Page 1

Delft Architectural Studies on Housing

From Dwelling to Dwelling Radical Housing Transformations

Van woning naar woning

Radicale transformaties van woongebouwen

naioÄąo uitgevers / publishers


2 Redactioneel Editorial 4 Ongeplande verandering als ontwikkelingsstrategie Unplanned Adaptation as a Development Strategy Flora Nycolaas Wonen is veranderlijk en mensen verbouwen al eeuwenlang hun woningen om deze naar eigen wens in te richten. Juist deze verande­ ringen maken woningen en woongebouwen – meer dan publieke gebouwen – de meest permanente structuren in het stedelijk weefsel. Tastes in housing change and people have been converting their dwellings to their own liking for centuries. It is these changes that make dwellings and residential buildings rather than public buildings the most permanent structures of the urban tissue.

14 Knutselen in de woningbouw

Instrumenten voor de aanpak van de naoorlogse woning­voorraad Housing Bricolage Tools for Manipulating Post-War Collective Housing Fabio Lepratto De grote transformatie van veelal naoorlogse woonwijken is overal in Europa in gang gezet. Uit een vergelijkende analyse van typologische ingrepen en verschillende oplossingen distilleert de auteur een cate­go­ risch overzicht, als voorbeeld en inspiratie voor toekomstige opgaven. Across Europe, the major transformation of mostly post-war residential neighbourhoods has been set in motion. From a comparative analysis of typological interventions and different solutions, the author infers a categorical overview as an example and inspiration for future challenges.

32 Een wijk doen kantelen Bringing a Neighbourhood to a Tipping Point Interview met/with Marius Heijn Hoe protest tegen sloop van oude panden door een aantal goed georgani­seerde huurders leidde tot een nieuw marktconcept voor een ontwikkelaar, waarin cascorenovatie en Collectief Particulier Opdracht­ geverschap oude woningen een nieuwe toekomst geven. How the protests of a number of well-organized tenants against the demolition of old buildings led to a new commercial development concept in which shell renovation and collective private commis­ sionership give old dwellings a new future.

38 ‘Nieuwbouwwoningen maken kan iedereen’ ‘Anyone Can Build New Houses’ Interview met/with Gert Jan te Velde Over de kansen en uitdagingen voor de sleutelrol van de architect, die niet begint bij een leeg kavel maar als vertrekpunt heeft wat er al is. Op zoek naar ruimtelijke kwaliteit in gebouwde structuren met bestaande bewoners in een stad in ontwikkeling. About the opportunities and challenges of the key role of the architect who takes the existing as a starting point rather than the empty lot, looking for spatial quality in built structures that are already occupied in cities under development.

44 In beton gegoten Groei en verandering in het werk van Jaap Bakema Cast in Concrete Growth and Change in Jaap Bakema’s Oeuvre Dirk van den Heuvel Het ontwerp van structuren die bewoners zelf konden invullen en veranderen, was een kerngedachte in veel voorstellen van Jaap Bakema. Hoewel mede geïnspireerd door het pittoreske Split, wist hij bewoners niet altijd te overtuigen. Many of Jaap Bakema’s proposals centred on the idea of designing structures that residents could fill in or change themselves. Though partly inspired by the picturesque city of Split, he could not always convince residents.

54 Ons dagelijks erfgoed Conflicten en kansen bij renovatie van monumentale woon­ gebouwen Our Daily Heritage Conflicts and Opportunities when Renovating Residential ­Buildings Listed as Monuments Lidwine Spoormans Waar de beschermende status van een als monument geregistreerd gebouw meestal beperkingen oplegt aan de mate van verandering, laat de auteur aan de hand van voorbeelden zien hoe er juist dankzij deze bescherming bijzondere transformaties kunnen worden gerealiseerd. The protected status of a building that is registered as a monument usually limits the degree of change allowed. The author uses examples to show how, precisely thanks to this protection, special trans­forma­tions can nevertheless be realized in some cases.

