Page 1

NR 1 | APRIL 2016

SAMEN BOUWEN VOOR THE NEXT GENERATION • LEIDERSCHAP EN VISIE RESPONSIVE INFRA • THEMACENTERS


INFRA IN BEELD

Responsive samenwerken Een gedeelde agenda is het halve werk Dagelijks passeren ruim 110.000 passagiers station Amsterdam-Zuid. Om de groeiende capaciteit op te vangen, moet het station worden uitgebreid, maar deze zit ingeklemd tussen de A10 Zuid en de aangrenzende kantoorgebouwen. Rijkswaterstaat, ProRail en de gemeente Amsterdam werken daarom samen onder het project Zuidasdok aan onder andere het verbreden van de A10 en de aanleg van twee tunnels. Op een plek waar spoor, leidingen, (data)kabels en wegen – en dan niet de minste van Nederland – samenkomen, is het een grote uitdaging om de beschikbaarheid van al deze netten tijdens de bouw te kunnen blijven garanderen. Responsive samenwerken, door nu al agenda’s, data en kennis met elkaar te delen, houdt de maatschappelijke consequenties van het ruim 10 jaar durende bouwproject tot een minimum beperkt. Fotografie:www.hoogpunt.nl.


INFRA IN BEELD


Nederland mooier maken

ELEKTRISCH RIJDEN JA. JA. JA.

Autorijden geeft ons vrijheid. Elektrisch rijden houdt onze steden leefbaar en schoon. Daarom zijn we er al jaren mee bezig. We weten ondertussen alles over (nieuwe) standaarden, slimme contracten, effectieve technieken en belangrijke partnerships. We helpen u bij het ontdekken van de kansen en mogelijkheden, ontwikkelen actieplannen en zorgen voor succesvolle implementatie. Natuurlijk in samenwerking met alle relevante partijen. Kortom, volop kennis en ervaring waar u uw voordeel mee kunt doen. En de rest van de wereld trouwens ook. Meer weten? Bel Mark van Kerkhof 06-5582 5874 of mail kerkhof@appm.nl Wij horen graag van u.

hoofddorp

breda

zoetermeer

appm.nl


NGINFRA BEELDMERK & WOORDBEELD

COLOFON

Next Generation Infrastructures

Redactieraad jaargang 5 – #01 – 2016 Hoofdredacteur Judith Schueler

ProRail, Schiphol Group, Havenbedrijf Rotterdam en Alliander met elkaar samenwerken aan het creëren van responsive connections en een toekomstbestendige infrastructuur.

Redactie Lisette van Beusekom, Jeroen Bruinenberg, Yadi Dragtsma, Rudi Engel, Jan Jager, Miriam Meier- Boschaart

Art direction Gijsbert Raadgever – Akimoto

Uitgeverij Elba-Rec

Adres Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort T 033-8700 100 F 033-8700 101 NGinfra.nl

Productie BDUprint, Barneveld

E-mailadressen Redactie redactie@nginfra.nl Advertenties e.vaneekelen@elba-rec.nl Abonnementen abonnementen@elba-rec.nl

Over NGinfraMagazine NGinfraMagazine is een uitgave van Next Generation Infrastructures (NGinfra) en Elba-Rec. NGinfra is de naam van de stichting waarin Rijkswaterstaat, Vitens,

Elba-Rec biedt een totaalpakket van marketing, communicatie, data, netwerken en kennis op het gebied van stedelijke ontwikkeling, infrastructuur, inrichting, economie en vastgoed. Elba-Rec is uitgever van vakbladen en organisator van netwerkevenementen en reizen.

Chris Verstegen ProRail

Paul de Beijer Havenbedrijf Rotterdam

Esther Hardi Alliander

Jenne van der Velde Rijkswaterstaat

Marc Unger Schiphol Group

Rian Kloosterman Vitens

Judith Schueler Hoofdredacteur judith.schueler@nginfra.nl

Lisette van Beusekom Vakredacteur l.vanbeusekom@elba-rec.nl

Edgar van Eekelen Uitgever e.vaneekelen@elba-rec.nl

Abonnementen Vakblad NGinfraMagazine verschijnt 4 keer per jaar en is digitaal gratis in te zien. Wilt u een geprinte versie ontvangen, dan bieden we daarvoor ook abonnementen aan. Kijk voor meer informatie op www.elba-rec.nl.

Abonnementenregistratie Elba-Rec bv Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort T 033-8700 100 F 033-8700 101 E: redactie@nginfra.nl

© NGinfra en Elba-Rec bv, Amersfoort NGinfraMagazine bevat informatie die met de grootste zorgvuldigheid is samengesteld. NGinfra, Elba-Rec en de bij deze uitgave betrokken auteurs en redactie zijn op geen enkele manier aansprakelijk voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van in deze uitgave opgenomen informatie.

NGINFRAMAGAZINE

5


HOOFDREDACTIONEEL

NGinfra geeft kleur aan ambities In de afgelopen jaren bewoog Next Generation Infrastructures zich van het ene memorabele feit naar het andere. Eerst vierden we dat ProRail, Alliander, Havenbedrijf Rotterdam en Rijkswaterstaat als Nederlands grote infrabeheerders en infra-eigenaren hun krachten bundelden en we verheugden ons over het feit dat Vitens en Schiphol zich daar al snel bij aansloten. Daarna schetsten we een uitdagend kennisprogramma met experts uit wetenschap en praktijk, die daarmee inmiddels volop aan het werk zijn. Vervolgens besloten we dat we de naam Next Generation Infrastructures (NGinfra) zouden overnemen van het reeds afgesloten onderzoeksprogramma, maar met nieuwe uitdagingen, nieuw elan en nieuwe bestuurders. Tot slot ontwierpen we een nieuw beeldmerk en een lijfspreuk: ‘creating responsive connections’. In deze uitgave (in een nieuw jasje natuurlijk) geven we kleur aan NGinfra. We doen dat door mensen aan het woord te laten over de ambities die we samen hebben. En ook over waar we het verschil kunnen

6

gaan maken. Visie en Leiderschap vormen daarbij de rode draad. Zo lunchen we bijvoorbeeld met Herman Meijer, lid van het Themacenter Data & Security. We spreken uitgebreid met Peter Molengraaf en Marc Unger in hun rollen als lid van de Raad van Inspiratie en van de Programmaraad. (pag 12) En we bevragen de wetenschappelijke leiding van de NGinfra, Margot Weijnen en Wijnand Veeneman. (pag 26) Ook de Themacenters, het inhoudelijke middelpunt van NGinfra, presenteren zich in woord en beeld. In de nieuwe rubriek 360-graden-infra (pag 36) vragen we mensen uit de infrapraktijk om feedback op het functioneren van de infrastructuren in Nederland. En in de wetenschapsrubriek geeft Erik van der Vleuten (pag 42) als eerste invulling aan ‘responsive infrastructures’ vanuit zijn discipline. We horen van Rosabeth Moss Kanter, (pag 18) een zeer invloedrijke Amerikaanse Harvard-professor, over de ontwikkelingen na de recente presentatie van haar boek over infrastructuur.

In NGinfra komen heel veel ambities samen. Ambities van visierijke leiders die goede samenwerking in de infrastructuur als kans zien om Nederland economisch te laten floreren, van gepassioneerde wetenschappers die smullen van de infra-cases en die hun kennis graag vertalen naar de praktijk, en van resultaatgerichte medewerkers die samenwerking buiten de eigen sector zien als verruiming van de oplossingsmogelijkheden. En uiteindelijk is NGinfra ook de verwerkelijkte ambitie van Bert Klerk. Hartelijk dank voor zijn inzet om, als oud-president-directeur van ProRail, jarenlang de memorabele momenten van NGinfra mede mogelijk te hebben gemaakt. Er zijn natuurlijk nog veel meer ambities, kleuren, meningen en smaken te lezen in dit magazine en vooral ook daarbuiten. Word onderdeel van de responsive connections en geef uw respons aan: judith.schueler@ NGinfra.nl.

NGINFRAMAGAZINE


INHOUD F E AT U R E

INTERVIEW

F E AT U R E

INTERVIEW

Harvard-professor Rosabeth Moss Kanter:

‘Leaders cannot scare people into change’

ratie, die op een andere moment is geboren en dus ook in een andere cultuur.’

U

‘Infrastructuur moet zich daarom blijven ontwikkelen en aanpassen naar de vraag van de komende generaties. Die responsiveness hangt heel nauw samen met de next generation.’

Marc Unger en Peter Molengraaf lichten toe:

Het systeem gaat terugpraten Hoewel de exacte uitdaging voor Alliander en Schiphol Group zich op verschillende manieren manifesteert, hebben ze een grote gemeenschappelijke deler: het systeem gaat terugpraten.

M

voor the next generation start nu

Wat we vandaag aan infrastructuur bouwen moet nog decennia mee, maar hoe de wereld er dan uitziet weten we niet. Tegelijkertijd groeit de waarde van infrastructuur voor de samenleving. Responsive infrastructuur, klaargestoomd voor de next generation, is de gezamenlijke uitdaging van de infrabeheerders die zich in NGinfra hebben verenigd. Marc Unger en Peter Molengraaf leggen uit waarom dit juist nu belangrijk is. DOOR LISETTE VAN BEUSEKOM

A

fgelopen zomer voorspelde telecombedrijf Ericsson dat het internetgebruik tussen 2014 en 2020 zou verachtvoudigen. Amper een jaar later werden de cijfers omhoog bijgesteld. Door een stijging in videostreams, de verwachte komst van 5G en meer smartphoneabonnementen verwachten ze nu een vertienvoudiging. En wellicht is dat volgend jaar wel een vertwaalfvoudiging. Kortom, de snelheid waarmee (online) ontwikkelingen plaatsvinden is niet bij te houden, laat staan te voorspellen. De stijging in internetgebruik vereist echter wél een capaciteitsvergroting van onze fysieke data-infrastructuur. De omlooptijd van infrastructuur kan de verandersnelheid van de maatschappij niet bijbenen. Daarvan is datainfrastructuur slechts één voorbeeld. ‘Het tempo waarin veranderingen plaatsvinden, is vele malen hoger dan wij gewend zijn’, stelt Peter Molengraaf, voorzitter van de Raad van Inspiratie van NGinfra. ‘Het is de vraag hoe je daar als infrabeheerder mee omgaat, want bijhouden lukt niet. Hoe ga je dat managen? Technisch, maar ook financieel. Netten die we vandaag aanleggen moeten nog tientallen jaren mee.’ Het vooruitkijken, elkaar helpen met nieuwe

12

NGINFRAMAGAZINE

Peter Molengraaf, Voorzitter Raad van Inspiratie NGinfra en CEO Alliander

mogelijkheden creëren en het responsive maken van infrastructuur, zodat deze klaar is voor de next generation, is de gezamenlijke uitdaging van alle infrabeheerders. Marc Unger, voorzitter Programmaraad NGinfra namens Schiphol Group (U) en Peter Molengraaf (M) lichten toe wat dit betekent en waarom NGinfra daarin onmisbaar is.

‘Voor ons geldt dat de voorheen grotendeels gescheiden werelden van gebruik, transport en productie een geïntegreerd systeem moeten worden. Maatschappelijke druk en de roep om duurzaamheid maken dat een steeds groter aandeel van de energievoorziening afkomstig is uit natuurlijke bronnen. Waar energie altijd een markt was waarin productie op actuele energievraag werd afgestemd, worden energieleveranciers steeds meer aanbodafhankelijk. Het reguleren van de productie wordt lastiger. Zon en wind leveren voor de helft van de tijd energie. Productiepieken zijn - als de zon schijnt en de wind waait - zes keer groter dan de huidige piekbelasting. Onze netten en de distributiecapaciteit ervan kunnen die piek niet opvangen. Dat betekent dat gebruikers in die schommelingen zullen moeten meebewegen en wij de productie en capaciteit op elkaar gaan afstemmen. Bijvoorbeeld door te produceren op plekken waar distributiecapaciteit is.’

Vitale infrastructuur kan niet zonder visie en leiderschap. Als er iemand is die dat onderstreept, is het de Amerikaanse Harvard-professor Rosabeth Moss Kanter wel. In haar boek roept ze de leiders in de VS – waar 60 jaar lang te weinig werd geïnvesteerd in infrastructuur – op in beweging te komen. Judith Schueler kreeg de gelegenheid voor een exclusief interview. TED BAARTMANS & ANNE WILLEMSEN

De staat waarin de Amerikaanse infrastructuur verkeert is onvoldoende. Naar schatting een derde van de dodelijke ongelukken op de weg, zijn het gevolg van deze slechte conditie, zo ook op de Milwaukee Marquette Interchange. Het klaverbladkruispunt was niet langer toereikend voor de grote stromen verkeer en automobilisten moesten te veel lanen oversteken om van toerit naar afrit te komen. Mede hierdoor vonden er ruim 600 ongelukken per jaar plaats. Tussen 2004 en 2008 werd de Marquette volledig herbouwd voor een bedrag van 800 biljoen dollar. Na de renovatie is het aantal ongelukken gehalveerd.

U

‘Schiphol heeft zichzelf ten doel gesteld om in 2018 de beste digitale luchthaven van de wereld te zijn. Onderdeel daarvan is het creëren van de seamless journey voor

Infra voor de next generation NGinfra staat voor Next Generation Infrastructures. Wat bedoelen we daar eigenlijk mee, als de toekomst zich zo moeilijk laat voorspellen?

Marc Unger, Voorzitter programmaraad NGinfra en directeur Corporate Procurement van Schiphol Group

U

‘Ik denk bij next generation letterlijk aan bouwen voor de volgende generatie, zoals ook in het stationsgebied Utrecht gebeurt. De samenbindende slogan CU2030 verbeeldt dat het project zo’n impact heeft dat de generatie die in het eerste decennium van deze eeuw geboren werd, het eindresultaat pas ziet als ze volwassen is.’

M

‘In relatie tot onze sector denk ik ook aan de verantwoordelijkheid die je als infrabeheerder hebt en de plicht om alles netjes over te dragen aan de volgende gene-

NGINFRAMAGAZINE

20

13

REFLECTIE

tot in de aderen

Responsive

1 NGinfra verbindt wetenschap met de praktijk en biedt een platform voor kennisuitwisseling tussen infrabeheerders Eigenlijk is responsive infrastructuur een pleonasme. Want elke infrastructuur behoort responsive te zijn, zoals we dat in meerdere mate ook van de wetenschap verlangen. Maar theorie en praktijk liggen soms ver van elkaar verwijderd. Wijnand Veeneman, wetenschappelijk directeur van NGinfra : ‘Wetenschappers krijgen vaak het verwijt in zichzelf gekeerd te zijn en de wetenschap als doel an sich te beschouwen, maar de wetenschap is er met een doel, net als bruggen, havens en leidingen. Deze zijn aangelegd met het oog op hun maatschappelijke functie. Die maatschappelijke functie van wetenschap én infrastructuur willen we via NGinfra versterken door als wetenschappers expliciet de praktijk van infrabeheerders op te zoeken en tegelijkertijd een platform te bieden voor infrabeheerders om kennis uit te wisselen.’

NGinfra in zes doelen

Margot Weijnen, wetenschappelijk co-directeur a.i. van NGinfra

26

Wijnand Veeneman, wetenschappelijk directeur a.i. van NGinfra

NGINFRAMAGAZINE

Margot Weijnen, wetenschappelijk co-directeur van NGinfra: ‘Het nut van samenwerking is evident. Infrabeheerders komen elkaar letterlijk tegen op allerlei knooppunten en via samenwerking kunnen ze de onderlinge infra beter op elkaar afstemmen, met een betere dienstverlening als resultaat. Zo ziet de onderhoudsplanning van Schiphol er heel anders uit dan de onderhoudsplanning van ProRail, omdat Schiphol in de zomer uit z’n voegen barst en ProRail juist buiten de vakanties om de meeste reizigers moet verwerken. Voor een goede maatschappelijke dienstverlening is operationele afstemming met collega’s onontbeerlijk. Ook kennisuitwisseling over de grens van de eigen sector levert ontzettend veel op. En natuurlijk gaan we ook letterlijk de grens over om te leren van de manier waarop de infra-profiders in andere landen hun asset management organiseren. Dan hebben we de grote strategische vraagstukken nog niet eens gehad, van de langetermijnplanning en de maatschappelijke waarde van infrastructuur. Daar gaan we het over hebben.’

