__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Werken voor BOB Bewoners, Ondernemers, Bezoekers


Inhoudsopgave

Voorwoord

Bewoners, Ondernemers en Bezoekers

2

Werken aan een duurzame stad Amsterdam verlicht Jan van der Heyden: uitvinder olie-lantaarn Veilig, prettig en duurzaam verlicht Wat vindt BOB?

6 8 10 12 15

26

4

16

Werken aan een gezond Amsterdam Amsterdam gezond  Louis Heijermans: ziektes genezen en voorkómen Aanpak Gezond Gewicht Wat vindt BOB?

18 20 22 25

36

Werken aan diensten voor BOB Amsterdamse dienstverlening 28 Fré Cohen: ontwerper huisstijl gemeente Amsterdam 30 Stadsloketten: tot uw dienst  32 Wat vindt BOB? 35

Werken aan financiële dienstverlening Amsterdamse boekhouding 38 Harke Keegstra: oprichter Gemeentegiro Amsterdam 40 Amsterdams Financieel Systeem 42 Wat vindt BOB? 45

Het werk ligt op straat Stadsbeheer 

46

Zo werkt de gemeente Amsterdam 

Regels zijn soms te vierkant Ombudsman

48

Amsterdamkunde

57

Beeld­verant­woording

52

58

1


Voorwoord Dit boekje is gemaakt voor alle medewerkers van de gemeente Amsterdam. Voor iedereen die werkt voor de bewoners, ondernemers en bezoekers van onze stad. Om even stil te staan bij de vragen: Waarom doen we dit? Voor wie doen we dit? Hoe doen we het eigenlijk? Hoe deden we het vroeger en hoe doen we het nu? 'Amestelledamme' werd voor het eerst genoemd in het Tolprivilege van 27 oktober 1275. Nog even en Amsterdam bestaat dus 750 jaar. De stad is in die tijd gegroeid van een klein dorp aan de monding van de Amstel, tot de metropool die het nu is. En de veranderingen stoppen niet.   Misschien bereiken we in 2030 het magische getal van 1 miljoen inwoners. Al die mensen moeten kunnen wonen, werken, reizen, sporten en ontspannen in de stad. Het moet er veilig zijn. Het moet er schoon zijn. Het moet een goede stad zijn voor de mensen die er wonen, die er werken en voor de mensen die ons bezoeken.   In dit boekje vertellen collega’s over hun werk voor de stad. En wordt een brug geslagen tussen heden en verleden. Je ziet dat er veel verandert in hóe we de dingen doen, maar veel minder in wát we doen. We zorgen al 500 jaar voor goede verlichting in de stad. We beschikken al ruim 100 jaar over een gemeentelijke gezondheidsdienst. We innen al 750 jaar belastingen. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.   Allemaal werken we voor Amsterdam. En daar zijn we trots op!   Amsterdam, 2018   Femke Halsema, Wil Rutten, Burgemeester Gemeentesecretaris  

2

Werken voor BOB


“We staan op de schouders van reuzen.” Isaac Newton Brief aan Robert Hooke, 15 februari 1676: ‘If I have seen further it is by standing  on ye shoulders of Giants.’

3


Werken voor BOB Bewoners, Ondernemers en Bezoekers Amsterdamse ambtenaren werken elke dag voor BOB. Zij werken aan een stad waar bewoners, ondernemers en bezoekers met plezier zijn. Dat werk doen ambtenaren al bijna 750 jaar. Wat merkt BOB van al die inspanningen? Ambtenaren van vroeger en ambtenaren van vandaag de dag vertellen over hun resultaten voor de stad. BOB in Amsterdam Het aantal inwoners van Amsterdam neemt de laatste jaren toe met ongeveer 10.000 mensen per jaar. Op 1 januari 2018 had Amsterdam 856.000 inwoners. Dat kunnen er in 2030 wel eens een miljoen zijn. Amsterdam had in 2017 527.000 arbeidsplaatsen. Tussen 2005 en 2015 kwamen er 90.000 banen bij. In de toeristische sector zijn 61.000 arbeidsplaatsen.

In 2005 werd Amsterdam bezocht door 11 miljoen toeristen en dagjesmensen. In 2018 zijn dat er 21 miljoen. De trend wijst op een stijging van het aantal bezoekers naar 25 miljoen in 2025. Maar er zijn ook signalen die wijzen op een sterkere groei. In 2015 besteedden de bezoekers 6,3 miljard euro in de stad. Hart voor Amsterdam Ambtenaren werken hard voor de stad. Met hart voor de stad. Dat was vroeger niet anders dan tegenwoordig. Jan van

Ambtenaren van de reiniging en bewoners verwijderen samen zwerfafval tijdens de Nationale Opschoondag.

4

Werken voor BOB


Bezoekers bekijken de plattegrond van Amsterdam op het Orlyplein voor Station Sloterdijk.

der Heyden hielp Amsterdam aan goede stadsverlichting. Louis Heijermans deed veel voor de gezondheid van arbeiders. Fré Cohen ontwierp een zakelijke huisstijl voor de gemeente Amsterdam. En  Harke Keegstra was oprichter van  de Ge­meente­giro. Hun verhalen lees  je in dit boek. Waar werk jij aan voor BOB? Wat zie jij in de stad terug van je werk? Waar ben jij trots op? In dit boek gaan collega’s met elkaar in gesprek over hun werk. Over beleid én over uitvoering. Deze gesprekken gaan over vier onderwerpen: • Werken aan een duurzame stad • Werken aan een gezond Amsterdam • Werken aan diensten voor BOB • Werken aan financiële dienstverlening Ambtenaar voor Amsterdam Ambtenaren volgen in hun werk de keuzes van de politiek. Hoe zit dat nu precies? We staan stil bij de bestuurlijke organisatie en de ambtelijke organisatie van de gemeente Amsterdam. In de afgelopen periode hebben we hard gewerkt aan de ontwikkeling van de

ambtelijke organisatie. Eén organisatie in dienst van bewoners, ondernemers en bezoekers met één gezicht naar buiten. Deze ontwikkeling is nog niet af. De komende jaren bouwen we verder aan de organisatie. De stad staat voor grote opgaven. De samenleving en wetgeving stellen nieuwe eisen. Dat vraagt om nieuwe oplossingen. De rol van de ambtenaar is hierbij heel belangrijk. Ook komt BOB aan het woord. Waar lopen bewoners, ondernemers en bezoekers in de gemeentelijke organisatie tegenaan? De Ombudsman vertelt hier over. Hij is de schakel tussen BOB en gemeente: ‘Regels zijn soms te vierkant. Dan blijkt soms dat mensen hard getroffen worden door bepaalde regels, waar dat eigenlijk niet de bedoeling was. Daar ga ik mee aan de slag.’ Dit boek is een historisch verhaal over werken voor BOB. De verschillen met vroeger zijn groot. Maar er zijn ook overeenkomsten. Uit de geschiedenis kunnen we lessen trekken voor het heden en voor de toekomst. Zo zijn we nog beter in staat om ons werk te doen.

5


B

Werken aan een duurzame stad

6

Werken voor BOB


O

B

Bewoners, ondernemers en bezoekers: Links een Amsterdams Weesmeisje. Midden boekhandelaar Pieter Warnars op de Vijgendam. Rechts reizigers en wandelaars bij de Leidsepoort.

7


Amsterdam verlicht Werken aan een duurzame stad Amsterdamse ambtenaren werken aan een duurzame stad. Stadsverlichting is een goed voorbeeld van duurzaamheid. Eerst brandden straatlantaarns op kaarsen en daarna op olie. Nu investeert de gemeente in moderne led-verlichting.

Lantaarnopstekers vulden de reservoirs van de olielantaarns en ontstaken ze bij zonsondergang. Ze legden een eed af waarin ze beloofden de overgebleven olie terug te geven aan de gemeente.

Energie De stad groeit en het gebruik van energie in Amsterdam groeit mee. Het doel is om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. In 2050 moet dit 95% zijn. Om dit te bereiken moet Amsterdam veel minder energie gaan gebruiken. Op dit moment gebruikt de gemeente Amsterdam ongeveer 359 miljoen kWh per jaar voor haar straatverlichting, panden, infrastructuren en tractie (treinen, metro, trams). Dit is ongeveer 8% van

8

Werken voor BOB

het totaal verbruik in Amsterdam. Alle stroom die de Amsterdamse organisatie gebruikt, is afkomstig van windmolens op Nederlands grondgebied. Stadsverlichting De straatverlichting in Amsterdam is steeds duurzamer, doordat we overgaan op led-verlichting. Ook voor verlichting van gebouwen en monumenten wordt steeds vaker led gebruikt. Het is belangrijk dat verlichting een prettig


De Grimburgwal bij nacht, met op de voorgrond een lantaarnpaal met nieuwe LED-verlichting.

en veilig gevoel geeft in de openbare ruimte, de huiskamer van de stad. Stadsverlichting speelt daarbij een grote rol bij. Je kunt er bijvoorbeeld een boodschap mee afgeven. Zo gaat op 4 mei in Amsterdam de straatverlichting aan voor Dodenherdenking. Vroeger zat een ambtenaar in de schakelkamer om de straatverlichting klokslag acht uur aan te zetten en twee minuten later weer uit. Sinds een aantal jaar gaat het automatisch. Werken aan een duurzame stad Jan van der Heyden (1637 – 1712) hielp Amsterdam aan goede stadsverlichting. Vandaag de dag werken Rob van den Anker (Materiaalbureau) en Fred Repko (Verkeer en Openbare Ruimte) aan een duurzaam verlichte stad. Hun verhalen lees je op de volgende pagina’s.

De straatlantaarns van Amsterdam door de eeuwen heen; een kaarslantaarn uit 1550, een lamplantaarn uit 1750 en een gaslantaarn uit 1850.

Cluster Ruimte en Economie Stadsverlichting heeft de gemeente Amsterdam ondergebracht bij het cluster Ruimte en Economie. Dit cluster zorgt voor de ruimtelijke en economische voorwaarden die nodig zijn om Amsterdam tot een sterke metropool uit te laten groeien. Zo is en blijft de stad goed bereikbaar. En wordt Amsterdam duurzaam en biedt het alle mogelijkheden voor een goede werk-, woon- en leefomgeving. Met een optimale ontwikkeling van de economie. We willen de aantrekkelijkheid van Amsterdam vasthouden voor nu, maar ook over vijfentwintig jaar. Het cluster bestaat uit dertien directies, waaronder Grond en Ontwikkeling, Verkeer en Openbare Ruimte, Ruimte en Duurzaamheid, het Materiaalbureau en het Ingenieursbureau.

9


Jan van der Heyden: uitvinder olie-lantaarn Werken aan een duurzame stad Jan van der Heyden is internationaal bekend als schilder van landschappen en Amsterdamse stadsgezichten. Minder bekend is dat dat hij de brandspuit heeft uitgevonden. En dat hij de uitvinder is van stadsverlichting door olie-lantaarns. Raap- en lijnolie In 1505 verplichtte het Amsterdamse stadsbestuur bewoners een brandende lantaarn mee te nemen als ze in het donker de straat op gingen. Zo donker en gevaarlijk was de stad toen. Pas in 1544 werd de eerste gemeentelijke kaarslantaarn op de Zeedijk geplaatst.

Jan van der Heyden.

