Page 1

natuur en cultuur

Nieuwe Veluwe 0/09

Bostoren een architectonisch hoogstandje in Putten, ontworpen door SeARCH

Stuifzandherstel kan anders en beter, laat een project bij Radio Kootwijk zien

Richard Long verheft het wandelen tot kunst, en maakt zijn publiek deelgenoot van zijn tijdelijke sculpturen en ervaringen

Veluweproblematiek is net zo transparant te maken als de problematiek van de Waddenzee, vindt Michiel Hegener


De Nieuwe Hollandse Waterlinie ISBN 978-90-75271-36-2 Prijs 49,90

Levende Forten ISBN 978-90-75271-37-9 Prijs 27,90

Versteende Ridders ISBN 978-90-75271-38-6 Prijs 29,90

On Site - Landschaps足 architectuur in Europa ISBN 978-90-75271-40-9 Prijs 49,00

Landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 07-08 ISBN 978-90-75271-29-4 Prijs 39,90

Canon van het Nederlandse Landschap ISBN 978-90-75271-30-0 Prijs 29,50

Voor meer informatie zie www.uitgeverijblauwdruk.nl De avontuurlijke archi足 tectuur van de scouting ISBN 978-90-75271-35-5 Prijs 26,50

Wolk 777 - over crisis, krimp en duurzaamheid ISBN 978-90-75271-28-7 Prijs 17,00

Peter van Bolhuis: Bevlogen Landschap / Soaring landscape ISBN 978-90-75271-34-8 Prijs 49,50

Het landschap in de openbare ruimte Stadswandeling Prijs 7,00

Het landschap van de Gelderse Vallei In voorbereiding

Generaal Foulkesweg 72 . 6703 BW . Wageningen . 0317 425890 . info@uitgeverijblauwdruk.nl . www.uitgeverijblauwdruk.nl


Inhoud De wolf komt 6 Mozaïeken in het zand 14 Beken steeds meer zichtbaar 18 Richard Long de wandelkunstenaar 21 Nieuw Gelders Arcadië 35 Spannende architectuur in het bos 40 Koningsweg Ginkel-Dieren, een lange dunne lijn 44 Meer dan een wandeling 5

Rubrieken

Actueel Opinie Michiel Hegener Column Koos Dansen Interview met Johanna Geels, dichteres Vraag en antwoord Boeken Beroep Schaapherder Agenda

4, 38, 39, 47 10 25 26

33 37 48 50

Andere kijk op de Veluwe Voor u ligt het kennismakingsnummer van een nieuw tijdschrift over de Veluwe. Nieuwe Veluwe gaat over natuur en landschap, kunst en cultuur en biedt een platform voor discussie en opinie. De tijd is er rijp voor. Op en rondom de Veluwe zijn veel ontwikkelingen gaande die meer aandacht verdienen. De Veluwe sprankelt en leeft. Beken worden bovengronds gehaald en stuifzanden hersteld. Op de flanken van de Veluwe wordt gezocht naar een nieuw evenwicht tussen verstedelijking en behoud van landschappelijke waarden. Landbouw en toerisme staan op gespannen voet met de natuur, maar hebben elkaar ook nodig. Het gebied is een inspiratiebron voor kunst en cultuur. De rijke cultuurhistorie biedt aanknopingspunten voor ruimtelijke ontwikkeling. Op dit soort thema’s wil het nieuwe magazine ingaan. Door bijzondere mensen aan het woord te laten, opmerkelijke initiatieven voor het voetlicht te brengen en controversiële onderwerpen aan te kaarten. Het zou prachtig zijn als er een discussie op gang komt over de waarden van de regio en hoe die te behouden en te versterken zijn. Uiteindelijk komt het eropaan dat de Veluwe de erkenning krijgt die het verdient als grootste laaglandnatuurgebied van Noordwest-Europa, als gebied met belangrijke (cultuur)historische waarden en als gebied met een rijke kunst en cultuur. Nieuwe Veluwe hoopt uw nieuwsgierigheid en interesse te wekken en u als abonnee te verwelkomen. In dit nummer treft u een antwoordkaart aan, waarmee u zich kunt opgeven. U kunt ook een e-mail sturen naar: abonnementen@nieuweveluwe.nl We horen graag wat u van dit kennismakingsnummer vindt. Uw reacties, suggesties en vragen kunt u e-mailen naar redactie@nieuweveluwe.nl of u kunt bellen naar 0317 425880. Namens de redactie, Ria Dubbeldam

Colofon Nieuwe Veluwe Kennismakingsnummer, winter 2009/2010. Nieuwe Veluwe verschijnt 4 keer per jaar. i www.nieuweveluwe.nl Uitgave Grafisch Atelier Wageningen Adres Generaal Foulkesweg 72 6703 BW Wageningen t 0317 425880, f 0317 425886 e uitgever@nieuweveluwe.nl Redactie Ria Dubbeldam (redactie@nieuweveluwe.nl), Agnes Renssen-Schellart, Dick van der Klis, Annemiek Simons Klankbordgroep De leden zitten op persoonlijke titel in de klankbordgroep. Marlies Boeker (gemeente Ede), Hans van den Bos (journalist, fotograaf), Gerrit Breman (historicus), Bea Claessens (Bureau Veluwe Vallei,

provincie Gelderland), Koos Dansen (natuurkenner, publicist), Ad Germing (natuurkenner, fotograaf), Michiel Hegener (publicist, cartograaf), Arne Heineman (Natuurmonumenten Gelderland), Kim Knoppers (tentoonstellingsmaker hedendaagse kunst en fotografie), Patrick Janssen (Vrienden van de Veluwe), Henk Kuijpers (gemeente Apeldoorn), Antoon Loomans (KNNV), Ingrid Regelink (Waterschap Veluwe), Frits Storm (IVN), Dirk van Uitert (Veluwecommissie provincie Gelderland), Gerrit van Veldhuizen (Vogelbeschermingswacht NoordVeluwe), Marike Vissers (Staatsbosbeheer), Arjan Vriend (Landschapsbeheer Gelderland)

Abonnementen e abonnementen@nieuweveluwe.nl Introductieaanbieding jaar­ abonnement in 2010: € 29,50 incl btw Jaarabonnement vanaf 2011 € 37,50 (onder voorbehoud). Een abonnement wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij vóór 1 november schriftelijk wordt opgezegd. Losse nummers: € 9,50

Vormgeving Cecile van Wezel, Tibor Balogh (GAW) Druk Moderndruk b.v., Bennekom

© 2009 Grafisch Atelier Wageningen Overname van informatie mag alleen met voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever en onder vermelding van de bron.

Bladmanagement Jelle de Gruyter (GAW)

ISSN 1879-6001

Advertentie-exploitatie Eelco Jan Velema (Brickx) t 070 322736, m 06 46291428 e advertenties@nieuweveluwe.nl Omslagfoto Michiel van Raaij

nieuwe Veluwe 0/09

3


Actueel Bodemkwaliteit natuur moet beter De bodem van alle natuur­ gebieden in Gelderland – behalve het Korenburgerveen bij Winterswijk – bevat te veel voedingsstoffen en is verzuurd. Op termijn verdwijnen hierdoor zeldzame plantensoorten en kan niet worden voldaan aan de Natura 2000-doelstellingen. Dat blijkt uit onderzoek van Alterra (onderdeel van Wagenin­gen UR) in opdracht van de provincie Gelderland. Dick van Hoffen van de provincie is niet echt verbaasd. ‘We wisten het al ongeveer. Het onderzoek onderstreept nog eens het belang van natuurherstel. Dat doen we al, maar voor slechts een paar honderd hectare. Dat is niet veel als je kijkt naar de omvang van de Veluwe. Voor instandhouding van natuur moeten we eigenlijk meer doen.’ Dat Veluwse bossen te voedsel­ rijk zijn, komt onder andere door stikstofdepositie uit de landbouw en door fosfaat­ bemesting van de bossen, in de periode dat ze vooral dienden

foto Alterra

4

nieuwe Veluwe 0/09

voor houtwinning en een snelle groei belangrijk was. Voor de huidige natuurlijke bossen levert dit problemen op. Plaggen wordt al gedaan om van het teveel aan voedingsstoffen af te komen. ‘Maar dat heeft ook nadelen, zeker in bossen’, legt onderzoeker Wieger Wamelink uit, ‘omdat het erg bewerkelijk is en omdat zaden van gewenste plantensoorten verwijderd worden.’ Verzuring is in principe op te lossen door kalk te strooien, maar op grote schaal zoals op de Veluwe is dat niet gemakkelijk. Wamelink vindt ook dat je op de Veluwe niet moet bekalken. Het calciumgehalte is er nooit hoog geweest. De oplossing ligt eerder in het bijstellen van de natuurdoelen. ‘Bepaalde vegetatietypen zoals kalkrijke heide moeten we niet nastreven op de Veluwe.’ De toegepaste onderzoeks­ methode is opmerkelijk. Normaal gesproken wordt met grondmonsters de bodem­ kwaliteit bepaald, maar dit is een kostbare methode. In dit geval is uitgegaan van de plantensoorten die op een plek groeien. Vijf verschillende plantensoorten zijn al voldoende om de zuurgraad en voedselrijkdom van de bodem vast te stellen. Omdat de

betrouw­­baarheid van de methode te testen, heeft de provincie op vijfhonderd punten bodemmonsters laten nemen. De uitkomsten daarvan zullen worden vergeleken met die van het vegetatieonderzoek.

Test je talent in schrijfwedstrijd ‘Zo’n wedstrijd voor amateurschrijvers is inspirerend’, zegt schrijver Thomas Rosenboom over de schrijfwedstrijd Aan het woord! voor Noordwest-Veluwe. Hij spreekt uit eigen ervaring. ‘Alleen al omdat deelname je dwingt een verhaal te laten eindigen.’ Rosenboom (geboren in Arnhem) en dichter Mischa Andriessen (geboren in Apeldoorn) verzorgen samen de literaire avond op 12 december waar de prijswinnaars worden bekendgemaakt. Ongeveer zestig beginnende en amateurschrijvers uit Noordwest-Veluwe hebben zich inge­schreven om mee te doen aan de schrijfwedstrijd Aan het woord!. Ze dingen met een kort verhaal of een gedicht mee naar een prijs of nominatie. Of willen hun talent gewoon eens testen. Ondertussen hebben deelnemers hun eerste versie kunnen voorleggen aan een pro­fessionele schrijfdocent en een schrijfcursus kunnen volgen. Vorig jaar vond de eerste schrijfwedstrijd plaats, maar op veel kleinere schaal in Harderwijk onder de naam Write up!. Adri Jens van Servicepunt Amateurkunst NW-Veluwe die de wedstrijd in opdracht van de provincie organiseert: ‘Het enthousiasme was zo groot dat de wedstrijd is uitgebreid naar alle gemeenten van de NoordwestVeluwe. Met de jaarlijkse wedstrijd gaan we in ieder geval door tot in 2011. Daarna beslissen we of het een traditie

wordt. Wie weet willen er nog meer gemeenten meedoen.’

Biografie completeert beeld over Helene Kröller-Müller

foto Kröller-Müller Museum

Een van de motivaties van Helene Kröller-Müller om haar kunstverzameling en het Kröller-Müller Museum aan de Nederlandse Staat te schenken was om een gunstiger beeld te geven van haar geboorteland Duitsland. Het is een van de vele ontdekkingen die kunst­ historica Eva Rovers van de Rijks­­­­­universiteit Groningen deed tijdens haar biografisch onderzoek naar het leven en werk van Helene Kröller-Müller. Sinds 2006 spit de onderzoeker een collectie van 2500 brieven door. Het museum kreeg die brieven uit de nalatenschap van biograaf Sam van Deventer, die in 1956 een biografie schreef die tot nog toe als het standaardwerk wordt beschouwd. ‘Van Deventer gaf een zeer eenzijdig beeld van KröllerMüller’, concludeert Rovers. ‘In zijn biografie kom je geen onvertogen woord tegen, terwijl er ook minder charmante zaken waren.’ De biografie verschijnt in het najaar van 2010, in het jaar van het 75-jarig jubileum van Park De Hoge Veluwe.


De

wolf

tekst Ria Dubbeldam, foto Leo Linnartz

komt

‘Misschien is hij er al, de wolf’, zegt ecoloog Roeland Vermeulen van Free Nature. Het is in ieder geval zijn grote wens, maar nog geen realiteit. Maar dát de wolf terugkeert naar Nederland is zeker. Tussen nu en tien jaar. ‘En dan kunnen de mensen en de politiek er maar beter goed op voorbereid zijn.’

De wolven naderen de Nederlandse grens. De dichtstbijzijnde, een jong dier, zit al op 200 kilometer afstand in het Duitse Hessen. Dat lijkt ver, maar voor een wolf stelt zo’n afstand niks voor. ‘Een wolf legt op een nacht zo’n 50 kilometer af. Vier nachtjes, en hij is in Nederland’, vertelt Roeland Vermeulen. ‘Afgelopen jaar heeft een wolf uit de regio Lausitz in Midden-Duitsland, waar zes roedels leven, 1200 kilometer afgelegd. Via WitRusland is hij naar Litouwen getrokken. Voor hetzelfde geld komt er binnenkort één onze kant op.’ Het zijn de jonge wolven die gaan zwerven. Ze verlaten als ze één tot twee jaar oud zijn hun ouderlijk roedel: vader, moeder en hun jongen van het huidige en vorige jaar. In totaal zo’n vier tot acht dieren. Ze gaan op zoek naar een eigen leefgebied en een nietverwante partner. Geen barrières Op hun zoektocht steken wolven wegen en rivieren over en trekken ze door drukbevolkte gebieden. Ze kunnen zeker hun definitieve plek vinden in Nederland. Dat ze in stedelijke omgevingen gedijen, is in Zuid- en OostEuropa te merken. Daar leven ze zelfs aan de rand van steden, zoals in Brasov, Roemenië. Doordat in Europa sinds vijftien jaar op veel

plekken nieuwe natuur wordt aangelegd, waaronder ecologische verbindingszones, krijgt de wolf het wel steeds makkelijker om uit te zwerven. Het moment dat de eerste wolf zal arriveren, is lastig vast te stellen. Het zijn erg schuwe dieren. Vermeulen: ‘Zelf heb ik maar één keer een wolf in het wild gezien, in Zweden. En dan ben ik er al jaren professioneel mee bezig.’ Een fantastische ervaring was het wolvengehuil dat Vermeulen in de regio Lausitz hoorde. ‘Dat was tevens de ontdekking van een nieuw roedel.’ Ook aan pootafdrukken zal de komst van de wolf nauwelijks op te merken zijn. Daarvoor lijkt zijn afdruk te veel op die van honden. ‘Keutels geven een betere aanwijzing.’ Verrijking voor de natuur Nederland was opgelucht toen de wolf in 1897 was uitgestorven. In Gelderland kwam hij al sinds 1822 niet meer voor. Het dier werd gezien als de ergste vijand van de boer. De eeuwenlange bestrijding was eindelijk geslaagd. Vermeulen wil laten zien dat we niet bang hoeven te zijn voor de terugkeer van dit roofdier en dat het juist een verrijking is voor onze natuur. De wolf past hier goed, als zijn komst maar goed is voorbereid. ‘Het is

belangrijk om met goede informatie angst bij mensen weg te nemen. Mensen gaan nu ook op vakantie naar gebieden waar ze voorkomen, zonder er erg in te hebben.’ Boeren en particulieren met schapen en geiten hoeven ook niet bang te zijn. Een roedel of solitaire wolf gaat in principe voor de maximale buit tegen een minimale inspanning. Ree en edelhert hebben het optimale formaat. Vermeulen: ‘Voor de Duitse wolven is ree zelfs de belangrijkste prooi, en hiervan leven er inmiddels 60.000 tot 70.000 in Nederland. Ook zullen wolven zo min mogelijk risico nemen. Ze weten heel goed dat ze problemen krijgen als ze landbouwhuisdieren verorberen. Het zijn heel slimme beesten. Tijdens hun opvoeding krijgen ze mee wat ze wel en niet kunnen bejagen, en dat ze uit de buurt van mensen moeten blijven.’ Toch is het raadzaam maatregelen te treffen om schapen en geiten te beschermen, zodat het voor de wolven niet al te gemakkelijk is. Bijvoorbeeld door schrikdraad en speciale waakhonden. Worden er toch schapen en geiten gepakt, dan kan het faunafonds de schade dekken. Dat is nu al geregeld in Nederland. Meer informatie: www.wolveninnederland.nl

nieuwe Veluwe 0/09

5


Mozaïeken in het zand Natuurbeheerders herstellen stuifzanden tot nog toe door begroeiingen en de bodem eronder in één keer volledig te verwijderen. Het kan anders én beter, laat een project bij Radio Kootwijk zien. Daar ontstaat zonder grootschalige ontbossing en afplagging op 40 hectare een mozaïek van zand, mos, algen, heide en grassen. Planten en dieren varen er wel bij en het stuifzand blijft er langer mee behouden. De aanpak staat dan ook model voor de Richtlijn stuifzandherstel die in het voorjaar van 2010 verschijnt.

tekst Vincent Breij, foto’s bvBeeld Een golvende kapvlakte strekt zich als een reusachtig plein uit voor de monumentale ‘kathedraal’, het voormalig zendstation van Radio Kootwijk. Het bos is hier vier jaar geleden gekapt om de restanten stuifzand bij Radio Kootwijk met die van het uitgestrekte Kootwijkerzand te verbinden. Grommende graafmachines maken er een stuifzandheidelandschap van. Ze navigeren op de piketten die voorafgaand aan het werk zijn aangebracht. Op meerdere plaatsen tegelijk graven ze de vroegere bosbodem af. Hierdoor ontstaat, verdeeld over twee locaties, ongeveer tien hectare nieuw actief – ofwel verstuivend – stuifzand. Minigravers trekken jonge berken en dennen uit de bosbodem van oude, begroeide duinen en de heide. De begroeiing en bodem van deze duinen en heide blijven in stand. Een enkele vliegden en jeneverbes ertussen. Zo ontstaat een levend mozaïek van zand, mos, algen, heide en grassen. Nieuwe aanpak Dat Staatsbosbeheer het stuifzand van Radio Kootwijk herstelt, is niet uniek. Terreineigenaren zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Stichting De Hoge Veluwe blazen oude stuifzanden al jaren nieuw leven in. Dit dankzij de Regeling

6

nieuwe Veluwe 0/09

Effectgerichte Maatregelen (EGM) uit 1989 om de negatieve effecten van de toegenomen bevolkingsdruk in de twintigste eeuw op het landschap, waaronder het stuifzand, op te vangen. De wijze van herstel is wél bijzonder. Een onderzoeksteam bestudeerde de afgelopen jaren in opdracht van het kennisnetwerk Ontwikkeling + Beheer Natuurkwaliteit (O+BN) hoe de stuifzanden het beste kunnen worden hersteld. Michel Riksen van Wageningen Universiteit zit in dat team. Hij onderzocht vooral hoe snel en waarheen het zand bij zowel ingrijpend als minder ingrijpend herstel verstoof. Collega’s onderzochten de effecten van het verstuiven op de flora en fauna. Conclusie: grootschalig ontbossen en afplaggen is helemaal niet nodig om stuifzanden – inclusief de bijbehorende, bijzondere planten- en diersoorten – te behouden. Een landschap met relatief weinig verstuivend zand kan juist veel soorten herbergen, als er maar veel en vloeiende overgangen zijn tussen de verschillende begroeiingen. ‘Die overgangen maken stuifzanden ecologisch juist interessant.’ De situatie die Riksen beschrijft geldt alleen voor stuifzandherstel waarbij het gaat om het terugzetten van te ver doorgeschoten vegetatie en het verbeteren van de windwerking.

