Issuu on Google+

natuur en cultuur

Nieuwe Veluwe 4/10

Kunstenaar Rinke Nijburg op zoek naar zijn roots bij het middelpunt van Nederland

Nieuw natuurbeleid

is een drama voor de zeven ecologische poorten

Temperamentvol weer

maakt de Veluwe geliefd bij weeramateurs

Hans Dorrestijn staat er versteld van dat hij kan schrijven zonder sombere grappen te maken

Middeleeuwse geheimen op de rand van de Gelderse Vallei ontrafeld, waaronder een ringwalburcht en jachtwallen

Losse nummers e 7,50


BEVLOGEN LANDSCHAP/SOARING LANDSCAPE Peter van Bolhuis, landschapsarchitect en luchtfotograaf Nederlands/Engels, Hardcover 32x24 cm, 320 pagina’s, full colour ISBN 978-90-75271-34-8 Prijs 46,50 April 2010

Landschapsarchitect Peter van Bolhuis koos voor zijn passie en werd luchtfotograaf. Onder de naam Pandion fotografeerde hij het Nederlandse landschap zoals niemand dat eerder deed: met oog voor samenhang, ontwerp en verandering. Pandion bracht het werk van architecten en planners trefzeker in beeld en leverde haarscherp studiemateriaal voor onderzoekers. Van Bolhuis reisde naar Italie, Frankrijk en Engeland om klassieke tuinen, parken en villa’s vast te leggen, en fotografeerde het stedelijk landschap in Nederland, Europa en Amerika. Van Bolhuis overleed in 2005 en liet een archief na van ruim 15.000 beelden. Dit boek laat een ruime selectie zien van zijn mooiste en belangrijkste foto’s.

Generaal Foulkesweg 72 . 6703 BW . Wageningen . 0317 425890 . info@uitgeverijblauwdruk.nl . www.uitgeverijblauwdruk.nl


Colofon

Inhoud

Nieuwe Veluwe Nummer 4, 2010 Nieuwe Veluwe verschijnt 4 keer per jaar. i www.nieuweveluwe.nl

Levend Landschap: Brummen maakt een smultuin voor bijen, Heerde brengt cultuurhistorie rondom de molen tot leven / 6

Nieuwe Veluwe is voor alle mensen die houden van de Veluwe en meer willen weten over het gebied: natuur, landschap, cultuur(historie) en kunst Uitgave GAW ontwerp en communicatie

Rinke Nijburg: Beeldend kunstenaar over zíjn Veluwe als middelpunt van Nederland, wereld en kosmos / 14

Adres Generaal Foulkesweg 72 6703 BW Wageningen t 0317 418128, f 0317 425886 e uitgever@nieuweveluwe.nl Redactie Ria Dubbeldam (redactie@nieuweveluwe.nl), Dick van der Klis, Cecile van Wezel Hans Dijkstra

Ecologische poorten: Zeventig procent is af. In het zicht van de haven stoppen is kortzichtig / 20

Klankbordgroep De leden zitten op persoonlijke titel in de klankbordgroep. Annelies Barendrecht (publicist), Thijs Belgers (Gelderse Milieufederatie), Hans van den Bos (journalist, fotograaf), Gerrit Breman (historicus), Jolijn Brus (Bureau Veluwe Vallei, provincie Gelderland), Koos Dansen (natuurkenner, publicist), Ad Germing (natuurkenner, fotograaf), Michiel Hegener (publicist, cartograaf), Arne Heineman (Natuurmonumenten Gelderland), Patrick Jansen (Vrienden van de Veluwe), Patrick Jansen (Probos), Kim Knoppers (maker van tentoonstellingen hedendaagse kunst en fotografie), Henk Kuijpers (gemeente Apeldoorn), Antoon Loomans (KNNV), Ingrid Regelink (Waterschap Veluwe), Frits Storm (IVN), Dirk van Uitert (Veluwecommissie provincie Gelderland), Gert van Veldhuizen (Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe), Marike Vissers (Staatsbosbeheer), Arjan Vriend (Landschapsbeheer Gelderland), Hans Vulto (gemeente Ede)

Verkiezingsdebat: Uiteenlopende visies maar toch ook gedeelde zorgen onder Gelderse politici / 30 Hans Dorrestijn: Wat hem boeit is het menselijke in dieren / 34

Vormgeving Cecile van Wezel (GAW) Druk Offset Print, Valkenswaard Bladmanagement Jelle de Gruyter (GAW) Abonnementen e abonnementen@nieuweveluwe.nl Jaar­abonnement 2011: € 29,50 incl. btw, Een abonnement wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij vóór 1 november schriftelijk wordt opgezegd. Losse nummers: € 7,50. Advertentie-exploitatie Eelco Jan Velema (Brickx) t 070 322736, m 06 46291428 e advertenties@nieuweveluwe.nl Omslagfoto Wallpaper with Humming-Birds, Rinke Nijburg

Artikelen

Rubrieken

10 De Veluwe op nummer 1

4 Lezersreacties

19 Natuur is een bedrijf

5, 42 Actueel

36 Paradijs voor weeramateurs

13 Vraag en antwoord

38 Eeuwenoude geheimen op rand

26 Foto: ecoduct Hoog Buurlo

Gelderse Vallei 41 Verstilde stenen in Edese Landschap

33 Column Wouter Klootwijk 43 Boeken 44 Koningsweg Ginkel – Dieren 48 Beroep faunabeheerder/

toezichthouder

50 Agenda

© 2010 GAW ontwerp en communicatie Overname van artikelen wordt op prijs gesteld, maar uitsluitend met bronvermelding. ISSN 1879-6001

nieuwe Veluwe 4/10

3


Lezersreacties Preventief afschieten slecht idee Het preventief afschieten van dieren in de Oostvaardersplassen is geen goed idee. Het gaat voorbij aan het oordeel van de internationale commissie vijf jaar geleden dat het om ‘wilde dieren’ gaat. En aan het feit dat de populaties de afgelopen vijf jaar vrijwel constant zijn gebleven. Er is geen sprake van overbevolking. De sterfte bedraagt gemiddeld zo’n dertig procent, terwijl op de Veluwe bijvoorbeeld tachtig procent van de wilde varkens wordt afgeschoten, waardoor elke natuurlijke regulering wordt verijdeld. Vorig jaar doorkruiste de Kamer de opzet van het experiment in de Oostvaardersplassen door Staatsbosbeheer te bevelen bij te voeren. Aan het eind van de winter meldde de minister aan de Kamer dat het verstrekte bijvoer voor een groot deel niet was aangeroerd. Als mensen zo geëmotioneerd raken door de zichtbare, maar natuurlijke hongerdood van dieren, gaan zij voorbij aan bijvoorbeeld het gigantische aantal kleine dieren – reeën,

vogels, knaagdieren en andere soorten – dat elk jaar op dezelfde wijze maar onzichtbaar de winter niet overleeft. Over de afgeschoten wilde varkens – voor een groot deel biggen en jaarlingen – wordt geen traan gelaten. Een kogel is immers humaan. Over de dieren in de bio-industrie – qua perversiteit door Coetzee eens vergeleken met concentratiekampen – ook geen traan. Voor landbouwhuisdieren gelden immers andere normen. De krokodillentranen over de manier waarop de natuur populaties reguleert en kringlopen sluit, berust op een hypocriete vooringenomenheid van mensen. Onze morele codes zijn niet van toepassing in de natuur. Voorlopig toont de zorgvuldig gemonitorde praktijk in de Oostvaardersplassen een ecologisch verantwoord natuurmodel, dat wereldwijd veel positieve aandacht ontvangt en waarvan dieren profiteren: de biodiversiteit en -massaliteit is enorm gegroeid. De omgang met de natuur vraagt een Umdenken van ons mensen. ‘En handen in de mouwen’, zoals een bekend bioloog het eens formuleerde. Wat de Commissie Gabor nu doet, is een knieval voor het valse sentiment met de conclusie dat de dieren weliswaar volkomen natuurlijk gedrag vertonen, maar toch niet wild zijn.

Oostvaardersplassen. Foto: Hans Dijkstra

Ze zitten tussen wilde en ‘gehouden’ dieren in. Daarmee implicerend dat een zekere mate van ‘zorgplicht’ op de beheerder rust. En een commissie mag dadelijk gaan bepalen hoever die strekt. Gabor geeft wel de richting aan: meer dan louter ‘reactief’ afschot. Dat is teleurstellend, maar wel echt Nederlands. En winst is natuurlijk de uitbreiding van het gebied, als het mag van Bleker. Age de Vries, age.de.vries@zonnet.nl

Gruwelijke natuur

foto Hans van den Bos

4

nieuwe Veluwe 4/10

In Nieuwe Veluwe 3 stond een goede bijdrage van Koos Dansen over de wat meer gruwelijke kant van de natuur, zoals de klapekster die een nog levende prooi aan een doornstruik prikt. Ook ik verbaas me erover dat natuurmedia bijna geen foto’s plaatsen van dode dieren, zoals een dood hert dat uitpuilt van de maden. Het is ook jammer, want dit verzwijgen van de dark side van de natuur door natuurbeschermers keert zich als een boemerang tegen de natuurbescherming. Denk maar eens aan het opvangen van orka Morgan (waar nu heen met dat dier?) of de opvang van jonge zeehonden. Op het eerste gezicht zijn

dat nobele initiatieven, maar op de lange termijn verwijder je mensen juist van de natuur in plaats van dat je ze er meer bij betrekt. Ik heb hier ook een artikel over geschreven, dat op 3 juni is geplaatst in Trouw: Nauurbeschermers moeten duidelijk zijn over hun taak – Bij het grote publiek is verwarring ontstaan over wat natuur in Nederland eigenlijk is of kan zijn. Stefan Pasma, publicist en oprichter van www.ongerepte-natuur.nl. Het artikel in Trouw staat op www.nieuweveluwe.nl > Dossiers > 5. Gruwelijke natuur.


Actueel

Twee Veluwse innovatieve ideeën in de prijzen

Artist impression FARO architecten

Houten kerk voor doopsgezinden Op het terrein van Mennorode Conferentiecentrum in Elspeet komt een duurzaam doopsgezind kerkje. Verscholen tussen de bomen, eenvoudig van vorm en gemaakt van hout uit de omgeving. De bouw is net begonnen. Het ontwerp van FARO Architecten verwijst naar de eerste doopsgezinde kerken. Dat waren schuur- en schuilkerken: sobere ontmoetingsruimten zonder ornamentiek, waar mensen samenkwamen rondom de bijbel. De nieuwe kerk zal uit één grote ruimte bestaan met stevige, sfeerbepalende vurenhouten spanten. De ruimte wordt afgewerkt met gebruikte houten vloerdelen. De buitenzijde, zowel dak als wand, krijgt een bekleding van elementen van duurzaam geteelde Franse acacia. Voor de isolatie van de wanden en het dak is gekozen voor Isovlasdekens, gemaakt van vlasvezels. Het kerkje is bedoeld voor vieringen en ander kerkelijk gebruik. Het gebouw zal de hele dag open zijn en iedereen die dat wil, kan er binnenlopen. Naar verwachting is het kerkje medio 2011 gereed.

Sjoel Elburg beste kleine museum

Sjoel Elburg Museum heeft in november de eerste Montblanc Museum Award gewonnen in de categorie beste kleine museum. Het versloeg daarmee het museum Beelden aan Zee in Scheveningen en het Tassenmuseum Hendrikje in Amsterdam.

Sjoel Elburg is gehuisvest in de voormalige synagoge en laat het (on)gewone dagelijkse leven van twaalf joodse families zien die vanaf 1700 in Elburg hebben gewoond. Sinds de opening in de zomer van 2008 hebben al meer dan 30.000 mensen het museum bezocht. De award is ingesteld door Museumtickets.nl, Montblanc en de Volkskrant om de Nederlandse musea te promoten. Het publiek kon via internet stemmen op een van de meer dan 1100 musea in Nederland.

Twee projecten – Nieuwe energie voor landgoed Deelerwoud en Biomassa-erf Putten – krijgen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een bijdrage uit het Innovatieprogramma Mooi Nederland. Landgoed Deelerwoud krijgt 44.000 euro en Biomassaerf Putten 65.000 euro. In totaal besteedt het ministerie 6,5 miljoen euro aan 32 projecten die burgers, bestuurders en ondernemers inspireren om Nederland mooier te maken. De bijdrage voor landgoed Deelerwoud wordt besteed aan een onderzoek naar de haalbaarheid van een biomassacentrale, die uit hout en ander snoeiafval uit de omgeving energie moet gaan opwekken. De wens komt

van de dorpsraad, die van Hoenderloo het eerste energieneutrale dorp van Nederland wil maken. Jonkheer Volkert Repelaer, eigenaar van het aangrenzende Deelerwoud, wil het landgoed graag benutten als plek voor de biomassacentrale. Uit de inkomsten kan hij het herstel van de cultuurhistorische en ecologische waarden bekostigen. Biomassa-erf Putten is het idee voor een nieuw type agrarisch bedrijventerrein, waar geen gewassen worden geteeld of dieren worden gehouden, maar waar biomassastromen die nu als reststof het gebied verlaten, worden verzameld en benut voor voedsel, groene grondstoffen of energie.

Natte natuur voor Vossenbroek In het natuurgebied Vossenbroek tussen Epe en Vaassen ontwikkelt het Geldersch Landschap 14,5 hectare elzenbroekbos, een vrij zeldzaam soort landschap. Een broekbos heeft een natte bodem als gevolg van kwelwater of door regelmatige overstroming. Voor het elzenbroekbos moet eerst de bovenste laag van het voormalige weidegebied langs de A50 worden afgegraven en een slingerende watergang met kleine eilandjes worden aangelegd. Vervolgens moet er spontaan een gevarieerd en moerasachtig broekbos ontstaan. De afgegraven grond wordt gebruikt voor ecoduct Het Tolhuis over de A50 bij Heerde. In het gebied Vossenbroek komt ook nog 15 hectare minder natte natuur, waar reeën en dassen graag komen en waar zeldzame plantensoorten als dotterbloem, brede orchis, Spaanse ruiter en blauwe zegge zich thuisvoelen.

nieuwe Veluwe 4/10

5


6

nieuwe Veluwe 4/10


Imkersvereniging Brummen plant zeventien hoogstamfruitbomen, vier honingbomen en ongeveer vijfhonderd planten.

Levend Landschap geeft

kruisbestuiving Comité Molen de Vlijt in Heerde brengt de cultuurhistorie van de grond rondom de molen tot leven. Ze kijkt ook naar wat Imkersvereniging Brummen doet. ‘We hebben namelijk een bijenstal op onze grond’, zegt comitévoorzitter Jan Nitrauw. ‘Van hun ervaringen kunnen we profiteren. Je moet niet alles zelf willen doen.’ Het is een mooie kruisbestuiving van projecten in Levend Landschap Veluwe.

tekst Ria Dubbeldam, foto’s Hans Dijkstra

‘Bijen, wilde bijen en andere insecten zijn essentieel voor de productie van ons voedsel en voor ons landschap. Zonder bijen geen bestuiving, geen eten en ook geen landschap.’ Zo onderstreept Henk Rozie, secretaris van Imkersvereniging Brummen, het belang van hun projecten. De belangrijkste actie is de omvorming van een saai weiland grenzend aan hun bijenstal tot een smultuin voor bestuivers. De vereniging had maar een klein lapje grond voor hun bijenkasten. De bijen moeten ver vliegen voor de nectar. Het aanbod van bloeiende planten en bomen in de omgeving is bovendien eenzijdig, vooral in de winterperiode. Ook ondervinden bijen hinder van de oprukkende nieuwbouw, waardoor ze steeds lastiger voedsel kunnen vinden. Rozie: ‘We wilden wat aan die situatie doen. Onze bijen moeten dichterbij en gemakkelijker nectarplanten vinden.’ Levend Landschap Veluwe kwam als geroepen. De vereniging met circa dertig leden ziet met hun winnende voorstel ‘Bee, blie in

Brummen’ kans om de bloementuin en andere initiatieven voor een gevarieerder landschap voor bestuivers te realiseren. Inmiddels heeft de gemeente de 3000 m2 weiland om niet ter beschikking gesteld. De grond is in het najaar omgeploegd en bewerkt. Op een strook langs de spoorlijn zijn in november diverse soorten hoogstamfruitboompjes geplant. Niet meer de jongsten Twee andere stroken van de bloementuin zijn bedoeld voor bloemrijk grasland en bloemperken. Die worden komend voorjaar aangelegd. ‘Het is prettig dat we aan het bloemrijke grasland weinig onderhoud hebben. De meesten van ons zijn niet meer de jongsten. De bloemperken komen langs de openbare weg, zodat omwonenden ervan kunnen genieten. Het moet een geweldig mooi gezicht worden.’ De bloementuin is ook mooi voor educatie­ doeleinden. Ter plekke zien jongeren dan waar bijen hun voedsel vandaan halen. Op de

In vier edities brengt Nieuwe Veluwe het project Levend Landschap Veluwe van Stichting Landschapsbeheer Gelderland voor het voetlicht. Het project laat zien dat het Nationaal Landschap Veluwe leuk is en kansen biedt. Zes lokale vrijwilligersgroepen, die de prijsvraag van Levend Landschap Veluwe hebben gewonnen, brengen hun ideeën tot uitvoering. Van de provincie hebben ze voor de versterking van hun leefomgeving 25.000 euro gekregen en van de eigen gemeente 8333 euro cofinanciering. Landschapsbeheer Gelderland heeft het bedrag aangevuld met 5000 euro Nationale Postcode Loterijgeld. Zij geeft de groepen ook professionele ondersteuning. Dit keer deel 2 met Comité Molen de Vlijt en Imkersvereniging Brummen.

nieuwe Veluwe 4/10

7


‘Afgelopen zomer was het één bloemenzee. En een lekkere wildebloemenhoning dat we kregen!’

bijenstal komen nu al geregeld scholieren om ‘bijen te aaien’. Rozie: ‘Door met een vinger een bij te aaien, leren ze dat bijen niet zomaar prikken. We laten hen ook inzien hoe belangrijk bijen zijn. De omgeving staat ook achter het idee van de bloementuin. Eerder heeft de wijkraad van buurtschap Oeken een informatie­ avond georganiseerd.’ Paradijsjes De imkersvereniging heeft meer in petto. In de nieuwbouwwijk Elzenbos, waar vijfhonderd woningen komen, wil ze bewoners enthousiast maken voor insectenvriendelijke tuinen. ‘We maken een brochure met daarin tweehonderd bijen- en insectenplanten. Elke nieuwkomer krijgt straks van de gemeente een map met gemeentelijke informatie, maar ook onze brochure. We hopen dat mensen paradijsjes voor insecten gaan maken. Het gaat er vooral om de bijen voedsel te bieden in het najaar als de bloemen zo ongeveer uitgebloeid zijn. De bijen die de winter door moeten, hebben ook dan nectar nodig. Dat kunnen ze bijvoorbeeld vinden bij honingbomen, die in oktober in bloei komen, en vuilbomen, die het hele jaar door bloeien, behalve als het vriest.’ De gemeente heeft de imkersvereniging ook een stuk grond in bruikleen gegeven om bijenkasten neer te zetten. ‘Die strook grond is fantastisch’, zegt Rozie enthousiast. ‘Afgelopen zomer was het één bloemenzee. En een lekkere wildebloemen­ honing dat we kregen! Het is een prachtige plek om onze jonge volkjes in de zomer neer te zetten. Aan die plek moeten we vooral niks doen. Eén keer per jaar maaien en dat is het dan. De wilde planten komen vanzelf weer op.’ Cultuurhistorische opknapbeurt Comité Molen de Vlijt kijkt hoe het project met de bloementuin uitpakt. Op de 2 hectare grond rondom molen de Vlijt in Wapenveld (gemeente Heerde) staat, als onderdeel van de herinrichting van het landschap, de bouw van een bijenstal door de plaatselijke imkersvereniging gepland. Voor die bijen is ook meer te doen naast de al geplande aanleg van een hoogstamboomgaard met oude fruitrassen. Het is een van de acties voor een cultuurhistorische opknapbeurt van het terrein. ‘Het was fijn dat de prijsvraag Levend

