Page 1


De Vogels van H o negem De resultaten van een broedvogelcensus 1994 en een samenvatting van alle vogelwaarnemingen tot en met 1994 van het beschermde landschap HONEGEM – S OLEGEM – S INT-APOLLONIA (te Erpe-Mere, Lede en Aalst)

Fonny Schoeters Anny Pieters 1995

 1995: de Wielewaal, Natuurvereniging v.z.w., Turnhout Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.  1999: tweede ongewijzigde druk. Omslagontwerp; Roger Van de Wiele, Vierkant Grafisch, Zoutleeuw. Foto; Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus); Koen Leysen.

1


1. Voorwoord Een inventarisatie veronderstelt het systematisch verzamelen van gegevens. Tot hiertoe werden enkel losse gegevens verzameld van zowel broedvogels als doortrekkers en overwinteraars. Sedert het eerste jaarverslag (1992) van de Werkgroep Honegem-Solegem-Sint Apollonia van Wielewaal Denderland was er sprake van het inventariseren van broedvogels, maar tot het praktisch organiseren ervan was het nog niet gekomen. Een beginnende werkgroep heeft inderdaad vele bekommernissen en vogelinventarisatie is er slechts één van, bovendien was de ervaring met het inventariseren binnen de werkgroep beperkt, het is een zeer arbeidsintensieve aktiviteit en men moet zich gedurende een lange periode voor deze aktiviteit kunnen vrijmaken. Wij namen dan ook graag het initiatief om met het inventariseren van de vogels in het gebied Honegem-Solegem te beginnen. Het leek ook aangewezen om de waarnemingen van niet-broedvogels met de resultaten van deze inventarisatie samen te brengen zodat een overzicht zou ontstaan van de, weliswaar nog zeer onvolledige, kennis van de vogelstand van het gebied Honegem-Solegem-Sint Apollonia. 2. Werkterrein Het werkterrein omvat het grootste gedeelte van het geklasseerde gebied. Sint-Apollonia werd om praktische redenen niet betrokken bij de broedvogelinventarisatie omdat het moeilijk bereikbaar is vanuit de rest van het gebied (het is niet mogelijk de Molenbeek te overschrijden tenzij langs een grote omweg). We beperkten ons niet strikt tot het geklasseerde gedeelte maar lieten de grenzen van ons onderzoeksterrein samenvallen met wegen of andere gemakkelijk op de kaart terug te vinden grenzen. Uiteindelijk besloeg de onderzochte oppervlakte circa 1,526 km5. Voor de grenzen van het geklasseerde landschap en het censusgebied : zie Fig.1 We spendeerden ongeveer 57 uur te velde, meestal met 2 maar soms ook alleen of met 3 personen zodat het aantal "werkuren" ruim boven de 100 ligt. Het leek ons een verspilling om gegevens van buiten deze grenzen, wanneer die tijdens de inventarisatiewandelingen opgetekend werden, te laten verloren gaan. Vermits gegevens uit deze gebieden niet voor alle soorten even intensief werden verzameld, werden territoria uit deze gebieden enkel op de kaartjes ingetekend maar dan in stippellijn en verder niet meegerekend. Voor een beschrijving van de plantengroei verwijzen we naar de respektievelijke jaarverslagen. De percelen die bedekt zijn met aaneengesloten hoogstammen (meestal kanada's) zijn aangegeven op Fig.2 Bovendien bevinden zich geknotte en niet-geknotte bomen op sommige perceelsgrenzen (niet aangeduid op de figuur) 3. Inventarisatiemethoden 3.1 Territoriumkartering De techniek bestaat erin van alle waarnemingen die op een territorium wijzen op een kaart te noteren (bv. zangposten, balts, ...). Bij elk bezoek wordt een nieuwe kaart genomen. Al de waarnemingen van deze dagkaarten worden overgetekend op een kaart die de waarnemingen van één bepaalde soort groepeert, de soortkaart. Het is van zeer groot belang op de dagkaart (en dus ook op de soortkaart) te noteren of het gaat over een gelijktijdige waarneming van twee territoriumhoudende individuen (de zgn. "uitsluitende waarnemingen") want dit gegeven zal dienen om te beslissen of het om verschillende territoria gaat. De kans dat een individu geregistreerd wordt op een bepaalde plaats hangt af van een hele reeks faktoren, zoals de frekwentie van de zang, de sterkte van het geluid, de loopsnelheid en de routine van de waarnemer, het weer, de tijd van het jaar, de tijd van de dag,...

2


3


Wanneer de periode van het veldwerk afgesloten is kunnen, als alles goed is, de territoria worden afgelijnd. Hierbij worden bepaalde kriteria gehanteerd m.b.t. het al of niet meetellen van bepaalde waarnemingen. Door het elimineren van sommige waarnemingen kunnen doortrekkers of rondzwervende individuen, die het beeld van de broedvogels kunnen verstoren, uitgesloten worden. De aflijning markeert niet zozeer de grenzen van een territorium maar geeft wel het gebied aan waarin de waarnemingen werden verricht die bij een bepaald territorium horen. Deze werkwijze is uitgebreid beschreven in Hustings et al.(1985), samen met achtergronden en veel praktische informatie. Wij brachten 20 bezoeken aan het gebied tussen 11 maart en 4 juni 1994, waarbij het meestal ging om namiddag- of avondbezoeken, wat voor de meeste soorten vrij ongunstig uitvalt i.v.m. de trefkans. Het bleek ook niet goed mogelijk het hele gebied in ĂŠĂŠn enkel bezoek te bestrijken en dus werd noodgedwongen het gebied in twee verdeeld en het wandelparcours gevarieerd om het hele gebied zo homogeen mogelijk te onderzoeken. Niet alleen het parcours maar ook de richting waarin het doorlopen werd, werd telkens veranderd. 3.2 Lokaliseren van broedparen en nesten Deze methode gelijkt wel wat op territoriumkartering maar nu wordt enkel gelet op gedragingen die op broeden wijzen (bv. het verdedigen van een territorium tegenover predatoren). Een nestvondst is natuurlijk het ultieme bewijs en neemt alle twijfel weg. Er kan met een kaart gewerkt worden maar noodzakelijk is dat niet, het is wel meer overzichtelijk. We noteerden gegevens over broedparen gedurende dezelfde 20 inventarisatietochten en we konden ook gebruik maken van waarnemingen door derden. We hebben nergens getracht om een broedgeval te bewijzen door naar een nest te gaan zoeken. De gevonden nestplaatsen werden toevallig opgemerkt. Het lijkt ons niet aangewezen een broedsel in gevaar te brengen enkel en alleen om het broeden van een soort te bewijzen. 3.3 De turfmethode Dit komt neer op het optellen van individuen, paren of dgl. over een gans gebied zonder dat deze waarnemingen juist gelokaliseerd worden. (bv. alle __ Huismus optellen over een gans gebied, alle woerden Wilde eend noteren, ...). Dit is natuurlijk wel de eenvoudigste maar tevens ook de minst nauwkeurige methode en voor sommige soorten de meest bruikbare. In de praktijk zal het wel voorkomen dat 2 of 3 methoden samen gebruikt moeten worden om tot een aanvaardbaar resultaat te komen. 4. Medewerkers Onze bijzondere dank gaat naar de conservators en de leden van de werkgroep Honegem Solegem Sint - Apollonia, die zorgden voor aanvullende waarnemingen en/of logistieke steun en naar alle waarnemers die door de jaren heen gegevens uit het gebied instuurden. De lijsten met de waarnemingen werden in de jaarverslagen 1992 en 1993 van de Werkgroep gepubliceerd. Waarnemers :

Johan 'T KINDT Geert CAEKEBEKE Rudi CLINCKSPOOR Jeroen COPPIETERS Paul D'HAESELEER Wim D'HAESELEER Erik DE BLOCK Bruno DE BRUYN Paul DE CLERCQ

Norbert DE MEESTER Dirk DE MESEL Koen DE MESEL Walter DE MUNTER Jos DE WIT Herman DERDER Evert EVERAERT Peter HENDRIX Werkgroep HONEGEM

4

JNM Andre KAMPEN Albert MANNAERT Armand MEGANCK Geert MEGANCK Jo MEGANCK N2000 Marleen PIESSENS Anny PIETERS


Walter ROGGEMAN Fonny SCHOETERS Raf SIENAERT

Daan STEMGEE Stefaan THIBAU William TRIEST

Uitstap DENDERLAND Jan VAN DEN BERGHE Karine VAN LANGENHOVE

Wim D'Haeseleer tekende de kaart. 5. Bespreking per soort

Onder i n v e n t a r i s a t i e m e t h o d e vermelden we de aanbevolen methode uit de soortbesprekingen van Vogelinventaristie, Hustings et al. (1985). Zie aldaar voor het soort waarnemingen en de interpretatie ervan voor elke vogelsoort. Eventueel wordt dit paragraafje aangevuld met kommentaar of andere verwijzingen. Dit punt valt weg voor niet-broedvogels. V r o e g e r e g e g e v e n s : hier worden de gegevens geresumeerd zoals die in het verleden zijn ingestuurd voor de rubriek "Vogelwaarnemingen" van "'t Koninkje" en zoals ze in de Databank van Denderland zijn opgeslagen. De oudste waarnemingen dateren van midden van de zeventiger jaren. Er kon ook gebruik gemaakt worden van een lijst van broedvogels en niet-broedvogels gepubliceerd in Guillemijn B. en P. Van den Bremt (1981) en Van den Bremt P. (1983) en in een waarnemingslijst : De Craecker P.(1984) W a a r n e m i n g e n i n 1 9 9 4 : geeft de samenvatting van de waarnemingen gedurende 1994. S t a t u s : geeft aan of de soort een broedvogel, trekvogel,... is en of deze vogel het ganse jaar te zien is of niet. Geeft het aantal territoria dat bij territoriumkartering werd gevonden of het aantal zekere of waarschijnlijke broedgevallen.

6.1. Dodaars (Tachybaptus ruficollis) ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen vooral van begin april tot ver in mei. ! vroegere gegevens : de Dodaars wordt vanaf 1976 gedurende het broedseizoen en al in 1978 als broedvogel gemeld en is waarschijnlijk een jaarlijkse broedvogel met 1 of 2 koppels. In 1978, 1981, 1982, 1983, 1991 en 1993 werden jongen gezien. Jongen worden in sommige jaren al half april gemeld (1982), in mei (1993), juni (1978, 1991) of juli (1981). ! waarnemingen in 1994 : de Turfput is de enige plaats in het gebied waar de Dodaars voorkomt, het is ook het meest onoverzichtelijke gebied. Vanaf midden maart tot midden april werd tegelijk op twee plaatsen de baltsroep waargenomen. Daarna verminderde de roepintensiteit. Er werden geen jongen gezien. De Turfput droogde in de zomer snel uit en was vanaf midden juli helemaal droog en dus moesten de Dodaarzen noodgedwongen vertrekken. ! status : broedvogel (1 of misschien 2 koppels)

6.2. Aalscholver (Phalacrocorax carbo) ! vroegere gegevens : één waarneming in maart en één in oktober 1993 ! waarnemingen in 1994 : 2 overvliegende groepen van resp. 14 en 7 ex. op 23 oktober. ! status : doortrekker

6.3. Roerdomp (Botaurus stellaris) ! vroegere gegevens : één waarneming van 1 ex. op 13 januari 1985 ! waarnemingen in 1994 : geen 5


! status : toevallige wintergast

6.4. Wouwaapje (Ixobrychus minutus) ! vroegere gegevens : deze soort wordt door Van den Bremt (1983) tot de vroegere broedvogels gerekend. ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : vroegere broedvogel.

