Page 1

Biken van Digne les Bains naar Théoule sur Mer

Aan een touwtje door de Préalpes

Reisverhaal

Tekst: Karst Zijlstra / Foto’s: Jelmer ten Hoeve, Jan Willem Nelck, Karst Zijlstra

De kaart ligt voor ons als een taart met verschillende soorten punten, waarvan we er maar één mogen pakken. We kiezen het spoor met de meeste kronkels. Het is een van de vele keuzes die we moeten maken tijdens een mountainbikeweek die begint in Digne les Bains en eindigt aan de kust in Théoule sur Mer. De voorbereiding is opgehangen aan een dun paktouwtje van twee meter veertig, de dagafstand van 60 kilometer. Leg deze over de beoogde paden van de kaart en je denkt te weten waar je uitkomt. De lezer die met gps en Google Earth net zo makkelijk omgaat als Ronaldinho met een bal, zal nu meewarig zijn hoofd schudden, maar wij hadden wel in een uurtje onze tocht voorbereid. Op papier althans. In de weerbarstige praktijk vertrouwen we op onze ervaring en rijvaardigheid. Wel hebben we dit keer ondersteuning van Jelmer, onze mountainbikemaat die net aan zijn knie is geopereerd en met de auto de bagage naar de volgende etappeplaats rijdt. Vandaag ligt Tartonne op het einde van het touwtje. Vooralsnog zien we Digne in de volle najaarszon blinken. Sommet de Cousson direct na Digne is een pittige, de hoogtelijn naar de afdaling richting Entrages schitterend. Tot onze verrassing rijden we over een plaatselijke mountainbikeroute.

Avontuurlijk en zwaar

>

De rotswanden van de Gorges du Verdon zijn hier en daar 700 meter hoog

>

La Bastide

Met behulp van een touwtje ontwierpen Karst Zijlstra en Jan Willem Nelck een geheel eigen route door Zuid-Frankrijk. Uit een keur van paadjes ontstond een avontuurlijke rit door velden en dorpen, over kammen en toppen. Eindigend in het zilte water van de Middellandse Zee. 64 www.fiets.nl / mei 2009

Bij de dorpsfontein van Entrages vullen we de bidons om fris en gerecupereerd Montagne de Coupe te beklimmen. De Préalpes zijn uiteraard minder hoog dan de Alpen, rond 1700 meter in het binnenland tot 400 meter aan de kust. Maar ze zijn minstens zo avontuurlijk en zwaar, merken we vanaf het punt waar we de mountainbikeroute verlaten en eigenwijs de singletrack naar boven sturen. Is het vals plat, gaat het echt omhoog of hebben de afgelopen 30 kilometer er al aardig ingehakt? Ik geniet van de hoogtelijntjes en bijbehorende uitzichten. Maar tegelijkertijd vrees ik. Vooral als we de mountainbike in onze nek moeten leggen. Waar gaat het pad naartoe? Gelukkig is het een aanvaardbare looppassage die ons een etage hoger, naar een nieuwe traverse brengt. In de afdaling laven we ons aan de talloze haarspeldbochten. Tot we Jelmer op het brede pad in het dal tegenkomen. Hij is ons tegemoet komen rijden om foto’s te maken. Als de zon ’s ochtends de oktobermist wegschuift, komt het kleurrijke Zuid-Franse Alpendecor in al zijn grootsheid tevoorschijn. Er klinkt gezaag en gehamer uit droomhuisjes waar ik wel zou willen vertoeven. Even dan. Als antiklusser trekt die rompslomp me niet echt. Wij hebben andere soesa aan ons hoofd. De route.

www.fiets.nl / mei 2009 65

>


Reisverhaal

Rond Trigance

Reisinfo: www.mtbclinic-reizen.nl www.meteofrance.com De klim naar Sommet de Cousson met uitzicht op Digne les Bains

Waar we thuis ons touwtje over de kaart hadden gelegd, blijkt in de praktijk niet altijd te vinden. Daarbij gaat het er niet alleen om waar we zijn, maar vooral om de afweging welk pad we nemen. En die beslissing kan alleen ter plekke worden genomen. Na Col du Défend (1267 meter) en Col de Séoune (1694 meter) zakken we naar La Bâtie. Voor het dorp pikken we de nieuw aangelegde mountainbikeroute van Sisteron naar Nice op. Vreemd genoeg is dit pad smaller en spannender dan de wandelroute die over het brede landbouwpad naar het dorp loopt. Bij Thorame-Basse draaien we definitief zuidwaarts en klimmen naar

