__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

BELGIUM - HOLLAND magazine

ZOMER 2020


Colofon

Belgium-Holland Magazine is een magazine dat wordt uitgegeven door het NederlandsBelgisch Centrum / Belgium Holland Business Community en tenminste tweemaal per jaar verschijnt en wordt verzonden aan ruim 10.000 lezers. Hebt u suggesties, vragen, tips, opmerkingen of wenst u te adverteren in het magazine, contacteer dan gerust ons secretariaat via secretariaat@nederlands-belgisch-centrum.be. Š 2019 – 2029 Publisher: Nederlands-Belgisch Centrum bvba Alle rechten voorbehouden Sales Nederlands-Belgisch Centrum bvba tel: +32 (3)295 55 95 secretariaat@nederlands-belgisch-centrum.be Aan deze editie werkten mee:

Ivan Cools Erna Alpaerts Chantal Hendrickx Kurt van Heerewaarden Yannick Cools


Voorwoord Beste lezers, Wat beleefden we de afgelopen maanden met zijn allen bijzondere ‘coronatijden’. Een periode die menigeen onder ons terugwierp op ‘stand-by-modus’, waar talloze werkzaamheden, afspraken, consults en meetings geannuleerd dienden te worden, waarbij de grensoverschrijdende fiscale huishouding op zijn kop dreigde te worden gezet, maar vooral waar sommigen onder ons helaas nog lang aan de nare effecten zullen worden herinnerd. Een periode waarin plots niets meer vanzelfsprekend leek en lijkt en ons allen noopt tot enige nederigheid. In deze omstandigheden hebben we toch getracht een nieuwe editie van het BelgiumHolland Magazine tot stand te brengen. Zo brachten we onder meer een bezoek aan de Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering in Nederland, de heer Filip D’havé en aan de nieuwe Adjunct-secretaris-generaal van de Benelux Unie, Frans Weekers. Waar het om cultuur gaat mochten we aan tafel met Bart Govaert, directeur van het Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond in Amsterdam. We togen ook op bezoek bij een Nederlands uitzendkantoor dat op vernieuwende wijze baanbrekend werk verricht op de Belgische arbeidsmarkt én we ontmoetten de bestuursleden van de Nederlands-Belgische vereniging Benev. Voor onze Spanje-liefhebbers maakten we aangenaam kennis met de uit Friesland afkomstige Arold en Alienka, die sedert september vorig jaar hun Nederlandse leventje ruilden voor de luxe bed and breakfast Villa Nestor in het oude centrum van Ingenio op het Canarische eiland Gran Canaria. Tenslotte doken we onder in de wereld van het ‘zwarte goud’, oftewel de Nederlandse en Belgische kwekerijen van steur en in het bijzonder de productie van diverse soorten kaviaar. Voorwaar een overheerlijke aanrader voor een avondje in de eigen familie- of vriendenbubbel. Ik wens jullie alvast veel leesplezier.

Ivan Cools


EEN GREEP UIT DE P. 8 Hartelijk weerzien met topman Benelux Unie Frans Weekers

P. 12 Op bezoek bij de Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering in Den Haag Filip D’havé

P. 20 Kaviaar… het zwarte goud in België en Nederland


EZE ZOMEREDITIE P. 37 De verplicht thuiswerkende grensganger in coronatijd

P. 61 Bart Govaert van Cultuurhuis De Brakke Grond

P. 84 Bed & Breakfast Villa Nestor op Gran Canaria


POLITIEK __________________


Frans Weekers is nieuwe Nederlandse topman Benelux Unie Grensoverschrijdend samenwerken meer dan ooit noodzakelijk De Benelux is algemeen bekend als het intergouvernementeel samenwerkingsverband tussen België, Nederland en Luxemburg. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog beslisten de regeringen van de drie landen om nauwer te gaan samenwerken. De Benelux ging daarop in 1944 van start als douane -unie, die in 1958 uitmondde in het Verdrag tot oprichting van de Benelux Economische Unie, die een verbreding en een verdieping van de economische samenwerking inhield. Op 17 juni 2008 werd een nieuw Benelux-Verdrag ondertekend, waarbij de samenwerking zich zou gaan concentreren op drie kernthema's: interne markt & economische unie, duurzame ontwikkeling en justitie & binnenlandse zaken. Sinds kort heeft de Benelux Unie met de uit Weert afkomstige Frans Weekers een nieuwe Adjunct-secretaris-generaal én dat is zonder meer goed nieuws voor wie grensoverschrijdend Nederlands-Belgische belangen heeft. Frans Weekers is voor vele ‘grenslanders’ immers een bekend gezicht. Zo was hij onder meer als Nederlands Kamerlid voor de VVD en later als staatssecretaris van Financiën, altijd nauw betrokken bij de positie van wie over de grens werkt of onderneemt. Ook was hij als Kamerlid een tijdlang actief in de schoot van de Benelux Interparlemnetaire Assemblée, oftewel het Benelux parlement. Later was hij een korte periode waarnemend burgemeester van achtereenvolgens Heerlen en Beek om vervolgens in Londen actief te worden als Executive Director in de Board van de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD), waar hij naast Nederland, ook China, Armenie, NoordMacedonie en Mongolie vertegenwoordigde. Kortom, met Frans Weekers heeft de Benelux Unie gekozen voor een ervaren bestuurder met een stevige financieel-economische en juridische achtergrond én die als geen ander het pragmatisme van de econoom met de zorgvuldigheid en precisie van de jurist weet te combineren. Het weerzien in het kantoor in hartje Brussel, op een boogscheut van het politieke centrum, en mét uitzicht op de gezellige Sablonbuurt, is dan ook bijzonder hartelijk. Voor een goed gesprek schuiven Frans Weekers en Ivan Cools aan tafel en worden onder het genot van een

kopje koffie talloze herinneringen opgehaald, maar vooral ook naar de toekomst gekeken. Ivan, het is alweer veel te lang geleden dat we elkaar spraken, maar zoals je ziet komen we elkaar nu toch weer tegen. Ik denk dat onze eerste ontmoetingen dateren van zowat 22 jaar geleden, ter gelegenheid van de toenmalige onderhandelingen over een nieuw Nederlands-Belgisch dubbelbelastingverdrag. En inmiddels onderhandelen Nederland en België alweer over een nieuw verdrag, maar naar ik verneem blijft het vooralsnog moeilijk eensgezindheid te bereiken omtrent het pensioenartikel, waarbij Nederland naar een bronstaatheffing wil evolueren, maar België vooralsnog vasthoudt aan woonstaatheffing. Verdragsonderhandelingen zijn natuurlijk altijd evenwichtsoefeningen, en de Benelux Unie is in het onderhandelingstraject vanzelfsprekend geen partij. Maar wij vernemen inderdaad dat Nederland eerder inzet op een bronstaatheffing, mogelijk geïnspireerd op de goede ervaringen met Duitsland en de wat onwenselijke uitkomsten met woonstaatheffing in sommige andere verdragen.


Ik neem aan dat je refereert aan Portugal, waar de woonstaatheffing de eerste 10 jaar van ingezetenschap resulteert in een nihil heffing? Spanje en Portugal zijn daarbij inderdaad wat op de radar gekomen als minder wenselijke voorbeelden. Nederland en België kennen toch vooral een zogenaamd omslagstelsel waarbij in de opbouwfase aanzienlijke fiscale facilitering plaatsvindt en in de uitkeringsfase de pensioenuitkeringen in de heffing worden betrokken.

‘In Den Haag en Brussel is de grensarbeidersproblematiek vaak toch een beetje ver van het bed’

Gepensioneerden zijn natuurlijk één groep, maar de positie van de actieve NederlandsBelgische grensgangers is actueel natuurlijk ook niet steeds bemoedigend. Het blijft toch opmerkelijk dat op een totale beroepsbevolking van zowat 14 miljoen werkenden, amper 50.000 mensen gebruik maken van het vrije verkeer van werknemers om over de landsgrens te werken. Dat is niet eens één procent. Weet je, in Den Haag en Brussel is de grensarbeidersproblematiek vaak toch een beetje ver van het bed. Het betreft een beperkte groep én de problematiek is uitermate complex. Daarenboven zijn landen ook sterk gehecht aan fiscale autonomie.


beter in elkaar te laten passen. Zo hebben we gelukkig ook kunnen vaststellen dat in deze onverkwikkelijke coronatijd, België en Nederland toch regelingen hebben getroffen om in het kader van de tijdelijke thuiswerkregelingen de grensarbeiders te ondersteunen. De coronamaatregelen op fiscaal en sociaalrechtelijk terrein worden inderdaad als positief ervaren. Wat weer de vraag oproept wat daaraan gedaan kan worden. Het kan toch niet zo zijn dat bedrijven aan de ene kant van de grens schreeuwen om gekwalificeerde werknemers en de kandidaat-werknemer aan de andere kant van de grens niet op een vacature ingaat omwille van de complexiteit en de nadelen. Als ik verder kijk naar de administratieve eisen en complexiteit die de fiscale administraties elk jaar bijkomend op het bord van de grensoverschrijdend actieve werknemer leggen, dan lijkt de gedachte om grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit te motiveren eerder verder weg te drijven. Dat blijft inderdaad jammer, maar waar mogelijk - onze rol ziet initieel natuurlijk op het verzorgen van informatie-uitwisseling en periodiek overleg met onder meer de arbeidsbureaus willen wij alle input die we ontvangen mee onder de aandacht brengen van de respectievelijke overheden. Al is het geen Beneluxverantwoordelijkheid, ik zie het wel als mijn dure plicht knelpunten bespreekbaar te maken. En, zoals je weet opereren we strikt neutraal, wat ons de mogelijkheid biedt om bruggen te slaan tussen de verschillende overlegpartners. Naast de facilitaire steun die we leveren hebben we ook de nodige kennis en ervaring in huis. Al was het alleen maar om te helpen de vaak sterk verschillende bestuurlijke en overheidsculturen aan weerszijden van de grens

Anderzijds kregen wij heel wat berichten uit de grensstreek van grensoverschrijdend samengestelde gezinnen, die het als frustrerend ervaarden dat ze ouders of kinderen over de grens niet konden bezoeken. Ook daaromtrent hebben we via de weg van de stille diplomatie getracht een coördinerende rol op te nemen. Nederland wou ten principale de grenzen open houden, waar België verkoos de grenzen te sluiten. In de toekomst wil ik er naar streven dat we die coördinerende rol van bij de aanvang van een dusdanige grensoverschrijdende crisis kunnen opnemen. Inmiddels zijn we in die zin aan het bekijken wat we postcorona kunnen doen om de getroffen toerismesector te versterken. Nauwere afstemming en uitwisseling van kennis is bijzonder waardevol in tijden van herstel. Op heel wat terreinen is het secretariaat er ook al aardig in geslaagd om grensoverschrijdende samenwerking in het belang van burgers en ondernemers te stimuleren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de wijze waarop de grensoverschrijdende politiesamenwerking steeds verder groeit, onder meer in de zin van grensoverschrijdende uitwisseling van datagegevens. Weer een stap voorwaarts in een proces dat ooit tot stand kwam in het kader van de gezamenlijke organisatie van het EK-voetbal in 2000. Ook de brandweerkorpsen uit de havengebieden van Antwerpen en Rotterdam zullen in de nabije toekomst nauw gaan samenwerken omtrent specifieke risico’s.


In de gezondheidszorg zien we dat ambulances niet langer worden gehinderd door de grens. Rond eHealth worden afspraken gemaakt tot betere grensoverschrijdende uitwisseling van elektronische patiĂŤntengegevens, wat bijzonder nuttig is nu uit een Benelux-studie is gebleken dat jaarlijks meer dan 168.000 personen over de onderlinge Benelux-grenzen zorg genieten. Ik denk ook aan diploma-erkenning, in Europa is dit nog lang niet geregeld, maar binnen de Benelux wel, al is er omtrent beroepskwalificaties bij onder meer bepaalde knelpuntberoepen, nog werk aan de winkel. Maar, we hebben de knelpunten op de radar, we zijn ermee bezig. Zo worden inmiddels ook resultaten geboekt rond beroepskwalificaties voor zeevarenden en een Benelux proefproject met digitale vrachtbrieven zorgt voor besparingen voor transportondernemers.

‘Ik zie het wel als mijn dure plicht knelpunten bespreekbaar te maken’ Er is inderdaad al een mooi parcours afgelegd, de Benelux kan daarmee gelden als een voorbeeld voor de ganse Europese Unie. Andere EU-landen kijken bij complexere dossiers inderdaad met veel belangstelling naar de Benelux-oplossingen. Het samenwerkingsverband gold als voorbeeld voor oprichting van de EU en vervult op vandaag nog steeds een voortrekkersrol. Denk maar aan de inzet van de Be-

nelux rond het wegwerken van obstakels voor het grens het grensoverschrijdende industrieterrein Albertknoop tussen Lanaken en Maastricht. Dit heeft een gunstige impact voor zowel bewoners als ondernemers. Maar er blijft nog heel wat werk aan de winkel? Daar zijn we ons goed van bewust, en met de overtuiging dat we een indrukwekkend potentieel tot samenwerking hebben tussen de drie betrokken landen, zet ik daar met veel plezier de schouders onder. Daarom wil ik ook alle grensoverschrijdende stakeholders uitnodigen input te blijven aanleveren, zodat wij goed kunnen afwegen wat er de komende jaren nadrukkelijk in het meerjarig werkprogramma moet worden aangepakt. Dit kan online via ons publiek Benelux-consultatieplatform consult.benelux.int. En zo werd een geanimeerd gesprek met goede voornemens afgerond, maar niet zonder de uitdrukkelijke uitnodiging van de nieuwe topman, waarmee de warme Limburgse gastvrijheid nog een keer werd onderstreept. Vergeet vooral niet wanneer je in Brussel bent even langs te lopen, de koffie staat altijd klaar!


Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering in Nederland Filip D’havé Voor deze zomereditie van het Belgium-Holland magazine bezochten we Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering in Nederland, de heer Filip D’havé, in Den Haag. Filip D’havé is sinds 1 januari 2019 Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering in Nederland. België heeft dus naast een ambassadeur (Dirk Achten), die de Belgische federale overheid en het koningshuis vertegenwoordigt, sinds 1994 ook een onafhankelijke Vlaamse diplomatieke missie. De baas daarvan heet Algemeen Afgevaardigde. Hij heeft praktisch net zoveel bevoegdheden als de eigenlijke ambassadeur. Luchthavens, havens, onderwijs, cultuur, landbouw, kortom alles wat beleidsmatig burgers en bedrijven raakt, zit in zijn portefeuille. Filip D’havé kwam in 2000 in diplomatieke dienst. Na eerst permanente vertegenwoordiger geweest te zijn bij de EU in Brussel werd hij in 2008 Algemeen Afgevaardigde in Den Haag. In 2014 kwam hij in Parijs terecht, maar sedert begin vorig jaar is hij weer terug in Den Haag. Nederland bevalt hem dan ook mateloos. Als geboren Bruggeling kent hij de NederlandsVlaamse grensregio bijzonder goed én bovendien is zijn echtgenote afkomstig uit het Nederlandse Koewacht. Schoonouders en een schoonzus wonen in Terneuzen, een schoonbroer in Zuiddorpe. De heer D’havé spreekt dan ook met veel genoegen onder het motto ‘wat Nederland en Vlaanderen vandaag nog scheidt en wellicht morgen bindt’. Verdragen en diplomatieke missies Wie denkt aan grensoverschrijdende samenwerking, denkt onwillekeurig aan verdragen. Doorgaans kennen heel wat Nederlanders en Belgen met een grensoverschrijdende situatie pakweg het Nederlands-Belgisch dubbelbelastingverdrag, dat de fiscale heffingsbevoegdheden regelt tussen beide landen en in 2001 (in werking getreden per 1 januari 2003) werd gesloten tussen de beide landen. Maar ook deelstaat Vlaanderen kan onafhankelijk van de federale Belgische overheid verdragen sluiten met buurlanden.

Vlaanderen telt inderdaad inmiddels dertien diplomatieke missies in evenveel verschillende landen. Daarnaast onderneemt Vlaanderen ook handelsmissies naar het buitenland, denk daarbij onder meer aan de gemeenschappelijke handelsmissie met Nederland in Houston (Texas) in 2013. Onder leiding van Nederlands minister-president Mark Rutte en (toenmalig) Vlaams minister-president Kris Peeters lag de focus op olie en gas, de chemische sector, havensamenwerking en slimme energienetten. Texas is zowel voor Vlaanderen als Nederland een economische partner van formaat. Op de agenda van de handelsmissie stonden onder meer bedrijfsbezoeken aan Exxon Mobil, Shell, Katoen Natie en verschillende lokale bedrijven, seminaries en een trade and investment dinner.

‘Benevens de gezamenlijke missies organiseren Nederland en Vlaanderen ook regelmatig topontmoetingen’ Vlaams-Nederlands topontmoetingen Benevens de gezamenlijke missies organiseren Nederland en Vlaanderen ook regelmatig topontmoetingen. In oktober 2013 spraken de ministerpresidenten Peeters en Rutte ter gelegenheid van de top in Maastricht af dat Vlaanderen en Nederland een gezamenlijke toekomstgerichte chemiestrategie zouden ontwikkelen, gericht op het energievraagstuk en andere relevante aspecten, zoals verknoping van de infrastructuur en innovatie in chemie. In Gent werd in november 2016 onder meer mee de basis gelegd voor de fusie tussen de haven van Gent en Zeeland Seaports.


De ministers-presidenten wisselden verder van gedachten over de algemene politieke situatie in Nederland en Vlaanderen, over Europese thema’s van wederzijds belang én de wens tot verdere verbreding en verdieping van de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland werd er nogmaals bevestigd. Twee jaar later (november 2018) werden op de top in Middelburg verschillende Europese dossiers, waaronder de Brexit, besproken. Zowel Nederland als Vlaanderen stelden groot belang te hechten aan een brede en diepe samenwerking met het Verenigd Koninkrijk, waarbij de integriteit van de interne markt wordt gewaarborgd en een gelijk speelveld zoveel mogelijk wordt gegarandeerd. De minister-presidenten gingen er verder ook in op de klimaatdoelstellingen met het oog op de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs én op het grensoverschrijdend traject Mol-Weert en het tweesporig spoortraject tussen Venlo en de Metropoolregio Rijn – Ruhr (3RX). Een volgende topontmoeting is gepland voor 4 november 2020 in Brasschaat, thuishaven van vele Nederbelgen en van nieuw Vlaams ministerpresident Jan Jambon. Albertknoop Als een van de vele gevolgen van de topontmoetingen geldt de samenwerking tussen de gemeenten Maastricht en Lanaken en de provincies Belgisch en Nederlands Limburg met betrekking tot het uitwerken van gezamenlijke gelu idsvoo rs ch rifte n voor het grensoverschrijdende bedrijventerrein Albertknoop.

Het strategisch grensoverschrijdend project zet inderdaad in op een landgrensoverschrijdende gebiedsontwikkeling in het open grensgebied van de gemeenten Maastricht en Lanaken. . Echter, zowel in Nederland als in Vlaanderen gelden voor elk bedrijf afzonderlijke en afwijkende geluidsnormen. De Vlaamse Vlaremwetgeving en de Nederlandse Wet Milieubeheer bleken geen oplossing te bieden voor de manier waarop moet worden omgegaan met geluidsbelasting in grensgebieden. Middels grensoverschrijdende politieke afspraken tot harmonisering van geluidsnormen die enkel van toepassing zijn op het bedrijventerrein, kon dit probleem goed worden aangepakt. Hiermee werd dus een bijzonder territoriaal regime gecreëerd, dat juridisch werd afgedekt door een Benelux-Beschikking.


Grenseffectenrapportage En dan is er de jaarlijkse grenseffectenrapportage van onderzoekscentrum ITEM (Institute for Transnational and Euregional cross border cooperation and Mobility). Met deze jaarlijkse oefening wil het onderzoekscentrum meer inzicht in de effecten van Europese en nationale wetgevings- en beleidsinitiatieven op grensoverschrijdende regio’s in beeld brengen. Het rapport wordt gezien als een waardevol instrument voor beleidsmakers op regionaal, nationaal en Europees niveau bij het nemen van beslissingen over grens (overschrijdende)regio's. Deze effectbeoordelingen helpen met name om bestaande of toekomstige grensoverschrijdende effecten in kaart te brengen en dragen zo bij aan het politieke debat. Bovendien maken de resultaten van de afzonderlijke dossiers het mogelijk om wetgevingsvoorstellen tijdig aan te passen, zolang ze nog in behandeling zijn. Inventariseren is vanzelfsprekend zinvol, maar hebt u ook het idee dat de fiscale autoriteiten er ook daadwerkelijk mee aan de slag gaan? We merken op vandaag nog een grote terughoudendheid bij de respectievelijke belastingdiensten, maar ik verwacht dat het pilootproject ‘North Sea Ports’ op termijn toch tot oplossingen kan leiden. Eventueel kan de Benelux hierin nog een belangrijke rol vervullen. Alleszins is het initiatief onder ‘voogdij’ van Nederlands minister van staat Piet Hein Donner en Antwerps gouverneur Cathy Berx een nuttig instrument om verandering te initiëren.

Nieuw dubbelbelastingverdrag Zoals de meeste lezers inmiddels weten onderhandelen Nederland en België ook alweer enige tijd over een nieuw dubbelbelastingverdrag. Eind 2018 gaf de Nederlandse staatsecretaris van Financiën al aan dat de onderhandelingen in de afrondende fase waren beland. Aangezien de Belgische regering aansluitend in lopende zaken kwam, werden de onderhandelingen ‘on hold’ gezet. Voor zover mij bekend zijn de onderhandelingen op ambtelijk niveau inmiddels afgerond, maar moeten nog enkele politieke knopen worden doorgehakt. Daarvoor is het inderdaad wachten op een federale regering in België met volle bevoegdheid ter zake. Cultuur Een andere bevoegdheid van de Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering ziet op cultuur en toerisme. In Amsterdam ondersteunt het Vlaams cultuurhuis de Brakke Grond talloze Vlaamse kunstenaars die hun grenzen willen verleggen en hun publiek willen uitbouwen. Het doel is dat zij in Nederland vaste grond onder de voeten krijgen en er een duurzame praktijk weten te realiseren. Het ligt voor de hand om Vlaamse kunst te presenteren in een verwant en nabijgelegen cultuur- en taalgebied als Nederland. Vlaamse kunstenaars met artistieke durf die een verhaal vertellen dat voor het Nederlandse publiek en discours complementair is, worden er aan een podium geholpen. Euregio Jeugdorkest Mogen we bij deze u ook nog de activiteiten van het Nederlands-Vlaamse Euregio Jeugdorkest onder de aandacht brengen. Het grensoverschrijdende symfonisch orkest dat tot doel heeft getalenteerde jonge muzikanten de kans te geven om in orkestverband te (leren) musiceren, hen in contact te brengen met de grote klassieke orkestliteratuur en dit uit te voeren op diverse openbare concertpodia? Ik moet je bekennen dat ik het orkest nog niet ken, maar ik sta vanzelfsprekend graag open voor een nadere kennismaking en wil zeker bekijken wat we zouden kunnen betekenen voor dit interessante initiatief. Rest ons u van harte te danken voor het warme onthaal en de aangename bespreking met de bedoeling zeker contact te houden!


CULINAIR __________________


Sterrenkoks verdienen stevig als gastkok Chefs met Michelinsterren verdienen als gastkok veel meer dan ze in een eigen restaurant bij elkaar kunnen koken. Zo blijkt dat 15.000 euro per dag geen uitzondering is. Met name in Azië verdienen ze bedragen waar ze met hun eigen restaurants bij lange na niet aan komen. Jacob Jan Boerma, die eind 2019 zijn driesterrenrestaurant De Leest te Vaassen sloot, krijgt voor een klus in Azië al gauw 12.000 tot 15.000 euro per dag, en soms meer. Boerma stopte met De Leest om zich op het internationale gastkoken te kunnen toeleggen. Vergelijkbaar met filmsterren Topchefs lijken op die manier wel sterren geworden, met een status vergelijkbaar met die van filmsterren en topvoetballers.

Chef Joris Bijdendijk van Rijks in Amsterdam (één ster) had de afgelopen vijf jaar dertig binnen- en buitenlandse chefs te gast in zijn keuken. Zelf krijgt hij ook veel aanvragen om te komen koken, maar hij gaat er, naar eigen zeggen, alleen op in als hij er iets van kan leren. Tekengeld Naast het gastkoken zijn ook licenties een steeds belangrijkere bron van inkomsten voor de topchefs. Een chef verleent zijn naam aan een restaurant zonder dat hij er zelf stelselmatig kookt. Wel bedenkt hij het concept. Boerma stelt daarover dat het gezien moet worden als ‘tekengeld’.