67-155 Projectdocumentatie Project Documentation Dick van Gameren, Olv Klijn & Harald Mooij Met bijdragen van/with contributions by Axel Beem, Ana Luisa da Fonseca, Enrico Forestieri, Arjan Hebly, Annenies Kraaij, ­Davida Rauch, Carlyn Simoen, Willemijn Wilms Floet, Jurjen Zeinstra 156-160 Personalia Biographies Illustratieverantwoording Illustration Credits Colofon Credits Eerder verschenen Back Issues


14

Knutselen in de woningbouw Fabio Lepratto

Housing Bricolage

Instrumenten voor de aanpak van de naoorlogse woningvoorraad 1

Van woning naar woning

From Dwelling to Dwelling

Tools for Manipulating Post-War Collective Housing1

DASH

1 Park Hill, Sheffield. Jack Lynn en Ivor Smith, 1961. Hawkins Brown Architects, Studio Egret West, 2012. De ‘luchtstraat’ na transformatie Park Hill, Sheffield. Jack Lynn, Ivor Smith, 1961. Hawkins\Brown Architects, Studio Egret West, 2012. The ‘street in the sky’ after trans­ formation


Bij alles wat er tegenwoordig aan transformaties in de bestaande stad plaatsvindt, is het van cruciaal belang de moderne massawoningbouw die na de Tweede Wereldoorlog in heel Europa is gebouwd, opnieuw te overdenken. In de afgelopen 20 jaar zijn talloze renovatieprojecten uitgevoerd, gericht op een ruimtelijke, functionele en esthetische, maar ook milieutechnische aanpassing van dit type woningbouw aan eigentijdse behoeften en levensstijlen.2 De Europese Unie moedigde deze experimenten aan, in eerste instantie via de URBAN Initiatives3 (1994), later via de Leipzig Charter on Sustainable European Cities (2007) en de Toledo Declaration (2010), om gemeenschappelijke doelstellingen te formuleren voor de herwaardering van de stedelijke en milieutechnische kwaliteiten van de stad – te beginnen vanuit de woonruimte. Dat ingrijpen dringend noodzakelijk is, werd recent nog eens bevestigd door de prijsvraag ‘Urban Revitalization of Mass Housing’ die VN-Habitat in 2013 lanceerde als onderdeel van zijn Global Housing Strategy.4 Vaak raken gebouwen waarin geëxperi­men­ teerd is met nieuwe constructietechnieken als gewapend beton en geprefabriceerde elementen, vroegtijdig in verval. Typologische uniformiteit en een gebrek aan variatie beperken bovendien de mogelijkheden om gebouwen in de loop der tijd aan te passen, wat zich ook vertaalt in een esthetische serialiteit die we tegenwoordig als overmatig homogeen bestempelen. Vanuit het niveau van de stad bekeken is ook duidelijk dat: (1) functionele zonering al snel haar beperkingen toonde, (2) het ruimer en ‘vloeibaar’ maken van open ruimten niet in staat is gebleken gevoelens van verbondenheid te stimuleren, (3) de monumentale schaal van de architectuur vaak tot oncomfortabele woonomgevingen heeft geleid en dat (4) slechte verbindingen met de wijdere omgeving het gevoel van marginalisatie doen toenemen. Maar uiteindelijk blijkt in deze extreem schematische ordening – in combinatie met serialiteit en een gebrek aan duidelijke architectonische accenten – juist een grote kans voor transformatie te liggen. Ze verschaft ontwerpers namelijk een soort algemene basis om nieuwe elementen toe te voegen, waardoor specifieke ruimtelijke eigenschappen uit het verleden opnieuw kunnen worden gewaardeerd. In de huidige experimenten wordt meestal geprobeerd een grotere (maatschappelijke, functionele en typologische enzovoort) mix tot stand te brengen, net als een gevarieerder gebruik van publieke en particuliere ruimte, meer stedelijke complexiteit, een betere verhouding tussen de verschillende schaalniveaus en een effectieve articulatie van de openbare ruimte. In ieder project worden radicale en/of gematigde veranderingen gecombineerd tot een creatief proces waarin de gebouwen en het bestaande stadslandschap karaktervol worden vernieuwd. Traditionele, moderne en hedendaagse elementen worden zo onder­­ deel van een dialectisch proces dat ons in staat stelt een ​​scenario te her­­ schrijven, waar het contemporaine vanzelf doorsijpelt tot op de palim­ p­­sest van de moderne stad. Dit is deels mogelijk door elementen die kenmerkend zijn voor de traditionele stad in ere te herstellen. Met andere woorden, door de moderniteit te overstijgen, liggen er kansen voor een originele synthese die nieuwe vormen van huisvesting genereert. De studie en interpretatie van morfologische en typologische variaties is daarom bedoeld om verschillende terugkerende architec­tonische en stedenbouwkundige veranderingen te belichten – voor­beelden waarin eerdere ideeën over het wonen zijn aangepast aan eigen­tijdse behoeften, door de oorspronkelijke projecten als het ware te ‘corrigeren’. Transformatie als daad van schepping5 Het is absoluut noodzakelijk om de enorme, uit de vorige eeuw stammende woningvoorraad niet alleen in stand te houden, maar er

