Issuu on Google+

J A A V M U S E U

R 2 0 E R S L S P A K M B U

1 A E R

2 G N G


Bij de omslag: De afbeeldingen op de omslag van het jaarverslag geven een beeld van de verschillende activiteiten in en rond Museum Spakenburg, maar ook van onderdelen van het museum en aanpassingen daarin. Daarnaast van evenementen waarbij het museum was betrokken en van enkele voorwerpen die aan de collectie zijn toegevoegd.

Plattegrond van Museum Spakenburg


Inleiding Na het jubileumjaar 2011, was het jaar 2012 voor Museum Spakenburg weer een ‘gewoon’ jaar. Overigens is het woord gewoon misschien niet helemaal op zijn plaats want geen enkel jaar is hetzelfde en elk jaar heeft zijn bijzonderheden. Zo ook het jaar 2012. Een jaar waarin het bij het museum behorende terrein aan de achterkant werd uitgebreid. Een uitbreiding die de mogelijkheden van het museum om buitenactiviteiten te ontplooien aanmerkelijk heeft vergroot. Op dit buitenterrein is vervolgens een taanketel met bijbehorende voorzieningen gerealiseerd. Daardoor kan op bepaalde tijden een oud ambacht herleven. De voorwaarden om het te laten voortbestaan zijn hiermee geschapen. Het vergroot ook de aantrekkelijkheid van het buitenterrein.

Museum Spakenburg in zomer en winter geopend

2012 was ook het jaar waarin de eerste bezuiniging op het subsidie werd doorgevoerd. Samen met de aangekondigde korting voor 2013, betekent dit een korting op het subsidie van ongeveer € 20.000,-- In procenten komt dat neer op een daling van ongeveer 11%. Omdat een groot van de uitgaven van het museum niet te beïnvloeden zijn, zoals de huur van het gebouwencomplex van de gemeente Bunschoten, betekent dit dat op andere posten onevenredig veel moet worden gekort. Daarnaast zijn de eerste tekenen merkbaar dat sponsors niet meer in de positie zijn om hun relatie met het museum te continueren. Dit betekent dat de ruimte van het museum om nieuwe initiatieven te ontplooien steeds beperkter wordt. Dat is begrijpelijk in relatie tot de maatschappelijke omstandigheden. Het kan wel betekenen dat ambities moeten worden bij- of uitgesteld.

Donkere wolken boven het museum?

Intensivering van samenwerking kan nieuwe impulsen geven. De gemeente heeft hiertoe initiatieven ontplooid. Waar dat mogelijk is, werkt het museum daaraan mee. Het kan nieuwe 3


impulsen geven aan bestaande voorzieningen en versterkend werken naar elkaar. In 2012 heeft de samenwerking tussen Museum Spakenburg en de Stichting Bunschoter Botter BU 210 nog meer gestalte gekregen. Met name het aanbieden van rondvaarten is een succes dat voor beide partijen interessant is. De mogelijkheden en faciliteiten komen de BU 210 voorts goed van pas. Het is een voorbeeld dat samenwerking zijn vruchten kan afwerpen.

Verschillende gezichten van Museum Spakenburg

Aan het einde van deze inleiding, maar zeker niet als laatste, mag het duidelijk zijn dat Museum Spakenburg alleen bestaansrecht heeft door de inzet van vele vrijwilligers, bijdragen van sponsors, zowel financieel als in natura, de ondersteuning door de gemeente Bunschoten en met de komst van vele duizenden bezoekers. Daarvoor spreken wij op deze plaats graag onze welgemeende dank uit.

Arie ter Beek, directeur Museum Spakenburg

4


Doelstelling ‘Het inrichten, beheren en exploiteren van een museum, teneinde het cultuurhistorisch erfgoed van de woongemeenschappen in de gemeente Bunschoten te bewaren.’ Deze doelstelling uit de statuten van de Stichting Museum Spakenburg, is de veelzijdige leidraad voor de activiteiten van het museum. Een doelstelling die vrijwel dagelijks de inzet en zorg van vrijwilligers en medewerkers van het museum vraagt.

