Page 1

BELGIUM - HOLLAND magazine

  

In gesprek met de Belgische ambassadeur in Den Haag Op bezoek bij Chantal Hendrickx van Hendrickx Taxlaw Zomerse vibes in Macaao Beachclub Marbella


Colofon

Belgium-Holland Magazine is een magazine dat wordt uitgegeven door het NederlandsBelgisch Centrum / Belgium Holland Business Community en tenminste tweemaal per jaar verschijnt en wordt verzonden aan ruim 10.000 lezers. Hebt u suggesties, vragen, tips, opmerkingen of wenst u te adverteren in het magazine, contacteer dan gerust ons secretariaat via secretariaat@nederlands-belgisch-centrum.be.

Š 2019 – 2020 Publisher: Nederlands-Belgisch Centrum bvba Alle rechten voorbehouden Sales Nederlands-Belgisch Centrum bvba tel: +32 (3)295 55 95 secretariaat@nederlands-belgisch-centrum.be Aan deze editie werkten mee: Ivan Cools Erna Alpaerts Edwin Van Overmeire Chantal Hendrickx Maurice Meesters

2


Voorwoord

In deze wintereditie 2019 van Belgium-Holland Magazine treft u zoals gebruikelijk weer een overzicht van enkele events en ontwikkelingen die het afgelopen half jaar in de relatie Nederland-BelgiĂŤ hebben plaatsgevonden en onze aandacht verdienen. We brachten onder meer een bezoek aan de in Nederland gevestigde onderneming Gova Benelux, waar we in gesprek gingen met de Belgische CEO Patrick Gonry. Een jarenlang ervaren professional op het terrein van internationaal fiscaal recht is advocate Chantal Hendrickx, die ons graag een blik achter de schermen biedt in de wereld van de fiscale rechtspraak. Op 25 oktober vond onder organisatie van het Nederlands-Belgisch Centrum, weer een meeting plaats van de Belgium-Holland Business Community, waar ontwikkelingen omtrent grensoverschrijdende arbeidsongeschiktheidsregelingen centraal stonden in een uitgebreide presentatie en debat met specialiste Saskia Montebovi. Tussen al het juridisch complexe heen, gingen we in gesprek met Hans Casteleyn, dirigent van het Nederlands-Belgisch Euregio Jeugdorkest. Ook maakten we aangenaam kennis met Sander van Hoorn, NOS-correspondent in Brussel ĂŠn gingen we op de koffie bij Dirk Achten, Belgisch ambassadeur in Den Haag. Tenslotte brachten we ook een bezoek aan Michel en Christine Dhondt, hardwerkende Belgen in het mondaine Marbella. Dit alles ĂŠn nog veel meer in deze editie! Ik wens jullie alvast veel leesplezier.

Ivan Cools

3


EEN GREEP UIT DE P. 8 Op bezoek bij de Belgische ambassadeur in Den Haag

P. 20 Chantal Hendrickx ontvangt ons in het mooie Pajottenland

P. 26 Tweede woning in Nederland en de heffing van Belgische personenbelasting

4


EZE WINTEREDITIE P. 52 Het Euregio Jeugdorkest bruist van energie

P. 80 Polynesische sfeer in Macaao Beachclub Marbella

P. 86 BHBC meeting van 25 oktober 2019

5


6


POLITIEK __________________

7


Belgisch ambassadeur in Den Haag Dirk Achten roept Belgen in Nederland op zich te laten registreren bij ambassade Voor deze wintereditie van het Belgium-Holland magazine bezochten we Belgisch Ambassadeur in Nederland Dirk Achten in Den Haag, waar hij sinds 2018 het Koninkrijk België vertegenwoordigt. Goed een jaar actief op Nederlandse bodem, lijkt de Ambassadeur zich prima in zijn sas te voelen in de Haagse omgeving.

Korte historiek Dirk Achten studeerde communicatiewetenschappen en rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven en vervolgens behaalde hij een postgraduaat aan de John F. Kennedy School of Government (Harvard-universiteit). Vanaf 1983 werkte hij voor de krant De Standaard, eerst als politiek journalist, vanaf 1989 als verantwoordelijke binnenland en aansluitend vanaf 1993 als hoofdredacteur. In 1999 werd hij er uitgever. In 2002 werd hij actief als politiek directeur van de Vlaamse Liberalen en Democraten (Open VLD). In 2004 werd hij vervolgens kabinetschef van toenmalig Minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht en in 2008 werd hij voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken. In die hoedanigheid was hij ‘chef van de Belgische diplomatie’. In 2018 werd hij aangesteld tot Ambassadeur in Nederland.

de tweede generatie Belgen in Nederland. Behoudens in de grensregio’s zijn er grotere concentraties Belgen in Wassenaar en Oegstgeest, wat wellicht te maken heeft met de korte afstand tot Den Haag en de aanwezigheid van veel internationale organisaties en bedrijven. Daarnaast zijn er ook veel Belgen in de grote steden en kleinere steden met een universiteit. Opvallend ook, de meeste Belgische inwoners van Nederland zijn bijna uitsluitend Vlamingen. Twintig procent komt uit het arrondissement Antwerpen, daarna komen telkens tussen de zeven en acht procent uit de arrondissementen SintNiklaas, Turnhout, Gent en Maaseik.

Belgen in Nederland De afgelopen jaren verhuisden wellicht meer Belgen naar Nederland, dan Nederlanders naar België. In een nog niet zo ver verleden, pakweg de periode van 1990 tot 2010 was de beweging nadrukkelijk omgekeerd. Belgen die de afgelopen jaren de grens overtrokken, vestigden zich hoofdzakelijk in de regio’s Zeeuws-Vlaanderen, West-Brabant en Zuid-Limburg. Mogelijk zijn de aantrekkelijker prijzen voor koopwoningen in deze regio’s in combinatie met de lagere overdrachtsbelasting op onroerend goed in Nederland, niet vreemd aan deze beweging. Al dient gezegd, ook in een verder verleden vestigden Belgen zich, soms massaal, in Nederland. De grootste beweging van Belgen naar Nederland vond plaats tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na de val van Antwerpen trokken zelfs meer dan 900.000 Belgen over de grens, waarvan meer dan de helft ook definitief in Nederland bleven. Hun nakomelingen vormen een groot deel van

Wij zijn inderdaad actief op diverse terreinen. Zo is het belangrijk dat Belgen in Nederland zich laten inschrijven in de consulaire bevolkingsregisters bij de Ambassade van België, wat hen toelaat gebruik te maken van vrijwel dezelfde diensten als die worden aangeboden door de gemeentelijke diensten in België. De Ambassade kan dan helpen bij de uitreiking van bijvoorbeeld een identiteitskaart, paspoort of de afgifte van consulaire attesten, zoals een attest van woonst, inschrijving, gezinssamenstelling, nationaliteit, naamsovereenkomst en burgerlijke staat. Ze kunnen dan ook via de Ambassade deelnemen aan bepaalde in België gehouden verkiezingen. Kortom, wanneer hun dossier volledig up-to-date is, kan de Ambassade een betere dienstverlening garanderen en kan ook in geval van pakweg een humanitaire noodtoestand worden gerekend op de noodzakelijk bijstand van de Ambassade.

De Ambassade Vanzelfsprekend kunnen al deze Belgen in Nederland voor tal van zaken terecht bij hun Ambassade. De Ambassadeur geeft graag een woordje uitleg.

8


Wat kunnen Belgen hiervoor ondernemen?

Een tweede terrein waarop ik actief ben is het vertegenwoordigen van België, waartoe ik vaak naar de grensstreek reis. Wekelijks maak ik in die zin heel wat kilometers en mocht ik ervaren dat Nederland best wel flinke afstanden kent. Een uitstap naar Maastricht betekent alles bij elkaar toch zowat vijf uur op en neer pendelen. Opmerkelijk daarbij is dat ik van Den Haag naar Maastricht langer in de wagen zit dan wanneer ik naar Brussel reis. Een deel van mijn gastland is dus verder weg dan de eigen hoofdstad. Ik breng dus behoorlijk wat tijd in de wagen door, maar eens weer actief in Den Haag doe ik liefst, zoals het een ‘Nederlander’ betaamt, alles met de fiets!Tenslotte is er nog een derde terrein dat mijn aandacht vraagt, meer bepaald het aansturen van de Ambassade. Hoewel ik in het verleden organisaties aanstuurde met meer dan 3.000 medewerkers is de Ambassade met 30 medewerkers natuurlijk een andere ‘schaal’, maar net dat maakt dat de interne contacten ook weer anders, intensiever zijn.

Om ingeschreven te kunnen worden in de bevolkingsregisters van de Ambassade moet aan drie voorwaarden worden voldaan, men moet Belg zijn, uitgeschreven zijn uit de bevolkingsregisters van de laatste Belgische gemeente en er moet bewezen worden dat hun feitelijke hoofdverblijfplaats in het ambtsgebied van de Ambassade, Nederland dus, is gevestigd. Minderjarigen moeten nog aan een vierde voorwaarde voldoen, zij moeten de toestemming hebben van de persoon/personen die het ouderlijk gezag uitoefent/uitoefenen. De Ambassadeur En wat mogen de lezers zich voorstellen bij de activiteiten van de Ambassadeur in Nederland? Als Ambassadeur heb ik grofweg drie activiteitsdomeinen. Vooreerst is er de algemene Belgische belangenbehartiging in Nederland, zeg maar België op de kaart zetten. Denk daarbij onder meer aan het ontwikkelen van initiatieven naar het Nederlandse publiek toe of het aanmoedigen van zulke initiatieven, bijvoorbeeld het organiseren van tentoonstellingen. Maar ook het actief ondersteunen van Belgische bedrijven die actief zijn of willen worden in Nederland, kunnen volop steun genieten.

Cultuurschok Nederlanders en Belgen verschillen, zoals vaak wordt gesteld, flink van elkaar. Gewezen journalist Derk-Jan Eppink stelde onder meer dat Belgen en Nederlanders, ondanks dat ze dezelfde taal spreken, elkaar amper begrijpen…

9


Bij aanvang had ik natuurlijk zelf ook wel enige ideeën, maar inmiddels heb ik die toch al wel grotendeels bijgesteld. Ik heb zeker geen cultuurschok ervaren, wat mij doet bedenken dat de cultuurverschillen zeker niet overdreven moeten worden. Vanzelfsprekend is de beleidscultuur in Nederland anders dan in België, maar dat is ook niet geheel onlogisch. Nederland kent al een geschiedenis van vier eeuwen natievorming, waarin het gezamenlijke besef dat ze het ook goed doen, terecht aanwezig is. Een van de zinnen die je Nederlanders vaak hoort zeggen is ‘dit hebben we samen’, of ‘dit hebben we met zijn allen’, wat wijst op een sterk ‘samen-gevoel’. Het lijkt een beetje op een collectivistische ingesteldheid, waarbij de Nederlander het ‘persoonlijke belang’ gemakkelijker opzij zet ten voordele van het ‘algemeen belang’. Een Belg is daarentegen mogelijk wat individualistischer ingesteld en relativeert misschien wat sterker het ‘omarmen van het eigen land’. Belgen hebben door hun verleden ook een apart gevoel voor humor ontwikkeld, zeg maar het soms onnavolgbare ‘lachen om zichzelf’, het zichzelf minder serieus nemen. Dat hangt, denk ik, sterk samen met het ‘relativisme’ van de Belg.

Je kan daar natuurlijk niet naast kijken, Nederland doet het bijzonder goed en lijkt zich binnen een Europese context zelf ook eerder te zien als een Noord-Europees land, een soort Scandinavisch land. Maar de gedachte dat Vlaanderen dit model zonder meer zou kunnen kopiëren is wellicht wat naïef. De Belgische context is nu eenmaal anders, waarbij ook heel wat andere, meer zuiderse invloeden, onze samenleving bepalen. Overigens weet ik niet zo zeker of de gemiddelde Vlaming, anders dan de politici, op eenzelfde wijze verbondenheid voelt met Nederland. Ik heb zelfs eerder het gevoel dat de kennis van Nederland, mogelijk door het veranderde mediagebruik, eerder afgenomen is. In mijn jeugdjaren keken wij bijvoorbeeld vaak naar de Nederlandse televisie, waardoor Mies Bouwman en Berend Boudewijn, welhaast bekende Vlamingen waren. Ik weet niet of de hedendaagse sterren van de Nederlandse televisie nog een vergelijkbare status hebben, het lijkt er eerder op dat ze in Vlaanderen nobele onbekenden zijn. En dat terwijl Nederlanders op hun beurt toch weer graag naar de Vlaamse televisie kijken en dan in het bijzonder naar de kwaliteitsprogramma’s van Canvas.

‘Belgen hebben door hun verleden ook een apart gevoel voor humor ontwikkeld’

Succesvol in Nederland Wat de afgelopen jaren wél opvalt is dat in toenemende mate Nederlandse topfuncties in bedrijven én media worden ingenomen door Belgen.

Nederland gidsland Vooral in Vlaamse politieke kringen wordt Nederland veelvuldig naar voor geschoven als ‘gidsland’. Bij de noorderburen loopt alles op wieltjes, begrotingsoverschotten, lage overheidsschuld, enz…

Dat klopt. Belgen zijn door hun pragmatische aanpak en flexibele ingesteldheid, doorgaans succesvol in Nederland. De combinatie van het Belgisch pragmatisme met de Nederlandse planmatige aanpak, werpt steeds meer vruchten af.

Ambassade Den Haag Johan van Oldenbarneveltlaan 11 2582 NE Den Haag Nederland

T: +31 70 312 34 56 (consulair: paspoorten, e-ID, visa) T: +31 70 312 34 52 (beleid: bilateraal en multilateraal) T: +31 622 238 222 (Noodnummer buiten openingsuren) E: TheHague@diplobel.fed.be

10


Overleg nieuw belastingverdrag Op 14 november 2019 vond in Den Haag overleg plaats tussen de onderhandelingsdelegatie van het Nederlands Ministerie van Financiën en Ivan Cools (Nederlands-Belgisch Centrum) aangaande de lopende onderhandelingen tussen Nederland en België met het oog op het sluiten van een nieuw dubbelbelastingverdrag. Op de agenda stonden onder meer de bepalingen aangaande:     

artikel 15 (positie internationaal vervoer over de weg) artikel 18 (pensioenen, lijfrenten, socialezekerheidsuitkeringen) artikel 20 (leraren en studenten) artikel 27 (algemene- en bijzondere compensatieregelingen) artikel 28 (regeling voor onderling overleg)

Momenteel liggen de onderhandelingen tussen Nederland en België nog even stil in afwachting van een nieuwe Belgische federale regering. Verwacht mag worden dat de onderhandelingen evenwel eerlang weer worden verdergezet, wat wellicht zal leiden tot een finale tekst en overeenkomst in de loop van 2020. Inwerkingtreding van het nieuwe Verdrag zou dan kunnen worden verwacht voor 2021 of 2022, voor zover de respectievelijke Belgische en Nederlandse ratificatieprocedures voorspoedig zouden verlopen.

11


12


CULINAIR __________________

13


La Saison Culinaire de l’ Euregio In onze zoektocht naar het échte bourgondische leven ontdekten we dit keer een heus grensoverschrijdend initiatief in de streek van het Belgische Haspengouw en Herve en het Nederlandse Heuvelland. Wij gingen graag in op de uitnodiging van een van de initiatiefnemers van het project ‘La Saison Culinaire de l’ Euregio’, burgemeester van het Zuid-Limburgse EijsdenMargraten Dieudonné Akkermans. Smaakbeleving De burgemeester, met verre ‘roots’ in het Belgische Boom, heeft weinig moeite om zijn enthousiasme over België en in het bijzonder de prachtige streek van Herve, te verbergen. Dat hij een van de grondleggers en ook voorzitter zou worden van een grensoverschrijdend culinair project, mag dan ook niet verwonderen. Met uitgesproken trots voert hij ons mee in een ontdekkingsreis onder het motto ‘wat is nu eigenlijk gastronomie’… Gastronomie moet in de eerste plaats een kwestie van smaakbeleving zijn. Het lijkt er soms wat op dat de herkomst van waardevolle producten in een steeds jachtiger samenleving, helaas wat verloren is gegaan. Daarom willen we met La Saison Culinaire de schitterende producten die onze streken rijk zijn, weer wat nadrukkelijker laten ‘beleven’. Het is dan ook onze doelstelling om als marketingplatform alles te bundelen wat onze streekgastronomie, streekgerechten, streekproducten en wijnen, zo herkenbaar maakt. Gastronomisch excelleren Onze focus ligt hierbij op het herfstseizoen, het seizoen van oogst en slacht. Traditioneel een periode waarin onze streken gastronomisch excelleren. Zelf hebben we hierbij een faciliterende en regisserende rol en doen we dienst als hoeder van tal van activiteiten in de (Eu) regio, waarbij op logische wijze de connectie gemaakt wordt met de partners van de toeristische promotie van Maastricht, Zuid-Limburg en de Euregio als ‘Streek van de Smaak’. Het spreekt voor zich dat alle activiteiten gekenmerkt worden door de gastvrijheid en de ‘Gründlichkeit’ die als een natuurlijk element in het ondernemerschap van de regio verweven zitten. We richten ons primair ook op de evene14

menten en initiatieven die tot nu toe nog niet van de grond zijn gekomen of een extra impuls kunnen gebruiken, teneinde onder de La Saison Culinaire paraplu gevoegd te worden. Daarom inventariseren we de wensen en behoeften van de markt en richten we ons op het verbinden van diverse gemeenten, ondernemers, streekproducenten en leveranciers. De wetenschap van smaak en proeven Daarenboven werken we ook fijn samen met dr. Peter Klosse van het lectoraat Gastronomie van de Hotel Management School Maastricht. Het begrijpen van gastronomie is de rode draad in het leven van Peter Klosse. Gastronomie wordt door hem gedefinieerd als de wetenschap van smaak en proeven en dient benoemd te worden met de universele smaakfactoren 'mondgevoel' en 'smaakrijkdom'.


Deze benadering maakt het mogelijk om bijvoorbeeld de combinatie van wijnen en gerechten beter te benoemen en gaat veel verder dan louter de restaurantsector; het betreft de mens en zijn voeding in al zijn facetten. Belangrijke maatschappelijke thema’s zoals voeding en gezondheid, de jeugd en obesitas, zijn bijvoorbeeld relevante onderwerpen. Zouden we cola en snoep in onze scholen daarom niet beter vervangen door plaatselijk vers appelsap en onze overheerlijke natuurlijke stroop? Fijnschalig De markt wordt momenteel gedomineerd door grootschaligheid, waar wij precies streven naar het tegenovergestelde. Het valt toch niet uit te leggen dat we hier van het beste fruit hebben, maar in de supermarkt appelen en peren aantreffen uit verre landen in tijden waarin we met zijn allen moeten nadenken over de effecten van ons doen en laten op het milieu. Met fijnschaligheid proberen we daarom plaatselijke handelaars en horecaondernemers te betrekken, zodat al het lekkers uit eigen streek weer nadrukkelijk in beeld komt. We streven ernaar moeder natuur en gastronomie weer stevig aan elkaar te koppelen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan ons wildprogramma ‘van jager tot slager’. We hebben in deze streek overheerlijk vlees van wilde zwijnen en reeën en wie weet vindt, als we er in zouden slagen de biodiversiteit beter te beschermen, ook de wondermooie patrijs ooit weer een keer de weg terug naar hier. Daarnaast kennen we hier ook het typisch Limburgse zuurvlees, dat

wordt bereid met paarden- of rundvlees en lijkt op stoofvlees en hachee. De naam komt van het vooraf marineren van het vlees in azijn, maar de smaak is, in tegenstelling tot hachee, zoet. Het zuur van de azijn wordt namelijk ruimschoots gecompenseerd door de toevoeging van peperkoek en stroop. Zuurvlees wordt in zowel Nederlands als Belgisch Limburg gegeten, veelal bij frieten of aardappelpuree. Bij de frituur in Limburg kan men meestal een frietje met zuurvlees krijgen, maar ook in veel restaurants en eetcafés, snackbars en eethuizen is zuurvlees inmiddels weer te krijgen. En plaatselijk keurslager Peter Pinckaers ontwikkelde inmiddels ook al een overheerlijke bitterbal van plaatselijk wild. Buitenbeleving Wie denkt aan gezond en overheerlijk eten, wil doorgaans ook weleens de natuur in voor een deugdzame wandeling. Het Land van Herve is daartoe een absolute aanrader en strekt zich uit over een plateau met gemeenten als Aubel, Blegny, Dalhem, Fléron, Herve, Olne, Pepinster, Plombières, Visé, Welkenraedt en een van de mooiste dorpen van België Thimister-Clermont. Benevens adembenemende vergezichten mag het Land van Herve uitpakken met de alom gekende ‘Herve-kaas’, de enige Belgische kaas met een beschermde herkomstbenaming (AOP). Het is een zachte kaas met gewassen korst en met een zeer specifieke geur, die volgens een oud procedé wordt gemaakt van rauwe of gepasteuriseerde koemelk. Soms wordt hij gegeten met stroop en dat brengt ons meteen bij het tweede uithangbord van de streek, appelen perenstroop. Deze stroop wordt al sinds de 17e eeuw op ambachtelijke wijze en zonder toevoeging van suiker gemaakt door de plaatselijke boeren. Kortom, buitenbeleving met culinaire hoogtepunten die we graag weer op de kaart willen krijgen. 15


zoekers. Met zijn Chardonnay Blauw, fruitig en aromatisch van smaak, heeft het een prima wijn in huis voor bij lichtere gerechten.

