Issuu on Google+

België – Belgique P.B. – P.P. 2800 Mechelen 1 BC 7215

Kantoor van afgifte: 2800 Mechelen 1

P 309638

Nieuwsbrief Mossen en Lichenen - Planten - Paddenstoelen e 2011 - 11 jaargang nr. 3 juli – augustus - september

Verschijnt driemaandelijks Afzendadres: Coxiestraat 11 2800 Mechelen studie@natuurpunt.be www.natuurpunt.be

V.u.

Chris Steenwegen, Coxiestraat 11

2800 Mechelen


Deze nieuwsbrief wordt gratis toegestuurd aan alle geïnteresseerden. Wens je lid te worden van één van de werkgroepen en/of de nieuwsbrief op regelmatige basis te ontvangen, stuur dan een mailtje naar Roosmarijn.steeman@natuurpunt.be Wens je de nieuwsbrief niet langer te ontvangen, geef dan een seintje. Veel leesplezier! De volgende nieuwsbrief zal in december verschijnen. Artikels en kalenders kun je tot 20 november insturen.

Wil je ons financieel steunen dan kan dat. Giften vanaf 40€ zijn fiscaal aftrekbaar.

Storten kan op rekening nr.: 230-0524745-92 met vermelding van de volgende projectnummers:

- Natuurstudie

algemeen .......... 2000

- Plantenwerkgroep .................. 2351 - Paddenstoelenwerkgroep....... 2301 - Mossenwerkgroep.................. 220

2


INHOUD Natuurberichten

4

Nieuwsbrief Mossen en korstmossen Korstmossen in aantocht Cursus mossen en lichenen Nieuwsbrief Planten Bosvogelmelk ontdekt in Boortmeerbeek Kevin Lambeets Kransgras (Polypogon viridis) een nieuwe exoot duikt op in Gent en Deinze Henk Coudenys FON op excursie

7 8

11 13 14

Limburgse plantenexcursies

27

Plantenwerkgroep Gent

31

Plantenwerkgroep Vlaamse Ardennen Plus

34

Nationale Werkgroep Botanie

35

Plantenwerkgroep C6

38

Nieuwsbrief Zwammen Paddenstoelen in Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

43

De Takruitertjes

44

Paddenstoelenwerkgroep Zuidrand Antwerpen

44

Paddenstoelenwerkgroep BMW

44

Zwamvlok

44

Zwammenwerkgroep Zuidwest Brabant

45

Paddenstoelcursussen

46

Paddenstoelwandelingen voor een breed publiek

47

Veel regen, veel paddenstoelen en bijzondere vondsten‌

49

3


Natuurberichten Recent is er één en ander veranderd in de communicatie van Natuur.studie naar de vrijwilligers. We hebben onze kar immers aangehaakt aan de zeer succesvolle trein van www.natuurbericht.nl. Sinds 8 juni 2011 beschikken we over een Vlaamse tegenhanger: www.natuurbericht.be. Vanaf nu zal dit medium actief worden gebruikt als hét doorgeefluik van groene weetjes vanuit Natuur.studie naar onze achterban, naar de vrijwilligers, naar de pers. Ken je natuurbericht.be nog niet? Neem dan zeker een kijkje op de website en trakteer jezelf op een boeiend en leerrijk moment in je mailbox. De meeste berichten die tot nu toe gepubliceerd werden, kwamen uit de pen van Natuurpuntmedewerkers of werden overgenomen van natuurbericht.nl. Maar ongetwijfeld kan ook jij interessante waarnemingen en/of een boeiend natuurfenomeen delen met het groeiend aantal lezers. Hou natuurbericht.be altijd in je achterhoofd. Doe je een interessante waarneming? Valt je een interessant natuurfenomeen op? Geef het door en we zoeken samen met jou uit hoe we dit kunnen publiceren via natuurbericht.be Je kan je met je werkgroep ook engageren om regelmatig een bericht te schrijven. Laat het ons weten en we bezorgen je de uitgeschreven richtlijnen voor natuur.bericht. Zo weet je wat er juist van je verwacht wordt en kan je artikel snel gepubliceerd worden. Meeschrijven aan natuurbericht.be telt nu ook mee voor 'zin in natuur.studie?!', waarover binnenkort meer nieuws. Krien Hansen Natuurpunt Studie Werkgroepcoördinator 015 - 77 01 52 0492 - 72 30 47 www.natuurpunt.be

4


Nieuwsbrief MOSSEN & LICHENEN

5


Werkgroep Mossen en Lichenen een symbiose tussen Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud & Natuurpunt

Contactpersonen Natuurpunt EDUCATIE Hans Vermeulen (014/47.29.50) Graatakker 11, 2300 Turnhout

ARTIKELS & INFO Roosmarijn Steeman (015/29.72.22) Coxiestraat 11, 2800 Mechelen

Doelstellingen Werkgroep * bijdrage vormen voor natuurbehoud/beheer * ecologisch onderzoek * verspreidingsonderzoek * popularisatie van de (korst)mossenstudie * stevige band met educatie: cursussen en initiatie-excursies * publicaties

De Werkgroep Mossen en Lichenen FON - Natuurpunt is een symbiose tussen de Werkgroep Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud en Natuurpunt. De werkgroep F.O.N. bestudeert al meer dan een decennium de mossen van ons land. De werkgroep opereerde in het verleden hoofdzakelijk in het Antwerpse maar richtte ook tal van excursies elders in, o.a. naar WalloniĂŤ en het buitenland. De werkgroep staat open voor iedereen die geĂŻnteresseerd is in mossen en/of lichenen, leken of gevorderden. Op de excursies worden beginners met zorg opgevangen (educatie). Er wordt tevens veel gewerkt aan feedback naar de leden. Met dit alles poogt de werkgroep zijn steentje bij te dragen aan zowel mossen- en lichenenstudie, als aan het natuurbehoud.

Ook jij kan iets bijdragen aan deze nieuwsbrief!

6


Korstmossen in aantocht! Cursus korstmossen Korstmossen (of lichenen) zijn het resultaat van een symbiose van twee verschillende typen van organismen: een schimmel en een groenwier of een blauwalg (Cyanobacteria). Soms zijn deze zo sterk met elkaar verbonden dat ze buiten het samenwerkingsverband geen overlevingsmogelijkheid bezitten. Aan de buitenkant zit de schimmel, die dus ook de grove vorm van het korstmos bepaalt. De algen verzorgen de fotosynthese en produceren daarbij in plaats van de suiker die normaal gesproken wordt geproduceerd, speciale suikeralcoholen die door de schimmel kunnen worden gebruikt. Altijd meer willen weten over korstmossen? Noteer dan alvast deze cursus in je agenda. Tijdens 2 theorie avonden en 2 halve dag excursies neemt Dries Van den Broeck, de expert lichenoloog van Vlaanderen, je mee voor een boeiende ontdekkingstocht in de wereld van de korstmossen. De eerste les geeft een inleiding tot de lichenologie en leert je de voornaamste macroscopische structuren op basis waarvan korstmossen onderscheiden worden. De tweede les geeft een overzicht van de voornaamste epifytische korstmossen waarbij je zelf aan de slag gaat om korstmossen in groepen in te delen. De theorielessen gaan door in het NMC. Wanneer: 15/09/2011, 22/09/2011, 1/10/2011, 15/10/2011 Locatie: NMEC De Bourgoyen -Driepikkelstraat 32, 9030 Mariakerke(Gent) Organisator: Natuurpuntafdeling Gent i.s.m. Natuurpunt Educatie Contact en inschrijving: Di Marcantonio Marisa Tel: 09 223 65 33 Mail: Mdimarcantonio@hotmail.com

Inschrijven kan door een mailtje naar Mdimarcantonio@hotmail.com met vermelding 'korstmossen' en overschrijving van het juiste bedrag op rekeningnummer 890-4340659-37 van Natuurpunt Gent met vermelding ‘korstmossen’ Prijs: Leden: 30,00 € Niet-leden: 35,00 €

7


Cursus mossen en lichenen Mossen en lichenen staan bekend als moeilijk toegankelijke groepen organismen. Meteen de reden waarom de gemiddelde natuurgids ze tijdens een excursie in de regel links laat liggen. En dat is jammer! Want doe je een inspanning om mossen en lichenen nader te bekijken, dan merk je meteen dat ze zich veel vlotter laten determineren dan bijvoorbeeld zwammen of nachtvlinders. Je hebt alleen een sterk loepje nodig omdat de structuren in verhouding tot hogere planten kleiner zijn. Voeg daarbij de nodige basiskennis en je hebt meteen alle ingrediënten voor een succesvolle en verrijkende studie van mossen en lichenen. Basiskennis kan je opsteken tijdens de cursus Mossen en Lichenen voor beginners. Wanneer: 14/10/2011, 22/10/2011, 12/11/2011, 26/11/2011 Locatie: 14/10 Baljuwhuis -Kammeersweg 1, 1570 Galmaarden 22/10 en 12/11 Sint-Pauluskapel -Paulusstraat, 1570 Galmaarden 12/11 kerk Waarbeke -Waarbekeplein, 9506 Waarbeke (Geraardsbergen) Organisator: Streekvereniging De Mark vzw, Natuurpunt Educatie Contact en inschrijving: Prove André Tel: 054-58 92 17 Mail: andreprove@hotmail.com Prijs: 15,00 € Info: Inschrijving door storting van het inschrijvingsgeld op rekening 4412518241-75 van vzw De Mark, 1570 Galmaarden met vermelding "cursus mossen en lichenen", naam en mailadres. Breng zeker een loepje mee naar de excursies.

8


Nieuwsbrief PLANTEN

NWB

9


Plantenwerkgroepen Natuurpunt In het Vlaamse land zijn tientallen plantenwerkgroepen actief binnen Natuurpunt. Zij organiseren i.s.m. de natuurvereniging talloze excursies. De meeste excursies staan open voor beginners, er wordt dan expliciet aandacht besteed aan educatie. Veel werkgroepen doen aan inventarisatie op kilometerschaal (via het ‘IFBL-raster’) in het kader van atlasprojecten. Een reeks werkgroepen spitst zich evenwel toe op de studie en inventarisatie van natuurgebieden. Tijdens een aantal activiteiten van de werkgroep Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud wordt zelfs zeer nadrukkelijk aan vegetatiekunde gedaan (vegetatie-opnamen). Je krijgt als vrijwilliger de kans om hieraan actief deel te nemen en bij te leren.

Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud FON Voorzitter: Erik Molenaar Ferdinand Coosemansstraat 24 2600 Berchem tel. 03/218.59.69 e-mail: erik.molenaar@skynet.be fon-o-foon 0474/35.53.69 FON-Website: http://users.skynet.be/fon/ Website (algemeen): http://www.natuurpunt.be (Fauna & Flora)

Informatie inventarisatie & monitoring: Roosmarijn Steeman Natuurpunt Studie Coördinator Planten, mossen, lichenen, fungi Coxiestraat 11 2800 Mechelen tel. 015/29.72.22 fax. 015/42.49.21 (tav. Studie) e-mail: Roosmarijn.Steeman@natuurpunt.be

Nationale Werkgroep Botanie NWB Voorzitter: André Van den Bergh Vitsgaard 9 1745 Opwijk tel. 052/35.05.18 GSM 0472/68.83.35 e-mail: andre.vandenbergh@pi.be

Ook jij kan iets bijdragen aan de Nieuwsbrief Planten!

10


Bosvogelmelk ontdekt in Boortmeerbeek

Kevin Lambeets

Standplaats van Bosvogelmelk in een elzenbroek te Boortmeerbeek. (foto: Roelant Lauwers)

Onmiskenbaar zijn de torenhoge (50-100cm) bloeistengels van Bosvogelmelk, tijdens hun hoogtepunt met een langwerpige tros van groen- tot geelwitte bloemen. Deze eerder Zuid-Europese tot mediterrane soort bereikt de noordelijke grens van haar areaal in BelgiĂŤ. De verspreiding van Bosvogelmelk (Ornithogalum pyrenaicum L.) in ons land beperkt zich voornamelijk tot enkele eerder schaarse vindplaatsen in het Lotharings, het Ardens en het Maasdistrict (Lambinon et al., 1998). Niettegenstaande kan ze talrijk op de groeiplaatsen voorkomen. Bosvogelmelk groeit er in bossen en/of struwelen met milde humus, op kalkrijke bodems of op colluvia (DGARNE, 2010). De soort is tevens bekend van twee vindplaatsen in Vlaanderen (Van Landuyt et al., 2006). Deze standplaatsen wijken echter sterk af van diegene in WalloniĂŤ, nl. een populierenaanplant met elzenhakhout (Ranst) en een elzenbos (Maldegem), beide op basische bodem. Op de laatstgenoemde plek is de soort ondertussen verdwenen. Op 6 juni 2011 liep bij Natuurpunt Beheer een uitzonderlijke melding binnen. In Boortmeerbeek werd op een tweetal locaties Bosvogelmelk aangetroffen door Roelant Lauwers. Deze gedreven florist uit Tremelo uitte zijn bezorgdheid omtrent de overleving van de soort. Op 15 juni 2011 bezocht ik samen met Roelant en Fons Baudet, vrijwilliger Afdeling Boortmeerbeek, de respectievelijke locaties in het Boortmeerbeekbroek. De eerste vindplaats betrof een voormalige kapvlakte waar een zestigtal exemplaren van Bosvogelmelk tussen de bramen uitpriemden. Deze standplaats, geschaard onder het bostype Essen-Eikenbos met Gewone salomonszegel en Wilde kamperfoelie (Vandekerkhove, 1998), werd gekenmerkt door een boomlaag 11


met vnl. Zomereik, Es en Gladde iep. Een- en Tweestijlige meidoorn alsook enkelingen van Noorse esdoorn en Gewone vlier primeerden in de struiklaag, terwijl de kruidlaag bestond uit Gewone salomonszegel, Bosanemoon, Wildekamperfoelie, Geel nagelkruid, Klimop, Boskortsteel, Schaduwgras en Gerimpeld boogsterrenmos. Op de tweede vindplaats Zwarte els in de boomlaag naast Geoorde wilg en Zomereik met een onderlaag van bramen en Gewone vlier. Grote brandnetel was zeer talrijk in de kruidlaag. Ook Moerasspirea, Zevenblad en Hondsdraf kwamen talrijk voor naast in kleinere aantallen Geel nagelkruid, Gewone engelwortel, Grote valeriaan, Gewone ereprijs en Boszegge. Dit bostype valt onder het (beekbegeleidend) “Vogelkers-Essenbos”, weliswaar in gedegradeerde staat, of het “Matig voedselrijk Elzenbroek” volgens Vandekerhove (1998).

Bosvogelmelk op een voormalige kapvlakte tussen de bramen en zaailingen van Noorse esdoorn in Boortmeerbeekbroek. (foto: Kevin Lambeets)

Hier groeiden een hondertal exemplaren van de zeer zeldzame Bosvogelmelk. De aanwezigheid van Bosvogelmelk in Vlaanderen kent waarschijnlijk een eerder antropogene oorsprong (Van Landuyt ea, 2006), toch lijkt de plant goed te gedijen in Boortmeerbeekbroek en zelfs uit te breiden. De aanwezigheid van een (kalkrijk) alluvium op vochtig klei- of zandleembodem is een mogelijke verklaring voor de standplaatsgeschiktheid. Natuurlijke begrazing door Ree snoeit enerzijds de planten maar zorgt waarschijnlijk ook voor de verbreiding. Qua (bos)beheer zal het creëren van meer open plekken Bosvogelmelk ten goede komen. De soort wordt, aangezien haar status als ‘Bedreigd’ in Wallonië en de zeer schaarse vindplaatsen in Vlaanderen, best expliciet in rekening gebracht binnen het vigerend bosbeheer (DGARNE, 2010). Ook in Boortmeerbeek zal het voorkomen van deze (zeer) zeldzame verschijning het toekomstig beheer van de bossen mee vormgeven. De ‘Asperge du bois’ (i.e. een oude Franse volksnaam die verwijst naar de culinaire geneugtes van de plant; Lambinon et al., 1998) gaat mits enige bijsturing een goede toekomst tegemoet in de Beneden Dijlevallei. Kevin Lambeets (kevin.lambeets@natuurpunt.be) Natuurpunt Beheer Referenties DGARNE (2010) - La Biodiversité en Wallonie. Direction Générale de l'Agriculture, des Ressources Naturelles et de l'Environnement, Service Public Wallon (SPW). http://biodiversite.wallonie.be/ Van Landuyt W., Hoste I., Vanhecke L., Van Den Bremt P., Vercruysse, W. & de Beer D.

