Issuu on Google+

MY WORLD Vakblad voor actieve wereldburgers

Nummer 3 / September 2012

Beeld Iris Vetter

Leerlingen van het Thomas a Kempis College in Arnhem lezen een krant die is gemaakt door leeftijdgenoten in Uganda. Ze doen mee aan een nieuwsbrief­project van de FairPen Foundation.

LES OVER VERWEGGISTAN? ‘BAH!’ Hoe krijg je tieners enthousiast voor ontwikkelingshulp? Wereldverbeteraars overdrijven nogal eens in hun aanpak. Pagina 6 Ex-verslaafde helpt straatmeisjes in Colombia Pagina 2

Kunstenares Tinkebell koopt IKEA-pakket voor arme families Pagina 3

Weeskinderen in een tehuis? Doe het niet! Pagina 4

Herman Vuijsje doet zaken in Egypte Pagina 7

Dilemma: mag ik wéér mijn vrienden vragen? Pagina 8

Subsidieloket: ‘Particuliere initiatieven maken wel een kans’

Een dikke voldoende

Steeds minder stichtingen vragen financiering aan voor een kleinschalig ontwikkelingsproject. Dat constateren Wilde Ganzen, Impulsis en Cordaid, drie organisaties die projecten van particulieren ondersteunen. Ook Tûmba, een Friese organisatie voor het bevorderen van wereldburgerschap, heeft het rustig. Vorig jaar ontving Tûmba v­eertig adviesaanvragen van particuliere initiatieven. De eerste helft van dit jaar nog maar drie.

Onderwijs heeft baat bij ontwikkelingsprojecten van particulieren. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van Impulsis in Kenia, Uganda en Peru.

Die terugloop is opmerkelijk en onverwacht. Afgelopen jaar sloten verschillende subsidieloketten vanwege bezuinigingen hun deuren. “We hadden verwacht dat bij ons de aanvragen daardoor flink zouden stijgen”, zegt Jolande Koole van Wilde Ganzen. “Maar dat is niet het geval.” Hoe dat komt, is een raadsel. “Misschien hebben de verhalen over bezuinigingen mensen afgeschrikt”, zegt Koole. “Misschien dienen ze geen aanvraag in omdat ze denken dat ze toch geen kans maken. Jammer, want kans maken ze zeker.” Is het geslon-

Dankzij de projecten verbeterde de ­kwaliteit van het onderwijs en gingen meer kinderen uit arme gezinnen naar school. Minpuntje: de meeste projecten werden nauwelijks geëvalueerd. Ook was het vaak onduidelijk hoe de projecten zonder donorgeld zouden kunnen voort­bestaan. Inmiddels hebben 48 lokale partners van Impulsis en Edukans en dertien andere organisaties de ­uitkomsten van het onderzoek besproken met e ­ lkaar. Ze maken, met hulp van Impulsis, plannen voor verbetering.

ken geldpotje werkelijk de oorzaak? Of stoppen mensen simpelweg met projecten, bijvoorbeeld omdat ze niet meer geloven in ontwikkelingshulp? Betrokkenen betwijfelen of dat het geval is. Want haaks op de dalende aanvragen staat de snelle groei van de MyWorld Community en de ­populariteit van netwerkbijeenkomsten voor particuliere initiatieven. Van tanend enthousiasme is daar in ieder geval niets te merken. Maatschappelijke initiatieven gaan gewoon door, maar in een andere vorm. De klassieke route – een groep

vormen, project opzetten en subsidie aan­vragen – is aan slijtage onderhevig. Via bijvoorbeeld social media ontstaan er steeds vaker gelegenheidsverbanden tussen verschillende partijen. “We maken onze subsidieaanvragen te gecompliceerd”, denkt Karel Roos van Impulsis. “En waarom moet iedereen een stichting oprichten? Daar zitten mensen niet meer op te wachten.” Zijn particuliere initiatieven subsidiemoe? Krijgt maatschappelijke betrokkenheid een nieuwe verschijningsvorm? Deel uw visie en ervaringen op www.myworldmagazine.nl.

Kijk op www.myworldmagazine.nl voor een ­uitgebreid artikel over het onderzoek.


REDACTIONEEL

DE BIJEENKOMST WILDE GANZEN

“BOEREN­VERSTAND MET EEN PORTIE EMOTIE” Beeld Tzenko Stoyanov

Er zijn heel wat bijeenkomsten en cursussen voor de actieve wereldburger. MyWorld doet mee. Deze maand zijn we te gast bij Wilde Ganzen in Utrecht.

H 

et geeft me een goed gevoel om mensen in ontwikkelingslanden te helpen. Al schijn je zoiets niet hardop te mogen zeggen. In ons nuchtere Nederland is het immers not done om te pronken met altruïsme. Daarom hullen wij, actieve weldoeners, ons in stilzwijgen. We zeggen dat we het niet voor onszelf doen, maar in stilte genieten we wanneer we blije kleuters zien die dankzij ons een speeltuin kregen. Hulp geven is dus fijn. Maar hoe is het om hulp te krijgen? Ook dat is fijn natuurlijk. Als straatkind in India ben je blij met een warm bed in een opvanghuis. En als arme boerin in Zambia ben je verguld met een gratis zak kunstmest. Zo maken wij, hulpgevers en hulp­ontvangers, elkaar stilzwijgend blij: de arme krijgt zijn kunstmest, de gever zijn warme gloed. Maar Saulos Jali wordt daar helemaal niet blij van. Sinds een maand is hij bij mij te gast. Thuis, in Malawi, woont hij met vrouw en kind in het hart van een sloppenwijk. Daar timmert hij aan de weg met het organiseren van township-tours. Een toeristenopleiding moet hem verder brengen, maar het examengeld van 600 dollar is onbetaalbaar. Daarom klust Saulos her en der wat bij. Gisteren legde hij een terras, morgen schildert hij een woonkamer. Saulos is opgetogen: ‘Ik ben zó blij dat ik kan werken voor het geld. Dit is veel beter dan geld krijgen.’ Een gevoel van ongemak maakt zich van me meester. Alsof Saulos me heeft betrapt. Want met zijn opmerking laat hij de keerzijde zien van de stilzwijgende overeenkomst tussen donor en o ­ ntvanger: hulp krijgen roept niet alleen blijdschap op, maar ook gevoelens van schaamte en afhankelijkheid. Wie arm is, rest niet anders dan hulp te accepteren, omdat hij zonder nog slechter af is. Daarmee heeft ook de warme gloed een schaduwkant: geven is fijn, maar verwacht geen dankbaarheid terug. mirjam vossen

Wat Dag voor Particuliere Initiatieven op 29 juni in het Beatrixgebouw te Utrecht. Centrale vraag: hoe maak je regionale media warm voor je project? Door Wilde Ganzen, een ­organi­satie die concrete kleinschalige projecten in ontwikkelingslanden ondersteunt Geleerd Trek de aandacht van regionale media door het opzetten van een activiteit in eigen woonplaats Kan beter Er mag meer tijd worden uitgetrokken voor de workshop.