Grensoverschrijdend Wie buiten zegt in deze streek kent ook het alom aanwezige pendelverkeer, maar vaak gaat het dan om professionele verplaatsingen of beperkte toeristische verblijven. Daarom ontwikkelden we een gastronomische route, om de échte fijnproevers, diegenen die een échte smaakbeleving willen ervaren, doorheen ons prachtige landschap te gidsen. En ook de wijnliefhebber zijn we daarbij niet vergeten. Tussen Tongeren en Maastricht, langs de oude romeinse heirbaan, in de gemeente Riemst, ligt immers wijnkasteel Genoels-Elderen. Niet per toeval, aangezien de Romeinen reeds wijngaarden hadden in deze streek, is het wijnkasteel met 22 hectaren wijngaarden het grootste wijndomein in België en verwelkomt het nu al jaarlijks 15.000 be-

Aanrader Het zal u, beste lezer, niet verbazen dat we stevig onder de indruk kwamen van zoveel enthousiasme. We durven zelfs al een beetje dat u na het lezen van dit alles, zin hebt gekregen om zelf de streek van La Saison Culinaire te gaan ontdekken. En, twijfelt u vooral niet aan de oprechte Limburgse gastvrijheid! Wij werden bij ons vertrek alvast door de burgemeester gesommeerd nog wat heerlijk plaatselijk fruit dat op ons lag te wachten, mee te nemen en onze ‘smaakbeleving’ op weg naar het Antwerpse alvast te oefenen…

Tussen Tongeren en Maastricht, langs de oude romeinse heirbaan, in de gemeente Riemst, ligt wijnkasteel Genoels-Elderen’

16


MICHELIN RESTAURANTS BELGIE EN LUXEMBURG 2020

Op 18 november 2019 werd de nieuwe Michelin gids 2020 voor België en Luxemburg voorgesteld waarin naar gewoonte de Michelin sterren werden toegekend aan een select groepje van toprestaurants. Kregen hun eerste Michelin ster: La Canne en Ville (Elsene), L.E.S.S. (Brugge), Ogst (Hasselt), Le Gastronome (Paliseul), EssenCiel (Leuven), Souvenir (Gent) en Sir Kwinten (Sint-Kwintens-Lennik). Bij de tweesterren verwelkomen we: Cuchara (Lommel). Aan de absolute top met 3 sterren: Hof van Cleve (Kruishoutem) De datum voor de gidspresentatie van Michelin Nederland 2020 is op maandag 13 januari. Op die dag wordt duidelijk welke restaurants worden beloond met drie, twee of één ster, of bekend welke hun ster verliezen. De presentatie vindt plaats om 12:00 uur in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Nederland telt momenteel 110 sterrenzaken waaronder 3 met 3 sterren zijnde Inter Scaldes in Kruiningen, De Leest in Vaassen, en De Librije in Zwolle. 17


18


OP VISITE __________________

19


Belgisch advocate Chantal Hendrickx gunt ons een blik achter de schermen Gevestigd in het mooie Pajottenland, een glooiend en landelijke streek ten westen van Brussel, verwacht je misschien niet meteen een advocate die gespecialiseerd is in Nederlands-Belgische kwesties. Toch huist hier het advocatenkantoor Hendrickx Tax Law. Omwille van het licht heuvelachtige en landelijke karakter wordt het wel eens het ‘Toscane van het Noorden’ genoemd. De streek is vooral gekend voor het lambiekbier en de geuze en je kan er het middeleeuwse Kasteel van Gaasbeek en het daartegenover gevestigde kasteel en park van Groenenberg bezoeken. Ook vindt je er het Museum van het Belgisch Trekpaard (Vollezele) en de grootste rozenverzameling van Europa in het domein Coloma (Sint-Pieters-Leeuw). Sint-AnnaPede nodigt uit tot een wandeling langs twaalf grote, kleurvaste en weerbestendige reproducties van de mooiste schilderijen van Pieter Bruegel de Oude, die in zijn Brusselse periode vooral in de Pedevallei inspiratie vond. In deze prachtige streek, meer bepaald in de schaduw van het kasteel van Gaasbeek en kasteel van Groenenberg, is Chantal Hendrickx sinds eind 2017 haar eigen kantoor gestart, na een loopbaan van 22 jaren bij in totaal 3 Brusselse advocatenkantoren. Die stap heeft Chantal zich naar eigen zeggen nog geen moment beklaagd. Ze geniet er van het ‘in de weer zijn voor’ haar cliënten.

mentje. Ook de vrijheid om eigen klemtonen in de dienstverlening te leggen vindt ze een pluspunt aan een eigen kantoor. Toch is het runnen van een eigen advocatenkantoor niet altijd even gemakkelijk. Chantal is dan ook haar echtgenoot, Bert, enorm dankbaar voor alle hulp en steun die hij haar biedt. Vooral op het logistieke vlak zorgt Bert voor een grote ondersteuning. Als IT-er heeft hij een eigen programma voor het kantoor ontwikkeld zodat de maandelijkse facturatie snel en vlekkeloos verloopt. Hoewel het kantoor toch wel een eind van de ‘Nederlandse grensstreek’ is gelegen, is haar praktijk hoofdzakelijk gericht op dienstverlening aan Nederbelgen. De verklaring daarvoor ligt in haar eerste werkervaring als fiscaal adviseur bij het toenmalige Loyens & Volkmaars (later Loyens & Loeff, thans Loyens), waar zij bijna uitsluitend Nederlands cliënteel bediende. Studies en werk Chantal Hendrickx studeerde rechten aan de KU Leuven, en vervolgens, als werkstudent, fiscaal recht aan de Fiscale Hogeschool en behaalde een MaNaMa Sociaal recht aan de Vrije Universiteit van Brussel. Sinds 1995 is ze als advocaat werkzaam en lid van de Nederlandstalige balie te Brussel. Van bij de start van haar loopbaan heeft ze een bijzondere interesse voor de fiscaliteit van Nederlandse aanvullende pensioenen. In deze materie heeft ze zich ontwikkeld als de absolute expert, waarover ze ook meerdere artikels en boeken publiceerde. Haar praktijk strekt zich voorts uit tot de (inter-)nationale fiscale en sociaalrechtelijke aspecten van de (mobiele) werknemer, bedrijfsleider of zelfstandige (internationale tewerkstelling en salariëring (bijzonder belastingstelsel voor buitenlandse kaderleden, salary split, bonusplan (groepsverzekering), stock opties, warranten, RSU’s, pensioenopbouw bij internationale tewerkstelling, enz…) alsmede tot beleggings- en vermogensfiscaliteit.

Nederbelgen Onder die cliënten tal van Nederlanders. Chantal houdt ervan dat haar Nederlandse cliënteel open en direct in de omgang is en dat ze zich niet schromen om te bedanken met een compli20


Dienstverlening De dienstverlening gaat van bijstand bij aangiften (inkomstenbelastingen, erfbelasting), over advies en legal opinions tot bijstand bij administratieve en gerechtelijke procedures. Zo kwam zij als advocaat tussen in dossiers die aanleiding hebben gegeven tot principiële gerechtelijke uitspraken, onder meer het cassatiearrest van 12 november 2009, dat nog steeds een mijlpaalarrest is inzake de theorie van de individueel en definitief verworven rechten, het arrest van 26 oktober 2016 van het Hof van Justitie van de EU, inzake RIZIV- en solidariteitsbijdrage met betrekking tot aanvullende pensioenen betaald aan niet-inwoners van België, én het arrest van 8 juni 2017 van het Hof van Justitie van de EU, inzake Belgische vrijstelling van spaardeposito’s. In de grensoverschrijdende dossiers kan zij beroep doen op de expertise van haar uitgebreid Nederlands netwerk.

fiscale artikelen en boeken, maar het is haar droom om later ook fictieboeken te schrijven. Daarnaast vormt de (toch wel grote) moestuin het decor van een gezamenlijke hobby, haar man Bert teelt alle mogelijke groenten en fruit en Chantal verwerkt ze tot heerlijke gerechten. Het liefst van al genieten we met vrienden van al dat lekkers uit onze tuin, aldus Chantal.

Netwerking Chantal is permanent lid van de Raadgevende Commissie GWO en van de Belgium-Holland Business Community. Ze geeft regelmatig lezingen omtrent fiscaliteit van (Nederlandse) pensioenen en publiceert geregeld in Nederlandse en Belgische vakbladen. Ze is redactielid van het in België toonaangevend Tijdschrift voor Fiscaal Recht.

Roeping Voor Chantal is haar beroep een roeping. Zeker sinds ze een eigen kantoor heeft, is het soms moeilijk om het werk even aan de kant te schuiven. Gelukkig houden echtgenoot Bert en dochters Sarah (18) en Yana (15) een oogje in het zeil en wordt er geregeld tijd gemaakt voor een wandeling of een avondje-uit. De dochters lijken alvast te hebben besloten dat de liefde voor fiscaliteit niet zal overgaan op hen. Sarah is net gestart aan de KU Leuven aan haar studies ‘bio-ingenieur’ en Yana heeft meer liefde voor muziek (viool en gitaar) en exacte wetenschappen. Zo ziet het er vooralsnog naar uit dat er geen familiale opvolging van het advocatenkantoor zal komen, wat Chantal overigens niet zal stoppen in haar ‘drive’ het kantoor verder uit te bouwen tot een gevestigde waarde, waar een kwaliteitsvolle dienstverlening en betrokkenheid hoog in het vaandel worden gedragen.

Schrijven en koken Schrijven is als het ware één van de hobby’s van Chantal waaraan zij het meeste tijd besteedt. Op dit moment publiceert zij vooral

21


22


FISCAAL & JURIDISCH __________________

23


Tweede woning in Nederland en de heffing van Belgische personenbelasting Gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen… Edwin van Overmeire Belastingadviseur/vennoot Bolwerk 7 Fiscale & Financiële dienstverlening Terneuzen evanovermeire@bolwerk7.nl

Al jaren is in België de belastingheffing over in het buitenland gelegen onroerende zaken (zoals de tweede woning in Nederland) een hot item. Belastingplichtigen en de belastingadministratie staan op dat vlak lijnrecht tegenover elkaar en hoewel de rechtspraak in het voordeel uitpakt van de burger, lijkt de Belgische fiscus zich daar bitter weinig van aan te trekken. In dit artikel ga ik dieper in op deze materie en probeer ik een antwoord te geven op welke wijze het inkomen op correcte wijze in de aangifte aangegeven kan worden. Kadastraal inkomen In België wordt sinds jaar en dag aan een onroerende zaak een kadastraal inkomen (KI) toegekend. Het KI wordt vastgesteld door de Administratie Opnemingen & Waarderingen (‘het kadaster’) en komt overeen met het jaarlijks netto-huurinkomen dat u in 1975 voor de onroerende zaak zou ontvangen als u het verhuurde. Bij die berekening wordt de huur voor gebouwde onroerende zaken verminderd met een forfait van 40% voor onderhouds- en reparatiekosten (voor ongebouwde onroerende zaken bedraagt het forfait 10%). Om de huidige waarde van de onroerende zaak te bepalen, wordt het KI sinds 1991 geïndexeerd. Voor het aanslagjaar 2020 bedraagt de index 1,8230. Voorbeeld Als het niet-geïndexeerde KI van een woning € 1.200 bedraagt, dan is het geïndexeerde kadastraal inkomen (GKI) voor het aanslagjaar 2020 (inkomsten 2019) € 2.187,60. Dit GKI wordt vervolgens nog afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal, al naar gelang het bedrag achter de komma. Is het eerste cijfer van het bedrag kleiner dan 5, dan wordt het bedrag van het GKI naar beneden afgerond en anders naar boven. In het voorbeeld wordt het GKI dus afgerond naar € 2.188,00.

Eigen gebruik of verhuur van een tweede woning Een tweede woning wordt voor de belastingheffing, net als in Nederland overigens, geheel anders behandeld dan een hoofdverblijf. Bij verhuur aan particulieren (of bij eigen gebruik) wordt de grondslag voor de heffing van de personenbelasting (PB) namelijk fictief vastgesteld. Het onroerend inkomen wordt vastgesteld op een bedrag gelijk aan het GKI verhoogd met 40%. De werkelijke huuropbrengst is voor de belastingheffing daardoor niet relevant. Dit regime is doorgaans gunstiger dan hetgeen wordt toegepast op onroerende zaken die voor beroepsdoeleinden of aan rechtspersonen worden verhuurd, in welk geval de brutohuur wordt belast als onroerend inkomen. In alle gevallen mag op het inkomen ook nog eens de betaalde rente op een woningfinanciering in mindering worden gebracht, uiteraard op voorwaarde dat de gelden zijn gebruikt voor aankoop, onderhoud en/of verbetering van de onroerende zaak. Daardoor zal in veel gevallen een eigenaar weinig tot geen belasting verschuldigd zijn over de huuropbrengsten. Maar dat is natuurlijk niet altijd het geval. Vooral bij onroerende zaken gelegen in het buitenland komen we de spreekwoordelijke uitzondering tegen. 24


Aangifte personenbelasting De (rijks)inwoner van België moet immers in zijn aangifte PB het wereldinkomen aangeven. Het wereldinkomen is het inkomen waar ook ter wereld (ook) verdiend en berekend volgens de Belgische belastingregels. Tot dit inkomen behoren in beginsel ook de inkomsten waarover België op grond van internationale regelingen niet het recht heeft belasting te heffen, zoals een in Nederland gelegen vakantiewoning. Vervolgens moet aan de hand van het belastingverdrag dat werd afgesloten tussen de beide Staten, beoordeeld worden welk land daadwerkelijk over de inkomsten belasting mag heffen. In de meeste gevallen is dat het land waarin de woning is gelegen (bronland). De eigenaar zal daardoor veelal in het buitenland belastingen moeten betalen op zijn bezitting. Voor de aangifte in het bronland zijn de Belgische belastingregels irrelevant. De heffingsgrondslag en het tarief wordt door het bronland bepaald. Dat geldt echter niet voor de aangifte in het woonland en daarin schuilt het probleem. Op basis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB) geldt voor een buitenlands onroerend goed niet het KI als basis, maar een ander bedrag. Indien een buitenlandse woning verhuurd wordt, moet de eigenaar namelijk de ontvangen huur in zijn belastingaangifte vermelden en indien de woning niet verhuurd wordt, moet de brutohuurwaarde in de aangifte worden opgenomen. In beide gevallen pakt dat wezenlijk anders uit dan in het geval de betreffende woning in België zou zijn gelegen. Bij verhuur aan particulieren of bij eigen gebruik, geldt immers als grondslag; het GKI verhoogt met 40%. Het begrip ‘huurwaarde’ Het begrip ‘huurwaarde’ is door de Belgische wetgever in het verleden in de wet opgenomen omdat voor in het buitenland gelegen onroerende zaken, geen KI beschikbaar is. Het begrip huurwaarde wordt daarbij als volgt omschreven: "De huurwaarde vertegenwoordigt de gemiddelde jaarlijkse brutohuur die men, in geval van verhuring, gedurende het kalenderjaar volgens de gebruiken van het land en de ligging van de onroerende zaak, had kunnen verkrijgen, in de vorm zowel van een eigenlijke huurprijs als van door de huurder voor rekening en in de plaats van de verhuurder gedragen lasten of van door de huurder ten voordele en voor rekening van de verhuurder geleverde prestaties en goederen". De belastingplichtige mag op het bedrag van de huurwaarde de in het buitenland op de onroerende inkomsten daadwerkelijk betaalde belastingen in mindering brengen. Kostenaftrek Tot slot wordt op het resterende bedrag op basis van art. 13 WIB nog een forfaitaire kostenaftrek toegepast van 40%, wat in feite betekent dat 60% van de huurwaarde voor de bepaling van het progressieve belastingtarief, dat van toepassing is op de daadwerkelijk in België belastbare inkomsten wordt meegenomen, nu voor de buitenlandse inkomsten op basis van het van toepassing zijnde belastingverdrag recht bestaat op een vrijstelling met progressievoorbehoud. Dit progressievoorbehoud zorgt ervoor dat het gemiddeld tarief dat van toepassing is op de overige inkomsten (zoals loon of pensioen) hoger wordt als een belastingplichtige buitenlandse onroerende inkomsten heeft. Ook kan het bedrag van de buitenlandse inkomsten van belang zijn voor de heffing van de gemeentelijke opcentiemen 25


Discriminatie in vergelijking met een Belgische woning De huurwaarde is echter in nagenoeg alle gevallen een (fors) stuk hoger dan het KI, waardoor de belasting op in België gelegen tweede woningen lager is dan deze op buitenlandse tweede woningen. Deze ongelijke behandeling is volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 11 september 2014 (C-489/13) strijdig met art. 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU). Inwoners van België met een tweede woning in een andere lidstaat worden volgens het Hof gediscrimineerd tegenover inwoners van België met een tweede woning in België, die veel gunstiger worden belast. Vrij recent (namelijk op 12 april 2018) tikte het HvJ EU in de zaak met nr. C-110-73 België opnieuw op de vingers voor deze kwestie. Op basis van beide arresten heeft de Belgische wetgever in feite slechts twee opties: 1.

2.

Er wordt een KI toegewezen aan elke onroerende zaak, dus ook aan onroerende zaken in het buitenland. Vervolgens wordt iedereen belast op basis van het GKI plus 40%. Deze oplossing is in de praktijk niet haalbaar. Iedere eigenaar van een onroerende zaak wordt belast op basis van de werkelijke huurwaarde. Een dergelijke belastingverhoging op Belgisch vastgoed ligt evenwel politiek in België zeer gevoelig en daardoor is deze optie in de praktijk even onwaarschijnlijk.

In een land als België resteert in dat geval een 3 e optie: ‘le compromis à la belge’. Dat houdt in dat de wetgever blijft stilzitten en het probleem verlegt naar de uitvoeringspraktijk. De administratie komt in zo’n geval (veelal) na enige tijd met een gekunstelde oplossing. Ook nu werd dit alom beproefde recept van stal gehaald. Zo werd in de relatie met Nederland door de Belgische fiscus aansluiting gezocht bij de ‘WOZ-waarde’. In theorie zou de WOZ-waarde van een woning gelijk moeten zijn aan de waarde in het economische verkeer (WEV). De waarde in het economische verkeer is daarbij gelijk aan “de prijs die de meest biedende gegadigde zou willen betalen na aanbieding van de zaak op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding” (ofwel de vrije verkoopwaarde van de woning). In de praktijk wijkt de WOZ-waarde echter vrijwel altijd af van de vrije verkoopwaarde van de woning. Dat is veelal te wijten aan onvoldoende referentiegegevens. Vervolgens werd tot twee jaar geleden de WOZ-waarde door de administratie vermenigvuldigd met de interestvoet van de OLO (Obligation Linéaire/Lineaire Obligatie oftewel de rente die in België betaald wordt op overheidsobligaties) op tien jaar + 1%. Voorbeeld Een belastingplichtige bezat in 2012 een 2 e woning in Nederland met een WOZ-waarde van € 250.000. De gemiddelde interestvoet van de OLO in 2012 was 3%. De brutohuurwaarde voor het aanslagjaar 2013 (inkomsten 2012) bedroeg dan in de optiek van de Belgische fiscus € 10.000 (€ 250.000 x 4%).

Deze techniek is echter volstrekt willekeurig. Er kunnen immers tal van voorbeelden gegeven worden waarin de huur van een woning hoger of lager is dan 4% van de vrije verkoopwaarde. Ook deze oplossing bood voor de praktijk dus onvoldoende soelaas. Circulaire van 29 juni 2016 In 2016 werd, vermoedelijk (mede) ingegeven door de fors dalende rentetarieven, het geweer van schouder gewisseld. Op 29 juni 2016 publiceerde de fiscus immers een nieuwe circulaire (Circulaire AAFisc Nr. 22/2016 (nr. Ci.704.681) van 29 juni 2016), met betrekking tot het begrip ‘huurwaarde’. Hierin bevestigt zij impliciet het arrest van het HvJ EU in de zaak C-489/13 door te stellen dat als huurwaarde ook ‘een forfaitair geraamde brutohuur die in het buitenland in aanmerking wordt genomen voor de vestiging van een belasting of het belastbaar inkomen voor de onroerende zaak dat daar in aanmerking wordt genomen voor de berekening van een inkomstenbelasting kan zijn. Op 9 november 2016 heeft de minister van Financiën vervolgens in het antwoord op een parlementaire vraag (Integraal verslag Kamercommissie Financiën van 9 november 2016, CRIV 54 COM 527, 08/01 t/m 08.03) een nadere toelichting gegeven op het begrip ‘huurwaarde’. Voor Nederland geeft de bewindsman daarbij aan dat de huurwaarde van een niet-verhuurde onroerende zaak kan worden vastgesteld aan de hand van de WOZwaarde vermenigvuldigd met 4%, dat wil zeggen: het percentage dat Nederland voor de belastingheffing 26


hanteert als fictief inkomen voor inkomsten uit vermogen (box 3). Echter, ook hier geldt dat deze rekenregel volstrekt willekeurig is. Bovendien is de wetgeving in Nederland op het onderdeel fictief rendement vanaf 2017 ook nog eens gewijzigd. Het vaste percentage van 4 is daarbij losgelaten. Vanaf 2017 heeft Nederland drie schijven voor de berekening van het fictief rendement. De wetgever gaat namelijk uit van de veronderstelling dat een belastingplichtige meer rendement op zijn vermogen behaalt naarmate hij meer vermogen heeft en dat hij bij een hoger vermogen meer belegt dan spaart. Bij iedere volgende vermogensschijf gebruikt de fiscus daarom een hoger percentage om het rendement over het vermogen van een belastingplichtige te berekenen. De bedragen en percentages worden bovendien vanaf 2017 ieder jaar opnieuw vastgesteld. Deel van de grondslag sparen en beleggen

Percentage 0,36%

Percentage 5,38%

Gemiddeld rendement

Tot en met € 71.650

67%

33%

1,935%

Vanaf € 71.651 t/m € 989.736

21%

79%

4,451%

0%

100%

5,60%

Vanaf € 989.737

Voorbeeld Een inwoner van België bezit op 1 januari 2019 een woning in Nederland met een WOZ-waarde van € 250.000. Op de woning rust geen schuld. In de visie van de Belgische fiscus moet voor de bepaling van het fictief rendement geen rekening gehouden worden met het heffingsvrij vermogen van € 30.360 (bedrag 2019). Volgens de bovenstaande tabel valt € 71.650 van het ‘belastbaar’ vermogen in de 1 e schijf en € 178.350 in de 2e schijf. Het fictief rendement bedraagt daardoor € 9.325 (in plaats van € 7.882; indien wel rekening wordt gehouden met het heffingsvrij vermogen). Op basis van de circulaire mag de belastingplichtige dus uitgaan van een brutohuurwaarde van € 9.325. Op dit inkomen laat de Belgische fiscus vervolgens de in Nederland betaalde onroerende zaakbelasting (OZB) in aftrek toe. Dat is op zich vreemd, omdat deze heffing geen belasting is naar het werkelijk inkomen uit de onroerende zaak. In zoverre zou er een vergelijk kunnen worden getrokken naar het standpunt in de circulaire over de aftrek van de “taxe d’habitation” op het onroerend inkomen van in Frankrijk gelegen onroerende zaken. Deze belasting kan volgens de administratie (terecht) niet in mindering worden gebracht, omdat de heffing niet plaatsvindt over de werkelijke onroerende inkomsten. De in Nederland verschuldigde box 3-heffing wordt om die reden eveneens niet in aftrek toegelaten. Op het resterende bedrag wordt tot slot de forfaitaire aftrek van 40% toegepast. In ons voorbeeld resteert dus een belastbaar inkomen van € 5.595,00.