Bij stuifzanduitbreiding is het de bedoeling voormalig stuifzandterrein onder bos weer om te vormen tot stuifzand en heide. Grootschalige ontbossing kan dan nog steeds wenselijk zijn, maar dat hangt af van de visie van de terreinbeheerders en andere betrokken partijen. De bevindingen voor stuifzandherstel paste Riksen in overleg met Staatsbosbeheer toe op het herstelplan voor Radio Kootwijk. In de kapvlakte vertelt hij over zijn plan. ‘De bodem op de hoger gelegen duinen laten we intact, waardoor deze voormalige duinen niet wegstuiven. Ook heide en plekken waar adders, hazelwormen en hagedissen leven, laten we met rust.’ Door de bodem langs de bosrand niet af te plaggen ontstaat een gelijkmatige overgang naar het bos. De boomstobben blijven staan voor de insecten en daarmee ook voor de vogels. Op enkele plaatsen langs de bosrand komt kreupelhout te liggen, als schuilplaats voor het wild.’ Less is more Hoe anders ging het herstel elders op de Veluwe er tot voor kort aan toe. Op het Beekhuizerzand bij Harderwijk werd afgelopen jaren 100 hectare bos en bosbodem volledig verwijderd. Ook op De Hoge Veluwe is


Grootschalig ontbossen en afplaggen is niet nodig voor behoud stuifzanden


Van de 6000 hectare 90 hectare vliegden gekapt, van 40 hectare is de toplaag verwijderd. ‘Daardoor stoven de duinen in no time weg. Behalve dat het verstuivingsproces hierdoor onnodig snel verloopt, is het ook zonde dat de duinen hier­ door als element uit het landschap verdwijnen. Als je luchtfoto’s van De Pollen (De Hoge Veluwe) van de jaren ’80 en nu vergelijkt, zie je dat alle duinen centraal in de vlakte zijn verdwenen. Het zand is langs de rand van het projectgebied weer neergevallen en vormt daar nu een nieuwe duin. Als dit in een bosrand gebeurt, komt het verstuivingsproces ten einde.’ Om dezelfde reden zal het ooit afgelopen zijn met het stuifzand in Nederland. Zand verwaait namelijk per definitie naar de uiterste hoeken van een stuifzandgebied. Daar aangekomen is het afgelopen met het stuiven. Maar ook hier geldt: less is more. Dankzij de kleinere ingrepen verwaait er minder zand en blijft het stuifzand toch in stand. ‘Door regelmatig kleinere deelgebieden te schonen, krijgen we met minder stuiven meer variatie in het landschap. We kunnen daardoor langer van het

stuifzand genieten. Ik denk nog wel een paar honderd jaar.’ Actief beheer noodzakelijk En dat laatste is niet vanzelfsprekend, want zonder ingrijpen zouden de Nederlandse stuifzanden verdwijnen. Ooit, in 1850, was de oppervlakte stuifzand in Nederland zo groot als ruim de halve provincie Utrecht, 80.000 hectare. Dit was het gevolg van overmatige bomenkap, overbegrazing en het branden van heidevelden in de eeuwen daarvoor. Wind deed de rest. Omdat wegen, landbouwgronden en soms zelfs dorpen in de omgeving overstoven raakten, en de vraag naar stuthout voor de mijnbouw bovendien groot was, werden in 1899 Staatsbosbeheer en Heidemij opgericht. Die plantten de dennenbossen die nu zo kenmerkend zijn voor de vroegere probleemgebieden. Een attente houtvester, die het bijzondere karakter van het stuifzand inzag, voorkwam een totale beplanting van het zand bij Kootwijk. Elders op de Veluwe, maar ook in Utrecht,

actief Nederlands stuifzand begin vorige eeuw is nu nog maar 1400 hectare over Overijssel, Drenthe en Noord-Brabant zijn om dezelfde reden stukken stuifzand behouden. Van de 6000 hectare actief Nederlands stuifzand begin vorige eeuw is nu nog maar 1400 hectare over. Dat veel stuifzand verdwijnt, komt doordat in de luwte van de aangeplante bossen buntgras, algen, mossen en, in een later stadium, ook andere grassen het zand vasthouden. Vervolgens groeien daarop berken en dennen. De ontwikkeling eindigt met een compleet bos. Dit natuurlijke proces vindt sinds enkele decennia versneld plaats door de stikstof – vooral afkomstig van de nabij gelegen landbouwgebieden – die als luchtverontreiniging neerslaat. Een stuifzand blijft daardoor alleen in stand als de opkomende begroeiingen ook weer worden verwijderd. Natuurbeheerders willen het stuifzand graag behouden, want er leven planten en dieren die nergens anders voorkomen. Zo is het zand rijk aan pioniersoorten als buntgras, ruig haarmos en verscheidene korstmossen. Deze soorten zijn bestand tegen de extreme temperatuurverschillen, de droogte en de regelmatige verstuiving die bij het landschap horen. Hetzelfde geldt voor beestjes zoals de zandoorwormen en zandloopkevers. Dankzij deze insecten vinden vogels als de boompieper, de boomleeuwerik en de nachtzwaluw langs de rand van het zand, op de overgang naar het bos, hun eten. Richtlijn In het voorjaar van 2010 presenteert het O+BN-onderzoeksteam stuifzanden een richtlijn voor het herstel en beheer van stuifzand. In dit team zitten behalve Riksen en zijn collega’s ook beleidsmakers en terreineigenaren. De aanpak van Radio Kootwijk kan gezien worden als een voorbeeld voor de richtlijn voor het herstel van een dennenplantage op stuifzand

8

nieuwe Veluwe 0/09


in een stuifzand-heidelandschap. De norm voor het vervolgbeheer is ervan afgeleid. Door cyclisch beheer kan de terreineigenaar zijn herstelde stuifzand met beperkte inspanning in stand houden. Dit houdt in dat hij regelmatig kleine stukken stuifzand actief maakt, en het dichtgroeien elders gedoogt. Hij kiest deze stukken steeds op een andere plek in het gebied. De richtlijn krijgt geen wettelijke status. Riksen denkt wel dat een terreineigenaar zich eraan moet houden als hij in aanmerking wil komen voor subsidie. Hij hoopt ook dat de richtlijn geen eindstation is. Het zou goed zijn als de effecten van de nieuwe manier van stuifzandherstel gemonitord kunnen worden, zodat het effect van de maatregelen straks te toetsen is aan de verwachtingen. ‘Het liefst over een periode van een jaar of vijftien’, zegt Riksen, ‘omdat het effect van de maatregelen dan het best te zien is’. Dat wil zeggen: alle begroeiingstadia zouden dan in het gebied in zekere mate aanwezig moeten zijn. Of het onderzoeksbudget na 2010 gelijk blijft, is onzeker vanwege verwachte bezuinigingen bij het ministerie van LNV. ‘Om het kennisnetwerk O+BN in stand te houden, is geld nodig. Als het netwerk uit elkaar valt, kan veel kennis weer verloren gaan.’

Legenda

Gebied met stuifzandreliëf

Landgebruik

0

5

10

bos: gemengd bos

bos: loofbos

bos: naaldbos

heide

zand

Kilometers

Stuifzandgebieden op de Veluwe. Slechts een klein deel hiervan is nu nog een stuifzandnatuur­ gebied met kaal verstuifbaar zand. Het meeste stuifzand is overgroeid. Wat verder opvalt is dat een deel van het zand open blijft door intensieve betreding, onder andere door militair gebruik.

Geen geld meer Voor de eigenaren is de situatie hachelijker. Per 1 januari 2010 verstrekt het ministerie namelijk geen subsidie meer voor herstel­ maatregelen. De rijksoverheid wil dat de provincies het herstel gaan betalen. Die ontkennen dat zij daarvoor geld hebben gekregen en houden subsidieaanvragen voor herstel af. Gerard Grimberg, senior beleidsmedewerker van het ministerie van LNV, bevestigt dat zijn organisatie hierover vooraf onvoldoende met de provincies heeft gecommuniceerd. ‘Ik ben ook niet gelukkig met de wijze waarop dat is gegaan.’ Gelukkig komen de eigenaren dankzij de nieuwe richtlijn met kleinere ingrepen voorlopig een heel eind.

De intensief bereden paden zijn goed zichtbaar op het Harskamperzand. Dit leidt echter tot scherpe overgangen tussen open zand en begroeid zand. De geleidelijke overgangsfasen, die ecologisch zo waardevol zijn, ontbreken vrijwel geheel in dit soort terreinen.

Stuifzandherstelprojecten op de Veluwe sinds 2000 stuifzand

eigenaar

Wekeromse zand

Het Geldersch Landschap

De Haere (bij ’t Harde)

Het Geldersch Landschap

hersteld stuifzand (ha)

uitvoering (jaren)

tientallen

2010-2012

10

2010-2012

De Hoge Veluwe, De Pollen Stichting NP De Hoge Veluwe

90

2000

Kootwijkerzand

Staatsbosbeheer

35

2004-2005

Radio Kootwijk

Staatsbosbeheer

40

2009

Hoog Buurlo

Staatsbosbeheer

10

2006

Beekhuizerzand

gemeente Harderwijk

100

2003

Hulshorsterzand*

Natuurmonumenten

40

2009-2015

Rozendaalse veld

gemeente Rheden

17

-

* Het herstel van het Hulshorsterzand gebeurt sinds 2009 in vier fasen en is in 2015 klaar. Van nieuwe herstelprojecten heeft Natuurmonumenten geen inventarisatie. Op Planken Wambuis wil Natuurmonumenten de komende 18 jaar het open landschap (stuifzand en heide) uitbreiden van 480 naar 780 hectare. Hoe groot het areaal stuifzand in de toekomst wordt is onbekend.

nieuwe Veluwe 0/09

9


De aandacht en actiebereidheid voor bescherming van de Veluwe is even versnipperd als het natuurgebied zelf, constateert journalist en publicist Michiel Hegener. En dat terwijl het grootste laaglandnatuurgebied van Noordwest-Europa veel bedreigingen kent. Maak de problematiek van de Veluwe net zo transparant als die van de Waddenzee, bepleit Hegener. Daarvoor doet hij een voorstel: zet in op een spannend en positief thema als kapstok voor veel deelproblemen. Dat thema is er: de natte randzones.

10

nieuwe Veluwe 0/09


Opinie De Veluwe als geheel verdient meer aandacht tekst Michiel Hegener, foto bvBeeld

Het lijkt een gril van het lot: de Veluwe, het grootste laaglandnatuurgebied van NoordwestEuropa en een van de mooiste ijstijdenrelicten ter wereld, ligt in het hart van het overvolle Nederland, doorsneden door ruim honderd kilometer snelweg en honderden kilometers hek, ingesnoerd door een steeds dichtere krans van bebouwing. De Veluwe is een zegen voor Nederland, maar het omgekeerde geldt niet. De hekken, de snelwegen en de insnoering mogen tot de grootste erkende problemen horen, er is één groot overkoepelend probleem dat zelden als zodanig wordt erkend: de complexiteit van de problemen van de Veluwe. Dat de ligging in het hart van Nederland de Veluwe belemmert om te schitteren als natuurgebied komt niet door enkele, snel te bevatten oorzaken. Het is een combinatie van militaire activiteiten, bungalowparken, mountainbikers, plezierjagers, onaangelijnde honden, gemeentelijke ambities, starre bosbouw met dennenakkers, veel te veel bospaden, pretparken op verkeerde plaatsen, decentralisatie van de landelijke planologie, grondwaterwinning, voedselarmoede voor het wild, versnippering van beheer en beleid, veel te veel bordjes, drukke tweebaanswegen met te weinig snelheidsbeperkingen en ga zo maar door. Rapporten over de Veluwe zijn altijd taai, hoe goed geschreven sommige ook zijn. Gevolg: niet veel mensen begrijpen de problemen, en daardoor is er te weinig draagvlak bij de Nederlandse bevolking voor de bescherming. Eén helder probleem willen de mediaconsumenten nog wel tot zich nemen, zoals bijvoorbeeld het teveel aan zwijnen in 2008 of bijvoorbeeld een bosbrand. Dergelijke kleine, vrij irrelevante kwesties halen het NOS Journaal, de Veluweproblematiek als geheel nooit.

Doordat het publiek de Veluweproblematiek niet oppakt, want te ingewikkeld, is het voor de landelijke politici ongevaarlijk over de Veluwe te zwijgen. Dus zwijgen ze, er is genoeg te doen. In de Tweede Kamer komt de Veluwe, verreweg ons grootste natuurterrein, nooit aan de orde. Bizar en ongelooflijk maar waar. In of rond de Waddenzee hoeft maar dit te gebeuren of de halve Kamer zit in de gordijnen. Aandacht is urgent Wat er bij het publiek aan aandacht en actiebereidheid bestaat – per saldo nog aardig wat – is versnipperd als de Veluwe zelf. Er zijn tientallen plaatselijke milieuverenigingen en actiegroepen – voor de Veluwe als geheel is er alleen de landelijke Vereniging van Vrienden van de Veluwe die al drie jaar in statu nascendi verkeert, de officiële oprichting in 2006 ten spijt. Er zijn tijdschriften over de edelherten op de Veluwe, de sprengen en de beken, een klein deelgebiedje als De Hoge Veluwe, de folklore en meer, maar voor de Veluwe als geheel is er niets. Behalve dan nu, eindelijk, het magazine Nieuwe Veluwe! Het is zeer te hopen, want urgent, dat Nieuwe Veluwe het podium wordt voor iedereen die geïnteresseerd is in en bezorgd is om de Veluwe als geheel. Misschien is het verschijnen van dit nummer een mooi startmoment om wegen te banen voor iedereen, van Maastricht tot Den Helder, die in aanleg belangstelling heeft voor ons grootste natuurterrein. Die mensen zijn talrijk, het kan haast niet anders, maar de complexiteit van de problematiek en de afwezigheid van platforms weerhield hen ervan zich te manifesteren. Dus: wat doen we aan die complexiteit? Hoe maken we de problematiek van de Veluwe net zo transparant als die van de Waddenzee?

Wat zijn de Veluwse equivalenten van de gasboringen en de mosselvisserij?

‘Kleine, vrij irrelevante kwesties halen geregeld het NOS Journaal, de problematiek van de Veluwe als geheel nooit’ Inzetten op spannend thema Een voorstel: zet bij de communicatie over en bij het polemiseren van de Veluwe in op een spannend en positief thema, iets wat in de komende jaren kan leiden tot een veel mooiere Veluwe dan nu, en dat kan dienen als kapstok voor veel deelproblemen zoals hierboven opgesomd. Dat thema is er: de natte randzones, waarvan sommige al operationele natuurgebieden zijn en waarvan er nog veel meer kunnen komen. Wat zijn natte zones? Even een korte geografieles. De Veluwe bestaat bijna geheel uit grof zand en grind dat in de loop van miljoenen jaren door de Rijn werd gedeponeerd. Omstreeks 150.000 jaar geleden duwden twee gletsjertongen (waar nu de IJssel stroomt en in de Gelderse Vallei), beide honderden meters dik, ongeveer 200 kubieke kilometer van dat zand tussen zich in omhoog. Later verdween daarvan weer de helft door erosie, winderosie vooral. De resterende zandberg heet de Veluwe. Er valt jaarlijks een kubieke kilometer regen op, maar dat water verdwijnt in het grove zand.

nieuwe Veluwe 0/09

11


Veluwse rietvelden Daarom lijkt en is de Veluwe vaak zo droog, en natuurtechnisch is dat onaantrekkelijk. Spannende, snel veranderende natuur ontwikkelt zich waar water stroomt of stilstaat, en veel minder op de hei of in een dennenbos. Het Veluwse regenwater verdampt voor een derde, vooral via dennennaalden, de rest zakt de diepte in en treedt na een reis van tientallen jaren als kwel naar buiten aan de randen van de zandberg. In de agrarische zones rond de Veluwe liggen sloten, net als elders in Nederland – alleen deze sloten stromen! Door die afvoerkanalen dicht te gooien wordt kwel weer echt kwel, dus water dat over kilometers brede zones fijnmazig en subtiel aan het oppervlak komt. Droog land wordt moeras. Op sommige plekken is dit al gerealiseerd. Het mooiste voorbeeld ligt onder Epe, het Wisselse Veen van Geldersch Landschap. In ontwikkeling is de Hierdense Poort van Natuurmonumenten, ten noorden van Harderwijk. Vooral bij Wissel is de aanblik al spectaculair: over een traject van nog geen kilometer loop je van droge, stoffige hei naar een landschap vol riet, kikkers en waterwild. Veluwse rietvelden! ’s Nachts komen de herten er eten, want het aanbod is daar veel groter dan op de droge Veluwe waar de VVV-folders altijd over reppen. Einde geografieles, terug naar het communicatieprobleem.

‘Doordat het publiek de Veluweproblematiek niet oppakt, want te ingewikkeld, is het voor de landelijke politici ongevaarlijk over de Veluwe te zwijgen. Dus zwijgen ze.’ Nieuw imago Door die kwelzones, bestaande en komende, centraal te stellen in berichten en debatten over de Veluwe, versterk je de politieke wil om ze te creëren. Dat is nodig omdat de meeste potentiële kwelzones vol zitten met menselijke activiteit. Daarvan moet een deel weg, of haast alles zelfs. Dat kost veel geld en daarvoor is weer politieke wil en politiek draagvlak nodig. Aandacht voor het thema kwelzones leidt dus tot nieuwe herstelde kwelzones. Maar er

12

nieuwe Veluwe 0/09

wacht meer winst. Door het te hebben over natte natuur op de Veluwe, en zeker ook door die spannende Veluwse moerassen op tv, websites en in druk te tonen, zullen veel mensen opkijken. Is dit óók de Veluwe?? Dat op zich is al goed, en het leidt ook naar een nieuw imago voor de Veluwe. Dat is hard nodig, want die heidevelden en bossen komen bij velen toch wat oubollig over. Iedereen weet dat Nederlandse natuur spannender kan, nieuw is dat we daarvoor terecht kunnen op de Veluwe, nu al. Zo komen we ook terecht bij een heel andere begrenzing van de Veluwe: veel groter dan nu, deels droog, deels nat. De kwelzones roepen ook vragen op. Hoe kan dat, rietvelden grenzend aan een heideveld? Vragen leiden naar antwoorden, en naar meer begrip over de Veluwe als uitzonderlijk ecosysteem. Het maken van een natte Veluwe kan goed dienen als planologische koevoet, als instrument om iets te doen aan die insnoering door dorpen en lintbebouwing rond de droge Veluwe van nu. Er moeten bijvoorbeeld ecoducten komen voor het faunaverkeer tussen droog en nat – bij Hierden komt er in ieder geval al een, uiterlijk 2012, maar er zijn er meer nodig. Natte voedselrijke zones nodigen ook uit tot een andere kijk op wilddruk. Nu wordt vrij star vastgehouden aan 1 à 2 herten en zwijnen per 100 hectare, meer eten is er niet op die droge Veluwe. Maar kunnen ze ook naar weiden en moerassen – en al het wild is dol op water! – dan stijgt de wilddraagkracht van de hele Veluwe. Het overgereguleerde jachtbeleid van nu kan heel anders als het wild er nieuwe grasgroene zones bij krijgt, en helemaal als de dieren kunnen trekken over een rastervrije, ecoductrijke Veluwe. Laat de dieren maar gaan zwerven om eten te vinden. Als de populatiedruk plaatselijk oploopt, doen ze dat vanzelf, maar dan moeten er wel rijke voedselgronden te vinden zijn. Meer wild heeft weer positieve gevolgen voor de wildzichtbaarheid, en dat is van belang voor het draagvlak, de politieke wil en de Veluwe als geheel. Uit enquêtes blijkt steeds weer dat de miljoenen dagjesmensen die de Veluwe jaarlijks trekt, bijna allemaal hopen wild te zien. Maar de meesten zien geen beest. Deels komt dat doordat ze niet weten hoe, waar en wanneer ze hun wildwens het best in vervulling kunnen laten gaan, probleem is ook dat er gewoon te weinig wild is. Op een deels natte Veluwe wordt dat allemaal anders.

