Page 1

ARTI LEGI

HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT Nico Habermehl

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 1


ARTI LEGI

HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT Nico Habermehl


Inhoudsopgave

Inleiding 6 Omgeving: de Markt 7 Voorlopers: Stadsschool (1407-1573), Artilleriemagazijn (1573-1611), Boterhuis (1611-1853) 9 Desiderius Erasmus (1469-1536) 10 Arti Legi: bouw en inrichting (1853-1855, 1886), onderhoud 15 Stadstekenschool (1855-1866), Burgeravondschool (1866-1871) 18 Johannes Jacobus Bertelman (1821-1899) 19 Kantongerecht (1855-1972) 20 Schuttersraad (1855-1907) 23 Kamer van Koophandel en Fabrieken (1855-1923) 24 Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs (1859-1930) 24 Openbare terechtstelling voor Arti Legi (1860) 25 Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs (1867-1936) 26 Openbare Gezondheidscommissie (1867-1902) 26 Stedelijke Muziekschool (1871-1900, 1971-1978) 27 Museum van Oudheden (1874-1939) 30 Jacobus Nicolaas Scheltema (1821-1905) 32 Gijsbertus Cornelis Helbers (1902-1990) 35 Dependance politiebureau (1940-1957) 36 Cornelis Hess (1893-1956) 37 Hoofdkwartier Binnenlandse Strijdkrachten (1945) 38 Rode Kruis (1957-1960), Bescherming Bevolking, Afhaalpost voor visvergunningen 39 Op zoek naar een nieuwe bestemming (1972-1983) 39 Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (1983-2010), Afdeling Voorlichting (1984-1989), Politiepost (2008-2010) 40 Achtergebouw: woning (vanaf 1993) 42 Voorgebouw: expositie- en ontvangstruimte (vanaf 2012) 42 Louwrens (1955) en Gerda Dijkstra (1958) 43 Verantwoording 48 Colofon 50

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 5


ARTI LEGI

HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT Nico Habermehl

Ruim anderhalve eeuw neemt het karakteristieke witte gebouw in de Regenboog aan de Markt te Gouda een prominente plaats in. Eerder stond op deze plaats de Stadsschool waar Erasmus de beginselen van het Latijn leerde. In 1573 maakten de leerlingen vanwege de oorlogsomstandigheden plaats voor kanonnen en geweren, die in het pand werden opgeslagen. Nadat het ergste gevaar was geweken, bood het gebouw onderdak aan de botermarkt. In 1853 werd de botermarkt verplaatst naar de onderkant van het stadhuis. Het bouwvallige pand viel daarna onder de slopershamer. Op de opengevallen plaats verrees het monumentale gebouw Arti Legi (voor de Kunst, voor de Wet), dat in de loop der tijd tal van organisaties onderdak heeft geboden. Louwrens en Gerda Dijkstra kochten het voorgebouw in 2011. Een ingrijpende en smaakvolle restauratie volgde. Sedert die tijd doet het pand dienst als expositie- en ontvangstruimte.

6 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Markt met Arti Legi schuin achter het stadhuis, 1927

Omgeving: de Markt ‘De schoonheid [van de Markt] ligt meer in de vorm en de maten van het plein dan in de architectuur van de gebouwen eromheen’, aldus een treffende typering van Wim Denslagen in 2002. Inderdaad maakt het met klinkers bestrate driehoekige marktplein met daarop centraal gelegen het schitterende gotische stadhuis een ruimtelijke indruk. De gevelwand daarentegen is minder monumentaal met veelal onopvallende huizen, thans overwegend in gebruik als winkel, café of restaurant. Enkele karakteristieke panden zoals koffiehuis De Harmonie (nummer 39) en herberg Het Herthuis (nummer 59-61), dat in de zeventiende eeuw uitgroeide tot het belangrijkste etablissement van Gouda, hebben nieuwe, minder aansprekende gevels gekregen. Desondanks zijn er aan de Markt enkele fraaie gebouwen te vinden. Het meest opvallend is de in 1668 gebouwde Waag, naar een ontwerp van Pieter Post. Om haar as te laten samenvallen met die van het stadhuis, ging de bouw gepaard met een doorbraak in de gevel-

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 7


Uitvoering van ‘Gouda’s heilzang’ op de Markt tegenover Arti Legi ter gelegenheid van het kroningsfeest van koningin Wilhelmina op 31 augustus 1898

wand van de Regenboog, zoals de noordoostelijke zijde van de Markt werd genoemd. Herberg De Zalm bevond zich hier al in de zestiende eeuw. Bij de verbouwing in 1670 legde het stadsbestuur de herbergier de beperking op dat de goothoogte zes voet lager moest zijn dan die van de Waag. Dit laat het belang zien dat de stadsbestuurders aan het uiterlijk van het marktplein hechtten. Overigens is in de negentiende eeuw De Zalm alsnog hoger opgetrokken. Het voormalige politiebureau (nummer 72), met een voorgevel in de stijl van de Hollandse renaissance, dateert uit 1900. Logement Boskoop (nummer 2) kreeg in 1797 een strakke voor- en achtergevel in sober baksteenclassicisme. Verder is sedert 1855 op nummer 27 het statige Arti Legi gesitueerd. Vanaf het bordes van het stadhuis richtten de stadsbestuurders zich bij officiële gelegenheden tot de op de Markt verzamelde inwoners. Hier aanschouwden dezelfde inwoners het ten uitvoer brengen van doodvonnissen, voor het laatst in 1860. De rederijkers hielden er hun toneelspelen. Na de komst van de Fransen in 1795 werd op de Markt rond de vrijheidsboom gedanst. Duitse soldaten marcheerden 1940 luid zingend als overwinnaars over de Markt.

8 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Kermis op de Markt in 1858. Op de achtergrond is de bovenverdieping van Arti Legi zichtbaar. Olieverfschilderij van tekenleraar J.J. Bertelman

Vijf jaar later werden de geallieerden als bevrijders door de Gouwenaars voor Arti Legi toegejuicht. Op de Markt vond de jaarlijkse kermis plaats. Ook werden er markten gehouden zoals de botermarkt, de paardenmarkt, de koeienmarkt en de varkens- en biggenmarkt. Jaarlijks vindt hier thans Kaarsjesavond plaats. Kortom, de Markt was en is het kloppend hart van de stad. Voorlopers: Stadsschool (1407-1573), Artilleriemagazijn (1573-1611), Boterhuis (1611-1853) Voor het zingen van de missen in het Latijn waren geschoolde koorknapen nodig. De jongens leerden het Latijn aanvankelijk op de Parochieschool achter de Sint-Janskerk. In 1407 kreeg de stad het bestuur over de school in handen. De stadsbestuurders pakten de zaak goed aan. Zij benoemden Kerstkijn tot schoolmeester, kochten het huis van Louwe Jacobszoon in de Regenboog aan de

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 9


Markt en richtten het als school in. Aanvankelijk was de Grote of Stadsschool een succes. Behalve twee ondermeesters voor jongens werd ook een ondermeester voor meisjes aangesteld. De onderwijzers waren allen geestelijken. Hun inkomsten ontleenden zij voor het grootste deel aan de schoolgelden. Het onderwezen Latijn was geen klassiek, maar middeleeuws Latijn. In 1453/54 verving een nieuw schoolgebouw van steen het oude houten gebouw. Met inbegrip van de open plaats strekte het perceel zich uit van de Markt tot aan het water langs de Zeugstraat. Het hoofdlokaal was een grote ruimte met een stenen vloer, bedekt met stro. De leerlingen zaten op houten banken. De beroemdste leerling die de school heeft gekend, is Erasmus geweest. Zijn vader Gerard zond hem reeds op jonge leeftijd naar de Stadsschool in de Regenboog, waar zijn oom Pieter Winckel, de latere onderpastoor van de Sint-Janskerk, schoolmeester was. De ouders van Erasmus vonden de Goudse Stadsschool echter niet goed genoeg. Vandaar dat zij Erasmus en zijn drie jaar oudere broer Pieter in 1475 naar de goed aangeschreven LebuĂŻnusschool in Deventer stuurden. Moeder Margaretha vergezelde hen hierbij. Desiderius Erasmus (1469-1536) Desiderius Erasmus werd in 1469 te Gouda of Rotterdam geboren als onwettige zoon van een priester en diens huishoudster. De eerste vier levensjaren bracht hij door in het huis van zijn grootmoeder in Rotterdam. Zijn oom Pieter Winckel bracht hem op de Goudse Stadsschool de beginselen bij van het Latijn. Omdat zijn ouders niet tevreden waren over de kwaliteit van het onderwijs, stuurden zij Erasmus naar de LebuĂŻnusschool te Deventer. Eenmaal teruggekeerd in Gouda deed Erasmus zijn intrede in het klooster Stein. Vanaf de dag

