Page 1

BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 3


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 1

Vormgeving cover Florad. Coverfoto’s Ben Seelt, Eddy Westveer, Sky Pictures

“Eigenlijk weet ik weinig over Zeeland.”

1


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Zeeland toen en nu pag 01 - 32

Zeeland schrijvers en dichters ook in dialect pag 33 -64

Zeeland dat wil ik weten pag 65 - 96

Zeeland schrijvers en dichters ook in dialect pag 97 -127

Credits: Aan Ik lees Zeeland werd meegewerkt door een groot aantal Zeeuwen. Zie pagina 127. Colofon zie pagina 128

Pagina 2


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 3

ik lees land

3


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

4

11-07-2012

10:49

Pagina 4


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 5

ik lees zee Foto - Ben Seelt

5


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 6

Zelf de Zeeuwse geschiedenis ontdekken in steden, dorpen en op het platteland Laten we starten in het Abdij-complex in Middelburg, waar het provinciaal bestuur zetelt. Monniken uit Vlaanderen hadden in Middelburg omstreeks 1100 al een klooster.

De abdij werd omstreeks 1125 gesticht. Een deel van de Balanspoort stamt uit de dertiende eeuw. De Gistpoort werd omstreeks 1550 gebouwd. In de 15e en 16e eeuw werd de abdij zwaar beschadigd door brand.

de 14e eeuw. De achtkantige vorm van de Koorkerk is zeldzaam. De 8-hoek symboliseert de volmaakte stad, het hemelse Jaruzalem. De abdijtoren De lange Jan kan zomers beklommen worden.

Toen stad en abdij in 1574 veroverd werden door de prins en aan de kant van de Opstand kwamen, werd het protestantisme ingevoerd en kwam er een eind aan het kloosterleven. Nadien kwam het complex in verval om pas in 1886 te worden gerestaureerd. De goede staat dankt het huidige complex echter vooral aan de restauraties van na het oorlogsgeweld van 1940.

Middelburg een vluchtburcht Middelburg moest, zoals nu nog uit de naam blijkt, als vluchtburcht de Zeeuwse bevolking bescherming bieden tegen het water en overvallen. Sommigen denken dat de burcht oorspronkelijk is opgetrokken door een hoofdman van de Noormannen. Voorspoed van Walcheren Niet alleen in Middelburg proef je de voorspoed van Walcheren. In 1358 kreeg Veere het recht zich te ommuren.

Foto: Sky Pictures

De Koorkerk 8-kantig De Koorkerk is de oudste kerk bij het Abdijcomplex. Ze werd gebouwd in het begin van

Zeeland vanuit de lucht In een rondvlucht over Zeeland zie je zowel de kust, landbouw- en receatiegebieden, als steden en historische dorpen. Stap in op Vliegveld Midden-Zeeland (nabij Arnemuiden), kijk onder andere uit uit over Veere. Kijk ook op www.zeeland-airport.nl onder het menu ‘recreatie op EHMZ’. 6

Hoewel door bruggen en dammen met elkaar verbonden, praat en denkt men in Zeeland nog altijd in eilanden, met in het noorden Schouwen-Duiveland.


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 7

Boven: De Abdijplein Middelburg. Op dit plein is ik het Zeeuws Museum gevestigd. Links: Zeeland omstreeks 1550. Antieke kaarten www.plancius.nl Rechts: Gevangentoren Vlissingen

Een tochtje rond de Oosterschelde laat die eilandengeschiedenis zien. Je rijdt over de Oosterscheldekering en over de Zeelandbrug van 'eiland naar eiland'. De Dikke Toren van Zierikzee ziet je al van ver. Als de bouwmeesterfamilie Keldermans hun zin hadden gekregen was de toren zichtbaar geweest vanuit alle hoeken van Zeeland. Uiteindelijk zou ze 200 meter hoog moeten worden, maar ze werd nooit afgebouwd. De toren werd zo dik, omdat zij deze afmetingen ooit zou moeten dragen. Zierikzee hoorde ooit bij Holland, toen de

Oosterschelde tot 1323 de officiĂŤle zuidgrens vormde. Stadspoorten Zierikzee heeft nog drie goed bewaarde stadspoorten, maar een ring van vestingwerken zoals deze ter sprake komen in een ander hoofdstuk, heeft altijd ontbroken. 7


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 8

Het Nauw van Bath, een mooi, maar door de verraderlijke bocht ook berucht stukje vaarwater van de Westerschelde.

Stadswallen vind je bijvoorbeeld wél in Zeeuws Vlaanderen. Geen eiland, maar het 'vaste land' dat in het Zuiden aan België grenst. Ook torens laten daar in het zuiden veel van de geschiedenis zien. In het belfort van Sluis (1375) geeft 'Jantje van Sluis' de tijd aan. Oud landschap Niet alleen de bebouwing vertelt geschiedenis. De Zak van Zuid-Beveland laat zien hoe steeds kleine stukjes zee werden omdijkt, waardoor kleine polders ontstonden. Je fietst daar over de bloemendijken. Van het open landschap, waar het zicht niet wordt ontnomen door industrieën, geniet je ook op St. Philipsland en Tholen. 8

Het landschap vertelt ook dat Zeeland van oudsher een agrarische provincie is. Nog altijd is Zeeland een spil in de handel van uien, die je ruikt op Zuid-Beveland. Wie thuis graag bessenjenever drinkt, heeft een goede kans op een fles met bessen uit de Zak van Zuid-Beveland en ook suikerbieten en fruit komen uit Zeeland. Het dorpje Kapelle, waar Annie M.G. Schmidt geboren werd, gebruikt de slogan 'bloesem van Zeeland'. De getijdenhavens, kreken, oesterputten, vuurtorens en veel meer getuigen van de geschiedenis die je overal in Zeeland tegenkomt. Foto: Your Captain Luchtfotografie Beeldbank laatzeelandzien.nl


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 9

Naar Terra Maris voor het Zeeuws Landschap Terra Maris, letterlijk land van de zee, is een actief museum, gehuisvest in de oranjerie van Kasteel Westhove. Het neemt je mee door de geschiedenis van het Zeeuws landschap en laat de rijk gevarieerde natuur zien, van aalscholvers tot zeekraal. Aan de oranjerie grenst ook een landschapstuin. Een bezoek is mooi te combineren met een wandeling door ‘De Manteling’, aan zee, pal achter de duinen. Zie www.terramaris.nl

9


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

10

11-07-2012

10:49

Pagina 10


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 11

Portaal van Vlaanderen in Terneuzen en Maritiem MuZEEum Vlissingen Het water is overal. Nergens zie je zoveel zeeschepen vlak onder de kust voorbij varen als aan het strand en de boulevard van Vlissingen. Een deel daarvan vaart over de Westerschelde naar Gent en passeert de sluizen van Terneuzen. Daar is ook een bezoekerscentrum, met een terras met uitzicht op de Westsluis. Zie www.portaalvanvlaanderen.nl. Wil je de maritieme geschiedenis ontdekken dan ga je in Vlissingen naar het muZEEum. Zie www.muzeeum.nl. Foto: Ben Seelt

11


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 12

Benn Flore, woonachtig in Zeeland, schreef zijn eerste boek voor Elsevier. Ruim dertig jaar later won hij in 2010 de Zeeuwse versie van de ‘Four Freedom Award’ met zijn tweede boek de roman ‘Drie Hoofden op een Kussen’, uitgegeven door Lemmens Uitgeverij in Venray. Hij ontving de prijs uit handen van de kleinkinderen van Franklin D. Roosevelt.

Verliefd op Zeeland Een jaar of zestig was de man in hemdsmouwen, mijn leeftijd. Iets kleiner en een beetje dikker. Hij had een mooie strakke boerse kop met heldere ogen. Kalm en trots. Ik zou jaloers op hem kunnen zijn met mijn doorleefde stadse gezicht. “Je woont hier?” vroeg ik toen ik mijn fiets neerzette en naast hem in de zon op het houten bankje ging zitten. Dies wees met zijn vlakke werkhand. “Verderop.” “Je bent van Walcheren?” “Ja,” antwoordde de man stug. “Een mooi eiland,” probeerde ik. Dies draaide zich naar mij toe en knikte bedachtzaam. Hij keek mij met zijn hoofd schuin onderzoekend aan, alsof hij wilde zien wat voor vlees hij in de kuip had. Toen antwoordde hij melancholiek: “Te mooi voor mij.” Ik keek om me heen en vroeg me af wat hij bedoelde. Ik zag akkers en een kerktoren. Ver weg gleed een auto over een smal pad. Twee fietsers reden gemoedelijk voorbij en groetten. Een man en een vrouw in korte broek. De man fluitte een ontspannen deuntje. Hij droeg teenslippers en fietste met zijn hielen op de trappers. Zijn knieën wijd uit elkaar alsof hij in zijn kruis de wind wou vangen. Die eeuwige wind hier met de geur van pasgemaaid graan. Dies zag mijn glimlach en vragende blik: “Tè mooi?” “Ben je getrouwd?” vroeg de boer of dorpeling. Ik proefde het dialect. “Getrouwd geweest,” antwoordde ik zo afgemeten mogelijk zonder onbeleefd te klinken. Ik weet niet of de man me begreep en expres doorging op dit onderwerp dat mij na al die tijd nog altijd pijn deed. “Maar nog wel verliefd?” vroeg hij op de man af. Ik kon alleen maar ‘ja’ knikken. Er viel een warme stilte. We staarden voor ons heen in de trillende lucht. We hadden geen haast. Zo, met onze blik op een biddende buizerd hoog in de lucht stelde hij de vraag die ik niet graag hoorde: “Was ze mooi?” Op dergelijke vragen antwoordde ik altijd automatisch: “Beeldschoon. De allermooiste.” Afhankelijk van de aard van mijn gesprekspartner stond ik dan op en nam beleefd afscheid zonder verder iets te zeggen. Of ik draaide zoals vanmiddag mijn gezicht naar de vragensteller en probeerde dan zonder opkomende tranen te zeggen: “Ze is al tien jaar dood.” Dies die ik amper vijf minuten kende, verwachtte dat antwoord nog voor ik mijn mond open deed. Hij wiegde zijn strakke kop zachtjes heen en weer en zuchtte: “Tja..., tè mooi. Dat kun je niet loslaten.” 12


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:49

Pagina 13

De man in hemdsmouwen bleef naar de buizerd staren. Ik zag zijn ogen niet, maar zijn handen spraken met vingers krampachtig in elkaar gestrengeld. Dies kromde zijn rug. Mijn onbekende vriend bespaarde mij de vragen over uitzaaiïngen, therapiën en ‘hoe snel het ging’. Een tijdlang hield hij zijn mond en bleef voor zich uit kijken. Net als ikzelf. “En jij?” vroeg ik hem na een tijdje. “Hoezo..., en jij?” antwoordde Dies abrupt en onverwacht grof. “Ben jij getrouwd?” informeerde ik voorzichtig. “Ik niet.” Daarop werd het weer stil op het scherpe gesjirp van wat jonge mussen na. De auto en de fietsers waren verdwenen. De buizerd dook omlaag op zijn prooi. Zo zaten we een tijdje. En nog wel langer. Tot Dies plotseling met een korte ruk zijn hoofd naar mij toe draaide en alleen maar bromde: “Niet getrouwd. Wel verliefd.” Op dat moment leek het of zijn kracht van de eerste vijf minuten had besloten verder mee te liften op de bagagedrager van de fietsers. Mij bekroop het verdriet dat hij als een vent trachtte te verbergen en ik voelde het mijne. In zijn houding herkende ik weer de slapeloze nachten zonder het warme lichaam van mijn liefste. Maar ik moest ook inwendig lachen. Dat was eigenaardig. Verdriet en humor. Dicht bij elkaar. Eerst was ik bang dat het de waanzin was. De schade die ik had opgelopen in mijn eenzame gevecht tegen een doelloos bestaan. Een man takelt af. Ik ging al steeds meer dingen vergeten. Toen drong tot mij door dat Dies naast mij op het bankje ongeveer even oud was als ik. Een zestigjarige ‘’wel verliefd, maar niet getrouwd’. Dat wàs lachwekkend. Ik had nog altijd mijn volle verstand troostte mijzelf. Dies stond nukkig op. Ik was bang dat hij weg liep, maar hij ijsbeerde heen en weer door het lange malse gras en gebaarde me te blijven zitten. Zo af en toe bleef hij staan, schopte met de punt van zijn schoen tegen een molshoop en tuurde over de velden. Al die tijd keek ik zonder iets te zeggen toe. Tot hij stil bleef staan en met zijn handen in zijn zij op mij neerkeek. “Ik weet wat een verloren liefde is,” bromde hij. “Die van mij was twintig. De vrouw van mijn dromen.” Hij ging steunend als een uitgeputte zeventiger weer naast me zitten. “De dood is voor jonge mensen nog verschrikkelijker,” zo probeerde ik hem op te beuren. Dies keek mij aan alsof hij nu dacht dat ik seniel geworden was. “Wie beweert dat ze dood is?” vroeg hij verwonderd en geprikkeld. “Ze is zestig en springlevend.” Vergiste ik me of onderdrukte hij nu een meewarig lachje. Ik probeerde hem te doorgronden, maar het menselijk brein is ingewikkeld. Zelfs al is daar bij een man van zestig maar de helft van over. Dies zag wel dat ik mij verbaasde. Ongevraagd probeerde hij het me uit te leggen: “Ik ontmoette Betsie in ‘69. Het jaar dat de eerste mens landde op de maan. Ik bewaar nog altijd een langspeelplaat met het commentaar van Henk Terlingen. Ik was boer. Zij studeerde en kwam uit de grote stad. En toch hielden we zielsveel van elkaar.” Dies keek mij schuins opzij aan of hij zeggen wilde ‘je begrijpt het zeker wel’. Hij moet teleurgesteld zijn, want ik kon zijn versleten gedachtenkronkels niet volgen. “Een wereld van verschil,” verduidelijkte hij. “Zeeland en de grote stad. Dat had ik al snel door. En na één bezoek aan Seroos had Betsie het ook wel gezien.” Verderop klom de buizerd zonder prooi omhoog in een lege lucht. Dies keek hem na en ook ik volgde hem met mijn ogen. 13


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 14

Verder weg van ons, maar niet uit het zicht. Plotseling besloot Dies zijn relaas zonder poespas af te ronden, kennelijk verlangend naar het einde: “Als we zouden trouwen, moest ik verhuizen. Dat snap je toch?” Dat leek mij inderdaad één van de twee mogelijkheden. “Of Betsie moest naar Zeeland komen,” opperde ik. “Uitgesloten,” reageerde de man naast mij kortaf. Daar moest ik het dan mee doen. Dies toverde een appel tevoorschijn die vermoedelijk al die tijd naast hem op het puntje van de bank had gelegen. Hij zette twee duimen strak tegen het steeltje en brak hem met krakend geluid in tweeën. “Hier. Eet op.” De buizerd maakte zich op voor een nieuwe aanval. Ik kon begrijpen dat mijn vriend zijn zaak wilde laten rusten. Maar al te vaak was ik weggelopen als het verdriet om mijn Patricia opnieuw opwelde. Dus liet ik het zo. Onbevredigd. ‘Allemensen, een verloren liefde noemt hij dat. Zij leeft tenminste nog. Misschien niet meer dan 100 of 200 kilometer hier vandaan.’ ‘Wat een sukkel ben jij,’ wilde ik dolgraag zeggen. Ik beet op mijn tong, Dies beet in zijn rode appel. Hij keek naar het restant in zijn hand, alsof dat hem iets te vertellen had. Ik hoorde hem kauwen en smakken. ‘Wat een boerenlul ben jij,’ dacht ik. Ik werd kwaad op mijzelf, omdat ik kwaad werd op hem. ‘Zijn Betsie moet een mooie, fijne vrouw geweest zijn. Waarschijnlijk was zij dat nog altijd. Anders blijf je niet je leven lang verliefd.” Ik maakte aanstalten om op te staan. Toen ik dat deed pakt hij mij bij de arm. Met het restant van de appel in zijn hand wees hij naar de buizerd die weer geconcentreerd aan het bidden was. “Zie je die vogel,” zei Dies. Ik had de indruk dat zijn stem trilde. “Ja,” antwoordde ik zo vriendelijk mogelijk als ik op dat moment kon opbrengen. “Wat gebeurt er met hem als je hem meeneemt naar de grote stad?” Ik tuurde naar het beest, scherp afgetekend tegen een blauwe lucht. Dies’ greep op mijn arm verslapte, niet langer nodig om mij nog langer staande te houden. Gods geschenk dook weer omlaag. En ik zeeg langzaam terug op de bank. “Het beest zou dood gaan. Onherroepelijk.” “Al heel snel,” begreep ik. “Ik ook,” verzuchtte Dies. We zaten nog een tijdje naast elkaar. Hoog tegen de hemel verscheen een witte streep achter een kleine blinkende punt. Een vliegtuig op weg naar Schiphol, zoals er dagelijks zovelen al voor Zeeuws-Vlaanderen de landing inzetten. We begrepen elkaar. Uiteindelijk kon ik niets anders doen dan weer het woord nemen. “Zeeland is mooi,” zei ik. “Te mooi voor mij,”antwoorde Dies.

14


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 15

Van den Vos Reynaerde en Hulst Hulst in Zeeuws Vlaanderen trekt veel dagjesmensen uit België. De plaats, op ca. 30 km van Antwerpen, wordt dan ook wel gezien als Bourgondische en Zeelands meest Vlaamse stad. Een blik op het oude kaartje op pagina 6 laat zien, dat

In de dertiende eeuw werd ‘Van den Vos Reynaerde’ ge-

de Zeeuwse waterwegen niet altijd precies zo liepen

schreven. De schrijver, waarvan we alleen weten dat hij

als tegenwoordig. Zodoende was Hulst ooit vesting- en

Willem heette, borduurde voort op andere fabels. Om-

havenstad tegelijk. De haven is later verzand.

streeks 1100 waren er verhalen in omloop met de wolf Ysengrimus, geschreven in het Latijn.

Hulst kreeg in 1180 stadsrechten van de Vlaamse

De dieren stelden toen al mensen voor, zoals Maarten

graaf Filips van den Elzas. In de Nederlandse geschie-

Toonder Tom Poes en Olie B. Bommel tot leven bracht.

denisboeken komt Hulst ook voor als in 1591 Maurits

Ze namen een loopje met het hof. Maar dat niet alleen.

van Oranje de stad belegert en in vijf dagen verovert.

De vos Reynaert is een lepe, doortrapte bandiet, want

Waarvoor? Vijf jaar later werd het weer heroverd door

niet alleen heeft hij kippen doodgebeten, daarnaast

Albertus van Oostenrijk. In 1645 heroverde prins Frede-

staat hij Bruun en Tibeert naar het leven en lokt hij de

rik Hendrik van Oranje de stad Hulst en het Hulsteram-

naïeve Cuwaert genadeloos in een dodelijke val.

bacht op de Spanjaarden. Wie denkt er in Hulst niet aan België? Na de Vrede van Münster in 1648 wordt het ge-

Het verhaal van de sluwe vos is terug te vinden in ‘Het

bied onder de Westerschelde, waaronder Hulst, van het

Comburgse Handschift’ met Middelnederlandse literaire

Graafschap Vlaanderen afgescheiden en gaat het toe-

teksten. Na omzwervingen bevindt dit zich in de Würt-

behoren aan de Republiek der Verenigde Nederlanden.

tembergische Landesbibliothek in Stuttgart.

15


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 16

Burgwallen en vestingen

De oudste bewoning in Zeeuws Vlaanderen Aardenburg nabij de Belgische grens, was vanaf het begin van haar geschiedenis een vesting. Aan de Burchtstraat liggen de fundamenten van het oude Romeinse Castelllum Rodanum. Deze streek is het oudst bewoonde stukje van Zeeland. In het gemeentelijk Historisch Museum liggen prehistorische vondsten en Romeins aardewerk. De Sint Baafskerk is in 995 gesticht. Onder de huidige kerk resteren nog de fumdamenten.

Zwin lag. De bolwerken bewezen hun diensten aan verschillende partijen. Sluis veranderde in de 80-jarige oorlog verschillende keren van partij en van geloof. De katholieke Spaanse veldheer Parma zwaaide er de scepter, maar later ook de protestanten onder prins Maurits.

Karakteristiek voor Sluis, ook in Zeeuws Vlaanderen, zijn de ruime gerestaureerde bolwerken. Bezoek Sluis en u kunt zich moeilijk voorstellen, dat het plaatsje vroeger aan de zeearm Het

In Hulst maakte onder andere de dubbele poort, waar resten van te zien zijn, deel uit van vestingwerken rond de stad. Begin 1500 liet Gent, destijds de veroveraar, de poort aanleggen. De ruïne werd nog maar een jaar of vijftig geleden uitgegraven. De sterke wallen die heden ten dage te bewandelen zijn, hielden stand tegen de grootste vijanden. Spanje en Vlaanderen drukten ook hier hun stempel. Zo was Hulst ooit ingenomen door Gentenaren. Zij verschansten zich in het

Museum Het Bolwerk Staats-Spaanse Linies In Zeeuws-vlaanderen zijn honderden forten, dijken en linies gebouwd tijdens de Tachtigjarige Oorlog met Spanje, tussen 1568 en 1648. Een groot aantal daarvan zijn nog in het landschap te zien. Dit museum in IJzendijke wijst je de weg. www.museumhetbolwerk.eu

stadhuis, dat vervolgens door de Hulstenaren in brand werd gestoken. Ook Hulst werd door Maurits veroverd. Meteen liet hij enkele forten bouwen om de Spanjaarden van zich af te houden. Hulst, net als Sluis druk bezocht door dagjesmensen uit België, is nog steeds goed te herkennen als vestingstad. De binnenstad is alleen bereikbaar door één van de drie bewaard gebleven stadspoorten.

16


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 17

Boven: Hulst van bovenaf (Sky Pictures) Links: Fiets door IJzendijke en je treft Maurits aan een partij schaak Rechts: Wallen Retranchement

Wandelen rond Goes Ook rond Goes, dat een centrumfunctie vervult op Zuid-Beveland, liet Maurits destijds verdedigingswerken aanleggen. De vakantieganger kan een dagje winkelen hier heel goed combineren met een wandeling over wat nog altijd de Westwal en de Oostwal heet. Wie nog meer geschiedenis wil opsnuiven bezoekt het zeer recent gerestaureerde streekmuseum. Dit is immers gevestigd in het voormalig weeshuis op ĂŠĂŠn van de oudere locaties, nabij het verdwenen Slot Ostende waar Jacoba van Beieren heeft gewoond.

Sluis is ook goed te bezoeken vanuit Walcheren. Neem de Fast Ferry en daarna verder op de fiets

Goes

of met de bus. Met de Fast Ferry

auto kies je voor de

tunnel Sluis

IJzendijke

Hulst

Westerscheldetunnel, ook voor IJzendijke en Hulst.

17


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Kasteel Westhove tussen Domburg en Oostkapelle

Kastelen Aan de rand van Domburg, ten westen van Oostkapelle, ligt kasteel Westhove met daarnaast Terra Maris. Rond het kasteel wandel je door het beboste landgoed en als u de duinen oversteekt, loopt u al snel langs het strand. Het kasteel wordt voor het eerst vermeld in 1277 als bezit van de abten van Middelburg, die het tot lusthof maakten voor de ontvangst van belangrijke gasten. In 1572 werd het kasteel verwoest, maar er resteren nog

Pagina 18

Slot Moermond bij Renesse

twee hoektorens en een middentoren uit de tweede helft van de 15e eeuw. Naast het kasteel ligt de voormalige oranjerie annex koetshuis. Hierin is tegenwoordig Terra Maris gevestigd. Kasteel Westhove werd in 1977 en de jaren daarna gerestaureerd. Sinds 1985 is het kasteel in gebruik als jeugdherberg. Philips de Schone en keizer Karel V waren ooit te gast op Westhove. Drukbezochte badplaats Renesse, daar waar de invloedrijke gelijknamige familie Van Renesse woonde, heeft haar Slot Moermond. Zo rond 1600 kreeg dit kasteel de vorm die het nog altijd heeft. Een vorm die bleef, terwijl het kasteel talloze nieuwe eigenaren leerde kennen. Van 1871 was het kasteel eigendom van de familie van de Lek de Clerq, die toen ook kasteel Haamstede bezat. In de zestiger jaren van de vorige eeuw werd het kasteel fraai gerestaureerd.

18


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 19

Vereenigde Oostindische Compagnie

Veere Middelburg

De VOC of Vereenigde Oostindische Compagnie was in de 17de eeuw een

Fort Rammekens

machtig bedrijf met naar schatting 11.000 medewerkers en zo’n 20 vestigingen. De Compagnie had als eerste bedrijf ter wereld een in

Nog voor de oprichting van de VOC, in maart 1598,

aandelen verdeeld kapitaal. Participeren stond voor ie-

vertrokken twee Zeeuwse vloten naar Indië. “De eerste

dereen open. Bij de oprichting werd voor f. 6.424.588

was uitgerust door de Middelburgse Compagnie, de

ingetekend. Het ingelegde kapitaal van de Zeeuwen be-

tweede door de Veerse Compagnie, waarin koopman

droeg f. 1.300.405. Zeeland was dan ook verantwoor-

Balthasar de Moucheron een belangrijke rol speelde,”

delijk voor een vierde van de activiteiten. Middelburg

zegt het VOC kenniscentrum.

leverde vier van de zeventien bestuurders.

Zeeland kreeg in Middelburg ook haar eigen scheepswerf. In de periode 1602-1794 werden door de Kamer

In Vlissingen is het Maritiem MuZEEum gevestigd in het

Zeeland bij benadering 306 schepen te water gelaten.

Lampsinshuis, een voormalig stadspaleisje gebouwd in 1641. De gebroeders Lampsins wilden wel laten zien

De rede bij Fort Rammekens, nabij Vlissingen, was de

dat zij veel geld hadden en het huis werd opgetrokken

plaats waar de grote VOC-schepen lagen te wachten

in een nieuw opkomende bouwstijl.

op gunstige oostenwind om uit te kunnen varen en waar

“De bezoeker zal duidelijke overeenkomsten zien met

de schepen uit Indië aankwamen. Fort Rammekens is

bijvoorbeeld Het Paleis op de Dam in Amsterdam en

het oudste zeefort van West-Europa (1547), ook nu nog

het Mauritshuis in Den Haag,” aldus de samenstellers

te bezoeken.

van de site www.muzeeum.nl.

Zie www.fortrammekens.nl.

De QR code leidt je naar Zeeuwse pagina van de site van het VOC kenniscentrum met onder meer deze afbeelding van het huis van de equipagemeester te Middeburg, uit de collectie van het Zeeuws Genootschap. Op de site staat ook een beschrijving van een van de VOC schepen.

Rondvaart Middelburg komt ook langs het VOC gebouw. Hier links op een oude prent en rechts in de huidige situatie. De VOC Plaquette op de gevel laat ook de Z van Zeeland en M van Middelburg zien. Www.rondvaartmiddelburg.nl

19


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 20

Het Deltaplan en het gevecht tegen het water

Het Deltaplan met al haar waterwerken blijft internationale aandacht en bewondering trekken. Neeltje Jans is de locatie om kennis te nemen van de technische hoogstandjes en de strijd tegen het water.

Reeds voor 1953 zijn er plannen tot waterbouwwerken in de Delta maar geldgebrek belet de uitvoering. Echter, de overstroming van 1953 maakt duidelijk dat er gehandeld moet worden. Alle zeearmen in de Delta moeten worden gedicht met dammen, waarvan sommige van sluizen zijn voorzien. Slechts de Westerschelde blijft open. Daar worden de dijken verhoogd en die worden net zo veilig als de dammen. Een veiligheid die uitgaat van een kans op een overstroming van minder dan ĂŠĂŠns in de 4.000 jaar. Caissons, een militaire 'uitvinding' uit de Tweede Wereldoorlog, spelen een grote rol.

20

Foto met ook het kunstmatig eiland in de mond van de Oosterschelde. Onderop deze paginabeelden van de ramp in 1953. Foto Sky Pictures.

Dergelijke caissons worden in droge bouwputten gemaakt. Na inundatie gaan de caissons drijven en worden versleept naar de plaats van bestemming. Door op de juiste locatie water in de caissons te laten, zakt deze op de bodem. Hierna worden ze gevuld en aangestort met zand en steen. Bij de bouw van de Veerse Gatdam (1961) wordt een speciaal type, de zogenaamde doorlaatcaisson gebruikt.


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

De ontwikkeling van nieuwe technieken staat niet stil. Zo wordt bij het maken van de Grevelingendam gebruik gemaakt van een kabelbaan; vanuit de kabelbaan wordt steen gestort in gedeelten met sterke stroming. Oosterschelde Ecologie en schelpdiervisserij zorgen voor een keerpunt. Volgens het oorspronkelijk plan zal ook de Oosterschelde met een dam van zijn getijdenwerking worden beroofd en gevuld met zoet rivierwater van de Rijn en Maas. Maar in de loop van de decennia wijzigen inzichten. Door de dammenbouw verdwijnt bijna overal in de Delta het waardevolle zoutwater-getijdenmilieu. Biologen en milieudeskundigen wijzen Rijkswaterstaat en de regering hierop. Ook mossel- en oesterkwekers roeren zich; hun broodwinning gaat bij een gesloten Oosterschelde verloren, met alle economische en sociaal-maatschappelijke gevolgen daarvan. Uiteindelijk krijgt de Oosterschelde een afsluitbare dam: open als het kan, dicht als het moet. Een stormvloedkering in de Oosterschelde De Stormvloedkering verrijst in de drie nog opengelaten, diepe stroomgeulen in de monding van de Oosterschelde. Het ontwerp bestaat uit 66 gigantische pijlers tot 45 meter hoog. Tussen de pijlers hangen 62 grote stalen schuiven.

Pagina 21

Watersnoodmuseum in binnenste van caissons In vier Phoenix-caissons, gaat het over de watersnoodramp en de wederopbouw. Ook in de omgeving, nu een prachtig natuurgebied om te wandelen, fietsen en zwemmen, zijn de sporen nog zichtbaar. Zie www.watersnoodmuseum.nl.

Een bezoek aan Deltapark Neeltje Jans Deltapark Neeltje Jans biedt een expositie over de Deltawerken met een bezoek aan het binnenste van de stormvloedkering en een dag vol ‘infotainment’ met het Bluereef Aquarium, zeehondenshow, expositie ‘Walviswereld’ en voor de kinderen niet te vergeten de waterspeelpaats en waterglijbaan. Vanaf Neeltje Jans maak je ook een rondvaart. Zie www.neeltjejans.nl

21


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 22

Kunst in Zeeland

Kunst- en Cultuurroute Middelburg In Middelburg ligt alles op loopafstand. Tal van galeries, kunstenaars en culturele instellingen hebben zich gevestigd in monumentale panden binnen de veste. Al jaren achtereen zetten zij elke eerste zondag van de maand de deuren gastvrij open van 13.00-17.00 uur. Middels thema’s worden muzikale, poÍtische, spirituele en andere activiteiten ontwikkeld, te beleven in de galeries, de ateliers en op allerlei andere locaties. Op de website kan een routekaartje worden gedownload.

www.kunstroutemiddelburg.nl

22


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 23

Kunst in Zeeland

Kunstroutes Zeeuws-Vlaanderen In Zeeuws Vlaanderen werken kunstenaars samen, zichtbaar op de site www.kunst-in-zeeuws-vlaanderen.nl. Veel van hen doen ook mee aan de Kunstroute Zeeuws-Vlaanderen. Op de website is veel meer te zien, zoals een agenda, portfolio's en waar je allemaal een workshop kunt volgen.

