Page 1

Vakblad van

INSTALLATIETECHNIEK 39e jaargang April ‘19

Kennis Dit moet u weten! Ontwikkelingen in 8 vakgebieden Hoe plan ik alle handen? Denk modulair! Succesvol zelf opleiden Hoogopgeleide installateurs in aantocht • ‘Installeren wordt als lego bouwen’ En verder: Help, ik verzuip in het werk! • Touwtrekken om personeel Krik spelenderwijs je technische kennis op • Restwarmte op maat bezorgd


EEN ROYALE KEUZE IN VERDEELKASTEN: RVS, ALU EN POLYESTER...?

BIJ GEYER! Of het nu gaat om grote projecten of om kleine, ú en úw wensen staan bij GEYER in de spotlights. Goede kwaliteit en een scherpe prijs spelen daarbij de hoofdrol. Een betrouwbaar product, nauwkeurige assemblage en stipte levering, hebben bij GEYER altijd de hoogste prioriteit.

• • • • •

Professionaliteit, kwaliteit en flexibiliteit Persoonlijk contact met elke opdrachtgever Heldere, gezamenlijke communicatielijnen Messcherpe calculatie, duidelijke presentatie Begeleiding van A tot Z bij alle opdrachten

WWW.GEYER.NL WEEGSCHAALSTRAAT 50

7324 BH APELDOORN

T. 055 5998200

F. 055 5998219

HENSEL biedt een uitstekende kwaliteit aftakproducten, beveiligingsproducten en verdeeltoepassingen voor elektrische energie binnen het laagspanningsbereik. HENSEL wordt vooral toegepast waar hoge eisen worden gesteld in zowel utiliteit als industrie. Voor HENSEL zijn tevreden klanten de beste referentie.

W i j bundelen E n e r g i e

NL_ENYMOD-190x130.indd 1

Geyer Nederland BV Weegschaalstraat 50 7324 BH Apeldoorn

Telefoon:  +31 (0) 55 599 82 00 E-Mail: info@geyer.nl www.geyer.nl / www.hensel-electric.nl

27.03.2015 09:43:13


Column

Wat weet u van …? Noud Heijna hoofdredactie E&W Installatietechniek n.heijna@technieknederland.nl @EW-installatietechniek @NoudHeijna www.ew-installatietechniek.nl

In de afgelopen honderd jaar zijn we meer te weten gekomen dan in alle eeuwen daarvoor bij elkaar. En daar komt elke dag nóg meer bij, want de ontwikkeling gaan – op werkelijk elk gebied – razendsnel. Dankzij computers en de nog altijd geldende Wet van Moore kunnen we elk jaar weer meer vragen beantwoorden en nog meer nieuwe vragen bedenken. Het gevolg is wel dat de ontwikkelingen zo snel gaan, dat ze nauwelijks meer zijn bij te benen. Of beter: dat ze voor één mens niet meer zijn bij te benen, zelfs niet voor de knapste koppen. Immers, ook zij kunnen nog altijd niet twee dingen tegelijk doen. En al werkend aan het ene vraagstuk, gaan de ontwikkelingen in al die andere vraagstukken ook verder. En als dit al zo werkt voor de allerslimsten onder ons, hoe werkt het dan voor de gemiddelde mens? Nou, dat antwoord is simpel: gewoon niet. De meeste ontwikkelingen gaan het grote publiek ongezien voorbij. Het dagelijks leven is al complex genoeg, waardoor er nauwelijks tijd en aandacht overblijft voor allerhande zaken daarbuiten. En, leuk of niet, installatietechniek valt voor veruit de meeste mensen niet onder ‘het dagelijks leven’. Voor de energietransitie is dit wel een dingetje. Zonnepanelen, warmtepompen, energieopslag, lagetemperatuurverwarming, warmteterugwinning, salderingsregeling, koelvermogen; het gaat de meeste mensen de pet te boven. Laat staan dat ze uit al dit moois een afgewogen, technisch en financieel onderbouwde keuze kunnen maken. En toch is dat wat er eigenlijk moet gaan gebeuren. Het probleem is natuurlijk dat mensen helemaal

geen zonnepanelen, warmtepompen of wat dan ook willen. Ze willen een comfortabel huis dat, waar mogelijk, van alle gemakken is voorzien. O ja, en van ‘Den Haag’ moet het duurzaam zijn. Hoe dan? Dat maakt ze eigenlijk niet zoveel uit, zolang het maar binnen het bestaande budget blijft. Juist dit aspect geeft onze sector een extra uitdaging mee. Dit houdt in dat we niet alleen up-to-date moeten blijven van alle technische ontwikkeling, wat in welke situatie wel of juist niet werkt, hoe je het goed en veilig installeert enzovoort. Het vraagt ook – en misschien wel: vooral – inzicht in hoe en in welke mate al die mooie techniek het dagelijks leven van de gebruiker beïnvloedt. En dan nog: het moet ook passen. Zo kan het in de nieuwe situatie heel voordelig zijn om tussen elf uur ’s ochtend en twee uur ’s middag de wasmachine en droger te laten draaien. Maar als er dan niemand thuis is, want werk en school, dan schiet de gebruiker er niets mee op. Kortom, als we succesvol aan de slag willen met de energietransitie, dan hebben we niet genoeg aan alleen technische kennis, maar zullen we vooral óók kennis moeten hebben van de impact van al dit moois op het dagelijks leven van onze klanten, jong én oud.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 1


18

Thema 14 Dit moet u weten! Ontwikkelingen in 8 vakgebieden.

18 Hoogopgeleide installateurs in aantocht Dankzij een initiatief van Techniek Nederland, Otib en zes hogescholen worden er installatiemedewerkers klaargestoomd op hbo-niveau, met actuele kennis van het vak.

20 Succesvol zelf opleiden Door te investeren in goede praktijkopleiders en werkplekbegeleiders kun je zelf nieuwe vakmensen opleiden binnen het eigen bedrijf.

4 Interview ‘Net zo belangrijk als kennis ontwikkelen, is kennis borgen’ Piet Dijkstra, HRM-directeur, heeft zojuist weer een groep nieuwe medewerkers Allinq-blauw gekleurd. Figuurlijk, welteverstaan. ‘Vanochtend was er een sessie waarin nieuwkomers het bedrijf leren kennen.’ De afdeling van Dijkstra heeft de taak goede medewerkers binnen te halen en het personeel te voorzien van voldoende kennis en vaardigheden. ‘Het beschikken over de juiste kennis is de spil van Allinq’s succes.’

24 'Installeren wordt als lego bouwen' Met het toepassen van plug & play-modules (voor energie, water en data) veranderen ook de werkzaamheden voor de installateur.

26 ‘In ons bedrijf voelt iedereen zich eigenaar’ Het sociocratisch beleid bij Endenburg Elektrotechniek levert veel werkplezier op.

30 Hoe plan ik alle handen? Denk modulair! Technische expertise is belangrijk, maar het succes van een project hangt ook af van een efficiënt logistiek proces.

32 Groothandels schatten kennis op waarde in Het zeker stellen van kennis, hoe doen groothandels dat? Het geheim schuilt in het goed luisteren naar vakmensen en de markt. Die informatie wordt vervolgens omgezet in praktische trainingen en cursussen.

34 Potentie grootschalige zonthermie sterk onderschat Zonnepanelen hebben hun plek op de markt sterk veroverd. Maar deze duurzame energieopwekker heeft nog een minder bekende en ook minder toegepaste broer: de zonnecollector. De potentie van deze opwekker wordt sterk onderschat.

37 Infographic: Touwtrekken om personeel

2

INSTALLATIETECHNIEK April '19

En nog veel meer online... E&W Installatietechniek houdt u online ­dagelijks op de hoogte van het nieuws uit de installatiebranche. Zo mist u niets van de laatste ontwikkelingen op het gebied van techniek, bedrijfsnieuws, branchenieuws en nog veel meer. Op www.ew-installatietechniek.nl treft u ook een omvangrijk archief aan met eerder verschenen artikelen uit het vakblad, dat maandelijks wordt aangevuld. Overzichtelijk onderverdeeld in vijftien dossiers.


Techniek 38 Project: Duurzame oplossingen voor honderd huurwoningen in Zeewolde.

44 Via slimme verkeerslichten richting Smart City Realtime data over weersomstandigheden, aantal weggebruikers en calamiteiten ondersteunen verkeerssystemen in het leiden van de weggebruikers langs de juiste routes. Maar deze gegevens zijn gecombineerd ook te gebruiken in het kader van ‘Smart City’.

48 Krik spelenderwijs je technische kennis op VolkerWessels leidt haar medewerkers op met een app, die gebruik maakt van gamification en artificial intelligence.

56 Restwarmte op maat bezorgd Warmtenetten kunnen warmte transporteren op verschillende temperaturen. Hoe kunnen we die temperaturen het meest efficiënt kwijt aan de aardgasvrije gebouwde omgeving?

60 Bioketel: Duurzaam, zuinig, betaalbaar én schoon De aandacht voor biomassa als duurzaam energiesysteem groeit. Het is een optie met installaties die niet onderdoen voor moderne en schone gasgestookte cv-ketels.

86 Opvallend werk

Bedrijfsvoering 74 Help, ik verzuip in het werk! Een half miljoen Nederlanders heeft moeite een e- of w-installateur te vinden wanneer ze die nodig hebben, blijkt uit recent onderzoek van Werkspot Klusmonitor. De markt is oververhit. Installateurs kunnen de vraag niet bijbenen en de werkdruk neemt flink toe. Drie installateurs vertellen hoe ze met de drukte omgaan.

Rubrieken 8 Branchenieuws 53 Hot topic Nieuwe norm Bedrijfsvoering elektrische installaties

63 Technische vragen 64 Productnieuws 73 Ondernemersvragen

Markt en maatschappij 80 ‘Netbeheerder en installateurs hebben elkaar nodig’ Om de wereld van de installatiebranche en netbeheer dichter bij elkaar te brengen, gingen Stedin Netbeheer en Techniek Nederland met elkaar in debat. Aan de hand van drie scherpe stellingen gingen de partijen in discussie over manieren om samen te werken.

Regels betreden bouwplaatsen

73 Selfie Martijn Verspeek

88 Volgend nummer

Columns 1 Noud Heijna: Wat weet u van....?

13 Doekle Terpstra: Werk maken van technisch onderwijs

55 Paul Smorenburg: Klimaatregelen

79 Laurens de Vrijer: Een nieuwe bus, of toch nog even niet?

Installateur D&B laat zich inspireren door Ikea.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 3


Techniek Nederland, Otib en hogescholen bundelen krachten

Hoogopgeleide installateurs Ze komen eraan: installatiemedewerkers met actuele kennis van het vakgebied. Op hbo-niveau. En dan ook nog eens in groten getale. Deze ‘transitie’ op de technische arbeidsmarkt is van start gegaan dankzij een initiatief van Techniek Nederland, Otib en zes hogescholen. Tekst: Kerstin van Tiggelen Fotografie: Industrie

W

armtepompen, smart grids, aardwarmte, laadpalen: het zijn concepten van de nieuwe duurzame wereld. En de ontwikkelingen gaan sneller dan het lesmateriaal kan bijhouden. Bovendien is de installatiebranche van oudsher mbo-gerelateerd. De hoeveelheid nieuwe technologie én de integratie daarvan vragen echter om hoger opgeleide technici. In februari 2018 nodigde Techniek Nederland-voorzitter Doekle Terpstra daarom de hogescholen uit tot een structurele en wederkerige samenwerking, om een effectief antwoord te geven op het actuele en groeiende tekort aan hoger opgeleiden voor de transitie naar een smart and sustainable built environment. Zo ontstond het Center of Expertise Human Capital voor Building Technology, kortweg COE HUB. Een samenwerking tussen Techniek Nederland, Otib en hogescholen.

‘Een soort BBL, maar dan in het hbo’

Perspectief op niveau Een van de deelnemers is de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Tinus Hammink, directeur van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise op de HAN, vertegenwoordigt de hogeschool in deze innovatieve publiek-private samenwerking. Daarin staat de driehoek ondernemen, onderwijs en onderzoek centraal. ‘In totaal doen zes hogescholen mee, elk vanuit hun eigen expertise. Wij zitten vooral aan de distributie- en transportkant van elektriciteit; een heel herken-

baar aspect hiervan is bijvoorbeeld de overbelasting van het elektriciteitsnet bij te veel teruglevering. Er zijn daarnaast vijf programmalijnen ontwikkeld, die staan voor concrete actiepunten, waaronder de werving van nieuwe doelgroepen. Denk aan kandidaten met een adequate vooropleiding die nu onder hun niveau werken vanwege een incourante of niet afgemaakte hbo-studie, of statushouder zijn. Dit is een doelgroep die in geen enkele statistiek voorkomt, en bovendien mensen aan de onderkant van de markt verdringt. Met onze tweejarige deeltijdopleiding tot een associate degree in Gebouwgebonden Installatietechniek die dit jaar start, bieden we een maatschappelijk relevant perspectief op hun niveau.’ Deze zij-instromers zijn gewend aan een maandelijks salaris, en geven uiteraard hun baan niet zomaar op om naar school te gaan. Geen probleem, want de behoefte aan een basisinkomen sluit precies aan op een praktijkgerichte opleiding: ­­­drie­­dagen aan het werk, twee dagen naar school. Een soort BBL, maar dan in het hbo.

Brede integrale kennis Ook het lesprogramma wordt grondig herzien. De klassieke technische studies steken vanaf het begin in op een specialisatie: elektrotechniek, werktuigbouw of bouwkunde. Maar Hammink is realistisch over wat we op dit moment wél weten over de energietransitie, maar vooral ook nog helemaal niet. ‘Zeker is dat er grote veranderingen plaatsvinden en dat een interdisciplinaire aanpak nodig is. Daarom leidt onze opleiding op tot brede integrale kennis van alle technologieën. Aansluitend kan in twee jaar de bachelor degree, het ingenieursdiploma, gehaald worden in een van de klassieke studies.’ Om de inhoud van de leerboeken gelijke pas te laten houden met de praktijk, monitort het Center of Expertise Human Capital voor Building Technology de ontwikkelingen op de voet. Ook in de voltijd hbo-opleidingen is een groter deel

…En dit gebeurt er in het mbo ‘De samenwerking tussen het mbo en bedrijfsleven is goed geborgd via de SBB’, zegt Judith van Heeswijk, programmamanager Ontwikkeling, Scholing en Arbeidsmarkt bij Techniek Nederland. ‘Natuurlijk blijft het een uitdaging om het onderwijsaanbod actueel te houden. Daarom ontwikkelen we waar nodig relevante keuzedelen, ook voor duurzame technieken. Verder lopen er diverse experimenten, zoals cross-overs en de pilot Certificeerbare eenheden. Uiteraard is er ook aandacht voor het imago van techniek als vakgebied; zo worden de bestaande opleidingen aantrekkelijker gemaakt door ze te koppelen aan de energietransitie. Daarover hebben we nu afspraken gemaakt in het mbo door een convenant mbo-aanbod Klimaattechniek (zie www.bit.ly/ EW-MBO). In het mbo beschikken we ook over een infrastructuur voor het opleiden van zij-instromers; van bakkers tot hoveniers. Tot slot stimuleren we uiteraard de doorlopende leerroutes vanuit mbo naar de nieuwe technische hbo-opleidingen. Want daar zijn bij uitstek mensen nodig die de beroepspraktijk kennen – de mbo’er – met extra competenties: de mbo-hbo’er.’

18

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Kennis

in aantocht

Startschot Expertisecentrum Building Technology

gericht op casuïstiek. Daarbij werken groepen studenten al vanaf het tweede jaar in bedrijfsmatig ingerichte innovatiewerkplaatsen aan multidisciplinaire projecten, aangedragen door installatiebedrijven. Tot slot lopen de studenten een groot deel van hun tijd mee in het veld.

Rol installateurs ‘We staan pas aan het begin van onze taak’, aldus Hammink. ‘Daarin hebben installateurs nadrukkelijk een rol. Ten eerste door hun mbo’ers vrij te maken om naar het hbo te gaan. Daarna door hbo-studenten een werkplek te bieden. En ten slotte door aantrekkelijke ontwerpopdrachten neer te leggen bij de opleiding. Het gaat erom dat we gezamenlijk de juiste mensen opleiden. Als we met z’n allen roepen dat techniek sexy is, dan moet die studie dat ook vanaf de eerste dag zijn.’ <

In februari gaven Techniek Nederland, Otib en vier hogescholen met een aantal andere organisaties op de Hogeschool in Utrecht het startschot voor het Center of Expertise HUB (Human Capital for Building Technology). Met de oprichting breidt de technieksector kennis en opleidingen op het gebied van gebouwtechnologie uit en versterkt het de innovatiekracht. Dat is nodig want technisch dienstverleners hebben in toenemende mate behoefte aan praktisch opgeleide hbo’ers en snelle opscholing voor hun technische vakmensen. De initiatiefnemers stimuleren met het expertisecentrum praktijkgericht onderzoek in gebouwtechnologie en versterken de relatie tussen het hbo en de vraag vanuit het bedrijfsleven. Bovendien komt er samenwerking tot stand tussen docentenplatforms, bestaande expertisecentra en hogescholen en bedrijven. Techniek Nederland-voorzitter Doekle Terpstra noemde de oprichting bij de ondertekening cruciaal. ‘We hebben meer hbo’ers nodig om de innovatiekracht van de branche te versterken. De technische sector is de komende jaren onmisbaar voor het oplossen van de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie, mobiliteit, verstedelijking en toenemende complexiteit van onze infrastructuur. Om die ambitie te kunnen waarmaken, zijn meer hbo’ers nodig met kennis van digitalisering, cybersecurity, integraal ontwerpen, multidisciplinair samenwerken en duurzame energietechnieken.’ Behalve de Hogeschool Utrecht zetten ook Hogeschool Arnhem-Nijmegen, Hanzehogeschool en Hogeschool Saxion hun handtekening onder de samenwerking. De doelstellingen van het Expertisecentrum zijn ambitieus. De samenwerking richt zich onder meer op het stimuleren van meer instroom in techniekgerelateerde studies, het vormgeven van aantrekkelijke leerarrangementen en studiebanen en het creëren van een digitaal platform voor kennisuitwisseling tussen hogescholen, bedrijfsleven en studenten.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 19


Foto: Industrie

Flamco wint Duurzaam Verwarmd Innovation Award De FlexThermo Eco, een zeer innovatieve thermische batterij van Flamco is tijdens de beurs Duurzaam Verwarmd uitgeroepen tot winnaar van de Duurzaam Verwarmd Innovation Award. Het thermische laadstation zet elektrische energie om in warmte en slaat die vervolgens op in een zoutoplossing die vloeibaar wordt bij een temperatuur van 58 graden. Het zout fungeert als phase change material (PCM) dat de warmte afgeeft als het weer stolt. Die warmte kan via warmtewisselaars worden afgegeven als er warmtapwatervraag is. De batterij kan oneindig vaak op- en ontladen, zonder dat dit ten koste gaat van het rendement. De batterij is bovendien eenvoudig te installeren en onderhoudsarm. Zeer in het voordeel sprekend is de ultracompacte uitvoering van de FlexTerm Eco, die wordt geleverd in drie modellen met eenzelfde vermogen van CW5. De uitvoeringen variëren in hoogte (445, 645 en 880 mm) en opslagcapaciteit (85 l, 185 l en 300 l). Paul Smorenburg (links) van E&W Installatietechniek reikte namens de jury de prijs uit aan Robert Schimmel van Flamco. De Award werd dit jaar voor de tweede keer uitgereikt. Vorig jaar was HRsolar de winnaar met de Nero. <

Gevaarlijke ketels Agpo Ferroli: het woord is aan Kiwa en NVWA Volgens het televisieprogramma Kassa hangen in Nederland 150.000 ‘mogelijk levensgevaarlijke’ cv-ketels van het merk Agpo Ferroli. Het ging in het programma om Agpo cv-ketels van de typen Econpact, Ultima, Megadens en Megalux met een productiedatum van voor 2011. Er zouden al enkele woningbranden zijn ontstaan.

agenda

Techniek Nederland neemt de signalen over incidenten ‘zeer serieus’. Voorzitter Doekle Terpstra van Techniek Nederland vindt uiteraard dat woningeigenaren en huurders zo snel mogelijk moeten weten of de genoemde cv-ketels van Agpo kunnen leiden

8

tot onveilige situaties, ‘maar’, zegt hij in een reactie, ‘het woord is aan Kiwa en de NVWA. En tot nu toe hebben beide instanties geen aanleiding gezien om toestellen van Agpo van de markt te weren.’ Agpo Ferroli gaf ook aan de signalen uiter-

15 april

2 – 3 oktober

De Beursfabriek, Nieuwegein www.noviteitenshow.nl

Jaarbeurs, Utrecht www.openbareruimte.nl

14 – 16 mei

8 – 10 oktober

Brabanthallen, Den Bosch www.renovatiebeurs.nl

Brabanthallen, Den Bosch www.vakbeursenergie.nl

ISH Noviteitenshow

Beurs Renovatie 2019

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Vakbeurs Openbare Ruimte

Vakbeurs Energie 2019

aard serieus te nemen, maar liet tevens weten dat het probleem alleen optreedt bij zwaar vervuilde wisselaars. ‘Corrosie in de wisselaar treedt alleen op bij aluminium wisselaars in combinatie met lage rookgastemperaturen (condenserende ketels)’, zo schrijft de fabrikant op haar website. ‘90 procent van de ketels in de markt hebben een aluminium wisselaar. Deze dienen elke twee jaar gecontroleerd en schoongemaakt te worden volgens de onderhoudsvoorschriften.’ De fabrikant zegt op haar website ook dat zij in 2009 zelf al via de landelijke pers, nieuwsbrieven aan adviesbureaus, installateurs, cursusaanbod, onderhoudsinstructies iedereen op het probleem hebben gewezen. ‘Er is altijd openheid van zaken geweest naar de NVWA inzake de aantallen schadegevallen. Verder is op verzoek van de NVWA een risicoanalyse gemaakt waarin toen naar voren kwam dat de overeengekomen maatregelen risico’s minimaliseren en afdoende zijn, aldus de website.’ Tevens geeft de fabrikant aan dat zij via de afdeling service ieder jaar via een brief uitvoerig heeft gewezen op de officiële onderhoudsinstructies. <


Branchenieuws

Foto: Industrie

100.000 huurwoningen energieneutraal en lagere woonlasten

Enkele maanden geleden won Urgenda de rechtszaak tegen de staat om een 25 procent reductie van de CO2-uitstoot in 2020 (t.o.v. 1990) af te dwingen. De overheid moet daarvoor nog een gat dichten van 9 Megaton (Mton). Half februari presenteerden Urgenda en 170 woningcorporaties een plan om 100.000 huurwoningen te verduurzamen en huurders direct te helpen aan een substantieel lagere energierekening. Dat is volgens de initiatiefnemers mogelijk door het inzetten van de verhuurderheffing. Daarmee kan worden geïnvesteerd om de woningen (bijna) energie-neutraal te maken, waardoor de

energierekening daalt met 80 tot 100 procent. Zo creëren de partijen naar eigen zeggen het draagvlak waarnaar de regering op zoek is. Ook als de huur iets omhoog gaat na aanpassing van de woning, houdt de bewoner er direct geld aan over. Voor de overheid betekent het dat er ruim 0,2 Mton CO2 wordt bespaard. Het kabinet heft deze belasting sinds 2013 en haalt daarmee dit jaar 1,7 miljard euro binnen en volgend jaar waarschijnlijk zelfs 2 miljard. ‘Dat geld komt van mensen met de kleinste portemonnee en vloeit zo naar de Haagse schatkist, terwijl je deze mensen ook een energieneutraal huis kan geven. En als je daarmee ook de Staat helpt om aan het vonnis van de klimaatzaak te voldoen, dan zou ik de ‘tijdelijke’ huurdersbelasting meteen afschaffen’, aldus Urgenda-directeur Marjan Minnesma. Urgenda zal het kabinet de komende maanden met vele partners een lijst geven met nog eens 39 concrete maatregelen waarmee ze de extra 9 Mton, die nog moet dichten, kunnen halen. In 1990 was de uitstoot van broeikasgassen 221 Mton. Dat moet terug met 25 procent in 2020 naar 166 Mton. Vorig jaar was het nog slechts 13 procent lager, namelijk 193 Mton. Toch denkt de overheid met het huidige beleid op 21% uit te komen in 2020 en ziet dus nog een gat van maar 9 Mton. <

Het Klimaatakkoord is een banenmachine Voor elke verloren baan in fossiele sectoren (kolen, olie) komen zeven klimaatbanen terug. Dat blijkt uit een onderzoek van ECN, in opdracht van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). Volgens de ‘Verkenning werkgelegenheidseffecten van klimaatmaatregelen’ komen er in 2030 maar liefst 42.000 tot 78.000 voltijdsbanen bij. Olof van der Gaag, directeur van NVDE: ‘Installateurs van zonnepanelen en warmtepompen, energiebedrijven, netbeheerders, projectontwikkelaars en isolatiebedrijven schreeuwen om mensen. Daarom moeten we investeren in de invulling van die klimaatbanen en een goede toekomst bieden aan mensen die hun baan in de fossiele sector verliezen’. De werkgelegenheidsgroei is op de middellange termijn met 16 procent - circa 24.000 nieuwe banen - het grootst in de installatiesector, zo constateert ook Techniek Nederland. Doekle Terpstra ziet dan ook dat er heel veel technici met groene skills moeten worden opgeleid. De voorzitter van Techniek Nederland opent daarom van harte de poorten voor de naar schatting zes- tot elfduizend mensen die hun baan verliezen in de olie- en kolensector. ‘Wij bieden hen graag een nieuwe start in de groene, duurzame economie. Met een vast contract. We zullen bij de overheid dan ook keihard blijven lobbyen voor meer aandacht en geld voor het technisch beroeps­ onderwijs.’ <

Leidraad geluidshinder en zichthinder lucht-water warmtepomp Naar verwachting zullen begin 2020 via het Bouwbesluit wettelijke geluidseisen van kracht worden voor de plaatsing van buitenunits van lucht-waterwarmtepompen en airco’s. Voor de periode voordat de nieuwe geluidseisen gaan gelden heeft Techniek Nederland in samenwerking met de NVKL en de DHPA een leidraad opgesteld. De leidraad geeft – in kwalitatieve zin – aan, waarmee rekening kan worden gehouden en welke maatregelen mogelijk zijn ter vermindering van de geluidsproductie en zichthinder. Leden van Techniek Nederland kunnen deze leidraad gratis downloaden via de website www.technieknederland.nl onder het kennisgebied Klimaattechniek in het dossier ‘klimaat- en duurzame techniek.’ <

Wind en smart grids helpen energietransitie Nederland Nederland kan koploper energietransitie worden. Voorwaarde is dat we ‘onze’ wind op zee én onze slimme energie infrastructuur op de juiste manier inzetten. Dat stelt ingenieursadviesbureau Sweco bij de publicatie van haar rapport ‘The Limits to Renewable Energy’. In het rapport analyseren energie-experts de sterke punten van verschillende landen. Nederland kan gebruik maken van de lange kustlijn met ondiep water. Deze is uitermate geschikt voor het plaatsen van

windmolens. Ook de electriciteitsinfrastructuur is uiteraard een bepalende factor, schrijven de experts. En, zo stelt Johan Seuren van Sweco, ‘Nederland is een koploper als het gaat om slimme elektriciteitsnetten en elektrische auto’s. Overtollige elektriciteit kan opgeslagen worden in elektrische auto’s en weer geleverd worden als er een tekort is. Met wind op zee en smart grids hebben wij de kans om koploper te worden’, aldus Seuren. <

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 9


Na drie jaar succesvol als één bedrijf te hebben gefunctioneerd, voegt Geberit de merken Keramag en Sphinx samen tot één merk: Geberit. Sinds 1 april geldt dat voor Keramag; volgend jaar verdwijnt ook de merknaam Sphinx definitief. <

Distributieovereenkomst Arrow Electronics en ProEsys Technologieleverancier Arrow Electronics heeft een EMEA-distributieovereenkomst getekend met ProEsys Technologies. ProEsys richt zich op radio- en IoT-transmissietechnologieën voor de smart city, smart agriculture, en de telecommunicatie-, transport-, maritieme en beveiligingssectoren. ProEsys ontwikkelt IoT-communicatieoplossingen op basis van sensoren, LoRa (long-range widearea netwerk) en ultra-wideband gateways voor kritieke infrastructuren en indoor/outdoor lokaliseringsystemen. <

Wifi-systeem Zyxel wint 2019 IF Design Award

Bestaand huis betaalbaar van het gas af Martin en Ine van Hees besloten enige tijd geleden om hun huis in Helmond van de dure en niet duurzame, gasgestookte stadsverwarming af te halen en over te stappen naar een warmtepomp. En dat kostte veel minder geld dan vaak wordt gedacht. Overstappen op een lage temperatuurafgiftesysteem was namelijk niet nodig. Samen met installateur Van Heugten kozen zij voor een Alpha Innotec LWDV lucht-waterwarmtepomp in combinatie met achttien zonnepanelen. Dit type warmtepomp heeft een monobloc-systeem en kan met hoge aanvoertemperaturen werken. Hierdoor hoefde geen vloerverwarming aangelegd te worden en kon de familie eenvoudig en zonder dure verbouwing de warmtepomp laten plaatsen. Met hun zonnepanelen wekken Martin en Ine meer stroom op dan dat ze nodig hebben voor de warmtepomp en hun verdere eigen gebruik. Zo besparen ze per maand zo’n zeventig euro in vergelijking met de stadsverwarmingskosten

Foto: Industrie

Sphinx en Keramag ­worden Geberit

die ze eerder hadden. Met de komst van de warmtepomp en de zonnepanelen besparen ze niet alleen geld, maar stoten ook minder CO2 uit, doordat zij de benodigde stroom voor de warmtepomp zelf duurzaam opwekken. <

TVVL Meimaand: ­Workshopmaand Volgende maand is het bij TVVL workshopmaand. In ‘Meimaand Workshopmaand’ kunnen installateurs speciale of nog niet bestaande cursussen of workshops volgen. Ze kunnen kiezen uit dertien verschillende workshops, die worden aangeboden buiten het reguliere cursusprogramma. Leden van TVVL, maar ook leden van Techniek Nederland krijgen 15 procent korting op de prijs. De prijs is inclusief leermiddelen, koffie/thee en lunch. Meer informatie over de inhoud van de workshops is te vinden op www.tvvl.nl/meimaand. <

10

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Foto: Industrie

Het Multy U AC2100 Tri-Band wifi-systeem van Zyxel Communications is dit jaar winnaar van de IF Design Award. Het compacte netwerkapparaat werd onderscheiden in de productcategorie telecommunicatie. De jaarlijkse designwedstrijd wordt georganiseerd door het in Hannover gevestigde IF International Forum Design. <

All electric ambulancepost In Nederland moet een ambulance in 95% van de spoedeisende gevallen binnen een kwartier ter plaatse zijn. Deze norm is door het drukker wordende verkeer steeds vaker niet haalbaar. De Ambulancedienst Zuid-Holland Zuid breidde het netwerk van ambulanceposten uit met een pand middenin de polder. De kleine, nieuwe ambulancepost in Streefkerk is ontworpen voor één ambulance. Aannemingsbedrijf Lagendijk en Hol Installatietechniek kwamen met een passende oplossing om het groen te verwarmen; zonnepanelen en een Ecodan-warmtepompsysteem van Mitsubishi Electric. De zonnepanelen worden ingezet voor de verlichting en voor voeding van de warmtepomp en dekken bijna het volledige energieverbruik af. Gerard Toes van Hol Installatietechniek vertelt over de warmtepompinstallatie. ‘Voor een vrijstaand gebouw middenin de polder wil je bewezen techniek. En zo mogelijk techniek die meerdere functionaliteiten combineert. Mitsubishi Electric’s Ecodan-warmtepompsysteem met cilinderunit biedt dat. Het systeem wordt ingezet voor verwarming en warm tapwaterbereiding. Hiertoe wordt het systeem gecombineerd met een boiler van 200 liter.’ Hol koos voor de Mitsubishi-luchtwaterwarmtepomp van Alklima, die met een vermogen van 7,5 kW een prima oplossing was voor deze ambulancepost. <


Branchenieuws

Techniekcoalitie gaat Limburg aan vakmensen helpen Techniek Nederland, Koninklijke Metaalunie, FME en de opleidingsfondsen OOM, A&O en Otib gaan kleine en middelgrote technische bedrijven in Limburg intensief ondersteunen in het opstellen van toekomst- en personeelsplannen. Dit doen ze samen met de Limburgse arbeidsmarktregio’s, onderwijsinstellingen en vakverenigingen.