10 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Medaillon van Erasmus met (vertaald) het randschrift: ‘Desiderius Erasmus. Verwekt in Gouda. Geboren in Rotterdam op 28 oktober 1467’

dat Erasmus in 1493 het klooster Stein verliet, reisde hij onophoudelijk door Europa. Hij verbleef in de Zuidelijke Nederlanden, studeerde in Parijs aan de Sorbonne, reisde naar Engeland, behaalde zijn doctorsgraad in Turijn, werkte in Venetië aan de uitgave van zijn boeken, keerde terug naar Engeland en trok vervolgens naar Basel, waar hij met enkele onderbrekingen tot aan zijn dood in 1536 verbleef. Nadat Petrus Nannius in 1521 tot rector aan de Stadsschool was benoemd, voerde hij onderwijsvernieuwingen door. Het klassiek Latijn nam de plaats in van het middeleeuws Latijn, terwijl ook het Grieks aandacht kreeg. In de hoogste klassen werd logica onderwezen. Het onderwijs was verdeeld over zes of zeven klassen. Vandaar dat ook wel werd gesproken van de Latijnse school. Na een paar jaar les in lezen en schrijven op een van de bijscholen kwamen de

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 11


Detail uit kaart van Braun en Hogenberg uit 1585

leerlingen op de leeftijd van zo’n negen jaar op de Grote of Stadsschool, waar onmiddellijk met Latijn werd begonnen. Vier onderwijzers stonden Nannius terzijde. Na Nannius’ vertrek liep de kwaliteit van het onderwijs terug. De leeftijd waarop de leerlingen hun intrede deden, werd in 1568 teruggebracht van negen tot zeven jaar. Vermoedelijk werd deze maatregel getroffen om het aantal leerlingen te doen stijgen. Telde de school tussen 1554 en 1558 bijna 200 leerlingen, vijf jaar later waren dat er nog maar 75. Vermoedelijk lag hieraan een verlaging van het onderwijsniveau ten grondslag. Regelmatig waren er klachten over het gedrag van de leerlingen. Zij maakten zich schuldig aan ongeregeldheden en hadden slechte manieren. De rector en de ondermeesters waren niet alleen verantwoordelijk voor het gedrag van de leerlingen binnen de school, maar ook daarbuiten. Met ingang van mei 1573 kreeg de rector zijn ontslag. Datzelfde jaar verhuisde de school naar het zo goed als verlaten Cellebroedersklooster aan de Groeneweg. De school, met name de binnenplaats, werd een enkele keer voor andere doeleinden gebruikt. Toen in 1496 de hertog van Saksen zich met zijn leger in Gouda ophield, werden de paarden op de binnenplaats gestald. Later werden er tijdens de kermis de kramen geplaatst van buiten Gouda afkomstige kooplieden. Tijdens het onrustige laatste kwart van de zestiende eeuw deed het

12 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Detail uit stadskaart van F.S. Kardenier uit 1847

pand dienst als artilleriemagazijn. Er lagen kanonnen en geweren opgeslagen. In 1611 kreeg het magazijn de bestemming van boterhuis. Hier konden de boeren uit de omgeving hun zuivelproducten verkopen. De leden van de rederijkerskamer ‘De Goudsbloem’ kwamen tot 1614 iedere zondagmiddag in het Boterhuis bijeen om zich onder leiding van de ‘factor’ (dichter) te oefenen in het maken van verzen. Verder bereidden de rederijkers zich er voor op de ‘landjuwelen’ (voordrachtwedstrijden) die in de Hollandse steden, waaronder Gouda, werden gehouden. Ook waren zij verdienstelijk op het gebied van toneel. Tijdens de kermis en bij andere volksfeesten vermaakten zij de burgers op de Markt met kluchten. ‘De Goudsbloem’ verhuisde in 1614 van het Boterhuis naar de Catharinakapel aan de Geuzenstraat.

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 13


14 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Links: Tekening ingang voorgebouw Arti Legi uit 1858

Volgens geschiedschrijver Ignatius Walvis kreeg het gebouw in 1616 een nieuwe voorgevel. Vanaf 1661 deed een deel van het pand dienst als opslagplaats van kaasmanden. Het gilde van de goud- en zilversmeden huurde de bovenachterkamer, waar vanaf 1687 de keuring plaatsvond. In het najaar werd op de ruime plaats geslacht. Nadat de botermarkt in 1853 was verplaatst naar de vleeshal onder het stadhuis, viel het bouwvallige, meer dan vier eeuwen oude gebouw, onder de slopershamer. Op de vrijgekomen plaats verrees een nieuw gebouw: Arti Legi (voor de Kunst, voor de Wet), naar een ontwerp van adjunct-stadsarchitect W.C. van Goor. Arti Legi: bouw en inrichting (1853-1855, 1886), onderhoud In de zomer van 1853 gingen de grondwerkzaamheden van start. Twee jaar later was Arti Legi gereed. Het nieuwe complex bestond uit een voorgebouw en een achtergebouw met daartussen een binnenplaats. Een gang verbond de beide gebouwen. De voorgevel van het voorgebouw was opgetrokken in eclectische stijl met romaanse, gotische en renaissance elementen. Het meest kenmerkend zijn de rondboogvensters en de kroonlijst met daarboven een decoratieve attiek, een verhoging om het dak aan het oog te onttrekken. De voor- en achtergevel waren geheel met wit portlandcement bepleisterd, evenals de bekleding van het benedendeel van de muren en de decoraties van het kantongerecht in het gebouw. Het bovendeel van de muren was wit gestukadoord. Dat gaf de zaal een ernstig voorkomen, passend bij de bestemming. De bouwkosten bedroegen 23.800 gulden. Het pand kon zowel aan de voor- als aan de achterzijde worden betreden. De ingang aan de Markt gaf toegang tot het kantongerecht en de daar aanwezige lokaliteiten, terwijl de ingang via het achtergebouw aan de Zeugstraat met een trap toegang gaf tot de

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 15


16 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Links: Plattegrond uit 1858 van begane grond en verdieping Arti Legi

tekenschool op de verdieping. Beneden in het achtergebouw lag de vergaderkamer van de Schuttersraad en de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Hier bevond zich ook de woning van de conciĂŤrge. De functie van het gebouw veranderde in de loop der jaren. Zo verdween de tekenschool uit het gebouw en nam een museum zijn intrek op de bovenverdieping. Het kantongerecht was tot 1972 de meest constante bewoner van het gebouw. Daarna bood Arti Legi onderdak aan uiteenlopende organisaties, variĂŤrend van het Rode Kruis tot de VVV. Het voorgebouw is op de grondmuren van het vroegere gebouw opgetrokken. Ter fundering van het achtergebouw zijn, omdat die ruimte vroeger niet bebouwd was geweest, 58 palen geslagen. Dat was niet voldoende, want reeds in 1886 moest het verzakte achtergebouw worden afgebroken. Vervolgens werden de funderingen vernieuwd, waarna de aannemer op basis van de oorspronkelijke tekening eenzelfde gebouw optrok. Regelmatig vond onderhoud plaats. Het gebouw kreeg in 1873 zowel binnen als buiten een grondige schilderbeurt, terwijl tevens het cementwerk van de gevels werd hersteld. Drie jaar later onderging het muurwerk een grondige reparatiebeurt, terwijl twee kamers nieuwe houten vloeren kregen. In 1878 werden de scheuren en verzakte delen van het metselwerk in het achtergebouw hersteld. Vier jaar later werd de buitenkant van het gebouw opnieuw geschilderd en het houtwerk waar nodig gerepareerd. Binnen werden twee kamers behangen die, evenals de keuken, de portalen en de gangen een schilderbeurt kregen. De zittingzaal van het kantongerecht kreeg in 1890 een nieuwe vloer, inclusief dragers. Naast onderhoud vonden ook vernieuwingen plaats. Zo werd op het privaat (toilet) in de kamer van de griffier in 1904 een spoelinrichting aangebracht.