10

Werken voor BOB

Jan van der Heyden bedacht een lantaarn van zestig centimeter hoog met vier ruitjes. Eén daarvan diende als deurtje, voor het aansteken. De lamp brandde op een mengsel van raap- en lijnolie dat in een afgesloten bakje zat. Daardoor was er minder brandgevaar dan bij kaarslantaarns. En de olie brandde ook langer. De lantaarn stond op een eikenhouten paal van drie meter hoog. Of hij werd op een arm aan gevels van huizen en gebouwen geplaatst. Veiliger Op 27 augustus 1669 presenteerde Van der Heyden zijn lantaarn aan het stadsbestuur. Volgens hem waren er 1.800 lantaarns nodig om de stad goed te verlichten. De prijs per paal was 32 gulden en 11 stuivers.  Er waren twaalf ‘bequame en vertroude arbeidslieden’ nodig om ieder elke dag 150 lampen te vullen. Bovendien moesten zij de lantaarns schoonhouden en beschadigingen verhelpen. Anderen moesten de lampen elke avond aansteken. Een maand na deze presentatie ging het stadsbestuur akkoord met alle voorstellen. Van der Heyden werd ‘opsigter en directeur der bij nagt ligtende lantarens’.


Schets door Jan van der Heyden van de olielamp die hij had uitgevonden.

Door deze nieuwe stadsverlichting werd Amsterdam een stuk veiliger. Ook andere steden wilden Van der Heyden-lantaarns. Op de Magere Brug, het Amstelveld en bij het koffiehuis op het Stationsplein staan nog altijd replica’s van de Van der Heyden lantaarn. Brandspojt In 2006 werd een schilderij van Van der Heyden geveild voor 6,7 miljoen euro. Het Rijksmuseum heeft meerdere Amsterdamse stadsgezichten en landschappen van hem. En ook een ets die aan hem wordt toegeschreven van de brand in het stadhuis op de

Op verschillende plekken in Amsterdam staan en hangen nog replica's van de lampen van Jan van der Heyden. Zoals hier op het Amstelveld.

Dam. In die tijd waren er nog geen brandblusapparaten. Bewoners blusten de brand met emmers water die zij aan elkaar doorgaven. De brand in het oude stadhuis maakte grote indruk op Van der Heyden. Hij is de uitvinder van de brandspuit met een pomp en een slang. Emmers waren niet meer nodig om branden te blussen. Met zijn broer Nicolaas begon hij een brandspuitenfabriek in de Koestraat. Zij exporteerden hun brandspuiten naar veel grote Europese steden. Daarom is het Russische woord voor brandspuit nog altijd ‘brandspojt’.

11


Veilig, prettig en duurzaam verlicht Werken aan een duurzame stad Rob van den Anker (Materiaalbureau) en Fred Repko (Verkeer en Openbare Ruimte) werken aan een duurzaam verlichte stad. Lampen gebruiken steeds minder elektriciteit en gaan steeds langer mee.

Fred Repko (l) en Rob van den Anker (r).

Puccinituin Door de ramen van het Materiaalbureau hebben we een mooi uitzicht op de Puccinituin. Tussen het groen zien we allerlei soorten klinkers, stoepbanden, lantaarnpalen en ondergrondse afvalcontainers. ‘Allemaal materialen die het Materiaalbureau inkoopt,’ zegt Rob van den Anker. ‘Je ziet daar ook de moderne straatlantaarns. En de klassieke grachtenlantaarns. De vierkante kroonlantaarn met de Amsterdamse keizerskroon erop. En het ronde model: de Ritterlantaarn. In totaal staan er in het

12

Werken voor BOB

centrum zo’n 6.000 grachtenlantaarns. Er staan ook nog reproducties van Van der Heyden-lantaarns rond het terras bij de houten kerk op het Amstelveld.’ Fred Repko vult aan: ‘In april 2018 kreeg Amsterdam de Paul Mijksenaar Award. Een belangrijke prijs voor het ontwerpen van de inrichting van de openbare ruimte. Amsterdam kreeg die prijs omdat functionaliteit, bruikbaarheid en esthetiek in de openbare ruimte zo goed samen gaan. Deze Amsterdamse aanpak staat bekend als de Puccinimethode’.


Lampen steeds duurzamer Rob is adviseur Openbare Verlichting en Verkeersregelingsinstallaties (VRI) bij het Materiaalbureau. ‘Ik adviseer aannemers, de directie en collega’s. En ik doe contractbeheer voor openbare verlichting en VRI.’ Fred is directievoerder Openbare Verlichting bij het Ingenieursbureau en bij Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR). ‘Bij V&OR doe ik vooral onderhoudsprojecten.’ Lampen zijn de afgelopen jaren steeds duurzamer geworden. ‘Ze gebruiken de helft minder elektriciteit,’ zegt Rob. ‘En gaan twee, drie en soms vier keer zo lang mee als de oude lampen. Afhankelijk van het type lamp. Leveranciers garanderen een levensduur van tien jaar!’ Ook de spiegeltechniek draagt bij aan duurzaamheid. Dankzij de spiegel van de lamp valt er extra licht op straten en fietsen voetpaden.

De Puccinituin.

Lichtbeeld testen Het meest duurzaam zijn de ledlampen. ‘We zijn nu bezig in alle 60.000 kegelarmaturen ledlampen te plaatsen. Dat is ongeveer een derde van alle lampen in de stad,’ zegt Rob. ‘Kegelarmaturen zijn lage, moderne lampen met een ronde armatuur,’ licht Fred toe. ‘Die staan in veel woonstraten en langs fietspaden.’ ‘We zijn bijna zo ver dat we ook de klassieke kroonlantaarns en de Ritterlantaarns van led kunnen voorzien,’ zegt Rob. ‘Naast het Ingenieursbureau aan de Achtergracht staan drie verschillende typen led-armaturen,’ zegt Fred. ‘Daarmee testen we het lichtbeeld. De verlichting van de kroonlantaarns en Ritterlantaarns moet niet te wit zijn. We hebben trouwens wel 600 verschillende armaturen in de stad. Bij de overgang naar led-verlichting willen we dat aantal sterk verminderen.  De stad wordt mooier als we wat meer lijn in de stadsverlichting krijgen.’ Sfeer of veiligheid? Bewoners, ondernemers en bezoekers willen allemaal een veilige, sfeervolle stad. Voor veiligheid is genoeg licht nodig. Anders werken camera’s voor bijvoorbeeld kentekenregistratie niet. Bewoners vragen soms extra verlichting op plekken die zij onveilig vinden. Ook wijkmanagers en de politie doen dat. Extra verlichting kan ook de uitkomst van een wijkschouw zijn. ‘Elk stadsdeel heeft een veiligheidscoördinator,’ legt Rob uit. ‘Die verzamelt klachten van burgers. De veiligheidscoördinator kan bij V&OR een schouw aanvragen.

13


Ledverlichting op het Hoekenrodeplein in Amsterdam Zuidoost.

Professionals en bewoners maken een wandeling door de wijk en noteren wat er niet goed is.’

resultaat vind ik het ombouwen van de rotonde naar een kruising op het Meester Visserplein.’

‘Als een lamp kapot is, kunnen bewoners en ondernemers een telefonische melding doen,’ zegt Fred. ‘Dit kan ook met een digitaal formulier en binnenkort via een app. Meldingen komen binnen bij de aannemer. Die zorgt ervoor dat de kapotte lantaarn wordt gemaakt of dat de lamp wordt vervangen.’

Rob is trots op de plaatsing van smartlight op het Hoekenrodeplein in Zuidoost. ‘Vroeger was dat een doods plein met alleen kantoren. Nu is het een gezellig plein met terrassen en allerlei uitgaansgelegenheden. Met elf masten en meer dan honderd schijnwerpers is het heel mooi verlicht. Als de kantoren uitgaan, staat het vermogen van het systeem op 80%. Bij calamiteiten kan het op 100% en ’s avonds op 40 of 50%. Dan is het gezellige verlichting. En alles in led. Daar ben ik echt trots op!’

Trots Het mooiste van zijn werk vindt Fred om samen met anderen tot goede resultaten te komen. ‘Een voorbeeld van een mooi

14

Werken voor BOB


Wat vindt BOB? Werken aan een duurzame stad Waar lopen bewoners, ondernemers en bezoekers in de gemeentelijke organisatie tegenaan? Ombudsman Arre Zuurmond is de schakel tussen BOB en gemeente en vertelt hierover.

Stadsverlichting geeft sfeer en draagt bij aan veiligheid. Wat voor klachten krijg je over stadsverlichting? ‘De klachten van BOB gaan vooral over onveiligheid. Over lampen bij viaducten of onderdoorgangen die te lang kapot zijn en niet gerepareerd worden. Tot voor kort waren er veel te veel verschillende armaturen. Die hebben allemaal verschillende lampen. Die kun je nooit allemaal op voorraad hebben. Dan moet je ze bestellen. Dat kost tijd. De trend is: minder armaturen, minder soorten lampen. Meer lampen op voorraad. Dan kun je kapotte lampen sneller vervangen.’

omgeving die veilig voelt. Of intiem voelt. Rond het Leidseplein heb je straten die er uitzien als achterbuurtstegen. Daar gaan mensen zich eerder misdragen. Dat kun je deels voorkomen met goede stadsverlichting.’

Komen er ook wel eens klachten over te sterke verlichting? ‘Ik heb eens een klacht van een bewoner gehad over een lantaarn die te sterk was. Dan ontdek je als ombudsman dat er verschillende normen zijn voor stadsverlichting voor woonstraten, kruispunten en drukke wegen. In de armaturen zitten kappen. Die moeten voorkomen dat teveel licht in woningen Op het Hoekenrodeplein in Zuidoost schijnt. Dat was in dit geval vergeten. kunnen ze de stadsverlichting op 100% zetten bij calamiteiten. En op de helft voor Inmiddels zijn er ook lantaarns met ingebouwde timers. Dan dimmen een gezellige sfeer. Iedereen tevreden? lampen na elf uur ’s avonds en kunnen ‘Veiligheidsbeleving is belangrijk. Rond mensen beter slapen. Led-verlichting het Leidseplein is onderzocht wat is ook interessant. Amsterdam voor effect stadsverlichting heeft op veiligheidsbeleving. Maar ook op gedrag. investeert grootschalig in duurzame stadsverlichting.’ Mensen gedragen zich anders in een

15


B

Werken aan een gezond Amsterdam

16

Werken voor BOB


O

B

Bewoners, ondernemers en bezoekers. Links een vrouw in de Jordaan. Midden een winkel in een studentenflat op de Weesperstraat. Rechts twee toeristen op de Dam.

17


Amsterdam gezond Werken aan een gezond Amsterdam Amsterdamse Ambtenaren werken aan een gezonde stad. Vroeger zette de gemeente zich in om ziektes te behandelen. Veel Amsterdammers woonden en werkten onder slechte omstandigheden. Nu investeert de gemeente met bijvoorbeeld de Aanpak Gezond Gewicht in een gezond Amsterdam.

Kinderen in Amsterdam West bewegen samen tijdens een Jump-in middag.

Gewichtig Driekwart van de Amsterdammers vindt de eigen gezondheid goed. Maar de verschillen in gezondheid tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden zijn groot. Het aantal ouderen zal in de komende jaren sterk toenemen en daarmee het aantal mensen met beperkingen. Veel Amsterdammers kampen met psychische klachten. De eenzaamheid in de stad neemt toe.