12


(2006) - Atlas van de flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek: Brussel. pp.1007. Vandekerkhove K. (1998) - Criteria voor de selectie van bosreservaten in functie van een betere codering van de Vlaamse bosreservaten in een Europees netwerk. Mededelingen IBW 1998/3. pp.113. Lambinon J., De Langhe J.E., Delvosalle L. & Duvigneaud J. (1998) - Flora van België, het groothertogdom Luxemburg, noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden e (Pteridofyten en Spermofofyten). 3 ed. Nationale Plantentuin van België: Meise. pp.1092.

Kransgras (Polypogon viridis) een nieuwe exoot duikt op in Gent en Deinze Henk Coudenys Eén september 2011. Ik had dit grasje al enkele malen opgeraapt, bekeken en weer teruggeduwd in de spleten tussen het beton. Op het eerste zicht leek het op een dwergvorm van Fioringras (Agrostis stolonifera) en dus niets bijzonders. Maar de derde keer dat ik van mijn fiets stapte, op 9 september, om een exemplaartje van tussen de stoeptegels te plukken, bekeek ik het nog eens grondig om tot de conclusie te komen dat het beslist geen Fioringras kon zijn, wegens de onvolmaakte vorm van het tongetje op de overgang tussen blad en bladschede. Een grondige determinatie binnen het geslacht Agrostis bracht geen bevredigende uitkomst. Maar gelukkig is er in geval van vruchteloos zwoegen nog een alternatieve mogelijkheid voor handen om een ‘lastige plant’ op naam te brengen: neem het mee naar een excursie van de Nationale Werkgroep Botanie. Daar lopen immers altijd wel enkele wandelende encyclopedieën rond. En zie, gemakzucht loont: Pierre Van Vooren aarzelde geen seconde, de eerste registratie van Polypogon viridis oftewel Kransgras in Deinze was een feit. De eerste vindplaats is de brug over de E17, afrit Deinze, op de grens tussen Deinze en Nazareth (hok d2-4744). De tweede groeiplaats bevindt zich in de buurt van het Gentse SintPietersstation (in de Jakob Heremansstraat, hok d3-22-14). Uiteraard groeit dit grasje vrijwel zeker al wel wat langer hier en daar tussen onze regionale stoeptegels. Opvallen doet het immers niet omdat het om erg kleine exemplaren gaat, die amper de 10 cm halen. In Antwerpen werden in het recente verleden exemplaren van om en bij de halve meter gevonden op oude muren. Uitzonderlijk schijnt dit gras zelfs een volle meter hoog te kunnen worden. Kransgras komt overgewaaid uit het Wilde Westen, zeg maar de linkerhelft van Noord-Amerika en was al een tijdje ingeburgerd op de Britse kanaaleilanden Jersey en Guernsey voor het aan zijn verovering van het oude continent begon, eerst in Zuid-Europa en nu ook Nazareth en Gent. De foto

13


hierbij van het Gentse exemplaar werd genomen door Johan Peelman op die excursie met de Nationale Werkgroep Botanie, waarvoor dank.

FON op excursie Floristische Monitoring in de Langdonken

Erik Molenaar 18 juni

Vooraf Vinger aan de pols, dat is weer het thema, nu we “De Langdonken” opnieuw bezoeken voor de opvolging van de flora. Het gebied, op de grens van Antwerpen en Brabant, is gekend voor zijn typische flora op schrale, iets lemige bodem, die voor een extra buffering zorgt. Bij de herinrichtingswerken is heel wat Europees geld (LIFE-project) gebruikt en de doelstellingen waren nogal gericht op de waterhuishouding. Een belangrijk gevolg van de werken is de verhoging van de grondwaterstand en een zekere verbinding van alle waterhoudende structuren. Het eeuwenoude 'plaggen' is hier vervangen door afgravingen, waarbij heel wat van de zaadbank teloor bijkt gegaan. We hebben ons met opzet enigszins beperkt tot het circuit dat we in 2005 volgden, vooral met het oog op de stand van zaken na de grootschalige werken. We bevonden ons de hele voormiddag in d5-26-43 waar we de afgravingen en plagplaatsen achter De Schuur onderzochten. Er zijn losse nota's van de niet open stukken verzameld onder 'Bos, paden en randen'. Pas in de namiddag gingen we naar het Noordelijk ven waar we ons hielden aan d5-26-41. In ons gezelschap bevonden zich naast onze gids Luc Vervoort nog Geert Andries, Daniël De Wit, Dre Peeters, Mia Schrooten, Piet Conincx en Erik Molenaar (foto’s, nota’s, verslag). Bespreking Grote plagplaats aan De Schuur Sinds ons laatste bezoek is de vegetatie bijna gesloten. Op de krimpende open plekken vinden we nog heel wat pioniers. Er staan intussen reeds 120 soorten. Er zijn ook soorten die we niet meer zagen: Slanke waterweegbree, Kleine egelskop, Waterviolier, Grove varkenskers en Bleke zegge. Opvallende nieuwkomers zijn: Wijdbloeiende rus, Kleine ratelaar, Trekrus, Tormentil en Egelboterbloem. Sommige soorten zijn sterk afgenomen zoals Vlottende bies, Gewone dophei en Veldrus. Wil men hier een keuze maken tegen de gesloten kussens met Fraai haarmos, dan is begrazing aangewezen. Op die manier kan b.v. Moeraswolfsklauw, Wijdbloeiende rus en Pilvaren behouden blijven. De verbossing is nauwelijks tegen te houden zonder begrazing. De bladval van o.a. Amerikaanse eik sluit de bodem af van het licht. Ruige graslanden achter De Schuur Ook hier is maaien en afvoeren geen evidente zaak. Er liggen nog dikke pakken strooisel. Een mooi fenomeen is de uitgroei van Koningsvaren. Op deze vroegere plagplaats is deze sinds 2005 van kiemplant naar juveniel uitgegroeid, ondanks het maaibeheer. Deze percelen zijn omgeven door een bosje en een sloot, annex maïsakker. Dit is de enige plek waar we Poelruit en

14


Scherpe zegge vinden. Via de greppel gaan we door het bos naar de afgraving waar Watercrassula wordt bestreden. Bos, paden en randen Hier tekenen we 65 soorten op, zonder evenwel erg grondig te zijn, want de plagplaatsen zijn voor ons momenteel het onderwerp. Opvallende evolutie is evenwel het verschijnen van Muursla, Amerikaanse vogelkers en de sierbraam 'Himalaya Giant' en de afname van Blauwe bosbes. Bochtige smele is zowat overal in schraal bos te vinden, soms vergezeld van Fraai hertshooi en Zwarte zegge. Afgraving van Crassula en omgeving Overal zijn wel fraaie pioniersvegetaties te vinden, met vooral Kleine zonnedauw, her en der Vlottende bies, Stekelbrem, Moerashertshooi, Veelstengelige waterbies, Geelgroene zegge, Blauwe zegge en niet in het minst een kleine populatie Moerasweegbree, die in bloei staat. Geen Bleekgele droogbloem meer, maar ook geen Klein glidkruid, Ondergedoken moerasscherm, Witte waterranonkel, Moerassmele, Ronde zonnedauw, Bruine snavelbies, Teer guichelheil of Veenpluis. Grasland met Spaanse ruiter Na de middagpauze in Oud Ramsel gaan we naar het voormalige blauwgrasland met Spaanse ruiter, de laatst bekende vindplaats in Vlaanderen. Bij ons vorige bezoek ging de groep nog door een blauwe zee van bloeiende exemplaren, maar daar is niets van over gebleven. Alleen op de rand, in de berm van de weg staan nog drie exemplaren, waarvan er één is uitgebloeid. In het hoogste deel van het perceel zitten nog een aantal rozetten klaar. Het is hier duidelijk te nat geworden voor Spaanse ruiter met haar geringe verspreidingsvermogen en het is onduidelijk waar ze anders heen moet. Er is een verruiging met Riet, Gewone wederik en Grote kattenstaart gaande, met codominantie van Gewone waternavel en Melkeppe. Het bosje waar we destijds de laatste twee sprieten Galigaan hebben teruggevonden is deels blijven staan, maar de ingreep is te laat gekomen. Ook voor andere soorten met een kortlevende zaadbank is het hier afgelopen. Klokjesgentiaan en Blauwe knoop zijn hier eveneens verdwenen. De diepe greppels zijn verruigd. We zoeken verder naar Kleinste egelskop. Er zitten op enkele plaatsen kleine groene lintjes, blijkbaar zonder gekielde ondernerf. De planten zijn helaas te veel beschaduwd om in bloei te gaan, want de greppels zijn al een poos niet meer geschoond en vullen zich met strooisel. Hierin staat nochtans nog wat Draadzegge en Holpijp. Noordelijk ven en plagplaats met behoud van greppels In de hoek tegen het blauwgrasland heeft zich Kleine lisdodde gevestigd en er is ook een plek met Waterlelie, wat mogelijk op een garden escape wijst. In de weekendvijvers aan de overzijde van de weg staan deze siersoorten volop. Al gauw vinden we een plek met Drijvende waterweegbree. Na de recente regens is het waterpeil hier terug gestegen. Hierdoor zijn de bloempjes verdronken. Ze groeit hier in gezelschap van Duizendknoopfonteinkruid, een Kranswier en een Blaasjeskruid. Duizenknoopfonteinkruid is duidelijk toegenomen, Draadzegge heeft zich op één plaats ontwikkeld tot bloeiende en zaadzettende planten,

15


vergezeld van Dwergzegge, Stijve zegge en Vlottende bies. We komen ook nog matjes met Pilvaren tegen.

Wijdbloeiende rus in zaad

Pilvaren met sporofoor

Her en der staat Wateraardbei, Moerashertshooi, Moerasdroogbloem, Gewone dophei en Kleine zonnedauw. Ook hier hebben we geen Klein glidkruid of Ronde zonnedauw meer aangetroffen. Wel krijgen we kleine snoekachtige visjes in het vizier, die rond onze laarzen zwemmen en wegschieten. Plagplaatsen met Watercrassula Ergens midden op de grote open vlakte komen we matjes met Crassula tegen. Er zijn al een aantal putjes in de omgeving gemaakt, dus waarschijnlijk tracht men dit tijdig weg te graven en af te voeren. Veelstengelige waterbies is op veel plaatsen de toonaangevende soort en vormt zelfs quasi gesloten vegetaties. Grote kattenstaart heeft ook hier grote plekken bezet. Als we over het terrein heen kijken lijkt het een paarse zee, die helder afsteekt tegen het donkere, dreigende onweer aan de hemel. Noordelijk bos Als het begint te stortregenen spoeden we ons naar het bos. Er wordt maar weinig meer genoteerd. Toch vermelden we natuurlijk Koningsvaren en langs een bospad, in een populatie Bonte gele dovenetel ,welgeteld één plant Grote veldbies. Waar we de auto hebben gezet groeit Japanse duizendknoop. Besluit We hebben vandaag weer meer dan 200 soorten gezien. Hiervan staan er een aantal op de Rode lijst. Zo zijn Drijvende waterweegbree, Kleine ratelaar en Pilvaren “Kwetsbaar”; Draadzegge, Kleinste egelskop en Moerasweegbree “Zeldzaam”. Als “Achteruitgaand” gelden Struikhei, Gewone dophei, Stekelbrem, Kruipwilg en Tormentil. Wijdbloeiende rus is “Bedreigd”. Spaanse ruiter is “Met verdwijning bedreigd”. Dat laatste kunnen we weldegelijk onderschrijven, gezien het de enige bekende plek in Vlaanderen is, waar nog maar drie exemplaren in staan voor de toekomstige zaadverspreiding. Er moet dringend wat gedaan worden, of dit genetisch materiaal is voor altijd uit ons land verdwenen. Sinds 2005 staan er 21 Langdonkse soorten op de Rode lijst. Blauwe knoop, Klokjesgentiaan, Galigaan en Teer guichelheil, Teer vederkruid, Liggende vleugeltjesbloem, Ondergedoken moerasscherm, Witte waterranonkel, Moerassmele, Klein glidkruid, Ronde zonnedauw, Bruine snavelbies, Teer guichelheil en Veenpluis hebben we niet meer gevonden en 16


zijn wellicht voorgoed uit het onderzochte deel verdwenen. Loos blaasjeskruid (mogelijk die steriele vorm bij Drijvende waterweegbree) en Behaard breukkruid (ingang De Schuur) hebben we niet gezien, maar zijn waarschijnlijk nog wel aanwezig. Twee derde van de ‘te beschermen’ soorten zijn verdwenen. Maar er zijn ook soorten weer verschenen; Kruipwilg stond immers in 2005 niet op onze lijst. We hebben werkelijk de hele dag gezocht naar de verdwenen kritische soorten. Ze staan er misschien nog wel, maar we hadden van de natuurontwikkeling toch wel meer verwacht. Mogelijk is er onvoldoende zaadbank van over gebleven en waarschijnlijk is heel wat mee afgegraven. Over de verschijning van Watercrassula is het laatste nog niet gezegd. De tuinvijvers die grenzen aan het gebied zullen telkens voor nieuwe ontsnappende siersoorten zorgen. De creatie van één groot waterverbonden geheel heeft helaas ook zo zijn nadelen. Beschouwing omtrent natuurinrichting De voormalige akker aan de Grote Schuur is wel een mooi voorbeeld van hoe het kan, maar verboste heide moet op een andere manier terug worden omgezet. We hebben met lede ogen de grootschalige werken zien beginnen. De strooisellaag verwijderen is een prijzenswaardige maatregel, maar niet op zo'n manier dat er nauwelijks zaadbank overblijft. De werken moeten langer gespreid worden in de tijd, zodat niet alles op een paar jaar weg is. De organische laag kan beter los gemaakt worden met een oppervlakkige frezen en dan afgeborsteld worden met kleine machines, die niet zo manifest de bodem vernielen. Bij graafwerk dient opgelet te worden. Uit onderzoek naar herstel van Blauwgraslanden (in Nederland) bleek dat 62% van de soorten terugkeert, 38% niet. Deze 38% betreffen vrijwel allemaal soorten met een kortlevende zaadbank (minder dan 5 jaar levenskrachtige zaden). Zijn deze soorten verdwenen of zijn ze bij herstelmaatregelen niet gespaard, dan keren ze hoogstwaarschijnlijk niet meer terug. Daarom moeten we van te voren altijd inventariseren welke belangwekkende soorten nog aanwezig zijn en het plan hierop afstellen. Restpopulaties van kritische soorten moeten altijd worden ontzien, zowel van plant als van dier.