Niet alleen verzamelen, maar ook laten zien

Dit doel wordt bereikt door de bezoekers in en om het museum de historie van de gemeente Bunschoten op een aantrekkelijke wijze te laten beleven. Op zich kan het bijeen brengen van een collectie zijn voldoening geven. Het verwerven van voorwerpen waarvan niet bekend was dat ze bestonden dan wel dat de mogelijkheden om ze te verwerven zeer zeldzaam zijn, geeft zeker een stimulans om hierop steeds alert te zijn. Toch is het erfgoed van de gemeente er niet alleen om te verzamelen en te bewaren. Het is zeker zo belangrijk om het te kunnen tonen en erover te vertellen zodat ook andere mensen daarvan kunnen genieten. Op die manier wordt invulling gegeven aan de doelstelling van Museum Spakenburg. Algemeen Het jaar 2012 kende een geringe daling van het bezoekersaantal. Bezochten in het jaar 2011 nog 13.029 bezoekers het museum, in 2012 bleef het aantal steken op 12.539. Een daling van ruim 3,5 procent. Ten opzichte van het jaar 2010 is er nog steeds sprake van een stijging. De daling is wellicht te verklaren door de vele activiteiten in het jubileumjaar 2011 waardoor er een sprong in het bezoekersaantal is ontstaan. Daarnaast moet worden geconcludeerd dat de tijdelijke tentoonstelling ‘Ik en wij, voetbal’ minder tot de verbeelding van plaatsgenoten heeft gesproken dan vooraf was ingeschat. Desondanks beleefde Museum Spakenburg in 2012 een van de drukste dagen uit haar geschiedenis. Bij de uitreiking van de prijzen voor de kleurwedstrijd was de toeloop aan bezoekers zo enorm groot dat zich een rij vormde op de Oude Schans. Deze bezoekers zijn niet meegeteld in het totaal aantal bezoekers. Waren deze bezoekers wel meegeteld, dan was het aantal niet veel lager geweest dan in 2011.

Drukste dag ooit in het museum! Wachten tot er plaats is. 5


Het Museumcafé kende ook een goede bezetting. Weliswaar bleef de omzet iets achter. Dat is voor een deel te verklaren door het lagere aantal bezoekers. Wellicht dat de crisis zich ook hier enigszins laat voelen.

Horeca is een onderdeel van het museum.

Interne organisatie Museum Spakenburg gaat uit van de gelijknamige stichting. De stichting wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit de volgende personen: Naam H. van Diermen Th. Koelewijn C. de Jong Mw. W. Blokhuis-Poort Mw. H. Kuis-Koelewijn W. Koelewijn M. van de Groep Mw. C. Hagelen

Functie voorzitter secretaris penningmeester Lid Lid Lid Lid Lid

Aftredend per 1-5-2018 1-5-2015 1-5-2016 1-5-2014 1-5-2017 1-5-2014 Bestuurslid tot november 2012 1-5-2015

In het verslagjaar werd aandacht geschonken aan het feit dat mevrouw H. Kuis-Koelewijn vanaf de oprichting bij het museum is betrokken is geweest als bestuurslid. Daaraan is in een vergadering van het bestuur uiteraard aandacht geschonken.

Een ‘zilveren’ bestuurslid

In de statuten van de stichting is opgenomen dat de gemeente Bunschoten het recht heeft twee bestuursleden in het bestuur te benoemen. De laatste jaren was dit beperkt tot een bestuurslid, te weten de heer M. van de Groep. Vanwege het feit dat de gemeente uit een oogpunt van goed bestuur het niet meer passend vindt om vertegenwoordigers in besturen van stichtingen 6