18

Werken voor BOB

Een groot deel van de Amsterdammers beweegt te weinig. Ongeveer 20% van de kinderen in Amsterdam heeft overgewicht of obesitas en bij volwassenen is dit 40%. Gezonde stad Vanaf 1870 verhuisden veel Nederlanders naar steden om daar in fabrieken te werken. De bevolking van Amsterdam verdubbelde. Arbeiders deden zwaar werk en maakten lange dagen onder


slechte omstandigheden. Met giftige stoffen bijvoorbeeld. In vieze fabrieken. En ze woonden in slechte huizen. Veel arbeiders werden ziek. Amsterdam richtte in 1901 de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst (GGD) op. Hier waren 44 gemeenteartsen in dienst. Deze ‘armendokters’ hielden spreekuur op zeven plekken in de stad. Voor armen die de premie van het ziekenfonds niet konden betalen. De gemeente Amsterdam heeft speciale programma’s waarmee kinderen leren dat kraanwater gezonder is dan frisdrank.

Een jongetje krijgt bij de GG&GD zijn inenting tegen mazelen.

Werken aan een gezond Amsterdam Louis Heijermans (1873 – 1938) deed veel voor de gezondheid van arbeiders. Vandaag de dag werken Revilinho Graanoogst en Henriëtte Rombouts aan een gezond Amsterdam. Hun verhalen lees je op de volgende pagina’s. Cluster Sociaal De Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht heeft de gemeente Amsterdam ondergebracht bij het cluster Sociaal. Dit cluster is een complex domein met een grote diversiteit aan onderwerpen en aan maatschappelijke partners. Het cluster werkt onder meer op het terrein van gezondheid, (jeugd) zorg, werk en participatie. Voor alle Amsterdammers, in verschillende fasen van hun leven. Het cluster bestaat uit acht directies. In de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht werken meerdere directies samen, waaronder Werk, Participatie, Inkomen, GGD, Sport en Bos en Onderwijs, Jeugd en Zorg.

19


Louis Heijermans: ziektes genezen en voorkómen Werken aan een gezond Amsterdam Louis Heijermans was arts en idealist. Hij vond het belangrijk om medische kennis onder arbeiders te verspreiden. Onder zijn leiding werkte de Amsterdamse GG&GD steeds meer aan het voorkómen van ziektes.

Louis Heijermans.

Slechte werk- en woonomstandigheden In de negentiende eeuw was tuberculose ook in Amsterdam volksziekte nummer één. Louis Heijermans was ervan overtuigd dat slechte huisvesting en slechte voeding de belangrijkste oorzaken waren van tuberculose. Hij wilde niet alleen zieken helpen. Maar ook voorkomen dat mensen ziek werden. Heijermans kwam in 1902 in dienst van de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst

20

Werken voor BOB

(GGD). Hij was gemeente-arts in de Oosterparkbuurt en de Dapperbuurt. In 1908 verscheen zijn belangrijkste publicatie: “Handleiding tot de kennis der beroepsziekten”. Hij schreef dit boek na jaren onderzoek in fabrieken en werkplaatsen in en buiten Amsterdam. Preventie In 1919 werd Heijermans directeur van de GGD. Onder zijn leiding fuseerde de GGD in 1923 met de Gemeentelijke


Idealist Louis Heijermans was een idealist. Hij was mede-oprichter en bestuurslid van een centrum voor arbeidstherapie voor mensen met tuberculose. Hij was ook mede-oprichter en bestuurslid van de “Nederlandse Vereniging tot bevordering van den arbeid voor onvolwaardige arbeidskrachten”. Hij was ervan overtuigd dat ook mensen met een beperking konden werken. En dat zij hetzelfde salaris moesten krijgen als hun collega’s.

Affiche voor de gemeentelijke zuigelingenzorg. Hier kregen ouders voorlichting over kindervoeding.

Gezondheidsdienst. Een jaar later betrok de GG&GD haar Centraal Bureau aan de Nieuwe Achtergracht. De GG&GD werkte steeds meer aan preventie, het voorkómen van ziekten. Daarom is in 1920 het Bureau voor Zuigelingenzorg opgericht. En nam de GG&GD vroedvrouwen en schoolartsen in dienst. Heijermans stelde een inspecteur aan voor het toezicht op de gemeenteartsen en de gesubsidieerde ziekenhuizen. En hij had veel oog voor mensen met psychiatrische problemen. Daarom richtte hij de afdeling “Geestesen Zenuwzieken met nazorg” op.

Ook internationaal was Heijermans actief. Bijvoorbeeld bij het Internationaal Arbeids Bureau dat zich inzette voor sociale verzekeringen. Als gedreven sociaal-democraat vond Heijermans het belangrijk om medische kennis onder de arbeidsbevolking te verspreiden. Vooral seksuele voorlichting. Hij vond homoseksualiteit niet verwerpelijk en het mocht zeker niet strafbaar zijn. Tegelijkertijd vond hij dat iedereen zich moest voortplanten. En dat het ideale gezin vier kinderen telde. Zelf had hij er ook vier met zijn vrouw Johanna Bastiana Filarski.

Eind jaren 1950 konden Amsterdammers gratis scillablokjes ophalen bij de GG&GD. Op deze manier wilde de gemeente de aanhoudende rattenplaag bestrijden.

21


Aanpak Gezond Gewicht Werken aan een gezond Amsterdam Revilinho Graanoogst en Henriëtte Rombouts werken aan een gezond Amsterdam. Het aantal kinderen met overgewicht is in enkele jaren tijd flink gedaald. Amsterdam werkt hieraan met de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht. Topscore Een groepje jongens speelt met een ovale bal in de gymzaal van het Bindelmeer College in Zuidoost. ‘Geen rugby, maar American football,’ zegt Revilinho Graanoogst. ‘Ontstaan uit het Engelse rugby.’ Revilinho is trainer bij Topscore. ‘Dat is een programma van de gemeente waarin kinderen in het voortgezet onderwijs kennis maken met verschillende sporten. Bijvoorbeeld vollleybal, badminton, voetbal, tennis, roeien,

Henriëtte Rombouts (l) en Revilinho Graanoogst (r).

22

Werken voor BOB

kracht- en vechtsport en tafeltennis. Na de kennismakingslessen kiezen ze een sport om in verder te gaan op hun school. Het volledige traject duurt twintig weken en wordt afgesloten met een toernooi.  De bedoeling is dan dat kinderen de sport verder gaan beoefenen bij een vereniging in de buurt.’ De kinderen betalen tien euro. ‘Daarvoor krijgen ze wekelijks een training, een Topscore T-shirt en tussendoor


In het Bijlmer Sportcentrum spelen leerlingen uit Amsterdam Zuidoost de finale van het Topscore -zaalvoetbaltoernooi.

organiseren we ook nog toernooitjes’, vertelt Revilinho. ‘Als ouders dit niet kunnen betalen, zoeken we samen een oplossing. Dan organiseren we bijvoorbeeld een sponsorloop.’ Amsterdamse aanpak Kinderen kunnen prijzen winnen, zoals Best Team en Runner-up. Dat is een aanmoedigingsprijs. Of Best Female. ‘Die heeft mijn dochter een keer gewonnen,’ zegt Henriëtte Rombouts, programmamanager van de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht. ‘De Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht is een breed programma waarin we proberen een gezonde leefstijl voor kinderen van 0 tot 19 jaar mogelijk te maken,’ vertelt Henriëtte. Sport en gezonde voeding zijn belangrijke onderdelen. ‘Kinderen stimuleren om gezond te eten en gezond te drinken hoort ook bij onze taken,’ legt Revilinho uit. ‘Geen energiedrankjes, maar water.

Er gaan wel vijftien klontjes suiker in één sportdrankje. Je moet heel wat bewegen om al die calorieën te verbranden. En zelf het goede voorbeeld geven!’ Jump-in ‘Op scholen maken we voor leerlingen en ouders gebruik van interactief theater,’ vertelt Henriëtte. ‘Acteurs spelen scènes over gezondheid en opvoeding. Maar ook over armoede. Dan wordt het spel stil gelegd. Acteurs vragen dan aan ouders wat zij zouden doen in de gespeelde situatie. Dat interactieve theater loopt als een trein!’ ‘We hebben ook programma’s voor gezonde schoolkantines in middelbare scholen,’ vertelt Henriëtte enthousiast. ‘En voor basisscholen hebben we het programma Jump-in. Met een drankenbord kunnen kinderen zelf uitrekenen hoeveel suiker er in bepaalde drankjes zit.’ Revilinho vult aan: ‘Als je op school of in de sport wil presteren, moet

23


je goed slapen. Slecht slapen verhoogt het risico op overgewicht. Bijvoorbeeld omdat kinderen vlak voor ze gaan slapen nog eten of snoepen. Daar besteden we dus ook aandacht aan.’ Resultaten Er zijn veel directies van de gemeente betrokken bij de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht. Sport en Bos voor sportstimulering. Ruimte en Duurzaamheid zorgt voor veilige schoolroutes. Op die routes worden kinderen gestimuleerd om te bewegen. Werk, Participatie en Inkomen en de GGD werken samen op het thema armoede. Henriette: ‘En op allerlei manieren proberen we de ouders bij onze aanpak te betrekken. Zo hebben we “Gezond kopen, gezond koken” voor de minima. Daar leren deelnemers hoe ze voor weinig geld toch een gezonde maaltijd op tafel kunnen zetten.’

Sinds 2012 worden de effecten van de aanpak gemeten. ‘Daaruit blijkt dat het aantal kinderen met overgewicht in vier jaar tijd daalde van 21 naar 18,5%,’ zegt Henriëtte. ‘Dat is een goed resultaat. Zeker als je bedenkt dat we ons in de eerste plaats richten op groepen met een lagere sociaal-economische status.  Met name in buurten buiten de ring in Nieuw West, Zuidoost en Noord.’ Ondernemers en bezoekers ‘We richten ons niet alleen op bewoners, maar ook op ondernemers en bezoekers,’ zegt Henriëtte. ‘Daarom hebben we het netwerk “Gezondheid en ondernemers”. Daarin zitten bijvoorbeeld NEMO, Sportfondsenbaden en een supermarkteigenaar. Voor schoolreisjes heeft NEMO nu een gezonde lunch in plaats van patat. Winkelcentrum Oostpoort wil een gezond winkelcentrum zijn. Daarom hebben zij een gezonde Sint Maartenviering georganiseerd. Erg leuk.’

Kinderen van het Clusius College in Amsterdam Noord krijgen les over gezond eten.

24

Werken voor BOB


Wat vindt BOB? Werken aan een gezond Amsterdam Waar lopen bewoners, ondernemers en bezoekers in de gemeentelijke organisatie tegenaan? Ombudsman Arre Zuurmond is de schakel tussen BOB en gemeente en vertelt hierover.

De Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht is succesvol. Krijg je daar toch klachten over? ‘Nee. Mensen komen niet over alle onderwerpen klagen. Ze klagen over parkeren. Over de bijstandsuitkering. Maar over positief beleid wordt bijna niet geklaagd.’ Ook niet over de inrichting van de openbare ruimte? Over veilige looproutes naar scholen bijvoorbeeld? ‘We krijgen wel af en toe klachten dat de omgeving van de school niet goed is. Dat daar teveel auto’s stoppen op verkeerde plekken. Vaak kun je het probleem oplossen met veranderingen in de stoepen om het parkeren beter te laten verlopen. We hebben eens een klacht gehad over een school die in een bocht lag. Daardoor was het zicht niet goed. Onze standaardreactie is: op locatie gaan

kijken. Soms zelfs meerdere keren op verschillende momenten van de dag. Dan experts aan tafel vragen en bewoners, in dit geval leerlingen. Wij hebben daar een vaste aanpak voor. Wij organiseren het gesprek. Daar komt altijd een oplossing uit. Wij doen dan niet zoveel aan de inhoud. Als je partijen bij elkaar brengt, zijn ze bijna altijd bereid er samen uit te komen. Het gebeurt bijna nooit dat mensen de kont tegen de krib gooien.’ Hoe liep het af met die school in die bocht? ‘Hier was het verleggen van het fietspad eigenlijk de oplossing. We hebben afgesproken dat het nog een tijdje zo zou blijven. Maar ook dat de herinrichting van het gebied naar voren werd gehaald. Van 2020 naar 2016. Tot die tijd stonden er waarschuwingsborden en een klaar-over. Maar nu is de situatie echt opgelost.’

25


B

Werken aan diensten voor BOB

26

Werken voor BOB


O

B

Bewoners, ondernemers en bezoekers. Links een mevrouw in het Bos en Lommerplantsoen. Midden een bakker op de zaterdagmarkt in Amsterdam Zuid. Rechts toeristen met hun rolkoffers.

27


Amsterdamse dienstverlening Werken aan diensten voor BOB Amsterdamse ambtenaren werken aan dienstverlening en informatie voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Hoe er wordt gewerkt bij de Stadsloketten is hier een goed voorbeeld van. De gemeentelijke informatie moet er ook duidelijk uitzien.  Een heldere vormgeving is dus belangrijk. Drukwerk In de vorige eeuw werd in de dienstverlening en informatie voor BOB vaak gedrukte informatie gebruikt. De Stadsdrukkerij besteedde hierbij veel aandacht aan een mooie vormgeving. De grafisch vormgevers werkten voor tal van gemeentelijke diensten. Bijvoorbeeld de Handelsinrichtingen, het Energiebedrijf, de Stadsschouwburg, de Woningdienst, de Stadsreiniging en de Gemeentegiro. De gemeentelijke diensten zijn door de jaren heen veranderd. Maar goede grafische vormgeving is altijd belangrijk gebleven voor de gemeente Amsterdam.

Het is een belangrijk onderdeel van de dienstverlening en informatie voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Dienstverlening Voor diensten van de gemeente kan BOB terecht bij de Stadsloketten, bij het Contact Center Amsterdam (telefoonnummer 14020) en bij het digitale loket (www.amsterdam.nl). Jaarlijks ontvangen de Stadsloketten  ruim 1 miljoen bezoekers. Het Contact Center Amsterdam verwerkt elk jaar zo’n 1,7 miljoen telefoontjes. Via het digitale loket worden jaarlijks bijna 500.000 formulieren ingevuld.

Telefonisten in de bedieningszaal van de Gemeentelijke Telefoondienst zitten klaar om telefoontjes aan te nemen en door te verbinden.

28

Werken voor BOB


De zeven Stadsloketten werken allemaal op dezelfde manier. De Stadsloketten zijn van maandag tot en met vrijdag open van 08.00 tot 20.00 uur. Bij elk Stadsloket is een balie Werk, Participatie en Inkomen. En er is een Sociaal Loket. Klanten waarderen de dienstverlening van de Stadsloketten met gemiddeld een 7,9. Ook bewoners, ondernemers en bezoekers die bellen met 14020 worden allemaal op dezelfde manier geholpen. Hun vragen worden direct beantwoord. Of ze worden doorverwezen naar experts. De online dienstverlening wordt belangrijker. Bewoners en ondernemers maken hier steeds meer gebruik van. Werken aan diensten voor BOB Fré Cohen (1903 – 1943) ontwierp een zakelijke huisstijl voor de gemeente Amsterdam. Vandaag de dag werken Miriam Kimkes en Alvaro Solano (Stadsloket Oost) aan dienstverlening voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Hun verhalen lees je op de volgende pagina’s.

Cluster Dienstverlening en Informatie De Stadsloketten heeft de gemeente ondergebracht bij het cluster Dienstverlening en Informatie. Het cluster biedt burgers, ondernemers en bezoekers een grote diversiteit aan diensten en producten. Met een uniforme aanpak, en waar nodig met maatwerk. Het cluster staat ook voor innovatie. Bij het ontsluiten en duiden van data, informatie en kennis. En door het slim toepassen van nieuwe technologie. Informatiegestuurde uitvoering van het werk helpt dienstverlening, beleid en monitoring van de prestaties van de gemeente te verbeteren. Het cluster bestaat uit acht directies, het Chief Technology Officer- Innovatieteam en een eenheid Informatievoorziening.

De gemeente Amsterdam is bereikbaar via één algemeen telefoonnummer. Wie 14020 belt, kan terechtkomen bij deze belzaal in Amsterdam West.

29


Fré Cohen: ontwerper huisstijl gemeente Amsterdam Werken aan diensten voor BOB Frederika Sophia (Fré) Cohen kwam in 1929 in dienst van de Stadsdrukkerij Amsterdam. Als grafisch vormgever werkte zij voor veel gemeentelijke diensten.  Zij ontwierp een zakelijke huisstijl voor de gemeente.

Fré Cohen in haar atelierwoning aan de Karel du Jardinstraat.

volgde ze een tekencursus. Van de schilder Wim Schumacher kreeg ze les in modeltekenen. De jonge Fré bleek veel tekentalent te hebben. In 1923 kwam ze in dienst van uitgeverij NV Ontwikkeling. Daar ontwierp ze kaften van boeken en verzorgde ze de vormgeving van brochures. Ze maakte illustraties voor “De proletarische vrouw” en voor uitgaven van de AJC. Dankzij een studiebeurs mocht ze een opleiding volgen aan de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool. Ze was de eerste leerling die daar een medaille kreeg voor de kwaliteit van haar werk. Inmiddels was zij lid van de Socialistische Kunstenaarskring.

Talent voor tekenen Fré Cohen is in 1903 geboren in Amsterdam in een Joods socialistisch arbeidersgezin. Haar vader was diamantslijper en haar moeder was huisvrouw. Ze had een jongere broer en zus. In 1918 werd Frée lid van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC). Het romantisch idealisme en het streven naar soberheid van de AJC spraken haar erg aan. Geld om te studeren was er niet. Na de middelbare school ging zij op een handelskantoor werken. In de avonduren

Saartje Wip Fré Cohen was een kleine, energieke vrouw. Ze werkte in hoog tempo. Daarom werd ze op de Stadsdrukkerij Saartje Wip genoemd. In 1932 werd Cohen wegens bezuinigingen ontslagen. Ze kreeg nog wel opdrachten van de Stadsdrukkerij. Ze ontwierp bijna al het drukwerk voor de gemeentediensten. Bovendien ontwikkelde zij in die tijd een zakelijke huisstijl voor de gemeente. Eerst was haar werk illustratief en romantisch. In de stijl van de Amsterdamse School. Onder invloed

30

Werken voor BOB


waarde aan vrijheid, zelfontplooiing en gemeenschapszin.

Deze omslag die Fré Cohen maakte voor de gemeentegiro laat haar typisch hoekige, maar sierlijke typografie zien.

van De Nieuwe Zakelijkheid ontwikkelde zij een eigen stijl. Die viel zelfs in het buitenland op. Daarom werd ze in 1934 uitgenodigd om in Engeland een serie voordrachten te geven. Ze was een idealist en hechtte veel

Verraden Cohen werkte niet alleen voor de gemeente. Ook voor uitgeverijen, vakbonden en Joodse instellingen. In 1941 moest ze onderduiken. Eerst in Amsterdam. Later in Diemen, Rotterdam, Winterswijk en Borne. Ook toen probeerde zij nog zoveel mogelijk door te werken. Ze werd verraden en op 12 juni 1943 in Borne door de Duitse bezetter opgepakt. Met pillen die ze altijd bij zich droeg, maakte ze een einde aan haar leven. Fré Cohen ligt begraven op de Joodse begraafplaats in Hengelo. In 1993 was in het Amsterdams Historisch Museum een tentoonstelling van haar werk te zien. Na deze tentoonstelling is haar werk overgedragen aan het Stadsarchief.

Een van de stadswapens die Fré Cohen in ca. 1930 ontwierp voor de gemeente Amsterdam.

31


Stadsloketten: tot uw dienst Werken aan diensten voor BOB Miriam Kimkes en Alvaro Solano werken aan dienstverlening voor bewoners, ondernemers en bezoekers. In 2015 openden zeven nieuwe Stadsloketten de deuren. Er kwam een einde aan verschillen in service en werkwijzen. Service voor BOB De Stadsloketten bieden allemaal dezelfde diensten aan bewoners, ondernemers en bezoekers. De dienstverlening gaat uit van vier basisprincipes: denken vanuit de klant, klanttevredenheid, efficiëntie en continu verbeteren.

Miriam Kimkes (l) en Alvaro Solano (l).

32

Werken voor BOB

In de rij Miriam Kimkes is één van de vijf teamleiders bij Stadsloket Oost. Ze herinnert zich de wachttijden van vroeger. ‘Ik werkte toen nog niet bij de gemeente. Maar ik weet nog goed dat ik mijn paspoort wilde verlengen op het Stadsdeelkantoor aan het Osdorpplein.


De wachtruimte was klein. Vol wachtende mensen. Soms moest je twee uur wachten eer je aan de beurt was!’ En nu is de gemiddelde wachttijd maar tien minuten. ‘Er zijn nu veel meer loketten,’ legt Miriam uit. ‘Maar er is ook een team Planning en Forecast. Dat team voorspelt hoeveel bezoekers er op een dag komen. Op basis van het aantal verwachte bezoekers maken we het rooster voor de medewerkers. Op drukkere dagen zijn er dus meer medewerkers. In de zomer bijvoorbeeld. Dan gaan mensen op vakantie en hebben ze een nieuw paspoort nodig. We zetten dan meer medewerkers in.’ Iedereen weet waar hij aan toe is Alvaro Solano is medewerker Burgerlijke Stand en Immigratie bij Stadsloket Oost. Hij werkt al sinds 1998 voor de gemeente Amsterdam. Hij is enthousiast over de nieuwe werkwijze. ‘In het verleden had elk Stadsdeel zijn eigen manier van werken. Nu werkt iedereen op dezelfde manier. Daardoor weet iedereen waar hij aan toe is. We werken efficiënter. En helpen we bewoners, ondernemers en bezoekers beter en sneller.’ In zijn werk houdt Alvaro zich bezig met allerlei rechtsfeiten. ‘Dat zijn zaken die verband houden met geboorte, juridisch ouderschap, huwelijken, echtscheidingen en overlijden,’ vertelt Alvaro. ‘Bij immigranten kan het gaan om de eerste inschrijving in de Basisregistratie Personen. Of om een herinschrijving.’ Alvaro heeft regelmatig te maken met ingewikkelde situaties. ‘Bijvoorbeeld als

Stadsloket in Amsterdam Noord.

er sprake lijkt te zijn van schijnhuwelijken. Of als vluchtelingen geen papieren hebben of deze niet kunnen overleggen. Bijvoorbeeld als een Syrische vluchteling al in Nederland is en een verblijfsstatus heeft. En zijn vrouw later met kinderen illegaal in Nederland aankomt. Dan moeten we hun verhalen vergelijken en bekijken of ze kloppen. Of ze echt getrouwd zijn. Wat voor documenten ze hebben en of we die accepteren als bewijs. We zoeken ook uit of de kinderen de Nederlandse nationaliteit kunnen krijgen als de vader al Nederlander is geworden. Dit soort gesprekken doen we niet aan de balie maar in een spreekkamer. Daar kunnen we mensen onder ede een verklaring laten afleggen.’

