Page 1

Nieu weVel uwe

4/14 NATUUR, KUNST EN CULTUUR

Armando’s arena van leven en dood John Jansen van Galen over zijn wandeldrang

Zes tot acht wisenten worden volgend jaar op de Veluwe uitgezet

Kunstenaarsdorp Nunspeet krijgt erkenning door nieuw museum

Losse nummers e 7,50


2015 het jaar van herman de vries herman de vries begon zijn loopbaan als kunstenaar in Wageningen. In 2015 vertegenwoordigt hij Nederland op de Biënnale van Venetië (mei-november). Ook exposeert hij dan in het Kröller-Müller Museum (juni) en het Stedelijk Museum Amsterdam (juli-november). Galerie Wit blijft niet achter, met recent werk bij Rotterdam Contemporary (4-8 februari), en in Wageningen (22 augustus-20 september).

aegopodium ettersburg, nach einer idee goethes, 1995, plantenmateriaal/papier, 73 x 102 cm Galerie Wit, Hamelakkerlaan 38, 6703 EK Wageningen 0317-410930/06-21712810, info@galeriewit.nl, www.galeriewit.nl open: za t/m zo 13.30-17.30 en op afspraak

Van Lotringen & Goedings Advocaten

www.vlgadvocaten.nl


Colofon Nieuwe Veluwe Nummer 4, 2014 Nieuwe Veluwe verschijnt 4 keer per jaar i www.nieuweveluwe.nl Nieuwe Veluwe is voor alle mensen die houden van de Veluwe en meer willen weten over het gebied: natuur, landschap, cultuur(historie) en kunst Uitgave GAW ontwerp en communicatie Adres Generaal Foulkesweg 72 6703 BW Wageningen t 0317 425880 e uitgever@nieuweveluwe.nl Redactie Ria Dubbeldam (GAW), redactie@nieuweveluwe.nl Cecile van Wezel (GAW) Dick van der Klis Hans van den Bos Gerrit Breman Wim Huijser Hans Dijkstra (GAW) Klankbordgroep Leden zitten op persoonlijke titel in het klankbord. Annelies Barendrecht (publicist), Thijs Belgers (Gelderse Natuur en Milieufederatie), Henk Faas (gemeente Ede), Ad Germing (natuurkenner, fotograaf), Michiel Hegener (publicist, cartograaf), Arne Heineman (Natuurmonumenten Gelderland), Patrick Jansen (voorzitter), Patrick Jansen (Probos), Henk Kuipers (gemeente Apeldoorn), Frits Storm (IVN), Dirk van Uitert (Vrienden van de Veluwe), Gert van Veldhuizen (Vogelbeschermingswacht Noord-Veluwe), Marike Vissers (Staatsbosbeheer), Arjan Vriend (Landschapsbeheer Gelderland), Marc Wingens (Gelders Erfgoed), Rob Wolfs (WolfWandelplan)

Inhoud Geef natuur en landschap de vijf: In aanloop naar de provinciale verkiezingen geven natuur- en milieuorganisaties vijf suggesties voor een groen en gezond Gelders verkiezingsprogramma / 6 Armando: Armando’s vroegere echtgenote Tony de Meijere schonk haar collectie aan het Kröller-Müller Museum. Nu deels te zien in een tentoonstelling / 14 Koos van Zomeren: Na Het verlangen naar hazelworm publiceert hij anderhalf jaar later Het verlangen naar klapekster. Opnieuw gaat Nieuwe Veluwe mee op een wandeling / 18 Wolf: De eerste wolf kan elk moment de Veluwe bereiken. Voedsel zal het probleem niet zijn, wel rasters, auto’s en illegale vervolging / 22

Vormgeving Cecile van Wezel (GAW) Druk Drukkerij Modern b.v., Bennekom Bladmanagement Jelle de Gruyter (GAW) Abonnementen e abonnementen@nieuweveluwe.nl Jaar­abonnement: € 29,50 incl. btw. Een abonnement wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij vóór 1 november schriftelijk wordt opgezegd. Losse nummers: € 7,50. Advertentie-exploitatie Eelco Jan Velema (Brickx) t 070 322736, m 06 46291428 e advertenties@nieuweveluwe.nl Omslagfoto Detail uit Landschaft 10-3-08 van Armando foto: Hans Dijkstra/gaw.nl © 2014 GAW ontwerp en communicatie Overname van artikelen wordt op prijs gesteld, maar uitsluitend met bronvermelding.

Ontginning Nieuw Reemst: Zo stil en afgelegen als het er nu is, was het daar in de zeventiende eeuw zeker niet. De landontginning uit 1628 lag op een kruising van drie wegen / 40 Artikelen

Rubrieken

5 Veluwse beken krijgen nieuwe

4, 45, 50 Actueel

vrijwilligerswerkgroepen

9  Favoriet dier: Europese rivierkreeft

10 De Veluwe wordt een beetje wilder

21  Column Johanna Geels

28 ‘Als het maar even kan, ga ik naar buiten’

26  Foto: boomplantdag

32 Wildsafari: het nieuwe beleven

25  Eten van de Veluwe: bumperwild

36 Nieuw museum erkent Nunspeet als

44 Trage Tocht: Hattem

kunstenaarsdorp 39 Beschouwing: Bosdag

46 Vrienden van de Veluwe 47  Boeken 48 Passie: bushcraften

ISSN 1879-6001

NIEUWE VELUWE 4/14

3


Actueel Veluwe krijgt wildernisfilm De Veluwe krijgt een natuurfilm. ‘Een soort De Nieuwe Wildernis, maar dan net even anders’, zegt de Edese cineast Luc Enting, die met het maken van de bioscoopfilm zijn wens in vervulling ziet gaan. Daarnaast komt er een tv-serie van drie afleveringen en een lespakket. Bij voldoende financiering is de film in 2017 klaar. Enting is gefascineerd door de Veluwe. ‘Je vindt er nog oerdieren zoals edelherten en zwijnen in een natuurlijke leefomgeving, ondanks menselijke activiteiten. Het gebied is onuitputtelijk wat betreft natuuronderwerpen.’ Die natuur brengt hij

dan ook in beeld. Eerder maakte hij films als Het Edelhert in Nederland en de tv-serie Puur Natuur. Met vaste cameraopstellingen geeft hij mensen via het internet een kijkje in het leven van bijvoorbeeld de vos. Financiële bijdragen voor de wildernisfilm komen van de AvroTros, de distributeur en het Filmfonds. De provincie draagt 300.000 euro bij, mits de gemeenten die het convenant Veluwe hebben ondertekend gezamenlijk evenveel neerleggen. De meeste gemeenten hebben inmiddels toegezegd mee te doen.

Minister Dijsselbloem doet mee op Natuurwerkdag

De buitengevels van het zendgebouw zijn weer schoon. foto Staatsbosbeheer

Zendgebouw Radio Kootwijk heropend De restauratie van het voormalig zendstation in Radio Kootwijk is klaar. Op vrijdag 24 oktober opende prof. mr. Pieter van Vollenhoven het vernieuwde gebouw. De buitengevels hebben een schoonmaakbeurt gekregen en zijn gerepareerd. Hierdoor zijn details in de betonnen buitenmuren, zoals de sprekende figuren boven de entree, weer goed te zien. De muren van de karakteristieke zenderzaal, ooit in een bijzondere kleur groen gespoten voor de film ‘Mindhunters’, zijn teruggebracht in de oor­ spronkelijke lichte kleur, tot in de toren toe. Eerder waren de monu­ mentale vloer hersteld en het dak vernieuwd. Staatsbosbeheer geeft vorm aan de herbestemming van Radio Kootwijk als een plek waar natuur, cultuur en cultuurhistorie elkaar versterken. Het hoofdzendergebouw is te huur voor events die hierbij passen. Ook de overige gebouwen in Radio Kootwijk worden geres­ taureerd en hersteld voor meerjarige verhuur.

Beauty of the Beast – sieraden en taxidermie

foto Hans Dijkstra/gaw.nl

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem stak 1 november zijn handen uit de mouwen tijdens de Natuurwerkdag van Landschaps­ beheer Nederland. ‘Iedereen kan wat voor zijn eigen leefomgeving doen’, benadrukte hij. Op de Wageningse Berg maakte hij en zo’n 60 à 70 andere vrijwilligers vier grafheuvels vrij van begroeiing. Een heideveldje werd geplagd ten behoeve van de zandhagedis. ‘Ik vind het sowieso leuk om buiten bezig te zijn’, zei Dijsselbloem, terwijl hij de spade nog eens de grond in stak om opgeschoten struikjes te verwijderen. ‘In de uiterwaard waar ik woon help ik altijd in januari mee met het snoeien en knotten van de wilgen. Het is goed om ons landschap en onze natuur ook op een fysieke manier steun te geven.’ Alleen al in Gelderland waren tijdens de Natuurwerkdag zo’n 1900 vrijwilligers op 52 plaatsen actief; werk dat anders blijft liggen.

4

NIEUWE VELUWE 4/14

Van conceptstores tot cocktailbars: iedere stijlbewuste gelegenheid heeft tegenwoordig wel een opgezette vos of pauw in de etalage staan. Taxidermie, het opzetten van dode dieren, is in. Maar wat gebeurt er als je taxidermie toepast in het hedendaagse sieraadontwerp? In de tentoonstelling Beauty of the Beast toont Museum Arnhem van 24 januari tot 10 mei 2015 het werk van meer dan vijftien internationale ontwerpers en kunstenaars die een verbinding leggen tussen taxidermie, sieraden en beeldende kunst. De tentoonstelling omvat enerzijds draagbare sieraden en modeaccessoires zoals halssieraden, broches, tassen, hoeden, haarsieraden en schoenen en

laat anderzijds sculpturen en andersoortige werken zien.

Idiots (Afke Golsteijn en Floris Bakker), The Art of making Jewellery.


Twintig beekwerkgroepen in 2020. Dat is de ambitie van Waterschap Veluwe en Vallei, Stichting Landschapsbeheer Gelderland en Landschap Erfgoed Utrecht. ‘Vrijwilligers kunnen veel betekenen’, vindt dijkgraaf Tanja Klip. ‘Ze doen zinvol praktisch werk én dragen bij aan bewustwording van ons culturele erfgoed.’ tekst Ria Dubbeldam, foto Ruud Schaafsma

Het schoongemaakte beektraject van de Oliemolenbeek in het Renkums Beekdal stroomt weer vol water.

Veluwse beken krijgen nieuwe vrijwilligerswerkgroepen Van september tot en met maart komen de vrijwilligers van de IVN-werkgroep beken en sprengen bij elkaar in het Renkumse Beekdal. Zij houden de beken schoon. En dat al twintig jaar. ‘Staatsbosbeheer riep de hulp in van IVN Zuidwest-Veluwezoom. Er was gebrek aan menskracht en geld om dit intensieve werk te doen. Zo zijn we begonnen in de tijd dat de beken nog niet onder de verantwoordelijkheid van het waterschap vielen’, zegt coördinator Ruud Schaafsma van de beekwerkgroep. Het werk inspireert. De laatste paar jaar zijn er twee werkgroepen bijgekomen: in het Heel­ sum­se Beekdal en bij de Gielen- en Oor­sprong­ beek bij Oosterbeek. ­ Uniek in de wereld De werkgroepen zijn een voorbeeld voor wat Waterschap Vallei en Veluwe voor de hele Veluwe voor ogen heeft. Vooral nu na 25 jaar herstel de beken grotendeels op orde zijn, komt het erop aan om dit zo te houden. Daar kunnen vrijwilligers aan bijdragen. ‘Ook kun­ nen zij als geen ander overbrengen dat de Veluwse beken en sprengen echt iets bijzon­ ders zijn. Al die beken, sprengen, wijers en watermolens samen zijn behoorlijk uniek in de wereld’, zegt

dijkgraaf Tanja Klip van Water­schap Vallei en Veluwe. Maar hoe doe je dat, vrijwilligers organiseren? Ruimschootse ervaring heeft het waterschap niet met structurele begeleiding, coördinatie en het opzetten van dit soort groepen in het hele werkgebied. De kerntaak ligt vooral in uitvoering van provinciaal, overheids- en internationaal beleid. Daarvoor beschikt ze over de vereiste waterhuishoud­ kundige en ecologische kennis. Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG) daarentegen gaat intensief en dagelijks met vrijwilligers om. Bij de stichting zijn ruim tweehonderd groepen aangesloten, die ondersteuning, cursussen en gereedschap en een WA- en ongevallenverzekering krijgen, zodat iedere vrijwilliger die meedoet – ook eenmalig – verzekerd is. SLG organiseert daarnaast bijeenkomsten voor en met vrijwilligers voor de onderlinge uitwisseling, om te informeren en op de hoogte te blijven. Uitgelezen kans De expertise van beide organisaties is een uitgelezen kans, realiseren het waterschap en SLG zich. Ze raakten in gesprek. Nauw betrokken is de Bekenstichting, de initiator van het omvangrijke bekenherstelprogramma

die in oktober haar 35-jarige bestaan vierde. ‘Het is mooi als er vrijwilligersgroepen komen die het werk dat lang geleden door beekmannen werd gedaan, weer oppakken’, zegt SLGdirecteur Arjan Vriend. ‘Zij maakten vroeger de beken schoon, zodat die voldoende water aanvoerden om de watermolens te laten draaien. Beken schonen is een oud, maar verdwenen beroep. De achternaam Beekman verwijst er nog naar.’ De inzet van de vrijwilligers zal behalve op het laten stromen van de beken en het draaien van de laatste molens, gericht zijn op natuur, landschap, beleving en gastheerschap. Gastheerschap verlenen de vrijwilligers die op rioolwaterzuiveringsinstallaties rondleidingen verzorgen, al jaren. Zij krijgen straks dezelfde privileges als de nieuwe beekgroepen. ‘Ook is het de bedoeling de enkele andere groepen die al aan beken werken en de enkele zelfstandig actieve vrijwilligers, zoals Dick Wenning en Eugène Bruins, te faciliteren. Zij houden in Ede een vijver kroosvrij om het natuurlijke even­ wicht te herstellen.’ Interesse om mee te doen? Neem contact op met Stichting Landschapsbeheer Gelderland, info@landschapsbeheergelderland.nl.

NIEUWE VELUWE 4/14

5


In aanloop naar de provinciale verkiezingen op 18 maart geven de samenwerkende natuur- en milieuorganisaties in Gelderland vijf suggesties voor een groen en gezond Gelders verkiezingsprogramma. Ofwel: Geef natuur en landschap de vijf. Het komt erop aan dat de Provinciale Staten zich hard maken voor een goed beleid. Door decentralisatie van de overheid heeft de provincie een nieuwe, belangrijke rol gekregen voor natuur, ruimtelijke ordening, water en regionale economie.

Op de foto van linksonder naar rechtsboven: Peter van den Tweel, directeurbestuurder Geldersch Landschap & Kasteelen; Jan Gorter, regiodirecteur Natuurmonumenten Gelderland; Arjan Vriend, directeur Stichting Landschapsbeheer Gelderland; Joline de Weerdt, directeur IVN Regio Oost; Volkert Vintges, directeur Gelderse Natuur en Milieufederatie; Arjen Snel, districtshoofd Rivierenland Staatsbosbeheer

6

NIEUWE VELUWE 4/14


Opinie

‘Geef natuur en landschap de vijf’

tekst Gelderse samenwerkende natuur- en milieuorganisaties, foto Wim van Hof/gaw.nl

Onze organisaties dragen bij aan een mooie en duurzame provincie. We beheren natuur en onderhouden het landschap, samen met duizenden vrijwilligers. We nemen tal van initiatieven om Gelderland mooier en duurzamer te maken. Steeds meer treden we op als maatschappelijk ondernemer en zoeken we private financieringsbronnen. Ook stimuleren en ondersteunen we bewoners met eigen initiatieven voor bijvoorbeeld natuur, wonen, energie of mobiliteit. De structurele samenwerking die wij hebben met de provincie is cruciaal om dit alles te kunnen blijven doen. Voor een groen en gezond Gelderland hebben we daarom vijf speerpunten benoemd: 1. G  roen zorgt: onderken, bescherm en ontwikkel de intrinsieke waarde van natuur; 2. G  roen verdient: erken de economische en maatschappelijke waarde van natuur en landschap; 3. G  roen beweegt: maak en houd natuur en landschap toegankelijk en beleefbaar; 4. G  roen verbindt: breng de kwaliteit van landschapsstructuren en landschapselementen van de cultuurlandschappen terug en zorg ervoor dat het beheer goed is geregeld; 5. G  roen activeert: stimuleer en faciliteer de participatie van burgers en vrijwilligers, onder meer via de inzet en middelen van ondersteunende organisaties zoals de onze. Groen zorgt Ingegeven door bezuinigingen is de ambitie van nieuw te realiseren natuur met de helft gekrompen tot zo’n 5300 hectare plus 10.500 hectare in te richten natuur. Daarmee komt de totale natuur van het Gelders

Natuurnetwerk op zo’n 130.000 hectare natuur. We zullen alles uit de kast moeten halen om daarmee de natuurdoelstellingen die in Natura 2000 zijn vastgelegd, voor 60 procent te halen. De provincie heeft afgesproken dat het Gelders Natuurnetwerk uiterlijk in 2025 klaar is en dat daarvoor tot en met 2021 geld is gereserveerd. Hierbij is ervan uitgegaan dat het Rijk 1030 hectare voor haar rekening neemt, en dat in de afgelopen jaren al 1350 hectare zou zijn gerealiseerd. Het is nog onduidelijk of het Rijk haar verplichtingen nakomt. Ook voor het jaar 2013 is nog niet duidelijk wat er feitelijk aan nieuwe natuur is gekomen. Tenslotte is ook de situatie na 2021 onduidelijk. Daarom vinden we het van groot belang dat de provincie vastlegt zich verantwoordelijk te voelen voor de realisatie van de totále 5300 hectare nieuwe natuur en de 10.500 hectare inrichting, en dat ook snel en slagvaardig uit te voeren. Voor het functioneren van het Gelders Natuur­netwerk is een groene buffer van belang. We stellen voor om op de cruciale plekken die na de herijking buiten dit netwerk gevallen zijn, compensatienatuur te maken en waar dat niet mogelijk is burgers en bedrijven uit te nodigen om mee te helpen. Dit kost tijd en daarom dringen we erop aan via de ruimtelijke ordening in ieder geval geen onomkeerbare zaken te laten gebeuren die in de toekomst nieuwe natuur onmogelijk maken. De natuurkwaliteit is te verbeteren door maatregelen te treffen die zorgen voor bijvoorbeeld vermindering van de stik­ stofdepositie. Het agrarisch natuurbeheer kan zodanig worden ingezet dat deze bijdraagt aan het behoud van soorten en natuurdoelen. Wij vragen de provincie het agrarisch natuurbeheer niet te versnipperen,

maar deze ruimtelijk te koppelen aan grotere natuurgebieden, aan natuurverbindingen en aan de gronden die bij de herijking zijn aangemerkt als ‘rood met beheer’. Dit ver­ eist een goede afstemming tussen agrari­ sche gebiedscollectieven en natuur­terrein­ beherende organisaties. Groen verdient Een natuurrijke provincie heeft een grote economische waarde. Natuur draagt bij aan een goed vestigingsklimaat voor bedrijven, en woningen in het groen hebben een hogere waarde. Natuur trekt recreanten aan, nodigt uit tot bewegen en verbetert zo de fysieke en psychische gezondheid van burgers. Ook levert het schoon water en schone lucht. De economische betekenis van natuur en landschap en de daarin aanwezige bio­ diversiteit is dus uitermate groot. Premier Mark Rutte noemde bij de opening van de Natuurtop in 2013 dat de bijdrage van natuur en landschap aan onze economie gewaar­ deerd mag worden op circa 40 miljard euro per jaar! Op grond daarvan zou dit voor Gelderland, met relatief veel bos en natuur, wellicht zo’n 5 miljard euro kunnen zijn. Investeren in groen en het ondersteunen van natuur- en landschapsbeheer blijft daarom een belangrijke publieke taak. Niet alleen vanwege de intrinsieke waarde van natuur en landschap, maar ook door de grote economi­ sche betekenis voor de samenleving. Groen beweegt Natuur is voor veel mensen bij uitstek de plaats om tot rust te komen of juist om actief te bewegen en te sporten. Natuurorganisaties hebben een belangrijk aandeel in het aanbod aan recreatiemogelijk­ heden. Hun gebieden omvatten een belang­ rijk deel van de vrijetijdseconomie in

NIEUWE VELUWE 4/14

7


‘Investeren in groen en het ondersteunen van natuuren landschapsbeheer blijft een belangrijke publieke taak; niet alleen vanwege de intrinsieke waarde van natuur en landschap maar ook door de grote economische betekenis voor de samenleving’

Gelderland. Wij zien het als een publieke verantwoordelijkheid recreatie­mogelijkheden te bieden die aansluiten bij de wensen van het publiek. Daarom pleiten we voor een hernieuwd aanbod aan wandel- en fiets­ voorzieningen. De Veluwe, parel van Gelderland, verdient in onze ogen extra aandacht. We constateren dat de Veluwe recreatief steeds meer achter­ op dreigt te raken. De Veluwe moet daartoe een bestuurlijke eenheid worden met een eenduidig beleid. We pleiten daarom voor een integrale Veluwe-aanpak, waarbij zowel de natuur als de cultuurhistorische waarden moeten worden gekoesterd, inclusief de ecologische poorten. De huidige provinciale middelen voor het behoud van goede recreatieve voorzieningen, zoals routes, toezicht, publieksbegeleiding en afvalverwijdering, zijn niet toereikend. Om de recreatieve kwaliteit te behouden en te verbeteren willen we samen met partners nieuwe vormen van recreatief ondernemerschap ontwikkelen. Het is van belang dat de provincie ons hiervoor ruimte geeft, bijvoorbeeld via mogelijkheden binnen de ruimte­ lijke ordening. De basisvoorzieningen voor wandelen en fietsen kunnen in stand gehouden worden. Voor extra voorzieningen zoals ruiterpaden, mountainbikeroutes, uitkijktorens, speelbossen werken natuur­ organisaties al aan nieuwe verdienmodellen

8

NIEUWE VELUWE 4/14

om de toegankelijkheid van de natuurgebie­ den en de recreatieve voorzieningen in stand te houden. In overleg met recreatieonder­ nemers, gemeenten en provincie is de gewenste extra recreatieve invulling te realiseren. We pleiten ervoor dat het profijtbeginsel wordt toegepast en dat de vrijetijdseconomie samen met ons moge­ lijkheden zoekt. Groen verbindt De gevarieerde Gelderse cultuurlandschap­ pen zijn van groot belang voor de bio­ diversiteit; ze versterken de kwaliteit van het Natuurnetwerk. Het behoud van de soorten­ rijkdom is gediend met goede landschaps­ structuren en vitale landschapselementen. Bovendien draagt een mooi landschap bij aan de groene leefomgeving waarin burgers wonen, werken en recreëren. Momenteel wordt er onvoldoende gedaan om onze fraaie cultuurlandschappen te beheren, te ontwik­ ke­­len en te beschermen. Landschap valt niet onder de provinciale ‘zorgplicht’ in de nieuwe Omgevingswet. Wij vinden het belangrijk dat het landschap beter wordt beschermd en dat erin wordt geïnvesteerd. Ten eerste in de Nationale Landschappen, maar ook in de Achterhoek, Liemers, Gelderse Vallei en het Rivierenland waar het cultuurlandschap de bepalende factor is.

baar. De tienduizenden vrijwilligers van onze en andere organisaties spelen een grote rol. Wij bieden de provincie aan om te helpen om bewoners, ondernemers en gemeenten nog meer te stimuleren en faciliteren om natuur en landschap te realiseren en te onder­ houden. Met trotse en betrokken bewoners zet Gelderland zichzelf niet alleen op de kaart als groene provincie met een diversiteit in landschappen, maar tegelijkertijd ook als een provincie waar mensen trots zijn om te wonen, te werken en te recreëren. Naast de grote bestaande groep vrijwilligers ontstaan in rap tempo allerlei nieuwe initia|tieven in steden en dorpen zoals buurt­ moestuinen, gezamenlijk beheerde plant­ soenen, stadslandbouw, pluktuinen, eten van dichtbij, speelnatuur et cetera. Deze groeiende groene interesse biedt kansen voor het versterken van de groene initia­ tieven en daarmee van de groene economie op het nabije platteland en in de natuur­ gebieden. De initiatieven kunnen de ontwikkeling van de relatie stad-platte­land versterken. Graag zetten we onze onder­ steunende rol in om verbindingen tot stand te brengen. In februari 2015 organiseert Vrienden van de Veluwe in samenwerking met Nieuwe Veluwe een natuurdebat met de Gelderse politieke partijen. Meer informatie zie pagina 46.

