Page 1

Voorpagina

1.14


2

Voorwerk (Blanco)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO


NEMAHO erk

3

Nemaho ging me aan het hart Oud-directeuren, oud-werknemers en andere betrokkenen vertellen over Nemaho, de Doetinchemse fabriek voor gelijmde, houten spanten 1921-2009 Deel I Jan Kramer

Deze publicatie is het resultaat van een oral history-project van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Doetinchem. Het project is in 2015 gestart en is nog in uitvoering. Dit document wordt aangevuld met uitgewerkte interviews die nu nog in bewerking zijn.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


4

NEMAHO

Een verslag van interviews in het kader van het project ‘Oral history Nemaho’. Dit is een publicatie van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem. Tekst, layout en illustraties: Jan Kramer, vrijwilliger bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers. Kopiëren Voor niet-commerciële doeleinden mag u teksten of afbeeldingen kopiëren uit deze publicatie, mits u als bron vermeld: Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers stelt open data, en daarmee ook dit document, beschikbaar onder de Creative Commons licentie CC-BY-NC-SA 4.0. Uitleg over deze licentie vindt u op de internetpagina https://creativecommons.nl/uitleg/ . Beeldrechten van foto’s Bij het opnemen van foto’s in deze publicatie zijn de wettelijke bepalingen ten aanzien van de geldende rechten voor het gebruik van foto’s het uitgangspunt geweest. Het Erfgoedcentrum ECAL heeft van een aantal foto’s de rechthebbenden kunnen achterhalen en heeft van hen toestemming gekregen voor publicatie. In dit geval is de naam van de fotograaf c.q. rechthebbende bij de foto vermeld. In een aantal gevallen staat de naam van de fotograaf of rechthebbende bij de foto vermeld maar kon deze niet worden benaderd voor het verlenen van toestemming omdat de betrokkene is overleden of zijn/haar adres en/of telefoonnummer niet te achterhalen was. Van een aantal foto’s is niet bekend wie de fotograaf of rechthebbende is. Bent u de fotograaf of rechthebbende van een of meerdere foto’s, wilt u dan contact opnemen met het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers via info@ecal.nu ? Er wordt dan voor gezorgd dat u in de definitieve versie van deze publicatie als fotograaf of rechthebbende wordt vermeld. Hopelijk heeft u er begrip voor dat deze publicatie met uw foto(s) is verlevendigd. Indien u meent dat in deze publicatie ongewild het portretrecht is geschonden, dan kunt u eveneens contact met ons opnemen via info@ecal.nu . Aanvullingen of opmerkingen Heeft u aanvullingen of opmerkingen? Uw reacties via e-mail zijn welkom op info@ecal.nu . Vermeld in het onderwerp van uw mail ‘Nemaho’. Foto voorpagina De foto is een beeld uit Nemaho-film 480 Transport en montage van spanten voor een kerk en impressie van Nemaho-terrein, 1960. De schaduw van de man met hoed is die van J.F.J. van Bentem. Eerste publicatie online: 18 oktober 2017. Kleine herzieningen: juni 2018 Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Doetinchem Bezoekadres: Gebouw 't Brewinc, IJsselkade 13, 7001 AN Doetinchem De studiezaal is open van dinsdag tot en met vrijdag van 09:00 tot 16:30 uur Postadres: Postbus 686, 7000 AR Doetinchem Telefoon: + 31 (0) 314 78 70 78 E-mail: info@ecal.nu Website: www.ecal.nu

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Inhoud

5

Inhoud Lijst van illustraties ....................................................................................................................... 6 Voorwoord .................................................................................................................................... 7 Inleiding ........................................................................................................................................ 9 Nemaho, een introductie ........................................................................................................... 13 De locaties van Nemaho in Doetinchem ............................................................................... 17 Het Nemaho-terrein in 1967 ................................................................................................. 21 Van plank tot spant ............................................................................................................... 23 Korte geschiedenis van Nemaho, inclusief de oorlogsjaren ................................................. 27 INTERVIEWS voor het oral history-project ................................................................................. 37 Ing. A.H. (Anton) Borgijink Constructeur, hoofd tekenkamer, hoofd commerciële dienst en procuratiehouder 1965-1986 ............................................................................................................................. 39 J.L. (Johan) Halma Timmerman, lid van de Commissie van Overleg en voorwerker 1960-1962 en 1968-1979 ...................................................................................................... 59 Ing. A.G. (Arnold) Hebbink Constructeur, chef montage en projectleider 1962-1988 ............................................................................................................................. 81 Ing. A.B. (Fons) Landewé Adjunct-directeur 1988-2006 ........................................................................................................................... 105 D.W. (Dick) Overbeek Tekenaar, calculator en begeleider van zware transporten 1949-1988 ........................................................................................................................... 125 Ir. H. (Henk) van Putten Directeur 1968-1979 ........................................................................................................................... 141

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


6

NEMAHO – Inhoud

Uitgelichte aspecten ................................................................................................................. 155 Directeuren en eigenaren Nemaho 1921-2009 .................................................................. 157 Moederbedrijf Houthandel William Pont ........................................................................... 159 Buitenlandse contacten ...................................................................................................... 169 Nemaho van surseance naar doorstart, 1988 ..................................................................... 173 Transport van spanten ........................................................................................................ 181 Montage op de bouw .......................................................................................................... 183 Nemaho in het Midden-Oosten .......................................................................................... 185 Nemaho in Oost-Maleisië .................................................................................................... 191 Tijdlijn Nemaho ........................................................................................................................ 193 Namenindex Nemaho ............................................................................................................... 217 Geraadpleegde bronnen ........................................................................................................... 229 Verantwoording illustraties ....................................................................................................... 233 Nemaho-films online bekijken op internet ............................................................................... 235 Meer Nemaho-films in het Erfgoedcentrum ....................................................................... 237 Archief van de Nemaho bij het Erfgoedcentrum ...................................................................... 239 Jan Kramer ................................................................................................................................ 241 Summary ................................................................................................................................... 243

Lijst van illustraties Kaarten Locaties van de Nemaho in Doetinchem .................................................................................... 17 Locaties van zusterbedrijf Lübbert Holzleimbau in Duitsland .................................................... 50 Locaties van buitenlandse contacten Nemaho 1958-1964 ...................................................... 169 Bouwlocaties in het Midden-Oosten 1975-1987 ...................................................................... 185 Bouwlocatie in Oost-Maleisië 1984 .......................................................................................... 191 Overige illustraties Bedrijfsterrein van de Nemaho in 1967 ..................................................................................... 21 Productie stap voor stap: van plank tot spant ........................................................................... 23 Hoe bouw je een vliegtuighangar in Oman? .............................................................................. 90 Noodwoningen Nemaho Het Witte Dorp 1949-1967 ............................................................... 137 Groepsfoto personeel Nemaho Houtproducten 2001 ............................................................. 227

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO - Voorwoord

7

Voorwoord In juli 2015 organiseerde het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers een expositie over de Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructies, kortweg de Nemaho. Dit bedrijf bestond van 1921 tot 2009 en was van groot belang voor Doetinchem en omgeving. Bij de opening van de expositie kwamen enkele oud-medewerkers van de Nemaho aan het woord en was een groot aantal oud-medewerkers aanwezig. Ze vertelden verhalen en wisselden vele anekdotes uit. Door die verhalen, die herinneringen, werd veel duidelijk over het bedrijf. Niet alleen over producten en processen maar ook over onderlinge verhoudingen, mooie en minder mooie momenten die de mensen op verschillende plekken in het bedrijf mee hadden gemaakt. Dit gaf de aanleiding voor een ‘oral history-project’ met betrekking tot de Nemaho; het interviewen van betrokkenen om ook op een andere manier de geschiedenis van het bedrijf te kunnen vastleggen. Jan Kramer, vrijwilliger bij het Erfgoedcentrum, heeft de afgelopen jaren met enorm veel betrokkenheid vele oud-medewerkers, ‘ooggetuigen’, meerdere malen gesproken en hun herinneringen opgeschreven. Voor u ligt het eerste deel. Dit bevat niet alleen de verslagen van de interviews die zijn gehouden, maar ook uitgebreide informatie over geschiedenis en de bedrijfsmatige kant van de Nemaho. Daarmee geeft deze publicatie, dit deel en het komende Deel II, een compleet en veelzijdig beeld van een van de grootste en belangrijkste bedrijven die in Doetinchem en omgeving heeft bestaan. Uiteraard een woord van dank aan Jan Kramer voor zijn tomeloze inzet, maar ook aan alle geïnterviewden die bereid waren hun vaak ook heel persoonlijke verhalen te vertellen en die toestemming hebben gegeven voor het schriftelijk vastleggen hiervan. Hiermee is het verhaal van de Nemaho in te zien en na te lezen, voor nu en in de toekomst.

Femia Siero Directeur Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers 11 oktober 2017

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


8

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Inleiding


NEMAHO – Inleiding

9

Inleiding Waarom deze publicatie? Aanleiding voor deze publicatie is de deelname van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers aan het provinciaal project dat de Gelderse maakindustrie in de zomer van 2015 in de schijnwerpers zette. Voor dit project ‘Gemaakt in Gelderland’ heeft het Erfgoedcentrum de keuze laten vallen op de Doetinchemse spantenfabriek Nemaho. Het resultaat was de tentoonstelling ‘Nemaho (1921-2009), eens wereldleider in gelijmd hout’, die op 5 juli 2015 in het Erfgoedcentrum werd geopend. Daarnaast is het Erfgoedcentrum in 2015 gestart met een oral history-project. Hierbij worden herinneringen van ooggetuigen vastgelegd, zodat deze kunnen dienen als historische bron. Hiervoor zijn oud-directeuren, oud-werknemers van Nemaho en andere betrokkenen geïnterviewd. Deze publicatie is het resultaat van hun verhalen en ervaringen. Het wordt toegevoegd aan het archief van de Nemaho1 dat bij het Erfgoedcentrum is ondergebracht. Tentoonstelling 2015 De expositie ‘Nemaho (1921-2009), eens wereldleider in gelijmd hout’ is samengesteld door Anneke Kuiper en Jan Kramer, beiden vrijwilliger bij het Erfgoedcentrum. Anneke Kuiper heeft het archief grondig bestudeerd en voor de expositie in een chronologische volgorde gebracht waardoor de lijn van de geschiedenis van de Nemaho duidelijk werd. Veel voorwerpen op de expositie zijn ter beschikking gesteld door Leo Stronks, de laatste directeur/eigenaar van Nemaho. Met zijn kennis en ervaring heeft Leo Stronks een grote bijdrage geleverd aan deze tentoonstelling.

Oral history-project Het onderzoek naar de geschiedenis van de Nemaho omvat een oral historyproject. Daarvoor voerde Jan Kramer in 2015 en 2016 gesprekken met negentien oud-directeuren, oud-werknemers van de Nemaho en andere betrokkenen. Deze gesprekken worden aan deze publicatie, en daarmee aan het (online-)archief van de Nemaho toegevoegd. Dit volgens een procedure die met de geïnterviewden is afgesproken. De interviews leverden zoveel informatie over de Nemaho op, dat de verwerking daarvan veel meer tijd in beslag nam dan aanvankelijk werd ingeschat. Het project is nog niet afgerond. Deze publicatie bevat de uitwerking van de gesprekken met zes geïnterviewden. Op bladzijde 37 wordt toegelicht waarom deze zes interviews als eerste zijn uitgewerkt. De verhalen van de overige geïnterviewden zullen later aan deze publicatie worden toegevoegd. Deze publicatie, die online te lezen is, zal dan ook regelmatig worden aangevuld.

1

NL-DtcSARA 1321, B.V. Nemaho houtproducten te Doetinchem, 1921-2008; zie www.ecal.nu

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


10

NEMAHO – Inleiding

Ellen ten Brink, medewerker PR en educatie van het Erfgoedcentrum, verrichte coördinerende werkzaamheden voor zowel de tentoonstelling als het oral history-project.

Woord van dank Voor de expositie ‘Nemaho, eens wereldleider in gelijmd hout’ is materiaal geschonken of in bruikleen gegeven door oud-directeuren, oud-werknemers van de Nemaho en andere betrokkenen. Het geschonken materiaal is aan het archief van de Nemaho toegevoegd. Ook het oral history-project had niet kunnen slagen zonder de enthousiaste medewerking van genoemde betrokkenen. In een aantal gevallen werden de schenkingen gedaan door kinderen wiens vader bij de Nemaho werkzaam was. Ook zij toonden nog een grote betrokkenheid bij het bedrijf. Het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers bedankt de volgende personen heel hartelijk voor hun waardevolle bijdrage: Monique Bohny, dochter van Hansruedi Bohny Anton Borgijink René Backer Hans Esmeijer Henk de Haan Bertus Hansen Arnold Hebbink Jan Hengeveld Joop Hess Johan Halma Henk Hissink Gerrit Jansen Fons Landewé Ronald van der Lugt Emil Lüning Mw. L. Maatkamp-Van Zuilekom, dochter van Hendrik van Zuilekom Mw. W. Neervoort-Voordes, dochter van W. Voordes Dick en Dot Overbeek Reyer van de Pol Mw. B. Polman Henk van Putten († 1 oktober 2016) Mw. A. van Putten-van Hamersveld Mw. A. Sachtleven-Agterhof Ruud Schmidt, zoon van Richard Schmidt Frank van Straten, zoon van Nico van Straten Mw. B. Stronks-Vreeman Leo Stronks Toon van Strien Willem Strikkeling

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Inleiding

11

Hans Tepper Otto Valk Henk Vossers Bob Wentink, zoon van Jan Wentink Martin Zwienink

Leo Stronks Leo Stronks, directeur/eigenaar van Nemaho Houtproducten van 2000 tot 2009, heeft het archief van de Nemaho in 2014 aan het Erfgoedcentrum in bruikleen gegeven en het vervolgens in 2016 aan het Erfgoedcentrum geschonken. Dit archief bevat vele foto’s, brochures, personeelsbladen en het archief met betrekking tot de bedrijfsvoering. Helaas zijn veel dossiers van het archief in het verleden verloren gegaan of vernietigd, met uitzondering van de bouwtekeningen die op microfiche in particulier bezit bewaard zijn gebleven. Voor Leo Stronks gaat de betrokkenheid bij de Nemaho terug tot de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Toen werkten namelijk zowel zijn vader, Jan Hendrik Stronks als zijn moeder, Bertha Stronks-Vreeman, bij de Nemaho, respectievelijk als secretaris van de directie en als telefoniste. Jan Hengeveld Voor de bijschriften van de expositie, maar ook voor de tekst van deze publicatie is dankbaar gebruik gemaakt van Het gelamineerde hout in Nederland, de geschiedenis van de Nemaho, door ir. D.J. Hengeveld. Jan Hengeveld beschreef de geschiedenis van de Nemaho als scriptie voor zijn studie bouwkunde aan de Technische Hogeschool te Delft in 1975. De scriptie verscheen in 1979 in boekvorm bij de Delftse Universitaire Pers. Jan Hengeveld is voor het oral history-project van het Erfgoedcentrum geïnterviewd. Ook de volgende personen willen wij graag hartelijk danken De medewerkers van het Erfgoedcentrum Jan Knake Achterhoek en Liemers Paul Kobessen En verder danken wij hartelijk: Rafke Kraakman Karel Berkhuysen Geert Kroes Dick Chargois Nathalie Lusink (Gemeentehuis Adrie van Doorn (PontMeyer) Doetinchem) Gerard Epping Hans Niezen Joost de Haas (De Telegraaf) Henk Peters Ingeborg van Halteren-te Dorsthorst Carolien Provaas (Nederlands Jan Piet Hartman Fotomuseum) Hans de Hartog (Stadsmuseum Victor Scheffer Doetinchem) Dick Tankink Willy Heikens Jan Terbeek (Stadsmuseum Doetinchem) Rick Kappelle (Stadsmuseum Doetinchem) René Vossebeld Gerwin Klein Hesselink Richard Wester (UW Logistics) Gerrit Knake Kees Wijdooge (tekstadvies)

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


12

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Inleiding


NEMAHO – Introductie

13

Nemaho, een introductie De Nemaho was een fabriek voor gelijmde, houten spanten in Doetinchem die heeft bestaan van 1921 tot 2009. De naam Nemaho is de afkorting van (Eerste) Nederlandse Maatschappij voor Houtconstructies. Zo op het oog de naam van een gewone timmerfabriek, maar ‘gewoon’ was de Nemaho in veel opzichten niet. Want hoewel de Nemaho thuishoorde in het rijtje bekende Doetinchemse bedrijven zoals Misset, Vredestein, Papierfabriek Doetinchem en Beccon, zullen niet veel buitenstaanders vermoeden dat de Nemaho op bijna alle continenten gebouwen heeft neergezet. En dat de Nemaho jarenlang een pionier was in zijn branche.

Spanten De Nemaho was gespecialiseerd in spanten. Dat zijn constructies die het dak van een gebouw dragen. In veel overkappingen van Nemaho rusten de spanten niet op de dragende muren van een gebouw, maar reiken ze tot aan de grond. Op die manier dragen de spanten niet alleen het dak, maar nemen ze ook de dragende functie van de gevels over. Gelamineerd hout Het bijzondere van Nemaho’s spanten was dat ze niet bestonden uit massief hout, maar dat ze waren opgebouwd uit dunne planken (lamellen) die op elkaar werden gelijmd. Vandaar de term ‘gelamineerd hout’. Gelamineerd hout is homogener en sterker dan massief hout, omdat voor de lamellen alleen planken zonder zwakke plekken worden gebruikt. Zwakke plekken zoals noesten of scheuren worden vooraf weggezaagd. Waarna de uiteinden van de lamellen met een zigzagverbinding aan elkaar worden gelijmd: het zogenoemde vingerlassen. Dit levert een oneindig lange plank op die wordt verzaagd tot een pakket lamellen. De lijm tussen de op elkaar gelijmde lamellen vormt geen zwakke plek. Integendeel: de hechting van de lijm is groter dan die tussen houtvezels onderling. Door het lamineren ontstaat een spant van hoogwaardige kwaliteit. Dit ondanks het gebruik van relatief goedkoop materiaal zoals vurenhout. Door zijn homogeniteit kunnen voor gelamineerd hout betrouwbare sterkteberekeningen worden gemaakt. Met deze berekeningen bepalen constructeurs welke vorm een spant moet hebben om de krachten te weerstaan die op een gebouw inwerken. Krachten zoals het gewicht van het dak zelf, het gewicht van sneeuw en de belasting door zijwind op het gebouw. Gebogen spanten De opbouw van spanten uit relatief dunne, buigzame lamellen maakt het mogelijk om gebogen vormen te maken. Direct na het inlijmen wordt een pakket lamellen geleidelijk, maar met grote kracht, mechanisch om een vorm (mal) gebogen en blijft zo een aantal uren vastgeklemd zitten. De gebogen vorm is na het harden van de lijm permanent. Voorafgaand aan de bovengenoemde methode was, tot het einde van de jaren vijftig, de zogenoemde Hetzerbauweise in gebruik bij Nemaho. Deze methode was erg arbeidsintensief:

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


14

NEMAHO – Introductie

meerdere timmerlieden spijkerden de ingelijmde lamellen stuk voor stuk op elkaar vast op een staande mal.

Voordelen houten spanten Het handelsmerk van de Nemaho was het gebogen, gelamineerde spant. Hiermee kunnen grote overspanningen worden gemaakt. Zodoende ontstaan vrije ruimten waarin geen dragende kolommen in de weg staan. De grootste overspanning die de Nemaho heeft gemaakt is de Groenoordhal in Leiden. Deze hal is in 1968 gebouwd en heeft een overspanning van vijfenzeventig meter. Houten spanten hebben nog meer voordelen: zo weegt een houten overkapping minder dan een stalen, waardoor het fundament van het gebouw lichter en dus goedkoper kan worden uitgevoerd.

Spanten maken volgens de ‘Hetzerbauweise’. Deze methode was bij Nemaho tot het einde van de jaren vijftig in gebruik. Timmerlieden spijkeren gelijmde planken vast op een verticale mal. Na de laatste plank moet de lijm onder druk uitharden. Hiervoor worden lijmklemmen gebruikt zoals op het voorste, kleinere spant

Verder is hout, vergeleken met staal, beter bestand tegen vocht en agressieve chemische stoffen. Zeker als het hout is geïmpregneerd. In zwembaden en opslagloodsen voor zout kom je dan ook gelamineerde, houten spanten tegen.

Houten spanten zijn, hoe gek het ook mag klinken, brandvertragend. Waar stalen (© Jo Bokma / Nederlands Fotomuseum) constructies bij brand op een onvoorspelbaar moment week worden en in elkaar zakken, branden houten spanten gecontroleerd af. De kern van een houten spant wordt namelijk slechts langzaam heet door de isolerende werking van de reeds verkoolde buitenkant. Brandweerlieden mogen een brandend gebouw met stalen spanten niet betreden. In het geval van houten spanten wel, omdat berekend kan worden hoelang het gebouw nog blijft staan. Van afgebrande gebouwen, zoals de veemarkthallen in Den Bosch (1947) of de lijmhal van Nemaho zelf (1961) bleven de houten spanten overeind. Tot slot is een belangrijke eigenschap van houten spanten dat ze er mooi uitzien. De gebogen vormen, maar ook de natuurlijke uitstraling van het materiaal maken het houten spant populair bij architecten. Al verschilt de mate waarin hout ‘in de mode’ is per periode.

Grote variatie in toepassingen In de jaren twintig van de twintigste eeuw moesten Nederlandse architecten en constructeurs wennen aan zoiets nieuws als het gelamineerde spant. Nemaho bouwde in die tijd vooral boerderijen en kerken. De bouwwereld werd steeds enthousiaster en de vraag naar gelijmde, spanten steeg in de jaren dertig snel. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


15

NEMAHO – Introductie

In de loop van zijn bestaan heeft Nemaho ontelbaar veel gebouwen en constructies neergezet: scholen, kerken, opslagloodsen voor zouten en andere chemicaliën, zwembaden, bioscopen, fabriekshallen, maneges, sporthallen, overkappingen voor tankstations, tribunes enzovoort. De dimensies van de gebouwen zijn vaak spectaculair.

Wereldwijd Nemaho exporteerde zijn spanten niet alleen binnen Europa, maar ook naar andere delen van de wereld. Al voor de oorlog gingen gelamineerde spanten naar Curaçao, Colombia en ZuidAfrika. Na de oorlog bouwde Nemaho verder in Colombia, maar ging ook naar West-Afrika en Australië. Verkoopkantoren en agentschappen vertegenwoordigden Nemaho over de hele wereld. In de jaren zeventig en tachtig richtte Nemaho zijn blik op het Midden-Oosten en Maleisië. Voorloper in techniek Lamineren was geen eigen uitvinding van de Nemaho. Het was rond het begin van de twintigste eeuw in Duitsland ontwikkeld door de firma Hetzer. Maar door eigen onderzoek, in samenwerking met de TH Delft, verbeterde Nemaho de productie van gelamineerde spanten zo spectaculair, dat licenties voor de nieuwe productiewijze konden worden verkocht aan spantenmakers in GrootBrittannië en Scandinavië. In Nederland had de Nemaho tot in de jaren vijftig op het gebied van lamineertechniek een monopoliepositie.

Zeker tot eind jaren vijftig werden spanten afgewerkt met een parketschaafmachine (‘de kinderwagen’). Dit secure werk hadden slechts weinigen onder de knie. Een hapering en het spant was verloren. Vooraan op de foto waarschijnlijk de heer J. Jolink (© Jo Bokma / Nederlands Fotomuseum)

Na de hoogtijdagen Vanaf begin jaren zestig kreeg Nemaho in Nederland steeds meer concurrentie van spantenmakers als Heko, De Groot Vroomshoop en Lijmhout Uden. Deze bedrijven borduurden voort op het pionierswerk van Nemaho en sloegen zo de kinderziektes van het lamineren over. De Nemaho verloor in Nederland langzaam terrein en kon de mate van mechanisering en automatisering bij zijn concurrenten moeilijk bijhouden. Dat geldt vooral voor de jaren tachtig en daarna. Pogingen om ook met andere houten producten omzet te maken, konden de zaak uiteindelijk niet redden. In zijn bestaan heeft de Nemaho veel moeilijke periodes overleefd, maar bovenop de problemen die er al waren kwam de wereldwijde financiële crisis van 2008. Hierdoor kwam de bouwsector zo goed als helemaal plat te liggen. In 2009 viel dan ook het doek en ging Nemaho failliet.

Betrokken personeel Begin jaren zestig had de Nemaho een personeelsbestand van ongeveer tweehonderdvijftig personen en was het bedrijf een belangrijke werkgever voor Doetinchem en omgeving. Door

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


16

NEMAHO – Introductie

efficiënter werken, mechanisering, gedeeltelijke automatisering en teruglopende omzet werkten er in het jaar 2009 uiteindelijk nog tweeëntwintig personeelsleden. Veel personeelsleden werkten een groot deel van hun werkzame leven bij de Nemaho. Niet alleen was dat toen gebruikelijk – je wisselde niet zo vaak van werkkring – het was ook een teken dat de werknemers er graag werkten en betrokken waren bij het bedrijf. Dit blijkt uit de interviews met oud-directeuren en oud-werknemers. Werknemers ‘van hoog tot laag’ waren trots op hun spanten. De gang van zaken in hun bedrijf ging hen aan het hart. Ook thuis en op vakantie waren hun gedachten regelmatig bij de Nemaho. Zonder uitzondering betreuren de geïnterviewden het verdwijnen van de Nemaho. ‘Het is eeuwig zonde van zo’n mooi bedrijf.’

Gelamineerd hout springlevend Met het verdwijnen van de Nemaho verdween zeker niet het gelijmde, houten spant. Anno 2017 zijn in Nederland bedrijven als Heko en De Groot Vroomshoop op dit gebied nog steeds volop actief. In de landen om ons heen floreren grote bedrijven op het gebied van gelamineerde spanten. Het ontwerpen en produceren van gelamineerde spanten is nu grotendeels geautomatiseerd. En dat dit niet ten koste gaat van de creativiteit bewijzen de fraaie en verrassende toepassingen die architecten nog steeds bedenken voor dit product.

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Introductie

17

De locaties van Nemaho in Doetinchem

Het oude fabrieksterrein van de Nemaho aan de IJsselstraat was vanaf 1921 in gebruik, na de oprichting van de Nemaho door de Doetinchemse N.V. Houthandel Horsting v/h G.J. Horsting in samenwerking met het Duitse houtconstructiebedrijf Hetzer te Weimar. De fabriek werd eind jaren dertig te klein om te voldoen aan de toenemende vraag naar gelijmde, houten spanten. Daarom begon Nemaho in 1941 met de bouw van een grotere fabriek aan het Zaagmolenpad in het gebied De Plakhorst. Begin 1942 verhuisde de Nemaho van de oude locatie IJsselstraat naar de nieuwbouw aan het Zaagmolenpad. De fabriek aan de IJsselstraat werd verkocht en de nieuwe eigenaar was van plan de bedrijfspanden te verbouwen en gedeeltelijk te slopen. Enkele maanden nadat Nemaho naar de nieuwe locatie was verhuisd, werd de splinternieuwe fabriek aan het Zaagmolenpad in 1942 gevorderd door de Duitse bezetter. Het Duitse bedrijf Diederichs Flugzeugbau ging daar onder andere militaire zweefvliegtuigen repareren. Nemaho keerde noodgedwongen terug naar zijn oude bedrijfspanden aan de IJsselstraat waarvan de verbouwing door de nieuwe eigenaar gelukkig nog niet ver was gevorderd. Nemaho kon hier nog slechts op beperkte schaal spanten produceren.2

2

Arno Landewers, 2011.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


18

NEMAHO – Introductie

Na het bombardement van Nemaho’s bedrijfspanden aan het Zaagmolenpad op 19 maart 1945 bleef Nemaho aan de IJsselstraat produceren tot de schade aan het Zaagmolenpad was hersteld. Vanaf 1946 produceerde de Nemaho uitsluitend aan het Zaagmolenpad. Het oude terrein aan de IJsselstraat werd midden 1947 verkocht aan Philips.3 De fabrieksschoorsteen en het ketelhuis die (in 2017 nog steeds) op de locatie IJsselstraat staan zijn door Philips in de late jaren veertig gebouwd, dus niet door de Nemaho.4 In 1995 trok Philips uit de gebouwen aan de IJsselstraat en verhuurde de panden aan het Amerikaanse telecombedrijf Saronix, dat failliet ging in 2002. Een aantal jaren erna zijn de gebouwen gesloopt en heeft het grootste deel van het terrein tot 2017 braak gelegen. In de eerste helft van 2017 is er in het verbouwde ketelhuis van Philips een communicatiebureau gevestigd en zijn op het terrein aan de IJsselstraat de voorbereidingen begonnen voor de bouw van de Saronix-wijk. De woonhuizen daarvan krijgen wat betreft architectuur een industrieel karakter. Over de kaart De kaart is overeenkomstig de kadasterkaart van 1957. Voor dit jaar is gekozen omdat er tot dan, sinds 1921, niet veel is veranderd in de directe omgeving van beide bedrijfsterreinen van de Nemaho. In 1968 begon men, rond Nemaho aan het Zaagmolenpad, met de aanleg van een roostervormig stratenplan. Dit gebied heet in 2017 Bedrijventerrein Keppelseweg. De fabrieksgebouwen op het oude terrein van Nemaho zijn afgeleid van geallieerde luchtfoto’s die gemaakt zijn op 19 november 19445, 21 maart 19456 en 7 april 19457.

Terrein IJsselstraat, jaren dertig. Hier begon Nemaho in 1921

Nemaho Zaagmolenpad na het bombardement van maart 1945

Zaagmolenpad circa 1963, met noodwoningen voor personeel

(Fotograaf onbekend)

(Fotograaf onbekend)

(Fotograaf Louis Putman, collectie

NL-DtcSARA 1095-1 inv. nr. 2035

NL-DtcSARA 1095-1 inv. nr. 8847

Stadsmuseum Doetinchem) NL-DtcSARA 1095-1 inv. nr. 1240

3

Notulen 9 juni 1947, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Bouwvergunning Ketelhuis NV Philips bouwvergunning 1948.0075, fabrieksschoorsteen N.V. Philips bouwvergunning 1948.0125. 5 Volker, 1996, pag. 225. 6 Air Photo Library Departement Geography University Keele (UK) via Karel Berkhuysen. 7 Luchtfoto Doetinchem 7 april 1945 in: het Stadsmuseum Doetinchem. 4

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Introductie

19

Het voormalige terrein van Nemaho aan de IJsselstraat (links) in januari 2017. Gezien vanaf de noordelijk gelegen Keppelseweg. De schoorsteen en het ketelhuis links daarvan zijn gebouwd door Philips, nadat deze het terrein van Nemaho in 1947 had gekocht (Foto Jan Kramer)

Bronnen van de locaties van Nemaho Bronnen bij het ECAL - Hengeveld, ir. D.J. (Jan), Het gelamineerde hout in Nederland. De geschiedenis van de Nemaho, Delftse Universitaire Pers, Delft 1979. - Grondplan van beide Nemaho-locaties bij bouwvergunning 1947.0128 in NL-DtcSARA 0119 inv. nr. 8447. - Grondplannen van Houthandel Horsting bij NL-DtcSARA 0320 inventarisnummers 1 en 2. - Foto’s uit de beeldbank: NL-DtcSARA 1095-1 inventarisnummers 1240, 2035 en 8847. - Luchtfoto’s van Nemaho: 1. luchtfoto van Doetinchem in 1927, NL-DtcSARA 0663 inv. nr. 0065. Een grote afdruk van deze foto hangt in het Stadsmuseum Doetinchem. 2. Luchtfoto van Doetinchem, gemaakt door de Geallieerden op 19 november 1944. In: Volker, Inge. Doetinchem in oorlogstijd: Vijf jaar Duitse bezetting in Doetinchem en Gaanderen, Doetinchem, Deutekom/Gander, 1996, pag. 225. ECAL bibliotheek: Doet 102. 3. luchtfoto van Doetinchem uit de jaren vijftig, NL-DtcSARA 1095-1 inv. nr. 7011. Overige bronnen - Kadaster, kaart Doetinchem 1957, kaartnummer 40F. - Luchtfoto van Doetinchem, 7 april 1945, Stadsmuseum Doetinchem. Op deze foto is alleen het oostelijke deel van het IJsselstraat-terrein van Nemaho zichtbaar. - Berkhuysen, Karel. Diverse luchtfoto’s van terrein IJsselstraat van voor 1945. - Landewers, Arno. Artikel ‘Diederichs Flugzeugbau in Doetinchem 1942-1944’ in: Luchtvaart historisch tijdschrift, 23 maart 2011. Van dit artikel bestaat ook een afwijkende internetversie. - Meeuwssen, drs. Letty. Het voormalige Philips-terrein, Toelichting onderzoek, Gemeente Doetinchem. Conceptrapport. Het Gelders Genootschap, Arnhem, februari en juli 2004. - Stronks, Jan Hendrik. Foto’s met bijschriften van de bouw van de Nemaho aan het Zaagmolenpad, 1941-1942, fotoalbum. - Wentink, Bob, interview 10 april 2017.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


20

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Introductie


NEMAHO – Introductie

21

Het Nemaho-terrein in 1967

Nemaho aan het Zaagmolenpad in Doetinchem. Gezien vanaf het noordwesten. Er is gekozen voor de situatie in 1967, omdat de noodwoningen voor het eigen personeel van Nemaho er toen nog stonden. Zij zijn in 1968 gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe stratenplan van het bedrijventerrein Keppelseweg. In 1968 is het Zaagmolenpad versmald en geasfalteerd, de Plakhorstweg verlegd en is pal tegenover Nemaho de RK MTS gebouwd en in gebruik genomen.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


22

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Introductie


NEMAHO – Introductie

Van plank tot spant

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

23


24

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Introductie


NEMAHO – Introductie

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

25


26

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Introductie


NEMAHO – Introductie

27

Korte geschiedenis van Nemaho, inclusief de oorlogsjaren Het begin De Twentse industrieel Rento Hofstede Crull was een pionier op het gebied van de elektriciteitsvoorziening. In 1920 stichtte hij De Vijf, een fabriek voor elektromotoren in Doetinchem. Voor de bouw van deze fabriek benaderde Crull de firma Hetzer uit Weimar (D). Hetzer was in staat om Crull’s fabriekshal van een grote houten, vrijdragende overspanning te voorzien. Dankzij haar gepatenteerde Hetzerbauweise, waarbij spanten werden gemaakt door dunne planken (lamellen) met lijm op gebogen, staande mallen te spijkeren. Hetzer bracht voor de bouw van De Vijf haar kennis en haar technici naar Doetinchem. De ‘Hetzermannen’ betrokken op hun beurt de Doetinchemse Stoomhoutzagerij en Houthandel G.J. Horsting bij de bouw van De Vijf. Uit het contact tussen de Duitse technici en houtzagerij Horsting ontstond in 1921 De Eerste Nederlandse Maatschappij voor Houtconstructies oftewel de Nemaho. De Duitse technici vestigden zich in Doetinchem en omgeving en brachten hun kennis van de lamineertechniek mee. Hetzer, het bedrijf waar zij vandaan kwamen, had daar geen probleem mee. Integendeel: zij was bereid om met directeur Diederik Jan Horsting samen te werken en heeft zowel de Doetinchemse de constructie van productiehal van Nemaho als de eerste orders voor Nemaho uitgevoerd.

Directeur Ankersmit 1921-1934 J. Ankersmit van houtzagerij Horsting werd de economisch directeur van de Nemaho en de Duitse oberingenieur Hugo Storck werd technisch-directeur. De fabriek vestigde zich op een terrein aan de IJsselstraat. De eerste opdrachten voor gelijmde spanten werden nog in Weimar uitgevoerd zoals bijvoorbeeld in 1922 de spanten voor het Amsterdamse RAI-gebouw aan de Ferdinand Bolstraat. Maar na ongeveer een jaar was Doetinchem erop ingesteld alles zelf te doen. Gelamineerd hout was een onbekend verschijnsel in Nederland. Aanvankelijk bouwde Nemaho vooral kappen voor kerken en zo raakten architecten geleidelijk vertrouwd met deze nieuwe bouwwijze. Na een tijd kwamen ook voor fabrieks- en veemarkthallen opdrachten binnen en eind jaren twintig was de naam van Nemaho gevestigd. Toen de economische crisis van de jaren dertig kwam moest houthandel Horsting Nemaho verkopen. De Haagse werktuigkundige met dubbele achternaam, ir. H. (Henri) Ernst Deleth, werd de nieuwe directeur en (deels) eigenaar van Nemaho.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


28

NEMAHO – Introductie

Directeur Deleth 1934-1968 Nemaho heette voortaan voluit N.V. Eerste Nederlandse Maatschappij voor Houtconstructie’s ‘Nemaho’ i.o. (in oprichting). Ernst Deleth (iedereen zei Deleth) en Storck voerden de leiding. Storck zat dus aanvankelijk ook hier in de directie. Deleth (1904) nam samen met zijn schoonvader Willem Jolles (1883) deel in het kapitaal van Nemaho. Deleth had een groot commercieel inzicht en hij benutte kansen om gelamineerd hout en dus de Nemaho te promoten. Zo trok bijvoorbeeld een hoge houten toren – die Nemaho had gebouwd op een Tilburgse tentoonstelling in 1934 – de aandacht van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek. Die bestelde daardoor enkele jaren later in totaal zes houten zendmasten voor haar zendstation in Huizen. Rond 1935 ondervond Nemaho stevige concurrentie van goedkope stalen spanten waardoor de opdrachten terug liepen. Nemaho leverde daarom, als proef, enkele open stallen voor de Wieringermeerpolder tegen een zeer lage prijs. Met succes: voor deze polder volgden in de jaren daarna opdrachten voor boerderijspanten. In dezelfde periode voerde Nemaho de eerste opdracht buiten Europa uit: een vliegtuighangar in Curaçao. In 1939 volgden een kunstmestloods in Zuid-Afrika en een zoutloods in Colombia. De crisis was duidelijk voorbij en door het groeiende aantal opdrachten werd de fabriek aan de IJsselstraat te klein. Een kleine uitbreiding van het terrein richting de Keppelseweg was echter niet voldoende en Deleth zon op andere mogelijkheden om uit te breiden.

De oorlogsjaren 1940-1945 (vervolg directeur Deleth) Al kort na het begin van de oorlog dwong de bezetter Nemaho om, zoals veel Nederlandse bedrijven, voor het Duitse leger te werken. Na de aanvankelijke weigering van Deleth om in 1940 voor de Duitsers een verwoeste hangar bij vliegveld Eindhoven te herbouwen, werd hij met arrestatie en inbeslagname van de Nemaho bedreigd. Deze hangar werd dan ook gebouwd, zij het zo slecht dat daaraan na een jaar al reparaties nodig waren.8 Dit was niet de laatste keer dat Deleth met de Duitse bezetter te maken kreeg. Ondanks de oorlog bleef Deleth zoeken naar meer ruimte en meer kapitaal voor zijn bedrijf. In februari 1941 dreigde Deleth de gemeente om met de Nemaho uit Doetinchem te vertrekken. Deleth had namelijk voor zijn bedrijfsuitbreiding het Doetinchemse gebied De Plakhorst op het oog, maar vond de grond te duur. Na bemiddeling van De Doetinchemsche Handelsvereeniging werden de gemeente en Deleth het eens over een lagere grondprijs. De zaken liepen toen snel, want inmiddels was er al een contact ontstaan met Houthandel Pont uit Zaandam, een van de grootste Nederlandse houtgrossiers die importeerde vanuit Scandinavië en Rusland. Pont investeerde zoveel in Nemaho dat het terrein aan het Zaagmolenpad nog voor april 1941 kon worden gekocht. In juli van hetzelfde jaar waren de bouwwerkzaamheden voor het indrukwekkende complex aan de Oude IJssel in volle gang.

8

Landewers

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Introductie

29

Met de bouw van het nieuwe terrein nog in de eerste fase kwam Deleth opnieuw in aanraking met de Duitsers. Hij werd gearresteerd op 9 september 1941 samen met nog zeven andere mannen uit Laag-Keppel en Hummelo. Zij werden als gijzelaars afgevoerd naar kamp Amersfoort, omdat er in de omgeving van Hummelo Duitse militaire telefoonkabels waren doorgekapt. Geen van hen had daar iets mee te maken. Een kleine twee weken duurde de gevangenschap van Deleth. Nadat hij en de anderen aanvankelijk redelijk werden behandeld, verslechterde hun situatie in kamp Amersfoort.9 Op het laatst waren zij ‘gewone’ gevangen. Kaalgeschoren en in vuile, gebruikte uniformen moesten zij zwaar werk verrichten. Het eten was slecht en hun persoonlijke bezittingen waren afgenomen. Ook hoorden zij in het kamp geruchten over hun mogelijke deportatie naar Duitsland. Deleth was zeer aangeslagen. Dat liet hij weten in naar buiten gesmokkelde briefjes aan zijn vrouw. Intussen had mevrouw Deleth, samen met Nemaho-commissaris Ayer, in Amsterdam vergeefse pogingen gedaan om haar man vrij te krijgen.10 Mogelijk wees Ayer de Duitse autoriteiten op problemen met de uitvoering van een Duitse order voor houten zendmasten in Berlijn als Deleth daar niet als vrij man leiding aan kon geven.11 Nadat Jan Veldkamp (17) uit Hummelo zijn sabotage van de telefoonleidingen aan de Duitse Sicherheitsdienst had bekend, kwamen Deleth en de andere gijzelaars op 24 september 1941 weer thuis. Deleth kon weer leidinggeven aan de bouw van zijn nieuwe bedrijfspanden. Het splinternieuwe bedrijfscomplex aan het Zaagmolenpad was in 1942 nog maar amper in gebruik of de Duitsers eisten het op. Dit overkwam Nemaho als eerste bedrijf in Doetinchem. Vanaf juni 1942 trok het Duitse bedrijf Diederichs Flugzeugbau uit Emmerich in de nieuwe Nemaho-fabriek om er onder andere militaire zweefvliegtuigen te repareren. Er zat voor Deleth niets anders op dan terug te verhuizen naar zijn oude bedrijfsterrein aan de IJsselstraat. Hij werd weliswaar voor zowel de terugverhuizing als voor de vordering van het nieuwe complex financieel gecompenseerd door het Reichsluftfahrtministerium, het Duitse ministerie van luchtvaart, maar hij kon nu nog slechts op beperkte schaal produceren.12 Nemaho produceerde in de oorlog voornamelijk spanten voor boerderijen. Voor boerderijen met oorlogsschade13, maar ook voor grote aantallen nieuwe boerderijen in de Noordoostpolder. Daarnaast werkte Nemaho ook mee aan Duitse militaire projecten als hangaars voor de vliegvelden van Leeuwarden en Deelen en houten zendmasten voor de Sicherheitspolizei in Berlijn.14 Aangenomen kan worden dat de medewerking van Nemaho aan deze militaire opdrachten niet vrijwillig was. Bij weigering dreigde immers voor directie en mogelijk ook anderen arrestatie en veroordeling wegens sabotage. Of inbeslagname van het bedrijf, waarna een Duitse beheerder (Verwalter) de dienst zou uitmaken. Nemaho zou dan nog uitsluitend voor de Duitse Wehrmacht gaan produceren. Ook was transport van machines naar de Duitse oorlogsindustrie

9

Nederkoorn, 1946, pag. 398-399. Westerbeek van Eerten-Faure, 2015, pag. 79-112. 11 Westerbeek van Eerten-Faure, 2015, pag. 109. 12 Landewers. 13 Lamberts, pag. 20 en verder. 14 Hengeveld, pag. 47. 10

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


30

NEMAHO – Introductie

een gevaar. En de bezetter kon (een deel van) het personeel naar Duitsland afvoeren voor de Arbeitseinsatz. Hoewel Nemaho voor de Duitsers heeft geproduceerd (waaronder vliegtuighangars), probeerde zij de uitvoering van constructies tegen te werken of te vertragen door de volgende acties: - Het te ruim berekenen van materiaal voor Duitse orders zodat men hout over hield. Hout was immers schaars. Met het overschot konden Nederlandse opdrachten worden uitgevoerd. Toen in 1942 inbeslagname van de houtvoorraad van Nemaho dreigde, werd een groot deel ervan overgebracht naar de Noordoostpolder, waar Nemaho veel boerderijen bouwde. - Het consequent te laat aanvragen van materiaal als hout, grondstoffen voor lijm en metaalwaren. Men deed dit pas op het moment dat de voorraad op was. Orders liepen daardoor vertraging op of kwamen stil te liggen. - Het bewust vervaardigen van constructies die moeilijk of zelfs helemaal niet te vervoeren waren. - Het ontwerpen van constructies die ‘niet deugdelijk’ waren.15 - Het voeren van een boekhouding die ‘deels opzettelijk niet zo is geweest zoals deze had moeten zijn’.16 Het volgende voorval zegt iets over de houding van Deleth tegenover de bezetter. Stenotypiste Annie de Graaf, die vanaf begin augustus 1943 bij Nemaho werkte, diende na een tijd bij Deleth haar ontslag in. Als reden gaf zij op dat ze zoveel tijd nodig had voor haar werk in het verzet dat ze er geen baan naast kon hebben. Deleth weigerde haar ontslag en betaalde haar door terwijl zij zich wijdde aan het verzetswerk. Om haar afwezigheid op de zaak te verklaren vertelde Deleth dat Annie zolang een ziek familielid moest helpen.17 Annie de Graaf, die in het verzet de schuilnaam Clara Kossen had, bleef tot minimaal januari 1947 in dienst van Nemaho.18 Op 19 maart 1945, twaalf dagen voor de bevrijding van Doetinchem, bombardeerden jachtbommenwerpers van de Britse luchtmacht het Nemaho/Diederichs-terrein aan het Zaagmolenpad. Daarbij kwamen twee inwoners van Doetinchem om het leven. Zo ook een Duitse militair. Het fabrieksterrein werd ‘geheel in puin gelegd’.19 Al voor 19 maart was het repareren van vliegtuigen door het Duitse Diederichs Flugzeugbau gestopt. Wel werden er militaire voertuigen gerepareerd. Op 19 maart werden door de Britten ook een aantal andere doelen in Doetinchem bestookt. Daarbij kwamen in de Waterstraat tien burgers en een Duitse soldaat om.

Na de oorlog vanaf 1945 (vervolg directeur Deleth) Na de bevrijding was een van de eerste zorgen van Nemaho de wederopbouw van het bedrijfsterrein aan het Zaagmolenpad. Hier was haast mee, want het aantal toegezegde en

15

Volker, pag. 48-49.

16

President-commissaris Jolles in de notulen van 6 mei 1949, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. 17 Volker, pag. 108. en Grijn-de Graaf, Annie van der, Belevenissen van een koerierster in bezettingstijd, Boesveld, Doetinchem, 2000. 18 Verzamelloonstaat pag. 24, 31, 36 en 48, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 16. 19 ‘Geheel in puin gelegd’: notulen 9 april 1946, NL-DtcSARA inv. nr. 04. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


31

NEMAHO – Introductie

potentiële opdrachten was groot. Er was werk voor het herstel van oorlogsschade in het hele land en de verdere opbouw van de Wieringermeer- en Noordoostpolder. De herbouw van Nemaho gebeurde uit eigen middelen. Verder moest bij inkoop van materiaal door de schaarste vaak contant en zelfs vooraf worden betaald. Prijzen waren het meervoudige van voor de oorlog en de lonen waren ongeveer verdubbeld.20

Herstelwerkzaamheden op het Nemaho-terrein aan het Zaagmolenpad na het bombardement van 19 maart 1945. Links is het laatste restje van het poortgebouw te zien. De poort met daarboven de portierswoning en de karakteristieke toren zijn verdwenen. Zo ook het hele westelijke deel van het poortgebouw met daarin de kantine. In de achtergrond het gehavende kantoorgebouw (Fotograaf onbekend, )

Zoals talloze andere bedrijven die in de oorlog bleven doordraaien, werd ook Nemaho door overheidsinstanties onderzocht op haar gedrag tijdens de bezetting. Uit de notulen blijkt dat Nemaho na de oorlog kort ‘onder beheer is gesteld’ en dat de accountantsdienst van de regering de boeken heeft nageplozen.21 Uit de notulen blijkt niet dat deze onderzoeken negatieve gevolgen hadden. Tussen overheid en Nemaho is er in deze periode en daarna zelfs een intensieve samenwerking ontstaan om de reparatie en bouw van boerderijen en dus de voedselvoorziening te bevorderen. Het Rijksbureau Wederopbouw Boerderijen bestelde bij Nemaho boerderijen met tientallen tegelijk.

Nemaho ging vanaf 1946 onder leiding van Deleth een periode van grote bloei tegemoet. In Nederland was een gestage vraag naar opslagloodsen en fabriekshallen. Leveringen aan het buitenland kwamen weer op gang. Niet alleen orders binnen Europa voor Duitsland, België, Frankrijk, Noorwegen, Ierland en Griekenland, waaronder de prestigieuze bouwwerken voor de wereldtentoonstelling Expo 58 in Brussel. Maar ook orders voor fabriekshallen, opslagloodsen en kerken in andere werelddelen. Zoals de bouw van een hal voor een fabriek in Bogotá (Colombia) in 1946-1948 en beurshallen in hetzelfde Bogotá in 1954. Op Curaçao en Aruba en in Suriname, Ghana, Australië en Indonesië verrezen bouwwerken van de Nemaho.22 Er kwamen meer verkoopkantoren in het buitenland en Nemaho had begin jaren zestig vertegenwoordigingen over de hele wereld. Deleth maakte incidenteel zakenreizen naar onder andere Zuid-Amerika om zijn netwerk van agenten uit te breiden. De verkoopkantoren van Nemaho in Duitsland en België - opgericht in de jaren vijftig - werden later dochterbedrijven, maar bleven zorgenkinderen. Meer succes had de oprichting van het Franse zusterbedrijf Bermaho in 1960. Na een aantal jaren werd Bermaho geheel zelfstandig, maar bleef er tussen Nemaho en de Fransen een vruchtbare uitwisseling van kennis en orders.

20

Notulen 9 april 1946, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Notulen 9 april, 1946. 22 Hengeveld, pag. 48. 21

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


32

NEMAHO – Introductie

Nemaho kreeg in de jaren vijftig en zestig in Nederland steeds meer te maken met concurrentie. De Groot Vroomshoop ging zich ook met gelamineerd hout bezig houden en er ontstonden bedrijven die van gelijmde spanten hun specialiteit maakten, zoals Heko, Verbeco en later Lijmhout in Uden. Deleth’s grote wapen in de concurrentiestrijd was research-ingenieur Hansruedi Bohny die in 1956 bij Nemaho begon. Door zijn komst werd Nemaho op het gebied van lamineertechniek al snel een koploper. Erkenning voor de verbeteringen bij Nemaho kwam met de verlening van het Duitse certificaat de Grosse Leimgenehmigung in 1957, waar Nemaho terecht erg trots op was. Zij kon nu leveren aan Duitsland, waar dit certificaat verplicht was. Bohny veranderde de Hetzerbauweise radicaal door de ontwikkeling van horizontale verlijming van lamellen op verstelbare, metalen lijmmallen. De doelmatigheid van spantenproductie ging met sprongen omhoog. Door toepassing van andere lijmsoorten werd spijkeren overbodig en verbeterde de kwaliteit van de spanten. Nemaho verkocht licenties voor deze nieuwe werkwijze aan Groot-Brittannië, Frankrijk, Noorwegen en Zuid-Afrika. Vanuit binnen- en buitenland kwamen verzoeken aan Bohny om over zijn bevindingen lezingen te geven.

Mevrouw Jopie Ernst Deleth-Jolles en haar echtgenoot directeur Henri Ernst Deleth bij de zonnewijzer die het personeel hen heeft aangeboden op 8 juni 1963. De dag dat de herbouw van de afgebrande lijmhal werd gevierd. Begin jaren zeventig verdween de zonnewijzer spoorloos van het Nemaho-terrein

De brand van 1961 in de lijmhal was niet minder dan een ramp voor Nemaho. Maar de kordate herbouw van de hal dwong bij vriend en vijand bewondering af. De nieuwe, grotere hal was al na drie maanden herbouwd en ingericht volgens de nieuwste technische inzichten.

In de jaren na de brand zat de orderportefeuille van Nemaho volgens eigen zeggen ‘berstensvol’. (Bron: Carla Bal-Ernst en Ronald Ernst. Foto collectie Ruud Schmidt) Totdat er eind jaren zestig een teruggang in het aantal orders kwam. Doordat onder andere de polders verzadigd raakten van boerderijen. Verder heerste er een laagconjunctuur en ook de opkomende concurrentie speelde Nemaho parten. Deleth vroeg in 1967 voor zes weken werktijdverkorting aan. Het laatste grote project van Deleth was de Leidse Groenoordhal met de grootste overspanning die Nemaho heeft uitgevoerd (75 m). Deleth ging met pensioen in 1968. Mede-eigenaar van Nemaho was hij toen niet meer. Moederbedrijf Houthandel Pont - in ieder geval vanaf 1946 in bezit van de helft van de Nemahoaandelen - had in 1963 de andere helft van de aandelen van Deleth verworven en was dus nu volledig eigenaar van Nemaho.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Introductie

33

Directeur Van Putten 1968-1979 Met de komst van Henk van Putten (1924) werd geleidelijk de automatisering bij Nemaho ingevoerd. Computers werden steeds meer ingezet bij het berekenen en tekenen van constructies. De wens naar meer inspraak van werknemers in bedrijven hing in de lucht en Van Putten riep voor Nemaho op eigen initiatief de Commissie van Overleg in het leven. Nog voordat de latere Ondernemingsraad wettelijk werd verplicht. De dip in de economie was nog niet hersteld en de concurrentie zat niet stil. Reden voor Nemaho om na te denken over nieuwe producten naast de gelijmde spanten. Van Putten besloot rond 1972 om zich ook te richten op de woningbouw. Met lichte prefab-spanten (K3), prefab dakkappen (dakelementen) en kant-en-klare skeletten voor woningen. Van deze experimentele productiepoten werd alleen het K3-spant een redelijk succes. Voor de andere initiatieven bleek de achterstand op de concurrentie en het gebrek aan ervaring in deze branche toch te groot. Koersveranderingen in de Amerikaanse dollar openden nieuwe mogelijkheden voor Nemaho. Er kwamen nu orders voor grote projecten uit het Midden-Oosten waar men voorheen zaken deed met de Amerikanen. De eerste order kwam in 1974 uit Oman, waar de sultan een hangar wilde voor zijn privévliegtuigen. De gecompliceerdheid van deze opdracht bracht de functie van projectmanager tot wasdom. Al een tijd daarvoor was door de bouw van een opslaghal in Flixborough/Scunthorpe, Groot-Brittannië, ervaring opgedaan met het verschijnsel projectmanager. Voor Oman was projectmanager Arnold Hebbink verantwoordelijk van tekentafel tot en met het stellen van de spanten in de woestijn.

Directeur Bakker 1979-1988 De ervaring die Arnold Hebbink had opgedaan in Oman kwam hem goed van pas bij de begeleiding van de andere opdrachten die Nemaho uit het Midden-Oosten kreeg: een opslaghal in de Verenigde Arabische Emiraten (1982), diverse kleinere projecten in Israël (1985), parkeerfaciliteiten en een ereboog in Koeweit (1986) en voetgangersbruggen in Saoedi-Arabië (1986). Zelfs in Oost-Maleisië (1984) is tijdens het directeurschap van Bakker een grote opslaghal neergezet. De inkomsten uit het Midden-Oosten droogden echter op doordat de Nederlandse gulden weer te duur werd. Dit was een flinke tegenvaller voor Nemaho en er moest bezuinigd worden. Bakker besteedde het berekenen van constructies en het tekenen daarvan uit. De eigen montageploegen werden grotendeels ontslagen en ook dit werk werd voortaan ingekocht. Desondanks was er voor de uitvoering van grote rationaliserings- en mechaniseringsplannen in de productie geen geld doordat Nemaho met verlies draaide. Houthandel Pont wilde niet bijspringen om te investeren. En daar hadden ze alle redenen voor: de eigen financiële situatie van moederbedrijf Pont was miserabel. Door mislukte investeringen van Pont-directeur Klaus Groot in risicovol vastgoed had Pont al in 1980 een schuld van miljoenen guldens. Deze verliezen bleven oplopen.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


34

NEMAHO – Introductie

Houthandel Pont probeerde te overleven en stootte daarbij het verliesgevende Nemaho in 1986 af. Pont fuseerde meteen daarna met Meyer tot PontMeyer en het beleggingsconsortium Venture Fund werd de nieuwe eigenaar van Nemaho. Nog in hetzelfde jaar (1986) kreeg het gehele kader van Nemaho ontslag. Venture Fund was van plan Nemaho ‘op te knappen’ en met winst door te verkopen. Maar er kon geen koper worden gevonden en uiteindelijk moest Nemaho in 1988 surseance (uitstel) van betaling aanvragen. Een faillissement leek onvermijdelijk.

Directeur Van der Lugt 1988-2000 Bewindvoerder Palstra heeft een faillissement voor Nemaho kunnen afwenden. Hij vond houtimporteur Van der Lugt bereid om flink te investeren in Nemaho. Als nieuwe eigenaar kon Van der Lugt er niet onderuit om in mei 1988 dertig van de vijfenvijftig personeelsleden te ontslaan. Nemaho fuseerde kort na dit drama met de voormalige concurrent Lijmcon uit Uden. Haar directeur, Fons Landewé (1941), werd technisch-directeur in Doetinchem. Met het sterk gekrompen personeelsbestand kwam Nemaho weer uit het dal. Ook nu werd er gezocht naar mogelijkheden om naast spanten andere houten producten te maken. Zo werd de productie van trapspillen opgezet. En ook een afdeling voor tuinhout. De vraag naar schuttingen, pergola’s, blokhutten, tuinhekjes en kleine bogen was zo groot dat ‘tuinhout’ een tijd in drie ploegen werkte. Spectaculaire transporten bestonden rond 1997 nog steeds. Zoals de veertien S-vormige spanten van elk drieënveertig meter lang. Over de weg gingen zij naar de haven van Vlissingen. Met als bestemming een zwembad in Cambridge, Groot-Brittannië.23

Directeur Leo Stronks 2000–2009 Nemaho werd opgesplitst in twee bedrijven: Nemaho Houtconstructies en Nemaho Houtproducten. Van de laatste werd Leo Stronks directeur en meerderheidsaandeelhouder. Stronks (1954) constateerde al kort na zijn aantreden als directeur dat Nemaho op het gebied van automatisering en mechanisering in Nederland en vooral in Duitsland een achterstand had die niet meer viel in te lopen. De productieprijs van Nemaho was het dubbele van die in Duitsland, waar het hout ook nog eens ‘dichtbij’ was.24 Nemaho bleef doorgaan met tuinhout. Men specialiseerde zich vooral op de kleine bogen. Trapfabrieken bestelden bij Nemaho trapspillen en trapleuningen. Een nieuwe ontwikkeling was hoogfrequente verwarming waarbij de droogtijd van de lijm zo terugliep dat de productie kon worden verdubbeld. Toch was ook nu het vullen van de orderportefeuille niet makkelijk.

23

Artikel ‘Giga-transport met spanten’ in: onbekende krant (waarschijnlijk De Graafschapbode) Toespraak van Leo Stronks bij de opening van de tentoonstelling ‘Nemaho (1921-2009), eens wereldleider in gelijmd hout’, 3 juli 2015 24

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Introductie

35

Spanten langer dan twintig meter gingen naar ‘Houtconstructies’ dat in Denemarken gevestigd was. De spectaculaire, zware transporten behoorden tot het verleden. Stronks legde bij de promotie van Nemaho het accent op duurzaamheid, iets wat in die tijd vrij nieuw was. In tegenstelling tot metaal werd hout energievriendelijk ‘geproduceerd’ in bossen, die na het kappen ook gegarandeerd werden herbeplant. Toen de bouwmarkt instortte door de wereldwijde crisis van 2008 kwam Nemaho Houtproducten in ernstige problemen. In de periode van werktijdverkorting die volgde deed het personeel van Nemaho in 2009 vrijwilligerswerk in verpleeghuis Den Ooiman te Doetinchem. Verder werden aan mensen met een werkeloosheids- of bijstandsuitkering productievaardigheden bijbracht door het personeel van Nemaho. Dit in kader van het door Stronks opgerichte Werkontwikkelingsbedrijf Achterhoek.25 Op 7 december 2009 werd Nemaho failliet verklaard. Zij had toen tweeëntwintig personeelsleden in dienst.

Terug naar inhoudspagina

25

Nemaho, een hybride organisatie voor leren en werken in de Achterhoek. Uitwerking van een brief van L.J. Stronks aan minister J.P.H. Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2009. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 139. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


36

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Introductie


NEMAHO – Interviews

37

Interviews voor het oral history-project Jan Kramer voerde in 2015 en 2016 gesprekken met achttien oud-directeuren, oud-werknemers van de Nemaho en andere betrokkenen. De interviews leverden zoveel informatie op dat de verwerking daarvan veel meer tijd in beslag nam dan aanvankelijk werd ingeschat. Het project is nog niet afgerond. Deze publicatie bevat de uitwerking van de gesprekken met zes geïnterviewden. De verhalen van de overige geïnterviewden zullen later aan deze publicatie worden toegevoegd. Deze publicatie, die online is te lezen, zal dan ook regelmatig worden aangevuld. Verschillende factoren hebben ertoe geleid om juist deze zes verslagen als eerste op te nemen. De belangrijkste is dat de opgenomen verhalen Jan Kramer een eerste algehele blik bieden op de ontwikkelingen binnen de Nemaho vanaf 1949 tot 2006. Deze periode beslaat een groot gedeelte van het bestaan van het bedrijf. Doordat de eerste zes geïnterviewden uiteenlopende functies binnen de Nemaho bekleedden – van timmerman, tekenaar, constructeur, projectleider tot directeur – werden alle aspecten van het bedrijf belicht. Zo was Dick Overbeek van 1949 tot 1988 tekenaar, calculator, chef timmerfabriek, kwaliteitscontroleur en begeleide hij zware transporten. Ing. Arnold Hebbink was gedurende zesentwintig dienstjaren onder andere de grote projectleider voor het Midden-Oosten. Ing. Anton Borgijink was van 1965 tot 1986 constructeur, hoofd tekenkamer, hoofd commerciële dienst, procuratiehouder en projectleider voor zusterbedrijf Lübbert. Timmerman Johan Halma, tevens lid van de commissie van overleg, en directeuren ir. Henk van Putten en ing. Fons Landewé belichtten respectievelijk de werkvloer en de directie. De waarheid gebied te zeggen dat bij het bepalen van de volgorde van de uitwerking van de interviews ook de hoge leeftijd van enkele geïnterviewden heeft meegespeeld. Spijtig genoeg is oud-directeur Henk van Putten op 1 oktober 2016 overleden. Evenzeer is het te betreuren dat ook andere, nog niet geïnterviewden, gedurende het project zijn overleden.

Oral history Oral history is de vastlegging van geschiedenis door middel van gesprekken/interviews met ooggetuigen. Letterlijk vertaald is Oral history ‘mondelinge geschiedenis’, maar dat dekt niet helemaal de lading. Oral history of mondelinge overlevering geeft inzicht in facetten van geschiedenis die onderbelicht blijven bij bestudering van formele, officiële bronnen als (jaar)verslagen, berichten van bestuurders, statistieken, krantenartikelen of notulen. In officiële bronnen gaat het over financiën, bedrijfsvoering, techniek of het imago (beeldvorming) van het bedrijf. Oral history geeft, door gesprekken met ooggetuigen, inzicht in bijvoorbeeld de onderlinge verhoudingen tussen het personeel, hun mentaliteit, in hoe beslissingen van het bestuur uitpakken op de werkvloer en ook leren de interviews ons iets over het sociale leven tussen collega’s.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


38

NEMAHO – Interviews

Namen krijgen een gezicht. Achter nuchtere cijfers kunnen drama’s schuil gaan. Ook krijgt de lezer een blik in een andere tijd, waar men – in het geval van de Nemaho – met bescheiden middelen projecten realiseerde die nog steeds indruk maken. Oral history wordt door historici erkent als een bron. Dit ondanks het feit dat herinneringen en verwerkte ervaringen niet objectief hoeven te zijn. Een bepaalde gebeurtenis kan door geïnterviewden verschillend of zelfs tegengesteld worden ervaren. Wat geen nadeel hoeft te zijn. Meerdere gezichtspunten geven een genuanceerd beeld van een bepaalde gebeurtenis. Overigens wordt aan officiële bronnen een objectiviteit toegeschreven waar soms ook vragen bij gesteld kunnen worden. Want wat wordt daar niet verteld? De geïnterviewden waarvan het verhaal in deze publicatie is opgenomen: - Anton Borgijink - Johan Halma - Arnold Hebbink - Fons Landewé - Dick Overbeek - Henk van Putten († 1 oktober 2016) De geïnterviewden waarvan het verhaal later aan deze publicatie wordt toegevoegd: - Monique Bohny (dochter van Hansruedi Bohny) - René Backer - Bertus Hansen - Jan Hengeveld - Henk Hissink - Gerrit Jansen (zoon van Henk Jansen) - Emil Lüning - Willem Strikkeling - Leo Stronks - Hans Tepper - Henk Vossers - Martin Zwienink

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

39

Interview Anton Borgijink

‘Als hoofd tekenkamer en commerciële binnendienst had ik de mooiste tijd. Ik was een soort gastheer voor de klanten’ Ing. A.H. (Anton) Borgijink Constructeur, hoofd tekenkamer, hoofd commerciële dienst, procuratiehouder Nemaho en projectleider voor zusterbedrijf Lübbert van 1965 tot 1986 De eenentwintig jaren van Anton Borgijink bij Nemaho waren met vlagen turbulent. Niet alleen omdat hij jarenlang hoofd was van twee afdelingen tegelijk, met veel contacten in het buitenland, maar ook omdat hij meerdere directiewisselingen van dichtbij heeft meebeleefd. Nieuwe directeuren brachten grote veranderingen. Midden jaren tachtig heeft hij van dichtbij meegemaakt hoe moederbedrijf Pont, de houtbranche in het algemeen, maar vooral ook Nemaho zélf in zwaar weer terecht kwamen. Dit had ingrijpende gevolgen, ook voor hem persoonlijk. Na zijn vertrek bij Nemaho is Anton Borgijink makelaar geworden. Een wens die hij al lang koesterde.

Interview door Jan Kramer

Hoe bent u bij de Nemaho gekomen? Ik heb niet gesolliciteerd, maar ben door directeur Deleth van de Nemaho binnengehaald. Ik was nog maar net begonnen met mijn eerste baan bij Adviesbureau Bouwtechniek in Arnhem toen Deleth daar kwam vragen of ze nog een goede statiker hadden. Dus iemand die bouwkundige berekeningen kon maken, wat mijn vakgebied is. We kwamen met elkaar in contact en hij heeft het voor elkaar gekregen dat ik naar de Nemaho kon. Waar ik in mei 1965 begonnen ben als constructeur op de tekenkamer. Anton Borgijink in 2017 Alle afspraken die ik met Deleth heb gemaakt, over salaris en (Foto Jan Kramer) secundaire voorwaarden, is hij nagekomen. Daar was hij heel correct in.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


40

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

Hoe kwam directeur Deleth op u over? Het was een rustige, doortastende man. Hij was goed voor zijn personeel. Dat blijkt wel uit wat hij regelde op het gebied van ziektekosten, verzekeringen en pensioenen. Hij was daarin zijn tijd vooruit. Op technisch gebied was hij zeer goed op de hoogte en hij was vooruitstrevend in de ontwikkeling van houtconstructies. Hij had niet alleen goede relaties in de bouwbranche, maar ook met universitaire opleidingen. En ook met de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) had hij een goede band. In de polders werden immers doorlopend nieuwe boerderijen gebouwd. Tot in de jaren zestig kwam directeur Van Eck van de RIJP jaarlijks naar Nemaho om bij Deleth weer een bestelling voor de bouw van boerderijen te plaatsen. Deleth was een échte ondernemer. Absoluut! Dat heeft mij toch wel zeer aangesproken. U begon dus als constructeur. Welke opleiding heeft u daarvoor gevolgd? Na mijn hbs heb ik de constructieve kant van de hts weg- en waterbouw gedaan. Dus beton-, hout- en staalconstructie. Tijdens mijn werk heb ik in de avonduren en in de weekenden verder gestudeerd op het gebied van constructies. Elke zaterdag ging ik daarvoor naar het Hoger Technisch Instituut in Amsterdam. Na twee jaar ben ik daar geslaagd voor betonconstructeur. En daarna heb ik op het gebied van hout een eenjarige cursus gevolgd aan de TH in Delft. Ook dat deed ik in mijn vrije tijd. Met studeren ben ik doorgegaan: vanaf 1968 heb ik een cursus makelaardij gevolgd, zodat ik me twee jaar later beëdigd makelaar/taxateur mocht noemen. Makelaar is toch heel iets anders dan constructeur? Dat klopt, ik liep met plannen rond om voor mezelf te beginnen. Als makelaar. Maar toen vroeg directeur Van Putten mij rond 1969 of ik hoofd tekenkamer wilde worden. Mijn vrouw zei: ‘Doe dat nou maar. Dan loop je zelf geen financiële risico's.’ Dat heb ik gedaan en ben bij de Nemaho gebleven. Ik volgde Hoenderboom op, het oude hoofd van de tekenkamer. Hoenderboom ging naar de researchafdeling waar een plaats vrijkwam nadat research-ingenieur Gericke was vertrokken. Hoe is dat om, naast het werk, te studeren in je vrije tijd? Het was niet altijd makkelijk, maar je was niet de enige. In die tijd studeerden veel mensen in de avonduren. Ik ging zaterdagsmorgens met de trein naar Amsterdam. Zat daar in ‘de klas’ en kwam na vijf uur ‘s middags weer terug. De rest van het weekend en doordeweeks studeerde je dan in de avonduren. Zo besteedde je je vrije tijd. Op het laatst werd het wel een beetje teveel: elke keer die gang naar Amsterdam. Maar van het resultaat heb ik altijd veel plezier gehad. Wat veranderde er toen u hoofd tekenkamer werd? Voor mij was het uitrekenen van constructies voorbij. Ik hield me vanaf toen meer bezig met planning en organisatie. Niet lang daarna, in 1972, kreeg ik er nog een functie bij: hoofd commerciële binnendienst. Dat heb ik van adjunct-directeur Pape overgenomen, omdat hij bij de Nemaho moest vertrekken. Niet op een prettige manier trouwens. Het was een van de naweeën van de directiewisseling van Deleth naar Van Putten. Het gat dat Pape achterliet heb ik toen ingevuld door voortaan ook offertes te maken.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

41

Eigenlijk ging dat helemaal niet officieel. Van Putten zei: ‘Pape is de deur uit, dan moet jij die taak maar overnemen.’26 Er werd nooit duidelijk uitgesproken welke functie je nou had en wat je taken waren. Dat was wel een euvel in die tijd. Niet alleen bij de Nemaho trouwens. Tegenwoordig is je plek in een organisatie precies bekend. Toen was het zo vaag. Maar het ging goed. Vanaf toen was ik dus hoofd van twee afdelingen: het constructiebureau (oftewel de tekenzaal) en de commerciële binnendienst.