DASH

Knutselen in de woningbouw Housing Bricolage

Among the many forms of architectural and urban transformations of the existing city, the rethinking of modern mass housing built throughout Europe after the Second World War has become a crucial topic in the contemporary debate. Over the last 20 years, we have seen numerous projects focused on redesigning such spaces to accommodate current needs and lifestyles, in terms of spatial, functional and aesthetic endow­ ment, as well as environmental requirements.2 These numerous and widespread experiments have also been encouraged at the EU level: first, with the URBAN Initiatives (1994),3 later with the Leipzig Charter on Sustainable European Cities (2007) and with the Toledo Declaration (2010), intended to promote common objectives for rethinking the city’s urban and environmental qualities – starting from its housing spaces. The urgency of action has recently been reaffirmed by UN-Habitat through the ‘Urban Revitalization of Mass Housing’ competition (2013), launched as part of the Global Housing Strategy.4 Often, buildings have prematurely deteriorated as a result of using new experimental construction techniques based on reinforced concrete and prefabricated structures. Moreover, typological uniformity and resistance to variation limit the capacity of buildings to adapt over time, this translates also into aesthetic seriality – today seen as excessive homogenization. Also, considering the urban scale: (1) functional zoning quickly revealed its limitations, (2) the dilation and fluidity of open spaces have often proven to be incapable of stimulating density of relationships, (3) the monumental scale of architecture has repeatedly created uncomfortable environments, and (4) the poor relations with the surrounding context have strengthened the sense of marginalization. In the end, this extreme schematicism – combined with seriality and absence of distinct architectural accent – today offers a great potential for transformation. It provides designers with a fairly generic basis capable of embodying new architectural inputs, with the aim of rethinking spatial qualities of what has been inherited from the past. These experiments now under­ way generally seek to achieve a greater mixité (social, functional, typological, etcetera) with more variable uses of public and private spaces, a higher degree of urban complexity, an appropriate relation­ ship between different scales and an effective articulation of open spaces. By combining more radical or measured changes in each case, a creative process can be developed giving a new character to the buildings and existing urban landscape. Traditional, modern and contemporary elements thus become part of a dialectical process that enables us to rewrite a scenario where contemporaneity itself filters into the palimpsest of the modern city. This is possible, in part, by recovering some elements that typically belong to the traditional city. In other words, moving beyond modernity offers an original synthesis that generates new forms of housing. Hence, the study and interpretation of morphological and typological variations aims at highlighting several recurrent architectural and urban mutations – where former ideas of living are adapted to contemporary needs by ‘correcting’ the original projects. Transformation as an Act of Creation5 Given the need to rethink and not just maintain the huge housing stock inherited from the past century, the concept of modifying the existing seems – nowadays – to have been fully rehabilitated on the cultural level and given greater considerations in terms of design. After the twentieth century, which focused on developing new residential areas, interest has returned to ‘what exists’6 in a society compelled to accept the overall reduction in funding availabilities, the exhaustion of raw materials and energy resources, as well as the spread of an ecological consciousness that calls a halt to wastage in the construction

15


16 DASH

2 Woningbouwtransformaties: een verzameling voorbeelden Housing transformations: a collection of case studies


26 Sheffield (afb. 16), waar de architectuur van het gebouw nog steeds wordt bepaald door de rasters van gewapend beton en de transformatie beperkt bleef tot vervanging van panelen en technische verbeteringen. De drie verschillende kleuren baksteen in het originele ontwerp zijn vervangen door ondoorzichtige panelen met dezelfde kleuren die direct geïntegreerd zijn in nieuwe raamkozijnen. Bij een verdikking van de gevel (F.03) kan óf een aaneengesloten serie loggia’s worden aangebracht of het vloeroppervlak van de woningen worden verruimd. In het eerste geval kan dat eruit komen te zien alsof er een tweede schil op de bestaande is aangebracht, zoals bij het Square Vitruve­gebouw in Parijs (afb. 14), waar de appartementen voorzien zijn van nieuwe buitenruimte. Een duidelijk voorbeeld van het tweede is te zien bij het Parijse Tour Bois­le­Prêtre­ project (afb. 13), waar een nieuwe structuur langs de voorgevel van de bestaande toren de kans bood om het vloeroppervlak uit te breiden met nieuwe kamers, serres en doorlopende balkons. De beide projecten vertonen een interessante variatie op het vocabulaire, en daarbij zijn de woonruimten ook verbeterd. Vaak worden ook de zijgevels herontworpen (F.04) om gesloten kopgevels op te waarderen, die ontstaan zijn door op de uiteinden van het gebouw geen afwijkende woningen te situeren. De meest voor­ komende aanpak is het maken van nieuwe openingen of het plaatsen van balkons met de bedoeling de ruimten van de woning te verrijken, en dit verandert tegelijk het beeld van het hele gebouw.