8

nieuwe Veluwe 4/10

Landschap langskwam, juist toen we over de inrichting van de grond nadachten’, zegt comitévoorzitter Jan Nitrauw. ‘Op ons verzoek heeft plaatsgenoot Martijn Horst van Cultuurland Advies uit Vaassen belangeloos onderzoek gedaan naar het historische landschap rond de molen. Hij heeft zich vooral gericht op het gebruik van voor de Tweede Wereldoorlog. Het landschap op deze uitloper van een Veluwse stuwwal was behoorlijk divers: akkers, weilanden, hakhout, zandverstuiving met heide, meidoornheggen en een hoogstamboomgaard. We willen dit alles weer zichtbaar maken. We werken veel met vrijwilligers en verzinnen allerlei manieren om inkomsten te krijgen voor aanleg en onderhoud, maar een extra financiële aanvulling en inhoudelijke ondersteuning was zeker welkom.’ Als eerste actie is rogge gezaaid en gedorst. Deze winter gaat het comité het bosje eikenhakhout afzetten (afzagen). Nitrauw: ‘Dat is dertig jaar geleden voor het laatst gedaan. Er komt een schema om het eens in de zes à zeven jaar te doen. Verder gaan we nog een moestuin aanleggen met vergeten groenten zoals schorseneren en pastinaak en we hebben het voormalige hoofd openbaar groen van onze gemeente, die veel van landschappen weet, gevraagd om zich te buigen over de aanleg van meidoornhagen, zoals die hier vroeger stonden.’ Groter geheel De grond cultuurhistorisch herinrichten is onderdeel van een grotere aanpak. Bij het verhaal van het comité horen ook de molenaarswoning en de molen. Een verhaal dat begint in 1980 bij het volledig afbranden van de molen tijdens de eerste kerstnacht. Jan Nitrauw was vanaf het eerste uur betrokken bij het Comité Molen de Vlijt om herbouw mogelijk te maken. De bevolking werd gemobiliseerd en met steun van de gemeenteraad Heerde en de provincie Gelderland werd in 1984 een nieuwe molen in gebruik genomen, die sindsdien eigendom is van de speciaal opgerichte Stichting Molenbezit Heerde. Drie jaar geleden schonk de oude molenaar Willem Vrieze (85) de grond en de molenaarswoning aan de stichting. Als eerbetoon aan het royale gebaar draagt het complex nu de naam Vrieze’s Erfgoed. Nitrauw:


En dan is er erwtensoep! De imkers en andere deelnemers warmen op na het planten van de bomen.

‘Die woning stond al vijftien jaar leeg, de molenaar zelf woont in een bungalow elders op het terrein, en de grond was niet meer dan doorgeschoten eikenhakhout en grasland. Het is natuurlijk prachtig dat Stichting Molenbezit dit allemaal heeft gekregen, maar je moet het wel onderhouden. Dat kan alleen in combinatie met nieuwe functies. Daarmee kun je de exploitatie rond krijgen.’

Het comité heeft meer plannen om inkomsten te verwerven. Nitrauw: ‘Voor de molen is een kuil. Die staat vol prunus en Amerikaanse eik. We gaan van die kuil een amfitheater maken. Ook zijn we van plan fiets- en wandelroutes te

ontwikkelen en het weiland te gebruiken voor evenementen. Kleinschalig, dat wel, want het moet natuurlijk passen bij het cultuurhistorische gebruik van het landschap.’

Padd’ndag Een belangrijke bron van inkomsten is de jaarlijkse Padd’ndag, zo genoemd naar de bijnaam voor de Wapenvelders. In het dierenrijk zijn padden pioniers en de eerste bewoners van Wapenveld pionierden op braakliggende heidegronden. Maar wellicht verwijst de naam ook naar de niet zo geweldige persoonlijke hygiëne van de mensen van destijds. Maar er zal meer moeten gebeuren om de exploitatie van Vrieze’s Erfgoed rond te krijgen. In een schuur naast de molen heeft het afgelopen zomerseizoen een winkel met streekproducten gedraaid. Ook is met succes het eigen pannenkoekenmeel in de markt gezet. En de molenaarswoning krijgt, na de restauratie dankzij provinciale bijdragen, een functie als bezoekerscentrum.

Gerrit Haas, landschapscoördinator bij de gemeente Heerde ‘We zijn best trots op het initiatief van Comité Molen de Vlijt. De molen is een begrip in het dorp en de gemeente. Het comité maakt nu ook de cultuurhistorie van de grond rondom de molen zichtbaar en probeert met nieuwe functies de exploitatie rond te krijgen. De initiatiefnemers geven daarmee een heel goed voorbeeld van burgerparticipatie en hoe je beleid levend maakt. Met medewerking van de plaatselijke en regionale belangenverenigingen hebben we een landschapsontwikkelingsplan opgesteld, maar het blijkt vervolgens moeilijk om de uitvoering op gang te krijgen. Comité Molen de Vlijt laat zien hoe dat kan. Het landschapsontwikkelingsplan is geen dode letter meer. Dat is voor een kleine gemeente zoals de onze hartstikke belangrijk. We hebben nu eenmaal niet veel geld en dan komt het erop aan dat mensen meedoen. Het maakt ons beleid beter betaalbaar. De gemeente ondersteunt het project dan ook van harte met 8333,33 euro, ook al is dat voor ons nog steeds een groot bedrag. Maar we hebben het ervoor over. Het comité zorgt voor een kettingreactie. Er ontstaan van hieruit nieuwe particuliere initiatieven. Dat is een grote plus. De ontwikkelingen rondom de molen ondersteunen ook de recreatie en het toerisme. Het terrein wordt een soort centrum, waar mensen ervaren dat de natuur, het landschap en de cultuurhistorie in onze gemeente heel bijzonder zijn.’

nieuwe Veluwe 4/10

9


Vaak is de Veluwe het nĂŠt niet als het gaat om ruimte, rust, donkerte, schone lucht en eindeloosheid. Dat is jammer voor de natuur, het landschap en de mensen die er wonen. Het is zeker ook een gemiste kans voor het toerisme. Om het gebied op nummer 1 te krijgen in de ranglijst van populaire binnenlandse vakantiebestemmingen, komt het erop aan niet stil te blijven zitten. Vooral nu niet. Want het rijk laat het afweten. De provincie is aan zet, zegt directeur Volkert Vintges van de Gelderse Milieufederatie.

10

nieuwe Veluwe 4/10


-

Opinie De Veluwe op nummer 1 tekst Volkert Vintges, foto Hans Dijkstra

De Veluwe is een gebied waar duurzame economische ontwikkeling en natuurbehoud en -herstel hand in hand kunnen gaan. Veel bezoekers zoeken er rust en ruimte om in het weekend of tijdens de vakantie aan de hectiek van de stad te ontkomen. Dit brengt tegelijkertijd heel wat geld in het laatje. De Veluwe staat al jaren op de tweede plaats van de meest populaire verblijfsrecreatiegebieden van Nederland. Het streven van de toeristische sector en van de provincie Gelderland is zelfs om de Veluwe (weer) op nummer 1 te krijgen, dus meer toerisme dan aan de kust. Een mooi streven, omdat hiermee het draagvlak voor natuurbehoud wordt versterkt, mits er uiteraard rekening gehouden wordt met de draagkracht van diezelfde natuur en het landschap. Want als je dat niet doet, slacht je de kip met de gouden eieren. Maar waarom lukt het maar niet om de zo gewenste nummer 1 te worden? Het antwoord: De Veluwe is het vaak nét niet! Grootheid ervaren en wild zien De Veluwe mag dan wel hét grootste aaneengesloten landnatuurgebied van West-Europa zijn, toch ervaar je die grootheid maar zeer gedeeltelijk. De vele doorsnijdingen door wegen, landbouwenclaves, rasters en gebouwen die op de verkeerde plekken staan, belemmeren die ervaring. Ook zou de Veluwe hét gebied moeten zijn waar je kunt dwalen en verdwalen. Natuurlijk zijn er stukjes Veluwe waar je dit kunt ondervinden, maar door de versnippering, de vele routeborden en hekken is het gebied net niet spannend genoeg voor degenen die de spanning van de eenzaamheid opzoeken. Wil je in alle rust grofwild en andere specta­

culaire soorten observeren, dan is de Veluwe natuurlijk hét gebied. Zou je denken. Ook dat valt vaak tegen. Door bejaging en verstoring zijn er onvoldoende momenten dat je een edelhert of een wild zwijn tegenkomt. De dieren wijken zelfs uit naar de nacht om voedsel te zoeken. Ter vergelijking: in de Oostvaarders­ plassen heb je overdag honderd procent kans op een ontmoeting met een edelhert. Spectaculaire vogelsoorten zoals de wespen­dief, de zwarte specht en de grauwe klauwier zijn bedreigd en dus moeilijk of nagenoeg onmogelijk te spotten. Alleen de raaf heeft zich weer duurzaam gevestigd en is van verre hoorbaar. Stilte, schone lucht en duisternis En dan de stilte. Hoezo stil met al die motor­ crossterreinen, laagvliegende defensie­ helikopters en recreatieve vliegtuigjes, overal (auto)wegen in de buurt en schietterreinen, al dan niet van Defensie? Op de Veluwe zijn stiltegebieden aangewezen, maar sommige zijn alleen stiltegebied in het weekend, zo is op bordjes te lezen. Door de week vergaat je het horen en zien vanwege de schietoefeningen van Defensie. Ook de recente uitbreidingen van Schiphol en vliegveld Lelystad maken het er niet beter op. Schone lucht wellicht? Op je neus afgaand meestal wel. Maar ongemerkt daalt er jaarlijks een enorme hoeveelheid stikstof neer als gevolg van de uitstoot van ammoniak uit de intensieve veehouderij. En stikstofoxiden komen uit de uitlaten van veel (diesel)auto’s en vrachtwagens. De consequentie is dat de kwetsbare soorten verdwijnen en de grond te vruchtbaar wordt voor veel plantensoorten. De variatie in de natuur neemt af, waardoor

die minder aantrekkelijk wordt. De duisternis dan? Wellicht is de Veluwe een van de weinige gebieden in Nederland waar je duisternis relatief gezien nog aardig goed kunt ervaren. Of beter gezegd zou kunnen ervaren, want na zonsondergang mag je de meeste gebieden niet in.

‘Hoezo stil met al die motorcross­ terreinen, laagvliegende defensiehelikopters en recreatieve vliegtuigjes, overal (auto)wegen in de buurt en schietterreinen,  al dan niet van Defensie?’ Maar ook verlichte auto­snelwegen, sportterreinen en de uitbreiding van woonkernen aan de randen doen steeds meer afbreuk aan deze kwaliteit. De jaarlijkse Nacht van de nachtactiviteit toont aan dat duisternis veel vrienden kent. Zo waren er alleen al bij Radio Kootwijk op 30 oktober vijfhonderd bezoekers om te genieten van de duisternis. Waarden beschermen Natuurlijk gebeurt er al veel. Zo is de Veluwe een kerngebied van de Ecologische Hoofd­ structuur en onderdeel van Natura 2000, het Europese natuurnetwerk. Het provinciale programma Veluwe 2010 is de afgelopen jaren ingezet om de verschillende kwaliteiten te

nieuwe Veluwe 4/10

11


versterken. Successen zijn geboekt, zoals de nieuwe ecoducten die in aanleg zijn, de aanleg van de verschillende ecologische poorten richting de rivieren en het Veluwemeer en een aantal kenmerkende sprengen en beken die weer in oude luister zijn hersteld. Maar ook de verblijfsrecreatie heeft meer perspectief gekregen. Staatsbosbeheer geeft aan Radio Kootwijk een nieuwe bestemming voor rustige recreatie en toerisme en er zijn fietspaden aangelegd of verbeterd. Tegelijkertijd neemt echter de druk van de verstedelijking toe. Elke gemeente heeft wel een argument waarom ze een nieuwe woonwijk wil aanleggen of een nieuw bedrijventerrein wil realiseren. Als je al deze plannen optelt, dan wordt de Veluwe volledig omsingeld door bebouwing.

een meerdaags verblijf op de Veluwe is het soms wat suffige imago van de Veluwe af te stoffen. Samen met échte ruimte, rust, donkerte, schone lucht en eindeloosheid kunnen we de Veluwe dan weer op 1 krijgen. Vandaar ook het pleidooi om nu niet stil te blijven zitten, maar in te zetten op een vervolg op het provinciale werkprogramma Veluwe 2010 voor dit unieke natuurgebied, namelijk een programma Veluwe 2020. Nu het rijk het laat afweten, is de provincie aan zet. Ook de Gelderse Milieufederatie zal zich met de bij haar aangesloten organisaties – zo’n vijftig op en rondom de Veluwe – blijven inzetten om de kwaliteiten van de Veluwe te beschermen en te verbeteren en een beter evenwicht te vinden tussen economie, natuur en milieu, zodat de Veluwe met recht op 1 komt te staan. Hierbij is ook de steun nodig van de bevolking.

‘Samen met échte ruimte, rust, donkerte, schone lucht en eindeloosheid kunnen we de Veluwe weer op 1 krijgen’ Spannend maken Het is niet genoeg alleen in te zetten op het behoud van de huidige gebiedskwaliteiten. Een aantal van de in Veluwe 2010 genoemde wensen is niet gerealiseerd, zoals het verminderen van het aantal rasters, het verbeteren van de milieucondities en het realiseren van meer rustgebieden voor het wild. We zullen ook het komende decennium hieraan moeten werken, willen we niet de kip met de gouden eieren slachten. Aan de andere kant moeten we met de recreatiesector en de terreinbeheerders afspraken maken over hoe mensen meer van de unieke waarden van de Veluwe kunnen genieten. Bijvoorbeeld door meerdaagse zwerftochten, nachtwandelingen enzovoort aan te bieden. We hoeven niet bang te zijn dat de Veluwe overstroomt met mensen die hierop af komen. En het feit dat een gebied als de Veluwe zich leent voor andersoortige activiteiten in de natuur, is al voldoende om het voor mensen spannend te maken. In combinatie met spannende verhalen en uitzendingen van Omroep Gelderland zoals Buitengewoon over

12

nieuwe Veluwe 4/10

De Gelderse Milieufederatie (GMF) is een provinciaal samenwerkingsverband met in de hele provincie ruim honderd aangesloten natuur- en milieuorganisaties. De GMF geeft natuur, landschap en milieu een stem. Dat doet ze al 35 jaar. Een beter evenwicht tussen economie en natuur en milieu in Gelderland, ofwel een duurzame ontwikkeling, is het streven. Dit probeert de organisatie te bereiken door ondersteuning van lokale natuur- en milieugroepen, beïnvloeding van beleid en publieke opinie, samenwerking met bedrijven, overheden en belangengroeperingen. Als dat niets oplevert, spant de GMF soms een juridische procedure aan.

Volkert Vintges is sinds tien jaar directeur van de Gelderse Milieufederatie. Hij is afgestudeerd als aquatisch ecoloog aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Als medeauteur van het boek Het milieu van de natuur beschreef hij welke veranderingsprocessen er in de natuur optreden als gevolg van verzuring, vermesting en verdroging. Een aantal jaren geleden heeft hij het initiatief genomen voor het op de kaart zetten van de Veluwe. Acties waren onder meer een aanvraag om de Veluwe een koninklijk predikaat te geven en een Veluwe-manifestatie, de oprichting van de Vrienden van de Veluwe.


Harry Hees Boswachter Staatsbosbeheer district Veluwe

Vraag en antwoord Is er op de Veluwe (hoog)veen te vinden?

‘Hoogveen vind je op de Veluwe voornamelijk in het Kootwijker­ veen tussen Nieuw Milligen en Kootwijk. Deels is het afgegraven voor de turf. De vroegere turfwinning is nog zichtbaar aan de volgelopen veenputten. Een deel van het veen is nog steeds redelijk goed, met alle typische veenmossen van hoogveen. We vinden op de Veluwe ook wel hellingveen, bijvoorbeeld het Wisselse Veen. Dit type veen is best bijzonder. Het wordt gevormd op plekken waar grondwater uit de grond treedt. Langs de randen van de Veluwe gebeurt dat op een aantal plekken. Maar wat echt héél bijzonder is, is het stuifzandveen. Vijftig jaar geleden hebben twee bodemkundigen dit voor het eerst gevonden: bij Kootwijk op de noordhelling van een stuifduin in een grove dennenbos. Het ging om twee kleine plekken. Ecoloog Rienk-Jan Bijlsma heeft dit jaar het gebied opnieuw geïnventariseerd. De twee veentjes waren flink gegroeid en hij vond twintig nieuwe plekken.’

Rienk-Jan Bijlsma Ecoloog bij Alterra, Wageningen UR ‘Stuifzandveen is typisch iets van de Veluwe. Naast Kootwijk vinden we het ook in het Leuvenumse bos op de Noord-Veluwe en op de Veluwezoom. In totaal zijn nu meer dan vijftig plekken bekend. In Drenthe komt het ook wel wat voor. Stuifzandveen is niet echt hoogveen. Hoogveen ontstaat door stagnerend regenwater op een ondoorlatende ondergrond. Hartstikke nat dus. De ondergrond van stuifzandveen is gort en gort droog. Bij stuifzandveen gaat het bovendien altijd om kleine oppervlakten van hooguit enkele tientallen vierkante meters. Het is echt een microklimaatverhaal. Dat we het vinden op noordhellingen van stuifduinen in het bos, komt omdat het daar net wat vochtiger en kouder is dan op andere plekken in het stuifduinengebied. Dat vocht heeft veenmos nodig om zich te kunnen ontwikkelen. In de winter dooit de sneeuw op noordhellingen minder snel. Sneeuw kan er wel bijna twee weken langer blijven liggen dan aan de zuidkant. En ook in de zomer blijft het er natter en koeler. Hoe groter het stuifzandveen, hoe ouder het is. De grootste plekken zijn 30 à 40 meter lang. In Kootwijk, waar het bos zo’n honderd jaar geleden is aangeplant om het stuiven van het zand in te perken, zijn de oudste veentjes zeventig à tachtig jaar. Dat dit type veen het beter doet op de Veluwe dan in Drenthe komt wellicht door het wild. Herten eten de jonge boompjes op en wilde zwijnen de eikels. Hierdoor blijft het bos meer open, kan de regen beter op de grond vallen en hebben de mossen geen last van bladstrooisel van loofbomen.’ Over de ecologie van stuifzanden is bij KNNV Uitgeverij net een boek verschenen: Inland drift sand landscapes. Hierin staat een bijdrage van Rienk-Jan Bijlma over stuifzandveen. www.knnvuitgeverij.nl

Stuifzandveen foto’s Rienk-Jan Bijlsma

Zelf ook een vraag die gerelateerd is aan de Veluwe? Mail deze naar redactie@nieuweveluwe.nl

nieuwe Veluwe 4/10

13


Middelpunt

van Neder

Koude steen / Cold Stone Tondo No 8, 2009

14

nieuwe Veluwe 4/10


v.l.n.r.: Jeroen Bosch, De kruisdraging, ±1520 Museum voor Schone Kunsten, Gent (B) H. Nijburg, Zeelelie, 1961 Casper David Friedrich Mönch am Meer, 1808-1809 Alte Nationalgalerie, Berlijn Christus op de koude steen, ± 1520 Museum voor religieuze kunst, Uden

land, wereld en kosmos tekst Rinke Nijburg

Beeldend kunstenaar Rinke Nijburg is geboren in Lunteren. Hij ging er naar de School met den Bijbel, waar hij uit volle borst en met tranen in de ogen psalmen leerde zingen. Op Koninginnedagen zong hij, alweer met tranen in de ogen, het Wilhelmus. Nijburg ging er weg. Wat is er na zoveel jaar over van zíjn Veluwe, waaruit hij inspiratie put? Het lijkt wel een wereld in een ander heelal, zegt hij.