Floristische arbeid in de Industriezone Aalter

2 juli

Vooraf Op de oude stafkaart van 1969 zien we ons hok c2-55-41 nog liggen tussen twee domeinen. Kasteel Nobelstede ligt nog net in de zuidwestpunt van het hok, Hoeve Ter Lake ligt oostwaarts net buiten het hok. Het industriepark heeft er een andere naam aan gegeven: Lakeland. De Brielbeek doorsnijdt het hok noord-zuid, met paralel daarvan de thans brede Knokkebaan die over het kanaal naar Aalterbrug loopt. Bijna het hele onderzoeksgebied is omgezet in urbaan district, zeg maar KMO-zones. Toch ligt er nog een stuk groengebied rond de site Nobelstede, met eerder recreatieve functie. Aalter is geen grote stad, eerder een grote mikmak van dorpscentrum, villa’s, fabrieken, kanaalzone, spoorwegen, autowegen en bijbehorend plantsoen. We gaan bekijken of de urbane flora al is doorgedrongen in dit voormalig platteland. Met een zeer beperkt gezelschap wachten we tenslotte nog op eventuele laatkomers. Terwijl wordt de stationsomgeving al gedocumenteerd in c2-55-44. De tas met camera, fon-o-foon en plantenloep zijn verloren geraakt op de trein, 17


dus we hebben alle hoop op Veva Van Vooren gesteld om de tocht fotografisch te illustreren, waarvoor zij zeer bedankt wordt. Verder zijn er Pierre Van Vooren, initiatiefnemer en streper, Christa Petyt en Erik Molenaar (verslag, geen foto’s ditmaal).

Kleine leeuwebek in bloei

Echt bitterkruid in bloei

Bespreking Station Aalter Op de parking is zowel Bleekgele droogbloem als Kleine leeuwenbek verschenen, vergezeld van Straatliefdegras, Europese hanenpoot, Bloedgierst en Groene naaldaar. Uitstaande vetmuur is al uitgebloeid. In de groenvoorzieningen om het station heeft zich een nog bescheiden populatie Armeense braam (Dijkviltbraam cv. ‘Hymalaya giant’) gevestigd, maar ook Valse salie. Bij de vorige afspraak in Aalter was er nog Zwenkdravik te zien. Verder op ligt nog een grasland en een maïsakker, waar in de rand Kleine morgenster al open staat. Als we ’s avonds het hok weer inkomen passeren we een braaklandje met Tuinridderspoor, Tuinmuurbloem (Erysimum x marshallii), een grote plek Zomerfijnstraal en weerom Venkel. Industriepark Lakeland Veel weekendbedrijvigheid is hier niet. Enkele bedrijven zijn zelfs verlaten en de gazons zijn uitgegroeid tot schraalgraslandjes met heel wat mooie soorten. Zo staat er Gevleugeld hertshooi te bloeien nabij Liggende klaver en zelfs in de betonnaden groeit er een startende kolonie Handjesgras. Onder een lindeboom staat Brede wespenorchis. Er fladderen enkele exemplaren Bruin blauwtje rond, een liefhebber van schraalgraslanden. Op de Vlaamse Rode Lijst staat de soort in de categorie Kwetsbaar. Op de industrieweg vinden we natuurlijk ook landbouwgewassen zoals Gekweekt vlas, Tarwe en Phacelia. Een curieus relict is een bloeiend exemplaar Boskruiskruid, met de typische smalle lintvormige onderste omwindseltjes. Als we Lakeland uitgaan, ontmoeten we een fraaie populatie Echt bitterkruid. Op een zijpad, dat deskundig is doodgespoten, vinden we een Vergeet-me-nietje dat na determinatie toch geen Stijf Vergeetme-nietje kan zijn omdat de haakvormige haren op de middennerf ontbreken. Het vruchtsteeltje is echter zeer kort. De enige mogelijkheid die over blijft is Veelkleurig Vergeet-mij-nietje. We hebben al meer dan honderd soorten gezien in dit ene straatje.

18


Knokkebaan – Brugstraat We lopen nu door de Brugstraat en de Knokkebaan naar het kanaal. In de bermen van de weg valt al dadelijk een reeks urbane soorten op, zoals Steenkruidkers, Groene naaldaar, Straatliefdegras, Bolletjesraket, Bloedgierst en Hertshoornweegbree, die allen flink in aantal zijn. Er is zelfs Hoge fijnstraal bij. Op de middenberm groeien verschillende exemplaren Venkel, die al in bloei staan. In de graslandjes en voortuintjes vinden we verder Hazenpootje, Rietzwenkgras, Avondkoekoeksbloem, Lupine en Grote zandkool. Allerlei landbouwgewassen zijn langs de weg te vinden; Gekweekt vlas, Koolzaad en Venkel. Aan de talud van het viaduct over het kanaal zien we weer wat kalkinvloeden, met o.a. Dauwbraam, Akkerhoornbloem, Echt bitterkruid en Heggendoornzaad. Japanse duizendknoop kan hier natuurlijk niet ontbreken. Als we ’s avonds het hok verlaten passeren we opnieuw langs die kant. We noteren nog Hangende zegge op een braaklandje; duidelijk een garden escape, bovendien vergezeld van Rankende duivenkervel. Kanaal We horen al Karekiet zingen. De ruige kanaaloevers zijn een lust voor allerlei vlinders zoals bijvoorbeeld Bruin blauwtje. De bloeiende Bosrank zit er ook voor iets tussen. De Gewone braam staat al in vrucht en daartussen verschijnt warempel Armeense braam. Aan de loskade bij de zandoverslag noteren we weer heel wat nieuwe soorten. Op het verweerd beton groeit Muurvaren in gezelschap van Grote en Middelste teunisbloem en een startende populatie Echte klimop. Hier heeft Pierre destijds Smal vlieszaad gevonden, maar dat wordt niet meer gezien. Wel zien we onze eerste Rodelijstsoort: Korenbloem. Ze staat fraai in bloei in een ruderale wegberm. We gaan na de middagpauze verder langs de kanaaloevers. Soms zijn deze taluds verzwaard met stenen en al deels overgroeid. Hier vinden we dan Vijfvingerkruid en Tripmadam, van deze laatste enkele vierkante meter, fraai bloeiend. Op de overkant ontwaren we Aartsengelwortel. Aan een soort visstek bevindt zich een graslandje waar pleisterende ganzen alles hebben kaal gepikt en ondergescheten. Hier heeft zich een massapopulatie van Gevlekte rupsklaver ontwikkeld. Er staat ook Margriet in bloei en iets hoger op de oever, een polletje Grasklokje, onze tweede Rodelijstsoort. De bolletjes van Kraailook zijn intussen al rijp. Aalterbrug De Knokkebaan gaat hier over het kanaal. In het stof en de modder, tussen verhit staal en beton, zijn toch heel wat soorten gekiemd. We vinden er ondermeer Phacelia, Gekweekte biet, een drepsachtig gras dat nog niet is uitgerijpt blijkt Bromus japonicus, voorts Vlasbekje, Gekweekt vlas, Straatliefdegras, Steenkruidkers, Kanariezaad, Stippelganzenvoet, Zeegroene ganzenvoet, Getande weegbree, Stomp kweldergras en Knopherik. Pluimgierst gaat bijna in bloei. Waar de grazige berm weer aanvangt, staan enkele pollen ‘Blue fescue’. Groendreef We gaan nog door het industriegebied aan de westkant van het hok, maar daar is weinig nieuws te vinden. Op een braakliggend stuk staan waarschijnlijk enkele planten Smalle lisdodde, maar we kunnen de knoop niet doorhakken, want het kan ondanks het gedraaide blad natuurlijk nog de bastaard zijn. In de depressie vinden we ook Blaartrekkende en Behaarde boterbloem, Rietgras, 19


Geknikte vossenstaart, Pitrus en Moerasdroogbloem. We kijken uit op een weitje, waar we nog Zeegroene rus, Gewone smeerwortel en Tijmereprijs vinden. Toch nog negen soorten die we nergens anders zijn tegengekomen!

Japanse dravik in zaad

Zomerfijnstraal in bloei

Omgeving Nobelstede Achter het industriegebied komen we aan het voormalige kasteeldomein met bijbehorende hoeve. De kasteelgracht is wel uitgedroogd, maar er staan nog soorten in die we kunnen toevoegen, zoals Pinksterbloem, Haaksterrenkroos, Moeraswalstro, Wijfjesvaren, Zwart tandzaad, Watertorkruid en Klein springzaad. Aan de kasteelbrug vinden we verder nog Muurvaren en Mannetjesvaren. Om terug te gaan naar de Knokkebaan volgen we een veldweg, die achter een recreatiegebied doorloopt. Onder de oude zomereiken vinden we nog een aantal bosplanten, zoals Maartsviooltje, Hulst, Grote muur, Hollandse iep, Wilde kamperfoelie en Gevlekt longkruid. Hier moet ooit ergens de Brielbeek en haar zijgreppels gelopen hebben. In de wegkant nog staat een populatie Moeraszegge. Er staan ook zaailingen van Cornus australis, een soort waarvan Filip Verloove terecht opmerkte dat ze een eerder invasief karakter heeft, en opnieuw Armeense braam. Dus vinden we weer een dertigtal nieuwe soorten. Pierre is oprecht verbaasd dat hij eigenlijk de hele dag aan een stuk is blijven strepen. Besluit Van de bijna driehonderd taxa staan er drie op de Rode Lijst. In de categorie “Achteruitgaand” vinden we Grasklokje en Korenbloem. Rankende duivenkervel is “Zeldzaam”. Het is ons duidelijk dat de soorten uit de grote steden niet exclusief daar te vinden zijn. Voor de aardigheid selecteer ik hier de soorten van vandaag ook even uit op de lijst die Ton Denters “Stadsafhankelijke planten” noemde. Als “Urbifiel” vinden we in Aalter dan 13 soorten, n.l. Kleine leeuwebek, Stinkende gouwe, Bosrank, Grote zandkool, Beklierde basterdwederik, Zomerfijnstraal, Kruipertje, Klein springzaad, Kompassla, Bolletjesraket, Bezemkruiskruid, Late guldenroede en Moederkruid. Als “Urbicool” staan hier 10 soorten; deze soorten kunnen niet buiten het stedelijk milieu. Dat zijn Hemelboom, Muurvaren, Vlinderstruik, Muurleeuwenbek, Harig vingergras, Straatliefdegras, Steenkruidkers, Pluimgierst, Kanariezaad en Gewoon langbaardgras. De vondst van het drepsachtige gras heeft al heel wat discussie uitgelokt. En terecht, want nu het materiaal wat gedroogd is komen zekere kenmerken van Japanse dravik naar voor. Tegen het einde van de bloei aan zijn de naar buiten wijkende kafnaalden bij B. japonicus heel typerend, zo meldt Filip Verloove in Dumortiera 61-62. 20


Urbane flora in Tielt

16 juli

Vooraf De Poekebeek ontspringt in de West-Vlaamse stad Tielt, op het Plateau van Tielt. Ze stroomt vervolgens verder oostwaarts. Vandaag onderzoeken wij de omgeving van de Poekebeek, en wel in de stad zelf. In het IFBL-hok d2-33-23 liggen een aantal onderwerpen die we zeker willen bekijken. Langs de Poekebeek ligt een park, daar tegenover ligt de begraafplaats. De Ringlaan is een grote autoweg waarover zich heel wat vrachtvervoer verplaatst en ook daar willen we zeker noteren wat er aan wilde flora te vinden is. In de straatjes op weg naar de Markt bekijken we eveneens de urbane flora. Ten noorden van de sportvelden bevindt zich nog landbouwgebied, waar we zeker moeten geweest zijn voor een volledige staalkaart van de Tieltse flora. Er is wat meer volk opgedaagd dan vorige keer; samen met Pierre Van Vooren vergezellen ons Christine Troch, Bart Mortier, Emiel Wagemans, Nico Wysmantel (streeplijst), Danny Minnebo, Marc Detollenaer. Erik Molenaar veldnota’s en foto’s. Daar we vorige maal in Aalter bijna 300 soorten hebben gevonden, zijn de verwachtingen opnieuw hoog gespannen. Op het station (buiten hok) worden in elk geval al mooie waarnemingen gedaan, zoals van Ruige klaproos, Klein en Straatliefdegras, Petunia en Kleine leeuwenbek. Bespreking Ringlaan We beginnen aan de Ringlaan tegenover de begraafplaats. Al gauw wordt duidelijk dat de hele pekelstrook met herbiciden is omgebracht. Soorten als Kleine zandkool zijn de dans echter ontsprongen, samen met Harig vingergras, Canadese en Hoge fijnstraal, Gekweekt vlas en een aantal plantjes Hertshoornweegbree. Op de berm vinden we o.a. Klein kaasjeskruid en Grote kaardenbol. Ook in de namiddag, als we de Ringlaan elders opnieuw passeren kunnen we niet veel toevoegen aan haar botanisch patrimonium. Poekebeek Met het langs de Ringlaan gelegen park is het anders gesteld, maar daarom niet veel beter. Rond een visput, gelegen op de Poekebeek, is alles tot op de millimeter afgemaaid. De meeste soorten vinden we in de ruigte langs de beek, en in de plantsoenen, waar grotendeels het ooit aangeplante groen wordt afgemaaid en vernietigd. Overal zijn sporen van landbouwvergift, ook op de eigen aanplantingen. Rond elke boom in het gazon is een strook volledig kaal gemaakt met vergif. De ‘historische’ aanplantingen zijn een wild allegaartje van allerlei notoire woekeraars, waaronder Pluim-es, Smalbladige es, de kruipende wurger Euonymus fortunei, Roodbloeiende framboos, Robinia en Gewone esdoorn. We vinden er ook Oranje havikskruid, kiemplanten en jonge vormen van Egelantier, Oeverzegge en Moeraszegge, Mansbloed, Grote

21


Oosterse karmozijnbes in vrucht

Woekerende roodbloeiende Framboos

boogcotoneaster en Vlakke dwergmispel. Er is ook veel Amerikaanse vogelkers en dito krentenboompje, dat zelfs gekiemd is in een dikke knotwilg. We vinden ook een jonge Laurierwilg, waarvan de bovenste takken reeds vrucht dragen. In het struweel staat Oosterse karmozijnbes, voorts Schijnaardbei, Tuinkamperfoelie, Italiaanse aronskelk, Oost-Indische kers,‌ Een mooi beeld geeft een Hondspeterselie, dat vlak onder een Peterselievlier staat. Een luidruchtige Sperwer laat zich een hele poos horen, tot we het dier kunnen zien, dan is het voorbij. Aan het park grenzen een aantal huizen, waar het tuinafval niet gesorteerd hoeft te worden, want het belandt gewoon in het openbaar domein. Op het einde van de dag komen we weer aan bij de visvijver, waar we nog een afwijkende vorm van Valse voszegge vinden, met een misvormde aar. Toch staan er in het park een aantal bossoorten en waterplanten die duidelijk horen bij de nog kleine Poekebeek. We vermelden nog een speciale vorm van Ierse klimop, met een gezaagde bladrand, die eveneens flink woekert en bloeitakken maakt. Het dient nog gezegd dat de beek er beter aan toe is dan voorheen, toen de textielindustrie de beek elke dag een andere kleur gaf. De omgeving van de Poekebeek en het park leveren 190 taxa op, zo’n 70% van de soortenrijkdom. Begraafplaats Er is niet aan te ontkomen, de begraafplaats hoort erbij. Her en der komen toch planten voor buiten de strakke gazons. Zo vinden we in het Heldenperk Bleekgele droogbloem, verder door Oranje havikskruid, Muurvaren en Steenbreekvaren. Er is een houtsnipperrijke compost gebruikt, waarin twee exotische soorten Klaverzuring opkomen, n.l. Oxalis debilis en O. latifolia, de laatste met de duidelijke vissenstaarten in het blad. In enkele groenvoorzieningen staan, naast knopkruiden en kruiskruiden, enkele grotere planten Postelein. Tussen de stoeptegels merken we echter duizenden kleine, rode kiemplanten van deze vergeten groente. In de heggen, op onschoffelbare plaatsen, duikt verschillende malen een Ribes op, met reukloze bladeren. Als we de site verlaten, noteren we nog Bosviooltje. Helaas lopen we de vindplaats van Gestreepte winde voorbij, zonder ze te herkennen. Gelukkig kan Pierre later nog even terug om de soort te bevestigen. We hebben slechts een foto van het herbariummateriaal. Ruderale plaatsen Op een bouwwerf vinden we Grijze mosterd, met de behaarde kelk, reeds in zaad gaand. Bij het voetbalplein liggen grote hopen aarde met allerlei nitrofielen. We noteren Bastaardklaver, een reeks ganzenvoeten en melden, 22


