Issuu on Google+

 

     

   

 

 

 

                        Woensdag 28 oktober 2009 x Beursschouwburg x Brussel x Een organisatie van Muziekcentrum Vlaanderen  i.s.m. het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media van de Vlaamse Gemeenschap x www.muziekdigitaal.be 


Verslag Studiedag Muziek Digitaal  28 OKTOBER 2009 x BEURSSCHOUWBURG, BRUSSEL x VERSLAG  

 


Inhoudstafel      Inleiding ................................................................................................................................................................................ 7  Hoe beïnvloedt de opkomst van digitale technologie de (re)productie, distributie en   consumptie van muziek? ............................................................................................................................................... 8  Inkomstenmodellen in het digitale tijdperk ........................................................................................................ 11  Op zoek naar fans? Over online promotie, marketing en netwerking rond muziek .......................... 23  Music overload?! Hoe reageert de eindgebruiker op al die nieuwe toepassingen? ............................ 28  Redden computergames de muziekindustrie? ................................................................................................... 32  Muziek & het mobile web: uitdagingen en opportuniteiten ......................................................................... 37  Slottoespraak .................................................................................................................................................................... 40  Startup Corner ................................................................................................................................................................. 40  Colofon ................................................................................................................................................................................ 50 

 


Inleiding      Op 28 oktober 2009 organiseerde Muziekcentrum Vlaanderen met de steun van het departement  Cultuur, Jeugd, Sport en Media de studiedag Muziek Digitaal. In de Brusselse Beursschouwburg  kwamen 150 deelnemers samen om te reflecteren over de invloed van digitale technologie op de  (re)productie, distributie en consumptie van muziek. Het internet en digitale technologie plaatsen de  muzieksector immers voor een breed gamma aan uitdagingen en opportuniteiten, onder andere op het  vlak van inkomstenmodellen, ontsluitingsmogelijkheden en auteursrechtelijke kwesties.     De studiedag begon met een keynote speech van de Brit Andrew Dubber, auteur, docent en expert  digitale muziekcultuur. Daarna volgden sessies rond inkomstenmodellen in het digitale tijdperk; online  promotie, marketing en netwerking rond muziek; auteursrecht in een digitale samenleving; noden en  verwachtingen van eindgebruikers; nieuwe vormen van ontsluiting van muziek via computergames en  uitdagingen en opportuniteiten rond muziek & mobiel internet.    Per sessie werden telkens drie vooraanstaande sprekers uit Vlaanderen en Nederland uitgenodigd. De  studiedag richtte zich op een publiek van professionals uit de Vlaamse en Nederlandse muzieksector  (muzikanten, organisatoren, managers, promotoren...) alsook beleidswerkers van de Vlaamse overheid  (cultuur, media, innovatie...).     Met deze studiedag wil Muziekcentrum Vlaanderen de vinger aan de pols houden, inspirerende  praktijkvoorbeelden aanreiken, actuele tendensen in kaart brengen en het debat stimuleren rond deze  thema’s.     We wensen U alvast veel leesgenot met dit verslag!    Het Muziekcentrum Vlaanderen‐team 

 



Hoe beïnvloedt de opkomst van digitale  technologie de (re)productie, distributie en  consumptie van muziek?  KEYNOTE ANDREW DUBBER x VERSLAG: DIRK STEENHAUT    “Digital technology changes everything about what popular music does and how we experience it. In  essence, my presentation will be about introducing the concept of just how radical the change is.” –  Andrew Dubber                        De opkomst van de digitale technologie heeft de muziekindustrie, zoals we die de jongste decennia  hebben gekend, totaal op zijn kop gezet. In zijn openingstoespraak ging de Britse hoogleraar Andrew  Dubber, blogger en auteur van het boek ‘The Twenty Things You Must Know About Music Online’  uitvoerig in op de ingrijpende manier waarop het onlinegebeuren de productie, exploitatie, distributie  en consumptie van muziek heeft veranderd. De kern van zijn betoog was dat je eerst de eigenheid van  een nieuw medium moet leren begrijpen en onderkennen, voor je de mogelijkheden ervan ten volle  kunt benutten.   We staan op de drempel van een nieuw tijdperk, zegt Dubber, en dat gaat gepaard met nieuwe  wetmatigheden, zeker in de muziekindustrie. In het zog van ‘the digital age’ tekenen zich nieuwe  fenomenen af, die we nog niet helemaal begrijpen omdat we ons in een overgangsfase bevinden en er  dus nog geen afstand van kunnen nemen. Dat standpunt illustreert hij aan de hand van een parabel  over een theatermaker die zich plots geconfronteerd ziet met de opkomst van een revolutionair nieuw  medium: televisie. Eerst ziet hij er vooral mogelijkheden  in om met zijn stukken een ruimer publiek te bereiken,  maar al gauw beseft hij dat hij daarvoor compromissen  zal moeten sluiten die de eigenheid van zijn 

“Stop making music, start  making internet” 

expressievorm aantasten. Bovendien blijken nu minder  mensen een kaartje te kopen voor zijn voorstellingen, omdat tv‐kijken (relatief) gratis is. Zijn conclusie:  televisie vernietigt de theatercultuur. Een vergissing, aldus Dubber, omdat hij aan een nieuw medium  een oud verwachtingspatroon vastknoopt. Theater wérkt niet op het televisiescherm, dus moet de 


regisseur leren hoe je televisie maakt. En zodra hij die stap heeft gezet kan hij het medium gebruiken  om zijn verhaal nog trefzekerder én aan meer toeschouwers te vertellen.  De analogie met de muzikant van de 21ste eeuw ligt voor de hand: “stop making music, start making  internet”, stelt Dubber. We zien nieuwe media nog te vaak in de context van wat voorafging, terwijl we  ze op hun eigen merites moeten beoordelen. Dat we daar soms moeite mee hebben is te wijten aan de  snelheid waarmee communicatiemiddelen zich dezer dagen ontwikkelen. Er waren tienduizenden  jaren nodig om de orale traditie te doen overgaan in een geschreven traditie. Vijfhonderd jaar na de  boekdrukkunst brak het elektrische tijdperk aan, een evolutie die aan de oorsprong ligt van  massamedia als telefonie, telegrafie, radio en televisie. Dat tijdperk is inmiddels alweer verdrongen  door het digitale, en dat heeft een fundamentele invloed op hoe we ons gedragen als mensen. Doordat  we ons moeten aanpassen aan een nieuwe technologische omgeving, reageert ons brein ook op een  andere manier op de prikkels die het krijgt. De overgang van een analoge muziekopname naar een  mp3‐bestand is volgens Andrew Dubber net zo ingrijpend als die van een gedrukte partituur naar  opgenomen muziek. In die context heeft de platenindustrie zijn relevantie verloren. Vandaag staat  immers het internet centraal in de manier waarop mensen muziek componeren, distribueren,  promoten en consumeren. Oude gewoonten, vaardigheden en businessregels dienen daarom  vervangen te worden door nieuwe. Wie niet ten onder wil gaan, kan maar beter vooruitkijken. Want,  besluit Dubber, “digital is different.”      Reacties van het publiek  Op welke manier zullen de digitale ontwikkelingen op termijn het gedrag van de muziekconsument  beïnvloeden?  Dubber: “Naar mijn gevoel zal die in de toekomst op een actievere manier met (andermans) muziek  omspringen. Fenomenen als de remix en de mash‐up zijn daar, in de huidige transitieperiode, al  uitingen van. Naarmate de technologische omgeving verandert, zullen meer vernieuwende niches  ontstaan. Dat merk je aan de manier waarop zestienjarigen vandaag met muziek omspringen. Ze  luisteren ánders en hebben andere verwachtingen dan dertigers en veertigers. Het zijn dan ook veeleer  media‐ dan muziekconsumenten.”    Welke rol is er weggelegd voor het auteursrecht in die nieuwe technologische omgeving?  Dubber: “Copyright is belangrijk, maar het werd bedacht op maat van media die inmiddels tot een  ander tijdperk behoren. Je kunt die oude regels niet zomaar toepassen op een nieuwe digitale  omgeving. We zullen het principe van het auteursrecht dus moeten aanpassen en herdefiniëren.  Daartoe dienen we ons af te vragen:  waarvoor dient het precies? Hoe ver moet het reiken? Wie moet  het ten goede komen? En hoe staat de consument er zelf tegenover? Ik wil er graag op wijzen dat  copyrightwetten kunstenaars nooit hebben beschermd tegen uitbuiting. Doorgaans kwamen ze vooral  de machtigsten uit de sector ten goede. Mocht het auteursrecht niet hebben bestaan, dan zouden de  auteurs zelf in het verleden gegarandeerd meer geld hebben verdiend. Copyright gaat overigens vooral  over de toelating een werk te gebruiken, niet over het maken van een kopie.”    Hoe moet FM­radio reageren op de jongste technologische ontwikkelingen?  Dubber: “Het radiolandschap verschilt van land tot land, het is dus moeilijk er algemeen geldende  uitspraken over te doen. Ik weet niet wat er met FM‐radio zal gebeuren, maar zeker is dat veel zenders  het in de toekomst moeilijker gaan krijgen om een luisterpubliek op te bouwen. Toen FM de middengolf  verdrong, gebeurde dat omdat het de enige plek was waar nieuwe, opwindende muziek werd gedraaid.  Die functie wordt nu meer en meer overgenomen door internetradio. Maar je mag er redelijkerwijs van  uitgaan dat mensen die iets maken waar anderen graag naar luisteren, altijd succes zullen hebben.” 

10 


Inkomstenmodellen in het digitale tijdperk  SESSIE 1.1 x VERSLAG: GEERT ZAGERS    Koop eens een band! Op het Nederlandse sellaband.com kunnen bezoekers songs van beginnende  bands beluisteren en, als ze dat willen, 10 dollar (6,7 euro) sponsoren. Van zodra een band 50.000  dollar heeft vergaard, kan hij met de hulp van Sellaband een plaat opnemen.  Micropatronage is maar  één van de ontelbare voorbeelden van nieuwe business models die onder impact van de digitale  technologie als paddenstoelen uit de grond lijken te schieten. Digitale technologie lijkt bovendien  steeds meer de traditionele tussenschakels in creatie, productie, distributie en exploitatie van muziek  weg te nemen. Het Amerikaanse Tunecore.com bijvoorbeeld zet platenfirma’s buitenspel door   artiesten de kans te bieden hun muziek rechtstreeks op online muziekwinkels als  iTunes, Amazon,  Napster en Rhapsody te plaatsen (in ruil voor  een instapkost en een fee per nummer weliswaar). Ook  om tegen de stroom van illegale downloads en peer‐to‐peer netwerken op te tornen wordt volop  geëxperimenteerd met nieuwe inkomstenmodellen. Jamendo.com laat bezoekers kiezen hoeveel ze  willen betalen voor een nummer; op Amiestreet.com stijgt de prijs van songs naargelang de vraag; op  Lala.com kunnen gebruikers hun hele muziekcollectie gratis online plaatsen en via het web beluisteren.   Voor nieuwe muziek die ze nog niet in hun bezit hebben, verkoopt Lala.com in plaats van een download  een “virtuele kopie” – alleen, maar wel overal, beluisterbaar op het web. Maar lonen al die nieuwe  inkomstenmodellen wel echt? Een Britse studie toonde in 2008 aan dat meer dan tien miljoen songs op  het internet nog geen enkele fan gevonden hebben die bereid is ervoor te betalen. Steeds vaker duikt  ook de kritiek op dat  zogenaamde long tail‐verkoop een te geïdealiseerd inkomstenmodel  is en dat  online verkoopsucces nog altijd voorbehouden is aan een kleine schare grote kleppers. Is er dan niets  nieuws onder de zon? Hoe vertaalt dit alles zich naar de lokale muziekscene? En... valt er eigenlijk  überhaupt nog wel iets te verdienen met muziek?        Business model issues voor de audiovisuele sector  Een blik op de statistieken maakt duidelijk dat de  muziekindustrie het niet zal redden met platenverkoop  alleen, zegt Olivier Braet, senior onderzoeker en  projectleider aan IBBT‐SMIT, het Instituut voor  Breedbandtechnologie – Studie over Media Informatie en  Telecommunicatie van de Vrije Universiteit Brussel. De  fysieke platenverkoop gaat omlaag, en hoewel de digitale 

“Een blik op de statistieken  maakt duidelijk dat de  muziekindustrie het niet zal  redden met platenverkoop  alleen” 

verkoop  omhoog gaat, zal die nooit de verliezen kunnen  compenseren. Het illegale circuit tiert ondertussen weelderig: 66,3 procent van de 15‐ tot 19‐jarigen  koopt nooit platen of cd's. Radioheads In Rainbows, hoewel gratis en legaal te downloaden op hun site,  werd 400.000 keer illegaal gedownload via torrents (een systeem om op een decentrale manier  computerbestanden uit te wisselen) . Illegaal downloaden is voor velen een reflex geworden. 

