Page 1

NAIT SOEZ’N

Opinieblad voor studerend Groningen sinds 1972 Jaargang 45 Nr. 1

Jubileumnummer

Met onder andere De universiteit als bedrijf Rendementsdenken Gratis geld voor iedereen De duivelse dromen van Pieter Duisenberg Agrariërs versus vegetariërs Ritalingebruik onder studenten Interviews met Michel Vols en Ellen Deckwitz & Stadsvernieuwing


Voorwoord 45 jaar. Zo lang bestaat de Nait Soez’n nu al. Wat een prestatie. Probeer je eens voor te stellen wat dit blad allemaal gezien heeft. Hoeveel mensen er meegewerkt hebben aan het uitbrengen ervan. Hoeveel nieuws dit blad verspreid heeft en hoeveel mensen dat nieuws weer geïnspireerd heeft. Wat de acties van die mensen vervolgens teweeg hebben gebracht. Dat waren dingen die door mij heen schoten toen ik na mijn aanstelling als hoofdredacteur te horen kreeg dat onze eerste uitgave een jubileumeditie mocht zijn. Ik had het niet voor mogelijk gehouden dat ik nóg meer zin kon krijgen in het opnieuw op poten zetten van dit blad. Maar dat bleek toch mogelijk en wel door bovenstaand feit. De afgelopen maanden zijn we druk bezig druk geweest met schrijven en ontwerpen. Met trots presenteer ik een nieuw, fris team dat de Nait Soez’n in een nieuw jasje heeft gestoken. In deze editie blikken we terug op de afgelopen periode en op die 45 jaren dat de wereld dit blad kent en op de mensen die het vorm hebben gegeven. Daarnaast kijken we naar de actualiteit. De Groningse samenleving bruist als nooit tevoren en datzelfde geldt voor politiek Den Haag. In de afgelopen 45 jaar is er veel veranderd, maar één ding verandert nooit. De wereld om ons heen blijft net zo veelzijdig en dynamisch als het leven van de student. RICO TJEPKEMA

Colofon De Nait Soez’n is sinds 1972 een onafhankelijk opinieblad voor studerend Groningen. Het is een uitgave van de Groninger Studentenbond (GSb). REDACTIE Rico Tjepkema (hoofdredacteur), Simone Broekman, Christiaan Brinkhuis, Wessel Stienstra, Susanne Kuin, Roxanne Huls, Thomas Reindersma ILLUSTRATIES Isabelle Veltman VORMGEVING Thomas Reindersma, Rico Tjepkema, Simone Broekman REDACTIEADRES Oude Kijk in ‘t Jatstraat 39, kamer 201 9712 EB Groningen 050 363 4581 redactie@naitsoezn.nl ACQUISITIE Adverteren in de Nait Soez’n? Mail naar acquisitie@naitsoezn.nl DRUKWERK Scholma, Bedum LID WORDEN Wil je lid worden van de GSb, de behartiger van studentenbelangen in Groningen? Dan kan dat via groningerstudentenbond.nl/lid-worden DONEREN Draagt u de Groninger Studentenbond een warm hart toe? Word dan donateur! Kijk op groningerstudentenbond.nl/donateur-worden


Foto: Agriflanders / CC BY

In deze Nait CIW EN HET VERDOEMDE RENDEMENTSDENKEN Kwantiteit boven kwaliteit

6

UITGETRAIND, NIET AFGETRAIND Probeer eens een nieuwe sport

6

STADSVERNIEUWING Het stadsgezicht van Groningen verandert in rap tempo

8

NIEUWE KLAPPEN VOOR STUDEREND NEDERLAND De consequenties van het regeerakkoord voor Nederlandse studenten

9

“GRONINGERS BEHOREN TOT DE ONGELUKKIGSTEN VAN NEDERLAND?” Is dit waar of niet waar?

16

10

UNIVERSITY INC. De universiteit als bedrijf

EEN BITTERE PIL Ritalingebruik onder studenten

17

11

PECUNIA NON OLET Gratis geld voor iedereen

HUUR ‘NS EEN SPIJKERBROEK Het gebrek aan langetermijndenken in de huidige maatschappij

12

ONDER ECONOMEN De duivelse dromen van Pieter Duisenberg

18

13

“ZEKER NOG NOOIT OP EEN BOERDERIJ GEWEEST?” De eindeloze strijd tussen boeren en vegetariërs

VAN ACTIVIST NAAR ADJUNCTHOOGLERAAR Een interview met adjunct-hoogleraar openbare-orderecht Michel Vols

22

MUZIKAAL GRONINGEN Underground muziek in de stad

14

VAN GRONINGEN TOT MONGOLIË: WELKOM IN DE WERELD VAN ELLEN DECKWITZ Een interview met schrijfster Ellen Deckwitz

23

BESTUUR AAN ‘T WOORD Het bestuur over de huidige ontwikkelingen rondom de Groninger Studentenbond Foto: Sjaak Kempe / CC BY

4

NAIT SOEZ’N 3


CIW en het verdoemde rendementsdenken IN KLAS 5 van het vwo had ik mijn toekomst al helemaal uitgestippeld. Of althans, voor de komende tien jaar. Ik zou twee studies gaan doen, namelijk Nederlandse Taal en Cultuur en Communicatie- en Informatiewetenschappen. Het liep toch anders: na een halfjaar CIW te hebben gestudeerd ben ik weer gestopt. De strekking van dit artikel zou natuurlijk kunnen zijn waarom ik twee studies toch wat te zwaar vond, waarom de vakken me toch niet zo aanspraken of dat het me allemaal niet zo lag. De reden waarom ik gestopt ben, zit echter veel dieper dan dat, en graag leg ik jullie uit waarom. Misschien weet je het nog wel: in februari 2015 bezette een grote groep studenten en docenten het Maagdenhuis in Amsterdam. De reden? De ondoorzichtige organisatie en het rendementsdenken van de UvA. Dat deze problemen ook onder Groningse studenten spelen, staat als een paal boven water. Op het moment van schrijven staat de besluitvorming rondom Yantai (de campus in China) op een laag pitje. Ook de oprichting van DAG (de universiteitsraadspartij), hangt nauw samen met de onvrede van studenten over het beleid van de RUG en de manier waarop de organisatie is vormgegeven.

“Het is mij duidelijk geworden hoe de RUG via het rendementsdenken de studie wil vormgeven”

In de tijd dat ik vakken bij CIW heb gevolgd, is voor mij duidelijk geworden hoe de RUG via het rendementsdenken de studie wil vormgeven. Zo zal de opleiding vanaf september 2018 volledig in het Engels worden gegeven. Een logische keuze, zou je misschien denken, omdat Engels nou eenmaal de voertaal is in de wetenschappelijke wereld. Daarnaast heeft een toenemend aantal studenten interesse in werken bij internationale bedrijven, en dan komt goede kennis van het Engels zeker van pas. Toch was dit voor het afdelingsbestuur niet de hoofdreden om deze verandering door te voeren. De meest vooraanstaande reden voor het afdelingsbestuur was om het aantal eerstejaarsstudenten weer een beetje op te krikken. De opleiding heeft namelijk, op landelijk niveau, al jaren

4 NAIT SOEZ’N

te maken met een teruglopend aantal studenten. Zou dit echter te maken hebben met het feit dat de opleiding in het Nederlands wordt gegeven, en dus te weinig voorbereiding biedt op de internationale arbeidsmarkt? Of is de daadwerkelijke reden het zeer beperkte baanperspectief en het algehele slechte imago waar de studie mee te kampen heeft? Bij veel mensen heerst immers het idee dat CIW-studenten ongemotiveerd en ongeïnteresseerd zijn, of dat het studenten zijn die eigenlijk niet slim genoeg waren voor het wetenschappelijke onderwijs. Daarnaast staat CIW onder sommigen bekend als een studie die mensen gaan doen die écht niet weten wat ze willen studeren. Dat slechte imago betreur ik ten zeerste, omdat een kritische houding en een analytisch denkvermogen, net als bij alle andere studies, onmisbaar zijn bij het volgen van Communicatie- en Informatiewetenschappen. In mijn ogen had er dus beter gekeken kunnen worden naar het verbeteren van het imago van de studie, in plaats van een Engelstalige studie ervan maken. Maar dit besluit is helaas nog niet alles. Uit onderzoek van twee studenten bij DAG bleek dat de RUG nauwe contacten onderhoudt met bedrijven als Shell, de NAM en GasTerra. Deze bedrijven hebben daardoor heel wat in de melk te brokkelen, zo ook bij de studie Communicatie- en Informatiewetenschappen, waarbij de derdejaarsstudenten in het studiejaar 2015-2016 voor GasTerra een plan moesten bedenken om het draagvlak van de gaswinning te herstellen. Ik weet niet hoe het voor de studenten gevoeld moet hebben om deze opdracht uit te voeren, maar persoonlijk zou ik me de ogen uit mijn kop geschaamd hebben. Het pijnpunt van deze opdracht was ook nog eens dat het een verplichte casestudy van maar liefst 10 EC was. De studenten die de opdracht weigerden uit te voeren mochten geen alternatieve opdracht verzinnen maar kregen te horen dat ze het volgend jaar opnieuw mochten proberen.

“Bedrijven hebben een grote invloed op de inhoud van de studieprogramma’s”

Was het een eenmalige fout om studenten een opdracht uit te laten voeren rondom een zeer gevoelige kwestie als de gaswinning? Helaas niet, het jaar daarop moesten


Foto: Sheila’s / CC BY

de studenten in opdracht van de gemeente Groningen de aanleg van de nieuwe ringweg in Groningen-Zuid legitimeren, terwijl er tegen deze aanleg jarenlang is geprotesteerd door bewoners in de wijken zoals De Weijert en Helpman. Zij waren bang dat hun veiligheid en die van hun kinderen ernstig in gevaar zou komen door de aanleg van de nieuwe ringweg. Het klopt natuurlijk dat deze casestudy’s een goed beeld geven van de opdrachten die de studenten later in hun werk zouden kunnen uitvoeren, maar dat is voor mij ook niet het grootste pijnpunt. Wat ik het ergste vind aan deze casestudy’s, is de invloed die bedrijven hebben op de inhoud van studieprogramma’s. Het laat

in mijn ogen zien dat de RUG, een prachtige universiteit en een zeer waardevolle onderwijsinstelling, niet onafhankelijk opereert, maar is vastgeroest in het gevaarlijke rendementsdenken. Reden genoeg voor mij om een streep te zetten door het toekomstplan dat ik had in de vijfde klas. Het lag niet aan de studenten, deze waren gedreven en kritisch, het lag niet aan docenten, die waren zeer deskundig en enthousiast. Het ligt aan het feit dat de studie Communicatie- en Informatiewetenschappen slachtoffer is geworden van het rendementsdenken van de RUG. SIMONE BROEKMAN

NAIT SOEZ’N 5


Uitgetraind, niet afgetraind TRX: EEN LETTERCOMBINATIE die ik nog niet ken, ambitieus ogend op de website van de ACLO. Speuren op het internet wijst uit dat de letters staan voor Total Resistance Exercise. Een haak in het plafond, elastieken aan de wand en aan de slag. TRX kan overal, zo is er te lezen. Je traint niet alleen je spieren, maar TRX draagt ook bij aan lenigheid, uithoudingsvermogen, snelheid en coördinatie. In elastieken hangen en tegelijk sterk worden. Kom maar op. Vriendin M. en ik hebben sinds vorig jaar goede voornemens. We gaan écht meer sporten. Pas sinds een paar weken zijn we hiermee begonnen. Wat van start ging met hardlopen in het Noorderplantsoen, transformeerde tot kapot gaan tijdens spinning en baantjes trekken in het zwembad. Maar tijd voor wat afwisseling. TRX is de uitverkoren sport.