en verenigingen te hebben, is hieraan een einde gekomen. Dit met ingang van 1 januari 2013. Vooruitlopend daarop is in november 2012 afscheid genomen van de heer M. van de Groep. Hij werd bedankt voor zijn inzet voor het museum gedurende een periode van ongeveer 15 jaar. Voor de uitvoering van dagelijkse werkzaamheden is een personeelsformatie aanwezig. Deze formatie bestond in het jaar 2012 uit: Mevrouw Tineke van Diermen Mevrouw Adriaantje de Jong Mevrouw Margreet de Jong De heer Arie ter Beek. Daarnaast biedt het museum onderdak aan cultuurcoĂśrdinator Aafje Hunink. Vanaf het vierde kwartaal van 2012 heeft ook de Stichting Citymarketing Bunschoten-Spakenburg haar thuisbasis in het museum. Museumregistratie Museum Spakenburg is vanaf 2010 opgenomen in het Nederlands Museumregister. Dit is een erkenning dat het museum voldoet aan de eisen die aan musea mogen worden gesteld. Het doel van het Nederlands Museumregister is het zichtbaar maken, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de Nederlandse musea, en daarmee het verantwoord beheer van het culturele erfgoed. Musea die op of boven de standaard functioneren, vervullen hun museale taak naar behoren en worden opgenomen in het Museumregister. Het toekennen van het predicaat Geregistreerd Museum betekent dat de nodige energie moet worden gestoken om ervoor te zorgen dat het museum blijft voldoen aan de eisen die aan de toekenning van dit predicaat te kunnen behouden. Het betekent vooral ook een andere werkwijze in het museum. Meer dan voorheen moeten zaken worden geregistreerd en vastgelegd. Vrijwilligers Duidelijk mag zijn dat zonder de vele vrijwilligers het museum niet kan draaien. Gelukkig zijn er steeds opnieuw mensen bereid om zich belangeloos in te zetten. Het ontvangen van bezoekers, het rondleiden en de bediening in het museumcafĂŠ zijn de belangrijkste taken voor de vrijwilligers.

Vrijwilligers in het zilver

In 2012 werd ook stilgestaan bij het feit dat enkele vrijwilligers al vanaf de opening van het museum in 1986, actief waren als vrijwilliger bij het museum. 7


Net als in voorgaande jaren zijn in het voorjaar acties gevoerd om nieuwe vrijwilligers te krijgen. Enerzijds om open gevallen plaatsen te vervullen. Anderzijds ook om vrijwilligers te vinden voor andere activiteiten en klussen die in en rond het museum en de collectie moeten gebeuren. Daar zijn we in 2012 goed in geslaagd. Achterstanden en hier en daar wat opgetreden achterstallig onderhoud werden aangepakt. Gelukkig kan dit nu ook met vrijwilligers worden opgepakt en worden deze werkzaamheden niet langer uitgesteld. Met elkaar zorgden de vrijwilligers ervoor dat ons museum door vele duizenden mensen kon worden bezocht. Maar ook dat het terrein er netjes bijligt en de collectie goed wordt beheerd. In november zijn de vrijwilligers verwenmomenten aangeboden in de vorm van een reisje naar Hoorn. Degenen die verhinderd waren kregen op een ander moment een high tea aangeboden. Ook zijn in het museum enkele maatschappelijke stagiairs geweest. Tentoonstellingen Het museum heeft een aantal thema’s die de verschillende tegenstellingen in de gemeenschap weergeven. Deze vaste tentoonstelling is in het verslagjaar op kleine onderdelen aangepast dan wel aangevuld. Maar in hoofdlijnen is hieraan weinig gewijzigd. Wel zijn er wijzigingen geweest in de finale waar ruimte is voor wisseltentoonstellingen. In totaal zijn er in 2012 in deze ruimte, drie verschillende tentoonstellingen te bekijken geweest. Aan het begin van het jaar was dat nog de korte tentoonstelling van werkstukken die door de kinderen van de basisscholen waren gemaakt. In het kader van het 25-jarig bestaan waren in 2011 wedstrijden georganiseerd waarbij kleurplaten konden worden ingekleurd, een kraplap kon worden gemaakt en een vrouw in klederdracht moest worden ‘aangekleed’. Deze tentoonstelling liep door tot half januari. Daarna werd een tentoonstelling gewijd aan een vrijetijdsbesteding die in de gemeente Bunschoten erg geliefd is: het voetbal. Onder het thema ‘Ik en wij voetbal’ werd een tentoonstelling ingericht over het plaatselijke voetbal in al haar facetten. Bunschoten-Spakenburg is immers niet alleen het dorp van klederdracht en visserij, maar is ook bekend geworden om z’n voetbaltraditie. Aan de drie clubs: SV Spakenburg (blauw), IJsselmeervogels (rood) en VV Eemdijk (groen) werd aandacht gegeven. De eerste twee clubs genieten landelijke bekendheid en beconcurreren elkaar op het hoogste amateurniveau (topklasse). Na het zien van de tentoonstelling konden de bezoekers ook zelf in actie komen. Bij een tafelvoetbalspel kon de derby tussen SV Spakenburg IJsselmeervogels worden nagespeeld.