Middelste teunisbloem en Grove varkenskers. In een boomspiegel staat Doornappel met paarse knoppen en stelen (Datura tatula) en Tomaat. Achter de sportvelden, tegen de Ringlaan, staat Heggendoornzaad, treurig in de gescheurde plasticzeilen die er de groenvoorzieningen tegen de lelijke akkerkruiden moet beschermen. Landbouwgebied We passeren zowel maïs- als aardappelvelden, weilanden en erven, maar eigenlijk is het niet om aan te zien hoe veel er ros gespoten bijligt. Wat er nog groeit zijn evenwel rare zaken, zoals Mierik en Tuingoudsbloem, en zoveel zaken die we gewoon op het trottoir hebben gezien. In een gesnoeide meidoornhaag evenwel priemen toch de witviltige bladeren van Armeense braam aan de zware stengels. Opnieuw blijkt dat niet iedereen deze soort als een invasieve tuinplant herkent. Straatjes Tussen de straatstenen en in de straatgoot hebben zich een aantal soorten weten vestigen, uiteraard veel tuinvlieders. Purperklokje, Hangende zegge, Californische cipres (met de pompelmoesgeur), Prachtklokje en Muurleeuwenbek. Aan een rioolkolk bloeit Goudbes, waarvan de pitjes uit die heerlijke bes zeer makkelijk in slib ontkiemen. Nabij het park zien we een Klokje met diep, tot op de bodem ingesneden kroonbuis. Het gaat hier om Campanula fenestrellata. Op weg naar de landbouwpercelen, aan de periferie van het hok, doen we nog enkele fraaie vondsten. Op het grotendeels doodgespoten voetpad staan alleen nog thermofielen zoals Handjesgras, Straatliefdegras, Groene naaldaar en Tuingoudsbloem. Aan een opritje met steentjes, lijkt Straatwolfsmelk te groeien, maar het heeft geen zwarte vlekjes. De vruchtjes zijn alleen behaard op de ribben. Het gaat om Euphorbia prostrata, een zeer zeldzame waarneming. Het is vergezeld van rozetten van Stijf ijzerhard. Bij nader toezien staan er wel heel wat, en in het terugkeren door dezelfde straat – er sneuvelen dan paraplu’s in striemende koude regenvlagen – zien we nog meer van die platliggende wolfsmelkjes staan. Besluit Weer zo’n 260 soorten passeerden de revue. Slechts één staat op de Rode Lijst als zeldzaam, en dat is Prachtklokje, dat we als ontsnapt tuinplantje in de straten vonden. Van Filip Verloove konden we naderhand vernemen dat het hem ook al is opgevallen dat Ribes sanguineum nogal variabel is. O.a. de beharing van de bladonderzijde komt niet steeds overeen met autochtoon (Amerikaans) materiaal, want ze is vaak veel minder behaard en wordt uiteindelijk soms bijna kaal. Mogelijk zijn dit CV's of hybriden. Het zijn allicht dergelijke planten die ook minder of bijna niet ruiken. Ook Hypericum androsaemum vs. xinodorum is niet altijd evident. Je moet echter eens letten op de geur van beiden: Mansbloed heeft een duidelijke geur (zoals H. hircinum) terwijl xinodorum - zoals de naam aangeeft - geurloos is. Beide zaaien inderdaad uit.

23


Vinger aan de pols: terug naar de Begijnendijkse Pandhoeve 13 augustus Vooraf De Pandhoeve is gelegen tussen de dorpskernen van Begijnendijk en Baal. Er zijn nog tal van kleine relicten met de typische schraallandflora uit de streek. Twintig jaar tevoren gingen wij er op tocht en verzamelden in de landelijke omgeving een lijst waarop menig reservaat trots zou zijn. Intussen zijn grote stukken teloor gegaan, niet aan intensieve landbouw of invasieve plagen, maar door het blijven toepassen van de verboden opvulregel in lintbouw. De meeste plantengemeenschappen zijn intussen sterk verarmd, maar er liggen nog enkele groeiplaatsen van Blauwe knoop. Deze soort is door zijn sterke achteruitgang (ook in natuurgebieden) een onderwerp van genetisch onderzoek. We gaan in het IFBL-hok d5-34-22 van de ene vindplaats naar de andere en noteren onderwijl de andere soorten. Het gezelschap bestaat vandaag uit Geert Andries (streeplijst en gids), Emiel Wagemans, Piet Coninx, Mia Schrooten, DaniĂŤl De Wit en Roger Dierickx. Erik Molenaar maakt de veldnota's en de foto's, die door de aanhoudende regen geen van beide van de hoogste kwaliteit zijn te noemen.

De wortel van Nachtschone

Floristen op een akkertje

Bespreking Peuterstraat loop We vertrekken aan de Baalse steenweg, waar de loop onder de straat gaat. Naast de loop strekt zich een brede, schrale berm uit. Kenmerkend zijn de dominantie van Gladde witbol, Smalle weegbree en soorten als Vogelpootje, Schapenzuring en Reukgras. Hier vinden we reeds het gros van de soorten dat we de rest van de dag terug zien. De schrale berm is tot tegen de oeverruigte gemaaid. Daarin verschuilen zich tientallen groepjes Dubbelloof, vergezeld van Wijfjesvaren, Schermhavikskruid en Frans hertshooi. Grote boterbloem is net als Pijlkruid massaal aanwezig in de bedding van de Peuterstraatloop langs de Ceulstraat, talrijk tussen de Pandhoevestraat en de Baalsesteenweg. De soort komt ook daarbuiten nog voor in de Peuterstraatloop. Ze is mogelijk samen met Pijlkruid als "garden escape" te beschouwen. Het werd hier in de jaren '80 en '90 van vorige eeuw ondanks grondige prospectie nooit opgemerkt. Ook Watertorkruid is in de loop aanwezig. 's Namiddags keren we terug langs hier, 24


waarbij we een rare, sterk behaarde Watermunt inzamelen, mogelijk een bastaard. Urbane flora Op de Baalse steenweg groeien zowel Straatliefdegras als Klein liefdegras. Nergens vallen pekeladventiefjes of speciale soorten op. Er staat wel veel Behaard vingergras en Europese hanenpoot. Ook af en toe een plek met Klein kaasjeskruid. In de zijstraten komen we nog enkele neofyten tegen, zoals Kamchatkavetkruid, een aantal prille exemplaren Nachtschone en een cultivar van Gewoon zeepkruid. We vermelden nog een onzekere vondst van Tengere distel op een braaklandje. De kopjes zijn redelijk kortgesteeld, wel duidelijke langer dan breed, maar dat zegt niet alles. De kleur van de bloemen is wat bleker, maar kan bij Kruldistel zelfs wit zijn. ‘Echt iets om tussen een krant te steken en te laten controleren!‘ was de goede raad. Net buiten hok staat Alsemambrosia. Akkerflora We belanden meermaals op een verlaten akker, waarin vooral de overvloed aan Gewone spurrie opvalt. Naast gewone soorten, zoals Kaal en Behaard knopkruid, Melganzenvoet en Gewone reigersbek, zien we zelfs Klein bronkruid in bloei. In een kerstboomplantage staan de drie soorten Droogbloem bijeen. Bosdroogbloem is flink vertegenwoordigd, zelfs in een paardenweitje vinden we ze met honderden. Een aantal verlaten akkers is intussen al aan het verbossen. Het is een fraaie aanblik om tussen een bijna gesloten vegetatie van Schermhavikskruid te stappen. Spijtig genoeg verbossen ze hoofdzakelijk met Amerikaanse vogelkers. Er zijn nog twee speciale ruderale plekken die we intensief afspeuren. Een grote zandhoop langs de Baalse steenweg is begroeid met Gevlekte scheerling en Kruldistel. We vinden er o.m. tientallen exemplaren Stinkende kamille, Akkermelkdistel, Grote kaardenbol en een zeer fors Groot kaasjeskruid. Aan de groeve op de Baalse steenweg vinden we naast tal van ruderale soorten ook een exemplaar Fijne ooievaarsbek. Pandhoeveloop Langs deze stinkende loop groeien nog enkele exemplaren Melkeppe, waarvan een aantal in bloei. Ernaast liggen graslandjes, die helaas recent gemaaid zijn. Er komt een Pitrus-variant in voor die sterk op Biezenknoppen lijkt en na een tijd wordt deze laatste effectief gevonden. Ze is vergezeld van Frans hertshooi en Kantig hertshooi. Net over de rand van het hok (d5-34-24) ligt een vijvertje waar op de droogvallende oevers nog Wilde bertram staat, voorzien van de typisch gallen (Wilde bertramgalmug - Rhopalomyia ptarmicae). Net waar de grasmachine niet meer kan rijden, op de noordelijke rand, vinden we een populatie Blauwe knoop die in bloei komt. Als we teruggaan, zien we in het grasland nog enkele planten in rozet. Het gaat om een 100-tal exemplaren. Akkerrand Pandhoevestraatje Een sinds lang bekende populatie Blauwe knoop is hier aanwezig in de smalle berm van een akker; de groeiplaats strekt zich uit over ruim 100 m en wordt op 200 exemplaren geschat, waarvan al een deel in bloei komt. De schrale bermen zijn eveneens bewoond door Wilde bertram, Pijpenstrootje, Struikheide, Echte guldenroede, Tormentil en Gewone veldbies.

25


Nog Blauwe knoop In het uiterste westen van het hok treffen we, in de bermen langs de Baalse Steenweg, nog heel wat in bloei. Hieronder ook een tiental exemplaren Blauwe knoop, vooral echter aan de rand van een kort gemaaid grasland, samen met o.a. Struikhei en Gewone veldbies. In de aanpalende gazon is Struikhei dominant, vergezeld van een massa Tandjesgras en her en der Zandblauwtje. In de aanpalende berm noteren we verder Tormentil, Klein vogelpootje, Kleine klaver, Pijpenstrootje, Gewone veldbies en Liggend hertshooi. Ten oosten van de Ceulstraat liggen langs de Baalse steenweg nog twee begreppelde bermen waarin we destijds al Blauwe knoop vonden. Er resten slechts een vijftal planten in de zuidelijke wegberm; een schamel restant van een enkele decennia geleden veel rijkere groeiplaats waarin o.a. ook Stekelbrem en Gevlekte orchis voorkwamen (thans niet meer waargenomen). De berm wordt overschaduwd door o.a. Amerikaanse vogelkers. Er is nog opvallend veel Dubbelloof en Echte guldenroede aanwezig. In het bosje staan nog een paar Koningsvarens. Op de noordelijke berm is de groeiplaats rijker gebleven. Blauwe knoop komt hier nog verspreid voor over 100 m, eveneens vergezeld van Echte guldenroede, Dubbelloof en Mannetjesvaren. Koekoeksdreef Hier bevindt zich een restant van een veenmosrijk moerasbos op rabatten. Dit was 20 jaar geleden ook al sterk overschaduwd door Amerikaanse eik, maar er was toen nog Koningsvaren, Dopheide en Moerashertshooi aanwezig. We vinden er Blaaszegge, Elzenzegge en IJle zegge, maar bovendien tal van nieuwe soorten, zoals Heksenkruid, Stinkende gouwe, Valse wingerd, Bonte dovenetel, Schijnaardbei en Tuinjudaspenning. De dynamiek is er volledig stilgevallen en het strooisel in de greppels zo dik dat er niets meer in groeit. Op de steilkanten en bulten is nog wel heel wat veenmos en een paar plukjes Zwarte zegge aanwezig. Tuinafval van de naast gelegen villa is een zwaar probleem. Als we het bos uitkomen, vinden we zelfs aardappels, die als ware Aliens meterslange scheuten als een onbekend soort warkruid door de ruigte sturen. De grote vijver waar we op uitkijken (net buiten het hok) is overwoekerd door Parelvederkruid. Op de oever zien we ook nog wat Struikhei. De verlaten zandgroeve Op het eind van de excursie gaan we de hele waterpartij rond. Het is er sterk verbost, maar op de oevers staat alvast Naaldwaterbies, vergezeld van Knolrus, Veldrus, Zomprus, Egelboterbloem en Watermunt. In het water vinden we vooral Aarvederkruid, vergezeld van Gekroesd en Drijvend fonteinkruid. Besluit We noteerden weer heel wat “garden escapes”; soms gaat het over duidelijke introducties zoals Valse wingerd en Kamchtakavetkruid. Maar ook “inheemse” soorten vinden via de tuin en tuinvijver hun weg naar de vrije natuur. Waarschijnlijk zijn Pijlkruid en Grote boterbloem via deze weg in de Peuterstraatloop beland. Anderzijds leert ons bezoek dat kleine relictpopulaties (bv. van Blauwe knoop) behoorlijk lang kunnen blijven verder bestaan. Van de vijf populaties die 20 à 30 jaar geleden in dit hok bekend waren, blijven er nog steeds vier over. De vijfde verdween wanneer de veldweg waarop ze groeide met steengruis werd verhard. Eén relatief grote populatie langs het Pandhoevestraatje is wel acuut 26


bedreigd door de stopzetting van de landbouwactiviteiten door de landbouwer/eigenaar. Deze liet traditiegetrouw een strook langs de straatgracht vrijliggen, waarop de soort zich kon handhaven. Indien dit perceel tot aan de rand wordt bemest en bewerkt is het natuurlijk uit met de Schraallandsoorten. Een aantal soorten hebben sinds enkele jaren reeds het loodje moeten leggen: Stekelbrem, Kruipwilg en Gevlekte orchis kwamen vroeger samen met Blauwe knoop voor, maar werden niet meer gezien. Dat geldt ook voor Klein tasjeskruid, dat een tweetal groeiplaatsen op schrale akkers had. Een aangepast maairegime van de wegbermen zou hier allicht wonderen kunnen doen. Net als een sensibiliseringscampagne van de bevolking rond tuinafval. Dit komt nog steeds massaal in de natuur terecht en zorgt voor voedselaanrijking, introductie van invasieve exoten en verdwijnen van de plaatselijke schraallandsoorten. We hebben weer meer dan 300 taxa op de streeplijst. Het begint haast een gewoonte te worden. Bovendien zijn we de week nadien terug gegaan om onder een helder zonnetje fatsoenlijke foto’s te maken, en konden we nog een tiental soorten extra op de lijst zetten, waaronder Zilverhaver, Eenjarige hartbloem, Rode schijnspurrie en Rapunzelklokje. In de graanakkers zagen we dan nog Oot en Gele ganzenbloem. De eerste Hoge fijnstraal van Begijnendijk is ontdekt in een verlaten kippenhok, waar we eveneens Papegaaienkruid en Zandambrosia vonden. Op de Rode Lijst staan tien soorten die we hier gezien hebben. In de categorie ‘Zeldzaam’ zijn dat Stinkende kamille, Grote boterbloem en Tengere distel. Deze laatste is echter onzeker en trouwens als eventuele adventief niet relevant voor de natuurwaarden in de streek. ‘Achteruitgaand’ zijn Struikhei, Blauwe knoop, Tandjesgras, Muizenoor, Tormentil en Echte guldenroede. Eenjarige hardbloem komt daar dus nog bij.

Limburgse plantenexcursies Natuurstudiewerkgroep Natuurpunt Hasselt-Zonhoven http://www.natuurpunthasseltzonhoven.be/ Contacpersonen: Jan Wyers 011 81 55 33, jan.wyers@skynet.be Bart Wursten, ndundu@zol.co.zw. Plantenexcurise Terril Zolder

17 augustus

Voor de plantenwandeling van 17/8 verplaatsten we ons op grotere hoogte nl. de terril van Zolder die met zijn top op 150 m boven de zeespiegel ligt en 85 m boven de omgeving aldaar. De terril bevat, zoals alle terrils, het afvalmateriaal dat als bijproduct van de mijnbouw ontstaat. Bij het wasproces worden de steenkolen gescheiden van het andere materiaal, vooral stenen, dat dan bovengronds gestort wordt waardoor een steenberg of mijnterril ontstaat.

