Perspectieven voor passend onderwijs

Page 1

Januari 2015

Perspectieven voor passend onderwijs

Tips voor een succesvol jeugdhulpteam

‘Betrek mbo bij passend onderwijs’

Op weg naar passende kinderopvang?

1


Voorwoord Alle kinderen en jongeren groeien voorspoedig op. Ze ontplooien hun talenten en ontwikkelen zich tot zelfstandige, creatieve en verantwoordelijke burgers. Dat is het beeld van de samenleving die wij voor ogen hebben. JSO gelooft dat ieder kind telt. Want een gezonde samenleving heeft iedereen nodig. Een goede opvoeding is daarin essentieel. Dat betekent dat kinderen en jongeren kennis vergaren, vaardigheden leren en respectvol met anderen omgaan. Opvoeden is een dynamisch proces. Met ouders als eerste verantwoordelijken en school, professionals, familieleden, vrienden en vrijwilligers die daaraan bijdragen. Kinderen en jongeren brengen naast thuis ten slotte de meeste tijd door op de kinderopvang en op school, en vervolgens op stages en werk. Een kind dat niet goed in zijn vel zit of thuis problemen heeft, kan op school niet goed leren. Maar een leerkracht alleen kan dit niet oplossen. In de visie van JSO is samenwerking tussen ouders, kinderopvang, leerkrachten, zorgdeskundigen, ondernemingen en gemeenten cruciaal. Onderwijs, welzijn, jeugdhulp en bedrijfsleven zijn nog sterk gescheiden werelden. We kunnen veel winst behalen als zorgdeskundigen in een vroeg stadium de professionals in kinderopvang en onderwijs bijstaan als zich problemen voordoen. Flexibel, dichtbij en praktisch; samen optrekken volgens de werkwijze van 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Lees in dit magazine hoe passend onderwijs vorm kan krijgen, of neem contact met ons op voor meer informatie.

Jeanne van Berkel Jeanette van der Meer JSO

2


Passend onderwijs en jeugdhulp aan

Inhoud

elkaar knopen

4

Betrek schoolloopbaan bij passend onderwijs

12 Delft kiest voor integrale toegang jeugd- en onderwijsondersteuning

10

7

Opbrengstgericht werken en passend onderwijs: tegengestelde opdrachten?

Vijf tips voor een succesvol integraal jeugdhulpteam

14 Op weg naar passende kinderopvang

16 3


:

Passend onderwijs en jeugdhulp aan elkaar knopen: kaders en mogelijkheden

Het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) Jeugd is een wettelijke verplichting die elke gemeente heeft moeten realiseren de afgelopen maanden. Aan deze bestuurstafel van gemeenten en onderwijs wordt de aansluiting tussen het passend onderwijs en de (toegang) jeugdhulp geregeld. Samen stelt men een ontwikkelagenda op. Maar wat zijn de kaders hiervoor? En wat zijn de aanknopingspunten en mogelijkheden?

Ondersteuningsplan samenwerkingsverbanden Per 1 augustus 2014 is het passend onderwijs voor zowel het primair als voortgezet onderwijs ingegaan. Het doel van de Wet passend onderwijs is dat voor alle leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte zo passend mogelijk onderwijs wordt gerealiseerd. Om dat te kunnen bereiken, vormen scholen met elkaar samenwerkingsverbanden (SWV), waar ook het speciaal onderwijs deel van uitmaakt. Zo’n samenwerkingsverband maakt een ondersteuningsplan passend onderwijs, waarin wordt omschreven welk niveau van ondersteuning afzonderlijke scholen bieden, hoe de middelen voor extra ondersteuning zijn verdeeld en worden aangewend, hoe men ondersteuning toewijst, hoe de verwijzing naar speciaal onderwijs gaat en hoe men ouders informeert over het hele proces. Onderdeel van dit ondersteuningsplan zijn ook de schoolondersteuningsprofielen van de betrokken scholen in het SWV. In dit profiel, per school, staan de mogelijkheden tot extra ondersteuning beschreven.

4


Inhoudelijke veranderingen Werken volgens passend onderwijs brengt voor scholen en gemeenten drie inhoudelijke veranderingen op gang: • Van curatief naar preventieve inzet: via preventieve ondersteuning wordt de uitstroom naar bovenschoolse onderwijsondersteunende voorzieningen beperkt. Met andere woorden: ondersteuning wordt dicht bij huis en school gerealiseerd. • Van indiceren naar arrangeren: indicatiestelling op basis van slagboomdiagnostiek maakt plaats voor handelingsgerichte diagnostiek. Dit vereist een flexibele inzet van expertise en voorzieningen die nu deel uitmaken van bijvoorbeeld speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voorzieningen voor jeugdzorg en opvoedondersteuning. • Van sectoraal naar intersectoraal & multidisciplinair samenwerken én integraal denken en werken: preventieve ondersteuning beperkt zich niet tot de school. Opvoed- en opgroeiondersteuning moet integraal onderdeel zijn van het totale zorg- en ondersteuningssysteem rond de school en het gezin. Ook de handelingsgerichte diagnostiek heeft een integraal karakter. Intersectoraal werken bevordert een goede begeleiding van kwetsbare kinderen en gezinnen.

