Page 1

ZONDAG 29 JUNI 2014

LANDCOMMANDERIJ ALDEN BIESEN BILZEN

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

Beste lezer, luisteraar, bezoeker, A lba N ova ?

De alba was een middeleeuwse dichtvorm van Occitaanse troubadours waarin de nakende scheiding van geheime geliefden bij het aanbreken van de dag werd bezongen. De Duitse Minnesänger ontwikkelden onder invloed van de alba een gelijkaardig genre, het ‘Tagelied’, terwijl een parallel genre bij de noord-Franse trouvères ‘Aube’ werd genoemd, wat naast ‘dageraad’ ook een ‘soort zang’ betekent. Daarvan afgeleid is overigens het genre van de aubade: een ochtendlijke lofzang.

De etymologische wortels van AlbaNova, samen met de baseline ‘midzomerfestival voor creatie en muzikaal erfgoed’, vatten de missie en de inhoudelijke focus van het festival samen. AlbaNova wil muzikaal erfgoed nieuw benaderen en zet daarbij sterk in op ontmoeting, avontuur en creatie. De initiatiefnemende partners willen met de dag en alles wat eraan vooraf gaat een artistieke impuls geven aan de wereld van oude en nieuwe muziek.

De oude muziekbeweging heeft de afgelopen decennia ons oor op het verleden verrijkt. Een terugkeer naar de bronnen, naar oorspronkelijke speeltechnieken en bezettingen leverde nieuwe inzichten en vooral een ‘authentieker’ klankbeeld. Het onderzoek is niet af, maar uitvoeringspraktijken die een kwarteeuw geleden nog omstreden waren, zijn intussen – gelukkig algemeen aanvaard.

De recente aandacht voor improvisatie in de oude muziek, typeert een tendens waarbij de focus verschuift van het klinkende resultaat naar de creatieprocessen en praktijken die eraan vooraf gaan. Zo betrekt Psallentes het publiek in de uitvoering van het Tsgrooten manuscript (een Vlaams topstuk), en laat daarmee het gregoriaans beleven als de gedeelde praktijk die het vroeger was. “Wat we gaan

Toch gaan ook vandaag muzikanten op zoek naar nieuwe betekenis, naar nieuwe connecties tussen muzikaal erfgoed en een veranderende wereld. Het besef groeit dat er meer nodig is dan historische reconstructie. “Je moet

op een bepaald moment durven toegeven dat we simpelweg niet in staat zijn om de muziek écht te laten klinken zoals ze toen geklonken heeft,” zegt David Catalunya. Met zijn fascinerende ‘new hammered clavisimbalum’ overstijgt hij moeiteloos het onderscheid tussen reconstructie en fictie. Muzikaal erfgoed koesteren, vraagt meer dan het oproepen van een herkenbaar klankidioom. Muzikale overtuigingskracht, dat is waar het uiteindelijk om draait. En daarbij is de inbreng van de muzikant cruciaal. Misschien is het wel net in de verloren kennis, in de talrijke gaten en openingen die de oude muziek laat, dat ze inspirerend en betekenisvol wordt. De laatste Dag Oude Muziek leverde daar mooie voorbeelden van. Van de twaalfde-eeuwse wereld van Veldeke bleven nauwelijks muzikale sporen bewaard. Maar die leegte bleek de creativiteit en fantasie van muzikanten, onderzoekers en kunstenaars alleen maar aan te wakkeren. Veldeke

Lucidarium en de Slavische muziekculturen die de muziek van Iva Bittova, Tcha Limberger en Dick van der Harst inspireren? Het is de relatie tussen de menselijke stem, orale tradities en improvisatie. Ingrediënten die aan de basis liggen van zowat elke muzikale cultuur, en die vandaag ook in het muziekonderwijs en de conservatoria stilaan opnieuw de aandacht krijgen die ze verdienen. Musica werkt er intensief aan mee, en de eerste resultaten kan u horen in de Tiendschuur, met een vrij toegankelijk en permanent aanbod van historisch geïnspireerde jamsessies. Een primeur!

Baude Cordiers driestemmige rondeau Tout par compas suy composés (Codex Chantilly) geconcipieerd volgens de principes van een kompas, het instrument bij uitstek waarmee men zich probeert te oriënteren in een onbekend landschap. Deze grafische compositie is het uitgangspunt voor het AlbaNova Labo van Jurgen De bruyn en Zefiro Torna.

weerklonk in vernuftige reconstructies, maar ook in hedendaagse hertalingen en multimediale creaties. Het resultaat klonk verfrissend divers en deed verlangen naar meer. Met AlbaNova willen we daarom de verbinding tussen heden en verleden, tussen creatie en historische muziek versterken. We kiezen voor muzikaal erfgoed als een inspirerend vertrekpunt voor diverse benaderingen: historische uitvoeringspraktijk naast hedendaagse hertaling, maar ook multidisciplinaire voorstellingen, instal-

latiekunst en nieuwe geluiden. De bijdragen komen soms uit onverwachte hoek. TipToe Company parafraseert oude muziek in nieuwe composities van de Italiaanse componist Maurizio Pisati, het elektrische gitaarkwartet ZWERM zet op eigenzinnige wijze oude muziek onder stroom. Creatie en ontwikkeling een kans geven, vraagt tijd en ruimte. “Op

AlbaNova krijgen we opnieuw de zoekende artiest te zien”, zegt Jurgen De bruyn , artistiek leider van Zefiro Torna en ook programmaadviseur bij deze eerste editie. Met

de AlbaNova Labo’s brengen we dat in de praktijk en geven we muzikanten de kans om te experimenteren, zonder meteen een afgewerkt product te verwachten. AlbaNova wil luisteren naar wat muzikanten vandaag zelf bezighoudt en inspelen op die dynamiek. Daarom kiezen we niet voor een jaarlijks wisselende thematiek, maar streven we naar onderhuidse verbindingen en intrigerende confrontaties. Wat is het verband tussen de renaissance-improvisaties van le Chant sur le Livre, de culturele smeltkroes van Ensemble

doen is eigenlijk historischer dan wanneer we de klassieke opdeling tussen uitvoerder en luisteraar zouden maken, “ zegt artistiek leider Hendrik Vanden Abeele. Het kan symbool staan voor de ontmoetingen die we met AlbaNova creëren. Ontmoetingen tussen muziek van vroeger en nu, maar ook tussen professionele muzikanten en amateurs, tussen muziekmakers en publiek. We wensen u een boeiende festivaldag in de Landcommanderij Alden Biesen. Paul Craenen Directeur Musica, Impulscentrum voor Muziek

Paul Craenen

Vorig jaar vond in Alden Biesen de laatste Dag Oude Muziek plaats. Met de muziek van de middeleeuwse minnezanger Hendrik Van Veldeke werd een memorabel orgelpunt geplaatst op een rijke traditie. Na dertig edities dienen zich nieuwe uitdagingen aan. Hoe kan muziek van lang vervlogen tijden de muziekmakers en het publiek van morgen blijven inspireren?


2

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

Zefiro Torna / interview met Jurgen De bruyn

van publiek dan wanneer je bijvoorbeeld in grote barokproducties meespeelt. Dat heeft een belangrijke rol gespeeld in hoe we producties gingen vormgeven: muziek werd bij ons altijd deel van een groter verhaal.

Is jullie manier van werken vandaag louter het gevolg van dat ‘gat in de markt’ toen? Dat is dubbel. Er was een opening waar we ons in konden nestelen door ons zo te profileren, maar tegelijk interesseerde die manier van werken ons heel erg. Het begon allemaal als een experiment maar kreeg ook snel weerklank. Mooie kansen dienden zich aan waarbij we oude muziek een rol konden laten spelen in producties met hedendaagse muziek, dans, beeldende kunst, klankinstallaties… In het begin gebeurde dat allemaal eerder intuïtief. Pas na

een tijd stelden we ons de vraag: wat betekent dat nu? Nu verwoorden we het zo: we willen in elke productie symbolen aanraken, waarrond we een zinnebeeldende muzikale sfeer willen creëren, vanuit alle mogelijke artistieke samenwerkingen, met totale vrijheid in repertoirekeuze. Dat parcours is me door de jaren heen alleen maar meer gaan fascineren. En het blijft volgens mij ook nodig. We mogen niet vergeten dat een groot deel van het repertoire dat we brengen voor veel mensen nog altijd heel hermetisch aandoet. Het repertoire verdient het om op heel veel verschillende manieren vertaald te worden naar een hedendaags publiek.

Is een festival als AlbaNova nodig? Staat oude muziek teveel stil? Eigenlijk staat de wereld van de oude muziek helemaal niet stil. Je merkt dat er veel vernieuwende energieën aanwezig zijn, maar die geraken vaak net niet binnen in de programmatie van de grote festivals. En dat is jammer. Een festival moet in mijn ogen een uitstalraam zijn, waar nieuwe dingen getoond worden. Veel festivals spelen op veilig en halen telkens opnieuw de geijkte formules van stal. Dat resulteert in een hele behoudsgezinde dynamiek. Vooral in de wereld van de barok stoort me dat. De grote barokorkesten verschaffen natuurlijk werk aan een heleboel muzikanten. Maar ergens voel je dat het artistiek bijna te makkelijk wordt: men is alleen nog maar bezig met het reproduceren van bekende werken en nauwelijks nog met het creëren van een nieuw geluid. Die cultuur van ‘het repertoire’ in de barokwereld doet soms bijna negentiende-eeuws aan – net datgene waar de pioniers zich destijds tegen verzetten. Op AlbaNova krijgen we opnieuw de zoekende artiest te zien en niet alleen maar afgeborstelde producten. Dat vind ik mooi.

Jurgen De bruyn © Sebastian Bolesch

getoond worden

zij n , wa a r n ieu we d i n g e n

Was oude muziek voor jou een roeping? De keuze voor luit was eerder toevallig. Maar de vele mogelijkheden die dit instrument me boden om met andere mensen samen te spelen, trokken me wel direct aan. Ik kwam toen ik afstudeerde bijna vanzelf in het oude muziek-circuit terecht. Ik kreeg de kans om me aan te sluiten bij een hele beweging en daar heel wat expertise op te doen. Tegelijk groeide ook de fascinatie voor alles wat er rond die muziek zit: de rijke cultuurhistorische context. Ik heb vroeger lang getwijfeld of ik architectuur of muziek zou gaan studeren. Die brede interesse vertaalde zich ook in de vriendenkring die ik opbouwde tijdens mijn studies: je maakt vrienden die ook ruimer durven te kijken. Met een paar van die gelijkgezinden richtten we Zefiro Torna op. We werden heel snel opgepikt in het circuit van culturele centra en dat heeft voor een groot stuk onze artistieke route bepaald. Spelen voor culturele centra vraagt immers een heel andere communicatie, je moet contact maken met een ander soort

m i j n o g e n ee n u i t s ta l r a a m

Jurgen De bruyn, luitist en artistiek leider van Zefiro Torna, was nauw betrokken bij het ontstaan van AlbaNova. Hij werkte mee als adviseur bij de programmatie en hielp de jonge honden van Zwerm een eind op weg in hun verkenning van het Engelse renaissancerepertoire. Hij heeft ondertussen een kleine twintig jaar ervaring in de omgang met oude muziek op de teller staan: genoeg stof voor een gesprek. Met Micro/kosmos, zijn eerste solovoorstelling, gaat hij bovendien zelf op onderzoek uit. Jarenlang stond hij als artistiek directeur aan het roer van een team, nu laat hij voor de eerste keer zijn persoonlijke inspiratie de vrije loop. “Het voelt als een sabbatical en een groot avontuur tegelijk,” vertelt hij. Work in progress waarvan u op AlbaNova de eerste resultaten te zien krijgt.