27


De terrils zijn geÍvolueerd tot prachtige biotopen met een unieke fauna en flora. Op de plantenlijst, hier bijgevoegd, vinden we dan ook een aantal soorten die we nog niet tegenkwamen dit seizoen. Met 14 waren we aanwezig, de rest was naar Pukkelpop. Zij hadden zonnig weer besteld en wij genoten er mee van. Op de terril, een gemaakte berg in de overigens nogal vlakke lage Kempen, vinden we andere planten dan in de nabijgelegen zanderige buurt. Er zijn hiervoor een aantal redenen. Ten eerste bestaat de puinhoop uit diep uit de ondergrond gehaald gesteente dat bovengronds gelegd is. Dit materiaal is zout, kalk- en mineraalrijk. Er werd hier bovendien ooit een zuiders zaadmengsel aangebracht in het kader van verstevigingswerken van de terril. Dit zaaigoed werd uitgekozen om te kunnen gedijen op deze ondergrond. Bepaalde soorten doen het goed, andere minder. Niet alleen de bodem maar ook klimaat, soortgenoten, bestuivers, zaadverspreiders, ‌ aanwezig moeten zijn opdat een plant het kan volhouden in een bepaalde omgeving. De planten hebben wel het voordeel gehand dat ze de reis naar het Noorden niet op eigen kracht moesten ondernemen, zoals andere planten die wegens klimaatopwarmingop zoek zijn naar aangepast leefgebied. De geelbloeiende Brandpastinaak (Pastinaca sativa subsp. urens) was duidelijk aanwezig. De plant heeft net als bijvoorbeeld de Grote berenklauw fototoxische eigenschappen. De pastinaak komt oorspronkelijk uit het Middelands Zeegebied en was al bekend bij de Oude Grieken en Romeinen. Bij hun trek naar het noorden namen de Romeinse soldaten de pastinaak mee en bleek dat die in koudere gebieden groter werd. Voor de introductie van de aardappel was pastinkaak een belangrijk volksvoedsel. We vonden een Ruige lathyrus (Lathyrus hirsutus). Dit is bij ons een zeer zeldzame plant . De Ruige lathyrus is een karakteristieke soort van Midden- en Zuid-Europa. Men vindt deze plant niet enkel op terrils maar ook in de Antwerpse bospolder voelt de plant zich thuis. Daar groeit de Ruige lathyrus op het kalkrijke opgespoten zand in een graslandvegetatie met veel Duinriet, Jacobskruidkruid, Zomerbitterling, Echt duizendguldenkruid, Bitterkruid en Heggedoornzaad. Verschillende planten uit dit rijtje troffen we ook op onze wandeling aan. De aanwezigheid van de Grote kaardebol (Dipsacus fullonum) wijst er ook op dat dit geen zanderige ondergrond is. De plant groeit op vochtige, kalkhoudende, omgewerkte grond in bermen, aan dijken en in ruigten. Om de Madelieffijnstraal (Erigeron annuus subsp. septentrionalis) te determineren waren de boeken nodig. De lancetvormige bladeren onderscheiden de plant van de Zomerfijnstraal (Erigeron annuus) die eironde bladeren heeft. Tussendoor merkten we galletjes op bij een bloeiende peen. Bolvormige blaasjes lagen schijnbaar boven op het bloeiend scherm. De Scheerlingzaadgalmug (Kiefferia pericarpiicola) is de veroorzaker. We probeerden hogerop te geraken maar bleven hangen bij de Canadese guldenroede (Solidago canadensis). Kenmerkend is de stengel die vanaf de helft behaard is en de behaarde onderzijde van het blad. De Echte guldenroede (Solidago vigaurea) zagen we later op de avond. Een andere kenmerkende plant voor de terril is Echt bitterkruid (Picris hieracioides). De teruggekromde omwindselblaadjes deden wat aan 28


Schermhavikskruid denken, maar de behaarde stengel en rozetbladeren zetten ons op het juiste spoor. De plant komt tussen het gras voor op droge, kalkhoudende grond. De Liggende klaver (Trifolium repens) heeft een hoofdje vol lichtgele bloempjes. Het zijn er zeker 20, veel meer dan bij de Kleine klaver. De plant heeft een geplooide vlag en het middelste deelblaadje heeft een iets langer steeltje (met de loep te zien). Hopklaver (Medicago lupulina) is gemakkelijk te herkennen door het puntje aan het uiteinde van de deelblaadjes en de zwarte zaadbolletjes. Er leken wel twee soorten Slangenkruid (Echium vulgare) te staan: een slanke en een wolligere versie. Wellicht zijn de wollige exemplaren gekoloniseerd door groene kortstaartluizen en bertreft het hier een galvorming. Kwispelgerst (Hordeum jubatum) verklaart zijn eigen naam. Door de lange kafnaalden kwispelt deze zoutminnende plant in de wind. Boven konden we een blik werpen op het weidse groene landschap. Zelfs het Remo-stort zag er opgeruimd uit. Er bleken schapen te grazen op stukken die na het vullen met afval weer in de natuur geïntegreerd werden. We vonden nog heel wat bijzondere planten, de ene al weriekender dan de andere. Tijdens de afdaling merkten we dat we op zijn minst één plant op de weg naar boven gemist hadden: Absintalsem (Artemisia absinthium), het blekere broertje van Bijvoet. Het aftreksel van de bloemknoppen vormt een belangrijk bestanddeel van de draken vermout en absint. Eén plant op het terril, een soort ereprijs, kon niet onmiddellijk gedetermineerd worden. Er loopt nog verder onderzoek.

Plantenexcursie Rode vijvers 31 augustus Onze natuurexploratie activiteiten voor het seizoen 2011 zitten er weer bijna op. Er rest nog één dagvlinderwandeling op zaterdagnamiddag 17/9 in Domein Kiewit en één nachtvlinderobservatie op vrijdagavond 23/9 in de Mombeekvallei. Voor de plantenwandelingen hadden we vorige woensdag 31/8 de laatste wandeling in de Rode Vijvers. De gegevens van deze plantenwandeling zijn hier bijgevoegd. Met een vijftiental kwamen we, op de avond van de mooiste zomerdag van de hele maand samen bij de kapel. Marthe had een Roze stinkzwam, gevonden in Kiewit, meegebracht en Luc had een blad bij van de Amerikaanse vlier, die meer deelblaadjes (9 ipv 7) heeft dan de gewone, een behaarde bladonderkant, dunne bessen die laat zwart worden en lichtbruin (ipv wit) merg. We moesten stilletjes praten om de gelovigen niet te storen en Jan wou bovendien vertrekken omdat het al zo snel donker werd. De paddenstoelenmensen in het gezelschap konden deze avond hun hartje ophalen. We zagen veel zwammen onderweg. In het gras rond de kapel stonden berkenridderzwammen, met bochtig aangehechte plaatjes en een eindje verder een Zwarte kluifzwam. Luc wist ons te vertellen dat bij Moeraszegge de onderste bladschede meestal purperrood is en het blad duidelijk rafelt als je het uit elkaar trekt. Bij de oeverzegge is de onderste bladschede meestal bruin en zijn er slechts weinig rafels. In de veldgids Nederlandse flora staan volgende kenmerken: beide

29


hebben een spits driekantige halm en een schede met sterk ontwikkelde dwarsnerven. In de cursus van Hans Vermeulen horen beide soorten bij de groep met een bloeiwijze met 2 tot 5 afwijkende mannelijke toparen. Zowel Oeverzegge als Moeraszegge heeft 3 stempels en dus bolle urntjes. Beide hebben een kale bladschede en bladschijf en een scherp driekantige halm die minstens bovenaan ruw is. Moeraszegge is een donker grasgroene plant met blauw berijpte bladonderzijden en 2 – 3 toparen, de top van de vrouwelijke aren heeft vaak een mannelijk aartje. In het water vonden we gewoon watervorkje (Riccia fluitans), een geel- tot blauwgroen mos dat meestal vrij op het water drijft en ferm uit de kluiten gewassen stengels van Watertorkruid (Oenanthe aquatica). Onderaan de holle stengel van het Watertorkruid waren per etage de ondersteunende kroonwortels of adventiefwortels goed te zien. De plant zou Watertorkruid heten omdat er vaak torren en kevers op worden aangetroffen, met name het Gestreept moerashaantje. De Hoge cyperzegge (Carex pseudocyperus) herkenden we nog van een vorige wandeling, de aren hangen elegant aan een dun steeltje. Luc vertelde met een kleine egelskop (Sparganium emersum) bij de hand over het verschil met (de zeldzamere) Drijvende egelskop. Bij de Kleine egelskop staan de mannelijke bloemen korter bijeen en is het eerste deel van het blad bootvormig. Egelskoppen danken hun Nederlandse naam aan de vruchten die samen zitten in een gestekelde bol. De grote egelskop, die we later op de avond zagen (S. erectum = opgericht) heeft een vertakte bloeistengel. Wij passeerden een serie gewone elfenbankjes, die samen met een doolhofzwam, een eikenstronk aan het vermolmen waren. Elfenbankjes veroorzaken witrot of vezelig rot, dwz dat de (bruine) lignine sneller afgebroken wordt dan de (witte) cellulose en hemicellulose. De overgebleven cellulosestrengen geven het aangetaste hout een weke, vezelige structuur en (meestal) een bleke kleur. Langs de Zonderikbeek was er weer een karrenspoor (heden ten dage 4 x 4 spoor) te ontwaren. De Zonderikbeek, ook Roosterbeek genoemd in Zonhoven, ontspringt in de Teut, stroomt ten noorden van Termolen en vervolgens dwars door Zonhoven en vormt daarna de grens met Donk en Halveweg. De beek vormt verderop de grens tussen Stokrooie en Kuringen. Aan de Olmenhoeve stroomt de beek via een sifon onder het Albertkanaal door. Van in de beemden van Herkenrode tot aan haar monding in de Demer, op de grens met Kermt stroomt de beek verder als de Valdemer. Het Zonderikbier zal wel met kraantjeswater gebrouwen zijn. Langs de wegkant stonden enkele schermbloemigen. We herkenden Heggedoornzaad met vruchtjes met gebogen stekels zonder weerhaakje. De plant is buiten de Kempen vrij algemeen. Hondspeterselie (Aethusa cynapium) is zeer herkenbaar aan de hangende omwindselblaadjes. Hondspeterselie is ook eerder in Haspengouw dan in de Kempen te vinden. Een beetje beschaamd moet ik bekennen dat ik Dolle kervel, met paarse vlekken op de behaarde stengel en de gewimperde omwindselblaadjes, niet herkende. Jan toonde nog eens dat Vogelmuur één rij haartjes op de stengels heeft. Verderop was Gewone ereprijs druk beozcht geweest door de Gewone ereprijsgalmug (Jaapiella veronicae), die er een hele kraamafdeling 30


geïnstalleerd had. De twee hoogste bladeren waren sterk wit behaard en tegen elkaar geklapt. Ze waren schelpvormig geworden en iets verdikt, er ontstond een ruime beursvormige gal van 5-10 mm grootte. Net voor de plaats waar Luc vurige pony’s in bedwang hield, stond een bremstruik vol propjes. Dit was het werk van de brembolletjesmijt (Aceria genistae). Van Leeuwen schrijft in het Gallenboek: “De zijknoppen veranderen in een rommelige massa blaadjes, 5-15 mm groot, die dicht grijs of bruin behaard zijn. De randen van de blaadjes zijn naar boven toe omgebogen. Een soort heksenbezem.” Theedrinkers herkenden ijzerhard (Verbena officinalis). De plant is bij ons redelijk zeldzaam. Ze staat bij voorkeur langs wegkanten, bij muren, heggen en ruigten op kalkhoudende, stikstofrijke, stenige grond. Wij keerden terug naar de kapel om wat te drinken (nee geen thee), te snoepen en te babbelen, met kaarsjes die een vroom licht uitstraalden. Bij deze sloten we Samen een Aangenaam Planten (en insecten en paddenstoelen en ….) jaar af. Bij deze bijzondere dank aan Jan, de stille kracht die deze groep aanstuurt en ook aan Luc, de onuitputtelijke bron van plantenkennis, weetjes en beheersverhalen. Dank aan allen die dit seizoen deelnamen en ervoor zorgden dat de plantenexcursies zo amusant waren. Volgend jaar gaan we weer Samen ‘s Avonds op Pad.

Plantenwerkgroep Gent Donderdag 30 juni D3-13-14 Park en enkele straten, plus een stukje verwilderde akker We waren maar met een klein groepje, een 10-tal personen,maar daarom zeker niet minder enthousiast om onze streeptocht aan te vatten. Na enkele veel voorkomende plantjes zagen we een Tongvaren aan een brugje, ook een zaailing van Picea abies had zich daar verscholen achter een boom langs het vijvertje. Ook alsemambrosia kwamen we tweemaal tegen. Op een braakliggend stuk, een verwaarloosde ,verwilderde akker deden we een mooie waarneming: verschillende plekjes met liggend hertshooi, toch redelijk zeldzaam, er stond ook prachtklokje, vingerhoedskruid en een enkele boshyacint. De weergoden waren ons ook welgezind, het was een aangename avond met een beetje wind en zonder regen. In totaal werden er 201 plantjes geregistreerd, niet slecht voor deze locatie. Annie Bracke

Dinsdag 5 juli Omgeving Heusden-brug D3-23-44 Een prachtige dag met een heel zacht zomerbriesje lokte ons richting Heusden. Een hok tussen de dorpskern en de Schelde beloofde, naar Gentse normen, een rijke variatie aan biotoopjes te herbergen. Het werd een schoolvoorbeeld voor de algemene plantengemeenschappen in onze streek. Heggen met Heggenduizendknoop en Haagwinde, akkerranden met Akkerviooltje en Akkerwinde, oevers met Oeverzegge naast grachten met Waterzuring en nattere stukken met Watermunt en Waterpeper. We bewonderden de paarsrode bloempjes doorlopen met witte aderen van de Ballote en vonden haar geur maar niks. Een vreemd hoefblad bleek Wit 31


hoefblad (Petasites albus) te zijn, hoogstwaarschijnlijk een verwilderd exemplaar uit de nabijgelegen parktuin. Een aangenaam aromatische plant zonder bloemen geurde eveneens in de richting van de tuinen. Dit bleek Russische salie (Perovskia atriplicifolia) te zijn die een uitweg over de heg had gevonden. Zanderige grasperken met Gewone reigersbek, Vogelpootje en Zandmuur omzoomden het dorp. Via schermbloemigen als Zevenblad, Gewone berenklauw, Heggendoornzaad, Wilde peen, Dolle kervel, Grote bevernel en Groot moerasscherm gingen we in de richting van de nattere stukken. Daar waren de graslanden aan de Schelde net gemaaid; daar viel nog weinig nieuws aan onze streeplijst toe te voegen. De aanval van bloeddorstige vrouwelijke knijten of knaasjes (beter woord in het Surinaams = Mampieren) verjaagden ons langs het jaagpad terug naar het dorp, of zou het onze dorst geweest zijn? Annick Verstraete

Donderdag 14 juli Bijgaardepark D3 23 11 Het Bijgaardepark maakt een groot deel uit van ons kilometerhok van deze avond, het is gelegen op de terreinen van de vroegere Malmarsite. De naam Bijgaardepark verwijst naar de vroegere bijengaard v.d. Sint Baafsabdij welke zich van de 13e tot de 16e eeuw op deze plek bevond. Het was een waardevolle zone, die boomgaard, vooral omdat er in die periode weinig zoets en zeker weinig kostbare honing beschikbaar was. Het terrein van de verlaten industriële site is er gesaneerd, er zijn tuinuitbreidingen gerealiseerd en een gedeelte van de fabriek werd opgefrist. De overige 2,7 ha werd avontuurlijk buurtpark met wandelpaden, zitbanken en spelelementen. Enkele oudere bosjes bleven behouden, we zagen afwisselend ruige vegetatie en gemaaide plekjes. De opkomst was maar magertjes, de weergoden waren ontstemd maar enkelen lieten zich niet ontmoedigen. Er werden toch nog 156 soorten waargenomen. Doordat er daar vroeger tuintjes waren konden we nog enkele overblijvers zien zoals appel-en perenbomen, Haagliguster, Citroenmelisse , Stokroos, Lupinen en ook een uitgebloeide Bolderik. Wegens de minder aangename weersomstandigheden beperkten we ons die avond enkel tot het Bijgaardepark, dan gingen we huiswaarts voor een ‘verfrissing‘. Annie Bracke

Dinsdag 26 juli omgeving oprit autostrade in Merelbeke D3 33 23 We spraken vanavond af op de carpoolparking aan de R4 te Merelbeke. Het eigenlijke hok lag iets verder maar bij het verlaten van deze parking vestigde Karel onze aandacht al op het Klein liefdegras (Eragrostis minor), een éénjarig grasje herkenbaar aan de kraakbeenachtige, komvormige klieren op de bladschede, aan de rand van de bladschijf en op de aartjesstelen. Langs de oprit van de autostrade ontdekten we oa Brandpastinaak, een plant die oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa komt maar die zich hier meer en meer begint te verspreiden, vooral langs autostrades. Hij is meestal groter dan de Gewone pastinaak en de stengel is onderaan niet of slechts weinig gegroefd. We werden vanavond voor de tweede keer vergezeld door een studente biologie die een herbarium moet samenstellen en besteedden daardoor wat extra aandacht aan grassen, zeggen en russen.

