Issuu on Google+

België – Belgique P.B. – P.P. 2800 Mechelen 1 BC 7215

Kantoor van afgifte: 2800 Mechelen 1

P 309638

Nieuwsbrief Mossen en Lichenen - Planten - Paddenstoelen 2011 - 11e jaargang nr. 4 oktober – november - december

Verschijnt driemaandelijks Afzendadres: Coxiestraat 11 2800 Mechelen studie@natuurpunt.be www.natuurpunt.be

V.u.

Willy Ibens. Coxiestraat 11

2800 Mechelen


Deze nieuwsbrief wordt gratis toegestuurd aan alle geïnteresseerden. Wens je lid te worden van één van de werkgroepen en/of de nieuwsbrief op regelmatige basis te ontvangen, stuur dan een mailtje naar Roosmarijn.steeman@natuurpunt.be Wens je de nieuwsbrief niet langer te ontvangen, geef dan een seintje. Veel leesplezier! De volgende nieuwsbrief zal in maart verschijnen. Artikels en kalenders kun je tot 20 februari insturen.

Wil je ons financieel steunen dan kan dat. Giften vanaf 40€ zijn fiscaal aftrekbaar.

Storten kan op rekening nr.: 230-0524745-92 met vermelding van de volgende projectnummers:

- Natuurstudie algemeen .......... 2000

- Plantenwerkgroep .................. 2351 - Paddenstoelenwerkgroep ...... 2301 - Mossenwerkgroep.................. 220

2


INHOUD 10 jaar Natuurpunt, een overzicht van de nieuwsbrieven

4

Studiedagen in het voorjaar

8

Nieuwsbrief Mossen en korstmossen De Vlaamse Werkgroep Bryologie en Lichenologie (VWBL) in 2011 en 2012

13

Herinneringen aan Chris Buter

19

Nieuwsbrief Planten FLO.WER - Studiedag & Algemene vergadering

25

FLO.WER - excursies

26

Gelezen in Dumortiera 99 - 2011

26

Gelezen in Gorteria 35 - 5

27

FON op excursie

28

Plantenwerkgroep Gent

42

Plantenwerkgroep Vlaamse Ardennen Plus

43

Nationale Werkgroep Botanie

45

Plantenwerkgroep Denderstreek

49

PWG Scheldeland

50

Lierse Plantenwerkgroep

51

Plantenwerkgroep Natuurelaar – Natuurpunt ’s Heerenbosch

53

Nieuwsbrief Zwammen Een paddenstoelenatlas is snel verouderd

57

Nog een paar nieuwkomers voor Vlaanderen

58

Werkgroep Natuurpunt Zuidrand Antwerpen combineert mossen met lichenen

59

Eindelijk roestzwammenliteratuur

59

Gezwam op studiedagen

60

3


10 jaar Natuurpunt - een overzicht van de nieuwsbrieven Tien jaar Natuurpunt betekent ook dat deze nieuwsbrief reeds tien jaar wordt uitgegeven door Natuurpunt Studie. Tijd voor een terugblik en een evaluatie. Onze nieuwsbrief wordt goed gevuld met kalenders en excursieverslagen. Daarnaast verschenen er ook interessante artikels. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de voorbije nummers en artikels die verschenen. Deze zijn allemaal nog in pdf te verkrijgen en van een aantal nummers hebben we nog een beperkte oplage op papier. Indien je interesse hebt voor een bepaald nummer digitaal of op papier, dan kan je dit aanvragen bij Roosmarijn.steeman@natuurpunt.be of 015/29 72 22 Mossen & Lichenen 2001

2002 (1)

2002 (2) 2002 (4)

2003 (1)

2003 (2) 2003 (3) 2003 (4) 2004 (1) 2004 (3)

- Even in de epifytische hutspot roeren: over de Schildmosgenera Punctelia en Flavoparmelia. (O. Heylen) – (5-7). - Akkermossen: tijd om in het veld te duiken, letterlijk dan (O. Heylen, 8-9). - Buitenlandse literatuur: een beknopte weergave van enkele interessante publicaties (O. Heylen, 10-15). - Hulde aan Juul Slembrouck en Huber Demeulder, ereleden van de werkgroep. (de wergkroep, 4) - Methodes van mossenonderzoek (J. Slembrouck, 5) - Nota en formulier voor vegetatieopnamen (E. Molenaar, 6-7). - Muurbegroeingen aan de rotsenbrug in het beschermd landschap Boekenbergpark. (J. Slembrouck, V. Tetsch & W. Sas, 8-13). - Inleiding tot korstmossen (R. Leysen, 14) - Cruciale verschillen tussen Groot vingermos en Gemarmerd vingermos (A. Walraevens, 15). - Buitenlandse literatuur: een beknopte weergave van enkele interessante publicaties (O. Heylen, 16). - Bleke haarmuts, kan dat zomaar in Berchem? (E. Molenaar, 26). - Concept Nederlandstalige naamlijst van de mossen van Nederland en België. (O. Heylen, 3-25). - Mossen in de oude binnenstad van Antwerpen (J. Slembrouck, V. Tetsch, E. Molenaar, 11-16). - Mossen en korstmossen in Terhagen (J. Slembrouck, H. De Meulder, W. Sas, 17-23). - Molenbeekvallei te Vremde – Boechout (E. Molenaar, 29-32). - Verspreiding van de subspecifieke taxa van Drepanocladus fluitans in het Limburgse karteringsgebied (H. Vannerom, 35). - De fosfaatvliedende Weissia fallax (Pottiacea, Musci) in het Limburgse karteringsgebied (H. Vanerom, 35). - De uitbreiding van epifytische mossoorten in Vlaanderen (J. Slembrouck, 1112) - Soorten diversiteit van de levermossen in het Limburgse karteringsgebied (H. Vanerom (13-14) - Het Wijtschot – Natuurreservaat van Schoten – langs de mossen om bekeken. (J. Slembrouck, 11-14). - Graad van onderzoek van mossen en lichenen in Vlaanderen (1980-2002), een voorlopige stand van zaken (C. Janssens & J. Slembrouck, 13-14). - Nieuwe Parmelia in België, ook in Vlaanderen? (D. Van den Broeck, 23) - Ontwerp van een nieuwe Belgische streeplijst van Blad- en levermossen. (N. Wysmantel, 9-11). - Determinatiesleutel voor Parmelia’s (D. Van den Broeck, 12-16). - Mossenonderzoek Park Vordenstein afgrond (J. Slembrouck, 7) - Een nieuwe mossoort voor Vlaanderen: Plagiomnium medium (P. Dezuttere, J. Slembrouck, 7-9).

4


2004 (4) 2005 (1) 2005 (2)

2005 (3) 2005 (4)

2006 (1) 2006 (2)

2006 (4)

2007 (1) 2007 (2)

2008 (1) 2008 (2)

2009 (3) 2010 (2) 2010 (3)

2010 (4)

- Fort van Oelegem langs mossen en korstmossen bekeken (J. Slembrouck, M. Bottu, D. Van den Broeck & D. Jordaens, 10-14). - Lichenologische en bryologische inventarisatiedagen in de Biesbosch (J. Slembrouck, C. Janssens, H. Stappaerts, 15-22). - De ruïne van de voormalige dakpannenfabriek te Oosthoven, naar mossen bekeken, de korstmossen niet vergetend. (J. Slembrouck, 15-17). - De oude Nete-arm te Rumst, een waardevol gebied voor lichenen. (D. Van den Broeck, 11-14). - Het WWF-educatief reservaat van Vorselaar (J. Slembrouck, V. Tetsch, L. Van Herbruggen, L. Bertels, 19-22). - Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een (toekomstige) hotspot voor lichenen. (D. Van den Broeck, 23) - De mosflora van het Zevenbergenbos (Ranst) (J. Slembrouck, C. Janssens, 24-28). - De Wijngaardberg onder de loep van de bryologen (J. Slembrouck, 29-34). - Project korstmossen als bio-indicatoren voor luchtverontreiniging (D. Van den Broeck, 7-10) - Mossen en lichenen in ’s Herenbos te Malle (winter-voorjaar 1999-juli 2005) (J. Slembrouck, 7-12) - Mossen in Pulle-Wechelderzande (J. Slembrouck, 13-19) - De natuurreservaten “Achter ’t zand” en “Dedenbroek” door de bryologische bril bekeken. (J. Slembrouck, 20-23). - Over internationale vondsten gesproken! (V. Tetsch, 9) - Mosseninventarisatie in Rijckevelde (Sijsele, West-Vlaanderen (C. Martens, 7-9). - Sleutel voor het bepalen van het genus BRYOLOOG, dat kenners van Blad-, lever- en hauwmossen omvat. (J. Slembrouck & C. Buter, 10-14) - Natuurpunt “Werkgroep fort 7”: Oude kleiputten – “Vierpalen” (H. De Meulder, 9-11). - Internationale korstmossendriedaagse in het Zoniënwoud (D. Van den Broeck, 12-14). - Overzicht korstmossenonderzoek in Limburg (2005-2006) en Vlaams-Brabant (2006-2007) (D. Van den Broeck, 7). - Korstmossen in de binnenstad, een inventarisatie in de zoo van Antwerpen (D. Van den Broeck, 7). - Nog meer over de mossen in het Wijtschot (Schoten, Antwerpen) (V. Tetsch & J. Slembrouck). - De mosflora in het beekdal van het Merkske, een grensoverschrijdend onderzoek. (T. Polfliet, 11). - Boomvormig vertakt haarmos nu ook in Vlaanderen, een taxonomisch probleem (C. Buter & J. Slembrouck, 11-16). - Blad en levermossen in de dierentuin van Antwerpen (J. Slembrouck, 7-11). - Terhagen kan behagen zonder golfterrein (Natuurstudiewergkroep Zuidrand Antwerpen, 7-10). - Plantenwerkgroep schijnvallei kijkt in de winter naar mossen, korstmossen en zwammen in “De Kooldries” in Brecht. (S. Brusseleers, 11-14). - Een onderzoek naar lichenen in Klein-Zwitserland (J. Slembrouck, 9). - Het Nachtegalenpark-complex (Wilrijk) landschappelijk en bryologisch bekeken. (J. Slembrouck, 12-20). - Het Nachtegalenpark-complex (Wilrijk) landschappelijk en bryologisch bekeken. (J. Slembrouck, 7-18). - Lophocolea semiteres, een korte geschiedenis van een nieuw mos. (J. Slembrouck, 9-10) - Een nieuwe mossoort voor Vlaanderen: Brachytecium thommasinii (J. Slembrouck, 11-12) - Levermossen en bladmossen van de begraafplaats te Hove (J. Slembrouk & W. Wolfs, 9-11).

5


Planten 2001

2002 (4)

2003 (1)

2003 (2)

2003 (3) 2003 (4) 2004 (3)

2004 (4) 2005 (1) 2005 (4) 2006 (1) 2006 (2) 2006 (4) 2007 (1)

2007 (2) 2008 (1)

- Botanische topper in de Dommelvallei (O. Heylen, S. Van Reet, A. Van den Bergh, H. Notebaert, P. Coninx, H. Stappaerts & A. Geuens, 4-11) - Biotoop: Bulldozer (H. Notebaert, 12-15) - Tussen vingergrassen, giersten, naaldaren en hanenpoten. (E. Molenaar, 1622). - Crassula helmsii (Kirk) Kokayne, een nieuwe bedreiging voor onze waterflora? (J. Slembrouck & E. Molenaar, 44-46) - Onderzoek aan autostradewegbermen - 2001 (H. Ruysseveldt, E. Molenaar, L. Cleynhens & P. Uyterhoeven, 47-48). - Botanische parels in de regio Beneden – Netevallei (J. Asselberghs, 48-51). - Floristisch onderzoek van de E313 (E. Molenaar, 39-41). - Tweetoppig struisgras (E. Molenaar, 67) - Bezoek aan groeiplaats van Cyperus eragrostis op het Schoonselhof te Antwerpen. (E. Molenaar, 68). - Vreemde planten veroveren Vlaanderen. Onderzoek naar recent ingeburgerde plantensoorten in Vlaanderen afgerond. (F. Verloove, 4). - Van Esschenbeek tot Essenbeek: Planten in en rond het Hallerbos vroeger en nu. (T. Polfliet, 5). - Naar een meer ecologisch beheer van AWW-bermen (J. Asselbergs, 26-27). - De geschiedenis van de floristiek in de omgeving van Diest (J. Creyf, 5) - Invasieve planten in Vlaanderen (T. Polfliet, E. Rossi, F. Verloove). - Van Esschenbeek tot Essenbeek, landschap en flora vroeger en nu… (C. Decaluwé, 8) - Kijk, hier werken wij aan een ecologische berm (T. Polfliet, 17). - Tellima grandiflora, nieuw voor de Antwerpse binnenstad.Bonapartedok opnieuw geteisterd door herbiciden (E. Molenaar, S. Keteleer & W. Strecker, 36). - C4-grassen, floristische verkenningen in de groene maïswoestijnen. - Botanische opnamen langs de spoorweg Boom – Antwerpen, in Marselaer (Lippelo) en langs de Grensmaas (E. Molenaar, 33-36) - Zinkboerenkers te Balen- en Mol-Wezel, provincie Antwerpen (R. Barendse, 25) - Het bermbeheerplan van de AWW Bekkens, een geslaagd project. (J. Asselberghs, T. Polfliet, 44-45). - Natuurgericht beheer in Blaasveldbroek (Natuurpark Het Broek vzw i.s.m. F.O.N.) (J. Slembrouck, 25-28). - Urbane flora in Kortrijk en Mechelen (E. Molenaar, 28-32). - Permanente kwadraten in de Ark – deel van het Blaasveldbroek (J. Slembrouck, 34). - Rechte driehoeksvaren (K. Hellemans, 29). - De Piramidevogelmelk, adventief in natuurgebied Meerbemden te Boortmeerbeek (R. Lauwers, 30). - Siervarens in Vlaanderen (F. Verloove, 6). - Blaasvaren te Turnhout (R. Barendse, 33). - Invasieve, watergebonden plantenexoten (J. Verwaerde, 17). - Nieuwe vindplaatsen van Ijzervaren en Venushaar (E. Molenaar, 20). - Nieuwe vleugelvaren voor Antwerpen (E. Molenaar, 20). - Een beetje plantennieuw vanuit de Kortrijkse omgeving (W. Herreman, 24). - Bloeiende dotterbloemen op de Oude spoorwegberm (J. Asselberghs, 28). - Muurflora met Moerasvaren te Antwerpen (E. Molenaar, 13) - Enkele ontdekkingen op het oude Kortrijkse stort (W. Herreman, 15). - Bloeiende wilde planten begin januari 2007, omgeving Dendermonde (R. Pletick, 20). - Achillea van Waterschei op naam gebracht (E. Molenaar, 33). - Melia azedarach, nieuw voor Belgische flora (E. Molenaar, 34). - Onderzoek Aartselaar, Heimolen: neofyten aan de bron van de ellende. (E. Molenaar, 24) - Plagplaatsen tussen Moerbeke en Eksaarde (E. Molenaar, 33-34). - Vegetatieopnamen Zandven te Westmalle (Plantenwerkgroep Schijnvallei- S. Brusseleers, 54).

6


2008 (2) 2008 (3)

2009 (2) 2009 (3) 2010 (2)

- FON op stadsonderzoek in Antwerpen (E. Molenaar, 20-21). - Salix cinerea x S. viminalis determineren (E. Molenaar, 22). - Exotische muurvarens voelen zich thuis in de stad (E. Molenaar, 23). - Uitgestorven plant keert terug door natuurbeheer: Koprus (Juncus capitatus) (P. Hendrickx, 11-12). - Nieuwe soort voor Vlaanderen in Limburg: Kalketrip (M. Bex & B. Berten, 13) - Nieuwe soort voor Limburg: Duits viltkruid (M. Massonet, 13). - De Pont – een lichenenonderzoek (K. Hellemans, 9). - Natuurreservaat “De Hoofsweer” in Brecht (S. Brusseleers, 11). - Adventieve tropische varens in een kweekserre: industrieel fijn stof als een mogelijke dispersievector. (W. White, 24-25). - Hulpstukken bij plantendeterminatie (R. Steeman, 22) - Paddenbroeken Merchtem: evolutie van de plantensoorten tussen 2003 en 2009 (A. Ronse, 23-24).

Zwammen 2003 (1) 2003 (2) 2003 (3) 2003 (4) 2004 (1)

2004 (2) 2004 (3) 2006 (1)

2006 (2) 2007 (1)

2007 (2) 2008 (1)

2008 (2)

2008 (3)

2008 (4)

- Paddestoelenproject in Vlaams-Brabant – verslag werkjaar 2002 (R. Steeman). - Paddestoelenproject in Vlaams-Brabant – verslag werkjaar 2002 (R. Steeman). - Paddestoelenproject in Vlaams-brabant – verslag werkjaar 2002 (R. Steeman). - Paddestoelenproject in Vlaams-Brabant – verslag werkjaar 2002 (R. Steeman). - Paddestoelen in het voorjaar (R. Steeman, 51). - Sarcoscypha in Vlaams-Brabant (G. Buelens, 51-54). - Op gebied van paddestoelen valt er in Vlaanderen nog heel wat te ontdekken (R. Steeman, 55) - Zoek eens naar Donsvoetbundelzwammen (C. Hanssens, 51) - Sarcoscypha in ZW-Vlaanderen (C. Hanssens, 49). - Bijzondere vondsten in Vlaams-Brabant (R. Steeman, 39). - Nieuwe vindplaatsen van Violetvlekkende moerasmelkzwam (Lactarius aspideus) (R. Walleyn, W. Veraghtert & R. Steeman, 40). - Kijken naar bermpaddenstoelen (W. Veraghtert, 41-42). - Paddenstoelenproject in Vlaams-Brabant (R. Steeman, 39). - Werkgroepen op pad: opmerkelijke vondsten van 2005 (W. Veraghtert, 4041). - Paddenstoelen in stedelijke omgeving. Een aanzet tot inventarisatie in het centrum van Lier. (W. Veraghtert & R. Steeman, 39) - Paddenstoelenproject Vlaams-Brabant, realisatie van een provinciale atlas (R. Steeman, 40-42). - Zwamvlok heeft weer een vruchtbaar jaar achter de rug. (H. Derder, 44-45). - De Vliegenzwam (Amanita muscaria), opvallend aanwezig in het najaar van 2006. (C. Bruggeman, 46). - Paddenstoelenproject Vlaams-Brabant (R. Steeman, 41-45). - Podoscypha multizonata te St.-Gillis-Waas (L. Noens, 65) - Uitgestorven paddenstoel gevonden in de Westhoek (Lactarius sanguifluus, K. Van den Broeck, 65). - Paddenstoelen in het kanaalreservaat (E. Vanaelst, 66). - Paddenstoelenproject Vlaams-Brabant (R. Steeman, 43). - De ridderzwammenfamilie ondersteboven gehaald (W. Veraghtert, 43). - Rode-kelkzwammeninvasie in Vlaanderen. (R. Steeman, 44). - Kijk eens naar….korstzwammen (W. Veraghtert, 45-48). - Vallende aardsterren (R. Steeman, 49). - Paddenstoelen in eigen tuin (R. Steeman, 55). - Verrassingen op houtsnippers eind april (R. Steeman, 56). - De eerste symbionten verschijnen eind mei (R. Steeman, 56). - Echte hanenkam verschijnt in de zomer (R. Steeman, 57). - Wat stinkt daar in het bos? (R. Steeman, 57). - Ozonium (H. Derder, 59). - Wasplatenzoektocht in het Dijleland (R. Steeman, 63). - Zwarte amaniet in de pers (R. Steeman, 64).

7


2009 (1) 2009 (2) 2009 (3)

2009 (4)

2010 (1) 2010 (2) 2010 (3)

- Wim Delvoye heeft tweede vindplaats van Podoscypha multizonata in zijn tuin (R. Steeman, 64). - Elzenkatjesmummiekelkje en verwanten (R. Steeman, 56). - Lenteknotszwam, een indicator voor natte heide (R. Steeman, 57). - Gemakkelijk herkenbare korstjes (W. Veraghtert, 57). - Natuurpunt Ninove op zoek naar voorjaarszwammen (W. Veraghtert, 57). - Tussen het veenmos (R. Steeman, 53). - Zonderlinge vondst op houtsnippers: Knolletjesleemhoed, Agrocybe arvalis (R. Steeman, 54) - Uitkijken naar kringen in het mos: Chromocyphella muscicola (R. Steeman, 54). - Exotische zwammen (R. Steeman, 53). - Twee nieuwe aardsterren voor Vlaams-Brabant (R. Steeman, 54). - Drie nieuwe satijnzwammen voor Vlaanderen (R. Steeman & W. Veraghtert, 54) - Altijd iets te vinden in holle wegen (R. Steeman & W. Veraghtert, 56). - Oorzwammetjes op naam brengen (R. Steeman, 56). - De Peperbus ook in ons land gevonden (P. Debaenst, 57). - Reist de bloemaardster mee met zoutminnende planten? (R. Steeman, 58). - Inventarisatie macrofungi Buitengoor (H. Stappaerts & H. Stappaerts, 53-65). - Drie nieuwe soorten voor Limburg in het Munsterbos (Mycolim, 53). - Opmerkelijke vondsten in de graslanden van het Dijleland (R. Steeman & B. Bergmans, 55). - De Olijfgroene aardtong haalt de pers (R. Steeman & W. Veraghtert, 56). - Verslag paddenstoelentelweekend 16-17 oktober (R. Steeman, 54).

