Issuu on Google+

Herman VuiJSJe eigen dijken eerst Pagina 09

Zambia - Waarom de toeristen niet kwamen Pagina 10

eVen beLLen met - De coming-out van esther Pagina 13

kenia - acrobatiek kun je niet eten Pagina 14

MY WORLD Nummer 1 / maart 2014

OR VO

ONEWOR LD

KEER O

M

Vakblad voor actieve wereldburgers

KE E R OM

O VO

R MYWORLD

i

W Vi e R e nT

an to’s v tjes o f e Wat d en school n n putte t vertelle nie

De Donateur wil wonDeren Sara kinsbergen bracht de wereld van het particulier initiatief in kaart Pagina 06


REDACTIONEEL

Van het web Waar wordt over gepraat in de MyWorld-community? De redactie peilt de stemming.

Beeld Peter Boer

op zoek naar euro’s

Welkom in de familie

M 

ijn vriend Toine heeft een project in Gambia. Hij is niet de enige: in ‘zijn’ dorp loopt ook een stel Duitsers rond. De onderlinge verhouding was eerst wat koeltjes. De Duitsers deden hun ding, Toine het zijne. Maar na een paar biertjes onder de baobab werd het allengs gemütlich. Inmiddels werken ze innig samen, Toine en ‘de Duitsers’. Wij Nederlanders zijn natuurlijk niet de enigen met projecten in ontwikkelingslanden. Maar weet je hoeveel er in andere landen zijn? Onlangs zijn onderzoekers uit Nijmegen en Leuven ze gaan tellen. In Duitsland en Frankrijk zijn er wel 40.000, in Engeland ruim 16.000 en in België pakweg 4000. We zijn lid van een enorme familie. Eind januari was er voor het eerst een familiebijeenkomst. Daar zaten we, in een strak conferentieoord in Brussel, tussen onze broers en zussen uit Noorwegen, Spanje en Polen. Eerst vielen de verschillen op. Neem Hongarije. Wil je daar geld ophalen voor een school in India? Forget it. De meeste Hongaren

02 maart 2014 MY WORLD

vinden dat ze zelf nog ontwikkelingshulp nodig hebben. Maar hoe meer we kennismaakten, hoe meer overeenkomsten we zagen. Ook Noorwegen kent een opleving van vrijwilligerstoerisme. Ook Engeland worstelt met de vraag hoe je vrijwilligers met een eigen project het beste kunt begeleiden. In Europa beginnen we elkaar te vinden. Maar dat moet ook, juist zelfs, gebeuren in Afrika en Azië. Door vrijwilligers als jij en ik, die op hun pad een Brit, Deen of Duitser tegenkomen. Ze zijn meer dan buitenlanders. Ze zijn familie. O ja, je hebt vast al gemerkt dat MyWorld een katern is geworden in OneWorld. Zo brengen we kennis, tips en inspiratie voor actieve wereldburgers nog dichterbij. Als katern kunnen we bovendien met minder kosten dezelfde inhoud bieden. Je zou er bijna ondersteboven van raken. mirjam vossen Mirjam Vossen is journalist, onderzoeker en sociaal geograaf. Ze was twaalf jaar actief betrokken bij kleinschalige projecten in Malawi.

Hilde Eijgenhuijsen van Stichting s.a.d.o. zag door de crowdfunding-bomen het bos niet meer. Op MyWorld.nl doet ze verslag van haar zoektocht naar het beste platform om geld op te halen voor haar project. Volg haar ervaringen in de groep ‘crowdfunding en crowdsourcing’ of kijk op de MyWorld-wiki. wiki.myworld.nl

Gratis geld

De MyWorld-community is in de greep van de vraag of je armen contant geld moet geven om hun situatie te verbeteren. Grote organisaties experimenteren ermee, met veelbelovende resultaten. Maar ook sommige particuliere initiatieven proberen het uit. Lees hoe het hen vergaat op www.myworld.nl

Facelift De MyWorld-community kreeg een kleine facelift: ronde profielfoto’s, duidelijke knoppen, meer snelheid. Daardoor kunnen gebruikers gemakkelijker en vlotter navigeren. community.myworld.nl


Beeld Devi Boerema

mYworK Dhiraj Kannaujia

Dhiraj Kannaujia (rode spencer) fotografeert het straatbeeld van Varanasi.

MeT anSiChTKaaRTen je STuDie BeTaLen inDia - Wie Dhiraj kannaujia (21) Werkt voor Fairmail, een sociale onderneming die wenskaarten verkoopt van tieners uit india en Peru. Hoe ziet je dag er vandaag uit? “We gaan met een groep FairMail-studenten foto’s maken bij de Ganges. De meest heilige rivier van India gebruiken we voor een opdracht over water.

Bij FairMail maken tieners kennis met fotografie. Drie keer per week gaan we op pad of fotograferen we in onze studio. Van de beste foto’s worden wenskaarten gemaakt en 50 procent van de opbrengst gaat naar de student. Het bedrag kan aardig oplopen als het een populaire kaart wordt.” Worden alle studenten hierna professioneel fotograaf? “Nee, zeker niet. We stimuleren studenten om een doel te

bereiken, en fotografie is alleen een middel daarnaartoe. Het geld dat ze verdienen wordt apart gezet voor hun studie. We hebben bijvoorbeeld drie meisjes die dokter willen worden.” Wat doe jij? “Ik ben onlangs begonnen als co-manager, nadat ik drie jaar als student bij FairMail betrokken was. Nu ben ik verantwoordelijk voor de financiële kant van het hele project. Dat is best spannend. Ik wil het graag goed doen natuurlijk. Gelukkig ken ik iedereen, dat helpt. En het geeft me een goede basis om geld te verdienen naast mijn studie.” Wat valt er te leren van de Fairmailaanpak? “Hier in Varanasi zie ik ook jeugdprojecten van andere organisaties, maar de jongeren zijn lang niet altijd goed gemotiveerde deelnemers. Dat is toch het belangrijkste: help ze met iets wat ze interesseert en blijft boeien. Denk toekomstgericht en niet alleen voor de periode dat ze deel uitmaken van het project.” maar bij Fairmail gaan de studenten toch na vijf jaar met ‘pensioen’? “Dat klopt, maar de inkomsten van hun kaarten blijven binnenkomen. Ook nadat ze klaar zijn met de opleiding die ze met FairMail-inkomsten gefinancierd hebben. We werken met een kleine groep, maar hebben een grote impact op hun leven.” devi boerema

eUropese WerelDBUrgers

rIJstBUIK oF BN’er?

