

s2

12 verticaal 50 bandoor 12 50 bruin 13 oppervlak met 75 ijzerengobe

1 1 1

4 5 4 5 5 2

1 5

0,1

1 2

0,3

0,1

0,1

1 0

9

0,4

0,2

bodem ontbreekt

ka n

ka n

1

bodem ontbreekt bodem ontbreekt bodem ontbreekt

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

bakpan

kan

ongeglazuurd zoutglazuur: ijzerengobe

Maasland kan

Langerwe he

13 25

Aalst - Dorpsstraat


28 5

pingsdorfaardewerk

9

22 8

58

1

20

4

58

1

5

58

1

1

5 3

1

53

4

29

1

5 3

2

53

1

8

1

5 9

1

58

3

1

5 9

2

58

1

5 9

3

1

5 9

1

5 9

2 0

0,1

14 25

ongeglazuurd

Pingsdorf

10 00

uitwendig rode 12 en paarse 00 verfstrepen

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

10 00

13 50

po t

geknepen voet

ongeglazuurd

pot

Pingsdorf

10 00

12 00

kp

ko g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kogelp ot

lokaal of regionaal

10 00

13 50

kogelpotaard ewerk

kp

ko g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kogelp ot

lokaal of regionaal

10 00

13 50

3

maaslands wit

w m

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Maasland

10 00

12 50

6

maaslands wit

w m

bodem ontbreekt

loodglazuur: uitwendig spaarzaam (inwendig -)

Maasland

11 00

12 50

1 2

0,2

ongeglazuurd

bodem ontbreekt ko g

pi

kogelpotaard ewerk

ka n

ongeglazuurd

melktei l

lokaal of regionaal

13 50

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kan

lokaal of regionaal

13 50

14 verticaal 50 bandoor

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

13 50

14 mogelijk kan of 50 pot

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

pot

lokaal of regionaal

13 50

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kan

Siegburg

13 00

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

pot

Pingsdorf

90 0

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

pot

Maasland

10 00

aanzet 14 horizontaal 50 worstoor 13 verticaal 25 bandoor Vroege Pingsdorf of late Badorf. Ondersneden 10 rand, 00 waarschijnlijk van een bolpotje. Tiende eeuws. 12 50

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kogelp ot

lokaal of regionaal

90 0

11 00

pi

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Pingsdorf

90 0

badorf aardewerk

ba

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Badorf

80 0

pingsdorfaardewerk

pi

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

Pingsdorf

11 00

26

grijsbakkend aardewerk

g

standlobben

ongeglazuurd

lokaal of regionaal

12 50

14 50

2

30

roodbakkend aardewerk

r

bodem ontbreekt

loodglazuur

lokaal of regionaal

16 00

17 00

3

1

8

steengoed

s1

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

kan

4

1

7

europees porselein

ep

standring

veldspaatglazuur

kop

13 25 19 00

14 50 19 75

9

europees 0,1 porselein

19 25

uitwendig groene planten 19 met roze en 75 blauwe bloemen

2

47

2

61 9

grijsbakkend aardewerk

g

ko m

1

6 0

3

47

1

67

grijsbakkend aardewerk

g

ka n

1

6 0

4

47

8

46 5

grijsbakkend aardewerk

g

1

6 0

5

47

1

12 2

grijsbakkend aardewerk

g

po t

1

6 0

6

47

1

81

bijnasteengoed

s4

ka n

1

6 0

7

47

1

6

badorf aardewerk

ba

po t

1

6 0

8

47

1

13

maaslands wit

w m

1

6 8

1

76

1

88

kogelpotaard ewerk

kp

1

6 8

2

76

1

18

pingsdorfaardewerk

1

6 8

3

76

1

8

1

6 9

1

60

1

8

2

1 8

1

1

2

1 8

2

2

2

1 8

kan

bodem ontbreekt

6 0

1 8 1 8

pot

tekenen, bodem ontbreekt maar 14 heeft 50 lobvoeten gehad, schenklip

1

2

BODEM bodem ontbreekt

NAAM

13 50

TYPENR

lokaal of regionaal

BAKSEL

EINDDAT

17

BEGINDAT

EVE

1

GEWICHT

47

DIAMETER

2

OPMERKINGEN

kp

5 2

HERKOMST

kogelpotaard ewerk

1

OPPERVLAK

VORMCODE

pi

AANTAL

pingsdorfaardewerk

SPOORNR

po t

VOLGNR

g

PUTNR

grijsbakkend aardewerk

VONDSTNR

BAKSELCODE

42

5

1

3 4

0,4

0,1

1 9

0,2

ep

ko g

ka n ko p ko p

18

3

9

bodem ontbreekt

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

veldspaatglazuur

kop

Siegburg

uitwendig 12 oranjerode 00 beschildering 10 radstempelvers 00 iering uitwendig 12 auberginekleur 00 ige verf