11 


12 


Via zogenaamde Digital Rights Management (DRM) probeert de industrie die evolutie tegen te gaan. De  contentindustrie introduceert landcodes om hun nationale markt af te schermen; softwarebedrijven  coderen muziekbestanden om illegale verspreiding tegen te gaan; de telecomindustrie onderzoekt  trafiek om illegale verspreiding tegen te gaan. Alleen: die DRM is steevast te omzeilen voor wie écht wil.  Proxy's laten de kijker toe de landcode te omzeilen, de hackergemeenschap maakt er een sport van elke  codering te kraken.  Maar er is ook een nieuw model mogelijk in het digitale tijdperk, zegt Braet. “Hét dominante model op  het web is het Google‐model: je geeft je content weg en probeert via advertentie‐inkomsten op die  content winst te maken. Op die manier wordt muziek een promotietool om iets anders te verkopen in  de marge – advertenties, liveconcerten, merchandising. Alleen: dan moet je wel bereid zijn je analoge  euro's op te offeren voor digitale centiemen.”  Er zijn dus drie mogelijke antwoorden op het veranderende businessmodel. Eén: het directe model ‐  mensen laten betalen per song die ze downloaden, zoals iTunes of AmazonMP3, of via abonnementen.  Twee: inkomsten uit advertenties – gratis je muziek weggeven en geld halen uit de advertenties of via  merchandising en productplacement. Drie: geld verdienen op de rechten van de muziek.  Vraag is hoe je die businessmodellen best kan implementeren. Volgens Braet hangt het af van twee  factoren: wil de luisteraar de muziek één keer horen of meerdere keren? En daarnaast: hoeveel  technologisch inzicht heeft de luisteraar? Gaat hij op zoek naar torrents (waarmee je  computerbestanden op een decentrale manier kan uitwisselen) en open proxy's (waarmee je de  identiteit van je computer kan manipuleren) om aan de content te geraken? Binnen dat model werkt  DRM best bij muziek voor – cru gesteld: technologisch domme – mensen die de DRM niet zullen  omzeilen én die meermaals geluisterd wordt – voor vluchtigere muziek doen mensen toch niet de  moeite om het illegaal te downloaden. In andere gevallen is een andere aanpak – bijvoorbeeld een  indirect businessmodel – wellicht beter op zijn plaats. Conclusie: een gediversifieerd businessmodel is  de enige manier om de uitdagingen van het digitale tijdperk aan te pakken.     Olivier Braet is senior onderzoeker en projectleider aan IBBT­SMIT (Instituut voor Breedbandtechnologie  – Studie over Media, Informatie en Telecommunicatie), een onderzoeksinstituut van de Vrije Universiteit  Brussel. Hij focust op de bedrijfskundige en economische dimensies van nieuwe informatie­ en  communicatietechnologieën, en is in die hoedanigheid betrokken bij verscheidene internationale en  nationale onderzoeksprojecten.      Muziek verkopen in het digitale tijdperk: van business to consumer naar business to business  Ook Benny Lanoizelé, directeur Business & Digital Development bij Universal Music Belgium, ziet dat  de muziekindustrie in een overgangsfase zit. “We schuiven weg van een product­driven industrie naar  iets nieuw, alleen is nog niet duidelijk wat dat precies moet zijn.” Er zijn veel initiatieven om op een  nieuwe manier geld te verdienen voor artiesten, alleen zijn de meeste nieuwe initiatieven moeilijk te  vatten en nog moeilijker te monetariseren. “Wie wil nog betalen voor muziek: dat is de grote vraag”,  zegt Lanoizelé. En volgens Universal zijn dat grote bedrijven als Coca Cola, Jupiler of de  telecomindustrie. Zij willen toegang tot de jeugd en de muziekindustrie kan hen die verschaffen. En op  hun beurt kan de muziekindustrie de jeugd bereiken zoals  de jongeren dat willen: nú en gemakkelijk.  Wat houden die samenwerkingen met grote bedrijven dan  precies in? “We hebben bijvoorbeeld een partnership met 

“Wie wil nog betalen voor  muziek: dat is de grote  vraag” 

Samsung, waarbij je bij aankoop van een nieuwe gsm de cd  van de Pussycat Dolls er gratis bij krijgt. Samsung betaalt de plaat, en in ruil kunnen ze zich  differentiëren in een gigantisch aanbod aan gsm's. Andere voorbeelden zijn dan weer usb‐sticks die je 

13 


als muziekcollectie bij de aankoop van high‐end geluidsinstallaties aanbiedt, premiums bij Coca Cola  om gratis een track te downloaden op basis van een code op het flesje of samenwerkingen met Quick,  waarbij je bij aankoop van een Giant Menu één uur onbeperkt kan downloaden.”  Belangrijk daarbij is dat je een cultuur van muziek rond het product creëert, zegt Lanoizelé. Je moet een  omgeving van muziek errond bouwen – waarbij je bijvoorbeeld ook exclusieve foto's van Pussycat  Dolls uploadt op die gsm van Samsung. Of bijvoorbeeld met recommendation technology mensen  nieuwe dingen laten ontdekken: op basis van je gebruik van de nummers op je gsm kan die technologie  je smaak samenstellen, en zo suggesties doen en nummers naar jouw smaak importeren op je gsm.  Kortom, er is een nieuwe waaier aan business to business‐mogelijkheden voor de muziekindustrie,  waarbij de platenmaatschappij zich steeds sterker engageert binnen de partnerships.   Is dit dan dé respons op de nieuwe uitdagingen van de muziekindustrie? “Neen”, geeft hij toe. “Dit is  een oplossing voor de uitdagingen op dit moment. Een manier om te monetariseren wat we nu  hebben.”     Benny Lanoizelé is directeur Business & Digital Development bij Universal Music Belgium.       Ownership versus streaming  Dave Haynes, UK manager van de website Soundcloud, gooit het over een andere boeg en zoekt zijn heil  in de zogenaamde cloud – de wolk van digitale content op het web zonder fysieke downloads. Vergeet  de mp3, lang leve de cloud! “Eerst waren cassettes het nieuwe ding”, zegt Haynes. “Daarna had  iedereen het over cd's en vervolgens alweer over mp3's. En nu is er dus de link.” Mocht u het nog niet  door hebben: de link is de nieuwe mp3. Je moet geen bestanden meer downloaden en in mappen  ordenen: je kan alles gewoon streamen via websites als Spotify of Last.fm. En dat zou wel eens een  grote stap kunnen blijken. “De hele context van het internet komt er bij. Op enkele uren tijd kan je  muziek bijvoorbeeld 100.000 mensen bereiken via pakweg Facebook.”  De cloud is voor Haynes dé nieuwe manier om de luisteraar te bereiken. “Het belang ervan neemt  alleen maar toe op het web. G‐mail is een cloud‐based system voor email. Flickr is een cloud voor foto's  – ik kan ze delen en mijn moeder een link sturen naar mijn  stream. Word en Excel zijn stilaan passé: je kan even goed  Google Spreadsheets en Google Docs gebruiken – niet  toevallig in de cloud.” En dat kan perfect ook voor muziek  zo worden. “Wat als je één plaats zou hebben als artiest of 

“Mocht u het nog niet door  hebben: de link is de  nieuwe mp3.” 

label waar je muziek staat? Je hebt geen fysieke kopieën  meer nodig om te verspreiden onder distributeurs of labels. Eens je plaat gereleased is kan je dezelfde  files gebruiken om te linken op Facebook en Twitter, en de luisteraar er zelf content rond laten maken  – en zo reclame verspreiden  voor je plaat of je optredens. Als je één unieke, relevante link hebt met  muziek in superieure kwaliteit, is dat interessanter voor de gebruiker dan illegale downloads.  Misschien is dat wel de nieuwe manier om met muziek om te gaan.”  Maar willen mensen dan hun muziek niet bezitten, zoals Steve Jobs in 2007 zei? Neen, beweert Haynes.  Het is soms handiger om je muziek te bezitten, maar het is minder en minder nodig. Dankzij de cloud  en diensten als Pandora en Spotify kan je luisteren waar je wil en wanneer je wil. Een dienst als Spotify  laat zelfs toe dat je bestanden tijdelijk in je cachegeheugen opslaat, waardoor je ook offline nog kan  luisteren. “Ik wil mijn muziek zelfs niet meer bezitten”, zegt Haynes. “Mijn cd's staan in dozen op  zolder.”  Vraag is of daar dan nog een businessmodel in te vinden is. Volgens Haynes is er nog op drie manieren  geld te genereren in de muziekindustrie. Vooreerst creëert muziek aandacht, in een wereld van digitale  overvloed een schaars goed én de manier voor labels om adverteerders aan te spreken. Daarnaast is 

14 


ook het gebruiksgemak een belangrijke factor. iTunes is succesvol omdat het veilig en makkelijk is en  slaagt er dus in muziek te monetariseren. En tot slot zijn mensen ook nog bereid te betalen voor een  ervaring – gaande van een live‐ervaring tot de fysieke ervaring van pakweg vinyl. “Misschien dat de  cloud op die manier nieuwe businessmodellen kan genereren.”    Dave Haynes  is UK manager van Soundcloud. Daarvoor had hij zijn eigen label en muziekwinkel en  werkte hij in de digitale muziekdistributie. Hij is de oprichter van Open Music Media, een Britse groep die  maandelijks bijeenkomt om te discussiëren rond digitale muziek en media. 

15 


16 


En als alles nu eens gratis was? Over  auteursrecht in een digitale samenleving  SESSIE 1.2 x VERSLAG: DIRK STEENHAUT     Dankzij de digitale technologie van vandaag is het kopiëren, verspreiden en hergebruiken van muziek  makkelijker dan ooit. Dat zorgt voor een toenemende spanning tussen rechthebbenden, de  beheersvennootschappen die de rechten innen en de gebruikers.  Is het internet een bedreiging of een  kans? Moet het inkomen van auteurs beter gegarandeerd worden aan de hand van bestaande  instrumenten en netwerken van beheersvennootschappen of moeten integendeel nieuwe  exploitatiemodellen worden ontwikkeld?       Adieu auteursrecht!  De huidige culturele markt wordt beheerst door enkele culturele conglomeraten, zegt Joost Smiers, die  politicologie van de kunsten doceert aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en co‐auteur is van  het boek ‘Adieu auteursrecht’. In het digitale tijdperk is, met bedrijven als Apple en Google, de  concentratievorming zelfs nog nadrukkelijker dan in het  analoge. Het auteursrecht biedt aan hen die vooral  bestsellers of blockbusters maken een  investeringsbescherming. Vanuit het oogpunt van het  mededingingsrecht, dat iedereen de vrije toegang tot de  markt moet garanderen, vindt Smiers die marktdominantie  onaanvaardbaar: ze zorgt voor verwrongen 

“Kan iemand die iets kleins  toevoegt aan een traditie  eigenlijk wel aanspraak  maken op intellectueel  eigendomsrecht?” 

machtsverhoudingen. Wanneer grote investeerders een  bescherming krijgen voor hun investering, heeft dat fatale gevolgen voor de culturele diversiteit. De  conglomeraten maken namelijk misbruik van hun marktpositie, door de consument met veel  marketinggeweld de indruk te geven dat zij de interessantste producten in de aanbieding hebben en  daardoor worden de andere spelers weggedrukt. In zo’n klimaat krijgt een nieuwe Disney per definitie  veel meer aandacht dan de zeshonderd films die bijvoorbeeld in Europa worden gemaakt en dat vindt  Smiers, als democraat, in geen geval te tolereren.  Honoreert het auteursrecht de originaliteit van iemands creatie? Joost Smiers relativeert dat. Want  vaak wordt slechts voortgebouwd op het werk van anderen. Kan iemand die iets kleins toevoegt aan  een traditie eigenlijk wel aanspraak maken op intellectueel eigendomsrecht en zo anderen uitsluiten  van het gebruik van zijn werk? Smiers beschouwt het copyright als een vorm van censuur. Het feit dat  je het werk van een ander niet mag veranderen vindt hij ondemocratisch en in strijd met de  mensenrechten. Wanneer de eigenaar als enige mag bepalen hoe zijn werk gebruikt mag worden, dreig  je de cultuur te bevriezen. “Het is mijn democratisch recht, bijvoorbeeld om ideologische redenen, een  werk te veranderen en zo een andere werkelijkheid te tonen”, stelt de professor.  “We zitten  momenteel met een democratisch deficit, waar we dringend van af moeten, maar het auteursrecht staat  ons daarbij in de weg. Dus moeten we ingrijpen door 1) dat instrument af te schaffen en 2)  marktdominante culturele conglomeraten in kleinere stukken te hakken.” 

17 


Wat is het voordeel van die demarche? Om te beginnen verkleint het de mogelijkheid van de  marktleiders om nog verder te investeren in blockbusters en in een sterrensysteem. Want ook al  beweert de entertainmentindustrie enkel te maken wat het grote publiek wil, toch spendeert het  doorgaans gigantische marketingbudgetten om toeschouwers naar hun producties te lokken. Maar  indien de cultuurconsument niet meer in een bepaalde richting wordt gedwongen, krijgt hij een grotere  culturele diversiteit voorgeschoteld. Een veranderende markt waar geen dominante spelers meer actief  zijn, zal vanzelf een positieve weerslag hebben op het inkomen van heel wat kunstenaars  want die  krijgen het op een ‘level playing field’ nu makkelijker om een publiek te vinden en hun werk op een  redelijke manier te laten renderen. Bovendien, zegt Smiers, zijn we dan meteen verlost van de  privatisering van ons publieke domein van kennis en creativiteit. Zo ontstaat een markt waar  kunstenaar en publiek dichter bij elkaar staan. De consument die zich nauwer betrokken voelt bij een  artiest zal ook makkelijker bereid worden gevonden voor diens werk te betalen.  In de nabije toekomst wil Joost Smiers nu gaan onderzoeken hoe die nieuwe markt precies zal  functioneren. “We moeten af van de neo‐liberale idee dat we de markt niet mogen regelen”, zegt hij.  “Dat mogen we wél. En dan liefst ten gunste van het publieke domein.”    Joost Smiers is professor (em.) in de politicologie van de kunsten en research fellow in de Onderzoeksgroep  Kunst & Economie aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Zijn “Arts under Pressure. Promoting  Cultural Diversity in the Age of Globalization” is in tien talen vertaald. Samen met Nina Obuljen redigeerde  hij Unesco’s Convention on the Protection and Promotion of the Diversity of Cultural Expressions. Making  It Work.       Auteursrecht in een digitale samenleving: is het nog nodig?  Advocate en VUB‐docente Fabienne Brison, momenteel voorzitter van de Belgische Vereniging voor het  Auteursrecht, is het niet met de analyse van Joost Smiers eens en pleit voor een genuanceerdere  benadering. Daarbij hanteert ze volgende uitgangspunten:   ‐

Het auteursrecht is in Europa aan het einde van de achttiende eeuw ontstaan als antwoord op  een economische behoefte. Toen er nog nauwelijks sprake was van mecenaat, zocht men naar  een manier om kunstenaars voor hun werk te vergoeden.  

Het verleent de auteur niet alleen vermogensrechten (een financiële vergoeding), maar ook  morele rechten (een bescherming van de naam en artistieke reputatie van de auteur). De  vermogensrechten hebben vooral tot doel de creativiteit aan te moedigen, door de kunstenaar  een ‘return on investment’ te geven. Fabienne Brison merkt op dat het in onze maatschappij  volkomen normaal is dat culturele conglomeraten geld investeren om geld te kunnen  terugverdienen.  

Het auteursrecht dient het algemeen belang. We willen immers dat de artiest ons het beste van  zichzelf kan geven en dat het publiek kan genieten van een groot cultureel aanbod.  