Nieuwe Jeugdwet Deze uitgangspunten van passend onderwijs sluiten naadloos aan bij de uitgangspunten van de decentralisatie jeugd: 1. Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van burgers, samen met de inzet van hun sociaal netwerk. 2. De-medicaliseren, ont-zorgen en normaliseren van zorgvragen door sterke basisvoorzieningen. 3. Eerder de juiste hulp op maat bieden, om het beroep op gespecialiseerde hulp te verminderen. 4. Integrale hulp aan gezinnen volgens 1 gezin-1 plan. 5. Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden, vermindering van administratieve lasten en het optimaal benutten van de eigen kracht van bewoners. En naast de nieuwe Jeugdwet is ook de Participatiewet relevant. Met andere woorden: samenhang en samenwerking realiseren is onontkoombaar en hoogst noodzakelijk. Het gaat om een combinatie van zorg, onderwijs en loopbaanondersteuning.

5


Spiegelwetgeving De samenhang tussen de nieuwe Jeugdwet en de Wet passend onderwijs wordt wel spiegelwetgeving genoemd, omdat de achterliggende gedachte van beide wetten hetzelfde is. Het idee is dat de school een grote rol speelt in het leven van kinderen en ouders. Dus als een kind ondersteuning of professionele zorg nodig heeft, moeten jeugdhulp en school samenwerken omdat bij de hulpvraag vaak beide werelden betrokken zijn. Zowel in de Jeugdwet als in het Referentiekader Passend Onderwijs is dus opgenomen dat de ondersteuning vanuit onderwijs en jeugdhulp op elkaar moet worden afgestemd. En moeten gemeenten (die verantwoordelijk zijn voor jeugdhulp) en schoolbesturen (in de vorm van samenwerkingsverbanden) elkaar treffen in het OOGO Jeugd, waar ze samen een ontwikkelagenda opstellen om hun samenwerking vorm te geven. In deze lokale ontwikkelagenda worden de thema’s benoemd waarop de verantwoordelijkheid van beide partijen elkaar (kunnen) treffen. Het kader hiervoor vormt het binnen het onderwijs al bekende 3 kolommenschema, waarin alle verantwoordelijkheden helder uitgewerkt zijn.

Verder aan het werk: samen ontwikkelen Bovengenoemde ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp bepaalt op lokaal (en soms regionaal) niveau waar verdere ontwikkeling en afstemming vanuit gemeenten en de samenwerkingsverbanden elkaar raken. Regelmatig terugkerende thema’s zijn het verder ontwikkelen van doorlopende leer- en zorglijnen, de aansluiting met leerplicht, de aansluiting met het mbo en de voorschoolse periode, het grensverkeer, het leerlingenvervoer, het concretiseren van vindplaatsgericht werken, de aansluiting met de JGZ en een gezamenlijke registratie en monitoring. Er is vier jaar de tijd om deze ontwikkelagenda uit te werken. JSO adviseert om de thema’s van de ontwikkelagenda te prioriteren en in een tijdpad te zetten. Betrek ook uitvoerend medewerkers erbij, zodat enerzijds de knelpunten van de dagelijkse praktijk voldoende aan bod komen en anderzijds de haalbaarheid van nieuwe werkwijzen centraal blijft staan. Zo kan de ontwikkelagenda echt een interactieve ontwikkeling met beide sectoren vormen, wat de basis van samenhang en samenwerken versterkt.

6


Betrek schoolloopbaan bij passend onderwijs

In november 2014 verscheen het advies getiteld ‘Samen naar een ononderbroken schoolloopbaan’ van de Onderwijsraad. De kern van dit advies: betrek naast de jeugdhulpverlening ook de schoolloopbaan bij passend onderwijs. Die loopbaan zou in de gehele samenhangende zorgstructuur vanuit het onderwijs, de Jeugdwet en ook de Participatiewet centraal moeten staan. De raad pleit dan ook voor meer passend onderwijs op het mbo. Het advies kan als inspiratiebron dienen.