E e n f e s t i va l m o e t i n

Micro / kosmos: ieder zijn eigen hemel

Je gaat tijdens dit festival ook zelf op onderzoek uit. Had je daar nood aan? Als artistiek leider van een muziekensemble denk je altijd in functie van een groter geheel: je zet de lijnen uit voor een hele groep. Op een bepaald moment vroeg ik me af: wat heb ik nu zelf als individu te betekenen? Vandaar is het idee ontstaan om een solovoorstelling te creëren. Of je nu denkt aan de macrokosmos van een groot ensemble, of aan de microkosmos van één instrument: eigenlijk is dat allemaal met elkaar verbonden. Die gedachte werd het uitgangspunt. Zo kan je een vijfstemmig chanson zingen met vijf stemmen, maar je kan dat ook samenbrengen op de snaren van je luit. Uiteindelijk breng je hetzelfde verhaal. De luit

wordt trouwens traditioneel beschouwd als een weerspiegeling van de macrokosmos.

Dus breng je in je eentje de kosmos tot klinken? Ja, de mens als de maat van alle dingen werd ons vertrekpunt. Maar die mens staat natuurlijk nooit los van de sfeer of de sferen om hem heen. Hoe verhoudt de individuele mens zich ten opzichte van de grote context die hem omringt, hoe verloopt de wisselwerking tussen beiden? We zijn op zoek gegaan naar mooie symbolen voor die verbinding tussen macroen microkosmos in allerlei vroege filosofieën. Maar het meest ontroerende beeld komt misschien wel uit onze eigen tijd: een schilderij van Anselm Kiefer met de titel


ZONDAG 29 JUNI 2014

/

3

LANDCOMMANDERIJ ALDEN BIESEN – BILZEN

Jeder Mensch steht unter seiner Himmelskugel. De idee van een allesbepalend mens- en wereldbeeld telt vandaag niet meer. Iedereen creëert zijn eigen geloof, samengesteld door zijn eigen percepties en zijn eigen theorieën. Dat doe je als artiest uiteindelijk ook wanneer je iets maakt: je hebt een bepaalde bagage en bepaalde inzichten die je probeert te verwerken tot iets nieuws. Hoe vertaalt zich dat allemaal naar muziek? Samen met componist Paul Craenen en dramaturg Tom Hannes zijn we op zoek gegaan naar een klankmatige omgeving voor al die ideeën. Uiteindelijk kwamen we uit bij een monoluidspreker, een beetje een donker

gedrocht, die in de voorstelling mijn anonieme gesprekspartner en klankbord wordt. Microfoons reageren op wat ik speel, triggeren bepaalde reacties, maar leggen me soms ook muzikale antwoorden op. Ze zijn als het ware een grotere sfeer waartoe je je als muzikant verhoudt. De klank van zo een mono-luidspreker is echt maf. Stereo-luidsprekers creëren een bepaalde ruimtelijkheid: het lijkt alsof de muzikant in het centrum van het universum staat. Maar de klank van een mono-luidspreker doet bijna een aparte identiteit ontstaan: het is alsof je tegen een schizofrene afspiegeling van jezelf staat te praten. Qua muziekkeuze put ik uit mijn eigen bagage als luitist en muzikant. Mijn eigen geschiedenis is als het ware de rode draad door-

heen de voorstelling: ik selecteerde vooral stukken die naar mijn aanvoelen het repertoire overstijgen en iets universeels te vertellen hebben.

Jullie voorstelling steunt op een solide dramaturgie. Gebeurt dat in de wereld van de oude muziek vandaag te weinig? Voor mij is zo een dramaturgie belangrijk om een bepaalde urgentie te creëren: waarom ga je die oude muziek oprakelen? Waarom wil je dit verhaal delen met een publiek? Ik vind dat evident. Maar misschien gebeurt het inderdaad nog te weinig. Podiumplaatsen worden steeds schaarser, maar groepen die sterke verhalen brengen, komen toch nog altijd bovendrijven. In de hedendaagse mu-

ziek-scène lijkt die attitude meer vanzelfsprekend aanwezig. Denk bijvoorbeeld aan Zwerm: voor hen is zelf creëren, een eigen verhaal vertellen heel vanzelfsprekend. Ik heb hen op weg geholpen in het repertoire van de oude muziek, maar het is mooi om te zien hoe ze daar een heel eigen geluid bij creëren. Ik kreeg opeens zin om zelf terug gitaar te gaan spelen. Ik ben destijds gestopt met gitaar omdat het repertoire me te beperkt was en er zo weinig mogelijkheden waren om te concerteren. Maar als ik zie wat zij met hun gitaren doen en welke vrijheid zij zichzelf toeeigenen, dan ben ik misschien wel een heel klein beetje jaloers (lacht).

Zefiro Torna - Micro/kosmos Installatie doorlopend toegankelijk. Toonmoment om 12.00 en 16.00 Rochow / Gratis


4

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

i n t e r v i e w m e t Ko b e Va n C au w e n b e r g h e

Van Dowland tot Jim Jarmusch:

Zwerm en het

Kobe Van Cauwenberghe

Electric Consort

AlbaNova wil dwarsverbindingen smeden tussen oude partituren en hedendaagse klanken. In Electric Consort gaan de vier jonge gitaristen van Zwerm total loss op de bloedmooie consortmuziek van onder andere Tallis en Byrd. Ook composities van Dowland – de bluesy god van de 17deeeuwse melancholie – en folkdeuntjes van Thomas Ravenscroft zoeken krakend, zacht ruisend, of frivool fluitend hun weg door de gitaarversterkers. Uit bijna niets een nieuwe klankwereld creëren: dat is zowat het handelsmerk van het eigenzinnige Zwerm. Wie hen al eens bezig zag, weet dat ze moeilijk onder één noemer thuis te brengen zijn: stoere gitaarhelden, computernerds met een voorliefde voor knoppen, of doodgewone klassieke-muziek-seuten? Kobe Van Cauwenberghe maakt ons wegwijs in de wereld van Zwerm.

Wat is Zwerm en wat doen jullie? Zwerm begon in de geest van een klassiek kwartet - we hebben ook alle vier eerst klassieke gitaar gestudeerd - maar tegelijk wilden we allesbehalve een klassiek kwartet zijn. De elektrische gitaar was daar ons antwoord op. Voor die bezetting bestaat natuurlijk nauwelijks repertoire en dus zijn we van in het begin op zoek gegaan naar hoe we zelf repertoire konden creëren. Je zou kunnen zeggen dat we van de nood een deugd gemaakt hebben: er bestaan zo weinig partituren voor onze bezetting, dat het weinig zin heeft om alleen maar vanuit partituren te werken. In plaats van telkens een componist aan te spreken voor een grote compositieopdracht, zijn we meer en meer zelf muziek gaan maken. Onze laatste cd Underwater Princess vertrekt bijvoorbeeld vanuit ‘OnePage Pieces’, dat zijn een korte composities van maximum één bladzijde lang met alleen maar summiere aanwijzingen. Al de rest creëren we er zelf rond.

Vier elektrische gitaren, dat ruikt naar rock en pop, maar dat klopt in jullie geval niet. Vallen jullie buiten alle hokjes? Ik vind het goed dat je op Zwerm geen label kan plakken. Langs de ene kant zijn we nog vaak op een klassieke manier met muziek bezig. Anderzijds willen we die muziek graag op een nieuwe manier presenteren: we spelen even graag in een rock-club als in een klassieke zaal. We meanderen tussen verschillende werelden en dat op zich is erg boeiend, want dan ontmoet je ook telkens een ander publiek. Hoe ben je zelf bij de hedendaagse muziek beland? Tijdens mijn conservatoriumtijd had ik moeite met de mentaliteit die daar heerste: erg gesloten en conservatief, het woord conservatorium op zich zegt al genoeg. Nu denk ik daar veel genuanceerder over: er moeten voldoende klassiek geschoolde muzikanten zijn om de

orkesten te bevolken en om het klassieke repertoire, de canon, te kunnen blijven uitvoeren. En er zitten in die canon natuurlijk ook heel wat stukken waar ik erg van houd en vaak naar luister. Daar is dit project misschien wel het beste voorbeeld van. Maar toen voelde ik sterk de nood om te ontsnappen aan die toch wat enge kijk op muziek. Toen ik voor de eerste keer ChampdAction aan het werk hoorde met een creatie van Serge Verstockt was voor mij de trein vertrokken.

Wat sprak je precies aan in die scene? Het gevoel dat die muzikanten op een heel brede, open manier met kunst bezig waren. De gesprekken gingen zeker niet alleen over muziek, maar ook over andere kunstvormen. Een klassieke opleiding focust zo sterk op het métier, op het perfect reproduceren, dat al de rest onderbelicht blijft. Als artiest moet je werken ook historisch kunnen plaatsen, je moet iets van de context kunnen begrijpen, je moet

verder kunnen kijken dan alleen maar ‘een stuk spelen’.

Met Electric Consort boren jullie oude muziek aan. Waarom? Met Popcorn creëerden we onze eigen muziek vertrekkende vanuit popsongs en ineens bedacht ik: zouden we hetzelfde procedé niet eens proberen toe te passen op oude muziek? Ik liep al een tijdje rond met het idee en we waren heel blij verrast dat zowel AlbaNova als het MAfestival onmiddellijk enthousiast waren. Het verbaasde ons dat er vanuit de wereld van de oude muziek direct zoveel interesse was voor onze manier van werken. Wist je direct vanuit welk repertoire jullie wilden vertrekken? Neen, eigenlijk niet. AlbaNova bracht ons in contact met luitist Jurgen De bruyn. Hij introduceerde ons in het repertoire van de consortmuziek en dat sloeg meteen aan. Inderdaad, dachten


5

we: we zijn een consort, een groep van dezelfde muziekinstrumenten. Daar is het idee van Electric Consort geboren. Een van de rode draden doorheen het programma is dan ook het In Nomine. De allerbeste Britse componisten van toen schreven variaties op die cantus firmus: Tye, Taverner, Byrd, Tallis – echt eersteklasrepertoire. De cantus firmus van het In Nomine wordt voor ons een nieuw ‘One Page Piece’, waarop we onze eigen variaties kunnen creëren. Melancholie is een ander thema dat we aan bod willen laten komen. Jurgen wees ons op de melancholiecultus in het Elizabethaanse Engeland, waarvan Dowland natuurlijk de grootmeester was. Dat muziek het meest geschikt werd geacht om melancholie op te wekken én om haar te genezen, fascineerde ons onmiddellijk. We kwamen uiteindelijk terecht bij de compositie Semper Dowland semper dolens: supertriest maar toch met een knipoog. Ik voel er naast alle melancholie ook wat typisch

Britse humor in. Daarnaast is er nog één belangrijke rode draad in het programma. Via het repertoire van de consort songs stuitten we op de Engelse componist T homas Ravenscroft. Hij verzamelde in 1611 een heleboel volksliedjes uit zijn tijd, waaronder een lied over een kikker die met een muis wil trouwen. Datzelfde lied vonden we terug in de American Anthology of Folk Music - dat is zowat de basis van alle popmuziek van vandaag. Artiesten als Bob Dylan, Led Zeppelin en the Rolling Stones putten allemaal uit de Amerikaanse folk en de elektrische gitaar is natuurlijk nauw met die geschiedenis verbonden. Zo werd het nummer over de kikker, Frog Went A-Courting, gecoverd door o.a. Woody Guthrie, Bob Dylan, Elvis Presley, en zelfs recent nog door Nick Cave.