Toch is het auteursrecht niet onaantastbaar, vindt ze. Het is altijd een compromis tussen de rechten van  de auteur en die van het publiek. Het honoreert de creaties van een kunstenaar, maar is wél beperkt in  de tijd en dus eindig: op een bepaald moment wordt een werk publiek domein. Bovendien voorziet de  wet uitzonderingen op het auteursrecht, bijvoorbeeld ten behoeve van het onderwijs, het  wetenschappelijk onderzoek en de vrijheid van meningsuiting. Maar iedereen weet dat het in een  online‐omgeving praktisch gezien steeds moeilijker wordt misbruiken tegen te gaan en de gebruiker  het auteursrecht te doen respecteren. Fabienne Brison erkent dat het copyright nog steeds voor  verbetering vatbaar is, en dat er constant nieuwe evenwichten moeten worden gezocht, maar ze  waarschuwt tegen denkpistes als deze van Joost Smiers die het kind met het badwater dreigen weg te  gooien. Daarom pleit ze voor een op internationaal niveau nog meer geharmoniseerd, maar ook 

18 


vereenvoudigd,  en in zijn praktische werking transparanter auteursrecht.   Fabienne Brison citeert uit een studie van Arthena over het economisch belang van het auteursrecht in  België in 2008 om haar argumentatie kracht bij te zetten. In dat jaar bedroeg de omzet van de  hoofdindustrieën van en rond het auteursrecht in ons land meer 32 miljoen euro, vertegenwoordigde  het meer dan 3 procent van het Bruto Binnenlands Product en zorgde het voor de tewerkstelling van  meer dan 92.000 voltijdse werknemers. Met andere woorden: het gaat om een belangrijke industrie die  de belangen van enkele individuen ver te boven gaat. Daarentegen zijn de cijfers over het economisch  belang van het “digitaal” gebruik van auteursrechtelijk beschermd repertoire teleurstellend, waarvoor  Brison bijvoorbeeld verwijst naar het laatste jaarverslag van Sabam (zo werd ‘slechts’ 13,2 miljoen  euro aan fonografische reproductierechten geïnd en leverde de thuiskopievergoeding slechts 3.692.037  euro op) .   Fabienne Brison formuleert tenslotte haar antwoord op Joost Smiers: “Laat ons het debat omtrent  nodige of wenselijke aanpassingen van het auteursrecht niet uit de weg gaan (zo bijv. inzake het  artistiek citaatrecht), de sector moet dringend zijn verantwoordelijkheid opnemen en de  beheersvennootschappen bijv. dringend afdoende en constructieve oplossingen aandragen, en laat  mogelijke misbruiken van machtsposities door zgn. cultuurconglomeraten systematischer aanpakken,  minstens aftoetsen, op basis van het mededingingsrecht. Maar, in afwachting van een werkbaarder  instrument, doen we er goed aan het bestaan van het auteursrecht niet op de helling te zetten.”     Fabienne  Brison,  advocaat ­ partner  bij  Howrey  LLP, doceert  intellectuele  rechten,  juridische   aspecten  van  de  massamedia  en  recht  van  nieuwe  technologie  aan  de  Vrije  Universiteit  Brussel,   alsook  naburige  rechten  in  de  Master  na  Master  Intellectuele  Rechten  aan  de  Katholieke   Universiteit  Brussel.  Ze  is  auteur  van  diverse  artikelen  en auteur/coauteur/editor  van  boeken  over   intellectuele  rechten  en  wordt  regelmatig  gevraagd  als  spreker  op  nationale  en  internationale  fora.   Fabienne  Brison  is  momenteel  voorzitter  van  de  Belgische  Vereniging  voor  het  Auteursrecht  en  

vice­voorzitter van  de  adviserende  Raad  voor  de  Intellectuele  Eigendom,  afdeling  auteursrecht.         Het auteursrecht: ten voordele van muziek  Ook jurist Luc Gulinck, tevens voorzitter van Uradex en bestuurslid van GALM, doet het discours van  Joost Smiers af als demagogisch. Hij beroept zich hierbij op het Artikel 27 uit de Universele Verklaring  van de Rechten van de Mens: ieder individu heeft het recht deel te nemen aan het culturele leven en  ieder individu heeft het recht de vruchten te plukken van zijn eigen werk. De essentie van het  auteursrecht berust op eigendom, iets waar volgens Gulinck over gediscussieerd kan worden, maar dat  wel aan de basis ligt van het westerse rechtssysteem. Sinds het ontstaan van de boekdrukkunst kwam  daar ook het intellectuele eigendom bij, al gaat dat minder ver en is het aan beperkingen onderhevig.  De wetgever heeft dus al een afweging gemaakt tussen de belangen van het publiek en het recht op  bescherming van de auteur. Alleen wordt in het licht van de jongste digitale evoluties voortdurend  afgedongen op die ‘gewogen entente’. De auteur wordt meer en meer misprezen door de buitenwacht,  terwijl de consument zijn honger naar entertainment ongelimiteerd mag stillen. Dat acht Gulinck  onaanvaardbaar: immateriële (of morele) rijkdom kan slechts genationaliseerd worden op voorwaarde  dat dit ook met alle materiële rijkdom gebeurt, stelt hij in een reactie op de analyse van Smiers. “Schaf  je het auteursrecht af, dan reduceer je een hele sector tot puur amateurisme.” Smiers’ kritiek op de  conglomeraten, volgt Gulinck evenmin: “bewegingen zoals punk en dance zijn alleszins niet door hen  gedirigeerd.” Voorts citeert hij Björn Ulvaeus van ABBA, die stelt dat het auteursrecht hem in staat stelt  van de tien songs die hij schrijft enkel die ene goede over te houden. Luc Gulinck is van oordeel dat de  toekomstmogelijkheden van de komende generaties artiesten vooral bedreigd worden door nieuwe  machtige economische spelers, zoals de grootdistributeurs of ‘contentboeren’, zoals hij ze noemt: de  telecombedrijven, de omroepen en de sociale netwerksites die muziek als lokaas gebruiken voor hun 

19 


eigen handeltje. Gulinck betreurt tot slot dat het door de academische wereld gevoede populistische  discours over het auteursrecht almaar vaker door beleidsmakers wordt overgenomen. “Dat legt een  zware hypotheek op de toekomstige bestaansmogelijkheden van de artistieke gemeenschap.”    Luc Gulinck is jurist, gespecialiseerd in auteursrecht en nevenrechten. Hij werkte eerst als  muziekjournalist en later bij diverse independent­ en major­platenfirma’s (R & S Records, Sony Music  Entertainment en EMI Music) als legal and business affairs manager. Nu is hij juridisch en zakelijk  adviseur van auteurs, uitvoerende kunstenaars, televisie­, film­ en platenproducenten, uitgevers en  acteurs. Hij is tevens voorzitter van Uradex (beheersvennootschap van de rechten van uitvoerende  kunstenaars) en lid van de raad van bestuur van GALM (Genootschap Auteurs Lichte Muziek). Vóór alles  blijft hij echter nog steeds muziekliefhebber, auteur/componist en muzikant.      Reacties van het publiek  Jammer genoeg moest professor Joost Smiers de studiedag om familiale redenen vroegtijdig verlaten,  waardoor het verwachte debat tussen de sprekers helaas geen doorgang kon vinden. Wel kwamen er  vanuit het publiek heel wat vragen en opmerkingen.    Het internet verandert voortdurend: veel bloggers en sites gebruiken content, zoals filmpjes, illegaal. Hoe  moeten de hoeders van het auteursrecht daar mee omgaan?  Luc Gulinck: “Simpel. Wanneer ik een bakkerij open, moet ik ook vooraf nadenken over mijn  businessmodel en over mijn onkosten. Blijkbaar vinden sommigen dat je op het internet niet diezelfde  gestrengheid hoeft na te streven. Maar ook daar dien je je af te vragen: wat kost mijn content? Alleen,  dat gebeurt niet. Men handelt voor men onderhandelt en is vervolgens verontwaardigd dat er rechten  betaald moeten worden. Van die mentaliteit moeten we dringend af, want de auteursregeling vloeit  rechtstreeks voort uit de wet. Dat verklaart waarom de Vlaamse website Cutting Edge onlangs een  factuur van 750 euro kreeg voorgelegd. Tja, als je die dan niet kunt of wilt betalen, heb je je zaken niet  goed voor elkaar.”     Uit Scandinavië komt het voorstel om via de internetproviders een bedrag ­pakweg 2 à 3 euro­ te eisen als  onderdeel van het internetabonnement, dat rechtstreeks naar de auteursrechtenvennootschappen zou  gaan, ter compensatie van downloads. Hoe staan de sprekers daar tegenover?  Luc Gulinck: “Het is een element dat je in overweging kunt nemen. Je verlaat dan het exclusieve recht  en dat geeft mogelijkheden, al blijft voorzichtigheid geboden. Ik geloof niet dat zo’n regeling in de  toekomst alle problemen zal oplossen. Want het lijkt dan alsof je de gebruiker een vrijgeleide geeft om  wat dan ook met die gedownloade muziek te doen. Bijvoorbeeld: de muziek die je van het net haalt op  een film zetten. Je dreigt dus in een grijze zone terecht te komen.”    Christophe Depreter, de nieuwe directeur­generaal van Sabam, betreurt dat Prof. Smiers reeds vertrokken  is. “Ik had hem willen vragen of hij in zijn boek geïnvesteerd heeft en of hij het gratis uitdeelt. Ik vraag me  ook af of Smiers geen twee dingen door elkaar haalt: adieu auteursrecht en adieu conglomeraten. Schaf je  het auteursrecht af, dan dreigt de artistieke productie inderdaad in amateurisme te verzanden. Dat  impliceert een terugkeer naar de middeleeuwen, waar enkel de vorst besliste wat je mocht zingen,  schilderen of denken. Daar bedank ik voor. Wil Smiers af van Sabam? Velen kennen niet eens het verschil  tussen auteursrecht, Sabam en de collectieve maatschappij voor het beheer van de rechten. Ik onderschrijf  de kritiek van Fabienne Brison: het auteursrecht én Sabam zijn voor verbetering vatbaar. Momenteel zijn  we dan ook bezig onze interne werking te verbeteren. Ik maak met jullie graag een afspraak over enkele  maanden om na te gaan in hoeverre Sabam tegen dan geëvolueerd zal zijn. Goed, een auteurscompensatie 

20 


via het internetabonnement is één van de mogelijke sporen, al geloof ik niet in een licentie voor  internetproviders die slechts 2 à 3 euro bedraagt. Zelf zou ik uitgaan van een bedrag van minstens 10  euro. Maar Sabam bestudeert ook andere scenario’s. U weet dat we Tiscali Scarlett gedagvaard hebben en  ze ertoe veroordeeld zijn hun netwerk te filteren. We wachten nu op een beslissing in beroep. We  bestuderen ook de Hadopiwet in Frankrijk (wet waarbij burgers die betrapt wordt op het illegaal  downloaden van auteursrechtelijk beschermde werken  na drie waarschuwingen geen toegang tot het  internet meer krijgen voor een bepaalde periode). Ik verzeker u nu al dat Sabam in de komende maanden  met een duidelijk standpunt naar buiten zal komen en hopelijk kunnen we dan op de steun van de auteurs  rekenen om het door de internetproviders én de politici te doen aanvaarden.”    Olivier Maeterlinck, general manager van de Belgian Entertainment Association (BEA) en vice­voorzitter  van Arthena, die onlangs een studie heeft voorgesteld over de economische bijdrage van het auteursrecht,  wil bij de door Fabienne Brison geciteerde cijfers enkele nuances aanbrengen. “We hebben die studie laten  uitvoeren op basis van internationaal aanvaarde regels, uitgevaardigd door de World Intellectual  Property Organisation (WIPO). Er bestaat dus een ruime concensus over de berekening van de precieze  economische bijdrage, zodat je die land per land kunt vergelijken. Fabienne Brison stelde terecht dat de  tewerkstellingscijfers onderschat zijn, wegens gebaseerd op de cijfers van de RSZ. De zelfstandigen zijn er  niet in opgenomen en dat terwijl er in de artistieke sector juist veel zelfstandigen zijn. Ook belangrijk om  aan te stippen: het gaat om de omzetcijfers van BTW­plichtigen. Met een flink stuk van de sector, zoals de  niet­BTW­plichtige culturele centra, is dus geen rekening gehouden. Het op zich indrukwekkende  omzetcijfer is bijgevolg onderschat. Een andere nuance: velen denken dat de studie gaat over de sector  van het auteursrecht, maar in wezen gaat ze iets breder, heeft ze betrekking op alle sectoren (ook het  reclame­ en drukkerijwezen) die belang hebben bij de bescherming van het auteursrecht.”  Over de vergoeding van de internetproviders voor de digitale exploitatie van auteursrechterlijk  beschermde werken, wil Maeterlinck geen uitspraken doen, omdat het debat door de betrokken sectoren  nog gevoerd moet worden. “Rechthebbenden dienen zich zeker af te vragen wat de beste oplossing is.  Maar stel dat het principe wordt aanvaard, dan vraag ik me wel af wat de reactie zal zijn van de digitale  markt, die nog volop in ontwikkeling is, en waar bedrijven, meestal starters, tot investeringen bereid  moeten zijn.  Dat lijkt me problematisch, zeker wanneer aan de consument het signaal wordt gegeven dat  hij in ruil voor een klein, vast bedrag per maand, alles mag downloaden wat hij op het net vindt.”    Musicus en theatercomponist Luc Mishalle vraagt zich af welk percentage van de geïnde auteursrechten  terugvloeien naar de scheppende kunstenaar. Hij stelt ook dat we meer oog moeten hebben voor de  excessen van de muziekindustrie die de auteursrechten van scheppende kunstenaars commercialiseert.   Hij vergelijkt componisten en creatieve kunstenaars met kompels in een diamantmijn: “Die mensen leven  in armoedige omstandigheden, terwijl er in de diamantsector in het westen grof geld wordt verdiend.”  Mishalle stoort zich aan de uitspraak van Luc Gulinck dat de afschaffing van het auteursrecht naar louter  amateurisme zou leiden. “Auteursrechten staan bij ons weliswaar onder druk, maar het getuigt van  grofheid dat muziek die in werelddelen als Afrika en Azië wordt gemaakt, met amateurisme gelijk wordt  gesteld.  Luc Gulinck: “De essentie is dat, als je het auteursrecht afschaft, de incentive verdwijnt voor  kunstenaars om van hun activiteit hun beroep te maken. Zeker: er bestaan excessen in de industriële  exploitatie van kunst en muziek. Anderzijds hebben artiesten zich in het verleden misschien wel al te  gewillig laten naaien. Auteurs moeten assertiever worden, het heft meer in eigen handen nemen en  beseffen dat ze zich, als het over contracten en vergoedingen gaat, iets verantwoordelijker moeten  gedragen.”  Fabienne Brison reageert nog op Mishalles eerste vraag: “Uit de jaarverslagen van de  beheersvennootschappen blijkt dat het gros van de opbrengsten, minus de werkingsonkosten, 