Sterrenrestaurants België en Nederland in 2020 Dit jaar tellen Nederland en België samen vier absolute toprestaurants die drie Michelinsterren op hun palmares hebben. Daarnaast tellen ze samen nog eens eenenveertig tweesterrenrestaurants. Bent u een absolute fijnproever en bent u bereid diep in de buidel te tasten, dan geven we hu hierbij graag een overzicht van ‘the places to be’…

Restaurants met 3 sterren België (1)

Nederland (3)

Hof van Cleve (Kruishoutem / Oost-Vlaanderen)

Inter Scaldes (Kruiningen / Zeeland) De Leest (Vaassen / Gelderland) De Librije (Zwolle / Overijssel)

Restaurants met 2 sterren België (23) La Paix (Anderlecht / Brussel) The Jane (Antwerpen) ’t Zilte (Antwerpen) L’eau Vive (Arbre / Henegouwen) D’eugenie a Emilie (Baudour / Henegouwen) Comme chez Soi (Brussel) Seagrill (Brussel / Vlaams-Brabant) Le Fox (De Panne / West-Vlaanderen) Nuance (Duffel / Antwerpen) L’air du Temps (Eghezee / Namur) Chateau Du Mylord (Ellezelles / Henegouwen) Hostellerie St. Nicolas (Elverdinge / West-Vlaanderen) Vrijmoed (Gent / Oost-Vlaanderen) La Durée (Izegem / West-Vlaanderen) La Source (Lanaken / Limburg) Cuchara (Lommel / Limburg) Slagmolen (Opglabbeek / Limburg) La Table de Maxime (Paliseul / Luxemburg) Pastorale (Reet / Antwerpen) Boury (Roeselare / West-Vlaanderen) De Jonkman (Sint Kruis / West-Vlaanderen) Bon Bon (Sint Pieters Woluwe / Brussel) Le Chalet de la Foret (Ukkel / Brussel)

Nederland (18) Aan de Poel (Amstelveen / Noord-Holland) &Moshik (Amsterdam / Noord-Holland) Ciel Bleu (Amsterdam / Noord-Holland) Spectrum (Amsterdam / Noord-Holland) De Kromme Watergang (Breskens / Zeeland) Pure C (Cadzand / Zeeland) De Lindenhof te Giethoorn (Overijssel) De Bokkedoorns (Haarlem / Noord-Holland) ’t Nonnetje (Harderwijk / Gelderland) Tribeca (Heeze / Noord-Brabant) Beluga loves You (Maastricht / Limburg) De Lindehof (Nuenen / Noord-Brabant) Sabero (Roermond / Limburg) FG Restaurant (Rotterdam / Zuid-Holland) Fred (Rotterdam / Zuid-Holland) Parkheuvel (Rotterdam / Zuid-Holland) De Treeswijkhoeve (Waalre / Noord-Brabant) De Groene Lantaarn (Zuidwolde / Drenthe)


Kaviaar Het zwarte goud in België en Nederland Bij kaviaar komen onwillekeurig connotaties als steur, duur, exclusief, Rusland, Iran en Kaspische Zee bij ons op. Echter, door de ernstige bedreiging van het visbestand van de wilde steur door onder meer de vervuiling van de Kaspische Zee en de rivier de Wolga, de sterke daling van de waterspiegel in de Kaspische zee, de overbevissing in het verleden, de arbeidsintensieve productiemethode en het feit dat de steur al een redelijke leeftijd moet bereiken eer de kaviaar ‘geoogst’ kan worden én bovendien gedood moet worden om het product überhaupt te kunnen oogsten, waardoor er per vis slechts één opbrengst mogelijk is, wordt inmiddels ook al weer enkele jaren in meerdere landen geëxperimenteerd met het kweken van steur Luxe Waar vooreerst de oude Egyptenaren en de Feniciërs kennelijk al kaviaar aten, was het toch vooral in Rusland waar tijdens de middeleeuwen de consumptie ervan, weliswaar voorbehouden aan de hogere klasse, als vleesvervanger op vastendagen op het menu kwam. In Europa werd kaviaar in die tijd beschouwd als voedsel voor de boeren. Een beroemde anekdote betreft de receptie die werd aangeboden door Lodewijk XV van Frankrijk aan de ambas-

sadeur van tsaar Peter de Grote. De ambassadeur gaf zijn gastheer een doos kaviaar, maar tot verbazing van iedereen spuwde Lodewijk XV het zwarte goud uit. Vanaf de negentiende eeuw was kaviaar een hoofdgerecht op de tafels van de Russische aristocratie en de tsaren boden het hun voornaamste gasten aan. In de Verenigde Staten, in die tijd de eerste producent in de wereld vanwege de immense vangsten in de rivier de Delaware, werd kaviaar massaal gebruikt vanwege de lage kosten.


Tijdens het Interbellum, na de Russische Revolutie van 1917, werd kaviaar in het rijke Westen een element van onderscheid en goede smaak. Wellicht ook ten gevolge van de emigratie van veel Russische aristocraten naar Parijs in de jaren twintig. Vooral de gebroeders Petrossian, die een overeenkomst hadden met de Russische regering voor de exclusieve exportrechten van Russische kaviaar, zorgden voor de verspreiding en ze presenteerden het product op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1925. Uiteindelijk zou het miljardair Charles Ritz, bekend van de gelijknamige hotelketen, zijn die het kaviaarverbruik onder de high society stimuleerde. Sindsdien behoort kaviaar tot de favoriete gerechten als onderdeel van gastronomische menu's bereid door prestigieuze hotels. Steur Wilde steuren vormen een familie van in totaal 27 vissoorten en vormen een van de oudste nog levende beenachtige vissenfamilies. Ze komen voor in subtropische, gematigde en subarctische rivieren, meren en kusten van EuraziĂŤ en NoordAmerika. De steuren worden onderscheiden van andere vissenfamilies door hun langgerekte lijf,

het ontbreken van schubben en hun soms opvallende grootte, waarbij de vissen 2 tot 3,5 meter lang kunnen worden. Er zijn zelfs gevallen bekend van vissen die wel 6 meter ang werden. De meeste steuren zijn trekvissen, die hun voedsel vinden in de bodems van zoet of brak water en die bovenstrooms paaien. Sommige soorten leven uitsluitend in zoet water; slechts weinige wagen zich in open zee nabij de kust. De meeste soorten worden gekwalificeerd als kwetsbaar, bedreigd of kritisch bedreigd, vooral omdat ze bijzonder gevoelig zijn voor milieuverontreiniging. Enkele steursoorten worden gevangen voor hun kuit, waaruit kaviaar wordt gemaakt. Doordat juist de geslachtsrijpe vrouwtjes worden gevangen voordat ze voor nageslacht hebben gezorgd, zijn die soorten erg kwetsbaar voor overbevissing. Inmiddels zijn maar liefst 18 verschillende Steur-soorten op de lijst gezet van bedreigde diersoorten. Kaviaar oogsten uit wilde steur is dan ook verboden en het verbod wordt strikt opgevolgd door Cites, de internationale organisatie die toezicht houdt op de handel in bedreigde dier - en plantensoorten. Maar, wat er niet is kun je wĂŠl creĂŤren. En zo ontstonden de afgelopen jaren zogenaamde Caviar Farms.


België In België is Royal Belgian Caviar de pionier van het zwarte goud. In 2002 verschenen ze als eerste en enige Belgische kaviaarproducent op de markt. De lancering van het topproduct werd voorafgegaan door tien jaar intensieve voorbereiding, waarin een eigen broedstock werd opgebouwd van verschillende steursoorten, die worden gevoed met samengestelde voeding uit eigen productie. Royal Belgian Caviar groeide bij kaviaarliefhebbers inmiddels uit tot een wereldwijde kwaliteitsreferentie. Meerdere topchefs waarderen de kwaliteit en klasse van de Belgische kaviaar. Kunst en kwaliteit Commercieel manager van Royal Belgian Caviar, Cedric Paquet, vertrouwt ons toe dat om de typerende, exclusieve smaak van kaviaar te bekomen, het kweekproces en de bereiding feilloos moeten verlopen. Inderdaad, de voeding en de kweekomstandigheden van de steuren zijn mede bepalend voor de smaak. Op basis van jarenlange ervaring

ontwikkelden we onze eigen steurvoeding. In de kwekerij monitoren en controleren we voortdurend de waterkwaliteit. Dankzij deze perfecte kweek- en voederomstandigheden overtreft Royal Belgian Caviar de smaak en kwaliteit van de traditionele wildvang. Onder meer door alleen niet geövuleerde eitjes te gebruiken - met echografie controleren we bij elke steur zeer precies de kwaliteit van de eitjes, zodat enkel steuren met de perfecte ei-kwaliteit worden gebruikt - lossen we de hoge verwachtingen van onze trouwe kaviaarliefhebbers in. Daartoe beschikken we over een speciaal ontworpen productieruimte waar ons team de eitjes met de grootste zorgen zeeft, spoelt en meet. Nooit vermengen we eitjes van verschillende vissen in één lot. Vervolgens staat onze kaviaarmeester in voor het lichtjes zouten - ‘malossol’ - van de eitjes, en zorgen we voor de perfecte balans tussen de verschillende aroma’s. Tenslotte verpakken en verzegelen we onze kaviaar vacuüm en in de koelruimte creëren we de perfecte bewaarcondities. Na een laatste kwaliteitscontrole is Royal Belgian Caviar klaar voor degustatie door kaviaarliefhebbers wereldwijd.’


Nederland Nederland kon op haar beurt niet achterblijven en zo groeide ook in Gelderland een steurkwekerij, De Steurhoeve. De eigenaren, Martin en Sandra Hoentjen, zijn in 1999 begonnen met het kweken van paling. De palingkwekerij is in 2012 gestopt vanwege te grote investeringen die nodig waren en beiden waren ze toe aan een nieuwe uitdaging, het kweken van een andere vissoort. En zo werden in 2013 de eerste kleine steuren aangekocht, bedoeld voor de productie van kaviaar en siervis. ‘In

BelgiÍ is Royal Belgian Caviar de pionier van het zwarte goud’

Sedert eind 2017 hebben ze de eerste grote steuren met eieren en kan er dus kaviaar worden geproduceerd. Hun eerste oogst lieten ze

enthousiast proeven bij sterrenrestaurant De Librije in Zwolle. Tijd om te proeven En dan is het natuurlijk tijd om te proeven. Wij gingen dan ook graag in op de uitnodiging van vermogensbeheerder Luc Jansen (Bank Nagelmackers) - die voor de gelegenheid ook een begeleidende degustatie van champagnehuis Laurent-Perrier organiseerde -voor een proeverij van de vijf soorten die worden aangeboden door Royal Belgian Caviar: Gold Label, Platinum, Osietra, White Pearl en, Beluga.. En ofschoon we niet in het minst over enige deskundigheid pretenderen te beschikken, het was een absolute voltreffer! En, met over goed enkele maanden het najaar, de feestdagen en hopelijk het einde van de coronacrisis in zicht, zal de Royal Belgian Caviar wellicht niet ontbreken op ons verlanglijstje.


FISCAAL & JURIDISCH __________________


Het nieuwe Belgische wetboek van vennootschappen en verenigingen

Yannick Cools Tiberghien advocaten yannick.cools@tiberghien.com

Op 1 mei 2019 trad in België het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (hierna: WVV) in werking voor de vennootschappen, verenigingen en stichtingen opgericht vanaf die datum. Vanaf 1 januari 2020 is het nieuwe wetboek tevens van toepassing op alle bestaande vennootschappen, hetzij met een gecompliceerde en gefaseerde overgangsregeling tussen het oude en het nieuwe recht. Wij vroegen Yannick Cools (advocaat bij Tiberghien Advocaten) ons alvast in te leiden in de wereld van de nieuwe besloten vennootschap (hierna: de BV). Inmiddels is immers gebleken dat sedert 1 mei 2019 maar liefst 96% van de nieuw in België opgerichte vennootschappen BV’s zijn. In een eerste bijdrage zal het nieuwe vennootschapsrecht met betrekking tot die nieuwe BV in hoofdlijnen worden besproken. Vervolgens zullen de fiscaalrechtelijke gevolgen in een tweede bijdrage besproken worden die onlosmakelijk verbonden zijn met het nieuwe vennootschapsrecht. Nieuwe benaming De flexibilisering van de oude BVBA onder de nieuwe benaming BV vormt het pronkstuk van de hele hervorming. Het is een publiek geheim dat de Belgische wetgever trachtte aan te sluiten bij het succes en het prestige van de Nederlandse BV. Toch is er ook enige incoherentie, immers de term ‘Besloten Vennootschap’ is onvolledig, niet enkel door de mogelijkheid om de vrije overdraagbaarheid van aandelen statutair te regelen, maar ook omdat de BV zich kan financieren via openbare uitgifte. In deze optiek had men dus beter geopteerd voor de Nederlandse term ‘Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid’ (VBA). Zuiver terminologisch wordt de term ‘zaakvoerder’ vervangen door ‘bestuurder’ en ‘vennoot’ door ‘aandeelhouder’. Afschaffing van kapitaal De meest opvallende wijziging in de BV is de afschaffing van het kapitaal. Uit onderzoek en

internationale tendensen is gebleken dat kapitaal en de daaraan verbonden voorschriften schuldeisers immers nauwelijks beschermen. Omdat het kapitaalbegrip verdwijnt, worden alle bepalingen die verwijzen naar het breukdeel of percentage van het kapitaal, vervangen door een niet aan kapitaal verbonden criterium, zoals het aantal uitgegeven aandelen. Hierbij volgt België het voorbeeld van tal van andere landen. In Nederland is al in 2012 het systeem van kapitaalbescherming voor de BV op de schop gegaan, maar is wél nog de nominale waarde van aandelen gehandhaafd in tegenstelling tot wat nu het geval is in België. Toereikend aanvangsvermogen vereiste van het minimumkapitaal en het toereikend kapitaal bij oprichting wordt, in het verlengde van de afschaffing van het kapitaal, opgevangen door het toereikend aanvangsvermogen.


Hoewel dit aanvangsvermogen uit eigen middelen is samengesteld, mag bij de beoordeling van het toereikend karakter ook met andere financieringsbronnen (zoals achtergestelde leningen) rekening worden gehouden. De onder het oude recht al bestaande verplichting tot redactie van een financieel plan wordt behouden en verscherpt. Dit plan blijft relevant met betrekking tot de zogenaamde oprichtersaansprakelijkheid. De afschaffing van het vennootschapskapitaal doet evenwel geen afbreuk aan de vereiste dat de inbrengen werkelijk moeten zijn toegezegd en dat de aandelen dus volledig en onvoorwaardelijk geplaatst moeten zijn. In overeenstemming hiermee blijft het verbod tot inschrijving op eigen aandelen, rechtstreeks of onrechtstreeks via dochtervennootschappen, van kracht. Ook inbreng in nijverheid wordt nu toegelaten, hoewel dit vanuit fiscaal oogpunt geen sinecure is en om deze reden op heden sterk af te raden is (waarover dus meer in deel 2 van deze bijdrage). Inzake volstorting van de inbrengen bestaat, naar Nederlands model, grote soepelheid, immers iedere inbreng moet onmiddellijk worden volgestort, maar afwijking in alle opzichten is is mogelijk.

Instandhouding van het vermogen van de vennootschap De uitkeringen aan aandeelhouders en bestuurders omvatten niet alleen de uitkering van dividenden en tantièmes, maar ook de terugbetaling van eerdere inbrengen in geld of in natura. Behoudens voor een statutair onbeschikbare reserve, kunnen de oorspronkelijke inbrengen bij gewoon meerderheidsbesluit van de algemene vergadering worden terugbetaald (uitgekeerd). Om te verhinderen dat uitkeringen uit het vennootschapsvermogen verricht worden ten nadele van schuldeisers, geldt een dubbele waarborg:

Bijkomende inbrengen en uitgifte van nieuwe aandelen Bij uitgifte van nieuwe aandelen is een statutenwijziging vereist (cf. de vroegere kapitaalverhogingen). Ter bescherming van de aandeelhouders is het bestuursorgaan steeds verplicht de uitgifteprijs expliciet te verantwoorden. Wanneer de bijkomende inbrengen in de kapitaalloze BV worden gedaan zonder uitgifte van nieuwe aandelen, is daarentegen geen statutenwijziging vereist, doch veronderstelt nog wel een authentieke akte.

Het bestuursorgaan moet nagaan of de vennootschap in staat zal zijn haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden, en dit voor een periode van minstens twaalf maanden (liquiditeitstest). Het bestuursorgaan moet hierbij rekening houden met de actuele situatie, maar ook met gebeurtenissen die reeds bekend zijn en die in de toekomst een belangrijke impact zullen hebben.

De netto-actieftest: het eigen vermogen van de vennootschap mag niet negatief worden (bevoegdheid algemene vergadering); en De liquiditeitstest: de uitkering mag niet tot gevolg hebben dat de vennootschap haar opeisbare schulden niet meer zou kunnen betalen (bevoegdheid bestuursorgaan).


Het bijzondere aan het jaar 2020, het eerste jaar waarbij de nieuwe liquiditeitstest toepasbaar is op de BV’s, is dat het Coronavirus (COVID-19) tot gevolg heeft dat vele Belgische bestuurders het onder toepassing van deze test niet aangewezen vinden om dividenden uit te keren (over boekjaar 2019) terwijl 2019 in het algemeen als een topjaar wordt beschouwd. Bijgevolg zijn vele dividenduitkeringen aanzienlijk teruggeschroefd of eenvoudigweg afgeschaft. Voortaan kan een BV wel interim-dividenden uitkeren. Zo kunnen de statuten aan het bestuursorgaan de bevoegdheid verlenen om over te gaan tot uitkeringen uit de winst van het lopend boekjaar of het voorgaande boekjaar zolang de jaarrekening van het boekjaar nog niet is goedgekeurd. Er zijn geen beperkingen inzake het ogenblik van beslissing tot tussentijdse uitkering. Noteer dat per 1 januari 2020 het kapitaal en de wettelijke reserves van de BV van rechtswege (automatisch en zonder enige handeling vereist) werden omgezet in een statutaire onbeschikbare vermogensrekening en dit een statutenwijziging impliceert om dit bedrag aldus uitkeerbaar te maken De effecten van een BV en de overdracht ervan Een BV mag voortaan alle soorten effecten uitgeven, behalve die welke door de wet verboden zijn. Een BV kan derhalve ook inschrijvingsrechten of converteerbare obligaties uitgeven. De aandelen zijn steeds op naam. Obligaties aan toonder, maar geen andere effecten, die worden beheerst door buitenlands recht, kunnen in het buitenland worden uitgegeven. Deze obligaties mogen echter niet in België fysiek worden geleverd, omdat dit strijdig zou zijn met de wet van 14 december 2005 inzake de afschaffing van effecten aan toonder. De BV moet minstens één aandeel uitgeven en minstens één aandeel met stemrecht hebben. Elk aandeel deelt in de winst en elk aandeel geeft recht op een gelijk aandeel in de winst, tenzij de statuten anders bepalen. Het is derhalve mogelijk verschillende rechten te geven aan aandelen die voor eenzelfde inbreng werden uitgegeven of dezelfde rechten aan aandelen die voor een verschillende inbreng werden uitgegeven. Deze grote flexibiliteit en vrijheid worden alleen omkaderd door een wettelijk geregelde informatieplicht in het aandelenregister. Op die manier biedt het WVV de mogelijkheid tot uitgifte van aandelen met meervoudig stemrecht,

zonder stemrecht, al dan niet met preferent dividend, of aandelen die slechts onder bepaalde voorwaarden stemrecht verlenen. De overdracht en overgang van effecten van de BV gaan in omgekeerde richting van het oude recht inzake de BVBA; de statuten kunnen de overdraagbaarheid van aandelen van een BV vrij regelen; de BV kan zeer besloten worden, maar ook zeer open. Een nieuw ingevoerde bepaling van dwingend recht stelt dat bij overdracht van een nietvolgestort aandeel, zowel de overdrager als de overnemer, niettegenstaande andersluidende bepaling, tegenover de vennootschap en tegenover derden hoofdelijk gehouden zijn tot volstorting. Ook bij opeenvolgende overdrachten zijn alle opeenvolgende overnemers hoofdelijk gehouden. Een belangrijk aandachtspunt dus voor de praktijk, ook voor de adviseur, om dergelijke ongewenste aansprakelijkheden te vermijden. Het bestuur van de BV De BV wordt bestuurd door één of meer bestuurders die al of niet een college vormen, die natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen zijn. Indien een rechtspersoon bestuurder is, moet zij een vaste vertegenwoordiger aanduiden. Onder de oude wetgeving was het mogelijk dat één en dezelfde natuurlijke persoon in meerdere hoedanigheden in een collegiaal bestuursorgaan kon zetelen (bestuurder, vaste vertegenwoordiger, etc.). Hiermee werd evenwel komaf gemaakt. Voortaan kan men maar één keer aanwezig zijn. Bestuurders kunnen hun mandaat enkel in een zelfstandigenstatuut uitoefenen en niet op grond van een arbeidsovereenkomst.Inzake de belangenconflictregeling geldt in een collegiaal bestuursorgaan de onthoudingsplicht voor de bestuurder met een belangenconflict. Hebben alle bestuurders een belangenconflict of heeft de enige bestuurder in een BV met verschillende aandeelhouders een belangenconflict, dan wordt de beslissing of verrichting voorgelegd aan de algemene vergadering. De notulen met betrekking tot het belangenconflict moeten worden opgenomen in het jaarverslag.Is de enige bestuurder ook enige aandeelhouder, dan mag hij de beslissing zelf nemen of de verrichting uitvoeren. De enige bestuurder moet wel een bijzonder verslag opmaken met opname van de tussen hem en de vennootschap gesloten overeenkomsten.


Een belangrijke innovatie is tevens de invoering van het orgaan van dagelijks bestuur in de BV. Het dagelijks bestuur omvat voortaan zowel de handelingen en de beslissingen die niet verder reiken dan de behoeften van het dagelijks leven van de vennootschap, als de handelingen en de beslissingen die, ofwel om reden van hun minder belang dat ze vertonen ofwel wegens hun spoedeisend karakter, de tussenkomst van het bestuursorgaan niet rechtvaardigen. Een zelf gecreëerde urgentie valt logischerwijze buiten het mandaat van het dagelijks bestuur. Gelet op de mogelijke bestuurdersaansprakelijkheden zal een dagelijks bestuurder, bij twijfel of bepaalde handelingen binnen zijn mandaat zouden vallen, er alsnog goed aan doen een ad hoc bijeenkomst te organiseren van het volwaardige bestuursorgaan. Bestuurdersaansprakelijkheid en de wettelijke beperking ervan Wellicht één van de meest opmerkelijke hervormingen bij het nieuwe WVV is het regime van de bestuurdersaansprakelijkheid en dan in het bijzonder de beperking ervan. De cap is een primeur. Behoudens vergissing, heeft geen ander land een soortgelijk systeem dat bestuurders beschermt tegen aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid voor gewone bestuurs- of toezichtsfouten is voortaan altijd hoofdelijk wanneer het bestuur of toezicht collegiaal is georganiseerd. De bestuurders bevrijden zich van aansprakelijkheid door de beweerde fout te melden aan alle andere leden van het bestuursorgaan, of in voorkomend geval, aan het collegiaal bestuursorgaan en de raad van toezicht. Het precieze bedrag van de cap hangt af van de grootte van de betrokken vennootschap; hoe groter de vennootschap, des te groter de mogelijke aansprakelijkheid. Zo geldt bijvoorbeeld voor de laagste cap een bedrag van 125.000,00 euro in vennootschappen met een omzet van minder dan 350.000,00 euro, exclusief BTW, en een balanstotaal dat niet hoger is dan 175.000,00 euro. De wettelijke beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid geldt zowel tegenover de vennootschap als tegenover derden. Ze betreft zowel de contractuele als de buitencontractuele aansprakelijkheid.

De beperking geldt per feit of geheel van feiten dat aanleiding kan geven tot aansprakelijkheid, ongeacht het aantal eisers, het aantal aansprakelijke bestuurders of het aantal ingestelde vorderingen. Bovendien, wie eerst komt, eerst maalt; als de cap ‘uitgeput is’ en er zich nadien nog een schadelijder aandient, moet die zijn schade zelf dragen. Door een last minute wetswijziging werden alsnog tal van specifieke fouten omschreven die niet vallen onder de beperking (zoals onder meer zware fouten), waardoor het geheel minder duidelijk is en onderhavig aan evolutieve interpretaties vanuit de rechtspraak. De cap is eveneens niet van toepassing met betrekking tot belastingschulden.