E

en dame in bloemetjesrok houdt enthousiast een stoffen tas met het roodblauwe logo van Wilde Ganzen in de lucht. ­“PI-dag? Met de roltrappen omhoog!” In de ontvangstzaal staan bijna tweehonderd mensen in kleine ­groepjes bij elkaar. Een Afrikaanse man voert een gesprek met een oudere heer in tropische blouse. Er wordt flink genetwerkt; nog voor het plenaire gedeelte is begonnen, gaan de ­visitekaartjes veelvuldig over tafel. Het eerste deel van deze dag staan de regionale media centraal. Hoe maak je lokale kranten en omroepen warm voor je project? In de zaal trapt panellid Tony van der ­Meulen, oud-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, af. “Om te

AGENDA

beginnen is PI een onmogelijke naam. Buiten deze zaal weet ­niemand wat die term inhoudt.” Het publiek lacht instemmend. “Bedenk dus goed wat je boodschap is voor je een krant benadert. Bereid je ook voor op kritische vragen over strijk­stokken en directiesalarissen.” Piet ­Kaashoek, docent aan de F ­ ontys Hogeschool voor ­Journalistiek, bevestigt dat: “PI’s zijn kleine ­visjes in een zee vol grote instituties. De kunst is je niet te laten meezuigen door de negatieve beeldvorming die op dit moment rond ­ontwikkelingshulp hangt.” Maar hoe doe je dat? Hoe zorg je dat de krant, radio of televisie jouw project ziet staan en er – liefst iets aardigs – over zegt of schrijft? ­“Regionale omroepen kunnen veel publiciteit opleveren”, zegt Panellid Richel Bernsen, beleids­ medewerker bij ROOS, de koepelorganisatie van Nederlandse Regionale Omroepen: “Maar daarvoor is een activiteit in de regio nodig die goed in beeld te brengen is.” Een filmpje van Omroep Brabant toont hoe kinderen met een groot sportevenement geld ophalen voor een Nepalese

TRAININGEN WILDE GANZEN: Partindag 22 september, Enschede www.partin.nl/partindag

Effectieve Kinderprojecten 14 september, Utrecht

Debat: ‘Weg met het cynisme. Wie helpt de hulp? 6 september, Tilburg www.wereldpodium.nu

Netwerkmiddag gezinszorg 27 september, Utrecht www.bettercarenetwork.nl

1%Event 13 en 14 september, Amsterdam www.onepercentevent.com

Waterdag particulier initiatief 5 oktober, Utrecht www.impulsis.nl

Project Management 20 en 21 september, Drachten 15 en 16 november, Tilburg Fondsenwerving Hier en Daar 27 en 28 september, Amsterdam 22 en 23 november, Hoogeveen www.wildeganzen.nl/pi/trainingen

Beeld Ronald de Hommel

MYWORK HERNÁN MONTOYA

“ALS EX-VERSLAAFDE WEET IK WAAR MENSEN DOORHEEN GAAN” Wie Hernán Montoya Waar Medellín, Colombia Werkt voor opvanghuis Miraflores van Fundación Hogares Claret Project gedragstherapie voor alcohol- en drugsverslaafden Functie therapeut en administratief directeur Zoekt meer steun. “Het is iedere maand moeilijk om het budget rond te krijgen.” “Achtentwintig jaar geleden was ik een van de eerste bewoners van Hogar Miraflores, een opvanghuis voor verslaafden. Mijn studie tot ingenieur had ik niet afgemaakt. Ik vond het nachtleven interessanter dan werken en raakte verslaafd aan cocaïne. Priester Gabriel Mejía Montoya, de oprichter van Hogar Miraflores, haalde me over om deel te nemen aan zijn nieuwe programma voor drugsverslaafden. Na twee jaar was ik helemaal van de drugs

02 SEPTEMBER 2012 MY WORLD

af en bood hij me een baan aan als trainer. Inmiddels ben ik administratief directeur. Het is moeilijk om verslaafden te motiveren om hun leven te veranderen. Sommigen wonen al jaren op straat en zijn gewend gemakkelijk geld te verdienen, bijvoorbeeld in de prostitutie. Maar meestal speelt er meer. Hoor je die meisjes hiernaast schreeuwen? Ze maken ruzie omdat een van hen zelf haar haar heeft afgeknipt. Dat is hier niet toegestaan. Maar sommige meisjes doen het toch. Ze h ­ ebben nare seksuele ervaringen gehad en ­willen er als een jongen uitzien.” EX-VERSLAAFDE “Groeps­therapie en confrontatie­ technieken vormen de basis van onze aanpak. D ­ egenen die al langer meedoen, confronteren nieuwe bewoners

met hun gedrag. Uit eigen ervaring weet ik dat je als ex-verslaafde meer respect krijgt, omdat je het­zelfde proces hebt moeten doormaken.” CURSUS MANICURE “Sinds ruim tien jaar richten we ons op straatmeisjes van 12 tot 18 jaar oud met verslavings­problemen. In het begin werden we ­geholpen door Frank van Rijn, een Nederlandse jongerenwerker die al ­langer in Medellín actief was. Dankzij de financiële steun van zijn vrijwilligersorganisatie Amigos Colombianos hebben we gegarandeerd plek voor twintig meisjes. Op zijn advies geven we beroepstrainingen zoals naailessen en een cursus manicure. We geven de meisjes nu niet alleen een nieuw doel in het leven, maar helpen hen ook om dat doel daadwerkelijk te

bereiken. Ook al ben ik nu administratief directeur, ik bemoei me nog steeds met de bewoners als dat nodig is. Ik ga zo eens met de meisjes hiernaast praten. Ze doen een confrontatiesessie, maar het gaat er wel erg hard aan toe.” ronald de hommel www.fundacionhogaresclaret.org


VRAAG & ANTWOORD TINKEBELL

VAN DORPSHUT TOT IKEA-SHOWROOM

blindenschool. “Zoiets werkt. Voer actie in je regio en stuur een persbericht rond”, luidt Richels advies. Voor het tweede gedeelte van de dag zijn ­workshopsessies ingepland. We schuiven aan bij de workshop ‘Meedoen’ over de rol van mensen met een beperking in ontwikkelingsprojecten. Truus Jonker, animator van Fakkel 2000, een initiatief dat blindenorganisaties in Kameroen steunt, verzorgt de inleiding. Truus kan zelf niet zien en reist als ervarings­deskundige r­ egelmatig naar Afrika: “Met drie man in één bed slapen is best gezellig, maar op de tast je weg moeten vinden in het Kameroense sanitair is minder prettig.” Ontwikkelingsorganisaties houden niet altijd rekening met de rol van kwetsbare groepen bij de invulling van hun project. Dorien Verbeek van Wilde Ganzen wil ons daarover aan het ­denken zetten met vijf stellingen, die vanwege de tijd worden gereduceerd tot drie. De stelling ‘Het is goed dat projecten voor mensen met een beperking niet door henzelf worden opgezet – gezien hun handicap zijn zij daar niet toe in staat’ doet veel stof opwaaien. En dat is ook de bedoeling. “Bevoogdend”, aldus een van de deelnemers. “Cru gesteld”, reageert een ander. Een derde vertelt hoe het wél zou kunnen: “Een lokale ambassadeur is belangrijk. Kijk naar de Paralympics. Die sporters v ­ ervullen een voorbeeldfunctie en betekenen in eigen land ontzettend veel.” Terwijl Dorien de evaluatieformulieren verzamelt, formuleren twee mannen samen hun eigen conclusie. “Wat je er ook over bedenkt, de praktijk blijkt altijd weerbarstiger dan de theorie”, zegt de een. Zijn gespreksgenoot knikt instemmend: “In dit werk komt het neer op boerenverstand plus een portie emotie in de juiste verhouding. Zoals mijn vader zegt: ‘Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan.’” evelien meijs

Kunstenares Tinkebell shockeerde Nederland door haar dode kat tot handtas te verwerken. In haar nieuwe project, Save the World, ontpopt ze zich tot ontwikkelingswerker. Overal ter wereld ‘redt’ ze mensen en dieren uit hun barre omstandigheden.

Hoe doe je dat, de wereld ‘redden’? “In twee jaar tijd bezoek ik twaalf landen verspreid over de wereld. Ik neem hooguit een Lonely Planet-gids mee en zie ter plekke wel wat er op me afkomt. Dan bedenk ik hoe ik ga helpen.”