Twee maal per jaar ben je gedurende een weekend in de gelegenheid om kunstenaars thuis in eigen atelier te bezoeken. Op de routes vind je ook culturele 'hotspots' en pleisterplaatsen met een vleugje kunst (voor koffie en die andere noodzakelijkheden onderweg...). Er zijn verschillende routes uitgestippeld: zowel in West Zeeuws-Vlaanderen als in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Belangrijk: hou voor de juiste data, routes en alle info over kunst een oogje op deze website www.kunst-in-zeeuws-vlaanderen.nl/kunstroute.

www.kunst-in-zeeuws-vlaanderen.nl/kunstroute

23


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 24

Kunst in Zeeland

Kunstschouw Westerschouwen Kunstschouw Westerschouwen komt iedere zomer, al omstreeks 20 jaar terug. De organisatie geeft bij de start een magazine uit, dat op Schouwen Duiveland en Walcheren verkrijgbaar is bij boekhandels en VVV’s. Daarin staan de deelnemende kunstenaars en de locaties.

www.kunstschouw.nl

24


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 25

Kunstagenda op www.kunstinzeeland.nl

Kunst buiten Op de site van Centrum voor Beeldende Kunst, Vormgeving, Architectuur en de Provinciale Zeeuwse Courant staat een agenda, steeds bijgewerkt met exposities en andere manifestaties. Zwerven door de provincie? Op dezelfde site staat ook een de rubriek ‘kunst buiten’ met beeldhouwwerken uit verschillende gemeenten.

www.kunstinzeeland.nl

25


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 26

Beroemd in Zeeland Zeeland kent nationale helden en fabels, die u vast op school al in uw geschiedenisboek bent tegengekomen. Reinaert de Vos is zo'n historisch figuur. In de fabel van de sluwe vos lees je over Vlaanderen en het Hulster Loo. Om iets van de nagedachtenis aan deze snoodaard onder ogen te krijgen moet u dan ook naar Hulst, onder de Westerschelde.

De Middeleeuwse fabel, waarin de schrijver andere dieren, die opvallend veel gelijkenis vertonen met notabelen, laten struikelen over hun eigen onhebbelijkheden, is fameus. Zie ook pagina 15. Van de schrijver en diens achtergronden is echter weinig bekend. In Hulst blijft daarom de herinnering beperkt tot het Reynaertmonument dat in 1938 in aanwezigheid van Stijn Streuvels werd onthuld. Van Dale Een meer hedendaagse bekende, ook met wortels in Zeeuws-Vlaanderen, is Van Dale.

Hedendaags is het schoolhoofd uit de achttiende eeuw, omdat hij nog altijd voortleeft in het 'Van Dales groot woordenboek der Nederlandse taal'. Steeds opnieuw als er sprake is van een nieuwe spelling, valt de naam Johan Hendrik Van Dale uit Sluis. Jantje van Sluis, uit dezelfde stad, heeft het minder ver geschopt, maar is plaatselijk be26

roemd. Zijn bekendheid gaat niet verder dan de stadsgrenzen en de toerist die de legende wil geloven. De klokkenluider staat nog altijd, in de vorm van een beeldje, naast de klokken in het galmgat van het Belfort. Het verhaal gaat dat ruim 400 jaar geleden de stad wilden binnenvallen bij het slaan van een bepaald uur door de stadsklok. Maar omdat klokluider Jan dronken was en vergat de klok te luiden, raakten de Spaanse troepen in verwarring en mislukte de aanval. Vader Cats Vader Cats leefde in dezelfde tijd. Hij werd geboren in Brouwershaven en studeerde niet alleen in Den Haag, maar ook in Middelburg. Vader Cats werd populair door zijn zogenaamde leerdichten. Al rijmend bracht hij zijn lezers in die tijd op de hoogte van destijds geldende normen en waarden. Vader Cats volgde Latijnse lessen in Zierikzee, maar schreef zo toegankelijk, dat hij werd gelezen in alle lagen van de bevolking, voor zover men lezen kon. Cats haalde de Nederlandse geschiedenisboeken. In Zeeland kende men hem evenwel als stadsadvocaat en raadspensionaris van Middelburg. De naam van Cats leeft voort in Het Catshuis, de ambtswoning van de minister president. Voor Cats was dit zijn buiten, waar hij zich de laatste jaren van zijn leven terugtrok. Ook daar wijdde hij zich nog aan zijn gedichten en schreef hij tot de helft van de zestiende eeuw nog altijd toenmalige bestsellers. In Brouwershaven herinnert een standbeeld aan volksdichter en politicus Jacob Cats.


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Michiel Adriaenszoon de Ruyter Het meest imposante standbeeld in Zeeland is echter wel dat van Michiel Adriaensz. de Ruyter. De zeeheld uit 1875 is de man die model heeft gestaan voor het liedje waarin hij in een blauw geruite kiel aan het grote wiel draaide. De jonge De Ruyter verdiende zijn eerste florijnen aan het wiel van een touwslagerij. De Ruyter dankt de meeste faam aan de slag bij Chatham. De Ruyter verraste vlak voor de poorten van Londen de voor anker liggende Engelse vloot. Het Engels vlaggeschip werd buitgemaakt en triomfantelijk mee naar huis gevaren. Later versloeg De Ruyter ook de veel grotere Engels-Franse vloten.

Pagina 27

Buys Ballot Buys Ballot, oprichter van het KNMI. Vakantiegangers die luisteren naar het weerbericht van het KNMI hebben dat dus te danken aan deze Zeeuw. Het Koninklijk Meteorologisch Instituut had professor Buys Ballot uit Kloetinge als eerste directeur. De directeur die leefde in de 19e eeuw, was dan ook weerdeskundige. Buys Ballot werd geboren in de plaatselijke pastorie in het nog altijd pittoreske Kloetinge, dat deel uitmaakt van de gemeente Goes. Het standbeeld van De Ruyter staat in Vlissingen. In die stad vind je ook het Maritiem MuZEEum. Hiernaast woonhuis met plaquette van Buys Ballot in Kloetinge.

27


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 28

Mensen in Zeeland

M

Op stap met de kinderen Misschien is een rondje langs de beelden en plaquettes van de vorige pagina’s voor kinderen minder aantrekkelijk? Wil je toch samen op stap, dan volgen hier enkele tips: 1

Pannekoeken De Graanhalm, 3 4 Uithaven en Vierlinden 5 Pannekoeken eet je natuurlijk graag bij de molen waar ook het graan van de Zeeuwse Vlegel wordt gemalen. Dat kan bij De Graanhalm (1). Je kunt De Graanhalm opnemen in een fietsroute, er is ook een E-bike oplaadpunt. De Uithaven (3) serveert je ook de smakelijkste pannekoeken. Hier zou je net als bij De Vierlinden (3) eerst een partijtje kunnen midgetgolfen. 2

De kunst van Ineke Otte

Als kunst iets teweeg moet brengen, dan mag je dat wel zeggen van het werk van Ineke Otte. Ineke is een ontwerper/kunstenaar van sieraden, sjaals, lampen, tafels, glasobjecten, beelden en in-

Spelen ook bij ‘t Klokuus en de Afslag Andere voorbeelden van locaties, sterk op het bezoek met kinderen gericht zijn ‘t Klokuus (4) en DeAfslag. Beiden, net als de uitjes hierboven, met een (overdekte) kinderspeelplaats.

terieurproducten. Ze heeft in Parijs driemaal een prijs gewonnen en twee keer zijn haar sieraden voor de wereldwijde campagne van Eclat de Mode in Parijs gebruikt. Ineke Otte: “Mijn sieraden worden wereldwijd verkocht in museumshops en designshops. Inspiratiebron is de prachtige kleurrijke natuur.”

Zie ook www.dagjezeeland.nl

www.inekeotte.com

28


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 29

Mensen in Zeeland

Topfotograaf Ben Seelt

Veel foto’s van ‘Ik lees Zeeland’ komen van Ben Seelt. En dat is niet toevallig. Meer dan veertig jaar in Zeeland wonen en nog steeds geboeid zijn door dat Zeeuwse landschap, tekent zowel de echte Zeeuw als de echte fotograaf. Voor hem zijn de luchten, het groen, is het water en het licht altijd weer nieuw. Dat specifieke karakter van deze provincie is de wereld van licht en ruimte die hem blijft boeien. “Zeeland heeft duizend gezichten, voor wie het wil zien en kan zien”. Veel beelden van hem vindt u in de DNA-beeldbank van de Provincie Zeeland, voor ieder toegankelijk. Internationaal, meest cultuurgeoriënteerd werk, is ondergebracht bij Masterfile.com Toronto, voor wereldwijde publicaties.

www.seeltfotografie.nl

29


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 30

Natuurgebied het Zwin op de grens met BelgiĂŤ

Het Zwin is het meest zuidwestelijke puntje van Nederland. Het is een beschermd natuurgebied nabij Cadzand in de Belgische gemeente Knokke-Heist en de gemeente Sluis. Ongeveer twee kilometer van de kustlenge ligt op Belgisch grondgebied. Het Zwin is een zeldzaam schorrengebied. De grote vlakte laat zich elke dag bij vloed tweemaal overspoelen door het zeewater. Dit creĂŤert een unieke biotoop met een bijzondere plantenrijkdom. s Zomers kleurt het zwinneblommetje het hele reservaat betoverend paars. Het Schor en haar directe omgeving is een paradijs voor vogels. Niet alleen als een ideaal broedgebied voor veel soorten. Het is voor heel wat trekvogels, die de kustlijn volgen, ook een belangrijke tussenstop. Geschiedenis Het gebied rondom het Zwin heeft veel meer geulen gekend. Zo waren plaatsen als Brugge, Damme, Sluis en Aardenburg van zee over water bereikaar. Door de geleidelijke verzanding geraakten de schepen in de 15de eeuw niet meer verder dan Sluis. In de Zwinmonding hebben zich verschillende zeeslagen afgespeeld tussen Engeland en Frankrijk. Later voerden de Spanjaarden er oorlog met de Verenigde Nederlanden, vond de belegering van Sluis plaats en werden we achtereenvolgens bij Oostenrijk en Frankrijk ingelijfd. Dat Het Zwin zelf de inlijving als landbouwgrond ontsprong is mede te danken aan de watersnoodramp van 1953. De storm op 1 februari sloeg ook de dam in de Zwinmonding weg.

30


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Engels gras

Pagina 31

Ten zuiden van het Zwin in BelgiĂŤ kun je het vogelpark bezoeken. Verspreid over het park broeden ook ooievaars in tientallen nesten.

31


BinnenwerkKatern1:Opmaak 1

11-07-2012

10:50

Pagina 32

foto Paul van Bueren voor DNA-beeldbank op www.laatzeelandzien.nl

32


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 1

Sterrenrestaurants De foto links van fotograaf Paul van Bueren komt uit de keuken van een van sterrenrestaurant, de Kromme Watergang in Hoofdplaat. Restaurants met Michelinsterren zijn in Zeeland geen zeldzaamheid, met bovendien Oud Sluis en Inter Scaldis in Kruiningen in verscheidene media veelvuldig gepresenteerd als ‘beste van Nederland’. In het jaar dat dit boekje werd vervaardigd telde de provincie zeven restaurants met Michelins hoge kwalificatie. Met een relatief kleine en ook nog eens verspreide bevolkingsdichtheid wekt het geen verwondering dat deze restaurants veel bezoekers uit andere landen trekken. Veel Belgen eten in Zeeuws Vlaanderen, ook in plaatsjes zoals Philippine en Sluis graag over de grens. Met een voorkeur voor een sterrenrestaurant kun je kiezen uit:: * Katseveer nabij Wilhelminadorp Quote: “Letterlijk: het gastvrij zijn, gulheid in het onthalen van gasten, hartelijkheid en warmte. Dat is hetgeen waar wij naar streven in ons restaurant.” * ‘t Vlasbloemeken Koewacht Quote: “Al het lekker van Zee,Vee en Veld is ons motto. We hebben hier in Zeeland zoveel schitterend mooie producten voor handen waarom zouden we het verder halen.” * La Trinité Sluis Quote: “De productkeuken van François de Potter is gecharmeerd door haar evenwichtig opgebouwde gerechten waarbij veel aandacht gaat naar diepgang in smaak en finesse.” * Pure C Cadzand Quote: “Lieve mensen, welkom in Pure C. Het concept voor dit restaurant heb ik bedacht als een spiegel voor mezelf, waar zou ik graag zelf willen eten en cocktails willen drinken.” ** de Kromme Watergang Hoofdplaat Quote: “Onze keuken is gebaseerd op de zilte en aardse smaken die we vinden hier rondom ‘ De kromme Watergang’. We streven ernaar om lichte, gemakkelijk verteerbare en creatieve gerechten te maken geïnspireerd op het mooie Zeeuws Vlaamse landschap.” ** Inter Scaldes Kruiningen Quote: “Internationale faam siert het gastronomische Manoir en Restaurant, gelegen in de Zeeuwse Polders omringd door groen en omgeven door een Engelse tuin. Patron cuisinier Jannis Brevet laat zich inspireren door wat water en land te bieden hebben.” *** Oud Sluis te Sluis Quote: “Gedreven door een onblusbaar verlangen naar originaliteit, creativiteit en vakmanschap sloeg Sergio in Oud Sluis zijn onnavolgbare weg in. Gevoed door zijn Zeeuwse achtergrond haalt hij inspiratie uit alle windstreken, werkt hij met alle mogelijke producten, en wijdt hij zich met een hecht team aan de almaar voortdurende zoektocht naar gastronomische perfectie.”

Bessenwijn uit Zeeland Bij Boonman’s wijnmakerij bij Nieuwdorp proef je zwartebessenwijn en na een bezoekje ga je natuurlijk niet zonder bessenjam naar huis. 33


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 2

lezen

34


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 3

Ze ‘aodde ‘t zelf in de krante geleze en ze woue dat wè ‘s ziee. . ‘t Stoeng zwart op wit, dus dan zou ‘t wè waere weze toch…?

aan zee

Het Zeeuws dialect

Op pagina 38 maak je kennis met het Zeeuws, dat wil zeggen het Zeeuws van Jan Zwemer, de provincie bestaat immers uit verschillende regio’s, voormalig eilanden en dorpen met eigen dialecten die voor de goede verstaander nog vrij veel van elkaar verschillen. Jan P. Zwemer (Oostkapelle, 1960) studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde in 1992 met een dissertatie over de bevindelijken en de SGP tussen 1945 en 1970. Zwemer is zelfstandig historisch onderzoeker en publicist en woont in Serooskerke (W.). Zijn bijdrage staat op pagina 38 t/m 41

Op de volgende 30 pagina’s vind je voornamelijk verhalen en gedichten, door Zeeuwen of dan toch in ieder geval wel over Zeeland. Ze werden verzameld door Fiona Hack uit eerdere boeken ‘verhalenbundel van Zeeuwse bodem’ en ‘gedichten van Zeeuwse bodem’ In dit zwartwit katern zijn opgenomen: Alledeske en de teloorgang van Het Zwin Struisvrouwmens De aparte smaak Een waargebeurd verhaal uit 1935 Zeewiergenot Credo van de strandpalen Ons dorp in oude ansichten Één dag den rieksten Vlucht uit de stad Een bezoek aan het dorp Overslag Zeeland

Peter J. L. de Lijser Jan Zwemer Rachel van der Velde Sepp Vermeulen Hanna Terlaak Catharina Slaakweg - de Vos Jan Lauret Coby Termijn Wim Hendrikse Doede Holtkamp

35


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 4

Alledeske en de teloorgang van Het Zwin Alledeske, verhaal van Marcel van de Velde uit de bundel ‘Legenden van Brugge tot Het Zwin’. Bewerkt en opnieuw verteld door Peter J.L.de Lijser

Lang vóór de tijd Het Nieuw Geloof aan d’ oevers van het Zwin Oude Wijsheid moeizaam maar bekwaam terzijde schoof, woonde op een zandbank een schone zeemeermin. Men is ’t vergeten. Alledeske was haar naam. Zij bracht geld en goud en groot gewin en alle steden kregen grote faam: Brugge, Monnikrede en Lamminsvliet1 Maar de burgers, in de handel zeer bekwaam kenden spoedig Alledeske en ook Bryggia niet meer bij naam of zelfs hun roem en macht. Zij zagen nog slechts muntjes blinken in ’t verschiet. Oude Waarden werden openlijk veracht; “Hersenspinsels, verzinsels, goed voor oude wijven geloof maar ’t best in eigen kracht!”

Zij was de dochter van Jonte, schapenhoeder en hij was weer Bryggia’s zoon, vóór Koezand, waar hij samen woonde met Wulfram, zijn broeder, verzwolgen werd door Dolders woeste hand, die de wateren deed zieden in de Honte, dood en verderf bracht in gans het Vlaamse land. Edoch, ’t gerucht gaat in de rondte dat ’t Zwinnevolk door overmoed en tweedracht, tot armoe werd gedoemd. Dit nu zegt Jonte: Odin’s dochter Freya had grote macht in de landen rond de Noordzee en daarboven. Alledeske werd geboren uit haar kracht. De volken stroomden toe om haar te loven, Ieren, Denen, ja zelfs uit ’t verre Thingval6 komt men aan de feestdis aangeschoven.

Toch is er soms nog wel iéts te beklijven uit de tijd van Freyir en Freya2, zijn geliefde toen men nog met futhark3 placht te schrijven,

Odin, oppergod en meester van het Walhal had met de schone Alledeske grootse plannen. De volken rondom de Sincfal zullen armoede en strijd verbannen, Bryggia’s wijze raad en Alledeske eren en niet met Valse Meesters samenspannen

Donar4 met bliksemschicht de eik doorkliefde, Odin5 de dichter met eer en roem verblijdt en koene strijders, zo het hem beliefde,

noch Poseidons goud begeren dat Alledeske begroef daar waar de aarde scheurde om wantij en de woeste stroom te keren.

nederlaag of overwinning gaf in de strijd. Wardjen, schaapherder op de schorren van het Zwin kent nog vertelsels uit die tijd,

Elk schip, nooit van geringe waarde, maar rijk beladen met barnsteen, lijnwaad en alle luxe die men uit noord en zuid vergaarde

hoorde ze allemaal van zijn min die ze weer van haar grootmoeder’s moeder hoorde en die ze kende vanaf ’t begin.

hield zich schielijk aan Bryggja’s wijze raad: Alledeske’s goud, diep begraven in het Zwin, zult ge slechts overvaren want weet dat het kwaad

36


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 5

van Dolder u zal overvallen als u slechts ’t gewin van een klomp goud meer zal laten wegen dan het leven en ’t geluk van uw gezin.

deed woest de wateren in de Honte kolken. Het overstroomde al de Vlaamse landen. Bryggia vluchtte weg op Wodan’s wolken

Dankzij Alledeskes schone zang en Bryggja’s zegen stroomden goed’ren, geld en goud en vakbekwame mensen allerwegen

en zag hoe Alledeske’s zilv’ren stranden met Wulpen en Koezand in de zee verzonken. Dolder deed het rijke Zwin verzanden.

naar het land rondom de Honte. Al was ’t hier koud, toch kwamen vele kooplui, Florentijnen, en werden met de burgers zeer vertrouwd.

Rijk, jong, oud of arm, ja, velen zijn verdronken omdat zij aan Alledeske en Bryggia’s wijze woord geloof noch aandacht schonken

De handel tierde welig. Meekrap, wol en wijnen, zoutevis en barnsteen uit het hoge noorden zag men in het Zwin verschijnen,

Helaas, niemand die ooit nog iets van beiden heeft gehoord.

verladen en verkopen naar weer and’re oorden. De zeelui eerden de schone zeemeermin En luisterden naar Bryggia’s woorden De burgers werden rijk, maakten veel gewin. Zeven maal zeven maal zeven vette jaren. Iedereen had goede luim maar ook zin nog meer, méér en alsmaar meer nog te vergaren. Ze vierden feest op feest, tot in ’t groteske, vergeten waren de gevaren. Eerden niet langer Alledeske, aanriepen Dolder, die nog meer goud beloofde aan ’t Eigen Volk zodat ten langen leste ook Bryggia haar Vlaamse volk niet meer geloofde en Alledeske zei snel weg te vluchten voordat ‘t volk zelfs haar goudklomp roofde.

1

Lamminsvliet= het huidige Sluis

2

Freya = Germaanse godin van de vruchtbaarheid, niet te verwarren met Frigje en gehuwd met Freyir, zoon van Odin (Wotan)

3

Futhark , Germaanse runen alfabet , zo genoemd naar zijn eerste zes letter

4

Donar = Germaanse god van donder en bliksem

5

Odin = Wotan, de Germaanse oppergod

6

Thingval(la) , oude stad op IJsland.

Beangstigd door dreiging en vele geruchten vlieden ook de vreemde kooplui heen, wensen niet onder ’t Nieuw Geloof te zuchten saamhorigheid en burenhulp verdween twist en onvree verdelen vanaf nu de volken. Dolder sloeg wild met zijn staart om zich heen, 37


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 6

Struisvrouwmens Jan Zwemer

Ze ‘aodde ‘t zelf in de krante geleze en ze woue dat wè ‘s ziee. Hans z’n vaoder zeide aoltied dat tegenwoordig aolles kon en aolles moogde, dus dan kon zòiets ook wè. Dan kon je ook wè mee een veugel saemenweune of mee iets dat ‘alf veugel, ‘alf vrouwe was. ‘t Artikel ao Hans uut de krante gescheurd. Jawò, daè stoeng ‘t: Dien man weunde saemen mee ‘een struis vrouwmens’. ‘t Stoeng zwart op wit, dus dan zou ‘t wè waere weze toch…? Deu den ‘oek was ‘t glad nie vèrre. Ze konde vo de middag alank a terug weze. Ter Meutienge was mae klein en Hans was t’r a ‘s meer geweest op de fiets. Dien kunstenaer konde ze wè vinde. Mae dan? ‘Zou d’n die noe in een kotje è?’ ‘Dat za nie ò,’ docht Jordy. ‘Ajje d’r noe toch mee saemenweunt. Ome Erik en Jeanet weune ook saemen en da’s gewoon in eên ‘uus.’ Hans ao thuus nie gezeid waer as ze nè toe gienge fietse. ‘Saemenweune is goddeloôs,’ zeide oma aoltied. Mae moeder zeide dan: ‘Eerst saemenweune, dan trouwe en laeter ‘oor je ‘r geên mèns meer over.’ Zou dien man dan laeter ook trouwe mee zò een struisvrouwmens? Jordy was t’r ook nog over an ‘t dienken. ‘Een kotje gelove ‘k niks van. Joe moeder mag toch ook overaol komme?’ ‘Nou... Nie in de garagie as vaoder an ‘t sleutelen is.’ Ie von ‘t mae vreemd dat Jordy z’n moeder mee een struisvrouwmens vergeleek. Zò ao d’n d’r nog glad nie over gedocht. Ie keek ‘s achterom. Ulder ‘uuzen waere a ‘eêl uut ‘t zicht. Kiek, daè ao je Ter Meutienge a. Vuuf ‘uusjes an de wegt, tweê an een wegt daer vlakbie, een boerderie een stikje verder. Ze waere d’r a eerder as da ze gedocht ‘aodde. ‘Waè zoue me noe moete weze?’ Geên mèns te zieen. Wacht ‘s. Dat tweêde ‘uus, daè stoeng een bankje vo. Daè stoeng een joentje op, kleiner nog as ulder. En die loerde deur de ruuten nè binnen. Die ao dat natuurlijk ook geleze of ‘oore zeie van z’n vaoder of moeder. ‘Ee, kajje wat ziee?’ ‘t Was t’r uut vòdat Jordy ‘t wist. Ie schrok t’r eigenlijk zelf van. Hans keek z’n vriendje an. ‘Tegen wien schreêuw jie noe?’ Jordy wees nè ‘t joentje op da bankje. ‘Jawoor. Da’s een poppe. Zie je dat dan nie?’ Ja zeg. ‘t Leeken net een joentje, maer ie bewoog ‘eêlemaele nie. Klompen, een spiekerbroekje, een over’emde, een vissers’oedje. Jordy ao ‘t kunne wete. Wien droog t’r noe tegenwoordig ook nog klompen? 38


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 7

Mae ‘t zou natuurlijk tóch wè dat ‘uus van dien kunstenaer kunne weze. De joengers stoenge stil middenop de wegt. Veugeltjes floôte, een ‘ond kwam nieuwsgierig stae kieke achter een stik gaos en ‘t bordje mee ‘Ter Meutinge’ d’r op dee stille waer a ‘t vo gemaekt was: anwieze waer a ze waere op de wèreld. ‘t Was wè een bitje een biezonder ‘uus. D’r ‘ienge gerdienen mee aol vee kleuren, de kezienen waere roôd geschilderd en naest ‘t stoepje kwam ‘t gos een ènde van tussen de tegels gegroeiende. De joengers schrokke. Daè bewoge de gerdienen. Een katte stak z’n kopje deur’eene de kleurige lappen stof en knipoogde tegen ‘t zunnetje. ‘Ee, katte.’ ‘‘t Za ‘ier wè nie weze,’ meênde Jordy. ‘Een katte in ‘uus, da gae natuurlijk nie, mee zò een struusveugelmèns.’ ‘Bin jie gek? Ei-jie wè ‘s een struusveugel geziee? Die èn nie benauwd te wezen vo een katte. Die bin wè twee meter of zò.’ ‘O.’ Jordy keek mee ontzag nè de katte. Wat zou die aol wete dat a ulder nie wiste? ‘Oe langer at n d’r over docht, ‘oe vreemder at ‘t leek. Saemenweune mee een soort van veugel, awast was die dan ook even groôt as jen eige... Jordy z’n vaoder was ook tweê meter, ao z’n moeder wè ‘s gezeid. Mae ja, dat was een man. ‘Toeoet. Toetoet.’ De joengers ulder ‘arten slooge over. D’r was een auto gestopt, een stikje achter ulder. Ze aodde zò nè ‘t uus en de katte stae kieke, da ze d’n glad nie gezieen ‘aodde. Achter ‘t stuur zat een vrouwe. Hans en Jordy deeë ulder fietsen an de kant. Den auto ree een stikje deur en toeterde toen nog een keer. Wa bedoelde die vrouwe noe? O, ze moch ‘ier weze. Hans stoeng in de wege. Terwiele at n z’n fiets nè de aore kant van de Ter Meutiengsewegt meetrok, stapte de vrouwe uut den auto. Ze goeng nè ‘t stik gaos daè at den ‘ond achter zat en schoof dat opziee. ‘t Was een ‘ekken. D’r achter was een pad van ‘outschilfers. ‘Me keke nè de katte,’ zeide Jordy verontschuldigend as ze d’r eige wì omdraoide. De vrouwe lachte. ‘Ja, die lei vanaf ‘s ochens lekker in ‘t zunnetje,’ zeide ze. ‘Moete je ‘ier weze bie den eên of den aoren? Of bin je zòmae an ‘t fietsen?’ ‘Zòmae an ‘t fietsen,’ zeide Jordy en Hans terug. Precies gliek, asof ze ‘t afgesproke waere. ‘t Was een groôte vrouwe. Een bos bruun krul’aer kwam toet over d’r schouwers. ‘En ‘oe vèrre gaen je nog?’ Ineêns moch Jordy an z’n moeder dienke. Ie ao thuus nie gezeid waer as ze nè toe gienge. Gelukkig ‘aodde ze even tied om nae te dienken. De vrouwe was wì in den auto gestapt en draoide ‘t ‘ekken in. ‘Zumme ‘t an d’r vraege?’ dee Jordy Hans keek ongelukkig. Ie docht nie dat n dat zou durve. En zou dien man uut de krante daè wè weune? In dit ‘uus was a een vrouwe. Kon je dan ook nog mee een struisvrouwmens saemenweune? Ie kreeg een vreemd gevoel in z’n buuk. Een plaetje van een struusveugel ao d’n wè ‘s geziee. Een lillijk kopje, dat wist n nog wè. Zoue vrouwtjes d’r glad anders uutziee? Of was zò een struisvrouwmens vee meer net as een mèns? 39


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 8

‘Mevrouw, weet u waer at dien kunstenaer weunt?’ Jordy dust ‘t wè. De vrouwe, die a ‘t ‘ekken stoeng vast te maeken, keek vreemd op. ‘‘Ier weunt een kunstenaer jae,’ zeide ze nae een paer tellen. Ze keek de joengers ‘s an. ‘‘Ebbe julder dat in de krante geleze?’ Hans en Jordy knikte. Hans zag ineêns roôd in z’n gezicht en Jordy keek of z’n band nog goed stoeng. Ze mochte toch ook wì op tied thuus raeke zeker. ‘Moete je even kieke? Ie is t’r noe nie, maer achter in de tuun staen een paer van z’n beelden.’ De joengers schrokke, mae dan knikte ze van jae.

De vrouwe liet den ‘ond an de joengers ruuke en zeide da ‘t goed volk was. Toen begon ze de boôschappen uut den auto in ‘uus te draegen. Terwiele as Hans en Jordy de tuun in liepe – ‘t was eigenlijk meer een soort boogerd mee ook wat lapjes tuungrond – keke ze mekaore besmuukt an. Op d’r gemak waere ze in ‘s g’eêl nie. Jawoor, een beeld. Een mèns op een bankje, glad van steên. ‘t Leeken wè wat op die vrouwe uut ‘t ‘uusje. De joengers stapte verder en keke aolle kanten op. Ginter nog een beeld. Tweê mènsen die mekaore een smok gaeve. Zeker kort vò dat ze nè bed gienge. Dat begrepe de joengers gliek. En daè nog wat. Een vrouwe zonder aermen. ‘Die is nog nie klaer,’ wist Jordy. Tussen de bomen zaege de joengers wat kippen scharrele en een ‘aene. Ja, die kende ze wè. Daè kwaeme ze nie vò. Een struisvrouwmens zou toch vee en vee grôter weze. Of toch nie? Mae dit waere gewone kippen. ‘Méér beêsten bin d’r nie,’ fluusterde Hans. ‘Binnen misschien,’ dee Jordy zachtjes. An ‘t ènde van de boogerd draoide ze om. As ze wì bie ‘t ‘uus waere, ‘aodde ze vuuf beelden geziee en nog iets dat er ook wè op leeken, mae dat ook wè een kapot beeld kon weze dat nog opgeruumd moch ‘oore. ‘Moete je een glasje limenaode?’ vroog de vrouwe die at de koffer van den auto net dicht gooide. Nou… De joengers knikte. Hans keek of z’n fiets d’r nog lag. Deur’eene ‘t gaos zag n eên kant van ‘t stuur nè boven steke. De fietsen laege nog an de overkant van de wegt. Aol die tied was t’r geên auto langst gekomme. ‘t Was wè stille op Ter Meutienge. Dat ao d’r ook boven gestae, in ‘t Provinciaal Dagblad. Kunstenaar zoekt stilte in Ter Meutinge. Hans ao de krante gepakt toen at z’n vaoder d’n neerleide. ‘Vreemde veugel’ ao die gezeid. ‘Krieg je van dat soort noe ‘ier ook a?’ Een paer regels nae ‘t begin ao Hans ‘t geleze: die kunstenaer was daè komme weune en ‘hij woont samen met een struis vrouwmens die wij maar af en toe te zien kregen.’ Op de foto daènaest stoeng de kunstenaer. Alleên z’n ‘oôd, zonder wat erbie. As de vrouwe wì terugkwam mee tweê grôte glaezen cassis, keek Hans ‘s nè d’r nek. Een lange nek ao ze wè jae. Mae verder toch een gewoon ‘oôd. Niks vreemd. De vrouwe streek bie ulder neer. Achter ‘t ‘uus was ook een bankje en daè moogde de joengers op zitte. Zie leunde tegen de regenbak en vroog waer at Hans en Jordy vandaen kwaeme. Jordy dee ‘t uut mekaore en de vrouwe knikte. Ze kende uldere straete wè. Ineêns verslikte Hans z’n eige. ‘‘Ebbe je verder geên beêsten, behalve de kippen dan?’ vroog Jordy. 40


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 9

En ie wees nè den ‘ond die at lui tegenan den auto lag. De katte was impersant in ‘t deurgat komme zitte en draoide aol-an om de bênen van de vrouwe. ‘Neê,’ zeide de vrouwe. ‘Of ja. Eigenlijk nie mì’ Ze keek de joengers an. ‘Gister is Foefie onder een auto gekomme. ‘Ebbe je die plekke nie geziee op de wegt? O neê, julder kwaeme van de andere kant…’ De joengers keke nè mekaore. Dat was ‘t natuurlijk. ‘Ik ‘oorde Boris aomae blaffe en Wim zeide nog: zo blaft ie anders nooit. En toen a me goenge kieke, was t’r a geên leven meer in. Somste mènsen rieen ‘ier ook zò ‘ard. Mae ja, zò een veugel ‘oor ook nie op een wegt te lopen ee. Zeker ontsnapt over’eene ‘t ‘ekken. Ik docht da ze d’r nie over zou kunne, maer een mèns kan verkeerd dienke, dat zie je mae.’ Hans vergat te drienken en dust niks te zeien. Ie probeerde ‘t z’n eige voor te stellen. Een struisvrouwmens onder een auto. ‘En was dien auto deurgeree?’ ,‘oorde n Jordy vraege. De vrouwe knikte. ‘‘t Za wè een flienke klap geweest weze, wan zò een poelepetaene is best zwaer. Mae dan dienke ze zeker: geên gezeur. Of ze ‘ebbe ‘aest en vort bin ze. Was de limenaode lekker, joengers?’ Hans slurpte gauw z’n glas leeg en de joengers zeide nog ‘s fatsoenlijk dankjewel. ‘En oppasse bie de kruusieng ee,’ zeide de vrouwe nog toen a ze wegreeë. Hans moch wì an z’n moeder dienke. Zonder vee te zeien peddelde de joengers terug naer ‘uus. Alleên Jordy z’n moeder zag ulder thuuskomme en vroog waer as ze nè toe geweest waere. Vee ‘oogte kreeg ze d’r nie van, van wat at de joengers uutbrochte. In ieder geval begreep ze d’r uut da ze ieversten limenaode gekrege ‘aodde. Van een vrouwe en daè was ook wat èrgs gebeurd – mae wat? ‘Oe as ze ook vroog en probeerde, ze kreeg ‘t rechte d’r nie uut. ‘In ‘t vervolg nie mì mee z’n beien gae fietse,’ zeide ze op ‘t leste. ‘Nie verder as ginter toet bie de kruusieng. ‘Ebbe je dat begrepe?’ Jordy en Hans knikte braaf. Somste mènsen reeë ook zò ‘ard, ao die vrouwe gezeid. Hans keek even andachtig nè Jordy z’n moeder. As ze Jordy noe ‘s doôd zoue rieeë. Zou z’n moeder dan de volgende dag ook gewoon limenaode geve an vreemde joengers en dan vertelle da ‘t wè een flienke klap geweest moch weze omdat Jordy best zwaer was? Thuus keek n nog even in ‘t uutgescheurde stik krante. De kunstenaer op de foto zag t’r nog precies zò uut. Die wist ‘t natuurlijk nog nie. Ontsnapt over’eene ‘t ‘ekken, ao die vrouwe gezeid. Zou dat dan toch goddeloôs weze, dat saemenweunen?