‘Een belangrijke innovatie is tevens de invoering van het orgaan van dagelijks bestuur in de BV’ De keerzijde van de medaille is dat verdere beperkingen van aansprakelijkheid niet geldig zijn. Enig exoneratie- of vrijwaringsbeding is niet geldig. Het is evenwel nog altijd toegestaan dat de vennootschap zelf een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluit ten behoeve van haar bestuurders. Wijzigingen voor aandeelhouders Doordat de BV geen kapitaal heeft en aandelen met meervoudig stemrecht zijn toegelaten, wordt ervoor geopteerd om het verband te leggen tussen de aandelen en de eraan verbonden rechten (en dus ongeacht de aan de aandelen verbonden stemrechten). Vanaf 10% van de aandelen kan men bovendien verzoeken de algemene vergadering op eender welk ogenblik bijeen te roepen (voorheen was deze drempel 20%), wat een goede zaak is voor de minderheidsaandeelhouder. Logischerwijze kan van deze drempel niet in negatieve zin worden afgeweken. Een nieuwe bepaling geldt inzake de onthoudingen. Een onthouding bij statutenwijziging werd voorheen gekwalificeerd als een ‘neen-stem’, terwijl dit voor de betrokkene meestal niet de intentie was. De nieuwe bepaling komt hieraan tegemoet, onthoudingen worden niet langer meegerekend.


Concluderend In deze bijdrage hebben we ons in hoofdlijnen toegespitst op de nieuwe kapitaalloze BV. In wezen kan de BV helemaal naar de wensen van de ondernemers worden gefinetuned, met maar weinig beperkingen. Evenwel, wie zijn statuten niet personaliseert, zal in de BV een vennootschap tegenkomen die nog steeds erg restrictief is zoals de vroegere BVBA. Voor de bestaande vennootschappen is er een overgangstermijn om de aanpassing van de statuten uit te stellen tot uiterlijk 1 januari 2024. Toch is het doorgaans niet aangewezen om de aanpassing zo lang uit te stellen. Er kan namelijk ambiguĂŻteit ontstaan vanaf 1 januari 2020, nu

men vanaf deze datum de statuten naast de dwingende (en aanvullende) bepalingen van het WVV moet leggen. Wie een nieuwe vennootschap wil oprichten of de bestaande vennootschap onder het oude recht wil aanpassen aan het nieuwe recht doet er goed aan zich te laten informeren en niet enkel met betrekking tot het nieuwe vennootschapsrecht, immers ook aan de fiscale gevolgen van de gemaakte keuzes moet worden gedacht om niet voor ongewilde verrassingen komen te staan. In een volgende bijdrage in dit magazine zullen de fiscale gevolgen van de hervorming van het vennootschapsrecht worden toegelicht.


Nederlandse spaarrekeningen inwoner van België Belgische fiscus weigert zich neer te leggen bij positieve rechtspraak

Chantal Hendrickx Hendrickx Taxlaw chantal.hendrickx@hendrickx-taxlaw.be

In de wintereditie 2019 van het Belgium-Holland Magazine werd al aangegeven dat na twee veroordelingen door het Hof van Justitie van de EU, ook de Belgische rechtspraak duidelijk heeft gemaakt dat de interesten die een Belgisch rijksinwoner geniet op een Nederlandse spaarrekening in aanmerking komen voor het vrijstellingsregime van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992. Wij vroegen specialiste mr. Chantal Hendrickx een en ander te verduidelijken. Het vrijstellingsregime bestaat eigenlijk uit twee componenten. Vooreerst zijn de interesten op spaarrekeningen tot een bedrag van 990,00 euro vrijgesteld van belasting. Dit maximaal vrijgesteld bedrag geldt per belastingplichtige. Dit betekent dat voor een echtpaar de eerste 1.980,00 euro aan interesten op een spaarrekening vrijgesteld zijn. Verder zijn de interesten die deze vrijstellingsgrens van 990,00 euro overschrijden, slechts belastbaar tegen een afzonderlijk tarief van 15%. Dit is een beduidend lager tarief dan het tarief dat in principe van toepassing is op roerende inkomsten (30%). Twee veroordelingen van het Hof van Justitie Het Hof van Justitie van de EU veroordeelde het Belgische vrijstellingsregime een eerste keer in een arrest van 6 juni 2013 (HvJ 6 juni 2013, C383/10, Commissie t. België) omdat enkel spaardeposito’s aangegaan bij Belgische banken in aanmerking kwamen voor het vrijstellingsregime. De wetgever paste de stipulering van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 aan in de zin dat interesten op spaardeposito’s aangegaan bij banken

gesitueerd in de EER ook in aanmerking komen wanneer deze buitenlandse spaardeposito’s aan analoge voorwaarden voldoen (Wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen, B.S., 7 mei 2014). Maar ook het in 2014 aangepaste artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992, waarbij de vrijstelling werd uitgebreid naar deposito’s bij kredietinstellingen die in een andere lidstaat van de EER dan België zijn gevestigd en aan analoge vereisten voldoen, kwam algauw onder vuur te liggen. Het blijkt immers dat in andere lidstaten van de EER dan België geen regeling inzake spaardeposito’s bestaat die voldoet aan de in artikel 2 KB/WIB 1992 gestelde voorwaarden, met name aan de voorwaarden inzake de wijze van vergoeding van de spaardeposito’s. Uit onderzoek van de Europese Commissie én bevestigd door de Belgische regering is de wijze van vergoeding, met name een basisrente én een getrouwheidspremie, een typisch kenmerk van de Belgische bankensector. Op prejudiciële vraag van de rechtbank van eerste aanleg WestVlaanderen, afdeling Brugge, heeft het Hof van Justitie van de EU zich nogmaals uitgesproken


over de regeling van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992. In zijn arrest van 8 juni 2017 concludeert het Hof dat de betreffende nationale regeling, hoewel zij zonder onderscheid geldt voor vergoedingen van spaarrekeningen die zijn geopend bij in België en in andere lidstaten van de EER gevestigde kredietinstellingen, tot gevolg heeft dat Belgische ingezetenen ervan worden weerhouden om gebruik te maken van de diensten van in die andere lidstaten gevestigde banken en om bij deze laatste banken spaarrekeningen te openen en aan te houden, aangezien de door deze banken betaalde interesten niet in aanmerking kunnen komen voor de betrokken belastingvrijstelling, met name doordat de vergoeding van de spaarrekening niet bestaat uit een basisrente en een getrouwheidspremie (HvJ, 8 juni 2017, C-580/15). Het Hof van Justitie van de EU zegt er wel bij dat het aan de verwijzende rechter is om na te gaan of dit effectief zo is. Belgische rechtspraak is eveneens van oordeel dat vrijstellingsregime moet gelden voor buitenlandse spaarrekeningen Die verwijzende rechter, met name de rechtbank te Brugge, heeft in een vonnis van 8 januari 2019 trouwens geoordeeld dat alle voorgelegde Nederlandse spaardeposito’s voldeden aan de voorwaarden van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 en dus konden genieten van de vrijstelling. Zoals reeds gemeld in ons artikel in de wintereditie 2019 van het Belgium-Holland Magazine heeft ook de rechtbank van eerste aanleg te Leuven geoordeeld in het voordeel van de belastingplichtige die houder was van verschillende Nederlandse spaarrekeningen. Ook het Hof van Beroep te Antwerpen stelt in een arrest van 21 januari 2020 zeer expliciet dat het de argumentatie van het Hof van Justitie van de EU volgt. Het Hof stelt dat de vrijstellingsregeling van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 niet kan worden uitgesloten, omdat er geen basisrente en getrouwheidspremie wordt toegekend. Het Hof stelt dat deze voorwaarde een belemmering van de vrijheid van dienstverrichting vormt waardoor

de toegang tot de buitenlandse bankenmarkt aan bepaalde voorwaarden wordt onderworpen. Bijgevolg komen de interesten genoten op de Nederlandse spaarrekeningen ‘direct sparen’ en ‘vermogens spaarrekening’ (ABN-AMRO) in aanmerking voor toepassing van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992. Op basis van deze rechtspraak, in het voordeel van de houders van een Nederlandse (buitenlandse) spaarrekening, vragen steeds meer belastingplichtigen de vrijstelling van de interesten die zij op hun Nederlandse (buitenlandse) spaarrekeningen genieten. De druk op de Belgische belastingadministratie om het vrijstellingsregime correct toe te passen, neemt dan ook toe. Circulaire van 21 februari 2020 gaat in tegen (Europese) rechtspraak De Belgische Staat heeft hoger beroep aangetekend tegen het hogervermelde vonnis dd. 8 januari 2019 bij het Hof van Beroep te Gent. Het Hof van Beroep te Gent heeft bij arrest van 17 maart 2020 het hoger beroep van de Belgische Staat afgewezen. Ik kom hierop later terug. De belastingadministratie heeft het arrest van het Hof van Beroep te Gent echter niet afgewacht om zijn officieel standpunt met betrekking tot het vrijstellingsregime bekend te maken bij circulaire 2020/C/33 van 21 februari 2020. Opmerkelijk is dat de administratie in deze circulaire de Europese én Belgische rechtspraak compleet negeert. De administratie gaat er overigens ten onrechte van uit dat het Hof van Justitie van de EU met zijn arrest van 8 juni 2017 geen definitief oordeel heeft uitgesproken, aangezien het Hof de verwijzende rechter opdracht geeft om na te gaan of de Belgische voorwaarden er inderdaad voor zorgen dat in andere lidstaten gevestigde bankinstellingen de toegang tot de Belgische markt wordt bemoeilijkt. Dit blijkt duidelijk uit een definitief geworden vonnis dd. 13 september 2019 van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, dat het arrest van 8 juni 2017 als een ‘nieuw feit’ kwalificeert in de zin van artikel 376, §1 WIB 1992. Volgens de rechtbank te Leuven heeft het Hof van Justitie van de EU in zijn arrest van 8 juni 2017 immers op essentiële punten standpunt ingenomen met betrekking tot de verenigbaarheid van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 en artikel 2 KB/WIB 1992 met het gemeenschapsrecht.


Controversieel standpunt van de belastingadministratie De administratie zet in de circulaire haar standpunt uiteen dat zij ook in de procedures voor het Hof van Justitie van de EU en voor de Belgische rechtbanken en hoven van beroep heeft uiteengezet. Volgens de administratie moeten twee toepassingsvoorwaarden worden onderzocht bij de vraag naar al dan niet toepasselijkheid van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 op buitenlandse spaardeposito’s: i)

ii)

ze zijn gereglementeerd door de bevoegde autoriteiten van het betrokken land van de EER en ze voldoen aan de vereisten die analoog zijn aan diegene die worden gedefinieerd in artikel 2 KB/WIB 1992.

Dit is een bevestiging van wat ook al in een eerdere circulaire van 12 juni 2014 (Circ. AAFisc. Nr. 22/2014 (nr. Ci. RH.231/633.479)) werd gesteld. De circulaire geeft aan dat de belastingplichtige de bewijslast heeft van het voldoen aan de voorwaarden voor de regeling zoals vermeld in artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992. De circulaire stelt dat indien niet is voldaan aan de eerste voorwaarde, een onderzoek van de tweede voorwaarde in beginsel overbodig is. De volgorde van het aftoetsen van die voorwaarden is volgens de administratie dus belangrijk. Zoals hierna zal blijken kan dit administratief standpunt echter ernstig betwist worden. Gereglementeerd karakter van buitenlandse spaardeposito Vooreerst stelt de administratie in de circulaire dat het ‘gereglementeerd’ karakter een regelgevend kader vereist dat zonder onderscheid van toepassing is op spaardeposito’s van alle kredietinstellingen in de betrokken lidstaat. Het gereglementeerd karakter vloeit dus voort uit de specifieke regelgeving die erop van toepassing is. Die regelgeving moet in principe vereisten bevatten met betrekking tot (i) de munt waarin de deposito’s zijn uitgedrukt, (ii) de voorwaarden en wijze van terugneming en opneming van spaargelden en (iii) evenals wat de structuur, het niveau en de wijze van berekening van de vergoeding ervan betreft. Als dergelijke vereisten

niet van overheidswege zijn vastgesteld in de betrokken EER-lidstaat met betrekking tot de bedoelde spaardeposito, dan is het betrokken spaardeposito volgens de administratie géén ‘gereglementeerd spaarboekje’. Bijgevolg kan volgens de administratie de vrijstelling van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 geen toepassing vinden. Hiermee stelt de administratie zich strenger op dan de wet én gaat zij regelrecht in tegen de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU. Zoals het Hof immers heeft vastgesteld, bestaan in geen enkele andere lidstaat van de EER dergelijke voorwaarden, zoals opgelegd in artikel 2 KB/WIB 1992. Dit werd door de Belgische regering in de procedure voor het Hof van Justitie van de EU trouwens erkend. Aan de voorwaarde inzake het gereglementeerd karakter, zoals ze door de administratie wordt geïnterpreteerd, kan dus géén enkele spaardeposito aangegaan bij een kredietinstelling gevestigd in andere lidstaten van de EER dan in België, voldoen. Deze voorwaarde is dan ook discriminerend. Dit blijkt des te meer uit de concrete voorbeelden die de circulaire geeft. Volgens de analyse van de administratie kan ‘geen enkele’ van de vier buitenlandse spaardeposito’s, twee Nederlandse spaardeposito’s en twee Franse spaardeposito’s, immers voldoen aan deze voorwaarde. Op dit punt zal de administratie dan ook worden teruggefloten door de rechtspraak. In het definitief geworden vonnis van 13 september 2019 van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven wordt trouwens zeer expliciet gesteld dat de voorgelegde Nederlandse spaarrekeningen (afgesloten bij Rabobank) gereglementeerde spaardeposito’s zijn.


Analoge vereisten De circulaire vervolgt dat voor de beoordeling van het analoge karakter van de vereisten die werden vastgesteld door de buitenlandse overheidsinstanties, in vergelijking met de vereisten zoals bepaald in artikel 2 KB/WIB 1992, het geheel van de vereisten moet in aanmerking worden genomen. De buitenlandse vereisten moeten, zonder identiek te zijn, van vergelijkbare strekking zijn. De circulaire bespreekt vervolgens kort elk van de drie vereisten, met name i) ii)

iii)

de munt waarin de deposito’s zijn uitgedrukt de voorwaarden en wijze van terugneming en opneming van spaargelden de structuur, niveau en de wijze van berekening van de vergoeding ervan

Vooral het administratief standpunt met betrekking tot de laatstgenoemde vereiste, verdient onze aandacht. Volgens de administratie kan een gereglementeerd deposito waarvan de vergoeding geen dubbele vergoeding bevat (basisrente en getrouwheidspremie) immers niet worden beschouwd aan analoge vereisten zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 te voldoen. Daarmee gaat de administratie regelrecht in tegen de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU, dat van oordeel is dat de verplichte dubbele vergoeding (basisrente én getrouwheidspremie) een schending betekent van het gemeenschapsrecht. Ook deze administratieve eis zal dus voor de rechtbank niet standhouden. Volgens de administratie is de dubbele vergoeding noodzakelijk ‘om tot sparen aan te

zetten en om de spaargelden in de tijd te behouden. Het is een essentieel element van deze fiscale regeling. Dit argument werd door het Hof van Justitie van de EU evenwel niet aanvaard ter rechtvaardiging van de belemmering van de vrijheid van dienstverrichting. Het is dan ook hallucinant (arrogant) dat de administratie haar standpunt, dat duidelijk werd veroordeeld door het Hof van Justitie van de EU, tóch handhaaft én zelfs neerlegt in de circulaire. Concrete gevallen: géén van de buitenlandse spaardeposito’s voldoen De circulaire sluit af met een doorlichting van een aantal buitenlandse spaardeposito’s. Hieruit blijkt dat géén van de onderzochte buitenlandse spaardeposito’s voldoen volgens de administratie aan de vereisten om toepassing van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 te krijgen. De administratie stelt dat de Nederlandse spaardeposito’s ‘Beleggersrekening’ en ‘Rabo internetbonussparen’ van Rabobank en de ‘Bonusrenterekening’ van ING niet kunnen worden beschouwd als ‘gereglementeerde’ spaardeposito’s, niettegenstaande het feit dat Rabobank en ING onder toezicht staan van zowel DNB als de AFM. Ook twee Franse spaardeposito’s voldoen volgens de administratie niet aan analoge vereisten zoals voorzien in artikel 2 KB/WIB 1992, met name: deposito van het type ‘Livret A’ en ‘Compte épargne logement (CEL)’. Beide deposito’s voorzien slechts in één vergoeding. Er is geen getrouwheidspremie. Daarmee geeft de circulaire impliciet, doch zeer duidelijk, aan dat het Hof van Justitie van de EU het bij het rechte eind heeft


wanneer het in haar arrest van 8 juni 2017 concludeert dat de in artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 gestelde voorwaarden een typisch kenmerk zijn voor de Belgische bankensector én dus een belemmering voor het vrije dienstenverkeer in de EER. Het lijkt me dan ook dat de (negatieve) voorbeelden die de administratie in de circulaire geeft, géén relevante betekenis hebben. Administratie toont zich slechte verliezer Met deze circulaire van 21 februari 2020, die regelrecht indruist tegen de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU én van de Belgische rechtspraak, toont de administratie zich een slechte verliezer. Op basis van de Europese en Belgische rechtspraak kan de belastingplichtige de vrijstelling van de interesten op een Nederlandse (buitenlandse) spaarrekening claimen. Zo oordeelde het Hof van Beroep te Antwerpen in een arrest van 17 oktober 2017 dat de Nederlandse ‘vermogensspaarrekening’ van ABNAMRO voldoet aan de analogie van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992. De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen komt in een vonnis van 15 juni 2018 tot dezelfde conclusie. Zoals reeds gemeld, heeft ook de rechtbank van eerste aanleg te Leuven in een definitief geworden vonnis van 13 september 2019 geoordeeld dat de voorgelegde spaardeposito’s aangegaan bij Rabobank naar Nederlands recht gereglementeerde spaarrekeningen zijn in de zin van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992, zodat de interesten onder de toepassing van het vrijstellingsregime vallen. De rechtbank is van oordeel dat de toepassing van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992 niet kan worden ontzegd omdat de interesten niet bestaan uit een basisrente en een getrouwheidspremie. Deze voorwaarde vormt immers een niet gerechtvaardigde belemmering van de vrijheid van dienstverrichting en is dus strijdig met het gemeenschapsrecht. Ook het Hof van Beroep te Antwerpen stelt in een arrest van 21 januari 2020 zeer expliciet dat het de argumentatie van het Hof van Justitie van de EU volgt. Het Hof beslist dat de interesten genoten op de Nederlandse spaarrekeningen ‘direct sparen’ en ‘vermogens Spaarrekening’ (ABN-AMRO) in aanmerking komen voor toepassing van artikel 21, eerste lid, 5° WIB 1992. Ook het hof van beroep te Gent heeft in een arrest van 17 maart 2020 beslist dat de inte-

resten op de Nederlandse spaardeposito’s aangegaan bij Rabobank, Anadolu Bank, Credit Europe, ABN-AMRO en Lease Plan bank, allen voldoen aan de analoge voorwaarden als de gereglementeerde Belgische spaarrekeningen, zonder de onverantwoorde belemmeringen. Het Hof beslist dan ook dat deze interesten moeten worden vrijgesteld en wijst daarmee het hoger beroep dat de belastingadministratie had ingesteld, tegen het hoger vermelde vonnis dd. 8 januari 2019 van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, af. Op dit moment is de cassatietermijn aan het lopen; het is nog niet bekend of de belastingadministratie een cassatievoorziening zal indienen. Wat betekent dit voor u? Op grond van de recente, doch standvastige rechtspraak kan u in uw aangifte in de personenbelasting de interesten op uw Nederlandse spaarrekeningen vrijstellen. Dat wil zeggen de interesten op uw spaarrekeningen tot een bedrag van 990,00 euro (per belastingplichtige) hoeft u niet te vermelden in uw aangifte. Het gedeelte van de interesten op uw spaarrekeningen die het bedrag van 990,00 euro overschrijden, kan u vermelden in code 1151 van de aangifte en dus niet in code 1444. Hou er daarbij wél rekening mee dat de belastingadministratie hierover vragen kan stellen. De taxatiediensten zijn immers verplicht de controversiële circulaire van 21 februari 2020 te volgen. Dit betekent in de praktijk dat u als belastingplichtige gedwongen wordt verhaal te halen bij de rechter wanneer de belastingadministratie het vrijstellingsregime weigert toe te passen. Het is dan ook teleurstellend dat de administratie op dergelijke wijze de Europese veroordelingen en de Belgische rechtspraak naast zich legt. De administratie rekent er ongetwijfeld op dat de tijd en de kosten die een belastingplichtige moet investeren om de vrijstelling te bekomen, mede gelet op de lage rente op spaardeposito’s, veelal niet opwegen tegen het fiscaal voordeel. Eén ding is echter zeker, de Europese Commissie volgt dit dossier op de voet. Met de publicatie van de omstreden circulaire van 21 februari 2020 geeft de Belgische belastingadministratie aan de Europese Commissie voldoende argumenten om een nieuwe inbreukprocedure tegen België op starten wegens het uitblijven van een passende wetgevende reactie op de tweede veroordeling door het Hof van Justitie van de EU.


De verplicht thuiswerkende grensganger in coronatijd

Kurt van Heerewaarden Van Oers International k.vheerewaarden@vanoers.nl

Medio maart werden zowel in Nederland en België de nodige maatregelen getroffen om de verspreiding van COVID-19 zoveel als mogelijk te stoppen. Thuiswerken was daarbij één van de regels. Voor de grensganger brengt het thuiswerken op fiscaal en sociaal vlak al snel de nodige gevolgen met zich mee. Een deel daarvan lijkt (tijdelijk) te worden opgelost. Bepaalde zaken blijven vooralsnog onduidelijk op bepaalde punten. Wij vroegen Kurt van Heerewaarden een beknopt overzicht te geven. Onbedoelde wijziging sociale zekerheid voorkomen voor de grensganger Indien je slechts werkzaam bent in één land, ben je sociale bijdragen verschuldigd in het betreffende werkland. Door het verplicht thuiswerken ontstond een (nieuwe) situatie, waarbij er ineens (ook) sprake was van werken in het woonland. Indien je ten minste 25 procent in je woonland werkzaam bent, dan wordt je premieplichtig in je woonland met alle gevolgen van dien. Complicerende factor was al het feit dat niet voorzienbaar was/is hoelang de maatregelen zouden gelden. Ook de impact voor de werkgever van een (tijdelijke) wijziging in de toepasselijke sociale zekerheid, met alle verplichtingen is in de regel niet gewenst. Zowel vanuit Belgische en Nederlands zijde werden vrijwel direct na de ‘lockdown’ maatregelen vanuit de bevoegde autoriteiten gecommuniceerd op grond waarvan het afwijkend thuiswerken genegeerd wordt. Hoelang dit geldt, blijft vooralsnog onduidelijk. Belastingheffing voorlopig ongewijzigd De grensganger die plotseling thuiswerkt, zal op basis van de fiscale hoofdregels in beginsel be-

last worden in zijn woonland voor het inkomen gerelateerd aan het thuiswerken. De hoofdregel voor de reguliere werknemer is immers dat men belast is in het land waar men werkt. Een wijziging in de heffing die niet enkel gevolgen moge hebben voor de werknemer zelf, maar in bepaalde gevallen ook inhoudingsplicht van buitenlandse loonheffing/bedrijfsvoorheffing met zich moge meebrengen.

De hoofdregel voor de reguliere werknemer is dat men belast is in het land waar men werkt’ In veel gevallen kan overigens een (beperkte) verschuiving van het heffingsrecht voor de werknemer aanleiding geven tot een hoger nettoloon. Dit is evenwel volledig afhankelijk van de individuele situatie. De grensganger die als kwalificerende belastingplichtige een groot belang heeft bij bepaalde aftrekposten (zoals de rente in verband met de eigen woning), zal deze kunnen verliezen, indien geen sprake meer is van kwalificerende belastingplicht. Het uitgangspunt van de fiscus is daartoe nog steeds dat 90% van het inkomen in Nederland belastbaar is.