Reageren? Mail naar redactie@nieuweveluwe.nl

Michiel Hegener is freelance journalist voor onder meer NRC Handelsblad, fotograaf en cartograaf. Diverse boeken heeft hij op zijn naam staan. Onlangs verscheen The Kurds of Iraq (2009), een boek gemaakt na elf reizen door het noorden van Irak. Andere publicaties zijn onder meer Vrijheid van godsdienst (2005) waarin hij wijst op belemmeringen om je eigen godsdienst te kiezen, Ons wilde oosten – De toekomst van de Veluwe (2002) over de ontkenning van de waarde van de Veluwe en Het Duckdenken – de invloed Kwik, Kwek en Kwak op onze samenleving (1999). Als fervent wandelaar en groot liefhebber van de Veluwe verzorgt hij de ANWB Veluwe fiets- en wandelgidsen.


Werken aan een duurzame leefomgeving

Wie ideeën en plannen over duurzame, ruimtelijke economische ontwikkeling wil omzetten in resultaat, vindt in ARCADIS een waardevolle partner. Vanaf het allereerste begin maken wij werk van de haalbaarheid van uw plannen. Wij helpen impasses in besluitvormingsprocessen te voorkomen of te doorbreken. Brengen vaart in projecten. En scheppen helderheid in complexe vraagstukken. Wij zoeken steeds naar de optimale combinatie van ambitie en realisme en creëren daarbij draagvlak voor het te realiseren resultaat. ARCADIS. Proces- en projectmanagement, consultancy, creatieve ontwerpen en ingenieursdiensten voor milieu & ruimte, wonen & werken, mobiliteit en water. We ontwikkelen, ontwerpen, implementeren, onderhouden en exploiteren projecten. Voor overheden en bedrijven. Wereldwijd. Met 3000 medewerkers in Nederland, in een regionaal verankerd netwerk van onze klanten. Dichtbij onze klanten, denken we als onze klanten. Een heldere blik op het probleem. Creatief in de oplossing. Daadkrachtig in de uitvoering. Resultaat telt. Meer weten? Bel 033 4771000. Of bezoek ons op internet: www.arcadis.nl. Kantoren in: Amersfoort, Arnhem, Apeldoorn, Assen, Goes, ‘s Gravenhage en ’s Hertogenbosch, Hoofddorp, Hoorn, Maastricht en Rotterdam.

Imagine the result


Beken

steeds meer zichtbaar De Veluwe een droge bult zand? Dat ligt genuanceerder. Die bult bevat grote hoeveelheden water, dat op ongeveer negentig plekken aan de flanken naar buiten treedt. In veel projecten worden de beken met cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarde hersteld en versterkt. De laatste jaren wint het belang van beken ook bij de klimaatverandering.

tekst Hans van den Bos, foto’s Hans van den Bos en bvBeeld Apeldoorn, dooraderd met wel veertien sprengenbeken, is een echte sprengenstad. Al is dat op veel plekken niet meer zichtbaar. Veel beeklopen zijn de vorige eeuw onder de grond verdwenen. Met het Waterplan zette Apeldoorn in 2005 een stevige ambitie neer om de zo karakteristieke sprengen te herstellen. Het gaat hierbij om veel meer dan het voorkomen van wateroverlast. Net zo belangrijk zijn cultuur, identiteit, beleving en natuur. De sprengenbeken moeten weer door de stad gaan lopen en deze op een aantrekkelijke en ecologische wijze koppelen aan het buitengebied. In de drukke winkelstraat Hofstraat bijvoorbeeld is de Grift in 2002 weer bovengronds gebracht en na de zomer van

14

nieuwe Veluwe 0/09

2010 gebeurt hetzelfde in de Beurtvaartstraat. Ook Arnhem wil de beeklopen weer bovengronds en beleefbaar hebben. De afgelopen vijf jaar is op diverse plekken 460 meter beek zichtbaar gemaakt. Heel mooi is het resultaat in de De La Reijstraat bij Sonsbeek, waar behalve de gedempte Sint Jansbeek ook sierlijke bruggen en ornamenten zijn teruggebracht. In het dichtbebouwde stadscentrum zal de reconstructie van Arnhems belangrijkste beek lastiger zijn. Toch is dit een van de speerpunten van het gemeentelijk Ontwerp Waterplan 2009-2015. De gemeenteraad heeft de voorkeur uitgesproken voor een tracĂŠ via de Beek- en Bovenbeekstraat; historisch verantwoord maar beekwater stroomt in of onder deze drukke winkelstraten


In de Hofstraat heeft Apeldoorn de beek weer boven de grond gehaald.

Buurtinitiatief leidt tot herstel Julianabeek Een wel heel bijzondere nieuwe beek stroomt in de Arnhemse Julianalaan. Opmerkzame bewoners ontdekten een natuurlijke bron, waarvan het water door het riool werd afgevoerd. Al gauw ontstond in de straat het plan om dit water bovengronds door de eigen tuinen te leiden. Met steun van gemeente, provincie en waterschap is dit buurtinitiatief in 2005 gerealiseerd, op een moment dat het riool toch moest worden vervangen. Alle bewoners, op één na – waar de beek om de tuin is geleid – onderhouden sindsdien een stukje beek. Voor het beekbeheer zijn heldere kwantiteits- en kwaliteitseisen geformuleerd: wat er uitkomt moet gelijk zijn aan wat er inkomt. Dit is notarieel vastgelegd. Initiatiefnemer Jeroen Gosse (fysisch geograaf) serveert gasten nu trots een glas bronwater uit eigen tuin, maar maakt duidelijk dat realisatie van de droom niet eenvoudig was. Hij noemt ook een onvermoed sociaal effect. De beek heeft de buurt bij elkaar gebracht. Elk jaar, in het laatste weekend van mei, vieren de buurtbewoners de verjaardag van de Julianabeek.

nieuwe Veluwe 0/09

15


Beken en sprengen Op zo’n negentig plekken aan de rand van de Veluwe komt er water aan de oppervlakte om vervolgens als beek of spreng in de Rijn, IJssel, Eem of de Randmeren uit te monden. Sprengen – gegraven beken – zijn typisch Veluws. Elders in Nederland komen ze nauwelijks voor en in het buitenland al helemaal niet. Alleen op de Utrechtse Heuvelrug en in Twente zijn enkele sprengenbeken ter verfraaiing van het landschap. De waterlopen zijn te onderscheiden in vier typen: a. sprengenbeek of spreng – door de mens gegraven; komt veruit het meest voor; b. laaglandbeek – grotendeels rechtstreeks gevoed door neerslag; c. kwelbeek – voert grondwater af dat aan de voet van heuvels spontaan aan de oppervlakte komt (natuurlijke kwel); is een variant van de laaglandbeek; d. bronbeek – voert water af van een natuurlijke bron; is zeldzaam. De grote verschillen tussen natuurlijke beken en sprengen in ontstaan, vorm en ecologisch functioneren uiten zich ook in verschillende herstel- en onderhoudsmaatregelen. Karakteristiek voor sprengen zijn de horizontale sleuven die in de helling zijn gegraven. Doorgaans meerdere meters diep. De kunst was om dit water met zo weinig mogelijk verval naar de watermolens te leiden. Indien nodig bouwde men aarden wallen en dijkjes om het water hoog te houden. Doordat beken vaak ook vergraven werden, is het soms lastig om de natuurlijke beken te onderscheiden van de gegraven sprengen.

al heel lang niet meer. Voor de realisatie wordt gezocht naar ‘kansen om mee te liften met andere projecten’, aldus het Ontwerp Waterplan. Ook voor de financiering is Arnhem sterk afhankelijk van subsidies en regelingen van derden. Dat lijkt kwetsbaar, ‘toch is op deze manier ook in de afgelopen jaren veel moois gerealiseerd’, vindt stadsecologe Christine Paris. De aandacht voor de beken is terecht. Ze hebben Arnhem en Apeldoorn welvaart gebracht. Hoe komen Arnhem en Apeldoorn en zoveel andere plekken aan beken en sprengen? Het Veluwemassief is aan de oppervlakte doorgaans droog. Het geheim: onder de zandbult zit een gigantisch waterreservoir dat constant wordt aangevuld. Na een regenbui zakt het water snel weg in de bodem, want tussen de grove zandkorrels zit veel ruimte. Het grondwater zit bovenop het Veluwemassief wel zo’n 20 tot 30 meter diep, aan de rand is dat heel veel minder. Op zo’n negentig plekken aan de rand van de Veluwe, vooral bij de steile flanken, komt het water aan de oppervlakte om vervolgens als natuurlijke beek of aangelegde spreng in de Rijn, IJssel, Eem of de Randmeren uit te monden. Nijverheid en industrie Al in de middeleeuwen waren er watermolens aan de randen van de Veluwe, vooral bij Arnhem. De eerste molens lagen ver stroom­ afwaarts in het beekdal; daar was het reliëf en de waterkracht het grootst. Vanaf 1600 groeide het aantal molens sterk en daardoor ook de behoefte aan water. Latere watermolens bouwde men meer stroomopwaarts. Nieuw gegraven waterlopen (sprengen) in de steile flanken van de heuvelrug moesten zorgen voor extra water en verval. In de zeventiende en achttiende eeuw waren er bijna 200 water­ molens, waarvan 150 voor de papierindustrie. Na 1850 zijn de watermolens door stoom­ machines, olie en later ook elektriciteit snel uit het landschap verdwenen. Nogal wat water­ molens zijn toen omgebouwd tot wasserij. Op enkele plekken op de Veluwe dienden beken en sprengen ook voor verfraaiing en het plezier van de elite op hun landgoederen als Cannenburch, Staverden, Sonsbeek, Rosendael of Paleis het Loo. Een aparte groep sprengen is zelfs nog na 1850 aangelegd, om het Apeldoorns Kanaal te voeden. Herwaardering Na het verlies van de economische betekenis van de watermolens verwaterde het noodzakelijke onderhoud aan veel Veluwse beken en sprengen. Ze verzandden, kapotte

16

nieuwe Veluwe 0/09

beschoeiingen werden niet meer gerepareerd en molens verdwenen. Een groepje mensen luidde in de jaren tachtig van de vorige eeuw de noodklok. Zij zagen een waardevol cultuurgoed verloren gaan. Het appel leidde tot oprichting van de Stichting tot Behoud van de Veluwse Beken en Sprengen, beter bekend als de Bekenstichting. Nog steeds is deze stichting actief: in voorlichting, educatie en onderzoek. Ook adviseert zij beheerders en eigenaren over behoud en beheer van beken. Provincie Gelderland gaf in dezelfde tijd beken en sprengen een prominente plek in het nieuwe beleid voor de Veluwe; waterschappen kregen de verantwoordelijkheid over het beheer van deze waterlopen. Beekherstel Sinds 1986 voeren de waterschappen beekherstel uit, volgens vooropgezet plan. Zo is de afgelopen jaren de Veldbeek bij Putten robuuster gemaakt. Over een lengte van 1,7 kilometer krijgt deze laaglandbeek nu de ruimte om zijn weg te zoeken. Rechte, monotone oevers zijn afgegraven. Er is een nevengeul en nieuw is ook het retentiebekken, waarin bij hevige regenval water kan worden opgevangen. Projectleider beekherstel bij Waterschap Veluwe Maarten Veldhuis heeft nog meer plannen met deze beek. ‘Maar voor de realisatie daarvan zijn we wel afhankelijk van de medewerking van een aantal grote grond­ eigenaren. Gemiddeld realiseren we 60 tot 70 procent van een beekherstelplan. Dat aandeel willen we verhogen. Daarom doen we meer moeite om draagvlak te krijgen bij de grond­ eigenaren. We betrekken ze bijvoorbeeld al vroeg bij de planvorming.’ Volgens planning is het waterschap in 2013 helemaal rond. Dan is voor alle circa zeventig beken het herstel uitgevoerd. Intussen is het waterschap begonnen met een tweede ronde, want beekherstel is ongeveer elke twintig jaar nodig. Veldhuis: ‘Het eerste beekherstelplan maakte ons waterschap in 1986 voor de Coldenhovense Beek. Nu gaan we er opnieuw langs. Het is tijd voor ingrijpende aanpassingen. De waterloop bij papierfabriek Coldenhoven is over een flinke lengte over­ kluisd. De beek gaan we in 2010 om de fabriek heen leiden; we graven een nieuwe loop en herstellen delen van de bestaande loop, zodat het beter gaat stromen. Dit alles over een lengte van 2,5 kilometer. Ook maken we vistrappen. De beek is in de huidige situatie gedeeltelijk niet te onderhouden en ook niet passeerbaar voor vis.’


Diverse sprengen zijn aangelegd ter verfraaiing van landgoederen en buitenplaatsen en dienden voor het plezier van de elite.

Goede doorstroming Het waterschap vindt het belangrijk dat de beek goed stroomt, omdat alleen dan de waterloop goed afwatert. Daarvoor mag de beek niet te breed worden, want dan is stroomsnelheid lager en hoopt zich gemakkelijk materiaal op als takken, zand en blad. Volgens Veldhuis zijn vooral laaglandbeken belangrijk voor de waterafvoer. ‘Op veel plaatsen voeren deze beken het overtollig water af van een groot gebied waarin ook landbouwgronden liggen. Bij sprengen geldt dat minder, die liggen vaker in natuurgebied. Hier geven wij natuur en cultuurhistorie voorrang.’ Het waterschap heeft bij sprengen vooral veel werk aan de reparatie van oeverbeschoeiingen. ‘Het hout blijft slechts tien tot twintig jaar goed, dan moet het vervangen worden’, weet Veldhuis uit ervaring. Naast het meer ingrijpende herstel zorgen de waterschappen voor het jaarlijkse reguliere onderhoud, zoals het maaien van de oevers en het repareren van oeverbeschoeiingen, duikers en stuwen. Zonodig worden beeklopen ontdaan van materiaal dat voor stagnatie van het water zorgt. Klimaatverandering Voor een beekherstelplan maakt het waterschap standaard een hydrologisch model, waarmee een computer kan analyseren waar aanpassing van de beek wenselijk is. In deze theoretische modellen houdt het waterschap

al rekening met de klimaatverandering. ‘Er is een grotere kans op hogere piekbelasting. Ook grotere watervolumes moeten de beken en sprengen soepel kunnen afvoeren. We rekenen met heftige regenbuien die statistisch eens in de tien of honderd jaar optreden (in het buitengebied rekent het waterschap met eens in de tien en in de bebouwde kom met eens in de honderd jaar). Bijzonder was dat we begin juli in Apeldoorn bij een regenbui een neerslaghoeveelheid hadden die zelfs nog minder vaak voorkomt.’ Veldhuis klinkt nog enthousiast als hij terugdenkt aan dat moment. ‘Je begrijpt natuurlijk wel dat we in het noodweer naar buiten zijn gegaan om te kijken hoe bepaalde beken functioneerden. Leuk om in het veld te zien wat er gebeurt!’ Spanning ecologie-cultuurhistorie Jacques Meijer van de Bekenstichting is niet ontevreden over wat in dertig jaar is bereikt. ‘De beken en sprengen hebben in beleidsplannen de wind mee en de publieke belangstelling is nog steeds groot. ‘Waterschappen, terreineigenaren en vrijwilligers zetten zich flink in voor het herstel en onderhoud, al ziet hij wel enkele bedreigingen. Als grootste noemt Meijer de grote grondwateronttrekkingen, zoals die van Vitens bij Arnhem (La Cabine). ‘Daar wordt zoveel water weggeput dat sprengbeken in de omgeving, zoals bij Wolfheze, verdrogen.’

Ontevreden is hij ook over de onzorgvuldigheid waarmee bij grondwerkzaamheden bij bouw van wegen en woonwijken de kleischotten in de bodem doorboord worden. Ook hierdoor komen beken droog te staan. ‘Bij waterschappen ligt de nadruk soms te veel op herstel van algemene natte natuur, in plaats van de typische biotoop van sprengen en bronnen.’ Ook uit oogpunt van cultuurhistorie vindt Meijer het niet te verdedigen om sprengen te verbreden en ondieper te maken, met als doel verdroging van grasland of een bosperceel tegen te gaan. Meijer, bioloog van origine, erkent dat er een spanningsveld is tussen ecologie en cultuurhistorie. ‘Dat is niet zo verwonderlijk, want de gegraven spreng is per definitie niet natuurlijk. De spreng kent andere dimensies, andere stroomsnelheden, een ander verval.’ Omdat de waterschappen primair aandacht geven aan ecologie voelt de Bekenstichting zich verplicht de cultuurhistorische belangen te verdedigen, zegt Meijer. Hij pleit voor nog meer maatwerk bij het beekherstel, ‘want elke sprengenbeek is uniek. Het is de moeite waard om per deeltraject precies uit te zoeken waar de kansen liggen.’ Tevreden constateert hij dat dat goed is uitgevallen voor de lange Staverdense Beek, Leuvenumse Beek en Hierdense Beek, waarbij bovenstrooms bij Staverden vooral cultuurhistorie prevaleert en benedenstrooms natuur.

nieuwe Veluwe 0/09

17


Richard Long de w To make art only by walking, or leaving ephemeral traces here and there, is my freedom Richard Long

‘Kunst maken alleen door te wandelen of hier en daar kortstondige sporen achter te laten, dat betekent voor mij vrijheid’

18

nieuwe Veluwe 0/09


wandelkunstenaar tekst Kim Knoppers, foto’s Richard Long en Kröller-Müller Museum

Vroeger was wandelen iets voor de-paden-opde-lanen-in-types met bergschoenen en rode sokken aan. Tegenwoordig tel je niet meer mee als je niet minstens een keer per maand de frisse lucht opsnuift en tot jezelf komt tijdens een fikse wandeling. Er zijn ook kunstenaars die het wandelen tot kunst verheffen. Zo iemand is Richard Long.