Heft de circulaire de ongelijke behandeling nu op? Het antwoord luidt kort maar krachtig: nee. Het verhoogde KI (GKI plus 40%) komt namelijk in vrijwel alle gevallen fors lager uit dan het gecorrigeerde bedrag aan fictief rendement of de werkelijk ontvangen huur. Gelet op dit feit wordt de schending van het vrije kapitaalverkeer niet opgeheven door de nieuwe rekenregels en wordt in feite het antwoord op de vraag “op welke wijze een KI in België wordt berekend” nog meer dan voorheen, relevant. Berekeningsmethodiek KI Het KI is van een woning, zoals eerder beschreven, de jaarlijkse huur die zou zijn ontvangen zijn als de woning op 1 januari 1975 (peildatum) in normale omstandigheden verhuurd was geweest, verminderd met een forfait van 40% voor onderhouds- en reparatiekosten. Voorbeeld De huurprijs van een woning op 1 januari 1975 bedraagt €150. Per jaar bedraagt de huurwaarde dus € 1.800 (€ 150 x 12). De huur wordt vervolgens verminderd met 40% (forfaitaire aftrek kosten). Het KI bedraagt daardoor € 1.080. Het GKI zou in dat geval voor 2019 € 1.969,00 en het belastbare bedrag aan huurwaarde € 2.756.60 (GKI + 40%). 27


In dat kader is het jammer, dat de exacte berekening van het KI nog altijd in nevelen is gehuld. Een ambtenaar van het kadaster komt langs om een aantal vaststellingen te doen, maar vaste kenmerken met een waardebepaling zijn er niet. Het zou het kadaster sieren om op haar website (www.kadaster.be) een rekentool beschikbaar te stellen voor het maken van een indicatieve berekening. De kans hierop lijkt echter klein. We moeten het dus voorlopig met ‘gelekte’ informatie doen. Op basis daarvan lijken de twee belangrijkste parameters voor de berekening van het KI van een nieuwbouwwoning: de 'bebouwde oppervlakte' en de 'nuttige oppervlakte'. De bebouwde oppervlakte is daarbij de oppervlakte ingenomen door de buitenafmetingen van de woning en alle bijgebouwen. Ook een overdekt terras of een carport worden daarbij meegeteld. Op deze bebouwde oppervlakte past men dan een aantal coëfficiënten toe om tot de ‘nuttige oppervlakte’ te komen. Zo wordt bijvoorbeeld de oppervlakte van een garage met een factor 0,8 vermenigvuldigd en de oppervlakte van het overdekt terras met een factor 0,1. De oppervlakte van de woning zelf wordt vermenigvuldigd met een factor 2,5 met als uitleg dat dit is samengesteld uit een factor 1 voor de benedenverdieping, een factor 1 voor de 1 ste verdieping en een factor 0,5 voor de zolderverdieping. De aldus berekende oppervlakte wordt vervolgens nog vermenigvuldigd met een bedrag dat de locatie en de omgeving in rekening brengt. De uitkomst vormt het uiteindelijke KI. Alternatieven Voor de meeste belastingplichtigen is het maken van een dergelijke rekensom onbegonnen werk. Zij kunnen het KI door vergelijking benaderen. Hiervoor kan een belastingplichtige bijvoorbeeld via een vastgoedsite (zoals www.immoweb.be) een aantal woningen selecteren met enkele gelijkaardige kenmerken. Op basis hiervan kan een pleitbaar standpunt worden ingenomen over het KI van een vergelijkbare woning en is de fiscus weer aan zet. Ook kan een vergelijking worden gemaakt met de eigen woning van de belastingplichtige, hoewel mogelijk tegengeworpen kan worden, dat in dat geval slechts één referentiepand in de vergelijking wordt betrokken. Voordeel van deze methode is echter weer wél, dat zij eenvoudig is en daardoor in de praktijk zonder al teveel bezwaren als norm kan fungeren en daardoor een handvat kan bieden voor het oplossen van de huidige patstelling tussen FOD Financiën en belastingplichtigen op dit onderdeel. Voorbeeld De Nederlandse woning heeft een WOZ-waarde van € 250.000. Laten we aannemen dat de WOZ-waarde in zo’n geval gelijk is aan de actuele verkoopwaarde. De Belgische woning heeft een geschatte ‘verkoop uit de hand’-waarde van € 520.000. Aan de woning is een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van € 1.200 toegekend. Op basis van een evenredige toerekening (€ 250.000/€ 520.000 x € 1.200) kan aan de 2 e woning een KI van (afgerond op hele euro’s) € 577,00 worden toegerekend, wat zou resulteren in een onroerend inkomen voor het inkomstenjaar 2019 van € 577 x 1,8230 (index) = (afgerond op hele euro’s) € 1052,00 (GKI) * 140% = € 1.472,80. Dit alles zou betekenen dat voor de invoer in de aangifte personenbelasting, in de rubriek 1130 een bedrag moet worden ingegeven van € 2.454,67 (opdat na aftrek van de 40% forfaitaire onkosten een buitenlands onroerend inkomen resteert van € 1.472,80 / vrij te stellen met progressievoorbehoud. Subsidiair kan de huizenbezitter een beroep doen op een vuistregel ontwikkeld in de rechtspraak. Op 28 juni 2017 oordeelde het Hof van beroep Luik in de zaak 2010/RG/887, dat de onroerende inkomsten uit een verhuurde (in het buitenland gelegen) woning, konden worden gesteld op 22,5% van de werkelijk ontvangen brutohuur. Dat percentage is gebaseerd op een persbericht van de Europese Commissie (IP/12/282 van 22 maart 2012), waarin vastgesteld wordt dat het Belgisch KI gemiddeld 20 tot 25% van de marktwaarde bedraagt.

28


CONCLUSIE De circulaire van 29 juni 2016 is een eerste opzet om een werkbare situatie te creëren voor de praktijk. In de relatie met Nederland acht ik de belastingadministratie daarin verre van geslaagd. In bijna alle gevallen komt de belastingplichtige immers (fors) nadeliger uit. Dat geldt niet alleen voor niet-verhuurde panden, maar ook bij verhuurde panden. In tegensteling tot datgene wat de Belgische belastingadministratie doet voorkomen, gelden de overwegingen van het HvJ EU in het arrest van 11 september 2014 onverkort bij verhuurde woningen. Er mag om die reden bij inwoners van België in de fiscale behandeling van binnen- en buitenlandse 2e woningen geen enkel verschil worden gemaakt en dat houdt in, dat er slechts één maatstaf voor de heffing kan zijn: het GKI verhoogd met 40%. Het mag daarbij niet zo zijn dat het probleem indirect op het bordje van de belastingplichtige wordt gelegd. De vuistregel van het Luikse Hof van beroep is een begin, maar het is nu aan de Belgische wetgever om op korte termijn te komen met een ‘echte’ oplossing voor dit probleem. Het alternatief van een fiscale behandeling op basis van een vergelijking met het KI van de eigen woning is momenteel onderwerp van geschil in een tweetal procedures, welke wij voor een klant aanhangig hebben gemaakt bij de Rechtbank van eerste aanleg Leuven in de zaken met rolnummers 19/1151/A en 19/1152/A betreffende de aanslagjaren 2016 en 2017. Volg daarom mijn berichten op LinkedIn en/of de berichten van het Nederlands-Belgisch Centrum.

29


Nederlands staatssecretaris van Financiën over positie grensoverschrijdend werkenden en gepensioneerden

Ivan Cools is partner bij het Nederlands-Belgisch Centrum, voorzitter van de Stichting grensarbeid, voorzitter van de Belgium-Holland Business Community, voorzitter van de Raadgevende Commissie GWO en redacteur van het Belgium-Holland Magazine©

De Nederlandse staatssecretaris van Financiën Menno Snel (D’66) heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de positie van grensoverschrijdend werkenden en gepensioneerden. Hierbij doen we u een overzicht toekomen van de belangrijkste topics. ciale Zaken en Werkgelegenheid van de Eerste Kamer van het schriftelijk overleg vastgesteld op 9 januari 2019 en van het nader schriftelijk overleg vastgesteld op 2 april 2019 en 9 juli 2019. Deze verslagen bevatten onder andere de, mede namens de staatssecretaris, verzonden brieven van de minister van Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid van 20 december 2018, 1 april 2019 en 8 juli 2019. In de hier behandelde rapportage beperkt de staatssecretaris zich tot concrete knelpunten in grensoverschrijdende situaties op het gebied van de loon- en inkomstenbelasting. Het betreft punten die actueel zijn of in de afgelopen periode actueel zijn geweest. In het kader van deze rapportage heeft op ambtelijk niveau overleg plaatsgevonden. Verder overleg met het Nederlands Belgisch Centrum heeft plaatsgevonden op 14 november 2019. De staatssecretaris licht hieronder een en ander nader toe.

Staatssecretaris van Financiën De staatssecretaris van Financiën licht vooreerst nogmaals toe dat werknemers die grensoverschrijdend wonen en werken te maken krijgen met bilaterale belastingverdragen waarin is afgesproken welk land (woon- of werkstaat) belasting mag heffen. Voor deze werknemers is daarnaast van belang welk socialezekerheidsstelsel op hen van toepassing is en waar zij dientengevolge premieplichtig zijn en aanspraak kunnen maken op een socialezekerheidsuitkering. Ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld gepensioneerden die inwoner zijn van een ander land dan het land waaruit zij hun pensioen ontvangen. De regels voor belastingen en premies lopen niet in alle gevallen synchroon, waardoor de belastingheffing van een werknemer of gepensioneerde aan een ander land kan worden toegewezen dan het land van premieheffing. Knelpunten en verschillen tussen de socialezekerheidswetgeving en de belastingwetgeving zullen altijd tot op zekere hoogte (blijven) bestaan. Dit neemt niet weg dat ik ernaar streef – waar mogelijk – discoördinatie te voorkomen. In deze rapportage ga ik niet verder in op deze overkoepelende problematiek met betrekking tot de discoördinatie van belasting- en premieheffing. Hiervoor verwijst de staatssecretaris naar de verslagen van de vaste commissie voor So-

Belastingdeel heffingskortingen buitenlandse belastingplichtigen In het pakket Belastingplan 2018 is geregeld dat buitenlandse belastingplichtigen met ingang van 1 januari 2019 het belastingdeel van de heffingskortingen - met uitzondering van de arbeidskorting voor inwoners van een andere EUlidstaat, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland of één van de BES-eilanden (de 30


landenkring) - niet meer via de loonbelasting ontvangen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot aantal buitenlandse belastingplichtigen via de loonbelasting te veel aan heffingskortingen ontvangt, waarop in de inkomstenbelasting geen of minder recht bestaat. Dit zou anders via het aanslagtraject in de inkomstenbelasting weer moeten worden teruggevorderd, met de daaraan verbonden (uitvoerings)lasten en handhavings- en invorderingsrisico’s. Voor de werknemer of gepensioneerde zou dit betekenen dat wanneer hij aan zijn aangifteplicht voldoet en er behalve het loon geen andere posten in zijn aangifte spelen, hij een te betalen aanslag inkomstenbelasting ontvangt, waar hij waarschijnlijk niet meer op had gerekend. Door de heffingskortingen - met uitzondering van de arbeidskorting voor inwoners binnen de landenkring - alleen via de inkomstenbelasting toe te kennen, wordt deze toekenning beter gericht. Immers, via de inkomstenbelasting krijgen alleen die buitenlandse belastingplichtigen die daar ook recht op hebben het belastingdeel van de heffingskortingen.

gaat het om inwoners van België, Aruba en Suriname met looninkomsten uit Nederland waarvan het heffingsrecht op grond van het desbetreffende belastingverdrag aan Nederland is toegewezen. Inwoners van België hebben op basis van een in het belastingverdrag met België opgenomen specifieke non-discriminatiebepaling en een daarmee verband houdende goedkeuring in een beleidsbesluit, recht op onder meer het belastingdeel van de algemene heffingskorting. Hierbij is het niet van belang of zij kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen zijn. Ook inwoners van Aruba en Suriname met looninkomsten uit Nederland hebben door een specifieke nondiscriminatiebepaling in de Belastingregeling voor het Koninkrijk (nog van toepassing in de relatie tot Aruba) respectievelijk in het belastingverdrag met Suriname recht op onder meer het belastingdeel van de algemene heffingskorting. Vanaf 1 januari 2020 ontvangen inwoners van België, Aruba en Suriname die onder de loonheffing vallen, het belastingdeel van de algemene heffingskorting via de loonbelasting. Het voor deze groep in de loonbelasting rekening houden met de algemene heffingskorting vergt een aanpassing van de ICTsystemen van de Belastingdienst wat betreft de voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Indien een inhoudingsplichtige in het jaar 2019 al in de loonbelasting rekening houdt met het belastingdeel van de algemene heffingskorting kan dat in combinatie met een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2019 leiden tot een te hoog toegekende heffingskorting, omdat de aanpassing in de systemen van de Belastingdienst voor het jaar 2019 niet meer mogelijk is. Dit kan alleen in de aanslagregeling inkomstenbelasting over het jaar 2019 worden rechtgetrokken. Voor het jaar 2020 worden de geautomatiseerde systemen van de

‘WERKNEMERS DIE GRENSOVERSCHRIJDEND WERKEN KRIJGEN TE MAKEN MET BILATERALE BELASTINGVERDRAGEN’ Eenzelfde resultaat kan niet worden bereikt via wijzigingen in de toekenning in de loonbelasting. Voor de werkgevers zal namelijk veelal niet vast te stellen zijn of en in hoeverre de in het buitenland wonende werknemers uiteindelijk in de inkomstenbelasting recht zullen hebben op het belastingdeel van de heffingskortingen. Als toekenning via de loonbelasting wordt toegestaan, blijft het reële risico bestaan dat in een groot aantal gevallen de in de loonbelasting (tot een te hoog bedrag) toegekende heffingskortingen alsnog via de inkomstenbelasting (voor het meerdere) moeten worden teruggevorderd. Een aantal situaties heeft aanleiding gegeven af te wijken van bovenstaande. Uitgangspunt daarbij is dat een inhoudingsplichtige voor de loonbelasting op het moment van inhouding zeker weet dat de betreffende buitenlandse belastingplichtige in de inkomstenbelasting recht heeft op het belastingdeel van de betreffende heffingskortingen. Het gaat om de volgende situaties. In de eerste plaats 31


Belastingdienst voor het jaar 2019 niet meer mogelijk is. Dit kan alleen in de aanslagregeling inkomstenbelasting over het jaar 2019 worden rechtgetrokken. Voor het jaar 2020 worden de geautomatiseerde systemen van de Belastingdienst zodanig aangepast dat inwoners van BelgiĂŤ, Suriname en Aruba het belastingdeel van de algemene heffingskorting via de loonbelasting kunnen ontvangen. Inhoudingsplichtigen zijn hierover geĂŻnformeerd. In de tweede plaats gaat het om bepaalde uitgezonden Nederlanders die in dienstbetrekking staan tot Nederland (hierna: uitgezonden ambtenaren) en gedurende de uitzending geen inwoner meer zijn van Nederland. Op grond van de woonplaatsfictie van artikel 2.2, tweede lid, van de Wet IB 2001 worden zij namelijk geacht in Nederland te wonen. Zij hebben in de inkomstenbelasting dan ook recht op dezelfde heffingskortingen als inwoners van Nederland, waaronder het belastingdeel van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Het maakt daarbij geen verschil of de uitgezonden ambtenaar feitelijk woonachtig is binnen dan wel buiten de landenkring. Een dergelijke woonplaatsfictie is niet opgenomen in de Wet op de loonbelasting 1964. Bij een strikte wetsuitleg kunnen uitgezonden ambtenaren het belastingdeel van de heffingskortingen daarom enkel via de inkomstenbelasting verzilveren. Voor deze groep zal in een beleidsbesluit worden vastgelegd dat de inhoudingsplichtige in de loonbelasting het belastingdeel van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting kan toepassen. Hierna wordt onder het kopje regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen ingegaan op de gevolgen van het niet langer via de loonbelasting toekennen van het belastingdeel van de heffingskortingen voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Een in dit verband veel gehoorde klacht is dat buitenlandse belastingplichtigen die niet in aanmerking komen voor een DigiD geen aangifte zouden kunnen doen. Dit is onjuist. Zij kunnen een gebruikersnaam en wachtwoord aanvragen via het formulier Aanvragen gebruikersnaam en wachtwoord dat te vinden is op de website van de Belastingdienst4. Met gebruikersnaam en wachtwoord kunnen buitenlandse belastingplichtigen digitaal aangifte doen. Dit besluit wordt momenteel geactualiseerd. De arbeidskorting wordt al via de loonheffing toegepast, omdat BelgiĂŤ deel uitmaakt van de zogenoemde landenkring.

Regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen Sinds 1 januari 2015 bestaat de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Deze regeling is opgenomen in artikel 7.8 van de Wet IB 2001. Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen hebben recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als belastingplichtigen die in Nederland wonen. Om te voorkomen dat kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen tegelijkertijd in zowel de woonstaat als de werkstaat fiscale tegemoetkomingen te gelde kunnen maken, blijven de belastbare inkomsten uit eigen woning, de uitgaven voor inkomensvoorzieningen en de persoonsgebonden aftrek in Nederland buiten aanmerking voor zover deze in de woonstaat in aanmerking kunnen worden genomen. In dat geval kan in de woonstaat immers al rekening worden gehouden met de persoonlijke -en gezinssituatie. Om als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige te worden aangemerkt dient aan drie voorwaarden te zijn voldaan. De belastingplichtige is inwoner van een andere EU-lidstaat, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland of een van de BES-eilanden (de landenkring). Daarnaast is het inkomen voor minstens 90 procent in Nederland onderworpen aan de loon- en inkomstenbelasting. Ten slotte dient de belastingplichtige een inkomensverklaring te overleggen van de belastingautoriteit in de woonstaat. Volledigheidshalve wijs ik in dit verband nog op de uitspraak van Hof 's-Hertogenbosch van 15 november 2018 over de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. De keuze om niet langer fiscale voordelen te geven aan niet-inwoners op de grond dat het recht van de Europese Unie daartoe niet noopt en de keuze om van overgangsrecht af te zien uit doelmatigheidsen budgettaire overwegingen vallen naar het oordeel van het Hof binnen de ruime beoordelingsvrijheid van 32


de wetgever en zijn niet van redelijke grond ontbloot. Onlangs heeft de Hoge Raad in deze procedure geoordeeld dat de door belastingplichtige aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en geeft daarmee aan dat het Hof niet is uitgegaan van een onjuiste rechtstoepassing. Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen hebben recht op het belastingdeel van de heffingskortingen. Zoals gezegd worden deze niet langer via de loonbelasting toegekend. Zij kunnen dit belastingdeel na afloop van het kalenderjaar via de aangifte inkomstenbelasting over dat kalenderjaar te gelde maken. Buitenlandse belastingplichtigen van wie vaststaat dat zij in een eerder jaar kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen waren en bij wie geen sprake is van gewijzigde omstandigheden kunnen een voorlopige aanslag 2019 aanvragen. Daarmee kunnen zij al gedurende het kalenderjaar 2019 de heffingskortingen verzilveren. Eind 2018 zijn de bij de Belastingdienst bekende kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen daarover per brief ingelicht.

langer vrijstelling van loonheffing aan inwoners van België die pensioen ontvangen uit Nederland. Als gevolg van Belgische jurisprudentie was het namelijk onduidelijk of pensioenuitkeringen uit Nederland door België voldoende in de heffing werden betrokken. Omdat dit zou kunnen leiden tot situaties van dubbele nietbelasting, werd de voor de vrijstelling van loonheffing benodigde verdragsverklaring niet langer afgegeven en was de zogenoemde keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen van kracht, welke was opgenomen in artikel 2.5 van de Wet IB 2001. Dit heeft in de praktijk geleid tot situaties van (dreigende) dubbele belastingheffing. Om deze situaties van dubbele heffing te voorkomen hebben België en Nederland begin 2018 overeenstemming bereikt over de toepassing van het pensioenartikel in het bilaterale belastingverdrag tussen België en Nederland. Van belang is of er in België feitelijk volledig belasting is geheven. Ook zijn afspraken gemaakt over de informatie-uitwisseling op basis waarvan Nederland kan beoordelen of het uit Nederland afkomstige pensioen in België feitelijk en voldoende belast wordt. Als uit de door België geleverde informatie blijkt dat het aanvullende pensioen volledig belast is in België, zal de Nederlandse Belastingdienst de vrijstelling van loonheffing verlenen. Voor het jaar 2018 is ervoor gekozen om op basis van de informatie over het jaar 2016 te beoordelen of de vrijstelling van loonheffing opnieuw kon worden afgegeven indien deze per 1 januari 2018 niet meer werd verleend. Indien het aanvullende pensioen feitelijk en volledig in de heffing wordt betrokken in België dan is de vrijstelling van loonheffing opnieuw verleend met terugwerkende kracht tot 1 januari 2018. Uit pragmatische overwegingen heeft een aantal inhoudingsplichtigen in overleg met de Belastingdienst de over 2018 reeds ingehouden loonheffing in de resterende maanden van 2018 terugbetaald aan de ontvanger van het Nederlandse pensioen. Voor deze belastingplichtigen heeft dit als voordeel dat zij niet hoeven te wachten op de aangifte inkomstenbelasting over 2018 om de reeds ingehouden loonheffing terug te krijgen.

Inkomensverklaring In de praktijk blijkt het niet altijd even gemakkelijk om een door de belastingautoriteit in de woonstaat getekende inkomensverklaring te kunnen overleggen. In relatie tot Duitsland zijn er signalen dat in een aantal deelstaten ondertekening van de inkomensverklaring door het Finanzamt regelmatig niet lukt. Daarnaast zijn er landen die de tekst van de inkomensverklaring zouden willen aanpassen vanwege het risico dat zij iets verklaren, waarvan in een later stadium blijkt dat het toch niet juist was. Met deze landen wordt op ambtelijk n i ve a u o ve r le g gevoerd met als doel de problemen die zich nu voordoen te verhelpen.

