Page 1

Nieu weVel uwe 2/13

natuur, kunst en cultuur

Beelden op de Berg: kunst en wetenschap

balancerend tussen authenticiteit en manipulatie

Koos van Zomeren verlangt naar hazelworm ĂŠn naar klapekster

Raaf als voorbeeld van een succesvolle herintroductie

Burgers’ Zoo zoekt samenhang met de regio

Losse nummers e 7,50


Van Lotringen & Goedings Advocaten

www.vlgadvocaten.nl

Spectaculaire film en foto-expositie in CineMec van juli t/m september

De natuur in beeld

Adv_VLGadvocaten_NV.indd 1

De ruimte

André Kuipers

De aarde

Frans Lanting

Frans Lanting reisde de wereld rond om de geschiedenis van onze planeet in adembenemende foto’s vast te leggen. André Kuipers fotografeerde 193 dagen lang diezelfde aarde vanuit de ruimte. Ruben Smit fotografeerde en filmde de Nederlandse wildernis. Vanuit deze drie perspectieven is een unieke expositie samengesteld die de hele zomer te zien is in CineMec. De expositie wordt gecombineerd met de vertoning van de bioscoopversie van LIFE, A JOURNEY THROUGH TIME: het samenspel tussen beelden van Frans Lanting en muziek van Philip Glass. Tijd: 4 juli t/m 22 september. Plaats: CineMec - Laan der Verenigde Naties 150, Ede. Meer informatie en reserveringen: 0900-3210321 of www.cinemec.nl

04-12-11 16:39

Nederland

Ruben Smit Aantrekkelijke lezersactie! Lezers van Nieuwe Veluwe krijgen korting op kaartjes voor Natuur in Beeld. Op vertoon van deze advertentie bij de kassa betaalt u geen € 7,50 maar slechts € 5,00 per kaartje.


Inhoud

Colofon Nieuwe Veluwe Nummer 2, 2013 Nieuwe Veluwe verschijnt 4 keer per jaar i www.nieuweveluwe.nl

Steven van Eijck, voormalig staatssecretaris van Financiën: ‘Het is helemaal niet erg als iemand uit Den Haag de Veluwe komt opschudden. Die rol neem ik graag op me’ / 10

Nieuwe Veluwe is voor alle mensen die houden van de Veluwe en meer willen weten over het gebied: natuur, landschap, cultuur(historie) en kunst Uitgave GAW ontwerp en communicatie

1Boom: Een majestueuze Veluwse zomereik krijgt een nieuw leven in tachtig ambachtelijke objecten en kunstvoorwerpen / 14

Adres Generaal Foulkesweg 72 6703 BW Wageningen t 0317 425880 e uitgever@nieuweveluwe.nl Redactie Ria Dubbeldam (GAW), redactie@nieuweveluwe.nl Cecile van Wezel (GAW) Dick van der Klis Hans van den Bos Gerrit Breman Hans Dijkstra (GAW)

Bronbekers in Beeld: Kunstenaars verdiepen zich in het leven van oud-militairen die hebben gewoond in het koninklijke rusthuis Bronbeek / 22

Klankbordgroep De leden zitten op persoonlijke titel in de klankbordgroep. Annelies Barendrecht (publicist), Thijs Belgers (Gelderse Natuur en Milieufederatie), Henk Faas (gemeente Ede), Ad Germing (natuurkenner, fotograaf), Michiel Hegener (publicist, cartograaf), Arne Heineman (Natuurmonumenten Gelderland), Patrick Jansen (voorzitter), Patrick Jansen (Probos), Henk Kuipers (gemeente Apeldoorn), Frits Storm (IVN), Dirk van Uitert (Vrienden van de Veluwe), Gert van Veldhuizen (Vogelbeschermingswacht NoordVeluwe), Marike Vissers (Staatsbosbeheer), Arjan Vriend (Landschapsbeheer Gelderland), Marc Wingens (Gelders Erfgoed)

Bosomvorming: Het kan niemand ontgaan. Monotone dennenakkers transformeren in gevarieerde, spannende bossen / 38 Outdoorondernemer: Verantwoord recreëren levert geld op voor beheer en onderhoud van natuur en landschap / 48

Vormgeving Cecile van Wezel (GAW) Druk Drukkerij Modern b.v., Bennekom Bladmanagement Jelle de Gruyter (GAW) Abonnementen e abonnementen@nieuweveluwe.nl Jaar­abonnement: € 29,50 incl. btw. Een abonnement wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij vóór 1 november schriftelijk wordt opgezegd. Losse nummers: € 7,50. Advertentie-exploitatie Eelco Jan Velema (Brickx) t 070 322736, m 06 46291428 e advertenties@nieuweveluwe.nl Omslagfoto Beelden op de Berg, Hans Dijkstra/gaw.nl © 2013 GAW ontwerp en communicatie Overname van artikelen wordt op prijs gesteld, maar uitsluitend met bronvermelding.

Artikelen

Rubrieken

5 Bewoners op de bres voor hun enk

4, 37 Actueel

6 Hazelworm krijgt eervolle plaats in

13 Favoriet dier: vliegend hert

natuur en literatuur 18  De raaf, voorbeeld van succesvolle herintroductie 28  Burgers’ Zoo zoekt samenhang met de regio 32 ‘Herbronnen’ op de Wageningse Berg

17 Column Wouter Klootwijk 26 Foto: Renkums Beekdal 31 Eten van de Veluwe 46 Vrienden van de Veluwe 47 Boeken 50 Agenda

42 Natuurbeleid kan en moet anders

ISSN 1879-6001

nieuwe veluwe 2/13

3


Actueel

Chris ten Bruggen Kate in dubbelexpositie

Zorgen over toezicht ecoducten De oplevering van de zeven eco­ducten op de Veluwe en twee elders in Gelderland is gevierd tijdens de seminar Natuurlijk ver­binden! op 6 juni in het provin­­ciehuis. ‘Een voorbeeld­project’, concludeerde gedeputeer­de Jan Jacob van Dijk, ‘door de bijzondere samenwerking tussen provincie, Rijkswaterstaat en Prorail.’ Alleen de communicatie rond Hulshorst had in het voor­traject zorgvuldiger gekund, erkent hij, en misschien was het hert als aaibare mascotte om draagvlak te creëren niet de beste keuze geweest. Ongepland stond de dag in het teken van het advies Onbeperkt Houdbaar van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). ‘We moeten geen ecoducten aanleggen, zou een advies zijn. Dat lees je in de media’, reageerde Van Dijk. ‘Die berichten moet je niet serieus nemen. Lees het rapport! Ecoducten werken echt, ze zorgen voor onderlinge samenhang tussen natuurgebieden. Zoals het advies onder leiding van Agnes van Ardenne aangeeft, moet je er pas op inzetten als andere mogelijk­heden zijn afgevallen.’ Of er nog meer ecoducten komen? ‘Je moet je goed afvragen: is dit het instru­­ment? Misschien dat als je de ladder van Ardenne afloopt er nog enkele komen.’ Tijdens het debat ontstond een levendige discussie over mede­gebruik van ecoducten voor mensen. Enkele reacties: Enorm belangrijk voor het draagvlak, mensen met honden verjagen het wild en vertrappen voor kleinere dieren de vegetatie, maak een gescheiden wandel- en/of fiets­­brug, we hoeven niet zenuwachtig te worden blijkt uit onderzoek. Wel of niet medegebruik, natuurorgani­saties maken zich nu al zorgen over het toezicht. Naast dassensporen wor­den er sporen van motorcrossers aan­getroffen en afval. Meer over het advies Onbeperkt Houdbaar op de pagina’s 42 t/m 45 van dit nummer.

Museum Elburg en het Voerman Museum Hattem herdenken met de overzichtstentoonstelling STIL dat tien jaar geleden de Nun­speet­ se schilder Chris ten Bruggen Kate is overleden. Vanaf zijn vroege jeugd wil hij maar één ding: kunst­schilder worden. Van zijn vader, een tabaksplanter, mag hij niet naar de academie, maar uit­ eindelijk wordt hij leerling van de neo-impressionistische Nunspeet­ se kunstschilder Hendrik Willem de Jong. Na de Tweede Wereldoorlog ves­ tigt Ten Bruggen Kate zich in Nunspeet. Hij wordt opgenomen in de Schilderskring en begint een zoektocht naar een eigen stijl. Halverwege de jaren vijftig vindt hij inspiratie in het magisch realisme. Ten Bruggen Kate schilderde het liefst winterlandschappen. Zijn kunstenaarsvrienden noemden hem ‘winterkoninkje’. In zijn werk heersen op het eerste gezicht rust, ontspanning en schoonheid. Toch is er een spanning voelbaar. Naast landschappen maakte hij stillevens en portretten.

Gelders meldpunt voor bomenkap

Veluwse Randmeerroutes en Puttens klompenpad Langs het Veluwse Randmeer zijn twee nieuwe rondwandelingen van elk 8,5 kilometer geopend: Het Bekenpad en Het Bijsselsepad, beide in de gemeente Nunspeet. Ze vallen onder het wandelnetwerk Veluwse Randmeerroutes. Het Bekenpad loopt van de dennenbossen naar de open veenweidegebieden. Het Bijssel­sepad voert over de Bijsselsche enk, langs de Biesselerbeek en door het gebied Lage Bijssel. De paden zijn door de gemeente gerealiseerd in samenwerking met Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Waterschap Vallei en Veluwe, vrijwilligers en grond­eigenaren.

4

nieuwe Veluwe 2/13

Tentoonstelling STIL tot 1 september in Museum Elburg en Voerman Museum Hattem. Meer informatie: www.museumelburg.nl en www.voermanmuseumhattem.nl

Er zijn nu zes onderling verbonden Randmeer­routes. Folders zijn verkrijgbaar bij de VVV. Voor liefhebbers van klompen­ paden is er een nieuwe rond­ wand­e­ling bij gekomen: het Oldenaller­pad. Landschapsbeheer Gelderland heeft de route ont­ wikkeld op en rondom landgoed Oldenaller van Natuurmonumen­ ten in Putten. Meer informatie: www.klompenpaden.nl

Het nieuwe Bijsselsepad.

De Gelderse Natuur- en Milieufederatie heeft een Meldpunt Bomenkap geopend. Op www.meldpuntbomenkap.nl kunnen mensen bomenkap melden, opmerkingen plaatsen en vragen stellen. De GMNF besloot tot het meldpunt, omdat ze veel klachten krijgt van burgers over bomenkap en het bomenbeleid van hun gemeente. ‘Het is duide­­­lijk dat er in de hele provincie iets wringt en daar willen wij een vinger achter krijgen’, aldus directeur Volkert Vintges. Eind dit jaar presenteert de GNMF op basis van de meldingen aanbevelingen voor instanties én burgers.


Bewoners op de bres voor hun enk tekst Ria Dubbeldam, foto’s Karen Matlung

Vaak zie je niet eens meer hoe bijzonder je eigen omgeving is. Tot iemand je wakker schudt. Zo iemand is Karen Matlung, bewoner van de Hulshorster Enk. Dit boerenlandschap is een cultuurhistorisch monument, houdt ze voor. Inmiddels zijn er een stichting, een tentoonstelling, een boek en vele activiteiten.

Het was een feestelijke drukte op 1 juni in dorpshuis De Wieken in Hulshorst (gemeente Nunspeet). Mensen bekeken een kleine ten­ toonstelling met foto’s van de enk en proefden van de lekkerste kruudmoes. Maar het ging vooral om de overhandiging van het boek Zeven eeuwen boerenarbeid aan de burge­meester. Een belangrijke mijlpaal voor de Stichting tot behoud van de Hulshorster Enk, die nog maar een jaar bestaat. Met het boek, geschreven door Ben van Wendel de Joode en gefinancierd door het Van den Broek Lohman Fonds Nunspeet, wil de stichting politici, beleids­ makers maar vooral de eigen gemeen­schap enthousiast maken voor de enk. Het boek laat zien hoe na eeuwen noeste boerenarbeid de enk geworden is tot wat hij is, maar ook aan welke bedreigingen hij bloot staat. Verrommeling De Hulshorster Enk mag dan de best bewaarde zijn in de strook enken tussen Elburg en Ermelo – vele zijn volgebouwd – het oude verkave­ lingspatroon verliest aan herkenbaarheid. Veel akkertjes zijn aan elkaar gevoegd en andere zijn omgevormd tot paarden- of schapen­wei­ tjes. Voor je het weet, rukken weitjes met schuilhutjes, afrasteringen en bomen verder op en slaat de verrommeling toe. Het boek sluit dan ook af met een oproep aan iedereen om elk op zijn manier verantwoordel­ijkheid te nemen, zodat de boerengeschiedenis beleefbaar blijft. In de middeleeuwen vestigden

de boeren zich hier op de rand van het droge Veluwemassief en de natte gronden langs de voormalige Zuiderzee. Ze bouwden hun boer­ derijen op de overgang van de enk naar de natte gronden, in een lang lint achter elkaar: de latere Zuiderzeestraatweg. Achter de boerde­rijen lagen de akkers in smalle en lange stroken. Voor de boerderij was het hooi- en weiland. De gemengde bedrijven hadden een ingenieus landbouwsysteem. Op de heidevelden graasden schapen die wol produceerden en mest om de voedselarme akker vruchtbaar te maken. Op de akkers stond vooral rogge, voedsel en veevoer voor de koeien en paarden. Granen en boekweit terug De laatste decennia domineert het snelgroeiende maïs. Toch zijn de granen en de boekweit terug. Enkbewoner Karen Matlung, die een prijs en een geldbedrag won van het project Levend Landschap Veluwe, stimuleerde de boeren om weer granen te gaan telen en ook bloemrijke akkerranden eromheen te leggen. Tien hectare graan en boekweit ligt er nu, mede dankzij financiële ondersteuning van Stichting Van den Broek Lohman Fonds Nunspeet en de Rabobank. Dit jaar wordt er ook 2 hectare spelt geteeld. Na het pellen maalt molen De Maagd het tot meel. Bakker Van Dongen bakt er broodjes van. Vanaf het najaar kan heel Nunspeet van speltbrood worden voorzien. Wat volgt, is een lespakket voor basisscholieren. Binnenkort komt Imkervereniging Brummen e.o. kijken om

Op de Hulshorster Enk is het graan en de boekweit terug. Tien hectare ligt er nu.

inspiratie op te doen hoe ze ook akkerbouwers kunnen bewegen tot akkerranden met nectar­ bloemen. De Stichting tot behoud van de Hulshorster Enk heeft heel wat in gang gezet en is voorlopig niet te stoppen.

Zeven eeuwen boerenarbeid – De Hulshorster Enk, een cultuurhistorisch monument is te bestellen bij de Stichting tot behoud van de Hulshorster Enk, www.hulshorsterenk.nl, en verkrijgbaar bij de Nunspeetse boekhandels, prijs: €14,95. Een groot deel van de inkomsten komt ten goede aan de enk.

nieuwe Veluwe 2/13

5


Nooit zou hij nog een boek over de natuur schrijven. Daarvan was Koos van Zomeren overtuigd bij de publicatie van Naar de Natuur in 2011. ‘Mensen denken dat je maar door kunt blijven schrijven. Maar je kunt niet eeuwig blijven doorschrijven over een beperkt aantal ervaringen.’ Nu ligt er toch een nieuw boek met natuur in de hoofdrol: Het verlangen naar hazelworm. En er komt een vervolg, onthult de auteur. Nog één winter te gaan en dan verschijnt Het verlangen naar klapekster.

Koos van Zomeren en Stanley op Delhuyzen. Op dit soort paadjes vindt Koos zijn hazelwormen.

6

nieuwe Veluwe 2/13


Hazelworm

tekst Ria Dubbeldam, foto’s Hans Dijkstra/gaw.nl, Jan van Zomeren en Bobby Bok

krijgt eervolle plaats in natuur en literatuur

Wandelen met Koos van Zomeren en zijn hond Stanley op Delhuyzen, even boven Arnhem, op een paar kilometer van zijn huis. Van Zomeren houdt zijn pas in en voelt aan de grond. Ja, de bodemtemperatuur is goed – zo rond de 18 à 22 oC. Het weer is redelijk gunstig: somber, maar wel warm en broeierig. Van Zomeren zoekt hazelwormen. Tijdens elke wandeling tussen april en november doet hij dat. Op Delhuyzen, vlak naast de A50, maak je de meeste kans, weet hij uit ervaring. Niet het natuurgebied waar Van Zomeren het liefst komt. Je hoort hier het geraas van de snelweg en hij vindt het landschap er saai, maar je moet er wat voor over hebben om hazelwormen te vinden. Zijn blik is constant op de grond gericht tot zo’n 8 meter voor zich uit. Voor zijn Bomenboek keek hij juist omhoog. Dat is voorbij. Definitief. Ook nu het boek na drie zomers hazelwormen zoeken is gepubliceerd en er geen enkele reden meer is om zo intensief naar de grond te turen. Kronkelig takje Ineens staat hij stil. Hè, teleurstelling. Het is maar een kronkelig takje. Eigenlijk weet Van Zomeren dondersgoed dat je voor hazelwor­ men vroeger op de dag moet zijn of nog beter: laat in de middag. Het tijdstip van nu, een uur­ tje of half elf, geeft weinig hoop er één tegen te komen. Het is zoeken tegen beter weten in. Maar wie weet ligt er wel een dode: overreden door een mountainbiker of aangepikt door een roofvogel, een buizerd of zo. Drie jaar geleden, op 17 april, begon het. Het verlangen naar hazelworm opent met de dag­ boeknotitie: ‘Ik heb me voorgenomen: voortaan ga ik mijn wandelingen een kwartier onder­

breken als ik een hazelworm zie (behalve als ie dood is). Kijken wat er in die tijd gebeurt. Dat betekent: boekje mee, pen mee (bril mee?). Lastig.’ Lastig, want eerder nam Van Zomeren nooit een aantekenboekje mee, want, zegt hij: ‘Als ik bij thuiskomst al niet meer weet wat ik heb gezien, dan is het ook niet belang­rijk. Maar voor de hazelwormen is een boekje toch handig. Dan hoef ik niet de hele tijd te repeteren: mannetje of vrouwtje, zoveel centimeter, die en die houding, op dat en dat pad. Dat is niet bepaald ontspannen wandelen.’ Verslaving Wat begon als een onschuldig tijdverdrijf – je moet toch wat te doen hebben als je wandelt met de hond – groeide uit tot een verslaving. Koos betrapte zichzelf erop dat hij ernaar uit ging zien om een hazelworm tegen te komen. Op 8 juni 2012 noteerde hij: ‘Voorheen was de hazelworm een bonus op de wandeling die je toch wel had gemaakt. Nu heb je het gevoel dat je een bonus verdient voor je inspannin­ gen. Hoe harder je zoekt, hoe groter de teleurstelling.’ En veel teleurstellingen heeft hij moeten verwerken. Koos rekent voor: ‘Op 50 kilometer wandelen, kom ik er gemiddeld één tegen. Vind ik er vier op één dag, dan betekent dat 200 kilometer lopen voor een volgende.’ In de loop van de jaren wordt hij wel steeds gerou­ tineerder in het vinden. Voorin in zijn boek schrijft hij: ‘Ik zag meer en meer hazelwormen. Ik denk niet dat er ook meer en meer hazel­ wormen kwámen. Ik denk dat ik ze niet meer, of niet meer zo vaak, over het hoofd zag. Kennelijk had ik zonder het te willen een zoekbeeld ontwikkeld.’

‘Het zal wel de oude socialist in mij zijn die maakt dat ik voor de hazelworm wil opkomen’

Koos van Zomeren houdt een hazelworm (een vrouwtje) in zijn hand, aangetroffen tijdens een wandeling met zijn zoon Jan in mei 2011 in Normandië.

nieuwe Veluwe 2/13

7


Een hazelworm, een vrouwtje van circa 25 centimeter, tussen het walstro in de omgeving van Wolfheze.

‘Het boek is een zelfonderzoek. Waarom trekt die hazelworm me nou zo aan, waarom word ik zo onrustig als ik er geen één zie’ Oude socialist Zijn fascinatie voor hazelwormen is opmerke­ lijk. Van Zomeren vindt het zelf ook niet gemak­ke­lijk te verklaren. ‘Van nature heb ik geen affiniteit met reptielen. Ik durf ze eigenlijk ook niet op te pakken, wat overigens bij een adder ook niet zo verstandig is. Maar ik heb me eroverheen gezet. Het zal wel de oude socialist in mij zijn – in mijn jonge jaren was ik ‘beroepsrevolutionair’ bij de beginnende SP – die maakt dat ik voor de hazelworm wil op­ komen. Het begon met dat ik van mezelf vond dat ik de hazelworm moest leren waar­deren, en

8

nieuwe Veluwe 2/13

door dit leren ben ik hem ook echt gaan waar­ deren. Een hazelworm, hij lijkt wel door een zilver- of goudsmid gemaakt. Het dier wordt zeer ten onrechte ‘worm’ genoemd. Het is geen worm, ook geen slang zoals velen denken als ze hem zien; het is een hagedis zonder poten. Ook zijn naam in het Duits doet ’m weinig eer aan: Blindschleiche. Maar blind is hij niet, hij lijkt je heel bewust aan te kijken. Met zijn kopje wat opgericht. En Schleiche heeft een negatie­ ve connotatie; het heeft iets kruiperigs, iets onaangenaams.’