Groen activeert Bij de uitvoering van het Gelderse natuur- en landschapsbeleid zijn mensenhanden onmis-

Deze opiniërende bijdrage van de samenwerkende natuur- en milieuorganisaties in Gelderland – Gelderse Natuur en Milieufederatie, IVN Gelderland, Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Geldersch Landschap & Kasteelen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer – is een ingekorte versie van de brief aan de Gelderse politieke partijen. In de brief benadrukken de organisaties het belang van het opstellen van verkiezingsprogramma voor de Provinciale Staten dat bijdraagt aan een goed ruimtelijke ordeningsbeleid, investe­ringen in natuur en stimulansen voor een klimaatneutrale provincie met schone vormen van mobiliteit. Vanzelfsprekend is deze brief ook een goede oriëntatie voor alle stemgerechtigden voor de provinciale verkiezingen op 18 maart.


Nog maar op één plek in Nederland komt hij voor: op landgoed Warnsborn bij Arnhem. Ecoloog Wim Geraerts van Geldersch Landschap & Kasteelen zet zich al jaren in voor een reddingsplan, samen met onderzoeker Fabrice Ottburg van Alterra, Wageningen UR. Via crowdfunding kan iedereen meehelpen.

FAVORIET DIER FAVORIETE PLANT EUROPESE RIVIERKREEFT

‘Het is een bijzonder beest. Raadselachtig ook. De meeste zijn bruin maar blauwe zijn er ook. De meningen zijn erover verdeeld hoe dat komt. Van kop tot staart is een volwassen dier zo’n 15 centimeter lang. Hij kan wel 15 jaar en soms nog ouder worden als de omstandigheden goed zijn! Eerst heeft watervervuiling en het rechttrekken van beken ervoor gezorgd dat de kreeft op veel plekken is verdwenen. Vervolgens gaf de import van Amerikaanse rivierkreeftensoorten voor consumptie hem bijna de genadeklap. Je kon erop wachten dat er ingevoerde dieren zouden ontsnappen. Ze doen het hier erg goed. Met name de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft en de rode Amerikaanse rivierkreeft hebben zich over grote delen van het land verspreid. De kreeften dragen een schimmel bij zich, die kreeftenpest veroorzaakt. De Amerikaanse soorten hebben er geen last van, maar voor de inheemse soort is die dodelijk. Dat de Europese rivierkreeft het op Warnsborn heeft gered, komt vooral doordat de beek niet uitmondt in de IJssel, maar na 2 kilometer in de bodem verdwijnt. Er is geen enkel contact met ander open water. Dat geldt ook voor de vijvers van Kasteel Rosendael, waar de een na laatste populatie zich bevond. Daar sloeg de schimmel uiteindelijk toch toe, mogelijk via vistuig dat kort daarvoor elders was gebruikt. Om de laatste populatie in één van de vijvers op Warnsborn – zo’n drietot zeshonderd dieren – uit de risicozone te halen, is het plan opgevat de kreeft op meer plekken onder andere op het landgoed te herintroduceren. Dat kan alleen wanneer de beekloop met de vijvers achter hotel Warnsborn beter geschikt worden gemaakt. Deze vijver waar ik bij stilsta, slibt dicht met blad. Ernstiger is de schade die de fikse buien afgelopen zomer hebben aangericht. Vanaf de hoger gelegen akkers kolkte het water naar beneden. Daarmee werden veel zand en nutriënten aangevoerd. Het voedselrijke water geeft algengroei en het zand verlandt de oever. We willen ervoor zorgen dat niet langer afstromend regenwater vrij de vijver in kan stromen. Vervolgens verbeteren we de leefomstandigheden door de oeverwand recht af te steken. Dan kan de kreeft er weer zijn holletjes in maken. Ook laten we plekken met oeverplanten ontstaan, waar jonge kreeftjes kunnen schuilen. Voor deze werkzaamheden is geld nodig, 75.000 euro. Om dat bij elkaar te krijgen, hebben we een brief naar onze donateurs gestuurd, wat al een mooi bedrag met vijf cijfers heeft opgeleverd. Daarmee kunnen we een begin maken met het graafwerk. Daarnaast hebben we een crowdfundingsactie opgezet. Volgend jaar gaan we het eerste emmertje gekweekte kreeften uitzetten in de herstelde vijvers. Twee jaar geleden heeft Fabrice Ottburg enkele kreeften voor het kweekprogramma opgehaald. Er zijn inmiddels honderden kreeftjes van één en twee jaar. We krijgen op Warnsborn vast een mooie populatie Europese rivierkreeften terug, zoals vroeger toen de landgoedeigenaar net als andere landheren ze hier als lekkernij had. In de vijvers en de beek is ruimte voor meer dan duizend kreeften. Nog mooier is het wanneer we de kreeft ook kunnen herintroduceren op andere plekken in Nederland. Onderzoek door Alterra in heel ZuidoostNederland leverde ook andere geschikte locaties op. Samen met andere organisaties hopen we minimaal tien populaties te krijgen in Nederland.’

Boven: Europese rivierkreeft. Onder: De bosvijver op landgoed Warnsborn waarin de kreeftensoort nog voorkomt. foto’s Fabrice Ottburg

Doneren kan via www.crowdfundingvoornatuur.nl/rivierkreeft

NIEUWE VELUWE 4/14

9


Wisenten in de Kennemerduinen.

De Veluwe wordt

een beetje wilder

10

NIEUWE VELUWE 4/14


tekst Jan Kas, foto’s Ruud Maaskant

Zes tot acht wisenten worden volgend jaar uitgezet op de Veluwe. Wanneer ze komen, is nog niet duidelijk. Waar vandaan evenmin. Maar na het Kraansvlak in de Kennemerduinen krijgt Nederland in ieder geval een tweede locatie waar een kudde wisenten min of meer in het wild leeft.

‘Bij een robuust natuurgebied hoort een robuust beest. Dat is de wisent zeker’, zegt Eric Klein Lebbink van de divisie beheer en ontwik­keling van Staatsbosbeheer. Zijn organisatie stelt het terrein beschikbaar: zo’n 400 hectare bij Gerritsfles en Radio Kootwijk, deels in de niettoegankelijke veiligheidszone van het militaire oefenterrein bij Harskamp. De pas opgerichte stichting De Wisent op de Veluwe wordt verantwoordelijk voor beheer en exploitatie. Over wisenten ofwel Europese bizons wordt al jaren gesproken. ‘Wisenten op de Veluwe, dat wilden we in 1980 al’, herinnert ecoloog Sip van Wieren van Wageningen UR zich. ‘Natuurmonumenten zou meewerken aan een proef met wisenten in het Deelerwoud, maar er kwam veel gedoe over. Er was veel koudwater­vrees. Mensen zagen die beesten al door hun tuinen en landbouwgronden lopen. En ecologen uit Polen begonnen heel hard te lachen. Dat wil toch niet, die wisenten op dat klapzand op de Veluwe, zeiden ze. Uiteindelijk is het plan afge­ blazen. Toen zijn we met die Schotse hooglan­ ders begonnen. Nota bene, onder CDA-minister Braks. Die verkocht dat toen als een experi­ment, want dan kun je als politicus altijd nog terug.’

Laatste wilde runderachtigen Het idee van wisenten op de Veluwe is nooit meer helemaal verdwenen. Bij tijd en wijle borrelde het op, gistte het. Concreet werd het nooit. Tot rond 2010 Staatsbosbeheer vanuit het Europese fokprogramma het verzoek ont­ ving een leefgebied mogelijk te maken, om de risico’s voor de instandhouding van de soort nog beter te spreiden. Wisenten zijn de laatste wilde runderachtigen van Europa. Op een haar na was de soort uitgestorven. Uit slechts twaalf dieren werd een populatie teruggefokt. Nog steeds is de basis smal. De grootste aantallen

leven in Polen en Rusland, in andere Europese landen lopen kleine kuddes rond. Deels in het wild, deels in natuurparken en dierentuinen. Door op nieuwe plaatsen in Europa wisenten uit te zetten, komt er meer leefruimte voor de dieren en kan de populatie verder toenemen. Staatsbosbeheer leek het wel wat een nieuw leefgebied ter beschikking te stellen, maar wilde de mogelijkheden en het draagvlak onder Nederlanders eerst goed bestuderen. November vorig jaar kwam er ineens de vaart in door een Wilderniscafé in Apeldoorn, een talkshow van Staatsbosbeheer naar aanleiding van de natuur­film De Nieuwe Wildernis. Lokale ondernemers, filmmakers, boswachters, gemeentebestuurders en bezoekers van de Veluwe spraken er over de ‘lokale wildernis’. Je hebt De Nieuwe Wildernis gezien en dan kom je op de Veluwe en wat dan? De Veluwe mag best een beetje spannender, was de conclusie. De wisent zou daaraan kunnen bijdragen. Een initiatiefgroep onder leiding van burgemeester Asje van Dijk van Barneveld baande de weg voor de wisent. ‘Indrukwekkende beesten zijn het.’ Van Dijk is enthousiast. ‘Een ton weegt zo’n jongen ongeveer. Twee meter hoog, dat is pas echt wild. De wisent voert je terug naar hoe het was toen die stoere, uitdagende, grootse dieren hier rondliepen. Recreatieondernemers vinden de komst van de bizons prachtig. Voor hen zijn ze een extra attractie: Kom naar de Veluwe, die is nu een beetje wilder geworden.’

Neushoorn Is het geen modetrend? Jan Wolleswinkel, voorzitter van stichting De Wisent op de Veluwe: ‘Aan de neushoorn moet je hier niet willen beginnen. Die is ontegenzeggelijk robuust, maar komt uit een ander leefgebied,

een andere klimaatzone. De wisent leeft in vergelijkbare bostypen in Polen en was hier vroeger ook.’ Maar moet de mens niet de natuur de natuur laten en accepteren dat de wisent niet meer op de Veluwe voorkomt? ‘Bejaging en stroperij, dus menselijk handelen, is de voornaamste oorzaak dat de Europese bizon hier is verdwenen’, aldus Wolleswinkel. ‘Het dier past hier. De Schotse hooglander is imposant, maar komt toch van het boerenerf. De wisent is echt wild, geen landbouwhuisdier.’

Groot ecosysteem nodig Ecoloog Van Wieren, die het plan voor de wisent op de Midden-Veluwe onvoldoende kent, beoordeelt het project ‘op afstand’. ’De wisent hoort inderdaad vanouds thuis op de Veluwe, maar welk doel heb je met die beesten? Je moet de wisent daar plaatsen waar het echt kan. Is er zonder bijvoeren voldoende voedsel? Zo’n groot beest heeft een groot ecosysteem nodig. Is het gebied te klein of wordt het te veel beheerd, dan wordt het toch weer een dierentuintje. Dat past niet bij de wisent.’ Als grote grazer voegt de wisent zeker wat toe, meent Klein Lebbink van Staatsbosbeheer. ‘Op de Midden-Veluwe hebben we 8500 hectare in eigendom. Een groot aaneengesloten gebied, waar de Europese bizon goed te plaatsen is en ook wat te doen heeft. Onze verwachting is dat de wisent zal vreten van soorten begroeiing waar andere dieren weinig van nemen, zoals de grove den. Hopelijk pakt de bizon ook de prunus (vogelkers, red.) mee. Die exotische struik mag wel een toontje lager zingen. Doordat de wisent zandbaden neemt, creëert hij ook nog eens open plekken waar insecten, vlinders en reptielen, zoals de zandhagedis, dankbaar gebruik van maken. Dat is goed voor de biodiversiteit.’

NIEUWE VELUWE 4/14

11


‘De Schotse Hooglander is onmiskenbaar imposant, maar komt toch van het boerenerf. De wisent is daarentegen echt wild, geen landbouw­huisdier’

Stuivend duin De Veluwe heeft met de wisent niet de primeur. Die had Waterleidingbedrijf PWN, natuurbeheer­ der van duingebieden langs de Noord-Hollandse kust, toen ze in 2007 via de stichting ARK Natuur­­ontwikkeling wisenten uit het Poolse oerbos Bialowieza naar het Kraansvlak tussen Haarlem en de Noordzee haalde. Sjakel van Wesemael, sectormanager natuur en recreatie: ‘Het unieke halfopen duinlandschap is op Euro­ pees niveau beschermd, opdat ook onze kinds­ kinderen het stuivende duin zullen zien. Begrazing door dieren die in Europa thuishoren en voor honderd procent wild zijn, is passend in dit terrein. Met hun gerollebol in het zand zorgen wisenten bovendien voor open plekken. Dat deden vroeger de konijnen, voordat twee opeenvolgende konijnenziektes de konijnen­ stand met bijna 90 procent decimeerde.’ Grassen en struiken tieren welig op het van nature schrale duin, een gevolg van stikstofrijke regen. Het duinecosysteem dreigt daardoor verloren te gaan. Specifieke duinplanten, bij­ behorende insecten en vogels die op hun beurt van deze insecten afhankelijk zijn, ruimen na verloop van tijd het veld. Van Wesemael: ‘Reeën, damherten en konijnen kunnen niet tegen de groene overmacht op. PWN zet al jaren schapen, runderen en paarden in om de kleinere grazers te helpen. Ze zijn oude beken­ den in het duin. Van oudsher lieten bewoners van zeedorpen hun vee in de duinen rondlopen.’ Dood Negentien wisenten, waaronder vijftien in het Kraansvlak geboren jonge dieren, grazen er nu op 320 hectare. Ze kunnen volgens ARK-eco­ loog Yvonne Kemp prima leven in het duin­ gebied, zonder extra voer of andere verzorging. Ook ’s winters blijkt er genoeg voedsel te zijn. ‘De wisenten zijn geconfronteerd met afwisse­ lend zachte én voor Nederlandse begrippen heel strenge winters (vorst tot min 20 graden en veel sneeuw). Zij slaagden er steeds in hun dagelijk­ se kost bij elkaar te scharrelen. Sneeuw werd met de snuit weggeveegd, zodat het onderlig­ gen­de gras bereikbaar werd. Bomen en struiken werden geschild om de schors te eten. Het ge­ wicht van de wisenten ging ‘s winters wel ach­ ter­uit, maar dat is normaal in de wildedieren­ wereld.’

12

NIEUWE VELUWE 4/14

Pech hebben ARK en PWN met de wisent­stier­ tjes die aan de kudde werden toegevoegd om inteelt te voorkomen; ze gingen allemaal dood. Mede door een tekort aan koper sinds hun geboorte waren stiertjes uit Natuurpark Lelystad gevoelig voor ziektes en slecht in staat om de omschakeling te maken van ‘een meer gehouden situatie’ naar de vrije natuur. Ook later ingevoerde Franse stiertjes redden het niet. ‘Van het Kraansvlak leren we dat dieren uit een zoveel mogelijk gelijke omgeving met zoveel mogelijk gelijke omstandigheden de meeste overlevingskansen hebben’, zegt Eric Klein Lebbink. ‘Daar houden we rekening mee bij de introductie op de Veluwe. Het elektrisch raster dat we om het leefgebied van de wisent plaat­ sen, is ook van het Kraansvlak afgekeken. Smalle houten paaltjes en daartussen stalen draden. De bovenste draad komt op zo’n 1,30 meter. Dat raster houdt wisenten tegen, maar andere diersoorten worden niet gehinderd in hun vrije trek- en leefgedrag. Das, ree en wild zwijn kunnen er onderdoor, het edelhert kan er overheen.’

Rustig wennen Wanneer de wisenten komen, is nog niet duide­ lijk. Waar vandaan evenmin. Daarover wordt nog met onder andere ARK overlegd. Klein Lebbink: ‘Als de wisenten er zijn, zullen ze rustig kunnen wennen aan het gebied. Ook wordt gemonitord hoe het met de interactie met de mens gaat. Op termijn is opschalen naar een groter gebied in beeld. Een wildparkje met een hekje en een paar verrekijkers strookt niet met het robuuste gebied. Als alles positief uitpakt en de wisent in de toekomst meer ruimte krijgt, moet dat samen kunnen gaan met menselijk recreatief medegebruik van het terrein. En waarom ook niet. Na zeven jaar zijn er goede ervaringen mee in het Kraansvlak. ARK Natuurontwikkeling en PWN concluderen: wisenten zijn alert, maar niet agressief naar mensen, mits ze met respect worden bejegend. Yvonne Kemp: ‘Wisenten mijden mensen liever. Ze geven zelf aan wanneer je te dichtbij komt en lopen dan van je weg. Ten minste 50 meter is ongeveer de grens. Als je ze rustig tot die afstand benadert en stil blijft staan, gaan ze na opkijken gewoon verder met wat ze aan


het doen waren: grazen, herkauwen.’ Van Wesemael: ‘Net als met andere wilde dieren is het nooit zeker dat de wisent zich laat zien. De kudde wandelt schijnbaar kriskras door het Kraansvlak. Soms blijven de dieren urenlang op dezelfde plek, soms trekken ze binnen een paar uur het hele gebied door. De kudde kan worden opgespoord via de halsbandzender die een van de dieren draagt. Als die zender door wat voor oorzaak uitvalt, is de kudde soms na een dag zoeken nog niet gevonden.’ Klein Lebbink van Staatsbosbeheer heeft er vertrouwen in dat de introductie op de Veluwe zal slagen: ‘De meeste mensen in de omgeving van het terrein vinden de wisent wel een interessante ontwikkeling. Mogelijk is de Nederlander nu natuurbewuster dan rond 1980. Ook kan meespelen dat er inmiddels meer grote grazers lopen. Dan hebben de Schotse hooglanders toch de weg gebaand voor de wisent. Er zijn mensen die zeggen: ‘Die wisenten, die lopen er toch al…’’

Begeleide excursies Vrijwilligers gaan begeleide excursies naar de wisenten verzorgen, onder de vlag van stichting De Wisent op de Veluwe. Doel van de excursies is ‘de wisent in zijn natuurlijke omgeving te laten zien’, aldus stichtingsvoorzitter Jan Wolleswinkel. ‘We denken eerder aan groepen van acht dan van veertig personen. Om de natuur in het kwetsbare gebied rond Radio Kootwijk niet te verstoren gaan we niet intensief met voertuigen rondrijden. Er wordt gedacht aan elektrisch vervoer. De gidsen zullen achtergrondinformatie geven en met de groepen echt het gebied ingaan om de wisent te kunnen zien. Een garantie dat men ook een wisent tegenkomt, is nooit te geven. In hetzelfde terrein zijn ook edelherten, zwijnen en vossen. Wie geen wisent ziet, kan zomaar ineens wel een hert voorbij zien komen.’

NIEUWE VELUWE 4/14

13


tekst Manon Berendse, foto’s KMM, Hans Dijkstra/gaw.nl

Soms krijgt een museum met één gebaar een oeuvre in een notendop cadeau. Zo komt het, dat er vanaf nu niet alleen beelden te zien zijn van Armando in het Kröller-Müller Museum, maar ook meer schilderijen en werken op papier.

14


Arena

van leven en dood

Een golvend rood doek dat danst voor je ogen – Armando schilderde het nog maar vijf jaar geleden. Het zou een vlag kunnen zijn, maar ook een kap die gevangenen wel eens op krijgen. Het rode vlak heeft iets hoekigs en wappert minder dan op vroegere schilderijen. De titel ligt in het oeuvre van Armando bestor­ ven. Melancholie: hij tooide zijn werken al vaker met dit sleutelbegrip. Melancholie is de rode lap die Armando steeds weer opzoekt in zijn arena van leven en dood, schuld en onverschilligheid. Het doek behoort sinds kort tot de vaste collectie van het Kröller-Müller Museum. Van oudsher een huis voor sculptuur – lange tijd is het beleid geweest om van eigentijdse kunste­ naars met name beelden aan te kopen onder andere voor de Beeldentuin – maar dit schilderij is een van de vele objecten die onlangs in per­ manente bruikleen zijn gegeven.

Kernachtig overzicht Armando: een collectie luidt de bescheiden titel van de tentoonstelling over het werk van Armando in Otterlo. Dé collectie is misschien een rakere typering. Want wat het museum geschonken heeft gekregen van Armando’s vroegere echtgenote Tony de Meijere, is het resultaat van een gouden advies. Carel Blot­ kamp, hoogleraar kunstgeschiedenis, raadde het echtpaar in 1984 aan om van alle series werk ten minste één werk te bewaren. Dat was het begin van de collectie Tony de Meijere. Een verzameling die vijftig jaar werk omvat en in wezen een kernachtig overzicht geeft van het enorme oeuvre waaraan Armando nog altijd werkt. Schilderijen, tekeningen, alle épreuves d’artiste van kleine sculpturen en litho’s, plus

talloze publicaties van en over de kunstenaar – het is toevertrouwd aan het museum op een steenworp afstand van hun vroegere huis. Tony en Armando woonden vijf jaar in Otterlo, in een huis dat ze huurden van het museum, van 1974 tot 1979. Tony besloot in 2009 de gehele collectie aan het Kröller-Müller Museum na te laten.