6.5. Blauwe reiger (Ardea cinerea) ! vroegere gegevens : deze soort gebruikt de Turfput, de centrale sloot van "'t Rot" en het visputje van "De Dooren" als foerageerterrein. Meestal zijn slechts een beperkt aantal vogels tegelijk in het gebied en het maximum was 9 ex. (30 augustus 1992). De dichtstbijzijnde broedplaats, met een tiental koppels, is in het centrum van Lede gelegen (kasteel De Mesen) . Deze soort wordt ook vermeld voor de periode 1979 - 1981, alhoewel toen het aantal waarnemingen in de ganse streek nog veel lager lag dan nu wegens het ontbreken van broedkolonies. De eerste broedgevallen aan het Donkmeer dateren van 1978, de eerste broedgevallen te Lede zijn veel recenter. ! waarnemingen in 1994 : de bezoeken waarbij geen Blauwe reigers opgemerkt werden waren zeldzaam, meestal waren het 1 tot 8 ex. De zomer van 1994 was zeer droog en vanaf midden juli stond er geen druppel water meer in de Turfput. Begin oktober waren er daar enkel wat modderige poeltjes. In sommige sloten was dan een beetje water en er werden enkel overvliegende ex. gezien. ! status : jaargast (blijft nagenoeg afwezig bij ongunstige omstandigheden zoals droogte en vorst)

6.6. Purperreiger (Ardea purpurea) ! vroegere gegevens : 20 tot 22 juli 1981 : ĂŠĂŠn ex. op de Turfput ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : toevallige gast

6.7. Kleine zwaan (Cygnus columbianus) ! vroegere gegevens : wordt genoemd als doortrekker door Guillemijn en Van den Bremt (1981) (de gegevens van deze publikatie werden vooral verzameld in de periode 1979 - 1981) Alhoewel in deze publikatie sprake is van Wilde zwaan (Cygnus cygnus) ging het wel degelijk om Kleine zwaan, nl. 2 ad. en 1 imm. op 't Rot (Pers. med. Raf Sienaert) ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : vroegere doortrekker

6.8. Grauwe gans (Anser anser) ! vroegere gegevens : een naar het zuiden trekkende groep op 10 november 1991. ! waarnemingen in 1994 : 47 ex. naar ZW op 17 november

6


! status : doortrekker

6.9. Canadese gans (Branta canadensis) ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen. ! vroegere gegevens : op 14 maart 1993 werden voor het eerst 3 ex. in het gebied gezien, ze bleven tot de tweede helft van april ter plaatse. ! waarnemingen in 1994 : vanaf 27 februari was een koppel in het gebied aanwezig. Op 3 april was er zelfs een derde ex. aanwezig, dat door 2 anderen werd verdreven. Wegens de invallende duisternis kon dit niet verder gevolgd worden. Op 10 april zit 1 ex. op een nest dat gebouwd was op een eilandje gevormd door de stomp van een afgezaagde wilg in de Turfput, het andere ex. foerageert in 't Rot en trekt zich discreet terug in de begroeiing van de Turfput. Op 18 april zit ĂŠĂŠn van de oudervogels nog steeds vlijtig te broeden. Bij de volgende bezoeken lijkt het erop dat het broedende ex. er het bijltje bij neergelegd heeft, ze ligt bij elk bezoek steeds roerloos met uitgestrekte nek op het nest. Op 22 mei is dan plots het "kadaver" verdwenen en vanuit een uitkijkpost in een wilg worden 2 volwassen vogels met 4 reeds vrij grote donsjongen opgemerkt die zich doodstil in de begroeiing schuilhouden. Ze zijn nog allen aanwezig op 4 juni. ! status : broedvogel (1 koppel)

6.10. Nijlgans (Alopochen egyptiacus) ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : 23 januari : 2 ex. op Turfput ! status : toevallige gast

6.11. Krakeend (Anas strepera) ! vroegere gegevens : 3 ex. op Turfput op 31 maart 1989 ! waarnemingen in 1994 :1_ op Turfput op 2 maart ! status : toevallige gast

6.12. Wintertaling (Anas crecca) ! vroegere gegevens : de aanwezigheid van de Wintertaling in de winter hangt o.a. af van de heersende temperaturen want de Turfput vriest wegens de geringe diepte zeer vlug dicht. vroegste najaarswaarneming : 21 juli (1981) laatste voorjaarswaarneming : 2 april (1993) hoogste aantal : 7 ex. ! waarnemingen in 1994 : er waren Wintertalingen op de Turfput gedurende gans het voorjaar, het maximaal aantal bedroeg 14 ex. op 29 maart. Het laatste koppel werd gezien op 31 maart. ! status : doortrekker en wintergast

7


6.13. Wilde eend (Anas plathyrynchos) - kaart 1 ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen (aanwezige paren, tomen met jongen) ! vroegere gegevens : alhoewel deze algemene soort altijd broedvogel is geweest, wordt ze pas in 1993 als zodanig aan de Databank gemeld, met minstens 4 koppels in Honegem en 1 koppel in Sint Apollonia. De waarnemingen zijn verspreid over het ganse jaar. Het maximum aantal bedraagt 8 ex. ! waarnemingen in 1994 : in januari tot 30 ex., daarna afnemend. In april toch nog eens 9 ex. tegelijk. De eerste jongen verschijnen op de Turfput op 18 maart en er is nog een toom kleine jongen op 4 juni. Er werden gedurende de broedtijd maximaal 6 __ samen gezien en in totaal 11 tomen jongen werden opgemerkt in Reebroek (1), Kerrebroek (sloot aan Hof van Malfroid) (1), Molenbeek (1), Turfput en de sloten in de omgeving (6) en Onegemmeers (1). Ook in het poeltje aan de Hendrikstraat werd een toom jongen gezien. Alhoewel wordt gezegd dat het aantal aanwezige __ gedurende de broedtijd een slechte parameter is om het aantal broedparen te schatten, omdat deze __ vanop grote afstand kunnen komen en dus tot overschatting van de aanwezige broedparen kan leiden, blijkt het hier tot onderschatting te leiden vermits het maximaal aantal aanwezige __ hoogstens 6 bedroeg. Omdat de Turfput door de overvloedige plantengroei zeer onoverzichtelijk is en er zich ook nog tomen met jongen in kleinere slootjes kunnen bevinden en bovendien niet alle broedsels aanleiding geven tot een toom jongen, is het aantal gevonden broedgevallen een minimum. ! status : broedvogel (11 gelukte broedgevallen)

6.14. Zomertaling (Anas querquedula) ! vroegere gegevens : enkel aan de Databank gesignaleerd v贸贸r en na de broedtijd nl. in maart - april en juli. Broedde in het midden van de jaren '70 waarschijnlijk in de toen nog moerassige weiden van de Sasstraat en in 't Rot. Wordt in Van den Bremt (1983) als mogelijke broedvogel in 1981 genoemd. ! waarnemingen in 1994 : 1 _ op 28 mei tussen de dichte vegetatie van de Turfput. ! status : doortrekker en waarschijnlijk vroegere broedvogel. .

6.15. Slobeend (Anas clypeata)

! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen vanaf half april tot ver in mei ! vroegere gegevens : tussen 25 februari en 15 april, 2 tot 6 ex. ! waarnemingen in 1994 : al een koppel op de Turfput op 19 januari, daarna 2__ en 1_ tot 18 april, 茅茅nmaal zelfs 2__ en 3__ op de Turfput. De laatste waarnemingen betroffen een koppel op 23 april en een _ op 30 april. ! status : doortrekker.

6.16. Tafeleend (Aythya ferina) ! vroegere gegevens : 1 _ op de Turfput op 27 maart 1982. Wegens de geringe diepte is de Turfput niet erg geschikt voor duikeenden en hun verblijf zal allicht zeer kort zijn.

8


! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.17. Sperwer (Accipiter nisus) ! vroegere gegevens : van januari tot begin april en van half augustus tot december, 1 tot 3 ex. tegelijk. In 1993 ook waarnemingen in juni en juli. ! waarnemingen in 1994 : 1 tot 2 ex. tegelijk, de laatste voorjaarswaarneming op 23 april. De eerste najaarsmelding gebeurde op 2 oktober. ! status : doortrekker en wintergast

6.18. Buizerd (Buteo buteo) ! vroegere gegevens : van januari tot begin april en van half augustus tot december, 1 tot 3 ex. tegelijk. ! waarnemingen in 1994 : in voorjaar tot begin mei, maximaal 3 ex. Vanaf 22 september 1 tot 2 ex. ! status : doortrekker en wintergast.

6.19. Visarend (Pandion haliaetus) ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : 2 waarnemingen nl. op 18 en 30 april, telkens 1 ex. Bij de tweede waarneming leek de vogel een vis in de klauwen te hebben. Het dier was allicht aangetrokken door de rustige omgeving van de Turfput, een voor de Visarend vertrouwd biotoop alhoewel er geen grote vissen voorkomen. ! status : doortrekker

6.20. Torenvalk (Falco tinnunculus) ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen vooral begin april tot juni ! vroegere gegevens : waarnemingen in elke maand van het jaar. Wordt voor de periode 1979 - 1981 gemeld als het hele jaar voorkomend en het ligt voor de hand te veronderstellen dat de soort toen al broedvogel was. In Van den Bremt (1983) wordt deze soort tot de broedvogels gerekend. In de zomer van '89 was er een mogelijk broedgeval. In 1993 was er een geslaagd broedgeval in de omgeving van de Turfput. ! waarnemingen in 1994 : gemeld vanaf eind februari en bij vele bezoeken werden 1 of 2 ex. opgemerkt. Er werd en broedgeval gemeld in St- Apollonia met 1 jong. ! status : jaarvogel, broedt met 1 koppel in het gebied.

6.21. Boomvalk (Falco subbuteo)

! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen, vooral in mei.

9


! vroegere gegevens :aankomst op 29 april (1989), 2 mei (1993) laatste waarneming : 2 oktober (1993) In 1993 was er een broedgeval met één jong op enkele honderden meter buiten het censusgebied (Pennebaan), het koppel en het jong werden nog op 2 september op een roestplaats binnen het gebied opgemerkt. ! waarnemingen in 1994 : aankomst op 7 mei en laatste waarneming op 7 augustus. We noteerden een broedgeval met 2 jongen binnen het gebied. ! status : broedvogel (1 koppel)

6.22. Patrijs (Perdix perdix) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral in maart en april ! vroegere gegevens : slechts één maart-waarneming en 2 augustus-waarnemingen in 1993 (en dan resp. 18 en 9 ex. wat kan slaan op enkele koppels met jongen) ! waarnemingen in 1994 : 2 waarnemingen nl. eind maart en begin april (resp. sektor Honegem en Kerrebroek). Gezien de vele bezoeken en het geringe aantal waarnemingen kan niet anders als besloten worden dat deze soort in 1994 geen broedvogel was in het onderzochte gebied. Waarschijnlijk is deze soort wel aanwezig in de omgeving. ! status : de schaarse gegevens suggereren dat de Patrijs een jaarvogel is en niet-jaarlijkse broedvogel in het gebied of de onmiddellijke omgeving.

