Page 1

Za 10 nov 2018 Grote Zaal 20.15 uur

Serie Kamermuziek Internationaal

Josef Špaček De uitdaging van Ysaÿe

Het gratis beschikbaar stellen van dit digitale programmaboekje is een extra service ter voorbereiding op het concert. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling deze versie tijdens het concert te raadplegen via uw mobiele telefoon. Dit is namelijk zeer storend voor de andere concertbezoekers. Bij voorbaat dank.


Programma Josef Špaček De uitdaging van Ysaÿe Josef Špaček viool

Serie Kamermuziek Internationaal Za 10 nov 2018 Grote Zaal 20.15 - 22.05 uur ca. 45 minuten voor de pauze ca. 35 minuten na de pauze

Eugène Ysaÿe (1858-1931) Zes sonates voor soloviool op. 27 (1923) Sonate nr. 1 in g ‘Joseph Szigeti’ ·· Grave ·· Fugato ·· Allegretto poco scherzoso ·· Finale; Con brio Sonate nr. 2 in a ‘Jacques Thibaud’ ·· Obsession; Prelude ·· Malinconia ·· Danse des Ombres; Sarabande ·· Les furies Sonate nr. 3 in d ‘Georges Enescu’ ·· Lento molto sostenuto ·· Allegro in tempo giusto e con bravura Pauze Sonata nr. 4 in e ‘Fritz Kreisler’ ·· Allemande (Lento maestoso) ·· Sarabande (Quasi lento) ·· Finale (Presto ma non troppo) Sonate nr. 5 in G ‘Mathieu Crickboom’ ·· L’Aurore ·· Danse rustique Sonate nr. 6 in E ‘Manuel Quiroga’ ·· Allegro giusto non troppo vivo 2

Bent u niet vergeten uw mobiele telefoon uit te zetten? Dank u wel.


Toelichting Na een miraculeuze uitbarsting in de renaissance deed het latere België op componeergebied lange eeuwen amper nog van zich spreken. Zoals Otto Glastra van Loon het in zijn levendige Mozaïek der muziekgeschiedenis omschreef: ‘Er zou een wonder gebeurd moeten zijn, als de Zuid-Nederlanders historisch-belangrijke figuren voortgebracht hadden, nadat al hun kruit verschoten was in de zogenaamde ‘Nederlandse scholen’. Orlando di Lasso (1532 - 1594) had de kroon op het werk gezet. Daarna kwamen er, cultureel gesproken, moeilijke eeuwen voor de ‘Belgen’ – uitgezonderd de schilders!’ Maar viel er in de tweede helft van de negentiende eeuw toch niet even een haast net zo abrupte opleving te bespeuren? De in 1822 in Luik geboren César Franck schreef toen met zijn Symfonie in d en de Variations symphoniques muziek van eeuwigheidswaarde. Zijn sterleerling Guillaume Lekeu, in 1870 geboren bij Verviers, stierf helaas op z’n vierentwintigste maar mocht vóór dat tragische moment nog enkele meesterwerken componeren. En Joseph Jongen, in 1873 in Luik geboren, schreef een fraai oeuvre waarvan de fluitsonate Undine repertoire is.

zes schitterende sonates voor soloviool. Hij schetste ze razendsnel, binnen één etmaal op een dag in juli 1922 en publiceerde ze het jaar daarop. De man die nooit compositieles had en zich alleen in zijn laatste jaren echt aan het componeren kon wijden, schreef hiermee zes werken die eigenlijk alleen de partita’s en sonates voor viool solo van Bach boven zich hoeven te dulden.