euroPa - In Nederland en

neDerLanD - Kun je

België struikel je erover: vrijwilligers die zich inzetten voor projecten in ontwikkelingslanden. Maar hoe zit het in de rest van Europa? Onderzoekers uit Nijmegen en Leuven hebben het Europese landschap van ‘citizen initiatives for global solidarity’ in kaart

gebracht. Ze schatten dat er in heel Europa tussen de 100.000 en 200.000 van dit soort initiatieven zijn. In elk land heten ze weer anders. Wat ze delen is hun voorkeur voor concrete projecten op het terrein van onderwijs en gezondheidszorg.

lees verder op myworld.nl

fondsen werven zonder ‘zielige’ beelden uit Afrika te laten zien? Is het een goed idee om bekende Nederlanders in te zetten in je campagne? En wat kan Facebook voor je betekenen? Tientallen ontwikkelingswerkers, wetenschappers en communicatie-experts

discussieerden daar zes weken lang over op Viceversaonline.nl. Het debat was een initiatief van vakblad Vice Versa en Wilde Ganzen. Ze bundelden de bijdragen in een white paper en een onderzoeksrapport.

lees het rapport op myworld.nl MY WORLD maart 2014 03


Voor jou geleZen

De bijeenKomst imPulsis onDerwijsDag

Wie naaiT De SChOOLuniFORMen? neDerLanD - Er zijn heel wat bijeenkomsten voor de actieve wereldburger. Impulsis organiseerde een onderwijsdag over kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden. Minder dan 5 procent van hen gaat naar school. Samen dachten de deelnemers na over de vraag hoe dat beter kan.

WereLD - Wat hebben een drukke

zakenman uit Boston en een fruitverkoopster uit Bombay gemeen? Meer dan je zou denken. Dat zeggen Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir in hun onlangs in het Nederlands vertaalde boek Schaarste.

D

e zakenman en de fruitverkoopster lijden allebei aan een gebrek. De een heeft niet genoeg tijd, de ander niet genoeg geld. De auteurs beschrijven hoe beide vormen van schaarste op dezelfde manier ons cognitieve vermogen aantasten. Het maakt je impulsiever, vergeetachtiger en dommer. Dat verklaart, aldus de auteurs, waarom de armsten soms gedrag vertonen waarmee ze zich nog dieper in de nesten werken: ze wieden hun akkers minder goed en vergeten vaker hun medicijnen. Acute geldzorgen nemen hen zo in beslag dat andere belangrijke zaken simpelweg buiten hun blikveld vallen. Het kan ontwikkelingsprojecten veel winst opleveren als ze daar rekening mee houden.

Voor wie? Iedereen die nieuwe inzichten op wil doen over armoedebestrijding. Én iedereen die worstelt met zijn eigen werkdruk. Verkrijgbaar via Bol.com en bij de boekhandel, Maven Publishing, € 22,-

04 maart 2014 MY WORLD

kirSten buLtHuiS (20), studeert Sociaal Pedagogische Hulpverlening “Met twee studiegenootjes ga ik in Ethiopië mijn afstudeeronderzoek doen voor de stichting Joni. We gaan bekijken hoe ouders meer betrokken kunnen worden bij hun gehandicapte kind. Ik heb veel nuttige dingen gehoord vandaag, zoals over het opzetten van een ouderraad op school. Ouders delen hun ervaringen en zien dat ze niet de enige zijn met een gehandicapt kind.” renÉ VoSS (44), stichting maya “Ik ben erg positief over de dag, vooral over het netwerken. Het is nuttig om de ervaring van anderen te horen. Zo sprak ik tijdens de lunch met iemand over een zorgboerderij in Bangladesh. Je kunt mensen op die manier echt weer een rol geven in de samenleving. Ik vind het een inspirerend voorbeeld waarmee ik zeker iets wil doen voor mijn stichting in Nepal.”

JuLiÈnne DoPPenberG (55), stichting tosangana “Ik ben me er bewuster van geworden dat je de gemeenschap moet betrekken bij het onderwijs. Bijvoorbeeld door ouders ‘s ochtends schooluniformen te laten maken met naaimachines van school en ze er ’s middags dingen voor zichzelf op te laten naaien. Zo betrek je de gemeenschap langdurig bij het onderwijs en vraag je ze niet om ‘even te komen helpen’.” annemarie GeersinG


leZersVraag VrijwilligerswerK Laura CuiJPerS, SCHoLier:

“Ik zoek een ziekenhuis waar ik deze zomer onbetaald kan werken” aDriaan kauFFmann, adviesbureau Pi Wijzer: “Om vrijwilligerswerk in een ziekenhuis te doen, wordt vaak een opleiding of zelfs ervaring gevraagd. Mocht je geen match vinden, dan zijn er altijd plekken via be-more.nl. Als je jonger bent dan 18 is worldmapping.nl een leuke organisatie.” ook een vraag? plaats ‘m op www.myworld.nl

Kort beriCht imPulsis

spreeKUUr neDerLanD - Impulsis,

financier en adviseur van particuliere initiatieven, houdt spreekuur: op elke eerste en derde donderdag van de maand kun je er terecht met vragen over de start, uitvoering of financiering van een ontwikkelingsproject. Daarnaast heeft Impulsis een fonds opgezet voor ondernemers die willen investeren in een sociale

onderneming overzee.  Als ondernemer kun je een lening aanvragen van 5000 tot 50.000 euro. Voor mensen met plannen voor een kinderproject is er de nieuwe richtlijn ‘Kinderen in de Knel’ van Impulsis en Kerk in Actie. Daarin staat bijvoorbeeld dat kinderen bij voorkeur in gezinsverband en niet in een tehuis moeten wonen. www.impulsis.nl

leZersFoto

De foto van Loes van der Meer: De crèche in Mphambo (Zuid-Afrika) biedt onderdak aan zo’n honderd kinderen. Stichting Limpopo Projects doneerde speeltoestellen en zorgt dat oppasmoeders een opleiding tot crècheleidster kunnen volgen. Ook een foto insturen? redactie@myworld.nl

MY WORLD maart 2014 05


“met het simPele Verhaal graaF je je eigen graF” 06 maart 2014 MY WORLD

Beeld Ilvy Njiokiktjien

interView sara Kinsbergen


W 

e zijn er dol op: de eigen stichting van neef Arnold of buurvrouw Nicole. Voor hun verjaardag willen ze geen bloemen of fles wijn, maar een envelopje voor Nepal. Op de buurtbarbecue serveren ze Peruaanse hapjes voor een euro. Voor de kinderen van Cusco. De Madonna’s en Bono’s van om de hoek, zo noemt Sara Kinsbergen (31) in haar proefschrift Behind the pictures de duizenden Nederlanders die scholen bouwen in Ghana of weeshuizen bestieren in India. De ontwikkelingsdeskundige promoveerde in februari aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Het is voor het eerst dat de kenmerken en drijfveren van deze kleinschalige, vrijwillige ontwikkelingsorganisaties zo uitgebreid in kaart zijn gebracht. Kinsbergen keek daarbij ook naar de interactie met donateurs. Wat blijkt? De donateur heeft de ontwikkelingswerker behoorlijk in de tang. Die blijft maar scholen bouwen, omdat hij dénkt dat donateurs dat willen.

partner was. Nergens las je iets over het hoe en waarom. Als je het hebt over dilemma’s rond communicatie, dan zijn deze twee nieuwsbrieven twee uitersten. De eerste nam de donateur mee in het verhaal, de tweede niet.”

Uit een opiniepeiling van MyWorld (zie kader, pagina 8) blijkt dat bijna de helft van de kleine stichtingen het juist goed vindt als donateurs meedenken. “Veel PI’s veronderstellen dat donateurs afhaken als ze het gesprek aangaan over het inhuren van betaalde arbeidskrachten of het afbouwen van een mislukt project. Maar als ze dat toch doen, blijkt hun achterban veel redelijker, intelligenter en wereldwijzer dan gedacht. Het is bovendien de vraag hoe duurzaam je bezig bent op de lange termijn als je vooral de groep donateurs tevreden houdt die wil dat je weer een nieuwe school bouwt.” Uit je onderzoek blijkt dat donateurs vaak onrealistische verwachtingen hebben van wat een kleine stichting voor elkaar kan krijgen. “Uit een proef blijkt dat ze hun geld het liefst geven aan clubs zonder overhead, gerund door vrijwilligers, die wel actief zijn in meerdere landen en zeer veel ervaring hebben. Ze bestaan, maar het zijn witte olifanten. Zo kom je opnieuw uit bij een educatieve taak voor PI’s: laat maar zien wat het van jullie vraagt, van je lokale partnerorganisatie, hoeveel uren, dagen jullie hiermee bezig zijn. Pas dan krijgen donateurs inzicht in hoe complex ontwikkeling is.”

“We schetsen het onterechte beeld dat problemen zo zijn opgelost”

Je proefschrift heet Behind the pictures. Je ging op zoek naar het verhaal achter de mooie foto’s van schattige kindjes in schooluniform. Kreeg je dat verhaal te horen? “Zowel in Nederland als tijdens veldbezoek in Kenia en Indonesië hebben we een enorme openheid ervaren. Particuliere initiatieven (PI’s) en hun lokale samenwerkingspartners deelden hun trots en blijdschap, maar ook de moeilijkheden. Hoe ga je om met meningsverschillen? Hoe kies je wie je wel of niet helpt als het hele dorp bij je op de stoep staat?” Delen ze die moeilijkheden niet met hun donateurs? “Die willen dat hun geld goed terechtkomt en houden van concrete resultaten. Een deel van de PI’s richt zijn werk daar op in. Ze hebben 5000 euro ontvangen van een echtpaar dat geld heeft ingezameld op hun jubileumfeest en willen daar snel iets moois voor leveren. Ze voelen de donateurs in hun nek hijgen, althans, in hun hoofd is die druk er. Hetzelfde zie je bij gevestigde organisaties die in hun communicatieuitingen heel erg bezig zijn met hoe ze hun werk zo concreet mogelijk kunnen vertalen. Dat levert soms gekke worstelingen op. Want hoe verkoop je een groot lobbyproject aan je donateurs? Dat is geen simpel beeld dat je in een folder vast kunt leggen.”

Misschien vaker updates geven via Facebook? “De methode maakt niet zoveel uit, het gaat om transparantie. Ik krijg veel nieuwsbrieven van stichtingen uit mijn onderzoek. Op een dag opende ik er twee na elkaar. Allebei schreven ze dat ze de samenwerking met een lokale partnerorganisatie hadden stopgezet. De een schreef een A4-tje vol met de redenen, over hoe moeilijk het was en hoe ze verdergingen. De ander schreef alleen ‘bedankt’ en wie de nieuwe

Wil ik dat wel weten als donateur? Ik geef gewoon geld, en dat moet goed terechtkomen. Klaar. “Stel, ik geef vijf euro aan de stichting van mijn buurvrouw Mietje. Een half jaar later krijg ik een nieuwsbrief dat er dankzij mijn bijdrage een sporthal is gebouwd in Kenia. Een fotootje erbij van basketballende kinderen. Dan denk ik: ‘appeltje eitje daar in Kenia, dat regelt die Mietje vanuit de huiskamer’. Daarmee schets je het onterechte beeld dat het wel meevalt in Afrika en dat de problemen daar zo zijn opgelost. Ontwikkelingsorganisaties graven hun eigen graf als ze alleen het simpele verhaal blijven vertellen. Want dan begrijpt de donateur over een paar jaar niet waarom de armoede nog steeds niet is opgelost en krijgen diezelfde organisaties de schuld.” Moderne ontwikkelingswerkers zorgen er toch juist voor dat lokale mensen het zelf doen? Niet de vis, maar de hengel, zeg maar. “Een aanzienlijk deel van de kleine stichtingen werkt nog te weinig aan lokaal eigenaarschap om een duurzame voortzetting van hun project te garanderen. Ze roepen wel dat het binnen vijf jaar zelfstandig moet zijn, maar nemen daar niet de juiste maatregelen voor. Ik heb dat zelf gezien in het veld. Die financiële stroom was zo doorgeknipt, maar die mensen werden aan hun lot overMY WORLD maart 2014 07


interView sara Kinsbergen gelaten. Dan schrijft zo’n Nederlandse stichting trots op haar website dat de sporthal is overgedragen, terwijl die mensen daar waren opgezadeld met heel veel zorgen en verantwoordelijkheden. Die sporthal staat dus niet leeg omdat die mensen dom of lui zijn, maar omdat het geen realistisch idee was. Als onderzoeker sta ik daar objectief tegenover, maar als persoon kon ik best boos worden als ik dat zag. Dan dacht ik: waar ben je toch mee bezig?”