Rode draden Armando is een kunstenaar die zal sterven in het harnas van de kunsten. Hij moet, wil en kan nog altijd werk maken. Al meer dan zestig jaar tekent, vormt en schrijft hij alsof de duivel hem op de hielen zit: keramiek, brons, schilderijen, verhalen en gedichten, werk op papier. Binnen die veelzijdigheid spon hij rode draden. Langs zijn jeugd, zijn fascinatie voor het lot van ons mensen, de verslavende kick van gevaar en de onverschilligheid van de natuur. Als jonge jongen wordt zijn wereldbeeld indringend gevormd door de rauwe wetten die gelden in oorlogstijd – een periode van verhevigde werkelijkheid, in zijn woorden. Niemand kan zich daaraan onttrekken, zelfs kinderen niet. Als Armando vijf jaar oud is, verhuist hij naar Amersfoort. De heidevelden, niet ver van zijn huis, worden zijn nieuwe speelterrein. Tot daar in 1939 de eerste barakken worden opgetrok­ ken voor het gemobiliseerde Nederlandse leger. Na de capitulatie transformeren de Duitsers het terrein tot het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, – Kamp Amersfoort in de volks­ mond. Een concentratiekamp voor gevangenen op doortocht naar Duitsland. Armando hoort en ziet hoe mensen zich gedragen en bejegend worden. Het maakt van hem een observator.

Kunst wordt voor hem het wapen waarmee je kunt vechten tegen de tijd: zowel tegen de herinnering als tegen de vergetelheid. Hij heeft geen keus – kunst maken is geen kwestie van zin hebben, het moet. Dat de Tweede Wereld­ oorlog zijn aanjager is, is voor hem bijzaak, stelt hij in menig interview: ‘Ik heb die oorlog toevallig meegemaakt. Ik heb al duizend keer gezegd dat ik geen oorlogsschilder en geen oorlogsschrijver ben. Voor mij is het alleen een metafoor voor menselijke verhoudingen en het menselijk bestaan. Ik wil niet blijven herinne­ ren, waarschuwen of het de mensen voor­ houden. Ik wil kunst maken, en toevallig word ik thematisch gedreven door het menselijk zijn en dat heeft veel met die tijd te maken.’

Stille getuigen Bomen, struiken en hemellichamen voert Armando op als stille getuigen in zijn werk. Want dat is de andere kant: de plek bestaat nog wel, maar die verhevigde werkelijkheid niet meer. Evenmin als het decor waarin dat plaats had. De natuur overwoekert gruweldaden zonder enig voorbehoud. Dat maakt het land­

Links: Melancholie 23-2-09, 2009 Onder: Landschaft 10-3-08, 2008

NIEUWE VELUWE 4/14

15


plaatst hij op een zo hoog mogelijke sokkel: daar moet je tegenop kunnen kijken, vindt hij. Armando is er de man niet naar om te piete­p­euteren, ook niet als hij schrijft: ‘Schilderen en schrijven… Je werkt aan een oeuvre. Het zijn allemaal takken van één boom, en die boom, dat ben ik. (…) Ik houd van distantie, niet van bekentenisliteratuur. Ik wil niet dat het uit­ eenvalt in anekdotes of gebeurtenisjes.’

Armando wordt in 1929 in Amsterdam geboren als Herman Dirk van Dodeweerd en groeit op in Amersfoort. Hij is een van Nederlands meest veelzijdige kunstenaars: schilder, beeld­ houwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist en film-, televisie- en theatermaker. Later vervangt hij zijn oorspronkelijke naam in het register van de Burgerlijke Stand door Armando, een verbastering van zijn voornaam Herman, die hij te danken heeft aan zijn Italiaanse grootmoeder. Betekenissen als ‘zich wapenend’, zijn dus eerder toevallig dan toepasselijk.

schap in zijn ogen schuldig, maar Armando ontleent er ook troost aan. Het zegt hem iets over de onbeholpenheid van mensen, die maar al te vaak opgaan in een zwijgende meerder­ heid: ‘onderdanig als de bomen in het bos’, noemt hij dat. Armando geeft de natuur een menselijke hartenklop en zegt daarover in de Haagsche Post in 1985: ‘Bomen groeien en zwijgen. Wat er ook gebeurt. En er is nogal wat gebeurd bij de bomen. Men besloop en beschoot, ranselde en vernederde. Je zou dus kunnen zeggen dat de bomen medeplichtig zijn, zich schuldig hebben gemaakt. Maar nee: het zijn maar bomen. Die treffen geen blaam.’ Armando wordt in zijn omgeving ook wel de meester van de aanvaarding genoemd. Hij denkt niet in daders en slachtoffers, maar in termen van macht en desillusie. Hij herkent dat mensen hun lot nu eenmaal willen keren, en probeert het wel en wee van de mensheid te begrijpen. Die fenomenen vergroot hij uit in kloeke doeken, rake verhalen en onontkoom­ bare sculpturen. Een enkele hand, geïsoleerde hekwerken of een wapperende vlag – ze groei­ den uit tot iconische motieven. Zijn sculpturen

Fahne (uitgave Jürgen schweinebraden) 1982

16

NIEUWE VELUWE 4/14

Herenleed Misschien op één uitzondering na dan, zo op het eerste oog. Gebeurtenisjes en absurdistische anekdotes brengt Armando wel te berde in Herenleed, dat de eerste jaren werd opgenomen op De Hoge Veluwe en uitgezonden door de VPRO tussen 1971 en 1997. Hoewel de onder­ titel spreekt van ‘een programma van weemoed en verlangen’, geeft Armando de clowneske sketches vorm met vleugen humor. Samen met VPRO-programmamaker en vriend Cherry Duyns schrijft en vertolkt hij absurdistische dialogen voor twee heren. Heer 1 (Duyns) is zelfingeno­ men, met deftige snor en sik, bolhoed en jacquet. Zijn tegenpool, Heer 2, is goedwillend, onderdanig, bebrild en hinkelt rond in een te krap jasje (Armando). Over zijn rol zegt Armando in een VPRO Gids in 1985: ‘Hij is een romanticus, iemand die het verschil tussen goed en kwaad niet kent. Ja, nauwelijks iemand van hier zeg maar [Berlijn]. Hij begrijpt zó niets van de dingen waar ik het over heb.’ De legen­ darische serie voegt, tongue in cheek, dus toch een loot toe aan het oeuvre van kunstenaar Armando. Dit keer in de vorm van verbaal virtuoze slapstick. Via minieme kwinkslagen in de taal weet hij diepte aan te brengen in schijn­ baar oppervlakkige prietpraat. ‘Ik ben beu’, zegt Armando bijvoorbeeld, wanneer hij het wachten moe is. Het klinkt heel gewoon en toch veel sneuer en bleuer dan met het woord ‘het’. Uiteindelijk gaat ook Herenleed over leven, dood en de vergeefsheid van alles. Een fragment.


Links: Melancholie, 2005 Onder: Die Hand, 2013

De heraut In ‘De heraut’, opgenomen op een zandvlakte op de Veluwe, gaat het over iets ernstigs, dat daar ooit gebeurd is. De heraut komt op en brengt het in herinnering. Hij wordt van achteren door de heer neergeslagen. Zegt de schlemiel: Er is nou geen heraut meer, hè meneer? De heer: Ik dacht het niet nee, er is geen heraut meer, nee. Nou, u ziet het hè, het loopt heel slecht af als je je herinnert. Dan struikel je, hè. Moet je niet doen. Jij moet je niet herinneren, ik herinner mij niet, jij herinnert jou niet, hij herinnert hem niet. Gedachten, beelden en taal scherpzinnig verbinden doet Armando tot op de dag van vandaag. Zijn gebundelde verhalen, gedichten en columns zijn vaak gelauwerd. Ter ere van zijn 85e verjaardag verscheen een nieuwe bundel vol ultrakorte verhalen. Ze lezen bijna als haiku’s. ‘Zonder’ ‘Aan de overkant staat het geboomte te loeren. De wolken zijn van laag allooi. De vogel vliegt weg. En ik kan nog steeds niet zonder mij’. Uit: Ter Plekke. De ultrakorte verhalen tot nu toe (2014)

‘Schilderen en schrijven… Je werkt aan een oeuvre. Het zijn allemaal takken van één boom, en die boom, dat ben ik’ Vernietigen verlicht Over het kunstenaarschap zegt Armando in een Amsterdamse veilingcatalogus (2012): ‘Om kunstenaar te zijn moet je moreel hebben. Het betekent zoiets als zedelijke kracht, zedelijke moed, zelfvertrouwen of zelfs de wil hebben om door te zetten. Ik heb nooit iets gehad met de academie, maar leerde tekenen en schilderen door te kijken naar het werk van Michelangelo (1475-1564) en Matthias Grünewald (1470-1528). Zij zijn voor mij een voorbeeld. De opvat­ting en levenswijze die zij hebben, is voor mij zeer inspirerend.’ Deze herfst werd de kunstenaar 85 jaar. Dat vertaalt zich vooral in het gevoel dat hij steeds meer haast heeft, stelt hij in een interview met het AD. Hij wil nog zo veel maken. Maar kritisch blijft hij wel: met regelmaat vernietigt hij werk waaraan hij twijfelt. In alle nuchterheid: ‘Ik heb nu ook weer een lijst van 25 werken opgesteld, die ik moet vernietigen. Nee, dat doet geen zeer. Het verlicht juist. Dan denk ik: weer 25 minder, dat ruimt lekker op. Alleen wat echt goed is, dat moet blijven. Ik ben degene die ze

moet bestemmen. Ik ben de baas, niemand anders.’ Tien jaar terug kreeg Armando een embolie. Hij schildert nu met links, omdat de rechterkant van zijn lichaam sindsdien hapert. Maar met wat hulp werkt hij gewoon door, reist op en neer tussen Potsdam en Amstelveen en heeft, in zijn woorden, voorlopig nog geen tijd om te sterven. ‘Gelukkig heb ik nog steeds inspiratie. Als dát maar komt, dat is het enige wat me echt interesseert. Niet dat het zo leuk is, hoor. Het schilderleven is niet leuk. Het is moeizaam. Altijd maar denken, die stomme tubes kopen, de eeuwige twijfel. Altijd maar hopen dat het weer komt. En áls het komt, dat het dan goed genoeg is.’ De rode lap van het kunstenaar­ schap weet Armando zichzelf nog steeds voor te houden. Armando: een collectie t/m 22 maart Kröller-Müller Museum, Otterlo http://krollermuller.nl

NIEUWE VELUWE 4/14

17


‘Veel mensen zullen een zin waarin het woord klapekster voorkomt niet de moeite waard vinden, maar ik wel’

18

NIEUWE VELUWE 4/14


Interview met Koos van Zomeren

‘Thuis komen met een zin

die de moeite waard is’ tekst Ria Dubbeldam, foto’s Hans Dijkstra/gaw.nl en Koos Dansen

‘Tot over anderhalf jaar.’ Schrijver Koos van Zomeren schiep een verwachting na de wandeling in het voorjaar van 2013 naar aanleiding van zijn boek Het verlangen naar hazel­ worm. De belofte lost hij bij het verschijnen van Het verlangen naar klapekster in. ‘Neem een verrekijker mee. Het is de bedoeling dat we dit keer wel wat zien’, zegt hij. Het speuren naar hazelwormen had mooie gespreksstof opgeleverd, maar geen hazelwormen. Zou het dit keer anders gaan? Het verlangen naar klapekster is een logisch vervolg op het hazelwormenboek. ‘Ik wilde ook in de winter een doel hebben als ik met mijn hond Stanley wandel. En de seizoenen van de hazelworm en klapekster wisselen elkaar perfect af. De klapekster is een van de weinige dieren die je in de winter op heidevelden ziet.’ Voor de klapeksterwandeling stelt Van Zomeren natuurgebied Planken Wambuis bij Ede voor. Een rondje van een uur en drie kwartier met kans op twee klapeksters, aldus Van Zomeren. Stanley blijft thuis. ‘Het klapeksterseizoen is een koud seizoen en Stanley heeft de lastige gewoonte om als ik ergens stilsta op zijn kont te gaan zitten. Dan zie ik al snel dat hij zich verveelt, het koud krijgt, gaat rillen.’

Op klapeksterwandelingen zonder een journalist gaat Stanley toch wel altijd mee? ‘Ja, en dat is juist goed. Ik moet me er niet toe laten verleiden om van mijn wandelingen een klapeksteronderzoek te willen maken. Daar zijn anderen veel beter in. Mijn uitgangspunt is wat je te zien krijgt als je de hond uitlaat. Het zijn immers ook Stanley’s wande­ lingen. Maar het is wel lastig om je in te tomen. Dat was met de hazelwormen ook al. Eerst keek ik naar wat ik tegenkwam, terwijl ik met de hond wandelde. Maar later werd het toch meer dat ik naar hazelwormen zocht en de hond mee mocht.’

Aangekomen bij heideveld Oud Reemst pakt Van Zomeren de verrekijker en tuurt naar de solitaire boompjes. Klapeksterterritorium? ‘Die boompjes zijn tijdens het opschonen van de hei speciaal voor de klapeksters blijven staan, als zitposten. Op zich zijn de vogels goed te vinden met je verrekijker, maar je moet het wel leren. Dat merkte ik in het proefjaar. Pas in de tweede helft van maart zag ik de eerste klapeksters. Het weer speelde ook een rol, net als de afgelopen zachte winter. Toen waren er ook maar weinig klapeksters. Waanzinnig saai. Ik heb voor mijn boek er maar wat journalistieke elementen ingebracht. Door met mensen op pad te gaan die precies doen waartoe ik me niet wilde laten verleiden: aan één stuk door klapeksters observeren.’ Van Zomeren wordt wat ongeduldig. Wel praten over klapeksters, maar niet zien. Hij wéét dat er een op de hei zit. Sinds 14 oktober, precies de dag waarop Het verlangen naar klapekster verscheen. ‘In mijn boek beschrijf ik hoe ik mijn kijker over het veld beweeg: altijd van links naar rechts. Zoals je een boekregel leest. Dat vind ik wel een mooie ontdekking die je over jezelf doet. Dat is het leuke van een dagboek, dat je je van dit soort dingen bewust wordt. Al heeft het wel 30, 35 jaar geduurd voor ik dat in de gaten had.’

Waar let je op om een klapekster te zien? ‘Wit. Als je het weet, is hij zó zichtbaar. [lange stilte] Ah, ik zie ’m al. Op dat bolle dennetje. Toch niet, hij zit ervóór op een staak. Zie je dat hij in het zonlicht bijna licht geeft? Iemand zei eens tegen mij – dat heb ik helaas niet zelf bedacht: ‘Het is net of er een lampje brandt’. Zelf gebruik ik het beeld dat hij blinkt als de medaille op de borst van een Russische oorlogsveteraan.’ Twee wandelende vrouwen passeren, zijn nieuwsgierig en vragen: Al wild gespot? ‘Nee, nee, wij kijken vogels. Eigenlijk maar één vogel. De klap­ ekster. Ik denk dat zijn naam van het Vlaamse klappen komt, van kletsen. Kletsmajoor, al heb ik ze nooit horen kletsen. Ekster is sowieso misleidend. Hij heeft ongeveer dezelfde kleuren, maar hij is geen ekster, wel een klauwier. Opvallend is zijn zwarte maskertje over de ogen, een boevenmaskertje. In heel Nederland zijn niet

NIEUWE VELUWE 4/14

19


zoveel overwinterende klapeksters, maar een paar honderd. Ze zitten goed zichtbaar op de hei voor mensen met verrekijkers.’ Van Zomeren pakt opnieuw de verrekijker op. ‘Zo’n kleine vogel, iets groter dan een zanglijster; hij weegt maar 60 gram. Toch heeft hij die eigenaardige capaciteit om als een roofvogel te leven, terwijl hij niet echt daarvoor is uitgerust. De klapekster heeft een fikse snavel maar toch niet een roofvogel­ snavel. Hij heeft fikse klauwen maar geen roofvogelklauwen. Dat verklaart waarom ze prooien opprikken op takjes; ze moeten wel. Anders kunnen ze die niet verscheuren. Kijk, hij doet niets op die staak, zit maar naar de grond te kijken. Geen actieve jager, zoals een havik. Het woord excubitor in zijn Latijnse naam Lanius excubitor betekent bewaker of iemand op de uitkijk. Behalve wachten op een prooi bewaakt hij zijn territorium en zijn opgeprikte prooien, die heel zichtbaar zijn voor andere klapeksters natuurlijk. Geregeld tuurt hij met een scheef kopje naar de lucht. Hij is zelf ook prooi, met name van sperwers.’ De wandeling gaat naar het volgende veld: Nieuw Reemst, een voormalige ontginning, maar nu ruig grasland vol meidoornstruiken.

Veel plekken om prooien op te spietsen. Heb je ooit een prooi gezien? ‘Ben je een klapeksteronderzoeker, dan wil je al die struikjes afgaan om te kijken of er een prooi vastgeprikt zit. Ik heb dat een keer gedaan en heb er niet één gevonden. Drie jaar ben ik met klapeksters bezig geweest; zijn leefwijze is opwindend, maar als wandelaar zie je er niks van. Het enige wat ik gezien heb is het opeten van mestkevers. Dat gaat in één klap. Nooit heb ik een klapekster een muis zien vangen, nooit een prooi gevonden. Ja, dat laatste alleen als ik met deskundigen op pad was.’ Turend door de verrekijker. Geen klapekster. Na nog een keer goed kijken: ‘Ah shit.’ Ah shit? ‘Ja, ik schrik er een beetje van. Deze had me bijna tuk. Hij zit niet in de top. Wat zit hij daar diep in de struik. Heel vreemd.’ Later zit de klapekster alsnog in een topje van een struik. ‘Wat zit ie er mooi zeg. We kunnen er eens rustig naartoe lopen. Ik denk dat ie er wel even blijft zitten.’ De vogel denkt er anders over en vliegt een paar struiken verder. ‘Toch heb ik wel een keer een klapekster gehad die naar me toévloog en waarvan ik het gevoel had dat ie me bekeek en zich afvroeg: wat doe je op mijn terrein. Dat beestje zat zo dichtbij. Het zonlicht vonkte in zijn ogen.’

Als je moet kiezen: klapekster of hazelworm? ‘Het leuke aan klapekster is de winter. De rust die er dan op de Veluwe is. Vooral bij sneeuw, wanneer je schoenen kraken in de onbetreden sneeuw en de kale bomen zich scherp tegen de lucht aftekenen. Maar hazelwormen zijn als dieren leuker. Daarmee heb je een directere relatie. Je kunt ze optillen en in de mooie oogjes kijken, en misschien zie je zijn tandjes. Maar ik vind het ook prima

20

NIEUWE VELUWE 4/14

als beesten afstand houden. Ik ben Freek Vonk niet! Ik hoef er niet bovenop te duiken. Bij hazelwormen had ik ook meer het gevoel dat ik een missie had. Dat hij te weinig wordt opgemerkt en in letterlijke zin vaak vertrapt. Als je daar een boek over uitbrengt, kan ik hem misschien helpen, dacht ik. De klapekster kan heel goed voor zichzelf opkomen. Die heeft kluitjes bewonderaars.’

Heb je ooit op één dag een klapekster en een hazelworm gezien? ‘Ja, ja. Verleden jaar op 14 april. De laatste dag met een klapekster was tevens de eerste met een hazelworm. Dat is echt zeldzaam. Ik had me voorgenomen helemaal niet meer naar hazelwormen te zoeken. Dat boek was klaar. Het was een volwassen of bijna volwassen mannetje, echt een mooi exemplaar.’ Waar gaat het uiteindelijk om? Natuur? Literatuur? ‘Het schrijven. Veel mensen zullen een zin waarin het woord klapekster voorkomt niet de moeite waard vinden, maar ik wel. Het is belangrijk thuis te komen met een zin die de moeite waard is. Af en toe bekruipt me een soort onrust dat het al dagen wel heel gewoon is, dat het tijd wordt dat er iets bijzonders gebeurt.’ Zoals? ‘Eens bij de Posbank. Stanley stond verstijfd. Een gigantisch everzwijn heel dichtbij. Met zijn rug naar ons toe. Ik floot op mijn vingers. Hij bewoog zijn oren een beetje, maar hij deed niks! Ik denk: dat beest is gewond, dat beest is ziek, is stervende. Maar ik ga natuurlijk niet even een everzwijn aantikken om te vragen hoe het gaat. Zo intiem zijn we ook niet. Tijdens de wandeling suddert het, valt een beeld binnen. In die periode was mijn vader ziek. Het gevoel waarmee we dat everzwijn alleen lieten, is als het stilletjes verlaten van een patiënt in een ziekenhuis die in slaap is gevallen. Die slaapt nu, die is niet bereikbaar.’ Terug naar de parkeerplaats. Nog één keer draait hij zich om. Op een kilometer afstand is de klapekster op Nieuw Reemst nog steeds zichtbaar: een miniem wit stipje op het hoogste boompje. ‘Dit was wel echt een cursus klapekster herkennen, vind je niet?’ Koos van Zomeren, Het verlangen naar klapekster, Arbeiderspers, ISBN 9789029589758, € 19,95 Van Zomeren is auteur van een omvangrijk en divers oeuvre. Hij is in 1946 geboren in Velp. In 2001 kwam hij na jaren wonen en werken op andere plekken terug naar de Veluwezoom. Vrijwel dagelijks maakt hij stevige wandelingen met zijn hond Stanley. Als geen ander weet hij de natuur te treffen door af te gaan op zijn scherpe waarnemingen.


Sinds kort ben ik in het bezit van een elektrische fiets. Dat klinkt een beetje bejaard natuurlijk, voor zo’n piepjong ding als ik (zesenveertig), maar het is vanwege reumatisch ongemak dat ik zo’n apparaat nodig heb. Eentje met een middenmotor en krachtsensor die zich aanpast aan mijn spierkracht. Of zoiets. Ik moet eerlijk zeggen dat het technische praatje dat de fietsenmaker op mij afvuurde het ene oor in fladderde en het andere weer uit. Ik wilde gewoon een stoere matzwarte. Eentje die mij de berg opduwt met een turboknop. Met lampjes die vanzelf aangaan als het donker wordt en een boordcomputer die mij het gevoel geeft als de modderfokker Knightridester herself over de zandgronden te zoeven. Voor de rest geloof ik het wel.

