Page 1

Nederlandse Vereniging van Banken

Bank|Wereld Kwartaalblad, nummer 2, juni 2012

Joris Luyendijk: ‘Dé bankier bestaat niet’ Martin van Rijn: ‘Wij zijn gewend om verantwoording af te leggen’ De Permanente Vertegenwoordiging in Brussel


Bank|Wereld

Number (IBAN).

Dit is belangrijk, omdat dit nummer – dat nu nog hoofdzakelijk voor buitenlandse betalingen wordt gebruikt – vanaf 1 januari 2014 ook voor binnenlandse betalingen wordt gebruikt. Naast DNB zijn onder meer banken, de Consumentenbond en MKB-Nederland nauw betrokken bij deze campagne. Centraal onderdeel van de campagne vormt de website, www.overopiban.nl. Daarnaast informeren tv-commercials, advertenties en banners over de aanstaande veranderingen. Langer rekeningnummer Zowel bij consumenten als bedrijven is de kennis over IBAN nog onvoldoende, blijkt uit de zogeheten SEPA-monitor van DNB. Volgens deze monitor is 70 procent van het MKB en 34 procent van de middelgrootbedrijven zich nog niet bewust van de impact van de veranderingen. Consumenten merken de verandering vooral aan een langer rekeningnummer (18 cijfers in plaats van 7 of 9 nu) dat zij kunnen opzoeken via een speciale site, www.ibanbicservice.nl. Ook als mensen internetbankieren kunnen zij het IBAN-nummer zien. Het laatste deel van de 18 cijfers bestaat uit het huidige rekeningnummer, aangevuld met een landencode (NL in Nederland), de code van de bank waar de consument bankiert, twee ‘nieuwe’ cijfers en 1 tot 3 nullen voorafgaand aan het bestaande rekeningnummer. Consumenten en banken Op dit moment weet 55 procent van de consumenten z’n IBAN te vinden, zo blijkt uit onderzoek van DNB. De consument weet minder goed het IBAN van een ander persoon of organisatie te vinden: 35 procent is hiervan op de hoogte. De banken ondersteunen bedrijven en consumenten zoveel mogelijk om de overgang goed te laten verlopen. Bijvoorbeeld door services als het omzetten van grote volumes rekeningnummers of het automatisch omzetten van adresboeken voor internetbankieren. De NVB en Betaalvereniging Nederland zijn al geruime tijd bezig met de voorlichting rond en begeleiding van het traject naar SEPA (Single Euro Payments Area), bijvoorbeeld via de website www.sepanl.nl. ‘Bedrijven die nu nog geen idee hebben wat de impact van SEPA voor hen is, zijn mogelijk al te laat. Ervaring van andere bedrijven is dat de overstap naar IBAN veel meer is dan het aanpassen van de betaalopdrachten; o.a. administratie, klantenservice, facturering, reconciliatie worden geraakt. Stel dus nu een plan van aanpak op om op tijd gereed te zijn’, aldus Frans van Beers van de Betaalvereniging Nederland. Eén set betaalmiddelen Het overgaan naar IBAN betekent dat binnen het ‘SEPA-gebied’ met één rekening en één set betaalmiddelen met hetzelfde gemak naar rekeningen in eigen land als naar rekeningen in andere landen kan worden betaald. Het gaat hierbij om de 27 EU-landen plus Zwitserland, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Gijs Boudewijn | Betalingsverkeer, Onder­nemingsklimaat & Financiële Educatie boudewijn@nvb.nl

Inhoudsopgave 3

Oogpunt

4

Dossier: CRD4

7

Van Kunduzakkoord via Wandelgangenakkoord naar het Lenteakkoord

8

Joris Luyendijk: ‘Dé bankier bestaat niet’

10

De Permanente Vertegenwoordiging in Brussel

14

De doorbraak van het mobiele betalen zit vol verrassingen

15

Kort

16

Martin van Rijn: ‘Wij zijn gewend om verantwoording af te leggen'

19

Bankenbibliotheek

20

Nawoord

16

Bank|Wereld is een uitgave van de Nederlandse Vereniging van Banken

Colofon Redactieadres: Gustav Mahlerplein 29-35, 1082 MS Amsterdam Postbus 7400, 1007 JK Amsterdam t: 020 550 28 96 e: bankwereld@nvb.nl

Bank|Wereld

3 Oogpunt

De Nederlandsche Bank (DNB) lanceerde 9 mei de campagne ‘Over op IBAN’. De campagne moet consumenten en be­ drijven ervan bewust maken dat ze zich moeten voorbereiden op de overgang naar het International Bank Account

Uitgesproken

‘Over op IBAN’

2

Een duidelijk advies Het leek op een soap. Het kabinet viel en enkele dagen later moest de Tweede Kamer stemmen over de bankenbelasting. Deze was vorig jaar aangekondigd als bekostiging voor de verlaging van de overdrachtsbelasting. Maar het was ook een vergelding voor de financiële crisis in 2008 toen een aantal banken overheidssteun nodig had. Door de val van het kabinet dreigde de bankenbelasting van 300 miljoen euro per jaar bij de stemming in de Tweede Kamer ineens ruim verdrievoudigd te worden. De PVV was niet meer gebonden aan het kabinet en kondigde aan mee te zullen stemmen met een voorstel van de oppositie om de bankenbelasting te verhogen naar een miljard euro. Gelukkig was de Tweede Kamer zo verstandig de stemming uit te stellen en eerst De Nederlandsche Bank advies te vragen. Intussen vormde zich de ‘Kunduz’-coalitie die de Nederlandse begroting – net op tijd voor de Europese deadline – op orde bracht. Met in hun Lenteakkoord een bankenbelasting voor 600 miljoen euro per jaar. Ondanks dat het DNB-advies nog niet beschikbaar was, ging de stemming hierover in de Tweede Kamer deze keer wel door en werd het voorstel aangenomen. Drie dagen later verscheen als mosterd na de maaltijd het DNBadvies. In het somberste scenario kan deze bankenbelasting volgens DNB de kredietverlening met 20 miljard euro verlagen. DNB schrijft onomwonden dat de bankenbelasting afbreuk doet aan het maatschappelijke doel van een veiliger bankwezen. Hoe duidelijk kun je zijn? De banksector waarschuwde eerder ook al voor kosten voor hun klanten en gevolgen voor de kredietverlening. Banken moeten extra geld apart zetten voor versterking van hun kapitaalbuffers om bestand te zijn tegen een nieuwe crisis. Elke euro die aan de bank wordt onttrokken kan vele malen niet worden uitgeleend, aldus economen. Een drama dus als de economie aantrekt en bedrijven weer willen investeren. Natuurlijk zijn maatregelen nodig om het begrotingstekort binnen aanvaardbare perken te houden. Maar wie het DNB-advies goed leest, concludeert dat de bankenbelasting onverstandig is. De gang van zaken toont aan hoe belangrijk een goede dialoog tussen de politiek en de banksector is. Juist in deze tijd dient verstand boven de emotie te gaan en moeten wij samen werken aan herstel van de economie. Daar willen banken graag aan bijdragen! Wim Mijs | directeur Nederlandse Vereniging van Banken mijs@nvb.nl

Eindredactie: Hanan Laghmouchi, Eelco Dubbeling Redactie: Floris Mreijen, Aleid van der Zwan, Bart van Leeuwen, Yvonne Willemsen, Ivo Bolluijt, Edward Feitsma, Daan van Seventer Overname van artikelen uit deze uitgave of delen daarvan is toegestaan, mits met bronvermelding. Voor meer informatie over de inhoud van dit nummer kunt u terecht bij de redactie. Vormgeving: Gijs Sierman, Amsterdam Fotografie: Henk Boom, Marcel Molle Productie: Yardmen, Amsterdam

3


Bank|Wereld

Bank|Wereld

4

5

Dossier

CRD4 CRD4

In december 2009 gaf het Basel Comité het startschot voor een groot­scheepse herziening van de prudentiële regel­ geving; de lessen die geleerd zijn tijdens de financiële crisis moesten worden omgezet naar de praktijk, om zo te voorkomen dat een dergelijke ­crisis zich nogmaals kon voordoen. CRD4 (Capital Requirements Directive), de derde grote aanpassing van de Europese Bankenrichtlijn, is

de Europese reactie op deze inter­ nationale crisis. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de huidige stand van de besluitvorming rondom CRD4. Over CRD4 Op Europees niveau is, na het verschijnen van de consultaties 'Strenthening the resilience of the banking sector' en 'International framework for liquidity risk measurement, standards and monitoring', veel werk verzet om de door Basel voorgestelde aanscherpingen op te nemen in de Europese wetgeving. Het Europese pakket aan maatregelen – CRD4 – bestaat uit twee onderdelen: een Richtlijn (Directive - CRD) en een Verordening (Regulation - CCR). Het is voor het eerst dat een deel van de prudentiële regelgeving wordt verankerd in een Verordening. In tegenstelling tot een Richtlijn, kent een Verordening een directe werking. Dit houdt in dat er voor een Verordening, die ongewijzigd moet worden ingevoerd, geen nationale implementatie nodig is. Hierdoor kunnen er geen nuanceverschillen ontstaan. Naast de Verordening zijn er ook elementen die, net als vroeger, onderdeel blijven van de Richtlijn. Het gaat hierbij met name om zaken die te maken hebben met de bevoegdheden van toezichthouders, maar ook om buffervereisten.