33


Het aantal contacten dat verloopt via digitale dienstverlening is nu al veel hoger dan de traditionele dienstverlening aan de balie en telefoon.

Nieuwe manier van werken Miriam Kimkes werkt samen met vier andere teamleiders bij Stadsloket Oost. ‘We zijn samen getraind in de nieuwe manier van werken,’ vertelt Miriam. ‘Teambuilding en de uniforme werkwijze waren belangrijke onderdelen van de training.’

de Kennisbank zorgen dat de informatie actueel blijft. ‘Het kan gebeuren dat onze medewerkers ontdekken dat informatie onvolledig of verouderd is,’ vertelt Miriam. ‘Dan geven zij dat door aan de Kennisbank met de feedbacktool. De redacteuren van de Kennisbank zorgen daarna dat die informatie weer up-to-date is.’

Elke teamleider heeft ongeveer vijftien medewerkers in haar of zijn team. Elk Stadsloket bestaat uit zeven disciplines: de Inloopbalie, de Afsprakenbalie, het Sociaal Loket, Werk Participatie Inkomen, Vergunningen, de Burgerlijke Stand en Immigratie. Elk team bestaat uit medewerkers van deze zeven disciplines. Alle medewerkers kunnen voor actuele informatie terecht in de digitale Kennisbank. De redacteuren van

Werkplezier Miriam doet haar werk elke dag met veel plezier. ‘Binnen de kaders van het concept ben je zelf verantwoordelijk voor het Stadsloket. Die vrijheid vind ik heel prettig.’ Alvaro vertelt: ‘Het allermooiste van mijn werk is dat ik mensen in nood kan helpen. Ik ben ook ceremoniemeester voor de naturalisatieceremonie. Elke week vieren we dat migranten Nederlanders worden. Superleuk om te doen!’

34

Werken voor BOB


Wat vindt BOB? Werken aan diensten voor BOB Waar lopen bewoners, ondernemers en bezoekers in de gemeentelijke organisatie tegenaan? Ombudsman Arre Zuurmond is de schakel tussen BOB en gemeente en vertelt hierover.

Er zijn nu zeven Stadsloketten die allemaal op dezelfde manier functioneren. Krijg jij klachten over die loketten? ‘Minder dan vroeger. Mensen worden snel geholpen. Ik vind het een geweldige prestatie dat er nu zeven Stadsloketten zijn. Allemaal op hetzelfde serviceniveau. En langer open: tot acht uur ’s avonds. Als er nog klachten komen, dan gaan ze eigenlijk over het maatwerkelement.’ Kun je een voorbeeld noemen? ‘Een moeder met een dochter die met een open ruggetje werd geboren. Een heftig gezondheidsprobleem. De dochter is nu bijna 40 jaar. Woont haar hele leven al in een inrichting buiten de Randstad, vanwege alle gezondheidsproblemen. Af en toe moet ze naar het ziekenhuis. Daar moet ze haar paspoort laten zien. De moeder is curator. Zij heeft dus het recht om alles voor haar dochter te regelen. Zij vraagt in een Stadsloket dat paspoort

voor haar dochter aan. En dan zegt de ambtenaar: Ik wil er zeker van zijn dat uw dochter niet dood is. Dus zij moet hier zelf aan de balie verschijnen. Hoe krijg je het voor elkaar! Hij zou ook kunnen zeggen: Dit is een bijzondere situatie. De regel die volgens mij van toepassing is voelt wel heel cru. Ik ga eerst eens met een specialist praten over hoe we hiermee om kunnen gaan. In dit soort gevallen gaat een ambtenaar naar het ziekenhuis. Als dat ver is, een ambtenaar van een andere gemeente. Ik heb de directeur gebeld. Uiteindelijk is het paspoort afgegeven aan de curator: de moeder.’ Kunnen ze dit soort zaken niet intern oplossen? ‘Medewerkers krijgen nu sensitiviteits­ trainingen. Daarmee kun je dit soort situaties voorkomen.’

35


B

Werken aan financiĂŤle dienstverlening

36

Werken voor BOB


O

B

Bewoners, ondernemers en bezoekers. Links een bewoonster in haar woning in Osdorp. Midden het interieur van apotheker d’Ailly. Rechts toeristen op Segways over de Oostelijke Eilanden.

37


Amsterdamse boekhouding Werken aan financiële dienstverlening Amsterdamse ambtenaren werken aan financiële dienstverlening voor de stad.  Een goede financiële administratie van de gemeente Amsterdam is belangrijk.  Dan kunnen rekeningen bijvoorbeeld correct en op tijd worden betaald.  En is de gemeente een betrouwbare opdrachtgever.

Ambtenaren aan het werk in het kantoor van de gemeentegiro aan de Oudezijds Voorburgwal.

1 Financieel Systeem Een efficiënte financiële administratie is beter en goedkoper. Dat is natuurlijk in het belang van bewoners, ondernemers en bezoekers. Sinds januari 2017 heeft Amsterdam één systeem voor de financiële administratie. De afgelopen jaren hebben veel ambtenaren hard gewerkt aan dit Amsterdams Financieel Systeem (AFS) in het project “1 Stad 1 Financieel Stelsel”. De gemeente Amsterdam had veel verschillende financiële systemen en processen. AFS is een uniform, eenduidig en transparant financieel systeem voor

38

Werken voor BOB

de hele stad. Dit levert belangrijke voordelen op. Bijvoorbeeld één gemeentelijk adresboek met debiteuren en crediteuren. Dit geeft de gemeente eenvoudigere en betere informatie. Contant geld In het begin van de negentiende eeuw werd bijna alles nog met contant geld betaald. Bewoners en ondernemers betaalden de gemeente Amsterdam ook met contant geld. Bijvoorbeeld voor gas, water en elektriciteit. Daar hadden ambtenaren veel werk aan. Door de oprichting van de Gemeentegiro Amsterdam werd dat werk een stuk minder.


Via deze girobussen konden mensen hun ingevulde girobiljetten versturen.

Wie een girorekening opende en daarop geld stortte, kreeg een giroboekje met 20 tot 30 girokaarten. Daarmee konden Amsterdammers geldbedragen overmaken aan bijvoorbeeld de gemeente of de belastingdienst. Voor de ingevulde girobiljetten stonden op straat grote blauwe girobussen in de stijl van de Amsterdamse School. Of kleine hangende blauwe bussen. Die hingen niet alleen aan hekken en muren, maar ook aan stadsbussen. Werken aan financiële dienstverlening Harke Keegstra (1879 – 1965) was oprichter van de Gemeentegiro. Vandaag de dag werken Hilmi Goker en Joeri Oosterbroek aan één financiële administratie voor de gemeentelijke organisatie. Hun verhalen lees je op de volgende pagina’s.

Een ambtenaar van het Gemeentelijk Energie Bedrijf (GEB) helpt een klant.

Cluster Interne Dienstverlening Financiële Dienstverlening heeft de gemeente Amsterdam ondergebracht bij het cluster Interne Dienstverlening. Dit cluster levert bijvoorbeeld up-to-date managementinformatie, verzorgt de inrichting van de werkplekken in de gehele stad, adviseert het bestuur en de organisatie bij het nemen van beslissingen en biedt trainingen via het eigen opleidingsinstituut. Het cluster bestaat uit de directies Bureau Interim Advies, Communicatiebureau, ICT, Juridisch Bureau, Facilitair Bureau, Financiële Dienstverlening, Bureau Personeel en Organisatieadvies en VGA Verzekeringen en wordt ondersteund door IV Interne Dienstverlening.

39


Harke Keegstra: oprichter Gemeentegiro Amsterdam Werken aan financiële dienstverlening Harke Keegstra was de oprichter en directeur van de Gemeentegiro Amsterdam. Onder zijn leiding voerde de Gemeentegiro allerlei vernieuwingen door. Bijvoorbeeld automatische incasso. Ook was hij medeoprichter van de Vereniging van Gemeenteambtenaren Amsterdam.

Harke Keegstra.

Gas, water en elektriciteit De Gemeentegiro Amsterdam (GGA) werd opgericht op 21 maart 1917. Het was het eerste girale betalingssysteem in Nederland. Het geld voor gas, water en elektriciteit werd tot die tijd aan de gemeente Amsterdam contant betaald. Dit was niet efficiënt. De GGA moest dit oplossen. Er was nog een voordeel van de Gemeentegiro. De gemeente kon nu beschikken over (spaar)geld van de rekeninghouders. Dat was goedkoper dan geld lenen bij banken. Want daarover moest de gemeente rente betalen.

40

Werken voor BOB

IJverig en vooruitstrevend Harke Keegstra was een ijverige, vooruitstrevende ambtenaar die allerlei initiatieven nam. Hij richtte niet alleen de Gemeentegiro op. Hij was ook oprichter en voorzitter van de Coöperatieve Woningbouwvereniging “de Samenwerking”. Ook buiten Amsterdam was hij actief. In 1914 richtte hij de Vereeniging van Ambtenaren der Gemeentefinanciën op. Hij was redacteur van het maandblad “Gemeentefinanciën” en schreef een vierdelig boek over gemeentefinanciën. Harke Keegstra werd in 1879 geboren in Gautum in Friesland. Hij bezocht de HBS in Leeuwarden. Vervolgens haalde hij zijn diploma MO Boekhouden. In 1903 verhuisde hij naar Amsterdam en werd daar controleur en inspecteur voor de Belastingdienst. In 1907 kwam hij in vaste dienst bij de afdeling Financiën van de gemeente Amsterdam. Girocommissie In 1916 ging Keegstra met zijn Girocommissie op werkbezoek in Hamburg, Dresden en Berlijn. Deze steden hadden toen al een gemeentegiro.


Een gewaarmerkt biljet van de Gemeentegiro.

Kort daarna ging de GGA van start. Eerst alleen voor het onderlinge geldverkeer van gemeentelijke instellingen en bedrijven. Vanaf 1918 konden ook particulieren een girorekening krijgen. De gemeente ging toen de salarissen van onderwijzers aan de gemeentelijke openbare scholen per giro uitbetalen. Zo kwam er een grote groep rekeninghouders bij. Automatische incasso Onder leiding van Harke Keegstra bleef de GGA zich steeds vernieuwen en verbeteren. Een belangrijke vernieuwing was de automatische incasso vanaf 1921. Een andere vernieuwing was het hypermoderne ponskaartensysteem. Een belangrijke innovatie na Keegstra’s tijd was de geldautomaat. In 1976

Gedenksteen voor Harke Keegstra bij  De Samenwerking.

was de GGA de eerste Nederlandse organisatie die met betaalautomaten en pincodekaarten kwam. Drie jaar later fuseerde de GGA met de Postcheque- en Girodienst (PCGD), die onderdeel was van staatsbedrijf PTT. In 1986 ging de PCGD op in de Postbank die in 1989 onderdeel werd van de ING Groep.

