Page 1

BEELD SAZZA

DONDERDAG 7 MAART 2019

Den Haag, 22—30 maart 2019


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

4 6

22 INHOUD

VOORWOORD

H

oe komt de vis op ons bord? Waar belandt onze afgedankte telefoon? Het zijn vragen die in de alledaagse drukte niet bij iedereen opkomen. De vis komt uit de supermarkt, de telefoon gaat in de afvalbak, veel mensen hebben genoeg aan hun hoofd. Maar filmmakers zijn vragenstellers van beroep. Ze tonen ons een immense, giftige, elektronische afvalberg in Ghana, waarop duizenden mensen leven. En vissersschepen rond Thailand, met een gedwongen bemanning. Aan boord van deze drijvende gevangenissen heerst een regime van mishandeling en terreur. De Oostenrijkse filmmaker Nikolaus Geyrhalter zocht het dichter bij huis: hij toog met zijn camera naar de Brennerpas. Daar wilde de regering een hek plaatsen om de drommen vluchtelingen tegen te houden. Vluchtelingen ontmoette hij nauwelijks, wel nuchtere bergbewoners die zich door politici geen vreemdelingenangst laten aanpraten. Geyrhalter wil met zijn film geen moraliserend vingertje heffen, net zomin als zijn collega’s. “Ik wil gewoon laten zien wat er gebeurt”, zegt de Oostenrijker. Dat is ook de kracht van het Movies that Matter Festival 2019 in Den Haag: daar kunnen we zien wat er gebeurt en zelf onze conclusies trekken.

21 3

4

redactie Remke de Lange, Iris Pronk eindredactie Sytske van Aalsum vormgeving Andrea Friedli

7

De keuze van Yousef (Sef) Gnaoui

8

Festivalprogramma

The Border Fence

20 Daddy and the Warlord

Zaterdag 23 maart (13.00), voor Trouw-lezers. Nagesprek onder leiding van filmcriticus Remke de Lange met Linda Polman, auteur van het boek ‘Niemand wil ze hebben’ en met ervaringsdeskundige Abdullah die in 2016 uit Syrië naar Nederland vluchtte, over migratiebeleid.

21 Smuggling Hendrix Crime + Punishment

5

Keuze van Tineke Ceelen

22 The Feminister

6

Goldie

23 Ghost Fleet

Remke de Lange en Iris Pronk

Colofon

Welcome to Sodom Zaterdag 23 maart (16.00), voor Trouw-lezers. Nagesprek onder leiding van filmcriticus Remke de Lange met Esther Bijlo, Trouw-redacteur duurzaamheid & natuur, en Annie de Loijer, hoofd marketing Suez Afvalverwerking, over circulaire economie.

2


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

3

WELCOME TO SODOM Regie Christian Krönes, Florian Weigensamer

Iedereen is welkom, maar iedereen wil weg Afgedankte telefoons, computers, tv’s uit Europa: ze belanden op de immense vuilnisbelt Sodom in Ghana. Het is een hel, een niemandsland, maar ook een dorp voor duizenden mensen. tekst Esther Bijlo

H

et kind droomt ervan astronaut te worden. “Dan kan ik hoog in de lucht naar beneden kijken. Alles is anders in de ruimte, veel beter dan hier beneden.” ‘Hier beneden’ is een van de giftigste plekken ter wereld. Op de immense vuilnisbelt Sodom in Ghana belandt jaarlijks 250.000 ton elektronisch afval uit Europa, illegaal. Het zogeheten e-waste is de snelst groeiende afvalstroom ter wereld. Het gaat onder meer om computers, tv’s, geluidsapparatuur en telefoons. Zo zijn er inmiddels 7 miljard mobiele telefoons geproduceerd waarvan een deel uiteindelijk op Afrikaanse vuilnisbelten als Sodom belandt. Daar werken 6000 mensen die ieder draadje en stukje metaal uit apparaten slopen om met dat materiaal nog iets te doen. Er zijn voortdurend vuurtjes en zwartgrijze rookpluimen, mensen lopen vaak op slippers tussen afvalbergen. De vuilnisbelt is gebouwd op moe-

rassig land, de grond kan vervaarlijk golven, het water aan de rand borrelt als een scheikundeproef in een erlenmeyer. Genoeg ingrediënten voor een zware film over Afrikaanse uitzichtloosheid en doorgeschoten westers consumentisme, over rijke westerlingen die hun problemen over de schutting werpen. Maar hoewel Sodom nogal apocalyptisch begint met intense beelden van vuur en een voice-over die over vernietiging van het paradijs spreekt, blijkt het gaandeweg vooral een verhaal over mensen. Zoals het kind dat astronaut wil worden. In het begin van de film sleept de jongen een magneet achter zich aan. Het lijkt een mandje, maar het is een ontmantelde woofer uit een luidspreker. Aan de magneet hechten kleine ijzerstukjes die op de grond liggen. “IJzer is net geld, maar niemand is hier de eigenaar van.” De jongen verzamelt ze in een zak die hij naar een weegschaal brengt waar hij er, na enig gehossel, geld voor krijgt. Later in de film blijkt de jongen een meisje. Hij kan veel meer verdienen met ijzer zoeken dan met zakjes water

‘Sodom’ dringt geen boodschap op. De kijker kan er zelf van alles uit halen.

