Issuu on Google+

MOVISIES

THEMA Decentralisaties

Relatieblad over maatschappelijke ontwikkeling * juni 2013 * nr 17

Decentralisatie jeugdzorg Amsterdam: cliëntbelang centraal! Amsterdam gaat dit jaar proefdraaien met de nieuwe inrichting van de jeugdzorg. Pieter Hilhorst, wethouder financiën, onderwijs en jeugdzaken: “De mening van cliënten is van groot belang. Het gaat erom dat zij meer vertrouwen krijgen in de aangeboden hulp, zodat ze sneller weer zelf de problemen de baas kunnen. Hun ervaringen zijn een directe graadmeter voor het succes van de omslag.” Door: Lou Repetur en Joanka Prakken

Vier zorgvormen In het huidige jeugdstelsel is er een indeling naar zorgzwaarte (nulde, eerste, tweede lijn) en naar sectoren, zoals jeugdgezondheidszorg, opvoeden opgroeiondersteuning en jeugdzorg. Amsterdam laat dat los en creëert vier zorgvormen (zie kader pag 2). Waarom deze nieuwe indeling? Pieter Hilhorst: “Op deze manier doorbreken we de oude schotten en zorgen we ervoor dat ondersteuning aan ouders en hun kinderen dichterbij en integraler geboden wordt. Wij denken dat het dichterbij hulp bieden de beste garanties geeft om zoveel mogelijk te ontzorgen en te normaliseren. Ouders en kinderen hebben de ‘etiketjes’ niet meer nodig om steun te krijgen. De professional wordt meer een onderdeel van het sociaal netwerk en zal dus geneigd zijn dat netwerk meer bij de oplossingen te betrekken.”

Nieuwe jeugdprofessional Het digitale platform, de ouder- en kindteams en de Samen DOEN-teams vormen samen de basisstructuur van het nieuwe stelsel in de stad. De nieuwe jeugdprofessional moet in staat zijn om te

Met het nieuwe, Amsterdamse jeugdstelsel gaat het erom dat cliënten meer vertrouwen krijgen in de aangeboden hulp, zodat ze sneller weer zelf de problemen de baas kunnen.

herkennen wat er aan de hand is bij een cliënt en weten wat dichtbij opgelost kan worden en wat naar specialisten verwezen moet worden. Ook zal hij of zij verantwoording moeten leren afleggen over teveel of te weinig verwijzingen en zich daarmee verantwoordelijk leren voelen voor de budgetbeheersing en het resultaat van de geboden hulp. Hoe beoordeel je dan wat te veel of te weinig is? Hilhorst: “Door dat te monitoren en te benchmarken op verschillen tussen de wijken.”

Aanpak Amsterdam staat voor een gigantische omslag. Hoe gaat de stad sturen op het proces, de

kwaliteit en de bekostiging? Hilhorst: “Ouderen kindteams en Samen DOEN-teams bewaken de kwaliteit van de zorg en stimuleren de sociale veerkracht. Zij sturen in de uitvoering het zorggebruik, via de kwaliteits- en budgetregisseurs die gebiedsgericht budgetten bewaken en sturen. Op dit moment wordt gewerkt aan het ontwikkelen van objectieve indicatoren om het budget per wijk te kunnen verdelen. Een centrale beleidsafdeling monitort de resultaten en bewaakt de begroting. De vierde sturing doen wij via de regionale afspraken over de gespecialiseerde voorzieningen. Een centraal inkoopbureau

contracteert of subsidieert alle zorgaanbieders. Op deze manieren houden we centraal de regie op het nieuwe jeugdstelsel. Eén integraal budget vraagt om een andere manier van sturen die niet alleen gericht is op financiën, maar ook op wat de behaalde resultaten zijn.”

Cliëntbelang Tijdens de besprekingen van het plan door de commissie jeugd van Amsterdam kwam aan de orde dat er te weinig aandacht is voor cliëntenbelangen en de rol van lees verder op pagina 2 >>

In dit nummer:

Themapagina's Decentralisaties

3-6

Professionalisering 7 Databank Effectieve sociale interventies 8 Trends en debat

pagina 3 * Zes tips voor vernieuwing van dagactiviteiten

pagina 5 * Betrek burgers bij beleid door middel van persona's

pagina 6 * Gemeenten pakken huiselijk geweld aan

pagina 8 * Eigen Kracht-conferentie onder vuur

9

Actief burgerschap & emancipatie

10

Sociale zorg

11

Buurtgerichte aanpak

12

Huiselijk & seksueel geweld

13

Projecten 14 Trainingen 15 Publicaties 16

pagina 11 * Nieuwe publicatie: QueZ vragen naar zelfregie

pagina 11 * Wat doet MOVISIE met sport?

pagina 13 * Wethouder Veenendaal over het Vlaggensysteem

WAT • IS • OK?

pagina 14

* Voorlichtingsmethode 'Be A Man! Liefde, relaties en seks: wat is OK?' 1


>> vervolg pagina 1

Vier zorgvormen in het nieuwe jeugdstelsel: 1. D  igitaal platform: online voorlichting, advies, en hulp. Een podium voor zelfhulpinitiatieven en presentatie van het zorgaanbod (de zorgmarktplaats). 2. O  uder- en kindteams en Samen DOEN- teams: voorlichting, advies en hulp in de buurt, wijk en school voor kwetsbare gezinnen én huishoudens die intensievere begeleiding nodig hebben als gevolg van verminderde zelfredzaamheid. Stimuleren de sociale veerkracht van ouders en jeugdigen. 3. F lexibel aanbod: aanvullende, gespecialiseerde ondersteuning, In principe vrij toegankelijk. Voor intensievere zorg is verwijzing van ouder- en kindteams, Samen DOEN-teams of huisarts nodig. 4. G  especialiseerde voorzieningen: jeugdbescherming en reclassering, expertise en behandelcentra, de crisisdienst en de residentiële opvang.meer burger-initiatieven.

cliëntenorganisaties. Verrassend, gezien de achtergrond van Hilhorst als ombudsman. Hoe gaat hij dit oplossen? “Dit jaar gaan we op verschillende plekken in de stad proefdraaien met de nieuwe inrichting van de jeugdzorg. Bij de beoordeling van deze proeftuinen is de mening van cliënten van groot belang. Het gaat erom dat zij meer vertrouwen krijgen in de aangeboden hulp, zodat ze sneller weer zelf de problemen de baas kunnen. Hun ervaringen zijn dus een directe graadmeter voor het succes van de omslag. Ook mensen die in de jeugdzorg werken, willen we betrekken we bij de transitie. We zijn gestart met een leergemeenschap waarin zij hun ervaringen kunnen delen en kunnen schetsen hoe zij de hulp georganiseerd willen zien.”

Peter Hilhorst

Risico’s Zitten er risico’s aan de hele operatie? Hilhorst: “Ik zie een aantal risico’s. We hebben deze omslag in denken en handelen nodig om de ontstane machteloosheid van cliënten en hulpverleners tegen te gaan. De focus moet gericht blijven op cliënten zodat zij meer grip krijgen op hun leven zonder te medicaliseren. Als deze kwaliteitsverbetering voorop staat, dan gaan we effectiever

werken en zal dat uiteindelijk geld opleveren. Ik zie als risico dat deze ideologie gecompromitteerd wordt door de noodzaak om te bezuinigen. Daarnaast moeten we als gemeente te allen tijde de bescherming van kinderen kunnen garanderen. Eén gruwelijk incident kan het nieuwe jeugdstelsel echter aan het wankelen brengen doordat het gezien kan worden als de schuld van de veranderingen. Niet iedereen wil immers veranderen. Daar ligt een andere vrees. Wat als het ons niet lukt om iedereen in het proces mee te nemen? Daarom wil gemeente Amsterdam extra investeren om de overgang goed voor te bereiden.” Meer informatie: Lou Repetur (l.repetur@movisie.nl of 030 789 21 17) of Joanka Prakken (j.prakken@nji.nl of 030 230 66 27)

����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

MOVISIE en Vilans helpen bij vraagstukken transities Over de transities bestaan veel zorgen. Gemeenten krijgen ingewikkelde taken. Kwetsbare burgers hebben complexe problemen. Zorgaanbieders en welzijnsorganisaties moeten meer ondersteuning bieden met minder geld. Kennisinstituten Vilans en MOVISIE bundelen hun krachten om gemeenten te ondersteunen. Bestuurders Henk Nies (Vilans) en Marijke Steenbergen (MOVISIE) leggen uit hoe de structurele samenwerking u helpt complexe vraagstukken sneller en beter aan te pakken. Door: Jeroen Wapenaar

O

m zo praktisch mogelijk te helpen bij het ontwikkelen van innovatieve oplossingen richten MOVISIE en Vilans zich samen op een tiental vraagstukken. Zoals het realiseren van samenhang in de drie transities, het organiseren van samenwerking in de wijk, het van de grond krijgen van zelforganisatie en ontdekken van de rol van de eerste lijn. Al deze vraagstukken spelen een cruciale rol binnen de drie transities. Ze zijn voor zowel gemeenten als zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en onderwijs herkenbaar. "Er komt een enorme klus op alle partijen af", aldus Steenbergen."Wij horen

veel zorgen bij gemeenten. Gaan we het wel goed doen?" Nies voegt toe dat de transities ingewikkelde vragen met zich meebrengen. "Vandaar dat veel ervaring met complexe vraagstukken zo belangrijk is." De vraagstukken helpen aan te pakken kan in diverse vormen, legt Steenbergen uit. "Mensen inspireren, good practices aanleveren, processen organiseren." Op diverse plekken benutten partijen al de structurele samenwerking tussen MOVISIE en Vilans. In 2012 zijn zes kenniskringen gestart. Koplopers maken duidelijk maken wat in de praktijk werkt, wat van kennis en ervaring geleerd kan worden en hoe

In 2012 zijn MOVISIE en Vilans gestart met zes kenniskringen op thema’s die spelen in de transformatie in het sociale domein: wijkarrangementen, samenspel formele/informele zorg, dagactiviteiten, arbeidsmatige ouderen/volwassenen, arbeidsmatige dagbesteding en dementie. Voor de kenniskringen zijn Koplopers uitgenodigd om kennis en ervaring te delen. Wat werkt of lijkt te werken in de praktijk? Wat zijn de lessen en wat kan anderen inspireren? De resultaten worden verspreid onder gemeenten, welzijns- en zorgorganisaties.  Voorbeelden zijn de brochure ‘Vernieuwing in arbeidsmatige dagbesteding’ (zie pag 16) en de 'Inspiratiewijzer Toekomstbestendige Dagactiviteiten' (zie pag 3).   Ook organiseren Vilans en MOVISIE op 27 juni samen met Studie Arena het congres ‘Van AWBZ naar Wmo: Zelfregie en eigen kracht in de praktijk’ (zie pag 15).

2

anderen geïnspireerd worden. Om dagactiviteiten in groepsverband toekomstbestendig te maken is een inspiratiewijzer ontwikkeld, samen met ActiZ en de MOgroep (zie pag 3). Door partijen de combinatie van MOVISIE en Vilans te bieden komt de complexe inhoud beter in beeld. "Want MOVISIE is goed in het versterken van burgerschap, en weet wat er leeft onder welzijnsprofessionals", zegt Nies. "En Vilans heeft veel zorginhoudelijke kennis, en weet bijvoorbeeld hoe je de functie begeleiding vorm geeft, waar gemeenten mee worstelen", vult Steenbergen aan.   Met die combinatie wordt het creëren van lokale coalities succesvoller. "Dat samenspel tussen mantelzorger, professional, vrijwilliger en burger is cruciaal", weet Steenbergen. De juiste balans vinden, daar kunnen MOVISIE en Vilans bij helpen. "Vrijwillige inzet is er al veel en toch is er nog meer uit te halen. Er zijn veel mensen die iets voor een ander mens willen doen, maar dan wel zo dat het bij hen past. Wij kunnen vrijwilligers, gemeenten en aanbieders bij elkaar brengen." Een mooi praktijkvoorbeeld vindt ze het door MOVISIE ondersteunde project in Spijkenisse en Katwijk, waar langdurig werklozen getraind worden tot respijtzorger. "Omdat daar zoveel empowerment van mensen ontstaat" (zie pag 11). Het aanspreken van kracht noemt ook Nies cruciaal. "Hele stukken zijn niet meer verzekerd. De professionele opvang kan dat maar beperkt aan, dus moet de samenleving dat voor een belangrijk deel opvangen. In West-Brabant doen ze dat al, met 19 gemeenten die van elkaar leren, maar wel in hun eigen tempo en met eigen keuzes." Vilans en MOVISIE begeleiden dit traject. Ook bij bedrijven liggen kansen, denken de bestuurders. "Zij willen graag maatschappelijk verantwoord ondernemen, ook in de huidige crisis. Gemeenten kunnen een hefboom zijn." Beiden benadrukken dat ze zien dat mensen ook zelf kiezen

Henk Nies

Marijke Steenbergen

voor zelfstandigheid, en dat de overheid niet zomaar afschuift. "Maar waar het niet vanzelf gebeurt, daar moeten we innovatieve oplossingen zoeken."

beleid en praktijk." Onze kennis is vrij toegankelijk, zowel voor gemeenten als aanbieders als andere adviesbureaus. "Via marktopdrachten van derden verrijken we kennis van publiek gefinancierde projecten, en andersom."

En oplossingen die zo laagdrempelig mogelijk zijn. Want dan kan het veld er het beste mee werken. "Vandaar onze insteek op concrete vraagstukken op lokaal niveau. We zijn als kenniscentra steeds dichter bij de samenleving gaan staan in de driehoek wetenschap,

Meer informatie: Marijke Steenbergen (m.steenbergen@ movisie.nl of 030 789 20 11).

�������������������������������������������������

Redactioneel Gemeenten spelen een steeds grotere rol in het sociaal domein. MOVISIE heeft als kennisinstituut voor sociale vraagstukken tal van gratis kennis, methoden, onderzoek, advies en training beschikbaar voor gemeenten, welzijns- en zorgorganisaties en cliëntenorganisaties. Die kennis zetten wij ook tegen marktconforme tarieven in voor advies en training op maat. MOVISIE kent het werkveld en de partijen: die verbinding maakt dat ook gemeenten een steeds belangrijker samenwerkingspartner worden voor MOVISIE. Lezers van Binnenlands Bestuur die te maken hebben met het sociaal domein krijgen deze maand de MOVISIES bijgesloten bij BB. In deze MOVISIES een brede indruk van ons werk. Ter kennismaking en ter inspiratie. Vanuit MOVISIE hopen wij op een productieve samenwerking. Het sociale domein is de ruggengraat van de samenleving. Zeker in tijden van kanteling, transformatie en crisis. MOVISIE wil daar samen met u aan werken. Jandirk Veenstra MOVISIES


THEMA Decentralisaties

Dongemond-gemeenten pakken transitie samen op Zes gemeenten in Brabant bereiden zich gezamenlijk voor op de transitie AWBZ/ Wmo. MOVISIE begeleidt dit traject. Wethouder Marian Janse van de gemeente Oosterhout en projectleider Peter Hoenselaar van de gemeente Werkendam vertellen over de aanpak. Interessante ontwikkeling? Marian Janse: “Absoluut! We zitten in een tijd dat mensen en organisaties zelf kunnen aangeven wat ze nodig hebben. Het moet niet alleen anders, het mag nu ook anders. Daarom sta ik achter onze keuze om het transitietraject in cocreatie te doen. Dit is iets dat je niet vanachter

we als gemeente uiteindelijk zelf keuzes moeten maken. Dat is je verantwoordelijkheid als bestuurder.”

Gaan jullie bezuinigen? Peter Hoenselaar: “We gaan inderdaad de uitgaven terugdringen, maar dat doen we door het anders te

“We willen niet meer dat mensen meteen naar de overheid kijken.” je bureau kan doen. We doen dit dus met zes gemeenten en met alle betrokkenen: cliënten, belangengroepen, maatschappelijke partners en Wmoraden. Waarbij ik me ook realiseer dat

organiseren. Daar zit een visie achter. We willen niet meer dat mensen voor elke zorg- of ondersteuningsvraag naar de overheid kijken. Voor de lichte zorg willen we dat mensen een beroep doen

Wat gaat dit opleveren? • Gekantelde professionals en vrijwilligers: ze gaan anders werken, ondersteunen zelfregie en sociaal netwerkvorming, ze maken gebruik van gezamenlijke methodieken. • Gekantelde organisaties en gemeenten: meer (interne) samenwerking, prioriteit aan primaire proces, wijkgericht, meer cocreatie opdrachtgever-opdrachtnemer-cliënten. • Gekantelde burgers: meer verantwoordelijkheid en eigen inbreng, meer burger-initiatieven.

op hun eigen netwerk. Zo kunnen we de zwaardere zorg in de lucht houden. Ik sta hier helemaal achter, mensen worden op deze manier meer in hun waarde gelaten.” Marian Janse: “Bezuinigen is noodzakelijk, maar niet genoeg. Ik wil aan de voorkant investeren en innoveren zodat we aan de achterkant uitkomen met onze budgetten. Doen we dat niet, dan lopen we binnen een jaar leeg op onze reserves.”