En dan is er Eugène Ysaÿe. Ook hij is geboren te Luik, een stad die kennelijk meer componeertalent wist voort te brengen dan hoofdstad Brussel. Je kunt spreken van zoiets als een Belgische renaissance, van het wonder waarop Glastra van Loon niet meer hoopte. Daar komt nog iets bij. Precies in die tijd stond er in België ook een nieuwe generatie violisten op, zo opvallend, dat die de geschiedenis inging als de ‘Belgische vioolschool’. Velen van hen wisten ook de componeerpen te hanteren en zo worden de concerten van Henri Vieuxtemps en Charles de Bériot nog steeds gespeeld. Onder deze violist-componisten bekleedt Ysaÿe de eerste plaats. ‘De koning van de viool’, zoals hij werd genoemd, schreef

Conservatorium Ysaÿe werd in 1858 geboren in een eenvoudig en arm gezin, wat hem bij zijn carrière nog parten zou spelen. Op zijn vierde kreeg hij les van zijn vader, op zijn zevende werd hij toegelaten tot het conservatorium van Luik. Ondanks zijn talent moest hij daar echter twee jaar later alweer weg. Zijn lerares vond dat hij niet genoeg opschoot. Vreemde zaak. Of niet? De kleine Eugène moest, om het gezin mede te onderhouden, fulltime in twee orkesten spelen en kwam zo te weinig aan studeren toe. Een verhaal wil dat hij op een dag in een kelder stond te studeren. Juist toen liep de grote violist Henri Vieuxtemps langs. Die keek verbaasd op van wat daar

Eugène Ysaÿe was ‘de koning van de viool’

3


Toelichting

door het open kelderraam klonk. Feit is dat Ysaÿe daarna opnieuw werd toegelaten aan het conservatorium en, nadat hij de Zilveren Medaille en een studiebeurs had gewonnen, in Brussel onder de hoede kwam van Vieuxtemps’ eigen assistent, Henryk Wieniawsky. Met daarna nog drie jaar in Parijs bij Vieuxtemps was zijn opleiding voltooid. Contacten Een carrière als vioolvirtuoos was daarmee bepaald nog niet gemaakt. Hij zocht eerst financiële zekerheid, werd concertmeester van wat later de Berliner Philharmoniker maar toen nog het Benjamin Bilse Bierhalle Orchester heette. Daar trok hij de aandacht van het Russische pianogenie Anton Rubinstein, die hem er zogezegd wegsleepte om met hem op tournee te kunnen. De jaren 1883-86 bracht Ysaÿe door in Parijs. Zijn kunnen werd hier enorm op waarde geschat; intensief ging hij om met Camille SaintSaëns en Gabriel Fauré. Ernest Chausson droeg zijn beroemde Poème aan hem op, en César Franck verraste de violist op de vroege ochtend van zijn huwelijksdag met een kersverse vioolsonate, die Ysaÿe – na hem haastig te hebben ingestudeerd – prompt tijdens de plechtigheid uitvoerde. Hij zou het meesterwerk zijn hele leven blijven spelen waar en wanneer hij maar kon. Intensief was ook het contact met Claude Debussy; deze noemde hem ‘mon grand ami’, en dat sloeg bepaald niet alleen op Ysaÿe’s postuur. Debussy droeg zijn door het Quatuor Ysaÿe in première gebrachte strijkkwartet aan hem op en consulteerde hem bij het componeren van zijn Nocturnes. 4

Van het muzikale inzicht van Ysaÿe getuigt ook het feit dat hij in Parijs de Concerts Ysaÿe oprichtte. Als violist, maar ook als dirigent, betekende hij veel voor de nieuwste Franse en Belgische muziek. In 1886 werd hij hoofdvakleraar viool aan het Brussels conservatorium. In de twaalf jaar dat hij de positie bekleedde, leidde hij violisten op als Nathan Milstein, Josef Gingold, Jascha Brodsky en de altist William Primrose. Grote jaren als vioolvirtuoos Maar ook zijn eigen ster als violist was nu snel rijzende en zijn grote jaren als vioolvirtuoos braken aan; wereldwijde tournees, tot in Amerika. Er zijn amper opnamen van Ysaÿe maar toch weten we vrij veel over zijn spel. Carl Flesch noemde hem ‘de meest individualistische violist die ik ooit heb ontmoet.’ Er was iets titanisch, iets heroïsch in zijn muzikale benadering, warmbloedig, intens, magisterachtig maar zijn spel kon ook poëtisch en gracieus zijn. Hij begon als virtuoos en ontwikkelde zich tot een diepgaand interpreet die zich pas op zijn eenendertigste aan Beethovens vioolconcert en op zijn veertigste aan Brahms durfde te wagen. Ysaÿe beschikte over een grote toon, met veel ‘kleuren’; flexibel, hoewel hij zijn strijkstok in een ijzeren greep hield. Hij gebruikte alleen zijn duim en middelvingers, niet de pink. Zeer gevarieerd was zijn vibrato – van veel tot helemaal geen. ‘Vibreer niet altijd,’ zei hij, ‘maar maak altijd vibraties los.’ En ‘doe niets dat niet de emotie, de poëzie of het hart tot doel heeft.’ Een andere opmerkelijke karakteristiek was zijn rubato (vrij in de tijdmaat). De dirigent Henry Wood


