Transformatieproof inkopen voor jeugd

Page 1

September 2015

Transformatieproof inkopen voor jeugd Meer kwaliteit met minder budget: gemeenten gaan de uitdaging aan

Regio Haaglanden op weg naar een beter jeugdaanbod Gemeenten slaan de handen in elkaar

Is resultaatgericht inkopen dé sleutel tot transformatie? Sturen op resultaat stimuleert innovatie, maar… meten is niet altijd weten

Positief jeugdbeleid in de praktijk Niet ‘What’s wrong with you?’ maar ‘What’s right with you?’


Voorwoord Afgelopen mei kregen gemeenten bericht over de beschikbare middelen die ze de komende jaren voor jeugdhulp kunnen inzetten. Voor sommigen valt het mee, maar er zijn ook gemeenten die te maken hebben met 10% minder budget. In ieder geval staat vast dat er met minder middelen een grote kwaliteitsslag moet worden gemaakt. Voor 2015 en ook 2016 kiezen gemeenten vaak nog voor een voortzetting van de gebruikelijke subsidiering en bekostiging. Deze periode wordt benut voor druk beraad over de toekomstige wijze van financiering en met welke methodiek en onderbouwing er keuzen gemaakt gaan worden. Het huidige stelsel van jeugdvoorzieningen moet op de schop, maar hoe? Deze vraag is nauw gerelateerd aan de rol die gemeenten kiezen. Voer je de regie op afstand of neem je je verantwoordelijkheid dicht op de uitvoering? Ga je meer sturen op resultaten of prestaties? In alle gevallen is er het dringende appèl om het zo simpel mogelijk te doen om de administratieve last voor zowel organisaties als de overheid zelf te beperken. Dit online magazine gaat over transformeren in het sociaal domein, met de focus op het onderdeel jeugd. Gemeenten vertellen waar zij tegen aanlopen, hoe zij hun inzicht in de lokale jeugdsituatie hebben vergroot en hoe zij keuzen maken. In de regio Haaglanden zijn ze bijvoorbeeld bezig met het ontwikkelen van een verbetercyclus waarin monitoren, evalueren en inkopen moeten gaan bijdragen aan de transformatiedoelen. Andere gemeenten zijn goed op weg met het vormgeven van positief jeugdbeleid, en geven tips hoe dit aan te pakken. En een zeer belangrijk onderdeel van het inrichten van een nieuw stelsel aan jeugdvoorzieningen is het hierbij betrekken van jongeren, ouders en professionals. Daarom treft u ter inspiratie ook op dat gebied wat praktijkvoorbeelden en tips aan. Want zoals Marianne Beijleveld, beleidsmedewerker van de gemeente Den Haag, in het eerste artikel al zegt: “De basis van transformeren is dat je dit met elkaar doet.â€? Ik hoop dat dit magazine u inspireert en (nieuwe) inzichten geeft die u verder helpen bij de ontwikkeling van het nieuwe geheel aan jeugdvoorzieningen in uw gemeente. Jeanette van der Meer

2


2

Inhoud Voorwoord

4

‘Eén van de belangrijkste opgaven voor gemeenten is om inzicht te krijgen in wat de burger nodig heeft aan ondersteuning en zorg’ Interview met Haagse beleidsmedewerkers

6

Klanttevredenheidsmetingen zijn ouderwets Column

7

VOOR TEGEN

Resultaatgericht inkopen: de voors en tegens Creativiteit en vernieuwing, maar ook stress en cynisme

10

Input van jongeren en ouders in de transformatie Hoe krijg je het voor elkaar?

12

Vorm en richting geven aan positief jeugdbeleid Gemeenten focussen op wat er goed gaat

3


Gemeenten regio Haaglanden bundelen krachten in nieuw jeugdbeleid en -aanbod

‘Voor goede jeugdhulp moeten we samen kijken of het aanbod aansluit bij de vraag’

Met de stelselwijziging jeugd zijn gemeenten naast het preventieve jeugdbeleid ook verantwoordelijk geworden voor de jeugdhulp. En dat dwingt de gemeenten in de regio Haaglanden om hun jeugdaanbod eens goed onder de loep te nemen, en gezamenlijk de nodige aanpassingen te doen. Priscilla Stikkolorum

“Eén van de belangrijkste opgaven voor de gemeenten nu is om inzichtelijk te krijgen wat de burger nodig heeft aan ondersteuning en zorg”, zegt Priscilla Stikkolorum van de gemeente Rijswijk. In het verlengde hiervan ligt de vraag: “Wat hebben professionals nodig om te transformeren, op een andere manier te werken binnen de uitgangspunten van de transitie?”, aldus Marianne Beijleveld van de gemeente Den Haag.