Wat hield die extra functie hoofd commerciële binnendienst in? Voordat een offerte de deur uit ging kwam die bij mij op het bureau. De constructieafdeling stelde de tekst van de offerte samen aan de hand van een groot aantal technische standaardomschrijvingen. En onze eigen calculatieafdeling berekende de prijs. Tenslotte keek ik er naar met zowel een technisch als een commercieel oog. Staat er geen onzin in? Willen we dat werk graag hebben? Kunnen we er genoeg aan verdienen? Doen we er nog wat bovenop? Wat vraagt de concurrentie voor dit soort orders? Onder mijn commerciële verantwoordelijkheid viel ook het contact met onze buitenlandse verkoopkantoren in Duitsland, België en Frankrijk. Hoe kwam u aan informatie over de concurrentie? Nemaho en onze concurrerende spantenmakers Heko, De Groot Vroomshoop en Lijmhout kwamen weleens bij elkaar. Dat was tussen eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Onze concurrenten waren dus geen vreemden voor me. Je kende van elk van hen de sterke maar ook de zwakke punten. Is er voor u veel veranderd na de directiewisseling van Deleth naar Van Putten? Ja, de verandering van directie was ook een verandering van visie op de zaak. Daardoor gingen sommigen mensen weg, al dan niet vrijwillig, maar ook zorgde dat voor het intern doorschuiven van mensen naar andere functies. Daardoor schoof ik, zoals gezegd, een plaats omhoog en kreeg ik er ook een functie bij. Hoe heeft u die directiewisseling ervaren? Het beeld dat ik daarvan heb overgehouden is, om het zacht uit te drukken, niet best. Dat Deleth zó op straat werd gezet! Dat je, als directeur/eigenaar, zó naar de poort wordt verwezen. Dat heeft me zeer gedaan. De nieuwe directeur, Van Putten, kon daar niets aan doen. Het was een zaak tussen de Nemaho en moederbedrijf Houthandel Pont27. Deleth was een beste man. Goed in techniek en hij had een heel goed gevoel voor de markt. Maar financieel? Hij kocht al het hout bij Houthandel Pont. Waarschijnlijk nam hij het niet zo nauw met de betalingen van dat hout. Pont had daar ook niet zo’n haast mee, want zij dachten waarschijnlijk dat ze bij de Nemaho een grotere vinger in de pap konden krijgen. Door de schulden van de Nemaho aan Pont te laten oplopen. En zo is het waarschijnlijk gegaan.

26 27

Bekrachtiging ontslag Pape in 1972, notulen van 11 december 1972, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Zie ‘Moederbedrijf Houthandel William Pont’ in het hoofdstuk Uitgelichte Aspecten.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


42

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

Deleth wilde graag dat zijn zoon Ronald28 hem zou opvolgen, maar dat plan had geen schijn van kans. Pont was toen al volledig eigenaar van de Nemaho en stak er een stokje voor.29 Deleth heeft het zichzelf aangedaan. Min of meer. Maar dan toch... Dat het voor hem zó moest eindigen. Op die leeftijd, nadat je alles hebt opgebouwd. In de stijl van: ‘Daar is de deur...’. Ik heb daar nog steeds grote moeite mee. Ik snap wel dat Pont de nieuwe directeur Van Putten een kans wilde geven, zonder dat die teveel zou worden beïnvloed door mensen die geen positieve instelling meer hebben. Of mensen die niets van een ander aannemen. Om een voorbeeld te geven: als Deleth op de tekenkamer iets van Van Putten zag, zei hij: ‘Da’s niks.’ Zo groeit er een negatieve sfeer. Er zijn toen gesprekken geweest met de directie van Pont, Deleth en Van Putten. Ik ben daar niet bij geweest, maar het was duidelijk dat Pont er genoeg van had en dat ze Deleth een datum hebben gegeven waarop hij weg moest. Een paar jaar later moest ook adjunct-directeur Pape weg.30 In zo’n sfeer krijg je dat ook andere mensen gaan vertrekken. Dat was niet prettig, om het zacht uit te drukken.

Welke mensen gingen er weg? Henk Hillen, de chef van de buitendienst/montage bijvoorbeeld. Maar die was al van plan om weg te gaan. Hij was al bezig met een eigen aannemersbedrijf en door de directiewisseling kwam dat in een versnelling. Ook Hoenderboom, die nu dus op research zat, had wel plannen om weg te gaan, maar die is nog een paar jaar gebleven totdat hij directeur kon worden van de Bond van Timmerfabrikanten. Welke verschillen waren er tussen Deleth en Van Putten? Van Putten reageerde impulsiever dan Deleth. Deleth richtte zich op gelamineerd hout en was daarin zeer vooruitstrevend. Van Putten had niet veel ervaring met houtconstructies en richtte zich aanvankelijk op het leiding geven. Hij bracht veel ervaring met de aannemers- en bouwwereld mee. En ook heeft Van Putten het Duitse Lübbert als zusterbedrijf aan Nemaho verbonden. De naam Hoenderboom ben ik tegengekomen in vaktijdschriften voor de bouw. Hoenderboom was de enige die op de researchafdeling werkte, maar hij had veel contact met TH Delft over nieuwe uitvindingen die bij Nemaho werden gedaan. Alle proeven werden onder leiding van hem uitgevoerd. Welke proeven werden er zoal gedaan? Testen van lijm en nieuwe constructies bijvoorbeeld. Daarvoor werden bepaalde gelijmde constructies in Delft soms jarenlang met gewichten belast. Ook werd er in Doetinchem geëxperimenteerd met nieuwe producten zoals de houten hoogspanningsmast.

28

Deleth’s tweede zoon Ronald, notulen 24 maart 1964, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Sinds 1963 had Pont alle aandelen van Nemaho in bezit. 30 Adjunct-directeur Fré Pape vertrok in 1972. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4, notulen 11 december 1972. 29

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


43

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

Een hoogspanningsmast van hout? Gelijmd hout uiteraard. Zo’n mast had het voordeel dat hij veel lichter was en dat de fundamenten ervoor dus goedkoper waren. Met een schaalmodel en berekeningen heeft Nemaho in de jaren zeventig een voorstel voor hoogspanningsmasten bij de overheid neergelegd, maar die wilde er helemaal niet aan. Zo’n wild idee was het trouwens niet. In het verleden had Nemaho al een paar degelijke, houten zendmasten van zestig meter hoog gebouwd.31 Welke experimentele producten zijn jullie wel gaan produceren? Begin jaren zeventig hebben we nieuwe dingen gedaan in de woningbouwbranche. Om meer afzet te scheppen. Dakelementen bijvoorbeeld. Dat waren prefab daken met een scharnier in de nok. Het was de bedoeling dat we die prefab daken plat vervoerden naar de bouw. Om ze daar open te klappen en aan de muren vast te maken. Het systeem zat goed in elkaar. De productie van dakelementen was bedoeld als nevenpoot en een tijdje leek het veelbelovend.

Schaalmodel van een experimentele, transportabele, houten hoogspanningsmast van Nemaho in 1972 (Foto uit Bouwnieuws Nemaho, fotograaf onbekend)

Waar werden de dakelementen gemaakt? Niet in de grote hallen, maar in de timmerfabriek, dat gebouw vlak bij de Oude IJssel. Ze noemden het ook wel de ‘schaafloods’. Een tijd lang is dat hoofdzakelijk voor de woningbouw gebruikt. Spanten voor de woningbouw en dakelementen. Het was een soort lopendebandsysteem. De timmerfabriek was dus een zelfstandige eenheid. Ja. Hun teken- en constructiewerk deden ze ook allemaal daar. Dus niet op het constructiebureau in het kantoorgebouw. Hadden ze bij dakelementen gelijmd hout nodig, dan bestelden ze dat in de grote hallen van de lijmfabriek. Promotiefolder voor K3 kant en-klare kapspanten, een van de zijwegen die Nemaho is ingeslagen om extra omzet te scheppen.

31

Hoe is het afgelopen met de dakelementen? We zijn ermee gestopt. Een aantal aannemers had echt zin om met de dakelementen te gaan werken, maar we waren te duur. We konden niet tegen de concurrentie op. Later hebben anderen geprobeerd dakelementen economisch te produceren. Zoals het bedrijf Tectomat in Langerak, waar onze bedrijfseconoom Nico van Straten werkte nadat hij bij ons was vertrokken wegens bezuinigingen.

Hengeveld, pag. 43: vier houten zendmasten van Nemaho te Huizen in 1936.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


44

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

Is Nemaho nog meer zijpaden ingeslagen? Ja. Hoenderboom heeft ook de houtskeletbouw voor woningen opgezet. Naar een idee van Van Putten en onze commerciële man Henk Bosch. Concurrent De Groot Vroomshoop produceerde al een tijd houtskeletbouw, maar dan voor scholen. Dit speelde zo rond 1978-1982. We hebben als proef toen een skelet op ons terrein gebouwd. Hoe moet ik me skeletbouw voorstellen? Je levert een plat prefab pakket af bij de bouw. Daarin bevinden zich de gelamineerde kolommen en horizontale liggers van de woning. Die zijn met scharnieren aan elkaar verbonden. Met een kraan hijs je de boel omhoog en je hebt een woning in skeletvorm. Op de begane grond en op de etages leg je prefab vloeren van triplex of gelamineerd hout. Tot slot zet je het uitklapbare dak vast op de bovenste etage. Wij zeggen dan: ‘We zetten de pet erop.’ Natuurlijk zou alles door Nemaho geproduceerd worden. Waarom ging skeletbouw niet goed? Door het scharniersysteem moest er wel wat ‘extra vlees’ aan de balken zitten, waardoor het meer materiaal kostte dan een scharnierloos systeem zoals onze concurrent De Groot Vroomshoop dat had. Veel delen bestonden uit gelamineerd hout. Wat de stabiliteit ten goede kwam. Maar de productie kon nooit zo efficiënt worden als bij De Groot Vroomshoop, die dit al jaren deed. De prijs was daarom ook te hoog. Pont stak er elke keer veel geld in, maar het bracht niets op. Het is dan ook niet raar als ze zeggen: ‘Die dingen moeten maar eens afgelopen zijn.’ Er zijn met dit systeem geen woningen gebouwd. Er is nooit een order voor gekomen. Hoenderboom had dat natuurlijk ook in de gaten en hij is uiteindelijk naar de Bond van Timmerfabrikanten vertrokken toen hij de kans kreeg. Zo gaat dat. Wie heeft Hoenderboom opgevolgd? Hij is niet opgevolgd, de afdeling research is na zijn vertrek opgeheven. Overigens is het niet zo dat Hoenderboom verantwoordelijk werd gehouden voor het mislukte experiment met houtskeletbouw. Hoe is Nemaho eigenlijk in de woningbouwsector terechtgekomen? Van Putten kwam zelf uit de woningbouwsector.32 Hij heeft Henk Bosch rond 1972 in dienst genomen als de nieuwe commerciële man. Bosch kwam van concurrent De Groot Vroomshoop, en heeft zich in het begin vooral geconcentreerd op de woningbouw. Onder zijn leiding is de hele woningbouw wat betreft dakelementen opgezet.33 Later deed Bosch ook de verkoop voor de ‘gewone’ lijmhoutsector.

32

Van Putten kwam van het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten. De notulen van 28 juni 1971 vermelden een ‘teleurstellend verloop’ van productie van kappen, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. 33

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

45

Bestond er een drempel bij het aannemen van werk? Alleen grote orders aannemen bijvoorbeeld? Die gedachtegang ging wel rond. Maar na een tijd hadden we bij de Nemaho wel door dat je daar niet teveel bekendheid aan moet geven, want dan vergeten de klanten ons helemáál. Dat grote is wel mooi, maar de opdrachten liggen niet voor het oprapen. En zeker niet in Nederland. In de jaren 1975-1980 zaten we zelfs zo dun in de orders dat we in de zomer tegen ‘winterprijzen’ gingen produceren. Wat houdt dat in, ‘winterprijzen’? De winter is een slappe tijd in de bouw. En om toch door te kunnen produceren bied je klanten een lagere prijs aan. Winterprijzen zijn leuk, in de winter. Als het hoogseizoen weer begon, was de winterproductie afgeleverd. Maar nu rekenden we dus 'winterprijzen' voor producten die we in juni en juli gingen produceren en leveren. Nou, dan weet je het wel: in de zomer had je het al druk genoeg, en dan kreeg je er ook nog extra werk bij tegen slechte prijzen. Waar je ook nog eens een keer voor moest gaan overwerken. Dan werd er wel een geroepen: 'Verdorie! Wat doen we nou met al die orders?’ Als spanten dan ook nog eens niet konden worden afgeleverd, door vertragingen op de bouw, dan kon je alles weer aan de kant leggen en opslaan. Dat kostte een hoop geld. In de winter werd ook 'standaardhout' geproduceerd. Hoe ging dat? Standaardhout zijn liggers (rechte spanten) in veelvoorkomende maten die op lengtes van vijftien of twintig meter klaarliggen. Ze zijn gelijmd en geschaafd maar nog niet afgekort. Standaardhout maken is een mooie klus voor een rustige periode. In het voorjaar, als de bouw weer aantrekt, belden aannemers op: ‘Ik heb zoveel liggers nodig van die afmeting.’ Dan probeerde je dat zoveel mogelijk uit die voorraad te halen. Wat redelijk goed lukte. Maar als je zag wat er na een jaar aan ongebruikte en afgezaagde stukken standaardhout bleef liggen. Dat zal toch óók betaald moeten worden. Toen u begon vervoerde Nemaho zijn spanten nog zelf. De eerste jaren heb ik nog meegemaakt dat de Nemaho eigen diepladers had en zijn spanten zelf vervoerde. Ook toen het vervoer aan transportbedrijf GTW was uitbesteed, zo rond 1970, gebruikten we nog steeds onze eigen diepladers. Die werden vooral gebruikt bij spanten waar een knik of bocht in zit (kniespanten). Het laden daarvan is echt puzzelwerk. Soms kwamen klanten hun spanten zelf ophalen, maar meestal was het transport inbegrepen in de opdracht. In welke productiefase ging men kijken naar het transport? Al bij het maken van de offerte ging je kijken hoe je de spanten wilde vervoeren. Waarbij je transport over water zoveel mogelijk vermeed. Zo nodig deelde je spanten met een ‘las’ op in handelbare stukken zodat ze over de weg konden. Dat scheelde het laden van een boot en dus handen vol geld. Alleen in uitzonderlijke gevallen werd voor transport een boot ingezet. En bij export naar bijvoorbeeld het Midden-Oosten, waarbij de spanten sowieso per zeeschip gingen.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


46

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

Hoe ging het vervoer door GTW in zijn werk? GTW werd vaak al bij het maken van de offerte ingeschakeld. Onze calculator Dick Overbeek liet GTW dan komen voor overleg. Zij kregen van ons de maten, bepaalden daarmee de route en kwamen met een prijs. We hebben nu routeplanners en internet. Hoe bepaalden jullie in die tijd de route? Onze eigen mensen van de montageploegen probeerden de route uit. Er was wel zoveel feeling in het bedrijf dat je wist of je met een bepaald spant op die bestemming kon komen met de vrachtwagen. En dat je daarvoor onderweg bijvoorbeeld wat stroomkabels van de spoorwegen moest optillen. Als je het niet wist belde je de gemeentepolitie. Het was eigenlijk vooral telefoonwerk en kijken. Hoe werden die routegegevens vastgelegd? Die werden niet vastgelegd. Zoiets als een ‘routeboek’ bestond niet. Kennis over routes zat in onze hoofden. ‘Vraag het die en die maar, want die weten nog precies hoe dat allemaal gaat.’ Alleen bij grote projecten voor bijvoorbeeld het Midden-Oosten maakten we wel draaiboeken. Nu we het over het Midden-Oosten hebben… had u ook bemoeienis met ‘Oman’? Zijdelings, want Arnold Hebbink was de projectleider voor de vliegtuighangar in Oman in 1975.34 Hij deed later ook andere projecten zoals bij Ruwais in de Verenigde Arabische Emiraten. Welke bemoeienis had u met het Oman-project? Ik had wel contacten met Hebbink en ook bij de voorbereiding was ik betrokken. Als hij terugkwam overlegden we met elkaar. Maar de echte uitvoering deed Hebbink op de bouwplaats in Oman. Oman was een enorm project. Hoe was dat voor de Nemaho? Het was ‘alleen’ die hangar. Dat was niet zó groot hoor, maar voor die landen was het een enorm project. Er zat zelfs een koperen dak op die hangar. Ook constructiebedrijf Bongers in Doetinchem is ermee bezig geweest. Onderdelen voor de hangar in Oman worden in 1975 overgeladen in een zeeschip in Rotterdam. De binnenschepen zijn bij Nemaho geladen. Als projectmanager begeleidde Arnold Hebbink ‘Oman’ van a tot z (Fotograaf Henk Gerritsen)

34

Met Oman is vast half Nemaho bezig geweest. Dat viel reuze mee. Vooral projectleider Hebbink was er intensief mee bezig. Aan het begin van het Oman-project werd er ook iemand van buiten de Nemaho bijgehaald. Van Putten vond

Zie ‘Nemaho in het Midden-Oosten en Maleisië’ in het hoofdstuk Algemene Aspecten.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

47

namelijk dat er in Oman een supervisor nodig was. Hij nam daarvoor Van Z. aan. Dat werkte averechts, want wie is de hoofdpersoon? Hebbink had jaren ervaring en die werd nu zo toch maar even op een zijspoor gezet. Dat wekt wrevel op. Vooral als het zonder overleg gaat. Ik vond dat niet de manier van werken, het gaf mij een wrang gevoel. Van Z. heeft het niet best gedaan in Oman en werd daar zelfs het land uitgezet. Terug in Nederland begon hij zich bij mij te beklagen, maar ik heb hem doorverwezen naar Van Putten, die hem niet lang daarna ontsloeg. Van Z. was daar flink overstuur van.

Bent u weleens in het Midden-Oosten geweest? In ieder geval een keer in de Verenigde Arabische Emiraten. Begin jaren zeventig heb ik daar samen met Henk Bosch rondgereden om commerciële bezoeken af te leggen. Nemaho zou daar mogelijk een grote opslagloods kunnen bouwen. Ik stond niet echt te trappelen om daar rond te reizen, want het leek me daar niet veilig. Voor deze opdracht ben ik overigens ook twee keer in Japan geweest. Wat heeft Japan met Ruwais te maken? De opdrachtgever voor ‘Ruwais’ was de grote Japanse bouwer van olieraffinaderijen Chiyoda Corporation in Tokyo. De loods was bestemd voor een bijproduct van de olieraffinage in Ruwais: ureum. Een wit poeder dat onder andere een grondstof voor kunstmest is. Voor overleg met Chiyoda vlogen Henk Bosch en ik dus naar Tokyo. Bosch deed het commerciële verhaal en ik de technische uitleg. De opdracht was nog niet binnen dus het was heel spannend. We voelden ons klein in het enorme bedrijf Chiyoda. Alleen al op de tekenzaal stonden minstens honderd man. Er heerste discipline en ze werkten er van half acht tot wel negen uur ’s avonds. Ook wij zaten op die grote tekenzaal in een apart kantoortje met een eigen tekentafel. We bleven daar stand-by om vragen te beantwoorden. Daarvoor hadden we standaardtekeningen meegenomen van de loods in Ruwais zoals we die dachten te gaan bouwen. Af en toe kwam er iemand om iets te overleggen. Als de Japanners specificaties wijzigden of meer details wilde weten, liet ik daar mijn rekenkunst op los en maakte ik ter plekke een nieuwe tekening. Over alles gingen ze in overleg: houtsoorten, levensduur van materialen en wijze van transport van de spanten. Bijna niemand sprak Engels toen, dus er was een afstand tot de Japanners. Sowieso zijn ze daar veel formeler in de omgang.

Was het niet exotisch om in Tokyo te zijn? Ik vond het meer vervreemdend dan exotisch. We zaten de hele dag op dat kantoor en hingen daarna rond in het hotel. Met Engels kon je bijna niet terecht en rondom je heen zag je geen enkele herkenbare tekst. Tokyo was erg vol en groot. En ging je voor de metro de grond in dan was daar eigenlijk nóg een complete stad. Eigenlijk voelden we ons met z’n tweeën eenzaam en ontheemd. Hebben jullie de opdracht binnengehaald? We kwamen na een week zonder opdracht terug. Ondanks al het overleg was er geen toezegging. Een maand later gingen we daarom met z’n tweeën opnieuw naar Tokyo. En zijn

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


48

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

toen weer een volle week zoet geweest. In dat kantoortje werden we door de Japanners gaar gestoofd. Een tactiek om de prijs te laten zakken, denk ik. Pas vijf minuten voordat de taxi naar het vliegveld kwam lieten ze ons de letter of intent tekenen. De toezegging voor de opdracht. We hadden zo’n haast dat we niet eens wisten wat we tekenden. Maar we kwamen niet met lege handen terug. Ruwais ging dus door! Henk Bosch is nog een derde keer naar Japan gegaan voordat alles rond was.

U kwam toch wel met een paar sterke verhalen terug? Ik ging daar niet over opscheppen. Het is niet mijn aard om te gaan pochen over wat we in Japan hadden gedaan. Bij de Nemaho vroegen er trouwens maar weinig mensen naar. Japan was ook zo onbekend. Bent u ook bij andere zaken in het Midden-Oosten betrokken geweest? Wat me nog goed bijstaat zijn de voetgangersbruggen die we hebben gemaakt in Saoedi-Arabië. Het was een mooie opdracht: een aantal houten bruggen waarmee voetgangers in de stad Djedda veilig de brede wegen konden oversteken. De constructie was in Doetinchem gemaakt en werd ter plaatse gemonteerd door het team van Arnold Hebbink, die inmiddels een ervaren Midden-Oosten veteraan was. Maar wat heeft die order ons een narigheid gegeven! Welke problemen waren er met die voetgangersbruggen in Djedda? Op ‘Djedda’ rustte al vanaf het begin geen zegen. Al bij de voorbereiding in Doetinchem ontstond er onenigheid. Er waren berekeningen en tekeningen gemaakt. Daarop zag ik dat de traptreden voor die brug van massief hout waren gemaakt en ik voorzag problemen: in de hitte en droogte van Saoedi-Arabië zouden die treden gaan scheuren of kromtrekken. Ik Een van de zeven voetgangersbruggen die Nemaho in Djedda adviseerde daarom dringend die treden (Saoedi-Arabië) bouwde in 1986 (Foto uit een promotiebrochure van Nemaho, op te bouwen uit dunne lagen gelijmd NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 53) hout. Zodat ze ook in het extreme woestijnklimaat in vorm zouden blijven. Directeur Bakker en bedrijfsleider Joosten sloegen mijn advies in de wind en hielden vast aan massieve treden. Het project zou anders, volgens hen, te veel gaan kosten. Nou, dat hebben we geweten! In de brandende zon van Saoedi-Arabië trokken die treden al snel krom. De Saoedische klant werd kwaad en eiste dat de treden werden vervangen. Anders zou hij niet betalen. En wat veel erger was: onze projectleider Hebbink kon het land niet meer uit. Zijn paspoort zou hij pas weer terugkrijgen als de klus naar tevredenheid van de Saoediërs was geklaard. Hebbink was dus eigenlijk gegijzeld. Dat gebeurde in september 1986.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

49

Hoe hebben jullie dat opgelost? In Doetinchem waren we echt in paniek. Ik heb toen, samen met de TH Delft, met spoed een oplossing gezocht tegen dat kromtrekken. Zoals ik verwachtte werden het nu gelamineerde treden. Delft testte op lijm en de juiste lameldikte. Deze keer zou het hout zelfs worden voorgedroogd. Doetinchem bleef met telex of telefoon met Arnold Hebbink in contact. Die maakte zich natuurlijk ongerust. Hoe lang ging dit duren? Intussen was Hebbink in Djedda bij een soortgelijk project van een Deens bedrijf gaan kijken hoe ze daar de traptreden hadden gemaakt. Je raadt het al: gelamineerd en voorgedroogd merantihout. Toen de nieuwe partij traptreden klaar stond zou Nemaho die het liefst per vliegtuig naar Djedda sturen. Maar dat zou een vermogen kosten. Het ging daarom per schip. Wat natuurlijk de wachttijd van Hebbink in Djedda verlengde. Henk Bosch is nog een tijd bij de ploeg in Djedda geweest. Om ze bij te staan. Ik geloof zelfs dat Bosch met Hebbink wilde ruilen zodat die naar huis kon. Waarom dat niet is gebeurd weet ik niet meer. Misschien wilde Hebbink daar de klus afmaken. Of misschien wilden de Saoedi’s het paspoort van Hebbink niet vrijgeven. Ook aan mij is gevraagd of ik daar naartoe wilde, maar dat was me te gevaarlijk. Uiteindelijk kwam Arnold Hebbink pas half december thuis! Zo’n drie maanden hebben ze hem in Saoedi-Arabië vastgehouden. Voor hem was dit echt een beroerde, zenuwslopende tijd. Maanden heeft hij in de rats gezeten. En dat door de eigenwijsheid van sommige mensen. Dit project zou ons tonnen gaan opbrengen, maar het heeft ons juist tonnen gekost. Nemaho heeft geprobeerd de verliezen van Djedda te verhalen bij de verzekering, maar die heeft dat afgewezen.

Hoe druk was u? Was er nog tijd over naast Nemaho? In het begin was het een baan ‘van acht tot vijf’. Maar hoe hoger je functie werd, hoe meer werk je mee naar huis toe kreeg. Overdag was je bezig het zaakje draaiende te houden. En 's avonds moest je bepaalde dingen doornemen. Ook door mijn contacten met onze buitenlandse partners kreeg ik het steeds drukker. Welke buitenlandse partners had Nemaho? Ik had contacten met het Duitse Lübbert Holzleimbau, de Belgische vestiging van Nemaho en met ons Franse zusterbedrijf Bermaho. Aan die laatste besteedde we aanvankelijk werk voor gelamineerd hout uit. Later zijn ze zelfstandig geworden. Met een eigen fabriek in Caen, die ik een keer bezocht heb. Van de vele Bermaho-projecten heb ik verder niet zoveel gezien. Veel intensiever contact had ik met Lübbert Holzleimbau in Duitsland. Wat was Lübbert Holzleimbau? Het was een Duits bedrijf waarmee de Nemaho rond 1968 een samenwerking aanging, omdat op de Nederlandse markt niet genoeg vraag was naar gelamineerd hout. Dan kun je beter je markt uitbreiden en ook in Duitsland gaan kijken. Oorspronkelijk was Lübbert een zelfstandig bedrijf, maar omdat eigenaar Karl Lübbert geen opvolger had heeft hij een deel van zijn bedrijf verkocht aan Nemaho. En zo werd Lübbert Holzleimbau een zusterbedrijf van ons.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


50

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

Lübbert bestond uit een aantal Duitse verkoopkantoren die projecten aannamen. Ze hadden hun eigen projectleiders en regelden bouwvergunningen. Nemaho in Doetinchem deed zoveel mogelijk het lijmwerk. De rest, zoals de bouw, regelden de Duitsers zelf.

Hoe vaak kwam u bij Lübbert? Ik ging er elke maand naar toe. Vaak wel een week, soms twee dagen. Ik spaarde zaken op zodat ik niet steeds op en neer hoefde. Jarenlang heb ik dat volgehouden. Meestal ging ik naar hun vestiging in Bad Oeynhausen, maar ze zaten ook in Verden en Frankfurt. Als ik er een weekje was ging ik ook weleens met de Lübbert-collega’s kijken op een bouwplaats. Wat deed u bij Lübbert? Ik was projectmanager voor Lübbert en coördineerde tussen hen en de Nemaho. Over de methode van werken met het bedrijfsbureau in Nederland. Voor hun grote projecten calculeerde ik samen met de Duitsers. Dat gaf regelmatig spanning.

Waarom was er spanning tussen Lübbert en Nemaho? De Duitsers beweerden dat ze projecten zelf veel goedkoper konden (laten) uitvoeren dan Nemaho. Het was inderdaad zo dat de prijzen voor lamineren in Duitsland laag waren door de grote concurrentie daar. Maar de hoofdoorzaak van het prijsverschil was Lübberts manier van calculeren. Die was niet realistisch, niet zuiver. Hun standaardprijzen waren gebaseerd op productie bij bedrijven met te lage lonen, waar men gratis overwerkte, en dat ook nog eens op zaterdag. Jarenlang heb ik in Duitsland bij Lübbert meegeholpen om ze daar het calculeren bij te brengen. Heeft dit ‘ontwikkelingswerk’ op calculatiegebied vruchten afgeworpen? Onze methoden werden gelijkgetrokken. Projecten waar ze per se te lage prijzen voor wilden berekenen moesten ze dan zelf maar uitvoeren. Alles wat naar Doetinchem kwam werd gedaan tegen Nemaho-prijzen. Tjeerd Bakker, de opvolger van directeur Henk van Putten van de Nemaho, heeft later Duitse calculators van Lübbert naar Doetinchem gehaald. Hij vond ze beter dan de onze. Achteraf zie ik dat als een compliment, want ze waren bij mij in de leer geweest. Was Lübbert, behalve een zusterbedrijf, ook een concurrent? Er was geen concurrentie, maar wel overleg: kan het in Duitsland goedkoper, dan moeten wij dat in Doetinchem niet gaan doen. Dat is logisch. Je hebt daar in Duitsland bijvoorbeeld van die vakwerkconstructies waar je écht veel mankracht voor nodig hebt. Het echte timmerwerk. Zij waren daar beter in. Het lamineerwerk haalde ik naar Doetinchem. Het ging ons hier alléén om lijmen, lijmen en nog eens lijmen. Het liefst flinke liggers. Het grotere werk.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

51

Hoe keek directeur Tjeerd Bakker naar Lübbert? Hij liep helemaal weg met Lübbert, hij vond dat daar betere vakmensen werkten. Voor het bedrijfsbureau heeft hij daarom ingenieur en zimmermeister Krahl naar Doetinchem gehaald. Ik bemoeide me daar niet zo mee, want mijn betrokkenheid was toen al een stuk minder. Na zijn ontslag heeft Bakker volgens mij nog een poging gedaan om aan de slag te komen bij Lübbert. Hoe communiceerde u met het buitenland? Per telefoon, telex, post en, zoals ik net vertelde, ook door persoonlijk contact. Soms kwamen de mensen van Nemaho België of verkoper Alain Jossermoz van ons Franse verkoopkantoor ook naar Doetinchem voor overleg. Dat begeleidde ik dan. Wie zaten er bij de wekelijkse stafvergadering? Dat waren Bosch, commerciële dienst; Tepper, hoofd tekenkamer; Gosselink en later Joosten, productieleiding; Aalbers en later Hermans, boekhouding; ikzelf, technische coördinatie waarvan ook voor Lübbert Holzleimbau. Meestal zat directeur Van Putten, later Bakker, erbij. We kwamen bij elkaar in de vergaderzaal op de bovenetage van het kantoorgebouw. Er werd gesproken over zaken als: Wat is er geproduceerd? Wat is er binnengekomen aan orders? Hoe gaan we dat plannen? Hoe was de maandelijkse stafvergadering samengesteld? In de maandelijkse stafvergadering zaten dezelfde personen als in de wekelijkse stafvergadering. Met toevoeging van de Duitse verkoopleiders van Lübbert uit Verden, Frankfurt en Bad Oeynhausen. Verder zat de directeur erbij en iemand van de afdeling inkoop. Ook voor deze vergadering zaten we in de vergaderzaal, boven in het kantoorgebouw. De Duitsers die erbij zaten kwamen aardig mee als we in het Nederlands spraken, maar als het over Lübbert zelf ging of over andere zaken waar ze belang bij hadden, schakelden we met zijn allen over op Duits. Hadden jullie ook dagelijks overleg? Dat deden we alleen als het echt nodig was, want er moet natuurlijk ook nog gewerkt worden. Waren er dringende zaken dan staken we de koppen bij elkaar. Het overleg kon gaan tussen de afdelingen tekenkamer, commerciële dienst, productieafdelingen of buitendienst/montage. In de fabriek had productieleider Joosten wel dagelijks overleg met diverse technische afdelingshoofden. Kwam er ook weleens iemand van Pont? Van moederbedrijf Pont kwam Rob van Saarloos regelmatig langs. Hij was commissaris bij Pont en de coördinator van Ponts dochterbedrijven die zich bezighielden met andere zaken dan de pure houthandel. Hij maakte regelmatig een ronde langs timmerfabrieken die onder hem vielen. Dat was om de vier á zes weken. Hij zat nooit in onze stafvergadering en alleen de directeur had contact met hem. Vanaf midden 1984 kwam directeur Geleynse van Pont wel eens bij Nemaho.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


52

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

Was er verschil tussen de directeuren Van Putten en Bakker? Van Putten was civiel ingenieur, afgestudeerd aan de TH Delft. Hij had meer ervaring in de algemene bouwwereld dan Bakker. Hij richtte zich naar buiten en was (of voelde zich in ieder geval) een ambassadeur van de Nemaho en het gelamineerde hout in het algemeen. Bakker, die Van Putten in 1979 opvolgde, was van huis uit hts’er werktuigbouwkunde. Voordat hij bij de Nemaho kwam was hij directeur van een timmerfabriek. Bakker was meer intern gericht, op de bedrijfsvoering zelf. Hoe was de sfeer bij Nemaho? Hoe was het personeel onder elkaar? Dat ging toch wel. We hadden goed contact met elkaar, maar het werd steeds moeilijker. De zaken gingen slecht. Er werden daarom maatregelen genomen. Reorganisatie. En als de zaak niet goed gaat worden er adviseurs ingeschakeld. En daar wordt het niet beter van. Ik heb, als lid van de staf, zelf ondervonden dat je werd afgemarcheerd als je je mening gaf. Ik heb veel en graag gewerkt voor Nemaho, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik de laatste twee jaar met tegenzin naar mijn werk ging. Mijn ambitie lag niet meer bij de Nemaho en ik liep rond met andere plannen. Maar als je zélf weggaat weet je zeker dat je niks meekrijgt. Ik heb daar te lang gewerkt, om mezelf, na al die jaren, maar zo de deur uit te laten marcheren. Totdat het moment kwam dat de staf in één keer werd ontslagen.

De hele staf ontslagen. Hoe moet ik me dat voorstellen? Op een maandagmorgen in het najaar van 1986, ik weet de datum niet meer precies, ging om half negen mijn telefoon. Ik moest bij de directie komen. En daar zaten directeur Tjeerd Bakker en Hans Moerman, de nieuwe eigenaar van Nemaho (daarover verderop meer). Ze zeiden: ‘We hebben besloten om je dienstverband met ingang van heden te verbreken. Zoek maar uit wat voor afvloeiingsregeling je wil en ga maar naar huis.’ Het kwam totaal onverwacht. Dat is mij gebeurd, maar ook Bosch, de commerciële man, Hermans, de financiële man, en bedrijfsleider Joosten. Diezelfde dag. Ontslag. Per direct. Ik ging naar huis en dacht: ‘Ik ben ontslagen, maar ze zullen me nog nodig hebben.’ Want ze wilden een reorganisatie doorvoeren. Daar hebben ze de medewerking van het arbeidsbureau voor nodig en dus ook een ‘ja’ van mij. Maar het bleef stil en na een tijd heb ik zelf maar gebeld. Ik ben nog één keer terug geweest om met Tjeerd Bakker een afvloeiingsregeling af te spreken. Onder vier ogen. Zo is het ook met de anderen gegaan. Behalve met Hermans, want die is later teruggekomen. Je complete staf ontslaan, dat is toch een zeer rigoureuze actie. Zelfs voor die tijd. Ik heb er slapeloze nachten van gehad. Twee jaar later was Bakker zelf aan de beurt en werd hij ontslagen.

Blijkbaar waren de verhoudingen slecht. Hoe is dat zo gekomen? In het begin luisterde Bakker nog behoorlijk. Hij wist weinig van gelijmd hout af omdat hij voor die tijd in gewone timmerfabrieken had gewerkt. Ik heb hem nog zelf ingewerkt en hem behoorlijk geïntroduceerd bij Lübbert in Duitsland. Wat dat betreft ben ik van de oude garde. Overal ben ik met hem naar toe geweest en onderweg hebben we in de auto uren met elkaar gesproken. In het begin hebben we prettig met elkaar samengewerkt.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

53

Maar er kwam langzaam meer wrijving. Bakker luisterde niet meer naar de staf en vertelde ook weinig tot niets. Het was wel nodig dingen te veranderen bij de Nemaho, want het ging niet zo goed. Dat was nog voor 1984. Op een van de wekelijkse stafvergaderingen zat er ineens een adviseur bij. Hij zou, volgens Bakker, de zaak opnieuw op poten zetten. Nou, dan weet je het wel: een adviseur moet zijn opdrachtgever tevreden houden, want daar moet het geld vandaan komen. Zo heb ik dat ervaren. Bakker wilde niet vertellen hoelang hij al contact had met die adviseur.

Die adviseur was een buitenstaander? Ja, en hij moest een rapport uitbrengen. Hij moest boven water halen wat er mankeerde aan het bedrijf. Wat er aan de verhoudingen niet goed was en zo. Toen heb ik een paar dingen gezegd: ‘We kunnen er lang omheen draaien, maar de oorzaak van de verstoorde verhoudingen is dat er geen inspraak meer is. We weten niet meer waar we aan toe zijn, en daar heb ik geen zin meer in.’ En dat is natuurlijk vrij hard overgekomen, maar op zo’n moment ben je emotioneel bezig en dan gaat het allemaal niet meer soepel. Van moederbedrijf Pont zat financieel adviseur Van der Jagt35 erbij en van Lübbert twee Duitse verkopers. Bakker voelde mijn opmerkingen natuurlijk als een aanval. Ik snap wel dat Bakker onder druk van Pont stond. Pont had zichzelf met allerlei vastgoedprojecten in zware financiële problemen gebracht en wilde van de Nemaho af. Wat ik Bakker kwalijk heb genomen is dat hij ons voor voldongen feiten stelde. Hij deelde ons plompverloren mede dat Nemaho werd verkocht en dat er een deal gemaakt was. Maar hij wilde de stafleden NIET zeggen met wie. En dat terwijl je dagelijks met hem samenwerkte.

Die nieuwe eigenaar is er gekomen? Op een vrijdagmiddag, ergens in 1984, werd het hele personeel, inclusief de staf, bij elkaar geroepen in de kantine. Daar presenteerde Tjeerd Bakker ons de nieuwe eigenaar van Nemaho: Hans Moerman, directeur van investeringsmaatschappij Venture Fund Rotterdam. Voor iedereen was dit een totale verrassing. Zelfs voor de mensen die altijd nauw en in vertrouwen met Bakker hadden samengewerkt. Moerman had ook zijn financiële man meegenomen. Uit de verhalen van Bakker en Moerman kon je wel opmaken dat ze al een hele tijd contact met elkaar hadden. Dat vond ik toch wel heel kwalijk. Nemaho werd toch pas in mei 1986 daadwerkelijk door Pont verkocht? Dat klopt, maar blijkbaar was er een constructie waarbij Venture Fund het al rond 1984 voor het zeggen kreeg bij de Nemaho. Misschien kon Pont zichzelf op deze manier financieel wat ‘lucht verschaffen’. Hoe dat in elkaar zat weet ik niet. Daar werd de staf buiten gehouden. Feit is inderdaad dat Nemaho pas in mei 1986 officieel eigendom werd van Venture Fund Rotterdam. Veranderde het ‘regime’ onder Moerman? Jazeker. En het klinkt misschien vreemd: het was een verbetering. Zo leek het. Al draaide Moerman er niet omheen: het was zijn bedoeling om de Nemaho op te knappen om het daarna

35

Oud-directeur van Pont’s dochterbedrijf Hubo.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


54

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

met winst door te verkopen. Ik denk dat hij Nemaho voor een ‘prikkie’ heeft kunnen overnemen van het noodlijdende Pont. Dat is nou eenmaal de werkwijze van durfinvesteerders. Maar eerlijk is eerlijk: er werd weer flink geïnvesteerd. Op zaterdagen vergaderde Hans Moerman met de staf over wat wij vonden dat er moest gebeuren. Vaak voerde Moerman die plannen ook uit. Er is voor een half miljoen gulden geïnvesteerd! Zoals in nieuwe schaafmachines. We hadden het gevoel dat er eindelijk weer naar ons werd geluisterd. We kregen weer hoop. Achteraf moet je zeggen: valse hoop. Want resultaten van de investeringen bleven uit. Voor het opgeknapte Nemaho vond Moerman namelijk geen koper en dus waren de verliezen groot.

Wat voor een persoon was Hans Moerman? Het was een man met een stevig postuur en met een vlotte babbel. En hij was recht door zee. Hij deed niet stiekem en was eerlijk over zijn plannen. Als we na afloop van die zaterdagse vergaderingen ergens gingen eten, dan was dat ook samen met Hans Moerman. Hoe heeft u de laatste periode ervaren? Voor mijn gevoel heb ik zo’n twee jaar rondgezworven bij Nemaho. Bakker heeft in die tijd diverse taken bij me weggehaald zonder mij daarover in te lichten. Zo bleek ik niet meer eindverantwoordelijk te zijn voor de montage op de bouwplaatsen en ook bleek ik geen procuratiehouder meer te zijn. Intussen deed Hans Moerman vergeefse pogingen om een koper voor de Nemaho te vinden. Het kaderontslag was waarschijnlijk het idee van Moerman. Hij zat in ieder geval samen met Bakker achter de tafel, op die ochtend van mijn ontslag.

Bent u na het ontslag nog bij de Nemaho geweest? Nog één keer, om ergens mijn handtekening onder te zetten. Na die tijd ben ik er ook NIET meer geweest. Hoe ging het verder na de Nemaho? Iemand die ik goed kende belde me op toen hij hoorde dat ik ‘vrij’ was en vroeg of ik die middag met hem wilde praten. Hij was makelaar en vroeg me of ik samen met hem verder wilde. We kenden elkaar goed en we vertrouwden elkaar. Ik heb er nog geen tien minuten over nagedacht. Samen hebben we toen een bv in de makelaardij opgericht en hebben nog twaalf jaar samengewerkt. Dat waren mooie jaren. Daar heb ik met plezier gewerkt.

Ik ben met u in contact gekomen via Monique Bohny. Waar kent u haar van? Monique is de dochter van mijn vriend Hansruedi Bohny. Ik heb het met haar nog wel eens over haar vader. Hij was research-ingenieur bij de Nemaho en een van de voorgangers van Hoenderboom. Helaas is hij al in 1991 overleden.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

55

Heeft u Hansruedi Bohny nog meegemaakt bij de Nemaho? Nee, hij was al weg bij de Nemaho toen ik kwam. Later kwam ik hem tegen op de jaarlijkse bijeenkomsten van Studiengemeinschaft Holzleimbau36 in Duitsland, waar ik als afgevaardigde van de Nemaho naar toe ging. Bohny was daar ook. Hij woonde in Duitsland en kende daar alle lijmbouwers. Tjeerd Bakker en ik waren benieuwd naar zijn geschiedenis bij de Nemaho en we hebben daarover een gesprek met hem gehad. Bakker wilde hem wel terug, maar ik heb hem dat afgeraden. Mensen terughalen die al jaren weg zijn, leidt volgens mij tot frustratie bij alle partijen. Ik kwam Hansruedi na dat gesprek nog regelmatig tegen en we zijn vrienden geworden. Hij is vaak bij me geweest. Het was een prachtige vent! Op welk project bij de Nemaho bent u trots? Op de hallen van Curver Plastics die we rond 1966 in Brunssum hebben gebouwd. Onder Deleth dus. Toen de mijnen in Limburg dicht gingen heeft de Staat ervoor gezorgd dat daar een kunststofindustrie kwam. Het complex had de enorme oppervlakte van vijfentwintig duizend vierkante meter en het moest snel gerealiseerd worden. Waarschijnlijk omdat de onrust over de mijnsluitingen in Limburg groot was. Ook het transport naar Curver was bijzonder: de spanten zijn per schip van Doetinchem naar Limburg gegaan. Ik kijk er met voldoening op terug dat we Curver hebben binnengehaald, berekend en gebouwd. Op welke tijd bij Nemaho kijkt u met plezier terug? De eerste tien jaar waren wel mijn leukste jaren. Bij Deleth was alles duidelijk. Ook omdat functies helder waren omschreven en afgebakend. Later is dat allemaal vager geworden en dat gaf spanning en misverstanden. Mijn werk als chef constructiebureau deed ik met veel plezier. Wat was het mooie van chef constructiebureau? Het leidinggeven aan de tekenaars en constructeurs gaf me veel voldoening. En eigenlijk had ik toen ook al een soort commerciĂŤle taak. Van Putten was namelijk vaak onderweg en daarom ontving ik klanten, voerde gesprekken, overlegde over kosten en technische zaken en gaf rondleidingen door het bedrijf. Je was een soort gastheer. Dat lag mij goed en ik deed het graag.

Deze tekst is de uitwerking van vier gesprekken met ing. A.H. Borgijink. De gesprekken vonden plaats op 13 maart 2015, 8 november 2016, 9 januari 2017 en 27 februari 2017.

36

Nemaho was lid van de Studiengemeinschaft Holzleimbau, de jaarlijkse bijeenkomsten duurden twee dagen en vonden telkens in een andere Duitse stad plaats. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


56

NEMAHO – Interview Anton Borgijink

Anton Borgijink (rechts) bij het 40-jarig jubileum van Willem Vriezen. Begin jaren tachtig. Van links naar rechts: Jan Remery (voorwerker montage), Willem Vriezen, mevrouw Vriezen, Piet Boots (monteur) en Anton Borgijink (Bron: Borgijink 2017 en Arentz 2018, foto Anton Borgijink)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Anton Borgijink

57

CV Anton Borgijink 1939 1951 1958 1964 circa 1965 1966-1968 1968-1970 1970 1969 circa 1972 1972 1975 1978-1985 1986 1987 2004

Geboren te Eibergen HBS HTS weg- en waterbouw Constructeur bij adviesbureau Bouwtechniek in Arnhem Constructeur bij Nemaho Cursus bij het Hoger Technisch Instituut, op het gebied van beton-, hout- en staalconstructie Cursus makelaardij Beëdigd makelaar/taxateur Hoofd tekenkamer. Studieclubs en contact in markt Extra functie: hoofd van de commerciële binnendienst na vertrek van Pape. Procuratiehouder37 Cursus constructieleer aan de TH Delft Centrum Houtresearch Coördinatie tussen Nemaho en het Duitse zusterbedrijf Lübbert Holzleimbau, de Belgische vestiging van Nemaho en het Franse zusterbedrijf Bermaho Ontslag bij Nemaho Makelaar, samen met een compagnon Pensioen

Terug naar inhoudspagina

37

Notulen december 1972, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


58

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Anton Borgijink


59

NEMAHO – Interview Johan Halma

Interview Johan Halma

‘ Als ik onrecht zie kan ik mijn mond moeilijk houden’ J.L. (Johan) Halma Allround timmerman, lid van de Commissie van Overleg en voorwerker bij Nemaho van 1960 tot 1962 en van 1968 tot 1979 Johan Halma is van vele markten thuis. Als timmerman heeft hij uitstapjes gemaakt naar totaal andere branches. En ook tijdens zijn twee perioden bij Nemaho was hij in voor experimenten en vernieuwingen. Zo meldde hij zich meteen voor de Commissie van Overleg, de voorloper van de OR. Over zijn tijd bij de Nemaho kan Johan Halma, goedlachs en scherp, smakelijk vertellen. En menige anekdote danken we aan het feit dat hij direct zegt waar het op staat. ‘Zie ik iets wat niet eerlijk gaat, dan spring in de bres.’ Interview door Jan Kramer

Bent u na de ambachtsschool meteen bij de Nemaho gekomen? Nee, want ik woonde nog in Friesland. Als timmerleerjongen ben ik in de bouw begonnen. Later in een klein timmerbedrijfje als timmerman. Na mijn militaire dienst en een korte tijd bij een klein bouwbedrijf, heb ik gewerkt als – lach niet – gestichtswacht in de gevangenis van Veenhuizen. Hoe kwam u op het idee om gestichtswacht te worden? Een vriend van me ging solliciteren bij de Rijkspolitie, en dat heb ik toen ook gedaan. Mijn vriend werd aangenomen, ik niet. Maar ik kon wél gestichtswacht worden. Dat ben ik anderhalf jaar geweest. In het begin vond ik het wel leuk, maar toen werd ik overgeplaatst van Veenhuizen naar Vught.

Johan Halma in 2017 (Foto familie Halma)

Was dat het voormalige kamp Vught? Ja, de barakken dienden na de oorlog als gevangenis. En daar werd ik dus bewaker. Sinds de oorlog was er niet veel veranderd. Het prikkeldraad stond er nog net zo bij. Met van die witte isolatieknoppen voor de stroom, maar die was uitgeschakeld.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


60

NEMAHO – Interview Johan Halma

Het was een werk van niks! Dag en nacht wachtlopen om dat prikkeldraad heen. Met een geladen karabijn over je schouder en scherpe munitie op zak. Het was acht uur op, acht uur af. Nou, aan me hoela! Ik zei tegen een collega: hier blijf ik niet! Mijn vrouw zag later foto’s van me en ze vond me wel een knappe kerel in dat uniform, maar ik ging daar weg.

Waar bent u naar toe gegaan? Naar de vleesfabriek van Welling in Borculo. Mijn vader werkte er ook. Je zou zeggen: de wederopbouw na de oorlog, timmerwerk genoeg. Mijn ouders waren vanuit Friesland naar Borculo verhuisd. Je zat in een vreemde omgeving. Een baan als timmerman vinden was toen lastig, maar ik wilde werken. Daarom werd ik ‘kok’. Ja, zo noemden ze dat in die vleesfabriek. Ik kookte hammen in grote bakken met wijzerplaten erop. Blikken soep en boterworst maakte ik ook. En alles moest gesteriliseerd worden. Daarvoor takelde ik spullen in grote bakken met kokend water. En toen solliciteerde u bij Nemaho? Ja, samen met mijn zwager Antoon Stortelder die meubelmaker was. We hadden gehoord dat ze bij Nemaho personeel nodig hadden. We begonnen daar tegelijkertijd. Hoe ging dat solliciteren? Het was snel gebeurd. We hadden diploma’s en ervaring. We hoefden geen testen te doen of zo en konden meteen aan de gang. Hoe ging u naar het werk? Ik ben altijd met de auto op en neer geweest. Toentertijd was het niks met die busverbindingen. Eerst had ik zo’n Volkswagentje, een Kever, met een klein achterruitje (zonder spijltje). Ik had hem gewoon met de kwast opgeverfd. Wat was uw eerste afdeling? In 1960 begon ik in de ‘schaafloods’ van de Nemaho. De sfeer bij de Nemaho was goed in die tijd. En toen ik korte tijd later trouwde heb ik alle mensen van de schaafloods uitgenodigd op mijn bruiloft in Borculo. Ze zijn ook allemaal gekomen. Behalve mijn chef. Waarom was uw chef niet op uw bruiloft? Ik was enthousiast en drukte de uitnodiging voor mijn bruiloft zó op een kast in onze werkplaats. Met punaises. Vier gaatjes zaten erin. Dat was mijn eerste fout. Die chef had daar zó de pest over in dat hij niet is geweest. Kleinzielig vond ik het. Maar ja, ik was nog jong en hij al bijna met pensioen. De jongens hebben ons als cadeau nog een houten hamer gegeven. Die hadden ze uitgehold en daar hadden ze het geld in gestopt. Wat deed u in de schaafloods? De schaafloods was eigenlijk een losstaand timmerfabriekje. Al het ‘gewone’ hout dat aan de gelijmde spanten komt te zitten werd daar geschaafd en op lengte gezaagd. Kanthout noemden we dat. Dus de dwarsverbindingen (gordingen) en de kruislingse verstevigingen Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Johan Halma

61

(windverbanden) tussen de spanten. Dat had je allemaal nodig in die constructies, maar de spanten zelf werden daar niet gemaakt. Al het gelijmde hout, dus alle spanten, recht of gebogen, werden in de lijmhal gemaakt en in de grote afwerkhallen afgewerkt. Wij stonden apart op het Nemaho-terrein. Tussen de Oude IJssel en het ‘crematorium’.

Het crematorium? Zo noemden we het stookhok. Dat stond bij de grote schoorsteen en daar werd al het afvalhout, de schaafkrullen en het zaagsel verbrand. Voor de verwarming van de lijmhal en de houtdroogkamers. Na de brand van 1961 hebben ze de hele heisa tegen de herbouwde lijmhal aangezet. Dat was veel directer en efficiënter, ook voor de nieuwe droogkamers daar. Wat heeft u van de brand meegekregen? Ineens stond de lijmhal in lichterlaaie. Dat was pal naast ons. Een tijdje stonden we te kijken, maar we moesten er weg. Ik hoorde dat het kurkdroge stof boven op het platte plafond heel snel ging branden. Tijdens een lasklus. Na de brand heb ik meegeholpen om de spanten uit de verbrande hal te halen. Alleen aan de buitenkant waren ze verkoold, maar verder intact. Je kon dus zien dat het écht waar was, wat wij zelf beweerden over de brandwerendheid van houten spanten. Ze zijn in stukken gezaagd en afgevoerd. Verder weet ik er niet zoveel meer van. Heeft u het spijkeren van spanten nog meegemaakt? Nee. Toen ik daar begon werd er al niet meer gespijkerd. Ze hadden daar stellages voor nodig en die heb ik nooit gezien.38 Al in 1960 werden planken met de lange vingerlas aan elkaar gemaakt. De ingelijmde planken werden, per spant, met de hand gestapeld tot er een pakket compleet was. Met de heftruck ‘klapten’ ze zo’n pakket om zodat het horizontaal kwam te liggen. Tegen de gebogen lijmmal aan. Aan één kant vastzetten en dan die planken met de heftruck aanduwen tegen de mal. Ondertussen draaiden ze de spindels (lijmklemmen) steeds meer aan. Heeft u nog meer vernieuwingen gezien, toen? De eerste tweezijdige schaafbank was er net. Het schaven met de ‘kinderwagen’ was toen voorbij. Tot die tijd liep iemand met een parketschaafmachine over het spant dat daarvoor op zijn kant op de grond lag.39 Dat konden er maar een paar. Eén foutje en je kon zo’n spant weggooien. Het eerste goede spant was ook meteen de mal voor de volgende, begreep ik. Als hij helemaal was afgewerkt, ook aan de zijkanten, dan was dát de mal. Die werd steeds op alle ruwe vervolg-spanten gelegd. Dat waren er soms wel veertig of vijftig. De contouren, de plaats van de dwarsverbanden, de gaten, alles werd exact vanaf de mal overgetekend op het volgende spant.

38

De zogenoemde Hetzerbauweise. De parketschaafmachine kunt u in werking zien in de gedigitaliseerde film nr. 489, frame nr. 00:43, NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 489. Zie het hoofdstuk ‘Nemaho-films online bekijken op internet’. 39

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


62

NEMAHO – Interview Johan Halma

Zo’n mal kon wel zes ton wegen. Klopt, net als die vervolgspanten. Ze takelden voor elk spant die mal erop, dus die spanten waren altijd goed. Wat dat betreft hadden ze het wel in orde bij de Nemaho. U bent in 1962 voor de eerste keer bij Nemaho weggegaan. Ik was uitgekeken op het werk bij Nemaho en zag een vacature voor onderhoudstimmerman. Dat soort werk sprak me aan: je meet bijvoorbeeld ’s morgens een deur op en aan het eind van de middag hang je de nieuwe, zelfgemaakte deur er al weer in. Met glas en al. Bij Het Rentambt in de Noordoostpolder kon ik beginnen en mijn vrouw en ik zijn verhuisd naar Nagele. Toen ik daar woonde zag ik ook waardoor Nemaho groot is geworden: door de bouw van boerderijen in de polder. Die boerderijen waren in prefab gemaakt, de spanten werden door Nemaho geleverd. We zagen dat ze die dingen nog stééds bouwden. Toch bent u weer weggegaan uit Nagele. Het werk beviel me heel goed, maar van de polder werd ik somber. Nagele, waar we woonden, was saai, en de polder was kaal en winderig. Moeilijk bereikbaar, op zondag reed er zelfs geen bus. Ik wilde terug. Mijn schoonvader zag een vacature in De Gelderlander. Dinxperlo, werken in een timmerfabriek, MET woning. Dus gingen we terug. Bij mijn sollicitatie in die timmerfabriek kwamen ze al op mij af voordat ik de werkplaats van binnen kon bekijken. Misschien waren ze bang dat ik het anders niet had gedaan. En daar hadden ze gelijk in. Op mijn eerste werkdag bleek het saai werk te zijn. Je had maar een vierkante meter om te werken. Kozijnen verven met loodwit en menie, handmatig schuren met schuurblokjes en zo. Vier jaar heb ik het volgehouden, want ik wilde geld verdienen voor ons gezin. Ik hoorde van een vacature bij Nemaho en weg was ik. U begon voor de tweede keer bij Nemaho. Hoe was de herstart? Met weinig drukdoenerij, want Nico te Dorsthorst van Personeelszaken kende me natuurlijk nog. Directeur Deleth was er, denk ik, net niet meer. Zijn opvolger, Van Putten, was in ieder geval al begonnen. De schaafloods werd weer mijn werkplek. Was er veel veranderd in die tussentijd? Juist niet. Wat me toen pas opviel was dat de meeste mensen zo vreselijk ouderwets waren. In wat voor een opzicht ‘ouderwets’? Ze waren ‘bedrijfsblind’. Alles wat nieuw was, vonden ze niks. Die spanten waren heilig! En dat wás ook een prachtig product. Maar we hadden te weinig werk. Van Putten begon nieuwe producten te bedenken. En dat vonden de meesten op de werkvloer niet fijn. Ook het kader straalde dat uit dat ze alles bij het oude wilden laten. Maar er moest wat veranderen. Met alleen spanten maken zouden we het niet redden. Er waren er maar een paar die dat ook vonden.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Johan Halma

63

Van Putten was echt een goede directeur. Ook veel losser in de omgang dan Deleth, maar… hoe zal ik het zeggen… een beetje vreemd. Hij wilde een ommekeer. En had hele, hele aparte ideeën.

Wat voor een aparte ideeën? Ik zat in de Commissie van Overleg, de voorloper van de OR, en daar zei Van Putten: ‘C&A maakt x procent winst, dat moet hier ook’. Maar kijk eens, dat kon nooit met zo’n bedrijf als Nemaho. Die bedrijven kun je niet met elkaar vergelijken. Verder heeft hij een bedrijfseconoom aangenomen, Van Straten. Ook iets heel nieuws voor die tijd. De Commissie van Overleg was trouwens óók zijn idee. Al voordat een OR verplicht was. Dat vond ik dan weer heel goed. U zat in de Commissie van Overleg? Hoe kwam u daar in terecht? Per afdeling had je een of meer kandidaten voor die commissie. Ik was meteen enthousiast en stelde me kandidaat voor de schaafloods. Die vertrouwden me dat wel toe. Ze hadden wel in de gaten dat ik mijn zegje kon doen. Verder waren er geen mensen op mijn afdeling die zich kandidaat wilden stellen.

De net geïnstalleerde Commissie van Overleg van de Nemaho, de voorloper van de OR, in de directiekamer op 25 november 1969. 1. Luuk Verweij voor de afdeling lijmerij, 2. Jan Ebbing, 3. Bennie Engelen voor de administratie, 4. Directeur ir. Henk Van Putten, 5. de heer Rijpert van de KHB, Katholieke Houtbond, 6. Onbekend, 7. Jan Doldersum voor de montage, 8. Jan Meijer voor het magazijn, 9. Onbekende heer, 10. Johan Halma voor de schaafloods, 11. Piet Boots, 12. J. Marks van vakbond CNV, 13. Onbekend. Niet op de foto, maar wel in de commissie: mogelijk Doortje Berntsen voor de boekhouding (Foto uit personeelsblad De Badding, juli 1970, fotograaf onbekend).

Bron namen: Johan Halma, 2016 en 2017, Hebbink, 2017 en personeelsblad De Badding, juli 1970

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


64

NEMAHO – Interview Johan Halma

Waarom wilde u in de commissie? Ik zat niet in de commissie omdat ik een soort ‘rooie rakker’ ben, maar omdat ik niet tegen onrecht kan. Ik was voor die tijd al actief bij de bond. Zie ik oneerlijkheid of stiekem gedoe, dan kan ik mijn mond moeilijk houden. Zo zit ik in elkaar. Met vervelende maatregelen in een bedrijf kan ik leven, als er maar met open vizier wordt gehandeld. Heeft u een voorbeeld? Neem bijvoorbeeld de man die hulp was bij de kraan. Ze vonden hem lastig en ze wilden hem ontslaan. Ik zat niet meer in de OR, de opvolger van de Commissie van Overleg, en die kraanhulp was ook niet van mijn afdeling, maar ik sprong voor die man in de bres. Tegen Van Putten zei ik dat hij het niet kon maken om die man te ontslaan. Hij vroeg: ‘wil JIJ hem dan op je afdeling hebben?’ En ik antwoordde met een volmondig ja. Een beetje tot verbazing van Van Putten. Sindsdien werkte die man bij de afdeling K3-spanten waar ik voorwerker was. Een prima collega. We hebben goed samengewerkt. Waar vergaderde de Commissie? In de directiekamer. Van Putten was er ook bij. Wat me ineens te binnen schiet: Jaap Halberstad van de verfhal, die ook lid was en nooit gewichtig deed, noemde de commissie altijd ‘de CVO’. Dat gaf het iets plechtigs, iets officieels. Heeft u lang in de OR gezeten? Maar een paar jaar. Toen het OR ging heten, en toen er cursussen werden georganiseerd om dat werk te kunnen doen, ben ik afgehaakt. Dat studeren werd me teveel. Wat veranderde er door de Commissie van Overleg, de latere OR? Dat viel mee. Wij hadden niet veel te beslissen, maar het was een begin. Voor mij veranderde er wel wat, omdat ik af en toe van mijn werkplek af moest. Dat commissiewerk werd, vooral door het kader, niet gewaardeerd. Het waren eerlijke en goede mannen, maar het waren 'Deleth-mensen'. Van dat ouderwetse. Ook mijn chef vond het niet fijn als ik weer wegliep. Ik zei: ‘Het spijt me wel, maar ik moet mijn mensen af, de achterban.’ (lacht) Dat waren ze niet gewend. Veranderde Van Putten veel aan het productieproces? Eigenlijk was het ingrijpender: Van Putten begon met nieuwe producten. En daarvoor nam hij Henk Bosch aan. Een soort vertegenwoordiger die van concurrent De Groot Vroomshoop vandaan kwam. Bij Nemaho zijn we toen begonnen met nieuwe producten als dakelementen, K3-spanten en skeletbouw. Allemaal activiteiten voor de woningbouw, wat voor ons nieuw was. Skeletbouw, wat moet ik me daarbij voorstellen? Een eigen ontwikkeling van de Nemaho. Het skelet voor een woning, uitgevoerd in hout, en aangeleverd als plat pakket. Alle delen zitten met scharnieren aan elkaar. Met een kraan trek je in een keer alles omhoog en klaar is Kees. De woning staat. Een mooi systeem, waar ik nog steeds enthousiast van word. Als we dat in serie had kunnen maken! Zeer goed idee. Veel hebben we er niet meer over gehoord. Wel werd er af en toe een

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


65

NEMAHO – Interview Johan Halma

demonstratie gegeven op het Nemaho-terrein, waar dan wat hoge heren bij elkaar kwamen om er naar te kijken. Een keer hebben collega Herman Mengers en ik daar een geintje uitgehaald: toen de boel werd opgehesen en uitgeklapt verscheen ons zelfgemaakte bord met de tekst: ‘Hoenderboombier en een zacht wijntje’. Hoenderboom was van research en had het ontwikkeld. Wijntje was leidinggevende van de afdeling skeletbouw.

Het nieuwe product K3-spanten, wat weet u daar nog van? K3 staat voor ‘kant en klare kapspanten’. Het zijn spanten voor de woningbouw. Simpele constructie, met rechte planken en zonder gelamineerd hout. Delen werden aan elkaar bevestigd door ze met de zogenoemde Bulldog-kramplaten en wat lijm op elkaar te persen. Muurvast. Daarvoor hadden ze speciaal een pers in Engeland gekocht. Dat was een soort overmaatse knijptang die met een veer aan het plafond hing. Je kon zo overal makkelijk bij. K3 spanten staan opgesteld tegen de zijkant van de voormalige verfhal, circa 1974 (Foto Jan Hengeveld)

Bij een nieuwe serie spanten tekende je er eerst een op de vloer. Op ware grootte. Aan de hand daarvan ging je een montageframe instellen. Planken voor de spanten zaagden we zelf op maat en door het montageframe konden we ze precies op de juiste plaats vastzetten. Die kramplaten, een soort dubbelzijdige spijkerbedjes, deed ik onder mijn schoenen als het buiten glad was.

Werden K3 spanten ook in de schaafloods gemaakt? Nee, in de het achterste gedeelte van de voormalige verfhal. Daar was al een tijd ruimte vrij, omdat spanten niet meer geschilderd werden, maar alleen nog geïmpregneerd. En dat gebeurde al jaren in de afwerkhallen. Had u daar bemoeienis mee? Ze wilden twee mensen voor die afdeling K3 hebben. Bosch kwam, namens de directie, vragen of mijn collega Bergevoet en ik dat wilden doen. Ik werd voorwerker. Er zat dus geen gelamineerd hout in een K3 spant? Nee, het was puur simpel vurenhout. Uit Tsjechië. Ik vond dat rothout. Er zat een vreemde, zure lucht aan. Het stonk. Later kregen we gedroogd vurenhout, dat was beter. En ook grenenhout uit Rusland. Alles kwam over de weg. Ik kan me nog herinneren dat hout toen nog geen tweehonderd gulden per kuub kostte. Hoe werd er naar K3 spanten gekeken door Nemaho mensen? Die grote, gelamineerde spanten waren natuurlijk veel mooier om te zien. Daar waren ze trots op. Dus ik denk dat de meesten de K3-afdeling een beetje min vonden.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


66

NEMAHO – Interview Johan Halma

Hoe liep de afdeling K3? Het was het stressen. Het was allemaal nieuw. Het moest allemaal met kunst en vliegwerk gebeuren. Het grote knelpunt was de aanvoer van materiaal met de kraan. Waarom was de aanvoer met de kraan een probleem? De kraan moest ons materiaal uit de loodsen halen en klaarzetten op de afdeling K3. Het punt was: er was maar één kraan, die bijna alleen voor de afdeling ‘afwerking’ werkte. Hadden wij hem nodig dan moest je daar gaan ‘bedelen’. Was hij ‘vrij’ dan was het volgende probleem: waar is de kraan? Het terrein was groot en niet echt overzichtelijk. Had je de kraan eindelijk gevonden dan was de volgende horde: wil de kraandrijver je ‘matsen’? Voor sommige kraanchauffeurs had je een ‘gebruiksaanwijzing’ nodig. Je praatte in op iemand die noodgedwongen in de cabine bleef zitten, omdat eruit klimmen omslachtig was.

