Bevolking in transformatie

Page 1

november 2014

Bevolking in transformatie Demografische ontwikkeling en de nieuwe rol van overheid, organisaties en burgers

Kansen voor krimpende scholen Meer doen met minder volgens ‘koning krimp’ Jacob Bruintjes

De geheimen van gezond ouder worden Lessen uit de ‘blauwe zones’ kunnen zorgkosten verminderen

Verleidingstechnieken voor nieuwe inwoners De (on)mogelijkheden van regiomarketing

1


Voorwoord Door de demografische ontwikkelingen die aan de randen van het land leiden tot bovenmatige ontgroening, vergrijzing en afname van (beroeps)bevolking, bestaat het risico dat het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in deze regio’s onder druk komen te staan. Dit vergt specifieke aandacht en een specifieke aanpak. (…) Niet met het doel de krimp te bestrijden, maar met het doel deze te begeleiden opdat in de betreffende regio’s de noodzakelijke voorzieningen van toereikende kwaliteit en voldoende bereikbaar blijven. Zo luiden de woorden van Minister Stef Blok in zijn Kamerbrief van juli 2014. Demografische veranderingen vormen de aanleiding voor veel beleidsmaatregelen van dit moment. De opkomende vergrijzing zorgt voor stijgende zorgkosten en een kleinere groep werkzame mensen. Een ontwikkeling die roept om nieuwe oplossingen. Oplossingen die zich vaak richten op het beperken van (zorg)kosten en die een groter beroep doen op burgers. Deze ontwikkelingen beïnvloeden ook de terreinen van het sociaal domein, op het vlak van wonen, zorg, welzijn, veiligheid, jeugd en onderwijs. Heel Nederland krijgt bovendien langzaamaan met krimp te maken. Het omslagpunt ligt naar verwachting in 2040. Dan slinkt het bevolkingsaantal en zijn 4,7 miljoen Nederlanders ouder dan 65. Vergrijzing en ontgroening zijn volgens ons dus niet alleen een aandachtspunt voor de randen van het land, genoemd door Minister Blok. Die ontwikkeling gaat ons allen aan. Van platteland tot stad, van krimp- en anticipeerregio tot groeigemeente. Van onderwijs en zorgaanbieder tot woningcorporatie. Zodat we er gezamenlijk op kunnen anticiperen. Want - om met de woorden van ‘koning krimp’ Jacob Bruintjes te spreken - “Als je je niet met demografische verandering bemoeit, gaat die zich wel met jou bemoeien!” Van gedachten wisselen over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op. We horen graag welke vragen er bij u leven.

Ines Pruijt Marije Zijlstra

2


Inhoud

Voorwoord 2

‘Krimpgebieden zijn laboratoria voor participatie’ Interview met Jacob Bruintjes 4

Andere kijk op maatschappelijk vastgoed Column 7

Rijp & groen Nieuws en feiten 8

Inwoners aantrekken met regiomarketing Wat werkt en wat niet? 10

Gezonder ouder worden is mogelijk Onderzoek naar active ageing onder de loep 12

3


‘Nederland zit vast in het groeidenken’ Hoe we meer kunnen doen met minder volgens ‘koning krimp’ Jacob Bruintjes

4


Als er iemand is die gepokt en gemazeld is op het terrein van demografische ontwikkeling is het Jacob Bruintjes, ook wel bekend als ‘koning krimp’. Bruintjes is trots op zijn bijnaam, die hij als een positieve erkenning ziet. “Maar je krijgt niet alleen positieve waardering als je met dit thema bezig bent”, zegt de oud-wethouder. “Krimp gaat ook over verandering, en over verlies. Dat is mij niet altijd in dank afgenomen. Je moet weleens lastige maatregelen treffen. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet moesten gebeuren.” In het lunchrestaurant van het Zwolse hotel Wientjes vertelt hij over vastgoed en voorzieningen, omgaan met emoties van burgers, de situatie van kleine scholen en goede voorbeelden van participatie. Zestien jaar lang was Jacob Bruintjes wethouder voor de PvdA in het Drentse Borger-Odoorn, een regio die veel te kampen heeft met krimp en vergrijzing. In 2014 nam hij afscheid van deze functie. “Demografie is nog steeds niet het populairste thema. Maar als je je niet met het thema bemoeit, gaat het zich wel met jou bemoeien”, meent Bruintjes. “En des te later dat gebeurt, des te meer last je ervan krijgt. Dus ontken niet dat die ontwikkeling er is. Baseer je op de feiten.”

‘Demografie is nog steeds niet het populairste thema. Maar als je je niet met het thema bemoeit, gaat het zich wel met jou bemoeien.’

Krimp begint aan de randen van Nederland. Maar rond 2040 zal naar verwachting het aantal inwoners in heel Nederland dalen. “In Nederland hebben we hele goede maatregelen bedacht om groei te accommoderen. Maar we zijn niet ingesteld op het omgaan met krimp”, stelt Bruintjes. “Nederland zit nog vast in het groeidenken. Maar je kunt ook groeien door samen met burgers aan kwaliteit te werken. Ik zegt altijd: maak je niet druk om die 10% mensen die je minder hebt, maar om de 90% die overblijft.” Toekomstbestendige gebouwen en voorzieningen “In de eerste periode dat ik wethouder was, tussen ‘98 en 2002, ging het alleen nog maar over groei”, blikt Jacob Bruintjes terug. Rond de eeuwwisseling kwam de gemeente Borger-Odoorn erachter dat ze veel voorzieningen hadden, die lang niet allemaal optimaal werden benut. De gemeente bezat meer dan 100 gebouwen, die soms maar een paar dagdelen per week werden gebruikt. Gebouwen die wel veel geld kosten qua onderhoud, en vaak een aanzienlijke onderhoudsachterstand bleken te hebben. Maar het budget was te laag om daar iets aan te doen.

Bruintjes zette met zijn medewerkers een herschikkingsoperatie op touw. “We gingen kijken: wie maken er gebruik van een gebouw, in welke mate wordt het gebruikt en wanneer is een gebouw eigenlijk niet meer nodig. Daarover spraken we met de bevolking; dat waren hele moeilijke gesprekken. Uiteindelijk hebben we niet het gebouw centraal gesteld, maar de functie. En die hebben we op verschillende manieren, met maatwerk, ingevoerd.” In de grotere kernen kwamen multifunctionele accommodaties. Daarin bracht de gemeente verschillende functies samen, waaronder onderwijs, maatschappelijk werk, huisartsen, een ouderen- en jongerensoos, dorpshuis en kinderopvang. “De overdracht van informatie gaat dan ook beter. Aan de ene kant was het een inhoudelijke overweging om de functies in één gebouw onder te brengen, aan de andere kant een kostentechnische.” In de woningbouwcorporatie vond de gemeente een partner, waarmee afspraken zijn over de huur van het gebouw. “Zo kunnen we gezamenlijk werken aan een toekomstperspectief. Als de ene voorziening kleiner wordt in de loop van de tijd, wordt de andere misschien groter. In zo’n gebouw is ruimte voor die beweging.”

‘Maak je niet druk om die 10% mensen die je minder hebt. Maak je druk om die 90% die overblijft.’

De situatie van scholen “Wat de meeste stof heeft doen opwaaien is de herschikking van scholen”, vertelt Bruintjes. “In 2003 telde het openbaar onderwijs in onze gemeente bijna 1800 leerlingen. Nu zijn we 11 jaar verder en zijn het er minder dan 1300.”

5


Bruintjes pleit ervoor dat bij de herschikking van scholen niet alleen wordt gekeken naar de gebouwen, maar ook naar de kwaliteit van het onderwijs. Hoe kun je de onderwijskwaliteit overeind houden in een plattelandssituatie? Wat is daarvoor nodig? De gemeente concludeerde dat het beter is om een combinatie van meer dan 2 leerjaren in een klas te voorkomen. “Op een kleine school kan het anders neerkomen op bijvoorbeeld een combinatieklas van groep 1, 3 en 4. Want het aantal leerlingen is niet altijd per jaar goed verdeeld. Dat stelt enorme eisen aan de onderwijscapaciteiten van de leerkracht. En hoe ga je om met remedial hulp, informatica, activiteiten voor ouders? Dat moet je allemaal met een heel klein clubje mensen organiseren.” Uiteindelijk stelde de gemeente een ondergrens voor van 50 leerlingen per school, en niet de overheidsnorm van 23. De gemeenteraad nam dat minimum van 50 over. Resulterend in de sluiting van 6 scholen in de afgelopen 4 jaar. Goed voorbeeld: participatie bij de voetbalclub

‘Krimpgebieden zijn laboratoria voor participatie’

Omgaan met emoties “We hebben gezorgd voor een combinatie van kwaliteit en efficiency”, zegt de oud-wethouder over het terugbrengen van het aantal scholen. “Maar je kunt je voorstellen dat in dorpen waar de school als voorziening verdween, dat enorme weerstand opriep. Die hadden geen boodschap aan de efficiency van de gemeente. We hadden het technisch goed onderbouwd. De cijfers klopten; daar was geen speld tussen te krijgen. Alleen het emotionele onderdeel klopte niet.” “Een oplossing voor een niet ervaren probleem stuit op weerstand. Dat zie je nu ook landelijk gebeuren met de zorg. Er is een rationele reden voor dat beleid. Maar de emotie is een andere. Daar moet je op tijd aandacht voor hebben. Het is goed om dat probleem samen met burgers te verkennen en ze als het kan mede-eigenaar van het probleem te maken.” Dat gesprek voerde hij ook met ouders van kinderen die niet langer in het dorp naar school konden. “U heeft nu een kind van 2, dat is Joep. Over een paar jaar komt hij in groep 1. Misschien is hij dan wel de enige leerling in de klas. Dan is hij de ‘groep Joep’. Onder welke omstandigheden zit hij dan op school? Wordt je kind er gelukkig van als hij geen leeftijdsgenoten op school heeft om mee te spelen? Hoe gaat het dan met de sociaal-emotionele ontwikkeling van je kind?”

6

“Het mooie van demografische ontwikkeling is dat het je dwingt om beter na te denken over de kwaliteit van je omgeving, zowel sociaal als fysiek. En je daardoor tot nieuwe dingen komt. Kijk daarin naar wat je samen met de bevolking tot stand kunt brengen. Eigenlijk zijn krimpgebieden een laboratoria voor participatie, voor een nieuwe manier van omgaan tussen burger en overheid.” Een van de mooiste voorbeelden van burgerparticipatie vindt Jacob Bruintjes dat van de voetbalclub in NieuwBuinen, een dorp dat wordt gekenmerkt door sociale achterstanden. De grootste verbindende factor is daar de voetbalclub. “Die club speelde op een hoog niveau, maar zat in een hele oude accommodatie”, zegt Bruintjes. “Een gebouw uit asbest opgetrokken, een sportveld op een plek waar vroeger de glasfabriek had gestaan.” Zo af en toe kwamen er nog stukjes glas omhoog in het voetbalveld. De club kwam naar de gemeente met een verzoek voor een nieuwe accommodatie, die 1,5 miljoen euro zou kosten. “Dat hadden we als gemeente niet. Maar we zeiden: als jullie nou 4 ton leveren, dan gaan we het doen. Het oude gebouw hebben ze verkocht. En vervolgens hebben we een deal gemaakt dat ze dat bedrag via zelfwerkzaamheid op tafel zouden leggen.” Club en gemeente zochten samen de architect uit. “Tachtig vrijwilligers hebben een jaar lang elke zaterdag aan de accommodatie gewerkt. Het is een gebied waar veel mensen in de bouw werken, dus men kon ook veel zelf. We hebben dat samen tot stand gebracht, met maximale participatie van het dorp. Een geweldig resultaat, waar ik buitengewoon trots op ben.” ●


Demografische verandering vraagt om andere kijk op maatschappelijk vastgoed Column | Jan Temmink

De betekenis van de demografische ontwikkelingen voor lokale voorzieningen is al langer zichtbaar aan de randen van Nederland, in Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg en Noordoost-Groningen. Maar ook in andere delen van het land worden meer en meer vragen gesteld over sportvoorzieningen, onderwijs- en ouderenhuisvesting. Hoe gaan we om met meer ouderen en minder kinderen, met als gevolg leegstaande schoolgebouwen en sportparken waarvan nog slechts beperkt gebruik wordt gemaakt? Het gaat echter niet alleen om jeugdvoorzieningen. Sinds enkele jaren kampen steeds meer verzorgingshuizen met leegstand, als gevolg van gewijzigd rijksbeleid. In de wetenschap dat het aantal 65-plussers in de komende jaren stijgt tot circa 30% van de bevolking, doet dit vreemd aan.

Meer columns en blogs lezen? Lees meer van Jan Temmink en andere adviseurs op de website van JSO.

Efficiëntie en samenhang Demografische verandering vraagt om een andere kijk op maatschappelijk vastgoed. En niet alleen het gemeentelijke vastgoed, maar ook dat van de woningcorporatie en de onderwijs- of zorginstelling. Omdat het om gebouwen van meerdere partijen gaat, zijn er legio redenen en mogelijkheden om tot onderlinge afstemming te komen. Deze liggen vooral in het gezamenlijke financiële en maatschappelijke belang. Als er niet in samenhang naar wordt gekeken en passende maatregelen worden genomen, dan is leegstand in veel dorpen, en ongetwijfeld ook in stadwijken, onvermijdelijk. En waar leegstand in tijden van hoogconjunctuur (helaas) altijd geaccepteerd is, zijn door de crisis de financiële mogelijkheden beperkt en keuzes onontkoombaar. Helder verhaal Partijen die kansen zien en kiezen voor een gezamenlijke aanpak dienen zich van veel zaken bewust te zijn. Zeker ook van de noodzaak van het vroegtijdig betrekken van organisaties en burgers die gebruikmaken van het lokale vastgoed. Aan burgers duidelijk maken dat voorzieningen alleen kunnen blijven bestaan als er voldoende mensen zijn om er gebruik van te maken, is daarbij niet genoeg. Bovenal is het van belang een helder verhaal te hebben, waaruit blijkt dat de financiën het moeilijk maken om al het maatschappelijk vastgoed open te houden. Kortom: demografische verandering heeft gevolgen voor het lokale maatschappelijk vastgoed. Er zal niet veel anders op zitten dan dit te accepteren, vooruit te durven kijken, keuzes te maken, lokaal en regionaal samenwerking te zoeken en dit alles te communiceren met burgers en organisaties. Het is mijn ervaring dat gaandeweg het besef ontstaat, dat maatschappelijk vastgoed dat veel wordt gebruikt maatschappelijk en financieel bijdraagt aan een positieve kijk op de demografische veranderingen. Jan Temmink

7


Grijze en groene gebieden Nederland telt in 2019 zeven miljoen vijftig-plussers. Over vijf jaar is de helft van de volwassen Nederlandse bevolking ouder dan vijftig jaar. In 264 gemeenten is nu al de helft van de volwassenen de vijftig gepasseerd. De meest vergrijsde gemeenten zijn Laren en Rozendaal. Het minst vergrijsd is Utrecht. Flevoland is een relatief jonge provincie, zo ook de meeste grote steden. Bron: CBS

It takes a city to raise a child? Steeds meer kinderen groeien op in de stad, zo bericht het CBS. In de vier grote steden neemt het aantal jonge kinderen toe, terwijl dit in de rest van het land afneemt.

Actiepunten lokale aanpak eenzaamheid De transitie AWBZ, de extramuralisering en het scheiden van wonen en zorg zijn van grote invloed op de leefsituatie van ouderen. Betrokken organisaties vrezen voor een toename van eenzaamheid en sociaal isolement onder deze groep, zo blijkt uit onderzoek van JSO. Zestig burgers uit Pijnacker-Nootdorp formuleerden actiepunten. Behoefte aan meer achtergrondinformatie of aanknopingspunten voor een gedegen aanpak? Download dan de handleiding ‘Kansen voor aanpak eenzaamheid en mishandeling kwetsbare ouderen’.

8

Ouderenmishandeling Meer ouderen en minder formele zorg brengen ook ongunstige ontwikkelingen met zich mee. Ouderenmishandeling komt steeds meer voor. Hoe kunnen gemeenten zorgen voor een sluitende aanpak? Lees het artikel ‘Sluitende aanpak ouderenmishandeling’. Of volg een training aandachtsfunctionaris ouderenmishandeling.


Buurttalent Bij een afnemend bevolkingsaantal in een regio is het versterken van de contacten en samenhang in de lokale samenleving van vitaal belang. De methodiek Buurttalent zorgt hiervoor. Voor een succesvolle samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties en individuele burgers.

Zicht op voorzieningen De Hoeksche Waard is een van de regio’s die kampt met krimp: een combinatie van meer dan gemiddelde vergrijzing, teruglopend aantal jongeren en steeds meer inwoners die het gebied verlaten. In de toekomst krijgen de inwoners een hele andere voorzieningsbehoefte. JSO maakte een plan van aanpak om de toekomstige afstemming tussen vraag en aanbod aan te pakken. Eerst beter zicht krijgen op bestaande voorzieningen? Daarvoor is Factlab een goede methode.

Advies aan krimpende scholen Kinderen moeten minimaal een keuze kunnen maken uit vijf andere kinderen voor het aangaan van sociale relaties. Dat blijkt uit het rapport ‘Wat is goed voor kinderen?’ van onderzoeksbureau Vyvoj. In een kleine klas is er minder kans om een kind met dezelfde interesses tegen te komen. Vyvoj adviseert kleine scholen om samen te werken met de buitenschoolse opvang om kinderen na school de mogelijkheid te bieden om samen te spelen.

9


Verleidingstechnieken voor nieuwe inwoners

Veenendaalse citymarketeers proberen nieuwe gezinnen naar hun gemeente te krijgen. Hun wapen: de oudere inwoners van de stad. In verkooptrainingen leren ouderen hoe ze hun kinderen over kunnen halen om met hun gezin naar Veenendaal terug te keren. “Een win-winsituatie”, licht de Stichting Promotie Veenendaal toe op nu.nl. “Ouderen willen hun kinderen graag dicht bij huis hebben en wij trekken onze doelgroep aan.” Hoe kunnen gemeenten nieuwe inwoners aantrekken? Over de mogelijkheden en beperkingen van regiomarketing.

Gemeenten die te kampen hebben met vergrijzing, ontgroening of krimp hebben baat bij een nieuwe generatie bewoners. In hoeverre kunnen ze dit proces beïnvloeden? Volgens prof. dr. Gert-Jan Hospers (Universiteit Twente en Radboud Universiteit Nijmegen), onderzoeker naar krimp en regiomarketing, is dat slechts beperkt mogelijk. “Dit omdat Nederlanders, anders dan vaak gedacht, heel honkvast zijn. Slechts 7% van de Nederlandse verhuizers, verhuist van de ene regio naar de andere. Het gaat daarbij vaak om studenten, net afgestudeerden en alleenstaanden.”

10

Retourmigranten Bestuurders in krimp- en anticipeergebieden doen er goed aan om realistisch te zijn over de kansen van regiomarketing: “Het aantrekken van nieuwkomers lukt eigenlijk alleen bij bezoekers, niet bij inwoners”, zegt Hospers. “Als je aan marketing wilt doen, richt je dan op toeristen en dagjesmensen, want die zijn per definitie mobiel. Met een beetje geluk kan een bezoeker ooit een inwoner worden, omdat hij het gebied in zijn vrije tijd heeft leren kennen.”


Ook adviseert de hoogleraar om behalve toeristische marketing in te zetten op warme marketing: het voorkomen dat inwoners vertrekken. Dat kan bijvoorbeeld door het bieden van stageplaatsen voor plaatselijke jongeren.

‘Nederlanders zijn honkvaster dan gedacht’

“Het is dus wel degelijk mogelijk om retourmigranten als groep te bereiken. Dat geldt zeker voor regio’s met een sterke identiteit, zoals Zeeland, Twente of Zuid-Limburg.” Bij retourmigratie is de aanwezigheid van werk cruciaal. Zo worden in Twente ‘hunkertukkers’ en hun partners geassisteerd bij het zoeken naar een passende baan.

het helaas vaak van een gezamenlijke regionale aanpak.” Is regiomarketing alleen een taak van de gemeente en ingehuurde citymarketeers? Of kunnen burgers hier ook een rol in spelen? “Inwoners zijn de beste ambassadeurs van een gebied”, zegt Hospers daarop. “Ze zijn het visitekaartje voor buitenstaanders en zijn geloofwaardig.

Mensen die al binding met een regio hebben, blijken daarnaast eerder bereid om hiernaar (terug) te verhuizen. Toch niet zo gek dus, dat Veenendaal zich, via de inzet van oudere inwoners, richt op mensen die er zijn

Eigen gemeente eerst? Hoewel de marketingleer de nadruk legt op het onderscheidend vermogen, is samenwerking wel degelijk van belang. “Bij regiomarketing komt het inderdaad neer op intergemeentelijke samenwerking”, beaamt Hospers. “Alleen door de handen ineen

Meestal zijn inwoners zich daar niet van bewust. Binnen de regiomarketing kunnen ze een nuttige

opgegroeid. Hoe trekt een gemeente deze potentiële ‘retourmigranten’ aan? “Marketing is kiezen, en dankzij social media kan dat steeds gerichter”, antwoordt Gert-Jan Hospers.

te slaan en soms moeilijke keuzes te maken kun je de regio als geheel aantrekkelijk houden. En daar schuilt juist het probleem. In de praktijk wint het principe ‘eigen gemeente eerst’

rol vervullen. In Meppel worden bijvoorbeeld lokale ondernemers ingezet als ambassadeurs om nieuwe bedrijven te trekken; een prima maatregel.” ●

‘Inwoners zijn de beste ambassadeurs van een gebied’

Regiomarketing: 3 tips 1. Kies voor een heldere positionering Marketing begint bij een goede positionering. Letterlijk: positie innemen. Positionering vraagt om het maken van keuzes, voor een merkidentiteit en hoofddoelgroep, passend bij het DNA van de plaats. Goed voorbeeld: Den Haag als ‘international city of peace and justice’.

2. Denk vanuit de doelgroep Redeneer niet vanuit het perspectief van een inwoner van de regio, maar van degene die u wilt bereiken. Kruip zoveel mogelijk in de huid van de doelgroep, onderzoek de behoeftes van mensen die u voor ogen heeft.

3. Laat marketing over aan professionals Gemeenten kunnen marketing initiëren en garant staan voor een deel van de basisfinanciering. Maar voor het beste resultaat moeten ze de uitvoering loslaten, zo blijkt uit onderzoek. Als de gemeente zich terugtrekt, blijkt bovendien dat bedrijven eerder bereid zijn om aan te haken. Bovenstaande aanbevelingen zijn afkomstig uit de publicatie ‘Citymarketing: wat werkt wel en wat werkt niet?’ (Prof. dr. Gert-Jan Hospers, Vrijetijdsstudies nummer 1, jaargang 32, 2014)

11


We houden ons in Nederland te veel bezig met de oorzaken van ziekte in plaats van met de oorzaken van gezondheid, vindt onderzoeker Lowie van Doninck. Hij wil de focus verleggen, zodat we fitter, gelukkiger en vooral gezonder oud worden. Nederland vergrijst in rap tempo. Volgens de CBS Bevolkingsprognose zal het aantal 65-plussers toenemen van 2,7 miljoen in 2012 tot een hoogtepunt van 4,7 miljoen in 2041. De komende jaren zal vooral het aantal 65-79-jarigen flink stijgen, maar vanaf 2025 neemt ook de groep 80-plussers sterk toe (de ‘dubbele vergrijzing’). Oorzaak: de babyboomgeneratie die steeds ouder wordt en een toename van de levensverwachting.

Blauwe zones: het geheim van gezonder ouder worden

12


Als gevolg van onder andere deze vergrijzing stijgen de zorgkosten in Nederland ieder jaar fors en ziet de overheid zich genoodzaakt om de zorg anders in te richten. Ouderen zullen bijvoorbeeld langer zelfstandig thuis moeten blijven wonen, met ondersteuning van hun sociaal netwerk. Alleen in het uiterste geval kan er een beroep worden gedaan op formele zorg.

‘Van elke honderd euro die we besteden aan gezondheidszorg gaat slechts drie euro naar preventie’

De overheid heeft er dus alle belang bij dat mensen gezonder ouder worden. Want wie gezond is, kan zich beter zelfstandig redden en heeft dus geen (of in ieder geval minder) zorg nodig. Toch wordt er nog weinig ingezet op zorgpreventie. Van elke honderd euro aan gezondheidszorg gaat slechts drie euro hier naartoe. En de uitgaven aan preventieve zorg vertonen in Nederland zelfs een dalende trend in het totaal aan gezondheidsuitgaven van de overheid. De belangrijkste vraag, die de meeste besparing op kan leveren, blijft dus vaak buiten beeld: hoe blijven mensen langer gezond, zodat ze minder zorg nodig hebben? Longevity hot spots Lowie van Doninck is docent en onderzoeker bij het lectoraat Active Ageing van de Avans Hogeschool in Breda en vraagt zich af waarom we het eigenlijk ‘gezondheidszorg’ noemen. “Op dit moment doen we slechts aan ziektezorg. We houden ons bezig met de oorzaken van ziekte, maar kijken niet naar de oorzaken van gezondheid. Terwijl volgens de wetenschap tussen de 80 en 90% van onze gezondheid te wijten is aan leefstijlfactoren, die te beïnvloeden zijn.” Van Doninck doet daarom onderzoek naar de zogenaamde ‘blauwe zones’, ook wel ‘longevity hot spots’ genoemd: plekken op de wereld waar mensen langer leven en daarbij ook nog eens aanzienlijk langer gezond blijven.

“Ten opzichte van de westerse wereld hebben de mensen in een blauwe zone zeven jaar meer levensverwachting en zelfs twaalf jaar meer gezonde levensverwachting. Er komt slechts een vijfde van het aantal kankergevallen voor en maar een zesde van het percentage hart- en vaatziekten. Daar kunnen wij van leren.” Er zijn op dit moment vijf blauwe zones in de wereld: Okinawa in Japan, Nuoro op Sardinië, Nicoya in Costa Rica, Ikaria in Griekenland en Loma Linda in de Verenigde Staten. Van Doninck bezocht met een aantal studenten Sardinië om met eigen ogen te zien hoe de mensen daar leven. Bevorderen gezonde leefstijl is geen betutteling Andere leefstijlfactoren die in de blauwe zones bijdragen aan een lang gezond leven zijn voldoende ontspanning, relativeren, maar matig alcohol drinken, veel groente eten, geloven (of op een andere manier spiritueel bezig zijn), leven te midden van een hechte gemeenschap van familie en vrienden en positief denken. Van Doninck adviseert de Nederlandse overheid meer in te zetten op maatregelen die bovenstaande levensstijl bevorderen. Ondanks dat dergelijk beleid vaak als ‘betuttelend’ wordt weggezet, tonen de cijfers dat dit wel degelijk de effecten kan sorteren die de overheid nastreeft. Dat vraagt volgens Van Doninck ook om een ander beeld van ouder worden. “We kijken nu vaak naar de beperkingen van ouderen. We zien ze als ziek, zwak en zorgbehoeftig. Terwijl de focus juist zou moeten liggen op hun mogelijkheden, zodat ze actief betrokken blijven bij de samenleving.” Kortom: door actief te werken aan een gezonde, ‘blauwe’ levensstijl van burgers gaat de kwaliteit van leven omhoog, verminderen de zorgkosten en blijven mensen langer actief. Het klinkt als een sprookje, maar de blauwe zones bewijzen dat het kan. En zo leven we nog ‘lang en gelukkig’. ● Lowie van Doninck sprak afgelopen 15 oktober op het symposium van het Regionaal Zorgoverleg GoereeOverflakkee, georganiseerd door JSO. De informatie uit dit artikel is afkomstig uit zijn presentatie. Neem contact op met adviseur Ines Pruijt voor meer informatie over het onderwerp of het symposium.

13


Colofon Redactie Femke Noordink Tekst Femke Noordink, Marijn Klok, Jan Temmink Vormgeving Monique Dessing Fotografie Issa Shaker, Femke Noordink, 123rf.com

inspireert en verbindt Nieuwe Gouwe Westzijde 1, 2802 AN Gouda Postbus 540, 2800 AM Gouda T 0182 547 888 - E info@jso.nl - www.jso.nl

14


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.