Hoewel dit lichaam zeker wat lenigheid en souplesse kan gebruiken, besluit ik het TRX’en maar te laten zitten. Meer dode mussen kunnen niet gezond zijn voor het sportieve lichaam. Maar hoe los ik dit op? Voortaan laat ik de elastieken voor wat ze zijn en stap ik weer op de fiets. Virtuele fietstochtjes maken door Costa Rica klinkt aantrekkelijker dan staan voor een dichte deur, in de hoop dat deze opengaat. Volgende keer beter. Ben jij er wel in geslaagd om een les TRX bij te wonen? Hoe was dit? En welke sport moet ik de volgende keer uitproberen? Laat het me weten via roxanne@naitsoezn.nl ROXANNE HULS

Maandag. Sportkleding aan, de foto gemaakt, de spieren warm. Afgelast. Wat een fanatiek sportuurtje moet worden, eindigt in een deceptie. Geen ramp, er zijn genoeg nieuwe kansen. De foto is al gemaakt, wat kan er misgaan? Een nieuwe week, nieuwe kansen. Een tweede afgelasting. Ik sta bij de voordeur en kijk voor de zekerheid nog even op de site. Weer raak. Wat ik heb overgehouden aan een dappere poging TRX is de foto. Jullie zien dat ik er zin in had.

Stadsvernieuwing

Allereerst het Forum zelf. Op het moment zijn de verschillende functies van het Groninger Forum nog verspreid over allerlei locaties, maar wanneer de bouw en inrichting afgerond is sluiten de bioscoop aan het Hereplein en de bibliotheek aan de Oude Boteringe-

6 NAIT SOEZ’N

straat haar deuren. Het complex moet daarnaast ruimte gaan bieden aan twee museumzalen (onder de hoede van het Groninger Museum), een auditorium voor Debatcentrum Dwarsdiep, en een ondergrondse parkeergarage. Los van parkeergelegenheid voor de Stadjer en toerist kan ook de gemiddelde student zijn of haar rijwiel in een van de 1400 fietsenstallingen kwijt. Ook komen er vijf filmzalen en verschillende horecagelegenheden waaronder een restaurant op de bovenste verdieping, iets wat weinig mensen ontgaan zal zijn. De bouw blijkt tot nu toe ingewikkeld. Grote constructieplannen in het hartje van de binnenstad uitvoeren is geen simpele taak en dat valt ook op aan de vordering van de bouw. De eerste opleverdatum, oftewel het moment waarop de opdrachtgever, de gemeente Groningen, het project aanneemt van de ontwikkelaar, is door de jaren heen al flink doorgeschoven. Het bedrijf BAM is verantwoordelijk voor de bouw en zij

Foto: Sjaak Kempe / CC BY

HET IS MOMENTEEL nog een groot, grauw gebouw, waarvan alleen de originele vorm verraadt dat het niet gaat om de nieuwste Oostblokflat van Groningen. In de binnenstad verrijst al sinds enkele maanden het nieuwe Groninger Forum in spe. Als alles volgens planning gaat, zal het nieuwe Forum in 2019 zijn deuren openen voor iedereen in de stad. Het grootschalige plan maakt deel uit van een nog uitgebreider − en voor de gemiddelde Groninger niet te ontwijken − vernieuwingsproject in de binnenstad, waarover de afgelopen periode al veel verschillende stukjes informatie naar buiten kwamen. Een overzicht van alle belangrijke ontwikkelingen tot nu toe.


heeft de oorspronkelijke opleverdatum in 2016 eerst al naar 2017 en nu dus naar 2019 moeten verplaatsen, zo blijkt op de website. Het wordt ook een bijzonder duur project voor de gemeente, omdat het oorspronkelijk beoogde kostenplaatje van 70 miljoen inmiddels al ver overschreden is. Die kosten zaten ten eerste in de extra tijd die benodigd was voor de bouw, maar ook al het bijbehorende extra werk dat de BAM ruim twee jaar geleden moest uitvoeren om het Forum meer aardbevingsbestendig te maken. De totale kosten zijn toen bijgesteld naar het dubbele van het oorspronkelijke plan, ruwweg 140 miljoen, zo bracht RTV Noord naar buiten in juni 2015.

“Het oorspronkelijk beoogde kostenplaatje van 70 miljoen is inmiddels al ver overschreden” Er zijn ook al uitgebreide plannen gemaakt voor het kleine pleintje tussen het verrijzende Forum en het Sociëteitsgebouw van Vindicat, dat bekend zal komen te staan als de Nieuwe Markt. In een presentatie van de gemeente Groningen in mei 2016 werden enkele plannen over de invulling van de Nieuwe Markt gedeeld. Zo kan het zich onderscheiden van de andere grote pleinen zoals de Grote- en Vismarkt als ‘cultuurplein’, vanwege de verbinding met het Forum. Er zal een mogelijkheid komen voor de beplanting van groen aan de randen van het plein en het wordt naar alle waarschijnlijkheid trapsgewijs opgebouwd. De locatie van de Nieuwe Markt heeft namelijk een

opvallend hoogteverschil, dat op deze manier handig kan worden opgelost. Verder wil de gemeente het plein zo toegankelijk mogelijk houden, om zo de mogelijkheid open te houden voor verschillende tijdelijke programma’s, zoals de plaatsing van de ijsbaan in de winter. WESSEL STIENSTRA

De binnenstad is aan het vernieuwen. Het nieuwe gebouw van het Forum bereikt nu bijna zijn hoogste punt, waardoor het vanaf de Grote Markt niet meer te missen valt als object. Het hele project is echter al jaren bezig. In juni 2005 werd er door Studium Generale een debat georganiseerd over de invulling van de toenmalige Oostzijde van de Grote Markt, en op de 29ste van die maand is er een correctief referendum gehouden door de gemeente, om over de startnotitie te beslissen. Door de te lage opkomst konden de plannen niet worden tegengehouden, al stemde de meerderheid toch vóór de uitvoering van het concept zoals het er lag. De eerste fase van de plannen is al voltooid: de nieuwe oostwand van de Grote Markt, met onder andere het nieuwe Sociëteitspand van Vindicat is gebouwd. Deze nieuwe oostwand is expres een stuk naar voren gehaald om de Grote Markt kleiner en ‘intiemer en gezelliger’ te maken, zo blijkt uit de plannen van de gemeente in 2011. Het plein heeft nu weer hetzelfde formaat als voor de Tweede Wereldoorlog, toen de oorspronkelijke oostwand in vlammen opging.

Foto: Sjaak Kempe / CC BY

NAIT SOEZ’N 7


Regeerakkoord

Nieuwe klappen voor studerend Nederland

Foto: RVD / ©

10 OKTOBER JONGSTLEDEN. Rond een uur of één ’s middags zit ik aan de buis gekluisterd, kijkend naar VVD-mastodont Gerrit Zalm die in zijn bevoegdheid als informateur met immer strak-neutrale blik een nieuw regeerakkoord overhandigt aan Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib. Ze zijn eruit. Na de langstdurende formatie in de Nederlandse politieke geschiedenis zijn Rutte, Buma, Pechtold en Segers erin geslaagd een plan voor Nederland te presenteren. “Vertrouwen in de toekomst” – zoals het pak papier heet – werd de avond ervoor ook door de vier fracties van de VVD, het CDA, D66 en de ChristenUnie aangenomen, waarmee het kabinet-Rutte III met de kleinst mogelijke Kamermeerderheid van 76 zetels aan de slag gaat. Een klein politiek wonder waar Nederland lang op heeft moeten wachten. Nu het economisch beter gaat, heeft het land weer ruimte om te ademen. Maar hoeveel vertrouwen mogen studenten eigenlijk hebben in de toekomst die voor ze ligt? Weinig, zo blijkt als je het regeerakkoord doorspit. De veelbewogen periode, zoals de studententijd door velen omschreven wordt, zit vol hindernissen en problemen. Het zoeken van een kamer, het halen van deadlines en tentamens, het deelnemen aan commissies en het lopen van een stage. Een prachtige tijd van nieuwe

8 NAIT SOEZ’N

stappen en zelfontwikkeling, waar stress ook bij hoort. Maar juist omdat de periode als dusdanig stressvol wordt ervaren moet de politiek hiervoor waken en studenten waar mogelijk ontlasten. En dat is net wat er níet gebeurt in de komende vier jaar. Zowel het CDA – de partij die als één van de twee grootste eisen had dat het sociaal leenstelsel gecorrigeerd werd, als de ChristenUnie – die het leenstelsel af wilden schaffen – als D66 – de zelfgekroonde onderwijspartij – hebben studenten in dit regeerakkoord keihard laten vallen. De rente op de leningen via het sociaal leenstelsel – de vervanger van de studiefinanciering – wordt

“Juist omdat de studententijd als dusdanig stressvol wordt ervaren moet de politiek hiervoor waken en studenten waar mogelijk ontlasten”

verhoogd. Vertrouwen in de overheid, op basis waarvan studenten hun levens hebben ingericht, is gruwelijk beschaamd. Zonder er zelf iets over te zeggen hebben, moeten studenten meer rente betalen op hun lening.


Iets waar zij in het verleden, toen zij hun studiekeuze vaststelden, onmogelijk rekening mee konden houden. Een lichtpuntje zou een schijninvestering zijn in studenten in de vorm van gehalveerd collegegeld in het eerste studiejaar, ware het niet dat dit alleen geldt voor instromende studenten en heel studerend Nederland ervoor opdraait in de vorm van het verhogen van de rente op de lening. Naast het feit dat studenten hierdoor met de gebakken peren zitten, nodigt het ook niet uit om voor die universitaire of hbo-studie te kiezen. Nu al doen vele verhalen de ronde van scholieren en studenten die het met het sociaal leenstelsel niet meer aandurven door te studeren. In plaats van het bieden van meer vertrouwen om deze aarzelaars een steuntje in de rug te geven, wordt de drempel nu alleen maar hoger.

“Dat dit kabinet er is voor de vaak genoemde normale man is grondig in twijfel te trekken.”