Het duurde in de verhouding Nederland-België nog tot 4 mei, totdat op dit punt duidelijkheid ontstond tussen Nederland en België en zij een regeling troffen. Praktisch houdt de regeling in dat alle thuiswerkdagen in verband met de Coronacrisis, genegeerd mogen worden, waarbij de werkstaat deze dagen dan in de belastingheffing blijft betrekken. Men doet dus alsof of er regulier gewerkt is als voorheen en volgt de daarbij horende heffingsrechten. Een en ander werkt onverkort door naar het 90 % criterium, zodat de kwalificerende belastingplicht door het thuiswerken onder deze regeling, hierdoor niet geraakt wordt. Deze initiële regeling werkt terug vanaf 11 maart tot 31 mei. De termijn is ondertussen een eerste maal verlengd tot eind juni en aansluitend een tweede maal tot 31 augustus. Hoewel de verlenging minstens één week voor de aanvang van de volgende kalendermaand schriftelijk overeenkomen moet worden, werd de verlenging slechts drie werkdagen voor afloop van de maand bekend gemaakt. Bijzondere compensatieregeling nog geen duidelijkheid Onduidelijkheid blijft vooralsnog bestaan voor een specifieke groep grensgangers die in aanmerking komen voor de regeling van bijzondere compensatie. Het gaat hier om inwoners van Nederland die door hun Belgische werkgever op tijdelijke ‘Corona werkloosheid’ zijn gezet. Een deel van deze groep zal naar verwachting door de hiermee gepaard gaande daling van het inkomen (en de Belgische belastingheffing), de bijzondere compensatie voor 2020 op nihil zien uitkomen. Daardoor zouden ze dan ook hun toekomstig recht op compensatie verliezen. Er zijn echter incidentele omstandigheden die kunnen worden ingeroepen om de bijzondere compensatieregeling, voor zover aan de overige voorwaarden is voldaan, toch te kunnen blijven genieten. De Corona impact lijkt een omstandigheid die hieronder zou moeten (komen te) vallen, waardoor de compensatieregeling niet verloren zou gaan. Of het Corona virus als zodanig aangemerkt kan worden is op dit moment nog niet duidelijk. Ivan Cools neemt dit alvast mee in het knelpuntenoverleg van 17 juli aanstaande. Inkomensverklaringen lopen vertraging op De grensganger/kwalificerende belastingplichtige die nog in afwachting is van diens inko-

mensverklaring dient thans wel het nodige geduld te hebben. De postbezorging is an sich al vertraagd. Echter ook de Belgische fiscus - maar evenzo de Nederlandse - wordt in haar dienstverlening geraakt door Covid-19. Een en ander geeft aanleiding tot langere doorlooptijden, zo ook voor de afgifte van dergelijke inkomensverklaringen. De Nederlandse fiscus stuurt thans wel de nodige rappelberichten. Hoewel in voorkomend geval de Nederlandse fiscus zeer welwillend is qua termijnen in dit kader, vergt dit wel de nodige actie van de belastingplichtige of diens adviseur. Een algemeen uitstel zou hier eenvoudig wat rust kunnen geven. Ook dit thema is door Ivan Cools geagendeerd voor het knelpuntenoverleg op 17 juli aanstaande. Ten slotte De bevoegde autoriteiten van Nederland en België hebben de impact van thuiswerken op vele fronten opgelost, door het thuiswerken feitelijk te (laten) negeren. De tijdelijke ontrust door de wat late belastingregeling, zou men mogelijk nog wat kunnen doen vergeten door de toekomstige verlengingen, wat eerder te communiceren. Punt van aandacht blijft dan nog slechts de termijn. Hoelang blijft men verlengen? Blijven beide landen op een lijn? Wat met een onverhoopte tweede Corona golf? Kortom, toch nog enige thema’s die de volle aandacht verdienen.


Uitfasering pensioenen eigen beheer Late circulaire ernstig betwistbaar

Chantal Hendrickx Hendrickx Taxlaw

chantal.hendrickx@hendrickx-taxlaw.be

In de wintereditie 2019 van Belgium-Holland Magazine werd uitgebreid gerapporteerd over de circulaire 2019/C/109 betreffende pensioenen in eigen beheer van 18 oktober 2019. Deze circulaire was lang verwacht aangezien in een eerdere circulaire van 21 december 2017 was aangekondigd dat het administratief standpunt inzake de omzetting van pensioenen in eigen beheer in een oudedagsverplichting in een addendum zou volgen. Uiteindelijk is de circulaire nauwelijks twee maanden vóór het einde van de Nederlandse uitfaseringsregeling dan toch gepubliceerd. Voor de inhoud van de circulaire verwijzen we naar het artikel in de wintereditie 2019 van dit magazine. Wij vroegen mr. Chantal Hendrickx een en ander nog wat nader te belichten. Waarover gaat het? Op grond van de Nederlandse wet ‘uitfasering pensioenen in eigen beheer’ kan een directeurgrootaandeelhouder vanaf 1 juli 2017 niet langer zijn aanvullend pensioen in eigen beheer, dit wil zeggen ‘op balans’, opbouwen. De Nederlandse wetgever heeft voor de reeds opgebouwde pensioenen in eigen beheer een overgangsregeling uitgewerkt. Met betrekking tot het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer heeft de directeur-grootaandeelhouder keuze uit drie mogelijkheden: i)

ii)

Ofwel volledig afkopen met een korting op de belastbare grondslag van 34,5% in 2017, 25% in 2018 en 19,5% in 2019. Vanaf 1 januari 2020 is afkopen niet meer mogelijk. Ofwel het pensioen in eigen beheer omzetten in een Nederlandse oudedagsverplichting zonder belastingheffing. Na 2019 is omzetten in een oudedagsverplichting niet meer mogelijk.

iii)

Ofwel het opgebouwde pensioen bevriezen. De op 1 juli 2017 bestaande opgebouwde pensioenen blijven dan onaangeroerd.

Fiscale behandeling in België van uitfasering pensioenen in eigen beheer De fiscale situatie van een directeurgrootaandeelhouder die in België woont, was niet duidelijk. In de praktijk rezen veel vragen. In een circulaire dd. 21 december 2017 verschafte de administratie een eerste toelichting bij de fiscale behandeling in België van de uitfasering van pensioenen in eigen beheer. Wanneer in België wonende directeur-grootaandeelhouders van in Nederland gevestigde vennootschappen de in eigen beheer opgebouwde pensioenen willen afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting (ODV), komt immers ook de Belgische heffingsbevoegdheid in beeld. De circulaire van 21 december 2017 behandelde de verdragsrechtelijke en internrechtelijke fiscale behandeling van de afkoop en van de bevriezing.


Bij de ingenomen standpunten kunnen toch wel wat vragen gesteld worden. Bovendien werd in de circulaire van 21 december 2017 géén standpunt ingenomen met betrekking tot de Belgische fiscale aspecten van een omzetting in een oudedagsverplichting (ODV). Aangezien de circulaire van 21 december 2017 een addendum aankondigde waarin het administratief standpunt met betrekking tot de omzetting in een ODV zou worden uiteengezet, en omdat het administratief standpunt inzake afkoop betwistbaar is, werd in de praktijk vastgesteld dat heel wat in België wonende directeur-grootaandeelhouders hun beslissing inzake uitfasering pensioen in eigen beheer uitstelden. Vaak is de omzetting in een ODV financieel de enige mogelijkheid (naast niets doen), aangezien niet altijd de nodige liquide middelen in de vennootschap aanwezig zijn om het pensioen in eigen beheer in kapitaal uit te keren (afkoop). Met het naderende einde van de uitfasering (31 december 2019) in zicht wilden steeds meer in België wonende directeur -grootaandeelhouders toch nog iets ondernemen. Het gebrek aan administratief standpunt inzake omzetting in oudedagsverplichting zorgde ervoor dat in de praktijk vaak in het luchtledige moest geadviseerd worden. Circulaire 2019/C/2019 van 18 oktober 2019 Geheel onverwacht publiceert de administratie dan toch nog zijn standpunt inzake de omzetting in een oudedagsverplichting, zij het weliswaar nauwelijks twee maanden voor het verstrijken van de uitfaseringsperiode. Hoewel betwistbaar, had de belastingplichtige én zijn adviseur nu tenminste kennis van het administratief standpunt. Met de circulaire 2019/C/109 komt er niet het aangekondigde addendum, maar publiceert de administratie naar eigen zeggen een volledig nieuwe toelichting bij de fiscale gevolgen in België van de uitfasering van pensioenen in eigen beheer. Er moet echter worden vastgesteld dat het administratief standpunt inzake afkoop en inzake bevriezing onveranderd blijft.

Administratief standpunt inzake afkoop blijft ongewijzigd Zo wordt het controversieel administratief standpunt inzake de fiscale gevolgen in België van een afkoop integraal hernomen in de nieuwe circulaire. Dit betekent onder meer dat de administratie nog steeds de betwistbare stelling inneemt dat het bedrag van de Nederlandse korting, die voorzien is voor de afkoop van pensioenen in eigen beheer, in België niet zal worden vrijgesteld. De heffingsbevoegdheid die de Belgische administratie claimt over het bedrag van de Nederlandse korting, kan ten stelligste betwist worden. Hierbij kan nuttig worden verwezen naar het arrest dd. 25 januari 2018 van het Hof van Cassatie (Cass., 25 januari 2018, nr. F.16.0060.N). Het Hof van Cassatie is van oordeel dat België een belastingvrijstelling moet verlenen aan zijn inwoners voor inkomsten behaald in Nederland, ook wanneer deze niet daadwerkelijk belast werden in Nederland. Het Hof van Cassatie is vaag in de motivering, maar verwijst impliciet naar de zogenaamde ‘Sidrodoctrine’ (‘exemption vaut impôt’). Ook het administratief standpunt inzake toepassing van het attractiebeginsel wanneer de DGA op het moment van de afkoop nog een opdracht uitoefent als bestuurder of zaakvoerder, kan ernstig betwist worden op grond van de rechtspraak. Het standpunt van de belastingdienst komt erop neer dat wanneer een DGA zijn pensioen in eigen beheer afkoopt terwijl hij op dat moment nog een opdracht uitoefent in de vennootschap als bestuurder of zaakvoerder, de afkoopsom wordt aangemerkt als een (progressief te belasten) bedrijfsleidersbezoldiging. Op dit moment loopt er voor de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, een procedure waarbij voormelde administratieve standpunten worden aangevochten. Bevriezing Ook met betrekking tot de Belgische fiscale aspecten van een bevriezing van de pensioenen in eigen beheer, herneemt de administratie in de nieuwe circulaire zijn eerder standpunt. De bevriezing van het pensioen in eigen beheer is ook in België fiscaal neutraal. De latere periodieke uitkeringen zijn in principe in België belastbaar (artikel 18, §1 Verdrag), tegen het progressieve tarief.


Omzetting in een oudedagsverplichting (ODV) De omzetting in een ODV is een alternatief om het opgebouwde pensioen in eigen beheer toch te kunnen beëindigen. De commerciële waarde van het pensioen mag tot 31 december 2019 worden afgestempeld naar de fiscale waarde en in directe samenhang daarmee worden omgezet in een oudedagsverplichting. Na een omzetting in een ODV is verdere opbouw niet meer mogelijk. De fiscale waarde wordt als oudedagsverplichting op de balans van de vennootschap opgenomen en jaarlijks opgerent met de marktrente of kan worden afgestort bij een verzekeraar of een bank. De directeur-grootaandeel kan deze ODV op elk moment, doch uiterlijk op het moment van het bereiken van de AOWgerechtigde leeftijd (67 jaar), aanwenden voor de aankoop van een (extern) lijfrenteproduct. Als er géén extern lijfrenteproduct wordt aangekocht, moet de ODV vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd over een periode van 20 jaar in gelijke delen worden uitgekeerd. Verdragsrechtelijke behandeling: omzetting in ODV dan wel in extern lijfrenteproduct In Nederland is de omzetting in ODV (ongeacht of dit intern gebeurt dan wel in een extern lijfrenteproduct) fiscaal neutraal. De Nederlandse fiscus stelt enkel de latere uitkeringen van de oudedagsverplichting belastbaar. De Belgische administratie neemt een tweedelig standpunt in op verdragsrechtelijk niveau. Wanneer de pensioenen in eigen beheer worden omgezet in een interne ODV is deze omzetting verdragsrechtelijk neutraal ‘in de zin dat er geen grensoverschrijdend inkomen wordt uitgekeerd’. Enkel de latere uitkeringen zullen op grond van artikel 18,

§1 Verdrag ter heffing aan de woonstaat worden toegewezen. Bij een omzetting in een (extern) lijfrenteproduct is de administratie van oordeel dat de bepalingen van artikel 18, §1 en §2 van het Verdrag van toepassing zijn. De administratie voegt eraan toe dat voor zover de heffingsbevoegdheid in dit geval aan Nederland toekomt, België hier geen vrijstelling zal verlenen, aangezien het inkomen in Nederland niet effectief belast werd. Ook hier kan men toch ernstige vragen stellen bij het administratief standpunt. Mijns inziens wordt er bij een omzetting naar een extern lijfrenteproduct ‘geen grensoverschrijdend inkomen uitgekeerd aan de belastingplichtige’. Het wordt immers afgestort bij een externe rechtspersoon. Bovendien voldoen zowel een omzetting in een extern lijfrenteproduct als een omzetting in een interne ODV niet aan de voorwaarden van artikel 364ter WIB 1992 om te kunnen spreken van een belastingvrije overdracht. Gelet op het administratief standpunt lijkt het echter aangewezen om (in eerste instantie) te opteren voor een omzetting in een interne ODV. Later kan dan nog altijd worden overgedragen naar een externe lijfrenteproduct. Ook bij de stelling dat wanneer Nederland de omzetting niet effectief belast, België géén vrijstelling zal verlenen, kunnen ernstige vragen gesteld worden. Zoals reeds gemeld, heeft het Hof van Cassatie in een arrest van 25 januari 2018 immers geoordeeld dat artikel 23 van het BelgischNederlands dubbelbelastingverdrag geen daadwerkelijke belasting in Nederland vereist opdat België een vrijstelling kan verlenen. Hoewel dit arrest door de administratie (en deel van de rechtsleer) bekritiseerd wordt, kan het nuttig worden aangewend om het administratief standpunt te ontkrachten.


Verdragsrechtelijke behandeling van uitkeringen van een extern lijfrenteproduct Volgens de administratie vallen de latere uitkeringen van een extern lijfrenteproduct onder het toepassingsgebied van artikel 18 van het Verdrag. Dit betekent dat de woonstaat (België) in principe hierover kan heffen. Wanneer echter de drie voorwaarden van artikel 18, §2 van het Verdrag cumulatief zijn voldaan, komt de heffingsbevoegdheid aan Nederland toe. In die situatie zal België deze inkomsten dan moeten vrijstellen met progressievoorbehoud. Zoals bekend, zijn de drie voorwaarden van artikel 18, §2 Verdrag de volgende : De opbouw van de pensioenen is in de bronstaat (Nederland) fiscaal gefacilieerd gebeurd; De pensioenuitkeringen worden in de woonstaat (België) niet belast tegen het normaal progressief tarief dan wel wordt niet minstens 90% van de uitkering in de belastingheffing betrokken De pensioenuitkeringen bedragen op jaarbasis minstens 25.000 euro

Zoals verder (internrechtelijke behandeling) in de nieuwe circulaire wordt bevestigd, gaat de administratie ervan uit dat de omzetting in een extern lijfrenteproduct een belastbare verrichting is (belastbare pensioenoverdracht), zodat de latere uitkeringen van het extern lijfrenteproduct niet kwalificeren als pensioenuitkeringen. Enkel de opbrengst van het afgestane kapitaal maakt voor een in B e lg ië wo ne n de d irect e u r grootaandeelhouder een roerend inkomen uit in de zin van artikel 17, §1, 4° WIB 1992. Het ‘roerend inkomen’ wordt forfaitair bepaald overeenkomstig artikel 20 WIB 1992 op 3% van het afgestane kapitaal, en is afzonderlijk belastbaar ad 30%. Gelet op de afzonderlijke taxatie van het roerend inkomen en ervan uitgaande dat het pensioen in eigen beheer in Nederland fiscaal gefacilieerd is opgebouwd, zal het bedrag van de jaarlijkse uitkering bepalen welke staat kan heffen over de uitkeringen van een extern lijfrenteproduct. Indien de uitkeringen minder dan 25.000 euro op jaarbasis bedragen, komt de heffingsbevoegdheid exclusief aan België toe. Indien de uitkeringen méér dan 25.000 euro

op jaarbasis bedragen, komt de heffingsbevoegdheid toe aan Nederland. België zal deze inkomsten vrijstelling met progressievoorbehoud, voor zover deze inkomsten effectief in Nederland worden belast. In de praktijk rijst de vraag op welke manier die vrijstelling met progressievoorbehoud moet/kan worden toegepast op de ‘lijfrenten’. Immers worden afzonderlijk belastbare inkomsten, indien ze in België niet vrijgesteld zouden zijn, niet in aanmerking genomen om het belastingtarief te bepalen van niet-vrijgestelde progressief belastbare inkomsten. Het kan dus niet dat indien de afzonderlijke belastbare inkomsten, indien ze in België vrijgesteld moeten worden, wel in aanmerking worden genomen om het progressief tarief te bepalen. In een arrest van 22 oktober 2019 heeft het Hof van Beroep te Antwerpen geoordeeld dat het vrijgestelde inkomen (dat principieel afzonderlijk belastbaar is) volledig buiten de belastingheffing moet blijven. Toch wordt in de praktijk vastgesteld dat de administratie een oneigenlijke toepassing blijft maken van de vrijstelling met progressievoorbehoud.

Internrechtelijke behandeling uitkeringen van een extern lijfrenteproduct Zoals hiervoor al aangehaald, gaat de administratie ervan uit dat de omzetting van een pensioen in eigen beheer in een extern lijfrenteproduct een belastbare verrichting is. De administratie stelt dat deze overdracht in België dezelfde fiscale behandeling ondergaat als een afkoop. Dit betekent volgens de administratieve zienswijze dat wanneer de directeurgrootaandeelhouder op het moment van de overdracht een opdracht uitoefent als bestuurder of zaakvoerder het zogenaamde attractiebeginsel van toepassing is zodat de overdrachtswaarde belastbaar is als een bedrijfsleidersbezoldiging in de zin van artikel 32 WIB 1992. Dit administratief standpunt gaat in tegen gevestigde rechtspraak. Indien op het moment van de omzetting in een extern lijfrentecontract géén mandaat meer wordt uitgeoefend, zal de overdrachtswaarde afzonderlijk belastbaar zijn ad 16,5% (tenzij globalisatie voordeliger is) wanneer de overdracht gebeurt ten vroegste naar aanleiding van zijn pensionering op de normale datum of in één van de vijf jaren die aan die datum voorafgaan. Wanneer de overdracht naar een extern lijfrenteproduct


plaatsvindt op een ander moment, zal het overgedragen kapitaal belastbaar zijn tegen het progressief tarief. De administratie geeft aan dat het feit van de daadwerkelijke pensionering uitsluitend moet worden beoordeeld met inachtneming van de stopgezette beroepswerkzaamheid uit hoofde waarvan het kapitaal is gevormd. Daarbij gaat de administratie ervan uit dat de bezoldigde beroepswerkzaamheid definitief wordt stopgezet bij het bereiken van een zekere leeftijd en er aan de betrokkene uit hoofde van die omstandigheid een wettelijk of ander pensioen wordt toegekend. De latere uitkeringen van het extern lijfrenteproduct zullen volgens de circulaire in België niet meer belastbaar zijn als pensioenuitkeringen. Zoals hoger gemeld, zal enkel het bevattend roerend inkomen in België belastbaar zijn tegen een afzonderlijk tarief van 30%. Internrechtelijke behandeling van een interne ODV Wanneer een ODV niet in een extern lijfrenteproduct gebeurt, zal deze ODV vanaf de AOWgerechtigde leeftijd in gelijke periodieke uitkeringen worden betaald over 20 jaar. Ook hier stelt de circulaire dat toepassing zal worden gemaakt van het attractiebeginsel wanneer de verkrijger op het ogenblik van de betaling nog een opdracht als bestuurder of zaakvoerder binnen de lijfrente-uitkerende vennootschap uitoefent. Ook hier kan men zich afvragen of het administratief standpunt standhoudt voor de rechtbanken en hoven van beroep. De circulaire geeft aan dat

de uitkeringen van een interne ODV belastbaar zijn als pensioenuitkeringen. Dat wil zeggen dat zij progressief belastbaar zijn. Het valt op dat in de circulaire niets wordt gezegd over de situatie waarin de directeur-grootaandeelhouder kan aantonen dat het pensioen in zijn individueel en definitief verworven voordeel werd opgebouwd. In voorkomend geval, zullen de pensioenuitkeringen mijns inziens niet progressief belastbaar zijn, doch zullen zij slechts ten belope van het bevattend roerend inkomen belastbaar zijn (afzonderlijke taxatie ad 30%). De kans bestaat dat de belastingadministratie het individueel en definitief verworven karakter van de pensioenopbouw zal trachten te betwisten. In voorkomend geval zal de rechtbank van eerste aanleg en/of het hof van beroep hierover het laatste woord hebben. Administratief standpunt: geen rechtszekerheid De circulaire betreffende pensioenen in eigen beheer van 18 oktober 2019 bevat echter meerdere standpunten die voor ernstige kritiek vatbaar zijn. Dit betekent dat belastingplichtigen en hun adviseurs ze best met de nodige reflectie toepassen en in het achterhoofd houden dat een discussie met de fiscus niet uitgesloten is. De eerste dossiers worden thans voorgelegd aan de rechtbanken en hoven van beroep. Hopelijk bieden de eerste gerechtelijke uitspraken perspectief voor menig DGA die beslist heeft tot één van de uitfaseringsmogelijkheden van het pensioen in eigen beheer.


Internationale fiscale aspecten van het pan-Europees persoonlijk pensioenproduct

Ivan Cools is partner bij het Nederlands-Belgisch Centrum, voorzitter van de Stichting grensarbeid, voorzitter van de BelgiumHolland Business Community, voorzitter van de Raadgevende Commissie GWO en redacteur van het Belgium-Holland Magazine©

