Page 26

ScholengidsVO2011-hfdst1-38.0 04-11-10 16:15 Pagina 24

Vmbo

listen, zoals een schoolarts of verpleegkundige, een leerplichtambtenaar, een onderwijshulpverlener en medewerkers van de school. Samen maken zij afspraken over de hulpverlening aan leerlingen.

Ongeveer de helft van de leerlingen gaat na de basisschool naar het vmbo, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. vmbo duurt vier jaar. Vanuit vmbo kun je naar mbo (middelbaar beroepsonderwijs). Sommige leerlingen kunnen doorstromen naar havo. De eerste twee leerjaren krijg je de vakken van de onderbouw. Deze vakken kunnen per school erg verschillen. Aan het eind van de 2e klas kies je een sector. Elke sector heeft eigen vakken.

Wil je weten hoe de school de begeleiding van leerlingen aanpakt? Vraag ernaar tijdens de informatiedagen.

De onderwijssoorten van het voortgezet onderwijs zijn: • praktijkonderwijs • vmbo - voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs • vmbo met lwoo - leerwegondersteunend onderwijs • havo - hoger algemeen voortgezet onderwijs • vwo - voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

Vier leerwegen Vmbo heeft 4 leerwegen. Een leerweg is een manier van leren. Sommige leerlingen hebben weinig moeite met studeren uit boeken, andere leren het liefst door te werken en te leren in de praktijk. Het is de bedoeling dat je een leerweg volgt die goed past bij je mogelijkheden en wensen. De leerwegen sluiten aan op mbo.

Praktijkonderwijs Je kunt kiezen uit 4 leerwegen: Praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen die wel een vak kunnen leren, maar voor wie vmbo te zwaar is, ook als ze extra hulp krijgen. In het praktijkonderwijs gaat het vooral om de praktische kanten van het leren. Verder is er aandacht voor het ontwikkelen van je persoonlijkheid en het aanleren van sociale vaardigheden. De school kijkt wat je kan en past het onderwijsprogramma daarop aan. De leerlingen zitten in kleine groepen en krijgen extra hulp en begeleiding om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Je leert wat je mogelijkheden zijn op de arbeidsmarkt en hoe het is om in een bedrijf te werken. Dit onderwijs loopt meestal door tot het vinden van passend werk. Een aantal leerlingen krijgt de mogelijkheid om een mboopleiding op niveau 1 te doen. Dat gebeurt in samenwerking met het ROC. De toelating tot het praktijkonderwijs is wettelijk geregeld. Om hiervoor in aanmerking te komen hoef je niet deel te nemen aan de cito-eindoets. Wel krijg je een test op het gebied van leerresultaten en intelligentie. Gaat uw kind naar praktijkonderwijs of naar vmbo met lwoo? Voor meer informatie: zie p. 20.

• vmbo-b: basisberoepsgerichte leerweg • vmbo-k: kaderberoepsgerichte leerweg • vmbo-g: gemengde leerweg • vmbo-t: theoretische leerweg

• vmbo-b In de basisberoepsgerichte leerweg krijg je ten minste 12 uur per week praktijkvakken. Deze vakken zijn gericht op een bepaald beroep, bijvoorbeeld uiterlijke verzorging of installatietechniek. Daarnaast krijg je een aantal algemene vakken, zoals Nederlands en Engels. Binnen vmbo-b kun je ook het leerwerktraject volgen. Dit is een manier van leren met meer ruimte voor stage of werk. Na vmbo-b kun je doorstromen naar mbo-1 en mbo-2. • vmbo-k In de kaderberoepsgerichte leerweg krijg je algemene vakken en gemiddeld 12 uur per week praktijkvakken die zijn gericht op één beroep. Het verschil met vmbo-b is dat je na vmbo-k kunt doorstromen naar mbo-3 en soms mbo-4. • vmbo-g In de gemengde leerweg krijg je vooral algemene vakken. Daarnaast krijg je gemiddeld 4 uur per week praktijkvakken die zijn gericht op één

24

Schoolkeuze gids VO 2011  

Keuzegids van Amsterdamse voortgezet onderwijsscholen

Schoolkeuze gids VO 2011  

Keuzegids van Amsterdamse voortgezet onderwijsscholen