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 17


Interieur Stadstekenschool op de bovenverdieping van Arti Legi. Potloodtekening van J. Lugthart uit 1858

Stadstekenschool (1855-1866), Burgeravondschool (1866-1871) In 1819 werd een stadstekenschool voor aanstaande handwerkslieden opgericht. Daar leerden zij de grondbeginselen van de tekenkunst. De lessen die ’s avonds werden gegeven, waren gericht op de bouwkunde. In 1855 verhuisde de stadstekenschool naar de bovenverdieping van het nieuwgebouwde Arti Legi. Dat jaar kregen 42 leerlingen les in handtekenen en 35 in bouwkundig tekenen. Alle leerlingen volgde het onderwijs in rekenen. Ter aanmoediging werden een jaar later enkele prijzen uitgereikt. Ook was er een tentoonstelling van door leerlingen vervaardigde tekeningen en voorwerpen. In 1857 waren er geen onderwijzers beschikbaar, zodat de tekenlessen tijdelijk werden stopgezet. Alleen de rekenlessen door H.W. Kramers vonden doorgang. Door de benoeming van J.J. Bertelman en J.K. Labrijn tot onderwijzers in respectievelijk handtekenen en bouwkundig tekenen, konden de lessen in 1858 worden hervat. De leerlingen toonden echter

18 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Portretopname van tekenleraar J.J. Bertelman uit circa 1895

weinig animo. Het verzuim was hoog en tot overmaat van ramp liep het aantal leerlingen terug. Volgens een anonieme handgeschreven aantekening in het Gemeenteverslag over 1860 lag dat aan de ongeschiktheid van de onderwijzers en de leden van de Commissie van Toezicht. In 1862 trad een verbetering op. Gedrag, ijver en opkomst van de meeste leerlingen stak gunstig af bij dat van het jaar daarvoor. Bovendien had Bertelman twee nieuwe vakken geĂŻntroduceerd: doorzichtkunde (perspectieftekenen) en boetseren. Het aantal leerlingen nam dientengevolge weer toe. Johannes Jacobus Bertelman (1821-1899) Johannes Jacobus Bertelman zag in 1821 het levenslicht in Amsterdam, waar zijn vader muziekleraar was. Zijn tekenopleiding kreeg Bertelman aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. In 1858 werd hij leraar op de stadstekenschool in Gouda. Bertelman was ondanks zijn zachtmoedig

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 19


karakter, een geboren pedagoog met aandacht voor zijn leerlingen. Orde houden was echter niet zijn sterkste zijde. In 1867 maakte hij de overstap naar de Burgeravondschool. Op vijftigjarige leeftijd trouwde Bertelman met zijn negentien jaar jongere nicht met wie hij twee dochters kreeg. In 1872 nam hij met ds. J.N. Scheltema het initiatief voor de tentoonstelling ‘Goudsche Oudheden’ in Arti Legi. Vanwege het succes werd de expositie omgezet in een museum. Bertelman, met zijn stevige gestalte, grijze baard en onafscheidelijke hoge hoed, die hij zo gauw hij thuis kwam onmiddellijk met een zwart kalotje verwisselde, stierf in 1899. Met de oprichting van de Burgeravondschool in 1866 werd de tekenschool opgeheven. Bertelman maakte de overstap als tekenleraar naar de Burgeravondschool. Het tekenonderwijs werd nog tot 1871 gegeven op de bovenverdieping van Arti Legi. Daarna kregen de leerlingen tekenles op de Burgeravondschool. Kantongerecht (1855-1972) Het kantongerecht nam in 1855 zijn intrek op de begane grond van het nieuwgebouwde Arti Legi. Bij de ingang van het gebouw bevond zich ter weerszijden van het portaal een kamer: links voor de rijksveldwachters en rechts voor de deurwaarder. Vervolgens was er een hal die toegang gaf tot de zittingzaal (rechtszaal). Achter de zittingzaal lagen naast elkaar twee kamers, één voor de griffier en één voor de advocaten en getuigen. Nadat het Ministerie van Justitie eerst kosteloos van het pand gebruik had gemaakt, moest het vanaf 1865 jaarlijks 300 gulden huur aan de gemeente betalen. In 1868 overwoog de gemeente de huur op te zeggen om in Arti Legi het oud-archief, dat op de zolder van het stadhuis lag, onder te

20 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Regenboog aan de Markt met rechts Arti Legi, circa 1920

brengen. Bij gebrek aan een geschikte vervangende ruimte voor het kantongerecht ging dit plan niet door. De gemeente kondigde voor 1915 een huurverhoging tot 1000 gulden aan. Voor het Ministerie van Justitie was dit aanleiding actief op zoek te gaan naar andere huisvesting. Toen opnieuw geen geschikte locatie werd gevonden, kwamen partijen een huur overeen van 700 gulden, ingaande 1916. Nadat was overeengekomen dat het kantongerecht de beschikking kreeg over de schutterszaal in het achtergebouw, werd de huur in 1923 alsnog op 1000 gulden gebracht. Vanwege het voornemen Arti Legi in 1939 als politiebureau gaan te gebruiken, zegde gemeente de huur op. Vervangende ruimte meende het Ministerie van Justitie te hebben gevonden in de Agnietenkapel op de Nieuwe Markt. Het gebouw moest eerst worden gerestaureerd, maar door geldgebrek en het uitbreken van de oorlog kwam het er toen niet van. De restauratie werd pas in 1975 uitgevoerd. Tot kantonrechter werden alleen ervaren rechters benoemd. Zij behandelden dan wel kleinere zaken, maar beheersten alle rechtsgebieden: strafrecht en burgerlijk recht. Bovendien deden zij de zaken alleen af. Binnen het strafrecht behandelde de kantonrech-

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 21


ter overtredingen. Geschillen tussen partijen over huur, koop en geldvorderingen waren de meest voorkomende civiele zaken. De rechter onderzocht op de zitting wat er was gebeurd en deed meestal direct na de zitting een mondelinge uitspraak. In 1860 was er één kantonrechter met twee plaatsvervangers en één griffier. Het aantal plaatsvervangers nam in de loop der jaren toe tot zes. Strafzaken werden op woensdag en civiele zaken op donderdag behandeld. Als gevolg van bezuinigingen werd in 1933 een kantonrechter uit Rotterdam belast met de waarneming van het kantongerecht in Gouda, ondanks pogingen van gemeentewege deze functies niet te combineren. Om te accentueren dat er na vijf jaar eindelijk weer recht werd gesproken in naam der Koningin hield het kantongerecht op donderdag 17 mei 1945 in de audiëntiezaal (rechtszaal) van Arti Legi een speciale zitting. Voor die gelegenheid was het portret van koningin Wilhelmina fleurig met oranje en rood-wit-blauw gedrapeerd. Velen hadden aan de uitnodiging gehoor gegeven. Kantonrechter mr. J.A.van Bronkhorst opende de rij sprekers met een ‘weldoordachte rede’ over vrijheid en recht. De tweede spreker was mr. H.W.van Doorn, ambtenaar bij het Openbaar Ministerie te Rotterdam, de latere minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in het kabinet-Den Uyl. Hij herinnerde de toehoorders aan het Gouda met lege straten uit de dagen van de razzia’s. Een nieuwe periode begon voor het Goudse kantongerecht, waar hij altijd met genoegen kwam, aldus Van Doorn. De jaren na de oorlog werd vanwege de slechte huisvesting van het kantongerecht naarstig gezocht naar een ander onderkomen. Daartoe werden in 1960 de panden Oosthaven 24-27 aangekocht om op die plaats een nieuw kantongerecht te realiseren. Omdat enkele van deze woningen kort daarna op de lijst van beschermde monumenten werden geplaatst, duurde het nog tot 1972 voordat minister van Justitie mr. A.A.M. van Agt in een buitengewone zitting het

22 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Groepsfoto uit 1904 van de schutterij in de tuin van Kunstmin aan de Boelekade

nieuwe kantongerecht aan de Oosthaven 25 overdroeg aan kantonrechter mr. J.H. Landwehr. Schuttersraad (1855-1907) De krijgsraad van de schutterij, later schuttersraad geheten, kwam van 1855 tot de opheffing in 1907 in het achtergebouw van Arti Legi bijeen. In de negentiende eeuw was de schutterij nog slechts een schim van die uit voorgaande eeuwen, toen de schutters een belangrijke rol speelden bij de verdediging van de stad. Alle weerbare mannelijke poorters tussen de achttien en zestig jaar waren in principe bij de schutterij dienstplichtig. Waren manschappen nodig, dan werden zij uit de dienstplichtigen gerekruteerd. Aan het hoofd van de schutterij stond een kolonel, tevens voorzitter van de schuttersraad. Bij de schuttersraad was de auditeur belast met de vervolging van de overtredingen van de schutters. Daarnaast beheerde de schuttersraad de financiĂŤn. Aan het eind van de negentiende eeuw oefenden de schutters nauwelijks meer. De schutterij