Column In de grijze vaart der volkeren

Of ik me niet lullig voelde, met zo’n bejaardenbak onder mijn goddelijke billen, vroeg een bekende me. ‘Nou, eh nee’, reageerde ik verbaasd. En hoezo, bejaardenbolide? Zag-ie wel wat voor een flitsend fietsie ik had? Verliefd streelde ik de matzwarte buizen. De bekende zweeg. Net als een paar weken later, toen ik hem op het fietspad onmeunig hard voorbij sjeesde. Mij hoor je dus niet klagen. Ik scheur als een tierelier in de grijze golf mee, en maak blijmoedig met mijn hippe sportmodelletje (samen met alle ouderen van Nederland) de fietspaden elektrisch onveilig. Bleef ik voorheen ver achter tijdens een fietstochtje, met de tong op de trappers, nu houdt niemand mij meer bij. Soepel, ja, bijna statig sjees ik in de vijfde versnelling op ondersteuningsstandje H door de wereld. Laat iedereen lachend achter mij. Niet iedereen is tevreden. Mijn dochter moppert regelmatig of ik wel begrijp hoe erg het is om als gezond en jong Hollands welvaren consequent te worden ingehaald door een scheurend cordon van bejaarden. Ik kan me daar iets bij voorstellen. Sowieso wordt de wereld zo langzamerhand steeds meer overgenomen door grijze koppies. In musea, bij filmavonden, op de fietspaden, overal lijken ouderen het straatbeeld te bepalen. Ik vind dat wel prima. Ouderen zijn lekker rustig, staan er niet om bekend ruzies op straat uit te vechten, en zijn meestal keurig voor het donker binnen. Je hebt er weinig last van. Het enige nadeel is dat ze overal de tijd voor nemen. Uren staan ze bij de kassa op hun dooie gemakje hun boodschappen uit te laden, om pas ná het inpakken van hun spullen hun pinpas tevoorschijn te toveren, waar ze negen van de tien keer naar kijken alsof het ding out of space komt. Met beide armen beschermend om het pinapparaat gevouwen tikken ze hun pincode in, schichtig om zich heen kijkend. Onderwijl een oeverloos lang en schier oninteressant verhaal houdend over het weer van afgelopen winter, en die van 1943 in het bijzonder. Afijn. Eergisteren. Terwijl ik door Wenum Wiesel jakkerde, kwam ik een oude mevrouw tegen die mij met volle vaart inhaalde. Ze keek stralend achterom. ‘Mooi karretje’, riep ze bewonderend. ‘Fijn hè, elektrisch fietsen, als je zelf niet zo goed meer kan.’ Zelf niet zo goed meer kan??? Eerst was ik vreselijk beledigd, maar toen moest ik heel hard lachen. De modderfokker Knightridester herself met haar Kitt-car. Ingehaald door een bejaarde. Net goed.

Johanna Geels Johanna Geels woont in Apeldoorn en is dichter, prozaïst en columnist

NIEUWE VELUWE 4/14

21


Is de Veluwe klaar voor

de wolf ?

tekst Hans van den Bos, foto’s Leo Linnartz, ARK Natuurontwikkeling / Wolven in Nederland

Wolven in Bialowieza, Polen

22

NIEUWE VELUWE 4/14


Natuurbeheer Waarom liggen er dode takken en bomen in het bos en hoe beschermen we de jeneverbes? In de serie Natuurbeheer brengt Nieuwe Veluwe achtergronden van natuurbeheer in beeld. In deze vijftiende aflevering gaat het over in hoeverre de Veluwe een geschikt wolvenlandschap is.

Help, de wolf komt eraan! Het eerste exemplaar kan elk moment de Veluwe bereiken, verwacht dierecoloog en wolvendeskundige Hugh Jansman van Alterra Wageningen UR. Voedsel zal het probleem niet zijn, wel rasters, auto’s en illegale vervolging. Zo af en toe komt er een melding van een wolf en dan duiken de media er gelijk bovenop. ‘Niet alle waarnemingen blijken betrouwbaar’, oordeelt Hugh Jansman. ‘Eigenlijk neem ik maar één waarneming serieus. Die van afgelo­ pen juni bij Ootmarsum, in Twente. Daar hebben drie mensen onafhankelijk van elkaar binnen een week een dier gezien dat aan alle kenmerken van een wolf voldoet. De lokale boswachter en wolvenkenner Roel Korbee heeft de waarnemingen gecontroleerd. Keihard bewijs – een foto, drol of DNA – is er niet, maar ik vertrouw deze waarneming.’ Dat komt ook omdat net over de grens, tussen Nordhorn en Meppen, in 2013 en 2014 regel­ matig een wolf is gespot. De meeste meldingen noemt Jansman te vaag, zoals die uit 2011 in Duiven. ‘Het dier op de foto lijkt een wolf maar kan net zo goed een wolfshond zijn. Mensen willen graag geloven dat ze een bijzonder dier hebben gezien. Ik ben streng: het is geen waarneming als het niet zeker is.’

Mysterie Hij schat de kans groot dat we al komende winter weer een wolf zullen zien. Dit baseert hij op recente ontwikkelingen in Duitsland. Twee jaar geleden schreef hij in het onderzoeksrapport De komst van de wolf in Nederland (in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en de provincies) over een wolvin op de Lüneburger Heide, ten zuiden van Hamburg, op 200 kilometer van onze grens: Als bij deze wolf een mannetje komt, kunnen ze het volgende jaar jongen hebben. En dan gaat het hard. Uit deze familiegroep (roedel) met vijf, zes welpen hoeft maar één dier route

west te kiezen en de wolf zit in ons land. Jansman: ‘Op dit moment zitten daar al vijf roedels, allemaal met jongen! Jaarlijks komen er tenminste vijf maal vijf jonge dieren bij. Het is niet meer de vraag óf ze komen, maar hoe snel!’ Hij benadrukt: een rondzwervende wolf is nog geen vestiging. Wanneer verwacht hij dat een familiegroep zich in ons land vestigt? Jansman: ‘Dit is altijd het grote mysterie. Het is niet te voorspellen. We kunnen zien waar dieren nu zijn en wat ze doen, maar in de toekomst kijken is nattevingerwerk.’

Wolvenlandschap Dat wolven een voorkeur zouden hebben voor wildernis klopt niet, zegt Jansman. ‘Wij hebben een verknipt beeld: wolven hebben de afgelopen eeuwen in wildernissen geleefd, omdat mensen ze daarbuiten niet tolereerden. Eigenlijk vinden wolven alle landschappen wel prima, als er maar vreten is en ze niet weggepest worden.’ In ons overvolle land zullen de schuwe dieren zich vooral vestigen op de plekken waar ze de minste mensen tegenkomen, is zijn verwachting. Zoals het platteland van Oost-Groningen en Drenthe, uitgestrekte landschappen waar nauwelijks mensen zijn maar wel reeën. De Veluwe noemt hij voor de wolf meer dan geschikt. Dat heeft vooral te maken met het vele voedsel, omdat hier naast reeën ook zwijnen en herten leven. Hier is bovendien ruimte. Vooral in het centrum van het wolventerritorium is rust vereist, blijkt uit ervaringen in het buitenland. De dieren trekken zich er terug na hun nachtelijke tochten en hebben hier hun nest. Jansman kan zich voorstellen dat wolven op de Veluwe kiezen voor de militaire oefenterreinen als de Harskamp, op plekken waar bijvoorbeeld niet-ontplofte munitie ligt. Wolven hebben snel door dat daar geen mensen komen: er hangt geen mensenlucht. De Veluwe heeft wel een manco: de grote hoeveelheid rasters. Elke roedel een eigen territorium Heeft een wolvenfamilie zich eenmaal gevestigd en bevalt de plek, dan is ze behoorlijk honkvast. De familiegroep verdedigt dit territorium tegen andere wolven. Zo’n gebied is al snel

NIEUWE VELUWE 4/14

23


Wolvenkeutels met wilde zwijnenhaar.

100 vierkante kilometer groot. ‘Hoe rijker aan prooidieren, hoe kleiner het territorium is’, zegt Jansman. Uit studies met gezenderde dieren weet hij dat een roedel het leefgebied heel systematisch bejaagt: ‘Vanuit het centrale punt waar ze hun nest hebben en overdag rusten is het territorium opgedeeld in zes rondes. Elke nacht lopen ze één ronde. Na een kleine week hebben ze dus het hele territorium doorkruist en beginnen ze opnieuw.’ Wolven zijn uitstekende lopers; in een nacht leggen ze gemakkelijk tientallen kilometers af. De grootte van de roedel is afhankelijk van het formaat van het belangrijkste prooidier. Jansman: ‘Om een eland te overmeesteren heb je veel dieren nodig. Waar wolven op sneeuwhazen jagen, zie je dat de roedels veel kleiner zijn: twee ouders en een jong. In Duitsland jagen wolven vooral op reeën; daar tellen de meeste roedels vijf tot acht dieren.’ De onderzoeker waagt zich niet aan voorspellingen hoeveel wolven er op de Veluwe kunnen leven. ‘Het gebied is in elk geval groot genoeg voor meerdere roedels.’ Maar van een zelfstandig levende Nederlandse wolvenpopulatie zal volgens hem nooit sprake zijn. Om de wolven gezond te houden is er eens in de zoveel tijd vers bloed nodig vanuit de omringende gebieden en landen.

Reeën of toch schapen? Jansman verwacht dat op de Veluwe reeën en zwijnen de belangrijkste prooi zullen vormen. ‘Een edelhert is al snel te groot.’ Maar omdat er zoveel rasters staan sluit hij niet uit dat een roedel van twee, drie slimme wolven toch in staat zal zijn om een edelhert naar een raster te drijven waar ze het kunnen afmaken. Daar waar paarden en runderen natuurgebieden begrazen, lopen de veulens en kalveren gevaar.

24

NIEUWE VELUWE 4/14

Een soort die het zeker moeilijk gaat krijgen is de moeflon. Dit uit bergstreken geïmporteerde wilde schaap heeft tegenover roofdieren als wolf maar één ontsnappingsmethode: de rots op klauteren, wat op de Veluwe niet gaat. Van de landbouwhuisdieren lopen schapen en geiten de grootste kans ten prooi te vallen. Maar met simpele voorzorgsmaatregelen zijn de dieren goed te beschermen. Jansman: ‘Als in Duitsland slachtoffers vallen onder landbouwhuisdieren zijn het meestal nog ouderwets gehouden schaapjes die in de bosrand aan de ketting liggen.’ Hij denkt dat schaapherders op de Veluwe niet snel een dier zullen verliezen: ‘In Nederland slapen de kuddes ’s nachts vrijwel allemaal binnen een raster met een

Komst van de wolf voorbereiden Het landschap van de Veluwe lijkt geschikt voor de wolf. Toch vindt ecoloog Jansman het onverstandig om met de armen over elkaar op de komst van wolven te wachten. ‘Er valt nog zoveel voor te bereiden: de voorlichting aan schapenhouders, jagers en plattelanders; het opzetten van een schaderegeling; het afspreken van een meldpunt en benoemen van een coördinator (voor bijvoorbeeld monitoring).’ Deze en andere zaken zijn door Alterra en werkgroep Wolven in Nederland uitgewerkt in een voorstel voor een wolvenplan. Hierbij is gebruik gemaakt van praktijkervaring met de wolf uit omringende landen. Jansman: ‘Ons voorstel is ingediend. Nu is het wachten op een reactie van het ministerie van EZ, of van de provincies. Dit is de spagaat waar de natuursector vaker in verkeert, nu veel zaken van het rijk naar de provincies zijn gedelegeerd: wie gaat hier nu over?’

schrikdraad, vaak met een hond.’ Voor schapenen geitenboeren aan de rand van de Veluwe geldt hetzelfde: een hek en schrikdraad helpt en de dieren ’s nachts binnenhouden helemaal. Hij verwacht eerder slachtoffers onder schapen die dijken begrazen, daar achter een draadje staan en verder geen kant op kunnen – ook al is dit niet het voorkeurshabitat van de wolf. ‘Maar als het een keertje misgaat, kan een wolf veel ellende veroorzaken: naast gedode schapen ook aangebeten dieren en stress. Het kan er heel vervelend uitzien. De boer zal volledig gecompenseerd worden. Maar we zijn het niet meer gewend. Het vergt aanpassing om weer rekening te moeten houden met risico’s. Dat zien we eigenlijk in heel Europa: daar waar de wolf nooit is weggeweest, is het conflict tussen mens en wolf minder groot dan daar waar de wolf tijdelijk verdwenen was.’

Roodkapjesyndroom Jansman roept geen ‘halleluja, de wolf komt en gaat het hier fantastisch krijgen’. Hij staat sceptisch tegenover wolvenknuffelaars die beweren dat wolven in korte tijd een populatie gaan opbouwen in Nederland. ‘We hebben ons land zo ingericht dat mensen zo weinig mogelijk overlast en risico’s van wild ervaren. Daarom plaatsen we overal rasters. Minder rasters zal heel goed uitpakken voor de biodiversiteit. Dan kunnen ook wolven en hun prooidieren vrijer bewegen. Maar Nederland is daar nog niet klaar voor.’ Jansman verwacht dat de wolf veel last gaat krijgen van sterfte door aanrijdingen én van illegale vervolging. In de stad is het Roodkapjesyndroom wellicht versleten, op het platteland worden nog steeds beschermde roofdieren vermoord. Daar is de cultuur van pootklemmen en vergiftigd aas nog niet overal verleden tijd. Hij ziet daarom nog niet snel gebeuren dat twee wolven van verschillend geslacht elkaar in Nederland vinden en samen een jaar weten te overleven, zodat ze zich voort kunnen planten. Hij maakt zich serieus zorgen dat jagers de wolf, hun nieuwe concurrent, te grazen zullen nemen. Te meer omdat de handhaving in het buitengebied vrijwel verdwenen is. Jansman: ‘Ook uit het buitenland horen we dat wolven die voor een bemande hoogzit lopen het vaak niet navertellen. Voor een pionierspopulatie die maar uit enkele dieren bestaat is dit natuurlijk fataal. Kortom: ik denk heel positief over hoe snel de wolf hier zal verschijnen, maar ben pessimistisch over het vervolg.’


a

Eten van de Veluwe Bumperwild René Zanderink

Prins Hendrik en Anton Kröller mogen we dankbaar zijn, omdat beide heren – paardenvrienden – ervoor gezorgd hebben dat we nu nog steeds edelhert en wild zwijn op de Veluwe kunnen bewonderen en we er als wildgerecht van kunnen genieten .Jaarlijks wordt er voor zo’n 200.000 euro aan edelhertvlees van de Veluwe verhandeld en 400.000 euro aan wild zwijn, voor de helft afkomstig van de Veluwe. Aan reevlees wordt 300.000 euro verhandeld, maar het merendeel daarvan komt van elders. Wat we ons niet realiseren, is dat veel van het Veluwse vlees roadkill is. In Nederland hebben we daar geen woord voor. Jagers noemen het valwild, maar dat is een breder begrip. Bumperwild kunnen we het beter noemen. Zo’n 5500 stuks worden jaarlijks aan de politie gerapporteerd, grotendeels op de Veluwe. Rapporteren is verplicht; doorrijden mag niet. Toch zal vermoedelijk het aantal slachtoffers richting de 10.000 gaan. Het edelhert kwam eind negentiende eeuw in Nederland alleen nog op de Veluwe voor, dus eigenlijk was er sprake van één grote populatie, naast af en toe een verdwaald dier op Utrechtse Heuvelrug of rondom Twickel in het Twentse Delden. Prins Hendrik, echtgenoot van Koningin Wilhelmina en schepper van het Kroondomein, importeerde onder andere herten uit zijn geboorteland Mecklenburg en uit de Pfalz, Rominten (Oost-Pruisen) en Silezië. De Rotterdamse handelsman Anton Kröller (Hoge Veluwe) liet herten overkomen uit ondermeer Schotland, Engeland (Warnam), Hongarije en TsjechoSlowakije, nadat hij de resterende ingeteelde Veluwse herten had laten afschieten. Voor het wilde zwijn was het niet veel anders: kort na de Franse tijd is het dier op de Veluwe uitgeroeid, terwijl het in de overige delen van Nederland al was verdwenen (Lees: weggejaagd en bejaagd). In 1826 werd het laatste wilde zwijn van Nederland op de Veluwe doodgeschoten door baron Van Lynden van Oldenaller. In 1904 werden op instigatie van prins Hendrik weer wilde zwijnen op de Veluwe (bij Paleis Het Loo) ingevoerd uit Tsjechië, Mecklenburg en Bückeburg. De familie Kröller-Müller volgde in 1917 met zwijnen uit Hongarije, Roemenië en de Harz. Kort vóór de Tweede Wereldoorlog zette de familie Van Pallandt wilde zwijnen uit op de Veluwe. In 1942 plaatsten de Duitse bezetters er nog nieuwe Duitse zwijnen bij. Reeën zijn er altijd in Nederland geweest. In 1930 liepen er 2500 stuks in Nederland, maar dat aantal slonk tijdens de Tweede Wereldoorlog tot slechts zo’n 1000 stuks. Op dit moment zijn er zo’n 80.000 reeën in Nederland. Anton en Hendrik konden in hun tijd van paard en wagen niet bevroeden dat een deel van hun wild ooit als bumperwild zou gaan fungeren. De meeste aanrijdingen gebeuren op doorgaande wegen rond Heerde en Epe. Maar eigenlijk moet elke automobilist die door de Veluwse bossen rijdt, zich er voortdurend van bewust zijn dat er elk moment – vooral ’s avonds – een edelhert, damhert, ree of wild zwijn op je auto kan knallen. Na melding bij de politie en check van de Stichting Groennetwerk of het inderdaad om gedood bumperwild gaat, kan het verkocht worden aan een erkende poelier. Dat is altijd beter dan ingevroren wild vlees importeren uit Oost-Europa, Nieuw-Zeeland of China. Maar oh, wat zou het fijn zijn als we aan de tafel onderscheid konden maken tussen valwild, geschoten Veluws wild of buitenlands al dan niet gefokt wild, net zoals in de tijd van Anton en Hendrik tussen geschoten en gestroopt wild. Je wilt toch weten wat je eet!

foto Eline Verwoerd

René Zanderink is voorzitter van Ark van de Smaak, Slow Food Nederland

NIEUWE VELUWE 4/14

25


26

NIEUWE VELUWE 4/14


Bomen planten op de Ramenberg Uit het hele land kwamen er mensen naar de Ramenberg bij Loenen om er op 11 november een herdenkingsboom te planten. Een paar duizend bomen gingen de grond in: bomen om geboortes te vieren, om een speciale vriendschap te bezegelen of ter nagedachtenis aan een dierbare. Op berkenschijfjes aan de boom gaven mensen wensen, een tekening of namen mee. Het was het derde en tevens laatste jaar dat Natuurmonumenten de Ramenberg uitkoos voor de boomplantdag. De voormalige akker is gevuld en zal langzamerhand veranderen in afwisselend loofbos van zomereiken, zoete kersen, lindebomen en lijsterbessen.

foto Hans Dijkstra/gaw.nl

27


‘Als het maar even kan,

ga ik naar buiten’ tekst Wim Huijser, foto Hans Dijkstra/gaw.nl

Kan een wandelaar zich in Nederland nog volkomen vrij, ongebonden en aan zichzelf overgelaten voelen? Met deze vraag ging journalist John Jansen van Galen op pad. Voor zijn boek Waar een wil is, is geen weg inventariseerde hij de ervaringen van verdwaalde wandelaars, hulp biedende boswachters en droppings organiserende scouts. Zijn conclusie: verdwalen is ook in ons land nog mogelijk. ‘Als je je best maar doet!’

Inmiddels woont de in Velp geboren John Jansen van Galen alweer een jaar of zeven in Amsterdam-Buiksloot, een voormalig dijkdorp dat geleidelijk aan is opgegaan in AmsterdamNoord. Hij heeft er weer een huis met een tuin, iets wat hij zich alle jaren dat hij in het centrum van de hoofdstad woonde heeft moeten ont­ zeggen. Om echt naar buiten te gaan trekt hij dan ook zijn leven lang de wandelschoenen aan en neemt hij als het even kan de trein richting de Veluwe. Hoewel hij al op zijn achttiende uit Velp vertrok om in Amsterdam te gaan studeren, is hij er altijd veel blijven komen. Met zijn beste vriend Jan Siebelink spreekt hij er nog graag af. Samen beschreven ze hun jeugdherinneringen in het brievenboek Dorpsstraat Ons dorp en houden ze nog geregeld lezingen in de Velpse boekhandel Jansen & de Feijter. Waar Jansen van Galen vooral van houdt, is de ligging van het dorp: aan de ene kant de uiter­ waarden en de rivier, aan de andere kant de uitgestrekte Veluwe. ‘Waar wij woonden, liep je zo de Rozendaalse bossen in. Dat deed ik al

28

NIEUWE VELUWE 4/14

toen ik een jaar of acht was. Later liep ik met de hond hele middagen door de Imbosch en over de heide. Ik ben altijd meer een liefhebber geweest van hei en zandverstuivingen dan van het dichte bos. Ik wil om mij heen kunnen kijken. Het mooiste landschap vind ik daarom een bosrand. Maar ook landgoederen zijn geweldig om te wandelen. Het is goed bedachte natuur, waar je overal mooie zichtlijnen en doorkijkjes hebt. Wat dat betreft zijn we er in Nederland enorm op vooruit gegaan. Vroeger waren de meeste van die landgoederen niet opengesteld; nu moeten ze wel.’