Redactiedafje Met zijn boek heeft Van Zomeren de onder­ gewaardeerde hazelworm nu een eervolle plaats in de natuur én in de literatuur gegeven. Als geen ander weet hij de natuur te treffen door vooral af te gaan op zijn scherpzinnige waarnemingen. ‘Ze trok zich terug in de vegetatie – achterwaarts! Ja, deze hazelworm kon in zijn achteruit net zo hard als in de vooruit’, noteerde hij op 22 juni 2010. En dan een dag later: ‘Ik moest aan het Dafje denken, eerst aan Dafjes in het algemeen, toen aan één Dafje in het bijzonder: het redactiedafje van Het Vrije Volk in Arnhem – hoe dat mishandeld werd door Cor de Boer. Cor háátte dat Dafje.’ De notitie staat in de kantlijn bij 7*, de zevende hazelworm in dat jaar. Alle nummers met sterretjes verraden het: ha, hier heeft Koos er weer één gevonden. Is het een doezelaar – zo eentje die onderweg op het pad in slaap lijkt gevallen – of een reiziger, die zich haast om over te steken? Als lezer krijg je het verlangen om van sterretje naar sterretje te hoppen om snel je nieuwsgierigheid te bevredigen. Niet doen! Neem de rust. Voor je het weet mis je prachtige passages. Zelfonderzoek Al lijkt het in eerste instantie erop, echte natuur­boeken schrijft Koos niet en wetenschap­ pelijk bedoeld zijn ze ook niet. Daar is hij ook helemaal niet op uit. ‘Ik doe waar ik goed in ben, waarin ik me kan onderscheiden.’ Van Zomeren kijkt naar dieren zoals andere schrijvers naar mensen kijken. ‘Het gaat mij om de beleving, de emotie, al probeer ik wel foutloos te zijn. Het verlangen naar hazelworm is een zelfonderzoek. Waarom trekt die hazel­ worm me nou zo aan, waarom word ik zo onrustig als ik er geen één zie.’ Voor zijn fans zal het een opluchting zijn dat de boodschap op de achterflap van Naar de natuur uit 2011 niet is uitgekomen. Een laatste rond­ gang, een eindverslag, een afscheid, zo staat er. Toch vindt Van Zomeren dat het klopt wat daar staat. Dit nieuwe boek is anders. ‘Hazelworm is maar een klein onderwerp, niet een beschouwing met een brede greep. Ik dacht: Ik kan hier wel een project van maken. Die hazel­wormen waren tijdens de wandelingen toch een soort doel geworden. Hier vroeg niemand naar. In mijn eigen tempo kon ik

eraan werken en naar eigen inzicht. Dat vind ik wel prettig.’ Van Zomeren heeft inderdaad tijd nodig voor de manier waarop hij werkt. Ambachtelijk, zo is het misschien het best te typeren. De in het veld met balpen gemaakte notities in zijn zakboekje werkt hij thuis uit in een groter boekje. Op gezette tijden tikt hij de teksten uit op zijn typemachine. ‘Nee, geen pc. Dat is niet uit principe, maar omdat de manier waarop ik werk voor mij het beste werkt.’ Internet om informatie te zoeken, sociale media om te com­ municeren. Daar maakt hij ook geen gebruik van. Zijn vrouw Iris wel. Zij heeft een computer en voerde voor dit boek de teksten in. Het volhardend digibeet zijn, maakte vorig jaar wel een einde aan Van Zomerens lange samen­ werking met de NRC. ‘Eerdere chefs vonden een rustmoment bij het invoeren van mijn columns. Deze chef wil geen uitzondering voor mij maken. Als de krant dit niet meer voor me over heeft, dan hoeft het voor mij ook niet meer. Het heeft ook met eer te maken. Boven­ dien wist ik ook niet meer zo goed wat ik nog elke week moest schrijven.’ Nieuwe boeken De herwonnen vrijheid maakt dat Van Zomeren zich volledig kan storten op wat hij leuk vindt, wat vanzelf tot nieuwe boeken leidt. Schrijven kan hij niet laten. Momenteel broedt hij op een onderwerp, waarover hij nog niks in de media kwijt wil. Het thema is te halen uit Naar de natuur, net zoals een aandachtig lezer ook kon bevroeden dat er een boek over hazelwormen zou komen. Zijn fascinatie voor hazelwormen viel op in Naar de natuur. Weinig geheimzinnig doet Van Zomeren over een ander boek, dat Het verlangen naar klapekster gaat heten. Op 19 maart 2011 liet hij in een dagboeknotitie doorschemeren daarmee bezig te zijn. ‘Met één oog speurend naar klapeksters (op een uitkijkpost), met een ander oog naar reptielen.’ Het verlangen naar klapekster is een logisch vervolg op het hazel­ wormenboek. ‘Ik wilde ook in de winter wat te doen hebben, en de seizoenen van de hazel­ worm en klapekster wisselen elkaar perfect af. De klapekster is een van de weinige dieren die je in de winter op heidevelden ziet. Broeden doet hij in Nederland niet meer. Terwijl de hazelworm standhield, heeft de klapekster zich

laten verjagen door verslechtering van de leefomstandigheden. Maar juist omdat de klapekster niet meer hier broedt, is het wel een prettige vogel voor mij; hij valt binnen de marge van mijn mogelijk­heden. Geen gedoe met nesten, broeden en jongen. Dat soort registraties kan ik beter overlaten aan experts van bijvoorbeeld Sovon Vogelonderzoek.’ Minder toeval Nog één winter te gaan en dan zitten de drie jaren klapeksters observeren erop, evenveel seizoenen als hij voor het hazelwormenboek deed. Het klapeksterboek zal toch wat anders worden, voorspelt Van Zomeren. Bij de klap­ ekster is van toevallige ontmoetingen veel minder sprake. ‘Als je er eentje in de top van de boom op de heide hebt gezien, dan weet je in het vervolg waar je moet zoeken. Een klap­ ekster heeft een vaste uitkijkpost om prooien te zoeken en omgekeerd om roofvogels die op hem jagen in de gaten te houden.’ Voor dit boek heeft Van Zomeren dan ook een iets andere opzet bedacht. Maar omdat er nu eenmaal minder een ver­ rassingselement zit in de ontmoetingen met klapeksters, mag je verwachten dat Koos het dit maal niet tot een verslaving heeft laten komen. Hij was gewaarschuwd. Toch conclu­ deert hij aan het einde van de wandeling deze dag: ‘Met de klapekster ging het precies hetzelfde. Je moet een doel hebben tijdens je wandelingen. Een verlangen.’ We lezen het over anderhalf jaar. ‘Tot over anderhalf jaar’, zegt hij dan ook als de wandeling is gemaakt en hij terug naar huis gaat. Koos van Zomeren, Het verlangen naar hazelworm, Arbeiderspers, ISBN 9789029587280, € 18,95 Koos van Zomeren is auteur van een omvang­ rijk en divers oeuvre dat bestaat uit literair en autobiografisch proza, poëzie en non-fictie. Natuur, landschap, flora en fauna staan geregeld centraal in zijn werk. Van Zomeren is in 1946 geboren in Velp. In 2001 kwam hij na lang op andere plekken te hebben gewoond en gewerkt terug naar de Veluwe­zoom. Vrijwel dagelijks – zo min mogelijk in het weekend – maakt hij stevige wandelingen met zijn hond Stanley.

nieuwe Veluwe 2/13

9


De financiering van natuur en landschap staat onder druk, maar er liggen nog heel veel kansen, vindt adviseur en belangenbehartiger Steven van Eijck. Als voorzitter van de Samenwerkende Branche足 organisaties Filantropie wil hij graag dat de filantropische sector het voortouw neemt om de verschillende geldstromen van subsidies, sponsoring en giften beter op elkaar af te stemmen. Daarbij liggen kansen voor de Veluwe, vindt Van Eijck, bijvoorbeeld in het opzetten van lokale gemeenschaps足 fondsen voor de financiering van natuurbeheer of cultuur足 historie.

10

nieuwe Veluwe 2/13


Opinie

Dynamiek op de Veluwe, daar gaat het om tekst Steven van Eijck, foto Hans Dijkstra/gaw.nl

De Veluwe is voor mij een complete ver­ slaving. We hebben een hele historie met de Veluwe. Met mijn vrouw en mijn drie dochters gingen we al meer dan vijftien jaar naar de camping. Ik heb zelfs nog een camping willen kopen, maar het lukte niet om de financiering rond te krijgen. Wel hebben we gelukkig een huis kunnen kopen in Otterlo, op een heel mooie locatie. Je stapt achter zo naar buiten het bos in, waar je uren kunt lopen zonder iemand tegen te komen. We noemen het ons para­dijsje. Je leeft zo anders dan in de Randstad. Hier in Den Haag leef je volgens de waan van de dag. De Veluwe doet iets met mensen, het is niet zo zakelijk. Mensen kennen elkaar. Dat geeft een andere kijk op het leven. De overheid doet overal een stapje terug. Dat zie je bij cultuur maar ook bij natuur en milieu, en dus ook op de Veluwe. De overheid laat meer aan initiatieven van burgers en bedrijven over. Het maatschappelijk midden­ veld of onze civil society komt steeds meer aan zet. Als voorzitter van de Samen­ werkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) pleit ik voor een prominente rol van de filantropische sector, een leidende rol. De sector is nu nog niet zo ver, maar met het uitvoeren van het convenant Ruimte voor geven zijn we prima op weg en gaan we ruimte scheppen voor particulieren en bedrijfsleven om te geven. Enorme potentie filantropie Er zit een enorme potentie in de filantropie. De fondsen hebben gezamenlijk zo’n 60 miljard aan vermogen en jaarlijks wordt er bijna 4,5 miljard aan goede doelen gegeven.

Er zijn zo’n vijftigduizend Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s). Geven daaraan is onbelast en ook de uitkeringen uit de ANBI worden niet belast. De filantropie wordt volgens mij in de toekomst nog belangrijker. Je weet niet wat er met je belastinggeld gebeurt. Dat kun je ook niet sturen. Je kunt stemmen, dat is alles. Dus wat doe je als je bijvoorbeeld een houtwal wilt herstellen, een diersoort redden of in het Kröller-Müller Museum een nieuwe expositie organiseren? In juni 2011 heeft de SBF met het kabinet Rutte het convenant Ruimte voor geven getekend om de filantropie verder te pro­ fessionaliseren. Hierin zijn acht afspraken gemaakt. Er komt een betere uitwisseling van kennis en informatie, beleid en bestedingen van de overheid en de filantro­ pische sector worden beter op elkaar af­ gestemd. De overheid gaat de filantropische sector consulteren, met name waar het gaat om het fiscale regime. Er komt meer onder­ zoek. Zo is op de Dag van de Filantropie, donderdag 25 april, een onderzoek gepu­ bliceerd van de Vrije Universiteit over het geefgedrag van de Nederlanders. Er is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar innova­ tieve financiering en verdienmodellen. We

gaan samen kijken hoe projecten ook na afloop succesvol verder kunnen. Er komt een samenwerking over de introductie van lokale gemeenschapsfondsen. We gaan de infra­ structuur van de filantropische sector ver­ sterken en de transparantie van de fondsen verbeteren. Want mensen moeten weten waarom ze geven. Geldstromen optimaliseren Wat wij kortom gaan doen, is het verbeteren van de wet- en regelgeving. Je hebt nu sponsors, subsidieverstrekkers en gevers. Sponsors willen iets voor hun geld terug, meestal iets tastbaars. Subsidieverstrekkers stellen weer andere eisen aan het verstrek­ ken van geld. Gevers geven meestal vanuit hun hart en hun gevoel. Wij willen de wette­ lijke behandeling van deze drie geld­stromen optimaliseren, rekening houdend met de enorme diversiteit binnen de filantropische sector. Denk maar eens aan de verschillen tussen goede doelen, vermogens­fondsen, kerken en vrijwilligersorganisaties. Het gaat er ook om de financieringsstromen naar regio’s en lokale initiatieven, zoals die op de Veluwe, beter te laten aansluiten op wat er in zo’n gebied speelt. Het kabinet wil hierbij inzetten op lokale gemeenschaps­

‘We leven in tijden van crisis; daardoor nemen de ambities voor de inzet van de filantropie juist toe. Daarom moet er iets worden ondernomen, ook als het gaat om landschap en natuur’

nieuwe Veluwe 2/13

11


‘In het westen zie je rijke families geld steken in cultuur, een orkest of een museum of in het behoud van de Kuip. Laat zulke families op de Veluwe het voortouw nemen in het opzetten van een lokaal gemeenschapsfonds’

12

nieuwe Veluwe 2/13

fondsen. Daarin wordt geld uit de regio, van particulieren en bedrijven, en de inzet van vrijwilligers gecombineerd en gekoppeld aan de inzet van gemeenten en rijk, zodat de slagkracht van de filantropische sector wordt vergroot. Ik zou willen dat we dit binnen een half jaar oppakken, ook op de Veluwe. Dan moet je daar wel een plan voor hebben, een soort masterplan dat duidelijk maakt waar je het geld wilt inzetten. Bij elkaar gaan zitten Hier liggen voor de hele Veluwe kansen. Ik juich dan ook van harte het initiatief van het VeluweCollectief toe, dat bedrijven en parti­ culieren via het Veluwefonds wil stimuleren om te investeren in projecten op de Veluwe. Het is een mooi voorbeeld van een gemeen­ schapsfonds, maar dan op regionaal niveau. Je moet als gemeente of dorp bij elkaar gaan zitten, en dan gefaciliteerd door het rijk komen met ideeën voor de gecombi­neerde inzet van fondsen, goede doelen en vrij­ willigers. Je hebt net als in de Randstad ook op de Veluwe een groot aantal families die hartstikke rijk zijn. In het westen zie je zulke families geld steken in cultuur, een orkest of een museum of in het behoud van de Kuip in Rotterdam. Laat zulke families op de Veluwe het voortouw nemen in het opzetten van zo’n lokaal gemeenschaps­fonds. We kunnen veel creatiever zijn als het gaat om de financiering van natuur- en land­ schaps­­beheer. Er is nog geen Unilever-bos, geen Jumbo-wandelpad, er is geen ziekte­ verzeke­raar die een Nationale Nederlandenpark sponsort. Blijkbaar kan dat niet of komt men niet op het idee. Gun partijen eer voor hun inzet. Vanuit de filantropische sector willen we dit faciliteren. Het is het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid. Ik ben trots op mijn beschermerschap van Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Als we het park in rijden, dan is het ons park. Dus raap je een papiertje op als je dat ziet liggen. Je krijgt het gevoel dat het is aangelegd door en voor mensen, zodat jij met je gezin ervan kunt genieten. We leven in tijden van crisis; daardoor nemen de ambities voor de inzet van de filantropie juist toe. Daarom moet er iets worden ondernomen, ook als het gaat om landschap en natuur. Dit sluit aan bij het deltaplan voor het landschap Nederland weer mooi van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. Vergelijkbare ideeën staan ook in het advies Landschap verdient beter van de Taskforce Financiering Landschap Nederland. Daarin

staat ook het ondernemerschap centraal. Kloppend hart Dynamiek, daar gaat het om. We kunnen niet zonder de Veluwe. Het is het kloppend hart van Nederland, en daarmee bedoel ik dat de Veluwe altijd mijn bloeddruk omlaag krijgt. De Veluwe heeft nog een unieke kans. Bewinds­personen mogen namelijk gratis gebruik maken van Jachtslot Sint-Hubertus op De Hoge Veluwe. Dat kreeg ik te horen als beginnend staatssecretaris van Financiën. Dus ik zou zeggen: organiseer daar een lunch voor de politici uit Den Haag en vertel hun hoe de toekomst van de Veluwe eruit moet zien. Laat ze het beleven! Het is essentieel om reuring te creëren. Dan begrijpen ze het hier. Het is helemaal niet erg als iemand uit Den Haag komt om de boel een beetje op te schudden. Die rol wil ik graag op me nemen. Breng de Veluwe naar Den Haag, maar breng Den Haag ook naar de Veluwe! Als bewinds­ persoon heb ik Tweede Kamerleden meege­ nomen naar Schiphol, zodat ze zelf de scanners konden zien waarmee in kleine kinderen bolletjes drugs werden getraceerd. Bij kinderen! Zo konden de Kamerleden met eigen ogen zien hoe het zat. Het politieke debat in de Tweede Kamer verliep toen met de juiste inzichten en emoties, waardoor een goed besluit werd genomen. Dat kun je ook op de Veluwe doen. Mijn oude collega Cees van der Knaap, voormalig staatssecretaris van Defensie, is nu burgemeester van Ede. Ik zou hem willen oproepen om de juiste politici uit het Haagse uit te nodigen op de Veluwe. Kunnen we samen reisleider zijn.

Steven van Eijck was staatssecretaris van Financiën in het eerste kabinet Balkenende. Hij is nu voorzitter van de Landelijke Huis­ artsen Vereniging en de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie, en werkt daarnaast als bestuursadviseur. Hij was lid van de Taskforce Financiering Landschap en is ambassadeur voor de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. Lange tijd was Van Eijck actief als onderwijzer en wetenschapper, en al sinds zijn studie economie runt hij onder­ nemingen. Zo is hij onder meer directeur strategie en beleid en aandeelhouder van Binnenhof.TV BV. Van Eijck heeft een passie voor de Veluwe. Hij heeft een tweede huis in Otterlo.


Favoriete plant favoriet DIER Vliegend hert

De Veluwe heeft niet alleen zijn edelhert. Het vliegend hert is zeker zo imponerend. Niet veel mensen krijgen ’m te zien. De kever is zeldzaam, je moet weten waar ze zitten en geduld hebben. René Krekels, bioloog en directeur van ecologisch adviesbureau Natuurbalans, weet ze te vinden en adviseert hoe de leefomgeving voor de kever is te verbeteren. ‘De Noord-Veluwe, dat is de plek waar je moet zijn voor het vliegend hert. Vierhouten, Elspeet bijvoorbeeld. In het gebied rond Kroondomein Het Loo, bij het Aardhuis in Hoog Soeren, tref je ze ook aan. Boven de A1 dus, als je maar oude bossen hebt. Eiken met name, zomer- en wintereiken. Dat smaakt toch wel het lekkerst voor de larven. Ze bijten wel vier tot acht jaar op een houtje, op rottende wortels onder de grond. Dat mensen ze ook bij dorpen, langs sportvelden en soms zelfs in tuinen zien, heeft alles te maken met open plekken. Daar is de bosrand lekker warm. De larven, die al die jaren onder de grond leven, kunnen wel wat warmte gebruiken. Als kever leven ze maar een paar weken, wat een ontmoeting een bijzondere ervaring maakt. De meeste kans heb je op zwoele avonden. Het forse insect, hij is 8 tot 9 centimeter groot, vliegt bijna rechtstandig door de lucht en begint vaak op ooghoogte. Dat kan best angstaanjagend zijn. Vooral bij een mannetje. Die heeft de enorme geweiachtige kaken, waaraan de kever zijn naam dankt. Overigens zijn die kaken volstrekt ongevaarlijk: ze kunnen er niet eens mee bijten, alleen maar vechten en vrouwtjes imponeren.

Bosanemonen. foto Ruud Knol

Op de Veluwe is een honderdtal vindplaatsen. Grof geschat is de gehele populatie enkele duizenden exemplaren groot. Ja, dan is de Veluwe een groot gebied en is het heel begrijpelijk dat je als argeloze wandelaar zo’n kever niet snel tegenkomt. Buiten de Veluwe zijn er in Nederland nog drie verspreidingsgebieden: ten oosten van Nijmegen, Overijssel (bij Mander) en Zuid-Limburg. In Limburg staan bij enkele holle wegen zelfs waarschuwingsborden voor automobilisten: pas op, vliegend hert! Een leefgebied van een populatie is maar klein. Kevers vliegen normaliter niet veel verder dan 100 meter. Omdat ze zich zo slecht verplaatsen, in geïsoleerde gebiedjes leven en hun levenscyclus zoveel jaren duurt, zijn ze enorm kwetsbaar. Het is uiterst belangrijk dat in bossen rottende eiken blijven staan, in ieder geval de stronken onder de grond. Om nieuwe leefgebieden te krijgen als een eikenstronk opgepeuzeld is en voor genetische uitwisseling zijn verbindingszones nodig. Zelfs in een productiebos kun je veel doen. Top af en toe een boom en laat deze afsterven. Dit soort adviezen hebben we samen met Stichting Eis Nederland (voor kennisontwikkeling over en bescherming van insecten en andere ongewervelden) opgesteld in het rapport Vliegend hert op de Veluwe, beschermingsplan 2009-2013. We hopen dat terreinbeheerders er echt wat mee doen. De kever is een indicatie voor topnatuur. Als je die op je terrein hebt, is dat de kroon op je werk. Er is nog zoveel meer te vertellen over het vliegend hert. Wil je meer weten, kijk dan op www.eis-nederland.nl/vliegendhert. Kom je er één tegen, geef je melding vooral door via eis@ncbnaturalis.nl.’

foto boven René Krekels, foto onder Bart Wullings

nieuwe Veluwe 2/13

13


Kunstzinnig nieuw leven voor

Veluwse eik

tekst Ria Dubbeldam, foto’s Wim van Hof/gaw.nl

Sjors van der Meer bezig met het maken van een werkbank van vers hout van de 1Boom. Dat doet hij samen met Job Suijker.

Onder luid geraas viel hij in maart om: een majestueuze zomereik in het bos van Kasteel Middachten. Het is niet zomaar een boom, het is de 1Boom. Onder deze naam maken 80 meubelmakers, ambachtsmensen en houtkunstenaars de komende twee jaar er een scala voorwerpen van. Tot op het laatste takje! Ze brengen daarmee onder de aandacht dat bomen belangrijk zijn voor natuur, landschap en mensen en dat je met inlands hout veel meer kunt doen dan versnipperen en opstoken.