Aan bijna alle muren van het rijtjeshuis waar ik in 1964 geboren ben, hingen reproducties van beroemde schilderijen. Op spaanplaat geplakte iconen gebroederlijk naast oude meesters. Van Jeroen Bosch herinner ik mij De Kruisdraging (±1520), een klein paneel met een zachte maar bijna enge Christus in het midden en angstaanjagende figuren eromheen. Ik kon er eindeloos naar kijken. Die oude meesters hingen op hun beurt weer naast reproducties van moderne kunstwerken van Karel Appel, Marc Chagall en Pablo Picasso. Er waren ook een paar echte schilderijen en prenten. En boven, op de overloop, pronkte een zwart-wit foto van een fossiel. Ik zag er altijd een monster in, maar het was een zeelelie. Mijn vader had die, nog voor

mijn geboorte, gefotografeerd voor de beroemde Duitse paleontoloog G.H.R. von Köningswald, die professor was aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Al in de jaren zestig van de vorige eeuw werd in ons huis de vrede tussen evolutietheorie en scheppingsverhaal getekend. Er werden wel meer vredes getekend. Er heerste niet alleen vrede tussen wetenschap en geloof, er was ook geen strijd tussen de klassieke en moderne kunst, geen oorlog tussen protestanten en rooms-katholieken. In het Lunteren van die tijd was dat uitzonderlijk, want aan kunst deed bijna niemand en roomsen woonden er nauwelijks. Mijn zus had eens een vriendin die niet alleen raar praatte omdat ze een Limburgs accent had, maar na het eten bij het bidden een in mijn

ogen toverachtig grotesk gebaar maakte: ze sloeg een kruisje. Van Genesis tot Apocalyps Schuin tegenover ons huis stond de School met den Bijbel. Elk weekend leerden we een psalm uit ons hoofd die we maandagochtend opzegden. Wat diepe indruk op mij maakte, was de juffrouw van de eerste klas. Op Goede Vrijdag vertelde zij het lijdensverhaal van de Zoon van God. Zij deed dat met zoveel verve dat op het moment dat zij haar armen wijd uitspreidde en uit een ooghoek een traan wegpinkte, voor mijn ogen niet de juf maar de Heiland zelf stierf. ‘s Avonds in bed speelde ik de scène na. Dit verhaal was het middelpunt van

nieuwe Veluwe 4/10

15


Een lange wandeling rond de

Oranje boven, 1993

gereformeerde kerk, 1991

de wereld. De ontelbare andere bijbelverhalen cirkelden eromheen. Deze cyclus van verhalen werd elk jaar verteld. Het begon met het scheppingsverhaal uit Genesis en eindigde met visioenen over de laatste dagen van de wereld in de Apocalyps. Als het klaar was, begon het gelukkig allemaal overnieuw. Ik kon er geen genoeg van krijgen. En zoals de Veluwe van God was, was de Veluwe van het Huis van Oranje, aan de Oranjes van godswege gegeven. De hele geschiedenis van Willem van Oranje en zijn strijd had zo achter in de bijbel geplakt kunnen worden, zo heilig waren de verhalen rond de Tachtigjarige Oorlog en zo triest was het einde van De Zwijger, die zijn leven gaf voor volk en vaderland. Bijna net als de Heiland zelf. Met tranen in de ogen zong ik op Koninginnedag het Wilhelmus. Dit was de cultuur waarin ik werd opgevoed en die diepe indruk op me maakte. Een cultuur waar zelfs mijn eigen kinderen geen benul meer van hebben. Iconen Als ode aan de iconen uit mijn jeugd maakte ik vele jaren later, in 1991, een aantal schilderijen

16

nieuwe Veluwe 4/10

waarmee ik in 1992 de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst won, een prijs die jaarlijks wordt uitgeloofd en uitgereikt door koningin Beatrix. Een van die schilderijen droeg de titel Een lange wandeling rond de gereformeerde kerk. Op het langgerekte schilderij zien we een jongen die over straat stapt. Hij loopt langs een kerk, vanouds een markeringspunt in dorp en landschap. Onder de toren met wijzerplaat is een witgrijze stoep zichtbaar en een huizenrij. Typische rijtjeshuizen met oranje daken. Jammer genoeg klopt het schilderij niet. Dit soort huizen stond niet bij de gereformeerde kerk en deze kerk was de onze niet. Maar een titel als Een lange wandeling rond de Nederlands Hervormde Kerk vond ik niet mooi. Een ander schilderij uit diezelfde tijd draagt de titel Oranje boven en heeft, hoe kan het ook anders, Koninginnedag tot onderwerp. Een ietwat schichtig achterom kijkend blond meisje, in een oranje rokje met blauwe wolkjes, loopt achter een muur langs. In haar rechterhand heeft zij een roodwit-blauw vlaggetje vast. Zij houdt de vlag op de kop en toch is de driekleur leesbaar geschilderd. De magie van het midden In de buurt van mijn geboortedorp ligt het Middelpunt van Nederland. De plek wordt gemarkeerd door een zwerfkei. Grote, eenzame stenen in het landschap markeren altijd een belangrijk punt. Zoals oude, alleenstaande bomen en kerktorens dat doen. De steen ligt in de bossen ten oosten van het dorp, bovenop een heuvel met de naam de Lindeboomsberg. Op een open plek in het bos en met een betoverend mooi, panoramisch uitzicht op het noordelijker gelegen gebied. Ik herinner me de magie van de steen en de plek als de dag van gisteren. We liepen door de dichte bossen naar deze steen alsof het een pelgrimage was. Want deze steen was het Middelpunt van Nederland. Dat stond er in sobere letters ook op. Of het verhaal wel helemaal waar was, deed er niet toe, want wanneer zo’n zonnewijzersteen het zegt, dan is het zo. Als kind voelde ik mij, net als veel andere kinderen, het middelpunt van de wereld. Op deze plek en bij deze steen verbeeldde het kind zich niet alleen het middelpunt van de wereld te zijn, maar van de hele kosmos. Alles draaide om mij. Het Veluwse landschap met vliegden en stuifduin


 ‘En zoals de Veluwe van God was, was de Veluwe van het Huis van Oranje, aan de Oranjes van godswege gegeven’

deed me trouwens eerder denken aan het carboontijdperk van miljoenen jaren geleden dan aan het Beloofde Land. Als ik door de bossen zwierf, zag ik dinosauriërs lopen en holbewoners rennen, nooit Spaanse troepen, nooit Filistijnen. Het zal wel komen door de plaatjes uit de populair-wetenschappelijke kinderboeken die ik eindeloos vaak bekeek. Bos en steen hadden iets magisch, iets eeuwigs.

van de wereld bent, dat uitgerekend in jóuw dorp het middelpunt van Nederland ligt. Jouw koningin blijkt maar een dame te zijn en jouw God maar een god. Zelfs het eeuwige, Veluwse landschap waar je dino’s zag rennen, blijkt een veranderlijk landschap dat verstedelijkt. De meeste plekken die ik schilderde zijn verdwenen. Je begint je af te vragen hoe al dat moois heeft kunnen verdwijnen en wat ervoor in de plaats is gekomen.

Koude steen Dat wij ons nauwelijks nog geborgen voelen in het almaar sneller uitdijende heelal, wordt groots verbeeld door het schilderij Monnik bij de zee (1808-1809) van de Duitse romantische schilder Caspar David Friedrich. Bovenop een duin zien we een piepklein mensje dat, met de rug naar ons toegekeerd, alleen maar oog heeft voor de zee en de gitzwarte lucht. De lucht dreigt de aarde te verduisteren of op te

Wallpaper with Humming-Birds, 2007

In het geheugen gegrift Ergens aan het einde van de middelbare school, rond 1979, ging ik buiten schilderen. Ik streek het liefst neer waar de maïsakker grensde aan het weiland en waar het graan het bos raakte. Het moest een beetje glooiend zijn. De perfecte plek in de buurt van het dorp was de Doesburger Molenweg, een weg tussen Lunteren en Ede in. Aan die weg lag de Doesburgermolen, een van de oudste windmolens in Nederland. De molen ligt nog altijd schitterend mooi tussen de akkers en velden. Het voelde best ongemakkelijk om zomaar langs het fietspad neer te strijken en te gaan schilderen. Maar wanneer ik eenmaal bezig was, vergat ik de mensen die langsfietsten. Misschien staat dit landschap zo goed in mijn geheugen gegrift, omdat ik het met zoveel aandacht schilderde. In 1982 ging ik naar de kunstacademie in Arnhem, maar bleef in het dorp wonen. Ik treinde op en neer, kon geen afscheid nemen. Pas in 1987 verhuisde ik van platteland naar stad, van de westkant van de Veluwe naar de zuidelijke rand. Geografisch gezien ligt het vlak naast elkaar en gaat het om een landschap met dezelfde geografische geschiedenis. Maar voor mij was het een enorme stap en een andere kosmos: van Jeruzalem naar Sodom. Als je ouder wordt, is het moeilijk om het verwachtingsvolle beeld uit je jeugd vast te houden: het idee dat jíjzelf het middelpunt

nieuwe Veluwe 4/10

17


‘Als ik zeg dat ik in Lunteren ben opgegroeid, kijken mensen mij meestal meewarig aan. Het is niet de plaats waar een kunstenaar vandaan hoort te komen’

kosmos. In de mystieke tradities heet dat het verlangen naar de ervaring, waarbij de ziel zich voor een ijzingwekkend kort moment één weet met alles wat leeft. Pelgrimstocht Waarom ik nu juist op de Veluwe geboren ben, weet ik niet. Of all places is het nou niet de meest enerverende plek op aarde. Als ik zeg dat ik in Lunteren ben opgegroeid, kijken mensen mij meestal meewarig aan. Het is niet de plaats waar een kunstenaar vandaan hoort te komen. Het is verstikkend deprimerend. Wie daar vandaan komt, moet daar nodig weg. Wanneer ik terugkeer in de tijd, van vandaag naar gisteren, van einde naar begin, kom ik terug bij de wandelingen naar de steen op de Lindeboomsberg. Ik heb er toen nooit een Christus op zien zitten. Of mijzelf. Ik kon nog niet begrijpen dat ik niet het middelpunt van de wereld was. Wanneer ik nu terugkijk, zie ik op de zwerfkei een zwerver zitten, een nomade. Van tijd tot tijd zitten we allemaal op die steen: de Christus, de Boeddha, wijzelf. Onderweg, tijdens onze pelgrimage van wieg naar graf, hebben we maar te bedenken wat we precies kwamen doen op deze exotisch blauwe planeet, dit middelpunt van het heelal. We moeten onze geboortegrond koesteren, zonder in de verleiding te komen om te denken dat deze oergrond beter of heiliger is dan andere oergronden. Maar heilig is mijn geboortegrond, de steen, dit middelpunt van de wereld wel. Wij verdwijnen, maar landschap en steen blijven nog.

Boven: Coming Soon, Tondo No 4 2009 Rechts: Schietschijf Vliegend hert, 2005

slokken. Alhoewel dit beeld in de negentiende eeuw betrekkelijk nieuw was, is er toch een nog veel ouder motief dat erop lijkt. In de late middeleeuwen (1450-1600) was men dol op de lijdende Christus. Een bijzonder populair thema was Christus op de koude steen. Het staat helemaal niet in de bijbel, maar werd aan de verhalen toegevoegd. Het verbeeldt het moment vlak voor de Heiland ter dood werd gebracht door Romeinse soldaten. Zij wisten met de arme man even geen raad en parkeerden hem op een zwerfkei. Dit beeld gaat over een mens die weet dat hij gaat sterven. Hij zit te wachten op de voltrekking van het vonnis dat allang geveld is. Hij mag nog een minuutje of wat nadenken. Maar het beeld gaat niet alleen over de dood. Het gaat ook over het verstrijken van de

18

nieuwe Veluwe 4/10

tijd, het verlies van de magie van de jeugd, de teloorgang van het geheugen. Vreemd genoeg kan het ook gaan over het verlangen. Het verlangen om niet verlaten te worden door geliefden, door het leven, door de

Rinke Nijburg woont en werkt in Arnhem. Zijn werk is momenteel te zien in de tentoonstelling Remember Me – Over dood en herinnering in Museum voor Moderne Kunst Arnhem, in Kunsthal 52 in Den Helder en in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard.


Boekrecensie Natuur is een bedrijf tekst Martin Woestenburg, foto Hans Dijkstra

Wild van economie gaat niet alleen over wild, maar eigenlijk meer over de economisering van de natuur en de problemen die dat veroorzaakt. Want, merken de auteurs in hun inleiding terecht op, de economie is gericht op groei terwijl het leven en dus de ecologie cyclisch is. ‘Biologisch en energetisch is het immers onmogelijk oneindig te groeien.’

Het boek is geschreven door Tom Bade en drie collega’s van het door hem opgerichte onderzoeksbureau Triple E. Duidelijk is dat zij een missie hebben. De eerste zinnen van het boek lijken wel een provocatie. ‘Economie is ecologie, maar dan verkeerd gespeld. Wij hebben ons als mens buiten het aardse ecosysteem geplaatst, omdat wij dan anders zijn dan de rest. Beter gezegd: we hebben de economie uitgevonden, omdat we daarmee duidelijk maken dat we beter zijn dan de rest van het dierenrijk.’ Ook in de rest van het boek staat stevige taal, en dat maakt het boek prikkelend en ook zeer leesbaar.

De baten uit het wild kijken zijn hoger dan de schade en de baten uit de jacht Bade en zijn collega’s rekenen voor, dat het wild op de Veluwe jaarlijks zo’n 100 miljoen euro aan inkomsten kan opleveren, terwijl er in de media vaak alleen maar aandacht is voor de 2 miljoen euro die het Faunafonds uitkeert ter compensatie van de schade die wilde zwijnen en herten veroorzaken. Alleen al de horeca verdient jaarlijks meer dan 300 miljoen euro aan de natuurliefhebbers die op de Veluwe afkomen. In totaal levert de natuur per jaar 445.250.000 euro op. Een kwart daarvan is gerelateerd aan wild. Kortom: de horeca verdient aan wild, maar ook de verkopers van verrekijkers, zonnebrillen, goretex-jassen, wandelschoenen, enzovoorts. Natuurgebieden noemen de auteurs bedrijven. Naast de Veluwe rekenen zij ook de economische betekenis door van de

zeehonden in de Waddenzee, de reeën en damherten in de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren, de bevers in de Biesbosch en de Gelderse Poort en de otters in de Weerribben en de Wieden. Dat zijn allemaal zeer gemengde bedrijven. Het gaat niet zozeer om de economische baten van een rotte wilde zwijnen, maar juist om de indirecte baten van de bedrijvigheid in en rondom de natuurgebieden, waarvan zowel bedrijven als bewoners profiteren. ‘Het is duidelijk dat het tijd wordt dat de discussie rond het wild eens een andere vorm krijgt’, concluderen de schrijvers. ‘Het aantal jagers neemt af, het aantal wildkijkende mensen neemt toe en de baten uit het wild kijken zijn hoger dan de schade en de baten uit de jacht.’ Dat lijkt mij stof tot nadenken. Onduidelijk blijft wel hoe we de Veluwe als zodanig moeten exploiteren. Daarvoor heb je ondernemers nodig, geen economen.