Beeld Evelien Meijs

VAN HET WEB

JOIN THE GROUP! Meer en meer mensen melden zich aan voor de MyWorld Community. Inmiddels hebben we zo’n 1600 leden en groeit de dagelijkse stroom berichten. Al het nieuws bijhouden wordt langzamerhand ondoenlijk. Gelukkig hoeft dat ook niet, want de MyWorld Community is een plek waar mensen elkaar gericht kunnen treffen. Dat doet u door lid te worden van groepen. Dit werkt als een filter op de berichtenstroom: u krijgt op ‘uw’ beginpagina alleen berichten van deze groepen te zien. Door lid te worden van een groep kunt u mensen ontmoeten die voor u en uw werk interessant zijn. Op dit moment zijn er ongeveer honderd groepen, van ‘Bolivia’ en ‘Egypte’ tot ‘landbouw’ en ‘gevangenissen’. Zit uw thema er nog niet bij? Dan kunt u zelf een groep starten. www.myworld.nl

MYWORLD COMMUNITY ZOEKT AANJAGERS

•W  at? Het team van MyWorld zoekt mensen die helpen met het faciliteren van discussies in de community. • Wie kan meedoen? Iedereen met belangstelling voor een bepaald land of thema, zoals ‘India’, ‘projectmanagement’ of ‘water’. •H  oe? Volg een of meer groepen rond deze thema’s, reageer op vragen van anderen en post af en toe zelf een vraag of bericht. •H  oeveel tijd kost dat? Dat bepaalt u grotendeels zelf. •M  eer weten? Stuur een e-mail naar info@myworld.nl.

In Guinee-Bissau bracht je twee complete showrooms van IKEA naar een arm echtpaar. Wisten zij dat ze onderdeel waren van een kunstproject? “Ze hadden geen idee. Ik heb niets uitgelegd. Dat was ook de opzet: mijn project gaat over non-communicatie en vooringenomenheid. Zelfs toen de vrachtwagens met de meubels aankwamen, hebben we nauwelijks iets gezegd. Maar zodra we de bedden in elkaar gingen zetten, begonnen ze spontaan hun huis leeg te halen. De meubels staan er overigens nog steeds en ze zijn er hartstikke blij mee.”

Beeld Marloes Coppes

Zo werken ontwikkelingswerkers ook? “Vaak wel. Nederlanders in het buitenland hebben de neiging om te denken vanuit hun eigen norm. In een ander land is het altijd minder dan hier: de huizen zijn slecht, de wegen zijn beroerd, enzovoorts. We nemen de andere cultuur niet serieus. In mijn project vergroot ik dat uit.”

Wat vind je van mensen die zelf een project starten in een ontwikkelingsland? “Ik ben niet tegen particuliere initiatieven, maar ik zet vraagtekens bij het fenomeen. Ik vraag mezelf: waarom doe ik dit? Waarom vind ik mensen zielig? Wil ik echt iets bijdragen, of doe ik dit om een goed gevoel te krijgen? Ik hoop dat mijn publiek dezelfde vragen gaat stellen.” Bekijk Save the World via http://looovetinkebell.com

LEREN MET VOLLE MAAG

Miljoenen kinderen gaan met honger naar school. Maar wie elke dag een bord pap of rijst met bonen krijgt tijdens de pauze, kan zich concentreren op de les in plaats van op zijn maag. Gratis schoolmaaltijden geven arme ouders bovendien een sterke prikkel om hun kinderen naar school te sturen in plaats van hen te laten werken. De investering verdient zich dubbel en dwars terug: ‘school­maaltijdkinderen’ hebben op latere leeftijd een hoger inkomen. Bovendien zijn ze minder vaak ziek, waardoor ze ook minder geld kwijt zijn aan gezond­heidszorg.

66 MILJOEN kinderen gaan wereldwijd met honger naar school

25,9

20

40 EURO

EURO

kinderen krijgen een schoolmaaltijd via het World Food ­Programme

kost één bord pap, rijst of bonen

is genoeg om een kind een jaar lang elke dag een schoolmaaltijd te geven

is de opbrengst op termijn van elke euro die in schoolvoedsel wordt geïnvesteerd

MILJOEN

CENT

4

Bron World Food Programme, Boston Consulting Group

MY WORLD SEPTEMBER 2012 03


EVEN BELLEN MET ESTHER

ACHTERGROND

Esther Peereboom is een gefingeerde naam. Zo gauw ze haar baan heeft opgezegd, zal ze haar echte naam onthullen.

“IK WORD GEK VAN DE VRAGEN” Esther Peereboom heeft een plan: haar eigen project opzetten in Sierra Leone. Jongeren helpen met beurzen en life skills-trainingen. Deze keer aflevering 4, waarin Esther het even niet meer weet.

JE PLANNING WAS OM IN JULI NAAR SIERRA LEONE AF TE REIZEN, MAAR WE SPREKEN JE... “In Nederland, inderdaad. Ik ben nog steeds bezig met de voorbereidingen. Vooral ben ik extra financiering aan het zoeken omdat ik er bij mijn bezoek aan Sierra Leone in maart achter kwam dat alles veel duurder uitpakte dan ik had begroot. Ik had nu al in Freetown willen zijn. Het schooljaar begint over een maand. Als ik niet snel ga, moet ik de start van mijn programma uitstellen.” EN DAN SCHUIFT ALLES EEN JAAR OP? “Ja, hoewel jongeren soms ook op een later moment in het jaar kunnen instromen bij hun opleiding. Ik wil me er nog niet bij neer­ leggen dat ik een jaar moet wachten. Aan de andere kant: mijn programma gaat over een combinatie van life skills-training en mentoring bij beroepsopleidingen. Dan zit je wel aan het schooljaar vast.” TELEURGESTELD? “Nou, het is vooral zwaar. Ik heb ook nog een gewone baan, dus ik werk aan mijn project in de avonduren en in de weekends. Dat begint me op te breken. Ik sta er voor het grootste deel alleen voor, ik kan geen taken op anderen afschuiven. Er zijn wel mensen die meedenken en die me helpen, maar de verantwoordelijkheid dat er daadwerkelijk iets gebeurt ligt bij mij – en dat nu al twee jaar lang.” EN JE HAD AL AAN IEDEREEN VERTELD DAT JE WEG ZOU GAAN. “Ik word gek van alle vragen, eerlijk gezegd. ‘Wanneer ga je weg?’ Ik wil heel graag gaan, dat is het niet, maar ik moet wel die financiële basis hebben.” JE HOUDT TOCH WEL MOED, HE? “Ik kan er nog steeds met passie over vertellen en andere mensen enthousiast maken. En ik geloof nog steeds in het programma. Het is nu even een zware fase. Maar als ik nu zou vertrekken, zonder stevig financieel fundament, zou ik alleen voor mezelf gaan – en niet voor de jongeren voor wie het programma is bedoeld.”

WEESHUIS RAAKT UIT DE MODE

Met de beste bedoelingen beginnen mensen een tehuis voor wezen of straatkinderen. Maar opgroeien in een weeshuis is niet goed voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Er zijn betere alternatieven.

W

at doe je als je geconfronteerd wordt met kinderen die geen thuis hebben? Basil en Monica Woodhouse uit KwaZulu-Natal, Zuid-Afrika, hoefden niet lang na te denken, toen ze in de krant lazen over twee weeskinderen die in een politiecel werden opgevangen. Ze namen ze in huis. Een half jaar later hadden ze 27 weeskinderen over de vloer. “Toen hebben ze maar een stuk grond gekocht en zijn ze een opvanghuis gaan bouwen”, vertelt Gert Zandbergen, bestuurslid van de stichting Vrienden van Give a Child a Family, die de Zuid-Afrikaanse organisatie vanuit Nederland ondersteunt. Monica en Basil Woodhouse deden wat veel Nederlanders op bezoek in ontwikkelingslanden ook doen. Ze ontmoeten er kwetsbare kinderen in moeilijke situaties en raken gevoelig voor hun noden. Een plan voor een weeshuis is dan snel geboren. Toch realiseren steeds meer overheden en ontwikkelingsorganisaties zich dat er grote nadelen kleven aan het opvangen van kinderen in tehuizen. Kinderen kunnen geïsoleerd raken van hun dorp of wijk, ze krijgen weinig persoonlijke aandacht en leren niet op eigen benen te staan. De negatieve invloed van opgroeien in weeshuizen is groot. Bovendien is een flink deel van de kinderen in zulke tehuizen helemaal geen wees. Volgens de internationale kinderrechtenorganisatie Save the Children heeft zo’n 80 procent van de ‘weeskinderen’ nog één of beide ouders. Maar omdat die vaders en moeders door armoede of ziekte niet voor hun kinderen kunnen zorgen, brengen ze hen naar een weeshuis.