DASH

4 De typologische vormgeving Veranderende leefstijlen en groeiende aantallen nieuwe soorten bewoners vragen uiteraard om een andere organisatie en indeling van plattegronden, of toewijzing van extra ruimte om voorzieningen te delen. Het gebrek aan flexibiliteit, die deels het gevolg is van een te rigide functionalistische aanpak, maakt het vaak niet eenvoudig ze te veranderen zonder grondige renovatie. Door middel van een verbouwing kunnen plattegronden bijvoorbeeld worden aangepast voor tijdelijke accommodatie van studenten en andere stadsbewoners, kan ouderenhuisvesting worden gerealiseerd, kunnen woongroepen of het groeiende aantal kleine huishoudens worden geïntegreerd, en kan er tegemoet worden gekomen aan de huisvesting van migranten. Met wat extra inspanning kan een ingreep in een gebouw ruimte maken voor nieuwe open plattegronden die altijd aan te passen en dus zeer duurzaam zijn. Het totale vloeroppervlak per woonruimte kan worden aangepast (TA.01) of de binnenruimten kunnen anders worden ingedeeld. In eerste instantie is er een tendens om het formaat van de wooneen­ heden aan te passen aan de veranderende grootte van huishoudens. Ten tweede kunnen kamers groter worden gemaakt door hun aantal te verminderen. In Park Hill (afb. 16) heeft de herindeling geleid tot een combinatie van woonkamer en keuken tot één ruimte en een afname van het aantal slaapkamers omwille van een grotere badkamer – daarbij wordt het idee van Existenzminimum losgelaten ten behoeve van een ‘Existenzmedium’.10 De entree tot de individuele wooneenheden is herontworpen door de grote afmetingen van de ‘luchtstraat’ opnieuw te detailleren en er meer ritme in aan te brengen. Elders wordt woningrenovatie ook wel gebruikt om in contrast met de eerdere serialiteit het aantal typen te vergroten (TA.02). Interieurs kunnen zowel qua plattegrond als doorsnede worden gestript, zoals in de Klarenstraat (afb. 15), waar de radicale verbouwing van 40 identieke plattegronden door Vanschagen Architecten resulteerde in een complexe combinatie van 30 unieke appartementen. Ten slotte kan een aanpassing van de gebouwontsluiting (TA.03) ook leiden tot de