Daar blijft het echter niet bij. Het lage btw-tarief wordt verhoogd van 6 naar 9%. Daarbij gaat het niet om een belasting op de aankoop van luxe producten of alcoholische versnaperingen. Integendeel, het gaat om een verhoging van de belasting op de aanschaf van dagelijkse boodschappen. Brood, melk, eieren, groente en ga zo maar door. Alles wordt duurder. In vergelijking met de andere maatregelen die in het regeerakkoord uiteen gezet worden, waarvan het afschaffen van de dividendbelasting toch wel de meest curieuze is, lijkt het een onuitlegbare keuze. Producten die ‘normale mensen’ – een term waar de nieuwe coalitie maar al te graag aan refereert – elke dag gebruiken, worden duurder. Het is een maatregel waar mensen met een kleine portemonnee bij uitstek door worden geraakt. Zo ook studenten die normaliter aan het eind van de maand al weinig van hun geleende geld overhouden. Dat dit kabinet er is voor de vaak genoemde normale man is grondig in twijfel te trekken. Dat dit kabinet er niet staat voor studerend Nederland is een zekerheid. Het niet gedeeltelijk terugbrengen van de studiefinanciering, gepaard met maatregelen als verhoging van de rente op leningen en het verhogen van het lage btw-tarief maken het slechts lastiger voor studenten om rond te komen en verlagen de motivatie om een studie te starten. Nieuwe steun voor deze groep mensen is nodig. Zodat de studenten, die vaak de toekomst worden genoemd, zelf ook vertrouwen kunnen hebben in die toekomst.

Waar of niet waar?

“Groningers behoren tot de ongelukkigsten van Nederland?” ‘EENS OF ONEENS? Groningers behoren tot de ongelukkigsten van Nederland’ kopte RTV Noord op vrijdag 27 oktober, naar aanleiding van de ‘Brede Welvaartsindicator 2017’. Een onderzoeksrapport van de Rabobank, in samenwerking met Universiteit Utrecht. Zijn we hier in Groningen echt zo ongelukkig? Eerst de positieve berichten: Noord-Drenthe scoort het hoogst op de welvaartsmeter. Donkergroen, de beste score. De rest van Nederland schommelt tussen lichtgroen en geel, beide nog aan de goede kant van de grens. Groningen scoort inderdaad lager dan het Nederlandse gemiddelde, dus de Groningers zijn relatief ongelukkiger dan Nederlanders in andere delen van het land. Van een score van 1 tot 5 zit Noord-Drenthe op een vijf, Flevoland, Groningen en Zuid-Limburg op een 2 en de Randstad op 1. De rest van Nederland schommelt tussen de 3 en de 4, zoals op het kaartje te zien is. Hoewel de gehele regio Groningen laag scoort op de welvaartsmeter, is de term ‘ongelukkigste’ niet helemaal gepast. De Randstad scoort nog lager. In de steden Den Haag, Rotterdam en Amsterdam is men het ongelukkigst. Groningen scoort lager dan het Nederlandse gemiddelde, dat klopt. Toch zijn er ook positieve resultaten te melden. Over het algemeen zijn de Groningers gelukkig met hun woonruimte, vooral in Oost-Groningen, en scoort het onderwijs relatief hoog. Verdict: gedeeltelijk waar. ROXANNE HULS

Hoogste brede welvaart

Laagste brede welvaart

Bron: Brede Welvaartsindicator 2017 – Rabobank in samenwerking met Universiteit Utrecht

RICO TJEPKEMA

NAIT SOEZ’N 9


Ingezonden

University Inc.

Op 15 maart van het jaar 2017 werd door filosofiestudenten een symposium gehouden met als titel: “Toekomst van de Filosofie.” Deze titel was min of meer een noodkreet, want hun studie filosofie lijkt ten prooi te vallen aan de ‘economisering’ van de universiteiten in Nederland. Niet veel later werd naar aanleiding van dit symposium de Democratische Academie Groningen opgericht, kort maar krachtig DAG genoemd, bestaande voor een groot deel uit, u raadt het al, filosofiestudenten. Deze kritische studentenbeweging ging van begin af aan met gestrekt been in tegen de ‘economisering’ en ‘verschraling’ van het academische onderwijs. En met enig succes, want DAG haalde afgelopen jaar al twee zetels in de universiteitsraad. Dit artikel is echter niet bedoeld als promotie voor DAG zelf. Ik wil in dit korte artikel dieper ingaan op de noodkreet van de filosofiestudenten aangaande de aantasting van hun bastion van onafhankelijk en kritisch denken – de filosofiefaculteit – als gevolg van het door hen verfoeide rendementsdenken. Dergelijke kritiekpunten en protesten zijn namelijk geenszins nieuw, maar kennen een lange achtergrond. Binnen de geesteswetenschappen (en noem filosofie alsjeblieft geen geesteswetenschap) zijn als gevolg van het economische verdienmodel van de huidige universiteiten al aardig wat ‘niet-rendabele’ studies op subtiele wijze, ondanks felle protesten, stelselmatig geliquideerd. Eigenlijk is het vrij opmerkelijk dat DAG pas dit jaar is opgericht.

“Binnen de geesteswetenschappen zijn al aardig wat ‘niet-rendabele’ studies op subtiele wijze stelselmatig geliquideerd” Maar gaat het dan echt zo slecht met het academisch onderwijs in Nederland? Eenieder die het korte pamflet met de ironische titel Het excellentietraject (2015) van historicus en filosoof Rudolf Dekker heeft gelezen (en wie dat nog niet gedaan heeft moet dat zeker doen!) weet dat er heel wat mis is met de manier waarop het universitaire onderwijs in Nederland wordt gerund. Kort maar krachtig weet Dekker [voormalig staatssecretaris van OCW, red.] alles wat het huidige economische denken van Nederlandse universiteiten, overheid en organisaties als de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) doen om het universitaire onderwijs in Nederland te verzieken. Studieleningen, onderzoekers die zich aan fraude vergrijpen om maar genoeg artikelen te ‘produceren’, docenten die meeschrijven bij scripties

10 NAIT SOEZ’N

of fraude door de vingers zien om studenten te sparen, het zijn slechts enkele gevolgen van het zogeheten ‘rendementsdenken’. En hoewel Dekkers betoog vooral ingaat op de beroerde staat waarin de ‘nietrendabele’ geesteswetenschappen langzaam maar zeker worden geëlimineerd, heeft het zuur van het rendementsdenken zich ook al genesteld in de gehele wetenschappelijke wereld. Wat dan te denken bijvoorbeeld van de inmenging van het bedrijfsleven in de meer technische takken der wetenschap. Wijlen chemicus en schrijver Judicus Verstegen moest dit aan den lijve ondervinden. Zijn in 1969 gepubliceerde roman De Koekoek in de klok, waarin een chemicus aan de Universiteit van Amsterdam stiekem naar buiten bracht dat enkele professoren zich door niet bij naam genoemde oliemaatschappij – iedereen die het boek las had wel door dat het om Shell ging – lieten betalen voor gebruik van het laboratorium, werd na uitgave prompt verboden nadat een groep hoogleraren, die zich in het verhaal herkende, een proces tegen Verstegen hadden aangespannen. Hoezo academische vrijheid? Het is op zich een wonder dat Dekkers ongenadig snerende pamflet niet hetzelfde lot werd gegund als Verstegens roman. De slotzin van Het excellentietraject luidt letterlijk: ‘waarheen dat (lees: rendementsdenken) leidt, weten we waarschijnlijk sneller dan gedacht.’ Het is dan ook niet moeilijk om snel een voorbeeld uit de praktijk naar boven te vissen; denk bijvoorbeeld aan de ‘verclustering’ van letterenstudies in Groningen die aanstaande is, waarbij alle letterenstudies in vijf studierichtingen c.q. clusters worden onderverdeeld. En dit allemaal vanwege het credo van de hedendaagse universiteit: “Het moet efficiënter!” Dekkers kritische betoog tegen (ik quote) “universiteiten als koekjesfabrieken” is een opsomming aan misstanden en sneren naar universiteitsbesturen en de overheid. En dat is wellicht ook het grootste punt van kritiek aangaande Dekkers betoog; het mist een belangrijk onderdeel, of beter gezegd onderdelen, namelijk: oplossingen. Is er iets waarmee we de rendementswaanzin kunnen keren? En waar moeten we dat dan zoeken? Welnu, wees niet ongerust, maar richt uw hoop op de filosofiefaculteit: het laatst nog overeind staande bastion dat tot nu toe alle aanvallen van het kapitalistische rendementsleger heeft weerstaan. Althans, in Groningen, want bij de meeste Nederlandse universiteiten was de filosofiefaculteit de eerste die het veld moest ruimen in het kader van bezuinigingen. Maar binnen de filosofiefaculteit is men nog trots op het feit dat er open en integer over allerlei zaken als ethiek, logica en sociale en politieke


Gratis geld voor iedereen Rutger Bregman de Correspondent, €12,50

Uitgelezen

Pecunia non olet STEL NU dat de schoonmakers op de universiteit meer verdienen dan de professoren. Er is een paradigm shift op komst. Het basisinkomen begint steeds meer momentum te krijgen. Bovendien werft het basisinkomen een steeds grotere achterban, onder links én onder rechts. Onlangs las ik hierover ‘Gratis geld voor iedereen’. Het boek, geschreven door Rutger Bregman, beschrijft hoe dit basisinkomen een paradigmaverschuiving kan gaan veroorzaken.

vraagstukken kan worden nagedacht. Als er iets is wat filosofen namelijk goed kunnen, dan is het wel de pijnpunten van onze dagelijkse zekerheden met zout bestrooien. Iedereen die filosofie heeft gestudeerd (zoals ik) of daartoe ooit een poging heeft gedaan weet wel dat er nergens zoveel (en zo lang) gediscussieerd wordt als bij filosofie. Je gooit al je vastgeroeste zekerheden overboord en leert daarmee je eigen zekerheden en standpunten evalueren, beoordelen en zo nodig nieuwe standpunten en ideeën vormen. “De edele kunst van het kritische denken,” zo zou ik filosofie het liefst willen omschrijven. En als er iets niet met rendementsdenken te rijmen valt, dan is het wel kritisch denken. Discussie en analyse zijn zowel binnen de filosofie als veel geesteswetenschappen (hou ze uit elkaar!) van groot belang. Ze zorgen voor een kritische kijk op de wereld, eigen meningen en weerbaarheid tegen de demagogische flauwekul die onze hedendaagse maatschappij rijk is. Misschien is dit in economische zin niet het meest rendabele wat je met je studietijd kunt doen, maar is het hoofddoel van studeren dan met name om rendabel te zijn in economische zin? Zijn universiteiten dan echt bedrijven geworden met ‘BV’ of Inc. achter hun naam met zoveel mogelijk afgestudeerden in een jaar en de hoogste winstmarges als hoofddoel? Hebben de ‘perverse prikkels’ van het bedrijfsleven waar wetenschapsfilosoof Bruno Latour in de jaren ‘70 voor waarschuwde dan echt de kritische onafhankelijke universiteit om zeep geholpen? De filosofiestudenten die in opstand komen geloven nog in een onafhankelijke kritische universiteit en zijn bereid om hun faculteit als bastion te verdedigen. Wellicht kunnen zij het voortouw nemen in het heruitvinding van de universiteit als kritisch en onafhankelijk kennisinstituut. Kritisch denken is immers onbetaalbaar en niet in geld uit te drukken. DÁNIEL MOERMAN