Je pleit voor minder cement en stenen, en meer kennisoverdracht? “Ik had meer lerend vermogen verwacht, zeker bij de stichtingen die al langer meedraaien. Maar de meeste blijven toch slaan op dezelfde trommel. Slechts een minderheid is bezig met het stimuleren van de kritische massa en bredere maatschappijopbouw. In het noordoosten van Kenia kwam ik een mooi voorbeeld tegen. Een Nederlandse stichting bouwt daar een school en een watervoorziening. Maar ze leiden de jeugd ook op om politiek actief te zijn. Dat noem ik een PI met een gouden randje. Ze kunnen foto’s laten zien van hun school, maar ze zijn ook bezig met het onzichtbare werk dat soms nog wel crucialer is dan het zichtbare werk.”

Is dat niet wat veel gevraagd van doe-het-zelvers, de hele maatschappij veranderen? het zijn toch, excusez le mot, amateurs. “Onderschat ze niet. Journalisten bellen mij voor voorbeelden van mislukte projecten. Die heb ik, maar die krijg je niet. Want dat is niet het verhaal. Het verhaal is dat er ongelooflijk veel potentieel zit in particuliere initiatieven, als ze bereid zijn om kritisch naar zichzelf te kijken.” toch roep je nadrukkelijk niet op tot professionalisering. “Dat leidt maar tot een bureaucratie met een vijfjarenbeleidsplan. PI’s staan voor de uitdaging om klein te blijven en een duurzame bijdrage aan armoedebestrijding te leveren. Dus niet alleen putten slaan, maar ook lobbyen bij de gemeente voor schoon drinkwater.”

“Mensen bezoeken een schooltje en gaan spontaan sparen voor een nieuw klaslokaal”

Donateur DenKt mee Hebben donateurs invloed op wat je doet? Dat vroeg MyWorld aan 44 mensen met een kleinschalig ontwikkelingsproject. Een flinke minderheid van 39 procent houdt rekening met de wensen en voorkeuren van donateurs. En 1 op de 5 heeft wel eens een project uitgevoerd omdat een donateur erom vroeg.

‘ik houd rekening met de wensen, meningen en voorkeuren van donateurs’

ja 39%

nee 43 % 39 %

oPIniepeiling is een initiatief van adviesbureau PI Wijzer en MyWorld. Aanmelden: www.myworld.nl > community > oPIniepanel

08 maart 2014 MY WORLD

pI’s zijn net mensen en vatbaar voor filantropisch eigenbelang, schrijf je: in sommige dingen hebben ze gewoon geen zin. het moet wel leuk blijven. “Het woord ‘lobby’ doet denken aan VN-clubs die met vijftien landen aan tafel zitten. Maar lobby is ook dat je aanklopt bij de burgemeester en aankaart wat je hebt gezien. PI’s zijn geneigd om niks met de lokale overheid te maken te willen hebben, die is hun ogen toch maar corrupt. Maar niemand heeft je gedwongen om daar te zitten, dus je moet er toch mee dealen. Mensen die hun eigen project starten, zijn soms geneigd om in hun comfort zone te blijven, omdat ze denken dat ze niet méér kunnen of niet genoeg tijd hebben. Als ze die aannames aan de kant durven te zetten, worden hun tijd en het geld van donateurs nog veel beter besteed. Ik ben ervan overtuigd dat doe-het-zelvers dan ook anders bekeken worden in de wereld van ontwikkelingssamenwerking. Dan is het niet langer: ‘O ja, dat zijn die mensen die niet-werkende waterputten en lege weeshuizen bouwen’. Nee, dat zijn die kleinschalige, vrijwillige ontwikkelingsorganisaties die met geld van hun buren ongelooflijk veel te weeg brengen.”

het zijn exponenten van de mondiale participatiesamenleving. “Ja, de doe-democratie, dat doen PI’s al jaren. In dat licht zijn ze een voorbeeld voor de rest van Nederland, maar in de ontwikkelingssector moeten ze door bezuinigingen en koerswijzigingen in het beleid hard hun best doen om hun belang naar voren te brengen.” zeker nu het bedrijfsleven in de spotlights staat. “Het risico bestaat inderdaad dat de positie van kleine, vrijwillige organisaties in het speelveld kleiner wordt. Mijn advies: blijf bij je kernidentiteit, ga niet mee in die mallemolen van zo’n beleidstrend. Doe vooral niet of je ook een investeerder bent. Als je een paar vrouwen in een weverij in Guatemala poppetjes laat maken die je in Nederland verkoopt op


Met alles wat je gezien hebt, kun je zelf inmiddels het ideale project beginnen. “Ik mis het lef en de onbevangenheid die je nodig hebt om geen beren op de weg te zien. Ik zie overal beren. Niet omdat ik heb gezien dat alles mis gaat, maar omdat de realiteit zo complex is.” een donatietip dan? “Ik geef momenteel niks aan goede doelen, omdat ik het gewoon niet meer weet. Ik doe wel eens de oproep aan PI’s: ‘werk wat minder vanuit je hart en meer vanuit je verstand’. Tegen mezelf zou ik moeten zeggen: ‘werk net iets meer vanuit je hart en zet dat verstand eens uit’. PI’s zijn bovengemiddeld hoogopgeleide Nederlanders met een hart dat ongelooflijk hard klopt.” Ze lacht: “Dat van mij moet soms met een defibrillator worden aangezwengeld.” Lonneke van GenUGten

met De billen bloot De directeur sjoemelde met de rijstopbrengst en de leraren gingen er met de inventaris vandoor. 2012 was een rampjaar voor Centre Nimba, een school voor gehandicapte kinderen in Guinee. Nimba deelde de misère met de donateurs. Die liepen niet weg, maar zetten juist hun schouders eronder. www.myworld.nl

oe rB

pI’s zijn vooral mannen en vrouwen van middelbare leeftijd, blijkt uit je onderzoek. “Meer dan 70 procent kwam in actie na een reis naar een ontwikkelingsland. Dat verklaart ook waarom zoveel stichtingen actief zijn in Ghana, Indonesië of India. Zolang grote groepen mensen reizen, blijft de trend. Ze bezoeken een schooltje en gaan spontaan sparen voor een nieuw klaslokaal. Maar ik kwam inderdaad vooral babyboomers tegen in het veld. Zestigers die genoeg tijd en geld hebben. Ik vraag me af of het de leeftijd is, of dat het iets is van die generatie, van de normen en waarden die zij in hun jeugd hebben meegekregen.”

r

de markt, dan is dat niet het type onderneming waarmee je een serieuze positie verwerft in het debat over hulp en handel.”