Hoe gaan jullie met die oude muziek om? De partituren ‘letterlijk’ spelen is niet onze eerste bekommernis. Er

zijn andere hedendaagse muziekgroepen, zoals BL!NDMAN, die dat al met groot succes gedaan hebben. We willen in de eerste plaats een eigen klankwereld creëren, als een commentaar op die oude partituren. Zo speelt Only Lovers Left Alive, een vampierenfilm van Jim Jarmusch, een belangrijke rol in onze ideeën over dit project. Eén van de personages, een muzikant, is een hedendaagse versie van de melancholische misantroop uit het Elizabethaanse Engeland. Hij leidt een teruggetrokken bestaan in Detroit en maakt een soort van alternatieve post-punk-rockmuziek. Detroit lijkt in de film wel een moderne ruïne en ook de soundtrack druipt van de nostalgie: vol gesatureerde klanken, met veel feedback. Die sound willen we binnenbrengen in het Electric Consort. Een elektrische gitaar kan een heel breekbare klank voortbrengen die net niet of net wel begint te feedbacken, heel laag en bijna klagend. Je kan het eigenlijk niet beschrijven. Er zit een scene in de film waarin

het personage een vintage elektrische gitaar koopt en die gitaar ook een naam geeft: William Lawes, een17de-eeuws componist. Die scene leidde ons naar ons uitgangspunt: zou Dowland, moest hij vandaag geleefd hebben, een Fender Telecaster gebruikt hebben om zijn bluesy composities op te spelen?

Van de In Nomine’s, naar Dowland en zijn melancholie naar de American Anthology of Folk Music: is eclectisme jullie handelsmerk? Ja, eclectisme is voor ons een vorm van vrijheid. Alles moet mogelijk zijn. Alles kan en mag een invloed uitoefenen op onze muziek. Ook in de hedendaagse muziek-scène zijn er nog altijd veel taboes. Dat willen we doorbreken. Je kan als 21steeeuwse muzikant toch niet beslissen om een heel stuk van het repertoire links te laten liggen enkel en alleen omdat het niet het label ‘klassiek’ draagt? Natuurlijk blijven we met kritische blik kijken, com-

om z ijn bluesy compos ities te s pelen?

e en Fen der Telecaster gebru ikt h ebben

LANDCOMMANDERIJ ALDEN BIESEN – BILZEN

z o u D o w l a n d , m o e s t h i j va n d a a g g e l e e f d h e b b e n ,

/

Zwerm op de Tenace boot © Mark Rietveld

ZONDAG 29 JUNI 2014

merciële cross-over is niet wat we zoeken. Alles kan, in theorie, maar we moeten er iets moois van kunnen maken.

Hoe weet je dat het goed zit? Misschien weet je dat nooit. Twijfel is eigen aan elk creatieproces. Soms knutselen we een halve dag aan iets dat we daarna weer in de prullenmand gooien. Ook dat is heel anders dan wat een klassieke muzikant doormaakt: je partituur is je referentie, je weet naar welk eindresultaat je streeft. Maar net dat was één van mijn frustraties, want dan ligt alles eigenlijk op voorhand al vast.

Zwerm - Electric Consort 12.00 / 15.00 Rijschool / Betalend


6

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

i n t e r v i e w m e t R a p h a e l D e C o ck

M uz ik ale odys s ee l angs de z ijderoute Van middeleeuwse ballades uit WestEuropa tot Turkse minnestrelen, van Tuvaanse keelgezangen tot CentraalAziatische epen: Osuna reist van West naar Oost op het oude lied van verlangen. Het ensemble van eigen bodem combineert snaarinstrumenten uit alle windstreken. Zoals een bard dichtend van dorp tot dorp volgen Raphael De Cock en co een bochtig improvisatorisch parcours langs oude culturen en muzikale tradities: “Of het nu om een melodie uit Siberië, Turkije of van Sefardische oorsprong gaat: door ze uit te voeren op onze instrumenten en met ons trio loopt er als vanzelf een rode draad doorheen.”

Jullie concerten zijn een combinatie van gecomponeerde en geïmproviseerde muziek. Hoe belangrijk is het voor jullie om los te komen van geschreven bronnen? Dat is voor mij een heel moeilijke en tegelijkertijd heel makkelijke vraag: ik ben met dat soort muziek opgegroeid. […] Improviseren, het spelen op gehoor, kunnen interpreteren met een grote vrijheid in ornamentatie, de mogelijkheid krijgen om te variëren: dat is essentieel voor mij. Binnen de traditionele muziek is dat variëren net de kunst: iemand die steeds hetzelfde deuntje speelt, wordt niet erg hoog ingeschat — ik vind dat zelf ook nogal saai, want waar is dan het verhaal? Wij werken met melodische geraamten waarbinnen je als uitvoerder min of meer

Osuna © Sascha Grimm

Osuna

kan doen wat je wil, zolang de basis maar herkenbaar blijft. Die manier van musiceren is overal ter wereld terug te vinden: van Scandinavië over Ierland tot in de flamenco!

Hoe komt jullie muziek tot stand? Moeilijk te zeggen, alles gebeurt zo organisch! Het samenspelen op een gezellig moment, voelen dat iets werkt en dat basisidee trachten te behouden: zo begint het meestal. Ik zet bijvoorbeeld op mijn Siberische citer een thema aan dat in die cultuur traditioneel wordt gebruikt bij het vertellen van verhalen, van daaruit ontstaat een wisselwerking met Emre (Gültekin) op de Turkse luit en op een bepaald moment blijken wij een melodisch tapijt te hebben geweven waarop Thomas (Baeté) solistisch kan im-

Ensemble Lucidarium

ma niet gebruikelijk in de klassieke muziek? Bij Osuna doen de musici telkens wat anders; onze gemoedstoestand, onze energie en onze verhalen verschillen immers elke keer weer — het is dus zelfs niet evident om met vaste titels te werken, want wie weet of hetgeen we uiteindelijk spelen nog onder diezelfde noemer te vatten is. Eigenlijk blijft het voor onszelf ook altijd een beetje een verrassing wat er precies op het podium zal gebeuren! Interview Sofie Taes, met dank aan Festival van

Is het dan niet lastig om zo’n spontane praxis, zulke momenten van gestolde inspiratie tot een concertprogramma te smeden? Waarschijnlijk is zo’n flexibele invulling van een concertprogram-

Vlaanderen-Mechelen

Het Italiaanse ensemble Lucidarium werkt voor de voorstelling Dīwān samen met twee jonge, Palestijnse muzikanten. Hun programma biedt een confrontatie tussen de ArabischPalestijnse traditie en het Italiaans middeleeuwse repertoire. De muzikanten gaan op zoek naar de overeenkomsten en verschillen tussen deze twee poëtische en muzikale talen.

Ze waren zo gefascineerd door de schoonheid en rijkdom van de cultuur, dat ze zich de gewoonten en de manier van leven van het grotendeels Islamitische volk toeeigenden. D e It a l i a a n s e k un st u it de Middeleeuwen toont aan dat niet alleen goederen en ideeën de hele Middellandse Zee afreisden, maar ook muziekinstrumenten. In fresco’s en schilderijen vinden we talloze muzikanten, engelen en hovelingen met Oosterse instrumenten in de hand. De toenmalige Italiaanse muziek toont een complexiteit in de melodie-opbouw en vrijheid in structuur die de invloed van Arabische muziek verraadt.

Dīwān

E e n Ita l i a a n s - A r a b i s c h e o n t m o e t i n g

proviseren. Als hij weer terechtkomt bij het hoofdthema kunnen we ervoor kiezen om dat luikje af te ronden en door te gaan naar een volgende sectie met ander basismateriaal. Maar heel weinig daarvan ligt vast: soms spreken we wel af welke melodie we gaan volgen, welke tegenstem we daarmee zullen combineren etc. Maar het gaat bovenal om de magie van het muzikale moment, het aanvoelen van elkaars verhaal, de verstandhouding die soms met één enkele blik wordt overgebracht: nu ga ik iets doen — geven jullie me de ruimte?

De Italiaanse geschiedenis is getekend door de invloed van uitheemse volkeren en culturen. In de middeleeuwen waren de contacten tussen het schiereiland en het Midden-Oosten zeer intens. De Italiaanse havens van Pisa, Venetië en Genua waren doorvoercentra voor tarwe en zeldzame goederen uit Noord-Afrika, het Oosten en ook het Islamitische Sicilië. Sicilië werd immers twee eeuwen geregeerd door emirs en kende in die periode een ongeëvenaarde rijkdom in kunst en cultuur. In de twaalfde eeuw grepen de Noormannen de macht over het eiland.

Osuna - Hasret 14.00 Kapel / Betalend

Ensemble Lucidarium - Dīwān 10.00 / 15.00 Kerk / Betalend


ZONDAG 29 JUNI 2014

/

7

LANDCOMMANDERIJ ALDEN BIESEN – BILZEN

i n t e r v i e w m e t P i e r r e F u n ck

Le Chant sur le Livre D e to p va n d e i j s berg: g e ï m prov i s eer d e c o n t r apu n t t i jd e n s d e m i dd eleeu w e n e n d e re n a i s sa n ce

Dat vraagt behoorlijk wat denkwerk, lijkt me. Inderdaad, je moet goed nadenken vooraf en je moet de regels van het contrapunt door en door kennen en begrijpen. Het is echt niet toevallig dat bijna alle leden van ons ensemble contrapunt doceren. In eerste instantie is het dus allemaal

Blijft er met al die spelregels nog ruimte over voor eigen initiatief? Als ik het zo vertel, lijkt het alsof het een heel rigide gedoe is, met veel regels. Maar dat klopt niet, je kan ook heel wat vrijheid nemen. Bijvoorbeeld wanneer één enkele stem improviseert tegen een cantus firmus. In de canon heeft de stem die voorop loopt dan weer veel vrijheid. In het algemeen geldt dat hoe meer stemmen er meedoen, hoe minder vrijheid elke stem heeft. Maar dan nog is er altijd ruimte voor muzikale inventiviteit. Bij een canon geeft de eerste stem de richting aan, hij kan echt de kleur en de richting van de improvisatie bepalen. Hoe courant was deze praktijk destijds? Veel couranter dan we doorgaans denken. We weten het niet met zekerheid, maar het is zeer wel mogelijk dat uitgeschreven composities alleen maar gebruikt

werden voor de speciale gelegenheden en dat al de rest van de gebruiksmuziek geïmproviseerd werd. Zeker in de kerkmuziek moet deze improvisatiepraktijk dagelijkse kost geweest zijn. Zangers bezaten toen een heel repertoire aan improvisaties, een

W ij lere n o n ze k i n dere n eer s t s chrijve n e n leze n e n da n mi s s chie n , ee n beetje , impr o vi s ere n .

Hoe gaat de techniek van het ‘cantus super librum’, of ‘le chant sur le livre’, precies in zijn werk? Er is telkens één zanger die de cantus firmus zingt, een gregoriaanse melodie die in lange notenwaarden gepresenteerd wordt. Dat is de melodie die je in onze partituren ziet staan. Daar voegen zich één, twee of drie andere stemmen bij, in een contrapuntische beweging. Om dat te realiseren zijn er een heleboel verschillende technieken waarvan je je kan bedienen. Die staan beschreven in 15de- en 16de-eeuwse handboeken: het zijn als het ware recepten die we proberen zo goed mogelijk toe te passen. Jean-Yves Haymoz is daarin onze leider, hij heeft de recepten verzameld en uitgedokterd. Je kan bijvoorbeeld als volgt te werk gaan: de baslijn volgt de tonen van de cantus firmus afwisselend een terts en een kwint lager. Op die manier ontstaat een harmonie waar de andere zangers zich op kunnen richten bij het uitwerken van hun eigen lijn. Nog een veelgebruikte techniek is de canon. Bovenop de cantus firmus bedenkt één zanger een nieuwe melodie, een andere zanger begint een maatdeel later en kopieert diezelfde melodie.

heel beredeneerd en voelt het niet echt alsof je muziek aan het maken bent. Maar door het veel te doen, ontwikkel je na verloop van tijd een zekere intuïtie en dan kan je er wel je muzikale inspiratie in kwijt. Maar je moet er echt voldoende tijd voor vrijmaken. Voor het eerste concert hebben we bijna twee weken aan één stuk geoefend – dat is echt veel. Nu nog proberen we voor elk concert een paar dagen te repeteren. Het lijkt op het aanleren van een nieuwe taal: in het begin ben je vooral bezig met de grammatica, maar na een tijdje verdwijnt dat naar de achtergrond.

Pierre Funck

Le chant sur le livre: zingen uit een boek waarin slechts één melodie neergeschreven staat. Al de rest bedenk je er zelf bij. Ter plekke. De luisteraars zitten al klaar. Wat voor muzikanten uit de middeleeuwen en de renaissance de normaalste zaak van de wereld was, lijkt voor de meesten van ons nu op zijn best hogere wiskunde. De heren van Le Chant sur le Livre maakten er hun specialiteit van. Het Festival de Musique Improvisée in Lausanne daagde deze zangers en muziektheoretici uit om hun klaslokalen te verlaten en hun kennis over het geïmproviseerde contrapunt naar het podium te vertalen. Een behoorlijke uitdaging die de heren deed zweten: “Het is gelukt toen, maar spannend was het wel,” vertelt Pierre Funck, de bariton van het gezelschap. “Maar met de jaren zijn we er alleen maar beter in geworden.”

beetje zoals jazzmuzikanten vandaag: allemaal stukken waarbij ze wisten wat hun te doen stond, maar waarvan ze geen partituur hadden. De overgeleverde composities, het repertoire waar zowat alle oude muziek-ensembles zich tot nu toe mee hebben bezig gehouden, zijn zo beschouwd alleen maar het topje van een gigantisch grote ijsberg. Wat niet wil zeggen dat onze geïmproviseerde muziek even goed, of zelfs beter klinkt dan gecomponeerde muziek uit die tijd. De muziek van componisten als Josquin Desprez of Pierre de la Rue is nog altijd van een heel ander allooi dan wat wij bij elkaar improviseren op een concert.

Als leren improviseren net zoiets is als een taal verwerven, dan kan je er maar beter jong aan beginnen, of niet? Inderdaad. Het is ook niet toevallig dat alle grote polyfonisten uit die tijd afkomstig waren uit dezelfde streek. Dat had alles met de opleiding te maken. Improvisatie maakte bij al die grote componisten al vanop erg jonge leeftijd deel uit van het curriculum. Kinderen leerden eerst improviseren en alleen zij die daar talent voor hadden mochten later ook compositielessen volgen. Eigenlijk leerden zij dus eerst de taal zelf, vooraleer ze die moesten leren neerschrijven. In ons muziekonderwijs vandaag is het net omgekeerd. Wij leren onze kinderen eerst schrijven en lezen en dan misschien, een beetje, improviseren. Dat vind ik echt jammer.

Blijven jullie altijd netjes in de stijl, of laten jullie de boel ook wel eens ontsporen? We proberen altijd zo goed mogelijk trouw te blijven aan de renaissancestijl. We zijn als zangers allemaal meer dan vertrouwd met het repertoire, we weten dus echt wel hoe die muziek zou moeten klinken en hoe niet. Af en toe halen we er om te lachen wel eens een moderne melodie bij, die we dan omzetten in een cantus firmus. Maar zelfs dan blijven onze improvisaties binnen de krijtlijnen van de renaissancepolyfonie. Een ‘accident de parcours’ kan natuurlijk altijd voorvallen, mislukken is deel van het spel. Maar grappig genoeg moet dat vroeger ook af en toe zijn gebeurd. Zo waarschuwde de muziektheoreticus Johannes Tinctoris bijvoorbeeld dat ‘le chant sur le livre’ altijd kon ontsporen en dat zangers dan opeens teveel dissonanten na elkaar opstapelden. Doorgaan alsof er niets is gebeurd, is dan de boodschap. Heeft je ervaring met geïmproviseerd contrapunt je visie op het gecomponeerde repertoire uit die tijd veranderd? Vooral omdat je veel duidelijker kan zien dat veel gecomponeerde muziek uit de 16de eeuw eigenlijk uitgeschreven improvisaties zijn. Je begrijpt veel beter waarom er staat wat er staat, omdat je de technieken herkent en je de melodische wendingen veel beter kan plaatsen. Wat ervaar je precies wanneer jullie op die manier improviseren? Je bent gefascineerd omdat de muziek die je aan het zingen bent, ontstaat op het moment zelf. Dat is voor mij de ongelofelijke aantrekkingskracht van elke mogelijke vorm van improvisatie. We zijn er ook allemaal erg van overtuigd dat improvisatie vandaag niet de plaats inneemt die ze werkelijk verdient. Het is uiteindelijk de meest natuurlijke en de meest primaire manier van muziek maken.

Le Chant sur le Livre Concert: 13.30 / Kerk / Betalend Workshop zangers: 10.00 / Roelants du Vivier Betalend / Toegankelijk voor publiek


8

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

Liesbet Vereertbrugghen ov e r h e t o n t s ta a n s p r o c e s va n j o n g e r e n p r o d u ct i e

HIGHLANDS-DOWLANDs Uit het leven van een tra an. In zeven episodes. Eer ste epi sode

Een vraag van Bart Demuyt, directeur van AMUZ. Of ik het zie zitten om met een aantal jongeren terug het podium op te gaan in het kader van twintig jaar Laus Polyphoniae? Ik pols bij de jeugd of zij er zin in hebben. De reactie is unaniem: ja! Plots besef ik dat deze jonge mensen intussen een eigen artistieke visie of parcours aan het ontwikkelen zijn. Ik twijfel niet langer. T weede epi sode

Een voorstelling tijdens het festival in augustus 2013 kan niet: herexamens van de jongeren liggen op de loer. We maken er een jaartraject van: één met zeven bijeenkomsten. En zo geschiedt.

Der de epi sode

De fragiele, melancholische muziek van John Dowland (1563-1626),

spilfiguur in de twintigste editie van Laus Polyphoniae, is het verplichte startnummer. Muziek die door de meeste deelnemers nog ontdekt moet worden. De titel HIGHLANDS-DOWLAND s volgt meteen. De invulling kan beginnen: van de woeste hoogvlakten uit Schotland tot de intieme muziek van Dowland, over alle bergen en dalen van het leven heen. Talent en kennis genoeg in deze groep jonge studenten en pas afgestudeerden. Ik wil dat álle talenten worden ingezet. Hoe zit dat met die tranen? Wat is een traan? Waarom wenen / lachen we? Wie is Dowland? Waarom is zijn muziek zo melancholisch? Ben je een melancholicus als je soms melancholisch bent? Waarom k leeft de muziek van Dowland aan ons l ijf ? Hu i s werk vo or a l deze studenten.

Vi er de epi sode

De keuze om Dowlands muziek liefst zo zuiver en puur mogelijk te houden komt van de jongeren zelf. We houden het wel niet strikt HIP (historically informed performance), want we hebben geen ‘HIPPE’ maar wel eens zo fijne muzikanten in de groep. Inspirerend zijn ook kunstwerken, kunstwerken met een weerhaakje, kunstwerken die verder dan de realiteit gaan, die ‘bevreemden’. Wij willen ook ‘bevreemden’, op een dwaalspoor zetten, verrassen, ontroeren. Vijfde epi sode

Het wordt een wisselwerking tussen wat ik hén aan input geef, en hun reactie hierop. Zij doen voorstellen, werken zelfstandig bepaalde delen uit. Dansen, zingen en filmen zijn altijd vaste ingrediënten geweest. We kunnen het niet

laten. Finaal doel: onze aller artistieke grenzen verleggen. Z es de epi sode

Zeven jaar na de laatste jongerenvoorstelling tijdens Laus Polyphoniae staan de intussen jongvolwassenen opnieuw als groep op het podium. Ze zijn niet meer naïef, ze weten wat het leven te bieden heeft: hoogtes en laagtes, intense geluksmomenten en tegenslagen. De metafoor van de koffer. Nu al dragen ze een koffer met herinneringen maar kijken reikhalzend uit naar wat nog moet komen.

Onderwerp van de les: What’s in a tear? Wit is de klinische kleur van al wat exact is. Zwart is de etymologische kleur van melancholie. De doos (niet die van Pandora) gaat open en melancholie krijgt de vrije loop. De muziek maakt een vreemde blend van associaties, beelden, sferen, herinneringen en gedachten. Zijn er nog vragen? Altijd weer: zijn er nog vragen?

Z evende epi sode

Ziehier een bescheiden voorstelling, bekeken doorheen ... een traan: glazig en troebel maar wel intens. HIGHLANDS-DOWLAND s, zoals het leven zelf. Setting: studenten in een denkbeeldige aula.

HIGHLANDS/DOWLANDs 14.00 Cuvelier / Gratis met reservatie


ZONDAG 29 JUNI 2014

/

9

LANDCOMMANDERIJ ALDEN BIESEN – BILZEN

Iva Bittová V i o o lv i r t u o z e e n s t e m k u n s t e n a r e s Bittová’s muziek beschrijven is net zo moeilijk als uitleggen wat zien betekent aan iemand die blind is geboren. De Tsjechische violiste en stemkunstenares laat zich in geen enkel hokje dwingen. In haar muziek klinken de volksmuziek van haar moederland, de grilligheid van jazz, de speelsheid van populaire muziek en een klassieke virtuositeit. Zelf spreekt ze graag over ‘haar eigen volksmuziek’, een persoonlijke muzikale taal die gekleurd wordt door haar schitterende stem en virtuoze vioolspel.

Nieuw boek

‘Hendrik van Veldeke en zijn muziek’ Hendrik van Veldeke kennen we allemaal als de eerste dichter van ons taalgebied. Dat hij ook minnezanger was, weten veel minder mensen. Ten onrechte, Veldeke was zelfs de allereerste minnezanger en werd geprezen door al wie na hem kwam. Naar aanleiding van Dag Oude Muziek 2013 werd een onderzoek gestart naar de verloren muziek van Hendrik van Veldeke. De bevindingen werden gebundeld in een prachtig boek. “Een fascinerende teletijdmachine die de vroegst-beroemde Limburger uit de nevelen laat herrijzen”, aldus Stefan Grondelaers in Staalkaart.

Hoewel er al heel veel inkt vloeide over de f iguur Hendrik Van Veldeke, blijven een aantal raadsels overeind. De negen auteurs laten vanuit verschillende disciplines hun licht schijnen op de dichtermuzikant en reiken daarbij zoveel mogelijk verifieerbare gegevens aan. Vooraleer te komen tot de muziek, schetst het boek de maatschappelijke en cultuurhistorische context van de 12de eeuw. Ook de taal- en dichtkunst van Veldeke komt uitgebreid aan bod. Uiteindelijk komen we tot het belangrijkste vraagstuk: hoe heeft de muziek van Veldeke geklonken? Benjamin Bagby (Sequentia) en musicus-musicoloog Mark Lewon gingen met musici uit binnen- en buitenland aan de slag in labo’s om Veldekes muziek te reconstrueren. Ze schreven elk hun bevindingen neer in een essay.

Dit vlot leesbare en fraai geïllustreerde boek zet een belangrijke stap in het zoeken naar de roots van de eerste minnezanger. Een zoektocht die ongetwijfeld een vervolg zal krijgen. Uitgegeven bij Alamire Onder leiding van Herman Baeten Met bijdragen van: Benjamin Bagby, Elizabeth den Hartog, Jan Goossens, Jozef Janssens, Marc Lewon en Frank Willaert

Boek te koop tijdens AlbaNova of via uitgeverij Alamire: info@alamire.com tel. +32 11 610 510

Joanna Bailie

“Mijn viool is een spiegel voor mijn dromen en fantasieën” zegt Bittová. Om deze te kunnen uiten, veegt ze haar voeten aan klassieke speel- en zangtechnieken. Iva Bittová ka-

kelt, kraait, tsjirpt en gromt op het podium. Tegelijk strijkt, tokkelt en trommelt ze op haar viool en beweegt ze met haar hele lichaam.

“Ook de klassieke componisten waren mensen met gevoelens en persoonlijkheid. Deze moet je als muzikant tot uiting brengen.” De manier waarop ze zich beweegt tussen muziekstijlen, de onnavolgbare wijze waarop haar stem en viool in dialoog gaan, het lijkt allemaal zo eenvoudig en natuurlijk. Niets is minder waar: “Het is het resultaat van ontzettend veel discipline. Oefening geeft je de vrijheid om naar buiten te brengen wat je vanbinnen hoort.” Bittová groeide op in een muzikaal nest. Haar vader, die allerlei instrumenten kon bespelen,

leerde haar op jonge leeftijd noten lezen en musiceren. Jazz, klassieke muziek en volksmuziek werden haar met de paplepel ingegeven.

“Dit is wellicht de reden waarom er voor mij geen grenzen zijn tussen genres.” Iva Bittová speelt al meer dan 30 jaar wereldwijd voor uitverkochte zalen. Ook haar concert op AlbaNova zal niemand onberoerd laten. Wees getuige, en bewonder!

Iva Bittová 17.00 Kerk / Betalend

Au d i ov i s u e l e i n s ta l l at i e op de grens tussen kunst en realiteit

Waar gaat een neutrale weergave van de werkelijkheid over in kunst? Deze vraag staat centraal in de installatie van componiste en geluidskunstenares Joanna Bailie. Een verduisterde kamer functioneert als een enorme camera obscura: via een gaatje in één van de wanden wordt het Voorhof van de Landcommanderij ondersteboven weerspiegeld op een scherm. Op die manier toont Bailie een omgekeerde ‘live stream’ van wat er zich

buiten afspeelt. De eeuwenoude techniek van de camera obscura, die al in de Oudheid ontdekt werd, krijgt in de installatie van Bailie ook een auditieve vertaling. Bij de beelden hoor je geluiden die ze live opneemt op het Voorhof. Net als de omgekeerde projectie is ook deze opname geen volledig getrouwe weergave van de realiteit: klanken worden bevroren of gemanipuleerd, korte momentopnames wor-

den aangehouden tot een statisch akkoord. Hiermee balanceert Bailie op het fragiele punt waar objectieve representatie overgaat in kunst. Joanna Bailie Foyer Rijschool Doorlopend toegankelijk, behalve tijdens de concerten van Zwerm


10

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

P s a l l e n t e s / i n t e r v i e w m e t H e n d r i k Va n d e n A b e e l e

Antifonarium Tsgrooten opnieuw in actie

Hendrik Vanden Abeele

wegen, waarbij eenieder vroeg of laat zijn of haar stem moest verheffen. In die zin is wat we gaan doen dus bijna historischer dan wanneer we de klassieke opdeling tussen uitvoerder en luisteraar zouden maken.

In 2008 kocht de Vlaamse Overheid het Antifonarium Tsgrooten aan: een fabelachtig muziekmanuscript met gregoriaanse koorliederen uit de 16e eeuw. Het werk is versierd met de mooiste miniaturen en initialen. Psallentes vatte het plan op om het antifonarium te laten klinken als vanouds. En net als vroeger willen ze het publiek betrekken bij de uitvoering. Gregoriaanse gezangen te moeilijk? Niet zo volgens Hendrik Vanden Abeele: “Bepaalde gregoriaanse melodieën zitten onmiddellijk in je hoofd, je wil ze meteen meezingen.” Hendrik Vanden Abeele, vanwaar de titel ‘Antifonarium Tsgrooten in Actie’ ? ‘Antifonarium Tsgrooten in Actie’ is niet zomaar een catchy titel. Het geeft aan dat in dit project het Antifonarium Tsgrooten centraal staat, en dat het boek ‘geactiveerd’ wordt. Niet alleen is er het demonstratie-aspect waarbij getoond wordt hoe antifonen en responsoria tot leven komen. Nog meer is het de bedoeling dat het publiek aan dit activeren meehelpt. Ze kijken over de schouders van de zangers naar het grote boek, krijgen in een ‘speeddate’ met het manuscript een reeks instructies, en vervolgens doen we terstond een soort toonmoment. Dat lijkt iets nieuws of minstens ongebruikelijks. Bekeken vanuit de doorsnee hedendaagse concertstijl is het inderdaad ongebruikelijk. Meestal is er toch een zekere barrière tussen uitvoerders en publiek. Maar historisch bekeken ligt het heel anders. Voor wie was dat gregoriaans eigenlijk? Wie zong het en wie luisterde? Een boeiende vraag, waarop het korte antwoord is: zangers en publiek waren één. Je had natuurlijk altijd de voorzangers of een groep solisten, maar de hele gemeenschap nam aan ‘uitvoeringen’ deel. Het waren dan ook geen echte uitvoeringen, het was een collectief over-

Hoe ga je hierbij te werk, dan? Het mooie aan gregoriaans is dat het via vaak eenvoudige verklanking van Latijnse tekst heel toegankelijk is. Zeker de eenvoudiger antifonen zijn makkelijk te leren, en aan de geheugensteun van het handschrift heb je vaak meer dan genoeg. Ik bedoel dat er weinig instructies in staan over hoe precies dat gregoriaans uit te voeren. Op heel korte termijn (de sessie duurt een uur) kun je natuurlijk zelfs de geoefende zanger niet zomaar alles aanleren. Daarom gaan we het publiek laten deelnemen op

een manier waarbij het genoegen van het zingen voorop staat. Dat kan alleen als we inspelen op wat bij gregoriaans zo opvallend is: de deuntjes. Dat klinkt misschien oneerbiedig, maar het is de realiteit: bepaalde melodieën zitten direct in je hoofd, en je wil ze meteen meezingen. Dat basisverlangen van een niet alleen meeluisterend maar ook (minstens inwendig) meezingend publiek, dat is onze garantie op succes.

Wat is er zo bijzonder aan het Antifonarium Tsgrooten? De prijs misschien (lacht) ? Het Antifonarium Tsgrooten werd in 2008 door de Vlaamse overheid aangekocht voor €400.000. Het was lang in bezit geweest van de familie De Merode. Na de kritiek bij de verkoop aan Den Haag van het Gruuthusemanuscript, wou de

cultuurminister nu graag snel handelen om een topstuk als het A nt ifona r ium Tsg rooten in V laamse handen te houden. Meteen is over het manuscript een uitstekende website gemaakt, waar het boek ook te doorbladeren is: www. antifonarium-tsgrooten.be. Het is een heel mooie en interessante bron voor het gregoriaans van de zestiende eeuw. Het boek werd genoemd naar de opdrachtgever Abt Antonius Tsgrooten, en het werd in 1522 afgeleverd aan de Abdij van Tongerlo. De schrijver was Franciscus van Weert, een scribent die met de Abdij van Averbode verbonden lijkt te zijn geweest, en zeker meer in het algemeen met de Norbertijnse abdijen in de Lage Landen. Er zijn verschillende manuscripten van zijn hand bekend, ook voor de Park Abdij in Heverlee. In een graduale dat nu bewaard wordt in

de British Library noemt hij zichzelf ‘Lovanii residentem’ — wonende in Leuven. In de Lilly Library (Bloomington, Indiana) is de laatste folio bewaard gebleven van een graduale dat Franciscus van Weert afwerkte in 1523, ook in opdracht van Abt Tsgrooten. Daarin schrijft hij ‘…in vigilia Pasche Lovanii feliciter completum’. Hij is blij het werk afgemaakt te hebben te Leuven, aan de vooravond van Pasen. Wij zijn blij en trots dat we met dit prachtige boek aan de slag kunnen, en we kijken er naar uit te zien en te horen hoe het publiek op actieve deelname zal reageren.

Psallentes / Antifonarium Tsgrooten 11.00 / 15.50 Cuvelier / Betalend


ZONDAG 29 JUNI 2014

/

11

LANDCOMMANDERIJ ALDEN BIESEN – BILZEN

D e k e u z e va n

H i s tor i sch e jam s es s i es e n Boek vo orstelli n g To na l To o l s

Joost Fonteyne

In het muziekcafé van de Tiendschuur nemen een zevental musici u mee op een muzikale reis van barok, over klassiek en romantiek tot jazz. Welkom in de muzikale keuken van de muzikant. Schuif aan tafel wanneer het je past, ga weg wanneer je voldaan bent. Proef met eigen oren hoe dezelfde ingrediënten tot uiteenlopende gerechten leiden. Laat je verleiden door de oude kunst van het variëren, en ontdek wat componeren en uitvoeren met elkaar gemeen hebben. In het Europa van de 19de eeuw, en tot lang daarna, voltrok zich op en rond de concertpodia iets bijzonders. Het etiket ‘klassieke muziek’ bestond niet voor 1830. Concert- en operahuizen programmeerden nauwelijks muziek uit het verleden. Maar musici bestudeerden die muziek wel. In 1780 bedroeg in Frankrijk de verhouding tussen werk van levende of dode componisten 3 tegen 1. In het midden van de negentiende eeuw was dat nog slechts 1 tegen 3. De tendens zette zich in heel Europa door tot ver in de 20ste eeuw. Dat had een belangrijk gevolg: er ontstond een steeds dieper wordende kloof tussen wie een partituur componeerde, en wie haar tot klinken bracht. Steeds meer richtte een opleiding tot musicus zich op het nauwkeurig reproduceren van bestaande muziek. Het ontstaan van de canon van de westerse klassieke muziek ging gepaard met de sluipende teloorgang van precies die muzikale vaardigheden waarvan de oude meesters doordrongen waren: de kunst van het variëren. Een goeie honderd jaar geleden was die transformatie een feit en richtte de opleiding aan de conservatoria zich nog uitsluitend op het afleveren van virtuozen. In de klassieke muziekopleidingen van de

Johann Sebastian Bach

JAZZ AVANT LA LETTRE / BAROQUE MUSIC REVISITED

20ste eeuw verschrompelde het aandeel van improvisatie en creatie verder tot niet meer dan kers op de taart. Net op het moment dat in Europa de vaardigheid van het improviseren grotendeels was verdampt, ontstond aan de andere kant van de Atlantische oceaan, en in een compleet andere context, vanuit gospel en blues een nieuwe traditie gebaseerd op improvisatie en variatie: de jazz. Wat heeft deze muziekstijl gemeen met de vaardigheden waarmee ook Beethoven een publiek voor zich won? En is deze vraag relevant? Nu in de 21ste eeuw opnieuw heel wat zekerheden op de helling staan, kunnen we ons afvragen: wat verstaan we onder musicianship? Over welke vaardigheden moet de muzikant van de toekomst beschikken? Welke rol kan het verleden daar in spelen? In de Tiendschuur spiegelen we het muzikale heden aan de dynamiek van het verleden. Hoor met eigen oren hoe de tonale muziek van de laatste driehonderd jaar zich geleidelijk een nieuw kleedje aanmat, maar hetzelfde spingaren bleef gebruiken. Ook al beschouwen we Bach, Mozart, Beethoven en Chopin

D i r e c t e u r Fe s t i va l va n V l a a n d e r e n Ko r t r i j k Zwerm

graag als prototypes van het muzikale genie, musicologen hebben overtuigend aangetoond dat hun ambacht geen ongrijpbare gave van de Muzen was. Hun kunst paste in een erg praktijkgerichte traditie. Die koppelde van bij aanvang het oor aan de vingers. Muziek creëren ging hand in hand met het verwerven van instrumentale vaardigheid. Noem het muzikaal ambacht pur sang, gecombineerd met een flinke dosis eigenzinnigheid en avontuur. Geen reproductie, maar creatie! Het programma van de Tiendschuur zet dit verband tussen creatief inzicht en vaardigheid op het klavier opnieuw op de kaart. Niet toevallig is dit idee doorheen het hele programma van AlbaNova onderhuids aanwezig: van de interacties met kleine kinderen op de binnenkoer, de improvisaties van le Chant sur le Livre tot de eigenzinnige capriolen van Iva Bittovà, Dick Van der Harst en anderen. Creatie is de essentie van evolutie, en van kunst tout court. Geïnspireerd op de oude traditie van het partimento, de kunst van het improviseren uit de 17de en 18de eeuw, stellen we in de marge van het gebeuren in de Tiendschuur Tonal Tools aan u voor. Musica’s antwoord op de vernieuwde inzichten ter zake richt zich naar het klavieronderwijs van nu. Dit boek met bijhorende app verbindt het oude met het nieuwe. Het reikt sleutels aan voor een meer auditieve en creatief-inzichtelijke benadering van tonale muziek vanaf het begin. Meer nog dan het reproduceren van hun werken, is dit misschien het grootste eerbetoon dat we de oude meesters kunnen geven.

10.00 ––> 13.00 en 14.00 ––> 17.30: historische jamsessies (doorlopend)

13.00 ––> 13.40: boekvoorstelling en panelgesprek o.l.v. Jan Hautekiet

• Barok met Ewald Demeyere, Jeroen Malaise en Edward Vanmarsenille

Naar aanleiding van de nieuwe publicatie Tonal Tools/ Tonaal Gereedschap gaat Jan Hautekiet in gesprek met Lieven Strobbe (auteur Tonal Tools), Luc Ponet (inspecteur DKO), barokspecialist Ewald Demeyere en jong jazztalent Maarten Lingier.

• Klassiek met Tobias Cramm en Alma Deutscher (9 jaar) • Romantiek met Anthony Romaniuk • Jazz met Maarten Lingier

Tonal Tools biedt klavierspelers en -leerkrachten het gereedschap om op een meer creatieve manier aan de slag te gaan met tonale muziek. En dat vanaf de eerste muziekles. Een babbel over zin en onzin van idiomatisch improviseren op het klavier voor muzikanten van nu. Of, hoe de kunst van het variëren stilaan terug is van (n)ooit weggeweest.

Lieven Strobbe

Overzicht historische jamsessies Tiendschuur

De vier jonge, elektrische gitaristen van Zwerm bouwen een mooi hedendaags repertoire op. Erg diverse, weloverwogen keuzes. Electric Consort is verrassend en wekt de nieuwsgierigheid? Benieuwd hoe Dowland, Tallis, Byrd en Campion op elektrische gitaar gaan klinken. Hoe Zwerm die muziek naar hun hand zet. Wellicht met veel respect, maar niet altijd met f luwelen handschoentjes. Een aanrader voor wie in is voor een beetje avontuur en niet in shock gaat bij vrije bewerkingen van oude meesters.

D e k e u z e va n

Igor Philtjens Ge d e p u t ee r d e v o o r c u lt u u r , Provincie Limburg workshops

Ik vind het belangrijk dat we ons cultureel erfgoed, dus ook ons muzikaal erfgoed, in ere houden. Die boodschap wil ik ook overbrengen aan mijn dochter, maar dan niet met opgeheven vinger. Het verheugt me dat workshops als “Toeten en blazen” een plaats krijgen in het programma van AlbaNova, naast de concerten en performances. Zulke workshops geven kinderen goesting in muziek en wekken hun interesse in oude instrumenten. Het feit dat ze tijdens het slotmoment van het festival even zelf muzikant mogen zijn, is een prachtige beloning.


12

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

D e k e u z e va n

I n t e r v i e w m e t Dav i d C ata l u n ya

Thomas Vanderveken P r e s e n tat o r e n m u z i k a n t

D e k e u z e va n

Herman Baeten Voor zit ter Musica e n b e z i e l e r D ag O u d e M u z i ek Lucidarium

Het programma van het ensemble Lucidarium brengt een confrontatie tussen de Arabisch-Palestijnse traditie en het Italiaans middeleeuwse repertoire. Die wisselwerking heeft me altijd geboeid. Arabische muziek heeft een heel eigen toonsysteem en vooral een rijk uitgewerkte melodie, terwijl de Westerse muziek geleidelijk evolueerde naar polyfonie. Hoe werd uit deze confrontatie een eigen muziek geboetseerd? Het benieuwt me erg hoe Lucidarium dit gaat reconstrueren. Le Chant sur le Livre

Ook naar Le Chant sur le Livre kijk ik uit. Het staat vast dat er heel veel werd geïmproviseerd in middeleeuwen en renaissance. Uitvoerders vertrokken dikwijls vanuit een basismelodie, een

cantus firmus waarop ze dan improviseerden. Het is zonder meer fascinerend dat door de wol geverfde uitvoerders van historische muziek dit vandaag opnieuw vanuit improvisatie durven aanpakken.

Zijn beide carrières even belangrijk voor jou? Het ene kan voor mij niet zonder het andere. Ik kan muziek niet uitvoeren zonder er eerst onderzoek naar gedaan te hebben, maar het omgekeerde geldt evengoed: musicologisch onderzoek dat niet gevoed wordt vanuit de praktijk blijft voor mij persoonlijk betekenisloos. Een partituur is altijd het vertrekpunt voor een zoektocht. Zelfs als je een moderne transcriptie in je handen hebt, stroomt je hoofd als vanzelf vol met vragen. Waar komt die muziek vandaan? Wie heeft dit gecomponeerd? Hoe is de partituur tot bij ons gekomen? Het verlangen om meer te weten te komen stopt eigenlijk nooit. Maar dat wil niet zeggen dat je je als artiest in een keurslijf moet laten hijsen door de wetenschap. Eens je op het podium staat, ben je in de eerste plaats artiest. En wat je daar doet, kan je niet altijd beredeneren. Als ik muziek maak, ben ik alleen nog maar daarmee bezig en denk ik helemaal niet aan alle vragen die daarvoor door mijn hoofd spookten.

fa s c i n ee r t o n s m at e l o o s .

p o t s c h e r f e n n e t d at

Voor veel pianisten is het een manier om stoom af te laten bij het studeren: heerlijk hengsten op die diepe, luide basnoten zodat de klank lekker door de kamer beukt. Haaa, dat kan opluchten! Maar hoe vol en rijk een basnoot van een moderne concertvleugel ook klinkt, de piano was van oorsprong helemaal niet zo’n macho. De klavecimbel was een instrument dat bij uitstek paste in de woonkamer, en ook andere instrumenten met aangeslagen of getokkelde snaren waren vooral elegant en zacht. Ik ben dan ook benieuwd naar de frêle klanken van de middeleeuwse piano die David Catalunya ontwikkelde, speciaal om intieme muziek te spelen die meer dan een half millennium oud is.

David Catalunya en zijn ‘hammered clavisimbalum’ – laat het ons voor de gemakkelijkheid een middeleeuwse piano noemen – vormen een onafscheidelijk duo. Half ontsproten aan de geschiedenis, half aan zijn eigen fantasie: dit unieke instrument geeft zijn artistieke identiteit vleugels. Op AlbaNova geeft hij vrij spel aan de verbeelding met improvisaties op basis van composities uit de Codex Faenza en het Buxheimer Orgelbuch. David begon zijn studies vijftien jaar geleden als klavecinist, met de bedoeling zich te verdiepen in barokmuziek. Maar zijn leven draaide anders uit. “Toen ik voor de eerste keer trecentomuziek hoorde, wist ik niet wat er gebeurde. Het was bijna irrationeel. Ik heb er echt geen woorden voor.” Het was dat ‘iets’ en de fantasieën die dat ‘iets’ opriepen die zijn carrière vanaf dan bepaalden, als uitvoerder én als onderzoeker.

ee n h e l e w e r e l d a c h t e r d i e

David Catalunya From Faenza to Buxheim

ee n p o t s c h e r f, m a a r j e v e r m o e d t

Muziek is meer dan alleen maar klank. Voor mij is muziek ook een manier om contact te voelen met oude ideeën en vervlogen beschavingen. Of met beschavingen die vandaag nog altijd bestaan, maar ver van ons af lijken te staan. Ik ben zelf peter van een kindje van ouders van Turkse komaf. Muziek heeft mij geholpen om nog beter te begrijpen dat we zoveel gemeen hebben. Het is écht de gemeenschappelijke taal bij uitstek. Daarom is het geen verrassing dat de mensen van Osuna muziek uit de buik van de geschiedenis en hedendaagse improvisatie over alle windstreken heen samen kunnen brengen, alsof het nooit anders bedoeld is.

a r c h e o l o o g : j e z i e t a l l ee n m a a r

Osuna - Hasret

Ve r g e l i j k h e t m e t h e t w e r k va n e n

Een vergeefse zoektocht naar een verloren wereld

Hoe omschrijf je de verhouding tussen compositie en improvisatie in de muziek die je brengt? Je moet ervan uitgaan dat bijna elk middeleeuws manuscript functioneert als een open tekst. Niet alleen nu, maar ook toen. We werken immers met partituren die per definitie onvolledig zijn: de contratenor, de derde stem, moest je er zelf bij componeren en je moest sowieso versieringen toevoegen. Improvisatie is dus een wezenlijk deel van die muziek. Kijk bijvoorbeeld naar het Buxheimer Orgelbuch: een groot deel van het manuscript bestaat uit louter improvisatieoefeningen met formules die je nadien zelf kan toepassen op de composities uit het manuscript. Die composities staan heel schematisch neergeschreven en klinken eerder saai als je ze in hun kale versie laat horen. Maar wanneer je begint te improviseren, krijgen ze opeens een heel levendig gelaat.

