Issuu on Google+

Evy Anyssa de Burger 3 LOA

Handleiding leerkracht


1. Inleidend woord: Beste leerkracht, Sinds 1 september 2007 bestaan de ICT-eindtermen. Deze kwamen er naar aanleiding van diverse onderzoeken in opdracht van de toenmalige minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten. Uit deze onderzoeken vloeide de ICT-diamant voort. Deze bevat de leerprocesgerichte competenties i.v.m. ICT. Via deze handleiding, de daarbij horende PowerPointpresentatie voor ouders en het werkboek voor de leerlingen, kan U samen met de ouders en uw leerlingen, werken aan één van de 8 eindtermen, namelijk: “De leerlingen gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.” In deze handleiding vindt U de nodige leerinhoud en achtergrondinformatie om in uw klas aan het werk te gaan. Om de leerstof bij de leerlingen over te brengen, zal ook naar het werkboek van de leerlingen verwezen worden.


2. Communicatie: 2.1: Etiquette op het net! Nettiquette = een samenvoeging van de woorden netwerk en etiquette. De nettiquette omvat de ongeschreven richtlijnen en gedragsregels voor het gebruik van internet. De regels uit de nettiquette zijn informeel in te delen in twee categorieën: technologisch en cultureel bepaalde regels. De nettiquette zijn dus van toepassing op alle mogelijke digitale manieren van communicatie. Hierbij denken we aan (school)forums, chatboxen, e-mails, internettelefonie, blogs, foto’s of filmpjes van jezelf en/of anderen,… Lijst met mogelijke nettiquetteregels: • Houd online dezelfde gedragsstandaarden aan als in het gewone leven. • Respecteer privacy van andere mensen. • Doe niet mee aan kettingbrieven of rampberichten. • Maak een onderscheid tussen “beantwoorden” en “beantwoorden aan allen” wanneer je reageert op een e-mail. • Beantwoord nooit meteen een boze e-mail. • Schrijf korte en bondige teksten, zonder te vervallen in telegramstijl die aanleiding kan geven tot misverstanden. • Geef in een bericht een duidelijk onderwerp mee. • Antwoord nooit meteen als je boos of humeurig bent. • Wees voorzichtig met grappen en sarcasme. • Maak gebruik van emoticons om gevoelens weer te geven. • Gebruik geen hoofdletters als dit niet nodig is. Ze zijn schreeuwerig en onbeleefd. • Let op leestekens (interpunctie). • Vergeet nooit dat je praat met mensen. • Zorg ervoor dat het lettertype dat je hanteert duidelijk is voor de lezer. • Roddel niet via internet. • Spreek altijd in de ik-persoon wanneer je jouw mening of kritiek geeft. • Maak geen misbruik van je macht. • Controleer elke dag of er e-mail binnengekomen is en blijf binnen de door de Internet-aanbieder gestelde hoeveelheid schijfruimte. • Verwijder berichten die je niet wil. Deze berichten nemen onnodige schijfruimte in beslag. • …


2.1.1: Vakoverschrijdend werken. Voer met je leerlingen een onderwijsleergesprek over wat zij verstaan onder nettiquette. Dit onderwijsleergesprek kan gevoerd worden tijdens een les Nederlands. Als leerkracht kan je de leerlingen ook vragen om een gesprekje rond “praten via het net” voor te bereiden en vervolgens per 2 te doen. Volgende vragen kunnen gesteld worden: • Wat zouden volgens jullie goede nettiquetteregels zijn? • Wie heeft er al eens op een grove manier gecommuniceerd via het internet? • Wat is het grote verschil tussen communiceren via het net en echte communicatie? • Ben je zelf al eens op een onbeleefde manier aangesproken op internet? • … 2.1.2: Werkboek. Opdracht 1: Bedenk zelf 5 geboden om beleefd en respectvol met elkaar te praten via het net.  Zie werkboek leerlingen pagina 1. Opdracht 2: De leerlingen spelen hier in op een concrete situatie die in het werkboek beschreven wordt. Het is de bedoeling dat ze Tim het juiste advies geven over wanneer, hoe,… hij best een e-mail terug stuurt.  Zie werkboek leerlingen pagina 2. Opdracht 3: De leerlingen beoordelingen de stellingen. Indien de stelling volgens hen fout is, schrijven ze het juiste antwoord op, op de daarvoor voorziene plaats.  Zie werkboek leerlingen pagina 2. Klasgesprek: Voer met de leerlingen een klasgesprek over hun 5 geboden. Maak vervolgens samen met hen een lijst met 10 geboden i.v.m. nettiquette. Zeg dat dit de oorkonde van de klas wordt. Het zou leuk zijn dat je vervolgens alle leerlingen deze oorkonde laat ondertekenen en ophangt in de klas en eventueel ook in de computerklas van de school.