Tom Bade, Reinier Enzerink, Berend van Middeldorp en Gerben Smid, Wild van economie – Over de baten van bronst, burlen en andere beestachtige belevenissen, KNNV Uitgeverij, ISBN 9050113434, 19,95 euro.

nieuwe Veluwe 4/10

19


Stoppen met de EHS in het zicht van de haven

is kortzichtig

20

nieuwe Veluwe 4/10


Het nieuwe kabinet heeft het budget voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) teruggedraaid naar nul euro, en mogelijk nog lager door gelden die het vorige kabinet opzij zette terug te halen. Voor het oude Centraal Veluws Natuurgebied is de schade te overzien, want dat was al vrij compleet. Maar het is een drama voor de zeven ecologische poorten van de Veluwe, de natuurcorridors tussen het Centraal Veluws Natuurgebied en omliggende natuurgebieden waaraan al jaren wordt gewerkt. tekst en cartografie Michiel Hegener, foto’s Wim van Hof, Barend Hazeleger

De zeven poorten zijn nu gemiddeld voor zestig procent gereed, als gebouwen die voor altijd in de steigers zullen blijven staan. Arne Heineman, regiodirecteur Gelderland van Natuurmonumenten: ‘Het is allemaal zo kortzichtig! Ik wind me niet vaak op maar nu wel. Hopelijk ziet het kabinet in dat dit een grote dwaling is. Ik kan me niet voorstellen dat dit kabinet verantwoordelijk wil zijn voor het stopzetten van iets met zo’n breed draagvlak als natuurbescherming.’ Piet Winterman, directeur Regio Oost van Staatsbosbeheer: ‘Ook het aankopen van grond voor verbindingen tussen stukken in de poorten die al zijn aangekocht is gestopt. Echt heel ernstig.’ Peter Van de Kreeke, hoofd van het Bureau Veluwe-Vallei van de provincie: ‘Het is een triest verhaal.’ Maar wat was ook al weer het Centraal Veluws Natuurgebied, en vanwaar die poorten? Om dat te begrijpen moeten we even terug in de tijd. Tot in de negentiende eeuw laveiden er herten in de uiterwaarden van de IJssel en belandde een wandelaar ongemerkt van de Gelderse Vallei in het Veluwe Massief, zo zacht waren de overgangen. Via zompige beekdalen liep je onder Epe door de natuur richting de IJssel. Onder Apeldoorn, bij Beekbergen, belandde je tot 1870 in het Beekbergerwoud, waar een mens alleen bij vorst doorheen kwam. Het Beekbergerwoud ging tegen de vlakte en werd

gedraineerd, onder Epe kwamen ontginningen en ontwatering, en ook overal elders werd met succes de aanval ingezet op de natte, groene buitenrand van de Veluwe. Vanaf pakweg 1900 veranderde ons grootste natuurterrein in een droog natuureiland, ingesnoerd tussen snelwegen, spoorbanen, intensieve veehouderij en een krans van verstening. De ironie was dat in diezelfde periode, de eerste decennia van de twintigste eeuw, de natuurwaarde van de Veluwe snel steeg dankzij doortastend optreden van Natuurmonumenten, het Staatsboschbedrijf, het Geldersch Landschap en particuliere natuur­ aankopers. Uitgestrekte natuurgevangenis Prachtig en groot maar droog en op slot: dat werd het lot van het resterende deel van de Veluwe, het Centraal Veluws Natuurgebied. Het woord centraal doet vermoeden dat er ook nog een periferie was, maar die was toen al geamputeerd, ontgonnen, gedraineerd en op veel plekken bebouwd. Hei, bos en hier daar wat zandverstuiving, maar zonder de kwelzones rondom, dat was het Centraal Veluws Natuur­ gebied. De Veluwe werd een uitgestrekte natuurgevangenis. Probeer er maar eens naartoe te gaan als boommarter. Probeer er maar eens weg te komen als je een wild zwijn bent. Probeer er maar eens behoorlijk voedsel

te vinden als hert. Zelfs wandelaars en fietsers hebben problemen. Maar er zijn twee megaproblemen die uitstijgen boven de hindernissen voor individuele toeristen en dieren. De krans van kwelwaterzones die een essentieel onderdeel vormt van het Veluwse ecosysteem, is geheel verloren gegaan, al zijn er de laatste twintig jaar een paar mooie reparaties uitgevoerd. En de Veluwe staat amper nog in verbinding met de Holterberg, het Montferland, de Utrechtse Heuvelrug, de IJsselvallei, de Rijn, het Reichswald, het Horsterwold, de oude Zuiderzeevlakte en andere natuur rondom. Om daar iets aan te doen werd in de jaren negentig door de provincie het idee van de ecologische poorten gelanceerd. Waar het nog mogelijk was moest de geamputeerde Veluwe weer in verbinding komen met de natte natuur rondom: de IJssel, de Rijn en de Zuiderzee­ vlakte. Binnen die poorten, die gemiddeld zo’n twee kilometer breed en vijf kilometer lang moesten worden, kon dan meteen de kwelwater­stroom worden hersteld. Sloten dichtgooien, waterpeil omhoog, waar nodig en mogelijk bemeste bovenlagen afvoeren. Zo ontstonden ruige, groene, natte en bovenal vegetatierijke zones waar het grondwater ongehinderd naar de oppervlakte sijpelde en waar het wild weer eens behoorlijk kon eten. En rondplonzen, want daar houden herten en

nieuwe Veluwe 4/10

21


Die verbindingszones waren geografisch verstrekkender dan de poorten. De poorten waren vooral bedoeld als verbinding tussen de droge Veluwe en de plaatselijk herstelde natte zone rondom – de robuuste verbindingszones moesten tientallen kilometers doorlopen naar andere natuur. En nu ligt alles dus stil. De robuuste verbindings­zones zijn geheel geschrapt, voor de poorten en andere EHS-gebieden in Gelderland is nog wat geld dat eerder beschikbaar was gesteld: 20 miljoen euro van de provincie en 24 miljoen van het Rijk, volgens Van de Kreeke. ‘Dat rijksgeld hebben we al uitgegeven aan grond, maar niet overal al op de juiste plaats. De bedoeling is steeds geweest dat we dat gaan ruilen tegen grond binnen de EHS. Of we kunnen het verkopen en van de opbrengst grond kopen in de EHS.’ Een hectare doet gemiddeld 40.000 euro, dus in totaal gaat het over middelen om nog 1100 hectare aan te kopen in de hele provincie. Helaas wist staats­ secretaris Henk Bleker in recent overleg met de provincie te melden dat een deel van het reeds toegezegde geld (die 24 miljoen van de provincie komt uiteindelijk ook van het Rijk) mogelijk teruggestort moet worden.

zwijnen van. Zelfs reeën en dassen vinden het leuk als het niet te diep is.

‘Hopelijk ziet het kabinet in dat dit een grote dwaling is’

22

nieuwe Veluwe 4/10

Gaten in de steenkrans Het probleem bij het aanleggen van de poorten was vooral: waar kan het nog? Waar zitten nog gaten in de krans van verstening? Bij Hattem scheelde het helemaal niets of het stenen cordon had zich voor eeuwig gesloten. Er lag bij Berghuizen nog één onbebouwd stukje groen van een meter of 100 breed waar de poort tussen Veluwe en IJssel zich doorheen kon persen, het KiBo-terrein, voor insiders. Uiteindelijk lukte het in 2004 met veel belasting­­geld per vierkante meter om het veilig te stellen. Nu doet zich iets dergelijks voor bij kasteel Biljoen, bij Velp. Winterman: ‘Er is daar nog maar een heel klein stukje natuur tussen Veluwe en IJssel, met een megadruk om het gebruik te intensiveren.’ Op andere plaatsen waren de gaten in de steenkrans groter, maar niet iedere plek was geschikt voor een poort – de poort moest wel naar iets interessants leiden. Uiteindelijk ontstonden er zeven poorten, althans op de kaart. De rijksoverheid leverde in 2000 nog een stevige bijdrage door drie poorten op te waarderen tot ‘robuuste verbindingszone’: de Havikerpoort, de Hattemerpoort en een nieuwe poort door het noordelijk deel van de Gelderse Vallei, soms de Voorthuizense poort genoemd.

Onzekere tijden Een concreet voorbeeld? Neem de Hierdense Poort, ten noorden van Harderwijk, waar Natuurmonumenten de regie heeft. Om met het goede nieuws te beginnen: dezer maanden wordt het ecoduct over de A28 ter hoogte van Hulshorst gebouwd, één rijbaan is al overdekt. In mei 2011 verwacht Eddie Nijenhuis van Natuurmonumenten, beheerder van de Hierdense Poort, de eerste edelherten aan de westzijde van de A28 sinds de aanleg van de racebaan in de jaren zestig. Hij verheugt zich er zeer op. Alleen… het zijn onzekere tijden, natuur is ‘een linkse hobby’ waar dit kabinet geen belangstelling voor heeft, en geld is schaars. Wat als de 25 hectare waarvan Nijenhuis nu denkt dat die nog kan worden aangekocht, wordt geschrapt? ‘Voor bepaalde soorten is het dan vrij zinloos. De hele poort meet 260 hectare. Daarvan moeten we nog 80 hectare aankopen, en als die 25 hectare is gerealiseerd nog 55. Als we ruim 200 hectare hebben gaat het net voor de herten, al moeten ze hier en daar door een agrarisch perceel. Dat doen ze wel, ze kunnen doorlopen naar het Randmeer. Maar een ecoduct dient veel soorten, bijvoorbeeld ook vlinders en kleine zoogdieren. We willen een aantal gebieden binnen de poort op verschillende manieren inrichten, juist voor verschillende soorten. Daarvoor zijn nieuwe aankopen op strategische plekken essentieel.’


Aangeslagen Natuurmonumenten heeft het nog relatief goed, vergeleken met Staatsbosbeheer, zegt Arne Heineman van Natuurmonumenten. ‘De situatie is over het geheel dramatisch slecht. De specialisten hebben het door en de bevolking zegt: ‘Het zal wel. Er is toch veel groen?’ Wij van Natuurmonumenten kunnen onze mond nog open doen en waarschuwen voor wat er gebeurt, bij Staatsbosbeheer moeten ze stil­zitten, terwijl ze worden geknipt en geschoren.’ Beetje sterk uitgedrukt? Nee, blijkt uit de woorden van Piet Winterman. Hij zegt aan­geslagen te zijn. Toezeggingen voor nog aan te kopen gronden zijn er, maar ze kunnen door dit kabinet makkelijk weer worden geschrapt, vreest hij. ‘Onder het ILG, het meerjaren­contract tussen provincie en Rijk, zal Staats­bosbeheer in Gelderland nog 1200 hectare door de provincie laten kopen. Daar is al 300 vanaf gehaald. En het baart me zorgen dat staatssecretaris Bleker van het budget voor die 900 hectare mogelijk het deel weghaalt dat was gereserveerd voor de robuuste verbindingen.’ Het kost enige moeite Winterman te laten spreken over het belang van de poorten. ‘Ik ben zo perplex op dit moment.’ Zijn aandacht gaat nu bijna geheel uit naar het feit dat zijn budget voor beheer ook nog even is gehalveerd. Wat er aan poorten was aangekocht en overgedragen aan Staatsbosbeheer kan amper nog worden ingericht, laat staan dat er voldoende kan worden gesurveilleerd. ‘Er wordt niet meer aangekocht en wat we hebben wordt uitgehold’, aldus Winterman.

Heineman is het helemaal eens met die economische overwegingen, zeker waar het gaat om rechtstreekse recreatie-inkomsten.‘In verband met het wild alleen komt op de Veluwe jaarlijks 100 miljoen euro binnen. En het kost 2 miljoen aan wildschade. Dus een rendements­factor van vijftig – zo’n positieve en rendabele investering vind je nergens.’ Verbrokkelde, halfaffe natuur Het idee om met de EHS te stoppen in het zicht van de haven noemt Heineman uitermate kortzichtig, Winterman vindt dat de kwaliteit van de leefomgeving tussen onze vingers wegglipt. Beiden klagen over verbrokkelde, halfaffe natuur. En kapitaalvernietiging. Want aangekochte natuur krijgt een meerwaarde als rondom ook natuur ligt en is als eilandje veel minder waardevol. In het Renkumse Beekdal is voor tientallen miljoenen euro’s een compleet fabrieksterrein gesloopt en teruggegeven aan de konijnen. Het beekdal is sindsdien weer een geheel, en nu wordt de Renkumse Poort, waarin het dal een grote schakel vormt, niet afgemaakt. Winterman: ‘Wij moeten daar nog een stuk grond verwerven om de verbinding tussen Veluwe en Rijn te voltooien en dat kan nu niet. Wat was dan de zin van het verwijderen van het fabrieksterrein?’ Ander voorbeeld van wat er mis kan gaan bij onvolledige verwerving van een

gebied: Geldersch Landschap – dat overigens niet voor commentaar beschikbaar was – heeft bij Emst een beekdal in beheer waar nog enkele boeren een perceeltje hebben. Omwille van hen moet in het hele beekdal het waterpeil kunstmatig laag worden gehouden. Wat nu? Wat te doen nu er bijna geen geld meer is om de poorten te voltooien? Eddie Nijenhuis bepleit inzet van resterende middelen voor de voltooiing van een beperkt aantal poorten. ‘Die kunnen dan als leergebied dienen voor de andere poorten over een aantal jaren.’ Het idee dat de poorten over vijf, tien of vijftien jaar kunnen worden afgemaakt is logisch genoeg: andere kabinetten en andere economische tijden zouden de ramp van nu kunnen keren. Mits – en dit is essentieel – de provincie alles in het werk stelt om te voorkomen dat gemeenten gronden in de poorten gaan herbestemmen, bijvoorbeeld grond die een gemeente zelf bezit en die dan met veel rendement kan worden verkocht als bouwgrond. Alle geïnterviewden benadrukken het belang van het vergrendelen van de bestemmingsplannen in de poorten. Het huidige college van Gedeputeerde Staten zal dat zeker doen, maar wat gebeurt er na 2 maart 2011, na de provinciale verkiezingen? Van de Kreeke: ‘Als het nieuwe college een afspiegeling wordt van wat er nu in Den Haag zit wordt het voor de natuur niet best.’

Renkums beekdal

Wild zien Na enig aandringen wil hij wel ingaan op het belang van de poorten die nu niet doorgaan of half af blijven: ‘Ze zijn belangrijk voor veel soorten en voor de verbinding tussen de droge delen van de Veluwe en de voedselrijke gronden. Via de poorten kun je het voedsel­ aanbod sterk vergroten, en dus de draagkracht. Via de poorten krijg je trekbewegingen van het wild, seizoensgebonden maar ook op termijn van jaren. Met een hogere wildstand verhoog je ook de kans voor bezoekers van de Veluwe om wild te zien. Toeristen komen vanuit alle windstreken om wild te zien en de natuur te beleven. De poorten zijn daardoor niet alleen belangrijk voor de ecologie, maar ook voor de economie: meer wild betekent meer kans wild te zien, dus meer bezoekers, dus meer recreatie-inkomsten. Maar er zijn ook indirecte economische voordelen: spannende natuur met veel wild draagt bij aan het welzijn van de bevolking. Dus minder mensen in het zorgcircuit – en daar wil de regering dan ook nog eens op bezuinigen!’ nieuwe Veluwe 4/10

23


Agrarisch natuurbeheer Een andere oplossing, als het al een oplossing is, zou agrarisch natuurbeheer kunnen zijn. ‘Daarop wordt nu enorm voorgesorteerd’, aldus Heineman. ‘Ik zal niet ontkennen dat het kan werken, alleen heb ik daar nog weinig bewijzen van gezien, en gezaghebbende studies hebben aangetoond dat het geen euro goedkoper is.’ Nijenhuis benadrukt dat die beheercontracten met boeren standaard zes jaar duren. Heeft een boer er geen trek meer in, dan stopt hij – weg continuïteit. Rest de vraag waarom de regering dit doet? Waarom wordt er veertig procent gekort op natuur? Waarom zoveel meer dan op andere sectoren? Bezuinigingen in het algemeen, zoals die heel Nederland treffen, kunnen maar voor een deel verklaren waarom dit kabinet de aanval inzet op de Nederlandse natuur. Sommige insiders denken met tegenzin dat het een afrekening zou kunnen zijn. Het CDA, de boerenpartij bij uitstek, had in stilte genoeg van de schaduwen die natuurdoelen over hun landbouwambities wierpen. En dus hadden ze genoeg van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de Landschappen. Nu, met deze coalitiepartners, zien ze een kans die ze in het vorige kabinet moesten missen. Bij het CDA leeft verder de reële angst dat boeren het steeds zwaarder zullen krijgen, ook omdat de EU-steun na 2013 sterk gaat teruglopen. Dus geef ze iets nieuws te doen, natuur beheren bijvoorbeeld. ‘Dat dat een vak apart is, doet dan minder ter zake’, aldus Heineman. Aldus bezien wordt het huidige anti-natuur­ beschermings­beleid een stuk begrijpelijker, en zo ook de manier, financieel en anderszins, waarop Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschappen nu worden afgeserveerd. Dat ze zich inspannen voor het behoud van natuur in Nederland voor alle Nederlanders, ondermeer op en rond ons grootste natuurterrein, en dat ze daarbij miljoenen sympathisanten hebben, lijkt in het Den Haag van nu onbelangrijk. Voorthuizense poort

‘Ik zal niet ontkennen dat agrarisch natuurbeheer kan werken, alleen heb ik daar nog weinig bewijzen van gezien’ 24

nieuwe Veluwe 4/10


Column Lelijke gedachten

Het land is van mij. Zo voelt dat als je er geboren bent. Het bos ook, waarin ik opgroeide. Als ik er veel later terugkom en er mensen zie in fel gekleurde jassen en met een dure hond, heb ik dat: wat doet u hier, hebt u mij gevraagd om hier lelijk te komen zijn en te schijten? Het is een onvriendelijke gedachte, opwelling, ik weet het, en verdrijf hem meteen weer. De lelijke jas en de zenuwlijder van een hond wonen hier waarschijnlijk in de buurt en ik allang niet meer, ik kom er alleen maar even terug. Waar ik woon en Staatsbosbeheer de baas speelt, heeft een veehouder in ruste hetzelfde. Als er iemand die hij niet kent een vis probeert te vangen, gaat hij erover klagen in het café. Het zijn zijn vissen. Ook de ganzen en de eenden zijn de zijne. Wil je gans? Hij vangt er een voor je, maar zelf moet je er afblijven. Ik begrijp hem. In mijn bos waar ik me altijd opnieuw terug thuis voel, hebben de beheerders vreemden uitgenodigd om iets te doen wat kunst heet. Er zijn grote stalen platen aangebracht die iets voorstellen en wat ze voorstellen staat achter glas uitgelegd op een groot bord op een paal. Ik vertik het om te lezen wat ik begrijpen moet en niet snappen kan als ik het niet lees. Zulk roest hoort langs snelwegen en in de stad. Daar is het al erg genoeg, maar monumentale kunstenaars moeten iets verdienen, net als Roemenen met een accordeonnetje voor het Centraal Station waar ze een Frans deuntje op spelen. Wildernis is het allang niet meer, maar als je er maar afblijft, wordt het vanzelf iets bijzonders, loos land en de opstand. Goed dan, een hond kan, want die blijft niet en zijn stront helpt de groene vliegen overleven. Maar monumentale kunst blijft. De kunstenaar zit lekker thuis en ik moet nu altijd langs zijn lelijkheid op mijn land in mijn bos. Het is me een paar jaar geleden gevraagd. Meedenken met kunstenaars. De lokale overheid wist zich geen raad met landelijk gebied. Het moest worden ingericht, of beter: opnieuw ingericht worden. Voordien hadden boeren dat gedaan die er niet voor op de kunstacademie hadden gezeten. Het zag er prachtig uit. Maar de stad wou het hebben als land om in te kunnen lopen in felgekleurde jassen. Fietsen ook, snelle mannen in pakjes van de Rabobank die ze niet krijgen van de bank, maar die ze kopen in de racefietsenwinkel. Ze schreeuwen op zaterdagen langzame oude vrouwen op de fiets opzij, ze hebben recht op hun recreatieruimte. Het moest ingericht door kunstenaars. Of ik met ze in gesprek wou over hoe het zou kunnen. Maar het studiemateriaal dat me vooraf aan het gesprek werd toegestuurd, een lang stuk vol kletskoek en verzonnen woorden, deed me ervan afzien. Blijf er toch van af, stad! Het land heeft een schoonheid die niet om de mooite is bedacht door iemand die ervoor leerde, maar door een boer die een hek maakte, opdat zijn koeien er niet vandoor zouden gaan. Gek hè, dat hek is mooi en je bonk roest in het bos zal dat nooit worden. Het dient nergens toe. Kun je niet op accordeonles gaan, kunstenaar?