Een verdeling van kapitaal (van rijk naar arm) zal niet alleen het gevolg zijn, misschien nog wel veel belangrijker is de verdeling van macht die een invoering van een basisinkomen teweeg zal brengen. Stel nu, iedereen krijgt onvoorwaardelijk — ongeacht of je student of multimiljonair bent — genoeg geld om van te leven. Dit zal voor iedereen hetzelfde zijn. Wat zal er dan gebeuren? Om deze vraag te beantwoorden is het belangrijk om eerst het onderscheid te maken tussen de zogeheten bullshit jobs en échte banen (banen die welvaart toevoegen). Bij bullshit jobs moet gedacht worden aan banen die niet direct en ook niet indirect een bijdrage leveren aan de maatschappij. Hierbij moet men denken aan banen in de financiële sector en de reclamewereld. Echte banen worden vervuld door de mensen zonder wie we niet kunnen. Denk aan vuilnismannen, leraren, verplegers. Het verschil tussen echte banen en bullshit jobs is nu blootgelegd. Wat er zal gebeuren bij de invoering van een basisinkomen is het volgende. Een vuilnisman krijgt — nu het basisinkomen een wettelijke basis heeft — onvoorwaardelijk en elke maand duizend euro bijgeschreven op zijn bankrekening. Het logische vervolg hiervan is dat de vuilnisman denkt ‘hé, waarom nog werken voor mijn geld?’ De vuilnisman krijgt meer macht en dus een betere onderhandelingspositie. Hij kan een hoger salaris afdwingen, het is nu immers gemakkelijk om zijn werk te laten varen. Zo’n vaart zal het wel niet lopen, hoor ik je denken. Echter, in 1968 is dit echt gebeurd. Vuilnismannen in New York staken negen dagen lang omdat hun lonen niet worden verhoogd, totdat de hoeveelheid vuilnis in de stad niet meer te houden is. De burgemeester gaat overstag en geeft de vuilnismannen hun welverdiende loonsverhoging. Het boek van Bregman staat vol met zulke anekdotische verhalen. Je wordt overspoeld met informatie, maar het boek leest fijn weg. THOMAS REINDERSMA

NAIT SOEZ’N 11


Onder economen: de duivelse dromen van Pieter Duisenberg STEL, je hebt vijf jaar in de Tweede Kamer gezeten en wordt verkozen voor een tweede termijn. Maar nog geen half jaar na je verkiezing treedt je alweer af als volksvertegenwoordiger om de baas te worden van de koepelorganisatie die een prominente rol speelt in het Nederlandse onderwijsveld. Herkenbaar? Als je geen lid bent van een politieke partij en in de hoogste regionen van het verfoeide ‘partijkartel’ verkeert, dan waarschijnlijk niet. Voor Pieter Duisenberg daarentegen is het de gewoonste zaak van de wereld. Sinds 1 oktober is het voormalig VVD-Kamerlid de voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU). De geschiedenis van de VSNU gaat terug tot 1956. In dat jaar zag het Interuniversitair Contactorgaan (IUCO) het licht, dat na vier jaar alweer werd opgevolgd door de Academische Raad. 25 jaar later, in 1985, gaat de club verder onder de naam Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). Volgens de eigen geschiedschrijving was 2005 een belangrijk jaar voor de organisatie toen de vestigingsplaats Utrecht werd verruild voor Den Haag. “Hoewel dit landelijk minder centraal ligt, vergroot standplaats Den Haag de zichtbaarheid van de vereniging voor politiek en andere bestuurlijke organen. Voortaan is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vlakbij; zo ook het kabinet, de Tweede Kamer, de VNO-NCW en de Vereniging Hogescholen, de voormalige HBO-Raad,” schrijft VSNU op haar website. VSNU plaatst zich niet alleen in hetzelfde rijtje als haar evenknie bij de andere tak van hoger onderwijs, de Vereniging Hogescholen, maar noemt ook expliciet VNO-NCW. Deze lobbyorganisatie is op haar beurt de belangenbehartiger van het Nederlandse bedrijfsleven. Waarom zou je die club zo nadrukkelijk noemen, terwijl je er zelf bent om de belangen van universiteiten te behartigen? Universiteiten horen toch niet in hetzelfde rijtje thuis als bedrijven? Deze vraag lijkt misschien niet zo voor de hand liggend, maar is relevanter dan ooit. In de jaren ’80 en vooral de jaren ’90 ging een golf van privatisering en verzelfstandiging door Nederland. Het werd voor overheid en semi-overheid (niet alleen het openbaar vervoer maar ook universiteiten en hogescholen) het credo om bedrijfsmatiger te gaan werken. En als je als bedrijf gaat werken betekent dat ook dat je winst moet gaan maken. Deze omslag in het denken over het functioneren van (semi-)overheidsorganen werkt tot op de dag van vandaag door. Cijfers zijn belangrijker geworden

12 NAIT SOEZ’N

dan mensen. Een blik op het onderwijsbeleid van de afgelopen decennia getuigt daarvan. Studenten moeten zo snel mogelijk door hun studie gejast worden, want anders wordt het te duur – voor de overheid welteverstaan. De nieuwe VSNU-voorzitter Duisenberg is de verpersoonlijking van deze manier van werken. Tekenend is een uitspraak van hem over de invoering van het leenstelsel. Het geld dat niet langer aan de basisbeurs werd besteed zou, volgens oudminister Bussemaker, moeten worden geïnvesteerd in de onderwijskwaliteit – en wel zodanig dat elke student daar profijt van zou hebben. Duisenberg daarentegen stelde voor om dat studievoorschot (overheidstaal om de financiële achteruitgang van studenten goed te praten) uit te geven aan technische studies. Anders dan alfawetenschappers zijn bètawetenschappers, technici in het bijzonder, nu eenmaal wél van directe toegevoegde waarde voor de kenniseconomie van de ‘BV Nederland’.

“Vakkennis speelt minder een rol dan de connecties en ingangen die hij aan het Binnenhof heeft verzameld” Begin dit jaar diende Duisenberg met fractiegenoot Karin Straus een motie in over de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). In die motie drukten de VVD’ers hun bezorgdheid uit over de politieke diversiteit aan Nederlandse universiteiten. Dit deden zij naar aanleiding van een aantal onderzoeken waarvan de uitkomsten ‘ongewenst’ zouden zijn en waardoor de betrokken onderzoekers niet langer op geld hoefden te rekenen voor hun (vervolg)onderzoek. Het Amsterdamse universiteitsblad Folia interpreteerde Duisenbergs uitspraak alsof hij een onderzoek naar de politieke kleur van wetenschappers wilde instellen. Voor actiegroep ReThink UvA uit Amsterdam was dat reden om een petitie tegen de aanstelling van Duisenberg te starten. Meer dan 3000 academici hebben de petitie ondertekend, onder wie de auteur van dit artikel. Duisenberg past aan de ene kant in een trend van oud-politici die aan de top van lobbyorganisaties in het onderwijsveld worden geplaatst. Vakkennis speelt minder een rol dan de connecties en ingangen die de politicus in zijn tijd aan het Binnenhof heeft verzameld. Zo ging voormalig D66-leider Thom de Graaf hem voor bij de Vereniging Hogescholen (hogescholen), staat oud-Kamerlid voor de PvdA Ton Heerts aan het roer bij de MBO Raad (middelbaar beroepsonderwijs) en is


Alleen van de Studentenraad van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en van de Democratische Academie Groningen (DAG) zijn signalen vernomen dat ze zich ook tegen de benoeming van de VVD’er hebben gekeerd. Het is op z’n minst merkwaardig dat andere belangenbehartigers van studenten én Geen afgebrand Kamerlid, maar een gerespecteerd wetenschappers zich niet hebben geroerd. Studenten academicus moet de VSNU leiden. Iemand die hart in én buiten de medezeggenschapsraden moeten van heeft voor de universitaire zaak en de universiteit zich laten horen. We moeten luid en duidelijk aangeven niet als een winstmakende fabriek ziet. Kan de dat wij niet zitten te wachten op een econoom die het huidige vicevoorzitter van de VSNU, onze eigen onderwijs puur beoordeelt in termen van rendement. Sibrand Poppema, niet gewoon opstomen naar het Een scheiding van kerk en staat hebben we al. Nu nog een scheiding van universiteit en bedrijf. voorzitterschap? Paul Rosenmöller, eens voorman van GroenLinks, de baas van de VO-raad (voortgezet onderwijs). Aan de andere kant is Duisenberg de personificatie van het rendementsdenken dat het Nederlandse onderwijs in een wurggreep houdt.

ReThink UvA heeft zich als één van de weinigen luidkeels uitgesproken tegen Pieter Duisenberg. CHRISTIAAN BRINKHUIS

“Zeker nog nooit op een boerderij geweest?” Als activistische vegetariër hoef ik er nooit veel moeite voor te doen om op Facebook discussies aan te treffen tussen vegetariërs en/of veganisten en agrariërs. Waar de discussies ook heen gaan, uiteindelijk zien we steeds dezelfde argumenten terugkomen. Veelgehoorde argumenten van vegetariërs en veganisten zijn bijvoorbeeld: “Een dier is geen product” en “de productie van vlees en zuivel is slecht voor het milieu.” Argumenten die boeren vaak gebruiken zijn: “Ik zorg hartstikke goed voor mijn dieren” en “jij bent vast nog nooit op een boerderij geweest.” Met name dat laatste argument vind ik het onzinnigste argument dat ik ooit gehoord heb. In de eerste plaats omdat veel vegetariërs en veganisten wel degelijk eens op een boerderij zijn geweest. Sterker nog, veel vegetariërs en veganisten kunnen net zo goed uit een boerenfamilie of uit een typisch boerendorp komen. Zij hebben dus zeker wel eens gezien hoe een gemiddelde boerderij eruit ziet en hoeveel dieren er in de stal of in de wei staan. Toegegeven: het merendeel van de boeren lijkt totáál niet op de beruchte varkensbaron Adriaan Straathof. De koeien en varkens zien er, op de boerderijen waar ik geweest ben, niet slecht uit. “Waar zeuren al die vegetariërs en veganisten dan over?” zul je je nu misschien afvragen. “Die boeren zorgen toch goed voor hun dieren? Dat heb je toch met je eigen ogen gezien?” Zeker, de meeste boeren hebben het beste voor met hun dieren, maar wel met een compleet andere insteek dan de gemiddelde vegetariër of veganist graag zou zien. Wat mij namelijk steeds weer opnieuw opvalt in de Facebook-discussies, is dat een boer goed zorgt voor zijn dier, omdat er anders geen geld mee verdiend kan worden. En dat stoot veel vegetariërs en veganisten tegen het zere been.