NGINFRAMAGAZINE

21

360-GRADEN-INFRA

2

De 360-gradenfeedback is een veelgebruikt instrument op het gebied van beoordeling en ontwikkeling van medewerkers. Bij dit instrument geeft een aantal personen met een verschillend perspectief feedback op het gedrag en functioneren van één persoon. Doel is om een zo breed mogelijk beeld te schetsen. In de vaste rubriek ‘360-graden-infra’ reflecteren we niet op een persoon, maar kritisch op de Nederlandse infra. Steeds met andere spelers, maar altijd over de stand van de Nederlandse infrastructuur en altijd sectoroverstijgend.

Spiegelen

NGinfra zoekt naar een strategie die robuust is, zonder zekerheden die behoren bij het verleden ‘Het probleem van infrastructuur is dat je het in principe voor tientallen jaren neerlegt. Vroeger gingen we er klakkeloos van uit dat die infrastructuren ook voor die periode werden gebruikt’, zegt Veeneman. ‘Maar de wereld is dynamischer geworden. Soms leggen we infrastructuren aan waarvan onduidelijk is of die over tien jaar nog nodig zijn. De aanleg van de hogesnelheidslijn startte toen low costvliegen opkwam, om maar een voorbeeld te noemen.’ ‘De maatschappelijke omgeving is heel volatiel, denk maar aan de financiële en economische crisis of aan de geopolitiek. Als infrabeheerder kun je je fysieke assets niet snel aanpassen, dus zoek je in het ontwerp en het beheer van je systemen naar mogelijkheden om veerkracht te realiseren’, verduidelijkt Weijnen. ‘We zien een beweging in de ruimtelijke economie met krimpregio’s en groeiregio’s, zelfs op de kleine schaal van Nederland. Je moet je afvragen hoe die infra kan meebewegen met groei in de ene regio en krimp in de andere regio. En neem zoiets als de razendsnelle ontwikkeling van de IT-sector en de snel groeiende energievraag van datacenters. Hadden we dat vijftig jaar geleden kunnen voorspellen? Onze normen voor bijvoorbeeld sociale interactie en mobiliteit zijn mede onder invloed van infrastructuren en infrastructuur-gebonden diensten ingrijpend veranderd. Deze en andere ontwikkelingen in de samenleving lokken op hun beurt weer nieuwe vraag uit die leidt tot investeringen in capaciteitsuitbreiding en nieuwe technologie, en misschien zelfs in nieuwe infrastructuren. Maar welke precies? We zoeken naar een antwoord op de vraag hoe infrastructuren in deze dynamische wereld cruciale maatschappelijke en economische functies kunnen ondersteunen, met behoud van publieke waarden als universele toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Het draait om het creëren van maatschappelijke waarde en dat vereist een dialoog met de samenleving.’

op de Nederlandse infra In deze eerste editie van NGinfra van dit jaar blikken we met drie deskundigen vooruit op de infrastructuur van morgen. Wat zijn de uitdagingen op het gebied van informatietechnologie, wegen en energievoorziening? Wat gaat goed en waar zitten de verbeterpunten?

kwetsbaarder. Niet alleen hackers azen op gaten in de beveiliging, ook in het licht van toenemende terrorismedreiging is optimale veiligheid de komende jaren een speerpunt.’ Naam: Martijn Boelhouwer Functie: Senior communicatieadviseur en woordvoerder bij Netbeheer Nederland Opleiding: Master of Science (MSc), Organizational Communication

Naam: Jeroen van de Lagemaat Functie: Directeur NDIX B.V. Opleiding: Master Electrotechnical Engineering

Veeneman: ‘Met het programma “responsive infrastructures” richten we ons samen met infrabeheerders op de vraag hoe we de samenleving zo optimaal mogelijk kunnen bedienen met onze infrastructuren, zonder dat die samenleving de ogenschijnlijke zekerheden geeft uit het verleden. Heel veel infrabeheerders zijn afgelopen decennia bezig geweest om op basis van prognoses nieuwe infrastructuren te dimensioneren. Nu wordt veel meer nagedacht in termen van exploratieve scenario’s. Goede planners gaan uit van een waaier aan mogelijke toekomsten en zoeken naar een strategie die onder alle omstandigheden robuust is.’

NGINFRAMAGAZINE

ICT en big data gaan een steeds belangrijkere rol spelen bij de ontwikkeling van infrastructuur

In gesprek met Harvard-professor Rosabeth Moss Kanter 20

12

REFLECTIE

Adaptief zijn, samenwerken en alert inspelen op actuele vragen en ontwikkelingen in de samenleving: dat maakt gewone infrastructuur tot responsive infrastructuur. De wetenschappelijke directie van NGinfra, Margot Weijnen en Wijnand Veeneman, legt uit waarom alles opeens responsive moet zijn en wat in het verlengde hiervan op de agenda van NGinfra staat.

oproep om bewustzijn te creëren, om de infrastructurele problemen op de agenda te zetten en te zorgen dat leiders in actie komen. Wake up! Kanter heeft maar één doel: een breed maatschappelijk bewustzijn creëren over de staat waarin de Amerikaanse infrastructuur zich bevindt. Ze maakt duidelijk dat het de VS aan een strategische visie voor de toekomst ontbreekt. De laatste 60 jaar is onvoldoende geïnvesteerd en internationaal loopt de VS nu ver achter. Er moet beweging komen. Die zoekt ze in: politieke inzet, publieke support en de ondernemingsgeest van de private sector. Het is niet bij het schrijven van het boek gebleven. Kanter geeft lezingen en adviezen over de hele wereld om infrastructuur in beweging te zetten. In het interview benadrukt Kanter dat haar positieve verhaal en aanbevelingen aanspreken. Vooral omdat ze niet alleen de traditionele stakeholders

Visie en leiderschap in infrastructuur

Gezamenlijk bouwen voor the next generation Peter Molengraaf en Marc Unger spreken zich uit

NGINFRAMAGAZINE

‘W

e hebben sterke leiders met commitment nodig die voor de benodigde langeretermijninvesteringen in de infrastructuur kunnen zorgen. Leiders die mensen positief betrokken en enthousiast krijgen.’ Aan het woord is Rosabeth Moss Kanter, professor aan de Harvard Business School. Ze schreef een boek over infrastructuur met de titel ‘MOVE: Putting America’s Infrastructure back in the Lead’, dat in 2015 verscheen. Kanter is gespecialiseerd in strategie, innovatie en leiderschap bij veranderingen. Ze adviseert grote ondernemingen en overheden nationaal en internationaal. In haar recente boek ‘MOVE’ beschrijft ze de deplorabele infrastructuur in Amerika. Het disfunctioneren verklaart zij door het gebrek aan investeringen en een versnipperde jurisdictie. Hierdoor is het gezamenlijk aansturen van infrastructurele projecten en investeringen lastig. Haar boek is een

Naam: Gert Visser Functie: Directeur regio’s & business manager regionale overheden bij Movares Opleiding: Bouwkunde, afstudeerrichting Facility management

27

36

Responsive tot in de aderen

NGINFRAMAGAZINE

Informatietechnologie

Gezamenlijk bouwen

Jeroen van de Lagemaat

Positief over: ‘De ontwikkeling van breedbandinternet heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen, maar we zijn er nog niet.’ Voor verbetering vatbaar: ‘Met name in de meeste buitengebieden valt nog een slag te maken, omdat de aanleg van glasvezel enorm veel investeringen vergt. KPN investeert niet in glasvezel om onrendabele regio’s aan te sluiten, dus blijf je daar zitten met VDSL-aansluitingen, een soort verbeterd ADSL. Het is puur een geldkwestie.’ Verwachting: ‘Ik signaleer dat het gat wordt ingevuld door marktpartijen die weliswaar een snel, maar geen open netwerk realiseren. Terwijl de KPN-glasvezel in de steden wel open is (iedereen kan zijn of haar dien-

NGINFRAMAGAZINE

sten daarover aanbieden tegen exact gelijke condities) dankzij uitgebreide regulering en toezicht door de overheid. Extra zorgelijk is dat vrijwel alle glasvezelinfrastructuren in Nederland op termijn in buitenlandse handen zullen geraken.’

Gert Visser

Verwachting: ‘De fysieke infrastructuur wordt steeds minder belangrijk nu we een snel 4G-, en straks zelfs 5G-netwerk tot onze beschikking hebben.’ Positief over: ‘Dat is een goede ontwikkeling, want dat betekent ongekende vrijheid om overal bereikbaar te zijn.’ Voor verbetering vatbaar: ‘Aan de andere kant wordt onze digitale infrastructuur zo wel een stuk

Martijn Boelhouwer

Voor verbetering vatbaar:‘Het begrip IT is voor veel mensen nog steeds synoniem aan computers en telefoons. Vanuit de energiesector gezien is het echter veel interessanter om te kijken naar het Internet of Things en de invloed op beheer van het energienet.’ Verwachting: ‘We krijgen elektrische auto’s die zelfstandig via gps hun weg vinden. We signaleren storingen in bekabeling à la minute via het scherm, terwijl daar vroeger een auto voor uitrukte.’ Positief over: ‘Dankzij verregaande digitalisering heeft Nederland een uptime van meer dan 99%. Vrij vertaald: we zitten gemiddeld maximaal 32 minuten per jaar zonder stroom.’

37

360-graden-infra 26

NGinfra in zes doelen

WETENSCHAP

Nederlandse infra onder de loep

36

WETENSCHAP

Responsive

Responsive connections volgens… Verschillende wetenschapsdisciplines geven invulling aan het thema responsive infrastructures. In deze editie: …Erik van der Vleuten, Professor of History of Technology aan de Technische Universiteit Eindhoven

open, maar soms juist gesloten internationale systemen Erik van der Vleuten is Professor of History of Technology aan de Technische Universiteit Eindhoven en houdt zich bezig met infrastructuur en de maatschappelijke gevolgen daarvan. Voor het vinden van actuele thema’s kijkt hij terug naar het verleden en daar is veel te leren over responsiveness.

Blik over de grenzen De hoogleraar werpt zijn blik graag over de grens en kijkt bijvoorbeeld naar de hechte infrastructurele samenwerkingen tussen Europese landen. Hij beargumenteert dat die al veel langer bestaan dan de econo-

42

mische en politieke eenheid. Welke gevolgen hebben internationale koppelingen in bijvoorbeeld elektriciteitsnetwerken? Een stroomstoring in Nederland kan bijvoorbeeld worden opgevangen door elektriciteitscentrales in omringende Europese landen. Maar andersom, bij de ‘Grote Europese black-out’ van 4 november 2006, verspreidde een storing in Noord-Duitsland zich tot Portugal, Spanje, Italië en Kroatië. Via de Spanje-Marokko-kabel gingen zelfs lichten uit in Marokko, Algerije en Tunesië. Internationale koppelingen voorko-

Er zijn typen gebruik – zoals criminaliteit – die je juist wilt voorkomen

men dus sommige kwetsbaarheden, maar kunnen ook juist nieuwe typen kwetsbaarheden veroorzaken. Hoe ernstig dit is hangt overigens van je perspectief af. De elektriciteitssector vond deze black-out een politieke hype, maar de Europese Commissie gebruikte deze ‘enorme kwetsbaarheid’ als argument voor het opzetten van nieuwe EU-brede organisaties en haar programma voor ‘slimme elektriciteitsnetwerken’. Open gebruik Bij het thema responsive infrastructures staan voor Van der Vleuten de veranderende wensen van de gebruiker in de tijd centraal. ‘Je ontwerpt dus voor een open gebruik. Dat kan technocratisch zijn, dus voor een gebruik dat je je als expert voorstelt. Of het is een participatief proces, waarbij je een grote groep stakeholders bijeenbrengt. Het lijkt mij vooral interessant om te kijken of

NGINFRAMAGAZINE

1866: Het net gebouwde station in Alkmaar, gezien vanaf de perronzijde. Het spoor en de perrons waren open en toegankelijk voor iedereen. Dat de treinen op dit spoor e in de 21 eeuw een tweede werkplek voor reizigers zouden worden, was nooit voorzien.

je een design voor open gebruik kunt maken dat steeds aan de nieuwe wensen van de gebruiker is aan te passen. Een belangrijk vraagstuk dat hierbij een rol speelt, is in hoeverre je deze openheid moet doorvoeren. Want er zijn typen gebruik – zoals criminaliteit – die je juist wilt voorkomen. Kun je dat in de ontwerpfase, maar ook bij aanpassingen twintig jaar later, voorkomen zonder afbreuk te doen aan open innovatie?’

NGINFRAMAGAZINE

Zonder spoor geen loopgravenoorlog Om het tastbaar te maken, kijkt Van der Vleuten terug naar de ontwikkeling van het transport per spoor. ‘Dit transport is ontstaan vanuit een bepaalde ideologie. Het moest voor iedereen toegankelijk zijn, en doordat mensen met elkaar in contact kunnen komen en elkaar beter begrijpen, bereik je ook economische groei. Zo hebben de spoorwegen een spectaculair effect gehad op de ontwikkeling van de haven. Later werden diezelfde spoorwegen gebruikt voor militaire doeleinden. De hele loopgravenoorlog in de Eerste Wereldoorlog was zonder de spoorwegen – die met de

nodige aanpassingen prima geschikt bleken voor piekbelastingen zoals het mobiliseren van soldaten en materialen – niet mogelijk geweest. De oorlogstreinen en later de treinen voor het vervoer van de Joden naar de concentratiekampen, dat zijn gevolgen die je niet had voorzien. In een open ontwerp wil je dus bepaalde zaken voorkomen, maar hoe kun je die voorzien en dat inbouwen?’ Werkcoupé van de toekomst Een actueel onderwerp waar dit speelt, is het werken in de trein. ‘In landen als Finland, Zweden en Denemarken betreed je een soort rijdend kantoor. Hier in Nederland

43

Wetenschap aan het woord Responsive infra toen en nu

NGINFRAMAGAZINE

42

En verder

V

an der Vleutens focus ligt op maatschappijbrede sociotechnische systemen, zoals de energie-, water- en voedselvoorziening, en ook de financiële infrastructuur en ecologische hoofdstructuur. Dit soort systemen ontwikkelt zich langzaam en bevat veel ingebakken kwetsbaarheden. Omdat ze breed zijn ingebed, zijn ze ook moeilijk te veranderen. Van der Vleuten schreef, samen met anderen, onder meer de boeken ‘Europe’s Infrastructure Transition: Economy, War, Nature’ en ‘The Making of Europe’s Critical Infrastructure: Common Connections and Shared Vulnerabilities’.

Themacenters in woord en beeld 16, 30, 40 De Lunchbox 32 Recensie: De haven van Rotterdam 34 Column Jon Bellis 45 Infographic: leiders van de Nederlandse infra 46

7


KORT

Onze infrastructuur is sterk met elkaar verweven. De wederzijdse afhankelijk die steeds groter wordt en het managen van die complexiteit is onze gezamenlijke uitdaging. Het vinden van feitjes, data en korte berichten die dit onderstrepen bleek een lastige opgave. Informatieverstrekking over infrastructuur vindt veelal plaats binnen één sector.