Ook komt het voor dat kinderen zelf van huis zijn weggelopen. In India vangt bijvoorbeeld de organisatie Navajeevan deze kinderen op. “Ze hebben uiteenlopende redenen om weg te gaan”, vertelt Ilona Seure, voorzitter van de Nederlandse stichting Vrienden van Navajeevan, die het Indiase project ondersteunt. “Soms zijn die redenen zwaarwegend, zoals huiselijk geweld, maar soms vertrekken kinderen alleen omdat ze bang zijn om thuis hun slechte rapport te laten zien. Deze kinderen hebben vaak al snel spijt, maar durven dan niet meer terug of weten de weg naar huis niet meer.” Om deze weggelopen kinderen zo snel mogelijk op te vangen, zijn medewerkers van Navajeevan 24 uur per dag aanwezig op het station van de stad Vijayawada in de deelstaat Andhra Pradesh. Dat station is zo groot als Utrecht Centraal. Als een kind terug wil, zoekt Navajeevan naar de ouders met behulp van een registratiesysteem en advertenties in kranten. Als dat lukt, brengen medewerkers het kind naar huis. Ilona Seure ging een keer mee op zo’n tocht. Een aangrijpende ervaring, vertelt ze: “We konden onze komst niet aankondigen, dus toen de moeder haar kind plotseling terugzag, viel ze bijna flauw.” Sinds de oprichting van de organisatie in 1989 hebben de mannen en vrouwen van Navajeevan op deze manier dertigduizend kinderen met hun ouders of familie kunnen herenigen. THUISLOZE KINDEREN Niet alle kinderen kunnen of willen terug naar hun ouders. Sommige jongens en meisjes hebben echt geen ouders of familie meer of worden door hen

INTERVIEW

“HET WAS OVERLEVEN, EEN SOORT GEVANGENIS” Stephen Ucembe uit Nairobi, Kenia, groeide op in een kindertehuis. Na jarenlange verwaarlozing moest hij op zijn achttiende zijn weg vinden in de maatschappij. Drie jaar geleden richtte hij een netwerk op voor tehuisverlaters.

“I

k was vier jaar toen mijn moeder stierf. Mijn stiefvader sneed haar voor mijn ogen in stukken, terwijl ik me verstopte. Later werd ik naar een kindertehuis gebracht. Daar heb ik tot mijn achttiende gewoond, samen met mijn zusje dat ik bijna nooit mocht

04 SEPTEMBER 2012 MY WORLD

zien. Jongens en meisjes ­werden er strikt gescheiden gehouden. Het leven in het tehuis was ­vreselijk. Er waren twee verzorgsters zonder opleiding voor meer dan honderd kinderen. De groep was divers: straatkinderen, kinderen met een verstandelijke handicap, verstoten kinderen. We werden vaak geslagen en na het eten gingen

de deuren van de slaapzalen op slot. Wij voerden de taken van de verzorgsters uit: wasten de kinderen met een handicap, kleedden ze aan. Het was overleven, een soort gevangenis. Het eten was slecht, we aten een week lang dezelfde maaltijd. Seksueel misbruik kwam veel voor, net als handel in eten. Maar daar sprak je niet over. Het was ‘wij tegen zij’.”

DIERENTUIN “Je kunt het leven in het tehuis vergelijken met een dierentuin: er kwamen in de weekends mensen letterlijk naar ons ­kijken. Buurtgenoten, maar ook donateurs, voor wie we dan moesten zingen en dansen. ­Vervolgens vertrokken ze weer, ons achterlatend met het gevoel dat we een ding waren. Vooral emotioneel werden we verwaarloosd, je was geen individu maar een getal. Dat is mijn grootste gemis geweest: het gebrek aan identificatie met iemand, een vaderfiguur. Ik ben opgegroeid zonder het gevoel ergens bij te horen. Een familienaam heb ik niet, mijn moedertaal heb ik nooit leren spreken. Omdat we nauwelijks

buiten de muren van het instituut kwamen, communiceerden we alleen onderling. Een normale omgang met mensen in de maatschappij buiten het tehuis werd daarom heel moeilijk.” ZELFVERTROUWEN “Mijn grootste strijd na mijn vertrek was dan ook een innerlijke. Ik had geen zelfvertrouwen, hoorde nergens bij. Op mijn twintigste begon ik na te denken over mijn leven. Daardoor heb ik mezelf vertrouwen kunnen geven. ­Therapie heb ik nooit gehad, maar door veel te praten kan ik nu goed omgaan met het verleden. Een van de weinige goede dingen uit mijn tehuistijd was het onderwijs. Omdat ik goed kon leren mocht


Kinderen in Rhiota, Tanzania, leren fietsen. Ze wonen in een gezinshuis.

Stichting Navajeevan in India brengt weggelopen kinderen weer thuis.

Thuisloos kind vindt pleeggezin via Give a Child a Family in Zuid-Afrika.

mishandeld of seksueel misbruikt. Goede opvang voor deze ‘thuisloze’ kinderen is essentieel. En dat betekent opvang in een gezin, niet in een tehuis. Een alternatief is opvang bij familieleden of bij andere mensen uit hun eigen omgeving. Bij Give a Child a Family hebben Basil en Monica Woodhouse in de afgelopen twintig jaar dan ook de omslag gemaakt van het onderbrengen van kinderen in een weeshuis naar de opvang in pleeggezinnen. Dat is een geleidelijk proces geweest, weet Gert Zandbergen: “Het deed de Woodhouses pijn om kinderen op hun achttiende op straat te moeten zetten en te zien dat alle kennis en liefde die ze hen hadden gegeven daarmee verdween. Langzamerhand groeide bij hen het besef dat je kinderen ook moet leren om voor zichzelf te zorgen.” In het weeshuis was echter onvoldoende mogelijkheid

om kinderen daarvoor genoeg individuele aandacht te geven. Het echtpaar en hun medewerkers bedachten daarom een nieuwe manier om wezen en straatkinderen op te vangen. Vandaag biedt het opvanghuis in Margate, waarmee Give a Child a Family ooit begon, alleen nog tijdelijk onderdak aan thuisloze kinderen. Vervolgens gaan medewerkers

bang ­waren dat ze weer terug naar het weeshuis ­moesten toen ze onze medewerkers zagen.”

WEES- EN STRAATKINDEREN STEUNEN Het Better Care Network is een internationaal netwerk van organisaties die zich inzetten voor de opvang van (wees)kinderen. Vier tips van coördinator Bep van Sloten:

1

Ga er niet vanuit dat er ter plekke niets voor wees- en straatkinderen is geregeld. Vaak zijn er andere organisaties actief en soms biedt de overheid voorzieningen. Kijk eerst naar wat er al is. Verdiep je in de nationale wet- en regelgeving. Het bouwen van weeshuizen druist in veel gevallen in tegen het nationale beleid. Dat lokale overheden soms toch enthousiast zijn, komt alleen vanwege het geld dat je meebrengt. Werk samen met lokale medewerkers als je veranderingen wil realiseren, zoals de overgang van opvang in een tehuis naar opvang in pleeggezinnen. Neem contact op met het Better Care Network. Het netwerk heeft veel kennis en expertise, en men denkt graag met je mee over je beoogde project.