14

nieuwe Veluwe 2/13


1Boom Nieuwe Veluwe volgt de belevenissen en transformatie van een 190 jaar oude zomereik van Kasteel Middachten in De Steeg (gemeente Rheden) in een scala aan producten. De hele boom wordt verwerkt: het hout, de takken, de schors en zelfs de bladeren en het zaagsel. Vanaf oktober 2014 wordt de boom in zijn nieuwe verschijningsvorm getoond in een reizende tentoonstelling (onder meer op Middachten en landgoed Schovenhorst in Putten) en in een boek. 1Boom is een samenwerking van de Unie van Bosgroepen en Stichting Vormgevers in Hout. Kijk voor meer informatie op www.1boom.nl

Het idee is eigenlijk al zo’n tien jaar oud. Mariëtte Kamphuis van de Unie van Bosgroepen, de organisatie waarin alle boseigenaren zijn verenigd, kwam enthousiast uit Engeland terug. Op een National Trust landgoed was een volwassen inlandse eik gekapt en alle onder­ delen waren verdeeld onder een groot aantal kunstenaars en ambachtslieden. Uiteindelijk stelden zij hun werk tentoon in een rondreizen­ de expositie. Het project One Tree was een groot succes. Meer dan 100.000 mensen bezochten de ten­ toonstelling en er was de nodige media-aan­ dacht. Tenslotte leverde het 24.500 pond op voor de aanplant van nieuwe bomen. Na Enge­ land volgden Canada, de Verenigde Staten, Nicaragua, Bolivia en Australië het initiatief. Follow-up in Nederland Zoiets wilde Kamphuis ook om in Nederland het belang van lokaal bos en hout onder de aan­ dacht te brengen. Ze bracht het idee voor een follow-up in bij haar collega’s van de Unie van Bosgroepen. Haar enthousiasme werkte aan­ stekelijk, onder meer bij technisch bosbeheer­ der Gerard Koopmans. Hij zegt: ‘Zoals melk niet uit de fabriek komt, komt een kast niet van Ikea. Hout komt van een boom uit een bos en daaromheen zit een heel ecosysteem.’ Dat wilde de Unie graag duidelijk maken onder het Nederlandse publiek. Voor het meer kunstzin­ nige deel van het project – het maken van objecten uit een boom – legde Koopmans contact met Otto Koedijk, houtdraaier in Brummen en bestuurslid van Stichting Vorm­ gevers in Hout, waarbij veel houtbewerkers zijn aangesloten. Het plan sprak Koedijk aan, en ook hij maakte tijdens een van de jaarlijkse exposities van Vormgevers in Hout kennis met het project One Tree. Koedijk vindt hoogwaardig gebruik van inlands hout belangrijk. ‘Nederland produceert op 359.000 hectare veel hout. 80 procent

De zomereik werd geveld onder toeziend oog van een aantal ambachtslieden en houtkunstenaars.

eindigt als stookhout of wordt versnipperd, terwijl er zoveel moois van te maken is.’ Zelf verwerkt de houtdraaier zoveel mogelijk regio­ naal hout, waarvan hij de herkomst kent. Hij maakt er bollen, schalen en speelgoed van. Veelzijdige inheemse houtboom De Unie van Bosgroepen ging de boer op met een projectplan onder de aangesloten leden om financiering te werven voor het project. Maar de economische crisis brak uit, waardoor bos­ eigenaren voorzichtig werden. Wel was er snel een boom gevonden, op Middachten. ‘Daar staan prachtige bomen en graaf zu Ortenburg wilde er wel één ter beschikking stellen’, zegt Koopmans. Ook past Middachten goed bij de boodschap die 1Boom wil uitdragen. Dit land­ goed verenigt namelijk alle functies van bos. Het landgoed houdt rekening met de natuur, de cultuurhistorische en landschappelijke beteke­ nis van het bos en geeft ruimte aan recreatief gebruik. Niet voor niets viel de keuze op een eik, de meest veelzijdige inheemse houtboom, die voor allerlei doeleinden geschikt is. Het project dreigde financieel te mislukken. ‘Maar Otto gaf er schwung aan’, reageert Koopmans opgelucht. Vormgevers in Hout zag kansen. Dan maar met minder geld, het moest ook anders kunnen. Marieke Fleer van Vorm­ gevers in Hout riep donateurs van de stichting op om mee te doen door objecten uit de boom te gaan maken en daarvoor zelfs een bedrag in

te leggen om de onkosten te dekken. Binnen twee maanden rolden er meer dan honderd aanmeldingen binnen. Nu vormen zij, Ellis Koch en Otto Koedijk de trekkers van het ambachte­ lijke en kunstzinnige deel van 1Boom. Gerard Koopmans van de Unie van Bosgroepen vond bedrijven bereid om arbeid en materieel ter beschikking te stellen: Kipp Bosbouw voor het vellen van de boom, Van den Broek uit Rhenen voor het transport en houtzagerij Hengeveld uit Stroe voor het verzagen. Spannend moment Op 27 maart was het zover, het spannende moment. Klimmers van Kipp Bosbouw klom­ men in de boom en zaagden de takken uit de kroon. Een flink aantal ambachtslieden en kunstenaars had zich om de boom verzameld om naar ‘hun’ hout te kijken. William Pagden bijvoorbeeld legde uit dat hij een bijzondere, persoonlijke kist gaat maken. ‘Wat ik maak, geeft emotionele meerwaarde aan een voor­ werp. Dat is belangrijk in deze tijd van indus­ trialisatie.’ Een ander wees naar een splitsing met een dikke tak. ‘Kijk, dat stuk is voor mij. Het is zo leuk om te weten dat ik straks een stuk hout krijg, waarvan ik weet waar het vandaan komt.’ Even later ging de boom om. Meubelmaker Daan de Leeuw liep snel op de stam af. Van het onderste deel zou hij een dikke plak krijgen om er een tafeltje met jaarringen van te maken. Hij sloeg aan het tellen. Geen 150 zoals van

nieuwe Veluwe 2/13

15


tevoren was geschat, maar 190 jaarringen. Voor de zagerij was het nog best een ingewik­ kel­de klus om de boom in de gewenste stukken te zagen. Het opstellen van het zaagplan was misschien nog ingewikkelder. Een hele puzzel waarin meubelmaker Harrie Berkers aardig wat tijd had gestoken. Hij zorgde ervoor dat iede­reen kreeg waar hij of zij om gevraagd had. ‘Het was best lastig gezien het aantal mensen en de gewenste lengtes en diktes. Het paste maar net.’

Herma Schelingerhoudt en Peter de Haan tonen hun kunstwerk in wording: bomen met een paraplu beschermd tegen ongewenste invloeden.

‘80 procent van het inlands hout eindigt als stookhout of wordt versnipperd, terwijl er zoveel moois van te maken is’

16

nieuwe Veluwe 2/13

Vers hout De meesten konden niet gelijk aan de slag. Hout moet drogen. Voor 1Boom zijn dat twee seizoenen, wat overigens erg kort is. Gewoonlijk duurt een droogproces voor een eik minstens twee jaar, maar voor dit project is dat niet praktisch. Sommige deelnemers gingen al wel aan de slag. Zij werken met vers hout of met mos of takken. Herma Schellingerhoudt en Peter de Haan bijvoorbeeld. Zij kregen twaalf takken van 2 tot 3 meter. Elke tak wordt een ‘nieuwe’ boom en samen gaan ze een bosje vormen. Aan de takken lassen ze een wortelgestel van metaal­ draad en in de top komen paraplu’s van metaal­­ draad. ‘Die geven de bomen bescherming. In symbolische zin dan, want de open paraplu’s houden natuurlijk niks tegen. Sommige paraplu’s zijn heel klein, andere heel groot, en als er een vogel op gaat zitten, komen ze in beweging’, zegt Schellingerhoudt. Maar wat ze nou zo leuk vindt, is dat zij en Peter met een deel van dit werk eind mei-begin juni op de Kasteelfair van Middachten heeft gestaan. ‘De takken waren daarmee even terug op de plek waar ze vandaan kwamen.’ De green-wood-men Sjors van der Meer en Job Suijker lieten op de fair een bijzonder ambacht zien: vers hout bewerken. ‘Voor 1Boom maken we een werkbank, ook wel een schaafbok genoemd, zoals die traditioneel in Engeland wordt gebruikt. Zo’n werkbank wordt gewoon­ lijk in het bos gemaakt en geeft een meubel­ maker een werkplaats op locatie. In het ver­ leden gebeurde dit ook wel in Nederland. Wij herintroduceren dit vergeten ambacht, vooral door het geven van workshops en cursussen voor iedereen die daar interesse in heeft.’ Hun werkbank wordt een stuk gereedschap, waarmee je weer andere gereedschappen van vers hout kunt maken, zoals gereedschaps­ stelen, krukjes, stoelen, hekken en dakpannen. Na de fair werkten ze flink door aan de werk­ bank. ‘Want al loopt het project nog tot najaar 2014, wij willen binnen een paar maanden klaar zijn. Het moet wel vers hout blijven waarmee we werken.’


Het is waar, mensen zijn vervelend. Of is het niet waar? Wonderlijk is het dat de ene mens de andere verbiedt om vervelend te doen en dat dat dan vervelend wordt gevonden door mensen die vervelend wouen doen. Nee nog gekker, wat ze wouen doen is helemaal niet vervelend. Het is al over. Maar het werd, toen het in de mode was, als de grootste bedreiging gezien voor de natuur in de grote stad die Nederland heet. Jongens op fietsen met dikke banden met noppen erop. Mountainbikes. Op de duurste modellen met een niet te tellen aantal versnellingen probeerden volwassen mannen bergen te beklimmen.

Column Setter Set

Heb je zo’n fiets, dan wil je er wat mee. Asfalt is onprettig, de noppen op de banden trillen door het frame heen je kont binnen. Je hebt ruigte nodig, het onbegaanbare. Dat is in de prachtige stad die Nederland heet helemaal in beheer en de beheerders zetten voor de toegangspaden bordjes. Het eerste bordje dat op een paal werd geschroefd voor de ingang van het bos waarnaast zo ongeveer ik werd geboren en waarin ik opgroeide, maakte me razend. Er stond op dat het mijn bos niet meer was en dat hier de regering het van God had overgenomen en dat ik voortaan alleen nog op de paden mocht lopen. Ik liep nooit op de paden. Ze waren het domein van oudere vrouwen met Engelse hondjes. Je had er ook nylon kousen van. Setter Set. De hondjes – whisky was er ook met die beesten op het etiket – trokken deftige dames door mijn bos. Mij zagen ze niet. Maar waar ik me verstopte mocht ik voortaan niet meer zijn. Ik werd volwassen volgens de wet en probeerde me te gedragen. Tot de mountainbike kwam. Wat een fantastische machine. Niet voor mij persoonlijk, maar het eerste jong dat ik tegen kwam kreeg zo een fiets van mij. Mijn zoon. Hij sprong ermee over sloten en als we op vakantie naar mijn oude bos gingen, waar ik veel gescheten heb omdat het te ver lopen was naar huis, dan bleef het jong met zijn fiets er weg tot het donker werd. U, lezer van dit Veluwemagazine, bent het licht vergeten. Dat er in de tijd van de mode van de mountainbikes geklaagd werd over de vernielingen die de fietsers aanrichtten in uw paradijs. Maar ze vernielden niks, ze gingen alleen wat harder dan u, wandelaar met Chanel no 5 op. Ze vernielden niks maar moesten, als ze met meer waren, hard lachen soms. Het paste de beheerders van natuurgebieden niet, en al helemaal niet de leden van Natuurmonumenten, dat brutale apen op knappe fietsjes zomaar door hun tempel van betrekkelijke stilte snelden. Ze verstoorden de rust en de wilde dieren. Niets van waar, de wilde dieren vonden het prachtig, alleen mijnheer en mevrouw Setter Set wensten niet verrast te worden door een jong op een snelle machine. Jaja, heel stil, die machine, maar hij ziet er uit als herrie. Het is over, de mountainbike kan in het museum van 20ste eeuwse cultuur. Maar ik hoop dat er nog eens zoiets gebeurt. Dat we met een miljoen tegelijk op een dag met al onze kinderen op de Veluwe gaan picknicken. Al was het alleen maar om te laten zien dat die van ons is en dat de dieren blij zijn met de velletjes van de worst die we achterlaten. Welnee, wij zijn met ons allen helemaal niet vervelend. Doe die bordjes weg.

Wouter Klootwijk Wouter Klootwijk is journalist, columnist en kinderboekenschrijver. Hij is onder meer bekend van de televisieprogramma’s Keuringsdienst van Waarde, Klootwijk aan Zee en De Wilde Keuken.

nieuwe Veluwe 2/13

17


De raaf, voorbeeld van succesvolle herintroductie tekst Hans van den Bos, foto’s Martijn de Jonge, Henk-Jan van der Kolk en Hans van den Bos

Raven doen zich tegoed aan een reeĂŤnkadaver. Het achterlaten van dode dieren in de natuur is belangrijk voor de raaf.

Het wegpesten van grotere diersoorten is heel wat simpeler dan ze weer terugkrijgen. Naast kennis en geld vraagt dit vooral erg veel geduld. De herintroductie van de raaf is gelukt, althans op de Veluwe. Vanuit dit bolwerk verspreidt de vogel zich over de rest van Nederland. Is ons aangeharkte en van wetten vergeven landje klaar voor deze kritische aaseter?

18

nieuwe Veluwe 2/13


Natuurbeheer Waarom liggen er dode takken en bomen in het bos en hoe beschermen we de jeneverbes? In de serie Natuurbeheer brengt Nieuwe Veluwe achtergronden van natuurbeheer in beeld. Deze deze tiende aflevering behandelt de herintroductie van de raaf en wat je daarvoor moet doenl.

veel groter: de spanwijdte is wel 120 centimeter. Meestal zie je de raaf alleen of in een koppel. Met een beetje meer geluk tref je een clubje rondzwervende vogels. Het zijn sociale en speelse dieren: in groepsverband zie je ze soms hoog in de lucht de meest fantastische capriolen uithalen: duikelen, draaien, zweven en weer kantelen – onderwijl maken ze vrolijke klokkende geluiden, heel muzikaal en verrassend anders dan het schorre gekras, dat ze doorgaans laten horen. In het voorjaar doen de broedende vogels moeite om zo weinig mogelijk de aandacht van mensen te trekken. Daar hebben ze alle reden toe.

‘Aaarch, aaarch’, klinkt het luid en klagend vanuit een hoge douglasspar. Een zwarte schim verdwijnt tussen de boomkronen. Crruckcrruck-crruck. De schorre kreten worden in de verte beantwoord. Nog lager klinkt het, nog weemoediger. Dan is het weer stil. Een typische ontmoeting met misschien wel de meest Veluwse vogel. Nee, dit is niet de zwarte specht, die maakt een hoger en vrolijker geluid; het is de raaf. Deze grote zangvogel lijkt wel wat op zijn familielid zwarte kraai, maar is toch echt heel

Heksenjacht De afgelopen eeuwen hadden mensen in WestEuropa het niet zo op de raaf. De reden? Waarschijnlijk was hij te groot en te zwart. Men schold de vogel uit voor rover. Velen associeerden de aaseter met de dood en ‘natuurlijk’ was het ook een brenger van de pest. De langdurige en fanatieke vervolging in Nederland werd de dieren fataal. Het uithalen van nesten, het doodschieten van de vogels en vooral het vergiftigen met behandeld aas bleek uiterst effectief. De eens algemene vogel was rond 1925 uitgeroeid. Natuurbeschermers voelden al snel het gemis. In 1936 werden in Hagenau op de Veluwezoom 19 in Litouwen gevangen raven losgelaten. Van deze dieren werd al gauw niets meer vernomen. Dertig jaar later, in 1966, startte het Wereld Natuur Fonds samen met het Rijksinstituut voor Natuuronderzoek met een goed doordacht project. Uitgehorste raven ‘Het viel nog niet mee om in de omringende landen aan raven te komen, want ook daar was de stand uitgedund’, zegt onderzoeker Rob Vogel van Sovon Vogelonderzoek, dé deskundige voor de raaf in Nederland en goed op de hoogte van de historie van de herintroductie. Toch lukte het in 1966 om de eerste dieren in te voeren.’ Het ging om jonge raven die in de Duitse deelstaten

Mecklenburg Vorpommern en Sleeswijk Holstein uit nesten waren gehaald. ‘Uitgehorst’, zegt Vogel. ‘De biologen daar waren kritisch en vroegen zich af of het wel verantwoord was, maar uiteindelijk gaven de Nederlandse guldens toch de doorslag.’ Voor de jonge vogels waren tien grote vliegkooien gebouwd. Steeds in uitgestrekte natuurgebieden, waarvan deskundigen inschatten dat ze bij de raven in de smaak zouden vallen. Dus met voldoende rust en minimaal risico dat ze zouden worden vervolgd. Omdat de beschikbaarheid van het juiste voedsel – vooral aas – een belangrijke factor leek, werden de kooien steeds gelokaliseerd op plekken waar veel konijnen leefden of waar veel dierlijk afval afkomstig van de jacht werd gedeponeerd. De meeste kooien stonden op de Veluwe, enkele op de Utrechtse Heuvelrug en verder nog een enkele kooi in de Hollandse duinen en in Drenthe. Het idee was dat de vogels zich in de kooien zouden voortplanten en dat hun vrijgelaten nakomelingen zich in de directe omgeving buiten de kooien zouden vestigen en voortplanten. (Raven zijn standvogels: ze blijven het hele jaar in hetzelfde gebied zonder dat ze grote afstanden afleggen.) Zo gezegd, zo gedaan. In totaal zijn enkele honderden vogels in de vrije natuur gebracht. Eenvoudig ging dat echter niet. Project van 23 jaar In 1969 ging het juichende bericht uit dat de eerste vijf in gevangenschap geboren raven uit waren gevlogen. Ze waren drieënhalve maand oud. Aan het eind van het bericht deed het Wereld Natuur Fonds een dringende oproep aan jagers en jachtopzichters om het ravenexperiment niet tegen te werken en zeker geen gif­ eieren uit te leggen in de omgeving van de vliegkooien. Voor de leek mag het traag lijken dat pas na drie jaar de eerste dieren vrij in de natuur vertoeven, deskundige Vogel noemt het ‘keurig op schema’. Want het is bij langlevende dieren als de raaf – de vogel kan wel 30 jaar oud worden –

nieuwe Veluwe 2/13

19


Herintroductie van dieren mislukt vaak Biodiversiteit is een belangrijke drijfveer in het natuurbeleid en natuurbeheer. Er is een lange traditie om de biologische kwaliteit van een natuurgebied of landschap uit te drukken in de aanwezige variatie aan planten- en diersoorten. Het is niet zonder meer een kwestie van aantallen. Want hoe opvallender of aaibaarder de soort, hoe meer de beheerder zich inspant om een eventuele achteruitgang te beperken. Denk aan roofvogels, grutto, lepelaar, ooievaar, das, hamster, zeehond en korhoen. Op bescherming gerichte acties voor genoemde soorten kunnen op veel respons rekenen bij het grote publiek. Het lijkt zo eenvoudig, om een verdwenen diersoort elders te kopen en weer terug te brengen. In de praktijk is herintroduceren allerminst simpel. Het kost veel tijd, veel geld, er is een grote kans dat het mislukt en dan is er ook nog het risico van het verspelen van maatschappelijk draagvlak – want het is o zo gemakkelijk om met al dan niet terechte kritiek een herintroductieproject in diskrediet te brengen. Beheerders beginnen er dus liever niet aan. Liever spannen ze zich

20

nieuwe Veluwe 2/13

tot het uiterste in om herintroducties te voorkomen. En als ze dan toch voor herintroductie kiezen moeten ze dit grondig wetenschappelijk en ethisch motiveren. Belangrijke vragen daarbij zijn onder andere: • Waardoor is de soort verdwenen? • Is de factor die leidde tot het verdwijnen van de soort opgeheven? • Waar komen de uit te zetten dieren vandaan? • Is er maatschappelijk draagvlak voor herintroductie? • Wordt de herintroductie wetenschappelijk gevolgd? • Welke beheermaatregelen vraagt de herintroductie? • Hoe groot is kans dat de soort zonder herintroductie spontaan terugkeert? Deze vragen zijn uiterst actueel bij het korhoen. Vanaf 2007 loopt er een herintroductieprogramma op De Hoge Veluwe. Jaarlijks worden er in gevangenschap gefokte dieren uitgezet. En op de Sallandse Heuvelrug worden sinds vorig jaar volwassen Zweedse vogels toegevoegd aan het handjevol vogels dat er van de laatste Nederlandse populatie resteerde. Op beide plaatsen doen beheerders en onderzoekers veel moeite om de karakteristieke vogel voor ons land te behouden, bijvoorbeeld door het landschap meer ‘korhoenvriendelijk’ te maken. Kleinschalige akkertjes worden aangelegd, flinke stukken bos zijn gekapt, de heide wordt vaker geplagd of gemaaid en predatoren als vos en havik wordt het leven zuur gemaakt. De vraag is of hiermee de biotoop voor het korhoen weer voldoende geschikt is gemaakt. Het is te vroeg om hieruit nu al conclusies te trekken. Misschien was het terugbrengen van de raaf toch nog wat simpeler.