21 


terugvloeit naar scheppende kunstenaars. In 2008 bedroeg alleen al het omzetcijfer van Sabam, de  grootste beheersvennootschap, 218 miljoen euro.  Dat is niet weinig, vooral omdat het los staat van wat  wordt voorzien in de individuele contracten van artiesten. Sinds 1994 worden de auteurs wettelijk veel  beter beschermd, er zijn dus al enorme stappen vooruit gezet. Ook bij juristen en advocaten is er dezer  dagen sprake van een groter begrip van de materie. Wat de vergelijking met de diamantsector betreft:  het��is een economische wetmatigheid dat wie een grondstof levert, bijvoorbeeld een muzikale  compositie, en die vervolgens economisch laat exploiteren, slechts een deel van de opbrengst krijgt.  Want uiteraard is het de bedoeling dat diegene die met de grondstof iets doet, er ook wat aan verdient.”    Guy Van Handenhove van EMI publishing, tevens voorzitter van de uitgeversorganisatie, merkt op dat we  niet te lang stil mogen blijven staan bij de excessen uit het verleden. “Het verhaal van de industrie die zich  verrijkt op de rug van de arme artiest is achterhaald. De wetgeving is er om ervoor te zorgen dat een  artiest die van zijn creatie wil leven beschermd wordt. Smiers’ stelling dat we die moeten afschaffen is dus  van een stuitende absurditeit: als alles van iedereen is, kun je om het even welk huis binnenstappen en er  alles meegraaien wat je maar wilt. Kijk, een auteur die met een uitgever scheep gaat, zoekt eigenlijk een  partner om samen met hem zijn muziek te exploiteren. Zo komt er geld in het laatje dat hem toelaat zijn  scheppende activiteiten voort te zetten. Dat wij uitgevers er financieel een graantje van meepikken, heeft  te maken met het werk dat wij in dat proces investeren. Maar wie al zijn pijlen op de industrie richt, gaat  volgens mij al te kort door de bocht.”    Tijs Vastesaeger van Poppunt vindt dat de discussie over het auteursrecht teveel steunt op een zwart­ wittegenstelling. Stel dat het nodig is, in het licht van de jongste digitale evoluties, enkele aspecten van het  auteursrecht ter discussie te stellen, over welke hebben we het dan precies? Met welke spelers dient het  debat gevoerd te worden? Waar liggen de prioriteiten? Vastesaeger verwijst naar het principe van de  sampling: veel artiesten doen niet eens meer de moeite om de rechten voor het geleende materiaal te  clearen. Valt dat gevecht dus nog wel te winnen? En zo niet, hoe bouwen we dan een remuneratiemodel op  waarbij de auteur, de rechthebbende en de industrie, toch nog een degelijke vergoeding kunnen  binnenhalen? In welke mate moeten we het auteursrecht zelf of de systemen van inning en repartitie  aanpassen?  Luc Gulinck: “Tja, je kunt niet ‘een klein beetje’ auteursrechterlijk beschermd zijn. Het zou zeer  gevaarlijk zijn afwijkingen toe te staan, bijvoorbeeld omdat de aanwezigheid van je werk op een site  promotionele voordelen biedt, waar je achteraf niet meer op terug kunt komen omdat ze intussen als  verworvenheden worden beschouwd. Het zou wél helpen, mocht de overheid zich duidelijk uitspreken  over het respecteren van het auteursrecht, omdat de sector zich dan beter zou kunnen wapenen tegen  misbruiken. Voorlopig bestaat daar helaas geen kader voor. Maar als je het collectief beheer gaat  ondergraven is het einde zoek.”  Fabienne Brison: “Op het wetgevende niveau zijn er openingen om over uitzonderingen op het  auteursrecht te discussiëren, maar niemand wil raken aan de compromissen die in de wet zijn  vastgelegd. Het debat verloopt moeizaam doordat iedereen op eieren loopt. Door aan de boom te  schudden, dwingt prof. Smiers ons naar antwoorden op zoek te gaan. We moeten het aandurven  contractuele regels te herevalueren. Er is meer transparantie nodig inzake de implicaties van morele  rechten, inzake tarificatie. Maar om tot bevredigende resultaten te kunnen komen is het nodig dat alle  gesprekspartners op een correcte en respectvolle manier met elkaar omgaan. Ook al hebben de  beheersvennootschappen nog een weg af te leggen, de beloften van Christophe Depreter stemmen mij  optimistisch. De auteurswetgeving en de reglementen van Sabam horen vereenvoudigd te worden en  de auteurs moeten tijdens de algemene vergaderingen met kennis van zaken interveniëren.”       

22 


Op zoek naar fans? Over online promotie,  marketing en netwerking rond muziek  SESSIE 2.1 x VERSLAG: DIRK STEENHAUT    Loont het om zwaar te investeren in online promotie, marketing en netwerking?  Zo ja,  welke strategie  gebruik je het best? Wat werkt, wat niet? Hoe kan je internet inzetten in je promotie? En is er leven na  web 2.0?      AB2  In 2008 integreerde de AB een communityplatform in zijn nieuwe website. Volgens David Zegers,  directeur communicatie en ontwikkeling, richt de Brusselse concertzaal zich steeds meer op  onlinecommunicatie omdat 90 procent van zijn publiek zich via het internet informeert over het  concertaanbod en 70 procent zijn kaartjes via de website bestelt. Vroeger concentreerde de site zich  enkel op de concerten, terwijl vandaag ook de artiesten en fans een centrale plaats krijgen toebedeeld.  Gebruikers kunnen er nu een eigen profielpagina aanmaken, waarop hun eigen muzikale voorkeuren  en hun concertverleden worden bijgehouden. Zo kunnen ze op de concertpagina zien wie zich voor  welk concert heeft aangemeld. De groeiende interactiemogelijkheden tussen de toeschouwers leiden  ertoe dat ze zichzelf én gelijkgestemden beter kunnen helpen, door bijvoorbeeld aan ticketruil te doen  of met streekgenoten afspraken te maken omtrent carpooling. Bovendien beschikt de AB over een  eigen Facebookpagina. Op basis van een Last FM‐integratie krijgt de fan er informatie over andere  concerten die mogelijk binnen zijn interesseveld liggen, wat vaak leidt tot nieuwe ontdekkingen. Via de  site krijgt hij ook content van buitenaf, zoals concertverslagen of YouTube‐filmpjes, aangeboden.   Dat het communityplatform, AB2 dus, in een mum van tijd tot een paradepaardje is uitgegroeid, blijkt  uit het feit dat er één jaar na de lancering al 24.000 profielen actief zijn. Zo’n niche‐community is  volgens Zegers zinvol, omdat ze een meerwaarde biedt tegenover sociale netwerksites en het unieke  karakter van de AB in de verf helpt te zetten. Dankzij het onderdeel ABtv slaagt het muziekhuis er zelfs  in met bepaalde concerten twee keer meer mensen te bereiken dan de zaalcapaciteit toelaat. Zo werd  een concert van Moby, dat gestreamd werd via de website, door 5000 mensen bekeken. Internationale  concerten worden overigens in het online‐archief opgeslagen en kunnen dus later ‘on demand’ worden  opgevraagd. Op één jaar tijd is ABtv al 750.000 keer bekeken, wat aantoont dat het publiek deze  nieuwe tool absoluut apprecieert. Per maand wordt hij gemiddeld door 8.680 kijkers gebruikt.  Aanvankelijk keek slechts 3 procent onder hen live, maar vandaag is dat aantal al gestegen tot 20  procent. 80 procent van de consumenten bekijkt de concerten op een later tijdstip.  Het voordeel van die formule is volgens David Zegers dat er voortdurend nieuwe content kan worden  aangeboden en dat ABtv over uiteenlopende formats beschikt. Behalve concerten vallen er ook  reportages en AB‐sessies (live‐opnamen in de AB‐studio van één artiest of groep die in een vast decor  één nummer brengt) te bekijken. Ancienne Belgique ontwikkelde speciaal daarvoor  samenwerkingsmodellen met platenmaatschappijen en de krant De Standaard. Tegenwoordig zijn heel  wat artiesten al vragende partij om aan zo’n sessie deel te nemen. Tot dusver zijn er al een zestigtal  ingeblikt en ze blijken een prima middel te zijn om de platenverkoop van een artiest te bevorderen en  zijn publieksbereik te vergroten. De afspraak met artiesten en labels is wel dat ze uitsluitend op de  

23 


24 


website van de AB zelf (en niet via YouTube) te bekijken vallen. David Zegers gewaagt van een sterk  model, omdat het nauw verstrengeld is met de reguliere concertwerking van het huis. De resultaten  van al die vernieuwingen mogen er alvast wezen: het aantal unieke AB‐bezoekers is het afgelopen jaar  met 45 procent gestegen. Het belang van doorverwijssites valt daarbij allerminst te onderschatten: heel  wat mensen komen via Facebook, Twitter of Last FM op de website van de AB terecht.   Het communityplatform biedt voor de concertzaal, als promotiemiddel, dus een onbetwistbare  meerwaarde. Het heeft niet alleen de communicatie tussen de AB en zijn publiek geoptimaliseerd, ook  de dialoog tussen de toeschouwers onderling is erdoor aangezwengeld.    David Zegers is directeur communicatie en ontwikkeling bij concertzaal Ancienne Belgique. Daarvoor  werkte hij als pers­, communicatie­ en marketingverantwoordelijke bij Poppunt. David is  bedrijfspsycholoog van opleiding (UGent) en behaalde in 1999 een Master in General Management aan de  Vlerick School. Daar werkte hij vervolgens ook drie jaar als onderzoeker rond het domein van Interactieve  Marketing.      New Music Labs  Hoe kun je de digitale technologie het best aanwenden om een fanbase uit te bouwen? Lykle De Vries,  van het Nederlandse Music Labs, een creatief laboratorium voor de muziekindustrie, is van oordeel dat  de traditionele marketingstrategieën hebben afgedaan. Ook MySpace is, tenzij het zich drastisch  vernieuwt, wellicht volgend jaar al ten dode opgeschreven. Daarom ontwikkelde Musiclabs de  zogenaamde ‘tools for tribes’: manieren voor groepen om de  contacten met hun fans te onderhouden. Het bedrijf helpt  bands met de opbouw van hun website, het ontwikkelen van  iPhone‐applicaties en van een tribe monitor, die alle  essentiële connecties moet samenbrengen.  Het doel van marketing is: belangstelling wekken voor wat je 

“Doe niets voor niets. Bands  moeten iets krijgen in ruil  voor hun muziek, al hoeft  het niet per se geld te zijn.” 

maakt als artiest en mensen ertoe te overhalen er tijd en geld  voor af te staan. Het ideale model begint, volgens De Vries, bij de content (de muziek), die vervolgens in  een (digitale) context wordt geplaatst. Het komt erop aan voor een artiest een waardevolle setting te  creëren en kanalen te openen waarlangs hij zijn fans kan bereiken. Zelf kan de artiest met zijn publiek  een dialoog aangaan en met het oog daarop dient hij zowel in de echte als de digitale wereld actief te  zijn. Om een en ander te vergemakkelijken ontwikkelde New Music Labs een vijftal basisprincipes:  ‐

Doe niets voor niets. Bands moeten iets krijgen in ruil voor hun muziek, al hoeft het niet per  se geld te zijn. Contactadressen zijn, zeker in het beginstadium van een groep, soms net zo  waardevol. Ook doet een muzikant er goed aan na zijn optredens cd’s aan te bieden, waarbij  hij het publiek zelf de prijs laat bepalen. 

Communiceer met je fans en betrek ze bij je werk, door ze bijvoorbeeld remixen van je  nummers te laten maken die je op je website zet. Zorg er ook voor dat je met  merchandisingspullen uitpakt waar je publiek echt op zit te wachten. 

Deel niet alleen je muziek maar ook je passie. Zorg ervoor dat het publiek je kan geloven en  breid je fanbase uit door je werk te relateren aan dat van anderen. 

Laat de fans delen in je avonturen door middel van blogs. Zorg ervoor dat je zichtbaar bent  door zoveel mogelijk events af te schuimen en ga de dialoog aan met je publiek via Facebook  en Twitter. Bepaal welk groepslid het best geschikt is om zich actief te buigen over de  verschillende onderdelen van je strategie. 

25 


Hou je fans op de hoogte van alles wat je doet en geef ze een reden om je te blijven volgen,  door bijvoorbeeld kortingsbonnen voor je volgende optreden uit te delen. 

Volgens De Vries kan ook een kleine band met deze tools in een mum van tijd een grote impact  bereiken. Als voorbeeld geeft hij de Nederlandse groep Silence is Sexy, die haar cd gratis als torrent  aanbood via Last FM. In 4 maanden werd hij ruim 25.000 keer gedownload.    Lykle de Vries  (New Music Labs) was coördinator van de minor ‘The Next Web’ aan de Noordelijke  Hogeschool Leeuwarden waar studenten de nieuwste online applicaties en social communities leren  bouwen. Hij geeft regelmatig lezingen waarin hij vertelt over nieuwe ontwikkelingen zoals Web 2.0,  Ondernemen 2.0 en Communiceren 2.0.      Communiceren in het digitale tijdperk: what’s next?  In het digitale tijdperk staan de traditionele businessmodellen in de muziekindustrie zwaar onder  druk. Daarom is het nodig op een nieuwe manier te communiceren, vindt Jesse Wynants, een ‘digital  native’ die werkzaam is als Strategic Planner bij het reclamebureau Boondoggle. In tijden van dalende  cd‐verkoop staren platenlabels zich teveel blind op wat ze verliezen en hebben ze te weinig oog voor de  nieuwe mogelijkheden die zich aandienen voor de industrie. Wynants komt alvast met vier strategische  tips op de proppen:  ‐

Smeed een band met je fans. Dat is makkelijker dan ooit, dankzij allerlei sociale netwerken op  het internet. Zo heeft Britney Spears 3,6 miljoen fans op Twitter, terwijl Radiohead over 1,2  volgelingen beschikt op Facebook. Er valt dus veel potentiële winst te halen uit rechtstreeks  contact met het publiek. Het voordeel is dat zowel kleine als grote bands daartoe alle  communicatietools binnen handbereik hebben. Een boeiend initiatief in die context is  Faninvest, waarbij fans aandelen kopen om de opname van een cd te financieren en later  delen in de winst. Op die manier creëert een artiest een vorm van ‘urgency’ bij de fan, die  rechtstreeks betrokken wordt bij het artistieke proces en daardoor vanzelf een zekere  loyaliteit aan de dag zal leggen. 