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 23


bleef in afgeslankte vorm bestaan tot deze in 1907 werd vervangen door een leger. Dat jaar hield ook de schuttersraad op te bestaan. Kamer van Koophandel en Fabrieken (1855-1923) De Goudse Kamer van Koophandel en Fabrieken vergaderde van 1855 tot 1923 elke laatste woensdag van de maand in Arti Legi. Belangrijke onderwerpen die in de Kamer ter sprake kwamen, waren de verbetering van de bezorgdienst van de posterijen en de dienstregeling van de spoorwegen. Veel energie ging zitten in de aanleg van een lokaalspoorweg tussen Gouda en Schoonhoven. Het treintje maakte in 1914 zijn eerste rit. Maar ook andere zaken hielden de Kamer bezig zoals de reorganisatie van de brandweer en de stichting van een elektrische centrale te Gouda. Verder heeft de Kamer - zij het tevergeefs - pogingen ondernomen om in Gouda een Koopmansbeurs te vestigen. Na de Eerste Wereldoorlog rees de vraag of de Kamers nog wel aan de eisen van de tijd voldeden. Dat leidde tot de Wet op de Kamers van Koophandel van 1921. Over het hele land kwamen 36 Kamers, waarin het nationale bedrijfsleven was vertegenwoordigd: Gouda en Omstreken was er ĂŠĂŠn van. Belangrijk was dat de Kamers naast adviserende bevoegdheden ook uitvoerende macht kregen. De eerste vergaderingen van de nieuwe Kamer vonden als vanouds plaats in Arti Legi. Vanaf 1924 kwam de Kamer bijeen in de raadzaal van het stadhuis. Datzelfde jaar was er ook sprake van een bureau aan de Oosthaven 38. Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs (1859-1930) De Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs kwam van 1859 tot 1930 elke tweede woensdagavond van de maand in het achter-

24 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


gebouw van Arti Legi bijeen. Daarna vonden de vergaderingen plaats in gebouw Spieringstraat 113. De commissie examineerde een ieder die zich als onderwijzer wilde vestigen en inspecteerde de scholen met aandacht voor zowel de gebouwen als het onderwijs. Jaarlijks bracht de commissie verslag uit aan de schoolopziener of inspecteur en aan de gemeenteraad. De Lager-onderwijswet van 1920 droeg het toezicht op aan burgemeester en wethouders. Vanaf die tijd had de commissie een adviserende taak. Openbare terechtstelling voor Arti Legi (1860) Eén keer vormde Arti Legi het decor van een openbare terechtstelling. Op zaterdagochtend 29 oktober 1859 werd de jonge, zwangere boerin Geertrui Vergeer op brute wijze vermoord in de buurtschap Randenburg onder Reeuwijk. Veertien dagen later volgde de arrestatie van Pieter Pijnacker, een 37-jarige dagloner die niet ver van de boerderij van Vergeer woonde. Op 10 en 11 februari 1860 vond in ’s-Gravenhage de rechtszaak plaats. Pieter bekende en werd ter dood veroordeeld. Hem wachtte het schavot. De terechtstelling werd bepaald op zaterdag 9 juni 1860, ’s middags om twaalf uur. Een schavot uit Amsterdam werd onder grote belangstelling tegen de gevel van Arti Legi geplaatst. Zo kon Pieter direct vanuit het gerechtsgebouw het schavot betreden. Uit oogpunt van de openbare orde en veiligheid was dit het beste. Als beul trad op Dirk Jansen, de enige scherprechter die Nederland toen nog kende. Jansen kwam uit Amsterdam en verdiende zijn brood als laarzenmaker. Het beulswerk deed hij erbij, terzijde gestaan door een beulsknecht. Pieter werd onopvallend via de achterdeur aan de Zeugstraat Arti Legi binnengebracht. Op de Markt had zich in de loop van de ochtend een enorme menigte verzameld. Met gebogen hoofd betrad Pijnacker kort voor twaalf uur het schavot. De beulsknecht ontdeed

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 25


hem van zijn schoenen. De in een purperrode mantel geklede beul legde Pieter de strop om de hals en liet hem op het valluik plaatsnemen. Vervolgens opende de beul het luik en voltrok daarmee het vonnis. Het lijk bleef tot twee uur in de middag hangen. Daarna werd het van het touw gehaald en op de algemene begraafplaats in de Korte Akkeren ter aarde besteld. Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs (1867-1936) Om te voldoen aan de Wet op het Middelbaar Onderwijs stelde de gemeenteraad in 1865 de Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs in. Onder haar toezicht kwamen achtereenvolgens de Hogere Burgerschool in 1865, de Burgeravondschool in 1866, de Handelsavondschool in 1900 en de Ambachtsschool in 1910. De commissie had aanvankelijk veel taken. Omdat de rijksinspectie in de loop der tijd meer zeggenschap kreeg, werd de commissie in 1958 op non-actief gesteld. De commissie vergaderde van 1867 tot in ieder geval 1936 elke derde vrijdag van de maand in het achtergebouw van Arti Legi. Openbare Gezondheidscommissie (1867-1902) Met het in werking treden van de Wet op het Geneeskundig Staatstoezicht in 1865 hield de Commissie voor Geneeskundig Toevoorzicht op te bestaan. De raad was van mening dat hiermee ook de in 1861 in het leven geroepen Openbare Gezondheidscommissie overbodig was geworden en derhalve kon worden opgeheven. Maar al snel bleek dat het de inspectie ontbrak aan lokale kennis. Vandaar dat de gemeenteraad de Openbare Gezondheidscommissie in de zomer van 1866 weer in het leven riep.

26 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Haar taak was gelijk aan die van de vorige commissie: het adviseren van de raad en het dagelijks bestuur van de gemeente over zaken die betrekking hadden op de openbare gezondheid. Zij diende haar aandacht vooral te richten op de kwaliteit van het drinkwater, de aanleg van riolen, het ventileren van openbare gebouwen, het gezonder maken van de arbeidersbuurten en het uitoefenen van toezicht op levensmiddelen. Daarnaast werd zij belast met het onderzoek van huizen, waarvan het vermoeden bestond dat deze voor bewoning ongeschikt waren. Als vergaderplaats kreeg de commissie Arti Legi toegewezen. In 1870 keken de leden van de Openbare Gezondheidscommissie terug op hun werkzaamheden. Zij concludeerden dat er wel iets ten goede was verbeterd, maar dat, gelet op de vele gebreken waarop zij hadden gewezen, de resultaten beperkt waren. Vandaar dat de commissieleden zich enkele malen hadden afgevraagd wat het nut van hun adviezen was. Desondanks besloten zij hun werkzaamheden voort te zetten. Overigens werd in Arti Legi niet alleen over medische zaken vergaderd. Het was namelijk een van de locaties in Gouda waar de stadsgeneesheren in de tweede helft van de negentiende eeuw ’s ochtends voor de armlastige zieken in het achtergebouw gratis spreekuur hielden. De Gezondheidswet van 1902 betekende het einde van de Openbare Gezondheidscommissie. Wel werd door de Commissaris van de Koningin een nieuwe Gezondheidscommissie benoemd. Zij vergaderde en hield haar bureau in het Gebouw voor het Bouw- en Woningtoezicht, Spieringstraat 113. Stedelijke Muziekschool (1871-1900, 1971-1978) Op advies van muziekmeester P.A. van Leent richtte het gemeentebestuur in 1844 een muziekschool op. In 1856 was er sprake van

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 27


Achtergebouw Arti Legi

dat de muziekschool naar Arti Legi zou worden verplaatst, maar dat kwam er toen niet van. Na het vertrek van muziekleraar J.H. Bekker in 1867 onderging de school een grondige reorganisatie. De opvolger van Bekker kreeg een nieuwe instructie. Het aantal wekelijks lesuren werd op tien vastgesteld. Vanaf die tijd telde de school twee afdelingen: zang en instrumentale muziek. In de regel volgde een leerling eerst een jaar zangonderwijs alvorens hij een instrument mocht bespelen. De lessen werden gegeven op de Burgeravondschool. Omdat het gelijktijdig verzorgen van muzieklessen met lessen van de Burgeravondschool in hetzelfde lokaal niet optimaal was, werd de muziekschool in 1871 verplaatst naar ĂŠĂŠn van de bovenzalen van Arti Legi. De ingang was aan de Zeugstraat. Langzaam maar zeker groeide de muziekschool. In 1876 bedroeg het aantal leerlingen 65. Besloten werd het onderwijs uit te breiden met piano. Door het opheffen van de particuliere muziekschool in dat jaar vond een tussentijdse inschrijving op de stedelijke