4 Typological articulation The changes in lifestyles and the emergence of new kinds of inhabitants obviously call for a different organization of homes, a rearrangement of distribution patterns or even the allocation of additional spaces to host shared services. Lack of flexibility, partly due to an excessively restrictive functionalist approach, frequently makes these buildings resistant to change unless there is a deep refurbishment. Through conversion, it becomes possible, for instance, to adapt internal typologies for tempo­ rary student and city users accommodation, provide for senior citizens, integrate cohabitation initiatives, face up to the growing numbers of small households or even accommodate and integrate migrants. With further effort, the action undertaken on the building may be capable of providing new open typologies that are continuously transformable, thus offering higher durability. The overall surface area of the home may be subjected to adjustments (TA.01) or to a different subdivision of the interiors. At first, there is a tendency to alter the perimeters of home units to suit the changing sizes of households. Secondly, rooms can be made more spacious by reduc­ ing their total number. In the case of Park Hill (fig. 16), the subdivision of units has led to combining living room and kitchen in a single space and to a reduction in the number of bedrooms for the sake of larger bath­ rooms – abandoning the idea of the Existenz minimum for an Existenz medium.10 The access to individual home units is reformulated by reproportioning the large dimensions of the ‘street in the sky’ and giving a greater rhythm to its linearity. Elsewhere, some housing conversions also attempt a multiplication of the typologies (TA.02), and so contrast with the previous seriality. The interiors may be stripped in both plan and section, as seen in the Klarenstraat building (fig. 15), where the radical conversion project by Vanschagen Architecten led to a complex combination of 30 unique apartments with 40 identical typologies as their starting point. Finally, the adjustment of distribution spaces (TA.03) may involve inserting lifts or eliminating the entrance steps so as to facilitate those with mobility problems, given the gradual aging of the population. 5 Building morphology The articulation of the volume is often the result of the need to recalibrate building density, mostly due to an increase or decrease in the local population. This provides an opportunity to establish a new relationship between the structure and its surroundings through change of scale and articulation of the urban profile. Different kinds of volumetric manipulation can lead to distinct project outcomes such as removal, assemblage or incorporation. Removal of volume (BM 01) means that a building is downsized by reducing its height or creating interruptions in its linear development. One such example is the project for Haus 7 in Südstadt (fig. 17). The prefabricated body, five storeys high, has been lowered by one floor and divided into eight separate blocks – taking advantage of the features offered by the construction technique. The home units will be redesigned with the addition of new balconies and windows on all four sides. The change of scale makes for greater integration of the homes into the local context. An increase in density can also lead to an overall articulation capable of completely redefining the existing building profile by assembling new volumes (BM 02). De Dillenburg in Leidschendam (fig. 20), for instance, shows a way to add new homes and new functions within a morpho­ logically uniform neighbourhood. This offered an opportunity to vary the skyline by introducing a tower that marks the entrance to the central park.


Prospetto lato giardino interno PRIMA

DASH

Knutselen in de woningbouw Housing BricolageDOPO

PRIMA

Voor Before

DOPO

Schema sezione longitudinale Schema sezione longitudinale

Begane grond Ground level

Pianta PT Standaardverdieping Typical floor

Pianta PT DOPO Na After

Prospetto lato giardino interno

Pianta piano tipo Na After

Nuovi spazi abitati in copertura

Edi cio a trasformazione in corso

Nuovi spazi abitati in copertura

Begane grond Ground level

Schema sezione longitudinale

Tweede verdieping Second floor

Prospetto lato giardino interno

Oorspronkelijke plattegrond (gedeeltelijk) en appartementen Original floor plan (partial) and apartments

Pianta PT 15

PRIMA

Voor Before

PRIMA

Pianta tipo Edi ciopiano a trasformazione in corso

Klarenstraat, Amsterdam. E. F. DOPO Groosman, 1956. Vanschagen Architecten, 2015

Nuovi spazi abitati in copertura 118

Bricolage Urbano

118

Schema sezione longitudinale Bricolage Urbano

Klarenstraat, Amsterdam. E.F. Groosman, 1956. Vanschagen Architecten, 2015

Pianta piano tipo Edi cio a trasformazione in corso

Pianta PT

Pianta piano tipo Edi cio a trasformazione in corso

Nuovi spazi abitati in copertura

Na After

118

Bricolage Urbano

Plattegrond (gedeeltelijk) en appartementen na transformatie Transformed floor plan (partial) and apartments 16 Park Hill, Sheffield. Jack Lynn en Ivor Smith, 1961. Hawkins Brown Architects, Studio Egret West, 2012

Bricolage Urbano

27

118

Park Hill, Sheffield. Jack Lynn, Ivor Smith, 1961. Hawkins\Brown Architects, Studio Egret West, 2012


Van woning naar woning

Dick van Gameren, Olv Klijn & Harald Mooij

DASH

Projectdocumentatie Van woning naar woning Project Documentation From Dwelling to Dwelling Met bijdragen van/With contributions by: Enrico Forestieri, Arjan Hebly, Annenies Kraaij, Jurjen Zeinstra & Willemijn Wilms Floet Tekeningen/Drawings: Ana Luisa da Fonseca, Axel Beem, Davida Rauch & Carlyn Simoen 70 Paleis van Diocletianus, Split (KR), gebouwd 295­305, transformatie vanaf circa zesde eeuw Diocletian’s Palace, Split (KR), construction 295­305, transformation from approximately the sixth century

Proveniershof, Haarlem (NL), construction 1414 (convent) and 1717 (Proveniershuis), trans­ formation from approximately 1866