Wandeldrang De familie Jansen van Galen woonde naast een boerderij. Als jongen ging John met de boer mee op de kar om de koeien te melken bij het veerhuis aan de IJssel. Een fascinerende plek, die regelmatig omstroomd raakte. Toch was hij van nature geneigd de andere kant op te trekken, richting het Herikhuizerveld. ‘Toen ik studeerde, had je op zaterdagmorgen nog

college. Direct daarna liftte ik vanuit Amster­ dam naar Velp. Ik was nog geen kwartier thuis of ik ging al met de hond de hei op. Daar bleef ik totdat het donker was. In de stad miste ik dat buiten zijn enorm. Het heeft heel lang geduurd voordat ik mij er een beetje thuis voelde. Daarom had ik mij in een positie gemanoeu­vreerd dat ik elk weekend terug moest naar de Veluwe. Ik leidde een jeugd­ vereniging en op zondag moest ik voetballen. Die hang om naar buiten te gaan is altijd gebleven. Als het maar even kan, ga ik.’ In het journalistieke metier werd soms wel merkwaardig tegen Johns wandeldrang aangekeken. Toen hij voor een toerisme­ nummer van de Haagse Post met zijn toen­ malige echtgenote een wandeltocht van ZuidLimburg naar de Rivièra maakte, hoorde hij achteraf dat sommigen hen niet helemaal goed snik vonden. Het was natuurlijk ook een krankzinnige onderneming, moet hij zoveel jaar later bekennen. ‘We moesten elke dag zo’n 35 km lopen. Het werd op die manier een beetje een strafmars.’ Het verhaal doet denken aan de wandeldagboeken van J.J. Voskuil. John lacht. ‘Het huwelijk heeft ook niet zo lang meer geduurd’, wat de stemming onderweg nog dichter bij Voskuil brengt. Het journalistieke werk voltrok zich in Amsterdam letterlijk in een andere wereld. Daar werd weinig over wandelen gedeeld. Toch begon John Jansen van Galen kort daarna de rubriek ‘Tochtjes’ in de HP, waarvoor de redactie grif een pagina ter beschikking stelde. Het was de beschrijving in tekst en foto van een plek tijdens een wandeling. ‘Erg geïnspi­ reerd door Nescio’, herinnert John zich. Bij de krant vonden ze dat allemaal goed, maar hij kende daar verder niemand die ook wandel­de.


‘Het heeft heel lang geduurd voordat ik mij in Amsterdam een beetje thuis voelde. Daarom had ik mij in een positie gemanoeuvreerd dat ik elk weekend terug moest naar de Veluwe’

NIEUWE VELUWE 4/14

29


dam – is hoe ontzettend weinig mensen je eigenlijk onderweg tegenkomt.’

John Jansen van Galen in de bibliotheek van Eerbeek. Samen met zijn vriend Jan Siebelink haalt hij herinneringen op over hun Velpse jeugd en hun schrijverschap.

‘Op de langste dag wordt het maar een uur of vier echt donker. Het is fascinerend om dan door de duistere bossen van de Veluwe te lopen’

30

NIEUWE VELUWE 4/14

‘Ja, Eelke de Jong. Die was enige jaren schaapherder op Hoog Buurlo. Hoewel hij uit Hoog Soeren kwam, was hij geen echte wande­ laar. Hij slenterde wat met die schapen op de heide, maar hij was net als ik wel een echte buitenman.’

Nationale parken We hebben het over het voornemen van staats­ secretaris Dijksma om het aantal nationale parken terug te brengen tot een stuk of zeven, die dan ‘groots en meeslepend’ moeten zijn. Jansen van Galen spreekt er ook wel eens over met Henk Ruseler, boswachter van Het Nationa­ le Park De Hoge Veluwe. ‘Maar ja, is dan het antwoord, hoe moet het park gefinancierd worden als we geen toegang meer kunnen heffen?’ Het is het eeuwig dubbele gevoel, dat hij ook bij zichzelf herkent. ‘Als wandelaar ben je een beetje conservatief. Maar als je mooi over een landschap schrijft, wil je toch ook dat andere mensen daar komen kijken. Maar natuurlijk niet te veel. Ik begrijp de drang wel om meer publiek te trekken, want het moet draagvlak hebben.’ Wel vraagt Jansen van Galen zich af waarom mensen die er nu niet heengaan, wel naar een groot nationaal park zouden gaan. Omdat er horeca is en je er goed kunt parke­ ren? ‘Bij de Veluwezoom is dat goed geregeld, met een transferium aan de rand. Aan de andere kant vind ik ook een pannenkoekhuis vaak een verademing. Mensen wandelen meestal niet verder dan 20 minuten daar­ vandaan. Je ziet dat bij Planken Wambuis bij Ede en De Carolinahoeve bij De Steeg. Wat mij altijd weer verbaast tijdens mijn wandelingen op de Veluwe – maar ook hier buiten Amster­

Raadsel van de aankomst Nederlanders zijn in de ogen van Jansen van Galen echte ommetjesmakers. Dat bewijst ook het succes van de klompenpaden in Gelderland en Utrecht. Zelf heeft hij nog in de jury gezeten van een prijsvraag voor lokale ommetjes. De winnaars kregen geld om de route mogelijk te maken. ‘Ik herinner mij dat het boerenommetje bij Oosterend destijds heeft gewonnen. Heel veel dorpen kwamen met geweldige ideeën om op bepaalde plaatsen bruggetjes aan te leggen.’ Zelf vindt John het ‘romantischer’ om op een punt met een wandeling te beginnen en ergens anders uit te komen, liefst in een dorp waar hij nooit eerder is geweest. ‘Wat de schrijver V.S. Naipaul noemt: het raadsel van de aankomst. Het is leuker om vanaf een station naar een ander station of bushalte te lopen. Een plek waar je soms met verwondering naar kunt kijken. En het overnachten is natuurlijk een deel van de attractie. Ineens zit je ‘s avonds in Lichtenvoorde… En dan die stilte op zondag­ morgen. Vroeg ontbijten en dan dat trans­pa­ rante zonlicht in. Dat zijn de mooiste momen­ ten, dan is het land zo paradijselijk.’ Hij vindt het vaak prettig om zonder route­ boekje of plan op pad te gaan. Of hij aan het eind nu in Bilthoven of Den Dolder uitkomt, dat maakt hem niet veel uit. De reis terug naar huis gaat toch met het openbaar vervoer. Knooppuntroutes hebben het gevaar dat hij te ver gaat. ‘Dan denk ik: oh, maar dat is ook nog een leuk pad. Mijn blik is altijd in de verte gericht. Ik wil nu eenmaal altijd weten bij welk dorp die kerktoren hoort.’ Het weekend daarvoor heeft hij nog een ongebaand pad door de Achterhoek gelopen voor NRC Handelsblad. Als contrapunt heeft hij er Yvonne Kroonenberg opgebeld. ‘Dat is echt een asfaltloper. Het voordeel vindt zij dat ze dan niet hoeft te kijken waar ze haar voeten zet, waardoor ze beter om zich heen kan kijken. Ik ben duidelijk een liefhebber van het onge­ baande pad. Op asfalt begin ik me na een kilometer al te vervelen; daarom zijn struin­ routes de triomf van het wandelen. Zoals langs de Maas bij Ravenstein en de Rosandepolder bij Arnhem. Dat is wat je noemt vrijheid in gebondenheid.’


Verdwalen als luxe Waar een wil is, is geen weg vertelt niet alleen over de (on)mogelijkheden van het verdwalen in Nederland, het boek schetst ook een tijdsbeeld waarin het fenomeen verdwalen in zekere zin een luxe goed is geworden. ‘Echt luxe is om tijdens het wandelen een tijdje je GPS uit te zetten’, beaamt John. ‘Maar met de techniek in je nabijheid geeft dat niet het gevoel dat ik zelf ooit in het Reichswald had. Omdat ik ’s avonds op tijd voor een lezing in Velp moest zijn, raakte ik tot mijn verrassing echt even in paniek. Ineens was er het gevoel: wat overkomt mij nu?! Toen ik in de verte iemand zag lopen, ben ik tot mijn verbazing gaan hollen. Ik was wel te laat.’ Afgelopen jaar deed hij mee aan de Midzomer­ marathon van Natuurmonumenten. Een fantas­ tische ervaring. ‘Op de langste dag wordt het maar een uur of vier echt donker. Het is fasci­ ne­rend om dan door de duistere bossen van de Veluwe te lopen. Vanaf Heuven door de Imbosch en de Loenermark. In de duisternis beleef je het landschap totaal anders. Het lijkt veel groter en uitdagender. Aan zulke nachte­lijke tochten zou wel eens een groeiende behoefte kunnen ontstaan.’

Meneer Boom Het was een zekere meneer Boom die de jonge John heeft leren wandelen. Toen hij als kind alleen het bos bij Rozendaal inging, werd hij door hem aangesproken. ‘Of ik wist wat voor vogel daar zat. Een wielewaal. Vanaf die dag ben ik met hem bevriend geraakt. Hij was een vrijgezelle apotheker. Toen hij vijftig was, had hij genoeg verdiend en wilde hij doen waar hij nooit aan toe kwam: de natuur in. Hij was zelf een groot liefhebber van mossen. We maakten wandelingen naar Loenen en Eerbeek, een heel eind voor een twaalfjarige. Nu zou dat niet meer kunnen, maar in die tijd – lang voor Dutroux – heeft daar nooit iemand iets van gedacht. Ik ging met meneer Boom gewoon een dag uit wandelen, de Veluwe over. Ik zie ons nog zitten bij het oude hotel Laag Soeren. Daar aten we onze boterham. Meneer Boom is 100 jaar geworden. Hij heeft het grootste deel van zijn leven gedaan wat hij het leukst vond.’ Voor John Jansen van Galen is dat vanaf zijn achtste de journalistiek. Toen al wist hij precies wat hij wilde worden. Tegelijk is hij een jongen van de Veluwe gebleven. De plek waar hij nog steeds thuiskomt, is het Rozendaalse bos, onderaan de Koningsberg. Dat is het land van zijn jeugd.

Daar voetbalde hij in zijn eentje en deed hij of de bomen zijn tegenstanders waren. Meestal won hij. ‘Ik herken daar de bomen nog. Vanaf de Koningsberg konden we het torentje van Hoch-Elten zien. Het was een romantisch idee dat je daarvandaan naar het buitenland keek. Ooit heb ik als jongen een boom uitgegraven. Die heeft tot niet zo lang geleden gestaan in de tuin van het huis waar ik geboren ben en waar nu mijn zus woont. Hij werd op het laatst zo groot dat hij moest worden omgehakt. Ik denk dat hij is opgestookt.’ Jansen van Galen knikt. Het is mooi om je leven lang de bomen uit je jeugd te kennen. John Jansen van Galen, Waar een wil is, is geen weg – Verdwalen in Nederland, Atlas Contact, ISBN 9789045026305, € 16,99. John Jansen van Galen is journalist en werkt voor Het Parool en NOS-radio en is wandel­ chroniqueur voor NRC Handelsblad. Hij schreef onder andere over Suriname en Indonesië. Over wandelen schreef hij in Wandelingen, Wandelen om Amsterdam en Wandelen op de Wadden.

NIEUWE VELUWE 4/14

31


Wildsafari:

het nieuwe beleven tekst Ria Dubbeldam, foto’s Ad Germing, Hans Dijkstra/gaw.nl


Wildsafari op de Veluwe. Met Land Rovers. Is dat niet milieuvervuilend, onrustig voor de dieren en iets voor luie, verwende toeristen die op momenten dat hen dat uitkomt wild willen zien? ‘Nou, ga dan maar eens mee’, daagt boswachter Marike Vissers van Staatsbosbeheer uit, ‘en ervaar het zelf.’ Zo gezegd, zo gedaan. Het wordt een safari op de Noord-Veluwe, onder leiding van boswachter Bart Smit.

‘De voortekenen zijn gunstig vandaag’, zegt boswachter Smit in Buitencentrum Veluwe Noord, het bezoekerscentrum van Staats­ bosbeheer in Nunspeet. ‘Het heeft de hele dag geregend. Dan gaan er minder mensen het bos in en komt het wild eerder uit de dekking. Nu het droog is, willen de dieren zeker tevoor­ schijn komen om te eten.’ De vijf Land Rovers staan klaar voor het avond­ vullende programma Op zoek naar de Grote Vijf. Maar voordat de nieuwsgierigen het bos in kunnen, is er een eenvoudige maaltijd en geeft de boswachter een rondleiding door de expo­ sitie­ruimte van het bezoekerscentrum. Welke dieren wonen er zoal in het bos en zijn er wellicht straks te zien? De boswachter loopt langs de opgezette dieren: een vos, buizerd, gaai, ree, edelhert en natuurlijk een impo­ nerend wild zwijn met grote slagtanden: Smits favoriet.

Spannende wereld van de natuur Kinderen en jongeren met hun ouders en/of grootouders, stellen en alleengangers; de boswachter voert ze mee in de spannende wereld van de natuur. De bezoekers komen uit heel Nederland: Brabant, Utrecht, Zuid-Holland. Een aantal woont wel enigszins in de buurt. Om mee te kunnen moesten ze er op tijd bij zijn. De wildsafari’s waar maximaal twintig mensen aan kunnen deelnemen, zijn altijd volgeboekt, al kost zo’n excursie toch 32,50 euro per persoon. ‘Traditionele wandelingen met de boswachter raken uit’, verklaart boswachter Marike Vissers. ‘Staatsbosbeheer organiseert ze nog wel, maar het worden er wel minder; mensen willen meer beleving.’ Tochten naar analogie van de Afri­ kaan­se safaritochten geven die. Gaat het in Afrika om de Big Five buffel, leeuw, luipaard, neushoorn en olifant die je als toerist moet hebben gezien, in Nederland zijn dat ree, wild

zwijn, bever, edelhert en zeehond. Rondom elke soort organiseert Staatsbosbeheer een wild­ safari. Zeehonden kun je spotten in de Grevelingen en op Terschelling, edelherten in de Oostvaardersplassen en op de Veluwe, wilde zwijnen op de Veluwe, bevers in de Biesbosch, Stadsbossen Almere en het Horsterwold enzo­ voort. Het vervoer is afhankelijk van het gebied een kano of een elektrisch voertuig, maar op de Veluwe worden terreinwagens naar Afrikaans model ingezet. Zoals op deze avond. De inzet is om wild zwijn te spotten.

Met de tijd meegaan ‘Bij district Veluwe hebben we best een stevige discussie gevoerd of we dit op de Veluwe wel moesten gaan doen’, erkent Vissers. Alle voor en tegens hebben we tegenover elkaar gezet. Zelf heb ik er slapeloze nachten van gehad. Want wat voor signaal geef je af, wanneer je met terreinwagens door de natuur rijdt?’ Het was een dilemma, maar de keuze kan ze toch heel goed verantwoorden. ‘We moeten als Staatsbosbeheer met de tijd mee, innovatief zijn en inspelen op nieuwe behoeften. Zo zijn de Grote vijf wildsafari’s ontstaan. We gaan echt niet om de haverklap met Land Rovers de natuur in. Het aantal excursies houden we bewust beperkt. Ongeveer twintig per jaar op twee locaties: Noord- en Midden-Veluwe. De groepen zijn om het aantal auto’s te beperken niet groter dan twintig personen.’ Collega-boswachter Lennard Jasper had minder moeite met de introductie van de safaritochten. Hij vindt het een verantwoorde vorm van recreatie en toerisme. ‘We sluiten steeds meer zandpaden af voor autoverkeer, waardoor het in de natuur steeds rustiger wordt. Die paar ritten met de terreinwagens wegen bij lange na niet op tegen de vermindering van het autoverkeer dat we realiseren. Bovendien rijden we rustig en nemen we alleen paden die we ook gebrui­

‘Er was een zwijn langs het pad, op maar zo’n twintig meter van ons vandaan’

NIEUWE VELUWE 4/14

33


ken in ons dagelijks beheerwerk, bijvoorbeeld om gekapte bomen uit het bos te halen. Op deze manier verstoren we het wild minder dan wanneer we met groep wandelend het bos ingaan. Dat geeft veel meer onrust. Aan de auto’s raken de dieren gewend. Ze vluchten niet weg. Voor het publiek is het mooi dat het wild zich meer laat zien. Bovendien bereiken we met de Land Rovers een groter gebied, wat de kans op wild zien nog eens extra vergroot. We geven mensen met de safari’s een onvergete­lijke dag en brengen er ook een goed verhaal bij. Zo ontstaat er meer waardering voor natuur. Te beginnen bij de jeugd.’ Dat het ook omgekeerd kan, blijkt tijdens de safari van deze avond. Een moeder vertelt hoe haar zoontje haar en haar man heeft over­ gehaald om naar de Veluwe te gaan. De jongen, ongeveer zeven jaar, is gek op alles wat natuur is en wilde beslist naar het bos om wild te zien. Zij en haar man – niet zulke natuurmensen – besloten een hotel te boeken en er een lang weekend Veluwe van te maken. Zo pakken zij ook een stuk natuureducatie mee.

Boswachter Bart Smit laat zien waar een ree aan een tak heeft geknabbeld.

‘We geven mensen met de safari’s een onvergete­lijke dag en brengen er ook een goed verhaal bij’

34

NIEUWE VELUWE 4/14

Echt wild De avond begint te vallen. Eindelijk gaat het loos. De terreinwagens vertrekken in een kolonne. De bestuurders zijn vrijwilligers die graag hun eigen terreinwagen ter beschikking stellen. Er is zelfs een wachtlijst van chauffeurs die mee willen rijden. ‘Het is voor ons een unieke kans om op plekken te komen waar we anders niet komen of kunnen komen, en een kans om te laten zien dat we niet crossen maar rustig rijden’, aldus een van de chauffeurs. Het rijdt inderdaad bijna stapvoets. De eerste konijnen worden gesignaleerd. ‘Geen Big Five, wel echt wild’, zegt boswachter Smit over zijn portofoon, die in elke Land Rover te horen is. Steeds dieper gaan de wagens het bos in. Ingespannen wordt er door verrekijkers getuurd, die Staatsbosbeheer heeft uitgereikt of die de mensen zelf hebben meegenomen. Bij kruisende paden en open plekken rijden de Land Rovers extra langzaam. Het safarivirus begint te komen. ‘Dit zijn de plekken waar het wild zich het makkelijkst laat zien’, zegt Smit. Hij vertelt honderduit: over het beheer van bos en hei, verjonging van bos, het laten liggen van dode dieren en dode bomen voor vergroting van de biodiversiteit (dood doet leven), de bronst,


Samenwerken voor recreatieve voorzieningen

het afschot van wild bij wegen en dorpen om verkeersongelukken te voorkomen en overlast te beperken, en voor het bos zelf. ‘Bij te veel wild blijft er geen jong boompje over’, zegt Smit wat gechargeerd om het duidelijk te maken. Boeiende informatie, maar waar de mensen echt voor komen is: wild, groot wild. Tot nog toe niks. Wel volop wildsporen: af en toe een boompje waar een hert of een ree zijn gewei heeft aan geveegd, een enkele pootafdruk van een zwijn en veel compleet omgewroete bermen, waar zwijnen op zoek zijn geweest naar eiwitrijke larven van emelten, en zoel­plekken, waar ze zich door de modder hebben gewenteld. Het geduld wordt op de proef gesteld. Smit: ‘Het gebeurt ook wel eens dat we op een avond geen wild zien. Dat vinden de mensen niet altijd leuk en soms willen ze hun geld terug. Maar een garantie kunnen we natuurlijk niet geven: het blijft ongrijpbare natuur.’

Eigen broek ophouden Smit vertelt verder: ‘De overheid heeft Staats­ bosbeheer ooit in leven geroepen om de Veluwe te herbebossen. Aanvankelijk niet om natuur te ontwikkelen maar om het stuifzand te stoppen en hout voor met name de mijnen te produce­ ren. We groeiden in de loop van de jaren uit tot de grootste natuurorganisatie van Nederland. De natuur beheren wij goed en is open en toegankelijk, zodat iedereen ervan kan genieten. Maar er moet ook geld verdiend worden’, geeft Smit als boodschap mee. ‘Sinds de verzelfstandiging van Staatsbosbeheer in 1998 hebben we eigen inkomsten. Sinds de kentering in het natuurbeleid onder staats­ secretaris Bleeker moeten we nog meer onze eigen broek ophouden. We zijn aardig gekort in de subsidie; dat vangen we landelijke op met opbrengsten van producten uit ons natuur­ beheer. Denk op de Veluwe aan hout en het verpachten van grond bijvoorbeeld aan agra­ riërs. Verder dragen ook jacht en de merchan­ dising een steentje bij. De excursies zijn er in eerste instantie vooral voor een onvergetelijke ervaring.’ Een rekensommetje op de achterkant van een sigarendoosje maakt duidelijk dat van het avondvullende programma van deze safari inderdaad vrijwel niks overblijft. Maximaal levert het 20 x 32,50 euro = 650,- euro op. Daar gaan de nodige onkosten vanaf: persberichten,

Wat betreft het de eigen broek ophouden heeft Staatsbosbeheer recentelijk een nieuwe uitdaging erbij gekregen op het terrein van de recreatieve infrastructuur – lees: het onder­houd van paden en dergelijke. Boswachter Marike Vissers: ‘We hebben te maken met 70 procent minder budget door verschuiving van finan­ciering vanuit het rijk naar provincie binnen SNL (subsidie natuur en landschap). We zoeken daarom nieuwe samenwerkingen en manieren om de recreatieve voorzieningen op orde te houden en te ontwikkelen. Denk aan samenwerken met ondernemers, gemeenten, maar ook zorgverleners zoals op de Noord-Veluwe zoals ’s Heeren Loo en Zorggroep Apeldoorn. Hun cliënten werken onder andere aan het onderhoud van bijvoorbeeld wandel­routes.’ Collega Lennard Jasper vult aan: ‘Daar werken we concreet aan in het Speulder­bos bij Garderen. Dat moet een proefgebied worden voor een nieuwe manier van financiering van recreatie. Het doel is om voorzieningen te verbeteren en om samen met de omliggende ondernemers het toerisme te stimuleren. Dat moet meer geld genereren voor zowel de ondernemers als voor Staatsbosbeheer. Het uitgangspunt is duurzaam toerisme. Volgend jaar moet het nieuwe recreatieplan er liggen en worden de eerste maatregelen uitgevoerd.’

website-onderhoud en andere media-aandacht, verwerking van de aanmeldingen, het gebruik van het Buitencentrum, de maaltijd vooraf­ gaand aan de safari en na de excursie de stokbroodjes voor het kampvuur, consumpties en hapjes. De vrijwilligers krijgen een onkos­ ten­vergoeding en de boswachter rijdt de route vooraf voor om te kijken of er geen onaange­ name verrassingen zijn, zoals een boom over het pad. Al met al draait de Grote Vijfsafari landelijk kostendekkend.

