Issuu on Google+

1

Het oorlogsgebeuren 1940-1945 Meise Oppem Wolvertem


2

Een uitgave van Cultuurraad Meise p/a Cultuurdienst Tramlaan 8 1861 Meise-Wolvertem 02/272 00 28 Samengesteld door Jef Heyvaert Jef Van den Brande voor de beschrijving van de gebeurtenissen te Wolvertem Met medewerking van Gemeentebestuur Meise Bob Nicolaes Monika Van den Brande Layout en vormgeving Monika Van den Brande Voor deze publicatie werden talrijke oude foto’s en documenten gebruikt. Voor een aantal van de afbeeldingen in deze uitgave lukte het niet de eigenaars te achterhalen. Als wij iemand hierdoor benadeeld hebben, bieden wij graag onze excuses aan en verzoeken wij contact op te nemen met de auteur. Gedrukt door Leleu Printing in een oplage van 700 exemplaren december 2009 ISBN 978-90-79488-82-7


3

Inhoudstabel Hoe kon het zover komen?

p5

1. De Aanloop A. Overzicht a Algemeen b Verdragen B. BelgiĂŤ C. Duitsland D. Spanje

p6 p7 p7 p7 p8 p 10 p 11

2. BelgiĂŤ A. Verdediging a Verdedigingslijnen b Uitrusting B. Mobilisatie C. Oorlog a Duitse Inval b In de lucht c Capitulatie d Grimbergen e Bezetting f Eindoffensief g Belgische bijdrage h Bevrijd i Enkele bijzonderheden D. Slachtoffers

p 12 p 13 p 13 p 14 p 16 p 18 p 18 p 24 p 24 p 25 p 26 p 29 p 29 p 31 p 34 p 36


4 Inhoudstabel 3. Meise-Oppem-Wolvertem A. Gemeentebestuur B. Mobilisatie a Soldaten b Paarden en vervoer C. Inval a Op de Vlucht b Schuilen c Aftocht soldaten d Gevechten e Duitse intocht f Krijgsgevangenen g Bezetting D. Oorlogsslachtoffers a Militairen b Weerstanders c Burgers E. Het domein van Bouchout F. Werkzaam in Duitsland a Tewerkstelling - Werkweigeraars b De verplichte tewerkstelling c Controles en aanhoudingen G. Bevoorrading - Landbouw a Voedselvoorzieningen b De Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie c Werkzaamheden d Vindingrijkheid - smokkelen e Boerenwacht H. Rantsoenering I. Het leven tijdens de bezetting a Winterhulp b Torenwacht - Blustroepen c Menselijk d Reglementering e Ontspanning f Kinderspelen

p 37 p 38 p 40 p 40 p 47 p 49 p 49 p 51 p 51 p 52 p 54 p 56 p 58 p 64 p 65 p 66 p 68 p 70 p 74 p 74 p 75 p 80 p 84 p 84 p 85 p 90 p 90 p 93 p 94 p 100 p 100 p 102 p 104 p 105 p 109 p 111

J. Bevrijding a Onze gemeenten door de Engelsen bevrijd b Feestelijkheden K. Het Verzet Oorlogsvrijwilligers Miliciens a Het Verzet b Oorlogsvrijwilligers c Miliciens L. Collaboratie M. Oorlogstuig a Vliegende bommen b Bommen c Vliegtuigen

p 112 p 112 p 117

p 122 p 122 p 128 p 128 p 132 p 134 p 134 p 135 p 136

4. Bijlagen p 138 Bijlage 1: Vlugschriften p 139 Bijlage 2: Trammannen p 140 Bijlage 3: Humbeek gevechten p 142 Bijlage 4: Verslag Helas p 143 Bijlage 5: Verslag Lixon p 144 Bijlage 6: Schade door obus p 146 Bijlage 7: Rouwprentjes p 147 Bijlage 8: Vergoeding V-1 bom p 149 Bijlage 9: Teeltplan 1941-1942 p 150 Bijlage 10: Verwittiging levering p 151 Bijlage 11: Voetbalploeg p 152 Bijlage 12: Bevrijdingsstoet te Rossem p 153 Bijlage 13: Neergestort Engels vliegtuig p 154 V. Slotwoorden en intekenaars Slotwoord Jef Heyvaert Slotwoord Bob Nicolaes Intekenaars

p 155 p 156 p 157 p 158


5 Hoe kon het zover komen? Nog steeds wordt de vraag gesteld hoe het mogelijk was dat, amper 20 jaar na het einde van een oorlog waarbij zoveel mensenlevens werden opgeofferd en enorme materiĂŤle schade werd aangebracht, omzeggens gans de wereld in een nieuwe bittere strijd werd meegesleurd. Hoe kon Hitler het Duitse volk ertoe brengen om terug de wapens op te nemen? Was het een reactie op de vernedering en op de onbetaalbare schuldenlast, opgelopen bij het verdrag van Versailles in 1919? Speelde tevens een nationalistische drang naar superioriteit en de wens tot territoriumuitbreiding, in het bijzonder naar het Oosten? Hitler heeft door zijn overredingskracht in ieder geval het volk ervan kunnen overtuigen dat Duitsland een nieuwe, glansrijke toekomst tegemoet ging. Hij werd daarbij geholpen door de slechte economische omstandigheden bij het begin van de jaren dertig en met de tijd was iedereen tevreden dat Duitsland een heropleving kende en terug een economische medespeler werd. Daarbij bracht de financiering van de Duitse economische heropleving, gedragen door de herbewapening, het land in een moeilijk te beheersen financiĂŤle toestand, met inflatie en oplopende overheidsschuld. Hoe konden de geallieerden toelaten dat Duitsland zich herbewapende? Engeland noch Frankrijk koesterden daarbij argwaan. Engeland hield zich afzijdig en Frankrijk keek besluiteloos toe. In eigen land ruimde Hitler zijn tegenstanders uit de weg en als zondebok koos hij de Joden en de communisten. Een samengaan van al deze elementen leidde uiteindelijk tot een waanzinnige oorlog ... .


6

1. DE AANLOOP


7

A. OVERZICHT a. Algemeen De periode tussen de twee wereldoorlogen – het interbellum - worden gekenmerkt door : Op politiek gebied kende België een periode van instabiliteit en werd het geleid door meerdere regeringen. Het land streefde naar een neutraliteit onder impuls van onze koningen Albert I en vooral Leopold III. Op economisch vlak had de industriële omwenteling haar grootste evolutie meegemaakt vóór de Eerste Wereldoorlog. De techniek en de wetenschap hadden geleidelijk en in belangrijke mate de plaats ingenomen van de arbeidsintensieve landbouw. De tussenoorlogse periode kende een verdere gelijkaardige ontwikkeling zonder evenwel diepgaande wijzigingen met zich mee te brengen. Het gebruik van de elektrische energie en de mechanisatie speelden wel een belangrijke rol. Een economisch zwakke periode volgde op de Eerste Wereldoorlog. Naar het einde van de jaren 1920 evolueerde de economie naar een hoogconjunctuur die gepaard ging met een forse geldexpansie. Hieraan kwam bruusk een einde toen in oktober 1929 in New-York een beurscrisis uitbrak die zich verspreidde over gans de wereld. Op het einde van dat jaar volgde een algemene economische depressie. Vele banken waren in moeilijkheden gekomen en moesten hun leningen stopzetten. De geschiedenis wordt steeds herhaald. Duitsland dat fel te lijden had onder de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog kon een algemeen herstel bewerken vanaf het aan de macht komen van Hitler in 1933.

Op sociaal gebied verbeterde, over de hele periode, de situatie van de arbeidersklasse. De sociale strijd leidde tot frequente aanpassingen van de sociale wetten.

b. Verdragen Duitsland ondertekende de Wapenstilstand na de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918. Door het Verdrag van Versailles in 1919, werden aan Duitsland zware sancties opgelegd. In 1920 werd een Frans-Belgisch militair akkoord ondertekend dat in 1936 werd opgezegd bij de verklaring door de Belgische regering van de militaire onafhankelijkheid van ons land. 1925. Verdrag van Locarno. Duitsland aanvaardde zijn westgrens, zoals bepaald door het Verdrag van Versailles, alsook een gevoelige demilitarisering van het land wat een veiligheid voor België inbouwde. Frankrijk en Engeland beloofden ons bij te staan mocht het Belgisch grondgebied worden geschonden. Door een waarborg voor de vrede beoogde men een algemene welvaart. 1938. Pact van München waarbij Duitsland het Sudetengebied mocht inlijven. 1939. Engeland en Frankrijk verklaren de oorlog aan Duitsland na de inval in Polen.


8 B. BELGIE Aan de Eerste Wereldoorlog hadden ons land en zijn bevolking een zware tol betaald. Koning Albert en de soldaten werden geëerd voor hun moed en inzet. Er was een nationaal gevoel van eendracht ontstaan. De drie politieke partijen vormden tot 1921 samen één regering. Door het Verdrag van Versailles kon België Eupen-Malmédy annexeren en bekwam ons land het mandaat over Ruanda-Urundi. Om zijn neutraliteit te waarborgen poogde België met Frankrijk en vooral met Groot-Brittannië een defensief verdrag te sluiten. De Britten gingen daar niet op in. Ze vreesden het Franse - vooral militaire - overwicht op het continent en wensten een economische wederopstanding van Duitsland. Ze waren daarbij ook beducht voor een communistische machtsovername in Duitsland, eventueel met Russische hulp. In 1920 werd dan toch een Frans-Belgisch militair akkoord ondertekend om aan een eventueel conflict met Duitsland het hoofd te bieden. Dit riep verzet op zowel in België als in het buitenland omdat men ons land beschouwde als een meeloper van Frankrijk. Begin 1923 gingen beide legers over tot de bezetting van het Ruhrgebied. Het was de bedoeling de achterstallige herstelbetalingen te recupereren door inbeslagnemingen. Dit had nefaste gevolgen voor de Duitse nijverheid. De andere mogendheden, met Groot-Brittannië vooraan, waren tegen deze maatregel. Het kostte ons ook heel wat geld. 1925. De meerderheidspartijen leden verliezen. Overwinnaars waren (tijdelijk) de socialistische Belgische Werklieden Partij, de Kommunistische Partij en de Frontpartij.

De economische crisis die ontstond in 1929 kon door België gedeeltelijk worden opgevangen dank zij de eeuwfeest-exposities te Antwerpen en Luik in 1930. Vanaf 1931 ondergingen ook wij de internatio[Graven van het Albertkanaal nale depressie. Daaraan van 1930 tot 1939] trachtte men te verhelpen door een deflatiepolitiek waarbij de uitgaven werden ingekrompen en de belastingen verhoogd. Het aantal werklozen nam snel toe en het steungeld bedroeg amper het strikte levensminimum. De prijzen, maar ook de lonen daalden. Het klassiek economisch liberalisme was van toepassing. Toen was men er nog bevreesd voor dat de staatsschuld zou oplopen. In 1934 moesten de socialistische Belgische Bank van de Arbeid en de Belgische Boerenbond, de bank van de landbouwers, de faling aanvragen. Hun politiek van financiering van de industrie met spaargeld liep faliekant af. Vanaf 1935 noteerde men wereldwijd een heropleving van de economie. In België besloot de regering, gevormd door de drie nationale partijen, tot een devaluatie van de munt met 28 percent. Dit oefende een gunstige invloed uit op de export en ook de wereldtentoonstelling viel goedkoper uit voor de buitenlandse bezoekers. Een politiek van openbare werken en later van de landsverdediging, leidde tot een snelle daling van de werkloosheid die reeds tot 350.000 was opgelopen. De voornaamste openbare werken waren de uitrusting van de kust, de Noord-Zuid-verbinding en van 1930 tot 1939 het graven van het Albertkanaal.


9 Na een algemene staking in 1936 werd de rust hersteld door een verhoging van de lonen, het toekennen van zes dagen betaald verlof, de 40-urenweek in bepaalde sectoren en de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit. In juli 1936 besloot een Regering van Nationale Unie dat België zich onafhankelijk diende op te stellen en zegde het militaire akkoord met Frankrijk op. “België zal zijn grondgebied met alle middelen verdedigen en de verdediging versterken”. Wanneer in 1939 de legerleiding zich alleen tegenover Duitsland wilde opstellen leidde de zelfstandigheidspolitiek van de koning tot een meningsverschil en bleef er een, weliswaar beperkte, verdedigingslijn aan de grens met Frankrijk gehandhaafd. Januari 1937. Zowel Duitse als Franse en Engelse overheden verklaarden de neutraliteit van België te zullen eerbiedigen. Zij beloofden wel militaire hulp ingeval van agressie. De duur van de legerdienst werd meerdere malen gewijzigd. 1937. Van Zeeland nam ontslag als premier na beschuldiging van een geheime uitkering bij de Nationale Bank. Daarop volgden verschillende regeringen elkaar op. De economische toestand verslechterde, de prijzen stortten in en de werkloosheid steeg. Wegens het falen van de politiekers kreeg Leopold III meer en meer gezag. Zijn persoonlijke invloed bepaalde in ruime mate de binnenlandse politiek en het buitenlands beleid.

In de praktijk leidde de koning het leger met de hulp van zijn militaire raadgever(s). De taalstrijd beoogde de ongelijkheid weg te werken tussen de machtige Franstalige burgerij en de hardwerkende armoedige Vlamingen. Dit gold vooral op administratief, sociaal en cultureel gebied. De aanklacht op de toestanden op taalgebied tijdens de eerste wereldoorlog aan de IJzer was er de aanleiding toe geweest dat, in grote mate en in meerdere etappes, werd tegemoet gekomen aan de eisen van de Vlaamse Beweging. Koning Albert had in November 1918 het algemeen enkelvoudig stemrecht beloofd en de gelijkberechtiging van de beide landstalen. Vanaf 1920 werd jaarlijks de IJzerbedevaart gehouden ter gedachtenis aan de gesneuvelde Vlamingen. In 1930 werd de vernederlandsing van de Gentse universiteit bekomen. Anno 1937 werd de amnestiewet goedgekeurd. In het dagelijks leven vond de gewone man, wanneer hij het nodig vond de materiële noden te lenigen, zijn toevlucht tot aanvullende arbeid “na zijn uren” zoals het opknappen van karweitjes of het bewerken van een stukje land of tuin. Een welgekomen ontlading waren toen de kermissen en feesten, met of zonder de fanfares. Het grote aantal herbergen werden meestal bezocht om, in een gemoedelijke sfeer, over sociale en sportieve gebeurtenissen te kunnen praten. De overheid trachtte wel het drankmisbruik tegen te gaan. In en rond het centrum van Meise waren tijdens de oorlog nog 6 danszalen en 28 herbergen. Wolvertem-centrum telde er een 60-tal. Wat thans bij de ouderen met weemoed de reactie ontlokt : “’t is nu niet meer zo plezant want de cafés zijn vervangen door banken”.


10DUITSLAND C. Na de Eerste Wereldoorlog volgde voor Duitsland een periode van armoede. Door het Verdrag van Versailles moest het grondgebied afstaan en werden herstelbetalingen aan de geallieerden opgelegd. Voor een geruïneerd land was deze schadeloosstelling veel te streng. Duitsland bleef in gebreke voor deze vergoedingen, bijgevolg werd het Ruhrgebied van 1923 tot 1925 bezet door Frankrijk en België. De hyperinflatie in 1922, waarbij in enkele maanden tijd bedragen opliepen tot miljarden Marken, betekende een ramp voor de bevolking. De voornaamste oorzaak was de binnenlandse schuld die onbeperkt werd gefinancierd. De catastrofe werd gestopt door de creatie van nieuw geld dat door de bevolking werd aanvaard als zijnde gewaarborgd door de goudvoorraad en onroerende bezittingen. Vanaf 1924 verbeterde de toestand op initiatief van Amerika dankzij een lening die de afbetaling van schulden toeliet. Reeds in 1925 volgden herstel en economische voorspoed. De crisis van 1929 leidde echter tot een neergang van de economie. Door de ontevredenheid van de bevolking konden de nazi’s hun stemmenaantal opdrijven en hun politieke macht vergroten. Begin 1933 werd Hitler tot Rijkskanselier benoemd dank zij zijn uiterst-rechtse NationaalSocialistische Duitse Arbeiderspartij, en hij kreeg alle volmachten. De communisten werden verdreven. Het land kwam onder een dictatoriaal regime: alle politieke tegenstrevers moesten verdwijnen en ongewenste bevolkingsgroepen zoals Joden, zigeuners en homofielen werden vervolgd. De Gestapo (Geheime Staatspolizei), symbool van terreur, werd het gevreesde politieapparaat dat mee verantwoordelijk was voor het ontstaan

van een eerste concentratiekamp. Door het uitbreiden van grote bouwactiviteiten, vooral autostrades, havens, … kende Duitsland een economische opleving. Vanaf 1934 werden alle takken van het leger fors uitgebreid. De werkloosheid die op zeker ogenblik zes miljoen personen trof kon worden weggewerkt dankzij een, voorlopig geheime, herbewapening. Duitsland produceerde zelf zoveel mogelijk alles wat het nodig had. De invoer werd betaald door ruilhandel ofwel werden de duurdere goederen vervangen door ersatzproducten. Door onenigheid tussen Frankrijk en Engeland, o.a. over de hegemonie in Europa en de ontwapening van Duitsland, kreeg Hitler vrij spel. De dienstplicht en de legeruitbreiding riep hij in als verdediging en als vredesdoel. In 1935 voerde Hitler de verplichte eenjarige dienstplicht in, wat het effectief op 500.000 man bracht, dit niettegenstaande protesten van Frankrijk, Engeland en Italië. Hij bouwde de vloot uit en organiseerde de Luftwaffe. Frankrijk sloot daartegenover een verdrag met Rusland. Nog in 1935 overrompelde Italië Abessinië (Ethiopië) met de steun van Duitsland. Hierdoor werd Mussolini in Hitlers armen gedreven. In 1936 zegde Hitler het verdrag van Locarno op en met 30.000 man bezette hij het Rijnland en stond dus aan de grenzen van België en Frankrijk. Door deze krachtproef toonde Hitler zijn sterkte tegenover Frankrijk terwijl Engeland afzijdig toekeek. Het dient wel gezegd dat de economische en culturele relaties tussen Duitsland en de industriële landen, o.a. België, in belangrijke mate toenamen. Op 12 maart 1938 verwezenlijkte Hitler de aan-


D. SPANJE sluiting van Oostenrijk. Ook hier werden Joden overvallen. Op 29 september 1938 werd het pact van München gesloten tussen Chamberlain, Daladier, Hitler en Mussolini. Hierdoor mocht Duitsland het Tsjechische Sudetengebied in bezit nemen. In maart 1939 bezette het de rest van Tsjecho-Slowakije. Engeland verklaarde daarop Frankrijk te zullen bijstaan in geval van conflict. De bouw van de Duitse Siegfriedlinie aan de grens met Frankrijk werd gestart. Laat ons terloops opmerken dat in 1944 deze ‘drakentanden’ de geallieerden niet zullen kunnen tegenhouden. In augustus 1939 sloot Duitsland een niet-aanvalspact met Rusland. Op 3 september 1939 viel Hitler Polen binnen, slechts zes jaar na zijn aanstelling als Rijkskanselier. Hierop verklaarden Engeland en Frankrijk de oorlog aan Duitsland. België mobiliseerde. Als oorlogsuitrusting had Duitsland op 10 mei 1940 zes miljoen man onder de wapens. Frankrijk had er bijna vijf miljoen. Het pantserwapen en de luchtmacht zouden de oorlog een andere dimensie geven. De infanterie kreeg de rol van hulpkracht. Duitsland beschikte over een efficiënte techniek van radioverbindingen tussen infanterie, tanks en vliegtuigen. Nieuw was het massaal gebruik van de holle lading, de mitrailleur, de vlammenwerper en het zweefvliegtuig. In december 1941 sloten de VS aan als geallieerde na de Japanse aanval op Pearl Harbor.

11

Vanaf 1935 zorgde de Spaanse burgeroorlog voor heel wat opschudding. Deze strijd wordt door velen beschouwd als de voorloper van WO II. Spaanse kinderen werden naar ons land gebracht om te ontsnappen aan de gruwelen van de revolutie. In Meise werden Baltasar Ferreras (°1924) en zijn zus Elvira (°1923) uit Bilbao, van augustus 1937 tot juli 1938, opgevangen door de families Vos en Thaelemans. In Wolvertem werden twee Spaanse kinderen onthaald door notaris De Smedt. De Spanjaarden waren bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog uitgeput door het oorlogvoeren en generaal Franco – destijds direct gesteund door Duitsland en Italië - bleef onverzettelijk weigeren met Spanje deel te nemen aan de oorlog. Er bestonden wel een Spaanse SS-vrijwilligerscompagnie en een Spaanse Infanteriedivisie “Azul”. Zo wordt vermeld dat deze laatste nabij de Russische plaats Krasnybor 3.200 man verloor. Een Vlaamse eenheid die meestreed moest de stellingen die deze divisie had prijsgegeven heroveren, maar mislukte hierin en van de 500 man bleven er slechts een veertigtal over.


12

2. BELGIE


A. VERDEDIGING

13

Ons land besteedde zeer veel geld aan de bouw van permanente versterkingen in de jaren 30. Zo werden er moderne forten gebouwd en andere gemoderniseerd. Heel wat kilometers verdedigingslinie kwam tot stand. Deze constructies zorgden uiteraard voor een flinke hap uit het budget maar droegen wel bij tot de werkgelegenheid. Er werd ook veel werk verzet door onze gemobiliseerde soldaten. De regering trachtte de stijging van de overheidsuitgaven op te vangen door belastingverhogingen en aanvullende leningen.

a. Verdedigingslijnen Langs de grens waren er alarmposten. Deze vooruitgeschoven stelling was bedoeld als eerste verdediging langs de BelgischDuitse grens. Zij liep van Antwerpen tot Aarlen via Maaseik.

[Stalen Muur met Cointet-versperring]

De dekkingsstelling werd gevormd door het Albertkanaal met verderop de forten langs de Maas, van Luik tot Namen. Het kanaal werd geflankeerd door verschillende bunkers op de verhoogde linkeroever. Tussen het Albertkanaal en de Beneden-Schelde werd een antitankgracht van 30 kilometer gegraven. De vroegere forten rond Antwerpen werden grondig verbouwd en aangevuld met een antitankmuur tot nabij Lier. Deze stelling werd bevolkt door de helft van het Belgische leger. De bunkers – kleine schuilplaatsen uit gewapend beton – hoorden bij de loopgraven en hadden het voordeel onzichtbaar te zijn voor de zware artillerie. Er werden in totaal meer dan 200 zulke bunkers gebouwd. De hoofdverdedigingslijn, de “KW-linie” of “Stalen Muur” genaamd. Vanaf september 1939 werd aan deze weerstandslinie intensief gewerkt. Tussen Koningshooikt en Waver - zo’n 80 kilometer lang - bouwde men bunkers en installeerde men prikkeldraadnetten en metalen antitankhekkens ‘Cointet’. Deze lijn werd nog uitgebreid tot Antwerpen en Namen, zodat men België vrijwel van noord tot zuid beveiligde.

[Duitse wielrijders openen een poort van de Stalen Muur]

Een verdedigingsgordel met bunkers werd in Vlaanderen als laatste vesting voorbereid, deze liep langs het kanaal van Terneuzen en de Leie. Dit bolwerk zou via de kust – verdedigd door kustbatterijen - kunnen bevoorraad worden. Achter de Schelde te Gent


14 strekte een bruggenhoofd zich uit over 24 km. De stelling van 229 bunkers liet men voorafgaan door een antitankhindernis. De meeste van onze troepen waren tegenover Duitsland opgesteld. Om de schending van onze neutraliteit te voorkomen installeerde het leger ook een paar eenheden aan de Franse grens. In 1936 was immers het Frans-Belgisch militair akkoord opgezegd.

b. Uitrusting Op materieel gebied was het Belgisch leger vooral zwak wat luchtmacht, luchtdoelartillerie, tanks en machinepistolen betrof. De verdediging bestond standaard uit 12 infanteriedivisies en twee divisies Ardense Jagers (elk +/- 17.000 man). Daar waren nog zes divisies als reserve aan toegevoegd met oudere opnieuw opgeroepen miliciens. Niet-actieve eenheden zorgden voor het welzijn van de militairen. De actieve infanteriedivisies waren bewapend met het uitstekend Mausergeweer 7,65 mm, gefabriceerd door FN Luik. Men kon tevens per divisie rekenen op een aantal lichte (“FM”, met laders) en zware (“MI”, met kogelband) machinegeweren. De reservedivisies beschikten over minder moderne wapens. Verspreid waren ruim 1.300 stuks veldartillerie opgesteld, naast een duizendtal antitankkanonnen 47 mm; deze werden getrokken door paarden. Iedere divisie had een aantal mortieren 76 mm, en enkele houwitsers. Over het hele land waren een kleine 500 batterijen luchtdoelgeschut beschikbaar, met overwegend 75 mm kanonnen. Gans het leger beschikte over 30.000 motorvoertuigen. De meeste divisies waren voor het transport evenwel aangewezen op paard en kar met ca. 42.000 paarden. De marine was uitgerust met 6 torpedojagers en 30 mijnenvegers. Ons leger bezat: - 295 lichte tanks Vickers hetzij : 250 tanks T-13 van 5 ton. Het daarop gemonteerde antitankkanon 47 mm werd beschouwd als het beste van Europa; het doorboorde alle bestaande bepantseringen; daarbij een FN 7,65 mitrailleur; 45 tanks T-15 van 6 ton met 13,2 mm mitrailleur. - 10 tanks Renault van 16 ton met kanon 47 mm en machinegeweer 7,65 mm.


15

[Zesspan op terugtocht langs de weg Leuven-Brussel op 14 mei]

[T-13 tankjager]

[T-15 tankjager naast Koning Leopold III]


16 B. MOBILISATIE Met argusogen zagen we in ons land hoe Hitler in Duitsland aan de macht kwam. De vrees dat ook België en onze naburige landen zouden aangevallen worden, was niet onterecht. Op 27 september 1938 nam de regering het besluit om vijf “klassen op te roepen ter verdediging van onze neutraliteitspolitiek”. Dit bracht het aantal effectieven in eerste instantie op 300.000. Op 29 september werd het Pact van München gesloten. Omdat het oorlogsgevaar afgewend leek, volgde bij ons op 1 oktober de demobilisatie; daarbij werd veel materieel en kleding achtergelaten. Nog geen jaar later, op 26 augustus 1939, dreigde er weer ernstig gevaar. De soldaten, die met onbepaald verlof waren, werden door bevelschriften, ondertekend door de burgemeesters, weer opgeroepen. Ook met radioberichten en via de pers werd deze beslissing bevestigd. De rijkswachters en veldwachters deelden in ijltempo ’s morgens oproepingsbrieven uit. In Wolvertem hielp één van de gebroeders Moens bij het bezorgen van de brieven. Een paar uur later zagen we tientallen vaders en zonen opstappen naar de tram om hun eenheid te gaan vervoegen. Het leger breidde zich zo uit tot 600.000 man en was hierdoor op “oorlogsvoet” gebracht. De mobilisatie beoogde de oudgedienden tot de leeftijd van 35 jaar. Dit betekende dat de mannen geboren vanaf 1906 werden opgeroepen, hetzij de 14 klassen van 1926 tot 1939. Deze oudgedienden namen uiteraard deel aan de veldtocht van 10 mei 1940, samen met de rekruten van amper 20 jaar. Alle beroepsmilitairen en reserveofficieren waren ingeschakeld. Om de economie op gang te houden, werden bepaalde beroepen vrijgesteld zoals mijnwerkers, metaalarbeiders, dokters, onderwijzers, ambtenaren; ook vaders met meer dan twee kinderen. Iedereen kreeg per maand vijf dagen verlof, landbouwers tien dagen extra. Een goede organisatie vereiste dat er regelmatig alarmoefening werden gehouden, wacht werd geklopt en karweien uitgevoerd. Ook hadden grote troepenbewegingen plaats. In de klas van meester Sengers in Wolvertem hadden de leerlingen een ruim zicht op de autostrade Brussel-Antwerpen. Op een dag zagen zij wel 100.000 soldaten voorbijtrekken, in rijen van drie, richting Brussel. Vele gezinnen geraakten in financiële nood. De broodwinner was er niet

[Infanteriesoldaat met uitrusting]


17 Recrutering Op 14 mei 1940 gaf de regering aan alle mannen tussen 16 en 35 jaar, die nog geen dienstplicht hadden gedaan, het bevel zich naar Roeselare te begeven, waar het Rekruteringscentrum werd gevormd. Deze rekruteringsreserve van zo’n 300.000 jonge mannen zou later bij het gewone leger van 600.000 soldaten moeten gevoegd worden. De “weerbare” mannen trokken op, met de nodige voorraad en de gepaard gaande emoties. Door de Blitzkrieg werd het land evenwel overrompeld en bereikten deze jongens nooit hun doel; ze maakten alleen maar heel wat miserie mee, vooral door de bombardementen. De meesten stapten te voet op en zijn tot in de Westhoek geraakt. De fietsers konden het noorden van Frankrijk bereiken vanwaar ze na de capitulatie, op 28 mei, terugkeerden. Dit ging niet zo vlot en zij waren op de dool aangezien heel wat bruggen opgeblazen waren en vele wegen door de invallers versperd werden. Enkelen zijn per trein naar het zuiden van Frankrijk gevoerd waar zij tewerkgesteld werden en vanwaar zij pas na een drietal maanden, na het herstel van het burgerlijk treinverkeer, konden terugkeren. Ook Belgische militairen werden naar ZuidFrankrijk gebracht en verbleven er een korte tijd.

meer en er werden hulpacties op het getouw gezet. Een solidariteitsactie voor de gezinnen van onze gemobiliseerden werd in het leven geroepen. Een grote affiche op de gevel van de herberg Melanie Puttemans aan de Hoogstraat, sprak ons erg aan: een gewapende soldaat naast prikkeldraad met de oproep “Hij doet zijn plicht, doe de uwe”. De Duitse Luftwaffe had vanaf september 1939 reeds heel wat verkenningsvluchten boven België uitgevoerd. Op 2 maart 1940 werd zelfs een Belgische piloot met zijn Hurricane neergeschoten. Ook Engelse en Franse vliegtuigen overvlogen toen ons land. Wij rekenden nochtans op de onschendbaarheid van onze grenzen!

[Liedjesboek uit 1939 met een tiental liedjes ter gelegenheid van ‘Kerstmis in Mobilisatietijd’, waaronder: Hei, hei, hola! - Stille Nacht, Heilige Nacht - O, Denneboom - Boma die danst de Lambethwalk - Morgen gaat het beter]/[Zangboekje op initiatief van de familie VOS]


18 C. OORLOG a. Duitse inval Op vrijdag 10 mei 1940 in de vroege ochtend vielen de Duitsers België, Nederland en Luxemburg binnen. Door het luiden van de noodklok werden we verwittigd dat de oorlog was uitgebroken. De Belgische en Nederlandse legers waren in januari in staat van paraatheid gebracht. De opperbevelhebber van het Belgische leger had evenwel nog een verlenging van de verloven toegestaan. Vanuit Meise zag men de jachtbommenwerpers in de verte duiken wanneer deze het vliegveld van Evere en het station van Schaarbeek bestookten. Ook de spoorbrug van Kapelle-op-den-Bos werd geviseerd maar kon aan de vernieling ontsnappen. Nu de neutraliteit was geschonden deed België beroep op de garanten Engeland en Frankrijk. Reeds om 7 uur in de ochtend van 10 mei gingen de slagbomen aan de grens omhoog en trad het Dijleplan in werking. Franse troepen staken de grens over. Engelse rupswagens reden door Brussel en stonden ‘s avonds reeds aan de KW-lijn in Leuven. In het noorden van Frankrijk was een expeditiekorps van ongeveer 400.000 man, de “British Expeditionary Force”, gestationeerd en er bevonden zich operationeel een aantal Engelse vliegtuigen. Dekkingstelling Het Albertkanaal en de Maas met de forten errond konden de Duitse opmars nauwelijks afremmen. Door het falen van de vernieling van de geviseerde bruggen te Veldwezelt en Vroenhoven - deels door Duitse sabotage – vestigde de invaller vlug de gewenste bruggenhoofden. Alleen de bruggen in Kanne, Briegden en Ternaaien werden opgeblazen. Bij de brug van Kanne werd bijna een half peloton Duitse valschermspringers uitgeschakeld. Een groot deel van de forten rond Luik bood moedig weerstand. Elke brug werd bewaakt door een bunker, voorzien van een 47 mm antitankkanon, twee mitrailleurs en een schijnwerper. Van 5 tot 21 uur vielen Duitse eskaders onafgebroken onze stellingen aan. De later ingezette Belgische, Franse en Engelse vliegtuigen die de bruggen zouden bombarderen werden door vijandelijke jachtvliegtuigen bijna allemaal neergehaald zonder hun doel te bereiken.


19 Het fort van Eben-Emael - gestart in 1932 en voltooid in 1935 - werd beschouwd als een van de modernste en sterkste van Europa. Het onderging een Duitse aanval met zweeftoestellen (zonder kentekens), een primeur in de geschiedenis. De speciaal getrainde manschappen konden door het gebruik van “holle ladingen”, die de bepantsering doorboorden en zo de bemanning doodden, het fort uitschakelen. Een half peloton Duitse parachutisten werd gedropt ter versterking. De artillerie van twee zuidelijke koepels bleef toch nog geruime tijd actief. In de Ardennen bleven de Ardense Jagers hardnekkig weerstand bieden. Aan de KW-lijn De KW-lijn hield moedig stand. De Duitse infiltratie werd een tijd lang tegengehouden en onze artillerie vernietigde een vijandelijke gemotoriseerde colonne op weg naar Aarschot. Daarenboven was de Franse tegenstand heel heftig. Een harde confrontatie had plaats op 13 mei in het Haspengouwse. Daarbij verloren twee Franse tankeenheden – elk uitgerust met 87 lichte Hotchkiss en evenveel middelzware Somua tanks – een 100-tal voertuigen. Van de meer dan 600 ingezette Duitse pantsers werden er dan wel 160 uitgeschakeld, In Gembloux werden 34 pantsers buiten gevecht gesteld door het Frans artillerievuur van de “Division Marocaine” die evenwel hoge verliezen moest noteren. Het Tweede Marokkaanse Tirailleurs leverde in Ottignies een reeks bloedige straatgevechten. De Eerste Marokkaanse Divisie chargeerde met de bajonet op het geweer tegen Pantsergrenadiers, die bij het zien van die woeste massa rechtsomkeer maakten. In Meise had men een paar dagen tevoren met verwondering staan kijken naar soldaten uit de Franse koloniën, vooral Senegalezen en ook Algerijnen en Marokkanen. In Leuven sloegen de Britten (met de elitedivisie van generaal Montgomery) en de Belgen met hun artilleriebombardementen de Duitsers terug. De universiteitsbibliotheek brandde gedeeltelijk uit.


20 Tegen de avond trokken de Duitsers zich met zware verliezen terug. Sommige forten, o.a. van Schoten en Brasschaat, beten fel van zich af. Achter de KW-lijn stonden de geallieerde legers op 16 mei klaar om de Duitsers op te vangen. Onverwacht kwam echter het bevel om terug te trekken. Het bevel ging uit van de Fransen, uit vrees voor omsingeling ingevolge de doorbraak te Sedan. Het doorbreken van het lineaire geallieerde front tussen Dinant en Sedan was fataal voor de geallieerden. Daar, na uren vijandelijke luchtaanvallen en snelvuurgeschut, sloegen de Franse infanteristen op de vlucht. De Duitsers hadden de Ligne Maginot – de fortengordel die Elzas-Lotharingen tegen een Duitse agressie moest beschermen – omzeild en in de rug aangevallen; de kazematten werden met springladingen en vlammenwerpers bestookt. Verder in het binnenland Doodop bereikten de geallieerde troepen op 17 mei het kanaal van Willebroek. In Kapelle-op-den-Bos werd bij een gevecht een Duits antitankkanon vernietigd. Een Engelse schipper die hier aangemeerd lag bij zijn vaart naar de zeehaven Brussel, schoot met zijn kleine kanon (dat op alle Engelse zeeschepen was gemonteerd) twee Duitse vliegtuigen neer; dit kon worden bekeken vanuit Wolvertem (dixit Maurice Gillisjans). Aan het kanaal van Willebroek moesten vijf bruggen worden gehouden en er werd duchtig over en weer geschoten, terwijl de Rijkswacht de terugtocht dekte. Op 17 mei zullen de snel oprukkende Duitsers de oevers van het kanaal bereiken en aan ’t Sas van Humbeek langs de sluizen, die door de Britten slechts gedeeltelijk waren vernield, de oversteek kunnen bewerkstelligen. Een twintigtal Belgische soldaten verloren hier het leven. De Rijkswacht telde 16 doden en meerdere gewonden. Een zeventigtal rijkswachters werden gevangen genomen. In bijlage 3 wordt een kort verslag weergegeven. De bruggen van Vilvoorde en Verbrande Brug waren ’s morgens ondermijnd en in de namiddag opgeblazen. Toen de laatste legerauto van het Belgisch leger de brug over het Kanaal te Humbeek was overgestoken werd deze eveneens gedynamiteerd. Duitse geniesoldaten, in witte overall, bouwden onmiddellijk een noodbrug voor hun troepen. Humbeek.


21

Frans Goevaerts. Sergeant, 5e Linieregiment, IIe Bataljon, 7e Compagnie, Peloton 38. Hoofdonderwijzer te Schelle. Historisch verslag over het IIe Bon van het 5e Linieregiment. Geschreven in Tilsit in krijgsgevangenschap in het jaar 1940. Uit een geschreven relaas van 14 bladzijden citeren wij de meest markante feiten : Het gevecht te Humbeek op 17 mei 1940. (...) De lucht wordt verscheurd door gezoef van tuimelende bommen of knallende ontploffingen. Artillerie! Bevriende of vijandige schoten? Ik blijf bij mijn groep, wat er ook gebeure. Ik wil later niet aanzien worden als een vijandige vluchteling die zijn soldaten in ’t uur van gevaar in de steek liet. We gaan ons in verdediging opstellen. Vannacht vertrekken we dan van deze “positie” naar Dendermonde. Voor ons hadden we een haag en in de rug de gevel van een huis. De pelotonoverste: “Mannen gij zult allemaal een fusilierskuil graven. Begint maar dadelijk”. Vijandelijke obussen. De eerste kogels fluiten over onze hoofden. Langzamerhand krijgen wij de volle lading. Granaten kraken los. Ik kruip uit de kuil, neem mijn geweer in de armen en schuif als een hagedis naar het leegstaande achterhuis. Wat vliegt er allemaal door mijn hoofd ? Over enkele ogenblikken kan een granaat mij tegen de muur smakken. Ben ik in orde voor het “Laatste Oordeel” ? De hulpalmoezenier gaf mij te Haacht de absolutie en zei : “Ga, mijn zoon, de zonden van gans uw leven zijn u vergeven”. Omwille van vader, moeder, broers en zuster zou ik willen leven. Mij persoonlijk kan het niet meer schelen. Schieten zal ik. Vechten, om niet gedood te worden. Door het raampje steek ik de loop van mijn geweer, weinig patronen in de lader, … grendel en mik. Mijn armen sidderen, mijn vingers zweten en mijn oren tuiten. Ik mik nog, en nog, … Aan de rand van de boomgaard hoor ik vreemde stemmen : “Heraus, schweinhunden, …”. Ik leg aan … gans mijn lijf davert … . Ik hoor het ratelen van onze Mi’s die het pont voor ons afmaaien. Ik vlieg de huistrap op en mik en vuur. Maar wat kunnen enkele bevende piotten tegen de aanschuivende gecamoufleerde vlekken ? Een heel peloton komt daar in stormpas door een roggeveld aangerukt. Het zijn Belgen. Met gevelde bajonet, gesteund door mitrailleurvuur springen zij vooruit. ‘k Zie met grote angst mijn kameraden van de 6e compagnie een tegenaanval doen. De vensters van de huizen op 300 m braken kogels op het aanvallende peloton. Heel het peloton stuikt ten gronde. Uit het korenveld stijgen angstkreten. In het graan zie ik soldaten rondkrinkelen van de pijn. Een chaos. Tranen lopen mij van de wangen. Wat een vervloekte hel. Ik kruip naar beneden om hulp. Met nog een paar terug naar boven.”Schieten, schieten, godver, …”. De gecamoufleerde vlekken schuiven dichterbij. Duitsers beschieten ons huis met schrapnels. Steeds meer voeren de schrapnels dood en vernieling aan. De F.M. ploeg van de 1e groep blijft dood achter hun stuk. Een groep Belgen wil achteruit trekken. Doch een vijandelijk vuur in de rug doet hen neerstorten. “Kommandant, als wij in dit huis blijven dan leven wij geen tien minuten meer”. Ik kruip achter de ring van de waterput en blijf daar verstopt als een steen liggen. “Heraus, schweinhunden, hände hoch …”. De luitenant geeft de toestemming om het peloton over te geven. Witte zakdoeken gaan de hoogte in. Een ober-leutnant rukt mijn ransel af en werpt mijn geweer weg. Hij geeft mij een sigaret en zegt “sie haben gut gekämpft”. Als gevangenen marcheren wij af; naast ons de winnaars met vuur in de ogen en met strijdgeest in het hart (...).


22 De gebeurtenissen rond Meise-Eversem worden aangehaald in het verslag van kapitein-commandant Lixon (ons bezorgd door Defensie). Zie verder III.C.d. Een bataljon van het 2e Jagers te Voet werd in Merchtem bijna volledig gevangen genomen. Hun reisweg was Vilvoorde-Merchtem-Aalst. Deze weg werd ook door de Britten gebruikt. Merchtem lag op de scheidingslijn tussen het Britse en het Belgische leger. In Asse leden de Britten gevoelige verliezen aan mensen en materiaal. Bij de Britten waren de volgwegen verboden voor burgers. Bij de Belgen leidde de massa vluchtelingen tot opstoppingen, vertragingen en verwarring, kortom tot een chaos. Bij de brug van Zingem doodden de Duitsers een gans peloton Belgen, maar na een krachtige tegenaanval werden zij terug over de rivier gedreven. Gent werd tot open stad verklaard. Duizenden soldaten gaven zich over. Dat betekende ook het verlies van grote hoeveelheden brandstof. Dag na dag werd ook de voedselbevoorrading een acuut probleem. Op 20 mei waren Duitse pantsers doorgestoten tot Abbeville en het Kanaal. De Britten konden evenwel met hun zware tanks een tegenaanval inzetten. De Duitsers geraakten in paniek en 400 werden er gevangen genomen. Vele van hun tanks waren uitgeschakeld en hun Stuka’s (Sturzkampfflugzeug: duikbommenwerper) hadden zware verliezen geleden tegen Britse jagers. De pantserdivisies kregen van Hitler een “Haltbefehl� gedurende drie dagen, een beslissing die moeilijk te begrijpen viel. Churchill gaf het bevel om de inscheping van de Britse strijdkrachten te beginnen.

[Aanleg noodbrug in Humbeek door de Duitse genie]


23

Aan de Leie: de ultieme krachtinspanning Sommige eenheden waren volkomen ontmoedigd. Toch zien we dat er regimenten – zoals de Ardense Jagers en de Karabiniers-Wielrijders zich tot het uiterste zullen verdedigen en in verbitterde gevechten hun tegenstander zware verliezen toebrengen. Het veldleger trok zich terug achter het kanaal Gent-Terneuzen en de Leie. De Britten hielden de Boven-Leie. Hier werden bloedige veldslagen uitgevochten. De aanval begon op 24 mei toen de Duitse artillerie en de Luftwaffe hevige bombardementen uitvoerden in de streek van Kortrijk en Menen. Na de mislukte offensieven in Doornik hoopten zij daar door te breken. Tijdens de ochtend van 25 mei konden de Belgen een bruggenhoofd heroveren en een T-13 tank schakelde verscheidene Duitse mitrailleursnesten uit. Een 230-tal Duitsers, waaronder vijf officieren, gaven zich over. Bij de Belgen sneuvelden in deze slag 300 officieren en 2.500 soldaten. Daarbij de drie slachtoffers uit onze gemeenten. In Vinkt vielen 39 Belgen en 170 Duitsers. Uit wraak vermoordden de Duitsers er 86 burgers. De vijand wierp pamfletten uit om het moreel van onze troepen te ondermijnen maar onze bevelhebbers deelden daartegenover bladen uit om die leugens tegen te spreken. De Duitsers gebruikten zelfs krijgsgevangenen als levend schild wat onze verdedigers voor een moeilijke beslissing plaatste. Toen op 4 juni Duinkerken werd ingenomen, waren 200.000 Britten en 140.000 Fransen via de stranden van Duinkerken en De Panne reeds veilig ontkomen naar Engeland. Ook Belgische schepen hadden daartoe hun steentje bijgedragen. En dankzij de dekking door de Royal Air Force kon de overtocht een succes genoemd worden. Alles wel beschouwd moeten wij vaststellen dat het Belgisch leger overweldigd werd door de - inzonderheid materiÍle - sterkte van de vijand maar dat onze manschappen in de mate van het mogelijke zich heldhaftig hebben verdedigd.


24 b. In de lucht Onze luchtmacht bezat 234 vliegtuigen. Bijna tweederde waren tweedekkers die hoofdzakelijk werden ingezet als verkenningsvliegtuig. Van de 90 jagers werden er 69 als modern beschouwd, o.a. de Hurricane en Fiat CR-42. Daarvan werden in de eerste twee dagen reeds de helft op de grond vernietigd, voornamelijk in Schaffen en Brustem. Op 28 mei zullen er tenslotte slechts 21 overblijven; die waren in Stene bij Oostende bijeengekomen. Onze piloten hadden met zes Fiat CR-42 op 13 mei boven Fleurus twee Messerschmitt neergehaald. Van luchtafweergeschut geen spoor. Het Duitse overwicht was in grote mate te wijten aan de 5.000 operationele toestellen waarover hun vliegwezen beschikte. Daarvan waren er aan het westelijk front ingezet : 1.562 bommenwerpers, 1.016 jagers en 500 transportvliegtuigen.

c. Capitulatie België, met Leopold III, besliste onvoorwaardelijk te capituleren op 28 mei 1940. Met een herderlijke brief van 2 juni verdedigde Kardinaal Van Roey dit besluit. De overmacht van de vijandelijke troepen en de rampzalige toestand waarin de vluchtelingen verkeerden, leidde tot deze beslissing. De koning had “zijn lot verbonden aan dat van zijn soldaten”. De populariteit en het prestige van de koning stegen enorm bij de bevolking door deze te behoeden voor verdere ellende. Van Franse zijde werd bitsig gereageerd. De Britten daarentegen brachten een eresaluut aan het Belgisch leger. De Duitsers waren opgerukt tot Gravelines en Calais en omsingelden zodoende het noorden van Frankrijk en de Westhoek. Nederland had reeds op 14 mei de strijd gestaakt, toen Rotterdam een hevig bombardement onderging. Frankrijk volgde op 22 juni.

[Oorlogsbuit, in Loppem aangelegd door de Duitsers na 28/05/1940. Honderden kannonnen “C. 75 Grande Portée” met bijbehorende caisson]


25 d. Grimbergen Het vliegveld van Grimbergen was op 10 mei 1940 nog niet in gebruik. Pas een jaar tevoren waren de werken voor de aanleg begonnen. In laatste instantie werd een primitieve landingsbaan overdekt met as uit de cokesfabrieken. Negen Belgische toestellen, opgestegen te Brustem, konden toch landen op 11 mei te Grimbergen maar vlogen vrij vlug verder naar Nieuwkerken-Waas. Op 13 mei landde een smaldeel van 11 toestellen, komende uit Steenokkerzeel. Van hier uit voerden zij enkele verkenningsvluchten uit en verlieten de basis ’s anderendaags. De Duitsers breidden nadien het vliegveld uit tot 250 ha. De hoofdstartbaan bereikte ruim 1.000 meter. Vooral vanaf 1943 waren er meer dan 40 jachtvliegtuigen bedrijvig. Hun toestellen werden in het nabije bos verstopt, bedekt met camouflagenetten. Zij richtten barakken op met daartussen muren van 2 m hoog en 2,5 steen dik. Arbeiders werden 5 fr. per uur betaald en boeren met paard en kar 25 fr., te betalen door de gemeente. Een Poolse boer bewerkte het omliggende veld met ossen. De burgers en later de Fabriekswacht, belast met de bewaking van het vliegveld, waren getuige van de strenge strafmaatregelen die de Duitse soldaten soms moesten ondergaan. Vanaf 1943 werd alle toegang tot het vliegveld voor arbeiders verboden. Op tweede paasdag 10 april 1943 richtte een enorm bombardement met fosforbommen heel wat schade aan, ook aan de omliggende huizen; benzine- en olievaten gingen de lucht in. Niet-ontplofte bommen werden later opgeruimd. De Duitse vliegeniers verlieten Grimbergen op 23 juli 1944; wel waren er nog tussenlandingen door terugtrekkende Messerschmitt. Het Fliegerregiment trok terug op 3 september 1944; zij staken vooreerst nog een deel van de barakken in brand en lieten hun munitiedepot de lucht invliegen. De Amerikanen maakten de startbaan gebruiksklaar door ze te bedekken met staalplaten of met staaldraad en daaronder asfaltpapier. Achtereenvolgens Amerikanen, Engelsen, Noren en Polen stationeerden hier hun Wings. Voor de slag om Arnhem o.a. waren van hier 16 Mustang opgestegen. Er werden ook zweeftoestellen gesta-


26 tioneerd. Ook bij deze legers heerste strenge discipline. Het vliegveld werd door de Amerikanen op 22 mei 1946 aan de Belgische autoriteiten overgedragen en werd later op het jaar bestemd voor de toerismeluchtvaart. Op 3 september 1944 staken de Duitsers het kasteel van Grimbergen in brand omdat er zich, naar zij beweerden, geheime documenten bevonden die niet in de handen van de tegenstrever mochten vallen.

e. Bezetting De Duitsers stuurden aan op een goede verstandhouding met de bevolking en wensten dat alle activiteiten - werk, onderwijs, vermaak, markten, … - gewoon zouden doorgaan. Het Arische “Herrenvolk” diende zich behoorlijk te gedragen. De verplichte tewerkstelling wordt beschreven in hoofdstuk III.F.b. In juni 1941 begon Duitsland de aanval op Rusland. Daarbij werd het niet-aanvalspact van 23 augustus 1939 geschonden. De hier gelogeerde soldaten keken wel sip bij het horen van dat nieuws. Eind oktober stonden Duitse troepen aan de voorsteden van Moskou. Na het verlies van Stalingrad en de tankslag in Koersk in 1943 keerde evenwel het tij. De dag van de aanval op Rusland werden in ons land honderden communisten opgepakt. Bij het begin van de oorlog telden wij als knapen het aantal Duitse vliegtuigen dat overvloog naar Engeland en ook het - volgens ons gereduceerde aantal dat langs dezelfde route terugkwam. De Royal Air Force was van de komst van de Duitse vliegtuigen op de hoogte dankzij de uitvinding van de radar. De Duitse Messerschmitt vergezelden de Stuka’s Junker, Heinkel en Dornier. Zij werden opgewacht door Britse Hurricane en Spitfire; deze leverden opmerkelijke prestaties in de slag om Engeland. Reeds eind 1941, maar vooral vanaf 1942, vlogen Engelse Lancasters – vooral ’s nachts - en Amerikaanse Boeing B17 en B24 in

[Hawker Hurricane]


27 dichte drommen over om Duitsland te bombarderen. In mei 1942 onderging Keulen een aanval met 1.000 bommenwerpers op één nacht en vanaf eind 1943 kreeg Duitsland dagelijks een eskader van een duizendtal bommenwerpers over zich. De lucht hing hier dan vol met bruine en zwarte watjes van de ontploffende granaten van de luchtafweer. We moesten ons wel hoeden voor de vallende schrapnels. Naar het einde van de oorlog toe werden aluminium lintjes uitgeworpen door geallieerde vliegtuigen om het (nog primitieve) Duitse radarsysteem te ontregelen. Er was een verband tussen de lengte van deze metalen strips en de golflengte van de radar van de Duitsers. Zodoende werd het afweergeschut misleid. De Duitsers hadden ook dergelijke misleiding toegepast door hun vliegtuigen snippers aluminiumfolie boven Engeland te laten uitstrooien.

[Vlugschrift van de geallieerden, uitgeworpen boven Deurne, naar het einde van de oorlog]

Aan ballonnen vastgemaakte strooibiljetten, door Amerikaanse vliegtuigen afgeworpen, legden uit dat de bombardementen in België moesten dienen om de Duitse industrie en transporten te vernielen en bevatten tevens antiDuitse propaganda. Enkele uit de Westhoek werden ons bezorgd door Marcel Vanbesien. Ook in Rossem is nog een specimen bewaard (zie ook bijlage 1). In tankslagen hadden de Amerikaanse M4-Sherman en de Sovjet T-34 het moeilijk tegen de vanaf 1942 ingezette Duitse Tiger van 45 ton.


28

[Vlugschrift van de geallieerden]


29 f. Eindoffensief De landing in Normandië had plaats op 6 juni 1944. Het weer was niet gunstig en veertien dagen later trok ook nog een orkaan over het Kanaal. Toch waren na een maand reeds één miljoen manschappen aan land gezet. Onze gemeenten werden bevrijd op 3 september 1944 (zie III.J). Tijdens het Ardennen-offensief van von Rundstedt, van 16 december 1944 tot 14 januari 1945, ontstond er, naargelang de overtuiging, een zekere vrees of hoop bij de bevolking. Op nieuwjaarsdag 1945 deed de Luftwaffe nog een uitval en bestookte de vliegvelden w.o. die van Grimbergen en Evere. De Duitsers verloren 300 van de 900 ingezette gevechtsvliegtuigen. Ongeveer 150 geallieerde toestellen werden – meestal op de grond - vernield. In Grimbergen stonden drie geallieerde vliegtuigen en twee vrachtwagens in brand. Eén Duitse jager is daar geland en de gekwetste piloot krijgsgevangen gemaakt. Op 8 mei 1945 gaf Duitsland zich onvoorwaardelijk over. Overal loeiden de sirenen, ditmaal om het goede nieuws te verkondigen. Voor de Amerikanen eindigde de oorlog in Japan op 12 september 1945 na het droppen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki een maand tevoren.

g. Belgische bijdrage

[Aanwerving en lidkaart Gerard Bouvin]

Brigade Piron: officieel genaamd “1e Groepering” (onderdeel van een Britse Brigade) en later de “Eerste Infanteriebrigade Bevrijding”. Zij bestond uit 4.500 manschappen waarvan ongeveer de helft was opgeleid in Groot-Brittannië en de andere helft deze eenheid in België vervoegde. Onder de vrijwilligers noteert men Frans Dewaet (zie III.D.a) en Gerard Bouvin, geboren in maart 1927, wonend in Meise sedert 1953. Deze laatste werd ingelijfd in Temse op 29 december 1944 als een van de


30

[Toekenning herinneringsmedaille aan Gerard Bouvin]


31 jongste vrijwilligers. De brigade landde vanuit Engeland in Normandië, nabij Arromanches, eind augustus 1944 als onderdeel van de Britse Sixth Airborne Division van het Eerste Canadese leger, onder Generaal-majoor Richard Gale. Vooreerst veroverde zij de badplaats Deauville en vervolgens werd zij ingeschakeld bij gevechten in Frankrijk. Op 4 september 1944 werd zij met een onvergetelijk enthousiasme onthaald te Brussel, daags na de bevrijding van deze stad. Nadien ontzette de eenheid Leopoldsburg en leverde slag nabij het stadje Thorn in Nederland. Daarbij verloren 38 Belgen het leven. Ook bij de bevrijding tussen Waal en Lek werd zij ingezet. In totaal verloor de brigade 90 man en telde een groot aantal gekwetsten en vermisten. Eind mei 1945 kwam de brigade onder bevel van de Derde Britse Divisie. De demobilisatie volgde in juli en augustus 1945 voor hen die aan de drie veldtochten hadden deelgenomen; de rest van de brigade demobiliseerde in december 1945 in Brugge. Sommigen tekenden bij voor het leger of vervoegden de rijkswacht of politie. Naar het einde van de oorlog toe werden vijf Belgische infanteriebrigades “IJzer, Rumbeke, Steenstrate, Merkem, Deinze”, opgericht en gedurende een zestal maanden gedrild in Noord-Ierland. Zij werden ingescheept in Oostende vanaf 29 maart 1945. Ze omvatten zowel vrijwilligers als dienstplichtigen.

h. Bevrijd Premier Pierlot had met de ministers de Vleeschauwer, Spaak en Gutt, een regering gevormd te Londen. Op 8 september 1944 kwam zij terug in België. D.d. 20 september 1944 gebeurde de aanstelling van Prins Karel als regent. De economie herstelde zich tamelijk vlug, mede doordat de schade bij de Duitse aftocht beperkt gebleven was en de Antwerpse haven in tamelijk goede staat kon bevrijd worden.


32

[Het biljet van 100 fr. dat bij de Operatie-Gutt werd uitgegeven]

[Biljet van 10 fr. en zinken munten van 5 en 1 fr. uit 1943]


33 Muntsanering Door een besluit van 10 oktober 1944 besliste minister Gutt dat alle briefjes vanaf 100 fr. moesten ingeleverd worden bij een bank- of postkantoor. Ook de tegoeden op rekeningen werden grotendeels geblokkeerd. Dit om de prijsstijging (inflatie) tegen te gaan en tezelfdertijd de oorlogswinsten te neutraliseren. Van het ingeleverde geld werd per persoon 2.000 fr. vrijgegeven in nieuwe briefjes. De kerken en kloosters kregen alles terug in nieuw geld. Van het geblokkeerde geld werd 40% tijdelijk vastgezet en 60% omgezet in een saneringsrekening. De militairen kregen een dag vrijaf om hun geld om te wisselen. Aan de postkantoren waar de omwisseling gebeurde, zorgde een militair voor de ordelijke gang van zaken. Vooruitziende kapitaalkrachtigen hadden zich goud en edele sieraden en objecten aangeschaft, ongetwijfeld tegen woekerprijzen. Ingevolge het voornoemde besluit diende men ook alle buitenlandse tegoeden en effecten evenals de vorderingen op het buitenland aan te geven. Deze tegoeden werden later “gedeblokkeerdâ€? na goedkeuring van een aanvraag, gestaafd door de nodige bewijzen van goed burgerschap en van vooroorlogse eigendom. Het fiscaal programma viseerde de economische collaborateurs en oorlogsprofiteurs. Nieuwe briefjes van 10.000 (werd niet uitgegeven), 1.000, 500 en 100 fr. waren reeds in Engeland gedrukt en vanaf de bevrijding werd bij de Nationale Bank van BelgiĂŤ dag en nacht het drukken voortgezet. Er waren ook reeds briefjes gedrukt met het portret van Leopold III maar deze kwamen nooit in omloop. Wij tonen een briefje van 100 fr. gedrukt na de bevrijding. (Verzameling Fr. Van Hemelryck). Gedurende de bezetting moesten alle betalingen aan het buitenland (inz. de buurlanden) geschieden, via de in 1940 te Brussel opgerichte Emissiebank, op een rekening bij de verrekenkas in Berlijn, dit aan de wisselkoers van 1 RM = 12,50 BEF. Het (oorlogs)tekort op de staatsbegroting werd gefinancierd door voorschotten van de Nationale Bank aan de Emissiebank.


34 i. Enkele bijzonderheden De neutraliteit maakte van België voor de oorlog een geschikt werkterrein voor spionnen waarvan er 43 werden opgepakt door de Veiligheidsdienst. Mede als gevolg daarvan werd op 10 maart 1940 de Belgische Staatsveiligheid opgericht. Die maakte jacht o.m. op de zogenaamde Vijfde Kolonne, dit waren Duitse spionage- of sabotage-elementen. De radio-omroep NIR waarschuwde voor parachutisten en saboteurs en vroeg de verdachte personen onmiddellijk aan de militaire overheden of aan de rijkswacht te signaleren. Heel wat personen– fascisten, communisten, Vlaams-nationalisten – werden geïnterneerd. Uit Meise, Oppem, Wolvertem blijkbaar niemand. Men schat dat ruim tweeduizend Belgen en evenveel buitenlanders en Joden uit België werden aangehouden. Van deze naar Frankrijk, per zogenaamde spooktreinen, in goederenwagons, gedeporteerde personen werden in Abbeville 78 personen onder een kiosk gevangen gezet. Daarvan werden er 21 geëxecuteerd, waaronder Joris Van Severen, leider van het Verdinaso. Ook de Franse en Britse troepen gingen na hun aankomst in België over tot de aanhouding van verdachten. Alle wegwijzers en reclameborden (speciaal van cichorei Pacha) werden vóór de Duitse inval weggenomen. Men beweerde dat er landkaarten verstopt waren achter bepaalde van deze borden. Wij herinneren ons ook hoe tijdens klare avonden vanaf de hoogste punten - Heirbaan en Hasselberg - geoefend werd met zoeklichten om vliegtuigen op te sporen. De techniek was gebaseerd op booglampen en de stroom werd geleverd door generatoren. Een gebied van hoge luchtdruk zorgde voor aanhoudend mooi weer in mei 1940. Duiven werden nog steeds als koerier ingezet (zie Verhest III.B.a). Ook nog bij de bevrijding stationeerden te Vilvoorde soldaten van het Royal Corps of Signals met hun duiven. Tijdens de bezetting moesten de duivenmelkers hun diertjes binnenhouden. Wanneer een overtreding daartegen werd vastgesteld, kon de eigenaar in de gevangenis van Sint-Gillis worden vastgezet.


35 Gedurende de mobilisatie kregen de soldaten van de Dienst van de Soldaat af en toe een colli toegestuurd, waarin o.a. sigaretten en chocolade zaten. Een militair die geen vergunning kon tonen moest 1,10 fr. betalen voor een tramrit. De vergoeding per dag aan een milicien bedroeg vóór de oorlog 1 fr. Dit was de prijs van een pilsje. De echtgenote ontving daarnaast een kleine vergoeding. In november 1940 voorzag de Commissie van Openbare Onderstand een vergoeding van 3 fr. dagelijkse steun voor een persoon met één kind. In 1940 beliep het maandloon van een werkman 1.000 tot 1.500 fr. Naar het einde van de oorlog was dit licht gestegen. Een werkweek telde 48 uur. Gedurende de mobilisatie sloegen de huismoeders aan het hamsteren o.a. suiker, olie, zeep, koffie, zelfs lucifers en andere bewaarbare goederen. Het westelijk deel van het kustgebied bleef gedurende gans de oorlog een “Sperrgebiet”. Burgers mochten het gebied slechts in of uit mits het vertonen van een “Passierschein”, zelfs voor een voetbaluitstapje naar Oostende (dat buiten het spergebied lag). Een bezoek kon alleen voor één dag. Men diende alle radio’s in te leveren en de dakvensters moesten met blauw worden overschilderd. Aan het strand waren mijnen en prikkeldraad aangebracht en de bunkers waren gecamoufleerd. De Duitse verdediging aan de Vlaamse kust werd bevolen vanuit een bunkercomplex in het Antwerpse Park Den Brandt. Gezinnen met veel kinderen moesten naar het binnenland verhuizen, zoals de familie De Volder uit Oostende. Ook bij Gillisjans “Jef van de Met” logeerde tot het einde van de oorlog een gezin dat een boekenwinkel had uitgebaat in Oostende.


36 D. SLACHTOFFERS Tijdens de achttiendaagse veldtocht in 1940 sneuvelden 6.516 Belgische militairen, waarvan 2.500 tijdens de laatste vier dagen. Van de officieren sneuvelden er 350 waarvan 2/3 tot het reservekader behoorden. In dezelfde periode kwamen ca. 12.000 burgers om. Meer dan 200.000 Belgen belandden in krijgsgevangenschap. In het kader van de Flamenpolitik besliste Hitler, nog in 1940, dat de Vlaamse dienstplichtigen, soldaten zowel als (onder)officieren, zouden vrijgelaten worden. Toch bleven er meer dan 70.000 Belgen gedurende vijf jaar geïnterneerd waarvan zowat 2.500 Vlamingen; een kleine 2.000 keerden niet meer terug. Bij de bevrijding verloren minstens 3.000 Belgische militairen en weerstanders het leven; daaronder heel wat piloten, para’s, commando’s en zeevaarders, de meesten opgeleid in Engeland. Het groot aantal omgekomen verzetslui verdienen een eremerk. Meer dan 12.000 Belgische politieke gevangenen schoten er het leven bij in, meestal in concentratiekampen. 28.000 Joden werden uit België gedeporteerd; slechts 1.200 zijn teruggekeerd. Men schat dat 10.000 Belgische burgers omkwamen bij geallieerde bombardementen. Door de V-1 en V-2 werden bijna 4.000 burgers gedood en 6.000 gewond. Van de 10.000 Belgische oostfrontstrijders sneuvelden er een 2.000-tal. 53.000 Belgen werden na de oorlog veroordeeld wegens incivisme, 2.600 tot de doodstraf waarvan er 242 werden uitgevoerd. Daarnaast werden 75.000 personen uit hun rechten ontzet.


Het Oorlogsgebeuren in Meise-Oppem-Wolvertem 1940-1945