Be

el d

Pe

te

HERMAN VuIJsJE Herman Vuijsje is socioloog, journalist en schrijver. Hij schrijft over veranderingen in ons land op sociaal, moreel en politiek gebied.

ONDER WATER

e

en miljoen Nederlandse huiseigenaren staan ‘onder water’: hun hypotheek is hoger dan de waarde van hun woning. De beeldspraak is tekenend. Als Nederland getroffen wordt door een watersnoodramp, komen de autoriteiten in actie. Achterstallig dijkonderhoud wordt dan eindelijk ter hand genomen. De rampzalige crisis die veel huizen in prijs onder water heeft gezet, heeft een vergelijkbaar effect. Eindelijk is er dan ‘politiek draagvlak’ voor de impopulaire maatregelen die we jaren voor ons uit hebben geschoven. Naast veel leed heeft zo’n ramp dus een positieve kant: als wake up call. Het is daarbij handig als het een ‘nationale ramp’ is. Dan loert het gevaar dicht bij huis en valt het niet onder het tapijt te vegen. Maar wat als het om een mondiale bedreiging gaat? Ook opwarming en zeespiegelstijging kunnen Nederland op den duur onder water zetten. De uitstoot van CO2 is daarvan waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak, stelde het IPPC, het klimaatpanel van

de VN, vast. Zeker Nederland moet zich daarover zorgen maken, zei IPPC-voorzitter Rajendra Pachauri. Maar doen we dat ook? De Amerikaanse oostkust, waar overstromingen een toenemend gevaar vormen, is ver weg. De Kiribati-archipel, die langzaam overspoeld raakt, is onbeduidend. Verre, kleine en geleidelijk verlopende rampen zijn blijkbaar niet in staat ons wakker te schudden. Daardoor lopen we het risico dat het ons vergaat als die kikker die langzaam wordt gekookt zonder dat hij ‘t merkt. Ergens moet een magische grens zijn, die uitgedrukt kan worden in een wiskundige formule. Vul in: aantal verloren mensenlevens, in één klap of uitgesmeerd over een serie minirampjes, vermenigvuldigd met economische schade, gecorrigeerd voor de afstand tot ons bed. Dit coëfficiënt bepaalt onze bereidheid om de nodige offers te brengen. Maar de formule behoeft bijstelling: ‘ver van ons bed’ bestaat niet meer.

MY WORLD maart 2014 09


thema Toerisme

Waar het mis ging

th e m

a

Wit palm enstran d, lege hutjes: hoe ver dien je geld me t toeris me?

in Simonga Het lijkt een goed idee: dorpsbewoners in Afrika laten verdienen aan toerisme. Maar hoe pak je dat aan? MyWorld ging kijken waarom de hutten van een toerismeproject in het Zambiaanse dorp Simonga leeg staan en vroeg raad aan een expert.

op zoek naar het meest authentieke dorp Het vissersdorp Simonga in Zambia leek een ideale plek voor een duurzaam toerismeproject. Samen met stichting Source Connection bereidde het dorp zich voor. Maar na een veelbelovende start lukte het niet om de vaart erin te houden. esther bakker

T

oen Adriaan Kauffmann vorig jaar in Simonga aankwam, had de plaatselijke gids Bevin wel wat uit te leggen. De toeristenhutten zakten van ellende in elkaar of werden als schuur gebruikt. Het gastenboek lag bedekt onder een dikke laag stof en het administratiesysteem bestond niet meer. Hoeveel toeristen er waren geweest? “Eh, een stuk of tien deze maand?”, schatte de gids. Hij hield het eerlijk gezegd niet meer bij. De vermoedens van de mensen

10 maart 2014 MY WORLD

van Source Connection bleken waar: van hun community-project in Simonga was niet veel meer over. Daarom stuurden ze Adriaan Kauffmann van adviesbureau PI Wijzer naar het dorp. Hij kwam overigens niet alleen met slecht nieuws terug: toeristen hadden de weg naar Simonga gevonden en plaatselijke investeerders zagen brood in het Zambiaanse dorpje. Zonder het project was dit nooit gebeurd. Het Simonga-project was het eerste initiatief van Source Connection, een stichting die vrijwillige professionals voor een paar weken of maanden naar Zambia stuurt. De afgelopen tien jaar waren dat het toerismeproject Simonga en twee drinkwaterprojecten in Mandia en Katombora. De vrijwilligers helpen ook lokale boeren om de opbrengst van hun land te verbeteren. “Wij geloven in armoedebestrijding door kennisoverdracht”, zegt bestuurslid Karen Kammeraat.

om toeristenhutten te bouwen en de dorpelingen te helpen met de marketing. Het vissersdorp aan de oever van de Zambezi, op een kwartiertje rijden van toeristencentrum Livingstone, had potentie. Kammeraat: “Er was een ander toeristendorp in de buurt, maar dat was in de loop der jaren te commercieel geworden en te weinig authentiek. De inwoners van Simonga wilden ook graag geld verdienen aan toerisme en vroegen om hulp.” Source Connection stuurde een vrijwilliger naar Zambia en investeerde uiteindelijk 21.000 euro in het project. De dorpsbewoners werd geleerd hoe westers toerisme er zo’n beetje uit moet zien: wat comfort in de hutten, smakelijke maaltijden, privacy voor de gasten. Er werd een administratiesysteem opgezet en een driekoppig bestuur geïnstalleerd. Dat bestuur zou bepalen wat er met de opbrengst van het toerisme moest gebeuren.

Authentiek Het Simonga-project startte in 2006. Aan een Zambiaanse contactpersoon werd gevraagd een dorpje te zoeken waar toeristen ‘het Afrikaanse dorpsleven konden ervaren’. Het idee was

Continu bezet Met mooie folders gingen gids Bevin en de vrijwilliger bij touroperators en hotels in Livingstone langs. Het project startte veelbelovend. “Het begin was meteen een topmoment, de vrijwilli-