Speerpunten NVB De NVB ondersteunt de doelstellingen die de internationale gemeenschap heeft gesteld in het kader van Basel 3 en CRD4. Het vergroten van de ‘schokbestendigheid’ van de bancaire sector is goed voor de maatschappij, vergroot de financiële stabiliteit en draagt bij aan het herstel van vertrouwen in de sector. De NVB zet zich op constructieve wijze in voor het zo goed mogelijk laten aansluiten van de voorstellen bij de Nederlandse economische context. De wisselwerking tussen het

Dossier:

CRD4

maatschappelijke belang van het hebben van een veiliger financieel systeem enerzijds en de impact die de regelgeving heeft op de economie en de banken anderzijds staat telkens centraal.

De NVB zet zich in voor de volgende drie onderdelen: 1. Het verbreden van de activa die mogen worden meegeteld in de buffer voor de Liquidity Coverage Ratio (LCR), zoals markt liquide RMBS (Residential Mortgage-Backed Security) en activa die beleenbaar zijn bij een centrale bank. De LCR ziet erop toe dat banken in staat zijn om een periode van instellingsspecifieke en marktstress gedurende een maand zelfstandig te overbruggen. 2. Het ondersteunen van het ‘single rule book’; dit onderdeel van CRD4 betreft het zoveel mogelijk verminderen van nationale discretionaire

Content Basel

In december 2009 publiceerde het Basel Committee on Banking Supervision twee consultatiedocumenten. Deze vormen de basis voor Basel 3. ‘Strengthening the resilience of the banking sector’ doet voorstellen op vier gebieden: 1. Het verbeteren van de kwaliteit en kwantiteit van kapitaal. 2. Het introduceren van een risico-ongevoelige backstop-maatregel; de leverage ratio. 3. Het aanscherpen van de kapitaalvereisten voor tegenpartijkredietrisico (CVA). 4. Het tegengaan van procyclisch gedrag van banken.

‘International framework for liquidity risk measurement, standards and monitoring’ doet voorstellen voor het invoeren van een wereldwijd raamwerk voor liquiditeitsrisicomanagement: 1. De Liquidity Coverage Ratio (LCR) focust op een periode van een maand, waarbinnen een bank een situatie van instellingsspecifieke en marktstress moet kunnen overbruggen. 2. De Net Stable Funding Ratio (NSFR) kijkt naar een periode van een jaar. Binnen deze periode dienen de looptijden van de activa en passiva binnen bepaalde grenzen te liggen. Door deze maatregel wordt het onmogelijk om langlopende leningen met ‘kort geld’ te financieren.

Stand van zaken rondom de besluitvorming over CRD4 beleidsvrijheid. Dit moet voorkomen dat banken in verschillende lidstaten aan andere regels zouden moeten voldoen. 3. Het vrijstellen van de kapitaalvereiste als gevolg van het risico op credit valuation adjustments (CVA) voor niet-financiële tegenpartijen.

die op meer manieren kunnen voldoen aan hun liquiditeitsbehoefte zijn in staat om de opbouw van hun buffer beter te spreiden. Een ruimere buffer verkleint het systeemrisico, omdat concentraties in de buffersamenstelling worden verminderd.

De NVB is steeds actief betrokken geweest bij het besluitvormingsproces en heeft deze speerpunten onder de aandacht gebracht bij de Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement.

Prioriteit 2 Vergroten van de harmonisatie van regels De Europese Commissie heeft, naast de implementatie van Basel 3 in Europese regelgeving, ook geprobeerd om zoveel mogelijk bestaande nationale discreties te verwijderen uit CRD4. Het vergroten van de harmonisatie staat bekend als het single rule book. Tijdens de onderhandelingen in zowel de Europese Ministerraad als het Europees Parlement bleek de tijd echter voor een aantal lidstaten niet rijp om

Prioriteit 1 Definitie van liquide activa die meetellen voor de Liquidity Coverage Ratio (LCR) Door de implementatie van CRD4 wordt een belangrijke stap gezet in het creëren van een wereldwijde standaard voor liquiditeitsrisicomanagement. Het ontwikkelen van een dergelijke standaard leidt tot meer geharmoniseerd toezicht. Nederland kent overigens al langer een nationale standaard, waarop De Nederlandsche Bank toeziet. Deze standaard wordt op termijn vervangen door de standaarden die door CRD4 worden geïntroduceerd. Het uitgangspunt van de LCR is dat een bank voldoende liquide activa moet aanhouden in buffers om een periode waarin sprake is van een combinatie van instellingsspecifieke en marktbrede stress, te kunnen doorstaan. Veel aandacht is besteed aan het formuleren van de activa die wel of niet worden toegelaten.

De NVB maakt zich sterk voor de opname van obligaties op basis van verpakte Nederlandse hypotheken (RMBS). Deze instrumenten zijn gebaseerd op onderpand van hoge kwaliteit. Dit instrument is belangrijk voor Nederland, vanwege de financiering van hypotheken. Dit gebeurt vaak via securitisatie. Wanneer deze stukken niet zouden worden toegelaten, neemt de aantrekkelijkheid voor andere banken om als investeerder op te treden af. Zij kunnen in deze situatie immers de stukken niet meetellen om te voldoen aan de eigen liquiditeitsvereiste. Ditzelfde geldt voor securitisaties die een bank achter de hand houdt voor noodgevallen. Dat wil zeggen voor beleenbaarheid bij de centrale bank. In dergelijke gevallen krijgt de bank een deel van de waarde van de stukken in contanten, nadat zij die heeft beleend bij de centrale bank. Dergelijke constructies maken een bank stabieler, omdat zij de mogelijkheden voor het verkrijgen van liquiditeiten verruimen. Banken

Richtlijn en Verordening

Er bestaan twee typen Europese wetgeving: Richtlijnen en Verordeningen. Een Richtlijn heeft een indirecte werking. Dat wil zeggen dat er, nadat een akkoord is bereikt over een Richtlijn, lidstaten deze binnen een bepaalde tijd moeten verwerken in de nationale wetgeving. Een Richtlijn biedt daarmee het voordeel dat lidstaten deze kunnen toesnijden op de nationale situatie. Dit heeft als bijkomend voordeel dat onduidelijkheden in de Richtlijn-tekst kunnen worden verhelderd. Het nadeel van een Richtlijn is dat interpretatieverschillen mogelijk zijn, waardoor er een ongelijk speelveld zou kunnen ontstaan. Een Verordening kent, in tegenstelling tot een Richtlijn, een directe werking. Dit heeft tot gevolg dat een Verordening niet mag worden geïmplementeerd in nationale wetgeving (dit is zelfs verboden). Voor de hele Europese Unie geldt daarmee exact dezelfde tekst, waardoor verschillen in interpretatie minder vaak voorkomen. Een bijkomend voordeel is dat er geen nationale implementatie nodig is, waardoor invoeringstermijnen kort kunnen zijn.


Bank|Wereld

met interbancaire verwevenheid worden aangepakt, maar dat klanten in de reële economie daardoor niet worden getroffen. Een voorbeeld is het afdekken van renteschommelingen voor een groot infrastructureel project, of het afdekken van valutarisico. In deze gevallen verlaagt het gebruik van derivaten de risico’s die een bedrijf loopt.

Prioriteit 3 Kapitaalvereiste voor Credit Valuation Adjustments Het concept ‘Credit Valuation Adjustment’ heeft te maken met het verschil in marktwaarde van een derivatenpositie, berekend op basis van de aanname dat de positie risicovrij is en de waarde van diezelfde positie, wanneer kredietrisico wel wordt meegenomen. Onder Basel 1 en Basel 2 dient er al kapitaal te worden aangehouden voor het kredietrisico van derivatenposities (counterparty credit risk), maar nog niet voor het verschil in marktwaarde van derivaten met en zonder kredietrisico. Waar Basel 2 focust op verliezen die het gevolg zijn van een faillissement van een tegenpartij, is er bij CVA geen sprake van een faillissement, maar een marktwaardeverandering ten gevolge van een veranderende kredietwaardigheid van de tegenpartij. Door de daling van de marktwaarde van derivatenposities kwamen enkele banken in de problemen, zeker wanneer deze verandering in marktwaarde zich vertaalde in een toename van de storting die uit hoofde van onderpand verplicht was.

Voor leden is er meer informatie te vinden in het dossier CRD4 op het ledennet van de NVB.