41


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 10

De aparte smaak Een waargebeurd verhaal uit 1935 Rachel van der Velde

Bart was boerenknecht. Op het land werken was zijn lust en zijn leven. Als jongetje van acht mocht hij al met zijn vader mee naar de boerderij. In de vakantie en ook op zaterdag paste hij op de koeien die aan de dijk graasden. Melken kon hij al gauw als de beste. Inmiddels is hij getrouwd. Sinds kort werkte hij als vaste knecht op een grote hoeve. Zo verdiende hij iets meer dan een ‘losse knecht’. Bij grote drukte op het bedrijf van een bevriende boer werd Bart wel eens uitgeleend. Deze week was zo’n week. Bart was er niet al te blij mee. Hij moest ‘s morgens en ‘s avonds een heel eind lopen, want de ‘Maria Hoeve’ lag bijna tegen het volgende dorp aan. Bart was gewend om zelf zijn ‘schofboterham’ mee te nemen. Tot zijn grote verrassing en vreugde mocht hij bij de boer de warme maaltijd mee eten. Het was er goed van de kost. De boer en boerin waren gul, maar het was Bart opgevallen dat ze ook erg zuinig zijn. Er ging geen kruimeltje verloren. De naast de zak gevallen graan werd van de dorsvloer geveegd en ging mee naar de molenaar. En het laatste slokje melk werd uit de koe getrokken. De boer had een flinke schare kinderen en ook nog een oude vader van zevenentachtig. Opa, bracht zijn dagen door op het bankje voor het huis. Daar genoot hij van de zon en zijn pruimpje tabak. Hij spoog overal in het rond. Soms liep er een straaltje tabaksap langs zijn kin. Dan haalde hij een grote rode zakdoek tevoorschijn. Hij veegde er zijn kin mee af. Zijn neus werd er flink in gesnoten. Tevreden stopte hij de zakdoek weer in zijn broekzak. Zijn tanden waren bruine stompjes. Er was een tandarts in de stad, maar daar had Opa toen hij jong was en zelf hard op het land werkte geen tijd voor. Bovendien kostte het geld. Opa’s pet was samen met hem oud geworden. Ze hadden de mobilisatie van 1914-1918 meegemaakt en de crisisjaren. Als Opa ging eten bewaarde de pet zolang zijn pruim in zijn binnenste. Bart genoot van de warme maaltijden die hij die week voorgeschoteld kreeg. Het grote bord bloempap achter de aardappelen van die dag viel goed in de smaak. Iedere dag was het een andere pap. Vrijdag was zijn laatste dag. De boerin zette een grote pan met broodpap op tafel. Bart kreeg een bord extra. Toen de boer vroeg:’Wil jij het laatste beetje uit de pan?’ zei hij geen nee. Nadat hij zijn bord leeg had, wreef hij eens over zijn buik. ‘Mag ik nu eens weten hoe je die heerlijke broodpap klaarmaakt? want hij is veel lekkerder dan thuis en dan kan mijn vrouw het in het vervolg ook zo klaarmaken En die stamppot van zuurkool was had ook zo’n aparte smaak,’ vroeg Bart aan de boerin. 42


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 11

Een foto uit de Beeldbank Zeeland (niet de opa uit het verhaal) - Zeeuwse Bibliotheek

‘Het is heel simpel, hoor Bart. Ik weet niet of het bij jullie zal lukken. Je hebt gezien dat Opa geen tanden meer in zijn mond heeft. Hij knuift enkel het brood van de korstjes. Die bewaar ik de hele week, want het is zonde om weg te gooien, ée? Nou, daar kook ik de broodpap van. En wat die zuurkool betreft, dat doen we nog op z’n ouderwets in het grote wasbekken en stampen met de blote voeten. Opa staat zijn mannetje nog, hé opa? Alleen kon opa dit jaar niet helpen. Hij had wat kloven aan zijn hielen en dat bijt nog al met dat zout,’ antwoordde de boerin vriendelijk. Bart glimlachte als een boer met kiespijn. ‘s Avonds, onder weg naar huis, bedacht hij tot zijn schrik dat ze de vorige dag snert hadden gegeten. En ‘s woensdags had hij gezien dat opa zijn zwoertjes van de twee kruppen spek die hij afgekloven had, netjes naast zijn bord legde. En dinsdag had Opa hetzelfde met het been van de karbonade gedaan. Een beetje misselijk ging Bart aan de kant van de weg zitten. Die ‘snert’ had ook een andere smaak gehad. Hij zuchtte en keek naar zijn broodzakje. Er zaten tien eieren in. Hij had ze gekregen omdat het de laatste dag op ‘De hoeve’ geweest was. Gelukkig had Opa daar part nog deel aan. Alhoewel? De kliekjes van Opa’s bord, zouden die soms ook naar de kippen gaan? Of zouden ze door de stamppot gegaan zijn? Thuisgekomen deed Bart de broodzak open om de eieren in een schaaltje te doen. Tot zijn verwondering waren de eieren bruin. Dit was vreemd, want bij de hoeve liepen alleen maar spierwitte hoenders. Nu wist Bart het zeker. Deze eieren zouden ook een aparte smaak hebben. 43


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 12

Zeewiergenot Sepp Vermeulen Dit is het land van Burgh naar Zoutelande en heel wat dorpen doen ook mee De Zeeuwse kust,steeds zichzelf maar Domburg, nee‌ een broertje nu van Westkapelle en ook Oost telt voor twee Dis het land waar de zee zand is en het zand das ook de zee Een duin is geen duin maar een berg uit de Pyrenee Dis het land van kworstel en komboven Al verzuip je, verZeewiergenotzand je, verkramp je aan de kust, hier blijf je lopen Hier aan de kust kus ik zeewier kus ik zout van de zee, rust ik niet voordat ik weet dat Westenschouwen pas gaat leven als atleten net gaan zweten met hun lach van ik geniet geniet, gewoon geniet want je loopt omdat je loopt

Elk jaar wordt de mooiste en zwaarste marathon van Nederand gelopen langs de Zeeuwse kust. Geplaagd door de wind. Over dijk en duin. Soms leidt dit tot een gedicht, als van Sepp Vermeulen. Foto kustmarathon Willem Woznitza, DNA-Beeldbank op www.laatzeelandzien.nl

44


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 13

Credo van de strandpalen Hanna Terlaak wij uniforme wachters van de kust marcheerden eens zingend naar zee om daar te waken de zon speelt stralend zonnewijzer met ons al liet hij vlug onze verweerde basten barsten wij rechten fier de rug sierlijk walst in schuimtutu de golfslag op ons toe en nodigt ons ten dans niet éénmaal buigen we met haar mee maar staan verstild aan zee al blaast de blonde wind ons in het oor kijk vader bij je been daar bak ik zandtaartjes ribbels en golfjes omheen appél dat is appél al brult de storm al striemt het zand al bruist de woeste zee in eeuwenoude maat wij blijven stram in het gelid zijn steeds paraat uren van louter licht uren van nacht en nevel draaien om ons als een moer zo mal swing met ons mee roepen ze maar wij staan altijd pal

Foto paalhoofden Arendo Schipper, DNA-Beeldbank op www.laatzeelandzien.nl

45


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 14

Ons dorp in oude ansichten Catherina Slaakweg - de Vos

Alweer, dacht ik toen ik werd gebeld in verband met toestemming voor het plaatsen van jeugdfoto’s als aandeel in het tweede of derde deel van ‘ons dorp in oude ansichten’. Alweer een boekje met foto’s van toen. Jammer dat, hoewel iedereen wel de mens van toen weer eens kan bekijken, niet iedereen weet of ziet hoe die mensen toen echt leefden. Nog nooit heb ik in die verrukkelijke boekjes de werkelijke sfeer gevonden, het leven beschreven zoals het toen werd geleefd. Wat een schat van herinneringen kleeft er aan die dorpsfoto’s; de pomp in het dorp, de smidse, de slagerij. Nog nooit heb ik erbij gelezen hoe je als kind getrokken werd naar het slachthuis als je het knoerpen van de kettingen hoorde, dan werd er een koe geslacht! Nog beleef ik de overmacht van dat slachthuis, waar dat grote kolossale koeienlijf naar boven werd gehesen. De reusachtige koeienpoten dreigend langs de pet van de slager deinend. En dan in de hoek dat lugubere bloedpitje! Waar de katten uit de buurt bij zaten te wachten tot het werd leeggeschept. Alleen een kat was er niet bij, die lag tegenover het deurgat onder de heg te loeren en wachtte op betere tijden. Dat was de ‘slachterspoes,’ Mauws. Mauws was altijd paraat bij de slacht zelf. Nog zie ik de slager met zijn ene knie op het koeienlijf of het varken zitten, dat geveld op de betonnen vloer lag. Een hand graaiend in 46

het nog dampende, wee ruikende, reusachtige lijf van het dooie beest. Bij iedere zwaai van hetgeen ondeugdelijk was een andere richting gevend zei hij dan: ‘Da’s voor Mauws’. Ik weet nog hoe mijn broertjes hetzelfde deden als ze ‘slachtertje’ speelden! Die weeë lucht van dat dampende lijf en dat warme bloed was soms teveel en dan was je ‘s avonds misselijk als je naar bed ging. Met een: ‘Je speelt niet meer bij de slachter, hoor!’ werd je naar je bed gestuurd met een emaillen po in je armen en daarmee was de kous af. Maar het was te fascinerend om als er weer wat in het slachthuis was niet te gaan kijken, griezelen en misselijk te worden. Dat het iets wreeds was kwam niet in je op, het hoorde erbij net zoals de krullen bij de timmerman onder de schaafbank. Ja, want die hadden we naast ons. De ‘ouwe baas’ liet ons wel eens binnen komen, dan mochten we kijken hoe een raamkozijn werd gemaakt, spijkers aangeven en krullen opruimen. Dat vond ik altijd prachtig. Dat je een huis zag worden van het hout dat door het luik boven de werkplaats naar boven was gestouwd, meegebracht door de bode. Als het dan toevallig regende rook het zo lekker! Wanneer we in de zon door het dennenbos lopen en de dennenappels knisperen open, ruik ik nog datzelfde van toen. Dan wordt weer een huis gebouwd en schaaft de zoon van de ‘ouwe baas’ de planken. Hij is nu zelf al in ruste en zijn zoon bouwt


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

kerken als moderne kastelen met torens die we toen niet voor mogelijk hielden. Dat mede daardoor een bos zo kan leven. Dat kun je aan kinderen vertellen, maar dat voelen ze niet! Hoogstens een schamper lachje en een: ‘Ja, dat was toen, toen opoe brood bakte voor een hele week!’ Want dat had ik ze eens verteld toen ze brood van de vorige dag droog vonden! ‘Droog brood,’ zei ik, ‘dat bestaat nu niet meer! Dat was er vroeger, toen wij schoolkinderen waren. Toen bakte opoe brood voor een hele week.’ Zestien broden soms! Heel groot en in onze eigen oven! Och, wat weten zij er van. Van die lekkere eerste boterhammen, die nog vers waren, met boter en suiker. En dan: de ‘opblazers’. Dat was het grootste feest, daarvoor zaten we vanaf het kneden van het brood tot na het bakken te wachten op de zoldertrap. We deden extra lang over het schillen van de aardappels en het poetsen van de schoenen. Want de oven was in de bakkeete en daar was altijd wel een karweitje om je zoet te houden. Met het gevolg dat we er nooit teveel vertoefden, als het niet hoefde. Dat ‘hoeven’ was betrekkelijk. Je moest er zijn als je dorst had, want de ‘tuit’ emmer met regenwater (er was niet anders) stond er met de reusachtige emaillen lepel erin. Daar dronk je dan uit en was de emmer leeg, dan moest je eerst naar de regenbak. Dat hoorde erbij.’Half vol scheppen hoor, anders mors je teveel, en het regent niet iedere dag!’ Want waterleiding, dat kenden we toen nog niet. Ook elektriciteit was nog onbekend thuis. Sommigen hadden waarschijnlijk wel

Pagina 15

stroom, maar bij ons had de wonderbron der energie zijn intrede nog niet gedaan. Petroleum, dat was onze bron van licht. En donker. Want iedere liter moest je betalen en halen, in een vierkant busje met tuit. En ook dan: ‘Drie liter maar hoor, want met vier is te vol en dan mors je maar!’ Niet alleen dat onze schorten dan naar de petroleum roken, maar alles was betaald, ook dat wat vermorst was! Want zuinig zijn was het parool. Drie of vier cent per liter. In de zomer werd die ook voor kookdoeleinden gebruikt, want dan had je immers de kachel niet aan. Bij goed weer stookte moeder dan tegen etenstijd het fornuisje buiten. Dat scheelde weer iets. Wij moesten dan af en toe kijken of het nog niet leeg was. Dan werden de takkenbossen weer een eindje doorgeschoven en een briket er bij om vuur te houden. Af en toe mochten we met een zak om afvalhout naar de timmerman komen. Een onmisbare buur was dat. Voor ons allemaal. Wat hebben we er genoten in de werkplaats. Van de ‘ouwe baas’ kregen we zelfs sigarenbandjes. ‘Lomarus’ rookte hij. Alleen wij kregen die bandjes! Rood met goud waren ze. Zulke sigaren rookte vader nooit, dat waren er van 1 ½ cent of Petietjes. Op zaterdagmiddag meegebracht uit de winkel. Daar zaten geen mooie bandjes om. Als ik nu nog sigarenrook ruik is het altijd nog een beetje zondag thuis. Van Ko, de knecht van de timmerman, konden we ook veel gedaan krijgen. Omdat wij niet op de kozijnen speelden en op het hek (‘t ekken) klommen. 47


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Dat hek was iets aparts. Heel kunstig gemaakt met bloemen in ruiten, van hout. Dat vond ik wel zo kunstig en knap, hoe durfde je daarop te klimmen! Daarvan heb ik, geloof ik, overgehouden altijd het mooie of niet mooie van een hek te zien. Dat bepaalt altijd de zin voor netheid en de smaak van de bewoners op het erf voor me. Op de houten palen stonden bekers en van hout ‘koppen’. Nu zijn ze er niet meer, het hek is verdwenen, het huis en de werkplaats ook. De timmermanswinkel, noemden wij het. En aangebouwd: het kalkkot. Daar mochten we mee naar binnen als we om kalk voor de klompen moesten. Een halve kop ongebluste kalk, heette dat. De klompen, die iedere zaterdag geschuurd werden met kalk en dan heel mooi wit opdroogden. Die bijna een rijksdaalder kostten en waar we mee moesten doen tot je er bijna geen bodem meer in had. Dan deden ze dienst in de winter als schoolklompen, met een karton erin. De school, dat was weer een deur verder, want het was allemaal dicht bij huis. De school waar wij het privilege hadden om ook op zaterdag en na schooltijd er binnen te mogen, omdat moeder naast alle huishoudelijke bezigheden ook nog de school schoonhield. In de gang was een pomp, die stond op de regenbak en dus hoefden we het water niet te ‘pitten’ (scheppen uit de put). Wij, mijn zuster en ik, mochten om de beurt zaterdag mee om te helpen met het uithalen van de kachels en het aanvegen en stoffen van de lokalen. De een mee naar school, de ander thuis. Wat heeft moeder altijd hard gewerkt toen we klein waren, toen zag je dat niet, maar nu des te beter. Die school, daarvan heeft ze ‘het wonder der techniek’ gekocht: de naaimachine. Die had48

Pagina 16

den we toen nog niet, alles werd met de hand genaaid. Al die grote boerinnenschorten en die grote overhemden (boezeroenen) van vader. Is het een wonder dat we het niet goed deden toen we bij juf op school naailes kregen? Drie zoomsteken, drie rijgsteken, leerde moeder ons. Zo zoomden we onze schorten, rokken (keuzen) enz. Verontwaardigd deden we verslag toen we thuiskwamen, moeder had het ons niet goed geleerd, het moest heel anders. Kleine steekjes die je niet ziet en gelijk. ‘Moet ze hier maar eens komen, dan zal ze het ook wel anders doen,’ was moeders commentaar, ‘dat schort moet je volgende week aan en het is niet om in het ‘kammenet’ (de kast) te leggen!’ Geen wonder, alles met de hand maken bij het andere werk in een gezin met acht personen! Daar kwam nog bij dat er niet eerder iets nieuws werd gekocht of het moest heel erg nodig zijn. ‘Gebrek an’: heette dat dan. Als de textielhandelaar aan de deur kwam vroeg hij het ook zo. Het mannetje uit Middelburg met het ‘pak’. ‘Nog ergens gebrek an, Suzan?’ Toen was huismoeder geen vrouw die of die, nee, gewoon Suzan, Pietje, Leu of Kee. Keesje, de man met het ‘pak’ in zwart zeildoek op de kruiwagen, die van de een op de andere dag ergens bij een boer overnachtte in de schuur, of bij ons thuis. Keesje zelf zonder handel naar Middelburg terugstapte of naar de tram, het vervoermiddel in die tijd. Als we mee naar het land gingen in de vakantietijd mochten we als het koffietijd was een speld op de rails leggen. ‘De lijn’ heette dat.


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Als we naar huis gingen haalden we de speld op en keken vol verbazing en ontzag hoe plat die geworden was! Werkten we niet al te ijverig mee of kibbelden we teveel, dan kregen we geen speld om koffietijd. DE attractie dus! Moet je nu eens om komen! Een kinderhand…….nietwaar? Toch beseften we toen niet eens hoe rijk we wel waren! Alles hadden we bij de hand. Schuin tegenover ons de slager, de schoenmaker, tevens postbode, de boerderij tegenover ons, naast ons de timmerman, dan de school, wat wil je nog meer? O ja, en aan de andere kant de dominee, net achter ons de domineestuin. De tuin, waarin vader af en toe werkte en wij ook mochten helpen. Door het gat in de heg kropen we dan. Paadjes aanharken, rijtjes maken op het zaaibed en het gras bijeenrapen voor de geiten, die in het schuurtje stonden. Die tuin was moestuin en ‘bleek’. Een siertuin kende zelfs de pastorie niet in die tijd. Zonde van de tuingrond als die niet voor groente werd benut. Iets geheimzinnigs ging er vanuit, van die tuin, Daar groeiden appels in en kruisbessen. Wie had dat in de tuin! Ja, wel op de boerderij tegenover ons, maar dat was geen tuin, dat was ‘ ‘t ‘of’. Daar waren de zoon van de boer en de dochter alleen toe bevoegd. Verder kwam daar niemand. Heel vaak speelden we er op ‘de Baene,’ in de schuur, het weitje achter de schuur en in de heg. Maar in ‘‘t ‘of’ kwamen we nooit! Daar was een hele grote schuur, een ‘dreve’ met grote bossen (o.a. dennen), een bakkeete, ‘t zeumeruus en het allermooiste: een dub-

Pagina 17

beleo plee! De bron van vermaak was dat! Dan speelden we buurvrouwtje en voerden hele gesprekken, zittend op de deksels, want je mocht er natuurlijk niet echt!! Dat deed je thuis of hoogstens in de ‘boogerd,’ achter de appelbomen in de ‘stierenbocht’. Vanaf ‘de Ros’ (waar nu de Raadzaal staat) leerden we fietsen in onze kindertijd. Op de ‘koffie-fiets’. Geen zadel, maar een balen jute zak zat daar op gebonden. Dat was een ‘gunst,’ verkregen van de dochters van de boer omdat we de koffie voor hun wel eens naar het land brachten als de weg te modderig was. Die weg was een dubbel karrenspoor, die liep door ‘t ‘Noorden’. We deden dan de klompen en kousen uit, want laarzen hadden alleen de mannen die moesten ‘delven’ in het najaar. Voor hen was dat onmisbaar schoeisel. Bij droog weer droegen ze klompen of vetleren schoenen. De veters daarin waren net gedroogde wormen, dacht ik altijd. Zo dik, rond en vettig. In de winter en het najaar was ‘t noorden’ soms een soort binnenzee. Moet je nu eens zien! Net als het ‘Walcherse bos’. Daar was het ‘ofje’ van grootvader en grootmoeder met naast de deur in het andere huis ‘de ouwe Suze’. Vraag me niet hoe die (familie)verhouding was, dat is me nooit duidelijk geworden. Dat ‘noorden’ was ook, behalve nat, bitterkoud. Ik herinner me nog alsof het gisteren was, dat ik met de fiets, ik zal toen ongeveer tien jaar geweest zijn naar Aagtekerke moest. Het vroor, maar: ‘op de klompen, dan heb je niet zulke kouwe voeten!’ Naar Moe Jane om afgekookt vet. Daar maakte moeder dan stropie-vet van, gemaakt van gerookt spek. Als je ‘s avonds in bed lag at je nog stroopvet. Op de terugweg was ik waarschijnlijk door 49


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

de kou bevangen, want toen ik bij mijn positieven kwam lag in de kamer bij Floor Louws op een deken op de vloer. Een heel lieve moeder had erg met me te doen. Dit avontuur eindigde in mijn allereerste autoritje van mijn leven. De slager had toen al een auto, hij kwam me ophalen, met vader erbij. Hoe dat tot stand is gekomen weet ik nu nog niet. De slager, Janus Wisse, speelde al vroeg een bepaalde rol in ons kinderleven. Had je een ongelukje gehad, gat in je hoofd, snee in je vinger, dan vlug naar Janus, de slachter. Luguber klinkt dat, maar hij had een E.H.B.O. trommel, vandaar. In onze kinderwereld was de slachter een bevoorrecht mens. Een E.H.B.O. trommel, een auto. En….een ijskast! De bode bracht daarvoor grote staven ijs mee. Ongekend. En dan die auto. Op het dorp waren maar twee mensen die een auto hadden: de slager en de bakker, de Pree. Behalve bakker deed hij ook in fietsen, elektrisch en van alles en nog wat. Je kon er van alles kopen, brood, klompen, mattenkloppers, tot gelukstoffees toe! Snoep voor een cent, of een halfje. Dat kwam alleen voor op een ‘hoog-dag’: Pasen, Pinksteren of Kerst. Als je wat groter was ging je op deze dagen fietsen. Met het vrijplaatje (belasting!) van vader met een breed lint op het stuur gebonden, dan zag je het gat niet. Niemand dan vader mocht daar eigenlijk gebruik van maken. Dan fietste je ‘rond Walcheren,’ zoals dat toen heette. Wat waren de vriendinnen jaloers en mijn zus niet minder toen ik op mijn veertiende verjaardag een gloednieuwe fiets had gekregen van mijn oudste broer! Ongekend, een nieuwe fiets, alleen voor mezelf! Nog weet ik hoe groot hun leedvermaak was toen ik in Domburg een lekke 50

Pagina 18

band had. Die fiets, dat cadeau, verklaart de band die tussen ons was. Heel hecht. Altijd was ik op de hoogte waar hij was, hij was varensgezel. Ik heb nog steeds een bundel ansichten van hem. Uit Holland, Duitsland, Zweden, Lapland, Noorwegen enz.. Met je veertiende jaar ging je ‘van school af’. Dan was er al een ‘dienstje’ voor je. Dat stond zo gezegd al op je te wachten. Mijn zus, die een jaar ouder was, had al een plekje. Een gezin met vier kinderen en een zieke moeder. Of je dat aan kon als meisje van veertien jaar vroeg niemand zich af. Dat was een half uur fietsen, dus moest er een fiets komen, maar…wie zal dat betalen? Piet Adriaanse uit Domburg had de fiets van zijn vrouw te koop, zij fietste toch niet meer. Voor een rijksdaalder wisselde die dus van eigenaar. Hij kwam er op naar het dorp en ging ‘s avonds met de tram terug. Samen moesten we hem betalen; ieder 1,25 uit de spaarpot. Zo had ik dus op mijn dertiende een halve fiets, waar alleen mijn zus opreed. Kun je je voorstellen hoe rijk ik was met die nieuwe fiets! Mijn jongste broer zei laatst: ‘Nog zie ik Klaas met die fiets achterom komen’. Wat heeft dat indruk gemaakt, hij was toen acht jaar!


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 19

Atlantic wall, bunkers in landschap en duinen

Luctor et Emergo

Een van de vele bunkers uit de fotocollectie Stichting

Luctor et Emergo: ik worstel en kom boven. Deze Zeeuwse leus past perfect bij de geschiedenis van Zeeland omtrent WO II, voor veel mensen nog onbekend. De oorlogsjaren 1940-1944 in Zeeland worden gekenmerkt door dezelfde soort verboden, geboden en beperkingen als in heel Nederland. Wat de geschiedenis van Zeeland specifiek maakt is de prominente rol die het gespeeld heeft in het begin én aan het eind van de oorlog. Een nietsvermoedende bezoeker van Zeeland maakt op een visuele manier kennis met de oorlogsgeschiedenis door de bijna 100 bunkers en de diverse kleine betonnen palen die her en der verspreid staan in het Walcherse landschap, overblijfselen van de Duitse bezetting. In de kustgebieden zijn deze bunkers

teel te bezichtigen. Er zijn fiets- en wandelroutes die

Groede Podium In Zeeuws-Vlaanderen,

Bunkerbehoud. Enkele bunkers in Zeeland zijn inciden-

de bezoeker naar deze oorlogsrestanten leiden. Meer informatie over open en te bezoeken museumbunkers kun je vinden op de website van Stichting Bunkerbehoud.

vanaf 1941 gebouwd als onderdeel van de Duitse verdedigingslinie de Atlanticwall, uitgestrekt van Zuid Frankrijk, via Normandië, België, Nederland, Denemarken tot in het noorden van Noorwegen. Walcheren heeft een bijzondere strategische positie in dit geheel: liggend aan de Noordzee en aan de monding van de Westerschelde is het een belangrijke schakel in de vaarweg naar Antwerpen. De bunkers in het veld zijn gericht op verdediging vanuit landzijde (Landfront) en de bunkers in de duinen en op dijken zijn gericht op zee (Zeefront). Bij de bouw van de bunkers zijn ook veel inwoners van Walcheren betrokken, verplicht. Het is dat óf uitzending naar fabrieken in Duitsland.

nabij het dorp Groede, is een (speel)park ontwikkeld gecombineerd met een aantal bunkers. Rond een centrumgebouw met terras liggen o.a. speelkubussen, een labyrint en een waterspeeltuin.

www.bunkerbehoud.com


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 20

Oorlogsgeschiedenis Elke regio binnen Zeeland heeft zijn eigen oorlogsgeschiedenis. Om daarvan een indruk te krijgen kan je een reeks charmant kleine musea bezoeken.

Zeeuws-Vlaanderen: Van Axel naar Oostburg In Zeeuws-Vlaanderen laten zij het verzet zien in de meidagen van 1940 met behulp van Franse en Belgische troepen, een verzet dat de capitulatie van Nederland met enige dagen uitstelde. Zeeuws-Vlaanderen heeft echter ook in de bevrijding een belangrijke rol gespeeld. Vanuit NormandiĂŤ trokken de geallieerde troepen naar Zeeuws Vlaanderen om vandaar uit de oevers van de Westerschelde vrij te maken van de Duitse bezetter. Er zijn zware gevechten geleverd. De oorlogsmusea Gdynia en Switchback vertellen die verhalen. Gdynia in Axel, gevestigd in een boerenschuur: www.tweede-wereldoorlog.org/museum-gdynia.html

In Oostburg, oorlogsmuseum Switchback www.museumswitchback.nl

Noord- en Zuid-Beveland De verhalen van Noord en Zuid Beveland concentreren zich rond de enige vaste verbinding met het vaste land. De landengte met daarop de plaatsen Kruiningen, Krabbendijke en Rilland: de Sloedam. Zowel in de begindagen van de oorlog als tijdens de bevrijding is hier zwaar gevochten. www.bevrijdingsmuseumzeeland.nl

Walcheren Het verhaal van Walcheren verdient extra aandacht omdat dit eiland een bijzonder oorlogsverhaal heeft, dat in Middelburg begint. Zeeland houdt in de meidagen van 1940 het langste stand na de invasie van de Duitse troepen. Tot 17 mei, dan wordt Middelburg voor een groot deel verwoest door brand ontstaan na beschietingen. Een dag later volgt de capitulatie van Zeeland. Het achttiende-eeuws patriciĂŤrshuis 'De Dolfijn' wordt volledig verwoest. 52


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 21

Veertien gevelfragmenten van dit gebouw zijn verspreid over de stad in het straatwerk aangebracht, als kleine monumentjes met daarop een kleine plaquette. Behalve deze 14 brokstukmonumenten telt de stad nog vele andere monumenten die herinneren aan oorlogsslachtoffers, verzetshelden en bevrijders. Westkapelle op Walcheren onder water Foto Nee Flipse-Roelse, collecie Polderhuis

Op 4 september 1944 valt de haven van Antwerpen in handen van de geallieerden, bevrijd vanuit de landkant na de landing op NormandiĂŤ op 6 juni 1944. Omdat de oevers van de Schelde nog in Duitse handen zijn, kunnen de geallieerden de haven niet gebruiken voor bevoorrading van troepen en materiaal. Het plan om Walcheren te bevrijden door het te inunderen (onder water zetten) treedt in werking. Op 2 oktober 1944 worden de bewoners van de eilanden rond de Schelde gewaarschuwd om te vertrekken en een veilige schuilplaats te zoeken. In de waarschuwing staat echter (uiteraard) niet exliciet, dat de dijken gebombardeerd zullen worden. Een moeilijke opdracht omdat de eilanden rondom zwaar bewaakt wordt. De bewoners van Walcheren kunnen niet het strand op om met een boot te vluchten en de Sloedam, het enige verbindingspunt met het vaste land, is ook zwaar bewaakt. De onmogelijkheid en het ongeloof houdt de meeste inwoners van Westkapelle thuis. Dan wordt het 3 oktober, een dag die het leven van de bevolking van Westkapelle voorgoed zal veranderen. De dreigementen zijn geen loze woorden, er wordt daadwerkelijk gebombardeerd. Een groot deel van het dorp wordt verwoest, in de molen De Roos van Theune sterven 44 mensen een verschrikkelijke dood. De dijk breekt door, het water stroomt binnen. Maar het is niet genoeg. Bombardementen op Vlissingen en Veere volgen en op 17 oktober opnieuw Westkapelle. Het gat is niet breed genoeg. Het water heeft inmiddels vrij spel op Walcheren. Het laatste weekend van oktober is dan het slotoffensief. De kustlijn van Walcheren wordt weer gebom53


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Informatie op pagina 51 t/m 55 kwam tot stand i.s.m. Polderhuis Westkapelle, Dijk- en Oorlogsmuseum Zuidstraat 154-156 4361 AK Westkapelle 0118 570700

Pagina 22

bardeerd en op woensdag 1 november komen de geallieerden in Westkapelle en Vlissingen aan land, vanuit Zeeuws Vlaanderen. Vanuit zee wordt het kapotte dorp opnieuw beschoten vanaf geallieerde slagschepen. Westkapelle is dan al 4 weken lang een hel.