Wouter Klootwijk

Wouter Klootwijk is journalist, columnist en kinderboekenschrijver. Hij is onder meer bekend van de televisieprogramma’s De Keuringsdienst van Waarde, Klootwijk aan Zee en De Wilde Keuken gaat over de herkomst van en ontwikkelingen rondom ons eten.

nieuwe Veluwe 4/10

25


Ecoduct Hoog Buurlo Een bouwvakker vlecht het ijzeren raamwerk voor het nieuwe ecoduct bij Hoog Buurlo. Ondanks de extreme kou op woensdag 1 december – met een gevoelstemperatuur van -15 oC – ging het werk door. Omdat beton bij dit soort lage temperaturen moeilijk hardt, werd er warm water aan toegevoegd. Voor het gestorte beton zijn straalkachels geplaatst en ook is het zoveel mogelijk afgeschermd met zeildoek. Het ecoduct (kilometerpaal 75.2) gaat qua vorm veel lijken op dat van de Woeste Hoeve over de A50. Er komt een natuurlaag over twee tunnels, waardoor de dieren het ‘gewoon’ zullen gaan vinden om over te steken van Kroondomein Het Loo in het noorden naar de natuurterreinen van Staatsbosbeheer in het zuiden. Ecoduct Hoog Buurlo maakt deel uit van het project Negen Ecoducten, een samenwerking tussen Rijkswaterstaat, ProRail en de provincie Gelderland.

foto Hans Dijkstra - gaw.nl


Politici uiten zorgen

in Veluwe Verkiezingsdebat

28

nieuwe Veluwe 4/10


Ook al lopen de visies van de politieke partijen uiteen, dagvoorzitter Marja van der Tas hoort ook gedeelde zorgen tijdens het Veluwe Verkiezingsdebat. Over het behoud van de waarden van de Veluwe, het belang van duurzaamheid en ruimte voor ontwikkeling onder voorwaarden. ‘Ik denk dat het voor de Veluwe heel belangrijk is dat u elkaar straks in de nieuwe Gelderse Staten kunt vinden. Ik heb daartoe mooie opmaten gehoord.’

tekst Ria Dubbeldam, foto’s Hans Dijkstra

Deelnemende verkiesbare statenleden: (zittend v.l.n.r.): Jan Dijkstra (CDA), Conny Bieze (lijsttrekker VVD), Alex Mink (SP), Renske Waardenburg (GL), Toine van Bergen (DPS), Pieter Plug (lijsttrekker CU), Michiel Scheffer (lijsttrekker D66), Eppie Klein (SGP), Rob Spiegelenberg (PvdA, inmiddels teruggetrokken) Verhinderd: PvdD Wel uitgenodigd, niet gereageerd: PVV Dagvoorzitter (staand): Marja van der Tas, voorzitter Veluwecommissie, het samenwerkingsverband van partijen dat streeft naar een kwaliteitsverbetering van het Veluwse landelijk gebied. De commisie adviseert provincie Gelderland. Discussiethema’s: Ecologische Hoofdstructuur Nationaal Landschap Veluwe Recreatie en toerisme Sociaal-economische ontwikkeling Plaats en tijd: Wageningen, 22 oktober 2010

Het is het eerste politieke debat in de aan­loop naar de Gelderse Provinciale Statenverkiezingen op 2 maart 2011. Het is ook het eerste debat dat Nieuwe Veluwe organiseert. Onder grote belangstelling draaien verkiesbare statenleden van negen politieke partijen warm. In de collegezaal van het rijksmonument Schip van Blaauw in Wageningen luisteren op deze vrijdagmiddag heel wat belangstellende Veluwenaren en vertegenwoordigers van belangenorganisaties naar hun boodschap. De dagvoorzitter vraagt de politici wat zij met de Veluwe voor hebben. ‘Jullie zijn aan zet’, prikkelt ze. ‘Wellicht dat dit debat nog iets kan meegeven voor de verkiezingsprogramma’s die jullie opstellen.’ Ecologische Hoofdstructuur Het eerste thema Ecologische Hoofdstructuur (EHS) levert gelijk vuurwerk op. Het onderwerp staat sinds enkele dagen groot in het nieuws. Het kabinet vindt dat nog maar 90 procent van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) gerealiseerd hoeft te worden. Daarnaast krijgt natuurbeheer door boeren wat betreft staatssecretaris Henk Bleker van Landbouw voorrang boven grondaankoop, inrichting en beheer door terreinbeherende organisaties. Helemaal een streep zet hij door de robuuste verbindingen tussen natuurgebieden, langs de Veluwe ecologische poorten genoemd. ‘Wat vinden jullie hiervan?’, vraagt Van der Tas. Rob Spiegelenberg, op dat moment nog lijsttrekker van de Gelderse PvdA, reageert fel: ‘We zijn stapelgek in Nederland. Al twintig jaar zijn we met de EHS bezig en nu is er ineens een geldargument om niet langer waardevolle natuurgebieden met elkaar te verbinden. Het is een ondoordacht idee. De robuuste verbindingen zijn bedoeld voor migratie van

planten en dieren. Dit voorkomt verlies aan biodiversiteit. Gelderland heeft al honderden miljoenen geïnvesteerd. Alleen al 24 miljoen in de ecologische poort Renkums Beekdal. Daar stop je niet zomaar mee. De EHS moet volgens het oorspronkelijke plan worden afgemaakt. De provincie heeft voldoende geld. Hooguit kan er sprake zijn van fasering, waardoor we later dan 2018 klaar zijn. We mogen natuur niet opofferen aan kortetermijndenken.’ De toon van het debat is gezet. Conny Bieze van de VVD ziet niets in het doorschuiven van de einddatum. ‘Mensen en bedrijven met mogelijke claims op hun grond weten dan nog langer niet waar ze aan toe zijn. Om die reden zegt de VVD: laten we in 2018 de EHS afronden, zonder die ecologische verbindingen. Je kunt ook biodiversiteit behouden door landschappen in stand te houden. Daarmee sluiten we ons aan bij het regeerakkoord.’ Financiering Toine van Bergen van de eenmansfractie Democratische Partij voor Solidariteit (DPS)/ Groep van Bergen zegt: doorgaan. Hij stelt voor het geld uit de verkoop van de Nuonaandelen te investeren. ‘Er staat 4 miljard euro Nuon-geld op de bank. De provincie is geen beleggingsinstituut! De middelen moeten we inzetten voor onder andere natuur en cultuur.’ Pieter Plug van de ChristenUnie bestrijdt dat dit een goede optie is. ‘Als je dit geld uitgeeft, is op termijn alles weg. De Staten kiezen voor een duurzame investering door het geld weg te zetten en de rente te besteden aan de Gelderse samenleving.’ Alex Mink van de SP vindt dat de provincie het best zelf in actie kan komen om beleid waar ze voor staat uitgevoerd te krijgen. ‘Het rijk zal op een gegeven moment de Nuon-gelden

nieuwe Veluwe 4/10

29


‘Bewoners en bedrijfsleven heb je heel hard nodig voor een duurzaam natuurbeheer’ Conny Bieze, VVD

willen afromen. Dit moment kun je wel gaan zitten afwachten, maar het is slimmer om ‘in de aanval’ te gaan. We kunnen een afroming binnen de perken houden door een eigen voorstel met provinciaal geld te presenteren. Daarmee kan de provincie proberen met het ministerie een overeenkomst te sluiten over welke overheidstaken ze overneemt. Op die manier haalt de provincie de decentralisatie waar de overheid mee bezig is naar zich toe.’ Ecoducten De ecoducten zijn volop in aanbouw en dus niet meer te heroverwegen. Toch stelt Eppie Klein van de SGP ze ter discussie. ‘We investeren miljoenen in deze wildviaducten, maar niemand in de Provinciale Staten kan me vertellen hoeveel waarde ze hebben. Ik ben er niet tegen, maar met de middelen die we hebben, moeten we wel keuzes maken.’ Uit de zaal komt geroezemoes. Er is verbazing. Van der Tas geeft ruimte aan het publiek. Brigitte Geudeke, die zich voorstelt als bewoner van het Nationaal Park Veluwezoom, reageert: ‘Vanaf het eerste moment dat het ecoduct bij Terlet, de verbinding tussen Veluwe en Veluwezoom, geopend was, stonden er prenten van edelherten en andere dieren. Na een aantal jaren hebben edelherten het Deelerwoud gevonden. Daar is de laatste jaren uitgebreid bronst.’ Een korte pauze. Daarna gaat het debat verder. Van der Tas leidt het tweede thema Nationale Landschappen in. Sinds 2007 is de Veluwe één van de twintig Nationale Landschappen vanwege de vele cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke kwaliteiten. ‘Wat is nou de 30

nieuwe Veluwe 4/10

winst voor het gebied? Helemaal nu het geld ervoor al op is?’ Geen enkele politicus geeft echt antwoord op de vraag. Wel hebben ze het over wie de kar van het Nationaal Landschap moet trekken. Jan Dijkstra van het CDA: ‘We zullen samen – provincie, gemeenten, bedrijven en particuliere eigenaren – de schouders eronder moeten zetten. De provincie kan vooral stimuleren, ze hoeft niet altijd te betalen. Eigenaren kunnen zich ook ontfermen over het Nationaal Landschap.’ Recreatie en toerisme Het thema recreatie en toerisme levert een spannender gesprek op. De provincie wil van de Veluwe de populairste binnenlandse vakantiebestemming maken, legt Van der Tas uit, maar pret voor mensen en dieren is niet overal goed te combineren. Zou het beleid de komende tijd zich niet sterker moeten richten op kwaliteitstoerisme en -recreatie? Dit is niet

‘Het dichtgroeien van de randen van de Veluwe gaat gewoon door. Dieren raken opgesloten’ Alex Mink, SP

alleen beter voor de natuur, maar levert ook de meeste economische toegevoegde waarde op en is daarmee de basis voor duurzaamheid. Van Bergen (DPS/Groep van Bergen): ‘Het is geen pre als de Veluwe vakantiebestemming nummer 1 wordt. En ook hoeven we de rijkere

mensen voor kwaliteitstoerisme niet per se. Die komen met grotere auto’s en geven dus meer CO2-uitstoot.’ Scheffer (D66) vindt dat we niet te veel moeten verwachten van een bijdrage vanuit het toerisme voor het instandhouden van de Veluwe. ‘Veel mensen koesteren de Veluwe als deel van onze nationale identiteit zonder er ooit te komen. Anderen fietsen over de Posbank, drinken een glas cassis en rijden weer naar huis. Laten we ons niet te veel afleiden door dagrecreatie.’ Spiegelenberg (PvdA) vindt duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt. Daar wint de toeristische sector ook alleen maar bij. Toeristen komen immers voor de Veluwse natuur. ‘De provincie moet zeggen waar wat kan en waar niet; die discussie moeten we nog beter voeren. Vervolgens moeten we het goed begeleiden.’ Die regierol van de provincie kan wat betreft Bieze (VVD) zeker beter. Ze geeft een voorbeeld van ‘een mooie, kleinschalige camping’ in Emst waar toerisme kan en mag en die toch problemen heeft om voort te bestaan. ‘De camping wil wensen van gasten inwilligen en het toiletblok vergroten en aanpassen aan de normen van nu. Dat kost een paar kampeerplekken. Ze willen iets uitbreiden om de investeringen terug te verdienen, maar dat mag niet.’ Harmonie Plug (ChristenUnie) haakt hierop in: ‘De wens is een moderne minicamping, omdat daar vraag naar is. Dan moeten we kijken hoe dat in harmonie met de omgeving kan. Duurzame ondernemers moeten we beter helpen.’ Mink (SP) is het met Plug eens. Er moet wat extra’s


‘Je kunt wel inzetten op kwaliteits­toerisme, maar dat betekent niet per se dat het duurzaam is’ Renske Waardenburg, GroenLinks

‘De wens is een moderne  mini­camping, omdat daar vraag naar is. Dan moeten we kijken hoe dat in harmonie met de omgeving kan’

‘We investeren miljoenen in wild­viaducten, maar niemand in de Provinciale Staten kan me vertellen hoeveel waarde ze hebben’ Eppie Klein, SGP

Pieter Plug, ChristenUnie

gedaan worden voor duurzame recreatie en toerisme, maar de centrale Veluwe moet beslist worden ontzien. ‘Dáár zitten wel de grote vakantieparken die willen uitbreiden. Dáár ligt een enorme opgave om het toerisme in goede banen te leiden.’ Renske Waardenburg (GroenLinks) ziet de druk van toerisme en recreatie vooral aan de randen van de Veluwe. ‘Je kunt daar wel inzetten op kwaliteitstoerisme, maar dat betekent niet per se dat het duurzaam is. Het is eerder toerisme voor mensen met geld. Willen we een omslag naar ecologisch toerisme, dan moeten we dat begeleiden. Functieverandering van agrarische bedrijven is een manier om ecologische toerisme te bevorderen.’ Waardenburg zorgt met haar pleidooi voor een mooi sprongetje naar het thema sociaaleconomische ontwikkeling. Hoe kunnen mensen wonen, werken en leven zonder afbreuk te doen aan de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van de Veluwe? Bieze (VVD) vindt ruimte voor economie en sociale ontwikkeling belangrijk. ‘De bewoners en het bedrijfsleven heb je heel hard nodig voor een duurzaam natuurbeheer. Uiteindelijk moet het natuurbeleid van de provincie grotendeels door de mensen worden uitgevoerd, anders wordt het onbetaalbaar. Economie en ecologie moeten dus samengaan. Regelgeving zoals de EHS en Natura 2000 bieden nu te weinig ruimte aan de economie. Daar wil de VVD wat aan veranderen.’ Ruimte voor boeren Plug (ChristenUnie) sluit zich van harte aan. Hij vindt dat beleid als Natura 2000 wel moet

doorgaan, maar dat er ook meer ruimte moet zijn voor bedrijven en boeren. ‘Breng ecologie en economie in evenwicht’, roept hij op, ‘zodat je natuurwaarden behoudt en ook economische ontwikkeling krijgt.’ Klein (SGP) benadrukt de grote waarde van de landbouw voor het landschap. ‘Boeren hebben het landschap dat mensen zo waarderen gemaakt. Die rol moeten we de landbouw ook in de toekomst gunnen. Mits ze zich richt op een duurzame, innovatieve ontwikkeling.’ Scheffer (D66) pleit voor een regionale, liefst biologische landbouw. ‘De biefstuk van mijn slager komt uit Duitsland. Kan ik geen biefstuk, liefst biologisch, uit de regio krijgen? Ook wild komt uit het buitenland. En ons eigen wild dan? De Veluwse landbouw kan hierop inspelen. Die consument is er. De provincie moet daarvoor kansen creëren.’

Van Bergen (DPS/Groep van Bergen) kaart aan dat de provincie de regie voor de woningbouw te veel in handen heeft gegeven van gemeenten. ‘Ze moet dit weer meer oppakken en aangeven waar – beperkt – gebouwd kan worden. Alléén voor de Veluwse behoefte en anders niet.’ Klein (SGP) vindt dat Van Bergen een verkeerd beeld geeft: ‘De provincie heeft juist gemeenten gewaarschuwd: pas op, bouw het niet helemaal vol. Gemeenten gaan daar zorgvuldig mee om, dankzij provinciaal beleid. Wat betreft de verrommeling van bedrijventerreinen, ja, daar valt nog wat aan te doen.’ Maar Mink (SP) constateert dat het dichtgroeien van de randen van de Veluwe gewoon doorgaat. ‘Er is beleid op gezet, maar nog steeds breiden plaatsen aan alle zijden uit. Dieren raken opgesloten op de Veluwe. Als regie niet helpt, is er dwang nodig.’

Woningbouw voor wie? Van der Tas leidt de discussie over sociaaleconomische ontwikkeling naar woningbouw. ‘Stel er is een ontwikkelaar uit het westen die zegt: Ik heb een mooi plan voor tien woningen. Middenin het bos. Kan dat dan?’ Bieze (VVD) reageert beslist: ‘Nee. De provincie heeft krimpgebieden aangewezen waar ze voor miljoenen vakantieparken uitkoopt. Dan ga je er zeker geen nieuwe woningen toestaan. Wel moeten we kleinschalig ruimte geven aan de randen van kernen zoals Ermelo en Putten. De druk vanuit het westen is heel groot.’ Plug (ChristenUnie) ziet niets in luxe woningen voor kapitaalkrachtige mensen die het westen ontvluchten. ‘Ontwikkelaars moeten we zover krijgen dat ze woningen bouwen voor de Veluwse burgers.’

Dagvoorzitter Marja van der Tas neemt het woord over om het debat af te sluiten met een wens.‘Normaal gesproken wil je dat de politieke partijen heel verschillend denken’, zegt ze. ‘Maar voor de Veluwe zou het wel eens heel prettig kunnen zijn als er juist veel overeenstemming is over de waarde van het gebied, het belang van duurzaamheid en ruimtelijke ontwikkeling onder voorwaarden. We volgen dat debat de komende tijd verder.’

nieuwe Veluwe 4/10

31


mens

32

nieuwe Veluwe 4/10


Interview met Hans Dorrestijn

‘Wat mij boeit, is het

elijke in dieren’ tekst Annemiek Simons, foto Hans Dijkstra

Met Dorrestijns Natuurgids, de opvolger van zijn vogelgids, gaat Hans Dorrestijn verder op een nieuw ingeslagen weg. Sinds hij de drank liet staan en een passie kreeg voor de natuur en vogels in het bijzonder, is hij minder neerslachtig. ‘Ik ontdekte dat ik ook kan schrijven zonder sombere grappen te maken.’ Op het tuinpad naar Dorrestijns hoekwoning in Bennekom klinkt pianomuziek. ‘Ik speel altijd even in de resterende tijd voor een afspraak, vertelt de zeventigjarige auteur, liedschrijver en cabaretier aan een lange werktafel. Er ligt een stapeltje van Dorrestijns Natuurgids, wat paperassen en een logge schrijfmachine – die voorlopig niet hoeft te vrezen ingeruild te worden voor een pc. Maar de digitale revolutie gaat niet helemaal aan Dorrestijn voorbij; sinds kort is hij in bezit van een website. Daarop schrijft hij: ‘Ik weet niet precies wat het betekent, maar vanaf nu word ik ook ge-update.’ Post its op de randen van de tafel geven de inhoud van de tafelladen prijs: bijvoorbeeld de teksten van zijn nieuwe theatershow Het Buigen, waarmee hij vanaf 2011 in de kleine theaters te zien is. Dorrestijn: ‘Het is eigenlijk the best of Hans Dorrestijn, want het is oud werk, maar ik heb het voordeel dat die liedjes nooit hits zijn geweest en dus nieuw zijn voor de meeste mensen.’ Wat is er veranderd sinds de vogelgids? ‘Met Dorrestijns Vogelgids sloeg ik een nieuwe, eigen richting in. Daarvoor kon ik gewoon niet geloven dat ik over leuke dingen kon schrijven. Literatuur was voor mij sowieso verbonden aan de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Mijn werk lag in het verlengde van Gerard Reve en W.F. Hermans. Het idee voor de Vogelgids ontstond na mijn eerste vogelreis naar Polen. De groep zei op de terugreis tegen mij: Hans, jij moet het verslag schrijven! Dat heb ik toen maar gedaan. Ik had nog wat oude vogelboekjes en ben

plaatjes gaan uitknippen en plakte die bij de teksten. Zo ontstond een manuscript. Maar de verhalen gingen vooral over mensen. Ik stond versteld van mezelf. Ik kon schrijven zonder dat ik sombere grappen hoefde te maken. Ik heb nog steeds niets tegen sombere literatuur, maar in mijn eigen werk word ik steeds lichter.’ Bij veel mensen werkt het andersom: hoe ouder, hoe somberder… ‘Ja, in dat opzicht ben ik misschien wel origineel… Ik wil mensen steun bieden met mijn verhalen. Het voelt echt als een bevrijding, ik zit nu niet meer vast aan schrijven over mijn boze stiefvader. Mensen versleten mij vroeger voor een zwartkijker, maar ik heb een groot vermogen om van mensen te houden. Ik wist alleen heel lang niet wat ik met het leven aan moest. Ik wist niet hoe je vrouwen moest benaderen, ik vluchtte in de drank. Maar ik ben nu geen zenuwlijder meer en kan nu ook goed luisteren naar anderen.’ In de natuurgids schrijf je niet zozeer geïnteresseerd te zijn in de dierlijke aard van de mens, maar juist in het menselijke karakter van dieren. ‘Ja, laatst een zweefvliegje in de keuken; die keek me zo ondeugend aan! Of heb je wel eens jonge zwijntjes zien spelen? Zo vrolijk. Maar dat dieren ook vrolijk kunnen zijn, mag je eigenlijk niet zeggen. Biologen zijn heel bang om dieren te vermenselijken, dat is echt een taboe. Ander voorbeeld: toen ik een keer een egeltje vasthield om hem aan mijn kinderen te laten zien, beet hij eerst heel zachtjes in mijn vinger. En vervolgens steeds ietsje harder om mij toch duidelijk te maken: hé makker, ik wil verder wandelen. Hij kon dus zijn boosheid doseren, want hij beet niet gelijk door. Voor die opbouw, dat doseren van agressie, is heel veel verstand nodig.’ Welk dier zou je wel willen zijn? ‘Laatst zag ik drie eekhoorntjes de weg over golven. Alleen al aan hun loop zie je hoe geweldig ze het leven vinden. Ze hebben echt

nieuwe Veluwe 4/10

33


zeepaardjes staren zo innig

in de toekomst van zilt die langsstroomt waarzegstertjes zijn zeepaardjes zij weten wat u droomt bekroond voor hun lieflijke aandacht Mona Lisa’s van het zeewier ontworpen naar een glimlach zij waaien zich stilte toe met hun verzilverde Japanse waaiers boegbeeldjes van het statige varen