6.23. Fazant (Phasianus colchicus) - kaart 2 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral vanaf half maart tot half mei. Een aantal __ kan polygaam zijn zodat het aantal broedende__ meestal groter zal zijn dat het aantal territoriumhoudende __ . (The Birds of the Western Palearctic Vol. II p.510) ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : gedurende de inventarisatieperiode werd de Fazant bij elke tocht opgemerkt, maximaal 6 roepende __ per tocht. Er konden 12 territoria onderscheiden worden, dit aantal lijkt een onderschatting van de werkelijkheid. ! status : jaarvogel, broedvogel (minimum 12 territoria)

6.24. Waterral (Rallus aquaticus) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering, vooral van begin april tot half mei. ! vroegere gegevens : één waarneming op de Turfput op 5 september 1981. Door Van den Bremt (1983) wordt deze soort tot de mogelijke broedvogels gerekend. ! waarnemingen in 1994 : een roeppost in de Turfput vanaf 19 mei, gedurende de volgende weken bij bijna alle bezoeken gehoord. Het was gemakkelijk deze soort op een recorder te laten antwoorden maar soms was dit niet eens nodig want het roepen startte spontaan. Het aantal waarnemingen is voldoende om te besluiten tot een vast territorium. Of we mogen gewagen van een geslaagd broedgeval is een andere zaak want de droogte vanaf juli zou kunnen belet hebben dat dit tot een goed einde werd gebracht.

10


! status : zomervogel, broedvogel (1 territorium)

6.25. Porseleinhoen (Porzana porzana) ! vroegere gegevens : één waarneming op 2 en 3 september 1981 ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : toevallige doortrekker

6.26. Waterhoen (Gallinula chloropus) - kaart 3 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van begin mei tot half juni. De broedterritoria worden vroeg in het voorjaar ingenomen (in Groot-Brittannië in maart). De territoria zijn variabel in grootte. Nesten staan soms maar 8 m van elkaar. (The Birds of the Western Palearctic Vol.II p.582) ! vroegere gegevens : er was slechts één voorjaarswaarneming van 8 ex. op de Turfput in maart 1993. Het is duidelijk dat dit komt omdat gegevens over het Waterhoen gewoonlijk niet doorgegeven worden. ! waarnemingen in 1994 : gedurende de inventarisatieperiode werd het Waterhoen op bijna alle wandelingen gezien. De uitbundige plantengroei bemoeilijkt waarnemingen op de Turfput en overigens is deze soort een bewoner van kleine slootjes waar waarnemingen ook niet gemakkelijk zijn. Er bevindt zich ook een koppel aan de noordgrens van het inventarisatiegebied nl. op het kleine plasje van de Hendrikstraat. Buiten de Turfput werden 8 territoria gelokaliseerd. In een hoekje van de Turfput werd een volwassen vogel met 2 jongen gezien op 4 juni, in dezelfde omgeving was ook een vers nest. Het zou ons sterk verbazen indien dit het enige koppel van de Turfput zou zijn. Op 23 april vonden we op het pad van Solegem een dood volwassen Waterhoen met 2 gebroken poten (veroorzaakt door rattenklem ?) ! status : jaarvogel, broedvogel (minimum 9 territoria)

6.27. Meerkoet (Fulica atra) ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen of territoriumkartering, vooral van begin mei tot half juni. Nesten kunnen heel dicht bij elkaar staan (0,75 tot 2,5 m) maar gewoonlijk minimum 8 - 22 m. Typische territoriumgrootte : 0,1 - 0,5 ha. (The Birds of the Western Palearctic Vol. II p.605) ! vroegere gegevens : er werden vroeger reeds broedgevallen gemeld nl. minstens 2 koppels in 1981, 1 nest in 1989 en toen waren in april ca. 10 ex aanwezig op de Turfput, minstens 1 gelukt broedgeval in 1993 en eind april waren 8 ex. op de Turfput aanwezig. Het maximaal aantal vogels in de winter bedroeg 34 ex. op 12 januari 1975. Waarschijnlijk is dit aantal in de meeste winters veel lager, al was het maar omdat de Turfput gemakkelijk dichtvriest. Zo waren er 4 ex. aanwezig op 18 januari 1976, 8 ex. op 29 januari 1989. ! waarnemingen in 1994 : eind maart waren 12 ex. aanwezig. Op 16 april was een koppel aanwezig

11


op het visputje van De Dooren en er bevond zich een ex. met jongen op de Turfput. Op de Turfput waren vooral in het voorjaar, wanneer de begroeiing nog niet tot volle wasdom gekomen was, zeer regelmatig grenskonflikten. Dit verminderde later wanneer de leden van de verschillende koppels gemakkelijker uit elkaars gezichtsveld konden blijven. Zekerheid krijgen over broedgevallen zou in dit biotoop een zeer tijdrovende bezigheid zijn. Wij denken dat de Turfput 4 koppels herbergt en de visput van De Dooren nog één koppel. ! status : jaarvogel, broedt met ongeveer 5 koppels

6.28. Kraanvogel (Grus grus) ! vroegere gegevens : één enkele waarneming van 5 ex. naar het zuiden op 19 oktober 1993 ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.29. Scholekster (Haematopus ostralegus) ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : twee overvliegende ex. op 13 mei. ! status : doortrekker

6.30. Kievit (Vanellus vanellus) - kaart 4 ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen, vooral in april en mei. Kan een densiteit bereiken van meer dan 10 territoria per ha. maar meestal veel minder. In voedselarme gebieden wordt gefoerageerd op grote afstand van de nestplaats (The Birds of the Western Palearctic Vol.III p.258) ! vroegere gegevens : werd in 1992 en 1993 enkele keren gemeld buiten het broedseizoen, meestal in kleine aantallen (van 3 tot 7 ex.) en op 1 juli 1993 : een groep van 32 ex. op een weide. Voor de periode 1979 - 1981 wordt de soort het ganse jaar door gemeld, zodat we kunnen aannemen dat de soort ook toen al broedvogel was. De Kievit wordt door Van den Bremt (1983) bij de broedvogels gerekend. ! waarnemingen in 1994 : bij de meeste tochten in de noordelijke en noordoostelijke delen van het inventarisatiegebied werden Kieviten gezien, soms tot 17 ex. op één tocht. Kieviten zijn nogal mobiel en kunnen gedurende de broedtijd op grote afstand van het nest foerageren. Dit maakt de interpretatie van de waarnemingen er niet gemakkelijker op. Vier koppels in het censusgebied lijkt redelijk, ze bevinden zich op percelen die in gebruik zijn voor de kweek van rozen en maïs. Daarbuiten kwamen 3 koppels voor ten noorden van Solegem (in de omgeving van de Solegemweg) en nog enkele koppels aan de overkant van de spoorweg (minstens 2 koppels, op 23 mei verjoegen 10 ex. daar enkele Zwarte kraaien, de herkomst van deze vogels was echter niet geheel duidelijk). Op 4 juni werden 4 jongen en op 21 juni werden tweemaal 3 jongen geringd binnen het censusgebied. Op 19 april werden 2 en 4 jongen geringd in Blekte (ten NO van het censusgebied). Op 22 april werden 3 jongen geringd ten W van het censusgebied (Allemansbos). Dit is een mooie bevestiging van sommige waarnemingen gedurende de censusaktiviteiten. ! status : doortrekker en broedvogel (6 koppels en nog minstens 4 in de onmiddellijke omgeving)

12


6.31. Bokje (Lymnocryptes minimus) ! vroegere gegevens : wordt genoemd als doortrekker in Guillemijn en Van den Bremt (1981) voor de periode 1979 - 1981. ! waarnemingen in 1994 : één ex. in 't Rot op 31 december. ! status : doortrekker

6.32. Watersnip (Gallinago gallinago) ! vroegere gegevens : enkel najaarswaarnemingen tussen 2 september en 31 december, 1 tot maximaal 4 ex., telkens op de Turfput. Wordt ook voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt (1981) ) als doortrekker gemeld. ! waarnemingen in 1994 : 2 ex. in de Dijkmeersen op 8 januari. ! status : doortrekker

6.33. Houtsnip (Scolopax rusticola) ! vroegere gegevens : van 31 oktober tot 15 maart, telkens 1 of 2 ex., meestal in het Solegembos maar ook aan de Turfput. ! waarnemingen in 1994 : één ex. in de sektor Honegemmeers op 9 oktober. ! status : doortrekker en wintergast

6.34. Grutto (Limosa limosa) ! vroegere gegevens : één waarneming van ca.20 overvliegende ex. op 11 maart 1973 ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.35. Wulp (Numenius arquata) ! vroegere gegevens : waarneming van één ex. op 26 november 1992 ! waarnemingen in 1994 : 1 ex. in het noordoostelijk deel van het inventarisatiegebied op 17 april. ! status : doortrekker

6.36. Witgatje (Tringa ochropus) ! vroegere gegevens : slechts 3 waarnemingen nl. 3 ex. op 28 juli 1973, 1 ex. van 21 tot 26 juli 1981 en 1 ex. op 30 augustus 1981 ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

13


6.37. Oeverloper (Actitis hypoleucos) ! vroegere gegevens : één enkele waarneming van 1 ex. op 26 juli 1981 ! waarnemingen in 1994 : 1 ex. op 28 april en 1 ex. op 7 mei ! status : doortrekker

6.38. Zwarte ruiter (Tringa erythropus) ! vroegere gegevens : wordt genoemd als doortrekker door Guillemijn en Van den Bremt (1981) voor de periode 1979 - 1981. ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.39. Kokmeeuw (Larus ridibundus) ! vroegere gegevens : één enkele waarneming op 24 maart 1993 (deze soort is veel algemener maar wordt gewoonlijk niet gemeld) ! waarnemingen in 1994 : waarnemingen op 7 (1 ex.), 23 mei (6 ex.), 28 mei (2 ex.) In onze streek volgt de Kokmeeuw dagelijks en vooral in het winterhalfjaar de Dender stroomop (voedseltrek). Het is duidelijk dat het ontbreken van gegevens hierover voornamelijk te maken heeft met het verwaarlozen van deze soort. ! status : jaarvogel

6.40. Kleine mantelmeeuw (Larus fuscus) ! vroegere gegevens : geen (waarnemingen van meeuwen worden gewoonlijk niet gemeld) ! waarnemingen in 1994 : één waarneming van 2 ex. op 23 april. ! status : passant

6.41. Zilvermeeuw (Larus argentatus) ! vroegere gegevens : geen (waarnemingen van meeuwen worden gewoonlijk niet gemeld) ! waarnemingen in 1994 : waarnemingen van resp. 1 en 4 ex. op 17 april en 1 mei en 5 overvliegende ex. op 27 november. ! status : jaarvogel

6.42. Grote mantelmeeuw (Larus marinus) ! vroegere gegevens : geen (waarnemingen van meeuwen worden gewoonlijk niet gemeld) ! waarnemingen in 1994 : 1 overvliegend ex. op 8 april, 1 ex. overvliegend op 30 oktober.

14


! status : waarschijnlijk regelmatige gast buiten de broedtijd.