niet ongewoon dat de voortplanting laat op gang komt. ‘Het duurt een aantal jaren voordat de dieren gaan broeden en dan is het ook nog eens zo dat de jonge, onervaren beesten bij hun eerste broedsels minder productief zijn.’ Er volgden veel moeilijke jaren voor de raven en voor het project. De SOVON-atlas 1987 vatte de ontwikkelingen van de ravenpopulatie tot en met 1986 als volgt samen: ‘De hoogste presentie werd in 1979 bereikt, met 9 broedparen in Nederland. Daarna liep het aantal paren terug. Het voortbestaan van de raaf in Nederland hangt aan een zijden draad.’ Ondanks deze sombere woorden werd het herintroductie­ project in 1989, 23 jaar na de start, afgesloten. Toen hadden de initiatiefnemers er blijkbaar voldoende vertrouwen in dat de raaf het zonder menselijke hulp verder wel zou redden. Kadavers De laatste vijftien jaar is de ravenstand stabiel en schommelt rond de 90 à 100 broedparen. Driekwart broedt op de Veluwe. Een gebied waar je een goede kans maakt om raven te ontmoeten is de Veluwezoom. Boswachter André ten Hoedt hoort ze zelfs regelmatig bij zijn kantoor, op Heuven. Natuurmonumenten heeft in de Veluwezoom een lange historie als het gaat om hulp bij de herintroductie. Tegenwoordig is de raaf voor Ten Hoedt en zijn collega’s een ‘heel normale’ vogel: leuk om te zien en te horen, maar niet een soort die speciale aandacht vereist. Ten Hoedt: ‘We doen niets meer speciaal voor de raaf, behalve dan dat we sinds tien jaar kadavers van edelhert en wild zwijn achterlaten in de natuur. Dat is belangrijk voedsel voor onder andere de raaf. Er gaat geen vlees meer naar de poelier.’ Helaas voor de raaf vallen dode Hooglandrunderen onder de Destructiewet en dus worden ze afgevoerd. De raaf zou zeer gebaat zijn bij een meer natuurlijk faunabeheer, waarbij dode runderen in het gebied zouden mogen achter­ blijven. De meeste runderen sterven in de nawinter, precies op het moment waarop de raven veel voedsel nodig hebben voor hun jongen. Raaf als hulp ‘Raven zijn overal op de Midden-Veluwe. ‘Je hoort ze, je ziet ze,’ zegt faunabeheerder Cees de Jong van Staatsbosbeheer. ‘Momenteel zie ik ze vaak trekken, want ze hebben volop jongen.’ Voor hem is het meer dan een normale vogel. ‘De raaf is zelfs mijn hulp geworden. Als ik langs


een weg rij en ik zie ergens een of twee raven, dan betekent het vaak dat er een kadaver ligt, van een zwijn, hert of ree: slachtoffer van een aanrijding.’ Het behoort tot het werk van De Jong om verkeerswegen en directe omgeving vrij te houden van kadavers, om te voorkomen dat er nog meer ongelukken gebeuren. ‘Want voor dat je het weet komen hier weer zwijnen op af.’ De Jong is nooit betrokken geweest bij de herintroductie van de raaf. Dat speelde net voor zijn tijd, maar hij weet niet beter of resten van geschoten wild en slachtoffers van aanrijdingen worden in het bos achtergelaten, als voedsel voor onder andere de raaf. ‘Tenminste als het aangereden dier flink toegetakeld is’, verduidelijkt hij, ‘want als het slachtoffer nog goed is voor consumptie gaat het naar de poelier. Dan brengt het nog wat op.’ De Jong en zijn collega’s brengen de verkeersslachtoffers dieper het bos in of verder de heide op, in elk geval weg van het verkeer. De raven zitten er al binnen enkele uren op. ‘Ik denk dat ze het ruiken’, zegt hij. ‘De eerste ziet het voedsel hoog vanuit de lucht, die maakt dan een bepaald geluid, en voordat je het weet zitten er een stuk of vijf beesten op.’ Hij denkt dat het voedselaanbod voor raven op de Midden-Veluwe over de jaren heen redelijk stabiel is geweest. ‘Natuurlijk zijn er ook fluctuaties, zoals afgelopen winter. Toen zijn er door voedselgebrek veel wilde zwijnen gestorven. Dat betekent: meer voedsel voor de raven.’ ‘Gewone’ zeldzame broedvogel Er wordt geen specifiek onderzoek naar de raaf meer gedaan, vertelt Vogel van Sovon. ‘We beschouwen de raaf als ‘gewone’ zeldzame broedvogel en proberen honderd procent van de broedparen te vinden. Ook onderzoeken we het broedsucces. Enkele mensen, waaronder ikzelf, werken hieraan. We vinden het spannend om de opbouw van de populatie zo goed mogelijk te volgen. Wat ook wel meespeelt: dit is een van de weinige voorbeelden van succesvolle herintroductie. Dat vormt voor mij een extra prikkel.’ De laatste vier jaar zien de onderzoekers een ontwikkeling dat de raaf buiten de Veluwe toeneemt als broedvogel. Al langer broedt de raaf in kleine aantallen op de Utrechtse Heuvelrug en in Flevoland. Een duidelijke toename is er in de bossen van de Achterhoek en in Salland. Vorig jaar waren er bovendien broedgevallen bij Zandvoort, bij Norg en een eerste broedpaar

Boven en onder: de raaf lijkt wel wat op zijn familielid zwarte kraai, maar is toch echt veel groter. Hij heeft een forse snavel, een spanwijdte van wel 120 centimeter en een wigvormige staart (in vlucht).

in Noord-Brabant (Maashorst). Vogel: ‘En het ziet ernaar uit dat dit jaar de reproductie opmerkelijk goed is: veel paren zijn tot broeden overgegaan en hebben veel jongen gekregen.’ De limiterende factor is volgens Vogel nu vooral voedsel. ‘Het is een alleseter, maar wel een kritische. Hij heeft flink wat aas nodig en afwisseling.’ Volgens hem is ook rust is belangrijk, meer nog dan voor havik en buizerd. ‘Maar dat is blijkbaar zelfs in ons land nog voldoende voorhanden.’ Tenslotte, wat zou er met de raaf in Nederland zijn gebeurd zonder herintroductieproject? Vogel somt de nuchtere feiten op: ‘In OostEuropa (Polen, Oost-Duitsland) nam de populatie vanaf 1940 al licht toe en schoof op naar het westen. Maar dit gaat langzaam, zo’n 5 tot 10 kilometer per jaar. Zonder ingrijpen hadden we nu mogelijk ‘s winters in het noordoosten van het land al incidenteel zwervers uit het oosten gezien. En zaten we nu te wachten op het eerste Nederlandse broedpaar.’ Ook weten hoe de uiteenlopende roepen van een raaf klinken of zien hoe een raaf zich te­ goed doet aan een kadaver? Scan met de Layarapp voor Android of iPhone deze pagina. Layar kunt u gratis downloaden in de App-store. Open Layar, houd uw telefoon of tablet boven de pagina en druk op scan. Er verschijnen buttons in beeld. Klik deze aan, beluister de raven­­roep en bekijk het filmpje.

nieuwe Veluwe 2/13

21


De leproos, Maria Roosen.

22

nieuwe Veluwe 2/13


Bronbeek, het koninklijk tehuis voor oud-militairen in Arnhem, bestaat 150 jaar. Ter gelegenheid daarvan doken zeven kunstenaars in het leven van zeven oudbewoners. Het resultaat is een gevarieerde tentoonstelling en een interessant cultureel experiment. I will be there, Dedden & Keizer.

tekst Gabrielle de Nijs Bik, foto’s Hans Dijkstra/gaw.nl

De Stille Kracht terug op Bronbeek De tentoonstelling Bronbekers in Beeld verbeeldt de veranderende rol van kunst. Kunst die zich op enige afstand van de maatschappij ontplooit, lijkt terrein te verliezen ten gunste van maatschappelijk geëngageerde kunst. 75 |aar geleden, toen Willem Sandberg het Stedelijk Museum wit liet schilderen, deed hij dat niet alleen om het interieur op te frissen, het was ook een middel om de kunst een betekenisloze omgeving te geven. Het kunstmuseum als white cube deed zijn intrede en bood gelegenheid de aandacht volledig te richten op de kunst. Ook de kunst die er gepresenteerd werd, verwees naar niets anders dan zichzelf. De l’art pour l’art gedachte, een term die al sinds het begin van de negentiende eeuw bestond, kwam tot volle bloei. Een van de meest uitgesproken voorbeelden is het Zwarte Vierkant van de Russische kunstenaar Malevich (1878-1935).

Bevrijding van de kunst Uiteindelijk betekende de ontwikkeling naar abstractie een bevrijding van de kunst, en daarmee ook van de kunstenaar en de beschouwer. Kunst kreeg een filosofische waarde: zij stelt dingen aan de orde, bevraagt zaken zonder een eensluidend antwoord te geven. Er was ook een keerzijde: de emancipatie van de kunst bracht een verwijdering met een deel van het publiek teweeg. Niet iedereen kon de abstractie waarderen. Bronbeek is niet bepaald een white cube; het landgoed loopt over van betekenissen, persoonlijke verhalen en gezamenlijke herinneringen. Ook de kunst in de tentoonstelling die er nu wordt getoond, is niet te vergelijken met het Zwarte Vierkant. Zij bevat allerlei verwijzingen naar Bronbeek en haar bewoners. De kunstwerken hebben hierdoor niet alleen artistieke waar-

de, ze voegen ook betekenis toe aan de verhalen van de locatie. Leven van de afgelopen 150 jaar Bewoners van Bronbeek, kunstenaars en beschouwers zijn allen mensen van vlees en bloed, en door de gekozen menselijke insteek komen ze dichter bij elkaar. Via het leven dat de tentoonstelling verbeeldt, maken we kennis met oud-Bronbekers en krijgen we en passant een nieuw beeld van het leven van de afgelopen 150 jaar. De aanzet tot de tentoonstelling komt van kunstenaar Lique Schoot. Zij verdiepte zich in het leven van haar grootvader Dirk Jan Schoot (1898-1989), die aan het einde van zijn leven op Bronbeek woonde. Ze wilde graag een werk aan hem wijden. Het museum reageerde enthou­ siast. Zou dit iets kunnen betekenen voor het

nieuwe Veluwe 2/13

23


strijdigheid tussen geborgenheid die het geeft en gruwelijkheden. In het gebouwtje verbeeldt Voerman Indische herinneringen. Ze zouden van De Keijser kunnen zijn, maar ook van anderen in oorlogstijd in de tropen. We zien palmbomen, etenswaren, een soldaatje. Omdat dit beeld ook appelleert aan een algemene herinnering aan Nederlands-Indië in de oorlog, spreekt dit kunstwerk veel Bronbekers aan.

De vlinderschim, Lobke Burgers.

‘De benadering die de kunstenaars kozen, vormt een intuïtieve aanvulling op historische feiten’

24

nieuwe Veluwe 2/13

De spoorzoeker, Lique Schoot.

150-jarig bestaan? Een tentoonstelling met een historische terugblik over het leven op Bronbeek stond al op stapel. Het idee van Schoot bracht het museum op de gedachte om meer kunstenaars te vragen. Schoot selecteerde zes anderen en gaf hun het dossier van een voormalig bewoner. Diep verdriet Gefascineerd door de achtergronden van haar grootvader, een in haar ogen afstandelijke, wantrouwige man, onderzocht Schoot het familiearchief. De installatie die ze maakte, herinnert aan zijn leven: foto’s en een militair tenue. Schoot tekende er een portret van haar grootvader bij, waarin een diep verdriet afleesbaar is. In combinatie met foto’s van een jonge, zelfbewuste man geeft het een indringend beeld van wat oorlog met een mens kan doen. Haar grootvader werkte aan een van de spoorlijnen die tijdens de Japanse overheersing werd gerealiseerd. Die spoorlijn symboliseert Lique met sporen aarde in het gras: een tijdelijk herdenkingsmonument voor haar grootvader, maar ook voor iedereen die onder de Japanse overheersing aan een spoorlijn werkte. Rob Voerman maakte een ruïneachtig gebouwtje op palen om het leven van Joannes Judocus de Keijser (1820-1897) te verbeelden. Voerman werd gegrepen door de verwarrende gedachte dat het front ook een thuis kan zijn; de tegen-

Indonesische vis Pieter Zwaan verbeeldde het leven van Ludwig Anton Martin Speigler (1824-1892) met een surrealistisch beeld van een vis die uit een boom boven een vijver komt en op wiens buik het water reflecteert. Je kan er gewoonweg van genieten, maar het roept ook vragen op. Uit de teksten op het bordje en in de catalogus blijkt dat Speigler nooit aan de oorlog heeft deelgenomen. Vanwege zijn tekentalent tekende hij in opdracht van KNIL-arts Pieter Bleeker de vissen die de arts onderzocht. Als eerbetoon werd een vis naar Speigler vernoemd, de Valamugil speig­ leri Bleeker. De vis van Zwaan illustreert de ongebreidelde behoefte van de negentiende-eeuwer om de wereld in kaart te brengen. Lee Eun Young kreeg het dossier van Louis Carré (1846-1897), een in Ghana geronselde soldaat. Het lukte haar aanvankelijk niet zich met hem te verbinden, tot zij overeenkomsten zag met haar eigen familiegeschiedenis. Ze draagt de vlucht van haar moeder na de uitbraak van de Koreaanse oorlog met zich mee. Het altijd onderweg zijn en het verliezen van de band met de geboortegrond is een terugkerend thema in haar werk. Ook nu. Omhulsel van het verlaten leven bestaat uit over elkaar hangende kledingstukken van vergankelijk latex. Van het lichaam zien we nog een been en een geruisloos kloppend hart. De mens is verdwenen, maar er is nog wel leven, emotie en herinnering. Arnhemse meisjes Minder aangrijpend lijkt het beeld van Spacecowboys, over Frans Stevens (1889-1968), bekend als Flip de Fluiter. Zij verbeelden hem met een wit, opvallend beeld bij de entree van Bronbeek. Flip staat op het punt het landgoed te verlaten om de bloemetjes buiten te zetten en naar de Arnhemse meisjes te fluiten. Maar wie kent de mens achter Flip? Die ambivalentie maakt het beeld zichtbaar door het ontbreken van een hoofd. Het beeld geeft de onrust weer van een oud-militair die zijn thuis nergens wist te vinden.


Maria Roosen werd gegrepen door de ziekte waaraan Theodorus Wilhelmus Coops (18151867) leed: lepra. Coops was in quarantaine geplaatst op de plek waar nu, ironisch genoeg, de Kumpulan staat, het restaurant van Bronbeek. Kumpulan betekent zoiets als gezellige samenkomst. En, toeval of niet, vlakbij die plek staat een zieke boom met leprasymptomen: verdikkingen en afgestorven delen. Roosen verbeeldt de vijf jaren van Coops in Bronbeek met vijf Aziatische lantaarns. Bollen van glas puilen uit de lantaarns, zoals knobbels en bobbels in ledematen van leprozen. Door het werk van Lobke Burgers ontdekken we dat het landgoed Bronbeek vroeger een productiefunctie had. Er werd zelfs zijde geproduceerd. Otto Jans Engelsman (1859-1920) kweekte hiervoor rupsen. In de buurt waar ooit de moerbeibomen stonden, het voedsel voor de rupsen, realiseerde Burgers een tempeltje met daarin een schim van een man, opgebouwd uit vlinders. De schim draagt iets in zijn hand: is het een geweer of een wandelstok? Burgers laat dat in het midden. Op de grond liggen dode vlinders, die de gewonde ziel van Engelsman verbeelden. Teken van deze tijd Bronbekers in Beeld is een teken van deze tijd. Kunstenaar, museum, publiek, financier, organisator, opdrachtgever; iedereen heeft iets los te laten en te beschouwen. Kunstenaars lieten iets los van hun autonomie door in te gaan op een concrete vraag. Een paar jaar geleden zouden veel kunstenaars hun neus ophalen voor zo’n opdracht. Nu lijkt het eerder een artistieke uitdaging. Ook voor historische musea is een nieuwe tijd aangebroken. Het format van pure kennisoverdracht is uitgewerkt. Mensen willen ook ervaren. Bronbekers in Beeld is in die zin een experiment. De benadering die kunstenaars kozen, vormt een intuïtieve aanvulling op historische feiten en biedt ruimte voor creativiteit en een vrijere benadering. De reacties op Bronbekers in Beeld lopen uiteen. Niet alle bewoners begrepen de kunst­ werken. De museumstaf wist de discussie op een behendige manier om te draaien door te vragen hoe zij verbeeld zouden willen worden. Dat zette aan tot denken. Andere Bronbekers en bezoekers waren meteen enthousiast over de combinatie van kunst en erfgoed. Rond­ leiders namen Bronbekers in Beeld in hun verhaal op en een bezoeker liet zich ontvallen:

Omhulsel van het verlaten leven, Lee Eun Young.

‘Al jaren kwam ik niet meer, omdat het tentoongestelde niet meer verraste en het museum vanuit een koloniale blik is ingericht. Maar deze tentoonstelling geeft een nieuwe dimensie, vanwege de persoonlijke benadering en invulling van de geschiedenis van zeven individuen.’ Stille Kracht Door de intuïtie van de kunstenaars is de ’stille kracht’ terug op Bronbeek. Maar de denkende mens wordt niet vergeten, want er is een uitgebreide catalogus en er zijn tekstbordjes. Ook onderzoekt Bronbeek de publiekswaardering en komt er een symposium over de vraag of deze aanpak een nieuwe opdrachtsituatie voor kunstenaars kan betekenen. Bij Bronbeek wordt kunst toegevoegd aan een historische collectie. Omgekeerd zien de kunstmusea steeds vaker de geschiedenis als aanleiding voor tentoonstellingen. Het Museum voor Moderne Kunst Arnhem is van plan volgend jaar

een tentoonstelling te maken over de Tweede Wereldoorlog. Interessant genoeg zien we daarnaast ook een tegenbeweging naar een pure kunstbeleving, niet gehinderd door kennis. Zo liet Tate Britain onlangs alle tekstbordjes verwijderen om het publiek zelf te laten associëren en beleven. Ontstaat hier toch weer een white cube volgens het Sandberg-ideaal? Waarschijnlijk is er behoefte aan de twee benaderingen naast elkaar: kunst in een betekenisvolle omgeving en kunst die aanzet tot vrije gedachten en ervaringen. Scan de QR-code voor het filmpje over Bronbekers in Beeld of zoek op You Tube bij Lique Schoot. Bronbekers in Beeld t/m 31 december di t/m zo 10:00 tot 17:00 uur Bronbeek, Velperweg 147, Arnhem

nieuwe Veluwe 2/13

25


Kleiballen met zaad voor Renkums Beekdal Leerlingen van groep 6 van de drie Renkumse basisscholen gooiden op 14 juni kleiballen met zaden in het Renkums Beekdal, daar waar industrieterrein Beukenlaan plaats heeft gemaakt voor natuur. De zaden zijn afkomstig uit een ander beekdal. De dag ervoor kregen de kinderen les over de geschiedenis (watermolens en de daaruit voortgekomen papierfabriek) en de natuur. Achter dit idee en de uitvoering schuilt Ruud Schaafsma, al jaren actief vrijwilliger voor het beekdal. Hij wilde zijn prijs van 500 euro als Gelders landschapsvrijwilliger 2013 graag educatief inzetten. Hij besloot de Renkumse jeugd te betrekken bij het natuurproject, dat na tien jaar is opgeleverd. Eerder, op 25 mei, vond de officiĂŤle opening plaats door staatssecretaris Sharon Dijksma (zie pagina 46). 40 miljoen was ermee gemoeid om het 12 hectare grote bedrijventerrein te ruimen. De bedrijven zijn verplaatst en fabriek Vredestein kreeg een warme in plaats van een koude sanering. De cruciale verbinding tussen de ZuidwestVeluwe en de Rijnuiterwaarden is hersteld. Renkum heeft een betere leefomgeving gekregen met goede, nieuwe perspectieven voor recreatie en toerisme.

foto Hans Dijkstra/gaw.nl


Interview met Alex van Hooff

’Burgers’ Zoo zoekt samenhang met de regio’ tekst Ria Dubbeldam, foto’s Hans Dijkstra/gaw.nl en Burgers’ Zoo

Burgers’ Zoo in Arnhem bestaat honderd jaar. Een familie­ bedrijf, opgezet door Johan Burgers om mensen kennis te laten maken met inheemse maar ook vooral met exotische dieren. De vierde generatie staat inmiddels aan het roer. Wordt het geen tijd om naast exotische biotopen juist de natuur van dichtbij te tonen?, vroeg Nieuwe Veluwe aan algemeen directeur Alex van Hooff.

De medewerkers van Burgers’ Zoo lopen rond in nieuwe polo’s: zwart met witte letters. Burgers’ Zoo staat er en daarboven: koninklijke. ‘Mooi hè’, zegt een medewerkster als ze er een opmerking over krijgt. Ze is zichtbaar trots op het predicaat dat het bedrijf sinds 30 maart mag dragen. Bent u ook trots? ‘Ja. Trots, dat is het goede woord. Als familie zijn we samen met de medewerkers gegroeid tot wat we nu zijn. We bieden mensen – jaarlijks circa 1,5 miljoen – een fijn en educatief dagje uit en we boeken goede resultaten met het fokken van dieren. Het voordeel van zo’n jubileum is, dat je eens de tijd neemt om terug te kijken. Wat opviel is dat na een eeuw de filosofie van mijn overgrootvader Johan Burgers onveranderd is: dieren de ruimte geven in een zo natuurlijk mogelijke omgeving en meerdere diersoorten bij elkaar, zodat ze zo goed mogelijk hun natuurlijke gedrag kunnen uiten.’ Het nabootsen van natuurlijke biotopen begon dus bij uw overgrootvader? ‘Honderd jaar geleden was dat heel bijzonder. Dierentuinen waren een soort levende postzegelverzameling. Het ging erom om zoveel mogelijk dieren te tonen. Ze zaten in kleine verblijven achter tralies.