88 Albany, Londen (GB), gebouwd 1771­1775 (Melbourne House), sir William Chambers, transformatie 1802­1803, Henry Holland Albany, London (GB), construction 1771­1775 (Melbourne House), Sir William Chambers, transformation 1802­1803, Henry Holland

96 Corso XXII Marzo, Milaan (IT), gebouwd 1914, Antonio Pellegrini, transformatie 1982, Gianni Celada Corso XXII Marzo, Milan (IT), construction 1914, Antonio Pellegrini, transformation 1982, Gianni Celada

104 Kleinseminarie Hageveld, Heemstede (NL), gebouwd 1923, Jan Stuyt, transformatie 2001­ 2007, Ontwerpgroep MYJ (nu KBnG) Minor Seminary Hageveld, Heemstede (NL), construction 1923, Jan Stuyt, transformation 2001­2007, Ontwerpgroep MYJ (now KBnG)

Een Blok Stad, Rotterdam (NL), construction 1901­1911, transformation 2007­2011

122 Herengracht 249, Amsterdam (NL), gebouwd 1746, Pieter Intesz. Claes, transformatie 2010, Emma architecten Herengracht 249, Amsterdam (NL), construction 1746, Pieter Intesz. Claes, transformation 2010, Emma Architecten

130 Justus van Effen-complex, Rotterdam (NL), gebouwd 1922, Michiel Brinkman, transformatie 1984 en 2009, Hebly Theunissen Architecten en Molenaar & Co architecten Justus van Effen Complex, Rotterdam (NL), construction 1922, Michiel Brinkman, transformation 1984 and 2009, Hebly Theunissen Architecten and Molenaar & Co architecten

From Dwelling to Dwelling

80 Proveniershof, Haarlem (NL), gebouwd 1414 (klooster) en 1717 (Proveniershuis), transformatie vanaf circa 1866

114 Een Blok Stad, Rotterdam (NL), gebouwd 1901­1911, transformatie 2007­2011

140 Panelák, Rimavská Sobota (SL), gebouwd 1972­ 1975, Stavoprojekt Banská Bystrica, Projektový Ateliér A4, transformatie 2007­2014, gutgut architects Panelák, Rimavská Sobota (SL), construction 1972­ 1975, Stavoprojekt Banská Bystrica, Projektový Ateliér A4, transformation 2007­2014, gutgut architects

148 Klarenstraat, Amsterdam (NL), gebouwd 1958, Ernest Groosman, transformatie 2014, VanSchagen Architecten

67

Klarenstraat, Amsterdam (NL), construction 1958, Ernest Groosman, transformation 2014, VanSchagen Architecten


68 From Dwelling to Dwelling Van woning naar woning DASH

From Dwelling to Dwelling Traditionally, architecture is not only about the production of new buildings, but also about the adaptation of existing ones. Consulting the history of architecture teaches us that there are count­less fantastic examples of buildings that have been radically transformed over time, for example Roman theatres and stadiums that were trans­ formed into squares and residential complexes or, more recently, industrial or religious heritage that acquired a new, residential destination. The transformation of buildings originally designed for habitation is a very special task. The ten projects documented in this DASH show that the transformation of dwellings into dwellings is a topical phenomenon, but not a new one. Against the background of a wide range of projects from different periods that involve different forms of habitation, this issue presents a rich variety of design options and solutions. The projects are arranged by the years of their documented transformations. Diocletian’s Palace in Split (KR) shows how even after 15 centuries of transformation, the frag­ mented structure of an ancient dwelling for one man and his court continues to play a symbiotic part in the daily life of a contemporary city. The Proveniershof in Haarlem (NL) shows how smart conversions and internal transformations allowed a secluded, century-old courtyard building to adapt to the requirements of the different periods. Due to changing economic conditions, the transformation of the Melbourne House in London (GB) into the exclusive Albany led to surprising new forms of habitation; the personality of the original building continues to be important to the many new residents as well. That the transformation of existing buildings can also serve an urban purpose by maintaining the character of the public space is shown by the Corso XXII Marzo project in Milan (IT). Here, behind remnants of existing nineteenth-century façades, the most radical transformation in this issue of DASH was carried out. Adding an extra floor behind existing façade openings created unconventional and spatial interiors. The transformation of the Minor Seminary Hageveld in Heemstede (NL) illustrates how the preservation of both the large scale and the dis­ tinguished appearance of this early twentiethcentury collective residential and educational building in a park-like setting ensured its appeal to the individual residents of luxurious apart­ments that were realized here after the transformation. Conversely, the inner-city project Een Blok Stad