Verordening 2019/1238 (de Verordening) betreffende een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) is afgelopen zomer in werking getreden. Hierdoor wordt het voor inwoners van de EU makkelijker om, via een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct, vrijwillig te sparen voor de oude dag. Het PEPP kan vanaf 2021 in Nederland en België worden aangeboden. De fiscale facilitering van het PEPP is niet in de Verordening opgenomen. In deze bijdrage behandel ik de internationale fiscale aspecten van het PEPP vanuit Nederlands fiscaal oogpunt. Achtergrond Het PEPP is het antwoord van de Europese Commissie op haar wens om staatspensioenen en pensioenopbouw via de werkgever aan te vullen. In de meeste lidstaten participeren burgers namelijk niet of nauwelijks in een (verplicht gestelde) pensioenregeling van de werkgever, het zogenaamde ‘tweede pijler pensioen’. Daarbij geldt dat slechts 27% van de Europanen tussen de 25 en de 59 jaar pensioen opbouwt via de werkgever en dat binnen de EU een groot verschil is tussen de participatiegraad van de werknemers in een pensioenregeling van de werkgever. Vanuit die optiek is de wens van de Commissie tot invoering van een pensioenproduct zoals het PEPP, begrijpelijk. Verder zal de Verordening volgens de Commissie bijdragen aan mobiliteit van werknemers binnen de EU. Uit onderzoek blijkt namelijk dat alle lidstaten een persoonlijk pensioenproduct kennen, maar dat de eigenschappen en fiscale facilitering van deze producten sterk van elkaar verschillen. De Commissie heeft het voorstel van Verordening

in juni 2017 gepubliceerd. Het aangepaste voorstel is in juni 2019 aangenomen door het Europees Parlement en vervolgens op 14 augustus 2019 in werking getreden. Als gevolg van een motie van de Tweede Kamer heeft Nederland als enige lidstaat tegen de Verordening gestemd. Aangezien voor inwerkingtreding van de Verordening geen unanimiteit was vereist, heeft deze tegenstem niet mogen baten. Volgens de Verordening heeft Europese toezichthouder EIOPA tot 15 augustus 2020 de tijd om lagere regelgeving uit te werken. Twaalf maanden na publicatie van deze lagere regelgeving, dus vanaf 2021, is het voor aanbieders mogelijk om een PEPP op de markt te brengen. Belangrijke eigenschappen Volgens art. 2 van de Verordening is een PEPP een individueel niet-bedrijfsgerelateerd pensioenproduct waarop een spaarder vrijwillig heeft ingeschreven. Dit product heeft als expliciet doel om een inkomen te verstrekken bij pensionering. Uit deze bepaling volgt dat het PEPP een product is uit de ‘derde pijler’ van het stelsel van oudedagvoorzieningen (persoonlijk pensioenproduct). Ook het Nederlandse kabinet ziet het PEPP als een persoonlijk pensioenproduct. De Verordening harmoniseert of vervangt geen bestaande persoonlijke pensioenproducten, maar zij harmoniseert de zogeheten kernmerken van een PEPP. Als een persoonlijk pensioenproduct voldoet aan al deze kernkenmerken, kan de aanbieder de bevoegde autoriteiten verzoeken om een kwalificatie als PEPP. Als dit verzoek is gehonoreerd, dienen de bevoegde autoriteiten de Europese toezichthouder EIOPA hiervan op de hoogte te stellen


en EIOPA neemt vervolgens het product op in het nog door haar te ontwikkelen openbaar register. Hiermee wordt vervolgens een gemeenschappelijk PEPP-paspoort gerealiseerd. Kenmerken Zoals hierboven aangegeven moet een persoonlijk pensioenproduct aan bepaalde kernkenmerken voldoen om als PEPP te kunnen kwalificeren. Behoudens bovengenoemde vergunningsverlening, betreft dit de kernkenmerken distributie en informatieverstrekking, beleggingsbeleid, de overstapdienst en grensoverschrijdend aanbod en grensoverschrijdende meeneembaarheid. Wij focussen ons op de grensoverschrijdende meeneembaarheid. Zoals ook elders geconstateerd, ligt hier de grote meerwaarde van het PEPP. De meeneembaarheid houdt in dat als een spaarder in een andere lidstaat gaat wonen, hij of zij het recht heeft om te blijven deelnemen in het PEPP. Als bijvoorbeeld een spaarder die inwoner van Nederland is, deelneemt in een PEPP die wordt uitgevoerd door een in Nederland gevestigde aanbieder, moet die aanbieder deelname in het PEPP mogelijk blijven maken nadat de spaarder in een andere lidstaat gaat wonen. Een aanbieder moet die meeneembaarheid volgens art. 17 van de Verordening mogelijk maken op verzoek van de spaarder. Het is dus niet zo dat een aanbieder een PEPP moet hebben dat vanaf dag één staat voor deelname vanuit alle lidstaten. Om er voor te zorgen dat een spaarder in elke lidstaat waar hij of zij woont, deel kan nemen in een PEPP, werkt het PEPP volgens art. 19 van de Verordening met een zogeheten compartiment per lidstaat. Met een compartiment wordt een nationale subrekening binnen een PEPP-rekening bedoeld. Een ander relevant kernkenmerk is de zogeheten overstapdienst, die is geregeld in art. 52 van de Verordening. Dit houdt in dat een spaarder het recht heeft om in de opbouwfase van het PEPP, het opgebouwde kapitaal te laten overdragen naar een aanbieder in een andere lidstaat, ongeacht of de spaarder zelf naar een andere lidstaat is verhuisd. Het recht om over te stappen ontstaat vijf jaar na het sluiten van de PEPP-overeenkomst. Het aanbieden van PEPP is volgens art. 6 van de Verordening mogelijk voor in de EU gevestigde kredietinstellingen, banken, beleggingsinstellin-

gen, verzekeraars en pensioenfondsen. Op verzoek van Nederland is in de Verordening opgenomen dat pensioenfondsen enkel een PEPP mogen uitvoeren, indien zij op grond van recht van de lidstaat waar zij zijn gevestigd, persoonlijke pensioenproducten mogen aanbieden. Dit recht hebben de Nederlandse pensioenfondsen en Nerderlandse (premie-) pensioeninstellingen niet. Fiscale behandeling in de opbouwfase De Verordening regelt de fiscale behandeling van het PEPP niet. Hier heeft de Commissie bewust voor gekozen. Aanpassing of harmonisatie van belastingregimes (voor persoonlijke pensioenproducten) vereist immers unanieme steun van de lidstaten, hetgeen over het algemeen onhaalbaar is. De fiscale facilitering van een PEPP wordt dus geheel overgelaten aan de lidstaten. Dit terwijl deze facilitering cruciaal is om het PEPP op termijn tot een succes te maken. Zoals hiervoor al aangegeven, blijkt namelijk dat alle lidstaten ten minste één persoonlijk pensioenproduct kennen en dat al die producten op de een of andere wijze fiscaal worden gefaciliteerd. Deze constatering is van belang, omdat als deelname in een PEPP in een lidstaat niet fiscaal gefaciliteerd is, maar deelname in een ander persoonlijk pensioenproduct wel, dit een belangrijke reden is om voor dit andere product te kiezen. Om de lidstaten te stimuleren belastingverminderingen toe te kennen met betrekking tot het PEPP, heeft de Commissie een aanbeveling over de fiscale behandeling van persoonlijke pensioenproducten opgesteld. In deze aanbeveling wijst de Commissie op het arrest van het Hof van Justitie van de EU met zaaknummer C-422/01. In dit arrest is beslist dat het in strijd is met het huidige art. 56 VWEU, als een verzekering die bij een in een andere lidstaat gevestigde verzekeraar wordt afgesloten en voldoet aan alle voorwaarden die het nationale recht voor aanvullende pensioenverzekering stelt, behalve aan de voorwaarde dat zij bij een op het nationale grondgebied gevestigde verzekeraar is afgesloten, uit fiscaal oogpunt anders wordt behandeld. Zoals ook elders is geconstateerd, zijn lidstaten dus in feite verplicht om het PEPP fiscaal te faciliteren, mits het PEPP op een juiste wijze is vormgegeven.


Zo is het denkbaar dat een spaarder die in lidstaat A woont, € 3.000 per jaar kan sparen, terwijl deze spaarder na verhuizing naar lidstaat B , € 15.000 per jaar kan sparen. Vanuit Nederlandse optiek is van belang dat, voor het verkrijgen van de fiscale facilitering van persoonlijke pensioenproducten, aan de voorwaarden van art. 3.124 t/m 3.127 Wet IB 2001 moet worden voldaan. Een belangrijke voorwaarde is dat de premie in beginsel is gemaximeerd op € 12.677 per jaar. Indien aan de voorwaarden van bovengenoemde artikelen wordt voldaan, zijn de premies ten behoeve van persoonlijke pensioenproducten aftrekbaar, met als consequentie dat de bijbehorende uitkeringen in box 1 belast zijn via art. 3.100 Wet IB 2001. Volgens de wetssystematiek geldt verder dat het opgebouwde kapitaal niet in box 3 wordt belast, tenzij geen fiscale facilitering heeft plaatsgevonden. Het Nederlandse kabinet heeft bevestigd dat indien een subrekening van een PEPP dusdanig wordt vormgegeven dat aan de voorwaarden van art. 3.124 t/m 3.127 Wet IB 2001 wordt voldaan, deelname in een PEPP fiscaal gefaciliteerd is. Elders in de EU gevestigde aanbieders kunnen ook fiscaal gefaciliteerd een PEPP aanbieden in Nederland, indien zij bereid zijn

om aan de informatieverplichtingen en de waarborgen omtrent belastingheffing zoals bedoeld in art. 3.126 Wet IB 2001 te voldoen. Het voldoen aan de voorwaarden van art. 3.126 Wet IB 2001 is niet eenvoudig, maar ook geen onoverkomelijk obstakel voor elders in de EU gevestigde aanbieders die de Nederlandse markt willen betreden. Uitgangspunt bij belastingheffing over PEPP -uitkeringen Zoals gesteld zijn lidstaten in feite verplicht om het PEPP vanuit fiscale optiek hetzelfde te behandelen als lokale persoonlijke pensioenproducten, mits een subrekening van het PEPP op een juiste wijze is vormgegeven. De meeste lidstaten zullen hier weinig bezwaar tegen hebben wat betreft PEPP-uitkeringen. Uit onderzoek blijkt immers dat de meeste lidstaten uitkeringen uit hoofde van lokale persoonlijke pensioenproducten in de belastingheffing betrekken. Verder is relevant dat in het geval het PEPP in de opbouwfase niet fiscaal is gefaciliteerd, lidstaten op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU in principe verplicht zijn om uitkeringen buiten de belastingheffing te laten. Uiteraard is denkbaar dat de spaar-


der tijdens ontvangst van een PEPP-uitkering buiten de EU woonachtig is. De woonstaat van de spaarder zal dan geen rekening hoeven te houden met de bovengenoemde jurisprudentie. Indien de spaarder in meerdere lidstaten PEPP heeft opgebouwd en/of de spaarder in een andere staat woont dan de lidstaat waar het PEPP is opgebouwd, is de vraag welke staat of staten heffingsrecht hebben over de uitkering. Indien de staten in kwestie een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting (belastingverdrag) hebben gesloten, is het antwoord op deze vraag in principe aldaar opgenomen. Hoewel art. 18 van het OESOmodelverdrag ten aanzien van pensioen voorziet in een exclusieve woonstaatheffing, wordt er in belastingverdragen ook van afgeweken. Het pensioenartikel van belastingverdragen voorziet namelijk regelmatig in een beperkte bronstaatheffing, denk daarbij aan het belastingverdrag tussen Nederland en België. Indien evenwel geen belastingverdrag van toepassing is, zal een spaarder veelal aangewezen zijn op een eventuele regeling ter voorkoming van dubbele belasting, die geldt voor inwoners van de woonstaat van de spaarder. Nederlands-Belgisch belastingverdrag Wat betreft de door Nederland gesloten belastingverdragen, kan bij de verdeling van heffingsrecht over pensioenen een onderscheid worden gemaakt tussen drie soorten verdragen. Dit zijn de belastingverdragen die gedurende de periode 2001-2011 in werking zijn getreden. Dit is het gevolg van wijzigingen in het fiscaal verdragsbeleid in 1998 en in 2011. Hierna bekijken we de voor het PEPP relevante bepalingen aan de hand van het belastingverdrag tussen Nederland en België. Het pensioenartikel van dit verdrag ziet op pensioen en soortgelijke beloningen waaronder persoonlijke pensioenproducten, zodat PEPPuitkeringen hier in principe onder vallen. Op basis van dit verdrag heeft Nederland exclusieve woonstaatheffing over periodieke uitkeringen die voortvloeiden uit een in België opgebouwd PEPP, mits Nederland de uitkeringen daadwerkelijk belast. Verder heeft Nederland het recht om periodieke PEPP-uitkeringen aan een inwoner van België te belasten, indien en voor zover het PEPP in de opbouwfase in Ne-

derland fiscaal is gefaciliteerd en België niet of nauwelijks belasting heft. Nederland heeft daarnaast het recht om een eenmalige uitkering aan een inwoner van België die voortvloeit uit een in Nederland opgebouwd PEPP, te belasten, ongeacht de wijze waarop de uitkering in België wordt belast. Overdracht naar een aanbieder Zoals aangegeven heeft een spaarder via de overstapdienst het recht om het PEPP in de opbouwfase over te laten dragen naar een andere aanbieder. In het geval van een overstap naar een andere in Nederland gevestigde aanbieder, moeten vanuit fiscaal oogpunt geen onoverkomelijke problemen worden verwacht. Anders is dit voor een eventuele overstap van een in Nederland gevestigde aanbieder naar een elders in de EU gevestigde aanbieder. Op grond van art. 3.133 Wet IB 2001 wordt bij een dergelijke overstap, de fiscale facilitering die in de opbouwfase van het PEPP is verleend, in beginsel volledig teruggenomen en is 20% revisierente verschuldigd. Met inachtneming van het toptarief uit de inkomsten- en loonbelasting, wordt het totaal van de betaalde premies hierdoor in principe tegen 71,75% belast in het jaar van de eventuele overstap. Zoals ook elders geconstateerd, zal bij dergelijke belastingtarieven geen weldenkend spaarder gebruik maken van het recht om het opgebouwde PEPP over te dragen naar een elders in de EU gevestigde aanbieder. De sanctie van art. 3.133 Wet IB 2001 is niet van toepassing, indien het PEPP wordt overgedragen naar een aanbieder zoals bedoeld in art. 3.126 lid 1a onderdeel d Wet IB 2001. Dit is de elders in de EU gevestigde aanbieder die bereid is om aan de voorwaarden uit bovengenoemd artikel te voldoen. Dit zijn de voorwaarden die ook gelden voor de elders in de EU gevestigde aanbieder, die een PEPP wil aanbieden dat in Nederland fiscaal gefaciliteerd wordt. Deze voorwaarden zijn evenwel dusdanig zwaar, dat het vooralsnog onwaarschijnlijk geacht kan worden dat een elders in de EU gevestigde aanbieder hier enkel voor een overdracht van een PEPP aan wil voldoen. Aangezien het Nederlandse kabinet evenwel niet voornemens is om de fiscale wetgeving dusdanig te wijzigen dat voor het PEPP soepele voorwaarden


gelden voor de elders in de EU gevestigde aanbieder, die een PEPP wil aanbieden dat in Nederland fiscaal gefaciliteerd wordt. Deze voorwaarden zijn evenwel dusdanig zwaar, dat het vooralsnog onwaarschijnlijk geacht kan worden dat een elders in de EU gevestigde aanbieder hier enkel voor een overdracht van een PEPP aan wil voldoen. Aangezien het Nederlandse kabinet evenwel niet voornemens is om de fiscale wetgeving dusdanig te wijzigen dat voor het PEPP soepele voorwaarden gelden dan voor andere persoonlijke pensioenproducten, is het niet te verwachten dat het overdragen van een PEPP naar een elders in de EU gevestigde aanbieder, de komende jaren wel aantrekkelijk wordt vanuit fiscaal oogpunt. Toch kan het een belangrijk motief vormen middels overdracht van (persoonlijk) pensioenkapitaal meerdere kapitalen te consolideren, met als doel het behalen van schaalvoordelen. Als op die wijze kan worden bewerkstelligd dat opbouw van het PEPP bij één aanbieder plaatsvindt ongeacht de woonplaats van de spaarder, is er vanuit die optiek weinig urgentie om de Nederlandse fiscale obstakels van de overstapdienst aan te pakken. Conserverende aanslag Voor zover een spaarder in Nederland fiscaal gefaciliteerd een PEPP heeft opgebouwd en emigreert, mag de Nederlandse belastingdienst een conserverende aanslag opleggen op grond van art. 3.136 Wet IB 2001. Het belastbare be-

drag van die conserverende aanslag is in beginsel gelijk aan de hoogte van de in het verleden fiscaal gefaciliteerde premies plus 20% revisierente. De conserverende aanslag leidt niet tot daadwerkelijke belastingheffing, tenzij een in art. 3.133 Wet IB 2001 genoemde verboden handeling zoals afkoop plaatsvindt. Indien een dergelijke handeling niet plaatsvindt in de tien jaar na emigratie, komt de conserverende aanslag te vervallen op grond van art. 26 Invorderingswet 1990. Aangezien de systematiek van de conserverende aanslag van art. 3.136 Wet IB 2001 per 1 januari 2019 is aangepast conform het arrest van de Hoge Raad van 14 juli 2017, is er wellicht ook geen sprake meer van strijdigheid van die conserverende aanslag met het EU-recht. Uw belang Herkent u zich in de hierboven beschreven situatie van regelmatig wijzigende grensoverschrijdende tewerkstelling, dan kan meeneembaarheid van pensioen voor u tezijnertijd eventueel een optie zijn. Houdt u er wel rekening mee dat het van groot belang zal zijn de fiscale consequenties van de te maken keuzes, goed af te wegen. In die zin is het wellicht ook nog nuttig te weten dat Nederland en België onderhandelen over een nieuw belastingverdrag, waaronder de toewijzing van het heffingsrecht over pensioenen ter discussie staat. Wellicht ook in die zin nuttig om vooralsnog even de kat uit de boom te kijken…


Nederlandse medewerking aan buitenlandse pensioenoverdracht blijft een probleem Ivan Cools is partner bij het Nederlands-Belgisch Centrum, voorzitter van de Stichting grensarbeid, voorzitter van de BelgiumHolland Business Community, voorzitter van de Raadgevende Commissie GWO en redacteur van het Belgium-Holland Magazine©

Anders dan bij het zogenaamde pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP), speelt er met Nederland nog een andere pensioenkwestie. Zo heeft de Europese Commissie Nederland een advies gestuurd waarin staat dat Nederland haar belastingregels moet aanpassen, zodat die niet langer belemmeren dat pensioen dat in Nederland is opgebouwd kan worden meegenomen als je naar het buitenland verhuist. Het Nederlandse kabinet wijst die Europese inmenging in belastingen en pensioenen van de hand. De Europese Commissie is daarom voornemens Nederland voor het Hof van Justitie van de EU te brengen. Zoals bekend is fiscaliteit een nationale competentie, zodat EU-lidstaten in beginsel autonoom zijn op het gebied van hun fiscale wetgeving. Daarentegen geldt natuurlijk wél dat de zogenaamde Europese vrijheden dienen gewaarborgd, op grond waarvan het vrije verkeer van onder meer burgers, werknemers, kapitaal niet zou worden belemmerd. Maar Nederland heeft op het terrein van pensioenoverdracht tot op heden geen al te meegaande positie ingenomen, hoofdzakelijk om geen belastinginkomsten mis te lopen. Nederland legt bij grensoverschrijdende overdracht nog steeds conserverende aanslagen op en daarnaast wordt het voor buitenlandse pensioenuitvoerders quasi onmogelijk gemaakt om in Nederland actief te zijn wegens allerlei aanvullende verplichtingen. De Europese Commissie heeft startte al in 2012 een inbreukprocedure en dreigt Nederland nu voor het Hof van Justitie van de EU te brengen, al lijkt het Nederlandse kabinet vooralsnog niet onder de indruk onder verwijzing naar haar autonome positie ter zake van de fiscale behandeling van pensioenen. Fiscaliteit In de meeste EU-lidstaten wordt aanvullende pensioenopbouw, hetzij via een werkgever

(tweede pijler), hetzij op individuele basis (derde pijler), fiscaal gefaciliteerd. Dat kan bijvoorbeeld door de eigen premiebijdragen fiscaal in aftrek toe te staan en de werkgeversbijdragen in de opbouwfase niet tot het fiscale loon te rekenen en fiscaal af te rekenen (heffingsmoment) bij uitkering van het pensioen. Deze systematiek is algemeen bekend als de ‘omkeerregeling’. Maar het is nu precies in deze situaties dat de toegestane facilitering in de opbouwfase wordt verleend door het ene land, maar dat het heffingsrecht bij uitkering toekomt aan een ander land waar de rechthebbende naartoe is geëmigreerd. Zo is dat op grond van het actuele NederlandsBelgische dubbelbelastingverdrag ook tussen België en Nederland het geval. Hoewel er in dit belastingverdrag beperkende bepalingen zijn opgenomen, loopt Nederland over het algemeen toch wel wat belastinginkomsten mis en daar wringt dan ook meteen het schoentje. Afkoop Waardeoverdracht van Nederlands opgebouwd pensioen wordt in beginsel als afkoop van het pensioen gezien, wat volgens zowel de Pensioenwet als de Wet op de Loonbelasting 1964 niet is toegestaan.


Stelt een belanghebbende toch zo’n ‘verboden fiscale handeling’, dan leidt dit tot directe progressieve belastingheffing en invordering van 20% revisierente. Al snel betaalt de ‘ongelukkige’ dan tot 71,75% inkomstenbelasting over de afkoopsom. Om deze forse aanslag bij grensoverschrijdende waardeoverdracht te voorkomen kan actueel wél worden geopteerd voor het zogenaamd laten aanwijzen van de buitenlandse pensioenuitvoerder. In de praktijk is dit evenwel geen evidentie, nu buitenlandse pensioenuitvoerders zich dan moeten laten aanwijzen door de Nederlandse minister, wat met zich brengt dat ze de individuele pensioenovereenkomst niet alleen aan Belgische regels dienen te toetsen, maar ook blijvend aan de Nederlandse. Zo moet de buitenlandse pensioenuitvoerder zich confirmeren aan het verstrekken van aan-

vullende informatievoorzieningen en garant te stellen voor de invordering van de verschuldigde belasting. Daarenboven moeten deze buitenlandse pensioenuitvoerders zekerheid stellen in Nederland. Dat kan door het verstrekken van een onder meer een bankgarantie of zakelijk onderpand. Slechts weinige buitenlandse pensioenuitvoerders staat hiervoor in de rij. Tegenstelling We moeten dan ook vaststellen dat er enige frictie op de lijn zit waar het gaat om enerzijds het vrijwaren van de Europese vrijheden en anderzijds de fiscale autonomie waarop Nederland zich beroept. Of een procedure voor het Hof van Justitie van de EU zou leiden tot Nederlandse bijsturing op korte termijn is echter nog maar zeer de vraag.


Kamervragen omtrent voortgang onderhandelingen nieuw Nederlands-Belgisch dubbelbelastingverdrag Federaal kamerlid Kathleen Depoorter (N-VA) heeft op verzoek van het Nederlands-Belgisch Centrum vragen gesteld aan bevoegd federaal minister Alexander De Croo (Open VLD) omtrent de voortgang van de onderhandelingen over een nieuw te sluiten dubbelbelastingverdrag tussen Nederland en België. Zoals bekend zijn de ambtelijke onderhandelingen ‘on hold’ gezet eind 2018, in afwachting van een nieuwe Belgische federale regering met volle bevoegdheden. Een van de cruciale thema’s die op tafel ligt is de wijziging van heffingsbevoegdheid over pensioenen. Hieronder leest u de vraag die door Kathleen Depoorter werd gesteld. In principe dient de vraag tegen 26 juni aanstaande beantwoord te worden. Vraag Nederland wenst artikel 18 van het actuele dubbelbelastingverdrag met België, waarbij de heffingsbevoegdheid over pensioenen en soortgelijke beloningen is toegewezen aan de woonstaat van de belastingplichtige, te wijzigen in die zin dat het heffingsrecht over pensioenen en soortgelijke beloningen ter heffing worden toegewezen aan de bronstaat. De heffing aan de bronstaat geniet volgens het Belgisch standaardmodel ook de voorkeur. Kunt u aangeven of een dusdanige wijziging bij de onderhandelingen met Nederland ook de voorkeur geniet van België? En zo ja: of de belastingheffing op basis van de bronstaat gelijk spoort met de toewijzing van de premieplicht voor de sociale zekerheid? In welke mate wordt er afbreuk gedaan aan het beginsel dat gepensioneerden die in eenzelfde land wonen na premieheffing en belastingen eenzelfde koopkracht hebben bij eenzelfde bruto pensioen? Wat zouden hiervan de budgettaire meer- of minderontvangsten zijn voor België? Hoeveel actueel gepensioneerden die in België wonen, genieten een pensioen uit de bronstaat Nederland? Hoeveel actueel gepensioneerden die in Nederland wonen, genieten een pensioen uit de bronstaat België? Wat zijn de gevolgen voor actueel in België wonende gepensioneerden in de verdragsrelatie? Zullen zij meer of minder personenbelasting betalen wanneer Nederland de heffingsbevoegdheid zou verkrijgen over de Nederlandse pensioenen? Verschilt uw antwoord naargelang het belastbaar pensioen onder, tussen of boven de grensbedragen ligt zoals vermeld in artikel 152 WIB92? Wordt er onderhandeld over een overgangsregeling op grond waarvan actueel gepensioneerden in de verdragsrelatie geen financieel nadeel zouden ondervinden van de wijziging?


Belgium-Holland Business Community De Belgium-Holland Business Community is de exclusieve crossborder kennis- en netwerk-organisatie waar professionals en bedrijfsleiders/managers elkaar ontmoeten, en richt zich in het bijzonder op het terrein van: Company directors HR-managers Crossborder tax law experts Crossborder social security law experts Crossborder labour law experts Crossborder payrolling experts Crossborder corporate law experts Crossborder estate planning experts Jaarlijks komen deze professionals enkele malen samen om kennis en ervaringen te delen en te netwerken. De bijeenkomsten van de Belgium-Holland Business Community hebben een vast patroon, waaronder: Inhoudelijke lezingen door deskundigen omtrent grensoverschrijdende fiscaliteit, sociale zekerheid, arbeidsrecht, ondernemingsrecht, etc‌ Kennis– en ervaringsuitwisseling Uitgebreide warme lunch Netwerken

Hebt u belangstelling voor de werking en eventueel toetreding tot de Belgium-Holland Business Community, neemt u dan gerust even contact op met secretariaat@nederland-belgisch-centrum.be. Wij zenden u dan graag de toetredingsvoorwaarden en selectiecriteria toe.


CULTUUR __________________


Taalunie organiseert de Week van het Nederlands Het Vlaams-Nederlands huis deBuren en de Taalunie werken samen om met de Week van het Nederlands een breder cultureel netwerk te bereiken en het belang van het Nederlands met meer slagkracht onder de aandacht te brengen. De Week van het Nederlands is een ode aan de Nederlandse taal. Tijdens die week kan iedereen activiteiten organiseren waarin het Nederlands centraal staat. De Week van het Nederlands, die plaatsvindt van 3 tot en met 10 oktober, is dit jaar al aan de zesde editie toe. Vorig jaar kon je van Groningen tot Louvain-la-Neuve en van Nijmegen tot Brugge deelnemen aan meer dan 60 activiteiten en dit jaar hoopt de organisatie daar nog een schepje bovenop te doen. Het wordt een week vol festiviteiten, on- en offline taalspelletjes, debatten, lezingen en andere acties die het Nederlands in de bloemetjes zetten. De veelzijdigheid van het Nederlands is dit jaar de rode draad.

nier waarop ze zich verhouden tot taal in hun werk. Dit jaar wordt een extra laag aan dat ambassadeurschap toegevoegd met Radna Fabias en Wannes Cappelle om, geĂŻnspireerd door hun liefde voor taal, samen iets nieuws te maken. Week van het Nederlands en Covid-19? Het coronavirus en de maatregelen om de verspreiding ervan te voorkomen zullen in oktober nog niet verdwenen zijn. De organisatoren gaan ervan uit dat er nog steeds geen grote groepen mensen bij elkaar kunnen komen en dat een veilige afstand tussen mensen onderling moet worden bewaakt, al dan niet met mondmasker. Maar laat dit de pret niet drukken! Vorig jaar droegen al verschillende partners op Facebook en Instagram hun steentje bij met quizjes, taaltips, woordmopjes en andere acties die het Nederlands centraal stelden. Dit jaar zet de Week van het Nederlands extra in op initiatieven die online zullen plaatsvinden. Binnenkort kan je op www.weekvanhetnederlands.org kennismaken met organisaties die de voorbije periode de vertaalslag hebben gemaakt naar een sterk online aanbod.