6.43. Holenduif (Columba oenas) - kaart 5 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral in maart en april De soort heeft de neiging om in kolonies te broeden, ook wanneer voldoende nestgelegenheid voorhanden is. Eigenlijk wordt de ganse broeddensiteit bepaald door de nestgelegenheid en een broedterritorium wordt nauwelijks verdedigd. (The Birds of the Western Palearctic Vol.IV p.303) ! vroegere gegevens : melding van groepje van 5 ex. op 14 maart 1993 en 25 ex. op 19 oktober 1993. Wordt niet vermeld voor de periode 1979 - 1981 door Guillemijn en Van den Bremt (1981). ! waarnemingen in 1994 : bij vele tochten werden Holenduiven opgemerkt, meestal betrof het één tot 7 foeragerende ex., dikwijls samen met Houtduiven. (bv. 3 april : 4 in groep Houtduiven, 23 april : 7 in groep Houtduiven, 28 mei : 1 in groep van ca. 80 Houtduiven) Ook in november werd nog een tiental ex. in Reebroek geteld. Twee territoria werden ontdekt door het zien van een ex. in of dichtbij de nestholte en één door de aanwezigheid van een vaste zangpost. Hierbij zijn de 3 broedgevallen in de 5 nestkasten van Reebroek niet meegerekend. ! status : jaarvogel, broedvogel (minstens 6 broedgevallen)

6.44. Houtduif (Columba palumbus) - kaart 6 ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen in mei en juni. Ook deze soort is niet gemakkelijk te inventariseren. Nesten kunnen hergebruikt worden, soms in opeenvolgende jaren en niet noodzakelijk door dezelfde vogels. Broeddichtheden kunnen enorm zijn. Meestal wordt slechts de onmiddellijke omgeving van het nest verdedigd tegen soortgenoten (The Birds of the Western Palearctic Vol.IV p.320) Het is niet ongewoon om meerdere ex. na elkaar een roest te zien verlaten terwijl ze daarbij een baltsvlucht ten beste geven. Het lijkt dan ook niet aan te raden om baltsvluchten als territoriumindicerend te interpreteren. ! vroegere gegevens : er werd slechts melding gemaakt van een groep van 65 ex. op 14 maart 1993. Wel wordt de soort bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt (1981)). ! waarnemingen in 1994 : bij alle bezoeken werd de Houtduif opgemerkt : in maart zijn zelfs 250 à 300 ex. aanwezig, midden april ca. 100 ex. in één groep. Op 23 mei was een foeragerende groep van 30 ex. aanwezig. Op 28 mei foerageerde een groep van 80 ex. op "'t Rot" Er werden toevallig 5 nesten gevonden, allen in laag struikgewas. Verder werden bij elke tocht wel enkele baltsende ex. gezien, maar daar was niet echt een lijn in te krijgen zodat geen vaste territoria konden afgegrensd worden. Het werkelijke aantal koppels bedraagt veel meer. We denken dat een totaal van 20 à 25 koppels realistisch is. Een inventarisatie van de Houtduif kost duidelijk veel tijd. Op 6 november vertoefden minstens 450 ex (verdeeld over 2 groepen) in het gebied. ! status : jaarvogel, broedvogel (minstens 20 koppels)

15


6.45. Tortelduif (Streptopelia turtur) ! vroegere gegevens : In Guillemijn, B. en P. Van den Bremt (1981) wordt deze soort bij de broedvogels gerekend, zonder verdere details. De Databank bevat geen waarnemingen van deze soort in het gebied. De Tortel komt voor op een lijst waarnemingen (De Craecker, 1984), zonder dat daarbij gepreciseerd wordt of het om een broedvogel dan enkel een doortrekker gaat. ! waarnemingen in 1994 : Gedurende de censuswandelingen werd geen enkele waarneming van deze soort verricht. Op 14 mei werd een zangpost in Solegemmeers gemeld. ! status : doortrekker en mogelijke broedvogel.

6.46. Turkse tortel (Streptopelia decaocto) - kaart 7 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral vanaf begin april tot ver in mei. ! vroegere gegevens : enkel een groepje van 19 ex. rond een kippenren aan de Honegemmeersstraat op 14 maart 1993, dus buiten de broedtijd. Er wordt geen melding gemaakt van deze soort voor de periode 1979 - 1981, alhoewel we denken dat de soort toen ook al aanwezig moet geweest zijn, maar misschien wel iets minder talrijk. ! waarnemingen in 1994 : in april werd nog een groepje van 5 opgemerkt rond een kippenren aan de Honegemmeersstraat, daarna werden per tocht 1 tot 3 zangposten genoteerd. De Turkse tortel komt gedurende het ganse jaar in het gebied voor en gedraagt zich als een echte kultuurvolger : hij foerageert samen met de kippen en de zangposten bevinden zich allen langs de wegen aan de periferie van het gebied. Er waren 7 vaste zangposten, allen aan de rand van het censusgebied In het najaar (september - oktober) vertoefden gewoonlijk ongeveer 25 ex. in de omgeving van de Honegemmeersstraat. ! status : jaarvogel, broedvogel (7 koppels)

6.47. Koekoek (Cuculus canorus) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral in mei. Men denkt dat de meeste individuen aparte broed- en foerageergebieden hebben en deze kunnen meer dan 3 km van elkaar gelegen zijn. Een gemerkt _ zong in een gebied van ca. 30 ha en ging 4 km verder voedsel zoeken. Vele 2de jaars zouden nomadisch zijn en geen eigen territorium hebben. Er wordt gewag gemaakt van 20 tot meer dan 150 ha per _. De "zanggebieden" van meerdere __ overlappen alsook de "leggebieden" van meerdere __. (The Birds of the Western Palearctic, Vol.IV, p.406 e.v.) Dit alles maakt inventariseren van Koekoeken zeer moeilijk. ! vroegere gegevens : deze soort wordt vanaf 1977 gemeld (maar kwam natuurlijk vroeger hier ook voor). De vroegste aankomst : 12 maart (1993), de laatste waarneming : 3 juli (1993) De Koekoek vertrekt maar later uit onze streken, deze vroege laatste datum wordt veroorzaakt door het beperkte aantal waarnemingen. ! waarnemingen in 1994 : eerste waarneming op 24 april. Daarna regelmatig 1 roepend _ in de sektor Honegem - Herssink kouter - St Apollonia.

16


! status : zomervogel, broedvogel (1 territorium)

6.48. Steenuil (Athene noctua) - kaart 8 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van begin maart tot half mei. ! vroegere gegevens : de soort wordt vanaf 1977 gemeld, maar heeft allicht altijd in het gebied voorgekomen. Vanaf 1990 wordt het gebied regelmatiger bezocht en dan worden jaarlijks meldingen opgetekend. In 1993 is er sprake van 3 roepposten, waarvan 2 binnen het censusgebied nl. resp. in de sektoren Solegem en Vishouw (de derde in Cottem). Bij 2 gelegenheden werd een individu opgejaagd uit een knotwilg in de sektor Koningsveld. ! waarnemingen in 1994 : we zochten niet systematisch naar roepposten met een recorder. Roepende exemplaren werden regelmatig gehoord, ook overdag. Midden maart werden 3 simultane roepposten genoteerd langs de Dorebeek. Twee daarvan werden later bevestigd door nieuwe waarnemingen van roepende ex. Begin mei dook een nieuwe roeppost op in de regio Koningsveld-'t Rot, deze werd einde mei nog gehoord. Er werden een jong en een oudervogel gevonden bij de nestplaats in een knotwilg in de sektor De Dooren . Wij vinden 4 territoria in het censusgebied. Het zou kunnen dat nog één of meer territoria o.a. in de sektor Solegemmeers en ten zuiden van de Molenbeek (St-Apollonia) aanwezig zijn. Dit moet in de toekomst eens systematisch bekeken worden. Vanaf oktober wordt weer druk geroepen, ook overdag en vooral langs de Dorebeek. ! status : jaarvogel, broedt met 4 koppels

6.49. Ransuil (Asio otus) ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen vooral van half april tot ver in juli. ! vroegere gegevens : de eerste melding dateert van 18 april 1982. In 1990 en 1991 werden 2 broedgevallen gemeld (resp. in Solegem en Honegem). In 1992 en 1993 werd 1 broedgeval genoteerd. In december 1992 werden 8 ringvangsten gerealiseerd op een slaapplaats in Solegem. ! waarnemingen in 1994 : er was in maart een roeppost even buiten het gebied langs de Honegemstraat, deze werd maar éénmaal opgemerkt. Toch werd later daar een geslaagd broedgeval gesignaleerd. Binnen het gebied en op enkele honderden meters van de vorige roeppost, werd een broedgeval opgemerkt in de sektor D'Heye. Tenslotte werd ook een broedgeval gemeld stroomop van de Molenbeek (buiten het gebied, Cottem). In het najaar werd de roestplaats in de sektor D'Heye weer gebruikt door enkele individuen. ! status : overwinteraar en broedvogel (1 koppel binnen het gebied en anderen in de omgeving).

6.50. Gierzwaluw (Apus apus) ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : de eerste vogels werden gezien op 8 mei en een laatste ex. werd gezien op 6 augustus. In het centrum van Aalst broeden Gierzwaluwen. Dezen kunnen bij elke tocht jagend boven het gebied gezien worden.

17


! status : zomergast

6.51. IJsvogel (Alcedo athis) ! vroegere gegevens : er bestaat een serie waarnemingen van telkens één ex. van 23 juli 1981 tot 9 januari 1982. Misschien ging het telkens om dezelfde vogel. In elk geval werd daarna geen enkele IJsvogel in het gebied meer gezien. De soort zou broedvogel geweest zijn vóór 1978 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981) ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : toevallige gast

6.52. Groene specht (Picus viridis) - kaart 9 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half februari tot ver in april. Individuen zijn solitair buiten het broedseizoen en bezetten dan een eigen 'home-range'. Ze foerageren in de winter soms tot 5 km van roestplaats. Zowel _ als _ 'lachen'. Het zou mogelijk zijn de beiden zo te onderscheiden. In het begin van het broedseizoen wordt langer geroepen (tot 20 'kju'-eenheden na elkaar), wanneer het broedseizoen vordert en de nestplaats gekozen is, bestaat de roep uit minder eenheden (2 tot 7) en de laatsten gaan in elkaar over en dalen wat in toonhoogte. (The Birds of the Western Palearctic Vol.IV p.832) ! vroegere gegevens : al van in 1976 zijn er waarnemingen van deze soort. Waarschijnlijk heeft deze soort altijd in het gebied vertoefd. Er wordt nergens melding gemaakt van jongen of nestholten, wel situeren de waarnemingen zich in alle maanden van het jaar dus ook in de broedtijd. ! waarnemingen in 1994 : De Groene specht werd gedurende de inventarisatieperiode bij alle tochten gehoord en dikwijls ook gezien, soms 2 individuen bij elkaar. Deze waarnemingen koncentreren zich in de sektoren Turfput-De Dooren en Solegem. Ook werd deze soort op plaatsen daartussen gehoord en gezien. ! status : jaarvogel, broedvogel (2 territoria)

6.53. Grote bonte specht (Dendrocopus major) - kaart 10 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half februari tot in mei. Zowel het _ als het _ roffelen en uiten de kontakt-roep ('tchik'). Individuen zijn solitair buiten het broedseizoen en bezetten dan elk een eigen 'home-range'. (The Birds of the Western Palearctic Vol.IV p.868) ! vroegere gegevens : zeer weinig gegevens. In 1993 werd de soort gedurende de broedtijd gemeld uit St Apollonia en langs de Molenbeek. De soort wordt wel als broedvogel gemeld voor de periode 1979 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981) ! waarnemingen in 1994 : deze soort werd bij alle inventarisatiewandelingen opgemerkt. Op 8 april werd een paring waargenomen in Solegembos en daar werd ook het uithakken van een nestholte gezien. De mobiliteit van deze soort kan geïllustreerd worden door vluchten van individuen van Reebroek naar Solegembos (eind maart) en van Kerrebroek naar Dijkmeersen (begin mei). Wij vinden 4 territoria binnen het censusgebied.

18


! status : jaarvogel, broedvogel (4 territoria)

6.54. Kleine bonte specht (Dendrocopus minor) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van eind maart tot in mei. Zowel het _ als het _ roepen en roffelen. Het sociale leven is grotendeels zoals bij de andere spechten : solitair buiten broedseizoen en de partners bezetten dan aparte 'home-range'. Dit is niet van aard om gemakkelijk klaar te zien in het aantal broedgevallen van een bepaald gebied. De dichtheid van deze soort is meestal kleiner dan deze van Grote bonte specht (The Birds of the Western Palearctic Vol.IV p.904) ! vroegere gegevens : meldingen van 1 ex. in november 1992 en van 1 tot 2 ex. in maart 1993 in Honegem en St Apollonia. ! waarnemingen in 1994 : twee waarnemingen van een roepend ex. op dezelfde plaats met een tussentijd van 14 dagen, begin april. In oktober werd een Kleine bonte specht meerdere keren op dezelfde plaats waargenomen. Uit de vroegere waarnemingen noch uit de waarnemingen van 1994 kan besloten worden dat de Kleine bonte specht een broedvogel zou zijn, toch is dit ook niet geheel uit te sluiten gezien de nogal discrete levenswijze van deze soort. Verdere waarnemingen zullen uitkomst moeten brengen. ! status : onduidelijk, zeker doortrekker en wintergast, misschien broedvogel.