28 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


muziekschool plaats, met als gevolg dat het aantal leerlingen met bijna 100 steeg tot 163. Hierdoor was meer lesruimte nodig. Vandaar dat een lokaal van de Burgeravondschool werd aangewezen voor het onderwijs op strijk- en blaasinstrumenten. Vanaf 1877 werden ook leerlingen van het muziekkorps van de schutterij toegelaten. Zij vormden de schutterijklas. In 1880 werd bij wijze van proef gestart met een orkestklas. Het bleek een succes. Vooral de gevorderde leerlingen hadden er baat bij. Daarna ging het hard met de groei. Bij de start van de lessen in 1885 telde de school maar liefst 307 leerlingen. Een jaar later werden de lessen in Arti Legi wegens verbouwing van de muziekzaal elders gegeven. In 1888 telde de school 282 leerlingen. De lessen werden toen gegeven deels in Arti Legi, deels in de Tweede Burgerschool voor jongens en deels in een lokaal boven de Eerste Openbare Bewaarschool. Het laatstgenoemde lokaal was toegewezen toen de muziekschool van twee op drie afdelingen overging. De afdeling A verzorgde de zang- en theorielessen, de afdeling B de instrumentale muziek, uitgezonderd piano, en de afdeling C voor piano. De verdeling van de muzieklessen over drie gebouwen was niet efficiënt. In de zomer van 1900 werden de drie afdelingen gehuisvest in het monumentale grachtenpand Westhaven 12, dat de gemeente kort daarvoor had aangekocht. Drie, later vijf commissarissen waren belast met het toezicht op de Stedelijke Muziekschool. Zij vergaderden tot 1900 in Arti Legi, daarna in de muziekschool. Onder druk van de provinciaal bestuurders, die meenden dat Gouda zich de ‘luxe’ van een stedelijke muziekschool niet langer kon permitteren, werd de school in 1937 opgeheven. Het duurde tot 1971 alvorens opnieuw een stedelijke muziekschool in het leven werd geroepen. De school vond opnieuw onderdak in het achtergebouw van Arti Legi. De bouwkundige staat van het gebouw was echter erbarmelijk. Ook al waren de lessen gezellig, comfortabel

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 29


Portret: J.N. Scheltema, in 1874 één van de oprichters Museum van Oudheden in Arti Legi en eerste voorzitter van de Museumcommissie

waren ze niet. Zo moest Cees van Son zijn gitaarlessen in de keuken geven, waar iedereen in- en uitliep. Vandaar dat de muziekschool in 1978 Arti Legi verruilde voor gebouw De Haven, Oosthaven 31, om nog datzelfde jaar weer te verhuizen naar het statige grachtenpand Westhaven 12. Museum van Oudheden (1874-1939) In de zomer van 1872 werd in de bovenzalen van Arti Legi een tentoonstelling gehouden ter gelegenheid van het zeshonderdjarig bestaan van Gouda. Het initiatief was uitgegaan van tekenmeester J.J. Bertelman en ds. J.N. Scheltema. De verwachtingen waren aanvankelijk niet hoog gestemd. Het liep echter anders. Oude voorwerpen werden op zolders van openbare gebouwen aangetroffen en zeldzame geschriften kwamen te voorschijn op niet vermoede plaatsen. Het was Bertelman die de historische voorwerpen voor de tentoonstelling opspoorde. Indien nodig knapte hij ze zelf op. De belangstelling voor de tentoonstelling was ongekend groot. De eerste week spande de kroon met maar liefst 1180 bezoekers, een voor die tijd ongekend hoog aantal. Gesteund door het onverwachte succes vroeg de tentoonstellingscommissie aan de gemeenteraad in de bovenzalen van beide gebouwen van Arti Legi een permanent Vitrine in het Museum van Oudheden in de bovenzaal van Arti Legi museum van ‘Goudsche Oudheden’ te

30 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Interieur Museum van Oudheden in de bovenzaal van Arti Legi

mogen inrichten. Twee jaar later, in 1874, werd het museum geopend. Drie dagen achtereen deed de Goudsche Courant in bloemrijke bewoordingen verslag van de opening van het museum en wat er zoal te zien was.

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 31


Jacobus Nicolaas Scheltema (1821-1905) Jacobus Nicolaas Scheltema werd in 1821 in Amsterdam geboren. Hij ging naar de Latijnse school en studeerde aansluitend theologie. In 1845 volgde zijn benoeming tot predikant van de remonstrantse kerk te Zwammerdam. Negen jaar later, in 1854, maakte hij de overstap naar Gouda. Scheltema had veel belangstelling voor het verleden van zijn nieuwe woonplaats. Samen met Bertelman organiseerde hij in 1872 in Arti Legi een tentoonstelling van ‘Goudsche Oudheden’, die twee jaar later werd omgezet in een museum. Veel uren besteedde hij aan het ordenen en inventariseren van het stadsarchief. In 1875 volgde zijn benoeming tot librijemeester en twee jaar later tot stadsarchivaris. Hij vulde de aantekeningen van C.J. de Lange van Wijngaerden aan en gaf die in 1879 uit als derde deel van diens stadsgeschiedenis. Datzelfde jaar verruilde hij Gouda voor zijn geboorteplaats Amsterdam, waar hij zich nog zestien jaar met geschiedenis bezighield. Vooral het verzamelen van historieplaten had zijn interesse. Scheltema overleed in 1905. De expositieruimte was voor het groeiend aantal voorwerpen al snel te klein. Vandaar dat de commissie, belast met het beheer van de collectie, in Arti Legi ook de beschikking wilde hebben over de zaal van de stedelijke muziekschool. Omdat het niet mogelijk was voor die school elders een geschikt onderkomen te vinden, moest het museum zich voorlopig tevreden stellen met de beschikbare ruimte. Het museum mocht zich het eerste jaar al in veel bezoekers verheugen. Maar liefst 914 betalende personen bezochten de permanente expositie. Twee tarieven werden gehanteerd: 25 cent (vol tarief) en 10 cent (gereduceerd tarief). Daarnaast hadden Gouwe-

32 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


1000 800 600 400 200 0 1880

1895

1910

1925

1935

Bezoekers van het Museum van Oudheden in Arti Legi 1880-1935. Om de vijf jaar voortschrijdende tienjarige gemiddelden

naars die een vreemdeling introduceerden gratis toegang. In 1885 verscheen een museumcatalogus in druk, samengesteld door N. Scheltema. Vanwege de afbraak en de wederopbouw van het achtergebouw in 1886 werd een aantal voorwerpen elders in Gouda tentoongesteld. Voor het museum betekende de verbouwing dat er meer ruimte beschikbaar kwam, terwijl het brandgevaar aanmerkelijk verminderde. Ook de inrichting van de vertrekken ging er op vooruit. In 1887 vond de heropening van het museum plaats. Maar de verbouwing had ook een prijs. Het aantal bezoekers was veel lager dan de voorgaande jaren. Door de tijdelijke sluiting vonden slechts 310 bezoekers de weg naar het museum, terwijl ook een koninklijk bezoek werd gemist. Een jaar later bezochten weer 518 personen de collectie, ondanks het feit dat een aantal bruikleengevers wegens vertrek uit de stad hun voorwerpen terugvroegen. De binnenplaats werd in 1889 voorzien van een glazen dak, dat de daar opgestelde gevelstenen bescherming bood tegen weer en wind. In het belang van het behoud van de collectie kreeg de vitrine in het midden van de grote zaal sloten, terwijl voor de gravures solide portefeuilles werden aangeschaft. Het schuttersstuk van Ferdinand Bol, een topstuk uit de collectie, werd in 1902 in Am-

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 33


sterdam verdoekt. Om het gerestaureerde schilderij beter tot zijn recht te laten komen, werd een deur verplaatst, zodat de lichtinval sterk verbeterde. Twee jaar later, in 1904, kreeg het schuttersstuk van Cornelis Ketel een andere plaats, waardoor het beter tot zijn recht kwam. De museumcommissie keek niet alleen naar het verleden, maar ook naar de toekomst. Zo werd een groot aantal prentbriefkaarten met Goudse stadsgezichten aangekocht. Doel van deze collectie was om ook in later tijden een goede voorstelling van de stad te kunnen maken. Het opheffen van de schutterij in 1907 bezorgde het museum een welkome aanvulling van de collectie. Veel voorwerpen die lagen opgeslagen op de zolder van de Waag werden naar het museum overgebracht. Het museum kreeg ook een vaandel van de schutters. In combinatie met de reeds aanwezige schuttersstukken gaf de verzameling een goed inzicht in de activiteiten van de schutterij. Door de oplopende kosten besloot de museumcommissie in 1918 de restauratie van schilderijen voorlopig te staken. Na de Eerste Wereldoorlog werd de restauratie weer ter hand genomen. Onmisbaar voor het museum was de conciĂŤrge van Arti Legi. Door het overlijden van J. van Leunen in 1879 viel diens betrekking vrij. Hierin werd voorzien door de benoeming van W.A. Vuurens, die twee jaar later reeds overleed. Zijn opvolger was E.P. Schuling, die eerst voor een jaar en daarna definitief tot custos (bewaker) van het museum werd aangesteld. Hij was behalve een nauwgezet custos ook een terzake kundige gids. In 1907 vierde Schuling zijn 25-jarig jubileum. Niet lang daarna overleed hij na een kortstondige, maar hevige ziekte. De nieuwe conciĂŤrge was G. van Dungen, die in 1925 met pensioen ging. In zijn plaats werd benoemd L.C. Lafeber. Hij ontwikkelde zich tot een gewaardeerd rondleider voor wie geen moeite teveel was. Zo verplaatste hij desnoods voorwer-

