Dubbel Voorkomen

Page 1

december 2014

Dubbel Voorkomen Het belang van vertrouwen bij preventie en aanpak van kindermishandeling en jeugdcriminaliteit

It takes a village to raise a child Interventies om te werken aan vertrouwen

Geef vertrouwen om vertrouwen te krijgen Ervaringen van een professional en (groot)ouder

Tips en tools voor professionals Werken aan vertrouwen bij ouders

Voorkom dubbele stigmatisering In gesprek met een criminoloog

1


Voorwoord In deze special aandacht voor de zogenaamde ´double trouble´ kinderen. Deze kinderen hebben te maken met zowel jeugdcriminaliteit als kindermishandeling. Sommigen hebben een Jeugdreclasseringsmaatregel vanwege het plegen van een delict, maar staan tegelijkertijd ook onder toezicht van een voogd door geweld in het gezin. Geweld binnenshuis heeft een grote link met geweld buitenshuis. Een kind dat mishandeld is, gaat niet per definitie zelf ook mishandelen. Maar de kans is wel groot. Wetenschappelijk onderzoek van onder andere Esmah Lahlah (‘Invisible Victims’) toont dit aan. JSO wil ouders zo vroeg mogelijk bewust maken dat geweld in het gezin de kans vergroot dat hun kind zelf ook geweld gaat gebruiken, wat strafbaar is. Ook willen we ouders vaardigheden leren om een goede emotionele en communicatieve band met hun kind te scheppen. Zodat kinderen zich veilig voelen en niet agressief worden of juist stil en stiekem. Voorkomen van ´double trouble´ is echter niet gemakkelijk. Marjan Möhle en Aicha el Ouardani van JSO deden hier onderzoek naar onder ouders. Het blijkt bijvoorbeeld moeilijk voor ouders om überhaupt over deze onderwerpen te praten. Dat heeft vooral te maken met het wantrouwen dat ouders voelen jegens beroepskrachten op scholen en hulpverleners in organisaties. ‘Als ik daarover praat, dan raak ik misschien mijn kind wel kwijt´, zeggen ouders. Hoe kan de professional het vertrouwen winnen van ouders om over geweld binnensen buitenshuis te praten? Naast tips en advies hebben we ook tools voor professionals om te downloaden. Nita van Veluw, programmaregiseur Veilig Samenleven bij JSO

2


Inhoud Voorwoord 2 Project Dubbel Voorkomen Het belang van vertrouwen bij preventie en aanpak kindermishandeling en jeugdcriminaliteit

4

Geef vertrouwen om vertrouwen te krijgen Ervaringen van een professional en (groot)ouder

6

Tips en tools voor professionals Werken aan vertrouwen bij ouders

8

It takes a village to raise a child Interventies om te werken aan vertrouwen Voorkom dubbele stigmatisering In gesprek met een criminoloog

10

Ge

ef vertrouwen om vertrouwen 12

Professionele inspiratie naar gemeenten Zet Dubbel Voorkomen op de kaart

14

Criminele Marokkaans-Nederlandse jongens: onzichtbare slachtoffers? Proefschrift Esmah Lahlah

16

Aanbod incompanytrainingen JSO

18

Colofon 20

3


Project Dubbel Voorkomen Het belang van vertrouwen bij preventie en aanpak van kindermishandeling en jeugdcriminaliteit

Veel jongeren met grensoverschrijdend of crimineel gedrag hebben in hun jeugd te maken gehad met kindermishandeling, huiselijk geweld of jeugdcriminaliteit. In het project Dubbel Voorkomen onderzocht JSO samen met ouders, professionals en onderzoekers wat dit betekent voor de preventie en aanpak van deze problemen. Waar liggen aanknopingspunten voor verbetering? In 2013 constateerde Esmah Lahlah in haar proefschrift ‘Invisible Victims’ dat veel Marokkaans-Nederlandse jongeren met grensoverschrijdend of crimineel gedrag in hun jeugd te maken hebben gehad met kindermishandeling, huiselijk geweld en/ of seksueel misbruik. Hierdoor rees de vraag of er niet meer samenhang moet komen in de aanpak van deze problemen. JSO zet zich al jarenlang in op deze gebieden en ging met steun van de provincie Zuid-Holland samen met ouders, professionals en onderzoekers op zoek naar aanknopingspunten voor verbetering. Oudergesprekken Eerst zochten we contact met ouders die ervaring hadden met of risico liepen op problemen rond huiselijk geweld, kindermishandeling of jeugdcriminaliteit. Hoewel geen gemakkelijk onderwerp, spraken we toch met in totaal 22 ouders van onder meer Nederlandse, Marokkaanse, Somalische en Hindoestaanse komaf. Zij vertelden ons over het moment waarop het volgens hen misging, wat zij zelf gedaan hebben om (verergering van) de problemen te voorkomen en waar zij tegenaan lopen bij het zoeken naar hulp. De gesprekken leidden tot 5 aanknopingspunten voor verbetering van preventie en aanpak van de problemen:

4

1

Het belang van vertrouwen Bij veel ouders die wij spraken is groot wantrouwen tegenover de overheid, scholen en welzijnsorganisaties. Om te zorgen dat ouders hier toch met hun zorgen en vragen naar toe komen, is het nodig het vertrouwen te winnen door heldere voorlichting, goede samenwerking en veel informeel contact met ouders.

2

Ruimte voor álle ouders Onbedoeld worden ouders soms buitengesloten, omdat scholen of welzijnsorganisaties zich richten op specifieke doelgroepen. Hierdoor zijn er nog steeds groepen ouders die een grote drempel ervaren om hulp te vragen of om zelf een bijdrage te leveren aan activiteiten op het gebied van preventie en ondersteuning.

3

Aansluiten bij concrete vragen en problemen Ouders geven aan behoefte te hebben aan praktische hulp en ondersteuning bij gerelateerde onderwerpen, zoals de financiële zelfstandigheid van hun kinderen. Dit biedt een ingang voor preventie en ook om vertrouwen te winnen voor de aanpak van de grotere problemen rond kindermishandeling en jeugdcriminaliteit.