Is het namelijk wel ethisch om een dier te zien als product? Een economisch goed? Een verdienmodel? Zeker wanneer het ook nog eens blijkt dat de productie en consumptie van dierlijke producten slopend is voor onze planeet? Of wanneer je je bedenkt dat koeien, varkens en kippen, net als honden en katten, allemaal hun eigen karakter en eigen behoeften hebben? In mijn ogen niet. Ik vind het onacceptabel dat economische belangen zwaarder wegen dan de behoeften van het dier. Verwachten dat dit systeem ooit gaat veranderen is misschien wel een tikkeltje té idealistisch of zelfs wel onrealistisch. Maar zeg nou zelf, met de instelling ‘zo werkt het nu eenmaal’ heeft nog nooit iemand de wereld veranderd. Bij elke revolutionaire beweging in de geschiedenis, zijn er een of enkele mensen geweest die hebben gezegd: “Fuck het huidige systeem” net zo lang totdat de rest van de wereld in ging zien dat ze gelijk hadden, of zoals Gandhi het ooit zei: “First they ignore you, then they laugh at you, then they fight you, then you win.” Dus, flexitariërs, vegetariërs, veganisten en alles wat daar tussenin zit, leg de strijdbijl nooit neer en fight until you win. En onthoud: je hoeft geen boerderij gezien te hebben om te weten dat de bio-industrie toe is aan drastische veranderingen. Niet alleen vanwege het ethische aspect, maar ook zeker vanwege de ernstige gevolgen die de productie van vlees en zuivel hebben op het milieu. SIMONE BROEKMAN

NAIT SOEZ’N 13


Van Groningen tot Mongolië: welkom in de wereld van Ellen Deckwitz HOE WORD JE EEN GOEDE DICHTER en schrijver? Dichter Ellen Deckwitz kan daar alles over vertellen. Afgelopen maand gaf ze een aantal lezingen aan de Rijksuniversiteit over dit onderwerp, op de plek waar ze Nederlandse Taal en Cultuur studeerde. Hoe gaat het er in de boekenwereld aan toe? En wat zijn haar herinneringen aan Groningen? Aan de studie “Groningen is een dorp voor studenten. Iedereen is er knap, je kunt overal flirten en je kunt de dagen zelf indelen. Ik studeerde Nederlands en Middeleeuwenkunde en deed daarna een research master Literatuur- en Cultuurwetenschap. Intussen zat ik in de faculteitsraad, blies ik de toneelafdeling van de studievereniging nieuw leven in, schreef ik voor de Nait Soez’n en werkte in ik de UB. Ik kwam daar zo vaak, ik leende altijd het maximale aantal boeken en was daar vrijwel altijd te vinden. Na een tijdje kende ik de systemen beter dan de medewerkers en werd me er een baan aangeboden. Ik was een machine. Leerde mezelf trucjes aan en kon snel lezen. Daarnaast dronk ik niet, dus ik ervaarde geen dufheid, waar veel studenten last van hebben.” Ze komt nog regelmatig in Groningen voor evenementen of om vrienden op te zoeken. Afgelopen zomer trad ze op bij ‘Dichters’ in de Prinsentuin. “Een fantastische stad.”

“Ik leende altijd het maximale aantal boeken”

Amsterdam Voor de liefde verhuisde ze naar Amsterdam, waar ze nog steeds woont, net als veel schrijversvrienden. De concurrentie is groot. Toch zijn de vriendschappen hecht en steunen ze elkaar. “Wanneer een boek van een vriend of vriendin in De Wereld Draait Door wordt besproken, maak je wel een vreugdedansje” vertelt ze over Vergeet de meisjes van Alma Mathijsen. Wel is ze benieuwd hoe de vriendschappen er over tien jaar uitzien, wanneer er voor sommigen de Grote Klappers uitblijven. Hoewel schrijvers en uitgevers vooral in Amsterdam zitten, geeft ze lezingen door het hele land. “Buiten de Randstad wordt er volgens mij meer gelezen dan in de Randstad zelf. Ik treed op in bibliotheken door het hele land en lezers zitten overal.” Afgelopen zomer trad ze nog op tijdens Lowlands. Daarnaast geeft ze optredens in het buitenland.

14 NAIT SOEZ’N

Poëzie in Mongolië “Wanneer er in Nederland twintig mensen bij een lezing komen kijken, zijn het er veel. In Mongolië is poëzie ontzettend populair en komt er snel tweehonderd man op een lezing af. Na series en films is het de populairste vorm van entertainment daar. Ik reisde rond met een tolk. In Nederland wordt poëzie vooral nog uitgegeven omdat het chic staat. Het is een imagokwestie. Vaak worden er van een bundel tweehonderd stuks gedrukt en vaak blijft er dan nog wat over. Bij mij ligt de oplage gelukkig wat hoger.” Wie wel ongekend succes had met een poëziebundel, is Tim Hofman. Hij stond hoog in de bestsellerlijst, hoewel de kritieken niet allemaal positief waren. “Ik vind het juist fantastisch dat een bundel zoals deze goed scoort. Het is geen literatuur, maar het zorgt er wel voor dat de uitgeverij genoeg geld krijgt om minder populair, maar wel prachtig werk uit te geven. Daarnaast brengt het veel mensen in contact met poëzie, waardoor ze in het vervolg hopelijk meer gaan lezen.” Hups, aan het lezen Deckwitz leest veel. Het mooiste boek van het jaar was Beest van Paul Kingsnorth, het boek van de maand Het grote huis van Nicole Krauss. Op dit moment leest ze Vergeet de meisjes van Alma Mathijsen. Het valt haar op dat mensen wel schrijven, maar niet lezen. Een opmerkelijke ontwikkeling, want hoe kun je schrijven zonder dat je weet wat er op de markt is? “Het zou mooi zijn als er meer mensen poëzie lezen, maar het schrikt af. Iemand voelt zich al snel dom wanneer ze een gedicht niet begrijpen, daardoor kan poëzie intimideren. Ik vind zelf vaak vier gedichten in één bundel mooi. Iemand anders kan daar vier totaal andere gedichten tussenuit pikken. De rest van de bundel is er om het een mooi geheel te maken, zodat de bundel een kloppend verhaal is.” Voor beginnende lezers raadt ze Frank Koenegracht, Lieke Marsman en Hagar Peeters aan.

“Schrijven is geen inspiratie maar transpiratie” In de pen Hoe begin je met schrijven? Een motto van Deckwitz is ‘schrijven is geen inspiratie maar transpiratie.’ Kortom: je moet gewoon beginnen. “Bedenk een personage en begin met schrijven. Vraag je niet af wat anderen willen en durf het groots te maken. Daarnaast is het belangrijk om niet direct aan de vorm te denken.


Foto: Marc Deurloo

door aliens. Toch is het geloofwaardig. Hetzelfde is het geval bij Under the Skin van Michael Faber – een aanrader. Geloofwaardige science-fiction.” Toch word je niet alleen uitgegeven als je uitmuntend werk schrijft. Ook persoonlijkheid speelt een rol. “Het is belangrijk om te netwerken en het helpt om een goed team van redacteuren en managers om je heen te hebben. Tegenwoordig hebben ook veel schrijvers een stilist op evenementen, om zo ook een bepaald imago te creëren.” Grote Roman Deckwitz schrijft columns voor NRC Next en De Morgen, waarbij ze veel vrijheid krijgt bij haar onderwerpkeuze. Over het algemeen krijgt ze meer positieve reacties dan negatieve. “Ik krijg ongeveer één keer in de maand moppers, vooral wanneer het over de Bijbel gaat. Dan ontvang ik vooral berichtjes van mannen die mij gaan uitleggen wat er in de Bijbel staat. Maar squeeze me, ik ben ongeveer met de Bijbel in de hand opgegroeid. Ik won de fucking Bijbelquiz.”

“Wanneer je als vrouw slim en fanatiek bent, krijg je veel haat over je heen. Dat is puur seksisme”

Bedenk eerst een verhaal en giet het daarna in de vorm van een gedicht, kort verhaal of roman.” Deckwitz schrijft veel over de dood. “Ik ben deels opgevoed door mijn oma. Zij zat in een jappenkamp en heeft gezien hoe mensen vermoord werden. Ze verloor vroeg haar moeder. Zodra ik plezier had, riep ze ‘je gaat dood’. Hierdoor ben ik sinds mijn tiende bang voor de dood. De dood was altijd een taboe bij ons thuis. Niemand praatte erover. Een boek dat me hielp om de dood te accepteren was door Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Bouvoir te lezen.” Wat maakt een verhaal goed? “Een verhaal moet verrassen, ik moet erin meegaan en het moet grappig zijn. Slaughterhouse Five gaat bijvoorbeeld over een man die getuige is van de bomaanslag in Dresden en vervolgens wordt ontvoerd

Die uitleggerigheid merkte ze ook bij haar deelname aan de Slimste Mens, waar ze het tot de finale schopte. Dit jaar won columniste Angela de Jong, die veel negatieve reacties kreeg op haar winst. “Wanneer je als vrouw slim en fanatiek bent, krijg je veel haat over je heen. Dat is puur seksisme. Ze is dan te bijdehand, niet te neuken.” Naast haar bezigheden als columnist schrijft ze op dit moment aan haar Grote Roman, die er ooit moet komen. Ellen Deckwitz, dichteres, columniste en schrijfster, is geboren op 20 mei 1982. Ze studeerde Nederlandse taal en cultuur in Groningen en deed hier ook de researchmaster. In 2009 won ze de Meander Dichtprijs en werd ze Nederlands kampioen Poetry Slam. Haar werk is vertaald in het Duits, Zweeds, Engels, Arabisch, Mongools, Chinees en Frans. ROXANNE HULS

NAIT SOEZ’N 15


Een bittere pil VOLGENS NU.NL slikt één op de vier studenten AD(H)D-medicatie tijdens het studeren. Vooral methylfenidaat, beter bekend onder de merknaam ritalin, geniet populariteit. “Nattevingerwerk”, zo noemt Rogier Terpstra, preventiemedewerker bij Verslavingszorg Noord-Nederland, het onderzoek, vanwege de kleine onderzoeksgroep. Echter, tijdens de testservice van drugs die VNN aanbiedt krijgt hij vaak vragen van studenten over AD(H)D-medicatie. Hij vindt dan ook dat er aandacht moet komen voor het gebruik ervan onder studenten. Voor hem staat voorlichting centraal. Zo benadrukt hij er geen sprake is van een ‘toverpil’. Methylfenidaat zorgt voor een verhoogde afgifte van dopamine en noradrenaline en blokkeert de heropname van deze stoffen. Deze stoffen zijn verantwoordelijk voor de concentratie. Er zitten echter ook keerzijden aan het middel. Het gebruik ervan kan leiden tot hartkloppingen, verminderde eetlust, slapeloosheid en depressie. Vooral wanneer het medicijn zonder toezicht van een arts wordt gebruikt, neemt de kans op overdosering toe, met agitatie, oververhitting en hartritmestoornissen als mogelijk gevolg. Bovendien kan een gebruiker afhankelijk van medicatie worden om nog te kunnen presteren. We spraken een 25-jarige studente communicatiekunde, die anoniem wilde blijven, over haar ritalingebruik. Ze slikt één tot twee keer in de maand ritalin. Ze slikt het voor het leren, maar ook wel eens als ze uitgaat na een dag werken zodat ze meer energie heeft. Ze krijgt het via vrienden die het op recept hebben vanwege een diagnose AD(H)D. Met haar vrienden kan ze er wel over praten, maar ze vertelt het niet aan de rest van haar omgeving: “drugs, waar ritalin in de ogen van veel mensen ook onder valt, zijn allemaal slecht, troep, je bent onmiddellijk verslaafd en zielig bovendien dat je het niet leuk kan hebben zonder”. Onlogische conclusies, zo vindt de studente, maar vanwege dit stigma komt ze er niet open voor uit dat ze wel eens ritalin slikt. Dit vindt ze een kwalijke zaak, want dergelijk gebruik van drugs zou volgens haar bespreekbaar moeten zijn. Ze herkent zich niet in de door Terpstra beschreven symptomen. Wel kreeg ze dergelijke verschijnselen toen ze dexamfetamine slikte, een ander medicijn voor AD(H)D. Dit was aanleiding om het laatstgenoemde middel niet meer te slikken. Een 24-jarige International Business-student, die eveneens anoniem wilde blijven, heeft na een periode waarin hij op eigen initiatief ritalin slikte, een recept van zijn huisarts gekregen. Aanvankelijk kreeg hij de medicatie van vrienden, maar toen hij naar Groningen verhuisde had hij geen zin om weer een dealer