Beeld collage met foto’s van Anouk Zijlma & Adriaan Kauffmann & Source Connection

ger mailde dat het geweldig ging. De hutten waren continu bezet. Maar dat zakte snel weer in”, aldus Kammeraat. Source Connection stuurde nog drie vrijwilligers langs om het project vlot te trekken, maar het lukte ze maar niet om goed inzicht te krijgen in de oorzaak van de terugloop van het aantal toeristen. Een grote tegenslag voor het project was dat twee van de drie bestuursleden, onder wie de chief, in korte tijd overleden en door niemand werden vervangen. “Er ontstonden wrijvingen in het dorp”, zegt Kammeraat. “De nieuwe, vrouwelijke chief zou alles voor zichzelf houden. Ze woont ook niet in Simonga.” Gids Bevin moest het project in zijn eentje trekken, maar redde dat niet. Gebrek aan een netwerk en inzicht in de lokale toerisme-industrie speelden hem parten. Simonga is bovendien bijna volledig offline. Bevin liet de teugels steeds meer varen. Hij hield geen gastenboek meer bij, verwaarloosde de administratie en liet geen nieuwe folders drukken toen die op waren. “Het is ook moeilijk om een folder te maken”, beaamt Kammeraat, “maar hij moet zelf om hulp vra-

gen.” Nu wacht hij de initiatieven van de omringende hotels en toeristen af, stelt zelf geen prijzen meer vast, maar accepteert wat de touroperators hem geven. Volgens Kammeraat speelde nog

Rijke toeristen startten hun eigen projecten een andere onverwachte ontwikkeling het project parten: rijke toeristen startten na het bezoek aan Simonga hun eigen projecten: “Is er geen crèche? Dan stuur ik wel geld!” Een Amerikaan bouwde een politiebureau en een school, en zo ging het maar door. De bewoners zeiden nergens nee tegen en leunden achterover. Kammeraat: “In 2012 besloten we zelf geen initiatief meer te nemen. Als zij een vrijwilliger willen, moeten ze met een onderbouwde vraag komen. En toen hoorden we nooit meer iets. Omdat evaluator Kauffmann vorig jaar toch in Zambia was, ging hij in het dorp kijken.”

LuXe LoDGe Helemaal vergeefs is het project gelukkig niet geweest: er komen nog steeds toeristen naar Simonga, maar ze boeken de trip via hun hotel of komen na een tip van het hotel op eigen gelegenheid. De gids gebruikt de opbrengst voor zijn levensonderhoud en geeft een deel aan het dorp. De evaluator kwam ook terug met het nieuws dat een Zuid-Afrikaanse ondernemer een luxe lodge wil bouwen buiten het dorp. Vanuit de lodge komen toeristen naar het dorp voor excursies. “Dat is niet slecht. De les die we uit Simonga hebben getrokken, is dat je geld en kansen moet geven aan mensen die meewerken en niet per se aan het hele dorp”, zegt Kammeraat. Source Connection heeft geleerd dat het beter is aan te haken bij de omringende professionele ondernemers dan in je eentje iets totaal nieuws op te zetten. “Al loop je dan natuurlijk wel het risico dat anderen er met je project vandoor gaan”, aldus Kammeraat. Source Connection timmert nu aardig aan de weg met een nieuw project in Zambia: voedselzekerheid op het platteland. Met een lokale partner!

MY WORLD maart 2014 11


Beeld collage met foto’s van Anouk Zijlma & Adriaan Kauffmann & Source Connection

thema toerisme

ooK Dorpshotel KaN NIet zoNDer BUsINessplaN Lokale gidsen zonder telefoon en dorpsbewoners die geen idee hebben wat westerse toeristen doen in hun tuin. De Wageningse onderzoeker rené van der Duim komt het allemaal tegen. “Verwacht niet dat het vanzelf lukt.” esther bakker

e

en leuke vakantie en persoonlijke betrokkenheid. Daarmee starten veel toerismeprojecten in ontwikkelingslanden. “Heel begrijpelijk”, zegt René van der Duim, professor Toerisme en Duurzame Ontwikkeling in Wageningen. “Maar mensen onderschatten hoe ontzettend moeilijk het is. Het lukt alleen als er ook een langetermijnplan is, tenzij je veel geluk hebt.” Volgens Van der Duim moet een project aan een aantal basisvoorwaarden voldoen. Ten eerste moet er een goede

12 maart 2014 MY WORLD

infrastructuur zijn. Denk niet alleen aan wegen, maar ook aan een telefoonen internetverbinding om te communiceren met touroperators en klanten. “Uit recent onderzoek blijkt dat een kwart van de kleinschalige toeristische projecten geen e-mail of telefoon hebben of die niet gebruiken”, aldus Van der Duim. GeWoon buSineSS Daarnaast is het ook van groot belang dat het project bedrijfsmatig wordt opgezet. “Bij veel projecten van burgers ontbreekt een businessplan. In Nederland is dat het begin van elke onderneming. Toerisme is gewoon een business, dat vraagt professionaliteit. Gek dat je van mensen in een Afrikaans dorpje in the middle of nowhere verwacht dat het ze zonder ervaring en uitgewerkt plan toch wel lukt.” Ook gaan veel projecten mis omdat er geen rekening wordt gehouden met de machtsverhouding binnen het dorp. “Soms is de chief alleen formeel de baas en heeft hij eigenlijk weinig te zeggen. Of je laat vrouwen het toerisme managen en passeert daarbij hun echtgenoten. Je moet precies weten wie wat te zeggen heeft in het dorp en

hoe eigendom verdeeld is. Jouw organisatie moet aansluiten bij de verhoudingen binnen het dorp.” GeWoonten “Het gaat ook mis als toeristen belaagd worden door groepen joelende kinderen, of als mensen om geld

“Toeristen willen bestek en wc-papier” bedelen”, vertelt Van der Duim. Dat gebeurt als bewoners niet begrijpen wat toeristen komen zoeken in hun dorp. “Die westerse mensen rijden zomaar het dorp binnen en gaan overal foto’s van nemen! De dorpsbewoners moet echt goed uitgelegd worden wat toerisme betekent. Ook de gewoonten van bezoekers moeten duidelijk zijn: toeristen willen graag eten met bestek en hebben wc-papier nodig.”   SouVenirS maken Van der Duim adviseert bovendien toerisme enkel als additionele inkom-


Club Tropicana opzetten? 5 tips

even Bellen met …

Kijk

of de infrastructuur voldoende is. Een toerismeproject kan niet zonder goede wegen, telefoons en internet. Toeristen in ontwikkelingslanden leggen vaak standaardroutes af. Zorg dat het project in de buurt ligt.

Werk Weet

hoe de macht en eigendommen in een gemeenschap zijn verdeeld. Zorg dat je project aansluit bij de bestaande verhoudingen.

Maak

een bedrijfsplan. Verwacht niet van dorpsbewoners zonder ervaring dat het ze toch wel lukt.