In het weekend word je bijna onder de voet gelopen door Nordic Walkers. De zaterdagse wandelrubriek die Joyce Roodnat sinds 2002 schrijft voor NRC Handelsblad wordt zo goed gelezen, dat het lucratief is de stukken in boekvorm te bundelen. Tijdschriften als Psychologie Magazine steken de loftrompet over de heilzame werking van wandelen. Kortom, wandelen is populair. Het Museum Tate Britain in Londen – het oudere maar in populariteit verstoten zusje van Tate Modern – vond de tijd rijp om het wandelen-als-kunst in de spotlights te zetten. Deze zomer presenteerde het museum Heaven

and Earth van de Engelse kunstenaar Richard Long (1945). Fysieke sporen in het landschap Long wandelt al veertig jaar door tijdloze landschappen over de hele wereld. Sinds 1967 maakt hij solitaire wandelingen variërend van één dag tot enkele weken. Zijn drang om te wandelen bracht hem niet alleen in de verlaten gebieden van zijn thuisland Groot-Brittannië, maar ook op de vlaktes van Mongolië, de ijswoestenij van Spitsbergen en de desolate Sahara. Dit rijtje bestemmingen riekt naar eenzaamheid, verlatenheid en schoonheid. Woorden die heel makkelijk te koppelen zijn aan een romantische beschouwing van de kunst van Long. De wandelkunstenaar heeft echter een broertje dood aan romantiek. Waar denkers als Jean-Jacques Rousseau (Overpeinzingen van een eenzame wandelaar, 1776-1778) en Henry David Thoreau (Walden, 1854) het wandelen gebruikten om op zoek te gaan naar zichzelf, is dat voor Long geenszins het geval. De

Wandelen in het Kröller-Müller Museum Het Kröller-Müller Museum bezit een wereldberoemde collectie voornamelijk negentiende en twintigste eeuwse beeldende kunst. De Bergeyck Circle van Richard Long heeft geen permanente opstelling in het museum. De in het artikel genoemde kunstenaar Carl Andre is wel met een groot aantal werken in de collectie vertegenwoordigd. Van Richard Serra zijn twee werken permanent in de beeldentuin opgesteld: Spin Out, for Robert Smithson (19721973), een hommage aan de in 1973 overleden beroemde Land Art kunstenaar. Smithson verongelukte toen het vliegtuigje van waaruit hij zijn Land Art wilde fotograferen neerstortte. Serra maakte in Otterlo gebruik van een natuurlijke kom in het landschap en plaatste drie grote platen van cortenstaal uit de helling. Aan de andere kant

A line made by walking (1967), © Tate, London 2009.

basis van de kunst van Long ligt in zijn sterke persoonlijke binding met de natuur en de directe, fysieke sporen die hij achterlaat in de landschappen die hij bewandelt. Deze sporen vormen tijdelijke minimale sculpturen. Hoewel Long in de kunsthistorische canon nooit écht tot de Minimal Art en nooit écht tot de Land Art wordt gerekend, is hij paradoxaal genoeg wel degene die het meest tot de verbeelding spreekt als het over deze kunststromingen gaat. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig waren Minimal Art en Land Art op hun hoogtepunt. Kunstenaars als Carl Andre, Richard Serra en Robert Smithson rekten de grenzen van de beeldhouwkunst op door te werken met nieuwe materialen, te zoeken naar presentatievormen buiten het museum en door relaties tussen kunstwerk en omgeving centraal te stellen. In balans Met zijn ingrepen probeert Long altijd een balans te vinden tussen de natuurlijke patronen die in het landschap zelf besloten liggen en zijn

van de beeldentuin maakte Serra One, een cilinder van massief staal die enigszins uit het lood staat. Net als bij Spin Out wordt door de plaatsing de ervaring van de natuurlijke ruimte veranderd. Beide werken maken deel uit van de ecologische wandelroute die de Vereniging Vrienden van De Hoge Veluwe heeft uitgezet door de beeldentuin (te downloaden van www.kmm.nl, onder activiteiten). In de boekwinkel is de wandelgids (met cd) Wandelgeesten – De kunst van het wandelen verkrijgbaar. Hierin staan twee wandel­ routes die langs een selectie van kunst en architectuur op de Veluwe voeren. Vier kunstenaars voegen een extra dimensie toe in de vorm van een verhaal, muziekfragmenten, digitale kunst en foto’s.

nieuwe Veluwe 0/09

19


ANYWHERE ROAD – FOOTPATHS – STONES – RIVERS – STARS – MIST – DAWN – DUSK RAIN – ANIMAL TRACKS – SPRINGS – CAMPS – BONES – CAIRNS FOOTPRINTS – BIRDSONG – FLOWERS – CLOUDS – WATER – WIND SUMMITS – HORIZONS – FULL MOON – THE KINDNESS OF STRANGERS AN ELEVEN DAY WINTER WALK 2008 De Bergeyck Circle.

eigen toevoegingen van archetypische vormen als de cirkel, de lijn, het kruis en de spiraal. Symmetrie, herhaling en verhouding zijn hierbij van het grootste belang. De ene keer bestaat het werk uit een lijn van door voetstappen geplet gras in Engeland (A Line Made by Walking, 1967), dan is het een cirkel van stenen in de besneeuwde toppen van het Atlasgebergte in Marokko (Throwing Stones into a Circle, 1979) of een lijn van vulkanische stenen in Japan (A Line in Japan, 1979). Bergeyck Circle Speciaal voor musea maakt Long sculpturen van basalt en drijfhout en muurschilderingen van modder, dezelfde natuurlijke materialen die hij gebruikt voor zijn sculpturen in het landschap. Tot de collectie van het KröllerMüller Museum in Otterlo behoort de Bergeyck Circle, een cirkel van samengestelde stukken leisteen die Long in 1982 maakte voor de privé-collectie van Martin en Mia Visser. Het is een vrij uitzonderlijk werk voor Long omdat het gering van omvang is, waarschijnlijk omdat het voor de woonkamer was bedoeld. Tijdens een verwoestende brand in het Armando Museum in Amersfoort in oktober 2007 werd het werk, dat daar in bruikleen was, onherstelbaar beschadigd. Op uitnodiging van het Kröller-Müller Museum maakte Long een nieuwe versie. Deze tweede versie was in 2008 te zien tijdens de tentoonstelling Redone. Conceptuele kunst uit de collectie. Omdat Long bij elke museale sculptuur

20

nieuwe Veluwe 0/09

een nauwkeurige ‘handleiding’ levert, kon er makkelijk een tweede versie worden gemaakt. Deze werd door museummedewerkers geïnstalleerd. Toch is het ‘hart’ uit het werk verdwenen. Het idee dat de stenen onderweg worden verzameld en dat de museale sculptuur het resultaat is van een fysieke handeling tijdens het wandelen wordt helaas aangetast. Als Long zijn wandelingen solo maakt en de ingrepen onderweg tijdelijk zijn, hoe weten we dan dat A Line Made by Walking ooit heeft bestaan? De kunstenaar begreep al vroeg in zijn carrière dat het essentieel was zijn publiek deelgenoot te maken van zijn tijdelijke sculpturen en ervaringen. A Line Made by Walking is aan ons overgeleverd door een staande zwartwitfoto van de lijn. Long gebruikt niet alleen het fototoestel om zijn sculpturen vast te leggen. A Ten Mile Walk in Engeland in 1968 wordt door hem in beeld gebracht door een rechte lijn op een landkaart te trekken van het startpunt naar het eindpunt. Tekstwerken Vanaf eind jaren zeventig maakt Long tekstwerken naar aanleiding van zijn wandelingen. Dit kan een beschrijving zijn van het uitgangspunt van de wandeling of een weergave van de feiten of ervaringen tijdens een wandeling. Anywhere uit 2008 is een combinatie van feiten en ervaringen. Belangrijk om in gedachten te houden is dat Long zijn tekstwerken presenteert op museummuren, in publicaties

en drukwerk. Typografie en kleurgebruik zijn daarbij welbewust gekozen. Voor Long zijn de foto’s, plattegronden en tekstwerken niet alleen het bewijs van zijn aanwezigheid; ze staan ook voor de gehele ervaring van de wandeling. Long beschouwt ze net als zijn museale sculpturen als zelfstandige kunstwerken. Toch romanticus? Het lijkt erop dat het Long in zijn recente tekstwerken (zie Anywhere) en wandelingen minder gaat om de relatie tussen tijd, afstand, geografie en afmetingen. Misschien schuilt er ergens toch een romanticus in Long: ‘The world is full of relatively permanent things like rocks, strata or the sea, but also transient things, like the life span of a butterfly, or the endlessly changing patterns of seaweed on a beach. I would like to think my work reflects and uses this rich complexity and reality.’ (Te lezen op een museummuur in Tate Britain). En dat ligt niet eens zo ver af van de bergschoenen, de rode sokken en de wandelaar-denkers.


Nieuw Gelders Arcadie Landgoederenzone als inspiratie voor de toekomst

nieuwe Veluwe 0/09

21


tekst Mark Hendriks, foto’s bvBeeld Verstedelijking en woningbouw leggen een grote druk op het landgoederenlandschap van de Veluwezoom. Met het initiatief Nieuw Gelders Arcadië probeert het Gelders Genootschap gemeenten, ontwikkelaars en landgoedeigenaren te stimuleren goed te kijken naar waar nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn en waar is voort te borduren op de kwaliteiten van de Veluwezoom.

Met enthousiasme leidt Mariëlle Kempen ons door de berceau, een loofgang van blauwe regen, clematis en rozen. ‘Het is eigenlijk een klassiek stijlelement uit de tuinarchitectuur. Maar een ontwerper heeft voor ons een eigentijdse variant bedacht met aan de zijkanten ramen met moderne liggers, in de volksmond vensterbanken of kano’s genoemd.’ De berceau staat in de voormalige moestuin van De Lage Oorsprong, een langgerekt landgoed in de zuidelijke Veluwezoom ten westen van Oosterbeek. Mariëlle Kempen en haar man Egbert Reerink toverden de verwaarloosde tuin de afgelopen jaren om tot een gevarieerde publiekstuin. Kempen legt uit: ‘We wilden de moestuin niet geheel in originele staat herstellen. De tuin had destijds vooral betekenis voor het inmiddels gesloopte hoofdhuis. Er werden exotische soorten verbouwd, zoals ananas, of luxe groenten, zoals asperges. Nu is de tuin voor iedereen die op zoek is naar vermaak en

‘Met de groei van de welvaart en de gigantische verstedelijking is de waardering voor gebieden als de Veluwezoom enorm toegenomen’

22

nieuwe Veluwe 0/09


educatie of behoefte heeft aan rust en contemplatie. Dat vraagt om een eigentijdse inrichting, die overigens wel geïnspireerd is op het originele moestuinontwerp van de befaamde tuinarchitect Leonard Springer uit 1921.’ Preciezen en rekkelijken Ze wijst naar de trapsgewijze cascade waarlangs water richting het dal van de Oorsprongbeek stroomt. De monumentencommissie vond het in eerste instantie maar niets, aldus Kempen. Een getrapte waterval dertig centimeter boven het maaiveld paste immers niet in het beeld van een historische moestuin. ‘Terwijl hier altijd een watergootje heeft gelopen. Die hebben we met deze cascade een hedendaagse vormgeving gegeven. Kinderen spelen er graag met houten bootjes die we uitdelen. Het past overigens bij landgoederen om steeds iets nieuws toe te voegen. Landhuizen werden telkens opnieuw opgebouwd en in de negentiende eeuw werd de formele tuinstijl op veel plekken ingeruild voor een landschappelijke en weelderige parkinrichting.’ Ze vervolgt: ‘Het is het discussiepunt wanneer je overgaat tot de reconstructie en herinrichting van zo’n historische plek. De ‘preciezen’ onder ons willen zaken zo letterlijk mogelijk terugbrengen, de ‘rekkelijken’ zien ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en moderne interpretaties.’ Kwaliteiten landgoederen Deze controverse zit ook in het initiatief Nieuw Gelders Arcadië. Dit project kijkt enerzijds naar hoe de kwaliteiten van de vele landgoederen en buitenplaatsen langs de Veluwezoom – een gebied dat zich uitstrekt langs de Rijn en IJssel van Wageningen tot Spankeren – gecombineerd kunnen worden met ruimtelijke opgaven als woningbouw en de aanleg van infrastructuur. Anderzijds zoekt het project nieuwe economische dragers, waarmee structuren en kwaliteiten van de landgoederen en buitenplaatsen – zoals laanbeplantingen, zichtassen, fraaie landhuizen, watervallen en sprengbeken – behouden kunnen blijven. ‘Het tuininitiatief op De Oorsprong is wat dat betreft een voorbeeldproject’, vindt Genootschap-medewerker Roger Crols, bedenker van Nieuw Gelders Arcadië. ‘Oud en nieuw gaan prima samen.’

Villa’s op oud landgoed Nieuw Gelders Arcadië is volgens Crols vooral bedoeld om overheden, ontwikkelaars en eigenaren te stimuleren goed te kijken waar nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden en of er mogelijkheden zijn om voort te borduren op de kwaliteiten die de Veluwezoom biedt. ‘Neem de torens bij het Arnhemse station: mooie gebouwen, maar ze staan op de verkeerde plek. De zichtlijn vanaf Park Sonsbeek op de Rijn is verdwenen’, vertelt Crols. ‘Dat het goed kan gaan bewijst Villapark Overbeek bij Rheden. Hier zijn begin negentiende eeuw villa’s gebouwd op een oud landgoed. Doordat in het ontwerp de kwaliteiten van het landgoed gebruikt zijn, is een wijk ontstaan die nu nog steeds werkt. Momenteel wordt gedacht over woningbouw bij landgoed Rhederhof. Nieuw Gelders Arcadië kan ervoor zorgen dat een goede afweging wordt gemaakt over hoe dit kan.’ Het gevaar van dit soort initiatieven – vooral gebaseerd op voorlichten en stimuleren – is dat men de ambities wel omarmt maar niet omzet in acties of beleid. Daarom maakt het Gelders Genootschap twee publicaties: een atlas – met daarin een beschrijving van de structuren en kwaliteiten van de Veluwezoom – en een kansenboek – een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen en nieuwe gebruiksvormen. Een belangrijk moment wat dat betreft was de ondertekening van een intentieverklaring in mei dit jaar door de gemeenten Wageningen, Renkum, Arnhem, Rozendaal en Rheden, waarin ze toezeggen de samenhang van de Veluwse landgoederenzone te willen versterken. Daarnaast zijn workshops georganiseerd en is er een landgoederennetwerk opgericht. Kijkend uit het autoraam zegt Crols: ‘Je kan hier eigenlijk niet om de schoonheid heen. Maar dat blijkt dus niet voor iedereen zo logisch. We moeten partijen continu bewust maken van iets vanzelfsprekends. Het is een groeiproces gebleken: na de oorlog waren er andere prioriteiten, in de jaren zestig was de monumentenzorg erg objectgericht en met het Belvederebeleid kwam eind jaren negentig aandacht voor de rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Met de groei van de welvaart en de gigantische verstedelijking is de waardering voor gebieden als de Veluwezoom enorm toegenomen.’

Het voormalige landhuis Belmonte op de Wageningse Berg.

Geldersch Arkadia De naam Nieuw Gelders Arcadië is ontleend aan Geldersch Arkadia, in de negentiende eeuw de aanduiding van de zuidelijke Veluwezoom langs Rijn en IJssel. In het gebied, met voor Nederlandse begrippen extreme hoogteverschillen en weidse vergezichten, zijn sinds de zestiende eeuw meer dan honderd landgoederen en buitenplaatsen gesticht, waarvan een groot deel in meer of mindere mate nog aanwezig is. De historie gaat echter terug naar de late middeleeuwen, toen in dit gunstige overgangsgebied van stuwwal naar rivier diverse kastelen, versterkte huizen en abdijen werden gebouwd, zoals Doorwerth, Biljoen, Middachten en het klooster Mariënborn. Hieruit ontstonden later de landgoederen. Vanaf de zeventiende eeuw kwamen langs de Veluwezoom nieuwe buitenplaatsen, veelal gesticht door rijke stedelingen. Voorbeelden zijn Belmonte, Klarenbeek, Zypendaal, Hemelsche Berg en Laag Soeren. De bijbehorende parken hadden veelal een formele, geometrische opzet. Door de aanleg van wegen en spoorlijnen kwam de stichting van buitenplaatsen en landgoederen in de negentiende eeuw in een stroomversnelling. In Wageningen ontstonden Hinkeloord en Belmonte, in Oosterbeek Pietersberg, Bato’s Wijk en Rijnheuvel, in Arnhem Klingelbeek, Sterrenberg en Bronbeek en in Ellecom Bernhalde, Middendorp en Dalstein. De formele parkinrichting werd vervangen door een weelderige landschapsstijl met glooiende heuvels, boomgroepen, waterpartijen en slingerende wandelpaden.

nieuwe Veluwe 0/09

23


Huize ‘de Oorsprong’ te Oosterbeek.

De Lage Oorsprong Landgoed De Lage Oorsprong komt voort uit twee agrarische goederen: Hoegh Oerspronck en Laegh Oerspronck. In de zeventiende eeuw kwamen die in bezit van de familie Coets. Zij bouwden een landhuis en bij de beek twee kruit- en twee papiermolens. In 1811 stichtten de nieuwe eigenaren, J.C. Spakler en H.J. Backer een suikerfabriek. Zij bouwden een landhuis en legden een park met cascades aan. In 1922 gaf de nieuwe eigenaar Julius Frowein opdracht voor een nieuw landhuis en een moestuin, een ontwerp van tuinarchitect Springer. In de Tweede Wereldoorlog raakten het huis en de tuin zwaar beschadigd. Wegens de hoge kosten verkoopt de familie Frowein met pijn in het hart het landgoed in 1956 aan de gemeente Renkum.

Terug naar De Lage Oorsprong waar Mariëlle Kempen aan den lijve ondervond dat nog niet iedereen de waarde van een Gelders Arcadië voor ogen heeft. ‘Toen we in 2002 begonnen, dachten we in een jaar klaar te kunnen zijn. Uiteindelijk heeft het zes jaar geduurd voordat de nieuwe tuin zijn deuren opende.’ Kempen en haar man kwamen met hun initiatief in de papieren molens van de Nederlandse ruimtelijke ordening terecht. ‘Het leek soms wel of wij de enigen waren die het herstel van de moestuin belangrijk vonden. Over het idee om een theater op de grens van de tuin en het beekdal te maken, is door meer dan vijftien mensen maandenlang vergaderd. Zo lang zelfs dat, toen er overeenstemming was, de termijn van de verleende Europese subsidie verlopen was.’ Een stipje in een groot verhaal Kempen hoopt dat met Nieuw Gelders Arcadië de neuzen meer dezelfde kant op gaan staan, dat het een kapstok wordt voor individuele initiatieven. ‘We zijn natuurlijk maar een stip, maar wel een stipje in een groot verhaal. Als dat verhaal beter bekend wordt, maken kleine initiatieven meer kans.’