Blauw, groen, rood: bij elkaar in het museum

Vanaf woensdag 30 mei was er de tentoonstelling Van Zout naor Zeut over het gegeven dat het tachtig geleden was dat de Zuiderzee werd afgesloten. Het zoute water van de Zuiderzee veranderde in het zoete water van het IJsselmeer. Maar de dijk sloot meer af dan de zee alleen: er werd ook een periode in de geschiedenis van de gemeente Bunschoten afgesloten. Reden voor Museum Spakenburg om hierover een tijdelijke tentoonstelling in te richten. Tegelijk met de opening van de tentoonstelling werd de Zuiderzeevloot, bestaande uit modellen van Steven en Jan Hopman, ‘te water gelaten’. Bij het thema ‘Ervoor en Erna’ dat 8


slaat op de periode voor en na de Afsluitdijk, werd vitrines gerealiseerd waarin deze vloot een mooie plaats kreeg.

Opening van Zout naor Zeut

De opening van deze tentoonstelling vond plaats door Peter Dorleijn. Een landelijk bekend persoon die ooit in Spakenburg met het ‘Zuiderzeevirus’ besmet raakte. Als eerbetoon werd het plein achter het museum naar hem genoemd. Een geslaagde tentoonstelling die aan het einde van het jaar verlengd tot in de eerste maand van 2013.

Van Zout naor Zeut

Tegelijk met de opening van de expositie, verscheen het boekje Zuiderzeevloot, Scheepsmodellen in Museum Spakenburg. In dit boekwerk worden de verschillende modellen nader besproken en wordt ingegaan op het werk van de heren Steven en Jan Hopman. Met de uitgave van dit boek werd een belofte ingelost die in de bruikleenovereenkomsten was opgenomen. De aanpassing van de inrichting werd in de afgelopen jaren mogelijk gemaakt door bijdragen van de gemeente Bunschoten, het Stimuleringsfonds van de Rabobank Randmeren en de 9


Stichting HEKO. Door de aanpassingen kon de hele vloot van modellen van Zuiderzeevissersschepen, een plaats krijgen in het museum.

Zuiderzeevloot familie Hopman

Collectie Een museum kan niet zonder collectie. Dat betekent dat veel zorg moet worden besteed aan dit onderdeel van het museum. In het verleden is daarin al veel energie gestoken en dit blijft de aandacht houden. De twee depots zijn flink opgeruimd. Bovendien is een deel van de kleinere voorwerpen vanuit het grote depot naar het kleine verplaatst. Het aardewerk en keramiek zijn inmiddels volledig geregistreerd.

Alles moet worden geregistreerd

Belangrijk is het ook om de collectie aan te vullen met voorwerpen die nog ontbreken. In 2012 konden opnieuw enkele voorwerpen aan de collectie worden toegevoegd. Een belangrijke en unieke aankoop was de verwerving van een origineel exemplaar van een polderkaart van Eemland. Dit betrof de ‘Kaarte van de polders der Eemlandtsche Leege Landen’ uit 1666. De kaart is voor het eerst uitgegeven in het jaar 1666. In de eeuwen daarna is de kaart in verschillende jaren herdrukt. Het exemplaar dat het museum heeft verworven, dateert uit 1740. Op een gedetailleerde wijze worden de ligging van de polders en de landerijen in het gebied aan de oostzijde van de Eem weergegeven. De kaart is op een oorspronkelijke wijze ingekleurd en is verfraaid met de wapens van de bestuurders van het Hoogheemraadschap. De kaart werd getoond aan het publiek tijdens de Open Monumentendag in september. De aankoop van de kaart werd mede mogelijk gemaakt door bijdragen van de Stichting KF Heinfonds, de Ridderschap van Utrecht en het Waterschap Vallei en Eem. 10