Door de introductie van een kapitaalvereiste voor CVA worden banken verplicht om kapitaal aan te houden voor dit risico, waardoor de kans op een herhaling van de gebeurtenissen die tijdens de crisis plaatsvonden, wordt verminderd. Ook is er wetgeving in de maak die zal gaan eisen dat alle standaardderivaten die door financiële partijen onderling worden afgesloten, vanaf 2013 via een central counterparty (CCP) moeten lopen. Deze contracten zijn vrijgesteld van kapitaalsbeslag voor CVA. Voor zover CVA-risico wordt gegenereerd door derivatenposities die een bank heeft als gevolg van niet-financiële klanten – posities waarvoor doorgaans geen onderpandverplichting bestaat – worden deze contracten wellicht vrijgesteld van de kapitaalvereiste. Deze vrijstelling zou ervoor moeten zorgen dat de risico’s die gepaard gaan

Status besluitvorming Op het moment van publiceren van dit artikel heeft zowel de Ministerraad als het Europees Parlement haar positie bepaald. Daarmee gaat CRD4 de laatste fase van de onderhandelingen in, de zogenaamde triloog. Gedurende deze fase proberen beide partijen tot elkaar te komen. De Europese Commissie ondersteunt dit proces en probeert beide partijen bij elkaar te brengen. De verwachting is dat beide partijen voor eind juni 2012 tot overeenstemming – een Europees akkoord dat per 1 januari 2013 in werking zal treden – zullen komen over CRD4. Daarbij moet worden aangetekend dat niet alle onderdelen ook daadwerkelijk per 1 januari 2013 in werking treden. Sommige onderdelen treden later in werking en er kan sprake zijn van overgangsregelingen. Zolang de triloog nog niet is afgerond, blijft het lastig te voorspellen wat de inhoud van het uiteindelijke compromis zal zijn.

Onno Steins | Toezicht steins@nvb.nl

Kader 3

Hoofdblokken CRD4

CRD4 bestaat uit zes ‘hoofdbestanddelen’: De volgende onderdelen vloeien voort uit Basel: - Het versterken van de kwaliteit en kwantiteit van kapitaal van banken. - De introductie van een risico-ongevoelige backstopmaatregel; de leverage ratio. - Het verminderen van procyclisch gedrag van banken. - Het aanscherpen van de vereisten t.a.v. tegenpartijkredietrisico. - Het introduceren van een wereldwijd raamwerk voor liquiditeitsrisicomanagement. Op onderdelen wijkt CRD4 evenwel ook af van Basel. Zo bevat CRD4 ook het single rule book. Dit heeft tot doel om het gelijke speelveld te stimuleren, door het beperken van nationale beleidsruimte. Dit wordt gedaan door zoveel mogelijk discretionaire beleidsruimte weg te halen bij nationale overheden.

7 Ingelicht

Dossier

CRD4

over te gaan tot een verdere integratie van de Europese toezichtregels. De discussie spitst zich vooral toe op het bieden van mogelijkheden aan nationale toezichthouders om aanvullende buffervereisten op te leggen, boven op de door Basel vastgestelde buffers. Lidstaten willen vaak deze ruimte hebben, omdat zij bijvoorbeeld een relatief grote bankensector hebben. Landen die meer nationale ruimte willen, zijn bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Inmiddels demissionair minister De Jager heeft eerder aangegeven in Nederland systeemrelevante instellingen aan te willen merken. Daarmee bevindt Nederland zich tussen de kampen die gaan voor het vergroten van de mate van harmonisatie en de landen die gaan voor meer nationale flexibiliteit. Bij het schrijven van dit artikel was de tendens in zowel het Europees Parlement als de Europese Ministerraad om te gaan voor meer nationale beleidsvrijheid. Deze discreties spitsen zich vooral toe op buffers voor systeemrelevante instellingen, maar het speelt ook op andere terreinen. Het Europees Parlement benadrukt daarbij met name de diversiteit van het Europese bankenlandschap, waardoor nationale ruimte noodzakelijk blijft. De NVB is en blijft een groot voorstander van het vergroten van de harmonisatie tussen landen.

Bank|Wereld

6

Van Kunduzakkoord via Wandelgangenakkoord naar het Lenteakkoord De Haagse politieke ontwikkelingen hebben zich in de afgelopen periode in een rap tempo opgevolgd. De oorsprong van de Haagse ontwikkelingen is echter te vinden in Europa. De Europese afspraak, waar Nederland destijds hard voor gestreden heeft, om alle Euro landen zich te committeren aan een maximaal begrotingstekort van 3% staat in de huidige eurocrisis nog harder dan voorheen. Voor Nederland betekent dit maximaal 18 miljard euro extra bezuinigingen in 2013. Om deze bezuiniging te realiseren moest het kabinet-Rutte met haar gedoogpartner opnieuw aan tafel. Nadat op 21 april bleek dat VVD, CDA en PVV in het Catshuis niet tot overeenstemming konden komen over deze bezuinigingen ontstond een politiek vacuüm. Premier Rutte kondigde vervolgens zeer snel verkiezingen aan. Hiermee ontstond weliswaar politieke duidelijkheid, maar de economische situatie vroeg nog steeds om snelle actie. De Europese Commissie verwachtte namelijk uiterlijk 30 april een rapportage over de plannen in 2013. De VVD, CDA, GroenLinks,

ChristenUnie en D66 hebben op 26 april het zogenaamde Kunduzakkoord gesloten. Dit akkoord omvat 12,4 miljard euro aan bezuinigingen in 2013. Zo zal bijvoorbeeld de BTW per 1 oktober 2012 worden verhoogd naar 21%. Ook zijn afspraken gemaakt over enkele hervormingen in de woningmarkt door de overdrachtsbelasting structureel naar 2% te verlagen en alleen nog annuïtairhypotheken toe te staan per 1 januari 2013. De bankenbelasting is in dit akkoord verdubbeld naar 600 miljoen euro. De NVB heeft op dit punt altijd aangegeven dat elke verhoging van de bankenbelasting effect heeft op de kredietverlening, en dus op de economie. De euforie van de eerste dagen nadat het Wandelgangenakkoord was gesloten lijkt inmiddels verdwenen. Het is duidelijk dat alle Nederlanders in hun portemonnee worden geraakt. De houdbaarheid van het Wandelgangenakkoord wordt dan ook door de partijen die niet betrokken waren, zoals SP, PVV en PvdA, in twijfel getrokken. De verkiezingen zijn gepland op 12 september en de uitslag zal bepalen of de afspraken door het nieuwe parlement en het nieuwe Kabinet worden ondersteund. In de tussentijd werkt het demissionaire Kabinet en het parlement door. Weinig onderwerpen zijn door de Tweede Kamer controversieel verklaard. Vooral de onderwerpen die de financiële sector raken werden door nagenoeg alle partijen als nietcontroversieel beschouwd. Zo zal bijvoorbeeld het derde Financiële Markten pakket gewoon door de Kamer behandeld worden. Dit pakket introduceert onder andere de bankierseed en bevat wijzigingen op het terrein van de provisieregels.

Het Lenteakkoord heeft aangetoond dat het mogelijk is om in korte tijd met enkele partijen tot concrete afspraken te komen. Tegelijkertijd is het onduidelijk of alle afspraken ook echt worden doorgevoerd na de verkiezingen. Dit kan onduidelijkheid en onzekerheid creëren waar Nederland niet bij gebaat is. De toekomst zal uitwijzen of het akkoord nog enkele seizoenen mee kan. Aleid van der Zwan | Public Affairs Den Haag zwan@nvb.nl

Bankenbelasting en het Lenteakkoord In het Lenteakkoord wordt de opbrengst van de bankenbelasting verdubbeld naar 600 miljoen euro. DNB geeft in een brief van 25 mei jl. aan de staatssecretaris van Financiën onomwonden aan dat de bankenbelasting, bij een opbrengst van 600 miljoen euro per jaar, majeure effecten heeft. De toezichthouder schetst twee scenario’s waarbij in het meest extreme scenario de kredietverlening aan Nederlandse bedrijven en huishoudens jaarlijks 20 miljard euro lager ligt dan in een situatie zonder bankenbelasting. Hierdoor krimpen na 10 jaar consumptie en investeringen tot 5% en dalen de huizenprijzen tot 19%. DNB concludeert dat ook in een minder extreme situatie een bankenbelasting slecht verenigbaar is met de wenselijkheid de kredietverlening voor huishoudens en het bedrijfsleven op peil te houden. Ook benadrukt DNB dat de bankenbelasting de opbouw van buffers bemoeilijkt en zodoende de weerbaarheid van de financiële sector verkleint. De brief is te vinden op de website van het ministerie van Financiën. Voor leden is de brief te vinden in het dossier bankenbelasting op het ledennet van de NVB.


Bank|Wereld

Journalist Joris Luyendijk schrijft sinds september 2011 een blog over The City, het financiële centrum van Londen. Als buitenstaander portretteert hij anonieme bankiers die zich per mail aanmelden. Op weg naar Schiphol vertelt Luyendijk over bankiers die ook niets van de crisis begrijpen. ‘Ze lossen elke dag hun kleine puzzel op en op de rest hebben ze geen zicht.’

