Page 1

De dramalessen in Rotterdam waren ook een enorme inspiratiebron. Bij de les ‘body awareness’ deden we allerlei oefeningen met als doel meer bewust worden van onze lichaamstaal en mimiek. Ik maakte kennis met verschillende nieuwe werkvormen waarin de verschillende intelligenties aanbod komen. Hieronder kan je enkele voorbeelden vinden van werkvormen die ik al getoetst heb aan de praktijk:  Improviserend vertellen: maak groepjes van twee, de ene start met te vertellen hoe zijn dag begon en de ander noemt telkens na enkele zinnen een woord dat de verteller in zijn verhaal moet gebruiken.  Zingen in een kring: de kinderen staan in een kring, de leerkracht noemt een gevoel, één van de leerlingen komt naar voor en zingt een lied dat past bij de emotie. Wanneer de ander leerlingen dit lied kennen komen ze ook naar voor en zingen mee.  Wie is de betere leugenaar: de kinderen worden in groepjes van vier gezet, ze vertellen elk om beurt een verhaal waarbij ze ontdeugend waren. Daarna wisselen ze het verhaal met een groepslid. Ze maken het verhaal van de ander zich eigen. Vervolgens vertellen ze per groepje hun verhaal aan de klas en de klas moet beslissen wie het meest en het minst geloofwaardig overkwam. De leerlingen vertellen ook waarom ze dit vinden, hierbij kijken we vooral naar de lichaamstaal en mimiek.  Leerling te koop: de kinderen vormen groepjes van drie of vier. Dan krijgen ze de opdracht om één van de groepsleden te ‘verkopen’. Het enige wat ze mogen gebruiken is mimiek, lichaamstaal en woorden. Ze moeten eerst in het groepje bedenken wie en hoe ze dit gaan doen. Hoe kom je overtuigend over? Waarom zou leerling x moeten kopen? Daarna tonen ze dit in de klas, de klasgenoten motiveren waarom of waarom niet ze leerling x zouden kopen.

 Maak een passende beweging bij…: Bij nieuwe woordenschat krijgen de leerlingen een kaartje met de prent en het woord (ze mogen dit niet laten zien aan de anderen). Ze krijgen de opdracht om bij hun woord een beweging te verzinnen. Daarna tonen ze aan de klas hun beweging, de klasgenoten moeten raden welk woord het is. De leerkracht geeft de vertaling van het woord en zorgt ervoor dat de leerlingen dit correct uitspreken.  Ga staan bij…: ik heb dit toegepast bij mijn stage in het zesde leerjaar. Bij de derde les die ik gaf over de passé composé moesten de leerlingen gaan staan wanneer een werkwoord hoorden dat we vervoegen met ‘avoir’ en ze moesten gaan zitten wanneer er vervoegd werd met ‘être’.

Annelies Steels, Elke Celie, Jeroen Van Hecke, Linsey Vermeir, Niels Fernhout, Nina Van de Vyver, Vanessa Van De Vyver en Yoshi De Meyer Bachelorproef club 174 - 2011/ 2012

Ik maakte ook kennis met de ‘early bird method’ in Nederland. Dit is een organisatie die al in enkele scholen van kracht is. Het slogan is: ‘meer, beter en vroeger Engels’. Normaal krijgen kinderen in Nederland pas vanaf 10 jaar Engels als tweede taal. Bij ‘early bird’ starten de leerlingen met de tweede taal op 4 jaar. Ik had een docent die bij early bird werkte, zij gaf ons veel ideeën voor het aanleren van een tweede taal. Wat mij ook opviel was dat in elke werkvorm verschillende intelligenties aanwezig waren. Hieronder enkele voorbeelden:


 Formaties: kinderen krijgen in een groepje een woord (+betekenis) en ze moeten een formatie maken die bij het woord past want de andere klasgenoten moeten raden om welk woord het gaat.  Zoek iemand die…: Iedereen in klas krijgt een blad, daarop staan (in de aan te leren taal) enkele vraagjes (bv. Vous avez un chien?)en een paar voorbeeldzinnen die helpen om een vraag te stellen. De leerlingen moeten naast elke vraag de naam schrijven van klasgenoot waarvan het antwoord op de vraag ‘ja’ is. De tweede methode waarmee ik kennis maakte was ‘total physical response’. James Asher is een Amerikaanse psycholoog die hiervan de grondlegger is, ook wel TPR genoemd. TPR is een methode waarbij men een taal op een andere manier leert dan gangbaar is in de meeste onderwijsmethodes. Hierbij staat leren door concreet te handelen centraal. Tijdens de les Nederlands werd deze methode geïntroduceerd. Ik moest met mijn klasgenoten in een kring gaan zitten en de docent gaf enkele bevelen (in Nederlands) ik volgde die op en daarna moesten mijn medestudenten dit uit voeren. Een voorbeeld van een bevel: ga staan, wijs naar de deur, … . Op deze manier werd de taal aangeleerd en op vier weken tijd kenden mijn klasgenoten de basis van de Nederlandse taal. Ik had onmiddellijk bewijs dat deze methode echt werkt. Ik zag hier de link naar ons onderwijs, je kan deze methode gebruiken om de leerlingen op een andere manier Frans te leren. Bij TPR merk je dat ook hierin de verschillende intelligenties zitten (Verbaal/linguïstisch, visueel, kinesthetisch, interpersoonlijk en auditief).