Verkokerd beleid…wordt samenhangend beleid Vanuit de geschiedenis heeft Nederland een verzorgingsstaat rondom verschillende groepen opgebouwd. Op het gebied van jeugd is het realiseren van samenhang nu een belangrijke trend, die voortkomt uit deze versnipperde benadering van vroeger. Op alle vlakken ontstaat het inzicht dat problemen van gezinnen en leerlingen in samenhang opgepakt moeten worden. Scholen hebben te kampen met kinderen met (gedrags)problemen en achterstanden op cognitief, sociaal en emotioneel gebied. Er kunnen problemen thuis spelen, waardoor de ontwikkeling op school stagneert, maar ook problemen op school die het kind mee naar huis neemt. Beide domeinen, onderwijs en jeugdhulp, zijn dus gebaat bij een samenhangende en elkaar ondersteunende aanpak. Oftewel: 1 Gezin-1 Plan.

Den kg begi root, n kle in

Deze samenhang van onderwijs en jeugdhulp gaat over een combinatie van zorg-, gezins- en onderwijsondersteuning, van preventief en vrijwillig tot en met zwaar en verplicht. Met de huidige transitie jeugdzorg en het passend onderwijs, en de verplichte Spiegelwetgeving van beide wettelijke kaders, is de trend gezet om het verkokerde beleid achter ons te laten. De lokaal en regionaal opgestelde ‘ontwikkelagenda’ in het kader van het OOGO passend onderwijs geeft de komende vier jaar voldoende aanknopingspunten voor doorontwikkeling.

7


Passend ondersteuningsaanbod mbo Maar het mbo maakt geen onderdeel uit van de regionale samenwerkingsverbanden passend onderwijs, is dus ook niet betrokken bij het OOGO passend onderwijs en als zodanig ook geen ‘mede-eigenaar’ van de ontwikkelagenda. Vanaf augustus 2014 zijn de mbo’s zelf verantwoordelijk voor het ondersteuningsaanbod. Zij hebben hier middelen voor, die voorheen via het zogenaamde ‘rugzakje’ aan leerlingen toegewezen werden. Om een passend ondersteuningsaanbod binnen het mbo te realiseren, moeten zij in veel gevallen de interne zorgstructuur opnieuw vormgeven. De afstemming met het voortgezet onderwijs in de regio zou een belangrijk onderdeel hiervan moeten zijn. De samenwerking met partijen zoals (jeugd)zorg en lokale overheid eveneens. Deze samenwerking is nodig om iedere jongere een passend aanbod te kunnen doen, zodat jongeren het onderwijs niet voortijdig verlaten en straks goed kunnen deelnemen

8

aan de arbeidsmarkt. De maatschappelijke opdracht en focus van het mbo is kortom het zorgdragen voor goed onderwijs, gericht op het behalen van een startkwalificatie. Voor gemeenten is dit ook van belang met het oog op de Participatiewet.

Samenwerking is nodig om iedere jongere een passend aanbod te doen

Thema’s waarin mbo en gemeenten elkaar kunnen vinden zijn bijvoorbeeld: • voortijdig schoolverlaten • aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt, stages • veiligheid op school • samenwerking in de keten van jeugdhulp / opstellen onderwijszorgarrangementen.

• talentontwikkeling


Koppel zorgplicht aan kwalificatieplicht De Onderwijsraad pleit nadrukkelijk voor meer afstemming en samenwerking tussen gemeenten. Er is geen verplichting tot overleg in de wet opgenomen, maar juist voor kwetsbare jongeren is dit cruciaal. Zij vragen om een samenhangende aanpak. De raad pleit er daarom voor om de bestaande zorgplicht van het middelbaar beroepsonderwijs meer in lijn te brengen met die van het primair en voortgezet onderwijs. Het gaat dan om het koppelen van de zorgplicht aan de kwalificatieplicht. In dat geval staat de schoolloopbaan van de jongere, met diens mogelijkheden, centraal. De aanvullende (extra of intensieve) ondersteuning vanuit onderwijs en jeugdhulp hebben met elkaar dan een gezamenlijk doel, namelijk die specifieke schoolloopbaan van de jongere. Maar deze verbreding naar de schoolloopbaan is niet alleen voor de zwakkeren van belang. Juist ook aan de bovenkant is het goed om dit als leidend principe te nemen. De motivatie van deze leerlingen kan zo enorm versterkt worden.

Samen ontwikkelen en vormgeven Vanuit onderwijsvisie, beleid en aanpak (denk onder andere aan het actieplan ‘Focus op vakmanschap’) kan het mbo toenadering tot de gemeente zoeken. Voor gemeenten en samenwerkingsverbanden geldt dat de afstemming met het mbo, zoals in de ontwikkelagenda opgenomen is, samen vormgegeven kan worden. Dat samen ontwikkelen en vormgeven, is de basis van verdere samenhang. Toenadering als eerste stap. Misschien helpt het bekende credo ‘denk groot, begin klein’. Het begint bij elkaar kennen, vervolgens komt samen plannen maken en ontwikkelen op basis van haalbaarheid, dan uitvoeren en monitoren en tot slot breder implementeren. De dialoog hierover zal naast extern, ook in de eigen school als een pendelbeweging tussen docenten, managers en directie moeten plaatsvinden. Ook binnen een school is deze visievorming en overeenstemming noodzakelijk.