De polderkaart van 1666

In de loop van het jaar werden enkele schilderijen aangekocht. In het voorjaar konden voor een gering bedrag, twee schilderijen worden aangekocht van de plaatselijke amateur kunstschilder Hendrikus Blokhuis. Een schilderij betrof de voormalige Spuisluis en het ander een (voormalige) boerderij aan de Veenestraat. Nadat hierover publiciteit was gegeven, konden van dezelfde schilderij nog drie schilderijen worden verworven waaronder twee schenkingen. Dit betrof een buurtje in Eemdijk, een portret en de Eembrug. Ook werden schilderijen aangekocht van de schilders H. ter Haar (scheepswerf van Zijl in de Nieuwe Haven) en Cees van Waning (Oude Haven). Tot slot werd een schilderij verworven van de Oude Haven in wintertooi. Dit schilderij was van de hand van Cornelis Korlaar. Naast de aankoop werd door de familie van de schilder een achttal schilderstukken ten geschenke gegeven. Dit betroffen verschillende historische taferelen uit de geschiedenis van de gemeente Bunschoten en een van de eerste schilderijen van Klaas Zwaan. Dit laatste betrof een gezicht op de Oude Haven gezien in de richting van het Spui. Een ander schilderij van Klaas Zwaan werd eveneens geschonken aan het museum. Dit werk betreft een van de vele verdwenen plekjes die door hem aan het doek zijn toevertrouwd voordat de slopershamer zijn werk deed. Het betreft het pand op de hoek Turfwal/Nieuwe Schans naast de Mandemaaker. Tot het begin van de jaren zestig stonden op deze plaats enkele karakteristieke gebouwen die plaats moesten maken voor een modern winkelpand. Het geschonken schilderij is gemaakt in 1963. Een fraai tafereel en een aanwinst voor het museum.

11


Nieuwe aanwinsten

Bijzonder was de schenking van een pastel van de schilder Co Breman. Vanwege de vrij hoge kosten hiervan was er twijfel of tot aankoop moest worden overgegaan. Gelukkig bleek de Stichting Trijntje Cornelia bereid om het werk aan te kopen. In een bijeenkomst met de vrijwilligers van de stichting, werd deze pastel aan het museum aangeboden. Op deze manier kan een bijzonder werk aan de collectie worden toegevoegd. De pastel dateert uit 1908 en is waarschijnlijk een gezicht op de achterzijde van de bebouwing aan de Oude Schans.

Schenking pastel door bestuur Trijntje Cornelia

Tot slot werden na afloop van de tentoonstelling van plaatsgenoot Roelof Koelewijn, enkele schilderijen van karakteristieke plaatsen in de gemeente Bunschoten verworven. Enerzijds 12


door aankoop, anderzijds door schenking van de schilder. Onder meer werd de ‘blikvanger’ van de tentoonstelling aangekocht. Dit toont een tafereel dat tot en met de jaren vijftig van de vorige eeuw zo heel gebruikelijk was: een aantal botters die uitvaren voor de palingvangst. Een beeld dat op zwart-wit foto’s vaak is te zien, maar waarvan in kleur vrijwel geen afbeeldingen bekend zijn. Enkele botters varen onder zeil de haven uit, daarbij gade geslagen door een groepje oud-vissers. Die dijk is bij de aanleg van de Jachthaven in de jaren zestig afgegraven en onlangs is dit deel helemaal afgegraven ten behoeve van de aanleg van de nieuwste haven. Tegelijk met deze aankoop schonk Roelof Koelewijn een schilderij van de Meidenmarkt in de Dorpsstraat. Ook schilderijen van de Westdijk, de Huijgenlaan en de BU 55 werden in de transactie betrokken.

