Issuu on Google+

Schoolondersteuningsprofiel Montessori College Nijmegen-Groesbeek 2013-2014


Inhoudsopgave Locatiegegevens ............................................................................................................................................... 3 Visie op ondersteuning ...................................................................................................................................... 4 Korte beschrijving van de onderwijstypen........................................................................................................... 5 Basisondersteuning (1e lijn)............................................................................................................................... 6

De basisondersteuning ........................................................................................................................................ 6 De organisatie van de 1e lijnondersteuning ......................................................................................................... 6 Basisondersteuning (2e lijn): Als er wat is met een kind ...................................................................................... 8

Gespecialiseerde medewerkers 2e lijn ................................................................................................................ 8 De organisatie van de 2e lijnondersteuning ....................................................................................................... 10 Als een kind medische beperkingen heeft ......................................................................................................... 11 Extra ondersteuning (3e lijn): als er meer voor het kind geregeld moet worden .................................................. 12

Als er zwaardere beperkingen zijn ..................................................................................................................... 12 Organisatie van de 3e lijnondersteuning ........................................................................................................... 12 Communicatie met ouders ............................................................................................................................... 14

Plaatsing op de school van aanmelding niet altijd mogelijk ............................................................................... 15 Lijst van gebruikte afkortingen ........................................................................................................................... 15

Pagina 2 van 16


Schoolondersteuningsprofiel Montessori College Nijmegen-Groesbeek

Locatiegegevens Het Montessori College is een scholengemeenschap waar leerlingen binnen één van de leerwegen op VWO, HAVO, VMBO/lwoo hun diploma kunnen behalen. De rector/bestuurder is Janneke Stam. Ondersteunend schoolleider is Wil Giesberts. Het Montessori College bestaat momenteel uit vier locaties. In 2015 zal de nieuwbouw gerealiseerd zijn en bestaat het Montessori College uit een locatie in Groesbeek aan De Spoorlaan (VMBO 1,2, b/k/t (lwoo) en VMBO 3,4 b/k/(t)/ lwoo) en een locatie in Nijmegen aan de Kwakkenbergweg waar leerlingen onderwijs kunnen krijgen op VMBO (lwoo), HAVO en VWO (onder- en bovenbouw). De leerlingen van leerjaar 1 en 2 met VMBO b/k (lwoo) advies worden gehuisvest in het gebouw met de naam ‘De Linde’, Leerlingen van leerjaar 3 en 4 met VMBO b/k (lwoo) advies komen in ‘De Berk’ en de leerlingen van leerjaar 1 t/m 6 met VMBO/t HAVO en VWO niveau zitten bij elkaar in het gebouw ‘De Beuk’. In de huidige situatie kennen we nog 4 locaties; 3 in Nijmegen en één in Groesbeek. Vanaf augustus 2014 zitten de leerlingen van het Montessori College niet meer op de locatie aan de Vlierestraat maar in de nieuwbouw aan de Kwakkenbergweg en zullen er geen nieuwe leerlingen meer instromen op de locatie aan de Berg en Dalseweg. Kwakkenbergweg 33 6523 MJ Nijmegen 024 3283000 kwb.adm@Montessori College.nl info@Montessori College.nl Vlierestraat 3 6523 EX Nijmegen 024 3287000 vli.adm@montessoricollege.nl Berg en Dalseweg 295 6522 CH Nijmegen 024 3279100 bgd.adm@montessoricollege.nl Spoorlaan 16 6562 AM Groesbeek 024 3995560 grb.adm@montessoricollege.nl

Pagina 3 van 16


1

Visie op ondersteuning Doelstelling: Leer mij het zelf te doen. In de pedagogische doelstelling van het montessorionderwijs staan de ontwikkeling van de persoonlijkheid, het verwerven van handelingsbekwaamheid en de groei van kind naar volwassene centraal. Om tot echt leren te kunnen komen, is een passende ondersteuningsstructuur van belang waarbij een goede afstemming plaats heeft tussen de verschillende medewerkers van het Montessori College, eventuele externe begeleiders, de ouders en de leerling. Deze ondersteuningsstructuur is voor alle leerlingen belangrijk maar noodzakelijk voor die leerling bij wie de sociaal-emotionele ontwikkeling en/of leerontwikkeling extra aandacht vraagt. De geboden ondersteuning staat altijd in het teken van de vergroting van de zelfredzaamheid van de leerling onder het motto: “leer mij het zelf te doen”. Een actieve houding van ouders en leerlingen is voorwaarde voor succes in de toekomst. Het Montessori College ziet de ondersteuning van leerlingen als een cyclisch (leer)proces van signalerendiagnosticeren-plannen-monitoren en evalueren. Het streven van het Montessori College om de leerling zélf actief bij het opstellen van de handelingsplannen te betrekken (door de leerling te leren zélf zijn doelen te formuleren) evenaart bovengenoemde doelstelling; leer mij het zelf te doen, binnen de visie op zorg.

signaleren

evalueren

diagnosticeren

monitoren

plannen

Signalering Bepalen van de beginsituatie; waar staat het kind in zijn of haar ontwikkeling en aan welke vormen van onderwijs (leren) en ondersteuning heeft het behoefte. Diagnosticeren Het onderkennen van leerproblemen, achterstanden en/of problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Plannen Door middel van een handelingsplan, waarin de doelen, de taken en de verantwoordelijkheden van alle betrokkenen staan omschreven. Het cyclisch karakter van de ondersteuning komt met name tot uitdrukking in de voortdurende monitoring en/of periodieke evaluatie van de situatie van de leerling en de gehanteerde aanpak.

Pagina 4 van 16


2

Korte beschrijving van de onderwijstypen Vanaf schooljaar 2013-2014 wordt er toegewerkt naar een benadering waarbij uitgegaan wordt van 2 kolommen: 1. Het MMvmbo; Modern Montessori vmbo waarbij de natuurlijke drang tot leren en ontwikkeling (intrinsieke motivatie) centraal staat. Het ontdekken en ontwikkelen van talenten en creativiteit bij de leerlingen wordt gestimuleerd door het aanbieden van zgn. talentgebieden en het werken in talentgroepen naast niveaugroepen. 2. De HAVO, VWO kolom. Tot de realisatie van de nieuwbouw is voltooid, beschikken we over onderstaande locaties: Locatie Kwakkenbergweg Leerjaar 1 en 2 VWO/HAVO/VMBO B/K/T (incl. lwoo) Locatie Vlierestraat: Leerjaar 3 en 4 VMBO-T (incl. lwoo) Leerjaar 3, 4 en 5 HAVO Leerjaar 3, 4, 5 en 6 VWO Locatie Berg en Dalseweg Leerjaar 2 VMBO-B (incl. lwoo) Leerjaar 3 en 4 VMBO-B en VMBO-K (incl. lwoo) (sectoren Economie en Zorg en welzijn) Locatie Groesbeek Leerjaar 1 en 2 VMBO- B, VMBO-K, VMBO-G, VMBO-T (incl. lwoo) Leerjaar 3 en 4 VMBO-B, VMBO-K, VMBO-G en (VMBO-T) (incl. lwoo) (sectoren Techniek, Zorg en welzijn en ICT-Route)

Op het Montessori College staan onderstaande karakteristieken centraal bij het onderwijs. Hoofd, hart en handen: montessorionderwijs biedt een bredere vorming aan dan alleen gericht op cognitieve of beroepspraktijkgerichte doelen en streeft naar verdieping van leren door integratie van hoofd, hart en handen. Leren kiezen: het is een voorwaarde voor de ontwikkeling van de zelfstandigheid dat leerlingen leren om keuzes te maken. Reflecteren: reflectie op het leren vormt voor zowel de docent als de leerling de basis voor ontwikkeling. Sociaal leren: in het montessorionderwijs gaat het om mét en ván elkaar leren én om leren samenwerken. Leerlingen leren van leeftijdsgenoten en van volwassenen. Samenhang in leerstof: de leerstof wordt zoveel mogelijk contextrijk gemaakt. Binnen en buiten school: het leren van bekwaamheden en het verwerven van een maatschappelijke rol vindt in en buiten school plaats.

Pagina 5 van 16


3

Basisondersteuning (1e lijn) (De basisondersteuning is onderverdeeld in lijnen van eenvoudige ondersteuning naar meer complexe ondersteuning)

3.1

De basisondersteuning Mentor/ coach Iedere klas of leerling heeft zijn eigen mentor/coach. Meer nog dan de vakdocenten zien zij erop toe, dat het goed gaat met de leerlingen en dat de onderlinge sfeer goed is. De primaire taak van de mentor/coach is de leerling te begeleiding bij plannen, organiseren, monitoren van resultaten en evt. het organiseren van begeleiding door vakdocenten. Indien nodig heeft de mentor/coach ook aandacht voor problematiek van andere aard wanneer deze invloed heeft op schoolresultaten. De mentor/coach draagt de verantwoordelijkheid voor het schrijven van de handelingsplannen. Voor de ouders is de mentor/coach de contactpersoon met de school. Als er iets aan de hand is – of in geval van vragen – kunnen de ouders met de mentor/coach contact opnemen. Het e-mail adres van de medewerkers is bij ons als volgt opgebouwd: voorletter.achternaam@montessoricollege.nl Vakdocent De vakdocent zorgt voor een pedagogisch/didactisch klimaat waarin de leerling optimaal kan werken/leren. Hij zorgt ervoor dat de leerling de vakinhoud beheerst (eindtermen). De vakdocent tracht een doorlopende leerlijn te realiseren, past afwisselende en passende didactische werkvormen toe, boort de intrinsieke motivatie bij de leerling aan en sluit het onderwijs zoveel mogelijk hierop aan. Hij gaat uit van het principe dat de leerling moet kunnen leren van zijn/haar fouten. Kernteam Elke locatie kent een aantal kernteams. Het kernteam is verantwoordelijk voor onderwijs en begeleiding aan een specifieke groep leerlingen en bestaat uit docenten waarvan er één de rol van coördinator heeft. Het kernteam is het aanspreekpunt voor de mentor/coaches en de vakdocenten op het gebied van onderwijs en begeleiding. De leerlingbegeleiding wordt aangestuurd door een lid van het kernteam of voert zijn opdracht uit in naam van het kernteam. Leerlingen die speciale begeleiding of ondersteuning behoeven kunnen ingebracht worden door de mentor/coach, het kernteam of de ondersteuningscoördinator. Ook kunnen leerlingen zelf aankloppen. Bekeken wordt dan wat de vervolgstappen moeten zijn en wie deze gaat uitvoeren. Soms is een gesprek met een lid van het kernteam of de ouders voldoende maar er kan ook via de ondersteuningscoördinator een verwijzing volgen naar schoolmaatschappelijk werk, schoolarts, RT of Zorg Advies Team (ZAT). Schoolritme/ rooster of rooster In het schoolritme/rooster is op de meeste locaties elke dag ruimte voor de leerling om zelf te kiezen hoe en waarmee hij/zij aan het werk gaat. De leerling kan dan uitleg/hulp vragen, verdiepingsopdrachten maken, studeren voor een toets of verder werken aan de opdrachten. Ook kan de leerling door de docent of mentor/coach worden uitgenodigd of verzocht om aan een speciale ondersteuning deel te nemen (bijv. op het gebied van taal, rekenen, studievaardigheden, verdieping). Op basis van testgegevens wordt het niveau bepaald en de voortgang geëvalueerd.

3.2

De organisatie van de 1e lijnondersteuning Het uitgangspunt hierbij is; leer mij het zelf te doen. De ondersteuning gaat naar de leerling en in een enkel geval gaat de leerling naar de ondersteuning. Het cyclisch proces van signaleren-diagnosticeren-plannenmonitoren en evalueren staat hierbij steeds centraal. Het leerlingvolgsysteem De leerlingen worden wat betreft de begeleiding, hulpvraag, de cijfers en aan- en afwezigheid systematisch gevolgd d.m.v. Magister (het Montessori College zal spoedig overgaan van Magister naar SOM) en de leerlingbesprekingen (na afloop van elke periode). Daar wordt ook het functioneren in de groep tijdens de lessen besproken. Hier worden notulen van gemaakt. Zaken rond het persoonlijk functioneren van de leerling worden door de mentor/coach vastgelegd in Magister en (voorlopig nog) in het papieren leerlingdossier. De mentor/coach is contactpersoon voor de ouders en heeft regelmatig contact met hen. Leerlingen met LWOO Er wordt op toegezien dat de groepen met veel LWOO leerlingen niet te groot worden en er wordt evt. een klassen- of lesassistent aan de groep of vakdocent toegevoegd. Voor elke leerling met een LWOO indicatie wordt een individueel handelingsplan opgesteld. Dit plan, dat door de mentor/coach geschreven wordt in samenwerking met de leerling en zijn ouders (en soms met de ondersteuningscoördinator en/of orthopedagoog), geeft aan welke ondersteuning de leerling nodig heeft. Tijdens de (ondersteunings)lessen wordt aandacht besteed aan de leerachterstanden en/of sociaalemotionele ondersteuningsbehoeften die deze leerlingen hebben. Streven is om de remedial teacher zoveel mogelijk aanwezig te laten zijn tijdens de taal- en rekenvakken om aan kleine groepjes leerlingen instructie te geven, terwijl de docent als procesbegeleider aanwezig is. Soms is het gewenst dat de remedial teacher een klein groepje leerlingen met dezelfde ondersteuningsbehoeften buiten de klas begeleidt.

Pagina 6 van 16


Leerlingen met PRO In incidentele gevallen worden leerlingen met een beschikking voor praktijkonderwijs begeleid binnen het VMBO. Dit zijn leerlingen van wie verwacht wordt dat zij het VMBO niveau aankunnen maar van de PCL een twijfelachtig (pro/lwoo) advies krijgen. Er wordt een schriftelijke motivatie van de basisschool gevraagd waaruit blijkt dat de leerling het VMBO aan zou moeten kunnen. Indien nodig neemt de orthopedagoog van het Montessori College bij deze leerling een individuele intelligentietest af om het niveau te bepalen. Indien onduidelijk blijft of de leerling het vmbo niveau aankan, wordt bij de RVC een PRO- beschikking aangevraagd en samen met het handelingsplan, waaruit blijkt dat het Montessori College voldoende begeleiding kan geven om deze leerling het VMBO traject te laten volgen, wordt het dossier ter beoordeling aan de PCL van het SWV voorgelegd. Na goedkeuring door de PCL, kan de leerling worden aangenomen op onze school. Mocht, tijdens de schoolloopbaan van de leerling blijken dat het VMBO toch te hoog gegrepen is, kan hij/zij afstromen naar het Praktijkonderwijs. Binnen het Montessori College zal de leerling met een PRO-beschikking dezelfde vorm van begeleiding krijgen als de leerling met een LWOO- beschikking. Uit het handelingsplan zal blijken waaruit de hulp bestaat en hoe er aangesloten wordt bij de specifieke leerachterstanden. Leerlingen zonder LWOO Leerlingen zonder LWOO die wel extra ondersteuning nodig hebben, zoals leerlingen die bij de taal- en rekenscreening lager scoren dan de vooraf geformuleerde norm, krijgen bij de taal- en reken-kwt’s of vergelijkbare momenten in het schoolritme/rooster extra ondersteuning. Als wordt geconstateerd dat leerlingen gebaat zouden zijn bij extra ondersteuning voor bepaalde vakken/vaardigheden zijn er drie opties: a. mentor/ coaches of vakdocenten ondersteunen zelf b. de leerling krijgt kortdurende RT (indien ruimte/ mogelijkheden RT-er) c. ouders regelen ondersteuning buiten de school. De school adviseert hierin. Loopbaanoriëntatie/ loopbaanleren In het schoolritme/rooster is er ruimte ingericht om aandacht te geven aan het loopbaanleren om de leerling zo goed mogelijk voor te bereiden op het vervolgtraject en te helpen bij keuzen die bepalend kunnen zijn voor de rest van zijn leven. Mentor/coaches/loopbaanbegeleiders maar ook decanen spelen hierbij een grote rol. Zij pogen de leerlingen handvatten te geven om keuzes te maken d.m.v. het voeren van loopbaangesprekken, het helpen bij het ontwikkelen van loopbaancompetenties en het betekenis geven aan ervaringen en het helpen vormen van reëel toekomstbeeld. Protocollen: Met betrekking tot de eerstelijns ondersteuning hebben wij de volgende protocollen:  Pestprotocol  Protocol schorsen en verwijdering  LGF-protocol  Draaiboek bij overlijden en rouwverwerking  Scheidingsprotocol  Verzuimprotocol  Dyslexieprotocol  Dyscalculie/rekenprotocol

Pagina 7 van 16


4

Basisondersteuning (2e lijn): Als er wat is met een kind

4.1

Gespecialiseerde medewerkers 2e lijn Remedial teacher Als het leerproces niet goed verloopt, als er een leerachterstand is of als er leerproblemen met bepaalde vakken en/of vakinhouden zijn, dan geeft de remedial teacher extra ondersteuning aan kleine groepjes leerlingen (al dan niet tijdens kwt’s of vergelijkbare momenten in het schoolritme/ rooster). Het eerder genoemde cyclisch proces wordt steeds als leidraad gebruikt bij de te verlenen hulp. Orthopedagoog De orthopedagoog die aan onze school verbonden is, heeft een collegebrede taak als ondersteuner van de ondersteuningscoördinatoren. Zij heeft wekelijks overleg met de ondersteuningscoördinator van de verschillende locaties en ondersteunt deze bij de LWOO, LGF of zorgpakketaanvragen. Zij verleent een bijdrage bij de vereiste testafnamen en verslagen ten behoeve van het volledig maken van het dossier. Zij ondersteunt ook de remedial teachers in hun werk. Zij zit vergaderingen voor van de collegebrede overlegmomenten tussen de RT-ers onderling en de ondersteuningscoördinatoren. Soms is het ook de taak van de orthopedagoog om bij leerlingen diagnoses te stellen door middel van tests, of om (deels) de begeleiding van bepaalde leerlingen op zich te nemen. Tevens onderhoudt zij contacten met het Samenwerkingsverband. De ondersteuningscoördinator Iedere locatie van het Montessori College heeft een ondersteuningscoördinator. Deze heeft geen directe begeleidingstaak naar de leerlingen. Wel moet zij ervoor zorgen dat de begeleiding op de vestiging zo goed mogelijk geregeld is en blijft. Zij verzorgt de LWOO- en ondersteuningsarrangement aanvragen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het verzuimprotocol ligt bij de ondersteuningscoördinator (of bij een absentiecoördinator) Deze neemt eveneens deel aan een intern zorgoverleg. De ondersteuningscoördinator neemt deel aan diverse overlegvormen bij vragen over leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en maakt deel uit van de aannamecommissie. Leerlingen, die door de mentor/coach aangemeld worden om in het ZAT te bespreken, worden op de agenda van de ZATvergaderingen geplaatst. Het ZAT bestaat uit personen van verschillende disciplines, medewerkers van GGD, BJZ, LP, SMW en soms de politie. De ondersteuningscoördinator zit het ZAT voor, zorgt voor de agenda en de notulen en brengt hiervan verslag uit naar betrokkenen (o.m. kernteamcoördinatoren en mentor/coaches). De ondersteuningscoördinator heeft regelmatig overleg met schoolmaatschappelijk werk en de orthopedagoog en is aanspreekpunt voor de externe hulpverleningsinstanties bij de ondersteuning. Schoolmaatschappelijk werker We vinden het belangrijk dat kinderen het goed naar hun zin hebben op school. Soms hebben ze echter problemen die het eigen welbevinden en ook het welbevinden van anderen in de weg staan. De schoolmaatschappelijk werker voert gesprekken met deze leerlingen en betrekt daar, in overleg met de leerling, vaak ook ouders bij. De schoolmaatschappelijk werker overlegt, indien gewenst, ook met mentor/coaches en docenten over de begeleiding op school, maakt deel uit van het ZAT en geeft op school sociale vaardigheidstrainingen (groepsgewijs of individueel). Decaan De decaan is het aanspreekpunt voor leerlingen, die vragen hebben omtrent hun beroepskeuze of vervolgopleiding. Hij verzorgt en verwerkt de aanmelding van de tussentijdse instroom van leerlingen. Contactpersoon vertrouwenszaken De contactpersoon vertrouwenszaken is aanspreekpunt voor leerlingen die problemen hebben die ze niet met mentor/coach willen of kunnen bespreken. Veiligheid op school vinden we belangrijk. Dat is terug te vinden in de leefregels, de wijze waarop we daarop toezien en vooral ook in de (preventieve) aandacht die we er aan schenken in lessen. Toch kan het gebeuren dat leerlingen gepest en gediscrimineerd worden of te maken krijgen met seksueel ongewenst gedrag van anderen. Leerlingen die dit overkomt en niet goed weten hoe ze er iets tegen moeten doen, kunnen terecht bij de contactpersoon vertrouwenszaken. Rouwbegeleiders Binnen onze school zijn er enkele docenten opgeleid om rouwbegeleiding te geven aan een groepje leerlingen van wie een dierbaar familielid is overleden. De begeleiding vindt plaats op school na schooltijd. De ouder(s) van de betreffende leerlingen worden hier nauw bij betrokken. De kracht van deze ondersteuning ligt in het laagdrempelige karakter (op school), het delen van de verlies en verwerkingservaringen (herkenning), het praktisch bezig zijn (creatieve verwerking) en contact momenten tussen de overgebleven ouders (herkenning en steun). Welke extra ondersteuning kan het Montessori College bieden? Recht op extra begeleiding hebben:  leerlingen met een leerlinggebonden financiering (rugzakje)  leerlingen met een zorgpakket  leerlingen met een LWOO-beschikking.  leerlingen met een PRO- beschikking, die met toestemming van de PCL in het VMBO zijn geplaatst.

Pagina 8 van 16


In aanmerking kunnen komen voor extra ondersteuning:  leerlingen met een dyslexieverklaring  leerlingen met een dyscalculieverklaring  leerlingen met een gediagnosticeerde stoornis (b.v. NLD, AD(H)D, ASS, zonder rugzakje)  leerlingen die vanuit het kernteam worden aangedragen (b.v. sociaal- emotionele problemen).

Leerlingen met dyslexie of dyscalculie De school heeft in beperkte mate middelen beschikbaar voor extra ondersteuning bij dyslexie en dyscalculie. Leerlingen, die beschikken over een officieel rapport van een orthopedagoog/GZ-psycholoog, kunnen in aanmerking komen voor extra begeleiding. In zeer nauw contact met ouders, RT en basisschool; bekijken we of en hoe een kind bij ons op school zo goed mogelijk begeleid kan worden. Binnen de wettelijk gestelde kaders kunnen we naast RT bij toetsen extra tijd en eventueel een vergrote afdruk bieden. Er kunnen afspraken gemaakt worden voor het overhoren van woordjes- en spellingtoetsen (m.u.v. het examen). We kunnen het gebruik van auditief materiaal faciliteren (de school heeft licenties van Kurzweil). Voor thuisgebruik van auditieve ondersteuning zijn de leerlingen aangewezen op eigen hulpmiddelen. Leerstoornissen gaan niet over; de kinderen kunnen er wel beter mee om leren gaan, maar ze zullen altijd een extra inspanning moeten leveren. Onze school wil een open oog voor hun problemen hebben en het hen waar mogelijk wat gemakkelijker maken. Het doel is deze leerlingen door middel van extra hulp om te leren gaan met hun problematiek en de eventuele toegestane hulpmiddelen. Leerlingen met een LGF Ook leerlingen, die extra ondersteuning nodig hebben en de beschikking hebben over een zogenaamd rugzakje, zijn welkom op onze school. Wel is het belangrijk om te kijken welke extra ondersteuning de leerling nodig heeft en of wij die ondersteuning kunnen bieden. In het LGF-protocol staat beschreven hoe de gelden worden ingezet en de communicatie met ouders en ambulante begeleiders geregeld is. De mentor/coach is verantwoordelijk voor het opstellen, de uitvoering en de evaluatie van het handelingsplan. De ondersteuningscoördinator en/of orthopedagoog en/of RT-er helpen bij het schrijven van het handelingsplan. Leerlingen met LWOO Er wordt op toegezien dat de groepen met veel LWOO leerlingen niet te groot worden en er wordt evt. een klassenassistent aan de groep of vakdocent toegevoegd. Deze leerlingen krijgen (in of buiten de klas) extra ondersteuning zoals opgenomen in het handelingsplan. De mentor/coach is verantwoordelijk voor het opstellen, de uitvoering en de evaluatie van het handelingsplan. De ondersteuningscoördinator en/of orthopedagoog ondersteunen, op verzoek van de mentoren, bij het schrijven van het handelingsplan. Leerlingen met PRO Binnen het Montessori College zal de leerling met een PRO-beschikking dezelfde vorm van begeleiding krijgen als de leerling met een LWOO- beschikking. Uit het handelingsplan zal blijken hoe de extra hulp aansluit bij de specifieke leerachterstanden van deze leerling. De mentor/coach is verantwoordelijk voor het opstellen, de uitvoering en evaluatie van het handelingsplan. De ondersteunings coördinator en/of orthopedagoog helpen bij het schrijven van het handelingsplan. Leerlingen met een zorgpakket Het zorgpakket is bedoeld voor leerlingen die geen recht hebben op extra ondersteuning vanuit de LGF of het LWOO. De inzet van het budget maakt het mogelijk leerlingen extra ondersteuning te geven zodat ze binnen het reguliere onderwijs kunnen blijven functioneren. Leerlingen met een zorgpakket hebben recht op extra begeleiding. In het handelingsplan staat beschreven welke hulp de leerling nodig heeft en door wie deze wordt gegeven. De mentor/coach is verantwoordelijk voor het opstellen, de uitvoering en de evaluatie van het handelingsplan. De ondersteuningscoördinator en/of orthopedagoog helpen bij het schrijven van het handelingsplan. De gelden worden ingezet voor de begeleiding van de leerling en niet voor materiële zaken. Hulp bij sociale vaardigheden Tijdens de mentor/coachlessen komen sociale vaardigheden aan de orde. Op iedere locatie wordt, bij vraag bekeken hoe en of er een aparte training sociale vaardigheden wordt ingezet. De mogelijkheid bestaat om leerlingen deel te laten nemen aan ‘Rots en Water’ of een andere vorm van sociale vaardigheidstraining, waarbij gewerkt wordt aan het versterken en uitbreiden van de basale sociale vaardigheden. Ook worden door studenten van de HAN, leerlingen tijdens kwt’s of individuele trajecten programma’s aangeboden waardoor leerlingen hun psychosociale vaardigheden kunnen verbeteren (verminderen van faalangst, verbeteren van de concentratie of sociaal meer weerbaar worden). Begeleiding bij studie en huiswerk De mentor/coach begeleidt en biedt hulp bij de studie-aanpak en huiswerk. Hij/zij bespreekt voor het leerjaar relevante tips. In het eerste leerjaar wordt meer aandacht besteed aan planning, gebruik agenda of studieplanner, maken van huiswerk en wijze van leren. In de bovenbouw wordt door de mentor/coach aandacht besteed aan de PTA’s (programma van toetsing en afsluiting) en het examen.

Pagina 9 van 16


Bovenbouwleerlingen wordt de mogelijkheid geboden om via gerichte training (b.v. Mind- Set) meer grip op hun studievaardigheden te krijgen. Onze school biedt leerlingen de mogelijkheid om huiswerkbegeleiding te krijgen tegen betaling. Dit wordt door een extern bureau aangeboden. De school stelt de ruimte beschikbaar om de toegang laagdrempelig te houden. Faalangstreductietraining (frt)/Examenvreestraining Door de SMW-ers en/of RT-ers wordt er hulp geboden bij faalangst. Leerlingen die last hebben van faalangst kunnen terecht voor individuele of groepsgewijze ondersteuning. Leerlingen in de examenklas krijgen de gelegenheid om een groepstraining te volgen. Deze is gericht op leerlingen met een faalangst voor het examen. Op het Montessori College Nijmegen kunnen alle bovenbouwleerlingen (t/h/v) die veel last hebben van stress voor toetsen of bij het houden van een presentatie, een groepstraining volgen die gericht is op het reduceren van dergelijke angsten. Deze training wordt door externe professionals gegeven en derhalve wordt aan de ouders een financiële bijdrage gevraagd. ZIEZO/Iris-ondersteuning Op het Montessori College wordt regelmatig voorlichting gegeven over eetstoornissen door ervaringsdeskundigen van de stichting ZIEZO en verzorgen medewerkers van Irisondersteuning projecten m.b.t. thema’s als drugs en alcohol. Mindmappen Op onze school worden aan de leerlingen die daar behoefte aan hebben, cursussen geboden om te leren mindmappen. Deze wijze van studeren werkt voor veel leerlingen ondersteunend. Rouwbegeleiding Een aantal docenten is opgeleid om een groepje leerlingen te begeleiden bij het verlies van een dierbaar familielid (meestal een ouder of broer/ zus). Volgens een vast protocol wordt een klein groepje leerlingen op school (na schooltijd) begeleid bij het verwerken van dit verlies. De ouder(s) van de betreffende leerlingen worden hierbij nauw betrokken. Het betreft een kortdurend traject waarbij de leerlingen kunnen worden verwezen door hun mentor/ coach of ondersteuningscoördinator. Interne time-out Het Montessori College kent een zgn. interne time-out. Dit is een ruimte binnen de school die wordt gebruikt op momenten dat er sprake is van tijdelijke handelingsverlegenheid bij de docent(en). De leerlingen werken hier individueel en onder toezicht. De mentor/coach onderhoudt de werkafspraken en monitort de voortgang van de leerling. Samenwerking met ketenpartners De ondersteuningscoördinator heeft contact met de gemeente, het Samenwerkingsverband, Rebound/Flex College en de ambulant begeleiders. Zij heeft nauw contact met de vertegenwoordigers van externe instanties (GGD, afdeling leerplicht diverse gemeenten, BJZ/Jugendamt en evt. politie).

4.2

De organisatie van de 2e lijnondersteuning Voordat een leerling op school komt LWOO De basisschool geeft de leerling op om te laten testen bij het Samenwerkingsverband. De uitslagen van de test gaan samen met een beknopt onderwijskundig rapport naar de Permanente Commissie Leerling ondersteuning (PCL). De PCL geeft ouders advies over het al dan niet aanvragen van LWOO. Aanmelding: Als een leerling aangemeld wordt bekijkt de ondersteuningscoördinator in samenwerking met de orthopedagoog of de leerling in aanmerking komt voor LWOO. Er wordt informatie ingewonnen bij de basisschool. De school vraagt LWOO aan bij de Regionale Verwijzings Commissie (RVC). De RVC beoordeelt of de leerling voldoet aan de wettelijke criteria voor LWOO. Voor alle leerlingen met LWOO wordt een handelingsplan gemaakt (door de mentor/coach). Indien de aannamecommissie dit nodig vindt, volgt er een gesprek met ouders en leerling voordat tot plaatsing overgegaan wordt. Alle leerlingen die zich tijdens het schooljaar aanmelden voor de bovenbouw, worden uitgenodigd voor een gesprek. De toeleverende school wordt gevraagd informatie te verschaffen over de betreffende leerling (onderwijskundig rapport). Er wordt bekeken of er plaats is en het kernteam wordt geraadpleegd bij de plaatsing van de leerling. PRO De basisschool geeft de leerling op om te laten testen bij het Samenwerkingsverband. De uitslagen van de test gaan samen met een beknopt onderwijskundig rapport naar de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). De PCL geeft ouders advies over het al dan niet aanvragen van LWOO. Als de PCL twijfelt tussen PRO/LWOO, zal de ondersteuningscoördinator in samenwerking met de orthopedagoog bekijken of de leerling in aanmerking kan komen voor begeleiding binnen het LWOO. Indien de aannamecommissie dit nodig vindt, volgt er een gesprek met ouders en leerling voordat tot plaatsing overgegaan wordt. Mocht daarna besloten worden om de leerling met een PRO-beschikking een kans te geven in het VMBO, vraagt de school een PRO-beschikking aan bij de Regionale Verwijzings Commissie (RVC). De RVC beoordeelt of de

Pagina 10 van 16


leerling voldoet aan de wettelijke criteria voor PRO. Daarna wordt het dossier samen met het individueel handelingsplan (opgesteld door de ondersteuningscoรถrdinator, mentor/coach en orthopedagoog) opgestuurd naar de PCL van het SWV die uiteindelijk toestemming geeft om de leerling te begeleiden binnen het VMBO. LGF Ook leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben en de beschikking hebben over een zogenaamd rugzakje, zijn welkom op onze school. Wel is het belangrijk om te kijken welke extra ondersteuning de leerling nodig heeft en of wij die ondersteuning kunnen bieden. Daarnaast moet ook gekeken worden of de leerling na 2 jaar zijn of haar opleiding kan voortzetten op ons college. De ondersteuningscoรถrdinator voert met ouders, kind, AB-er en basisschool, enkele gesprekken voordat tot plaatsing kan worden overgegaan. Bij deze gesprekken worden ook de orthopedagoog en/ of RT-er betrokken. Ook kan het kind worden besproken in het kernteam om de ondersteuningsbehoefte goed af te stemmen op de mogelijkheden van de school en docenten. In het LGF-protocol staat beschreven hoe de gelden worden ingezet en op welke wijze de communicatie met ouders en ambulante begeleiders geregeld is. Als de leerling al op school zit Iedere leerling heeft een mentor/coach. De mentor/coach verzorgt de communicatie tussen ouders/leerling en school. Bij problemen wordt er in eerste instantie contact gezocht met de mentor/coach. Als de coach van mening is dat er extra hulp ingezet moet worden, overlegt hij/zij met het kernteam. Afhankelijk van de problematiek wordt de leerling besproken met de ondersteuningscoรถrdinator waarna een plan van aanpak wordt gemaakt. De mentor/coach organiseert de interne hulp i.s.m. de ondersteuningscoรถrdinator. De mentor/coach bespreekt de aanpak en de resultaten met leerling en ouders en koppelt dit terug naar de leerlingbespreking.

4.3

Als een kind medische beperkingen heeft, moet altijd met de school besproken worden of de school in staat is de nodige medische handelingen te verrichten en/of welke faciliteiten er nodig zijn.

Pagina 11 van 16


5

Extra ondersteuning (3e lijn): als er meer voor het kind geregeld moet worden

5.1

Als er zwaardere beperkingen zijn Het personeel is professioneel en zorgt voor een laagdrempelige en veilige leeromgeving. De docenten hebben ervaring met de begeleiding van geïndiceerde leerlingen uit alle clusters van het REC. Wat wij verwachten van een leerling met een zwaardere beperking:  De leerling moet kunnen omgaan met drukke ruimtes tijdens de pauzes en leswisselingen;  Als de leerling een lichamelijke beperking heeft, dan moet de leerling mobiel zijn en in staat zijn om de algemene dagelijkse handelingen zelf te verrichten. Indien er medische handelingen nodig zijn, dan moet de mate van verzorging en/of behandeling niet zoveel tijd en energie vragen dat het onderwijs niet tot zijn recht komt;  Als de leerling een gedrags- en of psychiatrische stoornis heeft, dan moet de leerling zich kunnen conformeren aan de gangbare regels, omgangsvormen en werkwijze op het Montessori College. De toelating mag de rust en de veiligheid binnen de school niet ernstig (dreigen te) verstoren. De leerling is voldoende sociaalvaardig en zelfstandig en er moet een redelijk evenwicht kunnen worden gevonden tussen de aandacht die de leerling vraagt en die de overige leerlingen vragen. Ook dient het onderwijsleerproces van de overige leerlingen niet in het gedrang te komen.

5.2

Organisatie van de 3e lijnondersteuning Voordat de leerling met een zwaardere beperking op school zit  Leerlingen met een LGF worden ruim voor de aanname op gesprek uitgenodigd bij de ondersteuningscoördinator, eventueel samen met de aanstaande mentor/coach, om te kijken naar de ondersteuning die de leerling nodig heeft en de mogelijkheden van onze school. Bij onder- en zijinstroom bespreekt de ondersteuningscoördinator de problematiek met het kernteam en de sector verantwoordelijke schoolleider (en evt. met de decaan). Het advies omtrent plaatsing wordt door de ondersteuningscoördinator teruggekoppeld aan de ouders. Hierbij zal de klassensamenstelling een rol spelen. Bij de doorstroom van een leerling binnen het Montessori College, zullen vooral de leerweg en profielkeuze een rol spelen. Aan het begin van het schooljaar vindt er een intakegesprek plaats samen met de ouders, Ambulant Begeleider (AB-er), mentor/coach/vertegenwoordiger van het kernteam en ondersteuningscoördinator. Tijdens dit gesprek worden er begeleidingsafspraken gemaakt die in het handelingsplan en begeleidingsplan staan en die door de ouders ondertekend worden. De begeleiding van een leerling met een rugzak is afhankelijk van de problematiek. Er zijn verschillende soorten ondersteuning: b.v. individuele ondersteuning, begeleiding in een vak door een vakdocent, extra gesprekken met de mentor/coach.  Het opstellen van een ondersteuningsarrangement. Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de leerling de gestelde doelen kan benaderen en welke extra ondersteuning daarvoor nodig is. De ouders en toeleverende school worden hierbij betrokken. De mentor/coach of RT-er (i.s.m. de met orthopedagoog en/of ondersteuningscoördinator) beschrijft in een onderwijsarrangement op welke wijze deze extra ondersteuning wordt geregeld. Ketenpartners en ZAT worden hierbij betrokken. Wat de mogelijkheden zijn is (mede) afhankelijk van de middelen die de school ter beschikking krijgt van het Samenwerkingsverband. Als een leerling al op school zit Wanneer tijdens de schoolloopbaan blijkt dat de leerling extra ondersteuning nodig heeft, worden de stappen e gevolgd zoals die staan beschreven bij de 2 lijns ondersteuning. Er wordt gekeken welke ondersteuning de leerling extra nodig heeft om met succes de opleiding te vervolgen, welk arrangement het beste past en wat de mogelijkheden van de school zijn. Indien zinvol, wordt de leerling aangemeld bij het ZAT. De werkwijze van het ZAT:  Bij complexe vragen wordt de leerling aangemeld door de mentor/coach bij het ZAT.  De mentor/coach bespreekt dit vooraf met de ouders. Ouders hoeven niet per se toestemming te geven maar ze moeten wel altijd op de hoogte zijn.  De ondersteuningscoördinator is de voorzitter van het ZAT, notuleert en stelt de agenda op.  In het ZAT zitten verder: SMW, BJZ, GGD, LPZ en soms politie.  De gemaakte afspraken worden vastgelegd in het dossier. Indien nodig kan de ondersteuningscoördinator voor de ondersteuning van leerlingen een beroep doen op de hierna genoemde organisaties. Marant Indien een leerling langdurig ziek thuis is, wordt er een beroep gedaan op de begeleiders van Marant.

Pagina 12 van 16


Ambulante begeleiding Er zijn met enige regelmaat ambulante begeleiders van REC 1,2,3 en 4 op het Montessori College aanwezig. Zij ondersteunen het docententeam in de begeleiding van onze LGF-leerlingen. Soms begeleiden zij ook de leerlingen zelf. Regelmatig hebben zij contact met de ouders/verzorgers, mentor/coach, RT-er en ondersteuningscoördinator. Bureau Leerplicht Leerlingen die vaak ziek zijn en/of regelmatig te laat komen, kunnen met de ouders door de leerplichtambtenaar opgeroepen worden. De school krijgt een verslag van de leerplichtambtenaar over het gesprek. Op deze manier hopen we voortijdig uitstromen te voorkomen. GGD Met regelmaat is een sociaalverpleegkundige van de afdeling Jeugdgezondheidsondersteuning van de GGD op school aanwezig. Zij ziet alle leerlingen van leerjaar 1 of 2. De leerlingen krijgen hier een schriftelijke uitnodiging voor. Zo nodig worden leerlingen doorverwezen naar de schoolarts die 1 keer per maand op school aanwezig is. Leerlingen kunnen dit spreekuur ook op eigen initiatief bezoeken. Een overzicht van data waarop arts en verpleegkundige aanwezig zijn, hangt in de school. Bureau Jeugdzorg BJZ- lid vormt de schakel tussen school en BJZ. Hij adviseert de school. Heeft geen begeleidende rol naar leerlingen of ouders. School’s cool/ Future Click Dit betreft een mentor/coachorganisatie die kwetsbare kinderen ondersteuning biedt bij de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs en verderop in hun schoolcarrière. De ondersteuning wordt gegeven door een mentor/coach. De mentor/coach is een goed opgeleide vrijwilliger (hbo/wo) die het kind wekelijks thuis bezoekt. Het doel is het voorkomen van vroege schooluitval en het vergroten van de kansen van deze leerlingen in het voortgezet onderwijs. (School’s cool is er voor leerlingen van groep 8 of startend in de brugklas, Future Click is er voor leerlingen vanaf 14 jaar). Huiswerkklas Studiekunst Het Montessori College in Nijmegen werkt samen met Studiekunst. Deze samenwerking houdt in dat in de huiswerkklas dezelfde werkwijze gehanteerd wordt als in de normale lessen. Ook heeft Studiekunst toegang tot de digitale leeromgeving van de school. Aan het einde van de schooldag kunnen leerlingen onder begeleiding en in alle rust hun huiswerk maken op school. Er is aandacht voor de planning en organisatie van het huiswerk. Aan deze huiswerkklas zijn kosten verbonden. Meer informatie is op te vragen via 06 3011 6878 en info@studiekunst.nl. Als de leerling niet verder kan Bij ernstige gedragsproblematiek is het niet altijd mogelijk een geschikte leeromgeving te realiseren. In overleg met mentor/coach, kernteam, ZAT en directie wordt een alternatief traject voor de leerling uitgezet:  Er wordt Preventieve Ambulante Begeleiding aangevraagd (PAB).  Een tijdelijke plaatsing in de Rebound te Nijmegen ter observatie, of om de leerling te ondersteunen in werkhouding en gedrag of als overbrugging om te zoeken naar een school die wel kan voldoen aan de ondersteuningsvraag van de leerling.  Plaatsing op een school voor VSO, na aanvraag en toekenning van een LGF, waar in kleine groepen intensieve ondersteuning wordt geboden.  Plaatsing op het Flex College nadat dit in de PCL besproken is. Organisatie van uitplaatsing De ouders en de leerling zijn in het gelopen traject voortdurend (door mentor/coach, ondersteuningscoördinator, SMW en directie) geïnformeerd en als gesprekspartner betrokken bij de gang van zaken. De ondersteuningscoördinator legt de contacten met de PCL, de VSO en het Samenwerkingsverband om de uitplaatsing te regelen.

Pagina 13 van 16


6

Communicatie met ouders Wij vinden het als Montessori College heel belangrijk dat de ambitie waarmee een leerling op onze school start ook wordt gerealiseerd. Een goed contact met ouders is hiervoor belangrijk. De ouders of verzorgers worden bij adviezen en beslissingen over de schoolloopbaan betrokken. Jaarlijks is er, vóór de herfstvakantie een kennismakingsouderavond. Na afsluiting van iedere lesperiode zijn er ouderavonden waarin ouders of verzorgers gesprekken aanvragen bij de mentor/coaches of vakdocenten. Tussentijds contact met de mentor/coach of vakdocent is ook altijd mogelijk. Ook kunnen ouders in Montiplaza (een elektronische leeromgeving van het Montessori College) en in het leerlingvolgsysteem (Magister of SOM) kijken, zodat zij de vorderingen van hun kind kunnen volgen. Het inloggen op Montiplaza gebeurt via het account van het kind. Voor Magister hebben ouders een eigen inlogcode. Contact bij een leerling bij wie meer ondersteuning nodig is Indien een leerling meer ondersteuning nodig heeft, worden de ouders hiervan in een persoonlijk gesprek op de hoogte gebracht door de mentor/coach. Er wordt een handelingsplan opgesteld door de mentor/coach (samen met de ondersteuningscoördinator en/of orthopedagoog). Dit plan wordt samen met de ouders besproken (en eventueel bijgesteld), waarna zij dit ondertekenen. Het plan wordt geëvalueerd volgens de gemaakte afspraken waarbij het cyclisch proces leidraad is. Contact bij leerlingen met een LWOO (of PRO in LWOO) indicatie Er wordt een begeleidingsplan of handelingsplan opgesteld door de mentor/coach (samen met de ondersteuningscoördinator en/of orthopedagoog). Dit plan wordt samen met de ouders besproken (en eventueel bijgesteld) waarna zij dit ondertekenen. Het plan wordt geëvalueerd volgens de gemaakte afspraken waarbij het cyclisch proces leidraad is. Verder loopt het contact via de mentor/coach volgens de gemaakte afspraken. Contact bij een leerling met een ondersteuningsarrangement Voor de aanmelding vindt een intakegesprek plaats en wordt er gekeken of de leerling plaatsbaar is. Wanneer de leerling geplaatst wordt, wordt het handelingsplan opgesteld en ondertekend door de ouders. Zij worden regelmatig uitgenodigd om met de mentor/coach de voortgang te bespreken. Er wordt steeds gekeken of er wijzigingen nodig zijn in de begeleiding. Deze worden dan weer opgenomen in het handelingsplan. Contact bij een leerling met een LGF Geruime tijd vóór de aanname vindt een intakegesprek plaats en wordt er gekeken of de leerling plaatsbaar is. Wanneer de leerling geplaatst wordt, wordt het handelingsplan ondertekend door de ouders. Zij worden regelmatig (minimaal drie keer per jaar) uitgenodigd om samen met de mentor/coach, de ondersteuningscoördinator/leerlingbegeleider en de AB-er de voortgang te bespreken. Er wordt gekeken of er wijzigingen nodig zijn in de ondersteuning. Het handelingsplan wordt hierop steeds aangepast. Melding in het ZAT (Zorg Advies Team) Als het nodig is om een leerling in het ZAT te bespreken neemt de mentor/coach hierover vooraf contact op met de ouders. De mentor/coach bespreekt de afspraken die voortkomen uit het ZAT-overleg met de ouders. Omdat we de ouders het hele jaar door goed willen informeren hebben we de volgende informatiekanalen en documenten. De website www.montessoricollege.nl De schoolgids Hierin staat informatie die voor het hele college geldt. De locatiegids Hierin staan zaken die voor de verschillende locaties belangrijk zijn. De leerlingen krijgen deze gids aan het begin van het nieuwe schooljaar. De Montessori jaarkalender Op deze kalender staan alle activiteiten voor de verschillende locaties, zoals ouderavonden, het uitreiken van de rapporten, feesten en sportdagen. De Monti Dit is een digitaal informatieblad voor de ouders of verzorgers. Mededelingen van de school, de ouderraad, actualiteiten en andere belangrijke zaken worden erin beschreven. Het blad verschijnt tweewekelijks. Ouders kunnen zich digitaal abonneren via de website van school. De studieplanner Veel leerlingen werken met een studieplanner. Dit is een uitgebreide agenda met structureel mogelijkheden tot reflectie. Voor leerling, ouder en mentor/coach een ideaal instrument om samen de ontwikkeling van het kind te volgen en hierover in gesprek te gaan met elkaar.

Pagina 14 van 16


Brieven/Mail Alle brieven die aan de leerlingen worden meegegeven komen ook op onze site te staan. Wij versturen al onze brieven per mail. Mochten we niet over een mailadres beschikken dan geven we de brief mee aan de leerling of sturen deze per post. De ouderraad Elke sector heeft een ouderraad. De ouderraad komt ongeveer 1 x per 7 weken bij elkaar en bespreekt dan met de sectorleiding actualiteiten uit de school, het voorgenomen onderwijskundig beleid en financiële zaken die de ouders rechtstreeks aangaan. Communicatie met het basisonderwijs De aannamecommissie bespreekt met de basisscholen de plaatsing van de leerlingen. Indien nodig, neemt de mentor/coach ook nog contact op met de groep 8 docent van de leerling. De schoolcontactpersonen bezoeken ieder jaar een aantal basisscholen en bespreken met hen de leerlingen die van hun school bij ons geplaatst zijn. Een verslag van het bezoek komt in het dossier van de leerling. De toeleverende basisscholen ontvangen een overzicht van alle rapporten van hun leerlingen en kunnen zo op de hoogte blijven van hun studieresultaten. Communicatie met het voortgezet onderwijs De kernteamcoördinator of decaan voert altijd gesprekken met leerlingen die tussentijds willen instromen en overlegt zo nodig met de ondersteuningscoördinator en sectorverantwoordelijke schoolleider. De mentor/coach verzorgt de overdracht van leerlingen die, tussentijds of na 2 jaar, van school vertrekken. Ook hierbij wordt de ondersteuningscoördinator, indien noodzakelijk, betrokken. De communicatie met anderen in het netwerk rondom onze school verloopt of via het management, de ondersteuningscoördinator of via de schoolmaatschappelijk werker.

Plaatsing op de school van aanmelding niet altijd mogelijk De school streeft ernaar dat alle leerlingen geplaatst kunnen worden op de school van aanmelding. Echter, niet altijd past de leerling bij de school van aanmelding. De school zoekt dan samen met de ouders een beter passende school. Er zijn drie redenen voor doorverwijzing naar een andere school: 1. De school kan niet voldoen aan de te specifieke ondersteuningsvraag. 2. Een teveel aan kinderen met ondersteuningsvragen kan de ondersteuningskracht van de school te boven gaan. 3. Het kind voldoet niet aan het niveau van de school. De scholen van Nijmegen en omgeving zijn lid van Samenwerkingsverband Nijmegen en omgeving. Het SWV zorgt ervoor dat elke leerling een onderwijsplek op een school krijgt. In overleg met ouders/verzorgers, de school van herkomst, de school van aanmelding en de andere school wordt de leerling door het Samenwerkingsverband op een school geplaatst waar voldaan wordt aan de ondersteuningsvraag van het kind.

Lijst van gebruikte afkortingen AB =

Ambulante Begeleiding

BJZ =

Bureau Jeugd Zorg

FRT =

Faalangstreductietraining

GGD =

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

KWT =

Keuze Werk Tijd

LGF =

Leerling Gebonden Financiering

LPZ =

Leerplicht zaken

LWOO = Leerweg Ondersteunend Onderwijs PAB =

Preventieve Ambulante Begeleiding

PCL =

Permanente Commissie Leerlingenondersteuning

PTA =

Programma van Toetsing en Afsluiting

REC=

Regionaal Expertise Centrum

SMW =

School Maatschappelijk Werk

RVC =

Regionale Verwijzings Commissie

SWV =

Samenwerkingsverband

Pagina 15 van 16


VSO =

Voortgezet Speciaal onderwijs

ZAT =

Zorg Advies Team

Pagina 16 van 16


Sop mc breed 09 09 2013