Uit Dorrestijns Natuurgids

34

nieuwe Veluwe 4/10


schik in het bestaan. Net zoals het staartmeesje, zo’n leuk en vrolijk vogeltje. En ook heel geliefd bij andere dieren, wat heel bijzonder is, want dieren moeten over het algemeen niks van andere soorten weten. De eekhoorn, het staartmeesje, die staan haaks op mij. Als ik alleen ben, kan ik buitengewoon somber zijn. Als ik samen met mensen ben, ben ik wel gelukkig. Dan leef ik op. Maar ja, ik kan niet mensen gaan opzoeken omdat ik anders somber ben. Ik ben ook lichtelijk paranoia. Ik denk vaak dat iedereen boos op me is, ben ook heel gevoelig voor wat mensen van me vinden en denken. Dat is heel zwaar, ja. ‘Beroemd’ zijn versterkt dat nog eens. Ik ben nog steeds bang dat ik op een dag door de mand val, dat iedereen door heeft dat ik helemaal niks kan. Eigenlijk zou ik het liefst een honingdas willen zijn! Dat is een marterachtige, heel stevig gebouwd, met een bolle rug en kromme poten. Hij komt voor in Azië en hij valt zonder probleem zwarte mamba’s of cobra’s aan. Als hij zelf gebeten wordt, gaat hij 24 uur onder zeil. En als hij weer wakker wordt, zoekt hij de dode slang op om hem alsnog op te vreten. Nee, dat is geen bang type. Hij neemt enorme risico’s. En toch ziet hij er heel knuffelbaar uit.’ Wat is er eigenlijk zo leuk aan vogels kijken? ‘Schaf een goeie kijker aan, ook al denk je dat het niks voor je is. Neem bijvoorbeeld de groenling: als je hem zonder kijker ziet, lijkt het een doodnormaal vogeltje. Maar door een verrekijker zie je hoe mooi mosgroen hij is, met een schitterende gele streep. Zijn zang heeft een prachtige triller. En hoe hij beweegt! Dat vind ik net zo ontroerend als een dartelend lammetje. Of neem het puttertje met die mooie tekening van rood, zwart, wit en geel. Vogels laten zich goed zien aan mensen, ze tonen zich aan ons. Dat zal een vos niet snel doen.’ Geloof je in een schepper? ‘Mijn moeder is een volbloed atheïst, ik hang er tussenin, ik geloof als het me goed uitkomt. Geloven is goed. Wetenschappers denken dat als het kleinste deeltje eenmaal gevonden is, dat ze dan de oplossing hebben, het antwoord op alles. Maar dat is flauwekul. Ik denk ook – ik ben heel bijgelovig – dat zodra een geleerde ontdekt hoe het zit, dat het dan ook gelijk allemaal voorbij is. Ik ben geen fundamentalist als ik zeg dat ik niet in Darwin geloof, maar bijvoorbeeld het gele streepje op de vleugel van de groenling: dat had echt niet gehoeven, het dient nergens voor. Dat streepje is niet met Darwin te verklaren. Het is een mysterie en dat moet het ook blijven. Darwin vind ik trouwens geweldig, hij was een heerlijke man. Hij ging naar de kerk, wist je dat?’ Lig je wakker van hoe het met de natuur gesteld is? Klimaatverandering, het uitsterven van diersoorten? ‘Ja, ’s nachts én overdag. Maar er wordt zo op gehamerd dat het slecht gaat. Iedere mooie documentaire eindigt weer met die vraag: maar hoe lang nog? Ik weiger om mijn laatste dagen die ik hier rondloop op die manier te laten verpesten. Als je wilt dat mensen zich inspannen voor natuur, dan moet je niet bij voortduring met die

boodschap komen. In de jaren vijftig ging het heel slecht met de natuur in Nederland. Geen vissen meer in de rivier, je zag nergens meer een roofvogel. In de jaren zestig is er heel veel aangepakt en veel vooruitgang geboekt. Je maakt juist de natuur kapot met die boodschap van “het is vijf voor twaalf”. Omdat ik veel met de natuur bezig ben, zie ik ook hoeveel er gered wordt.

‘Met de vogelgids stond ik versteld van mezelf. Ik kon schrijven zonder sombere grappen te maken.’ Ik ben heel blij met de natuur in mijn omgeving. Vaak ga ik naar de Ginkelse Heide om de roodborsttapuit te zien en wilde zwijntjes natuurlijk. Ook ga ik vaak naar het bos bij Heelsum, daar zit de zwarte specht, de bonte specht en de matkopmees…of de glanskopmees, ik zie het verschil nog niet. Oh ja, en ik ga graag naar de Blauwe Kamer. In de zomer maak ik veel reizen naar het buitenland om vogels te kijken, zoals Hongarije, Italië en Suriname.’ En binnenkort dus weer het theater in. ‘Ja, ik ga weer de kleine zalen in. Grote zalen doe ik niet meer, de druk werd te groot. De spanning dat de zaal half leeg is of dat de mensen niet lachen. Toch heb ik onlangs weer in een grote zaal gestaan tijdens de Nacht van de Poëzie in Utrecht. Ik ben heel blij dat ik nu eindelijk erkenning krijg. Want ik heb heel lang veel te hard gewerkt. Die somberheid kwam ook door het harde werken. Nu verkopen mijn boeken heel goed en de nieuwe voorstelling is alweer uitverkocht. Ik ben ondertussen aan het schrijven voor een nieuw programma. En er ligt nog veel materiaal voor misschien een opvolger van de natuurgids. Omdat ik het niet alleen maar voor het succes deed, heb ik nooit opgegeven. Piano spelen doe ik ook heel graag, terwijl ik weet dat ik nooit een pianoconcert zal geven. Je moet leren genieten van dingen doen waar je niet goed in bent. En je weet nooit hoe een koe een haas vangt.’

Biografie Hans Dorrestijn werd in 1940 geboren in Ede en groeide op in Hilversum. Na de kweekschool en een studie Nederlands ging hij als leraar Nederlands aan de slag op het Wagenings Lyceum. Hij heeft als schrijver een uitgebreid oeuvre op zijn naam staan. Jarenlang stond hij met soloprogramma’s in het theater tot hij ging samenwerken met Frans Ehlhart en later met Martin van Dijk. In 2007 verscheen Dorrestijns Vogelgids, in 2010 opgevolgd door Dorrestijns Natuurgids. In 2011 gaat hij het theater in met de voorstelling Het Buigen. www.hansdorrestijn.nl

nieuwe Veluwe 4/10

35


Paradijs voor

weeramateurs tekst en foto Koos Dansen, illustratie KNMI

36

nieuwe Veluwe 4/10


Wat het weer betreft, heeft de Veluwe meer temperament dan de gebieden eromheen. Er ligt vaker sneeuw, er is vaker diepvrieskou voelbaar, er zijn heftiger buien en in de zomer kan het er bloedheet zijn. Frans Duermeijer, educatief boswachter van Geldersch Landschap en fervent weeramateur, vertelt hoe dat komt.

Als je ’s avonds of ’s ochtends vroeg bij helder weer over de A50 tussen Apeldoorn en Arnhem rijdt en op de buitenthermometer kijkt, valt het vaak op hoe koud het tussen Terlet en knooppunt Waterberg is. Soms wel 8 graden kouder dan midden in de stad. Hoe zou dat komen? Eerst maar eens gegoogeld. De temperatuurkaartjes van het KNMI op het internet bevestigen het verschijnsel: vliegbasis Deelen, net ten noorden van Arnhem, is niet zelden de koudste plaats van Nederland. Kortgeleden bijvoorbeeld, op 25 oktober om 8:20 uur, was Deelen het koudst met min 1,4 °C terwijl het in het noorden en westen van het land een graad of 8 was. Op 16 november om 8:00 uur was het op Deelen min 1,8 °C. Het vroor een beetje over een brede strook van Twente via Utrecht naar West-Brabant, maar weer was het op de Zuid-Veluwe het koudst! Temperatuur op neushoogte Verder googelend blijkt dat de Zuid-Veluwe in de jaren tachtig op een haar na het Nederlands kouderecord van min 27,4 °C verbeterde, dat op 27 januari 1942 werd gevestigd bij Winterswijk. Officieel is het Veluws minimum min 24,8 °C gemeten op 8 januari 1985 op Deelen. Maar diezelfde nacht togen weeramateurs Leo Wouters, Bert Grandia, Piet Muizelaar en Frans Duermeijer met officiële, geijkte meetapparatuur plus de voorgeschreven weerhut naar de Worthrhederheide, hoog in het Nationaal Park Veluwezoom, in de hoop het Winterswijkse record te vermorzelen. Frans Duermeijer nu: ‘Alles wees erop dat wij op die plek, in een beschut dal boven verse sneeuw, extreem laag zouden uitkomen, misschien wel onder de min 30 °C!’ Let wel, op ‘neushoogte’, de standaard waarnemingshoogte van 1,50 meter boven het maaiveld. Kort na middernacht registreerden zij op ‘klomphoogte’, 10 centimeter boven de grond, waar het bij windstil weer en een sterrenhemel nog vele graden kouder kan zijn, al min

32,0 °C en even later op waarnemingshoogte min 27,3 °C. ‘We raakten in een juichstemming’, vertelt Frans, ‘want de zon kwam nog lang niet op en de temperatuur zou alleen maar verder dalen; dit ging een superrecord worden! Maar toen kwam er wat wind opzetten en uiteindelijk zaten we opgescheept met een sneeuwbui die veel verder landinwaarts doordrong dan voorzien en was het bij zonsopkomst geen min 30 °C of lager. Terwijl er dikke sneeuwvlokken naar beneden kwamen, bleef van de temperatuur nog maar een schamele min 7 °C over. Domme pech!’ Temperatuur woensdag 1 december 2010,

Extremer dan elders Maar waarom is het op de Veluwe en vooral in het zuidoosten zo koud? Frans Duermeijer: ‘We zijn hier al vrij ver van de zee en het IJsselmeer, die de afkoeling en opwarming afremmen. En we hebben zandgrond, die vooral als het droog is snel afkoelt en opwarmt. Bovendien zorgen beschutte plekken – zoals heide en stuifzand omzoomd door bosranden en laagtes tussen stuw- en stuifheuvels, noorden zuidhellingen – voor microklimaten met nog dramatischer temperatuuruitersten.’ Verder noemt hij de hoogte met toppen tot 110 meter boven NAP ten westen van Apeldoorn en ten noordoosten van Arnhem. In vochtige lucht daalt de temperatuur per 100 meter stijging zo’n 0,6 graad en in droge lucht een volle graad. Bovendien is de Veluwe dunbevolkt en heb je weinig invloed van de uitstraling van stadswarmte. ‘Zo kan het ’s winters ook bij nat weer zomaar plus 1 graad zijn in ArnhemCentrum en min 1 op de Posbank bij Rheden. Dan heb je bij sneeuwval in de stad natte straten, terwijl je boven kunt langlaufen in een wit sprookjeslandschap!’ Brandend zand Zo koud als in de winter, zo warm kan het op de Veluwe in de zomer zijn. Vooral boven droog stuifzand op zuidwesthellingen. Daar kunnen

20:00 uur.

de dag- en nachttemperaturen ’s zomers vlak boven de grond maar liefst 50 tot 60 graden verschillen! Met soms zelfs hartje zomer ’s nachts vorst aan de grond en ’s middags zand dat te heet is om er met blote voeten te lopen. Ook wat de neerslag betreft is de Veluwe bijzonder. Bij onze overheersende zuidwesten­ winden vormen zich boven land steeds dikkere wolken. De hellingen van de Veluwse stuwwal dwingen de wind en de wolken naar boven, waar het kouder is en de waterdamp eerder condenseert tot regen. Zo valt boven en iets voorbij de toppen van de Veluwe de meeste neerslag. Bij Apeldoorn leidt dat tot de hoogste neerslagsom van Nederland. In de periode 1970-2000 viel hier gemiddeld 936 millimeter neerslag. Amper 45 kilometer zuidoostelijker in Gelderland, bij Gendringen achter Doetinchem, ligt met circa 700 millimeter neerslag een van de droogste gebieden van het land. ‘Zo zie je’, besluit Duermeijer, ‘niet alleen voor liefhebbers van landschap, flora en fauna maar ook voor weeramateurs heeft de Veluwe veel afwisseling in petto. Ook het weer is een vorm van levende natuur, kun je zeggen.’

nieuwe Veluwe 4/10

37


tekst Anton Renssen, foto’s Leendert de Boer, illustratie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Eeuwenoude geheimen Archeologen hebben de ringwalburcht bij buurtschap Appel onderzocht door een paar sleuven te graven.

38

nieuwe Veluwe 4/10

op rand


Dankzij een excentrieke Puttense jonker zijn in het landschap tussen Nijkerk, Putten en Voorthuizen unieke middeleeuwse cultuurhistorische schatten bewaard gebleven. Leendert de Boer, biologieleraar in ruste, vond er onder meer een ringwalburcht, vier unieke jachtwallen en een akker.

Gelderse Vallei

Ringwalburcht De meest bijzondere vondst deed De Boer twee jaar geleden: een ringwalburcht – een omwalde nederzetting – bij het buurtschap Appel. ‘Ik kwam hier vlak nadat ik bij de Hunnenschans, de ringwalburcht bij Uddel, was geweest. Ik zag direct de overeenkomsten. Het moest hier om een soortgelijke ringwalburcht gaan, ook al was die veel kleiner. Het kon gewoon niet missen’, vertelt De Boer, terwijl hij loopt door wat ogenschijnlijk een doodgewoon bosperceel lijkt. ‘De omgevings­

165600

165700

467200

165500

Legenda Hoogte maaiveld in m t.o.v. NAP Hoger dan 10,25 10,05 tot 10,25 9,85 tot 10,05 9,65 tot 9,85 9,45 tot 9,65 9,25 tot 9,45 9,05 tot 9,25 8,85 tot 9,05 8,65 tot 8,85 8,45 tot 8,65 8,25 tot 8,45 8,05 tot 8,25 7,85 tot 8,05 7,65 tot 7,85 Lager dan 7,65

467100

Al twintig jaar onderzoekt De Boer het historische landschap rond Nijkerk. Als bioloog is hij geboeid door alles wat met de natuur te maken heeft: van flora en fauna tot bodemgesteldheid en geomorfologie – de wetenschap over het ontstaan van de vorm van het landschap. Het boek Landschappen van Nijkerk-Arkemheen van Frank van Dooren uit 1987 inspireerde hem om verder onderzoek te doen naar de wordingsgeschiedenis van het gebied. ‘Ik dacht: Er moet nog veel meer te vinden zijn.’ Zijn verwachtingen kwamen uit. Hij ontdekte samen met twee oudleerlingen veel historisch waardevolle landschaps-elementen en nog steeds doet hij nieuwe vondsten. Dat ze zoveel bijzonders hebben kunnen vinden, is onder meer te danken aan de in 1991 overleden Puttense jonkheer mr. F.J.C. Schimmelpenninck, beter bekend als ‘jonker Frits’. Hij was wars van vernieuwingen. Daardoor bleef het gebied ongeschonden tijdens de ruilverkavelingen in de jaren zestig en zeventig en bleven veel cultuurhistorische landschapselementen bewaard. Maar ook de huidige eigenaar, de familie Beuningen, maakt zich sterk voor het behoud van het landschap.

