Page 33

Onderzoeker Rienk-Jan Bijlsma van Alterra kan het niet laten. Zelfs op zijn vrije zaterdag struint hij rond op de Imboschberg (Veluwe­ zoom), op zoek naar bijzondere mossen. Met een verspreidingskaartje in zijn hand en de gps-ontvanger om de nek checkt hij een door anderen uitgevoerde kartering. Hij vindt dit het boeiendste bosreservaat van de Veluwe. ‘Dit is Nederlands grootste bosreservaat, wel 374 hectare. De helft ervan is hei. We onderzoeken hier het complete boslandschap, dus ook de hei. Zowel in het bos als in het heidegebied zien we heel interessante ontwikkelingen. Enkele jaren geleden was ik hier met Koos van Zomeren. Die heeft er in zijn bomenboek over geschreven. Over de beuken die vanaf de laan langs de Ringallee het bos en de hei in wandelen, en over de hulst die massaal toeneemt.’ Geestdriftig vertelt Bijlsma over de vitale groepen jonge wintereik, over de tegen dennen­­boompjes schurende Hooglanders en vooral over het onderwerp waarover hij binnen­ kort een boek publiceert. ‘We ontdekten dat in de hei, die gedeeltelijk sinds de oorlog niet meer is geplagd, de bodem verandert. Daardoor ontstaat er een veel vochtiger type hei, met andere soorten. We leren hier dat een lange periode van natuurlijke ontwikkeling, met runderen die voorkómen dat het gebied dichtgroeit, een vochtiger bodem ontstaat. Niet onbelangrijk in een tijd van klimaatverande­ ring.’ Bijlsma was de laatste projectleider van het bosreservatenprogramma. Nu het formeel geen onderzoeksproject meer is, noemt hij zich contactpersoon. Als onderzoeker is hij al vanaf begin jaren ‘80 betrokken bij de bosreservaten en heeft hij de ontwikkelingen van dichtbij meegemaakt. Traditie versus nieuwlichterij Eind jaren ‘70 werd er veel gediscussieerd over bos en bosbeheer. Behoudende bosbouwers stonden lijnrecht tegenover kritische biologen en natuurbeheerders. Het ging om traditie versus nieuwlichterij. De inzet van de discussie was dat veel mensen het vertrouwen in de traditionele bosbouw hadden opgezegd. De ravage na de hevige stormen in 1972 en 1973, waarbij grote oppervlakten bos waren plat gewaaid, had volgens de critici bewezen dat het gangbare bosbeheer met zijn van de landbouw afgekeken teeltmethode niet meer voldeed. Zij wilden geen gelijksoortige en gelijkjarige bospercelen meer maar stabielere, gemengde

bossen. Bossen waarin ook meer ruimte zou zijn voor natuurlijke processen, voor spontane verjonging van bomen en struiken en voor aftakelingsprocessen en doodhout. Dat klinkt anno 2013 wellicht heel gewoon, maar veertig jaar geleden was dat ketterij. In Nederland kenden we geen natuurbossen en goed opgeleide bosbouwers wisten vrijwel niets van natuurlijke processen in onbeheerde bossen. In deze voedingsbodem ontwikkelde geleidelijk het idee, dat het zowel voor de Nederlandse bosbouw als voor het natuurbehoud nuttig zou zijn als er meer kennis zou komen over spontaan ontwikkelende – niet door de beheerder bijgestuurde – bosecosyste­ men. Dit werd uitgewerkt in een onderzoeks­ opzet. Het voorstel was om een netwerk van tientallen boslocaties langdurig aan het beheer te onttrekken en hier systematisch en nauw­ gezet de bosstructuur, de vegetatie en het humus­profiel (toplaag van de bodem) in kaart te brengen. Door het onderzoek in principe elke tien jaar te herhalen zouden de verande­ ringen vanzelf in beeld komen. Selectie van bosreservaten Bij de selectie van de onderzoekslocaties letten de onderzoekers op variatie in bodem en begroeiing; zij zochten plekken onder de meeste natuurlijke bossen van ons land en onder nieuw aangeplante cultuurbossen. Vanuit de bosbouw was er ook interesse om te weten hoe eenvormige Douglas- en dennenpercelen zich zonder sturing van de beheerder zouden ontwikkelen. Gemiddeld waren de bosreser­ vaten bijna 50 hectare groot. Ruim de helft van het totale areaal ligt op grond van Staats­ bosbeheer en een kwart op dat van Natuur­ monumenten. Tussen 1987 en 2000 wees de minister in heel Nederland zestig bosreservaten aan, waarvan tien op de Veluwe (zie kaartje op pagina 35). Het ministerie betaalde ook het kostbare, want Boven: Dood hout, boordevol leven. Onder: Halsgroefboktor, een boktor van dode dennen.

‘Van mij mogen de boswachters hier mensen naartoe brengen om te laten zien wat er gebeurt. Er zijn voldoende spectaculaire verhalen te vertellen’

nieuwe Veluwe 1/13

33

Nv1 2013 issuu  

Nieuwe Veluwe gaat over natuur en landschap, kunst en cultuur en biedt een platform voor discussie en opinie. Nieuwe Veluwe beoogt een inhou...

Nv1 2013 issuu  

Nieuwe Veluwe gaat over natuur en landschap, kunst en cultuur en biedt een platform voor discussie en opinie. Nieuwe Veluwe beoogt een inhou...

Advertisement