Foto: Industrie

Het project – genaamd de Techniekcoalitie – koppelt het netwerk, de deskundigheid en middelen van deze drie landelijke technische maakbranches en scholingsfondsen aan capaciteit, middelen en plannen in Limburg. De provincie Limburg brengt de partijen bij elkaar en ondersteunt ze met een bedrag van 1,1 miljoen euro. Techniek Nederland is blij met het Limburgse initiatief. Regiomanager Berthold van Benthem van techniek Nederland weet dat ondernemers in de technische sector zitten te springen om vakmensen. ‘Dit project draagt direct bij aan meer instroom in de technische sector. Bovendien brengen we de kennis en behoeften in kaart voor het ontwikkelen van nieuwe modulaire onderwijsmodules. Dat is nodig om het beroepsonderwijs gelijke tred te laten houden met de razendsnelle ontwikkelingen in de techniek’, aldus van Benthem Het totale project loopt vier jaar, waarvan de provincie Limburg de eerste twee jaar onder-

steunt. De initiatiefnemers gaan 165 bedrijven helpen bij het maken van verander- en strategische personeelsplannen, ongeveer 1.400 werknemers opleiden en bijscholen en honderd mensen vanuit een uitkeringssituatie laten instromen. Andere doelstellingen zijn het ontwikkelen van vernieuwde en modulair opgezette

onderwijsmodules, het opleiden van vijftien hybride techniekdocenten en ondersteuning van 120 praktijkopleiders. Dankzij het project krijgen 800 bedrijven en 2.800 werknemers voorlichting over een leven lang ontwikkelen, methodieken voor werkplekleren en modules voor e-learning. <

Samenwerking Techniek Nederland en Holland Solar

Nu de groei van zonne-energie in ons land razendsnel gaat, vinden beide organisaties dat ze de krachten moeten bundelen. De brancheorganisaties gaan onder meer samenwerken op het gebied van kwaliteitsverbetering. Een uitgebreidere samenwerkingsagenda wordt de komende maanden opgesteld. Terpstra is blij met de voorgenomen samenwerking: ‘Als we ons samen inzetten voor bijvoorbeeld kwaliteit, belangenbehartiging

Foto: Industrie

Techniek Nederland en Holland Solar gaan zich samen inzetten voor de energietransitie. Met een symbolische ondertekening op de beurs Solar Solutions in Vijfhuizen bekrachtigden de voorzitters Doekle Terpstra (links) en Jaap Baarsma de samenwerking tussen beide organisaties.

en promotie kan de markt nog veel sneller groeien.’ Hij wees er bij de ondertekening op dat zonne-energie-installateurs het afgelopen jaar maar liefst vijf miljoen zonnepanelen hebben geïnstalleerd. ‘Dat is natuurlijk

geweldig nieuws. Tegelijkertijd blijven daken van scholen en bedrijven nog vaak leeg. Als we ook die daken beter benutten, zetten we een flinke stap richting het realiseren van onze klimaatdoelstellingen.’ Voor Jaap Baarsma staan continuïteit en kwaliteit hoog op de samenwerkingsagenda. ‘Zonne-energie is lang een niche geweest, maar levert nu een volwaardige bijdrage aan de energietransitie. Er wordt vrijwel geen nieuwbouwwoning meer opgeleverd zonder zonnepanelen; tegelijkertijd zien we een doorbraak naar de bestaande bouw. Ook voor installateurs die lid zijn van Techniek Nederland zijn zonnestroom en zonnewarmte een vast onderdeel geworden van hun dienstverlening. Daarom is het belangrijker dan ooit dat wij intensiever gaan samenwerken met Techniek Nederland.’ <

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 11


DucoBox Eco

thermisch vermogen

De SLIMSTE ventilatiewarmtepomp van Europa!

2,5 kW

ISDE subsidie € 1600

Onze vraaggestuurde ventilatiewarmtepomp DucoBox Eco met slimme 2-zonesturing en minimaal geluidsvermogen zorgt voor een perfecte luchtkwaliteit.

c2

E=m

Met zijn hoogste energieklasse (A++) plaatst de

2

A2 + B

DucoBox Eco de gebruiker én het milieu op de

2

=C

voorgrond. Samen met het All-electric pakket is de DucoBox Eco een complete oplossing die de installateur 100% ontzorgt.

GRATIS SEMINAR:

‘Vol gas voor gasloos’

Woensdag 12 juni 2019 Spoorwegmuseum Utrecht van 13u-17u Info op www.duco.eu/seminar

100%

ALL ELECTRIC SOLUTION

RAM track-and-trace

Fleetmanagement en IoT oplossingen

Al�jd en overal uw buitendienst in beeld • 24/7 inzicht in loca�e voertuigen én gereedschap • Tot 20% besparing op brandstof en onderhoud • Fiscale ri�enregistra�e met keurmerk • Efficiënte planning en urenregistra�e

201901 Advertentie Uneto VNI E&I halve pag. liggend RAM Mobile Data.indd 1

12

INSTALLATIETECHNIEK April '19

et el m p p o e K aand best en! m syste

RAM Mobile Data Ptolemaeuslaan 69, Utrecht

www.track-and-trace.nl 18-3-2019 08:57:46


Column

Doekle Terpstra:

Werk maken van technisch onderwijs Doekle Terpstra voorzitter Techniek Nederland, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche d.terpstra@technieknederland.nl @doekle_terpstra

Onlangs brandde de discussie weer los over de toegang tot technische studies op onze universiteiten. Jongeren oproepen om te kiezen voor bètastudies en vervolgens de toegang tot universiteiten beperken is inderdaad geen productief beleid. Maar laten we niet de fout maken om alleen te kijken naar ingenieurs en technische wetenschappers. Want onze samenleving staat ook te springen om professionals met een technische beroepsopleiding. Het is hoog tijd voor een Breed Technisch Onderwijsplan! Als we de instroom in het technisch onderwijs substantieel willen vergroten, hebben we structurele maatregelen nodig. Naast initiatieven als het Techniekpact moeten we ook naar de fundamenten van het onderwijsstelsel durven kijken. Recente cijfers laten zien dat economische en sociale studierichtingen nog altijd harder groeien dan opleidingen voor de sector techniek. Dat heeft alles te maken met een beeld van de economie dat rond de eeuwwisseling is ontstaan. Toen was de verwachting dat we snel een diensteneconomie zouden zijn. Technisch vakmanschap zou tot het verleden gaan behoren. Inmiddels is dat beeld volkomen achterhaald en zijn we in 'de Vierde Industriële Revolutie' verzeild geraakt. Helaas trekt de instroom in ons onderwijs zich van dat nieuwe inzicht weinig aan. Alsof er niets veranderd is, zien (te) veel jongeren, ouders, docenten en beleidsmakers het algemeen vormend onderwijs nog altijd als de snelste weg naar succes. Met op de top van de Olympus een universitaire master. Wat een onzin! Die 'opwaartse druk' zorgt ervoor dat het onderwijs massaal mensen opleidt voor beroepen

die er straks niet meer zijn. Kijk maar naar banken en verzekeraars, waar robotisering veel banen doet verdwijnen. Ik stel voor dat we niet langer werkeloos toekijken, maar zo snel mogelijk werk maken van een Breed Technisch Onderwijsplan: • Hybride docenten worden binnen vijf jaar de norm in het beroepsonderwijs. Zij zijn een deel van de week actief in de bedrijfsomgeving en staan een deel van de week voor de klas. • Hybride opleidingen krijgen volop de ruimte. Diverse scholen hebben al een begin gemaakt met de vak-havo, waar de leerlingen 80% van de tijd theorievakken krijgen en de overige uren technische, beroepsgerichte vakken. • Studentenstops op technische studierichtingen worden zo snel mogelijk afgeschaft. • Beroepsonderwijs en algemeen vormend onderwijs worden identieke leerroutes, met dezelfde afstudeermogelijkheden. • Arbeidsmarktrelevante financiering van het beroepsonderwijs. Waar tekorten op de arbeidsmarkt zijn, kunnen studenten en instellingen op extra financiering rekenen. • Een landelijk dekkend netwerk van scholen en instellingen voor beroepsonderwijs. • Instellingen voor vmbo, mbo en hbo krijgen de mogelijkheid om met elkaar te fuseren. Daardoor ontstaan ketens van beroepsonderwijs die de doorlopende leerroutes optimaal kunnen organiseren.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 13


Ontwikkelingen in 8 vakgebieden

Dit moet u weten! Nu de energietransitie op stoom begint te komen is het voor installateurs belangrijk de zaken op orde te hebben. Welke technische kennis is nodig om mee te kunnen doen aan de grootste klus van de komende decennia? Wat zijn de belangrijkste technieken die u onder de knie moet hebben? En waar is die kennis te vinden? We belichten de aandachtspunten van acht vakgebieden. Tekst: Redactie Fotografie: Industrie

1. Hemelwaterafvoer Door klimaatverandering worden buien steeds extremer. Ook zijn er langere perioden van droogte. De installateur moet weten hoe door een efficiënt hemelwaterafvoersy­steem ­­ schade aan of in het gebouw kan worden voorkomen. Belangrijk is de aanwezigheid van een ontlastput of bladafscheider, ook bij gescheiden stelsels. Als de buitenriolering het water niet kan afvoeren, is de kans groot dat het water dat op het dak van dat gebouw is gevallen, bouwkundig of via het toilet het gebouw binnenstroomt. Een ontlastput/bladscheider in de hemelwaterafvoer zorgt ervoor dat het water over het maaiveld stroomt. De ontlastput/bladscheider is voor vele situaties verplicht in nieuwbouw, voor bestaande bouw geldt de verplichting niet. Toch is het verstandig dat eigenaren van gebouwen de riolering aanpassen aan de richtlijnen, door een ontlastput/bladscheider te plaatsen. In het voorjaar wordt op de website van Techniek Nederland een overzicht met wijzigingen in Nen 3215 en NTR 3216 gepubliceerd. Een andere ontwikkeling die gaande is, betreft het bufferen van water op het dak en het vervolgens gecontroleerd naar de riolering afvoeren.

2. Leidingwaterinstallaties Ter voorkoming van legionella in waterleidinginstallaties hoeft warmtapwater niet altijd meer de vereiste temperatuur te hebben van 55 of 60 °C. Conform Nen 1006, aanvullingsblad A1, mag onder specifieke omstandigheden soepeler worden omgegaan met de minimale temperatuur van warmtapwater van 55 of 60 °C. Ook is er in een grote installatie niet altijd een circulatieleiding meer nodig. Voor woninginstallaties is Isso-publicatie 30 geheel herzien. Het is een compleet document waarin het gehele bouwproces integraal aan bod komt. Hierin zijn ook nieuwe inzichten op het gebied van legionellabeheersing verwerkt, waardoor het voorkomen van hotspots extra aandacht krijgt. Naast alle Nen-normen, de Isso Checklist Hotspots en de Waterwerkbladen, zijn er ook andere relevante Isso-publicaties in verwerkt, zoals Isso 30.4 voor warmteterugwinning uit douchewater. Verder is de BRL 6010 voor het opstellen van een legionella-risicoanalyse en beheersplan geüpdatet. Wie een risicoanalyse en beheersplan opstelt, moet voldoen aan permanente educatie en geslaagd zijn voor een door Cito ontwikkelde toets.

14

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Kennis

3. Cybersecurity

5. Verwarming woningbouw

Cybercrime is een grote en ­reële ­bedreiging voor een bedrijf. Volgens Europol zelfs dreiging nummer-1. Cybercriminaliteit zorgt jaarlijks voor een grote schadepost bij bedrijven.

Voor het ontwerp van een energiezuinige en veilige installatie is het onder meer van belang dat vermogen en warmtevraag goed op elkaar zijn afgestemd.

Denk na over wat er fout kan gaan in je eigen bedrijf, of met de installatie die je levert of onderhoudt. Vertrouw niet alleen op de techniek. Het is belangrijk naast technologische beveiliging ook te zorgen voor bewustwording bij klanten en hun medewerkers, zodat zij zich verantwoordelijk voelen voor het veilig houden van het bedrijfsnetwerk en alert zijn op ongenode binnendringers via mail of zelf geïnstalleerde software. Kennis over het verhogen van cyberweerbaarheid is waardevol voor uw klanten. De installateur/securityleverancier moet meebewegen met het bedrijf op het gebied van IT-ontwikkeling en netwerkbeveiliging en ervoor zorgen dat installaties afdoende te beveiligen zijn. Cybersecurity vraagt om een permanente staat van alertheid aan de poort. Het is van groot belang dat installateurs hun klanten op de problematiek wijzen. Een 24/7 dienstverlening/ monitoring en een proactieve instelling zijn noodzakelijk, alleen al vanwege het malware-landschap, dat continu verandert.

4. Internet of Things Internet of Things (IoT) is een van de snelst groeiende technologieën ter wereld en is overal om ons heen. Was IoT lange tijd het exclusieve domein van ict'ers, het vakgebied begint steeds meer de installatie­ techniek te raken. In tegenstelling tot het 'normale' internet speelt IoT zich af in de fysieke wereld. Sensoren kunnen zonder tussenkomst van menselijk handelen besturingen verrichten. Dit geldt ook voor besturingen van kwetsbare installaties, zoals beveiligingssystemen, energiecentrales en sluizen en zelfs voor ‘missie-kritische’ systemen, zoals hogesnelheidstreinen en autonome auto’s. Processen worden straks volledig datagestuurd en monitoring van installaties wordt daarmee belangrijker. De installatiebranche speelt de komende jaren een cruciale rol in de introductie van nieuwe technologieën. Er is grote urgentie om de ontwikkelingen van IoT te volgen. Installateurs moeten weten hoe ze data kunnen meten, resultaten kunnen interpreteren en de installatie hier vervolgens op aanpassen voor een optimale en veilige werking. Techniek Nederland werkt momenteel samen met verschillende partijen waaronder Otib aan de ontwikkeling van een passend cursusaanbod. Het belang en de afhankelijkheid van installaties voor duurzaamheid, comfort en veiligheid neemt in alle projecten toe. Installateurs krijgen niet alleen een belangrijkere positie in de realisatie, maar ook in advies, service, onderhoud én beveiliging daarvan.

Om te zorgen dat de installateur exact weet wat er benodigd is aan verwarmingsvermogen, wordt een zogenaamde ‘transmissieberekening’ oftewel een warmteverliesberekening gemaakt. De methodiek voor de bepaling van de warmtebehoefte van een woning of woongebouw is beschreven in Isso 51 - Warmteverliesberekening voor woningen en woongebouwen. Een verkorte methode van het warmteverlies staat in de uitgave Kleintje Warmteverlies. Voor het ontwerp en de uitvoering van de verwarmingsinstallatie is van belang: • Isso 50 - Ontwerptechnische kwaliteitseisen en richtlijnen voor warmwaterverwarmingsinstallaties met hoge en/of lage temperaturen in bestaande- en nieuwbouwwoningen, • Isso 49 - Vloerverwarming/wandverwarming en vloer- en wandkoeling. Een ander belangrijk document is 'Installeren van hoog rendement cv-ketel, aanvullende kwaliteitseisen'. In het rapport zijn alle kwaliteitseisen opgenomen voor ketels tot 100 kW. Het rapport is gratis te downloaden via www.technieknederland.nl. Elementaire kennis voor de installatie van warmtepompen in de woningbouw is opgenomen in de volgende Isso-publicaties: • Isso 72 - Ontwerp van individuele en klein ­collectieve warmtepompsystemen, • Isso 80 - Handboek integraal ontwerpen van warmtepompinstallaties voor woningbouw, • Isso 98 - Lucht-waterwarmtepompen in woningen.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 15


Kennis 6. Infra Smart City Nederland kent al vele steden die bezig zijn met Smart Cityprojecten. Slimme technologie wordt steeds belangrijker en voor vele doelen ingezet, zoals bevordering van veiligheid, regulering van verkeersstromen, energiebesparing en monitoring van schadelijke en milieubedreigende stoffen. Smart Cities creëren een leefomgeving waarin het leven op slimmere en makkelijkere manieren wordt ingericht. Slim bouwen en slimme gebouwen spelen daarin een centrale rol. De komende jaren zal ons verkeers- en vervoersysteem ingrijpend veranderen. Razendsnelle technologische ontwikkelingen gaan gepaard met een toenemende behoefte aan slimme antwoorden op moderne mobiliteitsvraagstukken. Apps gebruiken gps-technologie en slimme betaalsystemen om de parkeermalaise enigszins te verlichten. Bij het ontwerp, de bouw en het onderhoud van de infrastructuur wordt nu al steeds meer rekening gehouden met zelfrijdende voertuigen. Wegbeheerders integreren communicatie- en verkeersmanagementsystemen in wegen, bruggen, viaducten en het straatmeubilair, en verenigen zo de digitale infrastructuur met de fysieke infrastructuur. Smart cities zullen ook bijdragen aan de versnelling van de energietransitie. Het succes van technologische innovaties bestaat bij gratie van de inpasbaarheid ervan in bestaande systemen. Kleine en grote systemen moeten op een intelligentie manier onderling worden verbonden. Innovatieve informatietechnologie zal daar een grote rol in spelen.

7. Zonnestroom Zonnestroom is een van de belangrijkste duurzame energiebronnen die moeten helpen de milieudoelstellingen te halen. Particulieren en bedrijven die willen investeren in pv benaderen daarvoor meestal het eerst de installateur. Bij het uitkiezen van de omvormer voor een zonnestroominstallatie zijn veel aspecten van belang, zoals het type paneel dat wordt toegepast, de elektrische aansluiting, de oriëntatie en hellingshoek van de installatie, en uiteraard het verlangde vermogen. In de meeste gebieden staan de netwerkbeheerders toe dat maximaal 5 kW aan omvormervermogen wordt aangesloten op één fase. Alle zonnepanelen die in 1 string worden aangesloten, moeten dezelfde hellingshoek en oriëntatie hebben. Als de verschillen tussen de zonnepanelen te ver uit elkaar liggen kan de omvormer het Maximum Power Point (MPP) niet vinden. Het aantal strings dat wordt aangesloten moet in overeenstemming zijn met de spanning die de zonnepanelen afgeven. Een te hoge spanning kan de omvormer opblazen. De installateur moet bij het aansluiten en controleren van de pv-panelen werken volgens een strikt stappenplan. Nen 1010 stelt het aarden van een pv-installatie verplicht. Het montagesysteem wordt gezien als een metalen constructie, en moet dus worden geaard. Meer informatie: Isso Handboek zonne-energie.

8. Ledverlichting Een aanzienlijke besparing van elektriciteit is te realiseren met led en daglichtafhankelijke systemen. Vooral in de kleinzakelijke markt zal de installateur nadrukkelijker een rol krijgen op het gebied van adviseren, ontwerpen, monteren, in bedrijf stellen en onderhoud. Techniek Nederland en brancheorganisatie NLA willen op de markt acteren met goed geoutilleerde installatiebedrijven, die gekwalificeerde mensen in dienst hebben en die hoogwaardige verlichtingsoplossingen en -producten op de markt zetten. Kennis van lichtmanagementsystemen, lichtbronnen, armaturen en vaardigheden om een lichtplan te maken dat aan het PvE beantwoordt, zijn onontbeerlijk. Installateurs moeten tevens in staat zijn om een kwaliteitslichtberekening te maken. Kwalitatief goede ledverlichting is een flinke stap voorwaarts, maar slimme besturing en het efficiënt omgaan met het licht, levert nog veel meer besparing. Van belang is dat het lichtplan is gemaakt conform Nen 12464-1 en -2 en Nen 3087. Vragen waar de in ledverlichting gespecialiseerde installateur antwoord op moet kunnen geven zijn onder meer: wat is het gebruik van een ruimte? Welke eis voor verlichtingssterkte hangt aan een bepaalde ruimte en aan welke wetgeving, normen en arbo-eisen moet worden voldaan?

16

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Maand '19

INSTALLATIETECHNIEK 17


Techniek Nederland, Otib en hogescholen bundelen krachten

Hoogopgeleide installateurs Ze komen eraan: installatiemedewerkers met actuele kennis van het vakgebied. Op hbo-niveau. En dan ook nog eens in groten getale. Deze ‘transitie’ op de technische arbeidsmarkt is van start gegaan dankzij een initiatief van Techniek Nederland, Otib en zes hogescholen. Tekst: Kerstin van Tiggelen Fotografie: Industrie

W

armtepompen, smart grids, aardwarmte, laadpalen: het zijn concepten van de nieuwe duurzame wereld. En de ontwikkelingen gaan sneller dan het lesmateriaal kan bijhouden. Bovendien is de installatiebranche van oudsher mbo-gerelateerd. De hoeveelheid nieuwe technologie én de integratie daarvan vragen echter om hoger opgeleide technici. In februari 2018 nodigde Techniek Nederland-voorzitter Doekle Terpstra daarom de hogescholen uit tot een structurele en wederkerige samenwerking, om een effectief antwoord te geven op het actuele en groeiende tekort aan hoger opgeleiden voor de transitie naar een smart and sustainable built environment. Zo ontstond het Center of Expertise Human Capital voor Building Technology, kortweg COE HUB. Een samenwerking tussen Techniek Nederland, Otib en hogescholen.

‘Een soort BBL, maar dan in het hbo’

Perspectief op niveau Een van de deelnemers is de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Tinus Hammink, directeur van het Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise op de HAN, vertegenwoordigt de hogeschool in deze innovatieve publiek-private samenwerking. Daarin staat de driehoek ondernemen, onderwijs en onderzoek centraal. ‘In totaal doen zes hogescholen mee, elk vanuit hun eigen expertise. Wij zitten vooral aan de distributie- en transportkant van elektriciteit; een heel herken-

baar aspect hiervan is bijvoorbeeld de overbelasting van het elektriciteitsnet bij te veel teruglevering. Er zijn daarnaast vijf programmalijnen ontwikkeld, die staan voor concrete actiepunten, waaronder de werving van nieuwe doelgroepen. Denk aan kandidaten met een adequate vooropleiding die nu onder hun niveau werken vanwege een incourante of niet afgemaakte hbo-studie, of statushouder zijn. Dit is een doelgroep die in geen enkele statistiek voorkomt, en bovendien mensen aan de onderkant van de markt verdringt. Met onze tweejarige deeltijdopleiding tot een associate degree in Gebouwgebonden Installatietechniek die dit jaar start, bieden we een maatschappelijk relevant perspectief op hun niveau.’ Deze zij-instromers zijn gewend aan een maandelijks salaris, en geven uiteraard hun baan niet zomaar op om naar school te gaan. Geen probleem, want de behoefte aan een basisinkomen sluit precies aan op een praktijkgerichte opleiding: ­­­drie­­dagen aan het werk, twee dagen naar school. Een soort BBL, maar dan in het hbo.

Brede integrale kennis Ook het lesprogramma wordt grondig herzien. De klassieke technische studies steken vanaf het begin in op een specialisatie: elektrotechniek, werktuigbouw of bouwkunde. Maar Hammink is realistisch over wat we op dit moment wél weten over de energietransitie, maar vooral ook nog helemaal niet. ‘Zeker is dat er grote veranderingen plaatsvinden en dat een interdisciplinaire aanpak nodig is. Daarom leidt onze opleiding op tot brede integrale kennis van alle technologieën. Aansluitend kan in twee jaar de bachelor degree, het ingenieursdiploma, gehaald worden in een van de klassieke studies.’ Om de inhoud van de leerboeken gelijke pas te laten houden met de praktijk, monitort het Center of Expertise Human Capital voor Building Technology de ontwikkelingen op de voet. Ook in de voltijd hbo-opleidingen is een groter deel

…En dit gebeurt er in het mbo ‘De samenwerking tussen het mbo en bedrijfsleven is goed geborgd via de SBB’, zegt Judith van Heeswijk, programmamanager Ontwikkeling, Scholing en Arbeidsmarkt bij Techniek Nederland. ‘Natuurlijk blijft het een uitdaging om het onderwijsaanbod actueel te houden. Daarom ontwikkelen we waar nodig relevante keuzedelen, ook voor duurzame technieken. Verder lopen er diverse experimenten, zoals cross-overs en de pilot Certificeerbare eenheden. Uiteraard is er ook aandacht voor het imago van techniek als vakgebied; zo worden de bestaande opleidingen aantrekkelijker gemaakt door ze te koppelen aan de energietransitie. Daarover hebben we nu afspraken gemaakt in het mbo door een convenant mbo-aanbod Klimaattechniek (zie www.bit.ly/ EW-MBO). In het mbo beschikken we ook over een infrastructuur voor het opleiden van zij-instromers; van bakkers tot hoveniers. Tot slot stimuleren we uiteraard de doorlopende leerroutes vanuit mbo naar de nieuwe technische hbo-opleidingen. Want daar zijn bij uitstek mensen nodig die de beroepspraktijk kennen – de mbo’er – met extra competenties: de mbo-hbo’er.’

18

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Kennis

in aantocht

Startschot Expertisecentrum Building Technology

gericht op casuïstiek. Daarbij werken groepen studenten al vanaf het tweede jaar in bedrijfsmatig ingerichte innovatiewerkplaatsen aan multidisciplinaire projecten, aangedragen door installatiebedrijven. Tot slot lopen de studenten een groot deel van hun tijd mee in het veld.

Rol installateurs ‘We staan pas aan het begin van onze taak’, aldus Hammink. ‘Daarin hebben installateurs nadrukkelijk een rol. Ten eerste door hun mbo’ers vrij te maken om naar het hbo te gaan. Daarna door hbo-studenten een werkplek te bieden. En ten slotte door aantrekkelijke ontwerpopdrachten neer te leggen bij de opleiding. Het gaat erom dat we gezamenlijk de juiste mensen opleiden. Als we met z’n allen roepen dat techniek sexy is, dan moet die studie dat ook vanaf de eerste dag zijn.’ <

In februari gaven Techniek Nederland, Otib en vier hogescholen met een aantal andere organisaties op de Hogeschool in Utrecht het startschot voor het Center of Expertise HUB (Human Capital for Building Technology). Met de oprichting breidt de technieksector kennis en opleidingen op het gebied van gebouwtechnologie uit en versterkt het de innovatiekracht. Dat is nodig want technisch dienstverleners hebben in toenemende mate behoefte aan praktisch opgeleide hbo’ers en snelle opscholing voor hun technische vakmensen. De initiatiefnemers stimuleren met het expertisecentrum praktijkgericht onderzoek in gebouwtechnologie en versterken de relatie tussen het hbo en de vraag vanuit het bedrijfsleven. Bovendien komt er samenwerking tot stand tussen docentenplatforms, bestaande expertisecentra en hogescholen en bedrijven. Techniek Nederland-voorzitter Doekle Terpstra noemde de oprichting bij de ondertekening cruciaal. ‘We hebben meer hbo’ers nodig om de innovatiekracht van de branche te versterken. De technische sector is de komende jaren onmisbaar voor het oplossen van de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie, mobiliteit, verstedelijking en toenemende complexiteit van onze infrastructuur. Om die ambitie te kunnen waarmaken, zijn meer hbo’ers nodig met kennis van digitalisering, cybersecurity, integraal ontwerpen, multidisciplinair samenwerken en duurzame energietechnieken.’ Behalve de Hogeschool Utrecht zetten ook Hogeschool Arnhem-Nijmegen, Hanzehogeschool en Hogeschool Saxion hun handtekening onder de samenwerking. De doelstellingen van het Expertisecentrum zijn ambitieus. De samenwerking richt zich onder meer op het stimuleren van meer instroom in techniekgerelateerde studies, het vormgeven van aantrekkelijke leerarrangementen en studiebanen en het creëren van een digitaal platform voor kennisuitwisseling tussen hogescholen, bedrijfsleven en studenten.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 19


Praktijkbegeleiders staan garant voor nieuwe collega’s

Succesvol zelf opleiden De installatiebranche zit te springen om gekwalificeerde vaklieden. Maar hoe halen we deze mensen binnen? We kunnen geduldig afwachten of het probleem neerleggen bij scholen, maar als installatiebedrijven kunnen we zelf ook actie ondernemen. Bijvoorbeeld door te ‘investeren’ in goede praktijkopleiders en werkplekbegeleiders, die ervoor zorgen dat nieuwe vakmensen worden opgeleid binnen het eigen bedrijf. Tekst: Ingrid Rompa Fotografie: Industrie

T

opcoach van het jaar 2018, Desiree Kon van installatiebureau Kon, begeleidt al vijf jaar jongeren binnen haar eigen bedrijf. ‘Het is mijn passie om een goed eindproduct te bieden aan onze klanten. Dat lukt alleen met goed personeel en het is een mooie uitdaging om die zelf in de praktijk klaar te stomen. Omdat ‘mijn’ jongens vaak heel jong zijn en een bepaalde bagage hebben, investeren we veel tijd in het opbouwen van een band met ze.’

Desiree verduidelijkt dat ze vaak werkt met jongens met een ‘rugzakje’, die een achterstand in hun loopbaan of opleiding hebben. ‘Er is niets mooiers dan van een 4 een 5 te maken’, straalt ze. ‘Om vervolgens naar een 6 te kunnen groeien en met een 7 te kunnen slagen. Ik vind het fantastisch als ik zie dat iemand zich ook persoonlijk ontzettend ontwikkelt; dus niet alleen op technisch vlak. Dat zo’n jongen van niets ‘iets’ wordt en vervolgens echt een monteur wordt en zelfverzekerd is.’ Installatiebureau Kon is opgericht in 2010 door haar man Gert-Jan. ‘In 2014 zijn we personeel gaan aannemen en jongens gaan opleiden’, licht Desiree toe. ‘We doen dat met ontzettend veel plezier. Sommige medewerkers komen hier al binnen als ze vijftien jaar oud zijn. Zij volgen dan de BBL-opleiding. Maar we hebben ook jongens van twintig, die op niveau 3 instromen. Zij hebben bijvoorbeeld een achterstand opgelopen omdat ze nooit zelfstandig hebben gewerkt, of hebben alleen maar servicewerk gedaan. Dat is dus een heel andere tak. Sommige jongens hebben nog nooit een warmtepomp gezien en een jaar later installeren ze er een.’

Topcoach Desiree is onlangs uitgeroepen tot Topcoach van het jaar 2018. ‘Ik ben leerlingbegeleider/coach’, vertelt ze. ‘En Laurens Vink, onze allround installatiemonteur, heeft de titel ‘beste praktijkopleider van het jaar’ gekregen in Zuid-Holland. We doen het veelal samen, Laurens zit aan de praktijkkant en ik zit meer op de relatie- en theoriekant.’ Dat werkt goed en wordt gewaardeerd, want de medewerkers hebben haar zelf opgegeven voor deze titel, vertelt ze niet zonder trots. ‘Ik vond het al fantastisch om te horen dat ik een van de 750 genomineerden was. Dat ontroerde mij enorm. De band met het hele team was al sterk, maar hierdoor is hij nog hechter geworden.’

Tweede familie

Kevin Groenendijk, mbo-3 service- en onderhoudsmonteur bij Kon: ‘Desiree is als coach ontzettend belangrijk binnen het bedrijf.’