‘Blikvanger’ van Roelof Koelewijn

Daarnaast werden enkele kleinere voorwerpen en klederdrachtstoffen aan het museum geschonken of aangekocht. Altijd fijn om te zien dat de bevolking aan het museum denkt bij het opruimen van voorwerpen. Spullen die vaak geen grote waarde vertegenwoordigen, maar die cultuurhistorisch gezien zeer waardevol zijn en daarmee een mooie aanvulling voor de collectie. Museum Spakenburg heeft voorts meegewerkt aan diverse exposities in het Zuiderzeemuseum waarvoor enkele klederdrachtonderdelen in bruikleen werden gegeven. Daarnaast zijn enkele voorwerpen die in het verleden in bruikleen waren verkregen, aan de eigenaars terug gegeven. Soortgelijke voorwerpen waren in de loop van de tijd in eigendom verkregen waardoor het niet noodzakelijk was deze nog langer in bruikleen te houden. Activiteiten voor de schooljeugd/educatie Bij de planning van de activiteiten werd ook aan de plaatselijke basisscholen c.q. aan de jeugd gedacht. Het project Aaltje en Bort trok, net als in voorgaande jaren, weer veel belangstelling vanuit onderwijs. Samen met Kunst Centraal is het project ‘Wie woont werkt waar’ voor de groepen 3 en 4 aangeboden. Het was de tweede keer dat het project werd nu uitgevoerd met een professionele acteur. Ook samen met Kunst Centraal is: ‘Bunschoten-Spakenburg aan zee’ aangeboden voor 13


de groepen 7 en 8. Dit is een nieuw project over Bunschoten-Spakenburg in de bredere context van het Zuiderzeegebied. Tijdens de Open Monumentenklassendag bezochten leerlingen de historische rokerij aan de hand van een monumentenkijker. In de loop van het jaar is ook een full color speurtocht voor kinderen beschikbaar gekomen>

Interesse van de jeugd

Zelfs in de sneeuw

Samenwerking algemeen Een belangrijk uitgangspunt van het museum is om met zoveel mogelijk partijen binnen het culturele veld samen te werken. Samenwerken heeft het voordeel dat over en weer van elkaars kennis, kunde en mogelijkheden gebruik kan worden gemaakt. In 2012 werd op verschillende terreinen samengewerkt met de gemeente Bunschoten. Onder meer in het kader van de Open Monumentendag. Daarnaast werd er in het MuseumcafĂŠ enkele malen een archeologisch spreekuur gehouden. Op de Open Monumentendag trok het museum 476 bezoekers. Het museum was op die dag gratis geopend. De gemeente Bunschoten heeft het initiatief genomen om verschillende partijen binnen het culturele veld met elkaar te laten samenwerken in een op te richten Centrum Erfgoed & Toerisme. Het museum heeft meegewerkt aan de voorbereidingen. Dit leidde aan het einde van het jaar tot het ondertekenen van een intentieverklaring waarbij het museum, samen met de Stichting Bunschoter Botter BU 210, de Stichting Botterwerf Spakenburg, de Stichting Korenmolen de Hoop, de Stichting Monumenten Bunschoten en de VVV, zich uitspraken om te komen tot een Centrum voor Erfgoed & Toerisme. Dit was slechts het begin. De definitieve vorming moet nog zijn beslag krijgen.

Grebbeliniedag 14


In 2012 viel het Grebbelinieweekend samen met het Zuidwalevenement. In samenwerking met de Stichting Zuidwal en de Spakenburgse Batterij, werd die dag een kanon voor het museum geplaatst. Evenementen In de gemeente Bunschoten worden diverse evenementen georganiseerd. Evenementen die veel publiek trekken. Toch blijft een museumbezoek op deze dagen achter bij wat mag worden verwacht. Dat geldt over het algemeen niet voor het museumcafĂŠ, maar wel voor het eigenlijke museum. Dit geldt met name voor de Spakenburgse Dagen en de Visserijdag. Om die reden is in 2012 getracht het museum meer onder de aandacht van de bezoekers te brengen door het buitengedeelte toegankelijk te houden. Dat wil zeggen dat de Watersteeg en de Vishangen gratis toegankelijk waren. Op de toegangsprijs voor het museum werd die dag 20% korting gegeven. Het buitenterrein werd daarbij aantrekkelijk gemaakt door het plaatsen en ophangen van diverse historische voorwerpen. Het leidde wel tot meer bezoek aan dit deel van het museum, maar niet direct tot extra betalende bezoekers. In ieder geval werd op deze manier de omvang van het museum aan de deelnemers van de evenementen duidelijk gemaakt. Wellicht dat dit in de toekomst tot extra bezoekers gaat leiden.