16 NAIT SOEZ’N

te zoeken. Hij vertelde aan zijn huisarts wat voor klachten hij had en kreeg een recept mee. Niettemin heeft hij geen diagnose AD(H)D. Hoewel hij zich wel herkent in veel symptomen, wilde hij bewust geen diagnose: “Daardoor heb je meteen een heel duidelijke stempel”. Hij kreeg de medicijnen eerst op de proef en in overleg met de huisarts heeft hij meerdere doses geprobeerd. “Ik heb toen duidelijk gezegd dat ik niet de hele dag medicijnen ga slikken. Ik wil het alleen als ik extra concentratie nodig heb. Nu slik ik het alleen tijdens tentamens.” Hij heeft nu pillen van 10 mg, de op één na laagste dosering. Op een dag dat hij studeert slikt hij er maximaal twee; 's morgens één en soms 's middags nog een halve of een hele. Meer dan één tegelijk vindt hij niet prettig: “Dan word ik te gefocust, dan krijg ik een te erge drive om in een boek te zitten, een soort tunnelvisie.” Hij vindt niet dat het zijn leven erg heeft beïnvloed en denkt dat hij zijn studie ook zonder medicijnen had kunnen afmaken: “Ik vind het gewoon prettiger voor bij het leren, en het is fijn als ik in de UB kom, dat ik doe waar ik voor ben gekomen”. Niettemin noemt hij het middel vooral een kortetermijnoplossing en vindt hij niet dat het de norm moet worden, vooral vanwege de (mogelijke) bijwerkingen. Zelf zegt hij geen last te hebben van depressie of slapeloosheid na gebruik: “Dan zou ik er wel mee ophouden”. Wel kent hij mensen die het middel niet als prettig ervaren omdat ze weliswaar meer lezen, maar minder onthouden. Mensen die overwegen met AD(H)D-medicatie te experimenteren wil hij adviseren om dat met de huisarts te bespreken:

“Het gebruik ervan kan leiden tot hartkloppingen, verminderde eetlust, slapeloosheid en depressie.”

“Veiligheid staat voorop.” Ook Rogier Terpstra raadt aan altijd naar de huisarts te stappen. Bovendien benadrukt hij dat studenten altijd VNN mogen bellen of langs mogen komen om vragen te stellen. Wanneer een gebruiker heftige bijwerkingen of symptomen van overdosering ervaart, raadt hij aan om 112 te bellen. Maar ook wijst hij op de alternatieven: een gezonde voeding, voldoende beweging en slaap doen wonderen. Begin ook vooral op tijd met leren. Soms kan meditatie een uitkomst bieden. Hiernaast bieden de RUG en de Hanzehogeschool cursussen aan die de leervaardigheden verbeteren. Doe daar je voordeel mee. SUSANNE KUIN


Huur ‘ns een spijkerbroek! “WAT WE NODIG HEBBEN, is het besef dat we niet altijd in termen van één jaar moeten denken.” De uitspraak komt van componist, producer en beeldend kunstenaar Brian Eno. Eind jaren negentig werd hij door de VPRO gevraagd naar zijn visie op de toekomst. De toekomst waarin we nu leven. “Onze macht neemt toe, maar onze verantwoordelijkheid neemt af,” zo vervolgt Eno zijn pleidooi. Hij heeft het over verantwoordelijkheid voor de toekomst, voor een planeet die we door kunnen geven aan onze kinderen. Een verantwoordelijkheid die we niet altijd even serieus lijken te nemen. Eno noemt verderop in het interview een voorbeeld van de universiteit van Oxford. De eikenhouten plafondbalken in de eetzaal van het in 1379 gestichte New College begonnen te rotten. Eikenhouten plafondbalken zijn op korte termijn zeer moeilijk te vervangen, was de gedachte. Maar New College wordt omgeven door bosrijk gebied, en dus werd de boswachter gebeld met de prangende vraag of hij nog eiken in de aanbieding had. Wat bleek, een halve eeuw geleden was al rekening gehouden met het feit dat de plafondbalken op den duur vervangen zouden moeten worden. “A true story”, voegt Brian Eno eraan toe. Soms wordt dit hoopgevende verhaal weggezet als mythe − maar als het echt waar is, is het misschien wel het beste voorbeeld van langetermijndenken dat er valt te verzinnen.

We moeten af van het idee dat we vrij en onbelemmerd kunnen blijven consumeren. We leven gelukkig steeds minder in een wereld waarin bezit status verschaft, maar alsnog zien we in september altijd rijen voor de Apple-stores als de nieuwste iPhone gelanceerd is. Natuurlijk is het gemakkelijk om de ‘homo consumens’ de schuld te geven van deze ‘directe en doelloze behoeftebevrediging’ zoals Rob Wijnberg het eens noemde. Multinationals zijn evengoed en in de eerste plaats debet aan dit kapitalisme.

“Langetermijndenken is juist waar het in de maatschappij van tegenwoordig aan ontbreekt” In 1924 kwam het Phoebus-kartel samen. Het kartel, bestaande uit grote gloeilampfabrikanten, kampte met een probleem. Ze zagen hun winsten teruglopen omdat hun gloeilampen te goed waren, dus ze besloten om de branduren van hun lampen te halveren. Nu wil ik niet zeggen dat er nog steeds zulke kartels bestaan om de levensduur van gebruiksartikelen opzettelijk te verminderen en zo hun bedrijfsresultaten te boosten, maar de meeste producten hebben wél een economische levensduur van twee jaar. En de consument vindt het prima, want na een aantal jaar wordt het weer tijd voor een nieuwe telefoon, auto of laptop met de nieuwste snufjes. Het initiatief om het consumeren van vervuilende goederen en diensten tot een halt te roepen hoeven we niet van multinationals te verwachten, en ook niet van de politiek. Zij varen er namelijk wel bij, denk aan de winsten die de groten der aarde maken en de btw en accijnzen die geheft worden op deze producten. De verandering moet dus komen vanuit de mensen zelf.

Still uit de Klokkenluider van de nieuwe wereld (VPRO)

En dat langetermijndenken is nu juist waar het in de maatschappij van tegenwoordig aan ontbreekt. Al doen we zo hard ons best om uitstoot van koolstofdioxide en andere broeikasgassen te verminderen door minder lang te douchen, vlees eens in de week door een plantaardige variant te vervangen en, voor de happy few, een Tesla te rijden. De constante is echter dat we blijven consumeren. Op hetzelfde tempo, en misschien nog wel een rapper tempo dan vroeg. Goederen en diensten worden immers steeds goedkoper.

Een van die mensen is architect, visionair en inspirator Thomas Rau. In de Tegenlicht-documentaire ‘Het einde van het bezit’ vraagt hij zich af wat er zou gebeuren met het productieproces (en met de wereld) als we niet langer bezitten, maar alleen gebruiken. In zo’n wereld zijn bedrijven er alles aan gelegen om met betere producten op de markt te komen. Je koopt immers geen lamp, maar je koopt licht. Je koopt geen auto of fiets, maar je koopt vervoer. Het is daarom van belang om status los te koppelen van bezit. Een goed voorbeeld hiervan is de alomtegenwoordige fiets met het iconische blauwe voorwiel. Het is een troost dat deze hype aanslaat, want het wordt nu echt tijd om aan onze nakomelingen te gaan denken. THOMAS REINDERSMA

NAIT SOEZ’N 17


“Ik wil de wereld verbeteren door middel van onderzoek doen”

Van activist naar adjunct-hoogleraar EEN BUSTE VAN VLADIMIR LENIN kijkt ons aan. Boekenkasten vol taaie, juridische verhandelingen sieren de muren. Adjunct-hoogleraar openbare orderecht Michel Vols ontvangt ons op zijn werkkamer in het rechtengebouw aan de Uurwerkersgang. Vols was in 2004-2005 bestuursvoorzitter van de GSb en in 2005-2006 lid van de Universiteitsraad, de tijd dat de GSb nog zowaar een eigen fractie had. Onder het genot van de 40 cents-automaatkoffie blikt hij terug op zijn GSb-verleden. Hoe kwam je bij de GSb terecht? “Dat was in 2004. Ik studeerde toen Rechten en was al actief bij de faculteitsraad van Rechtsgeleerdheid. Dat deed ik voor de linkse partij daar, Progressief Rechten. Die andere club, TBR ofzo, was me te corporaal en ballerig. In mijn tweede jaar kwam ik in de raad terecht. Als faculteitsraadspartij onderhielden we ook contacten met de universiteitsraad en daar had de GSb een fractie, toen nog VOS [Vooruitstrevend Overleg Studenten, na 2007 GSb-fractie, red.] geheten. Ik zat bij een vergadering van de universiteitsraad en vond het allemaal wel boeiend wat ze deden. Ik vroeg een informatiepakket op en ben vervolgens ook naar een informatieavond geweest. Politiek vond ik sowieso erg leuk, de mensen bij de GSb ook en daar

18 NAIT SOEZ’N

waren relaxte mensen. In die jaren was er flinke discussie rond Annet Nijs die toen staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap was. Dat vonden we maar een vervelend persoon. Zij wilde inzetten op collegegelddifferentiatie, alleen maar hameren op excellentie in onderwijs en dat soort dingen. De GSb voerde zelfs campagne om een nieuw bestuur te vormen met posters waar Nijs op stond. ‘Ben jij bang voor deze vrouw? Nee? Solliciteer dan voor de GSb!’ Ik ben het trouwens nog steeds niet echt met die plannen eens.” Je bent zowel bestuursvoorzitter als fractielid geweest. Welk van de twee was het meest uitdagend? “Anders dan nu gebruikelijk schijnt te zijn was ik wél lijsttrekker van VOS [naam van GSb-fractie tot 2007, red.] geweest maar daarna alleen fractielid, geen fractievoorzitter dus. Ik wilde de vrijheid om te kunnen zeggen wat ik wilde en dat ging gewoon wat minder goed als fractievoorzitter. De tweede op de lijst, Bianca Pander, was veel diplomatieker ingesteld. Die kon veel beter aarden in de achterkamertjes en bij overlegmomenten. Niks voor mij. Mijn jaar in de universiteitsraad was qua inhoud veel leuker want ik had al een jaar de tijd gehad om me bekend te maken