‘We hebben nu meer inzicht in verbindingen, overlap en hiaten’ Match vraag en aanbod In 2013 en 2014 ging iedere gemeente in de regio Haaglanden op zoek naar de meest voorkomende vragen en problemen rond opvoeden en opgroeien en vergeleek dit met het aanwezige hulpaanbod. Matchte dit wel? “Bij dit onderzoek zijn alle interventies, van preventief tot zwaar residentieel,

4

in kaart gebracht, wat erg waardevol was”, volgens Stikkolorum. “Hierdoor ontstond meer inzicht in verbindingen, overlap en hiaten.” Jongeren, ouders en professionals werden bij het onderzoek betrokken, om cijfers te duiden en inzicht te krijgen in hun behoeften en wensen. Beijleveld: “Dat leidde tot onderbouwde en gedragen adviezen en er werden trends herkend.” Op procesniveau werd onder andere duidelijk dat het lastig is om, zeker in een grote gemeente, alle benodigde gegevens te verzamelen. Jeugdbeleid staat niet op zichzelf; verschillende afdelingen en ambtenaren hebben ermee te maken. En ook de uitvraag van gegevens blijkt niet eenduidig. Organisaties registreren op verschillende manieren, waardoor samenvoegen of vergelijken van gegevens niet goed mogelijk is. Ook de samenhang tussen preventie en jeugdhulp kan beter. Eén van de uitgangspunten van de transitie jeugdzorg is om onnodig zware, langdu-


rige hulp te doen afnemen en meer lichte ondersteuning en korte specialistische hulp in een vroeg stadium in te zetten. Het zou dus goed zijn preventie en jeugdhulp stevig te verbinden. Maar organisaties kennen elkaar niet altijd, waardoor ze elkaar niet kunnen vinden. De uitkomsten van het onderzoek zijn meegenomen in nota’s, uitvoeringsprogramma’s en innovatiewerkgroepen. Regionaal samenwerken De gemeenten in Haaglanden werken samen bij de inkoop van jeugdhulp. “In de aanloop naar de transitie lag de focus veelal op problemen en jeugdhulp. Nu is het tijd om ons te richten op preventie”, zegt Beijleveld. “Het is belangrijk dat we het gezonde kind gezond houden en kijken naar beschermende factoren, in plaats van alleen naar problemen.” Beijleveld en Stikkolorum hopen in de toekomst op meer regionale samenwerking en afstemming in preventief jeugdbeleid. Hulp zou daardoor bijvoorbeeld eerder kunnen beginnen. Stikkolorum: “Wanneer hulp in groepsverband pas kan starten als er acht deelnemers zijn, en de ene gemeente heeft er zes en de andere vier, dan kunnen ze dus allebei niet starten. Maar als die vier kunnen aansluiten bij die zes zijn er opeens tien deelnemers, en is het wel mogelijk.” Daarnaast zouden problemen zoals pesten en (v)echtscheidingen regionaal aangepakt kunnen worden, en is wellicht zelfs gezamenlijke subsidieverstrekking/inkoop en uitruil mogelijk.

‘De inkoop alleen op cijfers baseren is niet goed, omdat cijfers alleen niks zeggen’ Informatiecyclus De inkoop van jeugdhulp was in 2015 vooral gebaseerd op continuïteit en historisch gebruik. Om in de toekomst de juiste jeugdhulp in te kopen, is goede informatievoorziening onontbeerlijk. De gemeenten in Haaglanden werken daarom nu samen met zorgaanbieders, het stedelijk jeugdteam