Twee nieuwe ambassadeurs! In 2019 werkten de organisatoren voor de eerste keer met twee zorgvuldig gekozen ambassadeurs. De Vlaamse schrijver Ish Ait Hamou en de Nederlandse dichteres Ellen Deckwitz beten toen de spits af. Beiden waren openhartig over hun relatie met het Nederlands en de ma-

Want daar draait het tijdens de Week van het Nederlands ook om: elkaar inspireren en kennis doorgeven.


Nederbelgische Joke van Leeuwen is nieuwe gastschrijver Rijksuniversiteit Groningen Joke van Leeuwen is de nieuwe gastschrijver van de Rijksuniversiteit Groningen. In die hoedanigheid tekent de schrijver, illustrator, dichter en performer in het collegejaar 2020-2021 voor drie openbare lezingen en een reeks werkcolleges. Sinds 1986 is elk jaar een gastschrijver verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. De gastschrijver verzorgt openbare lezingen en een reeks werkcolleges. Onder anderen Willem Wilmink, Gerrit Krol, Bernlef, Joost Zwagerman, Kader Abdolah, Arthur Japin en Edward van de Vendel gingen Joke van Leeuwen voor. De in Nederland geboren, deels in België opgegroeide en tegenwoordig in Antwerpen wonende Joke van Leeuwen schrijft proza en poëzie, tekent, maakt theaterprogramma’s en treedt op als performer. Ze kreeg in 1994 de C. Buddingh-prijs voor haar dichtbundel ‘Laatste lezers’, in 2000 de Theo Thijssenprijs voor haar kinderboeken, in 2010 de Gouden Ganzenveer, en in 2013 de AKO Literatuurprijs voor haar roman ‘Feest van het begin’ en de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre.

Als gastschrijver van de Rijksuniversiteit Groningen zal ze in drie openbare lezingen evenveel verschillende thema’s bespreken: haar achtergrond als Nederbelg,

de manieren waarop tekst en beeld elkaar kunnen beïnvloeden,

en moderne, maar ook historische uitingen van passie en seks.

Daarnaast geeft ze werkcolleges aan een geselecteerde groep studenten, waarbij ze de studenten zal begeleiden bij het schrijven van korte teksten.

Fotograaf: Koos Breukel


Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond Doorheen woelige jaren uitgegroeid tot een belangrijk cultuurhuis in Amsterdam Het Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond in Amsterdam doet bij menigeen wellicht een belletje rinkelen. Maar om goed te kunnen kaderen wat er precies de grondslag en bestaansreden van is, gingen we graag in gesprek met haar Vlaamse directeur Bart Govaert. Tumultueuze start Inmiddels zowat een kleine 40 jaar geleden, op 23 mei 1981 om precies te zijn, opende het centrum de deuren van haar initiële toneelzaal, expositieruimte, bibliotheek en een caférestaurant. Het centrum had als doel de Vlaams -Nederlandse samenwerking te bevorderen, de Vlaamse culturele identiteit te profileren en kunst en cultuur uit Vlaanderen een podium te geven in Amsterdam, als springplank naar andere locaties in Nederland. Doordringen op de markt was het doel, professionele programmatoren en opiniemakers een representatieve staalkaart laten zien, was de strategie. De opening van het Vlaams Cultureel Centrum (VCC) bleef niet onopgemerkt. Vlaamse kunstenaars protesteerden op het plein voor de deur luidruchtig tegen wat zij beschouwden als een geldverslindend prestigeproject – ‘de grootse Belgenmop ooit’ –, terwijl de economie en de cultuursector in Vlaanderen een ernstige crisis doormaakten. Toenmalig Nederlands minister van Cultuur Til Gardeniers stond een kwartier lang in de verdrukking tussen de demonstranten en een dichte deur van het VCC. Later zei toenmalig Belgisch minister Rika De Backer, bevoegd voor Nederlandse gemeenschapszaken, de ‘bekommernis’ van de critici te delen. Maar er volgden nog woelige tijden, immers al binnen het jaar moest toenmalig directeur Paul de Broe het veldruimen, met achterlating van een administratieve chaos. Bij de installatie van zijn opvolger Walter Lerouge bleven de twaalf personeelsleden demonstratief afwezig, omdat ze al maanden geen salaris hadden ontvangen. De Vlaamse golf Het grote publiek leerde de Brakke Grond in 1982 en van 1986-1990 vooral kennen van het televisieprogramma ‘Sonja’ met Sonja Barend.

Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig maakte Nederland dan eindelijk kennis met een ‘Vlaamse golf’ van theatermakers, waar de Brakke Grond niet alleen aan meewerkte, maar ook van profiteerde. Vlaamse gezelschappen die in de vroege jaren tachtig de Brakke Grond bespeelden waren onder meer Toneelgezelschap Ivonne Lex, theatergroep Arena, Raamtheater, Het Speeltheater, Bent en het Mechels Miniatuur Theater. Exposities toonden in die jaren jonge Vlaamse schilders, Vlaamse meubelontwerpen of Vlaanderen in oude kaarten. In de tweede helft van de jaren tachtig luidden voorstellingen van de Blauwe Maandag Compagnie van Guy Joosten en Luk Perceval in de Brakke Grond de komst van veel meer Vlaamse theatermakers naar Nederland in. Onder hen Ivo van Hove, Dirk Tanghe, Jan Lauwers, Lucas Vandervost, Jan Decorte, Jan Fabre en Guy Cassiers. Zij brachten acteurs als Warre Borgmans, Jan Decleir, Els Dottermans, Chris Nietveld, Lieneke Le Roux, Pjeroo Roobjee, Dries Wieme, Ilse Uitterlinden, Johan Van Assche, Katelijne Damen en Vic De Wachter mee.


Integratie De Brakke Grond begon steeds nadrukkelijker aan invloed te winnen. Bij decreet van de Vlaamse overheid kreeg het centrum in 1992 de aangescherpte opdracht om de culturele integratie van de Vlaamse Gemeenschap met Nederland te bevorderen via de promotie van Vlaamse culturele uitingen. Het programma van voorstellingen, exposities, debatten en lezingen groeide allengs in betekenis. In een VlaamsNederlandse dialogenreeks werden mensen als Jan Hoet en Rudi Fuchs bij elkaar gebracht. De programmering gebeurde in nauw overleg met het VCC, zodat Vlaamse gezelschappen als De Blauwe Maandag Compagnie, De Tijd en De Korre zowel in de Rode Zaal van de Brakke Grond als in Frascati waren te zien. Spreiding Echt prikkelend werd de programmering nadat die eind jaren negentig ter hand werd genomen door Michel Price en zijn medewerker Piet Menu. Met bijvoorbeeld het performancefestival Something Raw, dat internationaal aanzien verwierf, gaven zij de Brakke Grond een eigen profiel. Het VCC had ondertussen alweer een nieuwe opdracht gekregen van de Vlaamse overheid. Vanaf 1999 moest het beleid zich meer gaan richten op spreiding van Vlaamse kunst en cultuur over heel Nederland door deze met name onder de aandacht te brengen van intermediairs. Vanaf 2002 kreeg de Brakke Grond ook meer eigen beleidsruimte nadat het was omgevormd van een Vlaamse overheidsinstelling tot een zelfstandige stichting naar Nederlands recht met een binationale raad van bestuur. De Brakke Grond vormde als stichting inmiddels een spilfunctie in de Vlaams-Nederlandse culturele betrekkingen en groeide uit tot een van de interessantste kunstenpodia van de stad Amsterdam. Het publiek was navenant toegenomen en ook meer divers en jonger geworden. Brug tussen Nederland en Vlaanderen Piet Menu werd in 2012 hernieuwd aangesteld als directeur van de Brakke Grond, maar werd vrijwel meteen geconfronteerd met een dreigende opheffing van het instituut. Die sluiting werd in 2013 afgewend toen de Vlaamse overheid besloot de subsidie toch voort te zetten. De Brakke Grond koerste aan op een verbreding van disciplines met onder andere mode en design. Ook streefde Menu naar meer samenwerking tussen Vlaamse en Nederlandse organisaties, waarbij het Vlaams Cultuurhuis vaker als coproducent

ging optreden. Een voorbeeld is Grensverkeer, een samenwerking met Festival Cement en het Vlaamse deBuren, ter ondersteuning van jong talent. De nieuwe koers zorgde voor een verdubbeling van het publiek en grotere zichtbaarheid via digitale media. En zo komen we finaal bij dehuidig directeur Bart Govaert, voormalig directeur cultuur bij de Stad Antwerpen, die sinds oktober 2017 directeur is van de Brakke Grond. Met Bart Govaert wil de Brakke Grond zijn huidige koers, de belangrijkste makelaar voor Vlaamse kunst en cultuur in Nederland zijn, voortzetten. Actueel We ontmoeten Bart Govaert in hartje Antwerpen, waar hij tot op heden met zijn echtgenote Anouk en hun twee zonen, woont, al is dat relatief. Ik woon met mijn gezin in Antwerpen, maar zelf verdeel ik mijn tijd tussen mijn thuisstad en Amsterdam. Door de coronacrisis heb ik de afgelopen tijd overigens hoofdzakelijk vanuit Antwerpen gewerkt, maar normaal pendel ik wekelijks met de trein tussen Antwerpen en Amsterdam. De Brakke Grond heeft al een hele geschiedenis, maar wat mogen we in de nabije toekomst verwachten? Er wordt gewerkt op drie programmalijnen, beeldende kunst, podiumkunsten en muziek en zoals steeds staan daarbij nog steeds Vlaamse makers centraal. Daarvoor gaan we op zoek naar werk dat complementair is aan of onderscheidend is van wat er in het Nederlandse kunstenveld al wordt gemaakt. Meer beeldend gezegd, hoe onderscheiden de Vlaamse kunsten zich van de Nederlandse. We presenteren in eigen huis, in de Nes in centrum Amsterdam, maar zijn ook een netwerkorganisatie die op zoek gaat naar zoveel mogelijk relevante samenwerkingspartners in Nederland. Zo zoeken we telkens opnieuw een zo correct mogelijke context voor Vlaamse makers om hun werk te kunnen presenteren. Daartoe verkiezen we duurzame trajecten met makers boven eenmalige presentatiekansen en dus zijn we telkens op zoek naar vervolgstappen op het moment dat we een samenwerking opstarten. In die zin zeg ik altijd dat de Brakke Grond een multidisciplinair, gezellig, eigenzinnig, origineel huis moet zijn voor innoverende Vlaamse kunst in het centrum van Amsterdam, maar met een werking die resoneert in heel Nederland.


In welke mate kan de Brakke Grond actueel nog worden aangemerkt als cultureel ambassadeur van Vlaanderen in Nederland? Naar mijn volle overtuiging worden we in Nederland zeker zo gepercipieerd. De Brakke Grond brengt Vlaamse makers op heel veel verschillende manieren in contact met het Nederlandse veld. En we worden door onze Nederlandse partners ook effectief erkend als expert voor wat betreft het Vlaamse kunstenveld. Onder meer daartoe gebruiken we ons directe netwerk wat weer samenwerkingsverbanden genereert met tal van Vlaamse partners zoals Vooruit, Toneelhuis, deSingel, Nona, MoMu, Z33, Middelheim, Museum M, Beursschouwburg, VIBE, AB, Trix, Campo, ‌ Vlaanderen heeft zich dus op cultureel gebied aardig weten te positioneren in de Nederlandse hoofdstad der kunsten Dat is uiteraard ook het opzet. Onze activiteiten worden, in nauw contact en overleg met de

Vlaamse Vertegenwoordiging in Nederland, uitgezet. Daarenboven is er ook structureel overleg met OnsErfdeel, deBuren, het Vlaams Fonds voor de Letteren, het Nederlands voor de Letteren en de Taalunie. Je noemde al DeBuren, maar op welke wijze wordt grensoverschrijdend samengewerkt met zeg maar jullie Nederlandse equivalent in Brussel, samengewerkt? Er is structureel overleg en heel regelmatige afstemming tussen de Brakke Grond en deBuren. Verschil is wel dat deBuren zowel door Nederland als door Vlaanderen ondersteund worden en dus in de twee richtingen actief is. We proberen enerzijds zo complementair mogelijk te zijn en anderzijds elkaar te helpen en te ondersteunen waar mogelijk. En dat zowel op het vlak van logistiek als van expertise. Zo hebben we samen vorig jaar nog het OverBruggen-project getrokken, waarbij werden de drempels geĂŻnventariseerd die Vlaamse of Nederlandse makers ervaren bij het uitbreiden van hun kunstpraktijk naar respectievelijk Nederland en Vlaanderen.


Wat mogen de lezers programmatorisch verwachten in de tweede helft van het jaar op het terrein van de podiumkunsten? Door de huidige onduidelijkheden over de corona-maatregelen in het najaar is er zeer veel geschoven en gepuzzeld en zijn er ook nog wel wat onzekerheden, maar desalniettemin staat er toch al een en ander in de planning. Zo onder meer het Amsterdam Fringe Festival. Voor het vierde jaar is de Brakke Grond het festivalhart van het Fringe Festival en bieden we zo ruimte aan jonge en experimentele makers. Daarnaast bieden we extra ondersteuning in de vorm van slaapplek en publiciteit aan de Vlaamse makers die op het festival staan. In het verleden is het Fringe Festival voor jonge Vlaamse makers een goede opstap gebleken naar het Nederlandse veld, zoals voor het Antwerpse collectief More Dogs, die nu hun tweede productie maken onder de vleugels van Orkater, of Bastiaan Vandendriessche, die dit jaar genomineerd is voor de Toneelschrijfprijs. Daarnaast is er ook weer het

Nederlands Theaterfestival, al krimpt dat dit jaar noodgedwongen in en zal hun selectie voornamelijk worden getoond in de theaters rond het Leidseplein. Wel bieden wij slaapplek aan de Vlaamse makers uit de selectie. Dit zijn voornamelijk makers met wie wij eerder hebben samengewerkt.. En dan is er ook het Brainwash Festival Voor de tweede keer werken we inderdaad samen om vijf jonge theatermakers uit te nodigen om op basis van een filosofisch uitgangspunt een theatrale presentatie te maken. Brainwash biedt de makers een financiĂŤle bijdrage, de Brakke Grond selecteert samen met Brainwash de makers. Dit jaar bestaat het Vlaamse aandeel uit Sien Vanmaele, SalomĂŠ Mooij en Ahilan Ratnamohan. Ze zullen hun presentaties drie keer spelen in het kader van de speciale Wanderlusteditie van Brainwash, die overigens na een week al was uitverkocht.


Het tweede luik, de Beeldende Kunst laat zich ook niet onbetuigd? We presenteren in september de eerste duoexpositie van fotografen Thomas Vandenberghe uit Temse en Sybren Vanoverberghe uit Kortrijk. Hun verschillende achtergrond, opleiding en fotografische benadering nodigt uit hun werk tegenover en naast elkaar te zetten. Ondanks de verschillen in werkwijze, stijl en vormtaal, zijn er ook zeker raakvlakken, zoals hun fascinatie voor de foto als een document van tijd. Thomas en Sybren zijn overigens de oprichters van NO/ Gallery in Gent, een kunstruimte opgericht door en voor kunstenaars. NO/Gallery is ook hun gezamenlijk atelier en doka. De tentoonstelling vindt plaats ten tijde van Unseen Amsterdam en er worden randprogramma's en/of (VIP) rondleidingen georganiseerd waarbij de kunstenaars aanwezig zijn. Midden december openen we dan onze winterexpo met Filip Vervaet, daarover volgt binnenkort meer info. Zonder meer een aantrekkelijk programma, al begrijpen we dat de muzikale programmalijn nog enige onzekerheid biedt?

Helaas hebben de corona-maatregelen vooral de muzieksector drastische gevolgen, waardoor er inderdaad nog veel onzekerheid is over het najaar. Zo werd ‘dBG & Cinetol presenteren Noah Lee, Ivy Falls en Eva Serena’ al noodgedwongen verplaatst naar het voorjaar van 2021. Daarnaast starten we een samenwerking met Cinetol om aanstormend talent uit verschillende

genres te presenteren in de Amsterdamse popzaal. Cinetol is een van de plekken om jong talent te zien in Amsterdam en werkt bijvoorbeeld ook nauw samen met Paradiso. Voor september stond een indiepop avond gepland met twee Vlaamse acts en een Nederlandse, die laatste gecureerd door Cinetol, maar vanwege de coronacrisis hebben we ook hier besloten om het optreden te verplaatsen naar een later moment, begin 2021. En in samenwerking presenteren we ongeveer ieder kwartaal een Vlaamse en Nederlandse act in poppodium EKKO in Utrecht, maar ook dit programma is inmiddels verplaatst naar september en, omdat we maar een beperkt aantal bezoekers kunnen ontvangen, moeten we nogmaals verplaatsen naar een moment later in 2020 of begin 2021. Tenslotte is er het jaarlijkse elektronische showcase festival en conferentie ‘Amsterdam Dance Evenet’ dat in afgeslankte vorm ingepland staat voor oktober. Wij zijn alvast bijzonder geboeid door de programmatie. Hoe zou, zeg maar een ‘dagje’ Brakke Grond er kunnen uitzien voor nieuwsgierige lezers? Behoudens de inderdaad boeiende programmatie valt er vanzelfsprekend te genieten van een heerlijk kopje koffie op het terras van ons eetcafé. Nesplein is een unieke oase van rust en ruimte in het drukke stadscentrum van Amsterdam. En ’s avonds kan er worden gegeten, alvorens een Vlaamse theatervoorstelling mee te pikken.

Bart Govaert is 47 jaar en heeft met zijn echtgenote Anouk twee zonen (Cas en Flor). Hij studeerde af als master in de Germaanse Taal- en Letterkunde én in de Wijsbegeerte. Hij begon zijn loopbaan in de kunsteducatie bij Piazza dell’ Arte vzw, werd aansluitend adviseur cultuur, sport en evenementen op het kabinet van toenmalig burgemeester van Antwerpen, Patrick Janssens (2005 – 2009), waar hij nadien ook perswoordvoerder werd (20092012). In 2012 werd hij aangesteld als coördinator van de Antwerpse cultuurcentra en in 2013 als directeur cultuur van de stad Antwerpen. Sinds oktober 2017 is hij directeur bij de Brakke Grond.


Euregio Jeugdorkest ondanks coronacrisis in volle voorbereiding op bruisend najaar

Ingevolge de Covid-19 uitbraak zijn er in het voorjaar jammer genoeg heel wat zaken afgelast voor het Euregio Jeugdorkest (EJO). Er stonden een aantal mooie concerten op het programma, onder meer in deSingel te Antwerpen, De Doelen van Rotterdam, Muziekgebouw Eindhoven en samenwerking met philharmonie zuidnederland, maar die werden dus helaas afgelast. Wat betreft de (nabije) toekomst is het EJO momenteel (weliswaar met de nodige realiteitszin) zich aan het klaarstomen om met een nieuw programma en heel wat nieuwe orkestleden aan de bak te kunnen vanaf september. Zo staat er een prachtig programma te wachten, maar zijn het vooralsnog de afstandsregels tussen de musici die momenteel nog wat kopzorgen baren. Onder voorbehoud wil het EJO heel graag opstarten en houden ze intussen minutieus de nieuwe maatregelen hieromtrent in het oog.

Maar de opstart met ongeveer 95 musici is onder de huidige omstandigheden geen sinecure. Er zullen dus nog wat versoepelingen nodig zijn om concreet van start te kunnen gaan. Naast de moeilijke regeling rond afstand tussen de orkestleden, is er immers ook de hele logistiek van de musici die allen van ver komen (gastgezinnen, catering, ..). Programma BETOVEREND (najaar 2020 en uiteraard onder voorbehoud) Raakt u ook wel eens betoverd door muziek? De talentvolle jongeren van het Euregio Jeugdorkest betoveren hun publiek al vele jaren en nemen jullie deze keer mee in een wereld van fantasie en tovenarij. Voor de pauze enkele lugubere verhalen: een prachtig verhaal over de Middagheks van Dvorak die je komt halen als je, ‘Oh wee!’, niet rust en geniet van een welverdiende middagpauze. Heel bekend is sowieso het verhaal van


de doden die tussen middernacht en het kraaien van de haan gewekt worden in Danse Macabre van Saint-SaÍns. Een spectaculaire heksensabbat in de rauwe oorspronkelijke versie van Moussorgsky’s Nacht op een kale berg sluit de eerste helft van het concert af. Na de pauze opent het orkest met de 2 laatste delen uit de Symphonie Fantastique van Berlioz. Daarna volgt de Tovenaarsleerling van Dukas, gebaseerd op een ballade van Goethe

en wereldberoemd geworden door de film Fantasia. Eindigen doet het EJO in stijl met Adventures on Earth uit E.T. van John Williams. Een helse en overdonderende droomrit! Speeldata (voor de laatste info ivm tickets, uren, adressen en eventuele wijzigingen, zie www.euregiojeugdorkest.com)

24 oktober 2020 25 oktober 2020 21 november 2020 22 november 2020

Factorium (Tilburg) De Warande (Turnhout) Lievekamp (Oss) Concertzaal (Tilburg)

9 januari 2021

Nieuwjaarsconcert, Gemeenschapscentrum (Hoogstraten) Nieuwjaarsconcert, deSingel (Antwerpen)

17 januari 20201


HISTORIE __________________


Het Chassé Citadelmonument in Ginneken In het jaar 1830 veroverde België zijn onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dat dit niet zonder slag of stoot ging is wellicht een understatement. De Belgische Revolutie was inderdaad een gewapende opstand tegen koning Willem I der Nederlanden die tot afscheiding van de zuidelijke provincies leidde en tot de onafhankelijkheid van België. Na de Franse Revolutie en de val van Napoleon hadden toenmalige grootmachten zoals de Duitse Staten en het Verenigd Koninkrijk een bufferzone gecreëerd door de Belgische gebieden toe te wijzen aan het nieuwe Nederlandse koninkrijk, maar dat was gebeurd zonder binnenlandse inspraak. Autoritair Willem I had, zoals alle Europese leiders van na 1815, een autoritaire regeerstijl. Zo voortvarend als hij de economie stimuleerde, zo conservatief was zijn politiek. De economie stimuleerde hij met de oprichting van de Generale Maatschappij, die aan de wieg stond van de industriële revolutie in de Zuidelijke Nederlanden. Zijn conservatieve politiek bleek uit de o nde rve rt ege n woord ig ing van Zu id Nederlanders in het bestuur en de legerleiding, hoewel ze een groter deel van de bevolking en het leger uitmaakten. Het zogenaamde Taalbesluit van 1819, dat het Nederlands langzamerhand als ambtstaal in de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg invoerde, zorgde voor enige weerstand in het zuiden, waar Wallonië, de kerkelijke leiders, de adel en de bourgeoisie in Vlaanderen Frans spraken. De katholieken – de meerderheid van de bevolking – eisten enerzijds vrijheid van onderwijs en godsdienst, terwijl de nieuw-liberalen en de republikeinen anderzijds bezwaren hadden tegen de repressieve regeerstijl van Willem I. Dit leidde tot het unionisme en toen dit samengaan, geleid door jonge intellectuelen, aan kracht won, werd de afscheiding een ernstig alternatief. In 1829 verhevigde de oppositie van de Zuid-Nederlandse

parlementsleden in de Staten-Generaal. Vooral het Franstalige deel van de burgerij uitte zijn ongenoegen met 'patriottische banketten' en 'petities' naar Den Haag. Het strafrechtelijk beteugelen van de oppositie maakte dat 'martelaars' zoals Louis de Potter nationale bekendheid kregen en in republikeinse kringen tot het heldendom opklommen. De Stomme van Portici Een opvoering van de opera ‘De Stomme van Portici’ van Daniel Auber op 25 augustus 1830 in Brussel bleek uiteindelijk (mede) de aanleiding tot georganiseerde rellen van voornamelijk Fransgezinde jacobisten en republikeinen en uitzinnig volksrumoer, die door de burgerij met een inderhaast gevormde burgerwacht in


bedwang werd gehouden. Het Voorlopig Bewind van de Zuidelijke Nederlanden riep op 4 oktober 1830 de onafhankelijkheid uit. Het regeringsleger reageerde op de kleine troepenmacht die de nieuwe Belgen in Brussel verzamelden, maar was niet voorbereid op een guerrillaoorlog in de middeleeuwse stadsstraten. Na gevechten her en der geraakte het grotendeels Franstalige leger in ontbinding en werd het uit de zuidelijke provincies verdreven als het niet overliep naar de Belgische zijde. Een Nationaal Congres werd verkozen, een staatsvorm – de constitutionele monarchie – werd zeer tegen de zin van de republikeinen gekozen, een naar de normen van de tijd liberale grondwet werd uitgevaardigd en een koning werd gekozen die aan de mogendheden vertrouwen kon geven. Antwerpen De pogingen van Willem I om de zuidelijke provincies te blijven bezetten, leidde in de daarop volgende jaren nog tot regelmatige gevechten. Zo sneuvelden in 1832 bij de verdediging van de Citadel van Antwerpen, tal van Nederlandse soldaten, die onder leiding van generaal Chassé in de ‘Tiendaagse Veldtocht’ het onderspit moesten delven tegen een grote Franse troepenmacht, die Koning Willem I dwongen de zelfstandigheid van de zuidelijke Nederlanden

te accepteren op condities die voor de noordelijke Nederlanden ongunstig waren. Generaal Baron David Hendrik Chassé (1765-1849) voerde het bevel over de citadel van Antwerpen tijdens de belegering door de Fransen en ontleende hieraan zijn status van nationale held. Na zes maanden krijgsgevangenschap keerden de Nederlandse troepen met hun generaal aan het hoofd in Nederland terug. Op de Citadel van Antwerpen waren hun gesneuvelde kameraden achtergebleven. Maar de oudstrijders rustten niet, voordat hun stoffelijke overschotten naar Nederland zouden mogen worden teruggebracht. Het zou echter nog veertig jaar duren voordat het zo ver was. Koning Willem lll, wiens vader als kroonprins Willem tijdens de 'Belgische Opstand' zo'n belangrijke rol had gespeeld, was een warm voorstander van de overdracht. Dat dit pas in 1870 bespreekbaar werd, kwam mede door het feit dat men toen in Antwerpen overging tot de sloop van de oude vesting. Daarbij zat men danig in de maag met de daar aanwezige graven van de Nederlandse militairen die in 1832 waren gesneuveld. Overdracht van de stoffelijke overschotten aan Nederland zou niet alleen als een gebaar van verzoening kunnen worden gezien, maar loste tevens dat praktische probleem op.