met de materie. Mijn hele vriendengroep zat ook bij we in een jaar tijd dik 100 leden binnengehaald. Dat de GSb in die tijd. Twee van hen zie ik elke week of lukte vooral goed door acties waarbij je voor 1 euro lid elke twee weken nog steeds. Als ik eraan terugdenk kon worden. We zetten vooral in op zichtbaarheid en heb ik meer herinneringen aan het bestuur dan aan het organiseren van leuke dingen voor leden, zodat de fractie. Bij de GSb kon de grote massa van de je meer actievoeren en bij studenten naar ons toe het VOS was je meer van zou komen. De GSb had “Ons eigen pand werd op een goed het politieke gedoe. In bij de LSVb toentertijd het geval dat de GSb iets moment zelfs bezet door JOVD, CDJA best wel wat invloed. Een uitspookte waar we het en nog meer van dat soort rechtse letterlijk hoogtepunt was als fractie niet helemaal clubjes, maar ze gingen al heel snel onze bezetting van de mee eens waren konden weer weg. Dat was jammer.” Martinitoren. Ons eigen we daar heel makkelijk pand werd op een goed afstand van nemen. Dan moment zelfs bezet door zeiden we gewoon zoiets JOVD, CDJA en nog meer van: “het VOS is het met deze actie eens, maar de van dat soort rechtse clubjes maar ze gingen al heel uitwerking…” De ingewijden in dat wereldje wisten snel weer weg. Dat was jammer.” natuurlijk dat het achter de schermen ook wel twee handen op één buik waren. Als bestuursvoorzitter was In hoeverre heb je veranderingen in het Groningse ik vooral bezig met het binnenhalen van een zo breed studentenleven gezien de afgelopen tien jaar? mogelijk publiek. Niet alleen maar van die politieke “Het is hier veel internationaler geworden. Er heeft strijders maar studenten van alle achtergronden. Het echt een metamorfose plaatsgevonden in wat je Studentensteunpunt [later opgesplitst in Juridisch allemaal hoort, vooral Duits en Engels. Mensen worden Steunpunt en Huurteam, red.] was in veel opzichten ook steeds minder actief voor organisatie. Dat had ik een vehikel om mensen van allerlei gezindten niet gedacht met studenten, want ik dacht dat die toch binnen te halen. Niet alleen de medewerkers van het altijd wel links waren en meer gedreven om zich in te Studentensteunpunt natuurlijk maar ook de mensen zetten voor anderen. Maar het is me opgevallen dat die ze hielpen met juridische problemen.” ze toch vaak best wel rechts blijken te zijn. Dat kan komen door de gestage verhoging van het collegegeld. Uitzonderingen bevestigen de regel, kijk maar naar Democratische Academie Groningen. Die heeft laten zien nog altijd veel mensen te kunnen mobiliseren. Studenten zijn wel mondiger en kritischer geworden “Ik wilde de vrijheid om te kunnen jegens heilige huisjes als Vindicat. Daar mochten we zeggen wat ik wilde en dat ging gewoon in mijn tijd echt niet over mopperen. Wat me ook wat minder goed als fractievoorzitter.” opvalt is dat Groningen zo monocultureel is, zeker vergeleken met Rotterdam waar ik de helft van de week verblijf. Onderweg naar die stad zie je het land echt veel diverser worden, vooral het laatste half uur met het openbaar vervoer naar de wijk Krooswijk waar Wat waren de grote thema’s die studenten ik woon.” aangingen toen je aan het roer stond van de GSb? “Naast Annet Nijs gingen zogeheten leerrechten Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen een grote rol spelen. Rutte zat daarachter en die de GSb uit jouw tijd en de bond zoals je die nu wilde het onderwijs duurder maken. Daar kwamen meemaakt? heel veel protesten tegen die zelfs nog in een “Als we beginnen met de overeenkomsten dan is er nog Maagdenhuisbezetting uitmondden maar daar deed ik steeds sprake van belangenbehartiging. De GSb heeft niet aan mee. Ik bleef op kantoor om de boel draaiende nog altijd een kritisch profiel, is lid van de Landelijke te houden. Als rechtenstudent leek het me niet wijs Studentenvakbond en redelijk links. Kijken we naar de om een strafblad te krijgen mocht ik rechter of Officier verschillen dan lijkt de bond minder zichtbaar maar dat van Justitie willen worden. Zelfs de PvdA, nota bene was al een tijdje zo. Ik krijg het idee dat het een paar jaar oppositiepartij, steunde bij monde van Jacques geleden een poosje op z’n gat lag maar ik vermoed dat Tichelaar dat idee. We voelden dat aan als verraad, ik dat door de verkeerde leden kwam. Soms heb je gewoon ben er zelf lid van! Als reactie bezetten we het PvdA- een mindere periode en wat pech. Het lijkt erop dat de pand hier in de binnenstad, als teken van ongenoegen. GSb wat uit het grote speelveld is verdwenen, minder De medezeggenschap was ook belangrijk, natuurlijk dominant dan vroeger. Als je naar Sikkom kijkt, wat die is dat altijd heel boeiend, want willen we meer de afgelopen weken allemaal heeft gepubliceerd, dan medezeggenschap en hoe dan? Daarnaast hebben is wat zij doen eigenlijk wel een beetje waar de GSb

NAIT SOEZ’N 19


zich mee bezig zou moeten houden! Ga gewoon eens met die journalisten contact opnemen om elkaar te helpen! Hup, Operatie Zonlicht in gang zetten, klinkt fantastisch, laat de huisjesmelkers branden in de zon!” Welke rol heeft de periode dat je voor de GSb actief was gespeeld in je latere carrière? Werkt je vakbondswerk nog door in je huidige werk, denk je? “Het heeft me denk ik gevormd als persoon. Als wetenschapper, wat ik ben geworden, probeer je natuurlijk politiek neutraal te zijn maar je bent als onderzoeker wel een mens met voorkeuren en een eigen oordeel. Je kunt je wel toeleggen op iets maar dan wel iets wat je leuk vindt. Door welke lens kijk je naar de wereld? De onderwerpen waar ik me mee bezighoud mag ik zelf bepalen, dus dan zijn het vaak onderwerpen geworden die op de een of andere manier weer aansluiten bij materie die bij de GSb van belang is. Ik heb daarnaast sowieso veel tijd in de GSb gestopt en daar geleerd veel dingen tegelijk te doen. Dat is nog steeds zo eigenlijk. Vooral de ervaring met pers en media is heel bruikbaar gebleken.” Je bent gepromoveerd op een onderzoek naar de aanpak van overlastveroorzakers. In hoeverre zijn de uitkomsten opgepakt door beleidsmakers? “Heel goed opgepakt! Begin 2014 diende Klaas Dijkhoff van de VVD een initiatiefwet in die vorig jaar door iedereen in de Tweede Kamer werd gesteund, behalve door Jacques Monasch. Gemeenten hebben nu betere middelen gekregen om overlastgevers te corrigeren, in plaats van dat ze hun huis uit worden gezet. Ik werk nu ook samen met veel woningbouwcorporaties en soortgelijke organisaties. Het is al met al een groot laboratorium waar we van alles bedenken en testen

20 NAIT SOEZ’N

om de uitvoering van die wet te verfijnen. Daar worden juristen, zoals ik, voor ingezet om uit te dokteren hoe het juridisch allemaal goed in elkaar zit.” Dat onderzoek richtte zich op bewoners die hun buren het leven zuur maken. Studenten ondervinden vooral ook overlast van hun verhuurder, soms ook een bemiddelingsbureau. Hoe moet die overlast worden aangepakt? In hoeverre is het huidige beleid van de gemeente Groningen voldoende? “Ik heb daar zelfs een boekje over geschreven. Verhuurders kunnen er inderdaad ook wel wat van. Wat heb ik allemaal wel niet gehoord? Inbraken, bedreigingen, sloten zonder pardon vervangen… In het onderzoek over een wet uit 2015 hebben we uitgezocht wat gemeenten aan instrumenten hebben om zulke huisjesmelkers aan te pakken. Daaruit bleek dat deze problematiek in heel Nederland speelt maar dat de gemeente Groningen de enige was die zei nergens wat van te weten. Het is pas sinds kort dat er in de gemeente iets aan het gebeuren is. De gemeente moet er veel meer bovenop zitten, er vooral veel meer mensen op zetten en meer geld vrijmaken.”

“Tegen wethouder Van der Schaaf zou ik gewoon zeggen: ga creatief om met de juridische mogelijkheden die je hebt!”

“Tegen wethouder Van der Schaaf zou ik gewoonzeggen: ga creatief om met de juridische mogelijkheden die je hebt! Zorg ervoor dat alleen de rotte appels worden


geraakt en dat kan ook zeker. Het is natuurlijk ook wel spannend wat de komende raadsverkiezingen gaan brengen. Sommige partijen hebben er veel te weinig werk van gemaakt zoals D66 en GroenLinks terwijl SP, PvdA en Student&Stad dat wel gedaan hebben. Als GSb is het een fantastisch plan als je van tevoren al een akkoord hebt gemaakt waar de partijen hun handtekening onder moeten zetten. Zo van: wij willen een einde maken aan de huisjesmelkerij in deze stad! Zo’n campagne heeft het COC [belangenbehartiger van de LBGTQ-gemeenschap, red.] begin dit jaar ook opgezet en heel veel steun weten te vergaren.” Wat interesseert je zo in het openbare-orderecht? Je hebt het immers gebracht tot adjunct-hoogleraar in dat vakgebied, geen geringe prestatie. “Ik vind het gewoon heel leuk om te zien hoe mensen afwijken van de maatschappij, zoals prostituees en overlastveroorzakers, en hoe die zich dan verhouden tot de rest van de samenleving. Het is een behoorlijk spanningsveld want het gaat wel om een vrijheidsbeperking die je aan andere mensen oplegt. Het is meestal ook vaak duidelijk wat de impact van zo’n onderzoek is. De wereld verbeteren door middel van onderzoek doen dus.”

“Jonge onderzoekers hebben geen stem binnen de RUG en Young Academy Groningen wil daar werk van maken”

Sinds vorig jaar ben je lid van de Young Academy Groningen, dat een stem wil geven aan jonge onderzoekers die aan de RUG verbonden zijn. Je zit dus nog altijd in de activistische sfeer? “Het is inderdaad een belangenbehartiger maar niet zozeer een vakbond voor jonge onderzoekers. PhD-studenten zijn goed vertegenwoordigd in de universiteit, net als de gevestigde orde van hoogleraren. Die zitten er al jaren en kennen elkaar allemaal. Jonge onderzoekers zitten daartussenin, maar die hebben geen stem en dat platform wil daar werk van maken. De RUG moet het daar wel van hebben. Het is ook interdisciplinair opgezet, allemaal projecten waar onderzoekers van allerlei vakgebieden aan meewerken en dat maakt het zo dynamisch. De positie van PhD’ers is zo dubbelzinnig want ze worden ingezet als docent maar ze worden ervoor betaald alsof ze student zijn. Young Academy Groningen is bovenal constructiever ingesteld dan de GSb, althans hoe ik de bond in mijn tijd heb ervaren.”

Het Nicolaas Muleriusstipendium ten bedrage van 25.000 euro wordt om de vijf jaar toegekend aan een onderzoeker van de Rijksuniversiteit Groningen die opmerkelijke resultaten heeft bereikt. Verantwoordelijk voor het uitreiken van de prijs is de Stichting Nicolaas Muleriusfonds. De stichting is in 1991 opgericht met als doel bij te dragen aan de ontplooiing van de Rijksuniversiteit Groningen als een klassieke, internationaal opererende wetenschappelijke instelling.

