Page 27

alle begrip voor. We waren om verschillende redenen overtuigd dat we de beste kansen hadden om de begrazing toegewezen te krijgen. Natuurpunt heeft immers tonnen ervaring met natuurbegrazing door zijn grote veestapel van ruim 1000 runderen, 200 paarden, pony’s en ezels en enkele honderden schapen en geiten. De (beperkte) economische meerwaarde die het vee oplevert, stroomt integraal terug naar investeringen in de natuur in de vorm van aankoop van gronden en het betalen van de beheerkosten. Die meerwaarde ontstaat door op de plaatselijke markt het vlees te verkopen van de dieren die door de snelle aangroei van de kudde niet kunnen worden ingezet voor begrazing.

Twijfels De laatste maanden voor de oproep startte, werden enkele mensen van Natuurpunt Gent wel wat wantrouwig. Zowel kabinetsmedewerkers van verschillende schepenen, ambtenaren van de Groendienst, bioboeren als het landschapsbureau dat meewerkte aan de inrichting van het zuidelijk deel vroegen ons waarom Natuurpunt eigenlijk die begrazing zou moeten opnemen. Ze stelden dat het toch prima zou zijn als bioboeren dat konden doen of dat we ten minste moesten samenwerken met bioboeren. Toen er in laatste instantie en zonder overleg nog aanpassingen kwamen in de visie van het begrazingsproject, groeide ons wantrouwen. Het bestek van de aanbesteding stapte af van jaarrondbegrazing en voorzag seizoenbegrazing en er was ook geen sprake meer van ‘wilde’ buitenlandse veerassen als koniks en/of galloways maar van streekeigen vee. Voor landbouwers is het veel moeilijker om te werken met winterharde veerassen, omdat de opbrengst (te) klein is. Het dossier werd plotseling ook opgedeeld in twee loten in plaats van één groot. Lot 2, het

grootste van de twee, was vrij gemakkelijk te beheren en zou ook voor biolandbouwers geen probleem opleveren. Het kleinere lot 1 dat van lot 2 werd gescheiden, was het ‘moeilijker’ deel van het terrein, dat veel te weinig zou opbrengen voor bioboeren en zelfs voor Natuurpunt niet interessant was als het niet werd gecombineerd met lot 2. Bovendien dook eind 2016 plotseling ook stadslandbouw op als een van de criteria om de begrazing te mogen opnemen. Dat laatste begrepen we niet. Net als de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO) vinden wij dat stadslandbouw sterke steun verdient, maar dat die landbouw een plaats moet krijgen in agrarisch bestemde gebieden waar ‘landbouwopbrengst’ de maat is en niet in natuur- of parkgebied, waar andere doelstellingen gelden. In landbouwgebied moet natuurlijk ook voldoende aandacht zijn voor de biodiversiteit, maar die is daar ondergeschikt aan de landbouwfunctie (zie ook het kader ‘Bij natuurbestemming hoort natuurbeheer’ op de volgende pagina en het artikel over het nieuwe structuurplan op p. 29). Al die signalen maakten ons toch wat ongerust. Tot het laatste moment bleven we de betrokken ambtenaren en politici van de stad duidelijk maken dat Natuurpunt die begrazing heel graag wou opnemen, omdat we door onze expertise met natuurbeheer in heel Vlaanderen overtuigd zijn dat zoiets best gebeurt door een natuurbeheerinstantie, die maar één doelstelling heeft: meer en betere natuur realiseren.

Gemiste kans Je zult het intussen wel al geraden hebben: uiteindelijk werd de begrazing van beide loten op 30 maart 2017 toegewezen aan een samenwerking tussen twee biolandbouwers. Wij hebben helemaal niets tegen die biolandbou-

27 Beleid

2017 NUMMER 2

SNEP!

wers op zich, integendeel. In de Vallei van de Oude Kale heeft Natuurpunt zelfs een prima samenwerking met een van hen uitgebouwd. Bij Natuurpunt Gent werken we trouwens al jaren samen met (bio)boeren in de natuurgebieden die we beheren. Dat beheer gebeurt volgens duidelijke afspraken, zodat het mogelijk is de natuurdoelen te halen en het kan voor de betrokken (bio)landbouwers een extra bron van inkomsten zijn. Zij mogen bijvoorbeeld het gehooide gras gratis meenemen of hun vee gratis laten grazen op vooraf bepaalde tijdstippen. Daarbij zijn de opbrengsten nooit de sturende of bepalende factor, maar wel de natuurdoelen. De keuze om de begrazing in de Gentbrugse Meersen toe te vertrouwen aan biolandbouwers vinden wij echter een gemiste kans. Natuurpunt stelt bij begrazing enkel natuurdoelen voorop, een biolandbouwer (begrijpelijk) voornamelijk zijn inkomen. Er is dus sprake van een andere motivatie. We vrezen dan ook dat de waterhuishouding, de veebezetting en het tijdstip van maaien en begrazen uiteindelijk zullen worden aangepast aan de ‘opbrengstlogica’. Het lastenboek bij het bestek bevat heel wat punten die niets te maken hebben met resultaatgericht natuurbeheer en zegt ook niets over de flexibiliteit die nodig is in functie van de natuurdoelen – zoals het beschermen van nesten of het uitstellen van maaien of beperken van begrazing omwille van broedende weidevogels als grutto’s. Het lastenboek (opgemaakt in het najaar van 2016), bevat volgens ons te weinig garanties dat de geplande natuurdoelen zullen gerealiseerd worden. We hebben ook problemen met de keuze voor het commerciële verdienmodel. De winst die de bioboer zal maken, gaat naar de bioboer – wat op zich geen probleem is. De winst die Natuurpunt zou maken, wordt opnieuw geïnves-

Snep! zomer 2017  

Afdelingstijdschrift van Natuurpunt Gent. Jaargang 16, nr. 2.

Advertisement