Terugkoppeling pe nsi oe nproble matiek België Met ingang van 2018 verleende de Belastingdienst niet

Fiscale woonplaatsbepaling De Commissie grenswerkers van de Vereniging voor Belastingwetenschap doet in haar rapport ‘grenswerkers in Europa’ twee aanbevelingen 33


aangaande de vaststelling van de fiscale woonplaats. In de eerste plaats beveelt de Commissie aan in wetgeving vast te leggen dat een persoon geen dubbele woonplaats kan hebben voor de toepassing van de Nederlandse fiscale en socialezekerheidswetgeving. Anderzijds geeft zij aan dat de praktijk behoefte heeft aan eenduidige geformuleerde criteria voor het bepalen van de woonplaats. Over de wijze waarop de woonplaats wordt vastgesteld bent u, mede namens mij, geïnformeerd in de brief van 20 december 2018 van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hierna ga ik in op een aantal situaties waarvoor het bepalen van de fiscale woonplaats benodigd is.

tingplichtige de zogenoemde verdragsverklaring (formulier Aanvraag Vrijstelling van loonheffing) invult en opstuurt aan de Belastingdienst; en (iii) de belastingplichtige een verklaring van de belastingautoriteit van het land waarvan hij fiscaal inwoner is (formulier Verklaring belastingplicht woonstaat) tegelijk met de verdragsverklaring aan de Belastingdienst opstuurt. Kwalificerende buitenlandse belastingplicht Ook voor de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen is de bepaling van de fiscale woonplaats noodzakelijk. Een van de onderdelen in de vereiste inkomensverklaring (formulier Inkomensverklaring kwalificerend buitenlands belastingplichtige) is de verklaring van de belastingautoriteit van de woonstaat dat de belastingplichtige inwoner is van dat land.

Belastingdeel van de heffingskortingen Met ingang van 2019 ontvangen buitenlandse belastingplichtigen het belastingdeel van de heffingskortingen - met uitzondering van de arbeidskorting voor inwoners van een andere EUlidstaat, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland of één van de BES-eilanden (de landenkring) - niet meer via de loonbelasting. Dit heeft als onbedoeld gevolg gehad dat er meer aanvragen bij zowel werkgevers als de Belastingdienst zijn gedaan om te bevestigen dat de fiscale woonplaats van de werknemer in Nederland is gelegen. In beginsel is het aan de werkgever om aan de hand van feiten en omstandigheden de woonplaats van zijn werknemer te bepalen zodat hij de juiste loonbelastingtabel kan toepassen. Alleen bij twijfel kan men zich richten tot de competente inspecteur van de werknemer met het verzoek de fiscale woonplaats te bepalen

‘In beginsel is het aan de werkgever om aan de hand van feiten en omstandigheden de woonplaats van zijn werknemer te bepalen zodat hij de juiste loonbelastingtabel kan toepassen’ Hooglerarenbepaling in het belastingverdrag tussen Nederland en België In artikel 20 van het bilaterale belastingverdrag tussen Nederland en België is een (hoog) lerarenbepaling opgenomen. Deze bepaling regelt dat (hoog)leraren, die in een van beide verdragsluitende staten onderwijs geven of wetenschappelijk onderzoek verrichten aan een onderwijsinstelling, de eerste twee jaar na de aanvang van de functie belasting betalen in hun woonstaat. Deze bepaling is bedoeld om te voorkomen dat bij tijdelijke werkzaamheden in het andere land (zoals bij gastdocentschap) het heffingsrecht verschuift met de daarmee gepaard gaande administratieve lasten. Op grond van de Europese socialezekerheidsverordening zal een docent in de regel verzekerd zijn in de werkstaat. Premieheffing en belastingheffing lopen dan de eerste twee jaar na de aan-

Vrijstelling van loonheffing De fiscale woonplaatsbepaling is ook benodigd voor het kunnen verlenen van een vrijstelling van loonheffing aan buitenlandse belastingplichtigen en binnenlandse belastingplichtigen die werkzaam zijn in het buitenland voor een Nederlandse inhoudingsplichtige. De Belastingdienst verleent deze vrijstelling alleen (i) als het heffingsrecht over het betreffende inkomen niet aan Nederland is toegewezen op grond van een bilateraal belastingverdrag; en Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 28 maart 2018 over de toepassing van artikel 18 van het verdrag (Stcrt. 2018, 1744), (ii) de belas34


vang van de functie uit elkaar. Omdat Nederland en België hun eigen socialezekerheidsstelsel en belastingstelsel hebben (met een eigen verdeling tussen belastingen en socialezekerheidspremies), kan dit ertoe leiden dat docenten die in België wonen en in Nederland hun beroep uitoefenen een lager nettoloon ontvangen dan hun collega’s die in Nederland wonen. In de omgekeerde situatie kan het zijn dat Nederlandse docenten die werkzaam zijn in België hierdoor een hoger nettoloon ontvangen dan hun collega’s die in België wonen. Voor zover de verschillen in nettoloon het gevolg zijn van genoemde hooglerarenbepaling, is dat van beperkte duur omdat deze bepaling alleen ziet op de eerste twee functiejaren. Zoals eerder aangegeven is Nederland bereid de hooglerarenbepaling te laten vervallen en heeft dat ingebracht bij de lopende verdragsonderhandelingen met België, met het doel de bovengenoemde discoördinatie tussen premieheffing en belastingheffing te voorkomen. De verdragsonderhandelingen met België zijn in een vergevorderd stadium en ik heb de hoop deze binnen afzienbare tijd af te kunnen ronden. In dat verband wijs ik u verder op de eerder aangehaalde, mede namens mijzelf verzonden, brief van 8 juli jl. van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Eerste Kamer. Hierin wordt onder andere ingegaan op de gevolgen van het wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) voor in het openbaar onderwijs werkzame personen. Grensarbeiders die werkzaam zijn bij onder andere openbare universiteiten verliezen bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel hun ambtenarenstatus. Dit heeft gevolgen voor hun socialezekerheidspositie.

Voor de huidige wetgeving geldt in de uitvoeringspraktijk, voor de vraag of er sprake is van een dienst die valt onder het overheidsartikel van een belastingverdrag, als uitgangspunt dat wordt aangesloten bij de aanwezigheid van een ambtelijke aanstelling bij een publiekrechtelijk lichaam. Door de Wnra is dit echter niet langer een voldoende bruikbaar onderscheidend criterium. Voor veel ambtenaren zal de ambtelijke aanstelling immers vervangen worden door een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst, terwijl het karakter van de overheidsbetrekking verder niet verandert. Na inwerkingtreding van de Wnra zal voor de kwalificatie van de overheidsbetrekking voor de toepassing van het overheidsartikel daarom directer aangesloten (moeten) worden bij de relevante verdragsbepaling. Dit betekent dat gekeken wordt of er sprake is van een (dienst)betrekking bij een publiekrechtelijke rechtspersoon. Het voorgaande leidt voor het overgrote deel van de ambtenaren niet tot een wijziging van hun grensoverschrijdende fiscale positie. Ambtenaren die nu op basis van een ambtelijke aanstelling voor een publiekrechtelijke rechtspersoon werkzaam zijn, zullen ook na inwerkingtreding van de Wnra onder de reikwijdte van het overheidsartikel vallen. Dit betreft ook de medewerkers in het openbaar onderwijs die nu op basis van een ambtelijke aanstelling voor een publiekrechtelijke rechtspersoon werkzaam zijn en die – uitgaande van de in het nog aanhangige wetsvoorstel Wijziging van enige wetten in verband met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs - buiten de reikwijdte van de Ambtenarenwet 2017 zullen vallen.

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Per 1 januari 2020 treedt naar verwachting de Wnra in werking. Hiermee verandert de rechtspositie van veel ambtenaren. De naderende inwerkingtreding van de Wnra heeft tot vragen geleid over de gevolgen van deze wet voor de toepassing van de belastingverdragen en de socialezekerheidsregels. Op grond van de Nederlandse belastingverdragen heeft Nederland het heffingsrecht over inkomsten uit (vroegere) (dienst)betrekking bij de Nederlandse staat, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan. 35


Voor de specifieke groep werknemers die nu op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is voor een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon kan dit betekenen dat wordt vastgesteld dat het overheidsartikel op hen van toepassing is. Dit betreft bijvoorbeeld werknemers van het UWV, de SVB en het COA. Voor de verdeling van de heffingsrechten over het inkomen uit tegenwoordige arbeid zullen er echter nauwelijks gevolgen zijn. Ook op grond van het in de belastingverdragen opgenomen werknemersartikel valt het heffingsrecht over het inkomen voor de in Nederland verrichte werkzaamheden van (in het buitenland woonachtige) werknemers van bijvoorbeeld het UWV, de SVB of het COA namelijk al aan Nederland toe. Als deze werknemers zowel vóór als na 1 januari 2020 werkzaam zijn voor een Nederlands publiekrechtelijk lichaam, betekent het voorgaande in het algemeen dat vanaf 1 januari 2020 het overheidsartikel van toepassing is voor vanaf die datum op te bouwen pensioen. Als deze werknemers

emigreren of na hun pensioen in het buitenland blijven wonen, kan dit betekenen dat een deel van het pensioen onder het overheidsartikel valt en een deel van het pensioen onder het artikel voor particuliere pensioenen. Afhankelijk van de afspraak over de verdeling van heffingsrechten over particuliere pensioenen, kan dit aanleiding geven tot een compartimentering. Als het pensioenartikel in het belastingverdrag uitgaat van een algemene bronstaatheffing, is er geen aanleiding voor een dergelijke splitsing. In de belastingverdragen met België en Duitsland zijn specifieke protocolbepalingen opgenomen over de splitsing tussen particuliere en overheidspensioenen. Het gebruik in die bepalingen van het begrip ‘publiekrechtelijke dienstbetrekking’ zou, gezien het voorgaande, kunnen leiden tot onduidelijkheid. Om dit weg te kunnen nemen, zullen de bevoegde autoriteiten van Nederland met de bevoegde autoriteiten van België en Duitsland op korte termijn in overleg treden.

36


Belgium-Holland Business Community De Belgium-Holland Business Community is de exclusieve crossborder kennis- en netwerk-organisatie waar professionals en bedrijfsleiders/managers elkaar ontmoeten, en richt zich in het bijzonder op het terrein van: 

Company directors

HR-managers

Crossborder tax law experts

Crossborder social security law experts

Crossborder labour law experts

Crossborder payrolling experts

Crossborder corporate law experts

Crossborder estate planning experts

Jaarlijks komen deze professionals enkele malen samen om kennis en ervaringen te delen en te netwerken. De bijeenkomsten van de Belgium-Holland Business Community hebben een vast patroon, waaronder: 

Inhoudelijke lezingen door deskundigen omtrent grensoverschrijdende fiscaliteit, sociale zekerheid, arbeidsrecht, ondernemingsrecht, etc…

Kennis– en ervaringsuitwisseling

Uitgebreide warme lunch

Netwerken

Hebt u belangstelling voor de werking en eventueel toetreding tot de Belgium-Holland Business Community, neemt u dan gerust even contact op met secretariaat@nederland-belgisch-centrum.be. Wij zenden u dan graag de toetredingsvoorwaarden en selectiecriteria toe.

37


Nederlands Minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid wil overleg met Belgisch ambtsgenoot over AOW-hiaat oud-grensarbeiders In de Nederlandse Tweede Kamer zijn vragen gesteld aan de Minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid Wouter Koolmees (D’66) omtrent de positie van in België wonende grensarbeiders die in Nederland werken, maar werkloos worden. Tussen hun 65e levensjaar en hun AOW-leeftijd hebben zij in een aantal noch recht op werkloosheidsuitkering uit België, noch op AOW uit Nederland.

dienstverband werkloos is geworden bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd geen Belgische werkloosheidsuitkering meer ontvangt. Er is op dat moment ook nog geen recht op een AOW uit Nederland. Vanuit de Belgische wetgevingssystematiek bezien (waar werkloosheidsuitkering en pensioen op elkaar aansluiten) is er dus sprake van een hiaat.

‘Het recht op ouderdomspensioen bestaat daarentegen in de lidstaten waar de grensarbeider verzekerd is geweest’

België heeft bij Koninklijk Besluit een wijziging doorgevoerd waardoor deze problematiek ondervangen is voor personen die ten minste vijftien jaar als grensarbeider hebben gewerkt? Voor oud-grensarbeiders die in een vergelijkbare positie terechtkomen, maar niet aan de ’15-jaarsvoorwaarde’ voldoen, is er momenteel geen oplossing.

Desgevraagd naar de verplichting tot samenwerking om op grond van de arresten Van Munster (C-165/91) en Engelbrecht (C-262/97) en het artikel 4, derde lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie loyaal samen te werken teneinde dit probleem, dat het vrij verkeer van werknemers c.q. personen belemmert, op te lossen, geeft de minister aan dat uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU volgt dat voornoemde verordening (Vo. 883/04 EU) de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten coördineert, maar dat er geen sprake is van harmonisatie. Lidstaten blijven vrij om hun sociale zekerheidsstelsels naar eigen inzicht in te richten. Zo staat het elke lidstaat vrij om de voorwaarden vast te stellen waaronder recht bestaat op uitkeringen. Een werknemer kan er volgens het Hof daarom niet vanuit gaan dat wat de sociale zekerheid betreft het feit dat hij in een andere lidstaat gaat wonen, neutraal uitpakt. Gelet op de verschillen tussen de socialezekerheidsregelingen van de lidstaten, kan verplaatsing van de woonplaats voor een burger zowel voordelig als nadelig uitvallen voor zijn of haar sociale bescherming. Dit hoeft geen belemmering van het vrije verkeer in te houden.

Minister Koolmees heeft in de Kamer aangegeven bekend te zijn met het betreffende Belgische Koninklijk besluit, maar geeft ook aan dat Vo. 883/04 EU regelt dat een grensarbeider, als hij of zij volledig werkloos wordt, recht heeft op een werkloosheidsuitkering in het woonland. Het recht op ouderdomspensioen bestaat daarentegen in de lidstaten waar de grensarbeider verzekerd is geweest. Uit elke lidstaat waar de grensarbeider verzekerd is geweest ontvangt hij of zij een pensioen naar rato van het gehele verzekeringsverleden. De minister geeft ook bekend te zijn met het gegeven dat de werkloosheidsuitkering in België maximaal doorloopt tot aan het pensioen. De Belgische pensioengerechtigde leeftijd ligt op 65 jaar. Na het bereiken van de Belgische pensioengerechtigde leeftijd eindigt het recht op Belgische werkloosheidsuitkering. De Nederlandse pensioengerechtigde leeftijd ligt op het moment van behandeling in de Kamer op 66 jaar en 4 maanden. Door dit verschil in de pensioengerechtigde leeftijd kan zich de situatie inderdaad voordoen dat een in België wonende grensarbeider die uit een Nederlands 38


Toch is de minister zich terdege bewust van het gegeven dat de toepassing van een nationale regeling soms kan leiden tot onverwachte gevolgen die moeilijk te verenigen zijn met het doel van het vrij verkeer van werknemers. Als die onverwachte gevolgen worden veroorzaakt door het feit dat het recht op een sociale zekerheidsuitkering van de migrerende werknemer onder twee verschillende wettelijke regelingen valt, zijn de nationale organen verplicht, op grond van het beginsel van loyale samenwerking, alle hun ter beschikking staande middelen aan te wenden om het doel van het vrij verkeer van werknemers te bereiken (zie zaak Leyman C-3/08, zaak Van Munster C-165/91). In dat geval moeten de bevoegde nationale organen beoordelen of hun wetgeving op de migrerende werknemer kan worden toegepast, en op dezelfde wijze als op de werknemer die steeds in hetzelfde land is gebleven, zonder dat deze toepassing voor de migrerend werknemer het verlies van een sociale zekerheidsvoordeel meebrengt.

gevallen - als voormalig werkland - een werkloosheidsuitkering zou moeten betalen. Het is immers het woonland dat op basis van de verordening bevoegd is voor de werkloosheidsuitkering. De minister stelt tenslotte dat de oplossingsrichting die de Belgische regering heeft aangedragen in het Belgische Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 hem de enige juiste lijkt. Deze strekt er namelijk toe dat grensarbeiders die in België wonen en in Nederland werken ook wanneer zij de leeftijd van 65 jaar zijn gepasseerd, maar nog niet in aanmerking komen voor de Nederlandse AOW een beroep kunnen doen op de Belgische werkloosheidsuitkering. Deze regeling is echter zo vormgegeven dat hij openstaat voor werknemers die het bewijs leveren dat zij gedurende een al dan niet ononderbroken periode van minstens vijftien jaar, en terwijl zij hun hoofdverblijfplaats in België hadden, verbonden waren door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in een aan België grenzend land.

Voorts argumenteert de minister dat de arresten Van Munster, Engelbrecht (C-262/97) en Leyman zagen op de situatie waarin het recht op een sociale zekerheidsuitkering van een migrerende werknemer viel onder twee afwijkende wettelijke regelingen. Dit is anders dan de onderhavige situatie waarin de ene lidstaat bevoegd is voor de werkloosheidsuitkering en de andere lidstaat bevoegd is voor het ouderdomspensioen. De arresten zijn derhalve niet één op één toepasbaar en leiden er niet automatisch toe dat Nederland in dit soort

De minister stelt dat het hem niet bekend is waarom België deze 15 jaar-eis heeft gesteld. Hij zegt daarom toe dat hij contact zal zoeken met het betrokken Belgische ministerie om dit onderwerp en de door de Belgische regering getroffen maatregel te bespreken en ook om na te gaan waarom zij een 15-jaar eis hebben ingevoerd.

Wouter Koolmees

39


40


Belgische vrijstelling geldt ook voor Nederlandse spaarrekeningen

Chantal Hendrickx Hendrickx Taxlaw

chantal.hendrickx@hendrickx-taxlaw.be

Na twee duidelijke veroordelingen door het Hof van Justitie van de EU, wordt de strikte toepassing van het vrijstellingsregime van artikel 21, 5° WIB 1992 op interesten van buitenlandse (Nederlandse) spaarrekeningen nu ook een halt toegeroepen in een recent vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (13 september 2019). Nederbelgen en overige inwoners van België met een Nederlandse spaarrekening hebben dan ook goede argumenten om de genoten interesten vrij te stellen dan wel gunstig te laten belasten. euro aan interesten belastingvrij kan ontvangen. De interesten die dit bedrag te boven gaan, zijn afzonderlijk belastbaar aan 15% in plaats van aan het standaardtarief voor roerende inkomsten (30%). Deze vrijstelling wordt gestipuleerd in artikel 21, 5° WIB 1992.

Fiscale vrijstelling voor interesten op spaarrekeningen De rente op spaarrekeningen staat in Europa (en ook elders) al enkele jaren zwaar onder druk. Het ziet ernaar uit dat ook nog een tijdje zal duren. Ook al is het verstandig om een ‘spaarpotje’ aan de kant te hebben, financieel zijn er betere alternatieven, die weliswaar iets risicovoller zijn.

‘De rente op spaarrekeningen staat in Europa (en ook elders) al enkele jaren zwaar onder druk’

De Belgische wetgever heeft van oudsher het sparen financieel ondersteund. Met name werden de interesten die een spaarrekening opbrengt ten belope van 1.880,00 euro vrijgesteld van inkomstenbelastingen. Het saldo, dat het vrijstellingsbedrag overschrijdt, is belastbaar aan een tarief van 15%. Met ingang van inkomstenjaar 2018 heeft de Belgische wetgever de vrijstelling gehalveerd. De vrijstelling van interesten geldt voor de eerste schijf van 960,00 euro (inkomstenjaar 2018). Het geïndexeerde bedrag van de vrijstelling voor inkomstenjaar 2019 bedraagt 980,00 euro. De vrijstelling geldt per belastingplichtige. Dit betekent dat een echtpaar thans tot 1.960,00

Dit artikel, zoals het van toepassing was vóór 2013, bepaalde dat de vrijstelling van toepassing was op spaarrekeningen van in België gevestigde kredietinstellingen. Op basis hiervan konden interesten op Nederlandse spaarrekeningen niet in aanmerking komen voor de vrijstelling, en waren deze interesten steeds belastbaar tegen het standaardtarief voor roerende inkomsten. 41


Economische Ruimte, blijkt dat in de praktijk niet het geval te zijn. In de praktijk blijkt immers dat de Belgische wetgever in casu de “Belgische” voorwaarden blijft opleggen aan de buitenlandse kredietinstellingen.

Hof van Justitie van de EU veroordeelt Belgische vrijstelling een eerste maal In arrest dd. 6 juni 2013 heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat deze bepaling een schending uitmaakt van artikel 56 VWEU (dit is het vrij verkeer van diensten, het vroegere artikel 49 EG) en artikel 36 van het Verdrag betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992.

De Memorie van Toelichting stelt : “Dat de voorwaarden ‘analoog’ moeten zijn, wil om te beginnen zeggen dat de spaarboekjes aan dezelfde voorwaarden onderworpen moeten zijn als de basisvoorwaarden die in artikel 21, 5° WIB 1992 vermeld zijn.

De betrokken Belgische wettelijke regeling is in strijd met de vermelde bepalingen doordat Belgische ingezetenen, bijvoorbeeld Nederbelgen, als gevolg van deze regeling ervan worden afgehouden voor het beheer van spaarrekeningen een beroep te doen op de dienstverlening van banken die zijn gevestigd in andere lidstaten van de Unie en in de staten die partij bij de EER-overeenkomst zijn. De door België in het kader van de procedure voor het Hof van Justitie van de EU opgeworpen rechtvaardigingsgronden voor de discriminerende bepaling, werden door het Hof van Justitie verworpen. Zo had België als rechtvaardigingsgronden opgeworpen: (i) ontoereikendheid van de samenwerkingsinstrumenten op het niveau van de Unie en (ii) doelstelling van bestrijding van belastingfraude en –ontwijking.

Luidens de Circulaire nr. AAFisc. 22/2014 (Ci. RH.231/633.479) dd. 12 juni 2014 betekent dit dat aan de vereisten zoals opgelegd door artikel 2 KB/WIB 1992 moet worden voldaan. De administratie wijst onder meer op de vereiste dat “de vergoeding van de spaardeposito’s verplicht maar ook uitsluitend moet bestaan uit een basisrente en een getrouwheidspremie.” Welnu, de verplichting dat de vergoeding van de spaardeposito’s verplicht maar ook uitsluitend moet bestaan uit een basisrente en een getrouwheidspremie is een typische Belgische vereiste die geënt is op de Belgische financiële cultuur. In de rechtsleer werd de ‘wetsaanpassing’ onmiddellijk op de korrel genomen. De vraag werd gesteld of het gunstregime voor interesten op spaardeposito’s, door al die voorwaarden op te leggen, niet de facto opnieuw beperkt wordt tot Belgische kredietinstellingen. (D. Nguyen en N. Bammens in Fisc. Act., 2014, 8/6 en B. De Cock en K. Van Duyse in fiscoloog afl. 1344, 4).