1

1 Langs ijzeren wegen met groene stroom Ons land kent 7.033 kilometer spoor, waar niet alleen de NS gebruik van maakt, maar ook partijen zoals Arriva, Veolia en de Thalys. Aan dat spoor liggen 410 treinstations waarvan zes stations de naam Centraal Station meekregen. Dit zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Leiden en recent nog Arnhem. Zodra een station meer dan 50.000 reizigers per dag trekt en er meerdere stations in de gemeente zijn, wordt de toevoeging Centraal gegeven. Per dag maken ruim 1.000.000 mensen gebruik van de trein en elk jaar groeit dat aantal met 2 procent. Qua energieverbruik zet de NS in op groene stroom. In 2018 moeten alle treinen klimaatneutraal rijden, door middel van nog te bouwen Eneco-windparken. Deze levert de NS straks zogenoemde tractie-energie; 1.4 terawatt aan energie, ter grootte van 1 procent van het Nederlandse energieverbruik. De te bouwen parken komen niet alleen in Nederland, maar ook in Scandinavië en België. •

8

2

2 Ondergrondse buren In de Nederlandse bodem ligt vol met aan leidingen en kabels, en nog dagelijks komen daar verbindingen bij. Ze transporteren niet alleen gas, maar ook water, olie, data en elektriciteit. Nederland heeft bijna 2 miljoen kilometer aan kabels en leidingen in de bodem. Daarvan is 120.000 kilometer kraanwaterleiding en dat aantal neemt met zo’n 100 kilometer per jaar toe, bijvoorbeeld als er een nieuwe wijk bijkomt. Ook hebben we veel buisleidingen in de grond: 11.500 kilometer hogedruk-aardgasleidingen en 4.500 kilometer leiding voor olie, olieproducten, chemische producten en industriële gassen. De totale vervangingswaarde van al die assets wordt geschat op een bedrag van tussen de 100 en 300 miljoen euro. •

NGINFRAMAGAZINE


KORT

2.000.000

kilometer kabels en leidingen in Nederland

3 Schiphol: al 569 jaar een knooppunt?

3

Wie denkt dat de naam van onze nationale luchthaven ergens begin vorige eeuw is ontstaan, heeft het mis. Al in 1447 werd in een brief over grondoverdracht gesproken over ‘sciphol’. De oorsprong van de naam is niet bekend, maar er zijn meerdere theorieën. Het kan verwijzen naar een moerassig stuk land waar men hout kan halen (Gotisch:scip), naar de scheepsrampen in de Haarlemmermeer (Scheeps-hel) of letterlijk naar het woord ‘hol’ vanwege de halfronde dijk in de Haarlemmermeer waar schepen konden schuilen bij noodweer.

Agenda

Vandaag de dag is Schiphol een miljoenenbedrijf dat jaarlijks 61 miljoen passagiers verwerkt. Het levert een belangrijke bijdrage aan de economie: er werken 65.000 mensen, er zijn meer dan 500 bedrijven actief en naast passagiers verwerkt Schiphol 1,6 miljoen ton aan vracht. In 2014 boekte Schiphol een nettoresultaat van 272 miljoen euro. Europees gezien staat de luchthaven vijfde qua passagiers en derde qua vrachtvervoer. Schiphol is afhankelijk van het functioneren van omliggende spoor- en snelwegen. Ruim 40 procent van de passagiers komt met het openbaar vervoer naar de luchthaven. •

14 april 2016

Innovation Expo Sustinable Urban Delta www.innovatie-estafette.nl Amsterdam Noord

NGINFRAMAGAZINE

26 mei 2016 NGinfra Trends www.NGinfra .nl Schiphol Group

17 – 20 januari 2017 InfraTech www.infratech.nl Rotterdam Ahoy

9


Tankers

K k e E b B

port

21%

KORT

Containerschepen 33%

Roll-on-roll-off schepen Cruiseschepen/Ferry's

4 Haven als overslag naar achterland 4%

De Rotterdamse haven is van grote betekenis voor de Nederlandse 4% op enkele belangrijke statistieke bewijeconomie. Een snelle blik zen dat. Zo wordt er jaarlijks ruim 400 miljoen ton aan goederen verwerkt en doen meer dan 100.000 binnenvaartschepen de haven 12% hectare groot en bestaat niet alaan. Het gebied is ruim 12.000 leen uit water, maar ook uit bedrijventerrein en spoorwegen. In het vervoer van de goederen van en naar het achterland is de haven in 26% grote mate afhankelijk van infrastructuur die door andere partijen worden beheerd. •

b

Bulk Carriers

Goederenvervoer

Overige vrachtschepen

4

Grootste containerschip in 2015

Levensbelangrijk voor 5,5 miljoen mensen

Waterbedrijf Vitens is in 2002 ontstaan uit een fusie tussen onder andere Nuon Water, Waterbedrijf Gelderland en Waterleiding Maatschappij MSCOscar Oscar max. max. 19 224 containers MSC Overijssel. Bij een nieuw bedrijf hoort een nieuwe19 224 containers naam, die verwijst naar leven (Vita). Want schoon drinkwater is van levensbelang. Het bedrijf levert door middel van een waterleidingnet van meer dan 47.000 kilometer vers water aan 5.5 miljoen klanten in Friesland, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht. Schade aan een leiding, bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden van een andere netbeheerder, heeft grote gevolgen. In het KLO (Kabel- en Leiding Overleg) werken grondroerders, netbeheerders en beheerders van de ondergrond daarom samen om dit te voorkomen. •

5 Ons land draait op stroom De mandala is het nieuwe beeldmerk van NGinfra. Maar wat is het idee erachter? De mandala is een geometrisch patroon afkomstig uit het Tibetaanse boeddhisme en Indisch hindoeïsme. De wired mandala, ofwel de 3D-versie van het logo, bestaat uit beweegbare lijnen, punten en kleuren die je met een beetje gemak vertaalt naar leidingen, raakvlakken en sectoren binnen infrastructuren. De figuur is veranderlijk, maar de knooppunten blijven altijd bestaan. Altijd in beweging, maar ook in balans. Het kleurpalet is gekozen op basis van esthetische gronden. Een beeldmerk waarin zowel het intersectoraal denken tot uitdrukking komt alsook de responsiveness van de Nederlandse infra. Ofwel toekomstbestendig samenwerken aan een nog beter infrabeheer. •

5

Met de introductie van het nieuwe logo verandert ook de naam van dit magazine, dat verdergaat onder de naam NGinfraMagazine.

10

NGINFRAMAGAZINE


KORT

r van regio Rijnmond naar achterland

6 Bedrijf met meerdere gezichten De namen Alliander, Liander en Liandon worden nog wel eens door elkaar gehaald. Hoe zit dat nu precies en op welke manier horen de verschillende onderdelen bij elkaar? Liander en Liandon zijn beide onderdeel van Alliander, de netbeheerder die kabels legt en leidingen beheert. Liandon ontwerpt, bouwt en beheert complexe energienetten en industriële installaties. Alliander is als netwerkbedrijf verantwoordelijk voor het transport van elektriciteit en gas. De namen zijn een verbastering van het Franse liaison, dat verbinding betekent. Alliander beheer 88.000 kilometer aan elektriciteitskabels en 43.000 kilometer aan gasleidingen. Voor dit jaar investeert Alliander in verdere digitalisering van het netwerk, zodat vraag en aanbod nog beter op elkaar worden afgestemd. Ook krijgen dit jaar 450.000 klanten een slimme meter en over vijf jaar moeten alle 300 miljoen klanten zo’n meter in huis hebben. •

10%

i a 58%

32%

Wat gebeurt er als onze stroom uitvalt?

6

NGINFRAMAGAZINE

Precies een jaar geleden viel de stroom in grote delen van Noord-Holland uit door kortsluiting op het 380 kV hoogspanningsstation in Diemen. Precies 1 uur en 43 minuten kon het station niet worden gebruikt en zaten 1 miljoen huishoudens zonder stroom. De maatschappelijke impact is enorm en onderstreept de wederzijdse afhankelijkheid van netbeheerders. • Vluchten op Schiphol die al klaarstonden konden vertrekken, maar andere vluchten bleven aan de grond. De luchthaven draaide voor zover mogelijk op noodaggregaten, maar dat inkomende vluchten moesten uitwijken was niet te voorkomen. • Nieuwe operaties in ziekenhuizen, onder ander Amsterdam Medisch Centrum werden afgeblazen. • Het treinverkeer lag plat en ondervond nog de hele dag hinder. • Op de snelwegen rond Amsterdam en Almere ontstonden files. Verkeersdeelnemers werd geadviseerd goed op te letten, omdat verkeerslichten waren uitgevallen. • Klanten van kabelaar UPC konden niet bellen, internetten of televisie kijken. •

11


F E AT U R E 

Marc Unger en Peter Molengraaf lichten toe:

voor the next generation start nu Wat we vandaag aan infrastructuur bouwen moet nog decennia mee, maar hoe de wereld er dan uitziet weten we niet. Tegelijkertijd groeit de waarde van infrastructuur voor de samenleving. Responsive infrastructuur, klaargestoomd voor de next generation, is de gezamenlijke uitdaging van de infrabeheerders die zich in NGinfra hebben verenigd. Marc Unger en Peter Molengraaf leggen uit waarom dit juist nu belangrijk is. DOOR LISETTE VAN BEUSEKOM

A

fgelopen zomer voorspelde telecombedrijf Ericsson dat het internetgebruik tussen 2014 en 2020 zou verachtvoudigen. Amper een jaar later werden de cijfers omhoog bijgesteld. Door een stijging in videostreams, de verwachte komst van 5G en meer smartphoneabonnementen verwachten ze nu een vertienvoudiging. En wellicht is dat volgend jaar wel een vertwaalfvoudiging. Kortom, de snelheid waarmee (online) ontwikkelingen plaatsvinden is niet bij te houden, laat staan te voorspellen. De stijging in internetgebruik vereist echter wél een capaciteitsvergroting van onze fysieke data-infrastructuur. De omlooptijd van infrastructuur kan de verandersnelheid van de maatschappij niet bijbenen. Daarvan is datainfrastructuur slechts één voorbeeld. ‘Het tempo waarin veranderingen plaatsvinden, is vele malen hoger dan wij gewend zijn’, stelt Peter Molengraaf, voorzitter van de Raad van Inspiratie van NGinfra. ‘Het is de vraag hoe je daar als infrabeheerder mee omgaat, want bijhouden lukt niet. Hoe ga je dat managen? Technisch, maar ook financieel. Netten die we vandaag aanleggen moeten nog tientallen jaren mee.’ Het vooruitkijken, elkaar helpen met nieuwe

12NGINFRAMAGAZINE


F E AT U R E

ratie, die op een andere moment is geboren en dus ook in een andere cultuur.’

U

‘Infrastructuur moet zich daarom blijven ontwikkelen en aanpassen naar de vraag van de komende generaties. Die responsiveness hangt heel nauw samen met de next generation.’

Het systeem gaat terugpraten Hoewel de exacte uitdaging voor Alliander en Schiphol Group zich op verschillende manieren manifesteert, hebben ze een grote gemeenschappelijke deler: het systeem gaat terugpraten.

M Peter Molengraaf, Lid Raad van Inspiratie NGinfra en CEO Alliander

mogelijkheden creëren en het responsive maken van infrastructuur, zodat deze klaar is voor de next generation, is de gezamenlijke uitdaging van alle infrabeheerders. Marc Unger, voorzitter Programmaraad NGinfra namens Schiphol Group (U) en Peter Molengraaf (M) lichten toe wat dit betekent en waarom NGinfra daarin onmisbaar is. Infra voor de next generation NGinfra staat voor Next Generation Infrastructures. Wat bedoelen we daar eigenlijk mee, als de toekomst zich zo moeilijk laat voorspellen?

U

‘Ik denk bij next generation letterlijk aan bouwen voor de volgende generatie, zoals ook in het stationsgebied Utrecht gebeurt. De samenbindende slogan CU2030 verbeeldt dat het project zo’n impact heeft dat de generatie die in het eerste decennium van deze eeuw geboren werd, het eindresultaat pas ziet als ze volwassen is.’

‘Voor ons geldt dat de voorheen grotendeels gescheiden werelden van gebruik, transport en productie een geïntegreerd systeem moeten worden. Maatschappelijke druk en de roep om duurzaamheid maken dat een steeds groter aandeel van de energievoorziening afkomstig is uit natuurlijke bronnen. Waar energie altijd een markt was waarin productie op actuele energievraag werd afgestemd, worden energieleveranciers steeds meer aanbodafhankelijk. Het reguleren van de productie wordt lastiger. Zon en wind leveren voor de helft van de tijd energie. Productiepieken zijn - als de zon schijnt en de wind waait - zes keer groter dan de huidige piekbelasting. Onze netten en de distributiecapaciteit ervan kunnen die piek niet opvangen. Dat betekent dat gebruikers in die schommelingen zullen moeten meebewegen en wij de productie en capaciteit op elkaar gaan afstemmen. Bijvoorbeeld door te produceren op plekken waar distributiecapaciteit is.’

U

‘Schiphol heeft zichzelf ten doel gesteld om in 2018 de beste digitale luchthaven van de wereld te zijn. Onderdeel daarvan is het creëren van de seamless journey voor

Marc Unger, Voorzitter Programmaraad NGinfra en directeur Corporate Procurement van Schiphol Group

M

‘In relatie tot onze sector denk ik ook aan de verantwoordelijkheid die je als infrabeheerder hebt en de plicht om alles netjes over te dragen aan de volgende gene-

NGINFRAMAGAZINE13


F E AT U R E  Peter Molengraaf is voorzitter van de Raad van Inspiratie waarin de zes initiatiefnemers van NGinfra zitting hebben genomen. Deze raad bepaalt de agenda en de daaruit voortvloeiende plannen en besluiten. De leden: Peter Molengraaf Alliander)

alle reizigers. Niet meer apart inchecken bij de luchtdienst, de bagage, de security en de grens, maar één controlemoment op basis van een koppeling tussen smartphones en gezichtsherkenning. Hierdoor kan de passagier direct doorlopen en blijft alleen de securitycontrole gehandhaafd. En waarom stuur je als reiziger de koffer niet alvast vooruit en staat deze klaar op de hotelkamer? Deze ambitie vraagt om een geïntegreerd en Responsive systeem.’ Toenemende complexiteit maakt ons afhankelijk De bovengenoemde voorbeelden – en er zijn nog tal van andere – verhogen de complexiteit binnen de verschillende infrasectoren (spoor-, weg-, lucht-, pijp- en waterinfrastructuur), maar ook sectoroverstijgend. Digitalisering vergroot de wederzijdse afhankelijkheid tussen infrastructuren. Daarnaast neemt de waarde van infrastructuur voor de samenleving steeds verder toe.

M

‘Als een stroomstoring plaatsvindt, staat het verkeer stil. Niet omdat we allemaal met een elektrische auto rijden, maar omdat we stroom en telecom nodig hebben voor de digitale wegsignaleringen. En hoewel luchthaven Schiphol een volledig redundant energiesysteem heeft, leidde de storing vorig jaar in de provincie Noord-Holland tot onderbrekingen in het bagagesysteem, waardoor het kantoorpersoneel werd opgetrommeld om handmatig koffers van passagiers naar de verzamelplaatsen te dragen. Wij hadden zelf die gevolgen niet voorzien.’

U

‘Knooppunten als havens, mainports en stations zijn voor hun prestaties in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van andere infrastructuur. Het is niet zonder reden dat Schiphol zich hardmaakt voor het doortrekken van de Amsterdamse metro naar de luchthaven. En de ambitie van de beste digitale luchthaven kan natuurlijk alleen worden verwezenlijkt als er hoogwaardige wifi- en telecomnetwerken beschikbaar zijn.’

M

‘Als infrabeheerders delen we die toenemende complexiteit, de wederzijdse afhankelijkheden en de waarde van infrastructuur in de samenleving die toeneemt. We praten natuurlijk wel over relatief kleine kansen dat er iets uitvalt, maar het zijn kleine kansen met grote gevolgen en onvoorziene omstandigheden. Om dat scherp te krijgen, is het belangrijk dat we ons verenigen.’

Ronald Paul (Havenbedrijf Rotterdam) Patrick Buck (ProRail) Birgit Otto (Schiphol Group) Lieve Declercq (Vitens) Jan Hendrik Dronkers (Rijkswaterstaat)

Meer capaciteit met hetzelfde net Er schemert een negatieve bijklank in de woorden ‘toenemende complexiteit’ en ‘wederzijdse afhankelijkheid’. Onterecht, want de versmelting van assets en ICT en de intensievere samenwerking bieden juist kansen voor het slimmer en efficiënter benutten van infrastructuur. Het vergroten van de bestaande capaciteit is nodig om ons land leefbaar en bereikbaar te houden.

U

‘Inframanagers brengen hun doelen steeds dichter bij elkaar. ProRail heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat op de Maasvlakte binnen een jaar een mega-goederenemplacement is aangelegd, zodat de carriers snel en efficiënt hun containers op de trein kunnen overladen. De aansluitende achterlandverbinding, de Betuweroute, is zodanig gebouwd dat containers dubbellaags kunnen worden vervoerd, als dat nodig is.’

M

‘Een deel van onze infrastructuren kunnen we vernieuwen en uitbreiden, maar dan nog komen we bij lange na niet aan de capaciteit die we nodig hebben. Dus het gaat logischerwijs veel meer om het hergebruik ervan. De enige oplossing om het gebruik van je huidige bestaande infrastructuur te maximaliseren, is transparante vraagen aanbodsystemen als een digitale laag over je infra heen te leggen. Dat is wat nu ook gebeurt met de extra spitsstrook. Rijkswaterstaat verandert niets aan de bestaande infrastructuur, maar door de digitale laag kun je die extra bermruimte op alle momenten inzetten en weer afsluiten. Alliander kan de capaciteit niet vergroten door extra kabels in de grond te leggen, maar wel door transparant te zijn over vraag en aanbod, stroom in tweerichtingsverkeer over de netten te laten lopen en slimme meters bij de klant te installeren. ProRail kan treinen met elkaar laten communiceren, zodat deze in hogere frequenties over het spoor – dat eigenlijk nu al een bezettingsgraad heeft waar het nooit voor is gebouwd – kunnen rijden.’

U

‘Het betekent ook dat we onderscheid moeten maken tussen de minder en de meer veranderlijke elementen. De harde assets als bruggen, kanalen of een station hebben

14NGINFRAMAGAZINE


F E AT U R E

een levensduur die de cyclus van veranderingen overstijgt. Je moet dus vooraf nadenken over de vraag hoe de asset robuust kan blijven bij wijzigend gebruik. De niet-veranderlijke elementen moeten zich aan de veranderlijke elementen kunnen aanpassen.’

M

‘Het is gaandeweg uitvinden wat je met je bestaande infrastructuur kunt doen, wetende dat ontwikkelingen sneller gaan dan we met vervanging kunnen bijhouden. Daarin is ook een belangrijke rol voor de politiek weggelegd, want de ontwikkelingen en ruimtelijke consequenties vragen om passende wetgeving. Als wij de productie van energie willen koppelen aan distributiecapaciteit heeft dat wel gevolgen. Er zullen wind- en zonneparken komen op nieuwe plekken.’

de trein heeft gestimuleerd tijdens de werkzaamheden en ProRail voor haar werkzaamheden aan het spoor het omgekeerde heeft gedaan.’

U

M

‘De vraag is ook welke rol je daarin pakt als infrabeheerder. Rijkswaterstaat experimenteerde onlangs met de toepassing van een zelfrijdende auto op de A2. Waar ga je in investeren: in een slimmere weg of in wetgeving die slim gebruik van die infrastructuur mogelijk maakt?’

Eén doel: als land bereikbaar blijven Zijn de bovengenoemde voorbeelden specifiek voor één sector, uiteindelijk hebben de infrabeheerders één doel: Nederland bereikbaar houden en daarmee bij te dragen aan de kwaliteit van leven. Om die reden is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het beter begrijpen en samenbrengen van elkaars belangen en uitdagingen. NGinfra speelt hierin een belangrijke rol.

U

‘Samenwerken is echt geen keuze meer, het is nodig. De ruimte in Nederland is schaars en dit neemt toe. Fysieke ruimte, maar ook ruimte om bijvoorbeeld onderhoud te plegen. In Noord-Holland vindt intensieve afstemming plaats tussen gepland onderhoud aan infrastructuur door de verschillende stakeholders, zodat de bereikbaarheid integraal verzekerd kan worden. Een mooi voorbeeld is de A2-corridor, waarbij Rijkswaterstaat actief het gebruik van

De Raad van Inspiratie wordt ondersteund en geadviseerd door een actieve Programmaraad, onder leiding van Marc Unger. De Programmaraad is tevens de redactieraad voor NGinfraMagazine en NGinfraTrends. Zij bestaat uit: Marc Unger (Schiphol Group) Chris Verstegen (ProRail) Paul de Beijer (Havenbedrijf Rotterdam) Esther Hardi (Alliander)

‘De toenemende complexiteit en de afhankelijkheid van elkaar dwingt ons om beter te kijken hoe alles in elkaar steekt, zodat dit kan worden gemanaged. De maatschappij is afhankelijk van ons en we creëren een enorme toegevoegde waarde met een goede infrastructuur. Het bepaalt ons vestigingsklimaat en onze economie, en zorgt dat we kunnen werken en leven. Mensen kijken ook integraal naar infrastructuur. Een bedrijf vestigt zich hier niet alleen omdat de spoorinfrastructuur goed is; ze moeten het allemáál goed doen.’ Agenda’s delen Met die gezamenlijke opgave in het achterhoofd is het logische gevolg dat de agenda’s en kennis gedeeld gaan worden. Transparantie en leiderschap zijn de sleutelwoorden.

M

‘Wij zijn verplicht om meer naar elkaar communiceren en elkaar meer te vertellen. Wat is er in Nederland aan infrastructuur, wat is de staat en hoe zit het in elkaar? We dragen meer gedeelde verantwoordelijkheid en daar moeten we ons bewust van blijven. Het beantwoorden van de vraag hoe we als infrabeheerders gezamenlijk – met onze bestaande infrastructuursystemen – vorm gaan geven aan de grote veranderingen die nu plaatsvinden, daarin gaat dit NGinfra een heel belangrijke rol spelen.’

U

‘Agenda’s moeten worden samengevoegd, ook buiten de infrasector. Waar de capaciteit wordt uitgebreid, dient de kwaliteit van de leefomgeving tevens toe te nemen. Ik woon in een dorp langs de A2. Als ik de kwaliteit van de huidige 2x5-baans snelweg vergelijk met de vorige 2x3-baans, dan zit de nieuwe kwaliteit niet alleen in die extra capaciteit, maar ook in de ontwikkeling van natuurzones langs de snelweg, in de ontwikkeling van geluidsarm asfalt en de bijdrage aan de veiligheid. Deze integrale propositie is buitengewoon interessant en uitdagend, en vraagt om visie en integraal leiderschap. NGinfra heeft hierbij de taak om de richting te wijzen.’ •

Jenne van der Velde (Rijkswaterstaat) Rian Kloosterman (Vitens)

NGINFRAMAGAZINE15


NGINFRA BEELDMERK

THEMACENTER

SCADA-systemen laten communiceren Het is de normaalste zaak van de wereld geworden. Bruggen en sluizen openen, al dan niet aangestuurd door een centrale meldkamer, automatisch zodra er scheepsverkeer wil passeren. De communicatie om de techniek hierachter aan te sturen, werkt op basis van SCADA-systemen, voluit Supervisory Control en Data Acquisition. Deze systemen verzamelen, verwerken, versturen en Next Generation Infrastructures visualiseren meet- en regelsignalen van verschillende machines in grote industriële systemen. Niet alleen bruggen en sluizen functioneren via deze systemen, SCADA wordt ook binnen andere infrastructuren toegepast. Om deze SCADA-systemen veilig met elkaar te laten communiceren, moet één gezamenlijke taal worden afgesproken: datastandaardisatie. Ook de kwetsbaarheid van de systemen en de integriteit van de data moet onderling bekend zijn om de veiligheid van gegevens te waarborgen. Binnen het themacenter Data & Security is dit een van de speerpunten die de partners van NGinfra gezamenlijk oppakken. NGINFRA BEELDMERK & WOORDBEELD

Meedenken of meedoen? Mail ons op data-en-security@nginfra.nl.

Het themacenter Data & Security bestaat uit de volgende leden: Gert Kuilder (Vitens), Wim Verheul (ProRail), Robin Hagemans (Alliander), Sjoerd Blüm (Schiphol Group),Hellen Havinga (Rijkswaterstaat), Louise de Jong (Rijkswaterstaat), Herman Meijer (Havenbedrijf Rotterdam)

16

NGINFRAMAGAZINE


Themacenter Data & Security

D ATA & S E C U R I T Y

NGINFRAMAGAZINE

17


NL

Partner voor de smart city

Steeds meer steden en organisaties ontdekken de mogelijkheden van data en smart-toepassingen. Hierdoor kunnen prachtige initiatieven en oplossingen voor complexe problemen worden ontwikkeld. Maar vaak is de weg daarnaartoe eentje met vele hobbels en valkuilen. Juist voor deze hobbels en valkuilen is

FIWARE Lab NL dĂŠ partner voor de smart city.

Wij hebben onze toolbox al klaarstaan

FIWARE Lab NL verzorgt hiervoor bootcamps waarmee organisaties en/of steden alles leren op het gebied van slimme toepassingen. De mogelijkheden in onze toolbox zijn daarbij eindeloos en worden per project op maat samengesteld. Halve dag of meerdere dagen? Breed ingestoken of toegespitst op een specifiek onderdeel? FIWARE Lab NL heeft de partners, het netwerk en de (technische) kennis in huis voor een antwoord op elke vraag. Geen uitdaging gaat te ver!

Wilt u weten hoe het werkt? Vrijblijvend een gesprek? Neem gerust contact op. Arjan Ankerman vertelt graag meer over de mogelijkheden. 033-8700 100 of arjanankerman@fiware-lab.nl

Een initiatief van:

Ondersteund door:

Kijk voor meer informatie en contact op

www.fiware-lab.nl

DE FIWARE LAB NL BOOTCAMP


UW UITDAGING ROND SMART CITIES… …LOSSEN WIJ GERICHT VOOR U OP!

DE SNELSTE WEG NAAR EEN OPLOSSING VOOR UW UITDAGINGEN


INTERVIEW

De staat waarin de Amerikaanse infrastructuur verkeert is onvoldoende. Naar schatting een derde van de dodelijke ongelukken op de weg, zijn het gevolg van deze slechte conditie, zo ook op de Milwaukee Marquette Interchange. Het klaverbladkruispunt was niet langer toereikend voor de grote stromen verkeer en automobilisten moesten te veel lanen oversteken om van toerit naar afrit te komen. Mede hierdoor vonden er ruim 600 ongelukken per jaar plaats. Tussen 2004 en 2008 werd de Marquette volledig herbouwd voor een bedrag van 800 biljoen dollar. Na de renovatie is het aantal ongelukken gehalveerd.

20NGINFRAMAGAZINE


INTERVIEW

Harvard-professor Rosabeth Moss Kanter:

‘Leaders cannot scare people into change’ Vitale infrastructuur kan niet zonder visie en leiderschap. Als er iemand is die dat onderstreept, is het de Amerikaanse Harvard-professor Rosabeth Moss Kanter wel. In haar boek roept ze de leiders in de VS – waar 60 jaar lang te weinig werd geïnvesteerd in infrastructuur – op in beweging te komen. Judith Schueler kreeg de gelegenheid voor een exclusief interview. DOOR TED BAARTMANS & ANNE WILLEMSEN

‘W

e hebben sterke leiders met commitment nodig die voor de benodigde langeretermijninvesteringen in de infrastructuur kunnen zorgen. Leiders die mensen positief betrokken en enthousiast krijgen.’ Aan het woord is Rosabeth Moss Kanter, professor aan de Harvard Business School. Ze schreef een boek over infrastructuur met de titel ‘MOVE: Putting America’s Infrastructure back in the Lead’, dat in 2015 verscheen. Kanter is gespecialiseerd in strategie, innovatie en leiderschap bij veranderingen. Ze adviseert grote ondernemingen en overheden nationaal en internationaal. In haar recente boek ‘MOVE’ beschrijft ze de deplorabele infrastructuur in Amerika. Het disfunctioneren verklaart zij door het gebrek aan investeringen en een versnipperde jurisdictie. Hierdoor is het gezamenlijk aansturen van infrastructurele projecten en investeringen lastig. Haar boek is een

NGINFRAMAGAZINE

oproep om bewustzijn te creëren, om de infrastructurele problemen op de agenda te zetten en te zorgen dat leiders in actie komen.

ICT en big data gaan een steeds belangrijkere rol spelen bij de ontwikkeling van infrastructuur

Wake up! Kanter heeft maar één doel: een breed maatschappelijk bewustzijn creëren over de staat waarin de Amerikaanse infrastructuur zich bevindt. Ze maakt duidelijk dat het de VS aan een strategische visie voor de toekomst ontbreekt. De laatste 60 jaar is onvoldoende geïnvesteerd en internationaal loopt de VS nu ver achter. Er moet beweging komen. Die zoekt ze in: politieke inzet, publieke support en de ondernemingsgeest van de private sector. Het is niet bij het schrijven van het boek gebleven. Kanter geeft lezingen en adviezen over de hele wereld om infrastructuur in beweging te zetten. In het interview benadrukt Kanter dat haar positieve verhaal en aanbevelingen aanspreken. Vooral omdat ze niet alleen de traditionele stakeholders

21


INTERVIEW

Zes tips voor succesvol leiderschap

Het complexe PortMiami Tunnel project kwam tot stand door een publiek-private samenwerking. Aanleiding voor het project was de congestie van en naar de haven van Miami, waardoor economische groei uitbleef en de leefbaarheid van de binnenstad verder dreigde te verslechteren. De regio is in sterke mate afhankelijk van de haven: er werken 175.000 mensen en er wordt voor miljarden per jaar omgezet. Een nieuw aangelegde tunnel neemt het vrachtverkeer rechtstreeks van de zeehaven mee naar de Interstate Highway, zodat ze de stadsstraten van Miami niet meer in hoeven. De kosten worden geraamd op 2 biljoen dollar. Rosabeth Moss Kanther refereert aan dit project als toonaangevend voor de veelal ontbrekende leiderschap en visie binnen de Amerikaanse infrasector. Het is voor 90 procent gefinancierd door Franse investeerder Meridiam, dat in de komende 35 jaar door de stad en de staat Florida zal worden terugbetaald op basis van de prestaties van de tunnel.

1 Show up: Zorg dat je klaar staat als er een beroep op je wordt gedaan 2 Speak up: Maak gebruik van de gelegenheid om je uit te spreken 3 Look up: Houd je hogere doelen continu voor ogen 4 Team up: Alles gaat beter als je het met (relevante) partners doet 5 Never give up: (Kanterlaw) ‘Everything can look like a failure in the middle’. Kanters advies: Geef dan vooral niet op! 6 Lift other people up: Deel je succes met anderen

tieve technieken te investeren – ook daardoor komen ineens nieuwe partijen en bedrijven in zicht. Daar ziet ze een major shift: ICT en big data gaan een steeds belangrijkere rol spelen en daar komen ook nieuwe oplossingen vandaan.

rond de tafel roept, maar juist ook jonge ondernemers. Kanter ziet dat het iets oplevert om ook consumenten, gebruikers en/of bewoners te betrekken. Door de scope van de vraag te vergroten en de afhankelijkheden te benutten, komen er andere mogelijkheden en oplossingen om de hoek kijken. Ze daagt uit om in nieuwe innova-

De basis voor een leefbare samenleving Infrastructuur vormt voor Kanter de allesbepalende faciliterende rol in onze samenleving. De kwaliteit van de infrastructurele netwerken heeft daarmee directe invloed op de samenleving: gezondheid, veiligheid, productiviteit en mobiliteit. Kortom, de quality of life. De infrastructurele netwerken verbinden elkaar, maar daarmee dus ook de belangrijke

Gebruikersdata in Boston Weggebruikers in Boston dragen door het gebruik van een speciale app – ‘Street Bump: Help Improve Your Streets’ – bij aan het inzichtelijk maken van infrastructurele problemen. Met deze app kan worden aangegeven wanneer een straat in een slechte conditie is en deze gerepareerd dient te worden. Door de terugkoppeling van de gebruikersdata aan het systeem worden knelpunten sneller zichtbaar en kan sneller actie worden ondernomen. Een illustratie van een succesvolle samenwerking tussen overheid, innovatieve ondernemers en gebruikers.

Geef de ambities in infrastructuur een human face, een menselijke maat thema’s in de samenleving. En dit is essentieel voor de oproep die Kanter doet. Geef de ambities in infrastructuur een human face, een menselijke maat. Dat is uiteindelijk waarom we goed-functionerende infrastructuren nodig hebben. Voor iets dat raakt aan onze welvaart en geluk. Kanter ziet vooral een rol weggelegd voor leiders. Leiders die een strategische visie hebben waardoor mensen in beweging komen en gezamenlijk de infrastructuur weer competitief maken. In Kanters visie voor mobiliteit ontplooien lokale leiders initiatieven en werken bedrijven samen met overheden. Samen projecten realiseren die de samenleving dienen, banen creëren en de kwaliteit van leven verbeteren. Er is hierbij sprake van onderlinge verbondenheid, verantwoordelijkheid en wederzijdse

22NGINFRAMAGAZINE


INTERVIEW

afhankelijkheid. ‘Je hebt de steun van het gehele systeem nodig.’ Volgens Kanter is er op dit moment nog steeds een neiging om door iedere partij afzonderlijk in isolatie naar deze vraagstukken te kijken. Overtuigende visie In America waarschuwen ingenieurs al jaren voor de slechte toestand van de infrastructuur. Kanter ontdekte dat enkel de nadruk leggen op urgentie niet voldoende is om een transitie op gang te brengen. Er zijn leiders nodig met een overtuigende strategische visie in plaats van losstaande acties. Dit is cruciaal wanneer een samenleving zich verder wil ontwikkelen. ‘If the

Platform creëren Kanter geeft het belang aan dat leiders met elkaar rond de tafel gaan zitten. Om dit te faciliteren wordt in Harvard een jaarlijks terugkerende ‘Public Sector For The Future Summit’ georganiseerd, een platform waar leiders met elkaar in gesprek treden. Daarnaast is er aandacht voor de wijze waarop leiders helder hun visie kunnen formuleren en kunnen uitdragen. ‘This annual summit is designed not only to help participants explore, adapt, and implement near-term innovations, but also guide their formation of longer-term strategies.’

focus is only on the crisis du jour, then new problems will constantly pop up.’ Het gaat om leiders die het vermogen hebben vraagtekens te plaatsen bij bestaande assumpties en die nieuwe richtingen in durven te slaan. Leiders die zorgen dat er een supportsysteem en een structuur is die zorgen voor een hoge betrouwbaarheid. Kanter geeft aan dat succesvolle veranderingen een positieve benadering vragen. ‘Leaders cannot scare people into change!’ •

Dit artikel is tot stand gekomen door de inzet van Ted Baartmans en Anne Willemsen.

NGINFRAMAGAZINE23


THEMACENTER

DATA & SECURITY

CREATING RESPONSIVE CONNECTIONS

Data over infrastructuur en het veiligstellen van deze data zijn essentieel om de toekomst van onze infrastructuur veilig te stellen. Big data, datastandaardisatie en kwaliteit van data worden steeds belangrijker om analyses en ontwerpbeslissingen op te baseren. Op dit gebied is veel kruisbestuiving mogelijk tussen netbeheerders. Hoe waarborgen we de kwaliteit en integriteit van gegevens?

Als beheerders en eigenaren van de Nederlandse infrastructuur zijn we er samen verantwoordelijk voor dat onze netten nu en in de toekomst goed functioneren en ons land bereikbaar blijft. We staan daarin allemaal voor dezelfde uitdaging: hoe maken we onze infrastructuur ‘responsive’, zodat het in kan spelen op continue veranderingen en de vergaande digitalisering? Hoe kunnen we bestaande netwerken nog beter benutten met zo min mogelijk maatschappelijke kosten en zonder de eindgebruiker uit het oog te verliezen? We zijn ons ervan bewust dat we deze kansen alleen samen kunnen benutten, omdat onze wederzijdse afhankelijkheid en de complexiteit zo groot zijn. Dat doen we in NGinfra.

Wie we zijn Binnen NGinfra werken wij, Havenbedrijf Rotterdam, Alliander, Rijkwaterstaat, Schiphol Group, ProRail en Vitens, samen als infrabeheerders en –eigenaren van de Nederlandse infrastructuur. We zijn een stichting en bestaan uit vier themacenters, een Raad van Inspiratie, een Programmaraad en een Programmabureau.

Wat we doen We delen en ontwikkelen kennis in themacenters, initiëren nieuwe (wetenschappelijke) onderzoeken en verrijken de dialoog met de samenleving. Daarom brengen we het vakblad NGinfraMagazine op de markt en organiseren we jaarlijks het congres NGinfraTrends.

Bouwcampus • Van der Burghweg 1 • 2628 CS Delft info@nginfra.nl • www.nginfra.nl • telefoon: +31 (0)15 278 25 64


THEMACENTER

THEMACENTER

WAARDE VAN INFRASTRUCTUUR

TOEKOMST VERKENNEN

Infrastructuur heeft een veel verderstrekkende invloed op de samenleving dan op basis van de primaire functionaliteit wordt verwacht. Die waarde van infrastructuur handen en voeten geven en zichtbaar krijgen op het netvlies van de burger is onze taak. Een urgente vraag, want als steeds meer mensen hun eigen energievoorziening gaan regelen, wat betekent dat dan voor de mensen die dat niet kunnen?

Infrastructuur is kapitaalintensief en heeft een levensduur die langer is dan de snelheid waarmee nieuwe (maatschappelijke en technologische) ontwikkelingen plaatsvinden. Is de huidige infrastructuur nog wel passend bij toekomstige behoeften van de samenleving?  

THEMACENTER

BESCHIKBAARHEID

In een dichtbevolkt en dicht bebouwd land als Nederland is sprake van een sterke vervlechting tussen de verschillende infrastructuren en dat creëert afhankelijkheden. Op welke wijze raken de activiteiten van de netbeheerders elkaar op een manier dat de beschikbaarheid beïnvloedt wordt en (hoe) kan door samenwerking meerwaarde gerealiseerd worden?

©2016 Next Generation Infrastructures


REFLECTIE 

tot in de aderen

Responsive NGinfra in zes doelen

Margot Weijnen, wetenschappelijk directeur a.i. van NGinfra

Wijnand Veeneman, wetenschappelijk directeur a.i. van NGinfra

26NGINFRAMAGAZINE


REFLECTIE

Adaptief zijn, samenwerken en alert inspelen op actuele vragen en ontwikkelingen in de samenleving: dat maakt gewone infrastructuur tot responsive infrastructuur. De wetenschappelijke directie van NGinfra, Margot Weijnen en Wijnand Veeneman, legt uit waarom alles opeens responsive moet zijn en wat in het verlengde hiervan op de agenda van NGinfra staat.

1 NGinfra verbindt wetenschap met de praktijk en biedt een platform voor kennisuitwisseling tussen infrabeheerders Eigenlijk is responsive infrastructuur een pleonasme. Want elke infrastructuur behoort responsive te zijn, zoals we dat in meerdere mate ook van de wetenschap verlangen. Maar theorie en praktijk liggen soms ver van elkaar verwijderd. Wijnand Veeneman, wetenschappelijk directeur van NGinfra : ‘Wetenschappers krijgen vaak het verwijt in zichzelf gekeerd te zijn en de wetenschap als doel an sich te beschouwen, maar de wetenschap is er met een doel, net als bruggen, havens en leidingen. Deze zijn aangelegd met het oog op hun maatschappelijke functie. Die maatschappelijke functie van wetenschap én infrastructuur willen we via NGinfra versterken door als wetenschappers expliciet de praktijk van infrabeheerders op te zoeken en tegelijkertijd een platform te bieden voor infrabeheerders om kennis uit te wisselen.’ Margot Weijnen, wetenschappelijk co-directeur van NGinfra: ‘Het nut van samenwerking is evident. Infrabeheerders komen elkaar letterlijk tegen op allerlei knooppunten en via samenwerking kunnen ze de onderlinge infra beter op elkaar afstemmen, met een betere dienstverlening als resultaat. Zo ziet de onderhoudsplanning van Schiphol er heel anders uit dan de onderhoudsplanning van ProRail, omdat Schiphol in de zomer uit z’n voegen barst en ProRail juist buiten de vakanties om de meeste reizigers moet verwerken. Voor een goede maatschappelijke dienstverlening is operationele afstemming met collega’s onontbeerlijk. Ook kennisuitwisseling over de grens van de eigen sector levert ontzettend veel op. En natuurlijk gaan we ook letterlijk de grens over om te leren van de manier waarop de infra-profiders in andere landen hun asset management organiseren. Dan hebben we de grote strategische vraagstukken nog niet eens gehad, van de langetermijnplanning en de maatschappelijke waarde van infrastructuur. Daar gaan we het over hebben.’

NGINFRAMAGAZINE

2 NGinfra zoekt naar een strategie die robuust is, zonder zekerheden die behoren bij het verleden ‘Het probleem van infrastructuur is dat je het in principe voor tientallen jaren neerlegt. Vroeger gingen we er klakkeloos van uit dat die infrastructuren ook voor die periode werden gebruikt’, zegt Veeneman. ‘Maar de wereld is dynamischer geworden. Soms leggen we infrastructuren aan waarvan onduidelijk is of die over tien jaar nog nodig zijn. De aanleg van de hogesnelheidslijn startte toen low costvliegen opkwam, om maar een voorbeeld te noemen.’ ‘De maatschappelijke omgeving is heel volatiel, denk maar aan de financiële en economische crisis of aan de geopolitiek. Als infrabeheerder kun je je fysieke assets niet snel aanpassen, dus zoek je in het ontwerp en het beheer van je systemen naar mogelijkheden om veerkracht te realiseren’, verduidelijkt Weijnen. ‘We zien een beweging in de ruimtelijke economie met krimpregio’s en groeiregio’s, zelfs op de kleine schaal van Nederland. Je moet je afvragen hoe die infra kan meebewegen met groei in de ene regio en krimp in de andere regio. En neem zoiets als de razendsnelle ontwikkeling van de IT-sector en de snel groeiende energievraag van datacenters. Hadden we dat vijftig jaar geleden kunnen voorspellen? Onze normen voor bijvoorbeeld sociale interactie en mobiliteit zijn mede onder invloed van infrastructuren en infrastructuur-gebonden diensten ingrijpend veranderd. Deze en andere ontwikkelingen in de samenleving lokken op hun beurt weer nieuwe vraag uit die leidt tot investeringen in capaciteitsuitbreiding en nieuwe technologie, en misschien zelfs in nieuwe infrastructuren. Maar welke precies? We zoeken naar een antwoord op de vraag hoe infrastructuren in deze dynamische wereld cruciale maatschappelijke en economische functies kunnen ondersteunen, met behoud van publieke waarden als universele toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Het draait om het creëren van maatschappelijke waarde en dat vereist een dialoog met de samenleving.’ Veeneman: ‘Met het programma “responsive infrastructures” richten we ons samen met infrabeheerders op de vraag hoe we de samenleving zo optimaal mogelijk kunnen bedienen met onze infrastructuren, zonder dat die samenleving de ogenschijnlijke zekerheden geeft uit het verleden. Heel veel infrabeheerders zijn afgelopen decennia bezig geweest om op basis van prognoses nieuwe infrastructuren te dimensioneren. Nu wordt veel meer nagedacht in termen van exploratieve scenario’s. Goede planners gaan uit van een waaier aan mogelijke toekomsten en zoeken naar een strategie die onder alle omstandigheden robuust is.’

27


REFLECTIE

3

4

NGinfra stelt samen met haar partners de integrale opgave centraal: bereikbaar blijven Veeneman: ‘Een andere verandering die responsiveness impliceert, is dat je meer actoren omarmt. Vroeger waren infrabeheerders vooral intern aan het optimaliseren. Nu is er meer samenwerking. Zo zoeken Rijkswaterstaat, Schiphol en ProRail samen naar oplossingen om de bereikbaarheid van de luchthaven te vergroten. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om meer treinen te laten rijden waardoor een extra landingsbaan niet nodig is; het moet gaan over het optimaliseren van het gehele systeem. Het gaat de komende jaren veel meer om integrale opgaves, bijvoorbeeld: hoe blijven we als land bereikbaar?’ Weijnen: ‘Infra-providers moeten ver vooruit plannen en zien dat het nodig is om dat samen te doen, omdat de onderlinge afhankelijkheden alleen maar toenemen. Maar in elke infrastructuurgebonden waardeketen heb je ook nog met andere spelers te maken, denk maar aan de energiebedrijven en de leveranciers van energiediensten in het energiesysteem. Die spelers opereren in competitieve markten en zullen niet vanzelfsprekend bereid zijn hun data en kennis te delen. Wij richten ons daarom in eerste instantie op de ruggengraat van de Nederlandse infrastructuur: de netwerken en knooppunten in de publieke sector. Maar we moeten ook nadenken over de vraag hoe we private netbeheerders als KPN en Ziggo kunnen betrekken in ons netwerk. En hoe zit het met nieuwe partijen als grote aannemers, die zich vaak voor 30 jaar vastleggen op een project en in zekere zin ook infrabeheerders zijn geworden? De rolverdeling is niet statisch en als NGinfra zitten we boven op nieuwe ontwikkelingen.’

NGinfra focust niet alleen op technische vraagstukken, maar heeft expliciet oog voor de soms beperkende institutionele context Weijnen: ‘Er wordt vaak gezegd dat infrastructuren een belemmering voor de vooruitgang vormen, omdat ze zo rigide zijn. Maar juist in het accommoderen van nieuwe maatschappelijke prioriteiten zijn infrastructuren enorm flexibel gebleken, kijk maar naar de invoering van elektriciteitsmarkten en naar de snelle opkomst van hernieuwbare energie. Voor de infrabeheerder is het wel problematisch dat investeringen in nieuwe productiecapaciteit worden gestuurd door kortetermijn-marktsignalen, terwijl nieuwe transportcapaciteit een veel langere aanlooptijd heeft. Ook is het lastig dat de nationale elektriciteitsmarkten in Europa op allerlei ontwerpdetails van elkaar verschillen, waardoor de internationale verbindingslijnen niet altijd optimaal worden gebruikt. In het elektriciteitssysteem heb je ook nog eens interactie met het ETS, het Europese systeem voor handel in CO2-emissies. Waarom hebben we de afgelopen jaren dan nog kolencentrales gebouwd? Blijkbaar werken de instituties, die we met de beste bedoelingen hebben ontworpen, soms contraproductief. Dat is voor NGinfra een belangrijk aandachtspunt. Om responsiviteit voor de toekomst te borgen, moet je ook naar de institutionele context kijken.’

‘Infrabeheerders stellen zich steeds vaker de vraag wat het maatschappelijk optimum is’, zegt Veeneman. ‘De partners in ons netwerk – regionale energiebedrijven als Alliander, drinkwaterbedrijf Vitens, Rijkswaterstaat, ProRail, Schiphol en Havenbedrijf Rotterdam, maar ook andere infrabeheerders als waterschappen en nationale infrabedrijven als TenneT en de Gasunie – zijn allemaal publiek georiënteerd en streven in beginsel maatschappelijke doelen na. Maar het blijft knetter-ingewikkeld, want infrabeheerders worden ook afgerekend op hun eigen prestaties. Het wordt nóg ingewikkelder als infrabeheerders verschillende eisen op zich zien afkomen. Zo kan het voorkomen dat het ministerie van Financiëen andere verwachtingen heeft van de NS dan het ministerie van I&M. Infrabeheerders moeten er dan chocola van maken. Hierom is governance een belangrijk aandachtspunt van NGinfra .’