Nemaho-personeel in de afwerkhal, ergens tussen 1973 en 1979. Van links naar rechts: 1. Johan Halma; 2. Marius (achternaam onbekend); 3. Naam onbekend, timmerman uit Zeddam; 4. Joop Assink (jeans), bedrijfsbureau; 5. Zittend: Jan Hoening (of Hoenink); 6. Snelder; 7. Iemand van de montage (naam onbekend). Op de achtergrond een licht gebogen vakwerkspant. Een uitvinding/ontwerp van ir. Emil Lüning, waarschijnlijk bestemd voor sporthal Dilbeek bij Brussel) (Foto familie Halma). Bron personen: Johan Halma. Bron vakwerkspant: Lüning, 2015

Hoe hebben jullie dat aanvoerprobleem opgelost? Niet echt. Je had in die tijd geen piepers, mobiele telefoons en zo. Toen ik later in de schaafloods werkte, ging ik de kraan zoeken op mijn oude fiets die ik speciaal daarvoor bij de Nemaho had neergezet. Dat ging sneller. Een hele verbetering was het aanschaffen van een tweede kraan. Later. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Johan Halma

67

K3 heeft aardig gelopen. Tot... hoe zal ik ‘t zeggen… het incident.

Welk incident? Zoals ik al zei, we waren gestrest. Zo ook de chef van de afwerkhal, Hein Damen. Die regelde ook het een en ander voor onze afdeling K3-spanten. In de hitte van de strijd heb ik een keer iets tegen hem gezegd, wat ik beter niet had kunnen zeggen. Toen stond ik de volgende dag op kantoor bij directeur Van Putten. Hoe liep het af? Van Putten had het hele relaas al gehoord van Hein Damen. Het was niet goed wat ik gedaan had. Dat gaf ik toe. En er waren consequenties aan verbonden. Ja, dat snapte ik wel. Ik werd teruggezet in functie. Geen voorwerker meer. Nou ja, ik ging daar mee akkoord. Maar toen kwam dit ... (maakt geldgebaar met duim en wijsvinger) ‘Nee, nee’, zei ik: ‘Niks daarvan! Van dat geld blijf je af.’ ‘Zullen we maar een regeling treffen’, vroeg Van Putten? We hebben er meerdere keren over gesproken en uiteindelijk heb ik het geld wel gehouden hoor! Zo zit ik nou eenmaal in elkaar. Wat was de aanleiding? Iets technisch? Iedereen was een beetje overspannen, en Damen was ook niet de makkelijkste. Zelf ben ik recht door zee. Dat zal wel komen omdat ik een Fries ben. Ik heb toen iets gezegd dat Hein Damen toch wel pijn heeft gedaan. Maar Hein Damen was een goede kerel, waar ik altijd goed mee overweg kon. Toen was u voorwerker af. Ik ben door blijven werken, maar dan als 'gewone' arbeider. Daarbij kwam dat steeds meer montagemensen van de buitendienst geen werk meer hadden en in de fabriek kwamen werken. Omdat we steeds minder bouwden. Ze waren vaak al op leeftijd en wilden wel werk houden. En ze waren van de oude stempel. Dus: ‘Dan moet die Halma er maar uit.’ Zo zag ik dat. Ze wilden mij wel kwijt. Ik bleef bij Nemaho en werd overgeplaatst naar de afwerkhal waar Hein Damen de chef was. Hij is niet meer op het incident teruggekomen. We hebben gezegd: ‘zand erover’ en elkaar de hand gedrukt. Was het toch een soort verbanning? Dat valt wel mee, na een tijd in ‘de fabriek’ (de afwerkhallen), ging ik terug naar mijn oude stek, de schaafloods. Daar waren ze intussen al een tijd bezig met de zogenaamde dakelementen. Een nieuw product, ook voor de woningbouwsector. Dat ging allemaal weer op zijn janboerenfluitjes. Chaotisch. Toen vroegen ze aan mij of ik wilde uitdokteren hoe dat beter kon. Wat zijn dakelementen? Een complete kap van een woning. Met de isolatie al onder de dakbedekking. Zo’n kap leverden we prefab in grote delen aan de bouw.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


68

NEMAHO – Interview Johan Halma

Wat is er allemaal verbeterd bij dakelementen? Dat is een heel technisch verhaal. Maar het moest systematischer. Minder handelingen. Metaalbedrijf Bongers ontwikkelde hiervoor een speciaal montageframe. Met beugels, klemmen en scharnieren kwamen alle losse delen van zo’n kap precies goed op en tegen elkaar. Dat ging aardig goed. Maar hier en daar was het nog te omslachtig. En bij het laden van grote platen dacht ik: verdorie, dat moet toch met één man kunnen in plaats van twee. Toen heb ik een ding in elkaar geprakkiseerd. Het was een soort lat met een spijker eraan. Het werkte, ik kon voortaan alleen die grote platen in het frame leggen. Van Putten kwam voorbij, zag mijn uitvinding en vond het ZO geweldig dat hij mij spontaan een bonus gaf. Stond ik wéér bij Van Putten in zijn kantoor, maar nu kreeg ik honderd gulden. Dat heb ik onder de collega’s van dakelementen verdeeld.

Heeft u nog meer van die meevallers gehad? Een keer stond ik buiten te werken aan iets voor dakelementen, toen Hein Damen op me af kwam. Ik schrok. Hij vertelde dat ik werd bevorderd tot voorwerker. Van dakelementen. Hoe is het afgelopen met de dakelementen? Er zijn een aantal woningen mee gebouwd. Ik ben nog mee geweest naar Amersfoort, dat waren de eerste woningen. Later ook nog een keer in Arnhem, waar een veel groter aantal is geplaatst. Dat was alles, want het is niet van de grond gekomen.40 Later, toen ik al weg was, hoorde ik dat het gestopt was bij Nemaho. Ook dat apparaat van Bongers is weggegaan. Buiten de Nemaho heeft men zich nog wel met dakelementen beziggehouden, ik dacht onder andere een bedrijf in Langerak. Dat heb ik altijd jammer gevonden. Nemaho was al zo lang met deze dingen bezig geweest. Hebben ze u vaker voor andere functies gevraagd? Ja, ik ben gevraagd om Ten Have, de chef van de drogerij en het ketelhuis, op te volgen, maar daar heb ik voor bedankt. Het leek mij te moeilijk. Je moest precies weten hoelang het hout in de oven moest. Dat verschilde per houtsoort, hoeveelheid hout en het vochtgehalte. Dat moest je uitrekenen. Met die rekenmolens waar ze aan stonden te draaien. Heen en weer. Ach God, dat kon ik helemaal niet voor elkaar krijgen! Jan Saalmink, die kon dat héél goed. Werkte u ook op de bouwplaatsen? Heel soms werkte ik mee met de montageploegen. Als ze een timmerman nodig hadden. Want normaalgesproken konden de montagemannen het alleen af. Het echte timmerwerk was zelden nodig. Delft kan ik me nog goed herinneren.

40

In de notulen van de raad van commissarissen van 28 juni 1971 vallen harde woorden over de teleurstellende resultaten van dakelementen, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Johan Halma

69

Hoe was dat in Delft? We gingen in mijn oude Volkswagen Kever met een groepje van vier man naar het Waterloopkundig laboratorium van de TH Delft.41 Dat gebouw was kort daarvoor door Nemaho gebouwd. Die hal was zó lang dat ze binnen met fietsen rondreden. De laboranten vonden het te koud binnen. En het tochtte. Daarom gingen we de isolatie verbeteren. Over het houtwolcement timmerden we betonplex. Dat zijn dikke, gladde, waterbestendige platen. Ik denk dat het een soort service was van Nemaho aan de TH. Ze deden veel samen op het gebied van onderzoek. Reden jullie op en neer? Nee, we zaten in de kost, in Vlaardingen. Bij een jonge vrouw met haar kleine zoontje. Zij werd een beetje verliefd op een van onze jongens. Dat kon je duidelijk merken. We hadden toch geen stront in de ogen? Hij was een stageloper uit Ruurlo. Een knappe jongen. Dat soort dingen maak je mee. Ik weet niet of ze elkaar later nog ‘gevonden’ hebben. Wat deden jullie na werktijd? De stad in? Nee, want je moest eerst dat eind naar Vlaardingen rijden. En we hadden natuurlijk trek. Ik weet nog dat ik voor in de auto een gekookt ei had. Dat lag er al minstens drie weken. ‘Moet je nog een ei hebben?’ zei ik. De jongen naast me at het zó op. Montagekerels hé! Wat was jullie ‘avondprogramma’? Je deed niet veel 's avonds. We hadden het daar goed. Voordat we gingen eten kregen we een biertje. Na het eten nog een. We hadden niet veel puf meer na zo’n werkdag en lagen wel aardig op tijd in bed. U heeft nog meer van deze uitzendklussen gedaan? Ja, een tijd later in Oss. Daar heb ik meegeholpen bij de bouw van de koepel voor het Auditorium van Organon.42 In die tijd zat ik bij de afdeling dakelementen in Doetinchem, maar werd uitgezonden. Dat was in 1975.43

41

Waterloopkundig laboratorium, Delft, bouw 1971, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 52, lijst Overheidsgebouwen. 42

Koepel auditorium Organon Oss, 1975, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 52, ‘bedrijfsgebouwen’.

43

NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 52.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


70

NEMAHO – Interview Johan Halma

Waarom werd u uitgezonden naar Oss?

Koepel van het ‘Dr. Saal van Zwanenberg Auditorium’ van Organon in Oss, 1975. Uiterst links: Johan Halma (boven) en collega-timmerman Tombergen. Wekenlang zijn beide timmerlieden er zowel aan de buiten- als de binnenkant mee bezig geweest. Dit bouwwerk heeft een ongebruikelijke constructie: de betonnen vloer op de eerste etage wordt gedragen door houten spanten (Fotograaf Victor Scheffer)

Die koepel was een heel apart geval. De dwarsverbanden (gordingen) zagen eruit als bananen. En het bekleden van de koepel met planken was best moeilijk, echt timmermanswerk. De montagemannen zelf durfden er niet aan en verder hadden ze ergens anders ook veel werk. Vandaar dat ik er op af ben gestuurd, samen met mijn collega Tombergen. We timmerden de koepel dicht met extra lange planken, die we ter plekke op maat zaagden. Precies volgens de bouwtekening. Die planken waren extra lang, omdat ze in Doetinchem met een vingerlas aan elkaar waren gelijmd.

Ik heb weken lang elke dag op en neer gereden van Dinxperlo naar Oss. Een keer op de terugweg, het was april, begon het te sneeuwen. Zelfs mijn carburateur bevroor en we zaten uren vast. Mijn vrouw zat thuis maar ongerust te wachten. Die kon ik niet bereiken, want mobieltjes waren er niet. We kregen de kilometers goed betaald trouwens. Daar waren ze niet kinderachtig in bij de Nemaho.

Een bijzondere koepel. Hoe kwamen ze aan de banaanvorm van die dwarsverbanden? Van te voren hadden ze dat precies uitgerekend. En daarna uitgetest op de maquette van Theo Kraaijenbrink. Het moest precies kloppen. En het wás ook perfect! En allemaal zonder computer! Dankzij die maquette van Theo. Die was dus niet voor de mooiigheid. Ze hadden het toen pico bello in orde. Werden er vaker maquettes gemaakt? Volgens mij niet zo vaak. Maar tekenaar Kraaijenbrink van de tekenzaal kon dat heel goed. Je ziet die maquette nog op de film van de Nemaho.44 Heeft u nog meer aan de koepel gedaan? We zijn aan de binnenkant nog bezig geweest om steunlatten voor de isolatie te timmeren. Later ben ik ook mee geweest naar de plafondklus van de markthallen in Den Bosch.

44

De maquette staat op gedigitaliseerde film nr. 475, frame nr. 00:58, NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 475.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Johan Halma

71

Vertelt u eens over Den Bosch. De Nemaho had aan de markthal van Den Bosch een nieuw stuk gebouwd en daar moest een plafond in komen. Er ging een hele groep naar toe: lieden van de lijmerij, een paar timmerlieden, waarvan ik er een was, en Henk Hissink van de technische dienst. Henk was de voorwerker. Er moest een grote, verrolbare steiger komen. Die werd ter plekke gebouwd. De karretjes van onze lijmerij werden de wielen van die steiger. Die steiger was zo groot dat het verrijden machinaal moest. Henk Hissink dokterde dat uit, die kon alles. Het ding was wel acht of negen meter hoog. De jongens van de lijmerij deden het daarboven in hun broek. Sommigen gingen na de eerste keer ook niet meer mee naar Den Bosch. Onder ons zagen we de koeien en de boeren gewoon doorgaan. Want de hal was al in gebruik.

Gingen jullie weer in de kost? Nee, elke dag op en neer. We reden met z’n allen mee in het busje van Henk Hissink. U werkte bijna altijd in Doetinchem? Af en toe werd ik met een andere timmerman naar een bouw gestuurd om wat te repareren. Bij de oplevering van zo’n bouwwerk waren blijkbaar nog kleine dingen ontdekt. Er was bijvoorbeeld een bout vergeten. Soms kreeg je zo’n bout er niet meer in. Dan maar een beetje krom buigen, zonder de schroefdraad te beschadigen. Je moest een beetje improviseren. En op ‘de zaak’ hoefden ze niet alles te weten. Bij Nemaho kon je als personeel voordelig hout meenemen. Meenemen niet, maar wel kopen voor een mooi prijsje. Je kreeg daar een bonnetje van en het bedrag werd op je loon ingehouden. Had Nemaho dat hout zelf niet nodig? Het was afvalhout bestemd voor het ‘crematorium’. Afgezaagde stukken spant. Blokjes. Of planken die te slecht waren voor spanten.45 Dat spul lag in de weg en kostte alleen maar geld. Wij konden het voor een schijntje kopen. Zo bracht het toch nog wat op. Je kon het thuis in de kachel gooien, maar je kon er ook nog wat van maken. Heeft u veel hout meegenomen? Heel wat. Altijd officieel. Met een bonnetje hoor! Een keer heb ik zo’n grote vracht gekocht dat ik er wéken over deed om het in Dinxperlo te krijgen. In mijn eigen auto. Verdorie, er kwam geen einde aan. Ik schaamde me dood als ik de poort doorreed. Maar ja, ik kon er ook niets aan doen dat er zoveel afval was. Voor die berg hout ben ik nog speciaal naar Van Galen van de administratie gegaan. Ik mocht die partij meenemen voor vijftig gulden. Er zat wat rommel tussen, maar de rest heb ik gebruikt om een stuk aan de garage te bouwen. Ook heb ik een keer prachtige, lichtblauwe schroten meegenomen om daar thuis een plafond van te maken. Met bonnetje. Die planken waren overgebleven van de binnenkant van de koepel in Oss.

45

Van Putten klaagde bij Pont over de slechte kwaliteit van hun hout. Tot wel vijfentwintig procent was afval. Zie notulen van 4 september 1970, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


72

NEMAHO – Interview Johan Halma

Wie bepaalde er wat weg mocht? Alle voorraden hout vielen onder de afdeling ‘werf’. Saalmink was daarvan de voorwerker. Die zocht dus voor elke order het juiste hout bij elkaar. Daarom kende hij de hele voorraad en beheerde ook het afval. Hij ondertekende de bonnetjes. Ook Damen, de chef van de afwerking, en Van Galen van de administratie mochten bonnen uitschrijven. En die prijzen? Dat was nattevingerwerk, maar altijd voordelig. Soms gooide Jan Saalmink ook wel eens goed hout in de oven. Hij zei tegen me: ‘Anders moet ik het volgend jaar wéér opruimen en sorteren. Zonde, maar je moet het honderd keer verleggen, en dat kost nog veel meer.’ Die dacht wel na hoor. Hoe hielden ze controle op het meenemen van hout? Je kon het alleen maar meenemen op de vaste ‘afvaldag’: donderdag. De ene had wat onder de arm de andere had het in de auto liggen. En ze gingen allemaal door de poort langs de telefoniste die de bonnetjes controleerde. Ook de ‘hoge heren’ deden mee hoor. Als je daar thuis ‘Nemaho’ riep, stortte de hele boel in elkaar. Maar nogmaals: allemaal legaal, netjes met bonnetje.

De salarisstrook van Johan Halma, maart 1976.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

Waren er nog meer regelingen voor het personeel? Na werktijd mocht je klussen op de lijmafdeling. Dat heb ik ook gedaan. Ook dat was met toestemming. Als het werk gedaan was kon je daar de machines gebruiken om te schaven of te zagen. Om zelf schrootjes te maken. Of vloerplanken. Het hout was toen goedkoop, zo’n tweehonderd gulden per kuub. Daar betaal je nu zevenhonderd euro voor. Lenderink, de chef, hield toezicht en moest ook toestemming geven. Had je


NEMAHO – Interview Johan Halma

73

hout nodig dan kocht je het, via Lenderink, officieel van Nemaho. Met kwitanties.

Er werden vast ook wel eens illegale dingen gedaan. Ach, het kleinere werk. Je ging bijvoorbeeld naar de chef van de schildershal (fluistert achter de hand): ‘Ik heb nog wat verf nodig’. Die chef zette dan een blikje voor je klaar in het fietsenhok. Probleem was dat het fietsenhok direct in het zicht lag van ‘het hol van de leeuw’ (directiekantoor). De chef liep daarom eerst bij het ijzermagazijn van Jan Meijer naar binnen om daarna, via de zijuitgang en uit het zicht, je ‘bestelling’ in het fietsenhok neer te zetten. Daar pikte je het later op. De lijm in de fabriek, stonk dat erg? Als je 's morgens binnenkwam werd je adem afgesneden. Een gemene lucht hoor. Die lijm was smerige rommel. Had u hoofdpijn of werd u er duizelig van? Dat viel wel mee. Je wende eraan, maar ik vond het een scherpe lucht. Het ging niet in de kleren hangen. Je rook het niet 's avonds. Soms verfden we nog wat met Wijzonol. En Xylamon gebruikten we om te impregneren. Dan deed ik wel eerst een grote schort voor en handschoenen aan. En wat helemáál stonk, en ook giftig was, dat was het spul waarmee je kopse kanten van spanten en liggers mee insmeerde. Tegen het rotten. Brr. Er is ook geëxperimenteerd met epoxylijm. Waarmee ze grote stukken spant in de vorm van een knie aan elkaar konden lijmen. Maar blijkbaar waren die gassen niet al te schadelijk, want de meesten leven nog. U had natuurlijk bedrijfskleding. Het was een kakikleurige overall. Die moesten we zelf thuis wassen. Ze werden niet echt vuil. Er zat vooral stof in. Vet of lijm zat er zelden aan. Bent u ook bij het Nemaho jubileumfeest van 1971 geweest? Ik denk het wel, maar ik weet niet meer waar dat was. Ik weet alleen dat we een kleinigheidje kregen: vijftig of vijfentwintig gulden, want toen was het geld ook op. En we kregen een broodplank. Mag ik die broodplank zien? Allemaal teakhout! Dat is door een timmerman in de schaafloods gemaakt. Nog in de oude tijd toen een chef nog een chef was. Ze hebben latten van verschillende kleuren teakhout rechtstandig aan elkaar gelijmd. Met de beste soort buitenlijm. Daar hebben ze later die broodplanken van gezaagd. Daarom zie je nou allemaal verschillende kleuren blokjes. Vierenveertig jaar gebruiken we hem al. Hij wordt er niet mooier op, maar ik zou hem niet willen missen.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


74

NEMAHO – Interview Johan Halma

Hoe waren de contacten tussen collega’s onderling. Het was een fijn bedrijf, maar niet zoals Martin Zwienink zei: ‘Eén grote familie’.46 Op het kantoor was het misschien een grote familie. Hoe was jullie contact met de mensen van het kantoor? Als er iets niet klopte, dan werd Hein Damen, de chef, gebeld. En daar werd het mee geregeld. Wij hadden praktisch geen contact met die mensen. Niet dat we beschouwd werden als alleen maar 'arbeiders'. Al is het wel zo dat het 'fabrieksvolk' het wel moet verdienen, hé. Wij hebben ons dat nooit zo aangetrokken. We hadden allemaal ons eigen clubje. Jullie hadden je eigen clubje. Natuurlijk hadden we ook contact buiten ons clubje. We waren regelmatig in touw met elkaar. Zoals met Sinterklaas. Ik had een poppenkast. En samen met Halberstad van de verfhal hebben we een paar keer poppenkast gespeeld tijdens de het Sinterklaasfeest in de bedrijfskantine. Mijn zoon was nog klein. De poppen hebben we nog. Wat ook een band schiep is het klussen bij collega’s. Wat voor een klussen deden jullie bij collega’s? Ik maakte in de pauze bijvoorbeeld deuren of ledikanten voor collega’s. Legaal hoor. Met goede kwaliteit hout dat ik kocht van Nemaho. Soms ging je na werktijd of in de weekenden ook bij collega’s thuis wat doen. Een trap inbouwen of deuren afhangen. Zo ben ik, in weekenden, ook met een paar man bezig geweest in de bungalow van directeur Van Putten, toen hij in Eerbeek kwam wonen. Ik had goed contact met Van Putten. Ik mocht hem wel. Wat was het speciale van uw eigen afdeling, de schaafloods? We zaten ‘kort’ op elkaar. Op onszelf in een eigen gebouw. We hadden vaak schik. Ik ben benieuwd naar wat voorbeelden. We hebben eens een 'blok' gemaakt. Als cadeau bij de bruiloft van een van onze timmerlieden. Allemaal stukken hout op elkaar gelijmd en gespijkerd. Het was zo zwaar dat er wielen onder moesten. Dat werd binnengereden in de zaal. Wekenlang bleven we vissen: ‘Heb je het blok al open?’ ‘Nee’, zei hij, ‘ik denk dat ik ‘t maar in brand steek. En dan maar hopen dat er geen papiergeld in zit.’ Hij is daar lang mee aan het ‘ezelen’ geweest. Het geld zat er trouwens niet in, dat hebben we later gewoon via de bank overgemaakt. Bijnamen voor mensen hadden we ook: Rudi Carell, Paus Paulus, Skippy of De Koale. Een van ons kon je makkelijk ziek praten. ‘Wat zie je d’r naar uit, ben je wel in orde?’ Hield je dat even vol dan zei hij in plat ’s Heerenberghs: 'Ik loat de veer'n hang'n' en ging naar huis. We smeerden handvatten van machines wel eens in met dat pekzwarte vet van de vrachtwagens. Tot onze schrik kwam directeur Van Putten een keer binnen door de deur,

46

Speech van Martin Zwienink bij opening van de tentoonstelling over Nemaho op het Erfgoedcentrum Doetinchem, 17 juli 2015 Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Johan Halma

75

waarvan we net de klinken met zwart vet hadden ‘behandeld’. Hij gaf geen krimp. ‘Ik laat me niet kennen’ zal hij gedacht hebben. Soms gebeurden er wel eens ongelukjes. Iemand die er een muur uitramde met de heftruck. Of per ongeluk met de heftruck een wc binnenreed. Geen gewonden gelukkig. Dat zijn van die dingen, die vergeet je nooit meer.

Ging er bij uzelf ook wel iets mis? We hebben wel eens liggers afgewerkt naast de schaafloods. Een ligger was bijna af. Hij moest alleen nog netjes op maat gezaagd worden. We hadden de lengte erop geschreven. Mijn collega en ik. Toen hebben we elkaar gecontroleerd. Goed? Ja? Afzagen maar. Was hij een meter TEKORT! Een ligger van dertig meter lang. Hoe vertel ik het Hein Damen, de chef? Die was daar altijd heel nuchter in. ‘Tja, niks aan te doen. Fout. Is gebeurd.’ Maar jullie hadden elkaar nog gecontroleerd? Je kunt elkaar, en dat is heel raar, een fout ‘in de hand spelen’. Dat klinkt gek, maar het kan. Je meet iets na en als je van je collega hoort dat het goed is zie je de fout niet. Het was puur pech. Mijn collega was een serieuze man, die vergissing kwam niet omdat we zaten te dollen. Hij was echt geen grapjas. We noemden hem niet voor niets Paus Paulus. Hij was net zo klein en had dezelfde bril. Hij wist ook erg veel en kon dingen duidelijk aan je uitleggen.

Hoe ging het verder? Dat spant moest over. Alles moest weer opnieuw worden verzameld, gedroogd en gelijmd. Ik weet niet hoeveel kuub hout. Hein Damen bleef kalm: ‘Ik kan wel gek gaan doen, maar we kunnen het er niet meer áán maken.’ We hebben er niks meer van gehoord. Het kwam ook zelden voor. Wat deden ze met dat verkeerde spant? Het werd misschien verzaagt voor een andere klus. Of ze hebben het vermalen tot houtkrullen, die konden worden verkocht aan pluimveehouderijen. Waarom bent u de tweede keer weggegaan bij Nemaho? Het ging niet goed met Nemaho, er was steeds minder werk. De houtprijzen schoten omhoog en het ijzer werd spotgoedkoop. Dat is, denk ik, de doodsteek voor de Nemaho geweest. We zagen de bui al hangen. Verder had ik er steeds minder zin in. Ik dacht: ik ga ander werk zoeken. Waarom had u er steeds minder zin in? In die tijd werd ik bijvoorbeeld, samen met wat anderen, weken lang uitgeleend aan een timmerfabriek in Nijkerk. Die was ook van ons moederbedrijf Pont. Elke dag op en neer om daar kozijnen te produceren. Ze hadden daar het spul niet in orde. We zaten te klooien en te mieren. De nietjes zaten ze nog te tellen. Ik kreeg mot met een voorwerker en ben er ook niet meer naartoe gegaan. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


76

NEMAHO – Interview Johan Halma

Een tijd heb ik toen nog meegeholpen bij de productie van ligboxstallen in de oude verfhal bij Nemaho. Toen wist ik het zeker: ik ga weg. De nieuwe directeur, Tjeerd Bakker, wilde me graag houden, maar mijn besluit stond vast. Dat vond hij niet leuk. Uiteindelijk ben ik toch later weggegaan, omdat ik intussen mijn vinger eraf gezaagd had.

Vinger eraf? Ik zie het nou pas! Bij het afkorten van hout sloeg mijn linker ringvinger tegen de zaag. Lenderink van de lijmerij heeft me toen naar het ziekenhuis gebracht. Samen met de afgezaagde vinger. Die hebben ze er weer aangemaakt. Maar toch zie ik geen vinger. Na een tijd groeide hij helemaal scheef over mijn middelvinger heen. Bij controle in het ziekenhuis zei ik tegen de chirurg: ‘Zo kan ik toch niet werken? Die vinger moet er af, want ik wil gewoon weer aan de slag.’ Na zijn vakantie zou hij het gaan doen. Ik zeg altijd: vijf september eraf gezaagd, vijf november er wéér van af gehaald. (lacht) Dat was in 1978. Een eindje voor de kerst dacht ik: nou moet ik oppassen, anders ben ik dit jaar nog aan het werk. Zo snel genas die wond. Na een tijd bent u weer aan de slag gegaan. De bedrijfsarts zei dat ik het eerst maar eens voor halve dagen moest proberen. In de afwerkhal. Dus elke dag om kwart voor twaalf was het… (maakt een zwaaigebaar) Drie maanden ging het zo door. Veel mensen, vooral het kader, vonden dat maar raar, halve dagen werken voor zo’n vinger. Had u last van de afgezaagde vinger? De eerste tijd deed ik oefeningen: knijpen in een rubberbal met mijn hand in warm water. Ook mijn andere vingers hadden een klap gehad. Die kon ik niet goed bewegen. Na een tijd kon ik er alles mee, maar kon met mijn linkerhand geen spijkers meer vasthouden. Die vielen er doorheen. Kleingeld neem ik nog steeds niet aan. Ik heb letterlijk een gat in mijn hand, maar met ‘vierkant geld’ heb ik geen probleem. Die chirurg bleef maar vragen of hij het een beetje mooier mocht maken. ‘Niks ervan’, zei ik, ‘ik wil werken.’ En als ik had gewild had ik me zo kunnen laten afkeuren. Nee, dankjewel. Van de verzekering heb ik een bedrag gekregen, daar heb ik een schuurmachine van gekocht. Toen ging u voor de tweede keer weg bij Nemaho. Ja, erg tegen de zin van Bakker in. Op het laatste moment gingen mensen van bijvoorbeeld de administratie vervelend doen. Ze gingen zoeken waar ze me op konden pakken. Dat was natrappen. Onterecht. Ik heb me er maar niks van aangetrokken, want ik ging toch weg. Ik begon bij een aannemer, hier in Dinxperlo.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Johan Halma

77

Hoe was uw nieuwe werkkring? Het beviel me op zich goed. Ik heb eerst in de bouw gewerkt en werd later uitgeleend aan een woningstichting in Dinxperlo. Van mijn vinger heb ik de baas nooit verteld. Zijn zoon, die hem opvolgde, ook niet. Het is ze nooit opgevallen. Van de bijna dertien jaar heb ik er tien bij die woningstichting gewerkt. Dat was mooi werk. Ik voelde me een beetje eigen baas en kon mijn gang gaan. Maar als je nou vraagt of ik een band had met dat bedrijf? Helemaal niet. Niet zoals met de Nemaho. Ik kreeg het aanbod om met de VUT47 te gaan. Mijn vrouw Annie zei: ‘Doe dat nou maar, we leveren wat geld in, maar krijgen er veel voor terug’. En het was waar. We hebben er HEEL erg van genoten en er nooit spijt van gehad. Fijn fietsen en zwemmen met de kleinkinderen. Ik was zevenenvijftig toen ik de VUT in ging en nu ben ik tachtig. Ik ben mooi duur geweest!

Wat vond u het mooie van Nemaho? Ik voelde me verbonden met de Nemaho. Het was een fijn bedrijf, waar ik me vrij voelde. Het is niet voor niets dat ik van veel mensen de namen nog steeds ken, na zevenendertig jaar. Deze tekst is de uitwerking van drie gesprekken met Johan Halma. De gesprekken vonden plaats op 3 juli 2015 in Doetinchem, 19 november 2015 in Dinxperlo en 21 november 2016 eveneens in Dinxperlo, de woonplaats van Johan Halma.

47

VUT. Vervroegde uittreding. Dit is een regeling om enkele jaren voor het pensioen te stoppen met werken. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


78

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Johan Halma


NEMAHO – Interview Johan Halma

79

CV Johan Halma 1935 1948 1950-1953 circa 1953 circa 1954 circa 1957 circa 1960, juli 1960 1962, april 1962 1964 1968, 14 oktober 1969 1971 circa 1973 circa 1974 circa 1975 1978 circa 1978, sept 1978-1979 1979 1979, 29 juni 1979 1992 2000

Geboren in Bolsward Ambachtsschool in Bolsward Diverse banen bij bouwbedrijven Militaire dienst, 18 maanden. Verbindingsdienst, telefoonkabels leggen Gestichtswacht in Veenhuizen en bewaker in gevangenis Vught Vleesfabriek Welling in Borculo Eerste periode NEMAHO Timmerfabriek (schaafloods) Getrouwd, wonen in Borculo, hele schaafloods op bruiloft Vertrek bij NEMAHO Onderhoudstimmerman voor in de Noordoostpolder (anderhalf jaar) Kozijnen maken bij timmerfabriek in Dinxperlo (4 jaar) Tweede periode NEMAHO Lid van Commissie van Overleg Voorwerker K3-spanten Terugplaatsing en verplaatsing naar afwerkhal Bevordering tot voorwerker van afdeling Dakelementen Timmerwerk aan koepel Organon in Oss Laatste uitzendklus aan bedrijf in Nijkerk Vinger afgezaagd Drie maanden halve dagen in de afwerkhal ‘de fabriek’ Laatste afdeling ‘ligboxen’ Vertrek bij NEMAHO Timmerman bij een aannemer in Dinxperlo, totaal 13 jaar waarvan 10 jaar als onderhoudstimmerman gedetacheerd bij woningbouwstichting VUT op 57-jarige leeftijd Pensioen

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


80

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Johan Halma


81

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

Interview Arnold Hebbink

‘ Ik had nog nooit zoveel gereisd’ Ing. A.G. (Arnold) Hebbink Constructeur, chef montage en projectleider van 1962 tot 1988 Wie Arnold Hebbink zegt, zegt Oman. Voor de sultan van Oman bouwde hij in 1975 een enorme vliegtuighangar. Als leider van het eerste project van Nemaho in het Midden-Oosten. In die regio liet Nemaho daarna nog heel wat bouwwerken verrijzen, ook onder leiding van Arnold Hebbink. Als constructeur begonnen in 1962 werd hij na zes jaren chef montage. Vervolgens was hij als projectleider actief in GrootBrittannië, Ierland, Oman, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië, Israël en Maleisië. ‘Ik heb nog nóóit zoveel gereisd voor een bedrijf.’ Interview door Jan Kramer

Hoe bent u bij Nemaho terecht gekomen? Ik kwam net uit militaire dienst en vond een vacature voor ‘medewerker met H.T.S.-diploma’ in De Telegraaf. Bij mijn sollicitatiegesprek vroeg adjunct-directeur Pape wat ik daar in dienst verdiende. Als dienstplichtig sergeant verdiende ik net iets meer dan een soldaat. ‘Oké, dan geven wij je dat óók,’ zei hij. Ik was blij dat ik werk had en begon als tekenaar, want ik ben geen jongen om stil te zitten. Al een week later vond Pape dat ik met mijn HTS eigenlijk wel kon promoveren tot constructeur. Voor het maken van sterkteberekeningen. Daar had ik tenslotte voor gestudeerd. Vanaf toen zat ik op de tekenzaal. Samen met de tekenaars en de calculator.

Arnold Hebbink in 2017 (Foto Arnold Hebbink)

Hoe zag die tekenzaal eruit, begin jaren zestig? Er stonden grote tekenborden, waaraan een soort schaarconstructie zat. Daarmee kon je tekenlinialen over het papier bewegen. De calculator en de constructeurs hadden gewone bureaus. Onze chef, de oude meneer Theunissen, overzag die hele zaal. En we liepen allemaal in een witte jas. Behalve de man in het ‘lichtdruklokaal’, want die had een grijze stofjas. Wie boven je stond noemde je ‘meneer’ en anderen, ook je directe collega’s, noemde je bij de achternaam. Theunissen had de enige telefoon in de zaal en nam steevast op met ‘Ja, met de Nemaho.’ En als hij zich weer eens vergistte met: ‘Nee, met de Jamaho’ lagen we natuurlijk dubbel, maar je liet het wel uit je hoofd om daar iets van te laten merken. Het was toen allemaal formeler. Het rekenwerk deden we ‘snoerloos’. Als hulpmiddelen hadden we tabellenboeken, een rekenliniaal en een mechanische rekenmachine met een zwengel. De ‘rekenmolen’. Elektronische rekenmachines, laat staan computers, waren nog lang niet in zicht.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


82

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

We rookten en er hing soms echt een blauwe mist, maar dat kwam dan vooral door de sigaarrokers onder ons.

U heeft directeur Deleth nog meegemaakt. Hoe was hij? Tussen Deleth en de gewone mensen was een enorme afstand. Hij zat hoog in de toren. Je sprak hem nooit aan. Hij verleende audiëntie, als het ware. Hij praatte met een hete aardappel in zijn keel. In de geest van: 'Dag meneer Habbink, waar bant u mee bezig?' Als je bij Deleth moest komen, of het nou voor goede of slechte dingen was, dan haalde juffrouw Leurink, zijn secretaresse, je op. En werd je door haar aangekondigd. Je kwam in zijn kantoor en daarginds zat hij. Achter een heel groot eikenhouten bureau. Met elke stap die je dichterbij kwam, zakte je naar beneden. Je stond als een mug voor zijn bureau. Zo heb ik dat altijd ervaren. Ook als ik met goed nieuws kwam. Had je minder goed nieuws of wilde je voor jezelf opkomen dan was de gang naar het directiekantoor wel een daad waar moed voor nodig was. Zoals toen ik mijn ontslag wilde indienen, omdat de beloofde woning voor mij er nog steeds niet was. Ik zat samen met mijn vrouw Janny al te lang op een paar kamertjes te kniezen. En ik verdiende te weinig. Adjunctdirecteur Pape probeerde me nog van mijn besluit af te brengen. Toen ik bij Deleth binnen kwam dacht ik dat het fout zou aflopen, maar hij riep: ‘We hebben een flat voor je!’ Ondanks dat succes voelde ik me een klein mannetje voor dat grote bureau. Juffrouw Leurink, de directiesecretaresse van Deleth, was trouwens een begrip bij de Nemaho. Een dame waar je niet omheen kon. Een persoonlijkheid. Heel toegewijd aan ‘de zaak’. Ze was een intermediair tussen de ‘gewone mensen’ en Deleth. Ons aanspreekpunt. Maar geen watje. Als ze nee zei, wás het ook nee.

Hoe bent u chef montage geworden? De eerste zes jaar bij Nemaho heb ik als constructeur veel ervaring opgedaan. Binnen, op de tekenzaal. Maar ik ging liever naar buiten. Er kwam een kans om erop uit te gaan. Naar de bouwplaatsen. Toen Henk Hillen, chef van de montage, ontslag nam. Die wilde weg toen hij hoorde dat Henk van Putten als nieuwe directeur kwam. Wat hij precies tegen Van Putten had weet ik niet, maar ik solliciteerde en volgde Hillen op. Dat was in 1968. Henk Hillen heeft me twee keer meegenomen naar alle lopende bouwplaatsen. Toen was hij weg en ik was ‘ingewerkt’. Ik kreeg heel veel steun van de chef-monteurs en de monteurs. Allemaal loyale en fijne mensen. Wat houdt ‘montage’ in? Als de spanten in Doetinchem klaar waren, was dat niet altijd het einde van de levering. De montage van de gehele constructie hoorde er ook vaak bij. De spanten worden met behulp van kranen overeind gezet en geplaatst op de fundamenten die de aannemer heeft gestort. Daarna worden de spanten onderling verbonden tot een stabiel en veilig geheel, met gordingen van een zusterbedrijf van houthandel William Pont. De stalen verbindingsonderdelen werden veelal geleverd door lokale constructiebedrijven, volgens tekeningen van Nemaho. Maar daarmee was het meestal nog niet klaar. Vaak behoorden wanden en dakbedekking ook tot de opdracht van Nemaho. Onderaannemers uit Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

83

het hele land leverden en monteerden de onderdelen daarvan. Dat alles dan wel onder supervisie van Nemaho. Bij een montageopdracht begon je met het bezoeken van de bouwplaats: voor een bouwvergadering. Daar werden afspraken gemaakt als: Wanneer kun je beginnen? Waar begin je? Welke ruimte heb je nodig voor opslag van het materiaal? Hoeveel monteurs komen er? Wat is je tijdsplanning? Aansluitend besprak ik dan een en ander met een kraanbedrijf en de voorman van de montageploeg die werd aangewezen. We hadden een stuk of vijf montageploegen die tegelijk op verschillende locaties bezig waren. Soms ook in BelgiĂŤ, waar we twee ploegen hadden, en in Duitsland. Met de voorman van die ploeg besprak je de tekeningen en de situatie op de bouwplaats. Vergeet ook het transport van de spanten naar de bouwplaats niet. Een belangrijk en soms ingewikkeld deel van het hele proces. Denk aan het vastleggen van de startdatum en het bestellen van de kranen voor het afladen van de constructie op de bouw. Als dat was geregeld kon de montage beginnen. De voorman was dan verantwoordelijk voor het werk en bracht verslag uit. Dat laatste gebeurde vaak op zaterdagmorgen op kantoor in Doetinchem. Daar was dan ook onze personeelschef Nico te Dorsthorst aanwezig om de kosten te vergoeden die de voormannen hadden gemaakt. Bijvoorbeeld de uitgaven voor het kosthuis waar de ploeg de voorgaande week had gegeten en geslapen. Bonnetjes werden bij Te Dorsthorst ingeleverd en contant afgerekend. In de constructie die we monteerden zat een grote variatie: het kon een opslagloods zijn, een kerk, een zwembad of een manege. Monteurs waren niet bang aangelegd. Tot eind jaren zestig waren er weinig tot geen veiligheidsmaatregelen op de bouw. De monteurs liepen over de smalle spanten naar boven, tot wel twintig meter hoog. Zonder vangnet, veiligheidslijn of helm. Daarboven werden spantdelen aan elkaar verbonden, of werden dwarsbalken handmatig gehesen en vastgemaakt. Ook bij flinke wind en regen. Als het werk klaar was, moest het officieel opgeleverd worden. De levering moest natuurlijk overeenkomen met de opdracht. Tijdens de bouw waren de opdrachtgever en de architect natuurlijk geregeld op de bouw en zagen wat er geleverd werd. Uiteraard moest de constructie schoon en onbeschadigd zijn (al heb ik nog nooit gezien dat iemand de spanten ging nameten). In het begin ging ik vaak naar montages van constructies die ik zelf had berekend, want tussen berekenen en bouwen zat soms wel een half jaar. Uiteraard had ik veel contact met onderaannemers en kraanbedrijven.

Voelde u druk van die onderaannemers en kraanbedrijven? Die toeleveranciers wilden natuurlijk graag goed contact houden. Op het einde van het jaar werd er dan ook vaak iets afgeleverd bij de receptioniste. Een fles wijn of zo. Soms werd het te gortig, kwamen er complete pakketten binnen. Ik volgde mijn gevoel maar. Dan haalde ik er zelf wat uit en zette de rest neer op het kantoor. Voor de andere medewerkers. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


84

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

Een relatiegeschenkje moet kunnen, maar er zijn grenzen. Zoals toen. Ik had in Koeweit een klus lopen, maar was voor mijn verjaardag thuis in Zelhem. Een zakenrelatie kwam toen ongevraagd op bezoek. Hij kwam van ver. Samen met zijn vrouw. Zijn bedrijf deed daar in Koeweit de dakbedekking. Binnen bood hij mij een ticket aan voor een verblijf van twee weken in een Canadees resort. Toen heb ik dat ding gepakt, in tweeën gescheurd en geroepen: ‘En nou eruit!’ Niet dat ik zo heilig was hoor, maar dat soort dingen doe ik niet. Misschien dat hij dacht: ‘Als ik dit geef kan hij mijn werk niet afkeuren.’ Hier is maar één middel tegen: ‘weg met die man!’ Hij heeft zijn klus gewoon afgemaakt. En ook daarna hadden we nog steeds contact. Maar zakelijker dan voorheen.

Chef montage moet een intensieve baan zijn geweest. Na een tijd stond ik onder onmenselijke druk. Ik reed negentigduizend kilometer per jaar. Je ging dan bijvoorbeeld naar een bouw in Rotterdam en dan riep er in Leeuwarden ook iemand of je langs wilde komen. In die tijd had je praktisch geen middelen om direct met mensen te overleggen. Daardoor verloor je veel tijd en kwam je dus ’s avonds laat thuis. Iemand kreeg het idee om mij een telefoon in de auto te geven. Dat was een flinke kast, met een hoorn aan een snoer. Er zat één ‘maar’ aan: alleen Nemaho en ik zouden met elkaar kunnen bellen. Verder niemand. Dus ik kon niet bellen naar bouwplaatsen. En mijn vrouw zou mij niet kunnen bellen. ‘Dan wil ik het niet!’ zei ik. Het werd een semafoon. Dat was een pieper met alleen een rood, geel en groen lampje erop. Rood was ‘Bel Nemaho, urgent’, geel was ‘Bel Nemaho, geen spoed’ en groen weet ik niet meer. Ik vond dat niet acceptabel. Ik ging de discussie aan. Het werd geen telefoon, geen semafoon, niets! Met bellen vanuit tankstations of bouwplaatsen heb ik me verder prima kunnen redden. Hoe communiceerde u met de bouwplaatsen, zonder mobiele telefoon of pieper? Mensen met een probleem op de bouw belden naar het kantoor in Doetinchem. Als ik dan ’s avonds terugkwam lagen er briefjes. Pas dan wist je waar je nodig was. Je had natuurlijk bouwvergaderingen, waar dingen gepland werden. Verder ging je sowieso naar bouwplaatsen waar je alweer een paar dagen niet geweest was. Daarbij kwamen de voorlieden zaterdagsmorgens altijd voor overleg op kantoor (toen werkten we ook op zaterdagochtend). Ik was dus goed op de hoogte. Maar van ‘noodgevallen’ zoals bijvoorbeeld een beschadigd spant, hoorde ik vaak pas de volgende dag. Ik belde veel onderweg. Bij een tankstation, of vanuit een telefooncel. Bouwplaatsen hadden soms wel een telefoon en dan kon de telefoniste me daar bereiken. Zij kon in haar agenda ook zien waar ik zat. En mensen lieten bij haar boodschappen voor mij achter. Het werkte prima, want die tijd was ook minder ‘snel’ dan nu. Met zo’n baan kon je natuurlijk niet zonder auto. Die moest ik zelf kopen met een lening van het bedrijf. Wat ik een prima regeling vond. Elke maand betaalde ik rond de vijftig gulden terug en dat werd dan op mijn loon ingehouden. Later kregen we bedrijfsauto’s. Het werd een Mercedes. Een grote diesel, wat geen overbodige luxe is met zoveel lange ritten.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

85

Had u ervaring met het Midden-Oosten? Nee, maar een goede voorbereiding op Oman was de loods in Scunthorpe, Engeland. Voor de nylonfabriek Nypro, een dochterbedrijf van DSM in Zuid-Limburg. Dit was eigenlijk mijn eerste buitenlandse project. Buiten België en Duitsland. Maar dit was anders. Om te beginnen moesten de spanten en de rest van de constructie met de boot over de Noordzee naar Hull en van daar naar de bouwplaats. De GTW kreeg opdracht dit transport uit te voeren en daarvoor ben ik samen met dhr. G.W. Legters48 (chef transport bij de GTW) met de veerboot en eigen auto naar Engeland gegaan. Daar hebben we de route uitgezet. Ook zochten we alvast een hotel voor de monteurs en de chauffeurs. Eigenlijk wilde ik niet mee met Legters want mijn schoonvader lag in het ziekenhuis. Hij zei: ‘Ga nou maar, ik ben er nog wel als je terugkomt.’ Jammer genoeg was dat niet zo. Toen de bouw in Scunthorpe kon beginnen zijn we de eerste keer met drie vrachtwagens in colonne naar de haven gereden, aan boord van de ferry gegaan en in Engeland naar de bouw gereden. Als ‘bijrijder’ op de vrachtwagen gingen twee chef-monteurs en ik mee. We waren geen tweede chauffeur, maar konden zo wel gratis mee. Toen we van de pont reden bleken de invoerpapieren niet in orde te zijn. Nemaho en GTW moesten dit in orde maken. Wij hebben toen de opleggers afgekoppeld en zijn met de drie trucks naar de bouw en het hotel gereden. De andere dag konden we de vracht ophalen. Die vertraging zinde onze verkoper niet. ‘Ik zal dat zelf wel even regelen’, zei hij en bij de tweede zending ging hij zelf mee. Ze stonden drie dagen in de haven voordat ze werden doorgelaten. En wie zou de meest geschikte voorman voor Scunthorpe zijn? Dat was Jan Remery uit Westdorpe in Zeeland. De beste voorman die we hadden. Op die man kon je bouwen, letterlijk. Hij en ik en de vrouwen hebben nog altijd een heel goed contact met elkaar. Kort nadat de loods in gebruik was genomen is de hele Nypro-fabriek ontploft. Een ramp. Achtentwintig mensen zijn daarbij om het leven gekomen. De fabriek werd herbouwd en Nemaho kon de tekeningen van de loods zo weer uit de la trekken. Ook de transportgegevens waren ongewijzigd. Engeland was zó anders! En niet alleen omdat ze daar links rijden. (lacht) Stakingen bijvoorbeeld. We hebben meer montageopdrachten gedaan in Engeland en Ierland. Het is wel voorgekomen dat je een of twee dagen Engeland niet uit kon. Stakingen in de haven (veerboten) werden dan meteen gevolgd door vliegstakingen.

Hoe kwam Nemaho eigenlijk in Oman terecht? De opdracht in Oman en ook de andere klussen van ons in het Midden-Oosten waren enorm afhankelijk van de koers tussen de dollar en de gulden. Van huis uit deden ze in het Midden-Oosten zaken met Amerika. Voor spanten, maar ook voor hout. Toen de koersen veranderden ten gunste van de gulden kwamen ze bij ons.

48

De Badding, 1975, nr 1, januari, pag. 7, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


86

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

Een architectenbureau, gespecialiseerd in vliegvelden, kwam met de vraag of we een privévliegtuighangar wilden bouwen voor sultan Qaboes van Oman. De hangar zou enorm groot worden. Er moest plaats zijn voor een privé-verkeersvliegtuig, twee kleinere vliegtuigen en drie helikopters. De deuren in die hal moesten ver open kunnen en daarvoor heeft Nemaho, samen met metaalbedrijf Bongers uit Doetinchem en architectenbureau Naco uit Den Haag een constructie bedacht.

Hoe pak je dat aan, een opdracht in zo’n onbekende omgeving als Oman? Ruim voordat de opdracht rond was, gingen collega Bertus Hansen van de verkoop en ik voor het eerst naar Oman. Op verkenning. Om oriënterende gesprekken te voeren. Bijvoorbeeld met kraanbedrijven. En om te kijken welke hindernissen we onderweg konden verwachten van de haven naar het nieuwe vliegveld. Waren de bochten niet te scherp voor die lange spanten? Stonden er geen rotspunten in de weg?

Hoe was dat, voor het eerst in Oman? Bloed- en bloedheet! Bij vliegveld Seeb International werden we opgehaald door een man in traditionele kledij. Hij reed ons naar het hotel. Onderweg dacht ik steeds: ‘Kan hij die pedalen wel vinden met die lange jurk?’ Het hotel was luxer dan wat ik ooit had gezien. En in het restaurant was stropdas verplicht. Bertus had er geen, dus die kreeg mijn reservestropdas. Een gerant hier, obers daar, een speciale man voor de menukaart. Dit was zó chique dat ik me best opgelaten voelde. En nóg zie ik die Engelsman voor me. Hij wilde eten zonder stropdas, maar dat ging niet door. Hij werd kwaad, trok de veter uit zijn schoen, knoopte die onder zijn boord en riep: ‘That’s my tie!’ Het werkte en ik dacht: ‘Had ik dat ook maar verzonnen.’ Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

87

Die eerste trip naar Oman vergeet ik niet snel, maar dan vooral door de terugreis. We vlogen terug via Athene. Bij het opstijgen daar hoorden we vreemde geluiden. Gebonk. Het landingsgestel kon niet meer worden ingeklapt. We vlogen om, dicht langs de Russische grens, want we waren te traag door dat landingsgestel. Vlak voor Schiphol riep de piloot om dat hij hoopte dat het goed zou gaan. We waren niet echt gerustgesteld. En al helemaal niet toen we naar beneden keken en elke twintig meter een brandweerauto zagen staan. Achteraf beseften we dat we boven Schiphol hebben rondgecirkeld om kerosine te dumpen. ‘Jullie zijn zo wit als lijken’, zei mijn vrouw Janny die ons in de hal stond op te wachten. Terug op de zaak vertelden Bertus en ik Van Putten over Oman. ‘Er zit veel geld’, zeiden we, ‘We moeten daar mensen naar toe sturen.’ Van Putten gaf groen licht.

U bent toen meteen begonnen in Oman? Nee, er gingen nog wel commerciële voorbereidingen aan vooraf. Daar was ik niet bij betrokken, maar toen de deal bijna rond was kwam ik in beeld. Een Griekse aannemer ging het vliegveld bouwen en ik zou in Oman projectleider worden. Voor technisch overleg met die Griekse aannemer gingen we in september 1974 naar Londen. ‘We’, dat waren directeur Van Putten, onze chef verkoop Henk Bosch en ik. Ook Jan Daniëls ging mee. Hij was van architectenbureau Naco dat het vliegveld had ontworpen. We gingen praten en er moest iets worden ondertekend. Toen de zaak rond was gingen we met z’n allen eten in een restaurant. Grieks natuurlijk. Het was heerlijk en uitbundig. Ineens pakt een van die Grieken zijn bord en smeet dat kapot op de vloer. Hoppa! We begrepen dat dit hun manier was om een compliment voor het eten te maken. Wij, Hollandse jongens, werden overmoedig. We wilden ook wel… De obers rénden en konden nog nét een paar van die borden redden. Ze kwamen terug met stapels goedkope smijtborden. We kregen de smaak goed te pakken. Hoppa! Doe maar gek! Op het eind moest Van Putten betalen, maar hij had niet genoeg geld. Henk Bosch en ik moesten onze portemonnee trekken. Van Putten: ‘We moeten lopen naar het hotel. Het geld is op.’ Jan Daniëls grijnsde: ‘Nou, lopen jullie maar. Ik pak een taxi’ en reed weg. Daar sta je dan. Midden in Londen.

Hoe was Oman in 1975? Er was zo goed als geen infrastructuur. Totaal niet te vergelijken met hoe het land er nu uitziet. Op Google-maps zie je nu een gecompliceerd beeld. Toen was er alleen zand, hier en daar een weg en een kleine haven in Matra, vlak bij de hoofdstad Muscat. U had het rijk alleen, in Oman? Nee, want toen het project begon te lopen en de fabricage was begonnen, kwam Van Putten met wat nieuws voor mij: ‘Jij wordt projectleider, maar boven jou komt een “Supervisor”.’ En dat was een nieuwe: Van Z. Hij werd van buiten aangetrokken door Van Putten. Op zich was ik het daar wel mee eens, ik had ook geen ervaring in het verre buitenland. Veel tijd voor kennismaking met Van Z. was er niet, want hij ging al snel naar Oman toen daar de constructie aankwam.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


88

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

De spanten en de rest van de constructie waren in Rotterdam in een groot zeeschip geladen en kwamen bij de Omaanse havenstad Muscat aan. Omdat de zeeschepen door teveel diepgang niet aan de wal konden komen, moesten de constructies buiten de haven worden overgeladen op ‘barges’. Wij zouden dit ‘aken’ noemen. In de haven werden de constructies met primitieve kranen uit de barges getild en op vrachtwagens geladen. Dat gebeurde onder supervisie van de Rijbewijs van Arnold Hebbink 1975, behaald in eerder genoemde Van Z. Daarbij ging iets Oman toen de montage begon (Collectie Hebbink) fout, buiten zijn schuld. Eén van de spantdelen viel uit de kraan en brak. Niet meer te repareren. Er moest toen snel iets gebeuren, want alles liep op schema. Bellen en telexen over en weer. Bij Nemaho werd met spoed een duplicaat gemaakt, maar vervoer over zee zou veel te lang duren. Het kantoor van Nemaho regelde een transport per vliegtuig vanaf Vliegveld Beek in Limburg naar Seeb Airport in Oman. Dat was precies naast de bouw. We waren al met de bouw begonnen toen dat spantdeel aankwam. Het was exact op tijd. Ondertussen was in Doetinchem een montageploeg samengesteld die met mij naar Oman zou gaan. We hadden voor de eerste drie maanden een taak gesteld en daar stond een geldelijke beloning tegenover, maar dan moesten we wel drie maanden blijven. Toen de constructiedelen op de bouw waren arriveerde ik met de ploeg om aan het werk te gaan. Later, toen we goed op gang waren, kwamen Cor Bongers en Frans Robben van Constructiebedrijf Bongers uit Doetinchem op de bouw. Om de enorm grote schuifdeuren van de hangar samen te stellen en te monteren. En dakdekkersfirma Cindu-Key-Kramer stuurde dakdekkers om het koperen dak aan te brengen. Dat laatste kon alleen ‘s nachts gebeuren vanwege de sterke zonneschijn op het koperen dak. Het was een heel fijne tijd om met al deze mensen samen te werken. Alleen met Van Z. waren er spanningen.

Klikte het niet tussen de supervisor en u? Op zich was het wel fijn dat van Z. er was. Hij regelde onderdak, ging naar de ambassade enzovoort, maar hij had geen flauw benul van bouwen. Het boterde niet tussen ons. Bij elke gelegenheid zei hij: ‘Hup, dat is zo klaar’, ‘piece of cake’ en ‘fluitje van een cent.’ Het waren zijn stopwoorden. Dat was lastig en het gaf wrijving. Ook met de opdrachtgevers en meneer Zijlstra, de opzichter van Naco, want Van Z. placht zijn kreten ook op de bouwvergaderingen te roepen. Op technisch gebied was hij een leek, maar hij veegde elk voorstel van mij met veel bluf van tafel.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

89

Van Z. was een allemansvriend. Hij praatte graag met onze partners: de aannemer, de uitvoerder, de architect en de opdrachtgever. Maar hij was niet discreet. Hij kletste door wat hij hoorde, hij roddelde, lekte geheimen. De andere partners ergerden zich daar flink aan. Wat ook niet bijdroeg aan de populariteit van Van Z. was ‘het incident’ op het feestje. Dat feestje werd door de Griekse aannemer gegeven op de bouwlocatie. Voor pils werd gezorgd door een oliebedrijf waar we contact mee hadden, want alcohol is verboden in Oman. Wij hadden geen drank op de bouw. De stemming zat er goed in en Van Z. waagde een dansje met de knappe vrouw van de Griekse aannemer. Echt goed dansen kon hij niet, want hij bewoog nogal houterig. Met zijn grote voeten trapte hij toen per ongeluk op de lange, strapless jurk van die vrouw. En tot verbijstering van iedereen zakte die jurk daardoor ineens een flink stuk. Gelukkig kon de vrouw de zaak weer snel omhoog trekken. Van Z. had blijkbaar niets in de gaten, want hij was zo lang dat hij eroverheen keek. Wie wél wat in de gaten had was de Griekse aannemer. Die bleef hem maar aanstaren. Met grote ogen. Vol afgrijzen. De bouw liep gesmeerd. We liepen drie weken voor op schema. Niet dankzij, maar ondanks de supervisor. Na tien weken zei Van Z.: 'Jij kunt opstappen, ik heb je niet meer nodig.' De anderen zouden nog blijven, want hij vond dat die dat werk wel zonder mij konden doen. Ik ging akkoord, mits ik ook meteen de premie voor de volle dertien weken zou meekrijgen. Zoals tevoren was afgesproken. Hij wilde er niet aan. ‘Ik heb het geld niet. Je krijgt het wel in Nederland. En daarbij heb ik je ticket al klaarliggen.’ ‘Deal is deal,’ zei ik, ‘ik blijf.’ Op het laatste moment had hij dan tóch het complete bedrag en ik ging naar huis met een pak Rials, de munt van Oman. Mijn vrouw stond nét op het punt om samen met Van Putten te komen kijken in Oman. Dat ging dus helaas niet door. Ik was nog geen twee weken thuis in Zelhem of ik moest weer terug naar Oman. Van Z. was daar namelijk als ongewenst persoon, als persona non grata, het land uitgezet. Ik denk dat het incident op het feest de druppel is geweest die de emmer deed overlopen. Toen ik weer terug was in Oman ging Van Z. naar mijn vrouw Janny. ‘Het is de schuld van jouw man dat ik daar weg moest’, zei hij. En terwijl hij me in mijn eigen huis zwart stond te maken belde Janny naar Van Putten. Die riep hem aan de lijn: 'Maak dat je wegkomt uit Zelhem!'

Wat was de taak van jullie Nederlanders? We waren met zijn vijven. De hoofdaannemer, het Grieks-Cypriotische Joannou & Paraskevaides (J&P), deed in principe bijna alles. Wij moesten toezien dat die spanten werden 'aangekleed’. ‘Schoenen’ eraan, de dwarsverbindingen en de kruislingse verstevigingen. Ik overlegde met onderaannemers. En moest zorgen dat er een hijskraan was. Je moest natuurlijk zeker weten dat die kraan geschikt en veilig was. Ik liet ze proeven doen. Til maar eens een spant op, niet meer dan tien centimeter. Want ik was natuurlijk zuinig op die spanten. Ik heb meegemaakt dat een kraan zichzelf uit elkaar trok. Zijn hele mast spatte uit elkaar.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


90

Hoe bouw je een hangar in Oman?

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink


91

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

Hoe woonde u in Oman? Tien kilometer van onze bouwplaats (site) woonden we in een barakkenkampje dat aannemer J&P had gebouwd. In the middle of nowhere. Het waren houten barakken met elk vier kamers, twee badkamers, twee WC’s en een zitkamer. In de kamers stond alleen een bed en een tafel. Dat was alles. Daar woonden we met ons groepje Achterhoekers, samen met de Grieken. Rondom was alleen maar zand. Woestijn. Toen we in februari aankwamen was het winter en dan is het warm en heel vochtig. Je kwam dan ’s ochtends wel net onder de douche uit, maar nog vóór je de eetzaal inkwam was je broek alweer nat van het zweet. In de zomer was het er juist weer kurkdroog en bloedheet, tot wel vijfenveertig graden. Als de aggregaten het deden, was er gelukkig ook stroom voor de airconditioning.

Van links naar rechts: Arnold Hebbink, Timon Mulder en Stef Bergevoet tijdens een uitstapje naar de plaats Nizwa in Oman in 1975. Jo van de Sande maakte de foto. Arnold: ‘Het was honderdvijftig kilometer rijden over een verschrikkelijk slechte, stoffige weg. Maar het was er zo groen en schilderachtig dat het meer dan de moeite waard was.’ (Foto collectie Arnold Hebbink)

Hoe zag uw dag eruit? Na het ontbijt reed ons ploegje (Stef Bergevoet, Timon Mulder, Jo van de Sande en ik) om zeven uur vanuit het barakkenkamp naar de bouwplaats. We hadden daarvoor twee auto’s ter beschikking. Met een pauze van een uur werkten we door tot zes uur ’s avonds. Na het avondeten gingen we vaak weer naar de bouw terug, omdat de Grieken daar weer van zeven tot tien uur ’s avonds aan de slag waren. ’s Middags en ’s avonds aten we niet in het barakkenkamp, maar in de vip-mess van het hoofdkwartier van aannemer J&P. Dat was een luxe eetzaal in de plaats Rusayl, zo’n vijf kilometer zuidelijk van de bouw. Dat ging zo zes dagen per week door. Als het enigszins kon werkten we op vrijdag niet, want dat was onze vrije dag.

Hoe was het eten? We aten Grieks. Week in week uit. Lekker. Rijst met allerlei sauzen en ‘spullen’ eroverheen. Op een keer was er wel rijst, maar al het andere was op. Een van ons zei: 'Doe er maar melk en suiker bij.' Om rijstepap te maken. Die Grieken keken stomverbaasd. Een paar dagen later was er geen melk meer, want de Grieken bleven maar rijstepap eten, terwijl er alweer pikante ‘hachee’ was. Kon u goed opschieten met de Grieken? Mijn verstandhouding met de Grieken was echt héél goed. Al zijn ze veel emotioneler. De Grieken kwamen van Cyprus. Tijdens de bouw werd een deel van Cyprus, hun vaderland, door de Turken bezet. En hoe reageert een Griek? Explosief! 'Vermoorden die Turken! Doodschieten!’ Ze wisten niet hoe het thuis met hun vrouw en kinderen was. Nu zou je dat binnen twee minuten op je mobiel kunnen zien. We moesten de spanning toch proberen te verminderen, en gelukkig hadden ze ook hun eigen voorlieden die de gemoederen konden bedaren. Wat hielp was praten en een biertje drinken. Alcohol was wel verboden in Oman, maar de Naco ‘regelde’ af en toe wat. Op de bouw was het een ratjetoe van nationaliteiten. Bouwvakkers uit Nederland, Griekenland, Oman, India en Pakistan. Ook met de Pakistani kon ik het prima vinden. Ik heb regelmatig ’s Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


92

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

nachts met ze gewerkt. Ze deden vooral de koperen bekleding van het dak op de hangar. Die dakbedekking behoorde ook tot de levering van Nemaho. De zon schitterde zó op dat koper dat je het alleen bij schemerlicht of in het donker kon verwerken. In de pauze at ik dan met hun potje mee. Onder de heldere sterrenhemel. Ik leerde hoe je met je handen moet eten. Of eigenlijk alleen met je rechterhand, want je linkerhand reserveer je voor ‘andere zaken’. Als je snapt wat ik bedoel.

Wat moet je kunnen om projectleider te zijn in het Midden-Oosten? Je moet veel kennis hebben van montagewerk. En er vooral plezier in hebben. Je hebt niet alleen de technische leiding, maar bent tegelijkertijd ook sociaal werker, psycholoog en diplomaat. Je staat aan het hoofd van een groep mensen die veel technische ervaring heeft, maar je werkt ook geïsoleerd in een ver en vreemd land. Dat geeft heel eigen problemen die je, al improviserend, moet oplossen. Zijn er, in het Midden-Oosten, gebruiken die anders zijn dan de onze? Een goed voorbeeld van ‘andere gebruiken’ is wel een voorval in Djedda, Saoedi-Arabië. Dat was de ‘verdwijning’ van een van de voormannen: Jo van de Sande. Hij moest voor de bouw van een van de voetgangersbruggen even de stad in. Het zou maar even duren en hij reed van de site weg in korte broek, bloot bovenlijf en zonder autopapieren. Wat niet zo verstandig is in het Midden-Oosten. Hij bleef maar weg en de monteurs op de bouw meldden dat bij mij. Zij wisten waar hij heen gereden was. Ik op zoek naar Jo. Wat later vond ik ‘zijn’ auto aan de kant van de weg op een parkeerterrein met de deur open en de sleutels nog in het contact. Ik was erg ongerust en voelde me verantwoordelijk. Met behulp van passanten ontdekte ik dat hij door de politie was opgepakt en kwam ik erachter in welk politiebureau hij was opgesloten. Contact leggen met Jo of praten met een politieman was onmogelijk. Ik kon ‘s avonds niets meer doen. De andere morgen ging ik direct naar de aannemer en vertelde het verhaal. Die had vaker met dat bijltje gehakt en zei: ‘Die krijgen we wel weer vrij.’ Hij nam een pak Rials (de munt van Oman) en ik ging met hem mee naar het politiebureau. Na veel koffie en geleuter, waar ik niets van verstond, werd het geld over het bureau geschoven en kwam Jo vrij. Hij zag er slecht uit, was erg overstuur en vooral boos op mij. ‘Jij’, zei hij, ‘je hebt me laten barsten. Jij kunt wegen afsluiten om bruggen te bouwen, maar mij uit de bak halen kun je niet.’ Uit zijn verhaal bleek dat hij samen met Pakistani of Indiërs in een soort kooi had moeten slapen. Op de grond, in de spuug. In korte broek en blote bast. Ondertussen was hij ook nog gesard door de bewakers. Uitleg van mijn kant was er niet bij, hij wilde meteen naar huis. Ik moest een vliegticket voor hem regelen. Maar toen ik een van de volgende dagen met de ticket kwam was hij weer bijgedraaid, natuurlijk bleef hij. Kort daarna was Jo weer de goedlachse en hulpvaardige voorman zoals ik hem kende. We zijn nog jaren bevriend gebleven. In Djedda heb ik ook meegemaakt dat een Arabier probeerde een aanrijding met mij te forceren. Ze schuiven dan de schuld op de buitenlander om zo geld voor hun ouwe brik te krijgen. De politie maakt dan proces-verbaal op, maar dat is in het Arabisch. En hoewel ik, in het Engels, duidelijk uitlegde dat ik niet schuldig was, stond toch in het proces-verbaal dat ik schuld had bekend. Gelukkig was de aannemer, de eigenaar van de auto, ‘all risk’ verzekerd. Bij ongelukken en andere narigheid was je als buitenlander altijd de sigaar, volgens de regel: Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

93

‘Als jij er niet was geweest, was dit ongeluk niet gebeurd.’ Daar is natuurlijk geen speld tussen te krijgen. En natuurlijk die keer met Anton Borgijink. Hij kwam over om een bouwplaats te bezoeken en we liepen samen op straat. Ik weet niet meer precies waar het was, in Abu-Dhabi of in Djedda. Het was de tijd van de Ramadan en Anton rookte een sigaret. Opeens trok een lokaal iemand ons een winkel binnen. Hij zei: ‘U rookt een sigaret op straat, dat mag niet, want het is Ramadan en dáár loopt de godsdienstpolitie.’ Gelukkig hadden die ons niet gezien.