20

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Kevin Groenendijk (20) is sinds kort werkzaam bij installatiebureau Kon. Hij heeft het erg naar zijn zin. ‘De mensen hebben hier nog iets voor elkaar over; ze staan allemaal voor je klaar. Het voelt net als een tweede familie. Desiree is als coach ontzettend belangrijk binnen het bedrijf, vindt Kevin. ‘Als je ergens mee zit, dan kun je met haar praten. Ze is een echte steunpilaar; de moeder van het bedrijf. Ze is zelf ook fanatiek bezig met techniek en duurzaamheid. Dat vind ik echt heel goed. Ze is ook betrokken bij het werk en is geïnteresseerd in onze persoonlijke situatie; zowel thuis als op


Kennis

Wijnand Pul, praktijkopleider bij Hollander Techniek: ‘Mijn leerlingen mogen alles worden, behalve ongelukkig’

school.’ Voordat Kevin bij het installatiebureau kwam werken, werkte hij – in opleiding - bij een loodgietersbedrijf. Nu doet hij de opleiding service-onderhoud. Het is een mix tussen werken en leren. Een dag in de week gaat hij naar school en de rest van de week werkt hij in het bedrijf. De Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) erkent en begeleidt in opdracht van het Ministerie van OCW de leerbedrijven, waar studenten terecht kunnen voor een stage of leerbaan. ‘Het is belangrijk dat een professioneel bedrijf goed geschoolde werkplekbegeleiders of praktijkopleiders in huis heeft’, zegt Vincent van Baaijen, sectorunitmanager Techniek en gebouwde omgeving bij SBB. ‘Een goede praktijkopleider speelt een grote rol binnen het bedrijf. Hij weet en kan niet alleen veel, maar kan bovendien de vakinhoudelijke kennis en diverse vaardigheden op een goede manier overdragen.’ Het is volgens Van Baaijen van belang dat de praktijkopleider door het leerbedrijf goed wordt gefaciliteerd. ‘Dat vraagt om voldoende tijd en ruimte, de mogelijkheid om de deskundigheid te trainen en waardering voor de rol die de praktijkopleider vervult.’

‘Desiree is een echte steunpilaar, de moeder van het bedrijf’

Eerste aanspreekpunt De praktijkopleider zorgt ervoor dat de student kan leren op zijn of haar niveau. ‘Een goede praktijkopleider heeft hier oog voor en volgt de ontwikkeling van de student. Vervolgens stemt hij het handelen daarop af en toetst en analyseert hij regelmatig of de leerdoelen worden behaald en hoe dat gebeurt. De praktijkopleider is tevens de contactpersoon voor de onderwijsinstelling.’ Een goede praktijkopleider maakt volgens Van Baaijen het verschil. ‘Leerlingen staan aan het begin van hun ‘werkzame’ leven. In deze fase kijken zij op tegen mensen die ervaring hebben binnen het vakgebied en zijn ze vaak erg leergierig. Een goed geschoolde praktijkopleider weet precies wat de student nodig heeft aan kennis en praktijkervaring om zich te ontwikkelen. De leerling maakt hierbij zoveel mogelijk praktijksituaties mee, die hij later ook zal tegenkomen in het vak.’

Bedrijfsschool Wijnand Pul is zo’n praktijkopleider. Hij is werkzaam bij Hollander Techniek. Inmiddels zit hij 41 jaar in het vak. ‘Ik ben in 1977 aan het werk gegaan als leerling-elektromonteur.’ Op dit moment leidt hij 42 BBL-leerlingen op met een technische opleiding, variërend van mbo 2- tot mbo 4-niveau. ‘Ons bedrijf heeft 520 vaste medewerkers in dienst en we hebben een eigen bedrijfsschool, onder-

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 21


Kennis

WERKwijs. Ik begeleid de leerlingen en in de functie van docent aan het roc Aventus geef ik op vrijdag een aantal vaktheorielessen. Ik ben tevens leertrajectbegeleider. Ik houd daarbij coachende gesprekken met de leerlingen. Dat vind ik heel belangrijk. Mijn functie is een combinatie van coach, docent en praktijkopleider.’ De coaching begint vanaf het moment dat een leerling bij het bedrijf binnenkomt. ‘Wanneer een jongen of meisje van zestien net van het vmbo afkomt en voor het eerst aan het werk gaat binnen onze organisatie, dan komt er heel wat op hen af. Ik begeleid het hele leer- en werkproces: ik houd contact met de leerlingen, met de werkplekbegeleiders en met de scholen.’ Pul werkt volgens een door hemzelf uitgewerkt begeleidingsplan. Belangrijk motto hierbij is: ‘Je bent nooit uitgeleerd in de techniek’. Samenwerking en vriendschap staan bij Pul hoog in het vaandel. ‘In sommige gevallen zijn soft skills’ belangrijker dan alleen maar ‘het vak leren’, vindt hij.

Vertrouwensrelatie De leerlingen van Pul kunnen alles met hem bespreken op basis van een vertrouwensrelatie. Met zijn coachende manier van begeleiden spoort hij de leerlingen aan eerst zelf met een oplossing te komen. ‘In het formuleren van de oplossing help ik de leerlingen graag telkens weer een stapje verder te denken.’ Vorig jaar is Hollander Techniek landelijk uitgeroepen tot ‘Het Beste Leerbedrijf Techniek en Gebouwde Omgeving’ 2018. ‘Er waren zeshonderd aanmeldingen en uiteindelijk hebben wij gewonnen’, vertelt hij. ‘Ikzelf ben daarnaast uitgeroepen tot Otib Topcoach

Scholing voor praktijkopleiders SBB organiseert algemene workshops en e-learnings voor beginnende praktijkopleiders (niet branche-specifiek). ‘Het belangrijkste is dat een leerbedrijf stimuleert dat de praktijkopleider werkt aan zijn of haar deskundigheid’, zegt Vincent van Baaijen van SBB. ‘Op die manier kan hij of zij zorgen voor de beste praktijkopleiding van de student.’ Dit kan op verschillende manieren: SBB organiseert samen met opleidingsfondsen als Otib en Oom praktijkopleiders-bijeenkomsten in diverse regio’s. Deze bijeenkomsten staan altijd in het teken van het belang en de rol van praktijkopleiders. De adviseurs van SBB coachen en adviseren de praktijkopleiders tijdens hun erkennings- of kwaliteitsbezoeken. Ook diverse scholen en commerciële aanbieders bieden trainingen aan voor praktijkopleiders. Voor meer informatie: Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), tel. 088 338 00 00 en www.s-bb.nl.

Grootbedrijf 2017. Hiervoor hebben mijn leerlingen me aangemeld. Daar ben ik trots op.’ Voor Pul is zijn werk een vanzelfsprekendheid. ‘Ik wil mijn kennis en kunde heel graag delen met deze toekomstige vakmensen. De meerwaarde van een praktijkopleider is volgens mij dat je je leerlingen heel goed kent en precies weet wat er speelt. Je weet dus ook waar je moet bijsturen, omdat je weet wat die jongens uiteindelijk willen bereiken. Ik wil ze daar heel graag bij helpen. Uiteindelijk mogen mijn leerlingen alles worden, behalve ongelukkig.’ <

‘Ik wil mijn kennis en kunde heel graag delen met deze toekomstige vakmensen’

Desiree Kon, Topcoach van het jaar 2018 en leerlingbegeleider/coachbij Installatiebedrijf Kon: ‘Ik vind het fantastisch als ik zie dat een monteur van ons zich ook persoonlijk ontzettend ­ontwikkelt. ‘

22

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Design

Hoogste kwaliteit, eenvoudige installatie Hager designserie berker R.classic Een schakelaar die herinneringen en gevoelens oproept. De designserie berker R.classic verbindt op stijlvolle manier een klassieke vormtaal met vier hoogwaardige materiaalvarianten en een bescheiden, perfect vormgegeven draaiknevel. hager.nl/r.classic

Maand '19

INSTALLATIETECHNIEK 23


Plug & play verovert terrein

‘Installeren wordt als lego bouwen’ Met het toepassen van plug & play-modules (voor energie, water en data) veranderen ook de werkzaamheden voor de installateur. Naast installatiekennis en –expertise, wordt nu ook bouwkundig inzicht verwacht. ‘De branche zal creatief moeten leren denken en doen,’ zegt Rik van Dieren van De Modulefabriek. Tekst: Tseard Zoethout Fotografie: Industrie

R

ik van Dieren is systeemintegrator bij De ­Modulefabriek in Almelo, het samenwerkingsverband tussen Löwik Installatietechniek en de Hegeman Bouwgroep. Sinds 2015 heeft het samenwerkingsverband nieuwe vormen van woningmontage geïntroduceerd. ‘De Modulefabriek’ streeft naar modulaire, nul-op-de-meter, prefabwoningen, die binnen een week de oude woningen in zijn geheel kunnen vervangen. Met dat doel heeft het bedrijf trappen met een leidingschacht gemaakt, waarin de aan- en afvoer van koud en warm water, de ventilatie (wtw) en de leiding van het riool zijn geïntegreerd. Van dat innovatieve systeem werden er de afgelopen drie jaar zeshonderd geleverd, terwijl er voor 2019 alweer zeshonderd op stapel staan. Volgens Van Dieren komt de stip op de horizon – ­vervanging door een Nom-woning binnen één week en op locatie – steeds meer in zicht. Die ontwikkeling is niet van een leien dakje gegaan. Van Dieren: ‘Tijdens de crisis hebben bouwpartijen veel doorlooptijd uit het proces gehaald, door de logistiek beter af te stemmen. Indertijd was er natuurlijk veel bereidheid om daaraan bij te dragen. Opvallend was dat Löwik na een tijd steeds minder enthousiast werd.’ Van Dieren heeft daarvoor wel een verklaring: ‘Als je alles demontabel en klikbaar gaat maken, waar blijft dan het werk voor het installatiebedrijf? We zijn toen op het idee gekomen om een alternatieve business case te ontwikkelen. Dat

24

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Het installeren van een modulaire trap door Eaton in een nieuwbouwwoning in Zwolle.

resulteerde in De Modulefabriek, waarin een deel van het werk van de installateur naar het begin van het bouwproces werd verplaatst, met andere woorden: prefab in de fabriek.’

Meterkast Het meest geëigende punt om met modulaire prefab bouwdelen te starten, was de meterruimte. Volgens

Draadloos plug & play Eind vorig jaar heeft powermanagementbedrijf Eaton Industries een modulaire trap van De Modulefabriek in een nieuwbouwwoning in Zwolle geïnstalleerd. De groepenkast van de daarin geïntegreerde meterruimte is volledig plug & play en uitgerust met vlamboogdetectie. Vlambogen zijn een van de hoofdoorzaken van woningbranden in elektrische installaties. Met de beveiligingscomponenten – die overigens nog niet verplicht zijn – worden dergelijke vlambogen voorkomen. Opvallend is verder dat in de woning geen traditionele wandschakelaars worden gebruikt. In plaats daarvan heeft Eaton Industries – samen met bouwpartijen als VBI, Faay en De Modulefabriek – voor een draadloze oplossing op de prefab wanden van Faay gekozen. Dat is makkelijker, kost slechts enkele minuten installatietijd en geeft de bewoners tot het laatste moment keuzevrijheid waar ze de schakelaars willen plaatsen. Eaton en partners bereiden nu projecten in de sociale woningbouw voor, waar grote voordelen met plug & play-modules zijn te behalen, zonder de architectuur of de bewoners te belemmeren.


Kennis

De groepenkast van de meterruimte is volledig plug & play en uitgerust met vlamboogdetectie.

Nen 2768 moet de meterkast namelijk aan een standaard maatvoering voldoen. Samen met de netbeheerder heeft De Modulefabriek eerst een stekkermodule ontwikkeld, waarmee het huis – net als een laadpaal – altijd eenvoudig aan het net is te koppelen. Die ontwikkeling bleek ook de opmaat tot een geïntegreerde, modulaire trap. ‘Door de maattoleranties tot een minimum beperken, voorkomen we problemen tijdens de installatie’, licht hij toe. ‘Technisch gezien is dat voor elke woning elke keer anders, maar de breedte van het trapgat blijft altijd een veelvoud van 1,20 m. In de lengte hebben we utiliteit als warmte, koude en wtw-ventilatie ondergebracht. De top van de geïntegreerde trap past precies in de voet van de eerste verdieping. Het installeren wordt daarmee bijna als lego bouwen.’

Creatief uitvoeren Bij De Modulefabriek worden aansluitingen en het leidingwerk standaard. Dat zorgt volgens de systeemintegrator voor nieuwe bedrijfsmodellen voor de installateur. In plaats van alleen installaties te plaatsen, zullen ze zich meer moeten richten op modulaire woningen. ‘Zoals innovator en ondernemer Jan Willem van de Groep al zei: ‘de keukenmonteur wordt de bouwer van de toekomst’’, aldus Van Dieren. ‘Dat betekent dat installatiebedrijven zich minder op de bouwplaats zelf moeten richten, maar eerder kennis en expertise van het hele bouwproces tot zich moeten nemen. Een deel

De trap van de Modulefabriek waarin een leidingschacht, de aan- en afvoer van koud en warm water, de ventilatie (wtw) en de leiding van het riool zijn geïntegreerd.

gebeurt in de fabriek voor prefab bouwonderdelen, een ander deel gebeurt traditioneel op de bouwplek. De installateur wordt met dergelijke plug & play-onderdelen een montagemedewerker die zowel verstand van E en W heeft, als van bouwkundige aspecten.’ Volgens Van Dieren zullen installateurs zich op de nieuwe situatie moeten instellen. ‘Modulaire woningbouw vereist flexibiliteit van geest. Je mag de kop in het zand steken, maar die ontwikkeling valt niet tegen te houden. Aan de vraagkant zal het niet liggen. We zullen volgens maatschappelijke opgave 80.000 woningen per jaar moeten bouwen, terwijl de maximale capaciteit nu stokt rond de 60.000 woningen. De omslag naar modulair bouwen wordt lastig, maar is wel noodzakelijk. Expertise en kennis komen uit experimenten, dus in de praktijk. We zullen elke keer stapjes moeten zetten. Dan kunnen we over twee jaar, modulaire woningbouw binnen een week op locatie realiseren’, besluit de systeemintegrator. <

‘Een deel van het werk van de installateur wordt naar het begin van het bouwproces verplaatst’

Lees meer artikelen in het dossier Laagspanningsinstallaties www.ew-installatietechniek.nl/dossiers

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 25


Sociocratisch beleid Endenburg Elektrotechniek levert veel werkplezier op

‘In ons bedrijf voelt iedereen zich eigenaar’

Wie denkt dat de installatietechniek een traditionele branche is, zou eens bij Endenburg moeten gaan kijken. Bij dit elektrotechnisch bedrijf is één gemotiveerde tegenstem voldoende om een heel idee niet te laten doorgaan. De medewerkers participeren in de koers van het Rotterdamse bedrijf en oefenen bovendien zeggenschap uit over de aandelen. Met deze sociocratische bedrijfsstructuur is elke medewerker medeverantwoordelijk voor het succes van de onderneming. Tekst: Kerstin van Tiggelen Fotografie: Industrie

26

INSTALLATIETECHNIEK April '19

H

et is een bedrijf om trots op te zijn, Endenburg. Nu zijn Rotterdammers dat sowieso op elk bedrijf dat in de Maasstad succesvol de handen uit de mouwen steekt, maar er zijn ook tal van objectieve argumenten om trots te zijn. Een gezonde bedrijfsvoering, ambitieuze projecten, een historie die al richting de honderd jaar gaat, collega’s die zomaar dertig, veertig jaar in dienst zijn en blijven. En - heel bijzonder - een van de slechts vier bedrijven in Nederland die door de SER zijn vrijgesteld om een ondernemingsraad in te stellen. In het bedrijf van zijn ouders dat in 1928 met de verkoop van lampenkap-


Kennis pen begon en zich later ging toeleggen op elektrotechnische installaties, introduceerde de toenmalige directeur Gerard Endenburg in 1970 de sociocratische beginselen. In 1984 kreeg dit zijn definitieve beslag. In dat jaar werden alle aandelen in het bedrijf overgedragen aan een stichting, waardoor de medewerkers eigenaar werden van het bedrijf. In december van het afgelopen jaar kwam met de overdracht van het Rotterdamse bedrijfspand definitief een einde aan de verbinding met Gerard Endenburg.

Volledige vetokracht Het is goed om eerst even te vertellen wat een sociocratie niet is. Het is geen democratie, waar iedereen een stem heeft maar de meerderheid uiteindelijk wint. ‘Democratie is een mooie uitvinding, maar is duidelijk aan haar eind. Democratie gaat namelijk steeds over winnen of verliezen: de meerderheid wint, de minderheid verliest. Sociocratie is de enige mogelijkheid om vooruit te kunnen’, aldus Endenburg in 2016 in een interview met nieuworganiseren.nu. Het is ook geen communistische gemeenschap, waar iedereen gelijk is en niemand bezit heeft. Endenburg: ‘Dat is het grootste misverstand dat er bestaat over sociocratie: het is niet anti-hiërarchisch. Hiërarchie betekent niets anders dan volgorde. Daar is op zich niks mis mee.’ Maar hoe zit het dan wél? In een sociocratie heeft iedereen een stem, en één stem heeft volledige vetokracht. Anders gezegd: iedereen moet het over een onderwerp eens zijn, en anders gaat het niet door. Om dit zogeheten consentbeginsel werkbaar te houden, zijn er wél een paar afspraken. Een tegenstem moet altijd goed worden onderbouwd. Daarnaast zijn alle

De achtergrond Pionier in de sociocratische organisatiestructuur was Kees Boeke. Hij richtte bijna honderd jaar geleden in Bilthoven een basis- en middelbare school op, waar leerlingen en leraren gelijk waren: Werkplaats Kindergemeenschap. Een van deze leerlingen was Gerard Endenburg (1933). Nadat hij het bedrijf van zijn ouders had overgenomen, voerde hij de sociocratische structuur in en werkte dit gedachtengoed verder uit tot de sociocratische kringorganisatiemethode, kortweg SKM. In 1992 promoveerde Endenburg op het onderwerp Sociocratie als Sociaal Ontwerp, en werd later bijzonder en honorair hoogleraar aan de Universiteit Maastricht. Op dit moment begeleidt hij vanuit het door hemzelf opgerichte Sociocratisch Centrum bedrijven met sociale innovatie.

onderwerpen verdeeld onder thematische, sociocratische kringen binnen het bedrijf, die worden gevormd door gekozen vertegenwoordigers van verschillende afdelingen. Per agendapunt worden altijd drie rollen vervuld: een opdrachtgever, een uitvoerder en een terugkoppelaar. Voor de zekerheid worden alle rollen gedubbeld. Inspecteur Dennis Leijten is voor het vierde jaar in de zogeheten bedrijfskring afgevaardigde van zijn afdeling Maintenance. ‘Twintig jaar geleden kwam ik als leerling-monteur in dienst. Zodra je snapt hoe de bedrijfsvoering in elkaar zit, raak je meer betrokken. Je krijgt ongeacht je functie écht antwoord op vragen die je stelt. Ik ben vooral door die gelijkwaardigheid één geworden met het bedrijf.’

‘Sociocratie is de enige mogelijkheid om vooruit te komen’

Onderscheidend vermogen

In 1970 introduceerde toenmalig directeur Gerard Endenburg (links) bij zijn bedrijf de sociocratische beginselen. Directeur Job Knoester (rechts): ‘Niemand is hier een speelbal van het bedrijf'

Blije werknemers zijn uiteraard een hoog goed binnen het HRM-beleid, maar wat levert de sociocratische kleur het bedrijf nu op? Directeur Job Knoester hoeft geen moment na te denken: ‘Heel veel werkplezier. De mensen voelen zich ook echt eigenaar. Zij zien dat ze invloed kunnen uitoefenen op zaken, op een manier die in andere bedrijven niet zou kunnen. Niemand is hier een speelbal van het bedrijf. We zijn een lerende organisatie en je bent in de lead van je eigen baan en loopbaan.’ Doordat kennis en ervaringen vanuit alle hoeken van het bedrijf wordt gehoord, maken zelfs de meest verrassende suggesties kans om op de vergadertafel van de topkring – het hoogste orgaan – terecht te komen. Bovendien werkt de structuur, of beter: cultuur, ook positief door in de relaties met klanten, aldus Knoester. ‘Opdrachtgevers gaan steeds meer naar functionele vraagstelling, waardoor de achtergronden

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 27


Kennis Dennis Leijten: ‘Zodra je snapt hoe de bedrijfsvoering in elkaar zit, raak je meer betrokken’

minder zichtbaar zijn. Wij zijn nieuwsgierig en proberen de klanten te begrijpen. Alleen dan kun je het beste ontwerp maken. Dat is ons onderscheidend vermogen. Want als je luistert, maak je verbinding. Dankzij onze cultuur weten onze mensen dat als ze even doorvragen en in de huid van een ander kruipen, de kansen voor het oprapen liggen. Want als je ergens aandacht aan geeft, dan gaat het groeien.’

Voortdurende inspanning Hoe ervaart Knoester zelf zijn positie? Want hoe je het ook wendt of keert, er staat maar mooi ‘directeur’ op zijn visitekaartje. ‘Klopt, en daar ben ik trots op. Ik ben algemeen directeur, met de gezagsverhoudingen, verantwoordelijkheden en het salaris die daarbij horen. Maar alle emolumenten - denk aan opleidingsmogelijkheden of winstuitkeringen - zijn in verhouding voor iedereen gelijk. Vergis je overigens niet in de voortdurende inspanning die geleverd moet worden om een sociocratie levend te houden. Om te beginnen heeft niet iedereen een intrinsieke drive om mee te denken over het beleid van het bedrijf. Actieve deelname vraagt om bepaalde eigenschappen van de collega’s. Zoals niet alleen maar instructief werken, maar de dialoog willen aangaan om een stuk ondernemerschap op je te nemen. Daarom stimuleren we nadrukkelijk zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Als iemand ergens niet uitkomt, gaat hij zelf hulp zoeken bij een collega of zijn kennis verrijken. Daarnaast moet de sociocratische organisatievorm ook wel bij jou als leidinggevende passen. Het kost veel energie om steeds uit te leggen hoe en waarom je iets doet. Een grote valkuil is dat je daar in de waan van de dag weleens geen zin in hebt. Dan leren mensen het snel af om iets te zeggen, en vooral om iets terug te zeggen.

ik had direct het gevoel dat ik bij Endenburg moest zijn. Je wordt meer betrokken bij het bedrijf, je krijgt veel meer een band; echt zo’n familiesfeer. Je kunt meebeslissen, dus je voelt de verantwoordelijkheid om eerlijk en oprecht te zijn, en je mening goed te onderbouwen. Zelf zit ik niet in een kring, maar in afdelingsvergaderingen kun je ook je grieven op tafel leggen. En bijvoorbeeld voorstellen om over te stappen naar een andere leverancier. De afgevaardigde gaat daar dan mee verder. Er komt niet altijd gelijk antwoord, soms moet er iets worden onderzocht, maar daarna volgt een deugdelijk verhaal. Soms is het een fijn antwoord en soms niet. Maar als team en bedrijf kom je verder, daar draait het om. Niet om ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken.’

Postduif Acht jaar geleden kwam Joey Verbeek bij Endenburg binnen als contractbeheerder. Bij het wervingsbureau kreeg hij te horen dat er bij zijn nieuwe werkgever een bijzondere bestuursvorm heerste, en dat merkte hij direct. ‘De bevlogenheid van de Endenburgers sprak uit alles; heel bijzonder. Zaken worden niet top-down de organisatie ingeduwd. Dankzij de gelijkwaardigheid van alle individuen is het draagvlak veel groter. Ik heb me nog nooit verkiesbaar gesteld voor een kring, maar dit jaar zijn er weer verkiezingen dus misschien wordt het wel mijn tijd’, zegt Verbeek met een lach. ‘Mensen die zich hier goed voelen, blijven bijna voorgoed. En áls collega’s dan na bijvoorbeeld twaalf jaar weggaan, dan komen ze als een postduif terug. Zó waardevol is onze manier van samenwerken’, besluit Knoester. <

‘Niet ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’

Echte familiesfeer ‘Natuurlijk lopen we soms te klagen, maar ja, dat doe je thuis ook’, vertelt Marcel Vis. Als paneelbouwer maakt hij complexe schakelkasten. ‘Hightechwerk voor de grote jongens’, zo zegt hij. ‘Ik zit hier 31 jaar, dat wil wel wat zeggen over het bedrijf. Ik werd wel klaargestoomd voor de mts, maar leren was niet echt mijn ding. Toen ik ging solliciteren kon ik eigenlijk overal beginnen. Maar

28

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Marcel Vis (links): ‘Je wordt meer betrokken bij het bedrijf, je krijgt veel meer een band; echt zo’n familiesfeer’ Joey Verbeek (rechts): ‘Dankzij gelijkwaardigheid van alle individuen is het draagvlak van beslissingen groter’


NIEUW

GEBERIT SUPERTUBE

MEER RUIMTE IN MINDER TIJD

RH

BO OOG

UW

w gbou o o h r in a r semril 2019 o o v 8 ap u aan uw Meld nderdag 1 ogbo o h o r d a op min t.nl/se i r e b ge w w w.

NA I M E S

Geberit SuperTube is hét innovatieve afvoersysteem voor hoogbouw. Drie geavanceerde - en gepatenteerde - fittingen zorgen bij verdiepingaansluitingen en richtingverandering in de standleiding voor een continue luchtkolom in de afvoerleiding. Hierdoor is de installatie van een parallelle omloop- of secundaire ontspanningsleiding niet langer nodig. Horizontale verslepingen tot 6 meter kunnen zonder afschot worden geïnstalleerd. Dit bespaart zowel materiaal, ruimte én tijd! Slim bekeken. www.geberit.nl

SLIM BEKEKEN Maand '19

INSTALLATIETECHNIEK 29


Hoe plan ik alle handen? Denk Technische expertise is belangrijk, maar het succes van een project hangt ook af van een efficiënt logistiek proces. De opgave om alle mensen en middelen op het juiste moment op de juiste plek te hebben, is vaak gecompliceerd. Jaap Hazeleger, directeur Bam Bouw & Techniek adviseert bedrijven om vooral aan de voorkant van het project alles tot het hoogste detailniveau te hebben uitgedacht.

gekoppeld aan de ontwikkeling van geïntegreerde, techniekgedreven, modulaire concepten. Vandaag de dag kunnen we voor onze projecten gemiddeld tachtig procent modulair ontwikkelen. Dat stelt ons in staat het proces efficiënter te maken, faalkosten te beperken, maximaal te prefabriceren en te standaardiseren en op de bouwplaats zoveel mogelijk te assembleren.’

Tekst: Jojanneke Rodenburg Fotografie: Industrie

Modulair ontwikkelen en bouwen is wezenlijk anders dan prefabriceren. ‘Het is écht iets nieuws’, benadrukt Hazeleger. ‘Dat betekent dat je ook nieuwe competenties bij de medewerkers moet aanboren. Zowel op de bouwplaats als op kantoor. En door van elkaar te leren, gaat die ‘projecttrein’ steeds soepeler lopen. Het is een traject van jaren, maar wel een die zijn vruchten afwerpt. Wanneer de procesonderdelen helder en voorhanden zijn, kun je mensen en middelen beter op elkaar afstemmen en maak je een kortere doorlooptijd mogelijk.’ Het bedrijf is dan ook steeds beter in staat ‘Just in time’ (JIT) de benodigde modules op de bouwlocatie af te leveren. Door levering en productie optimaal op elkaar af te stemmen, zijn er bijna geen voorraden meer nodig.

N

og snel even wat op de bouwplaats corrigeren, leidt bijna altijd tot vertragingen en problemen, meent Hazeleger. ‘Het is een valkuil waar iedereen wel ervaringen mee heeft. Voorkom dit. Zorg dat je op kantoor alles hebt uitgedacht, op locatie moet je alleen nog willen monteren. Wanneer je het logistieke plan nauwkeurig inricht en navolgt, kun je ‘lean’ werken; dus met zo min mogelijk afval en voorraad. Wij streven er bijvoorbeeld altijd naar om het geleverde materiaal direct te verwerken. Dat kan alleen als je in het logistieke plan de juiste hoeveelheid handen hebt ingecalculeerd.’

Soepele ‘projecttrein’

Modulair werken Volgens Hazeleger is het belangrijk om voorafgaand aan elk project een duidelijke visie op de werkwijze te formuleren. Pas als een bedrijf weet waar het naar toe wil, kan de weg worden uitgestippeld. Bam hanteert een modulaire visie. ‘Wij hebben geïnvesteerd in technieken, waarmee we tot het hoogste detailniveau digitaal kunnen engineeren. Die kunde hebben we

30

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Integraal ketenbeheer Wanneer doel, resultaat en pad ernaartoe ondubbelzinnig zijn vastgelegd, is het tijd voor een gecontroleerde uitwerking. Een coördinerende rol die onder andere is weggelegd voor het projectmanagement. Dat mag strak; niet alleen intern, maar ook extern. Hazeleger benadrukt dat die geoliede projectmachine alleen


Kennis

modulair! werkt wanneer iedereen van zijn eilandje afkomt. ‘Wil je het bouwproces echt ‘lean’ maken, dan moeten de engineeringsfase, productiefase en bouwfase optimaal op elkaar worden afgestemd. Dat kan je niet alleen, daar heb je partners voor nodig. Bedrijven moeten zich daarvoor openstellen; transparant zijn naar leveranciers en partners. Samen kun je de keten stroomlijnen en geloof me, dat is winst voor alle partijen.’ In vaktaal heet dit Supply chain management (SCM) en dat is volgens de Bam-directeur een van de belangrijkste ontwikkelingen in de huidige logistiek van mensen en middelen.

Aangepaste vaardigheden Nieuw? Voor de bouw waarschijnlijk wel. Traditioneel gezien blinkt deze sector uit in het ‘ik-denken’. Het besef groeit echter dat door transparant en efficiënt te acteren, kwaliteit kan worden verbeterd. Zowel bij kleinere als grote bedrijven. Er worden organisatorische stappen gezet om dit gedachtegoed beter te faciliteren. Volgens Hazeleger kunnen de opleidingsinstituten niet achterblijven. ‘De praktijk draait allang niet meer alleen om technische uitdagingen. Vaardigheden als Bim, datamodellering en data-analyse worden steeds belangrijker om een efficiënte structuur te bereiken. Kortom, we hebben behoefte aan een ander type medewerker. Opleidingen moeten dus breder. Dat maakt de studie interessanter en verhoogt tevens de instroom. Zo blijven we hopelijk ook in de toekomst voorzien van voldoende handen.’ <

Supply chain management (SCM) De toeleveringsketen, de supply chain, strekt zich uit van het bedrijf dat de ruwe input levert, tot aan de uiteindelijke eindgebruiker van het product. Supply chain management (SCM) richt zich op het verbeteren van processen en samenwerking met leveranciers en afnemers in deze keten, zodat een betere functionaliteit van deelnemende bedrijven ontstaat. Dit integrale ketenbeheer betreft de stromen van informatie, services, goederen en geld. Organisaties die deel uitmaken van geïntegreerde ketens kunnen sneller en flexibeler leveren, kampen met minder voorraad- en faalkosten, scoren een hogere klanttevredenheid, kunnen beter duurzaamheid realiseren en hebben meer innovatiekracht.

Just in time (JIT) Het betekent ‘precies op tijd’ leveren wat de klant of ketenpartner nodig heeft. De bedoeling hierachter is om levering en productie zodanig op elkaar af te stemmen dat er nauwelijks tot geen voorraden nodig zijn. De leveringen gebeuren precies op het moment dat ze nodig zijn. Er hoeft dus niets te worden opgeslagen. Dit zorgt uiteindelijk voor het wegvallen van voorraadkosten en alle andere daarbij optredende kosten.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 31


Groothandels schatten kennis op waarde in Het zeker stellen van kennis, hoe doen groothandels dat? Het geheim schuilt in het goed luisteren naar vakmensen en de markt. Die informatie wordt vervolgens omgezet in praktische trainingen en cursussen. Zo toont Technische Unie In hun inspiratiecentrum de ins en outs van pv-panelen installeren en aansluiten. En Oosterberg maakt samen met Greenworks de levenscyclusanalyse van elektrotechnische producten inzichtelijk. Tekst: Tseard Zoethout Fotografie: Industrie

V

‘We splijten bergen gedegen achter­grond­ kennis in hanteerbare stenen’

32

oor het overdragen van kennis verzorgt Technische Unie met een ervaren team van acht personen een scala aan opleidingen, trainingen en cursussen voor de (installatie) bouw vanuit haar kenniscentrum TU Campus. Volgens Marcella Slechtenhorst, manager opleiding en ontwikkeling bij Technische Unie, hebben ze daarvoor al sinds jaar en dag de kennis en expertise in huis. Slechtenhorst: ‘Het is altijd het doel de balans te vinden tussen achtergrondkennis, didactische overdracht en goede toepassingen in de praktijk. Dankzij medewerking van onze klanten en externe partners voegen we kennis en praktische vaardigheden voor zowel installateurs als monteurs toe. Indien de cursisten het certificaat hebben behaald, kunnen ze via Otib een deel van de

INSTALLATIETECHNIEK April '19

afdracht terugvorderen. Zo wordt het voor veel installatiebedrijven ook aantrekkelijk om hun kennis bij te spijkeren.’ ‘In ons inspiratiecentrum in Zwolle laten we bijvoorbeeld zien hoe installateurs pv-panelen kunnen plaatsen, tot de aansluiting aan toe. Wij voorzien hen van kennis, zodat ze aan brandveiligheidsnormen en andere standaarden voldoen. Tijdens die cursus besteden we ook nadrukkelijk aandacht aan hoe de installateur in gesprek gaat met de eindgebruiker vaak de consument - en hoe die tevreden kan worden gehouden. Wat we de laatste jaren hebben gemerkt, is dat het verhaal verkopen wel bij installateurs leeft, maar dat het bij de monteur wat minder tussen de oren zit. Die wil liever sleutelen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat klanten tevreden zijn, zelfs enthousiast worden, voor een warmtepomp terugkomen en vinden dat ze goed zijn geholpen. Ons opleidingscentrum splijt daarom bergen gedegen achtergrondkennis in makkelijk hanteerbare stenen, waarmee de monteurs en installateurs meteen aan de slag kunnen. Inhoud en uitvoering liggen immers dicht bij elkaar.’