28

‘We weten te weinig over hoe, wanneer en onder welke condities infrastructuur sturend of volgend is op maatschappelijke ontwikkelingen’

NGINFRAMAGAZINE


REFLECTIE

5

6

NGinfra legt in haar onderzoeksagenda de nadruk op bestaande infra, hoe die beter kunnen worden benut voor het realiseren van maatschappelijke doelen Veeneman: ‘Die energietransitie is natuurlijk een van de belangrijkste trends en kan grote gevolgen hebben. Rotterdam slaat nog steeds veel kolen en olie over, maar hoe lang nog? Een andere trend die deels in het verlengde van de digitalisering ligt, is het verschuiven van de aandacht voor aanleg van nieuwe infra naar beter gebruik van bestaande infra, terwijl de kwaliteit van de dienstverlening hoog moet blijven. De ICT-ontwikkeling biedt daar grote beloften en ligt aan de basis van een ingrijpende verandering van hoe wij infrastructuren gebruiken, bijvoorbeeld door automatisch rijden. Daarvoor maken we op een heel andere manier gebruik van infra én van energie. Dat heeft enorme consequenties voor onze infrastructuur.’ Weijnen: ‘We zien ICT-, energie- en transportinfrastructuren steeds meer verbonden raken. Dat roept nieuwe vragen op voor de infrabeheerders en de toezichthouders, maar voor de consument is er veel goed nieuws in de vorm van gepersonaliseerde dienstverlening. Is de burger dan ook bereid daarvoor zijn privacy op te offeren? Hoe moeten de infraproviders omgaan met de komst van big data en open data? Welke nieuwe dienstverleners ruiken hier hun kansen? En wat betekent dit uiteindelijk voor de fysieke infrastructuur zelf? De dynamiek van IT-gebonden diensten boven in de toegevoegde waardeketen is van een andere orde dan die van de onderliggende fysieke infrastructuur. Dieper in het systeem is de reactiesnelheid trager, denk aan veranderingen in de ruimtelijk-economische structuur.’

NGinfra en haar partners zoeken expliciet de dialoog met de samenleving op, want responsiveness impliceert dialoog ‘Een ander belangrijk vraagstuk is hoe we het begrip “waarde van infrastructuur” meer handen en voeten kunnen geven’, zegt Weijnen. ‘Denk aan de komst van de waterleiding en sanitatie in de tweede helft van de negentiende eeuw, en de gevolgen die dit heeft gehad voor de volksgezondheid en de leefbaarheid van steden. Infrastructuur heeft eigenlijk altijd een veel verderstrekkende invloed op de samenleving dan je enkel op basis van de primaire functionaliteit zou verwachten. Als je echt responsive wilt zijn, dan moet je in dialoog met de samenleving willen gaan. Die samenleving zit daar nu niet op te wachten, want infrastructuren zijn letterlijk en figuurlijk onzichtbaar. Het spul ligt grotendeels onder de grond. De burger merkt eigenlijk alleen iets van infrastructuur als er storingen of files zijn. Onze eerste uitdaging is om de maatschappelijke waarde die door infrastructuren wordt gecreëerd, op het netvlies van de burger te krijgen. De beschikbaarheid of niet-beschikbaarheid van infra raakt elke burger. Stel je voor dat steeds meer mensen hun eigen energievoorziening gaan regelen, decentraal, wat betekent dat dan voor de mensen die dat niet kunnen? Als infrastructuren in de toekomst eens niet meer de vanzelfsprekende collectieve voorzieningen zijn zoals we ze kennen uit de vorige eeuw, dan zijn er gevoelige politieke afwegingen aan de orde. Over dat soort strategische vraagstukken gaat responsive infrastructures. De dialoog met de samenleving draait om de rol van infrastructuren in de samenleving van de toekomst. Infrastructuren raken onze woon- en werkomgeving, de inrichting van onze steden, natuur en landschap. Infrastructuren beïnvloeden op allerlei manieren ons gedrag en ons gedrag bepaalt weer hoe infrastructuren zich ontwikkelen. Responsiveness gaat over die interactie en impliceert dialoog.’

‘Het is eigenlijk verbazingwekkend dat we nog altijd niet goed weten hoe, wanneer en onder welke condities infrastructuur sturend dan wel volgend is op de maatschappelijke ontwikkelingen’, vervolgt Weijnen. ‘De spoorwegen en kanalen die in de negentiende eeuw zijn aangelegd, hebben de ontwikkeling van de economie zeker aangejaagd. Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Europese infrastructuur grote moeite gehad de economische ontwikkeling bij te benen. In het huidige tijdsgewricht is het de vraag of je met slimme investeringen in nieuwe infrastructuur opnieuw een impuls zou kunnen geven aan de economie.’

Weijnen besluit: ‘Zo’n strategische dialoog moet worden gevoed met nieuwe inzichten in de maatschappelijke waarde van infrastructuren. Dat is voor ons een formidabele uitdaging.’ •

Margot Weijnen en Wijnand Veeneman bouwen op dit moment aan het themacenter Waarde van Infrastructuur. Het is hun doelstelling om de veelal onzichtbare maatschappelijke waarde van infrastructuur handen en voeten te geven en zichtbaar te krijgen op het netvlies van de burger. In dialoog met de samenleving wil het themacenter helpen om strategische en politiek gevoelige afwegingen scherp te krijgen. Meedoen of meedenken? Mail ze op waarde-van-infrastructuur@nginfra.nl.

NGINFRAMAGAZINE

29


Themacenter Toekomst Verkennen

THEMACENTER

Het themacenter Toekomst Verkennen bestaat uit de volgende leden: Rian Kloosterman (Vitens), Michiel Deerenberg (ProRail), Milou Wolters (RWS), Esther Hardi (Alliander), Maarten van der Vlist (RWS), Erna Ovaa (RWS), Peter van Laarhoven (Schiphol), Caroline Kroes (Havenbedrijf), Patrick van Duin (TU Delft)

30

NGINFRAMAGAZINE


NGINFRA BEELDMERK

TOEKOMST VERKENNEN

Letterlijk en figuurlijk dichter naar elkaar toe NGINFRA BEELDMERK & WOORDBEELD

Nederland verdicht. De trek van steeds meer mensen en bedrijven naar de stad maakt dat ruimte schaarser wordt. Tegelijkertijd moet ons land bereikbaar en leefbaar blijven. Het N e x t G e en n e r a tfiguurlijk i o n I n f r a s t r u cdichter tures drijft infrabeheerders letterlijk naar elkaar,

bijvoorbeeld bij het Engelse Werk in Zwolle. Wat als je ruimte aan de rivier wilt geven in een gebied dat grenst aan een plek waar ook al spooremplacement en waterwinning samengaan? Hoe ga je om met conflicterende claims? Bij het themacenter Toekomst Verkennen onderzoeken de partners van NGinfra samen wat de kansen en problemen zijn om toe te werken naar de beste maatschappelijk oplossing. Meedoen of meedenken? Mail ons op toekomst-verkennen@nginfra.nl.

NGINFRAMAGAZINE

31


LUNCHBOX In ‘De Lunchbox’ spreekt NGinfra elke editie iemand uit de infrapraktijk over zijn of haar dagelijkse werkzaamheden en langetermijndoelen. Herman Meijer, lid themacenter Data & Security namens Havenbedrijf Rotterdam N.V. bijt het spits af. Meijer is datamanager en daarom ook nauw betrokken bij het leiderschapsprogramma van het Havenbedrijf. Ook een keer lunchen met de redactie? Mail uw verhaal naar redactie@nginfra.nl

Herman Meijer, themacenter Data & Security

In 3 muisklikken naar alle data Havenbedrijf Rotterdam ziet meer en meer de waarde van data in om interne en externe processen beter en efficiënter te laten verlopen. Datamanager Herman Meijer speelt een grote rol in dit traject, dat sinds 2012 loopt. Het uiteindelijke doel: alle informatie via de havenkaart benaderbaar maken.

‘W

at ik vanochtend heb gedaan? Ik kom net uit de wekelijkse MT-vergadering voor assetmanagement. Vanochtend hebben we onder meer de uitgaven, de competenties van medewerkers en de jaarplannen besproken. We kijken continu of we kansen kunnen benutten.’ Het is maandag vergaderdag voor Herman Meijer wanneer NGinfra bij hem aanschuift voor een lunchinterview. Vanuit zijn kantoor op de 8e etage heeft hij een prachtig uitzicht over de Nieuwe Maas.

De vijfde modaliteit Als datamanager houdt Meijer zich bezig met de vijfde modaliteit van het Havenbedrijf: data en informatie. ‘Voorheen hadden we vier modaliteiten: water, weg, spoor en pijpleidin-

gen. De directie heeft daar data en informatie aan toegevoegd, waar een forse investering mee is gemoeid. Het geeft aan hoe belangrijk het voor ons is.’ Het traject dat de naam ‘Port Object Information’ draagt, is in 2012 gestart en wordt naar verwachting deze zomer afgerond. In deze eerste fase staan data en informatie ontsluiten via de kaart centraal.

CV Herman Meijer is datamanager bij Havenbedrijf Rotterdam N.V., de onderneming waar hij eerder onder meer Manager Informatiebeheer Infrastructuur en Manager Mariene Infrastructuur was. Meijer heeft Weg- en waterbouw (mts) en Informatie (hbo) gestudeerd.

Als voorbeeld noemt Meijer de kademuren, waar het Havenbedrijf meer dan een miljard euro in heeft geïnvesteerd. Die kademuren gaan gemiddeld vijfentwintig tot veertig jaar mee, terwijl de omstandigheden constant veranderen. Zo is er een verschuiving in het gebruik doordat schepen groter worden en de kranen óp de kademuren zwaarder. Hoe bepaal je dan wanneer een kademuur aan vervanging toe is? ‘Met behulp

32NGINFRAMAGAZINE


Flexibel meebewegen

van sensoren kunnen we tijdig vervormingen constateren en daarop actie ondernemen.’ Hetzelfde geldt voor informatie over wegen, cruciaal voor de bereikbaarheid van het havengebied. ‘Of neem de havenbodem, die aanslibbingsgevoelig is. Die moeten we op de juiste diepte houden, ook voor de meest diepstekende schepen.’ En dat alles vraagt om kwalitatieve datasets. Data voor eigen gebruik, maar onlangs is ook besloten dat het Havenbedrijf data gaat delen met anderen. ‘Hoe en voor welke groepen moeten we nog bepalen.’ Alles via de kaart Bij de ontsluiting van de data gaat veel aandacht uit naar de gebruiksvriendelijkheid. Zo is Meijer samen met ongeveer tien collega’s druk bezig met het uiteindelijke doel: álle data via de kaart benaderbaar maken. Dat werkt precies zoals het klinkt: je klikt op een kaart van de haven op het gewenste gebied en met nog maximaal twee doorklikken ben je bij de informatie die je zoekt. Een hele uitdaging, legt de datamanager uit. ‘We werkten met allerlei verschil-

lende systemen. Dat zijn nu drie kernsystemen geworden die onderling zijn gekoppeld. Om de werking in de praktijk te testen, hebben we kinderen naar informatie laten zoeken; werkt het eenvoudig genoeg? Uit onderzoek bleek namelijk dat medewerkers voorheen tot vijfentwintig procent van hun tijd kwijt waren aan het vinden van de juiste informatie. Dat proberen we met deze aanpak op te lossen.’ Wanneer komende zomer fase 1 is afgerond, wordt gelijk met het volgende traject gestart: ‘Groeien binnen grenzen’. Meijer: ‘In het havengebied hebben we te maken met verschillende “beperkingen”: milieu-, geluids-, ruimte- en veiligheidsgrenzen. Aan de hand daarvan willen we snel scenario’s kunnen doorrekenen om te bepalen wat de beste positie voor een klant is. Brengt een klant bijvoorbeeld veel verkeersbewegingen met zich mee, dan plaats je hem eerder in het westelijke gebied van de haven. Maar hoeveel CO2-uitstoot is daar nog toegestaan en wat zijn daar de geluidsmarges? Dat soort vragen willen we met behulp van kwalitatieve data kunnen beantwoorden.’ •

Naast dit alles houdt Meijer zich ook bezig met het Leiderschapsprogramma. De insteek: het Havenbedrijf opereert in een sterk veranderende wereld – hoe zorg je ervoor dat je flexibel kunt meebewegen terwijl je ondertussen met langetermijndoelen te maken hebt? In het Leiderschapsprogramma worden vier punten onderscheiden, als afsluiting van het lunchinterview licht Meijer ze kort toe: 1. Inspirerend leiderschap > ‘Leg verantwoording zo laag mogelijk in de organisatie neer. Medewerkers moeten risico’s durven nemen,’ 2. Zoek naar collectieven > ‘Verzamel collega’s als je met een uitdaging zit, dan kom je tot meer inzichten. Probeer een oplossing vervolgens eerst klein uit te rollen. Is het een succes, dan verkoopt het zichzelf binnen de organisatie. Is het geen succes? Dan laat je het vallen en ga je naar iets anders op zoek. Dit onderdeel gaat over het met elkaar anticiperen op veranderingen.’ 3. Interne ontwikkelingskansen > ‘Dit doen we aan de hand van de GROWmethode: goal, reality, opportunities, wrap-up. Het idee is dat de manager de medewerker helpt de oplossing zelf te bedenken in plaats van oplossingen aan te dragen.’ 4. Vitale medewerker > ‘We moeten met zijn allen langer doorwerken, waarbij ook werkdruk en stress kunnen toenemen. Dan is het extra belangrijk dat je lichaam en geest gezond houdt. We onderkennen dit en spannen ons in om onze medewerkers zo vitaal mogelijk te houden. Om die reden hebben we onder meer een fitnesscentrum geopend, zorgen we dat er altijd vers fruit ligt en organiseren we lezingen door topsporters.’

NGINFRAMAGAZINE33


RECENSIE

De haven van Rotterdam

Opslagtanks als witte puntjes op de i

Want de haven van Rotterdam ís natuurlijk een schitterende plek, een levend kunstwerk. De zee aan fel gekleurde opslagcontainers onder woest rokende pijpen. De massaal strak geparkeerde auto’s, vers geïmporteerd uit een ver land. De besmeurde vrachtwagens onder feeërieke straatverlichting. Magische plaatjes levert het op. Maar ‘De haven van Rotterdam’ is veel meer dan die plaatjes. In een kleine 300 pagina’s lees je onder meer over de ontwikkeling van de haven tot en na 1940 en krijg je een breed scala

34

aan feiten en cijfers voorgeschoteld. Zo weet je na afloop dat de gemiddelde lading per schip sinds 1900 is toegenomen van 15.000 naar 160.000 ton en dat de langste pijpleiding die Rotterdam aandoet – het Central Europe Pipeline System – een totale lengte van 5.500 km heeft. Maar ook lees je welke lessen Rotterdam trekt uit andere wereldhavens. Middels puntige, to-the-point teksten en een enorme hoeveelheid aan schitterend beeldmateriaal krijg je een rondleiding door de complete haven van toen en nu. Daarmee is ‘De haven van Rotterdam’ een naslagwerk, kunstboek en – in het geval van Aboutaleb – inspiratiebron ineen. • Titel: De haven van Rotterdam Redactie: Marinke Steenhuis Uitgeverij: nai010 ISBN: 978-94-6208-234-2

‘I

k zag de rivier, de levensader van Rotterdam, als een verbindend thema door het landschap meanderen, met veelkleurige kranen en containers op de kades en de opslagtanks als witte puntjes op de i.’ Het vuistdikke boek ‘De haven van Rotterdam’ maakt de dichter los in burgemeester Aboutaleb, die in hetzelfde voorwoord de haven ‘een ingenieus geconstrueerd landschap met water, groen en wuivende bomen’ noemt. Zijn bezieling is goed te begrijpen wanneer je door het boek bladert en je oog langs de ene na de andere prachtige foto laat gaan.