3. Veiligheid 3.1: e-mails Naast chatten is mailen een populaire manier van digitale communicatie. Er gaan echter enkele gevaren schuil binnen dit e-mail verkeer. Het is daarom van belang dat leerlingen niet alleen op een beleefde manier (volgens de nettiquette) met elkaar mailen, maar dat ze dit ook leren te doen op een veilige manier. 3.1.1: Een e-mailadres. Om de privacy van de leerlingen te beschermen, kan je hen als leerkracht tips meegeven bij het aanmaken van een e-mailadres. Het is aangewezen om deze regels ook consequent op school in acht te nemen. Zorg er voor dat wanneer de leerlingen beschikken over een e-mailadres via de school of wanneer er een e-mailadres is van de klas, deze aan de volgende vereisten voldoet. Adviseer de leerlingen nooit een e-mailadres aan te maken waarin hun voor- en achternaam in voorkomen. Op deze manier kunnen personen met verkeerde bedoelingen bepaalde persoonsgegevens achterhalen van de leerling in kwestie. Hierbij denken we aan woonplaats, leeftijd, broers/zussen,… Laat hen daarom kiezen voor een nickname. Wijs hen op het feit dat deze nickname neutraal dient te zijn. Zo wordt er het best vermeden dat een nickname seksueel of politiek getint is. Voorbeelden en niet-voorbeelden: Om leerlingen duidelijk te maken wat al dan niet een goede nickname is, kan je gebruik maken van volgende voorbeelden en niet-voorbeelden. Goed Fluobolleke Niemandje Dubbelpunt …

Fout Hotlover Al Quaida Extreem rechts …

De leerlingen kunnen er ook gewoon voor opteren om een valse voornaam te gebruiken. Bijvoorbeeld: “Juuleke” terwijl hij eigenlijk Pieter heet. “Mariake” terwijl ze eigenlijk Amber heet. 3.1.2: werkboek. Opdracht 4: De leerlingen bedenken een goed en veilig e-mail adres voor zichzelf. Hierbij houden ze rekening met de tips die ze van de leerkracht kregen.  Zie werkboek leerlingen pagina 3.


Aansluitend kan je bij de leerlingen ook informeren naar hun e-mailadressen (indien ze deze al hebben). Laat hen dan zelf reflecteren over het feit of ze een veilig of onveilig e-mailadres hebben. In het laatste geval, adviseer je hen het beste om hun e-mailadres te wijzigen. 3.1.3: Spam. Spam = ongewenste reclame die je via e-mail ontvangt. De term “spam” is geïntroduceerd door de stand-up comedians van Monty Python. Die maakten een sketch over een koppel dat een taverne binnenstapt voor een lekkere hap. Helaas, bij elke schotel op het menu zit “spam”. Hiermee bedoelt men Amerikaans varkensvlees uit blik. Wat het koppel ook porbeert, altijd weer kiepert de kok er een schep spam bovenop. Percies wat nu gebeurt met je mailbox: je krijgt stapels berichten die je niet wenst. De onderwerpen die aan bod komen in de spam liggen ver uit elkaar. Het gaan van bedelbrieven, reclame voor reizen, banken tot zelfs porno! Als volwassene ervaar je dit uiteraard als heel vervelend maar je weet hoe ermee om te gaan. Wanneer kinderen echter met dergelijke spam (zoals porno) geconfronteerd worden, weten zij dit niet. Leg uit aan je leerlingen wat spam is (zie definitie). Maak hen ervan bewust dat ook zij deze ongewenste berichten kunnen krijgen in hun mailbox. Een klasgesprek: Voer met je leerlingen een klasgesprek over spam. Je kan het gesprek laten leiden door volgende vragen: • • • • •