Op grond van dit arrest van het Hof van Justitie van de EU kan België dus niet meer de interesten die belastingplichtigen ontvangen op hun gereglementeerde spaardeposito’s van banken die zijn gevestigd in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitsluiten voor de vrijstelling zoals voorzien in artikel 21, 5° WIB 1992. Bij artikel 170 van de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen (B.S., 7 mei 2014) werd artikel 21, 5° WIB 1992 gewijzigd zodat de vrijstelling ook mogelijk zou zijn voor “de deposito’s die zijn ontvangen door kredietinstellingen die in een andere Lid-Staat van de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd en deze deposito’s aan analoge vereisten moeten voldoen zoals vastgesteld door de gelijkwaardige bevoegde overheidsinstanties van de andere Lid-staat.” Hoewel bij lezing van de aangepaste wettekst de indruk ontstaat dat de wetgever de intentie heeft om de vrijstelling van een eerste schijf van interesten op spaardeposito’s uit te breiden naar spaardeposito’s gehouden door kredietinstellingen gevestigd in de Europese 42


Toch oordeelde de rechtspraak in het voordeel van de Belgische belastingdienst. Zo werd een dossier voorgelegd aan het Hof van Beroep te Antwerpen waarbij een belastingplichtige de interesten van een spaarrekening in Nederland niet had vermeld in zijn aangifte in de personenbelasting. De belastingplichtige stelde dat hij in aanmerking kwam voor de vrijstelling van de eerste schijf aan interesten en dus de interesten niet hoefde aan te geven. Het Hof van Beroep te Antwerpen stelt echter dat om in aanmerking te komen voor de vrijstelling de belastingplichtige moet aantonen dat zijn Nederlandse spaarrekening minstens vergelijkbaar moet zijn met een Belgische spaarrekening. Aangezien niet kan worden aangetoond dat de vergoeding van de spaarrekening bestaat uit een basisinterest én een getrouwheidspremie, faalt de belastingplichtige in zijn bewijslast, aldus het Hof van Beroep te Antwerpen (Arrest van 17 juni 2014). Een gelijkaardige zaak werd voorgelegd aan de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt. (Rb. Hasselt, 4 december 2014). De belastingplichtige ontving eveneens interesten van een Nederlands spaarboekje en claimde de vrijstelling van de eerste schijf interesten. De rechtbank stelt dat de getrouwheidspremie duidelijk wordt voorgeschreven door artikel 2 KB/WIB1992. De afwezigheid van de getrouwheidspremie belet de toepassing van de vrijstelling.

gische belastingdienst taxeerde de genoten interesten aan het algemeen van toepassing zijnde tarief (destijds 27%, op dit moment bedraagt dit tarief 30%). De belastingplichtige tekende beroep aan tegen deze beslissing bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge. Deze rechtbank stelde een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de EU. In antwoord op deze prejudiciële vraag heeft het Hof van Justitie van de EU met het arrest C-580/15 van 8 juni 2017, geoordeeld dat “artikel 56 VWEU en artikel 36 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 aldus moet worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling als in artikel 21, 5° WIB 1992 juncto artikel 2 KB/WIB 1992, waarbij wordt voorzien in een nationale vrijstellingsregeling, voor zover deze laatste regeling – hoewel zij zonder onderscheid geldt voor inkomsten uit spaardeposito’s bij aanbieders van bankdiensten die in België zijn gevestigd of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte – de toegang van in andere lidstaten gevestigde dienstverrichters tot de Belgische bankenmarkt aan voorwaarden onderwerpt, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.” Het Hof van Justitie van de EU maakt in het arrest van 8 juni 2017 de volgende overwegingen :

Hof van Justitie van de EU veroordeelt Belgische vrijstelling een tweede maal Uit een onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat géén enkele bank uit de Europese Unie spaarrekeningen had die voldeden aan “analoge” voorwaarden als die in artikel 2 KB/ WIB 1992. Zo is het systeem van basisrente en getrouwheidspremie qua structuur quasi eigen aan de Belgische markt. Hoewel die voorwaarden zonder onderscheid worden toegepast op Belgische en andere EER-kredietinstellingen, ontmoedigen zij toch buitenlandse bankiers om hun diensten binnen België aan te bieden, aangezien ze aan die specifieke voorwaarden moeten voldoen louter voor hun Belgische klanten.

“32. Voorts blijkt uit de door de betrokkenen ter terechtzitting voor het Hof verstrekte toelichting dat in andere lidstaten van de EER dan het Koninkrijk België géén regeling inzake spaardeposito’s bestaat die voldoet aan de in artikel 2KB/WIB 1992 gestelde voorwaarden, met name aan de voorwaarden inzake de vergoeding van de spaardeposito’s. Die wijze van vergoeding lijkt een bijzonder kenmerk van de Belgische bankenmarkt te vormen. 33. Derhalve heeft de betrokken nationale regeling, hoewel zij zonder onderscheid geldt voor vergoedingen van spaarrekeningen die zijn geopend bij in België en in andere lidstaten van de EER gevestigde kredietinstellingen, tot gevolg dat Belgische ingezetenen de facto ervan worden weerhouden om gebruik te maken van de diensten van in die andere lidstaten gevestigde banken en om bij deze laatste banken spaarrekeningen te openen en aan te houden, aangezien de door deze banken betaalde interesten niet in aanmerking kunnen komen

Een Nederbelg die diverse spaarrekeningen hield bij een aantal Nederlandse financiële instellingen claimde de vrijstelling van artikel 21, 5° WIB 1992 op de interesten die hij op deze spaarrekeningen ontving. De Belgische belastingdienst weigerde de aftrek aangezien hij niet kon aantonen dat de vergoeding van de spaarrekening niet was samengesteld uit een basisrente én een getrouwheidspremie. De Bel43


voor de betrokken belastingvrijstelling, met name doordat de vergoeding van de spaarrekeningen niet bestaat uit een basisrente en een getrouwheidspremie.”

vrijstelling niet beletten. De Belgische Staat heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

Recente ontwikkelingen Niettegenstaande het hoger beroep van de Belgische Staat, lijkt het voorbehouden van de fiscale vrijstelling voor interesten op Belgische spaarrekeningen (met een basisrente en een getrouwheidspremie) niet langer vol te houden.

Uit de bovenstaande overwegingen blijkt duidelijk dat het Hof van Justitie van de EU van oordeel is dat de Belgische regeling, zoals neergelegd in artikel 21, 5° WIB 1992 een belemmering vormt van het vrije dienstenverkeer.

Bij arrest dd. 17 oktober 2017 heeft het Hof van Beroep te Antwerpen geoordeeld dat de vrijstelling van artikel 21, 5° WIB 1992 van toepassing is op de interesten uit een Nederlandse spaarrekening wanneer uit de voorwaarden van deze spaarrekening blijkt dat naast de basisrente over “het spaargeld dat tot en met 30 december” op de spaarrekening staat, ook een “bonusrente” wordt toegekend. Een gelijkaardige beslissing vinden we terug in een vonnis dd. 15 juni 2018 van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen.

De objectieve reden voor de schending die de Belgische regering aanvoert, is dat de betrokken regeling bijdraagt tot de bescherming van de consument. De Belgische regering is van oordeel dat het daartoe noodzakelijk is dat Belgische ingezetenen over bestendige, beschermde, stabiele, voldoende en risicoloze spaartegoeden beschikken om hun grote of onvoorziene uitgaven te kunnen dekken. Het Hof van Justitie van de EU concludeert dat de vastgestelde belemmering niet gerechtvaardigd kan worden op grond van de bescherming van de consument.

Recentelijk, in een vonnis van 13 september 2019, heeft ook de rechtbank van eerste aanleg te Leuven zich positief uitgesproken met betrekking tot de vrijstelling van interesten genoten op Nederlandse spaarrekeningen.

Het Hof van Justitie van de EU heeft dus voor de tweede maal het Belgische vrijstellingsregime van interesten op buitenlandse spaardeposito’s veroordeeld. Hierbij meent het Hof dat de Belgische regering voornamelijk in gebreke blijft om aan te tonen waarom de vereiste toekenning van een getrouwheidspremie door de kredietinstellingen geen belemmering van het vrij verkeer van diensten is. Niettegenstaande de vrijstelling ook geldt voor buitenlandse spaarrekeningen, is er nog steeds de facto een belemmering van dit vrij verkeer, in casu door een vereiste op te leggen die mogelijks uitsluitend kan worden voldaan binnen de Belgische banksector (verplichte samenstelling van de vergoeding uit een basisrente én een getrouwheidspremie).

De rechtbank is van oordeel dat de naar Nederlands recht gereglementeerde spaarrekeningen onder het toepassingsgebied van artikel 21, 5° WIB 1992 vallen zodat de interesten ten belope van 1.880,00 euro per belastingplichtige moeten vrijgesteld worden. De rechtbank merkt hierbij op dat de vrijstelling niet kan worden ontzegd omdat de Nederlandse spaarrekeningen in één enkele interestvergoeding voorzien (en niet in een vergoeding bestaande uit een basisrente en een getrouwheidspremie). Door aan de vrijstelling een voorwaarde te verbinden die de facto eigen is aan de Belgische nationale markt wordt de vrijstelling ontzegd aan gebruikers van andere, in wezen soortgelijke diensten van in andere lidstaten gevestigde dienstverrichters die niet voldoen aan deze voorwaarde. Deze voorwaarde vormt naar het oordeel van de rechtbank een niet-gerechtvaardigde belemmering van de vrijheid van dienstverrichting en is dus strijdig met het gemeenschapsrecht. Het is nog niet bekend of de Belgische Staat hoger beroep zal instellen tegen dit vonnis. Desalniettemin is dit vonnis goed nieuws voor belastingplichtigen die titularis zijn van (een) buitenlandse (Nederlandse) spaarrekening(en).

De rechtbank van eerste aanleg WestVlaanderen, afdeling Brugge heeft in een vonnis dd. 8 januari 2019 de interesten op de Nederlandse spaarrekeningen dan ook vrijgesteld van belasting. Het gegeven dat deze Nederlandse spaarrekeningen niet voorzagen in een getrouwheidspremie kan de toepassing van de

44


45


Belgische fiscus publiceert circulaire betreffende Nederlandse uitfasering pensioenen in eigen beheer We hebben er even op moeten wachten, maar de Belgische fiscus heeft nu toch een circulaire (Circulaire 2019/C/109) gepresenteerd betreffende Nederlandse pensioenen in eigen beheer (PEB). Deze circulaire vervangt de circulaire 2017/C/87.

Algemeen In deze circulaire wordt de Belgische behandeling van de uitfasering van het Nederlandse 'pensioen in eigen beheer' besproken. Nederlandse directeur-grootaandeelhouders (dga), in België te vergelijken met bedrijfsleiders, worden in Nederland, anders dan in België, geacht hun werkzaamheden in dienstbetrekking uit te oefenen. Daarom mag die dga, net als alle andere werknemers in Nederland, een fiscaal gefacilieerd pensioen opbouwen waarbij er geen belastingheffing is in de opbouwfase, maar wel belasting bij de uitkeringen. In Nederland konden zij tot 01.07.2017 een pensioen opbouwen 'in eigen beheer'. Dit wil zeggen dat het beheer van de pensioenbijdragen en de uitbetaling van de pensioenen niet gebeurt door een professionele verzekeraar of pensioenfonds, maar door de eigen onderneming of een ander eigenbeheerlichaam (zoals bijvoorbeeld een Nederlandse pensioen-BV). Met een wet van 01.04.2017 heeft Nederland evenwel besloten tot een uitfasering van deze pensioenen in eigen beheer (Wet Uitfasering Pensioenen in eigen Beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen). Het uitfaseren van de pensioenen in eigen beheer in Nederland houdt samengevat het volgende in: • •

Dga's kunnen vanaf 01.07.2017 geen pensioen meer opbouwen in eigen beheer Dga's kunnen kiezen om het bestaande reeds opgebouwde pensioen ofwel   

Volledig af te kopen (met een korting op de belastbare grondslag van 34,5 % in 2017, 25 % in 2018 en 19,5 % in 2019). Na 2019 is een voordelige afkoop niet meer mogelijk. Volledig om te zetten in een Nederlandse oudedagsverplichting (ODV). Na 2019 is omzetting in ODV niet meer mogelijk. Te bevriezen: de bestaande tot 01.07.2017 opgebouwde pensioenen blijven dan onaangeroerd. De wetgeving van voor de inwerkingtreding van de Wet Uitfasering Pensioenen in eigen beheer blijft op deze pensioenen van toepassing.

Voor de verdere toelichting wordt ervan uitgegaan dat de dga inwoner is van België en dat de pensioen BV inwoner is van Nederland. Toelichting 1. Afkoop De dga heeft de mogelijkheid om het pensioen in eigen beheer gefacilieerd af te kopen tijdens de jaren 2017 (met een korting van 34,5 %), 2018 (met een korting van 25 %) en 2019 (met een korting van 19,5 %). Als de dga deze optie kiest, wordt de fiscale balanswaarde van het pensioen in eigen beheer in Nederland belast als een beloning uit een vroegere dienstbetrekking. 1.1. Verdragsrechtelijk regime De afkoop in het kader van de uitfasering van pensioenen in eigen beheer valt onder het toepassingsgebied van artikel 18 van het Belgisch-Nederlands dubbelbelastingverdrag. Voor de afkoop van nog niet ingegane pensioenen wordt de heffingsbevoegdheid over deze inkomsten in principe op basis van artikel 18, §3 en artikel 18, §4 steeds aan Nederland toegewezen. 46


Echter, België zal slechts een vrijstelling met progressievoorbehoud(onverminderd de heffing van aanvullende gemeentebelasting) verlenen voor zover de betrokken inkomsten effectief in Nederland belast worden. Vermits er in Nederland een korting voorzien is voor de afkoop van de pensioenen in eigen beheer, wordt dit deel van het inkomen niet als effectief belast beschouwd. Bijgevolg zal het bedrag van de korting in België niet worden vrijgesteld. Voor de afkoop van reeds ingegane pensioenen komt op basis van artikel 18, §1 de heffingsbevoegdheid in principe aan België toe. Echter, Nederland mag deze inkomsten ook belasten op basis van artikel 18, §2, op voorwaarde dat de afkoopwaarde meer dan 25.000 euro bedraagt en de afkoop in België niet aan het progressief tarief wordt belast. Indien de heffingsbevoegdheid aan Nederland zou toekomen blijft voorgaand punt echter van toepassing. 1.2. Internrechtelijke behandeling De internrechtelijke fiscale kwalificatie die moet worden verbonden aan die afkoop verschilt naargelang de verkrijger op het ogenblik dat de afkoopwaarde of het kapitaal wordt betaald of toegekend al dan niet nog een opdracht als bestuurder of zaakvoerder binnen de vennootschap uitoefent uit hoofde waarvan het kapitaal is gevormd. Wanneer hij wel nog een opdracht uitoefent als bestuurder of zaakvoerder, is het zogenaamde attractiebeginsel van toepassing en maakt die afkoopwaarde/kapitaal een bezoldiging van bedrijfsleiders uit in de zin van artikel 32, WIB 92, die gezamenlijk belastbaar is tegen het progressief tarief. Wanneer hij geen opdracht meer uitoefent als bestuurder of zaakvoerder, maakt die afkoopwaarde/ kapitaal voor hem een zogenaamd 'gratis kapitaal' uit. Onder gratis kapitaal worden de kapitalen geldend als pensioen bedoeld die niet zijn gevormd door middel van voorafgaande stortingen. De gratis kapitalen zijn belastbaar als pensioen in de zin van artikel 34, § 1, 1°, WIB 92, namelijk pensioenen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid. Wanneer dat gratis kapitaal ten vroegste naar aanleiding van zijn pensionering op de normale datum of in één van de 5 jaren die aan die datum voorafgaan wordt uitgekeerd of wanneer dat kapitaal naar aanleiding van zijn overlijden wordt uitgekeerd aan de persoon die zijn rechtverkrijgende is, dan is dat gratis kapitaal overeenkomstig artikel 171, 4°, g, WIB 92, belastbaar tegen een afzonderlijke aanslagvoet van 16,5 %, behoudens wanneer het stelsel van de volledige samentelling van de inkomsten voor hem voordeliger is. Voor de toepassing van het hiervoor vermelde aanslagstelsel is, wat betreft d e in t e rp re t at ie va n d e no t ie 'pensionering', de daadwerkelijke pensionering vereist, ofwel op de normale datum (datum waarop de loopbaan wettelijk of statutair eindigt wegens ouderdomsredenen), ofwel in één van de vijf jaren die aan de normale datum voorafgaan. Het feit van de daadwerkelijke pensionering moet uitsluitend worden beoordeeld met inachtneming van de stopgezette beroepswerkzaamheid uit hoofde waarvan het kapitaal is gevormd. 47


In de regel is er sprake van pensionering wanneer een bepaalde bezoldigde beroepswerkzaamheid definitief wordt stopgezet bij het bereiken van een zekere leeftijd en er aan de betrokkene uit hoofde van die omstandigheid een wettelijk of ander pensioen wordt toegekend. Wanneer dat gratis kapitaal in andere omstandigheden wordt betaald of toegekend dan is dat gratis kapitaal gezamenlijk belastbaar tegen het progressief tarief. 2. Omzetting in een ODV Om dga's die niet willen of kunnen afkopen een alternatief aan te bieden om het opgebouwde pensioen in eigen beheer toch te kunnen beëindigen, bestaat er tot en met 2019 de mogelijkheid om deze pensioenaanspraken in één keer volledig om te zetten in een ODV. Na een omzetting in een ODV-verplichting is een verdere opbouw niet meer mogelijk. Er zal alleen een jaarlijkse rente opbrengst zijn. De dga kan deze ODV op elk moment (en uiterlijk op het moment van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, zijnde 67 jaar) gebruiken voor de aankoop van een lijfrenteproduct. Als er geen lijfrenteproduct wordt aangekocht, moet de ODV vanaf de AOWgerechtigde leeftijd in 20 jaar in gelijkmatige delen worden uitgekeerd. De dga kan deze ODV tijdens 2017, 2018 en 2019 eveneens afkopen met de voor die jaren geldende kortingen (34,5 %, 25 % en 19,5 %). In dit geval zijn dezelfde regels van toepassing als beschreven in 1.1. 2.1. Verdragsrechtelijk regime 19. De omzetting van een pensioen in eigen beheer in een ODV is verdragsrechtelijk neutraal in die zin dat er geen grensoverschrijdend inkomen wordt uitgekeerd. Bij de omzetting in een lijfrenteproduct zijn de bepalingen van artikel 18,§ 1 en § 2 van toepassing. Echter voor zover de heffingsbevoegdheid in dit geval aan Nederland toekomt, zal België hier geen vrijstelling verlenen, aangezien het inkomen in Nederland niet effectief belast werd. De uitkeringen uit het lijfrenteproduct (in de veronderstelling dat er sprake is van een lijfrente in de zin van artikel 18, § 7 van het verdrag) vallen onder het toepassingsgebied van artikel 18 van het verdrag. In het geval de uitkeringen meer dan 25.000 euro per jaar bedragen komt de heffingsbevoegdheid aan Nederland toe. België zal deze inkomsten vrijstellen met progressievoorbehoud, voor zover deze inkomsten effectief in Nederland belast worden. In het geval de uitkeringen minder dan 25.000 euro per jaar bedragen komt de heffingsbevoegdheid over deze inkomsten volledig aan België toe.

48


Als de dga de ODV niet omzet in een lijfrenteproduct, zullen er, ten laatste vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd, uitkeringen uitbetaald worden voor de volgende 20 jaar. Deze uitkeringen vallen onder het toepassingsgebied van artikel 18, § 1 en zijn in België belastbaar. 2.2. Internrechtelijke behandeling De internrechtelijke fiscale kwalificatie verschilt naar gelang de onderstaande gevallen. 2.2.1. ODV wordt omgezet in een extern lijfrenteproduct Bij de omzetting van een ODV in een extern lijfrenteproduct vindt er een toekenning plaats in de fiscale betekenis van het woord. Immers, op verzoek van de dga gaan er vennootschapsgelden naar zijn privévermogen (namelijk naar een extern lijfrenteproduct dat de dga ten persoonlijke titel heeft gesloten), zodat hij dus werkelijk over die gelden heeft kunnen beschikken. In feite gaat het hier om de afkoop van een ODV en bijgevolg geldt hier dezelfde fiscale kwalificatie als die vermeld in het nr. 1.2 hiervoor. De latere inkomsten uit het extern lijfrenteproduct zijn geen pensioenen. Enkel de opbrengst van het afgestane kapitaal maakt voor een dga een roerend inkomen uit in de zin van artikel 17, § 1, 4°, WIB 92 (intrest). Het belastbare bedrag van die opbrengst wordt overeenkomstig artikel 20, WIB 92, beperkt tot 3 % van het afgestane kapitaal, en is krachtens artikel 171, 3°, WIB 92, belastbaar tegen een afzonderlijke aanslagvoet van 30 % (voor de inkomsten betaald of toegekend vanaf 01.01.2017), behoudens wanneer het stelsel van de volledige samentelling van de inkomsten voor de dga voordeliger is. 2.2.2. ODV wordt niet omgezet in een extern lijfrenteproduct Wanneer de ODV niet wordt omgezet in een extern lijfrenteproduct, moet de ODV vanaf de AOWgerechtigde leeftijd over 20 jaar in gelijkmatige delen worden uitgekeerd. De internrechtelijke fiscale kwalificatie die daaraan moet worden verbonden verschilt naargelang de verkrijger op het ogenblik van de betaling of toekenning al dan niet nog een opdracht als bestuurder of zaakvoerder binnen de vennootschap uitoefent. Wanneer hij wel nog een opdracht uitoefent als bestuurder of zaakvoerder, is het zogenaamde attractiebeginsel van toepassing en maakt die uitkering een bezoldiging van bedrijfsleiders uit in de zin van artikel 32, WIB 92, die gezamenlijk belastbaar is tegen het progressief tarief. Wanneer hij geen opdracht meer uitoefent als bestuurder of zaakvoerder, gaat het om een gewone pensioenuitkering die gezamenlijk belastbaar is tegen het progressief tarief.