De bevrijding van Walcheren volgt, maar het water is de nieuwe vijand. Het duurt tot oktoopen van 10.00-17.00 u. Tussen 1 november en 1 april ber 1945 voor het gat in de dijk van Westkadicht op maandag en dinsdag, woensdag t/m zondag pelle hersteld is. open van 11.00-17.00 u. Pas in februari 1946 zijn alle dijkgaten op Walcheren gesloten en kan er gestart worden met de drooglegging, de ontzouting, het puinruimen en de wederopbouw. Het is het ongelooflijke verhaal van ondergaan en weer opstaan, knokken, doorzetten en niet stil blijven staan bij wat er is gebeurd. Het verhaal van Walcheren kunt u op een indringende manier mee beleven in het Polderhuis, Dijk- en oorlogsmuseum in Westkapelle Tussen 1 april en 1 november is het museum elke dag

www.polderhuiswestkapelle.nl

Andere zichtbare oorlogsherinneringen op Walcheren zijn de vele oorlogsmonumenten in zowat elk dorp en elke stad op Walcheren. Bij het vliegveld van Arnemuiden is het museum Wings to Victory gevestigd dat speciaal de verhalen van de RAF piloten vertelt. www.wingstovictory.nl

Foto: Kreek Nolledijk, foto Karel Leeftink, Staatsbosbeheer

Duidelijk zichtbare erfenissen van deze periode zijn de vier kreekgebieden op Walcheren, bij Veere, de Nolledijk en Fort Rammekens in Vlissingen en bij Westkapelle. Het zijn landschappelijke littekens, ontstaan door de bombardementen van de geallieerden, bedoeld om het eiland Walcheren onder water te zetten om zodoende de Duitse bezetter te verdrijven. Nu zijn het mooie natuurgebieden waar je heerlijk kunt wandelen.

54


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 23

Het niet vertelde verhaal van ‘44 Ooggetuigenverslagen van inwoners van Westkappelaars, bevrijders en bezetters maken de oorlog tot een mensenverhaal. Geen statistieken en politieke en wetenschappelijke materie, maar verhalen en herinneringen van mensen. Deze verhalen zijn in september 2011 ook in boekvorm uitgekomen. Het boek is het ooggetuigenverslag verteld vanuit drie genoemde perspectieven. In het boek ‘Het niet vertelde verhaal van 44' worden niet eerder vertelde verhalen van Westkapelle aaneen geregen in een chronologische volgorde. Het boek is te koop in het Polderhuis zelf, via hun webwinkel en in boekhandels op bestelling: ISBN 978-79210-00-8, aanschafprijs € 24,95

Fragment uit ‘Het niet vertelde verhaal van ‘44’ Molenaarsdochter Jo Theune (38) zat ook in molen de Roos maar overleefde de ramp. “Rond één uur vroeg vader of ik eens wilde kijken hoe de molen erbij stond. Ik zag her en der grote scheuren in de muren. Nauwelijks had ik dat aan vader verteld of we hoorden een nieuwe golf vliegtuigen aankomen. Hals over kop renden we de kelder in. Kort voordat de tweede serie bommen viel, zei moeder: “Ik word toch zo akelig.” Ik stond op om wat water voor haar te halen. Bij een van de uitgangen hadden we een emmer water gezet voor het geval van nood. Op het moment dat ik bij de emmer aankwam, kreeg de molen een voltreffer. Hij stortte in. Alles kwam omlaag, brokken steen, balken, zakken graan en stof, overal stof. Je kon niets meer zien. Veel mensen waren op slag dood, bedolven onder het puin van de dikke muren en de molenstenen. Anderen hoorde ik gillen en huilen. Achter me stortte de molen in. Ik kon niet meer terug. Ik kon vader en moeder niet bereiken, niemand meer, het puin was overal om me heen en versperde me de doorgang. Zelf zat ik ook bekneld onder brokken puin, aanvankelijk kon ik me helemaal niet bewegen. Tot overmaat van ramp kwam het water. Het stroomde niet naar binnen, nee, het siepelde heel kalmpjes, je hoorde het gewoon tikken. Nu was er een sloot achter de molen en sommige mensen dachten dat het slootwater was dat naar binnenkwam, opgezwiept door een bom die misschien bij de sloot was gevallen. Maar opeens hoorde ik een van de mannen roepen: “Ze hebben den diek deurgegooid, ik proef zout water.” Tergend langzaam steeg het water, de een na de ander zakte weg en verdronk. Als je iemand bij zijn naam riep kreeg je vaak geen antwoord meer. Een neefje van mijn schoonzus zat ook onder de brokstukken bekneld. Hij riep mij nog een paar keer: “Tante Jo, ze zullen toch wel komen, hé?” en telkens zei ik dan: “Ja hoor, jongen, ze komen vast.” Op het laatst zei hij: “Maar het duurt zo lang, tante, zal de Here Jezus ons dan niet helpen?” En ik zei: “Ja hoor, de Here helpt ons.” Daarna heb ik hem niet meer gehoord. Ook hij is verdronken. Toen was ik helemaal alleen. Joost Janisse en zijn baby Kornelia waren met mij de enige overlevenden. Ze waren ook vlak bij de uitgang toen de molen werd getroffen. Joost heeft nog geprobeerd zijn vrouw te bereiken, maar tevergeefs. Hij heeft de baby door een gat boven zijn hoofd naar buiten geschoven en het kindje heeft de ramp inderdaad overleefd. In het donker heb ik me op de een of andere manier door de brokstukken naar boven weten te werken. Ik kwam bij een spleet in het puin, maar daar raakte ik klem. Achteraf was dat weer een geluk, want zodoende kon ik niet omlaag in het water vallen. Ik weet niet hoelang het heeft geduurd voordat de redders kwamen. Het leek uren.” 55


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 24

Één dag den rieksten Jan Lauret

Êên dag per jaor was ik den rieksten joengen van 't êêle durp. Da was den dag da bie ons tuus 't vèrken geslacht wier. Dien dag stoeng ik tussen de middag a de joengers en de meiden uut schoole kwamen bie d'achterdeure om zwèrtjes uut te dêêlen. De scheutel mêê zwèrt in m'n lienker and, een stik zwèrt gerêêd in m'n rechter. Ik stoeng dao as een koning. Ik zocht de zwèrtjes goed uut vôô an 'k ze weggaf: d'arde rugzwèrten vôô de joengers wao ‘k eigenlijk een ekel aan ao en 't zachtste buukzwèrtje mêê van die aangebrande tepeltjes voor 't meisje waor an 'k stiekum 'n ôôgje op ao. Een lekker gevoel was da om vôô êên kêêr over iedereen de baos te kunnen spelen. Wan al die joengers en meiden adden nie wa jie wè ad en wa ze êêl lekker vonnen: zwèrtjes van 't vèrken. 't Was a vroeg begonnen, dien dag. 'k Was gliek mee m'n vaoder en m'n moeder opgestaon, om kwart over zesse. ‘Wèrm aonklejen, ee,’ zei moeder, ‘want 't is vreed koud buuten.’ Vlug bie 't aonrecht een wreeve over m'n gezicht, een botram mee bruune suuker en nao buuten. In den donk’ren mee een stallantèrn nao 't vèrkeskot. 't Vèrken kwam nieuwsgierig uut z'n kot. Zo vee drukte bie den bocht a tie zeker nog nie verwacht zo vroeg in de morgen. Ie stak z'n snuute in de lucht en liet z'n eigen gewillig achter z'n oren krauwen. Da vond tie altiet lekker. Erme bjiste, ao tie 's wist wa 't er vandaoge amao mee 'm ging gebeuren. Dan zou tie nie zôô tevreën knorren. Vlug liep ik trug nao de straote, wan ik ôôrden in de verte 't geluud van de karroo. Dao kwam Izac, de slachter. Ik renden nao 'm toe en ielp mee om de platte karre te trekken. De karre ao iesderen wielen. Da kon je goed ôôren a tie deu de straote ree. De buren zouen wè tegen mekaore zeggen: 56

‘Oôr, bie Maries en Kaotje wor 't vèrken geslacht’ En de kinders die a wakker waoren zouen dienken: ‘Lekker zwèrtjes, vanmiddag’. ‘Vin j 't leutig, Jantje, a 't vèrken geslacht wordt vandaoge,’ vroeg Izak. ‘Kun je begrupen, Izak,’ zei ik. We rejen de karroo tot vôô deure. Izak aolden samen mee vaoder 't kapblok en 't grote kapmes van de karre. 't Wier in de biekeuken gezet. Die ao m'n moeder gistern jîemao schoon gepoetst, Wan Izak ieuw van proper werken. ’n Schônen taofel om 't wostemesien op vast te zetten. Schône laokes om de baoken spek en d' ámmen op te leggen vôô da 's in de kuupe gingen. Jao, dien Izak was een echte vakman. Da ôôrden j'ook wel 's anders. Zo as van die slachter die na twee vèrkens a zoa bezopen was dat ie den derden in z'n kont stak in plekke van in z'n kop Izak lusten ook graag een borreltje, moa zukke fratsen zou je bie èm nie meemoak'n. ‘Allé, mensen, we gaon beginnen’ zei Izak. Oe vroeger oe beter, zei Izak altiet. A 't ie naomelijk vroeg begon dan stak tie de vèrkes nog zonder z'n schietmasker te gebruken. Dan stroomden 't bloed beter, zei tie. 't Gebruuk van 't schietmasker was eigenlijk verplicht, dus je most uutkieken vôô de vellewachter. Mao jao, die lag om dezen tiet nog achter den gebreiden broek van moe Jaone. Méé z'n vieren liepen we nao 't vèrkeskot. 't Begon a een bitje licht te worren. 't Vèrken kwam wéé nieuwgierig kieken wao 't er amao gebeurden. Izak ao twêê touwen bie um. An z'n riem ieng een leren koker mêê messen en een wetstaol. Rond z'n bêênen ao 't ie leren schachten. Vaoder ao een stèrtpannetje en een schôonen immer bie um. De mouwe van z'n jekker was bie z'n lienker erm opgestrôôpt tot boven z'n elleboge. Moeder en ik moesten elpen om touwtje te trekken. Izak gieng in d'n bocht bie 't vèrken. Ie


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

praoten zachtjes tegen um: ‘Keu, keu, keu, kom mao keu’. De rillingen liepen over m'n rugge. Van de koue, van de spanning en ook een bitje van bangigheid. Wan strekjes zou ik zien oe a' 't mes van Izak …… Izak déé 't êêne touwe aan 't vèrken z'n achterpôôt en gaf het uutende aan m'n moeder en mien. ‘Dienk 't er om, éé, niks doen vôôr ank 't zeggen. Rustig meelôôpen’ D'andre touwe bond tie rond 't vèrken z'n voorpôôt. Zachtjes leiden die de keu nao een strôôbed, d'a m'n vaoder grêêd geleid ao op een lege plekke in d'n of. 'k Pisten biena in m'n broek van de zenuwen. Noe gieng 't gebeuren. Oovee verkeserpels en wienpeeën aok wè nie gekookt voor um, op 't potkacheltje in de schure. Oo dikkels ao 'k z'n kot nie schôôngemaokt en gezien oe blieë ao 't ie was mee z'n verse strôô. ‘Jao,’ zei Izak kort en ard. Moeder en ik trokken de touwe strek, Izak déé 't zelfde mee de knevel aan de voorpôôten. 't Vèrken viel verbaosd op z'n zieë. Vee tiet om te dienken wao 't er toch aan d'and was ao tie nie, want Izak zetten z'n schacht tegen 't vèrken z'n kinne snokten de kop strèk achterover en planten trefzeker z'n mes in de kééle van de keu. Dá brullen van dá bjist kan noe nog ôôren. 't Halve durp wist gliek dat Izak d'r wéé êêne te pakken ao. 't Vèrken spartelden en brulden, mao we aon 'd um goed vast mee onze touwen. Izak trok z'n mes uut 't gat in de keele, voader ieuw vlug z'n pannetje d'r onder en dao gutsten het dampende bloed na buuten. Ao 't pannetje vol was gooiden die 't leeg in d'n immer en klutsten mee z'n blôôten erm het bloed deu mekaore. Da déé t'ie omdat 't nie mocht klontern. Anders konnen we d'r vanaven gêên bloedwoste van maoken. Elke kêêr ao 't pannetje vol was kneep Izak de wonde even dicht. 't Vèrken bleef mao brullen. 'k Von ‘t prachtig en vreselijk tegliek. Het schrêêuwen van 't vèrken ging langzaam over in reutelen. De bloedstroom wier minder. Vaoder zat tot aon z'n ellebogen onder 't

Pagina 25

bloed. We mochten de touwe loslaoten van Izak. Af en toe schokten 't vèrken nog nao en toen lag tie stille. Vaoder brocht 't bloed nao binnen en kwam trug mee de jeneverflesse en twêê glaosjes. De mannen gôôten d'n ieste borrel nao binnen op d'n goeie afloop van de slacht. Noe kwam 't mooiste. Izak aolden een dôôsje lucifers uut z'n zak en stak op verschillende plekken het strôô aon. Onze gezichten zaogen d'r êêl geheimzinnig uut in de vlammen en onze schaduwen dansten op de muren van de schure en 't vèrkeskot. Mee een lange stok verdêêlden Izak en m'n vaoder het brannende strôô over 't vèrken. Je kon goed rûken d'a z'n aor aan 't verbrânnen was. En da was natuurlijk ook de bedoeling. Moeder ao impersant een paor immers schoon waoter g’haold en een pannetje om mee te gieten. Da was een werkje vôô mien, ao 'k et tenminsten goed déé. Toen 't strôô uutgebrand was rolden Izak en m'n vaoder 't vèrken op 'n outen sleper. Die aoden ik en m'n vaoder gistren g’haold bie buurman Arjaon. Samen méé 't mènladdertje. Da stong avast tegen de muur van de schure. Dao most het vèrken strekjes op g’hangen worden. Izak begon mee een grôôt mes het verbrande aor weg te schraopen. Waor a tie bezig was most ik elken kêêr een pannetje waoter gooien, zodat d'aoren wegspoelden. Izak most af en toe in z'n anden blaozen, zôô koud was 't. Terwiel an 'k zôô aon 't werk was von 'k 't allange zôô erg nie mêê dat 't verken dôôd was. 'k Begon de zwèrtjes ao te rûken. Izak gieng noe twee diengen doen wâo 'k altiet om moest lachen. Mee z'n grote mes rêêpten die het neusje van 't vèrken d'r af en stak het in z'n mond. Ie knauwden d'r goedkeurend op asof tie wou zeggen: 't is een goed bjist wao d án 'k ier slachten. En dan aolden die de schoentjes van 't vèrken z'n pôôten af. Ik zocht dan zo'n oornen schoentje op, spoelden het in 't waoter af en stak het in m'n mond. Je kon d'r lekker lang op knauwen. 't Smaokten een bitje nao rôôk. Je most d'r mao nie te véé bie naodienken. Eêl z'n leven ao da vèrken d'r 57


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

mee deu de stront gelôpen en noe liep jie d'r op te knauwen. 't Grôôte slachtwerk kon beginnen. 't Vèrken wier opengesneeën en opengekapt. Vaoder en moeder renden heen en weer naar de biekeuken om allerlei stikken van de keu nao binnen te briengen. Izak snéé en kapten en zaogden. De lever en 't àrte kwaomen d'r uut en de dèrmen. Ie maokten lange sliengers van de dunne dèrmen en kneep er dan de stront uut. Da stonk nog een bitje ook. De dèrmen giengen in een immertje water, want die aome nog nôdig vôô de woste. Meters dunne dèrm. De dikke dèrmen mocht ik wegbriengen nao mensen vedderop in de straote die a ze graog aten. Mien nie gezien. Stienken !! De ‘lichte,’ zôô amme de longen van 't vèrken altiet noemden ging naar een tante van me. d’ Esses gingen nao de schooljuffrouws van 't durp. Gêên wonder dat ie zo slim waoren. De bovenmêêster kreeg natuurlijk ook een maoltje. Zelf aten we op d'n dag van 't slachten vosse soppen: gekookte pôôten en ôôren en de stèrt, mêê gekookte èrpels en êêle appels en peren in de schèlle. En m'n moeder mao kripjes braojen, Die giengen onder 't vet in Keulse potten. 't Vèrken ieng uutgeklêêd aan de mènladder. De keurmêêster kwam om um te keuren. Ao 't in orde was zetten die op verschillende plekken blauwe stempels. Die kwam je maonden laoter nog tegen op je speklapje of je stikje amme. 't Vèrken wier vedder kleingemaokt. Grôôts as een pauwe liep ik méé grôôte baoken spek op m'n uutgestrekte èrmen nao binnen. Die mosten gezouten worren en in de dan in de kûûpe. Laoter zouen ze saomen mee d'ammen in kussenslopen aon de zolder angen. 'k En d'r nog wè 's êêne uut m'n anden laten vallen. De bovenkant van 't dressoir was gescheurd. Da von m'n moeder nie leutig. Binnen mocht ik van Izak aon 't wostemeulentje draaien. Ie proefden elken kêêr: bitje zout d'r bie, bitje peper. De vaomen woste 58

Pagina 26

wieren aan bezemstelen aan de zolder hangen. We proefden ôôk 'd êêste zwèrtjes. Lekker méé peper en zout. Langzaam van genieten en nie te véé achter mekaore, want dan spoog je 't àrte uut je lief. Van de kop kookten we postekop. Da wier in potten en potjes onder 't vet gezet. We zouen 't nog véé op onzen botram kriegen de kommende weken. 't Vet wier gesmolten, de kaontjes gebraojen. De slachter z'n werk zat er wéé op. Ie dronk nog een borreltje, kreeg z'n lôôn en gieng d'r wêê vandeu. Op nao 't volgende vèrken. Soms wè viere op een dag. Wider waoren natuurlijk nog lang nie klao. 's Avons mocht ik vaoder elpen om bloedwoste maken, een mengsel van bloed, beschuut en spek. M'n vaoder déé dan een langen dèrm om het uuteinde van een koopren trechtertje. Ie gôôt mêê 'n pollepel het mengsel in dien dèrm die a tie elken kêêr een bitje vanonder z'n and liet schieten. Met de steel van een outen lepel mocht ik voorzichtig de dikkere stukjes spek in den dèrm drukken. Owee a da iets 't onbesuusd gieng. Dan schoot er te véé van dien dèrm vanonder m'n vaoder z'n and en konnen we wee opnieuw beginnen. Dien slacht, dao was je daogen mee bezig. Mao 't rook wel êêl lekker in uus en d'r was eten in overvloed. Gebakken lever, niertjes, kaontjes. Laoter, a de kuupe leeg most, ao je wéé werk. Mao da ao je d'r graag voor over. Je zou ook deze winter gêên onger oeven te liejen méé zôôn vèrkentje van j'n eigen. An 'k op d'n dag van de slacht dan 's aovens zo moeg as n'ond in bed lag docht ik wéé a aon d'n dag da m'n vaoder mee een krat op z'n fiets tuus zou kommen. Méé wéé een nieuw klein vèrkentje d'r in. We zouen um z'n êêrsten eten geven en um goedkeuren a tie flink hapten en tevreén gieng liggen slaopen. Onwetend van het feit dat het over een aantal maanden wéé november zou worren, de maond waarin a t vôô de mêêste vèrkentjes nie goed aflôôpt. .


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 27

Vlucht uit de stad Coby Termijn Gevangen door onzichtbare drempels van eeuwige herrie en verbaal geweld. Geen verschil meer tussen dag en nacht heeft langdurig mijn geest gekweld. Een vlucht naar Zeeland eilanden met al hun pracht. Heeft mijn geteisterde geest eindelijk haar rust gebracht. De polders met hun verziende blik de kleuren van de kusten Bij het opkomen van zon of maan al die schitterende luchten. Gevoel van gemeenschap met al die open vriendelijkheid De schoonheid van de dorpen heeft mij uit die gevangenis bevrijd.

59


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 28

Een bezoek aan het dorp Overslag Wim Hendrikse

In het najaar van 1982 kwamen mijn vrouw en ik bij toeval terecht in Overslag, een grensdorpje in Zeeuws-Vlaanderen. Op een bankje zat een oude man voor zich uit te staren. Een grijze pet hing scheef op zijn oude, verweerde kop. ‘Goedemiddag,’ groette ik vriendelijk. Hij bromde wat en kauwde verwoed verder op zijn tabakspruim. Een straal tabaksnat spoot van tussen zijn bruine tanden op de grond voor zijn voeten. Behaaglijk leunde ik achterover. Ik sloot even mijn ogen en genoot van het najaarszonnetje op mijn gezicht. Mijn vrouw wilde een sigaret opsteken, was haar aansteker vergeten en vroeg de oude man een vuurtje. Hoe het zo liep weet ik niet, maar korte tijd later waren ze verwikkeld in een gesprek. Mijn vrouw is geboren in Zeeuws-Vlaanderen en kon het dialect wat de man sprak verstaan. Als rasechte Rotterdammer ontging mij een groot gedeelte van het gesprek. Nadat de man zijn verhaal had beëindigd, vertaalde mijn vrouw het voor mij. Stafkes verhaal luidde als volgt: ‘In september 1934 liep ik ’s avonds in de buurt van het dorp om een luchtje te scheppen. Bij een verhoging in het landschap vleide ik me neer in het hoge gras. Ik viel in slaap en voelde in mijn droom een zachte adem langs mijn hals strijken. Toen ik mijn ogen opende zag ik een jonge vrouw in een wit, ouderwets gewaad. Ze stond over me heen gebogen en keek me aan met gitzwarte, twinkelende ogen. Een parelende lach onthulde een sneeuwwit gebit. Haar gezicht deed me denken aan lang vervlogen tijden. Blanke handen wenkten me geluidloos te volgen. De twinkeling in de ogen veranderde in 60

een priemende blik, die zich heel diep in de mijne boorde. Glanzend zwart haar viel op haar schouders. Steeds weer wenkte ze me met haar beweeglijke handen. Ze zag dat ik gevolg gaf aan haar verzoek, opende haar mond nog iets verder en een straaltje speeksel liep langs haar kin. Haar ogen lieten me geen moment los; ze leken me te hypnotiseren. Als een robot volgde ik haar naar een zware houten deur, die ze met haar linkerhand opende. De rechterhand bleef wenken. Ze ging me voor door een lange gang met aan weerszijden brandende toortsen. Grillige schaduwen tekenden zich af op de muren. Het zweet liep in stralen van mijn gezicht, doorweekte mijn overhemd. Als in trance hoorde ik mijn klompen schuren en slepen over de harde vloer. Eindeloos lang leek de gang. Ze ging me voor, een aantal stenen treden af. Verder en verder daalde ik af, tot tientallen meters onder de grond. De lucht rook vochtig, muf en verstikkend. Bij een zware deur hield ze even halt. Strelend bespeelden haar vingers een steen in de muur. Onder veel gekraak opende de deur zich en een warme luchtstroom ontsnapte. De gitzwarte ogen dwongen me haar te volgen. Ik zag hutkoffers, tot de rand toe gevuld met goud en edelstenen. Op een grote gesloten koffer lag een grote hond of leeuw; zwart van kleur, met een kop en een staart. In zijn bek hield het beest een grote sleutel van puur goud, die het grommend en kwijlend vastklemde tussen vlijmscherpe tanden. ‘Pak de sleutel,’ fluisterde een fluwelen stem in mijn oor, zoet als honing. ‘Toe, pak de sleutel dan.’ De angst en de onzekerheid die ik kort daarvoor


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

voelde, leken als bij toverslag verdwenen. Ik deed een stap in de richting van het beest. Een dreigend gegrom zorgde ervoor dat ik stokstijf stil bleef staan. ‘Toe dan jongen, pak de sleutel. Al deze rijkdommen zijn voor jou. Je zult rijk zijn voor de rest van je leven,’ lispelde de stem in mijn oor. Weer deed ik aarzelend een stap naar voren. Het beest gromde vervaarlijk en ontblootte grote, venijnig scherpe tanden, gereed om me te verslinden. ‘Toe dan. Als hij de sleutel laat vallen is alles van jou. Dan is alle gevaar voorbij, dan ben ik bevrijd. Bevrijd me alsjeblieft. Pak de sleutel.’ Nog een half stapje vooruit. Het beest verhief zich van de kist en ging staan, zodat het nog groter leek. In een flits drong tot me door aan wat voor gevaar ik blootstond, draaide me om en staarde in het gezicht van de vrouw in het witte gewaad. Het gezicht was verwrongen en misvormd. Waar eens de neus had gezeten was nu een zwart gat, met daar omheen bruinachtige, opgekrulde huid. De mond was ingevallen, als van een lijk in staat van ontbinding. Het ergste waren de uitpuilende ogen; het leek of er vlammen uit lekten. Ze opende haar mond en een afschuwelijke stank kwam me tegemoet. Kokhalzend wendde ik me af. ‘Terug!’ gilde het wezen. ‘Pak de sleutel!’ Geschrokken deinsde ik achteruit, maar bedacht me ogenblikkelijk toen het beest weer vals begon te grommen. In paniek probeerde ik de uitgestrekte arm met de verschrompelde hand af te weren. De pijn die door mijn hand sneed was veel erger dan een brandwond en ik gilde. Ik liet me op de grond vallen en beschermde mijn hoofd met mijn armen tegen de afschuwelijke klauwen van zowel het beest als die van het gedrocht voor me. In doodsangst rolde ik heen en weer over de vloer. Van ver weg hoorde ik de duivelse vrouw roepen. ‘Kom terug! Bevrijd me… geef me rust. Pak de sleutel. Geef me eeuwige rust.’ Langzaam stierf de stem weg. Van steeds gro-

Pagina 29

tere afstand hoorde ik het onverstaanbare gekrijs, als van een dier in doodsnood. Toen ik weer bij mijn positieven kwam, was ik in de buitenlucht, rennend voor mijn leven. Thuis gooide ik de voordeur achter me dicht en schoof de grendel ervoor. Een laatste kreet klonk door de nacht. ‘Bevrijd de vrouwe van Ronduite!’ Door de klap waarmee ik de voordeur achter me dichtgooide werd mijn vrouw wakker en ze stommelde uit bed. Met de hand voor haar mond keek ze hoe ik daar stond, trillend over al mijn ledematen. Het volgende moment was ze naast me en drukte me aan haar zachte boezem. ‘Waar heb je in godsnaam gezeten Staf, het is drie uur in de nacht!’ Hoe mijn vrouw er ook op aandrong, het was me op dat moment niet mogelijk te vertellen wat me was overkomen. Was het trouwens wel echt gebeurd? Had ik geen nachtmerrie gehad? Het moest haast wel. De eerste uren gebeurde er niets en ik begon steeds meer te twijfelen of het wel echt gebeurd was. Toen had ik ineens zekerheid. Mijn hand gleed in mijn broekzak. Verbaasd keek ik naar het glimmende, geelachtige ding in de kom van mijn hand. Zo waar als ik hier zit, het was een klompje puur goud. Ja, ik zie dat u wat ongelovig kijkt. Ik kon het eerst ook niet geloven, dus liet ik het zien aan iemand die er verstand van heeft; het was puur goud. Onder een vergrootglas zag je er een soort teken op in de vorm van een beest. Ik zelf vermoed dat het die hond of die leeuw moet voorstellen.’ Moeizaam stond de man op van het bankje en leunde zwaar op zijn stok. Hij gebaarde ons te volgen. Vragend keek ik mijn vrouw aan. Ze had blosjes van opwinding op haar bleke wangen. ‘Kom op, dit is spannend,’ zei ze. ‘Ga gewoon mee, ik leg het later wel uit.’ Vragend trok ik mijn wenkbrauwen op. De man 61


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

was al een paar meter weg gestrompeld op zijn stok. Mijn vrouw trok ongeduldig aan de mouw van mijn jas. De man woonde aan de overkant van de straat en gebaarde ons binnen te komen in de muffe gang. Uit een lade pakte hij het klompje goud en wees het merkteken aan. Ik begreep nog steeds niet goed waarom we daar stonden en keek vragend naar mijn vrouw. Ze staarde met open mond naar het goudklompje. De maanden verstreken en ik was het voorval al bijna vergeten toen ik op een middag tussen wat oude boeken van mijn vrouw een erfstuk van haar vader vond: een dun boekje. Ik pakte het op en het viel bijna uit elkaar van ouderdom. Op bladzijde negentien begon een verhaal met de titel: ‘Ronduite’. ‘Kort voor het jaar 1600 legde men het fort Moerspui aan in de Moerspuikreek, als deel van een verdedigingslinie. Later werd de naam gewijzigd in Ronduite, wat een verbastering is van ‘redoute,’ een term uit de vestingbouwkunde. Heden ten dage is van het fort vrijwel niets meer over en slechts met moeite zijn de resten te herkennen in het landschap. Bij het latere fort Ronduite stond een slot. Naar het schijnt was de kasteelvrouw van Ronduite hardvochtig en meedogenloos. Koesterde zij een wrok jegens iemand, dan deinsde ze er niet voor terug om die persoon in de kerkers te laten werpen en te laten martelen tot de dood erop volgde. Eens liet zij een jonge vrouw op de brandstapel ter dood brengen. Terwijl de vlammen hun verschrikkelijke werk deden sprak de vrouw met haar laatste adem een vloek uit over de vrouwe van Ronduite en haar kinderen. ‘Jij en je kinderen zullen branden in de hel. Je ziel zal nimmer rust vinden.’ Precies een jaar later ontstond er brand in het kasteel, waarbij de vrouwe van Ronduite en haar kinderen omkwamen in het vuur. Volgens ooggetuigen verging de vrouwe van Ronduite 62

Pagina 30

tot as, zonder een woord of kreet te slaken. Wel herinnerde iedereen zich de woedende ogen van de vrouw. Volgens de overlevering verschijnt de vrouwe van Ronduite eens in de honderd jaar ’s avonds om twaalf uur, gekleed in een wit gewaad. Steevast lokt zij een argeloze passant mee naar de kelders van het verdwenen kasteel, met de belofte dat er enorme schatten op hem wachten. Er zouden zich daar, ver onder de grond, een aantal koffers bevinden, tot de rand toe gevuld met goud en juwelen, bewaakt door een zwarte leeuw met een sleutel in zijn bek. ‘Wanneer je,’ zo vertelt de spookvrouw haar slachtoffers iedere eeuw weer, ‘die gouden sleutel uit de bek van het beest durft te trekken, zijn alle schatten voor jou. Bovendien ben ik dan verlost van de vloek die op mij rust, zodat ik dit verschrikkelijke oord kan verlaten.’ Helaas heeft nog niemand het precieze jaartal van die wederkomst kunnen bepalen.’ Wat ik las, plaatste het verhaal van de oude man in een heel ander perspectief. Stel dat zijn verhaal waar was, dan betekende het dat de vrouwe van Ronduite in september 1934 aan hem was verschenen. Vermoedelijk sprak de oude man de waarheid. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat hij het verhaal had gelezen en het navertelde om ons voor de gek te houden. In september 2034 zullen we weten of het waar was.


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 31

Zeeland Doede Holtkamp een hoge lucht drijft lui en loom boven groen en grillig water en slechts een vage lijn van links naar rechts verraadt het land dat van zichzelf beweert de zee te zijn

63


BinnenwerkKatern2:Opmaak 1

11-07-2012

10:54

Pagina 32

Schaal- en schelpdieren Oesters Een bezoekje aan de oesterbassins in Yerseke, het centrum van de schelpdierenhandel, is zeker de moeite waard. In deze bassins, die door middel van sluizen in verbinding staan met het Oosterscheldewater, waardoor het water steeds ververst wordt, 'verwateren' de beroemde Zeeuwse Creuse en exclusieve platte oester, de Bélon. Op deze manier komen ze tot rust en worden ze gezuiverd van zand en slib voor ze worden verpakt en verhandeld. Voor ze voor consumptie geschikt zijn worden de oesters in de Oosterschelde en het Grevelingenmeer een aantal malen verplaatst naar andere percelen waar de meest ideale omstandigheden zijn voor de fase van het groeiproces. Vooral in België zijn de Zeeuwse oesters gewild, maar ook in Frankrijk, Italië en Duitsland vinden ze aftrek. De Creuses kunnen zowel rauw, gemarineerd, gefrituurd als gegrild geserveerd worden. De platte oesters hebben echter zo'n verfijnde smaak, dat ze vrijwel altijd rauw worden gegeten, het liefst geserveerd op ijs, met wat peper en citroensap. Mosselen Al sinds de 15e eeuw worden mosselen gekweekt. Voor de Zeeuwse mosselteelt wordt het mosselzaad verzameld in de Waddenzee en op percelen in de Oosterschelde uitgezet. Evenals de oesters worden ze met een kor, een net dat over de bodem sleept, opgevist. Oosterscheldekreeft In 1883 werd voor het eerst, tot verbazing van de vissers, een zeekreeft gevangen in de Oosterschelde. Zeekreeft heeft namelijk een rotsige omgeving nodig waar hij zich kan verstoppen in gaten en spleten. De bodem van de Oosterschelde bestaat voornamelijk uit zand en slib. Vermoedelijk zijn de larven uit de Noordzee door stromingen in de Oosterschelde terechtgekomen en vonden zij een goede overlevingsmogelijkheid tussen de stenen die in die tijd voor het eerst werden gebruikt bij de aanleg van dijken rond de zeearmen.

Foto Oesterputten, Yerseke Willem Woznitza, DNA-Beeldbank op www.laatzeelandzien.nl

64


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:01

Pagina 1

65


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:01

Pagina 2

Visserij Zeeland en de visserij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op visserijdagen zoals in Vlissingen en Breskens en tijdens het mosselfeest in Yerseke liggen de vissersschepen versierd met vlaggetjes aan de kades in hun thuishavens.

Bezoekers slenteren langs om de geuren en de sfeer op te snuiven. Ze kunnen de visasfslag bezoeken; het zenuwcentrum van de vishandel. Dan valt er allicht een visje te verschalken en kunnen allerlei festiviteiten worden meebeleefd. Maar dan varen ze weer uit. Wekelijks vertrekken uit Vlissingen, Breskens en Colijnsplaat 66

zo'n vijftig grote kotters de Noordzee op. Na een dag of vier lopen ze met hun vangsten aan tong, schol, wijting en kabeljauw weer binnen. De donderdag en vrijdag is het drukke handel in de visafslagen. In de tussenliggende dagen leveren de kleinere kotters dagelijks hun verse vis uit de ondiepe voordelta langs de kust af, waar ook op garnalen wordt gevist.


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:01

In de veertiende eeuw wordt voor het eerst melding gemaakt van Zeeuwse vissersschepen die vooral op haringvangst gingen. Het was in de tijd dat Willem Beukelszoon uit het Zeeuws-Vlaamse Biervliet een plekje in de geschiedenisboekjes verwierf door zijn uitvinding van het haringkaken. Daarbij werden de kieuwen en de maag van de haring met een mes verwijderd, waarna de

Pagina 3

Links de vismijn Colijnsplaat. Als de klok even stil staat krijgen de handelaren de tijd om de vis te bekijken en/of te keuren op kwaliteit. Een foto van Ben Biondina. Rechts laat fotograaf Felice Buonadonna zien hoe een mosselkotter de vangst binnenhaalt. Beide foto’s: DNA-Beeldbank laatzeelandzien.nl

67


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 4

Een foto boven van Eddy Westveer uit de DNA-Beeldbank laat iets zien van het werk voor de kweek van Zeeuwse tong: Vis van het land. Rechts het breien en boeten van netten, eveneens van Westveer. Wie over de Zeelandbrug naar het zuiden rijdt, ziet aan zijn linkerhand de bassins liggen.

vis werd gezouten en zo enkele dagen bewaard kon worden in houten vaatjes. Het beroep van visserman is door de eeuwen heen wel veranderd. De schepen zijn nu beter uitgerust, maar vissen betekent nog steeds zwaar werk in weer en wind, bij dag en nacht. Vaak zijn het de jongens uit de traditionele vissersplaatsen die net als hun vaders de zee op gaan. 68


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Daarom kent Arnemuiden nog steeds zijn vissers, al ligt het stadje niet aan het open water, want vissen zit in het bloed. In Vlissingen vonden zij een nieuwe thuishaven nadat in de 19e eeuw het Sloe werd afgesloten. De weg via het kanaal om naar hun visgronden te komen was te lang geworden en later voor de grotere gemotoriseerde schepen niet meer diep genoeg. Een ander deel van de vissers week naar Veere uit.

Pagina 5

Vissen in de binnenwateren Niet alleen op zee en langs de kust wordt gevist. Wel brachten de Deltawerken veranderingen voor de visserij in de vroeger open zeearmen met zich mee. Vroegere zeehavenplaatsen als Zierikzee, Brouwershaven en Veere kwamen aan een meer te liggen. Het Grevelingenmeer werd een zout meer waaruit de getijdenbeweging verdween. In het brakke Veerse Meer is de visstand dras69


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 6

Schelpdiervissers, foto Ben Biondina

tisch teruggelopen en wordt, behalve door een enkele palingvisser, nauwelijks meer gevist. Het besluit om de Oosterschelde door beweegbare schuiven in de Oosterscheldekering in verbinding te houden met het getijdewater werd door de vissers toegejuicht. In het schone water vist men er op garnalen, kreeften, platvissen, sprot, harder, spiering en zeebaars. 70

In het oostelijk deel van de zeearm wordt nog ansjovis gevangen. De visser steekt in het voorjaar een fuik van stokken in een v-vorm in de grond, waarna de vis erin gejaagd wordt. Hoewel er weinig paling meer wordt gevangen kan men op enkele plaatsen in de Oosterschelde, het Veerse Meer en het Grevelingenmeer nog fuiken vinden.


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 7

Westerscheldetunnel In 2003 werd de Westerscheldetunnel tussen Zuid-Beveland en Zeeuws-Vaanderen geopend.

Voordat het NoordZuid verkeer gebruik kon maken van de tunnel, voeren de veerdiensten Kruiningen-Perkpolder en Vlissingen-Breskens over de Westerschelde. Nu maken gemiddeld meer dan 15.000 voertuigen gebruik van de tunnel met een lengte van 6,6 kilometer. Het ontwerpen en bouwen van de tunnel duurde ruim zeven jaar. Daaraan vooraf ging een veel langere periode van overleg en besluitvorming. Er werden ter plekke, gedurende vijftien maanden, twee boormachines gebouwd. Samen wogen ze 4.000 ton en kostten negentig miljoen. Meer dan een

tiende van de totale aanlegkosten. Er is geboord van Terneuzen richting Zuid-Beveland, per dag twaalf meter. De wanden van de tunnel bestaan uit drieënvijftig duizend tunnelsegmenten, ringen die elk met zeven op een rij een ‘tunnelring’ vormen. Twee tunnelboormachines zoals hieronder, met een diameter van 11,33 meter en lengte van 11 meter, goed voor twee rijstroken, boorden zich een weg door de bodem van de Westerschelde met haar uiteenlopende bodemstructuur.

71


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

72

11-07-2012

12:02

Pagina 8


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 9

Tijdens de aanleg zorgde een treintje door de nog ruwe tunnelbuis voor het interne transport.

73


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 10

Zeeuwse Dagattracties Een dagje Zeeland is maar al te vaak een dagje aan het strand, een wandeling door een van de historische steden een fietstocht of shoppen in een gezellig stadscentrum. Daarnaast zijn er ‘De Zeeuwse Dagattracties’ waarvan je er omstreeks veertig vindt op de site dagjezeeland.nl. De volgende pagina’s zijn een greep uit dit aanbod.

Een boottochtje over de Westerschelde met de fast ferry Op onze tour door Zeeland nemen we je eerst mee naar Vlissingen of Breskens. Dit zijn de aanlegplaatsen van de fast ferry, die je als wandelaar, fietser of buspassagier in twintig minuten over de Westerschelde brengt. De alledaagse trip voor tal van Zeeuwen voor het woon-werk, is voor de toerist een (betaalbaar) uitje. De Westerschelde wordt zo druk bevaren dat je negen van de tien keer andere schepen kruist. Wie met kinderen van noord naar zuid vaart, wandelt eenmaal aan de overkant bij Breskens een kleine duizend meter onderlangs de zeedijk langs direct naar een speeltuin.

74

Spelen bij De Afslag, Groede Podium of speelboerderij Pierewiet Bij speeltuin ‘De Afslag’ kan je bijvoorbeeld ook midgetgolfen. Op de fiets rijd je misschien liever eerst een stukje door naar Nieuwvliet, zeven kilometer verderop. In Nieuwvliet is het met kinderen goed toeven op Speelboerderij Pierewiet, waar je bij slecht weer ook binnen kunt klimmen en klauteren tot in de nok van de zeven meter hoge schuur. Op de weg naar Nieuwvliet kan je stoppen bij Groede Podium (zie pagina 51).


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 11

Vlissings centrum met Het Arsenaal, Carroussel, Casino XL, Iguana en het Zeeuws maritiem MuZEEum. Wie verblijft in Zeeuws-Vlaanderen vaart naar Walcheren. Daar aangekomen, recht tegenover het station, wandel of fiets je gemakkelijk met de Westerschelde aan de linkerhand naar het Vlissingse centrum. Al direct bij de jachthaven stap je binnen bij Het Arsenaal waar je onder hetzelfde dak ook De Carroussel vindt, met aloude kermisattracties als muntschuivers, grijpkranen en niet te vergeten de kamelenrace. Wie boven de achttien is, waagt hier bovendien een gokje op een van de automaten.

Aquarium met Noordzee- en tropische vissen Zwemmen in de Noordzee? Welke vissen leven daar? Het Arsenaal laat ze zien in een zeeaquarium. Hier kan je zelfs de haaien en roggen aaien.

In Het Arsenaal maak je kennis met Kapitein Zwartbaard aan boord van zijn schip, hij neemt je mee op avontuur door de piratenwereld in ‘A Pirates Adventure’. In het piratenhol, waar het woeste piratenleven met een vleugje humor wordt uitgebeeld, vind je feestvierende skeletten, Harrie de Haak, zeelieden zonder manieren en ervaar je wat ‘zeebenen’ zijn. Dan wordt het tijd voor het echte werk, je ervaart een bloedstollende zeeslag aan boord van de scheepssimulator.

Het maritiem MuZEEum Het muZEEum is gevestigd in een gebouwencomplex met panden uit de 16e, 17e, 18e en 21ste eeuw. Deze panden zijn door moderne architectuur op bijzondere wijze met elkaar verbonden. Het muZEEum mocht al diverse nominaties ontvangen waaronder de Bouwfonds Award en de Schreudersprijs. Reptielenzoo Iguana In het centrum, aan het Bellamypark in Vlissingen vind je Iguana’s overdekte reptielenzoo. Groot en klein uit alle uithoeken van de wereld vinden een plaatsje bij Iguana. Van de 5 cm korte giftige keizerschorpioen tot de bijna 7 meter lange net-python. Dit is het domein van kikkers, padden, salamanders, slangen, hagedissen, krokodillen, schildpadden, wandelende takken en bladeren, vogelspinnen, schorpioenen etc.

Arsenaal schatkaart als plattegrond. Een van de verschillende attracties dicht bij elkaar in het centrum van Vlissingen

75


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 12

Zelf terug in de tijd Op de houten banken in de 3e klasse of op het pluche van de 1e en 2e klasse geniet van een ontspannen treinreis Goes - Borsele door het prachtige Zeeuwse landschap.

De stoomtrein brengt je naar pittoreske stationnetjes, terwijl je je in Hoedekenskerke kunt vermaken bij de minitrein, het authentieke snoepwinkeltje, de modelspoorbanen, klederdrachten. Op bepaalde dagen rijdt ook de ‘motorwagen’. Dit sympathieke dieseltreintje stopt op nog meer stations dan de stoomtrein en biedt de gelegenheid om de treinreis te combineren met een prachtige wandeling via het regionale wandelnetwerk (www.routebureauzeeland.nl). Onderweg passeer je het trekkermuseum (zie ook pag 80) en wordt ook station Kwaden76

damme aangedaan. Hier kan je de reis onderbreken voor een bezoek aan Berkenhof ’s Tropical Zoo & Vlindertuin (zie ook pagina 77).


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Dagje met de familie of met een groep Bijna alle dagattracties bieden wel arrangementen voor groepen. Van een schoolfeestje voor de allerkleinsten tot lasergamen voor de grootsten. Suggesties: • Toversluis aan de rand van Sluis. Hier kan je onder andere bowlen en lasergamen. Onder hetzelfde dak vind je ook computergames, kermisspellen en een binnenspeeltuin. • Sportpunt Zeeland, de Hollandse Hoeve, Ambachtscentrum en de Vierlinden te Goes. Vier accommodaties, die als buren stuk voor stuk grenzend aan een oude boomgaard, ook gezien kunnen worden als één bestemming voor een complete vakantiedag. Met subtropisch zwemmen, squash, midgetgolf, open- en overdekte speeltuinen, kinderboerderij en in het ambachtscentrum onder andere een edelsmid, glasatelier, kaarsenmakerij, keramiste, en poppenhuis- en miniatuurmuseum.

Pagina 13

• Neeltje Jans aan de Oosterscheldekering, geeft niet alleen een beeld van de strijd tegen het water, maar laat je ook een zeehondenshow beleven en biedt bijvoorbeeld ook een rondvaart over de Oosterschelde. Kinderen vermaken zich in de waterspeelplaats en moeten natuurlijk meerdere malen van de waterglijbaan. • Indoor karting Middelburg Heeft verschillende arrangementen voor groepen. • Bugracer bij Kortgene heeft 2- en 4-persoons buggies, waarvan je er als groep ook meerdere tegelijk kunt huren. • ZEP Middelburg bundelt meerdere activiteiten naast winkels en restaurants. Op dezelfde locatie vind je ook klimavontuur, 3D-midget golf, de LEGO-store, Voetbal Experience en Mini Mundi. Gratis gids downloaden op www.dagjezeeland.nl

Tuinen, ook overdekt Op gezette dagen zijn verspreid over Zeeland talloze tuinen open. Hieronder een aantal met bezoekersfaciliteiten en enkele (tropische) ook overdekt.

Terra Maris en Fort den Haak Terra Maris aan de Walcherse kust tegen Domburg, vertelt in haar museum hoe het land gewonnen werd op de zee. Hier naast kasteel Westhove bezoek je ook de landschapstuin. Subtropische Tuin Fort den Haak bij Vrouwenpolder biedt je met haar rotspartij, waterval en waterpartijen 2,5 ha tuinplezier. Berkenhof en Utropia Stoomtrein Goes - Borsele doet Berkenhof ’s Tropical Zoo en Vlindertuin aan, natuurlijk

ook te bezoeken na een eigen ritje naar Kwadendamme in de Zak van Zuid-Beveland. Aan de rand van Middelburg eet bij Utropia, te midden van (tropische) planten en kwetterende vogels, een lori uit je hand. Het overdekte Utropia heeft ook Garra Rufa visjes die jouw handen schoon eten. 77


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 14

Een rondje over Noord-Beveland Noord-Beveland mag je nog wel een eiland noemen, verbonden met andere delen van Zeeland door met mensenhanden aangelegde dammen en bruggen.

Noord-Beveland, sterk agrarisch en met een weids landschap, wordt geheel omgeven door water: Een stukje Noordzee, de Oosterschelde en het Veerse Meer. Zeeland in optima forma, met een reeks dorpen, waar het dialect nog veelal de voertaal is. Noord-Beveland kreeg de naam Peeland, door de teelt van suikerbieten, of peeën. Andere belangrijke gewassen zijn aardappelen, graan en uien, maar op NoordBeveland worden ook schelpdieren, tarbot en Zeeuwse Tong gekweekt, terwijl de visserij is vertegenwoordigd met de vismijn in Colijnsplaat. Landelijk gebied: ‘een eindeloos eiland’ Steden als Middelburg, Goes en Zierikzeevindt je hier niet. Noord-Beveland, één gemeente bestaande uit iets minder dan dertig polders, ontleent haar karakter ook aan de dor-

pen, elk met een eigen karakter. Met een fietstochtje van tegen de veertig kilometer heb je ze allemaal bezocht. Ook als je een route kiest langs de oevers van het Veerse Meer en over landweggetjes onder de Oosterschelde dijk. Toerisme in ontwikkeling Toeristische trekpleisters liggen in de periferie, zoals Neeltje Jans op een kunstmatig eiland in de monding van de Oosterschelde, of zijn verdeeld over verschillende locaties. Zo heeft De Roompot haar eigen golfslagbad en is in Kamperland De Uithaven ontwikkeld.

Planetarium: één van de attracties van De Uithaven Kamperland De Uithaven bundelt verschillende attracties voor jong en oud op één locatie. Een planetarium met dagelijks verschillende voorstellingen is er één van. Hier in Kamperland kun je verder lasergamen, zoek je je weg door een doolhof of speel je een partijtje midgetgolf. Dit doe je aan de rand van het dorp tegen de binnenhaven, waar ook ‘t Spuistraatje ligt, een overdekt centrum met verschillende winkeltjes. 78

Bezoek ze alletwee en ergens daar tussenin kun je pauzeren bij restaurant en brouwerij Emelisse, om daar een van hun biertjes te proeven. Aan de andere kant, bij Kats, vind je de Zeeuwse Rozentuin.


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 15

Fietsen rond het Veerse Meer Zeeland heeft meer dan duizend kilometer bewegwijzerde fiets- en wandelroutes. Eén fietsroute leidt je met een kleine zestig kilometer rond het Veerse Meer.

De route is gevarieerd, en deels beschut tegen de wind door dijken, een stukje onderlangs de Veerse Gatdam en een deel door het bos. Er zijn speciale vrijliggende fietspaden aangelegd om de route te complementeren. Op deze paden fiets je ook vlak langs de oevers van het Veerse Meer. Over sluizen, door dorpen, een natuurgebied, langs windsurfers en door een stukje bos Je kunt starten waar je wilt en een kaart is niet echt nodig. Volg het water en vroeg of laat kom je op je vertrekpunt terug. Je zou de route ook kunnen plannen door te fietsen van knooppunt tot knooppunt. Ga bijvoorbeeld naar www.fietsrouteplanner.nl, kies ‘Veere’ en klik op de punten in de volgorde die je wilt fietsen. Wij halen in dit geval de fiets in Veere van de auto. Het bezoek aan het centrum bewaren we voor later. Het stadje heeft aan de rand een groot parkeerterrein. Daarvandaan zie je de sluizen van het Kanaal door Walcheren al liggen. Die nemen we eerst en direct na de sluizen gaan we linksaf, omdat het fietspad ons dan door het groen naar jachthaven Oranjeplaat leidt, een eerste plek voor een drankje voor wie dan al dorst heeft. Vliegveld Midden Zeeland Enige tijd later passeer je aan je rechterhand Vliegveld Midden Zeeland. Hier ligt een restaurant voor een hapje en drankje aan de grasbaan en beleef je iets van de bedrijvigheid van het landen en opstijgen van sportvliegtuigjes.

Vogelaars en surfers Je fietst verder met links tussen het fietspad en het Veerse Meer een beschermd natuurgebied, geliefd door vogelkenners. Niet veel verderop tref je zwemmers en surfers. Bij restaurant De Meerkoet kun je op het terras alsnog iets drinken, wanneer je die verleiding eerder hebt weerstaan.

Polderlandschap Hierna fiets je door een polderlandschap met landerijen tot je bij sluizen komt, waarna je niet meer dan honderd meter langs de N256, over de brug Noord Beveland op rijdt. Sla na de brug direct linksaf om het heerlijke pad langs de oever te volgen. Aangekomen in Kortgene, na het langste stuk zonder pauze, kun je verschillende gezellige restaurantjes aan doen. Kortgene - Kamperland Van Kortgene naar Kamperland en de Veerse Gatdam is nog een aardig rukje. Zeker als hier de wind tegen waait. Maar in Kamperland doemt de Uithaven op, met haar winkeltjes en restaurant. Over de Veerse Gatdam Bij mooi weer fiets je niet onder, maar bovenop de Veerse Gatdam. Terug naar Veere, dat heerlijke stadje, waar je aan de jachthaven of in het centrum nog wel even blijft hangen voordat je de fiets achterop de auto laadt. Parachutespringen bij Paracentrum Zeeland

79


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 16

Bloesem van Zeeland Een stevige appel van Albert Heijn? De kans is groot dat je ook in andere delen van Nederland een stukje Zeeland proeft. Oldtimer- en motorclubs kiezen de Zeeuwse

Fruitteeltmuseum Kapelle Het Fruitteeltmuseum in de gemeente Kapelle, die zich ‘bloesem van Zeeland’ noemt, laat onder andere zien hoeveel verschillende peren- en appelrassen bestaan. Trekkermuseum Het trekkermuseum bij ‘s Gravenpolder showt oude werktuigen. Voor beide: Zie www.dagjezeeland.nl 80

bloesemrit graag voor de opening van een nieuw seizoen. De bloesem kleurt de boomgaarden met appelen en peren korte tijd wit en rose. Vroeger metershoog, maar al sinds lange tijd op zogeheten onderstammen. Deze maken niet alleen het plukken gemakkelijk. Bij onderstammen gaat geen voeding verloren in de omvang van de boom, maar ze komt vooral ten goede van de vrucht. Zo is een hoge productie mogelijk. Veel mensen verbazen zich dan ook over de grote hoeveelheid appels of peren ‘die door zo’n klein boompje worden gedragen’. In de middeleeuwen vond fruitteelt plaats in de tuinen van kloosters en burchten. In de negentiende eeuw werden bomen rond boerderijen geplant. Tot omstreeks 1940 is fruit, volgens de site fruitteeltonline.nl, een bijproduct geweest. Pas na de oorlog werd het een cultuurgewas voor gespecialiseerde bedrijven. Foto Willem Woznitza, DNA-Beeldbank op www.laatzeelandzien.nl


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 17

Mensen in Zeeland

Izak van Maldegem leeft van de lucht Op Vliegveld Midden Zeeland is Izak van Maldegems bedrijf Sky Pictures gevestigd. Fotograaf Van Maldegem stapt bij wijze van spreken net zo gemakkelijk in zijn vliegtuig als wij op de fiets. Hoewel? “Ik vlieg ook zelf, maar we zijn altijd met z’n tweeën. Luchtfotografie vraagt om een samenspel tussen vliegenier en fotograaf. Dat werkt het beste, als die twee ‘een klik’ hebben, want net als op de grond gaat het -afgezien van de techniek- om een combinatie van visie, licht en het standpunt van de fotograaf. Wij staan echter niet stil. We moeten ons onderwerp technisch èn creatief op de juiste manier aanvliegen.” Izak van Maldegem koos bij zijn opleiding al voor fotografie, maar wist toen nog niet dat hij zijn meeste foto’s vanuit een vliegtuigje zou maken. Dat waren oorspronkelijk foto’s met een zware camera, op 4 x 5 inch negatieven. Als Izak niet in de lucht aan het werk was, dan wel in de donkere kamer. Nu wordt ook in luchtfotografie gewerkt met digitale camera’s die lichter wegen en daardoor ook andere eisen stellen aan de stabiliteit. Voor de liefhebbers; Izak van Maldegem fotografeert met een Hasselblad HD39, een camera met een digitale achterwand van 39 miljoen pixels. Grotere pixels, gunstig voor de kwaliteit en het onderdrukken van ruis.

Een groot deel van de prachtige foto’s die Izak van Maldegem maakte voor zijn bedrijf Sky Pictures is gebundeld in het lijvige boekwerk ‘Zeeland vanuit de lucht’, waaraan ook de foto’s op de volgende pagina’s zijn ontleend. www.skypictures.nl

81


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 18

Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen is te verdelen in een Oostelijk en Westelijk deel, vroeger gescheiden door de Braakman, een grotendeels ingepolderde oude zeearm, ten dele in het landschap nog altijd herkenbaar. Het dorp Philippine dankt haar naam mosselstad nummer 1, aan deze geschiedenis. Al omstreeks 1900 werd door bedijking echter al een kentering ingezet. In de periode van 1918 tot 1945 (nauwelijks driekwart van een eeuw), werden in de Braakman niet minder dan 15 polders ingedijkt. Het diepe vaarwater vlak bij deze kust: Het Westgat, Het Hondegat, Het Scheer, Het Axelse Gat vulde zich in versneld tempo met slib en zand en steeds moeilijker werd de toegang tot de haven.

Het Zwin nabij Cadzand Bad Links zicht op Cadzand bad met haar brede zandstranden. Zie ook pagina 30 en 31.

82


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 19

Fort Kruisdijkschans Kruisdijkschans bij Sluis is een fort uit de Tachtigjarige Oorlog in samenhang met de linie van Aardenburg. In 1604 aangelegd ter verdediging van beide steden.

Verdronken land van Saeftinghe Menggebied tussen zout zee- en zoet rivierwater. Een schorrengebied dat een beeld geeft van het Zeeuwse oerland, dat ook steeds ten dele overspoeld werd.

83


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

Doolhof Hoedekenskerke Het kleine Hoedekenskerke, een dorp in de gemeente Borsele, was ooit een belangrijke veerhaven aan de Westerschelde, met diensten naar Terneuzen en Antwerpen.

84

12:02

Pagina 20

Zeilschool Veerse Meer Het Veerse Meer, zie ook pagina 79, is een kunstmatig brakwatermeer, dat is ontstaan door afdamming van het Veerse Gat in het kader van de Deltawerken.


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 21

Zuid-Beveland Grote kans dat de bezoeker Zeeland binnenkomt over de A58, die hier rechtsonder het Rijn-Scheldekanaal kruist. De smalle strook van het schiereiland ligt hier tussen rechts de Wester- en links de Oosterschelde. Het RijnScheldekanaal is een drukke binnenvaart verbinding tussen Antwerpen, Rotterdam en Duitsland. Vroeger was over het verderop gelegen Wemeldinge, de oversteek over de Oosterschelde bij slecht weer niet ongevaarlijk.

Schelde-Rijnkanaal Na de bouw van de Oesterdam (rechts op de grote foto net niet meer zichtbaar), is de oversteek getijdenvrij geworden. Hieronder varen de schepen naar het noorden, langs de Oesterdam. Het water rechts is zoet in tegenstelling tot de zoute Oosterschelde links bovenin.

85


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Noord Beveland Deze foto van Skypictures laat hiernaast ook de contouren van Noord-Beveland zien, met rechts van dit eiland het Veerse Meer. Op pagina 79 staat een fietstocht van 60 km rond dit meer.

Molen Nieuw en Sint Joosland

86

Pagina 22


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 23

Walcheren Walcheren was al in de Romeinse tijd bewoond gebied. Zo werden er altaren en ook resten gevonden van een aan de godin Nehelennia gewijde tempel. Hieronder de skyline van Vlissingen vanaf de Westerschelde, de stad is ook zichtbaar op de luchtfoto, recht onder dit kader.

Kasteel Westhove Kasteel Westhove nabij Domburg, waar je wandelt door De Manteling en langs het strand, of waar je een bezoek brengt aan aan Terra Maris. Zie ook pagina 9. 87


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

Plompetoren Koudekerke Een overblijfsel van het verdronken dorp, dat eind 16de eeuw in de golven verdween. Nu een informatiecentrum over de geschiedenis, legenden en natuur van de streek.

88

12:02

Pagina 24

Ring Drieschor In de volksmond Dreister of Dereister. Tot 1374 was Dreischor een eilandje, aan alle kanten omspoeld door water. Per boot voer men naar Flakkee of Duiveland.


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 25

Schouwen Duiveland Deze foto laat zien waarom Schouwen-Duiveland veel toeristen trekt, zonder dat de stranden overvol zitten. Hier vindt de toerist een langgerekte kuststrook. De geschiedenis van dorpen en steden gaat in de meeste gevallen terug tot de 12de en 13de eeuw. De vier eilanden Schouwen, Duiveland, Dreischor en Bommenede kregen toen ringdijken.

Zuidhavenpoort van Zierikzee In de Middeleeuwen groeide Zierikzee uit tot een van de belangrijkste steden van Holland en Zeeland. Koopvaardij, visserij, lakennijverheid en zoutindustrie waren de pijlers van de welvaart. In het eerste kwart van de 13de eeuw kreeg Zierikzee stadsrechten, die in 1248 opnieuw werden bevestigd.

89


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 26

Industrie Zowel boven als onder de Westerschelde zijn grote industriële bedrijven gevestigd. Met name in de havengebieden Vlissingen-Oost en Terneuzen, als wel meer naar het zuiden langs het kanaal Gent-Terneuzen.

De ligging van deze bedrijven is onder meer te verklaren door de aanvoer van grondstoffen of vervoer van (half)fabricaten over de Westerschelde en door de aanwezigheid van koelwater. Voeg daarbij ook het provinciale beleid met zeggenschap in het havenschap en energiebedrijf De Delta en de industriële klusters zijn verklaarbaar. Kleinere, niet havengebonden bedrijven zijn, zoals overal elders in Nederland, vooral rond de steden te vinden. Zeeland telt hier relatief veel familiebedrijven, danwel bedrijven die oorspronkelijk door families werden gesticht.

Van de ruim 160.000 werkende Zeeuwen zijn er bijna 135.000 werkzaam in de industrie- en dienstensector.

Havenschap Zeeland Seaports Het havenschap Zeeland Seaports is de havenautoriteit, die de Zeeuwse havens beheert en ontwikkelt. Zeeland Seaports is op basis van overslag de derde haven van Nederland. In het havengebied zijn omstreeks 250 bedrijven gevestigd. Met elkaar zijn zij goed voor bijna 20% van de werkgelegenheid in de Provincie Zeeland. Onder deze bedrijven onder meer Yara Sluiskil, de grootste productielocatie voor ammonia en meststoffen van Europa en Nedalco, producent van alcohol en bio-ethanol.

Foto’s op deze pagina’s geven met de klok mee een indruk van de productie van Bison lijmen, het interieur van de Covra voor kernopslag, een overzicht van Dow Benelux bij Hoek/Terneuzen aan de Westerschelde een kijkje in de regelkamer van de EPZ, leve-

Producten als Bison lijmen van Perfecta Chemie worden over de hele wereld verkocht. Graszaden voor de velden van wereldkampioensschappen voetbal en andere toernooien komen dikwijls uit Zeeland. 90

rancier van energie met een kern-, kolen-- en biomassacentrale alsmede een windmolenpark. Foto’s uit de provinciaal beeldbank, respectievelijk van Eddy Westveer, Dennis Wisse, nogmaals Eddy Westveer en rechts onderin wederom Dennis Wisse.