Terwijl je aan het spelen bent, heb je heel even de indruk dat je zelf de componist bent van hetgeen je hoort. Dat is een bijzondere ervaring. Je voelt dan dat de grens tussen compositie en uitvoering in dit repertoire heel dun is.

Geef je er soms een meer moderne draai aan? Het resultaat is sowieso altijd persoonlijk en modern – want je speelt het nu. Je moet de stijl natuurlijk goed kennen en je probeert iets te spelen dat min of meer coherent lijkt. De improvisatieformules uit de 15de-eeuwse handschriften helpen daarbij, maar tegelijk moedigen ze je ook aan om een meer persoonlijke stijl te ontwikkelen. Want je voelt heel duidelijk dat elke componist destijds een geheel eigen stijl had en dat dus ook de improvisaties heel divers en persoonlijk moeten zijn geweest. Waar kwam het idee voor dit nieuwe instrument, het ‘hammered clavisimbalum’, vandaan? Als klavecinist – en daarin sta ik vast niet alleen – voelde ik me vaak gefrustreerd omdat ik nooit met dynamiek kon spelen. Ik kende al een hele tijd de passage in het manuscript van Arnaut de Zwolle waarin hij wijst op het bestaan van een klavecimbel met hamertjes, een kleine 15de-eeuwse piano dus. Dat idee heeft me altijd aangetrokken, net omdat zo een instrument heel wat meer expressieve mogelijkheden zou hebben dan gelijk welk instrument met plectra. Op een bepaald moment heb ik beslist dat ik het idee een kans wilde geven. Samen met Paul Poletti, de bouwer van het instrument, hebben we anderhalf jaar lang gebrainstormd en telkens nieuwe modellen getekend. Daarna duurde het nog een vol jaar om het instrument te maken. En cours de route ontdekten we allerlei technische problemen waar we oplossingen voor moesten zien te vinden. Om bepaalde mechanismen


ZONDAG 29 JUNI 2014

/

13

LANDCOMMANDERIJ ALDEN BIESEN – BILZEN

Tiptoe Company Driehonderd jaar oude muziek vertaald naar de 21e eeuw

David Catalunya

Het arrangeren van muziek uit het verleden voor nieuwe instrumenten is een praktijk die al eeuwenlang bestaat. De Italiaanse componist Maurizio Pisati gaat nog een stap verder. Hij verweeft flarden muziek van John Dowland, Dominico Scarlatti en Antonio Vivaldi in een org anisch klankweefsel. Pisati spreekt liever over ‘parafrase’ dan over een conventionele ‘transcriptie’. Oude en nieuwe praktijken vullen elkaar aan en verrijken elkaar. Pisati speelt met verrassende instrumentencombinaties en laat twee muzikanten samen hetzelfde instrument bespelen. Humor en

te reconstrueren zijn we zelfs gaan grasduinen in Arnaut de Zwolles geschriften over horlogerie. Het was echt een avontuur, maar nu het instrument er is, beschouw ik het als één van de meest bevredigende projecten uit mijn carrière.

Wie jou al op dit instrument meemaakte, hoorde een nieuwe David Catalunya. Klopt het dat je simpelweg een instrument gecreëerd hebt waarop je eigen artistieke identiteit zo goed mogelijk uit de verf komt? Inderdaad, dat is zeker zo en het zou dom zijn om dat niet te willen toegeven. Voor een stuk is dit instrument geboren uit pure fantasie, het hele project steunt uiteindelijk op slechts één duidelijke referentie. En tegelijk biedt het het perfecte antwoord op mijn eigen artistieke verlangens. In de oude muziektraditie leeft nog altijd een sterke hang naar historische reconstruc-

tie. Maar je moet op een bepaald moment durven toegeven dat we simpelweg niet in staat zijn om de muziek écht te laten klinken zoals ze toen geklonken heeft. Eens je dat beseft komt er enorm veel ruimte vrij waarin je je eigen artistieke identiteit kan vormgeven en vrij spel kan geven aan de fantasie. Wie onderzoek doet, ziet wat we wel weten, maar ziet des te scherper wat we helemaal niet weten. Hoe meer onderzoek je doet, hoe meer je je realiseert dat de manier waarop we vandaag middeleeuwse muziek uitvoeren echt niets te maken heeft met de historische werkelijkheid.

Is dat niet paradoxaal? Neen. Het verleden willen reconstrueren is een heel hedendaags verlangen. Daar moet je je van bewust blijven. In het geval van de middeleeuwse muziek ligt dat verleden zo ver weg, dat we er nooit in zullen slagen om het echt te leren kennen. 18de-eeuwse mu-

ziek ligt heel wat dichter bij ons en er zijn er veel meer aspecten die we wel met zekerheid te weten kunnen komen. Maar de 14de en de 15de eeuw moet je beschouwen als een verloren wereld, een verzonken universum waar we maar een heel klein stukje van kunnen zien.

Wat boeit ons zo aan die verloren wereld? Vergelijk het met het werk van een archeoloog: je ziet alleen maar een potscherf, maar je vermoedt een hele wereld achter die potscherf en net dat fascineert ons mateloos. Dat ene spoor zet de verbeelding in gang. In ons geval is de potscherf een manuscript en alleen al aan dat manuscript kunnen we zien dat de muziek extreem spectaculair moet zijn geweest. David Catalunya 11.00 / 16.00 Bocholtz / Betalend

theater zijn nooit ver weg. Dit is gesneden koek voor Tiptoe Company, die actuele kamermuziek brengt met instrumenten die doorgaans in de schaduw staan, zoals akoestische gitaar, contrabas, blokfluit, harp of cello. Op de ‘tippen van de tenen’ verkennen zij artistieke grenzen. Soms heel subtiel en nauwelijks hoorbaar, dan weer onversneden en intens.

Tiptoe Company 13.00 Bocholtz / Gratis, met reservatie


14

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

W o r k s h o p b o v e n t o o n z a n g / i n t e r v i e w m e t R a p h a e l D e C o ck

Raphael De Cock

Osuna © Sascha Grimm

i s v o o r he n heel g ew o o n .

i n te n s l u i s tere n n aar de n at u u r

n o madi s che herder s c u lt u u r ,

T u va n e n s tamme n u it ee n

Een regenboog waarin verschillende kleuren doorschijnen

Raphael De Cock, zanger en multiinstrumentalist, is van bijzonder veel markten thuis. Hij speelt onder andere doedelzak en Ierse fluit, maar ook de Turkse saz en de Siberische chatkan. Daarenboven beheerst hij verschillende etnische zangstijlen. Op AlbaNova laat hij wie wil kennismaken met de eerste principes van de Tuvaanse boventoonzang. Een unieke kans om te ontdekken dat er veel meer klanken in onze stem huizen dan we op het eerste gezicht soms denken. Wat is nu precies boventoonzang? Het begint allemaal met de vaststelling dat in elke natuurlijke toon, of die nu gezongen, gestreken, geblazen of getokkeld wordt, niet alleen een duidelijk hoorbare grondtoon zit, maar ook een hele resem boventonen. Hoeveel boventonen er precies meeklinken en in welke verhouding of schakering, bepaalt mee de kleur of het timbre van een stem of een instrument. Zonder de boventonen zouden dus alle instrumenten en stemmen precies hetzelfde klinken: droog en schraal. Op sommige instru-

menten kan je door bepaalde technieken de boventonen versterken: denk bijvoorbeeld aan flageolettonen op een strijk- of een blaasinstrument. Welnu, dat kan je met de stem ook. Bij boventoonzingen klinken de boventonen zo sterk dat ze als een duidelijke afzonderlijke toon waargenomen worden. Je kan dan nu eens de ene, dan weer de andere boventoon gaan benadrukken. Dat doe je door te spelen met je mondstand of de vorm van je keelholte, of zelfs door je tongstand te veranderen. En dan hoor je uiteindelijk het resultaat van de typische, traditionele boventoonzang: één grondtoon met daarboven een melodietje van boventonen.

Hoeveel tonen kan een Tuvaanse boventoonzanger tegelijk zingen? Vier is zowat het maximum: één grondtoon en drie boventonen. Maar het gekke is dat de meeste westerlingen, tenzij je er echt in getraind bent, het verschil tussen één, twee of drie boventonen eigenlijk bijna niet horen. Wij zijn

in het westen zo getraind om alleen maar naar de grondtoon te luisteren dat veel mensen zelfs die eerste boventoon vaak niet horen. Behalve misschien bij de meest spectaculaire technieken, waarbij je echt een fluitje boven de stem hoort zweven. Tuvanen stammen uit een nomadische herderscultuur, intens luisteren naar de natuur is voor hen heel gewoon. Misschien komt het daardoor. In westerse theorieën beschouwt men boventoonzingen als een vorm van meerstemmigheid, maar het is ook heel belangrijk om te snappen dat zij dat zelf helemaal niet zo zien: voor hen is de stem als een soort van regenboog, waarin de boventonen de verschillende kleuren zijn. Soms kan je de ene, dan weer de andere kleur wat meer laten doorschijnen.

Hoe ben je zelf in contact gekomen met de techniek? Ik ben zelf al spelend en experimenterend met muziek begonnen. Rond mijn zestiende raakte ik geïnteresseerd in Keltische muziek en ben ik doedelzak beginnen

spelen. Toen hoorde ik op de radio toevallig een stukje Tuvaanse keelzang en herkende ik daar hetzelfde principe in: net als bij een doedelzak hoorde ik een bourdontoon en daarboven een melodie. Het feit dat je dat effect ook met een stem kon bereiken, fascineerde me mateloos. Samen met een schoolvriend probeerden we ons de techniek al doende eigen te maken. Na een paar maanden was er toevallig een concert met Tuvaanse zangers. We zijn dan na het concert met die jongens gaan babbelen, we kenden gelukkig iemand die wat Russisch sprak, zij gaven ons tips en zo geraakten we weer wat verder. Ik heb nooit echt cursussen gevolgd, maar heb vooral heel veel geluisterd en gereisd.

Wat mogen de deelnemers verwachten van je workshop? Eerst bekijken we kort hoe het principe van de boventonen fysisch in elkaar zit. Daarna raken we twee belangrijke technieken aan die je het makkelijk maken om boventonen te leren filteren. Dan

nemen we voldoende tijd om te werken aan de typische keelklank bij de boventoonzang. De meeste traditionele boventoonzangtechnieken maken gebruik van keelzang om de boventonen nog duidelijker te laten horen. Met een westerse zangstem kan je ook gaan boventoonzingen, maar dat is immens veel moeilijker. Die keelzang op zich is een belangrijke stap, omdat de meesten onder ons dat helemaal niet gewoon zijn. Maar als je het op de juiste manier aanpakt, is het eigenlijk niet zo moeilijk. En om af te sluiten leer ik meestal een eenvoudig Mongools liedje aan. Alles bij elkaar meer dan genoeg om thuis zelf mee aan de slag te gaan.

Osuna / Workshop Boventoonzang 15.50 tot 17.20 Kapel / Betalend Toegankelijk voor publiek


ZONDAG 29 JUNI 2014

/

15

LANDCOMMANDERIJ ALDEN BIESEN – BILZEN

Avon t u u rl i j k

H i s t ori s ch

V ri j e g e l u i de n

I ns ta l l at i e s

Zwerm – Electric Consort Het eigenzinnige kwartet Zwerm brengt een ode aan oude meesters. Op hun elektrische gitaren zetten ze Engelse renaissancemuziek onder stroom.