6.55. Veldleeuwerik (Alauda arvensis) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van eind maart tot in mei. ! vroegere gegevens : er is enkel de waarneming van een groep van ca. 30 ex. op 26 februari 1993 Wordt wel gemeld voor de periode 1979 - 1981 als het hele jaar door voorkomend, zodat we kunnen aannemen dat de soort ook toen een broedvogel was. ! waarnemingen in 1994 : gedurende de censusperiode werd de Veldleeuwerik opgemerkt vanaf 10 april en daarna volgden nog 3 waarnemingen van een zingend ex.. Twee daarvan betroffen een zangpost op dezelfde plaats met een tussentijd van meer dan 3 weken. De andere waarneming betrof een eenmalige zangpost op 23 april. Na de zomer volgden nog waarnemingen van doortrekkende en pleisterende groepen (maximaal 16 ex. tegelijk), vooral in oktober. We besluiten tot ĂŠĂŠn territorium in het uiterste noordoosten van het censusgebied ongeveer halfweg tussen de kapel en de Hendrikstraat. Het territorium lag gedeeltelijk aan de overkant van de spoorweg. Op 29 juni werd het nest toevallig gevonden bij het ringen van jonge Kievitten en werden de jongen geringd. ! status : doortrekker en broedvogel (1 territorium)

6.56. Boerenzwaluw (Hirundo rustica) ! inventarisatiemethode : tellen van bewoonde nesten of rondvliegende adulte vogels in juni en juli. ! vroegere gegevens : alhoewel de Boezenzwaluw vroeger, toen de soort in onze streken nog veel talrijker was, ook in het gebied voorkwam zijn enkel 2 waarnemingen uit 1993 voorhanden nl. een aankomstdatum 24 april 1993 en 4 ex. aan de Molenbeek op 27 augustus 1993. ! waarnemingen in 1994 : het eerste ex. werd gezien op 18 april. Daarna werd de soort gedurende de broedtijd gezien aan de Sasstraat (5 ex. op 23 april, + 10 ex. aan de Keiberg buiten het censusgebied op 30 april, enkele ex. in Honegemmeersstraat aan de rand van het censusgebied op 7 mei). In juni waren er regelmatig foeragerende exemplaren te zien in de sektoren "De Twintig Jaar" en "De Dooren".

19


Vermits geen nesten werden gezocht, kon broeden niet gedocumenteerd worden. Nestgelegenheid is nagenoeg enkel beschikbaar aan de rand van het inventarisatiegebied. Kleine groepjes Boerenzwaluwen gebruiken het Honegemgebied wel om te foerageren. ! status : waarschijnlijke broedvogel (enkele koppels)

6.57.Huiszwaluw (Delichon urbica) ! vroegere gegevens : wordt in Guillemijn en Van den Bremt (1981) als doortrekker beschouwd. Over deze soort zijn geen data in de Databank beschikbaar voor het Honegemgebied. De soort broedt te Lede op ongeveer 1 km afstand. ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.58. Boompieper (Anthus trivialis) ! vroegere gegevens : één enkele waarneming van 5 ex. op 8 september 1981. ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.59. Graspieper (Anthus pratensis) ! vroegere gegevens : één ex. op 8 september 1978 ! waarnemingen in 1994 : 17 april : 1 ex. naar het noorden en 1 ex op 18 april. Geen waarnemingen gedurende de broedtijd, groepen tijdens de najaarstrek (vooral het terrein tussen de sektor Vishouw en de Hendrikstraat is daarbij zeer in trek, op 9 oktober verbleven daar minstens 100 ex.) ! status : doortrekker

6.60. Gele kwikstaart (Motacilla flava) ! vroegere gegevens : 25 april 1991 : 1 ex., 3 juli 1993 : 1 ex. Broedde tot voor enkele jaren te zuiden van de Hendrikstraat, naast de laagstamboomgaard. ! waarnemingen in 1994 : 2 overvliegende ex. op 1 mei, en 1 ex. ter plaatse op 8 mei. ! status : doortrekker

6.61. Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea) ! vroegere gegevens : melding van een broedgeval aan de Cottemmolen in 1981 en 1993 (buiten het gebied). Voorjaarswaarnemingen van telkens 1 ex. tussen 2 april en 22 mei en najaarswaarnemingen tussen 8 september en 8 december. ! waarnemingen in 1994 : geen binnen het gebied (wel een melding aan de Cottemmolen op 9 mei) ! status : doortrekker

6.62. Witte kwikstaart (Motacilla alba) - kaart 11 20


! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen vooral van begin april tot in juni. ! vroegere gegevens : 2 meldingen in 1993 nl.3 ex. op 27 maart en 1 ex. op 12 april 1993 ! waarnemingen in 1994 : talrijke waarnemingen van telkens 1 of 2 ex., steeds op dezelfde twee plaatsen aan de rand van het gebied nl. resp. aan de kruising Molenweg en Hersinckstraat en aan het turfbedrijf langs de Hendrikstraat. Dit laatste was zeer speciaal voor onze streken omdat het een gemengd koppel betrof van Witte kwik en Rouwkwik. Later wordt nog een met voeder af en aan vliegende vogel gezien in de omgeving van het Hof van Malfroid en een andere langs de Sasstraat. ! status : broedvogel (4 koppels) en doortrekker

6.63. Winterkoning (Troglodytes troglodytes) - kaart 12 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half maart tot half mei. Dichtheden van territoria kunnen enorm zijn, zo worden cijfers geciteerd tot 150 ("man-modified habitats of western Europe") en 380 per km5 ("mixed deciduous wood with rhododendron understorey, Somerset") (The Birds of the Western Palearctic, Vol.V, p.531). In het licht van deze getallen is het gevonden aantal territoria nog zeer bescheiden alhoewel op het eerste gezicht zeer hoog. ! vroegere gegevens : 5 zangposten rond de Turfput op 15 maart 1993 ! waarnemingen in 1994 : bij elke tocht werden talrijke zingende Winterkoningen genoteerd, eind maart zelfs 23 zangposten op een tocht van 3 uur. Binnen het censusgebied konden 44 territoria aangeduid worden. ! status : jaarvogel, broedvogel (44 territoria)

6.64. Heggemus (Prunella modularis) - kaart 13 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van begin maart tot half april. ! vroegere gegevens : 1 zangpost op Reebroek op 27 februari 1993. ! waarnemingen in 1994 : bij elke tocht werden zingende Heggemussen gehoord, maximaal tot 6 zangposten. Binnen het censusgebied konden 12 territoria aangeduid worden. ! status : jaarvogel, broedt met 12 koppels

6.65. Roodborst (Erithacus rubecula) - kaart 14 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half maart tot half april, en in juni. ! vroegere gegevens : 1 zangpost op Reebroek op 27 februari 1993. ! waarnemingen in 1994 : bij het wandelen doorheen het Solegembos en de omgeving ervan, werden 1 tot 3 zangposten genoteerd. Het aanduiden van de territoria van de Roodborst bleek niet gemakkelijk. Het was iets gemakkelijker na eliminering van de vroegste waarnemingen zodat de vroegste in aanmerking genomen datum 2 april werd (uitschakelen van doortrek). Uiteindelijk werden 3 vaste territoria gevonden, alledrie bij elkaar aansluitend, in het Solegembos. ! status : jaarvogel, broedvogel (3 territoria)

21


6.66. Nachtegaal (Luscinia megarhynchos) ! vroegere gegevens : één melding op 27 juli 1981 van een juveniel ex. aan de Turfput. ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.67. Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochrurus) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half april tot half mei. ! vroegere gegevens : één waarneming van 1 ex. op 12 april 1993 ! waarnemingen in 1994 : vanaf 8 april werd de Zwarte roodstaart gezien, meestal zingend op het dak van een loods aan de Hendrikstraat, even buiten het censusgebied. Daar werden ook in het najaar (9 oktober) nog 2 Zwarte roodstaarten op doortrek gezien. ! status : zomervogel, doortrekker, broedt even buiten het censusgebied met 1 koppel.

6.68. Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus) - kaart 15 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van begin mei tot half juni. ! vroegere gegevens : reeds in juli 1973 is er melding van een koppel Gekraagde roodstaarten. Op 16 juni 1991 was er een koppel met 4 jongen. Vroegste aankomstdatum : 12 april. Het aantal gemelde zangposten bedroeg vroeger nooit meer dan 2. ! waarnemingen in 1994 : de eerste zangpost werd ontdekt op 30 april. Daarna waren er soms tot 6 zangposten per censuswandeling (tweede helft van mei). Er werd ook een nestholte ontdekt. Er konden 9 territoria onderscheiden worden, een onverwacht groot aantal. ! status : zomervogel, broedvogel (9 koppels)

6.69. Tapuit (Oenanthe oenanthe) ! vroegere gegevens : voorjaarswaarnemingen : 25 april 1991, 17 mei 1991, 8 mei 1992 (4 ex), 14 mei 1993 (2 ex) najaarswaarnemingen : 6 september 1980 (4 ex), 26 augustus 1982 (1 ex) ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.70. Merel (Turdus merula) - kaart 16 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half mei tot het einde van juni. ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : natuurlijk werden bij elke tocht Merels gezien en gehoord. Nochtans is het maximum aantal zangposten per tocht slechts 9, wat voor zo'n talrijke soort eigenlijk niet erg veel is.

22


Er konden 25 territoria binnen het censusgebied onderscheiden worden. Wanneer we de kaart bekijken, zien we dat de meeste geschikte plaatsen wel bezet zijn, toch zouden er bij een meer intensieve inventarisatie van de Merel nog enkele extra territoria kunnen gevonden worden. ! status : jaarvogel, broedvogel (25 territoria)

6.71. Kramsvogel (Turdus pilaris) ! vroegere gegevens : op 19 januari 1974 wordt een groep van ca. 300 vogels gemeld en op 8 juli 1989 vertoeft een groepje van 5 Ă 10 ex. ter plaatse. De andere gegevens uit voorgaande jaren dateren allen van 1993 en toen gebeurde de laatste voorjaarwaarnemingen op 28 maart. Op 1 juni werd 1 ex. gezien. De najaarswaarnemingen nemen een aanvang op 27 augustus en vanaf dan worden tot 30 ex. gezien. Het gros van de Kramsvogels wordt in onze streken gemeld tot eind april in het voorjaar en in het najaar vanaf oktober, maar er werden al Kramsvogels waargenomen in alle maanden van het jaar, vermits de soort in onze streek een broedvogel is. Zomerwaarnemingen zijn niet ongewoon, ook op plaatsen waar niet gebroed wordt. ! waarnemingen in 1994 : Voorjaarswaarnemingen van 10 tot 30 ex., waarvan de laatste op 27 februari. De inventarisatiewandelingen waren gestart op 11 maart en vanaf dan werd geen enkele Kramsvogel gezien. Broeden zou in 1994 onwaarschijnlijk zijn. De soort broedt wel in gelijksoortige gebieden in de streek. In het najaar : waarnemingen vanaf 25 september, kleine aantallen van enkele ex. ! status : doortrekker en overwinteraar

6.72. Zanglijster (Turdus philomelos) - kaart 17 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half mei tot in juli. ! vroegere gegevens : zeer schaars, nl. 1 zangpost op 22 maart 1993 en 14 overvliegende ex. op 5 augustus 1993. ! waarnemingen in 1994 : van bij de eerste censuswandeling werden Zanglijsters gehoord, het aantal bedroeg 1 tot 6 zangposten per wandeling. De inventarisatie levert 8 territoria op binnen het gebied, waarschijnlijk is dit te weinig en zou een verder doorgedreven onderzoek een hoger aantal opleveren. ! status : jaarvogel, broedvogel (8 territoria)

6.73. Koperwiek (Turdus iliacus) ! vroegere gegevens : er werden doortrekkers gemeld in 1975 en 1993 vanaf begin oktober. De soort is een algemene doortrekker in de streek. De waarnemingen situeren zich in het voorjaar tot april en in het najaar vanaf de derde decade van september. ! waarnemingen in 1994 : kleine aantallen tot 30 ex., de laatste voorjaarswaarneming gebeurde op 21 maart. Tijdens de censuswandelingen werd de Koperwiek geen enkele keer gehoord of gezien. Najaarswaarnemingen vanaf oktober, kleine aantallen. ! status : wintervogel, doortrekker

23


6.74. Grote lijster (Turdus viscivorus) - kaart 18 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half februari tot ver in april. ! vroegere waarnemingen : nauwelijks 2 meldingen in 1993 nl. 2 ex. in maart en een groepje op 1 juli. ! waarnemingen in 1994 : de Grote lijster werd bij de meeste censuswandelingen gehoord en gezien. Soms werden 3 tot 4 zangposten genoteerd. Er werden 6 territoria gevonden. Op 25 september : groep ter plaatse van minstens 20 ex. ! status : jaarvogel en doortrekker, broedvogel (6 territoria)

6.75. Bosrietzanger (Acrocephalus palustris) - kaart 19 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van eind mei tot ver in juni. ! vroegere gegevens : 4 meldingen uit 1993. De eerste van 1 ex. op 29 mei, de laatste op 3 juni. Er was een melding van 2 zangposten op de Turfput op 3 juni. Voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981) wordt deze soort bij de broedvogels gerekend. ! waarnemingen in 1994 : de eerste Bosrietzanger werd maar op 14 mei gehoord (1 of 2 zangposten aan Turfput), op 22 mei : 2 zangposten en de dag erna waren er zelfs 3, nl. 1 langs de Molenbeek en 2 langs de Dorebeek. Op 28 mei was er een nieuwe zangpost langs de Onegemstraat. Het aantal waarnemingen was onvoldoende en vooral ook niet laat genoeg in het seizoen om enige zekerheid over territoria te verkrijgen. We stippen enkel de 4 plaatsen aan waar een zangpost van de Bosrietzanger werd vastgesteld. ! status : doortrekker, misschien broedvogel

6.76. Kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus) ! vroegere waarnemingen : er is enkel een melding van 2 ex. op de Turfput in de zomer van 1984 en die toen als "waarschijnlijk broedend" werd ge誰nterpreteerd. ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker, misschien vroegere broedvogel

6.77. Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus) ! vroegere waarnemingen : In Van den Bremt (1983) wordt deze soort tot de mogelijke broedvogels gerekend ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : vroegere mogelijke broedvogel

6.78. Spotvogel (Hippolais icterina) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van eind mei tot half juni. ! vroegere gegevens : 3 zangposten in een gevarieerde aanplant (boomkweek) op 1 juni 1993

24


! waarnemingen in 1994 : 1 ex. op 15 mei ! status : doortrekker

6.79. Braamsluiper (Sylvia curruca) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van eind april tot einde mei. ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : 1 zangpost op 30 april en op 1 mei op ongeveer dezelfde plaats. ! status : doortrekker

6.80. Grasmus (Sylvia communis) - kaart 20 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half mei tot in juni. ! vroegere gegevens : enkele meldingen uit het gebied vanaf 1984. Aankomstdata : 24 april 1984, 2 mei 1986,15 april 1993 Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : aankomst op 30 april en daarna waargenomen op elke censustocht met maximaal 5 zangposten, op 1 mei werd transport van nestmateriaal gezien. We vonden 5 territoria. ! status : zomervogel, broedvogel (5 territoria)

6.81. Tuinfluiter (Sylvia borin) - kaart 21 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half mei tot ver in juni. ! vroegere gegevens : 2 meldingen nl. 3 ex. op 2 mei 1986 en 1 ex. op 2 mei 1993 Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : de eerste zangpost werd gevonden op 23 april. In totaal werd bij 6 gelegenheden de Tuinfluiter waargenomen, telkens 1 zangpost per censustocht. Omdat het telkens ging om eenmalige waarnemingen voor een bepaalde plaats, kunnen dezen slechts meegerekend worden indien ze gebeurden na eind mei. Zo komt het dat er slechts 3 territoria overblijven. Waarschijnlijk is deze soort wel wat onderschat. Intensiever onderzoek later in het seizoen is hier aangewezen. ! status : zomervogel, broedvogel (3 territoria)

6.82. Zwartkop (Sylvia atricapilla) - kaart 22 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral in mei en juni. ! vroegere gegevens : er zijn slechts enkele meldingen van deze toch vrij talrijke soort. 20 april 1984 : 1 koppel in St Apolloniabos. Aankomst in 1993 : 2 april. Langs de Turfput werd een nest met eieren gemeld op 4 juli 1993. Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : de eerste Zwartkop werd op 29 maart vanuit Solegem gemeld en vanaf 2

25


april op elke censustocht waargenomen, vanaf 23 april : 6 tot 9 zangposten per wandeling. In totaal 16 territoria in het censusgebied maken de Zwartkop tot een talrijke soort. ! status : zomervogel, broedvogel (16 territoria)

6.83. Tjiftjaf (Phylloscopus collybita) - kaart 23 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral in april en mei. ! vroegere gegevens : * aankomst : 23 maart 1984, 30 maart 1985, 21 februari 1990, 13 maart 1992, 14 maart 1993 * late waarneming : 10 november 1991 ! waarnemingen in 1994 : de aankomst situeerde zich op 4 maart, daarna werd de Tjiftjaf bij elke inventarisatiewandeling gehoord, in april tot 9 zangposten en in mei tot 6 zangposten. Tijdens de voorjaarstrek werden eens 18 zangposten genoteerd op 27 maart. Er werden 17 territoria in het censusgebied teruggevonden, wat ook de Tjiftjaf tot een talrijke soort maakt. ! status : zomervogel, broedvogel (17 territoria)

6.84. Fitis (Phylloscopus trochilus) ! vroegere gegevens : er zijn slechts 2 vroegere meldingen nl. 27 maart 1982 en 2 april 1993. Wordt door Guillemijn en Van den Bremt (1981) bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 1981. Gezien het feit dat deze soort in de streek een zeer schaarse broedvogel is twijfelen we eraan of dit (nog) wel klopt. ! waarnemingen in 1994 : ĂŠĂŠn zangpost op 3 april in Kerrebroek, later nog op dezelfde plaats gemeld en in Solegem. Gedurende de censuswandelingen noteerden we geen enkele waarneming van de Fitis. ! status : doortrekker

6.85. Goudhaantje (Regulus regulus) ! vroegere gegevens : 4 ex. op 12 maart 1990, een groepje samen met Staartmezen op 2 januari 1993 en een groepje op 27 februari 1993. ! waarnemingen in 1994 : 2 ex. op 1 januari en 2 ex. op 21 januari. Een zangpost op 29 maart in Solegembos en een andere aan de Pennebaan (deze laatste buiten het gebied) ! status : wintergast en doortrekker.

6.86. Grauwe vliegevanger (Muscicapa striata) - kaart 24 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half mei tot einde juni. De Grauwe vliegevanger is een wat moeilijke soort. Waarschijnlijk is het noteren van uitgevlogen jongen (die dan meestal nog gevoederd worden) in juli en begin augustus nog het gemakkelijkst en meest betrouwbaar. ! vroegere gegevens : 1 ex. aan de Turfput in juli 1981, 1 ex. met voeder aan de Honegemstraat op 8 juli 1989 en een ad. samen met een jong op 31 mei 1990. ! waarnemingen in 1994 : een adult samen met een jong aan de Honegemstraat op 7 augustus 1994. Helaas werden in de beste periode nauwelijks waarnemingen in het gebied gedaan.

26


! status : zomervogel, broedvogel (1 koppel)

6.87. Bonte vliegevanger (Ficedula hypoleuca) ! vroegere gegevens : 1_ op 7 mei 1977, 1 ex. op 1 september 1982, 1 _ samen met Grauwe vliegevanger op 16 augustus 1985, 1 _ op 2 mei 1986. De laatste waarneming kan niet als mogelijk broedgeval geïnterpreteerd worden vermits een eenmalige waarneming slechts vanaf half mei als zodanig kan meegeteld worden. ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : doortrekker

6.88. Staartmees (Aegithalos caudatus) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half februari tot ver in april, letten op uitgevlogen jongen van juni tot augustus. Nestbouw, die vooral in april kan gadegeslagen worden, kan ook nuttige informatie opleveren. Ons inziens is het waarnemen van groepjes in juli en a fortiori in augustus niet de geschikte methode om deze soort te inventariseren. Rondtrekkende groepen, dikwijls gemengd met andere soorten mezen, Tjiftjaffen en nog andere soorten, kunnen op korte tijd grote afstanden afleggen en hoeven niet te wijzen op broedgevallen ter plaatse. ! vroegere gegevens : talrijke waarnemingen van groepjes in de wintermaanden. In het verleden werden ook groepjes gemeld in augustus die niet als broedvogels kunnen geïnterpreteerd worden (bv. 19 augustus 1982 : 8 ex. Honegem). Voor meiwaarnemingen ligt dit wel even anders (bv. 2 tot 20 mei 1993 : gehoord Honegem) ! waarnemingen in 1994 : tijdens de censuswandelingen was er slechts éénmaal kontakt met deze soort nl. aan de rand van Solegembos op 23 april. Wel werd een broedgeval gemeld in St Apollonia (meerdere jongen op 9 mei) en was er ook de waarneming van "enkele ex." op 4 juli in Honegem. Op 30 oktober waren in het gebied minstens 20 ex aanwezig (totaal van 2 groepen). ! status : jaarvogel, broedvogel in St Apollonia mogelijks ook in Solegembos.

6.89. Matkop (Parus montanus) - kaart 25 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van eind maart tot in mei. ! vroegere gegevens : 2 ex. op 30 maart 1993 in St Apollonia Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : op 5 censuswandelingen werd de soort opgemerkt (telkens op 1 tot 3 plaatsen). Aan de rand van Solegem werd balts genoteerd begin april, rond de Turfput werd de soort gehoord tussen 10 april en 22 mei, in het territorium van Honegemmeers werd begin april een koppel gezien en later één ex. gehoord. In het najaar werden op 9 oktober 2 ex en op 6 november 3 ex aangetroffen, resp. aan het Hof van Malfroy en aan de Turfput.