Toelichting

merkte op: ‘Als hij van een bepaalde noot wat tijd ‘stal’, dan betaalde hij dat gewetensvol binnen vier maten terug.’ Zijn begeleider kon zo strak in tempo blijven spelen terwijl Ysaÿe een vrije cantilene intoneerde.

Eugène Ysaÿe in Rusland (1883)

Dirigent en componist Ysaÿe was ook een begenadigd dirigent. Van 1918 tot 1922 was hij chef van het Cincinnati Symphony Orchestra. Hij bracht ook hier een verfrissende wind door het primaat van Duitse muziek te doorbreken en ook Frans en Belgisch werk te programmeren. Intussen was zijn gezondheid flink achteruit gegaan. Ysaÿe leed aan diabetes en, voor een

vioolvirtuoos nog funester, stijfheid van zijn handen en strijkarm – rechtstreeks gevolg van zijn onorthodoxe techniek. Dat hij zich op het dirigeren ging toeleggen, was niet geheel vrijwillig. Ysaÿes steeds zwakkere gezondheid had echter ook een voordeel. Nadat hij zijn solistencarrière had beëindigd, had hij tijd voor een oude liefde: componeren. Verreweg zijn meeste werken stammen uit zijn laatste jaren. Zonder enige formele lessen, componeerde hij met grote kennis van zaken in een voor die tijd vrij modern, postromantisch idioom. Natuurlijk stond de viool centraal maar hij schreef bijvoorbeeld ook een solosonate voor cello en acht Poèmes voor diverse instrumenten. Amusant, dat hij zijn hondsmoeilijke Sonate voor twee violen voor de neus zette van niemand anders dan koningin Elisabeth van België. Ze was weliswaar zijn leerling – waarschijnlijk gaf hij haar eerder uit sympathie les dan vanwege haar zeer bescheiden talent – maar dit… Betwijfeld wordt of ze er ooit een noot van speelde. Wel kwam uit het contact de Koningin Elisabethwedstrijd voort, nog steeds een van de belangrijkste concoursen ter wereld; de vioolafdeling werd naar Ysaÿe vernoemd en een Ysaÿe-sonate is nog steeds voor de kandidaten verplicht. Ysaÿes meest ambitieuze werk is zijn opera Piére li houïeu (Pierre de mijnwerker). In het Wallonisch, en daarmee de enige ooit in die taal. In het jaar van zijn dood, 1931, wilde Ysaÿe – bij wie inmiddels zijn rechtervoet was afgezet – zelf in Luik de première leiden. Hij zou de gebeurtenis echter vanuit zijn bed in het 5


Toelichting

ziekenhuis volgen; koningin Elisabeth regelde een speciale radioverbinding zodat hij vooraf het publiek kon toespreken. De zes sonates van Ysaÿe en Bach De Zes sonates voor soloviool op. 27 zijn het hoogtepunt van Ysaÿes oeuvre. Hij schreef ze toen hij zelf al niet meer in staat was ze te spelen. Directe aanleiding was een uitvoering van Johan Sebastian Bachs Sonate voor viool in g door Josef Szigeti. Na afloop verbaasden Szigeti en Ysaÿe zich erover dat na Bach niemand een poging had gedaan in diens voetsporen te treden (ze vergaten Max Reger) – al zou dat natuurlijk nooit op dat niveau kunnen. Het zou toch interessant zijn, zeker omdat de mogelijkheden van de viool zich sinds 1720 zo hadden ontwikkeld. Meteen, in nog geen vierentwintig uur, noteerde Ysaÿe een reeks ideeën voor zes sonates.