Heeft u veel van Oman gezien? Niet echt. Er was niet veel vertier in de woestijn, dus waren we altijd wel met het werk bezig. De enige kans die je had om 'extra dingetjes' te doen was op vrijdag, de vrije dag in de Arabische wereld. Daar probeerden we wel zoveel mogelijk gebruik van te maken. De Omani vroegen ons elke vrijdag of we mee wilden naar openbare strafvoltrekkingen zoals steniging of handafhakking. We sloegen dat maar beleefd af. Toch heb ik wel wat van het land gezien, zelfs vanuit de lucht. Dat kwam zo. Op de bouw kwam een Engelse helikopterpiloot op me af. Er waren veel Engelsen in Arnold Hebbink (vooraan) bij een ’Wadi’ Oman, omdat die het land en vooral het leger hielpen in Oman: ‘Vrijdag was onze vrije dag. moderniseren. Ook op onze bouw liepen Engelsen Soms trokken we er met z’n vieren op uit: rond. Die helikopterpiloot kwam dus naar me toe en Stef Bergevoet, Jo van de Sande, Timon wilde graag wat plywood (watervaste multiplex) om Mulder en ik. Bij een van die tripjes in zijn privéboot te repareren. Een halve meter in het 1975 bezochten we een ‘Wadi’, wat vierkant was genoeg. Ik zette hoog in: ‘Oké, maar dan riviertje betekent. Het was een soort wil ik graag een rondje meevliegen met de oase. Een van de bewoners nodigde ons helikopter.’ Een uur later riep hij al: ‘Vliegen!’ Samen daar uit op de koffie.’ (Foto Arnold Hebbink) met collega Timon Mulder, Jo van de Sande en Stef Bergevoet hebben we ons toen een uur boven Oman laten rondvliegen. We zijn zelfs boven op een berg geland. Ik heb daar nog prachtige foto’s van. Ook van onze bouw. Niet lang erna riep iemand dat we meteen de hangar moesten ontruimen. We dachten dat de sultan weer kwam. Die wilde namelijk nooit ‘gewone mensen’ zien. Niet de sultan kwam, maar een Engelse legerhelikopter, en die vloog dwars door de hangar. Als geintje. Je kunt dus wel nagaan hoe groot die hangar was. U was ook in Beiroet, had dat iets met de hangar te maken? Ja, de Grieks-Cypriotische hoofdaannemer J&P had een kantoor in Beiroet. Na de laatste inspectie en de oplevering van de hangar in Oman gingen Van Putten en ik daar naartoe. De eindafrekening vond daar (op papier) plaats. Ook werden daar de mogelijkheden besproken voor nieuwe projecten. In mijn herinnering is daar het werk ‘hoteloverkapping in Oman’ besproken, maar dat weet ik niet zeker. We hebben die overkapping wel gemaakt. In Beiroet zaten Van Putten en ik in een luxe hotel. Najaar 1975. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


94

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

De aannemer nodigde ons uit voor een show. Er was een ronddraaiend toneel. Muziek, licht en er werd heen en weer geschoten. Spectaculair! Zoiets had ik nog nooit gezien en Van Putten misschien ook niet. Diep in de nacht gingen Van Putten en ik weer met de taxi terug naar het hotel. Door het donkere Beiroet. Ineens was daar die versperring. Controle. Mannen in militaire pakken. De chauffeur zei in het Engels: ‘Rustig blijven, het gaat wel goed.’ Het was warm en alle raampjes stonden open. Toen we stopten waren er vier vuurwapens op ons gericht. ‘Paspoort, paspoort!’ Dat waren benauwde momenten, want mijn papieren zaten in de binnenzak van mijn nette jasje. Stel je voor hoe het is om in je binnenzakje te gaan voelen terwijl er een vuurwapen op je gericht is. Ik denk dat die schutter net zo zenuwachtig was als ik. Nu kan ik erom lachen, maar toen was ik bang dat hij dacht: ‘Eerst schieten, daarna zien we wel weer verder.’ Later, toen de hangar was opgeleverd, keek ik thuis op de Nederlandse tv naar het jaaroverzicht van 1975. In Libanon was intussen een burgeroorlog uitgebroken. Tot mijn schrik zag ik dat ‘ons’ hotel in Beiroet helemaal was ingestort. Ik denk door een bom. Net een dikke maand na ons vertrek.

Hoe vond u het om te werken in vreemde landen? Het was natuurlijk wel een bijzondere omgeving, maar er stond een redelijk zware taak tegenover. Het werken was het belangrijkste. Je moest erheen. Niet dat ik daar nou zo trots op was of dat ik dacht: 'Kijk mij eens.' Het was best spannend, ook al leek alles op rolletjes te lopen. Eigenlijk heb ik te weinig gezien van die landen. Van Koeweit heb ik wel wat gezien. Ik had de beschikking over een auto, dat had ik trouwens op alle projecten in het Midden-Oosten. Het land is niet onmetelijk groot en redelijk westers georiënteerd. We hadden daar diverse opdrachten: de ‘Parkings’, de ereboog en nog een klein project. De omstandigheden in Koeweit werden wel spannend, want er kwam oorlog tussen Irak en Iran. Koeweit ligt tussen die landen in en we Een pasje van Arnold Hebbink voor Koeweit hoorden de raketontploffingen. Verder ging in 1986 (Collectie Arnold Hebbink) geregeld het luchtalarm. De Nederlandse Ambassade had een vluchtplan opgesteld. Ik had ons aangemeld bij de ambassade (wat ik altijd deed bij een werk in een vreemd land). Ik kwam geregeld op de ambassade. Zo wisten ze dat we er nog waren. ‘We helpen jullie eruit als er wat aan de hand is, maar reken er niet op dat je dan nog naar je hotel kunt.’ Gelukkig konden we alle projecten gewoon afbouwen. Ook de ereboog voor de emir van Koeweit hebben we afgebouwd. Dat waren vier halve bogen die boven bij elkaar kwamen. Er zou een snelweg onderdoor gaan lopen. Onze Franse verkoper Alain Jossermoz had weer voor een mooie opdracht gezorgd. De Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

95

spanten werden verscheept, de fundamenten alvast door de plaatselijke aannemer gelegd en toen ik daar kwam heb ik de hijskraan geregeld. Het was snel gepiept, maar het kreeg een staartje. Na een tijd belde Jossermoz. Er was iets helemaal fout en ik moest terug naar Koeweit. De boog stond zó dicht op de weg dat vrachtwagens moesten uitwijken om er niet tegenaan te botsen. Levensgevaarlijk! De opdrachtgever zei dat we de boog op de verkeerde plek hadden gezet, en dat we dus konden fluiten naar het geld. Ook hier gold de, inmiddels bekende, Arabische redenering: ‘Waren jullie er niet geweest, dan hadden we dit probleem niet gehad. De ereboog van de Emir van Koeweit, 1986. De boog staat over een Dus is het jullie schuld.’ snelweg waar vrachtauto’s moesten uitwijken om de boog niet te Jossermoz ging de strijd aan met die raken. Arnold Hebbink is speciaal voor dit probleem door Koeweit plaatselijke aannemer en teruggeroepen. Geheel links: Nico te Dorsthorst, geheel rechts: Timon wegenbouwer. Zij hadden de Mulder (Foto Arnold Hebbink) fundering gebouwd en die bleek uiteindelijk te laag te zijn. De spanten moesten worden gedemonteerd en de fundering verhoogd. Daarna konden wij de spanten opnieuw monteren. Gelukkig werden de kosten betaald.

Nemaho is ook in Israël actief geweest. Samen met Henk Bosch ben ik naar Israël gegaan om promotie te maken voor de Nemaho. Henk deed het verkoopverhaal. En ik vertelde over de technische kanten. Wat zijn gelijmde houten spanten en hoe bouw je daarmee? Later ben ik door die Israëli verschillende keren uitgenodigd om daar meer te vertellen over de Nemaho. Zonder Henk, want het ging vooral om de techniek. Inmiddels hadden we daar al wat kleine constructies gebouwd. ‘Breng je vrouw mee,’ zeiden ze na een paar keer, ‘dan maak je er een week vakantie van.’ En vanuit ons hotel in Tel Aviv werd Janny elke dag opgehaald voor een tocht naar bijvoorbeeld Nazareth of Hebron. Terwijl ik naar zaaltjes in het land ging en daar in het Engels voorlichting gaf over Nemaho. Aan aannemers. Zaterdags hadden ze voor ons samen een bustocht met overnachting naar Jeruzalem geregeld. In die tijd was ik ook actief in Arabische landen. Wat absoluut verboden was. Israël wilde niet dat je zaken deed met Arabische landen. En andersom kreeg je geen voet aan de grond in Arabisch gebied als ze wisten dat je ook in Israël kwam. Zag de douane een stempel van ‘de vijand’ in je paspoort, dan werd je bij de grens letterlijk uitgekleed. Eigenlijk had je twee paspoorten nodig. Door toeval heb ik die ook gekregen. Ik moest weer eens naar Duitsland terwijl mijn paspoort op de Saoedische ambassade lag voor een visumaanvraag. Dus kreeg ik een extra paspoort.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


96

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

Vanaf toen liet ik alle visa voor Arabische landen in het ene paspoort zetten, en reserveerde ik de andere voor Israël.

U bent ook in Maleisië geweest, hoe was het daar? In Maleisië hebben we een opslagloods gebouwd voor een kunstmestfabriek. Met Henk Bosch ben ik daarvoor nog naar de opdrachtgever Kobe49 in Japan geweest. Ik werd projectleider voor dit werk en ben in mijn eentje naar Maleisië geweest om de bouw op te starten. Toen de eerste spanten stonden kon ik weer naar huis. Ik heb daar wel wat van het land gezien.

Montage van de eerste spanten. Bintulu, Oost-Maleisië, 1984 (Foto Arnold Hebbink)

Verering van de goden op de bouw van Bintulu, OostMaleisië, 1984. Rechts liggen de offergaven in de vorm van fruit, voedsel en dranken. Staand in het wit: Arnold Hebbink (Foto Arnold Hebbink)

Ik ben met iemand van de aannemer naar de grens van het ‘Sultanaat van Brunei’ geweest. Officieel heet dat: ‘Brunei Darussalam.’ Het sultanaat is zo groot als Gelderland en de sultan is de rijkste man van de wereld. We mochten er natuurlijk niet in. Waar we wel in konden was een grot waar ‘vogelnestjes’ geplukt werden, dat is een lekkernij in de Chinese keuken. Bij ons in Nederland vieren we het Arnold Hebbink (rechts) met een Zuid-Koreaanse hoogste punt van de bouw met collega in Oost-Maleisië, 1984 (Foto Arnold Hebbink) pannenbier. In Maleisië hebben ze daarvoor in de plaats een ritueel waar bijvoorbeeld Boeddha aan te pas komt. Ik heb het meegemaakt en het was zeer indrukwekkend. Op het bouwterrein maken ze van wat planken een altaar. Daarop worden dan offers gelegd. Om de goden te eren en te danken.

49

Zie het metalen paklabel NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 96.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

97

Dit visitekaartje gebruikte Arnold Hebbink in 1984 bij zijn bezoek aan Kobe, de Japanse opdrachtgever voor de opslaghal in Bintulu, Oost-Maleisië. Arnold: ‘Zonder visitekaartjes kwam je nergens. Meestal liet ik ze ter plaatse drukken, want de ontvanger wil ze in zijn eigen taal.’ (Collectie Arnold Hebbink)

Flinke hoeveelheden fruit en andere etenswaren, maar ook flessen wijn en heel wat blikken bier. Dozen vol. Voor dat altaar bidden de Maleisiërs op een rieten mat. Knielend en buigend. Op kousen en zonder bouwhelmen. Ook ik deed mee, al bleef ik dan eerbiedig staan. Zonder schoenen natuurlijk. Wat in Maleisië anders was dan in Nederland was dat voor toezichthouders, supervisors en opzichters gold: altijd witte handschoenen aan. Aan het eind van de dag moest je de handschoenen laten zien. Waren ze vuil dan kreeg je schone, maar het was wel een teken dat je had meegeholpen. Wat niet de bedoeling was. Je moest aanwijzingen geven, NIET werken. Wat ook opvallend anders was dan in Nederland waren de vrouwen op de bouw. Ze waren bijvoorbeeld bezig om beton te poetsen waar net de bekisting van af was. Niet in overalls of met een bouwhelm, maar met een rok en rubberlaarzen. En een hoofddoek.

Hoe is het om weer thuis te komen? Als ik terugkwam op Schiphol stond mijn vrouw Janny vaak op me te wachten. Soms met de kinderen erbij. Voordat we terugreden liet ze me dan eerst even een uur of twee praten en mijn hart luchten. Ik was opgelucht dat het weer even voorbij was en dat gingen we natuurlijk vieren! Van het extraatje dat ik had verdiend gingen we samen met de kinderen uit eten in een duur restaurant. Konden ze meteen leren hoe je je in zo’n omgeving hoort te gedragen. Wat zeiden ze op het werk? Op het werk wilden de meeste mensen wel weten hoe je het had beleefd. De meisjes en vrouwen hadden duidelijk een ‘ander belangstellingsniveau’ dan de mannen. Want de mannen hadden vooral technische vragen als: ‘paste het allemaal?’

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


98

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

Je vertelt er wel over. Maar de interesse viel tegen. Wat ik wel kan begrijpen, want ik kwam uit zo’n andere wereld dat die anderen zich er niets bij voor konden stellen.

U bent veel weggeweest bij uw gezin. Mijn vrouw Janny is in die tijd vaak en lang alleen geweest met onze drie kinderen. Die toen zo tussen de tien en twaalf jaar oud waren. In Oman was ik maximaal perioden van dertien weken weg. Totaal dik een half jaar. Later, bij andere projecten, vloog ik soms wel twee keer per week terug. Maar qua afwezigheid spande de ‘gijzeling’ in Saoedi-Arabië toch wel de kroon. Wat is er in Saoedi-Arabië gebeurd? Saoedi-Arabië was wel de spannendste periode uit mijn Nemaho-tijd. Ik ben nog nooit zolang weggeweest als toen in 1986. We bouwden zeven voetgangersbruggen over de wegen in Djedda. Brede bruggen waarover met name de vrouwen veilig konden oversteken. Terwijl we nog bezig waren bleek het hout van de traptreden krom te trekken. Door het klimaat. We stelden de leverancier van dat hout aansprakelijk, maar gingen in Doetinchem meteen aan het werk voor nieuwe treden uit ander hout. In september ben ik teruggegaan naar Djedda om een en ander met de opdrachtgever te bespreken. Ik zou ‘even’ weg zijn. Meteen bij aankomst werd mijn paspoort ingenomen door de opdrachtgever/aannemer. Met de toezegging dat ik het weer terug kreeg als het probleem met de traptreden was opgelost.

De bouw van een van de zeven voetgangersbruggen in Djedda, Saoedi-Arabië, 1986. Arnold Hebbink rechts met witte broek. Op de constructie: Timon Mulder en rechts (omkijkend naar boven) Jo van de Sande. Voor een probleem met deze bruggen ging Arnold Hebbink ‘even’ terug naar Djedda. Wat volgde was de spannendste periode uit zijn Nemaho-tijd (Foto Arnold Hebbink)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

99

Eigenlijk was ik gewoon gegijzeld. In die tijd waren onze monteurs druk doende om de slechte traptreden te vervangen door nieuwe die door Doetinchem in allerijl waren gemaakt en verstuurd. En pas op 11 december, één dag voor onze zilveren bruiloft, kon ik naar huis. Janny en de kinderen zaten natuurlijk enorm in spanning. Wat een opluchting toen we weer samen waren.

Wie begeleidde intussen de montage in Nederland? In principe deed ik dat ook. Tijdens de ‘Saoedische periode’ heeft Martin Zwienink me waargenomen, dacht ik. Normaal gesproken was ik chef montage in Nederland en deed ik het buitenland ‘erbij’. Wel kreeg ik later assistentie van Willem Koolenbrander die een deel van het noorden van Nederland van me overnam. Hij was nacalculator en vertegenwoordiger en had veel technische inzicht, omdat hij ooit was begonnen als tekenaar. Het begeleiden van die bouwplaatsen combineerde hij met zijn vertegenwoordigerswerk en dat ging hem goed af. Als auto van de zaak reed hij een Daf, omdat hij een kunstbeen had. Je hoefde in die auto niet te schakelen of te koppelen. Wat is er zoal in Nederland gebouwd, in uw tijd? De meest diverse bouwwerken: Gewone constructies: ligboxenstallen voor veeboeren in heel Nederland; Graanschuren in de polders; Zoutloodsen voor Rijkswaterstaat; Industriehallen, garages, opslagloodsen enzovoort; Geluidsschermen langs de Autowegen rond Amsterdam; Metrostations in Amsterdam-Zuid (Bijlmer). En nog veel meer. Verder waren er ook bijzondere bouwwerken die op de bouwplaats zelf gemaakt moesten worden. De zogenoemde ‘schaaldaken’ oftewel hyperbolische-paraboloïde daken. Een zeer fraaie dakvorm die door een lijmploeg uit de fabriek ter plekke werd gelijmd. In een verwarmde en afgesloten tent. In Oss hebben we zo’n bouwwerk neergezet, maar ook een aantal paviljoens in die vorm voor de ‘Manifestatie C70’ in Rotterdam. Laten we terug gaan naar Nemaho in Doetinchem. Wat was het verschil tussen de directeuren? Je kunt het bijna trapsgewijs zien. Deleth hield totale afstand, waar ik ook geen moeite mee had. Met zijn uitstraling liet je het wel uit je hoofd om hem zomaar aan te spreken. Van Putten was, op zich, een joviale man. Maar ik heb hem nooit Henk genoemd. Hoewel we samen in het vliegtuig zaten en daar samen in Oman en Libanon rondliepen. Bakker, dat was Tjeerd. Het was tekenend voor het tijdsbeeld. Ik heb Tjeerd Bakker van zijn sterkste kant meegemaakt na het ongeluk in 1982. Bij onze eigen aanlegsteiger is toen een binnenschip gekanteld. De spanten op dat schip gingen schuiven en daarbij is een man uit Leeuwarden overleden. Dat ongeluk komt elke week wel een keer naar boven en het raakt me nog steeds diep. Het was in principe onder mijn supervisie gebeurd. Tjeerd heeft me goed opgevangen, naar huis gestuurd en de zaak verder afgehandeld. Het ging eigenlijk niet om de schuldvraag. Het was een samenloop van omstandigheden. Die spanten stonden op bokken op het schip. Om en om vanuit het midden. Het gaat om het evenwicht. Je Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


100

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

ziet het nu met die boten met vluchtelingen. Mensen gaan naar één kant en dan gaat ie om. Het schip ging dus om en ook op die bok ging iets stuk. Dan denk je bij jezelf: ik heb die bok getekend en berekend. Dus daar ligt het aan. Maar het schip ging eerst en toen ging die bok óók, met de spanten. Met Tjeerd Bakker hebben Janny en ik nog een paar jaar contact gehad. Ook na de ontslagen van 1988. Maar na een tijd groei je toch uit elkaar.

Hoe was het sociale leven bij Nemaho? Intieme contacten waren er bijna niet. Je ging niet, zoals tegenwoordig, met de collega's naar een café op vrijdagmiddag. Je had het geld er niet voor, en daarbij wilde je naar huis. Er waren wel een paar goede contacten. Na een tijd leerde je elkaar beter kennen en ging je bij elkaar op bezoek. Dick Overbeek, mijn collega op de tekenzaal, had kinderen die al wat groter waren. Wij hadden kleine kinderen, drie jongens vlak achter elkaar. De oudste dochter van Dick heeft veel op onze jongens gepast. Dan gingen ze samen wandelen. En samen met mijn vrouw Janny kwamen ze me dan ophalen bij de Nemaho. We hebben nog lang contact gehad met de familie Overbeek. Er waren wel georganiseerde activiteiten met het personeel. Zeevissen bijvoorbeeld. Of een jubileum. Maar bij mijn eigen vijfentwintigjarig jubileum, in 1986, waren de verhoudingen onder het personeel vertroebeld. Dat jubileum heb ik alleen gevierd met mijn eigen gezin en Tjeerd Bakker met zijn vrouw. Ik heb er wel de gouden Nemaho-speld aan overgehouden. Dus geen Pont-speld, want Pont was toen al ‘de tent uit’. Er waren vijandige groepen ontstaan. Bakker en ik aan de ene kant. Henk Bosch en Anton Borgijink aan de andere kant. Die hadden het niet zo op Bakker. Misschien dat ze daarom door Bakker zijn ontslagen. Waar dat aan lag? Er was bijna geen werk. Dat kwam onder andere door koersveranderingen tussen gulden en dollar. Iedereen werd kriebelig. ‘Bosch doe je best, verkoop wat!’ werd er dan geroepen. De sfeer was om te snijden. Ik was redelijk vrij. Als het me niet zinde ging ik naar de bouw toe. Of buiten de deur een broodje eten met Tjeerd Bakker. Wat speelde er in het laatste jaar? Tijdens de surseance, in mei 1988, werd ik ontslagen. Een moeilijke tijd. Ik liet het er niet bij zitten en ging naar de rechter. Wat trouwens maar een paar mensen deden. Tot het laatst toe stond ik aan de kant van Tjeerd Bakker. Ook nadat wij beiden bij de Nemaho weg waren. We waren dus allebei ontslagen en tot het eind van 1988 heb ik met Tjeerd rondgezworven. Hij zocht steun bij allerlei partijen. In Duitsland bij Lübbert Holzleimbau, bijvoorbeeld. In Parijs bij onze verkoper Jossermoz. Er is zelfs contact geweest met Israëli’s. Bakker wilde de Nemaho voortzetten. Redden. Er was alleen geen geld. De oude eigenaar Pont had zelf al genoeg problemen gehad. Nemaho was sinds een jaar of twee in handen van een soort hedge fund.50

50

Venture Fund Rotterdam.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

101

De rechter bepaalde eind 1988 dat mijn ontslag doorging en dat ik nog een jaar loon kreeg doorbetaald. Dus ook een jaar kon doorwerken. Inmiddels had Nemaho een doorstart gemaakt met Van der Lugt als nieuwe eigenaar. Die stelde een adjunct-directeur aan. En die gaf me een ‘warm onthaal’ toen ik in januari 1989 terugkwam. Hij wist wel een klus voor me: ‘Weet je wat, ga maar naar de kluis in de kelder. Daar liggen allemaal oude tekeningen, formulieren en opdrachten. Alles wat ouder is dan twaalf jaar mag verbrand worden.’ Ik zei: 'Vertrouw je dat wel? Dat ik tot twaalf kan tellen?' Tussen de middag heb ik in de stad mijn advocaat gebeld. Die zei dat ik gewoon met mijn opdracht door moest gaan en dat hij de nieuwe adjunct-directeur zou bellen. Die zei, na de pauze: ‘ik heb er nog eens over zitten denken. Het is eigenlijk niet goed voor je. Weet je wat... ga maar naar huis.’ Dat heb ik meteen zwart op wit laten zetten, want ik wilde natuurlijk niet ‘onwettig afwezig’ zijn. En zo kreeg ik tot nader bericht verlof om thuis te blijven. Of dat archief van Nemaho in vlammen is opgegaan weet ik niet, maar mijn eigen spullen van de Nemaho heb ik na mijn ontslag bijna allemaal verbrand. Foto’s, folders, logo’s. Het was de frustratie van dat moment. Woede en verdriet.

Heeft u nog wel spullen van Nemaho over? Ja, een stuk spant dat Janny en ik van onze familie kregen voor onze koperen bruiloft. Er stond op geschreven ‘t spant d’r umme’. Het heeft lang over de oprit van ons huis in Zelhem gestaan. En natuurlijk de gouden speld voor mijn vijfentwintigjarig dienstverband. Ik ben ook de bezitter van de windwijzer van de toren van het poortgebouw. Voor veel collega’s is het een mysterie waar dat ding is gebleven. Bij mij dus. Toen de toren werd gesloopt, ergens in de jaren zeventig, heb ik van Van Putten toestemming gekregen om hem mee te nemen. Er waren zoveel gegadigden dat ik met de sloper heb afgesproken de windwijzer discreet aan mij te geven. In de werkplaats. Ik heb hem laten zandstralen. In Zelhem heeft hij nog een tijd in mijn voortuin gestaan. Het stelt een vrachtwagen met een groot spant voor die ‘tegen de wind in’ rijdt. Een mooi stukje smeedwerk. En een mooi aandenken aan mijn tijd bij de Nemaho. Want al was het laatste jaar echt negatief, ik heb toch meer dan vijfentwintig jaar bij Nemaho gewerkt. Met plezier.

Deze tekst is de uitwerking van twee gesprekken met Arnold Hebbink in zijn woonplaats Hengelo (Gelderland). De gesprekken vonden plaats op 23 april 2015 en 25 april 2016.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


102

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink


NEMAHO – Interview Arnold Hebbink

103

CV Arnold Hebbink 1938 1952 1953 1956-1960 1960-1962 1962 1968 1974 1971-1987

1987-1988 1988 1989 1989-1993 1993-2003 2003

Geboren te Zelhem Lagere Technische School (Ambachtsschool) Voorbereidend Middelbaar Technisch Onderwijs (VMTO) Ook wel: Uitgebreid Lager Nijverheids Onderwijs (ULNO) HTS Bouwkunde te Utrecht Militaire dienst Constructeur bij Nemaho Chef Montage Projectleider Oman Projectmanager in: Nederland; Duitsland; België; Engeland (Scunthorpe); Ierland (Cork); Oman (Seeb International Airport); Saoedi-Arabië (Djedda); Koeweit (Koeweit-stad); Verenigde Arabische Emiraten (Ruwais); Israël (diverse bouwwerken) en Oost-Maleisië (Bintulu) Bedrijfsleider Ontslag bij Nemaho door reorganisatie na surseance Vertrek bij Nemaho Gewerkt bij diverse bouwbedrijven Eigen Bouwkundig Adviesbureau, samen met echtgenote Janny Pensioen

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


104

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Arnold Hebbink


105

NEMAHO – Interview Fons Landewé

Interview Fons Landewé

‘Ik wilde met mijn voeten in de houtkrullen staan’ Ing. A.B. (Fons) Landewé Adjunct-directeur van 1988 tot 2006 Voordat Fons Landewé als adjunct-directeur bij Nemaho kwam, had hij al jaren ervaring met het ontwerpen en produceren van gelamineerde spanten. Als directeur bij Lijmhout in Uden, maar ook als eigenaar van adviesbureau Lijmcon. Nadat Nemaho in 1988 een surseance had overleefd en flink was afgeslankt, nam zij Lijmcon over. Als adjunct-directeur van Nemaho zette Fons Landewé zijn kennis en ervaring in om Nemaho er weer bovenop te helpen. ‘Hoe laat ik de olifant weer dansen. Daar kwam het op neer.’ Interview door Jan Kramer

U heeft een flinke staat van dienst in de houtbranche. Al van kinds af aan zat ik met hart en ziel in het hout. Ik kon al eerder trappen timmeren dan tekenen. Dat kwam door mijn vader: hij was een supertimmerman, een ‘goddelijke vakman’. Van hem kreeg ik de liefde voor het hout mee. Later had ik op mijn bureau altijd twee oude schaven van hem liggen. Hij liep naast zijn schoenen van trots toen ik op de ambachtsschool voor mijn examenwerkstuk timmeren in drie categorieën de eerste prijs had gewonnen.

Fons Landewé in 2001 (Fotograaf L.J. Stronks)

Toen ik op mijn veertiende jaar van de ambachtsschool kwam ging ik meteen aan het werk bij een aannemer, maar ben ook door blijven leren. ’s Avonds na het werk, en in de weekenden. Van mijn broers, die ook allemaal ‘in het hout’ zijn gegaan, ben ik degene die het verst heeft doorgeleerd. Na tien jaar flink blokken haalde ik mijn HTS-diploma en was ik ingenieur. Het was pittig: in het avondonderwijs begon ik in een klas met vijfentwintig leerlingen, daarvan waren er na vijf jaar nog vijf over.

Welke ervaring had u voordat u bij Nemaho begon? Ik heb, onder andere, acht jaar bij de overheid gewerkt. Voor de gemeente Oldenzaal. Het was een goede baan en op mijn vierentwintigste jaar was ik hoofdopzichter met een goed salaris. Maar er was teveel ambtenarij. Ik wilde meer ‘actie’ en solliciteerde bij het vers opgerichte

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


106

NEMAHO – Interview Fons Landewé

bedrijf Lijmhout in Uden. Ze waren gespecialiseerd in gelamineerd hout en complete kapconstructies.51

Wat deed u bij Lijmhout in Uden? Ik begon daar in 1968 als adjunct-directeur. Toen Wouter Visser52, de oprichter en directeur van Lijmhout in 1973 plotseling overleed ben ik hem opgevolgd. Kende u Nemaho al toen u bij Lijmhout in Uden werkte? En of! Lijmhout was een van de vijanden van Nemaho, want we maakten ook gelijmde en gebogen spanten. Nemaho was hautain. Dat bleek als wij als concurrenten weer eens bij elkaar zaten, omdat we een vuist moesten maken richting de machtige staal- en betonbranche. Nemaho behandelde ons als kaboutertjes. Wij waren het aanzien niet waard in de ogen van Nemaho. Dat kwam natuurlijk omdat Nemaho, tot in de jaren vijftig, bijna een monopolie had op de markt van gelamineerd (gelijmd) hout en gelamineerde spanten. Ze gedroegen zich arrogant en deden uit de hoogte. Aan die luxe positie van Nemaho kwam een eind toen er concurrentie opdook: Verbeko, Heko en Drakon verschenen zo rond begin jaren zestig op het toneel. En vanaf 1966 ook Lijmhout uit Uden. Onze eerste directeur van Lijmhout, Wouter Visser, kwam zelf van Verbeko. Ik was goed op de hoogte over hoe ze bij Nemaho over ons dachten. Ook over wat anderen van de Nemaho vonden. En als Lijmhout in Uden weer eens een opdracht voor de neus van Nemaho had weggekaapt waren in Doetinchem ‘de rapen gaar’. Dat wist ik.

Hoe bleef u op de hoogte van Nemaho, uw toenmalige concurrent? De houtwereld is klein. De verkopers ontmoetten elkaar. Je kwam elkaar tegen op beurzen en congressen. En de ‘tamtam’ ging altijd door. Je deed ook waardevolle informatie op omdat aannemers regelmatig kwamen shoppen. Ze hadden een opdracht gekregen van een architect en liepen dan met het ontwerp langs diverse spantenmakers. ‘Doe eens een voorstel, maak eens een prijsje.’ Soms kwamen de aannemers binnen met een offerte van de Nemaho. Met tekening en al. Wat wij ervan vonden. Of het nog goedkoper kon. Je kreeg zo dus een prachtig inzicht in wat Nemaho en andere spantenmakers deden. Andersom gold hetzelfde: Nemaho zag ook onze offertes en tekeningen voorbijkomen. Lijmhout groeide. De verhouding met Nemaho werd er daardoor niet beter op. We waren felle concurrenten van elkaar. We zaten immers op dezelfde zeer moeilijke markt te grasduinen. Eerst alleen in Nederland, later ook in Duitsland, waar Lijmhout ging pionieren. Gouden tijden zijn er in de wereld van het gelijmde spant nooit geweest, maar Nemaho kon zich handhaven doordat ze veel exporteerde, want eigenlijk was ze te groot voor de Nederlandse markt.

51 52

Omschrijving van Lijmhout in personeelsadvertentie van Lijmhout in De Telegraaf, 20 mei 1972 Ir. Wouter K. Visser

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Fons Landewé

107

Had u weleens rechtstreeks contact met Nemaho? Ja, in 1974-75. De verhoudingen binnen Lijmhout waren toen niet goed en daarom ging ik ‘buiten de deur kijken’. En heb zo een balletje opgegooid bij directeur Van Putten voor de functie van adjunct-directeur bij Nemaho. Was het uw eerste ontmoeting met directeur Van Putten? Henk Van Putten zat, net als ik, in de Nederlandse Bond van Timmerfabrieken, daar trof ik hem. Ik kende hem dus al voordat ik die open sollicitatie in 1974 deed. Ook nadat Van Putten in 1979 weg was bij de Nemaho trof ik hem bij het Centrum voor Hout Research (CHR).53 Van Putten was daar directeur. Ik ben bij het CHR jaren voorzitter van de stuurgroep geweest, omdat anderen dat als corvee beschouwden. Van Putten bereidde de vergaderingen voor en ik leidde ze. Waarom bent u in 1974 geen adjunct-directeur bij Nemaho geworden? De raad van commissarissen van Nemaho vond het geen goed idee dus het ging niet door. Later werd de sfeer in Uden beter, dus ben ik daar gebleven. Heeft u destijds ook zakelijke contacten met Nemaho gehad? Ja, er werden wel eens opdrachten vanuit de Nemaho aan Lijmhout uitbesteed. Zoals de overkappingen van dertien bovengrondse metrostations van Amsterdam.54 De vijandschap tussen Lijmhout en Nemaho was afgenomen. Maar niet voor lang, want door deze order kregen Lijmhout en de Nemaho juist flinke ruzie met elkaar. Waarover ging die ruzie tussen Lijmhout en Nemaho? Over de liggers (rechte draagbalken) voor de metrostations. Daar kwamen klachten over en Nemaho schoof die af op Lijmhout Uden. De zaak liep uit de hand. Rampgesprekken waren het! Er kwam een rechtszaak die drie jaar duurde. Dit alles speelde onder Nemaho-directeur Bakker en enkele van zijn stafleden. Lijmhout kon aantonen dat, onder andere, de specificaties van de producten fout waren. Uiteindelijk won ik. Waarom bent u weggegaan bij Lijmhout? In april 1983 brandde Lijmhout af. Het hele terrein, negenduizend vierkante meter, lag in de as. De schade liep in de miljoenen.55 Het was een ongunstige tijd: in de bouwsector hadden we net de dip van 1981-82 achter de rug. Misschien was het daarom dat de vier aandeelhouders besloten het verzekeringsgeld niet voor herbouw te gebruiken. Ze stopten met Lijmhout. Wel hebben ze de zaak keurig afgesloten met prima afvloeiingsregelingen voor het personeel. Nemaho vond het niet echt jammer dat we afgebrand waren: een concurrent minder. Ik vermoed zelfs dat ze hun invloed hebben gebruikt om Lijmhout niet meer te laten herbouwen.

53

Later met Houtvoorlichting Instituut (HVI) en de Nederlandse Houtacademie gefuseerd tot Centrum Hout 54 Bron aantal stations: Elan, januari/februari 1989, pag. 44-49, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 89 55

Foto met bijschrift, ‘Houtbedrijf afgebrand’, voorpagina van De Waarheid, 29 april 1983

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


108

NEMAHO – Interview Fons Landewé

Hoe zou Nemaho het niet herbouwen van Lijmhout hebben beïnvloed? Zo’n vijf weken na de brand kregen de commissarissen van Lijmhout een brief van de Nederlandse Bond van Timmerfabrieken. De Bond had overleg gehad met diverse producenten in de branche en hun conclusie was dat het beter was als Lijmhout niet werd voortgezet. De markt zou ook zonder Lijmhout al verzadigd zijn. Als ik het heb over beïnvloeding, dan denk ik dat Nemaho een flink aandeel had in dit ‘advies’ van de Bond. Wat deed u na de brand bij Lijmhout? Na de brand ben ik op mijn tweeënveertigste voor mezelf begonnen en heb adviesbureau Lijmcon opgericht. Waarvan ik directeur en enige aandeelhouder was. Vijf jaar heb ik constructies van gelamineerd hout ontworpen en verkocht. Ook heb ik marketingadvies gegeven. Ik liep al jaren rond met plannen om voor mezelf te beginnen. Ik had al productieruimtes ontworpen en speelde zelfs met de gedachte om in Indonesië te beginnen. Maar bij Lijmhout kwamen nieuwe mogelijkheden, dus het was niet aan de orde. Toen Lijmhout na de brand niet werd voortgezet, ben ik toch begonnen met mijn bureau Lijmcon. Als adviesbureau, zonder productiehallen dus. Ik had drie personen in dienst. Welke moeilijkheden kwam u tegen toen uw met het bureau Lijmcon begon? Je begint helemaal vanaf de grond. Vanaf nul. En in de branche riepen ze: ‘Wat knap, wat moedig dat je hiermee verder gaat.’ Maar van diezelfde branchegenoten ondervond ik tegenwerking. De spanten die wij als bureau ontwierpen liet ik uitvoeren bij mijn voormalige ‘conculega’s’. Wat me meerdere malen is gebeurd is dat spantenfabrikanten (ook Nemaho) ineens vooruitbetaling eisten voordat ze aan mij zouden leveren. Vooruitbetaling is wel gebruikelijk, maar niet onaangekondigd en een paar dagen voor levering. Ik werd dus onder druk gezet, moest hals over kop wat bij de bank regelen om zo de toegezegde levertijden aan mijn eigen klanten te kunnen nakomen. Deze tegenwerking vond ik vreemd, want ik spekte met mijn order de omzet van die spantenfabrikanten. Ze hadden mijn bedrijf als een soort bedrijfsbureau kunnen inzetten. Maar ik had genoeg van deze capriolen en bestelde mijn spanten voortaan in het buitenland. Vooral in Duitsland. Toch werkte ik graag als zelfstandig constructeur. Maar ik miste het contact met de praktijk: ik wil met mijn voeten in de houtkrullen staan.

Wat deed u om weer ‘met de voeten in de houtkrullen’ te staan? Er deed zich een kans voor. Via de ‘tamtam’ hoorde ik steeds vaker dat het slecht ging met de Nemaho en ik voelde dat het uit elkaar aan het vallen was. Met wat mensen heb ik toen gekeken of we de Nemaho konden overnemen. We hebben de markt en de vooruitzichten bestudeerd en naar de financiering gekeken. Let wel: dit was nog voordat Nemaho in 1988 surseance van betaling aanvroeg.56

56

Zie ‘Nemaho van surseance naar doorstart, 1988’ in het hoofdstuk Uitgelichte Aspecten.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Fons Landewé

109

Wat was het euvel bij Nemaho, volgens u? Ze hadden schulden, er werd niet genoeg en ook verkeerd geïnvesteerd. Daarbij was het hele kader de laan uitgestuurd. Wat is er volgens u gebeurd bij dit ‘kaderontslag’ in 1986? In 1986 ontsloeg directeur Bakker in één keer het hogere kader van de Nemaho: de procureur, het hoofd constructiebureau, het hoofd verkoop en het hoofd financiën. De oorzaak van dit ‘kaderontslag’ is, volgens mij, dat men in het bedrijf niet open en eerlijk naar elkaar was. Je krijgt dan ‘klieken’. Mensen gaan samenspannen. Dit verschijnsel is al begonnen onder directeur Van Putten. Nog vóór de komst van Bakker in 1979 dus. Bakker wilde van die klieken af. Hij heeft daarom al vóór 1986 mensen ontslagen. En die kwamen dan bij mij in Uden bijpraten. Of noem het stoom afblazen. Of noem het uithuilen. En zo wist ik hoe het er in Doetinchem voor stond. Slecht verkoopbeleid. Vakmensen weg. Slechte sfeer. Geklets achter de rug om. Hoe is het verder gegaan met uw plan om Nemaho over te nemen? Door de surseance bij de Nemaho kwam ons plan in een versnelling. We hebben toen in een gesprek met de bewindvoerder Palstra een bod op de Nemaho gedaan, maar uiteindelijk zijn we afgehaakt. Onze conclusie was dat we er te veel geld in moesten steken. Want Nemaho had wel verstand van handel en financieren, maar het ontbrak ze al een tijd aan vakmanschap doordat de kaderleden waren weggestuurd. Ook de financiële afwikkeling in het buitenland had voor ons te veel haken en ogen. Er was in ieder geval contact gelegd met curator Palstra en ik was in beeld. Houthandelaar Ronald Van der Lugt uit Rotterdam was óók een van de geïnteresseerden in Nemaho en hij ging verder. Hij werd de nieuwe eigenaar.

U werd adjunct-directeur bij Nemaho. Hoe kwam u in beeld bij Van der Lugt, de nieuwe eigenaar? Ik ben getipt door Martin Zwienink, toen projectleider bij Nemaho. Zwienink ging weg, kort na de ontslaggolf van 1988. Op eigen initiatief, hoewel hij mocht blijven. Hij was bang dat er door zijn vertrek te weinig vakmanschap zou overblijven bij de Nemaho. Vandaar dat Zwienink mij tipte: ‘Ga eens praten met Van der Lugt. Je zou het gat dat ik achterlaat mooi kunnen invullen.’ Zwienink kende ik via de Nederlandse Bond van Timmerfabrieken. Hij zat daar, net als ik, op de afdeling Technische Vraagstukken. U heeft toen contact gezocht met Van der Lugt? Ja, nadat Ronald Van der Lugt de Nemaho had gekocht, heb ik hem gebeld en heb een avond met hem gesproken. Dat was eind 1988. Ik kende hem voor die tijd niet. Na een week hadden we weer overleg, in Uden. En we kwamen eruit. Ik zou adjunct-directeur worden. Kwam u in dienst bij Nemaho of was er een andersoortige relatie? Nemaho heeft alle aandelen van Lijmcon overgenomen. Er werd gefuseerd.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


110

NEMAHO – Interview Fons Landewé

In de Benelux en Engeland opereerden we onder de naam BV Lijmcon. Activiteiten in andere gebieden werden onder de naam Nemaho uitgevoerd.57

Heeft de fusie met Nemaho banen gekost bij uw adviesbureau Lijmcon? Nee, na de overname konden twee van mijn personeelsleden ergens anders beginnen. Een derde personeelslid van mij is oorspronkelijk meegekomen naar Nemaho, maar is later voor zichzelf begonnen. Heeft Martin Zwienink u bij Nemaho ingewerkt? Nee, want die was (bijna) weg toen ik binnenkwam. Ik ben door niemand ingewerkt. Ik heb gekeken waar ik zat, wie wat deed en vond zelf mijn weg. Wat trof u aan toen u in Doetinchem begon? Ik trof een chaos aan: Veel vakkennis was overboord gegooid door het ontslag van het kader in 1986. Het personeel was lamgeslagen en vastgeroest. Alle verkopers waren weg. Het transportbedrijf GTW was ‘uitgestapt’. Het toezicht op het Duitse zusterbedrijf Lübbert was niet meer onder controle. Mijn uitdaging was: ‘Hoe laat ik de olifant weer dansen?’ Daar kwam het op neer.

Welke indruk kreeg u van het gevoerde beleid bij Nemaho? Nemaho had niet of onvoldoende doordacht geïnvesteerd. Ik vond dat Bakker een halfslachtig beleid had gevoerd. Wil je stukwerk of wil je serieproductie? Voor beide is iets te zeggen, maar maak een keuze. Nemaho was van huis uit projectmatig van opzet, dus deed vooral aan stukwerk. Maar het verkoopbeleid van Nemaho hinkte op twee benen: ze wilden zowel projectmatig als seriematig produceren. Heeft Nemaho onder Van der Lugt wel bewust gekozen voor serie- of stukproductie? Nee. Ze deden beide. Maar als je het goed aanpakt kun je daar toch voordeel uit halen. Hoe kun je serie- en stukproductie goed combineren? Door heel goed te plannen. Een voorbeeld. We hadden de zogenoemde ‘standaardspanten’ in ons assortiment. Dat zijn simpele, rechte spanten (liggers). In maten die een meervoud zijn van standaard plankdiktes in de handel. Dat geeft minimaal materiaalverlies bij schaaf- en zaagbewerkingen. Het summum van seriematig produceren. Heb je je machines eenmaal in een bepaalde maat lopen? Combineer dan en draai daarmee meteen de planken die je (veel) later voor een gebogen spant nodig hebt. Of andersom: spant maken? Combineer die order dan na instelling van de machines meteen met een partij hout voor standaardspanten met diezelfde plankmaten. Doorkachelen! Heel belangrijk is dat je zeer

57

Persbericht van Lubox/Van der Lugt, januari 1989, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 3

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Fons Landewé

111

goede planningen maakt. Niet impulsief gaan produceren. Je moet ver vooruit kijken en onderzoeken wat je kunt combineren. Zo kun je verdienen.

Werkte dit beleid? Als de productie zich niet aan de planning houdt, gaat het voordeel verloren. Het gebeurde te vaak dat er zomaar ‘lekker’ een dagje standaardspanten werden gedraaid. Uit een soort gemakzucht. Zo zag je dat de scherpte bij beide takken van sport, serie- en stukwerk, verminderen. Met strak produceren volgens een goede planning hadden we er meer uit kunnen halen. Later is het standaardspant bij ons uit het assortiment gegaan. De concurrentie produceerde het goedkoper. Hoe heeft u ‘de olifant weer laten dansen’ toen u bij Nemaho binnenkwam? De eerste prioriteit bij mijn komst naar Nemaho was het doorbreken van de passiviteit onder de mensen van de werkvloer. Al wil ik de mensen die daar toen waren niet tekort doen. De vijfentwintig overgebleven personeelsleden hadden net dertig van hun collega’s zien vertrekken. Die waren ontslagen nadat de surseance in 1988 was omgezet in een doorstart van Nemaho. Dat werkte verlammend. Onder de blijvers waren enorme vakmensen. Sommigen hadden zin om door te gaan, maar een groot deel was vastgeroest en niet gemotiveerd. Ze zeiden ja, maar deden nee. Die passiviteit wilde ik zo snel mogelijk omzetten in zelfvertrouwen. Waaruit bleek dat vastgeroest gedrag bij het personeel? Een voorbeeld. Veel malstellers waren ontslagen of arbeidsongeschikt verklaard (malstellers zijn degenen die aan de hand van de bouwkundige tekening de kromming van een spant instellen op de lijmmal). De enige malsteller ging een week op vakantie. De rest zei dat ze zijn werk niet konden overnemen. We zouden dus één week geen spanten meer kunnen maken! Dat kun je je als bedrijf natuurlijk niet veroorloven! Toen heb ik het zélf gedaan, met assistentie van een paar werknemers. Het vers ingelijmde lamellenpakket heb ik vastgezet aan het eind van de mal. En met beleid de lijmklemmen (spindels) stuk voor stuk aangedraaid. Je zag ze kijken: een directeur kan natuurlijk nóóit zelf een spant maken. Ze hadden het mis! Pas na een tijd kregen ze genoeg zelfvertrouwen om het van me over te nemen en het zelfstandig te doen. Ik kreeg langzamerhand goed contact met de werkvloer en kon prima met ze samenwerken. Al bleef een enkeling nog een tijdje tegenwerken. Ze merkten dat ik wist waar ik het over had.

U kwam van Brabant naar de Achterhoek. Was er verschil in mentaliteit? Oost-Brabanders in de Peel beloven snel iets, en menen dat ook oprecht. Maar je moet ze wel achter de vodden zitten om te zorgen dat ze hun belofte nakomen. Achterhoekers (en ook Twentenaren) kijken eerst de kat uit de boom. Heb je eenmaal hun vertrouwen dat kun je echt op ze bouwen. U trof een bedrijf aan met een lege verkoopafdeling, hoe is die weer bemand? Er was inderdaad geen enkele verkoper uit de tijd van Bakker overgebleven. Van der Lugt heeft nieuwe verkopers gezocht. Helaas wisten ze vaak niet veel van gelijmde en gebogen spanten. Er

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


112

NEMAHO – Interview Fons Landewé

was bijvoorbeeld een verkoper die uit de betonsector kwam. Daar was ik niet blij mee, want je moet technisch inzicht hebben om verder te kunnen vragen als je een schets of voorstel van de klant krijgt. Wat is het doel van de constructie? Dan kun je advies geven over zaken waar de klant niet aan heeft gedacht.

Transportbedrijf GTW was ‘uitgestapt’. Hoe heeft u dat opgelost? Na de surseance vervoerde GTW niet meer voor Nemaho. Waarschijnlijk omdat zij, net als andere schuldeisers, gedupeerd waren en maar een klein deel van hun geld hadden teruggezien. In mijn tijd als directeur van Lijmhout werkte ik samen met transportbedrijf Verhoeven uit Uden. Die heb ik ‘meegenomen’ naar de Nemaho, vanaf het moment dat ik binnenkwam. Welke ervaring had u met transport toen u bij de Nemaho kwam? Ik heb veel praktische ervaring met spantentransport opgedaan toen ik nog met Verhoeven werkte. We zochten zelf de routes uit. Want grote transporten kunnen niet overal langs of onderdoor. Alle fouten hebben we daar wel gemaakt. Routes moet je natuurlijk testen en dat heb ik ook zelf gedaan. Vaak in het weekend, met de familie in de auto. We maakten er een zondags uitje van. Ook in mijn Doetinchemse tijd deed ik dat nog regelmatig. We hebben zo heel wat van Nederland gezien. We werkten achteruit: eerst naar de bestemming en dan naar huis rijden. Na een tijd kwam je dan weer op bekend gebied, waar je de beperkingen en mogelijkheden al van kende. Ik had een zelfgemaakte, uitschuifbare buis met maatverdeling in de auto liggen. Om doorgangshoogtes van viaducten te meten. Als de doorgang krap was kon je nog gaan meten of je een paar centimeter kon winnen door midden over de weg te rijden. Of juist aan de kant. Bij een te kleine doorrijhoogte ging je, met een wegenkaart bij de hand, andere routes proberen. Ook de bochten controleerde ik, bij erg lange transporten van bijvoorbeeld veertig meter. Gewoon door met mijn stappen de afstanden op te meten.

Wat leverde al die route-uitzoekerij op? Voor de klant had je het transportprobleem alvast opgelost. En je kon een offerte inclusief transportkosten aanbieden. Als je daarbij duur vervoer over water had voorkomen, was je vaak goedkoper dan de concurrentie. Dikke kans dat je de opdracht dan ook kreeg. Dat gold zowel voor Lijmhout als later bij de Nemaho. Zusterbedrijf Lübbert was ook onderdeel van de chaos die u aantrof. Wat was het probleem? Er waren een paar problemen. Om te beginnen: onder Bakker werd de verkoop in Duitsland bij Lübbert Holzleimbau door Doetinchem geregeld. Een van de kaderleden had daarvoor intensief contact met hen. Lübbert was puur een productiebedrijf geworden. Na het kaderontslag liet Bakker de verkoop aan de Duitsers zelf over. Na de surseance, bij mijn komst, bleek dat drie van die Duitse vertegenwoordigers van Lübbert samen een eigen bureau waren begonnen en daar onze orders wegkaapten.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Fons Landewé

113

Wat speelde er nog meer rond Lübbert? Lübbert gaf ook interne problemen bij de Nemaho, veroorzaakt door drie Duitse personeelsleden. Ze stonden onder contract met Lübbert en waren in Doetinchem gestationeerd. Op de afdeling planning zaten twee Duitsers voor twee en een halve dag in de week. Zij pendelden tussen Duitsland en Doetinchem. En je had de Duitse bedrijfsleider, ingenieur Krahl. Hij was de hele week in Doetinchem en had een kamer in de toren van het poortgebouw. In de weekenden ging Krahl naar huis in Duitsland. Deze drie mensen zorgden voor spanning binnen Nemaho. Wat was de oorzaak van de spanning rond ‘de Duitsers’? De Duitse planners ontliepen Van der Lugt en mij. Ze vonden de nieuwe situatie maar niks en wilden niets overleggen. Ze werkten achter mijn rug om. Ze vonden dat hun prioriteit lag bij orders voor Lübbert zelf. Kwam er bijvoorbeeld iets voor zusterbedrijf Bermaho in Frankrijk binnen, dan lieten ze dat rustig liggen. Dat gaf frictie. Mensen van de werkvloer legden de planningen van ‘de Duitsers’ stiekem aan mij voor. Om te horen wat ik ervan vond. De spanning rond bedrijfsleider Krahl was van andere aard. Zijn commanderende, snauwende toon en zijn gejaag botste met de Achterhoekse mentaliteit. Hij was gehaat op de werkvloer. Ik denk ook omdat hij alleen Duits sprak en niet van plan was Nederlands te leren hoewel hij al jaren in Doetinchem werkte. Zelf kon ik goed met hem overweg. Ik respecteerde hem als een enorme vakman (Zimmermeister) die hard en lang werkte. Dat ik Duits sprak en ook de Duitse vaktermen kende maakte het contact tussen ons wel makkelijker. Ik dacht dat hij Günther heette, maar we spraken elkaar aan met Herr.

Is die spanning rond ‘de Duitsers’ opgelost? Het probleem is vanzelf opgelost toen het contract van de planners met Lübbert was afgelopen. Lübbert heeft ervoor gezorgd dat ze ergens anders konden beginnen. Hetzelfde geldt voor Krahl, die is later op dezelfde manier ergens anders begonnen. Wie hebben het gat van de vertrekkende Duitsers opgevuld? Niemand. Andere mensen kregen het werk erbij. Het was een soort bezuiniging. Had u ook contact met Lübbert in Duitsland? Regelmatig, want bij Lübbert werd heel makkelijk gedacht over het ‘oplossen’ van problemen. Ze hadden de neiging Nemaho meteen overal verantwoordelijk voor te stellen. Een beetje huiswerk gaf mij soms verrassende inzichten. In Polen, bijvoorbeeld, waren spanten gescheurd in een gebouw van Lübbert dat was getekend door Nemaho. Na een kleine studie zag ik dat onze oorspronkelijke tekening door een aannemer was veranderd, waardoor de constructie wel moest scheuren. Dat scheelde ons een claim en een lange rit naar Polen. Kon u niet van Lübbert afkomen? We konden het contact met Lübbert niet zomaar afbreken. Constructies, door hen geplaatst, vielen ook onder onze verantwoordelijkheid. We hadden ze nodig omdat in Duitsland voor gelijmde houten spanten verplicht langdurige garanties gelden. De zogenoemde borgstelling. Zelfs als er na jaren een scheur in een spant kwam moest je dat oplossen.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


114

NEMAHO – Interview Fons Landewé

Was die Duitse borgstelling niet een enorm blok aan het been? Dat viel mee. Duitse bedrijven krijgen voor die borgstelling als compensatie een riante aftrek van de Duitse Belastingdienst. Deze compensatie was zo gunstig dat ook een partnerbedrijf daarvan kon profiteren. Dat was allemaal keurig volgens de wettelijke regels, je moest ze alleen wel kennen. Overigens hadden we na 2000 geen contact meer met Lübbert. Hoe dat zo kwam weet ik niet precies. Laten we teruggaan naar Doetinchem. Hoe was uw relatie met Van der Lugt? Ik kon goed overweg met Ronald Van der Lugt al ging het soms‘hard tegen hard. Van der Lugt was directeur, commissaris en grootaandeelhouder van Nemaho. Hij was een grote speler in de houtwereld en zat in een boel zaken, maar de hoofdmoot was zijn handelsmaatschappij Lubox Beheer. Ook Nemaho was een onderdeel van Lubox geworden. Wanneer ging het ‘hard tegen hard’ met Van der Lugt? Als het ging over zijn inkoop van het hout. Van der Lugt was een echte ‘houtboer’ zoals we dat in de houtwereld noemen. Net als houthandel William Pont, die tot 1986 eigenaar was van de Nemaho. Houtboeren (wat geen negatieve term is) zijn pure handelaren, ze willen vooral veel omzet maken. Op zich prima. Maar ze gaan af op koopjes, waardoor bij Nemaho kwaliteitsproblemen ontstonden. Ook in de tijd van Pont was er veel houtafval door de slechte kwaliteit van de aanvoer. Voorbeelden van slechte kwaliteit: veel noesten, dus zwakke plekken in het hout. Of verkeerd gezaagde planken, die aan de ene kant hol trekken en aan andere kant bol.58 Het effect van slechte kwaliteit is dat je veel afval hebt én dat je achteraf ook nog claims van klanten kunt verwachten doordat de spanten kunnen scheuren of kieren. Hoe heeft u de inkoop van slecht hout aangepakt? Toen ik de slechte kwaliteit van het aangeleverde hout bij Van der Lugt aankaartte zei hij: ‘Klaag niet achteraf over kwaliteit, maar vooraf.’ Dat deed ik voortaan en eerlijk is eerlijk: op deze manier kon ik goed met Van der Lugt werken. Hij luisterde naar mijn advies en vertrouwde op mijn vakkennis. Samen gingen we wel eens stapels hout keuren. Plank voor plank. Hij kon zelf constateren hoe slecht de kwaliteit soms was. Ik heb wel eens vrachtwagens vol hout teruggestuurd. Van der Lugt had dan weer eens een deal gemaakt. Maar hij ging akkoord met mijn aanpak, omdat we daardoor aantoonbaar minder afval hadden. Van der Lugt wilde van mij een soort zwarte lijst hebben met daarop de leveranciers waar ik geen hout van wilde hebben. Ik gaf hem ook een lijst van houtkwaliteiten die ik niet kon gebruiken. Hij hield zich er keurig aan. Hij kocht in wat ik wilde. Wat nieuw was voor Nemaho.

58

Het ‘hart’ van het hout verloopt binnen de plank. Aan ene zijde onderin, aan de andere zijde boven. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Fons Landewé

115

Goed hout inkopen betaald zichzelf dus terug, heeft u een voorbeeld? We ontwikkelden het product ‘trapspil’ en dat was een verkoopsucces, vooral omdat ik met de houtleverancier heb uitgedokterd welk hout van welke zagerij hij moest leveren. Een hele uitzoekerij, maar ik durf te zeggen dat het een perfect product is geworden. Het scheurde niet en het trok niet krom (iets wat trapspillen snel doen). Geen klachten. Geen claims. Van der Lugt erkende uw vakmanschap. Ja, een leuk voorval was het volgende. Ik liep samen Van der Lugt de afwerkhal in, de deuren stonden open en de zon scheen schuin op een groot spant dat ik voor het eerst zag. Ik zei: ‘Daar zit hout in van twee verschillende zagerijen. Het linker deel komt van zagerij X en het hout aan de rechterkant komt van zagerij Y.’ Van der Lugt: ‘Dat kun jij nooit zien, en zeker niet vanaf die afstand.’ Ik: ‘Links is de glans anders dan rechts.’ We keken van dichtbij naar de kopse kant en naar de jaarringen. Ik had gelijk. Van der Lugt gaf ruiterlijk toe dat ik er echt verstand van had. Zag u Van der Lugt vaak? Van der Lugt kwam een of twee dagen per week. Dan belde hij me ‘s ochtends. ‘Fons, loop je even mee?’ En dan liepen we langs de houtloods, de droogkamer, de afdeling langhout en zo de hele fabriek door. Waarna we rond tien uur bij elkaar gingen zitten. Van der Lugts accountant, Ruud van Dijk, zat er dan ook bij. Hij was de concern-accountant van Van der Lugt en beheerde vanuit zijn standplaats bij Nemaho alle maatschappijen van Van der Lugt’s concern Lubox. Van Dijk werkte de hele week vanuit zijn kantoor in het bedrijfsbureau van Nemaho. Ging Van der Lugt ook over het verkoopbeleid? Ja, Van der Lugt bemoeide zich óók met de verkoop en marketing, wat ik lastig vond, want hij kende de markt voor gelamineerde spanten niet voldoende. Zoals gezegd had hij de nieuwe verkopers zelf geselecteerd. Bij Lijmhout in Uden had ik het geluk dat de hoofdaandeelhouder weliswaar een echte houthandelaar was, maar mij alle vrijheid liet op het gebied van verkoop. U heeft gevoel voor commercie. Ik zie mezelf niet als een commercieel persoon, ik kende vooral de markt voor gelamineerd hout door en door. Maar als ik een verkoopgesprek houd, houd ik er eigenlijk twee tegelijk. Het gaat niet alleen over prijzen en techniek, maar het gaat er óók om of je aan de praat kunt blijven met de klant. Ging ik bijvoorbeeld naar de potentiële opdrachtgever voor een tennishal? Dan keek ik naar tennis op de televisie en wist dus van de toppers uit die wereld, van uitdrukkingen en soorten slagen. Ik verdiepte me in de interesse of de hobby van de opdrachtgever. Dat werkte. Verschilde uw visie met die van Van der Lugt? Ik vond dat Nemaho in 1989 te snel van start ging. De herstart van Nemaho had ik me als volgt voorgesteld: begin als het ware weer in de eerste klas van de basisschool. Met dat veel kleinere personeelsbestand moet je rustig beginnen. Zowel op het gebied van productie als ook met de inkoop van hout. Raak vertrouwd met de nieuwe situatie. Laat ook de klanten en leveranciers even wennen. Herwin hun vertrouwen in Nemaho. Maar Van der Lugt wilde snel vaart maken, vooral op de afdeling verkoop. Alsof je de basisschool overslaat en meteen doorgaat naar het voortgezet onderwijs. Dat vond ik teveel, te

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


116

NEMAHO – Interview Fons Landewé

snel. De verkoop deed beloften die we (nog) niet konden waarmaken. En dat ook nog tegen te scherpe, te lage, prijzen. We hadden bij die surseance in 1988 toch gezien waartoe te mooie verhalen konden leiden?

Werden offertes met te lage prijzen niet nagekeken? Er werd niet teruggekoppeld met de technische afdelingen, waarschijnlijk uit een soort misplaatst eergevoel van de verkoopafdeling. Iets laten checken vond men misschien een teken van zwakte. Misschien kwam het ook door de heersende gewoonten in de houthandel, de branche waar Van der Lugt en de door hem geworven verkopers in thuis waren. Als je puur met houthandel bezig bent is calculeren of het maken van offertes vrij simpel. Met een paar vuistregels kun je klanten ter plekke een aanbod doen. Dat werkt daar prima. Begrijpelijk. Maar in de spantenwereld is het gevaarlijk om uit de losse pols prijzen te gaan maken of zelfs te gaan stunten. Zeker als je onbekend bent in die branche. Gelamineerde spanten zijn tenslotte gecompliceerde, bewerkelijke producten. Ik noem twee voorbeelden van hoe je verlies kunt leiden op een order. De verkoopprijs van de constructie is te laag gecalculeerd. Of de prijs is correct berekend maar tijdens de productie kijkt niemand meer naar die calculatie. Men gebruikt bijvoorbeeld zomaar een duurdere houtsoort voor de order. Of spanten worden bijvoorbeeld, zonder bouwkundige reden, dikker of hoger uitgevoerd dan is berekend en geoffreerd. Met onrealistische, te lage prijzen haal je die order weliswaar binnen en kun je scoren, maar doe je jezelf als bedrijf langzaam de das om. Ik bleef erop hameren. Bij de verkoop zag ik ze denken: ‘Daar heb je die Landewé weer.’

Hoe kon u die calculaties beoordelen? Ik kon in één oogopslag zien of een calculatie grofweg klopt. Met mijn zelf berekende kengetallen. Al in mijn Lijmhout-tijd ben ik daarmee begonnen. Het kost wat moeite, maar het is zó handig om die kengetallen te hebben! Voorbeeld: geef me van een tennishal de oppervlakte in vierkante meters en ik weet grofweg hoeveel kuub hout er nodig is. En hoeveel ijzerwerk. Ook voor bijvoorbeeld maneges of zwembaden had ik zulke kengetallen. Wijkt de calculatie daarvan te sterk af? Ga dan de boel eens narekenen. Voor veel deelbewerkingen had ik óók kengetallen. Hoeveel minuten reken je bijvoorbeeld per gat in een spant? Hoe verzamelde u de gegevens van die kengetallen? Ik schaam me niet om wat te vragen. Was er een nieuw soort project op komst, dan ging ik in de fabriek vragen hoeveel tijd zij daarvoor nodig zouden hebben. En hoeveel materiaal. Daar waren ze natuurlijk huiverig voor, maar ik verzekerde ze dat ze het realistisch moesten inschatten. Ik zei: ‘Ga de zaken niet te rooskleurig aan me voorstellen. Je wordt er niet op afgerekend. Ik draag de verantwoordelijkheid voor de cijfers.’

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Fons Landewé

117

Calculaties heb ik veel gemaakt, en als die af waren liet ik ze altijd checken door iemand van de werkvloer. Dat is geen zwakte, dat is verstandig. Heb ik iets over het hoofd gezien? Door mogelijke tunnelvisie van mezelf? Ik neem wat aan van een ander. En omgekeerd was het ook zo dat een gekozen productiemethode de praktijkmensen soms verraste. In de geest van: ‘Ja, zo kan het nog eenvoudiger.’ Van bepaalde projecten maakte ik een soort schaduwcalculaties en hield die aan tegen de offertes die Leonie, onze directiesecretaresse, de deur uit deed.

Hoe zag uw dag eruit? Elke morgen begon ik met mijn ronde door het bedrijf. Alle afdelingen. Ik las de meters: hoe vochtig is het de afgelopen uren geweest, en hoe warm of koud. Hoe staan de werkstukken erbij? Wat is er al af? Ik wilde niet alleen maar in een mooie directeursstoel zitten. Ik wilde de spullen zien. En de productie. Zo zag ik situaties die verbeterd konden worden. Moesten mensen te zwaar tillen bijvoorbeeld? Welke verbeteringen heeft u zoal doorgevoerd? Ik heb bijvoorbeeld voor het instellen van de lijmmallen een minder omslachtige manier bedacht. Om dat uit te testen stelde Van der Lugt vijfentwintig duizend gulden beschikbaar voor een proefopstelling. Het klopte: de nieuwe methode leverde tijd en geld op. Bepaalde stappen in de voorbereiding konden we voortaan overslaan en er waren minder afgekeurde spanten. (Zie het kader op de volgende pagina: ‘Fons Landewé over zijn lijmmallen nieuwe methode’) Heeft u nog meer verbeterd? Een ander rendementsvraagstuk was: kan een werkstuk met minder, maar dikkere planken gemaakt worden? Ja dat kan, maar dan moet je anders werken. Je hebt minder speling. Je moet nog secuurder werken, maar hebt minder verlies aan hout. Het commentaar bij het invoeren was natuurlijk: ‘Ja, maar… we hebben het altijd anders gedaan.’ Het bestaande automatiseringssysteem was gelukkig flexibel, we konden het redelijk makkelijk aan nieuwe methoden aanpassen. Zijn er op lijmgebied ontwikkelingen geweest in uw tijd? Het gebruik van lijmen is vereenvoudigd. Voor mijn komst werd gelamineerd hout voor ‘buiten’ gelijmd met dure, weersbestendige lijm. Overige spanten, voor het gebruik binnen, kregen goedkopere lijm. De nieuwe filosofie was: gebruik voor alle spanten één soort lijm59 die voor buitengebruik geschikt is. ‘Binnenspanten’ krijgen daardoor wel duurdere lijm, maar dat wordt ruim gecompenseerd doordat je de lijmmachine niet meer hoeft om te stellen. Alleen bij spanten bestemd voor extreme weersomstandigheden gebruikten we, zoals vanouds, de duurste, tropenbestendige lijm60. Maar dat was een uitzondering.

59 60

Melamine, ook wel MF genoemd (melamine-formaldehide) Resorcinol, ook wel RF genoemd (resorcinol-formaldehyde)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


118

NEMAHO – Interview Fons Landewé

KADER Fons Landewé over zijn ‘lijmmallen nieuwe methode’ Bij het maken van gebogen spanten was er een deel in de productie waar het erg aankwam op fingerspitzengefühl en ervaring. Dat deel was het instellen van de curve op de lijmmal. Als een spant, na droging, uit de lijmklemmen wordt gehaald, veert het iets terug. De ronding van het spant is dan, blijvend, iets groter dan die van de mal. Om de maat van die ronding exact gelijk te krijgen met die van de tekening moet je het spant op de mal dus iets te ver doorbuigen. Een correctie dus. Ondanks al het vakmanschap bleef die terugveercorrectie toch een soort ‘nattevingerwerk’. Het controleren van dat eerste spant was omslachtig. Zelfs als dat spant in één keer goed was. Het spant moest ter controle naar een ander deel van de hal worden getakeld om het daar op een tekening op ware grootte (!) te leggen. Het is efficiënter om de mate van terugvering exact te weten in plaats van te schatten. Ik heb dat terugveren van gebogen spanten precies gemeten. Voor elke soort hout, elke dikte lamel, elke radius. Zo kon op de tekenkamer al een gecorrigeerde tekening worden gemaakt. Na losdraaien van de lijmklemmen kwam je dan uit op exact de bedoelde maat. Ook leerde ik de mensen hoe ze de ronding van de mal zélf konden meten en aftekenen. Aan de hand

van de tekening op schaal. Met spijkertjes en touwtjes. Tot die tijd gebruikten ze voor het instellen van de ronding een model op ware grootte. Dat werd elke keer op maat gemaakt, via een omslachtige methode. Als het eerste spant niet goed was, werd het niet weggegooid, maar met extra planken vergroot en daarna in de juiste curve bijgeschaafd. De lijmmal moest zo worden gecorrigeerd dat het tweede spant wél goed was. Wat was de winst van de nieuwe instelmethode? - Minder correcties van het 1e spant. Van de eerste spanten was voorheen 1 op de 6 fout, nu nog slechts 1 op de 10. - Een tussenmodel op ware grootte werd overbodig doordat rondingen nu rechtstreeks op de mal werden ingesteld. - Snelle en secure controle van de spanten, zonder extra intern transport en omslachtig getakel. - Bij nieuwe en oude methode geldt: als het 1e spant correct is kun je, zonder iets aan te passen, verder met de resterende identieke spanten van de order. Gek genoeg duurde het anderhalf jaar voordat iedereen dit tijdbesparende systeem zonder morren had overgenomen.

Bent u ook hele nieuwe wegen ingeslagen? In de tijd van Van der Lugt hebben we een nieuwe tak opgezet: tuinhout. De productie van schuttingen, pergola’s, blokhutten en tuinhekjes, een groot deel ervan was gebogen hout, bijvoorbeeld kleine bogen.61 Dat gebeurde in de oude verfhal.

61

Tekst in Nemaho-brochure, na 2000. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 73.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Fons Landewé

119

Er was veel vraag naar, vooral uit Engeland. Er werd zelfs een drieploegendienst ingesteld om de vraag bij te kunnen houden. Er was alleen geen ploegbaas, dus geen toezicht. Dat kost je productie, want men staat te vroeg met de jas aan. De tuinhoutafdeling bleef ook in de tijd van directeur Stronks actief, dus na 2000. Zeker toen we de hardingstijd voor de lijm drastisch verkortten door het toepassen van hoogfrequente verwarming werd tuinhout een mooi voorbeeld van serieproductie. De bogen gingen in een buigpers. En terwijl de lamellen voor de volgende boog werden klaargezet, was de oude al gehard. Kwestie van minuten in plaats van uren. Typisch serieproductie als in een ‘knakworstfabriek’.