Ten zuiden van de tuin loopt het tierige parklandschap van het landgoed door tot aan de Benedendorpsweg. Het uitzicht op de Rijnvallei is fenomenaal. Crols vertelt: ‘Er liggen plannen om overtollige beplanting weg te halen, zodat oude zichtlijnen hersteld worden.’ Kempen vult aan: ‘Maar dan blijk je ineens uitzicht te hebben op de Arnhemse nieuwbouwwijk Schuytgraaf. Het is een interessante vraag of je dat wil.’ Hetzelfde geldt voor de plannen van beheerder en erfpachter het Geldersch Landschap en Kasteelen om op de plek van het oude hoofdhuis – waarvan een stuk tegelvloer nog zichtbaar is – een gebouw terug te zetten. Crols: ‘Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het interessant. Maar of dat appartementen moeten zijn of gebouwen met een publieke functie, is de vraag. Dat moeten we onderzoeken. Het kansenboek van Nieuw Gelders Arcadië kan daarbij helpen.’

Meer informatie: www.nieuwgeldersarcadie.nl. Tijdens de slotmanifestatie van Nieuw Gelders Arcadië op 1 december worden de atlas en de uitgebreide website gepresenteerd.

De meer dan honderd landgoederen en buitenplaatsen van de Veluwezoom vormen samen het Nieuw Gelders Arcadië.

24

nieuwe Veluwe 0/09


Column Natuur en boeren gedijen beter in lat-relatie

In een redactioneel commmentaar reageert NRC Handelsblad op de Milieubalans 2009 en de Natuurbalans 2009. Deze geven aan dat onze natuur- en milieudoelen nog altijd niet worden gehaald en dat de ‘rode lijsten’ van bedreigde soorten steeds langer worden. Treurig, vindt de redactie, maar gelukkig weet men een oplossing: zet boeren in als beheerders van natuur en milieu. ‘Goed voor het landschap, goed voor de grond. Goed voor de boer.’ Zucht! Niet weer die nimby-uitvlucht (not in my backyard) van natuur verweven met landbouw! Jazeker, boerenland dat aantrekkelijk dooraderd is met houtwallen en -singels, extensieve randen, kleine bosjes en poelen is ook leuk. En het is uitstekend om boeren te betalen voor de aanleg en het beheer van zulke landschapselementen. Maar intussen is wel aangetoond dat agrarisch natuurbeheer meestal maar weinig bijdraagt aan het behoud en herstel van biodiversiteit. Dat is ook logisch, want landbouw en natuur zijn elkaars tegenpolen. Optimale landbouw vraagt ontginning, egalisering, seizoensonafhankelijke waterbeheersing, forse bemesting en gewasbescherming. Optimale natuur verlangt precies het tegenovergestelde, namelijk allerhande (micro)reliëf, vooral in de winter nattigheid, van plek tot plek variërende bodemsamenstelling en beperkte vruchtbaarheid. Omdat bemesting en ontwatering over kavelgrenzen heen reiken, leidt ruimte creëren voor natuur tussen de suikerbieten, aardappelen en turbokoeien dan ook al gauw tot overheersing van een beperkt aantal algemene stikstofminnende wilde plantensoorten met bijbehorende fauna, zoals brandnetel, braam, lisdodde, smeerwortel, paardenbloem en als het mee zit pinksterbloem met daarbij misschien het oranjetipje waarvoor deze soort waardplant is. Ik haal er allerminst mijn neus voor op, maar de beoogde brede verscheidenheid in levensgemeenschappen en soorten kan slechts duurzaam voortkomen uit een evenzo brede verscheidenheid aan (abiotische) leefgebieden, in ruime natuurgebieden met eigen waterhuishouding, zo ver mogelijk verwijderd van de nivellerende milieu-invloeden van de intensieve landbouw. In plaats van een eenheidsrecept van verweving van boerenland en natuur kunnen we daarom beter kiezen voor het idee van Natuurmonumenten-voorzitter Cees Veerman. Tijdens de recente Westhoff-lezing stelde hij drie ruimtelijk gescheiden strategieën voor: ten eerste uitgestrekte efficiënte pure landbouwgebieden, in de tweede plaats een robuust netwerk van (deels nog te verwerven en in te richten) natuurgebieden en verbindingszones: de Ecologische Hoofdstructuur en tot slot wel verweving van landbouw en natuur in waardevolle cultuurlandschappen. Vooral in deze laatste, die tevens belangrijke buffers vormen tussen de twee eerstgenoemde, kunnen boeren de geopperde waardevolle rol vervullen in het landschapsbeheer.

Koos Dansen, Arnhem

Koos Dansen was hoofd voorlichting van Geldersch Landschap. Sinds zijn pensionering trekt hij de natuur in, geeft lezingen en is actief in de districtscommissie Gelderland en ledenraad van Natuurmonumenten.

nieuwe Veluwe 0/09

25


Interview met Johanna Geels

‘Ik kom thuis

dat was het gevoel toen ik tekst Annemiek Simons, foto Caroline van der Waal

Al een een kleine vijf jaar schrijft de Apeldoornse Johanna Geels gedichten. Onlangs werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs, voor het beste poëziedebuut. Het is soms heel druk in haar hoofd, daarom kiest ze bewust voor de stilte in haar omgeving. Op de hei en in het bos is ze in haar element.

Waarom ben je gaan dichten? ‘Al rond mijn twaalfde begon ik met schrijven. Dat waren vooral korte, absurdistische verhaaltjes. Toen ik zestien was en me op het werk van Tsjechov had gestort, vond ik het veel te kinderachtig wat ik had geschreven. Een vriendin heeft laatst zo’n verhaaltje van mij teruggevonden, en eigenlijk was het best heel goed voor een twaalfjarige. Later begon ik korte verhalen en proza te schrijven en deed ik mee aan schrijfwedstrijden. Maar de vorm begon me steeds meer te irriteren. Al die bijzaken die je moet beschrijven: hoe iemand een kamer binnenloopt en gaat zitten. Ik had behoefte aan absurde beelden, en sneller tot de kern kunnen komen. Daardoor werd het steeds minder, steeds kleiner, absurder en gekker. Ik kom thuis. Dat was het gevoel toen ik ging dichten. Dit is wat ik moet doen. Ik ben met enorm veel drift en energie gaan schrijven. Pas toen ik zelf ging dichten, ben ik poëzie gaan lezen. Tot die tijd interesseerde het me ook helemaal niet. Het kwam gewoon niet in me op. Eigenlijk de omgekeerde wereld: ik had zelf het dichten uitgevonden. Nu lees ik ook veel van andere dichters. Bijvoorbeeld werk van Lars Gustafsson, Gert Vlok Nel, Ingrid Jonker en Sylvia Plath. Daar heb ik nu ook tijd voor, want na mijn debuutbundel Tuig komt er even niet zoveel in me op.’ Je hebt verschillende Poetry Slams gewonnen. Wat zijn dat? ‘Een Poetry Slam is een wedstrijd in een zaaltje of kroeg waar verschillende dichters tegen elkaar ‘strijden’ in verschillende ronden. Het gedicht moet geschikt zijn om voor te dragen, het is een soort performance. Van slams heb ik veel geleerd. Ik was extreem verlegen, durfde niet op te treden. Durfde om die reden bijna niet eens iets op te sturen. De eerste slam waar ik aan

26

nieuwe Veluwe 0/09

meedeed, in Amersfoort, won ik. Het fijne was dat ik gewoon heel erg mezelf stond te wezen, en daarmee de wedstrijd won. Vanaf toen heb ik heel veel opgetreden en ben nooit meer zenuwachtig geweest op het podium. Hoewel ik slams leuk vond om te doen, hing ik er toch een beetje tussen in: tussen het serieuze dichten en het slamwereldje. Ik kreeg het gevoel dat ik moest kiezen en ben toen maar met de slams opgehouden. En daarbij is het vaak ook wel een wereldje waarin het draait om ego’s. Dat is niet mijn wereld: zet mij maar in een hoekje met een boekje. Ik sta nog wel eens op het podium, samen met mijn vriend die me op de gitaar begeleidt. Dat is heel anders dan optreden tijdens een slam, je geeft je veel meer bloot.’ Sommige recensenten zeggen dat je veel van jezelf laat zien in je werk. Is dat zo? ‘Mensen denken dat inderdaad, dat ik veel van mezelf laat zien. Maar driekwart is toch echt wel uit mijn dikke duim gezogen hoor! Het gedicht Geloof is wel heel persoonlijk. Dat gaat over de periode waarin ik, ongeveer zeventien jaar, echt moest zien te overleven. Op mijn zestiende ging ik het huis uit, en belandde in het krakerswereldje.’ Woonde je toen in de Randstad? ‘Ik ben geboren en getogen in Apeldoorn en heb nooit buiten Apeldoorn gewoond. De vrijheid houdt me hier. Ik heb altijd moeite gehad om me te conformeren. Omdat ik de wereld soms niet goed snap, sta ik het liefst aan de zijlijn. Dat harde, dat egoïstische; iedereen handelt vanuit zijn eigen isolement. En er ligt tegenwoordig zo veel druk op mensen. Die druk om altijd maar te presteren. Ik zit toch het liefst in mijn eigen wereldje, en vind niets bedreigender dan mensen die mij daaruit willen trekken. Ik kan me nog herinneren dat ik een jaar of drie was, en dacht: wat doe ik hier in godsnaam! Vroeger zat ik ook het liefst in allerlei hoekjes, of in een kast. Daar gaat het gedicht Heimzucht over. In mijn gedichten gaat het dus ook wel over persoonlijke dingen. Maar niet alles gaat letterlijk over mij. Ik vind het irritant dat dat bij vrouwen veel eerder gedacht wordt dan bij mannen. Bij vrouwen wordt het gelijk als kleinburgerlijk geneuzel ervaren, alsof ze therapeutisch alles van zich af schrijven.’


ging dichten’

nieuwe Veluwe 0/09

27


Heimzucht

Toen ik nog in een kast woonde. Om precies te zijn in mevrouw haar klerenkast. De vlakke hakken onder haar schoenen streelde. De hooggesloten jurk tussen mijn vingers nam en wist dat ik ooit los zou scheuren. In alles zou zwieren en zwaaien, mij uit zou storten tot ik lazeren zou. Was ik het mooiste meisje van alle kasten ter wereld. Getooid met muffe sjaaltjes die van hangers dropen terwijl de ogen door het sleutelgat loerden. Wantrouwig en gehaast om niets te willen weten van wat niet verklaard kon worden in afgemeten verzen, knepen stemmen uit hoge boorden over god en zijn genade. Maar ik hield van god. En zijn genade voelde ik door de stoffen heen als mijn blote benen rilden van de zachte zijden zondagskousen die in mijn fantasie heerlijk roken naar eeltige handen en zware shag.

28

nieuwe Veluwe 0/09


Kun je een terugkerend thema benoemen in je werk? ‘Als ik al een terugkerend thema heb dan is dat vervreemding. Het onvermogen om één te worden met de wereld om je heen. Iedereen handelt vanuit zijn eigen isolement. Je moet het doen met de gereedschappen die je hebt, maar eigenlijk komt het erop neer dat je altijd faalt. Maar dat is niet heel dramatisch hoor, dat is gewoon zoals het is, dat is de realiteit. Ik ben heel nuchter. Ik leef, punt. In Tuig zit ook veel woede. Ik krijg het verwijt dat ik humor gebruik om die woede te relativeren. Maar ik kies toch graag voor relative­ ring. Morgen is er weer een nieuwe dag. Die humor en relativering zie ik ook bij Annie M.G. Schmidt, met haar droge korte zinnetjes. Van Roald Dahl heb ik de voorliefde voor absurdisme gekregen denk ik. Ook het naturalisme had grote voorbeelden voor mij: Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden, Marcellus Emants. Zij waren goed in het aanboren van grote thema’s, maar beschreven dat heel klein en realistisch. Ze maakten het niet mooier dan het was. Een rivier kan ook gewoon stinken. En je kunt ook gewoon over seks schrijven zoals het is. Dat kun je rauw noemen ja.’ Hoe kom je tot een gedicht? ‘Normaal gesproken ga ik om acht uur schrijven tot de kinderen weer uit school komen. Maar op dit moment zit de pijpleiding naar de kosmos even dicht. De kosmos staat voor mij voor alle mooie dingen, zoals de natuur, maar ook de figuur Maria. Zij is heel belangrijk voor mij, staat voor de schoonheid en de troost. Die pijpleiding zit dus even dicht. Maar het gaat wel weer lukken. Mijn redacteur zegt dat het normaal is na een debuut, en ook andere dichters hadden me ervoor gewaarschuwd. Maar mijn productie lag zo hoog, dat ik nooit gedacht had dat het zou stoppen. ’t Is niet zo dat er helemaal niks meer komt, zo af en toe schrijf ik een gedicht. Sommige gedichten staan er ineens op, zoals Dakhaas (Tuig, red.). Die was er binnen een dag, die valt gewoon binnen. En soms duurt het drie maanden. Een gedicht is af als het gevoel rond is, als ik er ’s nachts niet meer van lig te woelen. Sommige gedichten zijn nooit helemaal af, dan blijven er haken en ogen aan zitten.’ ‘Ik schaam me wel eens dat ik maanden met een gedichtje bezig ben, terwijl er zoveel misgaat op de wereld. Tegelijkertijd weet ik: ik kan ook niet op een andere manier bijdragen aan de wereld dan dat ik nu doe. Ik ben erg gevoelig voor prikkels en heb een bipolaire stoornis. Die heb ik nu wel onder controle, maar ik moet wel grenzen stellen voor mezelf. Dat doe ik bijvoorbeeld door de rust op te zoeken. Ik kan er nu goed mee omgaan en daardoor heb ik geen last meer van de echte uitersten. Je kunt aan mijn gedichten wel afleiden in wat voor periode ik zat. Daarom lees ik ook graag Ingrid Jonker en Sylvia Plath. Beiden waren manisch-depressief en dat lees je terug in hun gedichten. Als kind voelde ik me erg vertrouwd bij Maarten Biesheuvel. Ook hij was manisch-depressief. Ik las bijvoorbeeld Brommer op Zee, het was echt mijn held. Als ik vanuit een hypomane fase schrijf is het soms een grote kluwen. Dan moet ik ervoor gaan zitten om te kijken wat ik eigenlijk heb geschreven. Ik rommel maar wat aan, zei Karel Appel, en dat gevoel heb ik ook wel eens. Dat is natuurlijk niet waar. Ik vind het aan de ene kant vervelend als mensen mijn gedichten gaan analyseren, dat ze overal betekenis achter zoeken. Maar aan de andere kant: er zitten ook veel lagen in.

Je praat niet graag over de betekenis van je gedichten? ‘Ik weet waar mijn eigen gedichten over gaan, maar de boodschap is niet eenduidig. Iedereen haalt er het zijne uit. En dat wil ik ook zo houden. Het gaat namelijk niet over mij, maar wat anderen ermee willen doen, erin willen zien. Zie maar wat je ermee doet! Als je weet wat een schrijver bedoelt met een tekst dan wordt het ook zo plat. Het lezen van poëzie vergt een andere manier van lezen, een andere manier van begrijpen. Tegenwoordig zijn mensen gewend om alles te willen benoemen en in hokjes te stoppen, te begrenzen. Dat geeft ze een gevoel van veiligheid. Voor mij is het precies omgekeerd. Begrenzing geeft mij een zeer onveilig gevoel. Daarom was kraken voor mij ook zo belangrijk. Ik heb op de hei gewoond, bij Radio Kootwijk. Daar voelde ik me veilig. Ik was zo vrij als mogelijk was. Ik denk soms dat ik best kluizenaar zou willen zijn. Tegelijkertijd zou dat heel moeilijk voor me zijn want ik vind het toch erg belangrijk mensen om me heen te hebben. De Veluwe met zijn bossen en heide is voor mij de ideale plek om te wonen. Wat ik met de Veluwe heb, heb ik ook met de zee. De zee symboliseert het ultieme gevoel van vrijheid. Tuig gaat ook veel over de zee.’ Dakhaas is je favoriete gedicht uit Tuig, waarom? ‘Ik heb een soort sluimerende waanzin in mijn hoofd, en af en toe komt die waanzin met zijn hoofd achter het muurtje vandaan. Dakhaas gaat onder andere over overgave.’ Johanna leest een fragment uit Dakhaas voor: Het kon goed zijn dat ik gek geworden was, zo denk ik vaak aan hazen en honden, je kunt je afvragen waarom. Omdat ze in de ruimte passen die daarvoor is opengesteld? Want dat denk ik dus, niets meer. ‘Psychosen en waanzin hebben toch te maken met stofjes in je hoofd, niets meer, niets minder. Het is zoals het is, daar moet je niet te veel energie aan verspillen. Dan wordt het ook controleerbaar. Ik irriteer me mateloos aan mensen die de slachtofferrol kiezen. Het leven is zo prachtig, het is zonde omdat aan je voorbij te laten gaan. De kosmos is zo mooi, er zit zoveel kracht in de natuur. Meer gedichten gaan over die sluimerende waanzin, en dat ik sommige dingen anders zie dan de meerderheid van de mensen met elkaar heeft afgesproken. Bijvoorbeeld Vanuit de keukenvloer bekeken, waarin ik gesprekken aanknoop met kruimels. Die beelden die bij me opkomen heb ik nu onder controle, in de pubertijd gingen ze echt met me op de loop.’ Naschrift. Johanna Geels heeft een beurs gekregen van Halma, een Europees residentienetwerk voor kunstenaars. In oktober verbleef ze in een schrijversresidentie naar keuze. Ze koos Berlijn, waar ze een maand aan de Wannsee heeft doorgebracht. Er is werk van haar vertaald, ze heeft er opgetreden en vooral inspiratie opgedaan. Geboren: 1968, Apeldoorn School: op veertiende van school gegaan Diverse Poetry Slams gewonnen, in 2009 genomineerd voor C. Buddingh’-prijs. Tuig, ISBN 9789045005904, Atlas

nieuwe Veluwe 0/09

29


Jakobskruiskruid steken Mensen die een paard hebben staan bij natuurboer Arjan Staadegaard in Renkum aan de Zuid-Veluwe willen graag van het giftige kruid af. Niet alleen pony’s en paarden kunnen eraan overlijden, uiteindelijk ook koeien. Staadegaard heeft veel hinder van het kruid, dat komt overwaaien uit bermen en het aangrenzende natuurgebied. Jaarlijks organiseert hij acht tot tien dagen om het kruid aan te pakken.

foto bvBeeld


CineMec presenteert

CineMec film

events

congres

CineMec in Ede is verrassend veelzijdig. Het is dĂŠ ontmoetingsplek voor film- en cultuurliefhebbers maar ook de zakelijke markt weet de locatie steeds vaker te vinden voor congressen en bedrijfsevenementen. U bent van harte welkom!

Kaartverkoop: 0900 - 321 0 321 (0,35 ct p.m.) www.cinemec.nl


Maarten Leseman, woordvoerder van Staatsbosbeheer

Vraag en antwoord Wat gebeurt er met grote zoogdieren op de Veluwe die een natuurlijke dood sterven?