28

nieuwe Veluwe 2/13

Hagenbeck’s Tierpark bij Hamburg doorbrak dit door terrassen aan te leggen en grachten te maken als afscheiding voor hoefdieren en zelfs roofdieren. Mijn overgrootvader, die zich oriënteerde op een eigen dierenpark, het eerste particuliere dierenpark in Nederland, raakte hierdoor geïnspireerd. Vanaf dag één wilde hij dit ook. Hij bouwde terrassen met rotspartijen, die bekend werden als de Veluwse alpen. Er zijn nog restanten van die rotspartijen en dierverblijven – het toenmalige giraffenverblijf is nu voor de antilopen bedoeld –, maar verder is er veel veranderd. De exotische dieren verbleven in een voor hen onnatuurlijke Veluwse omgeving. Mijn vader Antoon introduceer­ de Burgers’ Bush. Een ecodisplay, een stukje biotoop waar planten en dieren samenleven als in de ‘echte’ natuur. Daarna volgden Desert, Ocean en Rimba (nabootsing van het regenwoud van Zuidoost-Azië). We proberen het voor de dieren zo goed mogelijk te doen. Natuurlijk zullen we nog steeds fouten maken. Daarom laten we veel onderzoek doen, bijvoorbeeld naar diergedrag en voeding, zodat we leefomstan­ dig­­heden kunnen blijven verbeteren.’ Hoe was dat om als kind in Burgers op te groeien? ‘Het park, het was er altijd. We woonden er, thuis praatten mijn ouders erover en we hadden altijd jonge dieren in huis, in de box. Jongen die door hun moeder verstoten waren en we de fles gaven. Het was net zo gewoon als de afwas doen. Mijn zussen liepen met hun kinderwagentjes rond met meestal een leeuwen- of tijger­welpje erin. Tijdens vakanties reden we rond in een camper, bezochten we in veertien dagen zestien dierentuinen. Dat vonden we hartstikke leuk, ook omdat onze vader zoveel wist te vertellen, net zoals hij dat op tv deed (bij programma’s als Ja, natuurlijk, red.). Hij vertelde ook veel over de landschappen waar we doorheen reden, de kastelen, de geschiedenis, de natuur.’ Was het vanzelfsprekend om het familiebedrijf voort te zetten? ‘Onze ouders lieten ons daar helemaal vrij in, hetzelfde doen we nu ook met onze kinderen. Na mijn studie economie ben ik het financiële bedrijfsleven ingegaan. Het lag dus niet meteen voor de hand. Maar op een dag hadden we een personeelsdag van mijn werk bij ons. Ik kreeg reacties van collega’s als: ‘Wat doe je eigenlijk bij ons?’ Toen ben ik me gaan realiseren dat ik, als ik met Burgers’ Zoo wat wilde, terug naar huis moest om van mijn ouders het vak te leren.’


‘Ik zie onszelf in samenspel met de terreinbeheerders op de Veluwe. Zij laten mensen de inheemse natuur zien en beleven. Wij doen dat voor de exotische natuur’

nieuwe Veluwe 2/13

29


Dus mogelijk toch ook het Veluwse ecosysteem? ‘We houden alle opties open.’ Hoe is Burgers’ Zoo ingebed in de regio? ‘We werken met ontzettend veel organisaties samen. In de toeristi­ sche sector, met onderzoeksinstellingen als Wageningen UR en de universiteit van Nijmegen, met hogeschool Van Hall Larenstein. Met het Geldersch Landschap organiseren we een speciale avondopen­ stelling van ons park op 6 september, waarbij leden van het Geldersch Landschap met korting ons park kunnen bezoeken en ze extra uitleg krijgen van onze vrijwilligers. Zo versterken we de regionale band. We doen dingen graag in samenhang met de regio. Jaren hebben vrijwilligers van IVN Arnhem hier rondleidingen verzorgd. Nu organiseren we de vrijwilligers zelf, maar we steunen IVN financieel en we krijgen snoeihout van wilgen voor de olifanten en andere dieren. Daar zijn we heel blij mee.

Ecodisplay Burgers’ Ocean.

Als je zo vertrouwd bent met exotische biotopen en biodiversiteit, is de Veluwe dan nog aantrekkelijk? ‘Als kind deed de Veluwe me inderdaad niet zoveel, maar tijdens mijn studie in Rotterdam realiseerde ik me langzamerhand het voorrecht om in een regio te wonen waar je altijd binnen 10 minu­ ten in het bos bent. Het is fijn dat ik dat nu ook mijn kinderen kan geven. We fietsen, gaan met de boswachter mee of doen de natuur­ speurtocht Brammetje het lammetje bij de schaapskooi van het Nationaal Park Veluwezoom. Ja, behalve trots op ons bedrijf ben ik ook trots op onze regio. Waar vind je op zo’n klein stukje grond zo’n veelheid aan biodiversiteit en landschappen: bos en hei, uiterwaar­ den en rivierenland. Dat is heel bijzonder.’ Waarom laat Burgers’ Bush dan niet de Nederlandse of nog specifieker de Veluwse natuur zien? Daar is niet eens een erg kostbare investering voor nodig; de biotoop is er al. ‘Ik zie onszelf in samenspel met Natuurmonumenten, De Hoge Veluwe; de terreinbeheerders zeg maar. Zij laten mensen de inheemse natuur zien en beleven. Wij doen dat voor de exotische natuur, die onbereikbaar is voor heel veel mensen. Verder: je moet er niet aan denken dat 6 miljard mensen naar de Serengeti gaan. Dat kan het gebied helemaal niet aan.’ En toch: waarom alleen exotische oorden laten zien? Burgers is volgens jullie jubileumboek een boodschapper om het belang van bescherming van natuur en milieu te onderstrepen. Ook hier staan natuurlijke leefgebieden onder druk. U zou kunnen tonen wat er gebeurt als natuur de ruimte krijgt: korhoenders, wolven en lynxen. Uw overgrootvaders had dit soort dieren naast de exotische: wolven, inheemse herten, reeën, dassen en wilde zwijnen (een geschenk van prins Hendrik). ‘We zijn aan het bedenken wat we de komende jaren gaan doen als vervolg op de tropische ecodisplays. In de wereld zijn nog veel andere ecosystemen om hier te laten zien.’

30

nieuwe Veluwe 2/13

Ons jubileum hebben we bewust regionaal ingevuld. Met Introdans uit Arnhem, met een boek waaraan mijn oom en tante drie jaar hebben gewerkt en waarvoor ze het hele archief op orde moesten brengen. Waarom dingen van ver halen als het dichtbij voorhanden is! Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet chauvinistisch. Maar als je niet weet welke lokale kwaliteiten er zijn, leer je die ook nooit waarderen. We mogen trots zijn op wat we hier in de regio hebben en moeten dat ook uitdragen.’ Burgers trekt jaarlijks 1,5 miljoen bezoekers. Kan de Veluwe dit aan? Staat dit niet op gespannen voet met de kwaliteiten rust en ruimte? ‘We bevinden ons aan de rand, zodat het op de Veluwe juist rustiger blijft. We vangen drukte af. Het tv-programma Nederland van boven liet mooi zien hoe dat werkt. Dagjesmensen kregen een gps mee. 95 procent kwam niet verder dan een kwartier lopen van de auto. Of ze willen of kunnen niet verder of ze durven het niet. Ik ben dus niet zo bang voor overlast van toerisme. Als er op de Veluwe om de 500 meter een parkeerplaats wordt aangelegd, ja, dan wordt het wat anders.’ Burgers’ Zoo is altijd innovatief geweest. Zet u die lijn door? ‘We gaan ons vooral richten op educatie. Het is zoeken naar de beste manieren om onze boodschap zo goed mogelijk over te brengen. Apps, iPads, touch screens, audiotours, grote schermen in het park; in dat soort zaken zullen we niet voorop lopen. We zijn heel erg voor contact van mens tot mens, en dan moet je niet druk zijn met een iPad of oortjes in hebben. In eerste instantie vinden we het belangrijk dat families, gezinnen en groepen samen een dagje uit zijn, maar ook voor de educatie gaan we ons meer richten op menselijk contact. Door met nog meer vrijwilligers rondleidingen te gaan geven. Het is net als op pad gaan met een boswachter. Door zijn levendige verhalen en enthousiasme blijft er meer hangen. We willen mensen toch wat meegeven.’ Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Burgers’ Zoo is het jubiileumboek Burgers’ Zoo 1913-2013 – een familiebedrijf met passie voor dieren verschenen, uitgave Waanders ism Burgers’ Zoo, ISBN 9789491196461, € 29,95


Eten van de Veluwe Wildplukken in de Veluwse bossen Wildplukker Edwin Florès op speurtocht. foto Lode Greve

Wildplukker Edwin Florès heeft een mooi boek gemaakt. In Het grote wildplukboek – Eten uit de natuur beschrijft hij hoe je kan genieten van bessen, noten, vruchten, paddenstoelen en zelfs zeewier uit het wild. Natuurlijk ben ik benieuwd wat je dan uit het grootste wildgebied van Nederland, de Veluwe, kan halen anders dan de bekende bramen, vlierbloesem en bosbessen. Florès presenteert 108 planten, 49 bessen en vruchten, 6 noten, 11 zeewieren, 7 naaldbomen en 30 paddenstoelen, waar je iets eetbaars mee kunt doen. Vooral de naaldbomen baren opzien. ‘Naaldbomen worden door veel wildplukkers over het hoofd gezien’, schrijft hij. Naaldbomen dus, daarmee is de relatie met de Veluwe gauw gelegd. Hij noemt de grove den, lariks, jeneverbes en taxus en de niet-inheemse, maar hier vanwege de bosbouw geïmporteerde Douglasspar, gewone (fijn)spar en Europese zilverspar. Jeneverbessen kennen we natuurlijk wel, maar dat je de bessen van de dodelijke taxus kunt eten door de giftige pitten uit te spugen, je moet het maar durven. Een ander advies is om de kerstboom – vaak een fijnspar – te bewaren en na de kerst op te eten. Wat kun je dan zoal met naaldbomen doen? Edwin adviseert ons de groene (nog niet rijpe) appels van de grove den en de kegels van Douglasspar, lariks, fijnspar en zilverspar te vermalen tot een specerij. Het heeft een toepassing zoals het zuurextract van de citroen, maar dan met een harsige smaak. Wellicht enigszins vergelijkbaar met de retsinawijn uit Griekenland. Van alle voorjaarsnaalden kun je thee zetten. Het geeft een heel andere kijk op groene thee, elke boomsoort heeft zijn eigen smaak. Jonnie Boer, chef-kok van het bekende sterrenrestaurant De Librije, raakt er enthousiast door. ‘Dit prachtige boek van de beste en meest enthousiaste wildplukker die ik ken, is in mijn ogen een aanlokkelijke aanleiding om die aloude gewoonte van wildplukken nieuw leven in te blazen’, zegt hij. Maar daar horen ook recepten bij, ook met naaldboomingrediënten, zoals azijn van grove den en dennennaalden- en larikstoppenolie. Opvallend is het gebruik van de pijnboompitten van de Zuid-Europese parasolden, die in sommige parken en arboreta is aangeplant. Zo kun je je eigen pesto produceren. Kortom, tijdens wandeltochten toch maar eens anders naar naaldbomen kijken. Wellicht dat daar ook het baardmos opduikt, een mysterieus tot 25 cm lang en luchtvervuilinggevoelig korstmos. De vertakkingen van het mos zijn zelfs frituurbaar. Het enige eetbare korstmos, volgens de meeste veldgidsen vrij zeldzaam, maar Edwin weet het te vinden. Mooi zijn de actiefoto’s als Edwin wadend door een beek (waarschijnlijk op zoek naar beekpunge, waterkers of munt) of in de sneeuw (het laatste barbarakruid dat vóór 4 december geplukt moet zijn) op speurtocht gaat. Helaas staat op de cover een wit bord met groen en geel, dat ook uit een willekeurig restaurant om de hoek van de straat had kunnen komen. Ik wil mee met Edwin, ik wil ruiken, voelen, zien wat hij ontdekt en er dan proevend van genieten. Een voor u: een fijne plukzomer toegewenst!

Het grote wildplukboek - Eten uit de natuur, Edwin Florès met recepten van Jonnie Boer, Bertram + de Leeuw Uitgevers, ISBN 97894615661060, € 24,95

René Zanderink is ecogastronoom, werkzaam bij Brasserie Aquarium, Park Sonsbeek en voorzitter van de Ark van de Smaak, Slow Food Nederland.

nieuwe Veluwe 2/13

31


tekst Manon Berendse, foto’s Johannes van Assem en Hans Dijkstra/gaw.nl

‘Herbronnen’ op de Wageningse Berg

32

nieuwe Veluwe 2/13


De manifestatie Beelden op de Berg in Wageningen viert deze zomer haar tiende editie. Veertien kunstwerken reflecteren op het thema Re(Source): over authenticiteit en manipulatie. Resultaat: een prikkelende wandeling langs installaties en films die je laat nadenken over de vraag of onze leefwereld niet per definitie een gemanipuleerde werkelijkheid geworden is. Drie verhalen geven een voorproefje.

Het verhaal begint met co-curator Krijn Christiaansen, hij bereidde de tentoonstelling voor door wetenschappers en kunstenaars samen te brengen. Kunstenaar Barbara Visser vond haar inspiratie ter plekke: in Wageningen in de tropische kas. Ernst van der Hoeven werkte zijn bevindingen juist op grote afstand uit: via Vietnam reageert hij ook op de waarde van (het Nederlandse) cultuurlandschap.

‘Kennis moeten we willen bevragen’ Krijn Christiaansen, co-curator Manifestaties als Beelden op de Berg vinden zichzelf iedere editie opnieuw uit. De locatie is vaak een vertrouwd vertrekpunt, maar met nieuw geproduceerde kunstwerken, enthousiaste vrijwilligers en soms zwaar bevochten gelden ontstaat een unieke tentoonstelling. Voor deze jubileumeditie van Beelden op de Berg bekeek co-curator Krijn Christiaansen naast curator Koos Flinterman juist het enige vaststaande gegeven – het Belmonte Arboretum als locatie – met andere ogen. Zij nodigden veertien participanten uit om via hun werk te reflecteren op meerdere locaties. Naast het arboretum de in onbruik geraakte proefvakken van de leerstoelgroep Microbiologie en de leegstaande tropische kas van het Instituut voor Plantentaxonomie. Allemaal plekken die herinneren aan wetenschappelijk onderzoek.

Cosmopolitan Chicken Project – Modified Spaces, Koen Vanmechelen. Links: Wardian Case (Alustar-Sonatura) (2007-2013), Tue Greenfort.

Christiaansen: ‘Ooit was het Belmonte Arboretum een kloppend hart van wat we nu kennen als Wageningen University and Research center. Hier werden planten en bomen verzameld en geënt, en werd praktijkonderwijs gegeven. Tegenwoordig worden gegevens over moedersoorten opgeslagen in computers: het arboretum als fysieke bibliotheek kreeg talloze virtuele broers en zussen en werd daarmee vooral een historisch waardevolle plek. Als je kijkt naar de vorige edities van Beelden op de Berg zie je eigenlijk een tegenovergestelde ontwikkeling: het arboretum fungeerde aanvankelijk vooral als een anoniem groen expositiedecor en groeide uit tot een architectonisch interessante locatie. Ons leek het tijd om stil te staan bij het arboretum als bron: een plek die veel kennis en

historie in zich draagt en daarmee ook de kracht herbergt om die kennis te bevragen. Juist in een tijd waarin steeds meer kennis digitaal ontsloten wordt.‘ Het thema Re(Source) gaf de ruimte om van gedachten te wisselen over twee fenomenen die in onze tijd sterk van betekenis veranderen en vaak worden ervaren als tegenpolen: authenticiteit en manipulatie. Een spanningsveld tussen oorsprong en bewerking heeft er altijd bestaan binnen zowel de kunsten als de wetenschap. Maar wat zou er gebeuren als makers, denkers en onderzoekers met elkaar in gesprek raakten? Christiaansen en Flinterman besloten werksessies en debatten te organiseren, waar wetenschappers en kunstenaars hardop met elkaar van gedachten wisselden. ‘Nog niet zo

nieuwe Veluwe 2/13

33


meert jou en niet andersom. Voor mij is het dus heel fijn om in zo’n arboretum gezet te worden met de opdracht zelf uit te zoeken waarbij ik wil aanhaken.’

Batara (four walls), Anne Holtrop.

eenvoudig’, lacht Christiaansen. ‘Je merkt dat het werelden zijn die nog altijd niet vertrouwd zijn met elkaars parameters. Wetenschappers zoeken en werken toe naar resultaten, terwijl kunstenaars een antenne hebben voor grond­ beginselen en hechten aan ethische waarden. Zo was Maria Barnas bijvoorbeeld oprecht gefascineerd door de invloed van taal op het doen van wetenschappelijk onderzoek. Dat werd het vertrekpunt voor haar film over een slechtziende wandelaar in de vermaarde 18e eeuwse Kew Gardens.’ ‘De betekenis van auteurschap in de 21ste eeuw wakkerde het vuur aan tussen de Wageningse wetenschappers die zich bezighouden met genetische manipulatie en Kobe Matthys, die zich onder de naam Agentschap daarin kritisch opstelt. Hoe breng je collectief eigendom zoals traditionele kennis en folklore onder in kunsten wetenschapspraktijken? Agentschap presenteert in de tropische kas een selectie planten, gezangen, rituelen en talen, die omwille van hun intellectueel eigendom, auteursrecht en patenten onderwerp zijn van controverses en rechtszaken. Tijdens Re(Source) onderzoekt Agenschap deze heikele kwesties samen met betrokkenen en het publiek in de vorm van een openbare assemblee.’ ‘Wetenschappers als Theo van Hintum van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (Wageningen UR) maakte ruimte en tijd voor

34

nieuwe Veluwe 2/13

het verkennen van ons thema, omdat hij zijn werkomgeving soms ervaart als een gesloten bolwerk. Omgekeerd bood de kunst hem de kans om anders, opener, te reflecteren op zijn wetenschappelijk werk. Dat er onlangs flinke publieke aandacht was voor de vergaande invloed van bedrijven als Monsanto op het ‘eigenaarschap’ van zaden en teeltwijzen – en daarmee ons voedsel en milieu – laat denk ik zien wat we beogen met ons thema. Aanvoelen wat leeft en ruimte maken voor discours. Waar ik het meest trots op ben? Dat we een interessante groep kunstenaars en vormgevers nieuwe werken hebben kunnen laten maken op meerdere locaties: het arboretum, de botanische kas en proefvakken, inclusief wetenschappelijke artefacten. Bezoekers zien oude én nieuwe vormen van wetenschap door de ogen van de kunst.’

‘Film is een geweldig medium om planten tot leven te wekken’ Barbara Visser, kunstenaar ‘Krijn en Koos hebben kunstenaars bij elkaar gevraagd, die geïnteresseerd zijn in wat deze locatie zo uniek maakt. Ik proefde wel een idee of verwachting en natuurlijk werk je daar als kunstenaar toch anders aan, maar de uitnodiging vond ik interessant. Ik heb een context nodig om me toe te verhouden, omdat ik werk vanuit een documentair idee: de wereld infor-

‘Tijdens een verkenning van de locaties voor Beelden op de Berg viel de tropische plantenkas me op, ook al mochten we er toen niet in. Een fantastisch bouwwerk, waar tien jaar geleden de stekker is uitgetrokken. De universiteit vond het te duur worden om onderzoek te doen naar tropische planten; er ontstonden alternatieve methoden. De aanblik van deze kas heeft iets dramatisch, alsof ze echt de deur op een vrijdagmiddag achter zich hebben dichtgetrokken, de verwarming uitgezet en de kraan dichtgedraaid. Er ontstond een nieuw landschap van grijze, verdroogde gewassen. Later bleek dat belangrijke planten wel waren overgebracht naar andere kassen. Maar toch: ik zag een verlaten biotoop, spookachtig en sprookjes­ achtig tegelijk. Dan komt er een stroom van associaties op gang. Samen met Bart Haensel onderzocht ik maandenlang hoe mensen planten onderzoeken en in beeld brengen. Wist je bijvoorbeeld van de Global Seed Vault in het binnenste van een gebergte bij Spitsbergen? Een wereldzaadbank voor het geval gewassen verdwijnen. Ook in Nederland zijn er mensen die aandacht vragen voor het fascinerende plantenrijk. Zo ontmoette ik Sander Onsman, een jonge bioloog en oprichter van het bedrijf Onszaden die je kan helpen aan uitzonderlijke zaden van tropische planten uit de hele wereld. Hij heeft plannen om deze kas te kopen om te laten zien aan mensen dat plantkundig onderzoek nog meer inhoudt dan data opslaan in computers. Hij sprak daar zijn verdriet over uit, omdat fysieke elementen van onderzoek ver­ loren gaan. Temperatuur voelen, ruiken hoe planten geuren, zien hoeveel vocht eruit komt als je erin knijpt.’ ‘De gepensioneerde plantkundige Frans Breteler vertelde me hetzelfde. Als je tegenwoordig geld aanvraagt voor onderzoek ligt de focus op digitalisering, niet op veldonderzoek of reizen. Alsof je de tropische plant niet meer nodig hebt. Terwijl je uit een DNA-weergave helemaal geen uiterlijk kunt afleiden. Deze man had nog in een zeppelin over de toppen van een regenwoud gescheerd om materiaal te verzamelen met een kapmes. Zo’n verhaal heeft natuurlijk een romantische factor, maar het gaat in elk geval ook over het zinnelijke en tactiele. Wie zouden er tegenwoordig beter thuis zijn in alle stadia


van een plant: de huidige generatie biologen of de mensen die in China het maken van kunstplanten hebben geperfectioneerd? Zij kijken misschien wel beter naar glanzende bloemknoppen of planten in verval. Is dat geen wonderlijke paradox?’ ‘Persoonlijk geloof ik altijd in tegenkrachten op den duur, maar ik wilde de kas wel als een driedimensionaal herbarium tonen in zijn nieuwe toestand. Stopmotionfilmpjes op internet waarin je planten versneld ziet groeien, hebben me geïnspireerd. Je ziet niet alleen de plant maar ook al die mensen die er hun camera’s ijverig op scherpstellen. Ik vond het een mooie gedachte dat die planten ook ’s nachts bewegen, maar dan alleen zijn. Dat idee heb ik terug vertaald naar de kas: ik toon de dode planten als marionetten in een poppenspel. In het maanlicht zie je mensen letterlijk aan touwtjes trekken en de planten manipuleren – authenticiteit versus manipulatie. Je ziet hele scherpe closeups die prikkelen en onthullen. De visuele taal van de conventionele natuurfilm bleek dus ook te werken om deze compleet verdroogde planten weer tot leven te wekken.’