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Andere bekenden zijn Cargill, producent van gemodificeerd voedingszetmeel en Dow Benelux. In Terneuzen staat de grootste productielocatie buiten Amerika. De havens behandelen jaarlijks 35 miljoen ton goederen, waaronder ook bulkproducten als

Pagina 27

steenkool. Het karakter van Terneuzen en Vlissingen-Oost verschilt. Zo zijn in Vlissingen-Oost veel grote koelhuizen te vinden. De laatste jaren waren er veel uitbreidingen van kades. In de toekomst wil men zich meer richten op containervaart.

91


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 28

Fietsroutes Fietsroutes kan je van tevoren uitstippelen. Deze pagina’s maken dat nog gemakkelijker.

Zeeland Fietsrouteapp - fietsen met je iPhone in de hand Met kaartjes en routeomschrijving van de Zeekraalroute in ZeeuwsVlaanderen, de Walcherse Riviera Route, de Mossel-, kabeljauw of kreeftenroute, een rondje over Noord-Beveland en een ritje van 34 km door historische polders van Zeeuws-Vlaanderen. Fiets- en wandelweb Fiets- en wandelweb laat je kiezen uit twaalf routes, door De Zak van Zuid-Beveland, de Kop van Schouwen, langs Staats-Spaanse linies bij Sluis, over Sporen van de Oorlog nabij Westkapelle, langs Slikken en Schorren en Sluizen & Gemalen. Fietsrouteplanner met knooppunten Zelf je route samenstellen door eerst online van knooppunt naar knooppunt te klikken om daarna de route ook te fietsen. Erg handig: Bij elke klik laat het systeem zien hoeveel kilometer je gaat afleggen, zo bepaal je zelf de totale lengte. Voor de wielrenner en tourfietser Als het allemaal ietsje meer en vast ook wel een beetje sneller mag zijn, dan bezoek je de site zeelandfiets.nl met flitsen, nieuws en informatie over wedstrijden en toertochten. Een tip voor de renners is ook wielrennenzeeland.nl met o.a. de Zeeuwse Wielerkalender.

www.zeelandfiets.nl

92

www.wielrennenzeeland.nl


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 29

Download 12 fietsroutes Routebureau Zeeland heeft zelf 12 digitale routes voor 1,00 euro per stuk (niveau 2012). De route wordt je per email als pdf toegezonden. Kies uit: • Vliedbergen • Tholen, vijf polders • Visserijhistorie Schouwen • Veere/Middelburg • Zeeuws-Vlaanderen, haringvangst etc • Goeree-Overflakkee, water en polders • Zeeuws-Vlaanderen, op bedevaart • Schouwen-Duiveland, grootse dorpjes • Yerseke, het zwarte goud • Noord-Beveland voor lekkerbekken • Zeeuws-Vlaanderen, vogels spotten • Dijkjes in de Zak van Zuid-Beveland

93


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 30

Klederdracht ook nu nog Klederdracht niet meer van deze tijd? In ‘s Gravenpolder kun je eenmaal per jaar de kinderen uit groep acht van de Koningin Julianaschool nog in de dracht op straat tegenkomen.

Iets minder dan twintig jaar geleden werd ook hier voor de schoolverlaters gezocht naar zo’n idee om je laatste schooldag je leven lang te herinneren. Daarmee werd een traditie geboren, die nu zo bij de school past, dat leerlingen in de lagere klassen al met ouders en opa’s en oma’s praten over wat ze die laatste schooldag zullen dragen. Want ja, vaak is dat de kleding

-met niet te vergeten de bijbehorende sieraden- die al lang in de familie is. Of er wordt een beroep gedaan op andere inwoners op Zuid-Beveland en op een vereniging als Ôns Boeregoed die het behoud van Zeeuws cultureel erfgoed als hoofddoel heeft. Ouderen helpen bij het aankleden en dragen zo hun kennis over op de jeugd waardoor een stukje Zeeuwse geschiedenis wordt doorgegeven. Historisch Museum De Bevelanden Wil je meer weten over de Bevelandse klederdracht, dan kun je een bezoekje brengen aan dit museum. Ook voor haar permanente tentoonstelling over de schutterij, het weeshuis en merklappen, www.historischmuseumdebevelanden.nl

94


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 31

Ringrijden ook nu nog In Zeeland wordt het ringrijden nog altijd beoefend als sport, bijna van Olympisch gehalte, als je ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ voor ogen houdt. Hoewel: Er wordt wel degelijk hard gestreden om de prijzen.

Je moet een wedstrijd zien, om de speciale sfeer te beleven. Een oud schouwspel, dat nog altijd springlevend is. Een site als die van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging geeft al een goede eerste indruk. Alleen al aan de uitslagenlijsten, het bestaan van vijftien afdelingen op Walcheren en de Bevelanden, demonstraties en een uitgebreide wedstrijdkalender is te zien dat ringrijderij niet zomaar een knipoog naar het verleden is, maar vooral een actieve sport. De site, met veel foto’s, vertelt de bezoeker ook wat de kledingrichtlijnen zijn voor de deelnemers, als het helemaal gaat volgens de regelen der kunst: “De volwassen boerin Foto’s op deze pagina komen uit de beeldbank ‘laatzeelandzien’. Ze komen van van Eddy Westveer en Willem Woznitza.

Ook het straô-rieën gaat ver terug in de (Zeeuwse) geschiedenis en wordt nog altijd beoefend. Het Schouwse straofeest, was een Germaans natuurfeest.

draagt een ondermuts en een bovenmuts. De ondermuts is van Zwitserse broderie, afgezet met kant. In de ondermuts worden gouden krullen met gouden strikken gedragen.” www.ringrijden.nl

95


BinnenwerkKatern3:Opmaak 1

11-07-2012

12:02

Pagina 32

Duiken in Zeeuwse wateren Duikers uit Nederland, Duitsland, België en Frankrijk bezoeken dit unieke duikgebied. En niet voor niets. Ze kunnen kiezen uit een bijzonder groot aantal duiklocaties, in kaart gebracht door deltagids.nl.

“Kreeften, zeesterren, anemonen en diverse vissen: dat zijn de dingen die je gegarandeerd ziet tijdens een duik in de Delta-wateren,” zegt de webbeheerder van deltagids.nl. Een voorbeeld uit de gedetailleerde wegwijzer: “De Vlietepolder is een van de drie duikplaatsen vlakbij Wissenkerke op Noord-Beveland. Zowel hier als bij het oostelijker gelegen OostWrakken op de zeebodem Je ziet het er aan het oppervlak niet vanaf, maar in de loop der tijd zijn er heel wat schepen vergaan.Zoals het ‘galjoen zonder poen’ aan de dijkvoet bij Wemeldinge. Schepen vergingen in de storm, zoals de Martine in 1968, strandden als de Edward Dawson in 1911, of zonken na een bombardement zoals de Prins Hendrik in 1943. 96

nol en de westelijke Westnol kan nog betrekkelijk rustig worden gedoken. Het beste kun je aan het einde van de pier, in een soort kommetje het water in gaan. Als je dan richting boei zwemt, kom je al op zo'n 12 meter begroeide stenen tegen.” Foto’s op deze pagina komen uit de beeldbank ‘laatzeelandzien’. Bovenin een foto van Willem Woznitza. Het harlekijnslakje is van John de Jong.


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:04

Pagina 1

Met de Week van het Zeeuwse Boek hebben Zeeuwen een uniek evenement in huis. Zeldzaam dankzij de samenwerking en ook de groeiende belangstelling, doordat steeds meer organisaties zijn gaan inhaken.

Week van het Zeeuwse Boek Bijna twintig jaar geleden introduceerden samenwerkende Zeeuwse boekhandelaren de eerste Week van het Zeeuwse Boek. Naderhand zijn ook andere organisatie passende evenementen gaan organiseren in dezelfde week. Sedert 2003 kent het Zeeuws Tijdschrift en de Bibliotheek ‘De Boekenprijs’ alsmede de ‘Jan Bruijnsprijs’. Sinds 2008 jaar wordt dit gecombineerd met de ‘de publieksprijs’ van de Provinciale Zeeuwse Courant, die met de wekelijkse publicatie van het aantal stemmen en een tussenstand, het karakter van een competitie heeft gekregen. PZC, De Stem Editie Zeeland en Omroep Zeeland, die tot nu toe elk op eigen manier aandacht aan de Week van het Zeeuwse Boek besteden, hebben gezamenlijk een goed bereik. Voeg daarbij de goed vertegenwoordigde huis aan huis bladen in deze provincie en de media aandacht is optimaal.

Ook in dit laatste katern zijn verhalen een gedichten van Zeeuwse schrijvers opgenomen

Wissenkerke, uit de zee herrezen Vestingstad IJzendijke, een ode Camping Perikelen Adiós Nonino Bombardement Rats, kuch en ... Ver-zoenmeisje

Fiona Hack Wilfried Vanneste Kees van Boven Muriam Nelissen Johannes Herman Buma Tjebbe van Dijk Tanja Harpe

97


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:04

Pagina 2

Wissenkerke, uit de zee herrezen Van een toneelstuk van Fiona Hack, Bewerkt voor dit boek door Fiona Hack.

Deel 1 De Heer van Wissenkerke loopt de zitkamer binnen en schenkt zichzelf alvast wat wijn in. Hij wacht op de Heer van Campen. Het is 4 november 1530 en het is koud buiten. Het vuur in de openhaard brandt. Nerveus loopt hij met zijn wijnglas in zijn hand heen en weer voor de openhaard. Het vuur kan hem niet verwarmen. De wind loeit rond het landhuis en weet tussen kieren en scheuren te glippen. Heer van Wissenkerke probeert niet te dicht bij het vuur te staan. Het ijsberen en de wijn helpt tegen het kille geval dat hij van binnen heeft. ‘Ik hoop dat de Heer van Campen niet lang op zich zal laten wachten. We hebben veel te bespreken vandaag. Morgen trouwt mijn dochter Agnes met zijn zoon Hendrik. Het is een belangrijke dag voor de familie Wissenkerke. Met al onze landerijen tezamen zal mijn Agnes een gouden toekomst hebben. Hendrik is een goeie jongen met een goed stel hersens. Hij zal ervoor zorgen dat Wissenkerke en Campen het middelpunt van Noord Beveland zal worden. Daar hef ik mijn glas voor op,’ zegt haar hardop tegen het immens grote schilderij van zijn vader zaliger. De Heer van Wissenkerke voor hem. Iets dat hij altijd deed als hij zich wat onzeker voelde. Het monterde hem altijd op. In een keer slaat hij zijn glas wijn, met inhoud, achterover. Dat voelt beter in mijn ingewanden, denkt hij, als de Heer van Campen de zitkamer binnenstapt. ‘Brr, het is koud buiten,’ zegt de Heer van Campen, terwijl hij in zijn handen wrijft. ‘Kom dichter bij het vuur, vriend. Neem een glas wijn om je van binnen te verwarmen.’ De Heer van Wissenkerke schenkt voor beiden een glas rode wijn in. ‘Dank je voor de gastvrijheid. Mijn zoon had het niet beter kunnen treffen dan in deze familie te trouwen.’ ‘Er moet nog veel gebeuren voordat het zover is. Ik heb de familiekapel klaar laten maken. De kok is al volop bezig met zijn voorbereidingen. De dorpskinderen die met hun blokfluit de muziek zullen verzorgen zijn er al druk aan het oefenen. En ik zal zelf het huwelijk voltrekken.’ ‘Prachtig. Vijf november 1530 wordt een dag die ons nog lang zal heugen. Ik ben alleen niet helemaal gerust op het weer.’ De Heer van Campen kijkt ongerust door het raam die net aan de wind en regen buiten kan houden. ‘In de kapel kan het fris zijn, maar we zijn met zovele. En met blijdschap in ons hart en goede wijn…’ De Heer van Wissenkerke voelt de blosjes op zijn wangen gloeien. ‘Dat bedoel ik niet, mijn waarde vriend. Onderweg naar Wissenkerke reed mijn koetsier langs de dijken. Ze zien er verwaarloosd uit. Aan de lucht te zien is er slecht weer op komst. Vannacht is de maan vol en is er kans op een springtij. Dat belooft niet veel goeds.’ 98


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:04

Pagina 3

‘Ik begrijp je zorgen. Als het je gerust zal stellen laat ik de dijkgraaf komen. Op onze dag mag er niets mis gaan. En ach, dit is Zeeland. Wij zijn Zeeuwen. We kunnen wel tegen een stootje. Maar eerst gaan we lunchen.’ De bediende die kort ervoor geruisloos de zitkamer is binnengekomen om te melden dat het diner is opgediend, begrijpt wat hem te doen staat. Heel even denkt hij: was ik maar bij moeder thuis gebleven, als hij zijn jas aandoet en naar buiten gaat. Maar dan denkt hij: ik ben een Zeeuw en ik kan wel tegen een stootje. Snel loopt hij naar het dorp om de dijkgraaf te gaan halen.

De Heer van Wissenkerke en de Heer van Campen lepelen hun toetjesschaal leeg, terwijl de dijkgraaf en zijn dijkwerker, Michiel, op de gang staan te wachten. ‘Zo, Michiel, jongen. Kijk je ogen maar eens goed uit. Met mij kom je nog eens ergens. Dit is nog eens wat anders dan jullie bescheiden huisje op de voorstraat,’ zegt de dijkgraaf. ‘Ik ben liever aan het werk op de dijken dan hier met die volgevreten slapjanussen.’ ‘Houd je een beetje in Michiel. Ik kan je ook nergens mee naar toe nemen. En wat het werk aan de dijken betreft, daar is het veel te koud voor. Dat komt in het voorjaar wel weer.’ ‘De dijken moeten het hele jaar door onderhouden worden. Dat weet je ook wel. November is een maand waarin het vaak stormt. Als de dijken te laag zijn dan loopt Wissenkerke onder.’ ‘Niet zo hard! Die dijken zijn sterk genoeg,’ fluistert de dijkgraaf. ‘O ja? Hoe weet je dat? Wanneer ben je er voor het laatst geweest?’ ‘Gisteren!’ ‘Dat kan niet. Toen ik je zocht vond ik je met dat wijf van Verschore in de hooiberg.’ ‘Oké, gisteren ben ik er niet geweest. Vorige week donderdag heb ik mijn ronde voor het laatst gedaan.’ ‘Dat wil ik geloven, maar ik geloof niet dat je goed gekeken hebt. Ik heb je op je paard over de dijken zien rijden maar echt stevig zat je niet in het zadel!’ ‘Ik had wat wijn gedronken. Het was koud, dat is mijn goed recht. Ik heb voldoende gezien om te weten dat Wissenkerke veilig is. Trouwens, ik ben jou geen verantwoording schuldig.’ ‘Als jij straks niet de waarheid vertelt aan onze Heer, dan vertel ik het hem zelf! En als ik toch bezig ben vertel ik aan de man van dat wijf Verschore wat jij met zijn vrouw uitspookt. En ook aan de man van dat wijf van de herberg. Die van Wisse weet ook nog van niks.’ ‘Als je dat doet laat ik je door de schout opsluiten wegens opruien en het in diskrediet brengen van mijn goede naam. Verdwijn! Uit mijn ogen!! Ik had je willen introduceren als mijn beste dijkwerker. Je had een geweldige toekomst als hoofd dijkwerker kunnen hebben, maar ik denk dat ik de Heer van Wissenkerke alleen zal ontmoeten. Verdwijn,’ roept de dijkgraaf bijna buiten zinnen. Zo waardig als hij had gehoopt binnen te mogen komen in dit landhuis, zo was hij totaal vergeten waar hij was. Michiel wil naar de voordeur rennen als hij hard tegen iemand aan loopt. Agnes, de dochter van de Heer van Wissenkerke, was nieuwsgierig uit haar kamer gekomen. Ze wilde weten wie er zo aan het schreeuwen was. De ontmoeting was voor haar nogal pijnlijk verlopen. ‘Het spijt me jonkvrouw. Laat me u overeind helpen,’ zegt Michiel. Met het schaamrood op de kaken en de vlinders in de buik. ‘Het geeft niet,’lacht Agnes zacht. ‘Ik ben Agnes van Wissenkerke.’ ‘Ik ben Michiel van de voorstraat.’ 99


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 4

De twee giechelen tegen elkaar. Michiel laat haar hand niet los als ze hem die aanbiedt. Dan komt de dijkgraaf tussen beide. ‘Excuseer deze onhandige vlegel, mevrouw. Ik zal hem direct door de schout laten opsluiten.’ ‘Dat is niet nodig. Ik vond het niet erg.’ Ze slaakt een zucht, terwijl ze Michiel in zijn mooie blauwe ogen kijkt. Zijn donkerbruine krullen zijn door de wind verwaaid en hangen slordig op zijn schouders. Nog nooit heeft Agnes een echte arbeider van zo dichtbij gezien. Zijn hand is zo sterk. Dat kan de zoon van de Heer van Campen niet nadoen, denkt ze. ‘Dan ga ik maar,’ zucht Michiel, die zich met grote moeite van haar los kan maken. De dijkgraaf wordt ongeduldig van dat onnozele gestunteld. Het is totaal ongepast, vindt hij. ‘Is uw vader nog lang in bespreking?’ vraagt hij met ruwe toon. ‘Dat was ik bijna vergeten! Hij vraagt of u naar de zitkamer wilt gaan voor wijn en een sigaar. ‘Dat aanbod neem ik graag aan,’ antwoordt de dijkgraaf, opgelucht dat het onderwerp is veranderd richting hem. ‘U kunt mijn plaats aan tafel innemen. Ik moet even naar de kapel om er op toe te zien dat alles klaar staat voor morgen.’ Snel verdwijnt ze door de gangen. Michiel kijkt haar nog met open mond na als hij zich plotseling herinnert wat er morgen te gebeuren staat. Ze trouwt met de zoon van de Heer van Campen. De dijkgraaf ziet de teleurstelling op zijn gezicht. Nog voordat de dijkgraaf iets vervelends kan zeggen of hem alsnog door de schout laat opsluiten, rent hij weg. Terug naar de Voorstraat. ‘Dat was een heerlijk maaltje. Mijn kok doet het niet na,’zegt de Heer van Campen, terwijl hij zijn broekriem wat losser probeert te zetten. ‘Na overmorgen zijn we zo goed als familie. Je bent welkom om zo vaak de maaltijd te komen gebruiken als je wilt,’ antwoordt de Heer van Wissenkerke. Al die wijn maakt hem joviaal. ‘Dat hoef je mij geen twee keer te zeggen!’ ‘Het dessert was kostelijk, Heer. Zo heerlijk als ik het vond weet ik dat u me daarvoor niet heeft geroepen,’ zegt de dijkgraaf, die het liefst meteen ter zake komt. ‘Inderdaad dijkgraaf. Zoals je weet zal mijn dochter en zijn zoon gaan huwen en wel morgen, 5 november op St. Felixdag. Alles is geregeld. Alleen op het weer kunnen wij geen invloed uitoefenen. Wel kunnen we ons zoveel mogelijk beschermen. Wissenkerke ligt in de polder. De lucht ziet er dreigend uit. Als de dijken breken dan loopt de polder vol.’ ‘Onze dag zal in het water vallen!’ roept de Heer van Campen bezorgd uit. ‘U wilt natuurlijk weten of de dijken slecht weer aan zullen kunnen. Natuurlijk kunnen de dijken dat. De dijkwerkers hebben er de hele zomer aan gewerkt om ze te verstevigen.’ ‘Dat weten we. We hebben ze aan het werk gezien. De laatste weken heb ik niemand aan de dijken zien werken en er zijn al wat stormen geweest.’ ‘U heeft er de laatste tijd niemand aan zien werken omdat het niet nodig was. De dijken hebben de laatste stormen goed doorstaan. Het ziet wat grauw buiten, maar ik weet zeker dat er voor morgen niets zal gebeuren wat uw dag in duigen zal laten vallen.’ De trouwdag is belangrijk, maar onze mensen in Wissenkerke moeten kunnen slapen met de gedachte dat hun huis en haard veilig is voor het water,’ zegt de Heer van Wissenkerke plotseling streng. 100


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 5

‘Ik verzeker u dat Wissenkerke en heel Noord-Beveland veilig is voor het water. U kunt rustig Slapen,’ zegt de dijkgraaf zelfverzekerd. ‘Dank voor het komen dijkgraaf. Als u wilt kunt u morgen meegenieten van de bruidstaart,’ zegt de Heer van Wissenkerke enigszins gerustgesteld. ‘Dank u voor de uitnodiging. Ik kom graag. Heren!’ En met een klein tikje met zijn hielen tegen elkaar maakt hij rechtsomkeert en stapt waardig de zitkamer uit.

Ondertussen begint de storm nu echt aan te trekken. Agnes is net in de kapel geweest. Ze maakte zich zorgen over de tocht en kou. Haar bruidsjurk is niet geschikt voor dit weer. Ze loopt naar de zitkamer om zich bij de haard op te warmen. ‘Ik zag de dijkgraaf net weg gaan,’ zegt ze zacht. ‘Is er iets, kindje?’ ‘Vader, ik ben ondeugend geweest.’ ‘Ondeugend? Wat zeg je me nu?’ zegt de Heer van Campen. ‘Ik hoorde de dijkgraaf met zijn dijkwerker praten toen ik op weg was naar de kapel.’ ‘Afluisteren mag niet, maar wat heb je ze horen zeggen, kind?’ De Heer van Wissenkerke en van Campen schoven ieder een stukje dichter bij Agnes om alles goed te kunnen horen. ‘Ik hoorde de dijkwerker zeggen dat de dijken te laag zijn en dat ze een storm niet zullen houden. Wat moet er van ons komen als alles onder water staat?’ ‘Maak je geen zorgen meiske. Als Wissenkerke onder water komt te staan dan vluchten we naar de vliedberg hier achter. Dat staat vrij hoog. Het is wat lastig, maar natte voeten zullen we niet krijgen,’ probeert de heer van Wissenkerke haar gerust te stellen. ‘Gelukkig vader,’ antwoordt ze opgelucht. ‘Ik geloof dat ik moeder hoor roepen.’ ‘Agnes!’ De Heren horen het nu ook. ‘Zeg maar tegen je moeder dat de Heer van Campen en ik spoedig uitgepraat zijn. Ik kom zo dadelijk.’ Als Agnes de deur achter zich dicht heeft gedaan begint de Heer van Campen zenuwachtig heen en weer te lopen. ‘Nu maak ik me echt zorgen. Ga jij maar verder met de voorbereidingen van het feest. Morgenvroeg zal ik de dijken zelf controleren.’ ‘Dat is goed, beste vriend.’ ‘Het wordt tijd dat ik vertrek. Het begint al aardig donker te worden.’ ‘Ik loop met je mee naar de koets,’ zegt de Heer van Wissenkerke.

Terwijl hij zijn gast uitgeleide doet is Agnes naar haar kamer gegaan. Ze had Agnes geroepen omdat er een brief voor haar gebracht was. Een brief die haar dochter zichtbaar in verwarring heeft gebracht. Op haar aandringen de brief te mogen lezen ging Agnes niet in. ‘Morgen ga ik trouwen. Nooit heb ik getwijfeld aan de wensen van mijn vader totdat ik Michiel de dijkwerker zag. Zijn haar, zijn ogen. Ik kan aan niets anders denken. Nu heeft hij me een brief geschreven!’ roept Agnes uit. Ze ligt op haar bed als ze de brief nog eens leest. 101


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 6

Lieve Agnes, Ik sta hier op de dijk en houdt de wacht, Als het moet, dan wacht ik de hele nacht, Ik denk aan jou en aan hoe je lacht, Zolang als mijn hart naar jou smacht, Dan houd ik moed en heb ik kracht, Zolang houd ik de wacht. Met een zucht drukt ze de brief tegen haar hart. Hoe romantisch! P.S: Als de dijken breken kom ik je redden.

‘Hoe kan ik nu nog met Hendrik trouwen en mijn ware liefde laten gaan? Arme Hendrik, hij bedoeld het goed. Als ik met Michiel zou weglopen dan heb ik geen huis en haard meer. Mijn vader zou me niet meer aankijken en mijn moeder zou van verdriet dood gaan. Nee, het kan niet. Misschien moet ik een briefje terug sturen. Het weer is te slecht om er Roos, de meid, op uit te sturen. Ik kan hem maar beter vergeten en gaan slapen. Morgen is het een grote dag voor mij en voor Wissenkerke.’ De volgende dag is alles in rep en roer. Agnes heeft het druk met haar bruidsjurk. Haar moeder helpt haar. Even heeft ze geprobeerd te vragen wat er nu in die brief stond, maar er bleven bedienden in en uit lopen. In de kapel staat de Heer van Wissenkerke te midden de drukte van muzikanten die met moeite de weg naar de kapel hebben gevonden en de eerste gasten. ‘Ik ben bijna iets vergeten, Heer. Michiel de dijkwerker gaf me een brief mee voor u.’ Een van de muzikanten die ook in de voorstraat woont overhandigd hem een vochtig vodje. Als de Heer van Wissenkerke het briefje heeft gelezen slaat de angst rond zijn hart. Er staat dat de sluis bij Ter Loe en de boomvlietse sluis bij Kortgene de kracht van het water bijna niet kunnen houden. Gelukkig is van Campen vroeg op pad gegaan om de dijken te bekijken. Als dit huwelijk niet direct voltrokken wordt dan is het misschien te laat! Als ik die vermaledijde dijkgraaf in mijn vingers krijg dan draai ik hem hoogstpersoonlijk de nek om, denkt hij. ‘Slecht nieuws, eerwaarde?’ vraagt de muzikant. ‘Nee hoor, maak je geen zorgen. Speel nog eens iets terwijl ik het bruidspaar ga halen.’ Koortsachtig geeft hij Roos, de meid, opdracht om Agnes en haar moeder direct te laten komen. Opgelucht kijkt hij als hij de Heer van Campen aan ziet komen. Maar niet voor lang. ‘We moeten vort maken. Het water komt er aan. De sluizen konden de kracht van het water niet aan. Kats is al onder water. Grutersoord en Soetelinxkerke stromen onder, maar wij hebben nog even tijd. De binnendijk die dwars over het land loopt houdt nog stand doordat dijkwerkers met man en macht de dijk proberen te verstevigen onder leiding van Michiel van de voorstraat. 102


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 7

De dijkgraaf is in geen velden of wegen te bekennen, ratelt de Heer van Campen. De paniek is toegeslagen. ‘We moeten zorgen dat we allen naar de vliedberg gaan. De burgers van Wissenkerke zullen spoedig in aantocht komen. En niet om feest te vieren,’ zegt de Heer van Wissenkerke. ‘Ik heb de schout opdracht gegeven ervoor te zorgen dat de noodklokken worden geluid zodat iedereen gewaarschuwd wordt. Vrouwen en kinderen kunnen misschien in het kasteel onderdak vinden.’ ‘Ik hoor de noodklokken al. Er is niet veel tijd meer. Laten we de ceremonie afhandelen en dan onze plicht doen.’ ‘Moet dat nu,’ vraagt de Heer van Campen. ‘Stel dat alles hier vergaat dan moeten zij met z’n tweeën Wissenkerke en Campen weer opbouwen. Dit huwelijk is belangrijk!’ Met de haast in zijn stem roept hij het bruidspaar binnen. Inmiddels heeft het bruidspaar en de mensen die er aanwezig zijn in de gaten dat dit geen droomhuwelijksfeest zal gaan worden. Snel schuifelen ze de rode loper af naar het altaar. ‘Wij zijn hier allen bij elkaar om het huwelijk tussen Hendrik van Campen en Agnes van Wissenkerke te voltrekken. Omdat het water ons zo dadelijk tot de lippen zal stijgen moet er haast bij zijn. Daarom vraag ik u Hendrik of u mijn dochter Agnes tot uw wettige echtgenote wil nemen?’ ‘Ja.’ ‘En jij Agnes? Wil je Hendrik van Campen als uw wettige echtgenoot nemen?’ Nu is geen tijd voor moeilijk doen, denkt ze. ‘Ja vader,’ antwoordt ze met pijn in haar hart. ‘Dan verklaar ik jullie tot man en vrouw. Jullie mogen elkaar kussen.’ Net als Agnes en Hendrik elkaar willen kussen vliegt de deur achterin de zaal open en komt Michiel naar binnen gerend. ‘Agnes!’ ‘Michiel!’ ‘Agnes!’ roept Michiel buitenadem. ‘Hendrik, Heer van Wissenkerke, ik kom met slecht nieuws. De dijken zijn gebroken. Het water komt snel naar het dorp. De meesten zijn op weg naar de vliedberg. Wij moeten allemaal ook daar naartoe.’ ‘Hendrik. Kom met mij mee. We moeten redden wat er te redden valt,’ zegt de Heer van Campen cordaat. ‘Agnes! Opschieten kindje!’ roept de Heer van Wissenkerke. Hij neemt haar aan de hand mee naar de Vliedberg. ‘Ik kom al vader.’ Ze probeert de vlinders in haar buik te bedwingen nu ze Michiel weer heeft gezien en ook even zijn hand heeft vastgepakt. ‘Ze heeft mijn hand aangeraakt! Die was ik dus nooit meer,’ zucht Michiel, terwijl hij wegrent op weg naar de voorstraat om daar te doen wat hij doen kan.