verkopen, wat de meisjes doen. “Ik heb altijd een jongen willen zijn, ik voel me een jongen. Ik kan goed acteren. Net als een kameleon kan ik van kleur veranderen.” Het kind is niet de enige die zichzelf verbergt op de vuilnisbelt, het beeld van de kameleon waar de film mee begint, komt telkens terug. Tussen het plastic scharrelt een man uit Gambia. Hij is homo en joods, begonnen aan een medische opleiding, maar gevlucht vanwege vervolging voor zijn geaardheid. De vuilnisbelt is voor hem een veilige plek, een niemandsland. Hij verzamelt de plastic zakjes die na gebruik van het water weggegooid worden – niet al het afval komt van buiten. Voor een kilo kan hij weer twee volle zakjes kopen. Soms vindt hij een boek, van Bernard Shaw, een schrijver waar hij van houdt. Dat maakt hem ietsjes vrolijker, zegt hij. Zo zijn er meer mensen voor wie het werk op de vuilnisbelt een toevluchtsoord is. Het is een dorp op zichzelf waar niet alleen gezwoegd, maar ook gespeeld, gevoetbald en gedanst wordt. In een studiootje nemen jongens een song op. Achter een doorzichtig gordijn

klinkt het ‘Welcome to Sodom. You’re welcome’, met een elektronisch randje erom gemixt. Iedereen mag dan welkom zijn en een plek vinden in de pikorde op de afvalberg, allen dromen van weggaan, niet alleen het kind dat astronaut wil worden. De verhalen geven de film dan wel een zwarte sociale rand, het wordt daarmee niet dramatisch. De benadering van de makers, zowel in beeld als geluid, is wat afstandelijk, een effect dat versterkt wordt door het gebruik van veel voice-overs in plaats van sprekende mensen. Ook de weidse beelden in veel grijze en matte tinten door de bijna continue rookpluimen, dragen hieraan bij. Ze worden afgewisseld met enkele closeups waarin bijvoorbeeld een hamer ieder weerstandje van een printplaat slaat. Zo dringt Sodom geen boodschap op. De kijker kan er zelf van alles uit halen. Van afschuw over de ongezonde werkomstandigheden, schaamte over het lot van afgedankte spullen, verbazing over hoe ieder stukje koper weer een nieuw leven krijgt, tot ontroering over de menselijke veerkracht.


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

4

THE BORDER FENCE Regie Nikolaus Geyrhalter

Geen angst voor vreemdelingen De Oostenrijkse regering besloot dat er een hek moest komen bij de Brennerpas, om de drommen vluchtelingen uit Italië tegen te houden. Filmmaker Nikolaus Geyrhalter vroeg de grensbewoners wat ze daarvan vonden: ‘Deze mensen zijn echt niet bang.’ interview Pieternel Gruppen

E

en glimp van ‘de hoofdrolspeler’ krijgt de kijker pas helemaal aan het eind van ‘The Border Fence’ te zien. Het veelbesproken gaashek, netjes in rollen opgestapeld, komt tevoorschijn als een politieagent de container opent waar het werkeloos ligt opgeslagen. Toen filmmaker Nikolaus Geyrhalter (47) in 2016 hoorde dat de Oostenrijkse regering van plan was een hek van 370 meter te bouwen op de grens met Italië kon hij zijn oren niet geloven. “Toen de vluchtelingen voor het eerst aankwamen waren de Oostenrijkers juist heel behulpzaam en vonden ze het normaal om ze welkom te heten. Het was alsof iemand plotseling een knop had omge-

draaid”, zegt hij telefonisch vanuit zijn woonplaats Wenen. “Van een ‘uitdaging’ werd de komst van vluchtelingen opeens een ‘crisis’ genoemd. Het ging allemaal zo snel. Ik dacht: als dat hek niet kan worden tegengehouden, moet ik in elk geval documenteren hoe het allemaal is gegaan.” Geyrhalter maakte internationaal naam met onder meer ‘Our Daily Bread’ (2005), een ontluisterende documentaire waarin hij, in stil observerende, bijna absurdistische beelden laat zien hoe ons dagelijks eten fysiek en emotioneel ver van huis wordt geproduceerd. Voor The Border Fence pakte hij zijn camera en toog naar de Brennerpas. Maar de drommen illegale migranten die volgens sommige politici via de Balkan in aantocht waren, kwam hij niet tegen. Naar hen was de documentairemaker ook niet naar op zoek. Geyrhalter

wilde vooral de ‘gewone’ grensbewoners spreken. Hoe kijken de melkboer, de barvrouw en de eigenaar van een berghut bijvoorbeeld tegen de plannen van de regering aan? “Ik vond het interessant om hun mening te horen.” Geyrhalter trof een kleine gesloten gemeenschap aan die van tradities houdt, maar open staat voor vreemdelingen. Die passeren immers dagelijks de bergpas en stoppen voor een kop koffie of een pizza. “Deze mensen zijn over het algemeen echt niet bang voor vluchtelingen.” De namen of precieze functie van de bewoners kom je als kijker pas bij de aftiteling te weten. Maar omdat Geyrhalter ze in hun eigen decor zet – een werkplaats, stal of keuken – wordt hun achtergrond in één oogopslag duidelijk. De groene Alpenweiden en knisperende blauwe luchten van het fotogenieke

De militairen die Wenen naar Tirol stuurt om de grens te bewaken, staren verveeld het dal in

Tirol zijn daarbij nooit ver weg. Politici laat Geyrhalter liever links liggen in The Border Fence. “Ze komen indirect wel aan het woord hoor, bij de shots waarin de bewoners naar het nieuws kijken.” Vanuit barretjes en woonkamers volgen de Tirolers de journaals waarin ministers hen vertellen dat ze beschermd moeten worden tegen migranten en vluchtelingen. Typerend voor Geyrhalter is dat hij daarbij veel zorg besteedt aan de compositie van het beeld, waardoor je als kijker bijna een soort schilderijtjes voorgeschoteld krijgt. Het is een mooie vondst van de documentairemaker om op deze manier de landelijke retoriek en de realiteit op de grond in één beeld te vatten. Terwijl politici waarschuwen dat 1 miljoen vluchtelingen in Libië klaarstaan om de oversteek naar Europa te maken, is van


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

5

FOTO LARS VAN DEN BRINK

DE KEUZE VAN

TINEKE CEELEN

D

e Zwitserse kunstenaar Milo Rau organiseerde in 2015 in Bukuva en Berlijn het Congo Tribunaal: een fictief tribunaal maar met échte betrokkenen van de nu al twintig jaar durende oorlog om grondstoffen in de Democratische Republiek Congo. Twee jaar later verscheen Rau’s documentaire ‘The Congo Tribunal’. Het is de keuzefilm van directeur Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling.

