Page 1

Bruine Kiekendieven 2012: nog steeds in stijgende lijn. Een populatie van 60 koppels De populatie bruine kiekendieven in onze regio IJzer en Polder boert goed. Met 42 effectief broedende paren, waarvan 11 in de IJzervallei, 1 in de Handzamevallei en maar liefst 30 paren in onze uitgestrekt Westkustpolders, mogen we van een geslaagd broedseizoen spreken. Met een bonus van 4 broedparen komen we nu tot een broedpopulatie van meer dan 40 koppels (42). Tellen we hierbij nog 8 koppels die een broedpoging ondernamen of mogelijk tot broeden kwamen ĂŠn de 9 koppels die zich territoriaal gedroegen maar niet tot broeden kwamen, dan komen we in onze streek tot een minimale populatie van 60 koppels. Al verschillende jaren na elkaar de grootste populatie bruine kiekendieven in Vlaanderen. Vorig jaar kwamen er 94 bruine kiekendieven in Vlaanderen tot broeden (een stijging van 20 paren). De tweede grootste populatie vinden we terug in het krekengebied van

het Meetjesland (van 20 naar 29 broedparen in 2012).

Broedsucces Het nestsucces draait de laatste jaren rond de 55 %. Enkel in het mindere jaar 2008 was dat substantieel hoger (67 %). Toen kwamen minder koppels tot broeden, maar die hadden een hoger nestsucces. Het percentage mislukkingen bedroeg vorig jaar 36 %, van 10 % van de broedgevallen kon het nestsucces niet nagegaan worden. Het natte voorjaar veroorzaakte enkele mislukkingen: door het stijgende water kwamen enkele nesten onder water te staan met dode jongen tot gevolg. Door het sterk fluctuerend waterpeil werd er ook weinig in rietgrachten gebroed. Het hogere waterpeil in en rond de Blankaart had ook een positief gevolg : voor het eerst sinds enkele jaren vlogen er juvenielen uit de rietvelden van de Blankaart.

Zekere broedgevallen, mogelijke broedgevallen en territoriale koppels bruine kiekendief IJzer en Polder 2001- 2012 45

42

40

38 35

35

30

27

25

21 20

15

18 15

18 15

14 12

11

11

10

11 9

9

2011

2012

7

5

2

3

4 2

3

3

0

0

2001

2002

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 Broedgevallen Territoriale koppels Mogelijke bg/broedpogingen

8


-./01234402$5.3670$860807160907$:;<0.$07$=/>10.$!**%?!*%!$ %**#$

!"#$%$"&'

*#$

!"#$

!&#$ ("#$

+*#$

&#$

%*#$

'"#$

'"#$

'+#$

)(#$

)+#$

))#$

))#$

!**,$

!*%*$

!*%%$

!*%!$

!,#$

'&#$ +#$

+"#$

+*#$

%"#$

!"#$ %"#$

)*#$

%'#$ &'#$

(*#$ %'#$

+"#$ )"#$

%"#$ !*#$ %*#$

"#$

',#$

&*#$

'*#$

./0$&*,11$*'

)#$

%"#$

,*#$

"*#$

()*+,%-'

()#$

((#$

!**($

!**)$

(*#$

!"#$ %"#$

*#$ !**%$

!**!$

!**'$

!**+$

!**"$

!**&$


Verspreiding bruine kiekendieven over de gemeenten IJzer en Polder 2001- 2012 Koksijde; 5%

Nieuwpoort; 5%

De Panne; 2% Alveringem; 3% Kortemark; 1%

Diksmuide; 34% Houthulst; 8%

Lo-Reninge; 10%

Veurne; 28%

Nestgemiddelde In 2012 was het simpel rekenen: van de 12 gecontroleerde nesten waren er zes nesten met drie pulli en zes met vier pulli. We komen op die manier tot een nestgemiddelde van 3,5 pulli per nest. Kleine nestjes van één, twee jongen of grote nesten van vijf of zes jongen, zoals in 2011, waren er niet. Niet in de ene of andere richting. Een goed, gemiddeld broedseizoen dus.

Vleugelmerken Het aanbrengen van vleugelmerken (wingtags) ging in 2012 verder. In negen nesten werden door Jeroen Arnoys en Norbert Roothaert één of

meerder jongen voorzien van een unieke combinatie aan merktekens : 22 bijna vliegvlugge jongen kregen zo’n tag op hun vleugels. In Vlaanderen gebeurde dit op 52 nesten met 126 getagde jongen tot gevolg. In het broedseizoen 2013 zijn de verwachtingen hoog gespannen. Tijdens het komende broedseizoen zijn de vogels die we in 2011 gevleugelmerkt hebben normaal klaar om deel te nemen aan het broedseizoen. We hopen dan ook om in onze eigen regio verschillende ‘oude bekenden’ terug te zien in onze verrekijker. Laat ons duimen ! Kris Degraeve

Bruine kiekendieven 2012  
Bruine kiekendieven 2012  

kerkuil bruine kiekendief

Advertisement