Bij enkele studenten uit de mijn internationale klas kon ik duidelijk zien dat ze uit balans waren. Ze hadden moeite met het aanpassen aan de omgeving, het schoolsysteem, het weer en het eten. Je kon aan hun gedragingen zien dat ze het noorden kwijt waren. Dit kwam ook deels doordat ze alles vergeleken met hoe het er in eigen land aan toe ging. Ik zelf moest ook evenwicht zoeken want de structuur die ik in België had was er niet aanwezig. Ik moest zelf zorgen voor alles. Ik werd er mij ook van bewust dat ook in Rotterdam constant bezig was met evenwicht. Bijvoorbeeld het fietsen naar school. Als fietst merk je bijna niet dat ook bezig bent met evenwicht, we zijn het zo gewoon dat we er vaak geen oog meer voor hebben.

Annelies Steels, Elke Celie, Jeroen Van Hecke, Linsey Vermeir, Niels Fernhout, Nina Van de Vyver, Vanessa Van De Vyver en Yoshi De Meyer Bachelorproef club 174 - 2011/ 2012

Ik ontdekte ook dat bij groepswerk het vaak moeilijk is om evenwicht te vinden in de taakverdeling. In eigen land is dat meestal moeilijk maar met twaalf verschillende nationaliteiten/culturen is dit echt een uitdaging. Ik merkte ook dat de taal barrière vaak een grote rol hierbij speelde. De niveaus in mijn klas enorm divers! De ene kon bijna geen woord Engels uitbrengen en de ander had Engels als moedertaal. De studenten waarbij hun Engels zwak was, konden zich niet zo goed uitdrukken en kregen vaak de ‘makkelijkere’ werkjes binnen het groepswerk. We wisten van elkaar wie wat kon dragen, ook al was dit niet in balans. Dit zette mij aan het denken, kinderen in de lagere school zien ook van elkaar wie wat wel of niet kan. Dus ook hier zal de taakverdeling in het groepswerk niet altijd in evenwicht zijn. Tenzij de leerkracht de taken geeft en zorgt voor afwisseling.


Zowel in Rotterdam als in eigen land kwam/kom ik dagelijks in aanraking met evenwicht je moet je er gewoon van bewust worden en ervoor openstaan. Ik heb het thema mij eigen kunnen maken, samen met de theorie van Gardner. Zodra dit proces voltooid is, zie je de talloze mogelijkheden! Ik heb ook het belang ontdekt van het toepassen van meervoudige intelligentie. Het welbevinden van een kind is zo belangrijk dat we er te weinig bij stil staan. Je gaat ook op een positieve manier om met kinderen. Je schenkt aandacht aan hun sterktes en laat hen toe te schitteren. Wanneer een kind zich goed voelt in de klas zullen de leerprestaties hoger zijn dan wanneer dit niet het geval is. Uiteindelijk is het de bedoeling dat alle kinderen graag naar school gaan en het is onze taak om hiervoor te zorgen. Volgens mij is dit de manier waarop dit alles mogelijk is. Ik heb mij echt kunnen inleven in het thema en meervoudige intelligentie. Het is een ervaring die je niet meer loslaat!

Annelies Steels, Elke Celie, Jeroen Van Hecke, Linsey Vermeir, Niels Fernhout, Nina Van de Vyver, Vanessa Van De Vyver en Yoshi De Meyer Bachelorproef club 174 - 2011/ 2012

7b. Meervoudige intelligentie - deel 2 - Linsey Vermeir  

N in a V V a n e s s a V a n D e V y v e r e n Y o s h i D e M e y e r a n d e V y v e r B a c h e lo r p r o e f c lu b 1 7 4 - 2 0 1 1 / 2...