34 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


pen om de daarachter opgestelde schilderijen beter te kunnen laten zien. Lafeber ging in 1945 met pensioen. Gijsbertus Cornelis Helbers (1902-1990) De in 1902 te Delft geboren Helbers had al op jonge leeftijd belangstelling voor geschiedenis. Zo verzamelde hij prentbriefkaarten van alle plaatsen die hij had bezocht. Na de middelbare school studeerde hij rechten en kunstgeschiedenis, maar tot een afronding van deze studies kwam het niet. In 1932 kreeg hij de opdracht een overzicht samen te stellen van de Goudse monumenten. Daardoor leerde hij de stad kennen en waarderen. Hij maakte al snel kennis met A.R. van de Putte, die hem de verzameling ‘Goudse Oudheden’ op de bovenverdieping van Arti Legi liet zien. Op Helbers maakte het museum de indruk van een rommelzolder. Eenmaal in 1937 aangesteld tot conservator ordende hij de chaos naar beste vermogen. In 1940 kreeg hij de beschikking over het Catharina Gasthuis, dat hij tot een volwaardig museum inrichtte. Kort na zijn ‘promotie’ tot directeur in 1954 maakte Helbers de overstap naar het Provinciaal Museum te Assen. Hij overleed in 1990. Eind jaren twintig begon het ruimtegebrek problematisch te worden. In 1933 luidde de museumcommissie de noodklok. Het gebouw was te klein geworden om de collectie te kunnen herbergen. Alle zalen, ja zelfs de gangen waren letterlijk volgepropt. De voorwerpen kwamen op deze wijze niet langer tot hun recht. In 1936 sprak de commissie de wens uit dat het Bestedelingenhuis (Catharina Gasthuis) aan de Oosthaven na de ontruiming tot museum zou worden bestemd. Om orde in de chaos te scheppen werd G.C. Hel-

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 35


Opgerold schuttersstuk wordt Arti Legi binnengedragen, circa 1942

bers aangesteld als conservator. Vanwege de oorlogsdreiging ging het museum in Arti Legi eind augustus 1939 dicht. Vier jaar later kreeg het Catharina Gasthuis de bestemming van museum. In 1943 en 1944 werden onder leiding van Helbers de laatste zalen in Arti Legi ontruimd. Dependance politiebureau (1940-1957) In 1940 nam de luchtbeschermingsdienst zijn intrek in het politiebureau aan de Markt 72. Wegens het daardoor ontstane ruimtegebrek verhuisde de politieadministratie naar de vrijgekomen boven-

36 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


verdieping van het voorgebouw van Arti Legi. Bij haar afscheid in 1979 als hoofd van de Goudse politiële beheersdienst vertelde J.C. Pot dat zij daar plezierig met de jongens had samengewerkt, maar zich ook wel eens verloren had gevoeld. Zo renden bij een bommelding alle mannen direct naar buiten en lieten haar alleen achter. ‘Dan stond ik maar een beetje voor het raam te kijken naar wat er gebeurde, want ik wist niet waar ik anders heen moest’, aldus Pot. Later werden ook de vreemdelingendienst, de dactyloscopische dienst (voor de identificatie van personen door middel van vingerafdrukken) en de fotografische dienst, de recherche en het bureau van de commissaris van politie in Arti Legi ondergebracht. Commissaris van politie C. Hess had zijn kantoor achter het balkonnetje. Daar stond hij wel eens om zijn manschappen op straat uit te foeteren wanneer zij in zijn ogen een fout maakten. Met de ingebruikneming van het politiebureau aan de Houtmansgracht in 1957 kwam een einde aan de dependance in Arti Legi. Cornelis Hess (1893-1956) Cornelis Hess werd in 1893 te Rotterdam geboren. Gedurende de mobilisatie tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij als reserveofficier onder de wapenen. Hij aanvaardde in 1919 de functie van inspecteur bij de Rotterdamse politie. In 1937 volgde zijn benoeming tot commissaris van politie in Gouda. Daar gaf hij leiding aan een zich uitbreidend en specialiserend politiecorps. Hess stond achter zijn mensen, wist hen te inspireren en was hen vaak tot steun. Hij vocht in mei 1940 als reservekapitein bij de Grebbeberg tegen de Duitsers. Na zijn terugkeer in Gouda kwam hij in conflict met de Duitse bezetter. Dat leidde ertoe dat hij in 1943 werd overgeplaatst naar Eindhoven. Een jaar later volgde zijn ontslag. Hij keerde terug naar Gouda, dook daar onder en werd plaatselijk

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 37


Toeschouwers op het balkon van Arti Legi, 8 mei 1945. Links een geallieerde militair, rechts commissaris van politie C. Hess

commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Naast zijn politietaak was Hess actief bij de Bescherming Bevolking. Een tragisch verkeersongeluk maakte aan dit welbestede leven een even plotseling als abrupt einde. Hoofdkwartier Binnenlandse Strijdkrachten (1945) Op 5 mei 1945 vond ’s ochtends in Arti Legi, waar het hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten was gevestigd, een onderhoud plaats tussen een Duitse officier en de plaatselijke BS-commandant Cornelis Hess. Eerstgenoemde eiste vrijlating van de inmiddels door de BS gevangen genomen NSB’ers. De reactie van Hess is niet bekend. Wel kreeg BS’er Ab Schijvers spoedig daarna van zijn commandant opdracht de in Arti Legi gevangen gehouden NSB’ers met een bestelwagen van de luchtbeschermingsdienst naar Den Haag over te brengen. Begeleid door een gewapende BS’er en een motorrijder voerde Schrijvers de opdracht uit. Die ochtend droegen de Duitsers in hotel De Zalm de macht over aan de BS. Spoedig na de bevrijding verhuisde de BS-staf van Arti Legi naar het pand Westhaven 27 (Concordia).

38 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Rode Kruis (1957-1960), Bescherming Bevolking, Afhaalpost voor visvergunningen In 1957 nam het Rode Kruis, belast met het verlenen van hulp aan zieke en gewonde militairen en het lenigen van nood bij rampen, zijn intrek op de bovenverdieping van Arti Legi. Drie jaar later, in 1960, vond de verhuizing plaats naar het pand Punt 6, dat het bestuur had gekocht. Ook de in 1952 opgerichte Bescherming Bevolking (BB), die tot taak had de bevolking in tijden van oorlog te beschermen, was enige tijd gehuisvest in Arti Legi. Hoewel de doelstellingen van beide organisaties in elkaars verlengde lagen, liet de samenwerking te wensen over. ‘Een goed huwelijk is het nooit geworden’, aldus F.G. IJsselstijn. In die jaren was op de bovenverdieping ook een afhaalpost voor visvergunningen gevestigd. Op zoek naar een nieuwe bestemming (1972-1983) Na de verhuizing van het kantongerecht in 1972 was het vinden van een nieuwe bestemming voor het uitgewoonde Arti Legi niet eenvoudig. Enkele ruimten werden ingericht als atelier voor Goudse kunstenaars, terwijl gedurende de zomermaanden een uitbater vanuit het gebouw een terras exploiteerde. Het bestuur van creativiteitscentrum De Werkschuit had belangstelling voor de rechtszaal, maar koos uiteindelijk voor een boerderij aan de Bloemendaalseweg. Dan was er het plan een permanent informatiecentrum van de gemeente in het gebouw te vestigen, dat echter geen doorgang vond. Het voornemen het achtergebouw af te breken, sneuvelde bij gebrek aan financiën. Twee jaar later, in 1974, meldde zich een gegadigde die in Arti Legi een hotel wilde vestigen, maar ook dit project bleek niet levensvatbaar.