De Amerikaanse bank JP Morgan maakte in zes weken twee miljard dollar verlies op risicovolle derivaten, werd vanochtend bekend. Verbaast dat jou nog? ‘Nu lopen ze erin, maar je hoort het natuurlijk niet when it goes their way, als het goed gaat. Complexe derivaten zijn simpelweg te aantrekkelijk om links te laten liggen. De asymmetrie in kennis is daarvoor te groot: slechts een kleine groep mensen begrijpt daar iets van, dus het kan veel winst opleveren. De hele interne hiërarchie is georganiseerd rond zoveel mogelijk geld verdienen. Iedereen speelt met zijn team dat spel. Ze behoren iedere dag te winnen. De winnaar pakt alles. De rest krijgt niks. Je kunt wel zeggen: wij spelen niet vals, maar dan doe je gewoon niet mee. Die teams jutten elkaar op. Als je boven in de league-tabel staat, dan ben je het mannetje. Iedereen heeft het erover. Daarom is het een hele klus om die identiteiten te verbergen van mijn gesprekspartners, wat ik doe op mijn blog. Er werken 300.000 mensen in The City, maar iedereen zit in een kleine niche. In die niche ben je de grootste aap als je de grootste winst hebt gemaakt.’ Dus die twee miljard verlies verbaast je volstrekt niet? ‘Nee. Eigenlijk niet. Ik had deze week een hoogleraar die uitlegde wat die quants voor mensen zijn, zij die die modellen maken [quant is een term voor de kwantitatieve analyses en de wiskundigen die deze algoritmes maken, red.]. En over het beperkte vermogen van de quant om uit te leggen wat die doet om alle facetten van de werkelijkheid te zien en de behoefte bij de quant om overal orde in te lezen. Dus er gaat veel mis. Het is wel veel, twee miljard... Het is echt veel.’ Waarom ben je naar The City toe gegaan? ‘Ik deed een project met een elektrische auto en ik kwam de hoofdredacteur van The Guardian tegen die zo’n auto had. Ik raakte met hem aan de praat over vernieuwing van de journalistiek en hij vroeg me of ik bij hen wilde komen werken. ‘Wat zal ik dan gaan doen?’ Hij zei: we bedenken wel wat. Dat werd de financiële sector. Totaal geen plan. Een flipperkast. Ineens woon ik in Londen.’ We doen het interview onderweg naar Schiphol. Past dat in de hectiek van The City? ‘Bij hun leven wel, al verschillen de verhalen over de uren die ze maken. Mensen die eruit zijn zeggen dat ze overdrijven. Mensen die erin zitten zeggen: ik wil wel weg, ik heb wel meer te doen, ik ga liever naar de kroeg dan dat ik de hele tijd op kantoor zit. De financiële markten zijn wel hectisch. Bij de advisory ben je de hele tijd aan het reizen, aan het pitchen. En de trading floor is het meest hectisch. Maar mijn leven is niet hectisch. Ik doe deze blog, dat is het.’ Wat was vooraf jouw beeld van de financiële wereld? ‘Ik had flink wat gelezen over Lehman, over het faillissement, omdat ik er enorm van was geschrokken. Een senator vertelde hoe dicht ze bij een meltdown hadden gezeten. Dat vergeleek ik met het besef om me heen en ik dacht: wow, dat is een enorm gat tussen de mensen die er echt van afweten en de gewone man, de negenennegentig procent. Maar ik liep helemaal vast, op de complexiteit, de terminologie. Mijn beeld was dus beperkt. Ik presenteer me ook niet alsof ik alles weet. Ik zeg: laten we het met elkaar uitzoeken. ‘Lezers die in de financiële sector werken geven zich op als vrijwilliger. Ik heb er zo’n zeventig gehad en er komen per dag één of twee bij. En er is een comment section, al is die wat gekaapt door boze

mensen. Ik zou ook liever verschillende comment threats willen: een voor experts, een voor gereageer. Maar dat moet technisch maar net mogelijk zijn. Op de site van The Guardian komen zeventig miljoen unieke bezoekers per maand.’ Hoeveel bezoekers heeft jouw bankenblog? ‘Zo’n 2500 per dag. En je kunt alles analyseren. Sommige bijdragen zijn op Twitter heel populair, sommige op Facebook. Je kunt afleiden welke informatie viraal gaat, waarvan mensen denken hé dat moet iemand anders ook weten.’ Je beschouwt jouw blog ook als een journalistiek experiment. ‘Ik was ertegenaan gelopen dat de journalistiek steeds gaat over de uitzondering. Wat mensen over een onderwerp denken, komt vaak van een paar extremen. Dat wordt dan één beeld, één persoon. Een beetje Taliban, een beetje Saoedi-Arabië, een beetje van alles wat en dat wordt dan dé moslim. Denk aan een mozaïek: elk element van de mozaïek is niet representatief. Het risico is dat mensen over een trader lezen en denken: oh, zo zijn ze allemaal. Dan kun je alleen hopen dat ze over twee of drie traders lezen en denken oh, er is verschil. Dat is mijn grootste conclusie: wat een diversiteit, wat heb je weinig aan algemene uitspraken over die mensen. Bijna al die beroepen zijn uitvergrotingen van wat je elders ook vindt. ‘De meeste mensen in The City snappen ook niets van die crisis. Die zeggen: ik heb een kleine puzzel, en die los ik iedere dag op. Van de rest heb ik geen benul. Dus binnen een bank weten ze al niet van elkaar wat ze doen. Dat staat zo haaks op het soort Occupy-idee van ze zijn allemaal hetzelfde, ze weten allemaal precies wat ze doen, ze zijn ons aan het beroven. Er zijn ook insiders die zeggen dat ik verder moet met die job security; het is zo bepalend dat je terug kunt komen van de lunch en je baas is er niet meer. Of je collega. Of jezelf. Dat doet iets met een mens.’ Bevalt het, als buitenstaander tussen de bankiers? ‘Ik vind het leuk. Deze mensen zijn zo belangrijk voor ons. Zij gaan over mijn pensioen. En over het pensioen van alle mensen om mij heen. Het is zó belangrijk en ik ben zo geschrokken van de ‘schouderophalendheid’ waarmee insiders zeggen: ja maar dat weten we niet, daar gaan we maar gewoon vanuit dat dat zo werkt, of: dat komt wel goed, zo werkt het nou eenmaal. Bij high-frequency trading op de Amerikaanse effectenbeurs wordt nu 84% afgehandeld door computers. Computers die helemaal met elkaar handelen! Ik had geen idee. Als het op een gegeven moment helemaal misgaat.’ Wil je de Nederlandse bankiers nog wat meegeven? ‘Nee hoor. Daartoe voel ik me niet geroepen. Nou ja: lees mijn blog.’ De banking blog is – zonder kosten – te volgen op de site van The Guardian. Ook in NRC Handelsblad en NRC Next verschijnt wekelijks een selectie van de blog. Hanan Laghmouchi | Communicatie laghmouchi@nvb.nl Daan van Seventer Het interview is afgenomen op 11 mei 2012.

9 Interview

Interview met Joris Luyendijk

Interview

‘Dé bankier bestaat niet’

Bank|Wereld

8


Bank|Wereld

‘Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk doen hun best om Nederland mee te krijgen.’

Uitgelicht

Anke Klein

Bank|Wereld

10

Een ontmoeting met drie Neder­ landse diplomaten in Brussel, die zich bezighouden met financiële dienstverlening: Johan Barnard, Anke Klein en Annemarie Wehmeyer. Zij zijn door Financiën aan Buiten­landse Zaken ‘uitgeleend’ om Nederland in Brussel te vertegenwoordigen bij de EU.

Annemarie Wehmeyer ‘Brussel was voor mij een ver-van-mijn-bedshow, een zwarte doos.’

De Permanente Vertegenwoordiging in Brussel

Johan Barnard ‘Het Nederlandse belang en het Europese belang zijn heel vaak parallel.’

Bent u meer ambtenaar of diplomaat? John Barnard: ‘We werken voor Nederland en hebben daarbij twee bazen. We trekken ons vrij veel aan van Financiën, maar de ambassadeur is ook onze baas. We zijn dus ambtenaar én diplomaat. Verder is het hier heel interdepartementaal; je werkt samen voor Nederland als geheel.’ Anke Klein: ‘We zijn wel veel meer diplomaat dan gewoon ambtenaar. Je houdt natuurlijk rekening met wat je politieke baas voor agenda heeft, maar het diplomatieke heeft de overhand: het goed contact onderhouden met andere landen. Altijd professioneel vriendelijk blijven, ook als je heel hard met elkaar onderhandelt, als landen tegenover elkaar staan.’ Annemarie Wehmeyer: ‘En je houdt niet alleen het Financiën-standpunt in de gaten. Je kunt als vertegenwoordiger van Nederland ook op heel andere dingen aangesproken worden. Daar moet je dan wel een verstandige reactie op kunnen geven.’ De demissionair minister van Buitenlandse Zaken stelt het belang van Nederland centraal: de diplomaat als lobbyist voor het Nederlands belang. John Barnard: ‘Ik zou het woord lobbyist niet zo snel voor ons gebruiken; wij zijn diplomaat en ambtenaar. Wel is het zo dat de Europese Commissie hier voor iedereen zit en wij voor het Nederlandse belang. Maar het Nederlandse belang en het Europese belang zijn heel vaak parallel, niet tegengesteld. Bij de rol van diplomaat is het belangrijk dat je zoekt naar de win-winsituatie. Waar heb je wat aan elkaar en hoe kun je elkaar tegemoetkomen? Met alleen maar toeteren kom je er niet. Nederland is weliswaar niet zó klein en niet zó onbelangrijk, zeker niet als het over financiële diensten of financieel-economische onderwerpen gaat, maar het is één in een groep van 27 lidstaten.’