in Rotterdam (NL), which apparently had no dis­ tinctive qualities left at all, shows how an approach that involves different architects highlights the potential of mixing the old with the new. The incremental transformation of inner cities at the level of the individual dwelling is illustrated by Herengracht 249 in Amsterdam (NL). The dwelling is exemplary for the way history, heritage and innovation continue to go hand in hand. The recent renovation of the Justus van Effen Complex in Rotterdam proves that the transformation of heritage can also involve a subtle combination of restoration and redesign. The projects Panelák in Rimavská Sobota (SL) and Klarenstraat in Amsterdam (NL), finally, each in their own way convincingly show how the transformation of post-war housing can almost seamlessly introduce new qualities and target groups into an existing urban context. The projects in this DASH have been redrawn in their situation before and after transformation, with new additions drawn in brown over the black lines of the preserved building parts. The illustrations also show both the old and the recent situation. Where taking new photographs was not allowed, we used existing photos by the architect or a selling party. For helping us obtain information we would like to thank the following people: Dr Katja Marasović, Noord-Hollands Archief, housing association Ymere, Archivio Storico Civico di Milano, Mr Gianni Celada, architecture office Kbng, archi­tecture and design practice Studio Shift, Hebly Theunissen Architecten, Emma Architecten, gutgut archi­tects and the municipal archives of Rotterdam and Amsterdam.


DASH

Gevel voorafgaand aan de transformatie Faรงade before the transformation

Oorspronkelijke en nieuwe gevelaanzichten Original and new faรงade aspects

Nieuwe gevel na de transformatie New faรงade after the transformation

143


144

Oorspronkelijke doorsnede Original cross section

Plattegrond typische verdieping Floor plan typical floor

DASH

Plattegrond begane grond Floor plan ground floor

Doorsnede na transformatie Cross section after transformation

Doorsnede na transformatie Cross section after transformation


160

Eerder verschenen Back Issues

Delft Architectural Studies on Housing

De woningplattegrond

The Residential Floor Plan Standard and ideal

Standaard en ideaal

U

t

Prin

ht /

koc

r itve

of Out

NAi Uitgevers /Publishers

Nieuwe open ruimte in het woonensemble New Open Space in the Housing Ensemble

Het luxe stadsappartement The Luxury City Apartment

Het woonerf leeft The ‘Woonerf’ Today

De woningplattegrond The Residential Floor Plan

Wonen in een nieuw verleden Living in a New Past

Het ecohuis The Eco House

Samen bouwen Building Together

Studentenhuisvesting Housing the Student

Stijlkamers Interiors on Display

Woningbouw wereldwijd Global Housing

Voor meer informatie over eerder gepubliceerde nummers van DASH, kunt u terecht op www.dash-journal.com of www.nai010.com/DASH

For more information on previously published issues of DASH, please visit www.dash-journal.com or www.nai010.com/DASH

Delft Architectural Studies on Housing

The Urban Enclave

De stadsenclave

NAi Uitgevers /Publishers

De stadsenclave The Urban Enclave

Delft Architectural Studies on Housing

Housing Exhibitions

Woningbouwtentoonstellingen

nai010 uitgevers / publishers

DASH

Woningbouwtentoonstellingen Housing Exhibitions


DASH Volgend nummer Next Issue

Huis Werk Stad Home Work City Wonen en werken in het stedelijk bouwblok Living and Working in the Urban Block

De scheiding tussen wonen en werken, een van de dogma’s van de modernistische stedenbouw, staat met de hedendaagse serviceeconomie ter discussie. Steeds meer mensen werken vanuit huis, in woningen die nooit voor dit doel zijn ontworpen. DASH stelt in deze uitgave de vraag wat deze vervaging van de woon/werk­ scheiding voor het ontwerp van de stad zal betekenen, als deze ontwikkeling (opnieuw) de norm wordt. Wat is hier de rol van de ontwerper? Met onderzoeker/architect Frances Holliss bekijkt DASH het fenomeen van het thuiswerken en de invloed op de wooncultuur. Hoe maak je geschikte woon/werk omgevingen voor een uiterst gevarieerde groep thuiswerkers? Op de schaal van het bouwblok wordt gekeken wat dit architectonisch en stedenbouwkundig kan opleveren. Historische voorbeelden, zowel in de gegroeide als de geplande stad, bieden relevante aanknopingspunten. De represen­ tatie van het werken, de toegankelijkheid en het gebied tussen straat en voordeur zijn hierbij belangrijke ontwerpthema’s. De plandocumentatie bevat onder andere het zeventiende-eeuwse Hollandse huis in het bouwblok, Cash’s One Hundred Cottage ­Factory in Kingfield, Coventry (1857), Pullens Estate and Iliffe Yard, Elephant and Castle, Londen (1887-1901), de twintigste-eeuwse Japanse machiya, Cité Montmartre aux Artistes, rue Ordener, Parijs door Henry Résal en Adolphe Thiers (1930-1932; gerestaureerd in 2001) en Piazza Céramique, Maastricht door Jo Janssen en Wim van den Bergh (2009).