Ysaÿe droeg elke sonate op aan een collega-virtuoos Elke sonate droeg hij op aan een collegavirtuoos. De eerste, natuurlijk, aan Joseph Szigeti. Net als de eerste sonate van Bach staat hij in g. Opvallend dat ook de laatste sonate net als Bachs laatste in E staat. Bach schreef de eerste vier in mineur en de overige in majeur, ook iets wat Ysaÿe ‘kopieerde’. Het idee ze op te dragen aan mensen die hij bewonderde, heeft een parallel in de Enigmavariaties van Elgar (per deel ‘to my friend pictured within’) en Ravels Tombeau de Couperin (elk deel voor iemand die omkwam 6

in de Eerste Wereldoorlog). De sonates weerspiegelen de speelstijl van de violisten voor wie ze waren bedoeld. In het voorwoord tot de Urtext-editie schreef musicoloog Michel Stockhem dat ze zich uitstrekken ‘van vriendelijke strengheid (Szigeti en Crickboom) tot strikte elegantie (Kreisler) en van rapsodische humor en esprit (Enesco) tot Spaans vuur (Quiroga) en tedere lyriek (Thibaud)’. Zoals te verwachten van iemand die zijn instrument door en door kende, bevatten de sonates een uitputtend arsenaal aan speeltechnieken. In de partituur staat een lijst van dertig symbolen die Ysaÿe gebruikte om ze te omschrijven. Typisch twintigsteeeuwse avant-gardistische expressievormen als felle dissonanten, hele-toons toonladders en zelfs kwarttonen worden niet geschuwd. ‘Ik geloof dat al die technieken tegenwoordig noodzakelijker zijn dan in de tijd die achter ons ligt,’ zei Ysaÿe. ‘Ze zijn eigenlijk onontbeerlijk, wil de tijdsgeest zich zonder beperkingen kunnen uitdrukken.’ Eerste sonate Het Grave van de Eerste sonate pakt meteen flink uit. Twee-, drie- en vierstemmige akkoorden; uitbarstingen in quasi Bachstijl; passages die lijken weggerend uit een etudeboek om hier meer kans te maken; tremoli; sul ponticello (op de kam). Tweede sonate In ‘Obsession’ in de Tweede sonate citeert Ysaÿe de prelude van Bachs Sonate in E als verwijzing naar de gewoonte van Jacques


Toelichting

Thibaud – de vriend aan wie Ysaÿe de sonate opdroeg – die als opwarmertje voor een concert deze prelude speelde. Een grapje, net als de aanwijzing ‘brutalement’ verderop: Thibaud was juist een zachtaardig mens. De melancholie van het deel ‘Malinconia’ betreft het Dies Irae, het gregoriaans gezang over de Dag des Oordeels dat hier veelvuldig voorkomt. De ‘Danse des ombres’ varieert dit thema, terwijl de wraakzuchtige Furiën er in het slotdeel pas goed mee aan de haal gaan. Derde sonate Toen Ysaÿes leerling Josef Gingold de première wilde geven van de Derde sonate (dus niet Georges Enescu, voor wie hij geschreven is) gebeurde er iets vreemds. Bloednerveus liep de jonge Gingold zich warm achter het toneel toen hij opeens een blackout kreeg. Hoe begon het stuk ook alweer?! Trillend liep hij naar Ysaÿe, die met Enescu in de zaal zat. ‘Maestro, het spijt me, ik heb echt gestudeerd maar ik weet niet meer hoe het begint!’ Waarop Ysaÿe zei: ‘Wel, het gaat…. O, ik kan het me ook niet meer herinneren!’ Natuurlijk kwam het goed, en nog steeds vertellen op hun beurt studenten van Gingold dit verhaal graag.