‘De eenvoud van deze mensen maakt nederig én jaloers’ Ernst van der Hoeven, kunstenaar ‘Voor mij komt op de Wageningse Berg veel bij elkaar. Ik werk graag op de snijvlakken die ontstaan tussen natuur en menselijke interventies. Zoals bij een cascade: een kunstmatig aan­ gelegde stroom die in de 19e eeuwse landschapsarchitectuur populair werd. Een hele beroemde vind je in het Kassel, in Bergpark Wilhemshöhe. Zo’n interventie zou zich door het hoogteverschil natuurlijk hebben kunnen voegen in het landschap van de Wageningse Berg. Het herinnerde me ook aan de golvende banen stof die in Vietnam drogen op bamboe stokken vlak boven de grond. Het lineaire terrassenlandschap wordt erdoor getekend en daar wilde ik iets mee. Ik zag een enorme stroom voor me, van tinten blauw bovenop de berg. Met dat idee ben ik met onderzoekster Kirsten Algera naar Vietnam vertrokken.’ ‘In Noord-Vietnam worden overal banen stof geweven uit hennep door vrouwen die het

Het zandkabinet, Atelier NL.

Herbarium, Barbara Visser.

nieuwe Veluwe 2/13

35


oefening in geduld en nederigheid. Leg maar eens uit dat je een genuanceerd kleurverloop wilt hebben in de banen stof die ze daar aaneen naaiden, terwijl zij juist houden van flinke contrasten. Of dat je tot een uur voor vertrek geen idee hebt, hoe je die enorme balen stof meekrijgt naar een afgelegen vliegveld. En dan rollen ze die balen ineens op in grote zakken en komt er een brommertje voor rijden. Soms voelde ik me tegen wil en dank een soort Max Havelaar – je komt jezelf als westerling echt tegen. Na een week bij hen te hebben gewerkt krijg je oog voor hun vanzelfsprekende intelligentie – dat was echt jaloersmakend. Cascade is wat mij betreft niet alleen een stil protest geworden, maar vooral een ode aan deze vrouwen en aan de schoonheid van het niet absolute.’

Cascade, Ernst van der Hoeven.

handweefgetouw om hun middel knopen: elke baan is daardoor maximaal 35 centimeter breed. Daarna worden de stoffen gewassen, geverfd met de gefermenteerde bladeren van de indigoplant. Van tevoren weet niemand precies welke kleur blauw er ontstaat: indigo donkert na door oxidatie en onder invloed van zonlicht. Hoe meer verfbaden en droogsessies, hoe donkerder de stof kleurt. Vergelijk dat eens met onze vroegere bleekvelden: wij droogden lakenstoffen in de zon om ze witter te laten worden. In Azië symboliseert het bewerkelijke zwart juist de ultieme luxe.’ ‘Het maken van deze cascade werd voor mij een natuurlijk antwoord op alle gedigitaliseerde techniek die ik heb gezien in Wageningen. Ik miste daar de verwondering en elegantie van het empirisch onderzoek doen en was ook teleurgesteld door de weinig kritische houding van wetenschappers. Waar kijk ik naar? Die vraag werd in de 19e eeuw vaker vanuit één adem gesteld: kunst en wetenschap waren toen minder gescheiden werelden. Door de industrialisatie hebben we hele stukken van onze cultuurgeschiedenis ingeruild voor meer voorspelbaarheid. We hadden hier vroeger ook hennepvelden, die grondstof leverden voor zeilen en touwen: ze droegen bij aan de VOCrijkdom van Holland. Ook in Twente werden wollen stoffen tot in 19e eeuw bij blauwverve-

36

nieuwe Veluwe 2/13

rijen gekleurd. Bleekvelden werden ook inge­ tekend op landkaarten: zo veel was ermee gemoeid Hoe meer je in zo’n onderwerp duikt, hoe meer verbindingen je vindt. Zo exotisch is het dus niet om ‘Vietnam’ te tonen op de Wageningse Berg. Wat mij betreft herinnert Cascade ons aan vormen van authenticiteit die we aan deze kant van de wereld hebben opgegeven. De ongrijpbaarheid van de kleur indigo bijvoorbeeld, en het geduld dat je moet opbrengen om die unieke tinten te laten ontstaan. Wat zegt dat over onze westerse manier van denken en handelen?’ ‘Wij zijn gewend om geld te hebben en willen betalen per strekkende meter. De 88 vrouwen die werkten aan deze installatie, zijn binnen hun coöperatie gewend evenveel te verdienen, ook al werkt de ene vrouw sneller dan de andere. Zij zijn vooral afhankelijk van het weer, de seizoenen en de tijd die het nu eenmaal kost om gewassen te laten groeien of kleur te laten ontstaan – die processen kun je niet versnellen. In feite werken zij dagelijks aan unieke producten, maar voor deze vrouwen is het geen autonoom kunstwerk – zelfs dit gevaarte van die jongen uit Nederland niet. Ze doen wat ze altijd doen. Toch heb ik hen gemanipuleerd tot het maken van iets nieuws.’ ‘Een rijk kleurenpalet maken op basis van één plant, de Assam indigo, voelde ook als een

Beelden op de Berg Locaties: Arboretum Belmonte (Generaal Foulkesweg 94), proefvakken (tussen Generaal Foulkesweg 72 en 74) en tropische kas (Arboretumlaan 2) t/m 14 september Locaties en expositie zijn vrij toegankelijk, catalogus: € 4,50 www.beeldenopdeberg.nl Veel gesprekken en debatten die aan de expositie vooraf gingen, zijn te vinden op: www.facebook.com/beelden.opdeberg Met Nieuwe Veluwe naar de expositie Nieuwe Veluwe organiseert op zondag 8 sep­ tember een rondleiding, verzorgd door auteur Manon Berendse. De start is bij Galerie Wit, die met de expositie Wit op de Berg aansluit bij het thema. Koen van Mechelen en Nick Ervinck tonen werk dat direct verband houdt met hun presentatie in het nabijgelegen arboretum. Sjoerd Buisman en Couzijn van Leeuwen heb­ ben zich erdoor laten inspireren. Informatie en opgave voor de excursie en meer over de expo­ sitie bij Galerie Wit zie pagina 50.


Actueel Natuurorganisaties: niet eerder herten schieten De provincie Gelderland heeft het jachtseizoen op de Noordwest-Veluwe met drie maanden vervroegd naar 1 mei. Volgens gedeputeerde Jan Jacob van Dijk zijn er te veel edelherten en moet er ingegrepen worden om te voorkomen dat de schade aan gewassen en door wildaanrijdingen uit de hand loopt. Natuurmonumenten, Geldersch Landschap en Staatsbosbeheer voelen er niks voor om in de periode van drachtige hindes en pasgeboren kalfjes te jagen en wachten tot het officiële jachtseizoen. Staatsbosbeheer is bang dat de dieren zich dieper in het bos terugtrekken, waardoor hun zichtbaarheid afneemt. Natuurmonumenten bestrijdt dat er een verhoogde landbouwschade is en twijfelt aan de nieuwe telmethode, waarop de Gedeputeerde Staten hun besluit baseren. De edelhertenstand werd eerder op circa 350 geschat en nu op 528 stuks. Met de verwachte aanwas erbij komt de hertenpopulatie deze zomer uit op 800. Gezien de doelstand van 200 moeten er 600 stuks worden geschoten. Faunabeheerders van de provincie die zich met de vervroegde jacht gaan bezighouden, krijgen de opdracht om tot 1 augustus vast 55 dieren af te schieten. Drachtige dieren en hindes met kalveren moeten worden ontzien, benadrukte de gedeputeerde na Tweede Kamervragen.

Veluwse archeologie in Historisch Museum Ede Zestig jaar lang groef en zocht de Edese amateurarcheoloog Eduard Zuurdeeg in de Veluwse bodem. Het leidde tot zo’n bijzondere archeologische collectie, dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden deze in 2010 kocht. Van 22 juni tot 19 januari is zijn collectie tijdelijk te zien in het Historisch Museum Ede. De titel van de tentoonstelling – 100.000 uur archeologie – Verzamelen op de Veluwe – verwijst naar de 100.000 uur die Zuurdeeg sinds zijn 13e besteedde aan archeologie. Het leverde sigarendoosjes vol pijlpunten en scherven, klokbekers, bijlen, maal­ stenen, Romeinse munten en middeleeuwse wijnflessen op. Samen met zijn uitgebreide documentatie en zelfgemaakte maquettes vertelt Zuurdeeg het verhaal van 50.000 jaar bewoning op de Veluwe. Omdat hij zijn vondsten nauwkeurig registreerde en meldde, konden professionele archeologen een aantal vindplaatsen verder bestuderen en beschermen. Meer over de passie van Zuurdeeg in Nieuwe Veluwe 1 van 2012, zie ook www.nieuweveluwe.nl/archief

Ed Zuurdeeg in zijn werkkelder in Ede. foto Hans Dijkstra/gaw.nl

Veluwse schaapherder dit jaar door foto Ad Germing

GroenFront! en Lush: stop commerciële jacht Actienetwerk GroenFront! en cosmeticabedrijf Lush hebben in een open brief Het Geldersch Landschap en Het Nationale Park De Hoge Veluwe opgeroepen te stoppen met het verlenen van jachtvergunningen. ‘Werk mee aan een Veluwe waar zwijnen en edelherten hun natuurlijke rol in het ecosysteem weer kunnen vervullen.’ Beide terreinbeheerders hebben de actievoerders inmiddels uitgenodigd voor een gesprek. Daar gaan GroenFront! en Lush graag op in. ‘Als ze hun beleid veranderen, wordt er fors minder gejaagd op de Veluwe en krijgt de natuur een nieuwe kans’, zegt Joost van der Velden van Groenfront! Geldersch Landschap weerlegt dat ze meedoet aan commerciële jacht. Op de terreinen wordt alleen medewerking gegeven aan de uitvoering van het provinciale faunabeheer. Bovendien werkt ze – evenals Staatsbos­ beheer en Natuurmonumenten – niet mee aan het door de provincie afgekondigde vervroegde afschot van edelherten op de Noord-Veluwe.

Schaapskudde Het Soerel van Chris Grinwis uit Emst is voor dit jaar gered. Door het gunnen van het Hulshorster Zand aan een ander bedrijf dreigde de enige op de Veluwe rondtrekkende schaapherder failliet te gaan. Het kwam Natuurmonumenten op kritiek van leden te staan. Na overleg met de schaapherder gunde Natuurmonumenten Grinwis een andere klus. ‘Weliswaar niet van de omvang van het Hulshorsterzand, maar we kunnen ermee leven’, reageert Grinwis. Met een sms-actie werd ook geld opgehaald, maar voor de komende jaren moet er een structurele oplossing komen, in eerste instantie door voldoende opdrachten binnen te halen. Daarnaast is

er de Stichting Schaapskudde Het Soerel opgericht om geld in te zamelen en donateurs te werven, waarmee de schaapskudde in (nieuwe) tijden van financiële nood kan worden onderhouden. Er zijn plannen voor een fonds voor alle in Nederland rondtrekkende herders. Meer informatie: schapenopdrift. blogspot.com

nieuwe Veluwe 2/13

37


Steeds meer te beleven in

het Veluwse bos

tekst Michiel Hegener, foto’s Jan Huttinga/Kroondomein Het Loo, Michiel Hegener en Jelle de Gruyter

Bosreservaat in Kroondomein Het Loo met beuk als eindfase. Een open plek met natuurlijke verjonging van grove den en beuk, en veel dood hout.

38

nieuwe Veluwe 2/13


Het kan niemand ontgaan, zeker niet op de Veluwe. Monotone dennenakkers – tot voor kort het ideaal van iedere bosbouwer – worden langzamerhand omgevormd tot gevarieerde en spannende bossen. Je ziet het bijvoorbeeld in Kroondomein Het Loo en het Hoenderloosche Bosch. Leuk voor de recreant, belangrijk voor planten en dieren en er valt nog steeds hout te oogsten. Zijn dit soort bossen over vijftig jaar ook nog te financieren of gaan we terug naar af?

Op de Topographische Kaart van de Veluwe en Veluwezoom die M.J. de Man in 1806 maakte, staat te midden van de eindeloze heide ten noorden van Hoog Soeren een eenzaam stukje bos van 6 hectare. Misschien was het toen alleen maar wat lage opslag, zeker is dat het bij de bebossing van de hei in 1830 gespaard bleef. Kennelijk was het te veel gedoe om die rommel eerst weg te halen. Ook de Duitsers, die in 1944 bijna alle grove dennen uit 1830 velden, lieten de 6 hectare met krom, rot en omgeval­ len hout onaangeroerd. In 1980 kwam dr. ir. Jaap Kuper, de nieuwe opperhoutvester van Hare Majesteit de Koningin, er voor het eerst. Als hechtdoortimmerde bosbouwer vond hij het een verschrikking: ‘Het zag er ellendig uit, met opvallend veel kromme bomen en takken. Ik vroeg mijn collega’s: ‘Wat willen jullie hiermee?’ Het antwoord was dat ze er niets mochten, dat had Wilhelmina ooit zo bepaald. Ze was al achttien jaar dood, maar haar oekaze was nog van kracht. Nu, 207 jaar nadat De Man zijn kaart maakte, is Kuper lyrisch. ‘Hier ontwikkelt zich precies het bos dat we in 80 procent van Kroondomein Het Loo willen’, zegt hij midden in het perceel tot de deelnemers aan een excursie van de Vereniging van Vrienden van de Veluwe (zie ook pagina

46). ‘Kijk: omgevallen bomen, veel dood hout, natuurlijke bosverjonging, veel vogelsoorten. Dit is verreweg het rijkste systeem in heel Het Loo.’ In het bos van 6 hectare is de verwildering het verst gevorderd, enorme delen van Kroon­ domein Het Loo zijn ook al een eind op weg. De monotone dennenakkers – één soort, één leeftijd, liefst in rijtjes geplant - die tot voor veertig jaar het ideaal waren van iedere bos­ bouwer, zijn onder leiding van Kuper groten­ deels omgevormd tot een ensemble van veel verschillende soorten van veel verschillende leeftijden. Bosomvorming heet dat, een trend in veel Nederlandse bossen, zeker op de Veluwe. Big Mac voor herten Maar tot wat vorm je de naaldhoutbossen dan om? Pure wildernis? Bos waar toch nog een beetje of meer dan een beetje wordt geoogst? Willem van Ark, beheerder Midden-Veluwe van Staatsbosbeheer, stuurt zijn terreinwagen door het Hoenderloosche Bosch. Volgens de Topo­ grafische Kaart van vijftien jaar geleden staat daar alleen naaldhout, maar dat klopt niet meer. De meeste vakken werden sterk gedund, zodat open ruimten ontstonden waar zonlicht en zonnewarmte de bodem konden bereiken. Zaailingen kregen daardoor kansen, al helemaal waar de grasmat open lag dankzij bosbouw­ machines of wroetende zwijnen. Het resultaat oogt prachtig, zeker nu, met al dat voorjaars­ groen. Tussen de resterende oude dennen staan overal jonge beuken, berken, grove dennen, Douglassparren, en soms een lijster­ bes, krent of prunus. Eik is schaars, want het gros van de zaailingen wordt door herten en reeën opgevreten, voordat ze boven de bos­ bessen uitkomen. Van Ark: ‘Eik is de Big Mac voor de herten.’ Los daarvan zijn de winstpunten van bosomvor­ ming overweldigend. Al dat loof is voedsel voor het wild. De grote zoogdieren zijn in die onder­ groei bijna onzichtbaar en kunnen er ongestoord de dag doorbrengen, dus kan het aantal rust­ gebieden drastisch terug. Vogels zitten veel liever te midden van de variatie van omgevormd bos dan in zo’n tochtig en duister naaldbos. Mensen vinden het veel mooier en spannender om te zien. Bosbeheerders kunnen achterover zitten, want het bos verjongt zichzelf. Er hoeft nooit meer te worden gezaaid, alleen nog ge­ oogst. En dan zijn er nog gebieden waar zelfs geen bomen meer worden omgezaagd, de zogeheten bosreservaten: 15 procent van de

Boven: Productiebos met de inheemse soort beuk in Kroondomein Het Loo. Door de gevarieerde en sterke dunning is er veel natuurlijke verjonging in verschillende stadia. Onder: Excursie van Vrienden van de Veluwe en Nieuwe Veluwe op 18 mei naar Kroondomein Het Loo.

‘Bosbeheerders kunnen achterover zitten, want het bos verjongt zichzelf. Er hoeft nooit meer te worden gezaaid, alleen nog geoogst’

nieuwe Veluwe 2/13

39


Dennenakker van Staatsbosbeheer tussen Beekbergen en Ugchelen: één soort (grove den), één leeftijd. Het deel rechts is al wel gedund. Links is de hele akker gerooid om plaats te maken voor open terrein en zaailingen van onder meer de berk.

10.000 hectaren van Kroondomein Het Loo, 20 procent van de 10.000 hectaren van de Midden-Veluwe van Staatsbosbeheer. Horeca vaart er wel bij Nu de complicaties. De grootste, de oorzaak van eigenlijk alle deelproblemen, is dat op de Veluwe de inkomende geldstromen niet ten goede komen aan de natuur die jaarlijks een paar miljoen verblijfsrecreanten en tientallen miljoenen dagjesmensen aantrekt. De horeca vaart er wel bij, pretparken ook, de gemeenten via de toeristenbelasting en ook de huizen­ bezitters die hun prachtige woonomgeving terug zien in de waarde van hun bezit. Daarnaast is er een geheel andere geldstroom: de kosten van het beheer van de 100.000 hectare Veluwse natuur die al die inkomsten genereert. Kuper: ‘De horeca denkt: ‘Maken

40

nieuwe Veluwe 2/13

jullie het maar lekker mooi!’ Maar wij kunnen het niet verzilveren. Als de natuurbeheerders grip zouden krijgen op de horeca, ja, dan krijg je op die manier inkomsten. Daar moeten we in Nederland meer aan doen.’ Nu moeten de natuurbeheerders op een andere manier aan geld komen en dat doen ze vooral met houtoogst. De omgevormde bossen wor­ den, zowel bij Staatsbosbeheer als De Konink­ lijke Houtvesterij van het Kroondomein Het Loo, eens per vijf of acht jaar uitgedund voor hout­ oogst. Een beperkt deel van de bomen sterft een natuurlijke dood. Uitzondering vormt stormschade. Door de Houtvesterij wordt een deel van het gestreken hout afgevoerd, omdat het nog geld kan opbrengen. ‘Staatsbosbeheer laat al het stormhout liggen’, zegt Van Ark. ‘Dat is belangrijk voor de biodiversiteit, we streven naar tien procent dood hout in onze bossen.’