LCA Light Twee jaar geleden kwam groothandel Oosterberg erachter dat vooral de kleinere klant niet op de hoogte was van de kenmerken van hun assortiment. Via Otib heeft het bedrijf toen korte presentaties gehouden Het inspiratiecentrum van de Technische Unie in Zwolle, waar installateurs hun kennis kunnen bijspijkeren.


Kennis

Grote groothandels Technische Unie is de grootste technische groothandel van Nederland. In 2012 behoorde het tot de eerste 250 bedrijven die hun CO2-uitstoot voor de distributieactiviteiten in vijf jaar met 20 procent wilden reduceren. Daarvoor ontving het de Lean & Green Award. De groothandel levert meer dan twee miljoen artikelen aan zo’n zevenhonderd leveranciers. Oosterberg is de succesvolle, snelgroeiende ISO-gecertificeerde groothandel, met driehonderd medewerkers en twintig vestigingen verspreid over het land. Vorig jaar vierde het bedrijf haar 125-jarig bestaan en kreeg het predicaat ‘Koninklijk’ toegekend.

op een aantal actuele thema’s. Een van die thema’s was duurzame productvoering. Oosterberg heeft zich eerder bij Greenworks aangesloten, het label dat voor steeds meer elektrotechnische producten een duurzaamheidscore geeft van een tot twintig, op basis van levenscyclusanalyses (LCA’s). Het Greenworkslabel kwam tot stand door het Rijk en rekeninstrumenten (als GPR Gebouw en Breeam NL) en op initiatief van Raab Karcher, De Jager-Tolhoek en Van Keulen. Partners zijn Wasco (sanitair) en Oosterberg (installaties). ‘Het was een moeilijke missie toen we daarmee zes, zeven jaar geleden begonnen’, licht Erik Spijkerman, marketingdirecteur van Oosterberg, toe. ‘LCA’s voor producten stonden indertijd nauwelijks op het netvlies in de branche. Wij wilden dat letterlijk en figuurlijk zichtbaar maken. Het trok een zware wissel op research en development. Dakpannen en isolatiedekens waren het eerst aan de beurt. Voor elektrotechnische producten bleek het wel complexer te zijn: een bewegingsmelder heeft bijvoorbeeld tal van onderdelen die verspreid over de wereld worden gefabriceerd. Wij hebben daarna leveranciers gezocht en getoetst en de productgroepen gelabeld. Nu wordt deze LCA Light

volledig in onze webshop geïmplementeerd aan de hand van tien criteria, waaraan men kan aflezen wat de milieucomponent van onze producten is.’

Ketensamenwerking Uniek aan het duurzaamheidlabel voor deze groothandelsproducten is de ketensamenwerking. ‘Greenworks heeft nu drie academies verspreid door het land. Hier wordt aan kennisoverdracht over actuele onderwerpen gedaan, zoals het behalen van energielabel C’, vervolgt Spijkerman. ‘Uniek is dat we alle partijen in de bouwkolom fysiek bij elkaar brengen. De kunst is om de juiste instructeurs te vinden. Installatiebedrijven komen handen te kort en hebben geen tijd, maar de behoefte aan dergelijke actuele kennis is enorm. De cursussen zitten vol en worden uitstekend gewaardeerd. In samenwerking met de fabrikanten bieden we deze basistrainingen gratis aan. Voor meer gespecialiseerde cursussen – bijvoorbeeld programmeren voor gebouwautomatisering –wordt de kostprijs berekend. Als groothandel nemen wij onze verantwoordelijkheid voor de branche.’ ‘Uiteindelijk’, zo voegt hij nog toe, ‘zal de branche ook meer moeten gaan delen met de consument, die met talloze vragen over bouw, renovatie, subsidies en duurzame technieken zit. Het is echter niet wenselijk om dat vanuit één individueel bedrijf te doen. Dat moet branchebreed worden gedragen.’ <

‘Als groothandel nemen wij onze verantwoordelijkheid voor de branche’

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 33


‘Installateurs vinden het een gave techniek’

Potentie grootschalige zonthermie sterk onderschat Zonnepanelen hebben hun plek op de markt sterk veroverd. Maar deze duurzame energieopwekker heeft nog een minder bekende en ook minder toegepaste broer: de zonnecollector. Het verschil met panelen is dat collectoren de zonne-energie niet omzetten in elektriciteit, maar in warmte. De potentie van deze opwekker wordt sterk onderschat en kan - zeker in grootschalige systemen - voor een forse verduurzaming zorgen. Tekst: Leo Hoekstra Fotografie: Industrie

Z

onthermie, de energievorm die zonnecollectoren oogsten, is bij het grote publiek een minder bekende vorm van duurzame energie dan zonnestroom. Dit komt vooral tot uiting in het beperkte aantal projecten waarin zonnecollectoren op grote schaal worden toegepast. Dat constateert ook Robbert van Diemen, die als commercieel directeur actief is bij HRsolar Projects. Het zusterbedrijf van collectorfabrikant HRsolar specialiseert zich in grote, zonthermische projecten; systemen met een collectoroppervlakte van 30 m2 of groter. ‘We leggen in Nederland zonnepanelenvelden en windmolenparken aan, maar de potentie van zonnecollectoren zien we nog vaak over het hoofd. Terwijl de efficiëntie per vierkante meter veel hoger is. Sterker nog: zonnewarmte geeft de hoogste energieopbrengst per m2 oppervlakte.’

34

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Ondergeschoven kindje Op de vraag hoe het komt dat de zonnecollector qua gebruik een relatief ondergeschoven kindje is ten opzichte van het pv-paneel, wijst Van Diemen naar de onbekendheid van zonthermie. ‘Om voor het voetlicht te komen als mogelijke duurzame oplossing, moeten potentiële gebruikers wel van het bestaan van zonnewarmte afweten. Dat begint onder andere bij de energieadviseurs, die energieoplossingen aandragen voor bedrijven en woningen. Wanneer je als collectorleverancier of -installateur via de energieadviseur de mogelijkheid hebt om aan tafel aan te schuiven, heb je een ingang. Het is dus belangrijk dat meerdere partijen de mogelijkheden van zonthermische oplossingen kennen.”

Bekendheid creëren Van Diemen schat dat in zeventig procent van alle projecten waarbij men duurzame energieoplossingen zoekt, er te weinig kennis is over zonnewarmte. ‘Dat is niet alleen zo bij adviseurs, maar ook bij de overheid en ondernemers. Er is zoveel onbekendheid over deze techniek, terwijl de mogelijkheden enorm zijn. Als we zelf een project uitrekenen, denken we soms: ‘verdorie wat kun je veel geld verdienen met zo’n businesscase’. En als je het niet voor de duurzaamheid wil doen, doe het dan voor de besparing.’ Van


Kennis

Vooral in de glastuinbouw is de potentie van zonthermie enorm, zoals hier bij Tesselaar Fresia in Heerhugowaard

‘Zonne­ warmte geeft de hoogste energie­ opbrengst per m2 oppervlakte.’

Diemens collega Steven Triep vult aan dat de relatieve onbekendheid met de techniek ook zorgt voor terughoudendheid bij sommige installateurs. ‘Wanneer je zonnecollectoren vaker op grote schaal wil toepassen, is ontzorging van installerend Nederland ook belangrijk. Bepaalde partijen hebben toch een beetje angst om met een techniek te werken waar ze weinig vanaf weten. Terwijl we vaak zien dat als installateurs zo’n project opleveren, ze het wel een gave techniek vinden om mee te werken.’

‘Meer concurrentie gewenst’ Triep vervolgt: ‘Ook banken die leningen verstrekken om dergelijke projecten te bekostigen, moeten met zonthermie bekend zijn. Wanneer een kredietverstrekker niet weet waar de lening voor is, is de kans dat hij deze honoreert minimaal. Van Diemen: ‘Het klinkt misschien gek uit onze monden, maar wat we eigenlijk nodig hebben is meer concurrentie op het gebied van zonthermie. Meer concurrentie betekent meer communicatie over wat we aanbieden. Dat leidt weer tot meer bekendheid en meer aanvragen voor projecten met grootschalige toepassing van zonnecollectoren.’

Grootste zonthermieproject Nederland Een van de concurrenten die HRsolar Projects al wel heeft, is G2 Energy. Deze zonnecollectorenfabrikant

plaatste bij Tesselaar Freesia Heerhugowaard het grootste zonthermische systeem van Nederland. Maar liefst 9.300 m2 aan zonnecollectoren gaan - als het project is afgerond - de verwarming van een kassencomplex verzorgen. De overtollige warmte die de collectoren in de zomer oogsten, slaat de teler op in de bodem zodat hij de warmte op een later moment met warmtepompen in de kas kan inzetten. ‘Die bodemopslag is echt nodig als je zonthermie in kassen wilt inzetten’, zegt Arjan de Bruin, directeur bij G2 Energy. ‘In de glastuinbouw moet de temperatuur in de kas het hele jaar door hetzelfde zijn. In de winter is dit een uitdaging; het is niet alleen kouder buiten, maar er is ook minder zon, waardoor de zonnecollectoren minder warmte opwekken. Met alleen de collectoren zelf red je het dan niet. Om die reden ontkom je niet aan een combinatie met een andere techniek, zoals warmteopslag in de bodem.’

Complementaire technieken De Bruin ziet het niet als negatief dat bij zonthermie de combinatie met een vorm van warmteopslag noodzakelijk is: ‘Je kunt een piketpaal wel ver weg zetten, maar je kunt er ook eentje tussenplaatsen. Je hebt dan een richting vanwaar je vervolgens de volgende stap kunt zetten. Zo moet je dit ook zien, want feit blijft dat je met zonnewarmte al op de duurzame weg zit.’ Van Diemen vult aan: ‘Als het om energieoplossingen gaat, zie je dat

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 35


Kennis Techniek met potentie Adviesbureau Berenschot bracht in kaart welke rol de verschillende duurzame energieopwekkingsmethodes kunnen hebben in de energietransitie. Uit dit onderzoek blijkt dat zonnewarmte de meeste energie per vierkante meter levert. Omdat je de ­gewonnen warmte in de bodem kunt opslaan, is zonnewarmte ook flexibel inzetbaar en goed toe te passen in woningen en voor warmtenetten. Verlaging elektriciteitspieken Bij het gebruik van warmtenetten kan zonthermie een uitkomst zijn om levering van warmte door geothermie en restwarmte aan te vullen, als die bronnen niet toereikend zijn. Ook kunnen zonnecollectoren een rol vervullen bij het energetisch in balans brengen van een WKO-systeem. Verder kan thermische energie bijdragen aan de verlaging van het aantal pieken in het elektriciteitsnet, omdat de elektriciteitsvraag voor warmteopwekking via een warmtepomp sterk vermindert. Grotere CO2-besparing De combinatie van zonnewarmte met andere duurzame bronnen resulteert ook in een grotere CO2-besparing dan wanneer je alternatieve duurzame bronnen inzet zonder de combinatie met zonthermie. De jaarlijkse kosten van een grootschalig zont­hermiesysteem (afschrijvings-, financierings- en energiekosten) liggen lager dan die van andere duurzame systemen met een vergelijkbaar opwekvermogen.

partijen vooral zoeken naar autonome oplossingen, waarbij de keuze voor de ene, de andere uitsluit. Maar zonnewarmte is juist goed inzetbaar in combinatie met andere technieken. Warmte- en koudeopslag is zo’n voorbeeld van een techniek die uitstekend samengaat met zonthermie. We moeten af van de productbenadering en juist toe naar een conceptbenadering, waarbij je uitgaat van systemen die elkaar aanvullen.’

Financiële stimulans Investeren in nieuwe energiesystemen zoals zonnecollectoren kan een kostbare aangelegenheid zijn. Omdat zonthermie een duurzame energiebron is, kunnen ondernemers in het kader van de energietransitie gebruik maken van een of meerdere subsidies. Een belangrijke subsidie waar je aanspraak op kunt maken bij de aanschaf van zonnecollectoren is de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+), die momenteel veel businesscases rond maakt’, vertelt De Bruin. ‘Het voordeel van deze subsidie is dat hij vijftien jaar doorloopt en de efficiëntie van een energiesysteem beloont. Na die eerste vijftien jaar kan een zonthermisch systeem met goed onderhoud vaak nog eens vijftien jaar mee. Bovendien kun je voor zonneboilers een subsidieaanvraag doen via de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE). De hoogte van de subsidie hangt af van het collectoroppervlak. Verder is het ook mogelijk om aanspraak te maken op de Energie-investeringsaftrek (EIA), waarbij je als ondernemer fiscale aftrek krijgt voor duurzame investeringen.’

‘We moeten van een product­ benadering naar een concept­ benadering.’

meent Triep. ‘Maar ook in de veehouderij liggen grote kansen voor deze techniek. Gedurende een bepaalde periode drinken grote aantallen kalveren dagelijks 8 liter opgewarmd water. Als je dit water opwarmt met zonthermische systemen in plaats van met een gasgestookte ketel, verdien je de investering in de collectoren al in circa 4,5 jaar terug.’ Van Diemen: ‘In principe kunnen alle bedrijven die procesmatig warmte nodig hebben, profiteren van de voordelen van zonthermie. Naast de agrarische sector komen bijvoorbeeld ook de recreatiesector en de industrie in beeld als mogelijke klanten bij wie je zonthermische systemen kunt aanbieden. Ook zorgcomplexen lenen zich goed voor grootschalige toepassing van zonnewarmte.’ De Bruin noemt ook bedrijven die veel warm tapwater gebruiken als een voor de hand liggende opdrachtgever voor projecten met grootschalige zonthermie. ‘Wasserettes en autowasserettes kunnen met zonnewarmte al snel 50 tot 60 procent aan fossiele brandstof besparen, of dat nu olie, gas of iets anders is.’ <

Kansen Zowel Van Diemen en Triep als De Bruin zien mogelijkheden om grootschalige zonthermische systemen in te passen in verduurzamingstrajecten. ‘De glastuinbouw is een hele belangrijke sector als je kijkt naar kansen om meer projecten te realiseren die op grote schaal gebruikmaken van zonnewarmte’,

36

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Ook in sectoren als de procesindustrie, veehouderij en glastuinbouw liggen grote kansen voor zonthermie, zoals hier bij bollenkweker Leenen in Voorhout.


KENNIS

Touwtrekken om personeel In de Bouwnijverheid - waaronder de installatiesector - is een schreeuwend tekort aan mensen die de naar verwachting 24 duizend vacatures die op middellange termijn zullen ontstaan, moeten invullen. Terwijl het aantal werklozen afneemt, stijgt de vraag naar personeel fors. Het touwtrekken tussen sectoren om alle vacatures te vervullen wordt dus alleen maar heftiger.

Totaal aantal openstaande vacatures (4e kwartaal)

6

201

0

.20 1 7 1 Totaal aantal werklozen (4e kwartaal)

Openstaande vacatures bij 3 grote sectoren (4e kwartaal)

2016

495.00

2017

226.5

00

2018

264.000

2017

2018

398.000

330.000

2016

2017

2018

7.900

14.700

17.200

Gezondheidszorg

24.800

29.300

35.100

Specialistische zakelijke diensten

16.800

23.300

24.400

Bouwnijverheid

(Bron

CBS)

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 37


38

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Project Zeewolde pakt het pragmatisch aan

Duurzame oplossingen honderd huurwoningen Allround installatiebedrijf Scheer & Foppen kreeg van woningbouwvereniging Woonpalet in Zeewolde de opdracht om mee te denken over het verduurzamen van honderd huurwoningen. Het eindresultaat is de toepassing van onder andere zonnepanelen, zonnecollectoren en een fluisterstille ventilatie-unit. Het monitoren van de verschillende installaties creĂŤert draagvlak en bevestigt bewoners in de juistheid van hun keuzes. > Tekst: Marjolein de Wit - Blok Fotografie: Pedro Sluiter

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 39


CO2-gestuurde ­ventilatie Deze woning maakt gebruik van CO2 gestuurde centrale ventilatie – uitsluitend afzuiging – waarbij de vervuilde lucht via leidingen vanuit de verschillende ruimtes naar buiten wordt gebracht.

Panelen en collectoren in combinatie met warmtepomp Naast zonnepanelen en zonnecollectoren is in een viertal woningen bij wijze van proef ook een warmtepomp geïnstalleerd. Deze worden een jaar lang gemonitord op verbruik en comfort.

Ventilatiebediening Bediening van de ventilatie is mogelijk via dit eenvoudige bedieningspaneel op batterijen. In dit geval is hij gemonteerd aan de muur, maar deze kleine unit is ook los mee te nemen om hiermee de ventilatie op iedere willekeurige locatie in de woning te bedienen. In de automatische stand wordt op basis van CO2 geventileerd.

Pompje

Ventilatieroosters De keuken is een van de ruimtes in huis waarin de ventilatieroosters zorgen voor het afvoeren van lucht naar de ventilatiebox op zolder.

40

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Een Wilo-pompje pompt het glycolmengsel door de zonnecollector en naar de wisselaar van de boiler waar de warmte wordt afgegeven. Op deze manier wordt er een voorraad van 120 liter warm water geproduceerd door de zon. De overstort van de zonnecollectoren wordt apart opgevangen en niet geloosd op het riool.


Project Zonnecollector Rechts op het dak een zonnecollector die warm tapwater produceert. De collector is geplaatst op de gunstigste plaats. Bewoners betalen hiervoor (met de zonnepanelen) per maand 20 euro extra en besparen direct op hun verbruikskosten.

120 l boilervat Het boilervat biedt ruimte aan 120 liter warm water, waarbij de warmte afkomstig is van de zonnecollectoren. Wanneer het water niet voldoende is opgewarmd door de zonnecollector, wordt automatisch overgeschakeld op de productie van warm water door de cv-ketel. Ook op niet zonnige dagen wordt â&#x20AC;&#x201C; hetzij in mindere mate â&#x20AC;&#x201C; warm water geproduceerd.

Koppeling met ketel Rechts van de ventilatie-unit een kleine Nefit cv-ketel. Wanneer de warmte van de zonnecollectoren niet toereikend is, schakelen bewoners over op deze ketel, die tevens de verwarming in de woning verzorgt. Deze aanpak is een eerste stap richting een gasloze woning, waarbij bewoners langzaam kunnen wennen aan de nieuwe installaties en niet in een keer de overstap hoeven maken.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 41


Acht zonnepanelen per woning De zonnepanelen worden zoveel mogelijk richting het zuiden geplaatst. Alle woningen krijgen elk maximaal acht panelen met een opbrengst van 300 Wp, wat overeenkomt met ongeveer 2.000 kWh. Bij een gemiddelde woning is deze opbrengst dekkend. Het overschot aan elektrische energie wordt teruggeleverd aan het net.

Monitoren via een app De gebruiker kan verschillende zaken zelfstandig monitoren. Bijvoorbeeld het warmwaterverbruik uit het buffervat en de opbrengst vanuit de zonnecollectoren. Via een app kan de bewoner verder precies zien hoeveel energie er wordt opgewekt door de zonnepanelen en is de besparing direct af te lezen.

42

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Project

Storingen via display Via deze display kan de installateur instellingen bekijken en aanpassen. De bewoner kan hier het verbruik en de opbrengst van elektrische energie afkomstig van de pvpanelen monitoren. Eventuele storingen worden direct doorgegeven aan Scheer & Foppen, dat als installatiebedrijf verantwoordelijk is voor het volledige onderhoud van alle gebouwgebonden installaties. Bewoners worden hiermee maximaal ontzorgd.

Optimizer

Nieuwe groepenkast met extra vrije ­groepen De groepenkast is in het kader van renovatie volledig vervangen. Bovendien is er een extra vrije groep geplaatst voor de pv-panelen, evenals een aparte kookgroep. De laatste is in de meeste gevallen een voorbereiding op toekomstig elektrisch koken.

De omvormer is verbonden met de zonnepanelen die elk voorzien zijn van een optimizer. Wanneer één zonnepaneel niet meer werkt volgt automatisch een storingsmelding, maar kunnen de andere panelen gewoon energie blijven produceren.

Opbrengst en ­verbruik aflezen Solaredge is bij deze woningen de leverancier van pv-panelen. De bijbehorende unit biedt de mogelijkheid de opbrengst en het verbruik af te lezen. Rechts naast de unit een hoofdschakelaar om het systeem eventueel volledig te kunnen afschakelen.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 43


VolkerWessels faciliteert in IoT in de infratechniek

Via slimme verkeerslichten De infra is een dankbare sector voor het toepassen van IoToplossingen. Het draait daarbij immers om doorstroming van verkeer onder allerlei omstandigheden. Realtime data over weersomstandigheden, aantal weggebruikers en calamiteiten ondersteunen verkeerssystemen in het leiden van de weggebruikers langs de juiste routes. Maar deze gegevens zijn gecombineerd ook te gebruiken in het kader van ‘Smart City’. Tekst: Marjolein de Wit - Blok Fotografie: Industrie

O

‘De mate van creativiteit lijkt de enige beperking te zijn, voor de rest kan ‘alles’’

nder de naam Vialis opereert een van de vele ondernemingen uit de VolkerWesselsgroep als serviceprovider voor infratechniek. Hyrde is eveneens een onderneming in deze groep, en verantwoordelijk voor het faciliteren van IoT-oplossingen in de breedste zin van het woord. Gerard van den Houten, managing director van Hyrde IoT: ‘Internet of Things is een begrip dat voor uiteenlopende sectoren mogelijkheden biedt en waarvoor wij toepassingen ontwikkelen. In een samenwerking met Vialis richten we ons bijvoorbeeld op Infra. Een sector met een grote potentie om te profiteren van de voordelen van IoT.’

Eco-systeem Om het nog even kort uit te leggen: Internet of Things is een containerbegrip geworden voor apparaten, machines, onderdelen, componenten enzovoort, die

zijn verbonden met het Internet. Dit betekent dat allerhande data vanuit deze componenten centraal zijn te verzamelen om hier vervolgens ‘slimme dingen’ mee te doen. Analyse ervan kan onder andere een waardevolle bijdrage leveren aan het plannen van onderhoud, inzicht geven in onvolkomenheden - en hiermee leiden tot proces- en productverbeteringen -, maar de data zijn ook realtime te gebruiken. Daarbij houdt IoT ook expliciet in dat data niet alleen vanuit één richting worden verzameld, maar dat de componenten ook onderling met elkaar kunnen ‘praten’. Hierdoor kunnen componenten – op basis van de realtime data – onderling op elkaar reageren. Van den Houten: ‘In alle gevallen heb je voor IoT een zogenaamd ‘ecosysteem’ nodig. Dat bestaat uit de sensoren die specifieke grootheden meten, een communicatiesysteem waarmee de gegevens zijn te versturen naar een platform, en analysesoftware waarmee losse gegevens uiteindelijk worden omgezet naar bruikbare informatie.’ ‘Sensoren zijn in alle vormen en maten beschikbaar en in de huidige tijd meestal betaalbaar. Daarbij gaan de ontwikkelingen op dit vlak gewoon door, wat uiteindelijk steeds weer nieuwe mogelijk heden biedt. Welke communicatieprotocol je toepast is niet heel belangrijk; je kunt gebruik maken van alles wat beschikbaar is, variërend van Lora tot 4G en 5G. Welke keuze je uiteindelijk maakt is afhankelijk van de applicatie, waarbij de afstand waarover de data moet worden ge-

Internet of Things biedt met name voor de infra-sector vele voordelen.

44

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Techniek

richting Smart City communiceerd en de frequentie waarmee dit gebeurt, bepalend zijn.’

Smart City Kleine toepassingen binnen IoT zijn onder meer te vinden in het monitoren van machines en apparaten. Zo kan een temperatuursensor in een schakelkast bijvoorbeeld aankomende storingen detecteren. IoT is echter ook veel groter aan te pakken en dát is onder andere wat beoogd wordt bij de zogeheten ‘Smart City’. Binnen dit concept worden data verzameld en ontsloten om ‘een betere grip te krijgen op een leefomgeving’. Wat deze ‘grip’ precies inhoudt, hangt af van degene die de toepassingen bedenkt en varieert van veiligheid, tot comfort en gezondheid. De mate van creativiteit lijkt in deze de enige beperking te zijn, voor de rest kan ‘alles’. De sensoren die nodig zijn in het kader van Smart City zijn in bepaalde gevallen al aanwezig, bijvoorbeeld in ‘intelligente’ systemen. Van den Houten: ‘Daarbij moet je beseffen dat ‘intelligent’ iets anders is dan ‘smart’. Bij een intelligente lantaarnpaal denken we bijvoorbeeld aan een lantaarnpaal met een sensor die het daglicht meet en op basis daarvan de lantaarnpaal in of uitschakelt. Of aan een sensor in een parkeerplaats die een lampje groen laat branden wanneer deze plek leeg is en rood wanneer er iemand geparkeerd staat. Dit noemen we intelligent, maar verder kun je er ook niet zo heel veel mee. Misschien kun je het zelfs dom noemen.’

Verkeerslichten kunnen met behulp van sensoren in bepaalde situaties feller branden om automobilisten alert te maken op bijvoorbeeld fietsers.

Datamarktplaats Anders wordt het wanneer je de gegevens uit deze intelligente systemen gebruikt als input voor ‘smart’ toepassingen. In het laatste geval worden gegevens uit verschillende databronnen verzameld op een ‘datamarktplaats’, waarna de mogelijkheid bestaat deze data op een willekeurige manier te koppelen. Van den Houten: ‘Op deze marktplaats kunnen partijen hun data aanleveren, terwijl andere partijen deze data – uiteraard tegen betaling – kunnen afnemen. Afhankelijk van hun doelstelling kunnen ze verschillende datasets combineren en hiermee de gewenste informatie ontsluiten.’ ‘Zo hebben gemeenten mede door de eisen van het klimaatakkoord, steeds meer behoefte aan data over gezondheid en leefbaarheid, agrariërs vragen om data met betrekking tot de grondwaterstand en klimaatgegevens, terwijl vervoerders gebaat zijn bij realtime informatie over de drukte op de weg. In het kader van cybercrime zijn uiteraard alle maatregelen genomen die voorkomen dat onbevoegden bij de data op het grote platform kunnen komen.’ Keren we terug naar de parkeerplaatssensor, dan zijn

Een intelligente lantaarnpaal kan met een sensor het daglicht meten en op basis daarvan de lantaarnpaal in- of uitschakelen.

Sensoren aan verkeersborden kunnen temperatuur, CO2 , geluid of luchtkwaliteit meten. Belangrijke input voor verkeer- en Smart City-informatie.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 45


Techniek worden opgeslagen op onze eigen datamarktplaats voor verkeer- en Smart City-informatie.’ ‘Maar ook sensoren – zogeheten powerfailure-sensoren – die aangeven op welke draad spanning staat, behoren tot dit project. Hiermee kunnen monteurs bij een eventuele storing direct zien welke draad het probleem geeft en kunnen zij op deze manier de storing sneller oplossen. Het is een typisch voorbeeld waarbij op een slimme manier gebruik is gemaakt van een bestaande infrastructuur om een smart ecosysteem op te zetten.’

de gegevens over het wel of niet bezet zijn van een parkeerplek bijvoorbeeld geschikt om te combineren met weersgegevens en dag van de week, om zo inzicht te krijgen in het aantal auto’s dat onder bepaalde omstandigheden in deze parkeergarage staat. Wellicht is op basis hiervan te concluderen dat de dinsdagen bij uitstek geschikt zijn om onderhoud uit te voeren in de parkeergarage omdat er dan de minste auto’s staan, of dat bij mooi weer in de vakanties de kans op fijnstof in de omgeving groter is. Toepassingen zijn dus zowel heel lokaal te implementeren als breder; bijvoorbeeld per straat, wijk of hele gemeente. Van den Houten: ‘IoT is tot theoretisch oneindig schaalbaar.’

Technisch en maatschappelijk

Focus op infra Wie even doordenkt over alle mogelijkheden komt terecht in een complex overzicht, waarin veel soorten data op veel verschillende manieren zijn te combineren voor evenveel verschillende doelstellingen. ‘Met een samenwerking tussen Vialis en Hyrde richten we ons specifiek op toepassingen van IoT in de infra’, geeft Van den Houten aan. ‘Om verschillende redenen. Ten eerste biedt de infrastructuur in Nederland veel mogelijkheden om sensoren aan te brengen en ten tweede is de infra een sector die ook echt baat heeft bij informatie afkomstig van de combinatie van verschillende data.’ ‘Een voorbeeldje: stel je een kruispunt voor waar veel fietsers oversteken, die je zo veilig mogelijk aan de overkant wilt brengen. Dan kun je onder andere onderzoek doen naar het effect van verkeerslichten die feller of minder fel branden, waardoor auto’s alerter worden op fietsers die oversteken. Een van de miljoenen voorbeelden waarin sensoren en regelsystemen nodig zijn die fietsers en auto’s detecteren, verlichting schakelen op basis van deze gegevens en sensoren die effecten meten; IoT dus. Bekender zijn de sensoren die de hoeveelheid verkeer op een bepaalde locatie meten als basis voor verkeerssystemen die auto’s eventueel naar een andere route leiden en voorstellen doen voor een bepaalde snelheid om bij stoplichten steeds te kunnen doorrijden.’

‘IoT is tot theoretisch oneindig schaalbaar’

Het project met de verkeerslichten is wat Van den Houten betreft een van de vele voorbeelden waarop IoT is toe te passen en hij voorziet dan ook een grote toekomst voor deze vorm van ‘connectiviteit’. ‘Ik verwacht dat er in de toekomst standaarden ontstaan waardoor IoT nog toegankelijker wordt. Niet alleen bij kleine en grote projecten in het kader van Smart City, maar ook binnen de consumentenmarkt. De installateur zal in de toekomst bijvoorbeeld steeds meer te maken krijgen met IoT die wordt ingezet in ‘verdienmodellen’. Consumenten kopen in de toekomst geen wasmachine meer, maar betalen per wasbeurt. Om de juiste factuur te kunnen maken, heeft de leverancier van het apparaat en de dienst gegevens nodig. Niet alleen om te weten hoeveel wasbeurten er zijn gedraaid, maar ook om te achterhalen hoeveel stroom en water is gebruikt, wat de zwakke punten zijn van de machine, enzovoorts. Data die hij weer kan gebruiken om zijn producten te verbeteren en zijn diensten voor zichzelf zo efficiënt mogelijk in te richten. De wereld van IoT biedt echt eindeloze mogelijkheden.’ < Lees meer artikelen in het dossier Software www.ew-installatietechniek.nl/dossiers

Verkeersregelinstallaties Een concreet project dat in samenwerking tussen beide ondernemingen is ontwikkeld, is het aanbrengen van sensoren op verkeerslichten. Hiermee worden de systemen gebruikt als ‘drager voor de sensoren’, waarbij de gegenereerde gegevens niet specifiek worden gebruikt voor het regelen van het verkeer, maar in het kader van de eerdergenoemde Smart City. Hiske Braaksma, head of operations bij Hyrde: ‘Deze sensoren zijn voorzien van glasvezel en worden zo een data-inplugpunt voor allerlei verkeersoverstijgende sensoren. Denk aan sensoren die temperatuur, CO2, geluid of luchtkwaliteit meten en waarvan de gegevens

46

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Data kunnen worden gebruikt om producten te verbeteren en diensten zo efficiënt mogelijk in te richten.


870470 Sensor en schakelblok in één platte behuizing.

4 Steekt slechts 4,5 mm uit het plafond 4 Geen extern schakelblok nodig 4 Aanpasbaar lensmasker 4 Volledig instelbaar in tijd- en luxwaarde 4 Detectie bereik van Ø 7 meter op 2.5 meter hoogte

klemko.nl Maand '19

INSTALLATIETECHNIEK 47


Krik spelenderwijs je ­technische kennis op Hoe weet je ‘zeker’ dat installateurs op pad gaan met het vereiste kennisniveau? Certificering, diploma’s of voldoende referenties zijn een goede basis, maar VolkerWessels gaat een stap verder. Het bouwconcern leidt haar medewerkers op met een app, die gebruik maakt van gamification en artificial intelligence. Door het spelenderwijs leren, beklijft de opgedane kennis beter en is de gebruiker gemotiveerder. Tekst: Marjolein de Wit - Blok Fotografie: Industrie

D

e ‘nieuwe generatie’ leert anders. Geen boeken, maar digitaal; geen ellenlange teksten of verplichte teammeetings, maar veel filmpjes en ‘ervaren’. Dit heeft jaren geleden al geleid tot e-learning. Een groot voordeel hiervan is dat degene die kennis moet opdoen, dit kan doen op elk tijdstip dat het schikt en in het eigen tempo. Nadelen zijn dat de modules uitsluitend toegankelijk zijn vanaf een computer (niet mobiel) en dat deze manier van leren ‘statisch’ blijft. Onderzoek leert bovendien dat 80 procent van de opgedane kennis binnen een maand weer is vergeten.

Gamification Een oplossing hiervoor is gevonden in de mogelijkheden van ‘gamification’. Met andere woorden: een serieuze app ‘spelen’ alsof het een game is. En dat werkt. Het fenomeen is onder andere toegepast in de mobiele leerapp Knowingo, waar het is gecombineerd met kunstmatige intelligentie en slimme algoritmes. Een van de gebruikers van het mobiele leerplatform is Hyrde, een dochterbedrijf van VolkerWessels. De medewerkers van dit bedrijf krijgen verschillende

Hyrde Wie zijn medewerkers ook op basis van gamification wil opleiden, kan contact opnemen met Hyrde, als reseller van het mobiele leerplatform. Hier is tevens kennis en ervaring beschikbaar om een bedrijfsspecifieke leermodule te maken; eventueel gecombineerd met standaardmodules. Voor installateurs is het op deze manier mogelijk om alles te leren over bijvoorbeeld het veilig installeren van zonnepanelen, het verduurzamen van kantoorgebouwen, het programmeren van een domoticasysteem in scholen of het werken met thermografie in theaters. Informatie: Hyrde, tel. 088 1860 000, e-mail info@hyrde.io.

48

INSTALLATIETECHNIEK April '19

De app is ‘zelflerend’ en stemt het leerproces naadloos op de gebruiker af

topics (trainingen) aangeboden en kiezen zelf welke ze willen spelen. Met het starten van de training kan de speler ervoor kiezen om eerst studiemateriaal te lezen of direct te beginnen met het spelen – eh, leren. Het spel zelf bestaat uit een set vragen, aangevuld met achtergrondinformatie die de gebruiker ondersteunt bij het beantwoorden ervan. Naast dit ‘quiz-achtige’ karakter biedt de app nog meer spelelementen. Zo kunnen gebruikers een wedstrijd met collega’s spelen of zichzelf op een andere manier uitdagen.

Artificial intelligence Op basis van onderzoek onder de verschillende gebruikers heeft de ontwikkelaar van de app inmiddels kunnen vaststellen dat met deze app vijftig(!) keer langer wordt gespeeld ten opzichte van applicaties die niet met gamification werken. Bovendien blijkt de leerefficiëntie per gespeelde minuut meer dan vijf keer zo hoog te zijn en blijft de behandelde informatie dus beter ‘hangen’.


Techniek

Naast het ‘gamification’-element onderscheidt het mobiele leerplatform zich door de toepassing van artificial Intelligence (AI), ofwel: kunstmatige intelligentie. Hierdoor is de app ‘zelflerend’ en in staat het leerproces naadloos op de gebruiker af te stemmen. Op basis van de antwoorden kan de app bijvoorbeeld vaststellen welk niveau de gebruiker heeft. Verder detecteert de app met welke onderwerpen de speler moeite heeft en welke kennis nog ontbreekt. Vervolgens herhaalt hij de stof net zo lang – telkens met andere vragen en eventueel op verschillende manieren – tot de app concludeert dat de stof wordt beheerst. De app kijkt ook naar het leergedrag van de gebruiker. Zo houdt de app bijvoorbeeld de concentratieboog en de snelheid van leren bij, zodat hij het optimale aantal vragen per keer kan bepalen. Wanneer de app merkt dat de concentratieboog afneemt, raadt hij de speler aan eerst wat anders te gaan doen. Naast de directe invloed op het leerproces wordt AI

ook gebruikt om de kennis van de betreffende gebruiker te monitoren. Iedereen kent het fenomeen dat kennis na verloop van tijd wegzakt, wanneer hij niet wordt opgefrist of onvoldoende wordt gebruikt. Dankzij de kunstmatige intelligentie weet de app voor elke medewerker te voorspellen wanneer specifieke kennis wegzakt en zorgt ervoor dat deze precies op het juiste moment wordt herhaald; een uitkomst om de waarde van certificaten te garanderen.

Strategische informatie De app biedt ook de mogelijkheid om bedrijfsbreed informatie verzamelen. Wanneer verschillende mensen eenzelfde module gebruiken, is bijvoorbeeld te achterhalen waar kennishiaten zitten of waar bepaalde stof op een andere manier moet worden aangeboden. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden bij een grote organisatie in de logistiek die een uitgebreide ‘knowledgebase’ heeft, waaruit medewerkers op elk moment

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 49


Techniek

informatie kunnen putten. Via kunstmatige intelligentie is achterhaald dat veel geraadpleegde informatie niet de belangrijkste was, maar de informatie die het slechtst werd begrepen. De resultaten van de gebruikers zijn bij te houden in het bijgeleverde dashboard met leerstatistieken. Hier wordt het kennisniveau weergegeven, evenals de leerprogressie en certificeringen van spelers. Daarbij is elke aangeboden training te koppelen aan een deadline voor certificering. Informatie over certificeringen is weer te koppelen aan huidige leersystemen van de organisatie, waarmee inzichtelijk wordt welke medewerker wel of niet bepaald werk mag uitvoeren.

In de praktijk Voor standaardonderwerpen zijn inmiddels standaardmodules beschikbaar, zoals Arbowetgeving, VCA, omgaan met gevaarlijke stoffen en de Laagspanningsrichtlijn. Voor meer specifieke zaken kunnen bedrijven hun eigen leermodules ontwikkelen en samenstellen. Vooral dat laatste is een extra voordeel. Immers, het biedt de mogelijkheid medewerkers precies dátgene te leren wat voor een bepaalde opdracht of klant belangrijk is. Een voorbeeld: medewerkers die pv-panelen moeten installeren op monumentale panden, kunnen met de app exact datgene leren wat hiervoor nodig is. Het is dan niet nodig om verschillende opleidingen te volgen waarmee zij kennis opdoen over alle eisen de gelden rondom het werken aan een monumentaal pand én alle kennis op het gebied van pv-installaties.

Succes op hogeschool Een docent van een hogeschool durfde het aan de kennisoverdracht van haar colleges te meten. Die bleek bij een van de colleges slechts 7 procent te zijn; extreem laag dus. Confronterend, maar wel een aanjager om de stof eens anders aan te bieden dan in collegevorm. Op deze hogeschool is dit ook daadwerkelijk gedaan door enkele honderden leerlingen alleen het reguliere programma te laten volgen en een andere groep extra te voorzien van de app. Het resultaat was per tentamen bij de laatste groep gemiddeld ruim 1 punt hoger.

Met de app richten zij zich juist specifiek op deze bijzondere combinatie, waardoor ze beter voorbereid en sneller aan de slag kunnen. Bovendien wordt voorkomen dat de ‘overbodige kennis’ essentiële informatie naar de achtergrond drukt. VolkerWessels-bedrijven hebben vorig jaar een start gemaakt met het mobiele leerplatform als aanvulling op het leermanagementsysteem, en hebben inmiddels verschillende voordelen vastgesteld. Door inzet van de mobiele app is bijvoorbeeld veel theorie al aangeboden, waardoor klassikale trainingen meer over skills en vaardigheden kunnen gaan en uiteindelijk zijn in te korten. De theorie hoeft verder niet meer op andere manieren te worden herhaald of opgefrist, dat doet de app. Bovendien werkt de app kostenbesparend wanneer de vele mensen die in het hele land ‘en route’ zijn, niet op een centrale locatie hoeven samen te komen voor het volgen van een training. < De gebruikers kunnen een wedstrijd met collega’s spelen of zichzelf op een andere manier uitdagen. Onderzoek onder de verschillende gebruikers van de app laat zien dat met deze app vijftig(!) keer langer wordt gespeeld ten opzichte van app's die niet met gamification werken.

50

INSTALLATIETECHNIEK April '19


BuschÂŽ free@home Huisbesturing was nog nooit zo gemakkelijk

Met Busch-free@home ÂŽ bedient u eenvoudig zonwering, (dim)verlichting, verwarming, deurcommunicatie en muziek! Perfect op elkaar afgestemd. Voor het hoogste wooncomfort, merkbare energie besparing en maximale veiligheid. Eenvoudig uit te breiden met extra functionaliteiten. Maand '19

INSTALLATIETECHNIEK 51


Schuch breidt VARIO-aanbod uit De armatuurlichtstroom van een Schuch VARIO-armatuur is instelbaar waardoor met één armatuur aan verschillende lichtbehoeften kan worden voldaan. Dit vereenvoudigt het installatieproces en het onderhoud, bespaart u kosten doordat u minder soorten armaturen voor een project hoeft te bestellen of op voorraad hoeft te nemen. Schuch levert VARIO-armaturen voor halverlichting in de serie 161…, desgewenst ook in uitvoering voor de levensmiddelenindustrie en de (straat-) verlichtingsarmaturen in de 42… en 48… serie. Nieuw zijn de Schuch FOCO LED-vlakstralers en LED-schijnwerpers als VARIO-uitvoering.

Hateha B.V. • Rijndijk 121 • 2394 AG Hazerswoude-Rijndijk • 071-3419009 • www.hateha.nl • info@hateha.nl

Schuch breidt VARIO-aanbod uit 190x130mm geen afloop.indd 1

19-3-2019 15:49:39

Hoe creëer je een

NEN 3140 beleid in jouw organisatie?

Kom naar de gratis workshop! 7 mei 2019 in Helmond 14:00 - 17:00 uur Trainer/Adviseur Anton Kerkhofs

Meld je snel aan via www.sbkopleidingen.nl/workshop opleidingen 52

040-2329700 | info@sbkopleidingen.nl ledenvoordeel voor Techiek Nederland leden

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Meld je aan!


Hot topic

Hot Topic Nieuwe norm ‘Bedrijfsvoering elektrische installaties’ De nieuwe norm Nen 3140 + A2 ‘Bedrijfsvoering van elektrische installaties’ verscheen eind vorig jaar. Deze norm vervangt Nen 3140 + A1 2015. De belangrijkste veranderingen op het gebied van installatie- en werkverantwoordelijkheid op een rij.

Nieuw uitgangspunt De beschreven aspecten vormen een wezenlijke verandering in Nen 3140 +A2 ten opzichte van eerdere edities. De installatieverantwoordelijke heeft nu in het kader van Arbowetgeving de plicht zich primair te richten op een veilige werkplek voor alle betrokken personen en niet slechts de instandhouding van het (verouderde) veiligheidsniveau.

Tekst: Anton Kerkhofs

Een installatieverantwoordelijke (IV) is een medewerker die is aangewezen als de direct verantwoordelijke voor de veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties en de veiligheid van elektrische arbeidsmiddelen. Volgens de nieuwe norm kunnen er meerdere IV-ers worden aangewezen voor bijvoorbeeld delen van installaties, verschillende installaties en/of elektrische arbeidsmiddelen. Volgens bepaling 4.2.103 kunnen delen van deze verantwoordelijkheid ook worden gedelegeerd. Dit geeft een organisatie de mogelijkheid om bijvoorbeeld een hoofd IVer (IV1) aan te wijzen voor beleidsmatige zaken, en hiërarchisch daaronder meerdere IV2-ers voor operationele IV-taken. De verantwoordelijkheden staan in bijlage F. Nieuw hierin zijn de volgende taken die aansluiten bij het Arbobesluit: 1. B  eoordelen of een installatie voldoet bij wijzigingen van gebruik of omstandigheden. Vaak wordt een installatie geïnspecteerd met het bouwbesluit en (bijvoorbeeld) de Nen 1010-editie die van toepassing was tijdens de bouw, als ‘de minimale lat’. Maar als zich aanpassingen of wijzigingen aan het gebouw of in het gebruik hebben voorgedaan, dan moet worden getoetst of deze installatie (nog) veilig is. 2. B  eoordelen of inspectieresultaten invloed hebben op de RI&E of het bijbehorende plan van aanpak. Het slechts inspecteren en eventueel repareren om te voldoen aan het ‘rechtens verkregen niveau’ is niet langer voldoende. Als er een verschil zit in het veiligheidsniveau van een installatie tussen het ‘rechtens verkregen niveau’ (oude Nen 1010) en de actuele stand der techniek (de actuele regelgeving), dan moet dit verschil tot uiting komen in het inspectierapport. De installatieverantwoordelijke heeft de taak om de installatie te upgraden naar een actueel veiligheidsniveau. Plannen daartoe kunnen onderdeel zijn van het Plan van aanpak als onderdeel van de RI&E. 3. B  eoordelen of de bedrijfsvoering het toelaat dat installatiedelen spanningsloos kunnen worden gemaakt, zodat er veilig spanningsloos aan kan worden gewerkt. Elke elektrische installatie moet volgens het Arbobesluit 3.5 en Nen 1010 zodanig zijn ontworpen dat er veilig spanningsloos aan kan worden gewerkt. Als een installatie niet spanningsloos kan worden gemaakt, dan is dit een gebrek aan de installatie of de organisatie. De IV moet ervoor zorgen dat dit wel mogelijk is. Bij een inspectie (bepaling 5.101.5.1) moet zodoende ook worden getoetst of de installatie past bij de huidige gebruikerseisen. Nen 3140, bepaling 5.3.3.1.101, vereist ook dat bij de inspectie wordt nagegaan of een installatie

veilig is te bedienen, veilig is te stellen voor werkzaamheden, aanrakingsveilig is uitgevoerd, er geen kans is op kortsluiting en dat duidelijk is hoe de installatie spanningsloos moet worden gemaakt. Installatiebedrijven maken vaak mee dat bij klanten installatieverantwoordelijkheid niet is ingeregeld. Volgens Nen 3140, bijlage F.6, is dan de werkgever van de opdrachtgevende partij de (installatie)verantwoordelijke, maar de IV-taken moet een elektrotechnische deskundige uitvoeren. Nadat de opdrachtgever (werkgever) toestemming heeft gegeven voor de werkzaamheden, kan de werkverantwoordelijke nu de opdracht geven tot aanvang van de werkzaamheden aan de monteurs.

Werkverantwoordelijke De werkverantwoordelijke (WV) is de direct verantwoordelijke voor het veilig verloop van werkzaamheden. Volgens bepaling 4.2.103 kunnen delen van deze verantwoordelijkheid nu ook worden gedelegeerd, net zoals bij de IV. Dit geeft de mogelijkheid om bijvoorbeeld een hoofd WV-er (WV1) aan te wijzen als verantwoordelijke voor beleidsmatige zaken, zoals het actualiseren van het aanwijsbeleid of het verstrekken van aanwijzingen. Hiërarchisch daaronder kunnen werkplek-leidinggevenden als WV2-er worden aangewezen voor operationele taken, zoals risico’s inventariseren, medewerkers instrueren, passende hulpmiddelen ter beschikking stellen en toezicht houden. De verantwoordelijkheden van de werkverantwoordelijke zijn beschreven in bijlage F.3. De nieuwe onderkent dat bij service- en installatiebedrijven soms geen werkverantwoordelijke is aangewezen of dat de werkverantwoordelijkheid niet is ingeregeld zoals beschreven in Nen 3140, bepaling 4.2. In bijlage F.7 is nu beschreven wanneer er geen werkverantwoordelijke hoeft te zijn aangewezen. Dit is het geval als werkzaamheden door een VP (vakbekwaam persoon) en/of VOP (voldoende onderricht persoon) slechts spanningsloos worden uitgevoerd, er wel periodiek toezicht door een elektrotechnische deskundige is geregeld door het bedrijf en de betrokken uitvoerenden wel zijn aangewezen als VP of VOP. Uiteraard blijft het de plicht van de werkgever de uitvoerenden te (laten) instrueren en te outilleren, zodat ze veilig kunnen werken. <

In deze rubriek, tot stand gekomen in samenwerking met de afdeling Techniek & Markt van Techniek Nederland, behandelen wij actuele technische onderwerpen waar installateurs in hun vak mee te maken kunnen krijgen. Heeft u ook een Hot topic? Stuur hem dan naar media@technieknederland.nl.

April 19

INSTALLATIETECHNIEK 53


NIEUW ACI Technology Advanced Circuit Interruption. Veilig dimensioneren Verhoogde beschikbaarheid Lekstroomvrij Eenvoudig te installeren Toekomstbestendig

Maanlander 47 | 3824 MN Amersfoort | info@dehn.nl | dehn.nl | telefoon: 085 071 02 80

54

INSTALLATIETECHNIEK Maand '19

DEHN protects.®


Column

Klimaatregelen Paul Smorenburg hoofdredactie E&W Installatietechniek p.smorenburg@technieknederland.nl @EW–Installatie

Een onderzoek van I&O Research (www.bit.ly/EW-IO) wijst uit dat 65 procent van de Nederlanders zich zorgen maakt om de opwarming van de aarde. De helft vindt dat het kabinet meer moet doen om die klimaatverandering te voorkomen, maar schrikt daarna direct terug als blijkt dat die (kli)maatregelen ook geld kosten. Ruim 42 procent van de Nederlanders deed de afgelopen vijf jaar iets aan de verduurzaming van zijn huis in de vorm van zonnepanelen, zonneboilers, betere ketels, warmtepompen of door te isoleren. Maar om echt klimaatreddend in actie te komen, zo blijkt uit het onderzoek, wacht men op de overheid. Over de aanschaf van een warmtepomp zegt 45 procent: ‘Ik wacht af tot ik iets van de overheid hoor’. Want 59 Procent vindt een warmtepomp te duur, 38 procent dat je ‘m niet terugverdient en 30 procent vindt de subsidie te laag. Subsidie die eigenlijk een sigaar uit eigen doos is, omdat we die via de belasting uiteindelijk óók zelf betalen. En installateurs zijn natuurlijk praktische mensen en gemiddeld niet heel erg afwijkend van de gewone burger. Denk ik. Ze faciliteren de energietransitie met duurzame installaties, maar kunnen de klant niet dwingen. Het enige wat ze wel kunnen doen, is op de hoogte zijn. Voor als het moment daar is dat we massaal worden verplicht onze energievoorziening te verduurzamen. Verplicht ja. Ik vind dat de overheid klimaatregelen (wettelijk) moet opleggen. Dat vinden we allemaal heel vervelend. Al sinds de tijd dat we als kind en later puber van onze ouders dingen ‘moesten. Toch maak ik even een vergelijking met ons rechts-

systeem. Hoewel we als individu ons er soms liever aan zouden onttrekken, vinden we het als samenleving fijn dat het er is. Iedereen vindt namelijk dat ‘een ander’ het rode stoplicht niet mag negeren, niet te hard mag rijden, niemand mag oplichten, beroven of vermoorden. Maar alle plegers van deze uiteenlopende strafbare feiten zullen tegen hun gezonde verstand in beweren dat er omstandigheden waren om die ‘misdaden’ toch te begaan. Daar hebben we iets voor bedacht. Een onafhankelijke rechter velt het laatste oordeel over het vergrijp en wij accepteren de straf in de vorm van een boete, taakstraf of gevangenisstraf. En dat zouden we ook moeten doen met klimaatvergrijpen waarmee we onze leefomgeving op de lange duur naar de knoppen helpen. Vlees eten, autorijden, vliegen, je huis verwarmen met gas en stroom verbruiken van een kolencentrale. Al die vergrijpen dragen in meer of mindere mate bij aan de opwarming van de aarde. En allemaal vinden we dat we als individu een hele goede reden hebben om (nu nog even wel) dat ‘vergrijp’ toch te plegen. Moeten we dan niet gewoon accepteren dat er een onafhankelijke macht is die ons simpelweg verbiedt om bepaalde dingen te doen en ons corrigeert als we ons er niet aan houden. Ik stel daarom voor dat de overheid de klimaatregels vaststelt en alle klimaatovertreders opsluit in 100 procent energieneutrale gevangenissen. Daar kunnen ze hun zonden overdenken, net zolang totdat ze beloven voortaan duurzaam te zullen zijn.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 55


Spilfunctie in energietransitie voor warmtenetten

Restwarmte op maat bezorgd Warmtenetten kunnen warmte transporteren op verschillende temperaturen. Soms zijn het energiecentrales en afvalverwerkers die hoge temperatuur-restwarmte leveren, dan weer datacenters die steeds vaker leverancier zijn van lage temperatuur-restwarmte. Op welke manier kunnen we die verschillende temperaturen het meest efficiënt kwijt aan de aardgasvrije gebouwde omgeving? Tekst: Lynsey Dubbeld Fotografie: Industrie

H

et is de bedoeling dat de gebouwde omgeving in 2050 klimaatneutraal is. Gemeenten zijn inmiddels druk bezig met de transitie naar een aardgasvrije energie- en warmtevoorziening. ‘In steden met collectieve warmtenetten is de aansluiting op stadsverwarming een voor de hand liggende keuze’, zegt Benno Schepers van CE Delft. Dat zegt hij op basis van recent onderzoek dat het onderzoeks- en adviesbureau deed naar de CO2-emissies van stadsverwarming in Amsterdam (zie kader). Een warmtenet biedt volgens hem voor zowel bestaand vastgoed als nieuwbouw een goede mogelijkheid om te verwarmen zonder aardgas. ‘De efficiëntie en duurzaamheid van een specifiek warmtenet hangt - zo bleek uit het onderzoek - nauw samen met de technische uitvoering van het net, de beschikbare warmtebron en het temperatuurniveau.’

‘De ideale temperatuur van een warmtenet is een kwestie van maatwerk.’

Warmtebronnen op alle temperaturen Op dit moment zijn binnen Nederlandse warmtenetten verschillende soorten warmtebronnen in gebruik: van

56

INSTALLATIETECHNIEK April '19

geothermie tot restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales, afvalverwerkers en datacenters. De bronnen variëren in de temperatuur waarop ze beschikbaar komen. Zo komt warmte uit een afvalverbrander of diepe geothermiebron vrij op hoge temperaturen van 100°C of meer. Restwarmte uit datacenters komt gemiddeld op slechts 25°C beschikbaar, en warmte uit oppervlaktewater (aquathermie) op nog lagere temperaturen. Er zijn verschillende opties om die uiteenlopende ‘warmtes’ op de juiste temperatuur te brengen voor een woning, vertelt Bart Dehue, programmamanager duurzame warmte bij Nuon, dat in acht regio’s in Nederland warmtenetten beheert. ‘Restwarmte die op 25 tot 30 °C beschikbaar komt, kan in de woning met een warmtepomp worden opgewarmd voor ruimteverwarming en warm tapwater. Een andere optie is om de lage temperatuur-warmte centraal op te werken naar 40°C. Dat is voldoende voor de ruimteverwarming van nieuwbouwwoningen, die alleen nog een naverwarmer (tot 60 °C) nodig hebben voor legionellapreventie. Een derde mogelijkheid is om de warmte centraal op te werken tot 65°C en op deze temperatuur aan de woningen te leveren. Dit is voldoende voor zowel ruimteverwarming als tapwater: in de woning hoeven


Techniek Stadswarmte in de Sluisbuurt Advies- en onderzoeksbureau CE Delft heeft in 2018 onderzoek uitgevoerd naar de CO2-emissies van de warmtelevering aan de Sluisbuurt in Amsterdam. In deze nieuw te bouwen buurt op het Zeeburgereiland komen tussen de 3.500 en 5.500 appartementen. Daarnaast is er ruimte voor 60.000 tot 100.000 m2 voor voorzieningen zoals scholen en winkels. Het plan is om de nieuwe buurt gasvrij te maken en aan te sluiten op het collectieve warmtenet dat al in Amsterdam aanwezig is. Alle gebouwen maken dan voor de verwarming en het warme tapwater gebruik van warmte uit de elektriciteitscentrale van Nuon in Diemen. Het gaat om warmte van ongeveer 90 °C die al door andere wijken is gebruikt en die Westpoort Warmte - een joint venture van Nuon en de gemeente Amsterdam - via een retourleiding (op een temperatuur van 65°C) aflevert bij de Sluisbuurt. CE Delft vergeleek de CO2-emissies van deze oplossing met drie alternatieven: • Lage temperatuur-bron met een collectieve warmtepomp; • een systeem met warmte-koude-opslag van thermische energie uit oppervlaktewater, gecombineerd met een individuele warmtepomp in de woning; • een lage temperatuur-warmtebron zoals een datacenter, met een individuele warmtepomp. Uit de berekeningen blijkt dat aansluiting op het al bestaande collectieve warmtenet tot de laagste CO2-emissies leidt. Voor de periode 2020-2050 ligt die 20 tot 40 procent lager dan bij de drie alternatieven.

dan geen extra maatregelen getroffen te worden’, aldus Dehue.

In Amsterdam levert het wijdvertakte warmtenet op dit moment warmte op hoge en lage temperaturen. De hoofdstad voert al jarenlang een ‘warmte, tenzij’beleid; alle nieuwbouwprojecten worden aardgasvrij gebouwd en in principe aangesloten op het lokale warmtenet. Stadswarmte speelt een sleutelrol in de transitie om de bestaande bouw voor 2040 aardgasvrij te maken. De warmte in de Amsterdamse warmtenetten is op dit moment afkomstig van de afvalverbrandingsinstallatie van AEB Amsterdam, de gascentrales van Nuon in Diemen en de biovergisting van Orgaworld. Daarnaast zijn er vergevorderde plannen voor biomassacentrales en worden de mogelijkheden van onder andere geothermie, aquathermie, restwarmte uit datacenters en waterstof onderzocht.

woningen, die doorgaans slechter geïsoleerd zijn en daardoor aan lage temperatuur-warmte niet voldoende hebben. De retourwarmte daarvan kunnen we weer inzetten voor de verwarming van de nieuwere buitenwijken.’ Van Zanten ziet dit zogenoemde cascaderen als een belangrijk instrument in de warmte- en energietransitie. ‘Binnen een stedelijk of regionaal warmtenet kan op die manier restwarmte van verschillende bronnen en temperaturen worden afgenomen, die via decentrale warmtepompen op de juiste temperatuur wordt gebracht voor levering aan huis. Daarnaast kunnen bestaande warmtenetten worden uitgebreid met aftakkingen op lage temperatuur, bijvoorbeeld voor een nieuwbouwwijk. Dehue licht toe: ‘Op die manier kan een deel van het net met een lage temperatuur worden gevoed door een decentrale bron, zoals restwarmte uit datacenters, terwijl de koppeling met het hoofdnet zorgt voor een back-up en bijspringt in koude periodes.’

Maatwerk in Amsterdam

Kansen voor cascaderen

‘De ideale temperatuur van een warmtenet is een kwestie van maatwerk.’ Dat zegt Jannis van Zanten van AEB Amsterdam. ‘Het idee is dat de hoge temperatuur-warmte vooral ten goede komt aan bestaande

Ook Martin Buijck, business manager van Nuon Warmte, ziet dat cascadering nieuwe kansen biedt: ‘Cascadering betekent dat gebruikers die warmte van een hoge temperatuur nodig hebben als eerste wor-

Sleutelrol warmtenetten

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 57


Techniek

Een deel van het warmtenet kan worden gevoed met lage temperatuur restwarmte van datacenters zoals hier Equinix in Amsterdam Zuid-Oost.

den bediend en dat de restwarmte vervolgens wordt geleverd aan gebouwen die aan een lagere temperatuur voldoende hebben. Zo levert Nuon in Leiden stadsverwarming met een hoge temperatuur aan oudere woningen en wordt de retourwarmte gebruikt in nieuwbouwcomplexen.’ Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat er volop kansen liggen voor cascadering, maar dat afstemming tussen ruimtelijke ordening en de configuratie van het warmtenet essentieel is om de efficiëntiewinst maximaal te benutten. Dat kan bijvoorbeeld door in woonwijken goed geïsoleerde woningen te combineren met ‘slecht’ geïsoleerde gebouwen (zoals monumentale panden) of door kantoren en bedrijven (die vooral overdag verwarmd moeten worden) te combineren met woningen (die vooral warmte nodig hebben aan de randen van de dag), schrijft het PBL. Ook bij combinaties tussen woningen en kassen, zoals in het Westland, ontstaan goede mogelijkheden voor cascadering van warmte.

Geen standaardoptie Uit het recente onderzoek van CE Delft blijkt dat de CO2-emissies van een warmtevoorziening vanuit de retourleiding van een hoge temperatuur-net lagere directe CO2-emissies oplevert dan een apart lage temperatuur-warmtenet. Schepers legt uit: ‘Een van de

belangrijkste voordelen van een hoge temperatuur-net is dat zowel de ruimteverwarming als het warmtapwater uit één aansluiting gehaald kunnen worden. Elektrische naverwarmers op appartement- of gebouwniveau zijn dus niet meer nodig.’

Een goed geïntegreerd warmtenet kan bronnen van verschillende temperaturen combineren.

Klimaatneutrale netten In de toekomstscenario’s voor klimaatneutrale warmtenetten van het PBL hebben zowel lagetemperatuur- als hogetemperatuur-bronnen een plek. Hoe dit op lokaal niveau uitpakt, is nog onduidelijk. Buijck: ‘Het hangt heel erg van de wijk en van de beschikbare warmtebronnen af welke oplossing de beste is. Afhankelijk van het soort woningen - en de warmtevraag van de bedrijfsgebouwen in de buurt, zoals zwembaden en kantoren - kies je het meest geschikte systeem en de meest geschikte bron.’ Een goed geïntegreerd warmtenet biedt daarbij volgens hem de mogelijkheid om verschillende bronnen van verschillende temperaturen te combineren. ‘Het zou bijvoorbeeld heel slim zijn om datacenters te bouwen in de buurt van woonwijken.’ ‘Ik voorzie een toekomst waarin een lappendeken van gekoppelde warmtenetten voor elke wijk een specifieke oplossing biedt, met verschillende temperaturen, die zijn afgestemd op de kwaliteit en warmtevraag van de woningen in die wijk’, vult Van Zanten aan. ‘Bij goed geïsoleerde woningen kan worden volstaan met een lagere temperatuur voor ruimteverwarming. Bij bestaande bouw kunnen temperaturen van rond de 70°C nodig zijn, zoals in de Van der Pekbuurt in Amsterdam is te zien. De grote vraag is dan wat de beste duurzame oplossing voor het warme tapwater is.’

Spilfunctie

Inventarisatie van alle bronnen voor lage temperatuur restwarmte in Amsterdam.

58

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Buijck is er in ieder geval van overtuigd dat stadsverwarming in gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, zoals in grote steden, een spilfunctie vervult in de versnelling van de energietransitie. Hij vergelijkt het met een metro. ‘Die leg je aan in gebieden waar veel vraag is naar vervoer. En zo hebben warmtenetten bij de warmtevoorziening in dichter bevolkte gebieden meerwaarde ten opzichte van individuele oplossingen. Net zoals we de metro nodig hebben om in een deel van de stedelijke mobiliteitsbehoefte te voorzien, hebben we het warmtenet nodig voor onze stedelijke warmtevoorziening.’ <


Bouw op Uponor met S-Press PLUS Dé nieuwe generatie perskoppelingen voor meerlagenleidingen.

Robuust: bestand tegen corrosie en zware mechanische belastingen. Zeker: een perfecte persverbinding, nieuw design van de pershuls. Eenvoudig: optimale doorstroming, geen ontbramen en kalibreren. www.uponor.nl

Smart: direct toegang tot informatie via de QR-code op de koppeling. SPressPLUS_Anzeige A5 liggend_NL.indd 1 Naamloos-1 1

13-3-2019 09:36:12 25-03-19 08:58

Print complexe labels vanaf elke smartphone De nieuwe BradyPrinter M611 draagbare printer kondigt een nieuw hoofdstuk in de evolutie van identificatie aan. De meest complexe labels kunnen nu eenvoudig ter plaatse worden ontworpen met enkel een smartphone en de gratis “Expreslabels”app van Brady. Daarna kunnen de labels worden geprint op betrouwbare, industriële labelmaterialen met de BradyPrinter M611.

Bekijk de video en zie de printer in actie! BRADY BENELUX Lindestraat 20, 9240 Zele, België T: +32 (0) 52 45 78 11 E: emea_request@bradycorp.com

www.bradyeurope.com/M611

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 59


Verbrandingstechnologie laatste jaren sterk verbeterd

Bioketel: Duurzaam, zuinig, Elektriciteit uit zon en wind is het meest genoemde alternatief voor fossiele brandstoffen. Maar wel een met veel haken en ogen, omdat de infrastructuur al snel ontoereikend is als we er alle verwarmingssystemen mee moeten voeden. Daarom groeit de aandacht voor biomassa als duurzaam energiesysteem. Het is een optie met niet alleen veel potentie, maar ook met installaties die niet onderdoen voor moderne en schone gasgestookte cv-ketels. Tekst: Rob van Mil Fotografie: Industrie

H

et gebruik van biomassa als alternatief voor aardgas stuit op redelijk wat tegenstand. ‘Die tegenstand is gebaseerd op onterechte aannames en onwetendheid’, zegt Eppo Bolhuis, voorzitter van de NBKL, de Nederlandse Vereniging van Biomassa Ketel Leveranciers. Hij vindt dat moderne bioketels juist een grote bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming. Met name omdat de huidige bioketels een hele andere verbrandingstechnologie hebben dan tien jaar geleden. Veel schoner en efficiënter. De biomassa die deze ketels gebruiken komt vrijwel volledig uit reststromen of uit Nederlandse bossen, die speciaal hiervoor worden gekweekt. ‘De tegenstanders hebben beelden voor ogen van grootschalige bijstook in kolencentrales, of de uitstoot van kachels en haarden. Maar dat zijn beelden die volstrekt niet stroken met hoe wij biomassa gebruiken en de moderne techniek van bioketels.’

Bioketel bij hoveniersbedrijf Om te laten zien hoe de werkelijkheid van een moderne bioketel eruitziet, organiseerde de NBKL een excursie naar Visser Tuinen in Leimuiden. Deze hovenier nam in november 2017 een moderne bioketel in gebruik en verwarmt daarmee twee woningen en een bedrijfsgebouw. ‘Zo’n vijf jaar geleden zagen we op een beurs de mogelijkheden van een bioketel, maar toen vonden we de investering nog wat hoog. Maar het idee liet ons niet los. In 2017 zijn we nog eens met de leverancier in gesprek gegaan. Niet alleen was de techniek verder verbeterd, ook het prijskaartje bleek voor ons veel aantrekkelijker. Enerzijds omdat wij zelf in de biobrandstof kunnen voorzien en anderzijds omdat er subsidie beschikbaar is. Daarmee werd de investering zodanig dat wij deze in acht tot tien jaar terugverdienen. En nu de gasprijs stijgt, waarschijnlijk nog wel wat sneller’, vertelt Wiljan Visser, eigenaar van het hoveniersbedrijf.

Rendement van 96% De bioketel bij Visser Tuinen is van het Oostenrijkse merk KWB. Het toestel heeft een vermogen van 40 kW en behaalt een rendement van 96%. De installatie staat in een speciaal gebouwd ‘stookhok’, al is dat voor de bioketel niet eens nodig, zegt Theo de Groot van Atechpro. Hij is de leverancier van de KWB-ketels in Nederland. ‘De toestellen kunnen in principe op elke plek staan waar we een goede rookgasafvoer kunnen aansluiten.’ Bij Visser Tuinen staat de bioketel naast twee hele grote warmwaterbuffers. Het dak van de ‘stookruimte’ is bedekt met een zonnecollector die uit honderd vacuümbuizen bestaat. Volgens De Groot is

60

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Techniek

betaalbaar én schoon

In de winter moet je de ketel twee of drie keer per dag vullen met houtblokken, maar bij geen hout valt de ketel terug op automatisch aangevoerde houtpellets.

De bioketel heeft een kap die na de efficiënte verbranding het weinige fijnstof dat ontstaat afvangt, waardoor de rookgassen nagenoeg schoon zijn.

deze opstelling een zeer duurzame combinatie. ‘In de zomer bestaat de warmtebehoefte bijna uitsluitend uit tapwater. Met de zonnecollector kun je hierin nagenoeg volledig voorzien, zo blijkt bij Visser Tuinen. De ketel wordt dan nauwelijks gebruikt. Zo spaar je natuurlijk biomassa uit.’

Dus wanneer we een weekend of een lange dag weg gaan en ik kan geen hout bijvullen, haalt de ketel automatisch zijn brandstof uit de tank met pellets. Maar als het niet hoeft, doen we dat niet, omdat ons eigen hout gratis is en de pellets niet. Bovendien vindt mijn vader het stoken leuk. In de dagelijkse praktijk vult hij de ketel maar al te graag bij. En als we in de zomer met vakantie gaan, dan gebruiken we zo weinig warmte, dat een klein beetje pellets voldoende is om de ketel draaiende te houden.’

Alle gasketels vervangen Bij Visser Tuinen vervangt de bioketel alle gasketels. Wiljan Visser: ‘Op ons erf staan twee woningen; in de ene woont mijn vader en in het andere huis woon ik met mijn gezin. Deze woningen en het kantoor en de bedrijfshal hebben we op het systeem aangesloten. Na de installatie van de ketel hebben we zelf op ons erf een warmtedistributieleiding aangelegd. Vanuit de buffertanks stroomt het warme water door de leiding naar de drie locaties. De ketel heeft een maximale capaciteit van 40 kW, wat ook in de winter ruim voldoende is om de drie panden warm te houden en van tapwater te voorzien.’ Als hoveniersbedrijf heeft Visser Tuinen het voordeel dat het zelf veel hout heeft. ‘In principe gebruiken we alle stevige stammen en takken die we tijdens ons werk ‘verzamelen’, zegt Visser, ‘bijvoorbeeld bij snoeiklussen of als we in tuinen bomen moeten rooien. Het hout zagen we in kleine blokken en laten we in containers drogen. Na zes maanden tot een jaar is het droog genoeg om het in de bioketel te stoken.’ Naast de houtblokken kan Visser ook pellets in zijn ketel stoken. Dit blijkt vooral een ‘veiligheidsmaatregel’ te zijn. ‘Als je houtblokken stookt, moet je – afhankelijk van de warmtevraag – elke dag, of in de winter twee of drie keer per dag, de ketel met houtblokken vullen.

‘Hoge verbrandings­ temperatuur zorgt voor veel minder schadelijke uitstoot’

Vergassen bij hoge temperatuur De ketel die bij Visser staat is een van de moderne types van KWB; een type ketel dat ook andere fabrikanten kunnen leveren. ‘Het verbranden van hout

Bioketels zijn vele malen schoner dan kachels Moderne bioketels zijn vele malen schoner dan de beste houtkachels of open haarden. Dit blijkt onder meer uit een studie die in opdracht van het ministerie van BZK is uitgevoerd. Deze studie is onder de titel Kennisdocument Houtstook beschikbaar op de website van RVO (www.bit.ly/EWHoutstook). Ook zijn de emissies van bioketels veel minder schadelijk voor de volksgezondheid. Er zit geen teer in de rookgassen van bioketels, en de hoeveelheid fijnstof en roet is minimaal. De biomassa die bioketels gebruiken is vrijwel volledig afkomstig uit ons eigen land, veelal uit reststromen. Met het keurmerk Better Biomass (www.bit.ly/EW-Better) is er zelfs een garantie dat de biomassa uit duurzame bronnen afkomstig is

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 61


Techniek

Naast de bioketel staan twee grote warmwaterbuffers die de door de ketel (in de winter) en de zonnecollectoren (in de zomer) geproduceerde warmte opslaan voor ruimteverwarming en warmtapwaterproductie.

en pellets gebeurt in deze ketels bij dermate hoge temperaturen dat wij praten van vergassing’, zegt De Groot. ‘Verbranden, in een haard of kachel, gebeurt bij een relatief lage temperatuur van circa 300 graden Celsius. De vergassing in ons type ketels gebeurt op veel hogere temperaturen, tot wel 900 graden Celsius. Daardoor ontstaat veel minder schadelijke uitstoot, zoals roet of fijnstof. Bovendien heeft de ketel een kap die het weinige fijnstof dat ontstaat nog afvangt, waardoor de rookgassen nagenoeg schoon zijn. En die schone gassen gaan dan door een zelfreinigende warmtewisselaar, zodat het toestel weinig onderhoud nodig heeft. En we kunnen het toestel - net zoals moderne gasketels - op afstand via internet monitoren.’ De bioketels beschikken daarnaast over een intelligent doseringssysteem dat pellets of houtsnippers exact gedoseerd de vuurhaard invoert, zodat ze met het juiste mengsel van brandstof en zuurstof worden vergast.

Omdat de potentie bijzonder groot is, biedt de sector veel kansen voor de installateur

Lage brandstofkosten De kosten voor brandstof zijn relatief gering, vertelt De Groot. ‘Als je zelf niet de beschikking hebt over biomassa, dan zal je meestal pellets moeten kopen. Wanneer je uitsluitend pellets stookt, dan bedragen de kosten maximaal de helft van de prijs die je in eenzelfde situatie voor aardgas kwijt zou zijn. Voor bedrijven als Visser Hoveniers, die zelf veel hout hebben, maar bijvoorbeeld ook voor timmerfabrieken of natuurbeheerders, zijn de brandstofkosten bijna nihil. Eén kubieke meter hout levert een vermogen van ongeveer 3.250 kWh of 345 m3 aardgas.’ De technische levensduur van deze moderne bioketels bedraagt volgens hem circa 40.000 vollasturen,

62

INSTALLATIETECHNIEK April '19

oftewel zo’n twintig jaar. ‘Er zullen wat onderdelen slijten en vervangen moeten worden, maar dat gebeurt in een gewone hr-ketel ook. Deze bioketels zijn zodanig ver geëvolueerd en geïnnoveerd, dat ze echt niets meer te maken hebben met een houtkachel.’

Zeer strenge uitstootnormen De fabrikanten van dit type bioketels komen vooral uit Oostenrijk en Duitsland, waar de normen voor uitstoot zeer steng zijn. Ook bedrijven in Scandinavië kunnen deze moderne ketels leveren. ‘In Nederland leveren de leden van NBKL uitsluitend bioketels die nu al aan dezelfde strenge normen voor de uitstoot voldoen als die in Duitsland gelden. Daarmee lopen we vooruit op wetgeving die - zoals het er nu naar uitziet - in 2022 door het ministerie verplicht wordt’, zegt Eppo Bolhuis van NBKL. De vereniging heeft een erkenningsregeling voor installateurs van bioketels in het leven geroepen. Deze regeling moeten zij naleven wanneer zij ketels installeren. Verder is er door de NBKL voor bioketels een speciale SCIOS-scope 5a ontwikkeld, die verplicht is bij het in bedrijf stellen en daarna tweejaarlijks in de gebruiksfase. Bolhuis geeft hiermee aan dat de markt voor bioketels een serieuze aangelegenheid is. En omdat de potentie bijzonder groot is, biedt de sector veel kansen voor de Nederlandse installateur. ‘In 2006 stonden er circa duizend biomassaketels met een vermogen < 0,5 MW in Nederland. Ruim tien jaar later, in 2017, was dat aantal opgelopen tot circa 3.400 stuks. Om die ketels te stoken is er ruim voldoende duurzame biomassa voor handen. In de afgelopen jaren hadden we zelf zoveel pellets en chips in ons land, dat we het massaal konden exporteren. Met de potentie van 60 PJ aan binnenlands geproduceerde biomassa kunnen we het aantal bioketels in ons land nog verdubbelen’, zo besluit Bolhuis. <


Technische vragen

Techniek Verdunningsfactor In het Bouwbesluit is een eis opgenomen voor nieuwbouw over de mate waarin bij de toevoer van verse lucht verontreinigde lucht of rook mag voorkomen. Bent u het met mij eens dat deze zogenoemde verdunningsfactor een wel erg magere basiseis is om te zorgen voor een goede binnenluchtkwaliteit? Het Bouwbesluit is slechts een wettelijke toetssteen. Het Bouwbesluit stelt minimumeisen aan de ventilatievoorziening. Deze worden inderdaad vaak ten onrechte gezien als de best haalbare kwaliteit. Bij het ontwerp van de installatievoorzieningen voor een nieuwbouwhuis zou gestreefd moeten worden naar een goed of beter installatie-ontwerp. De Nen 1087 is momenteel in revisie. De norm is door het Bouwbesluit 2012 aangewezen als bepalend om te voldoen aan het Bouwbesluit. Op dit moment ligt er een nieuw concept (zie www.bit.ly/EW1087) voor de norm waarop commentaar kan worden geleverd. Ook op de wijze waarop de verdunningsfactor moet worden bepaald.

Diameter condensafvoer cv-ketel Hoe groot moet de (minimale) afmeting leidingdiameter zijn voor de condensafvoer van een hr-ketel in de woningbouw? Overeenkomstig tabel 2 van Nen 3215:+C1:2014 moet de afvoerleiding van een lekwaterafvoer/condenswaterafvoer/ overstorttrechter een middellijn hebben van minimaal 40 mm (handelsmaat) en mag de stankafsluiter/vloerbuis/muurbuis een middellijn hebben van 32 mm (handelsmaat).

Documentenbeheer Ik maak gebruik van het documentenoverzicht (www. documentenoverzicht.nl) van Techniek Nederland als ondersteuning bij het documentenbeheer van technische documenten en normbladen. Daarin kan ik per vakdiscipline nagaan welke normen of documenten vanuit de regelgeving (Bouwbesluit) of vanuit certificatie verplicht zijn. In dit overzicht staat bijvoorbeeld dat ik voor leidingwaterinstallaties de norm Nen 1006 moet hebben van 1981. Ik heb echter al een nieuwere norm, te weten de Nen 1006+A3 van augustus 2011. Hoe moet ik dit zien? In de praktijk kunt u verschillende datumversies van Nen-normen tegenkomen. Dit zijn; 1. Nieuwste normversie van Nen; 2. Bouwbesluit nieuwbouw niveau; 3. Bouwbesluit ‘rechtens verkregen niveau’; 4. Bouwbesluit bestaande bouw niveau.

U heeft nog niet de meest recente normversie die het Bouwbesluit per 1 januari 2019 heeft aangewezen, dit is versie 2018/06 + A1: 2018. Bij nieuwbouw moet u de door het Bouwbesluit voorgeschreven normversie toepassen. Soms heeft Nen een nóg nieuwere normversie beschikbaar, het staat partijen echter vrij om deze versie af te spreken (bijvoorbeeld in het bestek). Een bestaande gebouwinstallatie kan worden beoordeeld op basis van de normversie die geldend was ten tijde van de bouw (rechtensverkregen niveau). Een bestaande gebouwinstallatie mag echter nooit onder het kwaliteitsniveau zakken van bouwbesluit bestaande bouw.

Meten bij de drukmeetnippel Onlangs maakte ik naar aanleiding van een bezoek aan een klant voor een storing aan de cv-installatie bij de netbeheerder melding van een te lage gasdruk. Later kreeg ik via mijn klant te horen dat de gasdruk die de netbeheerder levert, niet te laag was. Mijn meting bleek niet correct. Wat doe ik fout? De manier waarop gasvoorzieningen in een gebouw worden uitgevoerd is vastgelegd in het Bouwbesluit. In de norm Nen 1078, waarnaar het Bouwbesluit verwijst, is onder andere de minimale nominale werkdruk vastgelegd ter plaatse van de aansluitpunten. De meetmethode is toegelicht in de praktijkrichtlijn NPR 3378 deel 3. Desondanks geeft netbeheerder Liander aan dat zij gemiddeld tien keer per week voor niks een monteur naar de woning stuurt naar aanleiding van drukklachten. In zeer veel gevallen stelt de monteur namelijk vast dat zowel de statische als dynamische gasdruk bij het overdrachtspunt in de meterkast goed is. De oorzaak van de drukklachten blijkt meestal te liggen bij de binnenleiding gas. Soms is de dimensionering niet juist, de leidinglengte niet correct of blijkt er iets mis met de nieuwe verbindingsmethoden, zoals knelkoppelingen. Ook komt het regelmatig voor dat er geen afstemming blijkt te zijn tussen de partij die de binnenleiding aanlegt en de partij die de erop aan te sluiten toestellen plaatst, zoals bijvoorbeeld een groot gasfornuis. In veel meterkasten zit na de gasmeter een drukmeetnippel. Het verzoek van de netbeheerder is om bij drukklachten ook de druk in de meterkast bij de drukmeetnippel te meten, alvorens een melding te doen bij de netbeheerder. Mocht daar dan ook de druk te laag zijn, dan kan de netbeheerder worden ingeschakeld.

Weet u hoe het zit? In deze rubriek, tot stand gekomen in samenwerking met de afdeling Techniek & Markt van Techniek Nederland, behandelen wij technische vragen die ondernemers hebben gesteld. Heeft u ook een technische vraag? Stuur hem dan naar media@technieknederland.nl.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 63


Productnieuws

Zien is geloven De Fluke diagnostische videoscoop DS703 FC is geschikt om inspecties uit te voeren op moeilijk toegankelijke plekken in ruwe industriële omgevingen. Het test- en meetapparaat heeft hiertoe een resolutie van 1.280 x 720 pixels en een wifi-interface. Daarnaast is hij uitgevoerd met een 7 inch capacitief touchscreen en een digitale zoomfunctie in combinatie met ledverlichting. Een andere handige eigenschap van de batterijgevoede videoscoop is de mogelijkheid om het beeld op de display te draaien met behulp van de Up-is-Up technologie. Tot slot beschikt hij standaard over een 1,2 m lange probe met een dubbele camera; optioneel zijn probes met een doorsnede van 3,8 – 8,5 mm en lengtes tot 20 m. i Conrad Business Supplies, www.conrad.nl, tel. 088 428 5450

Twee nieuwe grondwarmtepompen

Nefit Bosch werkt hard aan uitbreiding van haar warmtepompprogramma. Op de Bouwbeurs 2019 toonde het bedrijf twee nieuwe grondbronwarmtepompen. De Bosch Compress 6000 LWM-grondbronwarmtepomp (links) heeft een vermogensrange van 4,5 tot 17 kW. De COP is 5,8 met een cv-aanvoertemperaturen tot 62°C. Deze volledig gasloze oplossing is leverbaar in varianten met en zonder geïntegreerde warmwatervoorraad. Optioneel kan de warmtepomp worden uitgebreid met een koelunit. Het systeem is geschikt voor smart grid. Deze warmtepomp is prima geschikt voor woningbouw en utiliteit. De Bosch Compress 7000 LWM (rechts) is een grondbronwarmtepomp met een vermogensrange van 20 tot 80 kW. De COP tot 4,95, met een SCOP van 5,54, de cv-aanvoertemperatuur 68°C en energielabel A+++. Voor deze warmtepomp die prima geschikt is voor gestapelde bouw en utiliteit is een extra hoge ISDE-subsidie mogelijk. Uniek is de mogelijkheid om de warmtepompen in cascade op te stellen, tot 400 kW, waarbij de units worden gestapeld. Hierdoor kan een vermogen van 160 kW worden gerealiseerd op iets meer dan een vierkante meter. Beide nieuwe grondgebonden warmtepompen zijn leverbaar vanaf eind 2019. i Nefit, www.nefit.nl, tel. 0570 602 206

Anti-lekstroombewaking

Bevestigings- en protectiesystemen zonnepanelen Ubbink heeft een uitgebreid programma bevestigings- en protectiesystemen, geschikt voor alle in de markt verkrijgbare zonnepanelen. Nieuw zijn onder andere een verbeterd indakmontagesysteem voor zonnepanelen, een solar pv/ thermisch kabeldakdoorvoer pannendak, een solar leidingdoorvoer voor het hellende dak en een solar pv/thermisch kabeldakdoorvoer voor een plat dak. i Ubbink, www.ubbink.nl, tel. 0313 48 03 62

64

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Raritan introduceert met Residual Current Monitoring (RCM) Type B een aanvulling op het bestaande assortiment intelligente PX PDU’s met anti-lekstroom-bewaking. Deze RCMmodellen bevatten een gepatenteerde zelftestfunctionaliteit die het onderhoudsproces versnelt en waarmee potentiële lekstroomrisico’s van de IT-apparatuur beter zijn te beheersen. De RCM-drempelwaarden worden door de gebruiker zelf ingesteld. Bij overschrijding volgen naar wens waarschuwingen via e-mail, sms en SNMP-traps naar de contactpersoon. Er zijn drie typen RCM beschikbaar: type A detecteert AC en pulserende DC-lekkage, type B 1-fase en type B 3-fase detecteren zowel AC- als DClekkage op elke bedrading. i Raritan, www.raritan.com/eu/, tel. 010 284 4040


Access point met mesh-functie De AirBox/12 van B.E.S.D. is een industrieel dual band wifi-accesspoint dat te configureren is als access point met mesh-functie, client of als repeater. Door de dual band (2,4 GHz en 5 GHz) radio’s is hij geschikt voor Industrie 4.0- en profinet-toepassingen. Kenmerkend zijn verder de compacte bouwvorm van 142 x 99 x 35 mm en de mogelijkheid om externe antennes aan te sluiten. Daarbij is de AirBox met een speciale kit naar wens op een DIN-rail in schakelen verdeelkasten te monteren. Het access point voorziet in een snelle roaming doordat één radio de datacommunicatie voor zijn rekening neemt en de andere radio de signaalsterkte scant. Door het ingebouwde omschakelmechanisme zal altijd de radio met het sterkste signaal de datacommunicatie realiseren. i B.E.S.D. Benelux, www.besd.nl, tel. 0493 316 554

Onderhoudsvrij back-upvermogen Back-up stroomvoorzieningen voor korte looptijden maken vaak gebruik van accu’s die veel onderhoud vragen, of van minder efficiënte, mechanische vliegwielen met een korte autonomie. Als alternatief ontwikkelde Eaton daarom de onderhoudsvrije en milieuvriendelijke XML-supercapacitor-modules met een levensduur van twintig jaar. Deze hoogvermogen energieopslagapparaten bieden in combinatie met een Eaton UPS een back-upstroom-oplossing, die binnen een temperatuurrange van -40 – 65 °C betrouwbaar en rendabel blijft functioneren. Hiervoor maken ze gebruik van een elektrochemische, dubbellaagse condensator (EDLC)-constructie in combinatie met bedrijfseigen materialen en processen. Beschikbaar voor de meest recente 3-fase Eaton UPS-producten van units van 8 kW tot en met parallelle UPS-systemen van 7.700 kW. i Eaton Industries, www.eaton.nl/electrical, tel. 0653 674 311

Slimme gebouwen Om (bestaande) gebouwen eenvoudig slimmer te maken, introduceert Cad & Company een ‘Digital Twin’ en IoT-sensoren. ‘Digital Twins’ worden al vaak gebruikt voor industriële toepassingen om fysieke producten en apparatuur in de echte wereld te integreren met digitale kopieën in de virtuele wereld. Maar ze bieden ook mogelijkheden in de bouwwereld en zijn hiervoor laagdrempelig toegankelijk gemaakt met BLDNG360 en multisensoren. Deze sensoren zijn overal te monteren en communiceren via een wifi-mesh-netwerk. Alle verzamelde data zijn op te slaan in een Microsoft Azure of Amazon AWS cloudomgeving of een eigen datacenter. Toepassingen van de oplossing liggen onder meer in het optimaliseren van de bezettingsgraad, duurzaamheid en andere gebruikstoepassingen van gebouwen. i Cad & Company, www.cadcompany.nl, tel. 088 494 6666

Creëer kleinschalige RFID-gate Het RFID-portfolio van Siemens is uitgebreid met de IP67 UHF-reader Simatic RF615R. Deze compact uitgevoerde RFID-reader beschikt over een interne, circulair gepolariseerde antenne en een aansluiting voor een extra externe antenne waarmee een kleinschalige RFID-gate is te realiseren. Verder ondersteunt het apparaat OPC UA als IoT-interface en communiceert via het datamodel OPC UA AutoID Companion Specification V1.0. Dit maakt fabrikant-onafhankelijke communicatie binnen de automatisering mogelijk, evenals een gestandaardiseerde verbinding met cloud-toepassingen. Tot slot zijn de verzamelde gegevens te analyseren waarmee KPI’s als installatiebeschikbaarheid, benuttingsgraad of energiebesparingspotentieel inzichtelijk zijn te maken. Het apparaat is vooral geschikt voor toepassing in machine- en installatiebouw en in de transportbandtechnologie. i Siemens, www.siemens.nl, tel. 0653 856 337

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 65


Productnieuws

Superslanke ventilator convector Met de Art-U introduceert Galletti een nieuwe design ventilator convector. De convector is in combinatie met de warmtepompen en regeltechniek van Galletti het duurzame alternatieve systeem voor traditionele verwarming. De Art-U is uitgerust met nieuwe high efficiency-warmtewisselaars die weinig ruimte innemen, maar wel een hoog rendement opleveren. Daardoor was het voor de designers mogelijk een innovatieve wandunit te ontwerpen met een diepte van slechts 10 cm. De unit heeft een aangenaam laag geluidsniveau dankzij de tangentiale ventilator-technologie. Een ander pluspunt is de modulerende inverter gestuurde BLDC-motor, die ervoor zorgt dat de convector een extreem laag energieverbruik heeft. De Art-U is leverbaar in vijf capaciteitsranges van 1 tot 4 kW en alle modellen zijn leverbaar in verschillende kleuren. De convector wordt geleverd door Airconair, dat exclusief distributeur is van de producten van Galletti. i Airconair, www.airconair.nl, tel. 168 850 145

Multimeter en meer Met de Elektro Lijn Neptune biedt Euro-Index een compacte True RMS-multimeter met aanvullende testfuncties. Naast het meten van spanning, weerstand, stroom (met een optionele stroomtang) en een doorbeltest kan het instrument ook isolatieweerstand meten en een continuïteitstest met 200 mA uitvoeren. Tevens is hij geschikt voor het meten van harmonische vervorming en het bepalen van de fasevolgorde. De combinatie van deze functionaliteiten maakt de multimeter geschikt voor het testen van elektrische veiligheid maar ook voor storing zoeken in elektrotechnische installaties. De bediening gebeurt met een keuzeschakelaar, zonder menustructuur. i Euro Index, www.euro-index.nl, tel. 010 288 8000

Steengoede bedieningsplaat Met de nieuwe Sigma21 heeft Geberit een steengoede bedieningsplaat ontworpen. Onlangs werd de in Braziliaans leisteen uitgevoerde Mustang Slate-plaat verkozen tot winnaar van de Archiproducts Design Award 2018. De bedieningsplaat heeft een 2-toetsbediening met ronde spoelknoppen voor een grote en kleine spoeling. Het ontwerp is gebaseerd op de bestaande bedieningsplaat Sigma20 en is naast de leisteenuitvoering verkrijgbaar in drie kleuren glas. De glasvarianten zwart, wit of zandgrijs vallen op door een speciale slijping, die het licht op geraffineerde wijze reflecteert. i Geberit, www.geberit.nl, tel. 030 605 77 00

Met de Decorio kan de warmtepomp het dak op Ubbink lanceerde tijdens de BouwBeurs 2019 een nieuwe behuizing voor een luchtwarmtepomp. Met de nieuwe Decorio Luchtwarmtepompbehuizing 30°-55° plaats je een warmtepomp als een schoorsteen op het dak. De behuizing beschermt de luchtwarmtepomp tegen alle weersinvloeden en zorgt voor geluidsvermindering. Het is bovendien een behuizing die door het moderne design op een fraaie manier de buitenunit aan het zicht onttrekt. i Ubbink

www.ubbink.nl tel. 0313 48 03 62

66

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Ruimte- en tijdwinnend afvoersysteem SuperTube is een innovatief afvoersysteem voor hoogbouw. De nieuwe technologie van Geberit is gebaseerd op de perfecte wisselwerking tussen vier systeemcomponenten. Drie geavanceerde fittingen in combinatie met de Geberit PE-afvoerleiding vormen samen een innovatieve hydraulische oplossing. De fittingen zorgen bij verdiepingsaansluitingen en bij de richtingverandering in de standleiding voor een continue luchtkolom in de afvoerleiding. Hierdoor wordt er ruimte, tijd en geld bespaard. De installatie van een parallelle omloopof secundaire ontspanningsleiding is niet langer meer nodig. Met het nieuwe afvoersysteem is de leidingdiameter kleiner, waardoor kleinere schachten nodig zijn, en kunnen er horizontale verslepingen tot 6 m zonder afschot worden geïnstalleerd. Dit maakt het mogelijk om plafondophangingen bij een versleping zeer dicht bij het betonnen plafond te plaatsen. Naast deze besparing van ruimte is er ook minder materiaal nodig en is de planning en installatie vereenvoudigd. i Geberit www.geberit.nl, tel. 030 605 77 00

Efficiënte elektrische warmwateroplossing Vaillant lanceert dit voorjaar een nieuwe serie warmtepompboilers. De warmtepompboilers in de aroSTOR-serie hebben het label A+ en een hoge COP (> 2.5). De milieuvriendelijke boilers zijn geschikt voor zowel nieuwbouw als de renovatiemarkt en kennen een hoge energie-efficiëntie voor de productie van warm water voor thuisgebruik. De boilers zijn in staat om op te warmen gedurende een laag stroomtarief en zijn voorzien van een boostfunctie voor snel opladen van de boiler. Met het koudemiddel R290 voldoet de aroSTOR aan de komende f-gasregelgeving. De nieuwe serie bestaat uit boilers in vijf verschillende capaciteiten. De wandboilers hebben een capaciteit van 80, 100 en 150 liter en de staande uitvoeringen van 200 en 270 liter. De wandmodellen zijn te voorzien van een concentrisch kanaal voor aanvoer en afvoer van lucht, waardoor er slechts een muurdoorvoering noodzakelijk is. De aroSTOR warmtepompboiler kan ook warmte gebruiken uit de ventilatielucht van een woning. Een ander voordeel is dat de warmtepompboilers PV- en Smart Grid-ready zijn. i Vaillant, www.vaillant.nl, tel. 020 565 92 00