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 39


Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (1983-2010), Afdeling Voorlichting (1984-1989), Politiepost (2008-2010) Omdat de kantoorruimte op de bovenverdieping van de Waag vanwege de steile houten wenteltrap door bejaarden en minder validen moeilijk bereikbaar was, ging de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (VVV) op zoek naar andere, beter toegankelijke huisvesting. Het oog viel op het al jaren grotendeels leegstaande Arti Legi. In 1982 kreeg de gemeente in het kader van het werkgelegenheidsplan geld van het rijk voor de restauratie van het pand. De grote zaal op de begane grond werd ingericht tot VVV-informatieruimte. Boven kwam een expositieruimte en een vergaderzaal. De hal werd vakkundig gerestaureerd en voorzien van een verlaagd plafond. In het gehele gebouw werd heteluchtverwarming aangebracht, hetgeen ten koste ging van het interieur. De gang die het voorgebouw aan de Markt met het achtergebouw aan de Zeugstraat verbond, werd weggebroken. Dat leverde een vergrote binnenplaats op. De zolder tenslotte deed dienst als archiefbewaarplaats en kleedruimte voor de kaasmeisjes, terwijl in een kleine afgetimmerde ruimte de attributen van de kaasmarkt lagen opgeslagen. De VVV verschafte de toeristen vanuit Arti Legi jarenlang alle gewenste informatie over de stad. Bezoekers konden er wandelroutes en brochures over bezienswaardigheden kopen. Ook was het mogelijk wandelingen te maken onder leiding van een stadsgids. Evenementen zoals Kaarsjesavond werden ruim onder de aandacht van de media gebracht. Het was een vraagbaak voor iedere toerist die Gouda bezocht. Daarnaast bemiddelde de VVV bij het reserveren van overnachtingen. In de VVV-informatieruimte werkte ook een informatrice van de Stichting Gouda Hart van Holland. Zij was belast met de coรถrdinatie en de organisatie van Goudse evenementen. Daarnaast had de Goudse Vereniging voor Aardewerkfabrikan-

40 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Arti Legi met daarin gehuisvest de VVV

ten er zeventien vitrines ingericht met keramische producten. Maar de VVV verhuurde ook vitrines aan Goudse bedrijven om specifieke producten te tonen als kaarsen en stroopwafels. De grote ruimte op de bovenetage werd bestemd voor de presentatie van Goudse bedrijven. Zo was er in 1983 een expositie over Gouds kuitbier. Ook werden er dia’s geprojecteerd en films vertoond van locale evenementen. Lang hielden deze activiteiten niet stand, want in 1984 nam er de afdeling Voorlichting van de gemeente Gouda haar intrek. Vijf jaar later, in 1989, verhuisde Voorlichting naar het Stadskantoor, Agnietenstraat 24. In juli 2008 nam de politie haar intrek in de centrale hal van Arti Legi. De VVV had vanaf die tijd alleen nog de beschikking over de voormalige rechtszaal. Twee jaar later wilde de gemeente meer rendement uit het gebouw halen door het commercieel te verhuren. De VVV liet na een zoektocht door de binnenstad het oog vallen op een winkelpand aan de Lange Tiendeweg. De politiepost, die weinig te doen had, werd datzelfde jaar opgeheven. In ruil voor de politiepost zou er meer blauw op straat komen. Het idee werd ge-

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 41


opperd om in Arti Legi een Erasmusmuseum te vestigen, maar daarvoor bestond geen draagvlak. Ook het plan de buste van Erasmus aan de gevel van Arti Legi te bevestigen, haalde het niet. Uiteindelijk werd de buste geplaatst in de Willem Vroesentuin. Achtergebouw: woning (vanaf 1993) De plannen het achtergebouw, dat onderdak bood aan de Stichting Anonieme Alcoholisten en de Raad voor het Jeugdbeleid, in 1982 in te richten voor ĂŠĂŠn- en tweepersoonshuishoudens, gingen opnieuw niet door. Bouwkundigen waren van mening dat het goedkoper was het pand af te breken en op de vrijkomende plaats nieuwbouw te plegen. Na het vertrek van de Raad voor het Jeugdbeleid nam kunstenaar J.C. de Bruin er zijn intrek. De strijd tussen afbraak of restauratie resulteerde erin dat het achtergebouw behouden bleef. Uiteindelijk kocht fotograaf Theo Langendam het achtergebouw. Hij liet in 1993 de buitenmuren schoonmaken en het metselwerk herstellen, waarna het gebouw er weer fraai bijstond. Restte het opknappen van het binnenwerk. E.A.M. Bergamin kocht het achtergebouw op zijn beurt in 2007 en ging er na een restauratie met zijn gezin wonen. Voorgebouw: expositie- en ontvangstruimte (vanaf 2012) Medio 2011 kochten Louwrens en Gerda Dijkstra Arti Legi (het voorgebouw inclusief de binnenplaats) na een jaar leegstand van de gemeente Gouda. Samen met architect Frank Goppel ontwikkelden zij plannen voor een ingrijpende restauratie. De intentie was het pand met behoud van het oorspronkelijke karakter, maar aangevuld met eigentijdse elementen (waaronder een atriumlamp van DEP en een marmeren vloerontwerp van Willem Hesseling), een

42 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Louwrens en Gerda Dijkstra bij de opening van Arti Legi

multifunctionele bestemming te geven. Na het noodzakelijke vergunningentraject volgden de sloopwerkzaamheden in het voorjaar van 2012 en de restauratie na de zomer. Behalve enkele privéruimtes kreeg het pand weer als vanouds monumentale vertrekken op de begane grond en de eerste etage, echter nu geschikt gemaakt voor ontvangsten zoals recepties, gelegenheidsdiners of lezingen en exposities. De totale expositieruimte bedraagt 230 m² en door de houten balkenstructuur op de zolder te vervangen met een metalen constructie ontstond circa 150 m² extra bruikbaar vloeroppervlak, onder meer voor het houden van workshops of vergaderingen. Innovatieve dakramen zorgen voor een goede lichtinval op de zolderverdieping, waarvan ook een deel tot in de hal doorwerkt. Louwrens (1955) en Gerda Dijkstra (1958) Sinds 2011 zijn Louwrens Dijkstra en Gerda Dijkstra-van der Wel eigenaren van Arti Legi. Louwrens werd in 1955 geboren in het Groningse Ulrum. Hij studeerde bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn loopbaan begon hij bij de Nederlandse Middenstand Bank (NMB), waarna hij

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 43


Kunstwerken van Juan Ripollés tentoongesteld in de benedenzaal van Arti Legi

directeur Afvalverwerking BFI Zuid-Holland werd. Van 1990 tot 2011 werkte hij als directeur bij de Hyva Group in Alphen aan den Rijn. Hersteld van een ernstige ziekte ontstond daarna ruimte voor een nieuwe koers in het leven. Gerda Dijkstra werd in 1958 geboren te Wateringen. Zij heeft haar bachelor theologie behaald aan de Universiteit Utrecht, maar is zich daarna gaan verdiepen in de kunst. Toen Louwrens en Gerda een keer samen op een terras aan de Markt een kop koffie dronken, viel hun oog op Arti Legi, dat te koop stond. De kantoorruimte viel direct bij Louwrens in de smaak en Gerda zag mogelijkheden voor de kunst, waarna plannen voor een multifunctioneel gebruik van de resterende ruimtes volgden. November 2012 opende Arti Legi haar deuren met de tentoonstelling ‘Lataster in Arti Legi’, die tot begin januari 2013 duurde. Daarna wisselden ontvangsten en exposities elkaar af. Zo waren er naast de Erasmuslezing in april en de opening van Open Monumentendag in september onder meer de Goudse Bridgekroegentocht, Kunstmoment en enkele stadsdebatten. Op het gebied van exposi-

44 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Hal op de eerste etage in Arti Legi

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 45


Trap in Arti Legi

ties volgden in maart ‘Beelden in Landschap’ met beelden van Tjikkie Kreuger en aquarellen van Gerrit Neven en in mei ‘Art Quilts in Nederland’ onder leiding van Henk Lijding. In het najaar was het expressieve Mediterraanse werk van de Spaanse kunstenaar Juan Ripollés te zien. Voorlopig hoogtepunt was de tentoonstelling ‘Toorop en de tijdgeest - Alwéér geen witte kerst’, die de tijdgeest van toen (1905) en nu (2013) verassend in beeld bracht. Voor de Gouwenaars extra interessant waren de twaalf litho’s die Jan Toorop destijds maakte ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Kaarsenfabriek, thans Croda. Toorop bracht de werkzaamheden van mannen en vrouwen in de fabriek in beeld bij de productie van stearinekaarsen, waarmee Gouda bekend is geworden. De afbeeldingen zijn vastgelegd in een goed ogende brochure. In het eerste jaar heeft Arti Legi met zo’n 15.000 bezoekers en haar nieuwe profiel tot ver buiten de eigen regio naamsbekendheid opgebouwd. In februari 2014 erkende de gemeente Gouda het gebouw als permanente trouwlocatie, waarmee dit rijksmonument ook op deze manier toegankelijk wordt voor veel Gouwenaars.