NGINFRAMAGAZINE


Save the date 26 mei thema CREATING RESPONSIVE CONNECTIONS SCHIPHOL

Locatie

G R O U P,

SCHIPHOL

dagvoorzitter

ANDREA

VA N

POL

www.nginfra.nl


360-GRADEN-INFRA

Spiegelen op de Nederlandse infra In deze eerste editie van NGinfra van dit jaar blikken we met drie deskundigen vooruit op de infrastructuur van morgen. Wat zijn de uitdagingen op het gebied van informatietechnologie, wegen en energievoorziening? Wat gaat goed en waar zitten de verbeterpunten?

Naam: Martijn Boelhouwer Functie: Senior communicatieadviseur en woordvoerder bij Netbeheer Nederland Opleiding: Master of Science (MSc), Organizational Communication

Naam: Jeroen van de Lagemaat Functie: Directeur NDIX B.V. Opleiding: Master Electrotechnical Engineering

Naam: Gert Visser Functie: Directeur regio’s & business manager regionale overheden bij Movares Opleiding: Bouwkunde, afstudeerrichting Facility management

36NGINFRAMAGAZINE


De 360-gradenfeedback is een veelgebruikt instrument op het gebied van beoordeling en ontwikkeling van medewerkers. Bij dit instrument geeft een aantal personen met een verschillend perspectief feedback op het gedrag en functioneren van één persoon. Doel is om een zo breed mogelijk beeld te schetsen. In de vaste rubriek ‘360-graden-infra’ reflecteren we niet op een persoon, maar kritisch op de Nederlandse infra. Steeds met andere spelers, maar altijd over de stand van de Nederlandse infrastructuur en altijd sectoroverstijgend.

Informatietechnologie

kwetsbaarder. Niet alleen hackers azen op gaten in de beveiliging, ook in het licht van toenemende terrorismedreiging is optimale veiligheid de komende jaren een speerpunt.’

Jeroen van de Lagemaat Positief over: ‘De ontwikkeling van breedbandinternet heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen, maar we zijn er nog niet.’ Voor verbetering vatbaar: ‘Met name in de meeste buitengebieden valt nog een slag te maken, omdat de aanleg van glasvezel enorm veel investeringen vergt. KPN investeert niet in glasvezel om onrendabele regio’s aan te sluiten, dus blijf je daar zitten met VDSL-aansluitingen, een soort verbeterd ADSL. Het is puur een geldkwestie.’ Verwachting: ‘Ik signaleer dat het gat wordt ingevuld door marktpartijen die weliswaar een snel, maar geen open netwerk realiseren. Terwijl de KPN-glasvezel in de steden wel open is (iedereen kan zijn of haar dien-

sten daarover aanbieden tegen exact gelijke condities) dankzij uitgebreide regulering en toezicht door de overheid. Extra zorgelijk is dat vrijwel alle glasvezelinfrastructuren in Nederland op termijn in buitenlandse handen zullen geraken.’

Gert Visser Verwachting: ‘De fysieke infrastructuur wordt steeds minder belangrijk nu we een snel 4G-, en straks zelfs 5G-netwerk tot onze beschikking hebben.’ Positief over: ‘Dat is een goede ontwikkeling, want dat betekent ongekende vrijheid om overal bereikbaar te zijn.’ Voor verbetering vatbaar: ‘Aan de andere kant wordt onze digitale infrastructuur zo wel een stuk

Martijn Boelhouwer Voor verbetering vatbaar:‘Het begrip IT is voor veel mensen nog steeds synoniem aan computers en telefoons. Vanuit de energiesector gezien is het echter veel interessanter om te kijken naar het Internet of Things en de invloed op beheer van het energienet.’ Verwachting: ‘We krijgen elektrische auto’s die zelfstandig via gps hun weg vinden. We signaleren storingen in bekabeling à la minute via het scherm, terwijl daar vroeger een auto voor uitrukte.’ Positief over: ‘Dankzij verregaande digitalisering heeft Nederland een uptime van meer dan 99%. Vrij vertaald: we zitten gemiddeld maximaal 32 minuten per jaar zonder stroom.’

NGINFRAMAGAZINE37


Energie

Mobiliteit

360-GRADEN-INFRA Jeroen van de Lagemaat

Gert Visser

Verwachting: ‘We gaan zeker niet minder autorijden nu thuiswerken bij veel bedrijven de norm is. Ik rijd nog steeds naar congressen, al kan ik alle belangrijke stukken online lezen. Ontmoeten blijft belangrijk en dat is niet te vervangen door internet. Wel verwacht ik dat de auto van morgen tegelijkertijd ons kantoor wordt; nu kan ik alleen nog maar bellen, maar de zelfrijdende auto is binnen tien jaar realiteit. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor ons wegennet. Daar waar we nu nog wegmarkering hebben, zul je straks voorzieningen voor sensoren moeten aanbrengen die auto’s veilig van A naar B geleiden.’

Positief over: ‘Wij hebben een van de beste wegennetwerken in Europa. Ondanks het feit dat we massaal thuiswerken en anticiperen op elektrische auto’s, denk ik niet dat er minder asfalt nodig is.’ Verwachting: ‘Sterker nog: we shoppen online enorm veel spullen bij elkaar die allemaal thuisgebracht moeten worden. Ik zie dan ook steeds meer busjes en vrachtauto’s rondrijden. Daarnaast – en dat klinkt paradoxaal – rijden we misschien wel meer, juist omdát we flexibel zijn. Je bent immers niet meer gebonden aan kantoor, dus kun je op elke gewenste locatie je laptop openklappen. Ik zit tegenwoordig veel bij klanten, omdat ik daar ook gewoon op het netwerk kan.’

Jeroen van de Lagemaat

Verwachting: ‘In dat kader zie ik fascinerende ontwikkelingen zoals smartgrids; gebouwen die hun eigen stroom opwekken, net als de opslag van energie in elektrische auto’s en nog veel meer. Je krijgt zo een gesloten en zelfregulerend systeem waar energieleverancier noch netbeheerder voor nodig is.’

Positief over: ‘De energiemarkt transformeert in hoog tempo van conventioneel naar duurzaam opwekken. Dit is een ontwikkeling die ik van harte toejuich. In mijn branche is stroomverbruik de komende jaren een van de belangrijkste issues, omdat datacenters nu eenmaal grootverbruikers zijn. Daar komt bij dat IT-infrastructuren een korte levenscyclus hebben.’ Verwachting: ‘Wat vandaag modern is, wordt over een paar jaar alweer vervangen en dus opnieuw aangesloten op het stroomnet.’

Gert Visser Positief over: ‘Management van de beschikbare energie is volgens mij de komende jaren een belangrijk speerpunt. We bouwen windmolens en plaatsen massaal zonnepanelen.’ Voor verbetering vatbaar: ‘Erg goed, maar doordat de opwekking weersafhankelijk is, fluctueert de hoeveelheid energie in het net. Een klus voor partijen zoals TenneT en Alliander.’

38

Martijn Boelhouwer Positief over: ‘Ik reis zelf amper met de auto, maar ben wel een fervent treinreiziger voor woon-werkverkeer. We hebben een fantastisch spoorwegnet, maar er is wel een structureel tekort aan treinen.’ Voor verbetering vatbaar: ‘Ik hoop en verwacht dat we dankzij slim gebruik van big data beter in staat zijn om pieken in het reizigersverkeer op te vangen. Als je inzicht hebt in het aantal mensen dat voornemens is om een bepaald traject af te leggen, kun je daar je materieel op aanpassen.’ Verwachting: ‘Verder houd ik de ontwikkelingen op het gebied van de elektrische auto nauwlettend in de gaten. In 2015 reden er 1 miljoen elektrische auto’s. Zeker voor onze branche een belangrijke ontwikkeling.’

Martijn Boelhouwer Positief over: ‘Als je vraagt of wij een goede infrastructuur hebben, dan is het antwoord een volmondig “ja”.’ Voor verbetering vatbaar: ‘Dat neemt niet weg dat we voor uitdagingen staan. Traditioneel was energietransport eenrichtingsverkeer; van centrales naar de eindgebruiker.’ Verwachting: ‘Nu steeds meer mensen en gemeenschappen zelf hun energie opwekken en verkopen, is het aan de netbeheerders om die tekorten en overschotten in samenwerking met andere partijen goed te managen. Daarbij speelt de eerdergenoemde techniek weer een rol.’

NGINFRAMAGAZINE


Jeroen van de Lagemaat Voor verbetering vatbaar: ‘De Nederlandse infrasector moet zelf de regie houden over assets en beleid. Het gaat immers over onze basisvoorzieningen. En toch zie je dat steeds meer partijen in buitenlandse handen komen. Essent werd onderdeel van Ziggo, dat onlangs is overgenomen door het Amerikaanse Liberty Global. Voormalige overheidsbedrijven zoals KPN laten steeds meer over aan commerciële bedrijven die niet handelen vanuit algemeen belang, maar vanuit winst. Zolang winst wordt gemaakt, blijven die partijen geld steken in onze basisinfrastructuur, maar wat als ze daarmee stoppen?’

Gert Visser Voor verbetering vatbaar: ‘Op het gebied van duurzame stroom bungelen we ergens onderaan. Ik

geloof dat we Europees gezien de 14e positie innemen. Zonder heel politiek te worden, komt dat doordat we een kabinet hebben dat hier geen speerpunt van maakt. Andere landen zijn al jaren geleden na gaan denken over alternatieve energiebronnen en plukken daar nu de vruchten van.’

Martijn Boelhouwer Voor verbetering vatbaar: ‘Nu alles met alles samenhangt is veiligheid een issue. Je moet er niet aan denken welke ontwrichtende gevolgen een hackaanval of een terroristische aanslag kan hebben. Wat mij betreft blijft het veiligheidsniveau van onze infrastructuur op hetzelfde topniveau. Die complexiteit van structuren is zowel ons sterkste als ons zwakste punt.’

Nederland en de wereld

Topprioriteit

360-GRADEN-INFRA Jeroen van de Lagemaat Voor verbetering vatbaar: ‘Zijn we nog gidsland? In veel opzichten helaas niet meer. Op het gebied van schone energie worden we links en rechts ingehaald door bijvoorbeeld Finland en Duitsland. Mijn advies aan de infrasector: wees wat slagvaardiger. In Duitsland mag men dan lang vergaderen op de millimeter, maar als er eenmaal is besloten gebeurt er ook daadwerkelijk iets.’ Positief over: ‘Anderzijds hebben wij weer een uitermate goed en fijnmazig wegennet en ook ons openbaar vervoer behoort tot de besten ter wereld. Ik reis regelmatig naar Duitsland en dan valt wel op dat daar een inhaalstag moet worden gemaakt qua wegenonderhoud.’

Gert Visser Positief over: ‘Over het algemeen hoort de Nederlandse infrastructuur tot de beste ter wereld. Of het nu gaat om openbaar vervoer, drinkwatervoorziening, het distributienet voor energie of digitale infrastructuur. Als alles werkt, zijn we gewoon koploper.’ Voor verbetering vatbaar: ‘Desondanks valt er nog wel wat te verbeteren. Met de toenemende wateroverlast in steden is het zaak om je infrastructuur extra te beschermen. Meerlaagse veiligheid heet dat. We zijn zo afhankelijk van onze infra dat een breuk in de bekabeling desastreuze gevolgen kan hebben.’

Martijn Boelhouwer Positief over: ‘Zoals gezegd zitten Nederlanders zelden zonder stroom. Ter vergelijking: Fransen zitten 60 minuten per jaar zonder stroom en Engelsen zelfs ruim anderhalf uur. Wij doen het vooral goed omdat een groot deel van de leidingen onder de grond loopt, zodat je minder kwetsbaar bent voor breuk en wateroverlast. Energietechnisch zijn we leading.’ •

NGINFRAMAGAZINE

39


Next Generation Infrastructures

THEMACENTER

NGINFRA WOORDBEELD + BRANDED

cr e a t e d b y

NGINFRA BEELDMERK

Waar raken we aan elkaars net? Daar waar infrastructuren bij elkaar komen, raken de belangen van infrabeheerders elkaar. Er zijn maar weinig plekken in Nederland waar zoveel belangrijke infrastructuren bij elkaar komen als rondom mainport Schiphol. De invloed van de prestaties van de ene infrastructuur op die van de andere zijn hier groot. Dat creëert uitdagingen voor de wijze waarop infrabeheerders van de eigen N e x t G e nde e r a t beschikbaarheid ion Infrastructures infrastructuur kunnen garanderen. Onderhoud aan de spoortunnel heeft bijvoorbeeld een directe invloed op de bereikbaarheid van Schiphol en kan niet samengaan met onderhoud aan één van de belangrijke andere verkeersaders rondom de luchthaven. Netbeheerders als Schiphol, ProRail en Rijkswaterstaat werken daarom intensief samen om de bereikbaarheid van Schiphol te kunnen garanderen. Het themacentrum Beschikbaarheid verbreedt en verdiept deze samenwerking en verkent samen met de wetenschap waar en op welke wijze de activiteiten van de netbeheerders elkaar raken en de beschikbaarheid van infrastructuur beïnvloedt. Hoe kan door samenwerking meerwaarde gerealiseerd worden? NGINFRA BEELDMERK & WOORDBEELD

Meedoen of meedenken? Mail naar beschikbaarheid@nginfra.nl. 40

NGINFRAMAGAZINE


Het themacenter Beschikbaarheid bestaat uit de volgende leden: Edwin Blaauwgeers (Vitens), Frank Bokhorst (ProRail), Mark de Bruijne (TU Delft), Fred Mathot (Alliander), Giel Jurgens (Havenbedrijf Rotterdam), Richard Leurs (Schiphol Group), Jasper Schavemaker (Rijkswaterstaat), Rob Schoenmaker (TU Delft)

NGINFRAMAGAZINE

Themacenter Beschikbaarheid

BESCHIKBAARHEID

41


WETENSCHAP

Responsive open, maar soms juist gesloten internationale systemen Erik van der Vleuten is Professor of History of Technology aan de Technische Universiteit Eindhoven en houdt zich bezig met infrastructuur en de maatschappelijke gevolgen daarvan. Voor het vinden van actuele thema’s kijkt hij terug naar het verleden en daar is veel te leren over responsiveness.