Ventileren op hoger niveau Brink presenteert met de nieuwe Flair-serie een innovatieve wtw-unit. Het nieuwe paradepaardje van de specialist in ventilatie met warmteterugwinning, verwarming, koeling en warmwaterbereiding is beschikbaar in de uitvoeringen Flair 300 en Flair 400, met een maximale ventilatiecapaciteit van respectievelijk 300 en 400 m3/h. De units koppelen een hoog thermisch rendement aan het laagste elektrische energieverbruik. Dit resulteert in de allerhoogste EPG-winst, waardoor de unit naadloos in de Beng-methodiek past. Het toestel is daarnaast stiller en heeft alles aan boord voor de modernste communicatie om het op de buitenwereld aan te sluiten. De nieuwe installatiewizard op smartphone, tablet of laptop garandeert een kwalitatief goede en snelle installatie. Naast de Flair 300 en 400 met vier aansluitingen aan de bovenzijde en bijbehorende accessoires, zijn vanaf komende zomer ook toestellen beschikbaar met twee aansluitingen aan de bovenzijde en twee aansluitingen aan de onderzijde. De enthalpiewisselaar en Plus-versie zijn op korte termijn leverbaar als accessoire of als toestelvariant. i Brink Climate Systems

www.brinkclimatesystems.com

tel. 0522 46 99 44

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 67


Productnieuws

Wifi-board voor IoT-projecten Onder de naam Arduino Uno Wifi Rev2-prototypingboard, biedt RS Components een wifi-board voor IoT-projecten. De nieuwe versie onderscheidt zich van zijn voorganger door de ingebouwde wifi en de toevoeging van een onboard IMU-sensor (inertial measurement unit). Daarbij biedt hij ondersteuning voor OTA-programmering (over-the-air) voor de overdracht van Arduino-tekeningen of wififirmware. Het board van 68,6 x 53,4 mm, is opgebouwd rond de nieuwe ATmega4809 8-bits processor van Microchip, die op zijn beurt 6 KB SRAM en 256 bytes EEPROM integreert. Verder beschikt hij over zes analoge ingangen en veertien digitale input/output pennen waarvan er zes zijn te gebruiken als PVM-uitgang. Andere functies omvatten een 16 MHz keramische resonator, usb-aansluiting, een ICSP-header, stroomstekker en resetknop. i RS Components, www.rs-online.com, tel. 023 516 6555

Licht voor de industrie Speciaal voor industriële omgevingen ontwikkelde Ledvance verlichtingsoplossingen die de concentratie verhogen, fouten voorkomen en de efficiëntie verbeteren. Verder zijn de verschillende armaturen betrouwbaar en werken zoveel mogelijk automatisch; ook in stoffige, vochtige, warme of trillende omgevingen. De verschillende eigenschappen zijn gerealiseerd door toepassing van onder andere sensoren en Dali-connectiviteit. Verder kenmerken de armaturen zich door een hoge efficiëntie, een eenvoudige installatie, lage gebruikskosten en een minimaal onderhoud. Enkele voorbeelden uit het assortiment zijn de High Bay Dali-armatuur met IP65-classificatie, de Damp Proof Special voor toepassing in onder andere de levensmiddelenindustrie en de Linear Ultra Output als led-vervanging voor conventionele T8-armaturen. i Ledvance Benelux, www.benelux.ledvance.com, tel. 010 750 1414

Ongekoelde methaangas-detectiecamera De Flir GF77 Gas Find IR is de eerste ongekoelde, thermische camera die is ontworpen voor het detecteren van methaan. Deze handheld-camera biedt inspectieprofessionals de functies die ze nodig hebben om potentieel gevaarlijke, onzichtbare methaanlekken te vinden bij aardgascentrales, productie-installaties voor hernieuwbare energie, industriële installaties en andere locaties rondom de toeleveringsketen voor aardgas. De GF77 heeft het vermogen methaangas te detecteren. De camera kost ongeveer de helft van de prijs van gekoelde gasinspectie thermische camera’s, waarmee de olie- en gasindustrie in staat wordt gesteld de uitstoot te verminderen en een veiligere werkomgeving te garanderen. Flir is leverbaar via onder andere Sensor BV in Drunen i Flir, www.flir.com, tel. 0416 36 94 73

Cloud-gebaseerde bedreigingsintelligentie De zogenaamde Cloud Query-functie van Zyxel is een cloudgebaseerde malwarescandienst die relevante informatie geeft over bedreigingen. De oplossing voor eigen ATP-firewalls is ontwikkeld om malware in het wild tegen te gaan en gebaseerd op een multi-source, continu groeiende cloud database, die al miljarden malware samples bevat. Naast de constante updates van vertrouwde bronnen van derden, is de Cloud Query-database verrijkt met updates voor bedreigingen die door elke andere Zyxel ATP-firewall wereldwijd worden geïdentificeerd. Een gespecialiseerd, Artifical Intelligence (AI)-algoritme classificeert en berekent de ernst van elke bedreiging en helpt bedrijven om de meest actieve bedreigingen te identificeren en passende tegenmaatregelen te nemen. Het eerste product in deze dienst is de ATP800 beveiligingsgateway voor het mkb. i Zyxel, www.zyxel.nl, tel. 023 555 3689

68

INSTALLATIETECHNIEK April '19


110 mm op DIN-rail De DIN-rail AC-DC-voeding van TDK-Lambda heeft een nominaal vermogen van 960 W (40 A bij 24 V) en een piekbelasting van 1.440 W (60 A) gedurende 4 s. Door de beperkte breedte van 110 mm neemt hij maar weinig ruimte in op de DIN-rail en produceert door het rendement van 95 procent relatief weinig warmte. De berekende levensduur komt dan ook uit op meer dan tien jaar bij 75 procent werkbelasting, een omgevingstemperatuur van 40 °C en 230 V-ingangsspanning. De 24 V-uitgang van de voeding is in te stellen tussen 24 en 28 V met behulp van de potentiometer op het frontpaneel of met een externe 5-6 VDC-bron. Verder is hij uitgerust met een DC OK relaiscontact en beschikt over IEC/EN/UL/CSA 60950-1 en UL 508 veiligheidscertificeringen. CE-markeringen zijn toegekend volgens de Laagspannings-, EMC- en RoHS-richtlijnen. i TDK-Lambda, www.tdk-lambda.nl, tel. 0620 618 765

Compacte drukverhogers De waterdruk in gebouwen is soms te laag of kan onstabiel zijn. Bovendien is er vaak een gebrek aan ruimte en mag de pomp niet voor te veel overlast zorgen. DAB Pumps biedt een oplossing voor deze problemen met de compacte en stille drukverhogers e.sytwin. De drukverhogers zijn eenvoudig te installeren voor collectieve leidingwaterinstallaties. De e.sytwin’s zijn meerpomps-units die circa 30 procent compacter zijn dan drukverhogingsinstallaties die vergelijkbare prestaties leveren. De capaciteit per pomp is tot 180 l/min bij een opvoerhoogte van 20 m. De maximum opvoerhoogte is 60 m, waardoor de drukverhoger inzetbaar is tot gebouwen van negen verdiepingen. De drukverhogingspomp garandeert een hoog comfort, want de ingestelde waterdruk blijft altijd constant, op elke verdieping. Het setpoint is instelbaar van 1 tot 5,5 bar. Wat ook bijdraagt aan het comfort is het lage geluidsniveau van slechts 45 dB(A). Met een energiebesparing van ruim 50 procent verdient de pomp zich terug in gemiddeld twee jaar. Alle componenten, waaronder de frequentieregelaars, de regeltechniek, de terugslagkleppen en een expansievat zijn geïntegreerd in de pomp. Het docking station, het handige installatieframe voor 2-4 pompen, en de draadloze verbinding tussen de pompen vereenvoudigt en versnelt het installeren. i DAB Pumps, www.dwtgroup.com, tel. 0416 387280

Cloud control voor klimaatbeheersing Toshiba presenteert een nieuwe cloud control-bedieningsoplossing voor klimaatbeheersing in zowel commerciële panden als woonhuizen. Speciaal ontworpen adapters en een app maken het mogelijk de AC-systemen op afstand te bedienen. De adapters brengen een verbinding tot stand met de router in het pand, het airconditioningsysteem en de cloud. De intuïtieve bedieningsinterface van de Toshiba Home AC Control voor woningen is bruikbaar na aansluiting van de adapter op het binnendeel (wand- of consolemodel). Tot vijf personen kunnen tot wel tien airconditioners bedienen. De Toshiba AC Control biedt een effectief, eenvoudiger en voor meerdere gebruikers geschikt alternatief voor de traditionele losse afstandsbediening. Deze nieuwe bedieningsoplossing is ontwikkeld voor bedrijfstoepassingen (RAV en VRF). De binnendelen zijn aangesloten op het TCC-Linknetwerk, waar een slimme interfacegateway voor bediening communiceert met de cloudserver via de bedrijfsrouter. Maximaal 32 gebruikers kunnen de airconditioners op hun werkplek bedienen, en één beheerder kan zelfs het hele systeem configureren en monitoren. Daarnaast kan de beheerder verschillende toegangsniveaus instellen en beheren. Het systeem kan worden gekoppeld met centrale bedieningen en gebouwbeheersystemen. i Intercool Technics, www.intercool.nl, tel. 078 629 12 30

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 69


Productnieuws

Testen en meten De Metraline-serie van Gossen Metrawatt is aangevuld met RMS-meters voor de True RM- meting van AC/DC-spanning en -stroom, weerstand, temperatuur, frequentie, duty cycle, capaciteit en continuïteit/diodes. De instrumenten zijn ontwikkeld voor gebruikers van moderne test- en meetapparatuur, zoals professionele elektriciens en bedrijven in de elektrotechnische industrie. De meters zijn uitgerust met een digitale display, een analoge schaal met achtergrondverlichting en opslag van meetgegevens voor complexe meetsituaties. Kenmerkend zijn verder de automatisch blokkerende aansluitingen (ABS: automatic blocking sockets) die verkeerde aansluiting van de meetkabels voorkomen en de geavanceerde True RMS-meting van de effectieve waarde met een TRMS-bandbreedte van 2 kHz (DM62). i Conrad Business Supplies, www.conrad.nl, tel. 088 428 5450

Slimme thermostaat voorbereid op Smart Home Nefit kwam in 2013 als eerste verwarmingsmerk met een eigen slimme thermostaat, de Nefit Easy. De opvolger, de EasyControl die Nefit Bosch sinds dit voorjaar op de markt brengt, is nog slimmer en voorbereid op integratie met Smart Home-oplossingen. Met EasyControl kan de temperatuur in elk vertrek individueel worden ingesteld. Dankzij de Coming Home-functie weet EasyControl precies hoe laat je thuiskomt en stelt de verwarming hierop in. Dat voorkomt onnodig stoken en bespaart energie. De thermostaat is ontwikkeld in het R&D-centrum van Nefit Bosch in Deventer en biedt op termijn mogelijkheden voor integratie met andere Bosch-producten en dankzij een open standaard ook met vele andere smart home en IoT-applicaties. In combinatie met de nieuwe slimme radiatorkranen van Bosch maakt de EasyControl het mogelijk om voor afzonderlijke vertrekken een eigen verwarmingsprogramma in te stellen. Met de app kunnen zo tot negentien verschillende vertrekken worden aangestuurd. Op termijn biedt EasyControl een open interface voor toekomstige partnertoepassingen en kan hij met nieuwe connected oplossingen worden bediend, zoals de spraakassistent Amazon Alexa of de automatiseringsapp IFTTT. De SmartShower-functie zorgt voor extra energiebesparing bij het douchen, zonder comfort in te leveren. De thermostaat is compatibel met Nefit en Bosch gaswandketels van 2008 of later. Met de EasyControl Adapter kan de thermostaat ook worden aangesloten op alle andere verwarmingsinstallaties. i Bosch Nefit, www.bosch-easycontrol.com, tel. 0570 60 29 12

Upgrade HVAC-portfolio Trane Trane, leverancier van oplossingen en services voor indoorcomfort, introduceert een reeks verbeterde oplossingen binnen het segment ‘licht commerciële systemen’. De Flex II is een serie nieuwe modulaire koelmachines en warmtepompen die door hun breedte (1m) gemakkelijk zijn te transporteren. Dankzij het modulaire ontwerp kan één airconditioningsysteem worden gebouwd op basis van een groot aantal Flex II-koelmachines, beheerd door één FlexMaster-controller. De microchannel condensorbatterijen en geoptimaliseerde koelmiddelleidingen dragen bij aan een hogere duurzaamheid en een lage koudemiddelvulling. De Picco (foto) is een serie nieuwe compacte en kleine warmtepompen met invertertechnologie en hebben een klasse A-energie-efficiëntielabel voor koeling en verwarming. Ze leveren warm water voor verwarming in de winter, sanitair warm water en gekoeld water voor zomerkoeling. De Conquest is een serie nieuwe ventilatoren in deze koelmachine en warmtepompen voor comfort- en proceskoeling- en verwarmingstoepassingen. De nieuwe ventilatoren verbeteren de prestaties bij deellast en verlagen de bedrijfskosten gedurende de volledige levensduur van het product. De Cube HT is een serie nieuwe lucht-waterwarmtepomp met kleine capaciteit, speciaal ontworpen voor hoge warmwatertemperaturen bij zeer lage omgevingsluchttemperaturen. i Trane, www.trane.com, 035 603 9300

70

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Mini inbouw ontvangers voor rolluiken, screens en videoscherm

Toekomstbestendige flexibiliteit De Nebula Cloud Networking Solution van Zyxel is uitgebreid met twee nieuwe NebulaFlex Pro AP’s: de WAC6303-DS en de NWA5123-AC HD. De AP’s beschikken over drie beheermodi (standalone, controller-managed en Nebula cloud-managed) waardoor op een eenvoudige manier bestaande hardware-investeringen zijn aan te passen aan de huidige bedrijfsbehoeften. Zo maken de AP’s het gebruik van een draadloos netwerk met hoge prestaties in omgevingen met een hoge dichtheid eenvoudiger. Daarnaast bieden ze de toekomstbestendige flexibiliteit die nodig is wanneer bedrijven moeten switchen naar of tussen on-premise of cloud-managed implementatiescenario’s. Beide uitvoeringen zijn voorzien van 802.11ac wave-2, terwijl de WAC6303-DS extra beschikt over een slimme antenne die wifi-interferentie in drukke omgevingen elimineert. i Zyxel, www.zyxel.nl, tel. 023 555 3689

Voor het aansturen van rolluiken, screens en videoschermen introduceert Riho Climate Systems de ontvangers Tyxia 5630 en 5730. Deze zijn universeel inzetbaar voor bekabelde 230 V-motoren, die van toepassing zijn voor het openen en sluiten van een dakraam, daklicht of serreraam. Door de gunstige afmetingen van 41 x 36 x 14,5 mm zijn deze ontvangers achter de bedieningsschakelaars in een inbouwdoos te installeren. De bedrading gebeurt schroefvrij, dus gaat makkelijk en snel. Met de universele afstandsbediening kan elke toepassing op afstand worden geopend of gesloten. Daarnaast kunnen twee favoriete openingsposities worden ingesteld, afhankelijk van de wensen van de consument. Deze posities zijn met een snel-

Energiebeheer klimaatsystemen Met de ACP 5-controller biedt LG de vijfde generatie energie-oplossingen, waarmee installateurs het energieverbruik van klimaatsystemen eenvoudiger en effectiever kunnen beheren. De ACP 5 beschikt over een Smart Management Systeem en een intuïtieve bediening waarmee het systeem op afstand is te besturen vanaf een pc, tablet of smartphone. Verder is hij geschikt voor het beheer van 256 binnenunits, maar ook voor groepen met verschillende units. Door integratie van het Building Management Systeem is een extra BMS-gateway - waarmee communicatie met het BMS-protocol, Bacnet IP en Modbus TCP mogelijk is te maken - overbodig. i LG Klimaat, www.lgklimaat.nl, tel. 010 258 1121

toets op de afstandsbediening direct te bedienen en via de app op een smartphone zichtbaar. De ontvangers zijn een onderdeel van de uitgebreide range nano-modules van het Delta Dore-huisautomatiseringssysteem; een draadloos domoticasysteem waarmee de consument de verwarming, beveiliging, verlichting, toegangsdeuren en rolluiken bedient en het energieverbruik monitort. i Riho Climate Systems, www.rihodomotica, tel. 0575 55 59 99

Twee veiligheidsnetwerken ondersteunend De NX-serie veiligheidscontrollers van Omron ondersteunt twee veiligheidsprotocollen: CIP-Safety*2 (gebruikt door fabrikanten van industriële robots) en Safety over EtherCAT3 (FSoE). Hiermee zijn veiligheidssystemen op te zetten voor grote productielijnen met industriële robots en voor fabrieksapparatuur met snelle besturing. De veiligheidsprogrammering gebeurt in de geïntegreerde ontwikkelomgeving Sysmac Studio. De controllers bieden modulair veiligheidstoezicht, waardoor het niet meer nodig is om de hele productielijn stil te leggen ten tijde van lay out-aanpassingen of onderhoud. Door automatisch geprogrammeerde veiligheidssystemen, offline simulatie en online functietesten voor het testen van veiligheidsprogramma’s bespaart de gebruiker bovendien tijd; van de ontwerpfase tot aan de veiligheidscontrole. i Omron Electronics, www.industrial.omron.eu, tel. 023 568 11 12

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 71


Official Huawei distributor

Maarssenbroeksedijk 33 3542 DM Utrecht +31(0)348 769 059 www.vamat.nl

PROJECTMATIGE ENGINEERING VAMAT biedt ondersteuning bij engineering van projecten, door een ervaren engineer

PROFESSIONELE SERVICE Uitgebreide Nederlandse en Engelstalige service

LEVERING UIT EIGEN VOORRAAD

ONSITE FIELD SERVICE

450 M² magazijn, gevestigd in Utrecht

Ondersteuning bij inbedrijfstelling

HUAWEI SUN2000-36KTL Ideaal voor de grotere systemen

Efficiënt 4 MPP trackers Vertrouwelijk AC en DC overspanningsbeveiliging type II Onderhoudsvrij Natuurlijke koeling Output 40kW vermogen

S

O L

Tel. +31(0)17 444 41 71 Tel. +31(0)30 263 40 30 72 INSTALLATIETECHNIEK Maand '19

Tel. +31(0)31 859 17 55

Tel. +31(0)45 203 30 08

Tel. +31(0)30 265 85 12

Tel. +31(0)88 099 50 00


Ondernemersvragen

Betreden bouwplaatsen

Rustige vakantie

Ik werd er laatst op gewezen dat nu iedereen de Generieke Poortinstructie moet hebben om op bouwplaatsen te mogen komen. Is dat ook nodig als je al in het bezit bent van een VCA-diploma?

Ik zou graag willen dat mijn personeel in een relatief rustige periode met vakantie gaat, zodat ik in de drukke periode geen mensen hoef te missen. Hoe regel ik dat?

Sinds deze maand moet iedereen die werkzaamheden verricht op bouwprojecten een basisinstructie hebben gevolgd. Deze standaard heet de Generieke Poortinstructie (GPl) en is vanaf nu verplicht op alle bouwprojecten van de deelnemende partijen aan de Governance Code Bouw. Het initiatief voor de GPI werd eind vorig jaar door de Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVidB) gestart en richt zich op het verhogen en stimuleren van veiligheid en veilig gedrag op bouwplaatsen. Sindsdien hebben steeds meer organisaties zich aangesloten bij de Governance Code. De GPI vergroot de veiligheid op de bouwplaats en voorkomt dat medewerkers en leveranciers die op bouwplaatsen van verschillende hoofdaannemers komen, steeds een andere poortinstructie moeten volgen voor zij aan het werk kunnen. De GPI is verplicht voor alle operationele medewerkers die werkzaamheden verrichten op projecten en de operationeel leidinggevenden. Ook als u al in het bezit bent van VCA-basis of VCA-vol. Om de GPI te halen, krijgt u tien vragen, waarvan er minimaal acht juist beantwoord moeten worden. Hiervoor kan men terecht op www.gpi.nu. In totaal (inclusief registratie, instructie en toets) bent u ongeveer 25 minuten kwijt. Wanneer de GPI is behaald, is deze een jaar geldig. Het betekent dat medewerkers met de poortinstructie op alle bouwplaatsen van bij de Governance Code aangesloten bouw- en installatiebedrijven terechtkunnen. Om de GPI te kunnen doorlopen en het certificaat te halen, heeft u een inlogcode nodig. Deze kunt u opvragen via www.gpi.nu

De werkgever kan een collectieve vakantie voor de werknemers vaststellen. Dit dient voor 1 januari te gebeuren, nadat overleg met de werknemersdelegatie heeft plaatsgevonden. In het geval dat de onderneming een wettelijk verplichte Ondernemingsraad heeft, kan het vaststellen van de collectieve vakantie slechts met instemming van de Ondernemingsraad plaatsvinden (art. 54 lid 2 cao). Naast de collectieve vakantie kan de werkgever ook drie collectieve verlofdagen vaststellen. Dit hoeft niet per se voor 1 januari plaats te vinden, maar wel zo tijdig mogelijk. Wel moet over het vaststellen van de collectieve verlofdagen eerst overleg met het medezeggenschapsorgaan of de werknemersdelegatie plaats te vinden (art. 55 lid 2). In het geval de werkgever werkzaamheden verricht op een bouwwerk, geeft de cao de mogelijkheid om meer dan drie verlofdagen collectief vast te stellen. Ook in dit geval moet hierover voorafgaand overleg zijn met het medezeggenschapsorgaan of de werknemersdelegatie (art. 55 lid 3 cao).

Verlofdagen wegwerken Een aantal medewerkers heeft een groot tegoed aan verlofdagen. Hoe valt dit op te lossen? U heeft hiervoor drie mogelijkheden, die naast elkaar kunnen worden gebruikt. U kunt met de werknemer afspreken dat de bovenwettelijke verlofdagen worden verkocht. Dit gaat om de 5 bovenwettelijke verlofdagen en om eventuele seniorenuren. U kunt met de individuele werknemer afspreken dat zijn advdagen voorlopig worden omgezet in geld. Tenslotte kunt u met de werknemer overeenkomen dat eventueel overwerk in geld wordt uitbetaald en niet in vrije tijd.

Deze rubriek komt tot stand in samenwerking met de ­Afdeling Werkgever en Ondernemer van Techniek Nederland.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 73


3 installateurs over werkwijze op oververhitte markt

Help, ik verzuip in het werk! Een half miljoen Nederlanders heeft moeite een e- of w-installateur te vinden wanneer ze die nodig hebben, blijkt uit recent onderzoek van Werkspot Klusmonitor. De markt is oververhit. Installateurs kunnen de vraag niet bijbenen en de werkdruk neemt flink toe. Nee verkopen doen ze niet graag, dus werken ze zich uit de naad om aan de vraag te voldoen. Uit het Bouwkennis jaarrapport ZZP Markt in Beeld komt naar voren dat veel installateurs werkweken van ruim 70 uur maken. Kunnen we het nog wel aan met zijn allen? We vroegen het twee eenpitters en de eigenaar van een klein, maar groeiend installatiebedrijf. Tekst: Astrid Zoumpoulis Fotografie: Industrie Illustratie: Maarten de Vries

74

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Bedrijfsvoering ‘Ik pas ervoor om mezelf over de kop te werken’ Naam : Bart Koevoets Bedrijf : B.K.I. (Bart Koevoets Installatietechniek), Bergen op Zoom Specialisme : gas, water, licht Bedrijfsvorm : zzp ‘De economie trekt aan; mensen geven het geld weer wat makkelijker uit. De aanvragen stromen binnen en in zeven van de tien gevallen wordt de prijsopgave in een keer geaccepteerd. Vooral de vraag naar warmtepompen stijgt sterk, daarnaast neemt het aantal renovaties van keukens en badkamers toe. De vraag is zo groot, dat ik vaker nee moet verkopen of een collega zzp’er moet vragen. Maar ook mijn collega’s komen om in het werk. De enige oplossing is dan om de klus pas veel later uit te voeren. Meer dan voorheen stemmen klanten daar ook mee in. Ze kunnen in feite niet anders. Ik pas ervoor om mezelf over de kop te werken nu de projecten voor het oprapen liggen. Mijn gezondheid staat voorop. Elke dag dat je ziek bent is er een te veel als je zzp’er bent, dus ik leg mezelf duidelijke grenzen op. Ik maak overdag niet meer uren dan voorheen. Wel blijft er meer werk liggen voor de avonden: adminis-

tratie, offertes en klantbezoeken bijvoorbeeld. Dat is best lastig, want ik heb ook nog een gezin dat mijn aandacht vraagt. Daar moet ik steeds meer uren van afsnoepen. Stress is er dus wel, want je wil je klanten niet teleurstellen én je gezin niet tekortdoen, en er zitten nu eenmaal maar 24 uur in een dag. Veel tijd voor mezelf is er niet meer. Sporten en sociale contacten lijden daaronder. Kwaliteit staat voor mij voorop. Je zal mij niet betrappen op half werk of het afraffelen van klussen, omdat ik snel naar de volgende wil. Ik ben echt een pietje-precies en wil alleen maar werk opleveren zoals ik het bij mezelf thuis zou willen zien. Als je kwaliteit op de tweede plaats gaat zetten om zoveel mogelijk projecten uit te voeren, schaad je niet alleen de klant, maar ook jezelf. Mijn tarieven heb ik vorig jaar al flink verhoogd en het werk blijft binnenstromen. Wat overblijft is meer samenwerken met andere zzp’ers als de markt zo oververhit blijft. Dat doe ik al steeds vaker de afgelopen tijd. Samen nemen we bijvoorbeeld renovatieprojecten aan met meerdere specialismen. Personeel aannemen doe ik niet. Ik heb er wel aan gedacht, maar ik vind de risico’s toch te groot.’

‘Als je het nu niet druk hebt, doe je iets niet goed’ Naam : Jan de Vries Bedrijf : DVT Beveiliging (Groningen) Specialisme : Specialisme: datacommunicatie, ­glasvezeltechniek en beveiliging Bedrijfsvorm : bedrijf met 8 medewerkers ‘Vorig jaar heb ik vier extra medewerkers aangetrokken. We konden het werk niet meer bolwerken met vier man. Omdat het aantal grote projecten structureel groeide, durfde ik het risico van uitbreiding wel te nemen. Ik heb er wel tegenaan gehikt, maar heb er zeker geen spijt van. Tot eind 2017 was het flink aanpoten op grote projecten met vier eigen mensen en een groot aantal inhuurkrachten. Ik heb steeds de vinger aan de pols gehouden bij de medewerkers, of ze het wel aankonden. Dat bleef lang goed gaan, maar toen kreeg een medewerker een burn-out, de ontevredenheid groeide en de kwaliteit dreigde te gaan lijden onder de werkdruk. Totdat ik nieuwe mensen in dienst nam, heb ik tijdelijk op de rem getrapt. De hele grote projecten hield ik even af. De marges waren daar toch lager, terwijl de werkdruk er juist groter was. Dus concentreerden we ons vooral even op serviceklussen bij lopende projecten. Uiteindelijk heb ik vier uitzendkrachten - waarmee we in de tijd daarvoor naar tevredenheid hadden gewerkt - in vaste dienst geno-

men. Nu is het werk weer redelijk te behappen, maar nog steeds zetten we uitzendkrachten in bij pieken in het werk. We zijn met name werkzaam in de zakelijke markt, met datanetwerken, glasvezel en beveiligingsinstallaties. We krijgen nieuwe klanten, bestaande klanten breiden uit en grote elektrotechnische bedrijven die handjes tekortkomen, zetten ons steeds vaker in voor specialistische werkzaamheden. Er is dus werk in overvloed. Als je het nu niet druk hebt, doe je echt iets niet goed. Het drukst is het in de glasvezel- en de beveiligingsmarkt. Eigenlijk zouden we er nog twee mensen bij moeten hebben voor de specialistische beveiligingsprojecten, maar helaas zijn die moeilijk te vinden. Iedereen vist in dezelfde, lege vijver op het moment. We hebben het afgelopen jaar onze tarieven iets verhoogd. In de jaren daarvoor kon het simpelweg niet, de markt was er nog niet aan toe. Maar nu zit vrijwel iedereen op een hoger niveau en klanten maken er geen ophef over. Ze zijn al lang blij dat ze geholpen worden, nu de vraag groter is dan het aanbod. Ik denk dat onze markt de komende jaren zal blijven groeien. Nu we een groter team hebben, probeer ik zelf ook wat meer taken te delegeren. Werkvoorbereiding en inkoop heb ik bij anderen neergelegd, ik leg me nu meer toe op de verkoop. Dat geeft rust in mijn hoofd en betere resultaten.’

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 75


Bedrijfsvoering

‘Ik kan mezelf helaas niet in drieën delen’ Naam : Danny de Cock Bedrijf : DDC Elektro (Hengstdijk Specialisme : elektrotechniek/industriële automatisering Bedrijfsvorm : zzp en vast dienstverband ‘Ik ben voor 32 uur per week in vaste dienst bij een grote drukkerij, als storingsmonteur. In een volcontinue ploegendienst. Daarnaast werk ik gemiddeld nog eens 25 uur in de week als zzp’er. Het aantal zzp-uren is behoorlijk gestegen de afgelopen tijd. Er wordt van alle kanten aan me getrokken. Of het nu is voor het vervangen van een groepenkast voor een pv-installatie, een kapotte stalklimaatsturing of het verzorgen van een besturingskast voor een machinebouwer, overal neemt de vraag toe. En er zijn simpelweg niet genoeg mensen om al die klussen te klaren.’ Als je op mijn bedrijfsnaam googelt, zal je nergens reclame of een telefoonnummer tegenkomen. Met opzet, want ik kan er gewoon geen werk meer bij hebben. Er is een schrijnend tekort aan vakmensen in het specialistische segment waar ik me op richt: kleinschalige automatisering en besturingstechniek voor kleine en middelgrote landbouw- en industriebedrijven. Generalistische collega’s wagen zich niet meer aan die klussen, want die worden te complex. En de grote jongens zijn te duur voor mijn klanten, of halen er hun neus voor op. De vraag rijst werkelijk de pan uit. De werkdruk is groot, ik kan mezelf helaas niet in drieën delen. Thuis

'Gelukkig zijn klanten geduldiger geworden door de marktsituatie'

76

INSTALLATIETECHNIEK April '19

heb ik ook nog een vrouw en een piepkleine tweeling waarvan ik wil genieten. Ik ben net een paar dagen ziek geweest. Dan word je wel zenuwachtig hoor. Want het werk stapelt zich op en de achterstand is nog maar moeilijk in te halen. Gelukkig zijn veel klanten wel geduldiger geworden door de marktsituatie. Ze wachten gerust een paar maanden op je, als het tenminste geen haast heeft. Als het nijpend is, dan laat ik alles voor wat het is en snel ik naar de klant. Bedrijven kunnen het zich niet permitteren om stil te vallen als er een installatie uitvalt en je wilt ook niet dat mensen gevaar lopen door defecten in elektrische installaties. Dus dan pak je je verantwoordelijkheid als vakman en draaf je toch op. Ook al mis je dan een vrije avond met je kinderen. Ik erger me enorm aan de ‘snelle jongens’ in de branche die vaker steken laten vallen in het werk en klanten verwaarlozen. Ze willen snel van de ene klus naar de andere en kijken niet zo nauw naar kwaliteit of loyaliteit. Dan moet ik daarna de fouten of storingen komen oplossen, terwijl ik het al druk genoeg heb met mijn eigen werk. Natuurlijk is er meer stress naarmate het werk toeneemt en de dagen te kort zijn om alles aan te nemen. Maar ik lijd er niet onder, daar ben ik nuchter genoeg voor. De combinatie van een vaste baan en het zelfstandig ondernemen neemt voor mij juist een hoop stress weg. Zelfs als de markt weer instort of ik een week ziek ben, heb ik vaste inkomsten. Dat is een veilig gevoel.’ <


KIES VOOR EEN VAN ONZE UNIEKE HIT-OPLEIDINGEN De rol van de Integraal Installatie Ontwerper (IIO) wordt steeds belangrijker om te kunnen voldoen aan de uitdagingen die voortkomen uit bijvoorbeeld het klimaatakkoord en de energietransitie. Disciplines moeten naadloos in elkaar overvloeien om tot slimme innovatieve oplossingen te komen. Een kansrijke uitdaging! Wilt U daarbij het verschil maken? Blijf dan niet stilzitten. Maar ontwikkel uzelf met een van onze HIT-opleidingen! HOGERE INSTALLATIETECHNIEK BIJ AVANS+ U leert innovatieve installatietechnische ontwerpen te maken vanuit integraal perspectief. Dat met het oog op actuele themaâ&#x20AC;&#x2122;s zoals de energietransitie, duurzaamheid, energieneutraal, circulair en LCC. Het gaat daarbij niet alleen om installatietechniek maar ook over bouwkunde, bouwfysica en meer. HIT-W en HIT-E deelnemers werken samen aan complexe projecten. De integratie van werktuigkundige en elektrotechnische disciplines maakt onze opleidingen uniek. MEER WETEN? Lees alles over de HIT-opleidingen op www.avansplus.nl/techniek-bouw

Maand '19

INSTALLATIETECHNIEK 77


ZON-INSTALLATEUR

WORD GECERTIFICEERD INSTALLATEUR BDA dak-en gevel

Meer weten?

bdaopleidingen.eu

opleidingen

www.geyer.nl

OP ZOEK NAAR EEN VERDEELKAST VOOR UW PV INSTALLATIE...?

van

A Z tot

Of het nu gaat om grote projecten of om kleine, ú en úw wensen staan bij GEYER in de spotlights. Goede kwaliteit en een duidelijk persoonlijk advies spelen daarbij de hoofdrol. Een betrouwbaar product, nauwkeurige assemblage en stipte levering, hebben bij GEYER altijd de hoogste prioriteit.