Citadelmonument In 1871 zou een reünie van de toen al bejaarde oud-strijders in Breda plaatsvinden, wat meteen een mooie gelegenheid was om aan de herbegraving de nodige militaire luister bij te zetten. De commissie die de overdracht van de stoffelijke overschotten moest regelen, had besloten om deze op het kerkhof van de N.H. Kerk van Ginneken opnieuw ter aarde te bestellen. De keuze was op deze begraafplaats gevallen, omdat daar ook de toenmalige opperbevelhebber generaal Chassé lag begraven. En zo kwam de koning in 1874 zelf naar Ginneken om het opgerichte Citadelmonument te onthullen. Oud-strijders hielden iedere vijf jaar een reünie om daarmee de gedachte aan de roemrijke dagen van de Tiendaagse Veldtocht en van de verdediging van de Citadel van Antwerpen levendig te houden. Het duurde echter nog tot 1907 vooraleer generaal Chassé bij zijn manschappen aan de voet van het monument werd bijgezet.


Chassé Generaal Baron David Hendrik Chassé (1765-1849) werd na zijn terugkeer uit zijn Antwerpse krijgsgevangenschap belast met het commando over de vesting van de stad Breda, de stad was immers door de afscheiding van de zuidelijke gewesten een belangrijke grenspost geworden. Toen in 1839 de staat van beleg werd opgeheven, werd de toen 70-jarige veldheer gepensioneerd. De koning benoemde hem nog tot lid van de Eerste Kamer. Chassé was een der laatste veldheren van de oude stempel en had een bijzonder avontuurlijke carrière. Hij vocht aan de zijde van de Nederlandse patriotten, de Franse revolutionairen en keizer Napoleon. In 1814 ging hij over in Nederlandse dienst en vocht tegen de Fransen en de Belgen. In 1899 werd, bij de opening van de Chassékazerne, door de gemeente Breda een buste van de generaal aangeboden. Hij moet bij zijn ondergeschikten een geliefde commandant zijn geweest. Ondanks de strenge tucht die hij handhaafde, trachtte hij bij het krijgsbedrijf zijn mannen zoveel mogelijk te sparen, wat hem volgens de overlevering de bijnaam 'papa Chassé' opleverde. Niet verwonderlijk dat de naam Chassé ook vandaag nog een begrip is in Breda. Denk maar aan het Chassé-theater en het Stadsarchief en het Bredase Museum die werden ondergebracht in de Chassékazerne. Het Taalbesluit was een op 15 september 1819 door koning Willem I der Nederlanden uitgevaardigd Koninklijk Besluit. Willem I liet in dit Koninklijk Besluit afkondigen dat voortaan alle overheidsinstanties alsook notarissen in de provincies OostVlaanderen, West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg verplicht waren om in hun contacten met het volk en hun ondergeschikten - indien deze dit wensten - het Nederlands (in het Besluit de landstaal genoemd) te gebruiken. Hij bepaalde ook dat vanaf 1 januari 1823 het Nederlands de enige ambtelijke taal zou zijn. Het was vooral Willems minister van justitie, Cornelis Felix van Maanen, tevens de vurigste pleitbezorger voor een krachtdadige invoer van het Nederlands als ambtstaal in de nieuwe zuidelijke gewesten, die zich met de uitvoering van het Taalbesluit bezighield. Hij wist dan ook successen te boeken, maar toen vanaf 1828 de ontevredenheid in de zuidelijke gewesten over het bewind van Willem I toenam, werd ook het Taalbesluit door diens opposanten aangevallen.


GRENZELOOS ONDERNEMEN __________________


Nederlands uitzendkantoor introduceert nieuwe filosofie op Vlaamse markt In Vlaanderen verschaft de uitzendsector werk aan meer dan 100.000 personen en produceert voor 3 miljard euro bruto toegevoegde waarde. De sector is zo rechtstreeks goed voor 3,9% van de totale Vlaamse werkgelegenheid en 1,7% van de totale Vlaamse bruto toegevoegde waarde. De helft van de tewerkstelling van de uitzendsector gebeurt voor de tertiaire sector, vooral in de opslag en vervoerondersteunende activiteiten en in de groothandel. In de nichemarkt ‘industriële procestechnieken’ hinkt de Vlaamse uitzendsector enigszins achterop. Net in die branche wil Nederlands marktleider Pro Industry voortaan het verschil gaan maken. Wij togen op onderzoek en werden door algemeen directeur Tim Andeweg ontvangen in het nagelnieuwe kantoor aan het hippe Antwerpse Eilandje. Met in totaal 18 vestigingen in Nederland, 2 in Duitsland en sinds februari van dit jaar ook een eerste locatie in België, wil de aanvankelijk als recruiter gestarte maar inmiddels tot algemeen directeur opgeklommen Tim Andeweg, met zijn medewerkers Anthony Marijnissen (een Nederlander die al enkele jaren in het Antwerpse woont) en Joachim Hansoul (uit de Belgische suikerstad Tienen), op een geheel eigen manier de Vlaamse markt veroveren. We richten we ons op alle bedrijven die een eindproduct of halffabricaat produceren, met bijzondere aandacht voor de knelpuntmarkt van technische profielen, zoals proces- en machineoperators, productiemedewerkers en engineers. Hoofdzakelijk komen daarbij de chemische en farmaceutische industrie in beeld, maar ook de voedingsmiddelenindustrie heeft de volle aandacht. Specifieke aanpak Onze accountmanagers werken niet standaard vanuit een ‘ivoren toren’, maar gaan effectief de boer op om geschikte kandidaten te ontmoeten. Het liefst ontmoeten ze de kandidaatuitzendmedewerker in diens eigen habitat. Dat kan bij de kandidaat thuis zijn, of ergens in diens woonomgeving. Dat spaart de kandidaat reistijd en geeft ons meteen een goed zicht op de kandidaat. Voor Vlaanderen is dit een geheel nieuwe werkwijze en klinkt het misschien een beetje revolutionair, maar in Nederland werkt het alvast prima.

Juiste match In de zoektocht naar geschikte profielen gaan wij er, anders dan andere partijen, overigens vanuit dat het vinden van de juiste match meer inhoudt dan het koppelen van een cv aan een vacature. Wij zijn met name geïnteresseerd in de toegevoegde waarde die een kandidaat kan geven aan een functie. In die zin zijn onze accountmanagers ook zelf behoorlijk technisch geschoold zodat ze vakinhoudelijk kunnen meepraten met kandidaten. En eenmaal de uitzendkracht aan de slag is houden de accountmanagers nauw contact door wekelijks bij te praten met de werknemer omtrent diens inzichten en bevindingen. Ook worden werkgevers regelmatig bezocht, zodat ontwikkelingen op het terrein niet aan hen voorbij zouden gaan, en opdat snel en flexibel kan worden ingespeeld op veranderende situaties.

Het is wellicht een open deur intrappen door te stellen dat technische profielen bijzonder schaars zijn. Werkgevers happen dan ook doorgaans snel toe als ze een geschikte kandidaat vinden en geven wellicht de voorkeur aan een vaste arbeidsovereenkomst ten nadele van werken via een uitzendkantoor? Precies daar proberen we toch op in te spelen. De markt is krap, maar er zijn best wel wat kandidaten die nog niet onmiddellijk voldoen aan de (kennis)voorwaarden om meteen in vaste dient te treden bij een werkgever, maar net daarom adviseren we kandidaten graag over diverse


opleidingsmogelijkheden en ontwikkeltrajecten bij werkgevers Hoewel het water in eerste instantie nog wat te diep kan lijken voor een vaste dienstbetrekking én omdat het in België voor werkgevers niet meer is toegestaan arbeidsovereenkomsten met een proeftijd aan te bieden, vullen wij graag de mogelijkheid in om via uitzendwerk een eerste kennismaking tussen de kandidaat werkgever en werknemer te introduceren, die dan idealiter na enige tijd kan leiden tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur tussen de partijen. Nederlandse branie Nederlanders worden in Vlaanderen nog wel eens argwanend bekeken. Hoe ‘matcht’ de directe stijl van de Nederlander en de wat terughoudender, geslotener eigenheid van de Vlaming in deze context? Toegegeven, het was in het begin even aanpassen, al woon ik zelf in Breda, en ben ik in die zin toch haast al een soort reserve-Belg. Maar er zijn uiteraard altijd de typische clichés over de

risicomijdende Belg en de ondernemende Hollander, maar in de praktijk vallen de verschillen best wel mee. Soms merk je dat het in kleine dingen zit, die als je die eenmaal van elkaar begrijpt, best wel eenvoudig te overbruggen zijn. Het werkt zo je wil eigenlijk best wel verrijkend. Corona Pro Industry is nu zowat vijf maanden actief in Vlaanderen, valt al iets te zeggen over verdere expansie? Momenteel is het vooral voet aan de grond krijgen. De eerste 2 maanden liepen eigenlijk onverwacht goed, maar dan werden ook wij geconfronteerd met de corona-impact. Hoewel we verwachten dat we vanaf juli weer volop de markt op zullen kunnen, blijven het vooralsnog onvoorspelbare tijden. Maar, het gevoel zit goed en eenmaal de trein, net als in Nederland en Duitsland, vertrokken is, zijn we ervan overtuigd dat onze aanpak ook in Vlaanderen een succes kan worden.

Pro Industry is gevestigd aan de Entrepotplaats 4 te Antwerpen en kan voor meer informatie worden gecontacteerd via tim.andeweg@pro-industry.be


VERENIGINGSLEVEN __________________


Benev werkt aan nauwe Nederlands-Belgische vriendschapsbanden Tussen Nederland en België bestaan er diverse samenwerkingsverbanden. In de eerste plaats denken we dan onvermijdelijk aan talloze al dan niet door de overheden gefaciliteerde samenwerkingsinitiatieven die een direct belang nastreven voor bepaalde regio’s en/of betrokkenen. Daarnaast bestaan er evenwel ook samenwerkingsverbanden die pakweg eerder maatschappelijk, sociaal of cultureel geïnspireerd zijn. In deze categorie laten we u alvast graag kennis maken met de BelgischNederlandse Vereniging, of kortweg Benev, een vereniging van Belgen en Nederlanders die zich tot doel stelt te streven naar een nauwe en vriendschappelijke samenwerking en naar al wat een goede verstandhouding tussen beide landen kan teweegbrengen en verstevigen. Op het zonnige terras van een bekende bistro bij het Antwerpse Nachtegalenpark, ontmoeten we de Nederlandse en Belgische bestuursleden van Benev Antwerpen, Frans van der Walle, Michel Collen, Corry van Gastel en Willemijn Driessen. Voorzitter Frans van der Walle steekt van wal en schetst dat de vereniging inmiddels alweer zeventig jaar geleden werd gesticht. Het is 1950 en precies vijf jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog. Europa is zoekende naar een nieuw evenwicht, naar nieuwe verhoudingen. Grenzen zijn nog echte grenzen met daarbinnen sterk op zichzelf gerichte volkeren met helaas vele vooroordelen ten opzichte van de inwoners van andere landen. Geen moderne communicatiemiddelen en een veel beperktere mobiliteit dan thans het geval is. In 1950 ontmoeten elkaar de Belg Jules Meulenberghs en de Nederlander Cornelis van Haaren. Na enkele frisse pinten in de schaduw van de kathedraal van Antwerpen maken zij een nuchtere afspraak: Belgen en Nederlanders zullen voortaan verbroederen. Na nog een aantal anderen te hebben overtuigd ontstaat op 28 april 1950 de eerste telg uit de Benev familie: Benev Antwerpen. Actueel tellen we meerdere afdelingen in België en één in Nederland. De Antwerpse afde-

ling is de grootste met 183 leden. Een tiental jaren is Antwerpen ook de enige tot er in de jaren zestig in een rap tempo is uitgebreid met Gent (1960), Brugge (1961), Zeeland (1962), Brussel (1963), Limburg (1963) en Liège (1965). Begin jaren zeventig komt daar nog bij Benev Noord-Brabant te Breda, een afdeling die helaas door fusie voor Benev verloren is gegaan. In die tijd worden door de Benevs in België merendeels activiteiten georganiseerd die de voornamelijk Belgische leden wegwijs maken in de Nederlandse cultuur, maatschappij en samenleving. Omgekeerd doen de Nederlandse Benevs hetzelfde. Hierdoor worden vooroordelen weggenomen, ontstaat er meer begrip voor elkaars standpunten en wordt de weg geplaveid voor een intensievere samenwerking. Waar Benev toen voor stond, daar staat zij nu nog voor. U vindt het op het briefpapier van nagenoeg alle aangesloten verenigingen: ‘Het streven naar nauwe en vriendschappelijke samenwerking en naar al wat een goede verstandhouding tussen België en Nederland kan teweegbrengen en verstevigen’. De invulling en daarmee de uitvoering is echter veranderd. Met name in de Belgische Benevs. De oorzaak

is gelegen in de grote golf van Nederlanders die om verschillende redenen België als residentie hebben gekozen. Dit maakt dat de


Benevs in de grensstreek zich meer en meer richten op Belgische onderwerpen en op de verhouding BelgiĂŤ-Nederland. Nadat in 1988 de afdeling Noord Nederland gevestigd in Groningen is opgericht, sluit Benev aan bij de nieuwe ontwikkelingen. Thans bloeit Benev meer dan ooit. In de jaren negentig zijn gesticht: Benev Kempen (1993), Benev Maasland (1997), Benev Zuid-Oost Brabant (1997), Benev West-Brabant/ Noorderkempen (1998) en tenslotte in 2000 Benev Namur. Inmiddels organiseert Benev op regelmatige basis meetings met interessante gastsprekers en organiseert het jaarlijks ook enkele uitstappen naar onder meer musea en concerten. In een recent verleden ontving Benev Antwerpen voor een causerie onder meer : Kees van der Waaij, voorzitter van de Raad van Commissarissen van Unilever Nederland Holdings BV; Bart De Wever, burgemeester van Antwerpen en Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, die tijdens een druk bijgewoonde bijeenkomst met elkaar in debat gingen; professor Rik Torfs, ere-rector van en hoogleraar aan de KU Leuven; Barones Els

Witte, emeritus-hoogleraar en ere-rector van de Vrije Universiteit Brussel en Jan Maniewski, oudste kleinkind van Willem Elsschot. In het aankomende najaar worden door Benev Antwerpen Jinnih Beels, schepen van de Stad Antwerpen, bevoegd voor onderwijs, jeugd, integratie en inburgering en professor Herman Van Goethem, rector van de Universiteit Antwerpen, verwacht. Kortom, meerdere aantrekkelijke sprekers tekenden present en dat zal in de toekomst niet anders zijn. En ofschoon de vereniging nog steeds in volle bloei is, hoopt secretaris Michel Collen ook nieuwe en vooral jongere kandidaat -leden te mogen begroeten. We willen de lezers inderdaad oproepen dat, voor zover ze zich aangesproken voelen door onze doelstellingen, ze zeker een keer in contact moeten treden. We zullen ze dan graag uitnodigen ter nadere kennismaking met onze werking. In contact treden met Benev Antwerpen kan rechtsreeks met de secretaris middels een mailbericht aan michel.collen@telenet.be. In komende edities van het magazine zullen we de lezers alvast graag mee op de hoogte houden van aankomende evenementen.


HET ZUIDEN __________________


Belgen lopen minder warm voor Spaans vastgoed Het aantal Belgen dat in Spanje een woning koopt, is voor het eerst sinds 2006 gedaald. Er is een terugval van 10 procent. De oorzaak is wellicht de sterke stijging van de vastgoedprijzen en de coronacrisis. Belgen alom tegenwoordig Sinds de financiële crisis van 2008 kochten Belgen massaal appartementen en villa’s in Spanje. Naar schatting 25.000 Belgen deden dat voor de zon, de aangename sfeer en omdat het zo goedkoop was. Ze zitten overal aan zee, van de Costa del Sol in Andalusië tot de Costa Blanca in de regio Valencia, van Tenerife op de Canarische Eilanden tot Mallorca op de Balearen. Overigens verdubbelde de voorbije 10 à 15 jaar het aantal buitenlanders dat in Spanje een woning kocht, tot liefst 65.000 per jaar. De opmars van de Belgen was nog frappanter. Hun aantal vermenigvuldigde met een factor ‘18’, van 328 in 2006 naar 4.108 in 2018. Belgen groeiden daarmee uit tot de naar rato sterkste investeerders in Spaans vastgoed. In absolute cijfers moeten ze enkel de Britten, Fransen en Duitsers laten voorgaan, maar die zijn dan ook met heel wat meer. Financiële crisis De ietwat vermogende Belg kwam, volgens onderzoek van de Europese Centrale Bank, beter uit de financiële crisis dan de meeste Europeanen, in het bijzonder de Spanjaarden. Op dat ogenblik had die Belg relatief weinig

vastgoedschulden en veel spaargeld. Spanje kwam snel in het vizier, een tweede verblijf in Frankrijk was en is immers aanzienlijk duurder. Echter, ook de prijzen van Spaans vastgoed zijn de voorbije jaren flink gestegen, gemiddeld met 6 à 7 procent per jaar. In 2017 en 2018 was zelfs sprake van stijgingen met respectievelijk 11 en 17 procent. Na de zware crisis tussen 2008 en 2015, toen de prijzen in Spanje met gemiddeld 33 procent daalden, kwam er een stevig, maar nog altijd gedeeltelijk herstel. In het bijzonder de Costa del Sol lijkt de algemene prijsstijging op een hoger niveau te tillen, waar andere regio’s eerder achter blijven.

Evenwicht Inmiddels lijkt de prijsontwikkeling, mogelijk door een dreigend overaanbod, te temperen. Voor 2019 lag die nog rond de 3 procent, voor 2020 zou een verdere afvlakking naar goed 2 procent worden verwacht. Verwacht wordt dat vanaf 2021 in de meeste kustgebieden het evenwicht tussen vraag en aanbod opnieuw is hersteld. Op enkele locaties, met als belangrijkste het mondaine Marbella, wordt verwacht dat het iets langer duren.


Europese Commissie sleept Spanje voor de rechter om vermogensbelasting Spanje zal opnieuw te maken krijgen met het Hof van Justitie van de EU, dit keer vanwege de zogenaamde vermogensbelasting. Buitenlandse bezittingen Na diverse waarschuwingen heeft de Europese Commissie besloten Spanje voor het Hof van Justitie van de EU te brengen, vanwege de onevenredige sancties die het land oplegt wanneer bezittingen in het buitenland niet worden opgegeven. Het gaat in dit geval om de ‘declaración de bienes y derechos en el extranjero’ ofwel de vermogensbelasting of ‘Modelo 720’. Het betreft hier een aanpassing van de belastingwet als deel van de regelgeving die frauduleuze activiteiten in Spanje vervolgt. Daardoor is het met ingang van 1 januari 2013 verplicht te informeren over de goederen en rechten die iemand heeft in het buitenland. Dat geldt dan voor alle fiscale residenten (inwoners) van Spanje, waaronder dus ook buitenlanders die officieel in wonen. Hof van Justitie van de EU Inmiddels heeft de Europese Commissie de resultaten van het onderzoek gepubliceerd en aangegeven dat ze de Spaanse Staat voor het Hof van Justitie van de EU daagt, vanwege de onevenredige boetes die het systeem met zich meebrengt. De Commissie is immers van oordeel dat, hoewel de maatregelen van model 720 in principe toereikend kunnen zijn

om de nagestreefde doelstellingen te bereiken, te weten preventie en bestrijding van belastingontwijking en fraude, ze onevenredig geacht kunnen worden. Volgens de Commissie maakt het model 720 in de huidige vorm dan ook inbreuk op het recht van vrije verkeer van personen, de vrijheid van het verlenen van diensten en het vrije verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie. Informatief De Spaanse Staat is van mening dat het model 720 louter als informatief bedoeld is, het heffingsrecht over buitenlands tegoed komt op grond van belastingverdragen immers in een heel aantal gevallen niet aan Spanje toe, toch worden bij ‘vergetelheid’ minimumboetes opgelegd van 10.000 euro tot 150 procent van de niet-aangegeven waarde van de buitenlandse activa. Doet men de aangifte te laat (na 31 maart elk jaar) of foutief en niet compleet ingevuld dan kan ook dat beboet worden met 1.500 euro of meer. Het is dus als buitenlandse resident met vermogen in een ander land belangrijk dat men het modelo 720 niet vergeet. Sancties Nadat model 720 in gebruik werd genomen in 2013 heeft dat meer dan 150 miljard euro aan goederen en rechten in het buitenland aan het licht gebracht. Volgens de laatste gegevens heeft de Spaanse belastingdienst (Hacienda) sinds de lancering van het informatieve model ongeveer 5.500 belastingbetalers gesanctioneerd. Het definitieve oordeel is nu aan het Hof van Justitie van de EU en zeker niet zonder belang. Voor zover het Hof zou oordelen dat het model 720 in strijd is met het recht van de Europese Unie, kan dat leiden tot nietigverklaring van eerder opgelegde sancties op basis van de huidige regelgeving.


Hoogste aantal personen ooit op wachtlijsten Spaanse ziekenhuizen Het aantal personen dat op een wachtlijst staat bij een Spaans ziekenhuis, is sinds 2003 nog nooit zo hoog geweest in Spanje. In totaal wachten momenteel ruim 670.000 verzekerden op een behandeling of operatie in een openbaar

ziekenhuis van de Sanidad Publica. De gemiddelde wachttijd is 115 dagen. Van het totaal aantal personen op de wachtlijsten in de Spaanse volksgezondheid zijn er goed 106.000 die al langer dan zes maanden wachten op hun behandeling. Het hoogste aantal personen dat op een wachtlijst staat is te vinden in Catalonië met ruim 168.000, gevolgd door Andalusië met 138.000, Valencia met 57.000, Madrid met 53.000 en Castilla-La Mancha met 37.000 wachtenden. De inwoners van Andalusië moeten het langste wachten op een behandeling met gemiddeld 164 dagen.