Waar zit de vernieuwing? Marian Janse: “Ik vind de sociale wijkteams belangrijk. In Leeuwarden zie je dat die formule werkt. We zijn nu ook aan het experimenteren om de verantwoording als gemeenten minder bureaucratisch te maken. We willen de verantwoording van instellingen op dezelfde manier organiseren. Instellingen worden anders helemaal gek van al die gemeenten met ieder hun eigen regels en formulieren. Dat kost tijd en geld, en dat gaat niet naar de mensen. Peter Hoenselaar: “Je kunt dit als kleinere gemeenten niet alleen doen, het afbreukrisico is te groot. Je loopt risico dat je hele gemeentelijke huishouding wordt uitgeknepen om

Wat doet MOVISIE? MOVISIE bereidt de zes Dongemond-gemeenten - Aalburg, Drimmelen, Geertruiden-berg, Oosterhout, Werkendam en Woudrichem – voor op de transitie AWBZ/Wmo. MOVISIE organiseert en begeleidt de thematische werkateliers en stelt met de lokale projectleiders een nota met uitgangspunten en doelstellingen op voor de AWBZ transitie. Die nota wordt voorgelegd aan de gemeenten en de politiek. Vervolgens adviseert MOVISIE ook ten aanzien van de uitgangspunten en werkwijze bij de inkoop van ondersteuning/begeleiding en de afspraken die worden gemaakt met de aanbieders in zorg & welzijn en vrijwilligersorganisaties.

de zorg te kunnen betalen. Dat risico willen we niet lopen en daarom werken we samen.”

Waar ben jij enthousiast over? Marian Janse: “We werken als gemeenten goed samen. Het voelt gelijkwaardig terwijl we dat qua omvang niet zijn. Elke twee weken vergaderen we. We maken afspraken, die komen we na en vervolgens koppelen we het weer terug. Ik denk dat het ook zo soepel loopt omdat we elkaar ook op andere plekken tegenkomen. En als wethouders hebben we korte lijntjes. We whatsappen en sms’en elkaar rechtstreeks, daar komt geen secretaresse aan te pas.”

bureaucratische structuur bouwen, maar hoe dan wel?” Marian Janse: “Voor mij is de grootste hobbel dat er nog geen duidelijkheid is. We zijn van alles aan het voorbereiden, maar de wet is er nog niet eens door.”

Advies aan andere gemeenten? Marian Janse: “Ga het wiel niet uitvinden. Er gebeurt landelijk al heel veel. Kijk maar naar Enschede, Leeuwarden en Eindhoven. Ga op werkbezoek. Ik heb zelf een stageweek gedaan en heb meegelopen met een praktische thuisbegeleider. Je krijgt een reëler beeld en je ziet ineens ook heel duidelijk wat anders kan, waar de vernieuwing zit.”

Grootste hobbel? Peter Hoenselaar: “Hoe stemmen we die drie transities op elkaar af? Het is zo breed en er zitten verschillende niveaus in. Je wilt geen nieuwe

Meer informatie: Hilde van Xanten (h.vanxanten@movisie.nl of 030 789 21 67).

����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

Nieuw: Inspiratiewijzer toekomstbestendige dagactiviteiten Hoe organiseert u dagactiviteiten met minder geld en voor meer mensen? De inspiratiewijzer geschreven door MOVISIE en Vilans helpt u op weg. Aan de hand van acht vernieuwende praktijkvoorbeelden leggen de auteurs de werkzame principes bloot: wat kunt u doen om de kanteling te realiseren? Waarom nu vernieuwen? • Vanaf 2015 zal de extramurale begeleiding - waaronder dagactiviteiten - worden gefinancierd vanuit de Wmo en niet meer vanuit de

AWBZ. Dat betekent dat gemeenten samen met aanbieders en inwoners de dagactiviteiten zelf gaan organiseren.

In De Ankerplaats zijn kwetsbare ouderen vijf dagen per week welkom voor dagactiviteiten.

• Er zal 25 procent worden bezuinigd op extramurale begeleiding, terwijl er tegelijkertijd meer ouderen met beperkingen thuis blijven wonen. • Sinds 1 januari 2013 is meer dan 50 procent bezuinigd op de vervoerskosten naar dagactiviteiten.

Een voorbeeld dat de vernieuwing illustreert De Ankerplaats voor kwetsbare ouderen De Ankerplaats in Grashoek (gemeente Peel en Maas) is een dorpsdagvoorziening voor kwetsbare ouderen. Dat kunnen senioren zijn met psychische problemen of eenzaamheid, maar ook mensen waarvan de mantelzorgers overbelast zijn. Vijf dagen per week zijn ze hier welkom voor activiteiten. Deelnemers krijgen een persoonlijk arrangement dat is gebaseerd op mogelijkheden en talenten: wat kun je zelf toevoegen? Het arrangement is Wmo en AWBZ-breed. Dit betekent dat de schotten tussen financiële regelingen zijn weggenomen: hiervoor zijn afspraken gemaakt met het Zorgkantoor. Mensen kunnen kiezen voor

individuele en collectieve begeleiding. Individuele begeleiding vindt plaats in de thuissituatie. Uitgangspunt is wel: mensen maken zoveel mogelijk gebruik van collectieve voorzieningen. De Ankerplaats is opgezet door buurtbewoners in samenwerking met de welzijnsinstelling, de zorgorganisatie, de gemeente en het zorgkantoor. Een stichting bestaande uit bewoners is verantwoordelijk voor het beheer. De stichting dient de begroting in bij de gemeente en het Zorgkantoor Coöperatie VGZ. De kosten worden betaald uit de Wmo en de AWBZ. De afrekening loopt via de gemeente als regievoerende partij. De deelnemer merkt hier niets van. Deelnemers zonder indicatie betalen een eigen bijdrage van € 8,- per dag. De deelnemers met een AWBZindicatie betalen een eigen bijdrage via het CAK (uitvoeringsorganisatie zorg en welzijn).

of realiseer ontschotting tussen publieke en private middelen 3. Denk los van het bestaande aanbod 4. Houd niet vast aan de traditionele doelgroepindeling 5. Maak slim gebruik van beschikbare accommodaties 6. Benader dagactiviteiten voor ouderen niet geïsoleerd

Zes tips voor vernieuwing

Meer informatie: Hilde van Xanten (h.vanxanten@movisie.nl of 030 789 21 67) of Beatrijs Jansen (b.jansen@vilans.nl of 06 2150 7438).

1. Ga in de opzet en invulling van dagactiviteiten uit van eigen regie en de vraag van de cliënt 2. Benut de (experimenteer)mogelijkheden die er zijn, breng bijvoorbeeld budgetten AWBZ en Wmo bij elkaar

Meer informatie De inspiratiewijzer dagactiviteiten bestaat uit twee delen. In het eerste deel vindt u achtergrondinformatie over onderwerpen als de toegang tot dagactiviteiten, zelfregie, zelforganisatie, de rol van vrijwilligers en professionals en het schaalniveau. Het tweede deel bevat acht praktijkvoorbeelden. De inspiratiewijzer kunt u downloaden via www.movisie.nl. De inspiratiewijzer is een product van de MOgroep, ActiZ, Vilans en MOVISIE.

3


THEMA Decentralisaties

Mantelzorgondersteuning in de gemeente? Verleg je grenzen! Regionale samenwerking rondom mantelzorg? Het klinkt logisch, maar in de praktijk komt het nog te weinig voor. Het Expertisecentrum Mantelzorg presenteert drie slimme en vernieuwende voorbeelden. Oproep van Ilse de Bruijn van MOVISIE: “Laat je als gemeente hierdoor inspireren, ga op zoek naar nieuwe samenwerkingspartners, bundel je kennis en ondersteun meer mantelzorgers!”

Voorbeeld 1 Zorgruil in Enschede Een inwoner uit Enschede kwam met het idee: via een website zorg ruilen. Het idee viel in goede aarde en zo is www.wehelpen.nl ontstaan. Wehelpen is nu een landelijke coöperatie die een digitale infrastructuur biedt voor gemeenten, vrijwilligersorganisaties, burgerinitiatieven en zorgorganisaties die een eigen diensten- en zorgruilsysteem willen opzetten. Deelnemers

zijn georganiseerd in een community en krijgen punten in ruil voor tijd. Er is een digitale marktplaats waar zij hulp kunnen vragen en aanbieden. Iemand

de verdiende punten ook weggeven aan iemand anders of aan het maatschappelijk fonds voor mensen die zelf geen hulp kunnen ‘teruggeven’. Zo kunnen nog meer mensen worden geholpen die geen eigen sociaal netwerk hebben.

Voorbeeld 2 Persoonsvolgende financiering in Huizen De gemeente Huizen is gestart met persoonsvolgende financiering. Dit houdt in dat mantelzorgers die ondersteuning nodig hebben geen gebruik hoeven te maken van een standaard aanbod, maar zelf kunnen kiezen voor ondersteuning die het beste aansluit bij

Gemeenten hebben lef nodig om nieuwe keuzes te maken. die hulp ontvangt, doet iets terug voor een ander uit de community. Wie weinig hulp of zorg nodig heeft, kan

Waarom doen gemeenten dit? Els Hofman van MOVISIE: “Door de decentralisaties en bezuinigingen neemt de druk op mantelzorgers toe. Dat vraagt om kwalitatief goede ondersteuning; laagdrempelig, gericht op de vraag en uitgaand van de eigen kracht. Daarom gaan gemeenten op zoek naar nieuwe aanpakken en samenwerkingsverbanden. Dit vraagt overigens wel lef van gemeenten. Afscheid nemen van het vertrouwde is niet makkelijk en geeft onzekerheid over de toekomst. De voorbeelden tonen echter aan dat het mogelijk is nieuwe keuzes te maken die ook nog winst opleveren voor de mantelzorger.”

hun wens. Zo bepaalt de vraag van de mantelzorgers in Huizen het aanbod en dus ook de financiering van aanbieders. Met de mantelzorger wordt eerst door de gemeente een vraaggestuurd gesprek gevoerd: wat is uw vraag, wat kunt u zelf en waar heeft u behoefte aan van anderen? Vervolgens krijgen mantelzorgers de gelegenheid om ondersteuning die ze niet in het eigen netwerk kunnen regelen, af te nemen bij de aanbieder van hun keuze. Volgens de gemeente worden aanbieders zo maximaal gestimuleerd om flexibel en vernieuwend aanbod te leveren, aansluitend bij de vraag. Aanbieders worden gesubsidieerd op basis van daadwerkelijk verleende ondersteuning.

Voorbeeld 3 Noord-Holland regelt het nu samen De gemeenten Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Uitgeest en Velsen hebben gezamenlijk een nieuwe regionale ondersteuningsstructuur voor mantelzorg opgezet. Uit onderzoek onder mantelzorgers bleek namelijk dat er behoefte was aan meer lokale mantelzorgondersteuning. Vervolgens is een externe projectleider aangesteld om dit aan te pakken. Zij heeft een regionale werkgroep opgezet en lokale samenwerkingsverbanden ingericht. Eerste concrete resultaat: een breed verspreid magazine met informatie, mooie verhalen en tips voor mantelzorgers uit de vijf gemeenten. Daarnaast regelde de werkgroep met elkaar de activiteiten op de 'dag van de mantelzorger'. Verder kan

de mantelzorger makkelijker de plek vinden waar hij of zij met vragen terecht kan. Formule? Een verbeterde afstemming tussen de uitvoerende organisaties en de gemeenten.

Films & factsheets Bekijk de filmpjes en factsheets van deze drie voorbeelden op www.expertisecentrummantelzorg.nl/ samenspel

Meer informatie: Els Hofman (e.hofman@movisie.nl of 030 789 20 25) of Ilse de Bruijn (i.debruijn@movisie.nl of 030 789 21 27).

���������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

Nieuw instrument toetst ggz-organisaties Hoe kan een gemeente de diensten van een organisatie vanuit het perspectief van de cliënt beoordelen? De landelijke federatie van ongebonden schilvoorzieningen (LFOS) bedacht ‘Cliënt Centraal’. Karin Sok van MOVISIE is enthousiast over het

gewend om met kleinschalige organisaties en initiatieven rond de tafel te zitten. Zij onderhandelen meestal met grote ggz- of welzijnsorganisaties. Maar het aanbod van kleinschalige organisaties is vaak meer cliëntgestuurd, herstelgericht en goedkoper.”

Wat vindt MOVISIE? “Dit is een instrument dat gebruik maakt van de expertise van (ex)cliënten, in zowel de ontwikkeling als in de uitvoering. Dat maakt het een zeer waardevol instrument”, aldus Karin Sok van MOVISIE. “Het is

instrument. Ze is op zoek naar gemeenten die hiermee organisaties willen stimuleren om meer cliëntgestuurd te werken. “’Client Centraal’ helpt gemeenten om projecten en initiatieven te beoordelen van (ex)ggz-cliënten en (ggz)organisaties”, vertellen Aardt Bos en Arjen Bergman van LFOS. LFOS is een landelijke vereniging van cliëntgestuurde organisaties voor mensen met een psychische handicap, zoals inloophuizen, informatiediensten, woon-, maatjes- en arbeidsrehabilitatieprojecten. Al meer dan vijftien jaar voert LFOS kwaliteitstoetsingen uit. 4

Handig voor contracten ‘Client Centraal’ helpt om te bepalen in hoeverre een organisatie werkt aan het persoonlijk herstel van een (ex)cliënt. Ook kan een gemeente het instrument gebruiken om de cliëntgestuurdheid te bepalen: in hoeverre doet een (ex)cliënt actief mee als deelnemer in plaats van passief als gebruiker? “Een gemeente kan deze criteria bijvoorbeeld meenemen in haar contractafspraken met organisaties. Gemeenten zijn vaak niet

Gemeenten gezocht LFOS en MOVISIE zoeken gemeenten, instellingen en initiatieven die geïnteresseerd zijn om met ‘Cliënt Centraal’ te gaan werken. Wat houdt dit in? Het instrument is door LFOS ontwikkeld en als neutrale partij heeft MOVISIE het beoordeeld. Het instrument is verder op kleine schaal getest bij een aantal bij de LFOS aangesloten cliëntgestuurde initiatieven. Hierdoor is duidelijk hoe het werkt, wat er bij komt kijken en welke inzet nodig is. Welke gemeente, zorgorganisatie of initiatief wil via dit instrument organisaties stimuleren meer cliëntgestuurd en herstelgericht te werken? Een team van ervaringsdeskundigen voert gesprekken in de organisatie en met cliënten en levert bewijsmateriaal aan. Op basis daarvan maken zij samen met MOVISIE een advies voor de organisatie waar en hoe meer cliëntgestuurd en herstelgericht gewerkt kan worden.

ontwikkeld door (ex)ggz-cliënten, door ervaringsdeskundigen die met hun ervaring op een unieke manier naar organisaties kijken. Het instrument wordt ook deels uitgevoerd door ervaringsdeskundigen, het voor-en-door principe. Daarmee is het waardevol voor zowel organisaties die zelf meer cliëntgestuurd en herstelgericht willen werken als voor gemeenten die hun zorgorganisaties willen stimuleren zo te werken. Want wie bepaalt de kwaliteit van een dienst normaliter? Juist, de klant. Als we vinden dat een product of dienst van goede kwaliteit is, dan komt het overeen met wat we ervan verwachten. Daar sluit dit instrument goed op aan.”

Meer informatie: Karin Sok (k.sok@movisie.nl of 030 789 20 76) en Arjen Bergman (abergman@ ggz-informatiepunt.nl).


THEMA Decentralisaties

Persona’s Het kennisprogramma Cliëntenparticipatie van MOVISIE organiseerde in maart 2013 een diner met gemeenten. Daar spraken we over nieuwe manieren van communiceren met burgers. We hadden voorlopers uitgenodigd: gemeenten die al aardig bezig zijn in het betrekken van burgers bij beleid en uitvoering in het sociale domein. Wat kan andere gemeenten in beweging krijgen om hier ook werk van te maken?

A

an het eind van het diner kwamen we tot de conclusie dat de dialoog tussen overheid en burger ergens gestopt is. Het lijkt wel of we het echte contact met wederzijds luisteren en met vertrouwen en openheid afgeleerd zijn. We zullen weer op zoek moeten naar dat contact omdat gemeenten de burger hard nodig hebben om de transitie en transformatie voor elkaar te krijgen. Zo kunnen burgers de energie en ruimte voelen om zelf initiatieven te

ontplooien in de samenleving en zo weet de gemeente wat zij minimaal moet organiseren om die samenleving optimaal te kunnen laten functioneren. Een mooie manier om als gemeente zicht te krijgen op wat er leeft bij een doelgroep, is door samen met een groep mensen een persona te maken. Onlangs verscheen de brochure ‘(Wmo-)beleid maken met persona’s’. Al jaren gebruikt het bedrijfsleven persona’s om de klantgroep beter te begrijpen en de diensten daarop aan te sluiten. Een persona is een fictieve persoon die zich blijft ontwikkelen in de tijd. Zo’n persona is gebaseerd op feitelijke informatie en kennis over een bepaalde doelgroep. Ook de sociale sector ontwikkelt steeds vaker persona’s. Tot nu toe waren het professionals die persona’s ontwikkelden over hun doelgroep. Maar wie weet er meer over een doelgroep dan die doelgroep zelf? De trajecten om tot een persona te komen zijn indrukwekkend, heb ik zelf onlangs ervaren. Met een groep jong dementerenden hebben we in twee ochtenden ‘Henk’ gemaakt. Door het gesprek over Henk was het voor mensen makkelijker om te formuleren wat hun mogelijkheden en beperkingen zijn en waar ze wel of niet ondersteuning bij nodig

hebben. En de gemeente waarvoor we de persona maakten, heeft nu een referentiekader voor haar beleid: want wat betekent het beleid voor Henk? Wat betekenen veranderingen van het ondersteuningsaanbod voor Henk? Een persona is een instrument om het gesprek op gang te brengen, van mens tot mens. Omdat we het zelf niet allemaal weten. Beleidsmakers hebben burgers nodig om passend beleid te maken. ‘Durf te vragen’ moet daarbij leidend zijn. En durf te vertellen: wat houdt je bezig? Als beleidsmaker, als burger, als broer of zus van iemand met een beperking, als buurvrouw. Krijg jij buikpijn van al die bezuinigingen? Baal je ook van de onduidelijkheid over de wettelijke kaders vanuit Den Haag? Zie jij kansen om dingen anders te organiseren, maar weet je niet zeker of die in de praktijk ook zo uitwerken als je hebt bedacht?

maar gewoon proberen, praten en weer bijsturen.

