Page 1


n a i 0 10 u i t g e v e r s


1 ARMOEDE, GELOOF EN SCHOLING I N D E H O F S TA D A A N Z E E

De ruwbouw van de smalle stadswoning in de Charlotte de Bourbonstraat in Den Haag is op hoogte. Met drie bouwlagen uit rode klinkers, afgewisseld met speklagen van Euville kalksteen, en de steile trapgevel is deze woning voor meubelmaker Jacobus Johannes Vellekoop de hoogste van de nieuwe straatwand. Zijn kleinzoon, de jonge architect Co Brandes – met breedgerande hoed, hoge hagelwitte boord en donker kostuum – houdt begin april 1907 nauwlettend toezicht op de bouwplaats.


1 1884 - 1912

K

unstschilder Hendrik Willem Mesdag besluit in 1881 om

tussen de hofstad en de zee. Mesdag exposeert zijn cilindrische

het ongerepte paradijs tussen de hofstad Den Haag en

panorama van 115 meter lang en 15 meter hoog in een paviljoen

de Noordzee, dat is begroeid met weerbarstige duindoorn en

bovenop het pand Zeestraat 65. In rap tempo raakt deze door

grijsgroen helmgras, vanaf het hoge Seinpostduin rondom vast

Mesdag geschilderde, iconische momentopname van zee, duin,

te leggen op een kolossaal schilderij, een tijdsdocument in de

dorp en stad gedateerd, zowel vanwege de onbedwingbare

vorm van een panorama. De noord-westelijke stadsrand van

expansie van de hofstad, die wordt bewierookt als ‘de meest

Den Haag ligt dan nog vier kilometer landinwaarts. Slechts

Europese, en desalniettemin een der oorspronkelijkste en

twee lange, kaarsrechte wegen – de Oude Scheveningsche

belangwekkendste Hollandse steden’, als door het ‘verlangen

Weg, een tolweg naar idee van Christiaan Huygens, dwars door

naar de enorme eindeloze zee’, dat langs de kust in heel Europa

de wildernis van de Westduinen heen, en de Nieuwe Scheve-

opgeld doet. Tussen 1884 en 1885 verrijst in Scheveningen het

ningsche Weg langs het kanaal – zorgen voor de verbinding

eerste Kurhaus naar vakkundig Duits ontwerp, gevolgd door de

Wandelhoofd ‘Koningin Wilhelmina’, Scheveningen tijdens de opening, 1890

12


Kaart van Den Haag, door J. Smulders & Co. van Den Haag, omstreeks 1868

aanleg van een brede boulevard en vier jaar later door het

om en in de stad te over. De vraag naar openbare gebouwen,

wandelhoofd ‘Koningin Wilhelmina’, het frivole staketsel uit

fabrieken, woningen en winkels biedt werk aan talrijke architec-

gietijzer en eikenhout van architect Van Liefland, dat – haaks

ten, aannemers, eigenbouwers en speculanten, door wie alle

over de boulevard – driehonderd meter de Noordzee in steekt

neo-stijlen op bestelling kunnen worden geleverd. In mei 1885

en de golven onverschrokken tegemoet treedt. Tussen 1850

wordt, in navolging van de Europese trend, een met glas

en 1900 verdrievoudigt de bevolking van de dorpse stad

overkapte, tweepotige passage geopend, met daarin vijftig

Den Haag, van 70 naar 206 duizend inwoners. Ruimte is er

chique winkels en een hotel; ook op cultureel gebied breidt de

13


Passage Den Haag, ca. 1900

14


Hofjes op binnenterrein Trompstraat, Den Haag 19e eeuw

‘ooievaarstad’ uit, zoals in augustus 1891 met de oprichting

krijgt zoon Co er in de daaropvolgende jaren nog halfbroer

van de Haagsche Kunstkring voor ‘kunstbevordering op elk

Anton en stiefzus Wilhelmina bij. Binnen het gezin Brandes

gebied’. Ten zuidoosten van de Laan van Meerdervoort, die

is het geloof en het gezag van hogerhand vanzelfsprekend

dan de noordwestelijke rand van de stad markeert, en daarmee

en richtinggevend. Ze hebben hun hoop gevestigd op het

de scheiding tussen het ‘zand’ en het ‘veen’, is in de polder

Darbisme, dat zo wordt genoemd naar de oprichter, de Ier

’t Kleine Veentje de drassige natuur al ingewisseld tegen hout,

John Nelson Darby. Zijn geloofsopvatting is eind negentiende

bakstenen en stormvaste dakpannen, en is de Zeeheldenbuurt

eeuw Het Kanaal overgestoken en raakt in Nederland bekend

gebouwd, met riante stadswoningen langs de Jacob van der

als de ‘Vergadering van Gelovigen’. Deze geloofsgemeenschap

Doesstraat en de Trompstraat voor de gegoede burgerij.