U komt alle drie van het ministerie van Financiën. Bent u anders naar Brussel gaan kijken sinds u hier werkt? Annemarie Wehmeyer: ‘Dat kan bijna niet anders. Alleen al omdat je meer van Brussel leert kennen. Ik zit hier het kortste van ons drieën. Tot dit voorjaar zat ik bij Financiën op de fiscaliteit en had ik weinig met Brussel te maken. Brussel was voor mij een ver-van-mijn-bedshow, een zwarte doos. Nog steeds zit ik af en toe met lichte verwondering in een vergadering. We zitten daar met 27 lidstaten en de Commissie. Iedereen heeft een heel land achter zich. Toch worden er besluiten genomen en er komt wetgeving. Voor de buitenwereld lijkt het misschien alsof het lang duurt, maar als je ziet hoe ingewikkeld de dossiers zijn en wie er allemaal iets van moet vinden, dan vind ik het heel mooi om te zien wat eruit komt, dat de hele molen draait.’ Anke Klein: ‘Ik ben absoluut wat naïviteit kwijtgeraakt. Voordat ik hier zat, had ik het idee dat de Raad het vaak in gezamenlijkheid met elkaar eens zou zijn. Ik dacht dat er vooral verschil was tussen de Raad en het Parlement, maar het is een stuk complexer dan dat. En je ziet dat de machtsverhoudingen heel bepalend zijn. Dat zie je in de Commissie, binnen de Raad, in het Parlement en ook bij de interactie tussen elkaar. Het is een fascinerend spel: een land houdt zijn stemmen, maar een land kan tegelijkertijd aan invloed winnen of verliezen door de politieke context en ook door mensen die zich met het dossier bezighouden, hoe effectief zij zijn in vergaderingen.’ Johan Barnard: ‘Ik zit hier nu voor de derde keer in Brussel en voor de tweede keer bij de Permanente Vertegenwoordiging. Veel is hetzelfde gebleven, maar het tempo is volgens mij hoger geworden. Een paradox. Je hoort altijd dat het zo moeilijk is met zo veel mensen om de tafel. Mijn beleving is dat het met 27 landen gemakkelijker gaat dan met 12. Je bent je namelijk allemaal ervan bewust dat het moeilijker is. Het maakt ook erg uit of de Europese Commissie, die de voorstellen doet, met een realistisch voorstel komt.’

11


Bank|Wereld

Bank|Wereld 13

12 Uitgelicht

En de invloed van personen, bijvoorbeeld van de minister? Johan Barnard: ‘Die invloed van personen is er, maar dat geldt voor alle lidstaten, en personen wisselen. Het is ook domweg van belang welke lidstaat iets vindt. Als je Duitsland drie minuten hoort praten, dan let je toch iets beter op. Duitsland heeft veel meer stemmen. Je merkt ook dat ze meestal een ander soort insteek kiezen, ongeacht de persoon. Wat ook is veranderd, is de natuurlijke positie van Nederland. Die is een stuk minder vanzelfsprekend geworden. Doordat er nu veel meer lidstaten zijn moet je het steeds meer hebben van echt heel goede voorbereiding, dat je echt constructieve bijdragen op tafel legt.’ Er zijn geen natuurlijke allianties meer? Johan Barnard: ‘Jawel. Op het gebied van financiële diensten zijn wij het vaak eens met andere noordelijke landen met relatief grotere financiële centra: het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en soms ook Frankrijk.’ Anke Klein: ‘Je ziet in financiële diensten de tegenstelling tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Allebei kunnen ze niet per definitie op ons rekenen. Ze zullen dus allebei hun best doen om ook Nederland aan boord te halen, al is het maar omdat in de slipstream mogelijk enkele landen Nederland volgen. Want over het algemeen heerst het imago dat Nederland vrij redelijk is, dat het op inhoud kijkt en vaak bereid is om naar compromissen te kijken. Landen kijken daardoor vaak extra naar Nederland, behalve de grote vier dan.’

En gekonkel, politieke ruilhandel...? Johan Barnard: ‘Dat zegt iedereen altijd, hè? Het zou hier aan elkaar hangen van de package deals, de raarste dingen worden dan aan elkaar vastgeknoopt. Het gekke is: ik merk het nooit. Wel is het zo dat als je een ander een keer wat gunt, dan heb je ook meer kans dat jou eens een keer wat wordt gegund. Maar het heeft uiteindelijk vaak veel met inhoud te maken. Dan word je het niet voor honderd procent met elkaar eens, maar we proberen werkbare regels te maken.’ Anke Klein: ‘Je moet wel compromissen sluiten. En als één zwart zegt en één zegt wit, dan is het liever een zwart-witcompromis dan een grijs compromis. Als je thee en koffie bij elkaar gooit heb je ook niets. Dan kun je beter afspreken om eerst thee en dan koffie te drinken.’ Het ‘spel‘ is duidelijk. Waar bent u concreet mee bezig? Anke Klein: ‘Je moet vaak veel uitleggen. Een helder voorbeeld is ons pensioenstelsel. Dat is anders dan dat van de meeste andere landen. Dat moet je telkens heel goed uitleggen.’ Annemarie Wehmeyer: ‘Misschien komt dat in de buurt van wat mensen lobbywerk noemen. In een vergadering zit je met 27 of 28 landen en een Commissie. Dan is er geen tijd om echt op details in te gaan. Dus is het belangrijk om op een ander moment met mensen te praten en om uit te leggen waarom je nou iets wilt.’ Johan Barnard: ‘Wij krijgen hier ook ontzettend veel lobbyisten langs, ook uit de bankwereld. Dat is positief; het helpt je begrip als je als het verhaal een paar keer van verschillende spelers in een veld gehoord hebt. Uiteindelijk wordt in Den Haag beslist wat onze instructies zijn, maar het spel, het werk dat wij doen, vergt dat mensen om de tafel zitten die zelf snappen wat we aan het doen zijn. Wij zijn geen postbodes die een briefje voorlezen en bij een vraag enkel Den Haag bellen.’

Hoe verloopt het contact met Den Haag? Johan Barnard: ‘Dat is ook veranderd. Met de smartphone, e-mail, sms en dergelijke kun je zelfs staande in een vergadering contact proberen te leggen met het ministerie. Het is zelfs zo dat je aan tafel soms onderling, onder tafel bij wijze van spreken, zit te sms’en naar iemand zes stoelen verder: hé moet jij hier niet iets van zeggen?’ Anke Klein: ‘Ik doe dat ook vaak, heel praktisch.’ Johan Barnard: ‘Ook wel raar eigenlijk, dat in cyberspace een schijnvergadering en margegesprekken plaatsvinden die je niet kunt zien.’ En het contact met banken? Anke Klein: ‘Je zorgt dat je hun mening van tevoren kent in de verschillende scenario’s. Op het moment suprême is er enkel contact met diegene op het ministerie van Financiën die daar dan beschikkingsbevoegdheid over heeft. Dan zeg je: zo liggen de kaarten ervoor. Mijn advies is: doe dit. Als diegene dat dan ook vindt, dan doe je dat. Anders zeg je: we kunnen ook dit doen.’ Hoe ziet uw werkweek eruit? Annemarie Wehmeyer: ‘Dat weten wij ook niet van tevoren.’ Johan Barnard: ‘We kunnen een gemiddelde werkdag nemen. Die start met een halfuur waarin we onder leiding van de ambassadeur met de hele PV de actualiteit doornemen. De meeste vergaderingen beginnen om tien uur. Wij bemannen vergaderingen die vallen onder de Raad van Ministers, dus die zijn vaak in het gebouw van de Raad. Soms ga je langs bij de Commissie of bij het Parlement. ‘Je moet met veel mensen contacten onderhouden, dus je hebt hier alle gelegenheid om heel regelmatig buiten de deur te eten en te drinken. En als je dat de hele dag gedaan hebt, zit je voor je het weet in de blessuretijd om Den Haag te laten weten hoe en wat. Soms kan dat met een telefoontje, maar veelal moet je die verslagen uitschrijven.’