The separation between living and working, one of the principal modernist dogma’s, is challenged by the present service economy. More and more people work from home, often in houses that were never built for this purpose. This issue of DASH will look for the urban and architectural potential of new live-work arrangements. What do hybrid live-work arrangements mean for the city if they will (again) become the norm? DASH researches the elements of the workhome building block that determine its quality and resilience, creating ‘productive friction’. For this we will look back at historical precedents, the qualities of gradually densifying urban tissues and the threshold of workhomes as a zone that deals with issues of representation and the creation of specific border conditions. Furthermore we will discuss specific types of the workhome. Projects and block arrangements that DASH will scrutinize in depth include the 17th century Dutch house and building block, Cash’s One Hundred Cottage Factory, Kingfield, Coventry (1857), Pullen’s Estate and Iliffe Yard, Elephant and Castle, London (1887-1901), the 20th century Japanese Machiya, Cité Montmartre aux Artistes, Rue Ordener, Paris by Henry Résal and Adolphe Thiers (1930-1932, refurbished 2001) and Piazza Céramique, Maastricht by Jo Janssen and Wim van den Bergh (2009).


Na de enorme nieuwbouwproductie in de tweede helft van de vorige eeuw en de stilte van de economische crisis tekent zich een nieuwe praktijk af. Een belangrijk onder­ deel daarvan is hoe we manieren kunnen vinden om de bestaande gebouwenvoorraad opnieuw te gebruiken. Vanuit het streven duurzamer om te gaan met grondstoffen en sociaal kapitaal, is de transformatie van de bestaande woningvoorraad een zinvolle opgave voor ontwikkelaars en architecten. In Nederland is de aandacht daarbij vooral gericht op de naoorlogse woningbouw uit de wederopbouw­ periode, die alleen al om technische redenen aan een onderhoudsbeurt toe is. Deze opgave is niet nieuw. Al eeuwenlang gaat maatschappelijke verandering gepaard met aanpassing van de woningvoorraad. Deze DASH zet de huidige opgave in historisch en internationaal perspectief, met essays die het onderwerp vanuit diverse gezichtspunten belichten. De voorbeelden in de projectdocumentatie variëren van het paleis van Diocletianus in Split en Albany in Londen tot recente projecten als de U.J. Klarenstraat in Amsterdam. naioıo uitgevers/publishers www.naioıo.com

Printed and bound in the EU ISBN 978-94-6208-311-0

9 789462 083110

Following the large­scale production of new buildings in the second half of the twentieth century and the lull of the economic crisis, a new practice is emerging. Finding ways to reuse the existing building stock plays an important part in this. In the quest for a more sustainable use of resources and social capital, this focus on the transformation of the existing housing stock is a promising task for architects and developers. In the Netherlands, all eyes are on the post­war housing that, built in the reconstruction period, is due for an overhaul on technical grounds alone. This challenge is not new. Social change has gone hand in hand with adaptation of the housing stock for centuries. This DASH brings the current challenge into historical and international perspective, with essays that shed light on the subject from different standpoints as well as newly documented examples – from Diocletianus’s palace in Split to the Albany apartment complex in London and recent projects such as the klushuizen (DIY houses) on U.J. Klarenstraat in Amsterdam.

Dash 14 From Dwelling to Dwelling  

DASH (Delft Architectural Studies on Housing) is a thematic journal devoted to residential design. Following the largescale production of ne...

Dash 14 From Dwelling to Dwelling  

DASH (Delft Architectural Studies on Housing) is a thematic journal devoted to residential design. Following the largescale production of ne...

Advertisement