Dood hout Een van de deelnemers aan de excursie van de Vrienden van de Veluwe naar Kroondomein Het Loo is Hans van der Lans, medeoprichter van Kritisch Bosbeheer en directeur van Ecoplan. Hij wijst op het bos waar we, achter Kuper aan, doorheen wandelen. ‘Kijk, bijna geen dood hout. Als jij een wolf bent, waar kun je dan zitten?! Hier moet een zware storm doorheen en dan zou alles moeten blijven liggen. In een natuur­ lijk bos is de helft van het hout dood.’ Als we weer halt houden zegt Van der Lans: ‘Hout oogsten betekent ook dat je kalk en mineralen aan het ecosysteem onttrekt.’ Kuper: ‘Mmmm. Ik ben er niet van overtuigd dat dat de ont­wik­ ke­ling tegenhoudt. Sterker, ik zie alleen maar geweldige vooruitgang.’ We bevinden ons in een gedund grovedennenbos en overal staan jonge berken – het lichte berkenzaad werd aange­ voerd door de wind. Kuper herinnert aan de tijd dat berken als plaag beschouwd werden in de bosbouw en dat er subsidie was om ze te bestrijden. Dat dood hout goed is voor de natuur beaamt hij volledig, maar de helft, zoals Van der Lans bepleit? ‘De eerste tien kuub is het interessantst voor de natuur, niet de laatste tien.’ Bosweiden Vrijwel iedereen weet inmiddels dat dood hout goed is voor schimmels en paddenstoelen, en voor insecten waar vogels zich mee voeden. Behalve als voedselbron dient dood hout ook als woning voor allerlei beesten of als dak boven een hol in de grond. Minder bekend is dat massale hoeveelheden horizontale boomstam­ men barrières vormen voor het wild. Er ont­ staan dus plekken waar de grazers nauwelijks of niet bij kunnen en daar krijgen zaailingen alle kans. En op de plekken waar ze wel kunnen komen, verjongt het bos zich niet makkelijk. Van der Lans: ‘In een voldragen eiken-beuken­ bos ontstaan bosweiden met onder meer salomonszegel, bosanemoon, dalkruid, bosviool en bosklaverzuring. In een natuurlijk bos heb je wilde zwijnen nodig om de grond om te woelen zodat zaden wortel kunnen schieten, maar vooral ook grote grazers zoals runderen, paarden, herten en wisenten. Bos leeft bij het bestaan van open delen waar de opslag wordt opgegeten.’ Met dat laatste raakt hij een dilemma waar Kuper zich ook voor gesteld ziet. In de vrijwel barrièrevrije bossen van de Houtvesterij is bosverjonging niet mogelijk als de hertenstand

‘S tormschade bestaat nu niet meer. Vroeger was dat een drama, nu zijn dat onze beste jaren’ overeenkomt met de natuurlijke draagkracht. Dan worden er te veel jonge boompjes opge­ geten. En dus ging de introductie van het nieuwe bosbeleid in 1984 samen met een drastische verlaging van de hertenstand. Kuper: ‘Je moet keuzes maken. De ene keer denk je: Er wordt toch wel veel aan de jonge boompjes gevreten, de andere keer denk je: Ik zie nooit meer een beest.’ Subsidies Terug naar de financiën waar alles om draait. Dit verhaal is incompleet zonder subsidies erbij te betrekken. Openstelling van een particulier terrein zoals het Kroondomein (het grootste deel van Kroondomein Het Loo) levert 33 euro per hectare op, maar dit terzijde. Belangrijker: voor bos waar niets wordt geoogst, de bos­ reservaten, betaalt de schatkist omstreeks 75 euro per jaar. En voor bos waar wel wordt geoogst ongeveer 10 euro. Voor die laatste categorie komt de houtopbrengst erbij, pakweg 4 kuub per hectare per jaar, omstreeks 170 euro inclusief de subsidie. Je zou haast denken dat de bosreservaten, waar boswachters haast niets hoeven te doen, zichzelf kunnen be­ druipen. Kuper: ‘Als je weet dat die subsidie blijft, kun je inderdaad stoppen met hout oogsten. Maar je weet één ding zeker: die subsidie blijft niet.’ Hij heeft het dan niet over de komende vijf jaar maar over de komende vijftig of honderd jaar, het soort termijnen waarmee bosbeheerders denken. Omgeduwde bomen In het Hoenderloosche Bosch houdt Willem van Ark stil bij een paar grote, half verrotte omge­ waaide bomen. ‘Omgewaaid? Ha! Ze lijken omgewaaid! Maar we hebben ze omgeduwd, met een shovel. Ik heb een hekel aan zagen, dan zie je dat er mensen bezig zijn geweest. Kijk, tussen die bomen is een takkenkooi ont­ staan. Wild kan er niet komen, zodat eiken er kunnen uitgroeien.’ Even verder zijn ook bomen omgeduwd, maar dan om een zandpad af te sluiten voor wandelaars, zodat een rustig ge­ bied ontstaat voor het wild. Minstens zo opval­ lend en ook horizontaal zijn de enorme bergen stammen aan de uitgangen van het bos, nabij de verharde weg. Van Ark herinnert eraan dat Nederland streeft naar 7 procent eigen pro­

ductie voor onze vraag naar hout, de rest is import. Dat rechtvaardigt volgens Staatsbos­ beheer de tweeledige functie van de omge­ vorm­de bossen: ze hebben meer natuurwaarden dan dennenakkers en ze leveren ook hout – ‘een duurzame, hernieuwbare grondstof’, benadrukt Van Ark. Hans van der Lans vindt die 7 procent binnen­ landse productie op zich een goed idee. ‘Hout is een agrarisch product, net als aardappelen. Houtteelt past niet in natuurgebieden en zeker niet op de Veluwe. We hebben in Nederland één echt groot boscomplex, de Veluwe, de rest bestaat uit relatief kleine stukjes. Echte natuur heeft ruimte nodig voor ecologische processen. Daarvoor zijn minimumhoeveelheden van allerlei soorten nodig. Alleen op de Veluwe vind je die grote maat. Dus juist daar: geen bosbouw maar zoveel mogelijk zelfregulatie en een compleet soortenpakket.’ Omslag na najaarsstormen Dat beeld kan worden weggezet als voorlopig onhaalbaar (net als plannen voor één Nationaal Park Veluwe), maar dat zou onterecht zijn. In de bosreservaten krijgt de plantenwereld al vrij spel, al zou het met meer bodembegrazing biologisch nog rijker en mooier worden. Er zijn al grote stukken Veluwe waar niet meer wordt gejaagd, zoals het Deelerwoud van 1200 hectare en 1500 hectare van Staatsbosbeheer op de Midden-Veluwe. En de saaie dennen­ akkers die ooit het Veluwse bosbeeld bepaal­ den, zijn grotendeels verdwenen. Dat was te danken aan een categorische omslag in het denken over bos die begon na de zware na­ jaarsstormen van 1971 en 1972, toen duizenden hectaren tegen de vlakte gingen. Van Ark: ‘We dachten: ‘Misschien moeten we naar minder monoculturen, dan waait er de volgende keer minder om.’ Het was een grote ramp, maar er ontstond natuurlijke bosverjonging en dat waren we niet gewend. Iedereen vond dat leuk! Vervolgens gingen we denken over samen­ werking tussen natuur en bosbouw.’ Kuper: ‘Er waren in het verleden plekken waar onbe­ doeld spontane bosverjonging plaatsvond. Wij als bosbouwers liepen er wel langs, maar zagen het gewoon niet. Stormschade bestaat nu niet meer. Vroeger was dat een drama, nu zijn dat onze beste jaren.’

nieuwe Veluwe 2/13

41


foto’s Harro de Jonge, Hans Dijkstra en Wim van Hof/gaw.nl

Natuurbeleid

kan en moet inderdaad anders

42

nieuwe Veluwe 2/13


Het huidige natuurbeleid is te weinig ambitieus en onvoldoende toegerust om de biodiversiteit in stand te houden. Dit stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in zijn advies Onbeperkt houdbaar, naar een robuust natuurbeleid dat in mei is verschenen. Vijf deskundigen reageren: een natuurbeheerder, een belangenbehartiger, een actievoerder, een wetenschapper en een landschapsbeheerder. Jeroen de Koe, adjunct-regiodirecteur Natuurmonumenten Gelderland

nodig is om tot broedsucces te komen voor vogels. Wij staan klaar om daar in en rond bijzondere natuurgebieden samen met boeren en hun collectieven invulling aan te geven. Een onderwerp dat voor de Veluwe natuurlijk van belang is: de ecoducten. Voor ons staat vast dat ze werken: we hebben een lange reeks gegevens van het ecoduct Terlet die dat aan­tonen. De overige ecoducten verdienen ook de tijd om zich te bewijzen. Is het aantal ecoduc­ten dan nooit genoeg? Ja, natuurlijk. We zullen altijd moeten blijven kijken naar de noodzaak en effectiviteit. Ook zou vaker gekeken moeten worden of andere oplossingen denkbaar zijn, zoals het plaatselijk afwaarderen van provinci­ale wegen tot lagere snelheden en passeerbaar­heid voor dieren. Maar een be­schaafd land dat honderden miljoenen investeert in de aanleg en verbreding van (snel)wegen zal ervoor moeten zorgen dat tege­lijker­­­tijd mee geïnvesteerd wordt in maatregelen die de passeer­baarheid van wegen en spoorlijnen verbeteren.’

Dirk van Uitert, voorzitter Vrienden van de Veluwe ‘Natuurmonumenten is blij met het advies. In tegenstelling tot wat de krantenkoppen erover schreven, is het rapport op essentiële onder­delen genuanceerd en biedt het tal van aan­knopingspunten voor een goed natuurbeleid, ook in financieel mindere tijden. We zijn blij dat de noodzaak voor investeren in natuur en ver­ groting van natuurgebieden omarmd blijft. Ook is het belangrijk dat agrarisch natuurbeheer beter wordt ingebed in het nationaal natuur­netwerk, zonder het meteen helemaal af te schrijven. Dat zijn twee belangrijke punten die de staatssecretaris zo over kan nemen in haar natuurbeleid. Het is belangrijk om te blijven investeren in het netwerk van natuurgebieden. Dat is niet alleen van belang voor bijzondere planten en dieren, waarvoor Nederland een internationale verant­woordelijkheid heeft. Maar zeker is het ook belangrijk dat mensen volop kunnen genieten van al de fraaie natuur en in ons hectische en volle land de broodnodige rust kunnen vinden. Vergroten en verbinden blijven wat Natuur­monumenten betreft de kernwoorden, die voor meerdere jaren de rode draad moeten vormen, ook wat betreft financiële zekerheden. Het past in ons streven om tot complete landschappen te komen, waar bestaande en nieuwe natuur­gebieden en de omliggende cultuurgronden een harmonieus geheel vormen. Om die reden is het inderdaad van belang, zoals de raad schrijft, om het agrarische natuur­beheer te hervormen. Dat er vervolgens ook stemmen opgingen om het natuurbeheer door boeren dan maar meteen ten grave te dragen, is niet nodig en zelfs contra­ produc­tief. Maar dat het anders moet dan tot nu toe, is voor Natuur­monumenten klip en klaar. Agrarisch natuur­beheer is heel nuttig aan de grens van kwets­bare natuurgebieden en bijvoorbeeld in weide­gebieden waar een grote aaneengesloten oppervlakte

‘Rli heeft een stevig advies neergelegd bij de regering. In feite is het een pleidooi voor voortzetting en verdere verbetering van het natuurbeleid uit het pre-Blekertijdperk. Terecht worden kanttekeningen geplaatst bij natuur- en land­ schapsbeheer door boeren. En dat heeft staatssecretaris Dijksma er inmiddels toegebracht om bij boerenbeheer in de toekomst samenhang en samenwerking te eisen. Of daarvoor dan ook de beschikbare 50 miljoen euro op jaarbasis beschikbaar blijft, is nog maar de vraag. In ieder geval is het goed om meer eenheid en continuïteit te brengen in het agrarisch natuurbeheer en dit feno­meen ook veel meer te combineren met het vrijwillig land­ schaps­beheer, zoals dat veelvuldig wordt uitgevoerd door burgers en buitenlui. Hier ligt, zeker ook op de Veluwe, een schone taak voor de provincie Gelderland. Niet langer sturen op kwantiteit via

nieuwe Veluwe 2/13

43


individuele contracten, maar juist het realiseren van kwaliteit in samenhang is wat natuur en landschap op de Veluwe nodig hebben. Opvallend is ook de conclusie dat het voor het tegengaan van de afnemende biodiversiteit noodzakelijk is om natuurgebieden van ruime omvang te creëren. Dat blijkt nog belangrijker dan het ver­ binden van natuurgebieden door middel van allerlei flora- en fauna­ passages. Overigens moet en mag dit niet betekenen dat er geen aandacht meer zal zijn voor verbinden van natuurgebieden. Er is wel degelijk nog het nodige te doen. Bijvoorbeeld waar het gaat om het verbinden van de Utrechtse Heuvelrug met de Veluwe en het veilig verbinden van het nieuwe natuurgebied in het Renkums Beekdal met de uiterwaarden langs de Nederrijn. Dat laatste betekent een goede passage van de N225 tussen Renkum en Wageningen voor plant en dier! Het pleidooi voor robuuste natuurgebieden staat op gespannen voet met de afspraken die in Gelderland zijn gemaakt om de Ecologische Hoofdstructuur – de provincie spreekt zelfs inmiddels over Gelders Natuurnetwerk – te herijken. Herijken staat hier natuurlijk voor schrappen. En dat laatste is, zeker op en om de Veluwe dus juist ongunstig voor behoud en ontwikkeling van de biodiversiteit. Op zich was deze conclusie natuurlijk wel te ver­ wach­ten. Ook Alterra en het Planbureau voor de Leef­omgeving wisten verleden jaar, na doorrekening van de Gelderse plannen, al te melden dat met het voorgestelde beleid de internationale natuur­doelen niet bereikt kunnen worden.’ Als het aan de Vrienden van de Veluwe ligt, houden de Provinciale Staten naar aanleiding van het advies Onbeperkt Houdbaar de omvang van het Gelders Natuurnetwerk nog eens tegen het licht, om deze vervolgens fors naar boven bij te stellen. Dat zou prima kunnen bij de vast­stelling later dit jaar van de provinciale omgevingsvisie. Natuur en landschap van de Veluwe zullen er zeker wel bij varen. En dat geldt vervolgens ook voor de economie van de Veluwe die nauw samenhangt met de ecologi­sche kwaliteit van die Veluwe als groot groen ‘bedrijven­ terrein’ voor recreatie, toerisme en zorg.’

Jaap Dirkmaat, voorzitter vereniging Das&Boom ‘Het advies staat vol tegenstrijdigheden en halve waarheden. Dat maakt het voor iedereen bruikbaar en onbruikbaar. Over ecoducten zegt de adviesraad dat niet elke verbinding nodig is, niet ieder duur ecoduct nut heeft: er is geen wetenschappelijk bewijs dat ze goed worden gebruikt. Maar kijk naar de ecoducten op de Veluwe die over de snelwegen zijn gelegd en deelgebieden weer verbinden. Je struikelt bijna over de sporen in het zand, dan weet je genoeg. Bovendien werd het tijd dat wij rekenschap afleggen voor alle eeuwenoude trekroutes van dieren die wij botweg met asfalt, staal en beton hebben doorsneden. In plaats van ecoducten zou het geld beter kunnen worden besteed aan de aanleg en beheer van natuurgronden, zegt het advies. Maar zie je Rijkswater­staat, die de ecoducten aanlegt, het geld naar natuur over­hevelen? Het wordt dan omgezet in meer asfalt. Bedankt, advies­raad! Dat agrarisch natuurbeheer tot niets leidt, klopt deels, maar het

44

nieuwe Veluwe 2/13

een fiasco noemen is ronduit een belediging. Dat het deels is mislukt, komt vooral door de onbetrouwbare overheid, die chronisch te weinig en niet continu betaalde voor wat ze van boeren verlang­ de. Natuurpakketten bedoeld voor bloemrijk gras­land in uiterwaar­ den, levert natuurlijk niets op. Op de rijke, vette klei krijg je geen schraalgras­land. Het valt te begrijpen dat de raad adviseert zulke pakketten op te heffen, maar ruim 50 procent van dat geld gaat ook naar natuur­organi­saties die net zo weinig resultaat boeken met dat graslandbeheer. Ronduit kwalijk is het voorstel ook de land­schapspakketten te schrap­pen. Daar zit het onderhoud van alle hagen, heggen en hout­ wal­len en andere kleine landschapselementen in. Het ergst is de aanbeveling om het natuurbeleid niet langer te richten op soortenbescherming. Dit zou er alleen maar toe hebben geleid dat het draagvlak voor natuur bij burgers is afge­nomen. Ten eerste is dat grote onzin en verder is het loslaten van soorten­ bescherming een regelrechte oproep tot illegaal gedrag. We ont­ duiken daarmee Europese afspraken, vast­gelegd in de Habitat- en Vogelrichtlijn. Daaraan dienen we ons te houden. In plaats van soor­tenbescherming bepleit de raad vergroting van de natuur­ gebieden en verbetering van be­staande natuurgebieden. Dat is niet reëel. Stel je eens voor dat we langs de randen van de Veluwe er 500 meter aan willen plakken. Dat wordt een burgeroorlog. Hier en daar zal het vast wel lukken om natuurgebieden te vergro­ten, maar in zijn algemeenheid is Nederland daarvoor veel te druk, veel te vol. Uitbreiding hoeft ook niet per se. Er zijn prachtige natuur­ gebieden met bijzondere planten als zonnedauw of orchideeën. Het is gewoon een kwestie van heel hard werken en heel goed beheer. Klimaatverandering is een makkelijke smoes. Daardoor raken we geen soorten kwijt; er zijn alleen maar soorten bij gekomen. Maar door het argument klimaat te noemen, ontsla je wel iedereen van de plicht om zijn verantwoorde­lijkheid te nemen. We kunnen er immers niks aan doen! Zo kan ik doorgaan. Onze stand­punten staan in een brief die we op 27 februari naar de commissie hebben gestuurd. Er is niks met onze brief gedaan.’

Henk Siepel, hoofd Centrum Ecosystemen van Wageningen UR, hoogleraar dierecologie Radboud Universiteit en Veluwenaar ‘Het advies straalt ambitie uit. Het is er eindelijk weer. Stel doelen vast en houd die ook aan, ook in tijden van crisis, stel eventueel het tempo van de gewenste beleidsuitvoering bij, maar houd wel


dezelfde doelen in het oog. Een ver­ademing vergeleken met de periode Bleker. Grofweg geeft de raad een set heel goede aanbevelingen. Betreffende agrarisch natuur­beheer bijvoorbeeld. Eindelijk eens een geluid dat kritisch is op ongeremde inkomens­ steun voor boeren en dat vooral kijkt naar het rende­ment. Niet dat er nu niets klopt van het hele concept agrarisch natuurbeheer, dat zou het kind met het badwater weggooien zijn. Er zijn zeker goede voorbeelden, maar het is duidelijk dat het goede lijdt onder het kwade: er zijn te veel situaties waar het rendement van het geld voor agrarisch natuurbeheer te laag is. Het is goed hierin verande­ ring te brengen en inder­daad niet de boeren te belonen voor een marginale lippendienst (het aanleggen van randjes), terwijl het leven op de per­celen niet boven het niveau van steenwol­teelt uitkomt. Een ander advies waarover de wenkbrauwen kunnen worden opge­ trokken, is het vrijwel vaarwel zeggen van de verbindingszones, inclusief ecoducten. Nu kun je natuurlijk ietwat cynisch zeggen, dat het gros inmiddels toch wel is aangelegd, maar dat voert te ver. Ook in situaties waarin de natuurgebieden groot en robuust zijn, de interne kwaliteit op orde is (en dat is nu slechts in 17 procent van de gevallen), blijven verbindingen tussen die gebieden van groot belang. Gezien de prioriteiten en rekening houdend met hetgeen al is aangelegd, zal de focus nu echter vooral gelegd moeten worden op verbetering van de natuurkwaliteit, niet alleen in de zogenaam­ de topgebieden, maar voor alle natuur; het is immers de graadmeter voor onze directe leefomgeving, die we moeten koesteren!’

Arjan Vriend, directeur Stichting Landschapsbeheer Gelderland ‘Fiasco’, kopte Trouw, over het natuurbeheer door boeren. Het woord is ook terug te vinden in Onbeperkt Houdbaar. Maar een fiasco kun je het over de hele linie niet noemen. Als je het hebt over zware botanische natuurpakketten, vraagt dat van de boer om in de eerste plaats natuurbeheerder te willen zijn. In die zin hebben de boeren het onvoldoende waar­gemaakt. De overheid is aan te

rekenen dat ze te gemakke­lijk subsidies heeft verstrekt. Boeren ontvingen subsidie, terwijl de rand­voorwaarden onvol­doen­­de waren om de natuur­doelen te halen. Als een gebied al te sterk ontwaterd is, percelen vlakgetrokken zijn, er vooral Engels raaigras en snij­ maïs wordt geteeld en er geen afstemming is tussen boeren over voldoende brede stroken voor beschutting en voedsel voor jonge weide­vogels, komt weidevogelbeheer niet van de grond. Maar daarmee moeten we onze cultuurland­schap­­pen niet afschrij­ ven. Ons advies is: kijk waar agrarisch natuurbeheer kansrijk is, ver­hoog daar de effectiviteit en zet meer in op aanleg, herstel en beheer van kleine land­schapselementen zoals houtwallen, hout­singels, knotbomenrijen, hoogstam­ boomgaarden en poelen; de dragers van de landschaps­ kwaliteit, ook ecologisch gezien. Veel planten- en dier­soorten zijn gebonden aan cultuurland­schap­pen. Het landschapsbeheer is wel succes­vol, maar er is te weinig geld voor beschikbaar. Aanleg en onderhoud van landschapselementen is het terrein van Stichting Landschapsbeheer Gelderland. Met 5600 vrijwilligers zetten wij ons in voor de elementen die onze voorouders hebben aangelegd. Als we duidelijk kunnen maken dat behoud van deze cultuurhistorie ook belangrijk is voor de biodiversiteit, kunnen we betrokkenheid creëren bij nog veel meer mensen die de handen uit de mouwen willen steken. Hier ligt een belangrijke taak voor de rijksoverheid en de provincie, die beoogt goed burgerschap te stimuleren, hetgeen ook aansluit bij het advies voor een nadrukke­ lijker publieke verantwoordelijkheid voor natuur en nieuwe maat­ schappelijke arrangementen. Maar er is meer nodig. Vrijwilligers kunnen veel werk verzetten, maar niet het hele landschap onderhouden. Buitenlui onderhouden vaak zelf hun landschapselementen, maar van boeren kun je niet verwachten dat ze bijvoorbeeld 2 kilometer houtwal in goede conditie houden. Dat is kostbaar en voor vrijwilligers niet te behappen. Een deel van het geld voor agrarisch natuurbeheer kan beter geïnvesteerd worden in professi­o­neel beheer van landschapselementen op boerenland. Als alle belanghebbenden (boeren, burgers, buitenlui en natuuren landschapsorganisaties) in een gebied gaan samenwerken in de uitvoering, onderling kennis gaan uitwisselen en elkaar scherp houden op het resultaat, krijgen we een ecologisch waardevoller landschap waarvan het ‘eigenaarschap’ weer in de streek ligt. Dat is het recept voor duurzame kwaliteit.’

nieuwe Veluwe 2/13

45


Vrienden van de Veluwe

Natuurvolgend bosbeheer

Jaap Kuper licht het natuurvolgende systeem toe.