103


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 8

Deel 2 Het is 10 november 1651. De Heer van Campen, de derde generatie, zit in de huiskamer als zijn dochter Emma binnenkomt met een stapeltje brieven omwonden met rood lint. ‘Vader, kijk eens wat ik heb gevonden,’ zegt Emma. ‘Laat eens zien, kind. Wat heb je daar?’ De Heer van Campen legt de krant weg en kijkt nieuwsgierig naar het mysterieuze pakketje. ‘Ik zocht naar moeders muziekdoos. U weet wel, die van moeders oma is geweest. Het is altijd van moeder op dochter doorgegeven. Nu mag ik hem hebben, maar ze kon hem nergens vinden.’ ‘Fijn dat je hem hebt gevonden.’ ‘Ja vader. Toen ik de muziekdoos open deed zag ik dat ik de bodem kon optillen. Daar vond ik dit stapeltje brieven. ‘Dit is heel bijzonder. De brieven zijn van 1531 gedateerd en al die tijd bewaard gebleven in de muziekdoos. Dat is vlak na de St. Felixvloed. We leven nu in het jaar 1651 dus dat is al 120 jaar geleden! Het zijn liefdesbrieven aan je overgrootmoeder Agnes Campen van Wissenkerke van ene Michiel. Zo heette je overgrootvader niet. Die heette Hendrik Campen. De Heer van Campen pakt een willekeurige brief en leest voor: Mijn allerliefste Agnes, Gisteren zag ik je op het plein van Veere, Ik dacht dat mijn maag zich zou gaan omkeren. Om je te zien met die man, Terwijl ik meer van je houden kan, Is bijna niet te verteren. Je trouwe lief, Michiel ‘Het ziet er naar uit de je overgrootmoeder een scheve schaats heeft gereden,’ zegt de Heer van Campen, lichtelijk geamuseerd en geschokt tegelijk. ‘Veere? Waarom Veere?’ praat Emma erover heen. ‘Het is waar dat ze naar Veere zijn gegaan. Wissenkerke, waar ze vandaan kwam, was verwoest door het water. Ze waren alles kwijt. In Veere is je overgrootvader Hendrik opnieuw begonnen.’ ‘Wie was die Michiel eigenlijk?’ ‘Ik weet niet wie deze Michiel is geweest. Agnes heeft het geheim goed bewaard. Laten we dat zo houden. Als iemand hier achterkomt dan is het met de goede reputatie van de familie Campen gedaan. Emma neemt de brieven terug. ‘Ik ga ze aan moeder laten zien.’ 104


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 9

‘Je moeder is slecht in het houden van geheimen. Houdt ze maar voor jezelf. Zeg tegen je moeder dat ik zo kom. Morgen is een belangrijke dag. Dan gaan we naar Middelburg. We moeten vroeg vertrekken dus ga ik vroeg slapen. Ik stel voor dat jij hetzelfde doet. ‘Goed vader. Ik zal naar bed gaan maar niet om te slapen. Ik ga eerst al deze liefdesbrieven lezen. Ik hoop dat ik ook zo’n man zal ontmoeten die voor mij gedichten schrijft! Ik vraag me af waarom Agnes niet met hem getrouwd is en wel met Hendrik? Misschien kom ik er achter als ik al deze brieven heb gelezen. Welterusten vader!’ Ze dartelt de huiskamer uit. ‘Welterusten Emma. Alsjeblieft niet te lang opblijven.’ Hij blaast de kaarsen uit en gaat dan ook naar bed. De volgende ochtend is de Heer van Campen al vroeg opgestaan om zijn papieren in orde te maken. Hij moet veel meenemen. Elk document is al tientallen keren door zijn vingers geweest. Voor een laatste maal controleert hij of hij alles bij zich heeft voor het heugelijke moment in de Zeeuwse geschiedenis en de geschiedenis van Noord-Beveland. ‘Emma, kom eens!’ roept hij. Ze laten even op zich wachten. Gapend komt ze de zitkamer binnen. ‘Wat zie je er moe uit. Heb je slecht geslapen?’ ‘Nee vader. Ik kon het niet laten om alle brieven te lezen. Het waren er een heleboel. Ik denk dat ik nu weet wat er aan de hand was.’ ‘Wat dan wel?’ De Heer van Campen rommelt ondertussen door met zijn papieren. ‘Michiel was een jongen uit een arme familie en overgrootmoeder Agnes kwam van een welvarende familie. Agnes had graag met hem willen trouwen, maar dat mocht niet.’ Emma onderdrukt een geeuw. ‘Dat was toen zo. Agnes mocht niet beneden haar stand trouwen.’ ‘Mag ik dat wel?’ ‘Ik hoop dat je iemand zal trouwen die aardig is en voor je kan zorgen. Stand maakt me niet veel uit. De welvaart groeit nu zo hard omdat het handeldrijven met landen zoals Suriname en de eilanden van de Cariben en Afrika zo goed gaan. Een goed inkomen moet geen probleem zijn. De heren die je vanavond zal ontmoeten komen allemaal van oude rijke families zoals de onze. Families die na de St. Felixvloed alles kwijt zijn geraakt en met hard werken hun bestaan weer hebben opgebouwd.’ ‘Ik heb mijn mooiste jurk voor het bal al ingepakt. Moeder en ik zullen vanmiddag in Middelburg gaan winkelen. Wat gaat u dan ook al weer doen?’ ‘Vanmiddag zal ik samen met een aantal andere families en de Prins van Oranje in het stadhuis van Middelburg een octrooi ondertekenen. Hierin staan de voorwaarden vermeld waarop de schorren tot vast land gebracht dienen te worden. Dat komt omdat je overgrootmoeder, Agnes, de dochter was van de Heer van Wissenkerke. Het is mijn geboorterecht ambachtsheer van Wissenkerke en Geersdijk te zijn. Na de St. Felixvloed en de vloed van 1532 is er van Wissenkerke en heel Noord – Beveland niets meer overgebleven. Bijna een halve eeuw geleden zijn er meer ambachtslieden geweest die de polder hebben bedijkt en hun gemeente weer hebben opgebouwd. Colijnsplaat is daar een voorbeeld van. Nu is het tijd dat Wissenkerke weer opgebouwd zal gaan worden. Vanavond wordt er een groot bal gehouden om het te vieren. En nu is het uit met het getreuzel, het is tijd om te gaan!’ 105


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 10

De Heer van Campen pakt zijn tas en samen met Emma verlaat hij de huiskamer. Na een vermoeiende rit per koets naar Middelburg gaan Emma en haar moeder winkelen. Ondertussen woont de Heer van Campen het officiële gedeelte bij van het ondertekenen van het octrooi. De burgemeester houdt een toespraak. Notabelen, lieden van het koninklijke hof en andere geïnteresseerden. Namens het Zeeuwse volk heet ik u van harte welkom op deze 11 november 1651. Deze dag zal de geschiedenisboeken in gaan als de dag waarop de opbouw van Noord-beveland meer zal zijn dan alleen een plan. Na de St. Felixvloed in 1530 en de vloed van 1532 is er van Noord-Beveland niets meer overgebleven. Alleen de torens waar ooit Wissenkerke en Kortgene hebben gestaan zijn het enige bewijs dat er ooit mensen hebben geleefd. Velen zijn er omgekomen, maar u, de nazaten van de families die er ooit gevestigd waren en de prins van Oranje, hebben zich voorgenomen er zorg voor te dragen dat Noord-Beveland in zijn oude glorie zal worden hersteld. Het gebied dat zal worden bedijkt is 1600 gemeten groot. Er liggen diepe en brede kreken, sommigen 16 á 19 voet diep. Bij elke vloed lopen deze kreken vol. De bedijkers moeten onbeschermd de dijken leggen. Om het werk wat lichter te maken zal er geen belasting op het bier van mindere kwaliteit worden geheven, dat tijdens de bedijking genuttigd zal gaan worden. Op de hoornbeesten en bezaaide gemeten zal gedurende zeven jaar geen belasting worden geheven. Voor de lasten op onroerende goederen is deze vrijstelling gedurende tien jaar van toepassing. Op iedere honderd gemet is één gemet vrijgehouden van belasting ten behoeve van de godsdienst en andere kerkelijke lasten. Ik nodig de Heren van Campen en Van der Perre uit naar voren te komen om het octrooi namens alle betrokkenen te ondertekenen. Onder tromgeroffel komen de beide heren naar voren en ondertekenen het octrooi. De Heer van Campen heeft zich nooit zo trots gevoeld. ‘Laten wij allen, die kunnen, gaan staan om het octrooi in te luiden door het zingen van het Noord-Bevelandsvolkslied,’ zegt de burgemeester plechtig. Het Noord-Bevelandsvolkslied Waar de Schelde ruisend stroomt, ‘t Koren welig groeit, Waar een sloot de wei omzoomt, En het koolzaad bloeit. Waar de stormen over ’t land, Heersen met geweld, Daar ligt Noord- Beveland, dat geen zorgen telt, Daar ligt Noord-Beveland, dat geen zorgen telt. Waar de oude stad Kortgeen’ Rust op vroeger werk, 106


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 11

Waar Apollo speelt als geen, Ligt ons Wissenkerk’ Waar Colijnsplaat groeit en bloeit, Kats vol adeldom Daar ligt Noord-Beveland, roert er dus de trom, Daar ligt Noord-Beveland, roert er dus de trom.

Waar de duinrij ons beschermt, Daar ligt Kamperland, Voor ons aller veiligheid, Gaan we hand in hand. Ook het kleine dorp Geersdijk, Leeft er met ons mee, Spaar ons Noord- Beveland, dat is ons bee! Spaar ons Noord-Beveland, dat is ons bee! De Heer van Campen hield het niet droog tijdens het zingen van het volkslied. Het heeft jaren van vergaderen, geld bij elkaar brengen, plannen optekenen en nog veel meer om ervoor te zorgen dat zijn familie weer naar huis kan. Die avond neemt hij zijn vrouw en dochter mee naar het bal. ‘Middelburg is een prachtige stad, maar deze balzaal is nog mooier dan alles wat ik vandaag gezien heb!’ zegt Emma. ‘De balzaal van het stadhuis wordt in heel Zeeland en daarbuiten geroemd om zijn schoonheid. Vanavond bevinden we ons in het gezelschap van de belangrijkste mensen van Holland. Dankzij onze familie en die van hun zal Wissenkerke weer opgebouwd worden.’ ‘Wat zal overgrootmoeder Agnes daar blij om geweest zijn,’ zegt Emma. Ze is ontroerd door al het moois dat ze om zich heen ziet. Het gezicht van haar vader, die zich goed probeert te houden, ontroerd haar nog meer. ‘Als ze het zou weten dan zou ze een gat in de lucht springen. Daar is de prins van Oranje! Kom, dan zal ik je aan hem voorstellen.’ ‘De prins van Oranje!? Nee vader, mijn baljurk is niet half zo mooi als die van de dames die om hem heen zijn. Ik zal flauwvallen als hij ook maar naar me kijkt.’ ‘Kom, kom kind. Je bent het mooiste meisje van het bal.’ ‘Natuurlijk vind je dat. Je bent mijn vader!’ Van der Perre doet zijn opwachting. Hij is zonder escort en heeft algauw zijn oog op Emma laten vallen. ‘Mon amie!’ roept hij joviaal. ‘Dag mijn beste! Emma, dit is Van der Perre. Onze families hebben zich verenigd om ervoor te zorgen dat Wissenkerke en Geersdijk weer in hun volle glorie zullen worden hersteld. Van der Perre, dit is mijn dochter Emma.’ Van der Perre kust haar hand. ‘Ik vertelde mijn vader net dat onze overgrootmoeder Agnes Campen van Wissenkerke blij zou zijn dat het dorp weer opgebouwd zal gaan worden.’ Met alle macht probeert ze niet flauw te vallen door de charmes van deze jongeman. 107


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 12

‘Ook mijn voorouders zijn er geboren en getogen. Velen zijn er omgekomen, maar een kleine hoeveelheid hebben hun weg naar Veere gevonden. Mijn overgrootvader was dijkwerker. Hij heeft tijdens de St. Felixvloed veel mensenlevens gered. Hij heeft zijn kennis over de kracht van het water weten over te brengen op zijn zonen en zij weer op hun zonen. Ik zal blij zijn mijn kennis van het water als dijkgraaf te gebruiken om de bedijking van de Wissenkerke polder sterker te maken zodat het dorp veilig zal zijn. ‘Uw overgrootvader moet een held zijn geweest! Als u daar iets van mee heeft gekregen dan zal de bedijking van de polder voor u geen problemen opleveren.’ ‘Heer Campen, ik wilde overmorgen bij u langskomen om de eerste voorbereidingen te treffen voor de inpoldering en bedijking,’ zegt Van der Perre kordaat. ‘Dat is goed beste vriend.’ ‘Eerst wil ik de volgende wals met uw lieftallige dochter dansen,’ zegt Van der Perre, terwijl hij Emma diep aankijkt. ‘Emma?’ vraagt de Heer van Campen, die allang doorheeft dat zijn dochter en Van der Perre elkaar graag beter willen leren kennen. ‘Ik val vast flauw, vader!’ ‘Toe nu maar. Hij bijt heus niet,’zegt hij geruststellend. Als de dans voorbij is neemt Van der Perre afscheid van Emma. Met blosjes op de wangen komt Emma naast haar vader staan. ‘Waar gaat hij nu weer naartoe? En waarom zie je er zo oververhit uit. Gaat het wel goed kindje?’ ‘Ja vader.’ Net op tijd kan hij haar opvangen als Emma in katzwijm valt. De volgende dag komt Van der Perre op bezoek in huize van Campen. Hij komt om de plannen voor de wederopbouw van Wissenkerke te bespreken. Op een tafel ligt een grote tekening met hoe het dorp eruit moet gaan zien. Samen bekijken ze de plannen aandachtig. ‘Wat denk je ervan?’ zegt Van der Perre. Vooral hij heeft veel werk gehad aan het opmeten en tekenen van de plannen. ‘Ik vind het formidabel. Wissenkerke zal weer het welvarende dorp zijn zoals het voor de St. Felixvloed was. De grond is er zeer vruchtbaar. Vele boeren zullen zich er kunnen vestigen en er weer een leven op kunnen bouwen. Vele families zijn aan lager wal geraakt doordat hun voorouders niets meer hadden. Ze konden nauwelijks zichzelf in leven houden, laat staan zorg dragen voor het welzijn van hun nakomelingen.’ De Heer van Campen zucht als hij terugdenkt aan de beslommeringen binnen zijn eigen familie. ‘Ik hoorde van dokter Lockefeer dat zijn voorouders na de vloed niets hadden en langs de deuren hebben moeten bedelen voor water en brood. Uiteindelijk is zijn overgrootmoeder, die in Wissenkerke vrouw van de arts was, bediende geworden. Haar man was verdronken. Haar zoontje heeft ze naar een weeshuis moeten brengen waar hij door de monniken van Emelisse is opgevoed. Ze had zelf geen eten of onderdak voor hem.’ ‘Mijn familie had het wat minder moeilijk. Maar om het huis en haard omwille van het water te moeten verlaten kan ook voor hun niet makkelijk zijn geweest. Laten we drinken op de mensen die alles kwijt zijn geraakt en zichzelf vanuit het niets weer hebben opgebouwd!’ ‘Daar drink ik graag op,’ zegt Van der Perre. 108


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 13

Beiden heffen hun glas. ‘Op Wissenkerke!’ ‘Mijn dochter Emma zal het ontwerp ook willen zien. Ik roep haar even.’ De Heer van Campen loopt naar de gang en roept: ‘Emma!’ ‘Ja vader,’ roept ze van boven aan de trap. Haastig komt ze naar beneden. Van der Perre heeft ze al zien aankomen. Ze hoopt dat haar vader haar heeft geroepen om Van der Perre nog eens te ontmoeten. ‘Van de Perre ken je toch nog wel?’ vraagt de Heer van Campen, die het antwoord natuurlijk al weet. Van de Perre kust Emma’s hand. ‘Hoe kan ik hem vergeten zijn?’ zwijmelt Emma. ‘Ahum… Kijk eens hier. Zo zal het nieuwe Wissenkerke er uit gaan zien. Dit is de kerk. Daar een straat voor winkels. De pastorie. En hier zullen wij gaan wonen,’probeert de Heer van Campen haar af te leiden. ‘Heel mooi, vader. Ik kan bijna niet wachten tot het zover is. Gaat u ook in Wissenkerke wonen?’ vraagt Emma hoopvol. ‘Natuurlijk. Ik zal als dijkgraaf er mijn taken zo goed als ik kan uitvoeren.’ ‘Je blijft toch wel de maaltijd nuttigen, Michiel?’ vraagt de Heer van Campen, die al in de gaten heeft wat er tussen beiden aan het gebeuren is. ‘Als het niet teveel gevraagd is zou ik graag nog even blijven. Ik hoor dat je de beste kok van heel Walcheren hebt.’ ‘Aan mijn rondingen te zien zal het je duidelijk zijn dat ik het me elke dag lekker laat smaken. Ik zal haar laten weten dat er nog een welwillende mond gevuld zal gaan worden.’ De Heer van Campen excuseert zich om het een en ander met de kokkin te kunnen bespreken. De twee zijn eindelijk even alleen met elkaar. ‘Ik hoorde mijn vader je Michiel noemen.’ ‘Ter nagedachtenis aan mijn overgrootvader heten alle eerst geboren jongens in mijn familie Michiel.’ ‘In de geschiedenis van een familie kan er veel gebeuren. Leuke en niet leuke dingen.’ ‘Wat wil je daarmee zeggen?’ vraagt Van der Perre nieuwsgierig. ‘Ik heb een stapel brieven gevonden. Ze waren aan mijn overgrootmoeder gericht van een Michiel. Zou dat jou overgrootvader kunnen zijn?’ Emma laat hem een van de brieven zien. Van der Perre leest de brief vluchtig. ‘Ik kan het nauwelijks geloven! Ik heb jaren gelden een stapeltje liefdesbrieven gevonden van ene Agnes aan mijn overgrootvader Michiel! Nu weet ik eindelijk wie zij geweest is. Als zij een fractie van jou schoonheid bezat dan begrijp ik goed dat mijn overgrootvader niet zonder haar heeft kunnen leven.’ ‘Als hij net zo goed is als jij dan moet mijn overgrootmoeder zich net zo gelukkig hebben gevoelt als ik nu.’ ‘Onze voorouders hebben hun liefde voor elkaar niet mogen uitdragen. Laten wij die kans wel nemen.’ Emma wilde dit beamen als Van der Perre tot haar grote schrik en vreugde op een knie zakt. ‘Lieve Emma, wil je met me trouwen?’ 109


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 14

‘Ja!!’ roept Emma blij. Dan komt de Heer van Campen weer terug de woonkamer binnen. ‘Wat ja. Hoezo ja. Wat gebeurd hier?’ ‘Mon amie. Onze voorouders vonden elkaar, maar het mocht niet zo zijn. Nu ik Emma heb gevonden laat ik haar niet meer gaan.’ ‘Wat bedoel je daarmee? Ik snap er niets van,’veinsde de Heer van Campen. ‘Vader, Michiel en ik willen met elkaar trouwen!’ jubelt Emma. ‘Dat zullen we nog wel eens zien,’ zegt haar vader met een knipoog. Dan spreidt hij zijn armen en omhelst het gelukkige stel. ‘Welkom in onze familie!’ Dan gaat de gong. De aankondiging voor de maaltijd. ‘Kom kinderen. Het is tijd voor een feestmaal. Je moeder zal blij zijn als ze het goede nieuws hoort.’ De tijd verstrijkt. De plannen voor Wissenkerke zijn inmiddels uitgevoerd. Vele handen hebben ervoor gezorgd dat de dijken hoog genoeg zijn gemaakt om het dorp te beschermen. Helemaal op hetzelfde punt als waar Wissenkerke oorspronkelijk was, was niet mogelijk. Tot op de dag van vandaag staat er een hoeve die de plek van de kerktoren markeert. Deze is uiteindelijk na vele jaren afgebroken. Het Wissenkerke van nu is honderd meter verderop gebouwd. Van der Perre en Emma zijn snel na hun aankondiging getrouwd. Ze wilden hun gezin starten in het nieuwe Wissenkerke. Tijdens de opening op de dijk staat Emma dan ook in blijde verwachting. ‘Het heeft een jaar geduurd voordat de Wissenkerke polder bedijkt was en de meeste huizen in het dorp gebouwd en bewoond zijn. Het echte werk gaat nu beginnen. De dijken zullen altijd in de gaten gehouden moeten worden. Michiel, je bent niet alleen dijkgraaf, maar ook de schout. Samen met drie gezworenen en de griffier zal je van Wissenkerke en veilig, vredig en welvarend dorp maken. Ik ben al oud. Mijn taak zit er op. Spoedig zullen jij en Emma jullie eerste kind verwachten. Onze voorouders kunnen trots zijn op zo’n formidabel paar! Ter gelegenheid van dit belangrijke moment, bovenop de dijk, wil ik een gedicht voorlezen: De wind! De wind steekt op En jaagt het water naar het land In grote golven Geweld! Wat wordt er bedolven? Wat wijkt En wat bezwijkt?

Je doet maar, windkracht, Waai maar voort, Wij hebben het land bedijkt, Wij zijn de Bevelanders Weten van wind en water, Wij hebben onszelf gewaarschuwd En gewapend

In nagedachtenis aan alle overledenen en overlevenden van de St. Felixvloed verklaar ik Wissenkerke voor geopend,’ zegt de Heer van Campen, enigszins geëmotioneerd. Hij legt een boeket bloemen neer op de dijk. Een nieuw tijdperk is aangebroken. 110


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 15

Vestingstad IJzendijke, een ode Wilfried Vanneste Op een dag, gebouwde stapels stenen, op weg naar eindelijk rust, zeg maar een huis, trof ik mensen, vriendschap in de genen, kwam ik, geleefd leven, eindelijk thuis. Dit dorp, achtergelaten brok historische onzekerheid,, op een doldraaiende, opwarmende wereldbol, over de eigen Nederlandse –of is het toch Vlaamse?- identiteit. De grens voorbij, over de schreef, voorbij de tol. Tussen polders klei en zand en schelpen waait de wind, wijzen pijlen eindeloze vlakte, naar de zee, tussen bomen op een erelint, waar eeuwen opgekropte melancholie in onder zakte. Onder Hollandse wolken van lichte lucht, vliegen, verdreven uit uitgediepte Schelde, rusteloze vogels op een verre vlucht, de oren door hardrock toeterende schepen gekweld. Op weg naar Emmaus, verzorgingshuis palliatieve emoties, zie ik, keurig, zoals het hoort, twee kerken, gestaald in dogmatische liefdeloosheid, kwezelende nostalgische devoties, en één molen die langzaam wiekend om toeristen maalt. Op de markt, onverzettelijke bronzen schaker: Maurits! Voor zijn soldaten zoekend naar dolende Spanjolen, blijft hij - er is geen weg terug – de gids, maar van wiens God, wiens gelijk, wiens idolen?

Het kanon, dementerend in tandeloze tijd, bewaakt, in strategische vijfhoek, het verleden bolwerk losse flodders fietsers over Staats-Spaanse linies, wijd en zijd. Hier word ik oud, hier is mijn thuis, hier komt mijn zerk.

111


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Tholen toen Terug in de tijd? De Zeeuwse Bibliotheek heeft een uitgebreide beeldbank, veelal met foto’s uit de PZC, waaraan we deze pagina danken.

Net als overal elders in Nederland heerste in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog met de toenemende welvaart het idee, dat gezinnen het nieuwe huishouden moesten leren. Op de foto ‘kinderen bij tekenbord’ is dan ook genomen op een boerenbedrijf, waar het woonhuis fungeerde als ‘voorlichtingswoning’.

112

Pagina 16

Op een andere foto zien we hoe Tholen zich niet onbetuigd liet in de strijd om vrede. In het bejaardenhuis "Ten Anker" onthulde mevr. S.C. de Casembroot-Baronesse van der Feltz (echtgenote van de commissaris der Koningin) met het verwijderen van de nationale driekleur, in de recreatiezaal in 1957 een televisietoestel dat geschonken kon worden dankzij de Zeeuwse Collecte, georganiseerd door de Stichting Zeeland voor Maatschappelijk en Cultureel Werk in samenwerking met de Zeeuwse afdeling van de Federatie van Vrouwelijke Vrijwillige Hulpverlening


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

900 meisjes in Zierikzee Hoeveel is er niet veranderd. En hoe lang hebben we daarover gedaan?

Het Nederlandsch Verbond van Christen Jonge Vrouwen- en Meisjesverenigingen hield in 1934 met ruim 900 deelnemende leden uit de gehele provincie de Provinciale Bondsdag in Zierikzee (met extra tramrit naar Renesse en bezoek aan de duinen).

Pagina 17

baar) Hendrik Blankert, samen met zijn echtgenote Sara Blankert-Verton verdronken op 1 febr. 1953 in hun huis aan de lange Sint Janstraat in Zierikzee,’ vertelt de foto uit het archief van de Zeeuwse Bibliotheek. Het cijfer twee laat zien, dat de PvdA destijds de tweede grote partij was. Dat waren nog eens tijden.

Politiek is er ook veel aarde verschoven. Dat laat de volgende foto uit het Zeeuwsch-Dagblad zien met affiches voor de parlementsverkiezingen van 25 juni 1952. Op de foto het affiche voor de PvdA met W. Drees. Heel kleintjes ‘links boven (half zicht113


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 18

Camping perikelen Kees van Boven

Al vele jaren bezitten wij een stacaravan op een Zeeuwse camping. Een kleine camping, wat ook betekent weinig voorzieningen, dus geen flinke speeltuin, restaurant, groot zwembad, een winkel enz. Wat er wel is, een schommel en een klimrek, een kinderbadje en een kantine die eigenlijk de naam niet mag dragen. We vinden er wel veel ruimte en vooral rust. Op een paar zomervakantieweken na dan, wanneer de camping goed bezet is. Wij staan op een plaats met er tegenover een veldje met genummerde vakken voor tijdelijke kampeerders. Wanneer die eerste “amateurtentenopzetters” aankomen, begint voor ons het schouwspel. We zitten eerste rang, of beter nog loge en kijken en genieten van de film die ongeveer zes weken duurt. Toen we de caravan nog maar pas hadden, gingen we nog wel eens toeristische uitstapjes maken, maar dat is zonde van de tijd, want vlak voor onze neus gebeurt zoveel, dat je dit op een dag toeren echt niet kunt beleven. Gisteren is de film weer begonnen. Aan het eind van het pad verschijnt een overjarige Mercedes met een nog krakkemikkeriger karretje erachter. De Mercedes lag zover achterover, dat de uitlaat bijna de grond raakte. Hij draaide het pad op en een blonde dame in campinguniform (trainingspak) stapte uit met een plattegrond van de camping in haar handen. Tegenover ons is nummer 71 en het was al snel duidelijk dat ze daar moesten zijn. 114

Wij zaten onder de luifel voor onze caravan omdat het een prachtige zomerse dag was, met temperaturen van rond de 28 graden. Het was eigenlijk nog iets te vroeg voor de koffie, maar moeder de vrouw heeft het schema wat vooruit geschoven om maar niets te missen van de filmvoorstelling. Ik ben er nog eens goed voor gaan zitten en mijn gemakkelijke stoel en heerlijk onderuit geschoven is dat een onbetaalbare plaats in de meest luxe bioscoop. De auto met het krakende karretje werd vooraan op het veldje neergezet en er tuimelden gelijk twee gillende knapen van rond de 8 á 10 jaar naar buiten. Met een leren voetbal begonnen ze direct aan de strafschoppen. Een tienermeisje stapte uit met een gezicht van iemand die in plaats van mineraalwater uit een fles azijn had gedronken. Het was duidelijk dat ze de auto in gesleurd was, terwijl ze liever bij haar vriendinnen in de stad was gebleven. Toen kwam pa, ook in campinguniform naar buiten. Duidelijk een bouwvakker met een stierennek en handen als kolenschoppen. De broek werd opgehezen. Joviaal werden wij en de andere buren begroet en werd eerst een Zware Van Nelle gedraaid. Al dampend werd het zeiltje van het karretje getrokken. Het uitladen kon beginnen. Je staat er versteld van wat er allemaal in zo een gammel karretje gestouwd kan worden. Allereerst kwam de tent met toebehoren eruit. Toen een opklaptafel met een stapel stoelen, ze waren met z’n vijfen, maar er lagen zeker acht stoelen naast


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

de kar in het gras. Zeker voor onverwachte visite. Het gammele ding was nog lang niet leeg. Er volgden een tweepits gasstel met de bijbehorende gasfles. Opblaasbedden, slaapzakken en voor erg koude nachten ook nog een stapel dekens en kussens niet te vergeten. De stierennek liet zich neerploffen in het gras en ondertussen het zweet afvegend ging hij hijgend en puffend zitten uitblazen. Het bovenste deel van het campinguniform was al uitgetrokken en moeder de vrouw volgde zijn voorbeeld. Intussen kwam het tienermeisje, na wat ongeïnteresseerd te hebben rondgekeken, aangelopen, griste een stoel uit de stapel en ging met de armen over elkaar op een strategisch punt op het veldje zitten Moeders had wat in de kofferbak van de Mercedes zitten rommelen, maar die zat zo vol dat ze zeker niet vond wat ze zocht. Met een schelle stem riep ze “Arie waar heb je m’n bekini gelate, hij sat in een blauwe plastiektas, maar die ken ik niet finde”. Arie de stierennek vond dit op het moment de meest onnozele vraag die je maar kunt stellen, want met veel misbaar werd kenbaar gemaakt dat dit wel het laatste was waar hij naar ging kijken. “Eerst mot die tent overeind Sjaan, dan pakken we de koffer uit en kom je die blauwe plastiek tas wel tegen”. En in die volgorde werd er begonnen, eerst met het opzetten van hun tijdelijk verblijf. Maar dat moest toch nog even wachten, want een buurman van een stacaravan verderop, kwam met de bal onder zijn arm en de twee knullen schuifelend achter hem aan, zijn beklag doen. De bal was al een paar keer in zijn bloemenperk terecht gekomen en dat vond hij genoeg. Dit werd allemaal vriendelijk, in het Frans wel

Pagina 19

te verstaan, want hij komt uit Wallonie, mee gedeeld aan pa Arie. Die verstond er natuurlijk de kauwgomballen niet van, maar begreep dat er iets mis was met zijn koters en de bal. Ze kregen allebei een fikse lel om de oren en met een gebaar van, ‘het zal niet meer gebeuren’, pakte hij de bal aan van de verbouwereerde buurman. Die mompelde nog iets in het Frans en nam daarna zijn plaats op de tribune weer in. Geen beter vermaak dan leedvermaak Zo, het eerste bedrijf hadden we gehad. De twee knullen waren afgedropen naar een speelveldje verderop en dochterlief zat heftig kauwgom knauwend nog steeds ter rechter zijde. De tent werd in het midden van het veldje uitgerold en nu kon het spektakel pas echt beginnen. Het begon ermee dat ze er, na het speurwerk naar de ramen en de ingang, achter kwamen dat het spul met de binnenkant naar buiten lag. Ome Jan werd flink uitgescholden, want die had de tent blijkbaar het laatst gebruikt. Omdraaien de hele boel, daarna de tentstokken aan elkaar zetten en strategies neerleggen zodat ze voor het grijpen lagen. Moeder Sjaan haar kennis van kamperen was duidelijk niet meer dan het tv-programma “campinglife”, want ze liep constant Arie voor de voeten, die beslist ook niet wist hoe het moest. “Ik kruip eronder en jij houd die stok vast,” hoorde ik hem zeggen. En in tijgersluipgang was Arie onder het zeil verdwenen. Het zeil kwam omhoog, maar juist aan de kant waar Sjaan niet stond, dus al scheldend en tierend werd ze naar de andere kant gedirigeerd, alwaar Arie de stok omhoog hield. Eindelijk had Sjaan de stok met beide handen vast en kwam Arie, zwetend als een rund van onder 115


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

het zeil gekropen. Vol overgave kroop Arie met de tweede stok onder het zeil, ook die kwam omhoog, maar Sjaan had al een stok vast dus dat was een probleem. Met een bevelende brul werd dochterlief geroepen om vast te komen houden. Tergend langzaam kwam die bij de hoop zeil aan wat een tent moest worden. Verveeld hield ze de stok vast en Pa kroop er weer onderuit. Vast zetten die handel, hoorde ik hem zeggen en met een hamer werd de eerste scheerlijn vastgezet. Nummer twee volgde, maar de pin bovenaan de stok van de dochter was uit het gaatje gesprongen, dus kwam Arie weer onder het zeil in actie. Ook de zijlijnen werden vastgezet, zodat moeder en dochter weer vrij konden bewegen. Arie deed een paar stappen achteruit om het werk te bekijken. Wat er toen gezegd werd is om de wel bekende reden niet voor herhaling vatbaar. Het hele bouwwerk stond zo scheef, dat de toren van Pisa er jaloers op was geweest. Het was duidelijk dat de stokken die waren gebruikt niet bij elkaar pasten. Zo begon de bouw weer van vooraf aan. Eindelijk, na advies van een doorgewinterde buurman kampeerder, stond de tent dan overeind. Moeder Sjaan klapte het tafeltje open en uit de kofferbak werd een flesje bier omhoog gevist. Uitgeput liet Arie zich in een opklapstoeltje vallen, dat er spontaan de brui aan gaf. In een paar stukken lag het stoeltje in het gras met Arie er tussenin. Op zoveel bruut gebruik zijn die klapzetels niet berekend, dus zijn ze gelijk geschikt voor de schroothoop. Maar het leed was nog niet geleden en het vermaak ook niet. Dochterlief, Trees, want zo heette ze wisten we intussen, wilde dat pa haar luchtbed op ging blazen want madam was moe en wilde gaan liggen. “Als je wil liggen, blaas je zelf maar “brieste Arie. Dat was totaal verkeerd van pa, 116

Pagina 20

want Trees barstte in snikken uit en was het eerste halfuur niet in staat om uit haar stoel te komen. Eigenlijk zou mijn vrouw voor het middageten soep maken en nog iets bakken. Dat hebben we naar de avond verschoven, zodat het middageten bestond uit een broodje kaas, gemakkelijk klaar te maken, opdat ook zij niets van de film hoefde te missen, want de voorstelling liep verder zonder pauze tussendoor.