V

an der Vleutens focus ligt op maatschappijbrede sociotechnische systemen, zoals de energie-, water- en voedselvoorziening, en ook de financiële infrastructuur en ecologische hoofdstructuur. Dit soort systemen ontwikkelt zich langzaam en bevat veel ingebakken kwetsbaarheden. Omdat ze breed zijn ingebed, zijn ze ook moeilijk te veranderen. Van der Vleuten schreef, samen met anderen, onder meer de boeken ‘Europe’s Infrastructure Transition: Economy, War, Nature’ en ‘The Making of Europe’s Critical Infrastructure: Common Connections and Shared Vulnerabilities’. Blik over de grenzen De hoogleraar werpt zijn blik graag over de grens en kijkt bijvoorbeeld naar de hechte infrastructurele samenwerkingen tussen Europese landen. Hij beargumenteert dat die al veel langer bestaan dan de econo-

mische en politieke eenheid. Welke gevolgen hebben internationale koppelingen in bijvoorbeeld elektriciteitsnetwerken? Een stroomstoring in Nederland kan bijvoorbeeld worden opgevangen door elektriciteitscentrales in omringende Europese landen. Maar andersom, bij de ‘Grote Europese black-out’ van 4 november 2006, verspreidde een storing in Noord-Duitsland zich tot Portugal, Spanje, Italië en Kroatië. Via de Spanje-Marokko-kabel gingen zelfs lichten uit in Marokko, Algerije en Tunesië. Internationale koppelingen voorko-

Er zijn typen gebruik – zoals criminaliteit – die je juist wilt voorkomen

men dus sommige kwetsbaarheden, maar kunnen ook juist nieuwe typen kwetsbaarheden veroorzaken. Hoe ernstig dit is hangt overigens van je perspectief af. De elektriciteitssector vond deze black-out een politieke hype, maar de Europese Commissie gebruikte deze ‘enorme kwetsbaarheid’ als argument voor het opzetten van nieuwe EU-brede organisaties en haar programma voor ‘slimme elektriciteitsnetwerken’. Open gebruik Bij het thema responsive infrastructures staan voor Van der Vleuten de veranderende wensen van de gebruiker in de tijd centraal. ‘Je ontwerpt dus voor een open gebruik. Dat kan technocratisch zijn, dus voor een gebruik dat je je als expert voorstelt. Of het is een participatief proces, waarbij je een grote groep stakeholders bijeenbrengt. Het lijkt mij vooral interessant om te kijken of

42NGINFRAMAGAZINE


WETENSCHAP

Responsive connections volgens… Verschillende wetenschapsdisciplines geven invulling aan het thema responsive infrastructures. In deze editie: …Erik van der Vleuten, Professor of History of Technology aan de Technische Universiteit Eindhoven

1866: Het net gebouwde station in Alkmaar, gezien vanaf de perronzijde. Het spoor en de perrons waren open en toegankelijk voor iedereen. Dat de treinen op dit spoor e in de 21 eeuw een tweede werkplek voor reizigers zouden worden, was nooit voorzien.

je een design voor open gebruik kunt maken dat steeds aan de nieuwe wensen van de gebruiker is aan te passen. Een belangrijk vraagstuk dat hierbij een rol speelt, is in hoeverre je deze openheid moet doorvoeren. Want er zijn typen gebruik – zoals criminaliteit – die je juist wilt voorkomen. Kun je dat in de ontwerpfase, maar ook bij aanpassingen twintig jaar later, voorkomen zonder afbreuk te doen aan open innovatie?’

Zonder spoor geen loopgravenoorlog Om het tastbaar te maken, kijkt Van der Vleuten terug naar de ontwikkeling van het transport per spoor. ‘Dit transport is ontstaan vanuit een bepaalde ideologie. Het moest voor iedereen toegankelijk zijn, en doordat mensen met elkaar in contact kunnen komen en elkaar beter begrijpen, bereik je ook economische groei. Zo hebben de spoorwegen een spectaculair effect gehad op de ontwikkeling van de haven. Later werden diezelfde spoorwegen gebruikt voor militaire doeleinden. De hele loopgravenoorlog in de Eerste Wereldoorlog was zonder de spoorwegen – die met de

nodige aanpassingen prima geschikt bleken voor piekbelastingen zoals het mobiliseren van soldaten en materialen – niet mogelijk geweest. De oorlogstreinen en later de treinen voor het vervoer van de Joden naar de concentratiekampen, dat zijn gevolgen die je niet had voorzien. In een open ontwerp wil je dus bepaalde zaken voorkomen, maar hoe kun je die voorzien en dat inbouwen?’ Werkcoupé van de toekomst Een actueel onderwerp waar dit speelt, is het werken in de trein. ‘In landen als Finland, Zweden en Denemarken betreed je een soort rijdend kantoor. Hier in Nederland

NGINFRAMAGAZINE43


WETENSCHAP

2016: Vluchtelingen proberen via het spoor de grens over te steken in Macedonië. Onwenselijk gebruik van ons open transportsysteem?

hebben we het er al járen over, maar komt het niet van de grond. Wat heeft zo’n coupé nu nodig om in te kunnen werken? En tegen de tijd dat ze geleverd worden, welke eisen stelt de gebruiker dan? Wat als over tien jaar blijkt dat straling slecht is voor de gezondheid en de coupé helemaal draadloos is ingericht? Inspelen op alle onvoorziene zaken, dat gaat niet. Maar we moeten wel onderzoeken hoe we ontwerpen flexibel genoeg houden om te kunnen aanpassen.’ Vaarwel open transportsysteem? Dat die roep naar een smart – of Responsive – antwoord op maatschappelijke ontwikkelingen steeds groter wordt maar ook problematisch is, blijkt uit een actuele ontwikkeling als de grote vluchtelingenstromen. Met miljoenen stappen de migranten in treinen en bussen, en zij zijn

‘Het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal staat ineens weer ter discussie’ allemaal smart: ze beschikken met hun telefoons over data en connectiviteit. ‘Deze ontwikkelingen zijn niet voorzien en vanuit de ogen van veel politici is dit gebruik van infrastructuren niet wenselijk. Hiermee staat ineens de eerste van de vier vrijheden van de EU – het vrije verkeer van personen, goederen, diensten, en kapitaal – weer helemaal ter discussie. Net zoals de financiële crisis de laatste vrijheid onder druk zet. Mocht

de werkloosheid zodanig oplopen dat we ook daar weer van een “crisis” spreken, dan zullen de andere twee vrijheden ongetwijfeld ook weer op veel tegenstand stuiten. Voor infrastructuuronderzoekers is dat opmerkelijk, omdat de ideologie van infrastructuur – connectivity for all, gekoppeld aan wederzijds begrip en vrede, samenwerking en economische groei, en vrijheid – in de laatste twee eeuwen steeds een centrale rol speelde. Dit was zo bij de introductie van spoor en telegrafie, elektriciteit en luchtvaart, radio en TV, en nu internet en social media. Dat maakt de vraag hoe infrastructuur “open” en “Responsive” te ontwerpen en reguleren, maar toch ongewenste ontwikkelingen te voorkomen, een centrale onderzoeksvraag op dit moment.’ •

44NGINFRAMAGAZINE


COLUMN

Een Deltaprogramma Fiets Nederland is een fietsland. Maar het fietsen in Nederland lijdt onder zijn eigen succes. Er zijn veel knelpunten: fietsparkeren, snelheidsverschillen, te smalle fietspaden, wielrenners, et cetera. De knelpunten krijgen veel aandacht. Lokale initiatieven als Actieplan Fiets! en subsidieregelingen rollen over elkaar heen. Daarbij valt op dat het succes van de fiets vooral als probleem wordt benaderd, dat veel decentrale overheden een groot aantal verschillende regelingen in de lucht houden en dat beschikbare middelen beperkt zijn. Op rijksniveau lijkt men de fiets nog niet als gelijkwaardig aan ander vervoer te (willen) benaderen. Treffend was het recente debat in de Tweede Kamer over de bouwkosten van fietsparkeergarages bij NSstations. Men vroeg zich af of 2.000 tot 3.000 euro per fietsparkeerplek niet te veel was, een schijntje in vergelijking met parkeerplekken van

auto’s, zeker als die ondergronds gebouwd zijn. Fietsen mag blijkbaar niet zoveel kosten. Fietsland Nederland heeft een Deltaprogramma Fiets nodig, naar analogie van het Deltaprogramma Water: dat andere oer-Nederlandse handelsmerk. Met andere woorden: een programma waarin we fietsen meer centraal stellen in onze wijze van transport, inclusief een langetermijnvisie voor de benodigde inrichting van onze openbare ruimte. Zo is het noodzakelijk om de stadscentra beter in te richten voor voetgangers en fietsers, zoals ook de stad Groningen doet. Daarnaast kan het transport van en naar de steden veel meer per fiets. Het woon-werkverkeer heeft door de snelle e-bikes een actieradius gekregen die gemiddeld al boven de 20 km ligt. Het aantal fietsers en de actieradius kunnen nog flink omhoog met meer goede en veilige fietsverbindingen met de steden. En eenmaal aangekomen in de stad

wil je daar je fiets natuurlijk wel veilig kunnen parkeren. Al met al een ambitieuze transitie naar een transportsysteem waarin de fiets veel meer centraal staat. Met schonere lucht, leefbaardere binnensteden en meer beweging en gezondheid als opbrengsten. Een prachtige doelstelling. Ik geloof er niet in dat we dat met versnipperde lokale initiatieven tot stand kunnen brengen. Als we bereid zijn om hier landelijk op in te zetten, geld te herbestemmen van ‘oude’ infra naar fietsinfra én wet- en regelgeving hierop in te richten, verandert Nederland Fietsland van gedaante. Duurzaam, schoon en gezond, dus een economisch exportproduct van jewelste. Welke partij pakt deze handschoen op voor de komende landelijke verkiezingen? Jon Bellis Managing consultant infrastructuur en mobiliteit APPM management consultants

NGINFRAMAGAZINE45


INFOGRAPHIC

Wat kenmerkt de Nederlandse infra-directeur? Op basis van beschikbare databronnen nemen we de leiders van twaalf grote infrabedrijven onder de loep. Wat studeerden ze, wat is hun leeftijd en wat was de weg die ze aflegden naar de top?

Zo word je een infra-directeur

Organisatie: Rijkswaterstaat Naam: Jan-Hendrik Dronkers Functie: directeur-generaal Rijkswaterstaat Geboortejaar: 1956 Medewerkers: 9.000 Jaaromzet: € 4,9 miljard Studie: Nederlands recht (Erasmus Universiteit in Rotterdam) Civiele techniek (Hengelo) Economische bedrijfstechniek (Dordrecht) Carrière: 2006 - 2010: plaatsvervangend directeur-generaal Mobiliteit, ministerie van Verkeer en Waterstaat 2002 - 2006: hoofdingenieur-directeur, directie NoordHolland bij Rijkswaterstaat 1981 - 2002: verschillende functies bij Rijkswaterstaat

Stel je wilt later directeur worden bij een groot Nederlandse infrabedrijf, wat kun je dan het beste doen? Het begint met studiekeuze maar dit is niet allesbepalend. De directeuren volgden veelal een technische studie, maar ook met Medicijnen of een opleiding bij de Nederlands Politie Academie kun je ver komen. Na je studie is het van belang dat je aan de slag gaat bij een groot bedrijf. Shell blijkt een Organisatie: Heijmans goede voedingsbodem, net als Esso en Naam: Bert van der Els Pricewaterhouse Coopers. Opwerken Functie: CEO naar de top kan ook, blijkt uit het Geboortejaar: 1954 carrièrepad van de directeuren van Medewerkers: 7.400 Rijkswaterstaat en Koninklijke BAM Jaaromzet: € 2 miljard Groep. Desalniettemin zal geduld Studie: Elektrotechniek (TU Eindhoven) noodzakelijk zijn: directeuren zijn Carrière: veelal boven de 50. Geslacht lijkt ook 2010 - 2012 COO en lid Raad van Bestuur, Heijmans relevant: enkel de directeur van Vitens 2008 - 2010 Concerndirecteur Bouw & Techniek, is een vrouw. Laatste vraag die je je Heijmans moet stellen is: wil ik veel of heel veel 1999 - 2008 Managing director, Burgers Ergon 1997 - 1999 Managing director, Yokogawa geld verdienen? Overheidsinstanties 1989 - 1997 Directeur Industrial Automation, GTI en zitten vast aan de Balkenendenorm. HCS In de feature van dit eerste 1980 - 1989 Manager Industrial Automation, ABB nummer beet Peter Molengraaf (CEO van Alliander) het spits af, maar ook de andere directeuren * de lijst is niet een afspiegeling van de zullen in de toekomst hun stem in grootste infrabedrijven NGinfraMagazine laten horen.

Organisatie: Koninklijke BAM Groep Naam: Rob van Wingerden Functie: CEO Geboortejaar: 1961 Medewerkers: 9.700 Jaaromzet: € 7,4 miljard Studie: Civiele techniek (TU Delft) Carrière: 2005 - 2008 Directievoorzitter Woningbouw, Koninklijke BAM Groep 2002 - 2005 Directeur Utiliteitsbouw, Koninklijke BAM Groep 1998 - 2002 Directeur, HBG Bouw en Vastgoed 1988 - 1998 Diverse functies, Koninklijke BAM Groep

Organisatie: Vitens Naam: Lieve Declercq Functie: Voorzitter Raad van Bestuur Geboortejaar: 1966 Medewerkers: 1.403 Jaaromzet: € 353,8 miljoen Studie: Technische Bedrijfskunde (KU Leuven) Carrière: 2002 – 2012 Managing director, Maltha Groep 2000 - 2002 Marketingdirecteur, Van Gansewinkel Groep 1990 - 2000 Diverse functies waaronder International Oil Trader en marketing- en salesmanager Esso Card, ESSO

** De jaaromzet zijn schattingen op basis van publicaties in externe media en jaarverslagen

46NGINFRAMAGAZINE


INFOGRAPHIC

Organisatie: ProRail Naam: Pier Eringa Functie: President-directeur Geboortejaar: 1961 Medewerkers: 4.000 Studie: Nederlandse Politie Academie Apeldoorn Jaaromzet: 2,3 miljard Carrière: 2010 - 2015 Voorzitter Raad van Bestuur, Albert Schweitzer ziekenhuis 2006 - 2010 Algemeen Directeur en Gemeentesecretaris, Gemeente Nijmegen 2001 - 2005 Korpschef, Politie Flevoland 1998 - 2001 Regiodirecteur en Programmadirecteur, Nederlandse Spoorwegen

Organisatie: Ballast Nedam Naam: Erik van der Noordaa Geboortejaar: 1961 Functie: Voorzitter Raad van Bestuur Medewerkers: 3.000 Jaaromzet: € 1,2 miljard Studie: Scheepsbouwkunde Carrière: 2010 - 2013 Voorzitter Raad van Bestuur, GL Group 2006 - 2010 COO (Chief Operational Officer), Damen Shipyards 2004 - 2006 Lid Raad van Bestuur, Damen Shipyards 1986 - 2004 Verschillende functies, Damen Shipyards Group

Organisatie: Havenbedrijf Rotterdam Naam: Allard Castelein Functie: President Directeur Geboortejaar: 1958 Medewerkers: 1.100 Jaaromzet: € 660 miljoen Studie: Medicijnen (Erasmus Universiteit Rotterdam) Carrière: 2009 - 2013 Vice-president Environment , Shell 2003 - 2009 Commercial Manager Europa Upstream business, Shell 2002 - 2003 Lid executive board, Nederlandse Aardolie Maatschappij 1987 - 2002 Diverse functies, Shell Azië en Engeland

Organisatie: Nationale Spoorwegen Naam: Roger van Boxtel Functie: interim president-directeur Geboortejaar: 1954 Medewerkers: 30.000 Jaaromzet: 4,6 miljard Studie: Rechten (UvA) Carrière: 2011 - 2015 Lid Eerste Kamer 2003 - 2015 Voorzitter Raad van Bestuur, Menzis 2000 - 2000 Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (a.i.) 1998 - 2002 Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid (zonder portefeuille) 1994 - 1998 Lid Tweede Kamer

Organisatie: Alliander Naam: Peter Molengraaf Functie: Voorzitter en CEO Geboortejaar: 1965 Medewerkers: 7.173 Jaaromzet: € 1,7 miljard Studie: Informatica (TU Delft) MBA (Erasmus Universiteit) Carrière: 2005 - 2009 Diverse functies Nuon o.m. Directievoorzitter Nuon Netwerkbedrijf 1990 - 2004 Diverse functies Shell, o.m. manager Operational Excellence Europe en Commercieel Directeur Shell Nederland Verkoop

Organisatie: Schiphol Group Naam: Jos Nijhuis Functie: President & CEO Geboortejaar: 1957 Medewerkers: 2.104 Jaaromzet: € 1.4 miljard Studie: Registeraccountant HEAO Bedrijfseconomie (Utrecht) Carrière: 2008 - 2009 Lid Directieteam, Schiphol Group 2002 - 2008 Voorzitter Raad van Bestuur, PwC 1980 - 2002 Verschillende functies PWC 1978 - 1980 Berk accountants en belastingadviseurs

***

de carrièrebeschrijvingen zijn verkorte versies

**** nevenfuncties zijn niet meegenomen

NGINFRAMAGAZINE47


NGinfraMagazine 1 2016  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you