‘In de terreinen van Staatsbosbeheer blijven nagenoeg alle dode dieren liggen. Als voedsel voor aaseters. Zwijnen, herten en reeën die afgeschoten worden, gaan wel met de jager mee. Als dieren aangereden worden, halen onze mensen de kadavers weg van de plek van de aanrijding en leggen ze op bepaalde plekken in het bos neer, speciaal voor aaseters. We leggen natuurlijk geen kadavers neer op plekken waar veel wandelaars langskomen, maar dieper de gebieden in, waar minder toeristen komen. Onze boswachters nemen soms mensen mee op excursie naar zo’n kadaver, om te laten zien wat er gebeurt, hoe de natuur zijn gang gaat. Zelden ruimen we dode dieren op. Kadavers zijn onderdeel van de natuur.’

Wouter Helmer, directeur van Stichting Ark Dat mensen zich niet laten afschrikken door dode dieren, maar ze juist fascinerend vinden, ontdekte Wouter Helmer. Hij liet in zijn eigen tuin een wild zwijn vergaan. Een fotocamera registreerde het afbraakproces en betrapte menig aaseter vretend aan het kadaver. De website dooddoetleven.nl waarop deze beelden werden geplaatst, is razend populair. ‘We krijgen veel positieve reacties. De site laat beelden zien van steenmarters, raven of stoeiende vossen bij zo’n kadaver. En wie had gedacht dat wilde zwijnen hun eigen dode soortgenoten aanvreten? Of dat steenuiltjes rond kadavers scharrelen op zoek naar maden en aaskevers? De meeste mensen snappen dat kadavers net zo goed in de natuur thuishoren als dood hout in het bos. Deze winter willen we samen met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer een proef starten met het laten liggen van runderen en paarden in uitgestrekte natuurgebieden. Tot dusver moeten de kadavers van deze grootste grazers nog worden afgevoerd naar een destructiebedrijf. Dit voorjaar heeft de minister echter aangegeven dat paarden en runderen op de Veluwezoom en in de Oostvaardersplassen aangemerkt worden als wild. Honderden soorten aaseters – van het kleinste aaskevertje tot de grootste Europese gieren – komen eropaf, soms van honderden kilometers ver weg. Ze moeten het nu nog hebben van toevalstreffers, maar kunnen in de toekomst hopelijk rekenen op een regelmatig voedselaanbod.’

Zelf ook een vraag die gerelateerd is aan de Veluwe? Mail deze naar redactie@nieuweveluwe.nl

foto Wouter Helmer

nieuwe Veluwe 0/09

33


Spannende architectuur in het bos

34

nieuwe Veluwe 0/09


De Bostoren op landgoed Schovenhorst aan de rand van Putten is een architectonische aanwinst met educatieve waarde. Tegengeluiden zijn er ook: opnieuw een verstorend bouwwerk en publiekstrekker in het Centraal Veluws Natuurgebied. Natuur en toerisme in een spagaat?

illustratie SeARCH

tekst Ria Dubbeldam, foto’s SeARCH en bvBeeld Bij het kopen van een kaartje voor de Bostoren op een natte, sombere dag in november, zegt de serveerster van het theehuis op landgoed Schovenhorst dat er niet veel mensen zullen komen. In de zomer was het wel druk en kort geleden ook nog, toen het volop herfst was. Vandaag is de toren een aangename individuele ervaring. Hoe zou het zijn als er hele groepen komen? De belofte van een verticale wandeling door het bos is niets te veel gezegd. Door de architectonische vormen vloeit de toren bijna samen met het bos. Geleidelijk ga je met de bomen mee omhoog. Telkens krijg je een ander perspectief op het bos. De ‘takken’ van de toren herbergen verschillende ruimten: een galerij met nestkastjes voor allerlei vogelsoorten waarin je kunt kijken, een klimnet vrij hangend op 30 meter boven de grond – wel een beetje eng – en een ‘theaterzaal’ met het bos als podium. Verder omhoog kun je bijna de top van een douglasspar aanraken. Verrassend is de onderzijde van het platform van spiegelend rvs-plaat, waarin het omringende bos weerkaatst. Vanaf de grond leek de toren nog even hoog als de boomtoppen, maar hij steekt er net bovenuit. De regen houdt op en er stijgen witte dampen op. Vanaf het platform op 40 meter hoogte kijk je uit over de Veluwe: adembenemend. Je ervaart de uitgestrektheid van het omliggende landschap, iets wat je in de beslotenheid van het bos niet meekrijgt. Op het platform zijn zestien bomen geplant die moeten uitgroeien tot een bosje boven het bos.

Avontuurlijke beleving Architect Bjarne Mastenbroek van SeARCH is erin geslaagd de beleving van het omringende bos avontuurlijk te maken. Van dit architectenbureau was dit te verwachten. Mastenbroeks creatieve geest heeft al tot vele nationale en internationale toonaangevende ontwerpen geleid. Om het even dichtbij te houden: onder meer het Paviljoen op de Posbank. Opvallend kenmerk van SeARCH – het zit besloten in de bedrijfsnaam – is het zoeken en onderzoek naar nieuwe producten en materialen. Daarbij schakelen ze ook anderen in, zoals BSI Bomenservice in Baarn, die tijdens de Wereldtentoonstelling 2000 in Hannover al ervaring heeft opgedaan met bomen op het Nederlandse paviljoen. Voor de Bostoren heeft dit bedrijf uitgezocht hoe je een optimaal leefklimaat kunt maken voor bomen in bakken en welke boomsoorten het meest bestand zijn tegen de extreme weersomstandigheden op grote hoogte. De keuze viel op tien taaie boomsoorten, voornamelijk naaldbomen, waaronder Gingko biloba, Abies concolor, Pinus negra maar ook berk. Ze stonden al drie jaar in bakken op het landgoed. Vooral bijzonder is het volautomatisch watergeefsysteem met vochtsensoren, dat het bedrijf via internet aanstuurt en controleert. Van bos- naar publiekslandgoed Hoe komt zo’n landgoed ertoe een toren te laten bouwen? ‘We wilden iets echt nieuws toevoegen’, legt Marlies Peters van Stichting Schovenhorst uit, ‘maar ook iets doen in

nieuwe Veluwe 0/09

35


‘Een toren met daarop weer bos grijpt direct terug op het experimentele karakter van het landgoed’

stijl van het landgoed. Een toren met daarop weer bos grijpt direct terug op het experimentele karakter van het landgoed. Onze bossen en de vier bomentuinen zijn namelijk het resultaat van experimenteren en zoeken naar geschikte bomen voor de Nederlandse bosbouw.’ In 1998 rondom het 150-jarig jubileum kwam de omslag. Behalve de terugloop in interesse van de bosbouwwereld voor uitheemse boomsoorten, was ook de overheid gestopt met het subsidiëren van particuliere landgoederen. Schovenhorst stond voor de keuze: voortbestaan uit alleen de inkomsten van de houtkap en daarmee de bomentuinen met moeite in stand houden óf kiezen voor een nieuwe koers. Het werd het laatste. De stichting besloot het landgoed om te vormen van een bosbouw- naar een publiekslandgoed met educatieve waarde, waar mensen kunnen genieten. Allerlei vernieuwingen zijn opgepakt. Landschapsarchitectenbureau Alle Hosper deed de suggestie het zuidelijke deel waar de mooie bossen zijn, weer te betrekken bij het noordelijke deel waar de bomentuinen zijn. Het landgoed wordt namelijk doorsneden door een drukke weg. Het aanvankelijke idee van een boomkronenpad – een horizontale wandeling – groeide uit tot het idee van een toren – een verticale boswandeling. Vertraging In 2004 kwamen de subsidies van de provincie, de EU, de gemeente en diverse fondsen rond, maar bezwarenprocedures haalden de vaart eruit. De Belangenvereniging tot Behoud Bos- en Natuurgebied Putten verzamelde veel handtekeningen om bezwaar te maken tegen bouw in een kwetsbaar natuurgebied. De vereniging vreesde onder meer verstoring van dieren, geluidsoverlast voor omwonenden en ook te veel bomenkap voor de toren, maar vooral voor de aan te leggen parkeerplaats. En waarom kon de toren niet op het noordelijke deel bij de al bestaande tuinen worden gebouwd? Dan zou het bos op het zuidelijke deel worden gespaard. Aan de ene kant wil de vereniging geen nieuwe activiteiten, aan de andere kant vreest ze dat de toren nooit de benodigde 50.000 bezoekers zal trekken om de exploitatie dekkend te maken. Opnieuw moest onderzoek worden gedaan naar het voorkomen van rodelijstsoorten en naar de hoogte van de toren, omdat omwonenden vreesden dat mensen vanaf de toren in de achtertuin zouden kunnen kijken. ‘Alsof we een pretpark wilden maken met een patatkraam onder de toren. We zijn een landgoed dat in

36

nieuwe Veluwe 0/09

stand wordt gehouden door vrijwilligers, en willen dat zo blijven doen’, zegt Peters nog steeds wat boos. ‘Achteraf bezien hadden we wellicht meer informatieavonden kunnen organiseren. Dat had mogelijk een aantal bezwaren voorkomen.’ Wat zuur was voor de stichting, is dat tijdens de vertraging de staalprijzen sterk stegen en de andere kosten ook. ‘Al kregen we aanvullende financiering van de provincie, de stichting heeft flink in haar reserves moeten tasten. Verder hebben we bezuinigd op de uitvoering. Het is nog onzeker of we de tunnel onder de drukke weg door kunnen realiseren, om de parkeerplaats en de bomentuinen veilig aan elkaar te verbinden.’ Andere doelgroep Arres Huijgen, CDA-fractielid in Putten, is tevreden met de Bostoren: ‘Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn met de natuur in dit parkachtige gebied, en daar niet te veel aan zitten. Dat gebeurt ook niet met de Bostoren. Hetzelfde geldt voor het nieuwe theehuis en de parkeerplaats. Het is allemaal ingepast. De gemeenteraad heeft dan ook met ruime meerderheid voor gestemd. Tegenstanders vrezen verkeer- en geluidsoverlast en de komst van nog meer activiteiten, vooral wanneer blijkt dat het landgoed de exploitatie niet rond krijgt – en die zorg is er – en besluit op zoek te gaan naar nieuwe aanvullende inkomstenbronnen. Ik denk niet dat dit zal gebeuren. Schovenhorst wordt geen tweede Koningin Julianatoren. Dat past niet bij de stijl van de stichting en het landgoed. Het landgoed trekt een heel andere doelgroep.’ Peters vult aan: ‘Je moet ook af en toe nieuwe dingen durven te doen. In deze tijd zie je de neiging om alleen maar dingen te behouden. Nieuw naast oud kan heel mooi zijn. Bovendien wordt de toren op den duur minder zichtbaar. Het pad vanaf de weg ernaartoe is door de bouw nog wat breed, maar in de loop van de jaren zal het pad steeds meer begroeien en zal de toren nog meer opgaan in de omgeving.’


Boeken

Atlas Landschap van de Koude Oorlog – Veluwe en IJssel Arjan Nienhuis e.a., Open Kaart, ISBN 9789075437409, € 35,Wandelgids van de Koude Oorlog Steven van Schuppen e.a., Open Kaart, ISBN 9789075437393, € 14,95 De val van de Berlijnse Muur luidde het einde van de Koude Oorlog in. Nu na ruim vier decennia vragen we ons af wat we moeten doen met het culturele erfgoed en het militaire landschap uit die periode. De Atlas van de Koude Oorlog biedt hier bouwstenen voor. De atlas richt zich specifiek op de Veluwe, waar zich de grootste concentratie militaire complexen bevond, en de IJssellinie, die nog in de jaren vijftig werd gebouwd tegen het ‘Rode Gevaar’. Naast de sporen, relicten en de geschiedenis behandelt het boek drie thema’s: water als krijgsmiddel, de effecten van het militaire bedrijf op de Veluwe en de betekenis van de Koude Oorlog in breder perspectief. In vier essays zijn ruimtelijke ontwerpen uitgewerkt. De bijbehorende wandelgids brengt je op het spoor van onverwachte en verrassende plekken.

Voor de horizon Loes van der Horst, Thieme Art, ISBN 9789078964445, € 44,95

Het bedwongen bos
– Nederlanders & hun natuur Dik van der Meulen, SUN, ISBN 9085067047, € 24,50

Kunstenaar Loes van der Horst zit zestig jaar in het vak. In de automonografie die op haar negentigste verjaardag (11 december) verschijnt, maakt ze haar levenswerk inzichtelijk. Het boek toont in een beeldverhaal haar ontwikkeling, ondersteund door eigen teksten en citaten van anderen. De lezer neemt zowel kennis van het creatieve proces als van de technische realisering van haar werken. Daarnaast zijn er essays van kunsthistoricus M.A. Tegenbosch, Friso Broeksma en Mick Eekhout, hoogleraar productontwikkeling aan de TU Delft, met wie Van der Horst jaren heeft samengewerkt. Na opleidingen aan de Kunstgewerbeschule in Wenen en de Koninklijke Academie te Den Haag was Loes van der Horst aanvankelijk actief als schilder en tekenaar en vanaf 1959 als wever. Sinds het begin van de jaren zeventig maakt zij ruimtelijke werken met een constructief karakter. Haar werk is tot 31 januari 2010 te zien in een expositie in het Kröller-Müller Museum.

Niets is zo veranderlijk als de Nederlandse natuur; zij verandert mee met de menselijke behoeften. Dat we nog eens voor ons plezier naar hazen en herten zouden kijken zonder ze dood te schieten, was eeuwenlang ondenkbaar. Sinds de oertijd hebben de inwoners van de Lage Landen geworsteld met water, drijfzand en stuifzand. In 1870 werd het omhakken van het laatste Nederlandse oerbos, het Beekbergerwoud bij Apeldoorn, als een triomf gevierd. Tot voor kort werden ook de andere sporen van het oorspronkelijke landschap systematisch uitgewist: meren zijn drooggelegd, beken gekanaliseerd en moerassen gedempt. De gedachte dat je vruchtbare grond weer moedwillig laat verwilderen, was eenvoudig onbestaanbaar. Tegenwoordig laten we polders onderlopen, planten we nieuwe oerbossen aan en graven we de beken weer krom. De natuur is aan voortdurende verandering onderhevig, en de weerslag daarvan vinden we ook in de kunst en de literatuur. Het bedwongen bos gaat over de Nederlanders en hun natuur, vanaf de oertijd tot vandaag.

Aanzitten bij Arnold van der Wal – Een bos komt tot leven René Vlug, BDU, ISBN 9789087881078, € 17,50 
 De levenswijze van Arnold van der Wal (1920-1987) was allesbehalve alledaags, zijn handelwijze was vaak confronterend. Zijn idealen over jacht en natuurbeheer brachten hem in 1948 naar het Speulderbos en Sprielderbos bij Ermelo. Hij pachtte van Staatsbosbeheer het bos, en voerde hier zijn ideeën voor de jacht door. Hier leefde hij in een primitieve zelfgebouwde blokhut samen met zijn honden. Hier filosofeerde en discussieerde hij en schreef hij zijn stukken onder het pseudoniem Cartouche. Auteur René Vlug vertelt het verhaal van het leven van deze vrijbuiter, natuurmens en kunstenaar en over diens drijfveren, idealen en de betekenis van zijn inbreng in de jagerswereld. Een beeld van een markante persoonlijkheid die een brug wilde slaan tussen jacht en natuurbehoud.

nieuwe Veluwe 0/09

37


Actueel

foto Hans Drijer

Meer zwijnen en minder herten Vanaf komend jaar staat de provincie op de Veluwe meer wilde zwijnen toe en minder edelherten. In plaats van de huidige 860 wilde zwijnen mogen er in het voorjaar 1080 tot 1580 rondlopen. Het precieze aantal zwijnen hangt af van de hoeveelheid voedsel in het voorjaar. Van de edelherten wordt deze winter ongeveer de helft – 1268 exemplaren – afgeschoten tot er 1537 over zijn. Het besluit van Gedeputeerde Staten om meer wilde zwijnen toe te staan is opvallend. De overlast voor boeren, recreatieondernemers, bewoners en het verkeer leidde afgelopen jaren immers voortdurend tot flinke discussies. Om tegemoet te komen aan de wensen van deze groepen, blijft op de delen van de Veluwe waar veel mensen wonen – met name ten noorden van Apeldoorn – de jacht onverminderd intensief. Hier­ tegenover staat dat in delen waar veel minder mensen wonen, ten noorden van Arnhem bijvoorbeeld, meer zwijnen mogen blijven leven. Als een gebied rondom is afgerasterd, is afschot niet nodig. Door intensiever afschot van de wilde zwijnen is in de jacht op edelherten een achterstand ontstaan, waardoor de aan-

was te groot is geworden. Het grootste aantal edelherten bevindt zich op de ZuidoostVeluwe. Door het aantal terug te brengen is er straks voor de 1537 edelherten weer voldoende voedsel in de natuur te vinden.

Veehouders hebben moeite met verplaatsing In 2006 hebben 45 intensieve veehouderijbedrijven rondom verzuringsgevoelige Gelderse natuurgebieden zich aangemeld voor verplaatsing naar landbouwontwikkelingsgebieden. Ze krijgen daarvoor subsidie uit de regeling Verplaatsing Intensieve Veehouderijen-Gelderland. De verhuizing moet wel binnen drie jaar gerealiseerd zijn. ‘Dit gaat maar zo’n acht, negen bedrijven lukken’, zegt Fons Goselink van provincie Gelderland. ‘Het is moeilijk om een nieuwe locatie te vinden. Elf bedrijven hebben besloten helemaal niet meer te verhuizen. Voor de 25 bedrijven die nog moeten

foto bvBeeld

38

nieuwe Veluwe 0/09

verhuizen, loopt binnenkort de subsidieregeling af. Bedrijven die meer tijd nodig hebben, kunnen opnieuw subsidie aanvragen. Daarvoor moeten we deze bedrijven wel opnieuw taxeren, want de stallen zijn inmiddels drie jaar ouder.’ Zeven kalverhouders in de agrarische enclave Uddel-Nunspeet, een gebied in de bossen van de Veluwe, maken gebruik van de regeling. Drie van hen gaan samen naar een nieuwe locatie in Lunteren. Goselink: ‘Bewoners in het landbouw­ont­ wikkelingsgebied in Lunte­ren zitten niet echt op hun komst te wachten. Het is lastig om duidelijk te maken dat het goed is voor het algemeen belang, voor de natuur en het landschap.’ De subsidieregeling wordt op­ nieuw opengesteld voor intensieve veehouderijbedrijven in de extensiveringsgebieden, die zich in de eerste openstelling niet hebben gemeld en mogelijk nu wel interesse hebben. In de extensiveringsgebieden rondom de Veluwe en in de Achterhoek gelden beperkingen in de bedrijfsvoering en kunnen de bedrijven niet meer uitbreiden.

Radio Kootwijk: bezinningscentrum

foto bvBeeld

Als alles goed verloopt draagt het ministerie van LNV in december Radio Kootwijk over aan Staatsbosbeheer om er een plek van te maken voor zingeving, inspiratie en ontmoeting. Te denken valt aan educatieve en culturele activiteiten die de rust, ruimte en duisternis van het omringende natuurgebied zo min mogelijk verstoren. Het plan van Staatsbosbeheer ‘Hallo Bandoeng, hier Radio Kootwijk’ sluit aan bij de activiteiten van de laatste jaren, maar ook zullen het voormalig zendcomplex voor contact met Nederlands-Indië en het voormalige hotel worden gerestaureerd.


Natuur en golf op militair complex Scherpenberg Binnenkort starten de onderhandelingen over de verkoop van het munitiemagazijnencomplex Scherpenberg in Lieren (bij Apeldoorn). De basis voor de onderhandelingen is een inrichtingsplan dat in samenwerking met Natuurmonumenten en Golf- en Businessclub Scherpenbergh is opgesteld. De bedoeling is om het terrein grotendeels terug te geven aan de natuur en de natuurkwaliteiten te handhaven en te versterken, waaronder schrale hei. Er komt ook een recreatieve functie door de aanleg van twee holes in het noordelijke deel van het terrein. Wanneer het tot een akkoord komt, levert Dienst Landelijk Gebied, die voor voormalige militaire terreinen nieuwe bestemmingen zoekt, het terrein

door aan Natuurmonumenten. Deze krijgt het terrein in eigendom en zal de ondergrond voor de twee holes in erfpacht geven aan de golfclub. ‘Dertig à veertig jaar is het terrein afgesloten geweest voor mensen uit de omgeving. Nu wordt het voor 80 procent toegankelijk voor mensen die er willen recreëren’, zegt Michel Ronden van DLG. Een groot deel van de cultuur­ historie zullen ze niet terugvinden. Van de 25 munitie­ opslagbunkers op het 15 hectare grote terrein blijft er één behouden als verwijzing naar de cultuurhistorie en voor de vleermuizen. Wel worden alle aarden wallen om de gebouwen bewaard, zodat de structuur van het terrein zichtbaar blijft. De rijksdienst had eerder het munitiecomplex juist bestempeld als zeer compleet en gaaf, waardoor de natuur- en golfplannen op losse schroeven kwamen te staan. Op landelijk niveau zijn nieuwe afspraken gemaakt over waar

de cultuurhistorie behouden moet blijven en waar dat niet hoeft. Scherpenberg is uiteindelijk afgevallen. Op enkele andere soortgelijke munitiecomplexen, zoals in Donderen in Drenthe, wordt bekeken hoe de gebouwen behouden kunnen blijven.

foto Kars Veling

Uitgestorven vlinder waarschijnlijk terug De keizersmantel is in 1980 officieel uit Nederland verdwenen, maar misschien is de dagvlinder terug. Dat gaat De Vlinderstichting komend jaar onderzoeken. ‘Elk jaar worden er wel ‘zwervers’ gezien die vanuit Duitsland ons land binnen komen, maar tot voortplanting leek het niet meer te komen’, legt Kars Veling van De Vlinderstichting uit. ‘Uit Elspeet komen nu al vijf jaar meldingen uit één en dezelfde tuin. We gaan ervan uit dat de soort zich daar in de buurt heeft gevestigd. Omdat het telkens om slechts enkele exemplaren gaat, is het moeilijk een goed beeld te krijgen van het voorkomen van de vlinder. Een student gaat zoeken waar eitjes worden afgezet en waar de rupsen zijn. Als een soort zich vijf jaar op een plek voortplant, zien we dit als (her)vestiging en wordt hij dus weer als aanwezig in Nederland beschouwd.’ De keizersmantel komt voor in bloemrijke bosranden en kleinschalige landschappen met

houtwallen. Het is een grote en opvallende vlinder. De mannetjes zijn helder oranje en hebben een rij zwarte geurstrepen op de voorvleugel. De vrouwtjes zijn meer bruinoranje en hebben meer stippen dan lijnen. De rupsen leven op viooltjes. De vlinder is een liefhebber van nectar en de soort wordt dan ook in Zuid-Europa regelmatig in parken en tuinen aangetroffen, vaak op een vlinderstruik.

Favoriete plek op de Veluwe De bewoners van de Veluwe ambassadeur maken van hun eigen gebied. Dat is de inzet van de campagne ‘De Veluwe. Mooi mijn plek’ die in oktober van start is gegaan. Iedere Veluwenaar kan een foto van zijn bijzondere plek met daarbij een persoonlijk verhaal op de website www.develuwemooimijnplek.nl plaatsen. Mensen die de site bezoeken kunnen stemmen op hun favoriet. Dit levert een telkens wisselende toptienlijst op. Met de campagne hoopt de provincie dat bewoners nog meer het mooie van de Veluwe gaan ervaren. Dat vindt de provincie van groot belang voor de identiteit en het zelfbewustzijn van de bewoners. Zij kunnen als ambassadeurs van hun omgeving de ambitie van de provincie verwezenlijken: de Veluwe als meest favoriete binnenlandse vakantiebestemming. Bij afronding van de campagne ‘De Veluwe. Mooi mijn plek’ eind 2010 wordt de definitieve top tien bekend gemaakt. De ingezonden foto’s en verhalen maken kans op opname in een boekje.

foto DLG

nieuwe Veluwe 0/09

39


Koningsweg Ginkel-Dieren een lange dunne lijn

In vier etappes van circa 6 kilometer loopt historicus Gerrit Breman van Herberg Zuid Ginkel naar het landgoed Hof te Dieren, op zoek naar de koningsweg die er ruim drie eeuwen geleden is aangelegd ten behoeve van de koninklijke jacht. In hoeverre is de weg nog herkenbaar en hoe ziet het landschap er nu uit? Breman koppelt zijn waarnemingen aan oude en nieuwe kaarten, Google Earth en GPS, en doet opmerkelijke ontdekkingen. Dit keer het traject beginnend bij Herberg Zuid Ginkel tot aan de kruising met de Harderwijkerweg bij Oud Reemst (N310).

40

nieuwe Veluwe 0/09


Als een lange dunne, bijna rechte lijn zijn de koningswegen zichtbaar op diverse kaarten van de Veluwe. Alleen al door de naam waaronder ze bekend staan, zijn de koningswegen intrigerend. Maar ook door hun opvallend rechte parcours.

tekst en foto’s Gerrit Breman Stadhouder-koning Willem III, die aan het eind van de zeventiende eeuw een belangrijke voet aan de grond had op de Veluwe, heeft ze aan laten leggen. Hij was een fervent jager en wilde graag samen met belangrijke vrienden en relaties zijn hobby uitoefenen op de Veluwe, waar ruimschoots wild te vinden was. Voor de parforcejacht, die toen in de mode was, moest het wild – meestal een hert – over lange afstanden te paard achtervolgd worden. Van tevoren was het opgespoord door een speurhond met begeleider. Als het wild gelokaliseerd was werd het door de blaffende en hijgende meute ‘brakken’ of Laufhunde opgejaagd. De jagers te paard in wilde jacht daar achteraan tot het geen kant meer uit kon, waarna een van de jagers de eer kreeg om het dier de genadestoot te geven met de hartsvanger. Om dit jachtbedrijf te kunnen uitoefenen was een hele trein van ondersteunende voertuigen nodig, die zich bij voorkeur enigszins efficiënt over de Veluwe moest kunnen verplaatsen. Daarvoor liet Willem III tussen de verschillende jachthuizen wegen aanleggen, die al snel als koningswegen bekend kwamen te staan. Eén liep er van de herberg op de Ginkel naar het Hof te Dieren, een voormalig buitenverblijf van de Oranjes, in een vrijwel rechte lijn van west naar oost. De vraag is of er van deze routes nog iets in het veld terug te zien is. Oude en nieuwe kaarten, maar ook Google Earth en een GPS-ontvanger zijn daarbij behulpzaam. De tocht begint bij Herberg Zuid Ginkel aan de N224. Op het parkeerterreintje achter de herberg staat een verkeersbord dat een doodlopende weg aangeeft (RD 178891 450014, RD = rijksdriehoeksmeting). Dat belooft niet veel goeds, maar toch is hier de start van de koningsweg. De kadastrale kaart uit 1832 bevestigt dat de weg hier gelopen heeft. Waar rond 1700 de jachtstoet langs trok, ligt in de nazomer een veld met voederbieten te wachten op de oogst of op de wilde zwijnen.

Boven: Het begin van de koningsweg bij Herberg Zuid Ginkel. Midden: Het enige deel van de koningsweg in dit artikel dat nog als pad in gebruik is. Onder: Restant van de koningsweg bij het Edese bosbedrijf: een kleine slenk in het bos.

Bij RD 179483 450081 kruist de weg de Heidebloemlaan. Op het eerste gezicht is er geen weg of pad in de juiste richting te zien. Maar precies op de juiste plaats aan de overzijde van de weg, lopend in de juiste richting, ligt achter het voormalige Edese bosbedrijf een kleine slenk in het bos. De slenk is over een paar honderd meter te volgen en vrijwel overal is aan beide zijden een wal te zien. De breedte is steeds ongeveer 6 meter. Op de kadastrale kaart van 1832 is daar een wat kronkelige weg als koningsweg aangegeven. Dat moet hem zijn. Dat hij niet mooi recht loopt is goed te begrijpen. De weg gaat hier door de heuvels van een oude zandverstuiving en volgde waarschijnlijk zoveel mogelijk de uitgestoven laagten. Om verstuiving te voorkomen is misschien er beplanting geweest op de beide wallen.

Achtergrondafbeelding: kadastrale kaart, 1832.

nieuwe Veluwe 0/09

41


Via bospaden die globaal de loop van de koningsweg volgen, komen we bij RD 181762 449875 en kruisen we een grote rij beuken, die er niet al te best aan toe zijn. We komen in een andere wereld, de wereld van Henk Hofman. Hij is terreinbeheerder bij Natuurmonumenten. Henk bewaakt Planken Wambuis niet alleen vanaf de grond, te voet of in een terrein-wagen, maar ook heel geavanceerd vanuit de lucht. Met behulp van Google Earth heeft hij een merkwaardige lijn in het veld ontdekt, die frappant goed lijkt te corresponderen met het spoor van de koningsweg, zoals die op oude kaarten te vinden is. Zijn ogen hebben diezelfde lijn ook in het veld gezien en dan wordt het pas echt spannend. De beukenrij is de oude grens met de terreinen van het huis Rosendael, waartoe Planken Wambuis lang heeft behoord. Op de afbeelding van de provinciale kaart is de grens als een stippellijn te herkennen. Op Planken Wambuis hebben we nog een keer geluk omdat we een pad met een wal aan de zuidzijde kunnen volgen dat ongeveer het tracé van de koningsweg volgt. Dat is echt geluk, want in de terreinen van Natuurmonumenten mag je niet buiten de huidige paden en wegen komen en om koningswegen te mogen volgen moet je tot de bevoorrechten horen. Het heuvelachtige terrein aan de andere kant van de wal zal weer een oude zandverstuiving zijn. Na een tijdje verdwijnt de weg in een dun bebost, heuvelachtig terreintje. Jazeker, weer een oude zandverstuiving. Bij RD 181881 449930 wacht een verrassing: aan de rand van de hei, bij laagstaande zon, zien we de lange lijn, die Henk Hofman ook al gezien heeft, maar eenvoudig is dat niet. Met goede wil en een juist ingesteld kompas is het spoor wel te volgen tot aan de Nieuw Reemsterlaan (RD 182217 449920). Het spoor steekt de weg over en is te zien tot het in een zandige klip verdwijnt. Tot aan de zandige klip is het ook gemakkelijk te volgen, maar daarna is voor de juiste richting het kompas nodig. Het terrein wordt weer heuvelachtig en gaat over van hei in een open opslagbos van grove den. Het is een deel van de vroegere zandverstuiving, die tot het midden van de negentiende eeuw zelfs de weg naar Arnhem bedreigde. Toen is waarschijnlijk ook de koningsweg overstoven geraakt. Omdat het jachtwegen waren, werden ze niet erg vaak meer gebruikt na het overlijden van de ‘grote jager’ in 1702. Het onderhoud zal er bij in zijn geschoten. Op zich is het al verbazingwekkend dat we in het veld nog gedeelten terug vinden en dat het spoor vanuit de lucht zo te zien is.

De oranje lijn op het satellietbeeld geeft het tracé aan van de voormalige koningsweg tussen de Ginkel en Hof te Dieren. Het betreft hier de wandeling – van de Ginkel tot aan de Harderwijkerweg (N130) bij Oud Reemst – die Gerrit Breman beschrijft. Waar de lijn gestippeld is, is in werkelijkheid het tracé slechts zelden zichtbaar.


Na de kruising met de Oud Reemsterlaan komen we op weer een totaal ander type terrein: een grote open vlakte, nu bedekt met jakobskruiskruid, maar deze pioniersplant zal wel snel verdwenen zijn. De open vlakte is pas in de jaren ‘40 van de vorige eeuw ontgonnen tot landbouwgrond voor de boerderij Oud Reemst. Het idee van ontginning tot landbouwgrond is een jaar of tien geleden weer verlaten. De voormalige akkers mogen nu verruigen en dat doen ze ook met veel plezier. Van een lange lijn om op te lopen is geen sprake meer, maar de richting kennen we natuurlijk wel. Vooruit dus maar, door het kruiskruid over dezelfde grond waar de rijtuigen reden. De verleiding om hier even van de lijn af te stappen is onweerstaanbaar. Dichtbij die lijn laat Google Earth een raadselachtige witte cirkel zien. Een graancirkel? Een heidecirkel? Een reuzenknikkerpot? Niets van dat alles: ten behoeve van de uitgezette grote grazers heeft Natuurmonumenten in deze droogte een grote poel aangelegd. De koeienpoten en paardenhoeven hebben alle vegetatie vertrapt. Terug naar de nu denkbeeldige lijn voor het laatste stukje naar het hek van Planken Wambuis. Bij RD 184264 449876 staan we voor het hek dat Natuurmonumenten heeft gezet om de grote grazers binnen te houden. Aan de andere kant ligt de Harderwijkerweg. We kunnen voorlopig niet verder. We zijn 6 km onderweg, hemelsbreed nog 19 km te zien.

‘Waar rond 1700 de jachtstoet langs trok, ligt in de nazomer een veld met voederbieten te wachten op de oogst of op de wilde zwijnen’

Dirk Maas, Prins Willen III op hertenjacht, collectie Paleis het Loo, Nationaal Museum Apeldoorn.

nieuwe Veluwe 0/09

43


Meer dan

een wandeling


Bijzonder aan klompenpaden is dat bewoners en grondeigenaren ze maken en onderhouden. Dat versterkt de saamhorigheid, vergroot het cultuurhistorisch bewustzijn en levert nieuwe kleinschalige economische bedrijvigheid op. En passant krijgt ook het landschap een impuls. Aan de oost- en westkant van de Veluwe liggen al elf klompenpaden en er komen er nog veel meer. tekst Ria Dubbeldam, foto’s bvBeeld

Een groepje buigt zich in het dorpshuis over een kaart: er worden plekken aangewezen waar het mooi is of waar iets bijzonders te zien is. Waar het deze bewoners uit Wekerom om te doen is, is een rondwandeling die van de gebaande wegen afgaat en die wandelaars door cultuurhistorisch waardevol agrarisch landschap leidt. Oude gebiedskaarten, boeken en tekeningen komen op tafel en oude overleveringen borrelen op: ‘Het pad langs de beek, dat liep vroeger verder door.’ En: ‘Daar stond een oude watermolen en daar kasteel het Laar.’ Deze bijeenkomst op een avond alweer zo’n twee jaar geleden was de aanzet voor een nieuw klompenpad. Onder begeleiding van een medewerker van Landschapsbeheer Gelderland ging een werkgroep aan de slag om de conceptroute verder uit te diepen en vooral te kijken naar oude paden en cultuurhistorische en landschapselementen die iets zeggen over de omgeving. De route is in het veld verkend en grondeigenaren zijn benaderd voor medewerking. Op sommige plekken ligt er al een pad, op andere plekken moet er een stuk aangelegd of hersteld worden, soms is verplaatsing van de afrastering van een weiland of een bruggetje over de sloot nodig. Beek- en Bultpad Afgelopen zomer is het Beek- en Bultpad geopend. Eelco Kingma, bestuurslid van Belangenvereniging Wekerom en vanaf het eerste moment betrokken bij het pad: ‘De route is iets anders dan we aanvankelijk voor ogen hadden. Op bepaalde stukken langs de geplande route zagen niet alle boeren het zitten. Ze waren bang voor zwerfvuil en onrust onder de koeien. Dat hebben we gerespecteerd. In een ander gebied zijn de

gesprekken in het algemeen soepel verlopen.’ Veel boeren hebben geen belang bij wandelaars op hun land, maar doen toch graag mee. Bijvoorbeeld om anderen te laten meegenieten van het mooie landschap. Of uit solidariteit met het dorp. Familie Van Veenschoten uit Wekerom werd gevraagd de afrastering een meter te verplaatsen. Jannie van Veenschoten: ‘Ach, een meter is ook niet zoveel. Je moet iets voor een ander over hebben. Een pad dicht bij het erf zouden we niet prettig hebben gevonden. We zien mensen in de verte lopen, dat vinden we wel leuk. We hebben bij het pad zelfs een bankje neergezet, zodat wandelaars even kunnen uitrusten en rondkijken.’ Allemaal vrijwilligerswerk Het Beek- en Bultpad is een succes. Kingma: ‘Het is fantastisch dat we dit voor de eigen gemeenschap kunnen doen. Mensen liepen het pad al voor de officiële opening en het trekt nu al dagelijks twintig tot dertig wandelaars.’ Om te zorgen dat zowel grondeigenaren als wandelaars tevreden blijven, zijn er een beheer- en een groengroep ingesteld. De beheergroep loopt om de drie weken de route langs. Deze kijkt of de bewegwijzering nog compleet is, er niks kapot is en neemt zwerfvuil mee. Wat kapot is wordt hersteld. De groengroep zorgt voor het snoeien maaiwerk. Allemaal vrijwilligerswerk. Van het maken van klompenpaden steek je veel nieuwe dingen op, ontdekte Kingma. ‘Wekerom is ouder dan Lunteren en Otterlo. Ook lag de kern vroeger een kilometer verderop. Boeren van het dorp hebben rond 1800 nog geprobeerd het oprukkende Wekeromse zand met een bouw – een kering – te stoppen, maar ze moesten uiteindelijk toch uitwijken naar rijkere gronden verderop.’

nieuwe Veluwe 0/09

45


‘Mensen liepen het pad al voor de officiële opening en het trekt nu al dagelijks twintig tot dertig wandelaars’

Kingma heeft nog één wens. ‘De route gaat ook over de voormalige vuilstortplaats, waar je een fantastisch uitzicht hebt over de wijde omgeving. Met een uitkijktorentje erbovenop is dat nog mooier. Dat uitkijkpunt willen we graag nog realiseren. Daarvoor zijn we in gesprek met de gemeente.’ Voor eigen en andere mensen Er zijn nu elf klompenpaden in de Gelderse Vallei en IJsselvallei. Hoewel in eerste instantie bedoeld voor de eigen bevolking, ontdekken steeds meer mensen ‘van buiten’ de charme ervan. Provincies, gemeenten en waterschappen hebben het idee omarmd. Vaak ook door bemiddeling van Stichting Vernieuwing Gelderse Vallei. Geert Butz van gemeente Ede: ‘Het maken van een klompenpad zorgt ervoor dat mensen elkaar ontmoeten, met elkaar in gesprek gaan over hun landschap. Het is een mooie manier om de afnemende gemeenschapszin te versterken.’ Klompenpaden hebben meer gunstige effecten. Wanneer er een breed aanbod is, kunnen ze langzamerhand wat recreatiedruk van de Veluwe weghalen. De paden zijn goed voor de lokale horeca en stimuleren kleinschalige recreatieve activiteiten van boeren die hun bedrijf willen verbreden. Zo biedt biologisch fruitteeltbedrijf Tres Jolie langs het Glindhorsterpad wandelaars de mogelijkheid om op een aantal zaterdagen in het jaar zelf fruit te plukken. Weer een ander profiteert van het pad met zijn bed & breakfast of minicamping. Lokale landschapszorg Landschapsbeheer Gelderland wil het er niet al te dik bovenop leggen, maar natuurlijk wil ze met klompenpaden een impuls geven aan het landschap. ‘Door mensen bij hun eigen landschap te betrekken, krijgen ze er meer kennis over en ontstaat grotere bereidheid er wat voor te doen’, zegt directeur Arjan Vriend. ‘Ook kijken we bij het maken van een klompenpad naar waar landschapselementen hersteld of aangelegd kunnen worden. Bijvoorbeeld door een gat in

46

nieuwe Veluwe 0/09

een houtwal op te vullen of een meidoornhaag te planten. Dit alles draagt bij aan lokale landschapszorg.’ Een recent idee van Vriend is een klompenpadencoöperatie van boeren, horeca en anderen die profiteren van een klompenpad. De coöperatie kan financieel of in arbeid bijdragen aan klompenpaden om deze in stand te houden. Dat is nodig, want gemeenten en provincies gaan niet blijvend subsidiëren, en de vrijwilligers kunnen steun gebruiken. Routenetwerk In de Gelderse Vallei ziet Landschapsbeheer Gelderland ruimte voor nog eens vijftien klompenpaden. Ook in de IJsselvallei staan er extra paden op de verlanglijst, maar daar is Landschapsbeheer nog in gesprek met de betrokken gemeenten. Het uiteindelijke streven is een routenetwerk waar wandelaars via verbindingstukken van het ene naar het andere klompenpad kunnen en zelf routes kunnen samenstellen.