Gebruik

Gebruik toerisme alleen als aanvullende inkomstenbron. Afhankelijkheid van toerisme maakt een dorp kwetsbaar bij een economische crisis of veiligheidsproblemen.

stenbron voor een heel dorp te zien. “De bewoners kunnen souvenirs maken, voorstellingen geven of aanvullende diensten voor een naburige lodge leveren. De dorpelingen kunnen wel potjes honing of andere lokale producten verkopen. Alléén toerisme is een te groot risico. Bij een economische crisis in het Westen of bij veiligheidsproblemen in de regio kan het toerisme snel teruglopen. Dan moet je wel ergens op kunnen terugvallen. Een goed voorbeeld is Mali, daar ligt het toerisme compleet stil.” Toeristen en natuur Volgens Van der Duim is het belangrijk dat eenpitters samenwerken met private ondernemers of organisaties die goed zijn ingevoerd in de regio. “Iedereen moet doen waar hij goed in is. Reisorganisaties, touroperators, lodges en hotels zijn goed in toerisme. Daarin moet je niet opnieuw het wiel uitvinden.” Van der Duim adviseert samenwerking te zoeken bij natuurbeschermers in de omgeving: “Vaak zijn er gedeelde belangen. Zij willen toeristen aantrekken om zo de natuur te beschermen. Een mooie combinatie, met meer kans op succes.”

Sjierly Rodrigues Pereira (haar echte naam!) heeft een plan: haar eigen organisatie ‘Schooling for Life’ opzetten in Sierra Leone. Jongeren helpen met beurzen en life skills-trainingen. Deze keer aflevering 10, waarin Sjierly eindelijk uit de kast komt: haar plan wordt werkelijkheid.

Esther is nu Sjierly Esther Peereboom is verleden tijd. “Ik voelde me er niet prettig bij op mijn werk al te vertellen dat ik weg zou gaan zolang ik nog niet wist wanneer dat zou gaan gebeuren. Sommige mensen wisten wel waar ik mee bezig was, maar lang niet allemaal.” Wat een opluchting. “Ja, dat kun je wel zeggen. Anderhalve week geleden raakte de zaak ineens in een stroomversnelling. Gisteren heb ik nog een belangrijk gesprek gevoerd, waarin wat puntjes op de i werden gezet. In april vertrek ik naar Sierra Leone!” De vorige keer had je nog 30k nodig, een stevig bedrag. “Er zijn nu wat mensen doorgekomen die me willen sponsoren. We hebben een aantal stichtingen en particulieren die met grote en kleine donaties steunen. Sommigen voor meerdere jaren. Daarnaast heb ik nog eens heel kritisch naar de begroting gekeken. Ik

heb huisvesting geregeld bij een Sierraleoonse vriendin en haar familie. Dat scheelt me veel geld en is wel zo veilig.”

Hoe gaat het nu verder met de vrijwilligers? “Die blijven voor de stichting werken, want straks moet de organisatie in Nederland door blijven draaien, voor fondsenwerving maar ook voor draagvlak en communicatie. We hebben nu meerdere vacatures openstaan. Ik zoek een vervanger voor mezelf, iemand die de vrijwilligers hier kan aansturen.” De volgende keer spreken we je in Sierra Leone! “Ja, gek hè. Ik ben heel erg blij maar ook wel een beetje zenuwachtig, want ik moet veel opgeven hier. Het echte werk gaat nu pas beginnen...” hans ariëns

Voor meer informatie over Schooling for Life en het Skills for a Successful Future programma: www.schoolingforlife.net

MY WORLD maart 2014 13

Beeld Peter Boer

samen met hotels en reisorganisaties. Zij hebben ervaring met toerisme. Ga niet opnieuw het wiel uitvinden.


het Dilemma Vraag aan leZers

Beeld Janneke Juffermans en Circus Tabasamu

MOgen We OnS ZeLF SaLaRiS uiTBeTaLen?

Colins, Marieke, hun zoontje Sylvester (2,5) en Nicola.

Colins opiyo en marieke de bruin beginnen een circus in het keniaanse dorp Gemkodiaga, waar Colins opgroeide. maar, vragen ze zich af: mogen we ook fondsen werven voor ons eigen levensonderhoud?

“W  

e leerden elkaar in 2006 kennen in Kenia. Colins komt uit het dorpje Gemkodiaga, maar verhuisde al op jonge leeftijd met zijn ouders naar Nairobi. Ik was in Nederland al actief als steltloper, acrobaat en circusartieste. In Nairobi bezocht ik het acrobatiekcentrum waar Colins werkte. Na een tijdje sloeg de vonk over.” “De kinderen in Gemkodiaga hebben nauwelijks iets te doen buiten het werk op het land. Enkele bewonersvroegen ons of we de kinderen les konden geven in acrobatiek, om ze te inspireren en te helpen. We gaan ze trainen in acrobatiek en circus, maar ook in dans en

14 maart 2014 MY WORLD

Colins, Marieke en Nicola.

theater. We willen de kinderen laten zien dat er meer in hen schuilt. De vader van Colins is pastoor en betrekt de dorpsbewoners bij het plan. De familie Opiyo heeft een deel van haar land beschikbaar gesteld voor het gebouw. Andere circusartiesten en acrobaten in Kenia gaan lesgeven. De Amerikaanse organisatie Bad Wolf Syndicate helpt ons bovendien met crowdfunding. We hebben ongeveer 50.000 euro nodig. Daarmee betalen we de hal, het materiaal en een dagvergoeding van tien euro voor de docenten. Onze vriendin Nicola maakt een ontwerp voor de hal en gaat daarbij uit van het gebruik van lokale bouwmaterialen.” kLein beGinnen “We willen van Nieuwegein naar Gemkodiaga verhuizen als onze dochter die op komst is één jaar is. We worden niet betaald voor het project. Dat betekent dat we eigenlijk een andere baan nodig hebben om van te leven.


De oPlossing aDVies Van leZers VoriGe keer

MOeTen We ieTS MeT SOCiaLe MeDia?

aDVieS

ja, MaaR aLLeen aLS heT je LigT

Elk jaar gaan de vrijwilligers van stichting Maasdriel steunt haar missionarissen met de collectebus langs de deuren. De collectanten worden echter steeds ouder en nieuwe, jonge vrijwilligers zijn lastig te vinden. Kunnen we niet beter overstappen op sociale media, vroeg vrijwilliger Nanda Poulisse zich in de vorige MyWorld af.

Acrobatiek in Gemkodiaga.

