Page 53

strak ingerichte tuinen met gemillimeterde gazons, vooral niet als allerlei planten en dieren angstvallig uit de tuin worden geweerd met pesticiden en insecticiden. Kies radicaal voor inheems plantgoed en wees niet bang van wat bladluizen. Zo’n rijkgevulde ecologische tuin met een grote variatie aan planten, kruiden, bomen en struiken is niet alleen een droom voor de eigenaars, maar ook voor de dieren.

ze niet voor schade of overlast. De kevers verstoppen zich, kruipen dicht tegen elkaar aan en bewegen niet tijdens de zogenaamde diapauze (een soort winterslaap van insecten). Als je in de lente het raam openzet, vliegen ze gewoon weer weg.

Eitje, larve, pop en kever

De meeste lieveheersbeestjes leven van bladluizen en schildluizen. Als ze te weinig luizen vinden, schakelen ze – weliswaar uit nood – over op vervangvoedsel zoals honingdauw, pollen en nectar. Maar dat zorgt dan wel voor een slechtere voortplanting.

Overigens zijn alle inheemse lieveheersbeestjes in Vlaanderen beschermd.

Fijnproevers en veelvraten Lieveheersbeestjes zie je van maart tot september. Ze zijn vooral actief in het voorjaar, als ze zich voortplanten, en in het najaar, als de larven uitgekomen zijn en de kevertjes zich klaarmaken voor de winter. In de zomer is er typisch een dipje: dan zijn er vooral larven en weinig volwassen kevers. Net als vlinders kennen lieveheersbeestjes vier levensfasen: eitje, larve, pop en kever. Ze overwinteren als kever, komen in het voorjaar tevoorschijn en beginnen te paren. De eitjes komen uit in de zomer. De larven vreten zich vol met bladluizen (tot wel 3000 bladluizen per maand!) en verpoppen dan tot kever. Deze nieuwe generatie gaat dan weer op zoek naar een geschikt plekje om te overwinteren, enzovoort. Elk lieveheersbeestje leeft één jaar. Overwinteren doen ze in groepen van 50 tot 100 onder mos of loszittende schors. Twee soorten kun je in de winter regelmatig in huis aantreffen: het Aziatisch en het tweestippelig lieveheersbeestje. Hoewel zo’n groep indrukwekkend kan overkomen, zorgt

Sommige soorten zijn echter generalistisch en eten ook andere insecten zoals bladhaantjes en allerlei larven, zelfs van andere lieveheersbeestjes. De grootste veelvraten zijn het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje en het tweestippelig lieveheersbeestje. Ondanks zijn grote eetlust is het tweestippelig lieveheersbeestje sinds enkele jaren toch bedreigd. In ons land is het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje helemaal gaan domineren. De soort werd doelbewust uitgezet als biologische bestrijder van bladluizen in serres en tuinen. Iedereen kon de diertjes kopen bij gespecialiseerde firma’s. Wereldwijd heeft de soort zich sindsdien succesvol in de vrije natuur gevestigd. Vandaag is het de meest verspreide soort in België: zo goed als de helft van de lieveheersbeestjes die je ziet, is een Aziatisch lieveheersbeestje.

Een aantal soorten is daarentegen ontzettend specifiek qua voedselkeuze, zoals het schitterend lieveheersbeestje, dat enkel bladluizen wil eten die ‘gemolken’ worden door rode bosmieren. Mieren zijn namelijk dol op de honingdauw die bladluizen afscheiden. Andere lieveheersbeestjes eten alleen meeldauwschimmels, nog andere zijn dan weer planteneters, zoals het onbestippeld lieveheersbeestje, dat enkel grassen eet.

Schattige geluksbrenger? Je zou het niet zeggen, maar die mooie kleuren op hun schild hebben eigenlijk een afschrikkingseffect. De felle kleur moet belagers duidelijk maken dat de kever giftig is, of op zijn minst een vieze smaak heeft. Bij gevaar trekken de lieveheersbeestjes hun poten en voelsprieten in en doen ze alsof ze dood zijn. Als verdediging scheiden ze dan een gelige vloeistof uit – dat noemen we reflexbloeden. Die vloeistof heeft een kwalijk geurtje en smaakt erg bitter. Vogels die een lieveheersbeestje oppakken, proeven de vloeistof en laten hun prooi snel vallen. De meeste vogels lusten het kevertje dan ook niet en gaan er niet (meer) op af. Meer geduchte natuurlijke vijanden zijn spinnen, wespen en parasiterende insecten, zoals sluipvliegen en sluipwespen. En natuurlijk ook de mens. Al kan die het beestje evengoed flink vooruithelpen. Door ecologisch te tuinieren en de tuin te verfraaien met plantgoed van Natuurpunt bijvoorbeeld.

ROOMVLEKLIEVEHEERSBEESTJE © GILLES SAN MARTIN

53 Studie

2017 NUMMER 2

SNEP!

Snep! zomer 2017  

Afdelingstijdschrift van Natuurpunt Gent. Jaargang 16, nr. 2.