WEEGSCHAALSTRAAT 50 7324 BH APELDOORN T. 055 5998200 F. 055 5998219

I n te l l i ge n t k l i maatbehe e r Re ge l syste me n Re n ovati e e n pro ce sve r be te r i n g S e r v i ce e n o n d e r h o u d Rondweg 30, 8091 XB Wezep t +31 (0)38 - 376 01 95 www.mrc-klimaatbeheer.nl

121085_MRC_advertentie_190x63_0718.indd 1

Lees ook: www.ew-installatietechniek.nl

78

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Stopper 1_4 EW liggend.indd 1

27-07-18 10:35

21-03-19 13:34


Column

'Een nieuwe bus, of toch nog even niet?' Laurens de Vrijer Teamleider Techniek Nederland Advies l.devrijer@technieknederland.nl @vrijert

Staat u op het punt een nieuwe bestelbus aan te schaffen? Lees dan deze column en beslis daarna of u nu echt al die nieuwe bus op diesel wilt kopen, of dat u de aanschaf nog even uitstelt en voor een alternatief kiest. Als installatiebranche spelen wij een grote rol in de verduurzaming en de energietransitie. Maar helaas zijn wij gedeeltelijk zelf debet aan de CO2-uitstoot: een groot deel van de 250.000 bestelbusjes die rondrijden, behoren toe aan een installatiebedrijf. De vermindering van die CO2-uitstoot is de kern van het Klimaatakkoord. Daarom is er aan de klimaattafel ‘Mobiliteit’ het volgende afgesproken: in 2025 moeten de dertig tot veertig grootste steden in ­Nederland een stadcentrum met omliggende wijken hebben waar de CO2-uitstoot door stadslogistiek 0 (nul!) is, de zogenoemde zero-emissie zones. Eind 2020 moeten de gemeentes daarvoor concrete besluiten hebben genomen. Deze maatregel moet 1 megaton aan CO2 besparen. Iedereen begrijpt dat dit onze sector flink gaat raken. Als Techniek Nederland zijn wij natuurlijk voor een schone lucht en duurzame mobiliteit. Het zou onze geloofwaardigheid aantasten als we heel hard ageren tegen deze afspraak. Maar we zitten wel in een sector waar de marges nog steeds laag zijn en elke uitgave kritisch tegen het licht wordt gehouden. Daarom zijn er voor ons wel een aantal randvoorwaarden die essentieel zijn bij de invoering van deze maatregel. In tegenstelling tot de verschillende milieuzones moet er sprake zijn van uniform beleid: dezelfde regels en voorwaarden op hetzelfde moment. Als er bijvoorbeeld een bepaalde ontheffing komt, moet die gelden voor

élke zero-emissie zone. En niet dat Apeldoorn wel plugin-hybrids toestaat en Amersfoort alleen voor all electric gaat. Ondernemers moeten weten waar ze aan toe zijn. De besluitvormingstermijn is mede daarom heel hard. Geen besluit eind 2020? Dan geen zero-emissie zone. Los van deze zaken: als wij als sector 'en masse' elektrische bestelbussen gaan aanschaffen, moeten de elektrische bussen er wel zijn. Zowel in diversiteit van het aanbod, nieuw én tweedehands, als dat de dealers de wagens op tijd leveren. Verder moet de laadinfrastructuur op orde zijn (houdt het net 't als we met zijn allen die bus om halfvijf 's middags inpluggen?). En, last but not least, is de betaalbaarheid van deze hele transitie cruciaal. De overheid zou daarom ruimhartig moeten zijn in de financiële compensatie voor de meerkosten, denk hierbij aan een aanschafsubsidie, gecombineerd met een slooppremie voor de oude bus. Ondertussen rijst er her en der nog een andere vraag: móéten al die bussen wel de steden in voor het installeren, onderhoud en verhelpen van storingen? Kan dat niet met een alternatief voertuig zoals een elektrische bakfiets? Want ook hier geldt de trias energetica, de meest energiezuinige rit met de bestelbus is de niet-gereden rit met de bestelbus. Daarom participeert Techniek Nederland, samen met leden als Unica, Heijmans en Engie, in een ­onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam en de Hogeschool Arnhem-Nijmegen naar alternatieven voor servicelogistiek. Dus, op voor de nieuwe bus, of rijdt u toch nog even door met de oude? Maar wat u ook doet, natuurlijk wél met het nieuwe logo van Techniek Nederland!

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 79


Via debat naar samenwerking

‘Netbeheerder en installateurs hebben elkaar nodig’ Om de wereld van de installatiebranche en netbeheer dichter bij elkaar te brengen, gingen Stedin Netbeheer en Techniek Nederland met elkaar in debat. Aan de hand van drie scherpe stellingen gingen de partijen in discussie over manieren om samen te werken. Tekst: Mari van Lieshout Fotografie: Industrie

H

oe kunnen de installatiebranche en netbeheerders elkaar versterken? Netbeheerders en installateurs zijn, allebei op hun eigen terrein, nauw betrokken bij de energietransitie. Ze komen elkaar dagelijks tegen en toch treden ze nauwelijks in elkaars wereld. Bij de meterkast is ooit een streep getrokken en installateur noch netbeheerder heeft sindsdien de moed of zin gehad zich op het werkterrein van de ander te begeven. Een debat in het Energiehuis in Dordrecht moest daar maar eens verandering in brengen. ‘Ik kende de installatiewereld eigenlijk nauwelijks’, zo erkende Judith Koole, voorzitter van de Raad van Bestuur van Stedin, aan het begin van het debat. In haar zes jaren bij Stedin zijn langzaam de luiken richting andere partijen opengegaan, maar de installatiesector werd daarbij nog steeds over het hoofd gezien. 'En dat terwijl er zoveel uitdagingen liggen’, geeft ze nu zelf toe. ‘Zoals de energietransitie die op ons afkomt en het tekort aan personeel. Hoe zorgen we ervoor dat we niet mankracht bij elkaar wegkapen, maar samen optrekken? Hoe kunnen we innovaties versterken? Alleen al de veelheid aan vragen noopt tot samenwerking.' Het debat werd geleid door BNR-presentator Maarten Bouwhuis. Geïnspireerd door de recente beelden van discussies over de Brexit in het Lagerhuis, koos hij voor een debatvorm naar het voorbeeld van het Britse parlement. Net als in het Lagerhuis zaten voor- en tegenstanders pal tegenover elkaar. Het resultaat was een levendig debat gevoerd aan de hand van drie prikkelende stellingen, met de ene keer een instemmend 'hear, hear!' en dan weer een afkeurend gejoel.

80

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Stelling 1: Installateurs moeten werk overnemen van ­netbeheerders om energietransitie te versnellen Deze stelling werd voorgelegd omdat netbeheerders simpelweg niet genoeg mankracht hebben voor het werk dat op hen afkomt. Volgens Stedin zou dat werk goed kunnen worden uitgevoerd door de installateur, maar dan wél onder regie van de netbeheerder. En de installateur moet daarbij verantwoording af kunnen leggen aan de netbeheerder. Dan gaat het bijvoorbeeld om het afkoppelen van het gas op een veilige, gecertificeerde manier. Kortom, de installateur mag ook in de straat aan het werk. Een goed idee volgens het Stedin-kamp, want ‘de klant is erbij gebaat dat al het uitvoerende werk vlot en in één arbeidsgang kan plaatshebben. Het schept ook mogelijkheden om de techniek in de woning en de infrastructuur op elkaar af te stemmen.’ ‘Vroeger was het makkelijk. Er was een aansluiting voor elektriciteit en een aansluiting voor gas, het paste altijd wel. Voor ons als netbeheerder maakt het tegenwoordig nogal een verschil welke apparatuur in een woning staat. Misschien moet er wel een verzwaard net in en dan heeft het zin dat de installateur ook nadenkt over de infrastructuur naar de woning.' Nog een Stedin-argument: 'Een voordeel is dat de klant dan maar bij een partij hoeft aan te kloppen om zijn energievoorziening voor elkaar te krijgen. Dat levert een betere score op wat betreft klanttevredenheid en is goed voor zowel netbeheerder als installateur.' Allemaal mooi en aardig, roept iemand uit de ‘oppositie’, maar het is typisch een geval van het probleem over de schutting gooien. 'De netbeheerder krijgt het in de huidige arbeidsmarkt niet voor elkaar om voldoende ploegen op de been te brengen die de werkzaamheden binnen een redelijke termijn aan kunnen pakken en de installateur mag het oplossen. Dan hebben we het nog niet eens over de kosten. Want de installatiebedrijven zullen ongetwijfeld hun monteurs moeten opleiden, monteurs en bedrijven zullen erkend


Markt en maatschappij

of gecertificeerd moeten worden. Er zullen audits en controles volgen en wie betaalt dat allemaal? Nee, hou het maar liever zoals het nu is. Laat de installatiebedrijven zich concentreren op het werk in de woning, maar investeer wel in kennisoverdracht tussen netbeheerder en installateur om de aansluiting toekomstbestendig te maken.' Overigens blijkt Stedin sinds afgelopen zomer al te experimenteren met het uitbesteden van traditioneel netbeheerderswerk aan de installateur. In de Utrechtse wijk Overvecht wordt een aantal appartementen van Mitros van het aardgasnet afgesloten. De woningen werden al niet meer verwarmd met aardgas, maar de huurders kookten wel op gas. Zij gaan nu elektrisch koken. Monteurs van een Utrechts installatiebedrijf koppelen de appartementen nu in opdracht van Stedin van het gas af.

Stelling 2: Installateurs moeten technische informatie verplicht delen met netbeheerder Stedin zegt nauwelijks te beschikken over klantinformatie, terwijl installateurs – althans in de ogen van de netbeheerder – op een goudmijn zitten. De installateur weet namelijk precies wat er achter de meter ge-

beurt, kent het bedrijfsprofiel, weet welke installaties zijn opgesteld, of er een slimme thermostaat aanwezig is, de garage een laadpaal heeft en of er zonnepanelen zijn. Het zijn gegevens die de netbeheerder naar eigen zeggen hard nodig heeft om het gedrag van klanten te voorspellen, zodat een verantwoorde keuze gemaakt kant worden waar en wanneer het hoofdnet moet worden aangepakt. Deze wens van de netbeheerder ontlokte bij de debatterende installateurs aanvankelijk hoon. 'Jullie hebben al zoveel data, ga eerst maar eens graven en een goede analyse maken uit de data van de slimme meters.' Een voorstander van de stelling legde het nog eens uit: 'Die slimme meter is nog niet zo heel erg slim, die kijkt alleen naar het verleden. Als netbeheerder willen we juist in de toekomst kunnen kijken, weten wat de klant van plan is.' Volgens een installateur komt op dat punt de privacy in het geding: 'Mijn privéleven is me dierbaar. Ik zou nog liever naar een beunhaas gaan dan de data te delen.' Toch groeiden in de loop van het debat wel het begrip en besef dat de gegevens nodig zijn om de energietransitie te laten slagen. Dat de gegevensoverdracht op sommige punten best zal schuren met de privacy, moet dan misschien maar op de koop worden toegenomen. Liever iets van je privéleven delen waardoor een stabiel hoofdnet mogelijk wordt, dan aangesloten op een netwerk dat voortdurend dreigt uit te vallen.

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 81


Markt en maatschappij

Stelling 3: Omdat netbeheerders onvoldoende kennis ­hebben moeten installateurs leidend zijn in energietransitie Stedin heeft twijfels of de kennis die zijzelf en andere netbeheerders hebben, voldoende is voor het maken van de juiste keuzes in de energietransitie. Zou de installatiebranche, die veel dichter bij allerlei innovatieve toepassingen staat, daarin leidend moeten zijn. De netbeheerders zijn slechts volgend, reageren op innovaties van hun klanten en kunnen daar onvoldoende op anticiperen, omdat het ontbreekt aan specifieke. Installatie-gerelateerde kennis. Tijdens het debat over dit onderwerp neigde een meerderheid er aanvankelijk toe de rol van de installateur te versterken. De installateur adviseert immers zijn klant, heeft verstand van

techniek en is goed toegerust om de netbeheerder in de energietransitie te ondersteunen. Maar ook deze opvatting werd niet door iedereen gedeeld. De energietransitie is geen uitdaging op klantniveau, zo luidde de kritiek. 'Het gaat er niet om wat het goedkoopste is voor één klant, belangrijk is wat het goedkoopste is voor de hele samenleving. Daarom moet niet de installatiesector het voor het zeggen hebben, maar een organisatie die nog 'het nut van het algemeen' dient, een nutsbedrijf eigenlijk, al mag dat tegenwoordig zo niet meer heten.' Debatleider Maarten Bouwhuis vat de discussie over de laatste stelling samen op een typisch Nederlandse manier: noch de netbeheerder, noch de installatiebranche moet leidend zijn. De partijen dienen elkaar aan te vullen. Want netbeheerders hebben verstand van andere techniek dan de installateurs. Die twee disciplines moeten bij elkaar worden gebracht. <

Afhankelijkheid noopt tot samenwerking Aan het eind van het debat lijken beide partijen ervan overtuigd dat het goed zou zijn als netbeheerder en installateur wat dichter tegen elkaar aan kruipen. 'Het is ongelooflijk belangrijk dat partijen die elkaar nog niet vanzelfsprekend vinden, samen de grote uitdagingen aanpakken en samenwerkingsvormen proberen te vinden,' vindt de voorzitter van Techniek Nederland, Doekle Terpstra. 'Juist in de energietransitie moeten we loskomen van ons eigen belang en meer gaan nadenken over wat voor de samenleving goed is. Voor mij staat vast dat de installatiebedrijven in de toekomst een cruciale rol gaan spelen. In de hele keten van de bouw moeten we gaan snappen dat we afhankelijk zijn van elkaar en daarom wel móeten samenwerken.' Meer dan eens kwam het probleem van het tekort aan vakkrachten in het debat bovendrijven. Voor Terpstra geen reden om dat als een voldongen feit te accepteren.' We kunnen in een gestolde positie blijven hangen en blijven roepen dat het allemaal zo moeilijk is, maar we kunnen beter n ­ adenken over een vorm waarin samenwerking wél mogelijk wordt.'

82

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Uw Uw Uw Uw opleidingsopleidingsopleidingsopleidingspartner partner partner partner in in in in de de de de techniek techniek techniek techniek IWIW IW IW Contract IW Contract Contract Contract Contract Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs is de isis isde isde bijdede bijbijbijen bijen en nascholingsorganisatie enen nascholingsorganisatie nascholingsorganisatie nascholingsorganisatie nascholingsorganisatie voor voor voor voor voor dede de technische dede technische technische technische technische Installatiebranche. Installatiebranche. Installatiebranche. Installatiebranche. Installatiebranche. HetHet Het Het begrip Het begrip begrip begrip begrip een een een een ʻleven een ʻleven ʻleven ʻleven ʻleven lang lang lang lang lang lerenʼ lerenʼ lerenʼ lerenʼ lerenʼ raakt raakt raakt raakt raakt steeds steeds steeds steeds steeds meer meer meer meer meer ingeburgerd ingeburgerd ingeburgerd ingeburgerd ingeburgerd enen en is enen in isis isons in isin inin ons ons ons vakgebied ons vakgebied vakgebied vakgebied vakgebied een een een een absolute een absolute absolute absolute absolute must. must. must. must. must. Met Met Met Met de Met de de steeds dede steeds steeds steeds steeds veranderende veranderende veranderende veranderende veranderende technologieën technologieën technologieën technologieën technologieën blijft blijft blijft blijft blijft hethet het het het noodzakelijk noodzakelijk noodzakelijk noodzakelijk noodzakelijk omom om om uw om uw uw uw huidige uw huidige huidige huidige huidige personeel personeel personeel personeel personeel continu continu continu continu continu bijbij bij te bijbij te scholen. te tete scholen. scholen. scholen. scholen.

Leren doen we samen, wij gaan graag de uitdaging aan om uw vakmensen naar een hoger niveau te brengen! IW Contract Onderwijs biedt: • Compleet aanbod van technische opleidingen en trainingen • Maatwerk voor specifieke opleidingswensen

• 50 regionale opleidingscentra in Nederland, dus altijd in de buurt! • Deskundige praktijkinstructeurs • Advisering over subsidiemogelijkheden

OO mdat O OO mdat mdat mdat mdat o pl oo opl opl pl epl ieede eieiide de de inde nn nn ww ew wrk w eeerk erk rk t!rk t! t! t!t!

Wilt Wilt Wilt Wilt u uumeer umeer meer meer informatie? informatie? informatie? informatie? C ontra CCContra ontra C ontra ontract c t ccct tt Ond Ond Ond Ond eOnd rwijs eeerwijs rwijs rwijs e rwi js

www.iwnederland.nl www.iwnederland.nl www.iwnederland.nl www.iwnederland.nl

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 83


My Riwal klantenpoRtaal

My Riwal | Onze digitale oplossing Maak kennis met ons digitale klantenportaal My Riwal. Met een persoonlijk account krijgen klanten toegang tot hun volledige huurgeschiedenis en kunnen er machines gehuurd en afgemeld worden.

Download nu!

Daarnaast biedt het portaal ook extra ondersteuning bij het beheer van grote complexe projecten. Door gebruik te maken van onze innovatieve digitale technologie die aangeboden wordt via My Riwal verhoogt de klant de productiviteit en krijgt inzicht in uitstoot en gebruik, waardoor er kosten bespaard worden. Werkt u liever vanaf uw mobiel? Dan is de My Riwal Rental app ook een mogelijkheid. Via de app kunnen machines snel gehuurd en afgemeld worden. Ondek zelf de mogelijkheden?

riwal.com

Sticker Gecontroleerd 2019 ongepersonaliseerd Leden UNETO-VNI vanaf

€ 4,00

Sticker Gecontroleer’ is voor uw klanten hét bewijs dat zij het komend seizoen weer kunnen vertrouwen op hun cv-ketel. Meer informatie en bestellen via https://tnl.nu/stickergecontroleerd2019

technieknederland.nl

84

INSTALLATIETECHNIEK April '19


Martijn Verspeek Martijn Verspeek Leeftijd: 38 jaar

Vandaag

Woonplaats: Valkenswaard Bedrijf: Installatiebedrijf Verspeek Functie: Teamleider

vandaag

Opleiding: Ik ben mezelf elke dag nog aan het opleiden/verbeteren

Gisteren

Auto: Ford Transit Custom Boek: Steven Covey, De zeven eigenschappen van effectief leiderschap

Zaterdag

Film: Geen, ik heb in heel mijn leven maar drie films Vrijdag

vrijdag

gekeken

Selfie

Muziek: DJ Alleso InstalVerspeek Martijn Verspeek

Donderdag

Donderdag

Donderdag

Woensdag

Wat was je belangrijkste beslissing afgelopen jaar?

15:53

Om naar de 3,5-daagse training van Remco Claassen te gaan: De essentie van leiderschap! Een training die mij zowel zakelijk als privé een mooier mens heeft gemaakt. Een deel van deze training gaat dieper in op de zeven eigenschappen van schrijver Steven Covey (zie mijn favoriete boek), zoals 'wees proactief', 'begin met het eind voor ogen' en 'denk in win-win'. Dat zijn drie zeer waardevolle eigenschappen als je deze begrijpt en toepast! 15:57

Dinsdag

Waar kijk je naar uit in het komende jaar? Dinsdag

Dinsdag

Dinsdag

16:00

De weekendjes weg met de kinderen. Mijn vrouw en ik gaan elk jaar in de lente en in de herfst een-op-een op avontuur met onze kinderen. Dan heb je dus bijvoorbeeld het 'Papa-Puckweekend' en tegelijkertijd gaat mijn vrouw op pad met Daan voor het 'Mama-Daanweekend'. Bij mij slapen we dan altijd achter in de auto, gaan we barbecuen, gaat de telefoon uit en rijden we ouderwets op de landkaart naar onze bestemming. En met mama gaan ze dan met navigatie naar een hotel en eten ze pizza op bed. Maar het leuke is dat Daan en Puck vooraf zelf mogen bepalen wat we gaan doen. Dit zijn voor ons echt de mooiste momenten van het jaar.16:06

Maandag

Wat is het meest waardevolle advies ooit? Maandag

Zondag

16:09

'Accept the things you can’t change'. Een hele simpele maar een enorm waardevolle zin, die het leven zoveel mooier kan maken! Veel mensen maken zich enorm druk om zaken die ze niet kunnen veranderen. Waardeloze energie die je beter kunt gebruiken in wat je wel kunt veranderen… Jezelf! 16:11

Zondag

Zondag

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 85


Opvallend werk

Installateur D&B laat zich inspireren Het kan dus. Betaalbare, snel gerealiseerde nieuwbouw voor de sociale huursector, en ook nog eens energieneutraal. Bouwbedrijf Jan Snel heeft het bewezen met de oplevering van twee prefab woningen in Hoek van Holland. D&B ontwierp en verzorgde het installatiewerk. Ook hierbij was alles prefab. ‘We hebben het kunstje van Ikea afgekeken.’ Tekst: Mari van Lieshout Fotografie: Industrie

De woningen die woningbouwvereniging Hoek van Holland aan haar bezit heeft toegevoegd zijn helemaal van het type zoals de overheid dat graag wil. Ze zijn perfect geïsoleerd en hebben geen gasaansluiting. En natuurlijk zijn ze uitgerust met energiezuinige installaties en zonnepanelen op het dak. De woningen wekken zelf alle energie op die een gezin gemiddeld nodig heeft voor verwarming, ventilatie, warm water, verlichting én alle elektrische apparaten in huis. En de prijs? ‘De opdracht was om een ruime eengezinswoning te bouwen, binnen de financiële grenzen van de sociale huursector’, vertelt Hans Oosterhoff, accountmanager bij bouwbedrijf Jan Snel uit Montfoort. ‘De huur mocht dus niet

86

INSTALLATIETECHNIEK April '19

meer bedragen dan 710 euro. Voor die prijs hebben wij zo’n woning kunnen bouwen. Het is een woning geworden van twee lagen met een flinke zolder en een totale inhoud van 415 m3. Beide woningen hebben drie slaapkamers. Het zijn onze eerste nieuw gebouwde energieneutrale huurwoningen.’

Betaalbaar Deze bouwmethode is snel en juist daardoor is het mogelijk om ook bij de bouw van een klein aantal woningen de stichtingskosten en daarmee de huren betaalbaar te houden. De woning bestaat uit zes modules en een scharnierkap. Alle zes modules en de kap worden prefab gemaakt in de fabriek van Jan Snel. Zelfs de afbouw is nagenoeg geheel prefab. Zo zijn keuken en badkamer al voorzien van tegelwerk. Het aanrechtblad en keukenkastjes zijn bij wijze van spreken al klaar voor gebruik nog voordat de module op de bouwplaats is gearriveerd. En in de betegelde badkamer is het toilet en sanitair al gemonteerd.

Installatietechniek Het ontwerp voor de installatietechniek is verzorgd door D&B Installatiewerken uit Streefkerk, een bedrijf opgericht door Henk van den Dool en Bart Bruining met slechts één werknemer op de loonlijst.


'De meeste tijdswinst zit in een gedegen voorbereiding. Bij het monteren moeten alle aansluitingen kloppen'

door Ikea ‘Dat is onze man die de installatie ontwerpt, uitwerkt en ook de werkvoorbereiding op zich neemt,’ zegt Van den Dool. ‘Daarnaast werken we met ingehuurd personeel. Onze mensen hebben ook de uitvoering van de installatietechniek in de fabriek van Jan Snel op zich genomen. Alle werkzaamheden bij elkaar opgeteld zijn we voor de aanleg van de complete installatietechniek per woning minder uren kwijt dan bij de traditionele bouwwijze. Het montagewerk verloopt in een geconditioneerde omgeving. De monteurs staan altijd droog en warm, hoeven zich niet in lastige bochten te wringen, niet boven hun macht te werken en alles is schoon Dat werkt lekker vlot.’ Maar de meeste tijdswinst realiseert D&B door een gedegen voorbereiding, benadrukt Van den Dool. Eenmaal aan het monteren in de fabriek en later op de bouwplaats moeten alle aansluitingen kloppen, er moet gewerkt worden met de geringste toleranties. ‘We nemen een voorbeeld aan Ikea. Elk onderdeel moet precies passen en zo vormgegeven zijn dat bij de montage fouten uitgesloten zijn.’

Warmtepomp De woning wordt verwarmd met een luchtwaterwarmtepomp van Daikin. Het binnendeel van de warmtepomp staat opgesteld in een speciaal daarvoor ontworpen kast op de eerste verdieping. Er is vloerverwarming in de hele woning. D&B is bij het ontwerp

uitgegaan van de voorlopige Beng-indicatoren. De energiebehoefte van de woning bedraagt 43 kWh/m2 per jaar, waarvan het primair energiegebruik 29,8 kWh/m2 bedraagt. De woningen voldoen ruimschoots aan de eisen voor luchtdichtheid, vastgesteld na een blowerdoortest. Voor de ventilatie is de keuze gevallen op het vraaggestuurde systeem Itho CO2 Optima. In de fabriek wordt het systeem inclusief de ventilatiekanalen, de E-installatie en het drinkwaterleidingsysteem alvast aangebracht, zodat de techniek op locatie eigenlijk alleen nog maar aan elkaar hoeft te worden gekoppeld. Van den Dool: ‘En net als bij een Ikea-meubel, hoeft dat als je al ervaring met de modules hebt, niet langer dan een paar uur te duren.’ De werkzaamheden die D&B heeft verricht voor Jan Snel beperken zich niet alleen tot de twee woningen in Hoek van Holland. Jan Snel en D&B zijn al weer bezig met de volgende klus; 44 appartementen – ook voor de sociale huursector – die op dezelfde modulaire manier worden voorbereid en gebouwd. Het installatiebedrijf heeft het concept inmiddels zo uitgewerkt dat ook andere prefab bouwers interesse hebben. Er is nóg een belangrijk voordeel van deze manier van bouwen, benadrukt Hans Oosterhoff: ‘Omdat de woningen worden gemaakt in de fabriek, is er minder overlast door bouwactiviteiten voor de omwonenden. De bouwmethode is dus ook een goede oplossing voor bouw in bestaande wijken. En snel’, zegt hij. ‘Waar eerst een weiland lag, kunnen we binnen twintig weken een woonwijk bouwen.’ <

April '19

INSTALLATIETECHNIEK 87


Volgend nummer

Colofon 39e jaargang, april 2019 E&W Installatietechniek is het vakblad van Techniek Nederland en verschijnt 10 keer per jaar.

Bredewater 20 Postbus 188, 2700 AD Zoetermeer T 079 325 06 50 www.ew-installatietechniek.nl media@technieknederland.nl Uitgever Frank van Eijk (dk: 682)

Thema: Comfort Volgende maand staat E&W in het teken van comfort. We bezochten de ISH in Frankfurt en berichten in een aantal reportages over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van een comfortabel binnenklimaat. In een apart artikel kijken we naar de belangrijkste badkamertrends op de ISH die de toon zullen zetten voor het komende decennium. Verder artikelen over hoe draadloos schakelmateriaal het wooncomfort kan verhogen en hoe je worteltjes op een mooie manier kunt uitlichten. Daarnaast artikelen over brandende pvpanelen, een warmtekrachtcentrale in Duiven en collectoren op een woonzorgcentrum. Voor het project bezochten we ‘Het verborgen geheim’ op de Heijplaat bij Rotterdam en in het interview spreken we met René van der Boon van Leertouwer, over hoe zijn bedrijf techniek inzet om het zo comfortabel mogelijk te maken voor zijn klanten. En verder: • Kennisportaal leent toestellen uit • Woonlastenneutraal renovatiebedrijf • Energie uit ijzer

Adverteerders ABB51

Hensel

Avans77

InstallatieWerk Nederland

83

BDA Geveladvies

78

omslag II

Intergas 

17

Brady59

Klemko Techniek BV

47

Dehn Nederland BV

54

MRC-Klimaattechniek78

Dirksen Opleidingen

83

Nathan59

Duco12

Ram Mobile Data Netherlands B.V. 12

Geberit29

Renson84

Geyer

omslag II, 78

Riwal84

bijsluiter

SBK52

omslag III

Vamat/Huawei72

Gilde Software Grundfos

Hager23 Hateha52

88

INSTALLATIETECHNIEK April '19

Viega

omslag IV

Redactie Noud Heijna (hoofdredacteur, dk: 733) Paul Smorenburg (hoofdredacteur, dk: 752) Ard Tuijp (eindredacteur, dk: 729) Linda Kindt (redactieassistente, dk: 771) Vormgeving Hein Burgering (dk: 707) Mariska van der Tas (dk: 755) Advertenties Multor Media Meander 251 Postbus 5085, 6802 EB Arnhem T 026 376 34 61 E traffic@multormedia.nl Abonnementen Een abonnement kan op elk gewenst tijdstip ingaan en geldt tot wederopzegging, tenzij anders is overeengekomen. De minimumlooptijd van een abonnement is 1 jaar. Opzeggingen kunnen schriftelijk of per e-mail, onder vermelding van het abonnementsnummer, tegen het einde van de abonnementsperiode worden doorgegeven, voor 15 november. Vanwege de aard van deze uitgave wordt de abonnee geacht het abonnement in het kader van zijn beroep of bedrijf te ontvangen. uneto-vni gaat uit van een zakelijke overeenkomst, deze valt onder het Algemene Verbintenissenrecht. Abonnementsprijs 159 euro (exclusief 6 % btw) per jaar. Losse nummers 19 euro (exclusief 6 % btw), inclusief verzendkosten. Lucia van Velzen - Konings (dk: 760), abonnementen@technieknederland.nl. Druk Senefelder Misset, Doetinchem De uitgever kan niet aansprakelijk worden gesteld voor persoonlijke of materiële schade, veroorzaakt door onjuistheden in de redactionele kolommen. Niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden gereproduceerd of vermenigvuldigd zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.


Trademarks displayed in this material, including but not limited to Grundfos, the Grundfos logo and “be think innovate” are registered trademarks owned by The Grundfos Group. All rights reserved. © 2019 Grundfos Holding A/S, all rights reserved.

GRUNDFOS FOR INSTALLERS

INSCHRIJVEN VOOR GRUNDFOS FOR INSTALLERS Gratis kennis, tools en beloningen – op één plek. Echt waar! Als lid van Grundfos for Installers krijgt u onbeperkt toegang tot dit alles. Grundfos for Installers is gemaakt om uw dagelijkse werklast te verlichten en biedt: • Handige tools die overal bruikbaar zijn • Online trainingvideo’s • Businesstips en -trucs

Join Grund for inst fos allers B

grundfo ezoek voor m s.com/installe eer info r rmatie s


STAANDE OVATIES ZIJN HIER AAN DE ORDE VAN DE DAG Van de bezoekers voor de optredens op het podium en van vakspecialisten voor de techniek achter de coulissen Het muziekgebouw Elbphilharmonie in Hamburg is architectonisch één van de meest geavanceerde gebouwen van Duitsland. Niet alleen de buitenkant weet te overtuigen. Binnen zorgen gebogen vormen voor de perfecte akoestiek in de concertzalen. De gebogen vormen vormden een uitdaging voor de leidingsystemen, die dankzij de grote diversiteit van het Viega Profipress-assortiment echter zonder problemen konden worden geïnstalleerd. Viega. Höchster Qualität verbunden.

© Photo: Kai-Uwe Gundlach

Elbphilharmonie, Hamburg, Duitsland

viega.nl/Over-ons

Profile for Multor Media BV

E&W Installatietechniek April 2019  

New
Advertisement