Aalst - Dorpsstraat


iw

1

4

0,1 industrieel wit

iw

2

1 9

1

1

26

blauwgrijs aardewerk

bg

2

1 9

2

2

65

steengoed met glazuur

s2

2

1 9

3

1

14

industrieel wit

iw

2

1 9

4

1

4

roodbakkend industrieel

2

1 9

5

1

55

2

2 0

1

1

2

2 8

1

11

2

2 8

2

2

5 1

2 2

bord

loodglazuur

bord

loodglazuur

bord

19 00 18 75 18 75

19 75 19 75 19 75

Duitse Rijnland

11 00

12 50

standring

ongeglazuurd

ka n

bodem ontbreekt

zoutglazuur: uitwendig met ijzerengobe (inwendig -)

kan

Frechen

16 00

ko m

standring

loodglazuur

kom

Maastricht

18 75

ir

bodem ontbreekt

loodglazuur: uitwendig (inwendig -)

steengoed met glazuur

s2

standvlak

zoutglazuur

68

witbakkend aardewerk

w

bodem ontbreekt

loodglazuur: geheel, uitwendig met koperoxide

1

8

protosteengoed

s5

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

11

1

4

kogelpotaard ewerk

kp

ko g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

1

19

3

37

kogelpotaard ewerk

kp

ko g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

5 1

2

19

2

10

blauwgrijs aardewerk

bg

ko g

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

5 1

3

19

1

10

protosteengoed

s4

bodem ontbreekt

ongeglazuurd

ko m

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

Westerwal d

OPMERKINGEN

HERKOMST

NAAM

OPPERVLAK veldspaatglazuur

EINDDAT

0,1 industrieel wit

bodem ontbreekt bodem ontbreekt bodem ontbreekt

BEGINDAT

12

bo r bo r bo r

BODEM

8

ep

TYPENR

1

europees porselein

0,1

VORMCODE

7

BAKSELCODE

8

BAKSEL

1

EVE

6

DIAMETER

SPOORNR

GEWICHT

2

AANTAL

2

1 8 1 8 1 8

VOLGNR

PUTNR 2

VONDSTNR

43

uitwendig 17 bruin 00 oppervlak met pantermotief blauwe cirkel over standring, 19 merkteken op 25 bodem: Regout & Co. Maastricht

18 00

19 00

17 00

19 00

WestNederland of Friesland Duitse Rijnland

12 00

uitwendig 19 groen, 00 inwendig geel oppervlak 13 00

lokaal of regionaal

10 00

13 50

kogelp ot

lokaal of regionaal

10 00

13 50

kogelp ot

Duitse Rijnland

11 00

12 50

Duitse Rijnland

12 00

13 00

kom

18 00

Aalst - Dorpsstraat


44

Bijlage 3 SPLITS VONDSTNR 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 10 10 10 11 12 13 13 14 15 16 17 18 18 19 20 21 22 23 24 24 25 25 25 28 28 29 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 45 46 47 48 49 50 51 51 52 53 55 56 59 59 59 60 60 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71

INHOUD AWG AWG AWG AWG AWG AWG AWG AWG AWG SLK NS BT AWG MET AWG NS AWG AWG AWG AWG MET BT AWG AWG AWG AWG AWG AWG BT AWG NS BT AWG BT AWG AWG MET AWG AWG AWG AWG AWG MET AWG NS MET MET MET MET MET NS AWG NS MET BT BT MET BT AWG AWG AWG BT MET NS AWG AWH BT AWG MET MET MET MET MET MET AWG AWG BT MET

ABR_ALG KER KER KER KER KER KER KER KER KER MXX SXX OXB KER MXX KER SXX KER KER KER KER MXX OXB KER KER KER KER KER KER OXB KER SXX OXB KER OXB KER KER MXX KER KER KER KER KER MXX KER SXX MXX MXX MXX MXX MXX SXX KER SXX MXX OXB OXB MXX OXB KER KER KER OXB MXX SXX KER KER OXB KER MXX MXX MXX MXX MXX MXX KER KER OXB MXX

ADC ArcheoProjecten Rapport 1042

ABR_SPEC AWG AWG AWG AWG AWG AWG AWG AWG AWG SLAK SXX OXB AWG MXX AWG SXX AWG AWG AWG AWG MXX OXB AWG AWG AWG AWG AWG AWG OXB AWG SXX OXB AWG OXB AWG AWG MXX AWG AWG AWG AWG AWG MXX AWG SXX MXX MXX MXX MXX MXX SXX AWG SXX MXX OXB OXB MXX OXB AWG AWG AWG OXB MXX SXX AWG AWH OXB AWG MXX MXX MXX MXX MXX MXX AWG AWG OXB MXX

AANTAL 8 7 5 5 4 1 4 1 1 1 1 7 50 1 3 1 3 2 5 3 1 25 9 6 1 2 1 3 4 1 1 2 3 1 2 7 1 5 2 4 2 3 1 4 1 1 1 1 1 1 1 3 1 1 7 13 1 23 6 2 5 10 1 1 2 14 20 15 1 2 4 1 1 1 3 1 14 2

GEWICHT 188,60 371,80 100,40 314,50 58,70 7,60 36,80 2,80 2117,00 115,80 61,80 139,40 2044,60 34,80 54,60 119,00 47,60 28,80 224,90 29,40 4,70 2081,10 105,90 164,60 68,10 52,20 128,10 527,20 694,10 69,30 344,20 70,80 93,00 19,20 11,40 382,60 31,50 77,20 132,50 69,40 39,20 252,40 91,40 18,60 57,80 60,40 5,40 5,60 100,10 67,50 2,80 551,00 5000,00 8,80 113,10 1203,00 59,40 311,00 57,20 83,00 37,20 0,40 10,70 355,00 9,00 535,60 3000,00 1377,40 116,20 113,70 70,20 8,60 18,10 144,80 115,60 8,60 453,00 2,20

Aalst - Dorpsstraat


Rap 1042 4107378 zaltbommel, aalst, plangebied dorpstraat 1 opgraving