““Speel als GSb slim in op de actualiteit, met bijvoorbeeld een pact tegen huisjesmelkers”

Vorig jaar stond je in de schijnwerpers bij de opening van het Academisch Jaar, toen je het Nicolaas Muleriusstipendium ontving van rector magnificus Elmer Sterken. Een bedrag van 25.000 euro, geen sinecure. Hoe wil je het geld gaan spenderen? “Aan een nieuwe keuken! Nee, geintje natuurlijk. Ik wil er een online tool mee maken en als je daar een aantal stappen doorloopt leidt dat tot een juridisch advies. Stel: je ondervindt overlast van je buren en je weet niet zo goed wat je dan moet doen. Op die website kun je dan terecht met je probleem zodat er een laagdrempelige manier is dat mensen een advies krijgen dat bovendien een juridische basis heeft. We willen daarmee ook aan de maatschappij laten zien waar we mee bezig zijn, wat de praktische meerwaarde van onderzoek is. Dat doen we ook door blogs en animaties. Een groot deel van het geld moeten we inzetten voor de technische kant van het verhaal.” Wat zou je als alumnus van de GSb graag aan de bond meegeven? ‘Tips & tricks van een ouwe lul’? “Probeer je niet als een ‘middenorganisatie’ te positioneren. Een beetje tussen organisaties in zitten, deelnemen aan commissies, overlegjes, platforms enzovoort (...) Dat is belangrijk, maar zorg er echt voor dat je zichtbaar bent, ga vooral zelf dingen organiseren. Dat zorgt voor aantrekkingskracht op mensen. Niet al te radicaal zijn want dat schrikt mensen af. Daar ging het in de jaren ‘70 en ‘80 nogal mis natuurlijk, veel leden vonden de communisten en de kraakbeweging leuk. Ik zou slim inspelen op de actualiteit, met Sikkom en een pact tegen huisjesmelkers als prachtig voorbeeld, wat ik eerder al noemde. Houd het vooral gezellig en doe leuke dingen met je leden!” CHRISTIAAN BRINKHUIS

NAIT SOEZ’N 21


Muzikaal Groningen NOORDERZON of het Bevrijdingsfestival: elke Groninger is er bekend mee. Media zoals Sikkom staan er vol mee. Maar veel mensen zijn minder bekend met de kant van goa-muziek, psytrance, drum 'n' bass of electro. En dat terwijl onze stad een aantal evenementen rijk is dat draait om deze muziek. We spraken Juriaan Rijnsbergen, de oprichter van 8Ram, de organisatie die Quantum Direction organiseert. Quantum Direction is een goaen psytrance-rave die die eind oktober plaatsvond in Hundread Sound Accompany. Hij vertelde ons over zijn ervaringen met het organiseren van evenementen en de scene er omheen. Juriaan is negentien en woont in Almere. Volgend jaar wil hij beginnen aan de opleiding Event Management. Zijn feesten zijn klein begonnen. Van chillen onder het genot van een muziekje zijn ze uitgegroeid tot raves. Inmiddels komen de grootste artiesten uit de Nederlandse goa-scene naar zijn feesten en Quantum Direction trok meer dan 200 bezoekers. Hoewel zijn feesten vanuit illegale raves zijn ontstaan, heeft hij nu besloten zich te focussen op 'legale' feesten; er zitten teveel risico's aan het organiseren van illegale feesten, van boetes tot inbeslagname van de apparatuur. Zelf heeft hij dit nog nooit meegemaakt: hoewel zijn raves bezocht zijn door de politie, mochten die altijd verder gaan nadat hij met de politie had gesproken. “Als er niet veel mensen zijn, er geen overlast is en we beloven alles netjes op te ruimen is de politie vaak coulant.” Om verdere risico’s te vermijden en om nog meer door te kunnen groeien heeft hij toch besloten om op een legale manier verder te gaan.

Maar ondanks dat zijn laatste feest plaatsvond op een afgehuurde locatie, heeft Juriaan veel zelf moeten regelen. Hij wil altijd een zo mooi mogelijk geluid en de mooiste lichtshows. Omdat die niet inbegrepen waren bij de venue, regelde hij die zelf. Gelukkig kosten de artiesten meestal niet zoveel geld. Zij draaien omdat ze dat leuk vinden en willen alleen een onkostenvergoeding. Ook Juriaan zelf verdient er nauwelijks geld aan en organiseert de feesten omdat

22 NAIT SOEZ’N

hij het leuk vindt. Het werken met mensen vindt hij het leukste: “Soms vertellen mensen na afloop dat ze een geweldige avond hebben gehad. Daar doe je het voor.” Dat heel veel feesten zo commercieel zijn geworden vindt hij jammer. Juriaan zegt dat hij kan merken dat er een heel andere sfeer hangt. Mensen gaan een stuk vriendelijker met elkaar om en letten goed op elkaar. Zelf moet hij wel eens mensen 'coachen' als ze aan het trippen zijn. “Dat soort intieme momenten maken deze feesten de moeite echt waard.”

“Waar Stadjers en studenten soms langs elkaar heen lijken te leven, komen ze op dit soort feesten bij elkaar”

Het lijkt ook geen barrière dat de bezoekers verschillende achtergronden hebben. Waar Stadjers en studenten soms langs elkaar heen lijken te leven, komen ze op dit soort feesten bij elkaar. “Omdat het een vrij ‘apart’ muziekgenre is, werkt de liefde voor de muziek verbindend”. Wel kan Juriaan merken dat mensen met verschillende motieven komen: “van sommige mensen draait hun hele leven om goa, psytrance of aanverwante genres, en sommige mensen komen gewoon uit nieuwsgierigheid op zo’n feest af. Maar ook die laatste groep wordt omarmd door de grotere fans: ze vinden het juist leuk dat de buitenwereld interesse heeft in hun wereldje”. Op de vraag of hij met die woorden suggereert dat er een tegenstelling is tussen de ‘gewone’ wereld en de goascene antwoordt hij: “ach, omdat de muziek heel apart is wordt er soms raar tegen ons aangekeken. Vooral omdat er een kleine hechte groep is van ‘die hard’fans, wordt het soms ervaren als een wereldje. Maar juist omdat de bezoekers van deze evenementen heel divers zijn en ‘nieuwe’ bezoekers worden omarmd, zou ik het geen afgescheiden wereld noemen”. Hoewel Juriaans laatste evenement een groot succes was, staat er nog geen nieuwe editie op de planning. In de toekomst wil hij wel nieuwe edities organiseren. Hiernaast kijkt hij naar andere steden: “Groningen is niet de enige stad met veel potentie.” Geïnteresseerden kunnen de facebookpagina van 8Ram of Quantum Direction in de gaten houden. Binnenkort verschijnt daar ook de aftermovie.

SUSANNE KUIN


Bestuur aan ‘t woord DAAR LIGT HIJ DAN: de eerste Nait Soez’n van dit collegejaar! De redactie heeft hard gewerkt om pagina op pagina te vullen met verhalen en artikelen die je hopelijk hebben ontroerd, geprikkeld en laten lachen. Wat een eer is het dan voor ons om jullie in deze jubileumeditie mee te nemen in wat ons de afgelopen tijd heeft bezig gehouden. En dat was nogal wat!

Precies een jaar geleden speelde precies hetzelfde. “Als je ambitie hebt om internationale studenten naar Groningen te halen, moet je er ook voor zorgen dat ze hier normaal kunnen wonen”, sprak Christiaan Brinkhuis, mijn voorganger, toen al in een persbericht. “Er wordt steeds naar een ander gewezen (door de onderwijsinstellingen),” vervolg ik dit jaar in een persbericht. “‘Het is niet onze verantwoordelijkheid’, horen we dan. Het wordt tijd dat de onderwijsinstellingen de vinger eens naar zichzelf wijzen en écht iets gaan doen.” Dat laatste lijkt nu toch te gebeuren. Het kostte misschien een door ons mede-georganiseerd protest op 9 september en een spoeddebat in de gemeenteraad op 13 september om in te zien dat dit moet, maar eindelijk wordt door de onderwijsinstellingen een evaluatie geschreven, en, belangrijker, gekeken naar een plan voor volgend jaar. Daar bleef het echter niet bij. Malafide huisjesmelkers en bemiddelingskantoren bedriegen te pas en te onpas studenten. Op Sikkom.nl kunnen we inmiddels een maand meelezen met verhalen over de verrotte huurmarkt: menig schimmig bemiddelingskantoortje is de revue gepasseerd. En dat de situatie zo verrot is, merken we intern ook. Bij ons Huurteam komen steeds meer zaken binnen. Daarnaast komen bij het Meldpunt Ongewenst Verhuudersgedrag de klachten gestaag binnen. Aanleiding voor nog een actualiteitendebat in de Raad dus. De Raad is het niet vaak eens, maar dit keer wel: dit soort verhuurders moeten met “pek en veren de stad uitgestuurd worden”, aldus enkele fracties. “Het is één van de grootste problemen van de huurmarkt,” vervolgt de wethouder Roeland van der Schaaf. Tijd voor optreden dus.

Foto: Gerbrand de Groot

De eerste officiële week van dit bestuur werd direct getekend door een crisis. “Buitenlandse student op straat in Groningen”, kopte het Dagblad van het Noorden op 2 september. Eén dag na aantreden dus. De toon was gezet. Reden voor ons om direct deel uit te maken van de discussie. Dit was namelijk niet de eerste keer dat er geen opvang was voor internationale studenten.

Optreden wil de gemeente door het creëren van meer bevoegdheden om op te treden tegen verhuurders en door in te zetten op ‘huurteams’, zoals die van de GSb. De komende tijd zullen we dan ook actief gaan samenwerken met de gemeente om ons Huurteam nog beter te maken! Naast huisvesting blijkt de student vaak nog meer problemen te hebben. Stress in het bijzonder, althans, als we kijken naar het onderzoek dat door het Onderzoeksbureau van de GSb is gepubliceerd. Zo gaf een groot deel van de studenten aan dat ze geen gevoel van controle hebben en dat stress een constante aanwezigheid is in het studentenleven. Daarnaast geven studenten aan dat onderwijsinstellingen onvoldoende aandacht besteden aan het voorkomen van stress. Inmiddels zijn we een tijd verder en begint de impact van het onderzoek zichtbaar te worden. Gesprekken met de RUG zijn geïnitieerd en het onderzoek is met alle beleidsmakers en medezeggenschappers gedeeld, zoals het Student Service Center van de RUG en het studentendecanaat van de Hanze. De komende tijd zullen we zien hoe dit probleem wordt opgelost! Wil je nou meer weten over het werk van de Groninger Studentenbond, wil je onze werkzaamheden actief steunen, of denk je erover actief te worden bij één van onze mooie werkgroepen? Ga dan naar onze website (groningerstudentenbond.nl), kijk op onze facebookpagina en word lid! Met vriendelijke groet, Namens het 47e Studentenbond,

bestuur

van

de

Groninger

SJOERD KALISVAART, VOORZITTER

NAIT SOEZ’N 23


Wil je meeschrijven aan de volgende Nait Soez’n? Kijk voor deze en andere vacatures op groningerstudentenbond.nl/over-de-gsb/vacatures

NAIT SOEZ’N is een uitgave van de

Nait Soez'n, jaargang 45, editie 1  
Nait Soez'n, jaargang 45, editie 1  
Advertisement