2.2.3. Afkoop van de ODV In dit geval geldt dezelfde fiscale kwalificatie als vermeld in het nr. 1.2 hiervoor. 3. Bevriezing Bij een bevriezing van de pensioenen in eigen beheer gebeurt er niets. De oude regels over de pensioenen in eigen beheer blijven van toepassing. Aan de tot 30.06.2017 opgebouwde pensioenen mag niets meer worden toegevoegd. Ze kunnen alleen nog maar aangroeien door de rente die ze opleveren. Het pensioen in eigen beheer zal later dan ook als een gewoon pensioen worden uitgekeerd. 3.1. Verdragsrechtelijk regime Bij de uitkeringen van de pensioenen in eigen beheer zullen deze onder het toepassingsgebied van artikel 18, § 1 vallen en in België belastbaar zijn. 3.2. Internrechtelijke behandeling Ook hier geldt voor die uitkering dezelfde fiscale kwalificatie als vermeld in nr.1.2 hiervoor, met dien verstande dat wanneer het zou gaan om een rente in plaats van een kapitaal en de verkrijger geen opdracht meer uitoefent als bestuurder of zaakvoerder, het bij hem gaat om een pensioenrente die gezamenlijk belastbaar is tegen het progressief tarief. 49


50


KUNST __________________

51


Het Euregio Jeugdorkest verenigt al 35 jaar Nederlandse en Vlaamse jonge muzikale talenten Het Euregio Jeugdorkest, opgericht in 1985, is een ruim 90-koppig symfonieorkest dat getalenteerde jongeren uit Belgische en Nederlandse muziekacademies en conservatoria de kans biedt om in orkestverband te musiceren en podiumervaring op te doen. De ervaring die de jongeren er krijgen, loopt eigenlijk tien jaar vooruit op wat zij zich dromen als hun muzikale toekomst. En heel wat oud-leden van het jeugdorkest hebben het de afgelopen jaren ook helemaal gemaakt in de muziekwereld. Denk maar aan musici die intussen vaste en gerespecteerde leden geworden zijn van orkesten als het Concertgebouworkest Amsterdam, het Lucerne Festival Orchestra, Koninklijke Muntschouwburg, philharmonie zuidnederland of het Metropole Orkest.

om naar Hoogstraten, voor een uitgebreide babbel met chef-dirigent Hans Casteleyn.

Vaste dirigent van het orkest is Hans Casteleyn. Hij is naast een vakspecialist ook een bijzonder begenadigd pedagoog en weet uit al deze jongeren het beste te halen. Onder zijn vleugels ondernam het jeugdorkest onder meer een succesvolle concertreis naar China in 2012 en schreef in 2018 opnieuw de titel van ‘Beste jeugdsymfonieorkest van Nederland’ op haar naam tijdens het Nationaal Concours voor Jeugdsymfonieorkesten in De Doelen (Rotterdam).

Chef-dirigent Al bijna 20 jaar is Hans Casteleyn actief als chefdirigent van het Euregio Jeugdorkest. Geboren in 1973, is hij al op zeer jonge leeftijd bezig met klassieke muziek. Op 12-jarige leeftijd was ik inderdaad al gepassioneerd door klassieke muziek en al heel jong wist ik dat ik ooit dirigent wou worden. Ik kom dan ook uit een uitgesproken muzikaal nest, met een grootvader die als drummer en zanger actief was in balorkesten en jazz-ensembles. Mijn vader was op zijn beurt eveneens gebeten door de muziekmicrobe en speelt nog steeds in orkesten als liefhebber. Het kon dus niet anders dan dat ik in de muziekwereld actief zou worden. In die zin vatte ik studies aan in het Lemmensinstituut (Leuven), behaalde een Master diploma piano met optie hoorn en nadien een Master orkestdirectie. Na mijn studies belandde ik dan al snel bij het Euregio Jeugdorkest. Ik volgde toenmalig chef-dirigent Edmond Saveniers op in 2001 en inmiddels ben ik helemaal vergroeid met de warme familie die het Euregio Jeugdorkest is.

Verder won het jeugdorkest in juli 2013 de Eerste Prijs in de categorie ‘Jeugdsymfonieorkesten’ op het prestigieuze internationale ‘Summa Cum Laude Music Festival’ in Wenen. De wedstrijd vond plaats in de Gouden Zaal van de Musikverein, bekend van het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker. Het orkest geeft gemiddeld een 14-tal concerten per seizoen, werkt samen met heel wat (jonge) topsolisten en speelde eerder voor het Nederlands koningspaar live op televisie. Het bracht reeds heel wat cd’s uit en gaf gerespecteerde concerten in binnen- en buitenland. In de zomer van 2018 was er wederom een reis naar Wenen met onder meer een concert in de Musikverein met de 5e symfonie van Mahler.

Het prille begin Het orkest is opgericht in 1985 en in 2020 dus 35 jaar actief. Het idee achter de oprichting kwam van twee muziekliefhebbers uit het Nederlandse Goirle, Taetske Strouken en Piet Henrard.

Kortom, wij vonden de tijd meer dan rijp om het Euregio Jeugdorkest ook in het Belgium-Holland Magazine in de kijker te zetten. We togen daar-

52


Piet gaf jaren muziekles aan de Jan Ligthartschool in Tilburg en 38 jaar aan de muziekschool in Goirle en Taetske was 40 jaar dé vioollerares in Goirle en Hilvarenbeek. Samen richtten ze het Euregio Jeugdorkest op, waar ze zich ook tot op de dag van vandaag voor blijven inzetten. Het doel was om jonge toptalenten te laten musiceren in orkestverband op hoog niveau. Hun opzet is alleszins meer dan geslaagd. Inmiddels bestaat het orkest uit 95 leden, mooi verdeeld tussen Nederland en België. Maar hoe komen de jongeren eigenlijk bij het orkest terecht?

sterdamse Concertgebouw, maar hoe verloopt de samenwerking tussen de van nature doorgaans wat assertievere Nederlandse en de wat meer gereserveerde Belgische jongeren? Kleine verschillen zijn er zeker, maar bij de jongeren die bij ons komen is dat niet echt een thema. Er heerst een aangename open werksfeer. De sfeer is gewoon top! Veeleer springen wellicht de leeftijdsverschillen in het oog, de jongste is momenteel 13 jaar en de oudste 24, meteen ook de maximumleeftijd binnen het orkest. De wat meer ervaren jongeren nemen de allerjongsten evenwel met veel warmte graag op sleeptouw.

Ik mag stellen dat er onder jonge musici veel animo is om bij het orkest te mogen spelen. We werken natuurlijk binnen een netwerk samen met meerdere docenten van muziekacademies in Nederland en België en zij brengen ons dan in contact met de meest getalenteerde jongeren, die aansluitend auditie doen en op basis daarvan wordt er geselecteerd.

Wat mogen we ons voorstellen bij de werking van het orkest? Je mag natuurlijk niet vergeten dat het hier doorgaans nog gaat om studerende jongeren, die tijdens de week op de school- of universiteitsbanken zitten. We komen gemiddeld slechts 1 weekend per maand samen waarin wordt gerepeteerd of geconcerteerd. Het tempo van instuderen ligt

Dat het om zeer getalenteerde jongeren gaat mochten we zelf al enkele malen ervaren toen we concerten bijwoonden, onder meer in het AmAlle foto’s Piet Henrard

53


dus hoog bij EJO. Jaarlijks werken we toe naar een tweetal programmaties, waarmee we dan telkens een reeks van zes concerten spelen. Voor het tweede programma hebben we een werkweek tussen Kerst en Nieuwjaar, dan gaan we 4 dagen in afzondering om stevig te

wordt het Divertimento van Bernstein, geschreven voor de 100ste verjaardag van het Boston Symphony Orchestra, een ware uitdaging voor de jonge talenten van het orkest en voor het publiek een echt muzikaal feest. De opwindende Cubaanse ouverture van Gershwin en de

repeteren. Met het tweede programma van de huidige cyclus gaan we in concert vanaf maart 2020 en op 12 januari aanstaande spelen we de jaarlijkse Nieuwjaarsconcerten in deSingel (Antwerpen) en in de Rabboenizaal van het GC Hoogstraten.

spectaculaire Roemeense Rhapsodie van Enescu zullen het publiek vervolgens ongetwijfeld in vuur en vlam zetten. En tenslotte mogen de aanwezigen zich verwachten aan een feestelijke toegift die ze ongetwijfeld helemaal in de Nieuwjaarssfeer zal brengen!

De Nieuwjaarsconcerten zijn een mooie jaarlijkse traditie. Wat staat er dit keer op het programma?

Omkadering Vanzelfsprekend vergt het besturen van het 95 -koppige jeugdorkest een bijzondere inspanning van een omkaderend team. En, toch wel bijzonder, het gaat hier uitsluitend om vrijwilligers die zich hiervoor inzetten!

Ik ben zelf alvast heel opgetogen met het programma dat we konden samenstellen onder de titel ‘Voyage Voyage’. Het belooft een heel interessant programma te worden dat het publiek zal meenemen in feestelijke muziek uit alle windstreken. We openen het concert met de Academische Feestouverture van Brahms en het spannende Rhapsody on a theme by Paganini van Rachmaninov met als pianosolist Wouter Valvekens uit Mechelen. Verder

Absoluut, wij drijven op de inzet van vele vrijwilligers. We hebben het immers financieel absoluut niet breed. We ontvangen voor onze werking momenteel subsidie van de provincie Noord-Brabant. De broodnodige subsidies uit Antwerpen zijn vorig jaar jammer genoeg stop gezet. Dus zijn we eens te meer aangewezen 54


op sponsoren. Het is vooral mede dankzij deze sponsoren dat het Euregio Jeugdorkest een podium kan blijven bieden aan jonge musici.

king met gastgezinnen, nieuwsbrieven uitgeven, etc‌ Beste Hans, heel erg bedankt om ons een kijkje te geven achter de schermen van dit fantastische grensoverschrijdende initiatief. Wij tekenen alvast present op de ongetwijfeld weer mooie Nieuwjaarshappening, waar we graag een toast zullen uitbrengen op nog vele jaren voor het Euregio Jeugdorkest!

En dan is er het orkestteam? Dat zijn de mensen die, eveneens op vrijwillige basis, onder de vleugels van de twee besturen in Nederland en BelgiĂŤ, instaan voor het orkestmanagement. Dan heb ik het onder meer over het contracteren van de zalen, het transport van de instrumenten, het voorzien van maaltijden en tussendoortjes voor onze orkestkleden, samenwer-

En beste lezer, u komt toch ook?

Draagt u het Euregio Jeugdorkest en de doelstelling ook een warm hart toe? Word dan sponsor! Het Euregio Jeugdorkest biedt uiteenlopende sponsorpakketten aan. Zo kunnen particulieren, bedrijven en instellingen eenmalig een specifieke activiteit ondersteunen, maar bestaat ook de mogelijkheid om het orkest structureel te ondersteunen middels een meerjarige sponsorovereenkomst. De sponsoring kan bestaan uit financiĂŤle middelen, materialen of diensten. Vanzelfsprekend ontvangt u als sponsor tenminste eenmaal per jaar een uitnodiging van een concert zodat u kunt zien en horen wat uw donatie betekent voor de talenten van het orkest.

55


56


SPORT __________________

57


Op weg naar een gezamenlijke Nederlands-Belgische voetbalcompetitie? Er wordt al vele jaren over gesproken, maar even vaak stierf de gedachte omtrent een gezamenlijke voetbalcompetitie, de zogenaamde BeNeLiga, een stille dood. Recent lanceerde een Belgisch voetballeider toch weer het plan om over goed twee jaar grensoverschrijdend van start te gaan met tien Nederlandse en acht Belgische topclubs. Onmogelijk Het lijkt dus zo goed als onmogelijk dat de twee competities op korte termijn zullen samenvloeien. Wellicht wordt het seizoen 2024-2025 een eerste belangrijke referentie. Dan zullen er grote veranderingen plaatsvinden in de Europese Champions League. De Europese topclubs willen die omvormen tot een halfgesloten competitie, waarbij er steeds minder plaats zal zijn voor ploegen uit de kleinere voetballanden. Vandaar dat Bart Verhaeghe en zijn vooruitdenkende collega’s alles uit de kast willen halen om tegen dan sportief en financieel tegengewicht te bieden. Maar evident wordt dat dus niet, al kan het voor Verhaeghe niet snel genoeg komen. België is volgens Verhaeghe een té klein voetballand met té beperkte budgetten. Hij droomt er dan ook luidop van samen met Nederland het ‘eerste land’ te worden na de vijf grote competities (Engeland, Spanje, Italië, Duitsland en Frankrijk) en meent dat het daarom goed zou zijn samen met Nederland een competitie uit te werken die het verschil met de ‘big five’ moet verkleinen. Een competitie die een markt opent met 28 miljoen consumenten.

In een interview met de Franse krant Le Monde gooide Club Brugge-voorzitter Bart Verhaeghe het onderwerp op tafel. En dit keer zou het snel gaan, als het niet voor volgend seizoen is, dan zeker voor één van de twee seizoenen die daarop volgen, luidde het. Komt het er dit keer écht van? Welnu, navraag leert dat de uitspraken van Verhaege wellicht toch wat voortvarend waren. Grote verschillen onoverbrugbaar? Tal van argumenten pro lijken, wanneer wordt gekeken naar de strikt zakelijke posities, alvast weinig relevant voor de Belgische en Nederlandse clubs die de haalbaarheid van zo’n lage landencompetitie wél willen bestuderen. Het draait daarbij om twee zichzelf potentieel versterkende elementen: een betere competitie én een die (veel) meer geld moet opbrengen. Dat zou ook mogelijk lijken, zo stelt een eerste studie van onderzoeksbureau Deloitte. Alleen zijn er op dit moment nog erg veel praktische bezwaren. Zo ligt het minimumloon voor voetballers van buiten de Europese Unie in Nederland op zo’n 450.000 euro, waar dit in België dat meer dan vijf keer lager ligt én bovendien zou de wetgeving op het terrein van sociale verzekeringsregelingen en loonheffing op elkaar afgestemd moeten worden. Tel daarbij dat Nederlandse clubs een wel zeer lucratieve deal sloten over tv-rechten, waar Belgische clubs het met heel wat minder moeten doen en zelfs volop onderhandelen over een nieuw Belgisch tvcontract tot 2024.

Wat met de kleinere clubs? Peter Croonen, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Belgische Pro League, hoopt op zijn beurt dat de oprichting van een BeNeLiga een ‘gamechanger’ kan worden. Volgens Croonen toont de sportieve realiteit dat België en Nederland de achtste en elfde competitie van Europa hebben. De hoop is dat het samenvoegen van die twee competities tot een betere competitie kan leiden. Hij is er dan ook van overtuigd dat België en Nederland de intellectuele moed moeten hebben om die oefening te willen maken, al maakt hij meteen ook de bedenking dat als er al een BeNeLiga zou komen, dat voor iedereen een valabel verhaal moet zijn, ook voor de kleinere clubs. 58


Achtergelaten Sporteconoom Trudo Dejonghe (KU Leuven) is niet verbaasd dat het idee van de BeNeLiga weer de kop opsteekt. Europese topclubs dreigen ermee om een eigen competitie te beginnen, naast de Champions League die de UEFA nu organiseert. De vrees om achtergelaten te worden, zit er dik in bij Belgische en Nederlandse clubs, al zou er volgens hem voor pakweg Ajax misschien nog wel plaats zijn in zo’n Europese supercompetitie. Edwin van der Sar, algemeen manager van Ajax, bevestigt dat de BeNeLiga één van de pistes is die door zijn club worden bekeken. Met name de constructieve houding van de algemeen manager van Ajax kan zeer bepalend zijn als de BeNeLiga enige kans op slagen wil hebben. Van der Sar is niet alleen de topman van de grootste club van de Benelux, hij bekleedt binnen de European Club Association een sleutelfunctie in het bestuur.

Niet voor morgen Tenslotte stelt ook de Nederlandse voetbalbond (KNVB) dat de oprichting van een Belgisch-Nederlandse competitie niet meteen voor morgen is. Hooguit is er op basis van de huidige bevindingen beslist dat er voldoende grond is om over te gaan tot een tweede fase van het haalbaarheidsonderzoek. Daarbij wordt onder andere gefocust op het competitieformat van de BeNeLiga, de effecten ervan op de verschillende competities en een impactanalyse per club.

Onaantrekkelijk Anderzijds maken enkele Nederlandse journalisten het idee van een BeNeLiga meteen met de grond gelijk. Zo is NOS-journalist Jeroen Elshoff absoluut niet gewonnen voor het project van een gezamenlijke competitie. Hij stelt er niet alleen moe van te worden, maar zelfs misselijk. Volgens hem speelt de geachte nu al zowat dertig jaar, maar zit Nederland absoluut niet te wachten op de Belgen. Hij hekelt daarbij niet in het minst de schandalen die regelmatig de kop op steken in het Belgische voetbal, er fijntjes aan toevoegend dat de Belgen het niet eens in hun eigen land een beetje goed geregeld krijgen. Ook een andere NOS-journalist, Frank Snoeks, is het idee allerminst genegen. Hij meent dat Nederland een prachtige competitie heeft met 18 clubs, en dat dat ook best zo blijft. Hij stelt dan ook onomwonden dat je zo’n BeNeLiga absoluut niet moet willen. Voor Snoeks is een affiche Heerenveen tegen Groningen nog altijd aantrekkelijker dan Heerenveen tegen Standard Luik. En ook de alom bekende René Van der Gijp doet als uitgesproken tegenstander zijn duit in het zakje. Hij deed alvast de moeite op televisie nog eens een Belgische topmatch te bekijken (Anderlecht-Gent) en kwam al snel tot de conclusie ‘niet doen die BeNeLiga’, er in zijn gekende stijl aan toevoegend ‘…die camera kan nog niet eens de bal volgen, die wordt van alle kanten heen en weer geschoten, omhoog, omlaag, van links naar rechts, nee, dat was écht van geen niveau...’.

"Omdat er deze week weinig voetbal was, heb ik een helft gekeken naar Anderlecht-Gent. En ik moet je heel eerlijk zeggen: niet doen die BeNeLiga. Godsklere. Die camera kan nog niet eens de bal volgen. Die wordt van alle kanten heen en weer geschoten. Omhoog, omlaag, van links naar rechts. Nee, dat was echt niveauloos", geeft Van der Gijp zijn ongezouten mening in Veronica Inside. Collega-analist Johan Derksen sluit zich helemaal aan bij Van der Gijp’s mening over de BeNeLiga. "Het is een volkomen belachelijk iets wat al vijf keer getest is en vijf keer zijn we tot de conclusie gekomen dat de tv-maatschappijen en het publiek het niet aantrekkelijk vinden. Er is niemand in Nederland geïnteresseerd in de doorsnee Belgische clubs. En omgekeerd ook niet”, toont ook Derksen zich een uitgesproken tegenstander. Derksen laat alles liever bij het oude. “Een BeNeLiga levert geen spektakel op. De amusementswaarde van de Eredivisie is best goed", luidt zijn eindoordeel. Ondertussen raakt Van der Gijp maar niet uit over de kwaliteit bij AnderlechtGent. "Oioioioi, wat een niveau", verzucht de Nederlander. 59


60


GRENZELOOS ONDERNEMEN __________________

61


Hoe Belgisch ingenieur eerder noodgedwongen zijn ondernemersheil zocht over de grens Nadat zijn bedrijf Gova Benelux in BelgiĂŤ niet de gewenste uitbreidingsmogelijkheden zag, vestigde CEO Patrick Gonry zijn onderneming eerder noodgedwongen over de grens in het Nederlandse Hoogerheide (Gemeente Woensdrecht), waar werd geopteerd voor een volledige nieuwbouwrealisatie op het bedrijventerrein de Kooi 2. Het bedrijf is gespecialiseerd in de levering van grondstoffen voor moderne en innovatieve cosmetica-toepassingen. We hebben gekozen voor Nederland omdat er nog betaalbare, logistiek aantrekkelijke bedrijvenlocaties beschikbaar waren. We merken dat dit in Antwerpen een steeds groter probleem gaat vormen. De keuze is op Woensdrecht gevallen omdat dit qua reisafstand, de meeste medewerkers wonen in het noorden van Antwerpen, toch bereisbaar blijft voor het personeel. Momenteel hebben we in Nederland 13 medewerkers in dienst, maar we verwachten toch wel verder door te kunnen groeien, al is

ook de Nederlandse arbeidsmarkt niet evident voor de profielen die wij zoeken. Chemisch- en bio-ingenieurs behoren tot een van de typische knelpuntberoepen. Toch liep niet alles van een leien dakje‌ Nee, zeker niet. In beginsel liepen we toch tegen heel wat vraagtekens en onduidelijkheden aan, en goede begeleiding vinden was niet

62


evident. Zo verliep het bouwen op zich niet geheel vlekkeloos, de plaatselijke aannemer bleef hier en daar toch behoorlijk in gebreke. Ook fiscaal-juridische begeleiding in Nederland viel me in beginsel flink tegen. De typische hoerageluiden over Nederland, bleken toch niet meteen te kloppen. Maar door uiteindelijk in zee te gaan met een internationaal georiënteerde accountant én met de regionale ontwikkelingsmaatschappij Rewin, loopt alles nu eigenlijk aardig naar wens. Samenwerken met Rewin bleek een gouden zet?

dend. Na mijn studies aan de Universiteit Gent heb ik een zevental jaren gewerkt voor Indaver als procesingenieur, maar ergens kriebelde het toch om meer mijn eigen ding te kunnen doen. Misschien verdraag ik wel niet zo goed bepaalde vormen van autoriteit…

Inderdaad, zij hebben ons ondersteund met vestigingsinformatie, fiscale expertise, logistieke analyses, subsidie- en financieringsadviezen en bij vergunningtrajecten. Inmiddels heb ik kunnen ervaren dat Nederlanders de zaken op dit terrein toch wat voortvarender aanpakken dan de Belgen. In België verloopt het aanvragen van bijvoorbeeld subsidies voor wetenschappelijk onderzoek toch eerder moeizaam. Anderzijds kent Nederland ook wel een striktere handhaving door gericht inspecties te doen, wat ik overigens niet als hinderlijk ervaar. De inspecties verlopen steeds uitermate correct en met een goede opvolging. Wat dat betreft staat Nederland toch wel wat verder dan België.

Meteen een eigen chemisch bedrijf oprichten is dan niet meteen evident… Daar moest ik inderdaad niet aan denken, maar door invloeden in de privésfeer en mijn passie voor gezondheidszorg en het verbeteren van de levenskwaliteit, ben ik een bijkomende opleiding gaan volgen in de cosmetica, met naast scheikunde de nadruk op dermatologie en biologie. Op een bepaald moment was het dan zover, de wat eigenzinnige, eeuwige student in mij, moest in 1999 de moeilijke knoop doorhakken. Een vaste baan met een zeker inkomen inruilen voor die grote jongensdroom op eigen benen te staan en mijn passie voor gezondheid en wetenschappelijk onderzoek trachten te combineren in een economisch rendabel model.

Van oorsprong was Gova Benelux dus een Belgische onderneming, hoe verliep de omzetting naar Nederland? We zijn nog steeds een Belgische onderneming, maar nu mét een vaste inrichting (filiaal) in Nederland. We hebben ook nog steeds een vestiging in België en daarnaast ook nog in Polen, waar ook nog eens 5 medewerkers in dienst zijn. De chemische profielen zijn in Polen overigens nog iets gemakkelijker te rekruteren, het land biedt immers ook een universitaire cosmetica-opleiding.