Studiedagen in het voorjaar LIKONA - 21STE CONTACTDAG Op zaterdag 21 januari 2012 organiseert de Limburgse Koepel voor Natuurstudie haar jaarlijkse contactdag in de Universiteit Hasselt, Campus Diepenbeek. Vanaf 8.45 uur is iedereen welkom in Gebouw D van de Universiteit Hasselt, Campus Diepenbeek, Agoralaan in Diepenbeek. Na de plenaire zitting die start om 9.15 uur en waar het verloop van de dag wordt toegelicht, krijgen een aantal sprekers de gelegenheid om kort, maximum 5 minuutjes, een interessant aspect van een onderzoek voor te stellen. Daarna zijn er de vergaderingen van alle LIKONA-werkgroepen. Tijdens de middagpauze zijn er de boeken- en informatiestands en is er gelegenheid om interessante contacten te leggen. In de voormiddag brengen de verschillende werkgroepen van LIKONA verslag uit over hun werking van het voorbije jaar en interessante onderzoeksresultaten uit hun interessegebied en in de namiddag worden de langere voordrachten gegeven over wetenschappelijk onderzoek in Limburg. Roland Dreesen vertelt je alles over Limburgse duivelstenen. Wesley Tack en Kris Verheyen geven uitleg over teken in het bos. Kris Hermans en de 8


Limburgse natuurfotografen nemen je mee naar de mooiste plekjes in Limburg. Ruben Evens bespreekt de resultaten van het gebruik van telemetrie bij de habitatselectie van nachtzwaluwen en Marijke Thonen licht de bescherming van natuurwaarden in de provincie Limburg toe. Frank Smeets, gedeputeerde van Leefmilieu en tevens voorzitter van LIKONA, sluit de contactdag af. Voor het volledige programma van de contactdag (details van de korte mededelingen, voordrachten binnen de werkgroepvergaderingen) kan men terecht op www.limburg.be/likona. Voor inlichtingen en inschrijvingen kan men tijdens de kantooruren terecht bij het LIKONA-secretariaat in Het Groene Huis, tel. 011 26 54 62, fax 011 26 54 55, e-mail: likona@limburg.be

ANKONA – 15e ontmoetinsdag Klimaatverandering – tendens van inheemse naar uitheemse soorten? Op zaterdag 11 februari 2012 organiseert de Antwerpse Koepel voor Natuurstudie haar jaarlijkse contactdag in de UA-Campus ‘Groenenborger’, Groenenborgerlaan 171 in Antwerpen. Vanaf 9u20 is iedereen welkom voor koffie/thee.

Na de verwelkoming door de gedeputeerde van Leefmilieu (Rik Röttger) kan je kiezen tussen 4 workshops met verschillende voordrachten die doorgaan van 10u00 tot 12u00. Tijdens de middagpauze zijn er diverse boeken- en informatiestands en is er gelegenheid om natuurfims van eigen bodem te bekijken. Van 13u45 tot 15u15 gaat er een praktische workshop door die wordt gegeven door Wouter Vanreusel: “Waarnemingen invoeren en raadplegen op het veld: nieuwe mobiele toepassingen van waarnemingen.be’ Ondertussen vertelt Kristine Wuyts (Lierse plantenwerkgroep) over de monitoring van het Zomerklokje in de Kleine Netevallei. Frank Van Campen (KAGM) maakt u wegwijs in micoscopische technieken en Tanya Cerulus (LNE) leert ons de onlinetool “Natuurwaardeverkenner” gebruiken. Tenslotten geeft Marion Crauwels (KULeuven) ons tips om meer toegankelijk (schriftelijk) te communiceren over biodiversiteit en brengt Maya Verlinden (UA) de effecten van klimaatopwarming op exotische versus inheemse planten in kaart. De ontmoetingsdag wordt afgesloten met een receptie. Voor het volledige programme en inschrijven kan je terecht op www.ankona.be (ontmoetingsdagen). 9


BRAKONA - 13e contactdag Natuur en techniek Op zaterdag 4 februari organiseert de Brabantse koepel voor Natuurstudie haar jaarlijkse contactdag in het provinciehuis in Leuven (Provincieplein 1).

De laatste jaren ontwikkelde het digitale tijdperk in sneltempo en veroverde ook de wereld van de natuurstudie. Internettools en technische snufjes schieten als paddenstoelen uit de grond. Maar vormen die zaken nu werkelijk een meerwaarde? Tijdens de voormiddag krijg je in enkele presentaties te horen welke voordelen de huidige technieken kunnen bieden op vlak van soortbescherming en natuurbehoud. Na de lunchpauze wordt tijdens parallelle workshops ingegaan op enkele technische snufjes en de monitoring van koesterburen. Uiteraard zal, naar goede jaarlijkse traditie, eveneens de aandacht uitgaan naar projecten met en door vrijwilligers die ook in 2011 de biodiversiteit in de kijker zetten. Tijdens de pauzes kan je eens langslopen bij de infostands en ook de Natuurpunt boekenwinkel zal dit jaar weer aanwezig zijn met een uitgebreid aanbod aan boeken. Deze dag vormt dus de ideale gelegenheid voor vrijwilligers en andere natuurstudieactievelingen om elkaar te ontmoeten en ervaringen en bevindingen uit te wisselen. Het belooft een boeiende dag te worden met voor ieder wat wils! Voor het volledige programma en inschrijvingen kan je terecht op www.brakona.be of brankona@natuurpunt.be Je inschrijving is geldig na storting van 5 euro (incl. broodjeslunch en koffiepauzes) op rekeningnummer 230-0524745-92 uiterlijk 27 januari 2012 met vermelding van je naam en ‘Brakona contactdag 2012’.

West-Vlaamse Natuurstudiedag Zaterdag 3 maart gaat in de KULAK te Kortrijk de West-Vlaamse natuurstudiedag door met als thema Klimaatverandering. Meer info vind je hier http://www.kuleuven-kortrijk.be/natuurstudiedag/

10


Nieuwsbrief MOSSEN & LICHENEN

11


Werkgroep Mossen en Lichenen een symbiose tussen Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud & Natuurpunt Contactpersonen Natuurpunt EDUCATIE Hans Vermeulen (014/47.29.50) Graatakker 11, 2300 Turnhout ARTIKELS & INFO Roosmarijn Steeman (015/29.72.22) Coxiestraat 11, 2800 Mechelen

Vlaamse Werkgroep Bryologie en Lichenologie (VWBL) Voorzitter: Dries van den broeck dries.vandenbroeck@telenet.be Secretaris: Geert Raeymaekers geert.raeymaekers@skynet.be Bibiliotheek Vlaamse Werkgroep Bryologie en Lichenologie: Serge Hoste Serge.hoste@ugent.be

Doelstellingen Werkgroep * bijdrage vormen voor natuurbehoud/beheer * ecologisch onderzoek * verspreidingsonderzoek * popularisatie van de (korst)mossenstudie * stevige band met educatie: cursussen en initiatie-excursies * publicaties

De Werkgroep Mossen en Lichenen FON - Natuurpunt is een symbiose tussen de Werkgroep Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud en Natuurpunt. De werkgroep F.O.N. bestudeert al meer dan een decennium de mossen van ons land. De werkgroep opereerde in het verleden hoofdzakelijk in het Antwerpse maar richtte ook tal van excursies elders in, o.a. naar WalloniĂŤ en het buitenland. De werkgroep staat open voor iedereen die geĂŻnteresseerd is in mossen en/of lichenen, leken of gevorderden. Op de excursies worden beginners met zorg opgevangen (educatie). Er wordt tevens veel gewerkt aan feedback naar de leden. Met dit alles poogt de werkgroep zijn steentje bij te dragen aan zowel mossen- en lichenenstudie, als aan het natuurbehoud.

Ook jij kan iets bijdragen aan deze nieuwsbrief!

12


De Vlaamse Werkgroep Bryologie en Lichenologie (VWBL) in 2011 en 2012 Herman Stieperaere, Dirk De Beer en Dries Van den Broeck Dit jaar werd hard gewerkt aan een samenwerkingsakkoord tussen de VWBL en Natuurpunt Studie. Begin 2012 wordt dit project in principe op onze Algemene Vergadering afgerond. In dit kader volgt nu een beknopt verslag van onze activiteiten en de excursielijst voor 2012. Iedereen is welkom op onze Algemene Vergadering in de nationale Plantentuin te Meise op 21 januari, maar uiteraard hebben alleen leden stemrecht. Verslagen excursies 19 maart 2011 – Zaadboomgaard Hallerbos Een tiental deelnemers kwam opdagen. Bryologisch geen buitengewone excursie zonder echt bijzondere vondsten, eerder met het te verwachten “assortiment” van aangeplant loofhout. Op een plagplek met jonge heide vonden we Klein rimpelmos (Atrichum tenellum), maar op een schraallandje met Heidekartelblad (Pedicularis silvatica) stonden alleen algemenere soorten. Op enkel hopen verse leem konden de liefhebbers van het kleine grut zich wat uitleven, maar ook dat leverde weinig meer op dan Klein kortsteeltje (Pleuridium acuminatum), Klein gezoomd vedermos (Fissidens viridulus) en Hakig greppelmos (Dicranella schreberiana). Langs de Kapittelbeek werd tenslotte nog Kammos (Ctenidium molluscum) gevonden, een onverwachte soort in deze omgeving. Wel leuk om op het einde van de excursie een vuursalamander te zien en te redden uit de klauwen van een pad. De lichenologen, met slechts twee deelnemers duidelijk in de minderheid, noteerden toch 64 taxa (60 lichenen en 4 lichenicole fungi). Op een kapvlakte tegenover het bos aan de ingang van het reservaat troffen we op een vrijstaande vlier (Sambucus) massaal Licht muggenstrontjesmos (Piccolia ochrophora) aan. Dit taxon wordt hier de eerste maal voor het Brabants district opgegeven net als Steeloogje (Micarea misella) die we op een stronk verzamelden. Een holle weg leverde geen bijzonderheden op. Na de middagpauze begonnen we met het deel van het bronbos aan de Kapittelbeek. Ondanks de mooie voorjaarsflora met o.a. Bosanemoon, Gevlekte aronskelk en Muskuskruid, konden we er slechts enkele algemene soorten noteren. Tenslotte bekeken we een lorkenbos met een rijke korstmosflora, vooral op de takken. Daar vonden we nog Gele poederkorst (Chrysothrix candelaris) en Tubeufia heterodermiae. Deze laatste is een lichenicole fungus die nog maar van een vijftal locaties in België bekend is. Vermoedelijk wordt deze wel eens over het hoofd gezien. 2 april 2011 - Kolintenbos en Bos van Aa (Zemst-Laar) Het mooie voorjaarsweer zorgde voor een ongewoon grote belangstelling (18 deelnemers!). We startten met het Kollintenbos. Aanvankelijk was de oogst maar zeer mager, tot we aan een maïsstoppel kwamen met Gerand blaasjesmos (Sphaerocarpos texanus), Gewoon hauwmos (Anthoceros agrestis) en landvorkjes, o.a. Violet landvorkje (Riccia subbifurca). Tegen de middag bereikten we een essenbosje met een ongehoord rijke epifytenbegroeiing: Staafjesiepenmos (Zygodon 13


conoideus), Blauw boomvorkje (Metzgeria violacea), Gewoon pelsmos (Porella platyphylla) en zelfs Weerhaakmos (Antitrichia curtipendula). De lichenologen noteerden er Gewoon schriftmos (Graphis scripta) op Gewone es (Fraxinus excelsior). De namiddag brachten we door in het Bos van Aa. Op dit zeer geaccidenteerde terrein vonden we zowel soorten van relatief zuur milieu met de exoten Grijs kronkelsteeltje (Campylopus introflexus) en Gaaf kantmos (Lophocolea semiteres) als eerder kalkminnende mossen zoals Gewoon diknerfmos (Cratoneuron filicinum) en Stomp dubbeltandmos (Didymodon tophaceus). De zeldzaamste korstmossoorten groeiden op de grond in de oostelijke graslanden, het voormalige crossterrein: Knobbelig heidestaartje (Cladonia cariosa) en de lichenicole fungus Pronectria robergei, groeiend op Soredieus leermos (Peltigera didactyla), 7 mei 2011 – Averegten (Heist-op-den-Berg, Hallaar) Een milde schenking door Herman in het plaatselijke Mariabedevaartsoord Hallaar mocht helaas niet baten: de excursie startte wat in mineur. De oever van een recent gegraven poel, vorig jaar nog massaal begroeid met Geel hauwmos (Phaeoceros carolinianus) en andere mooie pioniers, was nu overwoekerd door Watercrassula (Crassula helmsii). Toch leverde de dag nog een mooi lijstje op met 79 soorten, te danken aan onder meer enkele rijkelijk met epifyten begroeide jonge bosaanplanten met es en esdoorn. Deze leverden niet minder dan 9 soorten haarmuts op (Orthotrichum sp.). De dag eindigde met Groot kortsteeltje (Pleuridium subulatum), geen gewone verschijning in deze omgeving. 4 juni 2011 - de Maten te Genk Wie graag Bekermossen (Cladonia’s) en zuurminnende korstmossen wil zien of leren kennen, wordt in De Maten extra verwend. Op de Zomereiken troffen we er een zeer weelderig licheenflora aan met veel zuurminnende soorten waarvan Gewoon baardmos (Usnea subfloridana) en Purper geweimos (Pseudevernia furfuracea) de meest bijzondere zijn. Op de stuifduinen troffen we een mooi geheel van bekermossen met onder andere Gebogen rendiermos (Cladonia arbuscula subsp. squarosa), Girafje (C. gracilis), Open heidestaartje (Cladonia crispata ) en Sierlijk rendiermos (Cladonia ciliata). Het IJslands mos (Cetraria islandica) werd niet gevonden. Nochtans werd dit taxon nog aangetroffen op 23/01/2011 in de Maten (www.waarnemingen.be) en is dit dus nog steeds aanwezig. Daarnaast werd op dakpannen Dijkstrontjesmos (Buellia occelata) nieuw voor het Kempens district gevonden. De bryologen waren minder opgetogen: door het uitzonderlijk droge voorjaar was op de drogere plekken alle mos verschroeid en van de natte plekken werden we weggehouden door horden muggen en dazen. Er werd dus niets noemenswaardigs genoteerd, ook naar Goudklauwtjesmos (Hypnum imponens), hier nog aanwezig op 11 oktober 2003, werd vruchteloos gezocht. 1 tot 4 september 2011 - weekend Luxemburg Begin september werd een lichenologisch en bryologisch weekend georganiseerd in de Oesling, de Luxemburgse Ardennen, samen met de 14


Bryologische en lichenologische Werkgroep uit Nederland. Er waren deelnemers uit België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland en er werden een aantal soorten nieuw voor Luxemburg gevonden. Sommige van deze soorten zijn zelfs nieuw voor België, Luxemburg en Noord Frankrijk. Voor een volledig overzicht van de mossen is het nog te vroeg, nog niet alles is gedetermineerd. Een feit is dat er een aantal zeer mooie vondsten gedaan zijn. Twee mossen werden nooit eerder in het Groothertogdom waargenomen: Oermos (Archidium alternifolium) en Kalkroestvoetje (Bryoerythrophyllum ferruginascens). Maar ook soorten als Geweitrapmos (Lophozia longidens), Bergtrapmos (L. sudetica), Groot gootmos (Tritomaria quinquedentata), Tongschoffelmos (Scapania lingulata), Greppeldraadmos (Cephaloziella stellulifera) of Plooimuts (Ptychomitrium polyphyllum) kom je zelfs in onze Ardennen zelden tegen. 17 september 2011 – Vloethemveld (Zedelgem) Het Vloethemveld (toen nog het Munitiedepot Zedelgem) werd door de VWBL al bezocht in 1983 en 1999 (STIEPERAERE H., 2003). Alhoewel er nog altijd veel heiderestanten waren in 1999, was het terrein toen al sterk dichtgegroeid. Na de verwerving als natuurgebied, heeft het ANB heeft hier enkele jaren geleden in het kader van de natuurinrichting van het domein tientallen hectaren opengemaakt en geplagd. Die stukken worden nu gedomineerd door pioniersmossen van zuur milieu: vooral Klein rimpelmos (Atrichum tenellum), maar ook Grof goudkorrelmos (Fossombronia foveolata), Echt vleugelmos (Nardia scalaris), Hol moerasvorkje (Riccardia incurvata), Dik landvorkje (Riccia beyrichiana), Oermos (Archidium alternifolium), Oranjeknolknikmos (Bryum tenuisetum), Gebogen smaltandmos (Ditrichum heteromallum), Klein smaltandmos (D. pusillum) en Kleine viltmuts (Pogonatum nanum). Tijdens een dergelijke excursie krijg je maar een gedeelte van de aanwezige soorten te zien. Toch is het een veeg teken dat wij o.a. Broedkelkje (Gymnocolea inflata) en Cederhoutmos (Lophozia bicrenata), gevonden in 1983, daarna niet meer terugzagen. Het Vloethemveld bleek lichenologisch niet bepaald een hoogvlieger. Als enige bijzondere soort werd Hamsteroortje (Normandina pulchella) aangetroffen, een soort die zich in Vlaanderen sterk aan het uitbreiden is. Na de schitterende Romaanse doopvont in de kerk van Zedelgem als fraai begin ’s morgens, was een Grote zilverreiger die zich minutenlang liet bewonderen, een waardige afsluiter van de dag. 8 oktober 2011 – Maldegemveld (Maldegem) In het Drongengoedbos heeft Natuurpunt sinds 1993 (en vooral na 1999) met bijdragen uit een Life-natuurproject grote stukken naaldbos aangekocht die omgevormd worden naar heide, het natuurreservaat Maldegemveld. Het Middeleeuwse Maldegemveld was echter veel groter en strekte zich uit van Oedelem tot Oostwinkel. Het Drongengoedbos is het grootste bebost restant van dit heidegebied. Zoals te verwachten, wordt de mosflora ook hier sterk bepaald door pioniersoorten: Klein rimpelmos (Atrichum tenellum), Grof goudkorrelmos (Fossombronia foveolata), Hol moerasvorkje (Riccardia incurvata), Oermos (Archidium alternifolium), Oranjeknolknikmos (Bryum tenuisetum), Gebogen smaltandmos (Ditrichum heteromallum) en Klein 15


smaltandmos (D. pusillum) waren weer op het appel. Meeste indruk maakte echter een oude greppel, dichtgeschoven met de toplaag van een oude akker. Naast relatief veel gewone akkermossen groeide er ook veel Gewoon hauwmos (Anthoceros agrestis). Deze soort is door het gewijzigde akkerbeheer nog nauwelijks te vinden, het was dus een buitenkansje om ze hier te zien. Op nattere plaatsen vonden wij de drie gewone veenmos-pioniersoorten. In het uitgewerkte verslag in Muscillanea zullen ook de gegevens verwerkt worden van een VWBL-excursie in 2004 en een privé-excursie dit jaar. Momenteel zijn tijdens deze excursies 111 soorten gevonden, maar de lijst is zeker voor aanvulling vatbaar: slechts een relatief klein deel van het reservaat werd grondig bekeken. Omdat op de excursie 4 mensen aanwezig waren die recent een cursus epifytische korstmossen gevolgd hadden, werd heel veel aandacht besteed aan het determineren van korstmossen met behulp van een sleutel. Het meest interessante stuk bleek een gekapt stuk naaldbos bij een grote poel met op de stronken negen bekermos-soorten (Cladonia). November - Voor de excursie naar het militair domein in Marche-en Famenne kon helaas geen toelating verkregen worden. Muscillanea, tijdschrift van de VWBL. Van het dertig jaar oude tijdschrift van de VWBL, verschenen in 2011 twee nummers. Muscillanea 30 voorzien voor 2010, kon pas in januari 2011 verschijnen. Hierin artikels over de mossen en de korstmossen van twee bosreservaten (Helschot en Varenbroek) in de bossen van De Merode en het kerkhof van Steenbrugge: het lichenenrijkste kerkhof van Vlaanderen (al 145 soorten op de teller). Verder een verslag van de korstmossendriedaagse in de provincie Limburg die onverwachte vondsten opleverde van Strodakmos (Leptodontium gemmascens) en een verslag van de mossen van De Heirnisse en De Fondatie van Baudelo te Sinaai-Waas. Helaas moesten we ook twee in memoriams opnemen: voor Leo Andriessen (1942-2010) en ons erelid Broeder Joris De Ruyver (1913-2010). Muscillanea 31 verscheen eind november met vier grotere artikels, samen meer dan 50 pagina’s. Wouter Van Landuyt rapporteert over ‘Een gecentraliseerde databank voor de bryologie in Vlaanderen’. In 2009 kwamen het INBO de Nationale Plantentuin en de VWBL tot een akkoord om een database van de mossen (en in de toekomst ook de lichenen) van Vlaanderen samen te stellen. Alhoewel verschillende belangrijke bronnen nog niet ingevoerd zijn, omvat de database al ruim 65.000 gegevens. Een eerste analyse van de epifytische mossen illustreert het sterke herstel van decennialange luchtvervuiling sinds 1990. Herman Stieperaere schrijft een geschiedenis van dertig jaar Muscillanea, naar aanleiding van de index van de eerste dertig nummers. Deze index kan binnenkort via het internet geraadpleegd worden. In enkele impressies van de mossen en de lichenen van het Walenbos bespreken Herman Stieperaere en Dries Van den Broeck de mossen en de lichenen van het Vlaams natuurreservaat Het Walenbos in TieltWinge, gebaseerd op VWBL-excursies in 1991 en 2009. Ook in dit gebied is er een opvallende uitbreiding van de epifytenflora te merken: aan de acht soorten 16