32


Bij het aflopen van de Van Laetestraat vonden we langs en in de greppels een ruim assortiment planten waaronder Wolfspoot, Valse voszegge, Rietgras, Waterweegbree, Zwart tandzaad, Blaartrekkende boterbloem, Bosbies, Watermuur en Moeraswalstro. Bij Groot moerasscherm staan de zittende of kort gesteelde bloemen in 3 tot 15 schermpjes die samen het scherm vormen tegenover de bladeren. In de bermen streepten we oa Rietzwenkgras, Gestreepte- en Zachte witbol, Vertakte leeuwentand en langs een maïsakker vonden we Spurrie, Hanenpoot, Behaard- en Kaal knopkruid en Reigersbek. Een bebost stukje leverde ons Adelaarsvaren, Mannetjes en Wijfjesvaren op onder vooral Gladde iepen. De bomen lieten zich verder ook niet onbetuigd, Spaanse aak, Noordse esdoorn, Zwarte- en Hartbladige els, Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse- en Zomereik, Ratelpopulier, Es, Hazelaar en Meidoorn. Een grijze wolk voorspelde niet veel goeds en we besloten veiligheidshalve toch maar terug te keren, echter niet voor we op de valreep nog vlug Wouw en Kleine brandnetel noteerden. Kristel Keppens

Donderdag 11 augustus Omgeving de Drie Leien in Drongen D3-21-23 Er was onverhoopt veel volk op deze toch herfstige donderdagavond. Onze 2 studentes waren ook weer van de partij, gewapend met karton en houten panelen om hun studieobjecten onmiddellijk op de juiste manier te kunnen drogen. Lut en Annie ontfermden zich over hen en begeleidden hen de hele tocht bij het zoeken, benoemen en te drogen leggen van de juiste planten. Het hok begon in de Asselstraat en zoals elke keer werd Jean de eerste minuten overstelpt met geroep “Varkensgras”, “Anthriscus sylvestris”, “Boerenwormkruid”, “Perzikkruid”, “Plantago lanceolata”,… Onze voorzitter blijft er rustig bij en herhaalt de namen die hij noteert en vertaalt simultaan. Gelukkig voor hem wordt het na een poosje altijd wel weer iets rustiger… We zagen Melganzenvoet, Rode ganzenvoet, Stippelganzenvoet en Korrelganzenvoet. De Ganzenvoeten of Chenopodium werden vroeger als een aparte familie beschouwd maar zijn nu een geslacht dat in de Amarantenfamilie of Amaranthaceae ondergebracht is. De naam “ganzenvoet” zou verwijzen naar de bladvorm van sommige soorten, Chenopodium is afgeleid van “chenos” (van de gans) en “podion” (voetje). Een paar exemplaren van Spiesmelde brachten iedereen aan het twijfelen, al was de vorm van de meeste bladeren wel overtuigend. Christine vertelde ons dat het uitzicht ervan haar deed denken aan een verschijnsel dat bij Witte klaver veroorzaakt wordt door een galmijt, "phytoptus plicator-trifolii" en dat “vergroening” heet. Voorlopig vond ik geen documentatie over dergelijk verschijnsel bij Spiesmelde maar wie weet, misschien weet een aandachtige lezer wel meer? We vonden langs de spoorweg nog Grijskruid, een typisch plantje van spoordijken, bermen, industrieterreinen en ruderale plaatsen. Grijskruid dankt zijn naam aan het feit dat de stengel en de bladen grijs lijken door de stervormige haren die hen bedekken. Ook de Hongaarse raket kwam voor de tweede keer dit seizoen op de streeplijst. Pierre leerde ons dat de buitenste 2 kelkbladen bovenaan een

33


hoorntje of kapje hebben, een van de kenmerken waarmee ze van de Oosterse raket te onderscheiden valt. Stilaan werd de afstand tussen de koplopers en de staart van de groep groter, het duister trad in en het was tijd om ons hoofdje weer wat te laten rusten. Kristel Keppens

Donderdag 23 augustus Omgeving kerk Merelbeke D3 33 33 “Nu zijn er toch bijna geen wilde bloemen meer!”, hoorde ik iemand onlangs zeggen. Had mijn vriend gelijk? Onze streeplijst geeft een objectief antwoord en wat blijkt? Wij zagen héél veel bloeiende planten: Harig wilgenroosje, Moerasandoorn, Heelblaadjes, Akkerkool, Hopklaver, Madeliefje, Peen, Rode en Witte klaver, Heggenwikke, Gevleugeld hertshooi, Sint-Janskruid, Jacobskruiskruid, Bezemkruiskruid, Gewone berenklauw, Vlasbekje, Schermhavikskruid,…, veel te veel om allemaal op te noemen, maar misschien niet wat sommige mensen als “mooie” wilde bloemen aanzien? Al vind ik dat het gemengd boeketje van Vlasbekje en Luzerne hier thuis héél mooi oogt. We zagen een zaailing van de Anna Paulowna, de enige echte boom in onze klimaatzone die blauw bloeit. De boom dankt zijn naam aan Anna Paulowna Romanov, een dochter van Tsaar Paul I. In 1816 trouwde zij met de Nederlandse Koning Willem II. Zij hield van bijzondere bomen en heesters en zorgde ervoor dat deze in de tuinen van paleizen aangeplant werden en op deze manier werd ook de Anna Paulowna uit China naar hier overgebracht. Dat de braakliggende stukjes grond door de Vlaming nogal graag gebruikt worden als “stort” voor overtollige tuinplanten, werd weer bewezen door een uit de kluiten gewassen Mierikswortel die zich in het gezelschap bevond van een aantal struikjes van de Nieuw-Nederlandse aster of Aster novi-belgii. Wat verder vonden we Spurrie, Klein vogelpootje en Hazenpootje, een teken dat we op zandiger gebied kwamen. Om een of andere reden blijven we het fijn vinden als we deze plantjes ontdekken. Naar goede traditie gaat het sociale aspect naar het einde van de wandeling meer en meer doorwegen maar onze voorzitter en een paar dapperen bleven alert waardoor op het einde toch nog een exemplaar van de Gestreepte winde genoteerd werd. De Gestreepte winde (Convolvulus silvatica) lijkt van ver gewoon een Haagwinde te zijn maar ze heeft een witte of licht roze bloemkroon met 5 witte banen. De steelblaadjes overlappen elkaar onderaan aan de randen en bedekken daardoor een groot deel van de bloemkelk. De Gestreepte winde is waarschijnlijk wel een verwilderde tuinplant maar toch eentje die we zelden ontdekken. Eind goed, al goed, de avond kon op een terrasje afgesloten worden. Kristel Keppens

Plantenwerkgroep Vlaamse Ardennen Plus 10 september Plantenstudienamiddag “stadsflora” in Oudenaarde Gids: Karel De Waele en Dirk Fiers 9 deelnemers Het werd een ouderwetse streeptocht - Karel "stond op zijn strepen" - in de omgeving van het station van Oudenaarde, waarbij we een deel van de 34


spoorwegtalud en verschillende braakliggende hoekjes in de km² met de Tuinwijk erin verkenden. Uiteraard kwamen heel wat adventieven, “ontsnapte” tuinplanten en spontaan uitgezaaide struiken en bomen op de lijst: we vermelden o.a. Rode paardenkastanje, Berberis aggregata (dankzij de determinatie thuis door Johan Peelman), Rode spoorbloem, Citroenmelisse, Chinese bieslook, Oranje havikskruid, Peterseliebraam, Muurfijnstraal, Hoge fijnstraal en Vlinderstruik. Ook in de lijn van de verwachtingen lagen de talrijke kleine en straatliefdesgrasjes tussen de stoeptegels ... en de muurvarentjes op de oudere muurtjes. Merkwaardig was de vondst van reuzenpaardenstaart op de spoorwegtalud. Ook de m² vol mannetjesereprijs in een gazon langs een voetpad hadden we in een stedelijk milieu niet verwacht. Een kreupel exemplaar van een gele kruisbloemige verplichtte ons om toch de boeken boven te halen en na goed bekijken van alle kenmerken kwamen we toch uit bij Zwarte mosterd. In totaal noteerden we 186 soorten, waarvan toch 36 nieuwe, die we twee jaar geleden niet gezien hadden in hetzelfde hok! Kortom het werd een leerrijke excursie ... met als verrassing de vondst van een alpenwatersalamander, die wanhopig op zoek was naar een schuilplaatsje onder de struiken naast een voetpad.

Nationale Werkgroep Botanie Het Silsombos bij Erps-Kwerps 25 juni Daniël De Wit was gids voor 18 deelnemers en Karel De Waele moest strepen. Het was een regenachtige dag met alle problemen vandien: we moesten alle moeite doen om onze boeken en de streeplijst droog te houden en ook de paden in het kalkmoeras vereisten laarzen. Toch werd het een leerrijke excursie, waarbij we de boeken regelmatig boven haalden voor de uiteindelijke determinatie van bvb. Frans hertshooi, Gewone waterbies, Akkermunt ondersoort australis en nog enkele andere zoals Veldrus, Stomp vlotgras en Trosdravik. We konden goed de Kleine en de Grote ratelaar vergelijken in de hooilanden en daar vonden we uiteraard ook een heel assortiment zegges: Scherpe, Moeras-, Valse vos-, Zeegroene, Ruige, Zwarte, Bleke en Blauwe. Langs de bospaadjes kwamen daar nog Bos- en Ijle zegge bij. Het hoogtepunt van de excursie was wel dat hooilandje met honderden bosorchissen, maar we vonden ook één exemplaar Moeraswespenorchis, Bijenorchis, Brede orchis en enkele exemplaren Grote muggenorchis. We noteerden zelfs nog enkele blaadjes van Bosanemoon en Muskuskruid. En alleen al op de geur konden we Daslook aanstrepen. Ik vermeld nog Kamgras en Beemdlangbloem, maar mag zeker de Akkerleeuwenklauw en de Akkerandoorn niet vergeten, die we 's namiddags in het meer agrarisch deel van de km² vonden. Alles bijeen kwamen er 274 streepjes op onze lijst, terwijl boven onze hoofden elke minuut een op Zaventem landend vliegtuig passeerde. De Oostvoorduinen in Oostduinkerke 23 juli In dit droge duinengebied was Godfried Warreyn onze plaatselijke gids en de 20 aanwezige botanisten konden wel over het weer wat zeuren, maar voor de rest hadden ze niet te klagen, want Godfried leerde ze elk interessant hoekje van het gebied kennen en liet hen de botanische pareltjes zien. De aanwezigheidslijst was al nat en de eerste streepjes werden onder de paraplu 35


getrokken, maar gaandeweg klaarde het op en kwam zelfs de zon tussen de wolken. Naast de lage begroeing met duinroosje, waarvan de grote witte bloemen en de zwarte rozenbottels in het oog sprongen, viel ons ook op dat Nachtsilene, Geel zonneroosje en Kalkbedstro er talrijk bloeiden. Ook plekjes Grote tijm droegen hun steentje bij aan het kleurenpallet. Goudhaver beproefde onze grassenkennis en Drienervige zegge deed hetzelfde voor het zeggengeslacht. De floristische kenmerken in de Flora stemmen natuurlijk niet altijd 100% overeen met de veldwaarnemingen, hetgeen dan ook voor het nodige discussievoer zorgde. De Kleine ruit, Boksdoorn, Helm, Zanddoddengras, Duindoorn, Zandzegge, Kromhals, Veldhondstong en Liggend bergvlas waren kenmerkende soorten van dit duinengebied, maar ook andere andere taxa, zoals Akkerhoornbloem, Echt duizendguldenkruid, Walstrobremraap, Voorjaarsganzerik, Duinreigersbek, Kleverige reigersbek, Stijve ogentroost, Geel walstro, Donderkruid, Kruipend stalkruid en Grote teunisbloem waren hier niet vreemd. Kleine ratelaar vond zijn stek op het drogere gedeelte en zijn grote broer verkoos iets vochtiger terrein. Rollend onder de afrastering van een weide trokken we naar een veedrinkpoel en enkele verlande poeltjes, waar Gewone waterbies, Stomp en Getand vlotgras, Bultkroos, Waternavel, Paddenrus, Moeraszuring en Ruwe bies gedetermineerd werden onder het waakzaam oog van de koeien, die nieuwsgierig toekeken, maar ook af en toe verschrikt rondliepen. Misschien wilden ze ons duidelijk maken dat de weide hun territorium was!! Als afsluiter kwamen we in de bewoonde wereld met enkele villa’s, zodat het dan ook niet verwonderlijk was dat ook heel wat ontsnapte tuinplanten op de streeplijst kwamen. Uiteindelijk werd de lijst afgesloten met 237 plantensoorten. De Scheldevallei aan de waterhoekbrug te Ruien / Avelgem 6 augustus Karel De Waele was op 6 augustus gids en streper in zijn eigen regio en hij mocht in Ruien niet minder dan 26 keer de handen schudden van aankomende deelnemers. In de voormiddag stond een oude spoorwegberm en een stuk Scheldedijk op het programma en in de namiddag kwamen het resterend gedeelte van de Scheldedijk, alsook de afgesloten meanders van de Oude Schelde in Avelgem aan bod. De inventarisatie begon aan een tegelpad langs de oude spoorweg, dat tevens dienst deed als fietspad. Af en toe was het dan ook uitwijken voor fietsers. Geelrode naaldaar groeide langs het pad maar het viel ons op dat in de maisakkers zeer weinig onkruiden voorkwamen. Karel streepte wel nog kransnaaldaar, hanenpoot en groene naaldaar, maar die planten kwamen slechts sporadisch voor en volgens Pierre zouden de nieuwe onkruidverdelgers aan de basis liggen van de terugval van C4 grassen. Intussen was Joost al in een vochtig weiland ijverig op zoek naar speciale soorten en kon hij Karel Kleine majer, Rode ganzenvoet, Stippelganzenvoet, alsook Stomp vlotgras laten strepen. Jean had op de Schelde een groene krooslaag bemerkt en kon er een stukje uitvissen met grote kroosvaren, Grof hoornblad en Bultkroos (waarschijnlijk was deze krooslaag afkomstig van ingelaten water uit één of andere oude Scheldearm of zijriviertje van de Schelde in Wallonië – Karel zag ’s anderendaags dat dit groene tapijt al Oudenaarde bereikt had). Aan een poel viel een groepje planten met dwarsgerimpelde bleekgroene bladeren op: Kalmoes en zijn pompelmoesachtige geur overtuigde ook de twijfelaars. Verder op de dag zouden we de plant nog aantreffen aan de Schelde en aan de Oude Schelde. In een gracht determineerden we Cyperus longus, die eerst aanzien werd voor 36