41


Amsterdams Financieel Systeem Werken aan financiële dienstverlening Hilmi Goker en Joeri Oosterbroek werken aan één financiële administratie voor  de gemeentelijke organisatie. Tot voor kort had de gemeente Amsterdam maar  liefst 44 verschillende financiële administraties. Nu is er één: het Amsterdams Financieel Systeem. Blaftax De Dienst Belastingen was één van organisaties binnen de gemeente Amsterdam met een eigen financiële administratie. Een voorbeeld van belastinggeld dat de Dienst Belastingen inde was de hondenbelasting. Jaarlijks betaalden Amsterdamse hondenbezitters ruim honderd euro hondenbelasting. Dit leverde de stad 1,7 miljoen euro op. Van dit bedrag ging tien procent op aan administratiekosten. Dertig procent werd besteed aan de

Hilmi Goker (l) en Joeri Oosterbroek (r).

42

Werken voor BOB

uitvoering van hondenbeleid. De aanleg van uitlaatveldjes bijvoorbeeld. En ruim de helft van de opbrengst verdween in de ‘algemene pot’ van de gemeente. Gemeenten voerden hondenbelasting in de middeleeuwen in. Zo wilden ze het aantal zwerfhonden beperken en hondsdolheid voorkomen. Dat was in de middeleeuwen een veel voorkomende en besmettelijke ziekte. Hondenbelasting werd ook wel ‘blaftax’ genoemd.


Veldwachter controleert of een melkmeisje de hondenbelasting heeft betaald.

Voor de hondenbelasting bestond geen kwijtschelding voor hondenbezitters met een minimuminkomen. Voor belasting op afval bestond dat wel. Sinds 2016 hoeven Amsterdamse hondenbezitters geen hondenbelasting meer te betalen. Met die maatregel wilde het College het leven voor Amsterdammers goedkoper maken. Bovendien scheelt het veel werk bij de afdeling Belastingen van de gemeente. 44 administraties “Doorontwikkeling Financiële Administratie” heet het programma dat de 44 losse administraties samenvoegde tot één concernadministratie. ‘Een megaoperatie,’ vertelt Joeri Oosterbroek,

teammanager Planning & Control en Advies. ‘In 2005 begon ik bij de gemeente te werken. Als hoofd Financiën bij stadsdeel Slotervaart. Elk stadsdeel had zijn eigen hoofd Financiën. Al die 44 stadsdelen en diensten hadden hun eigen financiële administratie. En hun eigen budgetrecht. Alle hoofden Financiën vonden het belangrijk om hun eigen financiële systeem te hebben. Allemaal hadden ze hun eigen begroting en hun eigen jaarrekening. Bovendien hadden ze allemaal hun eigen manier van werken.’ ‘Alle stadsdelen en diensten vonden hun eigen administratie erg belangrijk,’ zegt Hilmi Goker, teamleider Grootboek. ‘Voor alle betrokken ambtenaren was dat hun

43


gemeente wilde dat grondig aanpakken. ‘Ambtenaren moesten heel anders gaan werken,’ zegt Hilmi. ‘Het was een cultuuromslag. Implementatiemanagers speelden een cruciale rol.’

Voor een woonboot in gemeentewater moet precariobelasting worden betaald.

dagelijks werk. En iedereen werkt nu eenmaal graag op zijn eigen manier.’ Vervuilde administratie Deze situatie was niet efficiënt. ‘Op de ene plek was het goed geregeld,’ zegt Joeri. ‘Maar op de andere waren achterstanden. Er waren ook veel financiële transacties tussen stadsdelen en diensten. Ze stuurden elkaar dus ook facturen. Als een ambtenaar zo’n factuur niet goed begreep, zette hij hem op een tussenrekening. Dan zocht hij later uit wat voor factuur dat was. Of een collega. Soms vertrok de betreffende ambtenaar. Soms kwam zo’n tussenfactuur pas weer tevoorschijn als de jaarrekening werd opgemaakt. Dan was er nog steeds onduidelijkheid over zo’n factuur. En die was dan nog steeds niet betaald. Door dit soort zaken vervuilt je administratie.’ Bewoners en ondernemers beter geholpen De Doorontwikkeling Financiële Administratie moest een eind maken aan die 44 verschillende administraties. De

44

Werken voor BOB

Sinds januari 2017 is het Amsterdams Financieel Systeem (AFS) in gebruik. ‘Eén concernadministratie en daardoor inzicht in alle financiële processen,’ legt Hilmi uit. ‘Van alle facturen kunnen we zien wanneer ze binnenkwamen. Hoe lang ze in behandeling waren. En wanneer ze betaald zijn. Stadsdelen en diensten sturen elkaar geen facturen meer voor bepaalde diensten. Dankzij die heldere administratie kunnen budgethouders de juiste keuzes maken. Ambtenaren werken nu procesgericht. Ze zijn meer gespecialiseerd. Ze hebben allemaal een duidelijk takenpakket en doen waar zij goed in zijn. We zijn nog niet waar we willen zijn. Sommige procesbeschrijvingen kloppen op hoofdniveau. Die moeten dan nog verder uitgewerkt worden.’ Goedkoper Hilmi heeft meer plezier in zijn werk dankzij AFS: ‘Ik houd van procesmatig werken. Er is duidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden. Daardoor kan ik medewerkers beter aansturen.’ ‘De implementatie van al die nieuwe processen kostte veel energie,’ zegt Joeri. ‘We mogen best trots op de resultaten zijn. Bewoners en ondernemers worden beter geholpen. Ook voor hen is het goed als financiële processen inzichtelijk zijn. Een efficiënte financiële administratie is goedkoper. Daar hebben bewoners en ondernemers baat bij.’


Wat vindt BOB? Werken aan financiële dienstverlening Waar lopen bewoners, ondernemers en bezoekers in de gemeentelijke organisatie tegenaan? Ombudsman Arre Zuurmond is de schakel tussen BOB en gemeente en vertelt hierover.

Sinds januari 2017 heeft de gemeente één financiële administratie. Krijgt u minder klachten dan toen er nog 44 losse administraties waren? ‘Het systeem is veranderd. Bewoners en ondernemers snappen dan niet altijd meteen hoe het werkt. Dan krijg je altijd meer klachten. Nieuw beleid of een nieuw systeem werkt niet altijd meteen goed. Stel dat jij ten onrechte een boete hebt betaald van vijftig euro. Als je dan je geld terug wilt, moet je best wel veel formulieren invullen voor het geld aan jou is overgemaakt. Dat kan wel een half jaar duren. Daar heb ik allerlei klachten over gekregen. Daarover had ik een gesprek met de directeur. Die legt dan uit dat het systeem gewijzigd is. We spraken af dat dit soort zaken met voorrang worden afgehandeld door

de betreffende afdeling. Die afdeling doet dan twee dingen. Die lost eerst het probleem op. En zoekt dan uit hoe het komt dat het op dat plekje nog niet goed liep met de nieuwe procedures. Eventueel worden die procedures dan aangepast. Bewoners en ondernemers wennen ook aan nieuw beleid. Als een regel strakker wordt, krijg je eerst meer klachten. En na een half jaar is iedereen aan die strakkere regel gewend.’ Klagen ondernemers ook over boetes? ‘Ja zeker. Bijvoorbeeld ondernemers die een boete krijgen voor illegale Airbnb. Dat zijn hoge boetes. Dan zoek ik dat uit. Meestal zijn die boetes terecht. Dan zeg ik: U wist dat dit niet mocht. U nam een risico als ondernemer en hebt pech gehad.’

45


Het werk ligt op straat Stadsbeheer Op 1 september 2018 is een vijfde cluster van start gegaan: Stadsbeheer.  Drie directies zijn hierin samengevoegd: Afval & Grondstoffen; Stadswerken; en Handhaving & Toezicht. Paula Verhoeven is kwartiermaker voor het nieuwe cluster. Waarom een vijfde cluster Stadsbeheer? ‘De beheertaken voor schoon, heel en veilig waren bij de stadsdelen ondergebracht. Die hadden elk hun eigen afdelingen. Een sterke kant van het stadsdeelniveau is het gebiedsgericht werken. Er zijn ook nadelen. Elk stadsdeel haalt zelf huisvuil op en heeft een eigen reserve vuilniswagen. Dan staan in Amsterdam al gauw tien vuilniswagens stil. Als je in één cluster werkt, kun je de uitvoering beter organiseren. Het doel

Paula Verhoeven.

46

Werken voor BOB

van cluster Stadsbeheer is dat we de straten van Amsterdam nog schoner, heler en veiliger maken.’ Amsterdammers geven voor het schoonhouden van de publieke ruimte het cijfer 6,6.Wat is de belangrijkste uitdaging voor Afval & Grondstoffen? ‘De eerste uitdaging is zo doelgericht en efficiënt mogelijk afval ophalen in de historische, steeds drukkere binnenstad. We denken nu na over hoe dat het best


mensen? Op welke momenten zijn die er? Waar en wanneer ervaren we de meeste overlast? Dat geldt ook voor Stadswerken. Kapotte bankjes en dergelijke moeten zo snel mogelijk vervangen worden.’

Ambtenaren aan de slag in Amsterdam Zuidoost.

kan. Met wat voor containers? Ook over het water? In één keer naar de verbranding of via een overslagpunt? Een tweede uitdaging is de verduurzaming. Hoe krijg je zo min mogelijk afval en hoe gebruik je zoveel mogelijk van dat afval als grondstof?’ Voor welke uitdagingen staat Handhaving & Toezicht? ‘Handhaving & Toezicht moet 24/7 goede dienstverlening op de juiste plaats leveren. Waar zijn de meeste

In Leiden, maar vooral in Rotterdam heb je bij die gemeenten veel ervaring opgedaan met stedelijke ontwikkeling. Wat is jouw belangrijkste taak als kwartiermaker? ‘Elke directie had al een trekker. Die drie trekkers bedenken hoe we die onderdelen zo goed mogelijk kunnen optuigen. Zodanig dat BOB en de mensen die er werken erop vooruitgaan. Mijn belangrijkste taak is zorgen dat de drie onderdelen in één nieuw cluster elkaar gaan versterken. Als handhavers hun collega’s van Afval en Grondstoffen waarschuwen over afval op straat, is die vuilnis sneller verdwenen. En als straten en pleinen goed worden schoongehouden, hebben handhavers minder te doen. Daarbij willen we het gebiedsgericht werken en de contacten met gebiedsmanagers van de stadsdelen nadrukkelijk in ere houden.’ Henk Damen is bij Stadsbeheer ecologisch groenbeheerder in Nieuw-West: ‘We werken veel samen met bewoners, beheerders en enthousiaste vrijwilligers. Zeven keer per jaar organiseer ik een vrijwilligersdag. Dan gaan we samen de wilgen knotten, het riet ruimen en in de zomer ringen we de ooievaarskinderen. Het is ontzettend leuk om te doen.’

