Issuu on Google+

Praat liever over wat wel werkt Waar een probleem vandaan komt is vaak minder interessant dan uitzoeken wat er aan gedaan kan worden. Dat geldt bij pesten, maar ook bij leerlingen die negatief zijn en zich niet makkelijk uiten. Een oplossingsgericht gesprek geeft uitzicht op wat wel werkt.

Franco is een jongen die in een time-out opvang gezeten heeft. Bij het terugschakelen naar de school van herkomst, heeft Milouda, assistent-leerkracht en mentor, na een week een gesprek met hem. Franco heeft het moeilijk om de aansluiting weer te hervinden. Met het leren gaat het redelijk. Hij heeft wel regelmatig conflicten met medeleerlingen en leerkrachten. Op de vraag ‘Vertel eens Franco, wat is er van de week gebeurt?’ somt de jongen mechanisch op wat er allemaal is mis gegaan. En als Milouda vraagt wat hij goed vond gaan, antwoordt hij: ‘Ik heb niks goed gedaan deze week!’ Milouda: Enig idee wat er allemaal veranderen moet? Franco (zuchtend): Beter opletten waarschijnlijk, geen ruzie maken… Stilzitten, niet zoveel vragen stellen, de meester niet onderbreken… Milouda: Oké, oké – ik begrijp het; het wordt vast een heleboel. Het lijkt me goed dat we het daar de komende keren over hebben, beetje voor beetje dan hoor; anders krijgen we veel te veel op ons bord. Franco: Dat schiet niet op natuurlijk. Milouda: Wat bedoel je? Franco: Als alles niet verandert, ben ik zo weer de … Milouda: Leg eens uit. Franco: Ik doe wel eens mijn best. Dan steek ik mijn vinger op bijvoorbeeld en onderbreek de meester niet ongevraagd. Milouda: En dan? Franco: Dan doe ik weer wat anders verkeerd. Laat ik m’n tas vallen of zo, of doe ik deur te hard dicht. Milouda: En zo is er altijd wat. Franco: Ja. Milouda: Oké. Heb ik een voorstel. We gaan het erover hebben – en ik zal tegen de meester zeggen, dat we niet alles gelijk kunnen doen; hij moet een beetje geduld hebben. Maar voor we beginnen, heb ik eerst nog een andere vraag. Als je dingen in je leven gaat veranderen, is dat prima natuurlijk. Maar voor je het weet, gooi je alles overhoop. Franco: Dat is toch de bedoeling? Milouda: Dat weet ik nog zo net niet. Zou je nou eens een week lang, elke dag een paar mi-

nuutjes, op een kladje willen schrijven wat je houden wil. Niet veranderen dus, omdat het goed gaat, of belangrijk voor je is. Het mag overal over gaan, de klas, jouzelf – alles is goed Dat ik bij Daley wil bijvoorbeeld? Wat bedoel je? Als ik naar een andere klas moet, wel

Franco: Milouda: Franco: samen met Daley… Milouda: Wie zegt er dat je naar een andere klas moet? Franco: Dat zou toch kunnen? Maar dan wil ik dat Daley meegaat; hij is m’n vriend. Milouda: Belangrijk voor je? Franco: We doen thuis ook heel veel samen. Milouda: Nou, dat bedoel ik dus: verzamel nu eens een weeklang ál die dingen waarvan je zegt: die wil ik zo houden als ze nu zijn. Je hebt Daley al genoemd; er is vast nog wel meer…. Franco wil alweer beginnen, maar Milouda houdt hem tegen. “Schrijf het maar op. Ik moet nu naar de meester om die afspraak van daarnet door te geven, en volgende week zie ik je weer. Vergeet je kladje niet hè?!” Ze krijgt een grijns. Een week later gaat het gesprek over de aantekeningen van Franco. Daar staat nogal wat op: over de meester, de klas, het bord, de pauze, de zelfwerkuren – en één voor één stelt Milouda aan de orde wat er voor Franco zo belangrijk aan is. Problemen te over, maar ze praten over zijn hulpbronnen. Niks goed bestaat niet. In een dergelijk gesprek is een leerling dus gebaat bij vragen als: • Wat is wel succesvol? • Wat is er nog om je in staat te stellen meer te doen van wat succesvol is? • Zie je zelf wat je eraan kan doen? • Wat is er nodig om de leerling dat te laten zien? • Kunnen anderen daarbij een rol spelen? Wie? Hoe? Wat kan nog meer helpen? Er zijn verschillende manieren om met leerlingen in gesprek te komen. We nemen het voorbeeld van een leerkracht voor een zeer moeilijke klas. Sander maakt een lijst met de problemen in de klas. De lijst ziet er als volgt uit: - De meisjes pesten elkaar - De jongens zorgen voor zeer veel onrust als de klas aan het werk is - De ouders hebben te weinig geld om ervoor te zorgen dat de kinderen goed naar school kunnen gaan. - De ouders van de leerlingen zijn niet geïnteresseerd in het schoolgaan van de leerlingen

Door Nico Schouws

-12-18

maart 2009

50

Je kunt in gesprekken proberen uit te zoeken waar een probleem vandaan komt. Je zoekt dan naar verbanden met een bepaalde oorzaak. Dat zijn vaak lastige gesprekken. Een alternatief is om een specifiek doel te kiezen om naar toe te werken of op te lossen. Je formuleert de problemen dan als doelen.


Oplossingsgericht werken - basisregels

Oplossingsgericht in gesprek

Als iets werkt, leer ervan en doe iets anders Als iets (beter) werkt, doe er meer van Als iets werkt, leer het aan een ander

Meer van hetzelfde! Gebruik alles! Complimenteer! Help de ander zichzelf te helpen!

Sander wordt niet vrolijk van deze opsomming. Waar moet hij beginnen? Hij besluit de leerlingen te laten beschrijven hoe het er aan toe gaat in een klas waarin iedereen het beste zou kunnen werken. De leerlingen maken een opsomming: • Geen lawaai maken • Geen geplaag • Niet met gummetjes of geodriehoeken gooien • Niet schelden • Niet aan elkaar zitten De leerkracht kan dit vrij makkelijk (positief) herkaderen: - ‘Geen lawaai maken’ wordt ‘we kunnen rustig werken’. - ‘Geen geplaag’ wordt ‘we zijn vriendelijk tegen elkaar’ . - ‘Niet met gummetjes gooien’ wordt ‘we laten de spullen op tafel liggen’. - ‘Niet schelden’ wordt ‘We praten vriendelijk met elkaar’. - ‘Niet aan elkaar zitten’ wordt ‘we lossen irritaties op met praten’.

Er is nu een opsomming van vier verschillende doelen. Ze zijn allemaal belangrijk en behoren niet in een bepaalde volgorde te staan. In plaats van uit te vinden waar te beginnen, zou het handig zijn om te bedenken welk doel het meeste positieve effect heeft op de andere doelen. Wanneer een leerling gestimuleerd moet worden om een bepaald doel zoals een examen te halen, dan is het beter de mogelijkheden en positieve effecten te benadrukken van een diploma dan te praten over de problemen van voortijdig ­schoolverlaten. Sleutelvragen in zo’n gesprek zijn: • Waarom is dit doel belangrijk voor jou? • Welke positieve effecten zal het bereiken van het doel hebben? • Welke andere positieve effecten zullen er zijn? • Welk voordeel levert dit voor jou op? Drs. Nico Schouws is docent/ontwikkelaar bij Fontys/OSO, contact n.schouws@fontys.nl. Hij werkte mee aan het ‘Handboek Oplossinggericht Werken in het Onderwijs’, Boom Onderwijs, ISBN 978904730166.

Door Nico Schouws

Gaat de leerkracht met de klas in gesprek, dan zou de lijst er als volgt uit kunnen komen te zien: • De meisjes moeten voor een veilige klas zorgen, waar iedereen zich thuis kan voelen.(geen geplaag) • De jongens moeten leren rustig te werken (geen lawaai, schelden of vechten)

• M  iddelen vinden zodat alle kinderen de spullen krijgen, waarmee ze naar school kunnen gaan en leren De ouders op een of andere manier betrekken/geïnteresseerd krijgen in het schoolwerk van de kinderen

-12-18

maart 2009

51


Ogw 12 18 maart 09