9


Vijf tips voor een succesvol integraal jeugdhulpteam

In 2014 heeft een CJG-pilotteam in Delft proefgedraaid met integraal werken, onder begeleiding van JSO. Diverse organisaties voor jeugdhulp, zoals MEE, BJZ, JGZ, GGZ en Kwadraad, participeerden. En via de jeugdmaatschappelijk werkers op de diverse scholen (zowel primair als voorgezet onderwijs) was ook de aansluiting met de zorg op school geborgd. Wat kunnen we leren van deze pilot? Hierbij vijf tips voor het succesvol laten slagen van een integraal jeugdhulpteam. De medewerkers van dit pilotteam werkten vanuit hun bestaande moederorganisaties, wat voor deze organisaties diverse aandachtspunten aan het licht bracht. Aandachtspunten waar vooral de management- en bestuurslagen mee aan de slag moeten, aangezien het neerleggen van deze organisatie- en inrichtingsvraagstukken bij de werkvloer het werkproces daar kan frustreren. Betrokkenheid van de werkvloer bij het bedenken van oplossingen en het inschatten van de haalbaarheid van voorstellen is zeker belangrijk, maar de verantwoordelijkheid hiervoor ligt hogerop. Wat zijn de aandachtspunten die naar voren zijn gekomen uit de pilot? En welke tips kunnen we hieruit halen voor managers en bestuurders? 1. Laat teamleden werken vanuit het team, niet vanuit hun

1

moederorganisaties De teamleden in Delft participeerden in een integrale pilot én waren tegelijk verbonden aan de eigen moederorganisatie. Hun inzetbaarheid qua tijd op de pilot verschilde daardoor. Onderdelen als beschikbaarheid (caseload vanuit de moederorganisatie versus flexibiliteit voor pieken in de pilot), het stroomlijnen van een gezamenlijke methodiek en de ruimte om te werken aan samen-werken werden hierdoor beïnvloed. Tip: zorg ervoor dat de teamleden hun werk vanuit het team kunnen doen, los van de structuur van de moederorganisatie. Waarschijnlijk is er wel een arbeidsrechtelijke binding, maar het nieuwe werkproces dient centraal te staan. Loyaliteitsvragen naar de nieuwe aanpak en de moederorganisatie kunnen voorkomen worden als hier helder afspraken over gemaakt worden.

2 10

2. Zorg voor voldoende tijd om te werken aan samen-werken Aandacht en tijd om samen te werken aan samen-werken (delen, verdiepen, deskundigheidsbevordering) zijn cruciaal. Het gaat ook om ontmoetingen tussen teamleden buiten de geplande teammomenten. Het kost tijd (qua uren én qua doorlooptijd) om de beoogde transformatie te realiseren. Volledig werken volgens de nieuwe aanpak vraagt een paar jaar, waarin werkende wijs ontwikkelen, tijd om samen te werken en continuïteit in het team belangrijke bouwstenen zijn. Tip: creëer in de beginfase tijd om samen-werken te ontwikkelen.


3. Ga flexibel om met inzetbaarheid door het benoemen van verschillende

3

rollen die elk teamlid kan vervullen Elk teamlid kan verschillende taken op zich nemen en daarmee verschillende rollen vervullen: • intermediair en kwartiermaker naar een vindplaats • vraagverheldering, analyse en regievoering • zelf een ondersteuningstraject bieden; in een gezin ondersteuning bieden Tip: benoem deze rollen bij aanvang en monitor of deze combinatie werkt. Snelle beschikbaarheid voor vindplaatsen is cruciaal om zorg af te schalen.

4

4. Zorg voor heldere profilering van teamleden naar buiten toe Hoe treden de teamleden ouders en samenwerkingspartners tegemoet? Doen ze dat vanuit de pilot of vanuit de eigen moederorganisatie? Heldere profilering en communicatie over de nieuwe aanpak naar buiten toe dient zich ook te vertalen in eigen emailadressen en telefoonnummers van het team, in plaats van bereikbaarheid via de moederorganisaties. Tip: regel dit direct. Dit geeft helderheid naar teamleden en klanten, waardoor ruis voorkomen kan worden.