Landbouwpaden

Er klinkt gezaag en gehamer uit droomhuisjes waar ik wel zou willen vertoeven. Even dan Montagne de Cordœil, met 2115 meter een van de hoogste toppen van de streek. Na enkele honderden meters haken we af als de klim door het kaal gekapte bos oneindig lang dreigt te duren. Dit willen we de toekomstige deelnemers voor wie we de tocht organiseren niet aandoen. Of toch wel? Misschien alleen de onverzadigbare biker. De route via Argens herbergt minder hoogtemeters, ligt beschut en is technisch vooral op het eind erg aantrekkelijk. We bollen uit langs de Verdon naar St. André des Alpes. Direct na het dorp klimt de derde etappe naar de Sommet du Castellard. Mijn benen moeten nog wakker worden. Jan Willem verkent de tussendoorpaadjes, ik rij over het brede schotterpad naar boven. Schotter is Duits, maar wordt door veel bikers gebruikt om brede keienpaden aan te duiden. Toch maar eens op zoek naar het Franse woord. Naar Castellaire zinken we af op een spoor dat niet alleen steil maar vooral bloedlink is door de vele losse keien waarop grip ontbreekt. Op de D102 zoeken we een lokaal wandelpad om binnendoor in Robion uit te komen. Landbouwwegen, wandelpaden, mountainbikeroutes, lokale ommetjes. Alles wordt in de strijd gegooid om de tocht zo afwisselend mogelijk te maken. In het Bois de la Faye gokken we een paar keer goed. Hier zal de volgende keer de meelopende gps uitkomst moeten brengen. Dat dan weer wel. Hoewel sommige details me verrassend genoeg lang bij kunnen blijven. Die glibberige rots in Ierland tien jaar geleden, het knikgat in de Rockies in 2001. Waarom die wel? Soms bepaalt een detail het verschil tussen afstappen en doorrijden. Dat helpt de herinnering.

66 www.fiets.nl / mei 2009

Tussen St. André des Alpes en Castellaire

>


Reisverhaal

Hoogtelijn rond Montagne de Coupe

Hoogtevrees We komen uit op de D955. Iets voorbij Soleils draaien we snel naar rechts, over de middeleeuwse brug over de Jabron, en plakken een extra lus langs de Verdon aan de geplande route. Niet geschikt voor iemand met hoogtevrees. De rotswanden van de Gorges du Verdon zijn hier en daar 700 meter hoog. Of dat hier is, durf ik niet te controleren. Als je wegglijdt over de lage struiken die tegen de wand groeien, zweef je net als de vale gier die we zien door de lucht, maar dan iets korter en recht naar beneden.

Na dagen paadjes, keien en stof zou je bijna vergeten dat de rest van de wereld ook nog bestaat In etappeplaats Trigance begint het te miezeren als we de uitgewassen kleren willen ophangen. De regen zet een tandje bij. Dan maar voor het knapperende haardvuur. De eigenaar van de gȋte zegt dat de voorspellingen slecht blijven. Gelukkig is het KNMI niet de enige die er geregeld naast zit. De volgende ochtend zien we imposant dampende bossen waartussen de zon steeds duidelijker terrein wint. In La Bastide passeren we kastelen, hoge rotsen en kerken met platte daken. In Mons zijn we opgetogen als zeelieden die land in zicht hebben als we vanaf het balkon van Place Central een streepje van de zee zien.

De cipressen staan nog in het schijnsel van de volle maan als we de volgende ochtend vroeg via een technische singletrack naar St. Cézaire rijden. Tussen klaproos en wilde klaver glijdt een geur van sudderend draadjesvlees langs mijn neus. Naast de kleine raampjes in de dikke muur wappert door open tuindeuren een lange witte vitrage uitnodigend naar buiten. Ik klop tegen de ruit om de juiste afslag te vragen en word binnen geroepen door twee oudjes die in het koele donker zitten te eten. De televisie staat aan. Na dagen paadjes, keien, grind en stof zou je bijna vergeten dat de rest van de wereld ook nog bestaat. We naderen het kustgebied en komen steeds vaker door dorpjes. Zo charmant als een FranÇaise ‘bonjour’ bijna zingt. Kom daar maar eens om met je Nederlandse ‘hoi’. In Auribeau zakken we over trappen en door steegjes af naar het pad langs de Siagne. Een alternatief voor de tien kilometer asfaltklim die volgt, kunnen we niet vinden. Gelukkig is het een afgelegen weg met mooie vergezichten. Op het massief van Tanneron mogen we weer los. Slingerende singletracks wisselen brede, rode stofwegen af. Alles loopt vals plat naar beneden. Heerlijk.

Speeltuin voor mountainbikers In de verte doemt de A8 op en het kleine tunneltje waarnaar we op zoek waren. Alles loopt gesmeerd totdat we in de loop van een geweer kijken. We blijken op particuliere grond te rijden. We geven de bewaker in alles gelijk en zullen het ‘nooit’ meer doen. Werkt het snelst. Als toetje wacht het beroemde Massif de L’Esterel. Ik ben hier verschillende keren geweest, maar dit gebied verveelt nooit. Een speeltuin voor mountainbikers. Uit de vele afdaalmogelijkheden kiezen we de Col de la Cadière, die sensationeel bijna recht in zee eindigt. Wat zou het leven ontzettend saai zijn als je van tevoren de goede keus zou weten.

www.fiets.nl / mei 2009 69

<

grande-traversee-des-prealpes  
grande-traversee-des-prealpes  
Advertisement