En dat lijkt aardig gelukt! De eerste jaren waren hard, de eerste twee jaar had ik geen inkomen meer, maar uiteindelijk ben ik toch blij én trots als hongerige wolf te hebben doorgezet. In totaal levert Gova Benelux inmiddels ruim 3.000 ingrediënten aan diverse afnemers en die ingrediënten zijn stuk voor stuk gebaseerd op natuurlijke basis en, misschien nog wel belangrijker, we werken hier dag in dag uit samen in een fijn en door dezelfde passie gedreven team. Wat kan een mens nog meer wensen…

Hoe kwam je overigens zelf terecht in de cosmetica? Laat ik voorop stellen dat ik een wetenschapper in hart en nieren ben en misschien niet meteen een zakelijk ondernemer pur sang. Misschien wel een typische Belg, wat braaf en terughou63


64


GRENZELOOS WERKEN __________________

65


Belgisch havenbaas Jan Lagasse

werkt al vele jaren over de grens Ook voor deze wintereditie brachten we een bezoek aan een ‘werknemer’ die over de grens actief is. Dit keer hadden we het genoegen een uitgebreid gesprek te voeren met een Belg die al vele jaren aan de slag is in Nederland. Niemand minder dan havenbaas Jan Lagasse was bereid een gesprek over zijn jarenlange ervaring met grensoverschrijdend werken met ons te delen. Een wat kille herfstige ochtend voert ons naar de Belgische kustplaats Knokke-Heist, met zijn goed 33.000 inwoners wellicht een van de bekendste badplaatsen aan de Belgische kust, ideaal gelegen aan de grens met Nederland. De zee vormt er de noordgrens en ten oosten ligt het Provinciaal Natuurpark ‘het Zwin’ als een buffer met de kust van Zeeuws-Vlaanderen. Westelijk bepaalt de haven van Zeebrugge het beeld, waarop Jan en zijn echtgenote Caroline, met wie hij al 32 jaar lief en leed deelt, zijdelings uitkijken vanuit hun appartement op de zeedijk. Hoewel we door de alomtegenwoordige file iets te laat op de afspraak zijn, ontvangt Jan ons hartelijk. Een welgekomen heerlijk bakje koffie en we zijn vertrokken voor een bijzonder boeiend gesprek met een man die honderduit vertelt over zijn werk en passies.

voor het bedrijfsleven. Dow Chemical in Terneuzen zocht destijds een Belgisch jurist voor een nieuw op te richten Benelux-hoofdkantoor in België. Zo kwam ik op 27 -jarige leeftijd zowat voor het eerst in aanraking met de Nederlandse arbeidscultuur, waarvan ik al snel gecharmeerd geraakte. Wij Vlamingen zijn doorgaans wat terughoudender of zo je wil diplomatischer, maar de Nederlandse open en directe debatstijl, sprak me meteen aan. Hoe uit zich dat dan? Waar directe communicatie voor een Vlaming doorgaans als een beetje confronterend wordt ervaren, wij vermijden van nature uit tegenstellingen, is dit voor een Nederlander juist vanzelfsprekend. Het uiten van je mening zit veel nadrukkelijker in het Nederlandse DNA. Waar Vlaamse jongeren in hun studietijd eerder gedisciplineerd werden gevormd middels kennisoverdracht, wordt Nederlandse jongeren eerder een zelfbewuste, assertieve houding bijgebracht.

Na vele jaren van professionele omzwervingen in diverse buitenlanden zijn we inderdaad weer in Knokke aanbeland, de plek waar ik geboren en getogen ben. Hoewel ik in mijn jeugd ook wel wat jaren in Brugge heb gewoond, is dit toch ‘thuis’. Jan studeerde rechten in Gent, waar hij aansluitend als assistent aan de universiteit actief was. Na enkele jaren baliewerk, koos hij resoluut

Is dat niet een wat algemene bevestiging van de alom bekende stereotypen? Ik begrijp wat je bedoelt en het klopt inderdaad ook wel dat de Vlaming zich anderzijds wat minder gezagsgetrouw toont ten overstaan van autoriteit, zoals de overheid, waar bij de Nederlander wellicht eerder een gevoel van ‘raison dÉtat’ heerst. Wat volgens mij overigens niet wijst op een gebrek aan kritische instelling, maar eerder naar een meer uitgesproken gevoel voor het algemeen belang. Denk maar eens aan de gezamenlijke strijd tegen het water, het bouwen en onderhouden van dijken. Geen Nederlander uit het midden van het land, ver weg van de dreiging van de zee, protesteert tegen de kosten die dit voor de samenleving met zich brengt… 66


Hoogovens In 1993 gaat Jan als hoofd van de juridische dienst aan de slag bij het toenmalige Hoogovens. Al snel komen overnames in België in beeld en zet hij zijn loopbaan een tijdje verder in het Waalse La Louvière. Het is daar dat hij ontdekt dat de kloof tussen Vlamingen en Walen voorwaar groter is dan die tussen de Nederlander en de Vlaming. Laat me voorop stellen dat Walen bijzonder hartelijke mensen zijn. Samenwerken is evenwel toch van een ietwat andere orde. Destijds was de invloed van vakbonden en politiek evenwel té groot, zodat je als ‘ondernemer’ weinig manoeuvreerruimte genoot.

sultaten leiden.

Denk maar aan de gezamenlijke zeer succesvolle organisatie van het EK voetbal in 2000.

In 1998, na de fusie van Hoogovens met British Steel, verkaste Jan eerst twee jaar naar Londen en aansluitend twee jaar naar Düsseldorf. In 2002 belande hij weer in Nederland, wederom bij een bedrijf in volle reorganisatie.

En zo werd de tijd bij Fokker toch een succesverhaal? Ik denk dat we daar inderdaad mee vorm hebben gegeven aan een zeer mooie toekomst. Na een herstructurering met ontslag van 150 medewerkers werd door de resterende 350 medewerkers keihard gewerkt en groeide het bedrijf uiteindelijk weer uit tot een solide, zeer winstgevende organisatie met meer dan 2.500 medewerkers, met onder meer vestigingen in China, Turkije, de Verenigde Staten en Canada en topklanten als Airbus, Boeing, Bombardier, Lockheed Martin, Rolls-Royce en UTC.

Ik startte inderdaad bij mijn toenmalig nieuwe werkgever Fokker opnieuw als crisismanager bij een divisie die financieel, organisatorisch en commercieel in bijzonder zwaar weer zat. En ik kan je toevertrouwen dat in crisissituaties de cultuurverschillen ook sneller een rol van betekenis gaan spelen. Naar ‘die Belg’ werd dan in beginsel wat argwanend gekeken wanneer moeilijke beslissingen zich opdrongen. Je afkomst gaat dan toch plots een rol spelen. Anderzijds ontdekten we samen dat cultuurverschillen juist ook complementaire voordelen biedt. Zeg maar de eerder ‘planmatige’ aanpak van de Nederlander in combinatie met het ‘improvisatietalent’ van de Belg.

‘Het uiten van je mening zit veel nadrukkelijker in het Nederlandse DNA’ North Sea Port

Pragmatisch versus principieel? En finaal belandt Jan dan in 2014 als CEO bij Zeeland Seaports, waar hij mee de grondlegger wordt van de grensoverschrijdende fusie met de Gentse zeehaven tot North Sea Port.

Zo kan je het misschien wel stellen. Ik verwijs in die zin wel eens naar de wijze waarop in België de abortuskwestie werd aangepakt. Koning Boudewijn weigerde in 1990 een wet te ondertekenen die abortus in bepaalde gevallen zou legaliseren, wat leidde tot een minikoningskwestie. Maar we zouden geen Belgen zijn als we daar geen mouw aan zouden passen. Zo deed Koning Boudewijn gedurende anderhalve dag afstand van de troon, zodat de ministerraad de abortuswet toch kon bekrachtigen, zonder handtekening van de koning. Een oplossing die in het meer principiële, rechtlijnige Nederland wellicht niet tot de mogelijkheden zou hebben behoord. Maar een combinatie van beide ‘cultuurstijlen’ kan dus wel tot mooie re-

Gent en Terneuzen/Vlissingen waren belangrijke concurrenten en dat op goed 20 kilometer van elkaar. Wanneer ik met de auto vanuit de Rotterdamse haven naar huis reed in Knokke, passeerde ik overigens liefst zeven havengebieden. In een snel veranderende wereld economisch nauwelijks nog te verantwoorden. Met de collega’s van Gent hebben we dan gekeken naar synergiemogelijheden. Hieruit groeide de overtuiging dat een fusie heel wat mogelijkheden zou bieden aan beide partijen. Zo geschiedde finaal in 2018. 67


Fusies zijn van alle tijden, maar een fusie met publieke aandeelhouders in België en Nederland lijkt ons niet evident.

den in je drukke professionele agenda om te genieten van de fijne kuststreek hier? De agenda is behoorlijk vol, maar ik probeer wanneer mogelijk inderdaad toch ook wat te blijven genieten van mijn passies. Vooreerst de prachtige natuur die we hier hebben. En daarnaast heb ik een bijzondere belangstelling voor geschiedenis en het zal jullie niet verbazen dat die zich hoofdzakelijk richt op de historie van Vlaanderen en Nederland. Ik verbaas me overigens nog regelmatig over de wederzijdse onbekendheid met elkaars verleden. Onlangs sprak ik in Terneuzen ter gelegenheid van de jaarlijkse Willem Beukelszoonlezing over hoe weinig Nederlanders en Belgen toch van elkaar weten. Denk bijvoorbeeld eens aan de in België vermaarde Guldensporenslag. Wist je dat België deze slag won door finaal de hulp in te roepen van de Nederlander Jan van Renesse…, of dat de aankoop van Manhattan, waar Nederlanders prat op gaan en New Amsterdam stichtten, eigenlijk door een Belg werd gerealiseerd? Het was Pierre Minuit die in 1626 voor de Republiek der Verenigde Nederlanden Manhattan van de Canarsie-indianen kocht…

Dat is inderdaad bijzonder, maar hierdoor werden we wél qua toegevoegde waarde de derde haven van Europa na Rotterdam en Antwerpen. We zijn nu zelfs groter dan Hamburg. North Sea Ports beschikt over een 60 kilometer lang grensoverschrijdend havengebied dat zich uitstrekt van het Nederlandse Vlissingen aan de Noordzee tot in Gent, 32 kilometer landinwaarts in België. Bovendien dragen we als centraal knooppunt in Europa multimodaliteit hoog in het vaandel. Ook onze veelheid aan goederensoorten maakt ons uniek. We verleggen grenzen, creëren waarde en hebben een impact op de wereldwijde handel. Bovendien is er in ons havengebied nog ruimte voor ontwikkeling en groei. En wellicht ook een modelproject in Europees perspectief? We zijn nu effectief een belangrijke gesprekspartner geworden voor overheden en Europa én we hebben wellicht ook een stevige grensoverschrijdende dynamiek op gang gebracht, waardoor tussen Oost-Vlaanderen en Zeeland nu ook andere grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten onderzocht worden, denk maar aan universiteiten, ziekenhuizen, cultuurfestivals en zo meer. Op de laatste VlaamsNederlandse top in 2018 werd beslist van het havengebied een heuse experimentenregio te maken, waarbij wordt gestreefd naar maatwerkoplossingen voor hindernissen in grensoverscrhijdend opereren en gezocht wordt naar geharmoniseerde procedures voor betere grensoverschrijdende infrastructuur.

…en muziek Een andere passie is klassieke muziek. Meestal voeden ouders hun kinderen op, maar in dit geval is het even andersom gelopen? Dat kan je zo wel stellen ja. Mijn jongste dochter is violiste bij de London Symphony Orchestra en zij heeft me de klassieke muziek leren waarderen, waar ik vroeger eerder van rockmuziek hield. Overigens begon de passie al met mijn oudste dochter, die als eerste vioolles nam. Zij maakte er niet haar beroep van, maar werd voorwaar grensarbeider. Als inwoner van het Nederlandse Sluis werkt ze immers hier in Knokke…

Mag er ook een gunstig effect worden verwacht op grensoverschrijdende tewerkstelling? Daar streven we zeker naar. Als experimentenregio bekijken we of het mogelijk kan worden om belemmerende elementen en procedures die komen kijken bij grensoverschrijdend werken te vereenvoudigen. Denk daarbij aan de zogenaamde fiscale 183-dagenregeling, waaromtrent we bekijken of het mogelijk is hieromtrent met de fiscus een ruling te sluiten. Geschiedenis… Hopelijk is er hier en daar nog een gaatje te vin68


FINANCIEEL & VASTGOED __________________

69


Vastgoedprijzen aan Belgische kust verder de hoogte in Het is druk op de vastgoedmarkt aan de Belgische kust. Dat blijkt uit de Kustbarometer van de Federatie van het Notariaat (Fednot) die inzoomt op de eerste zes maanden van 2019. In vergelijking met het 1ste semester 2018 waren er 7,6% meer vastgoedtransacties. De gemiddelde prijs van een appartement aan de kust klokte af op 276.605 euro, een stijging van 6,2% in vergelijking met het volledige jaar 2018. Ook de gemiddelde prijs van een appartement aan de dijk zit verder in de lift, de verkoopprijs klokte af op 345.654 euro, een stijging van 6,6% in vergelijking met 2018.

De vastgoedactiviteit steeg in alle kustgemeenten, met uitzondering van Nieuwpoort (-10,1%) en Heist-aan-Zee (-8,0%). Uitschieters waren De Panne, Blankenberge en Zeebrugge met stijgingen van respectievelijk 17,7%, 18,3% en 16,7%.

In het 1ste semester 2019 was de kust goed voor 4,3% van het totaal aantal vastgoedtransacties in België. Wat West-Vlaanderen betreft, was de kust dan weer goed voor iets meer dan een derde (34,3%) van het aantal transacties. De gemiddelde prijs van een appartement aan de kust klokte in het 1ste semester 2019 af op 276.605 euro. Daarmee lag het gemiddelde hoger dan in de rest van het land. Een gemiddeld kustappartement kostte zo’n 50.000 euro meer dan een gemiddeld Belgisch appartement. In de periode 2014-2019 steeg de gemiddelde prijs er met 11,8%. Rekening houdend met een inflatie van 8,2% in dezelfde periode bedroeg de reële prijsstijging 3,6%.

Oostende en Knokke zijn traditioneel de gemeenten met het grootste aantal transacties. Zo waren ze in het 1ste semester 2019 samen goed voor een marktaandeel van 37,3%. In vergelijking met het 1ste semester 2018 waren er in Oostende 4,7% meer vastgoedtransacties. In Knokke bedroeg de stijging 6,2%.

70


71


Banken steeds strenger bij verstrekken hypotheken Geld lenen voor een eigen woning was wellicht nooit goedkoper. Door de steeds dalende rente, kunnen kandidaat kopers ook steeds meer ontlenen. Of toch niet helemaal. Wij bekeken voor u hoe het er in de ons omringende landen aan toegaat. Die bedragen meestal zo’n 6 procent van de koopsom. In totaal heb dan je als starter met een gemiddeld huis dus al snel 50.000 euro aan eigen geld nodig.

Nederland De Nationale Bank (DNB), wil als toezichthouder niet alleen dat banken meer reserves in kas houden als ze hypotheken verstrekken, maar ook dat huiseigenaren minder mogen lenen ten opzichte van de waarde van hun huis. Op dit moment mag je bij het kopen van een huis nog een hypotheek afsluiten die 100 procent van de woningwaarde bedraagt. Vóór de huizencrisis van de jaren 2009-2013 was dat zelfs 108 procent. DNB ziet het liefst dat dit stapsgewijs verlaagd wordt naar 90 procent, zodat huishoudens minder kwetsbaar zijn als de huizenprijzen weer dalen. In Den Haag staan politici niet te springen om het advies van DNB over te nemen. De maatregel zou betekenen dat starters het een stuk moeilijker krijgen op de huizenmarkt, omdat ze meer eigen geld moeten meenemen. De gemiddelde huizenprijs in Nederland is op dit moment 313.000 euro. Als DNB de ‘loan to valueratio’ zou verlagen naar 90 procent, moeten starters dus ruim 30.000 euro aan eigen geld meenemen. Daar komen de kosten koper nog bij.

België Hoewel in Nederland de regels voor het meebrengen van eigen geld van bovenaf worden opgelegd aan banken, bepalen banken in België ze zelf. De Nationale Bank van België adviseert de banken om de hoogte van de hypotheek te beperken tot 80 procent van de waarde van de woning. De meeste banken houden zich aan dat advies. Daarnaast bedragen de aankoopkosten van de woning, die bestaan uit de dossierkosten, taxatie, notariskosten en belastingen, ook nog ongeveer 10 procent. Ook die dien je zelf te betalen. Mocht dat echt lastig zijn, dan zijn er een paar Belgische banken die een hypotheek aanbieden van 125 procent van de woningwaarde. In dat geval betaal je een hogere rente en heb je flink minder keuze op het vlak van hypotheken, maar hoef je niet je droomhuis aan je voorbij te

72


twee kredieten. De eerste dekt je woningwaarde en betaal je in maximaal dertig jaar terug. De tweede dekt de kosten koper en die moet je in tien jaar tijd terugbetalen. Al met al is het in België dus het gunstigst om voor een bank te kiezen die zich houdt aan het advies van de Nationale Bank van België. Dan heb je het laagste rentetarie f. Reken je me t de g e mid de lde ‘vierkantemeterprijs’ van 3.088 euro voor een tweekamerappartement in stadscentra, dan betaal je voor een huis van 60 vierkante meter zo’n 185.000 euro. Dan ben je dus 55.500 euro aan eigen geld kwijt. Maar wie dat niet op zijn bankrekening heeft staan, kan dus altijd op zoek naar een geldverstrekker die een uitzondering maakt.

ker om dat bij elkaar te sparen. Duitsland kent immers het concept ‘bouwsparen’, waarbij de overheid een spaarbonus geeft, een soort omgekeerde hypotheekrenteaftrek. Als je in Duitsland spaart voor een huis, krijg je een vaste rente gedurende een aantal jaar, maar daarbovenop ontvang je een door de overheid gesubsidieerde bonusrente over de ingelegde spaarbedragen. Als je een huis gaat kopen, kun je een extra lening krijgen ter hoogte van het ingelegde spaarbedrag. En dat tegen een lage rente. Daarnaast komt er een ‘gewone’ hypotheeklening met de reguliere hypotheekrente. En als je dan eenmaal een huis en hypotheek hebt, hoef je in Duitsland minder af te lossen dan in Nederland en België. Je kunt je hypotheek namelijk opsplitsen in twee losse hypotheken. De eerste, die tot 67 procent van de woningwaarde mag bedragen, hoef je niet af te lossen. Het tweede deel bedraagt 13 procent van de woningwaarde en moet je binnen maximaal 15 jaar aflossen.

Duitsland In Duitsland financier je je huis in de regel deels met eigen vermogen. Minstens 20 procent van de woningwaarde moet je betalen met eigen middelen. Dan kan het gaan om spaargeld, maar ouders mogen in Duitsland hun kind ook een soort voorschot op de erfenis geven, om zo de eigen inbreng wat makkelijker bij elkaar te krijgen. Mocht je dan nog onvoldoende eigen middelen hebben, dan mag je er ook geld uit je pensioen voor gebruiken. Daarbij komt nog wel een andere regel kijken, waardoor minstens 10 procent van de woningwaarde moet gefinancierd worden met eigen spaargeld. Dus voor dat deel tellen andere bronnen zoals een voorschot uit je pensioen niet mee. Daarnaast moet je als koper ook nog de kosten koper ophoesten. Hoe hoog die zijn, verschilt per deelstaat, maar ze kunnen oplopen tot 15 procent van de koopsom. Dat komt doordat je als koper kosten voor de notaris en overdrachtsbelasting, maar ook voor de registratie van de woning en voor de taxatie moet betalen. In Duitsland is het ook zo dat de koper de makelaar betaalt. In sommige gevallen kun je beroep doen op een subsidie waarmee je de kosten deels kunt financieren, en sommige banken bieden leningen aan om de kosten koper te kunnen betalen. Als je geen aanspraak k maken op aanvullende subsidies of financiering lopen de kosten flink op. De gemiddelde prijs van een tweekamerappartement in de stad was in Duitsland afgelopen jaar 4.656 euro per vierkante meter. Stel dus dat je als starter een appartement van 60 vierkante meter koopt in een stad, dan zou dat ongeveer 280.000 euro kosten. Je moet dan tot 98.000 euro op je bankrekening hebben voor het eigen geld en de kosten koper, waarvan je 28.000 euro met je pensioen mag financieren. Hoewel je in Duitsland dus flink meer eigen geld moet meenemen dan in Nederland en België is het ook een stuk makkelij-

Frankrijk Ook in Frankrijk is het moeilijk – maar niet onmogelijk – om een hypotheek te nemen die net zo groot is als de waarde van je huis. Banken bepalen er namelijk zelf hun risicobeleid. Meestal ligt de eigen bijdrage die ze vragen tussen de 20 en 30 procent van de waarde van het huis. Je kunt als koper met de bank onderhandelen over die eigen bijdrage, maar hoe risicovoller de hypotheek door de bank wordt gezien, hoe hoger de rente zal zijn die je moet betalen. In sommige gevallen scheelt dat een procentpunt. Daarnaast houden banken, net als in Nederland en België, rekening met andere leningen die je als koper hebt. Stel dat je schulden hebt ter waarde van 10.000 euro, dan wordt dat volledig van je maximale hypotheek afgetrokken. Toch is het niet helemaal onmogelijk om als starter de Franse woningmarkt te betreden. Banken begrijpen het namelijk best als je jong bent en nog geen tijd hebt gehad om te sparen. Ze verstrekken daarom bij uitzondering hypotheken van 110 procent. Daarmee kun je direct de kosten koper, die zo’n 10 procent bedragen, betalen. Maar dat doen ze alleen als ze vrij zeker weten dat je het volledige bedrag kunt terugbetalen. Een vast arbeidscontract is in zo’n situatie dus geen overbodige luxe. En als je geen trek hebt in de hogere rente die bij zo’n hoge hypotheek komt kijken, zijn er ook heel wat subsidies, die speciaal bedoeld zijn om de eigen bijdrage voor het huis te kunnen betalen. Voor die leningen betalen starters geen rente, al moeten ze wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo zijn de leningen bedoeld voor lagere 73


inkomens en moet je de lening gebruiken om je hoofdverblijfplaats te betalen. In sommige gevallen zijn de leningen ook regio gebonden. De gemiddelde vierkantemeterprijs in Frankrijk is 5.675 euro voor een tweekamerappartement in stadscentra. Voor 60 vierkante meter komt dat neer op 340.500 euro. Als je 20 procent aan eigen geld moet meenemen en ook nog eens 10 procent aan kosten koper moet betalen, moet je als starter dus ongeveer 102.000 euro meebrengen. Maar dat bedrag kan dus ook veel lager uitvallen.