is wars van uiterlijk vertoon en combineert een strenge moraal

In schril contrast hiermee zijn vanwege de woningnood de

met opvallend liberale aspecten als het ontbreken van een

binnenterreinen van dit bouwblok volgebouwd met hofjes met

vaste voorganger, doop op latere leeftijd en een eigen liedboek.

éénkamerwoningen van nauwelijks vier bij vijf meter groot en

vaak rug-aan-rug, bestemd voor arme, kinderrijke gezinnen.

eerste uur en raakt bevriend met uitgever Hermanus Cornelis

Voorhoeve, de voornaamste pleitbezorger in Nederland van

Het zijn broeinesten van cholera, met amper sanitaire

De vader van Co behoort tot de Haagse darbisten van het

voorzieningen; de stad Den Haag telt in die tijd zevenhonderd

deze geloofsrichting, waarbinnen de mannen elkaar aanspreken

van dergelijke gangen, sloppen en hofjes, met in totaal negen-

als ‘broeders’. Ook zijn zoon Co blijft dit geloof zijn gehele leven

duizend woningen. Een van deze hofjes in de Trompstraat

trouw; regelmatig zal hij zijn artistieke talenten – om niet –

krijgt er in 1879 op huisnummer 248 twee nieuwe bewoners bij:

inzetten voor zijn ‘broeders’. Na de lagere school volgt Co

het pas getrouwde echtpaar Brandes. De tweeëntwintigjarige

Brandes tussen 1897 en 1900 de driejarige mulo, waar wordt

Teunis Brandes is een steile, stuurse man met een lange baard

onderkend dat hij, met zijn ‘kubistische’ hoofd, beschikt over

en priemende ogen; Cornelia Vellekoop is de jongste dochter

aanleg voor wiskunde, liefde voor de natuur en een boven­

van een Haagse meubelmaker. Hij vindt werk als biljartmaker;

gemiddeld tekentalent. Dat zijn ouders aan het beroep van

niet veel later gaat hij tevens als manufacturier langs de deuren

architect denken, lijkt gezien zijn afkomst onwaarschijnlijk,

met stoffen, garen, band, corsetten en katoenen dekens. Op

hoogstens aan dat van meubelmaker of bouwkundig tekenaar.

26 december 1884 viert het echtpaar feest vanwege de geboorte

van hun kerngezond kerstkind, dat ze net als hun doodgeboren

van Johannes Lodewijk Moritz Lotz, een opzichter met gedegen

eerste zoon van vier jaar eerder de voornamen Jacobus Johannes

bouwkundige kennis én zakelijk instinct, die naast zijn werk

geven, kortweg Co. Als in 1889 kort na elkaar zowel Co’s moeder

voor Gemeentewerken van Den Haag in 1880 het particuliere

als hun tweede kind, dochter Magdalena, komen te overlijden,

Bouwkundig Instituut heeft opgericht. Het blijkt in de snel-

hertrouwt Co’s vader met Cornelia’s oudere zus Susanna en

groeiende stad een gat in de markt: bij ‘Lotz’ worden per jaar

15

Teunis Brandes meldt zijn zoon in 1900 aan bij het instituut


tientallen jongens onderwezen in alle facetten van de bouw­ wereld. In hem treft Co Brandes net als meerdere ambitieuze, aankomende Haagse bouwkundigen een ervaren docent, met talrijke contacten in de wereld van de bouwnijverheid en de Vestiging van de firma Hoek & Wouters in het onderhuis (rechts) aan de Waldeck

architectuur. Overdag werkt Co als timmerman en meubel­

Pyrmontlaan in Den Haag

maker, ’s avonds loopt hij vanuit de Trompstraat, langs de Koninklijke Stallen en de Paleistuin, via het Noordeinde naar de leslokalen van zijn architect-instructeur Lotz in de Raamstraat 27 en krijgt er les in praktische vaardigheden als bouwkundig en perspectivisch tekenen en verwerft er kennis over bouwstijlen, constructie, detaillering en materialen.