in 1991 voegden wij er negen toe in 2009. Er werden 46 soorten lichenen gevonden. Dit geeft zeker een onvolledig beeld van de flora van het bos: veel stukken moeten nog bekeken worden. Tenslotte geeft Dries Van den Broeck een overzicht van de toestand van zijn atlasproject lichenen en lichenicole fungi in de provincie Antwerpen en een verslag van 12 excursies in 2009-2010. In totaal zijn nu al 367 taxa gevonden. Tijdens de campagne 2009-2010 zijn 230 taxa genoteerd met ruim 90 soorten per excursie. Vier soorten waren nieuw voor de provincie Antwerpen, drie nieuw voor het Vlaams gewest: Stoffige schotelkorst (Lecanora orosthea, Sierlijk takmos Ramalina pollinaria en Granietschildmos Xanthoparmelia conspersa) Referentie STIEPERAERE H. (2003) - De mossen van twee West-Vlaamse militaire domeinen: Houthulst en Zedelgem. Muscillanea 23: 18-31. Excursieprogramma 2012 Alle excursies gaan door op zaterdag. M: Mossen en L: lichenen; V: Excursieverantwoordelijke; in vetjes staan de excursies die kaderen in het samenwerkingsakkoord tussen VWBL en Natuurpunt Studie. Contactgegevens excursieverantwoordelijken: Herman Stieperaere: tel. 02 2697985 Dirk De Beer: gsm 0474 737395 Dries van den Broeck: gsm 0472 570428 Geert Raeymaekers:gsm 0473 591324 21 januari: Algemene Vergadering VWBL (Nationale Plantentuin, Meise, Van Heurckauditorium). Iedereen is welkom. We starten om 9u45. Belangrijke punten op de agenda: lezing door Wouter Van Landuyt over de database mossen; vervallen van mandaten secretaris (Geert Raeymaekers is opnieuw kandidaat), penningmeester (Dirk De Beer is opnieuw kandidaat) en adviseur (stel uw kandidatuur!); voorstel excursiekalender 2012; financieel verslag, werkingsverslag; bevestigen samenwerkingsakkoord met Natuurpunt Studie; varia. Er is koffie voorzien. 17 maart: Molenheide (Aarschot, Vlaams-Brabant): M & L; samenkomst om 9u30 aan de kerk van Langdorp. V: Geert Raeymaekers; Voor een beschrijving zie http://www.natuurpuntaarschot.org/4627/11801.html. 14 april: Wijnendalebos (Torhout & Ichtegem, West-Vlaanderen); samenkomst om 9u30 op de parking aan de ingang van het Wijnendalebos, tussen Torhout en Oostende. M & L; V: Herman Stieperaere. Het uitgestrekte bosgebied werd lang geleden al eens bezocht door een VWBL-excursie maar er verscheen geen verslag in Muscillanea. Er komt zowel nat bos als zuur eiken-berkenbos voor. Afhankelijk van een toelating, bekijken wij ook het bosreservaat. Een folder met plannetje van het bos kun je downloaden van http://www.natuurenbos.be/nlBE/Domeinen/West-Vlaanderen/Wijnendalebos.aspx#leesmeer 5 mei: Bos te Ename (Ename, Oost-Vlaanderen); M & L; V: Dries Van den Broeck; Samenkomst om 9u30 aan de kerk van Ename. Op waarnemingen.be worden 41 korstmossen opgegeven van het Ename bos met het Groen schorssteeltje (Chaenotheca brachypoda) als meest bijzondere soort. Tijdens de excursie zullen we proberen dit taxon terug te vinden alsook het aantal korstmossen de hoogte in te jagen. Er is vroeger al eens door de VWBL naar mossen gekeken, helaas zonder verslag.

17


2 juni: Het Griesbroek (Balen, Antwerpen): M & L; V: Dirk De Beer; Afspraak: 9u30 aan de kerk van Balen. 7 tot en met 9 september. Weekendexcursie naar het Groot Hertogdom Luxemburg; M & L, Dirk De Beer (mossen) en Dries Van den Broeck (korstmossen). Het jaarlijks weekend brengt ons opnieuw naar het Groot Hertogdom Luxemburg waar we gedurende drie dagen oude steengroeven in het zuidwesten met ijzerrijk gesteente zullen uitpluizen. Volgens Paul Diederich, die de lichenologen zal begeleiden, zijn deze groeven uitermate interessant voor korstmossen. Er zullen waarschijnlijk weer nieuwe soorten voor Luxemburg gevonden worden. Wat het verblijf betreft zal een camping voorzien worden waarvan het adres later zal meegedeeld worden. Er zullen excursies zijn op vrijdag, zaterdag en zondag. Deze beginnen iedere dag om 9u00 aan de camping. Aanmelden bij dries.vandenbroeck@telenet.be (ook de bryologen!). 29 september: De Gulke Putten (Beernem, West-Vlaanderen): Samenkomst om 9u30 op de parking van de Gemeenschapsinstelling De Zande, Bruggesteenweg 130, 8755 Ruiselede; M & L; V: Herman Stieperaere; In het reservaat een mooi relict natte heide met veenmossen, nat hakhout en grote stukken met omvormingsbeheer naar heide en ven (http://www.studiokontrast.com/nr/07_gulke.html). 13 oktober: Turnhouts Vennengebied (Turnhout, Antwerpen): M & L; V: Dirk De Beer; Afspraak: 9u30, ergens op de Steenweg op Baarle-Hertog, moet nog verder onderzocht worden. Hou de website in het oog (http://www.plantenwerkgroep.be/index.php?view=25). 27 oktober: Militair domein ‘Klein Schietveld’ (Brasschaat, Antwerpen): M & L; V: Dirk De Beer. Afspraak: 9u30 in Brasschaat, helemaal op het einde van de Bondgenotenlei, doorrijden tot het verbodsbord. Een excursie naar Houthulst – militair domein (Houthulst, West-Vlaanderen) kan alleen doorgaan in de week, niet tijdens het weekend. De datum is nog niet vastgelegd. Wie belangstelling heeft voor deze excursie in de week, meldt zich bij Herman Stieperaere (herman.stieperaere@br.fgov.be) met je paspoortgegevens (maximaal 10 deelnemers). Er wordt ook naar lichenen gekeken. Wij bezochten met de VWBL dit deel van Houthulstbos al meerdere keren (zie verslag in Dumortiera 23). Er zijn ingrijpende natuurinrichtingswerken gebeurd. Er is veel kans op Enthostodon obtusus (gezien in 2002) en kleine pioniersoorten. Cursus: in november worden nog drie zaterdagen gepland met een inleiding tot de bryologie (Beisbroek bij Brugge). Data en agenda moeten nog geregeld worden; V: Herman Stieperaere met Dirk De Beer voor de excursies. Nadere gegevens volgen: hou de website in het oog (http://www.plantenwerkgroep.be/index.php?view=25).

18


Herinneringen aan Chris Buter (Anna Paulowna [vanaf 2012 met Wieringen, Wieringermeer en Niedorp samengevoegd] 11 juni 1935 – Breda 20.10.2011)

Juul SLEMBROUCK, Vera TETSCH, Chris JANSSENS, Jan DIRKX De FON-werkgroep (Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud) richt zich vooral op het botanisch onderzoek van landschappen, die beschermd en beheerd zijn dan wel voor aankoop door het natuurbehoud in aanmerking komen. Oorspronkelijk was de werkgroep een plantenwerkgroep, maar door omstandigheden kwamen mossen en de korstmossen op het voorplan en ontstond de afdeling “FON-mossen en lichenen”. Eén onzer (VT) vroeg zich eens af waarom wij ons onderzoek hoofdzakelijk tot de Vlaamse Kempen beperkten (buiten de jaarlijkse uitstap met onze franstalige vrienden naar Wallonië). De Kempen strekken zich inderdaad uit tot ver in Nederland en dus werd er contact gezocht met de BLWG. Wij vernamen dat een groep actieve bryologen stelselmatig allerlei landschappen in het westen van Noord-Brabant onderzochten. De kennismaking gebeurde voor de eerste keer in De Biesbosch met een flinke groep bryologen, waar wij Chris BUTER als stuwende kracht leerden kennen. Dat eerste bezoek leidde tot volgende onderzoeken aan de Biesbosch, waaraan onze Waalse vrienden ook deelnamen. Daar leerden wij Timmia megapolitana kennen, een epifyt in wilgenvloedbos en de enige WestEuropese vindplaats. Samen werd overlegd waarheen de Brabantse/Vlaamse werkgroep zijn gezamenlijke onderzoeken zou verder zetten. De Dintelse gorzen, het Mastbosch van Breda (waar wij overvloedig het Vertakt haarmos konden bewonderen), de Dordtse Biesbosch, enz…. Telkens gebeurden er meerdere bezoeken, tot heel het gebied onderzocht was. Grensoverschrijdende projecten werden aangevat: de Strijbeekse Heide en de oeverbiotopen langsheen de grensbepalende Strijbeek. Dank zij Chris BUTER werd Vlaanderen een soort rijker: Bergboogsterrenmos (Plagiomnium medium)1, dat daar ten noorden van de beek (Noord-Brabant) en vervolgens ten zuiden van de beek (provincie Antwerpen) in éénzelfde kwartierhok werd aangetroffen. In 2007 waren hiervan slechts drie vindplaatsen in Nederland bekend (VAN TOOREN & SPARRIUS, 2007) en ook in Wallonië is het mos een zeldzame verschijning (DE ZUTTERE & SLEMBROUCK, 2004). Chris nodigde al zijn bryologie-vrienden uit om een grote hoeveelheid fraaie plantjes met in tros staande kapseltjes op hun groeiplaats te komen bewonderen, nog vóór de 1

In een beekbegeleidend Alnetum, over grote oppervlakte, uitbundig kapselend.

19


publicatie van het voorkomen van de soort aldaar: het najagen van roem ‘als eerste vinder’ was hem vreemd (Zie zijn bijzondere nota in VAN TOOREN & SPARRIUS 2007) Een ander, veel groter opgevat grensoverschrijdend project volgde. Het beekdallandschap van het Merkske, dat ooit door Joop MENNEMA in het licht werd gesteld (MENNEMA, 1973), kreeg 51 bezoeken over 22 km². Er werden veel soorten gevonden in allerlei landschapstypes en een uitgebreid en geïllustreerd verslag volgde. Dit werd hoofdzakelijk door Chris BUTER opgesteld met medewerking van een reeks onderzoekers van mossen en lichenen. Dit werk werd niet minder dan 207 pagina’s dik. Wij vonden daar o.m. overvloedig het (door sommige taxonomen betwiste) Puntsikkelmos (BUTER & SLEMBROUCK, 2006). Dit onderzoek leverde 152 soorten bladmossen, één Hauwmos en 34 soorten levermossen op. Terloops: In de verslagen ontbreekt een bijdrage niet over de vaatplanten,en/of de paddenstoelen, en/of de korstmossen en/of andere levensvormen, die tijdens de onderzoeken werden aangetroffen. Een uitdrukkelijke wens van hem. Alle landschappen, die wij met Chris bezochten, bleken belangrijk voor mossen. Jan Dirkx stelde als conservator van het Buitengoor (Mol) een mossenonderzoek in zijn natuurgebied voor. De inventarisatie gebeurde stelselmatig, om de week, gedurende twee jaar … Het werd het hoogtepunt van de werking van de Nederlands/Vlaamse groep: 220 soorten, waarvan 47 Rode-Lijstsoorten, waaronder tallozen, die in Vlaanderen alleen dààr te vinden zijn. Zijn enthousiasme kende dan ook geen grenzen: hij nodigde de fine fleur van de Nederlandse bryologie uit om de bryologische rijkdom daar te komen ervaren. En zij kwàm! De meest frappante vondst ooit, was het levermos Riccardia latifrons (Moerasvorkje) in het Buitengoor. Vera, Juul en Chris BUTER stonden op een afstand van zowat 15 m van elkaar, allen kijkend naar oude stobben van pijnbomen in een ondiep moeras. Het was Chris BUTER die, na enige aarzeling, de naam riep. “Dan staat dat ook hier” riepen wij beide, min of meer gelijktijdig. En dit bleek ook zo te zijn! Het mos werd nergens anders nog gevonden. Het project “Buitengoor” werd een samenwerking van velen: Philippe DE ZUTTERE, Herman STIEPERAERE en André SOTIAUX zagen tal van soorten na. Mogen zijn verslagen soms wat uitgesponnen zijn, zij richten zich voor een aanzienlijk deel tot degenen die geen mossen kennen. Maar na deze kennismaking, hielden zij logischerwijze van dan af rekening met hen, vooral in het beheer van de onderzochte gebieden. Chris BUTER was bijzonder aangetrokken door het Vertakt haarmos, het Gewoon-haarmoscomplex en het Klauwtjesmoscomplex. Bijzondere soorten als het Puntsikkelmos (Warnstorfia pseudostraminea) verdedigde hij met overtuiging als “echte soort”. Wij leerden elkaar vóór, tijdens en na de wandelingen kennen: Chris BUTER was veruit de meest enthousiaste onderzoeker en als specialist stond hij steeds voor uitleg en verhalen over vondsten klaar. Hij werkte op een systematisch manier: zijn convoluutjes zijn voorbeelden van welke informatie bewaard moet worden. Altijd zorgde hij ervoor dat de resultaten van het onderzoek steeds 20


voor de wetenschap beschikbaar zijn. Hij kon na de wandeling nooit naar huis zonder aan de nog tijd hebbende onderzoekers in een nabijgelegen restaurantje een pannenkoek-met-spek aan te bieden. Hij was een echte “gezelligheidsmens”, die genoot van het samenzijn met goede vrienden na de inspanning-in-het-veld. Zijn meest bekende uitdrukking - overigens gekend door alle bryologen, die met hem op stap gingen - was: “Moet jij klapjes ?” of “Moet jij soms klapjes ?”. Dit kreeg iedereen te horen die het waagde een mos een verkeerde naam te geven … Daaruit blijkt dat hij de humor tijdens de wandelingen nooit vergat. Toen één onzer (JS) een ontwerp van beschrijving van de verschillende types van bryologen toonde, maakte hij er een regelrechte determinatietabel van, wat een unicum mag heten in de geschiedenis van de bryologie! (SLEMBROUCK & BUTER, 2006) Hij schilderde ons en zichzelf “taxonomisch” uit, waaruit de aard van zijn humor blijkt (uittreksel) : 11) Navolgende soorten betreft gewone tot buitengewone bryologen, maar door specifieke eigenschappen vallen zij onder de zogenaamde ‘kleine’ soorten) a. soort is quasi sociaal…………………………………………………12 b. soort is onverdacht en bewogen sociaal…………………………..13 13) a.… b…. c…. d. nog ander kenmerken vertonend……………………………………..14 14) a. Beweegt zich bedachtzaam schrijdende voort. Kijkt onderwijl uit naar liggende boomstammen om als zitplaats te dienen. Wijst met zijn wandelstok in de te zoeken richting. Heeft lovende woorden over voor personen die minder algemene mossen aandragen. ……………���…………………………NESTOR BRYOLOOG (Juul SLEMBROUCK) b. Vermijdt in het terrein elke braamstruik of brandplek, zeult met een weitas, waarin ruimschoots Zweedse muggenolie en een flinke voorraad pleisters. Schuwt niet tot hulp over te gaan bij “verwondingen van derden” ….EERSTE-HULP-BRYOLOOG (Adri GLADDINES) c. Roept bij elke interessante vondst de anderen om er kennis van te nemen. Vertelt eventuele bijzonderheden maar schuwt soms niet te zeggen, dat hij het nog niet weet wat het dan wel mag zijn. Wijst op de noodzaak van nader microscopisch onderzoek. Zal na het veldwerk altijd aandringen op het gezamenlijk napraten onder het nuttigen van een PANNENKOEK………………………………SAMENBINDEND BRYOLOOG (Chris BUTER) d. Zeult rond met een plooistoeltje en gebruikt het meermaals, precies op de plaats, waar tussen de voeten plotsklaps Rhytidiadelphus loreus of een niet te determineren Plagiothecium te zien is; verzorgt de collega’s met snoep en slurpt chocomelk …ZITTEND BRYOLOOG (Vera TETSCH)

Chris vond ‘het gaatje in het hoofd’ van de bryologen het meest opmerkelijk kenmerk om hen te onderscheiden van de andere stervelingen op aarde. Alhoewel hij pas als vijftigjarige de wereld van de mossen betrad, bereikte zijn kennis èn doorzicht het peil van onze beste academici. Wij vonden zijn kennisin-het-veld van de veenmossen zonder weerga (al zat het wel eens even verkeerd). Ter gelegenheid van de voorstelling van zijn monumentale “Fotogids Mossen” in oktober 2010 (BUTER, VAN DORT & HORVERS, 2010) werd hij geëerd met de Jan BARKMAN-prijs, genoemd naar prof. J.J. BARKMAN, die in de periode 1950-1970 het veldonderzoek aan mossen en korstmossen hoge toppen deed scheren. Wij waren aanwezig op het huldebetoon. Chris kreeg bloemen aangeboden, die hij prompt doorgaf aan Marie-Claire BOTTU van onze werkgroep,

21


zijnde het doorgeven van eerbetoon voor haar volgehouden wekelijkse (!) en voorbeeldige computerverwerkingen bij het onderzoek van het Buitengoor. Het veldonderzoek, dat de grondslag van alle weten is, heeft met het verscheiden van Chris een overtuigd en hartstochtelijk ijveraar verloren. Niet alleen de kennis trok hem aan: ook de schoonheid, die de nederige mosplantjes uitstralen. Dit kwam vooral tot uiting, wanneer hij een nieuwe soort kon optekenen, een populatie met kapsels vond, een afwijkend soort groen aantrof... Ook de wijze van opbergen van herbariummateriaal verraadde zijn gevoeligheid voor “mos”. Zoals iedereen, deed hij ook al eens moeilijk met een of andere soort, althans kon hij een onzer (JS) niet overtuigen in het verschil tussen de veenknikmossen Bryum pseudotriquetrum en Bryum bimum, maar uiteindelijk zal hij wel gelijk gehad hebben! In een latere uitgave van “Passie voor mossen” (HARMSEN, 1998) zal zijn naam stellig uitvoeriger prijken in de lijst van de rasechte veldbryologen van onze tijd, dan in de eerste druk. Het was een diepe vreugde, hem als studiegenoot en vriend te hebben gekend. Referenties BUTER C. & SLEMBROUCK J. (2006) De mosflora van het beekdal van het Merkske, KNNV, afd. Breda, ill., 207 pp. BUTER C., VAN DORT K. & HORVERS B. (2010) Fotogids Mossen, KNNV uitgeverij Zeist, ISBN 978 90 5011 3120 NUR 428, ill. 384 pp. DE ZUTTERE P. & SLEMBROUCK J. (2004) Plagiomnium medium (B.S.&G.) T. Kop, découvert en Campine belge et hollandaise. Précisions sur la distribution en Belgique et dans les régions limitrophes, Nowellia bryologica : 26, p.6-9 + carte. HARMSEN G. (1998) Passie voor Mossen, een historische schets van de Nederlandse bryologie en lichenologie, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de bryologische en lichenologische werkgroep van de KNNV, Stichting Uitgeverij van de KNNV, Utrecht, ill. 120 pp. MENNEMA J. (1973) Een vegetatiewaardering van het stroomdallandschap van het Merkske (N.B.), gebaseerd op een floristische inventarisatie, Gorteria :6, nr 10/11, pp. 157-179 (volledig nummer) SLEMBROUCK J. & BUTER C. (2006) Sleutel voor het bepalen van enkele soorten van het genus BRYOLOOG, dat kenners van Blad-, Lever- en Hauwmossen omvat, - Nieuwsbrief Mossen en Lichenen, Planten en Paddenstoelen, 6e jaargang nr. 2 (april-mei-juni), Natuurpunt, Mechelen, pp. 10 -14 VAN TOOREN, B. & SPARRIUS L.(2007) Voorlopige verspreidingsatlas van de Nederlandse mossen, Bryologische & Lichenologische Werkgroep van de KNNV, 350 ppp.

22


Nieuwsbrief PLANTEN

NWB

23


Plantenwerkgroepen Natuurpunt In het Vlaamse land zijn tientallen plantenwerkgroepen actief binnen Natuurpunt. Zij organiseren i.s.m. de natuurvereniging talloze excursies. De meeste excursies staan open voor beginners, er wordt dan expliciet aandacht besteed aan educatie. Veel werkgroepen doen aan inventarisatie op kilometerschaal (via het ‘IFBL-raster’) in het kader van atlasprojecten. Een reeks werkgroepen spitst zich evenwel toe op de studie en inventarisatie van natuurgebieden. Tijdens een aantal activiteiten van de werkgroep Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud wordt zelfs zeer nadrukkelijk aan vegetatiekunde gedaan (vegetatie-opnamen). Je krijgt als vrijwilliger de kans om hieraan actief deel te nemen en bij te leren.

Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud FON Voorzitter: Erik Molenaar Ferdinand Coosemansstraat 24 2600 Berchem tel. 03/218.59.69 e-mail: erik.molenaar@skynet.be fon-o-foon 0474/35.53.69 FON-Website: http://users.skynet.be/fon/ Website (algemeen): http://www.natuurpunt.be (Fauna & Flora)

Informatie inventarisatie & monitoring: Roosmarijn Steeman Natuurpunt Studie Coördinator Planten, mossen, lichenen, fungi Coxiestraat 11 2800 Mechelen tel. 015/29.72.22 fax. 015/42.49.21 (tav. Studie) e-mail: Roosmarijn.Steeman@natuurpunt.be

Nationale Werkgroep Botanie NWB Voorzitter: André Van den Bergh Vitsgaard 9 1745 Opwijk tel. 052/35.05.18 GSM 0472/68.83.35 e-mail: andre.vandenbergh@pi.be

Ook jij kan iets bijdragen aan de Nieuwsbrief Planten!