Welke grote dossiers komen op u af? Anke Klein: ‘Wij zitten midden in onderhandelingen over de Basel III-implementatie. Dus ik verwacht dat we daar de komende maanden nog flink druk mee zijn.’ Heeft u veel contact met parlementsleden? Anke Klein: ‘Je zorgt er absoluut voor dat je weet welke kant het daar opgaat, want zij beslissen samen met de Raad hoe de wetgeving eruit komt te zien.’ Johan Barnard: ‘Soms ga je het ook al zeer tijdig uitleggen. Nog voordat het Parlement moet beginnen ga je bijvoorbeeld met Nederlandse Europarlementariërs of met een rapporteur praten om de visie van Nederland toe te lichten.’ Heeft u een Brusselse tip voor de Nederlandse banken? Annemarie Wehmeyer: ‘Begin op tijd met het uitdragen van je standpunt. Laatst kwam nog iemand langs terwijl het akkoord er al lag. Dus wees op tijd en wees concreet. En denk mee. Je kunt wel veel ‘nee’ zeggen, maar geef dan een alternatief.’ Johan Barnard: ‘En de NVB is heel belangrijk. Want de NVB kan meer doen dan individuele banken. Wel is het voor individuele instellingen ook goed om zelf soms hier langs te komen en om bij het Parlement langs te gaan, om met mensen te praten en je gedachten te scherpen. Dat helpt de NVB dan weer om met een goed gezamenlijk verhaal te komen.’ Martijn Vliegenthart | Public Affairs Brussel vliegenthart@nvb.nl Daan van Seventer


Bank|Wereld

van het mobiele betalen zit vol verrassingen Over het ideaalplaatje waren de meeste deelnemers van het Mobiel & Contactless Payments Platform het wel eens, in Nieuwegein eind mei. Hoe snel die doorbraak er komt en wie er wat aan kan of moet doen, bleek een stuk lastiger te beantwoorden, met zo veel initiatieven in een markt die wereldwijd wordt ontgonnen. Slagkracht van Apple Dagvoorzitter Coen Vermeulen, directeur Betalingen van De Nederlandsche Bank, wees al bij de openingstoespraak op de kloof tussen het ideaalplaatje en de realiteit. ‘Je moet wereldwijd – maar om te beginnen in Europa – gemakkelijk digitaal mobiel kunnen betalen. In vrijwel elk land is men daar ook wel mee bezig, maar op z’n eigen manier.’ Ook het Nederlandse initiatief Sixpack, waarin de drie grote banken met twee telecomaanbieders samen werken aan mobiel betalen, schaarde Vermeulen onder de noemer ‘versnippering’. Om de slagingsverwachting van ‘goedbedoelde’ Nederlandse initiatieven van allianties en kleinere entrepreneurs te temperen, wees Vermeulen op de wereldwijde dimensie van het web. ‘Wat daar gebeurt, gaat ons misschien wel inhalen’, zei Vermeulen. Ook latere sprekers wezen herhaaldelijk op de slagkracht van bedrijven als Apple, Google en Facebook; die zouden wel eens voor een doorbraak kunnen gaan zorgen waar de Nederlandse bedrijven zich enkel bij kunnen aansluiten.

Hackerproof EU-betaalsysteem Eurocommissaris Neelie Kroes, verantwoordelijk voor ‘de digitale agenda’ van Europa, wees in een videotoespraak op de hooggespannen verwachtingen van de consumenten. ‘Tegenwoordig vindt iedereen het normaal om alles online aan te schaffen en te betalen. En ze verwachten in het buitenland even makkelijk te kunnen betalen als thuis.’ Ze heeft dan ook een ‘heel eenvoudige visie’ op mobiel en contactloos bankieren, zegt ze zelf: ‘Het moet voor iedereen in Europa mogelijk zijn om gemakkelijk elektronisch en mobiel te betalen, ongeacht hun telefoonprovider of onlinebetaaldienst.' Om dat voor elkaar te krijgen legt Kroes de bal in de eerste plaats bij de industrie. ‘Om te beginnen werken mobiele betaalsystemen vaak niet goed samen. De industrie zal dus eerst deze issues met elkaar moeten overwinnen.’ Ook moeten ‘de relevante spelers’, dus banken, telecomproviders en retailers, volgens Kroes ‘gezamenlijk’ een financieringsmodel moeten zien te vinden dat werkt. ‘Een model dat voordelig is voor consumenten en tegelijkertijd de uitbouw van een mobiele betalingsinfrastructuur op grote schaal toelaat.’ Het systeem moet bovendien ‘aantoonbaar hackerproof’ zijn, meent Kroes.

Nieuwe website voor DACB Veilige mobiele SEPA-betalingen Gijs Boudewijn, hoofd Betalingsverkeer van de NVB, gaf een inkijkje in de lastige positie waarin brancheorganisaties van bijvoorbeeld banken zitten. Hij heeft zitting in de European Payments Council (EPC), die namens de banken via discussiepapers en open standaarden te veel versnippering tegen proberen te gaan. ‘Maar sommigen verdenken banken en de EPC ervan dat als zij beschrijven hoe de mobiele betaalwereld eruit zou kunnen zien, ze op die manier anderen zouden kunnen uitsluiten’, zei Boudewijn. Zo beschouwt de EU hun werk al snel als ongeoorloofde marktcoördinatie of marktsturing, en daarmee als belemmerend voor concurrentie in de open, vrije markt. Het kan daardoor zomaar gebeuren dat een 'draft framework' met uitgangspunten over hoe de markt zich zou kunnen ontwikkelen, en met technische uitgangspunten voor e-payments, met de nodige vertraging en aanpassingen wordt gepubliceerd of zelfs in de la blijft, uit angst voor ‘Brussel’. Toch wees Boudewijn ook op een lichtpuntje: tien jaar geleden, met de invoering van de contante euro, werd pas op grote schaal duidelijk dat er dan wel één munt was in de Unie, maar dat de betaalsystemen nog geharmoniseerd moeten worden. ‘En inmiddels zijn we daar heel ver in, met de invoering van het IBANnummer voor de consument.’ Vanuit de EPC is ervoor gekozen om eerst de overschrijvingen in Europa te harmoniseren. Vervolgens is het Nederlandse PIN verdwenen om plaats te maken voor het 'nieuwe pinnen'. Daarna volgt per 1 februari 2014 de incassoharmonisatie. Daarna kan er gewerkt worden aan veilige mobiele SEPA-betalingen. VISA Dat banken niet de enige partijen zijn, die hun kansen ruiken, op een 'geweldige groeimarkt' - want daarover was iedereen het eens - van e-commerce betalingen, blijkt wel uit de opmerking van de landenmanager Nederland van VISA, Van Delft. Toen Boudewijn zei dat de banken vanuit veiligheidsmotief wél samenwerken om tot normen te komen voor de 'trusted service manager' merkte van Delft op: 'Wij hebben als VISA die keuze nog niet gemaakt. Wie geeft jullie het recht om dat in het white paper zo hard te definiëren?'

MyBank Wijnand Jongen, directeur van Thuiswinkel.org, de brancheclub van webwinkeliers, en ook actief in de nieuwe Europese brancheclub, moedigde banken aan vooral ook een mobiel betaalsysteem te ontwikkelen. ‘In Nederland hebben de banken het bij onlinebetalingen uiteindelijk met iDEAL vrij goed gedaan, dat neemt de wind uit de zeilen van tussenpersonen die ook weer willen verdienen, zoals je in andere landen wel ziet.’ Verder benadrukte hij dat voor winkeliers het bereik erg belangrijk is en hoe gemakkelijk consumenten klant kunnen worden via het betaalsysteem. Ook daardoor hebben de winkeliers de banken volgens Jongen ‘hard nodig’, omdat het gebruik van creditcards in Nederland nog relatief beperkt is. Volgens hem ligt een ‘iDEAL-mobiel’ voor de hand, met een pan-Europese variant. ‘Dat komt dan in de richting van MyBank – een soort Europese iDEAL. Overigens een geweldige stap vooruit, maar wel een beetje laat.’ Locatiegebonden korting In een rondetafelgesprek met een keur aan betrokkenen uit het veld stond Kitty Koelemeyer, hoogleraar Marketing van Nyenrode, nog eens stil bij een verdienmodel en het gebruikersgemak: ‘Bedrijven als Google en Apple zijn heel goed in waardetoe-eigening. Zij zorgen dat klanten in hun invloedssfeer blijven – mede door het superieure gebruikersgemak – en zij verdienen daar goed geld mee.’ Ter overweging rond gebruiksgemak en privacy toonde Koelemeyer een hilarisch filmpje, waarin een ‘offline’ klant aan een balie alle wachtwoorden, verificatiecodes, naam en adresgegevens en dergelijke moest invullen die bij e-commerce nog vanzelfsprekend zijn. Toch is die ‘klantenbinding’ een ander element van de mobiele en contactloze betalingsmarkt die waarschijnlijk een grote vlucht zal nemen. De mogelijkheden van locatiegebonden, persoonlijke kortingen en spaarsystemen zijn immers groot. Gijs Boudewijn | Betalingsverkeer, Ondernemingsklimaat & Financiële Educatie boudewijn@nvb.nl

In 2011 heeft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) gewerkt aan de oprichting van de Dutch Association of Covered Bonds Issuers (DACB). De DACB heeft als doel het behartigen van de belangen van de Nederlandse banken die actief zijn met de uitgifte van covered bonds. De vereniging is ontstaan op initiatief van de Nederlandse instellingen die deze instrumenten uitgeven en telt momenteel vier leden: ING, NIBC, SNS en ABN AMRO. De nieuwe website van de DACB – www.dacb.nl – gaat binnenkort live en deze vormt een belangrijk platform voor de uitwisseling van informatie tussen de leden en andere (inter)nationale marktspelers.