Met enkele jaren ‘Lotz’ in zijn bagage verwerft Co Brandes

omstreeks 1903 een baantje als aankomend tekenaar op het locale architectenbureau van Zacharias Hoek en Johannes Thomas Wouters, dat gevestigd is in een onderhuis aan de Waldeck Pyrmontkade 133 en thuis is in elke modieuze stijl; ze bouwen in opdracht, maar fungeren soms ook als ‘eigen­ bouwers’, in de stad Den Haag en in het kleine dorp Wassenaar met dan …inwoners – ten noordoosten van het Haagsche Bosch. De firma Hoek & Wouters is sinds de oprichting in 1896 betrokken bij nieuwbouw van winkelpanden, landhuizen en kantoren in alle mogelijke neostijlen, met opzienbarende bouwwerken als kantoorgebouw Mercurius en …… Steeds vaker raakt de leergierige Co Brandes er betrokken bij het uitwerken en zo nu en dan zelf vervaardigen van ontwerpen, terwijl Hoek over zijn schouder mee kijkt. Op hun kantoor treft Brandes ter inspiratie een uitvoerige bibliotheek met laatnegentiende eeuwse vakliteratuur, van de standaardwerken van Eugen Heinrich Gugel, de eerste hoogleraar in de bouwkunde in Nederland aan de Polytechnische School in Delft, tot boeken Kantoorgebouw Mercurius door firma Hoek & Wouters

16


Kaart uitbreidingsplan Den Haag door Berlage, 1908

over recente Duitse woonhuizen, en mappen met werk van

wordt hij assistent-ontwerper van het utopische plan ‘Moderne

de Oostenrijkse architect Joseph Maria Olbrich. Ook Stil en

Samenwoning’, afgekort M.S., dat het eerste Nederlandse

Architektur’ ….. 1902 de eerste druk van ‘Das Englische Haus’

woonhotel moet gaan worden, een nieuw gebouwtype, dat

en van de Duitse architect en theoreticus Herman Muthesius,

Zacharias Hoek en Johannes Wouters als eerste in Nederland

met zijn fascinatie voor de Engelse Arts & Crafts zullen

willen introduceren: gelijkvloers luxueus wonen met allerhande

vermoedelijk in hun bibliotheek niet hebben ontbroken. Een

service. Vermoedelijk zijn ze geïnspireerd door het hotel Adlon

van de eerste projecten waar Brandes zelfstandig aan werkt is

in aanbouw, dat ze in de zomer van 1906 tijdens een studiereis

in 1906 de bouw van twaalf herenhuizen aan het Stadhouders-

in Berlijn hebben gezien. Ze willen een ‘reuzen-villa’ met 36 wo-

plein als belegging voor de Coöperatieve Vereeniging ‘Gemeen-

ningen en ‘een fraaien gevel van witte steen’, een modieus, met

schappelijk Huizenbezit’, waarvan zowel Hoek als Wouters

violet dakpannetje en met ‘meerdere torens – ontworpen met

aandeelhouder is. Vervolgens ontwerpt hij twee woonhuizen

oud-Hollandse stijlmotieven’ bouwen aan de Stadhouderslaan,

aan de Juliana van Stolberglaan in Den Haag als privébelegging

op de hoek met de Frederik Hendrik­laan. De lokale pers

van zijn werkgever Wouters. Vanwege zijn goede hand van

rapporteert euforisch over dit ‘grootsche bouwwerk’ met een

technisch en vrij tekenen – met een voorliefde voor opbollende

‘entree d’honneur’, een ‘weeldehall’, een biljartzaal, restauratie-

wolkenluchten en voor bomen en struiken in de klare lijn –

zalen, spijsliften, en technische nieuwigheden zoals een

17


Winkelhuis Kerklaan 4, Heemstede, tekening, mei 1908

‘zuigstofinrichting’, ‘centrale verwarming’ en ‘een brieventrans-

van der Steur in het centrum van Haarlem, vier kilometer

port-installatie’. Ondanks deregelijke ronkende krantenartikelen

verderop. Co Brandes maakt zich op diens kantoor in de Grote

strandt het initiatief. Ruim tien jaar later boekt de jonge gene­-

Houtstraat 99 de neo-renaissancistische architectuur eigen,

ratie Haagse architecten wel succes met hun woonhotels en zal

met zijn constrasterende natuurstenen speklagen, sluitstenen

dit gebouwtype uitgroeien tot een typisch Haags fenomeen.