2

3 4

www.bettercarenetwork.nl

ik naar de universiteit. Ik doe nu een master ontwikkelingspsychologie in Nairobi. Drie jaar geleden heb ik een netwerk opgezet voor tehuisverlaters, het Kenya Network of Care Leavers. We proberen kinderen in tehuizen voor te bereiden op het echte leven. We organiseren trainingen in communicatieve vaardigheden en zelfvertrouwen. Maar de kinderen leren via ons ook hoe ze een goed cv opstellen en een computer gebruiken. Hun grootste problemen zijn van emotionele aard. Als het gevoel niet goed zit, kunnen ze zich ook praktisch niet hand­ haven in de maatschappij. Werk zoeken en vinden is moeilijk, net als relaties aangaan.”

“Kinderen horen in een gezin, niet in een tehuis” op zoek naar een geschikt pleeggezin. Daarbij gaat de organisatie niet over één nacht ijs. Gert Zandbergen: “Give a Child a Family vraagt mensen uit de regio of zij een of meer kinderen willen opvangen. Als mensen geïnteresseerd zijn, doen medewerkers eerst uitgebreid onderzoek naar de beweegredenen, om te voorkomen dat mensen het alleen voor het geld doen. Als er eenmaal een match is gevonden, krijgen het kind en de pleegouders minimaal een jaar de tijd om aan elkaar te wennen.” Ook na de plaatsing van een kind blijft Give a Child a Family het pleeggezin begeleiden. Zandbergen: “De ouders krijgen trainingen, bijvoorbeeld over hoe je omgaat met getraumatiseerde kinderen, maar ook over het verbouwen van groenten om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Er worden groepsbijeenkomsten voor de ouders gehouden en ze krijgen maandelijks bezoek van een medewerker om te kijken hoe het gaat.” Stichting Vrienden van Give a Child a Family staat voor honderd procent achter de omslag die de Zuid-Afrikaanse organisatie heeft gemaakt: “Ik ben mee geweest op huisbezoeken aan pleeg­ gezinnen”, vertelt Zandbergen. “Ik zag dat kinderen

EXTRA KIND “De mentaliteit van geldgevers moet veranderen. Te veel geld gaat nu naar tehuizen, niet naar individuen. Het is enorm belangrijk dat kinderen opgroeien binnen hun gemeenschap, in pleeggezinnen bijvoorbeeld. Daardoor bouw je een identiteit op, hoor je ergens bij. Met de echte wereld kun je dan later veel beter omgaan. In Kenia is armoede een groot probleem, maar met een klein beetje extra geld kan een familie al een extra kind onderhouden.” esther gaarlandt Na het interview mailde Stephen Ucembe dat ze de trainingen vanaf september moeten staken, omdat de subsidie gestopt is. Meer weten? www.stichtingabcd.nl

GEZINSHUIZEN De overgang van zorg in tehuizen naar opvang in gezinnen kost tijd en geld en vergt veel begeleiding. In Noord-Tanzania kiest de organisatie Rhotia Valley voor een tussenvorm: kleinschalige gezinshuizen, waar een gezinssituatie wordt nagebootst. Het selecteren van de kinderen gebeurt er in nauwe samenwerking met de burgemeester, de dominee en de ouderraad van de school. “Zij bepalen welke kinderen echt nergens anders terecht kunnen”, ­vertelt Ineke de Geer, secretaris van de Nederlandse tak van de stichting. In ieder huis wonen twaalf kinderen en twee vaste opvangmoeders. De groepen functioneren als gezinnen waarbinnen de kinderen opgroeien als broers en zussen. De Geer: “Er ontstaat een band die sterker is dan met eventuele familieleden die nog in de buurt wonen.” Ook aan een vaderfiguur is gedacht: er zijn twee mannen in dienst als conciërge, die ook de rol van vader voor de kinderen vervullen. De zorg voor de kinderen houdt niet op als ze achttien jaar worden en het huis uitgaan. Oudere kinderen houden nog een tijdlang hun eigen kamer, zodat ze altijd langs k ­ unnen komen. Net als bij een echt gezin. “Kinderen hebben ook liefde en aandacht nodig”, zegt Ineke de Geer. “Alleen binnen een kleinschalige opvang kun je ze genoeg individuele begeleiding geven en ze leren hoe ze later voor zichzelf kunnen zorgen.” rinske bijl Verder lezen en leren: •B  etter Care Network: Een gezin voor ieder kind. www.bettercarenetwork.nl. 27 september: netwerkbijeenkomst ‘Van slaapzaal tot slaapkamer’ • Wilde Ganzen: PI-DOC 8: Zorg voor wees- en straatkinderen. www.wildeganzen.nl/pi/trainingen; Kinderen in sloppenwijken en op het platteland. www.wildeganzen.nl/pi/project-indienen • MyWorld Wiki: Zorg voor kinderen zonder ouders. wiki.myworld.nl

WIE IS STEPHEN UCEMBE?

Stephen is 29 jaar en woonde van zijn vijfde tot zijn achttiende jaar in een weeshuis. Zijn ervaringen als tehuisverlater inspireerden hem tot de oprichting van het Kenya Network of Care Leavers. Stephen Ucembe heeft een bachelor degree Social Work en werkte onder meer als sociaal werker voor Feed the Children. Momenteel heeft hij een baan bij de vluchtelingenorganisatie HIAS (Hebrew Immigrant Aid Society). Daarnaast volgt hij een masteropleiding ontwikkelingspsychologie aan de Daystar University in Nairobi. www.kenyanetworkofcareleavers.org

MY WORLD SEPTEMBER 2012 05


IN DE PRAKTIJK

Whatsappen met Uganda Hoe betrek je jongeren bij ‘de wereld’? Zeker niet met cijfers en feiten over ontwikkelingssamenwerking. Verhalen uit de eerste hand, zoals dat van de Afghaanse scholier Wali, werken het beste. “Nog nooit was het zó stil in de klas.”

S 

ralf bodelier. kaders: ilse vossen oms is er dan toch een goed gesprek aan de keukentafel. Sinds de puberteit toesloeg, trekt mijn zoon David (15 jaar, 4-havo) zich terug achter zijn X-box, laptop en telefoon. C ­ ontact beperkt zich meestal tot gemopper van mijn kant: ‘wanneer ruim je je kamer eens op?’ en irritatie van de zijne, ‘jaja, laat me met rust’. Maar nu spreken we over gastlessen van vrijwilligers die opdraven tijdens lessen wereldburgerschap om te vertellen over mensenrechten, armoede en klimaat­verandering. “Vréselijk”, zegt David. “Opeens staat er weer zo’n wereldverbeteraar voor de klas. Je herkent hem al op honderd meter afstand. Hij komt ons vertellen hoe ellendig het is in Afrika, dat we chocola van Max Havelaar moeten kopen en dat we zuinig moeten zijn op het milieu. Alsof het ons boeit. Die lessen worden altijd een puinhoop.” Voor mijn geestesoog zie ik de wereldverbeteraar staan. Zwetend en krampachtig lachend terwijl dertig pubers duwend en whatsappend het lokaal binnenrollen. Ik zie hoe roze geplamuurde meisjes pontificaal hun tassen op tafel zetten om daarachter met hun vriendinnen te pingen. Ik zie slungelige jongens druk in gesprek met hun achterburen, die zich daarna met het hoofd op de armen te ruste leggen. De oren van een kwart zijn geplugd, de helft heeft zijn jas nog aan. En over drie kwartier moeten zij enthousiast het lokaal verlaten om geld op te halen voor waterpompen in Burkina Faso of een school in Bangladesh. UITSTERVENDE IJSBEREN De wereldverbeteraar kan zichzelf troosten. Hij is de enige niet die in havo 4 wordt gewassen en gescho-