Op 18 mei kwamen ruim veertig leden, abonnees en belang­stel­ len­den bijeen in Kroondomein Het Loo om kennis te maken met ‘natuurvolgend bosbeheer’. Dit is een vorm van extensief bos­ beheer die economie – oogsten van hout – combineert met ecologie en landschapsbeleving, wat resulteert in een duurzamer, soortenrijker, aantrekkelijker, ongelijkjarig, gemengd bos. Kostenbesparing, houtopbrengst en overheidssubsidies maken dat het systeem financieel uitkan. De excursie werd besloten met een bezoek aan De Duddel, een spon­ taan ontstaan bos, waar al bijna twee eeuwen niet is ingegrepen. Het geeft een beeld van hoe een volwassen, zelfregulerend bos eruit kan zien. De presentatie – inleiding, excursie en discussie – werd verzorgd door scheidend rentmeester Jaap Kuper (be­ denker van het systeem) en Arthur Ebregt (hoofd beheers­ zaken). De vraag naar een mogelijke combinatie van de ecolo­ gische verdiensten van het natuur­volgend bosbeheer met meer zelfregulatie bleef onbeant­ woord. Lees meer op de pagina’s 38-41.

46

nieuwe Veluwe 2/13

Renkums Beekdal open Voorzitter Dirk van Uitert was op 25 mei als een van de vaders van het project Renkums Beekdal te gast bij de feestelijke opening. Het beekdal is onderdeel van de Renkumse Poort, die de Zuidwest-Veluwe verbindt met de uiterwaarden van de Nederrijn. De laatste schakel van dit natuurontwikkelingsproject was de teruggave van industrieterrein Beukenlaan aan de natuur. Tijdens de bijeenkomst werd teruggekeken en ook vooruitge­ blikt naar mogelijkheden en kansen. De officiële opening gebeurde door Sharon Dijksma (staatssecretaris EZ), Jan Jacob Van Dijk (Gelders gedeputeerde voor het Landelijk Gebied) en burgemeester Jean Paul Gebben van gemeente Renkum. Daarna was er gelegenheid om het gebied onder leiding van gidsen te (her)ontdekken. ’s Middags volgde de publieksopenstelling

Dit is de vierde pagina in het kader van de samenwerking tussen de Vereniging en Nieuwe Veluwe. De vereniging heeft een hernieuwde naamsbekendheid gekregen. Dat helpt ons bij het vinden van een ruimer draagvlak. Het bestuur wil de samenwerking ook na juni, wanneer het collectief abonnement afloopt, voortzetten. Dat kan alleen met uw steun. Als lid hebt u in mei een rekening ontvangen voor de contributie over het lopende kalenderjaar, waarmee u uw combilidmaatschap (lid Veluwevrienden + abonnee Nieuwe Veluwe) tegen gereduceerd tarief kunt continueren en de samenwerking tussen vereniging en blad kunt veiligstellen. Wij hopen van harte dat u daaraan meewerkt.

met activiteiten. In natuurinfo­ centrum De Beken vond de première van de film Renkums Beekdal plaats. Reeën hebben het gebied inmiddels al ontdekt, nu de herten nog! Meer over het Renkums Beekdal zie Nieuwe Veluwe nr 3, 2011. Ook te lezen op www.nieuwe­veluwe.nl/archief

Advies Onbeperkt Houdbaar De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) heeft een advies geschreven voor de regering over het toekomstige natuurbeleid. Een bloemlezing in telegramstijl luidt: het gangbare agrarische natuurbeheer is een fiasco en moet niet worden voortgezet, aanleg van nieuwe ecoducten moet wachten tot er voldoende onderzoek naar het functioneren is gepleegd, het is beter te investeren in versterking van bestaande natuurgebieden

dan in verbindingszones, uit­ breiding van ecologisch ver­ant­ woorde (landgoederen, biologi­ sche landbouw, milieu­vriendelijke industrie, etc) perife­re zones rond de bestaande natuur­ gebieden is gewenst, met een totale veestapel van 156 miljoen dieren dient de stikstofuitstoot als gevolg daarvan sterker te worden teruggedrongen, jacht is geen sport en de jachtlijst moet worden afgeschaft. Meer op pagina 42-45.

Omgevingsvisie, natuur­ beheer­plan, samenwerking De provincie Gelderland stelt aan het eind van dit jaar de Omgevingsvisie vast. Die komt in de plaats van het Streekplan en bevat onder meer de plannen voor milieu, water en mobiliteit. Daarnaast is er een nieuw Natuur­beheerplan door de provincie opgesteld. Het bestuur van de Vrienden zal de documen­ ten bestuderen en er zonodig een Veluwegetinte reactie op geven. Verder gaat het bestuur in gesprek met de Stichting tot behoud van de Veluwse Sprengen en Beken om te bezien welke mogelijkheden er zijn voor krachtenbundeling op beleids­ matig en activiteitenniveau.

Ook lid worden? Draagt u de Veluwe ook een warm hart toe? Geef u dan op als lid bij de secretaris via onder­ staand adres. Officiële opening in het Renkums Beekdal bij de muur die herinnert aan de vroegere papierindustrie.

Age de Vries, 06-25 48 11 44, age.de.vries@zonnet.nl


Boeken

Sjoerd Buisman in de tuin van de kunst Cees de Boer en Cherry Duyns, Uitgeverij De Kunst, ISBN 9789491196553, € 29,95 Genoten van het artikel over beeldend kunstenaar Sjoerd Buisman in Nieuwe Veluwe 1? Lees en bekijk dan het nieuwe boek over hoe hij letterlijk de natuur in de kunst heeft gebracht. Toen hij eenmaal op dat spoor zat, ging er een wereld voor hem open. Wat hij deed, was nog niet gedaan. Buisman observeert de werking van de natuur op een bijna wetenschappelijke manier en grijpt vervolgens in in het natuurlijke groeiproces door bijvoorbeeld een jonge boom horizontaal te planten of een knoop te leggen in een jonge wilgentak, om daarna de natuur weer zijn gang te laten gaan en te ontdekken wat er gebeurt. In zijn recentere sculpturen openbaart zich de natuur grilliger, zoals tot 14 juli ook te zien is bij Galerie Wit in Wageningen. De titel Sjoerd Buisman in de tuin van de kunst verwijst naar het centrale deel van het boek met foto’s van zijn tuin op het landgoed in Normandië, zijn onuitputtelijke inspiratiebron.

Volgens Kapitein Bellen – Archeologie, folklore en wichelarij op de Veluwe en in Drenthe Henk M. Luning, Sidestone Press, ISBN 9789088901379, gratis downloaden van www.sidestone. com, bestellen via www.sidestone.com/webshop, € 29,95 Begin 20ste eeuw deed kapitein Hendrik Joseph Bellen op de Veluwe belangrijke archeologische ontdekkingen en later ook in Drenthe, waar hij in 1931 naartoe werd overgeplaatst. Min of meer noodgedwongen verkocht hij in 1933 zijn archeologische vondsten voor een crisisprijs aan het Rijksmuseum van Oudheden. Als amateurarcheoloog onderhield hij contact met internationaal bekende archeologen als Holwerda en Van Giffen. Ook was hij medeoprichter van de vereniging Oud Ede. Onder de bevolking was hij een bekende persoonlijkheid; de officiële wetenschap was minder enthousiast. Bellen zocht naar de verbinding tussen archeologie en ‘de waarheid’ van sprookjes en legenden. Hij voelde zich thuis bij spiritualisten en hield zich bezig met heilige lijnen en ziekteverwekkende aardstralen. Met zijn door wichelroede verkregen ontdekkingen haalde hij menigmaal de landelijke pers. Steeds weer gaf Bellen antwoord op onmogelijke vragen en voelde zich daarbij niet gehinderd door wetenschappers die er een andere mening op na hielden.

Loofbomen in Nederland en Vlaanderen Leo Goudzwaard, KNNV Uitgeverij, ISBN 9789050114325, € 49,95 Van statige oude eiken tot sierlijke berken: loofbomen zijn intiem verbonden met het landschap. Het boek Loofbomen in Nederland en Vlaanderen is geheel gewijd aan deze fraaie beeldbepalers. 268 verschillende boomsoorten en hybriden en 400 verschillende variëteiten zijn door bosecoloog en docent aan Wageningen Universiteit Leo Goudzwaard beschreven: de toepassingsmogelijkheden, de natuurlijke groeiplaats, de bloeitijd, de historie, de betekenis voor onze biodiversiteit en het gebruik van vruchten en hout. Ook leest u waar collecties van boomgeslachten en monumentale bomen te bekijken zijn. Door de talloze aansprekende foto’s, handige tabellen met kenmerken die van belang zijn voor boomkeuze en -aanplant en een apart hoofdstuk over herfstkleuren is het een fraai standaardwerk voor liefhebbers van bomen en dendrologie, boomspecialisten en groenbeheerders bij natuurorganisaties en gemeenten. Goudzwaards boek is een pleidooi voor de aanplant van meer verschillende soorten en een uitnodiging om vooral zelf te gaan kijken naar bijzondere soorten.

Slaapwandelaars & zielsverwanten Rinke Nijburg, Norma Sukup en Erik Bosch, uitgave Stadtmuseum Borken (D) en Galerie Nouvelles Images (Den Haag), ISBN 9783895349362, € 20,- bij CODA Apeldoorn en Museum voor Moderne Kunst Arnhem, € 24,50 via rinkenijburg@planet.nl De tentoonstelling Slaapwan­ delaars & zielsverwanten in het CODA Museum in Apeldoorn met schilderijen, tekeningen en grafisch werk van Rinke Nijburg (opgegroeid in Lunteren en opgeleid in Arnhem) is net voorbij. Van het getoonde werk is nog na te genieten in zijn Nederlands/ Duitse uitgave. Eerder was de tentoonstelling ook in Stadtmuseum Borken en Galerie Nouvelles Images in Den Haag. Nijburg brengt religie, filosofie, mythologie, strips, sprookjes en maatschappelijke actualiteiten samen in een bijzondere en rijke wereld. Hij laat zich vooral inspireren door oude meesters uit de Vlaamse en Italiaanse kunst. De bekende, met traditie verweven motieven vormt hij om tot nieuwe, niet alledaagse beelden. Zijn werk lijkt uit een tussenwereld te komen, ergens tussen dag en droom, fantasie en werkelijkheid, en religie en mythologie. Vaak lijken de voorstellingen provocerend. Toch is hij daar niet op uit. Eerder wil hij het voor hem zo problematische geloof ondervragen.

nieuwe Veluwe 2/13

47


Beroep Ondernemer outdoor recreatie

48

nieuwe Veluwe 2/13


tekst Annelies Barendrecht, foto Hans Dijkstra/gaw.nl

Dertig jaar geleden begon ex-commando Bert van der Stoep uit Hattem met een lekke kano van honderd gulden aan een ongewis avontuur. Outdoor recreatie in de natuur was net in opkomst. Binnen vijf jaar had hij vijf bedrijven en een menulijst aan buitenactiviteiten. Anno 2013 is Vadesto Outdoor Adventure ‘buitengewoon en veelzijdig’ aldus de folders. Een commercieel verhaal, jazeker, maar wel met respect voor natuur en milieu. Zonder die natuur geen bestaansrecht. Bert van der Stoep kan het niet laten. In het Panorama Paviljoen van Vadesto aan het Apeldoorns Kanaal dwaalt zijn blik voort­ durend af. Het uitzicht op de IJsseluiterwaarden en een natuur­ gebied met ijsvogels, bevers en ooievaars prikkelt de nieuwsgierig­ heid. De hazen zijn springerig verliefd, een ooievaarsechtpaar is druk doende de kraamkamer in te richten en in de verte varen vrachtschepen op de IJssel. Praten met Bert is vooral luisteren. Op zijn 63ste heeft hij nog niets aan enthousiasme voor de natuur en zijn grote passie, sporten, ingeboet. Met maar drie uur slaap per nacht heeft hij genoeg uren om de dag te vullen met een scala aan activiteiten. De lijst bestuursfuncties in de recreatie- en outdoor­ branche beneemt je de adem. Liever dan afwachten, zet hij zich nu eenmaal actief in voor zijn sector. Veel ontwikkelingen hebben te maken met de natuur. ‘Ons bedrijf is daar onverbrekelijk mee ver­ bon­den. Er is ons alles aan gelegen er zo goed mogelijk mee om te gaan.’ Hij heeft respect voor de natuur. De basis werd gelegd in zijn jeugd in Ommerschans bij Balkbrug. Vissen, hutten bouwen…. ‘Zo leerde ik de natuur kennen en respecteren. Veel van wat ik daarna gedaan heb, heeft met ‘buiten’ te maken. Ik ben commando geweest, heb bij de politie gewerkt en in mijn vrije tijd was ik reisleider van avontuurlijke reizen en later directeur van een reisorganisatie.’ Zachte kant Op zijn 33ste kwam hij tot de conclusie dat hij zijn zachte kant niet erg ontwikkeld had. Bovendien zocht hij een nieuwe uitdaging. ‘Een stukje zingeving, wat ik nu eigenlijk met mijn leven wilde. Na lang nadenken kwam ik tot de conclusie dat ik mensen op milieuvriende­ lijke wijze wilde laten bewegen. Zo werd het idee geboren om onder meer kano-kampeerproducten te ontwikkelen. Naast mijn gewone werk. Dat was het begin van een bedrijf waarvan ik nooit had kunnen denken dat het zo zou groeien. Een hbo-studie maatschap­ pe­­lijk werk bracht me in contact met een kant van de samenleving die ik helemaal niet kende. Jaren heb ik met gehandicapte jeugd gewerkt. In mijn bedrijf heb ik veel met mensen te maken, de ervaring als maatschappelijk werker komt me vaak goed van pas.’ Green Key Outdoor recreatie was nieuw in Nederland. De vraag was groot. Van een uurtje peddelen tot complete kampeerarrangementen. Niets is te gek voor Bert en zijn medewerkers. Teamuitjes, bungeetrampo­line, boogschieten, de grootste waterfiets ter wereld, klompvaren en nog heel veel meer. Maar altijd met de grootste aandacht voor milieu, natuur en veiligheid. Niet voor niets beschikt

het bedrijf over het keurmerk Green Key. ‘Ik heb zelf meegewerkt aan de totstand­koming ervan. Het is het eerste groene keurmerk in de outdoor sector. Om ervoor in aanmerking te komen moet je hele bedrijf milieuvriendelijk zijn. Van streekgebonden recepten op de menu­kaart tot milieueducatie. Wie bij ons een kano of fiets huurt of wat dan ook, krijgt standaard informatie mee over het gebied. In de praktijk blijkt dat mensen het heel prettig vinden om geïnfor­ meerd te worden over de natuur en de reden om er respect voor te hebben. Als je je bewust bent van de natuur, geniet je meer. Dan herken je bijvoorbeeld de futen in het Apeldoorns Kanaal.’ Natuur en economie staan niet met elkaar op gespannen voet, stelt Bert. Het is een kwestie van kennis van de natuur en die aanwenden voor je bedrijf. ‘Neem een rondvaartboot. Lang was het normaal om met lawaaierige boten door natuurgebieden te varen. In de jaren negentig kwam er een omwenteling. Ik ben daar zelf heel actief bij betrokken geweest. Via een overheidsverbod hebben verhuurboten in natuurgebieden zoals de Wieden nu fluister­ motoren. Het is bij ons de enige motor, de rest van onze boten is ongemotoriseerd.’

‘Verantwoord recreëren levert geld op voor beheer en onderhoud van de natuur’ Inhoud geven aan duurzaam Het consequent vasthouden aan het principe dat de natuur voorop staat, sluit natuuronvriendelijke activiteiten uit. ‘Bij ons dus geen 4wheeldrives en jetski’s. Maar wel steeds weer nieuwe ecologische activiteiten. Ik reis de hele wereld af, van beurs naar beurs, om ideeën op te doen. Alleen op die manier kan ik blijvend inhoud geven aan de kreet ‘duurzaam’.’ Verantwoord recreëren levert geld op dat deels ten goede komt aan het beheer en onderhoud van de natuur. ‘Als recreatieorganisatie ben je geen natuurexpert zoals Staatsbosbeheer. Als je samenwerkt, heb je een ijzersterke combinatie: onze branche betaalt dan voor de diensten van natuurorganisaties. Die gedachte begint steeds meer post te vatten. Als je dan ook nog andere bedrijven en organisaties kan interesseren voor ontwikkelingen in de natuur, heb je een derde partner in de samenwerking. Wij geven elk jaar het goede voorbeeld door met scholen en scouting een stuk van het Apeldoorns Kanaal schoon te maken. Wat mezelf betreft, ik heb jaren lesgegeven op universiteiten in onder meer Roemenië over het onderwerp duur­zaamheid, recreatie en natuur. En ik ben met anderen bezig met het VeluweCollectief om mijn gebied verder duurzaam te ontwikkelen. Er is nog veel te doen, maar in Nederland zijn we op de goede weg.’

nieuwe Veluwe 2/13

49


23.06 - 15.09.13 ‘Wit op de Berg’ ‘Wit op de Berg’ toont werk van twee van de exposanten van de 10e editie van Beelden op de Berg in Arboretum Belmonte, Koen van Mechelen en Nick Ervinck, naast dat van Sjoerd Buisman en Couzijn van Leeuwen. De galerie is open van do t/m zo, 13:3017:30 uur (23.06 - 16.07 en daarna t/m 15.09 op afspraak). De expositie wordt geopend op zaterdag 6 juli om 15:00 door Louise Fresco, met een presentatie in het Arboretum, gevolgd door een receptie in de galerie.

Cosmopolitan Chicken Project - Mechelse Styrian - CCP17, ©Koen Vanmechelen, 2013

Galerie Wit, Hamelakkerlaan 38, 6703 EK Wageningen, 0317-410930/06-21712810, open: do t/m zo 13.30-17.30, en op afspraak

Agenda Kunst & cultuur juli alle zondagen Kasteel Middachten, De Steeg Tuinconcerten in het Groene Theater www.middachten.nl 6 juli - 6 oktober CODA Museum, Apeldoorn CODA Paper Art Kunstenaars uit verschillende landen tonen hun werk. www.coda-apeldoorn.nl 13 en 27 juli Kröller-Müller Museum, Otterlo Zwoele Zomeravonden Theatervoorstellingen in de beeldentuin, dansperformances in het bos en muzikale optredens. www.kmm.nl

3 augustus Veluvine, Nunspeet Veluvine fietstocht Opgepompte banden, de prachtige omgeving van Nunspeet en vier mooie concerten, onder andere tussen fruitbomen en op een landgoed. www.muziekzomer.nl

Natuur & landschap t/m augustus Ugchelen-Hoenderloo Wild kijken in de vrije wildbaan Bezoek aan het Natuurtheater op de Midden-Veluwe. Woensdagen zaterdagavonden. Informatie en reserveren: Buitencentrum Veluwe-Noord, 0341 252996. 1 en 29 september Oosterbeek Wandel ...door een roemrucht verleden Twee verschillende wandelingen over de vroegere landgoederen met paradijselijke tuinen. Informatie en reserveren: www. sproock.nl/verlorenlandgoederen of 06 29042198. Meer agenda op www.nieuweveluwe.nl

50

nieuwe Veluwe 2/13

Voor lezers en vrienden Activiteiten Nieuwe Veluwe Aanmelden bij Nieuwe Veluwe, Jelle de Gruyter, uitgever@ nieuweveluwe.nl, 0317 425880. 17 en 31 augustus ‘t Harde Wandeling over Artillerie Schietkamp Oldebroek Nieuwe Veluwe organiseert i.s.m. Defensie een wandeling over Artillerie Schietkamp Oldebroek. Beheerder Brand Timmer leidt ons rond door natuur, die gewoonlijk niet publiektoegankelijk is. De wandeling voert o.a. naar het mooiste jeneverbesstruweel van Nederland. 10.00-12.00 uur. Het aantal deelnemers per wandeling is maximaal 20. Deelname gratis. 8 september Wageningen Begeleid bezoek aan Beelden op de Berg Journalist en kunstcriticus Manon Berendse (Financieele Dagblad, Museumtijdschrift, Holland festival, Nieuwe Veluwe) neemt ons mee langs de tentoonstelling Beelden op de Berg in het Belmonte Arboretum. Start om 13.00 uur bij Galerie Wit, Hamelakkerlaan 36, Wageningen, waar meer werk van twee exposanten van Beelden op de Berg te zien is. Deelname voor abonnees is gratis, niet-abonnees € 4,50.


Geniet ook thuis van eerlijke en biologische koffie! Bestel eenvoudig online of kom langs in onze winkel! www.peeze.nl Nu gratis verzending vanaf â‚Ź25!

Met Peeze haalt u dezelfde kwaliteit koffie in huis die u in de betere horecazaken drinkt. Wij kopen alleen de beste bonen ter wereld die we in onze eigen branderij volgens uniek recept branden en melangeren. Het resultaat? Prachtige, zuivere koffiemelanges. Met liefde gemaakt, om bewust van te genieten. www.peeze.nl

Nv2 2013 issuu  

Nieuwe Veluwe gaat over natuur en landschap, kunst en cultuur en biedt een platform voor discussie en opinie. Nieuwe Veluwe beoogt een inhou...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you