46 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Voorgevel Arti Legi met de naam in vergulde letters

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 47


Verantwoording Geraadpleegde archivalia - Inventaris van het archief van het Kantongerecht te Gouda, 1838-1979 (Nationaal Archief, Den Haag 2006). - Streekarchief Midden-Holland (SAMH), Adresboeken voor de gemeente Gouda. - SAMH, Inventaris van het archief van de commissie van toezicht op het lager onderwijs, 1804-1938. - SAHM, Inventaris van het archief van de commissie van toezicht op het middelbaar onderwijs, 1865-1958. - SAHM, Inventaris van de archieven van de dienstdoende schutterij van Gouda, 1795-1908. - SAMH, Archief van de gemeente Gouda, inv. nr. 1661. - SAMH, Collectie Scheygrond, inv.nr. 42. - SAMH, Verslagen van de toestand der gemeente Gouda. Geraadpleegde kranten - C.H. Hagedorn, ‘De Kamer van Koophandel en Fabrieken vroeger en thans’, Goudsche Courant (1 april 1937). - ‘Een historische zitting van het kantongerecht’, De Vrije Pers (19 mei 1945). - [G. Schrijvers], ‘Zo was het vroeger. Arti Legi had vele bestemmingen’, Goudsche Courant (28 april 1956). - ‘Droevig ongeluk schokt Gouda diep. Commissaris van politie C. Hess bij een aanrijding om het leven gekomen. Leven was gewijd aan het dienen van het algemeen belang’, Goudsche Courant (19 oktober 1956). - [G. Schrijvers], ‘Goudse straten en hun geschiedenis. Gebouw [Arti Legi] met talrijke bestemmingen’, Goudsche Courant (13 augustus 1960). - J.E.J. Geselschap, ‘Het gebouw Arti Legi en

48 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT

zijn voorgangers’, Goudsche Courant (16 februari 1974). - ‘“Ik heb hier altijd prettig gewerkt”. Mejuffrouw J.C. Pot neemt afscheid van Goudse politie’, Goudsche Courant (10 december 1979). -T  heo de Jong, ‘“Arti Legi”: volgend jaar VVV-kantoor en kaasmuseum’, Goudsche Courant (15 oktober 1982). - ‘“Stad heeft een goed produkt te verkopen”. Gouds VVV-kantoor in Arti Legi geopend’, Goudsche Courant (28 september 1983). - J . Kremers, ‘VVV Gouda betrekt nieuw onderkomen’, Goudsche Courant (29 september 1983). - ‘“Arti Legi” wacht nog op koper. Anonieme Alcoholisten moeten verhuizen’, Goudsche Courant (16 april 1986). - ‘Geen sloop achterbouw Arti Legi’, Goudsche Courant (9 oktober 1987). - ‘Weinig animo voor aankoop “Arti Legi”’, Goudsche Courant (1 juni 1989). -M  aarten Molenaar, ‘Nieuw leven voor Arti Legi. Louwrens Dijkstra trots op resultaat restauratie’, AD Gouda (25 september 2012). -B  ert van den Hoogen, ‘Louwrens Dijkstra: “In Arti Legi komt alles samen”’ AD Gouda (4 oktober 2013). Geraadpleegde literatuur -A  bels, P.H.A.M., K. Goudriaan, N.D.B. Habermehl en J.H. Kompagnie (eds.), Duizend jaar Gouda. Een stadsgeschiedenis (Hilversum 2002). -B  ik, J.G.W.F., ‘De invloed van het stadsbestuur op de volksgezondheid in de loop der eeuwen’, in: Gouda zeven eeuwen stad. Hoofdstukken uit de geschiedenis van Gouda (Gouda 1972) 183-217. - Dam, M.J. van, Gouda in de Tweede


Wereldoorlog (2e herziene druk, Delft 2006). - De jaren achter ons. Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Gouda en Omstreken [1816-1866] (Gouda 1966). - Denslagen, Wim (ed.), Gouda. De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst (Zeist/Zwolle 2001). - Docter-Flach, Mieke, Muziekschool Gouda 1971-1996. Over een bijzondere school (Delft 1996). - Dolder-de Wit, Henny van, en Henkjan Sprokholt, Van pechvogel tot bolleboos. Goudse onderwijsinstellingen door de eeuwen heen (Gouda 1997). - [Geselschap, J.], ‘Advertentiekroniek van Gouda. Gezondheidscommissie deed baanbrekend werk’, Goudsche Courant (24 juni 1967). - [Geselschap, J.], ‘Advertentiekroniek van Gouda. Zeshonderdjarig bestaan van stad gevierd [1872]’, Goudsche Courant (30 september 1967). - Goor, W.C. van, ‘Beschrijving van het gebouw voor kantongeregt, teekenschool enz., aan de Markt te Gouda’, Bouwkundige bijdragen, uitgegeven door de Maatschappij tot bevordering der bouwkunst. Tiende deel. Vierde stuk (1858) kol. 313-318, plaat XV en XVI. - Habermehl, N.D.B., ‘G.C. Helbers (19021990)’, in: J.W.E. Klein en N.D.B. Habermehl (eds.), Gouda in druk. Bibliografie van Gouda tot 1995. Portretten van Goudse historici (Delft 1999) 59-62. - Habermehl, Nico, Sporen van Erasmus in Gouda en omgeving (Gouda 2010). - Helbers, G.C., ‘J.J. Bertelman, stadsteekenmeester en medeoprichter van het Stedelijk Museum’, in: Bijdragen ‘Die Goude’ 4 (1943) 78-82. - Hulshof, Martha, ‘De Gilden’, in: Koen

Goudriaan, Martha Hulshof, Piet Lourens en Jan Lucassen, De Gilden in Gouda (Gouda/ Zwolle 1996) 87-148, 153-157. - Kesper, L.A., aangevuld door J.E.J. Geselschap, Uit de geschiedenis van het Stedelijk Coornhert-Gymnasium te Gouda (Gouda 1964). - Lange van Wijngaerden, C.J. de, Geschiedenis en beschrijving der stad van der Goude III (Gouda 1879). Bewerkt en vermeerderd door J.N. Scheltema. - Mijnlieff, Ewout, ‘Mijnheer Bertelman’. Van Stadsteekenschool naar Stedelijk Museum (Gouda 1999). - ‘Scheltema (Jacobus Nicolaas)’, in: P.C. Molhuysen en P.J. Blok (eds.), Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) kol.1277-1278. - Schouten, Jan, ‘Johannes Jacobus Bertelman (1821-1899). Stadstekenmeester en medeoprichter van het Stedelijk Museum van Oudheden’, in: Idem, Wie waren zij? Een reeks van Goudse mannen en vrouwen, die men niet mag vergeten (Alphen aan den Rijn 1980) 185-195. - Toorop en de tijdgeest - Alwéér geen witte Kerst (Gouda 2013). Verschenen ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in Arti Legi in Gouda van 19 december 2013 tot 26 januari 2014. - Wal, Ronald van der, ‘De dag van heden zal voor Gouda’s ingezetenen lang in treurig aandenken blijven. 9 juni 1860: de een na laatste executie in Nederland’, Tidinge van die Goude 28 (2010) 48-61. - [Walvis], I., Beschryving der stad Gouda I (Gouda/Leiden 1714). - IJsselstijn, F.G., 125 jaar Rode-Kruiswerk in Gouda. De geschiedenis van een jubilerende afdeling (Gouda 1995).

ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT // 49


Colofon Uitgave Arti Legi, Gouda Auteur Nico Habermehl Editor Gerda Dijkstra-van der Wel Fotografie Nico J. Boerboom: 41 Louwrens Dijkstra: 47 Victor van Leeuwen: 45 Rona Tammer: 44, 46 Oscar van der Wijk: 43 KLM Aerocarto: 7 Streekarchief Midden-Holland: 8, 12, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 23, 28, 30 (boven en onder), 31, 36, 38 Collectie Fons Vos: 9 Collectie Museum Gouda: 11 Fotobewerking Nico J. Boerboom Grafisch ontwerp Thomas van der Schoor, Mooi Rood ISBN: 978-90-821617-1-7 © 2014 Arti Legi, Gouda Overname van gedeelten uit deze uitgave in welke vorm dan ook is slechts toegestaan na voorafgaande toestemming van de uitgever en met volledige bronvermelding Arti Legi Markt 27 2801 JJ Gouda T 0031 (0) 18 274 30 50 info@artilegi.nl www.artilegi.nl

50 // ARTI LEGI // HOE OUD IN NIEUW DOORKLINKT


Hoe Oud In Nieuw Doorklinkt | Arti Legi  
Hoe Oud In Nieuw Doorklinkt | Arti Legi