27


! status : jaarvogel, broedvogel (3 territoria)

6.90. Zwarte mees (Parus ater) ! vroegere gegevens : 1 ex. op 1 april 1976 en 1 ex. op 11 juni 1976 ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : waarschijnlijk enkel doortrekker en wintergast (alhoewel dit niet zo direkt uit bovenstaande waarnemingen blijkt)

6.91. Pimpelmees (Parus caeruleus) - kaart 25 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half april tot half mei. ! vroegere gegevens : geen Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : Pimpels waren bij elk bezoek present, eind maart en begin april werden eens 5 zangposten geteld, meestal waren het er 1 of 2. Er werden ook 3 nesten gevonden nl. in een straatlamp en twee in de kop van een knotwilg. Binnen het censusgebied werden 12 territoria gevonden (3 ervan bevestigd door lokaliseren van het nest). ! status : jaarvogel, broedvogel (12 territoria)

6.92. Koolmees (Parus major) - kaart 26 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half februari tot in maart en van half april tot ver in mei. ! vroegere gegevens : geen Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : Koolmezen waren bij elk bezoek te horen en te zien. Op 27 maart werden bij één enkele wandeling 12 zangposten geteld, meestal waren het er 3 tot 7. Er werden ook 3 nesten gevonden nl. tweemaal in de kop van een knotwilg (waarvan één even buiten het censusgebied) en een andere in een oude waterpomp. We vonden 20 territoria van Koolmezen binnen het censusgebied, zodat we de Koolmees als zeer talrijk kunnen bestempelen. ! status : jaarvogel, broedvogel (20 territoria)

6.93. Boomkruiper (Certhia brachydactyla) - kaart 27 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral in april en mei. ! vroegere gegevens : behalve de waarnemingen buiten het broedseizoen werden op 8 juli 1989 4 zangposten genoteerd en werd een ex. met nestmateriaal aan de Turfput gezien op 6 april 1993. Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : zangposten van de Boomkruiper werden bij de meeste censustochten genoteerd, einde mei zelfs eens 5, meestal 1 tot 3. Binnen de grenzen van het censusgebied konden 8 territoria onderscheiden worden. Tevens werd nog een territorium buiten het censusgebied gevonden. ! status : jaarvogel, broedvogel (8 territoria)

28


6.94. Wielewaal (Oriolus oriolus) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van eind mei tot half juni. ! vroegere gegevens : 1 ex. op 19 juni 1981 aan de Turfput, 4 waarnemingen tussen 29 juni en 4 juli 1993 van 1 of 2 zangposten. ! waarnemingen in 1994 : 1 zangpost in Kerrebroek op 13 mei, 1 zangpost op 22 mei in de sektor Onegemmeers, 1 zangpost op 28 mei ten noorden van de Turfput. Omdat éénmalige waarnemingen enkel vanaf begin juni meetellen, kunnen deze waarnemingen niet als aanduiding van een territorium beschouwd worden. ! status : zomervogel, broedvogel (met waarschijnlijk 1 koppel in de vorige jaren)

6.95. Klapekster (Lanius excubitor) ! vroegere gegevens : 1 ex. op 1 februari 1976 ! waarnemingen in 1994 : geen ! status : vroegere wintergast.

6.96. Vlaamse gaai (Garrulus glandarius) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half februari tot in mei. ! vroegere gegevens : 2 waarnemingen uit 1993 van resp. 2 en 1 ex. in de sektoren Turfput en Kerrebroek. Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : bij bijna elk bezoek werden Vlaamse gaaien gezien. In de loop van de inventarisatie werden gaaien gezien en/of gehoord in bijna elk bosje en vliegend van het ene bosje naar het andere. Het maximum was een totaal van 5 ex op één tocht. Klaar zien in de reeks waarnemingen is niet zo simpel. Een minimum van 3 koppels lijkt redelijk maar het kunnen er ook meer zijn. Hier is veel meer tijd voor nodig. ! status : jaarvogel, broedvogel (minstens 3 koppels)

6.97. Ekster (Pica pica) - kaart 29 ! inventarisatiemethode : lokaliseren van broedparen voordat er te veel bladeren aan de bomen staan. ! vroegere gegevens : Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : we begonnen midden maart met het noteren van alle zichtbare nesten, dit leverde binnen het censusgebied een aantal van 16 op, plus nog drie buiten het censusgebied. Niet alle nesten worden gebruikt om te broeden. Wanneer we veronderstellen dat slechts de helft gebruikt wordt als broedplaats dan komen we aan een aantal van 8 koppels. Een andere benadering is het aantal aanwezige ex.. Dit bedroeg op 17 april 5 koppels en 1 afzonderlijk exemplaar die her en der op de grond foerageerden. Op 23 april bedroeg het totaal aantal aanwezige ex. 20. Op 7 mei werd één duidelijk bezet nest gezien. Waarschijnlijk bedraagt het aantal koppels rond de 10, maar meer tijd is nodig om dit nauwkeuriger te bekijken.

29


De kaart stelt een poging tot syntese voor van de waarnemingen van nesten en van vogels op of in de omgeving van het nest. ! status : jaarvogel, broedvogel (minstens 8 koppels)

6.98. Kauw (Corvus monedula) ! vroegere gegevens : melding van vogels op de slaapplaats eind maart 1993 en eind oktober 1993. ! waarnemingen in 1994 : het aantal vogels op de gemengde slaapplaats met Zwarte kraai en die zich bevindt in een kanadabos ten noorden van de Turfput bedraagt tot einde maart 60 Ă 75. Half april is dat aantal gedaald tot ongeveer 30. In de eerste week van mei vertoeven 's avonds nog slechts een tiental ex. op de slaapplaats. Begin november zijn de aantallen nog zeer bescheiden, met minder dan 10 ex ter plaatse. Eind november zijn er tussen de 200 en de 250 ex op de slaapplaats aanwezig, terwijl er overdag slechts enkele tientallen individuen in de omgeving foerageren. ! status : jaargast

6.99. Roek (Corvus frugilegus) ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : minstens 150 ex op de gemengde slaapplaats op 27 november ! status : wintergast

6.100. Zwarte kraai (Corvus corone corone) - kaart 30 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering in combinatie met lokaliseren van broedparen van begin februari tot in juni (zie verder de opmerkingen in Vogelinventarisatie p.455). Het tellen van bewoonde nesten lijkt ons nog de zekerste methode om tot een aanvaardbare benadering van het aantal broedgevallen te komen, alhoewel dit na het in blad komen van de bomen niet zo goed te zien is. Gedurende gans het broedseizoen vertoeven er niet-broedende vogels, die ook roepen, in het censusgebied zodat het tellen van "zangposten" een hachelijke onderneming zou zijn. ! vroegere gegevens : melding van vogels op de slaapplaats in de tweede helft van maart 1993 en van ca. 200 ex. op 31 oktober 1993 op de gemengde slaapplaats met Kauw in het kanadabos ten noorden van de Turfput. Op 2 september 1993 en 31 oktober 1993 werden resp. 2 en 1 ex. gezien met partieel en symmetrisch albinisme in de vleugels. ! waarnemingen in 1994 : In maart bedroeg het aantal vogels op de slaapplaats ongeveer 100 ex.. Dit daalde tot 25 Ă 50 ex. in april. Vanaf 10 april werden de eerste ex. broedend op het nest opgemerkt. In april werden in totaal 7 bewoonde nesten geteld. In het najaar werden begin november een dertigtal ex op de slaapplaats geteld, eind november minstens 200 ex. ! status : jaarvogel, broedvogel (7 koppels)

30


6.101. Spreeuw (Sturnus vulgaris) - kaart 31 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering in combinatie met lokaliseren van broedparen van begin maart tot het einde van mei. Het gemakkelijkst lijkt het ons om begin mei de nesten te zoeken, wanneer de ouders zonder onderbreking voederen is dat niet zo moeilijk. ! vroegere gegevens : Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : Spreeuwen werden bij elk bezoek genoteerd. Van in april werden zangposten genoteerd maar dit leverde niet veel op, slechts 1 territorium kon zo opgespoord worden. Door het volgen van de met voeder aanvliegende oudervogels konden tussen 30 april en 8 mei zeer gemakkelijk 12 nesten met jongen binnen en 7 nesten buiten het censusgebied gevonden worden. Meer intensieve waarneming in de meest gunstige periode zou dit aantal nog verhogen. Na de eerste week van mei begonnen vele jongen uit te vliegen en dwaalden de families her en der in het gebied rond. Het is dan niet meer mogelijk zinnige inlichtingen i.v.m. broedvogels te verzamelen. ! status : jaarvogel, broedvogel (minstens 12 broedgevallen)

6.102. Huismus (Passer domesticus) ! inventarisatiemethode : tellen van zingende __ (turfmethode) ! vroegere gegevens : Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : de soort werd bij elk bezoek opgemerkt. Deze kultuurvolger houdt zich meestal op aan de periferie van het censusgebied, waar gebouwen staan. Concentraties zijn de omgeving van de Speckaertstraat/Hendrikstraat, de Sasstraat/Onegemstraat en de Honegemmeersweg. Tellingen van __ leverden een aantal van 25 Ă 30 koppels aan de periferie van het gebied op. Er werden ook enkele nesten met jongen in gebouwen opgemerkt. Begin december was er een kleine slaapplaats van maximaal 15 ex in een haag aan de Hendrikstraat. ! status : jaarvogel, broedvogel (minstens 25 koppels)

6.103. Ringmus (Passer montanus) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering in combinatie met lokaliseren van broedparen. ! vroegere gegevens : een waarneming van 3 ex. op 12 augustus 1993 in de meidoorn naast de kapel. Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : kontakten met de Ringmus waren in het gebied niet zo talrijk. Op 2 plaatsen werd een nest gevonden. Begin april werd bij valavond nog een klein groepje gezien dat zich naar het hakhoutbos spoedde (naar een slaapplaats ?) en op 10 april werden 2 ex. aan een kippenren naast de Onegemmeersstraat gezien. In het najaar waren er in oktober en november slaapplaatsen van 10 tot 40 ex in een haag in de omgeving van de Turfput, en een koncentratie van een dertigtal individuen in de omgeving van de kapel op 30 oktober. ! status : jaarvogel, broedvogel (klein aantal, 2 broedgevallen, nader onderzoek zal allicht een groter aantal aan het licht brengen)

31


6.104. Vink (Fringilla coelebs) - kaart 32 ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van half mei tot in juli. ! vroegere gegevens : in 1993 meldingen van zangposten in een boomgaard aan het hof van Malfroy en aan de OrchideeĂŤnweide (resp. op 8 april en 3 juli). Ook meldingen van doortrek en winterwaarnemingen. Wordt bij de broedvogels gerekend voor de periode 1979 - 1981 (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : in het censusgebied werden 4 territoria gevonden, het maximum aantal zangposten per wandeling bedroeg 3 (op 22 mei), nog verderzetten van de censustochten later in het seizoen zou nog bijkomende territoria kunnen opleveren. ! status : jaarvogel, broedvogel (4 koppels), doortrekker

6.105. Keep (Fringilla montifringilla) ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : ĂŠĂŠnmaal gehoord op 9 november ! status : doortrekker

6.106. Groenling (Carduelis chloris) ! inventarisatiemethode : territoriumkartering vooral van begin april tot half mei. ! vroegere gegevens : geen ! waarnemingen in 1994 : 1 zangpost aan de Hendrikstraat op 30 april. Daar eenmalige waarnemingen slechts vanaf half mei kunnen meetellen, kan dit niet beschouwd worden als een territorium Er werd wel een zangpost gemeld in Kerrebroek in maart, april en mei: dit kan als een mogelijk broedgeval beschouwd worden. Op 27 november was een groepje van 11 ex bij valavond op zoek naar een geschikte slaapplaats in de omgeving van het Hakbosje. ! status : doortrekker en wintergast, mogelijks broedvogel (1 koppel)

6.107. Putter (Carduelis carduelis) ! vroegere gegevens : in 1992 en 1993, waarnemingen van 1 tot 6 ex. tussen november en maart. ! waarnemingen in 1994 : 1 ex. op 11 maart en op 22 april. ! status : doortrekker

6.108. Sijs (Carduelis spinus) ! vroegere gegevens : in 1993 werden Sijzen waargenomen in het voorjaar tot 9 maart en in het najaar vanaf 15 oktober, soms meer dan 50 ex. ! waarnemingen in 1994 : in het voorjaar werden Sijzen gemeld tot 6 maart, 4 tot meer dan 50 ex.