kan ik het ook,’ dacht Ysaÿe, en zo bevat de Kreisler-sonate een allemande, een sarabande en nog veel waar de oren van Bach niet van hadden ‘opgeluisterd’. Vijfde en zesde sonate De laatste twee sonates zijn voor wat minder bekende violisten. Mathieu Crickboom was tweede violist van het Quatuor Ysaÿe en ook een Belg. De ‘Danse rustique’ zou verwijzen naar een charmante gewoonte van Ysaÿe om picknicks te organiseren waar zijn studenten dan onder de bomen konden oefenen. Met een gedurfde maatsoort: 5/4. De Zesde sonate was voor Manuel Quiroga. Ysaÿe eert diens Spaanse afkomst met habanera’s en tango’s die gedurende het enige, lange deel om elkaar heen buitelen. Het werd eerder een hommage aan Paganini dan aan Bach. Tekst toelichting: Stephen Westra

Vierde sonate De Vierde sonate was voor Fritz Kreisler, de Weense violist die ook componeertalent toonde in klassieke vioolnummers als Liebesfreud en Liebesleid. Hij stond erom bekend te componeren ‘in de stijl van’ en het resultaat dan toe te schrijven aan die componist. Beroemd werd zijn Allegro van ‘Pugnani’. ‘Nou, als jij nepbarok kunt schrijven, 7


Biografie

foto: Radovan Subin

Uitvoerende

Nog voordat de Tsjechische violist Josef Špaček (1986) in 2011 afstudeerde aan de Juilliard School in New York, was hij al benoemd tot concertmeester van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest.

Competition van 2008. In 2012 stond hij in de finale van de uiterst prestigieuze Koningin Elisabethwedstrijd. Hij werkte samen met veel orkesten, waaronder het Philadelphia Orchestra, het Scottish Chamber Orchestra, het Orchestra Sinfonica Nazionale della RAI Torino, het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Konzerthausorchester Berlin.

Špaček was meervoudig prijswinnaar tijdens de Carl Nielsen International Violin

In 2006 zette Josef Špaček de Zes sonates voor soloviool van Ysaÿe op cd, zijn eerste.

Josef Špaček Viool

8

Daarna volgden nog meer opnames, onder andere met zijn ‘eigen’ orkest met drie vioolconcerten, van Dvořák, Suk en Janáček, en met pianist Miraslov Sekera met werken voor viool en piano van Smetana, Janáček en Prokofiev. Josef Špaček bespeelt de Guarneri del Gesù viool ‘LeBrun; Bouthillard’ (ca. 1732), hem ter beschikking gesteld door Ingles & Hayday.


Serie Kamermuziek Internationaal

Verwacht Maria + Nathalia Milstein À la recherche du temps perdu

Za 5 jan 2019 Grote Zaal 20.15 uur

Ze spelen ‘alsof ze uit één lichaam zijn gegroeid’ zonder enige technische beperking, schreef de Volkskrant jubelend naar aanleiding van hun eerste cd La Sonate de Vinteuil, geïnspireerd op Marcel Proust. Violiste Maria Milstein en haar zus, pianiste Nathalia spelen de sonates van Debussy en Saint-Saëns nu live samen, aangevuld met de beroemde Sonate in A van César Franck en de in 1975 herontdekte Sonate posthume van Maurice Ravel. De Volkskrant noemde haar een ‘witte raaf in violistenland’ en vergeleek haar toon ‘die klinkt naar weemoed’ met die van de jonge Yehudi Menuhin. Maria Milstein maakt snel naam in Nederland en daarbuiten. In januari kreeg ze de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs en de cd die ze samen met haar zus Nathalia opnam kreeg internationaal alle lof. De violiste van het vermaarde Van Baerle Trio vond in haar zus, die ook al diverse prijzen achter haar naam heeft staan, de ideale duopartner. Programma: Maurice Ravel Sonate posthume / Camille Saint-Saëns Sonate voor viool en piano nr. 1 op. 75 / Claude Debussy Sonate voor viool en piano in g / César Franck Sonate voor viool en piano in A