eragrostis, maar de kritische blik van Johan Peelman leidde ons naar eerstgenoemde. Ook Akkerereprijs werd op naam gebracht en aan de Scheldeoever vonden we Grote engelwortel en een eerste plant Moerasmelkdistel. Aan de overkant zouden we achteraf ook nog enkele planten aantreffen. Pierre vond op het Scheldetalud nog Groot warkruid op een partij Grote brandnetel. Na de middag trokken we eerst door de oude Scheldemeanders, waar uit het water ook Klein kroos en veelwortelig kroos gevist werden. Op een verland stukje oever troffen we veel Gewone steenraket aan, vergezeld van een mooi levermos met de al even prachtige naam “Sponswatervorkje” (Riccia cavernosa). Via de Scheldedijk ging het verder langs de andere kant van de Oude Schelde, waar Karel de dorstige groep niet voorbij het caféterras kreeg, maar ook voor hem bleek het een welgekomen rustpauze. Een smal pad langs de oever met heel wat vissers bracht ons bij Gingellikruid, dat waarschijnlijk ontsproten was uit weggegooid zaad. Ook Dubbelkelk met zijn slangenkruidachtige bladeren kwam op de streeplijst. Verder noteerden we ook nog Goudgele honingklaver, Gevlekte rupsklaver, Hoge fijnstraal en de bastaard tussen Japanse en Sachalinse duizendknoop. Ook Evene, een haversoort met zwarte vruchten, kwam op de streeplijst. De wortelende uitlopers van een klaverachtige plant met eigenaardig gevlekte bladeren wezen naar Witte klaver en Karel kwam via het internet terecht bij een cultivar ‘Dragon’s blood’, inderdaad van Trifolium repens, die in dit geval waarschijnlijk terug met de wilde soort gekruist is!! Uiteindelijk kon de lijst afgesloten worden met 273 taxa en 7 ingezaaide soorten (aan de oude Scheldearm vlak bij de Waterhoekbrug had ANB een strook ingezaaid met o.a. Zonnebloem, Phacelia, Boekweit en andere zaadproducerende planten: de vogels zullen er in de herfst blij mee zijn). In vergelijking met de periode 1972 – 2011 werden er 99 nieuwe soorten gevonden, zodat het totaal gevonden soorten voor dit hok op 323 komt. Het Noordelijk Eiland aan de nieuwe zeesluis te Wintham 20 augustus Aan de kerk te Wintham mocht Nico Wijsmantel op 20 augustus 14 botanisten meenemen naar de nieuwe zeesluis, waar gezien de moeilijke toegankelijkheid en het vele water twee aanpalende hokken gedeeltelijk werden verkend. Eerst een stukje kanaaldijk met daarna de Scheldeschorren, waar Spindotterbloem, Grote engelwortel, Zulte, Moerasbeemdgras, Goudzuring, Moeraszuring, Blauwe waterereprijs en Groot warkruid op Grote brandnetel werden gedetermineerd. Leo vond er een verwilderde appelaar, waarvan hij talrijke rode appeltjes plukte om de groep te bevoorraden. Ook Welriekende en Rode ganzenvoet kwamen op de lijst. Beneden de Scheldedijk volgden we de weg naast een gracht, waar we moesten uitkijken voor de talrijke uitwerpselen van de schapen. Aan de waterkant troffen we ditmaal een duidelijk exemplaar aan van Stomp vlotgras met zijn brede niet puntige kafjes. Blauw glidkruid en Platte rus kregen ook een streep door hun naam, alvorens we terug koers zetten naar de zeesluis via de Scheldedijk. Hier noteerden we o.m.: Conyza sumatrensis, Gevlekte rupsklaver, Zwarte mosterd, Ruw vergeet-mij-nietje, Hertshoornweegbree, Blauw walstro, Hazenpootje en een Gewone vlier, alsook een Peterselievlier met groene bessen. Op een dijk met kolenkalkstenen tussen het kanaal en de Rupelmonding groeide zelfs Tongvaren en aan de voet van de dijk Selderij. Op het zandige stuk stond Klein vogelpootje en Wilde reseda. In de voormiddag kwamen we slechts een klein stuk in dat tweede hok en tijdens de namiddag vertoefden we het grootste deel van de tijd in dat hok. 37


Bleekgele droogbloem groeide er tussen de stenen aan de sluis. Op de zandige binnendijk van de Rupel kwamen we heel wat interessante vondsten tegen: Echt en Fraai duizendguldenkruid, Dwergviltkruid en Duits viltkruid, Duinreigersbek, Kleine leeuwentand, Veelkleurig vergeet-mij-nietje, Rode ogentroost en Rode schijnspurrie. Over een Trifolium werd heel wat gediscussieerd. Eerst werd geopteerd voor Gestreepte klaver, dan werd er Ruwe klaver van gemaakt, maar uiteindelijk bleek het een adventief te zijn. Rutger kwam met de Flora van Stace bij Trifolium glomeratum, een soort die door Filip Verloove al in de buurt gevonden werd. Filip heeft exemplaren verzameld en zal ons later informeren over zijn determinatie. We klommen over de omheining van een begraasd natuurgebied met talrijke plassen om zo terug aan de kanaaloever te belanden, waar we onder het struikgewas nog Moerasmelkdistel ontdekten. Rutger was intussen de oevers van een plas gaan bekijken en hij vond er o.m.: Moerasandijvie, Bruin cypergras, Ruwe bies en Slijkgroen. Tot slot noteerden we nog Akkerereprijs en de ssp. intermedia van Grote weegbree. De eerste lijst was goed voor 182 soorten, maar van dit hok werd het Oost-Vlaamse gedeelte niet verkend en het tweede hok rond de zeesluis was goed voor 218 streepjes zonder de bijzondere klaversoort.

Plantenwerkgroep C6 Planten-in-C6 Rutger Barendse https://sites.google.com/site/planteninc6/pic6-verslag-2011 Op de website worden gaandeweg het jaar de vondsten besproken. Daarmee wachten tot het eind van 2011, of zelfs het jaar erop, zorgt er voor dat er info verloren kan gaan. Bovendien blijft deze site zo ook actueler. Excursieverslagen C6 21 juli

Geel, begraafplaats en binnenstad Oei, oei. AndrĂŠ belde om 18:35 naar mijn huis om te vragen waar ik bleef. Met mijn mond vol haastte ik me vervolgens naar Geel, ik was het straal vergeten. Nog vers terug uit Denemarken zat ik er niet helemaal bij met mijn hoofd. We begonnen dan meteen bij de kerk en het is altijd verbazend hoeveel akkerplanten, graslandplanten en natuurlijk tuinontsnappelingen zich daar thuisvoelen. Voor velen bleven het aantal nooit gezien soortjes komen, Lonicera pileata en L. nitida, bijna gebroederlijk naast elkaar op een muur. Oxalis latifolia was vrolijk aan het verwilderen. Op het grazige stukje grenzend aan wat huizen streepte het aardig door met Juffertjein-het-groen, Bonte wikke en Klein kaasjes-

38


kruid. De begraafplaats was al een hele onderneming op zichzelf, maar als toetje moesten toch enkele bijzonderheden uit de

18 augustus Mol-Achterbos C6-23-31 Regen, regen, regen, regen ... zo zou ik dit verslagje kunnen vullen want het regende de hele plantenwandeling lang, variĂŤrend hard tot heel hard. Martin was de enige moedige die was gekomen en onder donder en bliksem ijskoud bleef doorgaan. De paraplu's hielden uiteindelijk alleen ons hoofd droog. Brandweer rukte uit, de putjes stroomden over, maar we noteerden toch gestaag verder. Het notitieboekje vond een droog plekje onder mijn oksel en dicht onder de paraplu werden er in twee uur tijd toch 194 waarnemingen in genoteerd. Wellicht een enkeling dubbel. In de beek stond veel Smal tandzaad, hier ook al bekend, een plant Breed pijlkruid (een tuinvlieder) en bij de vakantieverblijven aan Miramar stond de exoot Boheemse duizendknoop. We vonden een mogelijke Valse zandzegge. Helaas zonder bloeiwijzes, maar dat ontbreken is eigenlijk al een redelijk kenmerk. Natuurlijk beperkte de nattigheid het determineren; de basterdwederiken leken allemaal beklierd en de ranken van Valse wingerd leken hechtschijfjes te hebben. Droog is het toch fijner.

15 september

Meerhout-centrum C6-42-34 Voor deze stadswandeling begonnen we bij de kerk en begraafplaats van Meerhout. De kermis was in opbouw dus het duurde even voordat iedereen ter plaatse was. Met negen aanwezigen was er een goede opkomst. Het weer zat dit keer dan ook goed mee! Nog in de bloembakken vonden we al een Bosviooltje, ongetwijfeld meegevoerd met andere tuinplanten. Op de zandige begraafplaats stonden in vol ornaat de Bleekgele droogbloemen te wiegen in de wind. Een plukje ontsnapt Zacht vetkruid en Straatwolfsmelk hadden het naar hun zin tussen de tegels. Die laatste lijkt van een afstand op de roodbruine toefjes van Gehoornde klaverzuring die er ook stond. Iets verder een Kleine majer en Vreemde ereprijs. Op de oude muur van de begraafplaats, althans het deel wat nog restte, groeiden Muurleeuwenbek en Muurvaren. Een Cotoneaster met wel erg kleine blaadjes werd voorlopig gedetermineerd als Cotoneaster microphyllus (foto). Eventueel de eerste vondst in BelgiĂŤ. Een paar plekjes op de muur met het zeldzame Landkaartmos (een korstmos) werden ook nog getoond. De kans is groot dat ze verloren gaan want tweederde van de muur was al afgebroken. Er komt een muur met glimmende stenen voor in de plaats. Ik stuurde de gemeente Meerhout nog een e-mail om de oude muur te behouden. We zullen zien wat er van komt. 39


We vervolgden onze weg langs een school waar vogelzaadadventieven als Gingellikruid en Kanariegras stonden. Op een braak terrein even verder zagen we Hoge fijnstraal, Petunia en Zuid-Afrikaanse gierst. Een bonte mengeling van onkruiden van heel ver weg dus. We moesten nu een stukje lopen naar een smalle straat waar ik mijn oog op had laten vallen; Het Molenpad. Hier stonden nog wat tot dan toe ontbrekende 'onkruiden'. We vonden er ook Mierikswortel, met gedeeltelijk slipbladige bladen, en een verwilderde Valse Christusdoorn. De moederboom met de lange peulen stond er vlakbij. Een klein uitstapje naar de brug om Atriplex micrantha te tonen (helaas verdween de enige plant in de handen van een deelnemer) leverde ook nog een vondst van een verwilderde Wrangwortel op. Het plantje stond er naast zo'n rattenbuis met vergif. Via wat paadjes zigzagden we terug naar de kerk. Onderweg werd nog oa. Rechte ganzerik en onder lichte dwang van Martin, een verwilderde Lavendel genoteerd.

40


Nieuwsbrief Paddenstoelen

41


Paddenstoelenwerkgroep Natuurpunt Momenteel zijn er in Vlaanderen 16 paddenstoelenwerkgroepen van Natuurpunt actief. Zij organiseren talloze excursies waarbij aandacht besteed wordt aan educatie en inventarisatie van gebieden. Deze waarnemingen worden systematisch ingevoerd op op kwartierhokniveau (1 km x 1 km). Deze verspreidingsgegevens kunnen gebruikt worden om een beter inzicht te krijgen in de diversiteit, verspreiding en achteruitgang van paddenstoelen in Vlaanderen. In Vlaams-Brabant werd in 2001 een atlasproject opgestart met ondersteuning van de provincie. Momenteel wordt naar 60 gemakkelijk herkenbare soorten op houtsnippers, in graslanden, tussen mossen en in bossen gezocht. Dit project wil iedereen aansporen om in eigen tuin en streek naar paddenstoelen te kijken en de gegevens door te sturen naar Natuurpunt Studie. Meer info over het project vind je op de website. Een handige brochure voor herkennen van de 60 soorten is verkrijgbaar in de Natuurpunt winkel voor de symbolische prijs van 3 euro. CoĂśrdinatie Natuurpunt Studie Roosmarijn Steeman Natuurpunt Studie Coxiestraat 11 2800 Mechelen 015/ 29 72 22 Roosmarijn.steeman@natuurpunt.be

Website (algemeen): http://www.natuurpunt.be (Fauna & Flora) Paddenstoelen

Paddenstoel.flits DĂŠ maandelijkse digitale nieuwsbrief over paddenstoelen. Vol nieuws over nieuwe publicaties, projecten, excursies en interessante vondsten. Schrijf je in via www.natuurpunt.be

Ook jij kan iets bijdragen aan de Nieuwsbrief Paddenstoelen!

Natuurpunt Educatie Hans Vermeulen & Wim Veraghtert Graatakker 11 2300 Turnhout tel. 014 47 29 53 Hans.Vermeulen@natuurpunt.be Wim.Veraghtert@natuurpunt.be

42


Paddenstoelen in Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Vier jaar geleden werd een paddenstoelenatlas van de regio Leuven gepubliceerd. Dit was een samenwerking van Natuurpunt Studie, de Zelfstandige werkgroep voor Amateur Mycologen (ZWAM) en de Koninklijke Antwerpse Mycologische Kring (KAMK) die financieel werd ondersteund door de provincie Vlaams-Brabant. Tijdens het maken van deze atlas werd een brochure met 60 gemakkelijk herkenbare soorten verspreid in de provincie en werden her en der mensen aangemoedigd om naar paddenstoelen te kijken. Nieuwe werkgroepen (Team Landen, Team Leuven, Paddenstoelenwerkgroep Zemst, Zwammenwerkgroep ZW-brabant) schoten als paddenstoelen uit de grond en de gegevens werden gecontroleerd en verzameld. In 2009 gaf Leefmilieu Brussel - BIM groen licht om het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de atlas van Vlaams-Brabant op te nemen. In het najaar van 2009 werd voornamelijk aandacht geschonken aan de parken in het centrum van Brussel, waar nog nooit naar paddenstoelen werd gekeken. Het Brussels gedeelte van het ZoniĂŤnwoud en de grote boscomplexen rond Brussel werden reeds goed geĂŻnventariseerd.Dankzij de inspanningen van vele vrijwilligers kunnen we een atlas uitgeven waarin 2.516 soorten worden besproken. Deze atlas zal op vrijdag 14 oktober om 19u30 voorgesteld en verkocht worden in het provinciehuis in Leuven. Wie hierop aanwezig wil zijn, kan zich inschrijven bij Roosmarijn Steeman: Roosmarijn.steeman@natuurpunt.be of 015 29 72 22 Op de avond van de voorstelling kan je de atlas krijgen voor 30 euro. Wie de atlas van de Regio Leuven nog niet heeft kan die avond beide atlassen aanschaffen voor 35 euro. Nadien kan de atlas besteld worden bij de Natuurpunt winkel. Kostprijs: 36 euro voor leden of 40 euro voor niet-leden.