Ensemble Lucidarium - Dīwān Het Italiaanse ensemble Lucidarium gaat samen met jonge Palestijnse muzikanten op zoek naar de raakpunten en verschillen tussen hun beider culturen. Een klinkende confrontatie tussen twee poëtische en muzikale talen.

Historische jamsessies In het muziekcafé van de Tiendschuur nemen musici je mee op een muzikale reis van barok, over klassiek en romantiek tot jazz. Welkom in de muzikale keuken van de muzikant. Schuif aan tafel wanneer het je past, ga weg wanneer je voldaan bent. Proef met eigen oren hoe dezelfde ingrediënten tot uiteenlopende gerechten leiden.

Joanna Bailie Voorhof van de Landcommanderij Alden Biesen Ooit al een camera obscura met je eigen ogen gezien? In de Foyer van de Rijschool staat een reuzengroot exemplaar. Eentje waar je kan binnenlopen. Ervaar de werkelijkheid op zijn kop.

Zefiro Torna – Micro/kosmos (voorstelling/installatie) De mens als maat van alle dingen. Met behulp van een mono-luidspreker en een interactief geluidssysteem gaat luitist Jurgen De bruyn (Zefiro Torna) op zoek naar een symbiose tussen individu en omgeving. Een voorstudie van wat zijn eerste solovoorstelling moet worden. Gratis toonmoment, met reservatie Tiptoe Company Een creatieve vertaling van de muziek van Dowland, Scarlatti en Vivaldi. Tiptoe Company kneed flarden muziek tot een nieuw geheel, speelt met instrumentatie en laat twee muzikanten hetzelfde instrument bespelen. Humor en theater zijn nooit ver weg! Gratis voorstelling, met reservatie Highlands-Dowlands In John Dowlands muziek druipt melancholie uit iedere noot. Een onuitputtelijke inspiratiebron voor deze jongerenvoorstelling vol muziek, fotografie, film, dans, woord en drama. Verlangen is smachten en duisternis is troef, maar wel met de nodige (zwarte) humor. Gratis voorstelling, met reservatie

Psallentes – Antifonarium Tsgrooten in actie Het g regor ia anse ensemble Psallentes laat het Vlaamse topstuk ‘Antifonarium Tsgrooten’ opnieuw klinken als weleer. Het publiek werpt een blik over de schouder van de zangers en zingt zelf mee uit dit wonderbaarlijke manuscript.

Spiral Consort Spiral Consort musiceert op een wel erg ongebruikelijk instrument: de zeeschelp. Je staat versteld van de muziek die het ensemble uit haar schelpen tovert. Massive Central Een blazerscollectief dat je volkomen wegblaast. Ze maken vlammende muziek voor hoofd, hart en buik. Het ene moment waan je je in de middeleeuwen, dan weer in Catalonië of aan de andere kant van de Middellandse Zee.

David Catalunya – From Faenza to Buxheim David Catalunya bouwde zijn eigen instrument, het ‘new hammered clavisimbalum’. Een soort middeleeuwse piano met een briljante, zeer krachtige klank die toelaat om de meest virtuoze middeleeuwse muziek uit te voeren.

Cornettoconsort Marleen Leicher en Eva Goddard brengen - samen met leerlingen van de muziekacademie – de familie van de zinken opnieuw bij elkaar. En het serpent is ook welkom. Net als in de renaissance laten ze deze merkwaardige blazers opnieuw samenklinken. Een niet te missen familiefeestje.

Le Chant sur le Livre Bij Le Chant sur le Livre is het publiek getuige van een volstrekt unieke gebeurtenis: de zangers improviseren volgens principes uit de middeleeuwen en renaissance. Het concert ontstaat werkelijk ter plekke.

Boekvoorstelling Tonal Tools Het boek Tonal Tools/ Tonaal Gereedschap biedt klavierspelers handig gereedschap voor een meer creatieve benadering van tonale muziek. Eenvoudig toepasbaar voor zowel beginnende als gevorderde muzikanten.

Kinderworkshop Toeten en Blazen Neem een bad in de wereld van de blaasinstrumenten. Koperblazers of houtblazers? Rieten mondstukken, kelkjes of fluiten? Zoek uit welk type instrument jou het beste ligt. Even later ben je muzikant tijdens het slotmoment van AlbaNova. Voor kinderen van 6 tot 12 jaar

Zefiro Torna – Micro/kosmos (voorstelling/installatie) Zie onder ‘Avontuurlijk’ Installatie doorlopend toegankelijk

Pa r t i c i pat i e Workshop Cantus super librum – met Le Chant sur le Livre De muzikanten van Le Chant sur le Livre dompelen gevorderde zangers onder in de historische improvisatiepraktijk ‘cantus super librum’. Ook toegankelijk voor niet-deelnemers. Workshop boventoonzang – met Raphaël De Cock (Osuna) Boventoonzang, ook wel bekend als keelzang, is een fascinerende zangtechniek die vooral in Azië gebruikt wordt. Tijdens deze workshop ondervinden zangers dat er veel meer klanken in onze stem huizen dan ze op het eerste gezicht zouden denken. Ook toegankelijk voor niet-deelnemers.

Kinderworkshop Iva Bittova Iva Bittova, grande dame van Tsjechische muziekwereld, vindt het heerlijk om samen met kinderen te zingen en te musiceren. Ontdek volksliedjes zoals Huljet Huljet, Lomir en Rosenka. En wie weet mag je zelfs met haar het podium op! Voor kinderen van 6 tot 12 jaar Kinderworkshop Muzikale Dialogen Muzikanten gaan muzikaal in dialoog met de allerkleinsten. De kinderen worden uitgedaagd om mee te kraaien, te zingen en te bewegen met al hun ledematen. Voor kinderen van 0 tot 5 jaar

Slothappening op het Buitenhof Om 17.30 wordt AlbaNova feestelijk afgesloten met een muzikale slothappening. Op het Buitenhof verzamelen onder andere Iva Bittova, Osuna – Hasret Osuna volgt het oude lied van verlangen. Maak je klaar voor een muzikale reis langs de Zijderoute met asymmetrische Balkanritmes, Tuvaanse keelzangers, Turkse minnestrelen en middeleeuwse ballades Iva Bittova Iva Bittova wordt wereldwijd geroemd voor haar eigen muzikale taal, gekleurd door haar prachtige stem die ze op onnavolgbare wijze laat samengaan met haar vioolspel. Ze beweegt zich sierlijk tussen jazz, folk en klassiek. Kom kijken en bewonder!

Tcha Limberger, Massive Central, Marleen Leicher, Jon Birdsong en Spiral Consort, deelnemers van de kinderworkshops, enz. Mis dit toetje niet!

Pr akti sche infor matie Ee t– en drinkgel egenheid: Restaurant op het Buitenhof: drankgelegenheid vanaf 9.30u en een zelfbedieningsrestaurant vanaf 11.30u.

EHBO: Er is een dokter aanwezig, wend je tot een medewerker.

Ba by – en k inderopva ng: Voor kinderen van 0 tot 6 jaar is er gratis opvang, verzorgd door de Gezinsbond. Zuidelijke Voorburcht: 10.00 – 18.00

Pendel diens t: Elk uur rijdt er gratis een shuttle tussen station Bilzen en de Landcommanderij Alden Biesen. Vertrek Station Bilzen: 09.15, 10.15, 11.15, 12.15, 13.15, 15.00, 16.00, 17.00, 18.00 Vertrek Alden Biesen: 09.45, 10.45, 11.45, 12.45, 13.45, 15.30, 16.30, 17.30, 18.30


16

MIDZOMERFESTIVAL VOOR CREATIE EN MUZIKAAL ERFGOED

VOORS T ELLIN G EN O P ENLUC H T Cuvelier Kerk Rijschool Bocholtz Kapel Roelants Orangerie Erekoer Tiendschuur Buitenhof Foyer Rochow du Vivier Rijschool 9:40 9:50 Lucidarium Historische 10:00 10.00 - 10.40 jamsessies 10:10 (doorlopend) 10:20 10:30 10:40 10:50 11:00 11:10 11:20 11:30 11:40 11:50 12:00 12:10 12:20 12:30 12:40 12:50 13:00 13:10 13:20 13:30 13:40 13:50 14:00 14:10 14:20 14:30 14:40 14:50 15:00 15:10 15:20 15:30 15:40 15:50 16:00 16:10 16:20 16:30 16:40 16:50 17:00 17:10 17:20 17:30 17:40 17:50

Psallentes 11.00 - 12.00

Workshop le Chant sur le Livre 10.30 - 12.00

David Catalunya 11.00 - 11.40

Massive central 9.40 - 10.00 Joanna Bailie (installatie) Cornettoconsort 10.40 - 11.00

Micro/ kosmos (installatie)

Spiral consort 11.20 - 11.40 Massive central 11.40 - 12.00

Zwerm 12.00 - 12.40

Zefiro Torna 12.00 - 12.40 Cornettoconsort 12.40 - 13.00 Tiptoe Company 13.00 - 13.40

Le Chant sur le Livre 13.30 - 14.20 HighlandsDowlands 14.00 - 14.50

Osuna 14.00 - 14.40

Muzikale Dialogen 14.00 - 14.40

Boekvoorstelling Tonal Tools 13.00 - 13.40

Kinderworkshop Iva Bittova 13.30 - 15.00

Massive Central 13.00 - 13.30

Joanna Bailie (installatie)

Historische jamsessies (doorlopend) Micro/ kosmos (installatie)

Spiral Consort 14.30 - 14.50 Lucidarium 15.00 - 15.40

Zwerm 15:00-15:40

Psallentes 15.50 - 16.50

Workshop boventoonDavid zang Catalunya 16.00 - 16.40 15.50 - 17.20

Muzikale Dialogen 16.00 - 16.40

Workshop Toeten en Blazen 15.30 - 16.30

Spiral Consort 15.20 - 15.40 Cornettoconsort 15.40 - 16.00

Spiral Consort 16.40 - 17.00 Iva Bittova 17.00 - 17.50

Legende:

Micro/ kosmos (installatie)

Joanna Bailie (installatie)

Zefiro Torna 16.00 - 16.40

Massive central 16.50 - 17.10

Cornettoconsort 17.10 - 17.30

“Basisaanbod / algemeen toegangsticket”

Gratis, met reservatie

Betalend

1. Cuvelier

4. Bocholtz

7. Orangerie

10. Buitenhof

2. Kerk

5. K apel

8. Erekoer

11. Rochow

3. Rijschool (+ Foyer)

6. Roelants du Vivier

9. Tiendschuur

Toilet

Redactie: Gilles Helsen, Geert Sannen, Paul Craenen, Hans Van Regenmortel

Grafisch ontwerp: Koen Bruyñeel Interviews: Annemarie Peeters

AlbaNova is een organisatie van Musica, Impulscentrum voor Muziek en Landcommanderij Alden Biesen, cultuurcentrum van de Vlaamse overheid

1 2

9 10

7

3

In samenwerking met B-Classic, Festival van Vlaanderen - Limburg

11 Met steun van:

8 6

4

5 Mediapartners:

Festivalkrant AlbaNova 2014  

Na 30 jaar ruimt Dag Oude Muziek plaats voor AlbaNova. Het nieuwe festival slaat een brug tussen vroeger en nu. Op het programma staan eigen...

Festivalkrant AlbaNova 2014  

Na 30 jaar ruimt Dag Oude Muziek plaats voor AlbaNova. Het nieuwe festival slaat een brug tussen vroeger en nu. Op het programma staan eigen...

Advertisement