Maria & Nathalia Milstein foto: Marco Borggreve

9


Verwacht

November zo 11 nov / 11.00 uur / Kleine Zaal Ere Lievonen Het Euler-orgel van Fokker zo 11 nov / 15.00 uur Sweelinck Barokorkest De vroegklassieke symfonie zo 11 nov / 20.15 uur Ladysmith Black Mambazo Legendarische a capellagroep di 13 nov / 20.00 uur / Paradiso Nederlands Blazers Ensemble Bach en Soefi wo 14 nov / 20.15 uur BL!NDMAN [sax] Steamboat Bill, Jr. (1928) do 15 nov / 12.30 uur Lunchconcert ism Nationaal Muziekinstrumenten Fonds do 15 nov / 20.15 uur Ensemble Resonanz De verdwenene 10

vr 16 nov / 20.15 uur David Kadouch Révolution za 17 nov / 14.15 uur De IJ-Salon Oostenwind

za 17 nov / 20.15 uur Florian Boesch + Malcolm Martineau Boesch brengt Winterreise za 17 nov / 20.30 uur / Bimhuis FIRE! Orchestra The Rest is Noise @ Bimhuis zo 18 nov / 12.00 uur / Entreehal Muziekgebouw Park Picknick wo 21 nov / 20.15 uur Holland Baroque Molière et Moi, magnifique

do 22 nov / 20.15 uur icon LOD muziektheater + Asko|Schönberg za 24 nov / 20.15 uur Dudok Quartet Amsterdam Eerherstel voor componist Hans Pfitzner

Kijk Muziek! zo 25 nov

13.30 uur + 15.30 uur / Kleine Zaal Het Boompje (2-4) Alle Hoeken van de Kamermuziek 13.30 uur Help een olifant! (6+) Wishful Singing di 27 nov / 20.15 uur VOCES8 + Rachel Podger Guardian Angel wo 28 nov / 20.30 uur / Bimhuis Diamanda Dramm Violin Spaces

Huil van de Wolff Elke 22e van de maand klinkt om 20.00 uur het geluidsmonument Huil van de Wolff. Martijn Padding componeerde deze interactieve geluidsinstallatie ter herinnering aan oprichter van het Muziekgebouw Jan Wolff (1941 - 2012). Zie voor meer informatie muziekgebouw.nl/ huilvandewolff Geheimtips Bijzondere concerten die je niet mag missen


Foto: Erik van Gurp

Grand café 4’33 Kom voor het concert eten in Grand café 4’33. Reserveren: 020 788 2090 of 433grandcafe.nl.

Rondom het concert - Na aanvang van het concert heeft u geen toegang meer tot de zaal. - Zet uw mobiele telefoon uit voor aanvang van het concert. - Het maken van beeld- of geluidsopnamen in de zaal alleen met schriftelijke toestemming. - Algemene Bezoekersvoorwaarden zijn na te lezen op muziekgebouw.nl

Bij de prijs inbegrepen Reververingskosten en garderobe zijn bij de kaartprijs inbegrepen. Ook een pauzedrankje, tenzij anders vermeld op uw concertkaartje. Bij concerten zonder pauze staan drankjes klaar na afloop van het concert.

Steun het Muziekgebouw Inkomsten uit kaartverkoop dekken ten dele onze kosten. Word vriend of doneer: met uw extra steun kunnen we concerten op het hoogste niveau blijven organiseren. Meer informatie: muziekgebouw.nl/steunons

Op de hoogte blijven? Blijf op de hoogte van nieuw geboekte concerten of ander nieuws. Volg ons via onze e-nieuwsbrief (aanmelden op muziekgebouw.nl), Facebook, Twitter of Instagram. Dank! Wij kunnen niet zonder de steun van onze vaste subsidiënten en Vrienden van het Muziekgebouw. Wij zijn hen daarvoor zeer erkentelijk.

Druk binnenwerk

11


2018 11 10 Josef Spacek  
2018 11 10 Josef Spacek  
Advertisement