OPINIEPANEL: “JONGEREN BETREKKEN IS ONZE TAAK” We zijn het er volmondig mee eens: het is belangrijk om jongeren tussen de 12 en 18 jaar te informeren over internationale samenwerking. Maar is het ook onze taak om dat te doen? ‘Ja’, zegt 71 procent van de deelnemers aan het MyWorld-oPIniepanel. De helft voegt de daad bij het woord, maar de ervaringen zijn wisselend. Sommigen troffen ‘lauwe reacties en snel wegebbende belangstelling’. “Er is al gauw emotionele betrokkenheid”, zegt iemand. “Ze zijn boos over onrecht en vinden mensen zielig. Daarna houdt het snel op.” Anderen ontmoeten juist interesse: “Jongeren vinden concrete doelen leuk”, zegt een respondent met een project in Gambia. “Ze skypen soms met onze jongens in Gambia. Het is leuk om elkaars leefomstandigheden te vergelijken.” Aan de online enquête deden 37 mensen mee. Vrijwel allemaal werken zij voor een particulier initiatief of ontwikkelingsorganisatie.

ren. Jaarlijks staan honderden, zo niet duizenden ‘actieve wereldburgers’ voor groepen pubers. Dit zijn immers de jaren waarin jonge mensen hun mening vormen over zaken als migratie, ontwikkelingshulp of het klimaatprobleem. Het zijn echter ook de jaren waarin mensen het minst geïnteresseerd zijn in Verweggistan. Terwijl basisschool­ kinderen nog aan je lippen hangen bij een verhaal over straatkinderen in India of uitstervende ijsberen op de Noordpool, houdt de wereld van de meeste tieners op bij henzelf, hun vrienden, hun mobieltjes en de laatste mode. Wat de wereldverbeteraars precies willen bereiken, staat ook hen niet altijd helder voor ogen. Toch tekent zich een patroon af. Aan de ene kant lijkt het

Voor een zelf­ standig moreel oordeel is nog geen ruimte dat wereldverbeteraars jongeren willen informeren over een wantoestand aan de andere kant van de wereld. Aan de andere kant willen ze jongeren verleiden om hierover een moreel standpunt in te nemen. Daarbij willen de wereldverbeteraars hen ook nog eens aanzetten om dit morele standpunt te vertalen in een maatschappelijke activiteit. Concreet zou dat kunnen inhouden dat ze pubers eerst informeren over de gedwongen winning van cacaobonen in Ivoorkust, hen vervolgens ertoe manen om deze moderne vorm van slavernij te veroordelen, om hen tot slot ook nog eens aan te sporen om huis aan huis ‘slaafvrije’ repen van het merk Tony’s Chocolonely te gaan verkopen.

NIET TE THEORETISCH Toch loont het om niet op te geven. Dat stelde Jelle Jolles, hoogleraar Hersenen, Gedrag & Educatie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, op een recente studiedag van NCDO over wereldburgerschap. Hoe beperkt de invloed van volwassenen op pubers ook is, die invloed is er wel degelijk. De kunst is om het allemaal niet te abstract en te theoretisch te maken

UITWISSELEN

71%

“Ik zie het als onze taak om jongeren te informeren over internationale samenwerking” “Mijn organisatie informeert jongeren over internationale samenwerking” “We proberen jongeren te acti­ veren, maar dat lukt (nog) niet”

50%

27%

oPIniepanel is een initiatief van adviesbureau PI Wijzer en MyWorld. Aanmelden: www.myworld.nl -> community -> oPIniepanel

06 SEPTEMBER 2012 MY WORLD

En daarmee grijpen zij te hoog. Het is immers niet niks, wat onze wereldverbeteraar wil. De Amerikaanse pedagoog Lawrence Kohlberg (1927-1987) had in elk geval zijn wenkbrauwen gefronst. Kohlberg bestudeerde de morele ontwikkeling van jonge mensen en onderscheidde zes fases. De aanpak van de wereldverbeteraar zou hij waarschijnlijk hebben ondergebracht in de hoogste, zesde, fase van morele ontwikkeling. Die aanpak vereist niet alleen abstract denken, maar ook inzicht in universele normen en de bereidheid daarnaar te handelen. In deze zesde fase kan iemand zich verplaatsen in iemand anders, zonder deze ander daadwerkelijk te kennen. En dat vereist een ontwikkeling die volgens Kohlberg door minder dan vijf procent van alle mensen wordt bereikt. Een fase bovendien, die vrijwel niet haalbaar is voor jongeren van onder de twintig. Volgens Kohlbergs theorie komen veel leerlingen van een havo 4-klas amper verder dan fase drie. En daarin draait alles om de vraag welke rol je speelt in je eigen omgeving. Goed is wat de rest van je klas doet, fout is wat de rest afwijst. Voor een zelfstandig moreel oordeel over de samenleving, laat staan over de cacao-industrie in Ivoorkust, is nog geen ruimte. En dat geldt al helemaal voor het vertalen van deze morele oordelen in concrete activiteiten. Vrijwel geen havist is in staat om zich los te maken van de groepsdruk die bepaalt dat alles draait om vrienden, sociale media, mode en voet­­ballen. Geen wonder dat de mooie voordracht van de wereldverbeteraar, met powerpoint en al, door de leerlingen vaak als ‘vreselijk’ wordt ervaren.

“Breng leerlingen in direct contact met leerlingen in ontwikkelingslanden.” Dat adviseert Hanneke Houkes, initiatiefnemer van FairPen. Via deze stichting wisselen Nederlandse leerlingen ervaringen uit met leerlingen in Uganda. Dat doen ze met nieuwsbrieven, kaartjes of spullen. “Veel jongeren hebben een stereotiep beeld van hun leeftijdsgenoten in het Zuiden”, zegt Houkes. “Arm, zielig en hulpbehoevend. En dat proberen wij te doorbreken. Wanneer Nederlandse leerlingen direct communiceren met leerlingen uit Uganda, zijn ze vaak verbaasd. Dan zeggen ze: ‘Wat kunnen ze goed tekenen, wat lachen ze veel of wat kunnen ze goed dansen’. Daarmee verandert hun blik op ontwikkelingslanden. Ze zien hoe hun leeftijdsgenoten daar leven. Dat het niet alleen zielig is als ze twee kilometer moeten lopen naar een waterpomp, maar dat ze ook veel lol hebben als ze samen water gaan halen. Na verloop van tijd vergeten ze soms dat ze aan het skypen zijn met iemand uit een ontwikkelingsland. Dan hebben ze het over leraren of andere alledaagse dingen. Dat spreekt veel meer aan dan ze eenzijdig informeren over hoe ontwikkelingshulp werkt.”


Beeld Tzenko Stoyanov

HERMAN VUIJSJE

Herman Vuijsje is socioloog, journalist en schrijver. Hij schrijft over veranderingen in ons land op sociaal, moreel en politiek gebied.

De bioscoop van Bram “Ik word doodziek van dat bakshish-geroep. Je wordt hier de hele dag om geld aan je kop gezeurd!” Bijna iedereen die naar Egypte gaat, ergert zich een ongeluk aan de opdringerige bedelaars. Zelf heb ik daar geen last van. Als ik arm was, zou ik die stinkend rijke buitenlanders ook het geld uit de zak kloppen.

en om de verwachtingen niet al te hoog te stellen. Pubers hebben nu eenmaal niet veel invloed op hun eigen gedrag, laat staan dat ze hun kennis en gedrag met elkaar in overeen­stemming kunnen brengen. Jolles adviseert om met verhalen aan te sluiten bij de emoties en ervaringen van jongeren. Zet dus een stapje terug en spreek niet over globalisering, ontwikkelingssamen­werking of handelsbarrières. Haak direct aan bij het dagelijkse leven van de puber en probeer hem vandaaruit mee te nemen naar het leven van mensen elders ter wereld. Gebruik geen powerpoint met grafieken en stroomdia­grammen, maar laat leerlingen reageren op foto’s van mensen met wie ze zich kunnen identificeren. De wereldverbeteraar doet er bovendien goed aan zich te verdiepen in tips en ervaringen van hen die dagelijks met jongeren omgaan (zie kaders). “Breng leerlingen in direct contact met leerlingen in ontwikkelingslanden”, zegt Hanneke Houkes, initiatiefnemer stichting FairPen. “Motiveer leerlingen om direct in actie te komen”, adviseert Mildred Klarenbeek van stichting Edukans.