Een fictief tribunaal bij gebrek aan een echt tribunaal? “Het is ergens heel tragisch dat een kunstenaar dit op zich neemt, bij gebrek aan actie van de Congolese autoriteiten en de internationale gemeenschap. Maar het is ook ongelofelijk ontroerend dat in de film verschillende partijen – daders, slachtoffers, mijnbouwbedrijven, hulporganisaties, VN – eindelijk bij elkaar komen. Je ziet begrip ontstaan. “Rau is ervan overtuigd dat de strijd om mineralen de grondoorzaak is van de oorlog. De mineralen die we in het Westen nodig hebben om onze computers en telefoons te laten werken, goud en diamant voor onze ringen en kettinkjes. “En dan is er ook nog het slechte bestuur in Congo. De combinatie van belangen zorgt ervoor dat de oorlog voortduurt. Het lijkt er verdacht veel op dat alle partijen er baat bij hebben dat Congo een chaos blijft. Zo betaalt de internationale mijnindustrie door een vrijstelling geen cent belasting in Congo. Zo’n vrijstelling krijg je niet zomaar. Congo is enorm corrupt.”

paniek geen sprake bij de grensbewoners. Kalm – soms wel heel kalm – formuleren zij in miniportretjes hun mening. Sommigen heel stellig, zoals de biologische ganzenboer die de politici hekelt omdat ze angst aanwakkeren “voor mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Voor mensen die noodgedwongen hun ‘Heimat’ hebben moeten verlaten, hoef je echt niet bang te zijn.” Toch is ook rondom de Brennerpas angst te bespeuren. “Ik was benieuwd waar die vrees voor vluchtelingen en migranten bij mensen vandaan komt. Zoals bij de jonge vrouw die op de snelweg in een tolkantoortje werkt. “De vluchtelingen zijn onaangenaam en doen akelige dingen”, zegt ze terwijl ze geroutineerd wisselgeld aan passerende automobilisten overhandigt. “Ze krijgen 2000 euro, een huis, een auto en een mobiele telefoon.”

Er zingt veel desinformatie rond via internet, constateert Geyrhalter. De meeste bewoners zoeken voorzichtig en ietwat weifelend naar woorden. Daarbij lijkt empathie met de vluchtelingen de overhand te hebben. Zelfs bij de barvrouw die zegt tegen hun komst te zijn. Niettemin brengt ze een groepje Senegalezen, dat vlakbij haar huis op een bouwplaats werkt, tijdens de lunch een pan pompoensoep. Op deze Afrikaanse bouwvakkers na laat Geyrhalter in The Border Fence geen migranten en vluchtelingen zien. “In al die weken dat we gedraaid hebben, zijn we er maar een paar tegengekomen. En op het moment dat ze bijvoorbeeld wel in het immigratiekantoor belandden vond ik het niet kies om een camera op ze te richten.” Dat immigratiekantoor werd in korte tijd bij de grens uit de grond ge-

stampt. De politieofficier die de filmmaker rondleidt door de lege ongebruikte ruimtes weet ook niet wat hij er allemaal van vinden moet. “We hebben geen invloed.” De extra militairen die Wenen naar Tirol stuurt om de grens te bewaken, staren verveeld vanaf de bergpas het dal in. “In eerste instantie vonden de bewoners het wel prima, die extra agenten en soldaten”, vertelt Geyrhalter. “Maar toen zij niets te doen bleken te hebben en het verkeer ophielden om auto’s te controleren, vonden ze het niet zo leuk meer.” Een oproep tot actie is zijn documentaire niet. “Ik wil gewoon laten zien wat er gebeurt.” En dat is wat Geyrhalter in The Border Fence doet, zonder commentaar of moraliserende vinger te heffen. En het hek? “Voor zover ik weet ligt dat nog altijd opgeslagen in de container.”

Het tribunaal is fictief maar de echte betrokkenen komen getuigen? “Precies. Omdat het een kunstproject is, denk ik, was het voor betrokkenen niet bedreigend om mee te werken. Maar ook al is het fictief, het belang is niet te overschatten. In die twintig jaar zijn meer dan 6 miljoen mensen als gevolg van het conflict om het leven gekomen. Honderdduizenden vrouwen zijn verkracht. “Er heerst volstrekte wetteloosheid en ondertussen wordt het land leeggeroofd. Geen enkele dader is bestraft. Terwijl erkenning voor de slachtoffers cruciaal is om hun leven weer op te kunnen pakken. Dat is het belang van deze film. Mensen willen ontzettend graag gehoord worden.” Ronald Rovers The Congo Tribunal (2017) Regie Milo Rau.


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

6

GOLDIE Regie Sam de Jong

Ook in het echt deed Slick alsof ze alles had Filmmaker Sam de Jong maakt met ‘Goldie’ een spetterend Amerikaans debuut, over drie zusjes die uit handen van jeugdzorg proberen te blijven. Hij baseerde het verhaal deels op het leven van zijn hoofdrolspeelster Slick Woods, inmiddels een wereldberoemd fotomodel. interview Belinda van de Graaf

Z

ijn tragikomische speelfilmdebuut ‘Prins’ (2015) was meteen een groot succes. Origineel en indrukwekkend, zo noemden critici de film over een Nederlands-Marokkaans jongetje dat voor galg en rad dreigt op te groeien. Met een vrolijke mix van acteurs, amateurs, kickboksers en rappers tekent Prins het leven op een zomers Amsterdams pleintje. Met bravoure en een scherp oog voor straattaal, muziek- en videocultuur. Na deze klapper vertrok scenarist en regisseur Sam de Jong (nu 32 jaar) naar Amerika om daar zijn geluk te beproeven. En ziedaar, na vier jaar buffelen is er ‘Goldie’, de openingsfilm van het Movies that Matter-festival. Het origineel vormgegeven jongerendrama – met toefjes animatie – beleefde vorige maand zijn wereldpremière op het filmfestival van Berlijn waar