en cordonlijsten, en de trapgevels en de sierlijke gevelankers. Van dichtbij neemt hij kennis van het kersverse winnende

Na al eerder vanuit hun deprimerende hofje te zijn verkast

prijsvraagontwerp voor het Haagse Vredespaleis, waar Van der

naar de Vaillantlaan 143, verlaat vader Teunis Brandes met zijn

Steur vanaf het vroege voorjaar van 1907 intensief bij betrokken

vrouw, zijn drie kinderen Co, Wilhelmina en Anton en hun

is geraakt: zijn bureau is uitverkoren om het winnende, maar

weinige huisraad eind april 1906 de stad Den Haag, op weg naar

ook prijzige ontwerp van architect Louis-Marie Le Cordonnier,

het dorp Heemstede. Het gezin vestigt zich in een tweelaags

die afkomstig is uit het Noordfranse Lille, in hoog tempo uit te

woonhuis aan de landelijke Kerklaan 45, naast het schilders­

werken, aan te passen aan de Hollandse bouwmethodiek, en in

bedrijf van ‘broeder’ Arie van Rijn Tz.. Met goede referenties

één moeite door drastisch te bezuinigen. Het is aannemelijk dat

van Lotz op zak en enkele jaren praktijkervaring bij de firma

ook Co Brandes hieraan als tekenaar een bescheiden bijdrage

Hoek & Wouters, weet Co aan werk te komen als bouwkundig

levert, nadat Le Cordonnier eind maart 1907 in Haarlem de

tekenaar op het architectenbureau van Johan Adrianus Gerard

stand van het tekenwerk en het bestek is komen inspecteren. Nadat Van der Steur op maandagavond 15 juli 1907 als een ware volksheld op het station van Haarlem is uitgezwaaid richting Den Haag, volgt de drieëntwintigjarige Co Brandes zijn tweede leermeester kort daarop terug naar Den Haag, in de hoop om op het bouwbureau ‘Buitenrust’ aan de Scheveningscheweg 20, vlak bij de immense bouwput bouwplaats, mee te mogen werken aan de bouw van het Vredespaleis. Maar Van der Steur recruteert zijn staf van ontwerpers in Den Haag uitsluitend uit jonge getalenteerde bouwkundige ingenieurs, die hij kent van de Polytechnische School in Delft zoals Herman Rosse, Dirk Slothouwer, Gustav Bremer en Hendrik Wijdeveld; ook een baan als opzichter of tekenaar is voor Brandes niet weggelegd. Hoek en Wouters zijn blij dat ze weer een beroep op hem kunnen doen. Wel inspireert dit neorenaissancistische bouw-

Uitvoerend architect J.A.G. van der Steur verlaat de Vredespaleis bouwplaats, 1913

18


Kaart uitbreidingsplan Den Haag door Berlage, 1908

werk, dat bij de eerste steenlegging op 30 juli 1907 al gedateerd

Stationsweg. Al vanaf eind 1906 heeft architect Co Brandes

oogt, Co Brandes tot de volgende stap in zijn loopbaan: hij wil

mondjesmaat zijn eerste, particuliere opdrachtgevers, zoals de

architect worden en meldt zich in 1908 aan, net als zijn oudere

‘broeders’ ….Lemkes en C.J. Jongenburger, beide uit Alphen

vriend, ‘broeder’ Willem Verschoor, bij de ‘Bond van Neder-

aan den Rijn, dat in die tijd geldt als ‘het bolwerk van het

landsche Architecten’. Vanaf dat moment geniet hij het

darbisme’. Het meest tot de verbeelding spreekt zijn ontwerp

voorrecht om de drieletterige titulatuur B.N.A. aan zijn naam te

voor het Haagse echtpaar Antoine Clantt van der Mijll, die

mogen toevoegen, waarvan hij grif gebruik maakt. Samen met

raadsheer is bij de Hoge Raad, en zijn vrouw Jacoba Clant van

Verschoor maakt hij in die jaren door een tweetal reizen kennis

der Mijll-Piepers, vertaalster van het werk van Hendrik Ibsen.

met de moderne architectuur in Duitsland, waar zijn vriend, die

Ze zoeken een architect voor hun nieuw te bouwen stadsvilla in

een fascinatie koestert voor gewapend beton, jarenlang als

Hilversum. Navraag op het bureau van de drukbezette Van der

bouwkundig tekenaar heeft gewerkt. De jonge, nog ongetrouw-

Steur in Den Haag en de jonge Haagse architect Jo Limburg, de

de Co Brandes neemt in Den Haag eerst zijn intrek bij zijn neef

man van hun dochter, doet hen voor Brandes kiezen. Zijn villa ‘

in de Van Brakelstraat in de hem vertrouwde Zeeheldenbuurt,

Hooftsburgh’ uit juni 1907 vertoont tot in het kleinste detail de

en trekt vervolgens twee jaar in bij Willem Verschoor aan de

sporen van Van der Steur’s neorenaissancistische opvattingen.

19


Jac. J. Vellekoop, in 1906 grotendeels zelf bouwt in de Charlotte de Bourbonstraat weet Brandes, met foto’s en plattegronden, gepubliceerd te krijgen in het vaktijdschrift ‘Het Bouwbedrijf’, dat door hemzelf – met zelfkennis – wordt getypeerd als ‘geene poging om tot de bouwkunst of den stijl der toekomst te geraken’.1 In datzelfde jaar heeft Zacharias Hoek, die geboren is in Noordwijk-Binnen, de assistentie van Co Brandes hard nodig bij zijn eervolle opdracht voor het ontwerpen van het Palace-Hotel in zijn geboorteplaats. Hoek is dan wel de verantwoordelijke architect van het licht zandsteenkleurige bouwwerk van 72 kamers groot, pal aan zee, maar ook Co Brandes levert aan het hotel, dat na de nodige vertraging in juni 1912 kan worden geopend, een wezenlijke bijdrage, als bouwkundig tekenaar en ontwerper. De eerste, bescheiden expositie van zijn vroegste werk heeft de kersverse, maar gedreven architect Co Brandes dan al achter de rug: in september 1910, vierentwintig jaar oud, exposeert hij enkele schetsen van villa’s op de tentoonstelling ‘Architectuurschetsen van Nederlandsche Bouwmeesters’ in het pand Herengracht 13,

Stadsvilla ‘Hooftsburgh, Hilversum, plattegrond begane grond

dat op dat moment de thuisbasis is van de Haagsche Kunstkring. Brandes exposeert er met niet de minsten: Berlage doet

Rechtsonder signeert hij zijn bouwtekeningen met ‘Jac.

mee, het hemel­bestormende talent Hendrik Wijdeveld en

J. Brandes Architect’, dan nog in de veronderstelling dat een

ook Brandes’ vriend Willem Verschoor, die dan nog tekenaar-

dergelijke voornaam meer indruk op potentiële opdrachtgevers

opzichter is bij Gemeente­werken in Den Haag. Een maand

maakt dan het boerse ‘Co’. In 1909 wordt hij, gelijktijdig met

later reist deze tentoonstelling door naar de Rotonde-Zaal

de vijf jaar oudere Verschoor, lid van de Haagsche Kunstkring,

van het Museum van Kunstnijverheid in Haarlem. Het levert

waar op dat moment ene Theo van Doesburg natuurgetrouwe,

Brandes twee summiere recensies op: de ene criticus doet het

bruine impressionistische schilderijen exposeert. Zowel

af, met enig dédain, als ‘meer of minder uitvoerige potlood-

de stadsvilla in Hilversum als de stadswoning of herenhuis,

krabbels’, de andere onderkent in zijn werk ‘een zekere groote

die zijn grootvader van moeders kant, ‘rustend vakman’

allure’, maar ‘zeer zwaar Duitsch’.

20


Stadsvilla met trapgevel en erker voor J.J. Vellekoop in de Charlotte de Bourbonstraat, 1907

Vredespaleis door Le Cordonnier / Van der Steur, 1913

Palace Hotel Noordwijk

21


Ontwerp van Jac.J. Brandes voor twee woonhuizen aan de Stationsstraat te Alphen aan den Rijn voor C.L. Jongenburger, blauwdruk, mei 1907

22


23


Co Brandes - Bouwmeester van de Nieuwe Haagse School  

Het rijk geïllustreerde boek Co Brandes. Bouwmeester van de Nieuwe Haagse School omvat niet alleen het allereerste volledige overzicht in te...

Co Brandes - Bouwmeester van de Nieuwe Haagse School  

Het rijk geïllustreerde boek Co Brandes. Bouwmeester van de Nieuwe Haagse School omvat niet alleen het allereerste volledige overzicht in te...

Advertisement