43


De Takruitertjes Wij (de takruitertjes) geven 2 wandelingen voor het grote publiek: Op 2/10 in de Fondatie in Sinaai, Afspraak: om 14 uur aan het Fondatieschuurtje (Cadzandstraat in Sinaai). Schoeisel naargelang het weer. Op 23/10 in de Moervaartmeersen in Sinaai, Afspraak: om 14uur aan het wijkschooltje in de Leebrugstraat 65. Laarzen of waterdicht schoeisel noodzakelijk.

Paddenstoelenwerkgroep Zuidrand Antwerpen Elke vrijdag voormiddag van 9.30 u tot 12.30 u gaan wij op stap met Hans Vermeulen en volgens het seizoen kijken we naar: paddenstoelen, korstmossen, mossen, plantjes en grasjes voor gevorderden. De prijs voor de lesgever wordt berekend naar gelang het aantal deelnemers. Tot eind oktober is de prijs 5 â‚Ź per lesdeel. Vanaf november wordt deze prijs herzien naar gelang het aantal deelnemers.

Brugse Mycologische Werkgroep BMW Meer info: mycolotje@yahoo.com Zaterdag 15 – zondag 16 oktober: Paddenstoelententoonstelling in het Natuurcentrum Beisbrouck in Brugge. Meer info bij Yan Verschueren: 050/32 90 18 of yan.verschueren@brugge.be Zondag 13 november: Zwinbosjeseducatiecentrum Zwin Zondag 4 december: De Haantramhalte centrum

Zwamvlok Zoals elk jaar, vanaf september tot het invallen van de winter, inventariseren we dinsdagnamiddag een gebied. De paddenstoelenwandeling voor een breed publiek gaat door in het Osbroek in Aalst en op zondag 30 oktober om 10.00 Afspraak aan het infobord van het natuurgebied in de Frans Blanckaertdreef (zijstraatje van de Parklaan). Meer info: info@zwamvlok.be 44


Zwammenwerkgroep Zuidwest-Brabant De Zwammenwerkgroep Zuidwest-Brabant is ieder jaar actief van begin september tot begin november. In die periode is er op woensdag- en zondagmorgen telkens een uitstap voorzien van 9 tot 12 uur. Voor de determinaties op het terrein worden, naast fotogidsen, de veldsleutel en het determineerwerk van Hans Vermeulen gebruikt. Met de veldsleutel kunnen op het terrein heel wat zwammen op naam gebracht worden. Al wie interesse heeft om de wondere wereld van de zwammen wat beter te leren kennen, is welkom. Voorkennis hoeft niet. Er kan steeds aangepikt worden. Handig om bij te hebben is een loupe (die 10 keer vergroot), een notaboekje en schrijfgerief. Lange wandelingen worden er niet gemaakt, warme kledij is dan ook meestal aangeraden. Contactpersonen: Jan Janssens T 02 356 35 26janssens.verras@brocomnet.net Piet Onnockx T 02 380 17 52piet.onnockx@telenet.be Pierre Kestemont T 02 377 52 10pierre.kestemont@belgacom.net

woensdag zondag woensdag zondag woensdag woensdag zondag woensdag zondag woensdag zondag woensdag zondag woensdag zondag woensdag

Datum Afspraakplaats 7/09/2011 Parking Kriekske (Halle) 11/09/2011 Zevenbronnen - Pineta (Rode) parking Veertigbunder (kant Kampendaal 14/09/2011 Dworp) 18/09/2011 parking Ter Rijst (Heikruis) 21/09/2011 Laborelec (Linkebeek) 28/09/2011 Parking voetbal Rilroheide (Dworp) 2/10/2011 Parking domein Gaasbeek 5/10/2011 Parking provinciedomein Huizingen 9/10/2011 Parking Hanenbos (Dworp) 12/10/2011 Maasdal (t.h.v. Veugeleer) 16/10/2011 Parking Hanenbos (Dworp) 19/10/2011 Hof ter Vleestdreef (Anderlecht) 23/10/2011 Parking Ijzerenman (Kester) 26/10/2011 Zevenbronnen - Pineta (Rode) 30/10/2011 Fazantenlaan-Haakstraat (Dworp) 2/11/2011 Busdepot Leerbeek Edingsesteenweg

Gebied Hallerbos Zevenbronnen Hallerbos Park Ter Rijst Kleetbos Rilroheide Park Gaasbeek Huizingen Hanenbos Maasdalbos Begijnenbos Vogelzanggebied Kesterheide Zevenbronnen De Weikes Oude trambedding

Paddenstoelcursussen Hieronder worden de paddenstoelcursussen weergegeven die nog van start moeten gaan wanneer deze nieuwsbrief verzonden wordt. Beginners Sint-Katharina-Lombeek (Ternat): 29/09, 6/10, 8/10, 15/10 Organisatie: Natuurpuntafdeling Ternat & Natuurpunt Educatie

45


Info en inschrijving: Van Cleynenbreugel Serge Tel: 02-582 72 21 of serge.vancleynenbreugel@scarlet.be Prijs: 35,00 € voor leden en 50,00 € voor leden Inschrijvingsgeld storten op rekening 734-1691817-49 t.n.v. NP Ternat met vermelding ‘cursus paddenstoelen’ Mol: 17/10/2011, 24/10, 5/11, 12/11 Organisatie: Natuurpuntafdeling Netebronnen, Natuurpunt Educatie Ecocentrum De Goren -Postelsesteenweg 71, 2400 Mol Info & inscchrijving: Sas Jozef Tel: 014-31 26 57 jefsas@skynet.be Leden: 20,00 € Niet-leden: 25,00 € Sint-Andries: 18/10 Organisatie: Natuurcentrum Beisbroek Stad Brugge – Zeeweg 96, 8200 Sint-Andries (Brugge) Info & inschrijving: Verschueren Yan, Tel: 050 39 09 75, natuur@brugge.be Leden: 10,00 €, Niet-leden: 15,00 € Gevorderden In het Internationaal Jaar van de Bossen richten ANKONA en Natuurpunt Educatie enkele GRATIS cursussen en belevingsactiviteiten voor het grote publiek in. Info & inschrijving: Cuypers Koen - Tel: 03 240 59 88 -koen.cuypers@admin.provant.be Brasschaat: 4/10, 11/10, 18/10, 25/10 Locatie: Sportcentrum Peerdsbos-Provincie Antwerpen -Bredabaan 31, 2930 Brasschaat Bornem: 6/10, 15/10, 22/10, 29/10 Locatie: Kasteel d'Ursel -Wolfgang d'Urselstraat 9, 2880 Bornem Park van Schildehof -De Pont 45, 2970 Schilde Domein Vordenstein -Kopstraat, 2900 Schoten Sint-Andries: 19/10 Locatie: Natuurcentrum Beisbroek Stad Brugge -Zeeweg 96, 8200 SintAndries(Brugge) Organisatie: Natuurcentrum Beisbroek Stad Brugge, Natuurpuntafdeling Brugge, Natuurpunt Educatie Info & Inschrijving: Verschueren Yan Tel: 050 39 09 75 natuur@brugge.be Prijs: Leden: 10,00 €, Niet-leden: 15,00 €

Weetjes en verhalen over paddenstoelen Mortsel: 3/10, 10/10 Organisatie: Mortsel kern Land van Reyen & Natuurpunt Educatie Locatie: Hoeve Dieseghem – Wouter Vocaertstraat 44, 2640 Mortsel Contact: Joris Yves - 03-440 08 70 Fa866819@skynet.be Leden: 15,00 € - Niet-leden: 20,00 € Exclusief syllabus. De syllabus kan ter plaatse aangekocht worden voor 12,50 euro. Geen verplichting.

46


Paddenstoelwandelingen voor een breed publiek Zondag 2 oktober Koersel Afspraak: 14u00 VBC De Watersnip -Grauwe Steenstraat 7/2 Organisatie: Natuurpuntafdeling Beringen Info: Tel: 011-45 01 91 watersnip.anb@vlaanderen.be Zondag 2 oktober Landschap De Liereman - Oud Turnhout Afspraak: 9u00 Bezoekerscentrum Landschap De Liereman – Schuurhovenberg 43 Organisatie: Natuurpuntafdeling De Wulp Info: Huibrechts Ludo, Tel: 014-45 06 46, Gsm: 0496-04 22 87, natuurpunt.dewulp@skynet.be Gids: Carl Grillet Woensdag 5 oktober Zwammen in provinciedomein 't Veld te Ardooie Afspraak: 13u30 Bloemgatstraat - parking van domein Info: Vandeplancke José Tel: 056-35 43 64 Zondag 9 oktober Kampenhout Afspraak: 10u00 Hellebos – Hellebosstraat Organisatie: Natuurpuntafdeling Kampenhout, Natuurpunt Educatie Info: Vandevenne Stefan, Gsm: 0496-47 64 05, stefan.vandevenne1@telenet.be Gids: Wim Veraghtert Zondag 9 oktober Provinciaal domein Huizingen Afspraak: 14u30 Toreylaan 100 - parking provinciaal domein Organisatie: Natuurpuntafdeling Beersel Info: Onnockx Piet – Tel.: 02-380 17 52 of piet.onnockx@telenet.be Zondag 9 oktober Liedekerkebos Afspraak: Ingang Liedekerkebos -Ed. Schelfhoutstraat Organisatie: Natuurpuntafdeling Affligem-Liedekerke Info: De Block Erik, Tel: 053-68 35 88 , Gsm: 0479-92 16 87 edebe@advalvas.be Zondag 9 oktober Beisbrouck – Sint-Andries Afspraak: 14u00 parking Beisbrouck Diksmuidse Heerweg Organisatie: Natuurpuntafdeling Brugge Info: Wim Jans 0498-29 61 26 Zondag 9 oktober Hondsbossen Sint-Katelijne-Waver Afspraak: 09u30 banken voor de kerk –Markt Organisatie: Natuurpuntafdeling Mechels Rivierengebied Info: Janssens Godelieve Tel: 015 20 97 02 Mail: godelieve-jans@telenet.be Zondag 9 oktober Brede Zeyp – Koningshooikt Afspraak: 14u00 Donderheide 3, zijstraat van de Beukheuvel Organisatie: Natuurpunt Wielewaal Info: Roosmarijn Steeman 0485 68 88 48 – Roosmarijn.steeman@natuurpunt.be

47


Zondag 16 oktober Blaasveldbroek – Willebroek Afspraak: 14u00 parking Blaasveld Broek -Broekstraat Organisatie: Natuurpuntafdeling Mechels Rivierengebied Info: Candries Wim Gsm: 0472 29 87 32 Leden: 0,00 € Niet-leden: 1,00 € gratis voor leden van Natuurpunt en kinderen tot 12 jaar Zondag 16 oktober Blommerschot , De Kluis – Zoersel Afspraak: 13u30 Kruis van Blommerschot aan Kruisdreef (Zandhoven/Pulderbos) Info: Peter Tibax 0499 18 77 11 Gids: Roosmarijn Steeman Woensdag 19 oktober Heerlijkheid Hemsrode Afspraak: 13:30: Ouden Heirweg, 8570 Anzegem Info: Hanssens Christine Tel: 056-21 23 13 Zondag 23 oktober Kleiputten Kortrijk Afspraak: 09u30: NEC De Steenoven -Schaapsdreef 29 Organisatie: Natuurpuntafdeling Kortrijk Info: De Prest Trees Zondag 23 oktober Huwijnsbossen Lichtervelde Afspraak: ingang Huwijnsbossen -Beverenstraat, 8810 Lichtervelde Organisatie: Natuurpuntafdeling De Torenvalk Info: Lievrouw Noël Tel: 051-40 26 33 Prijs: Leden: 2,00 € Niet-leden: 2,00 € max. 5 euro per gezin. Kinderen onder de 12 jaar gratis.(enkel voor de wandeling dient betaald te worden) Zondag 23 oktober Moervaartmeersen – Sinaai-Waas Afspraak: 14u00 Wijkschooltje -Leebrugstraat 65 Organisatie: Natuurpuntafdeling Zuid-Waasland Info: Neels Tom, Tel: 03-772 59 30, Mail: neels_tom@yahoo.com Gids: Roelandt Louis Zondag 27 oktober Kalkense meersen - Schellebelle Afspraak: 9u00 Aard in Schellebelle –Aard Organisatie: Kolena vzw, Natuurpuntafdeling Scheldeland Info: Van Bockstael Lieve, Tel: 09-367 62 91 , Gsm: 0486-46 08 71 Mail: groenelieve@telenet.be Bereikbaarheid: Station NMBS in de buurt, Lijnbus stopt aan de overkant: dorp Schellebelle Parkeren kan gemakkelijk in het dorp in Schellebelle en dan het veer over de Schelde nemen. Zondag 30 oktober Daknamse meersen Afspraak: 14:30: aan de kerk van Daknam (Lokeren) Organisatie: Natuurpuntafdeling Zuid-Waasland Info: Van Peteghem Andre, Tel: 09.346.64.68 Woensdag 2 november Domein Groenhove te Torhout Afspraak: 13u30 Oostendestraat, 8820 Torhout, parking van het domein afrit n°10 van A17 Kortrijk-Brugge. Info: Vandeplancke José Tel: 056-35 43 64

48


Veel regen, veel paddenstoelen en bijzondere vondsten.. Al heel de zomer lang blijft het maar regenen. Vocht en warmte, het ideale klimaat voor schimmels en paddenstoelen. De pers had weer interesse in de paddenstoelen die vroeger als normaal de kop opsteken. Maar ook de herinnering aan de natte augustusmaand vorig jaar zit nog vers in het geheugen. En als we wat dieper graven dan herinneren we ons ook nog een zeer natte julimaand in 2006 met veel paddenstoelen. Een vroege start van het seizoen Zalmsteelrussula, José Vandeplancke is dus niet zo abnormaal. Het paddenstoelenfestijn is begonnen.... en er werden reeds heel wat bijzonderedingen gezien. Begin juli werd de Zalmsteelrussula (Russula font-queri) door werkgroep Mycologia (http://www.mycologia.tk) gevonden in Rumbeke. Deze zeldzame symbiont van berk is gekend van deze vindplaats, maar dit jaar was zij er vroeg bij. De Bleke cantharel (Cantharellus subpruinosus) werd dit jaar voor het eerst opgemerkt op 11 juli in het Zoniënwoud (Watermael-Bosvoorde). Op 31 juli verscheen plots uit het niets in een tuin in Destelbergen: de Traliestinkzwam (Clathrus ruber). Deze opvallende soort blijkt het goed te doen dit jaar, want ze dook nog op verschillende plaatsen op, steeds in tuinen tussen bamboe. Op 5 augustus werd de Gezoneerde stekelzwam (Hydnellum concrescens) voor het eerst dit jaar gevonden en op 6 augustus volgde de Blauwvoetstekelzwam (Sarcodon scabrosus). De gemakkelijk herkenbare Elzenboleet (Gyrodon lividus) (buisjes die aflopen op de steel) werd op 10 augustus gezien in natuurgebied "De Spicht" in Lubbeek. Traliestinkzwam, Eddy De Munter

Sinds 13 augustus is Vlaanderen weer een vindplaats van de zeldzame Geelvoetwasplaat (Hygrocybe flavipes) rijker, in Kessel-Lo (provincie VlaamsBrabant). En sinds 14 augustus kunnen we weer een nieuwe satijnzwam aan de Vlaamse lijst toevoegen (Marselaer, Londerzeel) die luistert naar de naam Bleke stippelsteelsatijnzwam (Entoloma allochroum).

Geelvoetwasplaat – Ralph Vandiest

Bleke stippelsteelsatijnzwam – Wim Veraghtert

49


Begin september werd het Sparrenveertje (Pterula multifida) gevonden in de Polsmeersen in Uitbergen.

Sparrenveertje, Ivan De Wispelaere

We kijken vol verwachting uit naar het verdere verloop van dit seizoen en nog meer fraaie vondsten. Voer ze in op ww.waarnemingen.be!

50


51


Plantennieuwsbrief nr 3 - 2011