Soms heb je voor de beste deal op je hypotheek wel 30 tot 40 procent aan eigen geld nodig. Lang niet alle starters hebben genoeg spaargeld om zoveel eigen geld op tafel te kunnen leggen. Daarom zijn er verschillende opties om toch als starter met weinig eigen geld een huis te kunnen kopen. Zo bestaat er het ‘Help to Buyprogramma’ van de overheid. Daarbij moeten starters nog steeds een eigen bijdrage van 5 procent van de woningwaarde betalen, maar kunnen ze vervolgens een lening van 20 procent van de woningwaarde afsluiten om hun eigen bijdrage te verhogen, zodat ze een hypotheek van nog maar 75 procent van de woningwaarde nodig hebben. Die lening is de eerste vijf jaar rentevrij. Tot slot krijg je nog te maken met de kosten koper. In het VK variëren die nogal en daarom zijn ze moeilijk uit te drukken als een percentage van de prijs van een huis. Maar als je als starter een huis onder de 350.000 euro koopt, komen die kosten neer op 1.700 tot 7.000 euro. In het VK is de gemiddelde vierkantemeterprijs 4.447 euro voor een tweekamerappartement in stadscentra. Als starter ben je dus net iets meer dan 225.000 euro kwijt aan een huis van 60 vierkante meter. Met een eigen bijdrage van 5 procent zou je dan ruim 11.000 euro aan eigen geld moeten meenemen, plus de kosten koper van zeker een paar duizend euro.

Verenigd Koninkrijk De situatie in het Verenigd Koninkrijk lijkt behoorlijk op die in Frankrijk. Als je als starter hard je best doet, kun je een geldverstrekker vinden waarbij je 100 procent van je woningwaarde kunt lenen. Maar banken staan niet te springen om zulke risicovolle hypotheken te verstrekken, dus je hebt weinig keuze qua aanbieders. Daarnaast vragen ze vrijwel altijd om ouders of familieleden die garant kunnen staan voor jouw hypotheek. Als er niemand is die dat voor je wil doen, moet je dus echt zelf de eigen bijdrage op tafel leggen én die bedraagt vaak minimaal 5 procent en zelfs dat wordt door geldverstrekkers nog als behoorlijk risicovol gezien. Net zoals in Frankrijk krijg je in het VK daarom een lagere rente als je meer eigen geld meeneemt.

74


Uw vastgoed in de kijker In deze rubriek bieden we onze lezers de mogelijkheid hun vastgoed in de kijker te stellen. Dit keer opteren we voor een prachtig bouwperceel (1.727m2) gelegen op de hoogten van Vencimont, met adembenemende vergezichten in een van de mooiste dorpen van de Belgische Ardennen (Provincie Namur).

Contactgegevens kunnen worden opgevraagd via : secretariaat@nederlands-belgisch-centrum.be

75


76


SPANJE __________________

77


Koop een Spaans huis en krijg de inwoner er gratis bij Eigenaren verkopen hun woning onder de marktwaarde, op voorwaarde dat ze er tot aan hun dood kunnen blijven wonen. Vorig jaar stonden in Spanje 500 woningen voor een prijs behoorlijk onder de marktwaarde te koop, maar de bewoner wil er dan wél na verkoop tot zijn dood blijven wonen. Deze vorm van verkoop in zogenaamd ‘bloot eigendom’ lijkt in Spanje een trend. En omdat het veelal ouderen zijn die op deze wijze hun huis verkopen, veelal omdat ze moeite hebben om van hun pensioen rond te komen, kan dat een interessante investering opleveren. Al hoeft dat niet enkel in het geval van ouderen te zijn, immers hoe jonger de bewoner die blijft wonen, hoe hoger de korting op de koopprijs.

Bij een 70-jarige kan de korting dan ook al snel oplopen tot 40%. Bij een 80-jarige tot 30% en bij iemand ouder dan negentig tot zo’n 20%. Met deze constructie verdwijnt voor de verkopende partij overigens ook een eventueel erfenisprobleem en kan ook dat bespaarde geld vrij worden besteed. Makelaars Spaanse makelaars bevestigen dat de trend sterk toeneemt. Een makelaar van een kantoor dat zich toelegt op het hogere marktsegment stelt dat het aantal verkoopovereenkomsten in bloot eigendom bij hem dit jaar is gegroeid met zo’n 300%.

Gepensioneerde dame

Bakstenen

Zo verkoopt momenteel een 70-jarige dame uit Madrid haar (prachtige) appartement als bloot eigendom belast met recht van gebruik en bewoning, dat wil zeggen dat de nieuwe eigenaar het huis koopt op voorwaarde dat zij er tot aan haar dood kan blijven wonen. De Madrileense zou het immers verschrikkelijk vinden het huis waar ze al twintig jaar woont te moeten verlaten. Hier bracht ze de mooiste jaren van haar leven door. Het zou haar hart breken om het huis leeg te moeten halen en te moeten zien hoe anderen de kamers bevolken. Daarom heeft ze beslist dat dit misschien wel eens dé oplossing zou kunnen zijn om een slepende schuld af te lossen en haar nadagen in relatief comfort door te brengen. Deze verkoopconstructie heeft de laatste jaren aan populariteit gewonnen onder gepensioneerden in de armste wijken van de stad die zo hun levensstandaard zeker stellen. Maar de constructie wordt ook steeds populairder onder meer begoede ouderen, die hun huidige levensstijl willen behouden.

Vaak wordt gesteld dat de Belg geboren is met een baksteen in de maag. Maar dat lijkt niet anders te zijn in Spanje, dat eveneens een land is van huiseigenaren. Een belangrijk deel van het familiekapitaal zit dus in bakstenen. Hoewel deze traditie tegenslag bracht na het uiteenspatten van de huizenbubbel, zijn oudere, meer begoede mensen, hiermee in het voordeel. Aantrekkelijk De constructie in Spanje waarbij beleggers de woning kopen en de oorspronkelijke bewoner erin laten wonen, komt in Nederland of België niet of nauwelijks voor. Vooral Nederlandse ouderen met een klein pensioen hebben een andere oplossing, zij kunnen immers een ‘overwaardehypotheek’ nemen. Zo kunnen senioren met weinig inkomen maar veel (bakstenen) vermogen toch langer in het huis blijven wonen.

Aandachtspunten Benevens de lagere aankoopprijs geldt wél dat de nieuwe eigenaar de onroerendezaakbelasting (IBI) moeten betalen, alsook moeten bijdragen aan de kosten van de vereniging van eigenaren en een verzekeringspremie verschuldigd zijn.

Prijs De prijsvermindering hangt af van de leeftijd van de verkoper. Die wordt berekend door de jaarlijkse huurkosten te vermenigvuldigen met het geschatte aantal jaren dat de huidige bewoner nog te leven heeft. 78


79


Nederlanders en Belgen timmeren aan de weg in Spanje ‘gastronomisch’ laten verwennen. Welkom in de Macaao Beach Club.

Emigreren van Nederland naar België, of precies andersom, is als het ware dagelijkse kost geworden. De grenzen tussen beide landen vervagen met de jaren steeds meer. En hoewel er best nog heel wat op je afkomt bij zo’n relatief beperkte emigratiestap, valt de hele organisatie en administratieve afwikkeling de meesten die de stap zetten, toch nog best wel tegen.

Knokke We worden bijzonder gastvrij ontvangen door Michel, die er zaak van maakt alle klanten persoonlijk te verwelkomen en er zorg voor te dragen dat ze een onvergetelijke dag doorbrengen in zijn chiringuito. Michel en Christine toeven al enkele jaren onder de Spaanse zon, Macaao Beach Club opende op 15 mei 2013, maar leerden de ‘stiel’ in hoofdzaak in België, waar ze voorheen onder meer ‘Zoutestrand’ runden, een van de bekende beach bars in Knokke-Zoute. Michel is dan ook een geboren Knokkenaar, waar hij vele jaren doorbracht en waar zijn ouders nog het schitterende zon-en-zee-terras Bora Bora runden. Alvorens zelf in de horeca aan de slag te gaan genoot Michel een uitgelezen opleiding aan de Hotelschool Ter Duinen in Koksijde. Daarna deed hij ervaring op in verschillende Michelinzaken in Zuid-Frankrijk, waaronder stages aan de Cote d’Azur, Juan les Pins en Antibes.

Maar wat dan gezegd van die Nederlanders en Belgen die zich niet nét over de grens van hun geboorteland vestigen, maar het heel wat verderop gaan zoeken? Wij zochten daarom contact met meerdere van deze échte emigranten én polsten nieuwsgierig naar hun belevingen. Voor deze editie trok de redactie richting het strand tussen Guadalmina en San Pedro de Alcantara, onmiddellijk in de buurt van het mondaine Marbella. En we maakten er heel aangenaam kennis met de Belgische ondernemers Michel en Christine Dhondt die er samen een meer dan mooie en gezellige ‘chiringuito’ runnen, waar vooral Belgen zich graag onder een aangenaam zonnetje

80


Spanje Opnieuw in België leerde Michel zijn vrouw Christine kennen. Samen openden ze hun eerste French bistro, La Bohème, dat een groot succes werd. Meerdere zaken volgden, waaronder dus ook Zoutestrand. Toch bleven ze hunkeren naar een zonniger omgeving, waarop ze besloten met hun twee dochters te verhuizen naar Marbella.

met de ook al alom aanwezige verwijzingen naar België.

Fête des Belges En niet te vergeten, jaarlijks verzamelen de Belgen er in grote getale voor hun nationale feestdag op 21 juli. Afgelopen zomer onder meer met een gastoptreden van de ‘wereldberoemde’ Romeo’s. Of dient het benadrukt, Macaao Beach Club is dé place to be voor de Belgen die graag hun vakantie doorbrengen aan de Zuid-Spaanse kust. Wij namen alvast afscheid met pijn in het hart en zullen niet aarzelen hier vroeg of laat weer te keren en te genieten tussen de Belgen in Spanje!

Doorzetten En om een aantrekkelijke horecazaak op te zetten aan de Spaanse costa, is toch wel enig doorzettingsvermogen noodzakelijk. Michel vertelt honderduit over ‘het avontuur’, maar benadrukt toch in het bijzonder dat het uiteindelijk mits de nodige volharding, hier en daar wat improvisatie, hulp van vrienden en vooral veel geduld, toch aardig is gelukt. Polynesisch decor Wij kunnen alvast getuigen dat hun cosy beach restaurant met heerlijke Franse en Belgische gerechten in een stijlvol Polynesisch decor, zonder meer een omweg waard is tijdens een bezoek aan Zuid Spanje. Bovendien lijkt het misschien zelfs de uitgelezen plek om de mondaine drukte van Marbella even te ontvluchten en er te genieten van het exotische decor - Michels vader zat in zijn jonge jaren in de ‘lange omvaart’ en verzamelde tal van attributen - dat welhaast als vanzelfsprekend lijkt te sublimeren 81


Rembrandt en Velázquez verenigen Nederland en Spanje Of Rembrandt en Velázquez elkaar ooit ontmoet hebben is niet bekend. Ze leefden in dezelfde tijd, maar Spanje en Nederland waren net na de Tachtigjarige Oorlog niet bepaald de beste vrienden. Toch zijn er meer overeenkomsten tussen de schilderkunst van beide landen uit die tijd dan we tot nu toe dachten. Het Rijksmuseum brengt hun werk en dat van hun tijdgenoten samen in een prachtige expositie. Twee aan twee laten de schilderijen zien hoe sterk de banden waren. De twee meesters brengen met hun doeken die ze zo’n 400 jaar geleden schilderden nu Nederland en Spanje samen. Spaans koning Felipe VI besloot naar Nederland af te reizen om de expositie op donderdag 10 oktober 2019 samen met Nederlands koning Willem-Alexander te openen. Het is een prachtige expositie geworden, waar Marten en Oopjen gezellig naast Doña Antonia en Don Diego hangen, twee schilderijen die Velázquez maakte in de tijd dat Rembrandt zijn illustere tweetal vastlegde. Droom in vervulling Het allermooist was het natuurlijk geweest als Las Lanzas tegenover De Nachtwacht was komen te hangen. Beide grote doeken, beide gaan over strijd. Maar dat was logistiek onmogelijk. Curator Gregor Weber en zijn assistent, de jonge Spaanse Cèlia Querol, zien met de expositie ‘Rembrandt-Velázquez. Nederlandse en Spaanse Meesters’ een droom in vervulling gaan. Ze combineren in de expositie steeds twee werken van een Spaanse en een Nederlandse kunstenaar met elkaar die een dialoog aangaan. Er zitten bekende werken bij van Velázquez, zoals ‘El Primo’, die naast ‘De mulat’ van Frans Hals hangt. Mooi zijn ook de zelfportretten van de twee schilders die laten zien dat ze ondanks dat ze elkaar niet kenden, toch dezelfde stijl hanteerden. Kamerheer van de koning De 24-jarige Cèlia kan over elk doek wel een uur vertellen. Bijvoorbeeld over het schilderij ‘Een oude vrouw bakt eieren’ dat Velázquez schilderde toen hij nog maar 18 of 19 jaar oud was. Je ziet dat hij aan alle details dacht en ook dingen in zijn schilderij verwerkte om het extra moeilijk te maken. Of hij daagde zichzelf uit of hij werd uitgedaagd door zijn leermeester, Francisco Pacheco met wiens dochter hij trouwde en twee kinderen kreeg. Velázquez maakte veel minder werken dan Rembrandt, in totaal maar een 120-tal, omdat hij als ’s konings kamerheer door Europa reisde om kunst te kopen en kunstenaars te rekruteren om te werken in de paleizen in Spanje. Actief gaan kijken Weber wijst op ‘De heilige Serapión’ van Zurbarán. De boodschap van het schilderij is dat je geloof belangrijker is dan je leven, wat mooi past ‘De bedreigde zwaan’ van Jan Asselijn. De zwaan is het symbool van Johan de Witt, de vermoorde raadspensionaris die zijn land verdedigde zoals de zwaan zijn eieren beschermt tegen de hond, maar het in 1672 met een gruwelijke dood moest bekopen. Opvallend is dat de doeken allebei wit als hoofdkleur hebben, dat de heilige zijn armen spreidt zoals de zwaan zijn vleugels spreidt. Het is een prachtig voorbeeld van een republikeinse allegorie. Het zijn beide krachtige schilderijen met een krachtige boodschap. Door ernaar te kijken en er vervolgens over te lezen kun je veel leren over de Spaanse en Nederlandse kunst en geschiedenis.

82


En wat dacht u van Portugal… Alsmaar meer gepensioneerde Europeanen trekken naar Portugal om er te genieten van hun zorgeloze oude dag. Met dank aan een maatregel van de Portugese regering waardoor EU-onderdanen weinig of geen belastingen op hun pensioen hoeven te betalen. De nieuwe trend is dus ingezet, je pensioen doorbrengen in Portugal, oftewel veel zon, lekker eten, vooralsnog betaalbaar vastgoed en weinig of geen belasting betalen.

De Portugese regering heeft die maatregel genomen om (gefortuneerde) gepensioneerden naar Portugal te lokken. Ze betalen weliswaar geen belastingen, maar ze kopen huizen, ze gaan uit eten, ze kopen een auto, kortom, ze besteden heel wat geld in Portugal wat de plaatselijke economie ten geode komt. Portugezen betalen overigens wél belastingen op hun pensioen. Maar ook zij klagen kennelijk nauwelijks. Zij zien immers de huizenprijzen stijgen en kunnen dus ook mooie zaken doen. De Portugese pensioenmaatregel geldt voor de meeste EU-onderdanen. Momenteel profiteren vooral de Britten, die inmiddels een van de grootste gemeenschappen van in het Verenigd Koninkrijk geboren Britten buiten het Verenigd Koninkrijk heeft. Maar ook het aantal Belgen stijgt door de gunstige fiscale voorwaarden. Voor Nederlanders is het land minder aantrekkelijk, want de Nederlandse staat blijft belastingen innen op je pensioen.

Nieuwe inwoners met een buitenlands pensioen, waarover op basis van een belastingverdrag tussen het land waaruit het pensioen afkomstig is en het nieuwe officiële woonland Portugal, betalen inderdaad doorgaans slechts een heel klein beetje belastingen. Dat betekent dat veel Noord-Europeanen heel graag naar Portugal trekken. Er is immers in de Portugese wetgeving een nieuwe regeling opgenomen dat bepaalt dat je nauwelijks of geen belastingen betaalt als je officieel naar Portugal verhuist.

83


84


EVENTS & KALENDER __________________

85


Belgium-Holland Business Community Meeting 25 oktober 2019

Twee bijzondere gastsprekers luisteren BHBC-meeting op Met als centrale gastspreker mr. dr. Saskia Montebovi (Tilburg University) werden de aanwezigen ter gelegenheid van de BHBC-meeting van 25 Oktober 2019, getrakteerd op een ‘masterclass’ in grensoverschrijdende arbeidsongeschiktheidsproblematiek. Misschien wel de meest onverkwikkelijke positie waarin een grenspendelaar terecht kan komen. Aansluitend nam NOS-correspondent Sander van Hoorn de honneurs waar. Na zijn jarenlange verblijf in het Midden-Oosten, met als standplaatsen Tel Aviv en Beiroet, sinds de zomer van 2017 aan de slag in België (Belgische politiek en Europese Unie). Hij nam de aanwezigen mee in zijn dagelijkse verwondering over hoe het er in Brussel aan toegaat. Of wat dacht je van zijn vaststelling dat

Saskia Montebovi, geboren en opgegroeid in België, studeerde Rechten aan de KULeuven, specialisatie Sociaal Recht. Na een aantal werkjaren in België migreerde ze naar Nederland en studeerde daar Nederlands Arbeids– en sociaalzekerheidsrecht; ook verdiepte ze zich verder in het Europese socialezekerheidsrecht (de Europese coördinatieverordeningen). Ze werkte geruime tijd bij Bureau voor Belgische Zaken in Breda en koos toen voor het schrijven van een proefschrift aan de Tilburgse universiteit. Als universitair docent aan de universiteiten van Tilburg en Maastricht geeft ze vooral les in het Europese socialezekerheidsrecht en begeleidt ze internationale en nationale thesisstudenten. Op dit moment is ze ook werkzaam bij een meerjarig onderzoeksproject over atypisch werkenden en hun sociale-

Sander van Hoorn is een bekend Nederlands journalist en politicoloog die als multimediaal correspondent voor NOS Nieuws werkt. Sinds 2017 is zijn standplaats Brussel, van waaruit hij naast verslag omtrent Belgische zaken met ingang van november 2018 ook correspondent Europese Unie is. Voorheen berichtte hij vanuit de Arabische wereld, zijn laatste standplaats was Beiroet, daarvoor werkte hij vanuit Tel Aviv.

86


87


88


89


KALENDER EN EVENTS December 2019 Kerstmarkten in België en Nederland De mooiste tijd van het jaar! Wij hebben voor u een overzicht gemaakt van de mooiste en meest sfeervolle kerstmarkten van België en Nederland Kerstmarkten in België Kerstmarkten in Nederland

7 december 2019 tot en met 5 januari 2020 Winterpaleis Het Loo Dompel je onder in een sprookjesachtige, theatrale wereld vol feestelijk gedekte tafels! Ontdek alles over het reilen en zeilen achter de schermen bij het organiseren van een koninklijk diner en schaats een rondje op de ijsbaan. Winterpaleis Het Loo is een cultureel, culinair én verrassend kerstvakantieuitje voor het hele gezin!

14 december 2019 tot en met 1 maart 2020 IJsbeelden Festival Zwolle De beste ijskunstenaars ter wereld komen naar Zwolle waar ze in een grote vrieshal aan de slag gaan met 275.000 kilo ijs en 275.000 kilo sneeuw. Daarmee vertalen zij het thema “R-IJS DOOR DE TIJD” in een magische wereld van ijs- en sneeuwsculpturen tot wel 6 meter hoog. Het Nederlands IJsbeelden Festival is een uniek winter-evenement voor jong en oud!

90


10 tot en met 19 januari 2020 Autosalon Brussels Expo De 98ste editie van de Brussels Motor Show (Autosalon of Auto/Moto/Mobility Salon 2020) vind plaats van 10 tot en met 19 januari 2020. De grootste auto- en motormerken stellen in deze periode hun uitgebteide gamma voor aan het publiek. Ook de beurs #WeAreMobility vormt opnieuw een onderdeel van het salon. EĂŠn paleis van de Brussels Motor Show is gewijd aan nieuwe stedelijke mobiliteitsoplossingen.

12 januari 2020 Nieuwjaarsconcerten Euregio Jeugdorkest Het Euregio Jeugdorkest, opgericht in 1985, is een 90-koppig symfonieorkest dat getalenteerde jongeren uit Vlaamse en Nederlandse muziekacademies en concervatoria de kans biedt om in orkestverband te musciceren en podiumervaring op te doen.

8 en 9 februari 2020 HĂŠt trefpunt voor de emigratiebranche Met meer dan 1 miljoen vacatures in het buitenland, ruim 11.000 bezoekers en 200 exposanten is de EmigratieBeurs hĂŠt trefpunt voor de emigratiebranche. Emigranten, expats, studenten, ondernemers, werkzoekenden en andere landverhuizers vinden op de beurs per thema en regio het brede pakket van mogelijkheden, diensten en producten rond Wonen, Werken, Studeren en Ondernemen in het buitenland.

18 en 19 april 2020 Amstel Gold Race De Amstel Gold Race is de bekendste Nederlandse eendaagse profwielerwedstrijd en heeft de ProTour status. Het is een echte klassieker, die al sinds 1966 op de kalender staat.Het parcours kenmerkt zich door veel draaien en keren, smalle wegen en een grote hoeveelheid korte, maar steile ZuidLimburgse hellingen. Ondanks dat het parcours van de Amstel Gold Race geen lange klimmen of kasseienstroken bevat, hoort de Gold Race daardoor bij de zwaarste WorldTour wedstrijden. 91


NEDERLANDS-BELGISCH CENTRUM

Nederlands-Belgisch Centrum Larikslaan 1 B -2950 Kapellen Tel. +32 (0)3-295 55 95 info@nederlands-belgisch-centrum.be www.nederlands-belgisch-centrum.be 92

Profile for nederlands-belgisch-centrum

BELGIUM HOLLAND MAGAZINE WINTER 219-2020  

BELGIUM HOLLAND MAGAZINE WINTER 219-2020  

Advertisement