en het regionaal inkoopbureau om eenduidige cijfers te verzamelen en te analyseren. Momenteel vindt er een doorontwikkeling plaats: “Er moet een structuur komen die zorgt voor continuïteit van informatie en analyse, waarop inkoop van jeugdhulp en subsidieverstrekking voor preventie gebaseerd kan worden”, geeft Stikkolorum aan. “Daarom zijn we bezig een cyclus te ontwikkelen, waarin alles met betrekking tot informatievoorziening zit. Zoals werkelijk gebruik van hulp, welke instelling wat levert, maar ook cliënttevredenheid en het duiden van informatie vanuit verschillende perspectieven.” Verhaal achter de cijfers Want sec meten en weten aan de hand van een monitor volstaat niet meer. In dat proces moeten alle betrokkenen een stem krijgen. Beijleveld: “De basis van transformeren is dat je dit met elkaar doet. Een systematische check met jongeren, ouders en professionals is noodzakelijk om te kijken of het aanbod nog aansluit bij Marianne Beijleveld de vraag.” Ook Stikkolorum is van mening dat niet alleen cijfers, maar ook kwalitatieve informatie noodzakelijk is. “De inkoop alleen op cijfers baseren is niet goed, omdat cijfers alleen niks zeggen. Het verhaal erachter geeft ons meer inzicht in wat we nodig hebben en in moeten kopen.” De behoeften van de burger moeten centraal staan. “Daar draait het immers om, en dat mogen we niet uit het oog verliezen!”

JSO leidde bovengenoemd onderzoek, en is ook nauw betrokken bij het ontwikkelen van de nieuwe beleidscyclus. Kijk voor meer informatie op de achterkant van dit magazine.

5


Klanttevredenheid meten is oud denken Column Jeanette van der Meer

Enigszins bezweet na het sporten open ik mijn computer. Mijn sportschool was vanmorgen weer zeer attent en behulpzaam bij het behalen van mijn doelen. Als klant heb ik constant zelf de regie in het stellen van die doelen, het monitoren van de voortgang en het uiteindelijk behalen ervan. Ik word dus voortdurend gestimuleerd te reflecteren op mijn eigen proces: Gaat het de goede kant op? Ben ik tevreden? Of moet ik het anders aanpakken? In het sociaal domein vindt deze reflectie bij de klant over het algemeen pas achteraf plaats in de vorm van een klanttevredenheidsmeting: Is het goed gegaan? Ben ik tevreden? Of had het anders gemoeten? En aan die tevredenheidsmeting wordt vervolgens veel belang gehecht. Het is, naast de afname van problemen en de uitval/afhakers van het traject, een van de indicatoren die gemeenten gebruiken om de kwaliteit van geboden hulp te beoordelen. Op klanttevredenheidsmetingen is van alles aan te merken. Gemeenten krijgen bijvoorbeeld geen inzicht omdat organisaties verschillende en daardoor onvergelijkbare meetinstrumenten hanteren. En het is onvermijdelijk dat organisaties belang hebben bij een goede score van klanten en hun gedrag daarop aanpassen, wat ten koste kan gaan van de focus op het beste resultaat voor de klant. Maar ik denk dat het bovenal een ouderwetse

6

manier van denken is. Het meten van tevredenheid achteraf past bij een vragende, passieve cliĂŤnt, een geleverde dienst en een mening na afloop. Terwijl de burger tegenwoordig zelf de regie moet pakken, zelf zijn doelen moet stellen en zelf verantwoordelijk is voor de aanpak om te komen tot een oplossing of verbetering. Dat vraagt om een cyclus waarin de cliĂŤnt in het begin zijn eigen doelen vaststelt, tussendoor regelmatig zelf toetst of hij op de goede weg is, en afsluit als het doel wat hem betreft voldoende bereikt is. En waarin hij zichzelf dus constant de vraag stelt of hij tevreden is, in plaats van alleen achteraf. Net als in mijn sportschool. Ik ben een tevreden klant en ga gemotiveerd elke keer weer sporten. Dat komt door hun persoonlijke benadering en positieve feedback, maar vooral door mijn voortdurende eigen regie en verantwoordelijkheid. Juist dat maakt dat ik trots ben op mijn vooruitgang en er hard aan wil blijven werken. Mijn 4-wekelijks meet en weeg momentje heb ik vorige week gehad. Nu even op de computer kijken hoe mijn progressie deze week is. Misschien ben ik van de oranje in de groene fase beland! Jeanette van der Meer Meer columns en blogs lezen? Lees meer van Jeanette van der Meer en andere adviseurs op de website van JSO.


Is sturen op resultaat de sleutel tot transformatie?

De haken en ogen van resultaatgericht (jeugd)zorg inkopen Toen zorgkantoren en provincies nog verantwoordelijk waren voor de inkoop van jeugdzorg, gebeurde dat op basis van (product)prijs en volume. Helaas gaf dit weinig zicht op de effectiviteit van de hulp en prikkelde het niet tot innovatie. Innovatie die nu juist hard nodig is, vanwege de transformatie. Gemeenten moeten het dus anders gaan doen. Is resultaatgericht inkopen de oplossing? Ja, zegt Jan Telgen, hoogleraar inkoopmanagement voor de publieke sector. Hij begeleidt een aantal experimenten met resultaatgericht inkopen in de regio’s Twente en Noord-Oost Friesland, en heeft hoge verwachtingen. In de experimenten betaalt de gemeente een zorgaanbieder een vast bedrag, zonder dat het aantal uren of de te verrichten activiteiten worden vastgelegd. Alleen het vereiste resultaat komt in het contract. “Deze werkwijze dwingt aanbieders tot creativiteit en vernieuwing,” zegt Telgen in een interview met Famo. Bovendien, zo stelt hij, houden gemeenten op deze manier de controle over wat er met hun geld gebeurt. “Ze hebben meer zekerheid dat hun middelen efficiënt en effectief worden besteed. Als je betaalt voor een x-aantal uren, weet je nooit of die uren efficiënt worden benut en of de zorg het gewenste resultaat oplevert. En zorgaanbieders zullen altijd het toegewezen aantal uren declareren, ook als ze het met minder tijd af blijken te kunnen.”

‘Deze werkwijze dwingt aanbieders tot creativiteit en vernieuwing’

Je krijgt wat je meet William Ouchi, wetenschapper op het gebied van organisatieaansturing, is het niet met Telgen eens. Alleen sturen op resultaten in het sociaal domein is wat hem betreft een doodlopende weg en dat zit hem in de eerste plaats in de focus op het meten. Want zijn de resultaten van zorgaanbieders eigenlijk wel zo goed meetbaar? Hoe objectiveer je de output van medewerkers, de tevredenheid van klanten en de kwaliteit van dienstverlening? En naast dit bezwaar wijst Ouchi nog op een ander nadeel: je krijgt wat je meet. Organisaties passen hun gedrag namelijk aan op wat gemeten wordt, en al gauw wordt voldoen aan de beoogde meting het hoofddoel, waarvoor al het andere moet wijken. Wordt een medewerker bijvoorbeeld aangestuurd op ‘het aantal afgeleverde producten’, dan zal die medewerker zich waarschijnlijk volledig richten op het verhogen van het aantal afgeleverde producten, wat misschien ten koste gaat van de kwaliteit. En zelfs als hier een maatstaf ‘kwaliteit’ aan wordt toegevoegd, dekt dat dan voldoende de lading? Want een gevolg daarvan kan weer zijn dat medewerkers zich slechts op kwantiteit en kwaliteit van

7


het product richten, en sociale omgang met collega’s of klanten uit het oog verliezen. En als ‘sociale omgang’ vervolgens ook wordt toegevoegd, zal er ongetwijfeld opnieuw een bijeffect zijn wat niet voorzien was. Cultuursturing Uiteindelijk wordt er dus steeds iets gevonden wat (nog) niet gemeten wordt, en tóch belangrijk is. Een opeenhoping van resultaatmetingen kan het gevolg zijn, wat misschien wel een gevoel van meetbaarheid en beheersbaarheid geeft bij de gemeente en het management, maar bij de professionals op de werkvloer leidt tot stress en cynisme. En laten we de ongewenste administratieve last niet vergeten.

‘Uiteindelijk wordt er steeds iets gevonden wat (nog) niet gemeten wordt, maar tóch belangrijk is’ de invulling van de zorg, maar omgekeerd moeten aanbieders vertrouwen hebben in de deskundigheid en de onpartijdigheid van de gemeente om te beoordelen of het resultaat daadwerkelijk behaald is. Vertrouwen is volgens hem ook essentieel voor het leerproces waar gemeenten en zorgaanbieders samen in zitten. Want aan de ene kant worden organisaties afgerekend op (genormeerde) resultaten, maar aan de andere kant moeten tegenvallen-

RESULTATEN CULTUUR

Volgens Ouchi kun je dus in complexe processen, zoals in het sociaal domein, beter kiezen voor cultuursturing (sturen op gedeelde waarden, tradities en overtuigingen) in plaats van sturen op resultaten.

de resultaten mogelijk zijn om van te leren. Dit kan een flinke spanning opleveren, wat de kwetsbare vertrouwensrelatie bedreigt in een periode waarin organisaties ook te maken hebben met forse bezuinigingen.

Vertrouwen Ook Jan Telgen plaatst, ondanks zijn enthousiasme, een kanttekening bij de resultaatgerichte werkwijze: het staat of valt met vertrouwen. Gemeenten moeten aanbieders alle ruimte durven geven voor

Er is dus geen eenduidig antwoord op de vraag of resultaatgericht inkopen dé manier is om succesvol te transformeren. Het kan een effectieve strategie zijn, maar er zitten diverse haken en ogen aan waar zorgvuldig rekening mee moet worden gehouden.

8


Tom van Yperen, programmacoördinator Effectieve Jeugdzorg bij het NJi, is groot voorstander van sturen op outcome (oftewel resultaten) in de jeugdzorg en formuleerde tien tips voor gemeenten: 1. Formuleer een gemeenschappelijk doel. Het eens worden over doelen van jeugdbeleid en jeugdhulp is een belangrijke stap naar een goede inzet van outcome-monitoring. 2. Spreek af dat hulpaanbieders hun outcome gaan meten. Veel doen dat al, maar nog niet allemaal. Spreek ook af wanneer, hoe vaak en bij wie er metingen moeten plaatsvinden. 3. Gebruik cijfers nu al in het gesprek over kwaliteit. In dat gesprek krijgen de cijfers de context die voor de aanbieder van toepassing is. 4. Beperk de metingen. Ga uit van metingen die nuttig zijn in het primaire proces en die expliciete kwaliteitsvragen beantwoorden in dat proces, voor de aanbieder en de gemeente. 5. Voer outcome-sturing gefaseerd in. Bepaal het tempo samen met de aanbieders en leg dit vast in een set afspraken. 6. Harmoniseer waar mogelijk, wees specifiek waar nodig. De hulpvragen zijn te heterogeen om van aanbieders te vragen dat zij allemaal met één en hetzelfde meetinstrument werken. 7. Ontwikkel eigenaarschap. Richt het thema outcome-sturing zo in dat er eigenaarschap ontstaat bij gemeenten, branches, beroepsverenigingen, management en bij de uitvoering. 8. Houd rekening met hulptrajecten. Bij complexe hulpvragen levert een groep aanbieders hulppakketten of –trajecten. Maak dan afspraken over wie op welk moment evalueert. 9. Benut het leren werken met outcome-indicatoren als relatietool. Gesprekken over outcome zijn zeer waardevol voor verdere kennismaking en opbouw van vertrouwen. 10. Benut het werken met outcome-indicatoren als verbetertool. Dat helpt bij het gouvernance-vraagstuk hoe je met maatschappelijke partners het jeugdbeleid steeds effectiever maakt. Uit: Outcome-sturing in de jeugdhulp

9


Bij het vormgeven van een nieuw stelsel aan jeugdvoorzieningen is het essentieel om input te krijgen van de mensen waar het allemaal om draait: de jeugd en hun ouders. Daarom hierbij ter inspiratie een aantal manieren om dit aan te pakken.

Jongeren en ouders: Toolkit Jeugdparticipatie Stichting Alexander is dé organisatie op het gebied van jongerenparticipatie en ontwikkelde samen met het Verwey-Jonker Instituut de Toolkit Jeugdparticipatie. In deze Toolkit worden 32 verschillende jeugdparticipatiemethoden gepresenteerd, die hun succes in de afgelopen jaren hebben bewezen. De methoden worden kort en bondig omschreven en elke methode wordt toegelicht met een praktijkvoorbeeld.

JONG doet mee!

Jeugdverbinder

JONG doet mee! is een door JSO ondersteund platform van jongerenraden in de regio Haaglanden, en is ontstaan uit de behoefte van de gemeente Den Haag om in gesprek te gaan met jongeren over de transitie jeugdzorg. Het platform praat met de samenwerkende gemeenten over hun ideeën, wensen en behoeften, en geeft gevraagd en ongevraagd advies. Kijk hier voor meer informatie. Het Jeugdplatform Amsterdam is een zelfde soort initiatief.

De gemeente Nijmegen maakt op dit moment werk van jongerenparticipatie door (onder andere) een jongere aan te stellen als ‘jeugdverbinder’. Die jeugdverbinder gaat de jeugd een grotere rol geven bij de totstandkoming van beleid (en inzicht geven in de betekenis van dat beleid), gebruik maken van de kennis en ervaring van jongeren, contacten tussen jongeren en de gemeente aanhalen en mogelijkheden om jongeren te raadplegen en te betrekken actief bekend maken binnen de gemeente. Lees hier het complete Initiatiefvoorstel Jongerenparticipatie.

10


Persona’s

In gesprek met Maarten Kun je wat over jezelf vertellen? Ik ben Maarten, 37 jaar en kom uit De Bilt. Daar woon ik in een beschermde woongroep, met een eigen voordeur. Ik heb schizofrenie en heb meerdere psychoses gehad. Vroeger had ik dat niet goed onder controle, ik had weinig ritme. Maar tegenwoordig gaat het beter en neem mijn medicijnen op tijd in. Mijn hobby is schrijven en dat is een goede manier om over mezelf en over mijn ziekte na te denken. Zo heb ik minder last van aanvallen. Ik hoef steeds minder naar de psychiater. Eerst was dat twee keer per maand, nu hoef ik nog maar één keer. Wat doe je voor werk? Sinds een jaar ben ik drie middagen in de week assistent in de houtbewerking. Dat is best verantwoordelijk werk, en daarnaast ga ik op donderdagmiddag naar creatieve dagbesteding. Dat doe ik al vijf jaar. Daar heb ik wel een stevige discussie over gehad met mijn begeleider, want die wilde liever dat ik helemaal voor houtbewerking zou gaan. Maar voor mij is juist die donderdagmiddag belangrijk, omdat ik die plek en die mensen goed ken en zo veranderde niet alles tegelijk. Ik zit lekker in mijn vel zolang mensen me maar niet te veel pushen. Ik vind het ook lastig als iemand

Persona’s (fictieve personen) helpen gemeenten hun doelgroep voor ogen te houden bij het vormgeven van nieuw beleid. Een persona is gebaseerd op informatie en kennis over een bepaalde doelgroep, en wordt idealiter samen met die doelgroep ontwikkeld. De persona zorgt ervoor dat de beoogde doelgroep echt gaat leven en zelfs letterlijk een gezicht krijgt. De publicatie ‘(Wmo) beleid maken met persona’s’ laat zien hoe gemeenten persona’s kunnen maken, en hoe ze die in de praktijk kunnen gebruiken.

kritiek heeft op mijn werk bij de houtbegeleiding. Daar ben ik eerlijk in: dan ben ik niet de makkelijkste voor mijn begeleiders. Wat zou je voor de toekomst willen? Ik wil het graag zo houden zoals het nu is, dus drie middagen houtbewerking en een middag creatieve dagbesteding. Dat loopt lekker en ik hoop dat het zo blijft. Een baan van 9 tot 5 in een fabriek of zo is te veel voor me. Ja, en verder zou ik best verkering met een leuk meisje willen, maar dat vertel ik verder aan niemand hoor. Mijn ouders wonen dichtbij en sinds het weer beter met me gaat, zien we elkaar vaak. Sinds een half jaar is mijn moeder ziek en daar maak ik me flink zorgen over. Mijn vader zorgt voor mijn moeder. Zijn er andere dingen waar je je zorgen over maakt? Ja, ik heb schulden en heb nu met zo’n bewindvoerder te maken. Echt, ik had nooit schulden, maar door mijn psychoses ging ik veel te veel geld uitgeven. Daardoor bespreek ik nu alles met mijn bewindvoerder en laat hem alles zien.

geef ze een stem! PAja!

Ambassadeurs

In de PAja!-methodiek beoordelen jongeren in zorg- en welzijnsvoorzieningen zelf hun begeleiding of opvang. Ze voeren hiervoor een onderzoek uit onder medebewoners: wat vinden zij van de opvang en begeleiding? En hoe denken cliënten dat de kwaliteit te verbeteren is?

Gemeenten kunnen ervaringsdeskundigen (zowel jongeren als ouders) in de jeugdzorg aanwijzen als ambassadeurs, en via hen informatie verzamelen over wat er leeft onder cliënten/burgers. Beleidsmedewerkers van gemeenten in de regio Midden-Holland maakten geregeld gebruik van dit soort ambassadeurs, en de gemeente Amsterdam werkt ermee op het gebied van de Wmo. Dit filmpje geeft een korte uitleg.

nker.nl/paja. Hier vindt u alle rapporten en persberichten. ntact opnemen met Diane Bulsink ut (T 030-230 07 99).

PAja! Almere 2014

Diane Bulsink Jodi Mak

De gemeente Almere besloot om in 2014 PAja! in te zetten bij drie instellingen. In deze brochure staat beschreven hoe het allemaal in zijn werk ging.

Provinciale conferentie In 2011 organiseerden JSO, Zorgbelang ZuidHolland en het LCFJ/LOC een provinciale conferentie voor jongeren en ouders. Het doel van de conferentie was hen te informeren over de transitie Jeugdzorg en samen wensen ten aanzien van de transformatie te formuleren. De top-10 van wensen die uit deze conferentie voortkwamen zijn door jongeren en ouders verfilmd en als input

Afspelen

gebruikt tijdens een tweede provinciale conferentie in 2012, en in discussies bij lokale en regionale instellingen. In de regio Holland Rijnland heeft dit in 2013 geleid tot een regionale aanpak.

Afspelen

11


Positief jeugdbeleid: inzetten op wat goed gaat Hoe kunnen instellingen een positief verschil maken binnen de maatschappij?

Het begrip positief jeugdbeleid heeft in de aanloop naar de transities een hoge vlucht genomen. Het werd in 2010 aangezwengeld door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en een digitale rondgang langs gemeentelijke beleidsnota’s leert ons dat inmiddels vele gemeenten zich voorgenomen hebben om hierop in te zetten. Maar hoe geven zij hier verder vorm en richting aan en wat betekent dit in de praktijk? jeugdbeleid. Het is volgens haar niet vreemd dat Positief jeugdbeleid hangt samen met de uitgangspunten van de positieve psychologie. Positie- gemeenten vooral problemen willen voorkomen en oplossen, maar het is wel typisch Nederlands om in ve ervaringen (geluk, hoop en liefde) en positieve het jeugdbeleid de focus te leggen op preventie en eigenschappen (vitaliteit, doorzettingsvermogen en wijsheid) staan hier centraal. Daarnaast gaat het zorg. “In de meeste andere landen staat talentontwikkeling centraal. Jeugdbeleid is dan gericht op om positieve instituties: hoe kunnen instellingen een positief verschil maken binnen de maatschap- het vrijetijdsdomein met doelen als jeugdparticipatie, versterking van non-formeel leren en vrijwilpij? En juist dit is de vraag waar gemeenten en lige inzet.” uitvoerende organisaties voor staan. Het verschil zit hem Positieve psychologie is treffend samen te vat‘Positief jeugdbeleid sluit goed aan volgens haar in de aanvliegroute. Vormt het ten door de vraag ‘What bij de transformaties, inclusief die jeugdbeleid met bovenis wrong with you?’ te genoemde doelen het vervangen door ‘What is in het passend onderwijs’ startpunt (de motor), right with you?’. Eenof ligt het startpunt bij de problemen op andere zelfde perspectiefwisseling is te zien in de nota’s voor jeugdbeleid. Risico’s en problemen staan niet beleidsterreinen (werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg) en zet je het jeugdbeleid in om (meer) voorop, maar juist de positieve ontwikkeling die men bij jeugdigen ziet en wil versterken. Al deze problemen aan te pakken? wordt er vaak nog wel bij gezegd welke problemen hiermee worden aangepakt of voorkomen. Bijvoor- Beschermende factoren Om gemeenten en uitvoerders te helpen bij het beeld het tegengaan van jeugdcriminaliteit, overvormgeven van positief jeugdbeleid in de praktijk, last en overgewicht. heeft het NJi een top 10 samengesteld van beschermende factoren voor de positieve ontwikkeEuropees jeugdbeleid ling van jeugdigen. De gemeente Noordoostpolder Pink Hilverdink van het Nji wisselt veel uit met heeft deze top 10 een expliciete plaats gegeven andere Europese landen als het gaat om positief

12


als professioneel, maar wordt inmiddels toegepast in het Deelplan Jeugd van het Beleidsplan Sociaal in het gehele sociaal domein. Marga Drewes, proDomein (2014). Volgens beleidsadviseur Siep Stramrood spelen de jectleider Transitie Jeugd in de gemeente Haarlemmermeer: “De schijf van vijf geeft aan wat wij factoren een rol in de afspraken die de gemeente allemáál nodig hebben in het leven. Een mens is met lokale instellingen maakt. “We willen profesmeer dan de zorgvraag waar hij of zij mee binnensionals niet voorschrijven wat ze precies moeten komt, en dat is een aansprekend principe. Je merkt doen, maar voor ons is de top 10 een onderdeel dat mensen hierdoor uitgedaagd worden om over van onze visie van waaruit we keuzes maken bij de de grens van hun eigen organisatie of vakgebied verdere vormgeving en uitwerking van ons jeugdheen te kijken en dat er inspirerende verbindingen beleid. Het sluit goed aan bij de transformaties, inclusief die in het passend onderwijs. In combina- ontstaan.” tie met de drie leefwerelden van jeugdigen ‘Een mens is meer dan de zorgvraag Zoals Stramrood al aangaf, willen gemeen(gezin, school en wijk) waar hij of zij mee binnenkomt’ ten professionals niet kan de top 10 door voorschrijven hoe zij in de gemeente en haar de praktijk vorm moeten geven aan positief jeugdpartners als ‘checklist’ gebruikt worden.” beleid. En dat is begrijpelijk, vindt Pink Hilverdink. Maar ze hebben wel invloed op welke organisaties Ontwikkelingsvoorwaarden worden ingezet, en dit kan tot verrassende uitkomOok de gemeente Haarlemmermeer geeft vorm sten leiden: “Zo bleek uit een pilot met nazorg na aan positief jeugdbeleid en zette een aantal ontdetentie dat het uiteindelijk de jongerenwerker was wikkelingsvoorwaarden voor alle kinderen en die er in samenwerking met vrijwilligers in slaagde jongeren centraal. Deze ontwikkelingsvoorwaareen jongere te helpen een nieuwe vriendenkring den zijn gebaseerd op het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind en vormen samen de op te bouwen. Dit zegt iets over het belang van ‘schijf van vijf’: gezond opgroeien, veilig opgroeien, aandacht voor beschermende factoren bij het betrokken inwoners, talenten ontwikkelen en goed bieden van nazorg, maar ook over de partijen die je hierbij nodig hebt. Het is belangrijk dat gemeenvoorbereiden op de toekomst. Deze schijf van vijf was aanvankelijk bedoeld als in- ten hier oog voor hebben, zodat zij deze partijen met elkaar in verbinding kunnen brengen en hun houdelijk richtsnoer voor iedereen die met kinderen en jongeren te maken heeft, zowel persoonlijk samenwerking en inzet kunnen faciliteren.”

13


Wat kan JSO voor u betekenen? Ook uw gemeente staat voor de uitdaging om behoefte en aanbod van jeugdvoorzieningen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. En dan ook nog efficiënter, effectiever en met een beperkter budget. Om hierin gemotiveerde keuzes te kunnen maken is het nodig om eerst een goed beeld te hebben van de huidige vragen en het huidige aanbod in uw gemeente. JSO ontwikkelde daarom de aanpak ‘Adequate voorzieningen Jeugd’. Met deze aanpak brengen we de meest voorkomende vragen omtrent opvoeden en opgroeien in kaart, en matchen dit met het nu beschikbare aanbod, actuele wetenschappelijke kennis en de inzichten van ouders, jeugd en professionals. Om de beoogde resultaten vervolgens (meer)jaarlijks te monitoren en bij te stellen, begeleiden wij u ook bij het opzetten van een verbetercyclus. Harde, kwantitatieve, ‘getelde’ data worden aangevuld met ‘vertelde’ uitleg en waardering vanuit verschillende perspectieven (burgers, gebruikers, professionals, organisaties, gemeenten). Dit levert steeds opnieuw input voor bijstelling, subsidiering en bekostiging van beleid.

Colofon Redactie Marijn Klok Tekst Jeanette van der Meer, Thijs Janssen, Marjan Möhle Vormgeving Monique Dessing

Kortom, JSO biedt u: • inzicht in uw huidige situatie • onderbouwde keuzes en prioriteiten • duidelijkheid over overlappingen en hiaten • effectiever preventiebeleid en daardoor vermindering kosten intensieve jeugdhulp • een verbetercyclus voor bijstelling, subsidiering en bekostiging Wilt u meer informatie over de aanpak ‘Adequate voorzieningen Jeugd’? Neem dan contact op met Jeanette van der Meer.

Fotografie istockphoto

inspireert en verbindt Nieuwe Gouwe Westzijde 1, 2802 AN Gouda, Postbus 540, 2800 AM Gouda T 0182 547 888 - E info@jso.nl - www.jso.nl


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.