4

Sociaal isolement en ‘best persons’ De ouders die wij spraken konden vaak niet rekenen op steun van familie, vrienden of buren. Zij waren vanuit hun geïsoleerde situatie afhankelijk van een huisarts of politieagent met een brede taakopvatting die de ouder steunde en samen met de ouder naar hulp zocht. Zulke ‘best persons’ zijn van groot belang.

Transparantie Duidelijke informatie geven die begrijpelijk is voor de ouders was het meest genoemde punt. Het gaat dan niet om informatie over de hele werkwijze, maar wel om per stap op alle fronten transparant te zijn. Daarnaast moet er meer aandacht zijn voor positieve informatie. Ook succesverhalen mogen gedeeld worden.

5

Ouders elkaar laten steunen Veel ouders willen duidelijke grenzen stellen om te voorkomen dat hun kind het verkeerde pad opgaat, maar denken hierbij al snel aan straffen zoals slaan. Er is pedagogische onmacht en ouders willen hier graag over praten maar maken weinig gebruik van opvoedingsondersteuning. Samen met ouders moet gezocht worden naar nieuwe manieren om hierover met elkaar in gesprek te gaan en elkaar te ondersteunen.

Laagdrempelige en wijkgerichte voorzieningen Daarnaast dragen volgens veel deelnemers laagdrempelige en wijkgerichte voorzieningen bij aan vertrouwen. Het is belangrijk om vanaf het consultatiebureau het vertrouwen op te bouwen en een doorgaande lijn vast te houden. Organisaties in de keten moeten hiervoor goed samenwerken.

Expertmeeting Op 26 september jl. stonden bovenstaande uitgangspunten centraal op een expertmeeting met onderzoekers, hulpverleners, beleidsmedewerkers en ouders. Tijdens interactieve tafelsessies verzamelden de deelnemers tips en ideeën om de genoemde aanknopingspunten in de praktijk vorm te geven. Met name rondom het opbouwen en winnen van vertrouwen werd veel uitgewisseld.

Empathie Tenslotte noemden deelnemers vaak het gedrag van de hulpverlener. Deze moet naast de ouders gaan staan, hen erkennen in hun ouderschap en hen vanuit eigen kracht dingen laat oplossen. Daarbij moet de hulpverlener ook empathie tonen. Niet als deskundige, maar juist als mens met eigen levenservaring. Een ouder: “Ik had een hulpverlener die toegaf dat hij het ook niet altijd wist met de opvoeding van zijn kinderen. Dat gaf mij zoveel vertrouwen in deze hulpverlener! Een mens met kennis en ervaring, maar ook met tekortkomingen, net als iedereen.” ●

5


Geef vertrouwen om vertrouwen te krijgen Ervaringen van een professional en (groot)ouder

Bij de preventie van jeugdcriminaliteit is het belangrijk om kindermishandeling te voorkomen. Maar het blijkt moeilijk om bij de betreffende ouders binnen te komen door wantrouwen jegens jeugdhulpverlening. Hoe kunnen we dit wantrouwen wegnemen? Sandra Slotboom is gedragswetenschapper bij Bureau Jeugdzorg en komt in haar werk veel wantrouwen tegen. “Bureau Jeugdzorg heeft een slecht imago door onder andere negatieve berichten in de media. Dat werkt wantrouwen in de hand.” Grootmoeder Jacomien kreeg met de jeugdhulpverlening te maken toen haar verstandelijk beperkte dochter een kind kreeg en met de baby bij haar in huis kwam wonen. Zij kreeg te maken met het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en Bureau Jeugdzorg. Er waren daarbij zowel momenten van wantrouwen, als van vertrouwen.

Sandra Slotboom

Stel gerust Volgens Slotboom komt veel wantrouwen bij ouders voort uit angst voor het onbekende. “Mensen weten weinig van de werkwijze van de jeugdzorg, en horen vaak alleen van eerder genoemde berichtgeving. Neem als professionals die angst weg door het doel en de werkwijze van de hulpverlening goed uit leggen. Laat ouders weten dat wij er bijvoorbeeld niet op uit zijn om hun kind weg te halen.” Jacomien beaamt dit: “Mijn eerste ontmoeting met het AMK was heel positief. Ze vertelden dat iemand een melding had gedaan en dat zij kwamen onderzoeken wat er aan de hand is. Niets meer en niets minder. Dat begrepen we en het stelde ons gerust.”

Wees duidelijk Alles behalve duidelijk waren soms de uitspraken van de eerste voogd van Bureau Jeugdzorg voor Jacomien en haar gezin. “In het begin keek ze een keer naar mijn kleindochter en zei: ‘Het is toch zonde om zoiets moois weg te halen’. Wat bedoelde ze daarmee? Uithuisplaatsing was voor ons nog helemaal niet aan de orde, maar dacht de voogd daar dus al wel aan? Dat wekte wantrouwen.” Slotboom: “Uithuisplaatsing is de grootste angst van ouders, maar daar zitten zoveel stappen voor. Leg die telkens opnieuw duidelijk uit, zodat ouders steeds weten waar ze aan toe zijn.” Jacomien: “Ik ben iemand die dingen een paar keer moet horen voordat ik ze helemaal snap, dus herhaal het maar gewoon.” Slotboom voegt toe dat je vervolgens ook moet waarmaken wat je zegt. “We horen vaak: die mensen van Jeugdzorg zeggen wel dit, maar ze doen dat. Als het hulpverleningstraject anders loopt dan verwacht, leg dat dan weer een aantal keer duidelijk uit waarom.”

