Page 50

De zwaluwstern Dat klinkt mooi he? Een zwaluwstern. Zelfs de wetenschappelijke naam zegt het op die manier: Sterna hirundo. In ieder geval veel beter dan visdief. Daar zit dat ‘diefachtige’ in. Het klinkt geniepig en gemeen. Neen, dan liever zwaluwstern. Dat merk je ook als je ze ziet vliegen. Het zijn geen meeuwen, want meeuwen kunnen nogal lomp vliegen en hebben zo geen spitse vleugels als sternen. Het zijn geen zwaluwen, want zo groot en wit vind je ze niet bij ons. En toch, er zit iets zwaluwigs in. Dat sierlijke, dat frivole. En de diep gevorkte staart, dat is ook een indicatie natuurlijk. © GEERT SPANOGHE

Het neefje van de visdief is de noordse stern. Die ziet er bijna hetzelfde uit als de visdief, maar die noordse gast heeft iets kortere pootjes, een lichter verenkleed en een felrode snavel zonder de zwarte punt die visdieven wel hebben. Al zijn dat allemaal zo’n subtiele verschillen dat twijfelende vogelaars er bij tellingen de naam 'novi' aan geven. Noordse stern plus visdief, dus. En die noordse sternen zijn zodanig aan zee gebonden dat je ze nauwelijks in het binnenland zult zien.

Witte Ridders van het water Zie dat eens. Ze vliegen snel en beheerst. Als wachters die de grenzen van het koninkrijk bewaken, altijd loerend en speurend naar onverlaten – om dan plots een snelle uitval te doen, een scheervlucht naar beneden, een duik richting water: de vleugels halfgesloten, de spitse kop naar voor, klaar voor de aanval. Een visje verschalken, een indringer verjagen, het nest veiligstellen. Ze zijn onversaagd, ze vliegen brutaal, de Witte Ridders boven het water.

© GEERT SPANOGHE

Studie

50

S N E P ! 2017 NUMMER 2

Snep! zomer 2017  

Afdelingstijdschrift van Natuurpunt Gent. Jaargang 16, nr. 2.

Advertisement