0

50m

Gebouw

Een uitsnede van het Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN), waarop de contouren van de ovale ringwalburcht bij buurtschap Appel duidelijk uitkomen. Rood is wal en groen is gracht. Het ovaal is 135 bij 90 meter en wordt doorsneden door de voormalige spoorlijn Nijkerk-Voorthuizen.

kenmerken kwamen zó sterk overeen! Ook hier stroomde een beekje, lag er een gracht om het complex en had het geheel een ovale vorm.’ Zijn vermoeden werd bevestigd door archeologen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Inmiddels zijn er opgravingen gedaan. De archeologen vonden onder meer resten van houten gebouwen, een waterput, kuilen die hoogstwaarschijnlijk zijn gebruikt de verwerking van moerasijzererts en een opslagplaats voor graan. Zo’n spieker bestaat uit een verhoging binnen de walburcht met daaromheen weer een gracht. ‘Dat was om de ratten en muizen tegen te houden.’ Binnen de omwalling zijn ook veel scherven gevonden van kogelpotten, zo genoemd

omdat ze kogelrond zijn. De Boer: ‘Aan de hand van de scherven hebben de archeologen aan­getoond dat de ringwalburcht uit de tiende eeuw stamt.’ Bijzonder is dat het terrein ook al voor de omwalling in gebruik was. Er zijn paalsporen gevonden die dateren van tussen de derde en begin vijfde eeuw. Omwalde nederzettingen uit die tijd zijn relatief zeldzaam, concludeerde de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed na het onderzoek. De ringwalburcht krijgt dan ook rijksbescherming. Kampencomplex Gerven Minstens zo enthousiast als over de ringwal­ burcht is De Boer over een puntgaaf bewaard gebleven middeleeuws kampencomplex op landgoed Gerven. Kampen zijn kleine akkers

nieuwe Veluwe 4/10

39


In de winter was jagen vanuit de jachtwal onmogelijk.

op dekzandruggen in de Gelderse Vallei. Boeren ontgonnen het land, bouwden er hun huis bij en met andere boeren legden ze een wal om hun kampen heen om die te beschermen. ‘Je kunt je het nu niet meer voorstellen, maar in die tijd was het op veel plaatsen in Gerven en in de hele Gelderse Vallei veel te nat om te wonen en om landbouw te bedrijven. Dat was alleen mogelijk op de dekzandruggen, die boven het omringende land uit staken.’ De eerste kolonist van Gerven die bij naam bekend is, is Gerwen. Naar hem is het landgoed vernoemd. De bewoners van het kamp werden ‘Gherwerdingen’ genoemd. Zij behoorden als horigen bij het Duitse klooster Abdinghof – bij Paderborn in Noordrijn-Westfalen – een van de twee Duitse kloosters die uitgestrekte bezittingen in dit gebied had. ‘Alle kavels liggen er nog net zo bij als in de middeleeuwen’, vertelt De Boer opgetogen. ‘Zie je, op deze kaart uit 1850 zijn ze ook nog heel duidelijk te zien.’ Ondertussen haalt hij de zoveelste kaart uit zijn map. ‘Op de plaats waar de wal het breedst is, heeft waarschijnlijk de eerste boerderij gestaan.’ Wal tegen vee Niemand wist waar de wal voor diende, totdat bodemdeskundige en oud-leerling Peter Bijvank hem een keer helemaal volgde. De nog ongeschonden wal is ruim 8 kilometer lang – met de latere uitbreiding in de negentiende eeuw zelfs ruim 12 kilometer – en op sommige plaatsen wel 8 meter breed. De buitenkant is behoorlijk steil. ‘Dat was nodig om de schapen en koeien van de akkers weg te houden’, vertelt De Boer. De middeleeuwse beveiliging tegen grazers bleef tot ver in de twintigste eeuw in gebruik. ‘Aan het einde van de negentiende eeuw werd het prikkeldraad uitgevonden, maar pas na de Tweede Wereldoorlog kwam dat in grote partijen op de markt en werd dat heel

40

nieuwe Veluwe 4/10

goedkoop. Het was niet meer nodig om dergelijke wallen tegen schapen en koeien op te werpen, het betekende het einde van veel houtwallen.’ Een andere belangrijke functie van de wal om het kampencomplex was het tegenhouden van stuifzand. Het zand kon desastreus uitpakken als het vrij spel kreeg. In het begin van de veertiende eeuw had het kampencomplex daarmee te maken. De Boer: ‘In de voor­gaan­de eeuw was de Veluwe slecht bewoonbaar geworden door zandverstuivingen, veroorzaakt door ontbossing, te intensieve begrazing door schaapskudden, het steken van plaggen en veel branden.’ Een derde functie van de omwalling was om een duidelijke grens aan te geven tussen de woeste gronden en het eigendom van het klooster. Op de omringende gemeenschappe­lijke markegronden mochten alle bewoners die daartoe gerechtigd waren, schapen en koeien weiden, plaggen steken en takken weghalen. Ze mochten echter niet binnen het kampencomplex komen. Unieke jachtwallen Een andere opvallende vondst is die van jacht­ wallen op vier verschillende plaatsen. ‘Die zijn echt uniek voor Nederland’, stelt De Boer onomwonden. Hoezo uniek? ‘Niemand kende de precieze functie ervan. Samen met Bijvank ben ik naar het jachtmuseum in Doorwerth gegaan, maar ook daar hadden ze geen idee en ook de negentigjarige oud-rentmeester van dit gebied wist het niet.’ Na lang plussen en minnen trokken ze zelf de conclusie dat de wallen voor de jacht hebben gediend en waarschijnlijk uit de negentiende eeuw dateren. De Boer werd op een spoor gezet naar de precieze functie door de overeenkomsten die hij zag: de wallen lagen alle in de buurt van vennen. ‘Bij het Lijmgat, een ven op de Appelse hei, bijvoorbeeld liggen zes boogvormige wallen van 20 meter lang recht achter elkaar met

smalle grachtjes ertussen. Die zijn vanaf de weg te bereiken via een sloot met verhoogde walkanten. Zo konden jagers ongezien door het wild, bij het ven komen.’ Bij een ander vennetje loopt de sloot naar een kronkelende wal die is afgedekt met plaggen, zodat ook daar het wild de jagers niet kon zien. Kortgeleden nog, begin oktober, achterhaalde De Boer dat de Kruishaarse Berg was ontstaan door stuifzand dat vast is blijven zitten in de vegetatie van een houtwal om een akker of iets dergelijks. Voor de veronderstelling dat de Kruishaarse Berg een Romeins kamp zou zijn geweest, een vergaderplaats of een Germaanse offerplaats, zoals sommigen beweren, bestaat geen enkel bewijs. De berg bestaat uit een akker van 110 meter lang en breed, die is omgeven door hoge stuifzandwallen. Het zou in het verleden een schapenkamp geweest kunnen zijn, die later als akker in gebruik is genomen. De akker heeft een plaggendek van ongeveer 80 centimeter en zou in de zeventiende eeuw of daarvoor ontstaan kunnen zijn. Middeleeuwse streekbewoners De belangrijkste vondsten van De Boer zijn cultuurhistorische schatten uit de middeleeuwen. Het leven was er destijds kei- en keihard, wil De Boer niet nalaten te verduidelijken, terwijl hij in zijn met vloerverwarming uitgeruste serre vertelt. Er waren veel ziekten en mensen hadden het zwaar. In het boek over zijn ontdekkingen, dat binnenkort verschijnt, staat hij dan ook uitgebreid stil bij het dagelijkse leven van de middeleeuwse streekbewoners. De Boer onthult daarin nog veel meer vondsten, zoals verveningsputten op Appel, twee waskommen op de heide voor schapen en oude verkavelingssloten. Jammer is wel dat de Appelse heide niet vrij toegankelijk is. Wanneer De Boer toestemming zou krijgen om het te betreden, zou hij vast nog even doorgaan met het blootleggen van geheimen.

Lezersaanbieding Het boek van Leendert de Boer, Geschiedenis komt tot leven – ontdek de natuur- en cultuurschatten rondom Nijkerk, Putten en Voorthuizen, verschijnt in januari 2011. Als lezer van Nieuwe Veluwe krijgt u korting. U betaalt slechts € 15,95 i.p.v. € 17,95 en dat is inclusief verzendkosten. Stuur vóór 15 januari een e-mail naar m.roodbeen@bdu.nl of een kaartje naar BDU Boeken, Antwoordnummer 21, 3770 VB Barneveld. Vermeld in de mail of op het kaartje dat het gaat om Voorintekening De Boer / Nieuwe Veluwe, het gewenste aantal exemplaren, uw naam, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres. U krijgt dan het boek of de boeken per post thuisgestuurd met een factuur.


Verstilde stenen in Edese landschap

Op koude, gure dagen waagt geen enkele wandelaar of fietser zich op de Ginkelse Hei en Planken Wambuis. Gewoonlijk komen er veel mensen. Is het kunst, zijn het bankjes om op te zitten?, vragen toevallige passanten zich af bij deze en andere steenformaties van kunstenaar Adri Verhoeven. Er zijn ook veel mensen die speciaal voor de beeldenroute komen. De steenformaties zijn hier in hun element. Ze bevolken een open veld, liggen onder een boom of vleien zich tegen elkaar aan. En mensen kijken er niet alleen naar, ze gebruiken ze ook. Kaarten worden erop uitgespreid om fiets- of wandelroutes uit te stippelen. Mensen eten er een boterhammetje of strijken met hele groepen neer om met de kinderen te spelen of een fietsband te plakken. De beeldenroute vanaf treinstation Ede-Wageningen naar de ingang van het Nationale Park De Hoge Veluwe is een tijdelijk project tot eind maart. Maar de gemeente Ede vindt het zo’n succes, dat ze overweegt het geheel aan te kopen. Want mensen waarderen en genieten van de kunst, de route versterkt de beleving van het landschap en trekt recreanten en toeristen aan. Het vormt de poort naar de Veluwe. U vindt de beeldenroute langs de knooppunten 65, 64, 63 en 84 van het fietsknooppuntensysteem. Meer informatie: www.eropuitinede.nl. Selecteer routes op thema kunst & cultuur en kies vervolgens beeldenroute Groene blaadjes, oude stenen.

foto Hans Dijkstra

nieuwe Veluwe 4/10

41


Actueel

Kinderen kiezen kunst

Inspiratie door tassen Mannen hebben jas- en broekzakken, vrouwen hebben tassen. Damestasjes zijn gekoesterde accessoires. Je draagt ze om in gezelschap bewondering te oogsten, maar de inhoud is privé. Twaalf beeldend kunstenaars lieten zich voor de expositie FanTAStisch in het Veluws Museum Nairac inspireren door de (dames)tas. Het leverde zeer uiteenlopende tassen op, zowel in benadering als in vorm, techniek en materialen. Maria Hees, pionier op het gebied van origineel materiaalgebruik zoals tuinslang, hekgaas en gesmokt leer, heeft een bijzondere plaats. Enkele tassen zijn speciaal voor de expositie ontworpen. De tassen vormen een mix van kitsch, chic en romantiek. Marianne van Heeswijk recyclet afgedankt serviesgoed, beeldjes

Tas met portret vrouw van Ankie Martens. foto Veluws Museum Nairac

en scherven. Het werk van Edith Madou verwijst naar de vroegere visvangst als bron van bestaan. De tas van gevlochten fietsbanden met koeienhoornen hengsel van Ria van Krieken kan zo mee naar een feestje. Het werk van Ankie Martens ontstaat op het snijvlak van heden en verleden.

Vorig jaar stelden volwassenen de eerste interactieve tentoonstelling van het Kröller-Müller Museum samen. Het succesvolle tentoonstellingsconcept won de Dutch Interactive Award 2010. Dit jaar mochten kinderen kiezen. Het museum zette vijftig landschappen uit het depot op de website. 246 kinderen kozen hieruit hun top drie. De meest gekozen twintig landschappen zijn momenteel te zien in de tentoonstelling Expose Mijn Mooiste Landschap. De werken worden begeleid door de leukste en meest bijzondere reacties. Als mooiste werk kozen de kinderen Johannis-Nacht van Anselm Kiefer, olieverf op een zwart-witfoto (1980). Op twee staat een maquette van Jardin d’Email van Jean Dubuffet (1901-1985) en op drie Landschap van Auguste Herbin (1882-1960), een aquarel op papier uit circa 1915. Vijf werken die het net niet haalden, hebben ook een plekje. Minder prominent, maar met de mogelijkheid om ter plekke aan te geven waarom het jammer of juist terecht is dat ze niet voldoende stemmen kregen. De tentoonstelling Expose - Mijn Mooiste Landschap is te zien t/m 6 maart 2011.

FanTAStisch – De tas als kunstobject is t/m 19 februari 2011 te zien in het Veluws Museum Nairac in Barneveld. Johannis-Nacht van Anselm Kiefer (1945). foto Kröller-Müller Museum

Kansen voor het wilde zwijn Tientallen natuurgebieden zijn in de toekomst geschikt voor het wild zwijn. Dat zeggen de Zoogdiervereniging, ARK Natuurontwikkeling en Alterra van Wageningen UR. Op de Kansenkaart Wilde Zwijnen in Nederland laten ze de gebieden zien. Officieel mogen wilde zwijnen alleen op de Veluwe en in Meinweg leven. Steeds vaker worden ze ook op andere plaatsen gesignaleerd in Gelderland, Limburg, Overijssel, Noord-Brabant en sinds kort ook Utrecht. Alle zwijnen

42

nieuwe Veluwe 4/10

moeten daar eigenlijk worden afgeschoten. Dit nulstandbeleid is niet meer houdbaar, zegt de Zoogdiervereniging. Ze vindt het ook ongewenst. Wilde zwijnen horen van oudsher in Nederland thuis en zijn ecologisch waardevol. Omdat een groot deel van Nederland in principe geschikt leefgebied is en de soort zich zelfs handhaaft in stedelijke gebieden, is het belangrijk om grenzen af te bakenen. De Zoogdiervereniging noemt een gebied geschikt als een natuurterrein bos heeft

en minimaal 2000 hectare omvat. Elk potentieel gebied moet wel grondig geanalyseerd worden op knelpunten en oplossingen. In Limburg gebeurt dit al. Benoemde knelpunten zijn mogelijke overdracht van ziekten naar de scharrelvarkenshouderij, vernieling van akkers met kwetsbare, dure gewassen en verkeersonveiligheid op drukke wegen. Kansenkaart wild zwijn. Illustratie Zoogdiervereniging


Boeken

Geschiedenis van Gelderland – De canon van het Gelders verleden in vijftig vensters Redactie Dolly Verhoeven en Marc Wingens, Walburg Pers, ISBN 9789057306693, € 34,95

Wilde zwijnen Geert Groot Bruinderink en Jasja Dekker (redactie), KNNV Uitgeverij / Zoogdiervereniging, ISBN 9789050113281, € 19,95

De eeuwigheid verzameld – Helene Kröller-Müller (1869-1939) Eva Rovers, Uitgeverij Prometheus | Bert Bakker, ISBN 9789035135512, € 45,00

Fotogids mossen Klaas van Dort en Chris Buter, KNNV Uitgeverij, ISBN 9789050113120, € 49,95

Hertogen en steden, kerstening en godsdiensttwisten, ambachten en industrie, ontginningen en natuurbeheer. Een team van 35 deskundigen brengt in deze canon de geschiedenis van Gelderland tot leven in vijftig vensters, ofwel hoofdstukken. De auteurs gaan in op de karakteristieke ontwikkelingen in de verschillende regio’s, waaronder de Veluwe met zijn grafheuvels, papiermolens, de Bible Belt, landschapsschilders en Operatie Market Garden. Bij andere regio’s zijn er onderwerpen als de slag om Groenlo in de Tachtigjarige Oorlog, de opkomst van steenbakkerijen langs de grote rivieren, de protesten tegen de kerncentrale in Dodewaard en Oerend hard. De canon legt ook verbanden met de bredere, landelijke geschiedenis. Het is een prettig boek om door te lezen en te bladeren. Informatieve kaarten en foto’s verhelderen de tekst. Ook zijn er tips voor uitstapjes naar musea of bezienswaardigheden.

‘Oprecht vragen wij ons af: is er een soort die interessanter is in ecologisch en maatschappelijk opzicht dan het wilde zwijn?’ Dit schrijven de twee redacteuren in de inleiding van Wilde zwijnen. Als het dier zo bijzonder is, dan is het zeer opmerkelijk dat er niet eerder een Nederlands boek over wilde zwijnen is verschenen. Het dier staat de laatste jaren volop in de belangstelling, maar veelal negatief. Voorstanders benadrukken de rol van het wilde zwijn in het ecosysteem en zijn culturele waarde. Tegenstanders wijzen op de landbouwschade, de verkeersveiligheid en de overdracht van ziekten. Hoe groot zijn de risico’s van zwijnen nu werkelijk en hoe effectief is het afschotbeleid? Wilde zwijnen belicht objectief de positieve en negatieve kanten. De ecologie van het wilde zwijn en zijn verspreiding komen aan bod en ook de populatiedynamiek, het wildbeheer, de overlast die het dier bezorgt en de ziektes die het kan verspreiden. Verder vertellen mensen zoals een faunabeheerder, een zwijnenspotter en een jachtopziener, over hun bijzondere relatie met het zwijn.

Nieuwe Veluwe 2 gaf al aandacht aan het onderzoek van Eva Rovers naar het leven van Helene Kröller-Müller (18691939), de grondlegster van het gelijknamige museum in Otterlo. Doordat Rovers als eerste en enige inzage kreeg in een kist met 3400 brieven kon ze een nieuw licht werpen op de bekendste kunstverzamelaarster van Nederland. Helene komt in de brieven naar voren als een koppige en vasthoudende vrouw. Ze ontsloeg de architect Ludwig Mies van der Rohe, maakte zodanig ruzie met Berlage dat deze zelf ontslag nam en was ook voor veel anderen in haar omgeving een moeilijk mens, maar ze wilde graag haar inzichten en haar verzameling met andere mensen delen. Het was deze missiedrang die haar ertoe bracht om haar collectie moderne kunst, één van de grootste van Europa, al in 1913 toegankelijk te maken voor publiek. Dat kon tot in de jaren dertig alleen in haar tentoonstellingsruimte uitvoerig kennismaken met grootheden als Van Gogh, Picasso en Mondriaan. Kröller-Müller blijkt inderdaad van groot belang te zijn geweest voor de acceptatie van moderne kunst in Nederland.

Als je er niet zo bekend mee bent, vallen mossen niet zo op. Maar er gaat een fascinerende wereld van prachtige vormen en kleuren voor je open, wanneer je er extra op let in het bos, op de heide of langs de beek. Wil je graag meer weten over de mossoorten die je tegenkomt, dan is dit fotoboek een handige gids. Want de meeste mossoorten zijn goed te herkennen aan foto’s, zeggen de mossenexperts Klaas van Dort en Chris Buter. Ze beschrijven aan de hand van foto’s – met vaak een inzet van een essentieel detail – zeshonderd soorten en variëteiten. Daarnaast zijn er nog eens 121 soorten zonder foto kort beschreven.  De mossen zijn ingedeeld per groeiplaats, omdat vrijwel elke soort een ecologische voorkeur heeft. In een vaste volgorde komen de specifieke kenmerken aan bod, waaronder de groeivorm, de vertakking en het blad. De nadruk ligt op veldkenmerken en de verschillen met soorten die erg op elkaar lijken. Sterk gelijkende soorten zijn zoveel mogelijk op één pagina geplaatst.

nieuwe nieuweVeluwe Veluwe4/10 4/10

43 43


Koningsweg Ginkel-Dieren het Hof te Dieren

In etappes loopt historicus Gerrit Breman van Herberg Zuid Ginkel naar Hof te Dieren, een voormalig buitenverblijf van de Oranjes. Op zoek naar de koningsweg die stadhouder-koning Willem III er ruim drie eeuwen geleden liet aanleggen voor de koninklijke jacht. Deze keer de laatste etappe, van de Onzalige Bossen bij de koepel van Viruly tot het eindpunt.

44

nieuwe Veluwe 4/10


Bij RD 199232 450411, in de Onzalige Bossen in het Nationaal Park Veluwezoom, vervolg ik mijn wandeling. Het gebied maakt deel uit van de voormalige wildbaan die stadhouder Willem II hier voor 1650 liet aanleggen. Hij hield van jagen en omringde een groot gebied met een aarden wal, waarop een houten hekwerk of dichte begroeiing stond. Regelmatig werd wild uitgezet, zodat er altijd wat te jagen viel. Ook latere Oranjes koesterden deze vorstelijke hobby.

tekst Gerrit Breman, foto’s Hans Dijkstra Willem III maakte van het Hof te Dieren een jachtslot en legde de koningsweg aan. Hij had namelijk niet voldoende aan een wildbaan en sloeg zijn vleugels uit over de hele Veluwe, zoals hij ook op politiek gebied geen genoegen nam met de Nederlanden en koning van Engeland werd. Met zijn opvolger Willem IV, die ook van jagen hield, maar vroeg overleed, kwam een einde aan het gebied als jachtterrein. Het begin van mijn route is volslagen duidelijk: een kaarsrechte zandweg gaat naar het oosten, de Koningslaan. Maar dat wil nog niet zeggen dat de weg gemakkelijk begaanbaar is. Hij klimt en daalt de eerste kilometers onophoudelijk. De weg loopt tussen twee rijen beuken door, die maar een paar meter van elkaar af staan. Tussen de beuken is het pad sterk geÍrodeerd. De dikke wortels zijn in de herfst verborgen onder het blad. Dat is geen situatie om wandelend rustig om je heen te kijken. Onderaan de hellingen heeft zich water verzameld op het pad en dat zorgt samen met het blad voor een moddermoeras. Het best loop je naast de beukenrijen op een verend bed van gedurende vele jaren gevallen blad.