24


FLO.WER – Studiedag & Algemene vergadering Zondagnamiddag 19 februari Programma: 13u30 14u00 14u20 14u40 15u00 15u30 15u50 16u10 16u30

Ontvangst met koffie korte Algemene Vergadering Archeobotanisch onderzoek in de vallei van de Zwarte Beek (Luc Allemeersch) Groenknolorchis: verspreiding , habitats en populatiedynamiek (Wouter Van Landuyt) Koffiepauze, met ondertussen mogelijkheid tot bezoek aan de book shop Het domein van de Nationale Plantentuin te Meise: een botanisch paradijs? (Anne Ronse) Natuurinrichting en LIFE leiden tot fraaie flora in het Turnhouts vennengebied (Tom Andries) Vegetatieopnames in het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud Oproep over opvolging van de prioritaire soorten in VlaamsBrabant (Roosmarijn Steeman) Slotwoord door de voorzitter

Locatie: Nieuwelaan 38, 1860 Meise, in het Van Heurck-auditorium Hoe meer zielen hoe meer vreugde We zoeken nog mensen die het bestuur willen komen versterken. Concreet betekent dit het bijwonen van een viertal bestuursvergaderingen per jaar; daardoor kan je een inbreng hebben in het reilen en zeilen van de vereniging. Een bestuursmandaat duurt 3 jaar. Voel je je geroepen, stuur dan je kandidatuur door naar Anne Ronse, Nationale Plantentuin, B1860 Meise, tel 02 260 09 74, ronse@br.fgov.be. Oproep betaling lidgeld Flo.Wer 2011: Het lidgeld bedraagt 5,00 EUR, te storten op rekeningnummer 068-2054517-84 op naam van Flower vzw, met vermelding ‘lidgeld 2012’. Voor dit bedrag krijgt u regelmatig de digitale nieuwsbrief Streepzaad en kunt u gratis naar de floristendag. Voor een abonnement op Dumortiera betaalt u 10,00 EUR op rekening 679-0265524-35 (IBAN BE 57 6790 2655; BIC PCHQBEBB).

25


FLO.WER – excursies Zaterdag 8 september Neofyten in de omgeving van Mol-Balen-Lommel Afspraak: 10u00 aan de parking van de begraafplaats Heidehuizen. Gids: Rutger Barendse We banen ons een weg door de grondhopen bij de gemeentewerf van Mol waarna we via de Zinkfabriek te Balen en het industriegebied te Balendijk naar de gemeentewerf van Lommel gaan. Voor wie alleen dat laatste wil zien, spreken we af om 14u00. Mogelijk eindigen we de dag bij 'de Sahara', waar Agrostis scabra massaal groeit. Zaterdag 22 september Rozenexcursie in de duinen aan de Westkust Gids: Marc Leten, GSM 0479. 89.01.17. Samenkomst op de parking van het Bezoekerscentrum van de Doornpanne (IWVA) - Doornpannestraat te Oostduinkerke (Koksijde) om 9u30. Einde om 17u. De duinen zijn onbetwistbaar het gebied van Vlaanderen dat het grootste aantal rozensoorten bevat. We hebben de kans om er een excursie mee te maken onder leiding van Marc Leten, beheerconsulent bij ANB (WestVlaanderen) én groot kenner van rozen en van de duinen en hun vegetatie. Heel wat verschillende rozensoorten zullen te zien zijn, waaronder diverse zeldzame soorten. Ook minder duidelijk te plaatsen exemplaren komen aan bod, zodat er stof genoeg zal zijn voor discussie over rozen en hun indeling. We bezoeken eerst de relatief jonge duinen van de Doornpanne en Schipgatduinen, waar een groot aantal kalkminnende rozensoorten voorkomt. Vervolgens gaan we naar de Oostvoorduinen, dit is een (Vroeg-) Middeleeuws kopjesduingebied dat zeer recent grotendeels door ANB is aangekocht. Dit gebied bevat heel wat rozensoorten, vooral soorten die ook op minder kalkrijk terrein gedijen. Indien er nog tijd is, kunnen we ook de Spelleplekkeduinen bezoeken, waar Rosa stylosa voorkomt.

Gelezen in Dumortiera 99 - 2011 Adventievenspecialist F. Verloove onderzocht oevervegetaties in België en NW-Frankrijk en vond een aantal nieuwe verwilderde tuinplanten: Acer saccharinum, Cornus australis, Fraxinus pennsylvanica, Juglans regia en Ribes x nidigroloria. Pterocarya fraxinifolia is recent verwilderd aangevonden langs de Leie, het betrof de eerste wilde vondst van Vleugelnoot in België (Verloove, 2006). De inburgering van Acer negundo, Buddleja daviidii, Juglans regia en Rosa rugosa langs rivieren wordt bevestigd. In het artikel wordt een sleutel gegeven voor Fraxinus (F. excelsior, F. ornus, F. pennsylvanica en F. angustifolia). A. Remacle vat het verspreidingsonderzoek van 2008-2010 van Heelbeen (Holosteum umbellatum) en Akkergeelster (Gagea villosa) op begraafplaatsen in Belgisch Lotharingen samen. Het artikel gaat in op de vraag van de herkomst van de planten. Deze kunstmatige (met herbiciden bespoten) habitats vormen een alternatief voor deze voormalige akkeronkruiden. Vooral Akkergeelster moet het hebben van deze kerkhoven, want Heelbeen wordt ook nog langs spoorwegen aangetroffen. 26


In 2008 werd Chara canescens (Brakwaterkransblad) aangetroffen in de voornaamste plas van het watervogelreservaat Blokkersdijk in Antwerpen. Het was meer dan anderhavle eeuw geleden dat de soort in België was waargenomen. L. Denys, J. Packet, G. Louette en J. Van Wichelen beschrijven kort het voorkomen van dit kranswier in Europa, de huidige groeiplaats in Vlaanderen en de verwachtingen voor de toekomst van deze populatie. J.-P. Duvivier, C. Fontaine en D. Ertz beschrijven de vonds van een nieuw licheen voor België: Buellia saxorum. De vondst van dit zeldzame Europese korstmos gebeurde in 2008 in de vallei van de Samber, in de buurt van Thuin. Om je abonnement op Dumortiera te verlengen betaal je 10 euro op 6790265524-35 (IBAN BE 57 6790 2655 2435; BIC PCHQBEBB).

Gelezen in Gorteria 35 - 5 J. Koopman stelt de naam Carex x ploegii voorop voor de hybride van C. otrubae en C. paniculata. Deze hybride werd voor het eerst beschreven uit Zweden, maar zonder naam. De eerste vondst voor Nederland, gebeurde op de Noordwaard (Friesland). De naam is ter nagedachtenis aan de Friese botanist D.T.E. Van der Ploeg, die veel aandacht besteedde aan Carices en Carex-hybriden. Lepelbladveenmos (Sphagnum platyphyllum) werd na 50 jaar teruggevonden in Nederland. Dit veenmos werd opgemerkt tijdens een inventarisatie in februari 2007 in het Nationaal park Drents-Friese Wold, op de grens van Friesland en Drenthe. E. Oosterveld geeft aan hoe de de groeiplaats op basis van vegetatieopnames kan gekarakteri-seerd worden. B. van Tooren & M. van Westen geven een overzicht van de verspreiding van sieralgen uit het geslacht Micrasterias in Nederland. Deze soorten zijn overwegend kenmerkend voor niet tot zwak gebufferde wateren. Geschubde mannetjesvaren (Dryopteris affinis) werd voor het eerst in Nederland op een muur gevonden door R.J.W.M. van der Ham. Gorteria is een Nederlandstalig floristisch tijdschrift dat is gewijd aan onderzoek aan de Nederlandse wilde flora. De artikelen zijn voorzien van een samenvatting in het Engels. Gorteria komt in principe 6 keer per jaar uit (de laatste jaargangen 5 keer per jaar met 1 dubbelnummer). De jaargangen 33, 34 en 35 omvatten extra dikke themanummers waarin 3 respectievelijk 4 afleveringen van Gorteria zijn opgenomen. De 6 afleveringen vormen samen een jaargang (deel) van Gorteria. Een jaargang omvat minimaal 144 pagina's. Een abonnement op Gorteria kost met ingang van jaargang 34 (2009) € 27,50 per jaar. Het abonnementsgeld kan worden voldaan door dit bedrag overschrijven op bankrekening nr. 56.61.76.254 t.n.v. Nationaal Herbarium Nederland, Leiden, onder vermelding van ‘Gorteria’.

27


FON op excursie

Erik Molenaar

Monitoring in het Averbodebos: tussen Rietvijver en Duivelskuil 10 september Vooraf Vandaag gaan we naar enkele grootschalige plagplaatsen en herinrichtingswerken in Averbodebos. De abdij bezat vroeger een groot aantal visvijvers (‘weyers’) die oorspronkelijk vanuit bestaande vennen werden aangelegd. Door de latere eigenaars -de Merode- werden ze in de 19de eeuw drooggelegd. Een deel ervan wordt op initiatief van Natuurpunt via een Europees Life project en een Vlaams natuurinrichtingsproject terug onder water gezet. We hebben dit gebied al meerdere jaren na elkaar bezocht. En omdat de grote werken -naar Vlaamse normen- zo ingrijpend zijn, loont het zeker de moeite om te kijken naar het resultaat. We volgen zo de nieuwe ontwikkelingen van de flora op de voet. Luc Vervoort is onze gids. We blijven grotendeels in d5-28-32, voorts zijn uit het zelfde uurhok nog puntwaarnemingen gedaan, met inschatting van de frequentie. We zijn een bont gezelschap, bestaande uit: Geert Andries, Pierre Van Vooren (streeplijst), Luc, Nis en Eef Vervoort, Paul Nuyts, Krista De Greef, Roger Dierickx, Rutger Barendse en Ingrid Beerens. Erik Molenaar maakt de veldnota’s, de foto’s en het verslag. Het is onweerachtig warm en zonnig, en ondanks de donkere periode van de afgelopen dagen, zijn toch een aantal soorten weer in bloei gekomen. Bespreking Poortgebouw en parking Terwijl de gegadigden elkaar opwachten, wordt er al wat rondgekeken aan de ingang van de abdij (d5-28-41). De laatste jaren heeft zich hier een ware revolutie afgespeeld in de plantenwereld. Eén van de oude relicten van de kloostertuin, het Groot glaskruid, is hier quasi gedecimeerd (we vinden slechts 4 planten terug). Allerlei neofyten halen duidelijk de overhand. Zo is de bosrand aan de parking een waar Robiniabos, met codominantie van Hemelboom en Amerikaanse eik. We vinden er trouwens nog Oosterse karmozijnbes, massa’s Klein springzaad en (het al even ongewone) Muursla. Er is nog maar een klein aandeel Bosgierstgras en Heksenkruid te zien. Als we de baan oversteken, op weg naar de Rietvijver, zien we de intussen algemene Robiniagalmug en Acaciavouwmot op deze woekerende pest. Als we de Boonstraat (eigenlijk Oude Mechelse baan) ingaan komen we op een bospad (Nieuwe dreef) waar overvloedig Waterpostelein en Gevleugeld sterrenkroos aanwezig zijn, vergezeld van Waterpeper en Zachte duizendknoop. Rutger zamelt hier een forse Tengere rus met een zeer regelmatige bloeiwijze in. Rietvijver Een oude vijver werd hier weer opengemaakt en de aangrenzende naaldbossen zijn opgeruimd. Hier beginnen we onze lijst te maken, en wel met eerder doodgewone zaken, want echte zaadbanksoorten zijn er niet veel. Een klein aandeel Struikhei en Blauwe bosbes heeft grotendeels van uit de rand een opmars gemaakt, voorts zijn het composieten als Canadese fijnstraal en Klein kruiskruid, Pijpenstrootje, struisgrassen en Hanenpoot die voor de groene 28


invulling zorgen. Opmerkelijk is de vondst van een plant Noorse ganzerik. Er staat ook Tomaat in bes en Mannetjesereprijs in bloei en Hoge fijnstraal is sporadisch aanwezig. Dit vijvergebied werd een 20 tal jaar geleden voor jachtdoeleinden hersteld maar jammer genoeg werd het gevoed met een loop die jarenlang vervuild water heeft aangevoerd van de voormalige drukkerij in Averbode. Het afvoeren van het vervuild slib heeft de werken en de kostprijs serieus verzwaard. Het is bijna een raadsel dat er vandaag terug bijzondere waterplanten de kop opsteken. Zo denken we Plat fonteinkruid te zien, maar in de sleutel belanden we ergens tussen Plat en Spits fonteinkruid. Er zijn wellicht meer dan 6 vruchtjes op de bloemsteel. De microscopische opnamen van Geert geven enkele dagen later echter uitsluitsel: het is zonder twijfel Spits fonteinkruid. Daar we aanvankelijk maar één exemplaar vinden, wordt er nog niets ingezameld. Later vinden we nog heel wat meer planten, die door de vage sleutel dus niet in het veld kunnen worden bepaald. Bovendien passeren we een groeiplaats van Klein/Tenger fonteinkruid, dat nadien ook met de bino gefotografeerd wordt en als Klein fonteinkruid gedetermineerd. Verderop groeien Duizendknoopfonteinkruid en Kleine egelskop. In de oeverzone vermelden we nog Smal tandzaad, Stijve zegge, Moeras- en Goudzuring. Als we ’s middag terug gaan passeren we een plant Dubbelloof die met de kraan uit de loop is gegraven en op de oeverwal in de uitworp een onzeker tweede leven begint. Er staat ook Zwarte nachtschade met oranjegele bessen (f. chlorocarpum).

Noorse ganzerik in bloei

Floristen op vindplaats Noorse ganzerik

Goorvijvertje Westwaarts van de Rietvijver liggen enkele plassen die waarschijnlijk nooit gevoed werden met beekwater en die vegetatie verschilt sterk met de vorige. Er staat veel Tormentil en Trekrus en in het water groeien veel Knolrus en veenmossen. De oevers zijn begroeid met Waternavel. De plas die hierachter ligt is uitgegraven tot onder de ijzerlaag. Het was voorheen een sterk bemeste ‘fosfaatverzadigde’ wildakker. De nieuw ontstane oeverzone is rijkelijk voorzien van Bleekgele droogbloem, Bosdroogbloem en er wordt een Tuinboon gevonden, die al in vrucht staat. We zoeken ook de geplagde zuidhelling van ‘de Buts’ af, een lage Diestiaanhelling ten noorden van voormelde vijvers. Deze blijft voorlopig grotendeels onbegroeid, tenzij met Braam, Brem en sporadische plukjes Struikhei. Tenslotte wordt er een exemplaar Stekelbrem gevonden. Geert doet hier heel wat vondsten van silexen uit het steentijdperk, wat te verwachten was op deze zuidelijk georiënteerde helling. Onderaan treedt 29


grondwater uit, in een diffuus complex van bronnetjes. Op deze kansrijke plek groeit reeds Waterpostelein, vergezeld van Bosdroogbloem en zelfs wat Borstelbies. Geelgroene zegge is bescheiden aanwezig, voorlopig zonder zaadzetting, maar op andere bijzondere soorten blijft het voorlopig wachten. In de rand van de plagzone is een stuk van de bovenlaag niet verwijderd, waar zich naast Late guldenroede ook wat Muizenoor heeft gehandhaafd en Struikheide reeds overvloedig bloeit. Duivelskuil Na de middag gaan we van uit het dorp richting recreatiegebied: “De Vijvers” (d5-28-42). Het is ons echter slechts te doen om de herinrichting van het Hoornven in de Duivelskuil. Deze is vorig jaar reeds geruimd en onlangs is er allerlei bijzonders gesignaleerd dat we willen eens willen nagaan. De plas is helemaal vol gelopen na recente zware neerslag, en de tijdelijk drooggevallen oeverzone bevindt zich terug in verzopen toestand. Het open watervlak is bijna volledig bedekt met Witte waterlelie en Drijvend fonteinkruid, een situatie zoals die zich hier omstreeks de jaren vijftig voor het laatst heeft voorgedaan. Daarna werd het grotendeels een stortplaats, wat dus recent werd afgevoerd. Omdat er enkele floristen bij zijn die de Noordelijke waterlelie kennen, wordt de zaak grondig bekeken, maar de bloemen staan te ver open en de bladnervatuur bewijst het tegendeel. Er zijn zelfs al enkele los drijvende kraggen ontstaan, waarop, in een kussen van Moerasstruisgras, scheuten Snavelzegge oprijzen. Ook op de oever zie je deze zegge mooi richting water koloniseren. Watertorkruid is eveneens talrijk aanwezig en begint aan de bloei. Op de oever vinden we enkele planten Moerashertshooi, waarvan er één in knop staat. Er start een kolonie Veldrus, Sterzegge is bescheiden aanwezig in vrucht. Ook hier staat Borstelbies en de oeverzone heeft een blauwe zweem van bloeiend Blauw glidkruid. Op de hoge kant van de oever staat zelfs Driekleurig viooltje en een eenzaam exemplaar Esdoornganzenvoet. Bitterzoet heeft hier zo’n donkerpaarse bladeren dat ze wel geverfd lijkt. In ieder geval een foto waard. Dorp Als we terugkeren langs de Jacobus Pauwelsstraat (d5-28-44) vinden we in een dennenbosje Franse boekweit in zaad. Er staan ook zaailingen van Zomerlinde. Op straat groeit tussen de plaveien een vreemd viooltje met grote bladeren en cleistogame bloemen. Er wordt gedacht aan Viola mirabilis, maar in dit geval zijn zowel de bladen als de bloemen grondstandig en gaat het om een vorm van Maarts viooltje. Kromme Elleboog Aan de zuidzijde van het deze morgen aangevangen hok zetten we de excursie verder. Het is intussen smoorheet en de dorst is een trouwe metgezel. De historische vijvers en vennen aan deze kant worden eveneens heringericht. Van op de straat zien we de ontboste hei en de akkers klaar liggen om te worden geplagd of afgegraven. Aan de ingang via de Langestraat, waar we de auto’s achterlaten, groeien enkele vermaarde akkerkruiden, zoals Kale gierst , Geelrode naaldaar en Gele ganzenbloem. In de kant is een strookje bos blijven staan. Hierin bloeit volop Echte guldenroede. Het is de enige plek waar we Dolle kervel en Geel nagelkruid aantreffen. Ook hier zijn het vooral Braam, Pilzegge en Pijpenstrootje die de vlakte koloniseren. We doorkruisen de verruigde historische venbodem tot aan de bosrand en noteren er als 30


bijzonderste de Geelgroene zegge en nabij de bosranden nogal wat Fraai hertshooi, met een ongewone, haast liggende habitus. Alleen aan de bovenste blaadjes is te zien dat het echt om Fraai hertshooi gaat. De historische boswal (Middeleeuwse grens tussen bos en heide) is spijtig genoeg bijna volledig ontdaan van alle flora. In de bosranden treffen we nog Mannetjesvaren, Heggenduizendknoop, Reuzenzwenkgras, Sporkehout en Gespleten hennepnetel aan. Hierachter ligt een volgende historisch ven die op haar toekomst wacht: de Conventsvijver. Conventsvijver Hier krijgen we een fraai beeld van een correct afgegraven bodem, want men heeft duidelijk enkel de oude sliblaag bloot gelegd zonder veel te raken aan de oorspronkelijke bodemstructuur. De duidelijk herkenbare kleiige afzetting is in plaatjes gebarsten en daar tussen staan duizenden sprietjes Pilvaren. Het lijkt ook te kloppen dat hier eveneens talrijk Dwergzegge te vinden is. Dus het prentje is compleet. Wie goed plagt laat de zaadbank verrijzen, wie slecht plagt zal distels en bramen oogsten, en dit nog wel tegen veel hogere kosten… Besluit Met ruim 230 soorten op de lijst loont het de moeite even te overlopen wat we deze dag hebben ontmoet, en wat de waarde ervan is. In de categorie “Achteruitgaand” vinden we Stekelbrem, Muizenoor, Tormentil, Wintereik, Struikhei en Echte guldenroede. Pilvaren, dat we alleen op de geplagde oude bodem van de ‘Conventsvijver’ aantreffen, is “Kwetsbaar”. Spits fonteinkruid, Groot glaskruid en Esdoornganzenvoet staan in de klasse zeldzaam. Het is toch telkens zweten geblazen als we de eerder zeldzame groep van Fonteinkruiden aantreffen. Zoals Geert terecht opmerkt : “Van al die waterplanten valt het op dat hun kenmerken meestal niet heel strikt die van de boekjes volgen... Determinaties blijven volgens mij vaak arbitrair (één of een paar kenmerken kloppen, de overige zijn onduidelijk of kloppen niet). Volgens ons is hier nog werk aan de winkel voor de taxonomen: ze zouden ondubbelzinnige criteria moeten vastleggen waarop het soortonderscheid kan worden gemaakt.” Op een voorspoedig herstel van de flora in Averbode blijft het voorlopig nog wachten. Door de intensieve bosbouwkundige exploitatie in afgelopen eeuw resteert er waarschijnlijk niet zo veel zaadvoorraad meer. Ook de restpopulaties van bijzondere soorten waren nog maar met mondjesmaat aanwezig. Het is dus van des te groter belang dat er secuur wordt geplagd met zo weinig mogelijk grondverzet. Dat blijkt voor de meeste aannemers een probleem en hier zou veel strenger moeten worden op toegezien. Een groot deel van het kwaad lijkt ons ondertussen al geschied… Ook is het spijtig dat quasi alle voormalige boswegen - met daarop veel relictpopulaties en de belangrijkste zaadvoorraden - met een dikke laag zand werden afgedekt. Waarschijnlijk zand afkomstig van de grondoverschotten bij de (te) diepe plagwerken? Kon men niet gewoon na de werken de rijschade van de wegen eenvoudig terug gladstrijken waardoor de oude zaden toch kans hadden om te kiemen nu ze volop in het licht zijn gezet? Ook is er bij de graafwerken in het gebied naar ons oordeel veel te weinig gelet op waardevolle kleine ‘aardkundige’ structuren en minieme gradiënten, waar de historische florarijkdom trouwens aan gebonden was. Hopelijk kunnen we volgend jaar 31


vaststellen dat alles nogal meevalt, maar naar kwaliteitszorg in natuurontwikkeling en –beheer ligt er nog een hele grote opdracht. Bedreigde flora komt immers niet zomaar uit de lucht vallen, om van bedreigde (kleine) fauna nog maar te zwijgen ...

