Page 1

Flits VlWG Oost-Vlaanderen 04/04/12

Beste Vleerders, twee jaar geleden werd vanuit Vleermuizenwerkgroep Nationaal een project rond Rosse vleermuizen gelanceerd (zie Chiropcontact 16-1) met als doel hun populaties in kaart te brengen. Reden: de sterke en systematische achteruitgang van hun aantallen gedurende de laatste 20 jaar hetgeen behoorlijk zorgwekkend mag genoemd worden. Aan dat tempo duurt 't niet lang meer voor deze soort op de rode lijst zal belanden. In 2012 zouden we dit onderzoek specifiek op Oost-Vlaanderen willen toespitsen want op de verspreidingskaart bestaan nog steeds verschillende gebieden waar we over geen of onvoldoende gegevens beschikken ivm Rosse vleermuis. Zie hieronder de verspreidingskaart met alle waarnemingen van Rosse vleermuis in OostVlaanderen van 2008 tot nu.


Er zitten dus duidelijk nog heel wat blanco gedeelten in die gegevens. Vooral naar bescherming toe is het heel belangrijk om goed hun verspreidingsgebied en kolonieplaatsen te kennen. In de eerste plaats naar beheersmaatregelen toe (meerbepaald het rooien van bomen) maar ook bij de aanleg van bvb windmolenparken is dit van groot belang want Rosse vleermuizen behoren tot een risicogroep wat de windturbines betreft. Maar vanuit de Vleermuizenwerkgroep zijn we met veel te weinig om een groot deel van die gebieden te kunnen onderzoeken. Daarom rekenen we op de hulp van iedereen die 's avonds eens buiten loopt met een detector (en voor wie graag aktief met een batdetector wil kennismaken: sommige plaatselijke Natuurpunt-afdelingen of gelijkaardige instanties hebben er eentje te leen of je kan daarvoor ook bij onze werkgroep terecht) Vandaar dus dit project dat uit twee stappen bestaat: -Ten eerste een oproep naar iedereen om actief op zoek te gaan en/of specifiek te letten op Rosse vleermuizen in je buurt en die waarnemingen te posten op waarnemingen.be. Op die manier kunnen de verspreidingsgegevens verder aangevuld worden en kunnen er ook altijd interessante waarnemingen naar boven komen zoals de heel zeldzame Bosvleermuis die ook in onze provincie voorkomt. In het addendum kan je de handleiding terugvinden ivm het Rosse vleermuisproject en waarnemingen.be. En in de e-mailbijlage zitten ook geluidjes van enkele soorten ter referentie. Mensen die een batdetector bezitten maar weinig ervaring hebben kunnen hier een handleiding ivm het gebruik van batdetectoren terugvinden. Mensen die geen ervaring hebben met waarnemingen.be willen we gerust helpen om die te posten, geef gewoon een seintje via het contactformulier van de werkgroep. -Ten tweede: naast meer te weten komen over de verspreiding van Rosse vleermuis in Oost-Vlaanderen willen we ook specifiek de situatie onderzoeken in bepaalde gebieden en vergelijken met data van 10 jaar geleden. Dit is bvb het geval voor de Scheldevallei tussen Gent en Oudenaarde. In deze regio is er namelijk veel informatie over het voorkomen in de recente geschiedenis. We willen een aantal bosgebieden opnieuw bezoeken en kijken of hier nog steeds kolonies aanwezig zijn. Concreet gaan we in de schemering op pad met de batdetector en zoeken zo naar vliegroutes die uit het bos komen. Naast het zoeken van Rosse vleermuizen hebben we hierbij natuurlijk ook veel aandacht voor andere soorten en het is dus een ideale mogelijkheid om ervaring op te doen met de detector. Per gebied gebeurt dit minstens 2 keer in de zomer. Wie interesse heeft om te helpen is zeker welkom, neem gerust contact op via ons formulier. Afhankelijk van de beschikbare mankracht zullen mogelijk ook andere gebieden in de provincie onderzocht worden.


Waarnemingen van rosse vleermuizen: Hier kan je een artikel terugvinden ivm een waarneming van 116 trekkende Rosse vleermuizen boven telpost 'De Vulkaan' in Den Haag in 2010. Enkele links naar twee leuke waarnemingen eerder dit jaar: http://waarnemingen.be/waarneming/view/63474729?_popup=1 http://waarnemingen.be/waarneming/view/52814755 Maar er zijn ook minder leuke waarnemingen: onlangs werden in een park verschillende beuken gerooid in functie van een beheerplan en in ĂŠĂŠn van de gevelde bomen bleek zich een kolonie Rosse vleermuizen te bevinden: http://waarnemingen.be/waarneming/view/64145886 Gelukkig liep dit avontuur voor de vleermuizen af zonder al teveel kleerscheuren. Opmerkelijk: in dit geval werd in het betreffende beheerplan geadviseerd om bomen vooraf te controleren op de aanwezigheid van vleermuizen maar dit is blijkbaar toch over het hoofd gezien met de gekende gevolgen van dien. Een voorval als dit toont eens te meer de noodzaak aan om zeker de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen bij rooiwerken en voldoende aandacht te schenken aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen.

Mvg, Vleermuizenwerkgroep Oost-Vlaanderen


Bijlage Handleiding voor het Rosse vleermuisproject Inleiding In het eerste nummer van Eliomys in 1981 lezen we dat op 20 februari 1979 enkele houthakkers zo‟n 14 vleermuizen aantroffen in een pasgevelde holle beuk. De dieren waren in een diepe winterslaap en volkomen hulpeloos. Op 21 november 2009 hetzelfde scenario echter ditmaal in een pasgevelde Amerikaanse eik. In die periode van dertig jaar heeft de vleermuizenwerkgroep weet van zeker 10 andere gevallen. Dat dit slechts het topje van de ijsberg is, zal menigeen niet verbazen als men daarenboven weet dat volgens de bosbarometer Vlaanderen er meer bos ontbost wordt dan terug aangeplant en het bovendien niet evident is om vleermuizen aan te treffen in holle bomen. Diverse vleermuisonderzoekers hebben ondertussen al vastgesteld dat de Rosse vleermuis (Nyctalus noctula) minder en minder waargenomen wordt dan pakweg 20 of zelfs 10 jaar geleden. Hoogtijd om één en ander rond deze soort te monitoren. Dit project wil hieromtrent dan ook een eerste aanzet geven. De laatste jaren komen er meer en meer signalen binnen die wijzen op een systematische achteruitgang van deze soort, deels te wijten aan de verdroging van moerasgebieden met een verminderd aanbod van hun prooisoorten alsook deels te wijten aan het systematisch kappen van holle bomen (soms zelfs na vermelding van de aanwezigheid van de soort in één of meerdere bomen). Met name door het kappen van exoten (zoals Amerikaanse Eik en Tamme Kastanje) zou deze soort uit diverse regio's verdwenen zijn ! Op de koop toe is het zo dat onderzoek heeft uitgewezen dat deze soort niet over één holte dient te beschikken maar over meerdere holle bomen om te kunnen overleven. Zo kan het kappen van enkele holle bomen reeds de doodsteek geven. Er wordt volop moeite gedaan om soorten zoals de witte neushoorn of Sumatraanse tijger te beschermen en de natuurverenigingen hebben de mond vol van Countdown 2010 waarbij veel aandacht besteed wordt aan de biodiversiteit. Hoogtijd om in 2010, het jaar van de biodiversiteit een project op te starten om de toestand van deze indicatorsoort in Vlaanderen in kaart te brengen. Dit project wil dan ook in eerste instantie een actuele verspreidingskaart opstellen van de Rosse vleermuis door vrijwilligers aan te zetten hun waarnemingen systematisch in te brengen in waarnemingen.be, hiervoor werd een specifiek project aangemaakt.

Soort beschrijving Deze vleermuissoort staat in de Rode Lijst van de Zoogdieren van Vlaanderen (Criel et al, …) als zeldzaam aangegeven, maar komt wel algemeen verspreid over gans Vlaanderen voor

Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 14


Het is een uitgesproken boombewonende of dendrofiele soort. De Rosse vleermuis (Nyctalus noctula (Schreber, 1774) behoort met zijn lange smalle vleugels tot één van onze grootste vleermuissoorten. De spanwijdte varieert tussen de 30 à 40 cm. Zijn zomer als winterverblijfplaats bevindt zich voornamelijk in holle dikke oude bomen (beuken, Amerikaanse eiken, zomereiken, …). Ze jaagt op grote hoogten boven vijvers, weilanden, open plaatsen in bos en langsheen bosranden en dit tot soms op enkele tientallen kilometers ver van zijn verblijfplaats. De mannetjes van deze soort beschikken over territoria in het najaar in holle bomen en trachten via baltsroepen de vrouwtjes naar hun verblijfplaats te lokken. Rosse vleermuizen worden regelmatig overwinterend aangetroffen in holle bomen, waar ze vaak met tientallen dieren opeengepakt zitten. Hierdoor vormen ze één van de kwetsbaarste vleermuissoorten in de winter. Temeer omdat ze vaak Amerikaanse eiken als verblijfplaats kiezen en deze exoot de laatste jaren hardnekkig uit natuurgebieden wordt verwijderd zonder verder na te denken over de consequenties diersoorten die holten verkiezen zoals vleermuizen.

Foto rosse vleermuis (foto Rollin Verlinde) Het project Deze soort geldt als een indicatorsoort voor oude bossen en als ambassadeur voor moerasgebieden (Limpens, 2001). Jammer genoeg werd tot op heden geen specifiek onderzoeksproject opgestart betreffende het voorkomen van deze soort in Vlaanderen. In 1981 werd door de toenmalige Vleermuizenwerkgroep van Natuurreservaten het Rosse Vleermuisproject opgestart met jammer genoeg slechts een beperkte reactie, vermoedelijk door een tekort aan batdetectors in Vlaanderen. Ondertussen zijn er honderden van deze toestelletjes aangeschaft door vrijwilligers of afdelingen waardoor de mogelijkheid bestaat om gerichter naar deze soort op zoek te gaan. In onze regio komen er weliswaar 2 soorten voor behorende tot het genus Nyctalus: de Rosse Vleermuis (Nyctalus noctula) en de Bosvleermuis (Nyctalus leisleri) met een vrij gelijkaardige sonar. Typisch voor de Rosse Vleermuis is het 'twiet tjok' geluid dat hoorbaar is met een eenvoudige heterodyne batdetector afgesteld op 20 kHz, indien een 'nyctalus'achtig signaal opgevangen wordt doch zonder het typische 'twiet tjok' geluid en op een hogere frekwentie (28 kHz) dan zou dit kunnen wijzen op de zeer zeldzame Bosvleermuis. De vlieghoogte van de Rosse vleermuis kan variëren van zo‟n 4 à 5 m tot meer dan 100 m hoog. Niettemin zijn er ook al rosse vleermuizen waargenomen die zeer laag over kreken vlogen om er te jagen op kokerjuffers en dansmuggen.

Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 15


De rosse vleermuis wordt aanzien als indicatorsoort voor de relatie tussen waterrijke en oude bosgebieden. Hierbij verkiezen ze grote plassen, vijvers, vennen en moerasgebieden. Ook kunnen we ze geregeld jagend aantreffen boven kanalen en rivieren. Indien ze in bossen jagen, dan is dat meestal langsheen de bosrand of in open stukken in het bos. Bij valavond kunnen de dieren soms jagend waargenomen worden tussen zwaluwen, waarbij hun vrij rechtlijnige en snelle vlucht (tussen de 40 à 50 km/u) met snelle wendingen en duikvluchten vrij typisch is en sterk opvalt. De dieren kunnen soms op vrij grote hoogte jagen, soms meer dan 100 m hoog. Het is geweten dat rosse vleermuizen lange afstand trekkers zijn, zo zijn er gegevens bekend van dieren die meer dan 1000 km aflegden tussen hun zomer- en winterverblijfplaatsen. Hun zomerverblijfplaatsen zijn meestal holle bomen, doch in een aantal gevallen werd ook hun aanwezigheid beschreven in scheuren en spleten in gebouwen. Rosse vleermuizen jagen voornamelijk op Diptera zoals Rouwvliegen (Bibionidae), Steekmuggen (Culicidae), Dansmuggen (Chironomidae), Langpootmuggen (Tipulidae), Wintermuggen (Trichoceridae), Venstermuggen (Anisopodidae), Trichoptera zoals Kokerjuffers, maar ook Lepidoptera, Neuroptera zoals gaasvliegen (Chrysopidae), Coleoptera zoals Bladsprietkevers (Scarabaeidae), Snuitkevers (Curculionidae), mestkevers en meikevers en bepaalde soorten spinnen (Amaurobiidae). Vanaf mei willen we 's avonds op stap gaan en zoveel mogelijk gericht gaan luisteren naar de rosse vleermuis. Het best kan dit gedaan worden door rond zonsondergang langsheen bosranden, dreven of boven vijvers en plassen post te vatten met een batdetector afgesteld op 20 kHz. Maar een geoefende waarnemer kan zelfs de soort waarnemen zonder batdetector, vanwege de nog hoorbare tikgeluiden rond de 16 à 18 kHz. Een belangrijk aspect in dit project is om eveneens aandacht te besteden aan de regio‟s waar de soort in Vlaanderen niet voorkomt. Daarom is een systeem uitgewerkt om negatieve waarnemingen te vermelden, dit wil zeggen gebieden waar men actief gezocht heeft en waar men die bewuste avond(en) geen waarnemingen van deze soort heeft verricht. Elke waarnemer kan zijn observaties (alsook zijn nulwaarnemingen) als puntwaarnemingen rechtstreeks inbrengen via www.waarnemingen.be en voor elke negatieve waarneming wordt een kilometerhok gecreëerd. Hierdoor weet men dat er in dat hok van 5 vierkante km geen observaties werden uitgevoerd van die soort. Blijkt achteraf dezelfde of een andere waarnemer er deze soort toch waar te nemen dan zal de puntwaarneming primeren en wordt het kilometerhok met een negatieve melding opgeheven. Ook bestaat de mogelijkheid om fotomateriaal (bv van de soort zelf of van een holle boom) of geluidsopnames (wav-file) gedaan met een heterodyne of time-expansie batdetector toe te voegen aan de waarneming waardoor achteraf de exactheid van de observatie kan nagegaan worden. Dit laatste punt is belangrijk omdat op deze manier eveneens naar het voorkomen van de Bosvleermuis kan gekeken worden en aangezien deze soort nog zeldzamer is dan de eerst vermelde loont dit zeker de moeite. Tot op heden is het verspreidingsgebied van de Bosvleermuis beperkt tot het Zoniën-, Meerdaalwoud en de Voerstreek . Het vermoeden bestaat dat de soort ook nog voorkomt in diverse andere bosgebieden, waar men ze vermoedelijk tot op heden over het hoofd heeft gezien. Het feit dat de soort al meerdere malen boven de vestinggrachten van de bosarme regio rond Ieper werd waargenomen, kan erop Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 16


wijzen dat de soort vroeg of laat overal kan aangetroffen worden. Dit project wil dan ook aandacht hebben voor beide Nyctalus soorten. Buiten jagende dieren kunnen ook paarplaatsen opgespoord worden, want vanaf augustus september verzamelen de mannetjes zich in holle bomen vanwaar ze de vrouwtjes trachten te lokken om te paren. Hierbij vormen ze soms wel groepen van 1 mannetje met meerdere vrouwtjes (soms tot 15 verschillende). De roep van deze mannetjes of van de paargroepen kan goed gehoord worden door bij valavond door een dreef of bos te wandelen Hoe te werk gaan? 1/ Je waarnemingen kunnen rechtstreeks ingegeven worden via waarnemingen.be. Beschik je over geen computer stuur dan je waarnemingen door naar: Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt, Coxiestraat 11, 2800 Mechelen. Wie meewerkt aan dit project zal op het einde een overzichtsrapport ontvangen met de resultaten. Iedereen of elke afdeling die al dan niet over een gewone batdetector beschikt kan eenvoudig deelnemen! 2/ Zoek een interessant gebied Stafkaarten kunnen een eerste interessante indruk geven van de geschikte jachtgebieden, want we willen de rosse vleermuizen gaan opsnorren in waterrijke gebieden. Begin met oude bosgebieden of natuurgebieden. 3/ Wanneer dien je op stap te gaan? Vanaf begin mei kan je gerust al op stap gaan. De gemiddelde uitvliegperiode van de rosse vleermuis varieert van ongeveer 20‟ voor zonsondergang tot een 10-tal minuten erna. Indien men op zoek wil gaan naar invliegende rosse vleermuizen in dreven of bossen dan kan men best vroeg uit de veren zijn want de dieren vliegen tussen de 30‟ à 10‟ voor zonsopgang in hun holten. 4/ Hoe kan je dit best doen? Eigenlijk zijn er 3 mogelijkheden om rosse vleermuizen te inventariseren. Rosse vleermuizen gebruiken een type echolocatie dat speciaal aangepast is aan grote open ruimten en hebben dus een luide, laagfrequente sonar. Foeragerende rosse vleermuizen kunnen met een vleermuisdetector dus nauwelijks gemist worden, zij het wel dat de kans om ze waar te nemen kleiner is dan bij andere meer voorkomende soorten zoals de dwergvleermuizen aangezien hun jachtvluchten maar kort duren. Ze vliegen een paar maal voorbij en trekken dan verder. Men kan tijdens een avondwandeling afgaan op zijn eigen gehoor en luisteren naar de hoge tonen die voor sommigen net hoorbaar zijn. Het hoorbare deel klinkt als een harde, ijle hoge pieptoon die al van ver hoorbaar is. Of via het gebruik van een eenvoudige heterodyne vleermuisdetector kan men best gaan zoeken. Zowel de Rosse vleermuis als de Bosvleermuis gebruiken een dubbele sonar: een Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 17


steile als een vlakke puls. Op een detector klinkt dit als (twiet (steile puls) – tjok (vlakke puls)‟. Voor de Rosse vleermuis zet men de frequentie best tussen de 16 à 20 kHz en men zal dan het vrij typische twiet-tjok geluid horen met 1 à 3 pulsen per seconde. Met een batdetector zijn de dieren vaak hoorbaar tot op 100m en soms iets verder. En tenslotte is er de mogelijkheid om aan een mogelijke verblijfplaats post te vatten en te wachten tot er vleermuizen uitvliegen. Wees aanwezig van ongeveer een half uurtje voor zonsondergang en wacht tot maximaal 1 uur erna. Kolonies van Rosse vleermuizen zijn bijna uitsluitend aanwezig in oude loofbossen of in oude dreven. Omdat kolonies geregeld verhuizen en uitwisseling over kilometers afstand voorkomt is het belangrijk om zoveel mogelijk holle bomen te vinden en te beschermen. Een groep Rosse vleermuizen kan binnen een zomerseizoen van meer dan 15 holle bomen gebruik maken. Het mag duidelijk zijn dat er veel tijd nodig is voor het opsporen van alle kolonieplaatsen. De meeste groepen in zo‟n holle boom bestaan uit meer dan 20 dieren. Een bijkomende aspect zijn de paarplaatsen. Vanaf eind augustus kunnen we baltsende mannetjes aantreffen, hun territoria liggen dan ook meestal in bossen waar ook kraamkolonies voorkomen, want daar hebben de mannetjes de grootste kans om langs vliegende vrouwtjes te lokken. Het is niet ongewoon om een boom met 2 holten aan te treffen waarin 2 paargroepen zitten, bv één mannetje met 10 vrouwtjes en één mannetje met 13 vrouwtjes. Belangrijk is wel dat bij temperaturen beneden de 6 à 8 °C ze niet meer actief zijn en als het regent , korten ze sterk hun jachtactiviteit in en jagen dan meer rond de koloniebomen. Vaak leggen ze grote afstanden af tussen hun verblijfplaatsen en hun jachtgebieden, soms tot meer dan 15 km ver. 5/ Hoe je waarnemingen inbrengen? Om je waarnemingen in te voeren dien je zich eerst wel te registreren onder waarnemingen.be. Uiterst rechts kan je inloggen.

Geef je gebruikersnaam en wachtwoord in.

Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 18


Eens je ingelogd bent, kom je op onderstaand veld terecht.

Onder „Invoeren‟ ga je naar „Projectwaarneming‟ Vervolgens kom je op het volgend veld terecht, waar je als soortgroep „zoogdieren‟ dient te selecteren en onder Project vind je dan het Rosse vleermuis project. De velden: datum en tijd, gebied en soort dienen ingegeven te worden! VERGEET NIET DAT: 1/ Ook nulwaarnemingen ingegeven kunnen worden, je geeft dan gewoonweg 0 aan onder het aantal. 2/ Onder „gebied‟ kan je gewoonweg je waarnemingen aanduiden op de bijgaande kaart van „google map‟.

Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 19


Veel succes!

Verwarring mogelijk met: Laatvlieger (Eptesicus serotinus): het geluid weerklinkt op een vleermuisdetector als het vallen en blijven botsen van een knikker, is dus eerder een haperend geluid. Meestal 3 tot 10 pulsen per seconde en hoorbaar tot op een afstand van zo‟n 40 à 50 m. Als de dieren dichtbij vliegen kan men het slaan van hun vleugels horen. Heeft eerder een trage vlucht vanwege de bredere vleugels dan bij de rosse vleermuis. De vlieghoogte varieert zo tussen de 4 à 10 m. Bosvleermuis (Nyctalus leisleri): deze soort die sterk op de rosse vleermuis lijkt is waarschijnlijk nog zeldzamer. Hij is ook iets kleiner met een spanwijdte tot 32 cm. Ook de sonar lijkt zeer sterk op die van de rosse vleermuis en is niet eenvoudig om deze te onderscheiden van de Rosse vleermuis. Bij deze soort plaatst men de frequentie van zijn detector tussen de 22 à 25 kHz. Het ritme is veel minder snel en veel onregelmatiger met soms lange momenten van stilte gevolgd door een aantal pulsen. Let wel determinatie van deze soort is enkel mogelijk onder ideale omstandigheden en voor minder ervaren waarnemers is de kans altijd groot op verwarring met de Rosse vleermuis of Laatvlieger. Vleermuizen verdienen nog meer dan anders onze aandacht en bescherming. Als we willen dat sommige soorten in de toekomst ‟s avonds nog zullen rondfladeren dan is bijkomende studie noodzakelijk, vandaar dit rosse vleermuisproject. Hopelijk kunnen we ook op jouw hulp rekenen om een bijdrage te leveren over de situatie van één van onze mooiste vleermuissoorten in Vlaanderen?

Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 20


Bijlagen Bijlage 1: Een spectrogram van een Rosse vleermuis gemaakt met een detector met tijdsexpansie. Bijlage 2: Een spectrogram van een Bosvleermuis gemaakt met een detector met tijdsexpansie. Bijlage 3: Een spectrogram van een Laatvlieger gemaakt met een detector met tijdsexpansie.

Bijlage 1: spectrogram Rosse vleermuis.

Piek op 19 kHz

Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 21


Bijlage 2: Een spectrogram van een Bosvleermuis

Piek op 24 kHz

Bijlage 3: spectrogram Laatvlieger.

Piek op 28 kHz

Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 22


Referenties Gloor Sandra, Stutz Hans-Peter B. And Ziswiler Vincent. Nutritional Habits of the Noctule bat Nyctalus noctula (Schreber, 1774) in Switzerland. Myotis, 1994-1995, Band 32-33: 231242. Kapteyn Kees, Vleermuizen in het landschap. Uitgeverij Schuyt & Co, Haarlem, Nederland. 1995, 224 pp. Verkem Sven, De Maeseneer Joachim, Vandendriessche Bob, Verbeylen Goedele, Yskout Stijn. Zoogdieren in Vlaanderen. Ecologie en verspreiding van 1987 tot 2002. Natuurpunt Studie & JNM-Zoogdierenwerkgroep, Mechelen & Gent, BelgiĂŤ. 2003: 451 pp. Limpens H, Beschermingsplan Vleermuizen van Moerassen. Rapport Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming, 2001.05.

Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt 23

Flits4 Vleemruizenwerkgroep Oost-Vlaanderen  

twee jaar geleden werd vanuit Vleermuizenwerkgroep Nationaal een project rond Rosse vleermuizen gelanceerd (zie Chiropcontact 16-1) met als...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you