Flinke haas Hotsend gaan de Land Rovers verder. Hilariteit als de terreinwagens slippend door diepe poelen gaan en het water hoog opspat. Weer een safarigevoel erbij. Dan onderbreekt Smits plots zijn verhaal: ‘Terzijde een roodwildkalf (edel­ hertenjong, red.) Een kalf met een hinde. Nu héél rustig doorrijden’, maant hij de chauffeurs. In de auto’s wordt het doodstil. Ja, hoor. Iedereen ziet ze staan. Rustig in een gekapt stukje bos. ‘Omdat we zo rustig rijden, ver­trouwen ze volledig op hun schutkleur en denken ze: ze hebben mij niet gezien.’ Even later spot de laatste Land Rover een ree. Nu nog wilde zwijnen. Daar kwamen we toch voor? Smit besluit naar een oude wildobser­ vatie­weide te gaan, die niet toegankelijk is voor publiek. ‘Daar maken we een grote kans.’ De Land Rovers stoppen bij een zijpaadje. De boswachter verzoekt voorzichtig uit te stappen, niet met de deuren te slaan en tijdens de wandeling naar het weitje niet te praten. Maar oh, wat maakt zo’n zwijgende groep toch een lawaai. In een stil bos hoor je elke stap, elk krakend takje en kleding die langs armen en

benen schuurt. Eenmaal bij het weitje: geen zwijn te zien. Wel een flinke haas die zich niks van de mensen aantrekt. Terug naar de terreinauto’s. Niet iedereen komt even goed mee. Een oudere heer is slecht ter been. Dan dringt het besef door: zo’n safari is een uitkomst voor wie moeilijk wandelend of fietsend de natuur in kan gaan. Ouderen bij­ voorbeeld maar ook mensen met een beperking. En je kunt ook met het hele gezin op pad. Kinderen van acht (de minimumleeftijd voor de safari) zijn niet altijd te porren voor een wandeling van 15 kilometer. De waardering voor het initiatief groeit.

Zeker 25 wilde zwijnen De tijd dringt, het wordt snel donkerder. Toch maar even iets meer vaart om bij het wild­ scherm op Noorderheide ten noordoosten van Elspeet te gaan kijken. Opnieuw houden de terreinwagens stil en loopt de stoet naar het wildkijkscherm. Dan krijgt de groep toch het toetje van de avond: een grote rotte, zeker 25 wilde zwijnen. Smit is meer dan tevreden. Maar oh, het is al zo donker. De zwijnen zijn slechts zwarte schimmen. Enkelen fluisteren later bij de auto waar weer gepraat kan worden. ‘Er was een zwijn langs het pad, op maar 20 meter van ons vandaan en zich verschuilend achter een boom. Hij hield ons in de gaten.’ De bofkonten. Het vallen van de nacht op de hei, de natuur­ beleving: het maakt de groep stil. Onder een sterrenhemel loopt de groep zwijgzaam in het donker nog een stuk over de heide. Ieder denkt het zijne, om even later in te stappen, terug naar de bewoonde wereld.

NIEUWE VELUWE 4/14

35


tekst Margot Jongedijk, foto’s Hans Dijkstra/gaw.nl en Bram van de Biezen

Nunspeet heeft een nieuw museum: het Noord-Veluws Museum. Onder overweldigende belangstelling is het museum op 31 oktober geopend met als openingstentoonstelling het werk van Ben Viegers, één van Nunspeets bekendste kunstschilders.

36

NIEUWE VELUWE 4/14

Nieuw museum erkent Nunspeet als kunstenaarsdorp Aan de basis van het museum ligt het initiatief van de Nunspeter Herman van Ree, die nog geen tien jaar geleden begon met het ver­ zamel­en van schilderijen van kunstenaars van de noordelijke Veluwe. Hij stelde een website samen, het virtuele museum www.museumnunspeet.nl, met veel afbeeldingen en infor­ matie over Noord-Veluwse kunstenaars. Van Ree ontdekte het verleden van Nunspeet als schildersdorp, waar nooit een cultuur­histo­

rische of toeristische invulling aan is gegeven, terwijl de Oosterbeekse, Bergensche en Larense School wel bekendheid genieten en de dorpen zich mogen verheugen in de titel ‘kunstenaars­dorp’. Met het Noord-Veluws Museum komt daar verandering in. Het museum toont de ont­staans­geschiedenis en ontwikkeling van het kunstenaarsdorp Nunspeet en om­ geving aan een breed publiek; in eerste instantie inwoners, bezoekers, bedrijven en


leerlingen uit de regio maar zeker ook lief­ hebbers van impressionis­tis­che schilderkunst uit het hele land.

Kunstenaarskolonie De vestiging van de kunstenaars eind negen­ tiende eeuw op de Noord-Veluwe bij Nunspeet en Elspeet is net als andere kunstenaars­ kolonies geïnspireerd op het beroemde Barbizon bij Parijs. Het is de tijd waarin de ongerepte natuur een grote aan­trekkingskracht uitoefent op rijke stedelingen en kunstenaars uit met name Den Haag en Amsterdam. Juist in een tijd van opkomende industrie en verstedelijking ontdekken zij de schoonheid van de natuur en het leven dicht bij de natuur. Kunstenaarsdorpen zoals Oosterbeek en Laren hebben zo’n grote aantrekkingskracht dat ze overspoeld raken met toeristen, wat op gespan­ nen voet staat met de beleving van ongerepte natuur. Als de Noordwest-Veluwe bereikbaar wordt door de aanleg van een spoorlijn in 1863, wordt het gebied niet veel later, rond 1880, ontdekt als nieuwe toeristische en kunstzinnige bestemming. D.J. van der Ven schrijft in Ons mooie Nederland. Gelderland Deel III. De Veluwe (1918): ‘Door de ligging aan de Nederlandse Centraal Spoorweg, de stoom­tram en niet in het minst door het net van goed onderhouden fietspaden, heeft Nunspeet zich in de laatst kwart eeuw een eerste plaats weten te verwerven in de lange rij van Veluwsche zomer­ oorden, die hun gastvrijheid, hun gezond­e lucht, hun heerlijke bosschen en onafzienbare heide den naar ‘buiten’ snakken­den stads­ mensch aanbieden. En het vindt zijn beste reclame in de vestiging van schilders en natuurvrienden.’ Ruim honderd schilders Meer dan honderd beeldende kunstenaars wonen en werken tussen 1885 en 1950 in deze regio. Met de ligging te midden van akkers met boerderijen, bossen, heidevelden, zandver­ stuivingen en wat toen nog de Zuiderzee heette, kan het aanbod aan schilderthema’s niet groter zijn. Kunstschilders die op de NoordVeluwe inspiratie vinden zijn onder meer Herman van der Weele, Francois Pieter ter Meulen en Bernard Koldewey. Zij komen en vertrekken weer. Velen verblijven in loge­men­

ten zoals De Valk, waar voor de kunste­naars zelfs een atelier in de tuin is gebouwd. Er zijn ook kunstenaars die zich permanent in Nunspeet vestigen, bijvoorbeeld Arthur Briët, Jan van Vuuren, Ben Viegers, Jos Lussenburg en Chris ten Bruggen Kate. Briët (1867-1937) ontdekt Nunspeet op zijn trektocht vanuit kunstenaarsdorp Laren. In 1893 gaat hij in Nunspeet wonen dichtbij de daglonershuisjes van de Zoom aan de Harder­ wijkerweg. Hij koopt zo’n huisje en zet die in zijn tuin als inspiratie voor zijn schilderijen. Chris ten Bruggen Kate (1920-2003), een van de laatste Nunspeetse schilders, wil als jongen per sé kunstschilder worden, maar mag van zijn vader niet naar de kunstacademie. Hij komt in de leer bij een onbekende Nunspeetse schilder. Ten Bruggen Kate ontwikkelt een eigen bijna magisch realistische stijl. Jaap Hiddink (19102000) is de enige schilder die in Nunspeet is geboren. Hij raakt in zijn jeugd geïnspireerd door de schilders die vaak bij zijn moeder koffie komen drinken. Als groep (Nunspeetse Kunstkring) exposeren de schilders de eerste helft van de twintigste eeuw in onder meer Villa Arti en hotel De Roskam in Nunspeet en in kasteel Cannenburgh in Vaassen. Net zoals de schilderijen van de andere kunstenaarsdorpen vinden de schilde­ rijen van de Veluwse impressionisten ook via de kunsthandel gretig aftrek in de steden als Den Haag en Amsterdam en zelfs in het buitenland: Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten.

Warm, zuidelijk palet De openingstentoonstelling van het NoordVeluws Museum is gewijd aan Ben Viegers (1886-1947) die in 1938 in Nunspeet komt wonen. Zijn hart gaat uit naar het vastleggen van het boerenleven, stadsgezichten en zee­ gezichten ‘en plein air’. ’s Morgensvroeg voor achten trekt hij eropuit met zijn spullen achterop de fiets. ’s Avonds tegen zessen komt hij terug met een nog nat doek. En dat eigenlijk elke dag. Op zijn sterfdag heeft hij nog een afspraak met zijn schildersvriend Jaap Hiddink om samen in Elburg te gaan schilderen, maar die ochtend voelt hij zich niet lekker als hij bezig is met de bouw van een nieuw atelier in zijn tuin. Even later overlijdt hij, 60 jaar oud. Als schilder is Viegers te plaatsen binnen de

Aankleden van Suusje, Arthur Briët

Ben Viegers, Bretonse vissershaven (particuliere collectie)

‘Zo kijk ik naar de Veluwe: ik probeer het te zien als een schilderij, een levend schilderij’

NIEUWE VELUWE 4/14

37


Clemens Cornielje, Commissaris van de Koning (l), burgemeester Dick van Hemmen van Nunspeet en conservator Margot Jongedijk bij een schilderij van Ben Viegers.

nadagen van de Haagse School, de groep schilders die hun onderwerpen realistisch uitbeelden. Om de vochtige Nederlandse atmosfeer waarheidsgetrouw weer te geven gebruiken zij veel dicht bij elkaar liggende grijstinten. De hoogtijdagen van de Haagse School zijn in Viegers’ tijd voorbij. De grijs­ tinten laat hij duidelijk los, de onderwerpkeuze niet. Met gretigheid vertaalt hij die in schilde­ rijen met een krachtige toets in een warm, ook wel zuidelijk genoemd, palet. Viegers geeft het Nederlands impressionisme daarmee een rijke, kleurrijke nabloei. De tientallen schilderijen in de tentoonstelling – in bruikleen bijeen­gebracht uit alle delen van het land en zelfs uit Australië – geven een representatief overzicht van zijn oeuvre.

Particulier initiatief Het Noord-Veluws Museum is een geheel particulier initiatief en het resultaat van slechts vijf jaar ontwikkeling vanaf het oorspronkelijke idee tot aan de realisatie van de nieuwbouw. Met een belangrijke financiële bijdrage heeft Herman van Ree samen met een actief bestuur de bouw én exploitatie voor de eerste jaren mogelijk gemaakt. Daarnaast is het museum op zoek naar bedrijven en Vrienden, die bereid zijn onderdelen en activiteiten van het museum financieel te ondersteunen.

38

NIEUWE VELUWE 4/14

De locatie van het museum is verbonden aan het verleden van Nunspeet als schilderskolonie. Het museum zit vastgebouwd aan de Vrije Academie Nunspeet, die in 1968 is opgericht als uitvloeisel van de aanwezigheid van zoveel beeldend kunstenaars. In het museum vormt de collectie Van Ree de basis, aangevuld met bruiklenen van de gemeentelijke kunstcollectie en particulieren. Een schenking uit de nalaten­ schap van de kunstschilders Wim de Groot en Fré Drost behoort ook tot de collectie. De collectie van het Noord-Veluws Museum is nog relatief klein; de meerwaarde ligt dan ook met name in de kennis en de verhalen over de kunstenaars die in de regio gewerkt hebben en de tentoonstellingen die worden georganiseerd om die verhalen te delen. Het Noord-Veluws Museum wil jaarlijks mini­ maal twee tijdelijke tentoonstellingen organi­ seren over kunstenaars of thematische expo­ sities over bijvoorbeeld schilders van schapen, de Zuiderzee of Veluwse landschap­pen. Een wens voor de toekomst is uitwisseling van werk van kunstenaars uit andere kunstenaarsdorpen in Europa. Tot februari 2015 is er een extra kleine expositie over F.M. Vissers, een Belgische tekenaar in Vluchtoord Nunspeet (1914-1918).

Verbinding met het landschap Het onderwerp van het museum leent zich voor meer dan alleen tentoonstellingen binnen vier muren. Juist in de verbinding met het om­ liggende landschap gaat het kunstenaars­dorp leven. Vanaf april biedt het museum daarom een kunsthistorische fietsroute aan (gedrukt en digitaal) langs plekken waar de kunstenaars hun ateliers hadden, woonden of veel zaten om te schilderen.

Bij de tentoonstelling is het boek Door de ogen van Ben Viegers (1886-1947) verschenen, een uitgave van BoldArt.nl, geschreven door Williëtte Wolters-Groeneveld uit Hulshorst en mede samengesteld door Klaas Mollema uit Ermelo, ISBN 9789082283907, € 29,95. Noord-Veluws Museum Openingstentoonstelling Ben Viegers t/m 12 april di t/m za van 10.00 tot 17.00 uur Stationslaan 28a, 8071 CM Nunspeet (0341) 250 560 www.noord-veluws-museum.nl


Beschouwing Bosdag Ik schrijf het op in mijn agenda: “Bosdag” en dat 52 maal in het jaar. Bosdag is een dag de bossen in, ergens op de Veluwe. Ik ga vaak langdurig naar eenzelfde gebied, vanwege het wild dat er te zien is of omdat er weinig mensen komen. Het zijn altijd open gebieden waar ik met de dekking van de bosrand langs een open veld zwerf. In de winter zijn de bosdagen het kortst: 8 uur ongeveer, van zonsopkomst tot zonsondergang. In de zomer lang, 16 uur, en eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat dat lang geleden voor mij ook lang was. Nu niet meer, ik heb het geleerd om mezelf toe te staan zogenaamd niks te doen. De dagen hebben eenzelfde patroon: eerst kijken naar het wild, meestal edelherten, daarna wat rondzwerven en tegen de avond weer kijken naar het wild. De tijd daartussen zit ik ergens te kijken – op lange dagen op een aantal plekken – en tussendoor verken ik de omgeving nog wat extra. Krijg ik de vraag: ‘Wat doe je dan?’, dan kan ik niets anders zeggen dan ‘ik doe niks’. ‘Oh’, is de reactie met een verbaasde blik. Ik probeer het uit te leggen en maak voor de duidelijkheid een vergelijking met kunst en muziek. Karel Appel zei eens: ‘Als de laatste streek verf op het doek staat, ga ik erbij zitten en kijk ik en kijk ik en kijk ik tot het af is’. Zo kijk ik naar de Veluwe, probeer het te zien als een schilderij, een levend schilderij. Er gebeurt altijd wat; de lucht bijvoorbeeld kan zeer dynamisch zijn. Na een poosje stil zitten onder een boom komen de vogels om je heen en af en toe komt er een ree of een vos langs. Maar het hoeft niet. Het beeld is mooi, in ieder jaargetijde en bij ieder weertype, ook als je het vaak ziet. Ja, én het wordt anders. In een schilderij van Appel zul je steeds meer zien zoals dat ook met muziek gebeurt. De Mattheus Passion is de eerste keer moeilijk om naar te luisteren. Neem je de tijd, dan gaat het steeds meer leven. Je hoort steeds meer, begrijpt en ontdekt steeds meer details. Steeds meer lagen leggen zich bloot. Zo gebeurt het ook van onder een boom, mijn boom, naar de Veluwe kijkend: je gaat steeds meer zien en begrijpen. Je zakt in het landschap, neemt het op, wordt er één mee. Er is geen verschil meer tussen jou en het landschap, je bent een deel van het geheel geworden. Dat is mijn Bosdag op mijn Veluwe. Zoals er niets wordt toegevoegd aan een Karel Appel of aan de Mattheus Passion, zo moet het ook voor de Veluwe zijn. Die is van zichzelf al meer dan goed. Geen gepolijste stenen, geen bronzen horens, zo min mogelijk borden, geen fototentoonstellingen, liefst ook geen hekken. Verkwansel de Veluwe, mijn Veluwe, onze mooie Veluwe niet met “kunstige” toevoegingen. Geniet van wat er is. Breng geen veranderingen aan voor degene die het mooie niet ziet, je verwoest het voor hen die het wel zien. Gerard van Putten is abonnee van Nieuwe Veluwe, woont in Apeldoorn en draagt graag uit hoe hij de Veluwe beleeft.

NIEUWE VELUWE 4/14

39


Natuurgebied of onland? tekst en foto’s Gerrit Breman

Nieuw Reemst in de middagzon.

Nieuw Reemst op Planken Wambuis. Zo stil en afgelegen als de riante vakantiewoning in de voormalige boerderij van Staatsbosbeheer er nu ligt, zo was het daar in de zeventiende eeuw zeker niet. De landontginning uit 1628 was goed bereikbaar via een drietal wegen. De eigenaar was erop uit om zoveel mogelijk te verdienen, valt uit oude pachtcontracten op te maken.

40

NIEUWE VELUWE 4/14


Nieuw Reemst op de topografische kaart. grens Planken Wambuis Vossenwegje weg van Wekerom naar Arnhemweg van Ede naar Deventer en Zutphen grootste omvang Oude Hout Gebied van eiken struiken, latere zandverstuiving

Het Reemsterveld was in de zeventiende eeuw eigendom van Dirck van Dorth en na 1629 van zijn dochter Ermgard. Het was een groot heide­ gebied dat zich globaal uitstrekte van de Wildbaanweg op De Hoge Veluwe tot de A12 en van het ANWB-station Planken Wambuis tot de Koeweg tussen Ede en Otterlo, ruim 3300 hectares in zijn grootste omvang en dat is een flink stuk. Wat deden Dirck, Ermgard en hun opvolgers eigenlijk met dat gebied? Het was woeste grond, ‘onland’, wildernis, maar bepaald niet nutteloos. Het bestond in de zeventiende eeuw uit heide en wat eikenbos. Het bos werd beheerd als hakhout. De rest, de heide met gras en struiken, was een essentieel onderdeel van de landbouw, die op het Reemsterveld werd beoefend. De pachters in de beide landbouw­ enclaves Mossel en Reemst hadden het recht om hun vee op de heide te laten grazen. Tegen 1628 had Dirck van Dorth besloten dat er op het Reemsterveld ruimte was voor een nieuwe ontginning. Er kon meer profijt uit het bezit komen dan er tot dan toe uit gehaald was. Ten westen van Reemst liet hij, tegen de grens met het Ginkelse Veld, een stuk grond ont­ ginnen dat bestemd was om te verpachten. Het stond aanvankelijk bekend als West Reemst, maar werd als snel Nij Reemst genoemd, nu Nieuw Reemst. Dat natuurlijk als contrast met het oude Reems, nu Oud Reemst.

Kruispunt van wegen Tegenwoordig lijkt het alsof Nieuw Reemst een beetje weggedrukt op een tamelijk willekeurige plaats op Planken Wambuis ligt, maar dat is niet het geval. Een nieuwe ontginning moest natuur­ lijk goed bereikbaar zijn. En Nieuw Reemst was dat: het lag aan drie wegen. Van noord naar zuid liep een tamelijk belangrijke route uit de richting van Amersfoort naar Arnhem, vlak langs de boerderij. Aan de westkant van de akker liep de Vossenweg van Renkum naar Mossel en verder naar Otterlo. Tenslotte liep ten zuiden van de akker een grote verbindings­

Fragment van Nieuw Reemst in het Reemsterveld, 1722 door B. Elshoff. De kaart omvat ongeveer hetzelfde gebied als op de topografische kaart hierboven.

NIEUWE VELUWE 4/14

41


Fragment pachtcontract 1727 en 1738 van alle Heeren Hoven, Richteren ende gerichten en specialijck van Weledelen Hoove van Gelderland met renunciatie van alle deese eenigsints contrarierende exeptien. In waarheijdes oircond sijn hier van twee alleensluijdende geschreeven en bij verpachter en pqachters beteekent op den 1sten novembris 1727. L.A. Torck Dit hantmerk heeft + Reijn Hendricksen selft geset Gerritien Jansen In presentie van ons als getuijgen. Henricus Otters scholtis tot Ede G. v. Rijs fragment pachtcontract uit 1727 Opvallend is dat alleen Gerritien Jansen voldoende kan schrijven om met haar naam te ondertekenen.

Fragment pachtcontract 1727 en 1738 De paghter verbind zig op het sterkste bij onderteekeninge deezes sorg te draagen dat sijn schaepen off beesten in geene .. de reeds aangeleghde dennen campen off die nog aangelegt moghten worden off op ‘t land aan te leggen bij het nieuwe huijs in het Reemsterveld, zullen koomen op sigh neemende de schaade daar door veroorsaakt tien dubbeld te vergoeden ten profijte en taxatie van den heer paghter. Omtrent alle conditien hier inne niet speciaal verrmeld, zullen den hoog Weg Gebooren heer verpaghter en paghteren zig moeten reguleeren naar bouwmans reghten gelijke gebruijkelijk is.

42

NIEUWE VELUWE 4/14

route naar Deventer en andere IJsselsteden. Bepaald geen afgelegen plaats dus. Aan de noordkant lag een groot eikenhakhoutgebied, het Hout, nu het Oude Hout. De eigenaar moet wel lef gehad hebben om een nieuwe ontginning in die tijd en op die plaats te beginnen. Nog maar vier jaar daarvoor was een plunderend leger over de weg van Deventer naar Ede langs getrokken. Maar tijden van onrust geven misschien aan ondernemende mensen ook nieuwe kansen.

Pachtcontracten Een deel van de pachtcontracten is bewaard gebleven en daaruit valt te lezen hoe de eigenaar erop uit was, om uit zijn bezit te halen wat eruit te halen viel. Er valt ook uit te lezen hoe het er daar, op Nieuw Reemst, uitzag. In het pachtcontract van 1727 wordt Nieuw Reemst genoemd: ‘[...] het erff en goed genaamt Nij Reemst, bestaande in huijs, hooven, berg, schuijr en schaapsschotten met die daar toe gehoorende bouwlanden en heetvelden geleegen in den ampte van Ede.’ In dat jaar, zo’n honderd jaar na de stichting door Dirck van Dorth, was Nieuw Reemst in bezit van Lubbert Adolf Torck (1687-1758). Hij had het Reemsterveld door erfenis in bezit gekre­gen en had toen ook door de landmeter Elshoff in 1722 een kaart laten maken. Elshoff heeft de boerderij in vogelvlucht­ perspec­tief afgebeeld; het westen ligt boven. Nieuw Reemst ligt in de middagzon. De boerde­ rij met de tuin, wat opgaande bomen, de schuur en de vierroedige hooiberg, twee kleine akkers en een hele grote en bij ‘H’ een klein perceel bos, mogelijk hakhout. De akkers zijn omringd met houtwallen en de grote akker lijkt in de lengte in tweeën gesplitst. De schaaps­kooien staan er niet op, maar een heeft er gelegen tegen het midden van de zuidkant van de grote akker en de andere niet ver van het kleine hakhoutperceel. Omdat Torck zijn gebied nog niet lang in bezit had, was hij attent op de pachtcontracten. In vergelijking met een eerder contract, uit 1666, was de pachtovereenkomst die hij met Reijnt Hendricksen en Gerritjen Jansz sloot, uitvoe­ riger, maar de verschillen zijn niet heel groot.


Vette schapen De voorwaarden waaronder Nieuw Reemst werd geëxploiteerd zijn heel interessant. Een deel gaat natuurlijk over de pacht. Een derde van de graanopbrengst, een paar vette schapen en – samen met de pachter van Oud Reemst – een bedrag van f 40,- voor het recht om op de hei vee te mogen weiden. Tegenover die onkosten stond de bepaling dat aan anderen, van buiten het Reemsterveld, vergunning gegeven mocht worden om hei te maaien, plaggen te slaan, bijen te zetten en dieren te laten weiden. Er is niet veel fantasie nodig om te zien, dat daarmee nog wel wat terug gewonnen kon worden van de pacht voor het veld. Daarnaast hield de verpachter zich waarschijnlijk – het pacht­ contract is niet helemaal duidelijk hierin – ook nog eens het recht voor om zelf ook anderen toe te laten. Uiteraard tegen betaling van een pachtprijs. Andere voorwaarden gaan over de manier waarop de grond beheerd moest worden. De grond moest bijvoorbeeld na elke oogst bemest worden. Daarvoor moesten natuurlijk voldoende schapen worden gehouden. Ginckelse struijken De hele set voorwaarden stimuleerde het houden van veel vee, voornamelijk schapen, op een betrekkelijk klein gebied ten zuiden en zuidwesten van Nieuw Reemst. Daar lagen de ‘Ginckelse struijken’, nu ongeveer het Ginkelse Zand, de Buunderkamp en het bosgebied ten noorden van de Arnhemseweg. Het gebied was begroeid met heide, gras en verspreide eiken­ struiken. Torck was vermoedelijk van plan om dat gebied om te vormen tot een echt produc­ tief hakhoutgebied en hij hield bij de verpacht van Nieuw Reemst een slag om de arm. De pachters mochten alleen van dat gebied gebruikmaken zolang Torck zijn plannen niet ging uitvoeren. Van realisatie van die plannen is het niet gekomen. De pachters en de omringen­ de boeren uit Ginkel en Wolfheze konden gebruik blijven maken van het gebied. Ze zullen hun kans gegrepen hebben zolang het nog kon. Want tegen het eind van de achttiende eeuw was het gebied van de Ginckelse struijken een lastig te bedwingen zandverstuiving geworden. Het Ginkelse Zand en de Buunderkamp kwamen

Nieuw Reemst in 1722, door B. Elshoff. Links: Het Oude Hout bij Nieuw Reemst vanaf het uitzichtpunt aan de Planken Wambuisweg.

toen als eerste in aanmerking om met dennen beplant te worden. Het was heel goed bekend hoe belangrijk de schapen voor de landbouw waren, maar ook hoe schadelijk ze konden zijn voor de bosgebie­ den. Om het vee door het Oude Hout naar het noorden te drijven werd bij contract vastgelegd dat de grondeigenaar daarvoor een route zou aanwijzen om het bos tegen begrazing te beschermen. Alleen van oktober tot februari mocht het vee in het bos komen om te grazen. Het Oude Hout was een waardevolle bron van hakhout. In het contract uit 1790 wordt een draconische boete geëist wanneer schapen toch in de dennenaanplant kwamen en daar schade aan­ richtten: ‘[...] dat (de pachter) op sig neemende de schaade daar door veroorsaakt tien dubbeld te vergoeden, alls ten profijte en taxatie van den heer verpachter.’ Dat zal ze leren, die gemakzuchtige schaapherders. Een natuurgebied of onland? Het is maar hoe je het bekijkt. Planken Wambuis is in elk geval niet ontstaan omdat de natuur er zijn gang kon gaan.

Wat is er nog te zien? Is er nog iets te zien van die ontginning uit 1628? Jazeker. Wie dat wil, zou eens een wan­ de­ling moeten maken in het gebied tussen de A12 en Nieuw Reemst. Een auto is, wanneer het niet op een zonnige zondag is, gemakkelijk te parkeren bij het beheerkantoor tegenover het restaurant Planken Wambuis. De dennenbossen links en rechts van de weg naar Nieuw Reemst en ten zuiden van de Arnhemseweg staan op de voormalige zandverstuiving. Momenteel wordt daar druk gekapt en ontstaan er weer open ruimtes. De glooiingen van het stuifzand zijn er nog te zien. Door het lage gebied ten zuiden

van Nieuw Reemst liep ergens de grote verbin­ dingsroute naar Deventer en Zutphen. Dan Nieuw Reemst zelf. Om te beginnen is de vorm en de omvang van de akkers, bosgebied­ jes en tuinen, met hun houtwallen, nog vrijwel precies zo als in 1722. De toegangsweg naar de vakantiewoning was onderdeel van de weg van Wekerom naar Arnhem. Het Vossenwegje loopt langs de grens van het Planken Wambuis. Het Oude Hout is heel mooi te zien vanaf het uit­ zichtpunt, even ten noorden van Nieuw Reemst op de weg naar Mossel. Bronnen: Gelders Archief, Huis Keppel en Algemene Kaarten Verzameling Met dank aan Piet Hofman, lid van de ‘Geschie­ de­nisvrienden’, een groep onafhanke­lijke onderzoekers in de regio Arnhem, Apeldoorn, Ede, voor de tip over de vindplaats van de pachtcontacten. Meer lezen? In het net verschenen boekje Een oase in de wildernis – Geschiedenis van Planken Wambuis geven de auteurs Gerrit Breman, Martin Hijink en Piet Hofman een diepgaander beschrijving van de ontginning. Deze uitgave in de reeks Historische Cahiers van gemeente Ede is te koop in de plaatselijke boekhandels in de gemeente Ede en bij het Gemeentearchief, Bergstraat 4 in Ede (€ 12,50). Het boek Planken Wambuis – Wild en Bijsterland bespiegelt wat de geschiedenis van het gebied ons kan leren over de waarde van de natuur en de verantwoordelijkheden van de mens (ISBN 9789072603968, uitgave Vereniging Natuurmonumenten i.s.m. AFdH Uitgevers, dit jaar genomineerd voor de Jan Wolkers Prijs, € 34,50).

NIEUWE VELUWE 4/14

43


Ervaar de grote variatie aan landschappen bij Hattem in deze 12 kilometer Trage Tocht: middeleeuwse straatjes, landgoederen, de Veluwse beboste stuwwal en de uiterwaarden van de IJssel.

Trage Tocht

Hattem: landgoederen, sprengen en uiterwaarden tekst en foto Rob Wolfs

De Geelmolense Beek (boven) kruist de Nieuwe Beek.

Hattem wordt voor het eerst vermeld in 891. De nederzetting groeide uit tot een Hanzestadje en kreeg al in 1299 stadsrechten van graaf Reinout I van Gelre. Het stratenpatroon is sinds de middeleeuwen nauwelijks ver­ anderd. Ook het wegenpatroon rondom Hattem is oud. Bij Hattem kwam de Hanzeweg van Apeldoorn naar Zwolle samen met de Hessenweg tussen Zwolle en Utrecht. Eind negentiende eeuw oefende Hattem een grote aantrekkings­ kracht uit op Nederlandse schilders, waaronder IJssel­ schilder Jan Voerman sr.. Hij vestigde zich hier na zijn studie in Antwerpen en Amsterdam. Meer dan 45 jaar lang schilderde Voerman het licht, de lucht en het landschap van de rivier. In het Voerman Museum Hattem aan de Achterstraat is zijn werk en dat van zijn zoon, bekend van de illustraties voor de Verkadealbums, te zien.

Landgoed Molecaten Na een bezoek aan het centrum van Hattem loop je over land­ goed Molecaten door heuvelach­ tig bos, over brede en statige beukenlanen en langs weilanden, akkertjes en enkele fraaie boer­ derijen met geel-rode luiken. Gedurende honderden jaren was

44

NIEUWE VELUWE 4/14

Molecaten in het bezit van adel­ lijke families. De naam Molecaten komt al in de veertiende eeuw voor en duidt op een ‘cote’ of hoeve bij een water­ molen. Landgoed Molecaten en de Molecatense beek zijn onlos­ makelijk met elkaar verbonden. De beek, die vanuit een viertal sprengkoppen begint, voorzag twee wijers en een waterrad van water, om vervolgens verder te stromen richting de bebouwde kom.

deze weg gebruikmaakte af te schrikken.

IJsseldal Over de brede bomenlanen van Landgoed Flip-Hul loop je de stuwwal af richting de uiter­waar­ den. Het laatste deel van de

route – over een fietspad op het tracé van een oude spoorlijn, een kronkelpaadje langs het Apel­ doorns Kanaal en de dijk langs de Wiessenberger Kolk – heeft dan ook een heel ander karakter. Hier beleef je de weidsheid van het IJsseldal.

Trijselberg Een van die sprengkoppen is in de voet van de Trijselenberg, het noordelijkste punt van de OostVeluwse stuwwal, uitgegraven. Hier is eigenlijk sprake van een groepje sprengkoppen bij elkaar: 5 tot 10 meter diepe hellingen, die een vrij grote hoeveelheid water aansnijden. Ze voeden de vijver bij Huis Molecaten. Om de kop van het groepje sprengen te markeren werd de Mariabeuk geplant, nu een van de oudste beuken van Nederland. De Trijselenberg was de vroegere galgenberg van Hattem, waar terechtstellingen plaatsvonden. De Hessenweg van Duitsland naar West-Nederland liep net ten noorden van deze berg. Deze strategische plek was bewust gekozen om het gespuis dat van

Rob Wolfs publiceert zijn Trage Tochten op www.wandelzoekpagina.nl. Trage Tochten zijn natuurwandelingen over grotendeels onverharde paden. Inmiddels zijn er meer dan 250 Trage Tochten te downloaden. De Trage Tocht Hattem kan met route­ beschrijving, gps-track en topografische kaart gedownload worden op http://www.wandelzoekpagina.nl/wandeling/trage-tocht-hattem/12738/


Actueel Ad Gerritsen met solo-expositie in Plaatsmaken Ad Gerritsen (1940) exposeert tot en met 17 januari met de solo-expositie Dispositie in de Arnhemse Galerie Plaatsmaken. Zijn tekeningen en schilderijen vertellen verhalen, die van alles kunnen zijn en eigenlijk niet ter zake doen. Mensen kijken ten­slotte louter vanuit hun eigen geschiedenis naar de dingen. Gerritsen zorgt alleen voor het kader. De Arnhemse kunstenaar is geïnteresseerd in de vooringenomenheid waarmee mensen elkaar beoordelen. Voortdurend stelt hij zich de vraag wat de invloed is van de massacultuur op ons mensbeeld. Zijn inspiratiebronnen vindt hij voornamelijk in kranten en tijdschriften. Bijzondere foto’s en artikelen bewaart hij, wie weet komen ze nog eens van pas. Hij is bovendien nieuwsgierig naar de be­weegredenen van misdadigers en kan zich helemaal verdiepen in literatuur over hoe het brein in zulke gevallen werkt.

Deze zaken komen terug in zijn werk, dat nooit gezien mag worden als portretten. Plaatsmaken laat ook een film te zien van de kunstenaar, een indringend inkijkje in zijn werk­proces. Eén van de schilderijen die ook in de tentoonstelling hangt wordt vanaf het begin gevolgd en besproken.

Stills uit de video tegen illegale wildspotters. Bron: Omroep Gelderland.

Camera spot mensen Staatsbosbeheer heeft een camera opgehangen op een cruciale plek in een Veluws rustgebied voor wild waar mensen niet mogen komen. ‘Helaas komen er mensen op dit soort plekken. Dat is wat de sporen in het bos mij vertellen’, zegt boswachter Lennard Jasper. ‘De mensen verstoren de rust van het wild, waardoor ze extra schuw en minder zichtbaar worden voor publiek. Hoeveel en hoe vaak mensen wild verstoren, weet ik niet. Dus heb ik behoefte aan extra ogen. Vooral nu er mede door de bezuinigingen minder boswachters buiten zijn. We hebben als test een valcamera opgehangen om te kijken hoeveel mensen er stiekem in het rustgebied komen, wanneer en wat ze er doen. We kunnen dan zelf gaan kijken, wanneer we denken dat er weer mensen komen.’ De privacy is volgens Jasper verzekerd: ‘De beelden worden natuurlijk vernietigd en de hoek van het filmen is zo dat ik mensen niet kan herkennen.’

Bloemenvrouw

www.omroepgelderland.nl en typ bij de zoekbutton: camera’s tegen illegale wildspotters

Grote Natuur Enquête: natuurbescherming staat voorop Natuurmonumenten heeft de uitslag van de Grote Natuur Enquête over natuurbeleving en recreatie bekendgemaakt. Voor 61% van de ruim 43.000 deelnemers staat natuurbescherming voorop, daarna komt natuurbeleving. Ook is er veel draagvlak voor rustgebieden en (tijdelijke) afsluitingen als dat wordt uitgelegd op bijvoorbeeld borden. Loslopende honden veroorzaken overlast, vindt een groot deel van de deelnemers aan de enquête. Het grootste probleem is dat honden wild kunnen opjagen (60% van de niet-hondenbezitters en 52% van

de hondenbezitters). 43% van de hondenbezitters zegt dat de eigen (aangelijnde) hond ook last heeft van loslopende honden. Mountainbikers en paarden zorgen soms voor overlast. 83% beschouwt de boswachter als de ideale bruggenbouwer

tussen de uiteenlopende gebruikersgroepen. Samen met de boswachter komen we er wel uit. Op basis van de uitkomsten heeft Natuurmonumenten actiepunten opgesteld. De insteek is om samen met de achterban er inhoud aan te geven. Boswachters krijgen een centrale rol als bruggenbouwer. In een aantal gebieden worden knelpunten met loslopende honden, mountainbikers en ruiters aangepakt. Natuurliefhebbers worden uitgenodigd om mee te helpen in het onderhoud, commerciële partijen gaan een bijdrage betalen, bij grootscha-

lige evenementen worden entreegelden geheven en in drie gebieden komt er een proef met betaald parkeren. Het plan is voor mountainbikers, paardrijders et cetera doorgaande routenetwerken te maken tussen natuurgebieden en er komt meer natuurbeleving voor kinderen, senioren en liefhebbers van onderwaternatuur.

NIEUWE VELUWE 4/14

45


Vrienden van de Veluwe

Op 18 maart vinden de Provinciale Statenverkiezingen plaats. Belangrijk vanwege de grotere bevoegdheid die Gedeputeerde Staten heeft gekregen voor het natuurbeleid in de provincie. Die zal onder andere tot uiting komen in de implementatie van de Omgevingsvisie Gelderland, het Beheerplan Natura 2000 Veluwe en het Faunabeheerplan. Wij hopen van harte dat de kiezers opteren voor een natuurvriendelijker beleid (zie ook pagina 6). De geheel vernieuwde website van de vereniging is online: www.veluwevrienden.nl.

Themabijeenkomst Programmatische Aanpak Stikstof [PAS] Veluwe Onze eerstvolgende openbare themabijeenkomst op 31 januari 2015 in samenwerking met Nieuwe Veluwe staat in het teken van de Programmatische Aanpak Stikstof [PAS] Veluwe. Veel te lang is Nederland – met name bij de overheid – ervan uitgegaan dat de intensieve veehouderij rond Natura 2000-gebieden als de Veluwe kon blijven groeien. Daardoor is er – in cumulatie met andere bronnen als industrie, verkeer en vervoer, woonkernen – onder andere op de Veluwe een veel te hoge stikstofdepositie. ‘Te hoog’ in relatie tot de Europese instandhoudingsnormen voor de

zeventien ecosystemen (habitattypen) en leefgebieden die essen­­tieel geacht worden voor de na­tuurlijke rijkdom van de Veluwe. En die rijkdom gedijt het beste bij schaarste aan stikstof. Te veel stikstof veroorzaakt natuurschade als gevolg van verzuring en vermesting (eutrofiëring) in lucht, bodem en water. Bedreigde habitattypen op de Veluwe zijn onder andere de zandverstuivingen, zure vennen, droge [zie foto] en vochtige heiden, en oude eikenbossen op arm zand. Aan de grens met de Gelderse Vallei komen depositiewaarden voor van ruim zeven

Door stikstofoverlast bedreigd N2000-habitat: struikheide met overgangen naar Kraaiheide op de Noord-Veluwe [Tonnenberg). Foto Age de Vries

Stichting Wisent op de Veluwe In aansluiting op eerdere berichten op de Vriendenpagina, in dit blad en elders is nu te melden dat de stichting die de introductie van de wisenten op

46

NIEUWE VELUWE 4/14

een Staatsbosbeheerterrein op de centrale Veluwe gaat uitbaten, sinds 1 oktober operationeel is. Staatsbosbeheer is nu bezig met de inrichting van het terrein. De verzorging van de dieren komt in

Forumdebat Statenverkiezingen 2015 maal de kritische grens volgens Natura 2000. Karakteristieke planten en dieren (specialisten) worden geleidelijk verdrongen door algemene stikstofminnende soorten (generalisten), waardoor systemen verarmen, hun identi­teit verliezen en steeds meer op elkaar gaan lijken. De beoogde soortenrijkdom (biodiversiteit) verdwijnt. Kortom, ook hier is een groeiende spanning tussen ecologie en economie. Om daaraan wat te doen werd de PAS in het leven geroepen. Volgens de Gelderse Omgevingsvisie: om de economische beper­kingen die de bescherming van Natura 2000-gebieden kan opleveren te verminderen! De PAS wordt opgenomen in het Beheerplan Natura 2000 Veluwe, waaraan momenteel de laatste hand wordt gelegd. De gebiedsanalyse Veluwe in het kader van de PAS ligt vanaf 10 januari 2015 ter visie in het provinciehuis. Het Vrienden van de Veluwe-programma gaat in op de interactie tussen stikstof en ecosystemen, de opzet en werking van de PAS en de ins en outs van de bijbehorende veldexcursie. De plaats hangt nog af van een geschikt excursie-object op de Veluwe.

handen van ARK/Rewilding Europe. De komst van de dieren wordt in april 2015 verwacht. Voor meer achtergronden zie het artikel op pagina 14 in dit blad.

In het kader van de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 18 maart 2015 bereiden we met Nieuwe Veluwe een forumdebat voor over thema’s die spelen op de Veluwe. Het debat is gepland voor eind februari in Arnhem. Uitgenodigd worden vertegenwoordigers van de Staten­ fracties. Zij kunnen reageren op statements van vertegenwoordi­ gers van natuurorganisaties op de Veluwe (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Geldersch Landschap & Kasteelen, GNMF, Landschapsbeheer Gelderland, Vogelbescherming). Nadere informatie over dit debat kunt u binnenkort vinden op onze website: www.veluwevrienden.nl.

Veluwefonds Op 21 januari 2015 organiseert het Veluwefonds in samenwerking met de provincie een bijeenkomst over de Veluwe. Het doel is tweeërlei: private initiatieven en ontwikkelingen in de afgelopen periode toelichten en via uitwisseling van kennis en ervaring partners ontmoeten om nieuwe initiatieven mee te starten. Meer informatie volgt in de loop van december. Zie ook: www.veluwefonds.nl.

Lid of actief worden? We zijn op zoek naar (actieve) leden. Opgeven kan bij: Age de Vries M 06-25481114 E age.de.vries@zonnet.nl


Boeken

1boom en 73 vormgevers in hout Stichting Vormgeving in Hout, Uitgeverij Blauwdruk, ISBN 9789075271775, € 24,90 Onder luid geraas viel hij om: een majestueuze eik bij Kasteel Middachten op de Veluwezoom. Het was niet zomaar een boom. 73 vormgevers in hout kregen een stukje van die boom en gingen ermee aan de slag. Tot het laatste takje werd gebruikt. De 1boom leverde een opmerkelijk scala voorwerpen op: nuttige, kunstzinnige en innovatieve. Dit boek toont al het bijzondere werk en vertelt het verhaal erachter. Wat inspireerde de vormgevers om aan het 1boomproject deel te nemen? In persoonlijke verhalen brengt iedere vormgever onder woorden waarom bomen en hout belangrijk zijn voor onze samenleving en dat inlands hout ongekende mogelijkheden heeft. Liefst 80 procent van het Nederlandse hout eindigt als stookhout of wordt versnipperd, terwijl er zoveel moois van te maken is. Dat laten de vormgevers in dit boek zien en in een reizende tentoonstelling door het land, waarin alle 1boomwerken worden geëxposeerd. Van 2 februari tot 2 maart is de tentoonstelling in Velp bij Hogeschool van Hall Larenstein, in juli-augustus op Kasteel Middachten.

Woorden over wildernis…oude en nieuwe visies op de natuur Rolf Roos, Frank Saris & Nico van der Wel (red.), Uitgeverij Natuurmedia, e-book (ISBN 9789082043679) €6,99, paperback (ISBN 9789082043655) € 29,95; leden natuurorganisaties € 19,95, via webwinkel www.soemer.nl/ woorden-over-de-wildernis.html Wildernis. Een woord dat natuurlijk niet nieuw is, maar een nieuwe en andere betekenis en beelden heeft gekregen door onder meer de film De Nieuwe Wildernis. Hoe kijken filosofen, biologen, journalisten en schrijvers tegen wildernis aan? De redacteuren hebben een prachtige bloemlezing samengesteld van relevante historische en hedendaagse visies op hoe het verder zou moeten (of kunnen) met de Nederlandse natuur: lofzangen op nieuwe en oude wildernissen, polemieken en verzoenende stukken. Met verhalen over het laatste oerbos, het Beekbergerwoud, dat toch niet het laatste blijkt te zijn. Teksten voor echte wildernisliefhebbers én voor allen die de wildernis met argusogen bekijken. Het boek is bewust zonder plaatjes. Vorm zelf een beeld van wildernis, willen de samenstellers zeggen. In de uitgave staan bijdragen van onder andere Frits van Beusekom, Jori Wolf, Henny van der Windt, Koos Dijksterhuis, Kester Freriks, Bram van de Klundert, Bert Maes, Tracy Metz, Victor Westhoff en Koos van Zomeren

Landgoed Schovenhorst – Een cultuurhistorische wandeling Jop de Klein en Maarten Wispelwey, Uitgeverij Matrijs, ISBN 9789461480484, € 9,95

Radio Kootwijk – Biografie van een zendstation en een dorp in het hart van de Veluwe Cees van der Pluijm, BDUmedia, ISBN 9789087882167, € 29,50

Landgoed Schovenhorst in Putten is vanaf 1848 ontwikkeld uit de ontginning van woeste gronden. De landgoedeigenaar mr. J.H. Schober experimenteerde er met allerlei vormen van grondgebruik. Hij teelde hop en andere landbouwgewassen en kweekte fruit buiten en in kassen. De bosbouw bleek het meest geschikt. Schober en zijn opvolgers zochten naar soorten die geschikt zouden zijn voor de Nederlandse bosbouw. Als je door de bossen van Schovenhorst loopt, die gedomineerd worden door de Douglasspar, zie je dat hun opzet geslaagd is. Het landgoed is nog steeds vermaard om zijn bomentuinen waar bomen uit de hele wereld zijn samengebracht. Maar de tijden zijn veranderd en de bomentuinen dienen niet langer het experiment. Ze zijn nu het decor voor kunst en cultuur. Sporen uit het verleden, moderne architectuur, majestueuze bomen en stille paadjes: het is er allemaal. Er is veel te beleven en te ontdekken, laat het boekje zien. Volg de beschreven cultuurhistorische wandeling en bekijk de verzamelde boomsoorten uit heel het noordelijk halfrond, en krijg tussen de bomen oog voor de andere landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

Rond 1920 werd in de verlatenheid van het Kootwijkerzand een zendstation gebouwd, met daaromheen een woonen werkgemeenschap van zo’n 150 mensen, afkomstig uit alle delen van het land. Ze woonden en werkten er in een behoorlijk isolement. Die bijna honderdjarige geschiedenis beschrijft Cees van der Pluijm, op basis van bronnenonderzoek en interviews met deskundigen en de mensen die Radio Kootwijk lange tijd hebben meegemaakt. Zo is een samenhangend beeld ontstaan van de politieke achtergronden, de technologische ontwikkeling, de architectuur, de natuur en het landschap. Een boeiend naslagwerk, maar het boek gaat pas echt leven wanneer de auteur persoonlijker wordt. Radio Kootwijk: dát was ook zijn leven. Van der Pluijm is in het dorp is geboren en heeft er tot 1974 gewoond. De vormgeving is een gemiste kans. Op de omslag na is die gewoontjes. Zo’n markant gebouw met zo’n bijzondere historie en architectuur verdient een uitgave die in beeld en vormgeving de kwaliteiten van Radio Kootwijk benadrukt.