Hamme, Oude Durme en dorpscentrum

24 september

Vooraf Het Oost-Vlaamse Hamme ligt aan de Durme, tussen Lokeren en Temse. We maken een lijst waarop we zowel de flora in de kleikom van deze rivier als de urbane flora documenteren, want de verstedelijking is hier enorm toegenomen. Overal worden nieuwe huizen gezet, vooral villa’s. Maar we vinden in de straten ook nog erven van landbouwers. De omgeving van de Watermolen is voorzien van allerhande tuinsoorten, die waarschijnlijk opzettelijk zijn aangeplant en verwilderd. Kortom het is alweer een gevarieerde lijst, waarop voor FON enkele nieuwe vondsten zijn opgetekend. De foto’s staan op waarnemingen.be onder naam van Erik Molenaar. Door de feestelijkheden in het dorpscentrum duurt het een poos voor we elkaar allemaal hebben gevonden en de excursie van start kan gaan. Vandaag zijn de waarnemers Christine Troch, Mia Barbieur, Pierre Van Vooren, Geert Andries, Emiel Wagemans, Willy Hooreman, Johan Peelman, Danny Minnebo, Nico Wysmantel (lijst) en Erik Molenaar (verslag en foto’s).

Bespreking Kaaldries We vertrekken aan een klein straatje dat door het veld naar de Durme leidt. Op de eerste 50 meter worden we al verrast door enkele Amaranten en Straatliefdegras, en in een met houtsnippers beklede inrit van een erf vinden we naast tal van c4-grassen ook Muhlenbergia mexicana, onze FON-topper uit 2006. De vondst is ruim en de typische oppervlakkige wortelknolletjes (geschubde rhizomen) bewijzen dat de planten er nog maar recent zijn verschenen. Ook de paarsgevlekte kroonkafjes zijn onmiskenbaar, evenals de kortbehaarde internodiën. In de akkerranden zijn plaatselijk exoten aangeplant, waarvan Cornus sericea reeds overal is uitgezaaid. In de slootjes staat Slanke waterweegbree in zaad. We vinden eveneens een exemplaar Rivierhelmkruid. In bosranden en heggen valt de tuinbraam ‘Hymalaya Giant’ bijzonder op. Durmedijk Er is weinig vrolijks te beleven op deze massavegetatie Grote brandnetel. In de Durme is het eb en de steile flanken zijn onbegroeid. Op de vloedlijn is een Wilgenbroek aanwezig, maar er is zo goed als geen andere vegetatie, tenzij onbeboste rietkragen. We volgen de dijk nog even tot in het ander hok, maar er worden geen nieuwe situaties aangetroffen. Boven de vloedlijn staat veel Armeense braam, de cultivar die hier nog volop wordt gekweekt in tuinen en tegen muurtjes. De Grote kornoelje, die hier zo rood en bont staat te verkleuren op de dijk, is Oostelijke kornoelje (Cornus australis). Het Urtico-Aegopodietum 32


(een volle mond voor niets) op de dijk wordt afgewisseld met velden gemaaide Japanse duizendknoop. Her en der bloeit nog wat Reuzenbalsemien. We gaan terug naar het dorp langs de Kaaldries. Dorpscentrum De straten zijn zo goed als zeker besproeid met herbiciden, want alleen tegen de huizen aan vinden we Liggende vetmuur. Er staat wel heel wat Straatliefdegras. Op een erf groeit een jonge Framboos in het grind. In een rioolkolk die we voor de derde maal passeren, zien we een mooie plek met Tongvaren. In de straatjes achterin ontmoeten we nog meer fraais. Op een verharde inrit van een opslagplaats is alles doodgespoten, behalve een exemplaar Liggende klaver, dat in bloei staat achter de geopende poort. Tegen de heg van een aangrenzend huis staat Walstroleeuwenbek in bloei. We kennen deze soort enkel van de kademuren in Amsterdam, waar ze al jaren lang overvloedig voorkomt. Aan een parkeerterreintje zit een grote pijlstaartrups op een muurtje. We kunnen het grote beest amper gerust laten. Hier noteren we ondermeer Kleine majer, Rode ribes en Noordse esdoorn. Op terugweg naar de auto’s passeren we een huis waar de voortuin als werfje voor verbouwingen dient. Uit het aangevoerde zand zijn tal van vogelvoeradventieven uitgekomen, zoals Gingellikruid, Italiaanse naaldaar, Pluimgierst en een massa Slaapbol. De eigenaars komen verbaasd kijken. Ze hebben alles netjes laten groeien, omdat de papavers zo’n mooi tafereel vormden. In de late namiddag zien we in een voortuin van een villa een poeltje in de gazon, waar Watercrassula uitpuilt. Op het voetpad staan o.a. Lavendel en Rotsschildzaad. In de steenslag van een oprit staan tientallen jonge planten Driebladvetkruid.

Kransnaaldaar, vivipare bloeiwijze

Detail van Walstroleeuwenbek

Oude Durme Na de middagpauze zetten we de inventaris verder, vertrekkende aan de oude watermolen. De Oude Durme is herschapen tot een visput, waar zelfs op de oevers weinig nieuws te noteren valt. Aan de westkant staat één exemplaar Geoord helmkruid en aan de oostkant groeit Gele plomp. We doorzoeken nog het volkstuinencomplex (waar niet veel wordt opgeschreven) en eindigen aan een grote populatie Japanse duizendknoop, die volop in zaad staat. In het weiland staat zowel Grote klis als Moesdistel. Op een vers afgereden maïsveld staat Doornappel reeds in zaad, zo’n krachtvoer zal de dieren wel smaken! 33


Door de velden keren we terug naar de Waterstraat. Op een erf ligt een grote oude stapel kasseien, waar tot onze verbazing een plek met Gewone eikvaren staat. Voor we het eindpunt bereiken gaan we nog even naar een vers gegraven poel, wellicht aangelegd voor de kikkers. Er zwemmen kikkerlarven met een diameter van een twee-euro muntstuk in rond. Helaas is de zaak bijzonder heikel, want blijkbaar is het leeuwendeel van de planten aangeplant. In een mooie vlek Gewone waterbies staan zowel Moerashyacint als Pijlkruid. Verder is er één exemplaar Krabbenscheer (duidelijk ooit een soort van de streek, op deze kleibodem), en een verse populatie Watercrassula op de oever. Wellicht is Gekroesd fonteinkruid het enige onvervalste in de poel, afgezien van Mannagras. Op het terras van de nabijgelegen taverne besluiten we onze tocht met een verdiende lafenis, tijdens het sleutelen van een vertakte Festulolium, maar nadien blijkt het om een afwijking te gaan van Italiaans raaigras. Een interessante, hete najaarsdag. Besluit We zijn braafjes in het IFBL-hok c4 51 43 gebleven, en alles staat netjes op één streeplijst. Van de 250 soorten staat er één op de Rode Lijst als achteruitgaand, en dat is Eikvaren, maar we hebben niet achterhaald of het de Brede of de Gewone is. Zonder microscopisch onderzoek is dit niet te vertrouwen. De uitschieters zijn wel Driebladvetkruid en Muhlenbergia mexicana; al komen we die twee steeds meer tegen, het blijft een zeldzaam fenomeen. Ook Walstroleeuwenbek is een topper. Wat Oostelijke kornoelje aangaat, deze staat als Cornus x hungarica op de lijst, omdat er toch een aantal niet platliggende haartjes voorkomen. Het is niet duidelijk hoe groot het aandeel moet zijn om deze als een echte Cornus australis te laten doorgaan. Die lol krijgen we er gratis bij.

De Stadsflora in het centrum van Aalst

8 oktober

Vooraf Vandaag zijn we opnieuw in Aalst voor een verderzetting van ons onderzoek in 2010. Het stadshok d3-58-14 omvat een groot deel van het stadscentrum op de linker-oever, de industriezone op de rechteroever en de noordelijke punt van het stadspark. Genoeg stof voor een avontuurlijke dag, gelardeerd met regen, een onverwachte kou en aangenaam floristisch gezelschap. Dit bestaat vandaag uit Christian Breckpot en Laurent Annaert, die beiden de stad goed kennen, voorts Pierre Van Vooren (det. achteraf), Geert Andries, Nico Wysmantel (lijst en det. achteraf) en Erik Molenaar (foto's, nota's en verslag). ’s Middag sluit Henk Coudenys nog aan. Bespreking In de straten We vertrekken aan de Sint Annabrug nabij de Werfkerk die vandaag haar naam niet heeft gestolen, want de omgeving is inderdaad een bouwwerf, met overal ruderale flora en restanten van graslandjes. Overal is Straatliefdegras aanwezig, maar ook Bolletjesraket, Tomaat, Hoge fijnstraal en Beklierde 34


nachtschade. Na deze warming up passeren we in de Burchtstraat op het voetpad langs de zetmeelfabriek een exemplaar Velderwt. Langs de gevel van het Oud Hospitaal is een waterpartij weer opengemaakt, maar blijkbaar met voorbedachte rade aangeplant met het moois dat Vlaanderen van uit de winkel koloniseert. Laurent heeft hier enkele dagen geleden nog Egeria densa (Argentijnse waterpest) zien bloeien. Verder staat er Lidsteng, Zwaardrus, Watercrassula, Waterdrieblad en dies meer. We zien een hele rimram van soorten die niet bij elkaar passen en nog minder in het stadswater van Aalst en die alvast niet op onze lijst komen. We noteren wel de gewone zaken die we in en om het water zien, niet in het minst een mooie plek met Kransgras (Polypogon viridis), Muursla, Muurleeuwenbek en diverse varentjes. Verderop slaan we in een straatje waar we de eentonige aanplantingen al zien verwilderen. Hjelmqvist’s cotoneaster, Sneeuwbes, Plataan etc. Tegen de muurtjes van een parking op het voetpad vinden we Oosterse karmozijnbes, Bosrank, Rotsschildzaad, Tuinlobelia en zelfs een grote populatie Kattenkruid. Na een poos uitzoeken denken we dat het Grijs kattenkruid is, zo spreken de boeken toch. Later zal blijken dat het om Blauw kattenkruid gaat, een goed gelijkende, eerder kruipende soort, met echter stomp gekartelde bladrand en hartvormige bladvoet, waarvan de meeldraden niet buiten de bloem reiken. Blijkbaar is deze soort pas in de laatste editie van ‘Stace’ opgenomen. Overal verspreid groeit Aziatische veldkers, die zelfs nog in bloei staat. Aan het voormalig Begijnhof groeit Draadereprijs in de gazon en we vinden een los exemplaar van Parapluplant (Cyperus involucratus). Uit een voortuin verwildert Oxalis latifolia en haar oranjebruine bolletjes liggen zelfs verspreid over het voetpad. We zien er ook Tuinviooltje en Wit vetkruid. Verderop, nog steeds op het voetpad, komen we een andere Polypogon tegen. De naald van het kelkkafje ligt in het verlengde van de top en is daar vlakbij ingeplant; er zijn ook genaalde kroonkafjes gezien, dus is het P. monspeliensis en geen maritimus. Het is een soort die we na 2000 niet meer hebben waargenomen (en één keer bleek het Polypogon maritimus, aan het fort van Lillo). Opvallend is dat we in deze stad zowel de paarse als de groene vorm van Gehoornde klaverzuring frequent in de straten ontmoeten. Op de Houtmarkt vinden we Akkerkers in de gazonrand en een exemplaartje Kruisbes in een voeg onder een beeld. De parking aldaar is met herbiciden bespoten; er valt niets meer te zoeken tussen de kasseien. Na de middag gaan we westwaarts door de straten, waar we o.a. een grote populatie Vaderplant (Tradescantie fluminensis) uit een keldergat zien groeien. We steken de Osbroekstraat over om het stadspark te bekijken. Osbroek noordrand stadspark Van een broek kan men nog nauwelijks spreken, maar het is nog duidelijk dat dit ooit een verlaten meander van de Dender is geweest. Ondanks ophogingen zien we restanten van alluviaal bos en ruigten op klei. Een groot paneel wijst op de functie van Ecologisch Park, maar aan de strakke lijnen is dit niet te zien. Eindeloze kussens Ierse klimop stoppen abrupt aan de geschoren grasmat. Rond de vijver is een zeer smalle repel ongeschoren gazon te zien, waar zich nog Moesdistel, Valeriaan, Kluwenzuring en Moerasspirea heeft weten handhaven, terwijl Stijve zonnebloem klaarstaat om het zaakje over te nemen. Een echte oever is er niet, wel een loodrechte steilte, met hier en daar een uitgang voor de sierganzen die deze enorme badkuip willen verlaten. Geen waterplanten te zien, tenzij in een stenen vijvertje langs de Parklaan, waarin zowel Veelwortelig kroos, klein kroos en Dwergkroos zijn te zien. In dit 35


plantsoen, waar blijkbaar ook geen herbiciden worden toegepast, groeien tussen de tegels en op de boorden van perken o.a. Mottenkruid, Prikneus, de roodgeaderde cultivar van Bloedzuring, Vingerhoedskruid en Bleke basterdwederik. In de zoom en onder solitaire bomen groeit ondermeer Pinksterbloem, Brede wespenorchis en zaailingen van Hazelaar, Gewone es, Haagbeuk en Veldesdoorn. Langs de vijver verrast ons verwilderd wortellot van Vleugelnoot. In de gietende regen zoeken we een cafeetje waar we eten en de ergste vlaag voorbij laten trekken. Langs de Dender Er zijn slechts enkele niet-industriële delen langs de gekanaliseerde rivier, en het is daar dat we extra uitkijken naar de Denderflora. Op de linkeroever vinden we een groot exemplaar Rivierhelmkruid, waarvan we de rozet pas kunnen zien in de verrekijker als we de andere oever hebben bereikt. Hier is een lage ruigte onbebouwd gebleven met een groot aandeel Handjesgras, soorten van droge graslanden en een zeer grote populatie Geelrode naaldaar en Bonte wikke. Op de oever treffen we o.a. Moeraszegge, Oeverzegge, Grote wederik en Vederesdoorn aan. Er is ook een grote rozet aanwezig van een ons onbekende soort. Noordwaarts gaat de oeverberm over in een wegberm, waarin we nog restanten van Pijlkruidkers vinden en Muskuskaasjeskruid in bloei. Ter hoogte van de zetmeelfabriek ligt een oud sas, blijkbaar klaar om te worden afgebroken, waarop we naast een grote populatie Steenbreekvaren en Muurleeuwenbek, ook Mannetjesvaren en Tongvaren zien.

Blauw kattenkruid (Nepeta racemosa) in bloei, Zwaardrus (Juncus ensifolius) in zaad meeldraden niet zichtbaar buiten de kelk

Industrieterrein en spoorwegemplacement Zowat de helft van d3-58-14 wordt ingenomen door industrie; noordoost van de diagonaal door het hok is het vooral spoorweginfrastructuur, recyclagepark, stockageterrein en de dextrinefabriek. Langs een treurig spooremplacement met ‘niets’ bereiken we de spoorweg, waar we nog Klein robertskruid in bloei opmerken, en eveneens Gewoon robertskruid. In de ruigte langs het industrieterrein is Armeense braam (Himalaya Giant) nadrukkelijk present, begeleid door Japanse duizendknoop. Langs het spoor vinden we trouwens nog enkele bijzondere zaken, zoals Kroonkruid, Dubbelkelk, Fluweelblad, Bolletjesraket een Peer (vlak in de sproeizone van het schouwpad) en een gele bessen dragende Zwarte nachtschade (var. nigrum f. chlorocarpa). Op het modderig stockageterrein langs het viaduct worden heel wat nieuwe soorten 36


gevonden, zoals Grove varkenskers, Zilte schijnspurrie, Wilde sorgo (een jong exemplaar), Plat beemdgras, Paarse doornappel (Datura stramonium var. tatula), IJzerhard, Akkerereprijs, Vreemde ereprijs en een Geranium (tuinplant) die niet op naam is gebracht. In een ziltig plasje staat zelfs Zeebies, met matjes Zilte schijnspurrie en Hertshoornweegbree. De industriezone is doorsneden met watervoerende greppels, waarin we nog allerhande oeverplanten aantreffen. Zo staat er een groot exemplaar Rivierhelmkruid, vergezeld van Riet, Grote lisdodde, Liesgras, Echte koekoeksbloem, Watermunt en Gele waterkers. In de open jonge greppels zien we zelfs Stekelbaarsjes zwemmen tussen Grote waterweegbree, Stomp sterrenkroos en Mannagras. Reuzenbalsemien staat nog in bloei. De forse regenval op de kleiige ondergrond zorgt voor een extra ballast aan het schoeisel. Ten slotte gaan we met loden voeten het Bleekveld af, waar we nog een klavertje vier van Rode klaver en Kraailook vinden, tot aan de fabriek waar de carnavalwagens worden ondergebracht. Op de rand waar eens de meersen lagen vinden we ten slotte nog Bosandoorn en Heggenwikke, dat aan een nabloei is begonnen. Besluit De totaal verzopen streeplijst toont ons duidelijk hoe de dag verliep; toch weer meer dan 300 soorten, waarvan een aantal bijzondere soorten zijn geboekstaafd. Hoewel we dachten dat we een hele stad vol Baardgras zouden aantreffen, is dit beperkt gebleven tot 15 planten over enkele meters voetpad. De enige Rode Lijstsoort van vandaag is Mottenkruid, een soort die we nauwelijks nog in “echte” wilde vorm te zien krijgen, daar het vrijwel steeds om ontsnapte sierplanten gaat, die vrij in de handel te verkrijgen zijn. De planten verwilderen doorgaans vlot.