47


Regels zijn soms te vierkant Ombudsman, schakel tussen BOB en gemeente Arre Zuurmond is sinds 2013 Ombudsman Metropool Amsterdam. Hij werkt niet alleen voor de gemeente Amsterdam, maar ook voor Almere, Diemen, Landsmeer, Waterland en Zaanstad. Hij vindt dat de overheid moet zorgen voor eerlijk rechtsverkeer, eerlijk economisch verkeer en eerlijk sociaal verkeer. De ombudsman handelt klachten af van bewoners en ondernemers. Soms ook van bezoekers.

Arre Zuurmond.

48

Werken voor BOB


Ambtenaren aan het werk in Amsterdam Centrum na Koningsdag.

Wat is jouw belangrijkste taak als ombudsman? ‘Regels zijn soms te vierkant. Daarmee bedoel ik dat er in die regels steeds minder ruimte voor maatwerk zit. Dan blijkt soms dat mensen hard getroffen worden door bepaalde regels, waar dat eigenlijk niet de bedoeling was.’ Kun je een voorbeeld noemen? ‘Een jongen die heel ziek is en niet meer kan werken. Hij verhuurt een kamer via Airbnb. Daar kan hij net van leven. Vrienden helpen hem. Hij is ontzettend gelukkig. Heeft geen uitkering nodig. Maar volgens de regels voor Airbnb is die kamer een halve meter te groot. Die wet is bedoeld om huisjesmelkers aan te pakken. Niet om deze jongen dwars te

zitten. Dus voerde ik een gesprek met hem en een eindverantwoordelijke. En die zei: Jij krijgt van mij een briefje waarin staat dat jij mag doorgaan met Airbnb.’ Wat moet er gebeuren om meer maatwerk zonder tussenkomst van jou als ombudsman mogelijk te maken? ‘Eigenlijk probeer ik het zo te organiseren dat iedereen voelt: Je hebt hier regels. Maar soms is de toepassing van deze regel niet goed. Handhavers op straat moeten vrij strak zijn. Stel je haalt je oude zieke moeder op voor een bezoek aan de dokter. Je hebt net iets meer dan tien minuten nodig om haar in je auto te krijgen. En dan krijg je een boete. Dat is vervelend. Over dit soort situaties heb ik gesprekken gevoerd met

49


Deze ondernemers in Nieuw-West hebben hun steigervergunning online aangevraagd. Bij de aanvraag hebben ze meteen parkeervakken gereserveerd.

de wethouder en de gemeenteraad. Soms hebben mensen een goed verhaal. Zoals die zoon van die oude, zieke moeder. We hebben daar een mooie oplossing voor gevonden. De handhaver op straat gaat niet in discussie. Dus die zoon krijgt gewoon een boete. Maar hij kan bezwaar maken. Hij heeft een goed verhaal en die boete wordt kwijtgescholden.’

50

Werken voor BOB

Geef nog eens zo’n voorbeeld van maatwerk? ‘Soms krijg je de tranen in je ogen. Een terminale vrouw woont op de vierde verdieping. Met twee kinderen, van zestien en twintig. Door zware medicijnen kan ze de trap niet meer op. Ze wil haar etage ruilen voor een woning op de begane grond. Zodat ze nog naar buiten kan in het jaar dat ze


nog te leven heeft. Eigenlijk wil ze zeker weten dat de kinderen daar kunnen blijven wonen. Maar ik ga niet over de woningcorporaties. Ik besprak dit met mensen van cluster Sociaal. Uiteindelijk besloten we dat ik de directeur van de corporatie belde. Zo kwam de gewenste woningruil tot stand. Die vrouw had een goed laatste jaar. En wist dat haar kinderen daar konden blijven wonen.’ Je gaat op huisbezoek en incognito mee met bewoners die hulp bij de gemeente zoeken. Hoe pak je dat aan? ‘Dan heb ik van de Diaconie een briefje gehad waarin staat dat een zwerver maar geen uitkering krijgt. Dan ga ik met hem mee en doe alsof ik van de kerk ben. En probeer ik te helpen. Soms lukt het niet en wordt de aanvraag van zo’n zwerver onterecht afgewezen. Dan bel ik het management en zeg ik dat ik zag dat de uitkering onterecht is afgewezen. Dan vraag ik of er nog een keer naar die beslissing gekeken kan worden. Inmiddels heb ik de gemeente zover dat er een Team Maatwerk is. Regelmatig verwijs ik Amsterdammers naar dat team. En ook steeds meer ambtenaren verwijzen nu door naar het Team Maatwerk. Omdat ze vinden: voor deze meneer of mevrouw klopt de regel niet. Een goede ambtenaar denkt vanuit de mens, niet vanuit de regels.’ Heb je ook rechtstreeks contact met ambtenaren in de uitvoering? ‘Ik ga vaak mee met uitvoerders. Na Koningsdag een keer een met straatvegers. Van acht uur ’s avonds tot acht uur ’s ochtends. Hartstikke

leuk. Ik heb veel waardering voor uitvoerders. Ik zie ze soms met slechte spullen werken. Soms ook niet goed bestuurlijk gesteund. Bijvoorbeeld bij een taxicontrole, die handhavers met de Rijksbelastingdienst uitvoeren. Het tuig onder de taxichauffeurs weet dat binnen vijf minuten. En komt met vijftig, zestig man tegenover de handhavers te staan. Die vluchten met gevaar voor eigen leven. Onacceptabel! Geen enkele bestuurder ging naar die handhavers om te zeggen: Schande! Maar ik sta achter jullie. Jullie krijgen extra beveiliging, het tuig moet weg en we gaan het aantal handhavingsacties verviervoudigen! Wij dulden niet dat onze handhavers gevaar lopen.’ Heb je als ombudsman ook te maken met ondernemers en bezoekers? ‘Met bezoekers bijna nooit. Wel zijn er regelmatig ondernemers die klagen over voorschriften. Een voorbeeldje. Een ondernemer moet verbouwen en mag dan niet langdurig parkeren. Dan komt er een bestelbusje met drie man en achterin gereedschap en bouwmaterialen. En dan geldt daar een parkeermaximum van drie uur. Voor dit soort situaties heb ik met de wethouder een regeling getroffen. Als ondernemers een steigervergunning of een verbouwvergunning krijgen, mogen ze ook parkeerplekken voor één of twee auto’s of busjes aanvragen. Daar wordt dan een hek geplaatst waar de auto’s achter kunnen. Dan hoeven die bouwvakkers niet elke twee uur naar de parkeermeter. Grote ondernemers gaan niet naar de ombudsman. Die hebben topadvocaten.’

51


Zo werkt de gemeente Amsterdam Bestuurlijke en ambtelijke organisatie De gemeente Amsterdam heeft een bestuurlijke organisatie en een ambtelijke organisatie. Hoe werken deze samen voor de bewoners, ondernemers en bezoekers van Amsterdam? Bestuurlijke organisatie De bestuurlijke organisatie wordt gevormd door de burgemeester en 8 wethouders, 45 gemeenteraadsleden en de stadsdelen Noord, Oost, Zuid, West, Centrum, Nieuw-West en Zuidoost. Gemeenteraad Iedere vier jaar kiezen Amsterdammers tijdens de gemeenteraadsverkiezingen de leden van de gemeenteraad. De gemeenteraad is het hoogste bestuur

van Amsterdam. De raadsleden komen maandelijks bij elkaar en beslissen met elkaar over het beleid voor de stad. De vergaderingen van de gemeenteraad zijn openbaar en kun je bijwonen.  De raadsvergaderingen zijn ook online  te volgen. Daarnaast zitten de raadsleden ook in ĂŠĂŠn of meerdere raadscommissies. De raadscommissies houden zich bezig met een bepaald onderwerp.  En de raadscommissies bespreken besluiten van het college van

Stemmen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2018.

52

Werken voor BOB


Stemmen tellen in een stembureau in Amsterdam Nieuw-West.

burgemeester en wethouders en raadsvoorstellen. Daarna neemt de gemeenteraad er een besluit over. Burgemeester en wethouders De burgemeester wordt via een Koninklijk besluit benoemd voor een periode van zes jaar. Dit gebeurt op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en na aanbeveling van de gemeenteraad. De burgemeester is de onafhankelijke voorzitter van het college en de gemeenteraad. Hij heeft een aantal zelfstandige bevoegdheden, bijvoorbeeld op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid. Na de gemeenteraadsverkiezingen vormen politieke partijen een college met wethouders. De wethouders worden door de gemeenteraad benoemd. Het college van burgemeester en wethouders

(B&W) houdt zich bezig met verschillende beleidsterreinen. Bijvoorbeeld Sport en Recreatie, Onderwijs, Verkeer en Vervoer, Duurzaamheid, Werkgelegenheid, Jeugd, Cultuur of Openbare Ruimte. De gemeenteraad en het college worden ondersteund door de raadsgriffie. Daarnaast zijn er onafhankelijke adviesorganen die de gemeenteraad gevraagd en ongevraagd adviseren: de Auditdienst ACAM, de Ombudsman en de Algemene Rekenkamer. Gezamenlijk vormen de burgemeester en de wethouders het dagelijks bestuur van de gemeente. De afspraken die ze maken staan in het bestuursakkoord of coalitieakkoord. Het college van B&W zorgt er samen met de gemeenteraad voor dat dit akkoord goed wordt uitgevoerd door de ambtelijke organisatie.

53


Vergadering van de gemeenteraad in stadhuis Prinsenhof aan de Oudezijds Voorburgwal.

Ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie heeft op dit moment ongeveer 14.800 medewerkers. Aan het hoofd van de ambtelijke organisatie staat de gemeentesecretaris. Hij is de hoogste ambtenaar en de algemeen directeur van de gemeente Amsterdam. Ook is hij adviseur van het college van burgemeester en wethouders en daarmee de schakel tussen de bestuurlijke en ambtelijke organisatie. De organisatie is ingedeeld in een aantal domeinen, ook wel clusters genoemd: Dienstverlening en Informatie, Interne Dienstverlening, Ruimte en Economie, Sociaal en Stadsbeheer. De clusters bestaan uit organisatie-onderdelen, ook wel directies genoemd. Zij maken beleid en voeren het uit samen met de stadsdelen.

54

Werken voor BOB

Aan het hoofd van het cluster staat een stedelijk directeur. De stedelijk directeuren vormen samen met de gemeentesecretaris, de concerncontroller en de directeur Bestuursadvisering het gemeentelijk managementteam (GMT). Een ander onderdeel van de ambtelijke organisatie is Bestuur en Organisatie. Medewerkers van Bestuur en Organisatie maken kaders voor de bedrijfsvoering, zoals FinanciĂŤn, Communicatie en Personeel en Organisatie. Ze controleren die ook. Daarnaast adviseren zij het college van B&W op het beleid in de stad. Stadsdelen De zeven stadsdelen van Amsterdam zijn verdeeld in 22 gebieden. De gemeenteraad en het college van


De ambtelijke organisatie volgt de keuzes van de bestuurlijke organisatie en uiteindelijk de stem van de Amsterdammers. Zo werken wij in Amsterdam. B&W maken plannen en regels voor heel Amsterdam. Bepaalde taken en bevoegdheden dragen zij over aan de stadsdelen. Zoals de inrichting van straten en pleinen, groen en parken, inzamelen van huishoudelijk afval en welzijnswerk in de buurt. Sinds 2018 kiezen Amsterdammers naast de leden voor de gemeenteraad, ook een vertegenwoordiger in de adviescommissies van de 22 gebieden.