Werk samen met merken en laat je sponsoren. Wynants verwijst hierbij naar de  samenwerkingen tussen Groove Armada en Bacardi, tussen Tim Vanhamel en Absolut Vodka  of de banner‐actie waarmee Axion op zoek ging naar jonge bandjes. 

Gratis is de beste promotie. Radiohead bewees het enkele jaren geleden al met ‘In Rainbows’,  maar ook de Braziliaanse groep Banda Calypso geeft haar cd’s gratis weg. Het zijn slechts  promotietools voor haar ‐lucratieve‐ optredens. 

Creëer méér dan muziek. Ook via het maken van ringtones en iPhone‐applicaties kun je de  band met de fan nauwer aanhalen. 

Zijn conclusie: goede muziek creëert celebrities. Vervolgens komt het erop aan bekendheid in winst om  te zetten.    Jesse Wynants studeerde in 2006 af aan de KHLIM in Communicatie en Multimediadesign, waarna hij  begon bij Boondoggle als Strategic Planner. Als ‘digital native’ is hij binnen Boondoggle verantwoordelijk  voor social media en innovatie.      Reacties��van het publiek  De AB heeft voor zijn online­activiteiten een contract met Sabam. Wat met Uradex? 

26 


David Zegers: “Voor de concerten hebben we met die vennootschap weliswaar een grote  overeenkomst, maar niet voor het promotionele aspect. Nu de distributiekanalen zo ingrijpend  veranderd zijn, denkt de AB er ernstig over in de toekomst meer met muziek zélf naar buiten te komen.  Op dat vlak willen we zeker nog extra initiatieven ontwikkelen maar veel zal uiteraard afhangen van de  beschikbare budgetten. Ook willen we, samen met de platenindustrie, nadenken over de eventuele  meerwaarde van dergelijke projecten.”    Een deelnemer stelt vast dat het debat zich lijkt te beperken tot één enkele niche, die van de popmuziek,  waar marketingprincipes makkelijk op toe te passen zijn. Wil je bekendheid in winst omzetten, ga je dan  niet voorbij aan een heleboel expressievormen die daar NIET vatbaar voor zijn? Wat met traditionele  muziek? Jazz? Bepaalde vormen van kunstmuziek?  Jesse Wynants: “De kracht van het internet is juist dat je, zelfs als je met iets marginaals bezig bent,  gelijkgestemden uit de hele wereld kunt bereiken.Via Facebook kun je bijvoorbeeld mensen van een  bepaalde leeftijd en met een specifieke muzikale smaak probleemloos samenbrengen in één groep.”  Lykle De Vries: “10 à 12 jaar geleden was het voor een band onmogelijk een cd uit te brengen zonder  dat het alleen maar geld zou kosten. Nu zijn al die kanalen veel meer open en is de instap bijna gratis.  Met de tools die vandaag voor handen zijn kun je dus makkelijker je eigen fanbase opbouwen. In het  geval van de traditionele muziek zul je, behalve liefhebbers van de stijl, misschien ook  instrumentenbouwers bereiken, wat aan de context een heel andere draai geeft. Het klopt dat we ons te  snel beperken tot voorbeelden uit de populaire cultuur, maar het internet biedt ook daarbuiten een  rijke waaier aan mogelijkheden.”  David Zegers: “Twee weken geleden stond er een artikel in Humo over Jef Neve, die onlangs in de AB  een concert heeft gespeeld. Iemand van een Japans platenlabel heeft dat concert gezien op ABtv en wil  het nu op cd uitbrengen. Leuk dat wij dit mogelijk hebben gemaakt.”  De Vries: “Ieder van u heeft ooit nog wel cassettes gebruikt en de opkomst van de cd meegemaakt. Dat  referentiekader heeft u gevormd en bepaalt wat u logisch vindt en wat niet. Maar u bent gehandicapt  door uw geschiedenis, soms is het belangrijk dat u ‘out of the box’ durft te denken. Digital natives zijn  het gewend alles binnen handbereik te hebben, maar nu de vinyl‐lp weer populair wordt, stellen ze  over vijf jaar misschien wel vast dat juist fysieke dragers hartstikke cool zijn.”  Wynants: “Toen ik opgroeide moest ik geduldig wachten tot mijn favoriete clipje toevallig op MTV  voorbijkwam. De generatie na mij surft gewoon naar YouTube en krijgt het in een oogwenk te zien. Dat  leidt tot een heel andere mindset. De media ontwikkelen zich momenteel op een gigantisch hoog  tempo. Wat voor de een nog even wennen is, is voor de ander vanzelfsprekend. Daar moeten we ons  zeer bewust van zijn.”  Devries: “Laat ons niet vergeten dat de digitale muziekindustrie altijd veeleer een centenbusiness dan  een eurobusiness is geweest. Op een bepaald moment is alles opgeklopt, ten voordele van een klein  groepje mensen, en nu landen we stilaan weer op aarde. Kijk, mocht Leonardo da Vinci geen mecenas  hebben gehad, dan had hij zich misschien gedwongen gezien timmerman te worden. Ik bedoel maar: je  moet je verwachtingen altijd vormen naar de werkelijkheid. Wil je echt boven de massa uitsteken, dan  moet je fantastische muziek maken, hard werken en veel geluk hebben ‐ het is nooit anders geweest.  Maar dankzij de nieuwe digitale tools denk ik wel dat een grotere groep mensen nu de kans krijgt  RELATIEF succesrijk te worden.” 

27 


28 


Music overload?! Hoe reageert de eind‐ gebruiker op al die nieuwe toepassingen?  SESSIE 2.2 x VERSLAG: GEERT ZAGERS     Is de muziekliefhebber wel blij met al die nieuwe kanalen? Hoe gaan de digital natives om met de  nieuwe realiteit? En downloadt de jeugd nu echt zo veel? Lotte De Bruyne, Frederik De Wachter en  Gino Verleye keken naar de invloed van de digitale overload op de muziekluisteraar.      Meet the digital natives  Wat betekent muziek voor jongeren vandaag? Dat is de vraag die Lotte De Bruyne, experte  jeugdcultuur en researcher bij vzw Ladda zich stelt. Ze stelt vast dat muziek niet centraler aanwezig is  in hun leven dan bij vorige generaties. “Muziek is altijd en overal wel aanwezig, maar daarom niet  centraal”, zegt De Bruyne. “Het belang ervan blijft even groot als vroeger.” Muziek blijft dan ook  dezelfde functies vervullen bij jongeren als vroeger. Het is een stuk mood enhancement, dat je gemoed  moet ondersteunen, veranderen of je doet opgaan in een sfeer én een manier om je identiteit te  versterken en te bepalen tot welke groep je behoort en tot welke niet.  Wat wel anders is bij de jeugd van vandaag is de beleving van muziek. Nieuwe technologieën – van  YouTube tot breedbandverbindingen – hebben een andere manier van omgaan met muziek  teweeggebracht. Jongeren van nu hebben bijvoorbeeld een eclectische smaak, doordat ze met veel  meer muziek in contact komen. “Diversiteit is de nieuwe norm. Je kan perfect zowel naar Spinvis als  naar Fidget House luisteren. De tijd dat The Prodigy controversieel was op een rockfestival als  Werchter ligt achter ons – zelfs de passage van Regi was nauwelijks nog controversieel te noemen.”  Gevolg is ook dat jongeren met een verschillende smaak met elkaar in contact komen en de  verschillende subculturen niet meer duidelijk te onderscheiden zijn – het zijn steeds nieuwe stijlen en  fenomenen die elkaar opvolgen.   Voor de oudere generaties lijkt de muzikale generatiekloof dan ook toegenomen – “zelfs mensen van 30  klagen al over de jeugd van tegenwoordig.” Alles wordt vluchtiger, er is geen attitude meer, ze lopen  van hype naar hype, niks heeft nog waarde: de klachten liggen voor de hand. “En ergens is dat ook  waar”, zegt De Bruyne. “Maar: je moet het in het juiste tijdskader plaatsen. De jeugd van vandaag gaat  misschien minder diep graven, maar ze gaan de muziek wel meer ervaren – bijvoorbeeld via  liveconcerten of door zelf hun muziek te maken.” En vluchtig is ook niet altijd slecht, zoals artiesten als  Simian Mobile Disco toegeven. “Vroeger was het niet beter, vroeger was het anders.”    Lotte De Bruyne werkt als experte jeugdcultuur en researcher bij vzw Ladda (www.ladda.be). Ze is  licentiate in de Sociale en Culturele Agogiek en deed een bijkomende opleiding culturele studies. Lotte was  de voorbije acht jaar actief in de culturele en muzieksector (CC Belgica, kwp en opnamestudio De  Pianofabriek, Mukha Media, DJ Grazzhoppa’s DJ Bigband, …).        

29 


Wat wil de fan?  Weet waarover je spreekt, zegt Frederik De Wachter, oprichter van Tagger.fm. Als je niet achter  Napster, Myspace, YouTube en Facebook wil aanhollen, moet je weten wat de fan van vandaag wil. Met  een groot onderzoek bij 1.200 Vlamingen over hun gebruik  van sociale media en mobiel internet en hun  muziekbeleving probeerde De Wachter die besognes van  de fan anno 2009 te weten te komen (meer informatie over  het onderzoek kan verkregen worden via info@tagger.fm).  

“Er is een hele generatie  aan het ontstaan die  YouTube dagelijks zal  gebruiken.” 

En De Wachter ziet in de verkregen cijfers een heleboel  verschuivingen opduiken. Neem nu YouTube: 14 procent  van de 40‐ tot 49‐jarigen kijkt wekelijks YouTubefilmpjes. In de categorie 30‐39‐jarigen stijgt dat al tot  21,8 procent. Bij 20‐29‐jarigen wordt dat 36 procent. En bij 15‐19‐jarigen zelfs 48,4 procent, plus nog  eens 22,9 procent dagelijkse bezoekers. Er is dus een hele generatie aan het ontstaan die YouTube  dagelijks zal gebruiken. “Probeer daar dan ook geen schrik van te hebben maar speel in op wat je met  YouTube kan doen”, zegt De Wachter. Platenmaatschappij PIAS heeft dat bijvoorbeeld begrepen en een  overeenkomst gesloten met YouTube om in de inkomsten te delen. “If you can't beat them, join them.”   Een gelijkaardige verschuiving zie je op vlak van sociale netwerken, aldus De Wachter. 54,5 procent  van de ondervraagden maakte actief gebruik van Facebook, 16,5 procent van Netlog. In de categorie  15‐tot 19‐jarigen steeg dat naar 83,7 procent voor Facebook en 48,4 procent voor Netlog. MySpace gaat  ondertussen heel snel achteruit. De overgang van de traditionele media naar internetmedia is zich in  ras tempo aan het voltrekken. De online advertentie‐inkomsten in de UK waren dit jaar niet voor niets  groter dan die van televisie.  Nog een belangrijke groeier: mobiel internet. In Vlaanderen blijft het gebruik ervan voorlopig beperkt  tot 2,9 procent, maar de perspectieven ervan zijn bijzonder belangrijk. Bij 15‐ tot 19‐jarigen bleek 100  procent van de ondervraagden over een gsm te beschikken. Er circuleren vier keer zoveel gsm's als  pc's. Mobiel zal op termijn dan ook een grote rol spelen. De eerste tekenen daarvan zien we ook al met  de komst van de iPhone, die een kleine revolutie heeft ontketend: 70 procent van alle mobiele  zoekopdrachten komen van een iPhone, hoewel de iPhone maar een tiental procent van de  smartphonemarkt in handen heeft. iPhone breekt de markt open met applicaties als Shazam, dat op een  heel eenvoudige manier muziek herkent via het web, en is druk bezig een hele nieuwe wereld van  businessmodellen te creëren. Op termijn zou bijvoorbeeld de iPhone App wel eens het nieuwe album  kunnen blijken: een artiest als David Guetta heeft een iPhone App gecreëerd waarop je zijn plaat kan  downloaden, info over zijn concerten vindt en kan tweeten met Guetta, dat veel verder gaat dan die ene  download via iTunes.   Tot slot merkt De Wachter ook op hoe livemuziek een steeds belangrijkere rol inneemt in de  muziekindustrie. 40‐ tot 49‐jarigen spenderen jaarlijks gemiddeld 145 euro aan platen en cd's, 18 euro  aan downloads, 77 euro aan concerten en 20 euro aan merchandising. Bij 15‐19‐jarigen zijn die cijfers  veranderd naar 88 euro voor platen en cd's – toch nog altijd, dus – 15 euro voor downloads, 124 euro  voor concerten en 24 euro aan merchandising. Tendensen die je maar beter in het oog houdt, wil je  mee zijn met de fan.    Frederik De Wachter is de oprichter van Tagger.fm. Frederik studeerde economie aan de Universiteit Gent  en heeft een carrière opgebouwd met een mix van ondernemerschap, passie voor muziek en interesse voor  informatica, het internet en sociale media. Bij muziekmaatschappij NEWS introduceerde hij in 1996 het  internet. Vanaf 2000 combineerde hij IT business development met de lancering van zijn Gentse club en  bijhorende optredens tijdens de Gentse Feesten.     

30 


Muziekconsumptie in het digitale tijdperk  Downloaden jongeren echt zo vaak illegaal? En in welke mate zijn ze bereid om legaal te downloaden?  Prof. Dr. Gino Verleye, docent onderzoeksmethodologie aan de Universiteit Gent, begeleidde het  afgelopen jaar een thesisonderzoek waarin 400 jongeren over hun downloadgedrag werden  geïnterviewd. En de realiteit blijkt iets complexer dan gedacht.    Enkele cijfers: 85 procent van de mensen koopt nooit online legaal muziek – ook niet wanneer ze  beginnen werken. 97 procent koopt nooit een film online legaal, bij games ligt dat rond de 90 procent.  Hoe ze dan wel downloaden? De populairste vorm blijft illegale file‐sharingnetwerken, waarvan 69,9  procent van de respondenten toegeeft gebruik van te hebben gemaakt en 35,4 procent voor film. Het  verschil is daar wel groter tussen werkende ‐26‐jarigen en studenten, met respectievelijke percentages  van 64,5 procent en 82,9 procent voor muziek. Anderzijds downloadt 38,7 procent van de mensen wel  eens via officiële sites van de platenmaatschappijen of MySpace – legaal dus. Het downloadverhaal is  dus complexer dan je in de eerste plaats zou verwachten.   Daarnaast probeerde het onderzoek de gebruikers te groeperen in clusters op basis van attitudes als  ethiek en normen, hardnekkigheid, computerkennis en de houding tegenover legaal downloaden en  angst voor illegaal downloaden. De conclusie? “Het is geen zwart‐wit verhaal, maar veel complexer dan  gedacht. Het is belangrijker om alles te zien in de juiste clusters dan in cijfers na de komma”, zegt  Verleye.  Tot slot werden in het onderzoek ook hypothetische concepten aangeboden aan de geïnterviewden  inzake legaal downloaden. Een eerste concept was een abonnement bij een internetprovider waardoor  ze voor een kleine meerprijs – 5 à 10 euro – ongelimiteerd legaal muziek zouden kunnen downloaden.  14 procent van de ondervraagden zou on the fly op dit abonnement springen. “Als we dit als benchmark  nemen, kunnen we dan ook concluderen dat het een concept is waar potentieel in zit”, zegt Verleye. Een  tweede concept ‐ een gsm van rond de 160 euro waarmee je een jaar lang gratis muziek kan  downloaden – deed het veel minder goed, met slechts een kleine 2 procent van de ondervraagden die  onmiddellijk geïnteresseerd waren. Goed weten wat de gebruiker wil voor je een nieuw businessmodel  introduceert is dus de boodschap.    Prof. Dr. Gino Verleye is docent onderzoeksmethodologie aan de Universiteit Gent en CEO van  kpiware.com, een spinoff van het Instituut voor Breedbandtechnologie (IBBT) die analyse en statistische  onderzoeksrapportage softwarematig automatiseert. Hij maakt deel uit van de onderzoeksgroep voor  Media en ICT (MICT) die verbonden is aan de Vakgroep Communicatiewetenschappen van de Universiteit  Gent. MICT voert zowel fundamenteel sociaalwetenschappelijk onderzoek als toegepast en beleidsgericht  onderzoek uit in het domein van de nieuwe media en informatie­ en communicatietechnologieën. 

31 


32 


Redden computergames de muziek‐ industrie?  SESSIE 3.1 x VERSLAG: DIRK STEENHAUT    Games zoals Wii Music en Guitar Hero worden steeds belangrijker voor de muziekindustrie. Gamers  leren tijdens het spelen nieuwe nummers kennen, die ze daarna ook downloaden. Computerspelletjes  zijn volgens sommigen dan ook een ideaal platform om bands en artiesten in de kijker te plaatsen. Zo  werden artiesten die op soundtracks van Guitar Hero stonden twee‐ tot driemaal meer verkocht dan  voorheen. Volgens Activision, de ontwikkelaar van de game, gaat de verkoop gemiddeld maal drie. De  band Weezer zag de verkoop van de single 'My name is Jonas' zelfs met duizend procent stijgen in de  weken na de release van Guitar Hero III.    Uit recent onderzoek van Electronic Arts blijkt dat meer dan de helft van de toegewijde Amerikaanse  gamers (13‐32 jaar) een nieuwe band ontdekt heeft dankzij een gamesoundtrack. Meer dan een derde  van de gamers hebben een liedje gedownload nadat ze dat in een game hoorden. Meer dan een vijfde  kocht zelfs een album.  De relatie tussen games en de muziekindustrie staat in Vlaanderen nog in zijn kinderschoenen. Maar  verwacht wordt dat muziek en games in de toekomst nog veel meer samen zullen gaan. Zo zullen op  termijn de meeste spellen soundtracks aanbieden die gedownload kunnen worden. Of ook het  inkomstenmodel zal veranderen, valt af te wachten. Op dit ogenblik zijn het nog de gameontwikkelaars  die de platenmaatschappijen betalen voor het gebruik van songs. Maar sommige gameontwerpers  vragen zich al luidop af of dat in de toekomst niet omgekeerd zal moeten.      Games en Muziek: een perfect huwelijk?   Het heeft enkele decennia geduurd voor muziek een volwaardige rol in een computergame kon  opeisen. Pas tijdens de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam er een generatie videogameconsoles,  zoals Nintendo, op de markt, waarvoor originele muziek werd gecomponeerd. Zo leverde Koji Kondo  een soundtrack voor 'Super Mario Bros', terwijl Nobuo Uematsu muziek bedacht voor 'Final Fantasy'.  Alleen namen die soundtracks toen nog veel geheugen in beslag. Dat verbeterde in de jaren negentig  dank zij optische media zoals de cd en dvd. Playstation, Nintendo 64 en Sega Saturn werden voorzien  van betere geluidskaarten, waardoor nu nieuwe opnamen konden worden gebruikt in plaats van  samples. Voortaan zou de soundtrack een volwaardige component van een game worden.   Stijn Bannier, junior researcher bij de VUB op het gebied van e‐cultuur, maakt daarbij een onderscheid  tussen originele en gelicentieerde soundtracks. In het eerste geval gaat het doorgaans om orkestrale  muziek met regelmatig terugkerende thema’s, die verschillende gamestadia of levels begeleiden. De  soundtrack werkt nu ook als interface. De muziek waarschuwt de speler bijvoorbeeld dat er een  gevechtsscène op komst is. Vaak is er sprake van adaptieve soundtracks, waarbij de muziek zich  aanpast aan wat er in de game gebeurt.  In het tweede geval worden bestaande nummers van bepaalde  artiesten opgenomen op de gamesoundtrack. Daarnaast bestaat nu de mogelijkheid je eigen  muziekcollectie bij diverse games op diverse consoles te importeren. Tijdens de jaren negentig  begonnen artiesten zoals Mike Oldfield, Michael Jackson of Iron Maiden muziek te maken die specifiek 

33 


voor games was geconcipieerd of probeerden ze hun muziek te promoten door middel van het medium  games, om zo een nieuwe generatie te bereiken..  De jongste jaren zijn specifieke muziekgames steeds populairder geworden. Het spel is er georiënteerd  op de interactie tussen muziek en de speler. Die laatste kan dankzij de games bestaande nummers mee‐  of naspelen, met toonhoogtes experimenteren etc. Rockband, Donkey Conga en Guitar Hero doen het  momenteel uitstekend op de markt en spelen een almaar belangrijkere rol in de gamecultuur,  waardoor ze extra mogelijkheden bieden voor de promotie en de distributie van muziek.    Stijn Bannier studeerde cum laude af als Master of Arts in Nieuwe Media en Digitale Cultuur aan de  Universiteit Utrecht. In 2008 werd hij werkzaam bij IBBT­SMIT, VUB als junior researcher, waar hij  momenteel werkt aan verschillende eCulture­projecten.       Praktijkvoorbeeld: Guitar Hero   Het ongemeen populaire Guitar Hero heeft ervoor gezorgd dat muziekgames in de Gamewereld  inmiddels een genre op zich zijn geworden. Het laat je toe met behulp van een nepgitaar bestaande  muzieknummers mee te spelen. Volgens Ruben De Houck, marketing manager bij Activision Benelux,  het bedrijf dat Guitar Hero produceert, dekt de naam al lang de lading niet meer, aangezien er intussen  ook vergelijkbare games als DJ Hero  en Band Hero op de markt zijn. Het eerste vertaalt het principe  naar de dancewereld en wordt gespeeld met een ‘turntable console’, zodat je er ook mee kunt  scratchen, het tweede draait om percussie‐ of andere  instrumenten.  Muziekgames bestaan al 25 jaar, maar pas sinds Sony in  2004 Singstar (een soort karaokegame, dat gespeeld wordt  op Playstation 2) ontwikkelde, kwamen ze echt in een  stroomversnelling terecht. Guitar Hero ontstond een jaar 

“Artiesten die zijn  opgenomen in Guitar Hero  III zien de verkoop van hun  langspelers plots stijgen  met 300 procent.” 

later en kreeg in 2008 een geduchte concurrent, toen Rock  Band op de markt werd gebracht. Inmiddels zijn muziekgames een geaccepterde vorm van  mainstream‐entertainment geworden.   Guitar Hero is een sociaal spel, dat je behalve in je eentje ook samen met anderen kunt spelen. In 2008  groeide de markt voor muziekgames, alleen al in de Benelux, met 500 procent. Momenteel is Guitar  Hero de best verkochte video game franchise, wereldwijd goed voor ruim 40 miljoen verkochte  exemplaren. In de Benelux gingen er al 235.000 stuks van over de toonbank, wat overeenkomt met een  marktaandeel van 65 procent.   50 procent van de kopers schaffen de game aan omdat ze de gebruikte muziektracks goed vinden. 20  procent motiveerde zijn aanschaf met de vaststelling dat er veel nummers inzaten die populair waren  in Nederland. Volgens De Houck probeert de producent alle genres te coveren, van r&b tot pop, middle  of the road en rock. Het spelen van Guitar Hero heeft op de consument overigens allerlei  nevenwerkingen. Twintig procent van de kopers gaan later aan de slag op echte instrumenten en  wanneer een bepaalde track in de game wordt opgenomen leidt dat tot een toename van 100 procent  van de muziekdownloads. Voorts stimuleren games de aandacht voor de backcatalogue van bepaalde  artiesten. Tieners komen al gamend in contact met muziek waar hun ouders naar luisterden en raken  zo geïnteresseerd in het werk van, bijvoorbeeld, Pat Benatar.    De impact van games op de muziekindustrie valt niet te onderschatten. Artiesten die zijn opgenomen in  Guitar Hero III zien de verkoop van hun langspelers plots stijgen met 300 procent. Dat geldt vooral  voor zogenaamde alternatieve acts. Ook als een game integraal wordt gewijd aan één artiest, zoals  Aerosmith, zwengelt dat de cd‐verkoop aanzienlijk aan. Nadat een track van Anouk in Guitar Hero werd 

34 


opgenomen, werd de artieste plots zeer ‘zichtbaar’ in de VS. Van de cd waar het bewuste nummer  opstond werden 200.000 exemplaren extra verkocht. Kortom: de game leidt tot een explosie in de  platenverkoop en dus tot meer opbrengsten. Hij helpt artiesten ook door te dringen tot een breder  publiek. De producenten denken intussen al aan een nieuw gamma games: Harmonica Hero, Tuba Hero,  Bagpipe Hero en dies meer.    Ruben Dehouck is marketing manager bij Activision Benelux, de producent van Guitar Hero.      Muziek in digitale media  Liesbeth Huybrechts, docente hoger kunstonderwijs aan de Media & Design Academy in Genk, is ervan  overtuigd dat games de zieltogende muziekindustrie zullen redden. “Wat meer spelen en  experimenteren kan geen kwaad”, zegt ze. In de school waar ze lesgeeft worden makers van het  internet opgeleid. In de researchgroep Social Space maken ze nieuwsoortige interfaces en onderzoeken  ze manieren om er geluid en muziek mee te maken. Ook wordt er gewerkt met een atelier waar  gehandicapten muziekinstrumenten gebruiken om met elkaar te communiceren.   Sinds de komst van Napster is de distributie van muziek ingrijpend veranderd. Daardoor won de  community waarbinnen muziek werd gedeeld en uitgewisseld enorm aan belang. In het verlengde  daarvan kwam de vaststelling dat je met muziek andere dingen kunt doen dan de oorspronkelijke  bedoeling van de industrie was. Dat inspireerde producenten er dan weer toe nieuwe media‐ applicaties te gaan ontwerpen. “Wij leren onze studenten binnen een rigide structuur een vrije ruimte  te creëren”, zegt Huybrechts. “In die mate zelfs dat ze die structuur op een speelse manier gaan  herontwerpen, bijvoorbeeld door het materiaal op een oneigenlijke manier te gebruiken. Het doel is dat  ze muziek en geluid op een andere manier gaan bekijken.” Als voorbeeld geeft ze de Wii, die door  Nintendo op de markt werd gebracht, maar waar individuen heel persoonlijke applicaties bij gingen  ontwerpen.”  Ook Rudi Knoops is docent en onderzoeker aan de Media & Design Academy. Hij hecht veel belang aan  re‐mediation, een proces waarbij men bepaalde aspecten van een medium hergebruikt om er een  nieuw medium mee te creëren (ook het verfilmen van een literair werk is een vorm van re‐mediation).  Als voorbeeld geeft hij het project van een van zijn studenten die de game Pong in een nieuwe variant,  namelijk Noise Pong, had getransformeerd. Daarin werden bepaalde aspecten van een game gebruikt  om er generatief muziek mee te creëren. Zo wordt een middenweg gezocht tussen wat hij noemt: “fact  and fiction” of tussen fysiek en digitaal. Een ander onderzoeksthema was de wisselwerking tussen  meerstemmigheid in muziek en audiovisuele vormgeving. “Imiteer niet, maar speel met parameters  zoals ruimte, perspectief en harmonie”, aldus Knoops, “om uiteindelijk terecht te komen in een  ‘multilayered space’.”    Liesbeth Huybrechts doet een doctoraatsonderzoek rond het gebruik van nieuwe media in participatory  design en kunst. Ze is researcher en docente hoger kunstonderwijs aan de Media & Design Academy in  Genk. Liesbeth is ook actief als eindredactrice van het e­cultuurweblog van de Vlaamse Overheid. Ze maakt  deel uit van de onderzoeksgroep Interface­Our­Space die focust op de rol van nieuwe media in artistieke  en museale context.    Rudi Knoops is docent aan de Media & Design Academy. Hij onderzoekt er onder andere hoe interactieve  media museumcollecties op een speelse manier toegankelijk kunnen maken, en welke wisselwerking er  kan zijn tussen meerstemmigheid in muziek en audiovisuele vormgeving.        

35 


Reacties van het publiek  In promotioneel opzicht kunnen muziekgames voor artiesten blijkbaar zeer lucratief zijn. Maar hoe staat  het met hun winstdeelname in de verkoop?  Ruben Dehouck: “Die varieert van artiest tot artiest. In de gamewereld hanteert men een royalty rate  die doorgaans lager ligt dan in de muziekindustrie. Maar de ontwikkelingskosten van games liggen dan  ook erg hoog. En het spreekt vanzelf dat grote bands als Metallica of Aerosmith een groter deel van de  opbrengst krijgen dan iemand als, pakweg, Anouk.”    Wanneer komen er schlagerversies van games als Singstar of Guitar Hero?  Ruben Dehouck: “In Nederland is er zeker vraag naar muziekgames rond Marco Borsato of André  Hazes. Vroeg of laat zie ik dus zeker minder voor de hand liggende versies van muziekgames op de  markt verschijnen.”    Heeft Guitar Hero een beperkte levensduur?  Dehouck: “Je moet natuurlijk regelmatig nieuwe hardware en nieuwe content toevoegen en zo de game  actualiseren. Slagen we erin dat te blijven doen, dan kan de gebruiker zeker verscheidene jaren van  Guitar Hero blijven genieten.”  Stijn Bannier: “Er zijn momenteel al games in ontwikkeling waarbij je een échte gitaar op een computer  kunt aansluiten. Er zijn dus nog wel een paar interessante evoluties aan de gang.” 

36 


Muziek & het mobile web: uitdagingen en  opportuniteiten  SESSIE 3.2 x VERSLAG: GEERT ZAGERS  Tegen 2020 wordt de mobiele telefoon de belangrijkste toegangspoort tot het internet. Maar zijn iPhones en  andere smartphones dan ook dé manier om muziek te ontsluiten en marketen op het web? Gianni Cooreman,  Ard Boer en Jurgen Thysmans denken van wel.      Mobile internet in België: is er überhaupt een publiek?  Eerst moeten we uiteraard wel weten hoe de digitale en mobiele markt precies in elkaar zit. Gianni Cooreman  van het online marktonderzoeksbureau InSites Consulting zocht het uit aan de hand van hun jaarlijkse mobile  mapping‐onderzoek. Eén blik op de cijfers maakt duidelijk dat België niet de snelste leerling van de klas is als  het over internet gaat. Anno 2009 is België qua internetgebruik een middenmoter in Europa met een  penetratiegraad van 60 procent – betrekkelijk gewoontjes in vergelijking met de 80 procent in de  Scandinavische landen. We scoren wel beter dan de emerging countries in Oost‐Europa, maar die hebben dan  weer een jonger publiek dat meer open staat voor nieuwe  applicaties, aldus Cooreman. Ondertussen is wel duidelijk dat we  naar een maatschappij evolueren waarin iedereen 24 op 7 online zal  zijn, met verschillende access points tot het internet naast de laptop.  Qua mediagebruik zal het gat met de televisie dan ook alleen maar  verkleinen.  Maar de vraag hier is uiteraard hoe het zit met het gebruik van  smartphones en het mobiel internet. Met 8 procent doet België het  daar ronduit slecht in vergelijking met het Europees gemiddelde 

“Tegen 2014 zal er  wereldwijd online 2,4  miljard euro gespendeerd  worden aan muziek.  Ongeveer drie keer zoveel  als games, en zeven keer  zoveel als de markt van  video en tv.” 

van 14 procent. Slechts één land doet slechter dan ons: Hongarije.  “We staan nog maar aan het begin van de technologie en we hinken al achterop”, zegt Cooreman. En daar zal  niet zo snel verandering in komen. Over heel Europa wordt voorspeld dat de adoptie van mobiel internet tegen  2014 39 procent zou bedragen, België zou slechts uitkomen aan 28 procent. Van een inhaalbeweging is  vooralsnog geen sprake.  Hoe dat komt? “We zijn in België vrij laat begonnen met 3G‐netwerken”, zegt Cooreman. “Base heeft  bijvoorbeeld lange tijd geen 3G‐netwerk aangeboden. En ook koppelverkoop is bij ons niet mogelijk, waardoor  smartphones en data‐abonnementen vooralsnog heel duur blijven. Een internetabonnement zoals in  Scandinavische landen, waar je een percentage van je internetgebruik ook mobiel kan gebruiken, bestaat nog  niet bij ons.”  En toch is mobiel internet een grote uitdaging voor de muziekindustrie. De marketingmogelijkheden zijn  enorm. Je bent heel dicht bij de consument en je kan die consument met nieuwe devices en applicaties op een  nieuwe manier bereiken. Met de komst van location based services en applicaties met sociale  netwerkelementen zou er wel eens een nieuwe digitale realiteit kunnen ontstaan. “De tijd is aangebroken om  te experimenteren met mobiel”, zegt Cooreman, “maar het is nog geen massakanaal. De usability van mobiel  internet is dat van het gewone internet in 1998. Er is nog heel veel werk aan de winkel dus.”  En toch loont het de moeite. Tegen 2014 zal er wereldwijd online 2,4 miljard euro gespendeerd worden aan  muziek. Ongeveer drie keer zoveel als games, en zeven keer zoveel als de markt van video en tv. Muziek en het  

37 


38 


digitale en mobiele web hebben wel degelijk een toekomst.    Gianni Cooreman werkt sinds 2004 bij het online marktonderzoeksbureau InSites Consulting. Als Digital Research  Manager houdt hij zich voornamelijk bezig met projecten die te maken hebben met technologie en nieuwe media.  Door de jaren heen heeft Gianni projecten uitgevoerd voor onder andere Skype, eBay, PayPal, Google, Pioneer,  Rabobank,... Daarnaast is hij verantwoordelijk voor het MC DC marktonderzoeksrapport. Het rapport behandelt  17 uitdagingen op het gebied van digitale media waar marketeers vandaag mee geconfronteerd worden.      Muziek  op mobiele applicaties  Ook artiesten kunnen de ontwikkelingen van het mobiel internet maar beter op de voet volgen. Ard Boer,  medeoprichter van Music Labs, maakte de eerste iPhone Applicatie (App) voor een Nederlandse artiest: de  App van Don Diablo.   “Het is tijd om volop te experimenteren”, zegt Boer. “Je kan waanzinnig mooie dingen doen met zo'n iPhone  App. Nieuws, tourdates, YouTubefilmpjes, muziek, twitteren met de artiest: je App wordt een soort mobiele  MySpace. En het leuke is dat je er ook een 'Buy'‐knopje kan zetten naast elk nummer, met een directe link naar  de iTuneswinkel. Op termijn kan je daar dus ook economische voordelen uit halen – het is niet alleen promo en  marketing.”  Ook niet onbelangrijk: de iPhonemarkt is een groeimarkt. Wereldwijd zijn er in het eerste kwartaal 7,4 miljoen  iPhones verkocht, bepaald indrukwekkende cijfers – “en die cijfers gaan alleen maar stijgen”. 25.000 Apps  werden er al gemaakt voor de iPhone, die samen al 2 miljard keer gedownload zijn – al moet daar wel bij  gezegd worden dat downloaden en daadwerkelijk gebruiken niet hetzelfde zijn. Dé uitdaging is dan ook om je  App zo goed te maken dat de downloader hem ook blijft gebruiken.   Die iPhonegebruikers moet je ook als één markt zien, zegt Boer. “Nederlanders, Amerikanen, Britten en Belgen  zitten allemaal in dezelfde markt: je moet je dus niet tot één land beperken.” Spotify heeft dat bijvoorbeeld heel  goed begrepen, met een fantastische App – 'een echte game changer' – waarin je nummers kunt opslaan in je  cachegeheugen en luisteren wanneer je wil. Het label Excelsior in Nederland gebruikt het dan weer om  artiesten te pushen: wie de App downloadt om pakweg Spinvis te luisteren, komt zo ook in contact met andere  artiesten van het label. Kortom, ontwikkelingen om in het oog te houden.    Ard Boer is medeoprichter van New Music Labs. Hij realiseerde de eerste iPhone App voor een Nederlandse artiest,   evenals de laatste website van Krezip en is initiatiefnemer van het festival Into The Great Wide Open op het  Waddeneiland Vlieland. Tevens verzorgt hij advies over online marketing aan onder andere Sony Music.      Praktijkvoorbeeld: Nokia Comes With Music  Ook Nokia, een van de grootste spelers op de mobiele markt, heeft muziekplannen, zegt Jurgen Thysmans,  communication manager bij Nokia Benelux. Met de Nokia Music Store, een à la carte concept in de stijl van  iTunes, bieden ze muziek op de gsm aan voor 99 cent per track. Daarnaast zijn ze ook druk in de weer met  Comes With Music, een soort all you can eat‐concept voor muziek: wie een maandelijks bedrag van rond de  tien euro betaalt kan één jaar lang onbeperkt en gratis downloaden. Volledig legaal én de muziek blijft steeds  van jou. Nokia werkt zo samen met de muziekindustrie, telecomoperatoren en content providers om muziek in  de broekzak van de luisteraar te krijgen.   “Gebruikers willen muziek bij zich hebben”, zegt Thysmans. “De beleving verandert. Muziekliefhebbers willen  hun muziek nú en ze willen het kunnen delen met anderen. Met Nokia hopen we dat we daar kunnen toe  bijdragen en drempels van het legale downloaden wegnemen.”    Jurgen Thysmans is communication manager bij Nokia Benelux. 

39 


40 


Startup Corner      Technologische innovatie van eigen bodem! Tijdens de studiedag boden we ook aan jonge  internetondernemers die rond muziek werken de kans hun project voor te stellen aan de muzieksector.  Dat  gebeurde doorlopend in de Startup Corner. Tijdens de lunch presenteerde elk project zich in korte  pitch sessies.      FanInvest ­ Crowdfunding Culture  FanInvest is een platform dat de financiering van beginnende kunstenaars ‐ niet beperkt tot muziek  dus ‐ mogelijk maakt via zogenaamde crowdfunding. Fans kunnen mee financieren door zelf een kleine  bijdrage te leveren. Promotie en financiering worden gerealiseerd via een combinatie van tools zoals  social community ‐ interactie tussen fans en artiest ‐ en industry expert community ‐ interactie tussen  verschillende actoren binnen het bredere cultuurlandschap. Anderzijds is het de bedoeling standaard  en premium content aan te leveren als incentive naar de fans toe. FanInvest wil een rol spelen van  katalysator zonder zich te mengen in bestaande relaties tussen artiest, manager en label zoals die  vandaag de dag reeds bestaan en heeft als hoofddoel om de betrokkenheid tussen fan en artiest te  vergroten. De lancering van de betaversie wordt voorzien in het voorjaar van 2010.      Motion Music Manager  Motion Music Manager (MMM) is het ‘online dashboard for the self‐promoting musician’. Als artiest  merk je dat je online identiteit helemaal versnipperd wordt over je eigen website en verschillende  sociale netwerken heen. MMM brengt het beheer van je profielen en sites weer naar een centraal punt.  Vanuit het dashboard kun je content uploaden  ‐ nieuws, status updates, foto’s, video’s, concertdata ‐  naar al je profielen en websites tegelijk. Je krijgt ook een mooi overzicht van statistieken ‐ profile views,  song plays, comments, fans… ‐ waarop je kan aflezen wat de impact is van je acties. Op die manier kun  je je strategie evalueren of herzien. Het credo is: maximale communicatie met minimale inspanningen,  waardoor je je weer kan concentreren op de kern van de zaak: muziek maken. (beta.mmmotion.com)      Musescore  MuseScore is een gratis en open source muzieknotatieprogramma, beschikbaar voor Windows, Mac en  Linux. Het ondersteunt een ongelimiteerd aantal notenbalken: tot 4 stemmen per balk en noten kunnen  heel eenvoudig ingegeven worden via het toetsenbord, muis en MIDI keyboard. Verder ondersteunt  MuseScore in‐ en uitvoer van MIDI en MusicXML bestanden, alsook uitvoer naar pdf, png, wav, ogg en  andere. MuseScore is ideaal voor muziekscholen, academies en muziekliefhebbers: het is gratis, heel  gemakkelijk in gebruik en is beschikbaar in meer dan 20 talen, waaronder Nederlands. MuseScore is  meer dan een volwaardig alternatief voor commerciële software pakketten zoals Finale Notepad.  (www.musescore.org)       

41 


Oxynade  Oxynade heeft de meest uitgebreide evenementendatabank van Europa opgebouwd en verzorgt de  evenementenkalenders van heel wat kranten en andere media partners. Via MijnEvent.be kunnen  organisatoren van festivals, concerten, seminaries en andere evenementen eenvoudig en professioneel  online tickets verkopen én hun evenement extra in de kijker zetten. (www.oxynade.com)      Tagger.fm  Tagger.fm is een nieuwe manier voor fans om heel eenvoudig hun interesses in muziek vast te leggen  en te delen met vrienden. Zo leren we voor onze partners de fans beter kennen. (www.tagger.fm)      Tunify  Op www.tunify.com kies je muziek niet alleen op basis van muziekstijl, maar ook op basis van ritme,  dansstijl, thema, sfeer, instrument, taal en nog veel meer. Meer dan 300 categorieën helpen je bij het  bepalen van je muziekkeuze. Tunify stelt op jouw commando urenlange en steeds nieuwe playlists  samen, nooit saaie herhalingen! Je kan ook zelf playlists maken, verzoeknummers spelen en bij elke  song gelijkaardige muziek opvragen. Je hebt een gewone computer met internetverbinding nodig. Je  hoeft geen extra hard of software te kopen of te installeren. Je hoeft geen muziek te downloaden. De  muziek wordt in een superieure kwaliteit gestreamd via het internet. Je abonneert je op  www.tunify.com (vanaf 4,95€), krijgt toegang tot je online muzieksysteem en kan onmiddellijk muziek  beginnen spelen. (www.tunify.com) 

42 


43 


44 


Slottoespraak  JAN VERMASSEN x  ADVISEUR VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR  JOKE SCHAUVLIEGE x  VERSLAG: DIRK STEENHAUT    De studiedag Muziek Digitaal moet ons nieuwe modellen opleveren om een goed cultuurbeleid te  ontwikkelen en concrete stappen vooruit te zetten, zegt Jan Vermassen. Muziek is door de recente  evoluties in een nieuwe, ingrijpende fase terechtgekomen. Als antwoord daarop moet het beleid de e‐ cultuur verder ontwikkelen. E‐cultuur staat voor de fundamentele wijzigingen, veroorzaakt door de  nieuwe communicatie‐ en informatietechnologie, met veranderende rollen voor zowel de aanbieder als  gebruiker.  Het historisch rijke muziekleven in Vlaanderen wordt geconfronteerd met een zware internationale  concurrentie. De oude recepten voldoen niet langer, dus moeten we resoluut inzetten op innovatie en  creativiteit in de culturele sectoren. Dat brengt globalisering, technologisering en individualisering  mee, thema’s waar de overheid op een ambitieuze manier moet mee omgaan. De digitalisering, die ook  de muzieksector voor grote uitdagingen stelt, is daarin een essentiële schakel.  Het is onze ambitie een e‐cultuurvisie en een beleid rond cultuurindustrie te ontwikkelen. We moeten  oog hebben voor de problemen die zich voordoen in het veranderende landschap, maar ook voor de  nieuwe kansen die zich aandienen ten voordele van de muzieksector. Diverse overheidsinstellingen,  binnen de cultuur (maar ook daarbuiten), spelen hierin een voorname rol: het BOM‐project, het  Archipelproject dat op stapel staat, het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap  en Technologie in Vlaanderen (IWT), Flanders Investment & Trade... die projecten moeten we  voorzetten. Het zijn stimuli om tot een duurzaam beleid rond e‐cultuur en cultuurindustrie te komen.  We moeten zoeken en experimenteren, met als doel de cultuursector transparanter én toegankelijker  te maken.  Een van onze beperkingen is de kleine schaal van Vlaanderen. Veel nieuwe businessmodellen worden  daardoor in hun groei gefnuikt. Belangrijk is dus dat we ons ontwikkelen in een Europees of globaal  kader. Kleine landen kunnen daar overigens best een betekenisvolle rol in spelen. Kijk maar naar de  cultuuruitingen en de creatieve economie die IJsland heeft geïntroduceerd.  Tegelijk moeten we aandacht hebben voor de bewaring en ontsluiting van ons muzikale erfgoed. Op de  Waalse Krook in Gent wordt een compleet nieuw mediacentrum ontwikkeld dat de bibliotheek van de  21ste eeuw zal huisvesten, maar ook de nieuwe media en het audiovisuele archief van de VRT zal  ontsluiten. Het muzikale erfgoed dient deel uit te maken van dat programma.  Het auteursrecht is een moeilijk thema. Moeten we het afschaffen en vrijmaken, of moeten we het juist  nog strenger gaan toepassen? Het lijkt aangewezen hier een gulden middenweg te bewandelen. Het  thema zal tijdens deze legislatuur hoe dan ook aan bod komen. Auteursrecht is weliswaar een federale  bevoegdheid maar de Vlaamse overheid kan het debat wèl stimuleren.  De budgettaire context waarin de Vlaamse regering momenteel moet opereren is niet ideaal. Toch  moeten we bepaalde beleidskeuzes verder ontwikkelen en aan veldanalyse blijven doen. In onze  beleidsnota staat nadrukkelijk dat de e‐cultuur een belangrijk aandachtspunt zal blijven, maar dat we  tegelijk op zoek moeten naar nieuwe modellen om met creativiteit, innovatie en nieuwe mogelijkheden  tot financiering om te gaan. Muziekcentrum Vlaanderen wordt, als steunpunt én als vertegenwoordiger  van de muzieksector, onze eerste partner in dat verhaal. 

45 


Deelnemerslijst    (Dit is het overzicht van de bevestigde deelnemers bij inschrijving)   

Voornaam 

Naam 

Organisatie 

Andres 

Ambrogio

Hans 

Ascrawat

Management Ascrawat 

Stijn 

Bannier 

IBBT‐SMIT

Bart 

Becks 

SonicAngel

Rik 

Bevernage

De Werf

Ard 

Boer 

New Music Labs

Jotie 

Boone 

Ancienne Belgique

Johan 

Bouciqué

Departement Cultuur, Jeugd, Sport en  Media 

Olivier 

Braet 

IBBT‐SMIT

Robin 

Aerts 

Muziekcentrum Vlaanderen 

Jan 

Briers 

Festival van Vlaanderen Gent 

Fabienne 

Brison 

Howrey LPP

Julia 

Bucz 

BrightArt

Frederic 

Busscher

Het Depot

Piet 

Callens 

ParticipatieMaatschappij Vlaanderen 

Wies 

Callens 

Repetitieruimtes vzw 

Isaline 

Claeys 

Festival van Vlaanderen 

Christine 

Claus 

Departement Cultuur, Jeugd, Sport en  Media 

Carolien 

Coenen 

Departement Cultuur, Jeugd, Sport en  Media 

Stef 

Coninx 

Muziekcentrum Vlaanderen 

Gianni 

Cooreman

Insites

Delphine 

Coppe 

Sabam

Martin 

Corlazolli

NEWS NV

Paul 

Corthouts

Overleg Kunstenorganisaties vzw 

Wim 

Coryn 

MusicPublishers.Be 

Dirk 

Coutigny

Symfonieorkest Vlaanderen 

Ingrid 

Crab 

fruityTECH bvba

Thierry��

Dachelet

Sabam

Eleen 

Daneels 

Met‐X

Hans 

De Belder

Vlaanderenconsult.Eu bvba 

Brandaan 

De Belder

Jan 

De Block

AudioLogo's

Jo 

De Clercq

Bram 

de Jong 

SampleSumo bvba

Pascal 

De Keyser

DK Services

46 


Nick 

De Mey 

Board Of Innovation 

Sam 

De Smet 

Sabam

Lykle 

De Vries

News Music Labs

Frederik 

De Wachter

Tagger.FM

Christine 

Debaene

Departement Cultuur, Jeugd, Sport en  Media 

Nikolaas 

Debelie 

Belgian Entertainment Association 

Bart 

Debruijn

Nokia Belgium

Lotte 

Debruyne

ladda vzw

Christoph 

Decaesteker

SoundBoard

Evelien 

Deceuninck

ParticipatieMaatschappij Vlaanderen 

Ruben 

Dehouck

Activision Benelux

Johan 

Delaure 

Bibnet

Robbe 

Demuynck

Soundslike

Didier 

Deneuter

Modo Advocaten

Christophe 

Depreter

Sabam

Dave 

Driesmans

Kraak / CobaltApp.com 

Tine 

Englebert

Tom 

Evens 

MICT / IBBT / UGent 

Jill 

Everaerdt

Vlaamse Permanente  Vertegenwoordiging bij de EU 

Stefaan 

Froyman

Winob

Petra 

Geens 

Muziekcentrum Vlaanderen 

Kim  

Geerdens

Het Depot

Geert 

Geuten 

MoJuice

Paul 

Gompes 

Muziek Centrum Nederland 

Katrien 

Goossens

Pukkelpop

Sander 

Graumans

[PIAS] Belgium

Luc 

Gulinck 

Patrick 

Guns 

Universal Music Belgium 

Jan 

Hautekiet

VRT

Laurence 

Hauttekeete

Dave 

Haynes 

Soundcloud

Sarah 

Hoebrechts

Liesbeth 

Huybrechts

Media & Design Academy 

Peter 

Jolling 

Departement Cultuur, Jeugd, Sport en  Media 

Ioan 

Kaes 

PHL Music

Gerrit 

Kerremans

VRT

Robin 

Kerremans

ICRI / IBBT / K.U.Leuven 

Rudi 

Knoops 

Media & Design Academy 

Ann 

Laenen 

C.H.I.P.S. vzw

Tristan 

Lagae 

Vk* concerts

Benny 

Lanoizelé

Universal Music Belgium 

Evelyne 

Lauwers

Muziekcentrum Vlaanderen 

Katrien 

Lefevre 

Muziekcentrum Vlaanderen 

Kristin 

Lenaers 

SJP Promotions

Peter 

Leyder 

ParticipatieMaatschappij Vlaanderen 

47 


Klaas 

Lievens 

Oxalys vzw

Stefaan 

Lippens 

Universiteit Gent

Tim 

Lodens 

Agentschap Kunsten en Erfgoed 

Nele 

Maertens

Provincale bibliotheek Limburg 

Olivier 

Maeterlinck

Belgian Entertainment Association 

Glenn 

Magerman

Steven 

Marx 

Muziekcentrum Vlaanderen 

Vanessa 

Massant 

Pukkelpop

Kevin 

Mc Mullan

Ancienne Belgique

Peter 

Mechant

MICT / IBBT / UGent 

Mars 

Mertens 

Buma/Stemra

Joachim  

Michem 

Deloitte

Johan 

Mijs 

Bibnet

Luc 

Mishalle

Met‐X

Bernard 

Moerman

Bibliotheek Oostende 

Katrien 

Molenberghs

Ancienne Belgique

Dries 

Moreels 

Vlaams Theater Instituut 

Isabelle 

Moussiaux

Universal

Sandra 

Muts 

NEWS NV

Hans 

Nissens 

Oxynade

Luc 

Nowé 

Poppunt

Gert 

Nulens 

IBBT‐SMIT

Nikolaas 

Onsea 

Sony Music

Axel 

Ophoff 

Universal Music Belgium 

Ann 

Overbergh

Instituut voor Beeldende,  Audiovisuele en Mediakunst 

Wouter 

Peeters 

Agentschap Kunsten en Erfgoed 

Winne 

Penninckx

The European Blues Union 

Karolien 

Polenus 

Stijn 

Roggeman

De Kreun / 4x4music 

Caroline 

Rombaut

Muziekcentrum Vlaanderen 

Jo 

Santy 

Muziekinstrumentenmuseum 

Katrien 

Schulz 

Locus

Katia 

Segers 

Vrije Universiteit Brussel ‐ CEMESO 

Joost 

Smiers 

Luc 

Standaert

VRT

Dirk 

Steenhaut

Journalist

Marc 

Steens 

vzw Clubcircuit

Koen 

Tanghe 

SampleSumo bvba

Isabelle 

Thoelen 

Provinciale Bibliotheek Limburg 

Jurgen 

Thysmans

Nokia Belgium

Robin 

Tulkens 

BNLX / Crammerock / daMusic /  KNNKT 

Filippe 

Van de Craen

Quiet Concerts

Lawrence 

Van Den Eede

EMI Music Publishing Belgium 

David 

Van den Hende

Divan

Hans 

van der Linden

Departement Cultuur, Jeugd, Sport en  Media 

48 


Diederik  

Van der Sijpe

Deloitte

Guy 

Van Handenhove

EMI Music Publishing Belgium 

Jan 

Van Hooydonck

fruityTECH bvba

Herman 

Van Laar

Sabam

Stan 

Van Pelt 

Agentschap Kunsten en Erfgoed 

Jos 

Van Rillaer

Agentschap Kunsten en Erfgoed 

Gunter 

Van Rompaey

Brilliant Classics / Foreign Media  Group 

Quinten  

Van Wichelen

Muziekcentrum Vlaanderen 

Lieve 

Vande Velde

Muziekcentrum Vlaanderen 

Jan 

Vandervieren

VD4team

Evelyn 

Vandervieren

VD4team

Sarah 

Vandervreken

Oxynade

Guido 

Vangoidsenhoven

Gust 

Vanhecke

Universiteit Gent

Roel 

Vanhoeck

Jeugd en Muziek

Tijs 

Vastesaeger

Poppunt

Peter 

Verbiest

Boondoggle

Gerry 

Vergult 

VRT

Katrien 

Verhuyck

Vive La Fête / Firme De Disque /  Katroll 

Gino 

Verleye 

MICT / IBBT / UGent 

Jan  

Vermassen

Kabinet  Vlaams minister van  Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke  Schauvliege 

Johan 

Verminnen

Sabam

Véronique 

Verspeurt

Matrix

Liesbeth 

Vlerick 

ladda vzw

Serge 

Vloeberghs

Arthena

Dirk 

Volkaert

Undertone vzw

Marc 

Vrebos 

Ancienne Belgique

Carlo 

Vuijlsteke

Muziekcentrum Vlaanderen 

Luc 

Waegeman

Kinky Star vzw

Evi 

Werkers

ICRI / IBBT / K.U.Leuven 

Mariepaule 

Wouters

Muziekcentrum Vlaanderen 

Jesse 

Wynants

Boondoggle

Geert 

Zagers 

Journalist

David 

Zegers 

Ancienne Belgique

Annelies 

Zoetardt

Sony Music

 

49 


Colofon      De studiedag Muziek Digitaal werd georganiseerd door Muziekcentrum Vlaanderen in samenwerking  met het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media van de Vlaamse Gemeenschap.    Hartelijk dank aan alle sprekers en moderatoren, de leden van de stuurgroep van de studiedag, de  Beursschouwburg en zijn personeel, en alle anderen die deze dag mogelijk maakten! Dit verslag werd  opgemaakt door Dirk Steenhaut en Geert Zagers. Muziekcentrum Vlaanderen verzorgde de  eindredactie. De foto’s zijn van Isabel Pousset (www.isabelpousset.com).      Zin in meer?  Surf snel naar www.muziekdigitaal.be voor alle achtergrondinfo,  beeldmateriaal en presentaties van  de studiedag!  Wil je meer lezen over de thema’s van de studiedag, snuister dan alvast eens door de  publicaties en persknipsels die we verzameld hebben onder het trefwoord “e‐cultuur” op  www.muziekcentrum.be/e‐cultuur. Ze zijn allen raadpleegbaar bij Muziekcentrum Vlaanderen (op  eenvoudige telefonische afspraak) en/of integraal online beschikbaar op www.muziekcentrum.be.      Over ons  Muziekcentrum Vlaanderen is het officieel steunpunt voor de professionele muzieksector in  Vlaanderen. Het is een onafhankelijke vzw opgericht door de Vlaamse overheid en gevestigd in het  centrum van Brussel. Als steunpunt heeft het de taak meegekregen om sector en beleid op het vlak van  praktijkondersteuning, praktijkontwikkeling en beeldvorming en communicatie bij te staan. Het  Muziekcentrum Vlaanderen realiseert deze doelstellingen door het verzamelen en ontsluiten van  relevante informatie over en voor de muzieksector; overleg te plegen met en over de muzieksector; de  muzieksector bij te staan in zijn professionele ontwikkeling; en het initiëren, begeleiden en  ondersteunen van promotionele acties en publicaties rond muziek uit Vlaanderen.      Contact  Muziekcentrum Vlaanderen vzw  Steenstraat 25, 1000 Brussel  T +32 2 504 90 90 | F +32 2 502 81 03  www.muziekcentrum.be | info@muziekcentrum.be  O.N. 0468.697.862         

50 


© 2009 Muziekcentrum Vlaanderen vzw. Overname van teksten is alleen toegestaan mits bronvermelding en  na overleg met Muziekcentrum Vlaanderen. 

 


Verslag studiedag Muziek Digitaal