Issuu on Google+

info@atlasensemble.nl www.atlasensemble.nl

info@nieuw-ensemble.nl www.nieuw-ensemble.nl

Piet Heinkade 5 1019 BR Amsterdam  tel 020 519 1880 fax 020 519 1881

05x745 NE Cover.indd 2-3

05-09-11 16:15


Colofon

Redactie Joël Bons, Dimitri van der Werf Grafische vormgeving en illustraties Reza Abedini Drukwerk Lenoirschuring Fotografie Kadir van Lohuizen Nieuw Ensemble Joël Bons, Werry Crone, Thomas Lenden, Caio Amon, Pieter Boersma Atlas Academy Gerrit Schreurs Guus Janssen Nana Watanabe Tan Dun Katherine Young – Getty Images Edgard Varèse Getty Images Béla Bartók Giel Vleggaar Mayke Nas Getty Images Anton Webern Jean Pierre Jans Joël Bons en Ed Spanjaard Guy Vivien George Crumb Arnold Schönberg Center Webern en Schönberg Seoul Philharmonic Orchestra Unsuk Chin De Stichting Nieuw Ensemble ontvangt een meerjarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten voor de activiteiten van het Nieuw Ensemble en het Atlas Ensemble. De Atlas Academy wordt mogelijk gemaakt door een meerjarige subsidie van de Gemeente Amsterdam. De optredens van het Nieuw Ensemble in Shanghai zijn mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Amsterdam, het Nederlands Consulaat in China en Pro Helvetia. 05x745 NE Cover.indd 4-5

05-09-11 16:15


nieuw ensemble


nieuw ensemble chef-dirigent Ed Spanjaard fluit Harrie Starreveld hobo Ernest Rombout klarinet Arjan Kappers gitaar Helenus de Rijke mandoline Hans Wesseling harp Ernestine Stoop piano John Snijders slagwerk Herman Halewijn viool Angel Gimeno altviool Frank Brakkee cello Jeroen den Herder contrabas Rob Dirksen artistieke leiding Joël Bons zakelijke leiding Guido van der Hulst productieleiding Jasper Berben productie/bibliotheek Niels Hamaker secretariaat Marijn Schook repetitieplanning Herman Halewijn medewerkers Thanasis Deligiannis, Caio Amon, Emre SIhan Kaleli publiciteit Dimitri van der Werf Het Nieuw Ensemble brengt nieuwe gecomponeerde muziek in vele gedaanten. Het ensemble heeft een karakteristieke basisbezetting waarin tokkelinstrumenten bepalend zijn voor de klankkleur. Afhankelijk van het te spelen repertoire kan de groep qua bezetting variëren tussen de vijf en vijfentwintig spelers. De avontuurlijke en speelse programmering kan letterlijk en figuurlijk als grensoverschrijdend worden betiteld. Componisten uit zestig landen hebben meer dan vijfhonderd werken voor het ensemble geschreven. Naast eigen repertoire worden belangrijke hedendaagse en twintigsteeeuwse werken uitgevoerd. Het ensemble initieert nieuwe kameropera’s en projecten waarin muziek samengaat met film, dans en theater. Onder leiding van dirigent Ed Spanjaard ontwikkelde het NE een verfijnde speelcultuur. Per jaar worden veertig tot vijftig concerten in de hele wereld gegeven.


‘De multiculturele samenleving is mislukt’, zeggen Europese leiders. Is dat zo? Anno 2011 verbinden zich mensen uit alle hoeken van de wereld met elkaar – zowel in levenden lijve als virtueel – om samen te werken op allerlei gebied. Het is een enerverend tijdsgewricht, met radicale veranderingen en razendsnelle ontwikkelingen. Kunstenaars vol ideeën en ondernemingslust zien ongekende mogelijkheden. Uitwisseling tussen musici en componisten uit verschillende culturen leidt tot boeiende vernieuwingen, in verschillende talen en stijlen. De rijkdom die het multiculturele tijdperk biedt is voor het Nieuw Ensemble en het Atlas Ensemble een grote bron van inspiratie. ‘Natuurlijk, iedereen moet bezuinigen’, zegt de een de ander na. Is dat zo? In het licht van de honger en armoede in de derde wereld heeft het gejammer in het rijke westen iets potsierlijks. Nederland kent nog steeds een enorme welvaart; het gaat velen voor de wind. Wie moet er bezuinigen? Waarop? De kunst floreert in dit land met een bescheiden overheidsbijdrage. Die bijdrage zal fors teruglopen. Vooralsnog floreert ook het Nieuw Ensemble: voor komend seizoen staan 50 concerten gepland. Deze brochure weerspiegelt de bloei van het NE; in geheel nieuwe vormgeving bieden 48 pagina’s uitgebreide informatie. Na de jarenlange vruchtbare samenwerking met grafisch ontwerper Jan Bons (93), tekent de vermaarde Iraanse vormgever Reza Abedini voor een nieuw gezicht. ‘Moderne muziek is alleen voor ingewijden’, zegt men. Is dat zo? Wat is modern? De twintigste eeuw? Die ligt ver achter ons. Veel van de toen gecomponeerde muziek klinkt ons vandaag nog als gloednieuw in de oren. Maar is die moderne muziek inmiddels niet ‘klassiek’? Ondertussen is veel muziek die ­vandaag wordt geschreven ‘toegankelijker’. Is die dan ‘klassiek’? Of juist ‘modern’? Het NE stelt met live topuitvoeringen de luisteraar in staat op deze vragen zelf een antwoord te vinden. Het prachtige geserreerde werk van Anton Webern wordt geflankeerd door meesterstukken van tijdgenoten als Debussy, Schönberg, Stravinsky, Bartók en Varèse en erfgenamen als Kurtág, Takemitsu, Donatoni, Grisey en Lachenmann. Muziek van vandaag komt in al haar verscheidenheid aan bod met premières en recent werk van zowel jonge als gevestigde componisten van uiteenlopende herkomst en signatuur. Prikkelend zijn de componistenpractica, de competities voor Braziliaanse en Turkse componisten en het project met door scholieren ontworpen instrumenten. Het NE brengt de vitaalste en oorspronkelijkste ­ muziek van deze opwindende tijd tot klinken.


Concerten najaar 2011

Concerten voorjaar 2012

Atlas Academy – 7 informele concerten met traditionele muziek di 23 – wo 30 aug Amsterdam OBA 20.30 Atlas Ensemble – Uitmarkt za 27 aug Amsterdam Concertgebouw gr zaal 16.00 Atlas Academy – Open Huis vr 2 sep Amsterdam Conservatorium 14.00 za 3 sep Amsterdam Conservatorium 14.00 Gaudeamus Muziekweek vr 9 sep Utrecht Vredenburg Leeuwenbergh 20.15 Eurekafoon! zo 18 sep Amsterdam Paradiso 13.30 Shanghai New Music Week ma 26 sep Shanghai Conservatorium 15.30 di 27 sep Shanghai Conservatorium 19.15 wo 28 sep Shanghai Conservatorium 19.15 do 29 sep Shanghai Conservatorium 15.30 Edgard Varèse & Igor Stravinsky wo 12 okt Leuven Festival van Vlaanderen 20.30 do 13 okt Brugge Concertgebouw 20.00 vr 14 okt Arnhem Musis Sacrum 20.15 wo 26 okt Den Haag Dr Anton Philipszaal 20.15 do 27 okt Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 di 8 nov Enschede Nationaal Muziekkwartier 20.00 wo 9 nov Den Bosch Verkadefabriek 20.30 Made in Brazil za 22 okt Amsterdam Concertgebouw kl zaal 20.15 zo 23 okt Den Haag Korzo Theater 16.00 Meesters van de 20ste eeuw do 3 nov Den Bosch De Toonzaal 20.30 vr 4 nov Amsterdam Concertgebouw kl zaal 20.15 do 17 nov Utrecht Vredenburg Leeuwenbergh 20.00 Context 2011 – premières Matthew Shlomowitz, Mayke Nas & Bernhard Lang di 22 nov Huddersfield St Paul’s Hall 19.30 do 24 nov Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 European Composers’ Practicum wo 23 nov Huddersfield St Paul’s Hall 13.00 Nas in Berlijn wo 30 nov Berlijn Villa Elisabeth 20.00 DAAD

Anton Webern & György Kurtág di 21 feb Enschede Nationaal Muziekkwartier 20.00 do 23 feb Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 vr 24 feb Den Haag Dr Anton Philipszaal 20.15 Quest vr 9 mrt Maastricht Theater aan het Vrijthof 20.30 do 15 mrt Den Bosch De Toonzaal 20.30 vr 16 mrt Amsterdam Concertgebouw kl zaal 20.15 Impressie en expressie – Parijs en Wenen za 7 apr Utrecht Vredenburg Leeuwenbergh 20.00 di 10 apr Amsterdam Concertgebouw kl zaal 20.15 do 12 apr Den Bosch De Toonzaal 20.30 vr 13 apr Enschede Nationaal Muziekkwartier 20.00 zo 15 apr Den Haag Nieuwe Kerk 20.15 vr 20 apr Arnhem De Bazel 20.15 Gérard Grisey & Unsuk Chin do 26 apr Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 Turkish Composers Competition do 17 mei Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 za 19 mei Den Haag Korzo Theater 20.30 Alles kan! kan alles? – componistenpracticum vr 8 jun Amsterdam Conservatorium 20.15


Hui Tak-Cheung composer (China) Besides working with performers, sharing with other composers was a great experience. We have a same goal: to make interesting music with these traditional instruments. Every composer has a different approach to achieve this, and the academy provides a platform for us to share our experiences and perspective. Aura Rascon bansuri player (Mexico) Instrumentalists were inspiring and ­challenging composers, as composers were challenging and inspiring instrumentalists; that was for me the biggest hit! A unique opportunity that firmly establishes what is the next logical way to follow in the cultural possibilities and potential of the unique historical times we are living today. Bassem Alkhouri qanun player (Syria) The possibility of working within the Atlas Academy gives me a rich and mature understanding of modern music and makes me understand the depths of traditional music from various cultures. Mark Armanini composer and director of the Vancouver InterCultural Orchestra (Canada) My personal sessions with the musicians were many, and this for me is just one of the highlights of intercultural music making and the Atlas Academy, communicating one on one, exchanging musical knowledge and experiences. This Academy is a model for the development of the Intercultural Orchestra here in Vancouver as we pursue many other similar goals and activities.

Artjom Kim composer, conductor (Uzbekistan) When you are working with Atlas, you feel as if you hear a speech in different languages simultaneously. These languages do not oppose each other, because you understand them. Little by little you start to speak these languages. At first separately, later all of them are merged and it makes one amazing ‘Polylanguage’. This polylanguage is similar and dissimilar to all languages at the same moment. It is the most wonderful thing in Atlas. To hear your own music in this language played by brilliant Atlas musicians is a real artistic joy.

Makiko Goto koto player (Japan) In the Atlas Academy I have to face matters which I am not used to or never expected or even never imagined before… The Academy is a special place for me, like a big warm family of the music to which I belong. Thanasis Deligiannis composer (Greece) I had to leave behind any kind of stiffness. I got confused about my music. And then I experienced this unique feeling of true interaction between myself and the performers that made me feel free, released even, and to just make music with amazingly talented people.

Tristan Carter composer (New Zealand) To simply be able to listen to, let alone write for such a diverse range of instruments as Armenian duduk, Azerbaijani tar, Turkish kemençe, Japanese koto, Chinese zheng, all in the same room, and most importantly with a shared ideal, was a highly valuable education. Dhruba Ghosh sarangi player, singer, lecturer (India) Essential in a good composition is a) that which springs from an initiation at the heart level; b) that which sees the flow of time as multi-dimensional simultaneity; c) that which is truthful to the composer which in other words means he is not creating to win the approval of his seniors, his peer group, outdo his rivals, potential audiences, regions of the world where he aims his work. These above factors are instrumental in eliminating aspects which would point towards an authenticity of the piece written. Nothing can be fully original, but it can be authentic.


Atlas Academy ma 22 augustus – za 3 september 2011 Conservatorium van Amsterdam

workshops met componisten en musici van het Atlas Ensemble 7 informele concerten met traditionele muziek Openbare Bibliotheek van Amsterdam 4e verdieping 20.30 gratis

di 23 augustus

Gevorg Dabaghian duduk (Armenië)

wo 24 augustus

Elshan Mansurov kamancha | Elchin Nagijev tar (Azerbeidzjan)

do 25 augustus

Neva Özgen kemençe (Turkije) | Bassem Alkhouri qanun (Syrië)

vr 26 augustus

Kiya Tabassian setar (Iran)

ma 29 augustus

Dhruba Ghosh sarangi (India)

di 30 augustus

Naomi Sato sho | Harrie Starreveld shakuhachi | Naoko Kikuchi koto (Japan)

wo 31 augustus

Wu Wei sheng | Lan Weiwei pipa | Ji Wei zheng | Xing Lu erhu (China) Uitmarkt

za 27 augustus

Amsterdam Concertgebouw grote zaal 16.00 gratis Open Huis

vr 2 en za 3 september

Conservatorium van Amsterdam 14.00 gratis een kijk in de keuken van de Atlas Academy, met schetsen, fragmenten en nieuwe werken

Het Atlas Ensemble verenigt musici uit het Verre Oosten, Centraal-Azië, het Midden-Oosten en Europa. Het ensemble presenteert een ongehoord klankpalet van oosterse en westerse instrumenten, waarbij een gelijkwaardig aandeel van de verschillende muziekculturen centraal staat. Tijdens de zomerse Atlas Academy komen componisten en musici uit de hele wereld samen om zich te storten op interculturele ontginningen, wederzijds leren en de opbouw van een volledig nieuw repertoire. Uitgebreide informatie met geluidsfragmenten, foto’s en video’s is te vinden op www.atlasensemble.nl. The Atlas Academy is an international meeting place for composers and musicians from all over the world. Devoted to the development of new intercultural music the Atlas Academy offers a wide range of presentations, demonstrations, lectures, composers practical workshops with non-Western instruments and seminars about various musical cultures and composing for intercultural instrumental combinations.


Joël Bons over de Atlas Academy door Bas van Putten

Voor de derde keer organiseert het Atlas Ensemble, wereldorkest met oosterse en westerse instrumenten, in en rond het Conservatorium van Amsterdam de Atlas Academy. Een ‘laboratorium voor nieuwe interculturele muziek’, dat componisten en instrumentalisten uit de hele wereld confronteert met elkaars muzikale talen en instrumentarium. De ‘proeftuin van de 21ste eeuwse muziek’, zegt initiatiefnemer Joël Bons. Hoe kosmopolitisch de twintigste-eeuwse muziek­ cultuur ook lijkt, de scheiding tussen westerse en niet-westerse muziek bleef intact. Ligeti raakte in de ban van Afrikaanse ritmiek zoals de Japanner Toru Takemitsu zich verslingerde aan Debussy, het latere werk van Ton de Leeuw is een serieuze synthese van oosters en westers muziekdenken, maar binnen westerse kaders – tot een structurele kruisbestuiving van klankwerelden kwam het niet. Ook als westerse componisten zich door andere culturen lieten inspireren, bleven ze hun westerse instrumenten trouw. Het symfonieorkest bleef het symfonieorkest, de getempereerde twaalftoonstemming hield stand, experimenten met microtonen bleven op westerse leest geschoeid. Bij het Nieuw Ensemble, dat de afgelopen decennia intensief met niet-Europese componisten en instrumentalisten samenwerkte, vervaagden sinds de jaren negentig geleidelijk de grenzen. Na succesvolle verkenningen van nieuwe muziek uit China, Azerbeidzjan en Midden- en Zuid-

Amerika werden niet-westerse toonsystemen en instrumenten een serieus object van studie, getuige het Tokkelfestival (1998) met tokkelinstrumenten uit de hele wereld, Het Verfijnde Oor (2003) over stemmingen en microtonen binnen en buiten Europa, en Orientations (2006/7) over westerse en niet-westerse instrumenten. In 2002 richtte Joël Bons, componist en artistiek leider van het Nieuw Ensemble, het Atlas Ensemble op, een kamer­ orkest waarin families van instrumenten uit het Verre Oosten, Centraal-Azië, het Midden-Oosten en Europa zijn samengebracht. Door de fraaiste timbres van eeuwenoude instrumenten uit verschillende culturen te combineren wilde Bons tot ‘een nieuwe orkestklank komen’. Componisten als de Oezbeek Artjom Kim, de IJslander Daniel Bjarnason, de Italiaan Fabio Nieder, de Chinees Jia Daqun, de Azerbeidjaan Faradj Karajev, Theo Loevendie en Bons zelf, bereikten in hun werk voor het ensemble al een aanzienlijke verruiming van hun klankpalet. In die geest kwam in 2009 de eerste Atlas Academy tot stand, een interculturele kweekvijver voor componisten en instrumentalisten die over hun eigen grenzen heen willen kijken. Virtuoze instrumentalisten uit Oezbekistan, China, Syrië, Japan, Iran, Armenië, Azerbeidzjan, India, Italië, Turkije en Nederland geven er lessen en demonstraties, specialisten houden lezingen, componisten schrijven nieuw werk dat op de Open Dagen aan het publiek wordt gepresenteerd. Bons zag dat het moment daar was. Toen hij in 2005 door het Conservatorium van Amsterdam werd aangesteld als lector ‘kunstpraktijk en artistieke ontwikkeling’ en studenten liet zien wat er aan cultuurschatten in de buiten-Europese muziek te ontdekken is, moest hij vaststellen dat juist componisten uit Atlas-regionen in eerste instantie


minder geïnteresseerd waren. ‘Die komen hier om de beginselen van het westerse componeren onder de knie te krijgen. Maar na een paar jaar in het buitenland gaan ook zij vanuit een ander perspectief naar hun eigen cultuur kijken.’ ‘Er zit een idealistisch, misschien humanistisch aspect aan wat de Atlas Academy beoogt’, zegt hij. ‘Muziek is zo’n wonder. Vorig jaar zat ik tijdens de eerste academie in een zaaltje te luisteren naar de Iraanse santur-speler Siamak Aghaei. Opeens begint hij te zingen, met een uniek timbre en een ongehoorde melancholie. Ik zit met de tranen in m’n ogen en kijk naar m’n dochter – zij ook. De halve zaal is van slag. Dat mensen van allerlei nationaliteiten ongeacht hun culturele achtergrond hetzelfde ervaren vind ik ongelofelijk fascinerend. Waarom zijn ze allemaal ontroerd?’ Joël Bons was al vroeg geïnteresseerd in nietwesterse muziek. ‘Ik groeide op tussen de platen van mijn ouders, met muziek uit de hele wereld: Macedonische muziek, Boogie-woogie, Afrikaanse muziek – de Pygmeeën die Ligeti inspireerden – muziek uit Bali, China, India, Venezuela; mijn vader kwam uit Mexico terug met een berg lp’s met mariachi’s.’ Toen Bons in 1988 naar China vertrok op zoek naar nieuw repertoire had hij niettemin geen idee van wat hem aan ontdekkingen te wachten stond. ‘Ik dacht heel simpel: er zijn een miljard Chinezen, daar moeten toch componisten tussen zitten.’ Die vond hij. In 1991 en 1992 presenteerde het Nieuw Ensemble zijn oogst in de bejubelde concertprogramma’s Nieuwe muziek uit China. Als aliens landden Tan Dun, Qu Xiaosong, Chen Qigang, Mo Wuping, Guo Wenjing, Xu Shuya en He Xuntian op Nederlandse bodem. Hun volstrekt authentieke en persoonlijke

toon maakte indruk. Opvallender dan de idiomatische verbindingen met westerse hedendaagse of traditionele Chinese muziek – pentatoniek, glissandi, karakteristiek getokkel – was een muzikale gestiek die alle componisten ondanks de stilistische verschillen met elkaar verbond. Hun muziek was van een schaamteloze, spontane directheid: hun stiltes bleken stiller, hun uitbarstingen wilder, aan constructivistisch raffinement hadden ze maling. Webern is bloemrijk vergeleken met de op de rand van stilte verkerende noten van Qu Xiaosong. Bons herinnert zich. ‘Ik trof Mo Wuping in een soort betonnen doos zonder ramen met zijn vriendin, volksliedjes zingend, wat hij prachtig kon. En ik realiseerde me dat er nog allerlei culturen met een levende volksmuziek bestaan. Wij hebben niks meer. Die Chinezen hadden een totaal andere voedingsbodem. Toen de conservatoria na de Culturele Revolutie heropenden meldden zich vele duizenden studenten aan. Ze hadden een achtergrond van Chinese modelopera’s en volksmuziek. In de jaren tachtig kwam af en toe een hedendaagse westerse componist doceren; de jonge Chinezen zogen alle informatie gretig op. Voor hun generatie was alles nieuw.’ Hun isolement had naast een grote kennisachterstand en veel menselijk leed ook iets opgeleverd, stelde Bons vast: een onbedorven intuïtie. ‘In westerse muziek domineert de analytische benadering. Ondanks meesterwerken van geniale slimmerikken als Boulez en Ligeti had ik altijd het gevoel dat muziek zoveel meer te bieden heeft. Daarom was ik zo opgetogen over de Chinezen. Ze waren volstrekt onbevangen. Het begrip kitsch bestaat daar helemaal niet. Het gaat om instinctieve muzikaliteit, evocatie, magie – dingen kortom die in de westerse modernistische traditie enigszins


zijn vermorzeld. De vonken slaan eraf.’ Mo Wuping en Tan Dun traden tijdens concerten ook als performers op. Ze liepen gewoon over, leek het wel. ‘De westerse klassieke uitvoeringspraktijk is een unicum. Een componist bepaalt alles tot in detail, schrijft z’n stuk volledig uit en laat de dirigent die het uitvoert voor 100% zijn wil opleggen aan de musici. Hun speelruimte is uitermate beperkt. Zelfs binnen het geheel van de westerse muziek is dat concept een uitzondering. In de jazz, de pop en andere culturen is de maker ook speler.’ Bons wil westerse componisten niet van eenkennigheid betichten. ‘Je zou een cursus kunnen geven over de twintigste-eeuwse componisten die zijn beïnvloed door niet-westerse muziek. Messiaen door India, Stockhausen door Japan, Steve Reich door Afrika en Bali.’ Wel stelt hij vast dat ze selectief hebben gewinkeld. ‘Eigenlijk hebben ze zich allemaal alleen door concepten en technieken laten inspireren, de instrumenten gebruikten ze meestal niet. In China gebeurde wel het omgekeerde. Daar heb je orkesten naar westers model waar de Europese instrumenten vervangen zijn door Chinese: in plaats van zestien violen zitten er zestien erhu’s, etc. En in veel Aziatische culturen is repertoire gecomponeerd voor dat soort orkesten. Vaak is het vreselijke nationalistische kitsch, maar het leeft er.’ Of het herleeft: in de Kaukasus en Centraal-Azië ziet Bons platgewalste nationale muziekculturen weer opbloeien. ‘In die ex-Sovjetstaten werden in de jaren twintig conservatoria gesticht naar Russisch model. Rimsky-Korsakov werd de norm, de authentieke lokale muziek verwesterde. Het hele toonsysteem werd getempereerd, de expressieve microtonen verdwenen. De onafhankelijkheid van die staten in de jaren negentig is heel belangrijk geweest; toen verloor het Sovjetsysteem zijn greep en leefde de

belangstelling voor oude tradities op. In landen die buiten de Sovjetinvloed zijn gebleven, zoals Iran en Turkije, kon de oorspronkelijke cultuur gewoon voortbestaan. Die hele regio wordt gekenmerkt door enorme verschillen en barrières op het gebied van politiek, religie en taal, maar cultureel bestaan er grote verwantschappen: men kan samen fantastisch musiceren.’ Het hangt in de lucht. ‘Ik dacht dat het Atlas Ensemble het eerste in zijn soort was’, zegt Bons, maar op de meest onverwachte plaatsen ziet hij vergelijkbare initiatieven opduiken. ‘In Vancouver, waar eenderde van de bevolking Aziatisch is, blijkt een verwant orkest te zitten, het Vancouver InterCultural Orchestra – dat daar inmiddels ook Tour à Tour speelde, het stuk dat ik voor het Atlas Ensemble heb geschreven. Onlangs is het ook in Tasjkent met lokale Oezbeekse musici uitgevoerd. Zo bouwen we een internationaal netwerk van interculturele ensembles op.’ ‘Wereldwijd is voor de huidige generatie musici diversity in culture inmiddels net zo natuurlijk als culinaire diversiteit voor de vorige. Maar we staan nog maar aan het begin. Aan Amerikaanse universiteiten bestaan al lange tijd ensembles die Afrikaanse of Koreaanse muziek zo authentiek mogelijk proberen te spelen, de zogenaamde performing etnomusicology. Maar tot nu toe blijft het meestal beperkt tot het aanleren van één enkele cultuur. Dat is een totaal ander uitgangspunt dan onze ambitie om, puttend uit allerlei verschillende tradities, tot nieuwe muziek te komen. Veel mensen zijn voornamelijk met hun eigen territorium bezig en voelen zich onmiddellijk bedreigd door alles wat anders is. Dat zie je in de maatschappij, maar eigenlijk overal, ook in de muziek. Terwijl ik denk dat een inclusieve houding veel interessanter is; dat je


dingen bij elkaar brengt die niet eerder met elkaar zijn gecombineerd. Je ziet ook in de samenleving dat dat veel vruchtbaarder is dan wanneer je je terugtrekt op je achtererfje.’ ‘Wat mij interesseert: altijd hebben mensen emoties als vreugde, verdriet of woede uitgedrukt in klank, heel direct via hun stem, gesublimeerd in zingen, of in instrumentale muziek. Overal en altijd zijn er mensen geweest die een fluitje van bamboe sneden, een vel van een beest ergens overheen spanden of een snaar op een plank monteerden. Overal ter wereld wordt geplukt, geslagen en geblazen op instrumenten die in hun diverse varianten een hele cultuur belichamen. Zo heeft de Arabische luit, de ’ud, geen fretten; vanwege de microtonen in de Arabische muziek. Daarom hoor je dat de Chinese pipa, ook een luit, uit een land met een toontaal komt: hij kan allerlei glijers, glissandi, maken. Het instrument transformeert van cultuur tot cultuur. Daarom is het Atlas Ensemble samengesteld uit instrumentenfamilies: net als mensen in families zijn ze allemaal verschillend maar hebben hetzelfde DNA. Zo zijn er families van citers, van strijkers, van fluiten, hobo’s, rieten, luiten…’ ‘Het Atlas Ensemble is begonnen als een componistenidee. Het is geboren uit een klankvoorstelling. Stel je voor: de wonderschone Armeense duduk en de C ­ hinese guanzi klinken samen met een Engelse hoorn, een klarinet en een fagot! Of de erhu met zijn Chinese glissandi beantwoordt de karakteristieke nasale toon van de Turkse kemençe! Tegelijkertijd is het Atlas meer een concept dan een ensemble. Er is geen vaste bezetting. Vorig jaar ­hadden we voor het eerst een Indiase sarangi erbij, een prachtig instrument.’ ‘We moeten werken aan de uitbreiding en de kwaliteit van het repertoire. Maar het bij elkaar

brengen van al die schatten – toonsystemen, instrumenten, speelstijlen – is nu al geweldig boeiend. Het geeft het componeren nieuw perspectief. Voor Tour à Tour dacht ik na over de manier waarop ik mij tot de spelers verhoud: hoe kan je als componist met deze fabelachtige musici tot een zinnige samenwerking komen? Het stuk is gebouwd rond drie soli, een uitgeschreven solo voor het Chinese mondorgel, de sheng, en twee geïmproviseerde soli voor Azerbeidzjaanse musici op kamancha en tar, die op mijn muziek reageren. Eén tutti-passage bestaat uit een soort Klangfarbenmelodie – verschillende instrumenten nemen stapsgewijs tonen van elkaar over, zodat de klank verkleurt.’ ‘Waar gaat het heen? Alle componisten die zich nu in dit avontuur storten, moeten creatieve oplossingen vinden voor de problemen die ze tegenkomen op het vlak van speeltechniek, notatiecultuur, toonsystemen. Iedereen moet zich herdefiniëren, zijn identiteit herbepalen. Het is als een reis naar een onbekend land waar je juist onder de moeilijkste omstandigheden tot de inventiefste oplossingen komt. En je hebt musici met een open houding nodig, maar daar komen er gelukkig steeds meer van. Steeds vaker zie je, ook in het Atlas Ensemble, musici die muzikaal in twee culturen staan. Raphaela Danksagmüller, Oostenrijkse, speelt blokfluit èn duduk; Qanun-speler Bassem Alkhouri uit Damascus is ook tenor, hij studeerde zang aan het Koninklijk Conservatorium; de Japanse Naomi Sato speelt sho en saxofoon; fluitist Harrie Starreveld heeft in Japan bij een Zen-meester een buitengewoon strenge shakuhachi-opleiding gevolgd. Dit soort musici heeft de toekomst.’ www.atlasensemble.nl www.conservatoriumvanamsterdam.nl


At the time of this composition, amber - Kohaku in

Noriko Koide I eat when I am hungry, and I compose when I want to compose. Sometimes we have to eat even when we are not hungry, and compose even when we don’t want to. But that’s life. I do think about my pieces when I’m not working at my desk. Good ideas often come while soaking in the bath, or taking a walk. I don’t care whether the music I compose or listen to is ‘new’. Much more important is whether I can be satisfied with it. At the time of this composition, amber – Kohaku in Japanese – was the thing that intrigued me the most.

Abel Paúl In terms of routine I’m very Stravinskian. I usually work for a regular number of hours every day. That is a somewhat painful process since many times you just confront a blank piece of paper without many expectations of filling it up. However, that sort of daily ‘horror vacui’ triggers a certain response in the shape of a ‘fleeing forward’ process.

Luciano Leite Barbosa I wrote this piece because I’m attracted to the resonance phenomenon. I wanted to experiment with an artificial resonance that could be stretched in time. In this piece the resonance is filtered and reversed. Another thing I was curious about is how a big and artificial sonic object would be perceived by the listener.

Emre Sihan Kaleli’s favorites Sciarrino: The fact that he invented himself many of the sounds that became the objects of his music. Vivier: Economy of material. Ferneyhough: Motion, energy, very clear gestures. Webern: The fact that there is no decoration at all. Shostakovich: The fear that I feel. Mahler: I love his music so much that I have no idea why. Pärt: The fact that it sounds as if nobody composed it. Grisey: I don’t know.


Gaudeamus Muziekweek vr 9 september 2011 Utrecht Vredenburg 20.15

De Internationale Gaudeamus Muziekweek brengt muziek van jonge componisten uit de hele wereld. Dit programma introduceert vijf nieuwe gezichten: de Bask Abel Paúl (1984) en de Japanner Yoshiaki Onishi (1981) werden door de vakjury geselecteerd om mee te dingen naar de Gaudeamusprijs, de Turk Emre Sihan Kaleli (1987) en de Japanse Noriko Koide (1982) vielen op tijdens het componistenpracticum van het NE en de Braziliaan Luciano Leite Barbosa (1982) is een van de winnaars van de Second Brazilian Composers’ Competition van het Nieuw Ensemble.

Bas Wiegers dirigent Abel Paúl Linea de vacio 2009 Yoshiaki Onishi Départ dans… 2010 Luciano Leite Barbosa Resonant Choirs 2011 Emre Sihan Kaleli ‘I hear the fragile beauty of mortal earth’ 2011 Noriko Koide Kohaku 2011

Japanese - was the thing that intrigued me the most Yoshiaki Onishi I have an ambivalent perspective with regards to which nationality I represent, or if my music represents any nationality at all. In fact, I consider myself neither as an exclusively Japanese composer nor an American composer. Of course, in the end it is the task of the spectator to decide, if necessary, what nationality I represent…

Abel Paúl Noriko Koide


Tim Huiberts, samen met Maarten Bouwman ontwerper van de windysizer Het idee om met ronddraaiende buizen geluid te maken bestaat al heel lang, als speelgoed. Maarten en ik hebben naar een manier gezocht om er een bestuurbaar geheel van te maken. Na lange sessies en vele schetsen kwamen we pas op het ontwerp van ons instrument, met fietsaandrijving. Het bouwen van de windysizer was een welkome afwisseling in een vermoeiend examenjaar.

Ik vond de schuurmachines fascinerend

Clareyne de Vries en Ramon van Hamond ontwerpers van de tuptofoon Clareyne: We hebben ons laten inspireren door de tikgeluiden van de specht tegen een boomstam. In het instrument kun je niet alleen hout op hout, maar ook andere materialen op elkaar laten botsen, in verschillende ritmes. Het bouwproces was fantastisch. We zijn geholpen door een geweldig team van de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Het werd ons niet voorgeschoteld; we moesten goed nadenken over problemen en het meeste werk zelf doen. Dat was leuk. Ik vond de schuurmachines Lieke van Bekhoven fascinerend. ontwerper van de trommelxylofoon Ramon: Het idee voor We kregen op het mechanisme in school de opdracht het instrument kwam om een door de zomaar naar boven. natuur geïnspireerd Ik heb geen idee meer instrument te hoe we er op kwamen, ontwerpen. Omdat het was er gewoon het moeilijk is om ineens! geluiden uit de We hebben in Delft natuur na te bootsen, hard moeten werken, heb ik vooral gedacht maar ontzettend veel aan het gebruik lol gehad. van natuurlijke materialen. In de bouwperiode maakten we lange dagen op de TU en konden we ‘s avonds Delft even in. Deze dagen bevielen me zo goed dat ik niet lang daarna heb besloten om bouwkunde te gaan studeren.

Guus Janssen en Gijsbrecht Royé met de tuptofoon


Eurekafoon! zo 18 september 2011 Amsterdam Paradiso 13.30 Micha Hamel dirigent Wilbert Bulsink luchtpiano Gijsbrecht Royé trommelxylofoon Trevor Grahl windsyzer Guus Janssen tuptofoon Nelleke Koop en Dinanda Luttikhedde film Franco Donatoni Refrain II 1991 Wilbert Bulsink Op/weg … geblazen 2009 Tan Dun Circle with Four Trios, Conductor and Audience 1992 film over de bouwfase van de instrumenten Gijsbrecht Royé los voor trommelxylofoon en ensemble Trevor Grahl Speelfiets voor windysizer en e ­ nsemble Guus Janssen Kabaal voor tuptofoon en ensemble

Ontwerp een nieuw muziekinstrument met de ­natuur als inspiratiebron. Die opdracht kregen middelbare scholieren in het hele land in het kader van het project Eurekafoon! De prijsvraag leverde inventieve ontwerpen op. Drie daarvan zijn genomineerd voor de Eurekafoonprijs: de tuptofoon, de wyndysizer en de trommelxylofoon. De scholieren – allen zeventien jaar – hebben hun instrumenten zelf gebouwd op de Faculteit Bouwkunde aan de TU Delft. Voor de vuurdoop van deze creaties schreven drie componisten nieuwe werken. In het voorprogramma twee ijzersterkte repertoirestukken van het Nieuw Ensemble en een reprise van het werk voor het winnende instrument van de eerste Eurekafoon! Prijsvraag.


Gijsbrecht Royé Waarom componeer je? De muziek die ik het liefst zou willen horen vind ik nergens, daarom doe ik een poging haar zelf te maken. Hoe componeer je? Ik neurie, zing, dans terwijl ik stil lijk te zitten, denk diep na, probeer uit, verzamel mijn ideeën, gooi weg, teken en knutsel tot ik niet meer ontevreden ben. Hoe speel je het klaar om het leven van alle dag – eten, slapen, relaties, familie, belasting – te combineren met componeren? Het componeren gaat de hele dag door. Mijn meest waardevolle ideeën krijg ik op volkomen onverwachte momenten, en staan dan meestal ook helemaal niet in een voor mij begrijpelijk verband met die momenten. Het vinden van genoeg tijd voor het uitwerken van ideeën is een voortdurend verloren strijd. Heel deprimerend. Was ik maar sneller. Schönberg zei: ‘The chief requirements for the creation of a comprehensible form are logic and coherence.’ Is coherentie in een kunstwerk vandaag nog een zinnig criterium? Als je het over een kunstwerk a work of art met een comprehensible form hebt wel. Belangrijk punt is daarbij dat alles wat met voorbedachte rade te maken heeft, zeer snel gaat tegenstaan, en daarom af dient te vallen. Zodra de methode gevonden is, wekt ze nog slechts walging op. The Beatles hebben daar ook erg mee geworsteld. Is ‘nieuw’ nog steeds relevant? Zo ja, hoe? Dit onderwerp doet me altijd denken aan een krop sla. Iedereen weet in een fractie van een seconde of die vers is of niet. En hoe verser, hoe beter. Is er een relatie tussen wat er in de wereld gebeurt en jouw werk?

Besteden we onze tijd goed? Maakt onze manier van samenwerking het makkelijker of moeilijker? Heb jij gelijk, of ik? Begrijp ik je eigenlijk wel? Dit soort vragen spelen bij de compositie en uitvoering van muziek in een bijzonder pure vorm de hoofdrol. De repetitie-ruimte is een vereenvoudigde afspiegeling van de wereld. Geslaagde uitvoeringen inspireren doordat ze ons laten horen dat ’t kan. Wat vind je van het nieuwe instrument waarvoor je dit stuk schrijft? Hele fijnzinnige trommeltjes. En wat kan je er dankzij de geribbelde trommelvelletjes veel natuurgeluiden uit halen: Vroedmeesterpadden, Boomkikkers, de verschillende Groene kikkersoorten, Rugstreep­ padden, Knoflookpadden en Gewone padden. Maar ook Nachtzwaluwen natuurlijk, en Eksters. Sprink­hanen gaan ook heel gemakkelijk, met name de Snortikker, de Ratelaar, de Zompsprinkhaan en het Schavertje. Zelfs de Gouden Sprinkhaan lukt. Erg geslaagd, dus. Wind gaat ­bijzonder goed. Water is moeilijker, maar kan ook. Ritselend struikgewas, geen probleem!


Guus Janssen Waarom componeer je? Dat is net zoiets als ademen. Hoe componeer je? Ik ga zitten en wacht. Hoe speel je het klaar om het leven van alle dag – eten, slapen, relaties, familie, belasting – te combineren met componeren? Ik begin de ochtend met componeren alsof ik naar kantoor ga. Als ik mij inlaat met de meeste andere zaken leidt mij dat zodanig af dat de dag voor het componeren verloren is.

Als je een mededeling wilt doen dan is ‘coherentie’ wel handig, maar wartaal kan zeker ook tot iets bijzonders leiden. Wat is essentieel voor jou in het componeren? Door een onverwachte belichting zaken in een ander perspectief plaatsen. Is ‘nieuw’ nog steeds relevant? Zo ja, hoe? We zijn onderhand wel erg moe van nieuw, nieuwer, nieuwst. We kunnen wel wat leren van culturen waar het eigen ‘handschrift’ van een musicus het enige is dat telt, al duizenden jaren lang.

Wat waardeer je in de muziek van wie? Steeds iets anders. Maar het meest toch wel direct onomwonden tot een kern komen zonder omwegen of via mooie omwegen.

Is er een relatie tussen wat er in de wereld gebeurt en jouw werk? Niet direct aanwijsbaar. Maar hoe zou dat ook moeten met trillende lucht?

Schönberg zei: ‘The chief requirements for the creation of a comprehensible form are logic and coherence.’ Is coherentie in een kunstwerk vandaag nog een zinnig criterium?

Wat vind je van het nieuwe instrument waarvoor je dit stuk schrijft?­ Het ingebouwd ‘krakkemikkige’ karakter van de tuptofoon is mij op het lijf geschreven.


Shanghai New Music Week The New Music Week of the Shanghai Conservatory continues to grow along with the spirit of the times Nieuw Ensemble ensemble in residence and at the pulse of the current music world. Growing concerten, lezingen en workshops audiences are evidence that contemporary music begins to appeal to more and more people in China. ma 26 sep Conservatorium van Shanghai 15.30 From the very beginning, the New Music Week has set Jurjen Hempel dirigent itself high standards: portrait concerts of outstanding Gérard Grisey Talea 1986 | Vortex temporum 1996 composers, first-rate international programming as well as top level performances, fulfilling the needs of higher music education, aesthetics and humanism. di 27 sep Conservatorium van Shanghai 19.15 The 4th edition offers 11 concerts and 8 lectures Jurjen Hempel & Tan Dun dirigenten during the 5 days. Featured composers are Brian Huang Xuan mezzosopraan Ferneyhough and Tan Dun, both of whom the John Snijders piano Nieuw Ensemble – this year’s ensemble in residence Tan Dun In Distance 1987 | Concerto for Six 1997 | – will present a portrait concert in their presence. Concerto for Pizzicato Piano & Ten Instruments 1995 | Wen Deqing, artistic director of the Shanghai New Music Week Circle with Four Trios, Conductor and Audience 1992 | Lament: Autumn Wind 1993

ma 26 – do 29 september 2011 Shanghai

wo 28 sep Conservatorium van Shanghai 19.15

Jurjen Hempel dirigent Matteo Cesari basfluit Ernest Rombout hobo Ernesto Molinari (bas)klarinet John Snijders piano Brian Ferneyhough Time and Motion Study 1971 | Lemma, Icon, Epigram 1981 | Coloratura 1966 | Mnemosyne 1986 | In Nomine a 3 2001 | La Chute d’Icare 1988 New Music from China, Japan and The Netherlands

do 29 sep Conservatorium van Shanghai 15.30 Jurjen Hempel dirigent Xu Shuya Chute en Automne 1991 Mo Wuping Fan II 1992 Mayke Nas Plons (Splash) 2009-2011 Noriko Koide Kohaku 2011 Zhang Yi The Inner Voice 3 2010 Shichao Zhang ZU-355/113 2011

Tan Dun


Edgard Varèse My fight for the liberation of sound and for my right to make music with any sound and all sounds has sometimes been construed as a desire to disparage and even to discard the great music of the past. But that is where my roots are. No matter how original, how different a composer may seem, he has only grafted a little bit of himself on the old plant. But this he should be allowed to do without being accused of wanting to kill the plant. He only wants to produce a new flower. It does not matter if at first it seems to some people more like a cactus than a rose. The misunderstanding has come from thinking of form as a point of departure, a pattern to be followed, a mold to be filled. Form is a result – the result of a process. Each of my works discovers its own form. I could never have fitted them into any of the historical containers. If you want to fill a rigid box of a definite shape, you must have s­ omething to put into it that is the same shape and size or that is elastic or soft enough to be made to fit in. But if you try to force into it something of a different shape and harder substance, even if its volume and size are the same, it will break the box. My music cannot be made to fit into any of the traditional music boxes.


Edgard Varèse & Igor Stravinsky wo 12 oktober 2011 Leuven Schouwburg 20.30 Festival van Vlaanderen do 13 okt Brugge Concertgebouw 20.00 vr 14 okt Arnhem Musis Sacrum 20.15 wo 26 okt Den Haag Dr Anton Philipszaal 20.15 do 27 okt Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 Donderdagavondserie/Proms inleiding 19.15 di 8 nov Enschede Nationaal Muziekkwartier 20.00 wo 9 nov Den Bosch Verkadefabriek 20.30 November Music Ed Spanjaard dirigent Harrie Starreveld fluit Edgard Varèse Density 21.5 1936-46 Igor Stravinsky Octet 1923 Guo Wenjing Parade 2004 Claude Debussy Syrinx 1913 Edgard Varèse Octandre 1923 Edgard Varèse Déserts 1950-54 met video van Bill Viola

Ed Spanjaard dirigeert twee glasheldere blazersstukken uit 1923: Stravinsky’s Octet en Varèse’s Octandre. De uit graniet gehouwen akoestische en elektronische klanken van Déserts worden gecombineerd met hallucinerende filmbeelden van Bill Viola. Een wonder van inventiviteit is Guo Wenjings Parade, geschreven voor zes Chinese gongen. Igor Stravinsky My freedom will be so much the greater and more meaningful the more narrowly I limit my field of action and the more I surround myself with obstacles. Whatever diminishes constraint diminishes strength. The more constraints one imposes, the more one frees one’s self of the chains that shackle the spirit. Tradition is entirely different from habit, even from an excellent habit, since habit is by definition an unconscious acquisition and tends to become mechanical, whereas tradition results from a conscious and deliberate acceptance. A real tradition is not the relic of a past that is irretrievably gone; it is a living force that animates and informs the present. I should be hard pressed to cite a single fact in the history of art that might be qualified as revolutionary. Art is by ­essence constructive. Revolution implies a disruption of equilibrium. To speak of revolution is to speak of a temporary chaos. Now art is the contrary of chaos. It never gives itself up to chaos without immediately finding its living works, its very existence, threatened.

Edgard Varèse rond 1940

Varèse is so vivid – his electrified hair makes me think of Struwelpeter or the wizard of Oz. (…) Few composers have dedicated themselves with such singularity to the ‘purity of sound’ ideal, and few have been as sensitive to the totality of sound characteristics. (…) As Webern is associated with small volumes, so Varèse is identified with large ones. ‘Turn it up,’ he will say. ‘I like it louder.’ In the use of percussion and wind instruments, Varèse is an innovator of the first rank. Déserts discovers a world of possibilities for the tuba. (…) With percussion instruments Varèse’s knowledge and skill are unique. He knows them and he knows exactly how to play them. I love the thundering metal sheets, the lathes, the claves of Déserts (…) Varèse’s music will endure. We know this now because it has dated in the right way. The name is synonymous with a new intensity and a new concretion, and the best things in his music – the first seven measures from No. 16 in Arcana, the whole of Déserts – are among the better things in contemporary music. More power to this musical Brancusi.


Beyond antropofagia by Caio Amon

It might be a cliché to write about exotic habits of native Indians when going about Brazil, but since the 1920’s no other term has been used more often to describe the relationship of Brazilian culture towards external influences than antropofagia. It refers to the cannibal practice of ritually eating the flesh of ­defeated enemies to absorb their strength and courage. The ‘cultural digestion’ of foreign elements has been pointed out as the key feature in all sorts of ‘national’ manifestations. Samba, carnaval and capoeira are well-known symbols of the creative amalgamation of Portuguese, African and native practices. Artists emulated the same process in all sorts of progressive music and arts in Brazil – from the use of folklore in the ‘foreign’ classical music to the introduction of ‘American’ electric guitars in regional genres during the 1960’s. Almost one hundred years have passed and antropofagia keeps being used to pinpoint the identity of Brazilian culture. Does this still makes sense, though? An inquiry among Brazilian composers revealed that this image needs to be updated.* The concept of antropofagia was formulated by Brazilian artists in 1922 as a reaction to European cultural domination and to the prejudice against miscegenation inherited from the past. Today one might be tempted to say that anthropophagic processes are present in the evolution of every culture. In a way it anticipated globalization, but while the latter threatens to form an impoverished hegemonic culture, the anthropophagic attitude strives to multiply cultural possibilities. It is a consensus among the composers, though, that the appropriation of multiple influences is not exclusive to Brazil: nowadays it is a characteristic of the whole globalized world. The very idea of ‘nation’ is questionable in this multifaceted country. Take the composers of the Nieuw ­Ensemble programme for example: the g ­ aúcho Aurélio Edler-Copes will more likely share his ­chimarrão, a native Indian herbal beverage, with the Paraguayans or Uruguayans than with his compatriot Paulo Rios Filho, born in the tropical Northeast of Brazil. In his native Bahia, Paulo might feel more inclined to look to another continent: he actually organizes an exchange project with African composers. Roberto Victorio’s work with the bororo Indians in the Amazon contrasts radically with Rodolfo Valente’s

urban reality in São Paulo, the eighth largest city in the world. The sounds of a bansuri flute traveled all the way from India to Brasília just to capture the ears of Luiz Gonçalves, who is more interested in Indian music than in any Brazilian genre. As one composer remarked, ‘cultural digestion’ is like making a soup. Today the access to ingredients is generalized, but cultural identity arises in the choices of these ingredients, the quality of the water, the local temperature of the kitchen… It is impossible to imitate the unique taste of a vatapá made in Salvador, a baguette baked in Paris or a churrasco roasted in the South of Brazil. Recognizing identity asks perhaps for listening with more refinement than ever. What is particular about the music of Brazilian composers? It might be found in a subtler dimension, beyond rhythmic vigour, exotic flavours and native instruments… beyond antropofagia. * see blog bamdialogue.wordpress.com


Made in Brazil za 22 oktober 2011 Amsterdam Concertgebouw kl zaal 20.15 Brasil Festival Amsterdam zo 23 okt Den Haag Korzo Theater 16.00 Arie van Beek dirigent Paulo Rios Filho Música Peba Nº 2 2011 Aurélio Edler-Côpes nieuw werk 2011 Rodolfo Valente vigília II 2011 Luiz Gonçalves Passarim 2011 * Roberto Victorio Aroe Jari 2010 * * winnaars van de Second Nieuw Ensemble Brazilian Composers Competition

Ongebaande paden betredend schreef het NE in 2009 een competitie uit voor Braziliaanse componisten. De respons was overweldigend: uit alle hoeken van het gigantische land stroomden partituren binnen, negentig inzendingen in totaal, de meeste speciaal voor het ensemble geschreven. Dit resulteerde in twee gevarieerde première-programma’s. Ter gelegenheid van het Brasil Festival Amsterdam is een tweede competitie gelanceerd. De winnende werken worden tezamen met drie nieuwe stukken van de opmerkelijkste talenten van de eerste competitie ten doop gehouden. After the highly successful Nieuw Ensemble/BAM Brazilian Composers Competition of 2009 – which resulted in ninety newly composed works – a second competition has been released on the occasion of the Brasil Festival Amsterdam. Two winning works will be presented in this programme alongside new works of three of the most remarkable composers that came to the fore during the first competition. The project is a collaboration with BAMdialogue of composer Caio Amon.


Franco Donatoni Mijn vormen bestaan altijd uit panelen. Dat kan ik niet veranderen. Ik zit zelf zo in elkaar, ik ben discontinu, ik ben een paneel. Het gebruik van panelen komt in de Balinese muziek voor, maar ook in de motetten van de Renaissance, in de madrigalen van Monteverdi… (…) In Ronda heb ik geprobeerd de duur van de panelen te beperken waardoor er ruimte is voor meer fantasie en verbeelding. Bovendien is de afwisseling vrijwel continu, een hachelijke zaak omdat met iets wat continu is niet te praten valt: discussie is alleen mogelijk met het discontinue, zoals Zeno heeft bewezen. Dat sluit aan bij de voorliefde die ik sinds mijn studietijd heb voor een nevenschikkende werkwijze; ik sta daardoor dichter bij Bartók en Janácek dan bij de Duitse traditie.

Helmut Lachenmann Every tremolo, or interval, or tam-tam noise is as intensive and new as the context you stimulate for it. To liberate it, for a moment at least, from the historic implications loaded into it, this is the real challenge. It’s about breaking the old context, by whatever means, to break the sounds, looking into their anatomy. Doing that is an incredible experience, full of this ambivalence I mentioned. You can still see that you knew that sound before, but now it has changed. The creative spirit has done something with it. This is the only reason for me to make music – to hear, in a new way, what you knew before.

Ton de Leeuw There is no real philosophy of art in our society today. The artist is commonly forced to justify his activity. Yet art can function in a very different way than in society’s way of looking at things. There are composers who ask themselves why they make music, and think that the grocer has a more functional purpose. But they should not need any justification. You can make music just as a flower comes up, even when nobody sees it. If you take a flower from the woods and put it on a table so others can see it, it appears more functional. But without doing so the flower is still functional on a deeper level. The flower is life.

In art there are only fast or slow developments.


Meesters van de 20ste eeuw do 3 november 2011 Den Bosch De Toonzaal 20.30 vr 4 nov Amsterdam Concertgebouw kl zaal 20.15 NE/Kam-serie do 17 nov Utrecht Vredenburg Leeuwenbergh 20.00 solisten van het Nieuw Ensemble Maurice Ravel Sonate pour violon et violoncello 1922 Ton de Leeuw Hommage à Henri 1989 Franco Donatoni Ronda 1984 Béla Bartók Im Freien 1926 Helmut Lachenmann Allegro Sostenuto 1986-88

Op schouders van reuzen als Debussy en Ravel ontwikkelde Bartók zich tot een van de grote vernieuwers in de twintigste eeuw. Zijn door volksmuziek geïnspireerde ritmiek en melodiek hadden kort na de Tweede Wereldoorlog grote invloed op de jonge Ton de Leeuw en Franco Donatoni. Later vonden beiden een eigen stijl, waarvan in dit concert fraaie voorbeelden klinken: ontroerende, volksmuziekachtige lyriek bij De Leeuw en kleurrijke, grillige speelsheid bij Donatoni. Bartóks nacht­muziek echoot na in de klankvernieuwingen van Helmut Lachenmann. Béla Bartók onderweg naar Amerika in 1943

Essentially it is a matter of evolution, not revolution. Béla Bartók


Context 2011

 premières Matthew Shlomowitz, Mayke Nas & Bernhard Lang di 22 november 2011 Huddersfield St Paul’s Hall 19.30 Huddersfield Contemporary Music Festival do 24 nov Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 Donderdagavondserie/Proms inleiding 19.15 Bas Wiegers dirigent Matthew Shlomowitz Popular Contexts, Volume 3: The Music of Theatre Making for NE and sampler keyboard 2011 Pentatone Alphabet March The Beautiful Game Weird Tour Guide Full of Sound and Fury, Signifying Nothing Kitchen Interlude Five Monuments for Our Time Mayke Nas Plons 2009-11 Bernhard Lang Monadology XIVb: Puccini-Variation #2: ‘Im weiten Weltall fühlt sich der Yankee heimisch’ 2011

Voor creatieve geesten biedt de wereld van vandaag waanzinnige mogelijkheden. Daarvan getuigt de frisse en vitale muziek van Matthew Shlomowitz: zijn nieuwe zesdelige Popular Contexts, Volume 3: The Music of Theatre Making plaatst het ­ensemble in het geluidsdecor van alledag, van achtbaan tot ­kopieerapparaat, van telefoonsex tot voetbal­ wedstrijd. Het werk van Mayke Nas is even ongebonden als origineel. Het in 2008 begonnen Plons had een paar jaar nodig om volledig tot wasdom te komen, maar nu is het dan zover. In opdracht van het NE en het Huddersfield Festival breidt de spraakmakende Oostenrijker Bernhard Lang zijn Monadology-serie uit met Puccini-variaties. The basic idea of this new work is the so called Virtual Remix, which means transferring the techniques of turntablism and of contemporary live electronics (looping, scratching) into a musical score. The technique in itself was inspired by the cutting techniques of experimental video artists as Raphael Montañez Ortiz and Martin Arnold.


Matthew Shlomowitz

This has led me to reflect on whom I am composing for, and in turn to think about how I could write music with a bigger reach. One solution has been to incorporate field recordings to connect with the sonic world in the most concrete of ways. Likewise, I’ve How do you compose? tried to open up my sound palette to include familiar First is a back-and-forth process between thinking and popular musical styles that people can connect (coming up with concepts and structures), and with; in retrospect, I’m not sure why I ever kept those using GarageBand, the musical sequencer software sounds and styles out of my work since this is also programme that comes with Apple computers, to ‘my’ music, music that I love and which dominates construct sounds and ultimately an electronic version the culture I’m part of. Another has been to try and of the piece. make my music as clear as possible and to give far Second is the Focus Group stage: I send the more consideration to what one gets out of the firstsoundfiles I made on GarageBand to a bunch of listening-experience. friends to get comments. I ask specific questions, as I want to see if my intentions match their perceptions. If this sounds like I have the answers, I don’t. It’s That usually leads to more thinking and more work on complex, because I love the kind of dense aesthetic GarageBand, followed by another Focus Group round critique you get from people who have devoted if I am feeling particularly neurotic and unconfident, themselves to new music, and I understand that an or if I am content I will write out the score. audience not steeped in this kind of background may not have the expertise to do that. More depressingly, What can you say about your new piece? it also seems many people don’t look to music for a It is the third installment in my Popular Contexts thought-provoking experience in the way that they do series, which combines pre-recorded sounds with to other art forms like literature, cinema or the visual live instrumental music. The recordings consist of arts. familiar sounds from popular and everyday culture, such as a flight safety announcement, a rollercoaster So, to put it in stark terms, it is difficult to say I want ride, a photocopier, phone sex and a football crowd. to write music that is available to anyone, but for it The instrumental music is equally varied, made of also to be heard in specific ways that many would not abstract textures, mimetic sounds, banal melodies even imagine to do. It’s difficult, but I also think it’s and saccharine musical styles. These prosaic cool to want both things. elements are presented, combined and transformed in strange ways. I want to open up a listening As for my kids: my seven-year-old thinks I should use experience that enhances perceptions of the familiar, more animal sounds, my two-year-old tells visitors and draws attention to sounds that we usually ignore. that I’m upstairs ‘drawing’, and the baby is primarily In this volume I’ve additionally expanded the role of concerned with her Mother’s breast. the conductor and explored theatrical possibilities I see in that role. I won’t say more about this here, as Schönberg said: ‘The chief requirements for I don’t want to give any more away! the creation of a comprehensible form are logic and coherence. The presentation, development How do you manage to combine two of the most time and interconnexion of ideas must be based on and concentration consuming things: family with relationship.’ Is coherence in a work of art still a young kids and composing? Do they influence each valid notion today? other? Yes, but I like to open up the type of the connections Having kids has brought me into more contact with that can be made. That’s exactly what I’m interested the world outside New Music. I’ve made new in. I think the logic should always be consequent, but friendships with other parents, smart and culturally unexpectedly and imaginatively so. And I like to use a aware people, but unacquainted with contemporary mixture of intra and extra musical connections. concert music. At the park after school I’m asked Some examples: to show that a musical figure has about what I do, and some parents have come to buried within it the components that make the sound concerts or asked for recordings. It won’t be a surprise of an alarm clock ring, or that a calypso riff slowed to any lovers of challenging new music when I say that down by 16 times can be transformed into a soaring most of the time the reaction is one of bafflement and majestic line. Likewise, a field recording of a school even hostility. playground could be first coupled with mimetic


instrumental sounds, and then combined with nostalgic music, and finally for one the musician’s is? to speak over the recording with an autobiographical text of their own childhood memories. I believe in connections, but I don’t want to limit the form that they come in.

about 2011 – in terms of the development of art and the development of the world – which could not have been said in 2010, or at least not in 1995.

Why do you incorporate everyday sounds in your work? A few reasons: – Working with field recordings enables me to What is essential for you in composition? I value work that offers people new experiences, that connect with and comment on the world. Sometimes makes us think about art, or the world, or the way I think I would have preferred to be a novelist to deal we listen, in a different way. And work that makes us with the concrete, and field recordings lets me get laugh, cry, feel good, feel battered, and raises our closer to that. – To suggest that we should give the sounds of the heart rate. There is no one answer. I wouldn’t say great work has to have all of these qualities. world more attention. This, of course, is the lesson John Cage taught us, although I am more interested Is the concept of ‘new’ still relevant today? If so, what in listening to cultural soundscapes like football crowds and fairgrounds then abstract sounds or the does it mean? Yes. It means people being imaginative and creating rainforest. – I’ve only recently discovered Pierre Schaeffer’s new experiences. It also means saying something

Sounds from popular and everyday culture writings and in particular his different listening categories, but I think everything I am doing is indirectly coming out of that way of thinking. Working with recorded sounds opens up different ways of listening, and shifts between different kinds of listening. For instance, a foghorn can be heard in terms of setting a harbour scene, for its acoustic qualities, or contextually in terms of its place in a composition. What attracts you in the music of Bernhard Lang? I’ve learned a lot from Bernhard Lang, like the idea of repeating the kind of musical ideas we are not used to hearing repeated; the way he takes a musical phrase or lick that sounds ‘hot’ and spontaneous, and then through looping it allows us to consider it in a different way. I also love how his pieces put messy sounds into super clear forms. And in a broader sense his work stands as a role model. Like some other artists I admire (e.g. the film maker David Lynch, choreographer Jerome Bel, or author David Foster Wallace) I think he has found a way of making smart, fresh, imaginative and critical art that’s also open and meaningful for a broader public.


Giuseppe Califano I compose to kill melancholy. But it is useless… in some way it returns into the music that I write. More than once it happened to me that I did not get off the bus at the right stop since I was busy thinking about how to complete a section or how to connect two ideas. I have often struggled with discipline and always admired Schubert, who got up at five in the morning to write. I really can’t do that, so I had to find other solutions. Music requires time and space, but so do people, relations and waiting in queues to pay bills. But I have achieved my own equilibrium: when I cannot sit at my desk to write, I have a pad with me that I can pull out as soon as I have an idea that deserves attention. So there’s no bus stop or queue in the bank that can stop me. When I’m home at my desk I write as much as I can, but if it’s a splendid day no piece can keep me inside: I go out to breathe a bit of life. Upon returning my music surely will acquire a little taste of that irresistible sky and sun. In short, it is a continuous exchange, and this is one of the beautiful sides of this job. Bernardo Maria Sonnino The concept of ‘new’ is not valid anymore as it could be one hundred years ago. Music has changed: there is not just one direction in which all composers tend to go. The twentieth century has been a huge forge of different styles, techniques and thoughts. Today ‘new’ is not necessarily to create (also because it is very difficult to come up with something truly original in itself) but to combine, mix and relate to each other the infinite ‘ingredients’ that our past has handed down. Matthew Sergeant I used the workshop time to trial some new compositional techniques that I’ve been developing. I learned so much about how the sonic effects of these techniques could be best practically realised, especially regarding areas of instrumental technique and timbre. It was fantastic to have an opportunity to explore risky ideas (potential ‘dead ends’) away from the public eye and although such experimentation has sparked more compositional questions in my mind than answers, I think that is an extremely good thing!


European Composers’ Practicum wo 23 november 2011 Huddersfield St Paul’s Hall 13.00 Huddersfield Contemporary Music Festival

Nieuw Ensemble in samenwerking met Icarus (Italië) en Ensemble 10/10 (Engeland) Bas Wiegers dirigent Matthew Sergeant nieuw werk Emily Wright nieuw werk Giuseppe Califano nieuw werk Bernardo Maria Sonnino nieuw werk

De componistenpractica van het Nieuw Ensemble hebben vele vruchten afgeworpen. Het project is inmiddels zo succesvol dat er in 2011 een pendant op Europees niveau is gekomen: het European Composers’ Professional Development Programme. Het Britse Huddersfield Contemporary Music Festival en het NE bieden in samenwerking met de ensembles 10/10 (Liverpool) en Icarus (Reggio Emilia) twaalf in Engeland, Italië en Nederland studerende componisten een podium om een nieuw werk te presenteren. Na twee practicumweekenden in maart en juni worden de twaalf nieuwe stukken op 23 november door de drie ensembles in het kader van het Huddersfield festival in première gebracht. Twelve talented young composers are set to launch their international careers by collaborating with ­Europe’s most prestigious new music ensembles thanks to hcmf//’s new European Composers’ ­Professional Development Programme. The initiative aims to offer rising talents the chance to try out new ideas which are not normally possible in time-pressured or public workshop contexts.


Mayke Nas Why do you compose? To somehow channel all the chaos that life presents into something beautiful. How do you compose? Questioning every single note that comes into my brain or onto the paper in front of me, which makes my progress to every next note extremely slow. Could you not do anything better in life? No, despite all the difficulties of the actual process of composing music and the impossiblity of trying to get to grips with what your value as a composer could be in society, I feel I can’t dedicate my life to anything more worthwile than exploring new music. It’s the best I have to offer.

TIMING. HONESTY. BEAUTY. CONCEPT. CONTRAST.

How do you manage to combine everyday life and composing? The closer the deadline, the cleaner my house… What attracts you in the music of whom? Playing Bach on the piano consoles me every single day. And my omnivorous listening to music from Sibelius to Nils Wogram to Eels to Lachenmann to Björk brings lots of new thoughts and influences all the time. Is Schönberg’s notion about coherence in a work of art valid for you? Very much so. Coherence is the glue that holds a piece together. What is essential for you in composition? Timing. Honesty. Beauty. Concept. Contrast. Is the concept of ‘new’ still relevant today? if so, what does it mean? Every new piece needs to be new for me. I am driven by learning and discovering new things. But that doesn’t mean that the outcome needs to be new for the rest of the world. Is there any relationship between what’s happening in the world and your work? Inevitably! I have just learned that there is an app called ‘Freedom’ that completely disconnects your computer from the Internet when you need to get some work done. I think I have to start using it.


Nas in Berlijn wo 30 november 2011 Villa Elisabeth Berlijn 20.00 DAAD ntb dirigent

Mayke Nas Entrez! 2002 | Douze Mains 2008-11 | DiGiT #2 2002 | La Chocolatière Brûlée 2005 | Plons 2009-11 | La Belle Chocolatière 2003 | … ik mis alleen een belletje aan mijn hals waarmee ik boven je kan rinkelen wanneer je slaapt 1998 | Installation­version of ‘I Delayed People’s Flights By Walking Slowly In Narrow Hallways’ 2008-10

Krijtjes op schoolborden, koninklijk welkomst­ getoeter, een nachtelijke koortsdroom met gestommel op de trap, een uit de hand gelopen kinder­klapspelletje, de ingewanden van een vleugel blootgelegd door een team van zes chirurgen, muziek die telkens tegen zijn eigen spiegelbeeld oploopt, een poging om Debussy te verdrinken en een Drostecacaoblikje waarop steeds verder ingezoomd wordt: een portretconcert van Mayke Nas (1972) die op uitnodiging van de DAAD (Deutsche Akademische Austausch Dienst) een jaar als artist in residence in Berlijn verblijft.


Anton Webern & György Kurtág di 21 februari 2012 Enschede Muziekkwartier 20.00 do 23 feb Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 Donderdagavondserie/Proms inleiding 19.15 vr 24 feb Den Haag Dr Anton Philipszaal 20.15 Olivier Cuendet dirigent Natalia Zagorinskaya sopraan Anton Webern Konzert op. 24 1934 Niccolò Castiglioni Tropi 1959 Anton Webern Symphonie op. 21 1928 György Kurtág Vier liederen op gedichten van Anna Achmatova op. 41 2009 György Kurtág Berichten van wijlen mevrouw Truszova op. 17 1975

Weberns Symphonie en Konzert blijven verbluffen door hun geconcentreerde expressionisme en hun kristalheldere, compacte structuur. Zijn muziek inspireerde vele componisten, onder wie de Italiaan Niccolò Castiglioni en de Hongaar György Kurtág. Kurtág verdiepte zich in Webern, nadat een psychologe hem had geadviseerd zijn writer’s block te overwinnen met het componeren van miniaturen. Dit resulteerde in de kleurrijke liederencyclus Berichten van wijlen mevrouw Truszova, eenentwintig fijngeslepen juweeltjes vol zeggingskracht. Kurtág was in het Westen nog volslagen onbekend, toen dirigent/componist Pierre Boulez de originaliteit van zijn liederen herkende. Hij voerde de cyclus uit en vestigde daarmee op slag Kurtágs naam en faam. Van recente datum zijn Kurtágs Vier liederen op gedichten van Anna Achmatova.

Anton Webern All art is based on rules of order, on laws of nature (Goethe). We look for rules of order in what nature provided. What is the material of music? The note, isn’t it? A note is not a simple thing, but something complex. Every note is accompanied by its overtones, an infinite number. It’s remarkable to see how man has made use of this phenomenon – how he has used this thing of mystery. (…) Now, there has been a gradual process in which music has gone to exploit each succesive stage of this complex material. This is the one path: the way in which what lay to hand was first of all drawn upon, then what lay farther off. (…) Ever subtler differentiations can be imagined, and from this point of view there’s nothing against attempts at quarter-tone music and the like; the only question is whether the present time is yet ripe for them. György Kurtág When I started copying Webern in my thirties, I had to stop in the first movement of his Symphony op. 21, to deconsruct and analyse the mirror canon in its separate parts, and recast it in a multicoloured four-voiced score. I felt that studying his music complemented the analysis of Giovanni Pierluigi da Palestrina (which we took very seriously at the Music Academy), and should be made obligatory for all composition students (which is now the case in Budapest).

Anton Webern, 1911

I do not like people to be dead sure of what they want. I should like to teach them to wait before they decide they know. They should learn to think before making a decision. This is also the description of a compositional process: I look for a note and, perhaps, I will eventually find it. It may fail. Perhaps the piece is nothing more that the attempt to find it.


Ed Spanjaard Why do you conduct? It is my favourite way to shape music that speaks to me, and sings in my head. How do you work? By exploring and controlling. Why contemporary music? Because you can be co-inventor, and defend ­composers who are still alive.

come true, Chopin paints your soul and Stravinsky shakes one’s guts. Is coherence in a work of art still a valid notion for you today? Yes, but coherence doesn’t exclude surprise or sounds that are unheard of. What is essential for you in a good composition? Hearing a tale in sound that keeps me listening.

Could you not do anything better in life? I am not sure if I am of any use, but I would rather be a good conductor than a mediocre nurse

Is the concept of ‘new’ still relevant today? If so, what does it mean? Everything that sharpens your ears has a newness.

How do you manage to combine everyday life and being a conductor? My life is often solistic, free, chaotic; but while working I am usually in good spirits and very concentrated.

Is there any relationship between what’s happening in the world and your work? Giro 555 is not the same as a perfect fifth, but I am a very human being.

What attracts you in the music of whom? Bach is the motor to eternity, Debussy makes dreams Joël Bons en Ed Spanjaard


Quest vr 9 maart 2012 Maastricht Theater aan het Vrijthof 20.30 do 15 mrt Den Bosch De Toonzaal 20.30 vr 16 mrt Amsterdam Concertgebouw kl zaal 20.15 NE/Kam-serie solisten van het Nieuw Ensemble Ed Spanjaard dirigent

Anton Webern Quartett op. 22 1930 Yann Maresz Sul Segno 2004 George Crumb Quest 1995 In het wonderschone Quest (onderzoek, nasporing) woekert George Crumb op een weergaloze manier met de ongewone bezetting van gitaar, sopraan saxofoon, harp, twee slagwerkers en contrabas. Kwikzilverachtig eigent de gitaar zich een leidende rol toe. Quest is evenwichtig en haast klassiek vormgegeven: de muzikale bouwstenen keren in verschillende gedaanten terug, steeds ge誰nspireerd en vol muzikale betekenis. Werken van Webern en Yann Maresz complementeren het programma. George Crumb


Ernestine Stoop harpist of the Nieuw Ensemble

Why do you play contemporary music? Contemporary music is alive music. Sometimes a failure, sometimes a success and moving. That makes it interesting. it’s nice to be part in the process of ‘making’. How do you manage to combine everyday life with being a musician? My life is ‘being’ a musician. So everything is connected. I work (mostly) 7 days a week.

Toru Takemitsu Although I am basically self-taught, I consider Debussy my teacher – the most important elements are colour, light and shadow.

What attracts you in the music of whom? I often like layeredness (Ligeti), simply good notes (Louis Andriessen), good pop music (Van Dyke Parks, I always want to write erotic music… Beatles, etc), singer-songwriter (Joanna Newsom). What is essential for you in a good composition? Beauty is the urge of life. That is what I am looking for. Is the concept of ‘new’ still relevant today? ‘New’ means personality and development. You studied with Pierre Jamet, the harpist who worked with Debussy on his sonata. This has been like a dream. Studying with somebody who has been working with one of my favorite composers from the past. Debussy had very specific ideas about tone quality: ‘like velvet’ and the way to play arpeggio’s: on the beat with the melody in the bottom note. How was your experience with Gubaidulina working on Garten von Freuden und Traurigkeiten? At first the trio was working on the notes very precisely, since it was written that way, but when she came she wanted it to be much more free and intuitively. She had been working with a harpist on the piece but somehow the text was not what she wanted, so I think she changed her instructions in the score. Did you meet Takemitsu and work with him? Yes, I met Takemitsu in his late days; a small, fragile looking man with a lot of wrinkles. A very nice person who knew exactly what he wanted to hear. His parts for harp are very clear and I like his music a lot – it is closely connected with Debussy’s music.

Claude Debussy

Not only about the love between men and women, but in a much more universal sense – about the sensuality of the mechanism of the universe… about life.


impressie en expressie Parijs en Wenen

za 7 april 2012 Utrecht Vredenburg Leeuwenbergh 20.00 di 10 apr Amsterdam Concertgebouw kl zaal 20.15 NE/Kam-serie do 12 apr Den Bosch De Toonzaal 20.30 vr 13 apr Enschede Nationaal Muziekkwartier 20.00 zo 15 apr Den Haag Nieuwe Kerk 20.15 vr 20 apr Arnhem De Bazel 20.15

Schönbergs strijktrio is een van zijn mooiste en expressiefste werken. Als contrast klinkt het ascetische, geconcentreerde trio van zijn leerling Webern. Drie in pasteltinten aan elkaar verwante werken voor de fraaie bezetting fluit, harp en altviool omramen de twee strijktrio’s. De Japanner Takemitsu en de Russin Gubaidulina creëren een aan hun voorbeeld Debussy verwante poëtische klankwereld.

solisten van het Nieuw Ensemble Claude Debussy Sonate pour flûte, harpe et alto 1915 Anton Webern Streichtrio op. 20 1927 Toru Takemitsu And then I knew ’twas Wind 1992 Arnold Schönberg Streichtrio op. 45 1946 Sofia Gubaidulina Garten von Freuden und Traurigkeiten 1980 Arnold Schönberg Form means that a piece is organized. Without organization music would be an amorphous mass, as unintelligible as an essay without punctuation, or as disconnected as a conversation which leaps puposelessly from one subject to another. There is no technique without invention; on the other hand, it is possible to think of invention which has yet to create its technique. The belief in technique as a saving grace must be discouraged, and the striving towards truthfulness encouraged.

Anton Webern en Arnold Schönberg in Berlijn, 1927


Gérard Grisey & Unsuk Chin do 26 april 2012 Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 Donderdagavondserie/Proms inleiding 19.15 ntb dirigent Gérard Grisey Vortex temporum 1996 Unsuk Chin nieuw werk 2011

opdracht Nieuw Ensemble, Southwest Chamber Music en Wittener Tage für neue Kammermusik

De muziek van de Koreaanse Unsuk Chin frappeert door speelse vindingrijkheid en kracht. Chin is een van de boeiendste componisten van dit moment. In 1991 brak Chin door met Akrostichon Wortspiel, uitgevoerd door het Nieuw Ensemble. Nu componeert ze in opdracht een werk voor het karakteristieke instrumentarium van het NE. In dit dubbelportret wordt Chins muziek gecombineerd met die van de Fransman Gérard Grisey, een van de grondleggers van de spectrale muziek. In het meesterlijke Vortex Temporum houdt hij de luisteraar met lange spanningsbogen in zijn greep en overtreffen de musici zichzelf in virtuositeit. Gérard Grisey Spectralism is not a system. It’s not a system like serial music or even tonal music. It’s an attitude. It con­ siders sounds, not as dead objects that you can easily and arbitrarily permutate in all directions, but as being like living objects with a birth, lifetime and death. This is not new. I think Varèse was thinking in that direction also. He was the grandfather of us all. I have often been to juries for composition all around the world. When you look at the scores of young composers, very often you don’t have time to look at the scores completely. But the most important moment is the first change. The composer comes and establishes an idea that everybody ­understands. Everybody can have an idea. Everybody. The problem is to have a second one. This is a greater problem. And the major problem is to know where and when to bring in this second idea. And very often, you realize after a few pages that he is not a musician. He does the wrong thing.


Unsuk Chin Why do you compose? I grew up in South Korea during a difficult period in the history of that country, so there was not much time to think about why to do something. In the 1960s South Korea was one of the poorest countries in the world and our president was a military dictator – so, one had to just clutch at the straw one could get. Another issue was that it was a most patriarchal society, which meant that girls didn’t have much choice on what they would like to become (to become a musician was, perhaps contrary to the old-fashioned view in the West, considered ‘a woman’s profession’). Anyway, it was clear to me from very early on that I wanted to do something with music, since I discovered it in my early childhood and was passionate about it. I wanted to become a pianist, but my parents couldn’t afford any formal musical studies. Though playing through the piano repertoire was and has remained my favourite pastime, it is, after a certain age, too late to embark on a professional instrumental career. So, my music teacher in middle school advised me to become a composer and so it began. How do you compose? I compose in a very old-fashioned way by using a pencil without aid of instruments or computers (though both the experience of using computers in electroacoustic music and instrumental ­experience have strongly shaped my musical thinking). However, notating music is the easiest and most uncomplicated part of the process. The main (and most painful) part of the compositional process happens, apart from sketches which I also write, in my mind during several months. Only after the picture of the work has become sufficiently clear in my mind I start to compose.

Why this piece, now, today? It is crucial for me that it is really a piece written for the Nieuw Ensemble – I constantly had their unique instrumentation and their superb musicianship in mind. I was thinking of this piece since 2005 and there was never a piece in my output where the ­instrumentation had been so fully fixed and clear in my mind from the very beginning. While embarking on its composition, I have had the notion of a series of abstract musical pantomimes, of an imaginary musical theatre, in which the different instruments represent different kinds of ‘personae’, persons/ masks, theatrical expressions, and a rapid changing of different situations and moods… How do you manage to combine everyday life and composing? Is there any relationship between what’s happening in the world and your work? I consider music to exist within a very abstract realm, so it should transcend everyday issues and emotional/personal matters. It is not an island, however, and it might in some unconscious way get affected by everyday life, emotions, by what I read or see, shaped by personal experiences, etc., but I couldn’t at all say in which way. When I am listening to music it is the music which interests me and I’m not very interested in reading composers’ biographies in order to be informed about their personal lives. What attracts you in the music of whom? I am curious about the whole musical history and I find pleasure in many different kinds of music – from Ars subtilior via Chopin all the way to Xenakis, from Balinese gamelan music to certain kinds of ­experimental popular music, and so on. However, I believe in the historicity of different styles and I’m very critical of the idea of pastiche. Stravinsky could do that, but it was a special historical ­situation, he was a magician and master craftsman who ­transformed all this foreign material into something else. In fact, one reason why I consider it vital to be ­informed about the whole musical history is that only that enables a composer not to imitate unconsciously.


Schönberg: ‘The chief requirements for the creation of a comprehensible form are logic and coherence.’ Is coherence in a work of art still a valid notion today? Yes, though in a very different way than in ­Schönberg’s output. His musical worldview was narrowly confined within the German ­tradition. ­Regarding the music of his time, I feel much closer to Stravinsky, Debussy or Bartók, who looked beyond the borders of national music, even partly beyond the borders of the music of their ­native continent. Though coherence is essential, I feel also, paradoxically, extremely attracted to the musical thinking and inventions of crazy, ingenious outsiders such as Harry Partch who – despite all fragmentariness and, arguably, shortcomings of his compositional technique – really developed musical language as regards the fine shadings of alternative tunings and novel harmonies and whose music, despite all (intentional?) primitivism was a fascinating Gesamtkunstwerk. Is the concept of ‘new’ still relevant today? If so, what does it mean? Certainly it is, but it has become more and more difficult to define what it is. Besides, one has to accept the paradoxicality of this concept. Let’s ­consider Schönberg: of course his invention of twelve-tone composition was at its time totally novel. However, regarding musical form and rhythm, to name but a few factors, his music was deeply rooted in tradition. Thus, for instance, Webern’s music was much more modern and novel, because it was very consistent regarding this new invention. He searched for novelty in all ­parameters and wrote great music of crystalline perfection for which he had to pay the price of writing very little, of remaining in a creative strait­ jacket, as it were. Progress is something relative. I detest dogmas, whether political or musical, and I think it is great that we can find novelty and ­invention in the most different realms – including the music of native non-European cultures.

I detest dogmas


Towards contemporary music in Turkey by Emre Sihan Kaleli

Musical life in Turkey underwent radical changes around 1923, when the Turkish Republic was founded. Under the influence of the westernization politics of the first Republican government polyphonic music, the tempered tuning system and academic educational institutions were introduced. This meant a complete break with the prevalent musical traditions of monody, non-tempered tuning systems and nonacademic forms of musical practice, such as the oral education from master to student. In this early period the Republican governments also founded opera houses and orchestras for symphonic concert music. Young musicians were sent to Austria and composers to France to study Western music, while at the same time the collective consciousness was pushed to a singularity based on nationalistic modernism, the underlying ideology of the regime. This served to create total loyalty and obedience to the militaristic government, which generated the mechanisms of denial of different ethnic groups, ideological and religious identities. Experiences in musical composition were embodied in the works of the five most popular Turkish composers, the so-called Turkish Five: Ahmed Adnan Saygun, Ulvi Cemal Erkin, Cemal Resit Rey, Hasan Ferit Alnar, Necil Kazim Akses. The trademark of the Turkish Five was an obvious nationalistic attitude that was more or less dictated by the government and labelled by Turkish intellectuals as a form of synthesis between Turkish musical material and technical tools of organization according to the norms of Western music. Besides Western forms, folkloric genres were inserted into harmonic & polyphonic contexts. Thus, analogous to the political situation, also in music a form of singularity occurred. More recently however, close relations with the USA and becoming an EU candidate have induced new developments of a more liberal character. Younger generations of Turkish composers have had the opportunity to get acquainted with a larger palette of the world’s new musical tendencies. The fascination of some of the composers for the post-war avant-garde, American minimalism and experimental music has led to expansions in both the aesthetical and technical aspects of musical composition. Besides that, a serious interest in the tradition of the monody of the

Ottoman Era has occurred. Some composers chose to follow the lines of western contemporary music while others perform research on possible forms of synthesis. Today, while people are speaking about settlement in Turkey, about pay-off and forgiving, about revolution and counter-revolution, about politics of denial and facing history, young Turkish composers are becoming witnesses – as objects and as subjects – of a great transition. If I may quote my young colleague Murat Colak: ‘After decades of living in cultural chaos and dilemma between Eastern and Western values, finally these lands are witnessing a unique scene of concert music being formed.’ It is however still difficult to speak of a fruitful and productive contemporary music scene in the full sense: the lack of an ensemble culture in Turkey undermines the motivation of many composers. Nevertheless, young Turkish composers feel the spirit of their time and strive to reflect this in their very own way: standing in a great multi-cultural heritage they share a unique form of sensitivity.


Turkish Composers Competition do 17 mei 2012 Amsterdam Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 Turkey Now! Festival za 19 mei Korzo Theater Den Haag 20.30

Het Nieuw Ensemble organiseert een Turkish Composers Competition: ­componisten met de Turkse nationaliteit worden ­uitgenodigd een werk te schrijven voor de bezetting van het Nieuw Ensemble. Ze kunnen hun partituren tot 1 maart 2012 inzenden. De winnende werken zullen worden uitgevoerd in het Turkey Now! Festival 2012 – dat in het teken staat van 400 jaar betrekkingen tussen Turkije en Nederland. The Nieuw Ensemble of Amsterdam organizes a competition for Turkish composers. This event will take place in the framework of Turkey – The Netherlands 2012 programme, which marks the 400 years of relations and cultural exchange between Turkey and the Netherlands. All composers who have a Turkish citizenship and were born after 1 January 1977 are invited to write a work for the Nieuw Ensemble and send their scores before 1 March 2012. All entries will be evaluated by an international jury. The selected works will be premiered by the Nieuw Ensemble in May of 2012 in Amsterdam and in The Hague. Authors of selected works will be invited to Amsterdam and hosted by the NE to attend the rehearsals and the premiere.


Alles kan! kan alles?

componistenpracticum vr 8 juni 2012 Conservatorium van Amsterdam 20.15 Composers’ Festival Lucas Vis dirigent De tijd dat dwingende regels bepalen wat ‘goede’ en ‘foute’ noten zijn is voorbij. Bovendien kunnen componisten onbekommerd tappen uit alle mogelijke vaatjes, zeker nu alle muziek met een paar muisklikken kan worden opgeroepen. Alles lijkt te kunnen: technisch, esthetish, ethisch… Maar is dat werkelijk zo? Die vraag staat centraal in het componistenpracticum, dat in oktober 2011 van start gaat. Elke maand kunnen compositiestudenten uit Amsterdam, Rotterdam en Den Haag schetsen van composities in wording laten spelen door de musici van het NE. Ze vinden uit of hun muziek in de praktijk net zo klinkt als ze zich schrijvend aan hun partituur hadden voorgesteld, of alles kan. Ook krijgen ze inzicht hoe ze de mogelijkheden van de instrumenten en de musici effectief kunnen benutten. Onder begeleiding van dirigent Lucas Vis, coördinator Joël Bons en gastdocenten slijpen ze een half jaar aan hun composities. Tijdens de slotconcerten in juni beleven de voltooide werken hun première.


dvd, cd’s Mauricio Kagel Kantrimiusik | Solisten, Nieuw Ensemble/Ed Spanjaard Winter & Winter 910 150-2

kaartverkoop

Amsterdam Amsterdams Uitburo 0900 0191 | www.aub.nl Concertgebouw Pierre Boulez Éclat | Nieuw Ensemble/Ed Spanjaard 0900 671 8345 | www.concertgebouw.nl (documentary by Frank Scheffer and Joël Bons). Muziekgebouw aan ’t IJ Sur incises | Ensemble InterContemporain/ 020 788 2000 | www.muziekgebouw.nl Pierre Boulez DVD 9DS15 Paradiso 020 626 4521 | www.paradiso.nl Elliot Carter Luimen | Scrivo in vento | Arnhem Con leggerezza pensosa | Changes | Esprit rude – Musis Sacrum Esprit doux II | Trilogy | Gra | Enchanted Preludes | 026 443 7343 | www.mssa.nl 90+ | Canon for 4 | Nieuw Ensemble/Ed Spanjaard De Bazel Naïve MO 782089 026 377 7111 | www.studiopiano.nl Den Bosch Calliope Tsoupaki St. Luke Passion | De Toonzaal 073 612 2123 | www.detoonzaal.nl Solisten, Byzantine Choir, Nieuw Ensemble/ November Music Ed Spanjaard Etcetera KTC 1402 073 612 2000 | www.novembermusic.net Den Haag Brian Ferneyhough Shadowtime (opera) | Neue Vocalsolisten Stuttgart, Nieuw Ensemble/ Dr Anton Philipszaal Jurjen Hempel NMC Recordings D123 070 880 0333 | www.ldt.nl Korzo Theater Guo Wenjing Wolf Cub Village (opera) | 070 363 7540 | www.korzo.nl Enschede Solisten, Nieuw Ensemble/Ed Spanjaard Zebra 002 Muziekkwartier 053 485 8500 | www.muziekkwartier.nl Robin de Raaff Raaff (opera) | Solisten, Nieuw Ensemble/Lawrence Renes Etcetera KTC 1370 Maastricht Theater aan het Vrijthof Francis Poulenc Les mamelles de Tirésias (opera) | 043 350 5555 | www.theateraanhetvrijthof.nl Opera Trionfo, solisten, Nieuw Ensemble/ Utrecht Ed Spanjaard Brilliant Classics 92056 Vredenburg Leeuwenbergh 030 231 4544 | www.vredenburg.nl Arthur Honegger Les aventures du roi Pausole (opera) | Opera Trionfo, solisten, Nieuw Ensemble/ overige websites Ed Spanjaard Brilliant Classics 9152 Atlas Ensemble www.atlasensemble.nl BAMdialogue www.sites.google.com/site/bamdialogue/ Franco Donatoni Spiri | Fili | des Près | Refrain | Conservatorium van Amsterdam Etwas ruhiger im Ausdruck | Nieuw Ensemble/ www.conservatoriumvanamsterdam.nl Ed Spanjaard Etcetera KTC 1053 Festival van Vlaanderen www.festivals.be Gaudeamus Muziekweek www.muziekweek.nl Brian Ferneyhough La chute d’Icare | Mnemosyne | Huddersfield Contemporary Music Festival Superscriptio | Intermedio alla ciaccona | www.hcmf.co.uk Etudes transcendantales | KAMconcerten www.kamconcerten.nl Nieuw Ensemble/Ed Spanjaard Etcetera KTC 1070 Proms www.promsaanhetij.nl Shanghai New Music Week www.shcnmw.com Theo Loevendie Venus and Adonis | Strides | Six Turkish Folkpoems | Music for Flute and Piano | Two Songs | Back Bay Bicinium | Nieuw Ensemble/ Ed Spanjaard Etcetera KTC 1097


Abonnementen Amsterdam

Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 020 788 2000 | www.muziekgebouw.nl Edgard Varèse & Igor Stravinsky do 27 oktober 2011 Context 2011 do 24 november 2011 Anton Webern & György Kurtág do 23 februari 2012 Gérard Grisey & Unsuk Chin do 26 april 2012 Serie 4 concerten € 83,20 Concertgebouw kleine zaal 20.15 Kam-serie 0900 671 8345 | www.concertgebouw.nl Meesters van de 20ste eeuw vr 4 november 2011 Quest vr 16 maart 2012 impressie en expressie – Parijs en Wenen di 10 april 2012 Serie 3 concerten € 90,–

Den Haag

Dr Anton Philipszaal 20.15 070 880 0333 | www.ldt.nl Edgard Varèse & Igor Stravinsky wo 26 oktober 2011 Anton Webern & György Kurtág vr 24 februari 2012 impressie en expressie – Parijs en Wenen zo 15 april 2012 (locatie Nieuwe Kerk) Serie 3 concerten € 65,– Korzo Theater 070 363 7540 | www.korzo.nl Made in Brazil zo 23 oktober 2011 16.00 Turkish Composers Competition za 19 mei 2012 20.30 Serie 2 concerten € 35,–

Den Bosch

De Toonzaal 20.30 073 612 2123 | www.detoonzaal.nl Meesters van de 20ste eeuw do 3 november 2011 Quest do 15 maart 2012 impressie en expressie – Parijs en Wenen do 12 april 2012 Serie 3 concerten € 88,50

Enschede

Nationaal Muziekkwartier 20.00 053 485 8500 | www.muziekkwartier.nl Igor Stravinsky & Edgard Varèse di 8 november 2011 Anton Webern & György Kurtág di 21 februari 2012 impressie en expressie – Parijs en Wenen vr 13 april 2012 Serie 3 concerten € 74,60 toprang | € 65,20 rang 1 | € 55,80 rang 2 | € 46,40 rang 3

Utrecht

Vredenburg Leeuwenbergh 20.00 030 231 4544 | www.vredenburg.nl Gaudeamus Muziekweek vr 9 september 2011 (20.15) Meesters van de 20ste eeuw do 17 november 2011 impressie en expressie – Parijs en Wenen za 7 april 2012 Serie 2 concerten (17/11 en 7/4) € 50,– Abonnementen kunnen online besteld worden op de website van het Nieuw Ensemble: www.nieuw-ensemble.nl.


Colofon

Redactie Joël Bons, Dimitri van der Werf Grafische vormgeving en illustraties Reza Abedini Drukwerk Lenoirschuring Fotografie Kadir van Lohuizen Nieuw Ensemble Joël Bons, Werry Crone, Thomas Lenden, Caio Amon, Pieter Boersma Atlas Academy Gerrit Schreurs Guus Janssen Nana Watanabe Tan Dun Katherine Young – Getty Images Edgard Varèse Getty Images Béla Bartók Giel Vleggaar Mayke Nas Getty Images Anton Webern Jean Pierre Jans Joël Bons en Ed Spanjaard Guy Vivien George Crumb Arnold Schönberg Center Webern en Schönberg Seoul Philharmonic Orchestra Unsuk Chin De Stichting Nieuw Ensemble ontvangt een meerjarige subsidie van het Fonds Podiumkunsten voor de activiteiten van het Nieuw Ensemble en het Atlas Ensemble. De Atlas Academy wordt mogelijk gemaakt door een meerjarige subsidie van de Gemeente Amsterdam. De optredens van het Nieuw Ensemble in Shanghai zijn mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Amsterdam, het Nederlands Consulaat in China en Pro Helvetia. 05x745 NE Cover.indd 4-5

05-09-11 16:15


info@atlasensemble.nl www.atlasensemble.nl

info@nieuw-ensemble.nl www.nieuw-ensemble.nl

Piet Heinkade 5 1019 BR Amsterdam  tel 020 519 1880 fax 020 519 1881

05x745 NE Cover.indd 2-3

05-09-11 16:15


Brochure Nieuw Ensemble 2011-2012