Tussen Dadelpalm en Kransmuur op het Kiel te Antwerpen 22 oktober Vooraf Kiel (en Beerschot) is een deel van de Antwerpse grootstad, thans gelegen buiten het stadscentrum en grenzend aan Wilrijk en Hoboken. Ooit was het een onafhankelijke heerlijkheid met een eigen werf aan de Schelde, en reikend tot aan het Sint-Jansvliet. Door de bouw van de Brialmontomwalling (en nu dus de Kleine Ring) ligt het ooit zo landelijke Beerschote er wat van af en is het grotendeels door migranten bewoond. Vorig jaar signaleerde ons Bram Cools er een beperkte populatie Dadelpalm, die zich grotendeels in de omgeving van de moskeeën en exotische kruidenierswinkels bevinden zou. Daarom werd deze excursie speciaal ingericht om dit goed te documenteren. Vandaag bevinden er zich maar 5 floristen in elkaars gezelschap, waarvan Pierre Van Vooren (streeplijst), Johan Peelman en Bart Mortier uit de Vlaanders komen en Leo Vanherbruggen en Erik Molenaar (verslag, foto’s) beide geboren Antwerpenaars zijn. Het weer is koud maar zonnig en er staat nog veel in bloei, zodat we toch nog een spectaculaire en exotisch streeptocht kunnen beleven. Het ifbl hok c4-36-13 omvat een stuk van de Emiel Vloorstraat (met veel vrachtvervoer naar de vroegmarkt), de omgeving van de Sint Catharinakerk, met het hierbij gelegen Kielpark en de Kielse Stadsfeestzaal, verder de drukke verkeersas Sint-Bernardse steenweg en in het zuiden de omgeving van het Sportstadion Beerschot en het ruim 5 ha grote kloostercomplex met tuin aan de Pierenbergstraat die we in de namiddag bezoeken. De Pierenberg is een 37


historische landduin, gelegen tussen het voormalige Kiels broek en de moerassige gronden van “Beerschote”. Bespreking Bermen van de Emiel Vloorstraat In de noordwest hoek van het hok starten we met de prospectie. Hier vinden we in de bermen al het gros van de graslandsoorten voor vandaag. Op de kalkrijke bodem vol fossiele schelpen doen Grote zandkool en Kleine leeuwentand het goed, In de rand staat ook pekelflora, met o.m. Smalle rolklaver en Hertshoornweegbree. Tredplanten zijn er volop. Op het voetpad en op de parkeerruimte zien we overal Straatliefdegras, Steenkruidkers, Varkensgras, Liggende vetmuur, Kruipertje, Schijfkamille, Canadese en Hoge fijnstraal en er is ook een plek met Handjesgras. Struweelplanten zijn o.a. Dauwbraam, Kardinaalsmuts, Gewone es, Hjelmqvist Cotoneaster, Cornus australis, Robinia en Spaanse aak. In het bosje staat bovendien een woekerende haard Chinese liguster. In de rand van een plantsoentje is Stekelige hanenpoot opvallend aanwezig, met nog bloemend Veelkleurig vergeet-mij-nietje. In ruigere hoekjes bloeit nog Avondkoekoeksbloem, Vogelwikke, Bonte wikke en Bonte luzerne (de bastaard met Sikkelklaver). Een jong exemplaar van Valse christusdoorn kan pas later op naam worden gebracht. In de straatjes Daarna gaan we de straatjes nabij de Schijfstraat in. Naast de gebruikelijke stadssoorten (een massa Bleekgele droogbloem en Kleine leeuwentand) komen we ook Postelein, Kleine majer en de nodige onbekende en niet herkende soorten tegen. Zo zaait er een smalbladige Laurierkers uit, maar na lang zoeken blijkt later dat het inderdaad om niets anders gaat dan de smalbladige cultivar. Na een poos komen we toch Klein liefdegras tegen. Een opvallend muurtje met veel Muurvaren en Muursla verbergt ook een Steenbreekvaren. Er groeit vreemd genoeg Glad walstro, een plant van vochtige, bemeste graslanden. Kruipklokje is her en der op andere oude muurtjes in de ‘tuinwijk’ te zien. Sint Catharina Aan de noordoostkant van het hok bereiken we de Sint Catharinakerk. In de omge-ving valt alvast een heleboel Geelrode naaldaar op, maar ook enkele zaailingen van merkwaardige bomen, zoals Europese judasboom, Winterlinde, Taxus en Reuzenlevensboom (met de sterke pompelmoesgeur). Aan de kerk staan ook een aantal vogelvoeradventieven, zoals Boekweit, Europese hanenpoot, Zonnebloem en Gekweekt vlas. In de goot bloeit nog Tijmereprijs. Op de trapjes van de zijingang van de kerk groeit een wikke met zeer korte rankjes; het is ons onmogelijk er iets van te maken. Opvallend is wel dat de steriele planten enkel op de stenen verschijnen, en niet in het plantsoen, één meter er vandaan. We maken een kort ommetje in het Kielpark, maar er worden maar enkele soorten bij gevonden: Klein springzaad, Stijve zonnebloem en Aalbes. Aan de Feestzaal Kiel is een kleine populatie Gele helmbloem, Mannetjesvaren en Muurvaren aanwezig. In een zee van Ierse klimop priemen hier tientallen salomonszegels op. Aan de ietwat kantige 38


stengel zien we duidelijk dat het om Tuinsalomonszegel gaat, een soort die bekend is voor zijn expansie en die grote haarden kan opbouwen, ook een eind van waar deze ooit is aangeplant. Panicum virgatum, staat her en der in een plantsoen, maar het is een meerjarige plant, en kan gewoon uit een vorige aanplanting zijn achtergebleven. We middagmalen in het authentiek Kiels café. Als we van hier ’s avonds, na een slotdronk, terug naar de vertrekplaats gaan, zien we nog een onbekende zaailing van een boom op het voetpad. Hij heeft iets weg van Judasboom, maar de blaadjes met hun spitse knoppen zijn te puntig en staan kruisgewijs tegenover elkaar. Kloostertuin en Pierenberg In de Pierenbergstraat ligt nog een restant van het Prelaatshof, een buitenverblijf van de Sint- Michielsabdij, in eigendom van de Zusters der armen. In het verleden is hiervan al erg veel verkaveld, maar het blijft een 5 ha groot terrein, met gazons, greppels, bos en oude muren. Aan de ingang noteren we alvast Bosaardbei, en wat we door de draad kunnen zien van de greppelflora. De ongemaaide randen zijn geel van het bloeiend Schermhavikskruid. Als we aanbellen kunnen we de tuin helemaal afzoeken. Het schraal grasland bevat, naast grote plekken Gewone veldbies, Muizenoor, Gewoon bosviooltje en diverse ereprijzen, een grote populatie Grote tijm. Hoewel we kunnen aannemen dat die niet oorspronkelijk is, geeft het wel een authentiek beeld van wat de potenties zijn in dit oude grasland. Het loont de moeite dit eens in het voorjaar apart te onderzoeken, want ook onder de oude bomen zal heel wat voorjaarsflora te zien zijn. Voor de rest vallen heel wat verwilderde exoten en siersoorten op, w.o. Peterseliebraam, Valse wingerd, Japanse sierkwee, Herfstaster, Franchet’s Cotoneaster, Buxus (op een oude muur) en Zomerlinde. Salvia splendens zien we ook uitgezaaid naast de borders, en is reeds uitgebloeid en zelfzaaiend. De grootste pest is eigenlijk Schijnaardbei, dat overal is terug te vinden. Ook hier staat Geelrode naaldaar nog fraai in zaad. Als we om het klooster heen zijn gegaan, vinden we in een aantal aangelegde straten een flink uitgebreide populatie Kransmuur, die vooral goed ontwikkeld is in boomspiegels, en in miniatuur tussen de kasseien van de parkeerstroken staat. In de buurt staat verder nog Tongvaren in een keldergat, Oosterse wingerd, Oosterse karmozijnbes, Muursla, Oxalis debilis, Stokroos en Rode schijnspurrie. Sint Bernardse steenweg Langs de Waarlooshofstraat verlaten we de oude kloostertuin om al dadelijk een niet determineerbare zonnebloemsoort te bekijken tegen een oude muur. Verderop staat Esdoornganzenvoet in een boomspiegel. Daarna vinden we de eerste Dadelpalmen, waarvan de meesten maar één blad dragen, maar er zijn er ook al met twee blaadjes. Zowel in boomspiegels, als op het voetpad kunnen deze exotische wonderen al jaren te voorschijn komen, na consumptie achteloos uitgespuwd op een tramhalte en na een aanzienlijke jarenlange rust, ergens in een voeg weggetrapt, verschijnt dan het eerste blad. Er staat ook veel Aziatische veldkers in de achterstraten. We komen nog twee braaklandjes tegen, één waar we Goudzuring, Esdoornganzenvoet, Rode en Zeegroene ganzenvoet vinden en een ander waar opvallend veel jonge Aardpeer is verschenen met Bermzuring en Papegaaienkruid. Achterin, ver achter de draad, zien we een meters hoge Zonnebloemachtige, die we eerst voor Rudbeckia nemen, maar dan zou het geen enkelvoudig blad mogen hebben... 39


Kiemplant Oosterse wingerd

Bonte luzerne met halvemaansikkelvormige vrucht.

vermoedelijk de moederplanten van Aardpeer. In de straten vinden we verder nog Winterpostelein, en in diverse groenvoorzieningen in de Julius De Geyterstraat Gewone spurrie. Er is een siervorm van Echte gamander aangeplant, waarvan we zaailingen aantreffen op het voetpad. De planten hebben een struikachtige vorm en dus niet kruipend zoals bij Echte gamander het geval is. Het gaat om Teucrium x lucidrys (T. chamaedrys x lucidum). Besluit Ruim 270 soorten op onze lijst, waarvan een aantal niet op naam zijn gebracht, kenschetsen toch deze oude en floristisch minder bekende wijk. De afwezigen hebben altijd wel een reden om er niet bij te zijn, maar we hebben het er met z’n vijven toch nog redelijk goed van afgebracht. Op de Rode Lijst staat Muizenoor in de categorie “Achteruitgaand”, “Grote tijm” is “Kwetsbaar" en Esdoornganzenvoet wordt vermeld als zeldzaam. We hebben intussen zeer veel zeldzaamheden van andere aard gezien, zoals Oosterse wingerd, de siergamander Teucrium x lucidrys, Dadelpalm, Salvia splendens, Buxus, Cotoneaster franchetii, Japanse sierkwee, Europese judasboom, Bonte luzerne, Handjesgras, Valse christusdoorn, Cornus australis, Ligustrum sinense, Kransmuur en Stijve zonnebloem. Deels zijn deze echt zeldzaam, maar veelal zijn ze gewoon ontsnapt uit de aanplantingen die in de stad zijn gedaan, of blijven ze onbekend omdat Dadelpalm nu eenmaal zo goed op een grassprietje lijkt.

Kalender 2012 Dit jaar inventariseren en evalueren we opnieuw enkele natuurgebieden. Ook steden komen weer aan de beurt. In principe gaat het om dagexcursies, maar wie enkel in de voormiddag mee wil kan dat. Aanpikken in de namiddag gaat per fon-o-foon (0474/820471). Samenrijden is de boodschap. Kontakteer Erik Molenaar voor meer info: Erik.Molenaar@skynet.be Wij staan open voor alle belangstellenden; zelfs absolute beginners zijn welkom. Vergeet geen laarzen, loep, flora en picknick mee te nemen! "We middagmalen gaarne in een volks café." De excursies starten telkens om 9u15. Zaterdag 7 april Tielt station; met o.a. Heelbeen d2-33-42 Afspraakplaats: Station Tielt

40


Zaterdag 21 april Loppem; stengelloze sleutelbloem, stinze… Afspraakplaats: Station Oostkamp Dinsdag 1 mei Sint-Joris Beernem, Miseriebocht c2-44-34 Afspraakplaats: Station Beernem Zaterdag 19 mei Westhoekexcursie ANB Afspraakplaats later te bepalen. Zaterdag 26 mei Kalkgraslanden of duin/kustmoeras Afspraakplaats: Parking Dune du Chatelet Tardinghen Zaterdag 16 juni Pecq-Armentières Scheldevallei Afspraakplaats: Parking 'Maison de Léaucourt ' Zaterdag 23 juni Netevallei te Herselt Afspraakplaats: Kerk Bergom (tss. Herselt en Westerlo). Zaterdag 30 juni

Zichemsveld en Zichemsbosje met akkeronkruiden, bermen van holle wegen, droog grasland en historisch permanent bos op steilrand van Diestiaanheuvel. Afspraakplaats: Station Zichem Zaterdag 7 juli Bulskampveld c2-53-14 Afspraakplaats: Station Beernem Zaterdag 14 juli Kampveld - Oostkamp c2-52-11 Afspraakplaats: Station Beernem Zaterdag 21 juli Schuurlo c2-54-32 Afspraakplaats: Kerk Maria-Aalter Zaterdag 28 juli Deinze Voederfabriek en kanaal Schipdonk d2-37-33 Afspraakplaats: Station Deinze Zaterdag 11 augustus Begijnendijk Kerk Begijnendijk Zaterdag 25 augustus Averbode, deel Veerle in voormiddag en in namiddag herneming deel Tessenderlo voor prospectie terugkeer van heide-, ven en bosrandplanten. Afspraakplaats: Poortgebouw Abdij Averbode Zaterdag 8 september Grensmaas tussen Neerharen en Wonck Afspraakplaats: Kerk Wonck Zaterdag 22 september Stadshok Gent d3-22-14 Afspraakplaats: Parking watersportbaan Yachtdreef (1 km van St-PietersStation) Zaterdag 6 oktober Grensmaas tussen Kotem en Neerharen Afspraakplaats: Kerk Kotem Zaterdag 20 oktober Stadshok Antwerpen c4-36-14 Afspraakplaats later te bepalen

41


Plantenwerkgroep Gent Donderdag 1 september Hoek Drieselstraat/Antwerpsesteenweg (Eeckhout) D3-13-22 Het boeket van vorige week werd verder aangevuld… Groot- en Klein kaasjeskruid, Bruidssluier, IJzerhard, Brede Lathyrus, Wouw,… Voor de zoveelste keer dit seizoen was er weer even twijfel over de Nederlandse naam van Calamagrostis epigejos. Is het nu Duinriet of Struisriet? Laten we het deze winter voor eens en voor altijd in ons hoofden prenten: Struisriet is de geslachtsnaam (Genus Calamagrostis) en Duinriet is de soortnaam! Langs de sloot vonden we Witte- en Gele waterkers, Grote Egelskop, Wolfspoot, Gele lis, Grote waterweegbree, Groot moerasscherm, Aarvederkruid maar helaas ook een flinke plek Parelvederkruid, door sommigen beter gekend als Gepareld vederkruid of Braziliaans vederkruid (Myriophyllum aquaticum). Parelvederkruid is van oorsprong een Zuid-Amerikaanse plant die zich zeer snel kan verspreiden omdat een stekje van enkele cm groot al voldoende is om tot een nieuwe plant uit te groeien. Bovendien vertoont het een explosieve groei waarbij de biomassa iedere week kan verdubbelen. Op die manier vormt het dichte, verstikkende tapijten. Het is bovendien een amfibische soort die tijdelijke droogte en langdurige onderdompeling weerstaat en zelfs op droge standplaatsen kan groeien. ’t Is herfst en dat is ook te merken aan het fruit langs de parkings, er werd vanavond tussendoor gesnoept van bramen, van niet al te rijpe peren en van mooie blozende appels. Maar herfst betekent ook sneller donker en tegen 21u werd het voor de meesten toch te donker om nog nieuwe planten te ontwaren zodat de zoektocht op een drankgelegenheid gericht werd. Maar sommige mensen hebben goede ogen en nog vóór ik thuis was, kreeg ik al een mailtje “de allerlaatst gevonden plant voor dit jaar met jullie PWG luistert naar de naam Myosotis discolor; er zaten lichtgele en blauwe bloempjes op. Altijd uitkijken naar de zeer zeldzame M. stricta als de vruchtsteeltjes zo kort zijn! Jammer dat het seizoen er weeral opzit...” En bij dat laatste zinnetje kan ik me alleen maar volmondig aansluiten! Kristel Keppens

Weet wat je wiedt! Wil je graag meer weten over planten? Ben je het beu om in je eentje te zitten knoeien in je flora? Wil je graag mee op stap met onze Gentse plantenwerkgroep? In 5 theorielessen en 2 praktijklessen stomen we je klaar om zelf met een flora op stap te gaan. Praktisch: Theorielessen op 22 en 29 maart en op 5, 12 en 19 april van 19u tot 22u in het NMC de Bourgoyen. Excursies op 21 april van 9u tot 12u en op 26 april van 19u tot het donker wordt. De exacte locaties worden tijdens de theorielessen meegedeeld. Inschrijven kan door een mailtje te sturen naar kristelkeppens@gmail.com 42


met als onderwerp “Inschrijving weet wat je wiedt” en 45 euro (niet-leden Natuurpunt) of 35 euro (leden natuurpunt) over te schrijven op rekening 8904340659-37 van Natuurpunt Gent met vermelding “cursus plantenwerkgroep”. Wees er snel bij want het aantal is beperkt tot 25 inschrijvingen.

Plantenwerkgroep Vlaamse Ardennen Plus 25 september Bomenwandeling in het Burreken Gids:Ronny De Clercq. 12 deelnemers Ronny had deze excursie grondig voorbereid en gaf bij elke boom of struik die we tegenkwamen uitleg over kenmerken, gebruik en belang voor de natuur – meer bepaald voor de insecten. Na twee uur wandelen waren we amper één km ver gevorderd, maar geen paniek: we waren om 17u terug aan ons beginpunt en hadden ondertussen ook kunnen genieten van het mooie landschap. We zagen op een hazelaar enkele vervormde katjes: bij napluizen thuis in het “Gallenboek” bleek dit het werk te zijn van de Springende hazelaargalmug. En bij een balsempopuliersoort twijfelden we tussen Ontariopopulier (Populus balsamifera) en Zwarte balsempopulier (Populus trichocarpa). Johan Peelman nam er een takje van mee en determineerde dit thuis met de Heukels als de laatste soort omdat de bladeren niet afgerond of hartvormig zijn (zie de foto van Johan hierbij) en de jonge takken kantig zijn. We hebben dus heel wat bijgeleerd op een boeiende manier. Opmerking van Ronny als reactie op dit verslag: "Ik determineerde de hazelaargal als Hazelaarkatjesmijt, Phyllocoptruta coryli. Afbeelding 126 in het Gallenboek stemt helemaal overeen met wat ik meebracht. De schubben zijn ook niet verkleurd." Bedankt Ronny; ik had geen ex. meegenomen van die gal en betrouwde op mijn visueel geheugen. Kalender 2012 Zaterdag 21 april: Plantenstudie in het Kloosterbos te Sint-Maria-Oudenhove Gids: Karel De Waele (tel. 09/386.45.60, GSM enkel die voormiddag: 0474 778276). Samenkomst om 9u aan de kerk van St-Maria-Oudenhove. Einde omstreeks 12u. De ganse voormiddag studie van de flora in één km², nl. het kwartierhok E3-33-42, met o.a. de reservaten Kloosterbos en Vossenhol. Hierbij worden indien nodig diverse determinatiewerken gebruikt en aldus verschillende velddeterminatiekenmerken van de flora aangeleerd. We doen dit samen met, en op aanvraag van, plantenwerkgroep "Naturelaar" van afdeling 's Heerenbosch. Meebrengen: laarzen, loep, flora's.

43


Zaterdag 21 april: Educatieve plantenwandeling voor beginners in het Kloosterbos te Sint-Maria-Oudenhove. Gids: Dieter Everaert, tel. 09/345.96.30. Samenkomst om 14u aan de kerk van SintMaria-Oudenhove. Onder begeleiding wordt de systematiek van de meest voorkomende plantenfamilies in een traditioneel Vlaamse Ardennenbos aangeleerd. Einde om 17u. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe. Zaterdag 5 mei: Determinatie en inventarisatie in de Kaleshoek te Zeveren. Gids:Henk Coudenys, tel.09/36.97.11. Samenkomst om 14u aan de kerk van Zeveren. Determinatie en inventarisatie van de flora van moerasbos. Einde om 17u. Meebrengen: laarzen(!),flora, evt. loupe. Zondag 13 mei: Planten voor beginners in het Burreken te Schorisse. Gids: Ronny Declercq, tel. 055/45.63.42, ronnydeclercq@pandora.be. Samenkomst om 14u aan de bramentuin op de Ganzenberg te Schorisse (nabij huisnr 2). Onder begeleiding wordt de systematiek van de meest voorkomende plantenfamilies in een traditioneel Vlaamse Ardennenlandschap met bos, grasland en houtkanten aangeleerd. Einde om 17u. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe. Woensdag 6 juni: Determinatie en inventarisatie in Bovenloop Zwalm te Opbrakel. Gids: Heidi Demolder, tel. 0476/40.34.52. Samenkomst om 19u aan de vijver in de Maaistraat te Opbrakel. Determinatie en inventarisatie van de flora van natte ruigte en aanpalende graslanden. Einde bij zonsondergang. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe. Woensdag 20 juni: Planten voor beginners in Bos ’t Ename deel: De Ruisschere te Volkegem. Gidsen: Dirk Fiers, tel 09/362.88.14 en Sylvie Decoster, tel 055/30.25.89 of 0472/25.43.10. Samenkomst om 19u aan zaal Ten Berghe, voet Volkegemberg te Volkegem. Onder begeleiding wordt de systematiek van de meest voorkomende plantenfamilies in bos, bosrand en grasland aangeleerd. Einde bij zonsondergang. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe. Zaterdag 7 juli: Determinatie en inventarisatie in Rooigembeekvallei te Mullem. Gids: Alexander Van Braeckel, tel. 0473/85.45.62. Samenkomst om 14u op het dorpsplein van Mullem. Determinatie en inventarisatie van de flora valleibos en grasland. Einde om 17u. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe. Zaterdag 28 juli: Determinatie en inventarisatie in de Sportdreef te Gavere. Gids: Henk Coudenys, tel. 09/386.97.11. Samenkomst om 14u aan de parking in de Sportdreef te Gavere. Determinatie en inventarisatie van de flora van bos en dreef. Einde om 17u. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe. Zaterdag 11 augustus: Determinatie en inventarisatie in Hotondbos op de Scherpenberg te Ronse. Gids: Henk Coudenys, tel. 09/386.97.11. Samenkomst om 14u aan de Hotondmolen te Zulzeke- Kluisbergen. Determinatie en inventarisatie van de flora van heischrale graslandrelicten. Einde om 17u. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe. Zondag 16 september: Determinatie en inventarisatie in Vossenhol te Sint-MariaOudenhove. Gids: Heidi Demolder, tel. 0476/40.34.52. Samenkomst om 10u aan de ingang van het reservaat in de Vossenholstraat te Sint-Maria-Oudenhove. Determinatie en

44


inventarisatie van de flora van schraal grasland. Einde om 13u. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe. Zaterdag 29 september: Educatieve plantenwandeling in de Kaaimeersen te Meilegem- Zwalm. Gidsen: Dirk Fiers, tel 09/362.88.14 en Sylvie Decoster, tel 055/30.25.89 of 0472/25.43.10. Samenkomst om 14u aan de parking van PNEC De Kaaihoeve, Oude Scheldestraat 16 te Meilegem- Zwalm. Onder begeleiding wordt de systematiek van de meest voorkomende plantenfamilies in de natuurtuin en rond de Oude Scheldearm aangeleerd. Einde om 17u. Meebrengen: stevig schoeisel of laarzen, flora, evt. loupe.