Meer informatie: Marjoke Verschelling (m.verschelling@movisie.nl of 030 789 22 42). De brochure is te downloaden via www.movisie.nl/ clientenparticipatie.

In gesprek dus met elkaar. Dan wordt de ervaringsdeskundigheid duidelijk en worden de concrete gevolgen van het bedachte beleid scherp. En dan

����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

Kunst als participatiemiddel

W

at is de meerwaarde van sociaal artistieke projecten voor het bereiken van sociale doelen als empowerment van kwetsbare burgers of het verbeteren van de leefbaarheid in wijken? Welke impulsen zijn nodig om de samenwerking te stimuleren tussen de welzijn- en zorgsector en de kunstsector op het niveau van beleid, kennis en uitvoering? Deze vragen zijn uitgebreid besproken door zestig professionals, beleidsmakers, onderzoekers, vrijwilligers en kunstenaars. Met elkaar is vervolgens een position paper opgesteld. Boodschap aan beleidsmakers en beslissers: kom uit je comfortzone en bundel je krachten.

Leo Peters, strategisch beleidsmedewerker maatschappelijke participatie in Heerlen, is één van de opstellers van de position paper. “Ik word enorm enthousiast als ik bedenk wat er allemaal mogelijk is als je welzijn en kunst bij elkaar brengt. En het lukt mij ook om in Heerlen verbindingen te leggen. We zijn bijvoorbeeld nu bezig met het ontwerp van een multifunctionele accommodatie. Daarin maken we ruimten voor welzijnsactiviteiten ook geschikt voor culturele activiteiten. Maar ook op programmaniveau leggen we verbanden tussen jongerenactiviteiten en cultuurproducenten. In buurten doen we de laatste tijd veel met community-arts-projecten waar

Position paper in cocreatie De position paper laat zien wat de meerwaarde is van sociaal artistieke projecten. Saskia van Grinsven van MOVISIE: “De paper bevat voorbeelden van projecten die bijdragen aan doelen als participatie van kwetsbare burgers en leefbaarheid in de wijk. Ze laten zien dat samenwerking tussen de zorg- en welzijnssector en de kunstsector voor de hand ligt. Daarvoor is wel ontschotting nodig van beleid en budget.” De position paper is in cocreatie gemaakt en dat is volgens Saskia van Grinsven uniek. “Zestig mensen hebben meegedacht en vijftien hebben eraan meegeschreven. Het is dus geen uitgave van MOVISIE, maar van de mensen die hun naam eraan hebben verbonden.”

welzijn en cultuur samen met burgers een geweldige boost geven aan de levendigheid en leefbaarheid in buurten.”

Heerlen Zijn advies aan collega’s van andere gemeenten? “Ga praten met je collega van cultuur of van welzijn en kijk samen in de stad naar de instellingen die een opdracht op welzijns- of cultuurgebied hebben. Laat hen zien dat cultuur en welzijn elkaar kunnen versterken. We hebben in Heerlen een project ‘Bijzondere bijeenkomsten’ waarbij ouderen met elkaar praten over levensvragen aan de hand van theatersketches. Een opbouwwerker en iemand van de theaterwerkplaats hebben de vraag van een burger met haarzelf opgepakt en gaan dus eigenlijk samen de eenzaamheid onder ouderen te lijf.”

Gesloten beurs Leo Peters zat in zijn vrije tijd tien jaar in het bestuur van een fanfare en heeft daar gemerkt dat samenwerking vaak het beste lukt als de beurzen gesloten blijven. “Zodra de beurzen moeten worden getrokken, heeft dat consequenties voor een gelijkwaardige samenwerking. Beter is om te zoeken naar een win-winsituatie. Voor

Cultuur en welzijn kunnen elkaar versterken. Daarvoor is wel ontschotting nodig van beleid en budget.

Er zijn allerlei transities, zoals de Kanteling en Welzijn Nieuwe Stijl. Maar de echte transitie is de erkenning van ieders talenten en ieders krachten. kun-stenaars kan naamsbekendheid een reden zijn om mee te doen. Voor welzijn biedt dit nieuwe ingangen om kwetsbare groepen te laten meedoen.” Zelf gaat hij de position paper gebruiken om binnen de gemeente maar ook binnen welzijnsen kunstinstellingen te laten zien dat hij niet ‘zomaar een enthousiaste eenling is die iets roept’ maar dat dit een veel bredere ontwikkeling is die landelijk wordt uitgedragen.

Wilt u ook verbindingen maken tussen welzijn, zorg en kunst? Onderteken dan de position paper op www.movisie.nl/buurtkracht.

Meer informatie: Saskia van Grinsven (s.vangrinsven@ movisie.nl of 030 789 21 02). En word lid van de Social Art Lab linkedgroep.

5


THEMA Decentralisaties

Gemeenten gaan huiselijk geweld aanpakken De aanpak van huiselijk geweld wordt gedecentraliseerd. Niet alleen de centrumgemeenten maar alle 420 gemeenten in Nederland worden verantwoordelijk voor de aanpak van huiselijk geweld. Astrid van der Kooij van MOVISIE legt kort uit wat dat betekent. Wat gaat er veranderen? “De aanpak van huiselijk geweld wordt verder geïntegreerd in de Wmo. Dat betekent dat de aandacht verschuift van zorg en opvang naar preventie, signalering, herstel en participatie. Een andere ontwikkeling is dat preventie en aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling worden geïntegreerd.”

Wat betekent dit voor professionals? “Zij zullen meer gaan signaleren. Dit gaat niet vanzelf. Huiselijk geweld is typisch een taboeonderwerp. Professionals hebben vaak een grote handelingsverlegenheid. Door de komst van de Wet meldcode zullen ze wel iets moeten doen met vermoedens en zorgen. Professionals zullen getraind moeten worden in het signaleren, maar ook in het voeren van moeilijke gesprekken met ouders en andere betrokkenen.”

Welke professional moet wat gaan doen? “Het is nodig een visie te ontwikkelen op de rol van de inzet van de generalist, de expert, de inzet van het sociale netwerk of een vrijwilliger. Dit samenspel ziet er bij de thematiek van huiselijk geweld echt anders uit dan op andere terreinen binnen de Wmo. Dat geldt ook voor het streven het eigen sociale netwerk van burgers meer in te zetten. Dit is lastig, maar biedt soms wel goede mogelijkheden. Maar in andere gevallen moet je het pertinent niet doen, zoals bij gevallen van eergerelateerd geweld.”

Wat kunnen gemeenten nu al doen? “Zorgen dat ze het hele brede spectrum van huiselijk geweld op een goede manier regisseren. Hoe zorg je dat slachtoffers hun sociaal netwerk behouden of opnieuw opbouwen? Hoe geef je specifieke aandacht aan bijvoorbeeld seksueel geweld en ouderenmishandeling? En hoe ga je de keten van huiselijk geweld monitoren? De uitdaging is natuurlijk om het zo te monitoren dat je in beeld krijgt of cliënten zo snel mogelijk passende hulp krijgen. Wij zien zowel zorgen, als beloftevolle nieuwe aanpakken.”

Door de decentralisatie van huiselijk geweld naar gemeenten komt de focus op preventie, signalering, herstel en participatie te liggen.

Aleid van den Brink, directeur van de Blijf Groep: “Gemeenten, hou het simpel qua administratieve lasten.” “Bij de decentralisaties worden Wmo-modellen ontwikkeld die niet zomaar passen voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat is te complex, vooral vanwege het veiligheidsaspect. Neem de landelijke toegankelijkheid van opvangvoorzieningen. Stel dat die niet meer gegarandeerd is. De veiligheid van vrouwen staat op het spel als ze niet meer kunnen vluchten naar een ander deel van het land. Landelijk toegankelijke opvang klinkt vanzelfsprekend, maar het is een lastige puzzel om die te organiseren vanuit de Wmo. Ik hoop dat de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling niet versnipperd raakt door de decentralisaties. Ik heb met zes centrumgemeenten te maken. Stel dat zij allemaal een ander pad gaan bewandelen bij de crisisopvang? Dat kan een hoop extra administratieve lasten geven. Wij hebben baat bij samenhang en eenduidigheid. Mijn oproep aan gemeenten is dan ook: hou het

Nieuwe visie op aanpak huiselijk geweld & kindermishandeling Voorjaar 2013 hebben de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) een nieuwe visie uitgebracht over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is voor het eerst dat de aanpak van huiselijk geweld en van kindermishandeling in één visie is geïntegreerd. De vier gemeenten vinden dat direct na een melding een deskundige de ernst van de situatie moet inschatten en een plan moet maken om de veiligheid van het slachtoffer op de korte en lange termijn zeker te stellen. Het visiedocument ‘Gemeentelijke visie op een veilig thuis’ is te downloaden via www.regioaanpakveiligthuis.nl

6

simpel en overzichtelijk qua administratie. Op de werkvloer zitten we niet te wachten op verschillende regelgeving en verantwoording. Ik vind de insteek positief dat je niet verder van huis gaat met hulp dan nodig is. We bieden steeds vaker trajecten aan huis. We maken bijvoorbeeld gezinsplannen die we aan huis aanbieden. Het is ook een goede ontwikkeling dat je mensen eerst vraagt wie er uit hun omgeving kan helpen. Met een goede sociale steunstructuur los je veel op. Het lastige bij partnergeweld is echter dat het juist fout gaat in die steunstructuur. Daar moet je dus iets anders voor bedenken. Daarom helpen wij vrouwen met het opnieuw opbouwen van een steunstructuur.”

Jobke Vonk, voorzitter CDAV provincie Utrecht: “Huiselijk geweld zie je overal om je heen.” “Ik vind dat we in Nederland te weinig oog hebben voor signalen van ogenschijnlijk lichte vormen van huiselijk geweld. Een vrouw die van haar man geen eigen pinpas mag. Een vrouw die bang is voor de agressieve buien van haar man als hij gedronken heeft. Ouderen die te maken hebben met overbelaste mantelzorgers, mantelzorgers die tegen hen uitvallen. Als je goed kijkt, zie je deze voorbeelden overal om je heen. Maar waarom hebben we het daar niet over? Als je in zo’n situatie leeft, heb je geen vrijheid en ben je niet veilig. Terwijl veiligheid en vrijheid essentieel zijn. Mijn oproep is: heb oog voor die lichte gevallen, herken ze en doe er iets mee. Dit is een onderwerp waar aan tafel over gesproken moet worden! Ik hoor mensen zeggen: ik durf er niet over te beginnen want stel dat het niet zo is? Stel de juiste vragen, is mijn advies. ‘Hoe voel je je?’ ‘Klopt het dat er iets met je aan de hand is?’

Je hoeft niet meteen te scheiden als er sprake is van een lichte vorm van huiselijk geweld. Het gaat erom dat het stopt, dat het lontje eruit gaat.”

Wethouder Frenk, Tilburg: “We gaan nog integraler werken.” “In Tilburg zijn we gestart met de pilot ‘Family Justice Center’, een van oorsprong Amerikaans concept dat huiselijk geweld systeemgericht benadert. MOVISIE begeleidt dit project. In een Family Justice Center zit de hele keten in de aanpak van huiselijk geweld – politie en justitie, reclassering, opvang en hulpverlening – fysiek in één gebouw. Slachtoffers kunnen er naar binnen gaan, direct aangifte doen en hulp, opvang en politiebescherming krijgen. Belangrijk is ook dat de toegang centraal is geregeld. Je komt allemaal bij hetzelfde loket terecht, dus zowel de leerkracht als de vrouw die wordt mishandeld. Dit centrale loket voorkomt dat je op allerlei plekken in de stad deskundigheid moet opbouwen. Je kunt dus sneller schakelen en hulp bieden. Het Family Justice Center is een Europees project waarbij we niet kijken naar alleen de dader of het slachtoffer, maar naar het hele gezin en de hele familie. Dat betekent dat we nog integraler gaan werken en dat is, met het oog op de transitie van de jeugdzorg, belangrijk. Ik heb hoge verwachtingen van deze systeemgerichte benadering. Als je het familieverband als systeem neemt, kun je veel adequater reageren en dat is niet alleen goed voor de mensen zelf, het voorkomt ook dat je dure zorg moet inzetten.”

Meer informatie: Astrid van der Kooij (a.vanderkooij@movisie.nl of 030 789 20 29).


Professionalisering

Ga vooral niet op je handen zitten In 2012 heeft MOVISIE Buurtwerk in Rotterdam begeleid bij het werken volgens Welzijn Nieuwe Stijl. Alle buurtwerkers en het managementteam zijn meegegaan in dit proces. Het resultaat? Niels van den Oever van Buurtwerk: “We kijken nu door een Welzijn Nieuwe Stijl-bril naar al onze activiteiten.”

W

elzijn Nieuwe Stijl? Dat is geen receptenboek, maar een manier om naar je werk te kijken”, vertelt Niels van den Oever van Buurtwerk. Hij noemt het één van de belangrijkste opbrengsten van het traject. “Welzijn Nieuwe Stijl is een gedachtegoed met uitgangspunten die je zelf vertaalt naar je eigen werk”, beaamt Els Hofman van MOVISIE. Samen met Annelies Kooiman begeleidde ze Buurtwerk om dit gedachtegoed te vertalen naar het dagelijkse werk.

Checklist Het traject Welzijn Nieuwe Stijl bestond uit een startbijeenkomst voor managers en vier trainingsdagen voor alle buurtwerkers. Annelies Kooiman: “In de startbijeenkomst is het MT zelf aan de slag gegaan met Welzijn Nieuwe Stijl. Ze hebben met elkaar kaders bepaald: wat verwachten ze van medewerkers, hoe zorgt Buurtwerk voor professionalisering en wat is hun beleid voor vrijwilligers.” In de vier trainingen hebben de buurtwerkers vervolgens de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl concreet toegepast op de eigen werkpraktijk. Niels van den Oever: “Enkele medewerkers hebben een checklist Welzijn Nieuwe Stijl gemaakt, speciaal voor onze medewerkers. Die wordt nu in de hele organisatie gebruikt om te voorkomen dat we terugvallen in onze oude werkwijze. Er staan vragen op als: zijn er voorlopers in de buurt? En: wat is het verschil tussen een organiserende en een ondersteunende rol?”

Opbrengsten Niels van den Oever is tevreden over het traject. “Vooral die casusbesprekingen in kleine groepjes werkten goed. Er ontstond een soort community: het gevoel dat je dezelfde vragen en problemen hebt. Tijdens de trainingen zag je de verschuiving bij buurtwerkers, ze gingen op een andere manier kijken naar bewoners. Eén van de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl gaat over eigen kracht van de burger. Vóór dit traject waren daar veel vragen over: Wat mogen we eigenlijk nog wel?” Els Hofman vertelt: “Tijdens de eerste dag zeiden buurtwerkers dat Welzijn Nieuwe Stijl betekent dat je op je handen moet gaan zitten. Maar zo zwart-wit is dat niet. Het gaat om een andere manier van werken om kwetsbare burgers te activeren.” Annelies Kooiman: "Een opbrengst van het traject is dat de collega's van Buurtwerk elkaars kwaliteiten nu beter kennen."

Opleidingsbudget Buurtwerk heeft het traject betaald uit het opleidingsbudget. Niels van den Oever: “De organisatie heeft hier bewust in geïnvesteerd. Zoiets kun je niet zelf doen. Als we dit zelf hadden gedaan, hadden we Welzijn Nieuwe Stijl geïnterpreteerd in het licht van wat we al doen. Bovendien, wij zijn goed in de uitvoering, MOVISIE is sterk in kennis en trainingen.” En nu? “Ha, het duurt wel twee jaar voordat Welzijn Nieuwe Stijl helemaal in onze werkwijze zit”, voorspelt Niels. “Tot die tijd pakken we het als Buurtwerk systematisch aan. In alle overleggen, functioneringsgesprekken en inwerk-

programma’s zorgen we dat het over Welzijn Nieuwe Stijl gaat.”

Ondernemers

Els knikt: “Dat geldt ook voor al die activiteiten die ze doen. Er zitten juweeltjes tussen maar pas tijdens de training gingen ze die met elkaar delen. En dan merk je hoe ver je al bent.”

De twee trainers van MOVISIE hebben er alle vertrouwen in dat het lukt. Annelies: “Deze mensen zijn heel serieus met hun vak bezig. Er zitten bovendien rasondernemers tussen. Mensen met heel goede creatieve ideeën. Wat mij opviel, is dat ze dat niet van elkaar weten. Dat vind ik zelf ook een opbrengst van dit traject: ze kennen elkaars kwaliteiten nu beter.”