De Jong met een zucht van verlichting de pers te woord stond. “Ik heb net de eerste reacties op Goldie gehoord, en die zijn gelukkig enthousiast.” Goldie is een New Yorkse tiener die samen met haar moeder en twee zusjes in een opvanghuis woont waar de matrassen overdag tegen de muur staan. Ze zijn het gewend om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar als Goldie haar baantje in een kledingzaak kwijtraakt en haar moeder tot overmaat van ramp in de gevangenis belandt, zetten Goldie en haar zusjes het op een lopen. Om uit handen te blijven van jeugdzorg, kloppen ze aan bij familie en vrienden, maar het blijkt nog knap moeilijk om met z’n drieën onderdak te vinden. Goldie heeft ondertussen alle hoop gericht op een videoclip waaraan ze als danseres mag meedoen. Voor de 18-jarige is dat het tofste wat er is: poseren met gele oogschaduw, in een gele jas, in een gele auto. Grote troef van de film is de hoofdrolspeelster. Goldie wordt met speelse energie gespeeld door Slick Woods (22),

een wereldberoemd Afro-Amerikaans fotomodel dat zich niets aantrekt van het heersende schoonheidsideaal. Met haar kaalgeschoren schedel, grote spleet tussen de tanden en tatoeages over het hele lichaam is ze een nieuwe trendsetter. Ze poseerde onder meer voor Calvin Klein en Marc Jacobs, wordt op handen gedragen door Kanye West en Rihanna en telt als Instagirl bijna een miljoen volgers. Slick Woods – echte naam Simone Thompson – rookt graag een jointje, is openlijk biseksueel en poseerde afgelopen jaar vol trots met een grote, zwangere buik in de modebladen. Dat was boffen, dat Slick Woods de hoofdrol wilde spelen in je film? “Ja, nogal. Maar toen ik haar ontmoette in het najaar van 2016 was ze nog helemaal niet beroemd. Dat kwam allemaal daarna pas. Ik was in New York bezig met het schrijven van een scenario en werd gekoppeld aan castingagenten. Die lieten me verschillende foto’s zien van mogelijke hoofdrolspeelsters. Ik

‘De scène waarin Goldie’s moeder wordt gearresteerd, heeft Slick zelf als zesjarig meisje meegemaakt’

viel meteen voor het portret van Slick Woods, omdat ze zo’n uitzonderlijke verschijning was. “In een café in Little Italy, een wijk in New York waar de modewereld zit, werd ik aan haar voorgesteld. Zij had ter voorbereiding op ons gesprek mijn eerste film Prins bekeken, en was enthousiast. Ze vond het een inspirerende film, zei ze, en ze wilde graag samenwerken.” Klopt het dat Slick Woods zelf dakloos was? En dat er dus biografische elementen in de film terecht zijn gekomen? “Ja, ik vertelde haar over mijn idee om een film te maken over de helende kracht van popcultuur. Zij veerde meteen op. Ze zei veel te weten over dat onderwerp, want ze was tien jaar dakloos geweest in Los Angeles. Op straat was ze uiteindelijk ontdekt als fotomodel en door klussen aan te nemen in de modewereld had ze haar leven een wending kunnen geven, vertelde ze. “Haar moeder zit in de gevangenis, net zoals de moeder in de film. Er is een


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

7

FOTO MERLIJN DOOMERNIK

DE KEUZE VAN

YOUSEF GNAOUI

E Voor Goldie (Slick) is het tofste wat er is: poseren met gele oogschaduw, in een gele jas, in een gele auto.

is de manier. Slick vertelde me dat ze toen ze op straat leefde, altijd nieuwe schoenen droeg. Ze deed er alles aan om haar armoede te verbloemen. Je ziet het terug in de film, in de vele soorten sneakers die ze draagt, in alle uitdossingen en poses.”

FOTO TIBOR DINGELSTAD

Was het niet moeilijk voor haar om bepaalde scènes uit haar eigen leven na te spelen? “Ja, zeker, de scène waarin Goldie’s moeder wordt gearresteerd. Dat heeft zij als meisje van zes jaar meegemaakt. Je opent dan een deur en daarachter zit een groot trauma. Je moet daar samen, als regisseur en actrice, mee om leren gaan. “Dat soort momenten zijn bijzonder emotioneel en ingewikkeld, al moet ik zeggen dat het op een bepaalde manier ook wel helend was, therapeutisch bijna. Als filmmaker heb ik van zulke situaties veel geleerd. Filmmaken is geen spelletje. Het gaat over echte mensen met echte pijn.”

Sam de Jong: ‘Ik was nog met Slick aan het sparren, toen haar carrière als fotomodel een enorme vlucht nam. Vrij bizar om mee te maken.’

hoop gebeurd in haar persoonlijke leven en delen daarvan zijn in het verhaal terechtgekomen. Ik zat nog in de schrijffase, was met haar aan het sparren, toen haar carrière als fotomodel, en ook als rolmodel, een enorme vlucht nam. Dat was vrij bizar om mee te maken.” Goldie is in de film verknocht aan glamour, aan spullen die ze eigenlijk niet kan betalen. Ayoub, het jongetje in Prins, was op een grappige manier

geobsedeerd door het juiste merk zonnebril. “Ja, dat klopt wel. Ik denk dat als je opgroeit zonder religie, dat er een soort troost te vinden is in het uitvogelen van wie je bent en hoe je jezelf presenteert. Ik kan me daar veel bij voorstellen, want ik ben zelf vaak onzeker. Die zoektocht naar je identiteit is wel iets waar ik heel erg mee bezig ben, en wat blijkbaar doorsijpelt in mijn films. “Maar hoe presenteer je jezelf als je niks hebt? Doen alsof je alles hebt, dat

Bevalt het eigenlijk om in Amerika te leven en te werken? Veel jonge filmmakers dromen ervan. “Ik had het geluk dat 20th Century Fox, een grote Amerikaanse studio, door Prins geïnteresseerd was geraakt om met mij een nieuwe film te ontwikkelen. Ik ben toen naar New York gegaan om onderzoek te doen. Ik kreeg een kleine schrijf- en researchbijdrage. “Om rond te komen moest ik tussendoor ook wel commercials draaien. Het was scharrelen. Dat doet iedereen in New York. Anders overleef je niet. Ik woon nu, na vier jaar New York, in Los Angeles. Dat is ook wel een bijzondere stad. Ik heb het gevoel dat ik veel leer. Tegelijkertijd verlang ik ernaar om thuis te zijn. Ik heb ook heimwee.” Goldie opent op 22 maart (21.00) het festival. Na afloop van de vertoning op 23 maart (14.00) geeft regisseur Sam de Jong een masterclass.

rgens tussen Israël en Egypte surfen jonge Palestijnen over de golven van de Middellandse zee. Om bij hun surfclub te komen, rijden ze dwars door de verwoeste straten van Gaza-Stad. Voor Movies that Matter koos de Amsterdamse zanger en componist Yousef Gnaoui – artiestennaam Sef – de film ‘Gaza Surf Club’. Er zijn door de jaren heen best veel films gemaakt over Israël en Palestina. Waarom wilde je deze? “Omdat Gaza Surf Club niet inzoomt op het conflict, maar op de mensen die daar gewoon mensen willen zijn. Zoals overal op de wereld. Surfen is iets wat we met het Westen associëren. Maar ook jongeren daar willen natuurlijk genieten van het leven. Ik vond het een mooie metafoor voor dat we eigenlijk allemaal hetzelfde zijn.”

De jongen die een surfschool wil beginnen, kan niet eens een surfplank geïmporteerd krijgen. “Ze hebben inderdaad veel gedoe om die planken het land in te krijgen. Het zijn prachtige kleine verhalen. De tofste gast is iemand die we helemaal niet associëren met surfen, want wij denken bij surfers aan lange gasten met blond haar. Maar dit is een Palestijnse man met een snor. Zelfs ik, ik ben half Arabisch, blijk zo geprogrammeerd dat ik een mening heb over mensen op basis van hun uiterlijk en cultuur.” “Maar ook al is het Israël dat het deze jongeren moeilijk maakt om surfplanken in te voeren, de film is geen aanklacht. Het verhaal is beschouwend. Kijk, we hebben allemaal een mening over wat daar aan de hand is. En het lijkt misschien wel nooit opgelost te worden. “Dus laten dealen met de realiteit van de situatie en kijken hoe we het leven van mensen op een andere manier aangenamer kunnen maken. Zo’n aanpak werkt ook beter. Ik denk dat mensen snel hun oren dicht doen als ze het gevoel hebben dat ze les krijgen. “Gaza Surf Club pakt een klein onderwerp – de liefde voor surfen van een paar jongens en meisjes – en vertelt er stiekem een groot verhaal mee.” Ronald Rovers

Gaza Surf Club (2016), Regie Philip Gnadt en Mickey Yamine


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

20

DADDY AND THE WARLORD Regie Shamira Raphaëla

‘Papa, wat deed jij tijdens de oorlog?’ Haar vader kon het goed vinden met rebellenleider en ex-president van Liberia Charles Taylor, die werd veroordeeld voor gruwelijke oorlogsmisdaden. Hoe zit dat? Clarice Gargard reisde voor een persoonlijk zoektocht af naar Liberia. interview Remke de Lange

M

ijn vader was altijd een held, idealistisch, ambitieus. Ik keek tegen hem op.” De Amerikaans-Nederlandse Clarice Gargard (1988) is programmamaker voor BNNVARA en columnist voor NRC. Met haar werk mengt ze zich in maatschappelijke debatten, vooral rond onderwerpen als ongelijkheid en diversiteit. De relatie tussen haar vader en Taylor houdt haar al lang bezig. “Als kind ben ik met mijn vader eens op bezoek geweest bij Charles Taylor. Ik kreeg koekjes, ik vond het een heel aardige man.” Ze groeide op in Nederland – met haar vader ver weg in Liberia – studeerde journalistiek en zo ontstond het plan om een film te maken. Want: wat heeft haar vader nu precies met Taylor te maken?

Charles Taylor was president van Liberia tussen 1997 en 2003, en betrokken bij de burgeroorlogen die in de jaren negentig in zijn land en buurland Sierra Leone woedden. In 2013 werd Taylor door het Speciaal Hof voor Sierra Leone veroordeeld tot 50 jaar celstraf wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Een vroege scène in de documentaire laat al iets zien van de dynamiek tussen vader en dochter. Terwijl Gargard in de auto vanaf het vliegveld emotioneel contact probeert te maken (‘Heb je me gemist, papa?’) praat vader graag over andere zaken. Zonnepanelen bijvoorbeeld. In de film spreekt Gargard mensen die bevestigen dat haar vader een hooggeplaatste ambtenaar was, en een cruciale figuur voor de telecommunicatie die Taylor inzette tijdens zijn bewind. Opvallend vaak vertellen haar gesprekspartners wel iets, maar niet veel. Alsof het verleden te dichtbij is en de sociale, maatschappelijke, misschien

wel politieke banden nog te zeer verstrengeld zijn. Meerdere keren komen bekenden, zoals voormalige collega’s, spontaan op vader en dochter afgestapt om Gargard senior ‘vereerd’ de hand te schudden en te bedanken voor wat hij voor het land heeft gedaan. De verwarring op het gezicht van zijn dochter wordt met de dag groter. Een op een met de man die ze altijd zo heeft bewonderd, wordt ze niet veel wijzer. Ze koken en eten samen, hebben het best gezellig. “Wat deed je tijdens de oorlog?”, vraagt ze hem op de man af. Haar vader is een joviale prater, maar blijft hier op de vlakte. “Taylor wilde communicatie. En ja, ik zorgde daarvoor.” Is hij bang om voor de camera uit de school te klappen? Of om de relatie met zijn kind in gevaar te brengen? Gargard komt er niet helemaal uit. “Mijn vader en ik, we leven in verschillende kaders. Hij snapt wat ik wil weten, en ik snap wat hij wil zeggen.

‘Mijn vader snapt wat ik wil weten, en ik snap wat hij wil zeggen. En toch begrijpen we elkaar niet.’

En toch begrijpen we elkaar niet. Ik denk dat het tekenend is voor zijn generatie en voor de situatie in Liberia, dat dit soort dingen niet helder worden uitgesproken.” Heeft dat tot hevige conflicten geleid? “Nee, geen conflicten. Wel irritaties.” Gargard en regisseur Shamira Raphaëla verweven de persoonlijke zoektocht met getuigenissen van burgers die destijds zijn getroffen door het oorlogsgeweld. “Het ging ons niet zozeer om de gruwelijkheden, we hebben vooral gevraagd naar hoe het leven van gewone mensen door de oorlog op z’n kop werd gezet. “Dat je je mooie kleren hebt aangetrokken om naar de kerk te gaan, geweerschoten hoort, en halsoverkop moet vluchten. Dat is heftig om mee te maken. En een verhaal waar ook Nederlandse kijkers zich misschien iets bij kunnen voorstellen.” Daddy and the Warlord is geen film van grote openbaringen. Archieven en officiële instanties in Liberia


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

21

Het hondje steekt over en mag niet terug naar het Griekse deel

K

Boven: journaliste Clarice Gargard. Links: Een van de slachtoffers van de burgeroorlog in Liberia. De film toont hun beeld, via de voice-over zijn hun getuigenissen te horen.

RECENSIES

omedies zijn bij uitstek geschikt om onze soort de maat te nemen. Vooral als de humor droog is, zoals in ‘Smuggling Hendrix’, het regiedebuut van de Cypriotische filmmaker Marios Piperides. Yianni leeft als dertiger in de GrieksCypriotische hoofdstad Nicosia. Ooit was hij een veelbelovend muzikant met een prachtige vriendin. Nu heeft hij alleen nog een ex. En schulden. En Jimi natuurlijk, zijn slimme hondje. De film begint drie dagen voor Yianni naar Nederland vertrekt, waar hij onder het ietwat naïeve motto ‘Muzikanten verhongeren niet’ een nieuw leven wil opbouwen. Jimi heeft duidelijk andere plannen. Tijdens een wandeling rent het hondje naar het Turks-Cypriotische

Hollandser dan tulpen toch, om maar iets te noemen? Mis, verzucht een van de personages. Tulpen zijn door de Turken uit Azië gehaald en toen door westerse diplomaten naar Europa gebracht. Tradities, landen, culturen, lijkt de film te willen zeggen, hebben iets willekeurigs en veranderen voortdurend. Wat niet verhindert dat de levens van miljarden mensen erdoor worden bepaald. Hasan bijvoorbeeld, krijgt van de Grieken geen paspoort omdat hij volgens hen de zoon van een bezetter is. Zelfs Yianni blijft hem lang zo noemen. En toch, aan het eind, zijn ze in deze slimme combinatie van politieke komedie en coming-of-age drama allemaal iets wijzer. Ook al wil Yianni’s ex hem nu echt nooit meer zien. Ronald Rovers

SMUGGLING HENDRIX Regie Marios Piperides

De bescheiden strijders van NYPD tegen een onrechtvaardig systeem

I

bieden weinig houvast. Hooguit zijn er veel meer getuigenissen te vinden van gebeurtenissen die niet ver in het verleden liggen. Voor de kijker misschien wat frustrerend. Gargard is er nuchter onder. “Ik denk niet dat ik meer feiten boven water ga krijgen. De een zegt dit, de ander zegt dat. Dit is wat het is, en misschien is dat niet zwart-wit.” Toch is het graven voor haar nog niet afgelopen. Gargard is bezig met een boek over hetzelfde onderwerp, met meer persoonlijke verdieping. “Tijdens de opnamen ging het allemaal zo snel, er kwam van alles op me af. Voor het boek wil ik de tijd nemen om te verwerken wat ik allemaal heb gehoord.” Hoe is ondertussen de relatie met haar vader? “Die is niet slechter geworden, ook niet beter. Wel echter. Hij is geen held meer, maar een mens. Met misschien wel kanten waar ik niet zo trots op ben. Ik heb een realistischer beeld van mijn vader.”

deel van de stad, maar als Yianni hem eindelijk vindt, blijkt de hond van de grensbewaking niet meer naar het Griekse deel terug te mogen. Omdat hij dan ‘het hele Griekse ecosysteem in de war schopt’. Het is het begin van een avontuur met steeds nieuwe obstakels, waarin Yianni met z’n ex aan de Turkse kant belandt, smokkelaars inschakelt en te land en ter zee achtervolgd wordt. Maar hij vindt daar ook zijn geboortehuis terug, waarin hij woonde voor de Turkse invasie in 1974. Daar maakt hij kennis met Hasan, de man die er nu woont. Smuggling Hendrix laat op luchtige wijze de bizarre realiteit van de gescheiden stad zien. De essentie van de film bestaat uit vragen als: wat betekent geboortegrond? Wat is een land? Een cultuur? Wat zijn tradities? Niks

k ga niet met getallen op pad.” De New Yorkse Sandy Gonzales ging bij de politie om mensen te helpen. Maar in de praktijk krijgt hij opdracht om met een minimumaantal boetes en arrestaties thuis te komen. Quota zijn bij de New Yorkse politie, NYPD, al in 2010 afgeschaft. Toch worden agenten die aan het eind van de maand niet genoeg ‘getallen’ hebben verzameld tegengewerkt, op een zijspoor gezet of voor nachtdiensten ingedeeld. De documentaire ‘Crime + Punishment’ volgt gedurende enkele jaren verschillende politieagenten die zich verzetten tegen een systeem dat grote, ontwrichtende gevolgen heeft