Nationale Werkgroep Botanie Excursieverslagen

André Van den Bergh

3 september - Kempense zandgronden en vennengebied in de Teut te Zonhoven Lily Gora was onze gids voor een plantenexcursie in de Teut, waar de interessante vennen reeds jaren opgevolgd worden, zodat strepen er weinig zin had. Zo viel onze keuze voor het strepen op een hok met drogere zandgronden waar geen recente gegevens van bestonden. In de aanpalende hokken met de vennen zouden we tijdens onze doortocht alleen de merkwaardigste vondsten noteren. Aan de ingang van het reservaatgebied gaf Lily eerst een woordje uitleg aan de 18 deelnemers, alvorens de inventarisatie kon beginnen. Het droge gebied met Grove dennen en hier en daar een open plek herbergde een heel gamma te verwachten soorten van de Kempense zandgronden: Vroege haver, Buntgras, Zandstruisgras, Zandblauwtje, Kleine leeuwentand, Borstelgras, Pijpenstrootje, Klein tasjeskruid, Kruipbrem, Bosdroogbloem en Klein vogelpootje. Een opvallende teunisbloem met te grote bloemen voor de Middelste teunisbloem, maar te kleine voor de Grote teunisbloem en een duidelijk gestipte stengel werd met een vraagteken genoteerd als de kruising tussen middelste en grote teunisbloem (Oenothera x fallax). Op enkele vochtige plaatsen groeide massaal Kleine en Zachte duizendknoop tussen de Waterpeper en in een drooggevallen greppel stond Grondster. Ook troffen we langs de met steenslag verharde paden enkele inwijkelingen aan, zoals Alsemambrosia, Kleine majer, Papegaaienkruid, Bouchon’s amarant en zelfs Driebloemige nachtschade. Dicht bij enkele villa’s was het niet verwonderlijk om een aantal ontsnapte tuinplanten aan te treffen, zoals Prikneus, Pekanjer en een aantal andere. De lijst werd afgesloten met 142 taxa. Lily gidste dan de groep naar een ven, waar vroeger massaal lobelia groeide, maar nu geen plantje meer te vinden was. Volgens haar had dat iets te maken met de watertoevoer!! Geen lobelia, maar wel een heleboel prachtige waarnemingen: Wilde gagel, Gewone dophei, Veenbies, Moeraswolfsklauw, Kleine zonnedauw, Knolrus, Witte en Bruine snavelbies, Veelstengelige waterbies, Moerasstruisgras, Klokjesgentiaan, Waternavel en Veenpluis. We trokken naar het gebied van het Groot Ven, waar ook heel wat interessante planten werden opgemerkt: Duizendknoopfonteinkruid, Drijvende egelskop, Vlottende bies, Noordelijke waterlelie, Borstelbies, Ronde zonnedauw, Stekelbrem, Rode bosbes, Blaasjeskruid, Beenbreek, Lavendelhei en Wateraardbei. Het was een zeer warme zomerdag geweest en eigenlijk had niemand bezwaar tegen het 45


voorstel van Lily om op een gezellig terras (het was meer een Biergarten) nog wat na te kaarten. 17 september - Blokkersdijk op Linkeroever te Antwerpen René Maes was onze gids in zijn thuishaven op Linkeroever. Omwille van het feit dat het natuurreservaat Blokkersdijk verdeeld is over 2 hokken, had hij beide hokken voorzien om te strepen. Een klein gedeelte lag ten westen van de Tophatgracht en het interessantere deel bestond uit de ronde van het natuurreservaat Blokkersdijk. Door carpooling kon het aantal wagens beperkt worden en de picknick werd door conservator Willy Verschueren aan de vogelkijkhut gebracht. Wat een luxe!! Door een canadabos met een aantal algemene soorten trok René met de 22 deelnemers naar een meer open gedeelte langs de Tophatgracht, waar duinriet de dominante plant was. Een grote kaars zonder aflopende bladeren trok de aandacht van het gezelschap en de flora’s werden bovengehaald voor de determinatie van Keizerskaars. Op iets opener terrein groeide de Zomerbitterling, alsook Kleine leeuwentand, Blauw walstro en de bastaard Potentilla x mixta (kruising tussen Vijfvingerkruid en Kruipganzerik). We kwamen in het aanpalende hok en trokken naar de oever van de waterplas, waar massaal Moerasandijvie groeide. Pierre vond weliswaar nog een bloeiend exemplaar. Enkelen kozen voor het water met Doorschijnend sterrenkroos, Gewone waterbies, Rode waterereprijs, Bruin cypergras, Moeraszuring, Goudzuring en Klein fonteinkruid. De overige deelnemers baanden zich een weg tussen het Duinriet en moesten oppassen voor de talrijke gevaarlijke konijnenpijpen. Ook daar kwam nog een en ander op de streeplijst, zoals Fraai en Echt duizendguldenkruid, Doornappel, Eekhoorngras, Zeegroene zegge, Donderkruid, Strandkweek, Bleekgele droogbloem, Hertshoornweegbree, Zeegroene en Rode ganzenvoet, de twee variëteiten van Driebloemige nachtschade, alsook Conyza sumatrensis. Pierre en Nico waren een beetje afgedwaald naar de expressweg Antwerpen – Knokke, waar ze in hok C4.25.23 op de middenberm Atriplex micrantha (een adventief uit de Russische zoutsteppen) aantroffen. Op het Scheldeschor kon tenslotte nog Moerasmelkdistel, Zulte, Heemst en Klein glaskruid gestreept worden. Met Vederesdoorn, Hartbladige els en Elaeagnus angustifolia was ook de invloed van de mens niet ver weg en konden de lijsten afgesloten worden met 135 taxa voor het eerste gedeelte en 224 soorten voor Blokkersdijk zelf. 1 oktober - Mijnterrils te Morlanwelz Chris en Luc waren onze gidsen voor een planteninventarisatie op enkele mijnterrils. De afspraak was aan het station van Morlanwelz, dat voor mijn GPS onbekend was, maar door het centrum als bestemming te kiezen kwam ik het station voorbij. Ook enkele andere chauffeurs hadden evenveel geluk, maar een drietal werd door hun GPS naar het station van Carnières geloodst, zodat eens te meer bleek dat een GPS niet onfeilbaar is!! Vanaf de Delhaize parking zouden we twee mijnterrils inventariseren, die in aanpalende hokken lagen. Chris had het strepen van twee hokken al wat verzacht met drie taarten voor haar verjaardag op 3 oktober. In het eerste hok wandelden we langs de afsluiting van een spoorwegatelier naar een oude kasseiweg, die ons over de sporen naar de mijnterril bracht. Aan een afvoerbuis troffen we naast Muurvaren ook Tongvaren aan en Pierre vond zelfs Zeegroene ganzenvoet tussen de kasseien. Onder een stralende zon parelde menige zweetdruppel op 46


het voorhoofd van de 16 deelnemers tijdens de steile klim van de terril. Het was immers een echte zomerdag!! De mijnterril werd volledig verkend en vele typische planten, zoals Driedistel, Fraai duizendguldenkruid, Slangenkruid, Dwergviltkruid, Kleine pimpernel, Smalle raai, Kaal breukkruid, Donderkruid, Muursla, Mantelanjer, Plat beemdgras, Viltganzerik, Middelste en Noorse ganzerik werden gestreept. Ook Getand vlotgras, Gaspeldoorn en Klein wintergroen (noordhelling) kwamen op de lijst. We keerden terug via de spoorweg en enkele kamden zelfs het hele terrein uit tot aan het atelier, waar opendeurdagen waren. Bijzondere waarnemingen konden dan ook niet uitblijven: Stinkend streepzaad, Zwenkdravik, Echt duizendguldenkruid, Klein en Straatliefdegras, Vreemde ereprijs, Bleekgele droogbloem, Hongaars havikskruid en Nieuw-Nederlandse aster. Tijdens de middagpauze genoten de taarten van Chris heel wat belangstelling, zodat we met een goed gevulde maag de tweede terril konden beklimmen. Maar eerst verkenden we een natter gedeelte aan de voet van de helling met Moerasstruisgras, Gevleugeld sterrenkroos, Stomp vlotgras, Bloedzuring en Liggend hertshooi. Dan maar een nog steilere helling op met slechts enkele nieuwkomers: Smalle rolklaver en Eekhoorngras. In het bos groeiden Bosgierstgras en Schaduwkruiskruid en aan de andere zijde van de terril vonden we nog Wouw, Spiesleeuwenbek, Borstelbies en Hondstarwegras. De lijsten werden afgesloten met 206 taxa in de voormiddag en 218 soorten in de namiddag. 15 oktober - Stadsflora aan de Keizersberg te Leuven. Daniel de Wit stond ons op te wachten op de parking van de abdij Keizersberg. Met 18 botanisten kon zijn rondleiding beginnen in het door hem uitgekozen stadshok. In de voormiddag onderzochten we voornamelijk het gebied op en rond de Keizersberg, met in ons gezelschap Krien Hansen, coĂśrdinator voor de werkgroepen bij Natuurpunt Studie. Naast heel wat algemene soorten, noteerden we toch ook Boskortsteel, Heggenrank en Speenkruid, waarvan we de nieuwe knolletjes konden waarnemen in de bosbodem. Karel vroeg zich af of in de vergeetput geen Tongvaren groeide en Pierre, die zich over de boord boog gaf een negatief antwoord!! De groep was niet overtuigd en ging zelf een kijkje nemen en de verbazing was groot, want de put stond vol met Tongvaren. Met een glimlach op de lippen rolde Pierre zijn sigaret!!! Ook vonden we enkele duidelijk aangeplante soorten, maar die werden niet gestreept. Om halftwaalf was het tijd voor de picknick, want we moesten de wagens verplaatsen naar de vaartkom, omdat de rest van het hok daar gesitueerd was. We namen afscheid van Krien met de hoop dat ze een aangename herinnering zou bewaren aan onze plantenwerkgroep. In en rond de vaartkom konden nog tal van verrassingen gestreept worden: Kalmoes, Muurvaren, Stijf barbarakruid, Handjesgras, Klein liefdegras, Straatliefdegras, Bermooievaarsbek, Bleekgele droogbloem, Kleine leeuwentand, Gevlekte rupsklaver, Muursla, Wegdistel, Hertshoornweegbree, Plat beemdgras, Zachte wikke en Rode schijnspurrie. De Dijle zelf was goed voor Gekroesd fonteinkruid en Schedefonteinkruid en in een verborgen hoekje groeide zelfs een Kiwi. De laatste lijst van het seizoen kon afgesloten worden met 242 taxa. In een plaatselijk cafĂŠ kon dan nog een veelbelovende kalender voor 2012 opgesteld worden. Ik bedank alle botanisten voor hun ijverige inzet tijdens de excursies bij het opzoeken en determineren van de talrijke planten, alsook voor de goede sfeer in de groep. Ook dank aan Karel voor de hulp bij het strepen en het opstellen van sommige verslagen. 47


Kalender 2012 De excursies starten om 9u00 en eindigen om 17u00. De ganse dag planteninventarisatie waarbij ook het gebruik van verschillende plantenboeken aan bod komt. Breng steeds je laarzen, loep, flora’s, lunchpakket en drank mee. Zaterdag 31 maart Plantenstudiedag van voorjaarsbossen te Thuin Gids: Luc Allemeersch, tel. 02/361.60.54. Samenkomst aan het station van Thuin (rue de la gare du nord). Inventarisatie in nog te bepalen kmhok, met de vroege voorjaarsflora. Zaterdag 14 april Plantenstudiedag aan de abdij van Affligem Gids: Paul Van Den Bremt, GSM 0474.90.02.49. Samenkomst aan de kerk van de abdij te Affligem (Abdijstraat 6). Inventarisatie in kmhok D4.51.32, met voorjaarsflora langs de Weimeersbeek. Zaterdag 28 april Plantenstudiedag in het Walenbos Gids: Daniel de Wit, GSM 0477.25.10.32. Samenkomst aan de kerk van O.L.V. Tielt (Bergstraat 1B Tielt-Winge). Inventarisatie in kmhok D5.56.42, met voorjaarsflora in elzenbroekbos. Zaterdag 12 mei Plantenstudiedag in de Maasvallei Gids: Freddy Wyzen, GSM 0478.65.14.48. Samenkomst aan het station van Dinant (avenue Franchet d’Esperey 1). Inventarisatie in kmhok H5.37.43 en 44, met reservaat devant Bouvignes en flank Leffevallei met kalkgraslanden en mooie rotsvegetaties. Vrijdag 25 mei tot maandag 28 mei Pinksterweekend in de Duitse Eifel Gids: Andre Van den Bergh, tel. 052/35.05.18; GSM 0472.68.83.35. Verblijf in halfpension in hotel Im Fronhof te Mettendorf in het Enzdal. Inschrijvingen afgesloten. Er zijn 12 tweepersoonskamers (48,20 € p.p.per dag) en drie singles (53,50€ per dag) gereserveerd. Vier dagen botaniseren in de omgeving met droge graslanden te Irrel, orchideeën am Bedhard en in het Sauertal, Mindener Lay, Scharren bei Ingendorf, Matheswies bei Echternacherbrück en Irreler Mühle. Deelnemers krijgen op tijd een brief met de richtlijnen. Zaterdag 9 juni Plantenstudiedag langs de Palingbeek te Ieper Gids: Pierre Van Vooren, GSM 0494.54.27.03. Samenkomst op de parking van het Provinciaal Domein (Palingbeekstraat 18, Ieper). Inventarisatie in nog te bepalen kmhok, met gevarieerde flora van de beekvallei. Zondag 17 juni tot 24 juni Zomerverlof in het Lechtal (Tirol ) - Oostenrijk Gids: Daniël De Wit, GSM 0477.25.10.32. Verblijf in halfpension in het hotel Gasthof Bären te Holzgau. Een weekje botaniseren in het Lechtal. Er zijn 11 tweepersoonskamers en 3 singles gereserveerd. Prijs: 44€ per persoon in HP; single 53€ in HP. Het hotel beschikt over een sauna en dampbad en de sommercard met gratis openbaar vervoer en liften is inbegrepen. Inschrijvingen tot 1 februari 2012 door overschrijving van 100€ op IBAN rekening BE62 7341 7408 1461, BIC: KREDBEBB van Daniel De Wit, Mariadallaan 5A, 1930 Zaventem. Deelnemers krijgen op tijd een brief met de richtlijnen. Zaterdag 21 juli

Zwarte tetrades in de buurt van Keerbergen, Putte, Onze-Lieve-Vrouw-Waver en Bonheiden Gids: Karel de Waele, tel. 09/38.64.560; GSM 0474.77.82.76 (GSM enkel in gebruik die dag zelf). Samenkomst aan de kerk van Peulis (Peulisstraat 1B). De ganse dag planteninventarisatie in uurhokken D5.21, 22 en 32, met landbouwgebied en

48


naaldbossen en misschien wel onverwachte flora in sommige gedeelten, waarbij ook het gebruik van verschillende plantenboeken aan bod komt. We splitsen ons in 4 groepjes, die elk 2 km² verkennen in 4 zwarte tetrades. Zaterdag 4 augustus Plantenstudiedag in de Blankaart Gids: Godfried Warreyn, tel. 058/51.80.80. Samenkomst op de parking van het Vlaams bezoekerscentrum « De Otter (Blankaart) » (Ieperse steenweg 56, Woumen « Diksmuide »). Inventarisatie in kmhok D1.33.32, met gevarieerde flora van het natuurreservaat. Zaterdag 18 augustus Plantenstudiedag van kanaaloevers te Dudzele Gids: Hedy Lecomte, tel. 050/54.49.24; GSM 0474.83.75.81. Samenkomst aan de kerk van Dudzele (St.-Lenardsstraat). Inventarisatie in kmhok B2.51.44, met kanaaloevers en polder. Zaterdag 1 september Plantenstudiedag in de omgeving van Stambruges Gids: Chris De Caluwé, tel. 02/361.60.54. Samenkomst aan de kerk van Stambruges (rue Cardinal Mercier/ rue du calvaire). Inventarisatie in nog te bepalen kmhok, met bossen en heide. Zaterdag 15 september Plantenstudiedag in het Zwin te Knokke-Heist Gids: René Maes, tel. 03/252.41.23. Samenkomst aan de parking van het Zwin (Graaf Leon Lippensdreef 8). Inventarisatie in kmhok B2.34.13 met een mooi stuk van het Zwin zelf en de Zwinduinen. Zaterdag 29 september Plantenstudiedag in het Vlietbos op Linkeroever Gids: René Maes, tel. 03/252.41.23. Samenkomst aan de kerk van Zwijndrecht (Dorp West). Inventarisatie in kmhok C4.25.23, met pionierbos en opgespoten terreinen uit de jaren 30, 40 en 60. Zaterdag 13 oktober Plantenstudiedag van de stadsflora te Zottegem Gids: Karel de Waele, tel. 09/38.64.560; GSM 0474.77.82.76. Samenkomst op de parking aan de achterkant van het station (Broeder Mareslaan). Inventarisatie in kmhok E3.24.11, met de stadskern en de omgeving van het Egmontkasteel. Aansluitend vergadering voor het opstellen van de kalender 2013. Voorstellen kunnen ook vooraf telefonisch of schriftelijk doorgegeven worden aan André Van den Bergh, Vitsgaard 9, 1745 Opwijk, tel. 052/35.05.18, e-mail: andre.vandenbergh@skynet.be.

Plantenwerkgroep Denderstreek Paul Van den Bremt, Laurent Annaert, Walter Tolleneer, Gilbert Tolleneer, Peter Tolleneer 053/ 57 00 84 Allium@belgacom.net Op zondag spreken we af om 8u30 en op woensdag om 18u30. Afspraakplaats is de parking van het stedelijk kerkhof in de Leo de Bethunelaan te Aalst. Zondag 1 april Zondag 29 april Zondag 13 mei Woensdag 23 mei Woensdag 6 juni Woensdag 25 juli

D4-51-21 D4-51-42 D4-51-24 D4-51-41 D4-51-11 D4-51-21

Aalst-Meldert / Klaarhaag Aalst-Meldert / Doment Aalst-Meldert / Meldert centrum Aalst-Meldert / Affligem-Hekelgem/Sint Rochus Aalst-Moorsel / Koebrug Aalst-Meldert / Klaarhaag

49


Woensdag 1 augustus Woensdag 8 augustus Zondag 19 augustus Zondag 2 september

D4-51-32 D4-51-42 D4-51-24 D4-51-41

Zondag 16 september

D4-51-11

Affligem-Hekelgem / Weimeersbeek Aalst-Meldert / Doment Aalst-Meldert / Meldert centrum Aalst-Meldert Affligem-Hekelgem/ Sint Rochus Kapel Aalst-Moorsel / Koebrug

PWG Scheldeland

Kalender 2012

Na veel zweet hebben we onze excursiekalender dan toch rond gekregen. Het wordt best een gevuld jaar. Er zijn weer 10 inventarisatietochten (waaronder 2 min of meer zwarte gaten) en daarnaast ook nog een wilgenuitstap op 26 mei. Nog niet ingepland zijn : - een excursie in de Daknamse meersen (ong. half juli), waarvan de datum pas later zal vastgelegd worden; - 2 inventarisaties van kwartierhokken die tot nu toe zeer pover scoorden en dus eens goed moeten aangepakt worden; die zullen op het laatste moment per mail aangekondigd worden. We hopen jullie jullie regelmatig te zien! Danny & Christine Kleine Molenstraat 19 9290 Overmere

Tel. 09/367.95.49 en voor de excursies gsm 0478/ 82 87 81 (verder niet onnodig te gebruiken) E-mail : minnebo.troch@pandora.be

Zaterdag 24 maart D’Heide/Paelepel-bos d3-35-44 9u00 Kruispt. Smetledesteenweg/ Braektestraat, Smetlede Inventarisatie lenteflora reservaat Zaterdag 7 april Hospiesbos, Massemen 9u00 Kruispt. Maelbroekstraat/ Oordegemsesteenweg Voorjaarsflora/inventarisatie

d3-35-43

Zondag 29 april De “Goudmijn”, Destelbergen d3-23-21 9u00 Parking Aldi Destelbergen, Dendermondsestwg. 301 Inventarisatie privéterrein + waterplas Maandag 14 mei Eetgoed/Hazeveld 19u00 Kerk Serskamp Inventarisatie nieuw terrein

d3-36-34

Zaterdag 26 mei Bezoek Wilgenarboretum Lebbeke Aantal deelnemers is beperkt, dus vooraf een seintje geven als je meegaat 8u30 Kerk Wichelen Arboretum, Fochelstraat 40, Lebbeke

50


Maandag 4 juni D’Heide/Paelepel-bos d3-35-44 19u00 Kruispt. Smetledesteenweg/ Braektestraat, Smetlede Inventarisatie reservaat Maandag 18 juni Broekmeers, Kalken 19u00 Vaartplein, Kalken (Vaartstraat 73) Inventarisatie reservaatpercelen

d3-26-33

Maandag 2 juli Hemelse Rij, Berlare 19u00 Bareldonkkapel Kapelleplein, Berlare Zomerflora in de Donk-omgeving

d3-27-33

Maandag 6 augustus Heisbroek 19u00 Kerk Uitbergen Water- en moerasplanten

d3-36-21

Zondag 19 augustus Gavers, Wetteren/Laarne Akkeronkruid/inventarisatie (zwart gat) 9u00 Kerk Wetteren Ten Ede

d3-34-21

Zaterdag 8 september Bastenakkers, Wetteren 9u00 Kerk Wetteren Ten Ede Akkeronkruid+bos/inventarisatie (zwart gat)

d3-34-23

Lierse plantenwerkgroep Met onze plantenwerkgroep waren we vorig werkjaar vooral op stap in de eigen gebieden. We hebben dit jaar een hele waaier aan activiteiten, waarbij we vooral aandacht besteden aan de inventarisatie van natuurgebieden in onze eigen omgeving. Het Life + project in de Kleine Netevallei loopt immers nog verder en hiervoor vervolgen we de monitoring per perceel in de Steenbeemden en Viersels Gebroekt. Hans Vermeulen geeft een cursus bomen: het herkennen van bomen en struiken in lente- en winterkleed. In deze cursus besteden we uitgebreid aandacht aan de kenmerken van bomen en meer bepaald aan het uitzicht van de schors, de vorm van de kruin en de vorm en inplantingswijze van de knoppen. We bestuderen de bloeiwijze van bomen en struiken. We brengen vaardigheden aan naar determinatie van bomen en struiken toe op basis van hun kenmerken. Kortom: een aanrader voor iedereen die meer wil weten over bomen en struiken in onze eigen omgeving. Wanneer:

18/04/2012, 25/04/2012, 5/05/2012, 2/06/2012, 30/06/2012, 17/11/2012, 1/12/2012

Prijs:

Leden: 20,00 €

Inschrijving verplicht bij:

Niet-leden: 25,00€ Vaes Leo Tel: 03-480 97 42 03-480 97 42 Gsm: 0476-20 26 37 0476-20 26 37 Mail: leoandlievevaes@skynet.be

51


Op aanvraag komt er een initiatie determineren van planten: aan de hand van verschillende flora’s zoeken we de naam op van planten en maken we tijd om alle stappen van het determineren te doorlopen. Meer info over deze activiteiten vind je telkens in de kalender in de Karekiet en op de website. http://www.natuurpuntdewielewaal.be/ Naast de aangekondigde activiteiten komen we ook nog samen op avonden om de monitoring verder te zetten. Wie wil meedoen, geeft een seintje aan Kristine Wuyts: kristine.marc@skynet.be

Kalender Zaterdag 24 maart: Voorjaarsbloeiers in het Kapellekensbos op de grens Lint Boechout (14u00 - 17u00) Zaterdag 7 april: Voorjaar in het Mushaagbos te Lier (14u00 – 17u00) Woensdag 18 april: Theorie cursus bomen en struiken, wijklokaal Zevenbergen in Lier. (19u30 – 22u30) Zaterdag 21 april: Inventarisatie in percelen in De Steenbeemden (9u00 -12u00). Woensdag 25 april: Theoriecursus bomen en struiken, wijklokaal Zevenbergen in Lier. (19u30 - 22u30) Zaterdag 5 mei: Excursie cursus bomen en struiken, Brede Zeyp te Koningshooikt (9u00 uur – 12u00). Zaterdag 12 mei: Muurbloempjeswandeling in Lier, in het kader van Lier 800. (15u00 17u00). Zondag 20 mei: Inventarisatie in Viersels Gebroekt (9u00 – 12u00) Donderdag 31 mei: Initiatie determineren, Vogelzangstraat 21, Nijlen. (19u30 uur – 22u00) Zaterdag 2 juni: Excursie cursus bomen en struiken, Kleine Netevallei Emblem. (9u00 uur – 12u00). Donderdag 7 juni: Initiatie determineren, Steenbeemden (19u30 – 22u00). Donderdag 14 juni: Initiatie determineren, Viersels Gebroekt (19u30 - 22u30). Donderdag 21 juni: Initiatie determineren, Kesselse heide (19u30 uur – 22u00).