Deze commissies adviseren gevraagd en ongevraagd het dagelijks bestuur van een stadsdeel. Bijvoorbeeld over ontwikkelingen en besluiten die voor het gebied en het stadsdeel belangrijk zijn. De stadsdelen hebben veel contact met de Amsterdammers in de buurt. Daarmee zijn ze de oren en ogen van de stad en de schakel naar de ambtelijke organisatie. De gemeenteraad en het college van B&W gebruiken de signalen van de stadsdelen om plannen en regels te maken voor de stad.

De Raadzaal in het huidige stadhuis aan de Amstel. Hier werd op 12 juli 2018 Femke Halsema beĂŤdigd als burgemeester van Amsterdam.

55


De Oude Kerk verlicht met ledverlichting.

56

Werken voor BOB


Amsterdamkunde Amsterdamkunde is een intern programma voor ambtenaren van de gemeente Amsterdam. Iedereen die voor de gemeente Amsterdam werkt, staat in een lange traditie. Door kennis van het verleden zijn we in het heden nog beter in staat ons  werk met hart en ziel te doen. Voor bewoners, bedrijven en bezoekers van Amsterdam. Het programma levert een bijdrage aan een groter historisch besef.  Zo ontstaat het gesprek over de rol van de gemeente en de rol van de ambtenaar toen en nu. Bovendien versterkt het programma de trots op onze organisatie. Eerder verschenen binnen Amsterdamkunde: De Februaristaking, Ambtenaren en 100 jaar Amsterdamse School (expositie met catalogus), Ambtenaar voor Amsterdam, Amsterdamkunde Quiz (spel), Activiteiten, zoals stadswandelingen, excursies naar de vier stadhuizen en de Amsterdamkunde Pubquiz. Meer informatie over Amsterdamkunde via intranet.amsterdam.nl/amsterdamkunde.

Amsterdamkunde Quiz De Amsterdamku De eerste speler nde Quiz is een stelt nu de vraag leuk en leerzaam spel voor aan de tweede speler. Gooit de Amsterdamse ambten speler een kleur Met grappige weetje aren. waarvan hij het fiche al heeft? Dan s én belangrijke mag hij zelf een informatie. Door meer kennis andere kleur kiezen. van heden en verlede n zijn we in staat ons werk voor bewoners, ondernemers en bezoekers van Joker Amsterdam nog beter te doen. De vraag wordt voorgelezen en Spelwijzer de speler mag het antwoord opzoek en! Gebruik bijvoor Wie verzamelt de boekjes van beeld als eerste vijf verschi de Amsterdamse llend gekleurde fiches? School ‘De Februaristakin g’, ‘Ambtenaren en 100 jaar Amsterdamse School ’ en ‘Ambtenaar Leg de quizkaa voor Amsterdam’. Of rten op tafel met ‘De Amsterdamse de vragen naar boven. Wie Ambts of eed’, een smart phone. als eerste wit gooit Maak het extra met de dobbelsteen spannend door een maxim mag de eerste ale tijd af te spreke vraag stellen aan de speler links n (bijvoorbeeld anderh van hem. alve minuut). De eerste speler Groepsjoker gooit met de dobbe lsteen. De kleur die hij De vraag wordt met de dobbelsteen voorgelezen en gooit, is de kleur van de alle spelers mogen op zoek vraag die hij gaat naar een antwoo beantwoorden Gooit de speler rd! Gebruik . hiervoor wat wit, dan mag hij je nodig hebt. De zelf een kleur kiezen. speler die als eerste het goede antwoord geeft, krijgt geen fiche, maar mag wel met de dobbe Wie de vraag gaat lsteen gooien en nog een vraag stellen pakt nu beantw een quizkaart oorden. van de stapel en leest de vraag voor. Beantwoord de speler de vraag Amsterdamse goed? Dan krijgt School hij van een fiche in die kleur. De Amster De beurt gaat naar damkunde Quiz de volgende is ontwikkeld door speler (volg de de Amsterdamse wijzers van de klok). School van de gemee Beantwoord de speler zijn vraag nte Amsterdam. De fout? Dan gaat Amsterdamse School de beurt ook naar de volgen biedt leren en ontwikkelen de speler. op verschillende manieren aan. Amsterdamkunde faciliteert het gespre De tweede speler k over de rol van de gemee gooit met de dobbe nte en de rol van lsteen. de ambtenaar voor de stad, toen en nu.

De Amsterdamku nde Quiz is voor de Amsterdamse School gemaakt door Pieter Sombe rg, Kees Neefje s en Tom van Veenhu ijzen. Contact: deams terdamseschool@am sterdam.nl

Amsterdamse School De gemeente Amsterdam heeft de activiteiten gericht op leren en ontwikkelen van haar medewerkers ondergebracht bij de Amsterdamse School. De Amsterdamse School biedt leren en ontwikkelen op verschillende manieren aan. Ook deze publicatie ‘Werken voor BOB’ is een initiatief van de Amsterdamse School.

EXPOSITIE Ambtenaren

Ambtenaren en 100 jaar Amsterdamse School

en 100 jaar Amsterdamse School

Amsterdamse School is een belangrijke stroming in de Nederlandse architectuur. Welke rol speelden ambtenaren en wethouders bij de bouw van gebouwen, bruggen en straatmeubilair in de stijl van de Amsterdamse School?

Aantal spelers De Amsterdamku nde Quiz speel je met tweetallen spelen of vijf teams maken maximaal vijf spelers. Je kunt ook in dan samen. Zo kunnen wel vijfentw . De deelnemers in één team spelen intig spelers meedo en.

voor Ambtenaar Amsterdam

De Februaristaking

r voor Ambtenaam a Amsterd

Qu z

haak aan bij de Amsterdamse

BOB Werken voor

Rubrieken

se School r Amsterdam en 10 0 jaa

Historis ch Amster dam Gemeentelijke organisatie Ken je stad Stadsdelen Bewoners, Ondern emers en Bezoek ers (BOB)

n Ambtenare

Inhoud 110 quizkaarten 25 fiches 1 kleurendobbel steen

unde Amsterdamk

57


Beeldverantwoording Voorkant Stadsarchief Amsterdam, 1953 Pagina 3 Library of Congress, Rosenwald, p. 5, 1410 Pagina 4-5 Gemeente Amsterdam, Sander Foederer, 2018 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2015 Pagina 6-7 Rijksmuseum Amsterdam, Nicolaas van der Waay, 1910 Rijksmuseum Amsterdam, Johannes Jelgerhuis, ca. 1820 Stadsarchief Amsterdam, Reinier Vinkeles, 1769 Pagina 8-9 Rijksmuseum Amsterdam, Cornelis van Noorde, 1751 Stadsarchief Amsterdam, Doriann Kransberg, 2011 Stadsarchief Amsterdam, Johannes ter Gouw, 1851 Pagina 10-11 Stadsarchief Amsterdam, Jacobus Buys en Reinier Vinkeles Rijksmuseum Amsterdam, Jan van der Heyden, ca. 1674-1679 Veerle Simons, 2018 Pagina 12-13-14 Joost van Manen Photography, 2018 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2016 Stadsarchief Amsterdam,

58

Johannes Baptista Bickhoff, 1903 Pagina 16-17 Stadsarchief Amsterdam Stadsarchief Amsterdam, 1967 Stadsarchief Amsterdam Pagina 18-19 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2016 Gemeente Amsterdam, 2018 Nationaal Archief, Rob C. Croes, 1988 Pagina 20-21 Stadsarchief Amsterdam, Internationaal Persfoto Bureau N.V., 1928 Stadsarchief Amsterdam, Petrus van Geldrop, ca. 1910 Nationaal Archief, Wim van Rossem, 1959  Pagina 22-23-24 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2017 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2016 Joost van Manen Photography, 2018 Pagina 26-27 Gemeente Amsterdam, Roos Trommelen, 2017 Gemeente Amsterdam, Richard Mouw, 2017 Gemeente Amsterdam, Alphons Nieuwenhuis, 2017 Pagina 28-29 Stadsarchief Amsterdam Gemeente Amsterdam, George Maas, 2015

Werken voor BOB

Pagina 30-31 Stadsarchief Amsterdam, 1936 Wikimedia, 1930 Stadsarchief Amsterdam, FrĂŠ Cohen, ca. 1930  Pagina 32-33-34 Joost van Manen Photography, 2018 Gemeente Amsterdam, Alphons Nieuwenhuis, 2016 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2012  Pagina 36-37 Stadsarchief Amsterdam, ca. 1950-1960 Rijksmuseum Amsterdam, Johannes Jelgerhuis, 1818 Gemeente Amsterdam, Francoise Ronday, 2012 Pagina 38-39 Stadsarchief Amsterdam, 1953 Joao Vitalis Stadsarchief Amsterdam, Leendert van der Post, ca. 1949-1954 Pagina 40-41 Familie-archief Keegstra Archief van De Nederlandse Bank Simon Lelieveldt Pagina 42-43-44 Joost van Manen Photography, 2018 Belasting en Douanemuseum, A. Khaknegar Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2017 

Pagina 46-47 Joost van Manen Photography, 2018 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2016

Pagina 48-49-5-51 Ombudsman Metropool Amsterdam Gemeente Amsterdam, Marco Keyzer, 2017 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2018 Pagina 52-53-54-55 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2018 Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, 2012 Stadsarchief Amsterdam Gemeente Amsterdam, Sanne Couprie, 2018 Pagina 56 Gemeente Amsterdam, Baldwin Henderson, 2017 Pagina 58-59 Stadsarchief Amsterdam, 1957  Achterkant Gemeente Amsterdam, Alphons Nieuwenhuis, 2016 Met dank aan: Belasting- en Douanemuseum, De Nederlandse Bank, Joao Vitalis, Nationaal Archief, Rijksmuseum Amsterdam, Simon Lelieveldt, Stadsarchief Amsterdam.


We hebben zorg genomen om alle rechthebbenden voor hier gereproduceerde foto’s te traceren, soms evenwel zonder succes. Iemand die in dat opzicht meent rechten te hebben, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de Amsterdamse School.

Op kleuterschool De Meerkoet (Amsterdam Nieuw-West) wordt schoolmelk uitgedeeld.

59


Colofon Eindredactie en programmamanagement Pieter Somberg Tekst en interviews Kees Neefjes Beeldredactie Veerle Simons Vormgeving Tom van Veenhuijzen Met dank aan Rob van den Ancker, Rob Beentjes, Hilmi Goker, Revilinho Graanoogst, Jolanda Kanteman, Miriam Kimkes, Joeri Oosterbroek, Fred Repko, HenriĂŤtte Rombouts, Alvaro Solano, Arre Zuurmond Uitgave Gemeente Amsterdam / De Amsterdamse School Contact deamsterdamseschool@amsterdam.nl

60

Werken voor BOB


Amsterdamse ambtenaren werken elke dag voor BOB. Zij werken aan een stad waar bewoners, ondernemers en bezoekers met plezier zijn. Dat werk doen ambtenaren al bijna 750 jaar. Wat merkt BOB van al die inspanningen? Ambtenaren van vroeger en ambtenaren van vandaag de dag vertellen over hun resultaten voor de stad.

Profile for Movement

Werken voor BOB  

Ambtenaren van vroeger en ambtenaren van vandaag de dag vertellen over hun werk voor Amsterdam.

Werken voor BOB  

Ambtenaren van vroeger en ambtenaren van vandaag de dag vertellen over hun werk voor Amsterdam.

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded