Page 1

LIFE Turnhouts vennengebied Blauwe parels van de heide


Het Turnhouts vennengebied Enkele kilometers ten noorden van Turnhout, tussen Merksplas en Ravels, vind je het Turnhouts Vennengebied. Het vormt samen met de Kalmthoutse heide, Landschap de Liereman, verschillende militaire domeinen, Loonse en Drunense duinen en de Stabrechtse heide in Nederland, een restant van wat ooit één uitgestrekt heidelandschap was. Een weids landschap met heide, vennen en heischrale graslanden vormt een thuis voor tal van bijzondere soorten. Het Turnhouts vennengebied is één van de meest waardevolle heidegebieden in Vlaanderen en is van belang op Europese schaal. In het gebied komen met uitsterven bedreigde soorten voor zoals watersnip, vroege glazenmaker (libel), kleine parelmoervlinder en planten zoals Duits viltkruid, dwergvlas, moerassmele en waterlobelia. Niet toevallig allemaal soorten die sterk gebonden zijn aan heidebiotopen. Geen verrassing dat juist deze biotopen voorwerp uitmaken van een uniek Europees LIFE natuur project.  

Turnhouts Vennengebied

Natura 2000-netwerk

Projectgebied


Onder het motto samen sterk, werden de krachten tussen de NGO Natuurpunt en de Vlaamse overheid gebundeld. Samen met het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij werd het LIFE project Turnhouts Vennengebied uitgevoerd in nauwe relatie met het natuurinrichtingsproject ‘Turnhouts vennengebied West’. Natuurinrichting is een instrument van de Vlaame overheid in uitvoering van het decreet natuurbehoud. In het kader van deze twee projecten werd van 2006 tot 2011 voor ruim 120 ha natuurherstelwerken uitgevoerd. Dit rapport geeft je alvast een blik op wat er gerealiseerd is in het Turnhouts Vennengebied met LIFE en Natuurinrichting. Uiteraard ben je welkom om de resultaten zelf te komen bewonderen. Meer info over toegankelijkheid of contactpersonen vind je dan ook op www.life-turnhoutsvennengebied.be


Over vennen en heide Het Turnhouts vennengebied ligt op een plateau van zandgronden die nauwelijks enkele meters dieper rusten op een dik pakket klei. Het gebied ligt op de waterscheiding tussen het Maas en Scheldebekken. Door de ondiepe kleilaag is het gebied van nature uit zeer nat. Dit resulteerde in een hoog aantal vennen en heide. De ondoordringbare kleilaag ligt aan de basis van het natte karakter van het gebied terwijl de zandgronden van nature uit voedselarm zijn waarbij de wind lang geleden de landduinen vormde.

Voedselarme vennen De ondiepe kleilaag ligt aan de basis van deze voedselarme vennen. De zeer goed ontwikkelde venvegetaties behoren zonder meer tot topnatuur in Vlaanderen en Noordwest-Europa. Deze vennen bieden zelfs één van de laatste groeiplaatsen van waterlobelia en drijvende egelskop, twee typische soorten van dit type van vennen. Ook drijvende waterweegbree, een Europese doelsoort, heeft hier één van haar beste leefgebieden in Vlaanderen.

Natte heide en veen In de onmiddellijke buurt van de vennen treffen we natte heide aan. Op de zeer natte gronden komen fraaie veenvegetaties voor in nauwe relatie met de natte heide en vennen. Dit biotoop van heide en veen herbergt unieke levensgemeenschappen die zeldzaam zijn geworden in Vlaanderen. Door de specifieke omstandigheden (nat en zuur) specialiseerden tal van soorten zich in dit bijzondere milieu.


Droge heide en landduinen Deze biotopen kan je op de droge zandgronden aantreffen. Deze landduinen vormen een uniek biotoop met heide en verschillende bremsoorten. In het gebied blijven nog tal van potenties aanwezig voor verder herstel van deze landduinen en droge heide.

Heischrale graslanden Soortenrijke schrale graslanden met veel typische heidesoorten, de zogenaamde heischrale graslanden, komen op diverse plaatsen voor. In de Europese unie is dit biotoop van prioritair belang. In het gebied komen deze graslanden voor op zowel droge zandbodems als natte lemige bodem. De best ontwikkelde heischrale graslanden zijn bekend om hun hoge biodiversiteit en vormen thuishaven van enkele zeer bijzondere orchideeĂŤn. Terecht vormen deze graslanden de schatkamers van biodiversiteit in het gebied.

Samenvatting van de Europese habitats die werden hersteld door dit LIFE project Europees habitattype

Code

Start project in 2006

Einde project in 2011

Landduinen en duingraslanden

2310 en 2330

23,6

36,2

Voedelsarme vennen

3110

24,6

25,8

Mesotrofe vennen

3130

2,4

8,3

Natte heide

4010

40,0

40,0

Droge heide

4030

36,0

36,3

Heischrale graslanden

6230

48,3

88,9

Veenslenken

7150

1,3

1,5

176,2

237,0

totaal


Turnhoutse ‘Tijgers’ van het natuurbehoud Het gebied is de thuis voor enkele typische en ook heel bijzondere, vaak gevoelige soorten. Daarom is het gebied van zo’n groot belang om natuur en biodiversiteit in onze regio te behouden. De uitzonderlijke soortenrijkdom illustreren we hier met woord en beeld.

De boomleeuwerik is een vogel die vooral van een heidelandschap houdt waar ook nog bomen aanwezig zijn. In dit structuuurrijke landschap vindt deze heidebewoner haar stekje.

De nachtzwaluw is dankzij dit LIFE natuurproject terug gekeerd in het gebied. Deze vogel is vooral bij avondschemering en nacht actief. Hierbij vliegt hij met opengesperde bek over het heidelandschap om insecten in de vlucht te vangen. Je kan hem vooral aantreffen in een afwisselend landschap van heide, vennen en bosranden en zelfs op open zandige plekken. De nachtzwaluw broedt op de grond wat hem kwetsbaar maakt. In de winter trekt hij naar Afrika. Bij schemering kan je hem goed observeren.


Drijvende waterweegbree is geen heel opvallende plant maar wel een heel bijzondere. Doordat deze soort sterk gebonden is aan heel specifieke milieuomstandigheden van voedselarme vennen, komt die ook niet veel meer voor in Europa. Daarom werd deze soort opgenomen in bijlage 2 van de Europese habitatrichtlijn. Door de vennen weer voedselarm te maken door te baggeren en de bedreigingen van deze vennen weg te nemen, kon een duurzame toekomst gecreëerd worden voor deze bijzondere soort. Wanneer het goed gaat met de Drijvende waterweegbree, gaat het goed met het ven.

Heel opvallend is dat niet minder dan 7 annex I soorten van de Europese vogelrichtlijn door de verregaande ontginning van de heidehabitats als voormalige broedvogels staan geklasseerd. Behalve de grauwe klauwier zijn al deze soorten inmiddels als broedvogel verdwenen uit Vlaanderen. Dit toont meteen het ecologische belang van het Turnhouts vennengebied. Ondanks het verdwijnen van de broedvogels blijft het gebied belangrijk als broedgebied voor typische heidesoorten als boomleeuwerik, nachtzwaluw en Blauwborst. Buiten het broedseizoen is het gebied vooral belangrijk voor de doortrek van steltlopers zoals Regenwulp.

Waterlobelia is met uitsterven bedreigd in Vlaanderen en is één van de typische soorten voor de heel bijzondere vennen die je hier kan aantreffen. Dankzij het grootschalig herstel van de vennen kon de oorspronkelijke populatie van 10 exemplaren in één ven uitgroeien naar een populatie van meer dan 300 exemplaren verspreid over drie vennen.

Oeverkruid is samen met Waterlobelia een zogenaamde ‘eco-ingenieur pur sang. Deze soort weet als geen ander om haar omgeving zo te beïnvloeden dat het venmilieu heel lang stabiel blijft, optimaal voor de ontwikkeling van de venvegetaties..Dit kan door de heel bijzondere eigenschappen van oeverkruid en ook waterlobelia.


1777

1970

1830

2006

1870

1930

2011

Natuurherstel nodig?

Ontsnipper de natuur!

Met de uitvinding van de kunstmest in 1914 veranderde de wereld. De mondiale voedselproductie kon dankzij kunstmest gevoelig verhoogd worden als antwoord op de bevolkingsexplosie. De keerzijde aan deze uitvinding is dat stikstof en fosfaat door het veelvuldig gebruik het natuurlijke milieu terecht zijn gekomen. De grootste negatieve invloed was dan ook op de schrale gronden en daar aan gebonden vegetaties zoals heide en vennen.

EĂŠn van de grootste bedreiging voor onze biodiversiteit is de versnippering van biotopen en leefgebieden. Hierdoor kunnen soorten niet meer van het ene leefgebied naar het andere migereren. Met versnippering worden leefgebieden ook altijd kleiner en hoe kleiner het leefgebied hoe sneller de kwaliteit achteruit gaat. Dit komt door negatieve invloeden vanuit de omgeving, de zogenaamde randeffecten, bij kleine gebieden meer impact hebben.

De invloed van deze bemesting vertaalde zich in een sterke verandering van de graslanden en heide. Dominante soorten haalden de overhand op de op voedselarme gronden gespecialiseerde soorten. Ook waterlopen, vijvers en vennen gingen sterk achteruit door deze extra bemesting waarbij eens heldere vennen veranderden in zwarte levenloze waters. Om het uitgevoerde herstel duurzaam te maken moet de bemestingsinvloed verder omlaag. Het is niet voldoende om biotopen terug te herstellen als de oorzaak van hun bedreigingen niet blijvend aangepakt worden.

Deze bedreiging vroeg een adequate aanpak. In 1987 startte Natuurpunt met de aankoop van de eerste percelen om zo na twee decennia te komen tot een natuurgebied van ruim 430 ha. Tijdens het LIFE project werd 64 ha terreinen aangekocht en nog eens 26 ha werden de grondrechten verworven.Enerzijds worden zo gebieden met elkaar verbonden en anderzijds wordt het geheel aan gebieden meer aaneengesloten en ondervinden biotopen en soorten minder negatieve effecten van externe invloeden.


Natuurherstel in actie Het verwerven van terreinen volstaat uiteraard niet. Vaak zijn de oorspronkelijke biotopen verdwenen door het landgebruik. Nivellering van reliëf, drainage, ploegen, aanplant van naaldhout of spontane verbossing zijn de belangrijkste factoren waardoor de typische soorten en biotopen verdwijnen. Om die reden werden soms drastische maatregelen uitgevoerd zoals ontbossing van naaldhout of afgraven van de bouwvoor.

Verwijderen van naaldhout en jong bos Deze maatregel is heel ingrijpend op het landschap maar noodzakelijk om de verboste heide terug open te maken voor soorten zoals boomleeuwerik, nachtzwaluw of wulp. Ook voor het herstel van de heide zelf, moeten heel wat bomen verdwijnen. Naaldbomen verdampen meer water dan loofhout of andere vegetaties en werken zo verdroging in de hand. Uiteraard is bos in Vlaanderen ook belangrijk. Natuurpunt compenseerde de ontbossingen in diverse gebieden in Vlaanderen. Op die manier werden ecologisch waardevolle boscomplexen versterkt door middel van bosuitbreiding. Een dubbele winst voor de natuur dus.

Plaggen Het herstel van de oorspronkelijke heide is relatief eenvoudig. De bodem bevat een schat aan zaden van typische heidesoorten die weer kiemen als we de voedselrijke strooisellaag afschrapen. Dit materiaal, plagsel, werd afgevoerd naar landbouw. In essentie is

dit een eeuwenoud gebruik in een modern jasje. Organisch materiaal uit de schrale heide wordt afgevoerd naar de rijkere landbouwgronden. Vroeger met plagspade en kar, nu met graafmachines met een zeer lage bodemdruk en tractoren met grondkar. Eén jaar na de werken kan je al de eerste heideplantjes zien kiemen! In totaal werd 23 ha geplagd. Een teveel aan voedingsstoffen vormt een probleem voor soorten die van nature op heel schrale gronden voorkomen. Door deze voedselrijke omstandigheden ging een beperkt aantal soorten domineren. Ze verdrongen de specifieke heidesoorten zoals zonnedauw, dophei en het heideblauwtje. Om de specifieke heidesoorten opnieuw een kans te geven, wordt terug een voedselarme situatie gecreëerd door het afgraven van de toplaag van voormalige intensief bewerkte landbouwgronden. Voorafgaand bodemonderzoek bepaalt tot welke diepte we moeten afgegraven om tot een voedselarme situatie te komen.


Werken aan Europese topnatuur Om tot een succesvol herstel te komen is studie onontbeerlijk. Dankzij Natuurinrichting kon voorafgaand al veel bestudeerd en geanalyseerd worden om zo tot een goede visie en doelstellingen te komen. Een range aan studies werd uitgevoerd: kiezelwieren van de vennen, zaadbankanalyses, archeologisch onderzoek, ecohydrologische systeemanalyse en bodemstudies. Deze vormden de ingrediënten voor een integraal beheerplan met uitvoeringsmaatregelen. Specifiek voor het herstel van de vennen en het LIFE project werd een expertenstudie uitgevoerd. Dit gaf ons een gedetailleerd inzicht om tot een succesvol herstel te komen.de studie toonde aan dat met een droge baggering en leegpompen van het ven het meeste slib kon verwijderd worden. Ook werd aangetoond dat het volledige landschap dat het ven beïnvloed moest aangepakt worden. Dit impliceerde het

verwijderen van naaldhout om de windwerking en de hydrologie op het ven te herstellen. De winddynamiek is essentieel voor het behoud van zandige oevers door golfslag en waterstromingen. De waterlobelias zijn juist bijzonder gesteld op deze zandige oeverzones samen met oeverkruid en drijvende waterweegbree. De bemestingsinvloed kon tegengegaan worden door het stopzetten van bemesting en het afgraven van de bouwvoor. Door het verwijderen van de voedselrijke toplaag stopt ook de aanvoer van rijk grondwater naar het ven en kunnen de venbiotopen weer optimaal ontwikkelen. Schrale biotopen zoals heide en heischraal grasland ontwikkelen op de afgegraven terreinen.  


Maatregel Hydrologische ‘venherstel’

Doelstelling studie

Natuurinrichting

Natuurpunt

uitgevoerd

Verwerven terreinen

50 ha

64 ha

Ontpachting terreinen

20 ha

26 ha

Venherstel

3 vennen

4 vennen + 6 kleinere vennen

Herstel heidehabitat van- 20 + 12 uit landbouwgrond

20 ha

34 ha

Herstel heidehabitat door 12 + 5 plaggen

13 ha

10 ha

Ontwikkeling heidehabi- 20 tat door verwijderen aanplantingen Plaatsen van een raster 50 ha voor een begrazingsbeheer

37 ha

122 ha (16 km raster)

Natuurherstel anders becijferd Om de omvang van de werken anders te kaderen, geven we ook graag volgende cijfers: • Grondverzet: circa 97.000 m3 grond afgegraven en op landbouwgrond in de omgeving gebracht buiten het Europese habitatgebied. • Uit de vier grote vennen werd 8.400 m3 slib geruimd en verwerkt volgens de Vlaamse en Europese milieunormen. • Bij herstel van de heidehabitats werd 23.000 m3 plagsel afgevoerd en hergebruikt in landbouw als koolstof- en structuurverbeteraar. • 50000 palen geplaatst voor 16 km begrazingsrasters Met dit project werd een win – win gerealiseerd tussen landbouw en natuur. Wat een restproduct is voor het natuurbeheer wordt een grondstof voor de landbouw. In feite is het opbrengen van nutriënten afkomstig uit de heide naar de rijkere landbouwgronden een eeuwenoud gebruik. Het is juist dankzij deze cultuur dat de heide kon ontstaan in onze regio’s.


De sleutel tot succes: samen werken aan Natura 2000 Innovatie en kennisopbouw Dit LIFE project is biijzonder innovatief in een aantal aspecten. Een eerste element is dat door directe dialoog met landgebruikers actief naar oplossingen werd gezocht. Hierbij werd vanuit de natuursector mee in de filosofie van het landbouwbedrijf gedacht. Respect voor bedrijfsvoering en het kunnen verder zetten van landbouwbedrijven was hierbij het uitgangspunt. Door op die manier te handelen konden oplossing aangereikt worden die een win – win situatie voor natuur en landbouw brachten. Met deze werkmethode kon een belangrijke bedreiging op de vennen opgelost worden. Meer nog, door het afsluiten van vrijwillige beheersovereenkomsten tussen Natuurpunt en de landbouwer kunnen wel degelijk NATURA 2000 doelstellingen gerealiseerd worden. Uiteraard blijven we verdere onderzoeken en pleiten voor meer maatregelen pro natuur om zo te komen tot een duurzame invulling van de Europese habitatrichtlijn. Een tweede element is de kennisopbouw rond het landschapsecologisch herstel van vennen en heide. Alleen dankzij een goede wetenschappelijke gebiedsanalyse konden de juiste maatregelen gedefinieerd en uitgevoerd worden. Dit leidt tot kosten-efficient werken waarbij de gewenste resulaten niet uitblijven. Deze kennisopbouw kan ook aangewend worden in andere natuurherstelprojecten in Vlaanderen of Europa. Innovatie voor beheertechnieken was er met het ‘uitmijnen’ van voormalige landbouwgronden. Het uitmijnen omvat het behandelen van voormalige landbouwgronden met grasklaver, kalk en kalium om zo een maximale fosfaatopbrengst te realiseren. Op die manier wordt versneld fosfaat van de bodem onttrokken. Door het fosfaatgehalte te verlagen krijgen voedselarme biotopen weer meer kansen op termijn. Een voordeel is dat ook de eerste jaren de graslanden voor landbouwers nog interessant zijn naar opbrengst en kunnen beheerovereenkomsten afgesloten worden. Dit creëert meer draagvlak voor natuurbehoud.


Ecosysteemdiensten en klimaatbuffer Het Turnhouts vennengebied zorgt voor een betere milieukwaliteit van onze leefomgeving, Zo buffert het gebied enorme hoeveelheden regenwater die we anders stroomafwaarts voor problemen zouden zorgen. Door naaldbossen om te vormen naar loofbossen en heide sijpelt er meer regenwater in de bodem om de kostbare grondwatertafel aan te vullen. Doordat de vegetatie nu mooi kan ontwikkelen zal er ook weer extra koolstof en dus C02 in de bodem worden opgeslagen. Al deze elementen bieden een goede klimaatbuffer naar de toekomst. Het extra waterbergend vermogen zal goed van pas komen met de verwachte meer extreme weersomstandigheden zoals langere periodes van droogte en hevigere neerslag.

Investeringen in een duurzaam beheer Een belangrijk aandachtspunt is dat de herstelde biotopen ook in de toekomst duurzaam moeten beheerd worden. Door de investering van het plaatsen van rasters kan het gebied beheerd worden. Zo werd op het einde van het project met 15 landbouwers samengewerkt voor een gezamenlijke oppervlakte van circa 140 ha. Bij de start van het project in 2006 werd er met 12 landbouwers voor 82 ha gewerkt. De doelbiotopen krijgen op die manier een duurzaam beheer dat lokaal mee verankerd is.


0

1

2

kilometers

P

Zwart goor Kraenevenheide Hoge heide

Hoogmoer heide

Ravelse Bergen

P Grote Klotteraard

Kasteeltjes

0

500

Zandven heide

1000m

Akker

Hoogmoerheide wandeling (8,2 km)

Grasland

Vennen wandeling (8 km)

Bos

Koeivenwandeling (3,5 km)

Heide

Dombergheide wandeling (2,5 km)

Moeras

Hoge heide wandeling (7,4 km)

Bebouwing

Bels Lijntje fietspad

Water

Bezoekerscentrum Klein Engeland

Kapel

Camping Baalse hei

Startpunt

Uitkijktoren

Zwarte heide

Zwart water

Kleine Klotteraard

Haverven

Koeiven

Klein Engeland

Kleiputten

P Dombergheide

Uitkijkpunt

Natuur voor iedereen Natuur is een gemeenschappelijk goed. Om iedereen van deze natuurpracht in het Turnhouts vennengebied te laten genieten werden ruim 30 km wandelpaden bewegwijzerd. Ook een kijktoren, kijkwanden en uitkijkpunten maken het de bezoeker mogelijk om intens te genieten van het weidse landschap. Vijf verschillende routes werden uitgestippeld die ook opgenomen werden in het wandelknooppuntennetwerk van de provincie Antwerpen. Het bezoekerscentrum ‘Klein Engeland’ is gericht op het ontvangen van wandelaars. Van hieruit kan je vertrekken voor een korte ‘cultuur – natuur’ wandeling (3,5km) waar onderweg 10 litenatuurtjes van Geert De Kockere staan opgesteld. Voor de mensen die de grote heidevennen willen ontdekken, kunnen de vennenwandeling van 8 km kiezen.


Overname uit deze publicatie om nog meer mensen warm te maken voor het Turnhouts vennengebied is toegelaten en wordt toegejuigd, wel dient steeds verwezen te worden naar deze publicatie en haar initiatiefnemer Natuurpunt. Deze publicatie werd gerealiseerd in het kader van het Europese project LIFE Turnhouts vennengebied.

foto’s: Tom Andries, Tom Tijtgat, Luk Daniëls, Hugo Willocx, Geert Decockere, Marc Smets, François Van Bauwel, Joost Dewyspelaere, NP archief website: www.life-turnhoutsvennengebied.be info & contact: Bezoekerscentrum Landschap De Liereman verantwoordelijke uitgever: Chris Steenwegen • Coxiestraat 11 • 2800 Mechelen

Europese uitdagingen: het NATURA 2000 netwerk Het Natura 2000-netwerk is het netwerk van beschermde natuurgebieden in Europa. De uitgestrekte heide, waardevolle vennen en uitzonderlijke bodemomstandigheden van het Turnhouts Vennengebied zijn uniek voor België en zelfs Europa. Daarom maakt het deel uit van dit Europese netwerk.

NATURA 2000 is LIFE! Het Europese Life natuur fonds voorziet financiering voor projecten binnen het Natura 2000-netwerk. Dankzij het fonds kan Natuurpunt gedurende enkele jaren extra inspanningen leveren met het LIFE-natuur project Turnhouts Vennengebied. De natuur krijgt zo terug volop kansen.

LIFE LIFE is het natuurherstelprogramma van de Europese Commissie met als doel het Natura 2000-netwerk te versterken. In het Turnhouts vennengebied liep van 1 januari 2006 tot 31 oktober 2011 voor de tweede maal reeds een LIFE natuur project. Het totale projectbudget is € 4,1 miljoen euro waarvan de Europese Commissie 40% co-financiert. In het kader van dit LIFE natuur project werd ook het instrument Natuurinrichting verwerkt.

Meer info en contact

Natuurpunt

ANB Antwerpen

Projectcoördinator Tom Andries

Mario De Block

Coxiestraat 11 • 2800 Mechelen

Gebouw Anna Bijns Lange Kievitstraat 111/113 bus 63 • 2018 Antwerpen

VLM Antwerpen Tom Vermeulen Cardijnlaan 1 • 2200 Herentals


Gratis als nieuw lid

gids met 66 wandel- en fietstochten in de mooiste natuurgebieden van België

Word lid van Natuurpunt ! Samen met ruim 88 000 gezinnen geef je zo een krachtig signaal aan de overheid. Het lidgeld bedraagt jaarlijks 24 euro voor het hele gezin. Je ontvangt 4x per jaar ons tijdschrift Natuur.blad, je kan gratis met je gezin deelnemen aan alle geleide wandelingen en fietstochten, je geniet 10% korting bij aankoop in onze natuur.winkel, in het welkomstpakket vind je ook een CD met de meest voorkomende vogelgeluiden en je wordt op de hoogte gehouden van de activiteiten in jouw buurt via het plaatselijke contactblad.

Je kan een bericht van domiciliëring downloaden van onze website of 24 euro overschrijven op rek. 230-0044233-21 van Natuurpunt met vermelding ‘nieuw lid Life TV’. Van harte dank voor je steun! Meer info en ledenvoordelen: www.natuurpunt.be/lidworden

LIFE Turnhouts vennengebied: Blauwe parels van de heide  

Enkele kilometers ten noorden van Turnhout, tussen Merksplas en Ravels, vind je het Turnhouts Vennengebied. Het vormt samen met de Kalmthout...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you