Wat bedoelt u met ‘knakworstfabriek’? Zo noem ik de ideale serieproductie. Van voren het varken erin, van achteren de blikken met knakworst eruit. Naar onze situatie omgezet: dagen achter elkaar dezelfde maat hout verwerken. Daardoor geen omsteltijden van machines. Flink doorproduceren dus. Het is een bedenksel van Amerikanen geweest. Zij kwamen eind jaren zeventig aanzetten met het seriematig produceren in hout. Met echte productielijnen. In Europa hebben de Zweden en Denen dit nieuwe verschijnsel toen goed opgepikt. Heeft u zelf nog meer ‘knakworstproductie’ toegepast? Ja, een goed voorbeeld is de ‘carportboog’. Ik denk er met veel voldoening aan terug. Er kwamen vanuit Duitsland veel aanvragen voor kleine bogen van een bepaalde afmeting. Het bleek om bogen voor carports te gaan. Uit beleefdheid liet ik altijd een offerte maken, maar we kregen zo’n order nooit. We waren te duur. En onze levertijd van vijf weken was veel te lang. Ik stelde Stronks voor om te onderzoeken of we er tóch iets mee konden. Hij gaf groen licht. En ik ging het uitdokteren. Mijn doel was om die carportbogen goedkoop en direct te kunnen leveren. Dan kom je niet heen om seriematig werken: dagenlang produceren zonder het omstellen van machines. Slechts één soort. En alleen te koop in pakken van vijf, geseald in folie. Altijd direct leverbaar uit voorraad. ‘Knakworsten’ dus. We begonnen rustig en die carportboog liep goed! Afnemers riepen regelmatig: ‘Doe er ook maar een paar pakken carportspanten bij.’ Het werd een impulsartikel, zoals je bij de kassa van de supermarkt nog even iets lekkers meepakt. Vooral Duitsers waren er gek op. We kregen op dit gebied, vreemd genoeg, geen concurrentie. Die carportboog was een echt succes! Nu denk ik wel eens: als er actief op was verkocht hadden we het meervoudige kunnen verkopen.

Waarom heeft Van der Lugt Nemaho in 2000 verkocht? Ik denk dat hij niet genoeg grip had op gelamineerde, gebogen spanten. Misschien ging het ook te slecht met Nemaho.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


120

NEMAHO – Interview Fons Landewé

U werd daar als technisch-directeur niet in betrokken? Van de aanstaande komst van Leo Stronks is mij niet veel verteld. Van de achtergronden van deze wissel weet ik ook niet veel. Er werd weinig over gemeld. Wat veranderde er bij Nemaho nadat Van der Lugt het had verkocht? Eerst werd Nemaho opgesplitst in Nemaho Houtconstructies en Nemaho Houtproducten. Van die laatste werd Leo Stronks de nieuwe directeur/eigenaar. Van der Lugt bleef eigenaar van het onroerend goed. Dus van de gebouwen en de grond.62 Na de komst van Leo Stronks kreeg ik de functie van technisch verkoper. Maar eigenlijk was ik een manusje-van-alles. Ik maakte berekeningen en calculaties, deed commerciële gesprekken en bleef bezig met mogelijke nieuwe producten. Met twee collega’s werkte ik heel prettig samen. We waren een goed team. De inkoop van hout verliep voortaan via Leo Stronks. Veel invloed op de kwaliteit van het ingekochte hout had ik niet meer. Leo ging zijn eigen gang. Hij maakte geen gebruik van mijn vakkennis op dat gebied. Dat was jammer en naar mijn idee minder efficiënt. Zoals ik al vertelde bepaal ik het liefst zelf welk hout er komt. Ik wil onafhankelijk werken. Dat was vroeger bij Lijmhout zo, en ook heb ik Fons Landewé (rechts) ontvangt van directeur Leo Stronks dat later bij Van der Lugt kunnen een foto van zichzelf ‘in actie’ op het bedrijfsbureau. Dit bereiken, al was het met enige gebeurde tijdens de feestelijke personeelsavond ter moeite. Bij Leo was dat voorbij, maar gelegenheid van het 80-jarig bestaan van Nemaho op ik probeerde wel advies en tips aan 6 oktober 2001 (Fotograaf onbekend, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 141) hem te geven. Hij legde het accent op Scandinavisch en duurzaam hout, maar ook in die sector kun je qua afmetingen en soorten slim inkopen. Wat betreft verkoop hadden we als Nemaho Houtproducten weinig inbreng, de opdrachten kwamen nu binnen via Nemaho Houtconstructies. Dat Van der Lugt had verkocht aan het Deense bedrijf Limtrae. Alle spanten langer dan twintig meter werden sowieso in Denemarken geproduceerd. Het overige, en dus het ‘kleinere werk’, ging naar Nemaho Houtproducten. Voor ons was de tijd van de spraakmakende, zware transporten voorbij.

Wat deed u het liefste? Een draaiboek maken. Moeilijk, maar wel prachtig en dankbaar werk! Ik kon daar mijn ziel en zaligheid in leggen. Van een compleet project de hele planning uitknobbelen. Van het eerste ontwerp via de productie en het transport tot aan het monteren op de bouwplaats. Het doordenken van het project tot in de kleinste details.

62

Zie ‘Directeuren en eigenaren Nemaho 1921-2009’ in het hoofdstuk Uitgelichte Aspecten.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


121

NEMAHO – Interview Fons Landewé

Mensen zijn de grootste moeilijkheidsfactor bij het organiseren. Daarom maakte ik die draaiboeken. Dat deed ik al langer, maar voor Nemaho was het iets nieuws.

Voor welke grote projecten heeft u zoal draaiboeken gemaakt? Het gaat vooral om de periode Van de Lugt, dus van 1989 tot 2000. Distributiehallen voor supermarktketen Schuitema bijvoorbeeld. En ik denk vooral aan de Engelse uitbreiding van Sporthuis Centrum (Center Parcs) in Nottingham. Of het zwembad in Cambridge. Loeien van spanten waren dat! Door de afwijkende omstandigheden en het vervoer over zee was een draaiboek bij die Engelse projecten geen overbodige luxe. Hoe maakte u zo’n draaiboek? In gedachten zie je het complete gebouw voor je. Dan ga je, als het ware, de bouwfilm terugdraaien. Welke onderdelen zijn het laatst nodig, welke het eerst? En op welke plek wil je ze hebben op de bouw? Elk onderdeeltje rubriceerde ik, zodat iedereen precies kon zien wanneer het gemaakt moest worden, met welk transport het mee ging en waar het op de bouw kwam te staan. Op alle onderdelen, van groot tot klein, stond een nummer dat in het draaiboek was terug te vinden. Dat draaiboek had ik naast me liggen. Als er iemand belde met een vraag hoefde ik alleen maar het nummer van de tekening of het onderdeel te weten. Op een schema aan de muur kleurde ik precies in hoever de planning was gevorderd. Het werkte prima. Er zijn bouwplaatsen waar ik nooit ben geweest om te controleren.

Spanten voor een zwembad in het Britse Cambridge worden klaargemaakt voor transport. Voor de productie en het vervoer van de lange, S-vormige spanten was een draaiboek onontbeerlijk (Foto collectie Hissink)

Wat ging er beter door het draaiboek? De productie ging systematischer, was beter te sturen. Zonder regie begint men alvast aan de grote spanten, want ‘dat schiet lekker op’. Ogenschijnlijk. ‘De rest doen we straks wel.’ Juist dát zorgt voor overbodig verplaatsen, terugstapelen en afdekken. Dus hou je aan het draaiboek. IJzeren discipline! Geen smoezen. Geen: ‘Ja, maar…’ Geen paniek in de tent. Draaien! Tegen de mensen zei ik: ‘Neem desnoods een hele dag de tijd om alles te controleren. Je zult zien: het loopt bijna vanzelf.’ En dat was ook zo. Ik wilde ook dat bij het laden van grote vrachten de projectleider vanaf het begin aanwezig was. Al was het vier uur in de ochtend. Om te checken.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


122

NEMAHO – Interview Fons Landewé

Wat moest er zoal gecheckt worden bij een transport? Is de vrachtbrief volledig? Is het ijzerwerk van de smid aanwezig? Wat is de volgorde van de transporten? Eerst een vrachtwagen met ‘het kleine spul’: dozen met bouten, spijkers en schroeven. Dan een vrachtwagen met spanten in de goede volgorde. Op de bouw waren dan de ankerschoenen (waar de spanten in komen) al op de juiste plek bij de fundamenten neergelegd. De spanten werden er op volgorde bijgelegd. Ook de pakketten gordingen (dwarsverbindingen) hoorden precies te staan waar ze nodig waren. De dag erna kwam de kraanwagen en alles kon in één keer gehesen en gesteld worden. Draaiboeken maken vond u dankbaar werk. Ja, al mijn ervaring met systematisch produceren en transport zat erin. Kennis opgebouwd uit wat ik van fouten geleerd had. Vooral in mijn tijd bij Lijmhout ben ik door schade en schande wijs geworden. Het geeft veel voldoening als je ziet dat de productie soepel loopt. Door het denkwerk dat je er tevoren hebt ingestopt. Deze tekst is de uitwerking van vier gesprekken met Fons Landewé. De gesprekken vonden plaats op 30 maart 2015 en 20 juni 2016 in Doetinchem, en verder op 11 juli 2016 en 30 mei 2017 in Gendringen, de woonplaats van Fons Landewé.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Fons Landewé

123

CV Fons Landewé 1941 1953 circa 1955 1961 circa 1965 circa 1965 1968 1973 1974 1979 circa 1979 circa 1983 1983 circa 1989 1989 2000 2006

Geboren te Oldenzaal Ambachtsschool te Oldenzaal Leerling bij aannemer in Oldenzaal. Intussen doorleren via leerlingstelsel: gezellenopleiding, daarna meesteropleiding Militaire dienst, 2 jaar Gemeente Oldenzaal. Hoofdopzichter, 8 jaar HTS diploma ing. Resultaat van jaren avondstudie Adjunct-directeur bij Lijmhout in Uden Directeur bij Lijmhout na overlijden van directeur ir. Wouter K. Visser Open sollicitatie voor adjunct-directeur bij Nemaho Niet doorgegaan. Bij Lijmhout Uden gebleven Nevenfunctie: Centrum voor Hout Research (CHR), voorzitter stuurgroep Nevenfunctie: Nederlandse Bond van Timmerfabrieken, afdeling Technische Vraagstukken Lijmhout Uden afgebrand63 Oprichting eigen adviesbureau Lijmcon Adjunct-directeur bij Nemaho Fusie Lijmcon en Nemaho64 Nieuwe functie van technisch verkoper, na komst Leo Stronks als directeur/eigenaar van Nemaho Houtproducten Pensioen bij Nemaho

Totaal 4 dienstverbanden en 51 jaar gewerkt

Terug naar inhoudspagina

63

De Waarheid, 29 april 1983 en De Telegraaf, 29 april 1983 (concrete datum wordt niet genoemd). Persbericht Lubox spreekt van 1 januari 1989, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 3, Artikel in Hout Management Nieuwbrief spreekt over 1 feb 1989, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 90. 64

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


124

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Fons Landewé


NEMAHO – Interview Dick Overbeek

125

Interview Dick Overbeek

‘ Onze transporten begeleiden, als politieman. Dat deed ik het liefste’ D.W. (Dick) Overbeek Tekenaar, calculator, chef timmerfabriek, kwaliteitscontroleur en begeleider van zware transporten van 1949 tot 1988 Dick Overbeek heeft, in de kleine veertig jaar dat hij bij Nemaho werkte, het bedrijf van haver tot gort leren kennen. Er zit een grote variatie in de functies die hij bij de spantenfabriek heeft gehad. Ook na zijn vervroegde pensioen in 1988 werd er door Nemaho een beroep op hem gedaan. Dick, maar ook echtgenote Dot (Th. Overbeek-Arendsen), hebben heel wat interessante anekdotes uit de Nemaho-tijd. Interview door Jan Kramer

Hoe bent u bij Nemaho begonnen? Toen ik van de ambachtsschool kwam heb ik een tijdje gewerkt bij aannemer Kolkman in Doetinchem. Via Peter Wilten, die vertegenwoordiger was bij de Nemaho, ben ik getipt dat ze daar een tekenaar nodig hadden. In 1949, ik was twintig, werd ik aangenomen als tekenaar en meteen ‘voor de leeuwen gegooid’: de berekeningen van de constructeurs, die we toen ‘statikers’ noemden, omzetten in gedetailleerde bouwtekeningen. Ik had daar geen ervaring mee, maar ik keek de kunst af van de andere tekenaars, die me graag hielpen. Ik heb het vak daar goed geleerd. Uiteindelijk heb ik zelfs de Houtkamphal van Doetinchem getekend. We liepen daar op de tekenzaal rond in witte jassen. Dat zag er goed uit. Dot: ‘Ik was minder enthousiast: de ellebogen van die jassen moest ik steeds verstellen. Die sleten natuurlijk.’ De gouden erespeld van Dick Overbeek Hij kreeg die ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum (1949-1974) bij Nemaho. De letters WP staan voor William Pont, het moederbedrijf van Nemaho. De speld is afgebeeld op ware grootte (Foto en bewerking Jan Kramer)

Dick: ‘Al werkend op de tekenzaal kreeg ik steeds meer contact met klanten, architectenbureaus en aannemers. Als die belden met moeilijke vragen over prijzen of leverdata verwees ik ze aanvankelijk door naar Theunissen, de chef van de tekenkamer. Maar steeds vaker speelde hij die vragen juist aan mij terug. Zo werd ik, eigenlijk door toeval, specialist in het contact met klanten. Ook omdat andere tekenaars daar misschien geen zin in hadden. Dat werk lag me wel en het ging me goed af.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


126

NEMAHO – Interview Dick Overbeek

Waarmee had u zoal te maken als u klanten aan de telefoon had? Klanten wilden bijvoorbeeld weten waar de spanten bleven. Ik ging dat uitzoeken. Er was namelijk veel geld gemoeid met het huren van kranen. Soms gunde een klant ons een opdracht nog voordat hij een prijs had, als Nemaho de leverdatum maar keihard kon garanderen. Er kwamen ook weleens klachten. Als er bijvoorbeeld een scheur in een spant was ontstaan. Ik hoorde het verhaal aan en ‘ving de eerste klappen op.’ Waarna de verantwoordelijke de zaak afhandelde en ter plaatse poolshoogte ging nemen. Soms was ik daar bij. U bent ook calculator geweest? Ja, later ben ik ook de kostprijs van opdrachten gaan berekenen. Hoeveel hout ging erin zitten, hoeveel arbeidsuren in het lijmen, buigen en afwerken? Wat zal het transport gaan kosten? Dat soort dingen. Dat alles gebeurde nog steeds midden op de tekenzaal. Zo kon je snel technisch overleg plegen als dat nodig was. Ik kwam met een kostprijs. De afdeling verkoop zette daar dan een percentage bovenop en daarna ging de offerte ter goedkeuring naar adjunct-directeur Pape, voordat de klant hem kreeg. In die tijd ben ik ook een poos naar Brussel uitgezonden.

Hoe kwam u in Brussel terecht? Nemaho had een paar bouwwerken lopen op de wereldtentoonstelling Expo 58 in Brussel. Het was nodig dat daar mensen van ons bij waren. Voor de begeleiding. Ze vroegen mij en ik had daar wel zin in, ook omdat er een extra bedrag tegenover stond. Het was 1957 en onze jongste dochter was nog een baby. Met onze vertegenwoordiger Klaas Frik reed ik maandagmorgen mee, en we kwamen dan vrijdagavond weer terug. En dat een half jaar lang. Op het tentoonstellingsterrein stonden een paar bouwwerken van ons, en midden in Brussel werd een informatiecentrum met een ‘schaaldak’ 65 gebouwd voor de Expo. Pal voor het verkoopkantoor van Nemaho België aan de Place de Brouckère.66 Waren er vragen of problemen? Dan kwamen wij op de proppen. We hadden alle tekeningen bij ons. De bouwvakkers waren gedeeltelijk eigen mensen. Een deel was lokaal. Ik droeg daar nooit een overall. Hoe was het om elkaar als gezin door de weeks niet te zien? Dot: ‘Het was goed te doen, ik was natuurlijk ook druk met mijn twee jonge kinderen. We hadden geen telefoon, dus je hoorde de hele week niks van elkaar.’ Dick: ‘Ik heb één keer een kaartje gestuurd.’ (lacht)

65

Zie de folder over dit gebouw met het schaaldak NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 130. Zie de ECAL Nemaho-film nr. 490 over Brussel vanaf frame 08:45. Deze film, die gaat over de bouw van het informatiecentrum van de Expo 58, is volgens Dick Overbeek vanuit het raam van het verkoopkantoor opgenomen. 66

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Dick Overbeek

127

Was u vrijwilliger voor Brussel? Had de rest geen zin? Ik werd gevraagd. Maar toen ik al een tijd bezig was merkte ik duidelijk aan het kribbige gedrag van een collega dat hij zich gepasseerd voelde. De rest had, denk ik, geen trek om de hele week van huis te zijn. Heeft u veel van Brussel gezien? Dat valt wel mee. ’s Avonds liep ik een ommetje. In plaats van in een hotel overnachtte ik op ons kantoor aan de Place de Brouckère. En maakte daar zelf mijn eten op een kookplaatje. Ik had weinig luxe nodig. Klaas Frik ging er ’s avonds wel op uit. Geen idee waar naartoe. Door sober te leven heb ik toen een brommer bij elkaar gespaard. Een Sparta! Later, toen de Expo 58 aan de gang was, gingen we met collega’s en echtgenoten kijken in Brussel. Daar vroegen de mannen aan mij of ik kon laten zien waar de rosse buurt was. Alsof ik dat zou weten! Dot: ‘Ons hotel stond juist midden in die buurt, zo bleek ‘s avonds.’ Ik was natuurlijk erg trots op die Sparta-brommer. Dot en ik gingen er samen op uit. Je zag mensen soms denken: ‘Waar doen die lui het van?’ Dot: ‘Dick en de fietsenmaker hebben me nog brommerles gegeven, maar dat schakelen met die versnellingen heb ik nooit onder de knie gekregen.’

Veranderde er veel door die Sparta? Dot: ‘We werden een stuk mobieler. Ik ging bij Dick achterop de brommer. Voor een leuke trip naar Duitsland bijvoorbeeld, helemaal naar Hagen of Emden. Of met z’n drieën naar Zutphen. Samen met ons dochtertje. Die zat dan tussen ons in.’ Heeft u steeds op de tekenzaal gewerkt? Dick: ‘Nee. Na mijn Brussel-avontuur kwam ik wel terug op de tekenzaal, maar snel daarna vroegen ze mij voor de timmerfabriek van Nemaho. We noemden dat ook wel ‘de schaafloods’. In dat losstaande gebouw aan de Oude IJssel werden spanten voor ligboxstallen gemaakt. Dat gebeurde dus helemaal buiten de productie van grote, gelijmde spanten om. Ik deed alles zelf: calculeren, tekenen en spanten maken. Ik was een soort ‘eigen baas’. Soms kreeg ik wel extra hulp. Tussendoor ging ik ook regelmatig als politieman mee met transporten van grote spanten.’ U ging mee als politieman? Ik was hoofdagent bij de reservepolitie. In Doetinchem assisteerde ik regelmatig bij evenementen als voetbalwedstrijden van De Graafschap, carnavalsoptochten of de intocht van Sinterklaas. Het was vaak in het weekend en ik vond dat schitterend werk! Al onder directeur Deleth ging ik met de grote Nemaho-transporten van spanten mee om ze te begeleiden. Ik weet eigenlijk niet eens meer hoe ik erbij betrokken ben geraakt. Voor die politieklussen moest ik natuurlijk steeds toestemming vragen aan de commissaris. Je mag niet zomaar in je uniform gaan rondlopen. Hoe werkt dat begeleiden van transporten? Ik reed achter de vracht aan. In mijn eigen ‘luxe wagen’, een blauwe Volkswagen Kever. Of met een auto van de zaak. Met de knipperlichten aan, in uniform en met de pet op. Door het open

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


128

NEMAHO – Interview Dick Overbeek

raam gaf ik met gebaren aanwijzingen aan het andere verkeer. Zo kon ik scheurneuzen die wilden inhalen waarschuwen. Als ze teveel haast hadden hield ik ze tegen door links van het transport te rijden. Bij sommige punten reed ik naar voren om het verkeer te regelen of tegen te houden, want zo’n gevaarte van dertig, veertig meter deed er wel even over om een kruising over te steken. Het regelen begon al bij de eerste bocht aan de Keppelseweg in Doetinchem. Verkeer stoppen en de paaltjes bij de rotonde eruit halen. Ik had daar een sleutel voor. Daarna vlug die palen terugzetten en dan als een speer naar Langerak om de vrachtauto weer te volgen. De rest van de route ging meestal wat vlotter. Prachtig was dat!

Was u gewapend? Er hing een pistoolholster aan mijn riem, maar die was leeg. Een gummiknuppel had ik wel. Die ligt nu in het nachtkastje. (lacht) Dot: ‘Oh jee!’ (lacht) Heeft u wel eens vreemde dingen meegemaakt met die transporten? Ik heb nooit gevaarlijke dingen meegemaakt en heb ook nooit op mijn strepen hoeven staan. Voor het uitdelen van bekeuringen had ik trouwens geen bevoegdheid. Wel heb ik meerdere malen aan wegpiraten uit moeten leggen hoe link het is om, net voor de bocht, een transport van meer dan dertig meter in te halen. Leed uw werk niet onder uw politieactiviteiten? Het begeleiden van de transporten wás het werk, ik deed het op verzoek van Nemaho. De zware transporten mochten alleen ’s avonds rijden. Dus na mijn gewone werk kwam ik ’s avonds in mijn uniform terug. Het was een soort overwerk. Maar wel heel leuk overwerk. Mijn taken overdag kwamen maar héél zelden in de knel. Ging u ook mee met internationale transporten? Eén keer ben ik helemaal meegegaan naar Gent in België. Met spanten voor het dolfinarium daar. Ik reed het hele eind met mijn eigen auto mee. Met mijn arm uit het raam om het verkeer tot kalmte te manen. Dot ging ook mee en zat naast me. Het was een lange dag, want we waren al om zes uur ’s morgens weggereden. We waren zo moe dat we maar niet zijn teruggereden. Die nacht hebben we in de auto geslapen. Dot ging trouwens wel vaker met me mee. We reden samen een keer naar Limburg, omdat ik daar een vergeten onderdeel op een bouwplaats moest afleveren. We hebben daar nog lekker asperges zitten eten. Wat zeiden uw collega’s als u in uniform op het werk verscheen? Iedereen was eraan gewend. De meeste collega’s waren trouwens ’s avonds toch al thuis. Soms noemde iemand me wel eens ‘bromsnor’67, maar dat was alles.

67

Een knorrige politieman uit een populair kinderprogramma op de televisie.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Dick Overbeek

129

Het politiewerk begon al onder directeur Deleth, hoe was hij? 68 Dot: ‘Ik vond het een hautaine man. Hij zag er wél altijd netjes uit en hij rook ook lekker.’ Dick: ‘Soms kon je ruiken dat hij in de buurt was en dan riep je: ‘hij komt eraan!’ Hij kwam wel eens op de tekenafdeling en liep dan langs de tekenborden. Of stond ineens achter je. Commentaar had hij zelden. Een groet kon er amper vanaf. Hij had wel altijd mooie auto’s zoals een Ford of een Buick. Toch zorgde Deleth goed voor zijn personeel: toen Dot en ik in 1951 trouwden konden we terecht in een van de noodwoningen vlak bij de Nemaho.

Hoe was die tijd in de noodwoning? We waren er blij mee, want veel jonge echtparen zoals wij moesten, door de woningnood, bij hun ouders inwonen. We hadden het dus getroffen. De huizen waren zeer eenvoudig, maar dat was ook hun charme. We denken er bijna met heimwee aan terug. Het was een mooie tijd. Totaal hebben we er zes jaar gewoond tot aan 1957. We woonden in een soort dorpje van noodwoningen dat directeur Deleth had laten bouwen, aan het Zaagmolenpad, dus tegen de Nemaho aan. Ik ging in de pauze gewoon naar huis. Wij hadden zelf geen speciale naam voor onze wijkje. We woonden gewoon ‘bij de Nemaho’. Maar mensen verderop noemden ons buurtje Het Witte Dorp, omdat de huizen wit geschilderd waren.69 In het huis was geen badkamer of douche, daarvoor ging je dan ’s zaterdags naar het badhuis in het centrum van Doetinchem. In Doetinchem waren trouwens wel meer woningen zonder badkamer.70 Dochter Annemie van Dot en Dick Ons water was waarschijnlijk grondwater, maar Overbeek in de tuin van een van de gratis. Je deed de was altijd in gelig water. overburen in het rijtjeshuis van de noodwoningen. In de jaren vijftig. Op de achtergrond de Nemaho met de toren boven de poort (Foto familie Overbeek)

We betaalden maar twee en een halve gulden huur per week. Op voorwaarde dat we moesten verhuizen als het huis zou worden opgeëist. Dat gebeurde na een jaar of zes, toen de portier van Nemaho overleed en zijn weduwe, mevrouw Van Gelder, niet meer in de portierswoning boven de poort kon blijven wonen. Er werd voor haar een nieuwe woning gezocht. Dat werd dus ons huis. Dot: ‘Voor die lage huur hadden we ook een enorme tuin. Daarvan hebben we ook de overbuurtjes Lisa en Rissie Schmidt (uit het rijtjeshuis) laten profiteren, want de tuin was te groot voor ons alleen. We verbouwden groente en aardappels, maar hadden last van de

68

Ir. H. Ernst Deleth, directeur en deels eigenaar van Nemaho van 1934 tot 1968. Zo genoemd door bewoners van de Plakhorst-buurt nabij Nemaho. Bron: Gerrit Knake, 2015. 70 Mevr. L. Maatkamp-van Zuilekom, 2016 69

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


130

NEMAHO – Interview Dick Overbeek

konijnen. Die aten onze nieuwe aanplant meestal dezelfde dag nog op. Iemand in de buurt wist raad en kwam met ‘de rioolwatertruc.’ Vlakbij ons was de waterzuivering, toen nog aan ‘onze kant’ van de IJssel. Met het ingedikt rioolwater uit zo’n bassin goten we een ring om elk nieuw gepoot plantje. Dat hielp! De konijnen bleven ervan af. Wel kon je de emmer na zo’n actie weggooien. Stinken! Niet meer schoon te krijgen.

Had u goede contacten in de buurt? Dick: ‘We waren collega’s. We konden goed met elkaar opschieten.’ Dot: ‘Het was een gezellige tijd. De kinderen kwamen ook bij elkaar over de vloer. En er werd op elkaars kinderen gepast. Bijvoorbeeld op die van de familie Bohny, aan het begin van de straat. We kennen de namen van de kinderen nog steeds. Hansruedi Bohny was een Zwitser en deed research voor Nemaho. Hij was daarvoor veel op reis. Zijn auto, zo’n mooie Citroën DS, noemde hij dan ook zijn Düsenjäger (straaljager). We hadden nog lang contact met de Bohny’s. Ook toen we al weg waren uit de noodwoning. Op een dag kwam Hansruedi overstuur bij ons: ‘Mijn kind is verbrand!’ riep hij. Hij bedoelde zijn geesteskind: de lijmhal. Die is in 1961 helemaal afgebrand.71 Voor hem was dat een laboratorium, want hij was als research-ingenieur altijd bezig het lijmprocédé te verbeteren. Wat vond u mooi aan die tijd in de noodwoning? Dot: ‘Het leven was nog zo eenvoudig. Neem bijvoorbeeld die ene keer, laat op de avond, dat de huiskamerdeur open ging en onze driejarige dochter naar binnen kwam lopen. Ze was uit het slaapkamerraam geklommen en buitenom door de voordeur weer naar binnengegaan. De voordeur deed je toen niet op slot. In ieder geval niet overdag. De kinderen speelden gewoon buiten. Heel soms moest iemand ze met hun fietsje bij de Keppelseweg vandaan halen, maar verder was er een zee van ruimte.’ Dick Overbeek (links) met Jan Ebbing bij enkele noodwoningen aan het Zaagmolenpad. In de jaren vijftig. Dot Overbeek: ‘Jan Ebbing werkte, net als Dick, ook op de tekenzaal. Jan en zijn vrouw waren goede vrienden van ons. We zijn wel veertig keer met ze op vakantie geweest.’ (Foto familie Overbeek)

71

Naast onze tuin, richting Keppelseweg, lag een flink stuk grond van boer Jan Hendriksen. Hij was vaak met zijn paard het land aan het bewerken, en dan riep hij non-stop commando’s naar dat paard. Je hoorde de hele dag ‘huu!’, ‘ho!’ en ‘vort!’ Het beest had geen minuut rust, maar je had echt het gevoel dat je op het platteland woonde.

De lijmhal brandde geheel af op vrijdag 8 december 1961. Hij is herbouwd en was eind maart 1962 weer in bedrijf. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Dick Overbeek

131

Hadden jullie wel eens een uitje bij de Nemaho? In ieder geval, zo vanaf begin jaren vijftig, was er wel een keer per jaar een uitstapje met het personeel. Ook de vrouwen gingen mee. Trouwens, veel vrouwen kenden elkaar goed. Ook het ‘hoger’ personeel ging mee, dus de constructeurs, de mensen van het kantoor en de verkoop. De directie was er niet bij. Je was in die tijd nog niet zo mobiel als tegenwoordig. Ook omdat de meesten geen eigen auto hadden. Met zijn allen in een bus was meteen al heel gezellig. De dag kon dan eigenlijk niet meer stuk. We gingen bijvoorbeeld naar Schiphol. Dat moet eind jaren veertig zijn geweest. Mijn vrouw Dot kende ik toen nog niet. Een rondvaart door de havens van Rotterdam kan ik me ook nog herinneren. Dot en ik zijn meegegaan met de trip naar de Drachenfels aan de Rijn, in Duitsland. Met een stoomtreintje reden we met z’n allen langzaam de berg op naar de kasteelruïne. Toen we boven uitstapten hadden we zwarte gezichten, zo hard rookte die stoommachine. Later werd het doel van een uitstapje steeds vaker een project van Nemaho zelf. Zoals de grote hal van het waterlaboratorium in Delft. Na het bezichtigen van de hal zijn we gezellig Delft gaan bekijken. Voor het eigen personeel en hun echtgenoten heeft Nemaho ook een keer de veemarkthal in Doetinchem afgehuurd om de romantische film Sissi te vertonen. Er waren geen stoelen, maar ze hadden banken voor ons klaargezet.

Ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum bij Nemaho krijgt Dick Overbeek (links) de gouden erespeld van directeur Martin Stadermann van moederbedrijf William Pont. De feestelijke huldiging vond plaats in Zaal Vinkenborg in Doetinchem op 23 augustus 1974 (Fotograaf onbekend)

Waren er ook feesten? Dot: ‘We zijn wel eens verkleed naar een feest van de Nemaho geweest. Dat stond in het teken van de charlston. Iedereen had zijn best gedaan en we zagen er allemaal uit of we uit de jaren twintig kwamen. Ik had hier en daar kleren geregeld, ook een mooie hoed voor Dick.’ Dick: ‘Verder waren er wel eens feestelijke gelegenheden zoals jubilea bij lunchroom Vinkenborg in de Hamburgerstraat. Die had een feestzaal op de eerste etage. Ik was daar zelf ook een keer het feestvarken, samen met zes anderen. Mijn zilveren jubileum bij de Nemaho. Directeur Van Putten heeft me daar in het zonnetje gezet. Ik kreeg de gouden erespeld van moederbedrijf William Pont.72

Dot: ‘Voordat we een eigen auto hadden konden we naar feesten meerijden met vertegenwoordiger Wim Koolenbrander. Een joviale man. Op feesten zei Wim altijd: ‘Meid, wat word je toch grijs!’ Dan zei ik: ‘Ik ben liever grijs dan kaal.’ (lacht) Wim was zelf namelijk nogal kaal. En hij had maar een been. Dat kwam door het bombardement van Doetinchem. Daarom reed hij ook in

72

Dick Overbeek, 25 jaar jubileum, op 7 maart 1974. Bron: De Badding, juli 1974, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


132

NEMAHO – Interview Dick Overbeek

een Daf.73 Strikt genomen mocht hij ons niet meenemen in die auto van de zaak, maar hij kneep een oogje toe. Dat zou zijn collega-vertegenwoordiger Peter Wilten niet over zijn hart kunnen krijgen. Een prima man, maar heel strikt met de regels. Hij nam nooit lifters mee, en reed zelf geen meter privé in die auto.’

Hoe ging u weg bij Nemaho? Ik was een van de gelukkigen die na de grote ontslaggolf van 1988 mochten blijven74. Maar ik kon ook een regeling krijgen om met vervroegd pensioen te gaan. Ik was toen zestig. Met Dot heb ik overlegd en dat aanbod geaccepteerd. Niemand wist of Nemaho binnenkort failliet zou gaan. En dan heb je helemaal niets. Echt weg ben ik niet geweest. De nieuwe directie – Van der Lugt was de nieuwe eigenaar van Nemaho – vroeg mij om mee te blijven rijden bij de transporten. Als politieman. Dat heb ik tot kort voor mijn officiële pensioen in 1993 gedaan. Ook hebben ze me gevraagd om collega’s te bezoeken die ziek waren. Voor controle. Na een ziekmelding ging ik bij ze langs om te kijken wat er aan de hand was. Van hun toestand en het verwachtte verzuim bracht ik dan verslag uit aan de administratie. En wat óók nieuw voor me was: op verzoek van de directie ging ik een deel van de bewaking van de Nemaho doen.

Dat bewaken, verstoorde dat uw dagen niet? Ik vond het juist fijn om te doen. Eén keer per dag liep ik een ronde om half zes in de avond. Elke dag. Ook ‘s zondags. Zijn de lichten overal uit? De deuren van de kantoren en werkplaatsen op slot? De machines afgezet? Soms ging Dot mee. We maakten er dan een avondwandeling van. Overwerkers kregen mijn sleutel. Zij deden dan zelf alles dicht en gooiden de sleutel ’s avonds bij mij door de brievenbus. Als er alarm was werd de politie automatisch ingeseind. Die belden mij en dan kwam ik naar ‘de zaak’. Heeft u, als bewaker, rare dingen meegemaakt? Het vreemdste was wel die zondag toen Dot en ik tijdens de ronde op het terrein een hoopje kleren zagen liggen bij de Oude IJssel. Ook sleutels, papieren en een portemonnee lager erbij. Je schrikt je rot! Onze eerste gedachte was dat iemand zichzelf had verdronken. Ik heb de politie ingeseind en die zagen een flink eind verderop een blote man in verwarde toestand rondlopen. Ze hebben hem opgevangen.

73

De Daf was een Nederlandse personenauto waarin je, dankzij de snaaraandrijving (Variomatic), niet hoefde te schakelen en te ontkoppelen. 74 Door financiële problemen bij Nemaho zijn in mei 1988 dertig van de totaal vijfenvijftig werknemers ontslagen. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


133

NEMAHO – Interview Dick Overbeek

Verder is er wel eens ingebroken, ik was toen nog geen bewaker, want ik werkte nog gewoon. Dat was dus vóór 1988. De brandkast in het kantoor van de Nemaho was gekraakt. ’s Morgens bleek dat er in de kluis een gat zat. Om de kluis heen hadden de inbrekers schermen neergezet. Om het licht van de snijbranders af te schermen. Het automatische alarm was niet afgegaan, want daarvan waren de kabels doorgeknipt. Blijkbaar hadden die brutale vlerken overdag op het terrein rustig gekeken hoe die kabels liepen. Er is niets gestolen, want er zat niets van waarde in die kluis.

U heeft heel wat verschillende functies gehad bij Nemaho. Hoe kwam dat? Dick Overbeek aan het werk op de Ik werd eigenlijk altijd gevraagd. Zelf was ik niet zo tekenzaal van de Nemaho in 1971 (Foto bezig met carrière maken. Blijkbaar vertrouwden ze familie Overbeek) me die functies toe. Veel mensen bij Nemaho deden lang hetzelfde werk, wat ze vaak ook wilden. Ik heb gelukkig veel kanten van het bedrijf meegemaakt. Het liep zo en ik heb het met plezier gedaan. Ik ben nog steeds trots op de Nemaho. Ik bewaar thuis een paar prachtige brochures, zodat ik bezoek kan laten zien wat voor indrukwekkende bouwwerken we hebben gemaakt.

Wat is de mooiste herinneringen uit uw Nemaho-tijd? Als politieman in uniform zo’n zwaar transport met ‘je eigen spanten’ begeleiden. Dat is toch het mooiste wat er is!

Deze tekst is de uitwerking van twee gesprekken met Dick en Dot Overbeek. De gesprekken vonden plaats op 23 februari 2015 en 26 mei 2016 in hun woonplaats Doetinchem.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


134

NEMAHO – Interview Dick Overbeek

Dick en Dot Overbeek met hun achterkleinkinderen Hanne (links) en Lynn in 2014 (Foto familie Overbeek)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Dick Overbeek

135

Zeven zilveren jubilarissen met een gouden erespeld

Zeven zilveren jubilarissen met elk vijfentwintig dienstjaren bij Nemaho, voorzien van de gouden erespeld van moederbedrijf William Pont. Op 23 augustus 1974 in zaal Vinkenborg in Doetinchem. Van links naar rechts: Martin Stadermann (commissaris bij Nemaho en directeur van moederbedrijf Pont), Dick Overbeek, ir. Henk van Putten (directeur Nemaho), B.J. Niesink, A.B. ten Have (chef droogkamers), Zittend: J.H. Vonkeman, G.F. Jolink, Th. (Teet) Conijn (voorwerker montageploeg), B.G. (Bennie) Engelen (administratie) (Foto uit personeelsblad De Badding, fotograaf onbekend)

Bron bijschrift: knipsels familie Overbeek, uit personeelsblad De Badding, 1974

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


136

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Dick Overbeek


NEMAHO – Interview Dick Overbeek

137

Het Witte Dorp: landelijk wonen naast ‘de zaak’

Noodwoningen Nemaho 1949-1967 Dick en Dot Overbeek woonden na hun huwelijk in 1951 zes jaar in een van de noodwoningen aan het Zaagmolenpad. Deze woningen heeft directeur Deleth tussen 1947 en 1949 laten bouwen voor personeelsleden van Nemaho en hun gezinnen. In de naoorlogse jaren was er namelijk woningnood. Deze huizen waren geheel van hout. En Deleth moest aan de overheid verklaren dat de bouw ervan, wat betreft arbeidsuren, niet ten koste ging van de naoorlogse wederopbouw.75 In de bouwvergunning werden deze woningen barakken genoemd. De term dienstwoningen kwam ook voor. En in de buurt sprak men van Het Witte Dorp. Maar de bewoners zelf zeiden gewoon ‘we wonen bij de Nemaho’. Kort voor 1968 is Het (hele) Witte Dorp afgebroken om plaats te maken voor het moderne bedrijventerrein Keppelseweg. De illustratie toont de situatie in de jaren vijftig. De bewoners rond die tijd waren: 1: Bosgoed, later Bohny; 2: Jansen*; 3: Kuiper (of Kuyper); 4: Overbeek; 5: Smeitink; 6: Jansen*; 7: rijtjeshuis met onder anderen Schmidt (midden) en Nibbelink. In het totale bestaan van Het Witte Dorp (1949-1967) hebben onder anderen ook de volgende personen of families in Het Witte Dorp gewoond: familie Ten Have (nr. 7, links); familie Maandag (nr. 2); B.J. Peters; familie Polman (nr. 3); W.J. Roscam Abbing en Steenbreker (nr. 1). * niet de familie Henk Jansen (portier 1958-1971)

75

Bouwvergunning 1949.0061, NL-DtcSARA 0119 inv. nr. 8447.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


138

NEMAHO – Interview Dick Overbeek

Plattegrond van de noodwoning van de familie Overbeek aan het Zaagmolenpad. Begin jaren vijftig. De meeste noodwoningen hadden deze indeling. Dot Overbeek: ‘De vorige huurder had alle planken uit de kasten meegenomen. Je kon door de kasten zo van de ene slaapkamer naar de andere lopen.’ (Afbeelding: ECAL Bouwvergunning 1949.0061, NL DtcSARA 0119 inv. nr. 8447, beeldbewerking Jan Kramer)

Bron indeling: Overbeek, 2016

Noodwoning met voortuin van familie Overbeek, gezien vanaf het Zaagmolenpad. Jaren vijftig. Het grote raam is van de woonkamer. De enige deur in het huis bevindt zich aan de linkerkant, bij de fiets. Dot: ‘In de keuken zat een klein raampje, en met de rug daarnaartoe kookte ik aan een tafel waarop het gasstel stond. Pal naast de deur van het toilet. Toch hadden we het die jaren echt naar onze zin.’ (Foto familie Overbeek)

Bronnen Bronnen van de namen van Witte Dorp bewoners: Overbeek, 2016; G. Jansen, 2016; R. Schmidt, 2017; bouwvergunning 1950.0075 in NL-DtcSARA 0119 inv. nr. 8448.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Dick Overbeek

139

CV Dick Overbeek 1928 1943 circa 1948 circa 1949, maart 1951 1954 1954-1972 1957 1957 1960 circa 1962 1973 1974 1980 circa 1988 1988 1989 circa 1993

Geboren in Doetinchem Ambachtsschool Doetinchem Werkzaam bij aannemer Kolkman in Doetinchem Bouwkundig tekenaar bij Nemaho76 Huwelijk met Dot Arendsen, noodwoning Zaagmolenpad Doetinchem Calculator77 Verleend diverse malen assistentie aan Nemaho-BelgiĂŤ voor het maken van calculaties78 Brussel, begeleiden bouwwerken op Expo 58 Verhuizing, vertrek uit noodwoning Zaagmolenpad Chef timmerfabriek (schaafloods) van Nemaho Actief als reservepolitieman bij de gemeente Doetinchem79, vanaf dan ook begeleiding van zware Nemaho-transporten als politieman Technische administratie overgenomen van de gepensioneerde J. Theunissen80 Zilveren jubileum Nemaho Intern Kwaliteitsbureau (IKB) Vervroegd pensioen Nemaho Doorgaan met begeleiding zware transporten Nemaho Bewaking Nemaho terrein en controlerend ziekenbezoek voor Nemaho Pensioen

Terug naar inhoudspagina

76

Knipsel van de familie Overbeek, zonder jaartal en tijdschrifttitel. Waarschijnlijk uit De Badding, het personeelsblad van moederbedrijf Houthandel William Pont. 1974 of later. 77 idem 78 Idem 79 Idem 80 Idem Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


140

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Dick Overbeek


NEMAHO – Interview Henk van Putten

141

Interview Henk van Putten

‘ Nemaho was een internationaal houtconstructiebedrijf van klasse’ Ir. H. (Henk) van Putten († 1 oktober 2016) Directeur van de Nemaho van 1968 tot 1979 Directeur Henk van Putten zette de automatisering van constructieberekeningen bij de Nemaho in gang. En onder zijn leiding kreeg de Nemaho voet aan de grond in het Midden-Oosten. Ook heeft hij producenten van gelamineerd hout gestimuleerd samen te werken, om zo de zware concurrentie van de staal- en betonbranche te lijf te gaan. Zijn investeringsplannen voor de Nemaho stuitten vaak op het kortetermijndenken van moederbedrijf Houthandel William Pont. Interview door Jan Kramer

Kunt u wat vertellen over uw tijd vóór de Nemaho? Ik 1951 kwam ik als civiel ingenieur van de TH Delft af.81 En voordat ik in Doetinchem begon was ik vooral bezig in de uitvoerende bouwnijverheid.

Henk van Putten in 2015 (Foto familie Van Putten)

Na mijn afstuderen heb ik kort bij de overheid gewerkt, maar daarna ben ik begonnen bij bouwbedrijf Bredero in Utrecht. Daar heb ik tien jaar gewerkt. Bredero is bij veel mensen bekend als het bedrijf dat Hoog Catharijne in Utrecht heeft gebouwd. Zelf ben ik daar nauw bij betrokken geweest. ’s Avonds deed ik samen met een paar andere mensen Hoog Catharijne ‘erbij’. Uit nieuwsgierigheid en omdat het een uitdaging was. Het was een ingewikkeld project, waarvoor ze bij Bredero een computer gebruikten, wat erg nieuw was. Daar wilde je natuurlijk bij zijn.

Door Bredero ben ik drie jaar naar Iran uitgezonden. Perzië heette dat toen nog. Daar werd eind jaren vijftig een olieterminal gebouwd op het eiland Kharg in de Perzische Golf. We deden dat samen met Werkspoor en een paar buitenlandse bedrijven. Ik ben daar belast geweest met de uitvoering van bouwprojecten: woningen, industriële terreinen en dergelijke. We moesten onszelf ‘bedruipen’, ook financieel. Je bleef daar lang achter elkaar, want je kon niet om de paar weken met het vliegtuig naar huis. Contacten met Nederland gingen, heel simpel, gewoon via de post. Het was pionieren daar. Echt iets voor mij, want ik hou wel van dat soort uitdagingen.

81

TH Delft (Technische Hogeschool). Later TU Delft (Technische Universiteit)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


142

NEMAHO – Interview Henk van Putten

Ook mooi was een klus die ik ‘even tussendoor’ deed toen ik overkwam voor verlof in Nederland. Vanuit Perzië. Dat was in 1960. Ze vroegen bij Bredero of ik mee wilde denken over een probleem van de Amerikaanse luchtmacht. Voor de Amerikanen bouwde Bredero namelijk de vliegbasis Soesterberg. Het was de tijd van de koude oorlog en in geval van alarm (‘De Russen komen!’) moesten er zo snel mogelijk een paar straaljagers de lucht in. Er zaten daarom altijd twee piloten in vol ornaat klaar om in hun ‘jet’ te springen. Die jet stond een paar meter verderop stand-by in een hangar. Het probleem was dat de deuren van die hangar per se binnen dertig seconden open moesten zijn. Ik ben die uitdaging aangegaan. Gratis. Samen met het bedrijf Hollandia van de vader van Ruud Lubbers. En het is gelukt! Dankzij een speciale staalconstructie. Vóór de periode bij de Nemaho heb ik vier jaar gewerkt bij het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten. Een organisatie met een sociaal doel: een eigen huis voor de kleine man. Dat sprak mij aan. Maar ik kreeg er spijt van. De manier waarop de doelstellingen van het Bouwfonds moesten worden gerealiseerd strookten niet met mijn verwachtingen.

En toen ging u naar de Nemaho. Klopt, na het Bouwfonds kwam ik bij de Nemaho. Of eigenlijk bij houthandel William Pont, het moederbedrijf van de Nemaho. Hoe was uw ontvangst bij de Nemaho? Aan dat begin heb ik vervelende herinneringen overgehouden, want tussen de oude directeur Deleth en mij boterde het absoluut niet. Hij zou drie maanden na mijn komst met pensioen gaan en mij gedurende die tijd inwerken.82 Daar is niets van terecht gekomen. We zaten samen in een directiekamer, maar hij sprak amper met me. Hij had de pest in, omdat ze bij Pont niet wilden dat zijn zoon hem zou opvolgen als directeur van de Nemaho. Na een paar weken had ik er genoeg van en liet het erop aan komen. ‘Hij eruit of ik eruit’ schreef ik in een brief aan directeur Stadermann van moederbedrijf Pont. Naar aanleiding van deze brief kwam er een bijeenkomst waar ook Deleth bij was. Hij draaide bij en zou zijn leven beteren, maar veel veranderde er niet. Voor hem was het nog een kwestie van weken en hij bleef kwaad. Ik had in ieder geval mijn punt gemaakt. Wat heeft u veranderd na het vertrek van Deleth? Ik heb heel wat veranderd. Niet om de sporen van Deleth te wissen, want hij heeft natuurlijk een prachtig bedrijf opgebouwd. Ook de tijden zélf veranderden. Omgangsvormen werden informeler. Er kwam medezeggenschap. Zo werd er, op mijn initiatief, een Commissie van Overleg opgericht in 1969. Een soort voorloper van de OR, de ondernemingsraad. Let wel: voordat die verplicht werd gesteld. Mijn standpunt is dat je niet bang moet zijn om naar je werknemers te luisteren. Hun kennis en inzicht kunnen wel degelijk bijdragen aan verbeteringen. Door de Commissie van Overleg wist ik ook wat er leefde. Iets waar je anders naar moet raden. Het was dus voor mij ook een strategisch voordeel. Maar het was me vooral begonnen om het personeel een stem te geven.

82

Notulen 26 augustus en 13 december 1968, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Henk van Putten

143

In 1971 kwam er dan een echte, officiële OR. Dat hing in de lucht. Het gebeurde op veel plaatsen. Tien jaar eerder was dit ondenkbaar geweest. En zeker bij de Nemaho. Daar waren de omgangsvormen toen veel formeler.

Heeft u een voorbeeld van die formele omgangsvormen? Nemaho had een eigen portier in dienst. De heer Jansen, een vriendelijke man. Hij had een woning boven de poort waar hij met zijn gezin woonde. Ik mocht als enige mijn auto op het terrein Een bijeenkomst van de Ondernemingsraad van de Nemaho in de binnen de poort neerzetten, de rest Doetinchemse directiekamer in 1971. Aan het hoofd: links: Henk van parkeerde voor de poort. Hij had een Putten en Martin Stadermann, directeur van moederbedrijf Pont en uniform met pet en salueerde als ik tevens commissaris bij Nemaho (Foto familie Van Putten) door de poort aan hem voorbij reed. Wat ik niet fijn vond. Overdreven respect daar hou ik niet van. Het waren gebruiken uit de tijd van Deleth. Jansen speelde trouwens zéér goed viool. Hij kende de beroemde violist Theo Olof en ik dacht dat ze bij elkaar op bezoek gingen en samen speelden. Ik vond een portier uit de tijd en heb die functie afgeschaft. Hij is met een keurige regeling vertrokken en er is ook voor een andere woning gezorgd. In de woning boven de poort kwam toen een deel van het bedrijfsbureau te zitten, met Van Galen als chef. In de plaats van een portier kwam er een receptioniste aan de linkerkant van de poort, op de begane grond. Er was geen loket, maar een deur met een bordje waarop stond dat je je daar moest melden. De receptioniste was lichamelijk gehandicapt. Als de aard van het werk het toeliet wilde ik ook gehandicapten aan de slag helpen. Ze heeft tot na mijn vertrek, dus tot na 1979, in deze functie gewerkt. Was er verschil tussen de Nemaho en uw vorige werkkringen? De Achterhoekers. Die zijn sceptisch en afwachtend. Maar dat is juist een voordeel! Ze gaan doordacht en secuur te werk. Veiligheidsrisico’s zullen ze niet bewust nemen. Het zijn geen bluffers die linke dingen uithalen. Je moet ze eerder motiveren en aanmoedigen dan afremmen. Zoals bij de onverwachte brandoefeningen die er regelmatig waren. Zo’n oefenalarm mobiliseerde zowel de eigen bedrijfsbrandweer als de gemeentebrandweer. Ik bedacht de wedstrijd ‘Wie spuit er als eerste?’ Die werd steevast gewonnen door de gemeentebrandweer. Voordat onze mannen de spuitwagen goed en wel uit de garage hadden getrokken was de ‘echte’ brandweer de slangen al aan het uitrollen. (lacht) De oefeningen werden altijd besloten met een vriendschappelijk biertje.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


144

NEMAHO – Interview Henk van Putten

Hoe beviel het u in de Achterhoek? Ik kwam wel ‘uit het Westen’ en woonde op dat moment in Eerbeek, maar ik voelde me prima in de Achterhoek. In Doetinchem was ik lid van de Rotary Club. We vergaderden op vrijdag in restaurant Meijnecke aan de veemarkt. In mijn Nemaho-tijd had ik veel bijbanen, allerlei commissies en werkgroepen, waarvan enkele in de Achterhoek. Allemaal gratis. Ik zat onder andere bij Ratiobouw en de Streekschool. Ik zat ook in een industriële club en wilde de ontsluiting van de Achterhoek bevorderen. Meer bedrijven aantrekken. Tot mijn verbazing zagen sommige directeuren in die club dat als een bedreiging: ‘Als je meer bedrijven naar de Achterhoek gaat halen, dan kunnen de mensen gaan kiezen. En moeten wij ze meer gaan betalen om ze in ons eigen bedrijf te houden. De lonen gaan stijgen.’ Ik vond het erg fijn werken met de mensen in de Achterhoek. Het duurde wel even voor ik ze leerde kennen. Overdreven respect of opkijken tegen iemand zit wel een beetje in hun aard. Ze zullen bijvoorbeeld ook niet snel nee zeggen, maar ‘joah, joah’. Maar nogmaals: prima werknemers en heel loyaal aan de Nemaho.

Er was regelmatig een jubileum We hebben vele jubilarissen de revue zien passeren. Daar kun je de trouw van het personeel goed aan afmeten. Sommigen waren tot wel veertig jaar of meer in dienst! Zoals Theunissen, chef constructiebureau en man van het eerste uur. Jubilea vierden we in de personeelskantine van het poortgebouw. Die werd dan feestelijk aangekleed. Soms gingen we naar de Alleskunner J. Theunissen (links) neemt na stad, naar de zaal van lunchroom achtenveertig jaren trouwe dienst bij Nemaho afscheid Vinkenborg in de Hamburgerstraat. De van Henk van Putten en gaat met pensioen in 1973. jubilaris werd dan samen met zijn Henk van Putten: ‘Ik heb veel jubilarissen de revue zien familie in het zonnetje gezet. Zilveren passeren. Dat zegt wel iets over de loyaliteit van het jubilarissen kregen een zilveren asbak personeel’ (Fotograaf onbekend, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 58) met inscriptie en een envelop met inhoud.83 Daarbij de officiële, gouden erespeld van moederbedrijf William Pont. Vanaf 1974 kwam directeur Stadermann van Pont uit Zaandam over om die persoonlijk op de revers te spelden.84 En dan hadden we natuurlijk het grote jubileum van Nemaho zélf.

83

De Badding, oktober 1972, pag. 12. De Badding, januari 1974, pag. 19. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 84 De Badding, januari 1974, pag. 19. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


145

NEMAHO – Interview Henk van Putten

Vertelt u eens over het vijftigjarig jubileum van Nemaho. We hebben flink uitgepakt, toen in 1971. Schouwburg Amphion in Doetinchem hebben we ervoor afgehuurd. Er waren meer dan vijfhonderd gasten! Natuurlijk het eigen personeel inclusief gepensioneerden, onze verkopers uit Duitsland en België. Verder de directie van Pont en de burgemeester. Oud-directeur Deleth was er niet bij, want hij was nog steeds kwaad. Ons programma was niet mis: cabaretier Seth Gaaikema, popduo The Blue Diamonds en de band Het Gelders Kwartet. Voor de speech die ik hield heb ik samengewerkt met reclamebureau Van Delden uit Den Haag.85 Ons ‘huisbureau’ voor reclame en publiciteit. Als Van Delden naar Doetinchem ging kwam zijn vrouw ook mee.

Met een speech opent Henk van Putten het feest ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Nemaho in 1971. Schouwburg Amphion in Doetinchem is voor deze gelegenheid afgehuurd. (Fotograaf Henk Klein Hesselink)

Wat deed de Nemaho zoal aan reclame en promotie? Met reclamebureau Van Delden heb ik bijvoorbeeld brochures laten drukken. Maar wat ik zelf ook deed was spreken over Nemaho. In contact komen met mensen door lezingen te geven. Bijvoorbeeld op de TH Delft, maar ook op de Middelbare Technische School, precies tegenover ons aan het Zaagmolenpad. Ik wilde met die lezingen niet alleen Nemaho promoten, maar de hele branche ‘voortstuwen’. Dus het gebruik van hout in de bouw bevorderen, want beton en staal waren enorme concurrenten van hout. Niet iedereen kende de voordelen van hout: licht in gewicht, goedkoop, esthetisch en, gek genoeg, brandwerend. Ik vertelde bij die lezingen ook over onderzoek dat wij bij Nemaho deden, samen met TH Delft. Met onze researchman Hoenderboom publiceerde ik over dit soort onderwerpen ook artikelen. Bijvoorbeeld in het vakblad Bouw. Ik heb een bijdrage geleverd aan conferenties zoals die van de West-Europese Houtvoorlichtingsinstituten en ik heb ook een praatje gehouden voor de radio. Bij de Wereldomroep. Samen met een medewerker van TNO hebben wij Nederland vertegenwoordigd op een conferentie in Genève over de normen waaraan hout moest voldoen. De leveranciers stonden tegenover de afnemers. De leveranciers (onder anderen Russen en Canadezen) dachten aan lage kwaliteit tegen een hoge prijs. Wij afnemers wilden het omgekeerde: hoge kwaliteit tegen een lage prijs. We moesten ergens in het midden uitkomen en gingen afspraken maken.

Vreemd dat houten spanten brandwerend zijn. Je zou het inderdaad niet denken. Het is zelfs zo dat de brandweer niet naar binnen mag in een brandend gebouw met stalen spanten, maar bij houten spanten wel. Bij een houten constructie

85

Speech ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum, 1971. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 110.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


146

NEMAHO – Interview Henk van Putten

zie je hoever het is opgebrand en je hoort het kraken voordat het gaat instorten. Staal gaat ‘vloeien’ en zakt ineens in elkaar. Op een onvoorspelbaar moment. Toch waren de verzekeringspremies voor gebouwen met houten spanten hoger dan die met stalen spanten. Ik heb mijn best gedaan om de premies voor hout omlaag te brengen. Daarvoor heb ik gelobbyd via adviesorganisaties, maar uiteindelijk wilden de verzekeringsmaatschappijen er niet aan. Het was een goed idee, al zeg ik het zelf. Het zou terecht een extra argument zijn om vaker houten spanten in te zetten. Een goed verkoopargument.

Nu we het hebben over verkoop: was er ook een afdeling verkoop? Natuurlijk. Met, om te beginnen, vertegenwoordiger Peter Wilten. Een zeer betrouwbare, plichtsgetrouwe man. Integer en zuinig. Hij ging ’s morgens al om zes uur op pad. En dat in een tijd dat files nog niet bestonden. Ik liet hem zijn gang gaan, want hij kwam altijd met een opdracht terug. Via tijdschriften, kranten en telefonisch contact was hij altijd iets op het spoor. Hij kwam altijd met de fiets naar de zaak en reed geen kilometer privé met zijn bedrijfsauto, een Mercedes. En omdat die auto buiten werktijd en in de weekenden in de garage van het poortgebouw stond, heb ik die wel eens uitgeleend. Aan een van mijn personeelsleden waarvan het zoontje geregeld naar het AMC-ziekenhuis in Amsterdam moest. Dat ging met de auto makkelijker dan met de trein. Dat zoontje is later gaan voetballen, dus dat is goed gekomen. Henk Bosch was de chef van de verkoop. Ik heb hem nog meerdere malen geholpen en voelde me toen een soort psycholoog. Voetballer Sietze Veen van De Graafschap was ook vertegenwoordiger bij ons. Een deel van de week werkte hij bij de Nemaho. Een mooie deal waarbij het mes aan twee kanten sneed: door zijn parttime aanstelling sponsorden wij voetbalclub De Graafschap, en onze klanten waren wel in voor een afspraak met een echte profvoetballer. Hoewel hij niet veel verstand van spanten had heeft hij het nodige binnengehaald, want hij kon goed praten en had zeker commercieel talent. Vollema, onze chef van de inkoop, had connecties bij De Graafschap en via hem kwamen we aan Sietze Veen. We adverteerden ook op de borden langs het veld in het stadion van Doetinchem.

Waar bent u trots op? Ik ben vooral trots op ‘Oman’! Waar we een vliegtuighangar voor de sultan hebben gebouwd. Dat was een complex voor zijn privévliegtuigen. Met aparte verblijven voor mannen en vrouwen, waar ze letterlijk gouden waterkranen hadden. Wij deden ‘alleen’ de hangar met koperen dak. Gedeeltelijk met Doetinchems personeel, met Hebbink als projectleider. Zelf ben ik er ook een keer wezen kijken. Wat was het daar heet! Ik denk wel vijftig graden. Die sultan Qaboes van Oman was ambitieus. Hij had zijn vader zo rond 1975 aan de kant gezet, want er moest gemoderniseerd worden. Eigenlijk was het potsierlijk: vierbaanswegen voor een land met een paar auto’s. Waar ik ook trots op ben, was dat we de overkappingen van de bovengrondse metrostations in Amsterdam mochten doen. Een mooi visitekaartje voor de Nemaho.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Henk van Putten

147

Ik denk ook aan de Groenoordhal in Leiden, met de grootste overspanning die Nemaho heeft gemaakt. Vijfenzeventig meter! Die order heb ik nog kunnen afmaken, maar hij was al onder Deleth gestart. En dan heb je nog de opslagloods voor de fabriek Nypro in Engeland. Bij Flixborough. Die hebben we twee keer kunnen bouwen. De eerste hal is afgebrand, en daarna konden we precies dezelfde loods nog een keer bouwen. Met ongewijzigde tekeningen.

Weet u nog een huzarenstukje uit uw tijd? Na ‘Oman’ denk ik dan meteen aan die reparatie van spanten in een Rotterdamse drukkerij in vol bedrijf. De spanten zouden scheuren, zei men. We hebben dat getest door rekstrookjes over die scheuren te plakken. En inderdaad, die scheuren werden groter. Wat geen wonder was, omdat de constructie van het gebouw berekend was op een opslaghal, en niet op een drukkerij met stampende drukpersen. Die drukkerij kwam er pas later in en tien jaar trillingen hadden hun tol geëist. We wilden repareren, maar met draaiende drukpersen van miljoenen guldens onder je loop je een gigantisch risico. Laat je een hamer in zo’n pers vallen, dan heb je een enorme schade. Geen verzekering durfde dit risico aan. Ik heb toen met Borgijink overlegd en we hebben de gok gewoon genomen. Onverzekerd. We hebben steigers over die draaiende drukpersen gebouwd. En het is gelukt! Had Nemaho veel concurrentie? Aanvankelijk, in de jaren vijftig, had de Nemaho bijna een monopoliepositie in Nederland. Geleidelijk kwamen er bedrijven bij die ook spanten van gelijmd hout gingen maken. En in mijn tijd was de concurrentie fel. Het was zaak om vóór te blijven, maar alles wat wij moderniseerden had de concurrent een half jaar later ook. Dat klinkt naar bedrijfsspionage. Dat hebben we inderdaad écht een keer gehad. Deleth was daar altijd bang voor. Foto’s van de fabriek maken of publiceren, daar was hij huiverig voor. Hij sloot de boel af voor pottenkijkers. Wat dat betreft was hij op het paranoïde af. Ik wilde niet zo krampachtig doen en was meer voor een open aanpak, maar begin jaren zeventig gebeurde er toch iets raars. Een eigen uitvinding op het gebied van vingerlassen dook na een paar maanden op bij een concurrent. Terwijl we de boel toch goed hadden afgeschermd. Eerst keken we het eigen personeel daarop aan. De sfeer werd daar natuurlijk niet beter van. Later bleek dat er was gespioneerd door een chauffeur die lijm kwam afleveren. Terwijl zijn vrachtwagen werd gelost had hij foto’s van het interieur van de lijmhal genomen. Hij bleek te zijn ingehuurd door een van onze concurrenten. Waarin was de Nemaho bijzonder? We deden zelf research en hadden een eigen constructiebureau.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


148

NEMAHO – Interview Henk van Putten

Wat hield dat in: research bij Nemaho? Onze afdeling research werkte samen met de TH Delft en TNO. We onderzochten bijvoorbeeld nieuwe toepassingen van bestaande constructies. 86 Bij de TH Delft deden ze in het Stevinlaboratorium proeven voor ons. Proefconstructies van ons werden daar soms wel vijf jaar lang met gewichten getest. Verder was onze research constant bezig met het verlijmen zelf. TNO controleerde ons namelijk in verband met het lijmcertificaat dat wij hadden. Dat certificaat garandeerde onze afnemers dat de spanten veilig waren en dat moest je, als het ware, elk jaar weer ‘verdienen’. Daarom registreerden we bij de Nemaho alle acties met lijm in het ‘lijmboek’. Bleek bij controle dat je de zaak niet in orde had, dan werd je certificaat ingetrokken. We hadden trouwens een flinke staat van dienst. Ons bedrijf verwierf bijvoorbeeld al eind jaren vijftig als eerste in Nederland het felbegeerde Duitse lijmcertificaat Grosse Leimgenehmigung. Je had lijm voor binnen: ureum-formaldehyde, die is wit of bijna kleurloos. En je had duurdere lijm voor buiten: resorcinol-formaldehyde, die was donker roodbruin van kleur. Duurder dus, want beter bestand tegen vocht, vorst en hitte. Soms werd er, bij spanten van onze concurrenten, donkere kleurstof door de goedkopere ureum-lijm gemengd om het te laten lijken op de duurdere en weersbestendige resorcinolverbinding. Ik deed daar niet aan mee, want je rommelt op die manier aan de kwaliteit, je betrouwbaarheid en vooral aan de veiligheid. Mijn voorganger had, volgens mij, minder bedenkingen op dat gebied. Research zat in het poortgebouw, links van de ingang. Hoenderboom was daar het hoofd. Hij volgde de Duitse ingenieur Gericke op die kort na mijn komst vertrok. Hij was zeer op de hand van de oude directeur Deleth. Gericke had in het Duitse Rosenheim zijn opleiding gehad. Daar was een soort Duitse hogeschool voor de houtbranche. Hoenderboom was voorheen de chef van het constructiebureau. Ik heb veel met hem samengewerkt en onder andere artikelen in vakbladen als Bouw gepubliceerd.

Het constructiebureau was ook vrij uniek zei u. Het constructiebureau noemden ze intern ook ‘de tekenzaal’. Als een van de weinige in de houtbranche hadden wij een eigen constructiebureau waar we houtconstructies van gelamineerde spanten konden berekenen. We werkten ook voor derden. Je kon een bouwwerk laten berekenen, compleet met tekening. Sommige architecten maakten daar misbruik van. Ze knipten het logo van de Nemaho eruit, en plakten hun eigen naam erin. Met die gegevens gingen ze aan de slag. De voorstellen van ons gebruikten ze om hun eigen bestektekeningen te maken. Ze gingen soms met de gegevens naar een concurrent, zoals Heko Spanten. Die dan al bij voorbaat riep: ‘Wat je ook hebt, we doen er tien procent van af.’ We waren inderdaad aan de dure kant, ook door dat eigen constructiebureau. Maar ik wilde niet tornen aan de kwaliteit of betrouwbaarheid.

86

Artikel 'Houtwereld behoeft een centrum bouwen in hout' door H. van Putten, in: Cobouw, 23 oktober 1974. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 115. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Henk van Putten

149

Er werd op de tekenzaal gerekend met een rekenliniaal, maar meer nog met de ‘molentjes’. Ik zie het nog voor me. De constructeurs, dus de ingenieurs, van de tekenzaal waren enorm behendig met die molens. Ze draaiden in een razend tempo voor en achteruit aan die zwengel. Knap, maar ouderwets. Ik heb ze voorgesteld om ‘zakjapanners’ (elektronische rekenmachines) te gaan gebruiken, waar ze eerst huiverig voor waren. Een jaar of wat later kwam er een computer voor het maken van constructieberekeningen. Precies in die tijd werd er een hoogspanningsmast op ons terrein gezet. Pal naast de tekenzaal. Op het grasveldje waar we reeën en geiten hadden rondlopen. In het begin was ik bang dat de elektrische velden van die hoogspanningsleidingen onze computer zou kunnen storen. Dat bleek gelukkig niet zo te zijn. Borgijink werd de chef van het constructiebureau toen ik zijn voorganger Hoenderboom op research had gezet. Ik zei altijd: Borgijink is de Johan Neeskens (voetballer) van de Nemaho. Hij ging altijd door. Taai en onverwoestbaar. Bij een constructiebureau hoort natuurlijk ook een afdeling lichtdruk, waar duplicaten worden gemaakt van bouwtekeningen. Voor onszelf, dus voor op de bouw, maar ook voor de opdrachtgevers. De man van ‘de lichtdruk’ had vaak niks te doen. Dat werk heb ik daarom later uitbesteed aan Bilderbeek in Doetinchem.

Heeft u nog meer afdelingen uitbesteed? Ja, het vervoer van de spanten. Die meestal over de weg de deur uit gingen. Op mijn initiatief heeft transportbedrijf GTW vanaf Henk van Putten in zijn directiekantoor ongeveer 1970 de chauffeurs en de trekkers overgenomen. Dat van de Nemaho in Doetinchem. 1974 (Foto scheelt vooral in het uitzoeken van de juiste routes, het familie Van Putten) aanvragen van vergunningen en regelen van zaken als politiebegeleiding. De opleggers hielden we zelf, zodat we rustig konden opladen. Moesten er wel eens spanten met een binnenschip weg, dan regelde GTW dat ook voor ons. Het inkomend hout kwam trouwens altijd over de weg binnen. Hoe was uw verhouding met het moederbedrijf Pont? Wij waren een dochterbedrijf van Houthandel William Pont in Zaandam. Ik was ook aangenomen door Pont. Maar bij mijn werk als directeur merkte ik dat er verschil was in prioriteiten tussen de Nemaho en Pont. Geld voor investeringen was altijd moeilijk of helemaal niet los te krijgen. Als ik met plannen voor de Nemaho kwam waren ze daar nooit zo in geïnteresseerd. Weet je wat het is? Pont was letterlijk een handelsmaatschappij. Als ze vandaag met iets tien gulden kunnen innen doen ze dat liever dan er overmorgen twaalf gulden mee te verdienen. Ze zijn minder geïnteresseerd in de lange termijn of in investeringen. Helemáál bont maakte Pont het toen ze met ons, nota bene hun eigen dochterbedrijf Nemaho, gingen concurreren! Met het produceren van goedkope, lichtgewicht houtconstructies. Met de zogenoemde K3-spantjes. Ze konden bijna helemaal machinaal worden geproduceerd en daar Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


150

NEMAHO – Interview Henk van Putten

was veel minder vakmanschap voor nodig dan voor het produceren van onze grote, gelijmde spanten. Reden voor diverse dochterbedrijven van Pont om met K3-spanten te beginnen. En bij de bepaling van hun verkoopprijs telden ze de arbeidskosten gemakshalve niet mee, waardoor wij daar natuurlijk niet tegenop konden concurreren. Pont liet dat toe! Eind jaren zeventig was dat. Nemaho was een van de rond vijfendertig dochterbedrijven van Pont. Met daaronder een paar bekende namen als Hubo en Phoenix. Houtbedrijven in nood namen ze gedeeltelijk of helemaal over. Zo vergrootte ze hun afzetgebied voor hout. Hout verkopen, daar was het ze vooral om te doen.

Kunt u plannen noemen waar Pont niet mee akkoord ging? Mijn meerjarig investeringsplan bijvoorbeeld. Dat ging over het automatiseren en mechaniseren van het hele productieproces. Van voor naar achteren, dus niet alleen het lijmen. Ik heb dat plan samengesteld met Ernst Godding, die later naar DAF in Eindhoven ging. Samen reden we naar het hoofdkantoor van Pont in Zaandam. Godding gaf daar een sprankelende presentatie. Een degelijk, goed doortimmert betoog. Met verve en enthousiasme gebracht. Ook de cijfers van verwachte besparingen zaten erbij. Je kon maar een conclusie trekken: wil Nemaho mee blijven tellen dan moet er nú flink worden geïnvesteerd. Stadermann en de andere heren van Pont waren onder de indruk, maar het plan verdween in een la. Resultaat: we mochten één schaafmachine kopen. Er kwam geen geld. Ik denk dat alleen de aandeelhouders telden bij Pont en dat ze minder inzaten over hun eigen personeel. Meerdere malen heb ik de kans gegrepen om de aandacht voor het personeel te verbeteren. Een voorbeeld: in mijn tijd kwam het begrip afbreukrisico in zwang. Een nieuwe manier van kijken. Het kwam erop neer dat je mensen zou moeten belonen naar dat risico dat ze voor het bedrijf vormen. Als een directeur een fout maakt heeft dat vergaande gevolgen. Maar óók als de bediener van de vingerlasmachine een fout maakt kan dat ernstig zijn. Het hele proces staat stil. Dus geef die man een loon dat bij zo’n verantwoordelijkheid past. In dit geval het loon voor ‘allround timmerman’. Wat de hoogste schaal is. Dat heb ik bij enkele functies kunnen invoeren.

U vond Pont te weinig gericht op het eigen personeel? Ja. Toen prins Claus op het hoofdkantoor in Zaandam kwam87, zei ik nog tegen een van de commissarissen: ‘Denk óók aan het personeel, niet alleen aan de aandeelhouders.’ In mijn periode heb ik helaas drie mensen moeten ontslaan, wat ik persoonlijk heb afgehandeld. De bonden heb ik er toen ook bij betrokken, iets was bij Pont niet gebruikelijk was. Hoe ging het contact met Pont in zijn werk? Vanuit het hoofdkwartier in Zaandam kwam er bijna nooit iemand van Pont naar de Nemaho. Andersom ging ik regelmatig vanuit mijn woonplaats Eerbeek naar Pont. Het viel me op dat het er op het hoofdkantoor bijna negentiende-eeuws aan toe ging. Terwijl ik zat te wachten zag ik een boekhouder buigend bij directeur Stadermann naar binnen gaan. Wat volgens mij overdreven was, want Stadermann vond ik een vriendelijke man. Hij kwam van de HVA

87

De Badding, nr 1, 2e kwartaal 1969. Prins Claus pag. 6. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Henk van Putten

151

(Handelsvereniging Amsterdam) in Nederlandsch-Indië. Voor de tweede wereldoorlog was dat een van de grootste koloniale bedrijven ter wereld. In de oorlog heeft hij, dacht ik, van de Japanners aan de Birma-spoorweg moeten werken. Stadermann was voor rede vatbaar en je kon goed met hem overleggen. Ik kon prima met hem opschieten, en hij gaf me nog een redelijke vrijheid om de dingen op mijn eigen manier te doen. Hoevéél speelruimte ik had merkte ik pas toen Stadermann met pensioen vertrok, in 1975. Hij werd opgevolgd door ir. Klaus Groot. Vanuit Pont kwam Van Saarloos bij ons als commissaris en het was uit met de vrijheid. Deze Van Saarloos had ronduit dictatoriale trekken! Hij was de Raspoetin van Pont! Het vreemde is dat Van Saarloos geen directeur was, maar het wel voor het zeggen leek te hebben. Een slecht teken vond ik dat hij Klaus Groot, zijn eigen directeur, bij mij zat af te branden. Zoiets doe je niet. Pont ging voor het directe geld. Van de winst mochten we tien procent houden. De rest ging naar Pont. De verliezen moesten we wél volledig voor onze rekening nemen. Dan gaat het onvermijdelijk bergafwaarts. Onze accountant noemde Nemaho ‘de melkkoe van Pont.’

Pont ging dus voor het geld? De angst om geld uit te geven heeft Pont ook wel eens parten gespeeld toen we van onze Duitse partner Lübbert af wilden. Mijn voorstel was: koop ze uit. Betaal het echtpaar Lübbert in één keer cash. Dan ben je klaar. Maar Pont dacht dat ze goedkoper af waren als ze het echtpaar Lübbert een soort lijfrente zouden geven. Een misser, want mevrouw Lübbert was jong en heeft nog heel lang van haar uitkering genoten. Het schiet me te binnen dat we met Lübbert in Duitsland altijd communiceerden via de telex, dus met ponsbandjes. Waar kocht u het hout? Dat moesten we verplicht bij Pont kopen. Of in ieder geval bij een van haar dochterbedrijven zoals de Tilburgse Houtcentrale. Dat is op zich niet raar. Maar we kregen geen korting, hoewel we binnen het concern kochten. Daarbij vond ik hun prijzen aan de hoge kant. In noodgevallen, of bij hoge spoed, kocht ik ook in bij de lokale houthandel Horsting, een eindje verderop in Doetinchem. Ik was blij dat ik daar voor dit soort gevallen terecht kon, dus die gunde ik af en toe wat. Bij Pont zagen ze dat niet graag. Hoe heeft u uw vertrek bij de Nemaho ervaren? Mijn vertrek bij de Nemaho was anders dan ik me had voorgesteld. Ik dacht helemaal niet aan weggaan, want er was een hoop te doen en ik had volop plannen. Maar in 1979 vond Pont het nodig om, naast mij, een nieuwe man bij de Nemaho neer te zetten. Dat werd Tjeerd Bakker. Ik zou voortaan buitenland moeten gaan doen. Dus Duitsland, België en Frankrijk. Aan mij presenteerden ze dit als een promotie, maar ik zag het als een degradatie. Deze onverkwikkelijke situatie leidde tenslotte tot mijn afscheid van de Nemaho. Ze kozen voor Bakker.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


152

NEMAHO – Interview Henk van Putten

Hoe verging het u na de Nemaho. Na mijn Nemaho-tijd, na 1979 dus, ben ik directeur geworden van het Centrum voor Hout Research (CHR). Al in de jaren vooraf heb ik gewezen op de noodzaak van zo’n centrum. En heb zelf het initiatief genomen tot de oprichting ervan. Dat is daarna met het Houtvoorlichting Instituut (HVI) en de Nederlandse Houtacademie gefuseerd tot wat nu Centrum Hout is in Almere. Ik vond dat het grootste probleem van de houtwereld zijn slechte organisatie was. Het was ieder voor zich en God voor ons allen. De staal- en betonwereld hadden het veel beter voor elkaar. Ze waren dan ook enorme concurrenten van ons. Ik zei dat al jaren daarvoor in vakbladen als Cobouw. Later, in de functies die ik na het CHR had, heb ik me minder bezig gehouden met commercieel beleid en was ik minder gericht op uitbreiding en moderne ontwikkelingen. Ook had ik minder zorg voor eigen personeel. Waarin zat uw plezier in het werken bij de Nemaho? Nemaho zag ik als mijn ‘eigen winkel’. Ik was niet verantwoordelijk voor slechts een afdeling, maar voor een compleet bedrijf in al zijn facetten. Ik had geen directeur boven me, althans zo heb ik dat bij Stadermann ervaren. Ook was ik niet een van de directeuren, nee, bij Nemaho was ik écht de baas. Wanneer ze mij als kind vroegen wat ik later wilde worden zei ik steevast: ‘baas!’ Dat is dus uitgekomen. (lacht) Wat had de Nemaho dat uw andere werkkringen niet hadden? Het rechtstreekse contact met je werknemers en de veelzijdige verantwoordelijkheden. Waar heeft u uw stempel op gedrukt in uw tijd bij de Nemaho? Ik heb de hiërarchische stijl omgegooid naar moderne omgangsvormen in het bedrijf. Het personeel kreeg een stem door de Commissie van Overleg die ik in het leven heb geroepen. Verder zijn we in mijn periode efficiënter gaan werken: van honderdvijftig personeelsleden zijn we naar honderdtien gegaan. Met slechts drie gedwongen ontslagen. Tegelijkertijd is het omgezette houtvolume minstens verdubbeld. De telex heb ik ingevoerd. En voor het maken van bouwkundige berekeningen is een computer aangeschaft. Ook de administratie werd geautomatiseerd met een systeem van Nixdorf. En wat gedeeltelijk ook een kwestie van geluk was: in mijn tijd is er niet één ongeluk gebeurd. Hoe kijkt u terug op uw Nemaho-tijd? Ik had nog veel plannen met de Nemaho, die ik door mijn vertrek niet waar heb mogen maken. Dat geeft een onaf gevoel. En dat zit mij nog wel dwars, merkte ik toen ik een tijd geleden weer in Doetinchem was. Maar het was een hele mooie tijd! Misschien wel de beste tijd van mijn werkzame leven. Het is zó jammer dat dat prachtige bedrijf is verdwenen. Eeuwig zonde. Ik was verknocht aan de Nemaho.

Deze tekst is de uitwerking van drie gesprekken met Henk van Putten in zijn woonplaats Soest. De gesprekken vonden plaats op 26 februari 2015, 5 april 2016 en 19 april 2016.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Interview Henk van Putten

CV Henk van Putten 1924 1951 1961 1964 1968 1979 Tot 1989 1989 2016

Geboren in Den Haag Afgestudeerd als civiel ingenieur aan de TH Delft Bredero Utrecht, circa 10 jaar. Onder andere 3 jaar PerziĂŤ (Iran) Bouwfonds Nederlandse Gemeenten Directeur Nemaho Directeur Centrum voor Hout Research Diverse functies Pensioen Overleden te Soest op 1 oktober

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

153


154

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Interview Henk van Putten


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

155

Uitgelichte aspecten Het kan zijn dat er tijdens het lezen van de interviews behoefte ontstaat aan meer informatie over bepaalde onderwerpen. Bijvoorbeeld over het transport van spanten. Of over een bepaalde periode uit de geschiedenis van de Nemaho. Om de leesbaarheid van de interviews te vergroten, is ervoor gekozen om aspecten die extra toelichting verdienen uit te diepen in de hier volgende, aparte hoofdstukken. Hopelijk zijn deze onderwerpen niet alleen interessant voor leken op het gebied van spanten of voor lezers die onbekend zijn met de Nemaho, maar ook voor directbetrokkenen van de Nemaho. Dit omdat bepaalde zaken nu eens op een rij zijn gezet. Als later meer uitgewerkte interviews aan deze publicatie worden toegevoegd, zal dit ongetwijfeld leiden tot een uitbreiding van de uitgelichte aspecten. Inhoud uitgelichte aspecten Directeuren en eigenaren Nemaho 1921-2009 ......................................................................... 157 Moederbedrijf Houthandel William Pont .................................................................................. 159 Pont als financier van Nemaho ............................................................................................ 159 Relatie tussen Pont en Deleth .............................................................................................. 159 Profiel van Pont .................................................................................................................... 160 Nemaho als dochterbedrijf .................................................................................................. 161 Van Pont naar PontMeyer .................................................................................................... 161 Personen bij Pont ................................................................................................................. 163 Tijdlijn Pont .......................................................................................................................... 164 Buitenlandse contacten ............................................................................................................. 169 Nemaho van surseance naar doorstart, 1988 ........................................................................... 173 Transport van spanten ............................................................................................................... 181 Montage op de bouw ................................................................................................................ 183 Nemaho in het Midden-Oosten ................................................................................................. 185 Nemaho in Oman ................................................................................................................. 185 Nemaho op overige locaties in het Midden-Oosten ............................................................ 188 Nemaho in Oost-MaleisiĂŤ .......................................................................................................... 191

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


156

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Uitgelichte aspecten


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

157

Directeuren en eigenaren Nemaho 1921-2009 J. Ankersmit Economisch directeur 1921-1934 Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructies Voortgekomen uit N.V. Houthandel voorheen G.J. Horsting in Doetinchem. Ir. H. (Hugo) Storck Technisch directeur 1921-circa 1935 Zowel tijdens de periode J. Ankersmit als tijdens de beginperiode van ir. H. Ernst Deleth. Ir. H. (Henri) Ernst Deleth Algemeen directeur/deels eigenaar 1934-1968 N.V. Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructie’s “Nemaho” Vanaf 1963 alleen directeur. Eigendom vanaf dan volledig bij Houthandel William Pont. Koninklijke Houthandel William Pont NV Aandeelhouder in Nemaho circa 1943-1963 Volledig eigenaar van Nemaho 1963-1986 Vanaf 1963 zijn alle aandelen Nemaho in bezit van moederbedrijf William Pont. In de raad van commissarissen van Nemaho had ook een functionaris van Pont zitting. Vanaf 1955 tot 1975 was dit M. (Martin) Stadermann, algemeen-directeur van Pont. (Zie ook ‘Moederbedrijf Houthandel William Pont’ in het hoofdstuk Uitgelichte Aspecten) Ir. H. (Henk) van Putten Directeur 1968-1979 T. (Tjeerd) Bakker Directeur 1979-1988 Venture Fund Rotterdam Eigenaar van Nemaho 1986-1988. Reeds actief bij Nemaho vanaf circa 1984.88 Directeur van Venture Fund Rotterdam is drs. H. (Hans) Moerman RA. R.E.A.M. (Ronald) van der Lugt Directeur/eigenaar 1988-2000 Eigenaar BV Nemaho Houtconstructies 1988-2000 Van der Lugt is eigenaar van Lubox Beheer BV, waarvan Nemaho vanaf 1988 onderdeel werd.

88

Borgijink, 2017

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


158

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Ing. A.B. (Fons) Landewé Adjunct-directeur 1989-2000. Na de fusie van BV Nemaho Houtconstructies en BV Lijmcon.89 Nemaho is voorjaar 2000 gesplitst in Nemaho Houtconstructies BV en Nemaho Houtproducten BV.90 L.J. (Leo) Stronks Directeur/eigenaar 2000-2009 Nemaho Houtproducten BV Directeur Stronks heeft de aandelen van Nemaho Houtproducten BV in 2001 gekocht van Van der Lugt en was vanaf toen ook eigenaar van Nemaho Houtproducten BV. Het faillissement van Nemaho Houtproducten BV is uitgesproken op 7 december 2009.

Terug naar inhoudspagina

89

Persbericht van Lubox, 1 januari 1989, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 3. Artikel ‘Nemaho. Roemloos eind voor bedrijf dat bijna negentig jaar stempel drukte op Doetinchem’, door Henny Haggeman en Ton Tijdink, in: onbekende krant (De Gelderlander?) rond 9 december 2009. 90

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


159

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Moederbedrijf Houthandel William Pont Pont als financier van Nemaho Houthandel William Pont NV uit Zaandam was van 1939 tot 1986 financieel zeer nauw betrokken bij de Nemaho. De eerste contacten tussen Nemaho en Pont ontstonden waarschijnlijk eind jaren dertig van de vorige eeuw toen directeur Henri Ernst Deleth van Nemaho zocht naar kapitaal om zijn fabriek uit te breiden. Pont financierde de bouw van de nieuwe Nemaho-fabriek aan het Zaagmolenpad in Doetinchem. Eind 1941 waren de nieuwe bedrijfspanden klaar. Pont bezat (in ieder geval vanaf 1946) de helft van de aandelen in Nemaho. De andere helft van de aandelen was in het bezit van Deleth.91 De mate van medezeggenschap was voor beide partijen dus gelijk en bleef dat totdat Houthandel Pont in 1963 alle aandelen van Deleth verwierf. Nemaho werd daarmee een volle dochter van moederbedrijf Houthandel William Pont. De band tussen Pont en Nemaho werd verbroken in 1986, toen Nemaho door Pont werd verkocht. Relatie tussen Pont en Deleth De zeggenschap over het beleid van Nemaho was tot 1963 gelijk verdeeld over Deleth en Houthandel Pont. Pont’s aandelenkapitaal werd vanaf 1955 vertegenwoordigd door algemeen-directeur Martin Stadermann, die ook commissaris was bij Nemaho. Stadermann gaf Deleth regelmatig complimenten voor diens voortvarende beleid, maar dat kon niet verhinderen dat er soms ook spanningen waren tussen de beide heren. Aanleiding daarvoor was dat Deleth handelde als een onafhankelijk ondernemer en zich niet altijd hield aan afspraken met Pont. Deleth voelde zich vaak in zijn Nemaho’s directeur Deleth (achter) ziet in zijn vrijheid beperkt terwijl Pont juist meer grip op de directiekamer toe hoe directeur Stadermann van Nemaho wilde krijgen. Dit blijkt uit de notulen van de Pont (rechts) een geschenk overhandigt aan vergaderingen van de raad van commissarissen en de president-commissaris Jolles bij diens vertrek uit de notulen van de aandeelhoudersvergaderingen van de Raad van Commissarissen van Nemaho op Nemaho.92 7 september 1966 (Fotograaf onbekend) Martin Stadermann confronteerde Deleth bijvoorbeeld regelmatig met diens houtinkopen buiten Houthandel Pont om, die daardoor omzet misliep. Stadermann vond dit niet passen bij iemand voor wie Pont financieel garant stond en in wiens bedrijf zij veel

91 92

Notulen 9 april 1946, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


160

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

hadden geïnvesteerd. Hij vond ook dat door deze werkwijze de kas van concurrenten werd gespekt.93 Deleth’s reactie kwam erop neer dat hij als ondernemer de handen vrij wilde hebben om kansen in de markt te kunnen benutten en dat ‘zijn’ Nemaho geen dochterbedrijf van Pont was. Daarbij vond hij het hout van Pont te duur. Toen Nemaho in 1963 uiteindelijk dan tóch een dochterbedrijf werd van Pont bleef Deleth weliswaar directeur, maar had hij minder bevoegdheden. Dit bleek onder andere in 1966, toen Pont niet toestond dat Ronald Deleth (26), de zoon van directeur Deleth, zijn vader zou opvolgen als directeur bij de Nemaho. Dit tot grote teleurstelling van vader Deleth, die in 1968 met pensioen ging. Stadermann heeft overigens meerdere malen uitgebreid en genuanceerd aan directeur Deleth uitgelegd dat diens zoon Ronald welkom was bij Nemaho, maar dat hij nog te jong en te onervaren was om meteen als directeur te beginnen. Zo blijkt uit de notulen.94

Profiel van Pont Houthandel William Pont was een zeer grote speler op de Nederlandse houtmarkt. Al vanaf haar oprichting concentreerde het bedrijf zich vooral op import, distributie en verkoop van hout. In het begin zag Pont het verwerken van hout of het industrieel fabriceren van houtproducten niet als haar kernactiviteit en liet dat over aan anderen. In 1828 richtte William Pont, samen met zijn oom Jacob Boot, de houthandel Boot & Pont op. Toen Boot in 1844 overleed ging William alleen verder als Houthandel William Pont. Spoedig na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 verhuisde het bedrijf van Edam naar Zaandam om zo vanuit zee beter bereikbaar te worden. In de negentiende eeuw ontwikkelde de firma William Pont zich tot de grootste houthandel van Nederland.95 Schepen van haar eigen rederij voerden het hout aan vanuit Scandinavië, Rusland en de Oostzee-landen. In 1969 stelde Pont dat zij de grootste houthandel van Europa was.96 In dat jaar beheerde het concern vierendertig dochterbedrijven die onder hun eigen naam opereerden en samen goed waren voor ruim zestienhonderd personeelsleden.97 Van de vierendertig aangesloten bedrijven waren er in 1969 Een lading hout verlaat rond 1968 het terrein van Pont in vijfentwintig handelsmaatschappijen. Zaandam. Op de achtergrond het hoofdkantoor van Pont Deze hielden zich puur bezig met de (Foto uit personeelsblad De Badding 1969) distributie en de verkoop van hout en plaatmateriaal aan professionele houtgebruikers zoals aannemers, timmerfabrieken, scheepswerven enzovoort.

93

Notulen 11 augustus 1962. Notulen 30 oktober 1963, 12 mei 1965 en 7 december 1966. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. 95 Website Dichtbij. 96 De Badding, 1969, nr. 1, 2e kwartaal, pag. 6. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 97 De Badding, 1969, nr. 1, 2e kwartaal, pag. 6 en De Badding,1969 juni, pag. 10. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 94

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

161

Het dochterbedrijf Nemaho viel, samen met zes andere bedrijven, in de categorie ‘houtverwerkende industrie’. Verder was er nog een rederij voor zowel zeetransport als vervoer over binnenlandse waterwegen. Hout werd over zee geïmporteerd vanuit Zweden, Finland, Rusland, de Oostzee-landen, Canada en de VS. Over de weg en het spoor werd ingevoerd vanuit Zuid-Duitsland, Oostenrijk, Polen en Tsjecho-Slowakije.98 Vanaf de jaren zeventig begaf Pont zich steeds meer in de detailhandelsmarkt voor consumenten met doe-het-zelfwinkels als Hubo en later ook Formido. Ook richtte Pont zich met plastics steeds meer op houtvervangende materialen.

Nemaho als dochterbedrijf Industriële, houtverwerkende bedrijven zoals Nemaho waren in het Pont-concern opgenomen om bij te dragen aan de houtomzet. Maar Nemaho’s specialistische en technische karakter vergde van Pont meer dan gemiddelde aandacht. Volgens enkele geïnterviewden van het oral history-project had Pont niet voldoende geduld en kennis om zich te verdiepen in de technische vraagstukken die de productie van gelamineerde spanten met zich meebrachten. Directeuren en kaderleden van Nemaho voelden zich dan ook vaak roependen in de woestijn als zij bij Pont aandrongen op meer investeringen in mechanisering en automatisering. Dit om de concurrentie voor te kunnen blijven. Van Pont naar PontMeyer Houthandel William Pont was een financieel stabiel bedrijf. In ieder geval onder de leiding van Martin Stadermann, die vanaf 1955 algemeen-directeur was. Het Pontconcern investeerde flink in de bedrijfspanden van haar dochterondernemingen en in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw keerde het concern regelmatig winstdelingen uit, ook aan het personeel van de Nemaho.99 Maar na het pensioen van directeur Stadermann in 1975 braken er turbulente tijden aan voor Pont.

Ir. Klaus Groot rond 1974. Hij was concerndirecteur van Pont van 1975 tot 1983 (Foto uit

Klaus Groot, de opvolger van Stadermann, wilde de winst van Pont verhogen door vanaf 1978 te beleggen in vastgoedprojecten buiten de houtbranche. Daarvoor kocht hij onder andere voor zevenenzestig miljoen gulden grond in Maleisië.100 In 1980 kwam Pont door Groot’s vastgoedavonturen – voor het eerst sinds 1934 – in de rode cijfers terecht en is daar nooit meer uitgekomen. Opmerkelijk is dat de gepensioneerde oud-directeur Martin Stadermann in die periode commissaris was bij Pont (tot juni 1982).101

De Badding 1975)

Tussen 1983 en 1986 leed Pont een verlies van ruim achtenvijftig miljoen gulden. Volgens Pont zelf hing vooral het Maleisiëproject hen als een molensteen om de 102 nek. Daarbij kwam dat het in de hele houtbranche slecht ging en dat de industriële dochterbedrijven van Pont zonder uitzondering met verlies draaiden. Ook de Nemaho.

98

De Badding, januari 1971, pag. 5. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. Interview Borgijink, 2017. 100 Dit staat los van Nemaho’s bouw van een opslaghal in Bintulu op Oost-Maleisië in 1984. 101 De Telegraaf, 17 mei 1982, pag. 8. 102 Artikel 'Projectontwikkeling drukt resultaat bij William Pont' in: De Telegraaf, 15 maart 1985. 99

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


162

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Uiteindelijk zat er voor Pont nog maar een ding op: hulp zoeken bij een fusiepartner. Fusiepartner Meyer wilde alleen in zee met Pont als deze al haar verliesgevende industriële bedrijven zou afstoten.103 Nemaho werd daarom op 3 mei 1986 officieel verkocht aan het investeringsbedrijf Venture Fund te Rotterdam. Venture Fund was overigens al sinds 1984 aan het bewind bij Nemaho.104 Enkele dagen na de verkoop van Nemaho fuseerden de overgebleven, winstgevende bedrijven van Pont (de houthandels en de doe-het-zelfbranche met nu nog 1.350 personeelsleden) met Meyer International Nederland (400 personeelsleden) tot PontMeyer. PontMeyer is in 2017 nog steeds actief op de professionele hout- en bouwmarkt in Nederland.

103 104

Artikel ‘Houthandel Pont zoekt samenwerking’ in: Nederlands Dagblad, 24 april 1986. Interview Borgijink, 2017.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

163

Personen bij Houthandel William Pont De namen van de volgende personen komen regelmatig voor in interviews, notulen of krantenartikelen. Mr. F.H. Pont Algemeen-directeur van Houthandel Pont tot 1955. Commissaris bij de Nemaho van 1946 tot eind 1957.105 Vertegenwoordigde het aandelenkapitaal van Pont op de aandeelhoudersvergaderingen van Nemaho en was na zijn vertrek als directeur bij Pont commissaris bij Nemaho. (Niet te verwarren met mr. J.H. de Pont, commissaris bij Nemaho van 1950 tot 1972) M. (Martin) Stadermann Algemeen-directeur van Pont van 1955 tot 1975. Commissaris bij Nemaho van 1958 tot 1975. Vertegenwoordigde het aandelenkapitaal van Pont op de aandeelhoudersvergaderingen van Nemaho.106 Na zijn pensionering in 1975 nam Stadermann tot 1 juni 1982 zitting in de raad van commissarissen van Houthandel Pont. Hij vertrok daar na het bereiken van de wettelijk vastgestelde leeftijdgrens van 72 jaar.107 Ir. K. (Klaus) Groot Algemeen-directeur van Pont van januari 1975 tot 1 maart 1983. Volgde Martin Stadermann op en heeft veel in risicovolle vastgoedprojecten laten beleggen, waardoor Pont in ernstige financiële problemen kwam. Drs. J. Geleynse Algemeen-directeur van Pont van minimaal 17 maart 1982 tot minimaal 31 oktober 1986. Nam al tijdens het directeurschap van Groot diens functie over, omdat deze vanaf 1982 voornamelijk bezig was met het beperken van de schade die was ontstaan door mislukte vastgoedinvesteringen. R.E. (Rob) van Saarloos Coördinator van houtverwerkende dochterbedrijven van Pont en commissaris bij Nemaho vanaf 1975 tot waarschijnlijk 1986. J.J. van der Jagt Adjunct-directeur van Pont en commercieel adviseur voor Nemaho van september 1984 tot 1986.108 Voormalig directeur van Pont’s dochterbedrijf Houthandel Utrecht (Hubo). Zat vanaf 19 juli 1986 in de Raad van Bestuur van PontMeyer

105

Notulen 9 april 1946 en 13 december 1957. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Notulen van zowel aandeelhouders als commissarissen 12 juni 1958. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. 107 Advertentie in: De Telegraaf, 17 mei 1982, pag. 8. 108 Interview Borgijink, 2017 en Artikel ‘Pont blijft verliesgevend. Hubo (Pont) heeft de beste managers’ in: De Telegraaf, 26 september 1985. 106

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


164

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Tijdlijn Houthandel Pont 1828 William Pont en zijn oom Jacob Boot investeren in een houthandel in Edam: Firma Boot & Pont.109 1844 Na het overlijden van Boot gaat William Pont verder als Houthandel William Pont. 1876 Na de opening van het Noordzeekanaal in 1870 verhuist Pont van Edam naar Zaandam voor een betere bereikbaarheid vanuit zee en een grotere toegankelijkheid tot de waterwegen. 1911 Pont wordt een nv: NV houthandel v/h William Pont.110 1941 Pont neemt deel in het kapitaal van Nemaho. Uiterlijk 19 april is het terrein voor de uitbreiding van Nemaho aan het Zaagmolenpad in Doetinchem gekocht. 1942 Nieuwbouw Nemaho aan het Zaagmolenpad is gereed. Pont vergroot haar deelname in het kapitaal van de Nemaho.111 1946 Directeur mr. F.H. Pont van Houthandel Pont wordt commissaris bij Nemaho.112 Houthandel Pont bezit de helft van de aandelen in Nemaho.113 1955 Martin Stadermann wordt algemeen-directeur van Pont en vertegenwoordigt het aandelenkapitaal van Pont bij Nemaho. 1958 Martin Stadermann wordt tevens commissaris bij Nemaho. 1963 Vervoer van hout door Pont binnen Nederland gaat voor 48% per binnenschip.114 1969 Pont acht zichzelf de grootste houthandel van Europa.115 Het concern bestaat uit 34 dochterbedrijven waar totaal 1.624 mensen werken.116 Pont viert zijn 125-jarig jubileum en krijgt het predicaat ‘Koninklijk’.117 Verkoop van drie eigen zeeschepen van Pont. In afwachting van ontwikkelingen van vervoer van hout over zee.118 1970 Steeds meer hout komt reeds gezaagd in Zaandam aan in de vorm van pakketten. Daardoor wint de distributie per vrachtwagen het steeds meer van het transport per binnenschip. Transport van hout per binnenschip was in 1969 voor Pont nog slechts 4%.119 1972 Het totale personeelsbestand van het concern is 2.003 medewerkers.120 1975 Klaus Groot wordt algemeen-directeur van Pont na het pensioen van Martin Stadermann. Martin Stadermann neemt zitting in de raad van commissarissen van Pont. 1978 Klaus Groot investeert fors in vastgoedprojecten, onder andere in Maleisië. 1980 Pont in de rode cijfers. Voor het eerst sinds 1934. Het verlies is 9,4 miljoen gulden. 1982 Klaus Groot is alleen nog formeel directeur. Hij moet ‘financiële lekken dichten’. 1982 Martin Stadermann stopt als commissaris bij Pont wegens het bereiken van de wettelijke leeftijdsgrens van 72 jaar.

109

Website Dichtbij. Website Dichtbij. 111 Aandelenregister Nemaho 1942-1963, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 7. 112 Notulen 9 april 1946, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. 113 Notulen 9 april 1946, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. 114 De Badding, nr. 1, januari 1971. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 115 Website Dichtbij en De Badding, 1969, 2e kwartaal. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 116 De Badding, juli 1973, pag. 17. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 117 De Badding, 1969, 2e kwartaal. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 118 De Badding, juli 1970, pag 12. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 119 De Badding, nr. 1, januari 1971. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 120 De Badding, juli 1973, pag. 17. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 110

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

165

1983 Klaus Groot vertrekt en J. Geleynse wordt algemeen-directeur van Pont. 1984 Nemaho is officieel nog eigendom van Pont, maar beleggersconsortium Venture Fund Rotterdam neemt bij Nemaho de beslissingen en doet investeringen. 1985 Verliezen bij Pont zijn opgelopen tot 58 miljoen gulden. 1986 Pont verkoopt op 3 mei het verliesgevende Nemaho aan Venture Fund Rotterdam. Bij de overdracht worden pensioenrechten en vut-uitkeringen van Nemaho veiliggesteld. Nemaho wordt achtergelaten met een eigen vermogen van vier miljoen gulden.121 1986 De overgebleven, winstgevende delen van Pont fuseren op 9 mei met de Nederlandse dochter van het Britse houtbedrijf Meyer International PLC (Meyer International Nederland) tot PontMeyer. PontMeyer komt in Britse handen. 1987 PontMeyer verkoopt Hubo en Formido aan auto-importeur Pon.122 1999 PontMeyer komt weer in Nederlandse handen.123 2017 PontMeyer is nog steeds actief in Nederland.

Bronnen Pont Notulen Nemaho In het ECAL bevinden zich de notulen van de vergaderingen van de raad van commissarissen en de notulen van de aandeelhoudersvergaderingen van de Nemaho over de periode van 1935 tot 1977. Het ziet er naar uit dat deze notulen niet compleet bewaard zijn gebleven. Mogelijk zijn, in de Nemaho-tijd, delen van deze notulen vernietigd of ergens anders bewaard. Na 1972 zijn er alleen nog overzichten van agenda’s voor de vergaderingen, maar geen gedetailleerde verslagen. Toch is het pakket notulen bij het ECAL een goudmijn als men meer wil weten over de verhoudingen tussen Nemaho en Houthandel William Pont. Over het begin van de samenwerking tussen Pont en Nemaho (van 1939 tot circa 1945) zijn weinig tot geen details te vinden in het Nemaho-archief bij het ECAL. De notulen zijn te vinden onder NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Personeelsblad De Badding De Badding is het personeelsblad voor alle medewerkers van het Pont-concern. Het is een bron van informatie over het Pont-concern en de Nemaho. De officiële titel van het blad is ‘De Badding, contactorgaan van N.V. Houthandel v.h. William Pont’ (een badding is een vurenhouten balk met een doorsnede van ongeveer 65 x 165 mm). Dit blad verscheen ongeveer elk half jaar. Het bevat onder andere artikelen en mededelingen van de directie over bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen. Soms een overzicht van de jaarcijfers met een uitleg daarover. Ook de eigen geschiedenis van het concern wordt regelmatig uitgediept. Verder komen ook lichtere onderwerpen aan bod zoals hobby’s van personeelsleden.

121

Artikel ‘Houtbewerker going concern na surseance’, in: Elan, nummer 1/2, januari/februari 1989, pagina 44-49. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 89. 122 Artikel 'Pont-Meyer verkoopt Hubo en Formido. Auto-importeur Pon stapt in de doe-het-zelf markt', in De Telegraaf, 10 april 1987, pag. 27 123 Website Dichtbij. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


166

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Het ECAL heeft 12 edities van De Badding uit de periode 1969 tot 1975 in het archief. Te vinden onder NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. Kranten De kranten zijn geraadpleegd in het digitale archief van de website Delpher http://www.delpher.nl/ . De internetadressen (URL’s) zijn op 11 oktober 2017 gecontroleerd op beschikbaarheid. Over het begin van de deelname van Pont in het kapitaal van Nemaho, begin jaren veertig, zijn tot nu toe weinig gegevens gevonden. Hieronder enkele krantenartikelen over dit onderwerp. - Artikel 'William Pont verhoogt dividenden' in: Het Vaderland, 19 april 1941, pag. 3. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010019618:mpeg21:a0069 - Artikel ‘Houthandel William Pont. Eigen bedrijfswinst in 1941 sterk gedaald. Ruime bate van de deelnemingen, echter afkomstig van 1940. Vrijgevige dividendpolitiek.', in: Amsterdamsch Effectenblad, 16 juni 1942. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010893484:mpeg21:a0001 - Artikel 'Houthandel Pont. De koersen der gew. en pref. aandeelen' in: Het Financieele Dagblad, 20 december 1943, pag. 1. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011130065:mpeg21:a0003 Artikelen over de financiële problemen van Pont in de jaren tachtig. De Nederlandse pers volgde de financiële perikelen bij William Pont op de voet. Vanaf de eerste verliezen die werden geleden in 1980 tot na haar fusie met Meyer in 1986. Hieronder een lijst van geraadpleegde krantenartikelen. - Artikel 'Pont wil activiteiten in Maleisië verkopen' in: De Telegraaf, 26 mei 1984, pag. 53. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011206105:mpeg21:a1110 - Artikel 'Groot en Machielse? Nooit van gehoord!' in: De Telegraaf, 2 maart 1985. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011206828:mpeg21:a0734 - Artikel 'Projectontwikkeling drukt resultaat bij William Pont' in: De Telegraaf, 15 maart 1985. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011206865:mpeg21:a0626 - Artikel 'Pont blijft tobben in Maleisië' in: NRC, 15 maart 1985 http://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000028281:mpeg21:a0135 - Artikel ‘Pont blijft verliesgevend. Hubo (Pont) heeft de beste managers’ in: De Telegraaf, 26 september 1985, pag. 37. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011207003:mpeg21:a0432 - Artikel ‘Houthandel Pont zoekt samenwerking’ in: Nederlands Dagblad, 24 april 1986. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010569964:mpeg21:a0144

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

167

- Artikel 'Na fusie winst verwacht. Gehavende Pont op nieuwe koers', in: De Telegraaf, 10 mei 1986. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011207192:mpeg21:a0817 - Artikel 'Kon. William Pont: bijna dood hout', door Wim van der Meulen, in: Het Vrije Volk, 10 mei 1986, pag. 9. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010948794:mpeg21:a0376 - Artikel 'William Pont bijna dood hout', door Wim van der Meulen, in: Het Vrije Volk, 15 mei 1986. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010948750:mpeg21:a0091 - Artikel 'Zakenjounaal' in: De Telegraaf, 18 juli 1986 http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011207250:mpeg21:a0371 - Artikel ‘Pont verloor 54,5 miljoen in Maleisië’ in: De Telegraaf, 31 oktober 1986. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011207340:mpeg21:a0328 - Artikel 'Pont-Meyer verkoopt Hubo en Formido. Auto-importeur Pon stapt in de doe-het-zelf markt', in De Telegraaf, 10 april 1987, pag. 27. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011207474:mpeg21:a0346 Internet - Website Dichtbij, uit de oude doos (23) – Houthandel William Pont, door Koger de Tweede, gepubliceerd op 17 november 2015. (Deze site is op 11 oktober 2017 niet meer actief.) - Website Zaanwiki, Pont-Meijer bv http://www.zaanwiki.nl/encyclopedie/doku.php?id=pont_meijer

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


168

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Uitgelichte aspecten


169

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Buitenlandse contacten

Zusterbedrijven van Nemaho Land België Duitsland Frankrijk

Standplaats Brussel, later Antwerpen Gohfeld, later Wesel Bad Oeynhausen Amiens, later Fécamp

Naam Nemaho-Belgium S.A. Nemaho G.m.b.H. Lübbert Holzleimbau Bermaho S.A.

Periode 1953 - ca 1990 ca 1959 - ca 1970 ca 1970 - ca 2000 1960 - ca 1990

De drie buitenlandse zusterbedrijven van Nemaho zijn opgericht om in het land van de vestiging ‘dichter bij de klant’ te zitten. De zusterbedrijven begonnen als verkoopkantoren, aangevuld met enkele constructeurs en tekenaars. België en Duitsland lieten de spanten aanvankelijk in Doetinchem maken. De aanloopperiode van deze zusterbedrijven verliep moeizaam. Met Nemaho-Belgium is tot zeker eind jaren tachtig samengewerkt. Het Duitse Nemaho GmbH werd circa 1970 door Doetinchem opgeheven. Nemaho nam daarna deel in het Duitse bedrijf Lübbert Holzleimbau tot circa het jaar 2000. Lübbert liet een deel van

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


170

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

haar constructies in Duitsland zelf maken. Grote gelamineerde spanten werden door Doetinchem geleverd. Vooral in de jaren tachtig was er een intensieve samenwerking tussen Lübbert en Doetinchem en kwamen er veel orders uit Duitsland. Het Franse zusterbedrijf Bermaho was in alle opzichten een succesvol zusterbedrijf. Zij bouwde al in 1961, met hulp van Nemaho, haar eigen spantenfabriek in het Franse Amiens. Eind jaren zestig werd zij zelfstandig en Nemaho heeft zeker tot eind jaren tachtig goed met Bermaho samengewerkt.

Buitenlandse producenten van gelamineerd hout waarmee Nemaho samenwerkte 1958-1964 Land Denemarken Groot-Brittannië Noorwegen Verenigde Staten Zuid-Afrika

Standplaats Kopenhagen Rainham Oslo Peshtigo Stellenbosch

Firmanaam Dansk Lamintrae A/S Rainham Timber Engineering Co. Ltd. Splitkeinfabrikken Laila Schou Nilsen & Co. Unit Structures Inc. Lamtico (Laminated Timber Construction Co. Ltd.)

De samenwerking tussen Nemaho en de bovengenoemde buitenlandse industrieën is voortgekomen uit hun lidmaatschap van de International Laminating Industries (ILI). Een organisatie die in de jaren vijftig was opgericht om technische gegevens uit te wisselen tussen fabrikanten van gelamineerd hout. De ILI probeerde ook de afzet van gelamineerd hout te vergroten. Leden speelden elkaar orders toe, waarschijnlijk tegen een provisie. Ook werd er bij overcapaciteit onderling uitbesteed. Van de bovengenoemde leden van de ILI hadden Groot-Brittannië, Noorwegen en Zuid-Afrika een licentie van Het Nemaho Productiesysteem gekocht. Het systeem waarbij spanten horizontaal en zonder spijkers worden verlijmd. Dit bracht Nemaho inkomsten. Nemaho’s research-ingenieur Hansruedi Bohny bezocht de licentiehouders om Het Nemaho Productiesysteem op te zetten en te begeleiden. Over de relatie van Nemaho met de buitenlandse spantenmakers na 1964 is weinig bekend.

Handelsagentschappen voor Nemaho Periode 1958-1964 (tenzij anders vermeld) Land

Standplaats

Naam van de agent of het agentschap en het bestreken gebied

Australië

Sidney

F.J. Zipfinger voor Australië en Nieuw-Zeeland

België

Brussel

Diverse vertegenwoordigers voor België en Luxemburg

Bondsrepubliek Duitsland

Gohfeld

Herr Lindemann?

Duitsland

Holzbunge

Uwe Pohlmann Agentur (na 1989)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


171

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Duitsland

Löhne

Handelsvertretung Heinz Buhr (na 1989)

Chili

Puerto Montt

J. Bosselaar

Colombia

Bogotá

Erwin Schottländer voor Colombia en Equador

Curaçao

Willemstad

De heer Selbiger voor de Nederlandse Antillen

Frankrijk

Grenoble

Jacques Allizon

Goudkust (Ghana)

Accra

J.D. Ikiades voor Dahomey (Benin), Gambia, Goudkust (Ghana), Frans-Guinee (Guinee), Frans-Ivoorkust (Ivoorkust), Frans- en Brits-Kameroen (Kameroen), Nigeria, Senegal, Sierra Leone, Brits- en Frans-Togoland (Togo)

Griekenland

Athene

E.J. Lebessis voor Egypte, Griekenland, Irak, Israël, Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië, Syrië en Turkije

Spanje

Madrid

Luis Cuervo y Jaen voor Spanje en Portugal

Suriname

Paramaribo

Het bedrijf Vyent N.V. fungeerde als agent

Trinidad

Port of Spain

J. Spencer

Zuid-Rhodesië (Zimbabwe) Salisbury (Harare) Nic. Maas voor Nyasaland (Malawi), Noord-Rhodesië (Zambia) en Zuid-Rhodesië (Zimbabwe) Directeur Deleth, maar ook zijn bedrijfsleider J. van Bentem, maakten incidenteel reizen naar Zuid-Amerika om agenten te bezoeken en om nieuwe contacten te leggen. Zo reisde Deleth begin 1953 naar Colombia en Curaçao en in 1967 naar Colombia, Suriname, Curaçao en Aruba. Over handelsagentschappen van Nemaho is buiten de periode 1958-1964 tot nu toe weinig bekend. Tot in de periode van directeur Van Putten (1968-1979) is J.D. Ikiades uit Ghana waarschijnlijk nog actief geweest. In de jaren zeventig en tachtig kwamen orders voor het Midden-Oosten bij Nemaho onder andere binnen via de Franse, zelfstandige verkoper Alain Jossermoz. Hij werkte voor een deel ook voor Nemaho’s Franse zusterbedrijf Bermaho. In dezelfde periode trokken Nemaho’s heren van de commerciële dienst Anton Borgijink, Henk Bosch en Bertus Hansen door het Midden-Oosten om daar contacten te leggen. Vaak bijgestaan door projectleider Arnold Hebbink die technisch advies gaf.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


172

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

In een onbekende periode tussen 1989 en 2000 waren in Duitsland de handelsagentschappen Handelsvertretung Heinz Buhr en Uwe Pohlmann Agentur voor Nemaho actief.

Kansen in de jaren vijftig Rond 1954 benaderden AustraliĂŤ, India en Goudkust (Ghana) de Nemaho met het verzoek om in hun land een zusterbedrijf op te richten. Directeur Deleth wees deze verzoeken af omdat hij de investeringen daarvoor niet kon opbrengen. Wel bood hij aan om tegen betaling technische bijstand te verlenen. Colombia wilde in de jaren vijftig, onafhankelijk van Nemaho en houthandel Pont, een fabriek voor gelamineerd hout oprichten in de plaats Barranquilla. Deleth heeft van 1953 tot 1955 met het plan rondgelopen om, naast zijn directeurschap bij Nemaho in Doetinchem, met eigen kapitaal deel te nemen in dit nieuw te stichten bedrijf in Colombia. Hij vond zijn bedrijfsleider J. van Bentem bereid om zich in Colombia te vestigen als bedrijfsleider van deze onderneming. Van moederbedrijf Pont kreeg Deleth toestemming voor zijn plannen, want Pont zag in dit initiatief van de Colombianen geen concurrentiegevaar. Het is onbekend waarom dit plan uiteindelijk niet is doorgegaan. Ook is niet bekend of de Colombiaanse spantenfabriek er is gekomen.

Bronnen - Notulen van de vergaderingen van aandeelhouders en de raad van commissarissen, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. - Catalogi en brochures van Nemaho, NL-DtcSARA 1321 met de inventaris nummers 40, 44, 48 en 130. - Diverse interviews met oud-werknemers.

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

173

Nemaho van surseance naar doorstart, 1988 De surseance van betaling van Nemaho in een notendop Wat velen al maanden zien aankomen gebeurt op 5 april 1988: Nemaho komt in ernstige financiële problemen en zij vraagt surseance (uitstel) van betaling aan. Een faillissement lijkt onvermijdelijk, maar bewindvoerder Palstra spant zich enorm in om voor Nemaho een doorstart mogelijk te maken. Hij vraagt De Belastingdienst en de schuldeisers om geduld, om zo een goede overnamekandidaat te kunnen zoeken. Deze moet bereid zijn flink te investeren in het bedrijf. Ook moet hij crediteuren een akkoord kunnen aanbieden. Die nieuwe eigenaar wordt houthandelaar en importeur Van der Lugt. Helaas blijkt het noodzakelijk om 30 van de 55 personeelsleden te ontslaan. Op 8 september 1988 kan Nemaho weer verder als bedrijf. Met een nieuwe eigenaar en een nieuwe directie. Betrokkenen bij de surseance - T. (Tjeerd) Bakker, directeur Nemaho van 1979 tot 1988. - Venture Fund Rotterdam BV, eigenaar Nemaho (vanaf mei 1986). Beleggingsconsortium. - Koninklijke Houthandel William Pont, voormalige eigenaar van Nemaho (tot mei 1986). - ABN bank, huisbankier van Nemaho. - Mr. J.Th.M. Palstra, bewindvoerder (curator) tijdens surseance. Van advocatenkantoor Dirkzwager en Kroeskamp te Arnhem. - R.E.A.M. (Ronald) van der Lugt, nieuwe directeur en nieuwe eigenaar van Nemaho na de surseance. Rotterdamse directeur/eigenaar van houthandel Lubox Beheer BV. - Drs. R. van Dijk, Rotterdamse registeraccountant, in opdracht van Van der Lugt. - Ing. J.Th. Ootemans, analyseerde voor Van der Lugt product/markt situatie voor gelamineerd hout. Is oud-directeur Stevin, interim-directeur bij andere surseances. - Ing. A. B. (Fons) Landewé, nieuwe adjunct-directeur. Dagelijkse leiding van de Nemaho vanaf januari 1989. Tijdlijn surseance 1988 5 april Huisbankier ABN zegt krediet aan Nemaho op. 6 april Voorlopige surseance van betaling verleent door rechtbank. 6 april Palstra wordt bewindvoerder bij Nemaho. 6 april Palstra bevriest alle acties en onderzoekt mogelijkheden voor doorstart in plaats van faillissement. begin april Directeur Bakker op non-actief gesteld door eigenaar Venture Fund. 11 april ca Van der Lugt is serieuze kandidaat-koper en mag van Palstra boeken inzien. 13 april ca Van der Lugt wil, onder voorwaarden, verder met Nemaho. Dit na snelle en grondige analyse van de boeken van Nemaho en de markt voor gelamineerd hout. 15 april ca Voorstel van Palstra aan Van der Lugt: neem bedrijfsvoering tijdelijk ‘vrijblijvend’ over om te beoordelen of koop verantwoord is.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


174

16 april ca 21 april 25 april midden mei 1 juni 17 augustus 31 augustus 8 september 8 september

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Van der Lugt laat Van Dijk en Ootemans administratie en bedrijfsvoering in slechts enkele dagen grondig analyseren. Van der Lugt besluit om Nemaho, onder voorwaarden, voort te zetten en te financieren. Van der Lugt wordt financier en statutair-directeur van Nemaho. 'Met alle lusten en lasten'. Ontslag van 30 van 55 werknemers, inclusief directeur Bakker. Vergadering met crediteuren: gaan zij akkoord met 15 procent van hun vordering? Eén crediteur sputtert tegen. Van der Lugt verwerft terrein en opstallen Nemaho van eigenaar William Pont. Alle crediteuren keuren uiteindelijk het akkoord goed.124 Rechtbank bekrachtigt het crediteurenakkoord. Nemaho is vanaf nu weer actief.

Enkele oorzaken van de financiële problemen bij Nemaho - De wereldconjunctuur is teruggelopen. - Nemaho berekent te lage prijzen, soms onder de kostprijs.125 - Felle concurrentie van andere spantenmakers als Verbeko, Heko, Drakon en Lijmhout.126 - Wegvallen van de opdrachten uit het Midden-Oosten. Door gunstige dollarkoers bestelt men daar (weer) in de VS. - Betreden van onbekend terrein en risicovolle markten bij het uitvoeren van grote projecten in het buitenland. Men krijgt daarbij te maken met aannemers die niet altijd betrouwbaar zijn. - Beperkte afzetmarkt in Nederland. De bewindvoering Bewindvoerder Palstra is een man van faam, die in het verleden bewezen heeft niet voor de ‘makkelijke weg’ van het faillissement te kiezen, maar voor financiering en overname/voortzetting van een bedrijf. Palstra: ‘Bij een faillissement heb je geen bemoeienis met bestaande contracten, geen gedoe over onderhanden werk en wordt het personeel ontslagen. Je verkoopt de bezittingen en de opbrengst gaat naar de bank en de belastingdienst. Crediteuren krijgen meestal niets. De volgende eigenaar koopt een bedrijf zonder historische ballast en kan eventueel het personeel weer Mr. J.Th.M. Palstra in 1989. aannemen.’ Hij was bewindvoerder van Nemaho tijdens de surseance van 1988 (Fotograaf Peter Drent Arnhem)

Vergeleken met een faillissement vergt een doorstart/voortzetting van een bedrijf een veel grotere inspanning: er moet meer onderhandeld en overlegd worden met alle partijen. Palstra moet een overnamekandidaat bereid vinden om niet alleen de lusten maar ook de lasten te kopen. Iemand die de aandelen

124

Artikel ‘Schone lei voor Nemaho’, in: De Gelderlander, 1 september 1988, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 87. 125 Om werk te kunnen behouden in een markt met overcapaciteit en/of door verkeerde prijscalculatie. Bron: Artikel ‘Nemaho. Roemloos eind voor bedrijf dat bijna negentig jaar stempel drukte op Doetinchem’, door Henny Haggeman en Ton Tijdink, in: onbekende krant (De Gelderlander?) rond 9 december 2009. 126 Bron van bedrijfsnamen van concurrenten: Landewé 2016. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

175

wil verwerven, maar ook een akkoord met de schuldeisers wil financieren. Gaat dat allemaal goed, dan is het resultaat van al deze extra inspanning dat het bedrijf weer doorgaat en het personeel (of een deel ervan) aan het werk blijft. Dat schuldeisers een deel van hun vordering terug krijgen. En nog steeds aan Nemaho kunnen leveren. Je voorkomt met voortzetting ook dat kleine toeleveranciers worden meegetrokken in de ondergang van Nemaho. De eerste actie van Palstra is het bevriezen van de situatie bij Nemaho. Direct daarna vraagt hij aan de ABN-bank, de belastingdienst, de crediteuren en de klanten om enig geduld. Dit om een geschikte overnamekandidaat voor Nemaho te zoeken. Ook gaat hij in overleg met eigenaar Venture Fund over de voorwaarden waaronder zij hun belangen willen overdragen aan een eventuele nieuwe eigenaar. Palstra krijgt veel geïnteresseerden voor overname aan de telefoon. Sommigen willen alleen de inventaris kopen, een enkeling wil de hele zaak voor één gulden overnemen. Van de acht serieuze kandidaten die overblijven geeft Palstra alleen houthandelaar Van der Lugt inzage in de administratie en bedrijfsvoering, omdat deze een goed onderbouwd plan voor voortzetting heeft. Daarbij is Van der Lugt bereid zelf flink te investeren. Overnamekandidaat Palstra doet Van der Lugt het volgende voorstel: ‘We bevriezen alles en u neemt tijdelijk de bedrijfsvoering over. U krijgt Nemaho als het ware vrijblijvend “op zicht”. Zodat u intussen grondig kunt onderzoeken of het verantwoord is om Nemaho over te nemen. Is uw conclusie dat u het niet moet doen, dan stapt u zonder verplichting uit.’ Van der Lugt: ‘Overname vanuit een faillissement is “clean”, je weet waar je aan toe bent. Maar bij surseance koop je ook de historische ballast over. Dit is de eerste keer dat ik dit doe. Welke verborgen gebreken kunnen er nog naar boven komen?’ Van der Lugt vraagt aan zijn accountant Van Dijk om de boeken en archieven van Nemaho door te pluizen. Van Dijk schakelt op zijn beurt de ervaren Ootemans in om het product en de markt voor gelamineerd hout te analyseren. Na slechts twee dagen grondige studie weet Ootemans: - Hoe de markt in elkaar zit. - Hoe de kostenstructuur van het product is. - Hoe de verschillende afdelingen zoals administratie, verkoop, inkoop en fabricage functioneren. - Hoeveel manuren er per eenheid product worden aangewend, bij Nemaho, bij concurrenten en in de branche. - Dat er door Nemaho vier maal meer wordt geproduceerd dan de Nederlandse markt aan kan van deze producten. - Dat per manuur in 1988 nog maar 33 procent eenheid product wordt gemaakt ten opzichte van 1984. - Dat de prijscalculatie verkeerd (te laag) is doordat met talloze factoren geen rekening is gehouden. Dus: hoe meer verkoop, hoe meer verlies. - Dat in de afgelopen tien jaar voor tenminste 40 miljoen gulden verlies is geleden.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


176

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Van der Lugt heeft na deze bevindingen nog steeds interesse in de Nemaho. Al op 21 april 1988 verklaart Van der Lugt zich bereid om Nemaho onder voorwaarden te kopen en is bereid tot forse investeringen. Ook is hij bereid vanaf 25 april 1988 als financier en statutair-directeur127 van Nemaho op te treden. ‘Met alle lusten en lasten.’ Wel verlangt hij van Palstra onder andere de volgende zekerheden: - Een akkoord met de crediteuren, waarbij zij genoegen moeten nemen met 15 procent van hun vordering. - Garantie dat bedrijfscomplex gekocht kan worden van William Pont. Daarbij Venture Fund passerend, die het eerste recht op koop heeft. - Ontslag van directeur Bakker, die op non-actief is gesteld. Ontslagen Palstra en Van der Lugt komen tot de conclusie dat er van de 55 personeelsleden 30 weg moeten. Dit wordt ondersteund door Ootemans, Van Dijk en door de bedrijfsleider van Nemaho. Ook normgetallen uit de branche en metingen uit het productieproces ondersteunen de conclusie. Verwacht wordt dat de totale productie kan worden afgehandeld met de overgebleven 25 hoog gemotiveerde en meest vakbekwame mensen. De ontslagen vallen op alle afdelingen, niet alleen in de productie. Er komt, tegen de gebruiken van Nemaho in, geen financiële afvloeiingsregeling voor de ontslagen werknemers. Daarvoor is niet genoeg geld. De bonden en het GAK gaan akkoord met deze maatregel, mits die voor iedereen geldt. Palstra en Van der Lugt lichten persoonlijk alle 55 personeelsleden in of ze mogen blijven of ontslagen worden. Die dag, rond 17 mei 1988, is voor velen een emotioneel moment. Van de ontslagen werknemers is Nemaho vaak het eerste en enige bedrijf waar ze hebben gewerkt. Dienstverbanden van ruim twintig jaar of meer zijn in de meerderheid.128 Enkelen staan kort voor hun pensioen. Ook voor de mensen die mogen blijven is het een moeilijke dag: zij moeten afscheid nemen van collega’s waar ze vele jaren mee hebben samengewerkt. Van de ontslagen personen stappen slechts enkelen naar de rechter om hun ontslag aan te vechten129. Afvloeiing Om de afvloeiingsprocedure te vereenvoudigen doet Palstra de uitkeringsinstantie GAK130 twee zeer ongebruikelijke voorstellen. Normaal gesproken moet een collectief ontslag als bij Nemaho worden aangemeld bij het Gewestelijk Arbeidsbureau. Die gaat een standaardprocedure afwikkelen die minimaal 3 maanden gaat duren. Gedurende die ‘proceduretijd’ moet Nemaho de salarissen door blijven

127

Officieel benoemd, door huidige aandeelhouders. Artikel 'Ontslag voor 30 werknemers van Nemaho', in: De Graafschapbode, regionaal katern, 18 mei 1988, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 86 129 Hebbink, 2016. 130 Gemeenschappelijk Administratiekantoor, belast met uitvoering van sociale zekerheid. Ging in 2000 op in het UWV. 128

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

177

betalen. Dat is dus 3 maandsalarissen x 30 ontslagen personen = 90 maandsalarissen. Let wel: deze 3 maanden komen bovenop de gewone, wettelijke opzegtermijn van 22 weken die ook door Nemaho zullen worden betaald. Palstra is van mening dat de extra ‘proceduretijd’-salarissen als een molensteen om de nek van Nemaho zullen gaan hangen en een doorstart onmogelijk zullen maken. - Voorstel 1 van Palstra: kan de procedure-periode van 3 maanden worden overgeslagen? Het GAK neemt dit zeer ongebruikelijke voorstel in beraad. - Voorstel 2 van Palstra: Mensen die vrijwillig ontslag nemen zouden ook WW-uitkering moeten krijgen. Dit is wel zo eerlijk. Ook over dit unieke voorstel gaat het GAK nadenken. De vakbonden en de ondernemingsraad ondersteunen de voorstellen van Palstra. Tot ieders en ook Palstra’s eigen verrassing worden de voorstellen gehonoreerd: - Er komt geen extra ‘proceduretijd’ boven op de wettelijke opzegtermijn van 22 weken. 22 weken na mei 1988 ontvangt het ontslagen personeel een uitkering. - Vrijwillige uittreders bij Nemaho worden erkend als WW-gerechtigden. Verwerving bedrijfscomplex Van der Lugt wil het bedrijfscomplex kopen en eigenaar William Pont is bereid dit te doen voor een ‘coulante prijs’. Venture Fund protesteert tegen deze prijs en doet ook een beroep op een destijds door Pont verleend voorkeurrecht op koop van het complex. Op 17 augustus beslist de rechter dat Pont het terrein en de opstallen aan Nemaho/Van der Lugt mag verkopen voor de prijs die is voorgesteld. Continuïteit kennis van gelamineerd hout Om de knowhow van gelamineerd hout te continueren sluit Van der Lugt, nog vóór september, met voormalige eigenaar Venture Fund een adviseursovereenkomst. Dit omdat Van der Lugt, zoals hijzelf zegt ‘niet te veel verstand heeft van hoogwaardige hout/lijm constructies.’131 De tijdelijke onenigheid tussen Van der Lugt en Venture Fund over het bedrijfsterrein is dus geen hindernis om uiteindelijk samen te werken. Belastingschulden Voor de circa 4 ton die Nemaho nog aan belasting moet afdragen treft Palstra een regeling met de Belastingdienst. Crediteurenakkoord De schuldeisers komen bij elkaar op de crediteurenvergadering van 1 juni 1988. Palstra licht hier toe dat Van der Lugt een bedrijfsconcept heeft ontworpen om uit de verliesspiraal te ontsnappen. De laatste tien jaar is 40 miljoen verlies geleden. Van der Lugt zal een lening verstrekken waardoor een surseanceakkoord van 15 procent wordt aangeboden. Dat is 15 procent van 3 miljoen = 450.000 gulden. Keerzijde van dit voorstel: mocht het bedrijf

131

Artikel ‘Schone lei voor Nemaho’, in: De Gelderlander, 1 september 1988, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 87. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


178

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

alsnog failliet gaan, dan zullen crediteuren niets krijgen. Alles zal dan naar de fiscus en de ANBbank gaan. Er wordt daarom een beroep gedaan aan de crediteuren om ‘deze poging tot sanering en continuering van het bedrijf te laten slagen’. Het lijkt erop dat er een akkoord komt en dat men het eens is over een definitieve surseance. Overigens: een akkoord betekent kwijtschelding van een groot deel (in dit geval 85 procent) van de schuld. Het akkoord NIET accepteren betekent dat de crediteuren hun eigen opdrachtgever (Nemaho) de doodsteek toedienen, omdat die daardoor alsnog failliet gaat. Waardoor toekomstige inkomsten uit deze bron niet mogelijk zijn. Verder krijgen crediteuren bij een faillissement vaak niets. Een van de schuldeisers gaat niet akkoord met slechts 15 procent: NCM, de Nederlandse Credietverzekeringsmaatschappij. De Faillissementswet stelt een curator in staat om in zulke gevallen te komen tot een dwangakkoord, mits 2/3 van de crediteuren instemmen met de voorwaarden, waarbij zij driekwart van de vorderingen moeten vertegenwoordigen. Palstra rekent uit dat dwarsligger NCM net niet genoeg vorderingen heeft om roet in het eten te kunnen gooien. Het akkoord komt er op 31 augustus.132 Op 9 september 1988 wordt het akkoord bekrachtigd door de rechtbank. Nemaho weer actief Vanaf 9 september 1988 is Nemaho weer als bedrijf actief. Onder de overname vallen ook de drie Duitse vestigingen van Nemaho en het kantoor NemahoFrance in Parijs. Totaal werken er op deze buitenlandse vestigingen 20 werknemers. Al tijdens de surseance van betaling wordt, onder leiding van Van der Lugt, een sporthal in Wormerveer en een loods aan de Eemshaven voltooid. Nemaho onder nieuwe leiding: directeur/eigenaar Van der Lugt (links) en adjunct-directeur Landewé in 1989 (Fotograaf Peter Drent Arnhem)

In oktober 1988 is de fabriek volgeboekt en wordt met het ingekrompen personeelsbestand een gelijke productie als voor de surseance behaald.

Vanaf januari 1989 is ing. A.B. (Fons) Landewé adjunct-directeur en belast met de dagelijkse leiding bij Nemaho. Toekomst Van der Lugt maakt plannen om het beleid enigszins over een andere boeg te gooien. Meer export, omdat van de 20.000 kubieke meter spanten, jaarlijks slechts 12.000 op de Nederlandse markt kunnen worden verkocht.

132

Artikel ‘Schone lei voor Nemaho’ in: De Gelderlander, 1 september 1988. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 87. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

179

Verder zijn er plannen om te komen met andere producten.133 Conclusie Het is curator Palstra gelukt om de Nemaho een doorstart te laten maken. De Nemaho heeft, onder directeur Van der Lugt, nog jaren min of meer succesvol kunnen produceren. Voor oudwerknemers van de Nemaho bevat het bovenstaande verslag van de afwikkeling van de surseance waarschijnlijk feiten die zij niet kenden in de tijd dat dit speelde. Bedrijfskundig gezien zijn er successen geboekt bij het vinden van een nieuwe eigenaar voor de Nemaho en het bereiken van een akkoord met de schuldeisers. Maar door de geïnterviewde oud-werknemers, die de surseance van 1988 hebben meegemaakt, wordt deze periode ervaren als een drama. Dit geldt zowel voor de mensen die toen zijn ontslagen als voor de overlevers van het massaontslag. Tijdens gesprekken met oud-werknemers in 2015 en 2016 kwamen bij hen nog steeds heftige emoties naar boven als ze aan deze periode terug dachten. Sprekend over het massa-ontslag vielen woorden als ‘hard’ en ‘onrechtvaardig’. De blijvers van toen kunnen het nog steeds moeilijk verkroppen dat hun collega’s, waar ze vele jaren mee hadden samengewerkt, ineens de laan werden uitgestuurd.

Bronnen - Artikel 'Ontslag voor 30 werknemers van Nemaho' in: De Graafschapbode, regionaal katern, 18 mei 1988. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 86. - Artikel ‘Schone lei voor Nemaho’ in: De Gelderlander, 1 september 1988. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 87. - Artikel ‘Surséance Nemaho beëindigd’ in: Cobouw, 1 september 1988. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 88. - Artikel ‘Houtbewerker going concern na surseance’, door Fred van Overbeeke, in: Elan, nummer 1/2, januari/februari 1989, pag. 44-49. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 89. Dit artikel bevat foto’s van curator Palstra, van Nemahodirecteur Van der Lugt en van adjunct-directeur Landewé van Nemaho.