Meer informatie: Annelies Kooiman (a.kooiman@movisie.nl of 030 789 21 29) of Els Hofman (e.hofman@movisie.nl of 030 789 20 25) of Niels van den Oever (niels.vandenoever@buurtwerk.nl), www.buurtwerk.nl

����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

Wijkgericht werken: kwestie van doen? Alle zeshonderd professionals van RIBW Groep Overijssel maken de omslag naar wijkgericht werken. MOVISIE begeleidt hen hierbij met een leer/werktraject. Ragonda Kaizer, secretaris van de centrale cliëntenraad, vertelt over haar ervaringen.

afspraak met je buurvrouw om samen koffie te drinken. Zo kom je je huis uit, vergroot je je netwerk en voel je je prettiger in je eigen wijk. Bovendien kunnen we als cliënten zelf het stigma veranderen.”

Stigma

R

agonda Kaizer is net terug van een trainingsdag over wijkgericht werken. “Er zaten zo’n zestig medewerkers van het RIBW in de zaal. Een deel enthousiast, een deel afwachtend. Dat snap ik wel, we hebben een grote reorganisatie achter de rug. Maar de trainers reageerden rustig en wisten het enthousiasme aan te wakkeren.”

Meerwaarde voor cliënten Ragonda is secretaris van de centrale cliëntenraad van RIBW Groep Overijssel, een regionale instelling voor begeleiding bij wonen, werken en welzijn. De RIBW begeleidt mensen met psychiatrische of psychosociale problemen. Ragonda verzorgt de voorlichtingen aan cliënten over wijkgericht werken. Niet alleen de medewerkers moeten ‘kantelen’, dit geldt ook voor de cliënten. Ragonda is zelf ook cliënt. Ze woont

zelfstandig en volgt een opleiding tot ervaringsdeskundige. “Ik ben een groot voorstander van wijkgericht werken. Het is een manier om mensen uit hun huis te krijgen. Ambulante cliënten, zoals ik, sluiten zich thuis op als het niet goed gaat. Toen het een paar jaar terug niet goed met mij ging, had ik graag gewild dat er zoiets was als wijkgericht werken. Dan was mijn netwerk waarschijnlijk groter geweest en was ik makkelijker mijn huis uit gegaan.”

Je moet niets Ragonda geeft voorlichtingen aan cliënten over wijkgericht werken. “Cliënten zijn angstig als ik vertel wat wijkgericht werken voor hen betekent. Ze zeggen: Moet ik dan overal zelf op afstappen? Maar je moet niets, wel zijn er nieuwe mogelijkheden. Ga eens in je wijk kijken wat er te doen is, zeg ik dan. Maak eens een

is: prikkel die cliënten om de wijk in te gaan! En durven ze niet, zet dan een groepje cliënten bij elkaar en laat ze samen bedenken hoe het wél kan.”

Leer/werktraject wijkgericht werken

Want veel cliënten hebben last van een stigma, weet Ragonda. “Eén cliënt vertelde tijdens de voorlichting hoe zij een buurvrouw met een kind gedag wilde zeggen op straat. De moeder zei toen tegen het kind: niets zeggen, die mensen zijn eng. Zulke reacties maken alle cliënten mee. In de supermarkt bijvoorbeeld worden cliënten heel vaak kleinerend behandeld. Alsof wij geen boodschappen kunnen doen! Nu zeg ik tegen cliënten: ga praten met de bedrijfsleider van die supermarkt. Ik weet dat het eng is om te doen, maar vraag dan of je begeleider met je mee wil gaan. Samen sta je sterker! Als tip zeg ik vaak: je kan je omgeving niet altijd veranderen, dus probeer er zelf anders mee om te gaan.”

In 2013 en 2014 begeleidt MOVISIE professionals van de RIBW Groep Overijssel bij wijkgericht werken. Medewerkers krijgen kennis, tools en oefenmogelijkheden om meer in en met de omgeving van cliënten aan de slag te gaan. Het traject start en eindigt met twee gezamenlijke praktijkgerichte werkbijeenkomsten met het team. Zij experimenteren in de praktijk met acties om meer wijkgericht te gaan werken. Daarnaast kiezen medewerkers zelf één van de trainingen: Samenwerken en netwerken in de wijk, Werken vanuit zelfregie van de cliënt, Motiverende gespreksvoering en FormeelInformeel in Balans.

De wijk in

Meer informatie: Annelies Kooiman (a.kooiman@movisie.nl of 030 789 21 29) of Christine Kuiper (c.kuiper@movisie.nl of 030 789 21 03).

Tijdens de training over wijkgericht werken heeft Ragonda ook adviezen gegeven aan de RIBW-medewerkers. “Mijn belangrijkste advies

7


Effectieve sociale interventies

Vijf adviezen voor het vragen naar verantwoording Als gemeente bent u opdrachtgever en regisseur bij de aanpak van lokale sociale vraagstukken. U bent verantwoordelijk voor de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning en zal de uitvoering waarschijnlijk uitbesteden. Welke verantwoording kunt u verwachten van uitvoerende partijen?

Advies 1: Maatwerk waar het moet

Advies 2: Vraag naar resultaten

In veel gevallen laat u als gemeente de uitvoering van beleid over aan de professional. Maar wat doet u als burgers zelf de uitvoerders zijn? Hoe dan ook wilt u afspraken maken over de uitvoering, de opbrengsten of de resultaten. Het gaat er in alle gevallen om een gepaste vorm van verantwoording te vinden. En dat de verschillende betrokken partijen zich erin kunnen vinden. Standaard waar dat kan, maatwerk waar het moet!

Als gemeente wilt u graag dat de aanpak die gekozen wordt voor een bepaald maatschappelijk probleem ook werkt. En terecht. Om dit ‘zeker te stellen’ vraagt u verantwoording aan de partij die de activiteiten uitvoert. U kunt vragen naar duidelijke doelen, een heldere beschrijving van de activiteiten, een passende evaluatie en praktijkervaringen. In veel gevallen zult u organisaties of initiatieven moeten stimuleren en faciliteren om

hieraan te werken. Maar uiteindelijk hebben zij er net zoveel belang bij te weten wat de resultaten zijn.

Advies 3: Kijk in de databank Er zijn behoorlijk wat goede voorbeelden van burgerinitiatieven waarvan de opbrengsten bekend zijn. Deze zijn te vinden in de databank Effectieve sociale interventies. Alle beschikbare informatie over de interventie - aanpak, onderbouwing, praktijkervaringen en effectonderzoek - staat bij elkaar. Let wel, het is niet de bedoeling om een interventie uit de databank ‘zomaar’ in te zetten. Het is van belang goed na te gaan om welk sociaal vraagstuk het precies gaat, welke aanpak daarbij past, wat de condities zijn en of de uitvoerder voldoende gekwalificeerd is. Kortom: ga na wat de kwaliteit ervan is voor uw specifieke situatie.

Advies 4: Bespreek de gewenste uitkomsten Bij welk resultaat bent u als opdrachtgever of regisseur tevreden? Er zijn verschillende maatstaven voor het begrip ‘outcome’. Deze hangen uiteraard af van het sociale vraagstuk. Bedenk dat de gewenste uitkomsten afhangen van het perspectief en de positie. ‘Outcome’ gedefinieerd vanuit het beleidsperspectief levert andere ‘maten’ op dan uitkomsten of resultaten van de uitvoeringspraktijk. Een goede dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de gewenste en haalbare uitkomsten is daarom van belang voor wederzijds realistische verwachtingen. De resultaten moeten hoe dan ook afgeleid worden van de gestelde doelen. Of dat nu de beleidsdoelen of de doelen van de praktijk zijn. Bij het vaststellen van een opdracht is daarom het stellen van heldere en haalbare doelen de eerste stap.

Advies 5: Ga om de tafel In hoeverre kan aangetoond worden dat deze doelen gehaald kunnen worden? De beschikbare informatie is in de databank per interventie ontsloten. De beschikbaarheid hangt af van de actualiteit van het vraagstuk en de oplossing en de partijen die zich inzetten om effecten en resultaten aan te tonen. Gebruik de schat aan informatie en de systematiek die de databank geeft dus met verstand. En ga als opdrachtgever met uw uitvoerders om de tafel om verwachtingen te bespreken en afspraken over opbrengsten te maken. Zo werkt u samen aan kwaliteit bij het oplossen van sociale vraagstukken.

Meer informatie: Hanneke Mateman (h.mateman@movisie.nl of 030 789 20 55).

���������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

Eigen Kracht-conferentie onder vuur De discussie over de opbrengsten van Eigen Krachtconferenties (EK-c) in verschillende vakmedia kan u bijna niet ontgaan zijn: Binnenlands bestuur, Sociale vraagstukken, Sozio. Is het op basis van recente onderzoeksresultaten verantwoord om ze op grote schaal toe te passen? Het beleid is van mening dat dit wel verantwoord is. Onderzoekers bestrijden elkaar wat betreft uitkomsten en onderzoeksmethoden.

W

at is er aan de hand? De verschillende betrokkenen lezen de bewijskracht op verschillende manieren. Om te beginnen is het goed te weten wat zo’n conferentie precies inhoudt. De beschrijving in de databank Effectieve sociale interventies maakt duidelijk dat het, naast grootschalige inzet bij gezins- en jeugdproblemen, ook bij

andere doelgroepen en problemen wordt toegepast. Denk aan problemen in een wijk, op school en herstel na een misdrijf. Om de effectiviteit te bepalen, is het essentieel om na te gaan wat zo’n conferentie precies nastreeft. Die doelen kunnen nogal uiteenlopen, zo blijkt uit de voorbeelden bij

jeugdproblematiek. Het gaat om de vergelijking van een Eigen krachtconferentie met alleen professionele hulp: levert het rijkere plannen op, zijn het de vele praktische hulpacties vanuit het eigen netwerk, is er sprake van meer gevoel van eigenaarschap van het gezin en het netwerk? Of gaat het om meer tevredenheid van de betrokkenen en de professionals, worden ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen voorkomen of vinden die meer in het eigen netwerk plaats en – in het kader van de bezuinigingen relevant – neemt het beroep op dure jeugdzorg af? Op veel punten scoort de Eigen kracht-conferentie volgens verschillende auteurs positief. Toch zijn er vragen of er geen negatieve effecten zijn, of de positieve effecten wel alleen aan de conferentie zijn toe te schrijven en of de positieve effecten op de lange termijn wel stand houden. Daarvoor pleit langlopend onderzoek met een controlegroep. Dat is zeker welkom. Tegelijkertijd blijft ander

Om de effectiviteit van Eigen Kracht-conferenties te bepalen, is het essentieel om na te gaan wat zo’n conferentie precies nastreeft.

onderzoek noodzakelijk om te bepalen of versterking van de eigen kracht ook op andere manieren vorm gegeven kan worden. En om na te gaan bij wie de aanpak wel en niet werkt. Al het onderzoek kan de vraag niet beantwoorden of we het zoeken van oplossingen in eigen kring – al dan

niet met een Eigen kracht-conferentie – altijd eerst willen organiseren.

Meer informatie: Hanneke Mateman (h.mateman@movisie.nl of 030 789 20 55).

Kijk ook eens in de databank Op welke manier kunnen gemeenten stimuleren dat mensen met een beperking actief betrokken worden bij het vrijwilligerswerk? Hoe wordt onze organisatie toegankelijker voor jongeren? Weet u welke methoden écht werken om vraagstukken als deze aan te pakken? In de databank Effectieve sociale interventies staan interventies die op meerdere plekken succesvol zijn toegepast. U vindt deze interventies en alle beschikbare informatie daarover op www.movisie.nl/ effectievesocialeinterventies. Daarnaast vindt u in de kennisdossiers op de website van MOVISIE nuttige tools en praktijkvoorbeelden (www.movisie.nl/vrijwilligeinzet).

Op de hoogte blijven van effectieve sociale interventies? Meld u aan voor de nieuwsbrief via www.movisie.nl/ effectievesocialeinterventies.

8

����������������������������������������������������������������������������

Op zoek naar methoden voor vrijwillige inzet!

O

p welke manier kunnen gemeenten stimuleren dat mensen met een beperking actief betrokken worden bij het vrijwilligerswerk? Hoe wordt een organisatie toegankelijker voor jongeren? Weet u welke methoden écht werken om vraagstukken als deze aan te pakken? Laat het ons weten!

In de databank Effectieve sociale interventies op www.movisie.nl staan interventies die op meerdere plekken succesvol zijn toegepast. Daarnaast vindt u in het kennisdossier 'Vrijwillige inzet' nuttige tools en praktijkvoorbeelden.

uw methode of praktijkvoorbeeld te beschrijven, zet u deze landelijk in de spotlights, kunt u werken aan kwaliteitsverbetering en deelt u uw kennis en ervaringen met anderen.

Heeft u zelf een methode ontwikkeld of kent u een goed praktijkvoorbeeld? Maak er een beschrijving van. Door

Meer informatie: Charlotte Hanzon (c.hanzon@movisie.nl of 030 789 22 81).


Trends en debat

‘Angstgegner’ De sport kent het fenomeen angstgegner. Nog voor je goed en wel aan de wedstrijd begonnen bent, heb je de nederlaag al op zak omdat je bevangen wordt door de angst van deze machtige tegenstander alleen maar te kunnen verliezen. Beginnen de decentralisaties zo langzamerhand ook de vorm van angstgegner aan te nemen? Marjet van Houten reflecteert.

D

e afgelopen weken hoorde ik uit vele monden zorgen over wat er allemaal op ons afkomt.

Spoken en beren? Zo sprak ik een gemeenteambtenaar die bang is alleen nog maar 'nee' aan burgers met echte ondersteuningsvragen te kunnen verkopen: 'Ik kan de vraag van mensen toch niet alleen maar met tegenvragen beantwoorden?’ De regievoerder in de jeugdzorg maakt zich ernstige zorgen dat ‘het nu al ondoorzichtige woud waar mijn kwetsbare jongeren in vermalen raken, steeds verder versplintert en nog meer op zichzelf gericht raakt’. Een vrijwilligerscoördinator vreest dat ze straks louter ongemotiveerde uitkeringsgerechtigden verplicht

aan een plek moet helpen, omdat de gemeente dreigt bij weigering de kleine subsidie in te trekken. Een begeleider van licht verstandelijk gehandicapte jongeren ‘weet zeker dat onder het mom van eigen kracht en zelfregie de helft van mijn groep straks geen enkele vorm van dagbesteding meer heeft en thuis verpietert of rottigheid uit gaat halen’.

Ook op hoger niveau zorgen over decentralisaties Maar ook op hoger niveau heerst de angst, een wethouder spreekt uit de komende jaren echt een flinke chaos te verwachten en ook grote tekorten op de begroting. En de VNG heeft laten berekenen dat met de huidige plannen

voor de participatiewet 120 gemeenten tot de artikel-12 status verdoemd zijn. (Als gevolg van het sociaal akkoord heeft de staatssecretaris overigens besloten de invoering van de participatiewet met één jaar uit te stellen, tot 1 januari 2015.) De koepel van Wmo-raden heeft ook een brandbrief doen uitgaan.   

���������������������������������������������������������������������������

Help, de armoede groeit weer! Wat nu?

V

oor het eerst sinds decennia stijgt de armoede in Nederland. Dit jaar wordt een nieuwe grens overschreden: meer dan 10 procent van de bevolking zal dan moeten rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. De tweede editie van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken diept met de deskundigste wetenschappers de ernst van de nieuwe armoedeproblematiek uit. Hoe erg is en wie treft het? En welke aanpak werkt? In het openingsnummer sprak Paul Schnabel uit dat de groeiende armoede van de middenklasse een groot probleem is. De Rotterdamse hoogleraar en armoededeskundige Godfried Engbersen ziet het probleem ook. ‘Wellicht ontstaat er gaandeweg een nieuwe onderlaag in de middenklasse. Je ziet het nu al gebeuren. Mensen van wie je dacht: die hebben alle zekerheid − die verliezen hun baan terwijl ze een duur huis hebben, en opgroeiende kinderen. Die maken een forse val.’ Maar, zo zegt hij, ‘de middenklasse kent wél een behoorlijk oplossend vermogen. Ik verwacht dat een flink deel van die nieuwe werkende armen er redelijk snel weer uit weet te komen. Het woord armoede

moet je reserveren voor mensen die duurzaam aan de onderkant zitten.’ Volgens Engbersen slagen we er niet in om de meest kwetsbare groepen naar behoren te bereiken. ‘Het beleid is te anoniem, te bureaucratisch. De uitvoeringsinstellingen hebben geen gezicht voor hun cliënten. Tegelijkertijd missen ze zelf het zicht op de leefwereld van mensen, waardoor ze hen niet adequaat kunnen helpen. En het huidige “achter-de-voordeurbeleid” is vaak te agressief en te onbeholpen.’ De decentralisatie van het bijstands- en armoedebeleid is volgens Engbersen een belangrijk beleidsdoel geweest, maar nu dreigt het lokale bestuur overbelast te worden, met te weinig middelen om armoede te bestrijden. Verder in het tweede nummer van TSV, o.a.: • Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen, analyseert hoe de nieuwe armoede het beste bestreden kan worden. • Lia van Doorn en Mayke Kromhout (Hogeschool Utrecht) zien nu ook consultants en mantelpakjes bij de Voedselbank opduiken.

• Lector Roeland van Geuns over de vraag of ‘werk, werk, werk’ het beste medicijn tegen armoede is. • Een twistgesprek over strafkortingen en andere prikkels tussen hoogleraar Willem Trommel en Fleur de Beaufort (Telderstichting) • Aletta Winsemius (MOVISIE) vraagt zich af wat een groter probleem is: armoede of ongelijkheid. • Radboud Engbersen (Platform 31) en Ard Sprinkhuizen (Hogeschool InHolland/MOVISIE) over de noodzaak van investeren in de sociale infrastructuur. • Journalist Piet-Hein Peeters duikt in de psyche van de slachtoffers van de crisis. ‘Ik had het nooit verwacht. Ik had zelfvertrouwen, vertrouwen in de toekomst, ik dacht grip te hebben op mijn leven.’ • Een portret van ombudsman Alex Brenninkmeijer.

Abonnee worden? Profiteer tot 30 juni van de openingsaanbieding. Al een abonnement in 2013 op TSV voor 45 euro! U ontvangt dan ook de duo-jaarboeken van 2013 ‘Als meedoen pijn doet’ en ‘De affectieve burger’. Kijk op www.movisie.nl/tsv.

Terechte zorgen of angst voor het onbekende? De oorspronkelijke idealen van de decentralisaties zouden juist allerhande verbeteringen moeten brengen. Oplossingen voor onze vastgelopen verzorgingsstaat, niet alleen in financiële zin, maar ook in de kwaliteit: goede zorg en ondersteuning op maat en dichtbij burgers. Het lijkt wel alsof de huidige situatie steeds mooier wordt en we veel meer kind met het badwater weggooien dan we aanvankelijk dachten.

Waar gaat het mis?  Wat me opvalt in al die reacties is dat er vooral heel erg veel vragen zijn die

langzamerhand door alle onduidelijkheid omgevormd raken tot angst. En angst verlamt en belemmert het handelen. Vrijwel niemand heeft het gevoel echt invloed op het proces uit te kunnen oefenen. Terwijl juist dit de tijd is om op lokaal niveau plannen te maken, tot dialoog te komen, te onderzoeken hoe de idealen van weleer in praktijk gebracht kunnen worden. Om vrijuit te spelen in plaats van af te wachten tot de eerste doelpunten van de tegenstander je om de oren vliegen. Zonder angst.

Meer informatie: Marjet van Houten (m.vanhouten@movisie.nl of 030 789 20 74).

�������������������������������������������������

Platform voor transitiemanagers

O

p 19 juni vindt de eerste bijeenkomst plaats van het Platform Transities Sociaal Domein. Een platform waarin we u willen informeren en inspireren. In dit platform wisselt u tijdens drie kleinschalige bijeenkomsten per jaar kennis en ervaring uit met andere transitiemanagers en deskundigen. De verbindingen tussen de transities staan centraal. Het platform is opgezet in samenwerking met het Nederlands Jeugd Instituut (NJi) en Stimulansz.

In het platform is vooral aandacht voor: • De bekende 3D’s, maar ook onderwijs, schuldhulpverlening en gezondheidszorg; • Actualiteiten, stand wet- en regelgeving per transitie; • De transities als project: hoe regisseer je dat? Welke rol hebben bestuurders, ambtenaren, aanbieders, regiogemeenten en burgers?; • Verbindingen: wat zijn de gezamenlijke elementen in de drie transities en hoe zorg je dat die optimaal tot hun recht komen. Hoe voorkom je overlappen en hiaten in het aanbod?

Hoe creëer je een sluitende aanpak? Eén gezin, één plan, één regisseur; • Hoe kom je van visie naar uitvoering. Veel gemeenten hebben inmiddels wel een (begin van een) visie, maar wat betekent dat voor de uitvoering. • Hoe kun je kantelen zonder over de kop te vliegen? • Transitieoverstijgende thema’s zoals: integrale toegang, financiering, inkoop, samenwerking, communicatie, burger- en cliëntenparticipatie. • Uitwisseling van beleidsplannen, modellen en andere documenten.

Wanneer en waar De bijeenkomsten duren van 12.30 17.00 uur en vinden in de regel plaats bij Stimulansz/Divosa te Utrecht. De eerste bijeenkomst vindt plaats op 19 juni.

Aanmelden Stimulansz-abonnees betalen € 695,00 voor 3 bijeenkomsten per jaar. Wilt u het platform eerst één keer uitproberen? Dat kan. Voor de eerste bijeenkomst betaalt u € 232,00. Kijk voor meer informatie op stimulansz.nl. 9


Actief burgerschap en emancipatie

Voor of tegenprestatie? Er is veel discussie over de tegenprestatie naar vermogen. Door de Wet werk en bijstand (Wwb) die op 1 januari 2012 is ingevoerd, kan een gemeente verplichtingen opleggen aan iemand die bijstand krijgt. Bijvoorbeeld de plicht tot het leveren van een tegenprestatie naar vermogen. Hoe organiseer je dat?

T

egenprestatie naar vermogen wordt met de komst van de Participatiewet hoogstwaarschijnlijk in het hele land verplicht. Veel gemeenten lopen hierop vooruit met pilots en experimenten. Uw gemeente is waarschijnlijk ook al aan

voor alle betrokkenen. In verschillende gemeenten worden bijstandsgerechtigden verplicht om werk te doen waarvoor normaal salaris betaald zou worden. Dit laatste is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de tegenprestatie naar vermogen.

In Venlo doen migrantenvrouwen vrijwilligerswerk in een zorginstelling. het voorsorteren, want in de praktijk is de gemeente verantwoordelijk voor de invoering van deze wet. Er zijn mooie voorbeelden van gemeenten die dit zó aanpakken dat het winst oplevert

Workshops voor ouderen Hoe organiseer je tegenprestatie naar vermogen? Voor mensen die al lang een uitkering ontvangen en waarvan de kans klein is dat ze snel weer een

betaalde baan vinden, vullen gemeenten de tegenprestatie vaak in met vrijwillige inzet in maatschappelijke organisaties. Activering en geleid vrijwilligerswerk zijn niet nieuw. In de afgelopen jaren is hier veel ervaring mee opgedaan, bijvoorbeeld in re-integratie, inburgering en met maatschappelijke stages. De praktijk laat zien dat een win-win situatie mogelijk is. In Venlo doen migrantenvrouwen vrijwilligerswerk in een zorginstelling. In een aanvullend traject worden zij voorbereid op een betaalde baan in de zorg. Een ander voorbeeld: jongeren die tijdens hun maatschappelijke stage in buurthuizen workshops verzorgen voor ouderen om te leren omgaan met de computer en mobiele telefoon.

Nieuwe trainingen MOVISIE heeft twee trainingen ontwikkeld die gemeenten en organisaties helpen om de tegenprestatie naar vermogen in te zetten vanuit een win-win perspectief. De trainingen houden rekening met de belangen van de gemeente en de maatschappelijke organisaties en hebben de talenten en motivatie van de uitkeringsgerechtigde als uitgangspunt. 13 juni: training ‘Tegenprestatie met rendement’. Voor gemeenteambtenaren en bemiddelaars die betrokken zijn bij het inrichten van de tegenprestatie door uitkeringsgerechtigden. 23 september: training ‘Is er plek voor een tegenprestatie in uw organisatie?’. Voor vrijwilligersorganisaties, coördinatoren vrijwilligerswerk in zorg en welzijn en vrijwilligerscentrales. Meer informatie: Kijk voor de trainingen op www.movisie.nl/trainingen.

Dus… Deze voorbeelden zijn ook bruikbaar voor het invoeren van de tegenprestatie naar vermogen. De Participatiewet nodigt uit tot verbindingen binnen het sociaal domein. Gebruik uw creativiteit en wees bereid over de schotten heen te kijken. U kunt slimme combinaties

maken door samen te werken, aan te sluiten bij speerpunten binnen het gemeentebeleid en contact te zoeken met bestaande initiatieven binnen zorg en welzijn, wijk en buurt en de vrijwilligerssector.

Neem voor advies op maat contact op met Annemarie van Hinsberg (a.vanhinsberg@ movisie.nl) of Charlot Hanzon (c.hanzon@movisie.nl).

���������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

Lokaal LHBT-beleid

Participatieprijs 2013:

Zo doen we dat in Oss punt nl Op 18 maart 2013 lanceerde René Peters, CDAWethouder in Oss, zodoenwedatinoss.nl. Op deze website laten inwoners van Oss weten dat ze geen moeite hebben met seksuele diversiteit. René Peters: “Het is de taak van ons allemaal om actief uit te dragen dat wij ‘anders zijn’ normaal vinden.”

D

e wethouder bedacht de website zelf en wist zijn pastor, een schooldirecteur, de scoutingleider, een profvoetballer en werkgevers te betrekken bij zijn initiatief. “Het is mijn persoonlijke uitdaging dat wat normaal is ook door iedereen normaal gevonden wordt. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor volwassenen, zij stellen de norm en geven het goede voorbeeld. Maar ook voorlichting voor ‘onze jong’ is heel belangrijk.”

verschillende wijkprofessionals aan het leren signaleren en tegengaan van discriminatie en onveiligheid van LHBT’ers: “Dat vormt het startpunt van het creëren van een veilige omgeving. Onze medemens erkennen en het gevoel geven dat hij mag zijn

wie hij is, daar mogen we best een stapje extra voor zetten.”

Koploper De wethouder vertelt: “Ruim een jaar geleden kreeg ik telefoon uit Den Haag met de vraag of Oss geen koplopergemeente wilde worden wat betreft LHBT-emancipatie. Eerst dacht ik: ‘Wat een achterhaalde flauwekul!’ Maar ook al vind ik het zelf de normaalste zaak van de wereld, voor anderen is het een moeilijk onderwerp. Vooral voor mensen die zich eenzaam en ontkend voelen en die bang zijn dat ze niet mogen zijn wie ze echt zijn. Dat gevoel van ontkenning gun je niemand. Als mens moet je daar iets aan doen. En wat mij betreft gaan we daar dus ook iets aan doen.”

Meer informatie over lokaal LHBT-beleid: Juul van Hoof (j.vanhoof@movisie.nl of 030 789 22 67).

H

eb jij een project waarmee je jongeren stimuleert om zich vrijwillig in te zetten? Doe mee aan de MOVISIE Participatieprijs 2013. De MOVISIE Participatieprijs bekroont jaarlijks een project dat de participatie van kwetsbare groepen bevordert. Thema in 2013 is jongerenparticipatie: meedoen, doe je zo! Volgens het SCP blijkt dat ruim veertig procent van de jongeren tussen de 18 en 24 jaar

Oss is één van de veertig gemeenten die werk maakt van hun lokaal LHBT-beleid. LHBT staat voor lesbisch, homo, bi en transgender. Zo zijn ze aan de slag gegaan met het project De Roze Loper. Peters: ”BrabantZorg was intern al ver met haar voorbereidingen om met tolerantie aan de slag te gaan. Het Koploperschap van de gemeente heeft dit versterkt en de expertise van de procesbegeleider van COC Noordoost Brabant maakt het compleet.” Ook werkt de gemeente Oss samen met Radar en Oss is één van de veertig gemeenten die werk maakt van hun lokaal LHBT-beleid.

vrijwilligerswerk doet. Projectleider Jamila Achachah van MOVISIE: “Steeds meer jongeren zorgen voor een ander. Als die jongeren ‘hun ding’ voor de samenleving niet zouden doen, zou onze toekomst er beroerd uit zien. MOVISIE gaat daarom projecten bekronen waarbij jongeren echt meedoen aan de maatschappij.” Inschrijven kan tot 15 september 2013 via www.movisie.nl/participatieprijs.

Genomineerd in 2012: AutiTalent In 2012 kreeg AutiTalent een eervolle vermelding vanwege haar inzet voor mensen met autisme. AutiTalent is een bedrijf waar gemiddeld 25 mensen met autisme werken in de digitalisering en administratie. Paul Vermeer is blij met de erkenning: “Zo’n prijs is een opsteker. Het levert publiciteit op. We hebben van de burgemeester uit Bunschoten een brief ontvangen dat hij trots is om ons bedrijf in zijn gemeente te hebben. Zo’n warme aanbeveling sturen we nu mee naar andere prospects.”

Digitale dossiers

Samen sterk

10

Meedoen, doe je zo!

AutiTalent zet mensen met autisme in bij organisaties die digitaliserings- en administratieve opdrachten hebben. Op dit moment zijn we bijvoorbeeld dertigduizend dossiers aan het digitaliseren voor een trombosedienst. Mensen met autisme werken zeer nauwkeurig en houden het net zo lang vol tot het klaar is.” AutiTalent heeft gemiddeld 25 medewerkers met autisme in dienst, waarvan dertien in vaste dienst. Ze werken bij opdrachtgevers – gemeenten, zorginstellingen, (semi)overheid, bedrijven – op locatie. Vanuit AutiTalent worden ze op de werkplek begeleid. Paul legt uit: “Het is voor deze mensen

vaak belangrijk om in een prikkelarme omgeving te werken. Een kantoortuin is niet erg geschikt.”

Een 8 Dat de formule van AutiTalent werkt, blijkt uit het feit dat het bedrijf winstgevend is én dat er, aldus Paul Vermeer, ‘alleen maar tevreden opdrachtgevers zijn die AutiTalent een ruime acht geven voor de prijs/kwaliteitverhouding’. “Daardoor krijgen we steeds meer vervolgopdrachten en bevelen zij ons aan bij andere opdrachtgevers. Dat is belangrijk. Wij willen geen opdrachtgevers die met ons in zee gaan omdat ze denken dat het lekker goedkoop is om mensen met een beperking in te zetten. Dat is niet de goede instelling. Onze mensen leveren dienstverlening van hoogstaande kwaliteit die een redelijke prijs rechtvaardigt. We willen graag een flinke bijdrage leveren aan de 125.000 banen in het sociaal akkoord voor mensen met een beperking en hebben daarbij de hulp van opdrachtgevers hard nodig.”

Meer informatie: www.autitalent.nl


Sociale zorg

Werklozen als respijtvrijwilligers Spijkenisse en Katwijk hebben inmiddels het spits

Effect

afgebeten. Bijstandsgerechtigden in deze gemeenten

Naast de training is het de bedoeling dat de gemeente overlegt met welzijns- en zorgorganisaties over geschikte plekken waar de bijstandsgerechtigden ervaring kunnen opdoen als respijtvrijwilliger. Wat levert zo’n traject op? Jolanda Elferink: “Je ziet in de training dat mensen vitaler worden, meer zelfvertrouwen krijgen.” In Spijkenisse hebben negen van de twintig uitkeringsgerechtigden het certificaat gehaald, vijftien van de twintig blijven het vrijwilligerswerk doen. In Katwijk gaat het om tien bijstandsgerechtigden die in december 2012 zijn gestart met de training. Een deelnemer in Katwijk: “Dit heeft me echt in beweging gebracht en helpt me verder.” En een manager van een zorgorganisatie: “Ik had dit niet verwacht. Het ontmoeten van deze vrijwilligers en het ontdekken van hun talenten raakt me.”

hebben een training gevolgd om mantelzorgers te kunnen ondersteunen. Tegelijk zijn ze binnen de gemeente aan de slag gegaan als respijtvrijwilliger. Welke gemeente volgt?

M

eer kansen op de arbeidsmarkt voor bijstandsgerechtigden, minder druk voor mantelzorgers en wat extra hulp voor degene waar de mantelzorger voor zorgt. Dat zijn volgens Jolanda Elferink van MOVISIE de pluspunten van het traject van de gemeenten Spijkenisse en Katwijk. In beide gemeenten volgde een groepje langdurig werklozen trede 3 een jaar lang een speciaal ontwikkelde training van MOVISIE.

Training In de training leren deelnemers wat respijtzorg is en welke ziektebeelden

ze tegen kunnen komen als ze de zorg tijdelijk even overnemen van een mantelzorger. Ook oefenen ze – misschien wel het allerbelangrijkste – een goede basishouding als vrijwilliger. Jolanda Elferink: “Het thema van de training is: voor jezelf gaan staan en grenzen bewaken. De focus ligt op het ontwikkelen van zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen is een voorwaarde om het vol te kunnen houden als respijtvrijwilliger. Je kunt in situaties komen waarin mensen je iets vragen wat je niet kan of mag geven, bijvoorbeeld helpen bij de toiletgang of ze vragen om geld. En wat doe je dan?”

Jolanda Elferink: “Zelfvertrouwen is een voorwaarde om het vol te kunnen houden als respijtvrijwilliger.”

Wilt u ook zo’n training opzetten in uw gemeente? Neem contact op met Jolanda Elferink (j.elferink@movisie.nl of 030 789 20 63).

����������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

QueZ laat je stilstaan bij wat je cliënt wil, niet wat jij wilt

In kleinschalige woongroepen voeren bewoners

Zelfregie betekent dat cliënten zelf aan het stuur

en verzorgenden samen een klein huishouden.

zitten, ook als ze afhankelijk zijn van ondersteuning. MOVISIE ontwikkelde QueZ, een instrument dat professionals en vrijwilligers helpt om in het gesprek

QueZ

Vragen naar zelfregie

met de cliënt consequent uit te gaan van de eigen ZorgAccent, is betrokken bij de ontwikkeling. Wat zijn haar ervaringen?

“Jazeker. De teams thuisbegeleiding zijn er volop mee bezig. We hebben in januari met de teams de zelfregietraining gevolgd. Die legt een mooie basis: we hebben ons een dag lang in het thema verdiept. Daar sluit QueZ goed bij aan.”

Hoe gebruiken jullie QueZ? “In de intervisiegroepen. We bespreken een casus en gebruiken QueZ om snel tot de kern komen, tot dat waar het echt om gaat. Elke medewerker heeft een exemplaar van QueZ. Het is handig dat het boekje klein is, daardoor wordt het makkelijk meegenomen en erbij gepakt. Per intervisiegroep is er één medewerker verantwoordelijk voor zelfregie.”

Je bent betrokken geweest bij de ontwikkeling. Wat vind je van het resultaat? “De vragen zijn scherp geworden doordat mensen uit verschillende settingen hebben meegewerkt. Die vragen vormen nu echt de kern van zelfregie. Ook de thuisbegeleiders in mijn teams zijn enthousiast. De vragen geven richting, zetten aan tot denken en reflecteren en geven ruimte om te experimenteren.”

nog meer of anders kunnen doen om mensen te ondersteunen bij de eigen regievoering.”

En nu? “Met een werkgroep gaan we de intakefase onder de loep nemen. Doel van alle activiteiten is dat het werken vanuit zelfregie zo vanzelfsprekend is dat het boekje en de specifieke aandacht tijdens de intervisie niet meer nodig zijn.”

Is QueZ ook zonder training te gebruiken?

Een aanrader voor andere organisaties?

“Ja, dat kan, maar dan hadden de thuisbegeleiders de visie niet meegekregen. Ze hebben tijdens de training ontdekt wat ze al doen en wat ze

“Ja, met de kanttekening dat alleen QueZ niet voldoende is. Dan blijft het te veel aan de oppervlakte. Je moet ook aan de slag met de visie eronder.”

Wat vinden de thuisbegeleiders van QueZ? “QueZ laat je stilstaan bij wat de cliënt wil, niet wat jij wilt.” “Je komt snel tot inzicht wat er speelt binnen een situatie.” “Je kijkt meer naar je eigen handelen, daar ben je je bewuster van.” “Goed om meer te weten over de cliënt als persoon: drijfveren en motivatie.” “We zijn geneigd om antwoorden te geven zonder goed door te vragen. Deze lijst helpt.”

Mantelzorgers nemen daarbij een bijzondere plek in. “Maak in een vroeg stadium kennis met mantelzorgers en spreek je verwachtingen uit”, adviseert Theo Royers van het Expertisecentrum Mantelzorg.

regie. Marian de Vries, manager thuisbegeleiding bij

Doen jullie aan zelfregie?

Mantelzorg in woongroepen

Meer informatie & bestellen Bestel tien exemplaren van QueZ inclusief een praktische kaartenset voor € 15,- of download de publicatie via www.movisie.nl/publicaties.

Meer informatie: Cora Brink (c.brink@movisie.nl of   030 789 20 68).

I

n een kleinschalige woongroep komen mantelzorgers langs wanneer ze willen. Ze kunnen helpen met aardappels schillen, zetten soms de tafel klaar en mogen de kastjes open trekken alsof ze thuis zijn. Maar hoe gaan professionals om met deze bijzondere plek voor mantelzorgers? Is er sprake van samenwerking? Hoe geef je die samenwerking vorm en welke taak is dan eigenlijk voor wie?

te Ondersteunen, de onderlinge relatie te Faciliteren en Af te stemmen met de zorgverlener. De eerste letters van deze werkwoorden vormen samen het woord SOFA.

Vier rollen

Film over mantelzorg

Het SOFA-model geeft antwoord op deze vragen. Volgens dit model kan de mantelzorger vier rollen hebben. In de eerste plaats die van ervaringsdeskundige als het gaat over het leven van de zorgvrager. Ten tweede die van hulpvrager. Mantelzorgen kan soms zeer belastend zijn. Het is aan de professional om de mantelzorger hierbij te ondersteunen. Ten derde die van betrokkene, als familielid, partner of vriend van de zorgvrager. En tot slot die van zorgverlener. Samen met de professional ondersteunt de mantelzorger de zorgvrager.

Werkwoorden

De film ‘Mantelzorg bij kleinschalig wonen’ laat de verschillende rollen van mantelzorgers zien. Wanneer is een mantelzorger een mede-zorgverlener en hoe kijken de professionals hier tegenaan? Mantelzorgers en verzorgenden komen aan het woord om uitleg te geven over het samenspel en de meerwaarde ervan. Of zoals Theo Royers zegt in de film: ”Investeren in mantelzorgers levert veel op. Door het vertrouwen dat mantelzorgers krijgen, zijn zij bereid zich veel meer in te zetten.” De film is te zien op www.expertisecentrummantelzorg.nl/ samenspel.

Welke rol het meest prominent is, kan van tijd tot tijd verschillen. Elke rol is gekoppeld aan een werkwoord. Professionals dienen Samen te werken met de ervaringsdeskundige, de hulpvrager

Meer informatie: Ilse de Bruijn (i.debruijn@movisie.nl of 030 789 21 27). 11


Buurtgerichte aanpak

Buurt- en dorpskracht kun je mobiliseren Burgerinitiatieven zijn allang niet meer nieuw meer in Nederland. Dat geldt ook voor gemeenten of organisaties die graag burgerinitiatieven zien ontstaan en beklijven. Maar dat beklijven is zo gemakkelijk niet, blijkt in de praktijk. MOVISIE gelooft in buurtkracht: vraagstukken moeten worden opgepakt vanuit de krachten die een gebied heeft. Van sociaal en fysiek tot economisch kapitaal. De burger wordt niet langer gezien als consument, maar is facilitator, producent en beheerder. Wat de tips en tricks zijn? Dat onderzoekt MOVISIE sinds 2012 in 25 gemeenten.

H

oe verloopt het proces wanneer de rollen en functies van overheid, welzijnsinstellingen en bewoners veranderen? Hoe gaat de nieuwe taakverdeling eruitzien? Welke risico’s treden op? Welke innovaties komen eruit? Welke nieuwe krachten komen naar voren?

Op de hoogte blijven van het project Buurtkracht? Ga naar movisie.nl/ projectbuurtkracht. Begin juni 2012 verschijnt hier het e-book Buurtkracht versie 1.0, waarin de voortgang en leerpunten uit de 25 praktijken beschreven wordt. Volg ons ook op Twitter: @Buurtkracht.

Tussen 2012 en 2014 volgt MOVISIE 25 lokale situaties. Adviseurs van het team Gebiedsgericht doen onderzoek én ondersteunen tegelijkertijd lokale organisaties bij het zoeken naar nieuwe oplossingen.

Lokale praktijken Inmiddels zijn in 25 gemeenten verkenningen uitgevoerd en is MOVISIE in twaalf plaatsen gestart. Het blijkt dat projecten de meeste kans van slagen hebben als gestart wordt vanuit de sterke kanten van een gebied: een dorp, wijk of buurt. Vraagstukken moeten door burgerorganisaties zijn ingebracht. Het organiseren van energie en het leren om nieuwe verbindingen aan te gaan, blijken belangrijke voorwaarden.

MOVISIE volgt de lokale praktijken alleen wanneer bewoners(organisaties) partner zijn in een vraagstuk. Het kan zowel gaan om ‘gewone’, herkenbare, vraagstukken en invalshoeken als om nieuwe verrassende vraagstukken en invalshoeken. Er wordt in de praktijken ook gekeken in hoeverre Wmo-taken worden opgepakt als burgers meebeslissen of regievoeren.

De vraagstukken De thema’s zijn breed. In de krimpgemeente Witteveen werken senioren aan een toekomstbestendig dorp. In Haarlem, Amersfoort en Amsterdam gaat het om buurt- en andere ontmoetingscentra die (mede)beheerd worden door bewoners. In Holwierde houdt een sociale ondernemer met het betrokken verenigingsleven en met deels kwetsbare bewoners de buurtsuper overeind. In Heusden werkt een vrijwilligersteam samen met de dorpsraad, de buurgemeente Asten en instellingen voor wonen en welzijn samen aan een zorgsteunpunt. En in Hoofddorp zijn een vrouwengroep en een corporatie bezig om een wijkfirma te starten. Er is een burgerinitiatief waar burgerinzet wordt beloond door middel van tijdpunten in Zierikzee. En tenslotte is er een wijkraad die toe wil naar een geïntegreerd wijkplan nieuwe stijl in Someren-Noord.

Dit zijn de eerste ervaringen: • Aanvragen komen vanuit heel verschillende hoeken binnen, vaak combinaties van een ambtenaar met een burgerorganisatie, soms een welzijnsorganisaties of een burgerorganisatie.

• De periode tussen de probleemverkenning en het vinden van de juiste partners die aan tafel moeten zitten om een plan te maken, kan behoorlijk wat tijd kosten. Het gaat erom dat buurt- en dorpskracht gevraagd wordt om de genoemde kwestie aan te pakken. Dat betekent dat nieuwe relaties moeten worden aangegaan en dat het tempo en de aanpak worden bepaald door de burgerorganisatie. • Veel burgerorganisaties zijn de laatste jaren ver op afstand gezet van allerlei vraagstukken die henzelf aangaan. Ze hebben geen eindverantwoording gehad en worden nu geconfronteerd met grote veranderingen en bezuinigingen op allerlei terreinen. • Op veel plekken wordt geïmproviseerd. Ineens gaat het buurthuis dicht, is er minder geld voor onderhoud of voor leefbaarheidsprojecten. Welzijnsorganisaties zijn overal behoorlijk gekort. En nergens is al duidelijk waar die veranderingen toe leiden of welke variant deze specifieke gemeente kiest. Komende maanden en in 2014 gaat MOVISIE door met de advisering en het onderzoek. De resultaten worden bekend gemaakt op de website van MOVISIE. Het project Buurtkracht wordt ondersteund door het VSBfonds.

Meer informatie: Jel Engelen (j.engelen@movisie.nl of 030 789 20 24).

���������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

Waarom moeilijk doen als het samen kan? Decentralisaties in het sociaal domein moeten ertoe bijdragen dat gemeenten dichterbij de burgers komen te staan. Driekwart van alle jongeren doet aan sport. Dit geldt voor 64 procent van de volwassenen. Sport houdt mensen langer vitaal en is daarmee een uitstekend middel voor gemeenten om mensen te laten participeren. Maar hoe realiseer je dat als gemeente? MOVISIE helpt.

B

ora Avric van MOVISIE werkte jarenlang bij een landelijke sportfederatie. Nu zit hij aan de andere kant van de lijn en ondersteunt hij vanuit MOVISIE gemeenten die sport willen inzetten bij de invulling en uitvoering van de Wmo. Want waar begin je als gemeente? “In eigen huis. Mijn eerste advies aan gemeenten is om te zorgen dat sport integraal verankerd is in het gemeentelijk beleid. Sport is onderdeel van je totale beleid en dus onderdeel van zorg, onderwijs, wonen en welzijn. Door al die terreinen met elkaar te verbinden, werkt sport prima als participatiemiddel.”

Dit doet MOVISIE Gemeenten die sport willen inzetten om de doelen van de Wmo te behalen, kunnen MOVISIE inschakelen voor: • Advies en procesbegeleiding bij het realiseren van gemeentelijk beleid • Analyse van het huidige sportbeleid • Training en coaching van beroepskrachten en vrijwilligers binnen maatschappelijke organisaties • Organiseren van netwerkbijeenkomsten • Starten en begeleiden van samenwerkingstrajecten

12

Maatschappelijke waarde De tweede stap is dat gemeenten de lokale sportverenigingen gaan versterken. Bora Avric: “Je kunt ze toerusten op hun taak als maatschappelijke speler. Als gemeente wil je dat ze gaan samenwerken met zorg- en welzijnsorganisaties en met woningcorporaties. Dat kun je bijvoorbeeld stimuleren door te zeggen dat een subsidieaanvraag alleen kans maakt als meerdere partijen samenwerken.” Hij begeleidt dit samenwerkingsproces binnen verschillende gemeenten. Tweede advies? “Begin met je te verdiepen in de belangen, positie en verwachtingen van alle samenwerkingspartners. Wat zijn de gemeenschappelijke doelen? Wie vervult welke rol? Leg vervolgens de afspraken vast en maak ze concreet in een plan van aanpak. Besef wel dat het opbouwen van een duurzame samenwerking tijd kost. Structureel succes is mogelijk door over de eigen muren te kijken, strategische allianties te sluiten en mensen, organisaties, domeinen en projecten met elkaar te verbinden.”

Buurtsportcoach VWS heeft in 2011 geld beschikbaar gesteld voor het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’. Een deel van het geld wordt besteed aan de inzet van buurtsportcoaches in de gemeenten. De buurtsportcoach en de combinatiefunctionaris zijn volgens Bora Avric een belangrijke factor als je

Door zorg, onderwijs, wonen en welzijn met elkaar te verbinden, werkt sport prima als participatiemiddel.

sport wilt inzetten als participatiemiddel, iemand die sport combineert met onderwijs, welzijn, zorg en bedrijfsleven. Bora Avric: “Het is een cruciale

Training voor buurtsportcoaches MOVISIE traint buurtsportcoaches die sport willen verbinden met welzijn, zorg en onderwijs. In deze training leren buurtsportcoaches handvatten hoe ze via deze verbindingen buurtbewoners kunnen versterken. Ook leren zij wat zij zelf te bieden hebben op het gebied van sport in combinatie met welzijn en op welke manier samenwerkingspartners gebruik kunnen maken van deze expertise.

functie, maar deze mensen zijn daar lang niet altijd voor toegerust. Daarom hebben we als MOVISIE onlangs de taken en de competenties vastgesteld voor buurtsportcoaches. Deze zijn afgeleid van de tien Wmo-competenties voor professionals in welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Dat is belangrijk omdat het werken in wijken en buurten vraagt om kennis van het sociaal domein en een houding van verbinden, organiseren, coördineren en activeren. De buurtsportcoach is gericht op krachten en talenten van buurtbewoners en groepen en stimuleert hun vermogen om zelf een bijdrage te leveren aan activiteiten.”

Meer informatie: Bora Avric (b.avric@ movisie.nl of 030 789 21 41) of Inge van Steekelenburg (i.vansteekelenburg@ movisie.nl of 030 789 21 11).


Huiselijk en seksueel geweld

Veenendaal gaat werken met Vlaggensysteem De gemeente Veenendaal is de eerste gemeente die een plan van aanpak voor seksueel grensoverschrijdend gedrag baseert op het Vlaggensysteem. De gemeente gebruikt hiermee een pedagogische interventie om seksueel gedrag te voorkomen, de signaleren en aan te pakken.

I

n 2011 verschijnen verontrustende mediaberichten over een vermeende loverboy-problematiek in Veenendaal. Na overleg met verschillende professionals blijkt het om vermoedens te gaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft ernstige gevolgen voor zowel slachtoffers als plegers: angst, slaapstoornissen, gedragsproblemen, concentratieproblemen en uitbuiting. Niet alleen de individuele burger, maar de hele gemeenschap heeft met de gevolgen te maken. Denk aan schooluitval, onveiligheidsgevoelens,

de kosten van hulpverlening en verminderde arbeidsproductiviteit.

Vlaggensysteem Veenendaal is de eerste gemeente die een plan van aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag baseert op het Vlaggensysteem. Het Vlaggensysteem is een pedagogische interventie bedoeld om seksueel gedrag te beoordelen en bespreekbaar te maken en om pedagogisch adequaat te handelen. De ernst wordt in gradaties aangegeven via gekleurde vlaggen (groen, geel, rood en zwart).

Cijfers Wethouder Jeugd Hans Bouwmeester is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van dit plan. Hoe groot is het probleem rond seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren in Veenendaal? “Exacte aantallen zijn niet bekend. Grenzen lijken te verschuiven en te vervagen, zo geven professionals aan. Ook uit gesprekken met Veenendaalse ouders en jongeren blijkt dat gezocht wordt naar ‘goede’ grenzen en hoe deze aangegeven moeten worden.” Wethouder Bouwmeester: "Een integrale sluitende ketenaanpak is wat Veenendaal nodig heeft.

Observatie / monitor

Plan van aanpak in Veenendaal bij seksueel grensoverschrijdend gedrag:

Signaal

Advies ASHG

Melden bij CJG

Vraagverheldering: • CJG procesregisseur • Politie • Gemeente • Overige

Geen opvolging

Beoordelen via vlaggensysteem Preventie

Groen

Terugkoppeling melder

Geel Rood Zwart

CJG casusoverleg op maat voor slachtoffer & dader: • CJG procesregisseur • Gemeente • Politie • BJZ • Overige

Melding politie

Integraal plan van aanpak: • Casusregie • Hulpverlening • Bescherming

Opsporing/ vervolging

����������������������������������������������������������������������������

Vlaggensysteem in de residentiële jeugdzorg

H

et Vlaggensysteem helpt opvoeders bij het verbeteren van het signaleren, duiden en handelen bij seksueel grensoverschrijdend gedrag van jeugdigen. Het gaat allereerst om kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar. Daarnaast is er een intermediaire doelgroep die bestaat uit (professionele) opvoeders en andere begeleiders van kinderen en jongeren. De kern van het Vlaggensysteem is zowel het juist inschatten als het bespreekbaar maken van seksueel

Media Veenendaal wijkt niet af van wat we landelijk zien in onderzoeken als ‘Seks onder je 25ste’. Wat is de invloed van de media? “Bij het grenzen aangeven rondom seksualiteit zie je dat de aandacht, zeker in de media, vaak snel verschuift naar loverboys. De mediaaandacht in 2011 zorgde ervoor dat het onderwerp extra nadruk kreeg. Veenendaal werkt al sinds 2010 aan de weerbaarheid van jongeren, maar we liepen er tegenaan dat er weinig concrete informatie beschikbaar was. De pers noemde het een loverboy-problematiek, maar dat kon niet bevestigd worden door professionals. Dus zijn we op zoek gegaan naar een antwoord.”

Ketenaanpak Voor Veenendaal is het antwoord: een sluitende ketenaanpak. “Vanaf 2011 zijn we nog nadrukkelijker in de keten gaan samenwerken en informatie gaan uitwisselen. Wat is er aan de hand en hoe pakken we dit effectief op? De gemeente heeft een overleg geïnitieerd tussen beleidsmedewerkers van de gemeente (jeugd en veiligheid), politie en partners van het centrum voor jeugd en gezin (GGD, onderwijs). Zo ontstond beter zicht op wat de gemeente Veenendaal nodig heeft, namelijk een integrale sluitende ketenaanpak met veel aandacht voor weerbaarheid en het bespreekbaar maken van seksueel grensoverschrijdend gedrag.”

Plan grensoverschrijdend gedrag van kinderen en jongeren en het geven van een pedagogisch consequente en gepaste reactie.

Oproep jeugdzorg Raak Pro financiert de komende vier jaar de doorontwikkeling en effectevaluatie van het Vlaggensysteem in de residentiële jeugdzorg. Tevens zal deze doorontwikkeling geïmplementeerd worden in het hoger onderwijs. Wilt u als residentiële jeugdzorg meedoen

met de controlegroep in ruil voor een gratis training Vlaggensysteem? Dat kan! De doorontwikkeling, implementatie en effectevaluatie is een samenwerking tussen Hogeschool Avans, TNO, Rutgers WPF, MOVISIE en zes residentiële jeugdzorginstellingen.

Meer informatie: Lou Repetur (l.repetur@movisie.nl of 030 789 21 17) of Kristin Janssens (k.janssens@movisie.nl).

Veenendaal wil seksueel grensoverschrijdend gedrag voorkomen, vroegtijdig signaleren en adequaat aanpakken richting slachtoffers en daders. Bouwmeester: “Ons plan beschrijft een sluitende ketenaanpak op vier deelgebieden: preventie, signalering, advies en melding, hulpverlening slachtoffers en plegers en aanpak daders. Het plan sluit aan bij de doelstellingen uit ons programma jeugd ‘Kinderen en jongeren zijn fysiek en mentaal gezond’ en het programma

veiligheid ‘Jongeren zijn weerbaar tegen de bedreigingen van loverboys en loverboy-praktijken worden bestreden.”

Investeringen Voor de uitvoering van het plan zijn eenmalige (€ 28.000) en structurele (€ 10.000) middelen beschikbaar. De eenmalige middelen worden ingezet om de héle keten te organiseren, van preventie tot repressie. Er wordt geïnvesteerd in de aanschaf van lespakketten, het opleiden van docenten zodat deze in de toekomst de lessen zelf kunnen geven, de integratie van het Vlaggensysteem in de meldcode kindermishandeling en het trainen van professionals in het gebruik hiervan, communicatie en evaluatie. De structurele middelen maken het mogelijk risicogroepen extra aandacht te geven en slachtoffers maatwerk te bieden.

Risicogroepen Bouwmeester: ”We willen extra aandacht besteden aan groepen die meer risico lopen op het meemaken en plegen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, zoals laagopgeleide jongens en meisjes en jongeren met een verstandelijke beperking of met verminderde weerbaarheid. Daarom is ervoor gekozen om de gastlessen en ouderavonden structureel te vergoeden voor het speciaal basisonderwijs en het praktijkonderwijs en het vmbo. Hulpverlening aan slachtoffers wordt in principe verleend vanuit het reguliere hulpverleningsaanbod in Veenendaal. Als er extra expertise nodig is, wordt dit in ons centrum voor jeugd en gezin besproken en wordt er gezocht naar een maatwerkoplossing qua aanbod en financiering.”

Meer informatie: Lou Repetur (l.repetur@movisie.nl of 030 789 21 17). 13


Projecten

“Wij zijn als broers voor de jongens.” Mei 2013 verschijnt ‘Be A Man! Liefde, relaties en seks: wat is OK?’. Be A Man! is een bijzondere voorlichtingsmethode voor laagopgeleide jongens tussen de 12 en 16 met een Marokkaanse of Turkse achtergrond. De methode is speciaal ontwikkeld voor medewerkers van migranten(zelf)organisties en

WAT • IS • OK?

jongerenwerkers, maar ook breder inzetbaar.

D

e kracht van ‘Be A Man!’ is de inzet van peer educators om deze jongens voor te lichten. De peer educators zijn door MOVISIE getrainde jonge mannen met dezelfde culturele achtergrond. Kristin Janssens

van MOVISIE: “Ze zijn als een oudere broer voor de jongens. Dat is belangrijk. Ze spreken de jongens aan op hun gedrag maar ook op hun houding. Bijvoorbeeld op de dubbele moraal: ‘hij is stoer en zij is een hoer’. De peer

Wie werkten mee? ‘Be A Man!’ is tot stand gekomen in samenwerking met acht peer educators en verschillende vertegenwoordigers van migranten(zelf) organisaties, jongerenwerk en straathoekwerk. TNO evalueerde de pilots. Op basis hiervan is de methode verder bijgesteld en zijn randvoorwaarden voor succes geïntegreerd in de aanpak.

educators laten zien hoe je respectvol met meisjes omgaat, op relationeel en seksueel gebied. Zes vuistregels voor positief seksueel contact, gebaseerd op het ‘Vlaggensysteem’ staan daarbij centraal. Daarnaast is deze methode ook heel geschikt om moeilijk bereikbare jongens te bereiken aangezien de peer educators op tal van locaties in te zetten zijn.”

VIMP4Youth Om deze nieuwe methode verder te verspreiden en goed te borgen, zijn er regionale implementatiewerkplaatsen gestart. De focus in het nieuwe project ‘VIMP4Youth’ ligt op de verdere verspreiding en implemen-

tatie van drie methoden: ‘Benzies & Batchies/Ik hou van mij’, het lespakket ‘JONGENS’ en ‘Be A Man!’. De startbijeenkomst vond plaats op 26 maart 2013.

Oproep Bent u op zoek naar succesformules, randvoorwaarden en goede voorbeelden? En wilt u regionaal samenwerken aan een concreet plan van aanpak? Dan bent u van harte welkom nog deel te nemen aan dit traject. Deze implementatiewerkplaatsen zijn uitstekende startpunten voor nieuwe allianties en netwerken, met als doel de seksuele weerbaarheid van 12- tot en met 16-jarige

laagopgeleide jongeren te vergroten. Aanmelden voor een werkbijeenkomst is mogelijk bij Kristin Janssens via k.janssens@movisie.nl. ‘Be A Man!’ bestaat uit een toolkit voor peer educators, een handleiding voor organisaties en een opleidingsaanbod voor nieuwe peer educators.

Meer informatie: Kijk op www.movisie.nl/beaman en www.movisie.nl/vimp4youth of neem contact op met Kristin Janssens (k.janssens@movisie.nl of 06 43 50 80 07). Twitter: @OK2BEaMan en @VIMP4Youth.

���������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������������

“Impact is the realization of community dreams.” Hoe creëer je meer impact bij de inzet van wijkmethodieken? “Door het waarmaken van de dromen van de wijk”, stelt Rodrigo Alonso van Elos Brazilië. Steeds meer initiatiefnemers, bewoners en professionals zetten innovatieve en creatieve manieren in om dit doel te bereiken. Maar wanneer verandert er echt iets in de wijk?

D

ie vragen stonden centraal op 8 maart 2013 tijdens de conferentie Impact’In community in buurtcentrum de Meevaart in Amsterdam Oost. Om deze kwesties het hoofd te bieden, zijn communities nodig waarin veranderingen plaatsvinden en werkwijzen die dat ondersteunen. Daar zijn al veel goede voorbeelden van, maar tegelijkertijd is er ook nog een wereld te winnen. Verandering is mogelijk als spelers in een omgeving een sterke groep vormen die eigenaarschap neemt over de eigen werk- en leefomgeving. In elke situatie leeft een andere droom en is er een andere methode nodig dit te realiseren. Om transities mogelijk te maken of zelfs te versnellen, is maatwerk nodig. Tijdens de conferentie werd er een veelheid aan perspectieven geboden op mogelijke vormen.

Dromen op wielen Een greep uit de verschillende workshops leidde naar de VIPbus, een spannende ervaring van grensoverschrijdend dromen op wielen. De De VIPbus is een oude SRV-bus in een moderne jas met 14

als vertrekpunt de waarden van de SRVman: persoonlijk, inspirerend, vertrouwd en gedreven. De VIPbus is een plek voor bijzondere en inspirerende ontmoetingen. Deelnemers aan de conferentie konden in de bus werken aan hun dromen voor de wijk.

Gekke vrouw op 53 Ook was er een workshop van Formaat, Werkplaats voor participatief drama. Door middel van theater biedt Formaat mensen de kans om strategieën te ontwikkelen en met elkaar in dialoog te gaan op gelijkwaardig niveau. In deze workshop leerden deelnemers werken met een aantal van deze theatertechnieken. In de workshop van Elos Brazilie ging het over hoe de wijze van contact maken tussen bewoners en professionals wijkontwikkeling kan versterken. Door middel van simpele, soms spannende manieren van contact – zoals samen bewegen of een andere creatieve oefening – creëer je een energie van gelijkheid waarbij de meneer van de gemeente, die van de corporatie en die gekke vrouw op nummer 53, Jan,

Conferentiebezoekers delen geleerde lessen in dichtvorm. Anderen konden dit doen via schilderijen, ontwerp en theater.

Achmed en Corry worden. Het verbindt vanuit het lichaam, hoofd en hart.

Les De belangrijkste les: we leven in een tijd waar nieuwe manieren van samenwerken en innovaties belangrijker zijn dan ooit in het verschuivende speelveld in de wijk en in de maatschappij. Ook in de andere workshops kwam dit naar voren. Er liggen grote vragen die niet meer beantwoord kunnen worden met de manieren

en middelen die we traditioneel ter beschikking hebben. De overheid trekt zich terug en bewoners moeten zich actiever opstellen. De Impact’In Community-conferentie toonde aan dat er ruimte is voor creativiteit en energie voor versnelling in de huidige transities. De conferentie Impact’in Community was onderdeel van de viering van drie jaar Oasis Game in Nederland. Andere onderdelen van de week waren onder

andere de Elos Impact Day en de Expansion Day. Kijk ook op www.elosnederland.nl voor meer informatie.

Meer informatie: Saskia van Grinsven (s.vangrinsven@movisie. nl of 030 789 21 02), Inge van Steekelenburg (i.vansteekelenburg@movisie.nl of 030 789 22 16) of Niels Koldewijn (niels@elosnederland.nl).


Trainingen

Wilt u zich verdiepen in nieuwe thema's, nieuwe vaardigheden opdoen of ervaringen uitwisselen met collega's uit andere organisaties? MOVISIE heeft een open trainingsaanbod waarvoor u zich kunt inschrijven. Kijk voor een volledig overzicht van alle trainingen op onze website. Daar vindt u ook informatie over onze maatwerktrainingen. Deze kan MOVISIE afhankelijk van uw wensen speciaal voor u samenstellen. Neem contact op met: trainingsbureau@movisie.nl

wel voldoende op resultaat? Hoe komen mijn competenties beter tot hun recht? Tijd voor het coachingstraject vrijwilligersmanagement. Na afloop heeft u meer grip op uw werk en inspiratie om op een nieuwe manier aan de slag te gaan.

Mantelzorgondersteuning in het Wmo-loket Training op maat In het Wmo-loket is de focus vaak eenzijdig gericht op de zorgvrager. Vier van de vijf mantelzorgers die een Wmo-loket bezocht, meldt dat daarbij niet gevraagd is of ze zelf steun nodig hadden, terwijl de meerderheid (60 procent) dat graag gewild had. Wie wel ondersteuning kreeg, was daar meestal erg mee geholpen, 92 procent voelde zich minder belast. Met deze training zorgt u ervoor dat Wmo-loketmedewerkers in uw gemeente oog hebben voor mantelzorgers en hen van goede informatie kunnen voorzien.

of 030 789 22 22. Maatschappelijk agenderen Van activiteit naar effectiviteit 11 juni 2013, 10.00 - 17.00 uur Gemeenten en maatschappelijke organisaties willen maatschappelijke effecten bereiken. Maar hoe meet u dat? En hoe weet u wat de kwaliteit van een bepaalde interventie is? In deze workshop leert u om vraagstukken te analyseren en maatschappelijke doelen op te stellen. Daarnaast maakt u kennis met verschillende methoden om de effecten van activiteiten te meten. We kijken naar valkuilen en hoe u die kunt omzeilen. Ook staan we stil bij enkele verantwoordingsmethoden.

Training op maat Bij de kanteling staat participatie centraal. Dat betekent dat u burgers én organisaties de ruimte moet geven om te participeren in beleid. Samen met hen creëert u meerwaarde. U investeert in tijd, mensen en middelen door samen met het veld een maatschappelijke agenda op te stellen. Op termijn levert dit u maatschappelijk rendement op, want u verbetert de relatie met burgers en organisaties. U werkt aan draagvlak voor kwaliteit en betrokkenheid van beleid. Nieuwsgierig hoe u dat doet? In deze training leert u maatschappelijk agenderen in vijf stappen.

Thermometer Wonen Welzijn Zorg Training op maat Met de Thermometer Wonen Welzijn Zorg kunt u de verbinding tussen wonen, welzijn en zorg binnen uw gemeente zichtbaar te maken. Wilt u aan de slag met de thermometer in uw gemeente? We ondersteunen u met een analyse en een presentatie van de resultaten in een workshop Thermometer.

Bij- en nascholingsaanbod op internet Training op maat Binnenkort wordt het overzicht van bij- en nascholingsaanbod zichtbaar op de website van MOVISIE. Organisaties geven al langer aan dat aanbod lastig te vinden is en dat ze door de bomen het bos niet zien. De sector is enorm in beweging, dus bij- en nascholen is zeer urgent. Ook naar opdrachtgevers is het van belang aan te geven welke deskundigheid in huis is. Wat zijn aanbieders, welke thema’s bieden zij aan, hoeveel tijd kost het en welke werkvormen worden er gebruikt? Dit alles is te vinden in de databank. Meer informatie: Els Meijsen (e.meijsen@movisie.nl of 030 789 22 46).

Als team aan de slag met de Wmo-competenties? Training op maat Welzijn Nieuwe Stijl, de Wmo, decentralisaties… Het werk van sociale professionals verandert. Het recent verschenen competentieprofiel beschrijft de nieuwe manier van werken. MOVISIE biedt teams in de maatschappelijke ondersteuning workshops aan. Onder leiding van twee trainers ontdekt u welke competenties aandacht verdienen in uw team en hoe collega’s ermee aan de slag kunnen gaan.

27 juni 2013, 13.00 – 17.00 uur Als maatschappelijk makelaar of vrijwilligerscentrale kunt u een belangrijke rol spelen in het verbinden van bijstandsgerechtigden, maatschappelijke organisaties en gemeenten in het kader van de tegenprestatie naar vermogen. Deze bijeenkomst is voor makelaars en centrales die alle ins en outs willen weten van de tegenprestatie. Op basis daarvan kunt u uw visie vormen en rol bepalen.

Coaching Vrijwilligersmanagement Start 10 september 2013 Als coördinator vrijwilligerswerk hebt u een drukke baan. Op routine komt u een heel eind, maar tijd om even stil te staan ontbreekt. U redt zich wel, maar toch knaagt er iets van binnen. Waar krijg ik energie van in mijn werk? Wat is het effect van mijn inzet? Stuur ik in mijn werk

Ideële bedoelingen en veel enthousiasme ten spijt hebben sommige bewoners maar weinig zakelijk inzicht waardoor initiatieven niet altijd van de grond komen. Het coachen van bewoners in ondernemerschap kan daarom net dat extraatje zijn waardoor het wel lukt. In 2012 leerden veertig professionals de kneepjes van het coachen in een train-de-trainer. Zij geven dit stokje nu door aan bewonersinitiatieven. Met het coachingstraject helpen professionals enthousiaste bewoners om van hun initiatief een succes te maken. Daarnaast leren ze goede vragen te stellen en niet meteen met een oplossing te komen. Burgers leren daardoor om vanuit hun eigen kracht te handelen. De resultaten versterken het gemeentebeleid op het gebied van welzijn, Wmo en leefbaarheid. Kortom: het traject resulteert in goede bewonersinitiatieven en is positief voor gemeenten en professionals. Weten hoe u dit coachingstraject in uw gemeente mogelijk kan maken? Of als ambtenaar/professional meedoen aan een train de trainer om bewoners ondernemend te maken? Neem contact op met Rien van der Veer (r.vanderveer@movisie. nl of 030 789 20 41).

Colofon © MOVISIE, Utrecht 2013

������������������������������������������������������������

De rol van makelaars en vrijwilligerscentrales bij de Tegenprestatie naar vermogen

Gemeente: stimuleer bewonersinitiatieven door coachingstrajecten

Jaargang 7, juni 2013, nummer 17

Lerend netwerk waarderend veranderen voor managers

Eindredactie: Communicatie MOVISIE, i.s.m.

I

Stokman (pag 2 en 7); Caroline van Pagée en Mirte

n het najaar start een lerend netwerk waarin 24 managers en leidinggevenden uit welzijn en zorg de kans krijgen zich te bekwamen in de veranderaanpak waarderend onderzoeken (appreciative inquiry/AI). Deze aanpak is gericht op het onderzoeken en waarderen van de kracht en het talent van mensen in organisaties met als doel: meer onderlinge verbinding en gedragsveranderingen. Het biedt een goed antwoord op de huidige veranderingen waar de zorg- en welzijnssector mee te maken heeft.

uit met collega-managers andere organisaties in kleinere actieleergroepen. Alle bijeenkomsten worden begeleid door een ervaren AI-facilitator.

Tekstburo Gort Teksten: MOVISIE; Tekstburo Gort. Vormgeving en productie: Suggestie & illusie, Utrecht. Fotografie: Lilian van Rooij (pag 2); Robert-Jan Slaats (pag 8); iStock (pag 9); Sjaan vanderjagt / Pixelpolder (pag 10); Hollandse Hoogte/ Joost van der Broek (pag 1), Vincent van den Hoogen (pag 5), David Rozing (pag 6 en 12).

Managers, leidinggevenden en coördinatoren die werken bij een maatschappelijke organisatie in welzijn en zorg en te maken hebben met de transformaties in AWBZ/Wmo, jeugdzorg of participatie kunnen deelnemen aan het lerend netwerk. Het traject start in 2013 en loopt door in 2014.

Overname van (delen van) artikelen is met bronvermelding toegestaan. De afgebeelde personen op de cover hebben geen directe relatie met de tekst. ISSN: 1876-0422 MOVISIE

Theorie en praktijk gaan in het leertraject hand in hand. In een aantal leerdagen maken deelnemers zich de waarderende veranderaanpak eigen en passen zij deze toe op hun eigen verandervraagstuk. Ook delen deelnemers kennis en ervaringen

Postbus 19129, 3501 DC Utrecht

Wilt u de informatieleaflet ontvangen of heeft u vragen, neem contact op met Daan de Bruijn (d.debruijn@movisie.nl of 030 789 20 98).

Catharijnesingel 47, 3511 GC Utrecht T 030 789 20 00 * F 030 789 21 11 www.movisie.nl * info@movisie.nl Volg movisie op Twitter @movisie Inhoudelijke vragen:

�����������������������������������������������������������������������������������������������

kennislijn@movisie.nl of 030 789 21 12. Gratis abonnement op MOVISIES aanvragen of

Van AWBZ naar Wmo, Zelfregie en eigen kracht in de praktijk Landelijk congres op 27 juni 2013

D

e kanteling van de AWBZ naar de Wmo gaat gepaard met forse bezuinigingen, verdere scheiding van wonen en zorg en decentralisatie van de extramurale begeleiding. Steeds meer kwetsbare ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking blijven zelfstandig thuis wonen. Er wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid en de eigen kracht van burgers, hun sociale netwerken en collectieve voorzieningen. Wat vraagt dit van de organisaties en hoe kunnen professionals omschakelen naar een meer faciliterende en ondersteunende rol?

MOVISIE en Vilans hebben recent in kenniskringen goede voorbeelden en ervaringen in kaart gebracht. Deze voorbeelden en ervaringen vormen de leidraad van het congresprogramma. Zo wordt er ingegaan op de samenwerking tussen formele en informele zorg, innovaties in arbeidsmatige dagbesteding, nieuwe manieren om dagactiviteiten te organiseren, wijkarrangementen, zelfsturing en nog veel meer. Deze onderwerpen en vragen staan centraal op het Landelijk Congres Van AWBZ naar Wmo,

zelfregie en eigen kracht in de praktijk. Het congres wordt georganiseerd door StudieArena in samenwerking met MOVISIE en Vilans en vindt plaats op donderdag 27 juni 2013 in ’t Spant! in Bussum.

beëindigen? Ga naar Mijn MOVISIE op www.movisie.nl

MOVISIE is hét landelijke kennisinstituut en advies­ bureau voor maatschappelijke ontwikkeling. We bieden toepasbare kennis, adviezen en oplossingen bij de

Het volledige programma en de mogelijkheid tot inschrijving staat op www.studiearena.nl.

aanpak van sociale vraagstukken op het terrein van welzijn, participatie, zorg en sociale veiligheid. In ons werk staan vijf actuele thema’s centraal: huiselijk & seksueel geweld, kwetsbare groepen, leefbaarheid, mantelzorg en vrijwillige inzet.

15


Publicaties

Op deze pagina staat een selectie van de MOVISIE-publicaties die recent zijn uitgebracht of binnenkort verschijnen. De meeste publicaties zijn gratis te downloaden op www.movisie.nl/publicaties. Een drukwerkexemplaar wordt tegen kostprijs aangeboden. Bij elke verzending vragen wij een bijdrage in de handling- en verzendkosten van € 2,50.

Schoon, heel en werkzaam?

Als vrijwilligers zich zorgen maken

“Daar gaat ze weer. Alleen in het donker. Andere kinderen worden opgehaald na de les. C. niet. Haar turnpakje is kapot. Ik voel me machteloos!”

De Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling zal vanaf 1 juli 2013 van kracht zijn. Betaalde beroepskrachten zijn dan verplicht een meldcode te gebruiken bij vermoedens van geweld. Maar waar kunnen vrijwilligers in een organisatie of vereniging terecht als ze zich zorgen maken over de thuissituatie van andere leden? In vier pagina’s wordt de veranderende rol van een vrijwilliger en het bestuur van vrijwilligersorganisaties uitgelegd. De centrale aanbeveling daarbij is dat het bestuur een aandachtsfunctionaris vaststelt. De digitale folder geeft hierover informatie: wie krijgt deze rol en hoe communiceren we dit naar onze leden? Ook staat de werkwijze voor de aandachtsfunctionaris beschreven: wat zijn mijn taken en hoe ga ik in gesprek met betrokkenen?

Als vrijwilligers zich zorgen maken Waar kunnen vrijwilligers in uw organisatie terecht als ze zich zorgen maken over de thuissituatie van andere leden?

De Nederlandse achterstandswijken zijn de laatste jaren overspoeld met sociale projecten die de leefbaarheid moeten verbeteren. Van straatbarbecues tot burgerbesturen en van gedragscodeprojecten tot de inzet van straatcoaches. De Nederlandse overheid gaf er sinds 2008 miljoenen euro’s aan uit. Maar werken ze ook?

De overheid heeft meer en meer aandacht voor huiselijk geweld. Via de publiekscampagnes ‘Kindermishandeling stopt nooit vanzelf’ en ‘Voor

die een vrijwilliger en het bestuur van vrijwilligersorganisaties hebben als het gaat om de veiligheid in de thuissituatie van leden, cliënten of

een veilig thuis’ worden burgers aangemoedigd om in actie te komen als ze ongerust zijn over de thuissituatie van mensen in hun omgeving. Op 1

deelnemers.

juli 2013 wordt de wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling voor beroepskrachten ingevoerd. Het doel van de wet is geweld in privésituaties zo vroeg mogelijk te signaleren en te stoppen. Deze wet is geschreven is voor betaalde professionals, maar biedt ook voor vrijwilligersorganisaties aanknopingspunten. Deze publicatie gaat in op de rol

Types vrijwilligersorganisaties Welke weg wijst een bestuur zijn vrijwilligers die zorgen hebben? Dat is afhankelijk van het type vrijwilligersorganisatie. In welke vrijwilligersorganisatie werkt u?

MOVISIE * Als vrijwilligers zich zorgen maken

***

pagina 1 van 6

��������������������������������������������������������������������

Socioloog Vasco Lub confronteerde de aannames van de belangrijkste buurtaanpakken met wetenschappelijke inzichten. Het blijkt dat slechts een klein deel van de projecten gebaseerd is op aannames die wetenschappelijk houdbaar zijn. Van het merendeel van de onderzochte beleidsinterventies is het twijfelachtig tot ongeloofwaardig dat zij hun gestelde doelen bereiken. Lub heeft zijn bevindingen opgeschreven in het boek ‘Schoon, heel en werkzaam? De presentatie van het boek haalde alle kranten.

Wetenschap, bestuur en praktijk in debat

Aandacht voor de T

Handreiking LHBT-emancipatie

De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om discriminatie, uitsluiting en onwenselijk gedrag tegen te gaan, om werkgelegenheid te stimuleren en om sociale veiligheid te garanderen. Dat geldt ook wanneer het gaat om transgenders. Het welzijn van transgenders laat helaas veel te wensen over en veel transgenders zitten in een kwetsbare positie. De nieuwe Transgenderwet is een grote stap voorwaarts, maar er is nog een lange weg te gaan. Wat kunnen gemeenten en lokale organisaties doen om knelpunten te verminderen die transgenders ervaren? Lees het in de handreiking ‘Aandacht voor de T in LHBT-beleid’.

Aandacht voor de T in LHBT-beleid Transgenders in de gemeente

��������������������������������������������������������������������

In Rotterdam werd op 25 april 2013 gedebatteerd over de conclusies uit het onderzoek dat deel uitmaakt van het MOVISIE onderzoeksprogramma ‘Inzicht in sociale interventies’. MOVISIE investeert al jaren in onderzoek dat meer inzicht moet geven in hoe de kwaliteit van het werk in het sociale domein kan worden verbeterd. Een panel uit wetenschap, bestuur en praktijk voelde de onderzoeker aan de tand. "Buurtinitiatieven en wijkbeleid worden sterk gekleurd door de gemeentelijke obsessies met veiligheidsbeleid", zei hoogleraar en criminoloog René van Swaaningen in een reactie op het onderzoek. "Gaat het om interventietheorie of subsidielogica?", vraagt Joke van der Zwaard, onderzoekster leefbaarheid Rotterdam zich af. "De conclusies geven mij munitie door de theoretische onderbouwing en maken duidelijk dat maatwerk noodzakelijk is in plaats van methoden als 'holy grail' te beschouwen", gaf jongerenwerker Marcel Tiel aan.

Dvd-pakket Ouderenmishandeling Ouderenmishandeling komt vaker voor dan wordt gedacht. Veel 65-plussers lijden herhaaldelijk onder mishandeling en uitbuiting. Meestal wordt het niet of veel te laat herkend. Het komt voor in alle lagen van de bevolking, maar ook binnen de informele en de professionele zorg. Ouderen en hun omgeving kan veel leed bespaard worden als de mishandeling eerder gesignaleerd wordt en er sneller hulp wordt geboden. Het dvd-pakket ‘Je ziet het pas als je het gelooft! helpt ouderen, vrijwilligers en professionals die met ouderen werken om ouderenmishandeling bespreekbaar te maken en naar oplossingen te zoeken. De dvd is te gebruiken als voorlichtingsfilm en voor trainingen en vanaf 15 juni te bestellen. ��������������������������������������������������������������������

Lubs onderzoek naar de wetenschappelijke onderbouwing van leefbaarheidsinterventies daagt de sector uit om beter te kijken naar wat de aannames zijn die daaraan ten grondslag liggen. Eerder was het een pleidooi voor betere sociale professionals en intelligentere beleidsvorming. "Actief burgerschap volgt een goed functionerende overheid, niet omgekeerd", aldus Lub. Ook pleit hij voor meer evaluatie vooraf. "Bekijk vóór het inzetten van projecten al naar hoe sterk de aannames met betrekking tot je doelstellingen zijn". Op de website van MOVISIE staat een uitgebreid (video)-verslag van het debat.

Schoon, heel en werkzaam? is voor € 24,95 te koop in de boekhandel.

Outreachend werkt!

Redactie: Lia van Doorn, Max A. Huber, Charlotte Kemmeren, Maarten van der Linde, Marc Räkers & Tineke van Uden

��������������������������������������������������������������������

Home

BODY OF KNOWLEDGE

Zoek

* Individueel/social casework

* Groepswerk * Samenlevingsopbouw * Rehabilitatie * Outreachend werken * Aanpak huiselijk geweld * Gezinsaanpakken * Empowerment * Presentatietheorie * Support en herstel

Een samenhangend en structureel beleid voor de aanpak van eenzaamheid ontbreekt vaak in gemeenten. Daarom ontwikkelde MOVISIE voor gemeenten en samenwerkingspartners de handreiking ‘Sleutels voor de lokale aanpak van eenzaamheid’. De publicatie biedt aanwijzingen om tot een lokaal en gezamenlijke aanpak tegen eenzaamheid te komen. Eerst komt de vraag aan bod wat eenzaamheid precies is en waarom de aanpak ervan van belang is. In het tweede deel worden handvatten gegeven voor de concrete aanpak van deze problematiek en wordt ingegaan op het signaleren van eenzaamheid, het lokaal samenwerken met betrokken partijen als gezondheidszorg, welzijnswerkers en vrijwilligersorganisaties en het maken van keuzes voor interventies.

* Historische ontwikkelingen * Beroepsstructuur * Kennisinfrastructuur * Professionalisering

BoKSW

Sociaal werkers onderscheiden zich van burgers door de mate waarin zij methodisch handelen. Methodisch handelen heeft twee betekenissen die in ...

Het kennisfundament van de sociale professional >>

Handreiking voor lokale aanpak tegen eenzaamheid

*

Beroepsstructuur

SOCIAAL WERK

����������������������������������������������������

Outreachend werken is in vrij korte tijd één van de belangrijkste bakens van Welzijn Nieuwe Stijl geworden. Niet zo lang geleden werd dit fenomeen nog vooral argwanend bekeken; ongevraagd bemoeien was controversieel en not done. Tegenwoordig gaat iedereen eropaf, zowel overheid als welzijn en zorg. Maar vanuit welke intenties doen we dit? Wat hebben we te bieden? Signaleren en controleren werken averechts. Juist het zorgvuldig en weloverwogen werken, legitimeren de bemoeienis en maken outreachend werken daadwerkelijk effectief.

Outreachend werkt!

>>

* Stromingen * Sociologie Psychologie * Rechten * Filosofie * Pedagogiek * Andragogiek * Geschiedenis

* Smalle beroepsethiek * Brede beroepsethiek * Beroeps idealen * Zingeving * Legitimiteit

* Decentralisatie * Vermaatschappelijking van de zorg

* Burger centraal/ burgerkracht

* Ketenaanpak

Methodieken

Professionalisering

Sociaal wetenschappelijk

Ethiek

Beleid & organisatie

t

A

l

S

4

bodyofknowledgesociaalwerk.nl Waar is het sociale beroep mee opgebouwd (opleiding) en uitgebouwd (vakbekwaamheid)? Het kennisfundament Body of Knowledge Sociaal Werk beschrijft het. De website www.bodyofknowledgesociaalwerk.nl adresseert een aantal thema’s, zoals beroepsethiek, sociaal- wetenschappelijke grondslagen van het werk en methodieken. De website omvat relevante kennis waarbij de wortels van het sociaal werk naar voren komen evenals de actuele stand van zaken. Ontwikkeld met het hoger onderwijs en het werkveld in samenwerking met de HSAO-lectoraten. De website gaat deze zomer online.

��������������������������������������������������������������������

Seksueel grensoverschrijdend gedrag in vrijwilligerswerk met kinderen

Wat gemeenten kunnen doen

Seksueel grensoverschrijdend gedrag vindt plaats op allerlei plekken in onze samenleving, ook in het vrijwilligerswerk met kinderen. Vrijwilligersorganisaties hebben de laatste jaren maatregelen genomen om hun organisatie veiliger te maken onder de vlag van het project In veilige handen. Dit leaflet gaat over de bijdrage die gemeenten kunnen leveren.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag in vrijwilligerswerk met kinderen Vanuit de Wmo heeft de gemeente een verantwoordelijkheid voor het welzijn van kinderen. Activiteiten en initiatieven in het vrijwilligerswerk horen daarbij. Gemeenten zullen zelf een afweging moeten maken in welke doelgroepen en in welke mate ze tijd en geld willen investeren. Ook met de decentralisatie van de Jeugdzorg komen meer taken rond de veiligheid van kinderen op de gemeente af. Het project In veilige handen is door vrijwilligersorganisaties zelf opgezet. Hiermee heeft het vrijwilligerswerk handen en voeten gegeven aan de eigen verantwoordelijkheid. Gemeenten kunnen hun eigen verantwoordelijkheid nemen door het vrijwilligerswerk te ondersteunen bij het nemen van voldoende preventieve maatregelen. Voor gemeenten is er een leaflet met informatie wat gemeenten kunnen doen om seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens minderjarigen in het vrijwilligerswerk te voorkomen. Download het leaflet op www.inveiligehanden.nl.

��������������������������������������������������������������������

Dagbesteding: voorbereid op de transitie AWBZ – Wmo

Ontvang MOVISIES 3 x per jaar gratis! Meld u eenvoudig aan op movisie.nl/movisies

16

Wat gebeurt er met arbeidsmatige dagbesteding als gemeenten straks verantwoordelijk worden? Waar liggen de kansen en wat zijn bedreigingen? Wat kunnen zorgorganisaties doen? Wat verwachten ze van gemeenten? En hoe kunnen ze elkaar versterken? Daar gaat dit informatieblad over. Zorgorganisatie Pluryn benadrukt de samenhang tussen inclusie en zorg & welzijn. Een integrale benadering kan veel winst opleveren. Vervolgens komen trends en vernieuwingen aan bod: samenwerken met het bedrijfsleven, beter benutten van allerlei vormen van buurtwerk, investeren in ‘de nieuwe professional’ en tot slot een aantal lessen voor nieuw beleid en arrangementen voor arbeidsmatige dagbesteding.


Movisies 17, juni 2013