NIEUWE VELUWE 4/14

47


Passie Bushcraften

48


tekst Annelies van Barendrecht, foto Hans Dijkstra/gaw.nl Overleven met wat de natuur te bieden heeft. Het kan, ook op de Veluwe. Zomaar plukken, rapen en graven is er niet bij. ‘Want in principe is alles giftig, afhankelijk van de hoeveelheid die je eet’, zeggen de bushcraft-instructeurs Bram Oosterbroek en Jerome Paques van Liv’n Nature. ‘Je moet weten wat je doet.’ Twaalf deelnemers doen mee met de workshop Eetbare planten verzamelen & bereiden; het maximale aantal dat Bram en Jerome acht uur mee lang het bos inneemt. De oudste is in de zestig, de jongste dertien. Stoere stappers, een emmer en een deugdelijk zakmes horen bij de basisuitrusting. Het wordt voor de meesten een eerste kennismaking met ‘primitief, maar comfortabel overleven in de natuur door gebruik te maken van die natuur’, zoals Bram het formuleert. Daar heb je water, voedsel, onderdak en vuur voor nodig. Vier elementen die je niet op een presenteerblaadje aangereikt krijgt. Sterker nog, bushcraften is hard werken. Want in de natuur betekent minder verzamelen ook direct minder eten. Om aan het eind van de middag een voedzame en veelzijdige maaltijd te kunnen bereiden, moeten er verschillende ingrediënten verzameld worden. Staande de uitleg vooraf worden er teams geformeerd. Het ene team zoekt tamme kastanjes, het andere bladeren en de laatste drie teams respectievelijk wortels en zwammen, drinken, en zaden en noten. De bosrijke omgeving van Renkum met de vele beken en zandgrond – makkelijke ondergrond om wortels uit te graven – is een uitgelezen oefenterrein.

Ogen openen Vanaf 2010 organiseren Bram en Jerome onder de naam Liv’n Nature zo’n tien keer per jaar cursussen in de natuur met uiteenlopende thema’s: eetbare planten vinden, primitief vuur maken, klein wild, kaart en kompas en planten verzamelen en bereiden. Met als doel mensen de ogen te openen voor hun natuurlijke leefomgeving. Zelf kregen ze de basis van bushcrafting onder meer mee bij scouting, workshops, cursussen, boeken en documentaires. Bram ontwikkelde daarbij een bijzondere belangstelling voor eetbare planten. Jerome kampeerde al als jongen met twee biologen als ouders op eenvoudige campings. ‘Vaak in het bos, waar ik me tot op de dag van vandaag thuis voel.’ Fopzwam Jerome en Bram zetten er de pas in, richting de Renkumse beek. De eerste vangst is een rode koolzwam, ook wel amethistzwam genoemd. ‘Een fopzwam’, legt Bram uit. ‘Een eetbare paddenstoel die veel onder beuken en eiken groeit.’ De paddenstoelengids wordt erbij gehaald, want de zwam mag niet verward worden met het giftige gewoon elfenschermpje. ‘Plukken mag’, aldus Bram, ‘maar officieel alleen met toestemming van de boseigenaar. In de praktijk staan veel terreineigenaren plukken voor eigen gebruik ook zonder toestemming toe, zolang het gaat om veel voorkomende en niet-beschermde soorten. De stelregel is dat je nooit meer dan een derde weg haalt.’ Tiener Meike is een en al oor. Het liefst zou ze zelfvoorzienend zijn, leven van wat de natuur haar te bieden heeft. Even later wordt ze geprikt door een brandnetel. ‘Ik kan geen weegbree vinden’, roept ze. Het sap van een blaadje weegbree verlicht namelijk de jeuk.

Deelnemer en bioloog Sven komt met ridderzuring aan. Helpt ook, weet hij. Het brandnetelincident is voor Jerome aanleiding om de plant aan te bevelen. ‘Er zit een overvloed aan ijzer in en veel vitamine A en C, en kalium. En nog meer gezonde bestanddelen. Pluk in de herfst alleen de eerste vier blaadjes, want die zijn dan nog mals. De stengel is super taai.’ Een andere favoriete plant van bushcrafters is zevenblad, verguisd door menig tuinliefhebber, maar een bron aan waardevolle voedingsstoffen. ‘Wel oppassen dat je niet de giftige jonge vlier aanziet voor zevenblad’, zegt Jerome terwijl Bram iedereen laat ruiken aan het nepzevenblad. ‘Gebruik al je zintuigen, dan leer je een plant beter kennen.’

Vitaminerijke klaverzuring Even later komen de schepjes van pas. Nodig om de wortels van de kliswortel, een soort schorseneer, uit te graven. Twee per persoon. Een klusje, want de wortels geven zich niet zomaar gewonnen. De gaten worden gedicht, want de regel ‘laat niet als dank voor het aangenaam verpozen….’ gaat nog steeds op. Af en toe wordt Sven geraadpleegd of anders zijn plantengids. De klaverzuring bijvoor­ beeld is een plant om voorzichtig mee te zijn. ‘Er zit oxaalzuur in; dat remt de opname van calcium. Maar er zit wel veel vitamine C in. Niet te veel van hetzelfde eten’, adviseert Sven, ‘denk maar aan rabarber en spinazie, waarvan weet iedereen weet dat je er niet te veel van moet eten.’ Groot is de verrassing als Bram voordoet hoe het zaad van spring­ balsemien uit de zaaddoos springt. En ook nog eens lekker blijkt te zijn. ‘Vanavond even roosteren op het vuur en dan uitstrooien over het eten. Net als bij pijnboompitten.’

‘Gebruik al je zintuigen, dan leer je een plant beter kennen’ Kookplek Na uren verzamelen komt de groep aan bij de kookplek. De avond valt in. De oogst wordt uitgestald: brandnetels, zevenblad, poste­ lein­blaadjes, kliswortel, paardenbloemwortel, balsemienzaadjes, klaverzuring, vogelmuur, tamme kastanjes, beukennootjes, bloemen van kaasjeskruid en allerlei paddenstoelen: sponszwam, boleten, rodekoolzwam, parelstuifzwam en zelfs geschubde inktzwam. De naalden van de Douglasspar zijn voor de thee, en er liggen zelfs appeltjes op de grond. Uit een boom getikt. Een herinnering aan het landgoedleven bij Renkum. Bram demonstreert hoe je op een brandertje, gemaakt van een conservenblikje met onderin een biologisch aanmaakblokje en daarop wat houtjes, kookvuurtjes kunt maken. ‘Maar pas op. De brander en de pan worden heet. Pak ze alleen aan met stokjes.’ En hij geeft kooktips: ‘Kook de bladeren in weinig water, dan behoud je de voedingsstoffen. De paardenbloem- en kliswortels kun je schrappen. Begin op tijd met het pellen van de tamme kastanjes en beukennootjes, omdat dat veel tijd kost. De zwammen kun je bakken met een beetje olie.’ Even later zit iedereen op de grond rustig aan z’n klusje. Nog even geduld voor de maaltijd klaar is.

NIEUWE VELUWE 4/14

49


Actueel Provincie legt bollenteelt op de Veluwe aan banden Provincie Gelderland gaat de bollenteelt op de Veluwe aan banden leggen. Met ingang van 2015 moet er voor bollenpercelen dichtbij gevoelige natuur een vergunning worden aangevraagd. Alleen wanneer een teler kan aantonen dat de t­ eelt geen schadelijk effect heeft op bijvoor­beeld natte landnatuur en beken,

kunnen ze er nog bollen telen. De provincie heeft het beleid aan­gepast na onderzoek door Alterra, die vaststelde dat gewasbeschermingsmiddelen in de lelie-, gladiolen- en tulpenteelt schadelijk kunnen zijn voor be­ schermde soorten. Op de Veluwe wordt ieder jaar zo’n 100 hectare bollen geteeld. Daarvan ligt

Agenda Voor lezers en vrienden 31 januari Locatie volgt Publieksbijeenkomst Stikstofdepositie in de Veluwse natuur Vrienden van de Veluwe organiseert in samenwerking met Nieuwe Veluwe een themabijeenkomst over de relatie tussen stikstofdepositie en de gevolgen daarvan voor de Veluwse natuur. De locatie, de aanvang en het precieze programma wordt bekendgemaakt op: www.veluwevrienden.nl, Facebook Nieuwe Veluwe, www. nieuweveluwe.nl eind februari Arnhem Forumdebat met Statenfracties In het kader van de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 18 maart organiseert Vrienden van de Veluwe in samenwerking met Nieuwe Veluwe een forumdebat met vertegenwoordigers van de Statenfracties, ingeleid door vertegenwoordigers van een aantal grote natuurorganisaties in Gelderland zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Geldersch Landschap, GNMF, Stichting Landschapsbeheer Gelderland, IVN. Nadere informatie volgt op: www.veluwevrienden.nl, Facebook Nieuwe Veluwe, www.nieuweveluwe.nl

35 hectare dichtbij Natura 2000gebied. Met name bollentelers uit Noord-Holland huren percelen. Ze zoeken grond, omdat na een jaar bollen een stuk grond pas na 4 of 5 jaar weer geschikt voor bollenteelt. Voor Veluwse boeren verhuur van de grond interessant vanwege de hoge prijs. foto Jelle de Gruyter/gaw.nl

Kunst en cultuur

Natuur en landschap

t/m 25 januari Beeldengalerij Het Depot, locatie Villa Hinkeloord, Wageningen Solotentoonstelling Groei en Bloei Zes jaar geleden maakte Het Depot kennis met Emile van der Kruk. Zijn houten beelden zijn inmiddels een belangrijk onderdeel van Het Depot.
De tentoonstelling toont nieuw werk. www.hetdepot.nl

29 december Reeënberg, Loenen Winterwandeling en met de huifkar terug De boswachter neemt je mee voor een heerlijke wandeling door de gebieden Reeënberg, Hoeve Delle en Ramenberg, alledrie in de omgeving van Loenen. www.natuurmonumenten.nl

t/m 25 januari Apeldoorn en CODA Museum Code Rood III
 De derde editie van Code Rood heeft winter als thema. Deze rode draad is te zien in de werken van beeldend kunstenaars uit Apeldoorn en omgeving. De werken zijn geplaatst in de openbare ruimte en in CODA Museum. www.coda-apeldoorn.nl

4 januari Erf van Daendels, Epe-Heerde Cultuurhistorische wandeling Wandeling met informatie over de ontwikkeling van het landgoed (zie ook Nieuwe Veluwe 3 2014). In het gebied leven onder andere edelherten, reeën en wilde zwijnen. www.glk.nl

17 februari t/m 24 mei Museum Arnhem Geaarde Kunst – Door de staat gekocht ‘40-’45 Een selectie uit een kunstverzameling die de staat tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gekocht. Na de bevrijding werd de collectie opgeslagen in depots. www.museumarnhem.nl februari 2015 Hogeschool Van Hall Larenstein, Velp Expositie 1boom Ruim 70 vormgevers en kunstenaars maakten objecten uit één boom van Kasteel Middachten. Van hun werk is ook een boek verschenen (zie pagina 47) . www.1boom.nl

10 januari Parkeerplaats nabij schaapskooi, Droefakkers te Loenen IJzer op de Veluwe Van 1000 jaar voor Christus tot laat in de middeleeuwen rookten bij Loenen ovens. Dit was het gebied van de ijzerproductie. De boswachter vertelt over oerbanken en klapperstenen en het proces om ijzer te winnen. www.glk.nl 14 februari Nationaal Park Veluwezoom, Rheden Wandeling IJslandse paarden Wandel met een gids mee op zoek naar de in het wild levende paarden en ontdek het nuttige werk van deze dieren. www.natuurmonumenten.nl Meer agenda zie www.nieuweveluwe.nl

50

NIEUWE VELUWE 4/14


Het Veluwefonds investeert in een duurzame Veluwe

Het Veluwefonds wil dat iedereen er nog lang kan wonen, werken en genieten. Het fonds zet zich dan ook in voor een duur­zame ontwikkeling van de Veluwe. Door initiatieven en economische bedrijvig­heid te ondersteunen, die de Veluwe nog mooier én leuker maken.

Investeer ook in een duurzame Veluwe.

gaw ontwerp+communicatie

Ga naar www.veluwefonds.nl en wordt donateur van het Veluwefonds, vanaf € 50 per jaar.

De makers van Nieuwe Veluwe doen veel!

Werk mee aan een stevig fundament onder Nieuwe Veluwe

Voor u of uw organisatie gaan we ook graag

Neem een abonnement of geef een abonnement

aan de slag. Bijvoorbeeld voor een huisstijl, folder, brochure, e-nieuwsbrief, website, (e-)boek en nog veel meer. We ontwerpen, schrijven of redigeren teksten en fotograferen. Neem eens vrijblijvend contact met ons op. oF meldt u aan voor onze nieuwsbrief via info@gaw.nl.

Een jaarabonnement op Nieuwe Veluwe (4 nummers) kost e 29,50 bij automatische incasso; anders e 31,50. Wilt u betalen via automatische incasso, ga dan naar www.nieuweveluwe.nl, klik op ‘abonnement’ en vul het formulier in. U betaalt dan slechts e 29,50. U kunt ook een abonnement nemen of geven door een mail met naam, adres, postcode en woonplaats te sturen naar abonnementen@nieuweveluwe.nl. U krijgt dan een nota voor het abonnementsgeld à e 31,50.

Schip van Blaauw Generaal Foulkesweg 72 6703 BW Wageningen T 0317 425880

Nieu weVel

NATUUR, KUNST EN CULTUUR

info@gaw.nl www.gaw.nl Op de hoogte blijven? www.facebook.com/ nieuweveluwe

uwe


Staand horloge, Egbert Jan Boerma

1boom en 73 vormgevers in hout

Bestellen via de boekhandel of via www.uitgeverijblauwdruk.nl

Hans Lyklema is 9 jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. In WAKKER WORDEN vertelt hij hoe het was om tijdens de bezetting op te groeien in Apeldoorn. Lyklema haalt herinneringen op aan het dagelijkse leven, waarin de oorlog vaak niet meer is dan een decor maar soms ook angstig dichtbij komt. Hij schaakt met zijn vrienden, logeert bij familie en haalt kattenkwaad uit. Maar hij maakt ook mee dat zijn vader moet onderduiken en buurtgenoten worden gedeporteerd. Tegen het einde van de oorlog fietst hij geregeld naar boeren in de omgeving om aan karnemelk te komen. Hij volgt de oorlog op de wereldkaart en beleeft de slag om Apeldoorn en de bevrijding door de Canadezen. Hans Lyklema schrijft met de ontwapenende blik van een opgroeiende jongen. Daardoor is WAKKER WORDEN tegelijkertijd een schets van het leven in de jaren dertig en veertig. Hoe standbewust waren we? Hoe gingen Nederlanders om met crisis, gebrek, oorlog en de strijd om te overleven? Hoe loyaal waren mensen aan vriendschappen als het ging om een liter melk in de Hongerwinter?

Wakker worden in de oorlog

apeldoorns stads

Apeldoorn combineert het beste van twee werelden. De dynamiek van een grote stad is geworteld in het landschap van de Veluwerand. Ze is een ‘buitenstad’. Wat betekent dit voor bewoners, architecten, aannemers, projectontwikkelaars of gemeentelijke diensten? Wat kun je doen of beter laten als je een huis opknapt, een tuin aanlegt, een straat herinricht of een nieuw buurtje bouwt?

www.uitgeverijblauwdruk.nl

12 tuinen over hedendaagse tuinen met dick Beijer, Piet oudoolf, Michael van Gessel en vele anderen ISBN 978-90-75271-51-5 Prijs € 27,50

kook boek dik aPeldoors stadskookBoek Handreiking en inspiratie voor ruimtelijke kwaliteit ISBN 978-90-75271-84-3 Prijs € 27,50

WAKKER WORDEN is gebaseerd op het jongensdagboek dat Hans Lyklema in de laatste oorlogsjaren bijhield. Hij besefte toen al ‘dat er wereldgeschiedenis werd geschreven’. Hij vult zijn oorlogsaantekeningen aan met herinneringen, krantencitaten, brieven uit het familiearchief en interviews met familieleden en vrienden.

Prijsvragen zijn in de tuin- en landschapsarchitectuur een Hans Lyklema belangrijke graadmeter voor de stand van het vakgebied. Lodewijk Wiegersma dook uit de archieven 11+1 prijsvragen op uit de periode 1947-2006. Op systematische wijze en voorzien van zijn eigen commentaar beschrijft hij de opgave, de winnaars en andere inzendingen en vat hij het jurycommentaar samen. Bekende en minder bekende locaties passeren de revue: van de Westergasfabriek in Amsterdam en het Afrikaanderplein in Rotterdam tot de Haagse Dedemsvaartweg en de Maanderplas in Ede. Met dit boekje voegt Wiegersma een belangrijke publicatie toe aan de langzaam groeiende geschiedschrijving van de tuin- en landschapsarchitectuur in Nederland.

Wakker worden in de oorlog

Deze publicatie kwam tot stand dankzij financiële bijdrage van de NVTL

Hans Lyklema is emeritus hoogleraar fysische chemie en kolloïdkunde aan Wageningen University. Ondanks zijn hoge leeftijd is hij nog vrijwel dagelijks te vinden in zijn werkkamer op de universiteit.

voetsPoren op schrijverspad door het land van de grote rivieren ISBN 978-90-75271-76-8 Prijs € 24,90 lyklemaomslag def.indd 1

Otabind, 23 x 23 cm, 312 pagina’s met afbeeldingen ISBN 978-90-75271-77-5, prijs € 24,90 Uitgave in samenwerking met Stichting Vormgeving in hout

Schetsen aan een betere omgeving

Lodewijk Wiegersma

tuin- en landschapsarchitectuurprijsvragen 1947 – 1997

Hans Lyklema

kook boek

Tekst Marijke Verbeeck, Stichting Vormgeving in Hout

Schetsen aan een betere omgeving

Een (on)gewone jongenstijd in Apeldoorn apeldoorns stads

Dit DIK APELDOORNS STADSKOOKBOEK beschrijft de ruimtelijke kwaliteiten van de stad en geeft uitgaande van de ingrediënten van elk woongebied recepten en tips voor onderhoud, aanpassing en vernieuwing. Net als zijn voorgangers GROOT APELDOORNS LANDSCHAPSKOOKBOEK en KLEIN APELDOORNS DORPENKOOKBOEK – is het bedoeld ter inspiratie en om met elkaar het karakter van Apeldoorn uit te bouwen.

haal erachter. Wat inspireerde de vormgevers om aan het 1boomproject deel te nemen? In de persoonlijke verhalen brengt iedere vormgever onder woorden waarom bomen en hout belangrijk zijn voor onze samenleving en dat inlands hout ongekende mogelijkheden heeft. De vormgevers in dit boek laten dat zien op een overtuigende en inspirerende manier.

Onder luid geraas viel hij om: een majestueuze eik in het bos van Kasteel Middachten. 73 vormgevers – meubelmakers, houtdraaiers, beeldend kunstenaars, ontwerpers, restaurateurs, muziekinstrumentenmakers, een schilder, boomverzorger, cursusgroep en anderen – kregen een stukje van die boom en gingen ermee aan de slag. Tot op het laatste takje werd gebruikt. De 1boom leverde een scala aan voorwerpen op: nuttige, kunstzinnige en innovatieve. Tafels, stoelen, lampen, gereedschappen, papier, kunstvoorwerpen, houtskooltekeningen, een bouwelement en noem maar op. Dit boek toont al dit bijzondere werk en vertelt ook het ver-

tuin- en landschapsarchitectuurprijsvragen 1947 – 2006

wakker worden in de oorloG Hans lyklema - een (on)gewone jongenstijd in apeldoorn ISBN 978-90-75271-64-5 Prijs € 19,90 16-04-13 11:03

scHetsen aan en Beter oMGevinG Tuin en landschapsarchitectuurprijsvragen 1947-2006 ISBN 978-90-75271-90-4 Prijs € 17,90

oM diePer adeM te Halen de parken van arnhem en nijmegen Bij de Landschapstriënnale in Lingezegen ISBN 978-90-75271-73-7 Prijs € 24,90

Generaal FoulkesweG 72 . 6703 Bw . waGeninGen . 0317 425890 . inFo@uitGeverijBlauwdruk.nl . www.uitGeverijBlauwdruk.nl

Nieuwe Veluwe 4 2014  

Nieuwe Veluwe gaat over natuur en landschap, kunst en cultuur en biedt een platform voor discussie en opinie. Nieuwe Veluwe beoogt een inhou...

Nieuwe Veluwe 4 2014  

Nieuwe Veluwe gaat over natuur en landschap, kunst en cultuur en biedt een platform voor discussie en opinie. Nieuwe Veluwe beoogt een inhou...

Advertisement