Terug naar inhoudspagina

133

Artikel 'Ontslag voor 30 werknemers van Nemaho' in: De Graafschapbode, regionaal katern, 18 mei 1988. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 86. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


180

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Uitgelichte aspecten


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

181

Transport van spanten Het transport van spanten, van de Nemaho naar de bouwplaats, was een belangrijk en gecompliceerd deel van het bouwproces. De transporten vonden plaats binnen Nederland, maar ook daarbuiten. Bestemmingen lagen in heel Europa, maar ook op Curaçao, in Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Maleisië en het MiddenOosten. Vertragingen gaven extra kosten, omdat de montageploeg en de dure ingehuurde hijskraan stonden te wachten. Zeker niet alle spanten waren zo groot dat er voor hun vervoer bijzondere maatregelen nodig waren. Al waren ook de ‘kleine vrachten’ imposant. Een ‘speciaal transport’ sprak natuurlijk het meest tot de verbeelding. Vrachtlengtes tot over de veertig meter kwamen voor.134 Vrachtauto’s met uitschuifbare achterkanten en Onder politiebegeleiding manoeuvreert transporteur GTW enkele Nemaho-spanten handmatig bestuurde het spoor over in november 1974. De spanten zijn bestemd voor het zwembad van achterwielen werden Dieren. Voor dit soort transporten was het soms nodig de stroomdraden van de ingezet. Gewone bochten spoorwegen op te tillen (Foto collectie Reyer van de Pol) werden daarbij ineens obstakels. De hoogte van bepaalde spanten maakte het nodig om bij viaducten lucht uit de banden te laten, of om bij spoorwegovergangen de leidingen op te tillen. Natuurlijk pas nadat de NS daarvan de stroom had uitgeschakeld. Soms moest een boompje worden omgezaagd.135 Kortom: een hoop vooruit denken en regelen. Er waren vergunningen nodig. En politiebegeleiding. Waarbij Nemaho ook zijn eigen calculator Dick Overbeek als reservepolitieman kon inzetten. Er werd vaak ’s avonds gereden, waarbij het transport regelmatig werd ‘uitgezwaaid’ door geïnteresseerde personeelsleden en hun echtgenoten. De eerste hindernis was de bocht naar

134

Artikel ‘Giga-transport met spanten’ in: onbekende krant (waarschijnlijk De Graafschapbode), zonder jaartal, foto Theo Kock. Knipsel van Dick Overbeek geraadpleegd in 2016. 135 Artikel ‘Reuzentransport’ in: onbekende krant (waarschijnlijk De Graafschapbode), 14 of 15 maart 1991, foto Henk Westerveld. Knipsel van Dick Overbeek geraadpleegd in 2016. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


182

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

de Keppelseweg. Daar werden paaltjes tijdelijk verwijderd136 en als het nodig was ook lichtmasten of verkeersborden.137 Bij spectaculaire transporten werden artikelen met foto’s in de krant geplaatst. Bijvoorbeeld bij het transport van de spanten voor het zwembad in Dieren.138 Het laden van de spanten gebeurde tussen het poortgebouw en de afwerkhal. Met behulp van de eigen kraanwagens. Het bedrijfsbureau begeleidde de logistiek. Zij dachten na over zaken als: welke spanten gaan met welke wagen mee? Zijn de metalen onderdelen op tijd af en komen ze op de juiste wagen? Bij slechte bereikbaarheid via de weg werden incidenteel binnenschepen ingezet om spanten naar de bouw te brengen. Dat was ook het geval als de spanten uiteindelijk in een zeeschip geladen moesten worden. Voor het laden en lossen aan de Oude IJssel was aan de zuidkant van het Nemaho-terrein een steiger aangelegd. Onder directeur Van Putten is de afdeling transport, ergens begin jaren zeventig, overgedragen aan transportbedrijf GTW (Gelderse Tramwegen). Met alles erop en eraan: de kennis over routes en procedures, de vrachtauto’s en de twee chauffeurs. Vanaf toen werd het transport, het uitdokteren van routes en het regelen van vergunningen en politiebegeleiding uitbesteed aan GTW. Ook als het vervoer over water ging.139 Vrachtwagenchauffeurs in de tijd van het eigen vervoer door Nemaho waren de heren Bosgoed,140 Henk Regelink en Hendrik van Zuilekom die van 1946 tot 1972 heeft gereden.141 Nog voor het jaar 2000 stelde Rijkswaterstaat het verplicht om routes voor speciaal transport door professionele transporteurs te laten uitzoeken. Die moesten de route dan ter goedkeuring aan Rijkswaterstaat voorleggen.142

Terug naar inhoudspagina

136

Overbeek, 2016. Zwienink, 2015. 138 Artikel in: De Badding, januari 1975. Waarin De Graafschapbode van 23 november 1974 wordt geciteerd. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 61. 139 Van Putten, 2015. Exacte jaartal van overdracht aan GTW wordt nog onderzocht. 140 Overbeek, 2015. 141 Mevr. L. Maatkamp-van Zuilekom, dochter van chauffeur Hendrik van Zuilekom, 2015. 142 Landewé, 2016. 137

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

183

Montage op de bouw Als de spanten in Doetinchem klaar waren, was dat voor Nemaho niet altijd het einde van een opdracht. Het opstellen van die spanten op het bouwterrein hoorde er toen ook bij. De spanten werden met behulp van kranen overeind gezet en geplaatst op de fundamenten die de aannemer had gestort. Een stalen ‘schoen’ vormde daarbij de verbinding tussen spant en het ankerpunt op het fundament. Daarna werden de spanten onderling verbonden tot een stabiel en veilig geheel, met gordingen (dwarsverbanden) van een zusterbedrijf van moederbedrijf houthandel William Pont. De stalen verbindingsonderdelen werden veelal geleverd door lokale constructiebedrijven, volgens tekeningen van Nemaho. Vaak hoorde ook het aanbrengen van wanden en dakbedekking tot de opdracht van Nemaho. Onderaannemers uit het hele land leverden en monteerden de onderdelen daarvan. Dat alles dan wel onder supervisie van Nemaho. Begin jaren zeventig waren er ongeveer vijf montageploegen (ook wel ‘stelploegen’) tegelijk op verschillende locaties bezig.143 In Nederland, Duitsland en in België, waar twee ploegen actief waren.144 Behalve deze eigen ploegen werden er soms ook teams van buiten ingehuurd. Iedere montageploeg had een voorman die zelfstandig zijn werk deed en verslag deed aan de chef Monteurs lopen over de spanten tijdens de bouw van de montage. Deze was kunstijsbaan Utrecht circa 1969 (Foto uit Bouwnieuws Nemaho, verantwoordelijk voor alle fotograaf onbekend, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 36) bouwplaatsen. Een montageopdracht begon met een bouwvergadering op de bouwplaats. Door de chef montage werden daar afspraken gemaakt over wanneer er begonnen kon worden en waar. Ook over het aantal monteurs, de planning en de hoeveel ruimte voor de opslag van materiaal. Aansluitend werd een en ander besproken met de voorman van de montageploeg en verder ging de chef montage in overleg met een kraanbedrijf.145

143

Notulen, 24 maart 1964, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 4. Hebbink, 2016. 145 Hebbink, 2016. 144

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


184

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Monteurs waren niet bang aangelegd. Tot eind jaren zestig waren er weinig tot geen veiligheidsmaatregelen op de bouw. De monteurs liepen over de smalle spanten naar boven, tot wel twintig meter hoog. Zonder vangnet, veiligheidslijn of helm. Daarboven werden spantdelen aan elkaar verbonden, of werden dwarsbalken handmatig gehesen en vastgemaakt. Ook bij flinke wind en regen. De montageploegen bleven doordeweeks vaak op locatie en logeerden dan in een ‘kosthuis’ of pension. In het weekend ging het huiswaarts, tot eind jaren zestig vaak per trein.146 Midden jaren tachtig heeft Nemaho, onder directeur Bakker, het montagewerk uitbesteed aan zelfstandige bedrijven en zijn de eigen montageploegen afgeschaft. De meeste monteurs zijn toen ontslagen.147 Slechts een enkele monteur kon nog een functie krijgen in de Doetinchemse fabriek.148 Nemaho heeft constructies voor de meest uiteenlopende gebouwen gemaakt: kerken, scholen, opslagloodsen, fabriekshallen, maneges, zwembaden, boerderijen, stallen, sporthallen, tribunes en overkappingen voor bovengrondse metrostations.

Terug naar inhoudspagina

146

Hissink, 2015; Halma, 2015. Zwienink, 2015. 148 Halma, 2015. 147

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

185

Nemaho in het Midden-Oosten

Nemaho in Oman Van alle bouwwerken die Nemaho in het Midden-Oosten heeft uitgevoerd was ‘Oman’ wel het meest spraakmakende. Misschien omdat het voor Nemaho de eerste opdracht was in deze regio. De verrichtingen van de Nemaho-ploeg in Oman werden met grote belangstelling gevolgd. Ook door de Achterhoekse bevolking, die door artikelen in het dagblad De Graafschapbode op de hoogte bleef.149 De geïnterviewden van het oral history-project roerden het onderwerp Oman vaak spontaan aan. Overigens had Nemaho al ervaring met het werken in verre buitenlanden. In Curaçao (1935), Zuid-Afrika (1939) en het Zuid-Amerikaanse Columbia (1954) stonden bouwwerken met gelijmde, houten spanten. In Oman heeft Nemaho in 1974-1975 een vliegtuighangar voor sultan Qaboes gebouwd.

149

Artikel ‘Achterhoekers bouwen hangar voor de Sultan’ in: De Graafschapbode, 29 maart 1975. NL DtcSARA 1321 inv. nr. 117 Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


186

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

De officiële naam voor dit project was The Royal Flight Complex for Seeb International Airport, Sultanate of Oman (Seeb is een kustplaats in Oman). Deze hangar was onderdeel van een privécomplex van de sultan op het nieuwe vliegveld Seeb International Airport. Het moest plaats bieden aan de privévloot van de sultan: een verkeersvliegtuig, twee kleine vliegtuigen en twee helikopters. Verder was de hangar geflankeerd door twee zeer luxe verblijven. Een voor mannen en een andere voor vrouwen. Een Haags bedrijf nam deze bijgebouwen voor zijn rekening, al zijn sommige delen daarin ook door Nemaho geleverd. Het luxe interieur van de verblijven is uitgevoerd in de stijl van Louis XIV. Met gouden deurklinken en dito waterkranen. De Nemaho-ploeg, die in Oman aan de hangar werkte, bestond uit projectleider Arnold Hebbink, Stef Bergevoet, Timon Mulder en Jo van de Sande. Voor het Doetinchemse Constructiebedrijf Willy Bongers zijn Frans Robben en Cor Bongers naar Oman uitgezonden. Zij waren verantwoordelijk voor de montage van de enorme schuifdeuren in de hangar. De constructie van deze deuren was door constructiebedrijf Bongers bedacht, in samenwerking met Nemaho.150 Vliegveldontwerper Naco Nemaho werd bij het Oman-project betrokken door het Nederlandse advies- en ingenieursbureau Netherlands Airport Consultants (Naco) in Den Haag. Dit bureau, dat nog steeds bestaat, is gespecialiseerd in het ontwerpen en realiseren van vliegvelden. Over de hele wereld liggen honderden luchthavens van hun hand.151 Contactman Jan Daniëls van de Naco heeft in 1974 veel met Nemaho overlegd. De ontwerpen van de hangar met bijgebouwen zijn door Naco aan de sultan en alle andere betrokkenen gepresenteerd in de vorm van een fraai boek. Daarin staan schetsen met overzichten van het terrein, bouwkundige tekeningen van de hangar en impressies van het interieur van de luxe bijgebouwen. Op het Erfgoedcentrum kunt u een exemplaar van dit boek inzien.152 Cypriotische hoofdaannemer De hoofdverantwoordelijke voor de bouw van het hele vliegveld in Oman was de GrieksCypriotische aannemer Joannou & Paraskevaides (J&P)153. Deze aannemer maakt vooral vliegvelden en bestaat anno 2017 nog steeds. Projectmanager Arnold Hebbink had in Oman doorlopend contact met J&P. Op de bouw in Oman werden praktische zaken als onderdak, vervoer en voeding door J&R geregeld. Voorafgaand aan de bouw werd er in 1974 in Londen door J&R en Naco onderhandeld met de Nemaho. Voor Nemaho waren directeur Henk van Putten, zijn verkoopleider Henk Bosch en ook projectmanager Arnold Hebbink naar Londen gekomen.

150

Artikel ‘Achterhoekers bouwen hangar voor de Sultan’ in: De Graafschapbode, 29 maart 1975. NLDtcSARA 1321 inv. nr. 117. 151 Wikipedia. 152 Voorstellen en ontwerpen voor het vliegveld 'Royal Flight Complex' in Oman door Netherlands Airport Consultants, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 124. 153 Hebbink, 2016. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


187

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Voor de uiteindelijke oplevering van de hangar zijn Henk van Putten en Arnold Hebbink in 1975 naar een kantoor van J&R in Beiroet gevlogen. Projectmanager Arnold Hebbink

De vliegtuighangar in Oman in 1975. De foto is genomen door Jo van de Sande vanuit een helikopter. De piloot daarvan wilde graag een stukje ‘plywood’ en in ruil daarvoor vroeg projectmanager Arnold Hebbink om een rondvlucht boven Oman. (Foto Arnold Hebbink)

Alle zaken rond de fabricage, het vervoer en de montage van de hangarspanten waren in handen van projectmanager Arnold Hebbink. Hij verteld in het interview (zie pagina 81 en verder) in geuren en kleuren wat hij in Oman en andere plaatsen in het Midden-Oosten heeft meegemaakt. De hangar werd in de vorm van bouwpakketten naar Oman vervoerd. De spanten gingen zowel per schip als over de weg naar Rotterdam om daar te worden overgeladen in een zeeschip. Bestemming was de haven van Matra, vlak bij de hoofdstad van Oman, Muscat.154 De haven was zo ondiep dat de spanten alleen op de kade konden komen door ze, verderop in zee, over te laden op kleine boten. Vanaf Matra werd de lading via een kustweg afgeleverd op Seeb International Airport. Dat is veertig kilometer verderop in westelijke richting. 155

Weetjes over Oman De website van de Cypriotische hoofdaannemer J&R heeft (op 19 januari 2017) het volgende adres: http://www.jandp-group.com/ De oorspronkelijke naam van vliegveld: Seeb International Airport is vanaf 1 februari 2008 veranderd in Muscat International Airport.156 De hangar van Nemaho bestaat anno 2017 nog steeds. Op Google Earth is te zien hoe de hangar is opgegaan in het grote vliegveld. De coördinaten van de hangar op Google Earth zijn: 23°35'13.05" noorderbreedte en 58°16'28.55" oosterlengte.

154

Fotografisch verslag van een transport van een hangar van Doetinchem naar Oman, circa 1975, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 108. 155 Artikel ‘Achterhoekers bouwen hangar voor de Sultan’ in De Graafschapbode, 29 maart 1975. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 117. 156 Wikipedia. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


188

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Niet alleen op Seeb International Airport maar ook in de stad Ruwi (nabij Omans hoofdstad Muscat) is Nemaho actief geweest. Voor een hotel is daar in 1976 een overkapping gebouwd. Bertus Hansen van Nemaho was hier de verantwoordelijke projectmanager. Bronnen Oman - Rijbewijs Hebbink voor Oman in 1975. - Luchtfoto’s van de hangar vanuit een helikopter geschoten door Hebbink. - Schermplaat van de hangar op website van J&P door Hebbink, gemaakt op 4 mei 2015. - Schermplaat van de hangar op Google Earth, gemaakt door Hebbink. Locatie opnieuw op Google Earth bekeken door Jan Kramer op 20 januari 2017.

Nemaho op overige locaties in het Midden-Oosten Veel opdrachten voor bouwwerken in het Midden-Oosten kwamen bij Nemaho binnen via de Franse verkoper Alain Jossermoz van Nemaho’s zusterbedrijf Bermaho in Frankrijk. Verkoper Alain Jossermoz had goede contacten in het Midden-Oosten en Afrika. Behalve voor Bermaho werkte hij voor een deel als zelfstandige. Nemaho had zelf ook direct contact met Jossermoz, die soms naar Doetinchem kwam voor overleg. Dat Nemaho midden jaren zeventig voet aan de grond kreeg in het Midden-Oosten kwam door de gunstige koers van de Nederlandse gulden ten opzichte van de Amerikaanse dollar. In het Midden-Oosten was men, op bouwgebied, tot dan toe vooral gericht op de VS. Het omgekeerde gebeurde eind jaren tachtig: door de herstelde, gunstiger koers van de dollar stopten de bouwopdrachten voor Nemaho uit het Midden-Oosten. Financieel was dit een gevoelige slag voor Nemaho.157 Verenigde Arabische Emiraten

De bouw van een opslaghal voor ureum in Ruwais, Verenigde Arabische Emiraten, 1982. (Foto Arnold Hebbink)

In Ruwais is in 1982, onder de hoede van Arnold Hebbink, een opslagloods voor ureum gebouwd. Ureum is een wit poeder dat, onder andere, dient als grondstof voor kunstmest. Het wordt uit aardolie gewonnen. Om de order voor deze loods binnen te halen voor Nemaho zijn Anton Borgijink en Henk Bosch van de commerciële dienst meerdere malen naar opdrachtgever Chiyoda Corporation in Japan geweest. De spanten zouden over het water naar Rotterdam worden vervoerd. Dit project trok de aandacht van de media door een ongeluk dat gebeurde tijdens het laden van het binnenschip op 5 maart 1982. Hierbij kwam een medewerker van het transportbedrijf om. Dit heeft natuurlijk diepe indruk gemaakt op alle betrokkenen.

Israël In de jaren rond 1985 heeft Nemaho in Israël een aantal kleinere projecten uitgevoerd in de plaatsen Eilat, Ein en Yahav. Het ging om bouwwerken als een entree voor een zwembad, een overkapping bij een sportcentrum, een paviljoen en een restaurant. Verder is in Ashdod een grote opslaghal voor chemicaliën gebouwd.

157

Hebbink, 2016; Borgijink, 2016.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

189

Israël wilde, in de jaren zeventig en tachtig, niet dat buitenlandse bedrijven contacten hadden met Israëls vijanden in het Midden-Oosten. Andersom kon je met Arabische landen alleen zaken doen wanneer je Israël boycotte. Nemaho was in beide ‘kampen’ actief en heeft dus blijkbaar om dit probleem heen kunnen werken. De rondreizende verkopers en projectmanagers van Nemaho hebben zeker te maken gehad met de vijandschap tussen Israël en de Arabische staten. Door een gelukkig toeval kon projectmanager Arnold Hebbink zich jaren lang vrij door beide werelden bewegen, zoals hij in het interview verteld, elders in deze publicatie. Actief in Israël voor Nemaho waren Henk Bosch voor commerciële zaken en Arnold Hebbink voor de technische voorlichting. Voordat het eerste bouwwerk verrees zijn ze meerdere malen voor pionierswerk naar Israël vertrokken. Daar was bouwen met gelamineerde spanten vrij onbekend, en van Nemaho had niemand ooit gehoord. Saoedi-Arabië In de Saoedische stad Djedda heeft Nemaho, in 1986, zeven voetgangersbruggen gebouwd in lengte variërend van vijftig tot honderd meter (Pedestrian Bridges over University Road)158. Daarvoor trokken Arnold Hebbink en zijn Doetinchemse Oman-veteranen Timon Mulder en Jo van de Sande naar Saoedi-Arabië. Voor dit project werden verder vooral lokale bedrijven ingeschakeld. Inmiddels had Nemaho al ruime ervaring met het zakendoen en werken in Arabische landen. Toch liep dit project uit de hand. Door de hitte en droogte van dit woestijnland trokken delen van de bruggen krom. Met de Saoedische opdrachtgever viel niet te spotten en deze trad dan ook hard op. Nemaho is, vanuit Doetinchem en Djedda, maanden bezig geweest de bruggen te repareren. Deze order heeft Nemaho veel geld, maar vooral een hoop stress gekost. Daarover vertellen Arnold Hebbink en commerciële man Anton Borgijink in de interviews elders in deze publicatie. Koeweit In het jaar 1986 zijn er twee projecten nabij Koeweit-stad in Koeweit gebouwd.159 Een overkapping van een parkeergelegenheid en een ereboog. De overkapping moest schaduw geven aan geparkeerde auto’s bij een conferentiecomplex. Op een andere locatie is een ereboog voor de emir van Koeweit gebouwd. Ook voor deze opdrachten was Arnold Hebbink de projectmanager. De klus voor de ereboog kreeg een staartje. Nadat de ereboog klaar was is daar onderdoor een snelweg aangelegd. De boog bleek zo dicht op de rand van de weg te staan dat vrachtauto’s moesten uitwijken om een botsing te voorkomen. Volgens de Koeweiti’s was deze levensgevaarlijke situatie ontstaan, omdat Nemaho de boog op de verkeerde plek had gezet en dus betaalden ze niet. Arnold Hebbink en Alain Jossermoz, Nemaho’s verkoper voor het Midden-Oosten, kwamen naar Koeweit en toonden aan dat plaatselijke aannemers in de fout waren gegaan. Het geld kwam daarna alsnog naar Doetinchem.

158

Productie en productpromotie Nemaho, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 53. Bron jaartal: artikel ‘Tekening contract voor parkeerplaatsen bij conferentiecomplex in Koeweit’ in: Nieuwsblad van het Noorden, 11 november 1985. 159

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


190

NEMAHO – Uitgelichte aspecten

Koeweit ligt tussen Irak en Iran in. Deze landen waren van 1980 tot 1988 met elkaar in oorlog. Het luchtalarm in Koeweit ging regelmatig af en de mensen van Nemaho hoorden de overvliegende raketten in de verte ontploffen.

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Uitgelichte aspecten

191

Nemaho in Oost-Maleisië Voor het project Asian Bintulu Fertilizer (ABF) 160 heeft Nemaho in 1984 een opslagloods voor ureum gebouwd in Bintulu, Oost-Maleisië. Projectmanager Arnold Hebbink heeft deze bouw alleen in het begin begeleid. Ditmaal zonder extra mensen van Nemaho. Toen de eerste spanten eenmaal stonden kon het Zuid-Koreaanse bouwbedrijf Hyundai Engineers & Construction Corporation het alleen af. De loods is in opdracht van het Japanse Kobe Steel gebouwd en voor overleg is Hebbink daarvoor nog in Japan geweest. Het vervoer van de spanten van Doetinchem naar Bintulu is verzorgd door Meilink uit Borculo. Zij hebben de spanten geseald, gewogen, in kisten verpakt en via Rotterdam verscheept. Een blanco, aluminium vrachtlabel voor deze lading naar Maleisië is door Arnold Hebbink aan het ECAL geschonken.161 De opslagloods staat er (januari 2017) nog steeds, zie Google Earth coördinaten 3°16'15.80" noorderbreedte en 113° 4'3.72" oosterlengte.

(Dit project staat los van de mislukte vastgoedinvesteringen van moederbedrijf Pont in Maleisië in 1978.)

160 161

Hebbink, pasje bouwsite. ‘Label voor vervoer over zee van pakketten spanten naar Maleisië’, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 96.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


192

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Uitgelichte aspecten


NEMAHO – Tijdlijn

193

Tijdlijn Nemaho Periode vóór Nemaho 1872

Karl Friedrich Otto Hetzer (26) sticht in Weimar (D) een stoomzagerij en timmerfabriek. Hetzer maakt aanvankelijk parketvloeren.

Briefhoofd van de firma Otto Hetzer circa 1920 (NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 11)

1906

Otto Hetzer patenteert de Hetzerbauweise: de vervaardiging van gebogen, gelijmde, houten balken die uit lamellen zijn opgebouwd. Op de Duitse markt vinden ze snel algemene toepassing. Onder andere in Zeppelin-hangars.

1920

In Doetinchem bouwt elektriciteits-pionier Rento Hofstede Crull een fabriek voor elektromotoren: De Vereenigde IJzer Fabrieken (De Vijf). Voor de bouw komen technici van Hetzer uit Weimar. Deze raken in contact met Houthandel Horsting in Doetinchem. De firma’s Hetzer en Horsting besluiten om in Doetinchem samen een fabriek voor gelamineerde spanten te beginnen.

NEMAHO Periode directeur Ankersmit 1921-1934 1921

Oprichting van de Nemaho door Houthandel Horsting uit Doetinchem en het Duitse Hetzer. Nemaho staat voor Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructies. Nemaho richt zich vooral op gelamineerde houten spanten. Als locatie wordt gekozen voor de IJsselstraat in Doetinchem. J. Ankersmit van Houthandel Horsting wordt directeur, de Duitser oberingenieur Hugo Storck, voorheen werkzaam bij Hetzer, wordt technisch-directeur. Het Nederlandse kader van Nemaho bestaat in de beginjaren uit de heren J. Ankersmit (directeur), Burger, Loep, Waalbeck, Sax, J.F.J. van Bentum (werkmeester) en Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


194

NEMAHO – Tijdlijn

J. Theunissen (constructeur, tekenaar, calculator). De Duitse staf bestaat uit technisch directeur oberingenieur Hugo Storck en de heren Koch, Walter Ebert en Fritz Schmidt. Zij zijn allen afkomstig uit de Hetzer-fabriek in Weimar. Enschede: de eerste opdracht voor Nemaho is een kerk voor de Hersteld Apostolische Gemeente. 1921, 17 augustus

Nemaho wint de eerste prijs op de Nationale Land- en Tuinbouwtentoonstelling in Doetinchem. Oorkonde en zilveren medaille.

De bouw van de grote productiehal van Nemaho aan de IJsselstraat in 1921. De spanten zijn bij Hetzer in Weimar gemaakt (Fotograaf onbekend, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 58)

1922

Amsterdam: bouw van de RAI in de Ferdinand Bolstraat met spanten van Hetzer, in samenwerking met Nemaho. Nemaho bouwt het houten pand in slechts 3 maanden. Wat aanvankelijk is bedoeld als een tijdelijk onderkomen voor slechts 5 jaar, wordt een permanente behuizing gedurende bijna De Oude RAI in Amsterdam (Foto RAI) veertig jaar. Het gebouw zal later bekend worden als De Oude RAI.

1924

Ook voor de uitbreiding van de RAI levert Nemaho spanten. Veel materiaal hiervoor wordt ook nu vanuit de fabriek van Hetzer in Weimar (D) geleverd.

1925

Administratie van Nemaho gebeurt nog steeds bij Houtzagerij Horsting.

1927

Tot nu bouwt Nemaho voornamelijk kerken en haar naam als kerkkappenbouwer is inmiddels gevestigd. Architecten krijgen steeds meer vertrouwen in gelamineerde spanten. Zo ook diensten van gemeentewerken. Nemaho krijgt langzaam meer opdrachten voor fabriekshallen.

1928, 2 augustus

Dodelijk ongeval. Tijdens de bouw van een veilinggebouw in Warmenhuizen verongelukt de 45-jarige arbeider T. Thomassen uit Elten door een val van het dak.

1929

Den Bosch: Nemaho bouwt de veemarkthallen.

1930

Naam van Nemaho en gelijmde spanten in Nederland is geheel gevestigd. Nemaho wordt genoemd in technische literatuur en schoolboeken voor middelbaar beroepsonderwijs. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Tijdlijn

1931

195

J. Ankersmit en Hugo Storck zijn nog steeds directeuren van Nemaho. Bijdrage aan de Internationale koloniale tentoonstelling te Parijs, met een tempelachtig paviljoen van Nederland.

1933

Er is nog steeds slechts één tekenaar bij Nemaho: J. Theunissen. Hij maakt zelfstandig ontwerptekeningen, bouwtekeningen en calculaties. Theunissen zal tot zijn pensioen in 1973 bij Nemaho blijven.

1934, 2 juli

Door de crisis verkoopt Ankersmit het Nemaho-deel van N.V. Houthandel v/h G.J. Horsting aan de Haagse werktuigbouwkundige ir. Henri Ernst Deleth. (Ernst Deleth is een dubbele achternaam, maar in de regel heeft men het over Deleth).

Periode directeur Deleth 1934-1968 1934, na 2 juli

Nemaho heet voortaan voluit N.V. Eerste Nederlandse Maatschappij voor Houtconstructie’s ‘Nemaho’ i.o. (in oprichting). De heren ir. H. Ernst Deleth en ir. H. Storck voeren de leiding. Storck zit dus aanvankelijk in de directie. Deleth is deels eigenaar. Er zijn meerdere aandeelhouders waaronder Willem Jolles, de schoonvader van Deleth. Deleth zelf is gemachtigde van twee familieleden van schoonvader Jolles: de dames Der Kinderen.

1934

Door de crisistijd krijgen gelijmde spanten veel concurrentie. Alternatieve manieren van houtconstructie worden bedacht met gebruik van zogenoemde kramplaten als verbinding. Tilburg: houten toren van 45 meter op de tentoonstelling ‘De stad Tilburg 1934’. Gebouwd met kramplaten.

1935-1938

Weinig orders voor gelijmd hout door felle concurrentie van stalen spanten. Wel levert Nemaho, als proef, open stallen voor de nieuwe Wieringermeerpolder. Met succes: voor deze polder komen in de komende jaren meer opdrachten.

1935

De eerste ‘buitenlandse’ opdracht: een vliegtuighangar in Willemstad op Curaçao.

1936/1937

Houten zendmasten van 60 meter hoog bij Huizen (Utrecht): 2 houten, vaste zendmasten (1936) en na gebleken succes ook 2 houten zendmasten op een draaibaar platform (1937). Een spectaculair project van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (NSF) voor Philips Omroep Holland Indië (PHOHI).

1938

Den Bosch: uitbreiding van de veemarkthallen.

1939

Zuid-Afrika: bouw van een grote kunstmestloods in Durban. Colombia: bouw van een zoutloods in Goajira.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


196

1939, mei

NEMAHO – Tijdlijn

Nemaho breidt terrein IJsselstraat uit door aangrenzende grond te kopen van Ruimzicht. Op het terrein wordt ook een nieuw kantoor gebouwd. Deleth organiseert op het terrein aan de IJsselstraat een uitgebreide proef waarbij een Nemaho-spant wordt belast met gewichten. Diverse grote opdrachtgevers van Nemaho en enkele experts uit de houtwereld zijn uitgenodigd om getuige te zijn van deze zes dagen durende demonstratie. De proef is een succes en Deleth publiceert de resultaten in een verslag met foto’s en tabellen.

1939, eerste helft

Zeer mooie opdrachten uit Colombia en Zuid-Afrika. Ook de tweede helft van 1939 lijkt veelbelovend. De orders zijn waarschijnlijk pas na de oorlog uitgevoerd.

1940

Nemaho is van plan de fabriek drastisch te vergroten door nieuw te bouwen en laat daarbij haar oog vallen op het gebied De Plakhorst aan de Oude IJssel. Zij zoekt naar mogelijkheden om dit te financieren en komt zo in contact met Houthandel William Pont in Zaandam. Directeur Deleth gaat over de grond en de prijs van De Plakhorst onderhandelen met de gemeente Doetinchem.

1940, 14 februari

Nemaho steunt Finland dat door de Sovjet-Unie is bezet. Het gehele personeel staat 1 uurloon af voor hulp. De opbrengst is 26,50 gulden.

1940, maart

Voltooiing van schuilkelders voor 300 personen en beveiliging tegen luchtaanvallen op het terrein van Nemaho aan de IJsselstraat.

Tweede wereldoorlog (vervolg periode Deleth) 1940, 10 mei

De Duitsers vallen Nederland binnen en bezetten ons land.

1940, mei

Nederlandse militairen willen alle houten zendmasten van Nemaho in Huizen opblazen voordat de Duitsers ze in handen krijgen. De torens zijn degelijk uitgevoerd: slechts 1 toren stortte in. De andere torens bleven staan, waarvan een op 3 poten.

1940, 15 mei

Capitulatie van Nederland.

1940

Deleth weigert een Duitse opdracht om een verwoeste hangar op vliegveld Eindhoven te herbouwen. Na dreigementen met arrestatie van Deleth en beslaglegging van Nemaho komt de hangar in Eindhoven er toch. De bouw is zo slecht uitgevoerd dat deze na een jaar al gerepareerd moet worden om instorting te voorkomen.

1941, 10 februari

Nemaho kondigt aan definitief te vertrekken uit Doetinchem. Zij zal haar grote uitbreidingsplannen uitvoeren, maar niet in Doetinchem. Gedwongen door de hoge grondprijs in Doetinchem zegt Nemaho uit te gaan wijken naar een ‘naburige gemeente’ die niet met naam wordt genoemd.

1941, 14 februari

Om vertrek van Nemaho uit Doetinchem te voorkomen gaat De Doetinchemsche Handelsvereeniging bemiddelen tussen Nemaho en de gemeente.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


197

NEMAHO – Tijdlijn

1941, 15 februari

In een spoedvergadering deelt de gemeente Doetinchem mede dat zij Nemaho tegemoetkomt in haar bezwaar tegen de hoge grondprijs van het terrein De Plakhorst (Zaagmolenpad) waarop Nemaho oorspronkelijk haar uitbreiding had voorzien. Met de heer ‘Ernst de Let’ is voor de grond aan De Plakhorst een verlaagde prijs van 85 cent per vierkante meter overeengekomen. Nemaho blijft in Doetinchem en gaat bouwen aan het Zaagmolenpad.

1941, 28 maart

‘Met genoegen’ wordt door president-commissaris Jolles vastgesteld dat de resultaten over 1940 zó gunstig zijn geweest dat voor het eerst een dividend kan worden uitgekeerd. En wel tien procent. Dit ondanks de ‘abnormale omstandigheden’.

1941, voor 19 april

Houthandel William Pont uit Zaandam bericht op 19 april in de krant Het Vaderland dat zij deelneemt in het kapitaal van Nemaho en dat dit boekjaar het terrein ‘gelegen aan de IJssel’ is gekocht ter uitbreiding van de Nemaho. (De exacte datum wordt in het artikel niet genoemd.)

1941, 7 mei

Deleth koopt het landhuis De Wildhoek in Laag-Keppel. Het huidige adres is Rijksweg 97.

1941, 27 mei

In verband met uitbreiding van het bedrijf vergroot Nemaho haar kapitaal door aandelen te plaatsen die ‘nog in portefeuille zijn’.

1941, 28 mei

Wijziging van de statuten van Nemaho: Nemaho wil ook in andere vennootschappen met dezelfde of aanverwante doelen deelnemen. Er wordt in de nieuwe statuten geschreven over directeuren (meervoud). En als locatie voor aandeelhoudersvergaderingen worden zowel Doetinchem als Zaandam genoemd. De statuten lijken dus aangepast aan een samenwerking met Houthandel Pont. Alle Nemaho-aandelen van Willem Jolles worden overgedragen aan Deleth. Dit is overeengekomen met Houthandel Pont. Willem Jolles is president-commissaris van Nemaho en de schoonvader van Deleth.

Aandeel Nemaho (NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 10)

1941, juli

De uitvoering van de nieuwbouw aan het Zaagmolenpad is in volle gang. Architect H. Stein heeft het beheer over diverse uitvoerende bedrijven die zorgen voor riolering, het metselwerk, sanitair en elektriciteit. De overkappingen doet Nemaho zelf.

1941, 14 augustus

Procuratiehouder Fré Pape van Nemaho slaat de laatste paal van de nieuwbouw.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


198

NEMAHO – Tijdlijn

1941, aug/sept

Het verzet hakt diverse malen Duitse militaire telefoonkabels door rond Hummelo en Doetinchem.

1941, 9 september

Deleth wordt gearresteerd door de Duitsers, samen met negen andere mannen in Hummelo en Laag-Keppel. Dit als maatregel tegen de sabotages van telefoonkabels rond Hummelo. Deleth en de andere mannen worden, via kamp Schoorl, als gijzelaars in kamp Amersfoort gevangen gezet.

1941, september

De Duitsers gijzelen naar aanleiding van de sabotages van de Hummelose telefoonkabels ook Doetinchemse prominenten als huisarts Tjalma, drukkerijdirecteur Henk Misset en PGEM-ingenieur Sjors de Haan.

1941, 15 september

Mevrouw Jopie Ernst Deleth-Jolles en Nemaho-commissaris Klaas Ayer doen bij Duitse autoriteiten in Amsterdam pogingen om Henri Ernst Deleth vrij te krijgen. Ze krijgen niemand te spreken. Ayer krijgt later telefonisch contact met de Duitsers en werpt daarbij de Ortscommandant Doetinchem, Bauleitung Arnhem en de Nederlandse Seintoestellen Fabriek als referenties in de strijd.

1941, september

Deleth en de andere gijzelaars worden na een periode van redelijke behandeling nu ‘gewone’ gevangen in kamp Amersfoort. Daardoor verslechteren hun omstandigheden aanzienlijk. In het kamp hoort Deleth geruchten over mogelijke deportatie van de groep gijzelaars waartoe hij behoort naar Duitsland.

1941, 18 september

Verzetsstrijder Jan Veldkamp (17) uit Hummelo wordt opgepakt en bekent zijn sabotageacties van de Duitse telefoonkabels.

1941, 24 september

Deleth wordt vrijgelaten, samen met de andere gijzelaars.

1941, najaar

Nemaho moet (waarschijnlijk al een tijd) voor de Duitse Sicherheitspolizei 3 houten zendmasten bouwen in Berlijn. De order komt van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek (NSF) die in Duitse handen is. Mogelijk reist Deleth voor overleg naar Berlijn. Een Nemaho-ploeg van 22 man bouwt uiteindelijk in Berlijn de masten in 25 dagen.

1941

Er werken 337 personen bij Nemaho. Dit aantal is inclusief de arbeiders die werken voor de nieuwbouw aan het Zaagmolenpad in Doetinchem en inclusief de lokale arbeiders die worden ingezet in de Noordoostpolder, de Wieringermeerpolder en in Eindhoven.

1942, 5 februari

Pont vergroot haar deelname in het kapitaal van Nemaho. Aandelen Nemaho zijn onder deze datum en op naam van Pont ingeschreven in het aandeelregister van N.V. Nemaho. Op dezelfde datum worden in het aandeelregister ook aandelen Nemaho op naam gesteld van president-commissaris Willem Jolles en directeur ir. H. Ernst Deleth van de Nemaho.

1942, begin

De nieuwbouw is gereed. Nemaho verhuist en start de productie in de nieuwe fabriek aan het Zaagmolenpad. De oude fabriek aan de IJsselstraat is verkocht aan Ovenbouw Dordrecht die daar begint met verbouwingen. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


199

NEMAHO – Tijdlijn

1942, circa april

De nieuwe fabriek van de Nemaho wordt, als eerste bedrijf in Doetinchem, gevorderd door de Duitsers. Het Duitse bedrijf Diederichs Flugzeugbau uit Emmerich gaat er onder andere vliegtuigen repareren.

1942, eind juni

Nemaho wijkt uit naar haar oude fabriek aan de IJsselstraat. Dit lukt pas na onderhandelingen met Ovenbouw Dordrecht, de nieuwe eigenaar van het terrein. Nemaho heeft nu slechts een beperkte productiecapaciteit.

1942, 6 juli

Het Duitse bedrijf Diederichs Flugzeugbau neemt de fabriek van Nemaho aan het Zaagmolenpad in gebruik.

1943, februari

Deleth wordt commissaris bij de Tilburgse Houtcentrale, een dochterbedrijf van Houthandel Pont.

1943, 1 augustus

Annie de Graaf begint als stenotypiste bij de Nemaho. Zij zit in het verzet onder de schuilnaam Clara Kossen. Toen zij bij Deleth haar ontslag indiende om meer tijd voor het verzet te hebben, hield Deleth haar in dienst, betaalde haar door en verzon een smoes om haar afwezigheid in het bedrijf te verklaren.

1945, 19 maart

1945, 1 april

Bombardement van het Nemaho-terrein aan het Zaagmolenpad door de Britten. Reeds voor deze datum was het repareren van vliegtuigen door het Duitse Diederichs Flugzeugbau gestopt. Veel bedrijfsgebouwen gaan verloren.

Juli 1942. Duits transport van een vleugel van een zweefvliegtuig naar de gevorderde fabriek van Nemaho. Op de achtergrond deels zichtbaar het gebouw van de PGEM Doetinchem (Fotograaf J.H.W. HĂźbscher. NL-DtcSARA 1418 inv. nr. 5-005)

Het Canadese leger bevrijdt Doetinchem.

Na de Tweede wereldoorlog (vervolg periode Deleth) 1945

Aannemer Hess hersteld de schade van het bombardement aan Nemaho. Opvallend is het andere uiterlijk van de toren op het poortgebouw. Er komen veel opdrachten om oorlogsschade aan constructies te repareren. In de Wieringermeerpolder bijvoorbeeld hebben boerderijen lang onder water gestaan. Nemaho produceert nog steeds op haar oude terrein aan de IJsselstraat.

1945, eind

Het directiegebouw aan het Zaagmolenpad is hersteld en wordt weer gebruikt. De rest van het terrein blijft nog tot in 1946 in opbouw.

1946-1947

Veel opdrachten voor nieuwe boerderijen. Per opdracht soms wel voor 150 tegelijk. Grondstoffen voor lijm zijn nog schaars, vandaar de toepassing van vakwerkachtige

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


200

NEMAHO – Tijdlijn

kapconstructies. Omdat boerderijen voorzien in de voedselvoorziening krijgt Nemaho door een urgentieverklaring de beschikking over een eigen krachtstroomgenerator. 1946, april

Deleth en Houthandel Pont bezitten elk de helft van de aandelen in Nemaho. Mr. F.H. Pont (directeur van Houthandel Pont) vertegenwoordigde reeds het aandelenkapitaal van Pont bij Nemaho en wordt vanaf nu ook commissaris bij Nemaho. Opmerkelijk is dat ook de directeur van het Rijksbureau Wederopbouw Boerderijen, A.D. van Eck, tot commissaris bij Nemaho wordt benoemd voor een onbekende periode, maar waarschijnlijk voor circa 1 jaar.

1946, april

Het herstel van het fabrieksterrein aan het Zaagmolenpad is nog aan de gang. Deleth geeft zijn commissarissen een rondleiding langs de vorderingen op het bedrijfscomplex.

1946, einde

Nemaho produceert nu uitsluitend aan het Zaagmolenpad. Inmiddels is de schade van het bombardement van 19 maart 1945 daar hersteld. De regeringsaccountantsdienst onderzoekt de administratie van Nemaho uit de oorlogsjaren.

1947

Bouwvergunning voor noodwoningen voor eigen personeel van Nemaho. Een houten rijtjeshuis bestaande uit drie woningen aan het Zaagmolenpad. Colombia: bouw van een fabriekshal voor Coca-cola in Bogotá.

1947, juni 9

N.V. Philips’ Gloeilampenfabriek in Eindhoven koopt Nemaho’s oude terrein en gebouwen aan de IJsselstraat.

1948

Bouw gereed van een fabriekshal in het Zuid-Amerikaanse Bogotá, Colombia. Deze hal was tien jaar lang de grootste overspanning in gelamineerd hout ter wereld (68 meter). Er duikt concurrentie op: het nieuw opgerichte Verbeco gaat gelamineerde spanten maken. In dezelfde tijd gaat ook het reeds bestaande houtbedrijf De Groot Vroomshoop gelijmd hout produceren.

1949

Bouwvergunning voor nog eens vier noodwoningen voor eigen personeel van Nemaho aan het Zaagmolenpad. In de buurt wordt dit Het Witte Dorp genoemd. Elke woning heeft een flinke tuin die wordt gebruikt om groente te kweken. Ontwerp en bouw van een demagnetiseringstoren voor schepen in de Rotterdamse haven. Een unieke en indrukwekkende constructie die door Nemaho is ontworpen.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


201

NEMAHO – Tijdlijn

Een goed jaar voor Nemaho: voldoende winst en uitkering van dividend. 1950

Bouwvergunning voor een hoge, gemetselde fabrieksschoorsteen en een houtafvalverbrandingsoven aan de westzijde van het Nemaho-terrein. Bouwvergunning voor de verfhal op het Nemahoterrein, als uitbreiding van de afwerkhal aan de oostzijde. Constante stroom opdrachten voor de bouw van opslagloodsen en fabriekshallen. Alweer een goed jaar voor Nemaho: voldoende winst en uitkering van dividend.

Begin jaren vijftig verschijnt deze professioneel uitgevoerde catalogus met foto’s van bouwwerken uit binnen- en buitenland (NL-DtcSARA 1321 inv.

1950-1951

Aruba: bouw van een douaneloods en een stadion.

1950-1953

Curaçao: bouw van kerken, haven- en douaneloodsen en een school.

1952

Bouwvergunning voor de timmerfabriek oftewel de schaafloods aan de zuidkant van het Nemaho-terrein.

nr. 43)

Australië: bouw van een loods in Rydalmere, New South Wales. 1953-1965

Nieuwe buitenlandse markten worden aangeboord. Australië en Ghana zijn vaste afnemers. Verder ook Duitsland, Noorwegen, Ierland, Frankrijk, Spanje en Indonesië.

1953

Oprichting van een Belgisch verkoopkantoor van Nemaho in Brussel aan de Place de la Brouckère. Dit in verband met het grote aantal Belgische opdrachten. Goudkust (Ghana): bouw van een tabaksloods in Takoradi. Er werken 250 personen bij de gezamenlijke vestigingen van Nemaho.

1953, begin

Deleth reist naar Curaçao en Colombia. Colombianen willen graag een vestiging van Nemaho in de noordelijke plaats Barranquilla.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

Aluminium bordje dat werd bevestigd op spanten van zusterbedrijf Nemaho België. Geschonken door J. Halma (NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 133)


202

NEMAHO – Tijdlijn

1953, 13 maart

Nemaho is overgegaan op een tariefsysteem voor (een deel van) zijn personeel. Op advies van Organisatiebureau Beerenschot. Voor bepaalde soorten werk is de arbeidsprestatie door dit 'premiesysteem' bijna verdrievoudigd.

1953, 13 maart

Het Belgische Nemaho-verkoopkantoor wil zelf ook spanten gaan produceren. Deleth en Houthandel Pont willen dit niet. Het kantoor België is blijkbaar (gedeeltelijk) autonoom en zet haar plan door.

1954

De Nederlandse Marine rust 32 schepen uit met houten voorsteven van Nemaho. De schepen worden zo minder ‘zichtbaar’ voor de metaaldetectors in zeemijnen.

1954, augustus

Verkoopkantoor Nemaho België richt een eigen NV op.

1954, 29 oktober

Opening van de Corferias beurshallen in Bogotá, Colombia, deze zijn gebouwd met spanten van Nemaho.162 De bouw stond onder toezicht van Nemaho’s bedrijfsleider J. van Bentem. Zie ook de Nemaho-film over de bouw van dit complex: ECAL-film 493.

1955

Productie van spanten wordt in dit jaar nog steeds gedaan volgens Hetzerbauweise. Dus lijmen en handmatig spijkeren op een verticale mal.

Voor het vervoer en de bouw van de Corferiashallen in Colombia in 1954, verzekert Nemaho zich bij het Londense Lloyd’s

Ingrijpende verbouwing van de woning (NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 13) van Deleth in Laag-Keppel. De bovenetage gaat eraf en de indeling op de begane grond wordt herzien. 1955

Uit India, Goudkust (Ghana) en Australië komen aanvragen binnen voor het oprichten van Nemaho-vestigingen. Deleth en de commissarissen kijken kritisch naar de kansen en de valkuilen. Uitbreiding van de Nemaho-fabriek met een lijmhal, aan zuidelijke zijde, haaks op de bestaande afwerkhallen.

1955, 24 augustus

Martin Stadermann is algemeen-directeur van Pont en vertegenwoordigt het aandelenkapitaal van Pont bij Nemaho. Procuratiehouder Fré Pape wordt benoemd tot adjunct-directeur van Nemaho. Deleth wil octrooibureau inschakelen om uitvindingen van Nemaho te beschermen.

162

Bestaat in 2018 nog steeds en heet nu Corferias, Bogotá Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


203

NEMAHO – Tijdlijn

1956

Ir. Hansruedi Bohny, expert op gebied van gelijmd hout, komt bij Nemaho in dienst als research-ingenieur. Hij zal in de komende jaren belangrijke verbeteringen in de productie invoeren. Bouw van de Houtkamphal aan de veemarkt in Doetinchem. Lijmen van spanten wordt steeds meer horizontaal gedaan op verstelbare, metalen mallen zonder gebruik van spijkers. Dit in plaats van de verticale Hetzerbauweise.

Hansruedi Bohny, researchingenieur bij Nemaho. (Foto uit: Denkschrift, Holz im Bauwesen, 1960)

Ir. Bohny van Nemaho ontwikkelt een nieuwe lijm met goede spleetvullende eigenschappen. Zeer geschikt voor minder ideale omstandigheden. Dankzij deze lijm kan men gecompliceerde constructies als schaaldaken bouwen. 1957

‘Er zijn 20 personeelsleden ontslagen, waarvoor 14 betere in de plaats zijn gekomen.’ Dit wordt in de notulen vermeld als het bouwen in de Noordoostpolder aan de orde komt.

1957, februari

Nemaho verwerft een belangrijk Duits kwaliteitscertificaat voor gelamineerde spanten. De zogenoemde ‘Anerkennung’ oftewel ‘Grosse Leimgenehmigung’. Dit certificaat is verplicht bij leveringen van spanten aan Duitsland. Nemaho is in Nederland de eerste die dit prestigieuze certificaat krijgt.

1957, juni

Deleth levert voortaan Nemaho-spanten met een TNO-verklaring. Dit is een soort garantie voor veiligheid en kwaliteit. Commissarissen van Nemaho en ook de Rijksgebouwendienst zijn enthousiast. Expo 58: Nemaho bouwt vijf paviljoens op het terrein van de wereldtentoonstelling in Brussel. Nemaho bouwt het eerste houten hyppar-schaaldak van Europa voor een informatiecentrum van Expo 58 in het hart van Brussel (een schaaldak in de vorm van een hyperbolische paraboloïde). Het gewelfde dak lijkt te zweven en rust op slechts enkele kleine punten. In één dag verlijmt de Nemaho-ploeg ter plekke het gecompliceerde dak. De lijm hardt gecontroleerd doordat in een verwarmde productietent wordt gewerkt.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


204

NEMAHO – Tijdlijn

In 1958 bouwt Nemaho het eerste houten hyppar-schaaldak van Europa in Brussel. Een technisch hoogstandje (Foto uit promotiefolder van Nemaho, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 130)

Flevopolders beginnen droog te vallen. Nemaho bouwt daar in de loop van de komende jaren series boerderijen en enkele scholen. 1958

Oprichting van een Duits verkoopkantoor Nemaho GmbH. Duitse markt reageert zeer afwijzend en agressief op de concurrentie van Nemaho.

1958, 12 juni

Martin Stadermann wordt commissaris bij Nemaho, na het vertrek van commissaris F.H. Pont. TNO gaat nu ook aan andere spantenleveranciers dan Nemaho kwaliteitsverklaringen leveren. Met minder strenge, of zelfs geheel geen bewaking van kwaliteit. Tot frustratie van Nemaho. Deleth vermoedt dat Houtinstituut TNO ook te nonchalant omgaat met bedrijfsgeheimen van Nemaho.

1959

Nog meer schepen (mijnenvegers) van de Nederlandse Marine krijgen gelamineerde, houten delen van Nemaho in de romp waardoor zij minder ‘zichtbaar’ zijn voor de metaaldetectors in zeemijnen. Frankrijk: de bouw van een fabriekshal in Chalons-sur-Marne. Dit is de eerste order voor Frankrijk.

1960

Een goed jaar voor Nemaho, in alle opzichten. Nemaho levert balken voor de restauratie van het Paleis op de Dam. Laminage maakt levering van ongebruikelijke maten mogelijk.

1960

Vanaf nu maakt Nemaho geen spanten meer met I-profiel. Alleen met ‘volprofiel’. Dit kost meer hout, maar het is efficiënter door minder arbeidsuren en minder intern transport. De lange-vingerlas (55 mm lang) verbindt de kopse kanten van lamellen.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Tijdlijn

205

Film over Maria Koninginkerk in Zevenaar. De bouw is gefilmd door ir. H. Bohny. (Zie ECAL-film nr. 480 in het hoofdstuk Nemaho-films Online) Samenwerking van Nemaho met Franse partners. Oprichting van het Franse zusterbedrijf Bermaho S.A. 1960, 17 februari

Een van de twee automatische ketelhuizen in aanbouw is al in gebruik. De ketelhuizen staan pal tegen de lijmhal.

1960, 26 april

Bouwvakkers vinden een zware vliegtuigbom uit de Tweede Wereldoorlog tijdens graafwerkzaamheden op het Nemaho-terrein. Het explosief van vijfhonderd kilo ligt op twee meter afstand van een van de fabriekshallen.

1960, juli

Spanten worden vanaf nu niet meer geschilderd, maar geïmpregneerd door timmerlieden in de afwerkhal. De schilders krijgen ander werk.

1961, circa

Frankrijk: bouw van een eigen spantenfabriek voor Nemaho’s Franse zusterbedrijf Bermaho in Amiens. Met hulp van Nemaho.

1961, augustus

Een ‘berstensvolle bezetting’. Sommige orders worden daarom aan een bedrijf in Noorwegen uitbesteed.

1961, 8 december

Grote brand in de lijmhal van Nemaho. Op vrijdagochtend 11 uur. De lijmhal gaat totaal verloren. Andere gebouwen blijven behouden.

1962, maart

Herbouw van de afgebrande lijmhal is in recordtijd gereed, dankzij de overkapping van de bouwplaats met een enorme tent voorzien van verlichting en verwarming. Een idee van research-ingenieur Hansruedi Bohny om in het donker en tijdens vorst door te kunnen bouwen.

De grote tent waarbinnen de nieuwe lijmhal van Nemaho wordt gebouwd, nadat de oude op 8 december 1961 was afgebrand. Gezien vanaf de Oude IJssel. Op de voorgrond de spanten van de oude hal (Foto De Telegraaf, 1 februari 1962)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


206

NEMAHO – Tijdlijn

1962, 22 juni

Directeur Stadermann van moederbedrijf Pont probeert met Deleth overeenstemming te krijgen over de overdracht van Deleth’s Nemaho-aandelen aan Pont. Deleth wil zijn aandelen aan een andere partij dan Pont verkopen, maar Pont is daar tegen en ook de statuten verbieden zo’n actie.

1963 circa

Deelname aan bijeenkomsten van de Studiengemeinschaft Holzleimbau in Duitsland. Al is Nemaho huiverig om anderen teveel prijs te geven van haar eigen kennis.

1963

Handmatig uitladen van planken uit schepen wordt tot dit jaar nog maar sporadisch gedaan. Bijna al het hout voor Nemaho wordt met vrachtwagens aangevoerd. Bij Nemaho werken ongeveer 230 personen. Nemaho is nog steeds zeer goed voorzien van orders. Prestatie van personeel is vanaf 1957 (dus in 6 jaar) met meer dan 150 procent gestegen. Gemeten naar het aantal kuub verwerkt hout per man.

1963, 30 oktober

Steeds meer werknemers van Nemaho nemen ontslag om voor meer loon in Duitsland te werken. Deleth stelt een premiestelsel in voor de blijvers. Per dienstjaar 1 gulden extra per week (met maximum van 10 gulden). Niet alleen stopt hierdoor de leegloop, maar keert zelfs een aantal oud-werknemers terug.

1963-1965

Daling in afzet voor Nemaho door de opkomst van concurrenten: Heko, Verbeco, De Groot Vroomshoop en nieuwkomer Lijmhout Uden.

1964, 1 januari

ALLE aandelen Nemaho zijn vanaf nu in het bezit van Houthandel William Pont, die reeds vijftig procent van de Nemaho-aandelen bezat. Door een ‘fusietransactie’ verwerft Pont nu dus de overige aandelen van Deleth. Vanaf nu is Deleth nog steeds directeur van Nemaho, maar niet meer gedeeltelijk eigenaar.

1964, circa

Personeelsfeest van Nemaho in het Arnhemse Musis Sacrum. Inclusief maaltijd. Waarschijnlijk naar aanleiding van het dertigjarig directeurschap van Deleth. Vertrek van research-ingenieur Hansruedi Bohny, expert op gebied van gelijmd hout bij de Nemaho. Suriname: bouw van een fabriek voor Bruynzeel in Paramaribo.

1964, 24 maart

Directeur Deleth pleit voor zijn tweede zoon Ronald (24) als zijn opvolger.

1965-1975

Slappe periode met grote schommelingen in omzet door opkomende concurrentie en een laagconjunctuur.

1965

Verhuisplannen: verkoopkantoor Nemaho in Brussel wordt afgebroken voor de aanleg van de metro. Men gaat een vervangend pand zoeken in Antwerpen.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Tijdlijn

207

Plannen voor flinke investering door optredende ‘langsscheuren’ in spanten. Mogelijk wordt overgeschakeld van lange-vingerlas (55 mm) op mini-vingerlas (7,5 mm). 1965, juni 1

De Duitse ingenieur Gericke wordt de nieuwe research-ingenieur, als opvolger van Bohny.

1965, juni

J.Th. Aalbers, hoofd van de boekhouding, wordt benoemd tot procuratiehouder.

1966, circa

Mini-vingerlas (7,5 mm lang) als vervanging voor de lange vingerlas.

1966

De houtvoorraad ligt voortaan in de nieuw gebouwde loodsen in plaats van afgedekt onder zeilen.

1966, juni

Het Duitse zusterbedrijf Nemaho G.m.b.H. verhuist van Gohfeld naar Wesel (D) met Herr Sieberg als nieuwe directeur.

1966, 7 september

Nemaho’s raad van commissarissen neemt afscheid van president-commissaris Willem Jolles (82). Hij is tevens schoonvader van Deleth.

1966, september

Transport van spanten per binnenschip voor groot complex van Curver Plastics in Brunssum. Dit is een zeer grote order van 8 hallen die snel zijn geleverd.

1966, 7 december

Ronald Ernst Deleth, de zoon van directeur Ernst Deleth, mag van Pont zijn vader niet als directeur opvolgen, waarover vader Deleth ‘zeer ontstemd’ is.

1967, circa

Spantenfabriek Heko, een Nederlandse concurrent van Nemaho, is actief in Suriname en heeft daar inmiddels ook gebouwd.

1967, begin

Deleth maakt een reis naar Suriname, Curaçao, Aruba en Colombia. Hij bezoekt contacten en verkent de commerciële mogelijkheden.

1967

Sloop van Het (gehele) Witte Dorp, de noodwoningen voor eigen personeel aan het Zaagmolenpad. Dit om plaats te maken voor het moderne industriepark De Grutbroek aan de Keppelseweg. Weinig werk voor de schaafloods. Houtleveranciers leveren nu zelf geschaafde gordingen (dwarsverbanden) aan.

1967, 8 februari

Werktijdverkorting voor productieafdelingen wegens het uitblijven van voldoende opdrachten. Deze maatregel geldt gedurende 6 weken waarbij 2 dagen per week niet wordt gewerkt door circa 100 personeelsleden.

1967, augustus

Houten ‘volksboten’ als idee voor een nieuw product bij Nemaho.

1968

Nemaho richt Duitse dochteronderneming op: het verkoopkantoor Nemah-Grübbel. Het Duitse bedrijf Lübbert Holzleimbau gaat produceren. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


208

NEMAHO – Tijdlijn

Het Franse Bermaho verhuist naar een nieuwe fabriek bij het Normandische Fécamp. Leiden: bouw van de Groenoordhal met de grootste overspanning (75 m) die Nemaho heeft uitgevoerd. Economisch slappe periode houdt aan, er is weinig werk bij Nemaho. Van de opdrachten bestaat een groot deel uit de bouw van ligboxstallen. 1968, september

Ir. Henk van Putten treedt in dienst van William Pont en is de beoogde nieuwe directeur van Nemaho.

Periode directeur Van Putten 1968-1979 1968, december

Deleth trekt zich terug als directeur van Nemaho Doetinchem nog vóór zijn pensionering op 1 maart 1969. Hij blijft (tot ongenoegen van Pont) in een bestuursfunctie actief bij Nemaho België tot minimaal juni 1971.

1969, 1 januari

Henk van Putten is officieel directeur Nemaho.

1969, circa

Midi-vingerlas (20 mm) als vervanging voor de mini-vingerlas (7,5 mm) bij het verbinden van kopse kanten van lamellen tot een ‘oneindige’ plank.

1969, 24 april

Samenwerking met het Duitse bedrijf Grübbel. De productie voor Grübbel blijft zoveel mogelijk in Doetinchem. Nieuwe mogelijkheden in zicht: eventuele overname van een lijmbedrijf in Oeynhausen. Dit is mogelijk Lübbert Holzleimbau.

1969, 25 november

Installatie van Commissie van Overleg (de voorloper van de Ondernemingsraad). Een initiatief van directeur Van Putten.

1970

Bij Nemaho werken ongeveer 175 personen. Nieuw Nemaho-logo, met gestileerde vingerlas.

1970, circa

Nemaho gaat het nieuwe product K3-spanten (kant-en-klare kapspanten) produceren. De lichte spanten, bedoeld voor de woningbouw, worden seriematig gemaakt in de voormalige verfhal. Nemaho start een nieuwe poot: de productie van ‘dakelementen’. Dit zijn prefab-dakkappen voor de woningbouw. Voorzien van ramen en isolatie. De timmerfabriek/schaafloods wordt hiervoor ingericht. De eigen transportafdeling van Nemaho wordt overgedragen aan transportbedrijf GTW. GTW neemt enkele medewerkers, vrachtauto’s en de organisatie van het transport over.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


209

NEMAHO – Tijdlijn

Voor de Rotterdamse manifestatie ‘Communicatie ‘70' bouwt Nemaho zeven paviljoens met elk vier schaalelementen langs het Weena. De gewelfde daken die zo ontstaan zijn als het ware ‘zwevend’ opgesteld en rusten slechts op enkele punten. De schaaldaken van tien meter in het vierkant worden ter plekke in verwarmde fabricagetenten verlijmd en daarna gesteld en gemonteerd. 1970, juli

Nemaho koopt, of neemt deel in, de Duitse lijmhoutfabriek Karl Lübbert Holzleimbau.

1970, 29 juli

Administratie van Nemaho gebeurt nu bij Pont in Zaandam. Van Putten wil ook de loonadministratie door Zaandam laten uitvoeren.

1971, 28 juni

Oud-directeur Deleth is nog steeds voorzitter van de Raad van Beheer van Nemaho België.

1971, najaar

Jubileum 50 jaar Nemaho, feest in Amphion met cabaret, muziek en een buffet. Circa 520 gasten, waarvan 258 personeelsleden van Nemaho. Dit feest is een initiatief van Van Putten. Pont had ‘niet zoveel lust in het vieren van feestjes, gezien de situatie aan het loonfront.’ De juiste datum van dit feest is tot nu toe onbekend. Cabaretier Seth Gaaikema (links) en popduo The Blue Diamonds tijdens hun optreden op het jubileumfeest Vijftig jaar Nemaho in schouwburg Amphion in Doetinchem. 1971 (Fotograaf Henk Klein Hesselink)

1971

De productie van prefab-dakkappen voor woningen (dakelementen) verloopt teleurstellend. Dit ondanks het vergeefse, dure advies van een extern bureau. Directeur Stadermann van Houthandel Pont vindt dakelementen een ‘grotendeels nutteloos project’. Portier Henk Jansen en zijn familie vertrekken uit de woning boven de poort. In de woning komen kantoren van Nemaho.

1971

De eerste OR van de Nemaho. Deze komt voort uit de Commissie van Overleg die in 1969 is opgericht.

1972

Ontslag van Fré Pape. Hij is Nemaho’s adjunct-directeur en procuratiehouder.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


210

NEMAHO – Tijdlijn

1972

Lijmhout Uden, een van de Nederlandse concurrenten van Nemaho, is actief in de Nederlandse Antillen en in Suriname. Ook heeft Lijmhout een bouwopdracht voor Aruba verworven.

1972, 12 juli

Nemaho wordt van een NV omgezet in een BV. Statuten worden gewijzigd.

1972, december

De commerciële stafleden Anton Borgijink en Henk Bosch worden benoemd tot procuratiehouders van Nemaho.

1974, mei

Nemaho bouwt een zoutopslagloods voor chemische fabriek Nypro, nabij het Engelse Flixborough. De fabriek ontploft op 1 juni 1974 en er vallen 28 doden. De zoutopslagloods wordt rond 1976 identiek herbouwd.

1974, 23 augustus

Er zijn zeven jubilarissen met elk vijfentwintig jaar dienstjaren bij Nemaho: Th. (Teet) Conijn, B.G. (Bennie) Engelen, A.B. ten Have, G.F. Jolink, B.J. Niesink, Dick Overbeek, J.H. Vonkeman.

1974, september

Vooroverleg voor vliegtuighangar ‘Oman’ in Londen. Met Cypriotische hoofdaannemer J&R en vliegveldontwerper NaCo.

1975, januari

Oman: aanvang van de bouw van een privévliegtuighangar voor sultan Qaboes. Op Seeb International Airport, het huidige Muscat International Airport. Pensioen van Martin Stadermann, algemeen directeur van moederbedrijf William Pont. Zijn opvolger is ir. Klaus Groot. Stadermann wordt commissaris bij Pont. Rob van Saarloos wordt voor Pont de commissaris bij Nemaho.

1975, 20 maart

Stadermann is voor het laatst als commissaris bij Nemaho.

1975 begin

Oss: bouw van de koepel van het auditorium van Organon.

1975

Amsterdam: overkappingen voor dertien bovengrondse metrostations.

1976

Nemaho plaatst op haar eigen terrein een nieuwe spaansilo, een metalen schoorsteenpijp en een metalen droogkamer tussen de lijmhal en de Oude IJssel.

1977, circa

Sloop van de toren op het poortgebouw van Nemaho.

1978

Algemeen-directeur Klaus Groot van moederbedrijf Pont investeert fors in risicovolle vastgoedprojecten, onder andere in Maleisië (deze actie staat los van Nemaho’s bouw van een opslaghal in Bintulu op Oost-Maleisië in 1984).

1979

Het boek Het gelamineerde hout in Nederland. De geschiedenis van de Nemaho, door D.J. Hengeveld verschijnt. Jan Hengeveld beschreef de geschiedenis van de Nemaho als scriptie voor zijn studie bouwkunde aan de Technische Hogeschool te Delft.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Tijdlijn

1979, februari

211

Directeur Henk van Putten vertrekt en wordt vanaf 1 maart directeur van het Centrum voor Houtresearch (CHR).

Periode directeur Bakker 1979-1988 1979, 1 maart

Tjeerd Bakker is de nieuwe directeur van Nemaho.

1979, circa

Rechtszaak: de Amsterdamse metro-overkappingen zijn door Nemaho aan Lijmhout Uden uitbesteed. Amsterdam komt met klachten en Nemaho schuift deze door naar Lijmhout. Deze kan aantonen dat zij geen schuld heeft. Deze rechtszaak zal drie jaar duren. Zwembad Mattlerbusch in Duisburg, met spanten van Nemaho, staat op instorten. Uit onderzoek blijkt dat Nemaho geen blaam treft.

1980

Moederbedrijf Houthandel Pont komt in de rode cijfers. Voor het eerst sinds 1934. Het verlies is ruim 9 miljoen gulden en wordt veroorzaakt door mislukte vastgoedinvesteringen. Open dag bij Nemaho.

1981

Uitbreiding van de kantoorruimte bij Nemaho met zogenoemde portakabins. Deze worden gebouwd tussen de tekenzaal en het Zaagmolenpad. Bij Nemaho werken 120 personen.

1982

Groot-BrittanniĂŤ: grote tennishal in Londen. Goed voor 12 tennisvelden. Nieuw logo voor de Nemaho.

Verenigde Arabische Emiraten: bouw van een grote opslaghal voor ureum in Ruwais. Nemaho bouwt op het eigen terrein een nieuwe opslagbunker voor houtafval (motopslagbunker). 1982, 5 maart

Dodelijk bedrijfsongeval in de Oude IJssel bij Nemaho tijdens het laden van spanten op een schip. Een man van een transportbedrijf raakt, op de boot, bekneld tussen schuivende spanten die bestemd zijn voor Ruwais, Verenigde Arabische Emiraten.

1983, circa

Opheffing van de researchafdeling van Nemaho na het vertrek van research-ingenieur Hoenderboom. Vermoedelijk in dit jaar.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


212

NEMAHO – Tijdlijn

1984

Oost-Maleisië: bouw van een opslaghal voor ureum in Bintulu (dit project staat los van de mislukte investeringen van Pont in Maleisië in 1978).

1984, circa

Directeur Tjeerd Bakker presenteert de nieuwe eigenaar van Nemaho: Venture Fund BV te Rotterdam met directeur drs. H. (Hans) Moerman RA. Officieel is Pont nog steeds eigenaar van Nemaho. Venture Fund neemt beslissingen en investeert tonnen in Nemaho met het doel om Nemaho winstgevend door te verkopen.

1985

Israël: bouw van kleinere projecten zoals restaurants, een zwembad en een sportcentrum. De verliezen bij moederbedrijf Pont door mislukte investeringen in vastgoed zijn opgelopen tot 58 miljoen gulden.

1986, circa

Op de tekenzaal zijn nog slechts 2 mensen stand-by voor aanpassingen of correcties. Al het constructie- en tekenwerk wordt al geruime tijd uitbesteed.

1986

Koeweit: bouw van overdekte parkeerplaatsen bij een conferentiecomplex ter waarde van zeven miljoen gulden. Koeweit: bouw van een ereboog voor de emir van Koeweit. Opheffing van een groot deel van Nemaho’s eigen montageploegen door het uitbesteden van montagewerk. Er vallen ontslagen. Enkele montagemedewerkers kunnen in de fabriek komen werken. Saoedi-Arabië: bouw van voetgangersbruggen in Djedda. Projectleider Arnold Hebbink geeft ter plaatse leiding. Zoals bij alle MiddenOostenprojecten van Nemaho.

1986, april

Moederbedrijf Pont onderhandeld met Meyer International Nederland over een fusie.

1986, 3 mei

Nemaho wordt door Pont verkocht aan Venture Fund BV te Rotterdam. Dit beleggingsconsortium nam al vanaf circa 1984 beslissingen bij Nemaho.

1986, 9 mei

De winstgevende dochterbedrijven van Pont die niet zijn verkocht fuseren met Meyer International Nederland tot PontMeyer.

1986, december

Arnold Hebbink komt thuis uit Saoedi-Arabië, nadat hij daar vanaf september 1986 het land niet uit mocht. Dit door gebreken aan de voetgangersbruggen die door Nemaho in Djedda zijn gebouwd.

1986, najaar

Ontslag van het hoger kader door directeur Tjeerd Bakker. Op dezelfde dag worden Anton Borgijink en Henk Bosch, beiden van de commerciële dienst, financiële man Hermans en bedrijfsleider Joosten ontslagen. De exacte datum is niet bekend.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Tijdlijn

213

1987

Aannemer Hess stopt met werken voor Nemaho. Vanaf midden 1945 was Hess de ‘huisaannemer’ van Nemaho. Nemaho werkt vanaf nu samen met aannemer Lovink uit Dichteren.

1988

Sloop van een deel van de oostzijde van het poortgebouw van Nemaho.

1988, 5 april

Huisbankier ABN van Nemaho zegt het krediet aan Nemaho op.

1988, 6 april

Nemaho vraagt voorlopige surseance (uitstel) van betaling aan. Een faillissement dreigt. Bewindvoerder mr. Palstra gaat onderzoeken of Nemaho kan worden voortgezet. (Zie ‘Nemaho van surseance naar doorstart, 1988’ in het hoofdstuk Uitgelichte Aspecten.)

1988, begin april

Directeur Tjeerd Bakker van Nemaho wordt op non-actief gesteld door Nemahoeigenaar Venture Fund.

Periode directeur Van der Lugt/Landewé 1988-2000 1988, 25 april

Faillissement van de Nemaho is voorkomen. De Rotterdamse houthandelaar Van der Lugt wordt directeur en eigenaar van Nemaho (inclusief gebouwen en grond). Nemaho maakt een doorstart.

1988, midden mei

Massaontslag bij Nemaho voor 30 van de totaal 55 werknemers. Ook directeur Tjeerd Bakker wordt ontslagen. Het personeelsbestand is vanaf nu 25 personen.

1989, 1 jan

Nemaho fuseert met BV Lijmcon te Uden.

1989

Directeur Fons Landewé van BV Lijmcon wordt technisch-directeur bij Nemaho. Nog steeds werken er drie Duitse medewerkers van het Duitse zusterbedrijf Lübbert Holzleimbau in Doetinchem: twee planners voor twee en een halve dag per week en bedrijfsleider ing. Krahl, die fulltime in Doetinchem werkt.

1989, circa

Vervoersbedrijf Verhoeven uit Uden verzorgt voortaan het transport voor Nemaho. Tot dan toe werd dit gedaan door GTW.

1990, juni

Westelijke strook van het Nemaho-terrein wordt verkocht aan houthandel Oldenboom.

1990, circa

Kantine in het poortgebouw van de Nemaho wordt ingericht als leslokaal/examenruimte voor de RK MTS aan de overzijde van het Zaagmolenpad.

1996, circa

Ontslag van 8 personeelsleden van Nemaho. Wegens reorganisatie?

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


214

NEMAHO – Tijdlijn

Periode directeur Stronks 2000-2009 2000 2000, voorjaar

Leo Stronks wordt de nieuwe directeur van Nemaho. Nemaho wordt gesplitst in Nemaho HOUTCONSTRUCTIES en Nemaho HOUTPRODUCTEN. Stronks wordt directeur van Nemaho Houtproducten.

2000, 20 december

Smeulend hout in houtafvalinstallatie (cycloon) van Nemaho. De brandweer blijft vierentwintig uur paraat. De schade blijft vooral beperkt tot de houtafvalinstallatie zelf.

2001

Bij Nemaho werken 30 mensen. Directeur Leo Stronks verwerft de aandelen van Nemaho Houtproducten en wordt daardoor tevens eigenaar. Ook de meeste machines van Nemaho Houtproducten gaan over naar Stronks. Naast de vertrouwde spanten (tot twintig meter) worden houten producten als trapleuningen, spillen en niet-dragend tuinhout gemaakt. Stronks introduceert hoogfrequente verwarming van gelijmde werkstukken. Dit verkort de hardingstijd van de lijm met ongeveer de helft. Nieuw logo voor Nemaho.

2001, 6 oktober

Nemaho viert haar 80-jarig jubileum (1921-2001) op het eigen terrein tijdens de landelijke Open Bedrijvendag. Belangstellenden krijgen een rondleiding en er zijn attracties op het terrein zoals een expositie, een straatorgel en het schminken van kinderen. Aansluitend ontvangen personeelsleden op een feestelijke avond van directeur Stronks een ingelijst, fotografisch portret van zichzelf. De portretten tonen hen ‘in actie’ op de werkplek.

2001, circa

Geen contact meer met het Duitse zusterbedrijf Lübbert.

2001/2003

Ontslag van circa 9 personen bij Nemaho.

2006

Nemaho viert haar 85-jarig jubileum (1921-2006). Er wordt een DVD gemaakt met een samenstelling van diverse Nemaho-films.

2008

Sterke teruggang in opdrachten voor Nemaho. De bouwsector ligt plat door de wereldwijde financiële crisis.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Tijdlijn

215

2008, juni

Sloop van de Houtkamphal Doetinchem. Het is de bedoeling dat de Nemaho-spanten van de hal worden hergebruikt, maar door fouten bij het afbreken storten de spanten naar beneden en raken zwaar beschadigd.

2009, januari

Werktijdverkorting voor 19 van de 22 medewerkers.

2009

Oprichting van Werkontwikkelingsbedrijf Achterhoek door directeur Leo Stronks. Mensen met een werkeloosheids- of bijstandsuitkering krijgen productievaardigheden aangeleerd door personeelsleden van Nemaho die hierdoor ervaring in coaching opdoen. Hierover richt Stronks een brief aan minister J.P.H. Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

2009, voorjaar

Vrijwilligerswerk in het Doetinchemse verpleeghuis Den Ooiman door 19 personeelsleden van Nemaho. Gedurende een dag per week. Dit is een initiatief van Leo Stronks.

2009, 7 december

Faillissement voor Nemaho Houtproducten BV. Er werken op dat moment 22 personen.

Periode na het faillissement van 2009 2011, 1 januari

UW Logistics B.V., een bedrijf voor distributie van tuinhout, vestigt zich op een deel van het terrein van de voormalige Nemaho. Transportbedrijf Brutra is al een tijd gebruiker van een ander deel van dit terrein. Enkele oud-werknemers van Nemaho werken bij UW Logistics.

2011, november

Sloop van de grote, bakstenen fabrieksschoorsteen, de geblokte silo voor houtafval (motbunker) en diverse cyclonen aan de zuidzijde van de voormalige Nemaho-fabriek.

2012

Het voormalige Nemaho-complex komt geheel in handen van tuinhoutdistributeur UW Logistics B.V. en wordt radicaal aangepast. Aanbouwsels aan de voormalige lijmhal en de droogkamers worden gesloopt. Zo ook overbodige etages en wanden. Het terrein wordt helemaal geasfalteerd en staat geheel in dienst van opslag en distributie van tuinhoutproducten. Er wordt geen hout bewerkt. Het voormalige directiekantoor, waar zich ook eens de verkoop en de tekenzaal van Nemaho bevonden, valt niet onder UW Logistics. In dit kantoorgebouw en de aangebouwde portakabins hebben zich al een tijd diverse bedrijven gevestigd.

2013

Het archief van Nemaho, voor zover nog aanwezig, wordt door oud-directeur/eigenaar Leo Stronks aan het ECAL in bruikleen gegeven. Helaas zijn de dossiers van het oudere archief verloren gegaan met uitzondering van de bouwtekeningen die op microfiche in particulier bezit bewaard zijn gebleven.

2014

Het Gelders Archief Arnhem organiseert voor de zomer van 2015 het erfgoedfestival ‘Gemaakt in Gelderland’. Het ECAL kiest als thema de Nemaho en zet hiervoor een oral history-project op. Over de Nemaho wordt een tentoonstelling in 2015 gepland.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


216

2015, 17 juli

NEMAHO – Tijdlijn

Oud-directeur/eigenaar Leo Stronks van de Nemaho verleent medewerking aan het Nemaho-project van het ECAL. Ook stelt hij eigen materiaal van Nemaho ter beschikking. Opening van de tentoonstelling ‘Nemaho, eens wereldleider in gelijmd hout’ in het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers te Doetinchem. Start van het oral history-project Nemaho. Hiervoor zijn 19 oud-werknemers van Nemaho en andere betrokkenen geïnterviewd. De verslagen van deze interviews worden opeenvolgend opgenomen in de beschrijving van het archief van de Nemaho op www.ecal.nu .

2016

Schenking van het Nemaho-archief van oud-directeur/eigenaar Leo Stronks aan het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers. De inventaris van het archief van de Nemaho (NL-DtcSARA 1321 B.V. Nemaho houtproducten te Doetinchem, 1921-2009) staat beschreven op www.ecal.nu .

De panden van het voormalige Nemaho in 2015, gezien vanaf het zuiden. Op het terrein staan de opgeslagen producten van het distributiebedrijf voor tuinhout UW Logistics dat hier sinds 2011 is gevestigd. Rechts het dak van de voormalige lijmhal (Foto Jan Kramer)

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


217

NEMAHO – Namenindex

Namenindex Nemaho Dit is een lijst van personeelsleden van Nemaho die (tot nu toe) gevonden zijn bij de uitvoering van het oral history-project. Ook bevat deze lijst enkele functionarissen van moederbedrijf Houthandel Pont en andere personen die nauw betrokken waren bij de Nemaho. De personen in deze index hoeven niet noodzakelijk elders in deze publicatie voor te komen. De bronnen voor deze index waren vooral de geïnterviewden voor het oral history-project zelf en het materiaal dat zij ter beschikking hadden. Als bronnen dienden verder artikelen in De Badding, het personeelsblad van Nemaho’s moederbedrijf Houthandel Pont, telefoonlijsten, (groeps-)foto’s met bijschriften en het personeelsregister uit de oorlogsjaren uit het archief van Nemaho. Ook zijn kranten en websites op het internet geraadpleegd. De lijst is zeker niet volledig en bevat hiaten die zijn aangegeven met een vraagteken. Staat de periode waarin een persoon betrokken was bij Nemaho niet helemaal vast dan is de aanduiding ca (circa) aan het jaartal toegevoegd. Als uit interviews of documentatie blijkt dat een bepaald persoon in ieder geval in een bepaald jaar verbonden was met de Nemaho dan wordt de afkorting i.i.g. (in ieder geval) toegevoegd. Het kan zijn dat zo’n persoon ook buiten de genoemde periode met Nemaho te maken had, maar dat dit (nog) niet vast staat. Deze namenindex is bijgewerkt tot 7 mei 2018. Heeft u aanvullingen of correcties op deze lijst? Uw reacties via e-mail zijn welkom op info@ecal.nu . Vermeld in het onderwerp van uw mail ‘Nemaho’. VOORNAAM

ACHTERNAAM

FUNCTIE OF AFDELING

PERIODE

Eefke

?

Receptioniste/secretaresse?

1976 - 1977 ca

Marie-Louise

?

Assistent inkoop bij O. Vollema

1968 - 1977 ca

J.Th.

Aalbers

Hoofd-boekhouding/procuratiehouder

1946 i.i.g. - 1977 i.i.g.

Dirk of Dick

Aalderink

Montage en afwerking

1970 ca - 1981 i.i.g.

Ceriel (C.T.J.M.)

Aalst, van

Tuinhout

2000 - 2003

Willem (W.J.)

Aken, van

Afwerking

2000 - 2003

A.A.

Ankersmit

Smederij

1962 - 1966 en 1972 ca

J.

Ankersmit

Economisch-directeur Nemaho

1921 - 1931 i.i.g.

Gerrit

Arends

Timmerman

1941 i.i.g.

Gert

Arentz

Montage

1968 - 1971

?

Arragon, van

Werkbaas?/timmerman?

1921 i.i.g.

Joop

Assink

Tekenaar/bedrijfsbureau

1972 ca - 1988

Klaas (K.)

Ayer (soms ook Ajer)

Commissaris Nemaho

1941 - 1965

René

Backer

Planner/werkvoorbereider/verkoop

1989 - 1996

?

Badusche

Verkoper bij dochterbedrijf Lübbert

Jetske

Bakker

te Mainz (D).

1983 ca - 1989 ca

Directiesecretaresse

1975 - 1979

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


218

NEMAHO – Namenindex

Tjeerd

Bakker

Directeur Nemaho

1979 - 1988

Carla (C.M.)

Bal-Ernst

Dochter van directeur Henri Ernst Deleth

n.v.t.

Henk

Barink

Montage

1970 ca

Joop (J.R.)

Bartels

Timmerman/timmerfabriek

1955 - 1970 i.i.g.

Willy

Bauhuis

Telefoniste

1968 - 1972

?

Becking

Technische dienst

?

J.F.J.

Bentem, van

Werkmeester/chef werkplaats

1921 ca - 1960 i.i.g.

Gert

Berendsen

Tekenkamer

1984

Herman (H.J.)

Berg, van den

Constructeur

1979 - 1984

Stef

Bergevoet

Medewerker Oman en K3-spanten

1968 ca - 1975 i.i.g.

?

Bernard

Bermaho Frankrijk,

Doortje

Berntsen

Commissie van Overleg

1969 i.i.g.

?

Besselink

?

1935 i.i.g. - 1960 i.i.g.

Wim

Besselink

Montage

1968 ca

Jan

Beusekom, van

Langhout

2000 - 2003 i.i.g.

J.C.

Bie, de

Pont, directeur

1986 i.i.g.

René

Bleekman

Administrateur van houthandel

betrokken bij oprichting van Bermaho

1959

Assistent boekhouding en

De Heuvelrug BV, het zusterbedrijf van Nemaho Houtproducten

2000 - 2009 ca

M.

Bloem

Werknemer

2009

Toon (A.J.M.)

Boekhorst, te

Afwerking

1988 ca - 2003 ca

H.

Boestert, den

Timmerman

1926 i.i.g.

Hansruedi (H.R.F.)

Bohny, ir.

Research-ingenieur

1956 - 1964

Cor

Bongers

Metaalbedrijf Bongers, ook Oman. Extern 1975 i.i.g.

Piet

Boots

Monteur en Commissie van Overleg

Anton (A.H.)

Borgijink, ing.

Constructeur/hoofd tekenkamer/

1969 i.i.g. - 1982 i.i.g.

hoofd commerciële dienst/ procuratiehouder

1965 - 1986

Henk

Bosch

Hoofd verkoop/procuratiehouder

1972 i.i.g. - 1986

L.H.

Bosgoed

Vrachtwagenchauffeur

1948 i.i.g. - 1970 ca

?

Bouwmeister

?

1982 i.i.g.

Albertus Wilhelmus Bretveld

Monteur en coördinator van montage van kunstmesthal Durban, Zuid-Afrika

1939 i.i.g. - 1949 i.i.g.

Joke

Breure

Telefoniste

1965 - 1967

Jasper

Brinkman

Lichtdruk

? - 1966

R.J.

Brinkman

?

2009

Arnout of Arnoud

Brok (of Brak)

Bedrijfsarts. Extern

1975 - 1985 ca

Han (G.J.)

Bruggink

Chef langhout, werd 'de lijmkoning' genoemd

1969 - 1971

Herman

Bruil

Timmerman/werkmeester

1921 - 1950

Theo

Bruins

Montage

1970 ca

Tonnie

Bruins

Montage

1970 ca

Cees (C.)

Bruynzeel

Spantenfabriek Lamtico te Stellenbosch, Zuid-Afrika, licentiehouder?

1959 i.i.g.

Heinz

Buhr

Handelsagent Nemaho in Duitsland

1990, i.i.g. vanaf

Simon

Bulten

Medewerker in Oman

1975 i.i.g.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


219

NEMAHO – Namenindex

A.

Burger, ir.

Constructeur

1925 - ?

A.

Buskens

?

1995 i.i.g.

Gerrit (G.W.)

Büttner

Schilder, later technische dienst, personeelsvereniging?

? - 1975 ca

R.A.

Camp, ten

Verkoper of adjunct-directeur?

1993 i.i.g. - 1995 i.i.g.

?

Charlet

Verkoper? België

1954

Teet (Th.)

Conijn

Montage, voorwerker

1949 - 1980 ca

J.

Dalen, van

?

1995 i.i.g.

?

Dam, van

Chef 'dakelementen' timmerfabriek

1974 ca

Arnold (A.A.H.)

Damen

Calculatie/tekenkamer

1995 i.i.g.

Hein (H.B.)

Damen

Chef afwerking/chef timmerfabriek

1935 - 1975 i.i.g.

Jan

Daniëls

Naco (National Airport Consultants)

1974 i.i.g.

Jan

Deinen

Montage

1968 ca

Deleth (zie Ernst Deleth) Leo

Derksen

Montage

1970 ca

Willem (W.C.)

Derksen

Lijmerij

2000 - 2003

Ruurd (R.)

Dijk RA, drs. van

Financieel directeur Nemaho

1988 - 2000

J.

Dijkman

Constructeur

? - 1962 ca

Jan

Doldersum

Com. v. Overleg en voorwerker montage

1969 i.i.g.

J.

Dorsthorst, te

Medewerker

1995 i.i.g.

Nico

Dorsthorst, te

Chef personeelszaken en loonadministratie 1960 ca - 1970 i.i.g.

Nico

Dorsthorst, te

Werkvoorbereider/ook voorman in Koeweit 1985 - 1987

Bennie

Duits

Lijmerij/afwerking

2000 - 2003

Jan

Ebbers

Tekenkamer

1962 - 1964 ca

Jan (J.H.)

Ebbing

Calculatie en Commissie van Overleg

1955 ca - i.i.g. 1970

Walter (W.A.E.)

Ebert

Chef afdeling montage, afkomstig van Hetzer in Weimar (D)

A.D.

Eck, van

1921 - 1944 i.i.g.

Grote opdrachtgever. Directeur van Rijksbureau Wederopbouw Boerderijen en Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Commissaris bij Nemaho (1947 i.i.g.)

1947 i.i.g. - 1965 ca

Simon

Eijk, van

Bedrijfsleider

1998 - 2001

J.

Eijs, van

?

1995 i.i.g.

N.W.M.

Elschot

?

1997 i.i.g. - 2009

Bennie (B.G.)

Engelen

Boekhouding en Commissie van Overleg

1949 - 1988

Henri (H.) 'Harry'

Ernst Deleth, ir.

Directeur en deels eigenaar Nemaho (dubbele achternaam)

Jopie (J.H.)

Ernst Deleth-Jolles

Echtgenote van Henri Ernst Deleth, boekhouding

Ronald (R.P.)

Ernst, ir.

1934 - 1968 1934-1938

Zoon van directeur Henri Ernst Deleth. Door zijn vader voorgedragen als opvolger 1965 ca

Gerrit Hendrik

Esmeyer

Schilder

Klaas

Frik

Constructeur (en projectleider?) en verkoop België

1954 i.i.g. - 1972 i.i.g.

Henk

Galen, van

Arbeidsanalist/chef bedrijfsbureau

1974 ca - 1977

A.D.

Gelderen, van

Portier

1947 i.i.g. - 1958 ca

J.

Geleynse, drs.

Pont, directeur

1983 - 1986 i.i.g.

?

Gericke, ing.

Research-ingenieur

1965 - 1969

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

1921 ca - 1941 i.i.g.


220

NEMAHO – Namenindex

?

Gerritsen

?

1935 i.i.g. - 1960 i.i.g.

?

Gerritsen

Smederij

1960 ca

Arend

Gerritsen

Lijmerij

1981 i.i.g. - 1988 ca

T.

Geuijen

?

1995 i.i.g.

Ans of Jans

Gijsbers-Lammers

Administratie?

1975 ca

Jos

Goossens

Tekenkamer

1976 - 1989

Jo

Gosselink

Lijmerij

? - 1970 i.i.g.

Willem

Gosselink

Bedrijfsleider/projectleider

? - 1975

Annie

Graaf, de

Stenotypiste, alias verzetsstrijder Clara Kossen. Vanaf 1947 gehuwd heet zij Houtsema-de Graaf

1943 - 1947 i.i.g.

Rob

Groen

Sales Engineer Nemaho Houtconstructies

2002 - 2003

W.

Groen, van de (der?)

?

1995 i.i.g. - 1997 i.i.g.

Klaus (K.)

Groot, ir.

Pont, directeur

1975 - 1983

Otto

Grote

Bedrijfsbureau Nemaho, Duitser in dienst van dochterbedrijf Lübbert in Verden (D)

1988 i.i.g.

?

Grübbel, Herr

Verkoopkantoor Duitsland

1971 ca

R.

Haar, ter

?

1995 i.i.g.

R.H.W.

Hahn

?

2009

Jaap (J.M.)

Halberstad

Chef schilderhal later kapconstructies

1947 - 1975 i.i.g.

Johan (J.L.)

Halma

Timmerman

1968 - 1979 en 1960 - 1962

Bertus (B.)

Hansen, ing.

Constructeur

1965 - 1976

A.B.

Have, ten

Chef droogkamers en ketelhuis

1949 - 1974

Arnold (A.G)

Hebbink, ing.

Projectmanager

1962 - 1989

?

Heijenga

Uitgezonden naar bouw in Colombia?

1954 ca

Ton (A.)

Heil

Projectleider

1995 i.i.g.

Teun

Heins

Schaaf

2000 - 2003

Jan (D.J.)

Hengeveld, ir.

Auteur van het boek ‘Het gelamineerde hout in Nederland, geschiedenis van de Nemaho’

1975

?

Herdt

Verkoopkantoor België

1971

?

Hermans

Hoofd financiën

1986 i.i.g.

Ap (J.A.)

Hess

Aannemer. Extern

1946 i.i.g. - 1987 i.i.g.

Dick (H.J.D.)

Heusinkveld

Lijmerij

2000 - 2003

Fennie

Heutink-Seinhorst

Administratie?

1995 i.i.g. - 2003

Henk

Hillen

Chef montage/buitendienst

1968 i.i.g.

Henk (H.)

Hissink

Monteur/technische dienst/ transportvoorbereider

1963 - 1998

Jan

Hissink

Monteur buitendienst

1963 i.i.g. - 1970 ca

Antoon (A.J.M.)

Hoenderboom, ing.

Hoofd constructiebureau/research

1969 i.i.g. - 1976 ca

Jan

Hoenink

Afwerking

1949 - 1988

?

Hofland

Accountant. Extern?

1940 ca

Pieter

Hofs

Constructeur op verkoopkantoor Duitsland 1978 i.i.g.

Emiel

Hoogland

Afwerking/transportvoorbereiding

1998 i.i.g. - 2003

G.

Hoogstad

Schilder/lijmerij/transport/lichtdruk

1947 - 1972 i.i.g.

P.

Horst, van der

?

2009

Diederik Jan (D.J.)

Horsting

Directeur Houthandel Horsting

1914 - 1926 i.i.g.

Dieter

Intemann

Lübbert verkoopleider te Verden (D)

1983 ca - 1988 i.i.g.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


221

NEMAHO – Namenindex

J.

Janik

Afwerking

Gerrit

Jansen

Zoon van portier Henk Jansen,

? - 1970 i.i.g

woonde boven poort

1958 - 1971

Henk

Jansen

Portier

1958 - 1971

J.

Jansen

Montage

1968 ca

Maria

Jansen

Assistent boekhouding bij B.G. Engelen

1968 - 1972

Jan

Jansen van Velsen

Technisch adviseur, commerciële dienst

1973 - 1977

Derk Jan

Jolink

Parketschaafmachine ('kinderwagen')?

1941 i.i.g. - 1959 i.i.g.

G.F.

Jolink

?

1949 - 1974 i.i.g.

Willem

Jolles

President-commissaris Nemaho, deels eigenaar Nemaho (1934-1941) en schoonvader van Henri Ernst Deleth

1934 - 1966

Marco

Jong, de

?

2009

?

Joosten

Bedrijfsleider

? - 1986 i.i.g.

Alain

Jossermoz

Franse agent/verkoper

1986 i.i.g. - 1996 i.i.g.

John (J.H.E.)

Kaak

Lijmerij

2000 - 2003

?

Kamps

?

1975

Wim

Kappert

Technische dienst

1970 ca

J.C.

Kars

Bouwvergunningen. Extern?

1954 i.i.g.

?

Kars (of Sars)

Constructeur

1965 ca

Annita

Keizer

Directiesecretaresse

?

Gerard

Keltering

Technisch adviseur voor K3-spanten

1974 ca

Doortje

Keuben

Assistent boekhouding bij J.Th. Aalbers

? - 1967 ca

Ronald (R.)

Keurntjes

Buitendienst

1992 - 1996

Hennie

Klein Hesselink

Telefoniste

1967 ca

Willem (G.W.K.)

Klein Hesselink

Chef montage, ook in buitenland

1944 ca - 1955 ca en 1955 ca - 1979

Jan

Knikkink

Montage

1968 ca

J.M.

Kolenbrander

?

2009

Mirjam

Koning

Verkoop

1999 - 2005

H.

Koolenbrander

?

?

Wim

Koolenbrander

Tekenaar/vertegenwoordiger/calculator/ projectleider

1948 - 1976 ca

Marion

Kornegoor

Verkoop? Nemaho Houtconstructies

2000 i.i.g.

H.

Korterink

Afwerking

1970 i.i.g

J.

Koster

Montage

1969 - 1970 i.i.g.

?

Kraaijenbrink

?

1935 i.i.g. - 1960 i.i.g.

Theo

Kraaijenbrink

Tekenaar/maquettemaker

1965 - 1985

Leo

Krabbenborg

Constructeur

1977 ca

Peter

Krahl of Krall

Bedrijfsleider Nemaho, Duitser in dienst van dochterbedrijf Lübbert in Verden (D)

1985 ca - 1988 i.i.g.

?

Kuiper

Constructeur

1963 ca

Jan (J.)

Kuiper

Lijmer/spijkeraar/voorman-houtlosser

1947 - 1972 i.i.g.

J.

Kuitert

?

1995 i.i.g.

Peggy

Kulve, te

Sales Lijmcon Nemaho

1990 - 1991

L.

Kuyper

?

1950 i.i.g.

?

Laganne

Bermaho Frankrijk, een van de oprichters

1960 - 1970 i.i.g.

G.R.J.

Lambooy

Tekenaar

1941 i.i.g.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


222

NEMAHO – Namenindex

Henk

Lammers

Montage

1970 ca

Fons (A.B.)

Landewé, ing.

Adjunct-directeur/verkoop

1988 - 2006

?

Langeler (of Langelder) Timmerman in schaafloods

1971 ca

Dick

Langwerden

Afwerking

1995 - 2003 i.i.g.

?

Lansoght

Verkoper België

1954

H.

Lebbink

Chef monteur

1951 i.i.g.

?

Lebeau, Herr

Lübbert verkoop (D)

1985 ca

Maurice

Lelieveld

Magazijnmedewerker

2005

Gerrit (G.J.)

Lenderink

Chef lijmerij

1941 i.i.g. - 1984

Martin

Lether

Lijmerij

1965 i.i.g.

Rita, (H.)

Leurink, mejuffrouw

Directiesecretaresse

1957 - 1972 i.i.g.

Ab (A.)

Leusink

Chef houtwerf

1978

(H.J.)

Leuverink

Transporteur/vorkheftruckchauffeur

1961 - 1974

A.

Leuverink-Meuleman

Kantoorbediende

? - 1968

Dhr. en mevr.

Lindemann

Eigenaars/hoofd Nemaho G.m.b.H. (D)

1959 i.i.g. - ?

Leo

Lindert, te

Tekenkamer Duitsland

1962 - 1971

?

Loep

(Staf?-)medewerker

1921

Bennie (B.H.M.)

Loeven

Afwerking

2000 - 2003

?

Loharens

Verkoopkantoor Duitsland

1971

Joep

Londen, van

Montage

1970 ca

?

Lovink

Aannemer. Extern

1987 i.i.g.

Karl

Lübbert

Directeur/eigenaar Lübbert (D)

1970 i.i.g.

Ronald (R.E.A.M.)

Lugt, van der

Directeur/eigenaar Nemaho

1988 - 2000

?

Luimes

Lijmerij

1981 ca

Emil (H.E.)

Lüning, ir

Constructeur

1976 - 1979

Lute

Lunshof

Timmerman later lichtdrukker

1941 i.i.g. - 1961 i.i.g.

Ap

Lusink (of Luesink)

Bestekzoeker

1966 i.i.g.

Dick (E.W.)

Maandag

Montage

1955 - 1965 ca

Lex

Maandag

Houtverdeler

1949 i.i.g.

B.

Marks

Afwerking

1970 i.i.g.

Joke

Masselink

Telefoniste

1965

Joop

Meddens

Tekenkamer, later montage

1970 ca - 2003 ca

P.C.G.

Meffert

Telefoniste

1942 i.i.g.

Jan

Meijer

Chef ijzerwarenmagazijn

1969 i.i.g. - 1975 ca

J.F.

Meijeraan

Pont, interne accountant

1973 i.i.g.

Piet

Meisters

Allround timmerman, afwerking

1950 - 1975 i.i.g.

Herman

Mengers

Schaafloods

1974 ca

Silvia

Mijling

Tuinhout

2003 i.i.g. - 2009

H. (Hans)

Moerman RA, drs.

Directeur Venture Fund Rotterdam

1986 i.i.g. - 1989

Karin

Moll

Secretaresse?

1977 - 1978 ca

?

Moordgat

Verkoopkantoor België

1971

W.

Moorman

?

1982 i.i.g.

?

Mulder

Uitgezonden naar bouw in Colombia?

1954 ca

Timon

Mulder

Montageploeg, ook Oman en Saoedi-Arabië

1975 i.i.g. - 1986 i.i.g.

Joop

Mullink

Montage

1968 ca

Toon (A.)

Nagtegaal

Elektricien/voorman technische dienst

1945 - 1970

G.

Neyland

Lijmer/spijkeraar

1947 - 1972 i.i.g.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


223

NEMAHO – Namenindex

Jan Herman

Nibbelink

Constructeur en verkoopkantoor België

1941 i.i.g. - 1971

B.J.

Niesink

?

1949 - 1974 i.i.g.

C.J.

Nugteren, van

Portier

1942 i.i.g.

Ab (A.R.)

Oosterink

?

2000 - 2009 i.i.g.

Herman

Oosterink

Vingerlas/langhout

1995 i.i.g. - 2009 i.i.g.

?

Outreligne, d’

Bermaho Frankrijk vertegenwoordiger?

1961 i.i.g. - 1966 i.i.g.

Dick (D.W.)

Overbeek

Tekenaar/calculator/transportbegeleider

1949 - 1988, 1995

Toineke

Overmars

Commercieel technisch medewerker

1994 - 1996

J.Th.M.

Palstra, mr.

Bewindvoerder bij Nemaho tijdens surseance

1988

Fré (F.G.)

Pape

Procuratiehouder/adjunct-directeur

1941 i.i.g. - 1972

?

Peddemos

Verkoop?

1971 ca

Bennie (B.J.)

Peters

Tekenaar/constructeur/projectleider

1948 - 1977 i.i.g.

J.

Peters

?

1960 - 1985 i.i.g.

Jan

Peusens

Montage

1970 ca

Rookes

Peyzel (of Peijzel)

Hoofd slijperij

1946 i.i.g. - 1970 ca

?

Piepers

Lijmerij/mallensteller

1975 ca

Uwe

Pohlmann

Handelsagent Nemaho in Duitsland

1990, i.i.g. vanaf

Wil

Polman

Heftruckchauffeur/voorman

1959 - 1994

Frits (F.H.) 'Fik'

Pont, mr.

Directeur van Pont en commissaris bij Nemaho

1946 i.i.g. - 1958

Jan (J.H.)

Pont, mr. de

Commissaris bij Nemaho

1950 - 1972

Rob

Prattenburg, van

Pont, commerciële man

1977 ca

?

Prinsen

?

1980 ca

Henk (H.)

Putten, ir. van

Directeur Nemaho

1968 - 1979

?

Querreveld

Assistent kraandrijver/K3-spanten

1975 ca

Leo

Raben

Tekenaar

1971

Gerrit

Radstake

Automonteur/monteur

1958 i.i.g. - 1975 ca

R.H.

Radtke

?

2009

H.

Raterink

Loodgieter

1965 - 1988 i.i.g.

Henk

Regelink

Chauffeur/verkoopkantoor België

1971

Wim

Reindsen

Montage

1970 ca

Jan

Remery

Voorman montageploeg

1970 i.i.g. - 1974 i.i.g.

A.

Reyers

?

1995 i.i.g.

W.

Riethorst

Hand-toezager/freezer/vierzijdigschaver

1947 - 1972 i.i.g.

Frans

Robben

Metaalbedr. Bongers (in Oman)

1975 i.i.g.

Jan

Roemer

Transportvoorbereiding/afwerking

1995 ca

Greet (M.)

Roenhorst

Administratie bedrijfskantoor

1965 - 1970

William

Roenhorst

Calculator/werkvoorbereider

1959 - 1970

Peter

Roes

Technische dienst

1989 i.i.g. - 2003 i.i.g.

Cor

Römer

Afwerking en tuinhout

2001 - 2007 i.i.g.

Jan (J.H.C.)

Römer

Heftruckchauffeur/afwerking

2002 - 2003 i.i.g.

?

Roscam Abbing

GTW transport, directeur?. Extern

1965 ca

W.J.

Roscam Abbing

Constructeur

1949 i.i.g.

Dick (F.)

Rozema

Bestekzoeker

1954 - 1958

Jan

Saalmink

Droogkamer/bestekzoeker

? - 1981 i.i.g.

Rob (R.E.)

Saarloos, van

Commissaris van Pont bij Nemaho

1975 - 1976 nov i.i.g.

B.S.

Sak

Chef montage

1945 i.i.g. - 1946 i.i.g.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


224

NEMAHO – Namenindex

Henk

Sandbeek, van

Chauffeur firma Verhoeven

1995 ca

Jo

Sande, van de

Voorman montageploeg

1975 i.i.g. - 1986 i.i.g.

?

Sax

(Staf?-)medewerker

1921

?

Scheffold

Handelsagent Nemaho in Duitsland

1990, i.i.g. vanaf

Gert

Schippers

?

1989 ca - 2009

Fritz

Schmidt

Technicus, afkomstig van Hetzer in Weimar (D)

1921 - 1940 ca

Richard ‘Richie’

Schmidt

Planning/chef bedrijfsbureau

1950 - 1985 ca

Toon

Schotman

Montage

1968 ca

?

Schuurman

?

1984 i.i.g.

?

Sieberg

Directeur verkoopkantoor Duitsland

1966 - 1968 i.i.g.

Dirk

Slotboom

?

1949 i.i.g.

J.M.

Smeenk

Bedrijfsbureau

1989 ca - 1995 i.i.g.

Bart of Bas

Smeitink

Assistent bij de kraan

1955 ca - 1960 i.i.g.

?

Snelder

Timmerman?

1968 ca - 1979 ca

Henk

Speelman

Commercieel directeur Nemaho

1992 - 1994

Tien (M.)

Stadermann

Directeur Pont en commissaris bij Nemaho 1955 - 1975

H.

Steeman

Voorman uitslag/malmaker/OR

1950 - 1975

?

Steen, van der

Bedrijfsleider

1988 ca - ?

?

Steenbreker

?

1960 ca

H.

Stein

Architect van Nemaho Zaagmolenpad. Extern

1939 - 1946 i.i.g.

J.

Stein

Kraandrijver

1960 - 1975

Leonard alias Leo

Stein

Opzichter, later tekenaar

1941 i.i.g. - 1945

Tonnie

Stevens

Montage

1970 ca

Hugo (H.)

Storck, Oberingenieur

Technisch-directeur Nemaho, afkomstig Van Hetzer in Weimar (D)

1921 - 1934 i.i.g.

Anton (of Antoon)

Stortelder

?

1960 i.i.g.

Nico

Straten, van

Bedrijfseconoom

1970 ca - 1973 ca

Willem

Strikkeling

Kwaliteitscontroleur/bedrijfsleider

1981 - 2003

Henk (J.H.)

Stronks

Boekhouder/secretaris van de directie

1938 - 1947 i.i.g.

Leo (L.J.)

Stronks

Directeur/meerderheidsaandeelhouder Nemaho Houtproducten

2000 - 2009

Bertha Johanna (B.J.) Stronks-Vreeman

Receptioniste/telefoniste

1946 - 1947 i.i.g.

Ralph (R.P.L)

Swelm, van

Werkvoorbereider/calculator

2004 - 2008

H.

Teerink

? en Ondernemingsraad

1972 i.i.g. - 1986

Hans (J.)

Tepper, ir. ing.

Constructeur/hoofd tekenkamer

1976 - 1980

Johan

Theunissen

Chef tekenaar/constructeur/calculator/ hoofd calculatie

1925 - 1973

Theod.

Thomassen

Arbeider

1928 i.i.g.

Hendrik (H.)

Til, van

Timmerman/chef monteur

1937 - 1970

Marco (M.)

Tillmann

Projectleider/planning

1994 - 1996

C.

Timmermann

?

1995 i.i.g.

?

Tomberg (of Tombergen) Timmerman

1975 ca

W.?

Trapman

?

1995 i.i.g.

Otto (O.J.)

Valk

Montage?

1950 - 1957 ca

Sietze

Veen

Vertegenwoordiger Nemaho (parttime) en profvoetballer bij De Graafschap

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

1970 ca


225

NEMAHO – Namenindex

?

Veen, van der

Huisadvocaat van Nemaho. Extern

1977 ca

Christiaan

Veer, van de

Vertegenwoordiger

1941 i.i.g.

H?

Vegt, van de (of Vecht)

Technische dienst

1970 ca

Teet

Venhorst

Extern montagebedrijf

1990 ca

Jan (J.W.G.)

Venus

Bedrijfsbureau/planning

2000 - 2007 i.i.g.

Hendrik

Verstege

Chef timmerfabriek

1936 - 1970

Luuk

Verwei

Lijmerij

1972 ca - 1995 i.i.g.

Leonie (L.T.W.)

Verwei-Nijland

Directiesecretariaat

1986 i.i.g. - 2003 i.i.g.

Luuk

Verwey

? en Commissie van Overleg

? - 1969 i.i.g.

Oege (O.)

Vollema

Chef inkoop/beheer voorraden/OR

1947 - 1977 ca

J. H.

Vonkeman

?

1949 - 1974 i.i.g.

J.P.

Voogt Pzn.

Pont, accountant

1949 i.i.g. - 1963 i.i.g.

Ab of Albert (A.)

Voordes

Chef montage

1925 - 1972

Henk

Voordes

Montage

?

Henk (H.W.)

Vossers

Tekenaar

1965 - 1988

?

Vries, de

?

ca 1955

Wim pf Willem

Vriezen

Timmerman/timmerfabriek

1984 ca

?

Waalbeck (of Walbeck) (Staf?-)medewerker

1921

Douwe (D.A.)

Walta

Afwerking/transportvoorbereiding

1975 ca - 2009

Jan

Weenink

Vrachtwagenchauffeur

? - 1960 ca

Willem

Weenink

Chauffeur van de kraan

? - 1960 i.i.g.

Evert Jan

Wentink

Transportarbeider

1947 i.i.g.

Jan (J.W.)

Wentink

Garage/automonteur/onderhoud

1945 - 1977

Lammert Jan

Wentink

?

1947 i.i.g.

Jan

Westerveld

Tuinhout

2000 - 2003

Harry

Weverink

Timmerman

1968 ca

W.

Wijfjes

?

1995 i.i.g.

?

Wijntje

Timmerfabriek woningbouw

1974 ca

Jan

Wildt, ter

Montage-medewerker

1970 ca

?

Willemsen-Vlaming, mv. ? en Ondernemingsraad

? - 1975 i.i.g.

Peter

Wilten

Vertegenwoordiger

1941 i.i.g. - 1974 ca

Hendrik Jan

Winkel, te

Constructeur

1978 - 1987

Frans

Wubbels

Calculatie en verkoopbinnendienst

1978 - 1986

?

Z., van

Supervisor voor hangar in Oman

1975 i.i.g.

W.

Zander, van der

Werf/houtopslag

? - 1995 i.i.g.

Ronnie

Zanten, van

Lijmerij

2000 - 2003

?

Zeldam, te

Technische dienst

? - 1975 ca

Hendrik

Zuilekom, van

Vrachtwagenchauffeur

1946 - 1972

Martin

Zwienink, ir.

Constructeur/projectleider

1970 - 1988

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


226

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Namenindex


NEMAHO – Namenindex

227

Personeel Nemaho Houtproducten 2001

1. Willem Strikkeling, bedrijfsleider; 2. Dick Langwerden, afwerking; 3. Ceriel (C.T.J.M.) van Aalst, tuinhout; 4. Douwe (D.A.) Walta, afwerking; 5. Willem (W.J.) van Aken, afwerking; 6. Willem (W.C.) Derksen, lijmerij; 7. Leo (L.J.) Stronks, eigenaar/directeur; 8. Jan van Beusekom, langhout; 9. Ab (A.R.) Oosterink, afd.?; 10. René Bleekman, adminstratie; 11. Mirjam Koning, verkoop; 12. Jan Westerveld, tuinhout; 13. Ing. Fons (A.B.) Landewé, adjunct-directeur/verkoop; 14. Teun Heins, schaaf; 15. Jan (J.H.C.) Römer, heftruckchauffeur/afwerking; 16. John (J.H.E.) Kaak, lijmerij; 17. Peter Roes, technische dienst; 18. Jan (J.W.G.) Venus, bedrijfsbureau/planning; 19. Dick (H.J.D.) Heusinkveld, lijmerij; 20. Herman Oosterink, vingerlas/langhout; 21. Fennie Heutink-Seinhorst, administratie?; 22. Leonie (L.T.W.) Verweij (Verweij-Nijland?), Directiesecretariaat?; 23. Bennie (B.H.M.) Loeven, afwerking; 24. Cor Römer, afwerking en tuinhout; 25. Toon (A.J.M.) te Boekhorst, afwerking; 26. Ronnie van Zanten, lijmerij; 27. Emiel Hoogland, afwerking; 28. Bennie Duits, lijmerij/afwerking. Een onbekend aantal medewerkers waarvan de naam niet bekend is staat niet op de foto in verband met ploegendienst (Fotograaf Hans Niezen) Bron van de namen: de heren R. Backer, W. Strikkeling en L.J. Stronks, 2015. NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 58

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


228

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Namenindex


NEMAHO – Bronnen

229

Geraadpleegde bronnen De internetadressen (URL’s) zijn op 11 oktober 2017 gecontroleerd op beschikbaarheid. HET ARCHIEF VAN DE NEMAHO Toegang 1321 B.V. Nemaho houtproducten te Doetinchem, 1921-2009. Verkorte omschrijving van de toegang: NL-DtcSARA 1321. Te raadplegen via www.ecal.nu of op de studiezaal van het Erfgoedcentrum. BOEKEN - Berkhuysen, Karel, Verzet via het geheime telefoonnet. De opmerkelijke rol van het PGEMtelefoonnet tijdens de Tweede Wereldoorlog. KB, Doetinchem 2016. In het archief van ECAL: BIBLIO 25393; Geld 909 - Grijn-de Graaf, Annie van der, Belevenissen van een koerierster in bezettingstijd, bewerker A.K. Kisman, Boesveld, Doetinchem 2000. In het archief van het ECAL: Doet 120; BIBLIO 17905 - Hengeveld, ir. D.J. (Jan), Het gelamineerde hout in Nederland. De geschiedenis van de Nemaho, Delftse Universitaire Pers, Delft 1979. In het archief van het ECAL: DOET 79; NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 72 - Keulen, W. van. Artikel: ‘Zestig jaar Nemaho te Doetinchem’ in Jaarboek Achterhoek en Liemers, deel IV. Archief van de Graafschap 1980/1981. De Walburg Pers/Oudheidkundige Vereniging ‘De Graafschap’, Zutphen 1981. Pag. 139-146. In het archief van het ECAL: perio 227 - Meeuwssen, drs. Letty, Het voormalige Philips-terrein, Toelichting onderzoek, Gemeente Doetinchem. Conceptrapport. Het Gelders Genootschap, Arnhem februari en juli 2004. De PDF-versie van het conceptrapport is geraadpleegd op internet. https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0222.R36B025A0003/tb_NL.IMRO.0222.R36B025A-0003_10.pdf - Müller, Dipl.-Ing. Christian, Entwicklung des Holzleimbaues unter besonderer Berücksichtigung der Erfindungen von Otto Hetzer. Ein Beitrag zur Geschichte der Bautechnik. Dissertation, Bauhaus-Universität Weimar, Weimar 1998. 138 pagina’s. De PDF-versie van het boek is geraadpleegd op internet. https://e-pub.uni-weimar.de/opus4/files/38/Mueller.pdf

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


230

NEMAHO – Bronnen

- Müller, Dr. Ing. Christian, Holzleimbau. Laminated Timber Construction, Birkhäuser, Berlijn 2000. 207 pagina’s. In het archief van het ECAL: NL-DtcSARA inv. nr. 70. - Nederkoorn, W.P., G.J.B. Stork, Er op of er onder: hoe Achterhoek en Lijmers de Duitsche bezetting doorstonden en ervan werden bevrijd: gegevens over den bezettingstijd, het verzet en de bevrijding. Verzameld en geordend door G.J.B. Stork, W.P. Nederkoorn, ca. 1970, Ongewijzigde herdruk van 1e druk van 1946, Gijsbers & Van Loon en Uitg. Mij. C. Misset N.v. – Doetinchem. In het archief van het ECAL: BIBLIO 18873; Geld 616; Depo 901 - Netten, A.R., van (samenstelling en redactie), PHOHI. Philips Omroep Holland Indië, Stichting PHOHI Monument Huizen, Huizen circa 2005. De PDF-versie van dit boekje is op 4 april 2017 geraadpleegd op internet. http://www.nvhr.nl/data/PHOHI-boekje.pdf - Volker, Inge, Doetinchem in oorlogstijd : Vijf jaar Duitse bezetting in Doetinchem en Gaanderen, Deutekom/Gander, Doetinchem 1996. In het archief van het ECAL: Doet 102 - Westerbeek van Eerten-Faure, N.M., En de 'Rücksack' stond altijd klaar ... Dagboek van een doktersvrouw in oorlogstijd, Mr. H.J. Steenbergen-Stichting, Doetinchem 2015, 372 pagina’s. In het archief van het ECAL: Bron 216 (Bronckhorst) KRANTEN - Artikel ‘Met 5 wagons uit Duitsland aangevoerd. Nemaho Doetinchem herbouwt fabriek in gigantische tent’ in: De Gelderlander, 23 januari 1962. Krantenknipsel bij bouwvergunning 1962.0050 voor nieuwe lijmerij Nemaho. In het archief van het ECAL: NL-DtcSARA 0119 inv. nr. 8449 - Artikel ‘Mammoettent helpt dakenfabrikant onder dak’ in: De Telegraaf, 1 februari 1962, pagina 7. Interview met directeur Ernst Deleth over de herstelwerkzaamheden na de brand - Artikel 'Achterhoekers bouwen hangar voor de Sultan' in: De Graafschapbode, 1975. In het archief van het ECAL: NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 117 - Artikel ‘Nemaho. Roemloos eind voor bedrijf dat bijna negentig jaar stempel drukte op Doetinchem’, door Henny Haggeman en Ton Tijdink, in: onbekende krant (De Gelderlander?) rond 9 december 2009

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Bronnen

231

TIJDSCHRIFTEN - Artikel ‘Houtbewerker going concern na surseance’, door Fred van Overbeeke, in: Elan, nummer 1/2, januari/februari 1989, pagina 44-49. Bevat foto’s van curator Palstra, van Nemaho directeur Van der Lugt en van adjunct-directeur Landewé van Nemaho. In het archief van het ECAL: NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 89 - Landewers, Arno. ‘Diederichs Flugzeugbau in Doetinchem 1942-1944’, in: Luchtvaart historisch tijdschrift, 23 maart 2011. Pag. 4-9. Van dit artikel zijn twee PDF-versies op internet geraadpleegd. Versie 1 is een duplicaat van het gedrukte artikel. Versie 2 is een uitvoeriger versie, speciaal voor internet. Beide versies overlappen elkaar gedeeltelijk, maar hebben elk ook unieke teksten en illustratiemateriaal. Voor de papieren tijdschriftpagina's: NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 94. Of ga op het internet naar https://issuu.com/knvvl/docs/luchtvaartkennis_2011-01-web , pag. 4-9. - Artikel ‘Het archief van het Bureau Wederopbouw Boerderijen’, door Elpers, dr. M. Sophie, in: Vitruvius, nummer 3, april 2008, pag. 40-47. De PDF op internet geraadpleegd op 15 mei 2017. https://pure.knaw.nl/ws/files/471322/Vitr.nr3.apr08_Boerderijen.pdf INTERNET - Rapport: ‘Houten innovaties langs de snelweg. Marktonderzoek naar DWW houtinnovaties’. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Weg- en Waterbouwkunde, 2003, 37 pagina's. http://www.probos.nl/images/pdf/rapporten/Rap2003_Houten_innovaties_langs_de_snelwe g_marktonderzoek_naar_DWW_houtinnovaties.pdf - Lamberts, Bé. Boerderijen. Categoriaal onderzoek wederopbouw 1940-1965. Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, Zeist, 2007. De PDF is geraadpleegd op internet. https://cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/publications/boerderijen.pdf - Website Dichtbij, uit de oude doos (23) – Houthandel William Pont, door Koger de Tweede, gepubliceerd op 17 november 2015. Deze site is op 11 oktober 2017 niet meer actief. - Het digitale krantenarchief Delpher. http://www.delpher.nl/

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


232

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Bronnen


NEMAHO – Bronnen

233

Verantwoording illustraties Voorpagina De foto is een beeld uit Nemaho-film 480 Transport en montage van spanten voor een kerk en impressie van Nemaho-terrein, 1960, NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 480. Pagina 23-26, hoofdstuk Van plank tot spant Pagina 23. Telefoon en rekenliniaal foto Jan Kramer; rekenmolen foto Lotte Eilers; foto onderin uit Nemaho-film 475, Productie van ruwe plank tot spant in de Nemaho-fabriek, 1981, NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 475. Pagina 24. Foto’s uit Nemaho-film 475. Pagina 25. Linkerfoto uit Nemaho-film 475; rechterfoto uit Nemaho-film 677, NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 677. Pagina 26. Twee foto’s bovenin uit Nemaho-film 475; foto linksonder fotocollectie Reyer van de Pol; foto rechtsonder Henk Gerritsen. Achterpagina Linksboven: Bouw RAI ca 1920, fotograaf onbekend; rechtsboven: uit Nemaho-film 677, NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 677; midden: Illustratie gebouw Jan Kramer; onder: demagnetiseringstoren voor schepen, ca 1948, fotograaf onbekend.

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


234

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO – Bronnen


NEMAHO – Films

235

Nemaho-films online bekijken op internet De films over Nemaho zijn tussen de jaren 1958 en 1981 door het bedrijf zelf gemaakt. Waarschijnlijk voor promotiedoeleinden. Een groot deel is analoog opgenomen, dus op filmrollen. De films geven, behalve een mooi tijdsbeeld, inzicht in de werkomstandigheden en gebruikte technieken bij Nemaho door de jaren heen. Dat de meeste films geen geluid hebben en wat amateuristisch van karakter zijn doet daar niets aan af. Integendeel. Het is juist hun charme. Leo Stronks, de laatste directeur/eigenaar van Nemaho Houtproducten, heeft het filmmateriaal in 2009 aan het Gelders Archief geschonken. Deze heeft het materiaal gedigitaliseerd op verzoek van het Erfgoedcentrum. Hierdoor is een deel van de films online te zien en is het overige deel op aanvraag te zien bij het Erfgoedcentrum in Doetinchem.

Hoe kunt u een online-film bekijken op uw eigen computer? Klik op het internetadres dat bij de film staat. Of volg onderstaande stappen: 1. Ga naar de internetpagina van het Erfgoedcentrum. Het adres hiervan staat op de volgende regel. U kunt ook op onderstaande regel klikken. http://www.ecal.nu/ 2. De home-pagina van het Erfgoedcentrum verschijnt. 3. Links onderin ziet u een donker vierkant met de tekst ‘Direct zoeken’. 4. Typ in het vlakje met de loep ‘nemaho’ en klik daarna op de loep. 5. Een aantal zoekresultaten wordt zichtbaar. 6. Zoek onder in de rij met resultaten naar ‘Films en filmfragmenten’ en klik daarop. 7. Een drietal films over Nemaho verschijnt. Klik op de tekst of het plaatje van de film van uw keuze. De film start automatisch. Film 480, Transport en montage van spanten voor een kerk en impressie van Nemaho-terrein, 1960 Klik voor de film op dit adres: https://www.ecal.nu/?title=archief&mivast=26&mizig=317&miadt=26&miaet=14&micode=103 9&minr=7094713&milang=nl&misort=last_mod%7Cdesc&mizk_alle=Nemaho&miview=ff Inhoud van de film: Het eerste deel geeft een impressie van het Nemaho-terrein in Doetinchem. Met intern transport van spanten en aanvoer van ruwe planken per schip. De chauffeur van de kraan is mogelijk Willem Weenink. Vervolgens vervoeren Nemaho-trucks spanten vanaf de Nemaho-fabriek aan het Zaagmolenpad in Doetinchem naar de bouwplaats van de Maria Koninginkerk in Zevenaar. Meteen in het begin ziet u op de achtergrond de witte noodwoningen voor Nemaho-personeel aan het Zaagmolenpad. De reis gaat verder via de binnenstad van Doetinchem, de IJsselbrug aan de Waterstraat, de Wijnbergseweg, de molen van Braamt en langs restaurant Het Tolhuis in Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


236

NEMAHO – Films

Zeddam. De trucks zijn van het merk 'International' en 'Mercedes'. Mogelijk is er ook een Fordtruck in beeld. Nemaho-chauffeur Hendrik van Zuilekom rijdt de blauwe Mercedes-truck. Op de bouw kijkt Hendrik van Zuilekom toe bij het lossen van de spanten (kort, lichtgroen jack en bruine pet met zwarte klep). Het takelen en monteren van de spanten gaat onder toezicht van bedrijfsleider J.F.J. Van Bentem (de man met hoed en bruine jas). Tot slot beelden van de complete Maria Koninginkerk in Zevenaar, inclusief aangrenzende schoolgebouwen. Deze kerk is in 2001 afgebroken. De film is in 1960 gemaakt door research-ingenieur Hansruedi Bohny van Nemaho. Titel: 480 NEMAHO Doetinchem - Transport van spanten ten behoeve van de te bouwen Maria Koninginkerk te Zevenaar. Jaartal: 1960 20 minuten, kleur, geen geluid ECAL-inventaris: NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 480

Film 489, Schaven en schilderen van spanten, 1960 Klik voor de film op dit adres: https://www.ecal.nu/?title=archief&mivast=26&mizig=317&miadt=26&miaet=14&micode=103 9&minr=7094714&milang=nl&misort=last_mod%7Cdesc&mizk_alle=Nemaho&miview=ff Inhoud van de film: In de afwerkhal worden spanten geschaafd met een parketschaafmachine (de kinderwagen). Op de achtergrond het bedrijfsbureau. De kraanmachinist brengt de spanten 'buitenom' naar de schilderhal. Let op de eigen benzine- en dieselpompen van Nemaho, die toen nog vlak bij het poortgebouw stonden. Schilders plamuren en spuiten de spanten. Titel: 489 NEMAHO Doetinchem - Schaven en schilderen van spanten Jaartal: 1960 4 minuten, zwart-wit, geen geluid ECAL-inventaris: NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 489

Film 475, Productie van ruwe plank tot spant in de Nemaho-fabriek, 1981 Klik voor de film op dit adres: https://www.ecal.nu/?title=archief&mivast=26&mizig=317&miadt=26&miaet=14&micode=103 9&minr=7094712&milang=nl&misort=last_mod%7Cdesc&mizk_alle=Nemaho&miview=ff Over deze film: De film is weliswaar voorzien van titels en aftiteling van Nemaho's Duitse dochterbedrijf LĂźbbert Holzleimbau, maar alle opnamen zijn gemaakt in Doetinchem en gaan over het productieproces. U ziet onder anderen: Dick Aalderink, Toon te Boekhorst, Toon de Boer, Arend Gerritsen, Henk Hissink, Jan Hoenink, de heer Luimes, Theo Kraaijenbrink en Jan Saalmink Titel: 475 NEMAHO Doetinchem - HOLZVERBINDUNGEN Z.B. LEIMHOLZ Jaartal: 1981 13 minuten, kleur, geen geluid ECAL-inventaris: NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 475

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Films

237

Meer Nemaho-films in het Erfgoedcentrum De volgende (gedigitaliseerde) films over Nemaho zijn niet online, maar op aanvraag wel te zien bij het Erfgoedcentrum. Bel voor de mogelijkheden naar (0314) 78 70 78 of mail naar info@ecal.nu .

Film 487, Afrika, via de zee aanvoeren van spanten en monteren ervan, ca 1953 Film nummer: 487 Jaartal: onbekend, vermoedelijk 1953/1954 7 minuten, zwart-wit, geen geluid ECAL-inventaris: NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 487 Inhoud van de film: Het stellen van spanten en bouwen van hallen in Afrika, vermoedelijk tabaksloodsen in Takoradi in Ghana (heette toen nog Goudkust).163 Door het ontbreken van een haven worden de spanten in zee gegooid en naar het strand gesleept. Handmatig en met vrachtauto verladen naar het binnenland. Beelden van tribunes met publiek en paardenraces te Accra (Ghana).164

Film 493, Bouw tentoonstellingshallen Colombia, 1954 Filmnummer: 493 Jaartal: 1954 14 minuten, zwart-wit, laatste deel in kleur, geen geluid ECAL-inventaris: NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 493 Inhoud van de film: Bouw van twee tentoonstellingshallen voor het beurscomplex Corferias in Bogotá, Colombia. Plaatselijke montageploegen gaan aan de slag met de spanten van Nemaho die per schip en over de weg zijn aangevoerd. De film toont het hele proces: van fundament en eerste spant tot en met de officiële opening van het beurscomplex in 1954. Het is zeer duidelijk te zien hoe de hal ontstaat. En hoeveel man- en handkracht er is gebruikt. Op het eind is ook de stand van Nemaho zelf te zien, op diezelfde beurs.

Film 490, Lijmen, spijkeren van spanten en bouwen van een schaaldak voor Expo 58, ca 1957 Filmnummer: 490 Jaartal: ca 1957 12 minuten, zwart-wit, geen geluid ECAL-inventaris: NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 490

163

Bronnen: Hengeveld, pag. 48; Interview Borgijink 2017; Artikel ‘Mammoettent helpt dakenfabrikant onder dak’ in: De Telegraaf, 1 februari 1962. 164 Zie foto ‘Tribüne einer Rennbahn in Accra (Ghana)’ in: catalogus Nemaho, pag. 30, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 48. Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


238

NEMAHO – Films

Inhoud van film 490: In het eerste deel van de film is de vervaardiging van een groot spant volgens de Hetzermethode te zien. Dus verticale bouw met lijm en aluminium spijkers op geconstrueerde, houten mallen. Rechte planken naast en achter elkaar, zonder vingerlasverbinding. Het laatste deel van de film toont de bouw van het informatiecentrum voor de wereldtentoonstelling Expo 58 in het centrum van Brussel. Voorafgaand aan de bouw zet men eerst een werktent neer. Verwarming in de tent zorgt voor optimale omstandigheden tijdens lijmen en drogen. Vervolgens zijn beelden te zien van het lijmen en timmeren van het schaaldak in de donkere werktent.165

Film 676, Van ruwe plank naar lijm-klaar lamellenpakket, 2001 Filmnummer: 676 Jaartal: 2001166 5 minuten, kleur, geluid (muziek), verklarende tekst in beeld ECAL-inventaris: NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 676 Inhoud van de film: Een beeld van de afdeling ‘langhout’ van Nemaho waar ruwe planken worden verwerkt tot op maat gezaagde pakketten. Duidelijk zichtbaar is de vingerlas-verbindingstechniek waarmee een ‘oneindige plank’ wordt gemaakt. De op maat gezaagde pakketten worden de volgende dag ingelijmd en op de lijmmal gebogen tot een spant. Zie hiervoor de film 677. Ronnie van Zanten bedient de machines.167

Film 677, Buigen van lamellenpakket op lijmmal, ca 2001 Filmnummer: 677 Jaartal: 2001 5 minuten, kleur, geluid, verklarende tekst in beeld ECAL-inventaris: NL-DtcSARA 1039 inv. nr. 677 Inhoud van de film: Zeer duidelijke film over het inlijmen van planken (lamellen) van het spantenpakket en het vastklemmen en buigen van het pakket op de lijmmal. Dit gebeurt in de lijmhal van Nemaho. Mensen in beeld zijn Willem (W.C.) Derksen, Bennie Duits, Dick (H.J.D) Heusinkveld en Ronnie van Zanten 168 Deze film is een vervolg op film 676.

165

Zie ook Brochure over expo 58 hypparschaal infocentrum Brussel, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 130. Jaartal: zie tijdsaanduiding in frame 02:42 van de deze film. 167 Zie groepsfoto Nemaho-personeel met namen, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 58. 168 Zie groepsfoto Nemaho-personeel (2001) met namen, NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 58. 166

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO – Archief Erfgoedcentrum

239

Archief Nemaho bij het Erfgoedcentrum Wat betekent NL-DtcSARA 1321? In deze publicatie worden, vooral in voetnoten, aanduidingen als NL-DtcSARA 1321 inv. nr. [nummer] gebruikt. Wat betekent dit? Het is de omschrijving van de locatie van een bepaald stuk in het archief van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL). Het stuk is daarmee vindbaar. Een voorbeeld Bij een bepaald citaat in de tekst wordt als bron genoemd: NL-DtcSARA 1321 inv. nr. 110 Hier staat: archiefstuk met nummer 110 van de inventaris met toegang 1321 (het nummer van Nemaho) ligt in het Streekarchivariaat van de Regio Achterhoek (SARA) in Doetinchem (Dtc), Nederland (NL). (SARA is de oude naam van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers). Dit is de unieke code voor de tekst van een toespraak die is gehouden door directeur Van Putten van Nemaho ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het bedrijf in 1971. Als u deze toespraak zelf wilt bekijken dan kunt u deze met behulp van bovengenoemde code opvragen bij de medewerkers van de studiezaal van het ECAL.

De website van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) www.ecal.nu

Zelf online zoeken in het archief van Nemaho Het archief van Nemaho is via internet toegankelijk gemaakt. Stukken als foto’s, brochures en notulen zijn omschreven, en ingedeeld in een rubriek en hebben elk hun eigen unieke inventarisnummer binnen de Nemaho-toegang 1321. Om te zoeken in het archief van Nemaho gaat u naar de site van het ECAL, www.ecal.nu U typt in het vak ‘Direct zoeken’ het zoekwoord ‘Nemaho’ in. Vervolgens klikt u op het loepje ernaast. In de lijst met resultaten die onder het zoekvak verschijnt vindt u onder andere de regel ‘1321 B.V. Nemaho houtproducten te Doetinchem, 1921-2009’. Als u hierop klikt komt u in het archief van Nemaho. Vindt u iets van uw gading en wilt u het bekijken? Dan kunt u dit stuk aanvragen op de studiezaal van het ECAL.

Hulp van het Erfgoedcentrum De medewerkers van de studiezaal van het ECAL helpen u graag. Het aanvragen van stukken is gratis. Wel is het nodig dat u zich bij het eerste bezoek laat inschrijven. Ook dit is kosteloos. Antwoorden op veel gestelde vragen kunt u vinden op het volgende adres: www.ecal.nu/faq . U kunt uw vraag ook telefonisch stellen op nummer (0314) 78 70 78 of mailen naar info@ecal.nu

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


240

NEMAHO - Archief Erfgoedcentrum

Gegevens Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers Bezoekadres: Gebouw 't Brewinc, IJsselkade 13, 7001 AN Doetinchem De studiezaal is open van dinsdag tot en met vrijdag van 09:00 tot 16:30 uur. Postadres: Postbus 686, 7000 AR Doetinchem Telefoon: + 31 (0) 314 78 70 78 E-mail: info@ecal.nu Website: www.ecal.nu

Terug naar inhoudspagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


NEMAHO

241

Jan Kramer Jan Kramer (1955) is van grafische huize en kwam in 1978 naar Doetinchem om bij drukkerij Misset te gaan werken. Later is hij vooral op het gebied van paginaopmaak actief geweest bij uitgeverij Reed (voorheen Elsevier, voorheen Misset) in Doetinchem. Jan: ‘Op weg naar Misset ben ik ruim negenduizend keer achteloos aan de Nemaho voorbij gefietst. Daar, aan de overkant van de Oude IJssel, zag ik spanten in kraanwagens hangen en wolken stoom uit een metalen loods komen. Had ik mijn ogen toen maar beter de kost gegeven, want het bedrijf heeft me nu flink in haar greep. Dat kwam zo. Het Erfgoedcentrum, waar ik vrijwilliger ben, richtte zijn ogen op de inmiddels verdwenen Nemaho. Dit in het kader van het Gelderse project ‘Gemaakt in Gelderland’ dat in 2015 de Gelderse maakindustrie onder de aandacht bracht. Ellen ten Brink van het Erfgoedcentrum vroeg of ik zin had om voor dit project oud-directeuren en oud-werknemers van Nemaho te interviewen. Een van mijn interesses is industriële geschiedenis. Dus ik zei: “Ja”. En al bij het eerste interview kwam het bedrijf bij mij tot leven. Het raakte me hoezeer de oud-werknemers nog steeds betrokken zijn bij hun bedrijf. Wat een verhalen! Ik werd gretig naar de geschiedenis van Nemaho en besef nu dat we in onze stad een bedrijf hebben gehad dat lange tijd in haar branche voorop liep, records heeft gebroken en ontelbaar veel gebouwen heeft neergezet. Over de hele wereld. Nu denk ik: ‘Wat jammer dat ik daar nooit binnen ben geweest toen het nog bestond. Dat probeer ik met deze publicatie een beetje goed te maken.’ Graag wil ik jullie bedanken Ik dank alle geïnterviewden voor hun enthousiaste medewerking, hun gastvrijheid en vooral ook voor hun geduld. Ik dank hen voor de openhartigheid waarmee ze mij een inkijkje gunden in een – voor mij – onbekende wereld. De (levens-)ervaringen die ze met mij deelden hebben me rijker gemaakt. Als Leo Stronks (directeur/eigenaar van Nemaho) zijn archief niet had geschonken aan het Erfgoedcentrum zouden heel wat mensen niet van Nemaho hebben geweten, was er geen Nemaho oral history-project geweest, zouden aan zijn archief niet twaalf persoonlijke verhalen (waaronder het zijne) worden toegevoegd en had ik bijna zeker de afgelopen jaren in ledigheid doorgebracht. Ik bedank Leo er dan ook hartelijk voor dat hij het Nemaho-archief heeft ondergebracht bij het Erfgoedcentrum. Deze publicatie (die begon als ‘een verslagje’) heb ik niet in mijn eentje gemaakt. Ellen ten Brink (medewerker van het Erfgoedcentrum) en Anneke Kuiper (vrijwilliger bij het Erfgoedcentrum) hebben de grote lijnen voor deze publicatie al neergezet toen zij de Nemaho-tentoonstelling van 2015 organiseerden. Hoe meer ik over de Nemaho te weten kom, hoe knapper ik het vind dat zij het verhaal van Nemaho toen al zo duidelijk zichtbaar hebben gemaakt. Vooral in het begin heb ik geprofiteerd van wat Anneke toen in de steigers heeft gezet. Ook Ellen ben ik

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


242

NEMAHO

dankbaar voor haar hulp en begeleiding. Zij is een ideaal klankbord en denkt graag mee. Zelfs in haar vrije tijd. Haar enthousiasme is aanstekelijk. En ik ben blij met haar kritische en eerlijke opmerkingen. Alleen al de vriendschappelijke samenwerking met Ellen en Anneke maken de helft van het plezier dat ik aan dit project heb. Tekstadviseur Kees Wijdooge wil ik graag bedanken voor het nakijken van mijn teksten. Deze publicatie is er zeker van opgeknapt en ik heb veel geleerd van zijn adviezen die hij soms voorziet van geestige opmerkingen. Sinds Kees over mijn schouder meekijkt bedenk ik vaker een Nederlandse variant voor een Engels woord en strooi ik veel minder met aanhalingstekens. Graag wil ik ook Jan Hengeveld bedanken. Hoe vaak heb ik zijn boek er niet op nageslagen? Zijn klassieker over de geschiedenis en de techniek van het lamineren en dus ook de geschiedenis van de Nemaho. Een goudmijn. Telkens als ik zijn boek opensla krijg ik er een Aha-erlebnis bij. Mijn exemplaar is intussen flink beduimeld. Zoals het hoort bij een goed handboek. Tot slot, maar zeker niet in de laatste plaats, dank ik de medewerkers en vrijwilligers van het Erfgoedcentrum voor hun hulp en collegialiteit. Al doende heb ik een idee gekregen hoeveel er komt kijken bij het beheren van ons erfgoed. Hoe heb ik ooit kunnen denken dat archieven saai zijn? Ik verheug me op deel twee van deze publicatie. Jan Kramer Doetinchem, 11 oktober 2017

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


243

NEMAHO

Summary This publication is an oral history of Nemaho, the first Dutch manufacturer of glued laminated timber (glulam) roof constructions (1921-2009). It contains the concise history of Nemaho and interviews with former directors, former employees of Nemaho and others involved. Volume I: the first six interviews. In addition to numerous locations in the Netherlands and the rest of Europe, Nemaho also built in other parts of the world. The glued laminated beams were manufactured at the Nemaho factory Doetinchem, Netherlands, and then shipped to the following locations overseas: Africa Ghana: Accra and Takoradi (approx 1953) South Africa: Durban (1939) Australia New South Wales: Rydalmere (1952) Asia Indonesia: Palembang, Sumatra (1965) East Malaysia: Bintulu (1984)

Middle East Iraq: Baghdad (1977) Israel: Ashdod and Ein Yahav (1985) Kuwait: Kuwait City (1986) Oman: Ruwi (1976) and Seeb (1975) Saudi Arabia: Jeddah (1986) United Arab Emirates: Ruwais (1982) South America and the Caribbean Aruba: Oranjestad (1951) Colombia (1939-1954): Barranquilla, Bogotá (Corferias, 1954) and Goajira Curaçao (1935-1953): Hato, Motet, Nieuwe haven, Nieuwe werf, Soto, Steenrijk and Willemstad Sint Maarten: Philipsburg (1980) Suriname: Paramaribo/Beekhuizen (approx 1950)

This publication is for non commercial purposes only. Creative Commons license CC-BY-NC-SA 4.0. Author: Jan Kramer (text, infographics and design) Publisher: Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers ECAL (heritage centre) The Netherlands Address: P.O. box 686, 7000 AR Doetinchem, The Netherlands Phone: + 31 (0) 314 78 70 78 (Tuesday to Friday) E-mail: info@ecal.nu Website: www.ecal.nu Heritage centre ‘Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers’ (ECAL) contains the remains of the Nemaho archive (1921-2009). This collection is a resource for research into the history of Nemaho and can be searched directly on www.ecal.nu . Return to frontpage / terug naar voorpagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers


244

Achterpagina

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers

NEMAHO

Nemaho historie: 'Nemaho ging me aan het hart'  
New
Advertisement