32


per waarneming. Op 1 mei werd nog één enkel _ gezien in de sektor "De Twintig Jaar". In het najaar werden Sijzen gehoord vanaf eind oktober. ! status : doortrekker en overwinteraar.

6.109. Kneu (Carduelis cannabina) ! vroegere gegevens : geen Wordt voor de periode 1979 - 1981 gemeld als aanwezig gedurende het hele jaar (Guillemijn en Van den Bremt, 1981). ! waarnemingen in 1994 : een groepje van 17 ex. op 23 april, gedurende de rest van het broedseizoen bleef de Kneu afwezig. In het najaar werden groepjes van 10 tot 20 ex gezien, meestal in een gemengde aanplant (boomkwekerij) ! status : doortrekker

6.110. Rietgors (Emberiza schoeniclus) ! vroegere gegevens : 5 ex. op Vishauw in maïs op 24 december 1993. ! waarnemingen in 1994 : 5 ex. in Kerrebroek op 19 februari. ! status : doortrekker

Nieuwkomers in 1995 Tot medio 1995 werden de volgende, voor het gebied nieuwe, soorten waargenomen: Brandgans (Branta leucopsis) : 15 maart 1995 : 1 ex. in Hersinckkouter, eerder tam Mandarijneend (Aix galericulata) : 1 koppel op 12 maart, vliegen luid roepend rond in de omgeving van de Turfput Stormmeeuw (Larus canus) : op 8 en 15 januari 1995 : telkens 1 immatuur ex. 7. Literatuur Anoniem, 1992 Jaarverslag 1992, Werkgroep Honegem - Solegem - St Apollonia Cramp, S et al (eds.), 1977 tot 1994 The Birds of the Western Palearctic Vol. I tot Vol. IX Oxford University Press De Craecker, P., 1984 Solegem te Lede, 't Koninkje 14/1 Guillemijn B. en P. Van den Bremt, 1981 Het Honegemgebied te Erpe-Mere, Lede en Aalst, Documentatiemap Landschapsonderzoek nr.3 , 63 82, Rijksdienst voor Monumenten en Landschappen (hierin is een lijst met broedvogels en andere waarnemingen opgenomen, zoals die aan de hand van losse waarnemingen vooral uit de periode 1978 tot 1981 door Raf Sienaert en Paul Van den Bremt werd opgesteld)

33


Hustings M.F.H. et al., 1985 Vogelinventarisatie : achtergronden, richtlijnen en verslaglegging. Wageningen : Pudoc; Zeist : Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels Van den Bremt, P, 1983 Een landschap in het Aalsterse : het Honegemgebied 't Koninkje 12/3-4 Van Langenhove, K. en D. StemgĂŠe, 1994 Jaarverslag 1993, Werkgroep Honegem - Solegem - St Apollonia

34


8. Kaarten

35


10. Inhoud 1. Voorwoord................................................................................................................................ 1 2. Werkterrein .............................................................................................................................. 1 3. Inventarisatiemethoden............................................................................................................. 1 3.1 Territoriumkartering...................................................................................................... 1 3.2 Lokaliseren van broedparen en nesten............................................................................. 3 3.3 De turfmethode............................................................................................................. 3 4. Medewerkers............................................................................................................................. 3 5. Bespreking per soort .................................................................................................................. 4 6.1. Dodaars (Tachybaptus ruficollis)................................................................................... 4 6.2. Aalscholver (Phalacrocorax carbo) ................................................................................. 4 6.3. Roerdomp (Botaurus stellaris) ....................................................................................... 4 6.4. Wouwaapje (Ixobrychus minutus)................................................................................. 5 6.5. Blauwe reiger (Ardea cinerea)........................................................................................ 5 6.6. Purperreiger (Ardea purpurea)....................................................................................... 5 6.7. Kleine zwaan (Cygnus columbianus) ............................................................................. 5 6.8. Grauwe gans (Anser anser)............................................................................................ 6 6.9. Canadese gans (Branta canadensis) ............................................................................... 6 6.10. Nijlgans (Alopochen egyptiacus).................................................................................. 6 6.11. Krakeend (Anas strepera)............................................................................................ 6 6.12. Wintertaling (Anas crecca).......................................................................................... 6 6.13. Wilde eend (Anas plathyrynchos) ............................................................................... 7 6.14. Zomertaling (Anas querquedula) ................................................................................. 7 6.15. Slobeend (Anas clypeata)............................................................................................ 7 6.16. Tafeleend (Aythya ferina) ........................................................................................... 8 6.17. Sperwer (Accipiter nisus) ............................................................................................ 8 6.18. Buizerd (Buteo buteo) ................................................................................................ 8 6.19. Visarend (Pandion haliaetus)...................................................................................... 8 6.20. Torenvalk (Falco tinnunculus) .................................................................................... 8 6.21. Boomvalk (Falco subbuteo) ......................................................................................... 9 6.22. Patrijs (Perdix perdix) ................................................................................................. 9 6.23. Fazant (Phasianus colchicus) ...................................................................................... 9 6.24. Waterral (Rallus aquaticus) ........................................................................................ 9 6.25. Porseleinhoen (Porzana porzana).............................................................................. 10 6.26. Waterhoen (Gallinula chloropus).............................................................................. 10 6.27. Meerkoet (Fulica atra).............................................................................................. 10 6.28. Kraanvogel (Grus grus) ............................................................................................. 11 6.29. Scholekster (Haematopus ostralegus) ......................................................................... 11 6.30. Kievit (Vanellus vanellus)......................................................................................... 11 6.31. Bokje (Lymnocryptes minimus) ................................................................................. 12 6.32. Watersnip (Gallinago gallinago)................................................................................ 12 6.33. Houtsnip (Scolopax rusticola)................................................................................... 12 6.34. Grutto (Limosa limosa)............................................................................................. 12 6.35. Wulp (Numenius arquata)........................................................................................ 12 6.36. Witgatje (Tringa ochropus)....................................................................................... 13 6.37. Oeverloper (Actitis hypoleucos)................................................................................. 13 6.38. Zwarte ruiter (Tringa erythropus).............................................................................. 13 6.39. Kokmeeuw (Larus ridibundus) .................................................................................. 13 50


6.40. Kleine mantelmeeuw (Larus fuscus)........................................................................... 13 6.41. Zilvermeeuw (Larus argentatus) ................................................................................ 13 6.42. Grote mantelmeeuw (Larus marinus)......................................................................... 14 6.43. Holenduif (Columba oenas) ...................................................................................... 14 6.44. Houtduif (Columba palumbus) ................................................................................. 14 6.45. Tortelduif (Streptopelia turtur)................................................................................. 15 6.46. Turkse tortel (Streptopelia decaocto)......................................................................... 15 6.47. Koekoek (Cuculus canorus)....................................................................................... 15 6.48. Steenuil (Athene noctua).......................................................................................... 16 6.49. Ransuil (Asio otus) ................................................................................................... 16 6.50. Gierzwaluw (Apus apus)........................................................................................... 17 6.51. IJsvogel (Alcedo athis) .............................................................................................. 17 6.52. Groene specht (Picus viridis)..................................................................................... 17 6.53. Grote bonte specht (Dendrocopus major)................................................................... 17 6.54. Kleine bonte specht (Dendrocopus minor) ................................................................. 18 6.55. Veldleeuwerik (Alauda arvensis)................................................................................ 18 6.56. Boerenzwaluw (Hirundo rustica)............................................................................... 19 6.57.Huiszwaluw (Delichon urbica)................................................................................... 19 6.58. Boompieper (Anthus trivialis) ................................................................................... 19 6.59. Graspieper (Anthus pratensis)................................................................................... 19 6.60. Gele kwikstaart (Motacilla flava) .............................................................................. 19 6.61. Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea)................................................................... 20 6.62. Witte kwikstaart (Motacilla alba) ............................................................................. 20 6.63. Winterkoning (Troglodytes troglodytes ...................................................................... 20 6.64. Heggemus (Prunella modularis) ................................................................................. 20 6.65. Roodborst (Erithacus rubecula................................................................................... 21 6.66. Nachtegaal (Luscinia megarhynchos)......................................................................... 21 6.67. Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochrurus) ................................................................. 21 6.68. Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus)....................................................... 21 6.69. Tapuit (Oenanthe oenanthe) .................................................................................... 22 6.70. Merel (Turdus merula) ............................................................................................. 22 6.71. Kramsvogel (Turdus pilaris) ...................................................................................... 22 6.72. Zanglijster (Turdus philomelos) ................................................................................ 22 6.73. Koperwiek (Turdus iliacus) ....................................................................................... 23 6.74. Grote lijster (Turdus viscivorus) ................................................................................ 23 6.75. Bosrietzanger (Acrocephalus palustris)....................................................................... 23 6.76. Kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus) ................................................................. 23 6.77. Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus).................................................................. 24 6.78. Spotvogel (Hippolais icterina)................................................................................... 24 6.79. Braamsluiper (Sylvia curruca)................................................................................... 24 6.80. Grasmus (Sylvia communis)...................................................................................... 24 6.81. Tuinfluiter (Sylvia borin).......................................................................................... 24 6.82. Zwartkop (Sylvia atricapilla).................................................................................... 25 6.83. Tjiftjaf (Phylloscopus collybita)................................................................................. 25 6.84. Fitis (Phylloscopus trochilus) .................................................................................... 25 6.85. Goudhaantje (Regulus regulus) ................................................................................. 26 6.86. Grauwe vliegevanger (Muscicapa striata)................................................................... 26 6.87. Bonte vliegevanger (Ficedula hypoleuca) ................................................................... 26 6.88. Staartmees (Aegithalos caudatus) .............................................................................. 26 6.89. Matkop (Parus montanus) ........................................................................................ 27 6.90. Zwarte mees (Parus ater)........................................................................................... 27 6.91. Pimpelmees (Parus caeruleus).................................................................................... 27 6.92. Koolmees (Parus major) ............................................................................................ 28 6.93. Boomkruiper (Certhia brachydactyla)........................................................................ 28 6.94. Wielewaal (Oriolus oriolus) ...................................................................................... 28 51


6.95. Klapekster (Lanius excubitor).................................................................................... 28 6.96. Vlaamse gaai (Garrulus glandarius)........................................................................... 29 6.97. Ekster (Pica pica)...................................................................................................... 29 6.98. Kauw (Corvus monedula)......................................................................................... 29 6.99. Roek (Corvus frugilegus) ........................................................................................... 30 6.100. Zwarte kraai (Corvus corone corone) ....................................................................... 30 6.101. Spreeuw (Sturnus vulgaris) ..................................................................................... 30 6.102. Huismus (Passer domesticus)................................................................................... 31 6.103. Ringmus (Passer montanus)..................................................................................... 31 6.104. Vink (Fringilla coelebs) ........................................................................................... 31 6.105. Keep (Fringilla montifringilla)................................................................................. 32 6.106. Groenling (Carduelis chloris) .................................................................................. 32 6.107. Putter (Carduelis carduelis) .................................................................................... 32 6.108. Sijs (Carduelis spinus) ............................................................................................ 32 6.109. Kneu (Carduelis cannabina) ................................................................................... 32 6.110. Rietgors (Emberiza schoeniclus)............................................................................... 33 Nieuwkomers in 1995........................................................................................................ 33 7. Literatuur............................................................................................................................... 33 8. Kaarten .................................................................................................................................. 34 10. Inhoud ................................................................................................................................. 50

52


53

de Vogels van Honegem  

broedvogels van Honegem 1994

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you