De bikini van Sjaan De tent stond overeind en Arie zat genietend van een flesje bier in een stoel waar hij heel omzichtig in was gaan zitten Sjaan liep intussen bedrijvig heen en weer tussen de kofferbak en tent. Onvoorstelbaar wat daar allemaal uit kwam. Tassen, tassen en nog eens tassen vol. Maar het zware werk lag onderin en daar was Arie voor nodig. “Arie kom us effe helpe, ik ken dat allemaal niet tille”. Arie was niet te beroerd en met intussen ontbloot bovenlijf ging Arie aan het werk. Ik had best wel een idee dat de kofferbak van een Mercedes behoorlijk wat kon bergen, maar wat daar allemaal uit kwam tart elke beschrijving. Een doos met potten en conservenblikken, van doperwtjes tot rode bietjes en van appelmoes tot spinazie, het hele scala aan ingeblikte vitaminen kwam er uit. Een krat bier, van één of andere onbekende brouwerij, blijkbaar Arie zijn lievelingsmerk. Een half mud aardappelen en nog een doos met allerlei etenswaren. Of ze hebben gedacht dat in Zeeland niets te koop was of dat het hier niet te pruimen is.


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 21

In ieder geval was er genoeg voorraad voor een week of vier.

Met vereende krachten van Arie en Sjaan, werd het karretje achter de tent gezet.

Sjaan had ook haar blauwe plastiek tas gevonden en was er mee in de tent verdwenen. Na een duidelijk zichtbare worsteling had ze zeker de moed opgegeven, want Arie werd erbij geroepen. “Mot dat sluitinkje nou an de bovenkant of an de onderkant?” Arie zijn kennis van bikini’s was ook niet alles, dus werden beide mogelijkheden door Arie uitgeprobeerd. En jawel, na wat experimenteren was het gelukt. Arie kwam met een brede grijns naar buiten gevolgd door Sjaan. Ik heb in mijn leven heel wat bikini’s gezien, maar deze sloeg werkelijk alles. Rood, groen en geel van fluorescerende stof met allerlei glinstertjes en aan het bovenstukje zaten ook nog twee kleine kwastjes, elk op een plek die geen uitleg behoeft. Mijn vrouw en ik hadden gelukkig allebei een zonnebril op anders waren onze ogen beslist op hol geslagen van zoveel glinster en felle kleuren.

Arie startte de Mercedes en reed hem achteruit naast de tent, die plotseling naar één kant werd getrokken en met een doffe knal vloog er een scheerlijn door de lucht. “Je staat te dichtbij” gilde Sjaan, maar dat had Arie ook al gezien. Na nog een paar manoeuvres stond de auto op de juiste plek, volgens Arie. Nadat de scheerlijn was hersteld, begreep ik pas waarom de auto zo dicht naast de tent moest staan. Er was uit het karretje een voor ons onduidelijke vierkante bak gekomen. Dat bleek een koelbox te zijn, die op 12 volt werkte en de aansluiting op de sigarenaansteker in de auto was juist bereikbaar voor het snoertje van de koelbox.

Als een pauw liep Sjaan rond, een beetje naar rechts trekkend onder het lopen. Ik keek nog eens goed en constateerde dat haar rechter borst groter was dan de linker, vandaar waarschijnlijk het euvel. Maar dat zijn slechts kleine bijkomstigheden. De keuken moest worden geïnstalleerd in het voorportaal van de tent. Dat was natuurlijk de taak voor Arie. Uit de kofferbak kwam een grote gereedschapskist en onder toeziend oog van Sjaan werd het gasstel op een tafeltje gezet, de gasfles eronder en Arie met een grote baco zorgde voor de aansluiting.

Prima overburen De kofferbak en het karretje waren leeg. De Mercedes stond weer recht en het karretje stond duidelijk hoger op de wielen.

Na alle perikelen rondom onze nieuwe overburen was het intussen avond geworden en werd de barbecue te voorschijn gehaald. Het aansteken had Arie zeker meer gedaan, want die was na enige tijd bedrijfsklaar zonder dat iemand gewond was geraakt. Na de nodige hamburgers, worsten, kippenvleugeltjes en flesjes bier, werd het stilaan tijd om de slaapplaatsen op te zoeken. Het bleef rustig en kalm, dus namen wij aan dat iedereen ter ruste lag. Twee weken zijn onze overburen gebleven, en het bleken prima lui; gemoedelijke mensen. Toen ze weer vertrokken op huis aan, hebben ze ons verzekerd dat ze nog nooit zo een mooie vakantie hadden gehad. Het is weer als vanouds rustig op de camping. Maar de zomer is nog niet voorbij en de plek voor onze caravan is nog leeg, dus er kan nog van alles gebeuren. 117


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 22

Sokken uit Hulst Het lijkt nu onbestaanbaar, doch nog in 1949 telde Zeeuws-Vlaanderen 28 textielfabrieken met in totaal bijna 2300 werknemers.

Bij ‘textiel’ denk je eerder aan Twente dan Zeeland. Maar nog altijd is volgens Wikipedia de vlasteelt voor linnen geconcentreerd in Zeeuws-Vlaanderen naast België en NoordFrankrijk. Ook de teelt meekrap is aan Zeeland verbonden. De wortels van de plant werden gebruikt om er de kleurstof alizarine ofwel Turks rood te produceren voor leer en textiel. De textielindustrie wist zich tot omstreeks 1965 goed vertegenwoordigd, doordat fabrieken in België in de Eerste Wereldoorlog stil 118

kwamen te liggen. Ondernemers verplaatsten de productie naar Zeeuws-Vlaanderen. Zeeuwen als Emile Th.Lockefeer uit Hulst zagen desalnietemin bij de zuiderburen een textiel- en sokkentekort ontstaan. Zo kon Mi-lock haar oorspronkelijk kleinschalige productie opschroeven. De sokkenfabriek Mi-lock heeft bijna 75 jaar bestaan.


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 23

Adiós Nonino Muriam Nelissen

Vandaag zijn de tomaten en sla voor de helft van de prijs. Al gauw zitten ze in Yona’s mand. Een windvlaag maakt dat ze even rilt. Ze zet haar kraag op en loopt verder. Marktkooplui verheffen hun stem om de laatste waar aan te bieden. Ze tuurt hen voorbij, haar blik gericht op het laatste kraampje. Ja hoor, ze zijn er nog, de rode rozen. Yona blijft staan en kijkt naar de prijs. Wel veel geld. Ze loopt door. Blijft weer staan en komt terug. ‘Mooie rozen, mevrouw,’ prijst de marktkoopman zijn bloemen aan. ‘Twee bossen voor de prijs van een.’ Aarzelend pakt Yona haar portemonnee en haalt de munten er een voor een uit. Ze houdt ze even vast…en stopt ze weer weg. Nee, toch niet. Of…? ‘Prima rozen, eersteklas kwaliteit… ze móeten weg vandaag!’ dringt de man aan. Weer kijkt Yona naar de rozen. Vastbesloten knikt ze. Ze gaat zichzelf verwennen. Ze kijkt de man aan en lacht naar hem. ‘Graag de mooiste,’ zegt ze. ‘Is het een cadeau?’ Yona knikt, haar gezicht wordt warm. ‘Voor mezelf. Ik ben jarig vandaag.’ De man maakt een boeket van de rozen en schikt er de laatste bos gipskruid tussen. ‘Voor je feest,’ zegt hij met een knipoog. Hij pakt de bloemen in cellofaan en draait er bij de stelen een rood en een roze geruit lint omheen. De uiteinden bindt hij bij elkaar in een grote strik. Hij buigt zich over de houten planken van de kraam heen en geeft Yona de bloemen aan. Haar hart maakt een sprongetje, ze kan wel dansen. Een streng haar waait voor haar ogen. Vlug stopt ze de lok met haar vingers achter haar oor en geeft de man het geld. ‘Veel plezier ermee.’ ‘Dank u wel,’ zegt Yona. Ze legt de bloemen voorzichtig tussen de hengsels van de mand, boven op de boodschappen. Nog even kijkt ze om, vangt de blik van de man en steekt haar hand op. Dan loopt ze de markt af en de oprit op. In de richting van de boulevard. Haar lange rok waait op. Het paars is geen paars meer, het oranje is wat valer. Maar het geel is nog mooi en het blauw lijkt als altijd op de lucht uit Argentinië. Haar feestrok. De rok die haar moeder haar jaren geleden heeft opgestuurd. Ze had er heel lang voor gespaard en Yona kon er geen afstand van doen. Op de boulevard gaat ze linksaf. Het water slaat met kracht tegen de glooiing omhoog. Rolt weer weg en rent opnieuw de helling op. Vanuit Antwerpen vaart een schip de Noordzee op, door de vaargeul die hier pal langs de kust loopt. Zouden er passagiers aan boord zijn? Lang geleden was zij zo in Antwerpen aangekomen, meegevaren met haar man Jan, stuurman op de grote vaart. Ze ziet hem nog staan op de brug, zijn blonde krullen wapperend in de wind. De eerste keer dat ze hem had ontmoet, was in Buenos Aires in de parrillada, het barbecuerestaurant, waar ze werkte. Ze was verliefd geworden op zijn blauwe ogen. Haar collega’s hadden het al gauw door. En vanaf dat moment hield iedereen de komst van Jan in de gaten. Als Yona niets gezien had, kreeg ze plagend een zet: 119


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 24

‘Jij helpt Blauwoog zeker?’ Op een dag was ze voor hem gevallen. Over zijn tas die, ongelukkig neergezet, naast de tafel stond. Hij was gelijk opgestaan en had zich over haar heen gebogen. ‘Kun je overeind komen?’ Ze knikte en pakte zijn hand. Voorzichtig hielp hij haar opstaan. Ze wreef over haar knieën, bewoog haar polsen. Hij keek haar vragend aan. Ze schudde haar hoofd, haalde haar schouders op en lachte naar hem. ‘Het valt mee.’ ‘Hoe kan ik het goedmaken?’ vroeg hij. Maar ineens knikte hij. ‘Ik weet het. Ik heb nog nooit Creools gegeten in Argentinië. Weet jij een leuk restaurant?’ ‘Si, ik weet er een hier vlakbij.’ Ze begon met haar handen te gebaren. ‘Je bent morgen vrij, toch?’ onderbrak hij haar. Ze knikte. ‘Dan mag je het mij laten zien en trakteer ik je.’ Langzaam kroop er een tintelend gevoel onder haar huid omhoog, ze vergat bijna adem te halen. Vanaf dat moment ontmoetten ze elkaar zo eens in de zes weken. En de laatste keer was hij zijn hele verlof bij haar geweest. Het gekriebel was steeds intenser geworden. Yona had er dan ook niet lang over hoeven nadenken toen Jan haar vroeg of ze mee wilde gaan naar Nederland. Het bankje waar ze langs komt, is leeg. Yona gaat even zitten. Het schip is uit het zicht verdwenen. De golven zijn gebleven en brengen haar terug naar de maand voor haar vertrek. Jan was gekomen om kennis te maken met haar ouders. Hun geelgroene houten huis stond in de wijk La Boca. Daar woonden vissers zoals Yona’s vader. Met Jan naast zich, had het huisje er anders uitgezien. Vervallen. En de kleuren waren mat. Moeder stond in de deuropening. Ze had de jurk aan die Yona voor haar had gekocht. Yona voelde hoe Jan zijn duim en wijsvinger in haar hand knepen. Zijn Spaans was beter dan ooit. Als de dag van gisteren herinnert ze zich, hoe ze warm werd van binnen. Blij. Ze kon Jan met een gerust hart mee naar binnen nemen. ‘Een goede man, liefje. Ga maar mee met hem,’ zei haar moeder na de barbecue zachtjes. En ze glimlachte haar tranen weg. ‘Jij moet het beter krijgen dan wij het hebben,’ zei ze. Dat had ze altijd gezegd. En het had gemaakt dat Yona de lange reis naar haar nieuwe vaderland met Jan had aangedurfd. Haar ouders konden meevaren met Jan. Ze konden komen logeren en zij zou hen verwennen. De brok in haar keel had ze weggeslikt. Krijsend vliegt een meeuw voorbij en even later nog een. Net alsof ze roepen ‘weet je nog die eerste keer dat je hier met Jan liep?’ Ze weet het. Ook al is het ruim twintig jaar geleden. Met een zucht staat ze op. Veel te gauw is ze bij het standbeeld van Michiel de Ruyter. Ze blijft staan, drinkt de zeelucht in en voelt haar ogen prikken. Jan is er niet. Op een dag als vandaag mist ze zijn armen om haar heen meer nog dan anders. En haar hart voelt zwaar. ‘Waarom ga je niet terug?’ had de een na de ander haar gevraagd. Maar hier had ze een baan. Hier woonden de kinderen, al waren de universiteiten in Groningen en Amsterdam niet om de hoek. Haar mand wordt zwaar, ze pakt hem over in haar andere hand. De rozen prikken door het cellofaan heen… en ze haalt diep adem. Weg herinneringen. Ze gaat er een mooie dag van maken vandaag. Ze steekt over en zet de mand even neer, voor ze de afrit naar beneden neemt. Ze leunt tegen het einde van de stenen muur. Ook op deze vroege herfstdag verwarmen de stenen de huid van haar benen. Ze voelt de zon op haar rug. Zo’n zeven meter beneden haar ligt de oude binnenstad, het Beursgebouw en het Bellamypark. Rechts liggen de loodsboten te wachten op werk. Hoort ze het goed? Zijn dat de klanken van een viool? Ze drijven haar kant op. Haar hart veert op. Muziek. Weer borrelt het van binnen. Steeds meer. Gauw pakt ze haar boodschappen op. Ze gaat naar beneden. De muziek tegemoet. 120


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 25

Onderaan de afrit ontdekt ze hem. Op de andere hoek bij de kopwand van de haven. De man met de viool. Hij zit voorovergebogen op een kruk. Zijn jas wappert in een vlaag herfst over de grond. Onder zijn hoed dansen krullen zwartgrijs haar in het ritme mee. Net als de damp uit de beker, die de man naast zich op de grond zet. Yona loopt naar de man toe. Anderen lopen hem druk kletsend voorbij, zoeken het café op. Ze zien niet dat hij met zijn rechterhand even schokkerig de klankkast van zijn viool streelt, voordat hij hem weer oppakt. Ze zien niet dat hij hem een paar keer heen en weer schuift over zijn sleutelbeen, voordat de viool op de goede plaats ligt. Ze zien niet dat zijn vingers zich moeilijk om de snaren krommen. Alleen wanneer hij onwennig, lijkt het, zijn snaren bij stemt, kijken ze verstoord om en lopen nog sneller op de deur van het café af. Als ze vlakbij is, kijkt hij op en er gaat een rilling door hem heen. Zijn wangen krijgen meer kleur en in zijn ogen komt een lichtje. Het lichtje lijkt weg te reizen, hem mee te nemen. En zijn vingers reizen mee, over de snaren. Ze slepen net als de strijkstok. Melancholiek klinkt de muziek en even houden vingers en strijkstok de adem in… Ze brengen haar thuis. Vlinders en hommels dartelen over de snaren en strelen haar ziel in steeds groter wordende golven. De klanken van de taal en het lied van de natuur. De mensen, sensueel bewegend op de tangomuziek. De geuren van citroenverbena en het aroma van mirte. De man…deze man speelt de bandoneón in Adiós Nonino. Ze voelt haar hart meebewegen op de emoties van dit lied en de laatste noten trillen na op haar lippen. Tranen hangen aan haar wimpers als ze begint te klappen, steeds enthousiaster tot haar lichaam danst en haar rok wild meewaait met de wind. De man bedankt haar met een knikje. ‘Prachtig!’ De trilling kan ze niet uit haar stem weren. Snel pakt ze haar portemonnee en haalt er wat geld uit. Zijn hand voelt mager en koel aan als ze hem de munten geeft. ‘Dank u.’ Er komen kuiltjes in zijn wangen. De zon maakt hem prachtig. Maar de wind is toegenomen en de man trekt zijn jas dichter om zich heen. Hij bukt zich om zijn viool in de koffer te doen. Voorzichtig spreidt hij er een doek over uit en doet de koffer dicht. Yona wacht tot hij weer overeind komt en zegt: ‘Het was net of u dit lied op de bandoneón speelde, een tango uit het land van mijn jeugd.’ ‘Dank u wel, dat vind ik een compliment.’ Weer zijn daar die lichtjes in zijn ogen. ‘Wilt u het nog een keer voor mij spelen?’ De man kijkt naar zijn vingers. Hij schudt zijn hoofd. ‘Mijn handen zijn te koud.’ ‘Alstublieft,’ dringt Yona aan. Opnieuw schudt hij zijn hoofd. Zijn vingers lijken wel dood, maar ze wil zo graag vandaag nog een keer de warmte van thuis beleven. Wat nu? Ineens voelt ze een glimlach over haar gezicht kruipen. Haar hoofd komt omhoog. ‘En als ik u vraag om mijn avondeten met mij te delen, speelt u dit lied dan nog een keer voor mij? Met deze muziek is het net of mijn familie vandaag bij mij is. Ik ben jarig, weet u.’ Ze houdt haar adem in. Ziet ze weer die kuiltjes in zijn wangen? Hij kijkt haar aan, indringend. Langzaam krijgt haar hart dat blije, lichte gevoel. ‘Oké, Adiós Nonino is mijn lievelingslied. De muziek herinnert mij aan de ontmoeting met mijn vrouw… Even blijft het stil. Hij bukt zich en pakt zijn viool. Hun ogen vangen elkaar opnieuw: ‘Je lijkt op haar.’ Dan glijden zijn vingers over de snaren. Op zoek naar Adiós. 121


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Bombardement Middelburg 17 mei 1940 Drieluik Johannes Herman Buma Stadsdichter van Middelburg 1. Bombardement herdenken. (fragment) Dit jaar zal niet zwijgend staan, wij gaan het bombardement herdenken. Bijna vergeten hoe intens hoe omvangrijk dat toen was, het hart uit de stad gereten, zelfs niet meer verteld in de klas. Oude ontroerde monden vertellen, beantwoorden vragen van jonge mensen, zeggen woorden: vuur rook, verwoesting puin, verlies verdriet gekerfd in de ziel, de zon ging dicht, huis verloren en de zaak, Stadhuis, Abdij Lange Jan een skelet in het laatste licht.

Pagina 26

2. Middelburg gebombardeerd Toen zij in hun huis aan de Langeviele, dat tot stilstand was gekomen na het dreunen trillen, ontwaakten uit een boze droom die werkelijkheid was, toen de donderende angstaanjagende geluiden waren verstomd, het felle licht van hemelhoge vlammen gedoofd, durfden zij naar buiten komen in de straat, hun straat die gespaard gebleven was, zijn zij gaan lopen, de kleine jongen aan zijn vaders hand. Probeerden te wennen aan de stank van het allesgecremeerde, dat nog nasmeulde, hand voor de mond, zijn zij op voorzichtige voeten in de richting van de Markt gegaan, waar zij staande alles plat zagen, in puin. Hun ogen herkenden niet meer, dat kwam niet alleen door tranen. De jongen, nu ouder dan zijn vader toen, hoorde pa diep zuchtend zeggen (hij hoort het nu nog in zijn hoofd): “Kijk, jongen daar aan de overkant van de Markt zie je huizen van de Spanjaardstraat�.....

3. Na het bombardement Op de straat vol brokken steen plassen rookstank in mijn neus, sta ik en kijk naar wat ons huis eens was, hoog een haardvloer aan de schoorsteen daarop scheef het fornuis zinloos nu dwaas doelloos. Tussen het puin flarden gordijnen splinters ramen onze kamerdeur door mijn betraande ogen daar: moeder dapper wankelend hield zij zich staande de rode broodtrommel onder haar arm later bleek daarin slechts een wekker.

122


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 27

Rats, kuch en... Tjebbe van Dijk

Er word op de schuurdeur gebonkt. ‘Opa, ben je hier?’ ‘Bart?’ ‘Jaha.’ Ik doe de deur van het slot. ‘Ha, jochie, kom je eens kijken? Ik ben met een kar voor Roel bezig, als verrassing voor zijn verjaardag. Zou je broertje deze kleur verf mooi vinden?’ Bart knikt. ‘Ik kan heel goed een geheim bewaren. Kijk maar, dan doe ik mijn mond op slot.’ Hij pakt zijn lippen tussen duim en wijsvinger en klemt ze op elkaar. Ik woel even door zijn haar. ‘Kom, ik wilde net koffie gaan drinken. Wil jij chocolademelk?’ ‘Ja, lekker warme.’ ‘Met slagroom, zeker?’ Bart gaat aan de keukentafel zitten met zijn handen om de Harry Pottermok. ‘Roel zal wel blij zijn. Hij zeurt er al heel lang om.’ ‘Da’s mooi dan. Weet je, die kar doet me denken aan de oorlog.’ ‘Had jij er ook een in de oorlog?’ ‘Nee, maar ik was toen wel net zo oud als jij nu bent. In de laatste jaren van de oorlog hadden we weinig en soms niks te eten. Dan konden we alleen eten halen bij de gaarkeuken. Maar na dat eten rammelde je buik nog van de honger.’ Met de rug van zijn hand veegt Bart zijn mond schoon. Gaat er dan eens voor zitten. ‘Ik had een vriendje, Jopie heette hij en wij speelden veel in het bos. Daar woonden wij toen vlakbij. Ik hoefde het hek maar uit, de straat over en kon dan zo het bos in.’ ‘Dat zou ik ook wel willen. Kon je daar ook boompje klimmen?’ ‘Zeker! Jopie en ik hadden drie dikke beuken ontdekt. Die stonden vlak bij elkaar. We namen dan een touw mee en dat slingerden we over de onderste tak en dan konden we van tak naar tak helemaal naar boven klimmen en dan weer overstappen op de volgende boom.’ ‘Tjeempie. Waren dat hoge bomen?’ ‘Nou! Het was best een beetje eng om van de ene naar de andere boom te gaan.’ ‘Ik denk dat ik dat niet zou durven.’ ‘Vast wel. Maar wij hadden dus altijd honger en op een dag ontdekten we bij een grote villa met wel dertig kamers, waar de mo… Duitsers woonden, een grote groene tent.’ Bart ondersteunt zijn hoofd met beide handen. ‘Nou mocht je daar helemaal niet komen, want overal stonden borden waarop stond: Spergebiet. Dat betekende dat die plek van de Duitsers was en dat er niemand anders mocht komen.’ ‘Hadden die Duitsers dat dan ingepikt?’ ‘Ja, dat en op nog veel meer plekken mochten wij niet komen. Jopie en ik wilden toch graag eens in die tent kijken. Dat snap je. Misschien lag er wel eten in! Achter de tent waren grote rododendronstruiken. De tent stond er bijna tegenaan. Daarachter begon het bos. We zouden er zo naar toe kunnen sluipen. Jopie en ik besloten om het erop te wagen. Voorzichtig slopen we tussen de sparrenbomen dichterbij. Dit stuk bos was al verboden gebied. Je moest goed oppassen waar je je 123


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 28

voeten neerzette, want er mocht natuurlijk geen takje kraken. Toen we bij die grote struiken aankwamen, lieten we ons zakken en op onze knieën kropen we naar de tent toe. Takken schuurden over onze rug. Langzaam kwamen we dichterbij. Telkens stopten we om goed te luisteren. Maar toen we er bijna waren, zagen we ineens twee Duitse soldaten staan. We schrokken ons rot, want ze hadden allebei een geweer.’ ‘Was je erg bang?’ ‘Ja, natuurlijk was ik bang, stel je voor dat ze op ons zouden schieten. Ik moest ook opeens plassen. Maar we durfden ons niet meer te verroeren en hebben, ik weet niet hoe lang gewacht tot ze eindelijk weggingen. Toen zijn we gauw naar huis gerend, maar we hadden zo’n honger dat we afspraken dat we het de volgende dag nog eens zouden proberen.’ Bart luistert met grote ogen. ‘Wil je nog meer horen?’ ‘Ja, natuurlijk.’ ‘De volgende dag regende het. Dat was niet leuk, maar misschien vonden die Duitsers het ook wel niet leuk. We kropen weer onder de rododendronstruiken door. Toen we dicht bij de tent waren, stopten we. We zagen en hoorden niets. Alleen de regen. We keken of we onder de tent door naar binnen konden kruipen. Dat ging! Op ons buik wurmden we ons onder het tentzeil door. Er lag een stapel platte kisten maar daar konden we makkelijk overheen kruipen. Binnen wachtten we weer even. Je hoorde de regen op het canvas tentdoek tikken, maar verder was het stil. Jopie keek me aan en glimlachte. Er stonden een heleboel manden met spullen. Vlak voor onze neus stond een grote stapel groene blikken. Zou het eten zijn? Misschien wel soep of zo. Er stond geen plaatje op, wel Duitse woorden. Jopie schudde met een blik. ‘Misschien suiker?’ fluisterde hij zachtjes. ‘Of meel?’ Ik haalde mijn schouders op. Het maakte niet uit, als je honger hebt is alles welkom. We pakten een stuk of wat blikken en rolden die zachtjes onder het zeildoek door in de struiken. Iedere keer stopten we even om te luisteren. Maar we hoorden niets. In een andere mand lagen kuchen. ‘Kuchen?’ ‘Dat zijn een beetje zurige Duitse broden.’ Jopie en ik pakten er ieder een en we kropen weer onder het zeil door naar buiten. ‘Werda,’ werd er ineens geschreeuwd. ‘Wat betekent dat?’ ‘Wie is daar. Mijn hart stond stil. Ik keek naar boven en moest tegen de regen knipperen, maar zag twee soldaten met een geweer in hun hand, mét een bajonet erop. Dat is soort grote dolk. Ze gebaarden met die geweren dat we moesten gaan staan. Met knikkende knieën krabbelden we overeind. Daar stonden we dan met ieder een kuch in onze handen. De geweren op ons gericht. Mensen, wat zaten wij in onze rats. De soldaten zeiden iets in het Duits tegen ons, maar dat verstonden we natuurlijk niet. Ruw pakten ze de kuchen weer af en schreeuwden: ‘Fort!’ Wij zijn zonder om te kijken weggehold. Ik kreeg van mijn moeder, jouw overoma, flink op m’n kop. Mijn broek zat onder de modder en we waren kleddernat.’ Bart zucht. ‘Wat gemeen van die soldaten zeg. Zo lelijk doen om een stom brood. Ze wisten toch wel dat jullie erge honger hadden? En jammer ook van die blikken met soep.’ ‘Nou, die blikken hebben we twee dagen later opgehaald.’ ‘Gaaf zeg, durfden jullie dat nog?’ ‘Ja, maar jammer genoeg was het geen soep, maar een ander soort poeder. Het smaakte heel vies. 124


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Mijn vader is met een klein beetje ervan stiekem naar een drogist gegaan. Na een paar dagen hoorden we dat het kruit was. ‘Kruit?’ ‘Buskruit, zoals in kogels zit.’ ‘O, dus gevaarlijk!’ ‘Met de drogist heeft mijn vader toen afgesproken dat iemand van het verzet de blikken zou komen ophalen. ‘Verzet?’ ‘Dat waren Nederlandse mensen die de Duitsers zoveel mogelijk probeerden te hinderen. Ze staken bijvoorbeeld Duitse vrachtauto’s in brand en maakten valse persoonspapieren en nog veel meer. Van mijn vader hoorde ik dat de blikken tegen donker waren opgehaald door een jonge vrouw met net zo’n karretje als ik nu voor Roel aan het maken ben. Dat was gevaarlijk, want ze mocht niet gepakt worden door de Duitsers. In die kar was een dubbele bodem gemaakt zodat je niet direct kon zien wat er nog meer in zat dan dennenappels.’ ‘Wat slim.’ ‘Ja, en weet je… het verzet heeft het kruit goed kunnen gebruiken. Maar dat hoorde ik pas ná de oorlog. Mijn vader wist het, maar wilde het niet aan mij vertellen, bang dat ik mijn mond voorbij zou praten. Een paar weken later hebben mensen van het verzet ingebroken in een distributiekantoor. En daar alle voedselbonnen gestolen en weet ik wat nog meer. Daarna hebben ze het gebouw laten ontploffen. Het kantoor was helemaal afgebrand.’ ‘Net goed! Maar jij had je mond toch wel gehouden, hè opa? Ik zeg ook niks tegen Roel. Waren jouw vader en moeder niet bang toen ze hoorden van die soldaten bij de tent?’ ‘Ben je gek. Dat hebben we nooit tegen hen gezegd. Jij bent de eerste die het te horen krijgt.’ Bart kijkt me glunderend aan. ‘Krijgt die kar van Roel ook een dubbele oorlogsbodem?’

Pagina 29

Foto Tanja Harpe

Ver-zoenmeisje Tanja Harpe Daar staat zij dan vol verwachting naar wie komt klaar voor ont-moeting met wie wil zij is niet bang te worden afgewezen open en vertrouwend is zij daar. Totaal niet bezig met het doen of zijn laat staan met hebben of bezitten zij is ontspannen en totaal aanwezig zij oordeelt niet voor haar is iedereen gelijk zij is…. en blijft voor eeuwig jong èn onbevangen wat kan een mens nog meer verlangen? Bent u boeddhist of christelijk of jood gelooft u niets of bent u islamiet? Zo kijkt zij niet ieder is welkom met getuite lippen staat zij klaar: ver-zoent u maar… 125


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

Het weer in Zeeland

www.meteozeeland.dds.nl

Nieuws PZC

www.pzc.nl

126

11:05

Pagina 30

App vvv Zeeland

www.vvvzeeland.nl

Nieuws Omroep Zeeland

www.omroepzeeland.nl


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 31

Nawoord: Eén boek veel schrijvers veel fotografen Dit boekje, waarin we wetenswaardigheden uit de prachtige woon- en vakantieprovincie combineren met mooie foto’s en verhalen en gedichten, kon alleen maar ontstaan dankzij samenwerking en creatieve bijdragen van veel (vaak Zeeuwse) schrijvers, fotografen en ook instellingen:

Fotografie: Ben Seelt cover en pagina 4 en 5, 10 en 11, 29, seeltfotografie.nl Sky Pictures pagina 20, 68, 81, 82 en 83, 84 en 85, 86 en 87, skypictures.nl Ton Homans, Newton en archief Florad Marketing Group. Kaarten plancius.nl Bezoekerscentrum ‘t Zwin & Provincie West-Vlaanderen Bijdragen aan de DNA-beeldbank laat zeelandzien.nl van: Your Captain Luchtfotografie, Paul van Bueren, Willem Woznitza, Eddy Westveer, Ben Biondina, Felice Buonadonna , Dennis Wisse en John de Jong. Koningin Julianaschool & Zeeuws Documentatiecentrum (Zeeuwse Bibliotheek) Foto’s & tekst: Tevens dankzij Zeeuwse Dagattracties en Musea & Florad Marketing Group Alledeske en de teloorgang van Het Zwin Verliefd op Zeeland Struisvrouwmens De aparte smaak Zeewiergenot Credo van de strandpalen Ons dorp in oude ansichten Één dag den rieksten Vlucht uit de stad Een bezoek aan het dorp Overslag Zeeland Wissenkerke, uit de zee herrezen Vestingstad IJzendijke, een ode Camping Perikelen Adiós Nonino Bombardement Rats, kuch en ... Ver-zoenmeisje

Peter J. L. de Lijser Benn Flore Jan Zwemer Rachel v.d. Velde Sepp Vermeulen Hanna Terlaak Catharina Slaakweg - de Vos Jan Lauret Coby Termijn Wim Hendrikse Doede Holtkamp Fiona Hack Wilfried Vanneste Kees van Boven Muriam Nelissen Johannes Herman Buma Tjebbe van Dijk Tanja Harpe 127


BinnenwerkKatern4:Opmaak 1

11-07-2012

11:05

Pagina 32

Colofon ‘Ik lees Zeeland’ is het resultaat van samenwerking tussen . Benn Flore voor het label ‘Benn in Books’ van Florad Marketing Florad tekende voor het concept, titel en vormgeving (www.florad.nl) . Frank Ogink van Zeeuwse Zaken Zeeuwse Zaken tekent o.a. voor de distributie (www.zld.nl) . Fiona Hack van De Klimmende Ster Als uitgever onder meer verantwoordelijk voor de relatie met schrijvers, fotografen en boekwinkels (www.deklimmendester.nl) Verantwoordelijk uitgever: © De klimmende Ster ISBN/EAN: 978-90-819017-1-0 NUR-code: 100 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, geluidsband, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. 128

Ik lees zeeland  

Achtergronden, geschiedenis, toeristische Attracties en korte verhalen van verschillende schrijvers over Zeeland.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you