Watersteeg open tijdens evenementen

Daarnaast heeft het museum deelgenomen aan verschillende activiteiten als het landelijke Museumweekend, de Maand van de geschiedenis, de Kunstroute en de Open Monumentendag. Samenwerking met de BU 210 Het succes van het aanbieden van rondvaarten met de Bunschoter Botter BU 210 via het museum in 2011, was een stimulans om daarmee door te gaan. Het aantal rondvaarten werd uitgebreid en daardoor werden veel mensen, zowel inwoners als toeristen, in staat gesteld om kennis te maken met het varen op een botter. In 2012 maakten bijna vierhonderd mensen van die mogelijkheid gebruik.

De rondvaarten vielen goed in de smaak 15


De samenwerking wordt van beide kanten als prettig ervaren en is een voorbeeld hoe gezamenlijk een beter product kan worden aangeboden. Museumcomplex In het begin van het jaar kon het terrein aan de achterzijde van het museum aanmerkelijk worden vergroot. Het overleg met de gemeente leidde tot een toestemming om een stuk (voormalig) parkeerterrein toe te mogen voegen aan het museumcomplex. Het terrein kreeg daardoor aan de achterkant een betere afronding. Bovendien werd met het plaatsen van een goed hekwerk voorkomen dat bezoekers zonder moeite aan de achterkant het museum konden bereiken.

Werkzaamheden aan het achterterrein

Het terrein is vervolgens met meer passende klinkers herstraat zodat het goed past bij de rest van het museum. Het nieuwe gedeelte van het terrein gaf gelegenheid om een aantal werktuigen een ruimere plaats te geven. Er is ook ruimte voor andere voertuigen. Zo kon een oude broodkar worden aangekocht. Het is de bedoeling hierin een expositie over het marktleven in te richten. De plannen om een taaninstallatie te realiseren, konden op het terrein gestalte krijgen. Direct achter de historische vishangen werd deze installatie geprojecteerd. Allereerst werd een mast geplaatst waarin de netten na het tanen te drogen kunnen worden gehangen. Ook werd opdracht gegeven een taanketel te realiseren. Tot slot werd de stookplaats gerealiseerd waarop de taanketel een plaats heeft gekregen. Al met al een aanwinst voor het museum.

Taanketel gereed voor gebruik 16


De installatie is tot stand gebracht met bijdragen van het Rabobank Randmeren Stimuleringsfonds, de Stichting HEKO, de Rotaryclub Bunschoten-Spakenburg en Handelsonderneming W. Huijgen. Ook enkele vrijwilligers hebben aan de totstandkoming hun medewerking verleend. De uitbreiding geeft het museum meer mogelijkheden om de expositie van grotere voorwerpen in de openlucht gestalte te geven. Sponsorwerving Het is moeilijk om in tijden van economische neergang nieuwe sponsors aan het museum te verbinden. Ergo, het is al moeilijk genoeg om de bestaande sponsors te behouden. Niet omdat zij dit niet zouden willen, maar omdat het onmogelijk wordt. Gelukkig is een groot aantal wel bereid hun steun aan het museum te continueren. Het is belangrijk om de sponsors bij het museum betrokken te houden. Het museum neemt het initiatief om de sponsors nauw bij haar activiteiten te betrekken. Helaas blijkt dat niet gemakkelijk. Om die reden wordt getracht dit in de komende jaren op een andere manier gestalte te geven.

Sponsors tijdens een sponsoravond in het museum

De namen van de sponsors worden vermeld op de website, draaien mee in een van de presentaties van het museumcafé en worden voorts, waar dat mogelijk is, in publicaties van het museum opgenomen. De steun van sponsors is belangrijk, zeker in een situatie waarin het museum wordt gekort op het jaarlijkse subsidie. Door de bijdragen van sponsors is het mogelijk zaken te realiseren die normaal gesproken niet mogelijk zijn. Vanaf deze plaats dan ook onze hartelijke dank aan onze sponsors. In een van de bijlagen zijn de logo’s van de sponsors opgenomen. Museum in het nieuws Ook in 2012 werd getracht het museum weer regelmatig in de publiciteit te brengen. Op actieve wijze wordt publiciteit gezocht waar dat maar mogelijk is. Het leidde tot een Tvuitzending op RTL 4 waarin het museum en ook de botter op een aantrekkelijke wijze landelijk in de publiciteit kwam. Ook in de serie “Voetbal, keek en kibbeling” kwam 17


Ook de lokale media als RTV Bunschoten, de Lokale Omroep Spakenburg en de Bunschoter verzorgden regelmatig publiciteit voor en over het museum. Het maakt dat het museum dicht bij de bevolking komt. Landelijk en regionaal wordt ook getracht de publiciteit te halen. Daarvoor worden actief persberichten uitgegeven over allerlei nieuwswaardige feiten in het museum. Met de Bunschoter is er structureel overleg over mogelijke nieuwsfeiten rond het museum. Het resulteerde in een flink aantal nieuwsberichten over het museum. Voor de bekendheid van het museum en haar activiteiten is dit erg belangrijk. Het is een goed middel om de werkzaamheden en activiteiten van het museum onder de aandacht te brengen en daarmee draagvlak te creĂŤren. Hopelijk weten mensen daardoor de weg naar het museum nog beter te vinden.

Een van de vele berichten over Museum Spakenburg

18


Bijlagen Informatie over de Kaarte van de Polders der Eemlandtsche leege Landen ETC. Ao 1666 Het Hoogheemraadschap van de Bunschoter Veen- en Veldendijk had in het midden van de 17e eeuw behoefte aan een kaart met daarop de grootte van alle landerijen in haar gebied. In 1663 werd opdracht gegeven aan de landmeter Dirk van Groenouw en in 1666 was de kaart klaar. Het Hoogheemraadschap heeft de kaart gebruikt tot 1833. Door de invoering van het kadaster kwamen er andere kaarten beschikbaar. In de tussenliggende tijd is de kaart verschillende keren opnieuw uitgegeven. Aan de kaart zelf veranderde niets. Alleen de namen en familiewapens van de Dijkgraaf en Heemraden werden aangepast.

De kaart was in de eerste plaats bedoeld om de eigenaren van de landerijen een belasting te kunnen opleggen die afhankelijk was van de grootte van hun bezit. De rijen nummers aan beide zijden van de kaart, verwijzen naar de nummers op de kaart waarbij ook de oppervlakte is vermeld. De kaart heeft verschillende interessante details. Opvallend in het midden ligt de stad Bunschoten met haar bijzondere ellipsachtige vorm. Een stad waarin op dat moment slechts een klein aantal gebouwen was gerealiseerd. Spakenborch was een verzameling huizen nabij de haven. De ligging van de verschillende polders is ook in de huidige tijd nog goed te herleiden.

Waterschapswapen Op de kaart staat steeds het wapen van het Hoogheemraadschap, later van het Waterschap Beoosten de Eem en de Eem. De sterren staan voor het aantal bestuurders, de blauwe strook is het water van de Zuiderzee en de Eem. De witte streep de dijk die het achterliggende groene land beschermd. 19


Reacties uit het gastenboek

20


De activiteiten van Museum Spakenburg werden in 2012 mede mogelijk gemaakt door (voorzover niet genoemd in het jaarverslag):

4


JAAR VERSLAG

2012 MUSEUM SPAKENBURG Oude Schans 47-63 3752 AH Bunschoten-Spakenburg Tel. 033 - 298 33 19 www.museumspakenburg.nl info@museumspakenburg.nl

4


Jaarverslag2012pdf