a product message image
{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade

Page 1

OverheidsfinanciĂŤn


Rijksbegroting


Rijksbegroting Inkomsten

Uitgaven


Overheidsinkomsten Inkomsten Directe belastingen • •

Belasting op inkomen Loonbelasting, winstbelasting

Indirecte belastingen • •

Belasting op consumptie BTW, accijns

Niet-belastingontvangsten Aardgasbaten, boetes

Uitgaven


Overheidsinkomsten


Overheidsuitgaven Inkomsten Directe belastingen • •

Belasting op inkomen Loonbelasting, winstbelasting

Indirecte belastingen • •

Belasting op consumptie BTW, accijns

Uitgaven Overdrachtsuitgaven Toeslagen, uitkeringen

Overheidsinvesteringen Infrastructuur, dijken

Niet-belastingontvangsten

Overheidsconsumptie

Aardgasbaten, boetes

Ambtenarensalarissen, defensiematerieel


Begrotingssaldo Inkomsten Directe belastingen • •

Belasting op inkomen Loonbelasting, winstbelasting

Indirecte belastingen • •

Belasting op consumptie BTW, accijns

Uitgaven Overdrachtsuitgaven Toeslagen, uitkeringen

Overheidsinvesteringen Infrastructuur, dijken

Niet-belastingontvangsten

Overheidsconsumptie

Aardgasbaten, boetes

Ambtenarensalarissen, defensiematerieel

Begrotingssaldo: overheidsinkomsten – overheidsuitgaven als: inkomsten = uitgaven → begrotingsevenwicht als: inkomsten > uitgaven → begrotingsoverschot als: inkomsten < uitgaven → begrotingstekort


Begrotingssaldo Inkomsten Directe belastingen • •

Belasting op inkomen Loonbelasting, winstbelasting

Indirecte belastingen • •

Belasting op consumptie BTW, accijns

Uitgaven Overdrachtsuitgaven Toeslagen, uitkeringen

Overheidsinvesteringen Infrastructuur, dijken

Niet-belastingontvangsten

Overheidsconsumptie

Aardgasbaten, boetes

Ambtenarensalarissen, defensiematerieel

Begrotingssaldo: overheidsinkomsten – overheidsuitgaven als: inkomsten = uitgaven → begrotingsevenwicht als: inkomsten > uitgaven → begrotingsoverschot als: inkomsten < uitgaven → begrotingstekort


Begrotingsregels


Casus

Bereken: a Het begrotingssaldo van de overheid. Is er sprake van een begrotingstekort, -overschot of â&#x20AC;&#x201C;evenwicht? b Voldoet het land in kwestie aan de Europese begrotingsregel met betrekking tot het begrotingssaldo?


Casus

Bereken: a saldo = rijksinkomsten – rijksuitgaven → 129,6 – 150,1 = -20,5 → begrotingssaldo = negatief → begrotingstekort b norm = begrotingstekort hoogstens 3% van bbp → -20,5 / 862 * 100% = -2,4% ☺


Staatsobligatie

Overheden kunnen ruilen over de tijd door staatsobligaties uit te geven. Hiermee kan een overheid direct geld lenen van particulieren, bedrijven of andere overheden. De overheid bouwt zo schuld op. Kopers krijgen een vaste jaarlijkse rente en kunnen rendement maken door obligaties op de beurs te verhandelen. Door de obligatiehouder zijn of haar geld terug te betalen lost de overheid een schuld af.


Staatsschuld


Financieringssaldo Inkomsten Directe belastingen • •

Belasting op inkomen Loonbelasting, winstbelasting

Indirecte belastingen • •

Belasting op consumptie BTW, accijns

Uitgaven Overdrachtsuitgaven Toeslagen, uitkeringen

Overheidsinvesteringen Infrastructuur, dijken

Niet-belastingontvangsten

Overheidsconsumptie

Aardgasbaten, boetes

Ambtenarensalarissen, defensiematerieel

Aflossingen staatsschuld Financieringssaldo: overheidsinkomsten – (overheidsuitgaven – aflossingen) als: financieringssaldo = 0 → financieringsevenwicht → schuld ↔ als: financieringssaldo > 0 → financieringsoverschot → schuld ↓ als: financieringssaldo < 0 → financieringstekort → schuld ↑


Financieringssaldo Inkomsten Directe belastingen • •

Belasting op inkomen Loonbelasting, winstbelasting

Indirecte belastingen • •

Belasting op consumptie BTW, accijns

Uitgaven Overdrachtsuitgaven Toeslagen, uitkeringen

Overheidsinvesteringen Infrastructuur, dijken

Niet-belastingontvangsten

Overheidsconsumptie

Aardgasbaten, boetes

Ambtenarensalarissen, defensiematerieel

Aflossingen staatsschuld Financieringssaldo: overheidsinkomsten – (overheidsuitgaven – aflossingen) als: financieringssaldo = 0 → financieringsevenwicht → schuld ↔ als: financieringssaldo > 0 → financieringsoverschot → schuld ↓ als: financieringssaldo < 0 → financieringstekort → schuld ↑


Begrotingsregels


Casus

Bereken: c Financieringssaldo van de overheid. Neemt de staatsschuld toe, af of blijft deze gelijk? d Bereken met behulp van de rentelasten en het rentepercentage de staatsschuld. e Voldoet het land aan de Europese begrotingsregel met betrekking tot de staatsschuld?


Casus

Bereken: c Financieringssaldo = inkomsten – (uitgaven – aflossingen) → 129,6 – (150,1 – 24,4) = +3,9 → fs > 0 → schuld ↓ d Rentelasten = 11,9, rentepercentage = 2% → schuld = 11,9 / 2% = 595 miljard e Norm = schuld < 60% van het bbp → 595 / 862 * 100% = 69% → land voldoet niet


Casus

Slotvraag: - Staatsschuld 1-jan = 595 miljard - Financieringsoverschot = 3,9 miljard - Afname reĂŤle staatsschuld = 5,1% - Bereken de inflatie.


Casus

Slotvraag: - Staatsschuld 1-jan = 595 miljard - Financieringsoverschot = 3,9 miljard → Staatsschuld 31-12 = 591,1 miljard → NIC = 591,1 / 595 * 100 = 99,3 - Afname reële staatsschuld = 5,1% → RIC = 100 – 5,1 = 94,9 - Bereken de inflatie → PIC = NIC / RIC * 100 = 99,3 / 94,9 * 100 = 104,6 → 4,6%


OverheidsfinanciĂŤn

HW: 14, 15a,b,f,g,h

Profile for Mr Nicolai

h4 les 1 wk 14  

h4 les 1 wk 14  

Profile for mrnicolai
Advertisement