CRIME + PUNISHMENT Regie Stephen Maing

voor de gemeenschap die zij nou juist zouden moeten dienen. 900 miljoen dollar dragen arrestaties en bekeuringen bij aan de jaarlijkse begroting van de stad, zo meldt documentairemaker Stephen Maing (‘High Tech, Low Life’) in zijn film. Niet vreemd dat politieagenten worden aangespoord op patrouille in volkse delen van de Bronx of Brooklyn hangjongeren aan te spreken. Fouilleren, wat duwen en trekken en even later heb je een arrestant in de auto. “Natuurlijk zoek je kwetsbare doelwitten uit”, geeft een politieman toe. “Zwarte jongens, mensen uit de lhbt-gemeenschap.” In beheerste, rustig gemonteerde beelden maakt de filmmaker de frustra-

tie van agenten inzichtelijk én kijkt hij naar de sociale effecten, zoals tienerjongens met een reeks onterechte arrestaties op hun naam. Of ongewapende arrestanten die door politiegeweld omkomen. Terwijl de beleidsmakers hooguit op tv-schermen langskomen, kiest Maing, soms met verborgen camera en geluidsapparatuur, consequent de kant van bescheiden strijders die van binnenuit iets willen veranderen. Als kijker krijg je veel ontzag voor de twaalf agenten die zelfs een rechtszaak tegen de NYPD aanspannen. Niet alleen hun strijdlust, ook hun loyaliteit aan de politie is indrukwekkend. Blijkbaar zijn ze ‘geboren’ voor dit vak. Remke de Lange


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

22

THE FEMINISTER Regie Viktor Nordenskiöld

Zweden heeft een feminister, hoe stoer is dat De Zweedse minister van buitenlandse zaken Margot Wallström bedrijft ‘feministische politiek‘. De 64-jarige powervrouw houdt seksegenoten een spiegel voor: ‘Jullie moeten het zélf doen.’ tekst Romana Abels

O

p de webpagina van de Zweedse minister van buitenlandse zaken staat een handleiding, bedoeld voor haar internationale collega’s. ‘Feministische buitenlandse politiek’ heet het: het is een boek van ruim 110 pagina’s met een gedetailleerde beschrijving van wat feministisch beleid is. De auteur: Margot Wallström, een powervrouw van nu 64 jaar die al op haar 25ste lid werd van het Zweedse parlement en afgelopen januari voor de tweede keer werd benoemd tot minister van buitenlandse zaken. Wallström is de hoofdpersoon van ‘The Feminister’, een film die haar volgt in de eerste vier jaar van haar ministerschap. Jaren waarin ze het aan de stok krijgt met Saudi-Arabië door dat land gewoon, open en bloot, een dictatuur te noemen. Waarin ze de toorn van Israël wekt door Palestina te erkennen. Waarin ze een succesvolle poging doet om de Amerikanen en de Noord-Koreanen nader tot elkaar te brengen en waarin ze

een tijdelijke zetel in de VN-veiligheidsraad op de Nederlanders weet te veroveren. “Ik ben bloednerveus. Die Nederlanders zien er helemaal niet zenuwachtig uit”, zegt ze vlak van te voren. Toch gaan de meeste stemmen naar haar. Margot Wallström is dan ook zeker geen beginner. Ze bezette in haar leven als minister al drie andere ministeries en twee Eurocommissariaten. Toen ze tegen haar zestigste Buitenlandse Zaken kreeg, wist ze precies hoe ze het hebben wou: gelijkheid tussen man en vrouw moest niet langer een frase zijn, een soort brave tegeltjeswijsheid voor in de wetboeken, maar het moest actief beleid zijn. “Uit onderzoek blijkt dat maatschappijen waarin mannen en vrouwen gelijken zijn, gezonder zijn, sterkere economische groei kennen en veiliger zijn. Ook blijkt dat gendergelijkheid bijdraagt aan vrede en dat vredesonderhandelingen waaraan vrouwen deelnamen een grotere kans maken om duurzaam resultaat op te leveren”, zegt Wallström in haar boek. Dus ging ze aan het werk, overal pratend met vrouwen. “Jullie moeten het zélf doen”, vertelt ze hun.

De Zweden vinden haar de meest betrouwbare minister van het hele stelletje Dat is een les die ze ook op zichzelf toepast. “Het is een eenzaam vak”,vertelt ze in een van de weinige momenten in de film dat het niet over haar politieke resultaten gaat. “Dat is gek om te zeggen, want je bent altijd wel omringd door allerlei mensen. Maar uiteindelijk gaat het om jóuw afwegingen, jóuw beslissingen.” Het valt haar niet licht. “Je wordt snel oud in dit beroep”, merkt ze op als ze voor een televisieoptreden weer eens bij een visagist zit. Sterker nog: haar gezondheid kan haar politieke leven een tijd lang niet bijbenen, als ze een door stress veroorzaakte aandoening oploopt. Het is maar even nadat ze zelfs de verjaardag van haar echtgenoot is vergeten.

“Het was doodnormaal om politiek actief te zijn toen ik jong was”, zei Wallström ooit in een interview met de Financial Times. “Protest was een manier van leven voor ons.” Zo kwam zijzelf bij de sociaal-democraten terecht. Maar waar de anderen afhaakten, ging Wallström door. Dat Zweden in 2016 het recordaantal van 80.000 vluchtelingen opnam, werd Wallström indertijd door menig Zweed best wel kwalijk genomen. Maar toen ze een maand geleden opnieuw tot minister van buitenlandse zaken werd benoemd, bleek uit een opiniepeiling dat de Zweden haar de meest betrouwbare minister van het hele stelletje vinden.