Wie heeft al eens spam ontvangen in zijn/haar mailbox? Wat heb je toen met die spam gedaan? Waarom? Waarom zouden mensen spam doormailen naar iemand? Is spam gevaarlijk? Waarom? …

Dit klasgesprek kan je als leerkracht integreren in een les Nederlands maar ook in een les godsdienst. Het sturen van spam is namelijk ook een vorm van cyberpesten. Pesten is een thema dat binnen de godsdienstlessen wel eens aan bod komt. 3.1.4: werkboek. Opdracht 5: Herkennen van spam. In het werkboek van de leerlingen staan diverse boodschappen die ze in hun mailbox hebben gekregen. De leerlingen moeten beoordelen of het om spam gaat of niet.  Zie werkboek leerlingen pagina 3.


Correctiesleutel: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Klik hier en wint €1000 = spam. Op 1 juni geef ik mijn verjaardagsfeest = geen spam. Vul al uw gegevens in en wordt lid van onze bank = spam. Klik hier voor meer spelplezier = spam. Lees hier het verslag van de leerlingenraad = geen spam. Nu kopen = gratis computerspel! = spam.

Preventief handelen: Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen! Helaas kan je jezelf en anderen nooit 100% beschermen tegen spam. Toch zijn er enkele maatregelen die je preventief kan nemen om de hoeveelheid spam te beperken. • Installeren van software tegen spam. • Kijk goed uit bij het invullen van formulieren op websites. Meestal staat ergens heel klein beschreven dat de persoonsgegevens kunnen worden doorgegeven aan andere bedrijven. • Laat je e-mailadres registreren op de “Robinsonlijst”. Deze lijst heeft hetzelfde doel als het kleven van een sticker “geen reclamedrukwerk a.u.b.” op je brievenbus. • Zorg dat je e-mailadres niet op een site staat. • Wanneer je jouw e-mailadres achterlaat, doe dit dan onder beschermende vorm. (onderwijs(atteken)vlaanderen.be) Achtergrondinformatie: Als achtergrondinformatie voor jezelf of om als extra mee te geven aan je leerlingen of aan hun ouders kan je toelichten hoe spammers aan jouw e-mailadres komen. Ten eerste is het belangrijk om weten dat dit volledig illegaal is! Ten tweede zijn er zo’n vijftal gemakkelijke manieren om aan jouw e-mailadres te komen. Een kort overzicht: • Het zoekwerk door spamrobots. Zij zoeken wereldwijd websites af naar e-mailadressen. Deze herkennen ze door het -teken. • Via kettingmails. Deze gaan vaak niet alleen naar contactpersonen uit het adresboek maar ook naar een spamcentrale. • Zoekmachines sturen soms e-mails met een bevestigingsvraag wanneer ze vermoeden dat het gaat om een e-mailadres. • Via links van bepaalde websites. Wanneer je een link volgt via je mail, gaat je adres automatisch mee. • Virussen of spyware nestelen zich in een computer, verzamelen alle emailadressen uit het adresboek en sturen die door naar de verzamelaar.


Op de website www.ecops.be kan je problemen met spam online melden. Je kan je ook richten tot e website van de federale spamsquad. Daar vind je allerlei adressen waar je klacht kunt indienen. 3.1.5 Privacy. Breng je leerlingen vooral bij dat ze het steeds in vraag moeten stellen of het wel zinvol is persoonlijke gegevens achter te laten op een bepaalde website. Maak hen ervan bewust dat deze gegevens wel eens in foute handen terecht kunnen komen. Zeg daarom dan ook tegen je leerlingen dat ze steeds raad moeten vragen aan een volwassene wanneer er hen gevraagd wordt persoonlijke gegevens in te vullen. Geef hen echter al één gouden regel mee: Vul nooit bank- of kredietkaartgegevens in! Deze raad is misschien nog niet echt van toepassing voor kinderen van de lagere school, toch is beter deze raad te vroeg dan te laat te geven. Ooit komt er immers een dag dat ze van hun ouders een bankkaart krijgen van hun jongerenrekening. Het is zelfs zo dat banken 12-jarigen aanschrijven om een rekening te openen. Dit gebeurt jaarlijks rond de periode van het Vormsel. Bovendien zouden ze wel eens de bank- of kredietkaartgegevens van een oudere broer/zus of hun ouders kunnen doorgeven. 3.1.6: werkboek. Opdracht 6: Laat de leerlingen zelf tot deze gouden regel komen door hen de boodschap te laten ontcijferen in hun werkboekje. Als de ze cijfercode van het alfabet kunnen kraken, wordt de gouden regel zichtbaar.  Zie werkboek leerlingen pagina 4. Codewoord = wachtwoord. Opdracht 7: In deze opdracht laat je de leerlingen nadenken over hoe persoonlijk de opgesomde gegevens voor hen zijn. Ze moeten telkens per gegeven een quotatie geven van 1-3. 1 = heel erg privé 2 = een beetje privé 3= niet zo privé  Zie werkboek leerlingen pagina 4.


3.2: Kopen via het internet Ook dit heeft te maken met veiligheid. Kinderen worden steeds jonger geconfronteerd met de mogelijkheid om dingen online te kopen. Denk maar aan computerspelletjes. Klasgesprek: Houd met je leerlingen een klasgesprek over kopen via het internet. Hierbij kan je volgende begeleidende vragen stellen. • • • • •

Wie heeft er ooit al eens iets gekocht via internet? Ken je mensen die kopen via het internet? Zijn er gevaren aan het kopen via internet? Wat zou jij ooit willen kopen via internet? …

Geef vervolgens aan de leerlingen concrete tips i.v.m. het kopen op het internet. Concrete tips: • Koop alleen op sites die de verplichte informatie geven. • Lees, print en bewaar de algemene verkoopsvoorwaarden. • Overleg steeds met je ouders. • Kijk na of er een dienst na verkoop is. • Bevestig nooit je bestelling alvorens je weet wat de totale kostprijs zal zijn. • Print en bewaar je bestelbon. • Betaal liefst niet op voorhand, maar na ontvangst van je bestelling. Indien dit niet mogelijk is, betaal dan met een kredietkaart. • Labels geven niet altijd de zekerheid dat de webwinkel te vertrouwen is. Informeer eerst bij de uitgever van het label. 3.2.1: werkboek. Opdracht 8: Laat de leerlingen in het werkboek de vragenlijst invullen om te testen hoe veilig ze communiceren.  Zie werkboek leerlingen pagina 5. Klasgesprek: Later kan je de resultaten van de test in klasverband bespreken.


Laat de leerlingen zelf besluiten of ze veilig communiceren via internet. Indien niet het geval is, kan je hen oplossingen laten bedenken om dit in de toekomst wel te doen.

4. Synthese 4.1: Taalspelletjes. Deze taalspelletjes kan je de leerlingen zelfstandig of per twee laten oplossen. Het kruiswoordraadsel vormt een synthese van de begrippen die tijdens de lessen aan bod zijn gekomen. ďƒ  Zie werkboek leerlingen pagina 6-7. Correctiesleutel kruiswoordraadsel: 1: e-mail 2: nickname 3: nettiquette 4: webwinkel 5: praten 6: robinsonlijst 7: reclame 8: wachtwoord Codewoord = internet Oplossing verbindingsoefening: Bbb Comp f2f ly4e np Prw POS

= Bye bye baby = Computer = Face to Face = Love you for ever = No problem = Parents are watching = Parents over Shoulder

Oplossing rebus: Het gezochte woord = computer


5. Bestaand lesmateriaal Tot slot Rond dit thema bestaat al lesmateriaal. Dit materiaal kan ook geïntegreerd worden binnen de lessen ICT. Zo heeft de Vlaamse Overheid een boekje “Veilig online” uitgegeven. (DE CRAEMER, J., SLEEDRAEYERS, L. & MAES, E. (ill.), Veilig online Tips voor veilig ICT-gebruik op school, Vanden Broecke, 2007.) Bij dit boekje zit een cd-rom ingesloten. Op deze cd-rom staat een quiz die je met de leerlingen kan doen. Deze quiz gaat over hun koopgedrag op het internet.

6. Bronnen • www.freewebs.com • DE CRAEMER, J., SLEEDRAEYERS, L. & MAES, E. (ill.), Veilig online Tips voor veilig ICT-gebruik op school, Vanden Broecke, 2007 • www.wikipedia.org • www.donboscohoboken.be


Sensibiliseringscampagne