6


Wees behulpzaam Slotboom weet dat het wantrouwen vaak vermindert, zodra ouders doorhebben dat de hulpverlener iets voor hen kan betekenen: “Dat merken we vooral bij een jeugdreclasseringsmaatregel. Ouders weten hier niet meer hoe ze hun kind op het rechte pad moeten krijgen en zijn blij met hulp. Leg daar dus de nadruk op: ik ben hier om jullie te helpen.” Jacomien zegt dat haar verstandhouding met de voogd inderdaad verbeterde toen zij concreet iets voor hen deed. “We waren heel dankbaar toen ze regelde dat mijn dochter naar een zorgboerderij kon.” Oordeel niet Jacomien is tevreden met de huidige voogd van haar gezin, onder andere omdat ze niet oordeelt. “De vader van mijn schoonzoon heeft in de gevangenis gezeten, maar zij zegt: ‘Ik kijk je schoonzoon nergens op aan. Hij is en blijft de vader van het kind en daar gaat het om.’ Dat voelt als een opluchting.” Ook Slotboom geeft aan dat hulpverleners moeten oppassen met oordelen: “Besef dat ouders soms dingen doen uit onmacht en oordeel daarom niet te snel. Probeer zo neutraal mogelijk te blijven, dat is wat ouders waarderen.” Jacomien raadt aan om vooral contact te maken van mens tot mens, in plaats van hulpverlener tot cliënt. “Onze huidige voogd is zelf ook moeder en ze deelt soms haar eigen ervaringen. Dat geeft een gevoel dat ze ons begrijpt.” Geef vertrouwen Geef vertrouwen om vertrouwen te krijgen. Jacomien ervoer dit bij de onderzoekers van het AMK. “Eerst waren mijn man en ik bang, omdat ze dreigden de baby weg te halen als mijn dochter niet met haar bij ons kwam wonen. Maar toen ze langskwamen gaven ze ons alle vertrouwen dat het bij ons thuis goed zou komen. Daardoor kregen wij ook weer vertrouwen in de situatie.” Slotboom: “Geef ouders handvatten en het inzicht in de mogelijkheid zelf iets aan hun situatie te kunnen doen. Dan geef je hun het gevoel van controle terug en ervaren ze jouw aanwezigheid als opbouwend in plaats van bedreigend.” Het gevolg van deze begeleiding is dat ouders vertrouwen krijgen in zichzelf en dat is waar het hier om gaat. Cultuurverandering Volgens Slotboom is er een cultuurverandering nodig in Nederland. “Het moet normaal worden om gezinsproblemen bespreekbaar te maken. Geef als overheid aan dat je het opvoeden van kinderen serieus neemt en dat het een moeilijke klus is. Het is niet gek als je hulp nodig hebt.”●

7


Tips en tools voor professionals Werken aan vertrouwen bij ouders

Wantrouwen jegens hulpverleners zorgt ervoor dat ouders geen ondersteuning of hulp zoeken als de opvoeding en eventuele bijkomende problemen hen zwaar vallen. Hierdoor kunnen problemen uit de hand lopen, met kindermishandeling, huiselijk geweld en jeugdcriminaliteit als gevolg. Er valt dus veel te bereiken als professionals het vertrouwen van ouders weten te winnen, zodat zij hun zorgen en vragen met hen willen delen. Maar hoe doe je dat? Aicha el Ouardani geeft een aantal tips en tools.

Kinderen afgepakt Nederland heeft een uitgebreid systeem van consultatiebureaus, welzijnsinstellingen, opvoedingsondersteuning, jeugdzorg en jeugdbescherming. Voor veel ouders is dit vaak onbekend terrein. Zeker als zij een andere culturele achtergrond hebben. Vaak horen zij van andere ouders dat de hulpverleners je ‘kinderen gaan afpakken’. Een oorzaak is dat juist door te lang wachten met hulp vragen de problemen soms al heel ernstig zijn. Een andere oorzaak is dat ouders door schaamte niet altijd open zijn over de langer bestaande problemen of eerdere vrijwillige hulpverlening. Dan lijkt het alsof er ‘opeens’ sprake is van gedwongen hulpverlening of zelfs uithuisplaatsing.

Wees je bewust van je eigen basishouding bij het opbouwen van vertrouwen. Misverstanden Ouders met een niet-Nederlandse achtergrond twijfelen of er voldoende rekening wordt gehouden met hun culturele achtergrond en leefsituatie. Ook hierdoor vragen ouders te laat hulp bij bijvoorbeeld de opvoeding van hun kinderen. Bovendien lopen ouders en professionals in de praktijk tegen misverstanden en communicatieproblemen aan die bijdragen aan het wantrouwen over en weer. ‘Die ouder wil niet meewerken en saboteert de hulp’, denkt de hulpverlener. ‘Die hulpverlener wil zijn wil opleggen en houdt geen rekening met ons’, denkt de ouder.

Ga uit van het gemeenschappelijk belang van ouders en jouzelf als professional. Gemeenschappelijk belang: TOPOI-model Het TOPOI-model helpt om het wantrouwen gevormd door (culturele) misverstanden te overbruggen. Dit model gaat uit van het gemeenschappelijk belang van ouders en professionals. Bij intercultureel werken is het de kunst om ‘het vreemde’ toe te laten. Om open en onbevangen de ontmoeting aan te gaan met het anders-zijn van de ander. Ontmoeten betekent hier ont-moeten. Loslaten van methodieken, beelden, vooronderstellingen en theorieën. Pas dan kan je er zijn voor de ander.

8

TOOL S


Basishouding: de 4 A’s Bij het opbouwen van een vertrouwensrelatie is het goed je bewust te zijn van je eigen basishouding. We zijn snel geneigd naar de ander te kijken in de rol die hij of zij op dat moment heeft of de (culturele) groep waartoe hij of zij behoort. Je ziet dan alleen dé Marokkaanse vader of dé bijstandsmoeder. Maar de ander is bijvoorbeeld ook echtgenoot, buurtbewoner, vriend(in), werknemer, student, gelovige of voetbaltrainer. Werken aan je eigen houdingsaspecten kan met de 4 A’s: Aandacht, Aansluiten, Acceptatie en Authenticiteit.

TIPS • Het is belangrijk om vooral in het begin tijd en energie te investeren in het winnen van vertrouwen. Dit geldt voor het contact met álle ouders.

• Zorg voor een persoonlijke benadering, waarbij de relatie in eerste instantie meer centraal staat dan de inhoud. Neem hiervoor de tijd.

• Laat merken dat je naar de ouders luistert en rekening met hen houdt door direct iets zichtbaars en concreets te doen naar aanleiding van wat zij je vertellen.

• Houd er rekening mee dat veel ouders minder bekend zijn met professionele hulp bij opvoeding.

• Neem de angst bij de ouders weg dat als je hulpverlening toelaat, de kans groot is dat zij je ‘kinderen afpakken’. Bespreek dit en leg op een begrijpelijke manier uit hoe de hulpverlening werkt.

• Als je ouders doorverwijst zorg dan dat jij als eerste het contact legt, zodat de drempel verlaagt om daadwerkelijk daar te komen. Soms is het nodig om mee te gaan naar het eerste gesprek.

• Werk in de vertrouwde omgeving van ouders. Sommige ouders ervaren een drempel om naar een formeel kantoor te gaan. Zorg voor maatwerk en flexibiliteit in je werkwijze.

• Wees je van bewust dat er cultuurverschillen zijn. Dit kan betrekking hebben op normen en waarden bij het opvoeden, maar ook bij de lichaamstaal (oogcontact, gebaren) en communicatie tussen ouders en hulpverleners.

• Bespreek de verschillen in de opvoedingsvisie en de wijze waarop de ouders hun opvoeding kunnen aanpassen bij hun huidige situatie in Nederland. Zo wijs je niet de opvoeding van ouders af en kun je samen gaan zoeken naar alternatieven. ●

‘Echt leven is ontmoeten. Ontmoeten niet in tijd en ruimte maar tijd en ruimte in de ontmoeting.’ M. Buber

9


It takes a village to raise a child Interventies om te werken aan vertrouwen

Binnen het JSO project ‘Dubbel Voorkomen’ is gesproken met ouders die te maken hebben gehad of een verhoogd risico liepen op de combinatie van jeugdcriminaliteit en kindermishandeling of huiselijk geweld. Dit leidde tot vijf aanknopingspunten voor verbetering van de preventie en de aanpak van de problemen. In dit artikel geven we per aanknopingspunt aan welke interventie je kunt inzetten op het thema vertrouwen. Het belang van vertrouwen Uit alle met ouders gevoerde gesprekken bleek een groot wantrouwen. Wantrouwen naar de Nederlandse samenleving als geheel en de overheid en hulpverlening in het bijzonder. Dit wantrouwen kan onder andere opgelost worden door ouders te steunen om vanuit de eigen kracht problemen te laten oplossen. Een goede methode hiervoor is het organiseren van een Eigen Kracht-conferentie. Dit is een bijeenkomst waarin het gezin samen met het sociaal netwerk een plan opstelt om problemen op te lossen. Wie er tot het sociaal netwerk behoren mag het gezin zelf bepalen. Dat kan familie zijn, buren en zelfs de huisarts of leerkracht van school. Op deze manier krijgt het gezin het vertrouwen in zichzelf en in de hulpverlening terug. Het kind wordt immers niet direct uit huis geplaatst en er komt geen zware hulpverlening in het gezin die volgens de ouders niet werkt.

10

Ruimte voor alle ouders Veel ouders worstelen met het delen van de opvoedingsverantwoordelijkheid met de school. Het is onduidelijk waar de grenzen liggen en zij verwachten meer van de school dan deze kan bieden. De allerbelangrijkste oplossing is dat de school in gesprek komt en blijft met de ouders over wederzijdse verwachtingen. Het stimuleren van ouderbetrokkenheid is een manier om het vertrouwen tussen de ouders en de school te verbeteren. Er zijn geen concrete interventies op het gebied van ouderbetrokkenheid. Wel zijn er tips, bijvoorbeeld op www.ouderbetrokkenheid.nl, zoals:

• Bespreek wederzijdse verwachtingen met ouders. Daarbij geldt: hoe concreter, hoe beter.

• Zorg voor veel (!) persoonlijk contact met de ouders.

• Nodig ouders expliciet en persoonlijk uit om deel te nemen aan activiteiten.

• Ga uit van het gezamenlijk belang van ouders en school.

• Toon waardering voor en oprechte interesse in ouders.

• Wees betrouwbaar maar durf ook grenzen te stellen.


Aansluiten bij concrete vragen en problemen Ouders in een achterstandspositie hebben vaak moeite met het vinden van informatie en oplossingen voor concrete vragen en problemen. Ze wantrouwen de instellingen of weten simpelweg de weg niet. Met het bieden van concrete, praktische hulp op het moment dat deze nodig is, kun je het vertrouwen winnen en de inzet van zwaardere hulpverlening voorkomen. De interventie ReSet heeft als doel laagdrempelige en toegankelijke thuisbegeleiding te bieden in gezinnen waar het dreigt mis te gaan, maar het nog niet zo ver is. Ouders leren hun huishouden structureren en leren vaardigheden op het gebied van opvoeding, huishouden, financiën, administratie en sociaal netwerk. Door vroegtijdig aan te sluiten bij de praktische vragen die ouders hebben en hen hier in te steunen, groeit het vertrouwen in de hulpverlening.

Sociaal isolement en ‘best persons’ Het bleek dat ouders lang niet altijd kunnen rekenen op steun uit hun directe sociale omgeving. De eerste stap naar de hulpverlening loopt daarom vaak via een ‘best person’. Bijvoorbeeld een huisarts of wijkagent die buiten zijn taakomschrijving het gezin op weg helpt. Vervolgens is het belangrijk om het gezin uit zijn isolement te halen. Met wijkgerichte intensieve gezinsbegeleiding (WIG) kun je een gezin uit hun isolement halen. WIG biedt gedurende een jaar intensieve ambulante hulpverlening in de thuissituatie aan gezinnen met minstens één kind onder de 12 jaar met verhoogd risico op delinquent gedrag. Door het activeren van buurtnetwerken krijgen de ouders weer grip op de opvoedingssituatie en worden zij zoveel mogelijk geïntegreerd in de buurt.

Ouders elkaar laten steunen Het blijkt dat ouders het lastig vinden elkaar actief aan te spreken op de opvoeding en het gedrag van de kinderen. Ouder hebben echter wel behoefte om ervaringen te delen. De interventie Moeders informeren Moeders (MiM) is een programma voor moeders met een eerste kind tot anderhalf jaar die onzeker zijn over de opvoeding. Ervaren moeders gaan als vrijwilliger maandelijks op bezoek bij deze moeders en praten met hen over de opvoeding en verzorging van hun kind. Dat moeders thuis kunnen blijven verlaagt de drempel om deel te nemen. De vertrouwde omgeving en informele sfeer stimuleren het opbouwen van een vertrouwensrelatie en het delen van ervaringen. ●

Luister gedicht Als ik je vraag naar mij te luisteren en jij begint mij adviezen te geven, dan doe je niet wat ik je vraag. Als ik je vraag naar mij te luisteren en jij begint mij te vertellen, waarom ik iets niet zo moet voelen als ik voel, dan neem jij mijn gevoelens niet serieus. Als ik je vraag naar mij te luisteren, en jij denkt dat jij iets moet doen om mijn problemen op te lossen, dan laat je mij in de steek, hoe vreemd dat ook mag lijken. Dus, alsjeblieft, luister alleen maar naar me en probeer me te begrijpen. En als je wilt praten, wacht dan even en ik beloof je dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren. Amerikaanse psycholoog Leo Buscaglia. (1924-1998)

11


In gesprek met Eric Bervoets, onderzoeker en criminoloog bij Bureau Bervoets

Eric Bervoets

Voorkom dubbele stigmatisering

Aardig bedacht, werken aan vertrouwen bij preventie van kindermishandeling en daarmee latere criminaliteit. Maar gaat dat eigenlijk wel werken? Of is het zinloze moeite? We stelden onze kritische vragen aan Eric Bervoets, gedreven wetenschapper en docent in de criminologie. In zijn werk ziet Eric dat er inderdaad veel wantrouwen is bij ouders. Dit wantrouwen wordt gevoed door schaamtegevoelens, niet de vuile was buiten willen hangen en het niet op de hoogte zijn van hoe de hulpverlenende instanties werken. Hij hoeft dus niet lang na te denken voor hij zegt dat werken aan vertrouwen hem een goede insteek lijkt. “Maar, het is geen gemakkelijke”, voegt hij eraan toe. Wantrouwen Voor een professional is dus belangrijk dit wantrouwen te veranderen in vertrouwen. “Zorg daarvoor dat je je als professional echt kunt verplaatsen in de situatie en problemen van een gezin. Druk ze niet in een hoekje, met een opgeheven vinger, maar ga naast ze staan. Dit alleen al kan schaamtegevoelens verminderen. Daarnaast is volstrekte privacy essentieel. Er heerst nu vaak de angst

12

dat als je aan de bel trekt, binnen de kortste keren de hele buurt er van weet. Tot slot is door onbekendheid met de werkwijze van de hulpverlening, maar ook door jarenlange schade uit het verleden het vertrouwen vaak heel laag. Veel ouders hebben, terecht of niet, slechte ervaringen met hulpverlenende instanties.”

‘Laat ouders informeren door mensen uit de eigen doelgroep. Dan gaan de deuren veel sneller open.’ Ambassadeur Om vertrouwen te wekken vindt Eric het belangrijk om goede informatie te geven over de hulpverlening en de mogelijkheden. “Laat deze informatie vooral geven door mensen vanuit de doelgroep zelf, vooral als het gaat om gezinnen met een niet Nederlandse taal of cultuur. Dan


gaan de deuren veel sneller open.” Anders is de gedachte al snel: ‘Wie is hij of zij om mij te komen vertellen wat ik moet doen?’. Verder gelooft Eric er in om mensen uit gezinnen in te zetten die wel goede ervaringen met de hulpverlening hebben. Zij kunnen als een soort ambassadeur hun ervaringen met andere gezinnen delen en zo het vertrouwen in instanties vergroten. ‘Wij zaten in net zo’n situatie als jullie, maar ze hebben ons echt geholpen’. Vervolgens kan mond-tot-mondreclame er voor zorgen dat de beeldvorming verandert ten gunste van de zorg. Achterdeur “Het is goed om huiselijk geweld bespreekbaar te maken, maar het is een lastige binnenkomer.” Een goede manier om met mensen in contact te komen, is vaak via een andere ingang. Dat kan door eerst hulp te bieden bij andere problemen. In veel gezinnen waar sprake is van huiselijk geweld, is ook sprake van stress in het gezin. Bijvoorbeeld door problemen rond schulden. “Wanneer je mensen op dat gebied kan helpen, dan bouwen ze een goede ervaring op met een hulpverlener. Daarna heb je een ingang om ook andere problemen zoals huiselijk geweld bespreekbaar te maken.”

meteen ‘rond gaat’. En als je dan overtuigd bent van het signaal, is het belangrijk dat je weet bij wie je hiermee terecht kunt. Voor veel professionals is dat lang niet altijd duidelijk. Wat dat betreft kan de zorg nog wel beter georganiseerd worden.” Dubbele stigmatisering “Wees wel voorzichtig om ouders die te maken hebben met huiselijk geweld ook te wijzen op de mogelijke gevolgen voor criminaliteit later. Voorkom dat je met ouders in een discussie verzeild raakt van ‘Wat wil je nu? Ik mag mijn kind niet corrigeren, maar je wilt ook niet dat ze

het criminele pad op gaan’. Richt je vooral op het huiselijk geweld van dat moment, dat is al ingewikkeld genoeg. En bedenk daarbij dat ouders al genoegd ‘schuld’ ervaren als hen kindermishandeling wordt aangerekend. Als je daar dan ook nog eventuele latere criminaliteit aan toevoegt, worden ouders twee maal gebrandmerkt. Voorkom daarom dubbele stigmatisering. Juist als je wilt werken aan vertrouwen.” ●

‘Soms heb je een andere ingang nodig om aan vertrouwen te werken.’

Signalen, en dan...... Volgens Eric is het voor frontlinewerkers echter nog wel lastig hoe om te gaan met problematiek rond huiselijk geweld. Signalen zijn soms moeilijk te interpreteren. ‘Stel dat ik het mis heb’? Het vertrouwen wordt dan alleen nog maar meer geschaad. “Het zou daarom wenselijk zijn als hulpverleners met hun verhaal terecht kunnen bij een ervaringsdeskundige collega uit het werkveld. Om zo eerst de signalen te kunnen bespreken en wegen zonder dat het verhaal

13


Professionele inspiratie naar gemeenten Zet Dubbel Voorkomen op de kaart

De gemeente heeft een regiefunctie en dient op basis van beleid aandacht te besteden aan het onderwerp huiselijk geweld en kindermishandeling en het terug dringen van jeugdcriminaliteit. De vraag is hoe de professional de verbinding naar de gemeente kan maken en aandacht kan vragen voor deze onderwerpen. Professionals werken met de ouders en hun kinderen en merken dat het vaak moeilijk is om de doelen te bereiken dan wel elkaar te begrijpen.

Jeugdwet en Wmo Met ingang van 1 januari 2015 hebben de gemeenten vanuit de Jeugdwet de verantwoordelijkheid over de jeugdzorg. Daarnaast hebben ze vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning de verantwoordelijkheid over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Aan de ene kant lijkt het dat de twee wetten een verschillende invalshoek hebben maar feitelijk raken ze elkaar op alle fronten. Dit vraagt beleid dat de verbinding maakt tussen deze twee wetten. De Jeugdwet is gericht op het vroegtijdig signaleren en aanpakken van opvoed- en opgroeiproblematiek. De Wmo richt zich weer op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Inhoudelijk gezien blijkt dat opvoed- en opgroeiproblematiek vaak een relatie heeft met huiselijk geweld en kindermishandeling. Verbinding is dus noodzakelijk.

Dat en wat De beleidsmaker en de professional zijn verschillend en hebben vooral andere verantwoordelijkheden en expertise. Maar ze hebben elkaar hard nodig om op zoek te gaan naar mogelijkheden en oplossingen.

• • • •

Dat er een laagdrempelig CJG is. Dat er voldoende jeugdhulp beschikbaar is. Dat er ketenafspraken zijn. Dat er gemonitord wordt en daar waar noodzakelijk beleidsmatig bijgestuurd wordt.

Het zogenaamde ‘wat’ ligt bij de professionals. Hier is de insteek op:

• Wat is de vraag van de cliënt. • Wat zijn de mogelijkheden van cliënten om

WAT

DAT

Vanuit de Jeugdwet heeft de gemeente de regie en richt zich voornamelijk op het ‘dat’. ‘Dat’ is bijvoorbeeld gericht op:

• • •

zelf de problemen op te lossen. Wat is nodig om goed aan te sluiten bij cliënten en wat is nodig om hen te bereiken. Wat is de best passende jeugdhulp die noodzakelijk is. Wat zijn de aandachtspunten die de gemeente moet weten om goed beleid te maken.

14


Werelden aan laten sluiten Het wordt de uitdaging om beide werelden op elkaar aan te laten sluiten. De professionals moeten uiteraard vooral de goede dingen doen voor cliënten. Maar zij moeten ook op de beleidsmakers kunnen overbrengen waar zij in de dagelijks praktijk tegen aan lopen en wat volgens hen betreft noodzakelijk is om veranderingen in gang te zetten.

Enkele suggesties zijn:

Drempels wegnemen Vanuit de transformatiegedachte van de jeugdzorg is het belangrijk dat de professionals de aandachts- en knelpunten onder de aandacht van de gemeente brengen. Het is niet een kwestie van signaleren, soms ‘klagen’ en tegen muren aanlopen. Het is de uitdaging om net zoals bij ouders te werken aan het wegnemen van de drempels bij de gemeente. Een uitdaging om als professionals en beleidsmakers gezamenlijk op zoek te gaan naar oplossingen, aanscherping van beleid, aanspreken op verantwoordelijkheid, inzetten op innovatie en vooral te werken aan het wegnemen van argwaan. Argwaan die ook bij ouders aanwezig is ten opzichte van hulpverlening en overheid. Het is niet dat ‘zij’ er iets aan moeten doen. Nee, met de transformatie wordt het vooral ‘wij’ hebben aandacht voor de knelpunten, risico’s en mogelijke oplossingen en ‘wij’ gaan met elkaar daar aan werken!

• Organiseer een echt laagdrempelig CJG. Ouders moeten

Vandaag al aan de slag… Er zijn een aantal mogelijkheden om de verschillende werelden met elkaar kennis te laten maken. Mogelijkheden die vandaag al opgepakt kunnen worden.

• Investeer in cliëntparticipatie. • Organiseer bijeenkomsten tussen ouders, beleidsmakers en professionals. Laat elkaar kennis maken met de verschillende werelden en behoeften.

binnen kunnen stappen, de professional gaat er zelf op uit, luistert en denkt mee en maakt zaken bespreekbaar.

• De gemeente moet uitdragen dat zij een laagdrempelig CJG omarmen. Bijvoorbeeld ook als een kind met vragen bij een gemeente binnenstapt, hem of haar op een juiste wijze in contact brengen met de professional. Laat niet eerder los dan dat je zeker weet dat het goed is opgepakt.

• Maak als professional helder ‘wat’ je nodig hebt om ook echt het verschil te maken bij de aanpak van huiselijk geweld en/of kindermishandeling en vraag aan de beleidsmaker dat ook echt te regelen. De wederzijdse verbinding in het ‘wat’ en ‘dat’.

• Zet met elkaar in op het echt transformeren en wegnemen van oude denkbeelden. ●

15


Criminele Marokkaans-Nederlandse jongens: onzichtbare slachtoffers?

Criminele jongens zijn naast dader soms ook slachtoffer. Dat blijkt uit het proefschrift van Esmah Lahlah ‘Invisible Victims?’ De percentages liegen er niet om. Zestig procent van Marokkaans-Nederlandse jongens is als kind mishandeld, in vergelijking met 21 procent van de Nederlandse jongens. Opvallend is ook dat 17 procent van de Marokkaans-Nederlandse jongens zegt seksueel misbruikt te zijn door een familielid, in vergelijking met 5 procent van de Nederlandse jongens. Bijna de helft zegt getuige te zijn geweest van geweld tussen de ouders. “Er is een sterk verband tussen geweld binnen en geweld buiten het gezin. Dat verband is bovendien sterker in Marokkaanse dan in Nederlandse gezinnen”, concludeert Lahlah. Buitenshuis Esmah Lahlah heeft zelf een Marokkaanse vader en een Nederlandse moeder. Ze vertelt dat wetenschappelijk onderzoek al vaak heeft aangetoond dat het geweld buitenshuis een relatie heeft met het geweld binnenshuis. Wat Esmah Lahlah toevoegt is of deze relatie mogelijk ook verklaart waarom juist de MarokkaansNederlandse jongens zo oververtegenwoordigd zijn in geweldsdelicten buitenhuis. Ze vraagt zich vervolgens af of de factor etniciteit hierin een zwaarwegende rol speelt. Verklaringsmodellen Esmah deed een uitgebreide literatuur review van Europese studies die proberen de hoge percentages allochtone jongens die crimineel zijn te verklaren. “Ik ontdekte dat de verklaringen voor oververtegenwoordiging van criminaliteit bij jongens van etnische minderheidsgroepen op verschillende niveaus worden gevonden. Er zijn structurele maatschappelijke factoren. Ongunstige economische omstandigheden confronteren de etnische groep bijvoorbeeld. Maar ook culturele factoren, zoals genderattitude. Binnen een cultuur kunnen opvattingen over de toelaatbaarheid van bepaald (agressief) gedrag verschillen. Ook het leven tussen twee sterk verschillende culturen of individuele factoren, zoals geweld in het gezin, kunnen leiden tot conflicten en problematisch gedrag bij criminele jongens”, vertelt de onderzoekster. “Duidelijk is dat de afzonderlijke verklaringsmodellen ook van invloed op elkaar zijn en dus niet afzonderlijk van elkaar bekeken moeten worden.”

16


Band met ouders “Etniciteit of een etnische minderheidsstatus op zich verklaart niet afdoende waarom Marokkaans-Nederlandse jongens meer geweldsdelicten plegen dan Nederlandse jongens”, vindt Esmah Lahlah. Jeugdcriminaliteit ontstaat door een mengeling van factoren die elkaar op verschillende niveaus beïnvloeden. “In Marokkaans-Nederlandse gezinnen komen deze factoren veel meer voor dan in Nederlandse gezinnen en dat verklaart zeker de hoge aantallen. De sterkste voorspeller is de emotionele band met de ouders, maar ook of er sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling binnen het gezin. De MarokkaansNederlandse jongens ervaren de emotionele band met hun ouders als minder warm en rapporteren significant meer geweld binnen het gezin.”

Onder de loep JSO ontving van de Provincie Zuid-Holland projectsubsidie om de relatie geweld binnen en buiten het gezin in (Marokkaans) Nederlandse gezinnen onder de loep te nemen. JSO wil meer aandacht binnen gemeenten voor dit onderwerp. Ook is het belangrijk dat beroepskrachten gerichter interveniëren. ● Bovenstaande tekst is een bewerking van een eerder gepubliceerd artikel op de website van JSO.

Etniciteit niet voorspellend Aangezien de factoren die jeugdcriminaliteit voorspellen meer voorkomen in Marokkaans-Nederlandse gezinnen dan in Nederlandse is een conclusie te trekken dat etniciteit betekenisvol kan zijn als een extra voorspellende factor van jeugdcriminaliteit. “Er is geen rechtstreeks, maar een indirect verband tussen het van Marokkaanse afkomst zijn en het plegen van gewelddelicten”, concludeert Esmah. “Omdat in de Marokkaanse gezinnen waar deze jongens opgroeien relatief meer risicofactoren een rol spelen dan in Nederlandse gezinnen. Er is ook geen rechtstreeks verband tussen etniciteit en kindermishandeling.”

17


Aanbod incompanytrainingen JSO

JSO heeft een ruim aanbod aan incompanytrainingen op het gebied van huiselijk geweld, kindermishandeling, opvoeden, intercultureel werken en communicatie. Hier een greep uit ons aanbod. Heeft u een specifieke wens? Neem dan contact op met één van onze adviseurs .

Opvoedingsprogramma ‘OUDERS van tegendraadse jeugd’ | trainde-trainer + coaching Wetenschappelijk is bewezen dat ouders een belangrijke rol hebben in de beïnvloeding van het (strafbare) gedrag van hun kind. Binnen dit scholingstraject leren professionals ouders te ondersteunen met verschillende interventies.

Omgaan met botsende normen en waarden | training Deze training richt zich op bewustwording van de eigen normen en waarden en van botsende normen en waarden in de eigen beroepspraktijk. Het gaat om het verwerven van vaardigheden die nodig zijn om op een positieve manier om te gaan met collega’s, en succesvol en effectief om te gaan met (diversiteit onder) klanten en/of cliënten.

Aandachtsfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermishandeling | training Deze training biedt (aanstaande) aandachtsfunctionarissen kennis en inzicht rond het signaleren van kindermishandeling, het handelen en werken met de meldcode. Deelnemers werken onder andere aan vaardigheden voor het voeren van gesprekken met ouders en collega’s, adviseren, organiseren en implementeren.

Huiselijk geweld en kinderen | training Gelukkig komt huiselijk geweld steeds meer uit de taboesfeer. Dat blijkt uit de forse toename van het aantal meldingen bij de steunpunten voor huiselijk geweld. Toch spreken de slachtoffers en daders niet graag uit zichzelf over de situatie. Het is dus belangrijk dat mensen in hun omgeving, en zeker professionals, in staat zijn signalen op te vangen en deze op adequate wijze te melden bij instanties die verder kunnen helpen.

Als het misgaat … bel ik jou | training of train-de-trainer Deze methodiek heeft als doel steun te geven aan kinderen van 0 tot 18 jaar die getuige zijn geweest van huiselijk geweld. In de methodiek worden hulpbronnen in de sociale omgeving van het kind aangewend. Daarnaast is er aandacht voor psycho-educatie: gesprekken met ouders over gevolgen van huiselijk geweld voor kinderen.

Vroegsignaleren = communiceren | training Wanneer het opvoeden en opgroeien opvallend anders verloopt, is dat niet alleen een gegeven voor de ouders. Kinderen waarover men zich zorgen maakt, vertonen nogal eens opvallend gedrag. Beroepsopvoeders hebben regelmatig twijfels, vragen en zorgen over de ontwikkeling van een kind. Deelnemers leren onder andere de stappen in het proces van signaleren naar communiceren.

18


Als opvoeden even lastig is… | train-de-trainer Hoewel geen enkele cultuur de mishandeling van kinderen door hun ouders goedkeurt, zijn er tussen en binnen culturen verschillen van opvatting over de grens tussen gelegitimeerde opvoedingsmiddelen en kindermishandeling. In de oudercursus ‘Als opvoeden even lastig is…’ doen (allochtone) ouders nieuwe inzichten op over opvoeden, zonder de grens van geweld te overschrijden.

Vaders & opvoeding | training Het aanbod aan opvoedingsondersteuning is van oudsher vooral op moeders gericht. Maar hoe ondersteun je vaders nu specifiek in die rol? De training ‘Vaders & opvoeding’ is erop gericht kennis over te dragen aan begeleiders die de intentie hebben in de opvolgende periode een vaderactiviteit te starten binnen hun organisatie.

Gesprekken met ouders, jongeren of kinderen | training Iedere doelgroep vraagt van de professional zijn eigen benadering en vaardigheden om een goede gesprekspartner te kunnen zijn. Ouders, jongeren en kinderen hebben een mening, willen gehoord worden en willen dat er écht naar hen geluisterd wordt. Dat vraagt om het aanscherpen van communicatieve vaardigheden.

Oudercursus ‘Peuter in Zicht!’ | train-de-trainer Ouders van peuters staan soms met de handen in het haar. ‘Peuter in Zicht!’ richt zich op het vergroten van opvoedingsvaardigheden van ouders. De cursus is ontwikkeld voor ouders van kinderen in de leeftijd van 2 en 3 jaar. Het doel van de cursus is dat ouders adequaat kunnen steunen, stimuleren en sturen in de dagelijkse opvoedsituatie. Deze train-de-trainer leert beroepskrachten de oudercursus ‘Peuter in Zicht!’ te verzorgen.

Een puber in huis | train-de-trainer Opgroeiende pubers worden steeds mondiger, zijn streetwise en zitten in een lastige leeftijdsfase. Geen wonder dat veel ouders het opvoeden van pubers niet eenvoudig vinden. Om te voorkomen dat problemen escaleren en hulpverlening nodig is, is voor ouders van pubers in de leeftijd van 12 tot 18 jaar groepsgerichte opvoedingsondersteuning ontwikkeld. Deze training leert beroepskrachten de oudercursus ‘Een puber in huis’ te verzorgen.

Interculturele communicatie | training of workshops Communicatie kan leiden tot misverstanden. Het blijkt een stuk gemakkelijker om te communiceren met gelijkgestemden en met mensen met eenzelfde achtergrond; er is minder uitleg vereist. Tijdens deze training of workshops krijgen deelnemers zicht op hun eigen rol binnen de gesprekken die zij voeren met collega’s, klanten, cliënten of ouders en jeugd met een andere achtergrond. Daarbij krijgen ze handvatten aangereikt die het hen mogelijk maken hun repertoire uit te breiden.

19


Samenvatting Veel jongeren met grensoverschrijdend of crimineel gedrag hebben in hun jeugd te maken gehad met kindermishandeling, huiselijk geweld of jeugdcriminaliteit. In het project Dubbel Voorkomen onderzocht JSO samen met ouders, professionals en onderzoekers wat dit betekent voor de preventie en aanpak van deze problemen. Waar liggen aanknopingspunten voor verbetering? Werken aan vertrouwen bleek een belangrijke factor. In dit digitale magazine onder andere meer over het project, interviews met (ervarings)deskundigen, tips en interventies om in te zetten.

Colofon Eindredactie Renata van Wijck Redactie Aicha el Ouardani, Marijn Klok, Eric de Kraa, Marjan Möhle, Femke Noordink, Nita van Veluw, Charlotte Wassenaar, Renata van Wijck Vormgeving Monique Dessing Fotografie Mirjam de Jong, www.mirjamfotography.nl Met dank aan Eric Bervoets, criminoloog www.bureaubervoets.nl Sandra Slotboom, gedragswetenschapper Bureau Jeugdzorg Jacomien, grootouder

inspireert en verbindt Nieuwe Gouwe Westzijde 1, 2802 AN Gouda, Postbus 540, 2800 AM Gouda T 0182 547 888 - E info@jso.nl - www.jso.nl

20

Meer weten? Wilt u aan de slag met de onderwerpen binnen Dubbel Voorkomen? Neem voor een oriënterend gesprek contact op met: Nita van Veluw, adviseur Marjan Möhle, adviseur Aicha el Ouardani, adviseur


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.