Banken winnen SAN Accent Verschillende banken hebben op 24 mei jl. de SAN (Stichting Adverteerdersjury Nederland)-Accent in de wacht gesleept binnen de categorie financiële dienstverlening. Deze award is dé communicatie vakprijs van, voor en door adverteerders. De banken die in de prijzen vielen waren: ASN Bank (Merkcampagne), Friesland Bank (Een Hollander ontdekt Friesland), Rabobank (Het verhaal kennen achter uw vermogen. Dat is het idee van Rabobank Private Banking) en Triodos Bank (tickertape takeover). De gezamenlijke campagne ‘Phising’ van de Nederlandse banken viel niet in de prijzen, maar was wel genomineerd. De NVB bedankt iedereen die meegewerkt heeft aan deze succesvolle campagne.

Internationale Bankfederatie bijeen Op 14 en 15 mei vergaderde het bestuur van de Internationale Banking Federation (IBFed) in Amsterdam. Onderwerpen die de revue passeerden waren de nieuwe, wereldwijde kapitaalseisen aan banken en het toezicht op het bankwezen. In het bestuur van de IBFed zitten de voorzitters van de bankkoepels uit alle werelddelen. Dit bestuur komt enkele malen per jaar bijeen. Wim Mijs, directeur van de NVB, is tevens voorzitter van de IBFed. De IBFed vertegenwoordigt wereldwijd meer dan 18.000 banken en fungeert als een sleutelorganisatie op het gebied van wetgeving, toezicht en andere thema’s die de wereldwijde banksector raken. Voor meer informatie: www.ibfed.org.

Kort

De doorbraak

Reportage

De doorbraak voor mobiel betalen komt eraan. Dan maakt het in gebruiksgemak niet meer uit of je op vakantie in Rome je cappuccino betaalt of thuis bij de buurtsuper: je telefoon zorgt voor contactloze identificatie, de betaling wordt soepel geregeld en uiteindelijk komt het geld op de bank van de verkoper.

Bank|Wereld 15

14


Bank|Wereld

Bank|Wereld 17

16 De ontmoeting

Net als de banken ligt de pensioensector onder vuur. Het vertrouwen heeft een flinke deuk opgelopen; er valt veel uit te leggen nu de verplichte dekkingsgraad niet meer ‘automatisch’ wordt gehaald. Als coöperatie heeft PGGM een voordeel, meent topman Martin van Rijn: ‘Wij zijn het gewend om verantwoording af te leggen’, tegenover de leden. Bovendien is hij trots op de prestaties van de pensioenfondsen. ‘Wij zijn de economische crisis doorgekomen zonder staatssteun. (...) Dat is bij de banken wel anders.’ Begrijpen mensen de pensioenfondsen nog wel? Zelfs onder deskundigen is er discussie of de pensioenfondsen nog wel nodig zijn. ‘Ik merk dat als je het mensen uitlegt, ze het voordeel zien van een collectief pensioen. Het levert schaalvoordeel op – kostenvoordeel – en je hebt het voordeel dat je in de collectiviteit de risico’s deelt. ‘Je pensioen bestaat voor ongeveer 35 procent uit je ingelegde premies. De rest moet komen uit beleggingsopbrengst. Dat kun je zelf wel gaan zitten doen, maar als het dan een keer misgaat, heb je zelf het grote probleem. Je ziet het in de Verenigde Staten. Daar zie je mensen van 70 nog boodschappen inpakken bij de Walmart-supermarkt om wat bij te verdienen omdat de eigen pensioenbeleggingen niet zo gunstig hebben uitgepakt. Dat willen wij in Nederland niet.’

Interview PGGM-topman Martin van Rijn

‘Wij zijn gewend om verantwoording af te leggen’

Toch is er meer wantrouwen richting pensioenfondsen. Mensen zien problemen met de dekkingsgraad, dreigende kortingen op pensioenen... ‘Tot dusver hoefde je niet te communiceren over maatregelen die je misschien moet nemen voor over dertig jaar, want er was groei, het ging goed. Als het economisch slechter gaat en de resultaten zijn minder en er zijn dreigende pensioenkortingen, dan wordt iedereen kritischer. En pensioenen en beleggingen zijn ingewikkeld. Veel mensen denken, als er gekort wordt op hun pensioen: ik heb daar toch voor betaald en nu komen ze aan mijn premie. Maar dat is niet het geval: 35 procent van het pensioen bestaat uit premie, de rest uit beleggingsopbrengst. Pensioen is dus voor een belangrijk deel afhankelijk van wat er in de financiële markten gebeurt. 1 procent rentestijging of rentedaling betekent een verschil van 15 procent in de dekkingsgraad! En we zitten

PGGM Pensioenuitvoerder PGGM heeft ongeveer 120 miljard euro in beheer, het leeuwendeel van pensioenfonds Zorg en Welzijn waar het in 2007 van is afgesplitst. PGGM doet voor enkele pensioenfondsen de premie-inning, bestuursadvisering, beleggingen, vermogensbeheer en de pensioenuitkering.

nu met een hele lage rente. Dat heeft dus een enorm effect op het verwachte beleggingsresultaat. We moeten dus ook oppassen dat de dekkingsgraad van vandaag niet bepalend is voor het beleid dat je voert om over dertig jaar effectief te zijn. Je kunt ook elke dag de dekkingsgraad meten, of elke minuut. Het is wel heel goed om te meten; dat is een van de dingen waarom het systeem werkt. We denken nu al na wat we moeten doen om die verplichting over dertig jaar waar te maken. Er zijn heel veel landen die met jaloezie kijken naar dat systeem.’ Wat betekent het om een coöperatie te zijn? ‘We hebben geen aandeelhouders aan wie we winst moeten uitkeren. Als er resultaat is, dan gebruiken we dat voor continuering van het bedrijf of we sluizen het terug naar de klant. En we hebben leden – inmiddels 560 duizend – aan wie we extra producten en diensten willen aanbieden. We hebben ook een ledenraad, waarin gewone werknemers uit zorg en welzijn zitten, vertegenwoordigers van de vakbonden en werkgevers uit de sector. ‘Die ledenraad houdt ons scherp: doen we nog wel waar we voor zijn opgericht? Er zitten mensen in die pensioen hebben en het willen snappen. “Martin. Ik snap het niet. Leg het nog eens uit.” Dat vind ik een groot goed in onze organisatie. Als corporatie zijn wij gewend om verantwoording af te leggen. Wij zijn ook koploper op het gebied van transparantie van kosten. Je hebt als verplicht gestelde regeling, zoals de pensioenregelingen, ook een extra verantwoordingsplicht ten aanzien van kosten en kwaliteit.’ De banken kampen net als de pensioensector met een aangetast vertrouwen. Hoe kijkt u aan tegen de bankensector? ‘We kunnen wel mopperen op het hele pensioenstelsel, maar de pensioensector is deze ernstige economische crisis doorgekomen zonder enige vorm van staatssteun. Bij de bankwereld is dat wel anders. Er is veel staatssteun nodig geweest om banken overeind te houden. Daar moeten de buffers nu omhoog. Op dat vlak is misschien in het verleden iets onvoorzichtiger geopereerd ten aanzien van hoe je met je geld omgaat.’