DISCUSSIËREN

“Sluit aan bij wat jongeren zelf meemaken en zet hen aan het werk.” Dat stelt Truusje Vélu van het Verzetsmuseum in Zuid-Holland. Het museum bezoekt met een ‘mobiel tribunaal’ scholen voor voortgezet onderwijs. Met dit mobiel tribunaal spelen leerlingen rechtszittingen na ­ over morele dilemma’s in binnen- en buitenland. Ze worden uitgedaagd om standpunten in te nemen en met elkaar in discussie te gaan. Valt het te rechtvaardigen dat iemand een aanslag pleegt om de aandacht te vestigen op een fout asielbeleid? Mag je kleren dragen die het product zijn van kinderarbeid? Is het terecht dat een journalist weigert een stervende soldaat te helpen om objectief verslag te doen? “Hang het op aan dilemma’s in het eigen wereldje van de jongeren, zoals een vechtpartij in de klas”, zegt Vélu. “Moet je dan ingrijpen, op afstand blijven of de vechtpartij met je mobieltje filmen? Het is een werkvorm die leerlingen van vmbo tot gymnasium enthousiast maakt.”

Beeld Iris Vetter

Via de FairPen Foundation wisselen jongeren in Nederland nieuwsbrieven uit met jongeren in Uganda. Hier zijn leerlingen van het Arnhemse Thomas a Kempis College aan het werk.

IJZERSTERK VERHAAL “Zie er vanaf.” Dat is het resolute advies van mijn zoon David. “Vergeet het met die lessen wereld­ burgerschap. Wij zijn vijftien jaar, wij hebben daar geen zin in.” Om meteen een kanttekening te maken bij zijn eigen opmerking, want aan hersenen ontbreekt het de meeste vijftienjarigen niet. “Ik weet ook wel dat het belangrijk is. Je moet het gewoon over enkele jaren nog eens proberen.” En dan vertelt hij vol enthousiasme over een school­bezoek van de Afghaanse Wali Alizadah die met zijn familie naar Nederland vluchtte. “Hij ging staan en begon te vertellen. Hij had de oorlog in Afghanistan zelf meegemaakt en ging later naar onze school. Nog nooit was het zo stil in de klas.” Wali Alizadah hield dan ook geen presentatie, hij vroeg niet om maatschappelijke actie, hij sprak niet over universele normen en mensenrechten en vroeg niet om een sponsoractie. Wali Alizadah vertelde gewoon een even eenvoudig als ijzersterk verhaal. En deed daarmee precies wat in 4-havo werkt: hij maakte van het verre Afghanistan een land vol concrete mensen.

OP BEZOEK

“Motiveer leerlingen om direct in actie te komen.” Dat zegt Mildred Klarenbeek van Edukans. Via deze ontwikkelingsorganisatie kunnen leerlingen als ‘verslaggevers’ van hun scholen op bezoek bij leerlingen in ontwikkelingslanden. Eenmaal terug vertellen de reporters ‘met hun hart en hoofd vol verhalen’ over hun ervaringen. Daarmee zetten ze medeleerlingen aan om in actie te komen voor beter onderwijs in het ontwikkelingsland. Vorig jaar ging een groep leerlingen naar Uganda, dit jaar gaat een groep naar Malawi. “De leerlingen geven presentaties en laten foto’s en filmpjes zien. Omdat ze dat doen vanuit hun eigen beleving, gaan andere leerlingen sterk meeleven. Rondom het bezoek zamelt de school geld in voor een goed doel. Vaak deed de school dat al, maar door de persoonlijke verhalen doen veel meer leerlingen actief mee.” Zo snijdt het mes aan twee kanten, zegt Klarenbeek. “In de Nederlandse scholen stijgt de bewustwording over het belang van onderwijs in de bestrijding van armoede. Voor de scholen in het Zuiden komt geld vrij om hun onderwijs te verbeteren.”

Vrijblijvende uitspraak? Ik heb hem ook waargemaakt. Op bezoek in Caïro wilden mijn reisgenote en ik de Sfinx bekijken. Het was al laat, maar de volgende dag zouden we alweer vertrekken, dus we liepen tegen de stroom van terugkerende toeristen in naar het geheimzinnige monument. Voor de ingang stond een man in een soepjurk, duidelijk de baas van de Sfinx. “U mag er niet meer in”, zei hij, “we zijn gesloten.” Pas na lang aandringen en pruillipjes van mijn vriendin wilde hij de hand over de boernoes strijken. “Ik moet dan open blijven na sluitingstijd”, stipuleerde hij. “Als ze erachter komen, krijg ik problemen en een hoge boete.” Daarom moesten we een veelvoud van de gewone ­toegangsprijs betalen, zestig pond. “Oké”, zei ik, “zestig pond voor ons tweeën.” Het Sfinxhoofd knikte, deed een stap opzij en we mochten zijn heiligdom betreden. Toen we een half uurtje later terugkwamen, had hij gezelschap gekregen van een vriend die ons met uitgestrekte armen de uitgang ­versperde. “Dat is dan honderdtwintig pond”, zei onze man. “Maar we hadden toch afgesproken: zestig pond voor ons tweeën?”, protesteerde ik. “Dat kan wel”, antwoordde hij zonder een spier te vertrekken en wees naar zijn makker. “Maar nu zijn wij óók met ons tweeën!” Ik dreigde kwaad te worden, maar toen ging ergens in mijn hoofd een luikje open waardoor ik mijn vader zag. Hij was joods, maar kon geen moppen vertellen. Zeldzame uitzondering was die over de bioscoop van Bram. ‘Toegang gratis’ stond daar op een bordje bij de ingang. Maar als je na de voorstelling naar buiten wilde, kwam je een ander bordje tegen: ‘Uitgang tien gulden’. Ik begon onwillekeurig te grinniken. Die Bram en de boernoes waren uit hetzelfde hout gesneden, alleen was de laatste waarschijnlijk armer. Ik diepte honderd pond op, duwde hem de briefjes in de hand en trok mijn vriendin mee naar buiten. Géén geld voor een goed verhaal, de rest van mijn leven.

MY WORLD SEPTEMBER 2012 07


VORIGE KEER

HOE ZORGEN WE DAT POLEN ERBIJ GAAN HOREN?

ADVIES

LEG ­CONTACT MET HUN BUREN

HET DILEMMA VRAAG AAN LEZERS

MAG IK MIJN NETWERK WEER LASTIGVALLEN?

Iwetta de Koster van stichting IDHEM zet zich met een groep vrijwilligers in voor de integratie van Midden- en Oost-Europeanen in de regio Den Haag. Maar de ­‘anti-Polenhouding’ in ons land zorgt voor spanningen. Hoe ­zorgen we dat de Polen erbij gaan horen?, vroeg De ­Koster aan de MyWorld-lezers.