5

5. Maak goede juridische afspraken Samenwerken en privacy blijft een belangrijk aandachtspunt. In hoeverre wordt alles juridisch dichtgetimmerd? En wie praat er mee over de overeenkomsten en voorwaarden tussen de organisaties? Het taaie proces van onderhandelen en juridisch regelen van samenwerking kan de werkvloer frustreren, dus goede afspraken hierover werken als ruggengraat voor de professionals. Net als over privacy moeten er ook heldere afspraken gemaakt worden over een klachtenregeling. Tip: bespreek en regel dit thema met het management en de besturen van alle betrokken organisaties. De speelruimte wordt dan gezamenlijk bepaald en organisaties moeten hierover vervolgens zelf helderheid geven aan de betrokken collega’s in de pilot. Dit voorkomt juridische discussies op de werkvloer. In het team moet het immers niet gaan over wat de juridische speelruimte is, maar over het innemen van die ruimte op basis van een gezamenlijk ambitie: het bieden van meer samenhangende zorg. Tevens is het aan te bevelen dat de besturen en managers van de organisaties monitoren waar de praktijk tegenaan loopt, zodat bijgestuurd kan worden.

11


‘Monitoren, bijsturen en soms nadrukkelijk zaken anders aanpakken’ Delft kiest voor integrale toegang jeugd- en onderondersteuning

De transitie en transformatie binnen het sociaal domein verlopen via de decentralisaties van de Participatiewet, Wmo en jeugdzorg. Binnen elke decentralisatie wordt de zorg zo integraal mogelijk georganiseerd. De gemeente Delft kiest ervoor om vanaf 2015 de ondersteuning van jeugd en gezinnen, én de zorggerelateerde onderwijsondersteuning vanuit een integraal jeugdteam te laten plaatsvinden. JSO begeleidde de gemeente afgelopen jaar in de ontwikkeling van deze samenhang binnen de decentralisatie jeugdzorg. Een terugblik.

Toegang jeugd als kader De gekozen aanpak van de gemeente Delft om de toegang per decentralisatie te regelen, vormt het kader. Elke transitie (jeugd en onderwijs / participatie / Wmo) biedt de functies: • informatie en advies (voorlopig per team, later mogelijk stedelijk) • vraagverheldering • ondersteuning (handelingsgericht werken – geen volgordelijk ondersteuningsproces maar direct starten met ondersteuning tijdens de startfase) • toeleiden Aanpak en begeleiding Met beide samenwerkingsverbanden basis en voortgezet onderwijs, de gemeente en het jeugdmaatschappelijk werk is het vormgeven van de samenhang ter hand genomen. In eerste instantie zijn de managers en bestuurders onder leiding van JSO aan de slag gegaan. Nadat de kaders op hoofdlijnen waren ontwikkeld en het steeds duidelijker werd dat de huidige jeugdprofessionals in hun nieuwe rol een transformatie zouden moeten doormaken, zijn ook zij steeds meer betrokken. Dit proces van een aantal werkbijeenkomsten, verkenningen en het uitwerken van

12

voorstellen is afgerond met enkele aanbevelingen voor de definitievere toegang jeugd (zie kader). Terugkijkend Jan de Grauw, directeur van het samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Delflanden, kijkt tevreden terug op de afgelopen tijd: “Het proces is, met ondersteuning van JSO, goed doorlopen. Er zijn heldere aanbevelingen uit naar voren gekomen. Daar staan we met elkaar achter en deze zijn overgenomen door de gemeente. In een korte tijd hebben we in dialoog met elkaar de samenhang en de afstemming besproken. Dat proces hebben we doorleefd met elkaar.”

‘Continuïteit in de persoon van de jeugden gezinswerker op school is cruciaal’

Ook Trudie Klooster, directeur Samenwerkingsverband VO Delflanden 28.9, kijkt goed terug op de ondersteuning. “De continuïteit in de persoon van de jeugd- en gezinswerker op school is cruciaal, zeker omdat er grote verschillen zijn in de problematiek en complexiteit van vragen op scholen.


Door een vast persoon kunnen de begeleidingsteams op scholen echt tot samenwerken en samenhangende hulp komen. Door passend onderwijs verandert ook de rol van de zorgcoördinator naar steeds meer regievoeren en zicht houden op, in plaats van zelf in alle zorg duiken. Dit is dan ook een onderwerp dat vanuit het samenwerken aangekaart wordt in de periodieke intervisiebijeenkomsten.” Ageeth Rentrop van de gemeente Delft benoemt als sterke punten in het proces: “het enthousiasme, de visie en de praktische vertaalslag en het samen doorlopen als betrokken partners van dit ontwikkelproces.” Toch zijn er ook zorgen. Passend onderwijs is nu al een feit, maar de Transitie Jeugdzorg pas op 1 januari. Jan de Grauw: “Vanuit

het onderwijs gezien willen we de zaken nu al geregeld hebben. Dat lukt niet altijd omdat er binnen de transitie nog veel in ontwikkeling is.” Ontwikkelagenda Voor de nabije toekomst zijn alle betrokkenen het eens: de uitwerking staat of valt met het goed monitoren van hoe het gaat, bijsturen en soms nadrukkelijk zaken anders aanpakken vanuit het nieuwe denken. Het OOGO passend onderwijs in Delft heeft inmiddels de ontwikkelagenda vastgesteld. Verdere verdieping van de afstemming van de zorgroute thuis en op school, de relatie met leerplicht, en versterken van contacten met het mbo maken hier onder andere deel van uit.

Enkele aanbevelingen: 1. Korte lijnen en continuïteit in mensen. 2. Investeer en bouw voort op de reeds bestaande samenwerking zodat begeleidingsteams per school ontstaan. 3. De jeugdprofessional fungeert als ‘linking–pin’ (intermediair). Elke jeugdprofessional vervult drie rollen, de combinatie van rollen in één persoon waarborgt flexibiliteit. 4. De jeugdprofessional als linking-pin op de vindplaats onderwijs vraagt om functionele afspraken. 5. Aandachtsfunctionarissen voor een wijk of sector. 6. Vragen van ouders die direct binnenkomen bij de jeugdprofessional worden zelf geanalyseerd en passend naar de juiste plek geleid. 7. Zorg voor een goede verbinding vanuit het jeugdteam naar de opvoedondersteuning en -voorlichting in de basisvoorzieningen. 8. De jeugdprofessional acteert op diverse schakelpunten: aansluiting basisvoorzieningen, de overdracht en samenwerking met het sociaal team.

13


Opbrengstgericht werken en passend onderwijs: tegengestelde opdrachten?

Opbrengstgericht werken én passend onderwijs leveren samen een ingewikkeld dilemma op voor scholen. Twee ogenschijnlijk tegengestelde opdrachten, die een forse uitdaging betekenen in de toch al volle agenda van het onderwijs. Directeuren en leerkrachten vragen zich af: wéér iets nieuws erbij waar we aan moeten voldoen? Maar de vraag is of opbrengstgericht werken en passend onderwijs wel zo tegenstrijdig zijn. Leer- en zorgbehoefte In tegenstelling tot diverse landen om ons heen maakt Nederland een verschil in opbrengstgericht werken en passend onderwijs. Opbrengstgericht werken houdt in dat scholen differentiatie in niveau aanbieden (gemiddeld, voorlopend, achterblijvend). Voor elke (groep) leerling(en) wordt een handelingsplan gemaakt, om de leerlingen – op hun eigen niveau – optimale leerresultaten te laten behalen aan de hand van diverse toetsen. Opbrengstgericht werken geeft scholen dus de opdracht om het optimale te doen, aansluitend op de leerbehoefte van leerlingen.

insluiten. Verschillen in behoeften van leerlingen worden niet als meer of minder gezien. Het gaat over het samenbrengen van diverse groepen leerlingen, waarbij het systeem deze inclusie ondersteunt. De meerwaarde van deze integratie is voor alle leerlingen groot.

Passend onderwijs geeft scholen een zorgplicht: leerlingen met een zorgbehoefte moeten zoveel mogelijk in het regulier onderwijs bediend worden. Dit gaat om inclusief denken en handelen. De basis voor dit inclusieve onderwijs vormt de Salamancaverklaring van de VN: leerlingen met een speciale zorgbehoefte hebben recht op onderwijs op gewone scholen, tenzij er dringende redenen zijn om dat niet te doen.

Het overbruggen van het verschil hiertussen kan opgevat worden als het bieden van optimale onderwijskwaliteit. wAls de zorg voor deze onderwijskwaliteit een leidend uitgangspunt wordt, kunnen scholen met zowel opbrengstgericht werken als passend onderwijs aan de slag gaan. Dat de twee opdrachten tegenstrijdig aanvoelen, wordt zo beperkt of voorkomen.

Optimaal maatwerk Het vinden van een passende balans tussen aandacht voor leerresultaten in de vorm van toetsen, en zo voldoen aan het gestelde curriculum, versus gelegenheid om in te spelen op leerlingen met een zorgbehoefte is actueel. Menig schooldirecteur krabt zich hierover achter de oren. Bekijken we echter de essentie van opbrengstgericht werken en passend onderwijs, dan gaan beide over het

14

Beide beleidsontwikkelingen dagen het onderwijs uit om optimaal maatwerk te bieden. Het gaat om kijken naar de leerlingen en analyseren van hun behoeften. Die behoeften kunnen afgezet worden tegen de faciliteiten, omstandigheden en competenties die een school (al) in huis heeft.

Driehoek attitude, vaardigheden en faciliteiten Om aan beide opdrachten te werken zijn drie dingen cruciaal. De eerste twee zijn attitude en vaardigheden. Dit staat voor de wil van de leerkracht om inclusief te werken en de vaardigheden die hij nodig heeft om in te spelen op de verschillende leer- en zorgbehoeften van zijn leerlingen. Het gaat dus om het verbreden en verdiepen van het handelingsrepertoire van de leerkracht, bijvoorbeeld door coaching on the job.


Drie cruciale dingen om aan beide opdrachten te werken

Ten derde dienen er ondersteunende faciliteiten te zijn voor het inclusieve werken, in de vorm van systemen en procedures. Ook de, misschien jarenlang ingesleten, regels en afspraken moeten tegen het licht gehouden worden. De driehoek attitude, vaardigheden en faciliteiten dient altijd in evenwicht te zijn en blijven. Elke actor in het onderwijsproces is daar (mede)verantwoordelijk voor.Tot slot een antwoord op de gestelde vraag aan het begin van dit artikel: wéér iets nieuws? Mijn antwoord is nee. Onderwijs heeft de opdracht en uitdaging om goed onderwijs te bieden, aansluitend bij het niveau van de leerlingen. Meer differentiëren is hierin de trend, net als minder uitsluiten, en beide opdrachten (opbrengstgericht werken én passend onderwijs) omvatten die kern. Dus alle begrip voor deze forse opdracht!

De uitdaging voor de komende jaren is dat alle betrokkenen, van leerkracht tot minister, meer doordrongen raken van beide opdrachten, zodat regels, beleid, afspraken en aanpak niet meer als ingewikkeld en tegenstrijdig worden ervaren. Bovenstaand artikel is gebaseerd op informatie en inspiratie uit het congres Passend meesterschap bij passend onderwijs, dat plaatsvond op 25 november 2014 in Amsterdam.

15


Ruim 60% van de kinderen van nul tot vier jaar bezoekt enige vorm van kinderopvang

Op weg naar passende kinderopvang?

Vanuit hun maatschappelijke en pedagogische opdracht werken peuterspeelzalen en kinderdagverblijven hard aan het inspelen op zorgvragen van kinderen. Door meer samenwerking met preventieve jeugdvoorzieningen zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin kunnen er krachtige basisvoorzieningen ontstaan. De Kwaliteitsvisie Kinderopvang van oktober 2014 spreekt al van ‘passende kinderopvang’.

Ruim 60% van de kinderen van nul tot vier jaar bezoekt enige vorm van kinderopvang. Het signaleren van opvoed- en opgroeiproblemen, en deze bespreekbaar maken met ouders, gebeurt in deze voorzieningen op een toegankelijke en laagdrempelige manier, omdat de pedagogisch medewerkers dit oppakken vanuit een natuurlijke vanzelfsprekendheid. Zij zijn voor ouders dus vaak een belangrijk adviseur. De zorgstructuur van de kinderopvang is echter niet als vanzelfsprekend afgestemd op de zorgroute van CJG’s. Ook benut het CJG de kinderopvang (nog) weinig als vind– en werkplaats om opvoedondersteuning te realiseren. Er zijn wel enkele lokale proeftuinen en pilots, maar in het landelijk beeld is dit nog geen vanzelfsprekendheid.

16

Partner in opvoeden en opgroeien Over het algemeen geldt dat voorschoolse voorzieningen graag hun verantwoordelijkheid willen nemen in het partner zijn bij opvoeden en opgroeien. Niet alleen naar ouders toe, maar ook naar andere jeugdvoorzieningen zoals het CJG. De basis hiervoor is terug te vinden in het in 2008 door de sector zelf ontwikkelde Manifest Context Kinderopvang: “Kindercentra moeten ouders een omgeving bieden waar zij professionals in opvoeding en andere ouders kunnen ontmoeten zodat zij ondersteuning kunnen vinden in hun opvoedende taak. (…) Veel meer dan voorheen het geval was, voeden ouders


hun kinderen op in een relatief opvoedingsisolement. Er zijn aanwijzingen dat onder jonge ouders sprake is van een zekere verlegenheid als het om het hoe en het wat van het opvoeden gaat. Dat gat moet worden opgevuld. (…) Van alle instituties ‘in de opvoedingsomgeving’ van kinderen mag worden verwacht dat zij hun pedagogische doelen helder maken en verantwoorden wat de kwaliteit van hun pedagogisch handelen is. Denk aan kindercentra, scholen, Centra voor Jeugd en Gezin en zelfs sport-, vrijetijds- en cultuurinstellingen.” Overigens wordt vanuit het verleden vaak gezegd dat (vve-)peuterspeelzalen meer ontwikkelingsgericht zijn en kinderdagverblijven meer dienstverlenend naar ouders, maar in de praktijk is dit onderscheid al lang niet meer te maken. Ook door de landelijk ingezette harmonisatie van het peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang, zal het werk inhoudelijk samen gaan vloeien. Meer differentiatie In oktober 2014 is door de kinderopvangsector een lange termijn kwaliteitsvisie opgesteld. De sector pleit voor meer differentiatie: meer ruimte om in te spelen op specifieke ontwikkel- en zorgbehoeften van een kind. Vergeleken met het onderwijs kan er voor de kinderopvang geen sprake zijn van ‘zorgplicht’, maar voor veel jonge kinderen kan het verrijkend samenzijn wel nadrukkelijk meerwaarde bieden. Dat kan zowel betrekking hebben op de opvang van ‘zorgkinderen’ in de reguliere groep van een kinderdagverblijf, als op een overkoepelende samenwerking met voorzieningen als het CJG. Met beide vormen van passende kinderopvang wordt inmiddels op diverse plekken in het land geëxperimenteerd. Samenwerking met CJG en jeugdhulp Er zijn lokale initiatieven die de samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en het CJG bevorderen: • Bij het CJG Etten Leur heeft een ‘adviseur peuterontwikkeling’ nauwe contacten met alle voorschoolse voorzieningen.

• Het CJG Krimpen aan de IJssel heeft de voorschoolse voorzieningen vanaf het begin betrokken bij de opzet van een afgestemde zorgstructuur. En ook de proeftuin ‘Jeugd- en opvoedhulp om de hoek’ is een uitwerking van laagdrempelig, snel en dichtbij hulp bieden. Maar behalve het versterken van een overkoepelende samenwerking met het CJG, wordt er in het kader van passende kinderopvang ook samengewerkt op de werkvloer van het kinderdagverblijf. Pedagogisch medewerkers krijgen bijvoorbeeld ondersteuning en coaching op de groep in het werken met zorgkinderen, door medewerkers vanuit de jeugdhulp. De ervaringen hiermee zijn positief en meer informatie is te vinden op de websites www.alert4you.nl en www. pedagogischpact.nl. Toekomst passende kinderopvang Over de hervorming naar passend onderwijs is tien jaar gedaan. Na de introductie van ‘Weer Samen naar School’ (WSNS) in de jaren negentig van de vorige eeuw, werd in 2005 dit onbegrensd labelen op basis van financiering én inhoud als eerste ter discussie gesteld in een brief van de toenmalige Minister van Onderwijs. Dit resulteerde bijna tien jaar later in de invoering van passend onderwijs in augustus 2014. We kunnen niet voorspellen hoe dit de komende tien jaar in de kinderopvang zal verlopen. Wel geven de diverse notities en initiatieven op de werkvloer de beweging aan, de sector roert zich. Meer informatie Kijk op de website van JSO voor: • Samenwerking CJG en voorschoolse voorzieningen. • Onderzoek screeningsopties van kinderen uit de dagbehandeling binnen jeugd- en opvoedhulp op hun geschiktheid voor plaatsing in de reguliere kinderopvang.

• Kinderopvang Vlietkinderen verzorgt in Leidschendam-Voorburg de balie van het CJG en een Spel- en Opvoedpunt (met speluitleen).

17


Wat kan JSO voor u betekenen?

• We begeleiden samenwerkingsprocessen van (samenwerkingsverbanden) onderwijs, zorg en gemeente. Denk aan de transitie jeugdzorg en passend onderwijs of het komen tot een geïntegreerd zorgproces.

• We vertalen praktijk naar beleid en vice versa, bijvoorbeeld door de consequenties van de zorgplicht binnen een school uit te werken.

• We bieden gezamenlijke deskundigheidsbevordering aan onderwijs- en jeugdprofessionals, onder andere op het vlak van vroegsignalering, aanpak kindermishandeling en zorgcoördinatie.

• We ondersteunen de doorgaande lijn, van kinderopvang en basisschool tot vervolgonderwijs.

• We begeleiden de dialoog tussen jeugd, ouders, professionals, managers en bestuurders. Zoals bij het ontwikkelen van een wijkpedagogiek, ouderbetrokkenheid, of om te komen tot 1 gezin 1 plan met ouders en professionals.

Colofon Eindredactie Marijn Klok Tekst Jeanne van Berkel, Jeanette van der Meer, Paulien van Katwijk Vormgeving Monique Dessing Fotografie nl.123rf.com Coördinatie Jeanne van Berkel, Femke Noordink

inspireert en verbindt Nieuwe Gouwe Westzijde 1, 2802 AN Gouda, Postbus 540, 2800 AM Gouda T 0182 547 888 - E info@jso.nl - www.jso.nl

18


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.