Bank|Wereld

De Ontmoeting

Lang niet alle banken namen te grote risico’s. ‘Nee. We moeten ook niet zeggen dat álle banken niet deugen. Dat is helemaal niet het geval. Banken moeten de centen van hun klanten zo goed mogelijk beheren, ze moeten aan dienstverlening doen, kredieten op gang houden. De economische crisis is niet de schuld van dé banken. Die is misschien wel veroorzaakt doordat enkele banken in sommige situaties veel te ruime kredieten hebben verleend, zeker in Amerika. Maar laten we ervoor hoeden om een ongelooflijk betrouwbare en solide financiële sector als Nederland kent over één kam te scheren met wat al niet.’ U wilt voor uw leden extra diensten aanbieden. Spelen banken daarin een rol? ‘Ja. Wij hebben een samenwerking met de Rabobank, bijvoorbeeld in het project ‘Samen voor later’. We ontwikkelen een site waar mensen op een heel eenvoudige manier breder inzicht kunnen krijgen in hun financiële toekomst. Hoe zit het met je pensioenoverzicht in relatie tot je hypotheek, je spaargeld en je salaris. Op basis daarvan kun je aanvullend advies krijgen over complementaire producten of diensten. Want we hebben heel vaak meegemaakt dat mensen gedreven werden vanuit angst voor de toekomst, of omdat mensen producten wilden verkopen. Wij willen van en voor leden betrouwbaar en objectief hun financiële situatie in kaart brengen, zodat zij zelf kunnen kiezen óf ze wel iets nodig hebben en zo ja van wie. ‘Zelf willen we trouwens niet verdienen aan die producten. We hebben de Rabo gekozen omdat dat ook een coöperatieve federatie is en wij merken dat als we met hen praten, ze dezelfde klantvisie hebben. Ga je voor de quick-winst, de korte termijn? Wil je verdienen aan een product, of wil je een langdurige klantrelatie hebben?’ Alle banken zeggen tegenwoordig dat ze de klant centraal stellen. ‘Heel mooi.’ U was als ambtenaar betrokken bij de zorg en bij de woningmarkt; nu zit u in de pensioensector. Er speelt nogal wat op deze terreinen. ‘Wij stellen als PGGM het begrip “waardevolle toekomst” centraal: wat doen mensen straks met hun pensioen? Wat is voor ouderen belangrijk? Wonen en zorg komen dan direct naar voren. Die vraagstukken raken met elkaar vervlochten en moeten integraal worden bekeken. Dat doen wij ook; daartoe nemen wij ook initiatieven, praten we met partijen uit de zorg, woningcorporaties, banken.’ Pensioenfondsen zouden een grotere rol kunnen spelen om de woningmarkt uit het slop te halen. ‘Pensioendeelnemers moeten niet opdraaien voor maatschappelijk relevante investeringen. Maar ik denk wel dat het heel goed is om te praten over mogelijkheden om financieringsarrangementen te maken tussen bankwereld en pensioenwereld. Ik wil graag dat gesprek aangaan.’ U wordt ook aangesproken op uw maatschappelijke rol. ‘Dat zijn we gewend. We lopen voorop wat betreft het verantwoord beleggingsbeleid. We zijn heel transparant, hebben een ethische commissie en laten onze stem horen op aandeelhoudersvergaderingen. Ook gaan we in gesprek met bedrijven en sluiten bedrijven uit. Dit alles om te voorkomen dat je slechte dingen doet.

Bank|Wereld 19

18

Tip

1

De Ontknoping – De Vastgoedfraude Voor De Rechter Dit is een vervolg op het eerdere boek ‘De Vastgoedfraude’ van de hand van de twee journalisten van Het Financieele Dagblad. In De Ontknoping gaan de twee auteurs op zoek naar de motieven van de zakenmannen, de verdachten. Zonder dat je het eerste boek hebt gelezen krijg je een aardig compleet beeld van de grootste vastgoedfraude ooit. Het boek gaat vooral in op de arrestaties, verhoren, verklaringen en veroordelingen. Net zoals ‘De Vastgoedfraude’ laat het zich lezen als een spannend en tegelijkertijd uiterst informatief boek.

Tip

2

De Ontknoping – Vasco van der Boon & Gerben van der Marel – ISBN: 9046812049 – € 21,95

Snel Geld – Geldmuseum Utrecht De gezinstentoonstelling ‘Snel Geld’ is vanaf 7 juni te zien in het Geldmuseum in Utrecht. Slapend rijk worden? Wie wil dat nou niet! Sommige mensen nemen het niet zo nauw en gaan voor snel en gemakkelijk geld verdienen. En dan is de stap naar de misdaad soms heel klein… Deze tentoonstelling laat zien hoe geldcriminelen te werk gaan. Een heel actueel onderwerp dat de banken en de samenleving raakt. Bekijk vervalste munten en bankbiljetten, en ontdek de verschillende manieren waarop witwassen, skimmen en phising worden tegengegaan. Leuk om een keer met de kinderen naartoe te gaan! Geldmuseum Utrecht – www.geldmuseum.nl

Bankenbibliotheek ‘De beweging die we nu aan het maken zijn – wat we de komende jaren verder ontwikkelen –, is om ook actief goede dingen te bevorderen. We hebben sinds 2009 een portefeuille die heel gericht is op bijvoorbeeld duurzaamheid.’ De zorg- en woningmarkt komt in zicht, als u actief ‘goed’ wilt doen. ‘Ja. Zeker. Al moet je wel altijd een balans zoeken. Dat is ook zo bij de discussie hoeveel wij of pensioenfondsen in het algemeen investeren in Nederland. Een pensioenvermogen van 800 miljard kan niet enkel in Nederland worden belegd; er is een Europese en een wereldmarkt.’ Is er niet toch een neiging om in deze tijd iets meer naar Nederland te kijken? ‘Voorop moet staan dat wij onze pensioenvermogens zo goed mogelijk beheren. Maar wij voelen ook een verantwoordelijkheid om na te denken over wat onze rol kan zijn in de Nederlandse economie, welke bijdrage wij en andere institutionele beleggers kunnen leveren aan het verduurzamen, het stabiliseren en de groeikracht vergroten van de Nederlandse economie.’ Wat kunnen banken van pensioenfondsen leren? ‘Zet het lange termijn klantbelang centraal. Voor wie ben je nou bezig? Maar u zei al, dat gebeurt inmiddels. En toch: kijk daar integraal naar: gaat het om aandeelhouderswaarde of om klantwaarde?’ Hanan Laghmouchi | Communicatie laghmouchi@nvb.nl Daan van Seventer

De bankenbibliotheek bevat diverse tips voor een boek, film, app, website of blog over de financiële sector, nationaal en internationaal. Door en voor onze lezers komt deze bankenbibliotheek tot stand. Heeft u een tip? Laat het de redactie weten via bankwereld@nvb.nl.

Tip

3

Ons Feilbare Denken – Thinking Fast and Slow Een honkbalknuppel met een bal kost $ 1,10. De knuppel kost één dollar meer dan de bal. Hoe duur is de bal? Volgens de psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman zet het menselijk brein ons voortdurend op het verkeerde been. Dit wordt deels veroorzaakt door het wisselend gebruik van twee ‘systemen’: het intuïtieve, automatische Systeem 1 (‘Fast’) en de meer gecontroleerde operaties van Systeem 2 (‘Slow’). Het beeld van de mens als rationeel wezen is een illusie. Dit boek maakt inzichtelijk op welke manier mensen feitelijk beslissingen nemen aan de hand van de vele grappige anekdotes. Ons Feilbare Denken – Daniel Kahneman – ISBN: 9047000609 – € 29,95 PS. Het goede antwoord is overigens 5 dollarcent; gebruik hierbij uw Systeem 2.

Tip

Staatsschuld (app)

4

Deze app geeft inzicht in de Nederlandse staatsschuld. Het laat zien hoe de staatsschuld zich ontwikkelt, realtime. En geeft een overzicht van de jaarlijkse ontwikkeling van de schuld. Leuk om te zien wat dit dan concreet betekent. Deze app is voor iPhone en iPad ontwikkeld. Staatsschuld app – ontwikkelaar Jaap van Kampen – taal Nederlands – € 0,79  


‘Wij zijn net als het Nibud van mening dat een goed overzicht over en inzicht in geldzaken daarbij een eerste vereiste is. Wij verheugen ons daarom ook over deze samenwerking voor het vernieuwen van de Nibud BufferBerekenaar.’ Peter Paul Wekking, directeur Marketing Sparen ING, website ING, 4 mei 2012

‘Duurzame groei komt er alleen weer als de consument de portemonnee weer trekt, en dat is pas als het vertrouwen is hersteld. Dat zal nog even duren, maar we kruipen langzaam maar zeker uit het dal.’ Klaas Knot, directeur DNB, Elsevier, 20 april 2012

‘Wij denken dat er nu een hoop mensen in een huurwoning wonen die ook zouden kunnen kopen. Dat zou een kickstart voor de koopsector betekenen.’ Jan Hommen, ceo ING, De Telegraaf, 10 mei 2012

‘Ik sta voor een goed functionerende financiële sector waar de klant weer centraal staat. Met deze maatregelen zetten we een belangrijke stap in de goede richting om het morele gezag van de sector te herwinnen.’ Minister De Jager, Financiën, nieuwsbericht Rijksoverheid, 13 april 2012

‘Belastingheffing op basis van onderbuikgevoelens is altijd slecht. Bankrover lijkt tegenwoordig wel een ethisch beroep. Het is ook niet Nederlands om belasting te heffen op één bepaalde sector. Dat kennen we in Nederland eigenlijk niet. Zelfs voor prostituees geldt een gewoon belastingtarief.’ Gerrit Zalm, ABN AMRO, FORUM, 18 mei 2012


Bank | Wereld 2012, nr. 2  

Bank | Wereld 2012, nr. 2

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you