Actueel Met nieuwbouw verwijzen naar stadsboerderijen Boerenerf Hellenbeek is de enige tastbare verwijzing naar de geschiedenis van de stadsboeren van vestingstad Elburg. Omdat het boerenbedrijf niet meer actief is, raakt het erf in verval. De gebouwen hebben geen monumentale en ook geen andere bijzondere waarde, waardoor restauratie niet zinvol is. De familie die de boerderij huurt, is begaan met de historie van de locatie en wil het erf in het beschermde stadsgezicht nieuw leven inblazen. In Elburg gold lange tijd het verbod om in een mijl rondom de vesting te bouwen. Dat was om het schootsveld open te houden. Boeren bouwden boerderijen en schuren vooral binnen de stadsmuren. Het land dat ze gezamenlijk bewerkten, de meentgronden, bevond zich in het schootsveld. Tot ver in de twintigste eeuw had Elburg diverse stadsboerderijen. Stichting Boerderij en Landschap, een jonge organisatie die agrarisch erfgoed ontwikkelt en behoudt, heeft samen met de bewoners een plan gemaakt voor herontwikkeling van het boerenerf met een verwijzing naar het verleden. De gronden van de boerderij worden ingericht als vrij schootsveld, de meander van de Hellenbeek wordt hersteld en er komt een wandel-/ struinpad dat aansluit op de bestaande paden. Boerderij en Landschap heeft in oktober de boerderij met 5 hectare landbouwgrond aangekocht. Nu start de

procedure voor een bestemmingsplanwijziging, waarna de sloop van de gebouwen en de herontwikkeling en herinrichting van het gebied kan beginnen.

Meepraten over bosbeheer Gewoonlijk krijgen bewoners en belangenorganisaties pas zicht op een nieuw bosbeheerplan wanneer het de inspraak ingaat. Gemeente Ede – met 2000 hectare bos en 400 hectare andere natuur in beheer – besloot het anders te doen. Bewoners en belangengroepen zijn vanaf het begin betrokken en krijgen een rol in het toezicht op de uitvoering. ‘We willen meer aansluiting krijgen met degenen die het bos gebruiken’, licht bosbeheerder Rinus Boortman van de gemeente toe. ‘Gebruikers weten vaak goed wat er in hun bos speelt en wat er nodig is.’ In zes werkgroepen zijn bewoners en belangengroepen aan de slag gegaan en bekeken voor hun deelgebied wat er speelt. Ze stelden prioriteiten en genereerden nieuwe ideeën. Hun werk

zit er inmiddels op. Agrariër Herman Pieter Prangsma nam deel aan de werkgroep Ginkel om vooral te pleiten voor een betere prunusbestrijding. Het onderwerp is bovenaan in de toptienlijst van maatregelen gekomen. Op die lijst staat ook het advies aan de gemeente om een plan te maken voor een betere inzet van vrijwilligers en stagiaires. Zij bestrijden prunus en doen tijdrovende inventarisaties van planten- en diersoorten. Door een betere coördinatie is hun expertise en tijdsinzet beter te benutten. De participatie heeft ook geleid tot meer aandacht voor cultuurhistorie. De bedoeling is waardevolle objecten, zoals oude lanenstructuren en wildwallen, te inventariseren. Daarna volgt een plan voor herstel, behoud en/of betere zichtbaarheid in het landschap. Het beheerplan ligt klaar voor behandeling in de gemeenteraad. Maximaal 25 werkgroepleden en eventueel enkele nieuwe mensen stappen in 2010 in de begeleidingscommissie. Die gaat erop toezien dat maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd. Ook helpt de commissie bij het uitwerken van het beheerplan in meer gedetailleerde plannen.

Zeldzame pruikzwam op Planken Wambuis

foto Hennie Rotteveel

Langs een beukenlaan in natuurgebied Planken Wambuis heeft Natuurmonumenten de zeldzame pruikzwam (Hericium erinaceus) gevonden. ‘Het is voor het eerst dat de zeldzame paddenstoel in dit natuurgebied is waargenomen’, zegt boswachter Herman Veerbeek. De pruikzwam is een wond­ parasiet en groeit vrijwel alleen op oude beuken, daar waar takken zijn afgebroken of afgezaagd. Soms groeit de zwam op robinia of op eik. Hij kan uitgroeien tot wel 40 centimeter breed en hoog. De pruikzwam is te vinden van september tot en met november. Om hem te vinden moet je niet naar de grond kijken, maar omhoog langs de stam. De paddenstoel komt vrijwel alleen in het midden van het land voor, en dan vooral op de Veluwe. In de buurt van Arnhem is de pruikzwam meer dan dertig jaar achter elkaar aangetroffen. Een andere bekende groeiplaats is vlakbij het Natuurinformatiecentrum De Beken in het Renkumse Beekdal. Vorig jaar heeft iemand de zwam illegaal verwijderd, wellicht om op te eten. De smaak doet denken aan zeevruchten of aan noten. Hij wordt ook gekweekt, vooral in de Verenigde Staten en in Azië. Buiten Nederland is de pruikzwam te vinden in met name Zuid-Engeland en Noorden Midden-Frankrijk, maar ook daar is hij zeldzaam.

foto bvBeeld

nieuwe Veluwe 0/09

47


Beroep Schaapherder

48

nieuwe Veluwe 0/09


tekst en foto Hans van den Bos

Zodra het hek los is, weten de schapen van herder Gert Elbertsen niet hoe snel ze het brede zandpad op moeten rennen. Sappig blad en grassen lonken na het hooi in de kooi. Zijn twee honden houden de dieren op de drift. Het is geen alledaags gezicht zo’n snel voortbewegende witte sliert door het donkere beukenbos.

‘Alsof schaapherder zo’n relaxed en gemakkelijk baantje is’

Elbertsen is alweer 27 jaar schaapherder bij Staatsbosbeheer, waar hij er 43 jaar dienstjaren op heeft zitten. Hij werkte op vele plekken, maar wel steeds ‘in het hout’, zoals hij dat noemt. Hij komt uit een echte bosbouwfamilie. Zijn opa zat al bij Staatsbosbeheer. Hij is in de schapen gerold, doordat hij de toenmalige herder vaak hielp met het scheren van de schapen. ‘Dat vond ik wel mooi werk.’ Niet onbelangrijk was dat het goed klikte tussen hem en de nogal eigenzinnige herder. Als kleine jongen zat Elbertsen altijd al tussen de dieren. ‘Ik had duiven, kippen en konijnen. Met de handel van deze beesten verdiende ik een leuk zakcentje.’ Er is geen opleiding voor schaapherder, maar hij volgde wel cursussen schapenhouderij en begrazing. Zijn honden richt hij zelf af. Wat hij goed kan, want het africhten van politiehonden is zijn grote hobby. Hei vaker maaien Op de Hoog Buurlose Heide geeft de herder zijn schapen de ruimte. Er zit een patroon in de beweging van de kudde: de dieren snellen langs de hoge pollen pijpenstro en hoge hei naar het dichtstbijzijnde veldje met korte begroeiing. Daar staan ze een tijdje te grazen, totdat ze er genoeg van hebben. Dan lopen ze verder naar het volgende veldje. Er staat veel oude en fors uitgegroeide struikhei. Elbertsen zou daarom graag zien dat zijn collega’s van Staatsbosbeheer de hei wat vaker maaien. ‘Eén keer in de zeven jaar is ideaal. Dan blijft de hei jong en vitaal. De schapen eten namelijk nauwelijks hei. Ze gaan voor het gras dat ertussen staat. Dat moet wel jong en kort zijn.’ De herder laat plekken zien waar twee jaar geleden nog is gemaaid. Inderdaad, veel jonge struik- en dophei. Ook groeit er pijpenstrootje en bochtige smele, maar die worden direct gemillimeterd door de schapen. Schapen eten volgens de herder het liefst blad: ‘Wanneer er dieren uit de kooi ontsnappen, wat een enkele keer gebeurt, vind ik ze altijd terug in het bos tussen de prunus.’

Zeldzaam ras Elbertsen kent een deel van de 150 schapen persoonlijk, al geeft hij ze geen namen. Behalve dan Sjakie. De gecastreerde ram is herkenbaar aan zijn korte staart, maar nog meer aan zijn eigenzinnige gedrag. ‘Hij spoort niet helemaal en kan erg lastig zijn’, grinnikt Elbertsen. De kudde – misschien wel de mooiste van de Veluwe – is van het ras Veluws Heideschaap. Een zeldzaam landbouwhuisdierras dat vijftig jaar geleden bijna was uitgestorven, omdat het belangrijkste product van het dier, de mest, door de introductie van kunstmest overbodig werd. Het ras lijkt behouden, maar de schapen gezond en vitaal houden gaat niet vanzelf. Regelmatig moet er ‘nieuw bloed’ bij. Om inteelt te voorkomen wisselen de herders hun rammen uit. De rammen van de kudde van de Hoog Buurlose Heide zijn tijdelijk elders ondergebracht. Ze zijn populair, omdat ze sterk en groot zijn. Elbertsen heeft zelf zes rammen van Natuurmonumenten Veluwezoom te ‘logeren’. Onderhand vindt hij het wel weer eens tijd om er een ram van het nauw verwante Kempisch Heideschaap bij te halen, om vervolgens 2 à 3 jaar zijn eigen rammen voor dekking in te zetten. Heidehaantje De struikhei ziet er niet best uit, zoals dit jaar op veel plekken op de Veluwe. Slecht oogt het vooral waar dichte heide met veel oudere planten staat. Over grote oppervlakten is het blad roodbruin gekleurd door het heidehaantje, een klein bruin kevertje. De larven van de kever zuigen de heideblaadjes leeg. ‘Veel planten gaan dit niet overleven’, aldus Elbertsen. ‘De struikhei heeft nauwelijks gebloeid. Er was dus voor bijen weinig te halen. Geen bijen betekent voor mij ook geen gratis potten honing van de imker.’ Het zal twee tot drie jaar duren voordat de hei weer in bloei staat. Elbertsen ziet veel als hij zo de hele dag buiten is: bijzondere vogels zoals slangenarend, klapekster, steenarend of velduil. Maar de veldleeuwerik en adder zijn enorm in aantal afgenomen. De laatste door het hoge aantal zwijnen, vermoedt Elbertsen. De hazen zijn helemaal verdwenen. Daartegenover ziet hij sommige vogelsoorten vaker zoals tapuit, raaf en roodborsttapuit. Van kleine dingen kan hij enorm genieten: libellen boven het ven, de rugstreeppad vlak voor zijn voet. ‘Je gaat vanzelf langer en beter kijken als je zoveel tijd hebt.’ Zittend op een hoog punt waar hij goed zicht kan houden op zijn kudde, wil hij na een stevige boterham en zijn zoveelste mok koffie een misverstand uit de wereld helpen. Alsof schaapherder zo’n relaxed en gemakkelijk baantje zou zijn. ‘Loop in december maar eens een dagje mee. Dan is het te koud om ergens te gaan zitten, en er is weinig te zien. Die sombere dagen duren dan wel erg lang.’ Toch vindt hij het schapenhoeden fantastisch. ‘De vrijheid. Ik werk in loondienst, maar ben toch eigen baas over mijn werk.’ In een dal schittert een ven. Zowel de schapen als de honden gaan hier halverwege de dag graag naar toe om te drinken. In de oeverrand is goed te zien dat ook andere dieren hier komen: scherp tekenen de sporen van reeën en wilde zwijnen zich in de modder af. De herder en zijn kudde trekken verder, en verdwijnen achter de volgende heuvel op de uitgestrekte heide.

nieuwe Veluwe 0/09

49


Agenda Kunst & cultuur 6 december Hanzehof, Zutphen HRFSTWND concert Nationaal Jeugd Fanfare Orkest en muziekvereniging Kunst Na Arbeid uit Lunteren en saxofonist Ties Mellema. Première nieuw saxofoonconcert van componist Wijnand van Klaveren. www.hrfstwnd.nl t/m 18 december Bezoekerscentrum Het Nationale Park De Hoge Veluwe Tentoonstelling Marian Mijnhardt Beeldend kunstenaar Marian Mijnhardt geeft haar kijk op de verander(en)de relatie tussen mens en natuur. www.hogeveluwe.nl t/m 31 januari Museum Veluwezoom in Kasteel Doorwerth Expositie kunstenaarskolonie Worpswede Beeldende kunst uit het Duitse kunstenaarsdorp Worpswede vanaf eind 19e eeuw. www.museumveluwezoom.nl

t/m 7 februari Coda Museum, Apeldoorn De aard van het beest – dieren als spiegel van de ziel Tentoonstelling van Nederlandse kunstenaars die dieren in hun beelden verwerken. www.coda-apeldoorn.nl t/m 14 maart Kröller-Müller Museum Een stoet van beelden – tien Nederlandse beeldhouwers Gastconservatoren Rudi Fuchs en Maarten Bertheux. Selectie uit werk van tien Nederlandse beeldhouwers. www.kmm.nl t/m 31 maart Het Nationale Park De Hoge Veluwe Dagelijks themarondleiding in het Jachthuis Sint Hubertus De architect H.P. Berlage staat hierbij centraal. Opgave via www.hogeveluwe.nl

13 december Apeldoorn Avondwandeling ‘Uilen’, natuurpark Berg en Bos Vertrektijd en plaats worden na aanmelding bekendgemaakt
. www.ivn.nl/gelderland vanaf 13 december diverse data Drie-Ermelo Zwerftocht Speulder- en Sprielderbos Legendes Solse Gat, wandelen door het Putterbos en Veluwe Hul. www.staatsbosbeheer.nl > activiteiten 27 december Natuurinformatiecentrum de Beken, Renkum Kerstwandeling Renkums Beekdal Industrieterreinen wijken voor plant en dier. www.staatsbosbeheer.nl > activiteiten

Landschap & natuur

30 december Landgoed Staverden Loop het jaar uit met een langeafstandswandeling www.mooigelderland.nl

vanaf 4 december diverse data Fotoworkshop op de Veluwe Maas van de Ruitenbeek organiseert voor de geïnteresseerde fotograaf en/of wandelaar fotoworkshops in kleine groepjes. www.natuurfoto-maas.nl

9 februari Barneveld Warrelknoestenwandeling op Erica Bomen in de winter: warrelknoesten, heksenbezems en meer. www.ivn.nl/gelderland

ONGERIJMD is gespecialiseerd in poëzie, kunst, filosofie, landschap en (lokale) geschiedenis.

De marktplaats voor flexibele werkplekken

Naast boeken vindt u er kaarten, posters, cadeaus en kunstproducten (o.a. Plint).

start • veelgestelde vragen • contact • aanbieders

zoek flexwerkplek Je kunt zoeken op postcode, plaats, straat, snelweg of NS-station

datum dagdeel

Wil je voor een dag(deel) werken op een professionele werkplek ergens in Nederland? Zoek dan nu een werkplek waar jij dat wil op Frisflex.nl; makkelijk online reserveren zonder vaste kosten! Voorkom lange reistijd en files. Reserveer nu een werkplek met: * bureau & verstelbare stoel * internetaansluiting * stroomvoorziening * onbeperkt koffie/thee * optioneel extra faciliteiten

Hebt u op vaste dagdelen werkplekken leeg staan?

Kijk dan op www.frisflex.nl

boekhandel ONGERIJMD Nieuwstad 38 ARNHEM telefoon: (026) 445 87 58 e-mail: info@boekhandelongerijmd.nl www.boekhandelongerijmd.nl

Boeken die niet op voorraad zijn, kunt u bestellen. Zaterdag vóór 17.00 uur besteld is meestal op dinsdag in de winkel, woensdag vóór 18.00 uur op vrijdag. In ONGERIJMD zijn wisselende exposities van kunstenaars uit de regio. Ook worden activiteiten georganiseerd zoals lezingen, voordrachten, leesgroepen en workshops. ONGERIJMD is geopend op de gebruikelijke winkeltijden (ook koopavond en -zondag).


De Veluwe verdient meer aandacht Lees Nieuwe Veluwe

De Veluwe: het grootste laaglandnatuurgebied van Noordwest-Europa. Een boeiende ontmoeting van natuurlijke schoonheid, verrassende cultuur en een rijke geschiedenis. Het kwartaaltijdschrift Nieuwe Veluwe: een mooi, kritisch en inspirerend magazine. voor liefhebbers van de Veluwe. Het biedt inzicht in ontwikkelingen, kansen en bedreigingen en geeft ruimte aan nieuwe ideeĂŤn, bijzondere visies en discussies. Meer weten is meer genieten. Word nu abonnee. In 2010 voor 29,50 euro. Telefoon 0317 418128, www.nieuweveluwe.nl


LANDLAB studio voor landschapsarchitectuur Amsterdamseweg 21 6814 GA Arnhem 026 4420766 | 026 4426650 studio@landlab.nl | www.landlab.nl

Nieuwe Veluwe 0-nummer  

Nieuwe Veluwe gaat over natuur en landschap, kunst en cultuur en biedt een platform voor discussie en opinie. Nieuwe Veluwe beoogt een inhou...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you