TROUW DONDERDAG 7 MAART 2019

23

We krijgen allemaal bloedvis op ons bord Veel Thaise vissersschepen zijn drijvende gevangenissen. Aan boord heerst een afschuwelijk regime van mishandeling en terreur. Waar komt de gevangen vis terecht? tekst Jeroen den Blijker

GHOST FLEET Regie Shannon Service en Jeffrey Waldron

De slavernij in de viswereld is niet specifiek een Thais probleem, ook uit andere werelddelen zijn verhalen bekend van uitbuiting op zee.

D

eugt de vis op ons bord? Wie ‘Ghost Fleet’ ziet, kan niet aan die vraag voorbij. Want slavernij op zee is niets bijzonders, is de boodschap van deze onrustbarende documentaire. Wat is hierop het antwoord? Een film over visserij staat al snel garant voor mooie beelden. Van scheepjes die bij avondlicht ronddobberen op de Indische Oceaan. Van vis die verhandeld wordt op kleurrijke marktjes. Of van haventjes, waar bootjes na hun lange reis op adem komen. Ghost Fleet heeft het allemaal. Maar de film laat ook een gruwelijke keerzijde van de visserij zien. Aan het begin van de film vertelt een jongen hoe hij in Bangkok op zoek is naar het gezelschap van een meisje. “Dat is het laatste wat ik me herinner.” Daarna werd hij wakker, op een bed dat schommelde. Op beeld zie je hem uit een kajuit kruipen en over de zee staren. “En toen was het met me gedaan. Ik was eigendom geworden.” Slavernij, hij dacht eigenlijk dat het niet meer bestond.

Vijf jaar gevangen zitten op een boot is niks bijzonders. In Ghost Fleet regent het getuigenissen van ex-slaven die tien, twaalf of zelfs vijftien jaar ronddobberen op een Thais vissersschip. Vaak zijn het Burmezen of Cambodjanen die in Thailand hun geluk wilden beproeven maar daar in handen vielen van mensenhandelaren. Ze komen zonder papieren de grens over, worden onder valse voorwendselen geronseld. Werk op een kippenfarm of in een garnalenkwekerij wordt beloofd. Als de werkelijkheid tot hen doordringt, is het te laat. “Er is ook niemand die je helpt”, vertelt een van de slachtoffers. “Politie, maffia en de vishandelaren, ze werken allemaal samen.” De slavernij in de viswereld is niet specifiek een Thais probleem: ook uit andere werelddelen zijn verhalen bekend over uitbuitingen op zee. Sommige deskundigen schatten dat 10 procent van alle zeevis langs deze weg op ons bord komt. Wel heeft Thailand een van de grootste vissersvloten ter wereld waarvoor het steeds lastiger is goed personeel te vinden. Door overbevissing moet de vis namelijk van steeds verder weg komen. Thai hebben geen zin om maandenlang van huis weg te zijn. De mensenhandel

‘Er is niemand die je helpt. Politie, maffia en visbedrijven, ze werken allemaal samen’

is dus een uitkomst voor de visserijbedrijven. De verhaallijn van Ghost Fleet is vrij overzichtelijk: die volgt de pogingen van de moedige Thaise Patima Tungpuchayakul. Met haar organisatie LPN zet ze zich in voor voormalige slaven. Ruim 4000 slaven bracht ze zo weer in contact met hun familie. Ze werkt nauw samen met de voormalige slaaf Tun Lin, die op veertienjarige leeftijd, vanuit Burma, liefst 11 jaar lang op een Thais visserschip gevangen werd gehouden en getuige was van gruwelijke praktijken. En passant sporen ze ook nog belangrijke getuigen op van de mishandelingen die de monnik Prosath op een slavenboot onderging. “Ik wil wraak”, zegt hij in de film. Hij zat ruim vijf jaar gevangen op zee, werd daar zo zwaar afgetuigd dat hij aan één oog blind is. Hij eist schadevergoeding én loon van de vismaatschappij. Ghost Fleet schetst tot in detail hoe de Thaise vissersboten fungeren als drijvende gevangenissen. Aan boord heerst een afschuwelijk regime van mishandeling en terreur. Zelfmoord, maar zelfs ook moord, is niks bijzonders. Slechts een enkeling weet aan dit regime te ontsnappen. Bijvoorbeeld door in zee te

duiken als er land in zicht is. Of door het oerwoud in te vluchten, zodra een boot ergens aanlegt. Soms lukt dat ontsnappen, soms ook niet. Wie wordt achterhaald, wordt opgesloten als een beest in een kooi. Tot het schip weer uitvaart. De werkzaamheden van Patima en Tun zijn een prima kapstok voor de regisseurs Shannon Service en Jeffrey Waldron om mensonwaardige praktijken in de Thaise visserij aan de kaak te stellen. Zwak is wel dat geen enkele vismaatschappij of kapitein wordt genoemd en dat ieder weerwoord ontbreekt. Namen en rugnummers zijn juist zo gewenst omdat illegaal gevangen vis gemakkelijk in het legale circuit belandt. De film meldt aan het eind wel dat de dubieuze Thaise vis gewoon in restaurants en bij grote (westerse) supermarktketens wordt verkocht. Voor de viseter met een geweten is dat vervelend. Ook omdat MSC, een keurmerk voor verantwoorde visserij, pas sinds een paar jaar dwang- en kinderarbeid op zee op de agenda heeft staan. De visserijsector is zo complex dat een sluitende controle nog jaren op zich laat wachten. Tot die tijd is dus weinig zeker over de tonijn op je bord.


Profile for Movies that Matter

Movies that Matter Festivalkrant 2019 Trouw  

Op 7 maart is de Movies that Matter Festivalkrant van de editie 2019 verschenen bij dagblad Trouw. Het Movies that Matter Festival vindt pla...

Movies that Matter Festivalkrant 2019 Trouw  

Op 7 maart is de Movies that Matter Festivalkrant van de editie 2019 verschenen bij dagblad Trouw. Het Movies that Matter Festival vindt pla...

Advertisement