Van boven naar beneden: de Koningslaan, park Hof te Dieren en decoratie lege wijnflessen bij de wijngaard.

Beuken Hoe zat het met de koetsen en karren en vooral met de paarden van de jachtpartijen? Hebben die ook over deze weg gezwoegd? Ja, dat wel, maar ze hadden geen last van beuken. Die kunnen er niet geweest zijn, want ze konden onmogelijk tussen de beide beukenrijen door. Die beuken zijn later geplant. Ik durf de stelling wel aan dat het grootste deel van de koningsweg bij de aanleg niet voorzien werd van beukenbeplanting. Na anderhalve kilometer kom ik bij de Carolinahoeve, die in 1765 gebouwd is in opdracht van Anna van Hannover, de weduwe van Willem IV. Zij vormde de wildbaan geleidelijk om tot een productiebos, waarin veel hakhout werd aangeplant. De hoeve was bedoeld als pleisterplaats voor de paarden, om te rusten en water te drinken. Nu krioelt het er op mooie herfstdagen van de kinderen die willen spelen en om een pannenkoek vragen. Hun ouders zijn soms zichtbaar aan rust toe, nadat ze met hun kinderen aan de hand en in rugdragers strompelend over de koningsweg bij de pleisterplaats zijn aangekomen. De koningsweg moet vlak ten zuiden van de hoeve langs gelopen hebben, maar in het veld bij de hoeve is dat niet meer te zien. Die weg moet bij de bouw van de hoeve al niet meer intensief als jachtweg in gebruik zijn geweest. Een restje van de weg vinden we nog wel op de satellietopname van Google Earth. Aan de overkant van het weiland zien we in lijn met de weg een strook van bijna 80 meter met een andere structuur groen in het bos. Verderop is de weg verborgen onder later aangelegde bossen van lariks en beuk. Een lastig gebied om te lopen.

nieuwe Veluwe 4/10

45


Restant van een muur in het park Hof te Dieren.

Sterrenbos Dan, ruim 400 meter verder, komen we uit bij een merkwaardige heuvel (RD 201504 450656), de Prins Willemsberg genoemd, naar de zoon van Anna van Hannover, Willem Batavus, de latere stadhouder Willem V. Op de topografische kaarten is duidelijk te zien dat om de heuvel een rondweg is aangelegd in een vrijwel perfecte cirkel. Op een oudere kaart van de Wildbaan uit 1657 heette deze heuvel de Steenberg. Hij vormde het middelpunt van een aantal wegen, een zogenaamd sterrenbos, een van de oudste in zijn soort. Het patroon van wegen is verstoord, maar je kunt het je nog wel voorstellen. Van de Willemsberg loopt een brede laan omzoomd met beuken naar de 1300 meter verderop gelegen Carolinaberg (RD 202878 450764), genoemd naar de dochter van Anna en Willem. Die laan is een onderdeel van het lanenstelsel dat Anna in haar ‘Nieuwe Plantage’ liet aanleggen. Zij nam de koningsweg daarin op. De Carolinaberg is het middelpunt van een ster van veertien wegen. Een daarvan gaf uitzicht op Dieren, een ander op de Willemsberg en nog een ander op het eindpunt van elke jachtpartij en rijtoer in deze bossen: het Hof te Dieren, ook wel Huis te Dieren genoemd. De uitzichten van nu halen het niet bij die in het midden van de achttiende eeuw. Het bos was hakhout en dat werd niet veel hoger dan een meter of twee. Uitzicht op het Huis te Dieren is er ook niet meer. De resten daarvan zijn in de jaren zestig gesloopt. Bewoonde wereld Het laatste gedeelte van de voormalige koningsweg gaat niet helemaal naar het oosten. Hij daalt langs een modderig weggetje omzoomd door beuken die niet al te lang geleden zijn geplant, af naar de IJsselvallei. Ik ben eindelijk in de bewoonde wereld terecht gekomen en steek de spoorlijn en de Arnhemsestraatweg over, recht op de ingang af van het park rond het huis. De geschiedenis van het huis, het park daaromheen en de kwekerij is interessant. De plannen die de eigenaren met de gebouwen en het park hebben gehad, de brand in 1795 in de Franse tijd, het wel en wee in de Duitse tijd en de uiteindelijke verwoesting aan het eind van de oorlog hebben alle hun sporen in het terrein achtergelaten. Nu is op het terrein de wijngaard Hof te Dieren gevestigd als waardig opvolger van de experimenten met wijnbouw in het hoogtij van jachtslot rond 1700. Er zijn zelfs plannen om weer ‘iets’ te doen op de plaats waar het huis gestaan heeft. Een mooie plek om achterom te kijken richting het westen naar het parcours van de koningsweg en het landschap waar hij doorheen liep.

46

nieuwe Veluwe 4/10


Boven: Stadhouder-koning Willem III arriveert in 1691 op zijn Hof te Dieren. Bron: Gelders Archief Onder: De ruïne van het Hof te Dieren vlak voor de afbraak in 1965, gezien vanuit het zuiden. Bron: Archief Huis Twickel

Nabeschouwing Over de Veluwe heb ik een vrijwel rechte lijn van 25 kilometer gevolgd, die driehonderd jaar oud is. Een route als een strak gespannen snaar of beter gezegd: als een incisie met een scalpel. Interessanter dan de snede zelf is misschien nog wel wat er te zien is op en rond het snijvlak: het voortdurend veranderende landschap, dat zich telkens aanpast aan de wensen en grillen van steeds weer nieuwe passanten in de tijd. Ouder en taaier dan al die mensen. De beide illustraties van het Huis te Dieren staan symbool voor de hele route. In 1691 was het Huis in zijn glorietijd en de koningsweg ook. Toen het Huis in de vorige eeuw tot ruïne vervallen was en aan zijn eind kwam, was ook de route vervallen en overwoekerd geraakt. Niet eens zozeer door de natuur, maar vooral door gebeurtenissen, door de tijd.

Koningsweg richting Dieren met in het midden van de akkers de Carolinahoeve en aan de rechterkant de Carolinaberg met een ster van wegen.

‘Ik ben eindelijk in de bewoonde wereld, steek de spoorlijn en de Arnhemsestraatweg over, recht op de ingang af van het park’

nieuwe Veluwe 4/10

47


Beroep Faunabeheerder/ toezichthouder

Joop Schoneveld bekijkt de dassenschade bij een particulier.


tekst Annelies Barendrecht, foto Hans Dijkstra

Hij is een soort duizendpoot op het gebied van flora en fauna. Altijd oproepbaar, 24 uur per dag. ‘Het gebeurt regelmatig dat ik gebeld word met het verzoek om bijvoorbeeld vleermuizen in de slaapkamer te vangen. Als ik dan ter plaatse kom, staat er een boom van een kerel in de kamer, die te bang is om een vleermuisje te vangen’, zegt faunabeheerder/toezichthouder Joop Schoneveld in gemeente Apeldoorn. In grote lijnen komt het erop neer dat hij toezicht houdt, problemen oplost, adviseert én de wildstand beheert. Zijn werkgebied bestaat zowel uit de stad als de landgoederen Berg en Bos, het Woudhuis en Dennenheuvel en de dorpen Radio Kootwijk, Hoog Soeren, Hoenderloo, Loenen en Uddel. Bakje kattenvoer ‘Geen dag is hetzelfde en aan werk is geen gebrek, want met het streven naar meer groen in stad en dorp haal je niet alleen de mooie natuur maar ook de daarbij behorende problemen in huis.’ Zegt Joop Schoneveld. ‘We hebben bos, tuinen en parken, maar er zijn ook steeds meer groene corridors die de dieren volgen om uiteindelijk uit te komen in bebouwde gebieden. Denk maar aan de groenstroken langs beken, sprengen en spoorlijnen. Dieren zien geen grenzen tussen wat natuur en stedelijk groen is. Ze gaan op zoek naar eten. Niets lekkerder dan een bakje kattenvoer bij de voordeur of een mals kippetje dat een rover zomaar in de schoot geworpen krijgt, omdat het kippenhok niet bestand is tegen ongewenst bezoek.’ Een heel lijstje problemen kan Schoneveld opnoemen. Eksters die rietjes trekken uit rieten daken, marters die de bedrading in auto’s doorknagen omdat er vismeel in het rubber is verwerkt, criminele zwanen, duivenpoep, stinkende nesten in spouwmuren.

‘Dit jaar vielen er onder dassen dertig à veertig verkeersslachtoffers; dat is een graadmeter dat er heel veel van zijn’ Mensenhaar De klachten over overlast of andere signalen komen via een meldpunt bij de gemeente terecht bij Joop. Op deze dag liggen er twee mailtjes te wachten. Eén mailtje betreft een tip, dat herten – zo is in Engeland gebleken – een heilig ontzag voor mensenhaar zouden hebben. En dat het misschien een overweging is om her en der zakjes mensenhaar op te hangen. Maar die moeten dan wel regelmatig ververst worden. Hij zal zich erin verdiepen. Op het tweede mailtje onderneemt hij

onmiddellijk actie. In de auto op weg naar de rand van de bebouwde kom van Apeldoorn schetst Joop het probleem: zwijnen, die voor de zoveelste keer weilanden én tuinen omwoelen op zoek naar malse wormen en insecten. Het is een voortdurend probleem in de wijk die grenst aan een bosgebied. Het weiland ligt er inderdaad geschonden bij. ‘Ze zijn door de beek gekomen’, wijst de ervaren faunabeheerder op een duidelijk spoor. ‘En hier zijn ze door het hek gekropen; kijk maar naar de verse varkensharen die er nog aanzitten.’ Veel kan Schoneveld niet doen aan de overlast. Zwijnen laten zich alleen tegenhouden door schrikdraad. Veel buurtbewoners hebben hun tuin inmiddels ‘onder stroom’ gezet. Anderen gedogen de beesten, ondanks de schade aan hun tuin. En verder heeft hij de aangrenzende jachtbeheerders verzocht om het noodzakelijk afschot zoveel mogelijk in de buurt van de stadsrand te realiseren. Liefde voor het vak Terug op kantoor ontpopt Schoneveld zich als een man die met veel liefde over zijn vak praat. In een vitrinekast staan schedeltjes van knagers en archeologische vondsten. Er gaat vrijwel geen dag voorbij of hij of een van zijn collega’s vindt wel iets wat een plaatsje verdient in de kast. Aan de muur hangt een reusachtig gewei met twintig einden. ‘Dat hert is veertien jaar geworden. Ik zag hem bijna dagelijks. Elk jaar, voor de bronst, trok hij richting Assel, waar hij zijn positie als plaatshert innam. Een echte macho. Tot hij op een dag met een gat in zijn maag en nek terugkwam. De oude rot had het afgelegd tegen een jongere concurrent. Ik heb hem het genadeschot gegeven, met pijn in mijn hart.’ Het verhaal typeert Schoneveld. Een dier doden gaat hem na 27 jaar nog steeds niet in de koude kleren zitten. Het woord jacht is vervangen door faunabeheer. Toch wordt er nog wel degelijk aan afschot gedaan, met als doel de wildstand getalsmatig in balans te houden. ‘We ontkomen er niet aan om vooral het aantal zwijnen en reeën onder controle te houden. Het afschieten gebeurt netjes en transparant, door speciaal opgeleide vrijwilligers. En pas nadat we in het voorjaar geteld hebben over welke aantallen we het eigenlijk hebben.’ Het afschieten hoort bij zijn vak, maar hij doet het met gezonde tegenzin. Aanpassen De dierenpopulatie groeit, niet alleen van reeën, herten en zwijnen, maar ook van beschermde dieren zoals dassen, bunzingen, vossen, marters, vleermuizen en zwanen. ‘Dit jaar vielen er onder dassen dertig à veertig verkeersslachtoffers; dat is een graadmeter dat er heel veel van zijn. Ze zetten in toenemende mate de boel flink op stelten in bostuinen van particulieren. Vooral als die goed bemest zijn, want dan zit er veel voedsel – wormen – in de grond. Veel kun je niet tegen dassen uitrichten, want ze zijn beschermd.’ Het blijft een dilemma. Mensen willen wel meer groen, maar er geen hinder van ondervinden. ‘Bewust of onbewust creëren we overlast van dieren’, besluit Schoneveld. ‘In onze tuinen is het goed foerageren. Je kunt de schade alleen binnen de perken houden als je je aanpast aan de dieren. Als mensen dat zouden doen, zou een groot gedeelte van de problemen opgelost zijn.’

nieuwe Veluwe 4/10

49


Agenda Kunst & cultuur t/m 16 januari 2011
 Coda Museum Apeldoorn Werk in uitvoering - de nalatenschap van Onno Boekhoudt
 Overzichtstentoonstelling van deze sieraadontwerper, kunstenaar en kunstdocent. www.coda-apeldoorn.nl

t/m 1 mei 2011 Het Nationale Park De Hoge Veluwe Thema-rondleiding Jachthuis St. Hubertus Dagelijks rondleidingen. www.hogeveluwe.nl t/m 21 augustus 2011 Museum voor Moderne Kunst Arnhem Remember me – Over dood en herinnering De dood en de gebeurtenissen daaromheen zetten kunstenaars aan om zich beeldend te uiten. www.mmkarnhem.nl

Landschap & natuur

t/m 20 februari 2011 Paleis het Loo Een wintertuin herleeft Tentoonstelling over de exotische plantenwereld van koning Willem II. Met lezingen op 6 en 13 februari www.paleishetloo.nl

16 januari 2011 startpunt Westerwold bij Apeldoorn Winterse doorstapper Wandeling onder leiding van IVN-natuurgidsen. www.ivn.nl/gelderland

t/m 27 februari 2011 Kröller-Müller Museum De mannen van Helene - Het leven, de liefde, de kunst en het bouwen Intieme en persoonlijke kijk op het leven van Helene Kröller-Müller. Zie ook Nieuwe Veluwe 2. www.kmm.nl

16 januari, 13 februari, 24 maart en 10 april 2011 Kasteel Doorwerth Cultuurhistorische wandelexcursie Route vanuit het kasteel de stuwwal op, over mooie zandpaden en met diverse hoogteverschillen. Opgave: doorwerth_receptie@mooigelderland.nl

t/m 31 januari 2011 Bezoekerscentrum Veluwe-Noord, Nunspeet De Veluwe gefotografeerd Fototentoonstelling. Dagelijks zwerft Cees Buys over de Veluwe en daar buiten. www.staatsbosbeheer.nl 13 februari 2011 Startpunt ingang park Berg en Bos IJs en ijzer Wandeling onder leiding van IVN-natuurgidsen. www.ivn.nl/gelderland 19 en 26 februari Nationaal Park Veluwezoom IJslandse paardenexcursie De IJslandse paarden spelen een belangrijke rol in het natuurbeheer. www.natuurmonumenten.nl 26 februari 2011 Biljoen, Rosendael Lange voettocht Velp-Dieren met de boswachter op pad door landgoed Biljoen en Nationaal Park Veluwezoom. www.mooigelderland.nl

Meer agenda op www.nieuweveluwe.nl

Word abonnee en kies een fraai welkomstgeschenk Word abonnee van Nieuwe Veluwe en ontvang een fraai cadeau. U kunt kiezen uit 1. het fraaie boek De Hoge Veluwe in kaart gebracht van Gerrit Breman en Piet Hofman, uitgegeven door De Vrienden van de Hoge Veluwe, inclusief een overdruk van de topografische kaart van het Nationaal Park (winkelwaarde € 16,95) of 2. De DVD-set Natura 2000 in Gelderland, in een kleine oplage uitgebracht door de Gelderse Milieufederatie. Op 4 DVD’s worden de 19 Gelderse Natura 2000 gebieden op hun mooist getoond door de bekende natuurfotograaf Ruben Smit (beperkte voorraad).

Ook in 2011 geldt voor een jaarabonnement op Nieuwe Veluwe (4 nummers) de introductieprijs van € 29,50 bij automatische incasso; anders € 31,50. U kunt zich abonneren door het aanmeldingsformulier op www.nieuweveluwe.nl in te vullen, of een mail met uw naam, adres, postcode en woonplaats en het cadeau van uw voorkeur te sturen naar abonnementen@nieuweveluwe.nl. Geef s.v.p. aan of u wilt betalen via automatische incasso (s.v.p. bankrekening vermelden; u betaalt dan slechts € 29,50) of met een papieren nota (u betaalt dan € 31,50). Deze actie geldt niet in combinatie met andere acties en geldt zolang de voorraad strekt.

50

nieuwe Veluwe 4/10


CineMec haalt de wereld in huis

CineMec Events Met het Eventprogramma haalt CineMec de wereld in huis! Dit seizoen zendt CineMec weer de allermooiste voorstellingen live via satelliet uit, de Screen Events: opera uit New York, toneel uit Londen en ballet uit Parijs en Moskou. Maar er is ook live muziek in CineMec, de Stage Events, zoals Jazz met internationale solisten. Verder zijn er Film Events voor jong en oud!

Agenda december 2010 t/m 13 februari 2011 Alle informatie over CineMec Events op www.cinemec.nl Ballet De Notenkraker Tchaikovsky

Jazz Georgie Fame & Jazz Orchestra

Musical FELA! B.T. Jones

Opera La Fanciulla Del West Puccini

Bolshoi Ballet Class Concert & Giselle Bolshoi Ballet

Bolshoi Ballet

ZO 19 DEC 17.00 uur

DI 28 DEC 20.30 uur

ZA 8 & ZO 9 JAN

DO 13 JAN 19.45 uur

ZO 23 JAN 17.00 uur

CineBoek: Sonny Boy Met gastspreker

Jazz Jan van Duikeren & Jazz Orchestra

Toneel King Lear Shakespeare

Ballet Caligula Vivaldi

Opera Nixon in China Adams

DI 25 JAN 20.15 uur

WO 26 JAN 20.30 uur

DO 3 FEB 19.45 uur

DI 8 FEB 19.30 uur

ZA 12 & ZO 13 FEB

CineMec Event Bon

Cadeau tip! Ook voor de feestdagen: Hiermee kunt u een event naar keuze bezoeken. Van opera tot jazz, van Ladies Night tot toneel, voor ieder wat wils! De CineMec Event Bon heeft de waarde van â‚Ź 15,- of â‚Ź 30,en is nu te koop aan de kassa.

nieuwe Veluwe 4/10

51


Permanente tentoonstelling van ruim 300 torsen en fragmenten van hedendaagse beeldhouwers. Een deel van de collectie is te koop. De stichting Het Depot ondersteunt beeldhouwers van torsen en fragmenten, waarbij de ontplooiingskans van de kunstenaar centraal staat.

Tentoonstelling

Architectuur

Rijksmonument

Beeldhouwkunst

Petra Boshart Zondag

13 februari 2011

tot en met zondag

4 september 2011 Openingstijden: donderdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur

Arboretum

Brain Wave, marmer

Generaal Foulkesweg 64 • 6703 BV Wageningen T 0031 (0)317 424 420 • F 0031 (0)317 420 780 • beeldengalerij@hetdepot.nl • www.hetdepot.nl


Nieuwe Veluwe 4 2010