52


Zaterdag 23 juni: Retentiebekken Plaslaar, Lier (14u00 – 17u00). Zaterdag 30 juni: Excursie cursus bomen en struiken, samenkomst aan de kerk in Massenhoven (9u00 – 12u00) Zaterdag 22 september: Inventarisatie in Berlaar, samenkomst aan kerk in Gestel (14u00 - 17u00) Zaterdag 6 oktober: inventarisatie in Kessel, De Elzen (14u00 – 17u00) Zaterdag 17 november: excursie cursus bomen en struiken, Kessel Fort (9u00 – 12u00) Zaterdag 1 december: excursie cursus bomen en struiken, Mushaagbos Lier (9u00 uur – 12u00)

Plantenwerkgroep Naturelaar - Natuurpunt ‘s Heerenbosch Met de plantenwerkgroep Naturelaar proberen we op een prettige manier te weten te komen wat er zoal groeit en bloeit in onze regio. De groep richt zich zowel tot beginners als tot mensen die iets kennen van planten. Wie graag aansluit of eens meegaat met onze groep is welkom. Neem contact op met: Miek Van der heyden, Denstraat 74, 9200 Grembergen 052/48.41.48 cvn.miek.vanderheyden@skynet.be Pol Meert, Duivenkeetstraat 12, 9280 Lebbeke 052/41 18 85 Pol.meert@telenet.be Hieronder een paar verslagen van inventarisaties in 2011 24 september Natuurreservaat Groot Schoor in Grembergen Aanwezig: Tarcy - Etienne - Lea - Miek - Pol - René – Steven

d4-21-23

Op deze stralende zaterdag trokken we met de conservator door de jungle die Groot Schoor heet. Het moet gezegd: zelfs onze tocht door het moerasbos van Hannaerden eerder dit jaar leek een wandeltochtje in vergelijking met deze survival. Planten inventariseren is niet zo saai als sommige mensen wel denken. René determineerde een hele lijst spinnen: 12 soorten. Een aantal planten werden meegenomen om te determineren: Dicht bij de Schelde: ‐

Gewoon barbarakruid behoort tot de Kruisbloemigen, is genoemd naar Barbara van Nicomedië, een beschermheilige. De plant wordt verkocht als Winterkers, is eetbaar en bevat veel vitamine C. Deze soort is verspreid over alle werelddelen. Klein hoefblad heeft ons misleid door het slijk dat er op lag. Tip om Klein van Groot hoefblad te onderscheiden: indien geen bloemen aanwezig kijk dan naar de bladstengel die bij Groot hoefblad geribbeld en gegleufd is vooraan. De bladstengel van klein hoefblad is ook gegleufd vooraan maar niet geribbeld. De

53


bladeren van Groot hoefblad zijn donkergroen zoals rabarber, die van Klein hoefblad zijn lichter en geler van tint.

Langs de berm: ‐ ‐ ‐ ‐ ‐

Een jonge scheut van Vlier De plant met trosje uitgebloeide bloemen was Canadese fijnstraal Veenwortel: hartvormige voet en geen wimpers aan het tuitje in tegenstelling tot Perzikkruid. Gewone raket: is de enige raketsoort waarvan de hauwtjes tegen de stengel aangedrukt zijn. Bij alle andere raketsoorten zijn de hauwtjes afstaand. Gewone agrimonie: heb ik een beetje verder, nog in het kmhok gevonden en komt veel voor op de dijkbermen in Grembergen en Moerzeke. Zeer mooie bloempjes te zien met de loep. Deze plant behoort tot de Rozenfamilie en wordt gebruikt om geurige thee van te maken.

Te vermelden bomen: ‐ ‐

Hartbladige els: 1 ex. staat bijna onder de Vlassenbroekbrug, is uitheems, onduidelijk hoe die daar is terechtgekomen. we vonden verschillende soorten Wilg: Amandelwilg – Katwilg en Schietwilg + kruisingen: S. x molissima (Amandel- x Katwilg) – S. x smithiana (Bos- en Katwilg) en Duitse dot.

Miek Vanderheyden

30 april Inventarisatie Poelbos Aanwezig: Georges Tossyn, Josse De Vos, Jos De Boeck, Lea Van Haute, Annick Van Sande, Luc Walna, Sara Walna, Steven Goossens, Matthias Dedecker, Pol Meert (verslag) Verontschuldigd: Miek, Brian We hebben dhr. Vermeir zaakvoerder AXA bedankt voor het gebruik van zijn parking. Georges is bereid om te fotograferen. We verwelkomen enkele nieuwelingen die van zichzelf beweren dat ‘ze er helemaal niks van kennen’. (Dat bleek achteraf nog mee te vallen…) Het natuurgebied Poelbos ligt in het noorden van Lebbeke, op de grens van Buggenhout, Baasrode en Sint Gillis Dendermonde. Op het gewestplan is he voornamelijk aangeduid als natuurgebied, met veel bebossing. Het beboste gedeelte is ongeveer 9 ha groot. De bodem bestaant uit zandleem, het gebied ligt op de grens van de ‘Vlaamse zandstreek’ en het ‘Brabants district West’ en ligt ongeveer 7 m boven zeespiegel. De Poelbeek watert af in de Polder Vlassenbroek. (De rest van Lebbeke in de Polder Beneden Dender). Het Poelbos staat vermeld in het inventarisatierapport van ‘Autochtone Bomen en Struiken’ met A-label. Onze Natuurpuntafdeling beheert er een perceel van 59 are, de conservator is Chris De Bock. Dit was een vroegere stortplaats die aan het einde van de jaren ‘70 aangeplant werd door het toenmalige Groencomité. De gemeente Lebbeke kocht de voorbije jaren verschillende percelen aan maar wil het voorlopig niet in beheer geven aan Natuurpunt ondanks eerdere beloften. We brachten 88 planten op naam, waaronder 16 bomen. Voorjaarsbloeiers zijn hier talrijk aanwezig: Bosanemoon, Wilde hyacinth, Pinksterbloem en Speenkruid. We kwamen een zegge tegen die we niet op naam konden brengen. De soort lijkt op boszegge en is op het baantje van de persleiding Air Liquide massaal aanwezig. 54


Pol Meert

Nieuwsbrief Paddenstoelen

55


Paddenstoelenwerkgroep Natuurpunt Momenteel zijn er in Vlaanderen 16 paddenstoelenwerkgroepen van Natuurpunt actief. Zij organiseren talloze excursies waarbij aandacht besteed wordt aan educatie en inventarisatie van gebieden. Deze waarnemingen worden systematisch ingevoerd op op kwartierhokniveau (1 km x 1 km). Deze verspreidingsgegevens kunnen gebruikt worden om een beter inzicht te krijgen in de diversiteit, verspreiding en achteruitgang van paddenstoelen in Vlaanderen. In Vlaams-Brabant werd in 2001 een atlasproject opgestart met ondersteuning van de provincie. Momenteel wordt naar 60 gemakkelijk herkenbare soorten op houtsnippers, in graslanden, tussen mossen en in bossen gezocht. Dit project wil iedereen aansporen om in eigen tuin en streek naar paddenstoelen te kijken en de gegevens door te sturen naar Natuurpunt Studie. Meer info over het project vind je op de website. Een handige brochure voor herkennen van de 60 soorten is verkrijgbaar in de Natuurpunt winkel voor de symbolische prijs van 3 euro. CoĂśrdinatie Natuurpunt Studie Roosmarijn Steeman Natuurpunt Studie Coxiestraat 11 2800 Mechelen 015/ 29 72 22 Roosmarijn.steeman@natuurpunt.be

Website (algemeen): http://www.natuurpunt.be (Fauna & Flora) Paddenstoelen

Paddenstoel.flits DĂŠ maandelijkse digitale nieuwsbrief over paddenstoelen. Vol nieuws over nieuwe publicaties, projecten, excursies en interessante vondsten. Schrijf je in via www.natuurpunt.be

Ook jij kan iets bijdragen aan de Nieuwsbrief Paddenstoelen!

Natuurpunt Educatie Hans Vermeulen & Wim Veraghtert Graatakker 11 2300 Turnhout tel. 014 47 29 53 Hans.Vermeulen@natuurpunt.be Wim.Veraghtert@natuurpunt.be 56


Een paddenstoelenatlas is snel verouderd De Paddenstoelenatlas voor Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is nog maar net uit, of hij is al verouderd. De gegevens werden afgesloten op 31 december 2009. Maar in 2010 hebben de werkgroepen niet stilgezeten. Om er maar een paar opvallende te noemen: de Scharlaken wasplaat (Hygrocybe coccinea, foto links) was nieuw voor de provincie en Trichoglossum walteri (nog geen Nederlandse naam want ook bij onze noorderburen nog maar een paar keer gevonden) was zelfs nieuw voor Vlaanderen. Deze laatste is een microscopische te controleren dubbelganger van de Ruige aardtong (Trichoglossum hirsutum). Ook in het bijna voorbije seizoen van 2011 werden weer nieuwe vondsten gedaan voor Vlaams-Brabant en Vlaanderen. In augustus werd de Bleke stippelsteelsatijnzwam (Entoloma allochroum) gevonden in Londerzeel. De Hoekigsporige donsinktzwam (Coprinus marculentus) werd eind september ontdekt bij een zoektocht naarzeggekorfslakken in de Markvallei in Galmaarden. In oktober, twee dagen voor de voorstelling van de atlas, konden we de Zijige inktzwam (Coprinus insignis, foto links) vinden op een excursie voor de studenten in het Arenbergpark te Leuven. Deze soort is steeds bij oude bomen van Wilde kastanje te vinden, maar op Europees niveau zeldzaam. Eind oktober werd in het Brusselsnatuurgebied de Vogelzangbeekvallei Geopora cervina (foto rechts) op naam gebracht door de ZWGZWB (Zwammenwerkgroep Zuid-West-Brabant). Deze nieuwkomer werd zelfs nooit in Nederland gezien. Het voorbije weekend werd in "het Moeraske" in Brussel de zeldzame Grauwe ringboleet (Suillus viscidus) voor het eerst in het Brussels Gewest waargenomen, een soort die enkel verschijnt bij Lork. Ook in VlaamsBrabant heeft deze boleet maar twee vindplaatsen. Begin november staken de wasplaten hun kop op en werd van zeldzaamheden als Wantsenwasplaat (Hygrocybe obrussea), Ridderwasplaat (Hygrocybe fornicata, foto onderaan) en Porfiersatijnzwam (Entoloma porphyrophaeum) een tweede vindplaats in de provincie ontdekt. In het natuurgebied "Achter schoonhoven" te Rillaar werd blijkbaar nog te weinig naar graslandpaddenstoelen gezocht. Omdat de meeste vruchtlichamen van zwammen slechts een kort leven leiden moet je op

57


het juiste moment op de juiste plaats zijn. Dit zorgt ervoor dat er altijd nog wel wat nieuws te ontdekken valt. Een atlas is dus al snel verouderd. Deze atlas is het eindpunt van een groot project. Voor de verdere inventarisatie van gebieden kan deze atlas als een beginpunt worden gezien. Het is kortom een basisdocument waar paddenstoelliefhebbers en specialisten steeds naar kunnen teruggrijpen voor informatie over ecologie en verpsreidingsgegevens van 1980-2009.

Nog een paar nieuwkomers voor Vlaanderen Niet alleen in de provincie Vlaams-Brabant werden nieuwkomers voor Vlaanderen ontdekt. Cortinarius subtortus is een vrij forse gordijnzwam, die pas recent uit Nederland bekend is en nu ook in Vlaanderen werd gezien. De soort leeft in het buitenland vooral in symbiose met naaldbomen, maar werd in Vlaanderen onder beuk gevonden. Op 10 september werd de soort in Maria-Aalter ontdekt door Dieter Slos. Nadien volgden nog vondsten in Oost-Vlaanderen en Limburg. Meer hierover lees je uitgebreid in het volgende num-mer van "Sporen", het driemaandelijks tijdschrift van KVMV (Koninklijke Vlaamse Mycologische Vereniging). In het Antwerpse Nijlen werd recent een groeiplaats van de Kastanjebruine vezelkop (Inocybe tjallingiorum) aangetroffen. Over deze in West-Europa zeldzame soort kon je meer vernemen via www.natuurbericht.be. Dit jaar konden ook twee nieuwe russula's (kleurrijk geslacht van symbionten) aan de Vlaamse lijst worden toegevoegd: Gagelrussula (Russula laccata) en Russula cruentata. Ook over deze vondsten wordt nog bericht in "Sporen". Tijdens een late herfstwandeling fotografeerde Peter Van de Vyver de laatste najaarspaddenstoelen in de Everbeekse bossen. Met soorten als Prachtmycena en Zalmzwam viel er nog genoeg te beleven. Op een omgevallen beuk trof Peter de Groene schelpzwam aan, een klassieke winterpaddenstoel met een groene hoed en okerkleurige plaatjes. Maar de hoed leek bij dit exemplaar wat uitgebleekt en beschimmeld... Maar de plaatjes leken net iets te fel oranje, het kenmerkende korte steeltje ontbrak en de donzige witte hoed wijst ook in de richting van Oranje schijnoesterzwam (Phyllotopsis nidulans). Deze soort werd sinds 1969 niet meer gezien in Vlaanderen. In Nederland dook de Oranje schijnoesterzwam voor het eerst op in 2007 en in 2011 zijn al 5 vindplaatsen bekend. Ook elders in West-Europa blijkt de soort toe te nemen. Het loont dus om uit te kijken naar deze winterpaddenstoel, die vooral op beuk, maar ook op populier en zelfs op naaldhout zou groeien. Wil je checken of een soort al dan niet in Vlaanderen werd waargenomen na 1980, ga dan naar de standaardlijst die in 2006 werd opgesteld voor Vlaanderen (http://www.inbo.be/docupload/3062.pdf) en kijk ook naar de aanvullingen en errata (http://www.inbo.be/docupload/3516.pdf) die gebeurden in 2007. Sindsdien moeten we nog even wachten op verdere aanvullingen.... en ook de ascomyceten ontbreken voorlopig nog, maar daar wordt hard aan gewerkt.

58


Werkgroep Natuurpunt Zuidrand Antwerpen combineert paddenstoelen met mossen en lichenen Elke vrijdag buigt de werkgroep Natuurpunt Zuidrand Antwerpen het hoofd over allerleisoorten paddenstoelen: van mooie en gemakkelijke soorten tot moeilijkere gevallen. Vanaf dat het wat kouder wordt, verschuift de klemtoon naar mossen en lichenen. Hans Vermeulen van Natuurpunt Educatie helpt ons bij het herkennen en op naam brengen van de soorten. Hij maakt ons wegwijs in deze boeiende materie. Beginner of gevorderde, iedereen is welkom in onze gezellige werkgroep en zal er in ieder geval veel leren! We hopen een groepje van 15 deelnemers te kunnen vormen, zodat we de deelname op 5 euro per voormiddag kunnen houden. Je betaalt enkel voor de keren dat je aanwezig bent. De tochten gaan door op vrijdagvoormiddag van 9.30 uur tot 12.30 uur in de gebieden rond Antwerpen en de Antwerpse Kempen. De afspraakplaats wordt de week voordien bepaald en we moedigen aan om te carpoolen. Wens je meer informatie, bel of mail naar Catherine Vandercruyssen, 03/288 81 07. Zij brengt je op de hoogte van de afsrpaakplaats als je je mailadres of telefoonnummer bezorgd. Betalen gebeurt achteraf.

Eindelijk roestzwammenliteratuur Dit najaar is het boek "Roesten van Nederland / Dutch Rust Fungi" verschenen. De in Nederland voorkomende roestschimmels worden met dit boek toegankelijk gemaakt voor amateurs. Roestschimmels hebben een slechte naam in de Land-, Tuin en Bosbouw, maar een gering aantal soorten tasten voor ons belangrijke gewassen aan. Verreweg de meeste soorten huizen echter op wilde planten. Des te vreemder is het dat er sinds 1883 geen Nederlandstalig boek is verschenen dat zich grondig verdiept in deze interessante groep schimmels. Omdat ook in de omringende landen al lang geen determinatiewerk meer verscheen, is het boek gedeeltelijk in het Engels. De auteurs, Aad Termorshuizen en Charlotte Swertz, zijn erin geslaagd een degelijk, goed bruikbaar en fraai geïllustreerd boek samen te stellen dat zonder enige twijfel gedurende vele jaren dé standaard zal zijn voor zowel amateurs als professionals. In bijna 440 pagina's worden 163 uit Nederland bekende roesten en 182 soorten die wellicht aanwezig zijn beschreven en voor een groot deel geïllustreerd met kleurenfoto's en prachtige gedetailleerde microscopische tekeningen en foto's. Een behoorlijk aantal roesten verblijft tijdens hun complexe levenscyclus op verschillende gastheren. Binnen deze waardwisseling zijn ze gewoonlijk wel honkvast. Dat maakt het voor iemand met enige kennis van de wilde flora bijna een kinderspel om de juiste naam van de roestschimmel te vinden. Het roestzwammenboek wordt aangeboden in de Natuurpunt Winkel voor wie intekent vóór 10 januari aan de prijs van 49,5 euro voor leden en 55 euro voor niet-leden. Intekenen kan door een mail te sturen naar de Natuurpunt Winkel met vermelding van het aantal exemplaren, je naam, adresgegevens en telefoonnummer.

59


Gezwam op studiedagen Op zaterdag 21 januari organiseert LIKONA haar jaarlijkse contactdag in Hasselt. In de voormiddag krijgen de werkgroepen tijd om te vergaderen. De Limburgse mycologen (MYCOLIM) voorzien alvast een aantal interessante voordrachten. Fotografen Marcel Heyligen en Jean-Claude Delforge tonen hun bijzondere vondsten. En Wim Veraghtert heeft 10 tips voor de Limburgse mycologen. Op zaterdag 17 maart gaat de 21ste Vlaamse mycologendag door in het provinciehuis in Leuven. Het programma ligt nog niet volledig vast, maar we kunnen wel al een tipje van de sluier lichten. Henry Beker komt alvast wat meer duidelijkheid scheppen in het voorkomen van Hebeloma (vaalhoeden) in Vlaanderen. Roosmarijn Steeman brengt voor de laatste keer de stand van zaken van het brandplekkenproject, want dit wordt na drie jaar afgerond. En het wordt stillaan een traditie dat de bijzondere vondsten worden ingevuld door Luc Lenaerts en Wim Veraghtert. Het volledige programma kan je binnenkort raadplegen op www.kamk.be

60


Plantennieuwsbrief 4-2011