Pensioenleeftijd Spanje in 2020 naar 65 jaar en 10 maanden Om gebruik te kunnen maken van een volledig pensioen moet een werknemer in Spanje dit jaar tenminste 65 jaar en 10 maanden oud zijn. Zoals afgesproken wat betreft de nieuwe pensioenleeftijden, lopen deze vanaf 2013 tot aan 2027 geleidelijk op van 65 jaar naar 67 jaar. Wie meer dan 37 jaar heeft gewerkt, kan in 2020 nog met 65 jaar met pensioen. Inwoners die hun leven lang gewerkt hebben en recht willen hebben op 100% van hun pensioen dienen met werken te stoppen op een leeftijd van 65 jaar

en 10 maanden, 2 maanden meer dan in 2019. Terwijl de pensioenleeftijd met 2 maanden omhoog gaat tot 2027 is dat bij de gewerkte jaren 3 maanden tot aan 2027. Dat wil zeggen dat iemand die in 2020 in totaal 37 jaar gewerkt heeft, al met 65 jaar met pensioen mag en recht heeft op 100% van zijn pensioen. In 2021 is dat 37 jaar en 3 maanden, in 2022 is dat 37 jaar en 6 maanden, enzovoorts.


Hoe werkt het Spaanse gezondheidssysteem Heel wat oudere Nederlanders en Belgen genieten van hun pensioen onder de Spaanse zon. Alvorens ter overweging te nemen naar het zuiderse schiereiland te emigreren om van het welverdiende pensioen te genieten, is het nuttig te weten hoe het Spaanse gezondheidssysteem werkt. Vaak valt immers te lezen dat het Spaanse systeem heel goed is, maar rondvraag leert dat de meningen daarover toch verdeeld zijn bij in Spanje wonende geïntegreerde buitenlanders. Tweedeling In Spanje geldt momenteel een tweedeling tussen het nationale stelsel en het private stelsel. Ten onrechte wordt weleens gedacht dat de Spaanse gezondheidszorg gratis is, maar dat klopt vanzelfsprekend niet. Net als in België (RSZ-bijdragen) als in Nederland (inkomensafhankelijke bijdrage Zvw) wordt ook in Spanje betaald via het via het salaris, de uitkering of het pensioen. Als men een bijdrage levert dan kan de betaler en de familie gebruik maken van de ‘gratis’ medische verzorging. Dat geldt voor de Spanjaarden en voor de buitenlanders die in Spanje wonen en een bijdrage leveren.

Buitenlanders Als immigrant in Spanje heb je recht op gratis medische verzorging als je werkzaam bent voor een bedrijf, werkzaam bent als zelfstandige en dus zelf de bijdrage betaald of gepensioneerd bent en een pensioen ontvangt vanuit je geboorteland. Indien je niet opgenomen kan worden in het publieke systeem probeer dan toch een particuliere verzekering af te sluiten, de tarieven zijn minder hoog dan in Nederland en België.

‘Ten onrechte wordt weleens gedacht dat de Spaanse gezondheidszorg gratis is, maar dat klopt vanzelfsprekend niet ‘

Verzekeraars Er zijn veel verzekeringsmaatschappijen te vinden in Spanje die een zorgverzekering aanbieden, in verschillende prijscategorieën, met verschillende dekkingen, met of zonder eigen risico (copago), enzovoorts. Het is, zeker voor nieuwkomers, dan ook niet steeds evident om een juiste particuliere verzekering te vinden en af te sluiten in Spanje, en al zeker wanneer je de Spaanse taal niet zo machtig bent.

Particulier Ondanks dat ruim 90% van de inwoners van Spanje gedekt is door het nationale systeem dat onder controle staat van de overheid, kiezen veel inwoners toch voor een privé of particuliere zorgverzekering, de zogenaamde ‘seguros de salud’. Heel wat mensen maken dan ook gebruik van zowel de nationale als de particuliere gezondheidszorg. Er zijn meer dan 11 miljoen inwoners van Spanje die een particuliere zorgverzekering hebben afgesloten. Immers, met een privé of particuliere zorgverzekering heb je meer ziekenhuizen, dokters en specialisten waar je uit kunt kiezen, zijn de wachtrijen veel minder lang en spreekt men vaak over een betere zorg in het algemeen.

Acceptatie Houdt er zeker rekening mee dat je in Spanje tot en met de leeftijd van 65 jaar geaccepteerd wordt door de meeste verzekeringsmaatschappijen. Vanaf 65 jaar wordt dat evenwel lastiger. Daarnaast dien je altijd een vragenformulier (cuestionario de salud) over je gezondheid in te vullen en hebben de maatschappijen onderling contact. Een verzekeringsmaatschappij kan en mag jou weigeren als klant. Belangrijk daarbij is ook dat het systeem werkt met of zonder eigen risico (copago) wat een invloed heeft op de maandelijkse premie. Daarnaast maakt men gebruik van een zogenaamde proefperiode (período de carencia) waarna men pas gebruik mag maken van sommige diensten


Spanje wil 270 duizend immigranten per jaar om pensioensysteem te waarborgen Volgens de Spaanse minister van Sociale Zaken heeft Spanje jaarlijks tenminste 270.000 immigranten nodig die komen werken in Spanje en socialeverzekeringsbijdragen betalen om het huidige pensioensysteem in stand te kunnen houden. Het gaat dan om een tijdsperiode van 2020 tot 2050 waarbij het totaal aantal benodigde immigranten op 8 miljoen komt.

Op grond van actuele cijfers van het Spaanse Bureau voor de Statistiek staan er in Spanje 6,75 miljoen buitenlanders ingeschreven. De komende 30 jaar moeten er minstens 8 miljoen immigranten bij komen in Spanje om de pensioenen te garanderen en de levensvatbaarheid van de sociale zekerheid te waarborgen. De reden

daarvoor is de vergrijzing van de Spaanse bevolking en het lage geboortecijfer in het land. De immigratie kan gezien worden als een basispijler voor de sociale zekerheid. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft dit al herhaaldelijk aangegeven maar spreekt over schattingen van 5,5 miljoen immigranten tot 2050.


Nederlanders en Belgen timmeren aan de weg in Spanje Emigreren van Nederland naar België, of precies andersom, is als het ware dagelijkse kost geworden. De grenzen tussen beide landen vervagen met de jaren steeds meer. En hoewel er best nog heel wat op je afkomt bij zo’n relatief beperkte emigratiestap, valt de hele organisatie en administratieve afwikkeling de meesten die de stap zetten, toch nog best wel tegen. Maar wat dan gezegd van die Nederlanders en Belgen die zich niet nét over de grens van hun geboorteland vestigen, maar het heel wat verderop gaan zoeken? Wij zochten daarom contact met meerdere van deze échte emigranten én polsten nieuwsgierig naar hun belevingen. Voor deze editie mocht de redactie kennis maken met Arold en Alienka, die sedert september vorig jaar de luxe bed and breakfast Villa Nestor runnen in het oude centrum van Ingenio op Gran Canaria. Friesland Arold en Alienka waren in hun geboortestreek Friesland respectievelijk actief in de horeca en de bankensector. Toch kriebelde het al enige jaren om de grote stap te wagen naar een zuiders land, om werken en genieten te combineren in een aangenamer klimaat. Hoewel in het bijzonder Zuid-Afrika daarbij in beeld was, belandden ze uiteindelijk op het Canarische eiland Gran Canaria, ten zuidoosten van Tenerife en ten westen van Fuerteventura. Heerlijk toeven Met de noordwestkust van Afrika op nauwelijks 150 km afstand, ondervonden Arold en Alienka al snel het aangename subtropische klimaat. De temperatuur is het hele jaar vrij gelijkmatig, wat vooral in de winter heel wat oudere toeristen

aantrekt naar plaatsen als Playa del Ingles, Meloneras en Maspalomas. Toch is het beeld dat Gran Canaria vooral een geliefkoosde plek is voor gepensioneerden inmiddels al even verleden tijd. Zeker nu ook een alternatieve vorm van toerisme steeds meer actieve vakantiegangers aantrekt. Met het hoogste punt op 1.949 meter, de top van de Pico de las Nieves, is het eiland immers uitgegroeid tot een plek waar stevige wandelschoenen, mountainbikes en bergklimmersmaterialen goed van pas komen. Las Palmas de Gran Canaria En dan is er de aantrekkelijke kosmopolitische hoofdstad Las Palmas, meteen ook de grootste stad van de Canarische eilanden. Gelegen in het noordoosten van het eiland, aan de Atlantische Oceaan telt de stad enkele populaire stranden zoals Playa de las Canteras en Playa de las Alcaravaneras, maar ook tal van hotels, een universiteit met ongeveer 25.000 studenten, een theater, een concertgebouw, musea en een modern stadion. Ingenio Op goed een half uurtje rijden van de hoofdstad, enigszins het binnenland in, maar hooguit een vijftiental minuten rijden tot de kust, ligt het historische plaatsje Ingenio, met centraal het Plaza de La Candelaria. Aan dit plein staan de gelijknamige kerk uit 1901, het gemeentehuis en


even verderop het Casa del Reloj (het huis met de klok). Dit is het gebouw van het waterschap dat het irrigatiekanaal beheert. Vroeger kwamen de boeren uit de omgeving er samen om hun uurwerken gelijk te zetten aan dat van het waterschap zodat elke boer op het juiste afgesproken tijdstip gebruik kon maken van de door hem aangekochte hoeveelheid irrigatiewater. De boeren kochten namelijk een bepaalde tijdsperiode waarin ze gebruik mochten maken van het irrigatiewater. De watermolenroute (Ruta de los Molinos de Agua), door het centrum van Ingenio, geeft een goed beeld van de wijze waarop de watermolens eeuwenlang hebben gefunctioneerd.

Avontuur Het is hier waar Arold en Alienka het ‘liefde op het eerste gezicht’-gevoel mochten ervaren bij het bezoeken van een oud leegstaand pand in het historische centrum. En, ofschoon ook de nuchtere Friesen eerst nog even worstelden met het imago van Gran Canaria, ontdekten ze al snel dat dit toch de plek is waar het zou gaan gebeuren. Na vele jaren de halve wereld te hebben rondgereisd, met avontuurlijk tentkamperen op het strand in Mexico, de ijzige kou trotserend op het ijssculpturenfestival in Harbin, China, civetkatten spotten in de jungle van Borneo, luieren op het strand van de Seychellen, kamperen tussen de wilde dieren in Tanzania, kon een

nieuw avontuur van start gaan tussen spectaculair natuurschoon met uitdagende wandelroutes, een relaxte hoofdstad, goede restaurants, authentieke dorpjes en een overheerlijk klimaat. Knopen doorhakken Na contact te hebben genomen met de plaatselijke makelaar, werd het dorpje Ingenio snel hun uiteindelijke bestemming, waar een voormalige butlerswoning uit het begin van vorige eeuw, met vier verdiepingen, een heerlijk dakterras en een rustgevende privétuin met palm- en fruitbomen, wordt aangekocht. Vanop het dakterras hebben Arold en Alienka een prachtig uitzicht over het dorp, de kerk, palmbomen en de Atlantische Oceaan. Zoals het oude woningen betaamt, stellen zich als vanzelfsprekend ook een paar probleempjes. Zo moet de volledige elektrische installatie vervangen worden en moet uitgezocht worden of er überhaupt wel een hotel gevestigd mag worden. Als kers op de taart ontdekken ze bovendien dat het huis uit een nalatenschap van 28 erfgenamen komt, dat het een hele klus is om na te gaan of er geen schulden op het huis drukken die, zoals dat in Spanje gaat, automatisch overgaan naar de koper, en blijkt het pand bovendien illegaal gebouwd te zijn… En natuurlijk moeten ze hun huis in Nederland ook nog zien te verkopen om alles te financieren.


Ondersteuning onontbeerlijk Arold en Alienka beslissen daarom een advocate en een architect in te schakelen om hen bij de aankoop te begeleiden, want, zo beseffen ze gaandeweg, het gaat een grote, langdurige klus worden. Desalniettemin besluiten ze alvast een optie op het huis te nemen en moet er een aanbetaling gedaan worden. Ondertussen gaat het in Nederland ook snel. Er is na twee weken al belangstelling voor hun huis van een Hongaarse expat die hiervoor al 17 huizen heeft bekeken. De Hongaar doet enkele dagen later een bod, de vraagprijs, met Arold’s en Alienka’s meubelen inbegrepen en hij wil er direct in. Ze accepteren het bod en met enige moeite vinden ze een recreatiewoning in de buurt waar ze halsoverkop naartoe verhuizen. De droom in Gran Canaria krijgt dan ook steeds meer vorm, al krijgen ze wel een beetje genoeg van hun Spaanse architect, die ondanks zijn beloftes nog niet veel bleek op te leveren en zijn afspraken niet nakomt. De eerste tekeningen hadden al klaar moeten zijn, maar er is er nog steeds niks, waarop de samenwerking wordt beëindigd. Een andere architect uit het dorp wordt ingehuurd. Inmiddels zijn Arold en Alienka al snel zowat een jaar verder, en na twee pogingen gaat nu eindelijk het koopcontract getekend worden. Het gaat nog maar net goed, de erfgenamen zijn het niet eens met de voorwaarden, maar de sussende woorden van de notaris, en de stapel van 28 cheques die hun advocate strategisch op tafel legt, geven de doorslag. Ze zijn voortaan eigenaar van het huis en reizen af naar Ingenio, waar ze aan de slag gaan met het bewoonbaar maken van het butlershuis. Het pand heeft twintig jaar leeggestaan, dus dat is nog wel even een klus. Ook komen ze erachter dat ze niet zijn aangesloten op de waterleiding, omdat de

voormalige eigenaars de rekening niet hebben betaald. Het opnieuw aanvragen is wederom een langdurig proces, waarbij ze wel de gewaardeerde hulp krijgen van hun nieuwe buren. Ze mogen er alvast gaan douchen en een ander vult hun watertank op het dak zodat ze het toilet kunnen gebruiken. Colombianen Nog meer slecht nieuws, de aanvraag van de bouwvergunning gaat een half jaar duren volgens de architect. Arold en Alienka besluiten om alvast te beginnen met de lichtere werkzaamheden, zodat ze in ieder geval op tijd klaar zijn met de kamers. De rest kan wel een half jaar wachten. Ze beginnen zelf al met het slopen van muren en het afvoeren van puin, terwijl ze op zoek gaan naar een betrouwbaar Spaans installatiebedrijf. Maar ook dat is geen groot succes, de gevraagde offertes vallen of veel te duur uit, of worden nooit uitgebracht. Finaal komen ze terecht bij een stel Colombiaanse klusjesmannen. Al snel blijkt het een genot om met de Zuid-Amerikanen te werken. Ze komen opdagen, denken mee en overleggen. Van zodra ze er zijn klinkt uit elke ruimte swingende salsamuziek. Na vier maanden boorhamers en bouwstof is alles klaar, en kunnen de kamers worden ingericht. Nog even een website in de lucht, aanmelden bij boekingssites en Villa Nestor is open. Villa Nestor De sprankelende B&B biedt twee luxe tweepersoons kamers en een suite en biedt de reiziger die het ‘andere Gran Canaria’ wil leren kennen een prima startpunt om het eiland te ervaren als een ‘échte local’. Meer info treft u aan op de website www.villanestor.com.


Vlaamse versie van ‘Ik vertrek’ weldra op VTM

De Vlaamse omroep VTM plant haar eigen versie van de succesvolle reeks ‘Ik vertrek’. Het programma loopt inmiddels al zo’n 15 jaar op de Nederlandse publieke omroep via de AVRO/TROS. In dit televisieprogramma worden Nederlandse gezinnen gevolgd in hun reis naar het buitenland, waar zij bijvoorbeeld een hotel, camping of restaurant beginnen. Ook wordt teruggeblikt op emigraties van jaren geleden. Ben je een Vlaams sprekende Belg en wil je meedoen met ‘Ik vertrek’ dan kun je jezelf hiervoor aanmelden via https://vtm.be/schrijf-je-in-voor-ik-vertrek.


Spanje en Portugal worden fiscaal wellicht (iets) minder gunstig Zoals bekend zijn Spanje en Portugal populaire bestemmingen voor onder meer gepensioneerden die benevens naar wat meer zon, ook op zoek zijn naar een aantrekkelijk (er) fiscaal klimaat. Toch wordt dit laatste een beetje minder aantrekkelijk in de toekomst. Zo wil Spanje de fiscale concurrentie tussen zijn autonome regio’s aanpakken, door zowel haar successie- en schenkingsrechten als haar vermogensbelasting te harmoniseren middels de invoering van een minimumbelasting. De Portugese regering heeft op haar beurt besloten om met ingang van 1 januari 2021 voor ‘niet-regelmatig ingezetenen’ (NHR) de algehele belastingvrijstelling te vervangen door een vlaktaks van 10 procent. Dit tarief zou dan van toepassing komen voor buitenlandse gepensioneerden die zich in Portugal komen vestigen. Spanje naar een minimumbelasting in de autonome regio’s In Spanje zijn successie- en schenkingsrechten alleen verschuldigd indien aan één van volgende voorwaarden is voldaan: de erfgenaam of begiftigde heeft zijn fiscale woonplaats in Spanje of,

de goederen bevinden zich op Spaans grondgebied. Beide belastingen vallen onder de bevoegdheid van de autonome regio’s, die vrij zijn in het bepalen van de tarieven en eventuele vrijstellingen. Als basis geldt een progressief tarief variërend tussen 7,65 en 34 procent. Daarnaast is in Spanje ook een vermogensbelasting verschuldigd, die wordt geheven op het wereldwijde netto vermogen van Spaanse ingezetenen en op het vermogen in Spanje van nietingezetenen. Als basis geldt een progressief dat varieert tussen 0,2 en 2,5 procent. De autonome regio’s zijn echter bevoegd om eigen tarieven vast te stellen en een algemene vrijstelling te verlenen voor een bedrag tot 700.000 euro. De autonome regio’s Catalonië en Valencia hebben de tarieven inmiddels verhoogd, maar Andalusië en de Canarische eilanden verlaagden de belasting. De belastingheffing kan dus regionaal nogal verschillen. Om belastingconcurrentie tussen de autonome regio’s te beperken, is de Spaanse regering dan ook voornemens om zowel de successie- en schenkingsrechten als de vermogensbelasting te harmoniseren door de invoering van een minimumbelasting.

Portugal beëindigt weldra de gehele vrijstelling op pensioenen van buitenlandse gepensioneerden In Portugal staat de NHR-regeling al een hele poos ter discussie. De regeling die in 2009 werd ingevoerd en enkele jaren later werd uitgebreid is aantrekkelijk omdat de Portugese belastingwet onder meer gedurende een termijn van tien jaar een vrijstelling verleend voor bepaalde soorten aan buitenlandse inkomsten, waaronder pensioenen. Dit pakt gunstig uit voor Belgen en onder voorwaarden ook Nederlanders die hun pensioen genieten in Portugal. Om van de fiscaal gunstige regeling te genieten dient men fiscaal resident te zijn in Portugal (gebruikelijke hoofdverblijfplaats), zich als fiscaal inwoner te registreren bij de bevoegde Portugese autoriteiten én gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de registratieaanvraag niet als Portugees inwoner zijn belast. Nadat de registratie als inwoner is voltooid, moet de toepassing van de NHRregeling binnen een welbepaalde termijn worden aangevraagd. Het gunstige Portugese fiscale regime wordt al enkele jaren flink op de korrel genomen in andere EU-landen, waaronder Nederland. De Portugese regering heeft daarom besloten om de NHR-regeling te wijzigen en voor buitenlands gepensioneerden die zich vanaf 1 januari 2021 in Portugal vestigen een vlaktaks van 10 procent in te voeren. Gepensioneerden die zich al gevestigd hebben of zich zullen vestigen vóór 1 januari 2021, blijven wél nog verder genieten van het fiscale nultarief.


Nederlandse rechter stelt prejudiciële vragen over uitleg pensioenartikel in Nederlands-Portugees belastingverdrag We stelden eerder al dat emigratie door een inwoner van Nederland naar Portugal in toenemende mate in de belangstelling staat van de Nederlandse fiscus. Portugal kent immers een eerder aantrekkelijke fiscale behandeling van buitenlandse pensioenen en vergelijkbare inkomsten. In een zaak behandeld door Rechtbank Zeeland -West-Brabant zijn recent prejudiciële vragen voorgelegd aan de Nederlandse Hoge Raad, omtrent de uitleg van art. 18, lid 2 van het Nederlands-Portugese belastingverdrag. Meer in het bijzonder ter zake van het heffingsrecht van Nederland over een WAO-uitkering van het UWV. Begin 2016 emigreerde belanghebbende naar Portugal, waarbij ze van mening is dat een kwart van haar inkomen in Nederland in de heffing betrokken moet worden en driekwart in Portugal. De Nederlandse inspecteur van de Belastingdienst is daarentegen van mening dat Nederland ook gedurende de periode dat belanghebbende in Portugal woont over de WAO-uitkering belasting mag heffen. Daarbij gaat het dan om de interpretatie van art. 18, lid 2 van het NederlandsPortugese belastingverdrag. Belanghebbende stelt dat er sprake is van cumulatieve voorwaarden en dat naast onderdeel c ook de onderdelen a en b van het verdragsartikel getoetst moeten worden. De rechtbank merkt in haar prejudiciële vraag-

stelling op dat haar opvatting over de uitleg van het verdragsartikel in lijn ligt met die van de inspecteur. Over de juistheid van deze opvatting is echter redelijke twijfel mogelijk. Hierbij wijst de rechtbank ten eerste op de onduidelijke tekst van het tweede lid en ten tweede op de andersluidende opvatting in de uitspraak van Hof Arnhem van 3 oktober 2007 (nr. 05/00412 / V-N 2008/7.8). Voor deze uitspraak geldt dat de Belastingdienst (kennelijk) al lange tijd een bepaling uitlegt op een andere wijze dan het hof heeft gedaan. De rechtbank stelt daarom de volgende twee prejudiciële vragen: 1.

2.

Onder welke voorwaarden mag op grond van artikel 18, tweede lid, van het Verdrag een uitkering betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van Nederland aan een inwoner van Portugal worden belast in Nederland? Indien uit het antwoord op vraag 1 volgt dat ook relevant is op welke wijze de uitkering in Portugal ‘in de belastingheffing wordt betrokken’, is daarvoor dan maatgevend de feitelijke belastingheffing in Portugal of is maatgevend hoe de uitkering volgens de Portugese belastingwetgeving in de belastingheffing wordt betrokken en indien dit laatste het geval is, moet daarbij rekening worden gehouden met een eventuele maatregel ter voorkoming van dubbele belasting?


EVENTS & KALENDER __________________


KALENDER

(onder vo

4 x cultuur in open lucht Vrees je voor een lange zomer zonder festivals en evenementen? Niet nodig! Op ‘Uitinvlaanderen.be’ pik je voorstellingen, concerten, films of een streepje kunst mee in open lucht.

4 en 5 juli 2020 Het grote vlinderweekend / Zwin Natuurpark Juli is dé vlindermaand bij uitstek. Natuurpunt organiseert naar jaarlijkse traditie van 4 tot 26 juli de Grote Vlindertelling. Tijdens het eerste telweekend zetten we deze mooie insecten in het Zwin Natuur Park nog eens extra in de kijker. tuinen in kaart te brengen.

4-5-6 september 2020 Wereldhavendagen / Rotterdam De Wereldhavendagen laat bezoekers op een fascinerende wijze beleven wat de Rotterdamse haven te bieden heeft. Er zijn spectaculaire demonstraties op de kade en het water, bezichtigingen van schepen en spannende excursies in de haven.


R & EVENTS

oorbehoud)

Zoute Grand Prix 8 t/m 11 oktober 2020 Knokke-Heist, en in het bijzonder het trendy gedeelte rond Het Zoute, stoomt zich klaar voor de elfde editie van de ZOUTE GRAND PRIXÂŽ. Dit prestigieuze oldtimerevent kan ook nu weer rekenen op de steun van de lokale overheid en op de samenwerking met een aantal trouwe partners en merken.

Euregio Jeugdorkest Najaar 2020

Voor een uitgebreid artikel en informatie aangaande de aangepaste planning zie pagina 67 van dit nummer.

29 oktober t/m 2 november 2020 Megavino / Flanders Expo Gent Voortbouwend op de nieuwigheid die in 2019 gelanceerd werd, is Megavino vooral een beurs voor consumenten, of ze nu ervaren, beginners, gepassioneerd, of gewoon nieuwsgierig zijn.


NEDERLANDS-BELGISCH CENTRUM

Nederlands-Belgisch Centrum Larikslaan 1 B -2950 Kapellen Tel. +32 (0)3-295 55 95 info@nederlands-belgisch-centrum.be www.nederlands-belgisch-centrum.be

Profile for nederlands-belgisch-centrum

BELGIUM-HOLLAND MAGAZINE ZOMER 2020  

BELGIUM-HOLLAND MAGAZINE ZOMER 2020  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded