Issuu on Google+

Wintervuur Dagkrant — Eerste jaargang, nr. 1 — woensdag 2 januari 2008 — gratis — mét dagkalender

De freak in ieder van ons Jessa Wildermeersch staat met Laika en ’t Arsenaal op Wintervuur als Fere in de premièrevoorstelling Circusnachten. Fere is half vrouw, half vogel – of toch, dat wil ze iedereen doen geloven. Wintervuur vroeg Jessa naar haar vliegtalenten. Wintervuur: Wat kunnen de mensen verwachten van de voorstelling? JW: “Het is een voorstelling gebaseerd op het boek Nights at the Circus van Angela Carter. Het is geen echte circusvoorstelling, maar meer een blik achter de schermen. Het gaat over de zoektocht van de verschillende personages naar de liefde en zichzelf.” Wintervuur: Zit er een bepaalde boodschap achter de voorstelling? JW: “Voor mezelf zit er geen echte moraal in. Het gaat vooral over de zoektocht naar jezelf en hoe je moet omgaan met de onverwachte kansen in het leven. Dat is voor iedereen anders.” Wintervuur: Je speelt Fere, zij is half vrouw, half vogel. Hoe slaagt ze erin om mensen dit te doen geloven? JW: “Mensen geloven haar omdat het ook echt is. Ze is geboren met een handicap, en toevallig zijn dat vleugels. Ze had evengoed drie borsten of gigantische oren kunnen hebben. Die handicap heeft haar echter sterk gemaakt. Maar tegelijk

is ze kwetsbaar en heeft ze een grote nood om mensen te overtuigen van haar authenticiteit.” Wintervuur: Zie je gelijkenissen met jezelf? Was het moeilijk om je in je rol in te leven? JW: “Ja, elke mens heeft wel een handicap of schaamt zich ergens voor. Dat willen we compenseren door bijvoorbeeld in de belangstelling te staan. Ik wil aanvaard worden, en dat lukt voor mij het beste op de scène omdat ik me daar het beste voel.” Wintervuur: Kan Fere écht vliegen? JW: “Ja, volgens mij wel, maar ze toont dit niet aan iedereen. Dat is voor intieme momenten.” Wintervuur: Je speelt in een circusvoorstelling. Heb je ooit de intentie gehad om in een echt circus te spelen? JW: “Nee, ik ben daarvoor niet opgeleid. Wat ik misschien wel graag zou doen is een combinatie van circus en theater. Dan zou ik wel meer het accent leggen op het spelen dan op kunstjes.” Wintervuur: Heb je zelf ooit gedacht dat je kon vliegen? JW: “Ja, toen ik klein was, sprak ik met een vriendinnetje toverspreuken uit en dan sprongen we van muurtjes die steeds hoger en hoger werden. In mijn dromen maak ik vaak nog vliegende uitstapjes.”

Photo van de dag

Wist u dit? ‘Circus’ is afgeleid uit het Latijn en betekent cirkel. Voor de Romeinen was het circus de plaats waar ze wagenrennen hielden. Romeinen waren niet vies van een beetje bloed en hielden er daarnaast ook nog gevechten tussen mens en dier. Dit krijgen we vandaag niet meer te zien in het circus. Het circus van nu is ontstaan rond 1770 door een Engels sergeant, Philip Astley. Hij vertoonde kunstjes op zijn paard in een piste met tribunes eromheen. Later traden er nog zangers, dansers en clowns op, tussen zijn paardenacts in. In de negentiende eeuw richtten Engelse en Franse families hun eigen circus op. In Amerika ontstond rond 1830 het rondtrekkende circus, waarbij wilde dieren en freaks een onderdeel van de show werden. Dit in tegenstelling tot Europa, waar ze tot 1850 in vaste gebouwen speelden. De laatste jaren groeide echter het protest tegen het optreden met die wilde dieren, dus hebben tal van circussen deze acts geschrapt. Het circus blijft echter populair en kent in tal van landen vooruitstrevende opleidingen.

Wintervuur: Wat voor dingen hebben jullie dan onderzocht en gemaakt? LS: “We heben samen een auto ontworpen, waarvan we de tekeningen boven onze bedden hingen. Het werd uiteindelijk een zelfrijdend karretje, op basis van een houten plank en een ruitenwisser motortje.” Wintervuur: Misschien wou je eigenlijk uitvinder worden? LS: “Juist!” Wintervuur: Wat was het eerste vuurwerk dat je gemaakt hebt? LS: “Dat was een zelfgemaakte groene steekvlam waarvan ik het recept in een oud jongensboek had gevonden. Kopersulfaat en caliumnitraat in een grote luciferdoos, met zelfgemaakte lontjes uit papier, gedoopt in een oplossing van caliumnitraat. Later ben ik in oude chemieboeken van mijn vader op zoek gegaan naar oude proefjes om na te doen. Mijn broer kreeg met Kerstmis een tovernaarsdoos, ik kreeg een chemiedoos.” Wintervuur: Sinds wanneer ben je pyrotechnicus? LS: “Mijn diploma heb ik sinds tien jaar. Ik heb een opleiding gevolgd in Duitsland omdat ze niet bestond in België.”

Met veel vuur en muziek werd Wintervuur op vrijdag 28 december succesvol ingeluid. Het startschot van het festival viel samen met de traditionele kerstreceptie die het district Deurne haar bewoners jaarlijks aanbiedt. Veel Deurnenaars liepen mee in de twee stoeten die Noord en Zuid doorkruisten om zich dan te warmen bij het vuur, dat om 19u voor het eerst ontstoken werd. Ook Wintervuurfotografe Liesbeth Bernaerts liep mee en maakte onder andere dit sfeervolle beeld.

Geen Wintervuur zonder vuur Net als twee jaar geleden, doet Antwerpen Open ook dit keer een beroep op pyrotechnichus Lieven Slabbinck voor de vuurinstallaties op en rond het Wintervuurplein. Toch wel een intrigerend gegeven, vuur maken als beroep. Daar wilden we beslist meer over weten. We stapten dus op de man af en stelden hem een paar vragen.

brandmateriaal en ik zag meteen dat het goed brandde. Met veel rook. Dat vond ik mooi. Op mijn 14de leerde ik van een andere jongen hoe je hele harde knallen kan maken. Samen met mijn broer trok ik er vaak zelf op uit, bijvoorbeeld naar de Hobokense Polder. Daar hebben we onze eerste raket gemaakt op een houten koffertje. Bij het eerste experiment schoot de raket dwars door het koffertje zo’n meter de grond in.”

Wintervuur: Hoe oud was je toen je voor het eerst een vuurtje maakte? LS: “Ik was een jaar of zes toen er in onze tuin een vuurtje werd gestookt. Er zat een stuk dikke telefoonkabel bij het

Wintervuur: Je wou als kind zeker brandweerman worden? LS: “Nee. Ik was vooral geïnteresseerd in onderzoek, hoe kon je iets de lucht in krijgen, enzo. Ik wou alles zelf maken, alleen of samen met mijn broer.”

Wintervuur: Wat is tot nu toe je spectaculairste opdracht als pyrotechnicus? LS: “De special effects voor een videoclipje en een autoexplosie voor een film.” Wintervuur: Je hebt een auto laten exploderen? Leer je dat ook op een cursus pyrotechniek? LS: “Dat leer je wel, maar op een manier, met zware explosieven, die heel duur is. Voor een filmpje heb ik dan een paar experimenten op een sloopauto gedaan en er mijn eigen manier voor gevonden. “ Wintervuur: Dus eigenlijk ben je toch die uitvinder geworden? LS: “Toch wel een beetje.” Wintervuur: Heb je speciaal voor Wintervuur ook iets uitgevonden? LS: “De toren die midden op het terrein staat. Hij bestaat uit drie vuurbronnen, de onderste vuurring, de warmtebranders halfverwege en de vlam bovenop. Om te kunnen branden moet hij continu van veel gas worden voorzien. Op een hele avond gaat er 200 kilogram propaangas doorheen. Dat is een nieuwe uitvinding die op Wintervuur zijn primeur heeft. Ook de vuurmanden, die ik voor deze editie van Wintervuur creëerde, zijn uniek alsook de stoeltjes van haardblokken die op het plein terug te vinden zijn.


Dagkalender 2 januari 10

UUR Volksmuseum Turninum

Koraalplaats

Museum Stampe & Vertongen

Luchthavenlaan

Crazy Cinématographe

Bioscoopgebouw Wintervuurplein

Mannetje Jas

Sancta Maria Kleuterschool

Café chantant: Douce Ambiance

San Severia Salon Wintervuurplein

Modern wonen van toen

Vertrek Infopunt Wintervuurplein

Natuurwandeling Rivierenhof

Vertrek Infopunt Wintervuurplein

Crazy Cinématographe

Bioscoopgebouw Wintervuurplein

Moulin Cabot

Tent Wintervuurplein

Crazy Cinématographe

Bioscoopgebouw Wintervuurplein

Plaisirs d’amour

Vertrek Brasserie Hivernage

Sneeuwmaker Peter Holvoet-Hanssen

Vertrek Dodenpoort

Sneeuwmaker Don Fabulist

Herberg Volksmuseum Turninum

Sneeuwmaker Heks Lilo

Meubelzaak Pluym

Crazy Cinématographe

Bioscoopgebouw Wintervuurplein

Mannetje Jas+Pyjamafuif

Sancta Maria Kleuterschool

Crazy Cinématographe

Bioscoopgebouw Wintervuurplein

Moulin Cabot

Tent Wintervuurplein

Crazy Cinématographe

Bioscoopgebouw Wintervuurplein

Mannetje Jas+Pyjamafuif

Sancta Maria Kleuterschool

Moulin Cabot

Tent Wintervuurplein

Circusnachten

Tent Wintervuurplein

Parfums d’Est

Tent parking Rivierenhof

Café Geluk

Meubelzaak Pluym

Crazy Cinématographe

Bioscoopgebouw Wintervuurplein

Late Night Concert: Vetex

San Severia Salon Wintervuurplein

Crazy Cinématographe

Bioscoopgebouw Wintervuurplein

Late Night Jazz DJ’s

Parel van Vuren Wintervuurplein

Renaat Braemhuis

Menegemlei

13

30

14

30

15

30

16

30

17

30

18

30

19

30

20

30

21

30

22

30

23

30

 

te reserveren + tijdens de wandeling Modern wonen van toen

Betalende voorstelling Gratis voorstelling



Gratis met ticket

Een stukje Deurnese geschiedenis De parochie Deurne behoorde in de 12de eeuw tot het Duitse Rijk, toen in handen van de prins-bisschop van Luik. Aangezien Deurne in die tijd niets anders was dan één van de vele arme boerendorpen van zijn rijk, toonde de prinsbisschop geen interesse voor Deurne. In het 15de-eeuwse Deurne, als elders, groeiden de grondbezitters uit tot echte rijke heren, in tegenstelling tot de boeren die de grond om hun hoeves mochten bewerken in ruil voor pacht. Later in de 16de eeuw begonnen Antwerpse kooplieden buitenverblijven of hoven van plaisantie in Deurne te bouwen, zoals de kastelen van Zwarte Arend, Rivierenhof, Sterckshof, Boterlaarhof en Gallifort. In 1800 kreeg Deurne haar eerste burgemeester, de handelaar Pieter Jozef Broëta. Hij stichtte o.a. de gemeenteschool. Na de Eerste Wereldoorlog verbeterde de sociale toestand van Deurne. De minder welstellenden konden eigen woningen bouwen en er werden sociale appartementsgebouwen opgetrokken, onder andere op de verkavelde gronden van de kasteelheren. Deurne transformeerde opmerkelijk snel van dorp in een voorstad van Antwerpen, toen een aanzienlijk deel van de Antwerpse bevolking verhuisde naar DeurneNoord, aangetrokken door de industrie die door de uitbreiding van de haven uitweek naar de oevers van het Albertkanaal. De ontwikkeling werd dan weer verstoord door de Tweede Wereldoorlog. Rond 1948 had de bevolking de schade die de V-bommen hadden aangericht bijna hersteld en kon de uitbreiding van Deurne wederom beginnen. Op 1 januari 1983 werd Deurne met Antwerpen, Berchem, Borgerhout, Ekeren, Hoboken, Merksem en Wilrijk gefusioneerd tot de stad Antwerpen. Elke gemeente werd omgevormd tot een district met een districtshuis. Deurne-Noord en Deurne-Zuid zijn twee diverse delen van één en hetzelfde district. Toch hebben ze twee zaken met elkaar gemeen: het Rivierenhof, de groene long van Deurne die beide delen scheidt, en Deurne-dorp. Hier, vlakbij de Sint-Fredeganduskerk, kan je nog rondwaren door de nauwe straatjes van de Kempische dorpskern, compleet met houten huisjes. En net hier heeft Wintervuur haar tenten opgeslagen. Wintervuur nodigt je dan ook uit om dat ooorspronkelijke Deurne te (her)ontdekken, tussen twee voorstellingen door, of tijdens een bezoek aan het Volksmuseum Turninum aan de Koraalplaats, waar je het leven in een Kempische huisje ten volle kan beleven.

Fanfare van de dag Orchestre International du Vetex speelt vandaag twee maal op Wintervuur. In fanfareverband kan u ze af en toe tegen het lijf lopen op het Wintervuurplein. ’s Avonds spelen ze de pannen van het dak in het San Seververia Salon. Wintervuur sprak met Ruben Deprez, bandleider van de multiculturele groep. Wintervuur: Hoe is het idee ontstaan om samen een fanfare op te richten? RD: “Muziekcentrum De Kreun in Kortrijk contacteerde mij om iets te doen met blazers uit de sociaal achtergestelde buurt Venning-Veemarkt, ook wel bekend als de Vetexstreek. Oorspronkelijk bedoeld als een project van drie maanden, zijn we nu toch al vier jaar bezig.” Wintervuur: Jullie zitten met drie verschillende culturen in één groep. Brengt dit nooit onenigheid met zich mee? Communicatieproblemen met de verschillende talen? RD: “Dat is niet altijd even simpel. Zo wilden we in de naam van onze tweede CD batârd plaatsen, het Franse woord voor bastaard, maar dit klonk voor de Franstaligen in de groep te negatief. Daarnaast zijn er veel gelijkenissen, zoals op het vlak van eten. Mijn Frans was in het begin ook zeer gebrekkig, dat is ondertussen opmerkelijk verbeterd. Voor de Fransen is het Nederlands dan weer te moeilijk. Dus hebben we een soort eigen taaltje zodat we elkaar wel begrijpen.

Wintervuur: Jullie hebben de Beyond Publieksprijs 2007 gewonnen. Wat heeft dit voor jullie betekend? RD: “Dat was een zeer toffe verrassing. Ik denk dat we die ook wel gekregen hebben omdat we sympathiek overkomen als groep.“ Wintervuur: Waar halen jullie inspiratie voor het schrijven van nummers? RD: “Onze liedjes gaan meestal over de wereld en dingen die er gebeuren. Invloeden voor de liedjes komen vooral uit de Balkan, maar ook uit Marokko, Sicilië, … Momenteel willen we ook de Afrikaanse stijl onder de knie krijgen.”

Redactie & interviews: Ellen Van Santvoort - eindredactie & vormgeving: Nathalie Pauwels - foto van de dag: Liesbeth Bernaerts - v.u. Michel Uytterhoeven - niet op de openbare weg gooien


Wintervuurkrant 02-01-2008