“We hebben een andere baan nodig om van te leven”

Onze focus zal daardoor minder op het project liggen. Maar om het te laten slagen, is juist in het begin veel aandacht nodig. Dat plaatst ons voor een dilemma: als we ons zelf salaris uitbetalen, is het contrast zo groot met de mensen die alleen een dagvergoeding krijgen. Maar als we iedereen een echt salaris betalen, loopt de begroting direct enorm op. We willen juist klein beginnen en het project organisch laten groeien. Hoe moeten we het aanpakken?” circustabasamu.com janneke jUFFermans Heb je advies of wil je reageren? of heb je zelf een dilemma? Ga naar myworld.nl of mail naar redactie@myworld.nl

P

oulisse kreeg een mailtje van iemand die aanbood hier eens met haar over te bellen – een jongeman van 28 jaar die les geeft in het gebruik van sociale media. Poulisse: “Je moet het combineren, zei hij. Ga door met de collecte, want dat gaat goed. Maar gebruik daarnaast sociale media.” Om eerlijk te zijn is Poulisse eigenlijk wel weer klaar met de sociale media. Ze had al snel genoeg van Facebook. “Ik werd helemaal gestoord van de hoeveelheid berichten die je krijgt.” Haar tipgever benadrukte dat je het niet zelf moet doen als je er geen affiniteit mee hebt. “Dan moet je er iemand anders voor zoeken, zei hij. Maar welke jongere gaat er nou helpen bij een club mensen die allemaal tussen de vijftig en zeventig jaar zijn?” Het gesprek leidde tot een interessante conclusie: “Ons project is nu succesvol omdat de mensen in ons dorp de missionarissen persoonlijk kennen. Maar de missionarissen worden ouder en zullen er op een dag mee stoppen. Net als de groep mensen die hen nu ondersteunt. En zo zal het project doodbloeden.” Dat klinkt pessimistisch, maar Poulisse vindt het eigenlijk niet erg. “Er komen heus wel weer nieuwe initiatieven van nieuwe mensen”, stelt ze monter. rinske bijL

MY WORLD maart 2014 15


mY eXPerienCe jan DirK Van De Ven

mYworlD training

16 maart 2014 MY WORLD

ter plaatse én bevlogen Nederlanders. Cordaid geeft financiële steun, begeleiding en advies aan stichtingen en serviceclubs met een eigen project in een ontwikkelingsland. Impulsis is betrokken partner van particuliere initiatieven in ontwikkelingssamenwerking. Redactie: Mirjam Vossen, Hans Ariëns, Lonneke van Genugten, Trisha Goossens Redactieraad: Marie-Antoinette Kroone (Impulsis), Renata Ranchor (Cordaid), ErnstJan Stroes (NCDO), Linda Muskens

mYSoCiaLmeDia Duik in de wereld van Facebook, Twitter, LinkedIn en bloggen. Wat is er mogelijk en wat past het beste bij jou. 26 maart, Den Haag O VO

R ONEWORL

mYFinanCeS Deze training biedt kennis en vaardigheden over financieel rapporteren en het op afstand coachen van je lokale partner. 4 april, rotterdam meer lezen of aanmelden? Ga naar myworld.nl/training

(Wilde Ganzen) Aan dit nummer werkten mee: Esther Bakker, Rinske Bijl, Peter Boer, Devi Boerema, Carolien Cuypers, Annemarie Geersing, Janneke Juffermans, Adriaan Kauffmann, Ilvy Njiokiktjien, Herman Vuijsje Basisontwerp & Vormgeving: Bouwe van der Molen Contact: redactie@myworld.nl www.myworld.nl Abonneren, opzeggen of wijzigen: www.oneworld.nl/contact

D

KEER O

M

mYLobbY Hoe oefen je invloed uit op beleidsmakers en overheden in je werkgebied? Leer alles over de wereld van lobby en advocacy advocacy. 29 maart, Den bosch

OM

MyWorld biedt inspiratie en gespreksonderwerpen voor iedereen die actief is in of betrokken is bij particuliere initiatieven. Het verschijnt vier keer per jaar als onderdeel van het tijdschrift OneWorld. Meningen in MyWorld worden niet noodzakelijkerwijs door de uitgevers onderschreven. Uitgevers: ncdo.nl / wildeganzen.nl / cordaid.nl / impulsis.nl Wilde Ganzen steunt wereldwijd kleinschalige projecten, opgezet door mensen

mYSettinG Wie heeft invloed op het succes van je project? Maak een omgevingsscan en breng belangrijke factoren in kaart. 21 maart, amsterdam

KEER

Wat doet een amsterdamse brandweerman in turkije? “Na de aardbeving in 1999 had de Turkse brandweer een groot tekort aan materieel. Amsterdam heeft toen geholpen met de aanschaf van brandweerauto’s en gereedschap. Maar spullen alleen zijn niet genoeg, je moet ook laten zien hoe je ze kunt gebruiken. Daarover gingen de eerste trainingen. In de loop der tijd is dat steeds breder geworden. Sinds 2004 gaan instructeurs van ons elk jaar een week naar Turkije en mensen van daar komen een week hier naartoe.” Wat heeft amsterdam eraan? “Voor mij is het belangrijkst dat ik zie hoe enthousiast mensen terugkomen. Ze hebben er zoveel lol in. Je bent daar samen bezig als vakbroeders onder elkaar. Overdag oefen je met brand blussen en auto’s openknippen, ’s avonds aan het diner praat je over cultuurverschillen. De afstand verdwijnt; dit soort contacten maken de wereld kleiner.”

ben je anders naar de nederlandse brandweer gaan kijken? “Ik besef nu dat ons systeem van strakke bewindvoering niet vanzelfsprekend is. In Turkije heb ik gezien dat chaos ook kan werken. Want slimme mensen doen nu eenmaal slimme dingen. Het is niet altijd beter wanneer maar één persoon de beslissingen neemt.” Levert dat geen anarchie op? “Ik ben erg onder de indruk van het tempo waarin ze dingen voor elkaar krijgen. Ze zagen dat we in Nederland een oefencentrum hebben en wilden dat ook. Drie maanden later stond het er. In Nederland zou dat nooit zo snel kunnen, met onze bureaucratie.” rinske bijL

MYWORL D

Jan Dirk van de Ven (51) is manager bij BOCAS, het opleidingscentrum van de brandweer in de regio Amsterdam Amstelland. Hij komt regelmatig in Turkije voor een uitwisseling met de brandweer in Kocaeli, een provincie ten oosten van Istanbul.

OR VO

Brandjes blussen in Turkije

MyWorld organiseert trainingen voor mensen die betrokken zijn bij het opzetten en uitvoeren van projecten in internationale samenwerking.


Myworld 02 2014