D 

at bleek geen gemakkelijke vraag, want hij leverde slechts een handjevol reacties op. Een paar lezers noemden het probleem herkenbaar. “In mijn woonplaats Montfoort zijn zo’n driehonderd arbeidsmigranten, maar we weten maar van zestig waar ze wonen”, zegt Peter Gruijters van het Platform voor Vrede en Duurzame ontwikkeling. “De integratie moet eindelijk eens op gang komen”, vindt Gruijters, “voordat we het weer verkeerd doen. Marokkaanse voorbeelden te over.” Een concrete tip komt van Elisabeth Marcus, werkzaam in het vluchtelingenwerk. “De oorzaak van de narigheid is dat we te weinig praten met en luisteren naar elkaar”, zegt Marcus. In haar werk legt ze daarom ­altijd persoonlijk contact tussen vluchtelingengezinnen en hun buren. Ze blijft contact met die buren ­houden en dringt erop aan om te bellen wanneer er iets is. “Iets dergelijks zou ook mogelijk moeten zijn met de Polen die hier werken”, denkt Marcus. “Ik ben er heilig van overtuigd dat de meeste mensen goedwillend zijn.” CULTUUR EN GELOOF Kunnen we leren van de ervaringen met bijvoorbeeld Marokkaanse arbeidsmigranten? Die vergelijking gaat volgens Iwetta de Koster maar ten dele op. “Integratie heeft voor een belangrijk deel te maken met cultuur en geloof”, zegt De Koster. “Moslims uit Marokko verschillen hemelsbreed van Midden-Europeanen. Het is alsof je kunstschaatsers met hockeyspelers vergelijkt. Je kunt beleid niet van de ene op de andere groep plakken.” De tip van Marcus, om de buren erbij te betrekken, is voor De Koster echter een welkome suggestie. “We doen dit zelfs al op wat grotere schaal. Op wijkniveau organiseren we bijvoorbeeld Poolse dagen, waar Polen en Nederlanders elkaar leren kennen. Maar misschien is het helemaal niet gek om het juist nog wat kleinschaliger aan te pakken.” De anti-Poolse houding zwakt intussen weer wat af, merkt De Koster. “En steeds vaker nemen ­Polen het initiatief om iets met Nederlanders te organiseren. Zo geeft een groep Poolse vrouwen workshops in handwerken. Daar komen steeds meer Nederlandse kinderen op af. Vooral de groep Polen die hier langer blijft, is erg gemotiveerd om mee te doen in de samenleving.”

COLOFON MyWorld is een uitgave van Wilde Ganzen en NCDO. De redactie van MyWorld werkt samen met het Wereldpodium. Het blad verschijnt vier keer per jaar als bijlage bij het tijdschrift OneWorld. Meningen en standpunten in dit blad worden niet noodzakelijkerwijs door Wilde Ganzen en NCDO onderschreven.

08 SEPTEMBER 2012 MY WORLD

Wilde Ganzen is de expert op het gebied van concrete projecten in ontwikkelingslanden. Wij stellen mensen in staat om initiatieven ter bestrijding van armoede zelf uit te voeren. Hiervoor werven we fondsen en leveren we kennis en begeleiding. Samen met betrokken Nederlanders doen wij dit al meer dan 55 jaar. Zo zijn er inmiddels ruim 10.000 projecten succesvol afgerond. Redactie: Mirjam Vossen, Hans Ariëns, Lonneke van Genugten.

Sponsorexpeditie naar de Kilimanjaro.

Maartje Reitsma op werkbezoek in Kenia.

Leerlingen van de Noontoto-school in Namanga.

Als bestuurslid van Stichting Catharinafonds maakt Maartje Reitsma vrienden en familie enthousiast voor projecten in Kenia. Dat lukt heel aardig. Maar het valt haar steeds zwaarder om haar eigen netwerk ‘lastig te vallen’ met vragen voor haar stichting.

“G

root worden en tegelijkertijd klein blijven. Dat is een uit­daging voor onze stichting. Tien jaar geleden begon het Catharinafonds als een klein en warm familiefonds. De oprichters, twee families uit Noord-Holland, noemden het naar hun oma’s, die allebei Catharina heetten. Het geld ontvingen ze van broers en zussen, neven en nichten. Daarmee steunden ze kleinschalige onderwijsprojecten voor Masaï-kinderen in de Keniaanse Namanga-regio, waar familie woont van een van de oprichters. Drie jaar geleden vroeg een bestuurslid of ik mijn onderwijs­ervaring wilde inzetten voor de stichting. Na een reis door Kenia was ik verkocht en trad ik toe tot het bestuur. De banden met het familienetwerk zijn nog steeds heel hecht en we koesteren onze kleinschaligheid. Maar de stichting is intussen flink wat professioneler en groter dan in de begindagen: we hebben een CBF-keurmerk voor kleine goede doelen en ontvangen geld van een aantal grote fondsen.” LEESLAMPJES “En daar begint het te wringen. Want om de projecten te steunen, blijven we mensen werven in onze eigen kring. Overal waar ik kom, vertel ik dus over de stichting. En ik krijg mensen enthousiast. Mijn partner gaat volgend jaar naar Kenia. De school van mijn neefje gaat een sponsoractie doen. En mijn moeder heeft, na een bezoek aan Kenia, bij vrienden tweeduizend euro opgehaald

Redactieraad: Bregje Ament (Wilde Ganzen), ErnstJan Stroes (NCDO). Aan dit nummer werkten mee: Adriaan Kauffmann, Annemiek Huijerman, Ellen de Lange, Evelien Meijs, Herman Vuijsje, Ilse Vossen, Iris Vetter, Marloes Coppes, Ralf Bodelier, Rinske Bijl, Ronald den Hommel, Sanne Terlingen, Tzenko Stoyanov. Basisontwerp: Bouwe van der Molen. Vormgeving: Barbara Pilipp. Contact: redactie@myworld.nl

Uitgevers: Wilde Ganzen Heuvellaan 36 1217 JN Hilversum www.wildeganzen.nl NCDO Postbus 94020 1090 GA Amsterdam www.ncdo.nl

voor leeslampjes voor de schoolkinderen. Ik moet het hebben van mijn persoonlijke verhaal. Mensen doneren aan het Catharinafonds omdat ik het ben. Maar zoetjes aan gaat de rek eruit. Mijn netwerk raakt uitgeput. Vorig jaar organiseerden we een expeditie naar de Kilimanjaro, waarbij de klimmers sponsorgeld ophaalden voor projecten in Kenia. In een recordtempo meldden vrienden en bekenden zich aan. Begin volgend jaar staat weer een expeditie naar de top van de berg gepland. Maar het vinden van nieuwe deelnemers blijkt nu een stuk lastiger.” BEDELEN “Ik vind het moeilijk om mijn vrienden, familie en kennissen weer lastig te vallen met een mailing van mijn stichting. Kan dat wel? Ik wil niet dat mensen denken: ‘Daar heb je Maartje weer met haar Catharinafonds’. Binnen ons bestuur verschillen we van mening. Sommigen vinden dat we iedereen moeten blijven inseinen. Ze zetten alles van het Catharina­ fonds op hun Facebook-pagina en mailen hun hele adresbestand over nieuwe acties. Ze hebben zo veel passie voor wat we in Kenia doen, dat ze ervan overtuigd zijn dat iederéén daarvan moet weten. We doen het immers niet voor onszelf, maar voor mensen daar. Ik begrijp hun opstelling, maar zelf voel ik schroom. Ik wil niet bedelen. Ik wil dolgraag méér mensen bij onze stichting betrekken. Maar ik wil mijn netwerk niet continu lastigvallen met mijn uit de hand gelopen hobby.” www.catharinafonds.nl Herkent u het dilemma van Maartje Reitsma? Heeft u advies of wilt u reageren? Ga naar www.myworldmagazine.nl.

Heeft u zelf een dilemma? Mail het naar redactie@myworld.nl.

Beeld Maartje Reitsma

DE OPLOSSING ADVIES VAN LEZERS


MyWorld magazine 3 - sept 2012